KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op het rapport van het Instituut voor Publieke Economie (IPE) over ‘Minder schulden, meer verkeersveiligheid: Vijf aanbevelingen voor een beter verkeersboetebeleid'

11 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5107e1aa8b1d70d8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 398Maatregelen verkeersveiligheid24 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 1173 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 april 2025Onlangs heeft het Instituut voor Publieke Economie (hierna: IPE) hetrapport «Minder schulden, meer verkeersveiligheid: Vijf aanbevelingenvoor een beter verkeersboetebeleid» gepubliceerd. De Vaste Kamercom-missie van Justitie en Veiligheid heeft op 13 maart jl. verzocht om eenreactie op dit rapport. Met deze brief geef ik, mede namens de Staatsse-cretaris van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris Rechtsbe-scherming, gehoor aan dit verzoek.Het rapport gaat in op twee verschillende aspecten van het verkeersboete-beleid. Er wordt ten eerste aandacht gevraagd voor de manier waarop dehoogte van de verkeersboetes wordt bepaald en de proportionaliteit vandeze boetes. Het verkeersboetebeleid is volgens IPE te veel gericht op deschatkist en te weinig op verkeersveiligheid. Vervolgens gaat het rapportin op de inning van de boetes en de gevolgen van het niet tijdig betalenvan de boetes. Het eerste deel overlapt deels met de aanbevelingen die aleerder door het Openbaar Ministerie zijn gedaan in het rapport «Boetes-telsels in balans». Ik streef ernaar de beleidsreactie op dit rapport voor hetvolgende commissiedebat Verkeersveiligheid naar uw Kamer te sturen. Ikkan hier daarom nu nog niet op vooruitlopen.In het tweede deel van het rapport wordt ingegaan op de gevolgen die deophogingen bij boetes op grond van de Wet administratiefrechtelijkehandhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) kunnen hebben. Erwordt benoemd dat verkeersboetes een belangrijke bron van schuldenzijn. De cijfers waarnaar in het rapport wordt verwezen geven echter geenuitsluitsel over de oorzaak of de bron van de problematische schuldenwaar huishoudens mee kampen. De cijfers laten zien hoeveel procent vande huishoudens die kampen met problematische schulden (onder meer)een of meerdere openstaande verkeersboetes heeft. Verkeersboeteskunnen – zoals IPE ook aangeeft – onderdeel uitmaken van diversebetalingsverplichtingen en daarmee ook van schulden die mensen kst-29398-1173ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11731 hebben. Dat maakt dat het van belang is dat verkeersboetes maatschap-pelijk verantwoord worden geïnd, met oog voor het individu. Het CJIBheeft hier volop aandacht voor.1 Dat zal ik in deze brief toelichten inreactie op de aanbevelingen.In het rapport worden de volgende aanbevelingen gedaan:1.Heroverweeg fundamenteel of het huidige boetesysteem het juiste is.2.Verlaag de hoogte van de verkeersboetes met 30–40%.3.Stel boetehoogte vast op basis van een onafhankelijk en onderbouwdadvies.4.Verminder oploop van verkeersboetes bij niet-betalen.5.Schaf de dwangmiddelen buitengebruikstelling voertuig en gijzelingaf.1. Heroverweeg het huidige boetesysteem In het rapport wordt aanbevolen om fundamenteel te heroverwegen ofhet huidige boetesysteem in termen van effectiviteit, rechtvaardigheid enuitvoerbaarheid het juiste is voor de toekomst. Er worden verschillendemogelijke alternatieven aangedragen om het boetesysteem opnieuw in terichten: een strafrechtelijke boetestelsel, progressieve boetes, inkomens-afhankelijke boetes en een puntenrijbewijs. In het rapport wordt ookbenoemd dat aan alle opties voor- en nadelen kleven.Op dit moment wordt de Wahv door het WODC geëvalueerd. Dezewetsevaluatie ziet op de bredere vraag of de afdoening van verkeersvoor-schriften conform de doelen van de wet gebeurt en of zowel de inrichtingvan de wet zelf als de uitvoering daarvan efficiënt en effectief zijn.Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek zullen vervolgstappen inkaart worden gebracht. De mogelijke wijzigingen in de Wahv die kunnenvoortvloeien uit deze evaluatie, kunnen ook aanleiding geven om tebezien of er een nieuwe boetesysteem wenselijk of nodig is.Ik maak wel de kanttekening dat het wijzigen van het boetesysteem veelvoeten in de aarde heeft en geen sinecure is in verband met de ingrij-pende gevolgen op zowel het gebied van investeringen, wetgeving,uitvoering, handhaving en bestraffing. Dit wordt deels ook al in hetrapport van IPE benoemd. Zo gaan veel van de voorgestelde alternatievenniet (goed) samen met de huidige kentekenaansprakelijkheid die nu zorgtvoor een zeer effectieve en efficiënte afhandeling van verkeersovertre-dingen. Ik verwijs verder naar eerdere Kamerbrieven waarin uitgebreideris ingegaan op de drempels die gelden voor de invoering van inkomensaf-hankelijke boetes2 en een progressief boetesysteem.32. Verlaag de hoogte van de verkeersboetes met 30–40% Door de boetes substantieel te verlagen, wordt de verhouding met deernst van de overtredingen volgens IPE hersteld. Dit advies is in lijn methet advies van het Openbaar Ministerie in het rapport «Boetestelsels inbalans» waarin ook wordt geadviseerd de verkeersboetes met 30% teverlagen. Zoals ik eerder heb aangegeven, kleven hier grote financiëlegevolgen aan waardoor de opvolging van dit advies zeer complex is; eenverlaging van boeteopbrengsten moet gedekt worden. In de beleidsreactieop het rapport van het Openbaar Ministerie zal ik nader ingaan op de1Zie in dit verband ook de kabinetsreactie op het IBO-rapport «Problematische schulden»,Kamerstuk 24 515, nr. 770.2Kamerstuk 29 398, nr. 823.3Kamerstuk 29 398, nr. 897.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11732 verschillende mogelijkheden die zijn onderzocht om opvolging te gevenaan de adviezen en welke keuzes daarin uiteindelijk worden gemaakt.3. Stel de boetehoogte vast op basis van een onafhankelijk enonderbouwd advies Om de budgettaire prikkel voor het verhogen van verkeersboetes weg tenemen, moet het vaststellen van de boetehoogte volgens het IPE bij eenonafhankelijke instantie belegd worden. Ook deze aanbeveling raakt aande beleidsreactie op het rapport van het Openbaar Ministerie. Deafgelopen periode zijn verschillende opties onderzocht om het in detoekomst verergeren van de reeds ontstane disbalans te voorkomen. Eenvan de onderzochte opties is het overhevelen van de verantwoordelijkheidvoor de tariefstelling van de Wahv-boetes naar het Openbaar Ministerie.In de beleidsreactie zal toegelicht worden of dit mogelijk is. Overigenswordt de boetehoogte voor nieuwe overtredingen nu ook al bepaald opbasis van het advies van de Commissie Feiten en Tarieven (CFT). De CFTis een adviescommissie onder voorzitterschap van het OpenbaarMinisterie. In de CFT zijn het parket CVOM, het Functioneel Parket, hetCJIB, de politie en JenV vertegenwoordigd. Hierbij hanteert de CFT hethuidige tarievenhuis. Dit tarievenhuis houdt in dat de hoogte van deboetes voor verschillende categorieën verkeersovertredingen binnen deWahv en de onderlinge verhouding daarvan is bepaald aan de hand vande mate van gevaarzetting. Ook kan de CFT adviseren over aanpassingvan bestaande boetes als er sprake is van een herwaardering van de ernstvan de overtreding.4. Verminder oploop van verkeersboetes bij niet-betalen De vierde aanbeveling ziet op het verlagen van de ophogingspercentagesbij Wahv-boetes indien niet tijdig is betaald of geen betalingsregeling isgetroffen. Uw Kamer heeft vorig jaar een motie aangenomen van het lidPalmen (NSC) waarin de regering werd verzocht scenario’s voor eeneventuele verlaging van de percentages en de daarmee gemoeide kostenin kaart te brengen. In de brief van 4 april jl. hebben de Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris Rechtsbescherming dediverse doorgerekende scenario’s uiteengezet en toegelicht.4 Bij hetregeerprogramma zijn geen middelen gereserveerd voor een verlagingvan de ophogingspercentages.5. Schaf de dwangmiddelen buitengebruikstelling voertuig engijzeling af De vijfde en laatste aanbeveling ziet op het afschaffen van de dwangmid-delen buitengebruikstelling voertuig en gijzeling. Daarvoor zie ik geenaanleiding. In sommige gevallen zijn deze dwangmiddelen nodig om toteen succesvolle inning van de boete(s) te komen.De inzet van dwangmiddelen, waaronder de buitengebruikstelling engijzeling, is het sluitstuk van de inning van Wahv-boetes. Veruit de meestemensen betalen op tijd. Er zijn echter ook mensen die niet (op tijd)betalen. De inzet van dwangmiddelen of de dreiging daarvan kan dansoms nodig zijn om mensen te bewegen toch te betalen. Dat is – nadat isgeprobeerd het openstaande bedrag te verhalen – immers de enigeresterende mogelijkheid om tot betaling te komen.4Kamerstuk 29 279, nr. 931Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11733 Het succesvol innen van boetes draagt bij aan vertrouwen in onsboetesysteem en daarmee het belang van een snelle, zekere en persoons-gerichte tenuitvoerlegging. Daarbij komt dat er een omvangrijk innings-proces voorafgaat aan de eventuele inzet van dwangmiddelen. Mensendie een Wahv-boete opgelegd hebben gekregen ontvangen eerstmeerdere aanschrijvingen tot betaling. In deze brieven wordt ook demogelijkheid voor het betalen in termijnen aangegeven. Bij de toepassingvan het verhalen van het openstaande bedrag – bijvoorbeeld door eendeurwaarder – worden mensen eveneens geïnformeerd. Ook voorafgaandaan de toepassing van buitengebruikstelling en gijzeling wordt debetrokkene gewaarschuwd met een speciale waarschuwingsbrief. Dezedwangmiddelen worden dus niet zomaar ingezet. Bovendien is deafgelopen tijd gewerkt aan diverse veranderingen om de inzet vanbuitengebruikstelling en gijzeling nog effectiever te maken. Ik licht dithieronder toe.Naar aanleiding van een WODC-rapport over de inning van Wahv-boetesis onder andere de buitengebruikstelling van voertuigen tegen het lichtgehouden.5 Een van de verbetermaatregelen die naar aanleiding hiervanin 2021 is genomen, is dat het CJIB sindsdien altijd toetst of sprake is vanaantoonbare betalingsonmacht voordat een opdracht tot buitengebruik-stelling wordt gegeven. Een andere verbetermaatregel ziet op hetveranderen van het ketenwerkproces van buitengebruikstelling dat ervoorzorgt dat de politie minder wordt belast en het CJIB meer dan voorheenals centraal aanspreekpunt voor mensen fungeert. Zo verstrekt het CJIBinformatie over hoe, waar en tegen welke kosten mensen hun voertuigkunnen terugkrijgen. Voorheen was dit verdeeld over verschillendeoverheidsorganisaties, waardoor mensen soms niet goed wisten bij wieze terechtkonden met vragen. Het nieuwe ketenwerkproces is aan heteinde van dit jaar geïmplementeerd.IPE betoogt verder dat het onwenselijk zou zijn om buitengebruikstellingtoe te passen op voertuigen van derden. Het komt met enige regelmaatvoor dat een persoon die een of meer boetes heeft openstaan op heteigen kenteken met toestemming van een derde in zijn of haar auto rijdt.Deze derde kan dus het risico lopen dat zijn of haar voertuig buitengebruik wordt gesteld vanwege een of meer openstaande boetes van debestuurder. Dat is ingrijpend, maar behoort tot een van de risico’s vankentekenaansprakelijkheid bij het ter beschikking stellen van een voertuig.Overigens is sinds 2022 de werkwijze dat een buitengebruikstelling kanworden gestopt als dit onevenredig nadelig uitpakt voor de kenteken-houder die zijn auto ter beschikking heeft gesteld aan een derde. Dat kanzoals IPE aangeeft in het geval van mantelzorg, maar bijvoorbeeld ook alsde eigenaar het voertuig nodig heeft voor zijn of haar werk.IPE betoogt daarnaast dat ook het dwangmiddel gijzeling uit de wet zoumoeten worden gehaald. Daarvoor zie ik geen aanleiding. Gijzeling is hetallerlaatste middel dat kan worden ingezet om iemand tot betaling tebewegen en wordt alleen ingezet indien sprake is van aantoonbarebetalingsonwil. Bij betalingsonmacht wordt dus geen gijzeling ingezet.Voordat gijzeling wordt toegepast, vindt een persoonsgerichte beoor-deling door het CJIB plaats, waarna het Openbaar Ministerie wordtverzocht om bij de rechter om een machtiging voor gijzeling te verzoeken.Voordat de machtiging wordt afgegeven, wordt de betrokkene altijdopgeroepen om op zitting te verschijnen. Ook daar krijgt de betrokkenegelegenheid om zijn of haar persoonlijke situatie toe te lichten. Zowel hetCJIB, het Openbaar Ministerie als de rechter beoordelen dus of gijzelinghet aangewezen middel is om tot inning van de boete(s) te komen.5Kamerstuk 29 279, nr. 723.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11734 Vorig jaar was het aantal gegijzelden voor openstaande verkeersboetesnul. Dit onderstreept dat het middel alleen als ultimum remedium wordtingezet en de druk op de schaarse gevangeniscapaciteit minimaal is.Daarmee is echter niet gezegd dat het dwangmiddel overbodig zou zijn.Uit eerder onderzoek van het WODC waarin onder andere is onderzochtwat de effectiviteit is van de afzonderlijke instrumenten om tot inning tekomen, blijkt namelijk dat na de inzet van gijzeling 26% van de boetesalsnog wordt betaald.6IPE benoemt tot slot dat sprake zou zijn van een streng incassobeleid. Ikhecht eraan hierop in te gaan. Verkeersboetes moeten worden betaald enhet CJIB heeft een tenuitvoerleggingsplicht om daarvoor te zorgen. Bij detenuitvoerlegging gaat het om het vinden van een balans tussen enerzijdshet innen van de boete en de rol van de overheid anderzijds bij het zoveelals mogelijk voorkomen van problematische schulden. In eerdereKamerbrieven is aangegeven dat het CJIB grote stappen heeft gezetrichting een meer persoonsgerichte en maatschappelijk verantwoordeinning.7 Zo is het betalingsregelingenbeleid de afgelopen jaren staps-gewijs verruimd en zijn er extra mogelijkheden geïntroduceerd ommaatwerk te kunnen leveren. In 2024 heeft het CJIB ongeveer 385.000betalingsregelingen getroffen. Deze regelingen worden in de meestegevallen positief beëindigd.8 Voor mensen met veel schulden of weinigdraagkracht wordt gekeken of een draagkrachtregeling mogelijk is. Er zijnook situaties waarin mensen door problematische schulden in het geheelniet kunnen betalen. Voor hen is schuldhulpverlening van belang. HetCJIB wijst mensen op de mogelijkheden hiertoe en er wordt zo nodig eennoodstopprocedure (betaalpauze) toegepast.Ook de komende tijd worden stappen gezet. Zo zal het CJIB vanaf juni ditjaar de mogelijkheid hebben om de ophogingen bij Wahv-boetes kwijt teschelden indien sprake is van overmacht waardoor het onmogelijk was deWahv-boete(s) op tijd te betalen en zo de ophogingen te voorkomen ofindien er sprake is van of onevenredig hardvochtige effecten.9 Daarnaastzal het CJIB vanaf 1 juli 2026 een gratis betalingsherinnering voorWahv-boetes gaan versturen. Op deze manier ontvangen mensen eersteen herinnering om hun boete(s) te betalen voordat extra kosten inrekening worden gebracht. Ik zie deze initiatieven uit het regeerpro-gramma als een belangrijke aanvulling op de dienstverlening van hetCJIB.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel6Kamerstuk 29 279, nr. 593.7Zie onder andere Kamerstuk 29 279, nr. 835 en Kamerstuk 29 279, nr. 2448Dit houdt in dat het openstaande bedrag volledig is betaald en/of schuldhulpverlening isgestart. Van de getroffen standaard betalingsregelingen eindigt gemiddeld 77% positief. V oormaatwerkregelingen (hoge bedragen/complexe zaken) ligt dit percentage lager (19%). Dat eenregeling niet positief wordt beëindigd, betekent overigens niet dat de boete in het geheel nietmeer wordt geïnd. Inning kan als nog door middel van inzet van andere instrumenten(gedeeltelijk) plaatsvinden. Zie ook Kamerstuk 29 279, nr. 835.9Kamerstuk 29 279, nr. 931Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11735

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 835d3095859f0b9b

14 okt 2026 · 7917a72f12fb89f5

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.