Gewijzigd amendement van het lid Schouten ter vervanging van nr. 13 over een nadere duiding van het begrip “gelijkwaardige inspanning”
Brontekst
Versie b84ef52efc51fe84 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 33 416Wet inzake houdbare financiën van de collectieve sector (Wet houdbare overheidsfinanciën) Nr. 22 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID SCHOUTEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 13 Ontvangen 19 april 2013 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Artikel 3, tweede lid, komt te luiden: 2. Onze Minister van Financiën stelt, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, en met inachtneming van het derde en vierde lid, vast wat voor de decentrale overheden als een gelijkwaardige inspanning wordt aangemerkt. Bij de vaststelling van de gelijkwaardige inspanning dient het resultaat in termen van het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo in een redelijke verhouding te staan tot het aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in de collectieve uitgaven. Toelichting Dit amendement beoogt een nadere duiding te geven aan het begrip «gelijkwaardige inspanning» zoals dat in artikel 3 eerste lid wordt geïntroduceerd. Dit amendement brengt ten eerste expliciet tot uitdrukking dat de onderwerpen die in het bestuurlijk overleg aan de orde komen (de schuldpositie van decentrale overheden; de investeringsopgaven voor decentrale overheden, die zij van rijkswege geacht worden te doen; de omvang van de bij de decentrale overheden aanwezige vermogens; en de verwachte ontwikkeling van het feitelijke EMU-saldo van de decentrale overheden, zoals dat wordt geraamd door het CPB) in acht moeten worden genomen bij de vaststelling van de gelijkwaardige inspanning. Ten tweede legt het amendement een relatie tussen de tekortnorm voor decentrale overheden en het aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in de collectieve uitgaven. Op deze wijze wordt tot uitdrukking gebracht dat de tekortnorm voor decentrale overheden niet strenger mag kst-33416-22ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 416, nr. 221 zijn dan wat redelijkerwijs van de decentrale overheden verwacht mag worden. SchoutenTweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 416, nr. 222
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Gewijzigd amendement van het lid Schouten ter vervanging van nr. 13 over een nadere duiding van het begrip “gelijkwaardige inspanning” Actuele officiële versie
Geen publicatiebestanden beschikbaar bij deze officiële versie.
Bijlagen
Geen gekoppelde bijlagen gevonden.
Bij dit hoofddocument
Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.
Gerelateerde bronnen
- Gewijzigd amendement van het lid Schouten ter vervanging van nr. 13 over een nadere duiding van het begrip “gelijkwaardige inspanning”
Gewijzigd amendement van het lid Schouten ter vervanging van nr. 13 over een nadere duiding van het begrip “gelijkwaardige inspanning”
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie