KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 juni 2024, over zorgverzekeringsstelsel

6 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6ee2976f7efd998c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 689Herziening ZorgstelselNr. 1265 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 6 september 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op19 juni 2024 overleg gevoerd met mevrouw Dijkstra, Minister voorMedische Zorg, over:–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 juni 2023 inzake RVS-advies Met de stroom mee. Naareen duurzaam en adaptief stelsel van zorg en ondersteuning(Kamerstuk 31 765, nr. 793);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 juni 2023 inzake toezeggingen met betrekking totvergoeding spraakcomputers, maximering eigen bijdrageextramurale geneesmiddelen en overheveling twintigweken-echo (Kamerstuk 29 689, nr. 1205);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 juni 2023 inzake ex ante vormgeving risicoverevenings-model 2024 (Kamerstuk 29 689, nr. 1204);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 september 2023 inzake definitieve besluitvormingrisicoverevening 2024 (Kamerstuk 29 689, nr. 1225);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 25 september 2023 inzake beleidswijziging voorwaarde-lijke toelating van geneesmiddelen tot het basispakket van dezorgverzekering (Kamerstuk 29 477, nr. 857);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 28 september 2023 inzake monitor stapeling eigenbijdragen (Kamerstuk 29 689, nr. 1226);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 29 november 2023 inzake polisaanbod 2024 en verzeker-deninvloed (Kamerstuk 29 689, nr. 1235);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 november 2023 inzake stand van zaken contractering2024 (Kamerstuk 29 689, nr. 1233);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 november 2023 inzake Verzekerdenmonitor 2023(Kamerstuk 29 689, nr. 1234); kst-29689-1265ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12651 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 19 december 2023 inzake monitor pakketmaatregelvitamine D (Kamerstuk 29 477, nr. 866);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 januari 2024 inzake bestuursrechtelijke premiewanbetalersregeling (Kamerstuk 33 077, nr. 26);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 1 februari 2024 inzake advies «Normering bij tariefstellingdoor de NZa» van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)(Kamerstuk 29 689, nr. 1239);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 20 maart2024 inzake advies Gezondheidsraad over fibromyalgie(Kamerstuk 35 826, nr. 10);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 22 maart2024 inzake brief van de NZa over overstapperiode 2023–2024(Kamerstuk 29 689, nr. 1241);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 8 april 2024inzake voortgang van het traject Naar een passende aanspraakfysio- en oefentherapie (Kamerstuk 29 689, nr. 1244);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 5 april 2024inzake gesprekken met verzekeraars over machtigingentertiaire borsthersteloperaties (Kamerstuk 29 689, nr. 1243);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 12 april 2024inzake reactie op verzoek commissie over een afschrift van debrief aan de patiëntenvereniging Spierziekten Nederland overhet verzoek tot brede beschikbaarheid van het geneesmiddelEvrysdi (risdiplam) tegen de spierziekte spinale musculaireatrofie (SMA) (Kamerstuk 29 477, nr. 884);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 11 april 2024inzake voortgang pakketbeheer van dure geneesmiddelen(Kamerstuk 29 477, nr. 883);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 26 april 2024inzake reactie op verzoek commissie over de petitie Schaf heteigen risico af (Kamerstuk 29 689, nr. 1247);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 8 mei 2024 inzake analyse monitor stapeling eigenbijdragen (Kamerstuk 29 689, nr. 1248);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 13 mei 2024inzake reactie op verzoek commissie over de prijsonderhande-lingen over het medicijn Kaftrio (Kamerstuk 29 477, nr. 887);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 15 mei 2024 inzake contracteer- en overstapseizoen2023–2024 (Kamerstuk 29 689, nr. 1249);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 24 mei 2024inzake wijziging basispakket Zorgverzekeringswet 2025(Kamerstuk 29 689, nr. 1250);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 4 juni 2024 inzake voortgang Verbeteren en verbreden vande toets op het basispakket (VVTB) – voorjaar 2024 (Kamer-stuk 29 689, nr. 1253);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 4 juni 2024inzake toezeggingen en moties voorafgaand aan het commis-siedebat over het zorgverzekeringsstelsel van 19 juni 2024(Kamerstuk 29 689, nr. 1252);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 6 juni 2024 inzake reactie op verzoek commissie oververankering van de palliatieve fase in alle zorgwetten (Kamer-stuk 29 509, nr. 82);Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12652 –de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 7 juni 2024inzake ontwikkelingen fysiotherapie en oefentherapie (Kamer-stuk 31 765, nr. 853);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 10 juni 2024inzake beleidsreactie Gezondheidsraadadvies Fibromyalgie(Kamerstuk 35 826, nr. 11);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 24 mei 2024inzake ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluitzorgverzekering in verband met het zorgpakket Zvw (Kamer-stuk 29 689, nr. 1251);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 12 juni 2024inzake beantwoording vragen commissie over voortgangpakketbeheer van dure geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477-883) (Kamerstuk 29 477, nr. 896);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 juni 2024 inzake voorhang experiment bekostigingwijkverpleging (Kamerstuk 23 235, nr. 242).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,EerdmansDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12653 Voorzitter: TielenGriffier: HellerAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bushoff, Claassen, Dijk,Daniëlle Jansen, Krul en Tielen,en mevrouw Dijkstra, Minister voor Medische Zorg.Aanvang 12.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Welkom bij de vaste Kamercommissie voorVolksgezondheid, Welzijn en Sport. Op deze middag hebben wij eencommissiedebat georganiseerd over het zorgverzekeringsstelsel. Daaromheet ik de Minister voor Medische Zorg, Minister Dijkstra, van hartewelkom om met ons dat debat te voeren. Ook verwelkom ik de Kamer-leden Jimmy Dijk namens de SP, Julian Bushoff namens GroenLinks-PvdA, Daniëlle Jansen namens NSC, en René Claassen namens de PVV. Ikmeen dat de heer Harmen Krul zich namens het CDA ook nog bij onsvoegt. Ikzelf zit technisch gezien voor, maar zal straks ook nog een kortebijdrage namens de VVD leveren.We hebben zes uur uitgetrokken voor dit debat. Ik denk dat we dat nietnodig hebben. Elke spreker heeft zes minuten de tijd en ik zal vijfinterrupties in de eerste termijn van de zijde van de Kamer toestaan. Ikzou zeggen: houd ze kort en doelgericht. Laten we er een mooi debat vanmaken.We beginnen met de bijdrage van de heer Jimmy Dijk.De heer Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik zat een beetje te twijfelen of ik een punt van ordewilde maken, maar ik ga gewoon een verzoek doen aan de Minister.Vanochtend, of eigenlijk gisteravond al, bereikte het nieuws over Co-Medons. De zorgverzekeraars grijpen bij hen in, omdat Co-Med onvoldoendezorg levert. U kent het standpunt van de SP over private equity in de zorg;we moeten dat verbieden. De vraag is: wat doet het kabinet nu duizendenpatiënten in onzekerheid zitten? De SP zou graag voor het weekend eenbrief willen waarin wordt aangegeven wat het kabinet van plan is om tegaan doen om de huisartsenzorg voor mensen te garanderen. Daar valthier en daar in de media al wel iets over te lezen, maar ik zou daar graageen reactie van het kabinet in de vorm van een brief op willen hebben.Daarbij ontvang ik graag ook antwoord op de vraag waarom de zorgverze-keraars hier zo lang mee hebben gewacht. Dit zeg ik niet om onszelf op deborst te kloppen, maar we hebben meldpunten bij de SP. We hebben ditpunt keer op keer aangekaart. Eigenlijk is al heel lang zichtbaar datCo-Med er een potje van maakt, om het even netjes te beschrijven, en dathet wel erg lang geduurd heeft. Dat gezegd hebbende, ontvang ik daargraag een reactie op van het kabinet.Voorzitter. Dan over de premie en het premiepakket. In 2023 betaalde depremiebetalers gemiddeld € 103 te veel aan premie voor vergelijkbarebasispakketten die onnodig waren. Dit weten verzekeraars natuurlijk.Waarom is het dan zo dat zij hier niks mee doen? Waarom wijzen zij depremiebetalers er niet op dat zij polissen en pakketten hebben diegeschikter voor hen zijn en die beter passen? Het gaat in totaal namelijkover ruim 900 miljoen euro aan te veel betaald premiegeld. Ik gun hetiedereen om zijn premiegeld terug te krijgen, maar ik ben ook lid van eenpartij die staat voor solidariteit.Er is in deze Kamer al lange tijd een wens om mondzorg terug te krijgen inhet basispakket. Er zijn verschillende manieren en verschillende vormenvoor de inrichting hiervan. Een overgrote meerderheid wil dit. Ik kijk ookgewoon zéér opportunistisch naar de PVV. Zij hebben hier ook terechtTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12654 campagne voor gevoerd, altijd met mevrouw Agema. Ze hebben helegoede voorbeelden gegeven van mensen die niet naar de tandarts gaan,die de tandarts mijden of kapotte gebitten hebben. Een op de vijf mensenmijdt de tandarts vanwege de kosten. Dit leidt tot onnodig veel leed enonnodig veel ongelijkheid in kwaliteit van gebit en zorg die mensenkunnen afnemen. De SP zou het liefst de hele mondzorg in het basispakketwillen hebben, maar ik noemde net het bedrag van 900 miljoen euro. Metdie 900 miljoen kom je al een heel eind als je bijvoorbeeld de eerstecontroles, het vullen van gaatjes en het verwijderen van tandsteen terugin het basispakket stopt. Sterker nog, je houdt zelfs een aantal miljoeneuro over.Voor de kijkers thuis en de mensen hier op de tribune wil ik zeggen dat uhier vandaag een lichte afvaardiging van deze commissie voor Volksge-zondheid ziet. Dat heeft natuurlijk als reden dat er een kabinet gevormdwordt. Er is een hoofdlijnenakkoord; daar wordt te weinig over gezegd.Laat de Tweede Kamer deze stap zetten en laat de Tweede Kamer ook destap zetten om in ieder geval een deel van de mondzorg weer in hetbasispakket te stoppen. Op die manier bereiken we sociale vooruitgangwaar mensen echt op zitten te wachten.Voorzitter. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving adviseert eenaantal hele nuttige dingen in zijn rapport. Zo moet de concurrentie in dezorg aan banden worden gelegd; dat is mij uit het hart gegrepen. Datgeldt ten eerste voor de eerstelijnszorg, het maatschappelijk werk, dewijkverpleging, en de huisartsen. Ik ben benieuwd naar de reactie van deMinister. Hoe kijkt zij daartegen aan? En is dat al in gang gezet? Zo niet,dan vind ik dat ook iets voor de Tweede Kamer om in de komende tijdmee aan de slag te gaan. Ook hier zijn allemaal open eindjes in hethoofdlijnenakkoord over hoe dat in gang zou moeten worden gezet, of hetstaat er zelfs niet. Laten we die handschoen dus zelf oppakken.Het gesteggel over het eigen risico is onnodig technisch ingewikkeldgemaakt door de formerende partijen. Dit kan veel simpeler, goedkoper,beter en zonder administratieve rompslomp. De zorgpremie moetnamelijk gewoon inkomensafhankelijk worden gemaakt. Op die manierkun je ook het eigen risico afschaffen. Daar heeft de SP een heel duidelijkplan voor gepresenteerd, dat is doorgerekend door het CPB. Ik wil het nietzeggen, maar het is echt tien keer beter dan het voorstel dat nu voorligt.De premie kan voor 80% van alle verzekerden omlaag. 20% van deverzekerden zal daardoor 1% tot 3% meer betalen. Ik noem dat solidariteit.Je schaft het eigen risico af. Je maakt zorgtoeslag onnodig. Die helerompslomp verdwijnt voor mensen, die het overigens soms ook niet meerdurven aan te vragen. Al deze dingen worden overbodig. Het is een veelbeter voorstel dan het voorstel dat nu in het hoofdlijnenakkoord staat.Maar ik kan me voorstellen dat dit voor kneiterrechtse partijen een stapjete ver gaat. De VVD wilde dit al niet met de PvdA, laat staan dat de PVVhet dan voor elkaar krijgt.Voorzitter. Laten we er buiten dat cynisme voor zorgen dat we in iedergeval ook hier en nu een oplossing gaan bieden voor mensen metchronische ziekten. Die mensen worden door het plan van de PVV enconsorten dubbel gepakt bij het verlagen van het eigen risico, wat slechtsin 2027 zal gebeuren. Zij worden dubbel gepakt, omdat hun premieomhooggaat en de voorzieningen voor chronisch zieken en gehandi-capten eraan gaan.Voorzitter. Tot slot een koppeling tussen de zorgverzekeraars en deziekenhuiszorg. Gisteren kregen we de brief over het voorstel van de SPover instemmingsrecht voor gemeenten, regionale overheden enbijvoorbeeld personeels- en patiëntenverenigingen. Onze ziekenhuiszorgtoont op dit moment exact wat er mis is met de zorg in Nederland.Afgelopen zaterdag hadden we een bijeenkomst van het Zuyderlandziekenhuis in Heerlen. De mensen in de regio, 300.000 mensen, willen dathet ziekenhuis behouden blijft. Het personeel wil het. De huisartsen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12655 daaromheen werken, willen het. De regio wil het. De meerderheid van deTweede Kamer wil het; dat is vaak uitgesproken. En dan lees ik hier ... Ikga het voorlezen, voorzitter.De voorzitter:Dan zou ik dat in één of twee zinnen doen, want u bent al over uw tijd,meneer Dijk.De heer Dijk (SP):Het is een lange brief, maar ik ga het doen. Als het gaat over het terug-pakken van die zeggenschap, staat er het volgende: «Het raakt daarmee ineen stelsel met private zorgaanbieders ook aan de fundamentele vrijheidvan ondernemen en het eigendomsrecht van zorgaanbieders wanneer eenzorgaanbieder niet mag fuseren als een stakeholder het er niet mee eensis. Om deze vrijheid te beperken ...» Ik kan door blijven lezen.De voorzitter:Dank u wel.De heer Dijk (SP):Dit is exact waarom de markt moet worden afgeschaft in de zorg, damesen heren. Dit is exact waarom ook zorgverzekeraars geen commerciëleclubs moeten zijn. Dit is waarom er een nationaal zorgfonds nodig is. Ditis nodig, zodat we allemaal zeggenschap krijgen over ónze zorg, waar wijónze premie voor betalen.De voorzitter:Dank u wel, meneer Dijk. U bent echt rúím over uw tijd heen.De heer Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Nog even een puntje van orde. De heer Dijk heeft het over een lichteafvaardiging van de vaste Kamercommissie. We zijn hier met zes van devijftien leden in totaal. Dat is best wel oké, nog afgezien van het feit datkwaliteit natuurlijk altijd boven kwantiteit gaat.De heer Dijk (SP):Voorzitter, u heeft helemaal gelijk.De voorzitter:Dat brengt ons bij de bijdrage van de heer Bushoff. Hij spreekt namens defractie van GroenLinks-PvdA.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil vandaag vier punten maken. Ik begin met eenpunt over private equity en commerciële partijen die in onze publiekevoorzieningen oprukken. GroenLinks-PvdA heeft daar ten principale eenprobleem mee, omdat zij private winst maken met publiek geld. Zij makenwinst met publiek geld die naar de zakken van aandeelhouders eninvesteerders gaat. Dat vinden wij niet goed. Maar het wordt pas echtkwalijk als je ziet dat bijvoorbeeld prijzen worden verhoogd, bijvoorbeeldin de kinderopvang, of dat de kwaliteit van de zorg verslechtert, zoals hetgeval is bij Co-Med. Dan is het echt heel erg kwalijk, en dat moet stoppen.Voorzitter. In dat licht, is er ook best goed nieuws te melden. Vanochtendlazen we in Het Financieele Dagblad dat steeds meer commerciële partijenen private-equitypartijen het nalaten om zich in onze publieke voorzie-ningen te mengen. Dit gebeurt mede omdat er vanuit de politiek nogalkritisch naar hen wordt gekeken en mede omdat, zoals we lazen, ze hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12656 risico steeds groter vinden worden om zich in deze domeinen te begeven.Dat komt doordat er wetgeving is aangekondigd om overnames te kunnenstoppen en er überhaupt een brede wens in deze Kamer leeft om hier paalen perk aan te stellen. Dat vertelt mij dat wij als Kamer op de goede wegzitten. Als steeds meer van dit soort partijen zeggen «ik geef er de bruiaan», is dat in ieder geval voor mijn partij een enorme aanmoediging omdoor te gaan op de ingeslagen weg. Bij dezen kondig ik ook alvast aan datwe op korte termijn met een initiatiefnota zullen komen om de huisart-senzorg te versterken en het private equity nog moeilijker te maken omzich te mengen in de huisartsenzorg.Maar ik heb ook wel een vraag aan deze Minister. Ik denk dat het goed isdat de zorgverzekeraars Co-Med in gebreke hebben gesteld. Dat is eeneerste stap op weg naar het mogelijk opzeggen van de contracten metCo-Med. Mijn vraag aan de Minister is: als die contracten daadwerkelijkworden opgezegd, wat betekent dat dan voor patiënten? Dat is één. Twee:moeten we niet überhaupt kijken of we via de contractering van zorgver-zekeraars beter kunnen sturen op welke huisartsen wel en niet gecontrac-teerd worden om ervoor te zorgen dat die commerciële partijen veelminder makkelijk een contract met zorgverzekeraars kunnen krijgen?Voorzitter. Dan een tweede punt. Dat gaat over de eigen bijdrage in dezorg. Die blijft redelijk constant, zo blijkt uit de monitor stapeling eigenbijdrage, maar als je inzoomt op individueel niveau, zie je dat heel veelmensen heel veel moeite hebben om al die verschillende eigen bijdragente kunnen ophoesten. Zij houden bijna geen geld meer over. De toekomststemt dan niet heel erg hoopvol voor deze mensen. Nu betaal je maximaal€ 250 aan eigen bijdrage voor medicijnen, maar over iets meer dan eenjaar verloopt deze maximering. Mijn vraag aan deze Minister is: watbetekent dat voor mensen die medicijnen nodig hebben? Hoeveel extrakosten zouden zij in theorie kunnen gaan maken als de maximering van€ 250 vervalt? Wat kost het om de maximering in stand te houden?Voorzitter. Helaas wordt het voor mensen die chronisch ziek zijn ook nietbeter de komende jaren. Sterker nog, zij gaan erop achteruit. Voor henwordt in het hoofdlijnenakkoord de tegemoetkoming als je niet kuntwerken afgeschaft. Zij gaan er dus ongeveer € 200 op achteruit. Het isontzettend pijnlijk dat juist deze groep, die het het hardst nodig heeft,gepakt wordt. GroenLinks-PvdA zal zich daartegen blijven verzetten en zalook met alternatieven komen.Voorzitter. Dan een derde punt. Dat gaat over mondzorg. Heel veelmensen mijden op dit moment nog de tandarts. De Minister heeft eenverkenning laten doen om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat zoveel mogelijk mensen toch gebruikmaken van de tandarts als dat nodig is.Het ministerie ziet de route via de gemeente als meest wenselijke routevoor zich. Ik snap dat deze Minister het niet meer gaat invoeren, maar ikben wel benieuwd hoe zij die route voor zich ziet. Hoe zorgen we ervoordat er geen verschil in toegang tot mondzorg ontstaat, afhankelijk van degemeente waarin je woont? Welk bedrag zou hiermee gemoeid zijn? Waarmoeten we dan aan denken? Is het idee bij het ministerie dan ook datgemeentes voor dit bedrag gecompenseerd worden? Ik snap dat deMinister deze stappen niet meer zelf gaat zetten omdat er een nieuweMinister komt, maar gelet op het feit dat er een verkenning is uitgevoerden een wenselijke route is geschetst, kan ik mij voorstellen dat een aantalvan deze vragen puur informatief nog wel beantwoord kunnen worden.Voorzitter. Dan mijn laatste punt. Dat gaat over het kappen van hetoerwoud aan verschillende zorgverzekeringspolissen. Op dit moment zieje als consument door de bomen het bos niet meer door de hoeveelheidverschillende polissen. Dat maakt dat mensen gemiddeld zo’n € 100 teveel betalen. Volgens mij is dat volstrekt onwenselijk. Ik ben benieuwd ofer mogelijkheden zijn om vanuit de politiek te sturen op het aanbod vanpolissen. Kan de Minister daarop ingaan? Wat zijn de mogelijkheden, evenlos van de vraag of dat volgens deze Minister wenselijk is? Zijn erTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12657 juridische mogelijkheden om in te grijpen om toe te werken naar minderpolissen?Voorzitter. Tot slot een laatste vraag hierover. Als je als consumenteenmaal wegwijs bent geworden in het oerwoud aan polissen en eenzorgverzekering hebt gekozen, kan het zomaar zijn dat de zorgverlener bijjou in de buurt, het ziekenhuis of de ggz-instelling, te maken heeft met eenbudgetplafond, een omzetplafond. Dan krijg je dus op dat moment bij diezorgverlener geen zorg meer. Ik snap het nut van die omzetplafonds tot opzekere hoogte, maar het gaat er bij mij niet in dat die ook nog blijvengelden op het moment dat er voor een bepaalde handeling of in eenbepaalde sector een wachtlijst is. Moeten we niet toe naar een systeemwaarin de omzetplafonds wel in stand blijven, maar daar ook vanafgeweken kan worden wanneer er in een bepaalde sector of voor eenbepaalde behandeling een wachtlijst geldt?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, meneer Bushoff. Dan gaan we naar de bijdrage van mevrouwJansen namens Nieuw Sociaal Contract.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Dank u, voorzitter. De toegang tot zorg uit de zorgverzekering is voor veelburgers helaas onvoldoende. Op meerdere terreinen voldoen zorgverzeke-raars dus niet aan hun zorgplicht zoals opgenomen in artikel 11 van deZorgverzekeringswet. Ik noem twee voorbeelden. Begin 2023 werdgemeld dat de helft van de huisartsenpraktijken in het land een patiën-tenstop hanteert. Medio oktober 2023 leken zelfs twee op de driehuisartsenpraktijken een gedeeltelijke of zelfs volledige patiëntenstop tehanteren. Bijna 3.000 Nederlanders wachtten medio vorig jaar op eenhuisarts. De cijfers kunnen nog weleens een gunstiger beeld geven danwerkelijk waar is, want lang niet iedereen zonder huisarts meldt dit bij dezorgverzekeraar. Ook verschillen de cijfers per regio. Er zijn regio’s waarinnauwelijks een tekort aan huisartsen is en regio’s waar de nood erg hoogis.Ook in de geestelijke gezondheidszorg blijven de wachttijden onver-minderd lang. De Nederlandse Zorgautoriteit, de NZa, meldde in april ditjaar nog dat de gemiddelde totale wachttijden in bijna alle regio’s vooralle diagnosegroepen langer dan de treeknorm van veertien weken waren.Concreet betekent dit dat 67% van de zorgvragers voor hun aanmeldge-sprek langer dan de treeknorm van vier weken moet wachten en dat hetvoor ruim een derde van de zorgvragers langer dan de treeknorm van tienweken duurt voordat zij met hun behandeling kunnen beginnen.Eén manier voor zorgverzekeraars om beter aan hun zorgplicht te voldoenen daarmee bijvoorbeeld de lange wachttijden in de ggz en de medisch-specialistische zorg te verminderen, is bredere contractering van zorg. Teneerste wil ik het hebben over de beperkte mogelijkheden voor kleinereaanbieders om een contractbespreking te houden met zorgverzekeraars.Nieuw Sociaal Contract krijgt vanuit het veld te horen dat veel kleinerezorgverleners geen contracten krijgen met zorgverzekeraars, ondanks datze hoogstnoodzakelijke zorg bieden, bijvoorbeeld aan mensen metcomplexere problematiek, zoals vroegkinderlijk trauma, en zelfs wanneerhier wachtlijsten voor bestaan. Kleine aanbieders krijgen zelfs geencontractgesprekken met zorgverzekeraars. Is de Minister het ermee eensdat kleine aanbieders en vrijgevestigden op deze manier geen eerlijkspeelveld hebben? Kan de Minister hierop reflecteren? Deelt de Ministerde opvatting dat er sprake is van een passend aanbod, bijvoorbeeld voormensen met complexe psychische aandoeningen, maar deze alleen nogniet gecontracteerd is? Kan de Minister de NZa opdracht geven om hetcontracteringsproces te verbeteren, met speciale aandacht voor kleinezorgaanbieders?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12658 Ten tweede de zelfstandige behandelcentra. Veel zelfstandige behandel-centra willen graag een contract met de zorgverzekeraar. Dat gebeurt nuniet of te weinig, waardoor wachttijden onnodig lang blijven en zorgverze-keraars dus niet aan hun zorgplicht voldoen. In het Integraal Zorgakkoordis afgesproken om de contracteergraad te verhogen, zodat zorgverzeke-raars beter kunnen sturen op passende zorg. Is de Minister op de hoogtevan het feit dat sommige gecontracteerde klinieken een zorgstop moeteninstellen ondanks dat er voldoende capaciteit is om de wachtlijsten teverkorten? Deelt de Minister de opvatting dat zorgverzekeraars debeschikbare zorgcapaciteit negatief beïnvloeden door hun inkoopbeleid ende beschikbare zorgcapaciteit niet optimaal benutten? Is de Minister hetermee eens dat het inkopen van meer volume bij zelfstandige behandel-centra kan bijdragen aan het verminderen van de wachttijden? NieuwSociaal Contract heeft het gevoel dat zorgverzekeraars meer kunnen doenom aan hun zorgplicht te voldoen, bijvoorbeeld door meer zorg in tekopen van kleine zorgaanbieders en van zelfstandige behandelcentra. Kande Minister toelichten of zij een overzicht heeft van alle kleine zorgaan-bieders en zelfstandige behandelcentra waarmee door de zorgverzeke-raars geen contract is afgesloten, wat de invloed op de wachttijden zoukunnen zijn als er wel contracten zouden worden afgesloten metzorgaanbieders, wat de exacte redenen zijn van de zorgverzekeraars omhier geen contract mee af te sluiten en, tot slot, wat er volgens zorgverze-keraars moet gebeuren zodat zij wel een contract met deze zorgaan-bieders willen afsluiten? Zo niet, zou de Minister dit overzicht willenhebben? En is zij bereid om dit te genereren?Dan het contracteerproces. Het doel en de verwachting van de NZa is datverzekeraars en zorgverleners zich gezamenlijk inzetten om zorgcon-tracten jaarlijks vóór 12 november af te ronden en deze transparant temaken, zodat verzekerden tijdig weten met welke zorgaanbiederszorgverzekeraars een contract hebben afgesloten. Hierdoor weten deverzekeringsnemers bij welke zorgverlener zij een deel van de kosten zelfmoeten betalen wanneer zij overwegen een andere polis te kiezen. In debrief van 15 mei stelt de Minister dat het huidige contracteerseizoen beteren tijdiger is verlopen dan vorig jaar, maar hierbij richt zij zich op22 december en niet op 12 november. Meer dan de helft van de vergelij-kingen door verzekerden vindt echter plaats in de eerste weken na12 november, wanneer er veel minder zekerheid is over de contractering.Is de Minister het ermee eens dat verzekerden hun beslissing mogelijkuitstellen vanwege de onvolledige contracteringsdata in de eerste weken?Ondanks dat de Minister vindt dat het contracteerproces is verbeterd,heeft de verzekerde bij het kiezen van een zorgverzekering nog steedsonvoldoende informatie om de kosten, die hij mogelijk zelf moet betalen,af te wegen tegen de meerkosten van een verzekering die een hogerevergoeding voor niet-gecontracteerde zorg biedt. Is de Minister dit metNieuw Sociaal Contract eens? En is de Minister bereid om de regelgevingaan te passen waardoor 12 november als deadline voor het afronden vancontractering afdwingbaar en handhaafbaar zal worden?Dat is mijn inbreng.De voorzitter:Dank u wel. Er zijn nog een aantal vragen. Ik zie in ieder geval de vingervan meneer Dijk.De heer Dijk (SP):Ik merk al een tijdje, ook in de Tweede Kamer, dat de kritiek op demarktwerking in de zorg en de grote macht van verzekeraars aanzwelt. Ikhoor nu ook de bijdrage van Nieuw Sociaal Contract en ik hoor eigenlijkook veel kritiek op contractering door verzekeraars die niet op orde is. Ikhoorde mijn buurman net ook spreken over het «oerwoud aan polissen».Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig, nu Nieuw Sociaal Contract ook aan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12659 formeren is en hier in het hoofdlijnenakkoord niet zo veel over staat. IsNieuw Sociaal Contract met de SP van mening dat we stap voor stap echtnaar meer publieke regie moeten gaan als het gaat over verzekeraars?Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Of we meer moeten naar een stelsel zoals de heer Dijk dat voor ogenheeft, vraag ik me af. Ik zie wel dat er ontzettend veel problemen in dezorg zijn. Ik ben het wel met meneer Dijk eens dat een deel van dieproblemen bij de zorgverzekeraar ligt en ook wel degelijk opgelost kanworden. Maar Nieuw Sociaal Contract is er geen voorstander van om hethele stelsel daar nu voor op de kop te gooien. Ik vind wel dat we heelgoed naar de zorgverzekeraars en hun rol in het hele stelsel moetenkijken. Dan zou ik met name ook ingaan op de zorgplicht van zorgverzeke-raars, want zolang ze aan een zorgplicht voldoen, zullen er geen wacht-lijsten zijn. Ik vind dat daar nu veel te mild mee wordt omgegaan. Daarmoet dus veel meer op worden ingezet. De zorgplicht moet ook niet alseen beetje een wassen neus genomen worden, maar daar moeten we veelmeer bovenop zitten en we moeten dus eisen dat zorgverzekeraars dezezorgplicht veel serieuzer nemen.De heer Dijk (SP):Ik heb toch nog één vraag. Iedere stap weg bij marktwerking is natuurlijkeen stap richting de SP, dus dat is mooi. Ik vind het antwoord wel ergvoorzichtig, want ik ken Nieuw Sociaal Contract ook als een partij die zichconstant baseert op wetenschap en onderzoek. U moet het toch met mijeens zijn dat er ondertussen geen één wetenschapper, zelfs geen éénzorgeconoom, meer te vinden is die zegt dat dit stelsel nog houdbaar is.Eigenlijk zeggen alle economen en al het wetenschappelijk onderzoek datje die markt flink moet gaan beperken, omdat dit een onhoudbaar stelselis op die manier. Dan vraag ik toch nog een keer aan Nieuw SociaalContract wat voor stappen zij bereid zijn te gaan nemen, misschien in hetverlengde van wat de heer Bushoff zei, voor minder oerwoud aanpolissen? Dit zijn wel hele concrete dingen die mensen vooruit kunnenhelpen en waar nu wel de ruimte voor is in de Tweede Kamer, aangezienwe geen overgrote liberale meerderheid hebben, zoals de afgelopen jaren.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik denk dat ik de heer Dijk daar wel een beetje blij kan maken – ja, dat isheel mooi – omdat wij zeker uit zijn op ... Hoe zal ik het zeggen? Wij willengewoon dat de zorg goed is, dat de zorg terechtkomt bij de mensen bijwie het hoort en dat er geen buitensporige winst wordt gemaakt doororganisaties over de ruggen van de patiënten. Ik ben het dus helemaaleens met de heer Bushoff dat dat oerwoud aan polissen minder moet, datde concurrentie veel eerlijker moet en dat het niet een gevecht om depolis moet worden, terwijl er veel te weinig verschil tussen zit. Ik vind ookdat er veel minder private equity in de zorg moet zijn. Alle private equityzou weg moeten als het ten koste gaat van de patiënt als er buitensporigveel winst wordt gemaakt. Met die punten wil ik echt aan de slag. Ik wilniet het hele stelsel omgooien, maar ik ben zeker van mening dat erminder marktwerking in het stelsel moet en dat we de verkeerdemarktwerking uit het stelsel moeten halen. En daar ga ik mijn best ookvoor doen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik ben op zich blij te horen dat er echt ruimte lijkt te zijn om het zorgverze-keringsstelsel op een aantal punten toch wat te verbeteren voor consu-menten. Zo wordt het inzichtelijker voor mensen welke polis zij noukiezen. Ik ben ook blij dat er stappen gezet kunnen worden om demarktwerking op het gebied waar dat echt buitensporig is wat terug tedringen. Maar één punt duizelt mij toch nog een beetje. Dat gaat overTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126510 bestaanszekerheid. Voor NSC is dat erg belangrijk. Hoe kijkt u bijvoor-beeld aan tegen de bestaanszekerheid van mensen die de tandarts mijdenomdat ze geen geld hebben, of de bestaanszekerheid van mensen meteen chronische ziekte die hun tegemoetkoming straks zien verdwijnen?Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Nieuw Sociaal Contract heeft bestaanszekerheid hoog in het vaandel. Datis nu met het hoofdlijnenakkoord uiteraard nog steeds zo. Ik zie ook datdaar punten in staan die niet per se heel gunstig zijn voor patiënten. Teneerste, als we een hoofdlijnenakkoord maken, dan hebben wij te dealenmet de stand van zaken van dat moment. Dat geldt ook voor de financiën.Wij hebben dus gewoon meer keuzes moeten maken vanwege het budgetdat er nu is. Dat vraagt dus om scherpe keuzes. Als wij meer budgetzouden hebben, dan zouden dat ongetwijfeld andere keuzes zijn geweest.We hebben dus moeten snijden. Hoe dat er nu precies uit gaat zien, is aanhet volgende kabinet. Ik hoop dat daar de juiste keuzes in wordengemaakt. Wat betreft bestaanszekerheid hoop ik dat wij mensen opbepaalde onderdelen buiten het zorgstelsel meer bestaanszekerheidkunnen geven. Het mooiste zou namelijk zijn, en daar staat Nieuw SociaalContract ook voor, dat wij mensen over de gehele linie meer bestaansze-kerheid kunnen geven, zodat het voor mensen gemakkelijker wordt omgebruik te maken van zorg zonder dat er extra regelingen komen.De voorzitter:Meneer Bushoff, in tweede instantie.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik hou het even bij één specifiek punt. Ik hoor NSC zeggen dat we nogmoeten wachten op de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord en dat datnog van alles kan betekenen. Kan dat ook nog wat betekenen voor de nuingeboekte bezuiniging op mensen met een chronische ziekte, die nu eentegemoetkoming krijgen voor het eigen risico? Die tegemoetkoming vanzo’n € 200 wordt afgeschaft. Het is geen heel groot bedrag dat we met z’nallen zouden moeten ophoesten, maar het maakt voor die mensen weleen heel groot verschil. En die mensen gaan er met deze plannen echthelemaal niet op vooruit. Ligt daar nog enige ruimte volgens u?Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik ga daar niet over. Daar gaat het volgende kabinet over. Maar ik denk datiedereen dit punt sterk op het netvlies heeft. Ik ga ervan uit dat iedereendaar ook extra aandacht aan zal geven, maar welke aandacht dat is en hoedat gaat uitpakken, daar ga ik niet over. Maar ik weet zeker dat het bijiedereen goed op het netvlies staat.De voorzitter:Meneer Krul heeft ook een vraag.De heer Krul (CDA):Ik denk dat ik te hulp kan schieten. Ik heb mevrouw Jansen horen zeggen:als we meer budget hadden, hadden we andere keuzes kunnen maken. Zezegt ook dat de financiële situatie nu eenmaal is zoals die is. Dat klopt.Daar heb je je toe te verhouden. Maar misschien heb ik een suggestie,want we gaan nu voor het eerst sinds tientallen jaren heel veel accijnzenniet verhogen. Soms kan je ook gewoon een beetje geld genereren, zodatje dat aan goede dingen kunt besteden. Ik heb een nog betere suggestie.Ik ben benieuwd of mevrouw Jansen na de regeringsverklaring met hetCDA kan optrekken op dit punt. Als we de accijnzen nou verhogen opallerlei middelen die slecht zijn voor de volksgezondheid, dan hebben wewat extra geld om te besteden aan goede zorg. Dan heb ik het bijvoor-beeld specifiek over tabak of alcohol. Ik ben heel benieuwd of mevrouwTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126511 Jansen straks, wanneer de regeringsverklaring is geweest, nog steedsbereid is om hier wat geld vrij te maken voor mooie dingen in de zorg.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Persoonlijk gezien is deze maatregel natuurlijk uit mijn hart gegrepen. Alshet aan mij ligt, ga ik daar alles aan doen, omdat het verhogen van deaccijnzen ook een hele effectieve maatregel is als je het hebt overmiddelengebruik. Maar nogmaals, ik zit niet aan het roer. Uiteraard ga ikheel erg mijn best doen om me hier hard voor te maken; dat weet meneerKrul ook.De heer Dijk (SP):Ik vind het echt ongelofelijk, hoor. Het is gewoon gênant. Deze partij looptte kleppen over bestaanszekerheid en loopt te tetteren over een extrapar-lementair kabinet, waar we maanden op hebben zitten wachten, en dan zitik hier met een Kamerlid dat zegt: ik ga er niet over. Het spijt me zeer,maar ik vind het echt waardeloos, moet ik zeggen.De voorzitter:En de vraag is?De heer Dijk (SP):Nou, hoezo gaat u er niet over? U gaat wel zeker over waar geld aanwordt uitgegeven. U gaat wel zeker over...De voorzitter:Mevrouw Jansen gaat erover.De heer Dijk (SP):Mevrouw Jansen gaat er wel zeker over, als partij die campagne heeftgevoerd op bestaanszekerheid, of u chronisch zieken en gehandicaptenkeihard in de steek gaat laten. U gaat daarover, niet een kabinet. U kanaltijd bijstellen. Dat is een politieke keuze. Waarom doet u dat niet?De voorzitter:Graag via de voorzitter spreken.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik besef enorm goed wat mijn rol als Kamerlid is. Maar nogmaals, ik zitniet aan het stuur. Maar ik ga me er hard voor maken met wat er in mijnmacht ligt als Kamerlid.De voorzitter:We komen toe aan de bijdrage van de heer Claassen namens de PVV.De heer Claassen (PVV):Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met een interruptie. Nee, laat ikbeginnen met een reactie op meneer Dijk over private equity. Dat isnatuurlijk ook ons uit het hart gegrepen. We hebben daar ook in gezamen-lijkheid een motie over ingediend, met brede steun, over een plan vanaanpak om te kijken naar private equity en of dat geweerd kan worden.Dat heeft nog steeds onze volledige steun. De Minister heeft aangegevendat dat voor haar niet uitvoerbaar is. Ikzelf ben daarbij een totaal anderemening toegedaan. Dat is prima, maar we zullen dezelfde vraagvoorleggen aan de nieuwe Minister, meneer Dijk. Hopelijk kan de nieuweMinister wel met een plan van aanpak komen, want over dit soortberichten, waar meneer Dijk aan refereerde, maken wij ons natuurlijk ookerge zorgen. Dat delen we met elkaar. Of het volgende dat ik ga zeggenvan hetzelfde laken een pak is, zullen we maar even afwachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126512 Van de vijf grote verzekeraars hebben er drie contracten afgesloten metomzetplafonds. CZ spant daarbij zeker wel de kroon. Ik heb hier een mooioverzicht van de Consumentenbond over de contractering voor 2024.Heeft de Minister dit overzicht weleens gezien? Beseft zij dat eenomzetplafond kan betekenen dat patiënten geweigerd worden? En watvindt de Minister daar dan van? Is zij het met de PVV-fractie eens datpatiënten nooit gevolgen zouden mogen ondervinden van financiëleafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders? En hoe zouden wijdan toch patiëntenstops kunnen voorkomen, vraag ik de Minister.Ik blijf even bij de Consumentenbond, want die zag zich genoodzaakt omeen handhavingsverzoek bij de NZa in te dienen omdat de contracteringdit jaar weer niet rond was bij de start van het overstapseizoen. Welkestappen heeft de Minister ondernomen om dit nu op orde te krijgen?Wordt het geen tijd om sancties in te stellen als de contractering niet optijd is? Graag een reactie daarop.De PVV-fractie is verder verheugd dat de NZa eindelijk lijkt te gaanhandhaven op die zorgplicht van zorgverzekeraars. De sprekers voor mijhebben daar ook over gesproken. Twee zorgverzekeraars hebben eenformele maatregel opgelegd gekregen voor het niet nakomen van hunzorgplicht. Helaas wordt die maatregel alleen gepubliceerd als de tweezorgverzekeraars binnen zes maanden geen verbetering laten zien. Is hetdirect publiceren niet veel effectiever, vraag ik de Minister. Waarom nietdirect inzicht geven in de tekortkomingen en verwachtingen ten aanzienvan de zorgplicht van die zorgverzekeraars?Voorzitter. Nu we het toch over verzekeraars hebben, zou de PVV-fractiegraag willen zien hoeveel geld verzekeraars binnenkort weer inzetten omreclame te maken dat zij de beste zijn, terwijl... Tja, kies maar eens vijf vandie polissen. Waarom zou je de beste zijn? Zijn deze ingezette reclame-kosten de door ons allen opgehoeste centjes? Of komt het uit anderemiddelen? Wil de Minister eens in deze gegevens duiken en de Kamerdaarover informeren met een brief?Dan de restitutiepolis. Het klopt toch dat het omzetplafond niet geldt voorverzekerden met een restitutiepolis? Welke zorgverzekeraar biedt dezeeigenlijk nog aan? We zien in het overzicht dat ze aan het afnemen zijn.Het verhaal daarbij is ook nog eens dat als het dan een restitutiepolis is,dan toch weer niet alles vergoed wordt. Er zijn allemaal mitsen en maren.Eigenlijk is het iets wat je koopt in de etalage, maar je krijgt heel ietsanders. Dat baart ons zorgen. Het lijkt er sterk op dat deze polis straksdreigt te verdwijnen. Dat betekent een inperking van de keuzevrijheid vande verzekerde. Eigenlijk hebben we elke zorgaanbieder nodig, dus ook deniet-gecontracteerden en de zbc’s, de zelfstandig behandelcentra. Is deMinister dat met ons eens? De wachtlijsten zijn onderhand zorgbreedgemeengoed geworden. Zorgverzekeraars Nederland stelt in zijn brief datde zorgplicht van verzekeraars niet standalone is. Maar begint dezorgplicht niet bij voldoende contractering? Het op tijd sluiten vancontracten met alle dan wel zo veel mogelijk zorgaanbieders zou namelijkeen oplossing kunnen zijn voor de wachtlijsten. Is de Minister dat met onseens?De PVV-fractie maakt zich verder zorgen over het pakketbeheer wanneercriteria als duurzaamheid en arbeidsintensiviteit gaan meespelen bijvergoedingen. Je ziet het in onze wereld eigenlijk helemaal misgaan alsje, wanneer je drinken bestelt met een rietje, er na twee keer zuigen niksmeer uit krijgt omdat het duurzame rietjes zijn. Maar we zien het ookdadelijk bij inhalators, waar CO2 bij vrijkomt. Stel je voor dat de aarde eengraad zou opwarmen door het gebruik van inhalators. Wat is dan hetalternatief? Hoever gaat dat duurzaamheidsvraagstuk dadelijk bij devergoedingen? Ik zou zeggen: handhaaf eerst het lachgasverbod voordatwe inhalators gaan verbieden.Personeelsinzet als criterium is ook zo’n hellend vlak. Kijk naar de ggz, deouderen- en de gehandicaptenzorg. Een 24 uursluier bespaart personeel,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126513 maar dat is toch echt niet de kant die we met onze zorgverlening opwillen. We zullen deze ontwikkelingen dus zeker altijd, ook bij een nieuweMinister, kritisch blijven volgen.Tot slot nog een reactie op de brief van de Minister over de toezeggingenen moties. In 2021 is er een motie aangenomen van collega Agemawaarin aan zorgverzekeraars wordt gevraagd geen blootfoto’s meer teverlangen voor het vergoeden van een borstreconstructie. Daar hebbenwe het al vaker met elkaar over gehad. We begrijpen echter uit de brief dater nog steeds visuele beoordelingen plaatsvinden en dat de zorgverze-keraar hierover beslist. Het gaat dus ook over de vraag wat nu precies derol is die zorgverzekeraars in ons land hebben in het verlenen van zorg.Welke macht en rol hebben zij daarin? Volgens mij is er uiteindelijk eenhele belangrijke rol weggelegd voor de medisch specialist die er iets vanmoet vinden. Het gebeurt dus nog steeds. We hebben hier vragen overgesteld, maar misschien kan de Minister hier vast toezeggen dat hetoordeel over de noodzaak van borstreconstructie toch echt primair bij debehandelaar moet liggen en niet meer bij de zorgverzekeraar.Dan geef ik nu het woord aan de heer Dijk.De voorzitter:U heeft het woord niet te geven, meneer Claassen. Daar ga ik toevalligover. Meneer Bushoff heeft een vraag voor u.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Iets minder dan een jaar geleden, maar nog niet eens zo heel langgeleden, hadden we hier ook een debat over de zorg, onder anderen toennog met een collega van de heer Claassen, mevrouw Agema. Zij verteldein dat debat dat zij bij een garage was geweest en daar een heel leukonderonsje met een monteur had gehad. Ze maakte wat grappen. Ik hebhet verslag er nog even bij gepakt: «Op een gegeven moment maakten weeen grote grap en moesten we allebei heel hard lachen. En ik schrok meecht een hoedje, want hij had helemaal geen tanden en kiezen in zijnmond. Hij was gewoon van mijn leeftijd. Het raakte me zo dat in ons landde zorg zo in verval is dat een jongen van in de veertig zonder tanden inzijn mond loopt. (...) En dát gebeurt in Nederland. Dat is het verval dat ditkabinet al jaren ingezet heeft. Dat is niet mijn Nederland.» Ik kan zo nogeven doorgaan. Ik vraag mij echt af: wat gaat de PVV heel concreet doenvoor deze monteur die uw collega een jaar geleden sprak?De heer Claassen (PVV):Meneer Bushoff, zeg ik via de voorzitter, misschien heeft deze meneerondertussen al een prachtig gebit. Dat weet ik niet. Dan is het niet meernodig om iets voor die meneer te doen. Ik ken het mondzorgdossier. Hetstandpunt van de PVV-fractie is altijd geweest dat er in de zorg voor diemensen echt wel behoorlijke gaten zitten, zullen we maar zeggen. Onsstandpunt is nog steeds dat dat iets is wat wij niet zouden willen. Ik denkdat we de Minister ook de opdracht zullen meegeven – dat doe ik dan ookbij dezen – om goed te kijken wat er mogelijk is binnen de afspraken die ernu liggen. We hebben ook allemaal gezien dat er een heleboel dingen nietzijn ingevuld in het hoofdlijnenakkoord. Ik denk dat dat perspectief biedtom daar binnen de financiële begroting die er nu ligt iets mee te kunnendoen. We wachten met vertrouwen op de verdere uitwerking. Ik zeg u toedat daar waar het kan en er financiële ruimte is, we ons daar alsPVV-fractie zeker sterk voor zullen blijven maken. Dat geldt overigens vooralle standpunten die we hebben gehad. De standpunten veranderen niet,maar als je eenmaal in de coalitie zit, moet je kijken wat je met elkaar voorelkaar kunt krijgen. Dat is dan niet altijd de werkelijkheid die je voor je zietals je in de oppositie zit. Dat zal voor ons allemaal wennen zijn, maar hetzal voor u wennen zijn dat we daar op die manier met elkaar over zullenmoeten gaan praten in de toekomst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126514 De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Op zich heb ik er best begrip voor. Ik heb zelf ook best lang in een coalitiegezeten in de lokale politiek, nog met de heer Dijk onder anderen. Ik denkdus dat wij beiden begrijpen dat je niet al je standpunten ingewilligd kankrijgen als je in een coalitie zit. Maar als je voor zoiets belangrijks alsmondzorg, wat zo belangrijk is voor de PVV, niks, nog niet één controle,opneemt in het basispakket, niks daarover opschrijft in het hoofdlijnenak-koord en daar niks financieel voor regelt, verbaast mij dat wel. En wat mijdan nog meer verbaast – dat is dan ook mijn vraag – is dat wat er wél inhet hoofdlijnenakkoord staat, een bezuiniging is op mensen die chronischziek zijn. Ik vraag me af of er nog ruimte is om daar wat aan te doen bij dePVV.De heer Claassen (PVV):Ik denk dat ik een deel van het antwoord ga herhalen richting de heerBushoff: voor belangrijke punten zullen wij ons als fractie altijd sterkblijven maken. Dat geldt voor de gehandicaptenzorg, dat geldt voor deouderenzorg en dat geldt voor een heleboel andere dingen die er nu nietstaan. We hebben – dat is het mooie en daar zullen we met elkaar allemaalaan moeten wennen – straks een, zoals we dat noemen, extraparlemen-taire regering. Dat betekent dat we als er heel goede voorstellen zijn vanuw zijde hand in hand een mars voeren richting vak K, maar dat moet danwel binnen de financiële middelen passen. Ik hoop dat u als het zover isde hand uitstrekt en wij doen dat dan ook.De voorzitter:Laatste interruptie van meneer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tot slot dan. De monteur die mevrouw Agema nog geen jaar geleden indit debat aanhaalde, heeft niks aan dit hoofdlijnenakkoord. De mevrouwuit het SBS6-debat die volgens uw partijleider, volgens de partijleider vande heer Claassen, niet kon wachten op het afschaffen van het eigen risico,ziet een halvering van het eigen risico, maar aan de andere kant eenbezuiniging van € 200 tegemoet omdat zij chronisch ziek is. Die gaat erdus geen euro op vooruit, en met haar al die andere mensen. Die mensenworden in de steek gelaten als er geen ruimte ontstaat, financieel gezien,om daar iets voor te regelen. Dus mijn vraag is eigenlijk heel simpel: zijner ook buiten die financiële kaders, als wij met goede, gedekte voorstellenkomen, mogelijkheden bij de PVV om nog iets voor deze mensen te doen,zodat we ze niet als politiek collectief in de steek hoeven te laten?De heer Claassen (PVV):Ik denk dat de kracht van de democratie in de volksvertegenwoordiging isdat u ... Want we delen die zorgen, hè. Dat laat dit onverlet. Als u goedevoorstellen hebt waar een goede dekking op zit, moet u daar vooral meekomen. Dan kunt u ook met ons overleggen. Als het buiten de financiëleplaat om gaat en we het allemaal met elkaar echt heel belangrijk vinden,ook de vier partijen die die afspraak hebben gemaakt, dan zullen die vierpartijen het er ook met elkaar over eens moeten worden. Ik denk dat datde procedure is, de weg die bewandeld wordt, zeg ik tegen meneerBushoff. Ik kan dat hier nu niet als woordvoerder Zorg toezeggen, maarweet dat we die zorgen en de urgentie voor de verschillende doelgroependie u heeft benoemd – ik kan er nog vele andere benoemen – met elkaardelen.De heer Dijk (SP):Laat ik even superextraparlementair gaan doen. Ik zei net dat er in 2023door verzekeraars 900 miljoen over is gehouden op de betaalde premies,te veel is betaald door mensen. Het zou echt een heel goed, superextra-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126515 parlementair voorstel kunnen zijn om dat geld, waarvan je weet dat het ditjaar waarschijnlijk ook overblijft, in te zetten voor een heel klein stukje vande mondzorg, echt een heel klein stapje. Ik snap dat die dingen in stappengaan. Je hoeft niet per se een stelsel meteen om te gooien. Ik zou ervoorstander van zijn om dat wel te doen op een goede manier, maar latenwe het stap voor stap doen. Ik begrijp dat anderen daar wat meer tijd voornodig hebben. Zullen we die 900 miljoen dan inzetten om ervoor te zorgendat we controle en het vullen van gaatjes aan het basispakket kunnentoevoegen komend jaar? Dat is een heel kleine stap. Er hoeft niet eens teworden gekeken naar de financiële bijdrage in het hoofdlijnenakkoord. Datkunnen wij toch doen? We kunnen superextraparlementair dat voorsteldoen.De heer Claassen (PVV):Even een reactie op die wijziging van het zorgverzekeringsstelsel. Wij zienook dat dat nogal een oerwoud is van regels, dat het bijna niet tebegrijpen is voor mensen, dat het niet uitvoerbaar is om wijs te wordenuit al die regelingen en wetgeving. Eigenlijk zou je moeten zeggen dat hethelemaal anders moet. Het lastige is dat een rigoureuze stelselwijzing heelveel geld kost. Dat is één. Dan zijn die 900 miljoen van u al op. En twee isdat we dan ook een periode hebben dat mensen enorm buiten de bootkunnen gaan vallen. Wij zijn wel voorstander van een vereenvoudiging.Collega Agema heeft ook vaker moties ingediend om het stelsel tevereenvoudigen. Dat gaat dan stap voor stap. Daar waar dat kan, zullenwe dat zeker enthousiast willen bespreken.Dan had u het over die premies of althans die middelen die danoverblijven. De afspraak is gemaakt dat geld uit onderuitputting of gelddat gewoon over is binnen de financiële plaat ook binnen de financiëleplaat moet blijven. Ik denk dat dan het oordeel zou moeten zijn: als datmiddelen zijn die uit zorg over zijn, kunnen we met elkaar kijken, ik denk ineerste instantie dan met de vier partijen die met elkaar die afsprakenhebben gemaakt, hoe die middelen uit zorg weer binnen de zorg ingezetkunnen worden. Dat is anders dan dat we dat tot en met nu in de huidigeregeringen hebben gedaan, namelijk dat middelen uit andere potjes ookergens anders in terecht kunnen komen. De afspraak is dat middelen dievrijkomen binnen het domein zorg dan ook weer ingezet kunnen wordenprimair binnen de zorg. We moeten op termijn kijken wat dat dan gaatbetekenen. Dat is voor mij ook ongewis, zeg ik tegen meneer Dijk. Het isde eerste keer dat we het op deze manier gaan doen. Ik ben benieuwdnaar onze gezamenlijke tocht en onze gezamenlijke strijd voor de mensenin Nederland om de zorg zo goed mogelijk te maken.De voorzitter:Laatste interruptie van meneer Dijk.De heer Dijk (SP):We hoeven dus niet op zoek naar geld. Dat is mijn punt. Dit zijn 900miljoen euro die naar de verzekeraars gaan uiteindelijk. Mijn punt is datals je alleen maar de eerste controle zou toevoegen, dat 382 miljoen eurois. Dat laat je dan gewoon door verzekeraars betalen. Misschien houdenze dan volgend jaar nog wel wat over. In ieder geval kun je dit regelen. Uhoeft dus niet op zoek naar geld bij andere formerende partijen. U kan hetgewoon door verzekeraars laten betalen. De vraag is waarom we het nietop die manier zouden doen, als je toch ziet dat dat geld overblijft.De heer Claassen (PVV):Superinteressant. Ik stel voor dat u als het zover is en we een nieuweregering hebben met een heel mooi voorstel komt. Dan zullen wij gaankijken hoe wij daarin zitten. Ik kan daar nu heel weinig over zeggen. Wijgaan nu niet vandaag een afspraak maken dat er 900 miljoen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126516 zorgverzekeraars naar de mondzorg gaat. Dat gaat ons in ieder geval tever. Ik ben benieuwd met welke voorstellen meneer Dijk gaat komen.De voorzitter:Meneer Krul had ook nog een interruptie voor u.De heer Krul (CDA):De heer Claassen doet zichzelf echt tekort als hij zegt dat hij nog evenmoet wennen aan zijn nieuwe rol als coalitielid. Als iemand van een partijdie nog weleens in een coalitie heeft gezeten, moet ik zeggen dat hij echtmet vlag en wimpel slaagt voor coalitiepraat. Het is knap hoe hij dat doet.De heer Claassen (PVV):We hebben cursus gehad.De heer Krul (CDA):Echt, daar zouden CDA’ers van tientallen jaren geleden nog een puntjeaan kunnen zuigen, zou ik willen zeggen.De voorzitter:Meneer Krul heeft het woord.De heer Krul (CDA):In Groningen zitten wij niet zo vaak in de coalitie, dus ik weet niet hoe hetdaar ging, meneer Dijk. Ik heb wel een vraag, die ik ook aan mevrouwJansen heb gesteld. Ik probeer een beetje te achterhalen waarom dit nouniet lukt. U heeft zelf net gezegd dat geld dat we in de zorg ophalen ofvinden ook in de zorg moet blijven. Ik denk dat dat een goed idee is. Ietswat heel slecht voor je gebit is, is roken. Het is ook bewezen dat er bijmensen die naar de tandarts moeten vaak een correlatie te vinden is metlangdurig roken. Misschien geldt dat ook wel voor die monteur. Dat weetik niet. Als we de accijnzen op tabak nou verhogen, gaan minder mensenroken, blijven er meer gebitten gezond en hebben we wat geld over voorde zorg. Dat is toch gewoon drie vliegen in één klap, meneer Claassen? Ubent volgens mij ook de enige van de vier partijen die dat niet wil.Waarom niet, als u net het betoog van de heer Bushoff over mondzorg zomooi vond?De voorzitter:Waarom wil meneer Claassen dat niet?De heer Claassen (PVV):Overigens geldt dat ook voor skateboarders, mountainbikers en mensendie paardrijden. Dat kan ook een gevaar voor het gebit zijn. Dan gaan wealle accijnzen verhogen voor mensen die paardrijden of op een fatbikerijden, voor alles wat gevaarlijk is voor het gebit. Nee, u vindt daar in onsgeen voorstander. Sterker nog, ook daarin verschillen de NSC- en dePVV-fractie van elkaar. Ik denk dat dit vooral van ideologische aard is. Wijzijn niet van het verbieden van dingen die in principe legaal zijn en vindendat mensen de keuzevrijheid moeten hebben om hun leven in te vullenzoals ze dat doen. Daar staat natuurlijk wel tegenover dat je misschien alsoverheid wel de plicht hebt om daar goede voorlichting over te geven,maar ik denk niet dat je als overheid moet ingrijpen door accijnzen enbelonen en straffen om mensen bepaald gedrag te laten vertonen. Als hetgaat om legaal gedrag, hè. Daar vindt u ons niet op uw pad. Dat is wat hetis. We hebben dan liever dat mensen uiteindelijk onder de streep meergeld in de beurs hebben, zodat zij met de juiste voorlichting ook gewoonhun eigen keuzes kunnen maken. Daar staan wij voor. U mag mij datkwalijk nemen, maar het zou mij verder niet zo heel veel boeien als u datniet zou doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126517 De heer Krul (CDA):Ik zal ’m nu wat korter maken, want dan heb ik ’m echt duidelijk. Wehebben dus liever dat roken wat goedkoper blijft, zodat mensen wat meerin hun beurs overhouden en dat mensen dan vervolgens niet naar detandarts kunnen omdat dat niet vergoed wordt.De heer Claassen (PVV):Dank u wel, meneer Krul. Stress is ook slecht voor het gebit en mensendie roken hebben misschien stress. U framet het op die manier en datbegrijp ik ook wel, maar we hebben gewoon veel liever dat mensengenoeg geld in de beurs hebben om keuzes te maken. Daarom zijn we eenvrij land. We zijn tegen het sturen van legaal gedrag – dat moet ik er welbij zeggen – door middel van financiële prikkels. Daar heeft de overheidzich weg te houden. Daar staan wij gewoon voor. Hopelijk is dat ookgebleken uit alle debatten die hierover zijn gevoerd, ook met de collegavan de Minister, de heer Van Ooijen. Die hele woordvoering en de keuzesdie we gemaakt hebben, dat is gewoon onze overtuiging.De heer Krul (CDA):De laatste keer. Dat begrijp ik en daar heb ik ook respect voor, maar als wehet nou kunnen wegstrepen tegenover iets goeds in de zorg, zoals hetvoorkomen dat we niks meer kunnen doen voor de chronisch zieken, danverandert de situatie toch? Dat is toch ook onderdeel van verantwoorde-lijkheid nemen en de nieuwe rol van de PVV? We kunnen het eenwegstrepen – dat zal de PVV misschien niet leuk vinden – maar datkunnen we dan wel direct gebruiken om iets anders, dat u of in iedergeval uw collega mevrouw Jansen pijnlijk noemde – ik heb het nog niethelemaal gehoord, maar volgens mij vindt u het ook pijnlijk dat we opzulke dingen moeten korten – weg te strepen. Dan is dus de afweging vande PVV nog steeds: nee, dat ideologische idee van de beurs en mensen deruimte geven om te roken is belangrijker dan voorkomen dat we bezui-nigen zoals we dat bijvoorbeeld bij chronische zieken doen.De heer Claassen (PVV):Dat is wat het is, ja. Ik kan er niet veel meer van maken. Ik denk dat hetdeel waar wij voor staan fundamenteel te maken heeft met vrijheid voormensen om keuzes te maken en dat er andere manieren zijn om tot eenoplossing te komen dan het ingrijpen in de vrijheid van mensen omdingen te kunnen kiezen in hun leven.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aangekomen bij de bijdrage van de heer Krulnamens het CDA.De heer Krul (CDA):Ja, dank. Mooi debat tot nu toe, voorzitter. Ik was aanvankelijk heel ergverrast toen ik begreep dat ze zes minuten spreektijd hadden voor ditdebat. Het is de eerste keer dat ik het doe. We zijn toen heel snel watonderwerpen gaan noteren en toen zakte dat enthousiasme een beetje inmijn schoenen, want we moesten nog steeds heel veel wegstrepen. Ik hebeen beetje een gok genomen. Ik ging er eigenlijk een beetje van uit datheel veel van die onderwerpen wel door mijn collega’s behandeld zoudenworden. Er ligt toch wel dat druk op u, mevrouw de voorzitter, want ik heber echt maar twee vandaag en een stukje actualiteit.Ik wil met dat laatste beginnen. We hebben allemaal het bericht over hetin gebreke stellen van Co-Med wel gelezen en behandeld. Ik ben echtbenieuwd hoe de Minister hierop reflecteert. De Kamer heeft de laatstetijd al meermaals gevraagd om de NZa de bevoegdheid te geven omovernames te verbieden gedurende een onderzoek van de IGJ en/of deNZa naar de betrokken partijen. Dat is echt iets wat we al een paar keerTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126518 benoemd hebben. Uit de brief van 12 juni blijkt dat de Minister er gewoonniet aan wil. Die wil daar gewoon niet aan. Het gaat er niet om dat geenenkele overname meer doorgang kan vinden, maar dat de NZa demogelijkheid krijgt om te voorkomen dat partijen die onder de loep liggennog meer praktijken gaan overnemen gedurende zo’n onderzoek. Ik denkeigenlijk dat dat gewoon moet gebeuren, ook gezien de berichten vanvandaag.Maar goed, ik heb dus twee onderwerpen en misschien nog een heel kortstukje inleiding. Het is namelijk toch wel goed om ook te benoemen watwe hier vandaag aan het doen zijn. We bespreken welke zorg er vanafvolgend jaar vergoed wordt uit het basispakket. Dat is echt een fundamentvan ons zorgstelsel, want dat is de zorg waar iedere Nederlander op kanrekenen, waardoor iedere Nederlander in Nederland naar de huisarts,naar het ziekenhuis of naar de apotheek kan. Daarom is dit een belangrijkdebat en is het goed dat we dit gewoon voeren.Voorzitter. Ik ga voor passende zorg en fysiotherapie. Ik moest dus heelveel andere dingen wegstrepen. Over passende zorg zegt de Minister dathet betere zorg is en leidend is bij het pakketbeheer. In het IntegraalZorgakkoord staat: «Alle partijen onderschrijven de bedoeling dat zorg dieniet of onvoldoende bijdraagt uit het pakket gaat.» Dat staat in het IZA. Deambitie was om de zorg met de meeste impact als eerste te selecterenvoor een toets om te zien of het nog wel past in het basispakket, maar uitde midterm review van het IZA blijkt niet hoe het staat met dezedoorlichting. Uit de werkagenda van het Zorginstituut worden we ook nietveel wijzer wat betreft hoe het staat met de pakketagenda. Kan de Ministergewoon eens helder uiteenzetten waar we staan, welke toetsen er zijngedaan en tot welke resultaten die hebben geleid?In een recent schriftelijk overleg over passende zorg heeft het CDAgevraagd waarom het kabinet niet start met effectief onbewezen zorg uithet basispakket van de Zvw halen. Het antwoord was: dat is inderdaad debedoeling. Wanneer blijkt dat zorg niet aantoonbaar effectief is en dus nietvoldoet aan de stand van de wetenschappelijke praktijk, is uitstroom vandie zorg in beginsel van toepassing. Waarom gaan we hier niet gewoonmee aan de slag? Stop met praten en ga gewoon beginnen. We weten datdit misschien wel miljarden kan opleveren. Dat moet de Minister van VWStoch als muziek in de oren klinken? Dat geldt in ieder geval voor deaankomend Minister van VWS, want die heeft nog wat andere ambities.Wil deze Minister nog toezeggen dat zij met het Zorginstituut een agendaen een planning maakt waaruit duidelijk wordt welke zorg uit hetbasispakket gaat wanneer deze niet bewezen is? Dat het niet allemaaltegelijk kan, snappen wij. Maar als we die beweging naar passende zorgwillen maken, dan moeten we die ambitie gewoon hebben. Het CDA isvoor dit soort gevallen een apart bondgenootschap begonnen met de PVVen GroenLinks-PvdA. Dat bondje houden we al jaren in stand. We hopendat dat met het nieuwe kabinet ook nog in stand blijft, want dit is echt eenbelangrijk onderwerp.Voorzitter. Fysiotherapie is cruciaal in ons eerstelijnszorgnetwerk. Het isvoor ons echt onvoldoende duidelijk waar we nou heen willen metfysiotherapie. Er mist eigenlijk een congruent verhaal. Ten eerste. HetKwaliteitskader Fysiotherapie is door de leden van de KNGF niet onder-tekend. Het kader ligt nu bij het Zorginstituut. De fysiotherapeuten zijn vanmening dat er jaren gepraat is en dat de zorgverzekeraars te lage tarievenbieden maar wel steeds meer extra eisen stellen aan de kwaliteit. Er zijn albestuurlijke afspraken gemaakt. Daaruit volgde in 2019 een kostenon-derzoek naar de paramedische zorg. Wat is daarmee gebeurd? Hetonderzoek was voldoende representatief om in de praktijk te gebruiken,maar het CDA heeft niet de indruk dat het in de praktijk wordt toegepast.Waarom niet? Wat betekent het niet ondertekenen van het KwaliteitskaderFysiotherapie voor de omvorming naar een passende aanspraak op fysio-en oefentherapie in het pakket?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126519 Ten tweede. Het Zorginstituut heeft geadviseerd – het Zorginstituut heeftgeadviseerd, zeg ik, voorzitter – om de eerste twintig fysiobehandelingenvoor mensen met een chronische ziekte te vergoeden uit het basispakket,om zorgmijding tegen te gaan. Dat is een advies. De Minister heeft in haarbrief van 8 april aangegeven dat zij dit advies betrekt bij de wijzigingen inhet basispakket. Daarna hoorden we niks meer, helemaal niks. Niks in debrief van 16 mei. Niks in de brief van 24 mei. Dat is gewoon kwalijk.Blijkbaar gaan we het advies niet overnemen. Waarom is dit besluit nietuitgelegd? Je kunt dit toch niet zomaar naast je neerleggen? De Ministerzegt in haar brief van 8 april dat het losstaat van de discussie over hetkwaliteitskader, dus daar kan het in ieder geval niet aan liggen. Het CDAvindt dat het advies van het Zorginstituut moet worden gevolgd. Depositieve effecten van fysiotherapie, zeker voor de groep chronisch zieken,zijn overduidelijk en evident. Wat vindt de Minister hiervan?Voorzitter. Ten derde en ten slotte. Het CDA is overtuigd van de bredepositieve maatschappelijk effecten van fysio- en oefentherapie. Het gaatniet alleen om gezondheidswinst, maar ook om mensen in staat stellenweer mee te doen in de samenleving. Er ligt een aangenomen motie vanEllemeet en Van den Berg om hier een onderzoek naar te doen waarin hetbrede sociale effect wordt meegenomen. Excuses, in die motie-Ellemeet/Van den Berg is dat brede sociale effect juist níét meegenomen.Wij zijn benieuwd of de Minister alsnog wil kijken en kan berekenen watde bredere kosten-bateneffectiviteit van fysio- en oefentherapie is in debasisverzekering.Voorzitter. Daarmee sluit ik af. Ik durf deze Minister niet meer te bedanken,want je weet nooit of en wanneer het de laatste keer is. Maar dat zien wevanzelf wel.Dank u wel.De voorzitter:Het debat is ook nog niet voorbij hè, meneer Krul.Meneer Bushoff, uw interrupties zijn al op, dus mag ik u vragen om hetvoorzitterschap even over te nemen?Voorzitter: BushoffDe voorzitter:Natuurlijk. Ik geef bij dezen het woord aan mevrouw Tielen van de VVDvoor haar inbreng.Mevrouw Tielen (VVD):Dank u wel. Die inbreng is heel kort. Ik heb geen uitgebreid betooggemaakt, aangezien ik zou voorzitten. Ik heb wel een aantal vragen die iknog wil stellen.Ons zorgverzekeringsstelsel zorgt ervoor dat kwaliteit, toegankelijkheid enbetaalbaarheid van zorg voor iedereen mogelijk zijn, ook voor de langeretermijn. De VVD is dus heel positief over dit stelsel, zeker nu het beter lijktte gaan werken wat betreft het evenwicht. Dan refereer ik aan deberichtgeving van hedenochtend rondom Co-Med. Een aantal zorgverze-keraars heeft wat mij betreft hun verantwoordelijkheid gepakt voor eengoede kwaliteit van zorg. Het gebrek aan goede zorg is nu reden voorzorgverzekeraars om in te grijpen in de huisartsenzorg die door Co-Medwordt geleverd.Het is goed dat de heer Dijk vroeg om een brief met antwoorden op eenaantal vragen hierover. Wat gebeurt er met de patiënten die bij dezepraktijken zijn ingeschreven? Ik heb nog een andere vraag. Hoe ziet deMinister de mogelijkheid dat verzekeraars wellicht tijdelijk een grotere rolspelen in het waarborgen dat deze patiënten een huisarts kunnen hebben?Ik weet dat we in het verleden kritisch waren op inmenging van zorgverze-keraars in het aanbod. Dat is ook logisch, want met een dergelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126520 inmenging haal je het evenwicht een beetje weg. Maar tijdelijk zoudenwellicht de verzekeraars een stapje verder kunnen gaan in het opkomenvoor de verzekerden. Kan de Minister hier verder op ingaan of dit puntmeenemen in de brief die zij daarover gaat sturen? Ik neem althans aandat zij een brief zal toezeggen aan de heer Dijk.In het kader van de rol van de zorgverzekeraars, hun zorgplicht enopkomen voor hun verzekerden hebben wij de afgelopen jaren al vakergevraagd om een proactieve rol bij de wachtlijstbemiddeling. Ook daar zieik positieve ontwikkelingen. De NZa speelt er een stevigere rol in. Maar wehoren ook van verzekeraars dat het voor hen soms lastig is, omdat zij nietzomaar beschikken over de medische gegevens. Ze weten dan dus ookniet wie er op wachtlijsten staan en wie van hun verzekerden ze moetenhelpen om eerder aan de beurt te komen. Ik heb hier eerder een motieover ingediend. De Minister heeft laten weten dat het niet voor de handligt om wachtlijstbemiddeling op te nemen, maar dat er wel afstemmingnodig is. Tja, dat vind ik dan weer een beetje ingewikkeld. Kan de Ministeraangeven wat zij doet om die afstemming te verbeteren of wat er wellichtnog echt beter kan om zorgverzekeraars hun zorgplicht te laten invullenop het punt van de wachtlijsten? Hoe kijkt de Minister aan tegen hetopnemen van bestuurlijke boetes bij het niet naleven van die zorgplicht?Graag een update daarover.De heer Krul heeft al een aantal dingen gezegd over pakketbeheer en overbewezen niet-effectieve zorg. Ik heb daar nog wat aanvullende vragenover. De eerste gaat over de open instroom. 90% van de verzekerde zorgzit in het zogeheten open pakket. Dat wordt bepaald door zorgverzeke-raars, beroepsgroepen en patiëntenorganisaties. Heel eerlijk gezegd vindik dit proces een beetje kwetsbaar, want het zou zomaar kunnen zijn datdegene die de grootste mond heeft en de meeste brieven verstuurt, ookhet meeste gehoor vindt over wat het er in het pakket terecht moetkomen. Ik zou willen dat de overheid of een overheidsinstantie meer gripop dit proces had. Kan de Minister hier haar visie op geven en wellichteen toezegging doen om een en ander wat scherper op een rijtje tekrijgen, zodat we de grip op het pakket kunnen verbeteren?Ik had nog een aantal vragen over de contractering, maar heel eerlijkgezegd heb ik die in mijn schriftelijk inbreng voor het overleg van morgenstaan, dus om het compact te houden zal ik die hier nu niet herhalen.Nou dat, eigenlijk.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Ik geef het woord weer terug ... Nee, er isnog een interruptie. Dat kan nog.De heer Krul (CDA):Die interruptie zal geen verrassing zijn, want ik ben op een queeste of wenog wat geld kunnen vrijmaken voor zorg. De heer Claassen heeft mijverteld dat hij echt vindt dat het belangrijker is dat mensen relatiefgoedkoop kunnen blijven roken dan dat geld te gebruiken voor zorg. Ikben benieuwd hoe de VVD daarin staat, want ik kan natuurlijk ook zonderde PVV een meerderheid regelen, ondanks dat zij zo veel zetels hebben.Hoe kijkt de VVD naar het inkomsten genereren uit accijnsverhogingen endat geld dan gebruiken voor iets moois in de zorg?Mevrouw Tielen (VVD):Dat is vragen naar de bekende weg, want de heer Krul heeft deze vraag deafgelopen maanden al minstens drie keer aan mij gesteld. Mijn antwoordwordt niet anders, geloof ik. Wij weten uit wetenschappelijk onderzoek dathoe duurder dat pakje sigaretten of dat pakje shag is, hoe minder hetvoorkomt dat mensen gaan roken. We weten ook – er was op dit puntvorige week een interessante brief van de Staatssecretaris Belastingenover het pakjes tellen – dat er wel heel veel grenseffecten zijn. HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126521 duurder je het maakt, hoe meer mensen een tripje naar het buitenlandmaken en met heel veel sloffen weer thuiskomen. Dat beperkt volgens mijhet gebruik dus niet. Maar los daarvan: de heer Krul verwijst naar het ideedat je geld dat overblijft binnen de zorg, ook binnen de zorg besteedt.Maar accijnzen zijn niet een VWS-begroting, dus dat klopt technisch niethelemaal. Dus, zoals ik al eerder zei, meneer Krul, wat mij betreft gaan westapsgewijs echt zorgen dat dat pakje nog duurder wordt, om zo tevoorkomen dat zeker jongeren gaan beginnen met roken. Maar op ditmoment zie ik daar op korte termijn geen bron van inkomsten die wevrijelijk kunnen besteden.De voorzitter:Als er geen verdere interrupties zijn, geef ik het voorzitterschap weerterug aan mevrouw Tielen.Voorzitter: TielenDe voorzitter:Dank u wel, meneer Bushoff. Dat betekent dat we aan het einde zijngekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik wilvoorstellen om te schorsen tot 13.45 uur, maar kijk even naar de Minister.We hebben namelijk tijd zat.Minister Dijkstra:Dat lijkt me prima, voorzitter. Graag.De voorzitter:Dan kan iedereen ook nog even wat stappen zetten en rustig de lunchgebruiken, als die nog op de planning stond. We gaan om 13.45 uur weerverder met dit commissiedebat over het zorgverzekeringsstelsel. Totstraks.De vergadering wordt van 13.06 uur tot 13.46 uur geschorst.De voorzitter:Er wordt nog druk gedelibereerd hier achter de tafel over supermarkt-prijzen en dat soort zaken, maar dat ga ik nu een halt toeroepen. Welkomterug bij dit commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel. We zijn toegekomenaan de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Dat betekent dat ik hetwoord ga geven aan de Minister voor Medische Zorg, Minister Dijkstra,maar niet voordat ik de Kamerleden er wederom op heb gewezen dat zevijf interrupties mogen doen. Het woord is aan Minister Dijkstra.Minister Dijkstra:Dank u wel, voorzitter. Het is wel een beetje een bijzonder moment voormij als demissionair Minister voor Medische Zorg, want het is niet langvoor de overdracht aan de nieuwe Minister, mijn ambtsopvolger. Ik dachtin voorbereiding hierop aan het allereerste debat dat ik voerde als TweedeKamerlid. Dat was in 2010. Dat ging over de Zorgverzekeringswet en hetpakketbeheer, dus voor mij is de cirkel nu rond. Dat is verder voor ditdebat niet van belang, maar ik memoreer het toch maar even. Dat debatwas overigens met toenmalig Minister Klink.Vandaag gaat het in mijn waarschijnlijk laatste debat ook over deZorgverzekeringswet en over het pakketbeheer als element daarvan. Ikheb in mijn relatief korte ambtsperiode geprobeerd me met hart en ziel inte zetten voor de toekomst van de zorg, in samenwerking met uw Kamer.Ik heb met heel veel plezier verantwoording afgelegd in debatten,overleggen, vragenuurtjes en brieven, en ik wil dan ook de Kamer nu weerbedanken voor de vragen die zijn gesteld. Ik zal proberen ze zo goedTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126522 mogelijk te beantwoorden, maar voordat ik die vragen beantwoord, heb iktoch nog een paar opmerkingen.Nederland vraagt veel zorg en veel van de zorg. Vergrijzing en deontwikkelingen op de arbeidsmarkt vergroten de druk. Ook in de toekomstwillen we allemaal zorg die toegankelijk, van hoge kwaliteit en betaalbaaris. Samen met een breed palet aan partijen uit de zorg heeft dit kabinetdaarom de omslag gemaakt naar de zogeheten passende zorg. Tegelij-kertijd is dat ook weer typisch zo’n term die uit de politiek en uit beleidkomt. Want het klinkt heel mooi, maar wat betekent het nou precies? Watik nu juist mooi vind, is dat ik zie dat transformatie en passende zorgconcreet handen en voeten krijgen in de zorgpraktijk in de regio overal inNederland. Ik noem wat voorbeelden. Ik zie dat in de regio bij zorgaan-bieders, zorgprofessionals, gemeenten, zorginkopers en bij patiënten,cliënten en inwoners de zorg anders ingericht en beleefd wordt. Ik zie datgezondheid centraal wordt gesteld. Dat kan betekenen dat er in plaats vanmedische hulp sociale hulp en ondersteuning worden geboden, omdatdat, als dat aan de orde is, uiteindelijk voor de patiënt kan leiden tot eenbeter resultaat. Ik zie ook dat de eerste lijn sterker wordt, met meer tijdvoor de patiënt. Ik zie dat zorgprofessionals zich richten op passende zorgvoor de patiënt, zorg die echte, toegevoegde waarde heeft. We zijn erzeker absoluut nog niet – ik zie de heer Dijk al kijken – maar de bewegingis er wel. De beweging wordt breed gedragen in de zorgpraktijk, metvallen en opstaan, want samenwerken schuurt als belangen in het gedingzijn. Maar ik zie ook dat moeilijke keuzes bespreekbaar worden en dat er,als die eenmaal bespreekbaar zijn, ook een weg vooruit is naar hetgezamenlijke doel: toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare zorgvoor alle inwoners van Nederland. De medewerkers in de zorg willenverder met deze beweging. Ik ondersteun dat van harte en ik wens deKamer en mijn opvolger alle wijsheid toe om deze beweging naargezondheid en zorg van de toekomst verder te brengen.Dat gezegd hebbende ga ik naar het debat dat we vandaag voeren.Vandaag hebben we het specifiek over de Zorgverzekeringswet. Dat is dewet die regelt dat alle Nederlanders verzekerd zijn van zorg als datnoodzakelijk is, ongeacht of ze gezond of chronisch ziek zijn. We hebbenhet over het verzekerde pakket en over het verbeteren en verbreden vande toets op het basispakket. We hebben het over de zorginkoop van hetafgelopen jaar, waarin flinke verbeteringen te zien zijn ten opzichte vanhet jaar ervoor, en over het bevorderen van contractering, want viacontractering is te sturen op passende zorg, ook langjarig. Daar kom ik zonog verder op, want dat is net ook al aan de orde geweest. Ik heb het ookover de solidariteit tussen gezond en ongezond, waarin de risico-verevening een belangrijke rol heeft. Gegeven deze solidariteit noem ikook de eigen betalingen die we van gebruikers van zorg vragen.Voorzitter. Dan ga ik nu graag over naar de beantwoording van de vragen.Misschien voor de duidelijkheid even over hoe ik het verdeeld heb. Ikbegin met contractering en polisaanbod. Daarna ga ik in op de onder-werpen Co-Med, pakketbeheer en, ten slotte, het beruchte mapje overig.Ik ga beginnen met contractering en polisaanbod. Eerst de vraag van deheer Dijk. Hij zei: «Premiebetalers betaalden in 2023 te veel voor hunpremie. Waarom doen de zorgverzekeraars hier niks aan? Het gaat hierom 900 miljoen euro.» Onderzoek van de NZa en de ACM laat zien dat eengroot deel van de verzekerden een basispolis heeft waarvoor een bijnagelijk maar goedkoper alternatief is. Dat kan verschillende redenenhebben. Zo kunnen verzekerden meer willen betalen voor hun huidigepolis uit tevredenheid, en soms vanwege service en merkbeleving. Maarmet de heer Dijk vind ik wel dat we het moeten weten als er een bijnagelijk maar goedkoper alternatief is. Omdat die 900 miljoen hier nogalover tafel is gegaan, vind ik wel dat het goed is te beseffen dat die nietvoor het oprapen ligt. Het is eigenlijk geen geld dat vrijkomt. Een massaleoverstap van verzekerden zal het jaar daarop kunnen leiden tot premiestij-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126523 gingen, want de kosten van de zorg moeten wel betaald worden. Dateffect moeten we meetellen. Daarom vind ik het heel goed dat deinformatieregeling van de NZa zorgverzekeraars verplicht om verzekerdenvia hun website te wijzen op die bijna gelijke polissen. Zorgverzekeraarsmoeten hierbij aangeven wat de verschillen zijn. Verder steun ik ook hetvoornemen van de NZa om te verkennen of zorgverzekeraars verplichtkunnen worden om verzekerden actiever te wijzen op een eventuelegelijke polis, of bijna gelijke polis, met een lagere premie. Er wordt dus alaandacht aan besteed, maar misschien moet het nog scherper. Daar is deNZa mee bezig.Voorzitter. Dan de vraag van de heer Bushoff over het oerwoud aanpolissen. De heer Bushoff zegt: het is een oerwoud, dus zijn er juridischemogelijkheden om vanuit de politiek te sturen op dat aanbod? Hij vraagtof ik dat wenselijk vind of niet. Zorgverzekeraars zijn vrij om hunpolisaanbod vorm te geven, dus ik heb geen juridische mogelijkheden omdaarop te sturen. Dat volgt overigens ook uit Europees recht. Maar ik benhet er wel mee eens dat er voor verzekerden een overzichtelijk polis-aanbod moet zijn. Polissen van een en dezelfde verzekeraar die heel ergop elkaar lijken en vlak bij elkaar liggen helpen daar niet bij. Het is daaromgoed dat de informatieregeling van de NZa er is; die noemde ik net al. Dezorgverzekeraars moeten het dan namelijk wel aangeven. Ik denk dat ookde verkenning van de NZa om te kijken of zorgverzekeraars verplichtkunnen worden om dat duidelijker te maken, heel belangrijk is. Dat geeftmensen ook de vrijheid om te kiezen.De heer Claassen vroeg of ik wel besef dat zulke omzetplafonds kunnenbetekenen dat patiënten geen zorg kunnen krijgen. De heer Claassen is erniet, maar ik ga toch maar antwoorden, want er wordt vast welmeegeluisterd.De voorzitter:Precies. Hij komt zo weer terug, dus gaat u gewoon verder. Dat komt welgoed.Minister Dijkstra:Uiteraard vind ik het heel belangrijk dat patiënten de verzekerde zorgkrijgen waar zij recht op hebben. Omzetplafonds afspreken is in feite deuitkomst van de onderhandeling van private partijen. Zorgverzekeraars enzorgaanbieders moeten daarbij wel duidelijke informatie geven over debudgetafspraken en de mogelijke consequenties voor verzekerden. Als hetomzetplafond in zicht komt, verwacht ik – zo hoort het ook – dat zorgaan-bieders en zorgverzekeraars hierover met elkaar in gesprek gaan, zodat ermaatregelen genomen kunnen worden. De zorgverzekeraar heeftnatuurlijk een zorgplicht. Die moet ervoor zorgen dat als de patiënt niet bijde aanbieder van voorkeur terechtkan, die zorg elders, tijdig en bereikbaarbeschikbaar is. Als dat niet mogelijk is, is het aan de zorgverzekeraars omaanvullende afspraken te maken. De NZa houdt toezicht op de zorgplichtvan de zorgverzekeraars. Zoals mevrouw Tielen in haar bijdrage alnoemde, zie je ook dat ze op hun zorgplicht worden en zijn aangesprokendoor de NZa.Mevrouw Jansen vroeg of ik het ermee eens ben dat kleine aanbieders envrij gevestigden geen eerlijk speelveld hebben. NSC stelt hier aan de ordedat kleine zorgaanbieders niet altijd even goed in dat contractgesprekkomen met de zorgverzekeraars, met als gevolg dat ze mogelijk mindergecontracteerd worden, terwijl ze een belangrijke bijdrage aan detoegankelijkheid van de zorg kunnen leveren. Ik erken dat relatief kleineaanbieders niet altijd goed in dat gesprek komen. We moeten ookvaststellen dat dit om enorme getallen gaat. Ik snap dat er niet altijd faceto face maatwerkafspraken gemaakt worden. Toch hebben we binnen IZAafspraken gemaakt om dit te verbeteren. Daarom wordt langs meerderelijnen ingezet om het contracteringsproces in sectoren waar veel kleineTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126524 zorgaanbieders werken, te verbeteren. Het doel daarbij is om toe tewerken naar een zo eerlijk mogelijk speelveld. De NZa heeft daarvoorHandvatten Contractering en Transparantie gecontracteerde zorgopgesteld, ter ondersteuning van een soepel en snel contracteerproces.Daarin is bijvoorbeeld een afspraak opgenomen over de bereikbaarheidvan zorgverzekeraars tijdens het proces van contracteren. Dat zou ookkleine zorgaanbieders soelaas moeten bieden. De evaluatie van hetafgelopen contracteerseizoen door de NZa laat zien dat de contracteringover de hele breedte, ook met de kleine aanbieders, sneller is verlopen.Maar het staat natuurlijk buiten kijf dat het goed zou zijn als het nogsneller kan. Daarnaast zet ik in op het actief verduidelijken van demogelijkheden van gezamenlijk onderhandelen door kleine aanbieders.We bekijken dus hoe dat kan binnen de mededingingsregels, namelijk:zolang een zorginhoudelijk doel vooropstaat en dit door de zorgaan-bieders, de zorgverzekeraars en de patiënten wordt onderschreven. Ditkan dus. Daar is dus een oplossing voor, ook al hebben we die mededin-gingsregels.Mevrouw Jansen vroeg ook of ik vind dat er een passend aanbod is voorbijvoorbeeld mensen met complexe psychische aandoeningen en of datalleen nog niet wordt gecontracteerd. Nou, dat vind ik niet. Ik vind hetbelangrijk om te benadrukken dat voldoende passende ggz-zorg nietalleen een kwestie is van ruim inkopen. Er bestaat geen simpele oplossingvoor die complexe dilemma’s in de ggz, de geestelijke gezondheidszorg.Als dat passende aanbod ontbreekt, bekijkt de regio of zij dit zelf kanorganiseren. Mocht dat niet lukken, dan kan deze vraag op de landelijketafel ingebracht worden. Ik heb het hier ook weer over het IntegraalZorgakkoord. Daarvoor zijn naast passende inkoop en bekostiging ookverschillende andere randvoorwaarden van belang. Hoe zorgen we dathet voor zorgverleners aantrekkelijk is om hoogcomplexe zorg te leveren?Stimuleren we daarmee het behoud en de transfer van medewerkersrichting de cruciale ggz? Het zorgen en borgen van voldoende aanbodvoor patiënten met een hoogcomplexe zorgvraag in de ggz vergt ookweer de inzet van alle partijen, die ik zojuist al noemde, namelijk deinkoper, de aanbieder, de professional en de overheid. Daar is dus inzetop.Mevrouw Jansen vroeg: kan de Minister opdracht geven aan de NZa omhet contracteringsproces voor kleine zorgaanbieders te verbeteren? Ik hebde uitgebreide afspraken in het IZA al genoemd. Door anderen werd ookde datum van 12 november al genoemd. De NZa neemt hierin een actieverol op zich, doordat ze het contracteerproces is gaan monitoren,handvatten ter verbetering van dat contracteerproces heeft opgesteld endaarnaast een aantal afspraken uit de handvatten gaat normeren.Tegelijkertijd is de nuance natuurlijk dat het voor de zorgverzekeraar vaakniet haalbaar is om maatwerkafspraken te maken; dat noemde ik net al. Ikzei al dat het namelijk om duizenden kleine aanbieders gaat. Daarom hoopik dat de verbetertrajecten met aanbieders en verzekeraars onder mijnopvolger met dezelfde ambitie worden doorgezet. Dat is dus aan hetvolgende kabinet.Mevrouw Jansen had veel vragen over de kleine zorgaanbieders en dezelfstandige behandelcentra. Zij vraagt om een overzicht van degene dieniet gecontracteerd zijn. Dat heb ik niet. De NZa heeft het ook niet. De NZaverkent op dit moment wel wat de mogelijkheden zijn om daar meerinzicht in te krijgen. Naast een overzicht van de contracteergraad wil deNZa graag op een structurele manier meer inzicht krijgen in de voortgangvan de contractering op proces en inhoud. Daarnaast wordt het contrac-teerseizoen jaarlijks geëvalueerd, mede op grond van de uitgebreideevaluatie van de NZa. Ik moet ook zeggen dat ik het niet als de rol van deMinister of het ministerie zie om partijen op basis van deze overzichtenaan te spreken om tot contractering van bepaalde aanbieders over teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126525 gaan; dat ligt echt niet op mijn weg. Maar het is wel van belang datzorgverzekeraars voldoende zorg inkopen. De zorgplicht noem ik maarweer.Het afgelopen overstapseizoen heeft de NZa samen met ZN, Zorgverzeke-raars Nederland, gevraagd naar de voortgang naar de contractering. Zewillen daarbij ook informatie krijgen over welk percentage van devoorgelegde contracten daadwerkelijk is afgesloten. Ik ga ervan uit datmijn opvolger dat contracteerproces nauwlettend in de gaten blijfthouden, want dat is natuurlijk een voorwaarde voor die beweging naarpassende zorg. Er zijn dus wel globaal wat redenen genoemd waaromverzekeraars dan wel aanbieders geen contracten hebben willen sluiten,maar ik heb daar niet een heel feitelijk overzicht van. Ik denk dat het ookniet op mijn weg ligt om dat te maken.Mevrouw Jansen vroeg ook nog of ik vind dat zorgverzekeraars debeschikbare zorgcapaciteit negatief beïnvloeden door hun inkoopbeleid endat zij de beschikbare zorgcapaciteit niet optimaal benutten. Ik hebmeerdere malen gezegd dat zorgverzekeraars een zorgplicht hebben. Datbetekent dat ze voldoende kwalitatief goede zorg moeten inkopen om tezorgen dat patiënten binnen een redelijke tijd en afstand toegang tot hunzorg hebben. Die zorg moet er ook wel zijn, willen ze die kunnen inkopen.We komen zo meteen over Co-Med te spreken, maar die zorg moet ernatuurlijk ook wel zijn. De NZa houdt toezicht op de zorgplicht. Hetafspreken van omzetplafonds is nou juist een van de mogelijkheden vanzorgverzekeraars om op betere beschikbaarheid en toegang te sturen.Omzetplafonds kunnen namelijk een effectief middel zijn om passendezorg te realiseren, maar kunnen ook gebruikt worden om de bestaandezorgcapaciteit beter te benutten. Zoals ik eerder al zei: als verzekerden niettijdig terechtkunnen bij de zorgverlener van hun voorkeur, kan dezorgverzekeraar bemiddelen bij zorgaanbieders waar de zorgcapaciteitnog niet volledig benut wordt. Ik zie de wenkbrauwen al gefronst worden,dus daar hebben we het zo nog over.Ten aanzien van het contracteerproces vroegen mevrouw Jansen enanderen of ik het ermee eens ben dat verzekerden hun beslissing mogelijkuitstellen vanwege de onvolledige contracteringsdata in de eerste weken.Het gaat er dus om dat verzekerden nog niet genoeg weten over wat deverzekeraar heeft vastgelegd. Eigenlijk heb ik geen aanwijzingen dat eengroot deel van de verzekerden de beslissing uitstelt omdat nog nietbekend is over welke zorg al dan niet is gecontracteerd. Maar een deel vande verzekeraars – zo’n 20%, weten we uit ACM-onderzoek – wordt hiernatuurlijk wel door beïnvloed. Dat onderstreept onze ambitie om deinformatievoorziening over gecontracteerde zorg nog tijdiger en beter temaken. We weten ook dat sommige verzekerden hun beslissing pas aanhet eind van het kalenderjaar nemen. Vaak oriënteren ze zich dan in deweken daarvoor. Het is heel belangrijk dat verzekerden weten wat deconsequenties zijn voor de vergoeding als er nog geen contract isafgesloten. De zorgverzekeraars moeten sinds het afgelopen overstap-seizoen uniforme informatie verstrekken over welke zorg wel en nietgecontracteerd is en wat de consequenties hiervan zijn. Onderzoek doorzorgverzekeraars heeft aangetoond dat deze verduidelijking verzekerdenheeft geholpen in hun keuzeproces maar dat er zeker nog verbetermoge-lijkheden zijn. Die moeten ook worden ingezet. En ik zeg het nog maar eenkeer: je oude zorgverzekering moet je uiterlijk 31 december opzeggen,maar dan heb je nog tot 1 februari om een nieuwe zorgverzekering tekiezen, die dan met terugwerkende kracht ingaat.Dan was er een vraag, die eigenlijk hetzelfde is, ook van mevrouw Jansen,die zei dat er onvoldoende informatie is om de kosten die je mogelijk zelfmoet betalen, af te wegen tegen de meerkosten van een verzekering dieeen hogere vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg biedt. De infor-matie over de kosten van niet-gecontracteerde zorg moet echt nog beter.Dat kan ook. In het IZA zijn expliciet afspraken gemaakt over het verbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126526 teren van deze informatie. Die stappen hebben aanbieders en verzeke-raars de afgelopen periode ook al gezet, al vraagt dit nog langer inzet vanalle partijen.Daarnaast heeft Equalis in opdracht van VWS een inventarisatie enverkenning uitgevoerd naar de huidige informatieverstrekking. Die laateen aantal aandachtspunten zien. Dat betreft met name de informatiever-strekking door zorgaanbieders zelf en vergelijkingssites. In lijn met debevindingen van dat rapport focus ik me samen met de IZA-partijen op delopende trajecten, zoals de verbetering van de kernboodschappen, dejaarlijkse publieksvoorlichting vanuit VWS en het voornemen van de NZaom de Regeling transparantie zorgaanbieders aan te passen. Dat metelkaar moet verzekerden steeds beter in staat stellen om een goedgeïnformeerde keuze te maken voor een zorgverzekering.De datum van 12 november als deadline voor het afronden van contrac-tering zou ik afdwingbaar en handhaafbaar moeten maken. Heel eerlijkgezegd ben ik er niet zo’n voorstander van om die limiet wettelijk vast teleggen, want er ontstaat werkelijk een risico voor het gelijke speelveldtussen zorgaanbieder en verzekeraar. Dat kan een risico vormen voor debetaalbaarheid maar uiteraard ook voor de kwaliteit en toegankelijkheidvan de zorg, want als je zegt dat 12 november hard is, dan kan het zijn datzorgaanbieders wachten tot die dag waarop de zorgverzekeraars verplichtgecontracteerd moeten hebben en dan kunnen de zorgaanbieders zeggen:dit ligt er op tafel; je hebt het maar te accepteren. Maar dat is natuurlijkeen heel onderhandelingstraject, dat ook belangrijk is voor de balans. Wewillen wel dat de informatieverstrekking gedurende de overstapperiodeduidelijk en bruikbaar is voor de verzekerden.Dus het is wel het doel van partijen om steeds meer binnen die contourenvan 12 november, de start van het overstapseizoen, het contracteerproceste organiseren. Zoals gezegd is in het IZA ook afgesproken dat dat betermoet en dat er ruim voor het einde van het jaar duidelijkheid moet zijnover welke zorg wel en welke niet gecontracteerd is, maar de partijenzetten vooral in op een verbetertraject, dat ook al zijn vruchten begint af tewerpen. Het afgelopen contracteerseizoen is het namelijk aanzienlijk beteren tijdiger gegaan. We zijn er nog niet. Hoewel het beter ging, wil ik nietzeggen dat we er zijn, dat het helemaal goed is. Maar het gaat wel degoede kant uit. Verzekerden waren er ook eerder mee bekend welkezorgaanbieder met welke zorgverzekeraar een contract had afgesproken.Daar past de vraag van de heer Claassen bij. Hij informeerde hier ooknaar. Daar kan ik eigenlijk op aansluiten met het antwoord dat ik zojuistgaf.De PVV-fractie heeft bij monde van de heer Claassen aangegeven dat menblij is met de handhaving van de zorgplicht. Maar zo’n maatregel die deNZa heeft gemaakt, wordt alleen gepubliceerd nadat er zes maanden geenverbetering te zien is geweest. Waarom wordt er niet meteen inzichtgegeven? De NZa heeft een zelfstandige bevoegdheid voor toezichthou-dende onderzoeken. Ook ik krijg van de NZa geen informatie over omwelke zorgverzekeraars het gaat en welke maatregel er is getroffen. Diemaatregelen, als die aan de orde zijn, worden namelijk alleen met deonderzochte zorgverzekeraars zelf gedeeld. Zo kunnen zij hun gedragverbeteren zonder dat ze meteen negatief in de publiciteit komen. Dat vindik toch wel belangrijk, want zo werkt het met toezicht. Ik zie de resultatenvan de NZa vooral als een signaal dat ook zorgverzekeraars hun beenmoeten bijtrekken om de medisch-specialistische zorg en de ggztoegankelijk te houden, ook in de toekomst. Maar zoals ik al zei, is het ookbelangrijk dat die zorg dan wel beschikbaar is, zodat de zorgverzekeraarshun zorgplicht na kunnen komen. Het is goed dat de NZa daar stevig optoeziet, want dat ondersteunt onze gezamenlijke opgave.Ik ben bijna door het eerste blokje heen, voorzitter. De andere zijn korter,maar hier zijn veel vragen over gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126527 De heer Claassen vroeg ook: is de Minister het ermee eens dat dezorgplicht begint bij voldoende contractering? Ja, contractering isnatuurlijk een heel belangrijk middel om ervoor te zorgen dat aan dezorgplicht wordt voldaan. Maar ik vind niet dat het daarmee begint; datvroeg de heer Claassen. Ik heb daar een paar redenen voor. Contracteringgeldt voor naturapolissen. Voor restitutiepolissen hoeft niet gecontrac-teerd te worden. Er is natuurlijk ook nog sprake van ongecontracteerdezorg. Daarmee kan ook invulling worden gegeven aan de zorgplicht.Kortom, zorgen voor voldoende toegankelijke zorg is niet alleen eenkwestie van ruim inkopen, maar er is ook voldoende aanbod voor nodig.Aanbieders moeten beschikbaar zijn en goede zorg kunnen leveren. Ookmoet er gekeken worden hoe vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Het isvan belang dat in de regio gekeken wordt hoe het beste aan de zorgvraagvoldaan kan worden.Er is nog een vraag over de restitutiepolissen. De heer Claassen vroeg:wie biedt deze nog aan; die polissen verdwijnen. In dit jaar worden er nogvier restitutiepolissen aangeboden. Het omzetplafond geldt inderdaad nietin het geval van een restitutiepolis. Ik zie niet direct risico’s dat het nogverder gaat afnemen, want er is sprake van een ruim polisaanbod. Ik zeghet verkeerd. Ik zie niet direct risico’s in de afname van de restitutiepo-lissen. Er is sprake van een ruim polisaanbod en er is een ruime keuze aanzorgverleners waar de kosten van zorg volledig worden vergoed in debasisverzekering. Ik moedig contractering wel sterk aan, juist omdat deverzekeraar daarmee in het belang van verzekerden en patiënten beter kansturen op passende zorg en op zo min mogelijk versnippering van hetschaarse aanbod.Mevrouw Jansen vroeg of ik het ermee eens ben dat het inkopen vanmeer volume bij zelfstandige behandelcentra kan bijdragen aan hetverminderen van de wachttijden. Nou ja, ik heb net al gezegd dat ook dezelfstandige behandelklinieken een bijdrage leveren aan de toeganke-lijkheid van de zorg. In januari bent u erover geïnformeerd dat we metziekenhuizen, zelfstandige klinieken en zorgverzekeraars afspraken zoudenmaken over de toegankelijkheid van de planbare medisch-specialistischezorg en het terugdringen van de wachttijden. In mijn brief van 4 junidaarover heb ik aangegeven hoe wordt ingezet op het verbeteren van detoegankelijkheid. Uit de meest recente monitor blijkt over de toeganke-lijkheid van zorg in de medisch-specialistische zorg dat de wachttijden insommige regio’s dalen. Er zijn bestuurlijke afspraken gemaakt met deMSZ-partijen over het verbeteren van de toegankelijkheid en hetterugdringen van wachtlijsten. De resultaten van deze afspraken moetenzich de komende tijd in de praktijk gaan laten zien. Dat wachten we dus af.Zodra we daar meer zicht op hebben – daarbij spreek ik voor het minis-terie en niet voor mijn eigen rol – zal de Kamer daarover geïnformeerdworden.Voorzitter. Sommige gecontracteerde klinieken moeten een zorgstopinstellen. Ja, dat is zo. Ik heb al wat gezegd over die omzetplafonds. Ikdenk dat ik het even bij dat antwoord laat.Tot slot. De heer Bushoff heeft ook naar de omzetplafonds gevraagd.Volgens mij heb ik niet veel meer toe te voegen aan wat ik daar zojuist alover heb gezegd.Tot zover dit blok, voorzitter.De voorzitter:Meneer Bushoff heeft daar nog een vraag over.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik heb toch nog enkele vragen bij dit blok. Allereerst zie ik echt wel datbinnen het stelsel zoals wij dat hebben, problemen meestal best goedworden opgelost. Als het voor een verzekeraar loont om gezonde mensente contracteren, wordt er ingegrepen via de risicoverevening metTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126528 constrained regression en wordt een probleem binnen het stelselopgelost. Als we zien dat de informatieverplichting naar patiënten ofconsumenten niet op orde is, dan wordt er ingegrepen door de regelingvan transparantie door zorgaanbieders te verbeteren, zodat er eigenlijkeen vorm van offerteplicht komt. Dus binnen het stelsel kun je verbete-ringen aanbrengen. Ik denk dat er ook echt een kleine verbetering nodig isop het punt van de omzetplafonds. Op dat punt hoorde ik nog geenopening bij de Minister, maar ik zoek wel naar een opening. Als je temaken hebt met wachtlijsten voor een bepaalde behandeling of in eenbepaalde regio, is het toch wel heel gek dat er sprake kan zijn van eenomzetplafond, waardoor je bij een bepaald ziekenhuis of een bepaaldeinstelling die behandeling niet kunt krijgen. Deelt de Minister de analysedat het in het geval van die omzetplafonds in combinatie met eenwachtlijst toch nodig is om daar iets van een verbetering aan te brengenin het systeem zoals we dat nu hebben?Minister Dijkstra:Dat is inderdaad wel een punt waarnaar wordt gekeken. Het is ook nu almogelijk om af te wijken van het omzetplafond dat is afgesproken. Als hetgaat om het omzetplafond dat voor gecontracteerde zorg bereikt is,waardoor er geen toegang meer is voor patiënten, dan kan daarvanworden afgeweken als dat ook niet op een andere manier te vinden is. Indie zin is die mogelijkheid er dus. Ik ben het daar ook erg mee eens, wantik deel uw zorg over die omzetplafonds.De voorzitter:De heer Bushoff in tweede instantie?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Nog even op dit punt. Die mogelijkheid is er inderdaad, maar dat moetdan wel gebeuren in samenspraak met zorgverzekeraars en de betref-fende zorgaanbieder die dat contract heeft. Ik snap best dat er eenreservering zit bij zorgverzekeraars om snel van die afspraak af te wijken.Je ziet dus dat er in de praktijk nog niet vaak gebruik wordt gemaakt vandie mogelijkheid. Je hoort toch wel vaak verhalen van mensen die pasover een aantal weken, in een nieuw jaar bijvoorbeeld, een behandelingkunnen krijgen. Dan zijn zij opnieuw hun eigen risico kwijt, dus het is ooknog onvoordelig voor mensen. Het komt ook voor dat mensen veel verdermoeten reizen. Als die mogelijkheid er is, wordt die blijkbaar nogonvoldoende benut. Wat zouden we kunnen doen om die mogelijkheidbeter te laten werken?Minister Dijkstra:Dat is natuurlijk ook heel erg afhankelijk van om welke zorg het gaat. Ikgaf al aan dat als er geen passende zorg is te vinden, terwijl er eenomzetplafond is bereikt en er nog wel capaciteit is, er zeker eenmogelijkheid is om af te wijken. De heer Bushoff zegt dat dit nog te weiniggebeurt. De zorgverzekeraar heeft natuurlijk wel de zorgplicht. Als er ookop een acceptabele afstand geen andere zorgaanbieder is die diemogelijke zorg waarvoor het omzetplafond is bereikt, kan leveren, dan isdie mogelijkheid er. Ik denk dat het goed is om toch steeds te kijken naarde ratio van het omzetplafond. Ik heb geprobeerd daar zonet al iets over tezeggen. Het is ook een manier om ervoor te zorgen dat er passende zorgwordt geleverd en dat er beter wordt bekeken waar een verzekerde moetzijn voor een bepaalde vorm van zorg. Is dat altijd in de organisatie metdat omzetplafond of kan hij ook naar een andere zorgaanbieder waar datmeer in de rede ligt? Dat is ook het gesprek natuurlijk tussen aanbieder enzorgverzekeraar.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126529 In derde instantie, meneer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik laat dit punt even rusten voor nu. Ik denk dat we nog wel moetenzoeken naar waar de omzetplafonds verbeterd kunnen worden op hetmoment dat er wachtlijsten zijn.Ik wil ook nog even een ander punt aansnijden, namelijk over diehoeveelheid polissen. Ik noemde het net een oerwoud aan polissen. DeMinister gaf aan dat zij niet de juridische mogelijkheden heeft om in tegrijpen op het polisaanbod van zorgverzekeraars. Dat snap ik. Maar deMinister schreef in antwoord op schriftelijke vragen ook dat ze toch metde NZa en de ACM in gesprek gaat om te kijken naar handelingsopties omiets te doen aan vrijwel vergelijkbare polissen. Volgens mij stond dat in debeantwoording die gisteren binnenkwam. Kan de Minister al een tipje vande sluiter oplichten over wat de mogelijke handelingsopties zijn die zegaat verkennen? Of is het een open gesprek over de mogelijkheden? Is eral enige suggestie van wat er zou kunnen?Minister Dijkstra:Ik kan dat op dit moment nog niet zeggen, anders had ik dat graag in debrief willen vermelden. Ik streef er wel steeds naar om zo volledigmogelijk te zijn in de informatie die naar de Kamer gaat, zodat u weetwaar u aan moet denken. Ik vind het heel erg belangrijk dat de ACMdaarbij betrokken is. Die ziet namelijk toe op de hele markt, hoewel ik metde heer Dijk «markt» niet zo’n fijn woord vind voor de zorg; maar daarschieten we niks mee op. Dat is het antwoord op de vraag van de heerBushoff.De voorzitter:Dan denk ik dat we naar het thema Co-Med gaan.Minister Dijkstra:Dan ga ik dat erbij pakken.Voorzitter. Dit is een onderwerp waar wij allemaal met argusogen naarkijken. De heer Krul vroeg hoe ik reflecteer op de situatie bij Co-Med. Laatik vooropstellen dat ook ik geschrokken ben van de signalen over desituaties die daar zijn ontstaan. Ik heb ook het woord «onaanvaardbaar» inde mond genomen over de gang van zaken. Patiënten moeten er namelijkop kunnen rekenen dat ze bij een goede huisarts terechtkunnen. Dat dezorg bij een aantal locaties niet op orde is, vind ik zeer kwalijk. Ik vind hetpijnlijk voor alle patiënten en hun naasten die niet tijdig de juiste zorghebben gekregen, maar ook voor medewerkers die in situaties terecht zijngekomen waar zij niet voor zijn opgeleid. Ik zit op dit moment dagelijksmet de NZa en de IGJ rond de tafel om geïnformeerd te worden over destand van zaken. Dit dossier heeft mijn volle aandacht en ik wil alles doenwat in mijn macht ligt om de continuïteit en de kwaliteit van zorg voorpatiënten te borgen.Wat mij betreft is het belangrijkste op dit moment dat patiënten van debetreffende praktijken toegang hebben tot goede huisartsenzorg. Ik wil,net als u, niets liever dan snel actie ondernemen om de ontstane situatiete beëindigen. Daarvoor moet een zorgvuldig en juridisch correct procesdoorlopen worden. De zorgverzekeraars hebben vanuit hun zorgplicht deafgelopen tijd voorbereidingen getroffen voor als de continuïteit van zorgin gevaar komt. Zoals u hebt kunnen lezen in de media hebben de viergrootste zorgverzekeraars Co-Med in gebreke gesteld. Dat is door dezorgverzekeraars op zo’n manier nog niet eerder gedaan bij een zorgorga-nisatie. De toezichthouders en de zorgverzekeraars hebben me verzekerddat ze boven op de situatie zitten en alles eraan willen doen om te zorgendat patiënten de zorg krijgen die ze nodig hebben. Het is ook eerder alduidelijk geworden en aangegeven door verzekeraars dat zij al langere tijdTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126530 hiermee bezig zijn en eerder ook al een aantal maatregelen hebbengetroffen.De vraag van de heer Dijk aan mij is: wat doe jij nou eigenlijk? Ik hoor deheer Dijk zeggen: zo stellig zei ik het ook weer niet.De voorzitter:Meneer Dijk was net niet correct genoeg om «u» te zeggen. Hij hadeigenlijk moeten zeggen: wat doet de Minister?Minister Dijkstra:Ik heb het totaal niet als niet respectvol ervaren, dus geen probleem. Ikvind ook dat we met elkaar respectvol over deze onderwerpen moetenpraten. Ik kan nog zeggen dat er bij de verzekeraars plannen klaarliggenom de continuïteit van zorg te waarborgen. De toezichthouders hebbenmij ook verzekerd dat zij en de zorgverzekeraars er alles aan doen om hetallemaal zo goed mogelijk te laten verlopen, mocht het onverhoopt toteen faillissement van Co-Med komen.De heer Dijk verzocht mij ook om voor het weekend een brief te sturenover wat het kabinet nu gaat doen. Dat wordt een beetje lastig, en ik zal uuitleggen waarom. Dat zou betekenen dat ik u die brief morgen moetsturen. Het gaat in deze situatie om dagkoersen, dus dan heeft u niet meerinformatie dan wat ik u nu kan vertellen. Natuurlijk wil ik informatie naarde Kamer sturen, maar dat wordt dan eind volgende week, denk ik. Danhebben we meer te melden. Wees ervan verzekerd: elke dag zit ik metdeze toezichthouders en de verzekeraars om tafel om op de hoogte te zijn.Mocht er toch nog iets komen wat noopt tot eerder informeren van deKamer, dan wil ik dat graag toezeggen. Als het blijft bij de informatie zoalswe die nu hebben, dan wilde ik het een week uitstellen.De heer Dijk (SP):Zoals het gaat bij dit soort nieuws, kwam dat tot mijn fractie en hebbenwe daar een set schriftelijke vragen over ingediend. Ik vind het prima alshet volgende week komt. Het liefst had ik het vandaag of morgen, voorhet weekend, gehad. Ik zit er ook zo bovenop omdat mijn partij eigenlijkvindt dat dit te voorzien was. Dat is niet vanuit een soort enormeglazenboltheorie, maar wij hebben dit probleem meerdere kerenaangekaart, ook met meldpunten en met klachten die binnenkwamen.Door het vaste patroon waarmee Co-Med omgaat met deze situatie, washet voor ons bijna voorspelbaar dat dit de volgende stap zou zijn. Als debrief eind volgende week komt, zou ik daarom wel graag willen dat er eenaantal lessen in kunnen worden opgenomen over hoe we hiermee ommoeten gaan. Het vergrootglas ligt nu op Co-Med, maar er zijn meervergelijkbare praktijken die vaak worden aangestuurd door private-equityinvesteerders. Als we er toch een week bij optellen, dan zou ik hetprettig vinden dat er daarover iets in staat, zodat we volgende keer snellerkunnen ingrijpen. Nu hebben er toch wel behoorlijk veel mensen langetijd onzekerheid gehad en – u noemde het net zelf ook al – veel ellendehiervan ondervonden.Minister Dijkstra:Even een feitelijke opmerking: Co-Med is geen private equity. Dat neemtniet weg dat er privaat geld in zit. Dat is zo in heel veel andere organi-saties in de zorg. Het is dus geen private equity, voordat dat een eigenleven gaat leiden. Maar goed.Even wat betreft de rol van de zorgverzekeraars. Waarom heeft het nou zolang geduurd? Zorgverzekeraar CZ heeft me gisteren bijgepraat en melaten weten dat Co-Med ook bij zorgverzekeraars onder een verscherpttoezicht staat. Dat betekent concreet dat Co-Med wekelijks liquiditeitsprog-noses en bezettingsoverzichten moet opleveren. Zorgverzekeraars voerenstructurele overleggen met Co-Med over de financiële situatie en deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126531 inhoudelijke zaken. Zorgverzekeraars bellen praktijken om de bereik-baarheid en de aanwezigheid van medisch personeel te controleren. Er isdoor de zorgverzekeraars bij zeven praktijken van Co-Med met problemeneerder al ingegrepen. Bij die praktijken is overeengekomen dat de praktijkwordt overgenomen door andere huisartsen of dat de betreffende praktijkgesloten werd. Daarbij werden de patiënten begeleid naar omliggendepraktijken.Voor de huidige praktijken van Co-Med hebben de zorgverzekeraarsnoodplannen klaarliggen voor als de continuïteit van zorg in het gedingkomt. We zien aan de acties van de zorgverzekeraars dat zij erbovenopzitten. Ik moet nogmaals benadrukken dat we dit juridisch heel zorgvuldigmoeten aanpakken, hoe vervelend het misschien ook is. Maar zo werkt hetwel. Dat hebben we zo geregeld, omdat het ook belangrijk is. Anderskunnen er situaties ontstaan die zeer onaangenaam zijn, ook voor depatiënten. Het is wel heel erg van belang dat deze processen op eengoede manier worden doorlopen.Meneer Bushoff vroeg: als er dan wellicht contracten worden stopgezet,zoals verzekeraars hebben gezegd, wat betekent dat dan voor depatiënten? Ik hoef niet te herhalen dat mensen recht hebben op zorg. Dusdaar moet de zorgverzekeraar voor zorgen. Met betrekking tot de situatievan Co-Med is het juist belangrijk dat zorgverzekeraars de patiënten dannaar andere huisartsen kunnen doorgeleiden. Dat zijn eigenlijk de vragendie ik hierover heb gekregen.De voorzitter:Meneer Krul had ook een vraag.De heer Krul (CDA):Die had ik ook al gesteld. Die ging over de overnames. U mag eeninterruptie wegschrijven, voorzitter, want ik ga heel kort citeren uit debrief. De Minister schrijft voor de uitwerking van de moties van ledenBushoff en Van den Berg en later voor de motie van het lid Jansen dat zijhet niet wenselijk vindt dat gedurende een lopend onderzoek naar eenbetrokken partij fusies worden voorkomen. Dat zou een onwenselijkeinbreuk zijn op het eigendomsrecht. Als we vinden dat mensen zorgmoeten krijgen, dat we moeten voorkomen dat die pijnlijk situatiesplaatsvinden, dan zou het toch logisch zijn dat we de NZa de instrumentengeven om tijdens een onderzoek naar een partij te stoppen dat zo’n partijals wildgroei zich verder verspreidt? Dat is wat hier gebeurd is. Dat is tochgeen onredelijke gedachte?Minister Dijkstra:Ik kom hier nog even op terug, want ik snap uw vraag heel erg goed. Ikmoet even kijken wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot ditonderwerp.De voorzitter:Was u aan het einde van het blokje Co-Med?Minister Dijkstra:Ja, ik ben aan het eind van het blokje Co-Med.De voorzitter:Dan was er in ieder geval nog een vergeten vraag van mij, maar ik zie ooknog een interruptie van de heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat het heel goed is om nog even op het punt in te gaan dat mijncollega, de heer Krul, aanhaalde. Als we nu niet tot zo’n bevoegdheid voorde NZa komen, zou ik niet helemaal tevreden zijn met hoe de motie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126532 Bushoff/Van den Berg zou zijn afgedaan. Ik wilde nog iets vragen watmisschien ook mee zou kunnen in de brief die de Minister op een latermoment nog gaat sturen. Uit de jaarrekening van 2022 bleek dat Co-Medin dat jaar 1,2 miljoen euro winst heeft gemaakt. Twee of drie wekengeleden werd de jaarrekening van 2023 gepresenteerd en toen hadden zeook weer ruim 1,9 miljoen euro winst gemaakt. Het wordt uit de jaarreke-ningen niet helemaal duidelijk wat er met dat geld gebeurt, laat staan water gebeurt met die winst op het moment dat onderdelen van Co-Medfailliet worden verklaard. Zou de Minister dus in de brief ook mee kunnennemen wat de opties zijn om in ieder geval te voorkomen dat dat geldwegvloeit uit de zorg, mocht Co-Med onverhoopt failliet gaan?Minister Dijkstra:Het hele punt waarom ik dat in de brief geschreven heb, is dat tijdens eenonderzoek nog niet bewezen is dat er daadwerkelijk sprake is vanonrechtmatig handelen of dat de betreffende zorgaanbieder de kwaliteitniet op orde heeft. Daar is juist precies dat onderzoek voor nodig. Als je ernog geen gegevens over hebt en de onzekerheid erover nog groot is,ondanks alles wat er gemeld is, dan zou zonder een stevige onder-bouwing het eigendomsrecht van individuele aanbieders sterk wordenbeperkt. Ik heb dit ook in de brief geschreven. Je moet het traject heelzorgvuldig aflopen. In dit geval is gebleken dat er van alles niet op orde isen daarom hebben de zorgverzekeraars ook ingegrepen. Maar zolang jedaar nog geen tastbaar bewijs voor hebt en je het nog aan het onder-zoeken bent, is het heel moeilijk om wel al maatregelen te nemen dieervan uitgaan dat al is vastgesteld dat het niet goed gaat. Dus dat is deachtergrond ervan. Maar ik ben graag bereid om er nog eens verder mijnlicht over op te steken en er in de brief op terug te komen. Het kan ook zijndat ik dan tot precies dezelfde conclusie kom – dat sluit ik niet uit – maaraangezien u daarnaar vraagt, wil er wel achteraan gaan.De voorzitter:De laatste interruptie van de heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik hoop dat in die brief dan ook nog even ingegaan kan worden op dewinst en wat daarmee gebeurt.Ik heb nog een vraag over het aan de NZa geven van de bevoegdheid omeen overname weliswaar niet definitief tegen te houden maar wel on holdte zetten wanneer er al een onderzoek loopt. Ik denk dat het fundamenteleverschil is dat het in de beantwoording van de Minister lijkt alsof zij ervanuitgaat dat de Kamer bedoelt dat die bevoegdheid ervoor moet zorgen dateen overname volledig gestopt wordt. Nee, wat de Kamer beoogt, is datde NZa de bevoegdheid krijgt om gedurende een onderzoek naar eenovernemende partij een overname tijdelijk on hold te zetten. Dan grijp jedus niet direct in op het eigendomsrecht, want wat je doet, is zeggen«misschien mag de overname alsnog doorgaan, maar wacht even op hetafronden van het onderzoek door de inspectie.» Daarna kan een overnamedus alsnog plaatsvinden. Het is dus een tijdelijke stop en geen volledigeinbreuk op het eigendomsrecht van zo’n instelling, zou ik zeggen.Minister Dijkstra:Zoals ik gezegd heb, kom ik hier graag op terug. Ik vind het een heellogische vraag. Ook gezien de nadruk op de tijdelijkheid zullen we moetenbekijken wat er mogelijk is. Dit heeft ook allerlei juridische aspecten, dusdaar moet ik even meer van weten. Dan kom ik er in die brief op terug.De voorzitter:Voordat we naar het pakketbeheer gaan, heb ik nog een punt. Ik had noggevraagd of het wenselijk en mogelijk is om zorgverzekeraars bij wijze vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126533 spreken tijdelijk een huisartsenpraktijk over te laten nemen zodat dezezorgverzekeraars beter kunnen voldoen aan de zorgplicht die zij hebbenrichting de patiënten van die huisartsenpraktijk.Minister Dijkstra:Deze vraag heeft u inderdaad gesteld, maar heel toevallig zag ik dat eenzorgverzekeraar al digitale huisartsenzorg aanbiedt, juist vanwege hetgebrek aan directe huisartsenzorg soms. Dat kan dus. Dat kan eenzorgverzekeraar doen. Dus als mevrouw Tielen zegt dat dat wenselijk is, isdit een mogelijkheid. Volgens mij heeft een aantal jaar geleden eenandere verzekeraar dit ook al effectief gedaan.De voorzitter:Laten we dan doorgaan naar het mapje pakketbeheer.Minister Dijkstra:Ik begin met de vragen van de heer Krul. Hij had het over fysiotherapie enzei dat het Kwaliteitskader Fysiotherapie niet is ondertekend door defysiotherapeuten die zich verenigd hebben in het KNGF. Ook had hij hetover te lage tarieven die de verzekeraars bieden en de hoge eisen diegesteld worden aan de kwaliteit. Wat is er gebeurd met het onderzoek uit2019? Fysiotherapeuten zijn de toekomst. We hebben het daar al een keerover gehad, bij een mondelinge vraag. Fysiotherapeuten spelen eenbelangrijke rol in de hele beweging naar passende zorg. Daarom is hetkwaliteitskader belangrijk voor het borgen van goede kwaliteit. Ik benbekend met het kostenonderzoek dat heeft geleid tot een constructievedialoog met de betrokkenen. Maar het is niet meer aan mij om daaruit nogconclusies te trekken en maatregelen te nemen. Het is aan een volgendkabinet om afwegingen te maken over de inzet van verdergaandeinstrumenten.De heer Krul vroeg ook hoe de doorlichting van het basispakket oppassende zorg bijdraagt aan de beweging naar passende zorg. Waar staanwe eigenlijk? Welke toetsen zijn er gedaan? Ik heb al aangegeven dat ditbelangrijk is. Beschikbare mensen en middelen moeten we passendinzetten. Ook moeten we alleen zorg vergoeden die werkt en duurzaam is,nu en in de toekomst. Daarvoor hebben we natuurlijk het pakketbeheer,met als doel dat patiënten en cliënten alleen nog effectieve zorg krijgen.Immers, baat het niet, dan schaadt het vaak wél, dat is nou eenmaal zo inde zorg, dus daar moet je voor uitkijken. Met het verbeteren en verbredenvan de toets op het basispakket zetten we daar vol op in. We verbeterende pakketcriteria waaraan zorg wordt getoetst en dit verankeren we inwetten en regelgeving, zo is de bedoeling. We spreken alle partijen aan ophun rol in het pakketbeheer, met als doel om vaker te beoordelen of degeleverde zorg effectief is. Ook faciliteren we extra onderzoek om deeffectiviteit vaker en beter te kunnen toetsen.Dan vroeg de heer ...De voorzitter:Voordat u daartoe overgaat, heeft meneer Krul nog wel een vraag.De heer Krul (CDA):Ik ben een beetje in de war. Is het onderwerp fysio al afgerond? Want wehebben het nu weer over het algemeen pakketbeheer passende zorg.Hebben we het blokje fysiotherapie dan al helemaal gehad?Minister Dijkstra:Ik check even, voorzitter. Nee, ik heb nog meer over fysiotherapie. Dat zalik inderdaad eerst behandelen. Het lag een beetje door elkaar.De heer Krul heeft inderdaad gevraagd of ik kan kijken naar de bredebaten-en-kosteneffectiviteit. Is die te berekenen voor het includeren in deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126534 Zorgverzekeringswet? Het antwoord is helaas dat ik dit nu niet kanberekenen. Maar voor het traject naar een passende aanspraak fysio- enoefentherapeutische zorg, het PAFOZ-traject, brengt het Zorginstituut naarverwachting eind dit jaar een eindadvies uit. Dat behelst ook eenbudget-impactanalyse en een maatschappelijke-impactanalyse van meerfysio- en oefentherapie in het basispakket. In die analyses worden zowelde kosten als de baten voor de patiënt en voor de maatschappij betrokken.Maar op dit moment kan ik er dus nog geen duidelijkheid over geven.Dan vroeg de heer Krul waarom de Kamer eigenlijk niks heeft gehoordover het niet opvolgen van het advies van het Zorginstituut over hetvergoeden van de eerste twintig behandelingen fysio- en oefentherapievoor aandoeningen op de chronische lijst. Ik heb op 8 april per brief latenweten dat het advies van het Zorginstituut betrokken wordt bij debesluitvorming over wijzigingen van de basiszorgverzekering per 2025. Op24 mei heb ik u geïnformeerd over het pakket voor het volgende jaar.Daarin zijn de eerste twintig behandelingen niet opgenomen, omdatdaarvoor geen financiële dekking is gevonden. Dat had misschien weleven wat nader benadrukt mogen worden in de pakketbrief. Het stond erwel in, maar je moest het zien. Het advies van het Zorginstituut blijftstaan, en het is aan een volgend kabinet om hier verder over te besluiten.Om het even toe te lichten: de budgetimpact van de vergoeding van deeerste twintig behandelingen wordt door het Zorginstituut geschat optussen de 95 miljoen euro en de 119 miljoen euro per 2025. Dat loopt danvanaf 2027 op met tussen de 137 miljoen en 182 miljoen per jaar. Daarhebben wij geen dekking voor kunnen vinden. Als het volgende kabinetdat wel kan, hoop ik voor u dat het ook wordt geëffectueerd.Dan kom ik nu wel op de passende zorg.De voorzitter:Maar dan gaat de heer Krul eerst nog een vraag stellen.De heer Krul (CDA):Ik heb twee vragen. Eerst even terug naar het kostenonderzoek. In 2020zijn de resultaten van het kostenonderzoek naar de paramedische zorggepresenteerd. De Minister zegt dat vier jaar daarna de opbrengst is dat ereen constructieve dialoog gestart is. Dat vind ik eigenlijk een beetjeteleurstellend. Kunnen we niks van wat er uit het kostenonderzoek isaangedragen naar de praktijk herleiden? Of is het echt als volgt: wehebben vier jaar lang goed gesproken, maar er is niks toegepast, en ikhoop dat het nieuwe kabinet weer een stap gaat zetten. Is dat een beetjehoe ik het moet lezen?Minister Dijkstra:Dat is wel wat ik gezegd heb, hè. Ik snap heel goed dat dat een lang trajectis, omdat we toch elke keer weer moeten kijken hoe we dit goed kunneninbedden in het pakketbeheer. Ik heb aangegeven dat we de pakketmaat-regelen nu bekend hebben gemaakt. Wij zijn ook onderdeel van definanciële verantwoordelijkheid van het kabinet. Daar moeten wij onzebijdrage aan leveren. Daarom moet ik echt verwijzen naar de afwegingendie een volgend kabinet moet maken over verdergaande instrumenten.Zoals u in het debat in de eerste termijn al met elkaar gewisseld hebt, ishet natuurlijk heel erg belangrijk dat u daar een rol in speelt.De voorzitter:Meneer Krul, in tweede instantie op dit onderwerp.De heer Krul (CDA):Dat is voor mij dan een antwoord. Dan heb ik nog een vraag over hetadvies van het Zorginstituut. Het CDA is zeker niet een partij die steedsmeer in het basispakket wil; wij zijn daar van nature best terughoudend in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126535 Maar ik vind dit echt onverstandig. Fysiotherapie levert namelijk ookontzettend veel op voor mensen die chronisch ziek zijn. Ik vind heteigenlijk echt onbegrijpelijk dat het niet gelukt is om voor chronisch ziekende eerste twintig behandelingen in het pakket op te nemen. Als deMinister zegt «we hebben er alles aan gedaan, maar de afweging was dathet echt niet paste», dan ben ik wel benieuwd of ze daar iets meer overkan vertellen. Want er zijn ook dingen wel opgenomen in het pakket, omhet zo maar even te stellen. Ik ben echt zoekende naar hoe we er toch nogiets aan kunnen doen, want het lijkt ons echt heel onverstandig om hetniet te doen. Zou de Minister er iets meer over kunnen vertellen? Hoe wasdie afweging? Misschien kan de Kamer dan ook nog corrigeren.Minister Dijkstra:Het gaat natuurlijk ook altijd over de adviezen van het Zorginstituut. Hetadvies van het Zorginstituut is hierbij geweest: neem het wel op. Maar hetheeft daarbij ook aangegeven hoe groot de financiële ruimte zou moetenzijn. Er worden altijd afwegingen gemaakt. Bij dit pakketbeheer hebbenwe een aantal maatregelen genomen en hebben we juist zakenopgenomen die over fysiotherapeutische behandelingen gaan. Die warenuit het pakket gehaald, maar die brengen wij terug. Dan moet je inderdaadafwegen wat je wel en niet kunt doen. Uiteindelijk is de keuze hieropgevallen, omdat je fysiotherapie natuurlijk voor een deel in eenaanvullend pakket kunt regelen, maar dat is niet de hoofdreden om dit nuniet op te nemen, want we weten ook wat de kosten zijn voor chronische-zorgpatiënten. De precieze afweging die we hebben gemaakt, kan ik zoniet heel snel reproduceren. Daar wil ik nog wel even naar kijken.Misschien kan ik er in de tweede termijn nog wel iets over zeggen.De voorzitter:Meneer Krul, in derde en laatste instantie op dit onderwerp.De heer Krul (CDA):Is het mijn laatste al, voorzitter?De voorzitter:Nee, maar we doen het in drieën, dus op dit onderwerp.De heer Krul (CDA):Ik begrijp het. Ik zou willen vragen of de Minister bereid is om een brief testuren over het totaalmandje fysiotherapie, dus ook met wat duiding overhet gesprek over het kostenonderzoek, want ik wil daar wel wat meerduiding over. Hoe is het gelopen? Hoe staan we ervoor? En wat kunnenwe eventueel richting de toekomst doen? Ik begrijp dat de Minister dat zelfniet meer gaat doen, maar het zou ons wel helpen als ze daar een briefover kan sturen.Minister Dijkstra:Dat kan. Ik weet niet precies wanneer die er kan zijn. Dat kan ik nietoverzien op dit moment, maar we kunnen daar op een gegeven momentwel wat meer informatie over geven aan de Kamer.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Dijkstra:Dat was de fysiotherapie. Dan kom ik op de passende zorg. De heer Krulvroeg hoe de doorlichting van het basispakket op passende zorg bijdraagtaan de beweging naar passende zorg. O, die heb ik al beantwoord. Weverbeteren de pakketcriteria waaraan zorg wordt getoetst met hetprogramma Verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126536 Daarbij gaat het erom hoe dat wordt afgewogen en verankerd in wet- enregelgeving. We spreken alle partijen aan op hun rol in het pakketbeheer.Dan moet vaker beoordeeld worden of de geleverde zorg effectief is. Wefaciliteren extra onderzoek om dat vaker en beter te kunnen doen.De heer Krul vroeg: waarom start het kabinet niet met het verwijderen vanniet-effectieve zorg? In beginsel is het natuurlijk aan de partijen om zorg teverwijderen of om die, met een deftig woord, te de-implementeren als dieniet effectief blijkt. Dat doen ze ook, onder andere via de implementatie-agenda van het programma en het samenwerkingsverband ZE&GG. In hetIZA is afgesproken dat de-implementatie binnen één jaar aantoonbaar totresultaat moet leiden. Dat is een afspraak die ook binnen dat zojuistgenoemde programma wordt nagestreefd. Daarnaast zet ik vanuit deoverheid in op VVTB. Dat is het verbeteren en het verbreden van hetbasispakket. Ik heb het Zorginstituut gevraagd meer duidingen te gaandoen. Als blijkt dat de zorg niet effectief is, stroomt die uit het basispakket.Ook in dat geval is het aan de partijen om dat door te voeren in depraktijk.De voorzitter:Meneer Claassen heeft een vraag.De heer Claassen (PVV):Sorry dat ik er even in val. Ik heb het natuurlijk wel gevolgd op afstand.Misschien heb ik er straks nog wat andere vragen over. Ik hoor de Ministernu in eerste instantie spreken over passende zorg. Dat doet ook wel watalarmbellen rinkelen. De speciaal gezant Passende zorg, de heer Kremer,heeft geadviseerd om te komen tot een duidelijke definitie van en criteriavoor passende zorg. Volgens mij hebben we die nog niet. Dus ik vind hetook best wel – «gevaarlijk» is misschien wat overdreven – lastig om eenheleboel dingen op te hangen aan passende zorg als we daar nog geenduidelijke definitie en criteria voor hebben. Hoe ziet de Minister dat?Minister Dijkstra:Ik denk dat je kan zeggen dat in het veld over het algemeen heel ergduidelijk is wat passende zorg is. Dat geldt ook wel voor patiënten. Diehebben al eerder in een onderzoek van de Patiëntenfederatie Nederlandaangegeven dat ze soms wel heel veel zorg krijgen die eigenlijk helemaalniet effectief en niet passend is. Dat neemt niet weg dat we wel moetenkunnen uitleggen wat passende zorg is. Daar wordt ook aan gewerkt, ookbinnen het IZA. Het is heel goed dat de speciaal gezant die daarmee bezigis, heeft aangegeven dat het nog verder moet worden uitgewerkt, maar deprincipes en normen van passende zorg staan wel in het Kader Passendezorg. Daar is dus wel een formulering voor, maar die is waarschijnlijk nogte weinig concreet om helemaal goed toe te passen. Daar moeten we duszeker mee verder. Dat is heel belangrijk.De heer Claassen (PVV):De Minister geeft aan dat daar in het werkveld wel ongeveer een beeld bijis, maar wij spreken ook met het werkveld. Recent hebben we nog meteen heleboel disciplines over bepaalde stellingen gesproken. Daarbij vielook de term «passende zorg». Als je dan aan tien zorgverleners vraagt wathun definitie van passende zorg is, krijg je acht verschillende antwoorden.Ik ben er niet van overtuigd dat het werkveld daar een goed beeld bijheeft. Dat is niet erg en dat snap ik ook, omdat de Minister zelf ookaangeeft dat op papier wel wat staat, maar dat dit niet iets is waar je deboel aan kunt verankeren. Ik maak mij er zorgen over dat we nu eenheleboel beleid ophangen aan de term «passende zorg» en dat we dieterm in een heleboel stukken zien terugkomen, maar dat we daar nietfundamenteel met elkaar een duidelijk beeld bij hebben. Daardoor is hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126537 voor de toekomst heel erg lastig om daar beleid op te maken, vind ik. Datwilde ik toch nog even teruggeven aan de Minister.Minister Dijkstra:Dat is ook een hele duidelijke boodschap richting mijn opvolgster omdaarmee aan de slag te gaan. Ik denk namelijk dat het heel goed is om datverder uit te werken. Tegelijkertijd is het natuurlijk een breed begrip,omdat dat voor verschillende disciplines anders is. Het is heel moeilijk omdaar een eenduidige definitie in één zin van te geven. Ik deel dat het heelbelangrijk is dat we allemaal weten waar we het over hebben. Ik merk dathet aan de IZA-tafels, waar ook passende zorg wordt besproken, juist gaatover hoe we dat definiëren en wat dat betekent voor de verschillendedisciplines. Ik was vorige week bij een dialoog over passende zorg in demedisch-specialistische zorg. De verschillende disciplines hebben daarook al debatten over. Dat is goed, want anders kom je ook niet tot eenuitkomst. Ik denk dat als je over de medisch-specialistische zorg spreekt,je moet vaststellen dat passende zorg bij de oncologen misschien ietsanders is dan bij de MDL-artsen; ik noem maar even wat. Die beweging isdus heel erg gaande. Er werd daar met enthousiasme over dit onderwerpgesproken, omdat iedereen voelt dat dit is waar het om gaat. Niemand wilzorg leveren die overbodig is of niet de juiste zorg op de juiste plek is.Uiteindelijk zijn alle zorgprofessionals erop uit om passende zorg televeren. Daarin speelt dus ook het onderzoek van het Zorginstituut om tekijken wat effectieve zorg is. Dit speelt daar ook in mee. Ook het Zorgin-stituut is betrokken bij de dialogen die op dit moment overal plaatsvinden,onder regie van de speciaal gezant passende zorg. Je ziet dat dat een helebelangrijke ontwikkeling is. Ik hoop van harte dat dat doorgaat als hetvolgende kabinet aantreedt. Ik hoop dat er oog voor is dat dit eenongelofelijk belangrijke ontwikkeling is, willen we in de toekomsthoudbare zorg hebben die voor iedereen toegankelijk en van hogekwaliteit is.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Dijkstra:De heer Krul vroeg of ik met het Zorginstituut een agenda wil maken omniet-effectieve zorg uit het pakket te halen. Daar zijn we mee bezig, kan ikzeggen tegen de heer Krul. Ik heb het Zorginstituut deze maand deopdracht gegeven om samen met veldpartijen een maatschappelijkagenderingskader te ontwikkelen. Dat is belangrijk, omdat ik wil dat weons bij pakketbeoordelingen richten op de maatschappelijk meestprangende vraagstukken. Denk aan vraagstukken met grote impact oppatiënten, waar veel kosten mee gemoeid zijn of waar grote vraagtekenszijn over de effectiviteit. Dat agenderingskader kan dan door het veld enhet Zorginstituut gebruikt worden om die belangrijke onderwerpen tebepalen die getoetst moeten worden op effectiviteit. Dat gebeurt dus al.Mevrouw Tielen vroeg naar het open pakket, de open instroom. Ze wilmeer grip op dit proces en vraagt wat mijn visie daarop is en hoe ik dit gaverbeteren. Ik vind het heel moeilijk om dat toe te zeggen, want ik heb ergeen inzicht in. Het past ook niet bij de kenmerken van het open systeem,waarbij nieuwe zorg automatisch het verzekerde pakket instroomt.Automatische instroom betekent dat veranderingen tot stand komendoordat deze voorgeschreven worden in de richtlijn en meegenomenworden in afspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Er werdgevraagd of er bij de afspraken tussen partijen ook gelobbyd wordt. Datzou kunnen, maar dat durf ik niet te zeggen. Mevrouw Tielen zei ook: dankrijg je dat degenen met de grootste mond de grootste kans hebben om inte stromen. Dat vind ik ook niet wenselijk. Maar bij afspraken tussenzorgverzekeraars en zorgaanbieders ga ik er toch heel erg van uit dat alsTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126538 er over richtlijnen wordt gesproken, de feiten, de wetenschap en debestaande kennis daarin meetellen. Dat is mijn antwoord op de vraag.De heer Claassen vroeg: gaat het wel de goede kant op als criteria alsduurzaamheid mede gaan bepalen of er vergoed wordt en hoever gaat datin de toekomst? Wat mij betreft gaat het de goede kant op, want wehebben antwoorden nodig voor maatschappelijke opgaven.Duurzaamheid is er daar een van. Ik heb het Zorginstituut gevraagd om teadviseren hoe personeelsinzet en duurzaamheid ingezet kunnen wordenin en bij het pakketbeheer. De heer Claassen zei dat dat onwenselijk is. Datadvies volgt later dit jaar. Dan kan het meegenomen worden bij deverdere uitwerking van het verbeteren van de toets op het basispakket.We moeten ons wel realiseren dat deze criteria vooral adviescriteria zijn.Het zijn geen wettelijke vereisten, zoals effectiviteit, maar iets watmeegenomen wordt. Op basis van een pakketadvies van het Zorginstituutkan worden besloten of het wel of niet uit het pakket wordt gehaald. Datzal mijn opvolgster doen.Voorzitter. Dan zijn er nog wat overige vragen, maar die gaan eigenlijk ookover het pakket. Er zijn namelijk ook vragen gesteld over mondzorg.Eigenlijk waren het geen vragen; er is meer stelling genomen overmondzorg. Ik kan het ook laten om erop te reageren, hoor. Misschien doeik het toch maar even. Ik snap de reactie heel goed. Pakketmaatregelenzijn vrij grove maatregelen voor een probleem dat bij een deel van deNederlanders bestaat. Ongeveer 500.000 Nederlanders mijden demondzorg om financiële redenen. Pakketmaatregelen zullen niet iedereenbereiken en kennen volumerisico’s waardoor de zorgpremie zal stijgen.Het is aan het nieuwe kabinet om deze maatregel te wegen. Ik heb wel aanhet Zorginstituut gevraagd om ook een pakketadvies te geven overmondzorg, zodat het volgende kabinet daar zijn voordeel mee kan doen. Ikheb het dus wel voorbereid, maar ik ga er niet meer over.Voorzitter, als u mij toestaat. Er is eerder, tijdens het verzamelwetdebatvan 21 maart, aan mij gevraagd: hoe zit het met de financiële impact vande opname van kinderbrillen in het basispakket? Dat is een onderwerp vande heer Bushoff. Hoewel hij daar nu niet op teruggekomen is, heb ik medaar wel op voorbereid. Ik wil het toch even kwijt, want ik denk dat hetgoed is om het te noemen. Ik heb toen gezegd: ik kom terug op definanciële impact daarvan. De zorg moet voldoen aan pakketcriteria, wildie worden opgenomen in het basispakket. Brillenglazen komen op eenaantal uitzonderingen na niet voor vergoeding in aanmerking. Degedeeltelijke vergoeding van brillenglazen met een sterkte vanaf -6 voorkinderen tot 18 jaar is een van deze uitzonderingen. Ik vind het belangrijkom voorop te stellen dat een positief advies van het Zorginstituut nodig isvoor opname van alle brillenglazen voor kinderen in het basispakket. Datkan niet alleen maar op basis van een indicatie van de kosten. De zorgwordt dan door het Zorginstituut getoetst aan álle pakketcriteria, dus aaneffectiviteit, kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid.Het is ook belangrijk om aan te geven dat het heel ingewikkeld is geblekenom de juiste cijfers te vinden, simpelweg omdat die niet ergens geregis-treerd zijn. Maar op basis van CBS-cijfers, zelfrapportages en cijfers uit deGIPdatabank van het Zorginstituut heb ik een grove schatting van dedaadwerkelijke kosten. Die deel ik met flinke slagen om de arm met u. Deschatting van de kosten voor opname in het basispakket is ergens tussende 55 miljoen en 182 miljoen structureel. Dan gaat het over de glazen. Hetis zonder montuur. Die schatting gaat ervan uit dat met name kinderenieder jaar een nieuwe bril nodig hebben. Dat is wat ik u kan zeggen. Ik hadbeloofd om daarop terug te komen. Dat is de financiële impact. Bij dezen.De voorzitter:Dan gaan we naar het mapje met de overige vragen en onderwerpen.Minister Dijkstra:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126539 Ja. Ik ga naar de vraag van de heer Bushoff: wat betekent het als demaximering van de eigen bijdrage voor geneesmiddelen niet wordtverlengd, en wat kost dat? Die eigen bijdragen worden namelijk totvolgend jaar gemaximeerd op € 250, maar voor de periode daarna heeftdit kabinet geen plannen gemaakt. Dit is op zich positief voor degebruikers van extramurale geneesmiddelen. Voor de jaren daarna is hetaan mijn opvolger. Niet verlengen zou betekenen dat 75.000 verzekerdenmeer dan € 250 zouden betalen. In totaal zou elk extra jaar maximeringvan de eigen bijdrage voor geneesmiddelen op macroniveau jaarlijks ruim50 miljoen euro bedragen. Uiteraard is dit bedrag berekend op basis vande huidige cijfers. Dit bedrag komt dan uiteraard boven op de eigenbijdrage van € 250 per patiënt. Het meerdere kan in individuele gevallenbeperkt blijven tot enkele euro’s, maar het kan ook oplopen tot enkelehonderden euro’s per kalenderjaar. Er zitten ook uitschieters bij naarduizenden euro’s per jaar. Het huidige demissionaire kabinet heeft juistvoor de maximering gekozen om dit soort enorme uitgaven voorpatiënten te voorkomen.De heer Dijk vroeg: wanneer komt de Minister met een reactie op hetrapport van de RVS? De vorige Minister van VWS heeft in oktober 2023 alaan uw Kamer laten weten dat hij de reactie op het RVS-advies gezien dedemissionaire status van het kabinet overlaat aan een volgend kabinet.Daar kan ik mij alleen maar bij aansluiten. Ja, in oktober waren we aldemissionair. Het is niet te geloven, maar het is zo.De heer Bushoff vroeg hoe ik aankijk tegen de route via de gemeente ommondzorgmijding te verminderen. De heer Bushoff wijst op de verschillendie je dan kan krijgen per gemeente. Hij vraagt ook hoe het zit metcompensatie voor gemeenten. In het eindverslag dat uw Kamer heeftontvangen, staat beschreven dat het wenselijk is om juist tot landelijkemaatregelen te komen, bijvoorbeeld een landelijke financiële regeling,hernieuwde aandacht voor mondgezondheid in de publieke gezondheiden aandacht voor de spreiding van capaciteit en opleidingen. De route viagemeenten kan natuurlijk voor de korte termijn wel bijdragen aan hetverminderen van het probleem, bijvoorbeeld door de inzet van degemeentepolis en het opzetten van compassienetwerken. Er looptoverigens hiervoor een pilot bij veertien gemeenten. Bij die pilot is ookDokters van de Wereld betrokken. Er wordt dus aan gewerkt. Er wordtnaar gekeken, maar uiteindelijk is het wenselijk om het landelijk teregelen.De heer Claassen vroeg mij: hoeveel geld zetten verzekeraars komend jaarin voor hun reclames, en kan de Minister de Tweede Kamer daaroverinformeren met een brief? Dat wordt best lastig, want hoeveel ze gaaninzetten is nog niet bekend. We weten wel dat in het afgelopen jaar, 2023 –ik heb daar informatie over van 85% van de sector – verzekeraars minderdan € 2 per premiebetaler uitgegeven hebben aan reclamekosten. Dat isongeveer 0,05% van de gemiddelde zorgkosten per premiebetaler. Meerinformatie kan ik u niet geven, dus ik weet niet of u dan nog steedsbehoefte heeft om dit in een brief vastgelegd te zien. Dit is wat ik u kannoemen.De heer Claassen (PVV):Als de Minister even het rekenmachientje erbij wil gaan pakken en dat danoptelt, vermenigvuldigt, deelt en aftrekt zodat er een bedrag staat, danmag dat in een brief.De voorzitter:Wat is uw vraag, meneer Claassen?De heer Claassen (PVV):Het is een antwoord op de vraag van de Minister, voorzitter. Die vroeg ofik dat in een brief wilde en dan zeg ik: ja, want nu moet ik zelf gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126540 rekenen en daar was ik altijd al heel erg slecht in. Ik wil dat dus graaguitbesteden aan de Minister.Minister Dijkstra:U weet dat ik fantastisch goed ben in rekenen, voorzitter. Het is inderdaadook een kwestie van het zakrekenmachientje erbij halen. Maar als de heerClaassen zichzelf daar niet toe in staat acht, dan kunnen wij dat in een heelkort briefje laten weten, lijkt me. Ik geef hier echter in feite al aan hoeveelhet per premiebetaler is en hoeveel procent van de gemiddeldezorgkosten per premiebetaler het is. Maar we willen best even deoptelsom maken en aangeven wat dan het totaal is. Ik weet nog nietwanneer we voor deze ingewikkelde opdracht in de gelegenheid zijn.De voorzitter:Goed. Had u nog meer vragen, Minister?Minister Dijkstra:De heer Claassen heeft ook een vraag gesteld over de beoordeling van deborstreconstructiefoto’s door verzekeraars. Mevrouw Agema heeft in «21al een motie ingediend over dat die nog steeds visueel beoordeeldworden door zorgverzekeraars en dat dat eigenlijk aan de medischspecialist is en niet aan de zorgverzekeraars. Allereerst heeft de behan-delend arts daar natuurlijk een grote rol. Als ik lees dat de visuelebeoordeling plaatsvindt door zorgverzekeraars, vind ik dat we daar tochwat preciezer over moeten zijn. In dienst van zorgverzekeraars zijnmedische adviseurs. Die zijn BIG-geregistreerd en die vallen ook onder hetmedische beroepsgeheim. Dat wil ik allereerst zeggen. De zorgverzeke-raars hebben de wettelijke taak om te controleren of er sprake is vanverzekerde zorg of onverzekerde zorg. Het gaat dus niet zozeer om eenbeoordeling van de foto. Het gaat erom dat een groot deel van deplastische chirurgie niet onder het verzekerde pakket valt. Dat is hetBesluit zorgverzekering. Daarom werken de verzekeraars met datmachtigingsbeleid. Uit de wettelijke omschrijving van het begrip«verminking» volgt dat een visuele beoordeling nodig is om inderdaad tebeoordelen of sprake is van verzekerde zorg of onverzekerde zorg. Op ditmoment zijn de zorgverzekeraars en de zorgaanbieders, natuurlijk ooknaar aanleiding van de discussie die in de media is gevoerd en waar wehet in de Kamer met elkaar over hebben gehad tijdens een mondelingvragenuur, met elkaar in gesprek om te kijken of dat proces nog anderskan worden ingericht. Het Zorginstituut is daar ook bij betrokken.Dat is mijn antwoord op die vraag. Er wordt gezegd: de zorgverzekeraargaat beoordelen. Nee, de zorgverzekeraar gaat niet beoordelen. Dat doetde medisch adviseur, die een beroepsgeheim heeft. Daaruit volgt dus ookdat daar verder geen informatie over wordt gedeeld met wie dan ook.De heer Claassen (PVV):Twee dingen. Ten eerste heeft het te maken met toch iets van vertrouwen.Als een behandelaar weet wat de richtlijnen zijn, moet je ook erop kunnenvertrouwen dat klopt wat de behandelaar aangeeft. Mocht dat uiteindelijkeen keer niet kloppen, dan moet er een goed gesprek gevoerd worden.Maar het gaat eigenlijk veel dieper. Het gaat erom dat er in bepaaldegevallen – dat zijn er geen honderden – aan een mens, in dit geval eenvrouw, want vrouwen hebben borsten, wordt gevraagd om foto’s temaken. Ik probeer me daarin te verplaatsen. Als je in zo’n situatie verkeerten je wordt toch weer opnieuw gevraagd om een foto te maken dieopgestuurd moet worden ... Ik weet ook wel dat er niet een of anderepennenlikker van de zorgverzekeraar naar gaat zitten kijken en dat het ookwel iemand is met een medische achtergrond; dat snap ik allemaal wel.Maar het gaat erom dat iemand ermee geconfronteerd wordt. Dat vind ikhet allerbelangrijkste. Dat zou niet moeten. We hadden volgens mij ookTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126541 met elkaar afgesproken dat dit zo zou zijn. Ten tweede gaat het ook oververtrouwen. Vertrouwen is in een heleboel andere situaties een dingetje,waardoor we met een heleboel procedures worden opgezadeld binnen dezorg. Ik zou daar toch nog een korte reactie van de Minister op willen.Minister Dijkstra:Ik ben het helemaal eens met de heer Claassen dat het heel erg belastendis voor een vrouw die in deze situatie verkeert. Toch kan ik me voorstellendat er momenten zijn waarop dat toch nog een keer moet wordengecontroleerd. Maar ik vind het ook heel erg goed dat de zorgaanbiedersen de zorgverzekeraars in samenspraak met het Zorginstituut ernaarkijken in hoeverre je die belasting voor vrouwen kunt verminderen. Opzich is het zo dat de arts voor en na de behandeling foto’s heeft gemaakt.Dan kan een van die foto’s worden voorgelegd aan de medisch adviseurvan de zorgverzekeraar en hoeft de vrouw niet zelf opnieuw foto’s temaken. Ik kan me er wel in verplaatsen. De heer Claassen zegt het heelmoeilijk te vinden om zich erin te verplaatsen, maar ik kan me er heelgoed in verplaatsen en ik kan me ook heel erg goed verplaatsen in debelasting die het zou zijn als de foto’s zijn opgestuurd en de zorgverze-keraar opnieuw zou vragen «nou, ik moet toch nog een andere fotohebben». Ik denk dat het heel belangrijk is dat dit zo veel mogelijkvoorkomen wordt. Eigenlijk zou ik dat helemaal willen voorkomen. Datmaakt dat de behandelend arts extra zorgvuldig moet zijn met het makenvan de foto’s die hij of zij zelf voor en na de reconstructie heeft gemaakt ofop het moment dat een vrouw terugkomt en zegt: «Deze reconstructie ishelemaal misgelopen. Ik ben verminkt. Wil je me heropereren?» Het kanook zijn dat die vrouw bij een andere plastisch chirurg terechtkomt. Danmoeten er sowieso foto’s gemaakt worden. Ik zou er enorm voor willenpleiten dat die foto gebruikt wordt. Volgens mij is dat ook het geval. Als ervrouwen zijn met andere ervaringen, dan is dat niet goed gegaan, maar ikheb begrepen dat dit om incidenten gaat en dat dit niet structureel is. Datis het enige wat ik daarover kan zeggen.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Dijkstra:Voorzitter. Ik begin een beetje door mijn vragen heen te raken. De heerKrul vroeg naar overnames als er een onderzoek is naar een zorgaan-bieder. Die hebben we al behandeld. We hebben dit net gedeeld in hetrelaas over Co-Med.Ik zie dat ik hier nog een vraag van mevrouw Tielen heb. Ik weet niet of dieover Co-Med gaat, maar mevrouw Tielen heeft mij gevraagd hoe ik de rolvan verzekeraars zie om tijdelijk een grote rol te spelen voor hetwaarborgen van de continuïteit van zorg. Nee, dat was de vraag die ik niethad behandeld bij Co-Med. Maar daar heb ik een antwoord op gegeven.Mevrouw Tielen vroeg ook naar mijn acties om de afstemming rondomwachtlijstbemiddeling te laten verbeteren en hoe ik kijk naar het opnemenvan bestuurlijke boetes bij het niet naleven van de zorgplicht. Ik heb vooreen deel al aangegeven dat in het IZA zorgverzekeraars en -aanbiedersheel nauw samenwerken om de kwaliteit, actualiteit en transparantie vandata over wachttijden te verbeteren. Ze hebben afgesproken dat zewerken aan een betere informatievoorziening richting patiënten over demogelijkheid van zorgbemiddeling, via zowel de aanbieders als deverzekeraars. Als het gaat over de bestuurlijke boete, is de NZa bevoegdom een bestuurlijke boete op te leggen bij overtreding van onder meerverscheidene normen omtrent de naleving van de Zorgverzekeringswet.Voor de zorgplicht bestaat geen bevoegdheid om een bestuurlijke boeteop te leggen omdat de zorgplicht een open norm is, waardoor hetopleggen van een bestuurlijke boete geen passend instrument is. Maar deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126542 NZa concretiseert bij door haar geconstateerde tekortkomingen in dezorgplicht de te nemen maatregel in een aanwijzing aan de zorgverze-keraar. Als de zorgverzekeraar niet tijdig aan die aanwijzing voldoet, dankan de NZa een last onder bestuursdwang dan wel een last onderdwangsom opleggen dan wel dit ter openbare kennis brengen. Deuitvoering van het toezicht van de NZa op de rechtmatige uitvoering vande Zorgverzekeringswet door de zorgverzekeraars maakt onderdeel uitvan de afstemming die ik met de NZa heb. Daar valt ook onder hetevalueren of het instrumentarium ter handhaving van de zorgplichtvoldoende is. Dan wijs ik er ook even op dat als het gaat om sommigeaanbieders, ook in de eerstelijnszorg, de NZa en de IGJ inderdaad eerdereen rapport hebben gemaakt waarin ze al aangaven dat ze soms vindendat ze niet voldoende handvatten hebben om te handhaven. Met elkaarkijken zij nu hoe dat kan worden verbeterd en wel mogelijk gemaakt kanworden. Daar zullen waarschijnlijk ook wettelijke wijzigingen voor nodigzijn.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Ik zie het, maar er is nog een vraag van meneer Krul.De heer Krul (CDA):Nog een algemene vraag. De Minister heeft best vaak in het debat gezegd:demissionaire status. Dat klopt. Sterker nog, het duurt nog maar heeleven. Maar specifiek omtrent het pakket geldt dat er voor 1 juli wel watmoet liggen. Ik ben een beetje zoekende of de Minister bereid is om tekijken naar voorstellen vanuit de Kamer, mochten die volgende weekgedaan worden in een plenair debat. Met andere woorden, is de Ministernog wel bereid om missionair op te treden op het moment dat wij metvoorstellen komen? Het moet nu eenmaal voor 1 juli. We kunnen nietwachten op het volgende kabinet.Minister Dijkstra:Dat snap ik. Ik wil daar graag naar kijken, maar dan moet er wel dekkingzijn. Met ongedekte moties voor wijzigingen in het pakket kan ik niks – laatik het zo maar formuleren. Anders kijken we ernaar en hebben we heterover.De voorzitter:Goed. Dat betekent dat we aan het einde zijn gekomen van de eerstetermijn. We gaan gezwind door met de tweede termijn. Ik geef de heerDijk het woord.De heer Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden dit keer. De discussie overCo-Med, waar we natuurlijk mee begonnen en waar ook uitgebreid op isgeantwoord door de Minister, heeft überhaupt te maken met de staat vande huisartsenzorg in Nederland an sich. Die maakt het mogelijk dat ditsoort «prijsvechters», om ze gekscherend zo te noemen, zich in dezemarkt prijzen. Volgens mij moet er meer gebeuren, maar dat is ook aaneen volgend kabinet. Ik denk dat het goed is dat ook de Kamer met ideeënkomt. Wij hebben daar in ieder geval zelf als partij ook plannen voor.In mijn eerste termijn heb ik het gehad over mondzorg en over chronischzieken die de dupe te dreigen te worden. Ik heb andere partijen gehoordover het vereenvoudigen van het stelsel. Ik heb vragen van de PVVgehoord over stoppen met reclames en over de kosten van het overstap-circus. Ik heb het CDA gehoord over het toevoegen van bepaalde vormenvan fysiotherapie aan het pakket. Volgens mij zijn dit allemaal ideeën waarwij voorstellen voor kunnen doen. De Minister zei net heel terecht dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126543 kan zolang er nog een dekking bij geleverd wordt. Dus dat zullen we ookgaan doen. Daarom vraag ik ook een tweeminutendebat hiervoor aan.De voorzitter:Dan begrijp ik dat u dat volgende week wilt houden, voor 1 juli. Ik ga uvragen om dat dinsdag bij de regeling te doen. Dat moet u dan zelfeventjes doen. Dat is inclusief stemmingen.De heer Dijk (SP):Dat is goed.De voorzitter:Oké. Meneer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Op het punt van Co-Med en de opkomst vancommerciële partijen en private-equitypartijen die hun intrede doen inonze publieke voorzieningen hebben we de nodige gedachtes gewisseld.Het stemt mij best positief dat een grote meerderheid in deze Kamer enook in dit debat toch zegt: we vinden de praktijken die we hier zieneigenlijk totaal ontoelaatbaar, dus laten we met voorstellen komen die hetvoor dit soort partijen alleen maar moeilijker maken om zich in onzepublieke voorzieningen te begeven. En waarom vind ik dat positief?Omdat dit soort partijen zelf aangeven dat hoe moeilijker we het voor zemaken, hoe minder aantrekkelijk het voor ze wordt en hoe minder ze zichook in die publieke voorzieningen begeven. Ik denk dat het een heel goedeontwikkeling is als we die weg verder bewandelen. We komen dus ook zelfmet een aantal voorstellen daarop, zoals ik al eerder zei.Ik vind het wel prettig als de Minister de brief die ze heeft toegezegd nogaan de Kamer stuurt en daarin ingaat op het creëren van de bevoegdheidvoor de NZa om tijdelijk een overname, met nadruk op «tijdelijk», in iedergeval on hold te kunnen zetten. Ik denk dat het ook prettig is als deMinister in die brief even ingaat op de vraag die ik stelde – die is nogblijven liggen – over de winst die gemaakt is door Co-Med: 1,2 miljoen in2022 en ruim 1,9 miljoen, bijna 2 miljoen euro, in 2023. Wat gebeurt ermet dat geld? Dat werd mij niet helemaal duidelijk uit de jaarrekeningendie ik heb opgevraagd en bekeken. Ik denk vooral dat het onduidelijk iswat er met dat geld gebeurt als onderdelen van Co-Med failliet wordenverklaard of Co-Med als geheel failliet wordt verklaard. Wat gebeurt er danmet dat geld, met die winst die in het verleden is gemaakt? Fijn als deMinister ook daar nog op in kan gaan in die brief.Voorzitter. Verder dank ik de Minister voor de antwoorden op vragen die ikdit keer niet heb gesteld, maar eerder wel over het vergoeden van brillenvoor kinderen. Ik ben ook erg blij met de volledige informatie over diemaximale vergoeding bij geneesmiddelen en de maximering die afloopt.Ik denk dat dat heel prettige informatie was voor ons als Kamer en dat dieons noodzaakt om daar iets mee te gaan doen, zodat mensen nietonnodig op enorm hoge kosten worden gejaagd.Ik sluit af door nog mijn dank uit te spreken aan deze Minister voor haarinzet van de afgelopen tijd. Ik deed het al eerder plenair, dus ik doe het ditkeer heel kort. Ik denk dat dit keer echt de laatste keer is ... O, nee. Wehebben nog een tweeminutendebat.De heer Dijk (SP):Ik snap niet wat je aan het doen bent. Dat moet je echt de laatste keerdoen, hè.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik doe het gewoon drie keer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126544 De voorzitter:Goed. We gaan naar de tweede termijn van mevrouw Jansen. Die zietdaarvan af. Dan de heer Claassen.De heer Claassen (PVV):Dan moet ik eerst vragen aan mevrouw Jansen of ik haar notitie heel evenmag gebruiken. Van het rekensommetje.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ja. Even heel snel.De voorzitter:Uw tijd is ingegaan, meneer Claassen.De heer Claassen (PVV):Dat maakt niet uit. Ik ben zo klaar. Ik ga voor de rest niet zo heel veel doen.Er zit naast mij een rekenwonder. Het kan helemaal mis zijn, maar als jeheel basaal zegt dat alle Nederlanders van 18 jaar en ouder premiebetalen en daar dan de percentages op loslaat, komen wij uit, kom ik uit –zal ik «ik» zeggen? – op bijna 30 miljoen euro.De voorzitter:Bedankt, meneer Claassen. Meneer Krul.De heer Krul (CDA):Daar zou ik me nou nooit aan branden, maar goed. Nee, hoor. Ik ga nietreageren op wat de heer Claassen buiten de microfoon zegt. Ik heb tweepunten aangesneden in de eerste termijn: passende zorg en fysiotherapie.Ik dank de Minister voor de heldere beantwoording, hoewel die niethelemaal naar tevredenheid is. Dat is het gelukkig zelden, zeg ik maar. Eris altijd nog genoeg werk te doen.Ik heb nog één ding. Het is een beetje flauw en ongebruikelijk, maar ik gahet toch doen. Ik hoef er ook nu geen antwoord op. Ik ga een nieuwonderwerp aansnijden, heel kort, waar ik gewoon geen tijd voor had. Ikvraag de Minister of ze misschien later een brief kan sturen om hierop tereflecteren. Dat onderwerp is migraine. Dat wilde ik heel graag een keerbehandelen, maar dat is niet gelukt. Er heeft een brief gestaan in het ADvan de patiëntenvereniging Hoofdpijnnet. Die hebben een oproep gedaanom eens wat vrijer te kijken naar de mogelijkheden om migraine tebestrijden. Het is gewoon een heftige hersenziekte. Je moet nu achtmigrainedagen per maand hebben en vijftien dagen hoofdpijn om inaanmerking te komen voor remmers. Zij hebben een oproep gedaan omdaar vier dagen van te maken. Ik ben benieuwd of de Minister op die briefkan reageren. Dat kan ook later, dat kan ook schriftelijk, maar ik wil dat ertoch nog even bij voegen.Ik dank de Minister voor de heldere beantwoording en voor het goededebat.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie zelf af van mijn tweede termijn. Ik kijk even naar deMinister om te zien hoe veel tijd ze nodig heeft voor haar tweede termijn.Er zijn niet heel veel vragen gesteld volgens mij, nieuwe in ieder geval.Minister Dijkstra:Voorzitter, ik ga proberen om daarop terug te komen.De voorzitter:Harstikke goed.Minister Dijkstra:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126545 Dat wil zeggen, voor zover ik ze goed genoteerd heb. We hebben het evengehad over het tijdelijk on hold zetten van fusies of overnames als er eenonderzoek loopt. Daar ga ik graag op in in mijn brief over Co-Med. Diekomt eind volgende week, denk ik. Ik heb ook gezegd dat als er eerder ietste melden valt, ik uw Kamer eerder zal informeren.De heer Dijk heeft vastgesteld dat er heel veel onderwerpen langs zijngekomen waar de Kamer mee verder kan. Het is ook wel jammer, hoor, alsje je laatste debat als demissionair Minister hebt en steeds moet verwijzennaar een volgend kabinet. Zo werkt het nou eenmaal, maar dat maakt hetdebat natuurlijk iets minder spannend. Dat is nou eenmaal zo.Ik wil graag nog even terugkomen op ... O, ja. Meneer Claassen heeftiemand het laten uitrekenen, ik geloof mevrouw Jansen. Wij hebben hierook even snel de rekenmachine gehanteerd en wij komen op 25,8 miljoen.Nog niet alle data hierover zijn bekend, hè. Wat wij weten, is gebaseerd op85%. Ik vind het wel belangrijk om even te zeggen dat dit de totalereclamekosten zijn van alle verzekeraars per jaar. Dat is dus van allemaal.Althans, van 85% weten we het. De kosten waar u naar vraagt, vallenonder bedrijfskosten. Die komen dus niet uit de premies. Dat wil ik tochmaar even gezegd hebben.Meneer Krul vroeg naar fysiotherapie. Het Zorginstituut adviseert eind ditjaar over de fysiotherapie. Dan wordt uw Kamer uitgebreid verdergeïnformeerd. Dat vindt u al heel traag, maar het wordt nog trager. Daarbijwordt u ook geïnformeerd over het kostenonderzoek. Dat wordt erbijbetrokken. Mooier kan ik het niet maken.Heb ik nu nog wat laten liggen? Nee? Oké.Voorzitter, als ik toch nog even mag. Zo’n tweeminutendebat moet, zekerals het straks vlak voor het zomerreces is, natuurlijk kort zijn. Ik wil heelgraag even de gelegenheid nemen kort iets te zeggen. Kort, want ik hebook maar kort deze functie bekleed: vijf maanden. Ik heb me samen metuw commissie beziggehouden met een aantal uitdagende en mooieonderwerpen. Waar ik mee begin is geen mooi onderwerp, namelijk hetgeneesmiddelentekort. Dat is een complex probleem, waar we vorigeweek nog met elkaar over gesproken hebben. Jammer genoeg zijn daargeen magic bullets, maar ik heb wel gezegd dat ik echt wil dat we dat heelerg voortvarend aanpakken voor zover dat in onze macht ligt. Danpostcovid, waar ik voor al de patiënten blij ben dat we stappen aan hetzetten zijn, zowel op het gebied van onderzoek als op het gebied vanbehandelingen. Ik heb er zelf kennis van mogen nemen in het ErasmusMC hoe voortvarend dat gaat. Het is echt bijzonder met hoeveel passiedaaraan gewerkt wordt. Voor mijzelf: het wietexperiment. Daar heb ik metdeze commissie niet zozeer over gesproken, maar ik heb van dichtbijgezien hoe ondernemers, bestuurders en toezichthouders zich hardmaken om dat experiment tot een succes te maken. Daarnaast hetonderzoek naar en de zorg voor vrouwspecifieke aandoeningen. Want feitis dat de zorg voor mannen en zorg voor vrouwen niet dezelfde is, nietvan gelijke kwaliteit is, en dat is wat mij betreft ontoelaatbaar. Het gaatons allemaal aan, ook de mannen, niet alleen de vrouwen.Voorzitter. Om echt even af te ronden, wil ik graag kort nog even mijndank uitspreken aan deze commissie, ook aan de leden die er niet zijn. Ikheb het echt heel prettig gevonden om met u in debat te zijn. Somshebben we vaak over hetzelfde onderwerp gesproken, maar altijd op basisvan de inhoud. Ik vind het echt heel mooi om te zien dat dat nog steedskan in deze Kamer. Ten tweede wil ik alle ondersteuning hier in dit huisgraag danken, van de commissiezalen tot de plenaire zaal. Ook derestaurantmedewerkers – misschien kan iemand dat overbrengen – wil ikhartelijk danken voor hun stille maar toch onmisbare werk.Tot slot een groot woord van dank richting mijn ambtenaren. Deze tweezijn in beeld, de rest zit elders hier en op het ministerie. Ik vind dat wij echtheel dankbaar mogen zijn in dit land met zulke goede inhoudelijkeambtenaren, de mensen die we hebben werken bij de rijksoverheid. JullieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126546 hebben mij altijd voorzien van scherp gevraagd en ongevraagd ambtelijkadvies over wat wel en niet mogelijk is. Ik heb – dat mag ik hier misschienook wel zeggen – ook steeds gezegd: kijken jullie alsjeblieft naar wat ik welkan in plaats van naar wat ik niet kan; misschien is dat soms wel meer danwe denken. Jullie hebben mij erdoorheen gesleept en ik wil jullie hartelijkdanken.Ten slotte noem ik mijn onmisbare PA, Youri Rijkhoff. Ik weet niet waar hijis. Hij verbergt nu zijn gezicht. Zonder hem had ik deze vijf maanden nietgoed kunnen doorkomen. Hartelijk dank, Youri.Tot zover, voorzitter. Dank u wel voor de gelegenheid om dit even tezeggen.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga een aantal toezeggingen oplezen om zeker te weten datwe dezelfde verwachting hebben.–De Minister informeert de Kamer uiterlijk aan het einde van volgendeweek over de laatste stand van zaken rondom Co-Med en het borgenvan de continuïteit van de huisartsenzorg in relatie daarmee. In dezebrief zal ze ook ingaan op de vragen die door de leden zijn gesteld overhet creëren van een bevoegdheid voor de NZa om overnames teverbieden gedurende een onderzoek naar een overnemende partij, enover wat er kan gebeuren met de winst van Co-Med, of in ieder gevalmet het geld waarover gesproken is.–De Minister zegt toe de Kamer eind dit jaar een brief te sturen waarinzij nader ingaat op de vragen die de heer Krul heeft gesteld overfysiotherapie.–De derde toezegging is dat de Minister de Kamer een reactie stuurt opde brief met betrekking tot migraine. Alleen, daarvoor heb ik nog geentermijn gehoord.Minister Dijkstra:Ik vind het moeilijk om een termijn aan te geven, omdat het een heelnieuw onderwerp is, waar wij ook in voorbereiding op dit debat nog nietnaar hebben kunnen kijken.De voorzitter:Ergens in de komende maanden.De heer Krul (CDA):Ik zou ook bij een procedurevergadering om een kabinetsreactie kunnenvragen. Ik deed het hier, maar meer is het niet.Minister Dijkstra:Oké, dan wachten we dat even af. Dank.De voorzitter:Daarnaast verwachten we meneer Dijk zoals elke dinsdag achter hetspreekgestoelte voor een regeling, in dit geval volgens mij met steun vanmeerdere leden, om nog komende week een tweeminutendebat Zorgver-zekeringsstelsel en de daarbij behorende stemmingen te organiseren.We spreken en zien de Minister inderdaad volgende week nog, maar danzit ik er weer gewoon als woordvoerder bij. Nu misbruik toch even mijnpositie als waarnemend voorzitter van de commissie. Ik denk namelijk datwe heel veel van wat de Minister gezegd heeft, kunnen spiegelen. Het waskort maar krachtig, moet ik zeggen. Ik had de indruk dat u er veel plezieraan beleefde. Dat komt het debat altijd ten goede. Dat komt natuurlijkdeels doordat u hier niet onbekend was, doordat u weet hoe de Kamerwerkt en doordat u begrijpt hoe de politiek hier z’n ding kan doen,gebaseerd op de inhoud maar ook met alle verschillende gezichtspunten.Ik denk dat ik namens de commissie kan spreken als ik zeg dat wij daarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126547 ook plezier aan hebben beleefd. We hebben lang niet allemaal kunnenbereiken wat we graag met u wilden bereiken, maar we kwamen wel altijdtot een goed debat met in ieder geval uitkomsten. Ik denk dat het waardigen gelijkwaardig was, op de manier waarop het overal zou moeten. Dusook namens de vaste Kamercommissie voor VWS hartelijk dank voor detijd die u met ons heeft willen besteden aan het verder verbeteren van degezondheidszorg in Nederland. Ik hoop dat u er ook met plezier opterugkijkt. Als ik zo naar u luister, is dat wel zo. Wij doen dat ook. Ik wensu alle goeds. Maar eerst: tot volgende week!Sluiting 15.39 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126548

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · aa849ef9cbe173a7

14 okt 2026 · 762b0e31b4b4d65a

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingZorgverzekeringsstelsel
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 juni 2024, over zorgverzekeringsstelsel

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.