KamerkringInloggen
Kamerbrief

Integriteitsstelsel en aanpak discriminatie en racisme binnen de Rijksoverheid

27 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie aa17164d683054e3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 950Racisme en DiscriminatieNr. 433 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 januari 2025In het Dertigledendebat met uw Kamer op 25 september 2024 over depersoneelsenquête Rijk (PER) in verband met racisme binnen deRijkoverheid heb ik toegezegd u te informeren over enkele hieraangerelateerde onderwerpen. Met deze brief doe ik deze toezeggingengestand. In het bijzonder zal ik u informeren over de stand van zaken metbetrekking tot de rijksbrede klachtencommissie, over de mogelijkheid omrijksbreed opgelegde sancties richting ambtenaren te registeren, en overde mogelijkheid rijksbrede gegevens over integriteitsmeldingen teverzamelen en met uw Kamer te delen.Daarnaast voorziet deze brief in de afdoening van twee moties. Het betreftde motie van het lid Chakor dat de regering verzoekt te onderzoeken of deMinister van BZK naast haar coördinerende rol als aanjager tegen racismeen discriminatie, ook meer doorzettingsmacht kan krijgen en de Kamerhierover te informeren.1 Tevens ga ik in op de motie van de ledenRajkowski en Van Baarle die de regering verzoekt de rijksbrede klachten-commissie per 1 januari 2025 in werking te laten treden en de Kamer voorhet kerstreces te informeren over wat de stand van zaken is.2Tot slot wordt u in deze brief geïnformeerd over een anonieme brandbriefdie ik op 6 november jl. heb ontvangen van rijksambtenaren over hunervaringen met en zorgen over racisme, discriminatie en etnisch profi-leren binnen de Rijkoverheid. Hiermee voorzie ik in de beantwoording vanlid Chakor waarin de regering verzocht wordt om een reactie op dezebrandbrief (Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1043).1Kamerstuk 30 950, nr. 4182Kamerstuk 30 950, nr. 417 kst-30950-433ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4331 BrandbriefOp 6 november jl. ontving ik een anonieme brandbrief van een groepbezorgde Rijksambtenaren over hun ervaringen met uitsluiting endiscriminatie binnen de Rijksoverheid. Deze brief was al eerder met enkelemedia gedeeld. De zorgen van deze medewerkers en hun signalen neemik heel serieus. Want laat ik heel duidelijk zijn: racisme en discriminatiehoren nergens thuis, en dus ook niet op de werkvloer van de overheid.Helaas is de realiteit anders en herken ik het probleem dat demedewerkers in hun brief adresseren.Uit de Personeelsenquête Rijk over racisme op de werkvloer bij deRijksoverheid, die in februari 2024 is gedeeld met de Kamer, bleek dat29 procent van de medewerkers met een herkomstland buiten Europa hetjaar ervoor te maken had met racisme.3 Daarna heeft er een verdiepend,kwalitatief onderzoek door middel van focusgroepen plaatsgevonden,waarbij medewerkers hun ervaringen in een vertrouwelijke setting metonafhankelijke onderzoekers hebben gedeeld en toegelicht. Ook hebbende onderzoekers hen in deze gesprekken gevraagd naar aanbevelingenwat betreft de aanpak van racisme, want ik hecht eraan dat we alsoverheid leren van de inzichten van mensen die racisme ervaren. Designalen die de medewerkers in de brandbrief geven vind ik alarmerenden zijn herkenbaar vanuit de eerder genoemde onderzoeken.Voor een toelichting op het focusgroepenonderzoek en mijn reactie hieropverwijs ik u naar de begeleidende kabinetsreactie waarin ik uw Kamer hebgeïnformeerd over de structurele, integrale aanpak die ik op dit probleemvoorsta, en over hetgeen op dit probleem al in gang is gezet.4 Dit betreftonder andere dat op mijn eigen ministerie bij elk personeelsgesprek doorde leidinggevende wordt gevraagd of medewerkers racisme op het werkhebben gesignaleerd of ervaren. Daarnaast wordt op mijn eigen depar-tement vanuit het Bureau Integriteit en Sociale Veiligheid gewerkt aan deversterking van de aanpak van discriminatie en racisme op de werkvloer.Het voeren van de personeelsgesprekken zie ik als belangrijk genomenstap om het gesprek over racisme en discriminatie te normaliseren.Daarnaast leren we uit deze gesprekken waar versterking nodig is omracisme en discriminatie van de werkvloer te verbannen. Op dit momentwordt al gewerkt aan het versterken van de rol van omstanders en hetregelmatig agenderen van racisme en discriminatie in werkoverleggen.Over de stand van zaken van een rijksbrede invoering van de maatregelom rijksbreed discriminatie en racisme in personeelsgesprekken tebespreken zal ik u bij een volgende Kamerbrief in het voorjaar naderinformeren.Integriteitsmeldingen RijksoverheidSinds 2023 is in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk een rijksbreedoverzicht opgenomen van (de afdoening van) meldingen met betrekkingtot integriteitsschendingen onder verantwoordelijkheid van het bevoegdgezag. Bij een integriteitsschending gaat het om een breed scala aanongewenste gedragingen, variërend van ongewenst en grensover-schrijdend gedrag als discriminatie en racisme, seksuele intimidatie enagressie, tot en met integriteitskwesties als fraude, misstanden enmisdrijven. In de Jaarrapportage wordt verhelderd om hoeveel meldingenhet gaat (688 in 2023), welk type schendingen het betrof, en hoeveelmedewerkers waren betrokken bij deze schendingen. De Jaarrapportage3Kamerbrief 9 februari 2024 (Kamerstuk 30 950, nr. 359)4Kamerbrief 25 oktober 2024 (Kamerstuk 30 950, nr. 424)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4332 Bedrijfsvoering Rijk over 2023 is op 15 mei 2024 met uw Kamer gedeeld.5De Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk over 2024 zal in mei 2025 met uwKamer worden gedeeld. In de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2023 isaangekondigd dat in de komende jaren de gegevens omtrent integriteits-kwesties binnen de Rijksoverheid verder worden uitgewerkt. Zo zullenkengetallen worden toegevoegd in verband met formele klachten overongewenste en grensoverschrijdende omgangsvormen.Maatregelen (sancties)Een formele integriteitsmelding binnen de Rijksoverheid, of het nu gaatom grensoverschrijdend gedrag zoals in geval van discriminatie enracisme, of om misbruik van bedrijfsmiddelen, financiële schendingen oflekken, kan dit verschillende uitkomsten hebben. Soms volstaat eencorrigerend gesprek, een waarschuwing, het volgen van een training ofcoaching of een hoor-wederhoor gesprek. In andere gevallen leidt eenmelding tot een formele berisping, een verplaatsing of in het uiterstegeval de beëindiging van het dienstverband. Ook kan worden besloten tothet doen van aangifte.Het bevoegd gezag, in de regel is dat de directeur-generaal of directeurvan een uitvoeringsorganisatie, bepaalt of er aanleiding is voor eendisciplinaire maatregel (ordemaatregel of straf) en welke dit moet zijn. Demogelijkheid tot het opleggen van een maatregel is bepaald in de CAORijk hoofdstuk 15. Het bevoegd gezag wordt in het nemen van eenbeslissing over een integriteitsmelding geadviseerd, bijvoorbeeld door deHRM-adviseur of een arbeidsjurist.In de departementale jaarrapportages van de centrale integriteitscoördina-toren worden overzichten gegeven van integriteitsmeldingen en deafdoening hiervan. Deze jaarrapportages worden openbaar gemaakt op dewebsite www.rijksoverheid.nl. In 2023 waren er bij de verschillendedepartementen 677 vermoedelijke integriteitsschendingen in behan-deling.6 Een deel daarvan was al voor 2023 gemeld, maar in dat jaar nogniet afgerond. In totaal hebben in 2023 binnen de Rijksoverheid inverband met integriteitsgerelateerde meldingen 147 meldingen tot eenzogeheten disciplinaire behandeling geleid, variërend van een formeleberisping tot een beëindiging dienstverband7. Daarnaast hebben280 meldingen geleid tot een niet-disciplinaire afdoening in de zin van eencorrigerend gesprek, waarschuwing, training, coaching etc. Voor alleduidelijkheid, ook als het niet tot een formele melding komt kan eenleidinggevende een dergelijke informele consequentie verbinden aan eenbepaald incident.Vanzelfsprekend zal een ervaring van bijvoorbeeld discriminatie enracisme vaak niet leiden tot een formele melding. Veel kwesties wordenop niet-formele wijze afgedaan, bijvoorbeeld na inzet of raadpleging vanleidinggevenden of vertrouwenspersonen, of dankzij een interventie vanomstanders. De hoeveelheid formele meldingen of klachten is kortomgeen goede indicatie voor de omvang van dergelijke ervaringen ofgebeurtenissen. Onderzoek naar ervaringen op de werkvloer, zoals deeerdergenoemde personeelsenquête Rijk naar racisme, geeft een beterbeeld van de feitelijke omvang van problemen.5Kamerbrief 15 mei 2024 (Kamerstuk 31 490, nr. 338)6Deze cijfers zijn gebaseerd op de jaarrapportages van de centrale integriteitscoördinatoren vande departementen.7In 2023 heeft een integriteitsschending in 74 gevallen geleid tot een beëindiging dienstverband.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4333 Klachten- en integriteitscommissieOver het traject om te komen tot een rijksbrede klachtencommissieongewenste omgangsvormen bent u door middel van de eerderge-noemde brieven van 9 februari en 25 oktober geïnformeerd. Zoalstoegezegd tijdens het Dertigledendebat van 12 september 2024 laat ik u bijdeze de stand van zaken weten.Allereerst hecht ik eraan om te verduidelijken dat elke rijksambtenaar opdit moment al een klacht over bijvoorbeeld discriminatie en racisme kanindienen bij een onafhankelijke departementale klachtencommissie. Dit isimmers bij wet geregeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuurs-recht. Voor de departementen die zullen meedoen aan de nieuwerijksbrede voorziening zal het in de plaats komen van de bestaandedepartementale voorziening voor het indienen van klachten.Bij een klachtencommissie kun je als rijksmedewerker terecht als je eenklacht wil indienen over grensoverschrijdend gedrag door een collega,bijvoorbeeld vanwege racisme. Daarbij moet wel opgemerkt worden dateen formele klachtenprocedure het zwaarste middel is dat je alsmedewerker in zo’n situatie kunt inzetten. De ervaring leert dat dezeprocedure als mentaal zwaar wordt ervaren en de vaak al beschadigdearbeidsverhoudingen op de werkplek niet altijd ten goede komt. Bij eenincident of conflict tussen collega’s op de werkvloer is het dus devoorkeursoptie dat het laagdrempelig wordt opgelost, met een goed ofpittig gesprek of door bemiddeling.Er is binnen de Rijksoverheid een uitgebreid stelsel aan functionarissen enloketten voor medewerkers die te maken krijgen met ongewenst engrensoverschrijdend gedrag zoals discriminatie een racisme. Dat zijn in deeerste plaats de directe leidinggevenden of vertrouwenspersonen. Verderzijn er integriteitscoördinatoren en personeelsraadgevers. Sommigedepartementen hebben ook een integriteitsloket of een eigen integriteits-commissie. Wat betreft de rijksbrede voorzieningen is er het Rijksloketadvies en bemiddeling arbeidszaken (RABA). Aan rijksbrede voorzie-ningen komen daar dus de rijksbrede klachtencommissie en de rijksbredeintegriteitscommissie bij.De formele regelgeving met betrekking tot de rijksbrede klachtencom-missie heeft op dit moment nog instemming nodig van de deelnemendedepartementen en van de GOR Rijk. Er zal bij de werving van devoorzitters en leden worden gelet op voldoende diversiteit, in lijn met eenaanbeveling uit het focusgroepenonderzoek om zodoende meer empathieen ervaringsdeskundigheid in het meldlandschap te betrekken. Het is mijnstreven dat de rijksbrede klachtencommissie eind februari 2025 in werkingzal treden. Deze kan vanaf dat moment benaderd worden door allerijksmedewerkers wiens organisatie onder verantwoordelijkheid van eenministerie vallen, met uitzondering van het Ministerie van Defensie en hetMinisterie van Buitenlandse Zaken. Ook onderdelen van het Ministerie vanJustitie en Veiligheid, de Raad voor de Rechtspraak en zelfstandigebestuursorganen met een eigen rechtspersoonlijkheid vallen vooralsnogbuiten de reikwijdte. Deze organisaties behouden dus hun huidigevoorziening voor het indienen van klachten.Ook de voorbereidingen voor de rijksbrede integriteitscommissie zijn involle gang. Bij de integriteitscommissie kunnen medewerkers terecht bijhet vermoeden van een integriteitsschending, misstand of een integriteits-situatie die direct gerelateerd is aan het werk, zoals een acute maatschap-pelijke misstand, ernstige druk of ernstige ongepaste bejegening engrensoverschrijdend gedrag, zoals bij ervaren discriminatie en racisme.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4334 De regelgeving voor deze commissie is inmiddels akkoord bevonden inhet Sectoroverleg Rijk. Er wordt op dit moment een Data ProtectionImpact Assessment (DPIA) voor de rijksbrede integriteitscommissieuitgevoerd. Aangezien het DPIA-traject ten behoeve van de rijksbredeklachtencommissie voor veel vertraging heeft gezorgd, heb ik met klemverzocht om te bezien hoe dit traject voor de rijksbrede integriteitscom-missie sneller kan verlopen. De bescherming van de privacy van debetrokkenen staat daarbij vanzelfsprekend boven alles. Ik ga ervan uit datde rijksbrede integriteitscommissie per 1 mei 2025 in werking kan treden.De departementen, vakbonden en medezeggenschap hebben de wensgeuit dat er samenhang is in het functioneren van de rijksbrede klachten-commissie en rijksbrede integriteitscommissie. Om daar invulling aan tegeven is besloten dat beide commissies gekoppeld worden aan ééngezamenlijk loket, zodat medewerkers geholpen worden bij hun keus vooréén van beide commissies of bij hun keus voor een andere route.Coördinerende taken en doorzettingsmachtIn verband met de rijksbrede slagkracht op het onderwerp discriminatieen racisme, heeft u mij door middel van de motie Chakor8 gevraagd om teonderzoeken of ik ter versterking van mijn coördinerende rol als aanjagertegen racisme en discriminatie, die valt onder de verantwoordelijkheid dieik als Minister van BZK heb op de rijksbrede bedrijfsvoering, meerdoorzettingsmacht zou kunnen krijgen.Artikel 44 van de Grondwet bepaalt dat ministeries onder leiding staanvan een Minister. Deze ministeriële leiding hangt samen met de minis-teriële verantwoordelijkheid, zoals vastgelegd in artikel 42, tweede lid vande Grondwet. In het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering eninformatiesystemen rijksdienst9, is vastgelegd dat de Minister van BZKbevoegd is om na overleg met andere Ministers kaders vast te stellen terbevordering van de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van de bedrijfs-voering door de ministeries.Als het gaat om coördinerende bevoegdheden, staat op dit moment nietsin de weg om rijksbreed te sturen op een aanpak op discriminatie enracisme, mits deze in overleg met de andere Ministers is afgestemd. Meerverregaande bevoegdheden vereisen een kader, of zijn grondwettelijk nietmogelijk vanwege de onderlinge gelijkwaardigheid van de Ministers(artikel 45 Grondwet). Voor een overzicht van de mogelijkheden enbeperkingen verwijs ik u naar de bijlage bij deze brief.De stap die ik nu ga zetten is om meer zicht te krijgen op de maatregelenen het beleid bij ieder departement. Dit overzicht zal worden gecreëerddoor middel van de met departementen afgesproken beleids- eneffectrapportage, waar ik u in de eerdergenoemde Kamerbrief van25 oktober jl. over heb geïnformeerd. Dit rapportagemodel aanpakdiscriminatie en racisme zal mij ook handvatten geven om nadrukkelijkerte sturen op de aanpak.Tevens heb ik in dezelfde brief en tijdens het Dertigledendebat van12 september 2024 een aantal toezeggingen gedaan. Dat betreft eenhandreiking voor leidinggevende voor de aanpak en handhaving vanracisme inclusief escalatiemodel, een gezamenlijk meldloket voor klachtenen integriteitsmeldingen, de motie van het lid Bamenga over deaanpassing van functieomschrijvingen en beoordelingscycli van leiding-8Kamerstuk 30 950, nr. 4189Stb. 2018, nr. 354.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4335 gevenden zodat hun verantwoordelijkheid voor aanpak racisme endiscriminatie expliciet wordt opgenomen en de rijksbrede invoering vande maatregel om discriminatie en racisme in personeelsgesprekken tebespreken. De afhandeling hiervan heeft meer tijd nodig en daarom zal iku in het voorjaar 2025 over deze toezeggingen, moties en over hetrapportagemodel informeren.Ik wijs u erop dat het bestrijden van discriminatie, racisme, alsook vanantisemitisme en moslimhaat stevig verankerd is in het regeerprogrammavan dit kabinet. Verder wijs ik u graag op de kabinetsreactie in verbandmet het focusgroepenonderzoek d.d. 25 oktober 2024, waarin is aange-geven dat in gezamenlijkheid is besloten tot een daadkrachtige, gestructu-reerde en integrale aanpak op dit probleem. U kunt van mij verwachtendat ik hier stevig op blijf sturen.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M. UitermarkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4336

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f3c3006ea9dc11fd

14 okt 2026 · f31e07808e971bca

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.