KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 2 december 2025, over Media

16 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 211d18df0c55e3d9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2025Nr. 157 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 16 januari 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op2 december 2024 overleg gevoerd met de heer Bruins, Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voorhet jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-VIII);–de brief van de voorzitter van de vaste commissie voorOnderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 november 2024inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoordeninzake Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerievan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025(Kamerstuk 36 600-VIII) (Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 18);–de brief van de voorzitter van de vaste commissie voorOnderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15 november 2024inzake beantwoording vragen commissie over de nota vanwijziging inzake Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voorhet jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-VIII-14) en over de invullingvan het OCW-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling(Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 15) (tweede deel) (Kamerstuk36 600-VIII, nr. 35);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 20 november 2024 inzake Mediabegroting 2025(Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 53);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 20 november 2024 inzake transparantie uitgavenlandelijke publieke omroep (Kamerstuk 32 827, nr. 330);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 7 november 2024 inzake agenda audiovisueelaanbod «Verbeelding door inzicht, talentontwikkeling ensamenwerking» (Kamerstuk 36 176, nr. 39);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 7 november 2024 inzake sociale veiligheid en kst-36600-VIII-157ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1571 toezicht culturele creatieve en mediasector (Kamerstuk32 827, nr. 329);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 7 november 2024 inzake publicatie MonitorRepresentatie 2023 (Kamerstuk 30 420, nr. 411);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 25 oktober 2024 inzake inzet lokale en regionalejournalistiek (Kamerstuk 32 827, nr. 326);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 22 oktober 2024 inzake beperking zittingstermijnenbestuurders en toezichthouders omroepverenigingen (Kamer-stuk 32 827, nr. 325);–de brief van de Staatssecretaris Cultuur en Media d.d. 20 juni2024 inzake stand van zaken moties en toezeggingen inzakede investeringsverplichting voor grote streamers (Kamerstuk36 176, nr. 38);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 8 november 2024 inzake stand van zaken biblio-theekstelsel 2024 (Kamerstuk 33 846, nr. 72);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 27 november 2024 inzake evaluatie PersVeilig enbeleid rondom persveiligheid en persvrijheid (Kamerstuk31 777, nr. 56);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 4 december 2024 inzake ontslag en benoeming raadvan toezicht van Stichting NTR (Kamerstuk 32 033, nr. 19).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,VerhoevTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1572 Voorzitter: BeversGriffier: BosnjakovicAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bevers, Ceder, Krul,Martens-America, Mohandis, Soepboer, Van der Velde en Van Zanten,en de heer Bruins, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Welkom aan de mensen op de publieke tribune en aan de mensen diethuis deze behandeling van het wetgevend overleg over het mediaon-derdeel van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap kijken. Hartelijk welkom aan de Minister en zijn onder-steuning. Van de zijde van de Kamer zijn aanwezig: de heer Mohandisnamens de Partij van de Arbeid-GroenLinks, mevrouw Van der Veldenamens de PVV, mevrouw Martens-America namens de VVD, de heer Krulnamens het CDA, de heer Soepboer namens NSC en mevrouw VanZanten namens BBB. Ik verontschuldig de heer Paternotte. Hij is afwezigin verband met ziekte, helaas.Dan even voorafgaand aan het debat de zogenaamde dienstmedede-lingen. We hebben tot vanmiddag 16.00 uur de tijd. Ik zeg daarbij dat ergeen enkele mogelijkheid voor uitloop is, omdat na dit wetgevingsoverleger ook nog een wetgevingsoverleg Sport begint. Daar moet een aantal vandeze collega’s ook bij aanwezig zijn. Dat betekent dat wij daar alert opmoeten zijn met elkaar. De volgorde van de sprekers bij dit wetgevings-overleg is hetzelfde als bij de begrotingsbehandeling, dus eerst degrootste oppositiepartij, dan de grootste coalitiepartij enzovoorts. Hetaantal interrupties aan elkaar is vier. Daar wil ik mee beginnen. Dat heeftook te maken met de tijd. Zoals altijd doe ik een oproep aan u om uwinterrupties kort en bondig te houden en het antwoord niet een herhalingte laten zijn van het volledige betoog, maar echt een antwoord op deinterruptie. Volgens mij heb ik dan de dienstmededelingen gehad. Dan isals eerste het woord aan de heer Mohandis namens GroenLinks-Partij vande Arbeid.De heer Soepboer (NSC):Voorzitter.De voorzitter:De heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Nog een kleine verduidelijkende opmerking. Ik neem aan dat despreektijd, net zoals bij elk wetgevingsoverleg, indicatief is en dat wezeven minuten hanteren. Klopt dat?De voorzitter:Dat klopt. Het is indicatief. Maar vanzelfsprekend is het, zoals bij elkwetgevingsoverleg, aan uzelf. De indicatieve spreektijd voor u is negenminuten...De heer Soepboer (NSC):Dank u wel. Dat wou ik even weten.De voorzitter:... bij voorkeur te verdelen over de eerste en tweede termijn.De heer Soepboer (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1573 Dank u wel.De voorzitter:Meneer Mohandis, aan u het woord.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank u wel. Het is goed dat we elkaar nu spreken over de mediaen het is goed dat we dat nu doen met een nieuwe bewindspersoon. Wehebben nog niet eerder een debat gehad met Minister Bruins.Laat ik beginnen met zeggen dat het echt een gemiste kans is dat dezeMinister de plannen uitstelt, waardoor we de concessieperiode moetenverlengen tot 2029. Ik vind dat een onnodige vertraging. De noodzakelijkehervormingen bij de publieke omroep laten al langer op zich wachten. DeKamer heeft zich er de afgelopen jaren al voor uitgesproken om diehervormingen te versnellen, omdat dat noodzakelijk is. Het is nodig omdatde publieke omroep, regionale omroepen, maar ook commerciëleomroepen en private aanbieders samen sterker moeten staan tegenoversteeds dominantere internationale media-aanbieders. De bezuinigingenvan 100 miljoen en nog een beetje extra – volgens mij bedragen zeinmiddels 107 miljoen – zijn dan weer niet vertraagd. Die gaan in 2027gewoon in. Hoe zit dat? Want het loopt nu niet samen. Waarom wordt hetniet in één keer goed geregeld? Is de vertraging van een jaar per senodig? Er ligt namelijk al heel veel. Er liggen genoeg rapporten: hetrapport-Van Geel, het rapport van de WRR, het rapport van de Raad voorCultuur. Al sinds 2018 stapelen de rapporten zich op. De afgelopen tweejaar hebben we al vaak over een hervorming gesproken, maar die is nogniet aan de Kamer voorgelegd; laat ik het zo maar noemen. Ik vraag medan ook af... Als het kabinet een hele stabiele indruk gaf, zou ik er allevertrouwen in hebben dat we dat allemaal tegemoet kunnen zien, maarwe weten het niet. Dit type vertraging kan er ook voor zorgen dat wemisschien helemaal geen wetsbehandeling gaan meemaken. Dat zou ikeen enorm, enorm gemiste kans vinden.Ik wil de VVD een compliment maken. Zij zijn met voorstellen gekomen,omdat zij wel zien dat we het tempo erin moeten houden. Volgens mij isde Kamer aan zet. Want zoals het nu gaat bij de publieke omroep, met eenbehoudende Mediawet, die niet klaar is voor de toekomst, kan het nietlanger.Voorzitter. Wij deden zelf al eerder voorstellen. Ik zal ze niet allemaalnoemen, want het is best een lange lijst, maar ik zal er wel een paaruitlichten.Laat ik beginnen bij een stabielere financiering. Op het moment dat erbezuinigingen plaatsvinden – ik herinner me dit type debat al vanaf 2012,sinds ik het woord voer over dit dossier – is er altijd discussie over wel ofniet meer reclame. Wij willen niet meer reclame, maar bij elke bezuiniginglaait de discussie weer op. Ook spreken we al langer over een veiligerwerkcultuur. Het rapport-Van Rijn spreekt volgens mij erg voor zich. Ikdenk dat het belangrijk is om dit onderzoek en al die onderzoeken daarnaaan te grijpen om, naast de cultuur die vaak wat moeilijker te veranderenis, steviger in te grijpen in de structuur. Graag een reflectie van deMinister op hoe hij veiligheid meeneemt in de geplande hervorming. Ommedewerkers meer zekerheid te geven binnen een concessieperiode isnog vorig jaar een motie aangenomen: het vaste contract meer als norm,minder flex, minder onzekerheid.Ook het sanctieregime moet duidelijker. Er is in 2020 een motie Kamer-breed aangenomen die helder stelt wie waarover gaat als omroepen overde schreef gaan, bijvoorbeeld als toezichthouders van omroepen over deschreef gaan. Spelregels binnen het bestel moeten worden nageleefd,maar soms is het onduidelijk of de NPO, het commissariaat of de Ministerzelf aan zet is. Laat ik helder zijn: uiteindelijk zullen we toe moeten naarhet volgende. Dat zal dan in die wetswijziging naar voren moeten komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1574 In het rapport-Van Geel wordt ook een advies gedaan om de politieke rolbij het toelaten van omroepen of het uit het bestel gooien van omroepenmisschien niet bij de politiek te beleggen. Is het misschien gezond om opdit punt eens goed te kijken naar de adviezen die het rapport-Van Geelmet zich meebrengt?Ik blijf nog even bij de toezichthouders. Onlangs vertrokken weermeerdere toezichthouders bij Ongehoord Nederland om allerlei walgelijkeuitspraken die ik hier niet zal herhalen. Belangrijk is om in de toekomst teborgen dat de voorzitter van de raad van toezicht van welke omroep ook,niet lid is van de ledenraad. De gedragscode moet scherper en moet watmij betreft wettelijk worden verankerd, zodat helder is dat niemand zichkan verschuilen achter een verenigingsstructuur. Graag een reactie van deMinister. Ook bij de NTR is recent nog naar buiten gekomen dat het zeeronrustig is. De hele raad van toezicht is inmiddels vertrokken naaraanleiding van een tussentijdse uitkomst van een onderzoek naar demediadirecteur.Dus: minder versnippering, minder bestuur, minder overleg, meerinnovatie en een gezamenlijke onlinestrategie. Ook de kerntaken zullenscherper moeten. Daar zullen wij nader op ingaan als de bouwstenenbriefer is.Voorzitter. Ik kan niet ontkennen dat ik steeds meer naar dit dossier kijkdoor de ogen van mijn kinderen. Ik ben opgegroeid met «de televisie»,maar mijn kinderen hebben het over «een grote iPad» die aan de muurhangt. Op die iPad staan allemaal tegeltjes, zodat zij in hun ideale tegelkomen en hun content en media consumeren. Omdat zij het op die manierbeleven en gegidst moeten worden naar programma’s, ben ik steedsmeer tot de overtuiging gekomen dat wij een wet hebben die op heel veelpunten piept en kraakt. Laat ik eentje heel concreet eruit halen: hetdienstbaarheidsverbod, waardoor commerciële, maar ook publieke mediaheel moeilijk met elkaar samenwerken. Ik snap hoe dat artikel tot stand isgekomen. Maar ik zie ook dat als we in het geweld van grote interna-tionale platforms Nederlandse media-aanbieders niet meer samen hunmedia laten aanbieden, we de toekomst niet gaan halen of, erger nog, datkwalitatieve programmering gewoon naar de achtergrond wordtgedrongen. We zien het met due prominence. Er zijn allerlei Europesewetten waar we al stappen op kunnen zetten. Gaat de Minister dat doen?Er is al veel mogelijk. Kijk naar omliggende landen. De afstandsbedieningbijvoorbeeld wordt thuis misschien niet veel gebruikt, maar daar heb jegewoon een Netflixbutton op als je de nieuwste televisie aanschaft. Je ziethoe makkelijk mensen worden gegidst.We hebben in Nederland sinds 2024 een investeringsverplichting. Inbijvoorbeeld Vlaanderen heeft de regering besloten om ook big tech zoalsGoogle, Meta, Facebook, Instagram en TikTok onder deze investeringsver-plichting te laten vallen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel riepenwij al op om dat ook te overwegen. Nu vragen wij de Minister, gezien dezeontwikkeling, om deze kansen voor Nederland aan te grijpen. Is deMinister bereid om dat ook heel concreet te gaan doen? Er zijn weliswaarallerlei mitsen en maren, want er is nu een rechtszaak gaande. Maar alsdit slaagt, wat snel duidelijk zal zijn, gaan we in Nederland wat mij betreftniet zitten wachten. Het is zo belangrijk om alle media in Nederlandsamen een stevigere positie te geven, zodat ze kunnen terugduwen. Wezien bijvoorbeeld hoe Google nieuwsbedrijven chanteert. «Fair share»betekent ook ... Dat gaan we niet doen, zegt Google, omdat we dat nietwillen. En omdat ze dat niet willen, gaan ze 1% van de gebruikers inNederland afschermen van journalistieke content. Schandalig, maar hetgebeurt nu wel. We zien dus gewoon wat dit met zich meebrengt.Als we kijken naar de totale opgave van alle mediabedrijven in Nederland,dan zien we eigenlijk één grote uitdaging, misschien wel de allergrootsteuitdaging. Dan zien we hoe de advertentiemarkt in Nederland wordtleeggezogen door buitenlandse spelers. Inmiddels is dat ten opzichte vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1575 2015 meer dan 55% van het totaal. Als we inzoomen op digitale beste-dingen, komen we zelfs uit op 78%. 78% wordt weggezogen uit deadvertentiemarkt. Dat is wat ons betreft de grootste strijd. De heleMediawet moet wat dat betreft grondig worden gewijzigd, omdat dit degrote opgave is. De grote strijd ligt daar. Als we dat niet kunnen inNederland, kunnen we heel veel debatteren met elkaar, maar dan blijvende rapporten zich opstapelen. Er is er nu een van de WRR, maar in 2014 of2015 was er al een rapport van de Raad voor Cultuur, De tijd staat open,waarin dat eigenlijk ook al werd geconstateerd. We zijn dus negen jaarverder.Tot slot, voorzitter, kom ik bij de lokale omroepen. We zien hierbij debeweging naar streekomroepen. Ik vind het een mooie ontwikkeling. Ik zieook wel bedreigingen, want we moeten voorkomen dat het proces vanonderaf niet betekent dat er straks heel veel witte vlekken ontstaan vanlokale omroepen die niet meekunnen. Daar zit dus een punt van zorg. 80als doel hoeft wat ons betreft niet. Het gaat ons er echt om dat het procesvan onderaf ruimte krijgt, maar laten we het ook stimuleren. We ziennamelijk dat bijvoorbeeld een omroep als de WOS – ik spreek het zelf uitals «wos» – een combinatie van lokale omroepen van Westland, Maassluisen Midden-Delfland, ook journalistiek lokaal nieuws kan verslaan en datsnel kan brengen. Volgens mij moeten we dit proces voortzetten, maarmet het ravijnjaar op komst maken we ons ook zorgen over de vraag of ditniet wordt vertraagd. Ook hierbij heeft de Minister besloten om het eenjaartje uit te stellen. Ik zou zeggen: jaag dit proces aan. Hoe gaan weervoor zorgen dat die financiële stimulans blijft in de overgangsjaren 2026en 2027?Voorzitter, tot slot een terugkerend onderwerp. Ik weet dat voormaligcollega Werner hier ook altijd aandacht voor had en dat geldtwaarschijnlijk ook voor collega Krul. Dat onderwerp is audiodescriptie.Ook hierbij wil ik eigenlijk zeggen: wanneer gaan we dit gewoon struc-tureel regelen? Het is elke twee à drie jaar dezelfde discussie. Wat mijbetreft moeten we dit structureel borgen in de wet.Einde bericht.De voorzitter:U verwees al naar de heer Krul. Hij heeft zich gemeld voor een interruptie.De heer Krul (CDA):Ik ga de heer Mohandis in mijn eigen spreektekst op dat laatste punt opzijn wenken bedienen, maar ik heb een vraag over de advertentiemarkt. Ikben het eens met het pleidooi van de heer Mohandis. Er wordt vaakgedaan alsof het een gevecht binnenin is, alsof het omroepen, zenders enblokken zijn die met elkaar concurreren. Maar eigenlijk is het een gevechtvan buiten naar binnen. We zien gewoon dat de media een gevechtmoeten voeren tegen de streamingsdiensten, tegen de internationaleaanbieders. Heeft de heer Mohandis ideeën voor hoe we met name bij diecommerciële blokken, die nou eenmaal meer afhankelijk zijn vanadvertentie-inkomsten, meer ruimte kunnen bieden? Als zij bijvoorbeeldzeggen dat ze tot een kwartier advertenties per uur willen, lopen ze vaaktegen een muur op. Heeft de heer Mohandis manieren of ideeën om juistde commerciële blokken daarbij te helpen, zodat zij die eerlijke strijdkunnen voeren?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Even om het goed te begrijpen: ik neem aan dat u met commerciëleblokken de niet-publieke media bedoelt, de commerciële aanbieders. Ja.Volgens mij is er van alles mogelijk, maar gaat het erom dat als we kijkennaar het verleden, we bijvoorbeeld zien dat projecten die we hebbengehad, zoals samenwerking tussen een regionale omroep en eenregionaal dagblad, er ook vaak op stuitten dat er wel een experiment was,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1576 maar dat de wet niet aangepast werd. Je ziet dat dus altijd op het momentdat het tot iets kan leiden dat echt nieuw is, zoals regionaal nieuws echtontsluiten in een goede app, waardoor iedereen weet wat er in Drenthegebeurt. Dan kunnen lokale kranten, de private aanbieders van een kranten de publieke omroepen in een regio als Drenthe samen een verdien-model ontwikkelen waarin duidelijke afspraken worden gemaakt over dehoeveelheid reclame en hoe je dat geld deelt met elkaar. Dus ja, ik vinddat je de grenzen die we nu hebben, echt moet gaan oprekken. Dat iseigenlijk mijn antwoord. Dat zal echt moeten. Anders gaan we elke keertegen hetzelfde aanlopen. We zien dat de losse projectjes die we deafgelopen tijd hebben gehad, na een jaar toch niet echt van de grondkomen. Dat geldt dus ook als commerciële omroepen als Talpa en RTL enNPO zeggen: we gaan iets ontwikkelen en NLZIET nog meer ontsluitenvoor jonge kijkers, zodat ze naar Nederlandse content worden getrokken.Als daar dan ook reclame bij komt kijken, zullen we erover moeten gaannadenken hoe we dat zo inrichten dat je de publieke omroep capt en hetook een interessant verdienmodel blijft voor private media. Daartoe zijnwij bereid, maar ook tot het loslaten van de bestaande principes en debestaande begrenzingen in de wet.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord nu aan mevrouw Van der Velde namens dePVV.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het vorige debat waarin wij het mochten hebbenover media was op 11 april jongstleden. Dat was een commissiedebat engeen wetgevingsoverleg. In de tussentijd is er een nieuwe coalitiegekomen en zijn er nieuwe bewindspersonen aangetreden, waaronderMinister Bruins, die hier vandaag bij ons aanwezig is. Echter, sommigedingen zijn wat de PVV betreft helemaal nog niet veranderd. Wat de PVVbetreft is de NPO namelijk nog steeds veel te duur en nog steedsnutteloos. Wij zouden hem alsnog graag zien verdwijnen. Dat zit er nuechter helaas niet in. Wij moeten het doen met een bezuiniging van maar100 miljoen op het absurde bedrag van bijna een miljard.Voorzitter. Naast de kleine bezuiniging staat er een hervorming van deNPO op de agenda. De PVV kijkt daarnaar uit. We hebben eerdervoorgesteld om een NPO-kanaal te schrappen en we steunden moties vande VVD en BBB waarin werd gevraagd om meer transparantie over deNPO en zijn programmering. De PVV vraagt zich af waarom de Ministerzich daar niet sterker voor maakt. Het argument dat transparantieconcurrentie met commerciële partijen zou veroorzaken, vinden wij nietovertuigend. De taak van de NPO is volgens de Mediawet helder, enopenheid over het gebruik van belastinggeld zou vanzelfsprekend moetenzijn.Voorzitter. De NPO gaat wel erg royaal om met belastinggeld. Zo blijkt dathij soms tot wel 300% overbiedt op sportuitzendingen, wat nationalecommerciële partijen met hun beperkte budgetten buitenspel zet. De NPOjaagt hiermee de prijzen op, verstoort de marktwerking en creëert feitelijkeen monopolie op het uitzenden van sport. De PVV vraagt de Minister ofhij het ermee eens is dat dit een onacceptabele besteding van belas-tinggeld is. Zo ja, welke maatregelen gaat hij nemen om dit tegen tegaan?De NPO besteedt ook aardig wat belastinggeld aan ondemandopties. DeNPO werkt samen met commerciële zenders aan NLZIET, een platformmet live-tv en terugkijkopties voor NPO 1, 2 en 3 en de commerciëlezenders. Een abonnement hierop kost tussen de € 8 en € 12. Tegelijkertijdinvesteert de NPO ook in zijn eigen streamingdiensten NPO Start, eengratis platform, en NPO Plus. Dat is een betaalde versie met extraTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1577 mogelijkheden. Deze parallelle investeringen roepen vragen op over denoodzaak en efficiëntie van dergelijke uitgaven.Uit het rapport Aandacht voor media van de WRR blijkt dat het Neder-landse medialandschap grondig moet worden geëvalueerd en beter moetworden aangepast aan de eisen van het huidige digitale tijdperk, omdatniet alleen de publieke omroep, maar ook de samenwerking metcommerciële partijen belangrijk is. De PVV vraagt de Minister daarom ofhet gezien dit rapport niet logischer zou zijn dat de NPO meer investeert inNLZIET, een gezamenlijke streamingdienst, in plaats van dat de NPO extrageld besteedt aan die losstaande platforms.Voorzitter. Heeft u weleens van een bedrijf gehoord dat bijna een miljardontvangt van zijn hoofdinvesteerder, maar terstond alsnog gaat bedelenom een extra 3,6 miljoen, omdat het met bijna een miljard niks kan doenaan systematisch grensoverschrijdend gedrag dat plaats zou vinden op dewerkvloer? Ik ken dat soort commerciële partijen niet, want volgens mijzijn die er niet. Dan zou een hoofdinvesteerder waarschijnlijk zeggen:«Gaat het wel lekker bij jullie op kantoor? Misschien moeten we juist eenswat minder geld geven.» Toch is dat wel wat er nu bij de NPO gebeurt. DeMinister wil 3,6 miljoen extra aan de NPO geven voor het aanpakken vangrensoverschrijdend gedrag. Het gaat om 2,6 miljoen in 2024 en 0,8miljoen in 2025. De NPO zegt dat dit niet lukt met het huidige budget,maar kiest er tegelijkertijd voor om niet te snijden in de eigen overhead-kosten. In plaats daarvan vraagt de NPO de belastingbetaler om bij tedragen. De Minister stemt hier zonder aarzeling mee in.De PVV vindt dit ongehoord. In het bedrijfsleven zou dit niet geaccepteerdworden. Dat zou zeker ook niet moeten als het gaat om belastinggeld. Hetvoelt als een beloning voor slecht beleid, terwijl de NPO met bijna eenmiljard aan middelen in staat moet zijn om dit zelf op te lossen, zeggenwij tegen de Minister. De PVV benadrukt dat dit geld beter had kunnenworden besteed, bijvoorbeeld aan culturele instellingen in het Zuiden diedoor keuzes van de Minister en het ministerie in zwaar weer verkeren. Zodreigen organisaties en banen verloren te gaan omdat er geen extra steunkomt voor bijvoorbeeld het derde operagezelschap van het land. Wijvragen de Minister daarom om te verantwoorden waar deze 3,6 miljoenprecies aan besteed wordt. Voor de PVV is het met publiek geld finan-cieren van bijvoorbeeld praatclubjes over grensoverschrijdend gedragvolstrekt onacceptabel. Wij horen dus graag waar dit geld daadwerkelijknaartoe gaat.Voorzitter. Nu we het over geld en politieke keuzes hebben, wil ik toch ooknog even de aandacht vestigen op de reclamegelden. In september 2024heeft de Minister een ontwerpbesluit ingediend om het maximalereclamepercentage voor 2025 op 8% te houden. Dit kwam in plaats van degeplande verlaging naar 6%. Dit voorstel is bedoeld om de financiëlemiddelen van de NPO op peil te houden, ondanks de eerdere en veelge-noemde bezuinigingen. Graag hoort de PVV van de Minister hoe hij ditbesluit rechtvaardigt. Er gaat zo onevenredig veel extra geld naar de NPOterwijl er genoeg andere zaken zijn waar dit geld naartoe zou kunnen dieniet voor een verstoring van de advertentiemarkt zorgen. De PVV wil terugnaar een reclameluwe NPO. Wij horen graag van de Minister of hij hierook weer voor gaat zorgen, of niet.Voorzitter. Ik zou nog wel even door kunnen gaan, maar omwille van detijd zal ik het hierbij laten. Dank u wel.De heer Krul (CDA):Ik hoor eigenlijk wel iets interessants in deze bijdrage. We hebben nietlang geleden het cultuurdebat gehad. Daarin is het lang gegaan overOpera Zuid, waar geen financiële middelen voor zijn. Ik heb ook gemerktdat dat voor mevrouw Van der Velde moeilijk te verkroppen was omdat erbij de PVV veel hart voor dat gezelschap is. Nu wordt er eigenlijk eendirecte koppeling gemaakt met 3,6 miljoen die wel extra naar de NPOTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1578 gaat. Dat bedrag had misschien ook wel naar zo’n instelling kunnen gaan.De heer Mohandis heeft daar een motie voor ingediend, die niet op steunkon rekenen. Begrijp ik het nou goed dat de PVV alsnog een voorstel gaatdoen om die 3,6 miljoen niet naar de NPO te laten gaan maar dus naarOpera Zuid? Dat zou in ieder geval een voorstel zijn waar het CDA bestmet interesse naar zou kijken en dat eigenlijk een-op-een in lijn is met debijdrage die ik mevrouw Van der Velde net heb horen doen.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik dank de heer Krul voor zijn vraag. Ik heb het voorstel niet op de plankliggen, zal ik u eerlijk zeggen. De reden is heel simpel. Wij hebben helaasafspraken gemaakt over de financiële plaat en daar kan ik niet vanafwijken. U heeft er echter wel gelijk in dat mijn hart daar toch wel ligt.Zelf zou ik wellicht wel een andere keuze gemaakt hebben.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Krul. O, sorry, eerst nog de heerMohandis. Aan u het woord.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Excuus, voorzitter. Ik was even rustig aan het wachten op wat er gezegdwerd over de motie over Opera Zuid. Daar gaat mijn vraag helemaal nietover, want dat debat hebben we gehad en die motie is verworpen. Ik dien’m trouwens graag opnieuw in, maar ik weet niet of die het dan wel gaathalen. Ik heb een andere vraag. De collega van de PVV zei aan het eindevan haar betoog als reactie op de opmerking van de heer Krul dat zijafspraken heeft gemaakt over de financiële plaat. Ik constateer in demedia dat er volop wordt gesproken over de OCW-begroting. Die is nogniet rond. Dat is spannend. Ik ben heel benieuwd waar het staat. Ik bendus ook heel benieuwd of u in dat licht nog met voorstellen komt. Of zegtu: dat is niet aan ons; wij houden ons als PVV gewoon aan afspraken enhebben geen voorstellen? Dat zou best wel uniek zijn, want uwvoorganger Martin Bosma kwam alleen maar met voorstellen bij demediadebatten. Ik ben ook benieuwd waar u deze Minister mee op pad wilsturen. Dat is het eigenlijk.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik dank de heer Mohandis voor zijn goede vragen. Wij zijn inderdaad ingesprek over die begroting. Omdat daarover gepraat wordt, kan ik daareigenlijk vrij weinig over zeggen. Zoals u ook ziet, zit ik hier; ik zit niet bijdat gesprek. Ik kan u daar dus heel weinig over zeggen, maar ik ben hetwel met u eens dat mijn voorganger Martin Bosma inderdaad met veelvoorstellen kwam. Het verschil is echter wel dat de PVV natuurlijk nu eencoalitiepartij is. We zitten met andere partijen in een coalitie, waarbij ermet die andere partijen ook afspraken gemaakt zijn. Als wij een afspraakmaken, staan wij inderdaad wel voor ons woord en onze handtekening.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dat laatste klinkt zoals politieke partijen vaak praten als ze aan de knoppenzitten. In dat opzicht is er niets nieuws, zou ik bijna willen zeggen. Tochbent u ook een regeringspartij, en wel de grootste. Ik kan mij herinnerendat ik ook in een coalitie zat met de VVD en wij op het mediadossierbotsten. Dat deden in ieder geval de heer Dekker als Staatssecretaris endeze woordvoerder toen. Toch kwamen we met voorstellen. Toch dedenwe voorstellen. Volgens mij doet uw coalitiepartij dat ook. Dat uw partijhaar zin niet heeft gekregen aan tafel ontslaat u niet van verplichting welte kijken wat u wil verbeteren. Volgens mij hebben we een anderepublieke omroep dan tien jaar geleden. Er zitten nu ook omroepen bijwaarvan ik zeker weet dat ze u meer aanspreken dan bijvoorbeeld mij. Wehebben diversiteit binnen de omroep. Maar u bent ook regeringspartij,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1579 dus ik ben benieuwd of u bij deze begroting dan ook zegt: op een paarpunten willen we echt meer aan het stuur zitten dan alleen iets consta-teren. Ik heb uw rol ook gehad, maar wij deden toen meer voorstellen.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik heb nog een aantal moties om in te dienen, dus wellicht kunt u daarstraks nog wat mee.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Krul namens het CDA.De heer Krul (CDA):Voorzitter, dank u wel. In een tijd van onbegrensde social media is eensterk integraal mediabestel belangrijker dan ooit. We mogen eigenlijk besttrots zijn op het Nederlandse medialandschap, met een pluriformeomroep en een divers aanbod, zowel bij het publiek bestel als op onzecommerciële zenders, op print en op de buis. Een integraal bestel kaneigenlijk alleen bestaan met integraal beleid. Daar kom ik later op terug.Allereerst een stukje over de publieke omroep. Het CDA vindt eentoegankelijk, publiekonafhankelijk omroepbestel van groot belang, metsterke verenigingen als anker voor de representatie van de samenleving.Zowel de commissie-Van Geel...De voorzitter:Mevrouw Martens-America heeft een vraag.Mevrouw Martens-America (VVD):Dit is natuurlijk een trigger. Ik hoor mijn collega hier namelijk zeggen: alseen verankering in de samenleving. Dat zou betekenen dat het halen van50.000 leden per definitie betekent dat je een groep in de samenlevingvertegenwoordigt. Is de heer Krul het met me eens dat steeds mindermensen lid worden van politieke partijen, omroepen et cetera en dat wehier dus eigenlijk een hele groep mee missen?De heer Krul (CDA):Ja, daar ben ik het mee eens. Volgens mij is de grootste partij, die hiertrouwens niet aanwezig is... Is die wel hier aanwezig? Oké, sorry, meneerMohandis. Nou goed, volgens mij is een van de grotere politieke partijen,die hier niet aanwezig is, nou niet per se een voorbeeld van hoe desamenleving zich goed verankerd heeft, zeg ik maar even. Mensen metaanbiedingen snel lid kunnen maken betekent niet dat je ook een sterkerevertegenwoordig hebt. Tegelijkertijd ben ik wel heel blij met het landschapdat we hebben. Ik kijk ook even naar andere landen. Ik wil daar serieusover zijn. Ik ben heel blij dat wij hier geen staatszender hebben, maar dater gewoon verenigingen zijn met leden die hun vereniging ter verant-woording kunnen roepen over het gevoerde beleid, over de koers en overde profilering. Ik denk dat dat waardevol is. Ik denk dat Van Geel daar ookhele zinnige dingen over heeft gezegd. Wat ons betreft blijft dat zo veelmogelijk behouden. Daar zeg ik meteen bij – die complimenten ga ik laterin mijn inbreng nogmaals uitdelen – dat ik wel met heel veel interesse kijknaar het voorstel van mevrouw Martens en dat ik daar ook zekerelementen in zie die het CDA wel aanspreken. Maar wat ons betreft zijndie verenigingen gewoon belangrijk in ons bestel.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van mevrouw Martens.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik stel deze vraag en heb deze interrupties omdat ik echt hoop en geloofdat het criterium «een vereniging zijn» om te mogen toetreden – datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15710 betekent niet dat verenigingen moeten worden afgeschaft, maar mogentoetreden – ervoor zorgt dat wij deze vernieuwing niet kunnen doormakenmet z’n allen. De heer Krul haalt een aantal rapporten aan op basiswaarvan we eigenlijk moeten concluderen dat het niet goed gaat met depublieke omroep. Is de heer Krul het dan ook met mij eens dat het zijn vaneen vereniging, wat het verenigingsrecht met zich meebrengt, het voorons eigenlijk bijna onmogelijk maakt om in te grijpen in bijvoorbeeld degovernance?De heer Krul (CDA):Nee, daar ben ik het niet mee eens. Ik weet ook niet of ik de lezing vanmevrouw Martens deel dat het niet goed gaat met de omroep. Ik denk datdingen beter kunnen en beter moeten. Ik denk dat er interessantevoorstellen liggen, bijvoorbeeld over de positie van de NPO richting deverenigingen of andersom. Ik denk dat daar zeker verbeteringen mogelijkzijn, maar ik denk niet dat een rapport als dat van Van Geel – ik heb ermeer voor mijn neus liggen – duidelijk maakt dat sterke verenigingen deomroep in de weg zitten om zich te kunnen moderniseren of vernieuwen.Ik zie het juist als een kracht. Wij staan ervoor open dat het uiteindelijkmet minder kan – dat staat er ook heel duidelijk – dus met minderverenigingen of in de vorm van mediahuizen of omroephuizen of hoe jedat ook ziet. Maar het uitgangspunt moet wat ons betreft wel zijn dat desamenleving middels verenigingen gerepresenteerd is. Daar magmevrouw Martens anders over denken.Mevrouw Martens-America (VVD):Volgens mij is het heel gezond dat we over verschillende zaken andersdenken. Ik zou graag een paar voorbeelden willen noemen. Ik ben heelbenieuwd of de heer Krul het verenigingscriterium dan nog steeds eengoed idee vindt. Denk bijvoorbeeld aan een raad van bestuur die al sinds2008 lid is van de raad van bestuur en al enige jaren alleenheerser is, eenoud-voorzitter van het Commissariaat voor de Media die nu bestuurder isbij de NOS, een voorzitter van de raad van toezicht van BNNVARA die nubestuurder is bij de VPRO, en een vacature bij BNNVARA die vraagt omeen sterk netwerk in belangenbehartiging. Dan heb ik nog een aantalandere zaken die volgens mij mogen, want er is een recht op vereniging.Wij kunnen dus eigenlijk niet ingrijpen in de governance, wat weerextreem lastig is voor de mensen op de werkvloer die een klacht hebbenover hun leidinggevende, die ook bestuurder is. Is de heer Krul het metmij eens dat al deze weeffouten, die soms niet eens met opzet zijnontstaan, ervoor zorgen dat de politiek op 1–0 achterstand staat?De heer Krul (CDA):Dan wordt het bijna een fundamenteel debat over hoe je de positie van depolitiek ten opzichte van het omroepbestel ziet. Natuurlijk moet je alsverstrekker van de grote pot geld op een bepaalde manier je controle-rende taak kunnen uitvoeren, maar ik ben niet van de school dat wijmoeten kunnen ingrijpen in wie hoelang in de raad van toezicht zit.Uiteraard mag je verenigingen wijzen op hun verantwoordelijkheid.Volgens mij doet deze Minister dat ook, of kan hij dat ook, ondanks zijnpositie in het stelsel. Maar ik zit toch er wel echt anders in. Ik vind het eenstap te ver om te zeggen dat je 0–0 gelijk moet staan omdat je moetkunnen ingrijpen in de governance van verenigingen.De voorzitter:Gaat u verder.De heer Krul (CDA):Dat was een leuk begin, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15711 Zowel de WRR als de commissie-Van Geel hebben al heel veel suggestiesgedaan. We wachten de uitgebreide reactie van het kabinet nog steeds af.Die komt voor de zomer van 2025. Dat vinden wij wat laat. Maar goed,voor een sterke positionering van de omroepverenigingen moet dat ookals uitgangspunt meegenomen worden in die hervorming. De Ministerheeft daar de tijd voor. Of beter gezegd: de Minister neemt daar de tijdvoor. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Mohandis. Hij zei dat dateigenlijk niet wenselijk is. Daar moet meer snelheid in.Verder kwam het Commissariaat voor de Media met een onderzoek naarhet nieuwsgebruik onder jongeren. Veel jongeren nemen nieuws tot zichvia die sociale media. Dat baart mij zorgen. Het is op zich goed dat zenieuws vergaren, maar dat gaat vaak samen met de onbetrouwbaarheidvan die platforms. Richting mevrouw Martens zou ik ook willen zeggen:kijk eens wat daar allemaal aan de hand is. Hoe kijkt de Minister naar hetvervangen van de contentmoderatieteams door AI, waar we nu berichtenover lezen? Hoe borg je journalistieke codes op onlineplatforms,aangezien zij voor jongeren de belangrijkste bron van informatie zijn?Die journalistieke codes zijn wel goed geborgd bij onze commerciëlezenders. De strijd wordt vaak omschreven als concurrentie binnen hetbestel, commercieel en publiek. Maar dit is nou precies zo’n voorbeeld, alshet om nieuwsvergaring gaat, waar die strijd van buiten naar binnengevoerd wordt. Want kijkers van Hart van Nederland kijken niet naar RTLNieuws en kijkers van RTL Nieuws kijken niet naar het NOS-journaal. Alswe mensen op een goede manier van nieuws willen voorzien, dan hebbenwe dus al die blokken nodig. Ik ben benieuwd hoe de Minister daarnaarkijkt. Is hij het met het CDA eens – ik zei het in mijn inleiding al – datintegraal mediabeleid betekent dat al die partijen ook aan tafel moetenzitten? Is de Minister dat van plan?Voorzitter. Dan nog een kleiner puntje, met een grote betekenis, namelijkde toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Met de aangenomenmotie van vorig jaar, die zei dat er een minimumaantal programma’s metaudiodescriptie op de buis aangeboden moet worden, hebben we eenstap gezet. De Minister wil nu met de NPO om tafel om nieuwe afsprakente maken. We lezen dat er een haalbaar streefdoel moet komen. Dat wasniet wat we bedoelden met die motie. Er moet gewoon een ondergrensvastgesteld worden. Daarbovenop mag best een streefdoel gezet worden.Ik wil graag een reactie van de Minister. Het kan niet zo zijn dat de meesteprogramma’s met audiodescriptie herhalingen zijn tussen 2.00 uur en 3.00’s nachts.Voorzitter. Uit de Monitor Representatie 2023 bleek dat naast vrouwen, dieook al ondervertegenwoordigd zijn op de buis, ook mensen met eenbeperking helaas zelden op tv zijn. Als ze op tv zijn, is dat vaak als patiëntof cliënt. Ik moest denken aan de Koffer van Rick, een database voormensen met een expertise of een talent die toevallig ook een beperkinghebben. Kunnen we dat initiatief nieuw leven inblazen?Voorzitter. Ons laatste blok gaat over de lokale omroepen, de cultuur-dragers van Nederland, of het nou Vechtdal TV is die een reportage maaktover die ene brand in de volière, of het lokale nieuws van Bergambachtmet een eigen Sinterklaasjournaal. Dat vind ik mooie voorbeelden. Delokale omroep kent de mensen. Ze spreken de taal, en leven en werken indezelfde gemeenschap. De motie om de middelen uit 2026 en 2027 naarvoren te halen vanuit het Stimuleringsfonds heeft het niet gehaald. Datvinden we jammer. Maar goed.Ik zie dat het aantal samenwerkingsverbanden weer groeit, evenals hetaantal individuele omroepen dat meedoet. In 2024 zijn dat 24 samenwer-kingsverbanden en 14 individuele omroepen. In 2025 moeten dat er 30 en21 zijn. Dat zijn goede stappen. Ik lees ook dat er meer geld is: 15,7miljoen in 2025. Maar als de invoering van het wetsvoorstel wordtuitgesteld tot 2028, zijn er dan in 2027 nog voldoende middelen voor dieprofessionaliseringsslag? We zijn er namelijk nog niet: we moeten er 80Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15712 halen. We hebben een jaar langer, maar kunnen we in dat jaar ook meermaatwerk leveren? Kan de Minister daarop reflecteren? Wij overwegennamelijk een motie.Voorzitter. Nu ga ik afronden. Ik las in de brief over het wetsvoorstel voorde stelselherziening voor lokale omroepen iets wat mij verontrustte. DeMinister wil namelijk in dat wetsvoorstel regelen dat gemeentes in hetnieuwe stelsel eventueel kunnen bijdragen aan hun lokale omroep. Maardat kan toch al? Heel veel gemeentes doen dat ook. Ik weet dat er groteregemeentes zijn die zelfs heel veel bijdragen. We weten ook dat er eenravijnjaar aankomt, waarin gemeentes moeten bezuinigen. Gaat deMinister het subsidiebedrag dat gemeentes nu bijdragen aan de lokaleomroepen korten bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel? Daarbij ga iker dus van uit dat gemeentes dat willen blijven doen. Kortom, het is eenleuke theorie, maar eentje die ons wat zorgen baart.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, meneer Krul. Dan is het woord aan mevrouw Martens-America van de VVD voor haar bijdrage.Mevrouw Martens-America (VVD):Voorzitter, dank. Het WGO Media is een debat met een breed scala aanonderwerpen. Ik realiseer mij dat ik een aantal waarschijnlijk tekort zaldoen, maar gelukkig bespreken we op zeer korte termijn nog de nieuwewet rondom de verankering van lokale en regionale omroepen. Vandaagricht ik mij dan ook op het brede medialandschap.Voorzitter. Ik start dan ook met het punt medialandschap. Het woord«pluriform» wordt namelijk vaak gebruikt in relatie tot de publiekeomroep, maar onvoldoende wanneer wij ons hele medialandschap willenbeschrijven. Wat de VVD betreft zijn commerciële spelers essentieel enbelangrijk, en een onderdeel van het pluriforme aanbod. Maar tochworden zij onvoldoende op die manier erkend of meegenomen. Publieken commercieel kunnen elkaar versterken, in elkaars belang, maar ookzeker in het belang van Nederland. Besluiten rondom de publieke omroepraken ook de commerciële spelers. Maar het onderdeel «commercieel»valt onder EZ en de NPO onder OCW.Voorzitter. Dan concreet het volgende. Voorstellen rondom Ster hebbenimpact op het hele speelveld. Een besluit dat enkel bij OCW genomen is,heeft gevolgen voor grote en kleine ondernemers en doet ons helemedialandschap tekort. Want ja, de Ster-knop heeft gevolgen. Je mengt jeals mediapartij die is gefinancierd van belastinggeld dan op een markt –denk aan podcasts – zonder dat er gedegen onderzoek ligt naar deeffecten van deze marktverstoring. Maar denk ook aan de financiële krachtdie de NPO heeft, waarbij die met veel machtsvertoon commerciëlepartijen kan overbieden bij voetbalrechten. Nog los van het feit dat dezemate van overbieden met belastinggeld mij en mijn partij een ongemak-kelijk gevoel bezorgt, is het legitiem om je af te vragen wat de taak is vande publieke omroep.Voorzitter. Dan de toekomst van de publieke omroep. De VVD gelooft ineen sterke, compacte en transparante publieke omroep. Deze is essentieelin een democratie, in de strijd tegen fake news en, niet geheelonbelangrijk, om mij te controleren in mijn baan. Ik ben dan ook blij dat inhet regeerakkoord staat dat we gaan hervormen en digitaliseren, en datwe focus hebben op jongeren. Maar dit gaat niet snel genoeg. Ik heb albrieven ontvangen waarin staat dat de Minister een aantal moties overtransparantie naast zich heeft neergelegd. Ik heb besloten daarom eeneigen plan te lanceren, waarin we teruggaan naar de kern. Ik benbenieuwd wat de Minister van mijn plannen vond. Ik kan me natuurlijkniet voorstellen dat hij die niet heeft gelezen. Maar ik ben ook benieuwdwelke voorstellen uit het plan we gaan terugzien in de uitwerking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15713 Voorzitter. Ik zit nu bijna een jaar op deze portefeuille. Bij het inwerken vielik van de ene verbazing in de andere, bijvoorbeeld bij het lezen vanrapporten als het rapport-Van Rijn over de cultuur binnen de organisatieen het rapport van de KWINK groep over de toezichthouder, bij hetuitpluizen van jaarverslagen van omroepen en bij het spreken vantientallen mensen. Dit heeft geleid tot een beeld waar meerdere mensenvolgens mij van zouden moeten schrikken. Die pluriformiteit is niet zopluriform. Die transparantie is niet zo transparant. De machtsverhoudingtussen Hilversum en politiek Den Haag is scheef. Ik wil vandaag focussenop drie elementen. Eén: het ledencriterium. Twee: de governance. Drie:digitalisering.Het ledencriterium. Op dit moment beoordelen wij pluriformiteit aan dehand van het behalen van 50.000 leden, meer niet. Gezonde governanceen goede kwaliteit zijn allemaal ondergeschikt aan het aantal leden. DeVVD is van mening dat dit achterhaald is. Mensen, specifiek jongeren,worden namelijk steeds minder vaak lid. Dan hebben we het ook nog overde stress die elke keer bij omroepen en medewerkers ontstaat wanneer zijweer aan de slag moeten met marketingacties om ervoor te zorgen dat zijdie drempel halen. Dat gaat ten koste van het maken van mooieprogramma’s. Wat de VVD betreft gaan we kijken naar meerdere criteria.Denk aan views, gezonde governance, toegevoegde waarde et cetera. Datis niet het zijn van een vereniging. Begrijp me niet verkeerd: een omroepmag een omroep blijven. Maar waarom zou dat een criterium moetenzijn?Dan de governance. Het vereiste om een vereniging te zijn brengt hetrecht op vereniging met zich mee, en dus minimale invloed op degovernance. In te grote mate zijn leden van de raad van toezicht gerichtop politieke invloed. Er is recent een oud-Minister Media toegetreden totde raad van toezicht van een omroep. Een raad van bestuursleden zittientallen jaar. Bestuurders zijn leidinggevenden of zelfs enig lid van deraad van bestuur. Dat is geen grap. Dat is realiteit van door belastinggeldgefinancierde verenigingen. Dit is geen basis voor een veilige werkom-geving. Dit is geen basis voor een transparante omgeving. De VVD heefteerder voorstellen gedaan om met een governancecode aan de slag tegaan, en om die te verankeren in de Mediawet, op z’n minst naast hetledencriterium. Ik heb hier nog niets van gezien. Ook dit gaat mij niet snelgenoeg. In het belang van medewerkers en omroepen ben ik benieuwdwanneer de Minister met plannen hiervoor komt. Er zijn omroepen waaralles in orde is. Die zijn er gelukkig meer dan genoeg. Er zijn omroepenwaar een hele hoop in orde is. Maar er zijn ook omroepen waar quagovernance weinig in orde is. Ik ben benieuwd hoe de Minister hiertegenaankijkt. Ik ben ook benieuwd hoe hij aankijkt tegen een alternatief voorhet verenigingscriterium, bijvoorbeeld een mediahuis.Dan het laatste punt: digitalisering. Wanneer de digitalisering van depublieke omroep niet slaagt, durf ik te stellen dat er geen toekomst is vooronze publieke omroep. We willen immers jongeren trekken. De NOS heefteen enorm bereik op Instagram. PowNed heeft tienduizenden views.Tientallen fte’s werken op dit moment keihard bij de NPO om ervoor tezorgen dat we de digitalisering gaan waarmaken, maar we gaan het nietwinnen van Netflix. Waarom zetten we in op ons eigen platform? Waaromgaan we niet samenwerken met de commerciële partijen? De lezing overde samenwerking tussen de commerciële partijen en de NPO isverschillend. Hoe ziet de Minister dit?Voorzitter. Wanneer je de feiten op een rij zet tegenover het doel, namelijkeen sterke publieke omroep, dan staat de uitdaging om de Mediawet teherzien voor iedereen, in het belang van de medewerkers, de journalistieken de Nederlanders thuis. Het is dan ook tijd om het verenigingscriteriumlos te laten. Dat komt voort uit de verzuiling en staat modernisering in deweg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15714 Voorzitter. Er is een bouwstenenbrief toegezegd. Waarom komt die nietmeer? Wanneer komen er alternatieven? In het teken van de onrust ben ikook benieuwd hoe de Minister aankijkt tegen het feit dat er samenwer-kingsverbanden zijn tussen omroepen die gevolgen kunnen hebben ophet moment van meten. Voor de VVD is het onwenselijk om geld, tijd enenergie te steken in het werven van leden wanneer we toegaan naar eennieuw bestel. Kan de Minister rust creëren door te bevestigen dat we geenonomkeerbare besluiten nemen bij de omroepen of omroepverenigingenvoordat hij zijn plannen heeft gepresenteerd?Voorzitter, ik sluit af. Het publiceren van een integraal plan voor depublieke omroep noemden mensen «dapper» en «moedig». Laat diewoorden eens op je inwerken. Een controlerende taak is in dit gevaldapper en moedig. Toch hoop ik dat deze Minister de volgendeversnelling inzet in het belang van de omroepen en de medewerkers. Dezehervorming, in het belang van een toekomstbestendige publieke omroep,is hard nodig. De hardste schreeuwers in Hilversum of de grootste stillemaar machtige tegenstanders vertegenwoordigen niet het belang vanNederland. Ik hoop dat deze Minister ook de kwalificaties «dapper» en«moedig» krijgt wanneer hij de volgende stappen zet ten aanzien van depublieke omroep.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat de heer Krul een interruptie heeft.De heer Krul (CDA):Als een Kamerlid zo ontzettend veel werk steekt in iets, dan wil ik hem ofhaar niet de kans ontnemen om daar wat meer over te vertellen.Nogmaals, ik vind het knap wat de VVD heeft gedaan. Ik vind het ookinteressant. Er zitten echt wat dingen in die het CDA aan het denkenhebben gezet. Maar ik wil op een van de punten nog wat verheldering. Erwordt gesteld dat views onderdeel moeten worden van de criteria.Mevrouw Martens sprak over de perverse prikkels die een vereiste vooreen minimumaantal leden met zich mee zou kunnen brengen. Als views eronderdeel van worden, dan kan ik heel veel perverse prikkels bedenkendie niet per se ten goede komen aan de kwaliteit van wat we op debeeldbuis zien. Erkent mevrouw Martens dat? Heeft zij daar ideeën bij? Ikwil die open vraag gewoon even bij haar neerleggen.Mevrouw Martens-America (VVD):Daar heeft de heer Krul helemaal gelijk in. We kijken nu enkel naar deleden, maar we zullen ook nooit enkel naar de views moeten kijken. Ikhoop dat de Minister en de toezichthouder tot een lijst komen vanobjectieve criteria aan de hand waarvan we toetreding, terugtreding –want dat is nooit aan de orde – en het verlengen van vergunningen gaanbeoordelen. Views horen wat de VVD betreft bij een gezonde governancein het geval van omroepen die vooral jongeren bereiken. Als we ooitbesluiten dat de omroepverenigingen toch blijven bestaan, wat ik niethoop, dan hoop ik dat er naast het ledencriterium ook andere zaken gaanmeespelen. We kunnen niet meer «one size fits all» toepassen op elkeomroepvereniging en elke doelgroep. Ik hoop dat de heer Krul met mij wilnadenken over die verschillende criteria.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu naar de ChristenUnie. O, sorry. We gaan naarmeneer Mohandis. U zat in mijn blinde hoek. Gaat uw gang.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dat maakt niet uit. Ik zit in de linkerhoek.Voorzitter. Voordat ik op mijn vragen kom, wil ik eerst zeggen dat alspolitieke partijen of omroepen gaan samenwerken, ze ook groter kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15715 worden qua ledenaantal. Dat is gewoon een constatering. Wij zijn hardergegroeid dan ik had ingeschat. Volgens mij hebben wij als politieke partijrond de 90.000 leden. Maar goed, dat is niet relevant voor mijn vraag.Mijn vraag gaat over het terechte punt van de collega van de VVD over desamenwerking tussen publiek en privaat. U zegt: het is lastig om de strijdmet Netflix aan te gaan. Ik probeer te snappen wat u bedoelt. Ik heb juistgeprobeerd te betogen dat het niet helpt als de NPO of de afzonderlijkeomroepen, zoals Talpa of RTL, allemaal hun eigen platformstrategie ofonlinestrategie gaan ontwikkelen. Je moet veel meer gaan nadenken overhoe je de Nederlandse media-aanbieders met één klik op de knop kuntlaten samenwerken, zodat hun journalistieke content en kwaliteitspro-grammering de Nederlandse kijkers bereiken. Zie ook de staatjes over watde buitenlandse spelers doen. Ik ben even benieuwd. Is uw pleidooi omalles aan Netflix aan te bieden – ik sla het even plat – omdat Netflix tochwel binnenkomt bij de jongeren? Of zegt u dat er toch echt vanuitNederlandse media-aanbieders meer een gezamenlijke strategie moetworden ontwikkeld?Mevrouw Martens-America (VVD):Als het gaat over ledenaantallen, vergroot je idealiter gezien de taart. Ookals politieke partij wil je niet elkaar opeten, maar de taart vergroten. Diehoop heb ik natuurlijk ook voor de publieke omroep. Dus nee. Het groteverschil is dat ik hier niet ga of wil bepalen of commerciële partijen eeneigen platform mogen hebben. U gaat mij er niet op betrappen dat ik zegdat RTL niet z’n eigen platform mag doorontwikkelen. Dat is volgens mijook niet onze positie hierin. Maar ik snap de vraag van mijn collega vanGroenLinks-Partij van de Arbeid wel heel goed, want die gaat erom hoewe elkaar gaan aanvullen. Ik denk dat we minder bang moeten zijn voorNetflix, Videoland et cetera. Ik denk dat ook via die kanalen de prachtigeprogramma’s die we maken bij de publieke omroep een breder publiekzouden kunnen bereiken. Maar op dit moment vind ik dat wij te veel bijonszelf houden. Dat is eigenlijk de stap die ik zou willen zetten. Als jespreekt met de publieke omroep, is die van mening dat die al heel veeldoet met commerciële partijen. Maar als je spreekt met de commerciëlepartijen, zijn die van mening dat dat meer kan. Daar zit ruis op de lijn. Ikben heel benieuwd welke rol de Minister daar zelf in zou willen gaanspelen en of dat dan al staat in het grote plan dat in één keer naar ons toegaat komen. Volgens mij kunnen we ons daar helemaal in vinden.De voorzitter:Dan nu toch naar de heer Ceder namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik zou toch nog een interruptie willen plegen naar aanleiding van hetdebat net. Mevrouw Martens heeft haar papieren op tafel gelegd. Het isgeen geheim dat voor de ChristenUnie de externe pluriformiteit belangrijkis, zodat we een weerspiegeling hebben van de samenleving. Er valt metons over te praten of dat nou alleen gaat over ledenaantallen of een andercriterium. Toch ben ik benieuwd naar het volgende. U heeft het overviews, hoewel dat niet per se betekent dat hetgeen wat je ziet bij jouwbelevingswereld hoort. Als we op grond van views gaan beoordelen watwel of niet gezien zou moeten worden, denk ik dat we de wereld eenslechtere plek maken. De dingen die het meest bekeken worden, zijnimmers niet per se – hoe moet ik het zeggen? – de meest stichtelijkedingen. In uw verkiezingsprogramma staat dat voor u de vraag voorligt ofomroepverenigingen aantoonbare maatschappelijke verankering met zichmeebrengen. Ik vraag me af of u er nog wel voor wilt staan, of het noueen productiehuis is of niet, dat de omroepverenigingen nog wel kunnenblijven bestaan, mogelijk met extra criteria. Zo niet, wat zou voor u danwel die aantoonbare maatschappelijke verankering betekenen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15716 Mevrouw Martens-America (VVD):Dank voor deze verhelderende vraag. Ik heb in mijn bijdrage ookaangegeven dat wanneer een mediahuisomroep, in welke vorm dan ook,wil toetreden tot het bestel of daarin wil blijven, en zij ervoor kiezen omeen vereniging te blijven, ik de laatste zal zijn die zal zeggen dat ze dat nietmogen. Het zou wat mij betreft geen voorwaarde mogen zijn om temogen toetreden tot het bestel. In tegenstelling tot de heer Ceder denk ikdat als je kijkt naar de machtsverhoudingen in Hilversum en naar dehoeveelheid zendtijd op basis van ledenaantallen, de stromingen inHilversum veel groter zijn dan de stromingen in de samenleving. Wat datbetreft is de pluriformiteit die wij denken aan te bieden aan de Neder-landers op dit moment helemaal niet meer actueel, omdat het meetaantalop basis van leden is. Er zijn heel veel groepen in de samenleving die, ofwij het nou leuk vinden of niet, ontzettend groot zijn, maar die in veelmindere mate, ook als het gaat om zendtijd, vertegenwoordigd zijn inHilversum. Dat is een zorg die ik heb. Dit betekent dat de samenlevingsteeds verder af gaat staan van wat wij denken dat Nederland wil horenvanuit Hilversum. Daarmee maak ik mij zorgen over de toekomst van depublieke omroep. Dus nogmaals: nee, ik ga niet zeggen dat verenigingenniet meer mogen blijven bestaan. Wat de VVD betreft wordt het geenvoorwaarde om te mogen toetreden tot het bestel.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank voor deze toelichting. Voor de ChristenUnie is het in ieder gevalbelangrijk om van de VVD te begrijpen of zij, als zij niet voor een sterkepositionering van de omroepverenigingen is, nog ervoor staat dat dit weldegelijk in een andere vorm georganiseerd zal worden. Een vereniging iseen rechtsvorm. Ik begrijp dat u zegt dat daar juridisch gezien voordelen,maar ook nadelen aan zitten. Dit zal toch georganiseerd moeten wordenen wettelijk verankerd moeten worden. Hoor ik u nu zeggen: daar valt metons wel over te praten, juist als het gaat over de pluriformiteit vanverschillende omroepverenigingen? Ik noem ze «verenigingen», maar ikweet niet hoe u ze noemt; misschien «clubs». Staat u nog wel voor eensterke positionering daarvan? Staat u daar nog steeds pal voor, maar wiltu kijken naar de criteria die nodig zijn om toe te kunnen treden?Mevrouw Martens-America (VVD):Het zijn van een vereniging betekent niet dat je een doelgroep aanspreekt,dat je inhoudelijk sterke programma’s maakt, dat je gezonde governancehebt et cetera. Ik snap dus de voorwaarde «vereniging» niet. Ik zie detoegevoegde waarde niet. Als een omroep met een hele sterke veran-kering in de samenleving op dit moment volgens de nieuwe criteria weerwil meedoen, en zij blijven een vereniging, dan staat eenieder dat vrij.Maar als we kijken naar de eisen qua kwaliteit om te mogen toetreden tothet bestel, gaat wat de VVD betreft de focus naar kwaliteit en niet naar ofhet een vereniging is. Nogmaals, dit is geen pleidooi om verenigingen teverbieden, maar het zou wat mij betreft geen eis moeten zijn om temogen toetreden tot het bestel. Als dat uiteindelijk een optie of een vormwordt ... Ik hoop dat we hierover met z’n allen in gesprek gaan om tekijken hoe wij beoordelen of iets mag toetreden tot ons omroepbestel. Opdit moment kan iedereen met 50.000 handtekeningen zendtijd krijgen.Volgens mij moeten we dat niet meer willen.De voorzitter:Dank u wel.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15717 Voorzitter, hoeveel interrupties hebben wij?De voorzitter:Vier.De heer Ceder (ChristenUnie):Oké. Ik wil er nog één besteden, omdat ik de VVD wat beter wil begrijpen.Dat is volgens mij mijn derde interruptie.De voorzitter:Gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Waar wij tegen aanlopen ... Tenminste, we lopen er niet tegen aan, maarhet is een gegeven dat de vorm van verenigen in Nederland juridischverankerd moet worden. Er zijn eigenlijk niet zo veel smaken. Óf je benteen commerciële partij – dat kan een bv zijn, een nv, een eenmanszaak ofeen vof – óf je bent een stichting of vereniging. Als kerkgenootschap hebje nog een speciale positie; zo zou je ook nog kunnen toetreden. Maarmeer smaken zijn er eigenlijk niet. Ik hoor de VVD zeggen dat het geenvereniging hoeft te zijn en dat het ook op een andere manier kan. Maar ikhoor de VVD niet zeggen – u heeft, denk ik, genoeg tijd gehad omdaarover na te denken – hoe het dan wel kan. Want zo veel smaken zijn ervolgens mij niet als je het juridisch wil borgen en wil zorgen dat je binnenhet bestel en binnen ons wetboek de ruimte hebt om die stap te zetten,die we eigenlijk aan elke andere vorm van organisatie toekennen. Welkeandere opties ziet u dan voor zich, als u bereid bent om de rechten vaneen vereniging los te laten? Want zo veel smaken zijn er niet.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik heb het gevoel dat mijn collega van de ChristenUnie uit is op eenantwoord dat ik niet ga geven. Het grootste verschil zit ’m in het feit datmijn collega van de ChristenUnie uitgaat van het bestel in zijn huidigevorm. Wat de VVD betreft stappen we daarvan af. Het worden wat onsbetreft mediahuizen gericht op de productie, op de kwaliteit en op mooieprogramma’s. Daarin is het verenigingsaspect ondergeschikt. De heerCeder stelt een hele terechte vraag – op het moment dat je uitgaat van dehuidige opbouw van het systeem. Maar ik zou het liefst helemaalteruggaan naar de tekentafel en het opnieuw intekenen. Als productie-huizen, verenigingen et cetera voldoen aan alle criteria die wij hier met z’nallen hebben opgesteld, dan zeggen we: ja, jullie krijgen een plekje in onzeNederlandse Publieke Omroep. Als dat dan een vereniging of eenkerkgenootschap blijkt te zijn, dan is dat zo. Maar we moeten terug naarde tekentafel en dan is deze vraag niet aan de orde.De voorzitter:Dan nu toch de bijdrage van de heer Ceder namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Het klopt dat ik op een antwoord hoopte, zoals mevrouw Martens aangaf.Dat klopt inderdaad, maar daar zullen we het nader over hebben. Dat isvoor ons namelijk wel relevant, ook naar aanleiding van de stukken die uop tafel heeft gelegd. Overigens complimenten daarvoor, omdat udaarmee ook aangeeft welke richting u op wilt. Ik denk dat dat helpt omhet debat zuiver met elkaar te voeren.Voorzitter. We spreken vandaag over het belang en de inrichting van onsmedialandschap. Voor de ChristenUnie begint dat gesprek bij de vraagwat voor samenleving wij willen zijn. Bij een democratische rechtsstaathoort sterke en onafhankelijke journalistiek. Bij een pluriforme samen-leving hoort een omroep waarbij al die geluiden aan bod komen, metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15718 programma’s gemaakt door omroepen die geworteld zijn in die samen-leving. Daarbij hoort een overheid die op een afstand staat. Het is aan deoverheid om kaders te schetsen, maar deze gaat niet over de inhoud envorm van de programma’s. Het is niet aan de overheid om te bepalen watal dan niet pluriform is.Ik wil dan ook beginnen met het publieke omroepbestel. De Minister moetnamelijk nog met zijn visie komen, al komen coalitiepartijen hem allangszij. Ik zou de Minister willen vragen om alvast wat denklijnen in ditdebat te schetsen. Langs welke lijnen wil hij de publieke omroephervormen? Hoe kijkt de Minister aan tegen de adviezen van decommissie-Van Geel? Ik snap dat hij gehoopt had dat dit op een latertijdstip zou komen, maar ik denk dat het, mede door de zet van de VVD,wel relevant is om dit debat goed te kunnen voeren. Op welke punten wilde Minister omroepen meer laten samenwerken en op welke puntenwellicht niet? Wat is de plaats die de NPO volgens de Minister moetkrijgen in het omroepbestel? Op welke manier wil de Minister depluriformiteit van het stelsel waarborgen?De ChristenUnie maakt zich zorgen over de bezuinigingen en de effectendaarvan op de oproep. Daarom hebben wij samen met D66 eenamendement ingediend om deze bezuinigingen terug te draaien. DeMinister schrijft dat de NPO eindverantwoordelijk is voor de invulling vande bezuiniging. Toch zou ik de Minister willen vragen welke kaders hij zieten welke rode lijnen hij hanteert gezien de wettelijke taak van de NPO.Kan de Minister bijvoorbeeld garanderen dat deze bezuinigingen niet deeigenheid van deze omroepen gaan raken?Als ChristenUnie zijn we voorstander van een reclamevrij omroepbestel.Tegelijkertijd zien we in een tijd van bezuinigingen dat ook deSter-inkomsten afnemen. Dus ook via die weg neemt het budget voor deNPO af. Het is kiezen tussen...De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik heb zelf de Minister ook iets gevraagd over de bezuinigingen. Ik waswel benieuwd hoe collega Ceder kijkt naar het feit dat de concessiepe-riode is verlengd, maar de bezuiniging is blijven staan. Die gaat gewoonper 2027 in. We kunnen daar verschillend over denken. Nou ja, ik bedoelniet «wij», want wij zitten op dezelfde lijn, maar er kan verschillendworden gedacht over de vraag of je wel of niet moet bezuinigen. Wijdenken van niet, want we moeten meer investeren in innovatie. Maar mijnvraag is eigenlijk wat simpeler. Er is ook een verbond dat onderhandeltover de OCW-begroting. Volgens mij zit u daar ook bij. Is die bezuinigingvan 100 miljoen op de NPO voor de ChristenUnie keihard of niet?De heer Ceder (ChristenUnie):Die twee jaar juichen wij toe. Tegelijkertijd is er daarmee ook een situatieontstaan die we onwenselijk vinden. De coalitie moet allereerst uitleggenwat dat probleem, die keuze, betekent. Daar hoop ik hopelijk zo wat overte horen. Over de onderhandeling rondom OCW kan ik u niets zeggen. Ikkan inhoudelijk niets zeggen daarover, omdat we daar nog over aan hetpraten zijn. Maar weet wel dat wij niet voor niets dat amendement hebbeningediend, namelijk om het juist terug te draaien. Als u naar de dekkingkijkt, zult u ook zien dat wij daarin eigenlijk een vrij consistente lijnaanhouden. Maar dat neemt niet weg dat het punt dat u schetst volgensmij heel wezenlijk is. Dat ligt op tafel en roept boven op de bezuinigingennog een extra vraag op, die wel vandaag beantwoord zou moetenworden.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15719 Vervolgt u uw betoog.De heer Ceder (ChristenUnie):Als ChristenUnie zijn we voorstander... Ik heb het gehad over hetreclamevrije omroepbestel. Maar ook via die weg neemt het budget voorde NPO dus af. Het is dus kiezen tussen twee kwaden. Ik vraag me dustoch af of we bijvoorbeeld tijdelijk online meer ruimte moeten bieden voorreclame om te voorkomen dat de omroepen nog meer moeten snijden inde programmering. Ik vraag me af of de Minister bereid is om daarnaar tekijken om zo de bezuinigingen te verlichten dan wel terug te draaien.Voorzitter. Dan een ander punt: baby-tv. Ik maak me al langer zorgen overde effecten van de schermtijd op onze kinderen, zeker op de allerjongsten.Niet langer kijken kinderen het liefst naar Sesamstraat of Tik Tak, maar nuzijn Cocomelon en PAW Patrol de favoriet. Ik zie een aantal woordvoerdersdaarmee instemmen. Dit zijn wel programma’s die gemaakt zijn om alleaandacht van het kind vast te houden. We weten ook steeds meer over deeffecten hiervan op de ontwikkeling van kinderen. Kinderen leren niet ofnauwelijks iets, maar het heeft wel effect op hun hersenen en op huncapaciteit om hun emoties te beheersen. Experts adviseren dan ooksteeds vaker: geen schermtijd voor kinderen tot 2 jaar. Toch is er inNederland zelfs een hele tv-zender die deze jonge kinderen als doelgroepheeft. Mijn vraag is of de Minister deze zorgen deelt en ook welke actieshij voor zich ziet. Meent hij bijvoorbeeld dat een Kijkwijzeradvies van «alleleeftijden» wel passend is voor zulke programma’s? Is hij bereid ingesprek te gaan met het NICAM hierover? In Frankrijk mogen bijvoorbeeldgeen televisieprogramma’s gericht op baby’s en peuters wordenuitgezonden. Is de Minister bereid te verkennen of ook in Nederland zulkewetgeving kan worden ingevoerd? Ik overweeg een motie.Voorzitter. Dan over toegankelijkheid. Het is goed om te lezen dat deMinister uitvoering geeft aan de motie-Krul/Ceder over een minimum-aantal programma’s met audiodescriptie. Wanneer verwacht de Ministerdeze afspraak te kunnen maken? Het VN-comité bepleit wetgeving. Is deMinister bereid om de Mediawet zo aan te passen dat er eisen wordengesteld aan het minimumpercentage van het media-aanbod metaudiodescriptie en ondertiteling?Tot slot over de wettelijke borging van het Friestalige media-aanbod; ik ziede heer Soepboer opkijken. Het is goed om te lezen dat de Ministerverwijst naar de breed aangenomen motie-Bikker. De ambtsvoorgangervan de Minister deed de toezegging om, als er zorgen zijn of de wettelijkeborging voldoende is, te verkennen of een nadere wettelijke verankeringdeze zorgen kan wegnemen en dit mee te nemen in de stelselherziening.Is de Minister bereid om zich aan deze toezegging te houden? Uit debrede ondertekening en het aannemen van de motie blijkt immers hetbestaan van deze zorgen.Tot zover, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Ik zie een tweetal interrupties. De heer Soepboer was iets sneller.De heer Soepboer (NSC):De dingen die de heer Ceder aan het einde van zijn betoog nog even aande kaart stelde, triggeren mij toch een beetje. Dat begon bij PAW Patrol endat eindigde bij Friesland en het Friese media-aanbod. Laat mij die tweedan even bij elkaar pakken. Hoe zou de heer Ceder staan tegenoverbijvoorbeeld het verbieden van Tomke? Wilt u daar landen? Hoe moet ikdat zien? Dat is toch wel een toonaangevend Fries programma, echt voorpeuters. Hoe zit u daar dan in? Moet dat dan verboden worden?Overweegt u dat met uw motie? Of zouden er nog andere vormenmogelijk zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15720 De heer Ceder (ChristenUnie):Dit is hartstikke mooi ...De voorzitter:Een moment. Er is een punt van orde van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik hoor iets zeggen over Pompke of Tomke? Ik vraag om een toelichting. Ikkijk nog weleens tv, maar u gaat ervan uit dat ik alle programma’s ken.De heer Soepboer (NSC):Ik denk dat het goed is dat ik dit even heel kort toelicht, als dat mag,voorzitter.De voorzitter:Ja. Ik ben natuurlijk ook als Fries verbijsterd dat u het programma Tomkeniet kent. U begrijpt dat.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Daar ben ik gewoon heel eerlijk over.De voorzitter:Ik ga de heer Soepboer dus de ruimte geven om dat eens haarfijn uit teleggen.De heer Soepboer (NSC):Ik moet vooropstellen dat Tomke niet alleen een tv-programma is. Het iseen complete franchise. Het is best groot in Friesland. Het gaat om eenheel klein jongetje dat allemaal avonturen beleeft, samen met zijn hondje,dat Romke heet – dat rijmt op Tomke – en een kangoeroe die Corneliaheet. Zij beleven van alles, van het stiekem schilderen van de muur ... Ja,echt. Het zijn peuter- en kleuteravonturen. Daarom de vraag of we datmoeten verbieden.De voorzitter:Goed, meneer Ceder is op de hoogte en kan ongetwijfeld een antwoordgeven.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik zou uiteraard niet durven om Tomke af te schaffen. De eerlijkheidgebiedt mij te bekennen dat ik net even heb gegoogeld wie Tomke is. Ikzie dat hij een grote held is. Daar zou ik uiteraard niet aan willen tornen.Maar we hebben wel een probleem met elkaar, zoals ik net schetste.Tv-programma’s gericht op peuters tussen 0 en 2 jaar online, maar ook optv, hebben een dusdanige programmering dat ze wel degelijk effecthebben op kinderen tussen 0 en 2, en de hersenontwikkeling lijktdaaronder te lijden. Ook in het kader van de zorgplicht van de overheidmoeten wij daar iets mee. Ik ga ervan uit dat de bedenkers en deproducenten van Tomke hun programmering er niet op hebben afgesteldom kinderen zo lang mogelijk aan de buis gekluisterd te houden. Maarmocht dat wel zo zijn, dan vind ik wel: gelijke monniken, gelijke kappen.Ons punt blijft hetzelfde, daar waar een dusdanige programmeringplaatsvindt. In Frankrijk hebben ze het al verboden. Gezien de onher-stelbare gevolgen voor kinderen tussen 0 en 2, die horen op te groeien totvolwaardige burgers, vind ik dat wij moeten ingrijpen. Tomke ken ik nietzo goed, maar ik heb wel het een en ander over Cocomelon gelezen. Echt,daar schrik ik van. Ik zou dus willen voorstellen dat we Tomke niet gaanafschaffen maar dat we wel kijken wat acceptabel is, zodat kinderen opeen gezonde wijze en ook spelenderwijs het Fries kunnen leren en ook vanTomke kunnen blijven genieten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15721 De heer Soepboer (NSC):Dat was natuurlijk een vraag met een hele serieuze ondertoon, want ikbegrijp een deel van de zorgen van de heer Ceder heel goed. Ik zie dat zelfook. Ik heb zelf een jong kind en ik zie ook wat sommige tv-programma’sbijvoorbeeld doen met het verkorten van de spanningsboog van een kind.Als je ze nu naar Bassie en Adriaan laat kijken, vervelen ze zich na vijfminuten, omdat het niet flitst en niet binnen een seconde in een anderbeeld overgaat. Dat herken ik dus. Ik wil best met de heer Ceder verderbekijken wat we daaraan kunnen doen. Maar zou verbieden dan het enigezijn wat we kunnen doen, of ziet meneer Ceder ook nog andere dingen diewe daaraan zouden kunnen doen? Waar houdt onze verantwoordelijkheidop en begint de verantwoordelijkheid van bijvoorbeeld de ouder, zou ik deheer Ceder willen vragen.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat is een mooie vraag. Vanuit het beginseldenken van de ChristenUniegeloven we inderdaad dat de samenleving aan zet is en dat als je alsoverheid de randvoorwaarden schetst, de samenleving in staat is om toteen bloeiende gemeenschap te komen. De verantwoordelijkheid ligtallereerst bij de gemeenschap, en de kleinste gemeenschap is een gezin.Die ligt dus allereerst bij ouders. Ik vind dus ook dat je moet gaanverkennen, informeren. Wij zien dat er een punt komt waarop ook deoverheid een bepaalde verantwoordelijkheid moet nemen, omdat we temaken hebben met commerciële partijen die de wetgeving die er nu al isniet na wensen te leven. Dan heb ik het niet over Tomke, maar meer overde grote techbedrijven. Daarbij is duidelijk dat we wetgeving hebbeningesteld, maar dat die gewoon niet nageleefd wordt, met alle gevolgenvan dien. Dus inderdaad, het begint met informeren en verkennen.Tegelijkertijd wil ik nu al wat dingen in gang zetten ook niet schuwen,omdat we zien dat we soms jaren achterlopen ten aanzien van hele grotebedrijven. Uiteindelijk zijn de kinderen, die uiteindelijk onze volwaardigeburgers worden, daar de dupe van. Daarom scherm ik daar wel al mee.Maar het begint uiteraard met ouders op hun verantwoordelijkheid wijzen.Ik hoop dat dit interruptiedebat mensen de volgende keer dat Cocomelonop staat aan het denken zet.De voorzitter:Er is nog een interruptie voor u van mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoor de heer Ceder een mooi betoog houden over audiodescriptie, eneerder de heer Krul. Zij hadden hierover eerder dit jaar een motieingediend, die ruim is aangenomen. Dat is een heel goede zaak. Drie jaargeleden diende collega Van der Plas eenzelfde motie in, die door zowel deChristenUnie als het CDA werd verworpen. Kan de heer Ceder vertellenwat er is veranderd in hun zienswijze hierop in de afgelopen drie jaar?De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ken de motie niet. Ik wil hier best op terugkomen. Laat vooropstaan datwe voorstander zijn van audiodescriptie en het goed borgen daarvan.Daarom hebben we ook de motie ingediend. Ik moet daarop terugkomen.Het kan een financieel vraagstuk zijn geweest. Misschien was het gewooneen hele slecht motie! Dat kan ook; dat weet ik niet. Maar sta mij toe omhier in tweede termijn even op terug te komen. Dan ga ik even de motieopzoeken.De voorzitter:Dat lijkt mij een helder antwoord. Dank u wel, meneer Ceder. Dan is nu hetwoord aan de heer Soepboer om namens NSC het woord te voeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15722 De heer Soepboer (NSC):Dank, voorzitter. Voor Nieuw Sociaal Contract is een pluriform enonafhankelijk media-aanbod van groot belang. We hebben van meet afaan het democratische, rechtsstatelijke en maatschappelijke belang vanhet publiekeomroepbestel benadrukt, maar zien ook de grote meerwaardevan de commerciële media. Sterker nog, om de democratie te latenwerken zijn onafhankelijke meningsvorming en objectieve informatievoor-ziening van wezenlijk belang. We willen mensen in staat stellen een eigen,sterke en op feiten gebaseerde mening te vormen. Media spelen daarbijeen belangrijke rol in de weerbaarheid van mensen in een verruigendemaatschappij. Er moet dan wel mediaevenwicht zijn. Wij zijn dan ook blijmet de doelstelling van het kabinet, namelijk – ik citeer – het waarborgenvan een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod dat toegankelijk blijft voor alle lagen van de bevolking.Voorzitter. Om die aansluiting bij alle lagen van de bevolking te realiseren,moeten er wellicht wat zaken anders worden. Bij de hervormingen dieeraan zitten te komen, moeten we altijd proberen het evenwicht tehandhaven tussen publieke en privaat, tussen omroepen en kranten,tussen lokaal, regionaal en landelijk, en tussen vrijheid en sturing. Op ditevenwicht wil ik vandaag dieper ingaan.Ik begin kort met het kopje hervormingen NPO, allereerst even terug-grijpend op een ingediende maar vervolgens aangehouden motie waarinwij oproepen tot het afschaffen van de ministeriële bevoegdheid om in tegrijpen bij besluiten van het Commissariaat voor de Media. Dat is wat onsbetreft een belangrijk signaal om de onafhankelijkheid van de media tewaarborgen, want we willen natuurlijk voorkomen dat een Minister in kangrijpen bij toezichtbesluiten van het commissariaat als die de Ministereven niet welgevallig zijn. Wel onderstrepen we natuurlijk de noodzaakvan de fundamentele hervorming van de NPO. Voordat ik verderga, zou ikgraag willen weten wat de visie van de Minister op de motie is.Om alle lagen van de bevolking te kunnen bereiken, zullen enkele zakentoch wat anders moeten; dat zei ik net al. We zien een toename van hetbelang van onlinemedia. Om alle lagen van de bevolking goed te kunnenbereiken, zouden we wat Nieuw Sociaal Contract betreft de NPO terugkunnen brengen naar twee zenders. Het geld dat we daarmee vrijspelen,zou geïnvesteerd moeten worden in een meer toekomstbestendigmediabestel met meer focus op onlinemedia, waarin de pluriformiteit vanstromingen vertegenwoordigd wordt. Dat betekent dat we zo veelmogelijk doelgroepen in de maatschappij moeten bereiken. Ik zalproberen het wat simpeler te zeggen. Er wordt nu minder lineairtv-gekeken. Internet wordt belangrijker. Daar moeten we op inspelen. Daarmoeten we juist in investeren, om het jonge publiek te bereiken.Dan commercieel versus publiek, en het belang van beide. Privatenieuwsmedia spelen een onmisbare rol, want zij voorzien Nederland vanonafhankelijke journalistiek. 70% van de journalisten werkt in de private,commerciële sector, die wordt gefinancierd door lezers en advertenties.De publieke omroep omvat 30% en wordt gefinancierd door belastingbe-talers. «Commercieel» is voor de fractie van Nieuw Sociaal Contract indezen geen vies woord, maar onderdeel van een evenwicht. Het gaat omeen media-aanbod dat tot stand komt door vraag en aanbod en datbijvoorbeeld onlineadvertenties als essentiële inkomstenbron heeft, zekernu de printinkomsten blijven dalen.Het lijkt erop dat een verruiming van de onlineadvertentiemogelijkhedenbij de publieke omroep ophanden is. Het gebeurt hier en daar al.Advertentiemogelijkheden die tot op heden alleen benut mochten wordendoor organisaties tot algemeen nut, zoals Oxfam, kunnen nu gebruiktworden door organisaties met een duidelijk winstoogmerk. Hierdoorcreëert men directe concurrentie voor de private nieuwsmedia met eenvergelijkbare doelgroep en een vergelijkbaar platform. Daarmee brengt deverruiming de financiële stabiliteit van de private nieuwstitels in gevaar,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15723 zeker als de nieuwstitel volledig van advertentie-inkomsten afhankelijk is.Onze vragen aan de Minister zijn dan ook als volgt. Hoe kijkt de Ministerhiernaar? Is de Minister het met Nieuw Sociaal Contract eens dat het totonwenselijke situaties kan leiden? Wordt er bij het vormgeven van hetadvertentiebeleid expliciet en nadrukkelijk rekening gehouden met deimpact op het gehele medialandschap? Eventueel hebben we hierover eenmotie in voorbereiding voor de tweede termijn.Er is volgens mij al heel veel gezegd over big tech en faire compensatie.Daar dienen we mogelijk ook een motie over in, maar die bewaar ik evenvoor de tweede termijn. Waar ik wel even op in wil gaan, is het verhaal –het is hier eerder aangehaald – over Google, dat als een soort pilot 1% vanzijn kijkers van het nieuws afsnijdt. Dat is alsof de NPO zegt: we zendeneven een paar weken geen journaal uit in West-Friesland, Twente ofGoeree-Overflakkee; daar zenden we even een paar weken geen nieuwsuit. De vragen zijn dus als volgt. Waarom doet Google dit? Wat gaatGoogle met de resultaten hiervan doen? Wat betekent dit voor de toegangtot nieuws? Wat staat ons te wachten in de toekomst? Vindt de Minister,net als NSC, dat dit zeer zorgelijk is? Kan Google de toegang tot nieuws inde toekomst afsluiten voor Nederlanders? Wat betekent dat voor dedemocratische waarde van de journalistiek in onze samenleving? Wat isde Minister van plan hier concreet tegen te doen?Voorzitter. Het hoofdlijnenakkoord bevat de zinnen: «Om te voorkomendat het (online) aanbod van nieuws nog verder verschraalt en/of inbuitenlandse handen valt, zal de Autoriteit Consument & Markt meerinstrumenten in handen krijgen. Zo zal bekeken worden of bij detoepassing van de Mededingingswet ook de waarborg van de kwalitatievepluriformiteit van het Nederlandse media-aanbod in de beoordelingscri-teria betrokken kan worden.» Voor Nieuw Sociaal Contract betekent dit datwe niet moeten eindigen met een paar nieuwsaanbieders die op alleplatformen hetzelfde nieuws bieden, oftewel kranten, tv-kanalen, websitesop internet en meer platformen die met elkaar integreren, zodat zij sameneen groot marktaandeel hebben. Dat kan zeer onwenselijke gevolgenhebben. In het regeerakkoord lezen we vervolgens: «We passen denationale regels voor het fusietoezicht aan, zodat de gevolgen voor depluriformiteit van het media-aanbod in brede zin meegewogen worden bijde beoordeling van een fusie of overname van een of meer mediabe-drijven.» Graag ontvangen wij van deze regering binnen drie maandeneen brief over hoe invulling gegeven kan worden aan deze zinnen in hethoofdlijnenakkoord en het regeerakkoord. Dat zou een toezegging kunnenzijn.Voorzitter. Dan regionale en lokale journalistiek. Nieuw Sociaal Contract iserg van mening dat regionale en lokale journalistiek heel erg belangrijkzijn, zeker ook voor de democratie op lokaal niveau. Journalisten doenbijvoorbeeld verslag van lokale raadsvergaderingen en noem maar op.Wij zijn dan ook blij te zien dat er subsidies zijn en dat er wordt geïnves-teerd in de lokale verslaggeving, de lokale journalistiek. Eigenlijk vindenwe dat lokale en regionale journalistiek in de volle breedte versterktmoeten worden en dat daarbij de private en de publieke belangen goedafgewogen moeten worden. Voorkom daarbij eenzijdig handelen dat tenkoste gaat van de ander, zou ik willen zeggen. Een beperking van watregionale omroepen bijvoorbeeld aan nieuws mogen brengen, zou directhun voortbestaan in gevaar kunnen brengen.Voorzitter. Toch voel ik dat er bereidwilligheid is om samen te werken, omdie samenwerking aan te gaan. Er zitten nog wat haeken en oezen, hakenen ogen, aan die samenwerking als het gaat over «publiek of privaatgeld». We willen de Minister dus oproepen om met een soort strategischepubliek-private agenda te komen met concrete oplossingen die door beidepartijen gedragen worden. Welke mogelijkheden ziet de Minister? Wat kande Minister hierin toezeggen en wat zou dat voor de Mediawet betekenen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15724 Voorzitter. Dan tot slot persvrijheid en persverantwoordelijkheid. Eensterke journalistieke sector is een belangrijke voorwaarde voor een goedfunctionerende democratische rechtsorde. Om ervoor te zorgen datjournalisten overal vrij en veilig kunnen werken, investeert het kabinet inhet initiatief PersVeilig. Dit is een mooi initiatief en het is erg belangrijk datjournalisten hun werk veilig kunnen doen. Zij zijn de waakhonden van dedemocratie. Zij controleren autoriteiten, instituties en het bedrijfsleven, zostaat er geschreven.Voorzitter. Er zit ook een andere kant aan die persvrijheid. Ik weet dat datgevoelig ligt, maar ik wil het hier toch noemen. Dit gaat over verantwoor-delijk omgaan met datgene of diegene waar onderzoek naar gedaan wordten waar verslag van gedaan wordt. De impact van journalistiek kangigantisch zijn. Hoever die verantwoordelijkheid moet gaan, wordt medebepaald door de journalistieke ethiek. Het Nederlands Genootschap vanHoofdredacteuren heeft in 1995 een eigen journalistieke code opgesteld,en de bundeling van ethische regels is in 2008 voor het laatst aangepast.Mijn vraag zou zijn: zou het niet tijd zijn om daar in 2024 weer eens naar tekijken? Het gaat om het afwegen van het brengen van nieuws aan de enekant tegen de impact die dat kan hebben op bijvoorbeeld kwetsbaregebruiken en tradities. Als ik bijvoorbeeld zie wat de impact is van dewijze waarop PowNed verslag doet het Sunneklaasfeest op Ameland, kanik mij niet aan de indruk onttrekken dat dit disproportioneel is. Weegt hetbrengen van nieuws aan de ene kant hier nog op tegen de schade die hetaanricht in een gemeenschap? Er is immers al openheid van zakengegeven in bijvoorbeeld een hele mooie documentaire van OmropFryslân, een voorbeeld van zo’n mooie samenwerking. Ja, dat is gedaanom de druk van de ketel te halen. Wat is dan de reactie van PowNed? Datis een Sunneklaasjournaal waarbij het bloed over de desk van presenta-trice loopt. Het was wel nepbloed, moet ik hier even bij zeggen; het was erdenk ik op geschilderd. Er was sprake van een horrorpop die rondbun-gelde, en van diverse duivelse en occulte afbeeldingen die de studioopleukten. Mijn vraag is: gaat het hier nog om waarheidsvinding? Deironie en het sarcasme druipen er echt vanaf. Ik weet dat het een gevoeligthema is, maar ik wilde het toch genoemd hebben.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Martens.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik ben een beetje zoekende. De onderliggende zorg die de heer Soepboerwellicht heeft, deel ik. Maar als we willen voorkomen dat de publiekeomroep speelbal wordt van de politiek, is het dan zo verstandig om hierrecensies over programma’s over tafel te gooien? De heer Soepboer legtwoord voor woord uit wat er gebeurt in een programma. Ik heb ook eenhele lijst met omroepen en programma’s die soms zaken zeggen waarvanik denk: mwah. Ik vind echter dat wij als politiek de zelfbeheersing moetenhebben om te voorkomen dat de publieke omroep en de politiek rechttegenover elkaar komen te staan. Mijn vraag is dus: deelt de heerSoepboer die mening met mij? Misschien is het dan toch niet zoverstandig om dit hier op deze manier te doen. We weten namelijk wat ermorgen in de krant staat. Dat is mijn vraag aan de heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Ik deel uw mening. Het is zeer onverstandig van mij om dat op ditmoment te doen. Toch denk ik dat ik het moet doen. Daarom heb ik hetook gedaan, maar wel op de meest zorgvuldige manier. Ik wil er ook meeafsluiten – dat was ook mijn eindoproep – om het vooral niet aan depolitiek te laten. Dit zijn dingen die de journalisten en de media misschienmet elkaar op zouden kunnen pakken. Dat zou mijn aanmoediging zijn. Ikwil hier echter wel een punt van maken omdat het grote schade aanricht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15725 Ik ben het met u eens dat het noemen van één voorbeeld altijd gevaarlijkis. Daar wil ik ook eigenlijk wegblijven, maar ik zie wel wat hier gebeurt enmijn vragen zijn oprecht uit zorg gesteld. Daarom leg ik het hier neer endaarom deel ik het met u. Het is een nieuwe tijd; we zijn in 2024. Het iseen tijd waarin de media waar die code op gebaseerd zijn, daar misschienniet meer voor 100% op aansluiten. Het is een tijd van youtubers envloggers. Het gaat sneller. Het gaat anders. De enige oproep die ik zouwillen doen, is als volgt: is het niet tijd om daar nog eens met elkaar hetgesprek over aan te gaan? Dat zou mijn oproep zijn. Ik wil niks verbieden.Ik sta pal voor de persvrijheid. We blijven met onze handen van de pers af.Ik heb net ook gezegd dat ik PersVeilig een geweldig initiatief vind. Tochzou ik het gesprek dat plaats moet vinden tussen media onderling entussen journalisten onderling, aanmoedigen. Dat is eigenlijk het enige watik wil zeggen. Het voorbeeld heb ik puur ter illustratie gebruikt. Ik wilniemand tekortdoen. PowNed maakt ook hele mooie dingen. Daar zeg ikdus niks van. Ik schrijf die zender niet af. Ik schrijf PowNed helemaal nietaf. Het gaat hier puur even om deze casus, die ik ter illustratie wilgebruiken voor iets groters, namelijk voor de vraag of de codes nogbestand zijn tegen het huidige medialandschap, dat snel en modern is.Moeten we deze afweging niet nog een keer maken, dus moeten we aande ene kant nieuws willen brengen niet nog eens afwegen tegen deimpact die het soms heeft als ook al heel veel van het nieuws bekend is?Dat is eigenlijk waar mijn grote zorg ligt. U heeft gelijk: dat moet met degrootste zorgvuldigheid gebeuren.De voorzitter:U wilde afronden met een oproep. Die heeft u eigenlijk al gedaan, maar ikwil u de gelegenheid geven uw laatste zinnen te zeggen.De heer Soepboer (NSC):Inderdaad, niet geleid door politiek, maar door de journalisten zelf, datzou ik willen aanmoedigen. Wij moeten ons daar ver van houden. Dat zouik ook willen doen. Ik heb het vandaag al een aantal keren gezegd, maarook hier geldt weer: zoek alsjeblieft met elkaar naar het juiste evenwicht.Laat elkaar heel. Zoek naar het evenwicht. Dat is eigenlijk steeds mijnboodschap geweest.Daar wil ik mee afsluiten, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Soepboer. Ik zie dat meneer Ceder nog een vraagheeft.De heer Ceder (ChristenUnie):Voor mij is het een mooi betoog. U staat ook voor die externe plurifor-miteit, als ik uw betoog goed heb gehoord. Ik heb met meneer Krul eenmotie ingediend die we een paar maanden geleden, toen er nog geenregeerakkoord was, hebben aangehouden. Die was ingediend om metname de omroepverenigingen in ieder geval te bestendigen. Ik ben heteens met mevrouw Martens dat het niet per se verenigingen hoeven tezijn, maar volgens mij is een vereniging qua rechtsvorm het meestpassend. Het gaat er in ieder geval om dat je verschillende omroepen blijfthebben ook al heb je wijzigingen of vallen die onder productiehuizen, ofwelke kant het ook op gaat. Die motie zouden we graag in stemmingwillen brengen, maar uiteraard hebben we NSC daar mede voor nodig. Ikben benieuwd of ik aan de hand van uw betoog kan concluderen dat diteen dusdanig belangrijke waarborg voor u is dat u zegt: hier kunnen we inmee.De heer Soepboer (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15726 Ik ga u nu niet zeggen of ik uw motie ga steunen, maar ik ben bekend metuw motie en ik ben bereid daarnaar te kijken. Ook voor ons zijn deverenigingen van groot belang als maatschappelijke worteling, dus ik benzeker bereid om daar samen met u naar te kijken.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Zanten namens deBBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn allereerste mediadebat. Ik heb deportefeuille overgenomen van mevrouw Keijzer, dus ik ben benieuwd. Hetis een heel interessant onderwerp. Er gebeurt heel veel. Omwille van detijd kan ik niet ingaan op alle onderwerpen die op de agenda stonden. Ikzal het dus vooral bij de landelijke publieke omroepen houden.Voorzitter. Je misdragen op de werkvloer en dan miljoenen krijgen kan inNederland. Slecht gedrag loont blijkbaar, want Minister Bruins geeft deNPO na wangedrag 3,6 miljoen euro toe. Ik begrijp werkelijk niet hoe deMinister dit denkt te kunnen uitleggen aan de belastingbetalendeNederlander, maar de Minister mag dat straks proberen. Volgend jaar gaater 952 miljoen euro aan belastinggeld naar de landelijke publieke omroep.De NPO is naar mijn mening prima in staat om de interne problematiekhiermee zelf op te lossen. Daarnaast is sociale veiligheid een manage-mentvraagstuk en geen budgetvraagstuk. Dus graag een reactie.We moeten streven naar een publieke omroep die ook in de toekomstrelevant en kwalitatief goed is. Dat kan door maatschappelijke ontwikke-lingen in acht te nemen. De commissie-Van Geel hield in haar rapportnadrukkelijk vast aan een extern pluriform organisatiemodel. Dat isvolgens BBB een gemiste kans. De commissie concludeerde simpelgezegd dat de pluriformiteit van en de verbinding met de achterbannenvan de omroepen verwaterd zijn. De aangedragen oplossing was eenfusie. De ironie hiervan is de commissie ontgaan, namelijk dat verdereverwatering als oplossing wordt gezien voor verwatering. Het adresseertde problemen van het stelsel niet genoeg.952 miljoen euro betalen we met elkaar in dit land. Wegens de finan-ciering met belastinggeld is het noodzakelijk dat iedereen zich in deprogrammering herkent, dat alle maatschappelijke stromingen een plekkrijgen in het aanbod. Echter, volgens BBB is het huidige bestel geengoede weerspiegeling van de samenleving. Daarnaast voert vooral binnende nieuwsmedia regelmatig een eenzijdige blik de boventoon. Ik steldeeerder schriftelijke vragen over de journalistieke integriteit en eenzijdigeberichtgeving van door de overheid gefinancierde media. In de beant-woording miste ik belangrijke zaken die we hebben vastgelegd in deMediawet en het Mediabesluit. De wet is duidelijk. Nieuwsprogramma’svan publieke omroepen zijn verplicht om evenwichtig verslag te doen. Inde beantwoording lees ik slechts over de onafhankelijkheid van de media.Laat ik vooropstellen dat BBB deze onafhankelijk uiteraard zeer belangrijkvindt. Maar deze onafhankelijkheid ontslaat het Commissariaat voor deMedia niet van de plicht om toe te zien op de in de Mediawet vastgelegdeonpartijdigheid van publieke omroepen. Als zij dit niet doen en wij het nietmogen, wie doet dat dan wel? Graag een reactie van de Minister.In de beantwoording werd de Ombudsman veelvuldig genoemd. Dezewerkt volgens de Code Journalistiek Handelen. Hierbij de vraag aan deMinister of hij weet dat de norm van evenwichtigheid vorig jaar uit dezecode is verdwenen. Zo ja, wat zijn hiervan de inhoudelijke gevolgen? Kande Minister daar iets over zeggen? Nogmaals, wij als politiek kunnen hierkennelijk niks mee. Maar het lijkt me wel belangrijk dat zeker journalistenvan de publieke omroep zich aan deze norm blijven houden.Ik sprak al over alle maatschappelijke stromingen een plek geven in hetaanbod. In Nederland is er jaarlijks 23 uur zendtijd beschikbaar voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15727 Joodse gemeenschap. Dit is noodzakelijk, zeker gezien de huidigemaatschappelijke spanningen. We krijgen echter signalen dat dit onderdruk staat. Sinds 2016 verliezen de redacties van kleine levensbeschouwe-lijke stromingen steeds meer zeggenschap over hun eigen budget enzendtijd. De vraag aan de Minister is dan ook hoe we de zelfstandigheidvan de redacties van kleine levensbeschouwingen zoals de Joodseredactie binnen het publieke bestel wettelijk kunnen verankeren.Voorzitter. In 2019 werd besloten de reclamezendtijd op NPO-zenders teverlagen van 10% naar 5%. Het daaropvolgende kabinet besloot echter deNPO toe te staan om alsnog meer geld te halen uit de reclamemarkt. Dehuidige Minister zei onlangs vast te houden aan dat voornemen. Ik hebhier de nodige vragen bij. Vindt de Minister niet dat hier sprake is vaninconsistent beleid, dat zorgt voor verstoring op de reclamemarkt en zeernadelig is voor commerciële omroepen, vanwege nog meer oneerlijkeconcurrentie? Graag een reactie. Bovendien krijgt de NPO op deze manierde gelegenheid om een deel van de bezuinigingen van 100 miljoen op tevangen. Adverteerders betalen zo dus de opgelegde bezuiniging. Ookhierop graag een reactie.Voorzitter. We hebben het al ruim gehad over internationale techbedrijvenals Netflix, HBO en Disney, die onze kijkersmarkt overspoelen. Hierdoorneemt het aandeel van de Nederlandse omroepen af en wordt hun positieop de advertentiemarkt kleiner. Inkomsten stromen weg naar hetbuitenland. Is de Minister het met ons eens dat dit vraagt om een nauweresamenwerking tussen de publieke en commerciële omroepen, om zosamen ten strijde te trekken tegen de buitenlandse megabedrijven? Zo ja,wat gaat de Minister doen om dit te stimuleren?Dank.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Allereerst moet ik nog wel even zeggen dat juist het pluriforme omroe-penbestel prachtige programma’s heeft kunnen maken, zoals De JoodseRaad, met een waardenvolle spirit, met een hoofdletter W. Dat is juist hetmooie van onze omroep, zou ik willen zeggen.Ik schrik toch een beetje van de opmerking van mevrouw Van Zanten. Zijconstateert feitelijk dat nieuwszenders zich niet houden aan de wet. Dat iseigenlijk wat zij zegt. Dat is best een heftige uiting. Ik zou toch willenvragen of mevrouw Van Zanten dat iets meer kan staven. Ik vind dat nogalwat.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank voor de vraag. Ik snap deze vraag. Als we kijken naar het afgelopenjaar en zien hoeveel berichten er niet alleen bij mij persoonlijk en bij mijnpartij, maar ook bij de Ombudsman zijn binnengekomen over eenzijdigeberichtgeving, vind ik dat wij de signalen vanuit de samenleving serieusmoeten nemen. Ik noem een voorbeeld van vorig jaar, over de aanslag opeen ziekenhuis in Gaza. Binnen vier minuten stond dat al op deNOS-website, terwijl dat nog helemaal niet van een geverifieerde bronafkomstig kon zijn, want hoe kun je binnen vier minuten checken of jebron echt is? Dan wordt er meteen al geframed dat Israël dat ziekenhuiszou hebben beschoten. Uiteindelijk bleek gewoon dat dat niet waar was.Zo heb ik een legio aan voorbeelden. Wij zullen echt niet de enige partijzijn die al die voorbeelden van burgers heeft binnengekregen. Ik weetzeker dat de heer Krul en zijn partij ook berichten van bezorgde burgershebben gehad. Ik vind dat het bij onze taak als volksvertegenwoordigerhoort om te luisteren als er vanuit de samenleving zo veel signalen komendat zij zich zorgen maken hierover. Nogmaals, ik ga hier niet over en wijgaan hier niet over. Wij gaan ook niet bepalen of iets wel of nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15728 evenwichtig is; daar hebben we het Commissariaat voor de Media voor.Maar als er zo veel berichten binnenkomen en het commissariaat niksdoet, dan vraag ik me af: wie doet wel wat?De voorzitter:Ik ga meneer Krul een klein beetje extra ruimte geven om nog één kortevervolgvraag te stellen.De heer Krul (CDA):Ik denk dat mevrouw Van Zanten aan het eind van haar betoog wel eenpunt maakt, namelijk dat wij er niet over gaan. Wij krijgen die signalenook en dat geef ik dan terug. Ik vind het gewoon te ver gaan – dat kan danmijn persoonlijke noot in dit debat zijn – om dit op deze manier aan tewakkeren. Verder ga ik er gewoon geen woorden aan vuil maken.De voorzitter:Dan geef ik de heer Mohandis zo ook nog de gelegenheid voor ééninterruptie. Sorry, eerst mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Mag ik daar even kort op reageren? Ik begrijp heel goed wat de heer Krulzegt, hoor. Ik ben zelf journalist geweest. Ik weet hoe belangrijk onafhan-kelijkheid is; dat is een groot goed. Echter, als je zo veel signalen krijgtvanuit de samenleving, dan lijkt het mij op een gegeven moment ook voorde publieke omroep zelf een noodzaak om deze sentimenten uit de wereldte helpen. Misschien klopt het niet en hebben al deze mensen het mis,hoor, maar dan lijkt het me juist in het belang van de publieke omroep datzij daar onderzoek naar doen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Kort. Kijk, met smaak kun je altijd alle kanten op. Ik vind ook echt wel vanalles van bepaalde programma’s of omroepen. Alleen zijn wij medewet-gever en dan is het altijd zoeken. Waar ga je wel en niet over? Ga je hetsanctieregime aanpassen? Ik heb zelf in het verleden voorstellen gedaanom te kijken of het wel of niet verstandig is dat de Minister erover gaat.Wie gaat nou waarover als onafhankelijk wordt vastgesteld dat eenomroep over de schreef gaat? Dat kan allemaal, maar wel met dezorgvuldigheid van de medewetgever. We moeten dus ook heel duidelijkmaken dat we er niet over gaan of iets wel of niet op de NOS staat en watwe daarvan vinden. Ik vind dat echt, echt een brug te ver. Ik zoek dus ookeen beetje naar wat u dan gaat doen. U bent namelijk Kamerlid. U kuntzeggen: ik kom met een voorstel om de taken van de NPO-ombudsman uitte breiden en met een aanscherping van het sanctieregime. Wat is dan hetvoorstel? Want alleen op die manier analyseren ... Ja, ik kan ook een heledag vullen over wat ik vind van Ongehoord Nederland, PowNed of andereomroepen. Maar dat is niet onze rol. Ik vind ook echt dat we daarvan wegmoeten blijven. We moeten echt kijken wat onze rol is. Wat willen we? Isdat goed geborgd? Is het duidelijk waar het commissariaat over gaat enwaar de NPO over gaat? Kunnen die ingrijpen als een omroep over deschreef gaat? Hebben we dat netjes geregeld? Ik denk dat dat beter kan –dat heb ik ook gezegd in mijn inbreng – maar we moeten uitkijken alsmensen iets vinden van de NOS of van andere omroepen. Ik krijg ookmailboxen vol met berichten waarin juist staat dat de NOS veel te rechtsis en bepaalde andere geluiden niet laat horen. Maar dat gaan we hier nietmet elkaar inbrengen, want dan wagen we ons echt op glad ijs. Ik vind datwe dat als Kamer niet moeten doen en nooit moeten willen doen. Andersverwatert echt de rol die wij als wetgevende macht hebben.Mevrouw Van Zanten (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15729 De opmerking van de heer Mohandis bevestigt eigenlijk wel een beetjemijn punt. Als hij zo veel mails binnenkrijgt waarin staat dat de NPO terechts is en ik waarin staat dat de NPO te links of te eenzijdig is, dan is hetmisschien toch goed dat daar een keer onderzoek naar wordt gedaan? Hetgaat hierbij namelijk om specifieke voorbeelden bij nieuwsgaring. Kijk, ikweet niet waar de mails die de heer Mohandis binnenkrijgt over gaan.Maar die van mij gaan heel vaak specifiek over de verslaggeving bij hetIsraël-Gazaconflict. Je ziet gewoon keer op keer dat dat vanuit eenbepaalde hoek wordt gebracht. Daar kun je wat van vinden. Daar mág ikwat van vinden. Volgens mij mag ik nog wel ergens een mening overhebben. Maar eigenlijk mag ik het gewoon niet hardop zeggen, omdat«we daar niet voor zijn». Ik vind dat ook wel heel ver gaan. Want wijmoeten toch kijken naar wetgeving? Ja, ik vind dat wij moeten kijken ofalles klopt. Dat ben ik met de heer Mohandis eens. Wij moeten kijken ofalles goed genoeg geborgd is in onze wet- en regelgeving. Wij moetenkijken of we bepaalde zaken wel of niet moeten aanscherpen of veran-deren. Ik vroeg de Minister net ook al naar de Code JournalistiekHandelen. Ik ben heel benieuwd hoe het daar precies mee zit en wat deMinister daarover kan zeggen. Ik vroeg ook naar het evenwichtig brengenvan nieuws en of dat op de een of andere manier kan terugkomen. Ik bendus vooral heel erg benieuwd naar de beantwoording van de Minister enwat wij hiertegen kunnen doen. Eén ding staat volgens mij wel vast: wehebben het afgelopen jaar gezien dat dit een bepaalde kant op gaat. Heelveel mensen hebben daar heel veel problemen mee. Heel veel burgersmaken zich daar heel veel zorgen over.De voorzitter:Helder. Daarmee komen we aan het einde van de eerste termijn van deKamer. Ik heb begrepen dat de Minister enige tijd nodig heeft voor debeantwoording. Ik wil voorstellen om dat te combineren met eenlunchpauze. Dat betekent dat ik schors tot 12.25 uur. Dan gaan we verdermet de eerste termijn van de Minister.De vergadering wordt van 11.38 uur tot 12.25 uur geschorst.De voorzitter:Aan de orde is het onderdeel media van de begroting van het Ministerievan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We zijn toegekomen aan de eerstetermijn van de kant van de Minister. Ik geef u op voorhand mee dat hij aanhet eind van de eerste termijn ook de appreciatie van het ingediendeamendement zal behandelen. Het woord is aan de Minister.Minister Bruins:Dank u wel, voorzitter. In een goed werkende democratie is een sterke enonafhankelijke mediasector met een pluriform aanbod onmisbaar. Ikvergelijk de media weleens met de Schijf van Vijf voor de samenleving,want ze voeden ons met verhalen, feiten en inzichten. Ze bieden eenveelheid aan invalshoeken en versterken zo het publieke debat. De vrijheidvan de media is meer dan een losstaand principe. Het is een barometervoor de vrijheid van de samenleving als geheel. Waar de media vrijkunnen opereren, ademt de democratie. Maar zodra de politiek zich teveel met de media bemoeit of hen recenseert, ontstaat een gevaarlijketendens, namelijk het beperken van de vrijheid van de hele samenleving.Juist omdat de media onafhankelijk zijn, kunnen zij de voor sommigenonprettige waarheden aan het licht brengen en invalshoeken belichten diede machthebbers misschien liever niet horen. Dit is een essentieelkenmerk van een gezonde democratie, omdat het voorkomt dat machtonaantastbaar wordt.Het is hard werken voor de media in de huidige samenleving, die zichsteeds verder lijkt op te delen in groepen en subgroepen, waarin vooral deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15730 sociale media een constante roep om aandacht leveren en waarindesinformatie vaak een aantrekkelijk alternatief is omdat die een verkleurdof versimpeld beeld levert van de complexe werkelijkheid waarin weleven. Het vraagt visie en moed van journalisten om in die omstandig-heden een onafhankelijke pers en betrouwbare journalistiek te handhavenen te beschermen, maar het vraagt ook visie en moed van de politiek, vanons. Alleen als de politiek de moed heeft om kritiek te dulden en om aanalle zienswijzen ruimte te geven, kunnen de media een pilaar zijn van derechtsstaat. De persvrijheid en het verbod op censuur zijn voor mijononderhandelbare rechtsstatelijke uitgangspunten. Ze zijn ononderhan-delbaar.Voorzitter. Elke dag werken de medewerkers van de vele media inNederland aan de kracht en de veelkleurigheid van het medialandschap.De geschreven pers, de publieke omroepen, zowel lokaal, regionaal alslandelijk, en de commerciële media leveren allemaal een niet te missenbijdrage. Het lokale stelsel wordt momenteel op verschillende vlakkenherzien, onder andere om de lokale journalistiek verder te versterken. Datvoorstel gaat nog dit jaar in internetconsultatie. Daarbij is het hard nodigom ook het landelijke publieke stelsel bij de tijd te brengen en tehervormen. Ik zie tot mijn vreugde in de krant dat verschillende partijenmeedenken en zelf ook met voorstellen komen. Ik zal daar straks ook watover zeggen.Momenteel ben ik druk bezig met het vormgeven en uitwerken van dehervorming van het publieke bestel. Dat is een precisieoperatie. Aan deene kant moeten we behouden wat zo goed en uniek is aan het Neder-landse bestel, zoals de pluriformiteit en de diversiteit in het aanbod, enaan de andere kant willen we hervormen wat beter kan. Ik heb het danvooral over de bestuurbaarheid en de worteling in de samenleving. Ik komdaar straks graag in detail op terug.De lopende erkenningsperiode van de omroepen loopt eind 2026 af. Dat isonvoldoende tijd om de benodigde wetsaanpassingen en de moderni-sering door te voeren. Daarom wil ik de huidige concessie verlengen mettwee jaar, zoals u in de eerste termijn hebt geconstateerd. Het voorstelhiervoor ligt nu bij de Raad van State. Ik zal het zo meteen onderbouwen.Het is inderdaad nodig om haast te maken met die herziening; dat ben ikmet u eens. Mijn ambtenaren zijn daarvoor hard aan het werk gegaan. Wespreken met wetenschappers, toezichthouders en de publieke omroepen,maar juist ook met de commerciële partijen, want ook zij zijn nodig vooreen evenwichtig Nederlands aanbod. Dat laatste, spreken met decommerciële partijen, is in het verleden niet altijd gebeurd. Ik wil dat welintensief doen. Daarnaast wil ik, met het WRR-rapport Aandacht voormedia in de hand, ook goed kijken naar de doeltreffendheid van deverschillende opties in een snel veranderend internationaal medialand-schap. Ook daar wees uw Kamer op: we zitten in een klein taalgebied enNederlandstalige journalistieke content staat al snel onder druk. Ik wil deherziening zo snel mogelijk doen, maar vooral ook goed en onderbouwd.In het eerste kwartaal van 2025 zal ik daarom de Kamer informeren overmijn plannen voor de hervorming. Daarna ga ik er graag met uw Kameruitgebreid over in debat. Bij het tijdpad zal ik verderop in mijn beant-woording nog stilstaan.In de Mediabegroting die vandaag voorligt, hebben we een aantal mooiedingen kunnen realiseren. Denk aan het structureel maken van PersVeilig,dat journalisten weerbaarder maakt tegen de toegenomen agressie die zijervaren. Ook over de financiering van de publieke omroep zijn in hetregeerprogramma afspraken gemaakt. Voor de publieke omroep en deonafhankelijkheid daarvan is een stabiele en voorspelbare financieringvan groot belang. Daarom is de rijksmediabijdrage wettelijk vastgelegd.De bezuiniging van 100 miljoen zal dus in de wettelijke rijksmediabijdragemoeten worden doorgevoerd. De inhoudelijke invulling van de besparingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15731 is aan de NPO, in overleg met de omroepen. Zij houden mij daarvan goedop de hoogte. Ook daar zal ik straks nog meer over zeggen.Voorzitter. Ik wil mijn beantwoording graag in een aantal blokjes opdelen.Ik begin met lokaal. Dat is namelijk waar het begint in de samenleving: dieallerdiepste laag van de democratie het dichtst bij de mensen. Daarin zalik ook alvast iets zeggen over het grensvlak van publieke en private mediaen de samenwerking daartussen. Daarna ga ik naar journalistiek. Dan komik op landelijk, waarbij ik ook een speciaal blokje over veiligheid heb.Verder heb ik een blokje over toegankelijkheid en overig, inclusief deappreciatie van het amendement. De blokjes zijn dus: lokaal, journalistiek,landelijk, veiligheid, toegankelijkheid en overig.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Geen interruptie, maar een verduidelijkende vraag, ook voor de orde vandit debat. Gaat u in het blokje landelijk ook dieper in op de vorm waarinwij de plannen krijgen: de bouwstenenbrief et cetera? Dat is het geval,begrijp ik. Oké, check. Dan komen we daarop terug.De voorzitter:Prima, helder. Vervolgt u uw betoog.Minister Bruins:Dan begin ik met het blokje lokaal. Mij werd de vraag gesteld of ik dehuidige investeringen in streekvorming van de lokale omroepen zalbehouden. Het is niet voor niets dat ik met dit blokje begin. De lokaleomroepen zijn buitengewoon belangrijk. Veel gemeenten bieden hunlokale omroep extra hulp richting dat nieuwe stelsel. Dat waardeer ikenorm. U weet dat ik er dus echt alles op richt om de lokale omroepenweerbaarder en sterker te maken. Ik hoop ook dat gemeenten dezebelangrijke rol als partner, ook in 2026 en 2027, blijven pakken. Dat isnatuurlijk aan de gemeenten, maar ik zal gemeenten hierop bestuurlijkblijven aanspreken. Ik blijf ook vanuit OCW mijn steentje hieraanbijdragen. Ieder jaar richting de start van het nieuwe stelsel in 2028 is ervanuit OCW geld beschikbaar voor de lokale omroep. Concreet is dat 16miljoen euro per jaar in 2025, 2026 en 2027.Daarbij werd mij gevraagd of er wel voldoende middelen zijn als deinvoering wordt uitgesteld tot 2028. Het antwoord is dus ja. Er is 16miljoen per jaar beschikbaar in 2025, 2026 en 2027. Dit gaat grotendeelsnaar het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, want dat heeft eenregeling voor lokale omroepen, ter voorbereiding op het nieuwe stelsel.De heer Krul verwees hier al naar. Ieder jaar moet er met dat bestaandebudget ruimte voor meer omroepen komen om hieraan mee te doen. Ik gamet het stimuleringsfonds en de NLPO als koepel in overleg hoe we in dejaren 2026 en 2027 met deze regeling zo veel mogelijk richting die 80omroepen, die streekomroepen, kunnen gaan. Die 80 omroepen zijn echtbottom-up opgekomen. Daarmee lijkt nu een mooie indeling in het land teontstaan. Met deze aanpak kunnen we waar mogelijk maatwerk bieden.Er werd mij gevraagd of ik met het wetsvoorstel het subsidiebedrag gakorten. Ik heb al gezegd dat de bekostiging zoals ik die net heb besproken,tot 2028 loopt. Tot de start van het nieuwe stelsel zijn gemeentenverantwoordelijk voor de bekostiging, maar zij ontvangen daar ieder jaargeld voor in het Gemeentefonds. Dat is nu zo’n 12 miljoen euro in totaal.Dat bedrag gaat per 2028 dus over naar het Rijk, omdat ik het belangrijkvind om mijn systeemverantwoordelijkheid zodanig in te vullen dat deweerbaarheid van de lokale omroepen ook door de rijksoverheid wordtgewaarborgd. Dat bedrag vullen we vanaf 2027 aan met 16 miljoen euro.Dan kom je dus op 28 miljoen euro per jaar vanaf 2028. Daar heb ik nietop willen korten in de huidige subsidietaakstelling. Ik vind het belangrijkdat we volop blijven inzetten op de lokale democratie door middel van delokale omroepen. Die mogelijkheid moet ik concreet creëren in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15732 Mediawet, zodat het ook in het nieuwe stelsel kan. Daarom heb ik dat puntook benoemd in de Mediabegrotingsbrief.Op dit punt is het ook heel belangrijk dat we kijken naar de samenwerkingmet de commerciëlen. Ook op het lokale vlak zijn de private medianamelijk ontzettend belangrijk. Vaak is die ene journalist, die luis in depels van de gemeenteraad die zo ontzettend veel tijd stopt in het borgenvan de lokale democratie, ontzettend belangrijk. Het is dus belangrijk datwe kijken naar de samenwerking tussen publiek en commercieel, hetgrensvlak van publiek en privaat.Ik heb begrip voor de opmerking van mevrouw Van Zanten. Zij zei datonline demand steeds groter wordt en dat inkomsten naar het buitenlandgaan. Ze vroeg of ik het met haar eens ben dat er een nauwere samen-werking opgezet moet worden tussen publiek en commercieel. Ik denk datwe inderdaad in een tijd gekomen zijn waarin we nauwkeurig moetenkijken naar het publiek-private grensvlak. We moeten de publieke tak ende commerciëlen, veel meer dan in het verleden, als een geheel zien. Hettotale spectrum aan spelers is van belang voor behoud van de plurifor-miteit en het invullen van de democratische rol van de journalistiek. Het isdus goed om dat hele systeem, zowel online als offline, te bekijken. Zoalsik al eerder heb aangegeven, ga ik ook in het kader van de hervormingvan de landelijke publieke omroep kijken hoe we die verdere samen-werking kunnen vormgeven.Op dit punt heeft mevrouw Martens-America ook belangrijke woordengesproken; ook zij sprak over de samenwerking met commerciëlen. Ikbegrijp heel goed wat mevrouw Martens zegt. Zeker om jongeren tebereiken is het van groot belang dat we ook andere kanalen gebruiken.Daar zijn commerciëlen heel hard bij nodig. Uit onderzoek van hetCommissariaat voor de Media naar nieuwsgebruik door jongeren bleekdat jongeren wel degelijk geïnteresseerd zijn in nieuws. Maar je moet zebereiken daar waar ze zijn. Ik vind het voor de onafhankelijkheid van depublieke omroep ook goed dat die een eigen platform heeft, zoalsbijvoorbeeld, op het landelijke niveau, NPO Start. Bij de hervorming vande landelijke publieke omroep ga ik volop kijken hoe verdere samen-werking met commerciële partijen mogelijk is. Ik heb inmiddels ook veelgesprekken gehad met commerciële partijen. Ik heb met DPG, Talpa enRTL gepraat. Dat zijn allemaal hele belangrijke gesprekken. Ik ben zeerovertuigd van het belang van de commerciële omroepen voor het behoudvan de pluriformiteit in het Nederlands taalgebied. We moeten het met z’nallen doen.Naar aanleiding van een vraag van mevrouw Van der Velde het volgende.Zij gaf aan dat een goed werkende en gebruiksvriendelijke ondemand-dienst in de lucht houden belangrijk is. Dat kost geld. Dat is bij publiekeomroepen niet anders. NPO is sinds jaar en dag loyaal partner in NLZIET.NPO Start en NPO Plus zijn ook via NLZIET beschikbaar. Men zal daar ookmee doorgaan. Ik zie er enorm naar uit om in het kader van dehervorming van de omroepen, zowel lokaal als regionaal als landelijk, hetgrensvlak van publiek en privaat beter te beschouwen en ervoor te zorgendat we alle partijen zien als een geheel. We komen met een integraleherziening van een herziening, zodat de pluriformiteit in Nederlandmaximaal behouden blijft. Dit gaat om lokale samenwerking tussenpubliek en privaat.De voorzitter:Ik zie in ieder geval de heer Mohandis, mevrouw Van der Velde en de heerSoepboer. Eerst de heer Mohandis. Aan u het woord.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik dank de Minister op dit onderwerp. Wij hebben daarover de volgendezorgen. Eén. U gaat er al best wel van uit dat er 80 in beton gegoten zijn.Klopt dat, of zijn er straks nog wel wat witte vlekken die ervoor zorgen datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15733 bepaalde gebieden niet worden bediend in die streekvorming? Heeft u datoverzicht? En nog belangrijker: u heeft het over dat extra geld, maar wijkrijgen juist ook signalen – het is even zoeken wat daarvan klopt – dat eengroot deel van de gemeenten nu meer uitgeeft aan hun lokale omroepdan het richtsnoerbedrag. Wij willen voorkomen dat de lokale omroependie die slag moeten maken – daarom noemen wij expliciet de jaren 2026en 2027 – door de overheveling in de transitiefase onder de streep hetgevoel krijgen dat ze niet worden gestimuleerd om die slag ook echt temaken. Daar zit onze zorg. Ik weet niet of u dat proces goed overziet en ofu weet dat dus ongeveer 30% van de lokale omroepen meer geld uitgeeftdan het richtbedrag in het Gemeentefonds.Minister Bruins:Ten eerste wijs ik op de extra middelen die ik beschikbaar stel. Daaruitmag blijken hoe belangrijk ik de rol van de lokale omroepen vind. Ik vindhet ook belangrijk dat we die omslag inderdaad goed kunnen maken, ookin 2026–2027. Ik hoor vanuit verschillende plekken in Nederland dat menbang is dat wanneer de rijksoverheid meer geld gaat geven, de gemeentedan minder gaat doen. Ik vind het dus belangrijk om daarover in gesprekte blijven met de VNG, om ervoor te zorgen dat die overgang wel goedgaat en dat ook juist die overgangsjaren goed zullen verlopen.We zijn nu juist bezig met het weerbaarder maken van de lokale journa-listiek, met in het bijzonder de lokale omroepen. Dat moet echt eenonomkeerbaar proces worden. Daarbij zijn die 80 streekomroepen die nulijken te ontstaan, bottom-up ontstaan. Dat is een heel mooi proces. Daarheeft mijn ambtsvoorganger zich eigenlijk niet mee hoeven bemoeien. Erontstaan vanuit de regionale cultuur, de streekcultuur, een soort natuur-lijke gebieden. Ik vind dat heel bemoedigend. Ik vind het goed om met deNLPO nogmaals te kijken hoe dat verder gaat. Zijn er nog witte vlekken?Lukt het om op alle plekken die weerbaarheid te vergroten? Gaat het ookgoed met die financiering? Dat zal ik ook bij de VNG aansnijden. Ik wil hetdus vooral bij de lokale democratie laten, maar ik zal wel in gesprekblijven. Omdat juist die lokale omroepen naar de rijksoverheid gaan, zal ikextra aandacht besteden aan die transitie en aan die twee transitiejaren,om ervoor te zorgen dat we blijven groeien in weerbaarheid en indemocratische borging.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van der Velde, uw vraag.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik hoor de Minister een beetje om mijn vraag heen praten. De PVV vroegde Minister namelijk of het niet logischer zou zijn als de NPO juist meerinvesteert in NLZIET in plaats van in zijn eigen losstaande platformen. Nugeeft de Minister aan dat hij het juist goed vindt dat die losse platformenextra aandacht krijgen, maar dat geeft natuurlijk geen antwoord op mijnvraag, dus ik zou graag antwoord krijgen op de vraag die ik gesteld heb.Minister Bruins:Ik vind het belangrijk dat we een onafhankelijke publieke omroep hebben.Ik vind het dan ook belangrijk dat ze wel gaan over hun eigen onlinestra-tegie. Ik mag tegelijkertijd natuurlijk wel vragen of het belastinggeld welefficiënt wordt besteed. Daar wordt jaarlijks verantwoording overafgelegd. Ook het Commissariaat voor de Media houdt daar toezicht op.Maar ik wil niet een Minister zijn die tegen de onafhankelijke publiekeomroep zegt: je moet in dit of in dat platform investeren. Ze gaan zelf overdie onlinestrategie. Ik vind het ook voor de onafhankelijkheid van de NPOgoed dat zij hun eigen platform hebben. Dat is ook belangrijk voor devindbaarheid van de publieke omroep. Maar ik vind het, zoals ik ook inmijn inleiding heb gezegd, wel heel erg belangrijk dat we, beter dan inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15734 afgelopen jaren, verbinding zoeken met commerciële partijen en kijkenhoe we het zo efficiënt mogelijk kunnen doen, zodat ook het belastinggeldgoed besteed wordt. Ook in het licht van de bezuiniging moet er goedgekeken worden hoe de online- en offlinestrategie eruitzien.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van der Velde.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik zit een beetje te bedenken hoe ik deze vraag in ga steken. Aan de enekant wil ik de Minister graag vragen of hij zelf weleens te maken heeftgehad met onlinestrategieën. Meedoen aan NLZIET, of extra meedoen aanNLZIET, zou namelijk de vindbaarheid van de NPO totaal niet in de wegstaan. Sterker nog, dit zou waarschijnlijk zelfs meer mensen ernaartoetrekken, omdat de mensen die juist graag commercieel kijken dan ookmisschien eens een keertje bij de NPO komen kijken. Dat ten eerste.Eigenlijk vraag ik me af hoe dit elkaar volgens de Minister in de weg staat.Dat is mij niet helemaal duidelijk.Minister Bruins:Ik denk juist dat het elkaar helemaal niet in de weg staat. Daarom spreekik, zeker in vergelijking met het verleden, best wel grote woorden over desamenwerking op het publiek-private grensvlak. Ik vind het heel ergbelangrijk, omwille van het Nederlandse taalgebied en het algemeenbelang in de Nederlandse samenleving, dat we erkennen dat de commer-ciële partijen en de publieke omroepen allemaal nodig zijn om eenpluriform aanbod te kunnen bieden. Daarom is het ook belangrijk om eropte wijzen dat de NPO nu al meedoet met NLZIET en dat NPO Start en NPOPlus daar inderdaad beschikbaar zijn. Ik denk dat dat inderdaad heel ergbelangrijk is voor de vindbaarheid van de publieke omroep.Maar ook andere samenwerking op het publiek-private grensvlak,bijvoorbeeld met de grote commerciële partijen, krijgt steeds meer vorm.Denk bijvoorbeeld aan de serie Het gouden uur. Die was eerst te zien opde NPO en nu op Netflix. Ik denk dat dat soort grensoverschrijdendesamenwerking tussen de publieke en private wereld heel erg belangrijk is.NLZIET is ook een vorm van samenwerking tussen de publieke encommerciële wereld. Ik denk dat we de komende jaren daar steeds meervan zullen zien. Ik wil dat eigenlijk alleen maar aanmoedigen, in de geestvan datgene waarvan mevrouw Van der Velde mij probeert te overtuigen.De heer Soepboer (NSC):Ik constateer dat de Minister aan het einde van zijn blokje komt. Dan hebik iets gemist. Dat wou ik even meegeven, in plaats van een interruptie teplaatsen. Ik heb de Minister namelijk gevraagd om een toezegging op diestrategische publiek-private agenda en om daarbij goed te kijken naarconcrete oplossingen die door beide partijen gedragen zijn, zeker als hetgaat over lokale en regionale samenwerking. Daar kunnen de gevolgengroot zijn als het onzorgvuldig gebeurt, bijvoorbeeld bij de vraag: watmag een publieke nieuwsaanbieder nog wel of niet online publiceren?Daar moet dus heel goed over nagedacht worden, voordat je echt hetbestaansrecht van een van beide inperkt. Ik zou dus toch graag kijken of ikdie toezegging kan krijgen en of het concreet kan worden.Minister Bruins:Dat zeg ik graag toe. Meer dan bij de hervormingen of deelhervormingenvan de afgelopen jaren wil ik het grensvlak tussen publiek en commercieelgoed meenemen in alles wat ik doe. Ik wil bij de hervormingsplannen ookeen impactanalyse laten maken van de impact op de commerciëleaanbieders als het gaat om inkomsten en een fair share. Dus ja, ik zeg toedat ik juist dat grensvlak volledig zal meenemen, waarbij ik het totaleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15735 systeem, commercieel en publiek, zie als noodzakelijk voor het behoudvan pluriformiteit in de media. Dat wil ik doen op alle niveaus, niet alleennationaal, maar ook lokaal, dus ook de commerciële partijen op lokaalniveau, die ene journalist, dat ene weekblad, juist die luis in de pels vande gemeenteraad die probeert rond te komen, wat soms heel ergkwetsbaar en heel erg moeilijk is op lokaal niveau. Juist dat grensvlak metde commerciële media wil ik heel goed meenemen, ook in de hervormingop lokaal niveau.De voorzitter:Voldoet dit aan uw verzoek, meneer Soepboer?De heer Soepboer (NSC):Ja, grotendeels, maar ik heb in dit huis geleerd dat we er ook altijd eenconcreet tijdpad bij moeten krijgen, dus als de Minister dat er nog aan toezou kunnen voegen, is het misschien een complete toezegging.De voorzitter:Volgens mij heeft de Minister het eerste kwartaal genoemd, maar ik kijkeven naar rechts; ik hoop niet dat ik hem nu opzadel met iets wat ikverkeerd begrepen heb.Minister Bruins:De brief over de hervorming van de NPO komt in het eerste kwartaal.Daarna zal ik komen met de impactanalyse op het publiek-privategrensvlak. Ik verwacht daar voor de zomer informatie over naar de Kamerte kunnen sturen. Dat wordt dus in de eerste helft van 2025.De voorzitter:Dat is in ieder geval een duidelijk antwoord. Ik zie de heer Mohandis nogmet een vraag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik vrees dat het hier dreigt mis te gaan. Dat is niet om de toezegging diewordt gevraagd, maar omdat dit punt op allerlei manieren is ingebrachtdoor best wel wat collega’s, ieder in eigen bewoordingen. De kern is datpraten over een bouwstenenbrief en een fundamentele hervorming vande Mediawet, niet kan zonder dit tegen het licht te houden. Ik heb deconcrete suggestie gedaan om – ik weet dat het een gevoelig onderwerpis – het dienstbaarheidsverbod tegen het licht te houden. Ik wil niet dat weweer ... Ik spreek dan voor mezelf; anderen mogen zich erbij aansluiten. Ikzie dat weer gebeuren, net als bij vorige mediadebatten. De heer Bruins,zeg ik via u, voorzitter, was ook ooit mediawoordvoerder. Ik wil niet dat weallemaal losse dingetjes krijgen en dat er dan weer wordt gezegd: ja, maardat kunnen we niet bespreken, want dat krijgt u nog in een aparteimpactanalyse. Daar bedank ik voor. Als we een fundamenteel debatvoeren, moet ook dit punt in de bouwstenenbrief, zoals ik ’m dan maareven noem, in kwartaal één heel helder worden uiteengezet. Ik zeg even:toezegging aan de heer Soepboer. Dan kunnen we dit als fundamenteelonderwerp betrekken: publiek-private samenwerking in het moderniserenvan de Mediawet, zodat alle aanbieders mee kunnen in de verandering enhun content aantrekkelijker en zichtbaarder wordt ten opzichte van die vande internationale platforms. We moeten geen losse dingetjes krijgen,anders zitten we hier eind 2025 nog.De voorzitter:Ik geef de Minister de gelegenheid om daar even op te reageren.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15736 Ik kom zo meteen bij mijn oranje mapje, de landelijke hervormingen. Enja, het dienstbaarheidsverbod moet onderdeel zijn van de grote hervor-mingen. Geen onderdeel van het stelsel kan worden overgeslagen, gezienhet feit dat dit nu echt eindelijk eens een fundamentele hervorming vanhet systeem moet worden. Dat betekent het dienstbaarheidsverbod, hetpubliek-private grensvlak, het toezicht erop, de governance; alles moetaan bod komen. Zo meteen zal ik daar nog uitgebreid op ingaan, overtwee mapjes.De voorzitter:Ik zie instemmend geknik, dus u kunt verder met uw betoog.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, mag ik dat dan even noteren als megatoezegging?De voorzitter:Een megatoezegging?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nee, als toezegging. Omdat het ook in de volgordelijkheid relevant is, wilik het nog even onderstrepen.De voorzitter:We kennen die term niet, maar ik begrijp wat u bedoelt. Gaat uw gang.Minister Bruins:Voorzitter. Ik zal dus zo meteen vertellen wat er van mijn brief in Q1verwacht kan worden. Het is belangrijk om op te merken dat er nogvoldoende ruimte in zit om ook met uw Kamer van gedachten te wisselenover welke kant het dan ook op moet. Tegelijkertijd moet het voldoendevastigheid geven om ook echt een gesprek met elkaar te hebben. Daarkom ik zo meteen op terug, maar niet voordat ik het blokje journalistiekheb gehad. Ik vind het van belang om dat voor in mijn beantwoording tezetten.De heer Soepboer vroeg of het niet tijd is om weer eens te kijken naar dejournalistieke code. Het simpele antwoord is: als Minister ga ik niet overde journalistieke code. Dat begrijpt de heer Soepboer ook. Vrije nieuws-garing is essentieel voor het goed functioneren van de rechtsstaat.Tegelijkertijd zie ik dat de code heel lang bestaat en misschien wel nietmeer van deze tijd is. Ik heb wel besloten dat de onafhankelijkheid zo vergaat dat ik zelf niet kan vragen: joh, update die code nu eens want hij isachterhaald. Tegelijkertijd kan ik natuurlijk wel vragen stellen en ingesprek gaan met degenen die de code bijhouden en ook telkensactualiseren, om ervoor te zorgen dat die alertheid er is. In ieder geval isversterking van de journalistiek onderdeel van de hele herziening van depublieke omroep. Dan is het natuurlijk heel erg goed als in dat proces ookwordt gekeken hoe actueel de journalistieke code is. Maar nogmaals, ik gaervan uit dat de journalistiek daarmee aan de slag is, gaat en blijft. Ik zaldaar geen opdracht toe gaan geven.De heer Soepboer (NSC):Dat was ook nooit mijn bedoeling. U moet het einde van mijn vorigetermijn ook niet zien als een oproep aan u, maar meer als een openbaregedachtewisseling. Ik doe inderdaad juist richting de journalistiek deoproep om dat zelf te organiseren, want de onafhankelijkheid van ons isjuist zo belangrijk. Ik doe ook concrete voorstellen om die onafhanke-lijkheid misschien wel juist te vergroten, want die vind ik heel belangrijk.Ik wou u dus niet oproepen om ook maar enige actie te ondernemen. Hetzou natuurlijk hartstikke mooi zijn als er een gesprek plaats zou vinden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15737 maar het initiatief zou wat mij betreft echt ergens anders liggen. Dank uwel, hoor.Minister Bruins:Ik ken de politieke kleur van de heer Soepboer en ik had hem ook op geenenkele manier durven verdenken van inmenging van de politiek in dedemocratische rol van de journalistiek. Als ik het me goed herinner, is dejournalistieke code vorig jaar nog aangepast en geactualiseerd. Het isgoed om te zien dat de journalistiek daar actueel bovenop zit. Dejournalistiek is natuurlijk ook aanspreekbaar op haar handelen.Omroepen, de Ombudsman en de Raad voor de Journalistiek zijn allemaalhele belangrijke plekken om dit gesprek voort te zetten.Mevrouw Van Zanten vroeg: kunt u een reactie geven op het verdwijnenvan evenwichtigheid uit de Code Journalistiek Handelen? Daar brengtmevrouw Van Zanten mij eigenlijk in het dilemma dat ik als Minister nietinga op de inhoud van de code, omdat die dus door het veld zelf isopgesteld en het geven van een reactie op de inhoud van de code al deschijn van bemoeienis zou kunnen wekken. Ik blijf dus bij het standpuntdat journalisten te allen tijde vrij en onafhankelijk moeten zijn in hun werk.Dat is principieel een belangrijk punt. Ik vind er dus niks van datevenwichtigheid uit de journalistieke code is verdwenen.Mevrouw Van Zanten vroeg ook naar de onafhankelijkheid van en hetevenwichtig verslag doen door de NPO. Ik kreeg uit haar bijdrage het ideedat zij nog niet helemaal tevreden is over mijn beantwoording van haarvragen. Laat ik met het startpunt beginnen. Dat is dat ik ook hierbij vinddat ik er mij als Minister niet over moet uitlaten of ik de berichtgeving vande NOS gekleurd vind. De NOS is een onafhankelijke omroep en eenbelangrijke nieuwsvoorziening. Het NOS Journaal om 20.00 uur staat nogsteeds op nummer een als meest vertrouwde nieuwsbron. De top tien vanmeest vertrouwde nieuwsbronnen bestaat voor de helft uit programma’sof zenders van de publieke omroep. Blijkbaar doen we in Nederland dusiets heel goed. Als ik inderdaad uw interruptiedebat met de heerMohandis van voor de schorsing nog even voor ogen neem, zie ik ook dateen boel mensen vinden dat de NOS de ene kant op gekleurd is en dateen boel mensen vinden dat de NOS de andere kant op gekleurd is. Dandenk ik: dan doet de NOS blijkbaar iets goed. Ik besef zelf ook dat ik meals nieuwsconsument in een bubbel bevind. Ik merk dat ik het heel erg fijnvind om bevestigd te worden in mijn mening en bubbel. Dat heetconfirmation bias. Ik heb al heel gauw het gevoel dat media neutraal zijnals ze mijn mening bevestigen, maar ik denk dat juist het feit dat de NOSzo veel kritiek krijgt van zo veel kanten, ook in het Israël-Gazaconflict, eencompliment is voor de NOS. Tegelijkertijd kan ik mij als Minister op geenenkele manier uitlaten over de vraag of zij gekleurd zijn en, zo ja, welkekant op.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoor de Minister keer op keer zeggen, ook eerder in de beantwoordingvan mijn schriftelijke vragen, dat we hier eigenlijk niks van mogen vinden,als Minister niet en als Kamerleden eigenlijk ook niet. Hij noemt NOS dande meest vertrouwde nieuwbron. Nogmaals mijn vraag: als er dan toch zoveel twijfel is – ik neem aan dat de Minister zelf ook ziet hoeveel onrust erin ieder geval rondom dat Gaza-Israëlconflict is in de berichtgeving – ishet toch juist ook voor de NPO en de NOS goed om daar onafhankelijkonderzoek naar te laten doen om alle schijn van partijdigheid hierin wegte nemen? Nogmaals, ik zeg niet dat wij de NPO of de NOS moeten gaancontroleren. Dat hoort inderdaad niet bij onze taak. Maar als er zo veelgeluiden komen vanuit de samenleving dat het gaat om gekleurdeberichtgeving en als ikzelf ook voorbeelden zie van feitelijk onjuisteberichtgeving, wat kunnen we er dan nog mee? We kunnen het toch nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15738 aan de sector zelf overlaten? Dat wordt op een gegeven moment eensoort «wij van WC-Eend...» Graag een reactie daarop.De voorzitter:Een reactie van de Minister.Minister Bruins:Ik constateer dat er twee zaken zijn waarover je kunt praten. Je kunt hetenerzijds hebben over feitelijk juiste of onjuiste berichtgeving. Anderzijdskun je het hebben over eenzijdigheid of kleuring, bijvoorbeeld soms inwoordkeus. Dat zijn twee verschillende dingen. Dat zijn ook niet tweevolledig gescheiden dingen, want wat is dan juiste en wat is onjuisteberichtgeving? Zeker in het voorbeeld dat mevrouw Van Zanten noemde,een oorlogssituatie, is het ook nog eens heel erg moeilijk om aan feitelijkjuiste berichtgeving te komen. De journalistiek heeft een zelfreinigendvermogen bij aantoonbaar onjuiste berichtgeving. Er moet natuurlijkgoed, met inkeer, bekeken worden of het niet beter of anders had gekund.Tegelijkertijd hebben wij als politici eigenlijk helemaal niets te vinden vankleuring of vermeende eenzijdigheid.Ter voorbereiding op dit debat heb ik een gesprek gehad met de NOS, omnaar haar te luisteren. Ik heb de volgende vragen gesteld. Hoe komenjullie tot jullie keuzes? Hoe komen jullie tot de keuze voor wat er in die 20à 25 minuten achtuurjournaal behandeld wordt? Welke onderwerpen pakje? Wat is het bericht van de dag? Wat neem je wel en niet mee? Hoe komje tot je besluiten? Ik heb aan het begin van dat gesprek heel bewustgezegd: ik neem vandaag alleen mijn oren mee; het enige wat ik doe, isluisteren. Het is namelijk op geen enkele manier aan mij als Minister omer iets van te vinden. Ik heb gewoon willen leren, willen luisteren. Ik wildeweten hoe de NOS tot haar keuzes komt. Ik ben buitengewoon onder deindruk van de professionele en integere manier waarop ze dat doet.Nogmaals, het feit dat er van allerlei verschillende kanten kritiek is op deNOS, toont voor mij aan dat we een buitengewoon professionelenieuwsdienst hebben in de publieke omroep. Die moeten we vooralkoesteren. De vertrouwdheid van de mensen met de nieuwsbronnen, juistbij de publieke omroep, geeft aan dat ze de publieke omroep nog steedsvertrouwen, kunnen vinden en beschouwen als van hoge kwaliteit. Dat iszó waardevol in ons land, ook in deze tijd. Er zijn ook landen waar je datniet meer hebt. Nederland staat op nummer vier van de World PressFreedom Index van Reporters Without Borders. Alleen Noorwegen,Denemarken en Zweden staan nog boven ons. De landen waar depersvrijheid het hoogst scoort, liggen allemaal in Europa, en dan metname in de EU. We zijn gezegend met het hoekje op de aarde waar wijleven. Ik denk dat de publieke omroep daarin een buitengewoon belang-rijke en onafhankelijke rol speelt.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoor de Minister zeggen dat hij vlak voor aanvang van dit debat ingesprek is gegaan met de NOS. Mijn vraag aan de Minister is: is hij ook ingesprek gegaan met de Joodse gemeenschap? Ik spreek niet voor deJoodse gemeenschap, maar ik heb heel veel mensen uit de Joodsegemeenschap gesproken die vinden dat zij hier in Nederland de gevolgendragen van de gekleurde berichtgeving, van het feit dat deGaza-Israëlsituatie op een bepaalde manier wordt weergegeven;sommigen hebben hierbij ook de NOS genoemd. Die berichtgeving draagtbij aan het oplaaiende antisemitisme. Zij hebben daar last van hier inNederland. Moet naar hen niet ook geluisterd worden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15739 Nog even over de objectieve berichtgeving: vorige week nog werd mijnpartijleider, mevrouw Van der Plas, er in een debat van beticht dat zij eenIsraëlisch rapport als een betrouwbare bron aanvoerde. Maar zij had notabene zelf gevraagd: «Is dit rapport echt? Klopt dit wel?» Dat heeft zij pasna veelvuldig contact gevraagd aan de Minister-President.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten, u bent uw betoog enorm aan het herhalen. Ik wil udus vragen ...Mevrouw Van Zanten (BBB):Oké, ik hou het kort. Nogmaals, er is dus sprake van feitelijke onjuist-heden. Mijn vraag is ook: beseft de Minister wat dit met veel mensen uitde Joodse gemeenschap doet en wat dit voor hen teweegbrengt?De voorzitter:Ik zie ter linkerzijde iemand met een punt van orde, begrijp ik. De heerKrul.De heer Krul (CDA):Voorzitter, ik vind het echt te ver gaan om de NOS nu het antisemitisme-probleem in de schoenen te schuiven. Dat gaat mij echt veel, veel en veelte ver. Mevrouw Van Zanten haalt een voorbeeld aan van de NOS waarinze overigens vrijwel direct gerectificeerd hebben en daarbij hun excuseshebben aangeboden. Op de website van de Ombudsman voor deomroepen vindt je een zeer gedetailleerde en doorwrochte analyse overhet hele conflict in het Midden-Oosten. Het is naar twee kanten genuan-ceerd, juist omdat vanuit die beide kanten veel meldingen binnenkomen.Ik vind het dus echt te ver gaan om nu te zeggen dat de NOS aan de bronstaat of een oorzaak is van het oplaaiend antisemitisme doordat ze al danniet niet-objectief zouden berichtgeven. Als commissie moeten we onshier ver van houden.De voorzitter:De heer Mohandis had een aanvullend punt van orde.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik heb echte twijfel of ik het als een punt van orde moet brengen. Wemoeten hier met elkaar wel bewaken dat we van alles mogen vinden. Wemoeten echter niet de indruk wekken dat we erover gaan. Wij moeten hierniet de Minister gaan oproepen, zoals net indirect gebeurde, om nog eenste gaan praten met de NOS omdat bijvoorbeeld de partij van mevrouwVan Zanten wordt aangepakt. Het zou wat zijn als ik alle journalisten inNederland aanspreek op het moment dat de PvdA of GroenLinks wordtaangepakt. Het zou wat zijn! Daar gaat het helemaal niet om. U kunt datinterpreteren ...De voorzitter:Ik wil u vragen ...De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nee, maar er is gewoon journalistieke autonomie.De voorzitter:Een moment. Het gebeurde ook in de eerste termijn.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Sorry, excuus, via u voorzitter. Dan heel kort.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15740 Ik wil echt vragen via de voorzitter en via de microfoon te spreken, als uhet woord heeft.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dan rond ik af. Journalisten en media vormen een hoeksteen van onzedemocratie. Het zou bizar zijn als wij hier als gekozen volksvertegenwoor-digers de suggestie wekken dat we erover gaan. Ik heb een maatschappe-lijke verantwoordelijkheid richting mensen die tegen mij zeggen: spreekals mediawoordvoerder die en die eens aan. Dan spreek ik dus terug: hierga ik wel over en hier ga ik niet over. Het zou mevrouw Van Zanten sierenals ze ook duidelijk terugspreekt op het moment dat zij als Kamerlid wordtaangesproken en dat ze zegt: hier ga ik wel over en hier ga ik niet over.Voorzitter, als we met elkaar die ethiek loslaten, zijn we geen knip voor deneus waard.De voorzitter:De punten van orde zijn gemaakt.Mevrouw Van Zanten (BBB):Als ik daar kort op mag reageren ...De voorzitter:U mag daar kort op reageren.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik word hier persoonlijk aangesproken. Ik zie dat echt anders. Wij wordennamelijk van feitelijke onjuistheden beticht. Daar mag je toch wat vanvinden? Daarnaast vraag ik om onafhankelijk onderzoek. Nogmaals, iksnap dat we daar kennelijk niet zo veel over mogen vinden. Met publiekgeld gefinancierde programma’s worden echter door de belastingbetalerbetaald. De belastingbetalers zeggen in groten getale dat ze zo’nonderzoek zouden willen. Waarom komt dat dan niet vanuit de organi-saties zelf en waarom mogen wij dan niet aan de Minister vragen omhierover met deze omroepen in gesprek te gaan?De voorzitter:Ik heb uw antwoord gehoord. Er zijn twee punten van orde gemaakt. Ikheb u wat ruimte willen geven. Ik kom nu echter wel op een punt, ookomdat er een aantal keren wordt gezegd dat je er niks van mag vinden,dat ik zeg dat in dit huis voor leden van de Kamer een hele grote mate vanvrijheid van meningsuiting geldt. Dat betekent ook dat daarover debatgevoerd mag worden. Ik heb ook geconstateerd dat u uzelf vanuit uwbijdrage wat aan het herhalen was. Ik stel voor dat wij de Minister nog éénkeer de gelegenheid geven om op dit onderwerp te reageren en dat wedaarna dit interruptiedebat afsluiten en overgaan naar het volgendeonderwerp.Minister Bruins:De concrete vraag aan mij is: spreekt u weleens met de Joodse gemeen-schap? Het antwoord is: ja, dat doe ik regelmatig, op verschillendeniveaus en ook met verschillende richtingen binnen de NederlandseJoodse gemeenschap. Ik spreek ook met regelmaat met Joodsestudenten. Deze maand heb ik weer opnieuw een gesprek met hen. Daarkomt ook zeker weer het gevoel van veiligheid aan bod. Het is denk ikbelangrijk om, naast alle woorden die we al hebben gesproken over hetbelang van onafhankelijkheid van journalistiek, er ook op te wijzen dat weeen groot pluriform aanbod hebben. We hebben niet alleen hetNOS-journaal, maar we hebben ook de explainers van de NOS. Wehebben RTL Nieuws en we hebben Hart van Nederland. Laat iedereenvooral kijken naar het nieuws dat het beste bij hem of haar past. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15741 belang van journalistiek kan niet genoeg benadrukt worden. Het isbelangrijk om onderscheid te maken tussen nieuws en journalistiek; dat isniet hetzelfde. Ik denk dat het voldoende is als ik zeg dat de duiding aande journalist is en niet aan de overheid. Ik wil de duiding ook graag bij dejournalist houden.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog, met inmiddels het volgende mapje, geloof ik.Minister Bruins:Ja, dit was mijn mapje journalistiek. Dat heeft een mooi debat opgeleverd.Dan kom ik bij mijn oranje mapje. Het oranje mapje is het mapje landelijk.Dat kan geen toeval zijn. De landelijke bezuiniging en hervorming heeftvele aspecten. Ik wil ze allemaal met u doorlopen. Wetend dat zeuiteindelijk een integraal en samenhangend beeld moeten opleveren, wilik ieder van de door u genoemde punten toch even apart de ruimte geven.Ten eerste de bezuiniging en de hervorming en de timing daarvan. Debezuiniging is door dit kabinet ingeboekt vanaf 2026. Die financiële plaatis vastgesteld in het hoofdlijnenakkoord. Er is geen ruimte om diebezuiniging uit te stellen. Dit betekent dat de bezuiniging in de eerstejaren moet worden ingevuld binnen het huidige bestel, vooruitlopend opde hervorming. NPO en de omroepen houden bij de invulling van debezuiniging zo veel mogelijk rekening met de richting van de hervorming.Na het eerste kwartaal van volgend jaar zal er al veel meer duidelijkheidzijn dan nu en kan er dus ook goed rekening worden gehouden met diehervorming. De bezuiniging is vanaf 2027.Dan de verlenging van de huidige erkenningsperiode met twee jaar inplaats van met één jaar. Inmiddels is het ruim een jaar na Van Geel. Inseptember 2023 dachten we voor het eerst met elkaar na over hoe VanGeel daadwerkelijk vorm krijgt in de nieuwe hervorming. Met «we»bedoel ik mijn ambtsvoorganger en uw Kamer; dat was nog de vorigeKamer. Er zijn verkiezingen gekomen en een langdurige formatie. Datheeft in mei tot een hoofdlijnenakkoord geleid. Daarna was de formatievan het kabinet en was er in september een regeerprogramma. Als u hetregeerprogramma goed leest, ziet u dat dat eigenlijk al een beetje eenbouwstenenbrief is. U ziet dat daar bijvoorbeeld al wordt gesproken over«omroephuizen» en dat er zaken staan als «het verminderen vanbestuurlijke drukte». Een paar van de bouwstenen vindt u daar dus al interug.Ik kan me goed voorstellen dat u dat te summier vindt en dat u uitge-breider met mij in gesprek wilt. Daarom kom ik in het eerste kwartaal van2025 met een uitgebreide brief waarin ik alle bouwstenen zal behandelenen in samenhang wil bezien. Daarbij wordt ook al duidelijk een richtinggegeven wat betreft welke kant het op gaat, maar wordt ook aangegevenwelke aspecten allemaal niet over het hoofd mogen worden gezien. Hetgaat namelijk echt om een fundamentele hervorming van het stelsel. Wemoeten dus ook eerste indicaties geven van welke kant het op gaat metzaken zoals het dienstbaarheidsverbod, het publiek-private grensvlak enhet toezicht.Dat is complex en integraal. Elke verlenging korter dan twee jaar zou hetfeitelijk onmogelijk maken om op tijd klaar te zijn met een wetsvoorstel.Als je maar één jaar zou verlengen, zou het wetsvoorstel nu eigenlijk al ininternetconsultatie moeten liggen, ook om omroepen voldoende tijd tegeven. Het kan ook nog zo zijn dat we een staatssteuncheck moeten doen,wat extra tijd zal vergen bij de Europese Commissie. In de Tweede en deEerste Kamer moet een zorgvuldig wetgevingstraject worden doorlopen;dat heb ik ook nodig. Kortom, één jaar verlengen biedt echt onvoldoendetijd. Die twee jaar zijn nodig. Dan is het nog steeds hard aanpoten voor deambtenaren om dit wetsvoorstel nu ook zo snel mogelijk te gaanschrijven. Het debat dat we gaan hebben over de bouwstenenbrief van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15742 eerste kwartaal 2025 zal de richting geven voor het wetsvoorstel, maar wezijn natuurlijk al bezig met het raamwerk van het wetsvoorstel. We hebbenal heel erg veel gesprekken gehad met zowel commerciële als publiekepartijen, alsook onderzoekers en wetenschappers, om ervoor te zorgendat we echt klaarstaan om volop aan de bak te gaan zodra ik samen metuw Kamer een duidelijke richting heb kunnen geven.De voorzitter:Ik zie een vraag van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik vermoedde dat dit een soort punt was aan het einde van dit onderwerpover de bouwstenenbrief.Minister Bruins:Er valt nog meer te zeggen over de brieven die er komen en de preciezetiming en zo, maar voor nu is dit het ongeveer.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik toch een vraag. Ik probeer even de logica te snappen vanwaarom u dit zo hard koppelt aan wat u en uw onmisbare ambtenarennaast u de komende tijd gaan doen. Waarom rechtvaardigt dat per se dieverlenging – ik noem het maar even – tot 2029? Ik heb zo’n hervormingvan heel dichtbij meegemaakt na het rapport De tijd staat open. Die groteMediawetswijziging tijdens Rutte II duurde niet zo lang. Ik heb gewoonzitten tellen. Als er consensus plaatsvindt in het eerste kwartaal, kunt u deeerste aanzetten voor een wetsvoorstel maken. Als ik kijk naar het totaletraject, zou je zelfs 2027 kunnen halen. Maar goed, ik geef u iets meer tijd,2028 dus. Ik vrees serieus dat als we 2029 als doel op zich gaanbeschouwen, u en ik het niet meer meemaken. Ik weet natuurlijk niet water gebeurt als er weer een verkiezing is. Dat weten we niet. Ik vind het duslastig. In ieder geval in deze Kamerperiode gaan we het waarschijnlijk nietmeer meemaken; laat ik het heel netjes formuleren.Minister Bruins:Als ik het nog meemaak, is dat in ieder geval in een langdurige demissio-naire periode. Dat is duidelijk. Dat kan zomaar jaren duren, natuurlijk.Dan die twee jaar verlenging. Het tijdschema dat ik in gedachten heb isdat ik in Q1 kom met de bouwstenenbrief en met richting op alle aspecten,dus met een bespiegeling op het medialandschap en de inrichting van hetbestel, dus van de omroephuizen. Hoe gaan we coördineren? Hoe gaan degeldstromen lopen? Hoe liggen de rollen, mandaten en verantwoordelijk-heden? Hoe gaan we de journalistiek versterken? Hoe gaan we hettoezicht versterken, zowel intern als extern? Hoe gaan we om met hetpubliek-private grensvlak? Hoe gaan we om met het dienstbaarheids-verbod? En de due prominence: hoe zorgen we voor de zichtbaarheid tenopzichte van de grote internationale commerciële spelers? We moetenkijken naar de impactanalyse van reclame-inkomsten, de Ster, deadvertentie-inkomsten in het Nederlandse taalgebied. Dat moet voor dezomer helemaal helder zijn. Ook het lokale publiek-private grensvlak moetvoor de zomer helder zijn. Daar nemen we dan ook het dienstbaarheids-verbod in mee. Kortom, het is een hele klus.Dit wetsvoorstel rondom de hervorming van de landelijke publiekeomroep wil ik in het voorjaar van 2025 gewoon klaar hebben – dat gaatbest heel snel – maar dan wel op basis van het debat dat ik met u heb.Althans, ik wil de inhoudelijke koers van het wetsvoorstel dan klaarhebben. Het is dan nog niet helemaal geschreven, maar op basis van hetdebat dat ik met u ga hebben over de brief die ik stuur, wil ik de koershelder hebben in het voorjaar. Dan gaan we natuurlijk schrijven en danmoet dat in een voldragen wetsvoorstel omgewerkt worden. Dat betekentTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15743 dat we na de zomer van 2025 in internetconsultatie kunnen gaan. Wekunnen toetsen doen. We zorgen ervoor dat het goed landt bij het kabinet.We gaan kijken of het ons lukt om politiek draagvlak te krijgen in beideKamers. Dan zal de behandeling in beide Kamers van het parlement nietlang daarna, in 2026, plaatsvinden. De deadline van publicatie moet nogin dat jaar liggen. Er is twee jaar nodig om ook de omroepen klaar testomen voor de nieuwe inrichting.Daarbij is het natuurlijk ook belangrijk – daarom moeten we ook snel metelkaar aan de slag – dat de omroepen weten of die weer rekening moetenhouden met een peildatum voor ledenaantallen. Je merkt namelijk nu alde onrust in Hilversum. Men weet niet waar het naartoe gaat met hetstelsel, dus vraagt men zich af of er al wel of geen tijd besteed moetworden aan het werven van leden. Daar moeten we dus ook op de kortstmogelijke termijn inzicht in geven. Vervolgens komt dus het hele schemamet het concessiebeleidsplan en, als het nodig is, het indienen vanerkenningen. Met de start van de nieuwe erkenningsperiode komen wedan uiteindelijk uit op 1 januari 2029, als alles goed en snel gaat. Zo zienwe dat schema. Als we niet of maar met één jaar zouden verlengen,missen we de deadline. Dat betekent eigenlijk dat we wettelijk gezien dehuidige concessie weer met vijf jaar moeten verlengen. Je bent dan veelverder weg dan wanneer je ervoor zorgt dat je een realistisch tijdschemahebt en het uiteindelijk dus in 2029 voor elkaar hebt. Zo zie ik hettijdschema voor me.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Bruins:Voorzitter. De heer Krul vroeg of ik het met hem eens ben dat integraalmediabeleid betekent dat alle partijen, zowel publiek als commercieel, aantafel moeten zitten voor gesprekken over de hervormingen. Volgens mijheb ik duidelijk gemaakt dat het antwoord volmondig ja is. Ik ben dus ookvolop in gesprek met de commerciële partijen, die ik ook van zeer grootbelang acht voor de onafhankelijke nieuwsvoorziening en de borging vande pluriformiteit. Ik ben dus met hen in gesprek. Ik wil ook gedurende dehervorming met hen in gesprek blijven. Dat kan ik toezeggen. Ik voer degesprekken en daar zal ik ook mee doorgaan.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Dank voor dit antwoord. Ik ben blij om dat te horen. Maar kan de Ministeriets meer vertellen over de rol die hij in dat gesprek ziet voor de commer-ciële partijen? Ik zou het namelijk heel vervelend vinden als die maar eenkeer in de zoveel tijd samen met de NPO worden bijgepraat, zeg ik maareven gechargeerd; ik zeg niet dat het zo is. Wat voor rol ziet de Ministerjuist voor de commerciële partijen in die hervorming?Minister Bruins:Ik wil de commerciële partijen echt zien als deel van het systeem en alsnoodzakelijk voor het borgen van de pluriformiteit in het Nederlandsetaalgebied. We zijn een klein taalgebied. We hebben alle Nederlandsespelers nodig om overeind te blijven tegen het enorme geweld dat vanbuitenaf op ons afkomt. De commerciële partijen kunnen voortdurendinput leveren op de plannen, maar ik zal telkens ook proactief met mijnplannen naar hen toe gaan, ook om ervoor te zorgen dat zij niet inverdringing komen ten opzichte van de publieke omroep. Maar die balansmoet er zijn, juist ook rondom dat publiek-private grensvlak. We moetenook op zoek naar vormen van samenwerking, zodat ze met elkaar meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15744 zijn dan de som der delen. Mijn ambitie bij de grote hervorming van deomroepen is dus dat ook de commerciëlen daarin een hele duidelijkeeigenstandige plek hebben, omwille van het Nederlandse taalgebied enhet algemeen belang.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Ik ben benieuwd hoe we dat verankeren. Ik weet dat namelijk niet zo goeden we zitten nu een beetje te speculeren. Volgens mij is het namelijkevident dat er nu een concurrentiestrijd gaande is en dat dat tot rarepraktische uitwassen leidt. De Minister heeft de ambitie: dat moet nietmeer, want het is een harmonieus geheel, met ieder een eigen rol enbelang. Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar toch is de praktijkweerbarstiger. Volgens mij kennen we allemaal de voorbeelden; die hoefik nu niet ter tafel te brengen. Er is gewoon sprake van concurrentie ensoms zelfs van bijna oneerlijke concurrentie, zeg ik er maar meteen bij.Dus hoe ziet de Minister dat? Hoe gaat hij dat doen?Minister Bruins:We doen iets fout als we door deze hervorming een publieke omroepgaan vormen die commerciële omroepen ons land uit zou duwen of alswe het zo zouden inrichten dat er onvoldoende inkomsten zijn om hetNederlandse taalgebied nog interessant te laten zijn voor commerciëlepartijen. Die balans moet dus goed zijn. Dat betekent dat een publiekeomroep en commerciële partijen zodanig in balans moeten zijn dat ook decommerciële partijen bestaansrecht hebben. Het moet voldoendeinteressant zijn voor commerciële partijen om eigenstandige uitvoeringvan hun werkzaamheden te hebben. Die balans is dus heel erg belangrijk.Die moet in alles terugkomen bij de hervorming. Denk aan advertentie-inkomsten, reclame-inkomsten, het dienstbaarheidsverbod en desamenwerking tussen publieke en private partijen. Dit is precies waaromde hervorming zo complex is. Het is belangrijk dat we goede discussiesmet elkaar hebben. Het gaat om het totale systeem. Juist de commerciëlepartijen moeten kunnen overleven binnen het Nederlandse taalgebied. Zemoeten dit ook een voldoende interessante markt vinden om hier teblijven produceren. Als dat lukt, hebben we een publieke omroep van dejuiste omvang.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog.Minister Bruins:Voorzitter. Ik wil mevrouw Martens-America complimenteren met haarplannen. Het is mooi en goed om te zien dat er ook door de Kamer wordtnagedacht over de hervorming van de landelijke publieke omroep. Ik ziezeker aanknopingspunten in het plan van de VVD. Ik ben ook blij met eenheleboel van de woorden die mevrouw Martens-America in haar eerstetermijn sprak. Ik denk dat we allemaal het belang van bestuurbaarheid,beheersbaarheid en goede governance onderschrijven. Dat verwachtenwe van organisaties die met belastinggeld worden betaald. Het toezichtmoet versimpeld en versterkt worden. Ook ik zie die problemen met dehuidige set aan erkenningscriteria. Volgens mij hebben we hele belang-rijke dingen gehoord in uw onderlinge debat over de ledenaantallen. Daarwil ik, net als de VVD, een oplossing voor bieden, want het kan in dezetijd, zeker als je ook jongeren wilt bereiken, niet zo zijn dat het ledenaantalhet enige en heilige criterium is voor het bestaan van een omroep. Ikneem dit plan zeker mee in mijn gedachtevorming. Dat is heel ergbelangrijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15745 Ik denk dat u veel van de bouwstenen zult herkennen waarmee ik in heteerste kwartaal zal komen. Tegelijkertijd zeg ik: het zit ’m wel in de finesseen de details, en in het evenwicht, waar ook de heer Mohandis over sprak.We moeten ook de commerciële partijen voldoende ruimte geven, depluriformiteit borgen, de governance sterk versimpelen en het toezichtzeer versterken, want de uitwassen die we in de afgelopen jaren hebbengezien, wil ik echt niet meer hebben.Mevrouw Martens-America (VVD):Fijn om te horen dat de Minister een aantal goede stukken heeft gelezen inde krant en dat ik hieruit voorzichtig kan opmaken dat het ledencriteriumwellicht niet het enige criterium gaat blijven in de toekomst.Ik heb nog één aanvullende vraag over iets waar ik de Minister nog nietover heb gehoord. Ik realiseer me heel goed dat het wellicht gevoelig ligt.Het gaat namelijk om de maatschappelijke verankering die wij aantonenmiddels het zijn van een vereniging. Kan de Minister wellicht al zijn lichtlaten schijnen op hoe hij die rol ziet in het toekomstig bestel? Is hij heteens met de VVD dat het recht op vereniging ervoor zorgt dat wij nietkunnen ingrijpen in de governance en dat als we niet kunnen ingrijpen inde governance, rapporten zoals die van Van Geel en Van Rijn op de plankblijven liggen?Minister Bruins:Het is heel goed om met elkaar aandacht te besteden aan de governanceen aan de vraag welke spelers onder welke voorwaarden aan het bestelmogen deelnemen. Daar gaan we nog uitgebreid over spreken. Ik vind heteen logisch idee dat er voor deze spelers in ieder geval eisen zullengelden voor hoe zij hun governance inrichten. Ik denk dat dat heel erggoed is voor de gezondheid van de publieke omroep, maar vooral ookvoor de sociale veiligheid van de medewerkers.Op dit moment beperk ik mij nog even tot de hoofdlijnen. Ik heb in eeneerdere brief al wel gemeld dat ik iets wil doen aan de zittingstermijn vanbestuurders. Ik wil dat die tijdelijk wordt. Daarmee krijgt u alvast eeneerste doorkijkje in de bouwstenen waarop ik in Q1 verder zal ingaan. Zoziet u dat ik het stelsel echt op publieke waarden wil baseren.Pluriformiteit moet in ieder geval een kernwaarde binnen het bestelblijven. Alleen, de manier waarop je dat organiseert, kan anders. Daargaan we met elkaar over spreken. Meerdere rapporten hebben knelpuntengesignaleerd. Er komen bijvoorbeeld steeds meer omroepen, maar ergaan geen omroepen weg. Dat zei u ook al. Ook de heer Ceder had hetover pluriformiteit en over hoe je dat organiseert. Ik wil de knelpuntenoplossen, waarbij ik onder andere wil kijken naar een manier voor spelersom zich gezamenlijk meer verantwoordelijk te voelen voor de uitvoeringvan de publieke taak en opdracht. Ik denk dat pluriformiteit en identiteitook heel erg goed samengaan met samenwerking. Wie een sterkeidentiteit heeft, is niet bang voor samenwerking.Ik wil in ieder geval het aantal spelers op bestuurlijk niveau verminderen.Ik kom in Q1 bij u op de lijn over de manier waarop ik dat wil doen. Er zijnverschillende organisatievormen denkbaar, zoals mevrouw Martens-America in haar plan heeft laten zien. Ik neem alle opties mee bij hetnadenken over de uitwerking. Daar horen ook toezicht en het publiek-private grensvlak bij. Het publiek-private grensvlak is niet alleen belangrijkvoor het in stand houden van het verdienmodel van de commerciëleomroepen, maar ook voor het behouden van een robuuste publiekeomroep. Als je juist dat grensvlak goed definieert in samenspraak met decommerciëlen, dan zorgt dat voor een sterke publieke omroep, diecruciaal is voor onze democratische rechtsstaat.De voorzitter:U heeft een vervolgvraag van mevrouw Martens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15746 Mevrouw Martens-America (VVD):Ik ben eigenlijk heel blij, althans voor nu. Ik heb een jaar geleden hier eenaantal voorstellen ingediend en gevraagd om bijvoorbeeld te kijken naarde dubbele petten, zodat je geen bestuurder hebt én een leidinggevende.Ik heb gekeken naar een gezonde governance. Ik ben heel blij dat deMinister nu serieus aan de slag gaat met deze voorstellen die de VVD inhet verleden heeft gedaan, inclusief het kijken naar de rol van vereni-gingen, en om naast het ledencriterium tot wat anders te komen. Maar hetkan natuurlijk niet zo zijn dat de Minister geen uitspraak doet over wat hijziet als voorwaarden of als voordeel van het zijn van een vereniging alseen criterium. Volgens mij zitten wij hier ook om met z’n allen vangedachten te wisselen over hoe het systeem eruit zou moeten zien. Iksnap dat dit wikken en wegen is, maar misschien kan de Minister devoordelen van de verenigingen hier op tafel leggen, tegenover eventuelealternatieven, zodat ook wij ons daarop kunnen voorbereiden.Minister Bruins:Ik denk dat we dan eigenlijk al beginnen aan het debat van komendvoorjaar. Ik zie ook het belang en de rol van verenigingen, maar je kuntdaar op verschillende manieren naar kijken. De vereniging is een mooieorganisatievorm. Je hebt per definitie maatschappelijk draagvlak, je hebtworteling in de samenleving. Dat is wat een vereniging doet. Grondwet-telijk is dat heel goed geregeld met de vrijheid van vereniging. Voor eenpublieke omroep zijn worteling en draagvlak juist heel erg belangrijk.Maar ik sluit ook niet de ogen voor de huidige knelpunten die vereni-gingen in dit bestel, in de huidige ophanging, met zich meebrengen. Wantdat zie ik natuurlijk ook. Er komen steeds meer omroepverenigingen bij.Ook het beoordelen op enkel ledenaantal wordt steeds ingewikkelder,zoals ik zonet al zei tegen mevrouw Martens-America. Al deze knelpuntenmoet ik dus ook oplossen in die grote hervorming. Dat kan ook zondermeteen verenigingen als manier voor maatschappelijke worteling weg tegooien, want de vereniging is een mooie organisatievorm. De verschil-lende opties waar je dan met elkaar over kunt praten, ben ik op ditmoment aan het uitwerken. Daar gaan we met elkaar over praten. Daarkom ik dus ook uitgebreid op terug in mijn brief in het eerste kwartaal.De voorzitter:Op ditzelfde onderwerp de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik hoor dit debat zo over de verenigingen. Voor de ChristenUnie is eenvereniging geen doel op zich. Binnen het wettelijk kader dat wij kennenmet elkaar is die de best mogelijke vorm om geworteld omroepen teorganiseren. Ik vind het nu een beetje ingewikkeld dat we al een paarmaanden, ook al tijdens het vorige debat, bezig zijn met een discussie dievolgens mij gebakken lucht is. Als je geen omroepverenigingen hebt, hebje stichtingen. Die hebben we al: NOS-NTR. Maar het worden geencommerciële rechtsvormen. De wet biedt geen andere mogelijkheden omdit verder met elkaar te organiseren. Dus mijn vraag is toch, ook om tevoorkomen dat dit nog maanden in de lucht blijft hangen, of mijnconstatering klopt dat omroepen óf een vereniging zijn óf een stichting,zoals nu al mogelijk is, en dat dit eigenlijk de twee smaken zijn. Punt.Minister Bruins:Ik vind dit toch eigenlijk al richting het debat van Q1 gaan.De heer Ceder (ChristenUnie):Het is een feitelijke vraag.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15747 Nee, het is meer dan dat. Ik ben op zoek naar een antwoord dat ik de heerCeder kan geven zonder al het debat te openen dat we in het eerstekwartaal gaan hebben. Dat is toch best ingewikkeld. Zoals ik zei, zie ik dewaarde van verenigingen. Die zijn belangrijk en geven ook worteling endraagvlak. Zoals de heer Ceder zelf ook zegt, is het vereniging zijn niet eendoel op zich. Maar worteling en draagvlak zijn wel een doel, want diedragen bij aan de maatschappelijke verankering en de pluriformiteit. Hetis belangrijk dat we verenigingen niet zomaar weggooien als een maniervan maatschappelijke worteling, want ik zie het belang van verenigingen.Tegelijkertijd zie ik de complexiteit in het huidige stelsel. Dat wil ikoplossen, zodat we de governance helder krijgen, de governance simpelerkrijgen en uiteindelijk een veilige publieke omroep krijgen, waar ook dewerknemers de sociale veiligheid ervaren die iedereen moet kunnenervaren op zijn werk. Daarvoor moet de governance ook helder zijn.Tegelijkertijd zie ik dat deze dingen niet met elkaar op gespannen voethoeven te staan als je het stelsel goed inricht. Ik wil ervoor gaan om datgoed in te richten. Dat vergt wel precisie, ook in hoe je dat ontwerpt. Daarwil ik in mijn brief in Q1 dan ook uitgebreid bij stilstaan.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):De Minister vindt me geheel aan zijn zijde, niet alleen als het gaat om eenveilige omgeving creëren, maar ook als het gaat om de vraag hoe degovernance zo ingericht moet worden dat we het wenselijke resultaatkrijgen. Wij zijn zeker niet bang voor wijzigingen of hervormingen: wedenken dat die op een aantal plekken inderdaad zullen moeten. We zijn erook groot voorstander van. Toch heb ik moeite met de gang van dit debat.Het lijkt alsof we eindeloos blijven filosoferen over hoe iets mogelijkingericht zal kunnen worden, terwijl we in de Nederlandse rechtsstaatvolgens mij gewoon beperkt zijn door de mogelijkheden die de wet onsbiedt. Ik ga het dus toch nog eens proberen, niet omdat ik het zo graagwil, maar omdat het volgens mij een feitelijke constatering is waar wij onsallemaal, inclusief de ChristenUnie, toe te verhouden hebben. Volgens mijbestaan er maar een aantal rechtsvormen in Nederland. Hoe je het ookinricht, of dat met productiehuizen is of op welke wijze dan ook – echtwaar, daar valt met ons over te praten – je ontkomt niet aan het feit dat hetbinnen een van de wettelijke rechtsvormen zal moeten vallen. Aangezienwe commerciële rechtsvormen uitsluiten, blijven er twee over: eenstichtingsvorm en een verenigingsvorm. Ze hebben allebei voor- ennadelen. Mijn feitelijke, juridische vraag, even los van wat ik en deMinister ervan vinden, is: klopt het feitelijk gezien dat er daarbuiten geenandere rechtsvorm bestaat?Minister Bruins:Het feitelijke antwoord daarop is: ja. Er bestaan daarbuiten geen wettelijkgeregelde organisatievormen binnen het huidige stelsel.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Bruins:De heer Ceder vroeg ook aan mij welke rode lijn ik hanteer bij de invullingvan de bezuinigingen. Gaan de bezuinigingen niet raken aan de eigenheidvan de omroepen? Dat is natuurlijk een hele belangrijke vraag. Deeigenheid van de omroepen raakt aan de identiteit van de omroepen. Hetis nu eerst aan de NPO en de omroepen om gezamenlijk met een voorstelvoor de invulling van de bezuiniging te komen. Daarbij is de NPOeindverantwoordelijk, maar ik hecht eraan dat het voorstel op zo veelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15748 mogelijk draagvlak bij de omroepen kan rekenen. Ik ben hierover met deNPO en de omroepen in gesprek. Ik kom hier dan ook op terug in mijnbrief van begin, Q1, 2025. Zo kunnen we ook met elkaar spreken over dekaders voor de bezuiniging. Dat gaat daarbij helpen.De heer Soepboer vroeg wat mijn visie is op een eventuele motie over hetafschaffen van de vernietigingsbevoegdheid van de Minister bij besluitenvan het Commissariaat. Het gaat er niet om dat er politiek kan wordeningegrepen op de onafhankelijkheid van het Commissariaat voor deMedia. Het gaat erom dat zbo’s zelf geen verantwoording hoeven af teleggen aan de Kamer. Als Minister moet ik dat wel. Dan moet ik alsbewindspersoon wel over iets beschikken om verantwoording over af tekúnnen leggen. De mogelijkheid om besluiten van de toezichthouderterug te draaien is op zich niet abnormaal. Die mogelijkheid is geregeld inde kaderwet voor zbo’s. Bij de inrichting van de governance tussen hetministerie en het Commissariaat voor de Media heeft mijn ministeriebovendien juist afgezien van alle verdere mogelijkheden die de wet biedtom in te grijpen, bijvoorbeeld het geven van aanwijzingen. Dat kan ik niet.Dat is juist gebeurd om de toezichthouder in onafhankelijkheid te kunnenlaten functioneren. De vernietigingsbevoegdheid is dus niet in strijd metde onafhankelijkheid van het commissariaat. Het commissariaat is juistheel onafhankelijk. Deze casus is vergelijkbaar met besluiten vanprovincies en gemeenten. Zij kunnen door de Minister van BZK welvernietigd worden, maar toch zijn provincies en gemeenten onafhankelijk.Nog een praktisch punt: sinds de instelling van het commissariaat is hetéén keer voorgekomen dat er een besluit is teruggedraaid door debewindspersoon. Er wordt dus zeer terughoudend mee omgegaan. Ik zaldie terughoudendheid als bewindspersoon ook tot het uiterste betrachten.Op dit moment ben ik dus niet van plan om hier iets aan te veranderen.Tegelijkertijd, wanneer straks het hele stelsel verandert en het toezicht dusook versterkt en versimpeld wordt, moet er natuurlijk ook naar dit stukjegekeken worden. Dit is dus ook weer een bouwsteen in het helebouwwerk. Maar voor nu, zeker voor zolang dit stelsel bestaat, lijkt het meniet dat ik deze ene bouwsteen zou willen aanpassen.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Begrijp ik de Minister goed dat de motie oordeel Kamer zou krijgen alsdeze zo geïnterpreteerd mag worden dat het geen oproep is om dat nu terplekke te regelen, maar wel om dat mee te nemen in de hervormingen?Minister Bruins:Als de motie inderdaad zou verzoeken om ook dit aspect mee te nemen inde stelselhervormingen waar we mee bezig zijn, dan zou ik daar oordeelKamer aan kunnen geven.De voorzitter:Dank u. Gaat u verder.Minister Bruins:Mevrouw Van Zanten sprak over de Joodse omroep in het kader van allestromingen een plek geven in het aanbod. Een plek voor de Joodsegemeenschap is inderdaad ook noodzakelijk. Hoe kunnen we de zelfstan-digheid van een kleine gemeenschap verankeren? Nou, ik ben ontzettendblij dat de Joodse redactie bij de Evangelische Omroep onderdak heeftgekregen. Wat een prachtige dingen zien we. Ik was zelf erg onder deindruk van de documentaire Het verraad van Hilversum van een maand oftwee terug. De Joodse Raad was buitengewoon emotioneel om te zien;niet voor niets heeft het zo veel lof gekregen. Ik denk ook aan de podcastTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15749 van Bart Wallet en Natascha van Weezel. Het is buitengewoon waardevolom ook hun inzichten, gedachten en gesprekken te horen. Juist ook kleinelevensbeschouwelijke stromingen moeten een plek hebben binnen depublieke omroep. Daar zijn ze voor. Een democratie is juist bedoeld omeen stem te geven aan minderheden. De publieke omroep heeft daarineen speciale taak. Ik vind het dus erg belangrijk om ook dit uitgangspuntte behouden in een hervorming. Bij de hervorming kijken we hoe in deorganisatie van het bestel nog beter belegd wordt dat iedereen in hetaanbod goed vertegenwoordigd is, ook de stemmen en groepen die weop dit moment nog missen. Ik zie er enorm naar uit om een stelsel tebouwen dat daar specifiek en voortdurend naar kijkt.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Martens.Mevrouw Martens-America (VVD):Twee vragen. Eén. De Minister noemt al dan niet terecht – dat laat ik evenin het midden – dat ook kleine stemmen moeten worden gehoord. Is deMinister het dan wel met mij eens dat dat niet hoeft te betekenen dat erwéér een mediahuis of omroepvereniging moet toetreden, maar dat weeen keer moeten gaan kijken hoe we het wat beheersbaarder kunnenkrijgen? Ik lees hierin namelijk niet dat hij van mening is dat er meerzouden moeten toetreden. Het volgende punt is: klopt het dat de Ministerhiermee ook mijn vraag bevestigt dat het ledencriterium en dus hetledenaantal versus de zendtijd er inderdaad voor zorgt dat er voor kleinereoproepen met minder leden minder zendtijd, dus minder ruimte komt?Sluit dat elkaar uit?Minister Bruins:Ik ben het eens met mevrouw Martens-America dat we een stelsel willendat zo werkt dat als je nieuwe geluiden wil toevoegen, je niet meteen eennieuwe entiteit toevoegt. Dan krijgen we weer de grote bestuurlijkedrukte, en die willen we nu juist verminderen. Ik denk dat juist de Joodseredactie bij de Evangelische Oproep laat zien hoe mooi je een bepaald,heel specifiek geluid kunt inbedden op een plek waar het ontzettend opzijn plaats is, waar geweldige producties vandaan komen die we allemaalmet buitengewoon veel interesse bekijken. Ik denk dus dat ik hierinvolledig kan meegaan met mevrouw Martens-America.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Bruins:De heer Ceder vroeg: is de Minister bereid om te kijken of het mogelijk isom online tijdelijk meer ruimte te bieden voor reclame bij de publiekeomroep? We moeten een toekomstbestendig besluit nemen over dereclame-inkomsten als financieringsbron van de landelijke publiekeomroep. In de voorgenomen hervorming zal ik daarom voorstellen doenvoor de ruimte voor reclame op de NPO-kanalen op de langere termijn.Onderdeel hiervan is dat er een voorstel wordt gedaan voor onlinere-clames. Ik ben niet voornemens om in de tussentijd een tijdelijk besluit tenemen. Zoals toegezegd, ga ik hiervoor een impactanalyse laten uitvoerennaar de impact van reclame bij de publieke omroep op private mediapar-tijen. Ik heb een halfuur geleden aan u betoogd dat juist de balans tussendie twee zo belangrijk is voor het behoud van pluriformiteit in hetNederlandse taalgebied. Door de impactanalyse kan ik de gevolgen voorhet hele medialandschap meenemen in mijn besluit, voor zowel depublieke omroep als de commerciële partijen.Eigenlijk vroeg de heer Soepboer dat ook aan mij. Hij vroeg specifiek:wordt er rekening gehouden met de impact op het gehele mediabestel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15750 Het antwoord is dus: ja, wij zullen analyseren wat de effecten daarvan zijnop het gehele mediabestel.De PVV wil terug naar een reclameluwe NPO. Ik heb zelf de indruk dat deNPO nog steeds best reclameluw is. Je kunt daar van alles van vinden.Laat ik daar als Minister vooral geen criterium voor aanleggen. In iedergeval is de NPO per definitie reclameluwer dan de commerciëlen. Het nietverder verlagen van reclames op de lineaire kanalen op de landelijkeomroep is dan ook geen besluit om het reclameluw zijn tegen te houden,maar het was een besluit van het vorige kabinet om de verlaging van derijksmediabijdrage te compenseren met hogere Ster-inkomsten. Er is dusgeen relatie met de bezuiniging van dit kabinet. Het is een besluit van hetvorige kabinet om de daling van 10% naar 5% halt te houden op 8%. Juistin het kader van de nieuwe bezuiniging, de stelselhervorming en debezuiniging van 100 miljoen, moeten we een toekomstbestendig besluitnemen over de reclame-inkomsten als financieringsbron van de landelijkepublieke omroep. Ook daarvoor zal ik een impactanalyse laten doen voorde impact op de commerciële partijen, om te zorgen dat het totalelandschap in goede balans is.Specifiek werd er ook gesproken over het overbieden bij sportwedstrijdenen dat daarmee partijen buitenspel worden gezet. De PVV vraagt of ik hetmet hen eens ben dat dit een onacceptabele besteding is van hetbelastinggeld. Het boeiende is: daar ga ik niet over. Dat is natuurlijk eenheel saai antwoord, maar het toezicht op de besteding van de middelenligt bij het commissariaat en in de jaarlijkse financiële verslaggeving.Maar de NPO kiest zelf wat ze uitzenden en welke journalistieke enprogrammatische keuzes ze maken binnen het budget. De actuelesportverslaggeving, waaronder de verslaggeving van nationalecompetitie- en bekerwedstrijden, is nu juist een wettelijke kerntaak van deNOS. Dus dat past er zeker wel in. Het is eerst aan de NPO en daarna aanhet commissariaat om te zien of de middelen die de NPO krijgt ookdoelmatig besteed zijn. Dus ook het commissariaat zal daarop letten.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik vind het prachtig om te horen dat de Minister bij werkelijk zo’n beetjealles zegt: ja, daar ga ik niet over. Want waar zit deze Minister hier danvoor? Waar gaat hij dan überhaupt wel over, als hij niet eens een meningkan hebben over wat er met dat belastinggeld gebeurt? Het is natuurlijkniet zo dat de PVV nu aangeeft: joh, de NPO zou helemaal geen sportmeer moeten uitzenden. Maar het gaat hier wel om het overbieden vansportrechten met zo’n 300%. Dat zit de marktwerking daadwerkelijk in deweg. Vindt de Minister dat dan eerlijk? Vindt de Minister dat dan eengoede besteding van dit geld?Minister Bruins:Het mooie van Minister van OCW zijn, is dat je over een heleboel dingenniet gaat, omdat je namelijk hele mooie maatschappelijke sectoren onderje hebt, waar de overheid vooral niet in moet treden. Het gaat overonderwijs, cultuur, wetenschap, academische vrijheid, onderwijsvrijheid,onafhankelijke journalistiek en onafhankelijke omroepen. Ik ben stelselver-antwoordelijk. Vanuit die stelstelverantwoordelijkheid kan ik beschouwenwat wel of niet werkt, maar zolang de NOS zich binnen haar wettelijkekerntaken beweegt, moet ik het ook vooral daar laten liggen en ervoorzorgen dat de journalistieke en programmatische keuzes bij sportwed-strijden daar liggen waar die horen te liggen, namelijk bij de NOS. Hetcommissariaat houdt daar toezicht op.In de hervorming van de publieke omroep gaan we natuurlijk ook meteenweer kijken wat de kerntaak van de publieke omroep is en hoe we diebeschrijven. Dat is op zich goed geregeld, maar natuurlijk komt straksalles langs, want het is een integrale hervorming. Alles moet met elkaarkloppen. Het is wel belangrijk om te beseffen dat de publieke omroep nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15751 een nicheomroep moet zijn. Juist ook vanwege de vindbaarheid en dezichtbaarheid is het belangrijk om een robuuste, sterke publieke omroepte hebben, die niet alleen maar het dagelijks nieuws brengt, maar ook eenbreed en interessant aanbod heeft. Dat moet wel binnen de publiekekerntaken, dus niet overlappend met dat wat de commerciële omroependoen. Niet alleen de vraag hoe je op het publiek-private grensvlak nouprecies kan samenwerken en het dienstbaarheidsverbod wordenonderdeel van het debat dat we vanaf het eerste kwartaal van volgendjaar met elkaar gaan voeren, maar ook de vraag hoe je juist op datgrensvlak de krachten kunt bundelen.De heer Krul (CDA):Een wijs man vertelde mij ooit dat bewindspersonen niet overal overgaan, maar wel overal iets van mogen vinden en dat het appel er dan ooktoe doet. Ik vind wel dat hier een soort gekke botsing optreedt tussen tweebelangen van de Minister, want hij had in zijn inleiding een mooi betoogover het belang van de samenwerking en de rol die hij voor zichzelf zietom die samenwerking te verbeteren, maar nu legt hij hier zelf haarfijn uitdat hij uiteindelijk niet echt de mogelijkheden heeft om die samenwerkingmede vorm te geven. Het klopt, sport is een kerntaak van de NPO, maaroverbieden is dat niet. Hier zie je dus echt dat er niet goed samengewerktwordt, terwijl er daarvoor heel veel mogelijkheden zijn, of het nu gaat omsublicenties of iets anders. We zien bijvoorbeeld dat het met de formule 1best goed gaat, omgekeerd. Als je wilt samenwerken, is dit zo’nonderwerp waarop je regie moet kunnen of durven pakken. In hetverleden is dat ook weleens gedaan. Volgens mij heeft de Kamer weleenseen motie aangenomen waarin stond dat de NPO niet mocht overbiedenom diskjockeys naar zich toe te trekken; dat is toen ook niet gebeurd. Ikvind dit echt zo’n voorbeeld. Als je die samenwerking vorm gaat geven,moet de Minister daar voor zichzelf een rol in gaan pakken. Ik benbenieuwd of hij dat ook zo ziet, want anders wordt die ambitie wel eenstuk minder waard, zeg ik maar heel eerlijk.Minister Bruins:We komen hier zeker nog over te spreken bij de hervormingen op hetgebied van met name de samenwerking op het publiek-private grensvlak,want juist in die samenwerking kunnen dingen veel beter en kunnendingen ook intensiever worden opgepakt. Ik denk dat dit onderwerp daarook bij ter sprake kan komen. Ik herken niet direct het beeld dat hiergeschetst wordt, maar ik wil wel toezeggen dat ik hier met de NOS overga praten, om mij beter te laten informeren en om te kijken hoe we daar inde toekomst mee omgaan. Er wordt aan de andere kant van de tafel algezegd: praat nou ook met de commerciële partijen. Met de commerciëlepartijen heb ik erover gesproken en ook daar kreeg ik dit signaal. Er is duseen dubbele reden om ook nog eens met de NOS te gaan praten, omdathet, hoewel het beeld niet direct zo gezien wordt, wel belangrijk is om ditgesprek te voeren, ook in het licht van de komende hervorming. Dietoezegging doe ik dus graag.De voorzitter:Mevrouw Van der Velde heeft een vraag.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik heb eigenlijk gewoon nog een kanttekening. De Minister heeft heterover om hier geïnformeerd te zitten en goed geïnformeerd te worden.Het is natuurlijk ook de taak van de Minister om goed geïnformeerd eendebat in te gaan. Zaken als overbiedingen en uitzendrechten zijn weldegelijk punten waarover de Minister goed geïnformeerd had kunnen zijn.Ik geloof ook dat de Minister een aantal ambtenaren mee heeft. Wat mijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15752 betreft mag de Minister ook wel degelijk ergens een mening over hebbenzonder ervoor weg te duiken.Minister Bruins:Ik vind het belangrijk dat mijn ambtenaren niet worden betrokken in hetdebat, want ik ga over mijn eigen woorden. Waar ik op doel, is dat hetsignaal meermaals tot mij is gekomen maar ik niet direct het beeld herkendat de NPO de marktwerking verstoort of een monopolie creëert opuitgezonden sport. Er zijn heel veel sportuitzendingen. De balans tussende publieken en de commerciëlen wordt in de hervormingen goedmeegenomen. Ook de samenwerking op het publiek-private grensvlakwordt onderdeel van de hervorming. Daar gaan we dus goed met elkaarover praten. Ik zeg ook toe dat ik bereid ben om al voor de hervormingmet de NOS te praten over de geluiden die ik hoor, niet alleen in de Kamermaar ook van anderen, en om mij nogmaals te laten informeren over derol van de NOS hierin.De voorzitter:Gaat u verder. Ik wil soepel zijn met de interrupties, maar ik zit ook naar detijd te kijken. Dus kort, een korte vraag nog.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dan zou ik de Minister graag willen vragen om een brief met een analysevan de impact hiervan, ook richting de commerciële zenders.Minister Bruins:Ik zal dan ook specifiek dit aspect meenemen in de brief over de impact-analyse pps die ik eerder al toezegde. Dan breid ik de scope van die briefhiermee uit.De voorzitter:Dat is een duidelijke toezegging. Gaat u verder.Minister Bruins:Voorzitter. Dit raakt aan de transparantie van de publieke omroep,waarover mevrouw Van der Velde ook sprak. We hebben de verant-woording van de landelijke publieke omroep uitgebreid met het inzicht inwelke programma’s er binnen een genre zijn gemaakt. Transparantiewordt steeds meer gegeven. Ook het Commissariaat voor de Media kantot op het diepste niveau meekijken wanneer dat nodig wordt geacht. Dietransparantie is belangrijk, niet alleen vanwege de concurrentiepositie vande omroepen ten opzichte van de commerciëlen, waarover we het net ookhadden in het kader van de sportwedstrijden, maar ook vanwege deonafhankelijkheid van de publieke omroep.Voorzitter. Dit was mijn blokje landelijk. Ik heb nu nog een blokjelandelijk/veiligheid, sociale veiligheid.De voorzitter:Ik zie nog een vraag van mevrouw Martens.Mevrouw Martens-America (VVD):Ja, omdat we er wat langer over doen dan mijn partij had gehoopt. Erspelen natuurlijk ook een aantal andere zaken. Er zijn samenwerkingen,zoals ik benoemde in mijn bijdrage, tussen bijvoorbeeld AVROTROS enPowNed. Als de een het ledencriterium niet haalt op de peildatum, heeftdat gevolgen voor de ander. Dat lijkt mij zeer onwenselijk, juist omdat deafdronk hier volgens mij is dat we in de toekomst naar meer criteria zullengaan kijken – zeg ik heel voorzichtig om de Minister niet in een lastigparket te brengen – dan alleen leden. Kan de Minister rust brengen bij deomroepen, om te voorkomen dat we nu heel veel geld en mankrachtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15753 inzetten om leden te werven maar ook omdat we de samenwerking willentoejuichen? Nu gaat de een waarschijnlijk de gevolgen ondervinden vandeze samenwerking. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Wat zou hij kunnenzeggen of regelen richting deze omroepen?Minister Bruins:Dat is een buitengewoon relevante vraag. Dit moeten we regelen. Ditvoorjaar komt er al meer helderheid over hoe het stelsel er na dehervormingen uit komt te zien. We willen dus ook goed in hetwetsvoorstel regelen dat dit specifieke probleem wordt opgelost, want ditis een bekend probleem. Mocht het wetsvoorstel er niet op tijd zijnvanwege de complexiteit, dan regel ik dit met een spoedwet.De voorzitter:Gaat u verder. We zijn bij toegankelijkheid, denk ik. O nee, bij veiligheid.Minister Bruins:Veiligheid. De heer Mohandis zei: vaste contracten moeten binnen depublieke omroep meer de norm zijn, want dat geeft meer zekerheid voormedewerkers. Ik ben het zeer eens met de heer Mohandis: meer zekerheidvoor creatieve makers is een goede zaak. Het gaat ook de goede kant op.De NPO heeft mij gemeld dat de publieke omroep naar aanleiding van hetrapport-Van Rijn nu steeds meer werkt met vaste contracten. Die wordenmeer en sneller verstrekt. Bij het einde van deze concessieperiode wil deNPO groeien naar 80% vaste contracten. Daarnaast is er nu sprake vanmaximaal 3 tijdelijk contracten in 24 maanden. Dat was voorheen 6contracten in 48 maanden. Het gaat dus de goede kant op. Ook investeertde publieke omroep in de ontwikkeling van medewerkers, waardoor zeflexibel inzetbaar zijn binnen de organisaties. Dat is inmiddels ook in decao verankerd, dus dat komt de werkzekerheid van werknemers tengoede. Ik wil graag monitoren of het de goede kant op blijft gaan.Hoe gaat de Minister veiligheid meenemen in de nieuwe structuur van depublieke omroepen? Dat was ook een vraag van de heer Mohandis. Ik vindhet belangrijk dat de inrichting van het bestel zo veel mogelijk bijdraagtaan een veilige werkplek voor iedereen. Het is voor mij een belangrijk doelvan de hervormingen om de sociale veiligheid in Hilversum op orde tekrijgen. Bij de vormgeving van een nieuwe structuur wil ik daaromduidelijkheid scheppen over rollen, taken, verantwoordelijkheden enmandaten, zodat het stelsel beheersbaar wordt en er helderheid wordtgeschapen over de manier waarop zaken lopen en besluiten wordengenomen. Dit alles zal bijdragen aan de sociale veiligheid. De conclusiesuit de rapportage van het commissariaat en de reflecties van de regerings-commissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld zalik ook allemaal meenemen bij de vormgeving van de nieuwe structuur.Ook heb ik u inderdaad geïnformeerd over de bestuurstermijnen, die ik wilmaximeren, en ben ik in gesprek met de NPO en het commissariaat overeen aanscherping van de gedragscode integriteit. Nogmaals, ik kan geenaanwijzing geven, maar ik kan daarover wel met ze praten. Dat doe ik danook.De heer Mohandis vroeg specifiek: vindt de Minister ook dat de voorzittervan de rvt geen lid mag zijn van de ledenraad, en dat de gedragscodescherper moet worden? Met de commissie-Van Geel en deonderzoekscommissie-Van Rijn ben ik van mening dat langzittendebestuurders een risicofactor zijn. Verschillende omroepen beperken danook de zittingstermijn van bestuurders. Maar ik wil dat niet afwachten, dusdaarom heb ik besloten de bestuurstermijnen wettelijk te verankeren optwee keer vier of maximaal vijf jaar. Ik heb ook een check laten doen,waaruit bleek dat dat grondwettelijk niet in strijd is met het verenigings-recht. Daarnaast ben ik met de NPO en het commissariaat in gesprek overde gedragscode. Dit gaat nu dus de goede kant op. In het ontwerp van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15754 governance zoals dat straks in de grote hervorming gaat plaatsvinden, zalook met al deze aspecten rekening worden gehouden.Het laatste punt dat echt uw aandacht had, was de 3,6 miljoen voorsociale veiligheid. Met name mevrouw Van der Velde had het daarover. Zijzei dat ik zonder aarzeling 3,6 miljoen had toegezegd. Ja, «zonderaarzeling». Ik kan u zeggen, mevrouw Van der Velde, dat het niet zonderaarzeling was. Ik heb ook wel even geknipperd, want het geeft misschiende indruk dat slecht gedrag beloond wordt. Dat is niet het geval. Voor mijstaat de veiligheid van de werknemers voorop. Het vorige kabinet en mijnambtsvoorganger zijn er al over in gesprek geweest met de NPO dat ereen flinke opdracht lag, omdat vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid depublieke taakopdracht van de publieke omroep in het geding is op hetmoment dat de werkcultuur onveilig is. Dat is voor mij een zwaarwegendeconstatering. Ik vind dat die raakt aan mijn stelselverantwoordelijkheid. Zoheeft mijn ambtsvoorganger dat ook gezien. Al vanaf begin 2024 isdaarom een eenmalige impuls in het vooruitzicht gesteld voor hetverbeteren van de sociale veiligheid. Dat is eenmalig 3,6 miljoen. Datwordt uitgegeven in 2024 en begin 2025. De NPO zal die extra middelengebruiken om uitvoering te geven aan het overkoepelende plan vanaanpak. U kunt bijvoorbeeld denken aan het opstellen van eengedragscode of het instellen van een klachtencommissie. Er wordtgewerkt aan een nieuwe werkwijze, met meer programmatische zekerheidvoor medewerkers en makers. Er zijn ook trainingen. Er is een nieuwestructuur om met signalen om te gaan. Kortom, er zijn volop acties om desociale veiligheid te verbeteren. Dit is eenmalig geld, want dit hoortnatuurlijk gewoon uit het reguliere budget betaald te gaan worden. Dit isdus ook geen geld dat structureel voor andere mooie doelen ingezet kanworden, zoals andere leden van uw commissie suggereerden.De voorzitter:Ik begin bij mevrouw Van Zanten. Ik heb mevrouw Martens en de heerKrul ook gezien.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dit was natuurlijk het onderwerp waar ik mijn inbreng mee begon. Ook nuik de uitleg van de Minister heb gehoord, begrijp ik nog steeds nietwaarom hij het te verantwoorden vindt om nog eens 3,6 miljoen euroboven op de 952 miljoen euro te doen die de NPO gaat krijgen.Minister Bruins:Mijn voorstel was niet om zomaar extra ruimte te bieden aan de NPO.Mijn prioriteit heeft gelegen en ligt nog steeds bij de sociale veiligheid vande medewerkers. Mijn ambtsvoorganger heeft in het vooruitzicht gestelddat er eenmalig middelen voor sociale veiligheid ter beschikking zoudenkomen. Ik heb het vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid voor deuitvoering van de publieke taakopdracht belangrijk gevonden om desociale veiligheid van de werknemers van de NPO te borgen. Ik vond hetdus belangrijk om dit bedrag, dat door mijn ambtsvoorganger reeds in hetvooruitzicht was gesteld, in stand te houden. Ik heb geen reden gezien omdat te schrappen.Mevrouw Van Zanten (BBB):Als ik de Minister goed begrijp, mogen wij dus helemaal niks vinden vande NPO. Wij mogen ons er niet mee bemoeien. We mogen alleen maarkeer op keer geld blijven geven als belastingbetaler. Begrijp ik dat goed?Minister Bruins:Zo zie ik het niet. Het budgetrecht ligt altijd bij de Kamer. Dat zien we juistaan het feit dat de NPO de komende jaren 107 miljoen gekort gaatworden. Daarmee laat de Kamer in meerderheid zien – althans, dat laat deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15755 coalitie, en daarmee de Tweede Kamer in meerderheid, zien – dat ze weldegelijk een flinke vinger in de pap heeft als het gaat over de publiekeomroep. Tegelijkertijd kan ik u zeggen dat die 3,6 miljoen euro geenbelastinggeld is. Het komt niet uit belastinginkomsten. Het zijn middelendie uit commerciële inkomsten komen. Het zijn reclame-inkomsten. Diemiddelen zijn geoormerkt. Die gaan de Algemene Mediareserve in of dieworden besteed aan media. Die kan ik niet aan andere doelen besteden,zoals enige collega’s van u suggereerden. Het is geld uit commerciëleinkomsten. Het is geen belastinggeld. Het is eenmalig.De voorzitter:Mevrouw Martens, ik geef u de gelegenheid om nog een korte vraag testellen.Mevrouw Martens-America (VVD):Volgens mij moeten we een fundamenteel debat voeren over waarom ditbuiten de middelen valt die zijn bestemd voor een juiste bedrijfsvoering.Dat is mijn eerste vraag. Ik heb nog steeds niet het gevoel dat ik goedbegrijp waarom dit daar niet onder zou vallen.Mijn tweede punt is dat het systeem de rol van de NPO in het creëren vaneen veilige werkomgeving heel lastig maakt. Dat bevestigt wederom mijnpleidooi voor het loslaten van de omroepverenigingen. Zij hebbennamelijk het verenigingsrecht. Kan de Minister ons misschien meenemenin de vraag of de omroepen wisten dat er volgens de NPO een onveiligewerkomgeving was? De NPO zelf kan eigenlijk niet ingrijpen op de vloerbij de omroepen, want de NPO heeft een andere taak. De NPO heeft diebevoegdheid niet. Stel dat er toch een meerderheid voor blijkt te zijn enwe middelen vrijmaken, komen die dan op de juiste plek terecht?Minister Bruins:Het feit dat er in de komende jaren 107 miljoen van het budget van deNPO af gaat, laat onverlet dat sociale veiligheid de volle aandacht en actievan de NPO behoeft, binnen het reguliere budget. Sociale veiligheid is deprimaire verantwoordelijkheid van iedere organisatie, en zeker ook vaneen publieke omroep. Mijn ambtsvoorganger heeft besloten om hiereenmalig een impuls aan te geven vanwege de sociale veiligheid van demedewerkers, en om 3,6 miljoen uit reclame-inkomsten hiervoor terbeschikking te stellen. Na deze eerste impuls ben ik echter van mening dathet bij een gezonde organisatie inderdaad onderdeel van de integralebedrijfsvoering hoort te zijn. Dat geldt ook voor de situatie na eenbezuiniging van 107 miljoen. Ook dan hoort sociale veiligheid nog steedsvoorop te staan. Dat hoort dan binnen het kleinere budget nog steedsbekostigd te kunnen worden. De governance die gaat veranderen alsgevolg van de hervorming zal daar ook aan bij moeten dragen. De socialeveiligheid van de werknemers staat voor mij voorop, zowel bij dehervorming als na het verkleinen van het budget.De voorzitter:Dank u wel. Had de heer Krul nog een interruptie? Hij wacht er even mee.Minister, gaat u verder. U ben toe aan het blokje ...Minister Bruins:Toegankelijkheid. Daarna heb ik nog het blokje overig. Dit zijn twee kleineblokjes. Toegankelijkheid gaat over audiodescriptie en over mensen meteen beperking. Wanneer wordt audiodescriptie structureel opgenomen inde Mediawet? Dat vroegen de heren Mohandis, Krul en Ceder. Kan er eenondergrens komen met een streefdoel? Is de Minister bereid om deMediawet aan te passen? Ik vind het heel belangrijk dat het media-aanbodtoegankelijk is voor alle Nederlanders. Ik ben heel blij om ook in dezecommissie veel medestanders te zien die het belang van audiodescriptieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15756 onderkennen. Het is een belangrijk middel om media-aanbod toegankelijkte maken voor mensen met een visuele beperking. De NPO heeft voor deperiode 2023 tot 2026 extra middelen ontvangen om audiodescriptie teverzorgen, want, zoals u misschien wel of niet bekend is, audiodescriptieis best wel heel arbeidsintensief. Het is een dure grap. Het is heelbelangrijk, maar het kost ook echt wat, want het is zeer arbeidsintensief. Ikheb in de Mediabegrotingsbrief al aangekondigd dat ik deze middelentwee jaar zal verlengen. Ik heb daar ruimte voor gevonden. Dankzij dezemiddelen heeft de NPO het aantal programma’s met audiodescriptie flinkkunnen uitbreiden. Ik ben van plan om ook in de vormgeving van hetnieuwe bestel het onderwerp audiodescriptie mee te nemen, omdat ik hetbelang hiervan onderschrijf.Ook werkt OCW aan maatregelen voor de werkagenda voor de invullingvan de nationale strategie ter uitvoering van het bij u welbekendeVN-verdrag voor mensen met een handicap. Hierin wordt audiodescriptieen de verankering hiervan ook meegenomen. We moeten echter wel metz’n allen beseffen dat dit een dure activiteit is. Het is dus ook een flinkeklus om dit wettelijk te verankeren, maar daar gaan we dus ook in dehervormingsplannen met elkaar over praten. Want net als bij socialeveiligheid kunnen je je hiervan met elkaar afvragen of dit niet eigenlijkgewoon binnen het budget opgelost hoort te worden.De heer Krul sprak specifiek ook nog over de representatie van mensenmet een beperking. Ik vind dat het media-aanbod een weerspiegelingmoet zijn van de maatschappij. Ik heb dan ook het rapport in ontvangstgenomen in het Instituut voor Beeld & Geluid. Dat rapport heette deMonitor Representatie. Het onderzoek laat zien dat mensen met eenbeperking nog weinig terug te zien zijn in non-fictieprogramma’s. Ikverwacht dat dit onderzoek aanleiding is voor mediapartijen om zich in tezetten voor een meer realistische afspiegeling van de samenleving in hetmedia-aanbod. Het is belangrijk dat iedereen zich kan herkennen in deprogramma’s van de publieke omroep. Ik heb bij de overhandiging vandat rapport op 7 november benadrukt hoe belangrijk ik dat vind. Ik blijf deontwikkelingen volgen. Ik blijf daar ook over in gesprek. En ja, initiatievenzoals het opzetten van een database zal ik ter sprake brengen in diegesprekken.Het laatste blokje heet overige. Dat zijn een paar losse zaken die ik nogniet behandeld heb. De eerste is de investeringsverplichting. Wat is destand van zaken met betrekking tot de investeringsverplichting voor bigtech in navolging van de streamers, vroeg de heer Mohandis. Ik heb eenmogelijke uitbreiding met bigtechbedrijven meegenomen in het ontwerpvoor de evaluatie van de investeringsverplichting. Dat heb ik ookgeschreven in mijn brief aan uw Kamer van begin november. Nu hebbenGoogle, Meta en TikTok recentelijk bij het Belgisch Grondwettelijk Hofberoep aangetekend over de uitbreiding van de Vlaamse maatregel bijbigtechbedrijven. Bij aanvang van de evaluatie van de Nederlandseinvesteringsverplichting, die in 2027 zal beginnen, zal meer duidelijkheidzijn over de juridische houdbaarheid van die uitbreiding, want dan wetenwe ook meer over hoe het in Vlaanderen gaat. Dan zal ik bezien of en, zoja, hoe deze videoplatformdiensten onder die investeringsverplichtingkunnen worden gebracht. Het staat dus op mijn netvlies, meneerMohandis, zeg ik via de voorzitter.De heer Krul vroeg nog naar het onderzoek van het Commissariaat voorde Media over het gebruik van sociale media voor nieuwsvergaring doorjongeren. Ik ben blij dat er een onderzoek ligt. Dat helpt om de discussiegoed te voeren. Gebruik en vertrouwen liggen ver uit elkaar, weten we. Detraditionele nieuwsmedia worden beter vertrouwd dan de titels op socialemedia. Content herkennen en weerbaar zijn tegen desinformatie enAI-content is de inzet van bijvoorbeeld het werk van het NetwerkMediawijsheid, dat ik van harte ondersteun. Er wordt toegezien op illegalecontent op sociale media. Dit moet ervoor zorgen dat sociale mediaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15757 veiligere plekken zijn. De journalistieke code is verder gebaseerd opzelfregulering. Het is niet aan mij om dat vast te leggen.Van de heer Ceder kwam ook een vraag over jongeren, specifiek overjonge kinderen. Die vraag ging over schermgebruik, bescherming vanminderjarigen en de hersenontwikkeling van kinderen. Primair ben ik vanmening dat ouders moeten weten wanneer content mogelijk schadelijk isvoor de ontwikkeling van hun kinderen. Maar in Nederland hebben weook Kijkwijzer, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Kanalen die zichin Nederland gevestigd hebben, moeten daaraan meedoen als ze mogelijkschadelijke content uitzenden. Voor aanbieders van buiten Nederlandgeldt de Mediawet echter niet. Mediawijsheid is dus van belang. Oudersen kinderen kunnen dan samen in gesprek gaan over schermtijd engezond mediagebruik.Er werden allerlei voorbeelden genoemd van schermgebruik boven enonder bepaalde leeftijden. Vorige week maandag was ik nog in Brussel.Daar heb ik met verschillende Europese collega’s daarover gesproken enheb ik van verschillende Europese landen gehoord hoe ze daarmeeomgaan. Sommige zijn dingen wettelijk aan het vastleggen. Een heelmooi voorbeeld in Nederland is dat de mobieltjes inmiddels in grotengetale verbannen worden op school. Dat gebeurt helemaal vrijwillig ingoed overleg met de scholen zonder dat dat wettelijk is vastgelegd. Daarhadden we een goed verhaal over in het gesprek dat ik hierover had metEuropese collega’s. Maar je ziet verschillende overwegingen in verschil-lende Europese landen.De voorzitter:Ik geef kort het voorzitterschap over aan de heer Mohandis.Voorzitter: MohandisDe voorzitter:Voorzitter, dank. De voorzitter is nu degene die spreekt. Ik geef het woordweer aan de Minister.Minister Bruins:De heer Ceder vroeg mij naar Friestalig media-aanbod, maar ik had hetidee dat de heer Soepboer daar ook wel naar wilde vragen. Vind ik dat hetFriestalige media-aanbod nu voldoende is geborgd met de motie van hetlid Bikker en consorten? De motie stelt dat de positie van het Friestaligemedia-aanbod kwetsbaar is door het ontbreken van een wettelijke borgingen afhankelijk is van het sluiten van bestuursakkoorden. Ik heb hier zoweljuridisch als beleidsmatig naar laten kijken en constateer dat er op ditmoment geen noodzaak is om het Friestalige media-aanbod beter teborgen, omdat dit op verschillende plekken al het geval is. Zo zijn onderdeel drie van het Europees Handvest voor regionale talen afsprakenvastgelegd voor de bescherming en bevordering van het Fries. Dit geldtook voor media. In Nederland hebben we dit geregeld in de Mediawet, hetMediabesluit en de Mediaregeling. Zo ontvangt Omrop Fryslân op basisvan het Mediabesluit 2008 middelen voor de publieke mediaopdracht.Ook is er sprake van wettelijke borging van deze regionale omroepen ophet vlak van programma-aanbod en -doorgifte. Verder is in de Mediawetnog verankerd dat op elk televisieprogrammakanaal van de landelijke enregionale publieke mediadiensten het programma-aanbod voor tenminste 50% van de duur bestaat uit oorspronkelijk Nederlands- ofFriestalige producties. Op verschillende andere plekken wordt er ook nogaandacht aan besteed. Dat dat in de praktijk ook allemaal gebeurt, blijkt uithet feit dat de NPO documentaires van Omrop Fryslân via FryslânDOKfinanciert en uitzendt. Ook de bestuursafspraak Friese Taal en cultuuronderstreept de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Rijk en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15758 provincie voor de Friese taal en cultuur, waaronder ook de media wordtbegrepen.De heer Soepboer vroeg mij wat ik vind van het experiment van Googledat burgers afknijpt van nieuws. Wat is de Minister van plan om detoegang tot nieuws te beschermen? Ik heb kennisgenomen van hetexperiment in de pers. Het gaat om 1% van de gebruikers. Het is natuurlijkzorgwekkend dat burgers uitgesloten kunnen worden van nieuws, maarhet laat dus ook zien dat er een grote afhankelijkheid is van big tech, watwe ook leren van het recente rapport van de Wetenschappelijke Raad voorhet Regeringsbeleid. Maar misschien laat het nog wel veel meer hetbelang zien van een publieke omroep. We moeten journalistiek in desamenleving borgen. Hoe we dat doen, zal ik ook verder meenemen inmijn reactie op het rapport van de WRR, want dit laat des te meer zien dathet gewoon heel gevaarlijk is om voor je nieuwsvoorziening louterafhankelijk te zijn van bigtechspelers, als het daar zou komen te liggen.De voorzitter:Ik heb een interruptie van de heer Soepboer. Daarna heb ik zelf ook nogeen interruptie. Als de heer Soepboer mij dan wil waarnemen, komt hethelemaal goed vandaag. Eerst de heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Dat gaan we doen, voorzitter. Ik vind dit toch iets te serieus om er zo evenoverheen te stappen en te zeggen: ach, het is slechts 1%. Het gaat over 1%van onze bevolking. Die 1% heeft zelf niet in de gaten dat ze op datmoment afgesloten zijn van de media. Ze zien in hun overzicht niet meerhet nieuws waarvan we eigenlijk willen dat ze het wel zien. Ze zoeken naariets dat mogelijk in het nieuws is, maar krijgen dan dus geen nieuws tezien, maar bijvoorbeeld artikelen van een tijdje geleden. Ze hebben op datmoment zelf dus niet in de gaten dat ze onderdeel zijn van eenexperiment. Ik vind dat bizar. Mijn vraag aan de Minister is: wat kunnenwe hieraan doen? Ik begrijp dat u altijd een uitgebreid antwoord geeft,maar wat kunnen we hier nou heel concreet tegen doen als Kamer en alsMinister? Ik vind dit heel bizar. Ik heb net een voorbeeld gegeven. Stelt uzich voor dat de publieke omroep in een keer zegt: we sluiten een deel vanNederland af van nieuws en we vertellen het ze niet. Dat zou ook bizarzijn. Dus wat kunnen doen? Waar ligt onze invloed? Welke afspraken kuntu maken?De voorzitter:Uw vraag is helder.Minister Bruins:Ik deel de zorgen van de heer Soepboer volledig. Ik vind het ook zeerkwalijk en ben er ook bezorgd over. Dit zou niet zomaar moeten kunnen.Het laat inderdaad onze afhankelijkheid van big tech zien. Ik heb algezegd: ik zal dit meenemen in de reactie die ik schrijf op het WRR-rapportover de media. Maar ik wil u ook toezeggen dat ik in gesprek zal gaan metGoogle om te horen wat daar gebeurt en hoe dit kan worden voorkomen.De voorzitter:Tot slot, de heer Soepboer. Dan geef ik het voorzitterschap weer over,zodat ik zelf kan interrumperen.De heer Soepboer (NSC):Ik neem aan dat we daar als Kamer een schrijven van krijgen en dat wegaandeweg van de uitkomsten van die gesprekken op de hoogte wordengebracht.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15759 Ik zal ervoor zorgen dat ik dat gesprek heb voordat ik kom met de reactieop dat WRR-rapport. Dan kan ik het meteen meenemen in de brief die udaarvoor van mij krijgt.Voorzitter: BeversDe voorzitter:Ik dank de heer Mohandis voor het overnemen van het voorzitterschap.Het woord is aan de heer Mohandis voor een interruptie.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Als vaste voorzitter van de vaste Kamercommissie voor VWS doe ik datgraag. Dat is een rol die mij altijd past. Tenminste, ik voel me er altijdgoed bij. Dank u wel.Even terug in mijn rol als woordvoerder Media. Aansluitend op de heerSoepboer had ik dat punt over die 1% ook gemaakt. Maar ik wil nog ietszeggen in het verlengde van het vorige punt, over de investeringsver-plichting. Ik vind dat Nederland nog veel meer voorop mag lopen. Wekunnen altijd wachten op wat omliggende landen doen, maar wij zijn ookeen land dat zelf kan zeggen: wij vinden dat we hierbij ook een stapje naarvoren kunnen zetten. Ik ben blij dat er – ik noem het maar even eentoezegging – ook echt wordt gekeken naar de big tech onder de investe-ringsverplichting. Daar hadden we ook een motie op voorbereid. Maarmijn concrete vraag is de volgende. Wat die 1% betreft kunt u volgens mijmeer een vuist maken samen met uw collega’s. Volgens mij moeten weiets meer een alliantie gaan vormen. Het moet ons namelijk menens zijnrichting dit soort bedrijven, die wel komen halen, maar heel weinig komenbrengen. Volgens mij moet dat iets steviger zijn dan «het is zo» en «wegaan iets doen aan de publieke omroep». Dat is heel belangrijk, maar wegaan big tech echt niet verslaan met «al dan niet iets doen aan depublieke omroep». Heel veel partijen – die zitten hier ook op de publieketribune – zullen dan samen een vuist moeten maken. U zult, als degenedie vooroploopt om regels te maken, ook moeten zeggen: dit is zo serieusdat ik hierbij voorop ga lopen.Minister Bruins:Ik voel erg mee met de heer Mohandis. Dit onderwerp ligt me namelijk naaan het hart. Ik vind het belangrijk. Tegelijkertijd is het complex. Ik worsteldus ook met de vraag wat ik de heer Mohandis wel kan toezeggen. Het isin ieder geval belangrijk dat we die Vlaamse zaak bij het GrondwettelijkHof afwachten, want dan weten we ook meer over wat er wel of nietmogelijk is. Eigenlijk zou ik graag willen zeggen dat ik dit dan ook wil gaanmeenemen in de reactiebrief op het WRR-rapport, maar het kan zijn dathet zo complex is dat ik dat niet red. Ik durf dat dus niet als hardetoezegging te doen. Maar ik durf wel te zeggen dat ik mijn best doe omhet daarin te krijgen. Anders kan ik tegen die tijd aan u uitleggen waaromhet zo complex is en waarom ik meer tijd nodig heb. Mogen we het zoneerzetten? Ik begrijp dat dat niet helemaal naar tevredenheid is.De voorzitter:Ik kijk even naar de heer Mohandis. Gaat uw gang.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Heel kort. Uiteraard gaat het mij erom dat we dit precies doen. Maar wehoeven ook niet het laatste jongetje van de klas te zijn in Europa. «Hetlaatste jongetje van Europa» moeten we even onthouden; die is ooknieuw! Nou ja, alle gekkigheid. Nu even serieus. Na zo’n bouwstenenbriefkrijgen we een wetsbehandeling. Wat mij betreft kunnen we dat ook alsstartpunt gebruiken. Als we zien dat er in Vlaanderen wel degelijk eenwettelijke grond is om die investeringsverplichting te verruimen met in ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15760 geval big tech – als ik het goed heb begrepen, zijn zelfs kabelaars daaronderdeel van – dan kunnen we zeggen: dit is de wet. Die wetsbehan-deling komt wellicht halverwege 2025 naar de Kamer of dan is die in demaak. Die investeringsverplichting hebben we twee jaar geleden nogbehandeld in de Kamer. Toen zei uw voorganger al: laten we dat momentdan ook weer aangrijpen. Volgens mij kunnen we elkaar ergens in hetmidden vinden. Maar het gaat mij ook om het tempo en om de boodschapdie Nederland uitstraalt: wij zijn niet klein te krijgen door big tech; wijgaan een vuist maken.Minister Bruins:De ambitieuze woorden van de heer Mohandis spreken me zeer aan. Deinvesteringsverplichting is inderdaad net gestart. We gaan evalueren ofdie ook echt effectief is. Dat is één. We gaan naar aanleiding van de zaakin Vlaanderen ook kijken of het mag en of dit gaat lukken. We hebben inieder geval een helder beeld van die twee zaken nodig, maar terzelfder tijdmoeten we zorgen dat we verbreden wanneer we kunnen. Maar dat heeftgeen zin als het niet kan of werkt. Ik wil die twee dingen dus welafwachten. Maar als de heer Mohandis mij toestaat dat ik die tweegebeurtenissen als ijkpunten in de tijd neem, zorg ik in ieder geval dat ikdaar niet achteraan ga hobbelen; ik zal daarbovenop zitten.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Bruins:De laatste vraag die ik hier nog heb liggen kwam van de heer Soepboer,en ging over de regels voor fusietoezicht ten behoeve van pluriformiteit.De heer Soepboer wilde graag binnen drie maanden een brief van deregering over hoe hier invulling aan wordt gegeven. Ik ben over ditonderwerp in gesprek met de Minister van Economische Zaken, de ACMen het Commissariaat voor de Media. Op grond van de European MediaFreedom Act moeten alle landen in Europa een zogenaamde pluriformi-teitstoets bij fusies en overnames in de mediasector invoeren. Hetcommissariaat zal deze pluriformiteitstoets gaan uitvoeren, iedere keer alser sprake is van een overname. Op deze manier wil ik tegemoetkomen aandit onderdeel van het regeerprogramma, dat de heer Soepboer citeerde.Zodra dit voorstel gereed is, zal ik u daar dan ook netjes over informeren.Dan heb ik als laatste nog een amendement te appreciëren. Dat is hetamendement van de heren Paternotte en Ceder op stuk nr. 69, tervervanging van dat op stuk nr. 66. De appreciatie is «ontraden». Ik ontraaddit amendement, omdat het kabinet heeft besloten om 100 miljoenstructureel te korten op het budget van de landelijke publieke omroep. Ikben niet bereid deze bezuinigingen ongedaan te maken.De voorzitter:Dat is helder. Ik kijk nog even naar de heer Krul, die nog een laatsteinterruptie heeft.De heer Krul (CDA):Ja, mijn laatste interruptie. Ik heb er ook echt even over nagedacht. Ik wiltoch even terug naar het blokje over veiligheid. De Minister mag van hetCDA verwachten dat we constructief kijken naar wat er komt. Dat wil ikook graag doen. Maar ik ben gewoon niet overtuigd. Ik vind eigenlijk tenprincipale niet dat we daaraan moeten bijdragen. Dat heeft niks te makenmet «dat er al 950 miljoen»... Al was het veel minder; de Minister heeft mijgewoon nog niet overtuigd. Het zou zomaar kunnen dat er straks eenvoorstel op tafel ligt waarin staat: door de uitdagingen die we hebben,moeten we dit niet doen. Op dit moment neig ik ernaar om mijn fractie teadviseren om daarin mee te gaan. Ik zou de Minister dus eigenlijk tweeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15761 dingen willen vragen. Eén: wat zou er gebeuren als die uitspraak gedaanwordt? Twee: kan de Minister toch nog een poging doen om mij uit teleggen waarom dit nou echt op deze manier moet? Want zo wordt er metincidenteel extra geld iets gerealiseerd waarvan we eigenlijk allemaalvinden dat dit de verantwoordelijkheid is van een organisatie zelf.Minister Bruins:Ik begrijp de buikpijn van de heer Krul wel. Ik zei ook al dat ik dit niet – hoezei mevrouw Van der Velde het? – zomaar zonder aarzeling heb getekend.Maar de heer Krul zei ook dat hij vindt dat wij hier niet aan moetenmeebetalen. Dat doen we ook niet. Dit is dus geen belastinggeld; dit zijnreclame-inkomsten. Die kunnen dus de Algemene Mediareserve invloeienof aan de media besteed worden. Wat gebeurt er als de heer Krul zegt«daar wil ik niet in meegaan»? Dan komen er geen middelen vrij voor ietsanders dan media, want dit is de Algemene Mediareserve. Bovendien isdit het budget voor 2024, niet voor 2025. We praten hier over de Mediabe-groting 2025. Dit zijn middelen voor 2024. Die lagen natuurlijk al vast. Hetzou een korting van 3,6 miljoen op de NPO betekenen, terwijl diemiddelen niet aan iets anders kunnen worden besteed dan aan media.Minder middelen zou de programmering raken of het plan voor socialeveiligheid zou niet worden uitgevoerd. Dan zouden de medewerkers dedupe kunnen zijn. Het plan dat nu broeit in het hoofd van de heer Krul zouik dus willen ontraden.De heer Krul (CDA):Heel kort technisch dan: had de Minister ook niet gewoon de subsidie met3,6 miljoen kunnen verlagen en vervolgens die 3,6 miljoen uit deMediareserve kunnen alloceren aan dat socialeveiligheidsplan? Als dat zowas gebeurd, was die 3,6 miljoen dan wel anders besteedbaar? Dit is eentechnische vraag.Minister Bruins:Deze vraag is zo technisch dat ik ’m graag even naar de tweede termijn til,maar wel nogmaals met de toevoeging dat we nu praten over het budgetvoor 2025 bij de behandeling van de Mediabegroting. Dit gaat over hetbudget voor 2024.De voorzitter:Als het een hele korte vraag is, kan het nog, mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik heb ook een technische vraag. De Minister zegt dat het aan de mediamoet worden besteed, omdat het in het mediareservepotje zit. Maar zoudat betekenen dat we die 3,6 miljoen hadden kunnen uitgeven aanpersveiligheid en andere projecten in relatie tot media? Klopt het dus dater andere opties waren of staat er op de begroting een potje dat enkelbedoeld is als wat extra’s voor de NPO?Minister Bruins:Ik zal dit ook betrekken in mijn tweede termijn.De voorzitter:Helder. Daarmee zijn we aan het einde van de eerste termijn van de zijdevan het kabinet gekomen. De Minister heeft uitgebreid antwoord gegevenop al uw vragen en opmerkingen. Dan gaan we over naar de tweedetermijn van de Kamer. U zit allemaal redelijk in uw tijd, maar u heeft nuvanzelfsprekend de gelegenheid om moties en dergelijke in te dienen. Ikbegin in dezelfde volgorde als in de eerste termijn. Het woord is aan deheer Mohandis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15762 De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):We hebben geen veegrondje gedaan of ik heb niet goed opgelet, maar ikhad nog een vraag gesteld. Misschien kan die nu worden meegenomen.Dat is de vraag over de evaluatie van de concessieperiode. Die is nu nogniet gewijzigd. De concessie loopt zoals ie nu loopt. Er is ook nog eenevaluatie van de aspirant-omroepen die nog in dit traject lopen. Hoe werktdat nu? Hoe verhoudt het wel of niet hebben van een evaluatie zich tot deverlenging? Dat is een vraag die voor mijn gevoel is blijven hangen.Ik maak gelijk even een brug. Ik dank de Minister voor de beantwoording.We hebben het veel gehad over wat er allemaal gaat komen in Q1, om hetmaar even zo te zeggen. Daar is toch veel tijd in gegaan. Dat is nietonbelangrijk, want volgens mij komt daarin heel veel samen. Ik wil alvastaangeven dat we wat mij betreft bij de komende procedurevergadering –ik kijk ook even naar de collega’s – al met potlood een debat vastleggen,zodat we aan beide kanten, met respect voor elkaar, het tempo erinhouden. Ik vind het zo’n belangrijk onderwerp. Ik hoor de toezegging,maar ik vind het ook belangrijk om dat als Kamer uit te spreken, vandaarmijn eerste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat onder meer het Commissariaat voor de Media en deWetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwenvoor de toenemende dominantie van internationale streamingdiensten ensociale media, terwijl Nederlandse televisiezenders steeds minder kijkerstrekken;overwegende dat onder meer door de Raad voor Cultuur in 2018 en deWRR in 2024 de noodzaak wordt benadrukt dat de Nederlandse mediabe-drijven gaan samenwerken in onder meer de modernisering van hetprominentiebeleid voor het aanbod van publieke én private producentenen dat er een onderlinge samenwerking tussen de grote Nederlandseomroepen wordt bewerkstelligd om de gezamenlijke weerbaarheid van deNederlandse omroepen tegenover de bigtechbedrijven en internationalestreamers te versterken;verzoekt de regering om in samenspraak met onder andere de NPO, RTLen Talpa te onderzoeken wat op dit vlak nu al gedaan kan worden en dieconcrete acties op korte termijn in gang te zetten;verzoekt de regering daarnaast om onder meer met de NPO, RTL en Talpate onderzoeken hoe de Mediawet en andere relevante regelgeving kunnenworden hervormd zodat Nederlandse publieke én private media-aanbieders tussen steeds dominantere buitenlandse mediaplatforms meerkunnen samenwerken en gezamenlijk kunnen investeren en opereren ineen onlinestrategie om journalistiek en programma’s vindbaar te houdenvoor kijkers en de Nederlandse omroepen economisch te versterken, ende Kamer door middel van een bouwstenenbrief over deze noodzakelijkehervorming van de Mediawet in het eerste kwartaal van 2025 teinformeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15763 Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.Zij krijgt nr. 114 (36 600-VIII).De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. De tweede motie gaat over big tech en Vlaanderen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat bigtechbedrijven zoals Google, Meta en TikTok nietvallen onder de Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met hetinvoeren van een investeringsverplichting ten behoeve van Nederlandscultureel audiovisueel product (36 176);overwegende dat de Vlaamse overheid voorschrijft dat niet alleendistributeurs en streamingdiensten, maar ook videoplatformdienstenvanaf 1 januari 2025 moeten investeren in Vlaamse films, series endocumentaires;overwegende dat de door al deze diensten bekendgemaakte inkomsten,mede door Nederlandse reclame-inkomsten, alle verwachtingenovertroffen;verzoekt de regering om in navolging van de Vlaamse stimuleringsre-geling te onderzoeken hoe bigtechbedrijven onder de wettelijke investe-ringsplicht voor Nederlandse culturele audiovisuele producten gaanvallen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.Zij krijgt nr. 115 (36 600-VIII).De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Tot slot had ik nog een punt over de lokale omroepen, depubliek-private samenwerking en de gemeentefinanciën, maar ik weet datde heer Krul daar een hele goede motie over gaat indienen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Mohandis. Het woord is aan mevrouw Van der Veldenamens de PVV.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ook ik dank natuurlijk de Minister voor zijnantwoorden, ook al geloof ik niet dat wij in dit debat nader tot elkaar zijngekomen.Ik zou graag de volgende twee moties willen indienen. De eerste luidt alsvolgt.Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15764 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het huidige mediabestel sterk gefragmenteerd is,waardoor de belangen van verschillende partijen, zoals publiekeomroepen, commerciële mediabedrijven en overige stakeholders, nietaltijd in samenhang worden meegenomen;constaterende dat de digitalisering en internationale concurrentie groteuitdagingen vormen voor de toekomstbestendigheid van het Nederlandsemedialandschap;overwegende dat een integraal mediabestel waarin publieke en commer-ciële partijen beter samenwerken, essentieel is om pluriformiteit,innovatie en onafhankelijkheid in de media te waarborgen;overwegende dat een hervorming van het mediabestel noodzakelijk is omdeze uitdagingen aan te pakken;overwegende dat het versterken van de Nederlandse media van grootbelang is om onze eigen culturele identiteit, taal en onafhankelijkejournalistiek te waarborgen, zeker in een tijd waarin buitenlandsemediabedrijven en platforms domineren;verzoekt de regering om bij de hervorming van het mediabestel actief allerelevante partijen, waaronder commerciële mediabedrijven en overigestakeholders, te betrekken om te komen tot een zo integraal en toekomst-bestendig mogelijk mediabestel;verzoekt de regering tevens om daarbij specifiek aandacht te bestedenaan het ondersteunen en versterken van Nederlandse mediabedrijven enomroepen, zodat zij kunnen concurreren met grote buitenlandse platformsen de Nederlandse taal, cultuur en journalistieke onafhankelijkheidkunnen blijven bevorderen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Velde.Zij krijgt nr. 116 (36 600-VIII).Mevrouw Van der Velde (PVV):Dan de volgende motie.De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat...Ik heb de verkeerde voor mijn neus. Excuseert u mij.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15765 constaterende dat de NPO structureel tot 300% meer biedt op uitzend-rechten voor sportevenementen dan commerciële partijen, wat leidt toteen inefficiënte besteding van publieke middelen en een verstoring van demediamarkt;overwegende dat dergelijke overbieding commerciële partijen benadeelten dat samenwerking tussen publieke en commerciële omroepen kostenkan verlagen en het Nederlandse medialandschap kan versterken;verzoekt de regering om het structurele (over)bieden van de NPO bijsportrechten tegen te gaan door samenwerking met commerciële partijente bevorderen en gebruik te maken van sublicentiestructuren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Velde.Zij krijgt nr. 117 (36 600-VIII).Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Krul namens het CDA.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Dank aan de Minister voor zijn beantwoording. Ik denk dat wijwel iets meer naar elkaar toe gekomen zijn, maar ook niet op elk punt, zegik er meteen bij.Het CDA dient vandaag twee moties in.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Minister voornemens is om opnieuw met deomroepen om tafel te gaan om een «haalbaar streefdoel» af te sprekenover het aantal programma’s met audiodescriptie voor mensen met eenbeperking;overwegende dat de Minister in zijn brief niet erover spreekt om naast eenstreefcijfer ook een ondergrens af te spreken voor het aantal programma’smet audiodescriptie;verzoekt de Minister om in het overleg met de omroepen zowel eenondergrens als een streefcijfer af te spreken, en de Kamer hierover teinformeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Krul en Mohandis.Zij krijgt nr. 118 (36 600-VIII).De heer Krul (CDA):Voordat ik deze motie overhandig aan de bode, haal ik nog even despelfouten eruit. Zo, bij dezen!Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15766 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er een stelselherziening en wetsvoorstel lokale publiekeomroepen in de maak is;overwegende dat streekvorming kansen biedt voor verdere innovatie enprofessionalisering van de lokale omroepen en samenwerking met privatemedia;overwegende dat een deel van de gemeenten meer geld uitgeeft aan delokale omroep dan het richtsnoerbedrag en dat gemeenten vanaf 2026voor grote uitdagingen staan;verzoekt de regering om bij de Voorjaarsnota 2025 met voorstellen tekomen die ervoor zorgen dat de huidige investeringen van de rijks-overheid en gemeenten in de streekvorming van lokale omroepen kunnenworden voortgezet, alsmede de maatregel zo in te voeren dat er geenkorting plaatsvindt op de rijkssubsidie als blijkt dat gemeentes ook nainwerkingtreding van de wet blijvend subsidie verstrekken aan lokaleomroepen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Krul en Mohandis.Zij krijgt nr. 119 (36 600-VIII).Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Martens-America namens deVVD.Mevrouw Martens-America (VVD):Dank, voorzitter. Ook ik houd het nu heel kort. We zijn er nog lang niet,maar ik ben blij met de eerste stappen die we hebben gezet, onder anderede toezegging over een eventuele extra wet wanneer het samenwerkings-omroepen raakt en de onderzoeken naar de optie van geen ledenaan-tallen.Ik heb een vijftal moties. Ze zijn gelukkig niet zo lang, dus ik dien ze snelin.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat media en journalistiek essentieel zijn voor eengoedwerkende democratie;constaterende dat de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) in zijn huidigevorm onvoldoende toekomstbestendig is;overwegende dat een hervorming essentieel is voor het voortbestaan vande NPO;verzoekt de regering in de verdere uitwerking van de plannen hetledencriterium als enige criterium los te laten en te komen tot eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15767 verbreding aan variabelen tijdens de concessieverlening aan omroepen/omroepverenigingen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Martens-America.Zij krijgt nr. 120 (36 600-VIII).Mevrouw Martens-America (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat media en journalistiek essentieel zijn voor een goedwerkende democratie;constaterende dat de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) in zijn huidigevorm onvoldoende toekomstbestendig is;overwegende dat een hervorming essentieel is voor het voortbestaan vande NPO;overwegende dat het omroepen vrij staat verenigingen te blijven, maar ditniet langer een criterium zou mogen zijn;verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de plannen voor deherziening van de Mediawet het afschaffen van het verenigingscriteriummee te nemen als voorwaarde om te mogen toetreden tot het bestel ofaanwezig te blijven in het bestel,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Martens-America.Zij krijgt nr. 121 (36 600-VIII).Mevrouw Martens-America (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de inkomsten van de Stichting Etherreclame (Ster)hoger zijn dan het ingeboekte gedrag;overwegende dat wanneer de inkomsten van de Ster worden opgevoerd,dit marktverstorend werkt;verzoekt de regering te handhaven dat de Ster-inkomsten nooit hogermogen zijn dan het ingeboekte bedrag,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15768 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Martens-America.Zij krijgt nr. 122 (36 600-VIII).Mevrouw Martens-America (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de reclame-inkomsten voor zowel de publieke als decommerciële media een belangrijke inkomstenbron zijn;overwegende dat wanneer de inkomsten van de Stichting Etherreclame(Ster) worden opgevoerd, dit marktverstorend werkt;verzoekt de regering niet toe te staan dat de Nederlandse PubliekeOmroep (NPO) de voorgenomen bezuiniging opvangt met het verhogenvan de inkomsten uit de Ster,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America en Van Zanten.Zij krijgt nr. 123 (36 600-VIII).Mevrouw Martens-America (VVD):Dan de laatste.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het verenigingsrecht binnen omroepverenigingen hetop dit moment onmogelijk maakt om eisen te stellen aan een gezondegovernance;constaterende dat er op dit moment een aantal omroepverenigingen zijndie niet voldoen aan een gezonde governance;overwegende dat een gezonde governance essentieel is om te komen toteen gezonde werkomgeving en bijdraagt aan een transparanteorganisatie;verzoekt de regering een governancecode te verankeren in de Mediawet,die daarmee als criterium zal fungeren bij de beoordeling rondom detoetreding of de verlenging van de vergunningen van omroepver-enigingen,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15769 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America en Van Zanten.Zij krijgt nr. 124 (36 600-VIII).Mevrouw Martens-America (VVD):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceder namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. We hebben een fijn debat gehad. Zoals eerderaangegeven hebben we een motie die we naar aanleiding van het vorigedebat hebben aangehouden. Die motie vroeg om een betere positioneringvan de omroepverenigingen. Ik heb het debat gehoord en gevraagd welkeandere opties er zijn. Volgens mij is het óf een vereniging óf een stichting,al dan niet in een productiehuis. Het gaat erom dat er geworteldeomroepen blijven en dat dat meegenomen wordt in de uitwerking.Daarom zal ik mijn motie, hopelijk ook met steun, in stemming latenbrengen. Ik heb de beantwoording gelezen en daar is volgens mijvoldoende draagvlak voor.Voorzitter. Ik heb twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de WHO schermtijd voor kinderen tot 2 jaar afraadt;constaterende dat experts waarschuwen voor de impact van schermtijdop de hersenontwikkeling van jonge kinderen met gevolgen voor onderandere taalontwikkeling en emotieregulering;constaterende dat in Frankrijk een verbod geldt op het uitzenden vantelevisieprogramma’s gericht op baby’s en peuters;overwegende dat duidelijke normen ouders handvatten kunnen bieden bijde opvoeding van hun kinderen;verzoekt de regering in samenspraak met experts te verkennen op welkemanier de schermtijd voor kinderen tot 2 jaar kan worden beperkt en dezeverkenning zo mogelijk bij de lopende onderzoeken te betrekken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 125 (36 600-VIII).De heer Ceder (ChristenUnie):Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15770 gehoord de beraadslaging,constaterende dat 78% van de jongeren sociale media gebruikt voor hunnieuwsgaring, waarbij het gevaar is dat zij door AI en algoritmen inzogenaamde «rabbit holes» en informatiefuiken belanden en mensen hunwereldbeeld vormen gebaseerd op een werkelijkheid die niet bestaat;constaterende dat het een onderdeel van de opdracht van de NPO is omeen breed publiek te voorzien van een evenwichtig, pluriform, gevarieerden kwalitatief hoogstaand media-aanbod;overwegende dat het bestrijden van misinformatie en het tegengaan vanrabbit holes van groot belang is;overwegende dat er een taak ligt voor de NPO om tegenwicht te biedenaan deze informatiefuiken;verzoekt de regering om in samenspraak met de NPO, de omroepen enhet Commissariaat voor de Media een strategie uit te werken voor hoe deNPO het beste kan inspelen op de genoemde technologische ontwikke-lingen als AI om de publieke mediaopdracht zo goed mogelijk uit tevoeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 126 (36 600-VIII).De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder. Het woord is aan de heer Soepboer namensNSC.De heer Soepboer (NSC):Dank, voorzitter. Ik denk dat we een heel mooi debat hebben gehad. Ik wilde Minister in de eerste plaats dankzeggen voor alle toezeggingen die ikheb gekregen. Dat scheelt een heel stuk, moet ik zeggen. Dank daarvoordus.We hebben het gehad over het waarborgen van een onafhankelijk,gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod, dat toegankelijkmoet zijn voor alle lagen van de bevolking. Daar staan we natuurlijkhelemaal voor. Vandaar dat we twee moties hebben. De eerste motie is alsvolgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,van mening dat de media als pijler van onze democratie en in het licht vanmacht en tegenmacht onafhankelijk en pluriform moet blijven;overwegende dat apolitiek toezicht daarvan een wezenlijk onderdeel is;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15771 constaterende dat in artikel 30 van de EU-Richtlijn audiovisuele media-diensten staat dat het toezicht op de media zowel juridisch als functioneelonafhankelijk moet zijn van de overheid;constaterende dat op basis van artikel 7.9 van de Mediawet de bewinds-persoon evenwel besluiten van het Commissariaat voor de Media kanschorsen en vernietigen en dat dit artikel daardoor in strijd is met debovengenoemde EU-richtlijn;constaterende dat de Minister al werkt aan de hervorming van hetmediabestel en onafhankelijk toezicht daarin kan worden meegenomen;verzoekt de regering de Mediawet zo aan te passen dat de regering nietlanger kan ingrijpen in besluiten van het Commissariaat,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Soepboer en Van Vroonhoven.Zij krijgt nr. 127 (36 600-VIII).De heer Soepboer (NSC):Dan ben ik toe aan de tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat een (extern) pluriform medialandschap essentieel isvoor het functioneren van onze democratische rechtsstaat;overwegende dat, daar 70% van de journalisten er werkzaam is, private encommerciële aanbieders aan die pluriformiteit een onmisbare bijdrageleveren;constaterende dat de voorgenomen uitbreiding bij de NPO van deonlineadvertentiemogelijkheden de NPO tot een concurrent kan makenvan de private en commerciële nieuwsaanbieders en het voortbestaan vandeze aanbieders onder druk kan zetten;constaterende dat deze uitbreiding daarmee ook de voor onze rechtsstaatessentiële pluriformiteit van het medialandschap onder druk zet;verzoekt de regering zo op te treden dat de Nederlandse Publieke Omroepeen reclameluw bestel blijft en dat de onlineadvertentieruimte ervan nietopen wordt gesteld voor commerciële adverteerders,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Soepboer.Zij krijgt nr. 128 (36 600-VIII).De heer Soepboer (NSC):Dank u wel, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15772 De voorzitter:Dank u wel, meneer Soepboer. Dan is het woord aan mevrouw Van Zantennamens BBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u, voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording van devragen, al was die op bepaalde vlakken voor mij niet heel erg toereikend.Er is in ieder geval een hoop om in de toekomst verder over te debatteren,denk ik. Voor nu heb ik drie moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Minister van OCW heeft besloten eenmalig 3,6miljoen euro te investeren in sociale veiligheid bij NPO;constaterende dat de NPO volgend jaar reeds 952 miljoen euro aanbelastinggeld ontvangt en daarmee voldoende budget heeft voor hetverbeteren van de sociale veiligheid;overwegende dat sociale veiligheid een managementvraagstuk is, dit eentaak en opdracht is van de NPO zelf en het zodoende ook aan de NPO isom te zorgen voor sociale veiligheid binnen de organisatie;van mening dat slecht gedrag niet moet worden beloond en de belasting-betaler niet hoeft op te draaien voor misstanden op de werkvloer bij deNPO;verzoekt de regering de eenmalige investering van 3,6 miljoen euro in tetrekken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Zanten.Zij krijgt nr. 129 (36 600-VIII).Mevrouw Van Zanten (BBB):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er steeds minder lineair (via de beeldbuis) naar televisiewordt gekeken;constaterende dat de audiovisuele aanbodmarkt op het grote schermwordt overspoeld met content van grote buitenlandse streamers en dat dereclamemarkt wordt gedomineerd door grote techbedrijven;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15773 overwegende dat om elke Nederlander te kunnen bereiken, zowelpublieke als commerciële omroepen nodig zijn;verzoekt de regering om met de NPO en de commerciële omroepen opkorte termijn het overleg aan te gaan, om door onderlinge samenwerkingde vindbaarheid van hun gezamenlijke content te vergroten en zo depositie van Nederlandse content tegenover de grote techbedrijven enstreamers te versterken;verzoekt de regering voorts om daarbij ook de zichtbaarheid van beidecategorieën prominent mee te nemen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Zanten.Zij krijgt nr. 130 (36 600-VIII).U moet uw naam uitspreken, mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):O. Van Zanten, haha.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de kleine levensbeschouwingen na opheffing van de2.42-omroepen moesten worden ondergebracht bij grotere omroepen;overwegende dat sinds 2016 de redacties van deze kleine levensbeschou-welijke stromingen echter steeds meer zeggenschap verliezen over heteigen budget en de zendtijd;van mening dat de huidige maatschappelijke spanningen vragen ompluriforme berichtgeving waarin ruimte moet zijn voor voldoendeaandacht voor kleine levensbeschouwelijke stromingen binnen depublieke omroep;verzoekt de regering de zelfstandigheid van de redacties van kleinelevensbeschouwingen binnen het publieke bestel wettelijk te verankeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Zanten.Zij krijgt nr. 131 (36 600-VIII).Dank u wel, mevrouw Van Zanten. Dat maakt dat wij aan het einde komenvan de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 15.05 uur.Ik ga ervan uit dat we daarna redelijk snel de appreciaties kunnen doen.Even voor de duidelijkheid: dat zal gebeuren volgens het nieuwebeoordelingskader dat wij als Kamer hebben vastgesteld.De vergadering wordt van 14.51 uur tot 15.07 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15774 Aan de orde is de tweede termijn van de zijde van het kabinet. Ik wil deMinister vragen om zijn appreciatie van de ingediende moties te geven.Hij zou volgens mij ook nog terugkomen op een tweetal korte zaken. Hetwoord is aan de Minister.Minister Bruins:Voorzitter. Ten eerste mijn reactie op de vraag van de heer Mohandis overde evaluatie van de concessie en de aspirant-omroepen. Op dit moment isde wet nog steeds de wet zoals die er ligt. Dat betekent dat de NPO denormale procedure moet volgen voor evaluatie, inclusief de aspiranten,zeker zolang de verlenging met twee jaar nog niet 100% zeker is. Diewetswijziging moet namelijk nog door de Tweede en Eerste Kamer gaan.Het staat wat mij betreft hoe dan ook vast dat er een evaluatie van deaspirant-omroepen moet plaatsvinden. Ik blijf gedurende het hervor-mingsproces met de NPO in gesprek over de precieze timing van dezezaken. Voor dit proces zou het helpen om het wetsvoorstel voorverlenging, zodra het er ligt, snel in uw Kamer en aan de overkant tebehandelen.Ik kreeg van de heer Krul een vraag over sociale veiligheid. Had desubsidie voor 2025 verlaagd kunnen worden met 3,6 miljoen, om datvervolgens via de Algemene Mediareserve opnieuw toe te kennen voorsociale veiligheid? Technisch gezien kan ik niet op deze korte termijn debekostiging verlagen. Bovendien zou de uitkomst hiervan zijn dat dekosten voor 2024 binnen de lopende begroting moeten wordenopgevangen. Een risico daarvan is dat de programmering eronder lijdt ofdat het plan van aanpak sociale veiligheid niet volledig wordt uitgevoerd.De derde vraag kwam van mevrouw Martens. Zij vroeg of middelen uit deAMr of de Ster aan andere doelen kunnen worden besteed, bijvoorbeeldPersVeilig. De middelen uit de Ster of de Algemene Mediareserve kunnenworden besteed aan de doelen zoals die in de Mediawet zijn vastgelegd.De bekostiging van de landelijke publieke omroep is hier onderdeel van.De subsidiering van PersVeilig of andere aanvullende subsidies buiten deMediawet horen hier niet bij, dus dat is wettelijk niet mogelijk.De voorzitter:De heer Krul heeft een vraag, zie ik.De heer Krul (CDA):Ja, want dan begrijp ik het helemaal. De Minister zegt over die 3,6miljoen: technisch gezien zou het eventueel kunnen, maar als je dat doet,betekent dat dat het een impact heeft op de programmering. Het zoubetekenen dat dat geld moet worden opgehoest vanuit de programmeringen dat zou betekenen dat dat niet helemaal meer ... Ik zie de Ministerknikken. Het is een technisch verhaal, maar oké, dan begrijp ik het.De voorzitter:Dan is het woord aan de Minister over de moties.Minister Bruins:Ja, de moties.De motie op stuk nr. 114 van de heer Mohandis wil ik oordeel Kamergeven. In de brief over de landelijke hervorming zal ik ook aandachtbesteden aan de effecten van de private sector. Ook kijk ik naar hetwettelijk verankeren van due prominence. Hier wil ik ook de commerciëlepartijen bij betrekken. Het is goed om gezamenlijk te kijken naar manierenom het Nederlandse aanbod vindbaar te houden, dus oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 115, over de bigtechbedrijven en de investerings-plicht, is van groot belang. Ik waardeer het belang dat ook de heerMohandis hieraan hecht. Ook hier geef ik oordeel Kamer. Ik zal eenmogelijke uitbreiding dus laten onderzoeken in het kader van de evaluatie,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15775 door een onafhankelijk onderzoeksbureau, zoals eerder toegezegd in deEerste Kamer.De motie op stuk nr. 116 van mevrouw Van der Velde wil ik ook oordeelKamer geven. De brief gaat primair over de hervorming van de landelijkepublieke omroep. Maar ik zal ook aandacht geven aan de effecten die ditprivaat heeft. Ook zal ik kijken waar ze elkaar juist kunnen versterken.De motie op stuk nr. 117 van mevrouw Van der Velde moet ik helaasontraden, omdat ik niet ga over het biedingsproces bij de NOS en over devormen waarmee rechten en licenties worden verstrekt. Dat neemt nietweg dat ik tijdens het debat wel heb toegezegd om hierover met de NOSin gesprek te gaan. Die toezegging blijft staan.De motie op stuk nr. 118 is van de heer Krul en de heer Mohandis. Die wilik volgens het nieuwe stramien overbodig verklaren. Dan moet ik ’m dusontraden. De motie gaat over audiodescriptie. Het getal dat wordtgevraagd, is al opgenomen in de huidige prestatieovereenkomst2022–2026. Ik ga ook uit van dit getal bij eventuele verlenging. In depraktijk zijn er jaarlijks nu veel meer titels audiodescriptie dan deondergrens. De NPO rapporteert daar ook jaarlijks over. Dus naar mijninzicht is die motie overbodig. Daarom zou ik ’m ook als ontraden moetenneerleggen in uw midden.De voorzitter:Overbodig is overbodig. Ik ga even kijken naar de indieners of zij de motiedan alsnog willen indienen of dat zij ’m in willen trekken.De heer Krul (CDA):Dan heb ik eerst een vraag, voorzitter, en dan eventueel een conclusie. Dieondergrens is dan helder. Maar geldt het ook voor het streefcijfer? DeMinister spreekt over een haalbaar streefdoel en wij spreken specifiekover het opnemen van streefcijfers. Is dat iets anders dan wat er nugebeurt? Ons signaal is van niet. Als dat zo is, dan ontvang ik daar graageven voor de stemming schriftelijk wat informatie over, want anders zijnwe hier een klein beetje bochtjes aan het afsnijden om tot overbodig tekomen.Minister Bruins:Een streefcijfer is niet hetzelfde als een ondergrens. Dan ga ik graag metde NPO in gesprek over wat er mogelijk is. Dan geef ik ’m toch oordeelKamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 118 krijgt alsnog oordeel Kamer. De Minister.Minister Bruins:Fijn zo. Om het vreugdevuur nu iets te doven, moet ik de motie op stuk nr.119 van de heren Krul en Mohandis helaas ontraden. Ik ontraad dezemotie. Uiteraard hoop ik wel dat de gemeenten hun huidige investeringenin lokale omroepen zullen voortzetten. Dit is een autonome keuze van degemeenteraad. Maar mijn huidige investeringen gaan door. Ik blijf richting2028 ook investeren in streekvorming en professionalisering van lokaleomroepen. Zoals gezegd, is daar 16 miljoen euro per jaar extra voorbeschikbaar in 2025, 2026 en 2027. De aanvullende bekostiging zal bovenop de rijksbekostiging plaatsvinden.De motie op stuk nr. 120 van mevrouw Martens-America krijgt van mijoordeel Kamer. We gaan kijken naar een bredere set erkenningscriteria,zoals ik zojuist in het debat heb aangegeven. Daar hoort u dus meer overwanneer ik er per brief en later ook in het debat bij u op terugkom.De motie op stuk nr. 121 van mevrouw Martens-America over hetverenigingscriterium vind ik ontijdig. We gaan de hele set erkenningscri-teria bekijken. Daarbij kijken we zeker ook naar de plek van de vereni-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15776 gingen, maar het gaat mij net iets te snel om daar nu op vooruit te lopen.Dan zijn we eigenlijk al met het debat bezig. Ik kan wel toezeggen dat ikbekijk welke criteria er kunnen zijn. Dan lijkt de motie ook op de vorige. Nuvooruitlopen op het verenigingscriterium gaat me te snel. Ik wil het echt inzijn geheel en in de context van de totale stelselherziening bekijken.De voorzitter:Ik kijk naar mevrouw Martens-America. Ik zag dat zij zelf een vraag hadnaar aanleiding van deze appreciatie.Mevrouw Martens-America (VVD):Als ik het goed begrijp, wil de Minister wel vooruitlopen op het ledencri-terium maar nog niet vooruitlopen op het verenigingsaspect.Minister Bruins:Nee, ik heb gezegd dat ik ga kijken naar een bredere set erkenningscri-teria, maar dat het afschaffen van het verenigingscriterium mij te snelgaat. We kunnen praten over wat «meenemen» dan betekent. Dat is eenbeetje Haags jargon. Ik neem ook mijn jas en mijn tas mee, maar wat doeje ermee? Ik vind dit echt deel van het debat. Om het afschaffen van hetverenigingscriterium nu oordeel Kamer te geven of te ontraden ... Nee, ikwil dit echt in zijn geheel en in de context bekijken, dus dit zou na mijnbouwstenenbrief van het eerste kwartaal een onderwerp van gesprekkunnen zijn. Tot die tijd zou ik zeggen ... «Aanhouden» bestaat niet meer.De motie is echt ontijdig.De voorzitter:Ik kijk naar mevrouw Martens. Wil zij de motie dan in stemming latenbrengen?Mevrouw Martens-America (VVD):Ik zit oké in de reglementen, maar ik mag de motie niet meer aanhoudenomdat er donderdag over moet worden gestemd? Niet? O, dan houd ik ’mvoor nu nog even aan. Prima.De voorzitter:Prima, dan houden we aan dat u ’m aanhoudt.Op verzoek van mevrouw Martens-America stel ik voor haar motie(36 600-VIII, nr. 121) aan te houden.Daartoe wordt besloten.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik heb toch nog even een vraag, want we gaan hierover schrijven en hethangt nog maanden in de lucht, maar de motie op stuk nr. 7 is tochgewoon een pro-stichtingmotie? Er zijn toch geen andere smaken? Mochtde motie toch in stemming worden gebracht en worden aangenomen,dan is het een pro-stichtingmotie waardoor je naast een vereniging ookeen stichting wordt. Meer is het toch niet? Dat wil ik even vragen, omdater veel onzekerheid over is.De voorzitter:Even voor mijn duidelijkheid, komt u terug op de motie op stuk nr. 120 ofde motie op stuk nr. 121?De heer Ceder (ChristenUnie):Sorry, voorzitter, op de motie op stuk nr. 121. De motie op stuk nr. 121 istoch gewoon een pro-stichtingmotie? De motie is aangehouden, maar zijkan voor het kerstreces weer in stemming gebracht worden. Dan spreek ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15777 de Minister niet meer. De vraag is voor de duidelijkheid, ook qua duiding.Stel dat de motie wordt aangenomen, dan is het enige gevolg ervan tochdat je je ook als stichting zou kunnen vormgeven en meer niet?De voorzitter:Ik kijk even kort naar de Minister.Minister Bruins:Nee, ik lees de motie minder vergaand dan dat. Ik lees hier dat mevrouwMartens-America mij vraagt om bij de uitwerking van de plannen hetafschaffen van het verenigingscriterium mee te nemen als voorwaardeom te mogen toetreden. Ik vind dat dat verzoek nu veel te vroeg komt. Ikga eerst mijn plannen uitwerken. Dan kom ik bij de Kamer. Dat ik hetafschaffen van dit criterium zou moeten meenemen in de plannen, is eenverzoek dat ik op dit moment ontijdig acht.De voorzitter:Ik denk dat u het niet eens gaat worden, meneer Ceder, maar ik wil u degelegenheid geven. Heel kort nog.De heer Ceder (ChristenUnie):De reden dat ik dit doe is dat dit al maanden in de lucht hangt. Wij zijn eengebakkenluchtdiscussie met elkaar aan het voeren, die wel heel veelonzekerheid met zich meebrengt. Ik snap dat deze motie niet zegt dat alszij aangenomen wordt, de Minister gehouden is om de motie uit te voerenzoals het er staat en dus het verenigingscriterium moet afschaffen. Maarmocht deze motie aangenomen worden, dan klopt het toch dat de enigeoptie die erbij komt een stichtingsvariant is, niet meer en niet minder?De voorzitter:U herhaalt uw vraag en u herhaalt een deel van uw betoog. Ik begrijp dat,maar ik geef voor de vorm de Minister nog even voor de laatste keer degelegenheid om daarop te reageren.Minister Bruins:Ik wil best nog een poging doen. Ik zie deze motie als een verzoek om inmijn plannen het afschaffen van het verenigingscriterium mee te nemen.Dat dat verzoek mij nu bereikt, vind ik ontijdig.De voorzitter:Maar ik begrijp dat de motie op stuk nr. 121 wordt aangehouden tot eennader moment. Dan gaan we over naar de motie op stuk nr. 122.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 122, die de regering verzoekt te handhaven dat deSter-inkomsten nooit hoger mogen zijn dan ingeboekt, moet ik ontraden.Het kenmerk van de Ster-inkomsten is namelijk juist dat die fluctueren enonzeker zijn. Dat maakt dat het ingeboekte bedrag slechts een raming is.Daarop handhaven zou dus onwenselijk zijn. Handhaving vindt dus plaatsop de kaders. Daarmee wordt geborgd dat er niet meer reclame wordtgeplaatst dan is toegestaan. Dat is de handhaving die ik wens tehandhaven.Met de motie op stuk nr. 123 verzoekt mevrouw Martens-America mij niettoe te staan dat de NPO de voorgenomen bezuiniging opvangt metinkomsten uit de Ster. Ik vind het heel moeilijk te overzien wat deconsequenties zijn van deze motie, ook in het licht van de totaleherziening. Als dit betekent dat er in de toekomst niet meer middelen uitde Ster naar de publieke omroep kunnen gaan dan nu het geval is, zou ik’m moeten ontraden. Dat loopt namelijk echt ver vooruit op dehervorming, dus ook ontijdig is hier ... Nee, ik kan de consequenties nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15778 overzien, dus ik ontraad de motie nu. De consequenties zijn mijonduidelijk.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik heb het nu specifiek – het is wellicht goed om dat even toe te voegen –over de voorgenomen bezuiniging voor 2025. Wellicht draagt dat tochergens aan bij.De voorzitter:Ik kijk even of dat het oordeel van de Minister verandert.Minister Bruins:De begroting 2025 is zoals die is. Ik vraag me ook af wat ik moet met«opvangen». Ik blijf dus bij ontraden, omdat ik niet de consequenties kanoverzien.De voorzitter:De motie op stuk nr. 123 blijft ontraden. Dan de motie op stuk nr. 124.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 124, over de governancecode, is eigenlijk net als demotie op stuk nr. 121 ontijdig. Bij de hervorming ga ik kijken naar demanier waarop toetreding vorm moet krijgen. Dan ga ik ook kijken naar degovernance, maar we gaan in het eerste kwartaal kijken hoe we datprecies gaan doen. Het is wel duidelijk dat het heel erg belangrijk is dat ereen goede governance is; dat heb ik ook in het debat aangegeven. Dus ja,ik neem het mee, maar het «verankeren», zoals er nu staat, gaat me nu tever. Omdat ik dat nog niet kan toezeggen, is dit op dit moment eenontijdige motie.De voorzitter:Mevrouw Martens, wat wenst u met deze motie te doen?Mevrouw Martens-America (VVD):Ik begin me een beetje ongemakkelijk te voelen bij alle «nog niet», «tesnel» en «we moeten nog even wachten». Ik voel me er oncomfortabel bij.Ik snap dat; volgens mij geven wij de Minister ook ruimte om te komen totgoede plannen in de tijd en ik ben blij met de toezegging dat we dit gaanbespreken in Q1. Maar een fatsoenlijke governancecode – er staat ook«een governancecode» – als voorwaarde om te mogen toetreden, zoutoch the bare minimum moeten zijn om te vragen van omroepveren-gingen, mediahuizen of met welke vorm dan ook we doorgaan? Hier voeltmijn partij zich dus zeer ongemakkelijk bij. We laten die motie ook gewoonstaan. Dan kunnen we dat dus in ieder geval meegeven.Minister Bruins:Volgens mij zijn mevrouw Martens-America en ik het er wel over eens datgoede governance the bare minimum is. Het punt is: hoe en waar leg jedat vast? Daarop wil ik goed doordenken. Dat goede governance een helebelangrijke rol zal spelen, is duidelijk. Volgens mij zijn we het eens. Als erzou staan «verzoekt de regering in de hervorming ook het aspect vangoede governance mee te nemen», dan kon ik ’m oordeel Kamer geven.Maar met name het begrip «verankeren» en hoe en waar we dat volgensde motie moeten doen, gaan mij op dit moment te snel. Ik kan mebijvoorbeeld ook voorstellen dat het in lagere regelgeving komt te staan,of op andere plekken. Gezien de complexiteit van de grote hervormingwaar we mee bezig zijn, kan ik me nog niet vastleggen op de letterlijkeformulering van deze motie.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15779 Omdat mevrouw Martens heeft aangegeven dat ze de motie in stemmingwenst te brengen, ga ik u vragen wat de definitieve appreciatie wordt alsde motie in stemming komt.Minister Bruins:Ik heb op dit moment «ontijdig» gezegd. Als de motie niet wordtaangehouden, zou die dus ontraden zijn. Dat voelt overigens heelongemakkelijk, want goede governance moet heel centraal staan in denieuwe hervorming. Alleen, zo is de motie niet geformuleerd. De motie iste stevig geformuleerd voor dit moment. Over drie maanden zou dat alheel anders zijn.De voorzitter:U heeft zich daar beiden helder over uitgelaten. Meneer Ceder, een kortevraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, ik heb een vraag omdat deze motie in stemming gebracht wordt. Klopthet dat de omroepen en verenigingen, voortvloeiend uit het feit dat hetverenigingsrecht het onmogelijk maakt om eisen te stellen aan gover-nance, de facto kaltgestellt zijn als deze motie in stemming gebracht enaangenomen wordt?Minister Bruins:Ook die conclusie is ontijdig. Zo lees ik de motie niet. Als deze motie zouworden aangenomen, zou dat niet mijn conclusie zijn.De voorzitter:Ik ga samenvatten. De motie op stuk nr. 124 was ontijdig. Die wordt nietaangehouden. Als de motie in stemming wordt gebracht, heeft die alsdefinitieve appreciatie ontraden. Ik kijk nog even rond. Dat is de samen-vatting. Mevrouw Martens-America, kort.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik snap de enorme verdediging van het verenigingsrecht door deChristenUnie bij elke motie die hier langskomt. Laat ik de heer Cedergeruststellen: hoe hij de motie leest, is niet hoe ik ’m bedoeld heb. Hetenige wat ik de Minister vraag, is om tot een governancecode te komen.Die kunnen wij prima als voorwaarde stellen voor het fatsoenlijk besturenvan een omroepvereniging in relatie tot de veiligheid van alle mensen opde werkvloer. Dat is het. Wij gaan ons als politieke partij niet bemoeienmet hoe de Minister dat wil uitvoeren en op welke manier dat in deMediawet komt.De voorzitter:Ik ga niet opnieuw het debat openen tussen de Kamerleden. We hebbenhet over deze motie gehad. U heeft een eerste appreciatie gekregen vande Minister. Daarna kreeg u een definitieve appreciatie, omdat de motie instemming wordt gebracht. Ik stel voor dat we overgaan tot de motie opstuk nr. 125. Meneer Ceder heeft een punt van orde.De heer Ceder (ChristenUnie):Het gaat mij er niet om het verenigingsleven te verdedigen. Waar het mijom gaat, is dat wij over zeer vergaande moties stemmen terwijl er nogeen brief moet komen. Die moties sluiten volgens mij de facto bepaalderichtingen uit. Daar wil ik graag met een open vizier met mijn fractie overoverleggen. In de constatering staat nota bene dat het verenigingsrecht enhet uitgangspunt van dit dictum onverenigbaar zijn met elkaar. Daarom isdeze motie nodig. Dat lees ik, tenzij de constatering niet klopt. Als het nuniet meer tijdens het debat kan, zou ik graag voor de stemming een briefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15780 willen hebben over wat het betekent als deze motie wordt aangenomen. Ikben helemaal voor een governancecode, maar als ik de motie zo lees...De voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder. Uw vraag is helder. Ik heb gezien dat deMinister het verzoek heeft gehoord. Het is aan hem om te besluiten of hijdaarin mee wil gaan. Ik verzoek de Minister om de motie op stuk nr. 125 tegaan behandelen.Minister Bruins:Voorzitter, staat u mij toe dat ik wel uitspreek dat ik het eens ben met énmevrouw Martens én de heer Ceder.De voorzitter:Dat hebben we begrepen.Minister Bruins:Mevrouw Martens zei: het gaat mij erom dat we tot een governancecodekomen; ik laat bij de Minister hoe hij dat wil uitvoeren. Daar ben ik hethelemaal mee eens, maar dat staat niet in de motie. Als de motie zouworden aangenomen, dan interpreteer ik ’m zo. Daarmee kan ik ook deheer Ceder geruststellen. Dat is nou precies waarom ik de motie oorspron-kelijk «ontijdig» noemde.De voorzitter:Ik wil u echt gaan verzoeken om de motie op stuk nr. 125 te gaanbehandelen.Minister Bruins:Dat ga ik doen, voorzitter. De motie op stuk nr. 125 kan ik oordeel Kamergeven. Ik zal een beetje haast maken, voorzitter.De motie op stuk nr. 126 kan ik ook oordeel Kamer geven. Ik wil wel hetinitiatief bij de NPO laten. Ik zal met ze in gesprek gaan.De motie op stuk nr. 127 geef ik oordeel Kamer, mits ik die zo maginterpreteren dat ik wel kijk welke vorm van de aanwijzingsbevoegdheiddan zou kunnen worden opgenomen. Dat is namelijk wel belangrijk omdatdit ook raakt aan de Kaderwet zbo’s.De voorzitter:Ik kijk even als eerste naar de heer Soepboer, maar ik zie de heer Krul ookzijn hand opsteken.De heer Krul (CDA):Ik vind het een beetje moeilijk dat er moties zijn die een aanpassing vande Mediawet vragen. Ik heb de Minister net horen zeggen dat dat niettijdig is, maar nu hoor ik hem zeggen: dat wil ik best doen. Los van deinhoud – daar kan ik misschien best wel een eind in meegaan – vind ik datwel een beetje ... Gaan we nou of wel of niet moties indienen dievooruitlopend dingen in de Mediawet gaan regelen? Dan ben ik eigenlijkte laat; dan had ik er namelijk ook wel een paar willen doen.Minister Bruins:Ook dit is natuurlijk onderdeel van de hele grote hervorming. In die zin isdit een deel van alle besluiten die nog moeten worden genomen. ... Kijk, ikkan in het licht van die grotere hervorming dit niet à la minute uitvoeren.Dit is zó groot. Ook dit moet weer in de context van alles bekeken worden.Ik wil wel het belang van de onafhankelijkheid van het Commissariaatvoor de Media onderstrepen. Ik wil ook zinvol invulling kunnen geven aanmijn stelselverantwoordelijkheid. Ik betrek dit dus bij het nieuwe bestel,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15781 en dan kan ik als onderdeel daarvan kijken naar de vernietigingsbe-voegdheid, net zoals bij de andere moties.De voorzitter:Mevrouw Martens, kort.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik ga het heel netjes formuleren. Dit is wel een beetje vreemd; de motiesdie ik indien met de vraag om iets in een nadere uitwerking mee tenemen, zijn ontijdig. De moties die mijn collega van Nieuw SociaalContract in dit geval indient en die eigenlijk net zo ver gaan – dit staat losvan de inhoud en de vraag of ik het daarmee eens ben of niet – krijgenoordeel Kamer. Die worden dan meegenomen. Misschien kan de Ministerdan toelichten waarom mijn voorstellen niet worden meegenomen omdatze ontijdig zijn, maar deze wel worden meegenomen.Minister Bruins:Ik heb de andere «ontijdig» genoemd omdat ze raken aan de criteria waarwij met elkaar een debat over gaan hebben. Hier gaat het over hetvernietigingscriterium en mijn stelselverantwoordelijkheid. Ik heb gezegddat ik goed wil kijken in welke vorm een aanwijzingsbevoegdheid zoukunnen worden opgenomen. Dat betekent dus dat ik ga onderzoeken hoedit kan. Als zodanig kan ik ’m meenemen in het geheel van de stelselher-vorming. Maar – zo heb ik gezegd – dat kan ik niet à la minute uitvoeren. Ikmoet dus ook eerst onderzoeken welke vorm van aanwijzingsbevoegdheidzou kunnen worden opgenomen. Alleen als ik ’m zo kan interpreteren, kanik ’m oordeel Kamer geven. Anders is die ontijdig.De voorzitter:Dan is nu het verzoek aan de indiener of hij met die interpretatie akkoordkan gaan. Ik zie hem ja knikken. Dan krijgt die met die interpretatie oordeelKamer. Dan gaan we over naar de motie op stuk nr. 128.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 128 is ook van de heer Soepboer, en die moet ikontraden. Ik wil niet bij voorbaat uitsluiten dat er bij de publieke omroeponlineadvertentieruimte wordt opengesteld voor commerciële reclame. Ikga in het kader van de hervorming een besluit nemen over de toekomstvan reclame. Daarbij weeg ik het belang van het gehele medialandschap.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Ik hoor de Minister hier duidelijk zeggen dat hij ernaar gaat kijken en dathij het in principe meeneemt maar dat hij het breed af wil wegen. Ik snapdie gedachte heel goed. Daarom besluit ik om de motie aan te houden enaf te wachten wat er verder nog komt.De voorzitter:Helder.Op verzoek van de heer Soepboer stel ik voor zijn motie (36 600-VIII, nr.128) aan te houden.Daartoe wordt besloten.De voorzitter:De motie op stuk nr. 129.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15782 Minister Bruins:De motie op stuk nr. 129 verzoekt mij om de eenmalige investering van 3,6miljoen euro in te trekken. Die motie moet ik ontraden; dat heb ik tijdenshet debat ook onderbouwd.In de motie op stuk nr. 130 vraagt mevrouw Van Zanten mij om in gesprekte gaan, in overleg te gaan, met de NPO en de commerciële omroepenover samenwerking en vindbaarheid. Ik vind het wel positief. Ik zou uwillen vragen om de motie aan te houden. Ik kan alleen maar «ontijdig»zeggen, geloof ik. Toch wil ik u vragen de motie aan te houden. Ik betrekdit nu precies bij de reactie op het WRR-rapport. Dan is de discussie weereen stuk verder. Ik wil er goed naar kijken. Ik wil het daarbij betrekken. Opdat moment kom ik er zeker op terug.De voorzitter:Dat betekent dat de motie op stuk nr. 130 de appreciatie «ontijdig» krijgt.Dan is de vraag aan mevrouw Van Zanten of zij de motie in stemming wilbrengen of aan wil houden.Mevrouw Van Zanten (BBB):Er lijkt niet heel veel verschil te zitten tussen deze motie en de allereerstemotie, die door de heer Mohandis is ingediend, dus ik vraag me afwaarom de appreciaties zo uiteenlopen.Minister Bruins:Ik heb er nog een keer naar gekeken. Ik geef de motie oordeel Kamer.De voorzitter:Zo snel kan het gaan. De motie op stuk nr. 130 krijgt dan: oordeel Kamer.Dan de laatste motie, die op stuk nr. 131.Minister Bruins:Ik neem de positie van 2.42-omroepen mee bij de stelselherziening. In lijnmet de vorige motie moet ik deze ook ontijdig verklaren. We hebben duseen mandje vol moties die straks bij de stelselherziening in het licht vanhet debat over mijn bouwstenenbrief aan de orde komen. Dat is hetmoment waarop we daar met elkaar over kunnen spreken, maar nu is demotie ontijdig.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten, de motie krijgt het oordeel «ontijdig». Wilt u haaraanhouden of in stemming brengen?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik vind het toch opvallend hoe sommige moties hier wel «oordeel Kamer»krijgen en andere ontijdig worden verklaard, terwijl ze allemaal om eenzekere mate van aanpassing van het stelsel vragen. Ik vind dat toch lastig.Ik moet erover nadenken wat ik hiermee ga doen.De voorzitter:Dan krijgt de motie wel graag een definitieve appreciatie, Minister.Minister Bruins:Ik kan nog wel toelichten dat het met name ligt aan de woordkeus«verzoekt de regering de zelfstandigheid van de redacties (...) wettelijk teverankeren». Daar hebben we het woord «verankeren» weer. Wat betekentdat precies? Het gaat erom dat je de precieze betekenis nodig hebt.Daarvoor hebben we een bouwstenenbrief en een debat met elkaar nodig.Zolang we niet weten wat «verankeren» precies betekent, is dit nogontijdig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15783 De voorzitter:Dat betekent dat de motie op stuk nr. 131 definitief «ontraden» krijgt alsdie in stemming wordt gebracht, neem ik aan.Minister Bruins:Ja, omdat de betekenis onduidelijk is. Op basis hiervan zou ik de motieontraden als die wel in stemming zou komen.De voorzitter:Helder. Daarmee komen we aan het einde van de appreciatie van demoties.Ik heb een paar toezeggingen. Eén daarvan is, zoals de heer Mohandis zei,een soort megatoezegging. Die ga ik proberen samen te vatten.–De Kamer ontvangt in het eerste kwartaal van 2025 de bouwstenen-brief over de hervormingsplannen van het publieke mediabestel.Hierin gaat de Minister onder andere in op het grensvlak publiek-commercieel, inclusief impactanalyse, het dienstbaarheidsverbod, dedue prominence, de geluiden inzake het overbieden bij sportwedstrij-den, en de toezichten, waaronder de vernietigingsbevoegdheid van deMinister richting het Commissariaat voor de Media.Volgens mij heb ik ze dan allemaal. Er staat niet bij hoe lang die brief gaatworden, maar dat is vast aanzienlijk.–De Kamer wordt geïnformeerd over het experiment van Google om 1%van de gebruikers af te sluiten van het nieuws.–De Kamer wordt, als het mogelijk is, in de reactie op het WRR-rapportAandacht voor media geïnformeerd over de mogelijkheid ombigtechbedrijven onder de investeringsverplichting te laten vallen.Ten slotte.–De Minister zegt toe de Kamer te informeren over het fusietoezicht enpluriformiteit zodra het voorstel gereed is.Daarmee komen we aan het einde van dit debat. Ik merk daarbij op dat wijaanstaande donderdag over zowel de begroting als de amendementen alsde moties stemmen. Dat is dus aanstaande donderdag. Dat is in afwijkingvan hoe we dat normaal doen. Dat zeg ik voor alle helderheid.Dan zijn we aan het einde gekomen. Ik wil de Minister en zijn stafbedanken voor alle antwoorden en al het werk. Ik wil de leden van deTweede Kamer danken voor hun inbreng en het uitgebreide debat dat wemet elkaar hebben kunnen voeren. En ik wil de mensen op de publieketribune en thuis danken voor hun aandacht.Sluiting 15.39 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 15784

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 30231e204d7f74e2

14 okt 2026 · 3aeb155d408b03f2

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingMedia
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 2 december 2025, over Media

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.