KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

16 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ec38cc34ac02df8e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 19 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 16 oktober 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast methet voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eerverslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daaropgegeven antwoorden.De vragen zijn op 26 september 2024 voorgelegd aan de Minister en deStaatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bij brief van16 oktober 2024 zijn ze door de Minister en de Staatssecretarissen vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Heller kst-36600-XVI-19ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 191 Vragen en antwoordenVraag 1Kunt u een overzicht maken van de ombuigingen, positief en negatief, dieop Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)-gebied gemaakt zijn sinds deVoorjaarsnota?Antwoord:In onderstaand overzicht zijn alle ombuigingen en intensiveringenopgenomen sinds de Voorjaarsnota. De autonome ontwikkelingen (mee-en tegenvallers), zijn niet opgenomen in dit overzicht.202420252026202720282029Begrotingsgefinancierd VWS-begrotingTerugdraaien intensivering zorg arbeidsmarktbeleid00– 130– 130– 130– 130Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid0– 19– 33– 48– 63– 70SPUK naar GF en PF met 10% budgetkorting00– 75– 70– 66– 63Verlagen intensivering publieke gezondheid0– 50– 50– 150– 200– 300Generieke taakstelling subsidies Rijksbreed0– 53– 124– 176– 251– 252Generieke budgetkorting op de begroting0– 3– 3– 3– 3– 10Gedeeltelijke bijstelling loon- en prijsbijstelling0– 9– 9– 9– 9– 9Inzetten resterende LPO-middelen000– 32– 7– 3Platform mentale gezondheid011111Versterking ouderenzorg en ggz (BES eilanden)186555Bouwkosten Pallas500000Premiegefinancierd VWS-begrotingOmbuiging op beleid verwarde personen voor derving eigen risico(GGZ)0– 3– 3– 1– 1– 1Voortbouwen hoofdlijnenakkoord curatieve zorg000– 250– 590– 590Onafhankelijke indicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging000– 85– 85– 85Versnellen opschalen digitale zorg in de wijkverpleging000– 35– 85– 142Versnellen opschalen digitale zorg in de Wlz000– 45– 110– 183Investeren in betere ouderenzorg000600600600Bevriezen eigen risico 202600262000Verlagen eigen risico0004.1064.3454.587Doorontwikkeling kwaliteitskader verpleeghuiszorg02000000Behandeling Wlz01700000Meerjarig contracteren02450000Besparingsverlies tranchering eigen risico02000000Totaal6688- 1573.6783.3513.356 Vraag 2Kunt u de ophoging van de volgende posten verklaren: € 2,2 miljard (12%)meer voor ouderenzorg (totaal 19,1 miljard begroot voor 2025 in 2024),€ 1,3 miljard (11%) meer voor gehandicaptenzorg wat onder de Wetlangdurige zorg (Wlz) valt (totaal 11,5 miljard), € 2 miljard (7%) meer voormedisch specialistische zorg (totaal € 30,5 miljard)? Wat is de reden dat erin 2025 geen onderschrijding wordt verwacht nu de budgetten zo sterkzijn opgehoogd? Op welke manier wordt de gezondheidszorg toekomstbe-stendig gemaakt waarbij de kosten beperkt ophogen?Antwoord:De verhoging van de posten ouderenzorg, gehandicaptenzorg en demedisch specialistische zorg (MSZ) heeft vooral betrekking op deuitgedeelde loon- en prijsbijstelling en volumegroei. In principe wordt elkjaar de loon- en prijsbijstelling en de volumegroei met de ontwerpbe-groting aan deze posten toegevoegd. De loon-en prijsbijstelling en devolumegroei worden geraamd op basis van de macro-economischeinzichten van het Centraal Planbureau (CPB). In deze begroting is aan deouderenzorg € 1,7 miljard aan loon- en prijsbijstelling en volumegroeitoebedeeld, aan de gehandicaptenzorg € 1,0 miljard en aan de MSZ is€ 1,9 miljard aan loon- en prijsbijstelling toebedeeld (de volumegroei washier al eerder toebedeeld aan de sector, bij het afsluiten van het IZA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 192 Daarnaast worden drie bezuinigingen van het vorige kabinet voor 2025teruggedraaid. Dit betreft de korting op de behandeling Wlz(€ 170 miljoen), doorontwikkeling kwaliteitskader verpleeghuiszorg(€ 200 miljoen) en meerjarig contracteren en budgetafspraken(€ 245 miljoen). Ook is bij de gehandicaptenzorg het budget structureelverhoogd met € 167,5 miljoen vanwege het opvolgen van het kostprijson-derzoek. In de ontwerpbegroting 2025 is in tabel 3 (pagina 199) deverticale ontwikkeling van de Zvw en in tabel 6 (pagina 215) de verticaleontwikkeling van de Wlz een totaalbeeld opgenomen met alle mutatiestussen de ontwerpbegroting 2024 en de ontwerpbegroting 2025.In de ontwerpbegroting 2025 is de meest recente informatie verwerkt voorde zorguitgaven 2025. Op dit moment verwachten we daarom geen onder-en overschrijding voor 2025. Gedurende 2025 ontvangen we nieuweuitvoeringsinformatie over 2025 van bijvoorbeeld het Zorginstituut en deNZa. Deze uitvoeringsinformatie wordt als daar aanleiding voor is intoekomstige begrotingsstukken verwerkt.Dit kabinet draagt bij aan houdbare zorgkosten door diverse maatregelente nemen om ook de groei van de zorguitgaven te beperken. Eén van demaatregelen is om het bestaande zorgakkoord te verbreden, intensiverenen concretiseren in een aanvullend zorg en welzijnsakkoord tot en met2028 (€ 590 miljoen structurele besparing). Andere maatregelen zijnversnelling van de opschaling van digitale zorg in wijkverpleging(€ 210 miljoen structurele besparing), verpleeg- en gehandicaptenzorg(€ 270 miljoen structurele besparing) en onafhankelijke indicatiestellingvan de wijkverpleging (€ 85 miljoen structurele besparing).Vraag 3Van welke rapporten, zoals bijvoorbeeld van de Gezondheidsraad en deNederlandse Zorgautoriteit (NZa), worden de adviezen overgenomen?Antwoord:Voor het opstellen van de begroting gebruikt de Minister van VWSadviezen en rapportages van de NZa en het Zorginstituut Nederland voorde actualisatie van de uitgaven in de Zvw en Wlz. Over de beschermingvan de gezondheid en maatregelen die genomen kunnen worden, laat hetkabinet zich adviseren door de Gezondheidsraad. De opvolging enimplementatie van deze adviezen is niet altijd mogelijk, omdat hier nietautomatisch financiële middelen voor zijn. Om die reden wordt hetmeegewogen in de kabinetsbrede besluitvorming over de uitgaven. HetZorginstituut Nederland adviseert daarnaast de Minister van VWS overhet basispakket van te verzekeren zorg, de effectiviteit van geneesmid-delen, en de toelating van (dure) geneesmiddelen. Over deze adviezenneemt de Minister een besluit. Daarnaast worden de economischepublicaties van het CPB (CEP, MEV en MLT) gebruikt in de actualisatie ende ramingen van de Zvw en Wlz.Vraag 4Welke besparingen/verminderde uitgaven uit tabel 18 van deVoorjaarsnota zijn overgenomen en welke niet? Hoeveel is er per postbegroot?Antwoord:In onderstaande tabel is aangegeven welke maatregelen uit tabel 18 vande Voorjaarsnota zijn overgenomen, en welke niet. Als de maatregelenzijn overgenomen, zijn deze overgenomen voor de reeksen zoalsaangegeven in de Voorjaarsnota.Kabinetsmaatregelenhoudbaarheid zorg (Rutte IV)ToelichtingPassende ZorgDeze maatregel is overgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 193 Kabinetsmaatregelenhoudbaarheid zorg (Rutte IV)ToelichtingVormgeving eigen risicoDeze maatregel is overgenomen. Voor 2025 treedt een besparingsverliesop, omdat de maatregel niet tijdig ingevoerd kon worden. Voor 2026 isdeze maatregel opgenomen in de begroting. Vanaf 2027 wordt demaatregel aangepast vanuit het hoofdlijnenakkoord en wijzigt de drempel.Stimulerings 1,5-lijnszorgDeze maatregel is overgenomen.Standaardisatie gegevensuit-wisselingDeze maatregel is overgenomen.Maatregelen niet-IZAIn de Voorjaarsnota is deze maatregel structureel alternatief gedekt. Dezeis maatregel is dus niet overgenomen.Geneesmiddelen-vergoedingssysteemIn de Voorjaarsnota is deze maatregel structureel alternatief gedekt. Dezeis maatregel is dus niet overgenomen.Normerende tarievenIn de Voorjaarsnota is deze maatregel structureel alternatief gedekt. Dezeis maatregel is dus niet overgenomen.Scheiden wonen en zorgDeze maatregel is overgenomen.Doorontwikkeling kwaliteitskaderDeze maatregel is overgenomen. Voor 2025 treedt een besparingsverliesop, dat alternatief is gedekt in de VWS-begroting.Behandeling WlzDeze maatregel is overgenomen. Voor 2025 treedt een besparingsverliesop, dat alternatief is gedekt in de VWS-begroting.Meerjarig contracterenDeze maatregel is overgenomen. Voor 2025 treedt een besparingsverliesop, dat alternatief is gedekt in de VWS-begroting.Maatwerk PGBDeze maatregel is overgenomen.Inkomensafhankelijke eigenbijdrage WmoDeze maatregel is overgenomen.Besparing jeugdzorgIn het hoofdlijnenakkoord is deze maatregel niet overgenomen. Vraag 5Hoe houden kabinet en Kamer in de toekomst zicht op de omvang van, eneventuele verschuivingen tussen, de sectoren rijksbegroting, zorg eninvesteringen nu deze niet meer afzonderlijk worden genormeerd engemonitord?Antwoord:Het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte om te werken met éénuitgavenkader is overgenomen in het Hoofdlijnenakkoord. Conform deregels budgetdiscipline is en blijft iedere Minister verantwoordelijk vooreen goede beheersing van de departementale begroting. Dit betekent dattegenvallers binnen de betreffende begroting gedekt moeten worden. Ditgeldt ook voor de premiegefinancierde onderdelen van de begroting voorhet terrein van de zorg en de sociale zekerheid. Een per saldo meevaller inde uitgaven aan de Zorgverzekeringswet wordt, na saldering meteventuele tegenvallers elders in de zorg en op de VWS-begroting, ingezetvoor lastenverlichting via een verlaging van de premies. In de budgettairenota’s werd altijd een horizontale ontwikkeling van de uitgaven gepresen-teerd, ook voor Zorg en Sociale Zekerheid. Dat gebeurt ook nu er gewerktwordt met één uitgavenkader. De horizontale ontwikkeling laat zien hoe deuitgaven zich ontwikkelen over de jaren heen.Vraag 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 194 Waar kunnen we de korting van € 300 met betrekking tot pandemischeparaatheid terugvinden in de begroting? Welke beleidsveranderingenliggen hieraan ten grondslag?Antwoord:Met de maatregel «Verlagen intensivering publieke gezondheid» wordt deintensivering van het vorige kabinet in pandemische paraatheid terugge-draaid. Het betreft o.a. de versterking van GGD-en, infectieziektebe-strijding, versterking ICT, coördinatie, internationale samenwerking, enkennis en innovatie. Met de maatregel wordt ook de intensivering incuratieve en langdurige zorg teruggedraaid. Zo ook de intensivering inleveringszekerheid, opleiding van artsen en pandemische paraatheid opde BES eilanden.De korting van € 300 mln. wordt hierdoor toegepast op diverse beleidsar-tikelen op de begroting: Volksgezondheid (artikel 1, € 187 mln.), Curatievezorg (artikel 2, € 60 mln.), Langdurige zorg (artikel 3, € 28 mln.) enZorgbreed beleid (artikel 4, € 16 mln.).Het hoofdlijnenakkoord ligt ten grondslag aan de bezuiniging.Vraag 7Onder welk begrotingsartikel wordt er geld gereserveerd voor cultuursen-sitieve zorg en hoeveel budget is er gereserveerd voor initiatieven enopleidingen?Antwoord:Voor bevordering van cultuursensitief, ook wel diversiteitsensitief, werkenin de zorg staat geld gereserveerd onder artikel 3.3 wat betreft beleids-maatregelen in de langdurige zorg en 4.2 wat betreft faciliterende encoördinerende maatregelen vanuit de VWS-brede aanpak discriminatie engelijke kansen. In totaal staat hier in 2025 een budget voor gereserveerdvan respectievelijk € 310.000,– en € 900.000,– euro. Er is geen specifiekgeld gereserveerd voor opleidingen op het gebied van cultuursensitievezorg.Vraag 8Bent u met de nadere doorrekening voor de terugkeer van verzorgings-huizen voornemens om het scheiden van wonen en zorg op te heffen?Antwoord:De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is niet voornemens omhet scheiden van wonen en zorg op te heffen. Er zijn verschillendegroepen ouderen die intensive zorg nodig hebben. Dit kan zowel in hetverpleeghuis als buiten het verpleeghuis (met scheiden van wonen enzorg). Het onderzoek naar de verzorgingshuizen is gericht op cliënten dienog niet genoodzaakt zijn te verhuizen naar het verpleeghuis maar welbaat hebben bij verblijf in een gezamenlijk huis met toezicht in de nacht.Vraag 9Hoe relateren de zorguitgaven zich de afgelopen tien jaar met het brutonationaal product (bnp)?Antwoord:De afgelopen 10 jaar maken de netto gecorrigeerde zorguitgavenongeveer tussen de 8% en 10% uit van het bruto nationaal product (BNP).In onderstaande tabel staat de netto gecorrigeerde zorguitgaven (Zvw,Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) in relatie tot de ontwik-keling van het BNP in de jaren 2014–2023 met als basisjaar 2013.Bij de beoordeling van deze cijfers is van belang dat de groei van dezorguitgaven wordt beïnvloed door wijzigingen in de definitie van dezorguitgaven (zoals de overheveling van grote delen van de Wmo en dejeugdzorg naar het gemeentefonds) en door statistische vertekeningen,zoals in 2014 de technische correctie kader jeugd, in 2015 de technischeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 195 correctie verkorting DBC-doorlooptijd en in 2021 de statistische verlagingvan de uitgaven vanwege de nieuwe bekostigingssystematiek in de ggz.Per 2024 is het Uitgavenplafond zorg (UPZ) afgeschaft. Vanwege hetafschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierdezorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon- enprijsbijstellingen vanaf de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren vanaf2024 niet meer opgenomen onder de premiegefinancierde zorguitgaven(PZ). Om vergelijkbare cijfers te presenteren zijn deze uitgaven in deonderstaande tabel ook voor de jaren 2013 t/m 2023 gecorrigeerd. In dezeuitgavendefinitie zijn de uitgaven uit de artikelen van de VWS-begrotingniet meegenomen. De definitie wijkt ook af van de definitie die in deMiljoenennota wordt gehanteerd.In de cijfers is te zien dat de netto-zorguitgaven bijna ieder jaar stijgen.Het percentage dat de verhouding van de zorguitgaven ten opzichte vanhet BNP weergeeft fluctueert. Dit wordt met name veroorzaakt door deeconomische schommelingen. In jaren waar het BNP minder hard groeitof krimpt stijgt het percentage en in de jaren dat het BNP toeneemt viceversa.Ontwikkeling netto gecorrigeerde zorguitgaven (Zvw, Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) in relatie tot ontwikkelingBNP/BNI 2014–2023 (bedragen x € 1 miljard)1Basisjaar20132014220153, 4201642017420184201920202021520222023Netto gecorr. Zorguitgaven (€)6464596062656974778187Groei gecorr. netto zorguitgaven (€)0– 522344346Groei gecorr. netto zorguitgaven (%)1%– 8%3%3%5%7%6%4%5%8%BNP/BNI (€)6626726896997377828127919029791.059Groei BNP/BNI (€)111610384529– 211117780Groei BNP/BNI (%)2%2%1%5%6%4%– 3%14%9%8%Netto gecorr. zorguitgaven / BNP(BNI) (%)9,5%8,5%8,6%8,4%8,3%8,5%9,3%8,5%8,3%8,2%1 Vanwege het afschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon-en prijsbijstellingen vanaf de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren vanaf 2024 niet meer opgenomen onder de Premiegefinancierde zorguitgaven(PZ). Om vergelijkbare cijfers te presenteren zijn deze uitgaven ook voor de jaren 2010 t/m 2023 gecorrigeerd.2 In 2014 zijn de zorguitgaven met € 346 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie kader jeugd.3 In 2015 zijn de zorguitgaven met € 685 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd.4 De grote daling in 2015 ten opzichte van 2014 wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de Wmo en jeugd in 2015 naar de Integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD). De IUSD telde mee in de definitie van de zorguitgaven. Vanaf 2019 zijn de middelen uit de IUSD opgegaan in deAlgemene Uitkering van het gemeentefonds en zijn ze geen onderdeel meer van de definitie van de zorguitgaven. Om een vergelijkbare uitgaven-reeks te hebben met dezelfde definitie is voor de jaren 2015 t/m 2018 gecorrigeerd voor de IUSD, door deze ook voor deze jaren niet mee te latentellen onder de definitie die nu wordt gehanteerd in de bijlage Premiegefinancierde Zorguitgaven (PZ).5 De zorguitgaven zijn in 2021 gecorrigeerd als gevolg van de technische correctieboeking van de schadelastdip ggz van – € 1,2 miljard. Per1 januari 2022 wordt een nieuw bekostigingsmodel voor de ggz ingevoerd. In dit nieuwe model wordt voor de bekostiging niet meer gewerkt metDBC’s en komt er een aparte bekostiging voor de basis-ggz. De DBC’s die worden geopend in 2021 worden derhalve uiterlijk 31-12-2021 afgesloten;dit geldt ook voor de huidige bekostiging van de basis-ggz. Hierdoor is er in 2021 om technisch-administratieve redenen sprake van eenmalig lagerezorguitgaven in termen van schadelast. Deze technische aanpassing heeft geen gevolgen voor de hoeveelheid ggz die feitelijk kan worden geleverdof op de omzetten van zorgaanbieders. Er is geen sprake van een bezuiniging. Deze technische bijstelling heeft dan ook geen gevolgen voor hetEMU-saldo en geen invloed op de premiehoogte.Bron: VWS- en CBS-cijfers Vraag 10In welke zorgsector stijgen de zorgkosten het meest hard? In welkesectoren zijn ze stabiel en in welke sectoren nemen ze af?Antwoord:Van 2020 op 2024 is de groei van de Zvw-uitgaven in de Begroting 2025relatief hoog bij Overig curatieve zorg, Paramedische zorg, Multidiscipli-naire zorg en Huisartsenzorg. Bij deze sectoren is de totale gemiddeldegroei per jaar (volumegroei plus loon- en prijsstijging) hoger dan 7,5%.Een groei lager dan 5% heeft zich voorgedaan bij de zorgsectorenVerloskundige hulp, Kraamzorg en Apotheekzorg. Bij de Wijkverpleging isde groei in de periode 2020–2024 bijna 0%. Deze sector laat vanaf het jaar2022 wel een groei zien. De overige Zvw-zorgsectoren kennen eenvolumegroei van tussen de nul en vijf procent. De gemiddelde loon- enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 196 prijsontwikkeling over de periode 2020–2024 bedroeg circa 5 procent. Hetrestant van de stijging hangt samen met volumeontwikkelingen.Gemiddelde groei 2020–2024 Zvw-sectoren Ontwerpbegroting 2025Grootste groeiersPercentageMinst grote groeiersPercentageOverig curatieve zorg9,6%Wijkverpleging– 0,1%Paramedische zorg8,7%Verloskundige zorg4,0%Multidisciplinaire zorg8,6%Apotheekzorg4,0%Huisartsenzorg8,2%Kraamzorg4,5%Med.Spec.Zorg4,9% Bij de Wlz-uitgaven is het vanwege een definitiewijziging vanaf begro-tingsjaar 2022 niet goed mogelijk om de groei per sector over de periode2020 tot en met 2024 te presenteren. Daarom is onderstaande degemiddelde groei over de periode 2022–2024 opgenomen, In die periodeis de gemiddelde groei per jaar het hoogst bij overige zorg buiten decontracteerruimte en Langdurige ggz. De minste groei doet zich voor bijGehandicaptenzorg en Beheerskosten. De hoge groei bij de Langdurigeggz wordt deels veroorzaakt door een beleidswijziging; de openstellingvan de Langdurige ggz voor voormalige Wmo-cliënten. De gemiddeldeloon- en prijsontwikkeling over de periode 2022–2024 bedroeg circa6,5 procent. Het restant van de stijging hangt samen met volumeontwikke-lingen.Gemiddelde groei 2020–2024 Wlz-sectoren Ontwerpbegroting 2025Grootste groeiersPercentageMinst grote groeiersPercentageOverige zorg buitencontracteerruimte15,8%Gehandicaptenzorg8,4%Langdurige ggz13,7%Beheerskosten9,9%Ouderenzorg11,5% Vraag 11Hoeveel gevoelige ziekenhuizen zijn er en hoeveel beschikbaarheidsbij-drage krijgen ze?Antwoord:Op 20 juni 2024 is de Tweede Kamer per brief1 geïnformeerd over hetjaarlijkse rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu(RIVM) met betrekking tot de bereikbaarheid van de spoedeisendehulpafdelingen (SEH’s) en locaties waar acute verloskunde (AV) wordtgeleverd. In dit rapport is te zien dat in 2024 29 ziekenhuizen voor de SEHgevoelig zijn voor de 45-minutennorm. Voor de afdelingen acuteverloskunde zijn in 2024 31 ziekenhuizen gevoelig.De NZa heeft op 29 april 2024 een publicatie2 uitgebracht over deverleningsbedragen voor de beschikbaarheidbijdrage SEH en Acuteverloskunde per instelling in 2024. Op basis van deze publicatie is hettotaalbedrag voor de beschikbaarheidbijdrage SEH circa € 53 miljoen envoor de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde circa € 54 miljoen in2024. Deze cijfers betreffen de hoogte van de verlening 2024. De defini-tieve hoogte van de beschikbaarheidbijdragen wordt op een later momentvastgesteldVraag 121Kamerstukken II 2023/2024, 29 247, nr. 4542Hoogte beschikbaarheidbijdrage Spoedeisende hulp en acute verloskunde Verlening 2024 -Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 197 Kunt u toelichten welke aannames met betrekking tot de bezuinigingen opsport onjuist of onvolledig waren, zoals u in een item van Nieuwsuur10 augustus jl. heeft toegelicht?Antwoord:De subsidietaakstelling is bij wijze van techniek ingeboekt op de begrotingvan VWS. Daarbij zijn geen inhoudelijke keuzes gemaakt. I De Minister vanVWS zal voor de begrotingsbehandeling uw kamer informeren over deconcrete invulling van de subsidietaakstelling op de VWS-begroting.Vraag 13Kunt u omschrijven welke veranderingen zijn doorgevoerd, waaruit blijktdat de aannames met betrekking tot sportbezuinigingen onjuist ofonvolledig waren?Antwoord:De maatregelen uit het hoofdlijnenakkoord zijn voorlopig verwerkt op debegroting van VWS. Voor subsidietaakstelling is in de ontwerpbegroting2025 voor de jaren 2026 en verder de taakstelling nog niet beleidsmatigingevuld. Wel is er een korting naar rato opgenomen om alvast meerjarigbudgettair de taakstelling te verwerken. Ook op artikel 6 is deze kortingtechnisch doorgevoerd. Dat zegt nog niets over de daadwerkelijke korting.Op dit moment wordt gewerkt aan een nota van wijziging op de ontwerp-begroting waarin ook de beleidsmatige invulling aan uw Kamer wordtgetoond.Vraag 14Bij hoeveel en welke gesprekken, werkbezoeken, andere activiteiten van uals Minister is Maurice de Hond aanwezig geweest? Heeft Maurice deHond een vergoeding ontvangen voor zijn werkzaamheden? Kan wordenuitgesplitst voor welke diensten een vergoeding is ontvangen?Antwoord:Op uitnodiging van de Minister van VWS is dhr. De Hond in juli aanweziggeweest bij een inspiratiesessie rond het thema vermindering regeldrukmet name als het gaat om de mogelijkheden van artificial intelligence. DeMinister vond de aanwezigheid van dhr. de Hond waardevol en inspi-rerend. dhr. De Hond heeft daar geen vergoeding voor ontvangen.Vraag 15Kunt u aangeven of Maurice de Hond, naast de afspraak met u alsMinister op 10 juli jl., aanwezig was bij andere afspraken? Zo ja, welkeafspraken? En welke rol had Maurice de Hond bij deze afspraken?Antwoord:Geen.Vraag 16Wat is de aanleiding voor het korten op abortusklinieken vanaf het jaar2026, aangezien er in 2024 € 25 miljoen subsidie wordt verstrekt en in2026 dit is gedaald naar € 18 miljoen?Antwoord:Met deze meerjarige begrotingsreeks is geen korting op abortuskliniekenvoorzien. Het budget voor abortusklinieken is over 2024 en 2025incidenteel verhoogd. Abortusklinieken worden gefinancierd uit desubsidieregeling abortusklinieken middels een p*q systematiek. Datbetekent dat de totale kosten van abortuszorg per jaar kunnen verschillen,onder invloed van stijgende of dalende abortuscijfers en ook onderinvloed van indexering van de tarieven voor de abortusbehandelingen.Vraag 17Welke concrete plannen zijn er tot dusverre bekend om de wachtlijsten inde geestelijke gezondheidszorg (ggz) op korte termijn terug te dringen?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 198 De wachttijden in de ggz zijn een groot maatschappelijk vraagstuk, waarwe de komende periode forse stappen op willen zetten. Zo maken we nual werk van het versterken van de samenwerking tussen het sociaaldomein, de huisarts en de ggz vanuit mentale gezondheidsnetwerken enverkennende gesprekken. Ook verbeteren we het (regionaal) inzicht inwachttijden en de inkoop van voldoende (zeer) complexe psychische zorgvanuit het traject cruciale ggz. Bovenop deze maatregelen zal de Staatsse-cretaris Jeugd, Preventie & Sport de komende periode aanvullendeafspraken met het veld maken in het kader van het Zorg en Welzijnsak-koord. Dit vraagt om keuzes hoe we de bestaande capaciteit daar inzettenwaar ze de meeste impact hebben.Om dit te bereiken zal worden gekeken naar andere vormen van finan-ciering en inkoop, de contractering en het voorkomen van zorg door hetsociaal domein een stevige positie te bieden. Zo willen we de komendejaren de wachttijden in de ggz terugdringen en zorgen dat de mensen diedat het hardste nodig hebben tijdig aan de juiste zorg en ondersteuningkomen. Voor 2025 en 2026 is jaarlijks 30 miljoen euro toegevoegd aan hetmacrokader ggz om de wachtlijsten terug te dringen.De wachttijden in de GGZ zijn een groot maatschappelijk vraagstuk, waarwe de komende periode forse stappen op willen zetten. In de afgelopenperiode is daartoe al het nodige ondernomen, maar dat is nog nietvoldoende geweest om de wachttijden in de GGZ significant terug tedringen. De Staatssecretaris JPS is bezig met een werkagenda mentalegezondheid en ggz waar de aanpak van de wachttijden in de GGZonderdeel van is. Dat zal gaan volgens de lijn: 1) voorkomen van mentaleproblemen, 2) voorkomen van instroom in de GGZ, 3) verbeteren vanfinanciering en inkoop en 4) bevorderen van uitstroom.Daarbij zijn twee dingen van belang op te merken: 1) we zullen hetmoeten doen met de arbeidscapaciteit die we nu hebben. Er is geen zichtop een capaciteitsverhoging door de arbeidsmarkttekorten in de zorg. En2) als we de wachttijden in de GGZ willen terugbrengen zal dit (somsharde) keuzes vergen. De wachttijden gaan niet vanzelf omlaag. DeStaatssecretaris JPS informeert u in Q1 over de werkagenda mentalegezondheid & ggz en de aanpak van de wachttijden.Vraag 18Hoe verhoudt zich het voornemen om gezondheidsverschillen teverkleinen door preventie zich tot de € 300 miljoen euro bezuinigingen oppublieke gezondheid? Welke preventie programma’s zullen het hardstgeraakt worden en op basis van welke argumenten of analyse is dezekeuze gemaakt? Hoe worden de gevolgen opvangen?Antwoord:In het regeerprogramma is een verlaging afgesproken van de intensive-ringen publieke gezondheid en infectieziektebestrijding (oplopend naarstructureel € 300 mln.). Deze verlaging wordt volledig ingeboekt op hetbeleidsprogramma pandemische paraatheid en treft dus geen anderepreventie-onderdelen binnen het Ministerie van VWS.Vraag 19Kan worden aangegeven hoeveel er gekort wordt op subsidies aanpatiëntenorganisaties? Welke patiëntenorganisaties worden hierdoorgeraakt?Antwoord:In de ontwerpbegroting 2025 is voor de jaren 2026 en verder detaakstelling naar rato over alle subsidiebudgetten ingevuld. Ook op depatiënt- en gehandicaptenorganisaties is deze korting doorgevoerd. Op ditmoment wordt gewerkt aan een nota van wijziging op de ontwerpbe-groting waarin de beleidsmatige invulling aan uw Kamer wordtvoorgelegd. Dit leidt mogelijk tot herschikkingen van de subsidiebud-getten. Met de nota van wijziging wordt uw Kamer nader geïnformeerd enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 199 wordt ook duidelijk wie te maken krijgt met deze taakstelling. U ontvangtde nota van wijziging vóór de begrotingsbehandeling.Vraag 20Bij hoeveel en welke ambtelijke trajecten is Maurice de Hond op enigemanier betrokken is geweest?Antwoord:Op uitnodiging van de Minister van VWS is dhr. De Hond in juli aanweziggeweest bij een inspiratiesessie rond het thema vermindering regeldrukmet nadruk op de mogelijkheden van artificial intelligence.Vraag 21Wanneer en op welke wijze wordt vervolg gegeven aan het project«Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen» engenoemde oplossingsrichtingen?Antwoord:De impact van sommige genoemde maatregelen in het eindverslag vanhet project «Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen»zijn groot. Met name een eventuele uitbreiding van het basispakket metmondzorg. Daarom is hierover een adviestraject uitgezet bij het Zorgin-stituut. Het adviestraject heeft twee fases: een eerste verkennende en eentweede inhoudelijke fase. De verkennende fase zal naar verwachting eind2026 gereed zijn.Parallel aan het adviestraject worden gerichtere maatregelen uitgewerkt,zoals ook genoemd in het eindverslag. Op dit moment loopt hiervoor eenpilot met gemeenten, zorgverzekeraars en mondzorgverleners. Deze pilotloopt tot het voorjaar van 2025. In deze pilot wordt gekeken naar eenbetere inzet van gemeentelijke regelingen, zoals de gemeentepolis.Tegelijk wordt hierbij ook gekeken naar de mogelijkheden voor eenlandelijke regeling. Daarnaast wordt in (een deel van) deze gemeentengewerkt aan het versterken van sociale vangnetten en er wordt gewerktaan doelgroepgerichte voorlichting.De Minister van VWS zal u over de uitkomsten van deze pilot uiterlijk inhet voorjaar van 2025 informeren. Zij zal in deze brief ook ingaan op deaanbeveling om hernieuwde aandacht te geven aan de mondgezondheidin de publieke gezondheid.Vraag 22Hoeveel mensen in Nederland hebben op dit moment geen vast huisartsvanwege tekorten?Antwoord:Op dit moment is alleen bekend hoe groot het aantal mensen is dat zichmeldt bij hun zorgverzekeraar voor zorgbemiddeling omdat zij geen(nieuwe) huisarts kunnen vinden. Deze informatie is terug te vinden in demonitor Toegankelijkheid van Zorg van de NZa. De meest recente cijfers(maart 2024) laten zien dat 4573 mensen zich hebben gemeld bij hunzorgverzekeraar.Om in beeld te brengen hoeveel mensen op zoek zijn naar een (nieuwe)huisarts, laat de Minister van VWS onderzoek doen door het Nivel. Ditonderzoek zal in het vierde kwartaal van dit jaar met uw Kamer wordengedeeld.Vraag 23Hoeveel huisartsen zijn er bereid om praktijkhouder te worden, maar doendit nu niet vanwege financiële lasten?Antwoord:Dit is niet bekend. Wel is bekend dat van huisartsen in opleiding 83%aangeeft binnen 10 jaar praktijkhouder te willen worden. Dat in de praktijkminder huisartsen deze stap zetten heeft veel verschillende oorzaken.Financiële drempels kunnen daar ook onderdeel van zijn. De bekostigingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1910 van de huisartsenzorg biedt echter veel ruimte om goede afspraken temaken tussen zorgverzekeraar en startend praktijkhouder om dit geenbelemmering te laten zijn.Vraag 24Zit de opleiding tot huisarts doorgaans vol? Is hier nog ruimte om extraop te leiden?Antwoord:De opleidingscapaciteit huisartsenzorg is in lijn met het advies van hetCapaciteitsorgaan sterk opgehoogd. Stapsgewijs wordt toegewerkt naarhet advies van het Capaciteitsorgaan, dit ingroeimodel is in overleg metde huisartsenopleidingen vormgegeven. Naast opleiders en praktijkop-leiders (opleidingsinstellingen) zijn er voldoende goede kandidaten nodigen die zijn volgens Huisartsen Opleiding Nederland (HON) niet per directin voldoende mate beschikbaar. Op dit moment worden er meer oplei-dingsplekken aangeboden dan dat er kandidaten instromen. Vanuit VWSloopt een brede campagne (the next level dokter) om te stimuleren datmeer mensen een artsenberoep buiten het ziekenhuis kiezen. Dit heeft aleffect. Voor de wervingsronde van september 2024 zijn er net als in devoorgaande ronde 442 opleidingsplekken aangeboden en zijn er 380kandidaten geplaatst. Dit zijn er 48 meer dan in de vorige wervingsronde,een stijging van ca. 14%.Vraag 25Bent u bereid de invoering van de Landsverordening Normering Topin-komens (LNT) weer terug te draaien? Zo niet, op welke wijze gaat u hettekort aan medisch personeel oplossen?Antwoord:Curaçao, Aruba en Sint-Maarten zijn als autonome landen in hetKoninkrijk, zelf verantwoordelijk voor hun regelgeving ten aanzien van denormering van topinkomens en derhalve is het niet aan de bewindsliedenvan VWS om hierin te handelen of iets van te vinden. Voorts wordt ugewezen op de recente antwoorden (23 september 2024, 2024ZD33439 en2024Z12537) op vragen van de leden Bruyning en Jansen (beiden NieuwSociaal Contract) en Vragen van de leden White en Bushoff (beidenGroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportover de ziekenhuiszorg op Curaçao.Vraag 26Wat is de status van de uitbreiding van het Mobiel Medisch Team (MMT)in Nederland?Antwoord:Op dit moment werkt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (VWS) de juridische en financiële consequenties van de mogelijkeuitbreiding van MMT-zorg uit.De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) doet een kostenonderzoek naar demogelijke uitbreiding van MMT-zorg en levert dit advies uiterlijk1 december 2024 op. Daarnaast werkt de NZa aan een advies over debekostiging van deze zorg en voert zij een marktverstoringstoets uit. Aande NZa is verzocht het advies uiterlijk 1 maart 2025 op te leveren.Ook is het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) verzocht een nadereanalyse te doen binnen welk tijdsbestek een mogelijke uitbreidinggerealiseerd kan worden. De uitkomsten hiervan worden verwacht in Q4van 2024. Op basis van de adviezen van de NZa, de analyse van het LNAZen inzicht in eventuele financiële gevolgen en mogelijkheden voor dedekking daarvan, zal de Minister van VWS naar verwachting in hetvoorjaar van 2025 een besluit kunnen nemen over de mogelijkeuitbreiding van de MMT-zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1911 Vraag 27Welke plannen heeft u om, naast Artificial Intelligence (AI) en hetverminderen van de administratieve lasten, te zorgen voor meer fysiekpersoneel op de werkvloer?Antwoord:Om de toegankelijkheid van de zorg overeind te houden heeft hetaanpakken van de personeelskrapte in zorg en welzijn voor de Ministervan VWS grote prioriteit. De prognose is dat er in 2033 een tekort zal zijnvan ongeveer 200.000 medewerkers in zorg en welzijn. Het is onmogelijkom deze arbeidsmarkttekorten af te wenden door steeds meer mensenvan buiten de zorg aan te trekken, bij andere sectoren zijn immers ookgrote tekorten. We zullen het moeten doen met de mensen die nu al in dezorg werken en de natuurlijke aanwas, gelet op de tekorten is meer fysiekpersoneel op de werkvloer geen realistisch streven.Om de medewerkers in zorg en welzijn te ondersteunen bij de verande-rende zorg en het opvangen van de vergrijzing wordt de komende periodestevig ingezet op vermindering van administratieve lasten en het gebruikvan technologie zoals AI. Dit moet ertoe leiden dat er meer tijd ontstaatom aan patiënten en cliënten te besteden. Om medewerkers te behoudenvoor de sector is het daarnaast nodig om medewerkers zo goed mogelijkte ondersteunen in hun ontwikkeling tijdens hun loopbaan. De leidraadvakmanschap en werkplezier, die de Minister van VWS voor het jaaruitwerkt, draagt daaraan bij. Daarin wordt enerzijds uiteengezet hoe wordtgewerkt aan een toekomstbestendige vormgeving van de bekostiging vande verschillende opleidingen, waaronder medische vervolgopleidingen enbij -en nascholing zodat dit ook voor de toekomst geborgd wordt. Door dedubbele vergrijzing en de in gang gezette beweging van steeds meer zorgbuiten het ziekenhuis is het belangrijk om voldoende en goed toegerustzorgpersoneel op te leiden, bijvoorbeeld voor de palliatieve zorg. Naastaandacht voor loopbaanontwikkeling gaat de leidraad ook in op hetvergroten van werkplezier zodat medewerkers behouden blijven voor zorgen welzijn en daar een fijne werkomgeving hebben. Goed werkgeverschapis een aangelegenheid voor werkgevers, de leidraad ziet op sectorbredevraagstukken die niet door individuele werkgevers kunnen wordenopgelost zoals het tegengaan van schijnzelfstandigheid en een betereverhouding tussen vast en flexibel personeel, de mogelijkheid om bijmeerdere organisaties en op meerdere plekken in de regio te kunnenwerken, meer autonomie voor medewerkers, slimme manieren vanroosteren en het voorkomen van agressie en verzuim.Vraag 28Wat gaat u eraan doen om werken in de zorg aantrekkelijker te maken?Antwoord:In het regeerprogramma staat dat het kabinet gaat inzetten op dearbeidsmarkttekorten in zorg en welzijn. Een aanpak op de arbeidsmarkt-tekorten gaat hand in hand met een aanpak om werken in de zorgaantrekkelijker te maken. De Minister van VWS gaat het werken in de zorgaantrekkelijker maken langs drie lijnen:1.het streven is de administratietijd in 2030 te halveren, onder anderedoor in te zetten op AI;2.«de juiste inzet van medewerkers» is erop gericht om de beschikbaremedewerkers, in samenwerking met mantelzorgers en vrijwilligers, zoefficiënt mogelijk in te zetten. Het gaat hierbij onder andere omarbitrage tussen zorgwetten en over verschillende vormen vaninnovatieve zorg.3.het «vergroten vakmanschap en werkplezier». Voor het einde van hetjaar werken we een leidraad vakmanschap en werkplezier uit. Het gaathierbij o.a. om het belang van adequaat opleiden, autonomie envertrouwen in de medewerker, de balans tussen vast / flexibelpersoneel, regionaal werkgeverschap en het tegengaan van agressie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1912 Vraag 29Gaat u zorgen voor meer opleidingsplaatsen voor (gespecialiseerd)-zorgpersoneel? Zo ja, hoe?Antwoord:Bij de opleidingen waarvoor opleidingsplaatsen beschikbaar wordengesteld, wordt zoveel mogelijk het advies van het Capaciteitsorgaangevolgd. Zo worden tekorten voorkomen en waar nodig weggewerkt.Voor de verpleegkundige vervolgopleidingen en opleidingen voormedisch ondersteunende beroepen is de beschikbaarheidbijdrage eenopen einde regeling, zonder maximum aantal opleidingsplekken. Voorveel van deze opleidingen loopt de instroom wel achter bij de adviezenvan het Capaciteitsorgaan. Mede daarom wordt per 1 januari 2025bekostiging volgens het modulaire opleidingssysteem ingevoerd.Modulair opleiden draagt bij aan meer flexibel personeel binnenspecialistische clusters, snellere inzetbaarheid en opleidingen die beteraansluiten bij de veranderende zorgvraag.Vraag 30Hoe kan het dat er opleidingsplaatsen voor spoedeisende hulpartsen(SEH)- artsen, welke schaars zijn, worden vergeven aan Defensie (onderandere regio Noord)?Antwoord:De opleidingsplaatsen voor spoedeisende hulpartsen (SEH arts) wordenbekostigd via de beschikbaarheidbijdrage. Dit instrument is een subsidieten behoeve van het zorgstelsel, waarvoor VWS verantwoordelijk is. Opdit moment maakt Defensie geen gebruik van de subsidiabele opleidings-plaatsen die door de Minister van VWS beschikbaar worden gesteld. Inhet verleden kwam het sporadisch voor dat de beschikbaarheidbijdrage(medische) vervolgopleidingen werd ingezet ten behoeve van debekostiging van vervolgopleidingen van zorgpersoneel in dienst vanDefensie. In 2022 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit na overleg met debetrokken ministeries expliciet in haar regelgeving opgenomen dat hetniet langer is toegestaan om de beschikbaarheidbijdrage in te zetten tenbehoeve van opleidingen van zorgpersoneel van Defensie. Om oneven-redige gevolgen te voorkomen is de afspraak gemaakt dat de enkelezorgprofessionals van Defensie die vóór 2022 zijn gestart met hunvervolgopleiding en waarvoor een beschikbaarheidbijdrage is toegekend,gedurende hun opleiding in aanmerking kunnen blijven komen voor eenbeschikbaarheidbijdrage.Vraag 31Wanneer een opleidingsplaats voor een SEH-arts wordt vergeven aan eenarts van Defensie, hoe vindt deze bekostiging dan plaats?Antwoord:Als het Ministerie van Defensie spoedeisende hulp artsen wil opleiden,dan worden deze professionals bovenformatief opgeleid. Dat betekent dathet Ministerie van Defensie apart afspraken maakt met ziekenhuizen overhet opleiden, buiten het bekostigingssysteem van VWS om.Vraag 32Is er budget voor de verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorginstellingen(VVT)-sector beschikbaar om verletkosten in het kader van het opleidentot verpleegkundig specialist Ouderenzorg (deels) te compenseren? Zonee, waarom niet? Zo ja, hoeveel en in welke omvang wordt hier gebruikvan gemaakt?Antwoord:Ja er is budget beschikbaar om verletkosten die gemaakt worden doorvvt-instellingen in het kader van opleiden van Verpleegkundige Specia-listen (VS) voor de ouderenzorg te compenseren. VS’ers in de vvt-sectordoen belangrijk werk ter verbetering van de kwaliteit van zorg en terTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1913 ontlasting van de huisarts en de specialist ouderenzorg. De opleidings-plekken voor VS’ers worden beschikbaar gesteld door OCW, daarnaastheeft VWS een subsidieregeling voor werkgeverskosten in het kader vande opleiding. Hiervoor is 38 miljoen beschikbaar voor 2025 en dezemiddelen worden nagenoeg volledig benut. De afgelopen jaren vroegenalle vvt-instellingen die VS’ers opleiden deze aan. Daarnaast subsidieertVWS vanuit het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging een projectvan de HAN University of Applied Sciences waarbij zorgaanbiedersworden gestimuleerd om extra opleidingsplaatsen aan te bieden om30 VS’ers in de wijkverpleging op te leiden (met mogelijkheid ophogingnaar 45 plaatsen). Hiermee doen meer vvt-instellingen ervaring op met(het opleiden van) VS’en zodat zij beter toegerust zijn om gebruik te gaanmaken van de extra beschikbare opleidingsplaatsen. Daarnaast wordtbinnen het project ook ingezet op positionering van de VS’ers in dewijkverpleging.Vraag 33Wat is de verwachte onderuitputting op de inkomsten premiebetalingenzorgverzekeringen voor 2024 en waar zijn de niet uitgegeven middelen opingezet?Antwoord:De premie-inkomsten voor de Zvw bestaan uit de nominale premie en deinkomensafhankelijke bijdrage. De raming van de verwachte premieop-brengsten in de ontwerpbegroting geeft een zo goed mogelijkeinschatting van de daadwerkelijke te verwachten premieopbrengsten,gegeven de verwachte zorguitgaven die gefinancierd moeten worden.Vanwege de scheiding van inkomsten en uitgaven leiden hogere of lagerepremieopbrengsten niet tot hogere of lagere uitgavenkaders.De opbrengsten uit de inkomensafhankelijke bijdrage vallen in 2024 naarverwachting € 0,1 miljard lager uit dan in de ontwerpbegroting 2024verwacht en de opbrengsten uit de nominale premie in 2024 vallen naarverwachting € 0,7 mld. lager uit dan verwacht bij de ontwerpbegroting2024. De lagere opbrengsten uit de inkomensafhankelijke bijdrage leidentot lagere inkomsten voor het Zorgverzekeringsfonds. Een per saldooverschot of tekort in het fonds wordt in latere jaren gecorrigeerd via hetverhogen of verlagen van de inkomensafhankelijke bijdrage en denominale premie. De nominale premies worden betaald aan verzekeraars.Verzekeraars stellen zelf de nominale premie vast. Daarbij maken zij eeneigen inschatting van hoeveel nominale premie zij moeten vragen om dezorguitgaven te kunnen betalen.Vraag 34Wat is de verhouding tussen private equity en commerciële zorginstel-lingen?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over de precieze informatie die uvraagt. In onderstaande tabel is het aandeel private equity in de zorgweergegeven, uitgedrukt in percentages van de totale omzet binnen deZvw en Wlz (en binnen de verschillende sectoren) in 2022 (bron: EY,onderzoek naar private equity in de zorg, 8 april 2024). Het ministeriebeschikt echter niet over dezelfde informatie met betrekking tot commer-ciële zorginstellingen. Hierdoor kan er geen antwoord gegeven wordenover de verhouding tussen private equity en commerciële zorginstel-lingen.Aandeel private equity in wettelijke geldstromen Zvw en Wlz per sector in 2022Private Equity ParticipatieZorgverzekeringswet1Private Equity participatieWet langdurige zorg1Medisch specialistische zorg~3,75%~1,16%Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1914 Private Equity ParticipatieZorgverzekeringswet1Private Equity participatieWet langdurige zorg1Verpleeg- en Verzorgingshuizen enthuiszorg~0,73%~0,55%Geestelijke gezondheidszorg~2,20%~0%Gehandicaptenzorg~0%~0%Huisartsenzorg~<1%-Kraamzorg~20–25%-Paramedische zorg~4–10%-Mondzorg~19–26%-1 betreft percentages van de totale geldstromen in euro’s Vraag 35Wat is de verhouding tussen het aantal private equity/commerciëlezorgpartijen en het aantal reguliere zorgpartijen?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over de precieze informatie die uvraagt. In onderstaande tabel is het aandeel private equity in de zorgweergegeven, uitgedrukt in percentages van de totale omzet binnen deZvw en Wlz (en binnen de verschillende sectoren) in 2022 (bron: EY,onderzoek naar private equity in de zorg, 8 april 2024). Het ministeriebeschikt echter niet over dezelfde informatie met betrekking tot commer-ciële zorginstellingen (inclusief private equity). Hierdoor kan er geenantwoord gegeven worden over de verhouding tussen commerciëlezorgpartijen (inclusief private equity) en het aandeel regulierezorgpartijen.Aandeel private equity in wettelijke geldstromen Zvw en Wlz per sector in 2022Private Equity ParticipatieZorgverzekeringswet1Private Equity participatieWet langdurige zorg1Medisch specialistische zorg~3,75%~1,16%Verpleeg- en Verzorgingshuizen enthuiszorg~0,73%~0,55%Geestelijke gezondheidszorg~2,20%~0%Gehandicaptenzorg~0%~0%Huisartsenzorg~<1%-Kraamzorg~20–25%-Paramedische zorg~4–10%-Mondzorg~19–26%-1 betreft percentages van de totale geldstromen in euro’s Vraag 36Welke winsten hebben commerciële zorgpartijen gemaakt, welk deeldaarvan is direct teruggevloeid naar de zorg en welk deel naar aandeel-houders, obligaties of dividenden?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over de precieze informatie die uvraagt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het bedrijfsresultaat(de bedrijfsopbrengsten minus de bedrijfslasten, exclusief het saldo vanfinanciële en buitengewone baten en lasten) van instellingen metminimaal tien werknemers in verschillende zorgsectoren in 2022. Hetministerie beschikt niet over een uitspitsing van deze categoriën vanzorgsectoren naar commerciële en niet-commerciële zorgpartijen. Ookbeschikt het ministerie niet over de gevraagde informatie van welk deelvan de behaalde resultaten direct is teruggevloeid naar de zorg en welkdeel naar aandeelhouders, obligaties of dividenden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1915 Bedrijfsresultaat per sector (x € 1 miljoen)20221Universitair medische centra227Algemene ziekenhuizen482Categorale ziekenhuizen24GGZ met overnachting83Gehandicaptenzorg210Jeugdzorg met overnachting– 10Maatschappelijke opvang (24-uurs)– 1Ambulante jeugdzorg1Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg3801 voorlopige cijfersBron: CBS Statline, tabel Zorginstellingen; financiën en personeel Vraag 37Hoe wordt uitvoering gegeven aan de met algemene stemmen aange-nomen motie-Claassen/Jansen (Kamerstuk 32 805, nr. 183) over verkortingvan de post-sluisperiode?Antwoord:Het is voor patiënten belangrijk dat geneesmiddelen met een toege-voegde waarde voor hun behandeling snel beschikbaar zijn. De Ministervan VWS ziet dat een zo kort mogelijke procedure daarbij van belang is. Erzijn drie processtappen die mogelijk na afronding van de sluisproceduretijd vragen voordat het geneesmiddel daadwerkelijk bij de patiënt komt.Zo beoordelen zorgverzekeraars in principe alleen dossiers waar hetZorginstituut geen beoordeling van heeft gedaan. Bij een behandelingmet meerdere geneesmiddelen kan het voorkomen dat er toch nog eenbeoordeling plaatsvindt door zorgverzekeraars, als een van deze genees-middelen niet in de sluis zat. Zorgverzekeraars kijken dan naar deeffectiviteit van deze combinatiebehandeling.Na de sluis is sprake van het reguliere inkoopproces van ziekenhuizen enzorgverzekeraars, waar bijvoorbeeld wordt gekeken naar eventuele meerdoelmatige alternatieven en of het geneesmiddel in een expertisecentrummoet worden toegepast.Ten derde kan het zijn dat de beroepsgroep onderzoek doet en/ofafspraken maakt om de doelmatige en juiste inzet van de geneesmiddelente bevorderen en te borgen. Artsen willen dan zelf eerst nog afsprakenmaken binnen de wetenschappelijke vereniging over start-/stopcriteria enwelke patiënten worden behandeld.In de ontwikkeling van toekomstbestendig pakketbeheer werkt de Ministervan VWS er aan om partijen en artsen eerder te betrekken. Ook zal deMinister van VWS de post sluisperiode in reguliere overleggen met onderandere de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), ZorginstituutNederland en Zorgverzekeraars Nederland adresseren. De Minister vanVWS heeft u hierover onlangs geïnformeerd.3Vraag 38Hoeveel bedraagt de beoogde kostengroeibeperking van dure geneesmid-delen naar aanleiding van het uitvoeren van doelmatigheidsonderzoekgeneesmiddelen (€ 1,9 miljoen in 2025)?Antwoord:De Minister van VWS stelt als voorwaarde voor financiering van doelma-tigheidsonderzoek naar geneesmiddelen dat de kosten van de studiegedurende de looptijd van de studie al terugverdiend worden. De exactebesparing die beoogd wordt in 2025 is alleen nog niet bekend. Op ditmoment is namelijk niet duidelijk naar welk(e) geneesmiddel(en)onderzoek gedaan zal worden. Het bedrag dat er bespaard wordt, hangt af3Kamerstukken II 2024/25, 29477 nr. 909Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1916 van de kosten die er voor dat geneesmiddel per jaar gemaakt worden enwat er in het onderzoek onderzocht wordt. Een voorbeeld: een genees-middel kost per jaar 100 miljoen en in het doelmatigheidsonderzoek isaangetoond dat de dosering met 10% omlaag kan. Dan is de besparing10 miljoen. In de loop van volgend jaar wordt duidelijk naar welkegeneesmiddelen de studies uitgevoerd zullen worden.Vraag 39Wat zijn de tijdslijnen voor de verdere uitwerking van het «toekomstbe-stendig stelsel voor de vergoeding van nieuwe dure geneesmiddelen uithet basispakket»?Antwoord:De Minister van VWS verwacht dat uiterlijk per 1 januari 2027 alle plannenom het pakketbeheer voor dure geneesmiddelen te verbeteren geïmple-menteerd zijn. Het Ministerie van VWS is met veldpartijen in gesprek overwelke onderdelen van het verbeterde stelsel eerder geïmplementeerdkunnen worden. De verwachting is dat deze gesprekken dit najaar wordenafgerond. Zoals eerder is toegezegd informeert de Minister van VWS uwKamer voor het einde van het jaar uitgebreider over de stand van zakenen tijdslijnen van dit traject.4Vraag 40Hoeveel bedraagt het budget voor het uitvoeren van doelmatigheidson-derzoek geneesmiddelen voor de jaren 2026, 2027 en 2028? Welkereductie in kostengroei wordt hiermee per jaar beoogd?Antwoord:Het budget voor het uitvoeren van doelmatigheidsonderzoek voorgeneesmiddelen in de jaren 2026, 2027 en 2028 is als volgt:202620272028€ 3,6 miljoen€ 4 miljoen€ 4,8 miljoen De exacte besparingen die beoogd worden zijn nog niet bekend. Op ditmoment is namelijk niet duidelijk naar welke geneesmiddelen onderzoekgedaan zal worden. Het bedrag dat er bespaard wordt, hangt af van dekosten die er voor dat geneesmiddel per jaar gemaakt worden en wat er inhet onderzoek onderzocht wordt. Een voorbeeld: een geneesmiddel kostper jaar 100 miljoen en in het doelmatigheidsonderzoek is aangetoond datde dosering met 10% omlaag kan. Dan is de besparing 10 miljoen. In deloop van volgend jaar wordt duidelijk naar welke geneesmiddelen destudies uitgevoerd zullen worden.Vraag 41Hoeveel bedraagt de vertrouwelijke uitgavenverlaging (totaal aanterugbetaalde kortingen op basis van de financiële arrangementen) aandure geneesmiddelen in de jaren 2020, 2021, 2022, 2023 en 2024 en aanwelke begrotingsposten komen deze opbrengsten ten goede?Antwoord:Met de voortgangsbrief financiële arrangementen geneesmiddelen wordtde Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd over de uitgavenverlagingendoor financiële arrangementen voor zowel intramurale als extramuralegeneesmiddelen. In de meest recente voortgangsbrief (Kamerstukken II2023/24, 29 477, nr. 898) zijn de uitgavenverlagingen door financiëlearrangementen gerapporteerd tot en met het jaar 2022. De gevraagdeinformatie is niet beschikbaar voor de jaren 2023 en 2024 omdat dedeclaratiegegevens voor die jaren niet compleet zijn. De declaratiege-4Kamerstukken II 2023/24/ 29 477, nr. 883Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1917 gevens zijn nodig om de uitgavenverlaging te berekenen. De vertrouwe-lijke uitgavenverlaging door financiële arrangementen was € 376,4 mln. in2020, € 433,6 mln. in 2021 en € 530,7 mln. in 2022. De uitkomsten van2022 zijn vastgesteld op basis van voorlopige declaratiegegevens, daaropvolgt nog een bijstelling in de eerstvolgende voortgangsbrief. De TweedeKamer zal in de eerste helft van 2025 opnieuw geïnformeerd worden overde financiële arrangementen aan de hand van een nieuwe voortgangs-brief. Voor de intramurale financiële arrangementen komen deopbrengsten ten goede aan het kader medisch-specialistische zorg (MSZ)en voor extramurale financiële arrangementen aan het kaderapotheekzorg.Vraag 42Hoeveel (her)beoordelingen van geneesmiddelen verwacht het Zorgin-stituut in 2025, 2026, 2027, 2028 te doen en wat is de prognose voor deeffecten hiervan op de doorlooptijden van geneesmiddelen in de sluis?Antwoord:Het Zorginstituut kan op voorhand niet precies bepalen hoeveel genees-middelenbeoordelingen er de komende jaren uitgevoerd zullen worden enhoeveel capaciteit daarvoor nodig is. Er zijn een paar factoren die vaninvloed zijn op het precieze aantal. Zo start een beoordeling pas als eenfabrikant een compleet vergoedingsdossier indient. Daarbij geldt dat voorlang niet alle (sluis)geneesmiddelen een (compleet) vergoedingsdossierwordt ingediend. Daarnaast is het ene vergoedingsdossier eenvoudigeren sneller te beoordelen dan een het andere dossier.Het Zorginstituut past twee strategieën toe om voldoende capaciteitbeschikbaar te hebben. Ten eerste kijkt het Zorginstituut met Horizon-scanning vooruit hoeveel nieuwe geneesmiddelen er de komende jarenop de Nederlandse markt kunnen komen. Het Zorginstituut bekijk of haarbeoordelingscapaciteit daarop aangepast moet worden en of ze daarvoorde juiste expertise heeft. Ten tweede is er flexibiliteit binnen het taken-pakket van het personeel dat beoordelingen uitvoert. In het geval er meervergoedingsdossiers voor geneesmiddelen binnenkomen dan verwacht,dan kan het personeel tijdelijk minder urgente taken laten liggen omvoorrang te geven aan een geneesmiddelenbeoordeling.Vraag 43Hoeveel fte kan in de zorg worden bespaard door slimme inzet vangeneesmiddelen?Antwoord:Het is niet exact te zeggen hoeveel FTE een slimme inzet van geneesmid-delen kan besparen. PwC heeft in 2022 in opdracht van de branchever-eniging Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen in een rapport enkeleinterventies op een rij gezet die zouden kunnen leiden tot arbeidsbe-sparing. Het gaat hierbij om besparingen zowel binnen als buiten de zorg.Sommige interventies hangen direct samen met de gevolgen vangeneesmiddelen voor de gezondheid, zoals vaccins. Andere betreffen delogistiek rond het verstrekken van geneesmiddelen of gericht op gepastgeneesmiddelengebruik, zoals medicatiebeoordelingen door apothekers.Ook andere rapporten, zoals het SiRM rapport «Substantieel potentieel»,hebben eerder al gewezen op mogelijke besparingen door medicatiebe-oordelingen. Hierin wordt echter specifiek gekeken naar een financieelbesparingspotentieel. Indirect zal dit besparingspotentieel een effecthebben op het aantal benodigde FTE’s binnen de zorg, maar dit is nietdirect aan elkaar te koppelen.Vraag 44Hoe zorgt u ervoor dat het Zorginstituut haar toenemende hoeveelheidtaken kan uitvoeren met steeds minder financiële middelen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1918 Antwoord:Zoals het in de begroting beschreven staat lijken de financiële middelendie begroot zijn voor het Zorginstituut Nederland (ZiNL) over de komendejaren inderdaad af te nemen.Echter, vanuit de ambitie om meer passende zorg te creëren in de cure encare, investeert de Minister van VWS structureel in het Zorginstituut. Datdit nog niet volledig zichtbaar is in de VWS begroting, komt doordat definanciering van het Zorginstituut uiteenvalt in (1) reguliere financieringen (2) incidentele financiering.De reguliere financiering wordt gebruikt voor het uitvoeren van dewettelijke taken van het Zorginstituut.De incidentele financiering volgt uit de verschillende projecten enprogramma’s die bij het Zorginstituut Nederland belegd zijn. Die zijntijdelijk van aard en worden gefinancierd vanuit verschillende begrotings-artikelen. Pas op het moment dat er zekerheid is over het uitvoeren ofvervolgen van een project of programma, komen de middelen terecht ophet instrument «Totaal apparaatskosten Zorginstituut». Momenteel zijndeze op de begroting zichtbaar onder andere posten dan de post «Totaalapparaatskosten ZBO’s en RWT’s, «Zorginstituut Nederland» in Tabel 62op pagina 161.Zekerheid over het uitvoeren van deze programma’s wil zeggen dat zodraVWS het Zorginstituut de opdracht geeft om een project of programma testarten op dat moment VWS hiervoor de financiële middelen beschikbaarstelt voor het Zorginstituut Nederland.Verder wordt er gedurende het lopende begrotingsjaar een midtermreview door het Zorginstituut Nederland opgesteld. Hiermee geeft hetZorginstituut een tussenstand weer van de daadwerkelijke inzet van definanciële middelen ten opzichte van de begrote inzet van financiëlemiddelen voor het lopende jaar. Uit de midterm review blijkt waarmogelijk extra financiële middelen voor een project of programma nodigzijn. Hierop volgt onderlinge afstemming met VWS.Vraag 45Welke rol is er voor medische preventie in het te ontwikkelen investerings-model voor preventie?Antwoord:In het Regeerprogramma 2025–2028 en in de beleidsagenda VWS 2025 isopgenomen dat het kabinet gaat werken aan een investeringsmodel voorpreventie. In dit te ontwikkelen investeringsmodel voor preventie wordende kostenbesparingen die over de tijd worden gerealiseerd binnen hetbetreffende beleidsterrein gebruikt voor de financiering van preventievemaatregelen. Binnen dit model worden de risico’s tussen betrokkenpartijen duidelijk in kaart gebracht en effectief gespreid, zodat financiëleen maatschappelijke voordelen evenwichtig kunnen worden benut. Op ditmoment vragen investeringen in preventie elke keer aparte besluit-vorming, omdat er geen automatische financiering van gezondheidsmaat-regelen bestaat, ook niet als het kosteneffectief is of kosten bespaart in dezorg. Dit model is belangrijk voor inzicht in effect van maatregelen in énbuiten het zorgdomein en daarmee ook voor medische preventie. Hetgeldt voor maatregelen die gezondheidswinst tot doel hebben en voormaatregelen die mogelijk ook een financiële opbrengst hebben. Na deontwikkeling van het model vindt besluitvorming plaats over de eventueletoepassing van dit model. De Minister van VWS en de StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport sturen u voorafgaand aan de begrotingsbehan-deling een brief met meer informatie over de ontwikkeling van ditinvesteringsmodel.In de Kamerbrief van 25 april 20245 is toegelicht welke mogelijkheden erzijn voor het realiseren van financiële dekking voor vaccinaties en5Kamerstukken II 2023/24, 32 793, nr. 748Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1919 bevolkingsonderzoeken met een positief Gezondheidsraadadvies.Budgettaire inpasbaarheid is niet vanzelfsprekend. Het kabinet heeft nogniet besloten over de alternatieven die daarvoor worden beschreven in degenoemde Kamerbrief.Vraag 46Wat wordt bedoeld met «de urgentie wordt leidend» bij de beleidspriori-teiten voor de zorg?Antwoord:In het Regeerprogramma staat: De zorgvrager met de grootste urgentiewordt als eerste van de wachtlijst gehaald. Op deze wijze wordt eengelijkwaardigere toegang tot medisch specialistische zorg georganiseerd,waarbij de urgentie leidend wordt Medisch specialisten hebben eenbelangrijke rol om te bepalen hoe urgent een ingreep voor de patiënt is enof de patiënt al dan niet voorrang dient te krijgen op de wachtlijst. Erwordt ingezet op het verstevigen van de triage. De Minister van VWS zalde komende tijd, samen met veldpartijen, bekijken hoe deze triage kanworden versterkt.Vraag 47Welke stappen heeft u sinds uw aantreden gezet met betrekking tot deuitwerking van de nieuwe begrotingssystematiek inzake financiële dekkingvoor kosteneffectieve vaccins met positief Gezondheidsraadadvies?Antwoord:In de Kamerbrief van 25 april 2024 (Kamerstuk II, 32 793, nr. 748) istoegelicht welke mogelijkheden er zijn voor het realiseren van financiëledekking voor vaccinaties en bevolkingsonderzoeken met een positiefGezondheidsraadadvies en dat de beslissing hierover is gelaten aan hetnieuwe kabinet. De lijn dat een daling in zorguitgaven als gevolg van eenvaccinatie of bevolkingsonderzoek kan gelden als dekking voor de hogereuitgaven voor de uitvoering van de betreffende vaccinatie of bevolkings-onderzoek, is door dit kabinet gehandhaafd. Mocht dit onvoldoendefinanciële dekking opleveren, zal ruimte op de begroting gevonden moetworden door andere zaken niet meer of minder te gaan doen.Vraag 48Op welke wijze houdt de begroting rekening met spoedige budgettoe-wijzing voor vaccinatiecampagnes waar de Gezondheidsraad mogelijkpositief over gaat adviseren?Antwoord:Zoals gebruikelijk is er geen budget gereserveerd voor de implementatievan adviezen die mogelijk gaan komen. Financiële besluitvorming overnieuwe vaccinatiecampagnes vindt plaats tijdens het hoofdbesluitvor-mingsmoment in het voorjaar.Vraag 49Welke stappen heeft u sinds uw aantreden ondernomen ter opvolging vanhet rapport inzake de technische mogelijkheden voor de bekostiging vanvaccinaties en bevolkingsonderzoeken?Antwoord:Er wordt van uitgegaan dat hier de Kamerbrief van 25 april 2024 wordtbedoeld, met de titel «Financiële toegang tot vaccinaties en bevolkingson-derzoeken; opvolging en implementatie van adviezen van de Gezond-heidsraad».6 In deze brief is toegelicht welke mogelijkheden er zijn voorhet realiseren van financiële dekking voor vaccinaties en bevolkingsonder-zoeken met een positief Gezondheidsraadadvies. De lijn dat een daling inzorguitgaven als gevolg van een vaccinatie of bevolkingsonderzoek kangelden als dekking voor de hogere uitgaven voor de uitvoering van de6Kamerstukken II, Vergaderjaar 2023–2024, 32 793, nr. 748Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1920 betreffende vaccinatie of bevolkingsonderzoek, wordt door dit kabinetgehandhaafd. Mocht dit onvoldoende financiële dekking opleveren, zalruimte op de begroting gevonden moet worden door andere zaken nietmeer of minder te gaan doen. Het kabinet heeft (nog) niet tot alternatievenbesloten die worden beschreven in de genoemde Kamerbrief, namelijkom een structureel budget te reserveren op de VWS-begroting, eenbegrotingsfonds te realiseren of de adviezen automatisch onderdeel telaten worden van het aanbod.Vraag 50Wat is de budgetimpact (uitgesplitst per jaar) van het starten met hetgordelroosvaccinatieprogramma waarin jaarlijks alle 60-jarigen wordengevaccineerd vanaf (bijvoorbeeld) geboortejaar 1960?Antwoord:De Gezondheidsraad heeft geadviseerd om alle mensen van 60 jaar eenvaccinatie tegen gordelroos aan te bieden en een inhaalcampagne teorganiseren voor alle mensen die ouder zijn dan 60 jaar. De kostenhiervan worden geschat op € 181 miljoen per jaar in de eerste vijf jaren endaarna jaarlijks € 31 miljoen. Als rekening wordt gehouden met debesparingen op de zorgkosten die bekend zijn, te weten 94.000 huisartsbe-zoeken, 500 ziekenhuisopnames en 20 sterfgevallen, dan worden dekosten geschat op jaarlijks tussen de € 170 en € 179 miljoen in de eerste5 jaren en daarna jaarlijks € 20 miljoen. Hierin is alleen de besparing opde directe zorgkosten meegenomen en niet andere kosten gerelateerd aanhet doormaken van gordelroos.Vraag 51Waarom kiest u ervoor om niet te starten met het vaccineren tegengordelroos?Antwoord:De kosten voor het programmatisch aanbieden van vaccinatie tegengordelroos worden geschat op jaarlijks € 181 miljoen in de eerste vijfjaren en daarna jaarlijks € 31 miljoen. Er is op dit moment binnen artikel 1van de begroting van VWS – waar deze uitgaven onder vallen – geenruimte voor deze uitgaven.Vraag 52Hoeveel verschillende cao’s zijn van toepassing op de verschillendemedewerkers in de zorg?Antwoord:Van het sluiten, wijzigen of opzeggen van een cao moeten cao-partijenmededeling doen bij de Minister van SZW. Nadat deze melding isbevestigd door middel van een kennisgeving van ontvangst treedt deaangemelde of gewijzigde cao in werking. Elke cao kent zijn eigenwerkingssfeer. De werkingssfeer wordt bepaald door sociale partners. HetMinisterie van SZW beoordeelt niet welke cao behoort tot de sector zorgen welzijn. Via het Ministerie van SZW is daarom geen uitputtendoverzicht te verkrijgen van de cao’s die tot de sector zorg en welzijngerekend zouden moeten worden. Voorbeelden van cao’s waarvan deprimaire werkingssfeer binnen zorg en welzijn ligt zijn: Cao Umc’s, CAOZiekenhuizen, Cao Zelfstandige Klinieken Nederland, Cao Ambulancezorg,Cao Huisartsenzorg, Cao GGZ, Cao VVT, Cao Gehandicaptenzorg, CaoSociaal werk, Cao Jeugdzorg, Cao Kraamzorg, Cao Apotheken, Cao SBOHen Cao Sanquin. Daarnaast zijn er soms ook cao’s met een primairewerkingssfeer buiten zorg en welzijn (zoals bijvoorbeeld de CaoGemeenten) van toepassing op werknemers die werken binnen zorg enwelzijn.Vraag 53Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1921 Welke en hoeveel belangenorganisaties zijn betrokken bij de verschillendecao’s?Antwoord:In Nederland geldt het principe van contractsvrijheid. Cao’s wordenafgesloten tussen werkgevers(organisaties) en vakbonden. Cao-partijenbepalen zelf met wie zij cao-onderhandelingen voeren en een cao sluiten.De betrokkenheid van partijen kan per cao verschillend zijn. Zoalsaangegeven in het antwoord op vraag 52 beschik het Ministerie van VWSniet over een uitputtend overzicht van de cao’s die tot zorg en welzijngerekend zouden moeten worden. Daarom kan ook geen compleetoverzicht worden geven van de organisaties die betrokken zijn bij dezecao’s.Vraag 54Met welke criteria worden de gezondheidsvaardigheden van Nederlandersgemeten?Antwoord:De gezondheidsvaardigheden van Nederlanders worden gemeten met deHealth Literacy Survey Europe (HLS-EU), deze vragenlijst is in 2011 inNederland gevalideerd7. De HLS-EU omvat 47 vragen over het verkrijgen,begrijpen, beoordelen en toepassen van informatie ten aanzien vangezondheidszorg, preventie van ziekte en gezondheidsbevordering.Deelnemers moeten bijvoorbeeld aangeven hoe moeilijk of gemakkelijk zijhet vinden om te begrijpen wat de dokter zegt, om te bepalen welkevaccinaties zij nodig hebben of om beslissingen te nemen ter verbeteringvan de eigen gezondheid.Vraag 55Hoe staat het volgens die criteria met de gezondheidsvaardigheden vanNederlanders, uitgesplitst over verschillende inkomens- en opleidings-groepen en samenstelling van huishoudens?Antwoord:Het Nivel neemt periodiek een verkorte versie van de HLS-EU (16 items) afonder haar Consumentenpanel gezondheidszorg. Dit panel bestaat uit1500 deelnemers die representatief zijn voor de bevolking wat betreftleeftijd, geslacht en opleidingsniveau. In 2023 vulden 723 panelleden devragenlijst in8. Van de panelleden met het laagste opleidingsniveau had60% beperkte of onvoldoende gezondheidsvaardigheden, dit was 39%onder mensen met een gemiddeld opleidingsniveau en 27% ondermensen met een hoog opleidingsniveau. Verschillen wat betreft inkomenen samenstelling van huishoudens zijn niet onderzocht. Het panel omvatweinig mensen met een migratie achtergrond waardoor uitsplitsing naardeze groepen op basis van het consumentenpanel niet mogelijk is.Vraag 56Hoe verhouden de gezondheidsvaardigheden van Nederlanders zich totde gezondheidsvaardigheden van inwoners van andere Europese landen,Japan en Amerika en Canada bijvoorbeeld?Antwoord:In 2011 is de HLS-EU, het Europees onderzoek naar gezondheidsvaardig-heden, voor het laatst uitgevoerd voor de Nederlandse populatie. Destijdshad 28,6% van de Nederlandse HLS-EU deelnemers onvoldoende ofbeperkte gezondheidsvaardigheden. In andere deelnemende Europeselanden (Duitsland, Ierland, Polen, Oostenrijk, Bulgarije, Griekenland enSpanje) lag dit percentage tussen 40% en 62%9.7Health literacy of Dutch adults: a cross sectional survey - PubMed (nih.gov)8Microsoft PowerPoint - 2024-05-13 Infographic gezondheidsvaardigheden 2023.pptx (nivel.nl)9Health literacy in Europe: comparative results of the European health literacy survey (HLS-EU) -PubMed (nih.gov)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1922 In 2025 wordt met de HLS-EU een nieuwe meting gehouden in samen-werking met het internationale M-POHL netwerk (WHO Action Network onMeasuring Population and Organizational Health Literacy), waaraan hetRIVM en het Nivel gezamenlijk namens Nederland deelnemen10. Deuitkomsten van Nederland zullen ook worden vergeleken met anderedeelnemende Europese landen.Een vergelijking met Japan, Amerika en Canada is voor de Nederlandsesituatie niet bekend.Vraag 57Welke leefstijlinterventies die door de overheid zijn bekostigd, hebbengeleid tot verbetering in leefstijl? Om hoeveel budget gaat het persuccesvolle leefstijlinterventie en wat waren de concrete resultaten?Antwoord:Een verbetering in leefstijl is gerelateerd aan meerdere factoren en vergteen systeem brede aanpak. Allereerst kan met het nemen van wettelijkemaatregelen verbeteringen worden bereikt. Zo heeft bijvoorbeeld hetinvoeren in 2007 van rookvrijwetgeving in Engeland geleid tot een dalingvan 4% in de ziekenhuisopnames van kinderen met luchtweginfecties.11Ook leefstijlinterventies kunnen hier onderdeel van uitmaken. Eeninterventie is een planmatig en doelgerichte aanpak, afgebakend in tijd. Inde databank van Loket Gezond Leven (RIVM) staan leefstijlinterventies diezijn beoordeeld op effectiviteit. Een leefstijlinterventie waar een grotemonitor op loopt is de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI). In dezemonitor staat informatie over de effecten en bugetimpact.12 Uit demonitor blijkt dat in de periode januari 2019 tot en met december 2023 intotaal € 73,9 miljoen is vergoed. Deelnemers verloren gemiddeld5,1 procent van het gewicht na afronding van de GLI (24 maanden). Descore van kwaliteit van leven verbeterde met gemiddeld 12,9 punt op eenschaal van 0 tot 100. Een verbetering in leefstijl is echter altijd eencombinatie van verschillende factoren inclusief wettelijke maatregelen.Het is dan ook niet mogelijk om hier een budget aan te koppelen enconcrete resultaten aan te verbinden.Vraag 58Wat is er gebeurd met de motie-Tielen c.s over de effectiviteit vanpreventie (Kamerstuk 32 793, nr. 767)?Antwoord:Op dit moment zijn we met het RIVM in gesprek over hoe we meer inzichtverkrijgen over de elementen van de JOGG-aanpak, waarmee nadereuitspraken over effectiviteit kunnen worden gedaan. In dit gesprek sturenwe ook de beleidsdoorlichting van de andere preventieprogramma’s mee.Daarnaast stuurt de Minister van VWS en de Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport voorafgaand aan de begrotingsbehandeling een briefaan uw Kamer waarin u wordt geïnformeerd over de voortgang om zogoed mogelijk inzicht en grip te krijgen op de kosten en baten vangezondheidsbeleid, zodat we daar bij de besluitvorming over de bestedingvan publiek geld zo goed mogelijk rekening mee kunnen houden.Vraag 59Wat is er gebeurd met de toezegging aan het lid Tielen om seksuelegezondheid onderdeel te maken van Gezond en Actief Leven Akkoord(GALA)?10Factsheet HLS24_25.pdf (m-pohl.net)11Been, J., Millett, C., Lee, JT., van Schayck, CP., & Sheikh, A. (2015). Smoke-free legislation andchildhood hospitalisations for respiratory tract infections. European Respiratory Journal, 46(3),697–706.12Klein, P.P., Oosterhoff, M., Feenstra, T., de Wit, A. (2024). Monitor Gecombineerde Leefstijlinter-ventie 2024. RIVM. BilthovenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1923 Antwoord:De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport is met kennisinstituten, deVNG, enkele gemeenten en GGD’en in gesprek (gegaan) om te horen water nodig is om seksuele gezondheidsbevordering op lokaal niveau teversterken en te koppelen aan de doelen uit het Gezond en Actief LevenAkkoord, wat gemeenten daarin kunnen doen en hoe hij hierin kanondersteunen.Hij verwacht begin 2025 gemeenten van informatie te kunnen voorziendoor o.a. inzicht te bieden in het belang van seksuele gezondheidsbevor-dering en gemeenten te inspireren met goede voorbeelden hoe seksuelegezondheid gekoppeld kan worden aan de GALA-doelen. Via deGALA-infrastructuur wordt dit thema verder onder de aandacht gebrachtbij gemeenten om de bewustwording van gemeenten te vergroten dat hetbevorderen van seksuele gezondheid belangrijk is en zij hierin eenverantwoordelijkheid hebben. De Staatssecretaris zal, zoals opgenomen inhet Regeerprogramma, afspraken maken met gemeenten over de inzetvan bewezen effectieve maatregelen, zoals op het gebied van hetbevorderen van seksuele gezondheid.Vraag 60Hoeveel procent van de zorguitgaven is voor ongecontracteerde enhoeveel voor gecontracteerde zorg, in het totaal, en uitgesplitst naarwijkverpleging, ggz, beweegzorg, voedingszorg, huisartsenzorg enmedisch-specialistische zorg? En om hoeveel euro gaat het?Antwoord:Zorgverzekeraars rapporteren dit niet voor alle sectoren in de Zvw,waardoor geen aandeel voor de totale gecontracteerde zorguitgaven kanworden gegeven.Op basis van de halfjaarlijkse uitvraag van het Zorginstituut kunnen wevan de onderstaande sectoren wel aangeven welk deel is gecontracteerd(ramingen).2024 (in miljoen euro)verwachteuitgavenwaarvanongecontrac-teerdwaarvangecontrac-teerdaandeelgecontrac-teerd (in %)Huisartsenzorg4.487674.42099%Medisch SpecialistischeZorg29.91776629.15197%GGZ Zvw5.4994795.02091%Wijkverpleging3.3834272.95787%*GGZ is exclusief de beschikbaarheidbijdrage psychotraumazorg, omdat dit niet via zorgverzeke-raars wordt gefinancierd.Bron: 2e kwartaalrapportage van Zorginstituut (www.zorgcijfersdatabank.nl).Beweegzorg en voedingszorg worden niet gerapporteerd. Vraag 61Hoeveel zorggebruikers maken gebruik van ongecontracteerde zorg enhoeveel van gecontracteerde zorg, uitgesplitst naar wijkverpleging, ggz,beweegzorg, voedingszorg, huisartsenzorg en medisch-specialistischezorg?Antwoord:Voor de wijkverpleging komen de laatste cijfers uit het rapport van Vektisvan 20 september 2022 dat op 6 december 2022 (Kamerstukken II,2022–2023, 23 235, nr. 219) naar uw Kamer is gestuurd. In 2019 ontvangen3,6% (circa 19 duizend cliënten), in 2020 3,4% (circa 18 duizend cliënten)en in 2021 ontvangen 3,8% van de cliënten (circa 20 duizend cliënten)niet-gecontracteerde wijkverpleging.Voor de geestelijke gezondheidszorg zijn de cijfers 2016–2019 als volgt(bron: Monitor Vektis niet-gecontracteerde ggz 2016–2019, brief 6 januariTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1924 2022, Kamerstukken II, 2021–2022, 25 424, nr. 599). Uit de monitor volgtdat het aandeel patiënten dat in 2016 gebruikmaakt vanniet-gecontracteerde zorg in 2016 8,8% is; in 2017 9,9%; in 2018 11,6% enin 2019 11,6%.In de huisartsenzorg is geen niet-gecontracteerde zorg, zorggebruikersmaken daar alleen gebruik van gecontracteerde zorg.In de medisch-specialistische zorg zijn alle ziekenhuizen gecontracteerd.Dat geldt ook voor een groot deel van de ZBC’s. Zorggebruikers makendan ook vrijwel alleen gebruik van gecontracteerde zorg.Over de ander genoemde sectoren, beweegzorg en voedingszorg, beschikhet Ministerie van VWS niet over cijfers.Vraag 62Hoeveel aanbieders zijn er van ongecontracteerde zorg, uitgesplitst naarwijkverpleging, ggz, beweegzorg, voedingszorg, huisartsenzorg enmedisch-specialistische zorg?Antwoord:Onderstaande gegevens komen voorzover het betreft de wijkverplegingen de ggz uit de rapporten van Vektis over de wijkverpleging en de ggz.Deze rapporten zijn de afgelopen jaren met uw Kamer gedeeld.13WijkverplegingIn 2021 zijn er circa 1.230 zzp-ers. Het overgrote deel van deze zzp’ers(98%) is niet-gecontracteerd. Dit percentage is vergelijkbaar met eerderejaren. In 2021 zijn er circa 750 niet-gecontracteerde instellingen en circa510 volledig gecontracteerde instellingen. Dit was ook het geval in dejaren 2017 tot en met 2020. In tabel 14 en 15 van de monitor wijkver-pleging (blz. 27 en 28) is uitgebreide informatie opgenomen over decontracteergraad van zzp’s-ers en instellingen wat betreft de vraag of dezevolledig, merendeels wel of merendeel niet dan wel geheel niet gecon-tracteerd zijn.Geestelijke gezondheidszorgDe belangrijkste bevindingen van het hierboven genoemde onderzoek vanVektis zijn:–Er is een verband tussen de grootte van de aanbieder en de contract-status: hoe kleiner, hoe vaker niet-gecontracteerd. Er zijn veelggz-aanbieders (ca 7.000) actief met een beperkte omzet (< € 100.000euro). Deze aanbieders leveren in totaal slechts 5% van de kosten ggz.Van deze kosten is 33% niet-gecontracteerd. De 51 grootste aanbieders(omzet > € 10 mln.) zijn goed voor 80% van de kosten ggz. Van dezekosten is 3% niet-gecontracteerd.–Er zijn 30 grote niet-gecontracteerde aanbieders actief. Deze 30aanbieders – met een elk een omzet van meer dan € 1,5 mln. – leverende helft van de niet-gecontracteerde ggz. Van deze 30 aanbiedershebben er twintig met geen enkele zorgverzekeraar een contract; deandere tien hebben met ten minste een zorgverzekeraar een contract(maar niet met alle zorgverzekeraars).In de huisartsenzorg is er geen sprake van niet-gecontracteerde zorg.In de medisch-specialistische zorg zijn alle ziekenhuizen gecontracteerd.Dat geldt ook voor een groot deel van de ZBC’s. Zorggebruikers maken13Monitor niet-gecontracteerde wijkverpleging 2016–2021, brief van 6 december 2022, Kamer-stukken II, 2022–2023, 23 235, nr. 21. Monitor Vektis niet-gecontracteerde ggz 2016–2019, briefvan 6 januari 2022, Kamerstukken II Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 25 424, nr. 599Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1925 dan ook vrijwel alleen gebruik van gecontracteerde zorg. Voorbeweegzorg en voedingszorg beschikt het Ministerie van VWS niet overcijfers.Vraag 63Waar in de begroting staat hoeveel middelen er vrij worden gemaakt voorhet aantrekkelijker maken in de zorg, meer autonomie, loopbaanper-spectief en betere arbeidsvoorwaarden? In hoeverre heeft het kabinet daarwaar het de goede arbeidsvoorwaarden betreft financiële ruimtegecreëerd op de begroting?Antwoord:Het aantrekkelijker maken van het werken in de zorg, door meerautonomie en loopbaanperspectief, wordt onder meer gefinancierd uitbudget voor arbeidsmarktbeleid dat sinds Prinsjesdag 2020 beschikbaar isgekomen en opliep tot 130 miljoen structureel. Dit budget van 130 miljoenis aanvullend op het structurele budget dat reeds beschikbaar is voor hetopleiden in zorg en welzijn. Het opleiden en trainen van zorgmedewerkersis ondersteunend aan het arbeidsmarktbeleid en de daarmee te bereikendoelen. Voorbeelden van opleidingsbudgetten zijn: de nog te makensubsidieregeling strategisch opleiden medisch specialistische zorg, deSubsidieregeling Stageplaatsen II (Stagefonds), de Subsidieregelingvaccinatieplaatsen zorg, en het beschikbare budget voor het opleiden vanverpleegkundig specialisten en physician assistants.Een groot deel van het voornoemde budget van de 130 miljoen (circa100 miljoen) wordt besteed aan een verlenging van Sectorplanplus tot enmet eind 2025. Sectorplanplus is een meerjarige subsidie voor werkgeversin zorg en welzijn. Met deze subsidie kan een extra impuls gegevenworden aan opleidingsprojecten die gericht zijn op nieuwe instroom, op-en omscholing en behoud van medewerkers in de sector zorg en welzijn.En draagt daarmee bij aan het loopbaanperspectief. Dit valt onderartikel 4.2 Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt.Het aantrekkelijker maken van het werken in zorg en welzijn, wordt ookbeoogd door het verminderen van ervaren regeldruk. Hiervoor is2,3 miljoen beschikbaar. Zie hiervoor de middelen onder de noemen(Ont)Regel de Zorg. Dit valt onder de opdrachten van artikel 4.1 Positiecliënt en transparantie van zorg.Specifiek ten aanzien van het beleid om medewerkers in zorg en welzijnmeer autonomie te laten hebben zijn er middelen gereserveerd voor definanciering van een meerjarenplan zeggenschap om zo zeggenschap vanhelpenden, verzorgenden en verpleegkundigen duurzaam te bevorderen.Specifiek is hiervoor de financiering van het meerjarenplan van deSubsidieregeling Veerkracht en Zeggenschap tot en met 2025, en eenprojectsubsidie voor de projectorganisatie van het Landelijk ActieplanZeggenschap tot en met 2026. Daarnaast wordt ook de monitor Zeggen-schap bekostigd. In 2025 is hiervoor € 1,7 miljoen beschikbaar. Dit valtonder artikel 4.2 Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt.Ten aanzien van de vraag over de financiële ruimte voor arbeidsvoor-waarden geldt dat er jaarlijks via de overheidsbijdrage in de arbeidskos-tenontwikkeling (ova) extra geld beschikbaar wordt voor marktconformeloonontwikkeling binnen de zorg. Het ova-percentage wordt gebruikt omhet loongevoelige deel van de budgettaire kaders binnen de Wlz, Zvw enbeschermd wonen in de Wmo in de begroting die onder het Uitgavenpla-fondzorg (UPZ) vallen te indexeren. Voor het jaar 2025 wordt op dezewijze 3,6 miljard euro structureel beschikbaar gesteld.Vraag 64Voor welke doelgroepen zijn de Overheidsbijdrage in de Arbeidskosten-ontwikkeling (OVA)-gelden inclusief jaarlijkse indexering bedoeld? Valthier de loonontwikkeling van apotheekmedewerkers ook onder?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1926 Antwoord:De overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (ova) wordtbeschikbaar gesteld om marktconforme loonontwikkeling voormedewerkers binnen de zorg mogelijk te maken. Dit geldt ook voormedewerkers binnen de openbare apotheken. De ova betreft deindexering van het loongevoelige deel van de budgettaire kaders. Het isvervolgens integraal onderdeel van deze kaders.Vraag 65Waar in de VWS-begroting is het terugdraaien groei apparaat Rijks-overheid van de komende jaren toegelicht?Antwoord:In de ontwerpbegroting is de apparaatstaakstelling ingeboekt op artikel 10«apparaatsuitgaven». Daarmee is de budgettaire korting in de begrotingverwerkt. Om verdere invulling te geven aan de taakstelling heeft hetministerie besloten een taakdiscussie uit te voeren. Hierin moet naarvoren komen welke taken het ministerie niet meer gaat uitvoeren om debudgettaire korting ook te kunnen realiseren. We kunnen immers niet metveel minder mensen alle taken op dezelfde manier voort blijven zetten.Vraag 66Hoe wordt invulling gegeven aan de ombuiging op het apparaat van deRijksoverheid bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport? Isde verwachting dat het ministerie nog al haar taken kan vervullen met deombuiging?Antwoord:In de ontwerpbegroting is de apparaatstaakstelling ingeboekt op artikel 10«Apparaatsuitgaven». Om verdere invulling te geven aan de taakstellingzal een taakdiscussie uitgevoerd worden. We kunnen immers niet metveel minder mensen alle taken voort gaan zetten, dat zal niet gaan lukken.Het is daarom van belang om te kijken naar wat we niet meer of minderkunnen doen om de taakstelling ook feitelijk uit te voeren.Vraag 67Hoe worden de OVA-gelden besteed? Wie houdt daar toezicht op en kanhierbij specifiek ingegaan worden op de OVA-ruimte voor de apothekers-assistenten?Antwoord:Het ova-percentage wordt gebruikt voor het indexeren van het loonge-voelige deel van de budgetten (contracteerruimte, macroprestatiebedragen macrobeheersingskaders) binnen de Wlz, Zvw die onder de premiegefi-nancierde uitgaven vallen en beschermd wonen in de Wmo. Hiermeemaakt de ova-ruimte integraal onderdeel uit van de ramingen enbudgettaire kaders die door VWS worden vastgesteld. De ova is daarmeegeen geoormerkt budget. De daadwerkelijke zorguitgaven wordenvervolgens bepaald door de afspraken die zorginkopers en zorgaan-bieders maken. Deze uitgaven kunnen dus hoger of lager uitvallen dan deramingen en kaders die door VWS zijn gesteld. Daarmee valt niet tezeggen hoe de ova-ruimte precies wordt «besteed» en wordt hier ookgeen apart toezicht op gehouden. Dit geldt ook voor de ova-ruimtewaarmee het apotheekkader wordt opgehoogd. Wel is in het IntegraalZorg Akkoord (IZA) ten aanzien van zorgcontractering afgesproken datverzekeraars en zorgaanbieders als startpunt van de onderhandeling deova als index voor loonstijgingen hanteren. Daarmee is niet gezegd dat erhelemaal geen op- of afslagen op het tarief kunnen worden afgesproken,nadat de ova als startpunt van de onderhandelingen is doorvertaald.Eventuele kortingen of opslagen moeten wel inzichtelijk worden gemaakt.Deze IZA-afspraak is nader geconcretiseerd in de Handvatten Contrac-tering en Transparantie gecontracteerde zorg van de NederlandseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1927 Zorgautoriteit (NZa). Deze Handvatten zijn ook van toepassing opfarmaceutische zorg.Vraag 68Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van structureel€ 135 miljoen vanaf 2026 in verband met de maatregel «Meerjarigcontracteren met budgetafspraken»? Waarom zou een meerjarig contracttot een kostenbesparing voor zorgaanbieders leiden? Kunt u uitleggenwaarom meerjarige contracten tot meer zekerheid en een kostenbesparingvoor zorgaanbieders leiden?Antwoord:Het klopt dat er aan de maatregel «meerjarig contracteren met budgetaf-spraken» vanaf 2026 een doelmatigheidsombuiging is gekoppeld van€ 135 miljoen structureel. Het vorige kabinet heeft deze opbrengst in hetlicht van houdbare overheidsfinanciën verwerkt in de meerjarenbegroting.Meerjarige contracten met budgetafspraken zijn een middel voorzorgkantoren en zorgaanbieders om langere termijnafspraken te makenover de ontwikkeling van de zorg. Meerjarige contracten geven financiëlezekerheid om te investeren in kwaliteit en toegankelijkheid en ompersoneel te binden.Minder onzekerheid over de omvang van het meerjarige budget kan erbijvoorbeeld toe leiden dat vast personeel wordt aangetrokken in plaatsvan (duurdere) externe krachten. Ook kan meerjarige zekerheid ertoeleiden dat instellingen goedkoper kunnen lenen en banken eerder bereidzijn om geld te verstrekken. Tot slot leiden meerjarige contracten totlagere administratieve lasten.Vraag 69Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van structureel€ 350 miljoen vanaf 2026 in verband met de maatregel «Doorontwikkelingvan het kwaliteitskader verpleeghuiszorg»?Antwoord:Het klopt dat aan de maatregel «Doorontwikkeling van het kwaliteitskaderverpleeghuiszorg» vanaf 2026 een taakstellende besparing is gekoppeldvan € 350 miljoen structureel.Vraag 70Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van structureel€ 117 miljoen vanaf 2025 in verband met de maatregel «Herijkingnhc-tarieven»?Antwoord:De maatregel «herijking nhc-tarieven» betreft geen bezuiniging. Het kloptdat in de begroting rekening is gehouden met een verlaging van€ 117 miljoen in verband met de herijking van de nhc-tarieven door deNZa. Deze verlaging van € 117 miljoen is het saldo van het effect van eenlagere rente (€ 217 miljoen) en extra middelen voor verduurzaming vande gebouwen (€ 100 miljoen). Het betreft geen bezuiniging maar hetresultaat van een herijking van de nhc-tarieven door de NZa. Het isgebruikelijk dat de NZa periodiek haar tarieven herijkt en actualiseert. Datis onderdeel van haar wettelijke taak om tenminste redelijkerwijskostendekkende tarieven vast te stellen.Vraag 71Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 130 miljoen vanaf2025, oplopend tot € 1,2 miljard in 2052, in verband met de maatregel«Scheiden wonen en zorg»? Zo ja, zou u in een tabel een overzicht kunnengeven hoe deze bezuiniging per jaar oploopt?Antwoord:In 2025 is de bruto besparing van het scheiden van wonen en zorg€ 130 miljoen. Omdat er een naast de besparing tot en met 2027 ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1928 rekening is gehouden met een vermindering van eigen bijdrage is denetto besparing in 2025 per saldo € 120 miljoen. Tot 2027 neemt debesparing jaarlijks met € 43 miljoen toe en na 2027 loopt de besparingjaarlijks op met € 40 miljoen tot € 1,2 miljard in 2052. In de jaren 2022 t/m2026 is er totaal € 1 miljard beschikbaar voor de transitie. In de onder-staande reeks vindt u de besparingen in de Wlz ouderenzorg zoals dezewaren opgenomen in de startnota kabinet Rutte IV14Jaar20222023202420252026202720282029203020312032Netto reeks «scheiden wonen en zorg» (in € miljoen)0– 43– 86– 130– 173– 217– 257– 297– 337– 377– 417 Jaar20332034203520362037203820392040204120422043Netto reeks «scheiden wonen en zorg» (in € miljoen)– 457– 497– 537– 577– 617– 657– 697– 737– 777– 817– 857 Jaar204420452046204720482049205020512052 en laterNetto reeks «scheiden wonen en zorg» (in € miljoen)– 897– 937– 977– 1.017– 1.057– 1.097– 1.137– 1.177– 1.200 Vraag 72Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 35 miljoen vanaf2025, oplopend tot € 50 miljoen in 2031 in verband met de maatregel«Valpreventie»? Zo ja, zou u in een tabel een overzicht kunnen geven hoedeze bezuiniging per jaar oploopt?Antwoord:Het klopt dat er rekening mee is gehouden dat de maatregel «Valpre-ventie» de groei van de Wlz-uitgaven afremt. Het gaat dan ook niet omeen bezuiniging. De besparingen (en investeringen) met betrekking totvalpreventie zijn gebaseerd op de Maatschappelijke Kosten Baten Analysevoor valpreventie. De besparing ten opzichte van het basispad isopgenomen in onderstaande tabel. De maatregel leidt namelijk totgezondheidswinst (en daarmee lagere uitgaven in niet alleen de Wlz, maarook in de Zvw en Wmo) doordat er dankzij de ketenaanpak valpreventienaar verwachting minder valincidenten zullen plaatsvinden. In totaal is ervanaf 2023 € 104 miljoen oplopend tot structureel € 135 miljoen (vanaf2031) per jaar beschikbaar gesteld voor opsporing en screening van derisicogroep en voor investeringen in valpreventieve beweegprogramma’sen de coördinatie daarvan. Valpreventie is een goed voorbeeld waar debaten van preventie zichtbaar worden en leiden tot besparingen met alsgevolg dat o.a. de groei van de Wlz-uitgaven wordt afgeremd. Veelalbetekent dit dat er eerst geïnvesteerd moet worden en dat de baten oplangere termijn toenemen dan wel zich voordoen. Om die reden is in hetRegeerprogramma tevens het investeringsmodel preventie genoemd, datwe de komende periode gaan ontwikkelen.bedragen x € 1 miljoen20242025202620272028202920302031 enstructureelBesparingen Valpreventie op Wlz-uitgaven– 30– 35– 38– 40– 43– 45– 48– 50 Vraag 73Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 23 miljoen vanaf2025, oplopend tot € 1.206 miljoen in 2037 in verband met de maatregel14Kamerstukken II, 2021/2022, nr. 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1929 «Passende zorg»? Zo ja, zou u in een tabel een overzicht kunnen gevenhoe deze bezuiniging per jaar oploopt? Via welke financieringsstroomwordt deze bezuiniging precies uitgevoerd?Antwoord:Ja, dat klopt. Deze ombuiging maakt onderdeel uit van de afspraken diegemaakt zijn in het Integraal Zorgakkoord. De ombuiging is budgettairverwerkt op het Zvw gedeelte van de premiegefinancierde zorguitgavenvan H41. De ombuiging kent het volgende verloop:Vraag 74Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van structureel€ 50 miljoen vanaf 2027 in verband met de maatregel «Stimulering1,5-lijnszorg»?Antwoord:De maatregel «Stimulering 1,5-lijnszorg» komt voort uit het vorigecoalitieakkoord (Rutte IV) en beoogt een verschuiving van complexemedisch specialistische zorg naar de «basis-msz». Het beoogde bespa-ringsdoel met deze maatregel is € 50 miljoen per jaar vanaf 2027.Vraag 75Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 113 miljoen vanaf2027, oplopend tot € 340 miljoen in 2029, in verband met de maatregel«Standaardisatie gegevensuitwisseling»? Zo ja, zou u in een tabel eenoverzicht kunnen geven hoe deze bezuiniging per jaar oploopt?Antwoord:De maatregel Standaardisatie gegevensuitwisseling zoals opgenomen inde budgettaire bijlage van het coalitieakkoord Rutte IV beoogt lagerezorguitgaven, met name doordat databeschikbaarheid en gegevensuit-wisseling de zorgverleners tijd scheelt, en kent een oploop zoals vermeldin onderstaande tabel.Bedragen x € 1 miljoen202720282029Struc-tureelStandaardisatie gegevensuitwisseling– 113– 227– 340– 340 Vraag 76Wat is momenteel de stand van zaken rondom de «Maatregelen niet-IZA»,waarbij in de voorjaarsnota 2024 een bezuiniging ingeboekt stond van€ 65 miljoen in 2025, oplopend tot structureel € 145 miljoen vanaf 2026?Gaat deze bezuiniging nog door en zo ja, hoe wordt deze preciesingevuld?Antwoord:Deze bezuiniging is teruggedraaid. Bij Voorjaarsnota 2023 is besloten totdeze taakstelling op niet-IZA-sectoren. In de eerste suppletoire begroting2024 is vervolgens deze taakstelling alternatief gedekt met onder anderediverse meevallers.Vraag 77Wat is momenteel de stand van zaken rondom de maatregel «Norme-rende tarieven, waarbij in de voorjaarsnota 2024 een bezuinigingingeboekt stond van € 70 miljoen in 2025, oplopend tot structureel€ 74 miljoen vanaf 2026? Gaat deze bezuiniging nog door en zo ja, hoewordt deze precies ingevuld?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1930 In het Coalitieakkoord 2021 is een maatregel opgenomen om doelma-tigheid te bevorderen in de tariefstelling, door normatieve elementen toete voegen in sectoren waar vaste of maximumtarieven worden gehan-teerd. Naar aanleiding van het NZa-advies over deze maatregel (Kamer-stukken 2023/2024, 29 689, nr. 1239) heeft het kabinet bij Voorjaarsnota2024 besloten deze maatregel niet uit te voeren. De bezuiniging door dezemaatregel gaat dus niet door. Deze beslissing heeft geleid tot eenbesparingsverlies van € 73,5 miljoen. In de eerste suppletoire begroting2024 is hier per saldo dekking voor geleverd binnen de VWS-begroting.Vraag 78Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 30 miljoen vanaf2025, oplopend tot € 60 miljoen in 2026 en structureel € 110 miljoenvanaf 2027 in verband met de maatregel «Maatwerk PGB»? Zo ja, viawelke financieringsstroom wordt deze bezuiniging precies uitgevoerd?Antwoord:Het klopt dat er in verband met de maatregel «Maatwerk PGB» eenbesparing is ingeboekt van € 30 miljoen in 2025, € 60 miljoen in 2026 en€ 110 miljoen vanaf 2027. Daarbij is rekening gehouden met € 5 miljoenaan extra uitvoeringskosten voor de zorgkantoren. De besparing wordtmet ingang van 2025 verwerkt in het Wlz-inkoopkader van dezorgkantoren.Vraag 79Wanneer en op welke wijze wordt vervolg gegeven aan het project«Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen» engenoemde oplossingsrichtingen?Antwoord:De impact van sommige genoemde maatregelen in het eindverslag vanhet project «Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen»zijn groot. Met name een eventuele uitbreiding van het basispakket metmondzorg. Daarom is hierover een adviestraject uitgezet bij het Zorgin-stituut. Het adviestraject heeft twee fases: een eerste verkennende en eentweede inhoudelijke fase. De verkennende fase zal naar verwachting eind2026 gereed zijn.Parallel aan het adviestraject worden gerichtere maatregelen uitgewerkt,zoals ook genoemd in het eindverslag. Op dit moment loopt hiervoor eenpilot met gemeenten, zorgverzekeraars en mondzorgverleners. Deze pilotloopt tot het voorjaar van 2025. In deze pilot wordt gekeken naar eenbetere inzet van gemeentelijke regelingen, zoals de gemeentepolis.Tegelijk wordt hierbij ook gekeken naar de mogelijkheden voor eenlandelijke regeling. Daarnaast wordt in (een deel van) deze gemeentengewerkt aan het versterken van sociale vangnetten en er wordt gewerktaan doelgroepgerichte voorlichting.De Minister van VWS zal u over de uitkomsten van deze pilot uiterlijk inhet voorjaar van 2025 informeren. Zij zal in deze brief ook ingaan op deaanbeveling om hernieuwde aandacht te geven aan de mondgezondheidin de publieke gezondheid.Vraag 80Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van structureel€ 225 miljoen vanaf 2026 in verband met de maatregel «Inkomensafhan-kelijke eigen bijdrage Wmo»? Zo ja, via welke financieringsstroom wordtdeze bezuiniging precies uitgevoerd?Antwoord:In verband met deze maatregel is bij Voorjaarsnota 2023 met ingang van2026 een structurele uitname van € 225 miljoen uit het Gemeentefondsingeboekt.Vraag 81Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1931 Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 374 miljoen in 2025die is gekoppeld aan de Hervormingsagenda Jeugd? Waarom staan deingeboekte bezuinigingen voor de jaren tot en met 2025 in een lichterekleur op pagina 69 van de Hervormingsagenda Jeugd?Antwoord:Voor 2025 is inderdaad een besparing voorzien van € 374 miljoen voor dejeugduitgaven zoals afgesproken in de Hervormingsagenda.De reeksen tot en met 2025 zijn in een lichtere kleur omdat het Rijk reedsextra middelen aan gemeenten (tot en met 2025) beschikbaar heeftgesteld via de Algemene Uitkering van het gemeentefonds. In deze extramiddelen zijn ook de verwachte besparingen door de te nemen maatre-gelen in de Hervormingsagenda verwerkt. De toevoeging van de overigemiddelen voor 2026 en verder vindt plaats na het mind-term advies vande Deskundigencommissie begin volgend jaar en de besluitvormingdaarover.Vraag 82Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 961 miljoen in 2026,oplopend tot structureel € 1.017 miljoen vanaf 2027, die is gekoppeld aande Hervormingsagenda Jeugd? Zo ja, via welke financieringsstroomwordt deze bezuiniging precies uitgevoerd? Moeten deze cijfers wordengeïnterpreteerd als bezuinigingen ten opzichte van 2024/2025 of zit hierook al een deel van eerder gerealiseerde bezuinigingen bij?Antwoord:De Hervormingsagenda Jeugd bevat inhoudelijke en financiële afspraken.Het Rijk heeft extra financiële middelen beschikbaar gesteld aangemeenten via een hogere bijdrage aan de Algemene Uitkering.Tegelij-kertijd heeft het Rijk ook afspraken gemaakt met gemeenten overmaatregelen die een besparing moeten opleveren. Deze aanvullendemiddelen kennen een dalend verloop, omdat de verwachting is dat deinhoudelijke maatregelen in de komende jaren tot meer besparing(minder uitgaven van gemeenten) zullen leiden.De voorziene besparingen voor 2023, 2024 en 2025 zijn onderdeel van de€ 961 miljoen in 2026 die oploopt tot structureel € 1.017 miljoen. Debesparingen lopen door de jaren heen dus op.Vraag 83Kunt u via een tabel aangeven welke bezuinigingen/besparingen die ophet VWS-terrein waren aangekondigd in de budgettaire bijlage van hetcoalitieakkoord van kabinet Rutte IV reeds zijn gerealiseerd, welke noggepland staan en welke inmiddels zijn geschrapt? Kunt u daarbij ook debezuinigingen/besparingen meenemen die reeds zijn doorgevoerd, maarwaarvan het totale bedrag nog oploopt ten opzichte van de gerealiseerdebesparing in 2024?Antwoord:De onderstaande tabel zijn de reeksen zoals opgenomen in de budgettairebijlage van het coalitieakkoord Rutte IV. Dit komt niet meer in alle gevallenovereen met de ingeboekte ombuigingen, diverse ombuigingen zijnalternatief gedekt.Maatregelen Rutte IV202420252026StrucJaarToelichtingValpreventie bij 65-plussers– 10– 30– 38– 752031Deze maatregel is in gang gezet.Passende zorg als norm (enkelbewezen effectieve zorg) in Zvw606030– 1.1402037Deze maatregel is in gang gezet. Onderdelenvan de aanpak worden nog verder uitgewerkt,ook in afstemming met zorgpartijen in hetverlengen van het bestuurlijk akkoord.Doelmatige inkoop geneesmiddelenen medische technologie– 35– 50– 65– 1302032Met de aanpassing van de sluiscriteria per1 juli 2023 is de invulling van deze maatregelafgerond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1932 Maatregelen Rutte IV202420252026StrucJaarToelichtingStandaardisatie gegevensuit-wisseling400200200– 3402029De uitvoering van deze maatregel is gestart.Op onderdelen wordt nog nadere uitwerkinggepland. Deze maatregel leidt pas over enkelejaren tot een ombuiging, dus de besparings-reeks loopt op ten opzichte van 2024.Stimuleren anderhalvelijnszorg000– 502027Deze maatregel staat nog gepland. Dezemaatregel leidt pas vanaf 2027 tot eenombuiging, dus de besparingsreeks loopt opten opzichte van 2024.Standaardisatie inkoop- en verant-woordingseisen Zvw– 30– 30– 30– 302024Deze maatregel is gerealiseerd. Hij looptgrotendeels mee in het IZA en is structureel inhet IZA-kader en de kaders van enkeleniet-IZA-sectoren verwerkt.Juiste zorg op de juiste plek380280180– 3002028Deze maatregel loopt tot en met 2026 mee inhet IZA en zal voor 2027 en verder wordenbetrokken bij het verlengen van het bestuurlijkakkoord.Sturing op doelmatigheid via detarieven– 120– 140– 147– 1472026Deze maatregel is deels betrokken bij definanciële afspraken uit het IZA, en daarmeestructureel in het IZA-kader verwerkt. Hetresterende deel van de maatregel is in deVoorjaarsnota 2024 structureel alternatiefgedekt.Integraal Zorgakkoord– 572– 886– 1.281– 1.4892027Deze maatregel loopt mee in het IZA en isstructureel in het IZA-kader verwerkt.Overhevelen behandeling engeneesmiddelen van Wlz naar Zvw– 170– 170– 1702025Het vorige kabinet heeft gekozen voor eenandere invulling van de maatregel dan deoorspronkelijke tekst uit het coalitieakkoordRutte-IV. Deze maatregel heeft in 2025 tot eenbesparingsverlies geleid, maar staat geplandom geïmplementeerd te worden vanaf 2026.De voorhangprocedure om de invulling vandeze maatregel in de tarieven in de Wlz teverwerken dient nog plaats te vinden.Verplichten meerjarige contracten enbudgetafspraken in de ouderenzorg– 70– 135– 70– 702026Deze maatregel heeft in 2024 en 2025 tot eenbesparingsverlies geleid, maar staat geplandom geïmplementeerd te worden vanaf 2026.Het wetsvoorstel dat de wettelijke basis biedtvoor meerjarig contracteren ligt ter behande-ling voor in uw Kamer.Verplichten meerjarige contracten enbudgetafspraken in de ghz/ggz– 55– 110– 65– 652026Deze maatregel heeft in 2024 en 2025 tot eenbesparingsverlies geleid, maar staat geplandom geïmplementeerd te worden vanaf 2026.Het wetsvoorstel dat de wettelijke basis biedtvoor meerjarig contracteren ligt ter behande-ling voor in uw Kamer.Scheiden wonen en zorg1208040– 1.2002052Deze maatregel is in gang gezet. Om tot destructurele besparing te komen is nog eenwetswijziging nodig.Herinterpretatie Kwaliteitskaderverpleeghuiszorg– 100– 200– 350– 3502026Deze maatregel heeft in 2024 en 2025 tot eenbesparingsverlies geleid, maar staat geplandom geïmplementeerd te worden vanaf 2026.Eigen bijdrage huishoudelijke hulp10– 80– 80– 802025Deze maatregel is komen te vervallen envervangen door Wetsvoorstel vervangingabonnementstarief Wmo 2015 Vraag 84Wat is de planning van de besluitvorming over het verlenen van dezelfstandige bevoegdheden van mondhygiënisten gebaseerd op hetEindrapport Evaluatieonderzoek experiment Artikel 36a Wet BIGGeregistreerd-Mondhygiënist?Antwoord:Het experiment met de toekenning van een zelfstandige bevoegdheid aande geregistreerd-mondhygiënist loopt op 1 juli 2025 af. Tot de afloop vanhet experiment zijn geregistreerd-mondhygiënisten nog bevoegd eendrietal voorbehouden handelingen zelfstandig uit te voeren. Heteindrapport over het experiment heeft uw Kamer april van dit jaarontvangen (Kamerstukken II 2023/24 29 282, nr. 573). De Minister van VWSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1933 verwacht voor het einde van dit jaar een beleidsreactie op het eindrapportaan uw Kamer te zenden.Vraag 85Kunt u via een tabel aangeven welke investeringen die op het VWS-terreinwaren aangekondigd in de budgettaire bijlage van het coalitieakkoord vankabinet Rutte IV reeds zijn gerealiseerd, welke nog gepland staan en welkeinmiddels zijn geschrapt? Kunt u daarbij ook de investeringen meenemendie reeds zijn doorgevoerd, maar waarvan het totale bedrag nog oplooptten opzichte van de gerealiseerde besparing in 2024?Antwoord:In onderstaande tabel zijn de originele bedragen opgenomen zoalsbegroot in de budgettaire bijlage van Rutte IV.De onderstaande tabel zijn de reeksen zoals opgenomen in de budgettairebijlage van het coalitieakkoord Rutte IV. Dit komt niet meer in alle gevallenovereen met de ingeboekte ombuigingen, diverse ombuigingen zijnalternatief gedekt.Intensiveringen Rutte IV202420252026StrucJaarToelichtingEnvelop pandemische paraatheid(o.a. ic-opschaling, leveringszeker-heid)3003003003002024Het hoofdlijnenakkoord draait deze intensive-ring structureel terug vanaf 2025. In 2025 en2026 is deze ombuiging € 50 miljoen, en ditloopt op naar € 300 miljoen in 2029.Eén tegen eenzaamheid1010002026De beschikbare middelen voor Eén tegeneenzaamheid zijn opgenomen in het beleid.De middelen worden ingezet en beschikbaargesteld aan gemeenten via de brede SPUK-regeling.Opleidingsakkoord: gerichtewaardering zorgmedewerkers500002025Deze middelen zijn ingezet voor het Investe-ringsakkoord Opleiding in de Wijkverpleging(IOW), wat moet leiden tot het inrichten vaneen regionaal – en waar passend landelijk –opleidingsaanbod waarin op innovatieve,toekomstbestendige en efficiënte wijze vormen inhoud wordt gegeven aan opleiden enscholing in de wijkverpleging. Vanwege eenvertraagde start is in 2024 echter € 37,5 mln.van deze middelen incidenteel vrijgevallen.Eigen bijdrage huishoudelijke hulp10– 80– 80– 802025Deze maatregel is komen te vervallen envervangen door het Wetsvoorstel vervangingabonnementstarief Wmo 2015. De beschikbareinvesteringsmiddelen voor de oorspronkelijkeeigen bijdrage huishoudelijke hulp zijn echterwel beschikbaar gebleven voor de uitvoeringvan het nieuwe wetsvoorstel en zijn dusgrotendeels opgenomen in het beleid. Erresteert echter nog een gedeelte op deAanvullende Post van het Ministerie vanFinanciën.Prenatale screening383838382023De intensiveringen in prenatale screening zijningezet om de niet-invasieve prenatale test(NIPT) kosteloos beschikbaar te stellen aan(aanstaande) ouders.Rapporteur verslaving0,50,50,50,52022Er is een nationaal rapporteur verslavingenaangesteld. De middelen worden gebruiktvoor de personeelskosten van het secretariaat,en worden daarnaast via subsidies enopdrachten tot besteding gebracht.Preventieakkoord6060002026De beschikbare middelen voor preventie zijnopgenomen in het beleid. Deze middelenworden ingezet en beschikbaar gesteld voorde aanpak van overgewicht, bevordering vanbeweging, mentale gezondheid, en aangemeenten via de brede SPUK-regeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1934 Intensiveringen Rutte IV202420252026StrucJaarToelichtingVolksziektes: Onderzoek en aanpakAlzheimer, obesitas en kanker100100002026De beschikbare middelen voor volksziekteszijn opgenomen in het beleid. Deze middelenworden beschikbaar gesteld voor de aanpakvan overgewicht, een gezonde leefstijl enomgeving, alzheimer, kanker, en aan gemeen-ten via de brede SPUK-regeling.Sportstimulering252525252022De beschikbare middelen voor sportstimule-ring zijn opgenomen in het beleid. Dezemiddelen worden ingezet en beschikbaargesteld voor de professionalisering vansportaanbieders, integriteit in de sport,onderzoek, accommodaties, en aan gemeen-ten via de brede SPUK-regeling.Suïcide preventie22222022De intensivering in suïcidepreventie isopgenomen in het beleid.Versterking organisatiegraadbasiszorg40352002027Hiervoor is reeds een ZonMw programmagestart dat aansluit bij de Visie Eerstelijnszorg2030.Meer tijd voor huisartsen812481202028Er is € 43,5 miljoen structureel beschikbaargesteld voor het opleiden van meer huisart-sen. Voor het stimuleren van extra opleidenvan PA en VS in de huisartsenzorg is€ 4 miljoen beschikbaar gesteld tussen 2023en 2025. De resterende middelen zijngereserveerd op Nominaal en onverdeeld.Verbeteren palliatieve zorg30405002027De middelen voor het verbeteren vanpalliatieve zorg zijn opgenomen in het beleid.De middelen zijn opgenomen in onder anderehet programma NPPZ II.Respijtzorg101010102022De middelen voor respijtzorg zijn opgenomenin het beleid. De middelen worden ingezet enbeschikbaar gesteld aan gemeenten via debrede SPUK-regeling.Woon-zorg combinaties en stimule-ring langer thuis wonen87,5100002026De middelen voor Woon-zorg combinaties enStimulering langer thuis wonen zijn opgeno-men in het beleid via het WOZO programma.Onbeperkt meedoen55552023De middelen zijn verwerkt in het beleid enworden via subsidies en opdrachten totbesteding gebracht.Dak- en thuislozen656565652022De middelen voor de aanpak van dak- enthuislozen zijn grotendeels (€ 55 miljoen)structureel beschikbaar gesteld aan gemeen-ten via de decentralisatie uitkering NationaalActieplan Dakloosheid. In 2024 is er tevens€ 7 miljoen beschikbaar aan gemeenten voorde specifieke aanpak dakloze EU-burgers. Deoverige middelen worden via de subsidies enopdrachten ingezet.Passende zorg als norm in Zvw6083100662031De investeringsmiddelen voor Passende Zorgzijn grotendeels overgeheveld naar deVWS-begroting vanaf de Aanvullende Post bijhet Ministerie van Financiën. In 2026 – 2029resteert nog € 68 miljoen in totaal op deAanvullende Post.Valpreventie1151151181352031De investeringsmiddelen zijn overgeheveldnaar de VWS begroting vanaf de AanvullendePost bij het Ministerie van Financiën. Demiddelen ten behoeve van valpreventie zijnonderdeel van het beleid en zijn ook deelsopgenomen in de brede SPUK regeling.Scheiden wonen en zorg20020020002027De middelen zijn als transitiemiddelenscheiden wonen en zorg opgenomen in hetbeleid van VWS, met een ander kasritme danzoals opgenomen in de budgettaire bijlagevan Rutte IV. De middelen worden geïnves-teerd om zo zorgaanbieders te ondersteunenbij het realiseren van scheiden wonen en zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1935 Intensiveringen Rutte IV202420252026StrucJaarToelichtingIntegraal zorgakkoord transformatie-middelen22822822802027De transformatiemiddelen voor IZA en deinvesteringsmiddelen voor JZOJP zijn opbasis van het IZA gebundeld. Deze middelenzijn vanaf de Aanvullende Post bij hetMinisterie van Financiën overgeheveld naarde VWS-begroting. HetJuiste zorg op de juiste plek38038038002028kasritme is gewijzigd ten opzichte van debudgettaire bijlage van Rutte IV. De transfor-matiemiddelen voor 2027 en 2028 staan deelsop de Aanvullende Post (€ 300 miljoen resp.€ 600 miljoen).Standaardisatie gegevensuit-wisseling40020020002029Voor gegevensuitwisseling is in de afgelopentwee jaar een significant deel overgeheveldvan de aanvullende post naar de VWS-begroting. Er resteert nog ongeveer€ 525 miljoen op de aanvullende post van2026 tot en met 2028. Over de inzet van deresterende middelen zal bij voorjaarsbesluit-vorming 2026 een besluit worden genomen.Stimuleren van wooncombinatiesvan jongeren en ouderen203040502027De middelen zijn opgenomen in het VWSbeleid via de begroting. De middelen zijnonder andere ingezet voor de subsidieregelingintergenerationeel wonen waarmee socialeinteractie en cohesie tussen jongeren enouderen in de woonomgeving wordtgestimuleerd. Vraag 86Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat die oploopt tot structureel€ 130 miljoen vanaf 2032 in verband met de maatregel «Doelmatigeinkoop geneesmiddelen en medische technologie»? Zo ja, zou u in eentabel een overzicht kunnen geven hoe deze bezuiniging per jaar oploopten welk deel van de bezuiniging in 2024 al gerealiseerd is?Antwoord:Dat klopt. Zoals uit onderstaande tabel blijkt is er in 2024 € 35 miljoengerealiseerd.20232024202520262027Deel hulpmiddelen– 5– 10– 15– 20Deel intramuraal geneesmidde-len– 7,5– 15– 20– 25– 30Deel extramuraal geneesmid-delen– 7,5– 15– 20– 25– 30Totaal– 15– 35– 50– 65– 80 20282029203020312032Deel hulpmiddelen– 20– 20– 20– 20– 20Deel intramuraal geneesmidde-len– 35– 40– 45– 50– 55Deel extramuraal geneesmid-delen– 35– 40– 45– 50– 55Totaal– 90– 100– 110– 120– 130 Vraag 87In hoeverre is de besparing die in het kader van het Integraal Zorgakkoordis ingeboekt in de budgettaire bijlage van het coalitieakkoord van kabinetRutte IV gerealiseerd? En kloppen de cijfers voor de verwachte besparingin de komende jaren nog steeds?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1936 De besparing die samenhangt met het IZA uit de budgettaire bijlage vanhet coalitieakkoord Rutte IV is verwerkt in de meerjarenkaders die zijnafgesproken in het IZA. Aangezien de recente (voorlopige) actualisatie-cijfers laten zien dat de totale uitgaven van de IZA-sectoren in 2024 persaldo binnen het afgesproken IZA-kader blijven, kan worden veronder-steld dat de besparing op totaalniveau wordt gerealiseerd. Op basis vandit gegeven en gezien het commitment van de IZA-partijen op definanciële afspraken is mijn verwachting dat de besparing ook dekomende jaren wordt gerealiseerd. In onderstaande tabel is weergegevenhoe de recente verwachting van de uitgaven in 2024 (op basis van tweekwartalen declaraties 2024) zich verhoudt tot de afgesproken kaders in hetIZA.Bedragen x € 1 miljoenMSZGGZWijkverplegingHuisartsen-zorgMDZTotaalIZA kader30.2155.3034.4154.31891145.162Voorlopige realisatie uitgaven29.9175.5053.3834.48791844.210Opleidingsfonds wijkverpleging (buiten Zvw)6060Verschil (+ is overschrijding)– 298202– 9711697– 891 Vraag 88Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat die oploopt tot structureel€ 300 miljoen vanaf 2027 in verband met de maatregel «Juiste zorg op dejuiste plek»? Zo ja, zou u in een tabel een overzicht kunnen geven hoedeze bezuiniging per jaar oploopt?Antwoord:Ja. De maatregel «Juiste zorg op de juiste plek» is afkomstig uit debudgettaire bijlage van het coalitieakkoord Rutte IV met een oplopendereeks zoals opgenomen in onderstaande tabel. De reeks in de budgettairebijlage is een saldo van de te realiseren besparing (bezuiniging) en de(tijdelijke) toegekende transitiemiddelen. De besparing is onderdeel vande meerjarenkaders die zijn afgesproken in het IZA. De transitiemiddelenzijn onderdeel van de transformatiemiddelen van in totaal € 2,8 miljardzoals afgesproken in het IZA.Bedragen x € 1 miljoen202520262027structureelBesparing– 100– 200– 300– 300Transitiemiddelen 2023–20273803803800Totaal28018080– 300 Vraag 89Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van structureel€ 130 miljoen vanaf 2026 in verband met de maatregel «Terugdraaienintensivering zorgarbeidsmarktbeleid»? Zo ja, via welke financierings-stroom wordt deze bezuiniging precies uitgevoerd?Antwoord:Ja, dat klopt. De budgettaire bijlage van het Hoofdlijnenakkoord liet zietdat de reeks middelen beschikbaar voor arbeidsmarktbeleid – te weten130 miljoen – per 2026 niet meer beschikbaar is. Dat betekent dataflopende subsidies en opdrachten die de afgelopen jaren van dit budgetwerden bekostigd (waar Sectorplanplus de grootste van was) in de regelzullen stoppen per 1 januari 2026. Vanaf 1 januari 2026 is er daarmee dusgeen subsidie meer beschikbaar voor werkgevers in zorg en welzijn omeen extra impuls te geven aan opleidingsprojecten die gericht zijn opnieuwe instroom, op- en omscholing en behoud van medewerkers in desector zorg en welzijn. Werkgevers dragen nu al een deel van voorbe-doelde kosten en daarmee wordt het te bekostigen deel voor werkgeversgroter vanaf 1 januari 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1937 Vraag 90Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 50 miljoen in 2025,oplopend tot structureel € 300 miljoen, die is gekoppeld aan de maatregel«Verlagen intensivering publieke gezondheid»? Zo ja, zou u in een tabeleen overzicht kunnen geven hoe deze bezuiniging per jaar oploopt? Viawelke financieringsstroom wordt deze bezuiniging precies uitgevoerd?Antwoord:Met de maatregel «Verlagen intensivering publieke gezondheid» wordt degehele intensivering van het vorige kabinet in pandemische paraatheidstapsgewijs teruggedraaid. Het betreft o.a. de versterking van GGD-en, deinrichting van de LFI, de intensivering op infectieziektebestrijding,versterking van het IV-landschap, internationale samenwerking en debevordering van kennis, onderzoek en innovatie. Met de maatregel wordtook de intensivering in de pandemische paraatheid van de curatieve enlangdurige zorg teruggedraaid. Zo ook de intensivering in leveringsze-kerheid van genees- en hulpmiddelen, opleiding van artsen infectieziekte-bestrijding en pandemische paraatheid op de BES eilanden. In onder-staande tabel is de bezuiniging uit het hoofdlijnenakkoord, die door demeerderheid van de Kamer wordt gedragen, weergegeven.(in miljoenen eur)2025202620272028Struct.Ombuiging PP– 50– 50– 150– 200– 300 Deze bezuiniging heeft uiteraard grote impact op de voortgang die we opdit onderwerp kunnen en willen maken. Dat raakt vanaf 2025 uiteraard debescherming tegen en bestrijding van infectieziektenuitbraken, maar heeftook bredere gevolgen voor basis noodzorg in Nederland. In het Regeer-programma is de kabinetsbrede inzet op het versterken van demaatschappelijke weerbaarheid opgenomen. Hier maakt de zorg eenbelangrijk onderdeel van uit. Dit samenhangend overheidsbreedweerbaarheidsbeleid wordt in de komende maanden verder uitgewerktonder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding enVeiligheid (NCTV). In dit traject zal ook de weerbaarheidsopgave van VWSnader worden geconcretiseerd. Daarbij zullen ook de gevolgen van debezuiniging op pandemische paraatheid, die in het Hoofdlijnenakkoord isafgesproken, worden betrokken.Vraag 91Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 250 miljoen in 2025,oplopend tot structureel € 590 miljoen, die is gekoppeld aan de maatregel«Voortbouwen hoofdlijnenakkoord curatieve zorg: volumegroei gelijk aanlaatste jaar IZA (i.c.m. MBI)»? Zo ja, zou u in een tabel een overzichtkunnen geven hoe deze bezuiniging per jaar oploopt? Via welke financie-ringsstroom wordt deze bezuiniging precies uitgevoerd? Hoe verhoudtdeze zich precies tot de reeds ingeboekte besparing in verband met hetIntegraal Zorgakkoord (IZA)?Antwoord:In het hoofdlijnenakkoord is inderdaad een maatregel voortbouwenhoofdlijnenakkoord curatieve zorg opgenomen, overigens niet vanaf 2025,maar vanaf 2027. De maatregel kent de oploop zoals vermeld in onder-staande tabel.Bedragen x € 1 miljoen)20272028StructureelMaatregel voortbouwen hoofdlij-nenakkoord– 250– 590– 590 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1938 Het doel van deze maatregel is dat het bestaande zorgakkoord wordtverbreed, geïntensiveerd en geconcretiseerd in een aanvullend zorg enwelzijnsakkoord tot en met 2028. Dit aanvullend zorgakkoord moet leidentot een minder hoge groei van zorguitgaven in de Zvw.De opbrengst van deze maatregel is bepaald door het verschil te nementussen de geraamde uitgaven bij beleidsarme volumegroei (conform CEP2024 van het CPB) en de uitgaven bij het voortzetten van de groeipercen-tages uit 2026.Hierbij is vervolgens rekening gehouden met de oploop van reedsingeboekte maatregelen uit Rutte IV die onderdeel zijn van de financiëleafspraken in het IZA (2023–2026). De afspraken uit het IZA leiden tot eenbesparing die oploopt tot € 1,9 miljard in 2026. Verschillende ingeboektemaatregelen van Rutte IV lopen in 2027 en 2028 verder op (met circa€ 500 miljoen in 2028). De uitgavenkaders voor het aanvullend zorg- enwelzijnsakkoord houden rekening met zowel die oploop als de in hethoofdlijnenakkoord ingeboekte opbrengst.Vraag 92Hoeveel geld heeft het kabinet vrijgemaakt voor het specifiek wegwerkenvan de wachtlijsten in de verpleeghuiszorg?Antwoord:Het kabinet maakt elk jaar middelen vrij om de zorg voor een groeiendaantal cliënten in de langdurige zorg te bekostigen. Zoals in de definitievekaderbrief Wlz 2025 uiteengezet15, heeft het kabinet voor 2025 circa€ 1,2 miljard toegevoegd als groeiruimte om groei van het aantalWlz-cliënten te kunnen bekostigen. Deze groeiruimte is beschikbaar vooralle Wlz sectoren, waaronder de verpleeghuiszorg. Er zijn daarbij geenmiddelen specifiek gelabeld voor het wegwerken van de wachtlijsten.Vraag 93Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van structureel€ 85 miljoen vanaf 2027 in verband met de maatregel «Onafhankelijkeindicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging»? Zo ja, via welkefinancieringsstroom wordt deze bezuiniging precies uitgevoerd?Antwoord:Dat is juist. Met de maatregel wordt beoogd de zorg binnen de ongecon-tracteerde wijkverpleging meer doelmatig in te zetten. Dit moet leiden totlagere zorguitgaven in de Zorgverzekeringswet (kader wijkverpleging).Vraag 94Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 35 miljoen in 2027,oplopend tot structureel € 210 miljoen, die is gekoppeld aan de maatregel«Versnelling opschaling digitale zorg in de Wijkverpleging»? Zo ja, zou uin een tabel een overzicht kunnen geven hoe deze bezuiniging per jaaroploopt? Via welke financieringsstroom wordt deze bezuiniging preciesuitgevoerd?Antwoord:Ja, het klopt dat versnelling en opschaling van digitale zorg in dewijkverpleging moet leiden tot een besparing. In de tabel ziet u dezebesparing in de wijkverpleging. De besparing betreft een maatregelwaardoor de premiegefinancierde uitgaven van de verzekeraars afnemen.Met het oog daarop is het kader wijkverpleging verlaagd.Naast de besparing is er ook geld gereserveerd om de gewensteversnelling te ondersteunen. Samen met het veld wordt bekeken hoe dieondersteuning er uit moet zien.15Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 34 104, nr. 412.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1939 Vraag 95Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 45 miljoen in 2027,oplopend tot structureel € 270 miljoen, die is gekoppeld aan de maatregel«Versnelling opschaling digitale zorg in de Wijkverpleging»? Zo ja, zou uin een tabel een overzicht kunnen geven hoe deze bezuiniging per jaaroploopt? Via welke financieringsstroom wordt deze bezuiniging preciesuitgevoerd?Antwoord:De in de vraag genoemde reeks heeft betrekking op een besparing in deverpleeg- en gehandicaptenzorg. In de tabel hieronder ziet u dezebesparing. De besparing betreft een maatregel waardoor de premiegefi-nancierde uitgaven van de verzekeraars afnemen. Met het oog daarop ishet Wlz-kader verlaagd.Er zijn ook middelen beschikbaar om de versnelling te ondersteunen.Samen met het veld wordt bekeken hoe die ondersteuning er uit moetzien.Vraag 96Aan welke kritische geneesmiddelen wordt het budget van € 7,4 miljoenin 2025 uitgegeven?Antwoord:Het budget is bestemd voor het laten opbouwen en onderhouden van eenextra voorraad van twee groepen geneesmiddelen. Het gaat allereerst omde antibiotica die volgens de Stichting Werkgroep AntibioticabeleidNederland (SWAB) essentieel zijn. Daarnaast gaat het om de salbutamolaerosolen, een product dat met name bij kinderen met ademhalingspro-blemen wordt toegepast. Bij beide groepen geneesmiddelen traden in2023 en 2024 herhaaldelijk tekorten op.Vraag 97Klopt het dat de ingeboekte bezuiniging op het geneesmiddelenvergoe-dingssysteem definitief van tafel is?Antwoord:Dat klopt, de bijbehorende besparing van € 140 miljoen euro is ingevuldmet alternatieve dekking.Vraag 98Hoeveel (her)beoordelingen van geneesmiddelen kan het Zorginstituut in2025 uitvoeren met de beschikbare personeels- en budgetcapaciteit?Antwoord:Het Zorginstituut kan op voorhand niet precies bepalen hoeveel genees-middelenbeoordelingen er in 2025 uitgevoerd zullen worden en hoeveelcapaciteit daarvoor nodig is. Het Zorginstituut verwacht tussen de 55 en65 beoordelingen uit te voeren. Er zijn een paar factoren die van invloedzijn op het precieze aantal. Zo start een beoordeling pas als een fabrikanteen compleet vergoedingsdossier indient. Daarbij geldt dat voor lang nietalle (sluis)geneesmiddelen een (compleet) vergoedingsdossier wordtingediend. Daarnaast is het ene vergoedingsdossier eenvoudiger ensneller te beoordelen dan het andere dossier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1940 Het Zorginstituut past twee strategieën toe om voldoende capaciteitbeschikbaar te hebben. Ten eerste kijkt het Zorginstituut met Horizon-scanning vooruit hoeveel nieuwe geneesmiddelen er volgend jaar op deNederlandse markt kunnen komen. Het Zorginstituut bekijkt of haarbeoordelingscapaciteit daarop aangepast moet worden en of ze daarvoorde juiste expertise heeft. Voor 2025 leidt dit ertoe dat het Zorginstituut debeoordelingscapaciteit licht laat stijgen. Ten tweede is er flexibiliteitbinnen het takenpakket van het personeel dat beoordelingen uitvoert. Inhet geval er meer vergoedingsdossiers voor geneesmiddelen binnen-komen dan verwacht, dan kan het personeel tijdelijk minder urgente takenlaten liggen om voorrang te geven aan een geneesmiddelenbeoordeling.Vraag 99Hoeveel geld trekt u in 2025 uit voor de aanpak van kanker? Waar wordtdit aan geld aan uitgegeven?Antwoord:Het antwoord op de vraag hoeveel VWS in 2025 uittrekt voor de aanpakvan kanker is gebaseerd op de bedragen die te vinden zijn in de ontwerp-begroting 2025 van VWS en staat dus los van (te verwachten) kankergerelateerde zorguitgaven op grond van vooral Zorgverzekeringswet enWet langdurige zorg. Een overzicht maken van de uitgaven aan kankerbe-strijding op de VWS-begroting is complex. Dat komt doordat hetMinisterie van VWS in de regel geen ziekte specifiek beleid voert. Daarkomt nog bij dat de nodige uitgaven op de VWS-begroting weliswaar tengoede komen aan kankerbestrijding, maar niet zonder meer kunnenworden gekwalificeerd als uitgaven aan kankerbestrijding dan wel nietkunnen worden gekwantificeerd.Een voorbeeld van die laatste categorie is HPV-vaccinatie ter preventievan baarmoederhalskanker. HPV-vaccinatie is onderdeel van het Rijksvac-cinatieprogramma (RVP), maar welk deel van de voorgenomen uitgavenvoor het RVP op HPV-vaccinatie betrekking heeft valt (in dit stadium) niette zeggen. Er zijn meer voorbeelden van uitgaven die niet één op éénkunnen worden aangemerkt als uitgaven voor kankerbestrijding en diedus ook om die reden niet kunnen worden gekwantificeerd. Zo draagtVWS-beleid op het terrein van tabak, alcohol, overgewicht, sport enbewegen weliswaar bij aan de preventie van kanker, maar het komt ookaan de preventie van andere ziekten ten goede. Andere voorbeelden zijnuitgaven die VWS doet voor palliatieve zorg en de ontwikkeling vanmedische isotopen.In het licht van het voorgaande is het hiernavolgende overzicht vanuitgaven aan kankerbestrijding op de VWS-begroting 2025 te beschouwenals een absoluut minimum: € 227.048.000. In onderstaande tabel wordtduidelijk hoe we tot dit bedrag komen.Vraag 100Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1941 Kunt u middels een tabel een totaaloverzicht geven van alle beleidsmatigebezuinigingen/besparingen die voor 2025 en/of de jaren daarna geplandstaan? Kunt u daarbij ook aangeven op welke zorgwetten/budgetten (bv.Wlz, Zvw, gemeentefonds, VWS-begroting) deze bezuinigingen/besparingen betrekking hebben? Kunt u daarbij ook de bezuinigingen/besparingen meenemen die reeds zijn doorgevoerd, maar waarvan hettotale bedrag nog oploopt ten opzichte van de gerealiseerde besparing in2024?Antwoord:In onderstaande tabel zijn alle beleidsmatige ombuigingen opgenomenvoor de komende jaren. Dit zijn ombuigingen die overgenomen zijn vanhet coalitieakkoord Rutte IV, en de toevoegingen uit het hoofdlijnenak-koord. In de tabel is aangegeven of deze betrekking hebben op de Zvw,Wlz, of de VWS-begroting. De maatregelen waar een asterix bij staat zijnalternatief gedekt voor 2025. Daarom staan deze op «0» in de tabel.Omschrijving20252026202720282029StrucStruc inZvw– 1.089– 1.854– 2.565– 3.157– 3.390– 4.475IZA (Rutte IV)– 886– 1.281– 1.489– 1.489– 1.489– 1.4892027Vormgeving ER (Rutte IV)0*– 20000002027Gegevensuitwisseling (Rutte IV)00– 113– 227– 340– 3402029Stimulering 1,5-lijnszorg (Rutte IV)00– 50– 50– 50– 502027Juiste Zorg op de Juiste Plek (Rutte IV)– 100– 200– 300– 300– 300– 3002027Passende Zorg (Rutte IV)– 23– 70– 117– 187– 233– 1.2062037Doelmatige inkoop geneesmiddelen/medischetechnologie (Rutte IV)– 50– 65– 80– 90– 100– 1302032Valpreventie (Rutte IV)1– 30– 38– 46– 54– 61– 752031Voortbouwen hoofdlijnenakkoord curatieve zorg(Schoof)00– 250– 590– 590– 5902029Onafhankelijke indicatiestelling ongecontracteerdewijkverpleging (Schoof)00– 85– 85– 85– 852027Versnelling opschalen digitale zorg in de wijkverple-ging (Schoof)00– 35– 85– 142– 2102027Wlz– 116,2– 845– 983– 1.092– 1.205– 2.235Doorontwikkeling kwaliteitskader (Rutte IV)0*– 350– 350– 350– 350– 3502026Meerjarig contracteren (Rutte IV)0*– 135– 135– 135– 135– 1352026Behandeling Wlz (Rutte IV)0*– 170– 170– 170– 170– 1702025Scheiden wonen en zorg (Rutte IV)– 86,2– 130– 173– 217– 257– 1.2002052Maatwerk persoonsgebondenbudget (Rutte IV)– 30– 60– 110– 110– 110– 1102027Versnelling opschaling digitale zorg in de Wlz (Schoof)00– 45– 110– 183– 2702029Gemeentefonds– 374– 1.186– 1.242– 1.242– 1.242– 1.242Inkomensafhankelijke EB Wmo (Rutte IV)0– 225– 225– 225– 225– 2252026Hervormingsagenda Jeugd (Rutte IV)– 374– 961– 1.017– 1.017– 1.017– 1.0172027Begrotingsgefinancierd– 68– 409– 570– 705– 810– 810Subsidietaakstelling (Schoof)0*– 124– 176– 251– 252– 2522028Terugdraaien intensivering zorgarbeidsmarktbeleid(Schoof)0– 130– 130– 130– 130– 1302026SPUK naar GF/PF met 10% korting (Schoof)0– 73– 67– 63– 60– 602029Terugdraaien intensivering publieke gezondheid(Schoof)– 50– 50– 150– 200– 300– 3002029Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid (Schoof)– 18– 32– 47– 61– 68– 682028Totaal– 1.647– 4.294– 5.360– 6.196– 6.647– 8.7621 Valpreventie is verdeeld over drie domeinen (Zvw, Wlz en Gemeentefonds) en is dus niet geheel toe te schrijven aan de Zvw. Vraag 101Met welke organisaties in de zorg gaat u samenwerken aan een investe-ringsmodel voor preventie?Antwoord:In het Regeerprogramma 2025–2028 en in de beleidsagenda VWS 2025 isopgenomen dat het kabinet gaat werken aan een investeringsmodel voorpreventie. In dit te ontwikkelen investeringsmodel voor preventie wordende kostenbesparingen die over de tijd worden gerealiseerd binnen hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1942 betreffende beleidsterrein gebruikt voor de financiering van preventievemaatregelen. Binnen dit model worden de risico’s tussen betrokkenpartijen duidelijk in kaart gebracht en effectief gespreid, zodat financiëleen maatschappelijke voordelen evenwichtig kunnen worden benut. Op ditmoment vragen investeringen in preventie elke keer aparte besluit-vorming, omdat er geen automatische financiering van gezondheidsmaat-regelen bestaat, ook niet als het kosteneffectief is of kosten bespaart in dezorg. Dit model is belangrijk voor inzicht in effect van maatregelen in énbuiten het zorgdomein. Het geldt voor maatregelen die gezondheidswinsttot doel hebben en voor maatregelen die mogelijk ook een financiëleopbrengst hebben. Na de ontwikkeling van het model vindt besluit-vorming plaats over de eventuele toepassing van dit model. De Ministervan VWS en de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport sturen uvoorafgaand aan de begrotingsbehandeling een brief met meer informatieover de ontwikkeling van dit investeringsmodel. In deze brief geven weook een duiding van de partijen die hierbij betrokken zijn.Vraag 102Kunt u middels een tabel een totaaloverzicht geven van alle beleidsmatigeinvesteringen die voor 2025 en/of de jaren daarna gepland staan? Kunt udaarbij ook aangeven op welke zorgwetten/budgetten (bv. Wlz, Zvw,gemeentefonds, VWS-begroting) deze investeringen betrekking hebben?Kunt u daarbij ook de investeringen meenemen die reeds zijn doorge-voerd, maar waarvan het totale bedrag nog oploopt ten opzicht van degerealiseerde investering in 2024?Antwoord:De Minister van VWS interpreteert deze vraag als beleidsmatige intensive-ringen die zijn toegevoegd aan de begroting met het hoofdlijnenakkoorden sinds de Voorjaarsnota. In onderstaande tabel zijn deze weergegevenvoor de begrotings- en premiegefinancierde uitgaven.Voor een overzicht van de overige bijstellingen, zie voor de VWSbeleidsartikelen de September Suppletoire 2024 en voor de premiegefi-nancierde uitgaven paragraaf 6.3 de «verticale ontwikkeling van de Zvw,Wlz, Wmo beschermd wonen en aanvullende post» van de ontwerpbe-groting 2025.Het kabinet heeft ook besloten enkele maatregelen terug te draaien. Ditbetreft structureel de besparing jeugdzorg (511 miljoen euro). Daarnaast iser voor 2025 incidenteel alternatieve dekking gevonden voor de maatre-gelen tranchering eigen risico 2025 (200 miljoen euro), doorontwikkelingkwaliteitskader verpleeghuiszorg (200 miljoen euro), Behandeling Wlz(170 miljoen euro) en meerjarig contracteren (245 miljoen euro).Totaaloverzicht van alle beleidsmatige investeringen vanaf 2025 (Bedragen x € 1 miljoen)Zorgwet20252026202720282029Struct.Intensiveringen HoofdlijnenakkoordInvesteren in betere ouderenzorgPremie/Wlz00600600600600Vervallen besparing jeugdzorgPremie/Jeugdwet0500511511511511Bevriezen eigen risico 2026Premie/Zvw02620000Verlagen eigen risicoPremie/Zvw004.1064.3454.5874.587Totaal Intensiveringen Hoofdlijnenakkoord07625.2175.4565.6985.698Augustusbesluitvorming intensiveringenBesparingsverlies aanpassing WGPPremie/Zvw585858585858Voortzetting aanpak wachtlijsten ggzPremie/Zvw3030Besparingsverlies tranchering eigenrisico 2025Premie/Zvw20000000Wmo groeiruimte 2015Premie/Wlz555555Doorontwikkeling kwaliteitskaderverpleeghuiszorgPremie/Wlz20000000Behandeling WlzPremie/Wlz17000000Meerjarig contracterenPremie/Wlz24500000Platform mentale gezondheidBegroting111111Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1943 Zorgwet20252026202720282029Struct.Versterking ouderenzorg en ggz(BES eilanden)Begroting865555Totaal Augustusbesluitvorming intensiverin-gen91710069696969Totaal intensiveringen9178625.2865.5255.7675.767Bron: VWS-cijfers Vraag 103Kunt u een overzicht geven van alle bezuinigingen, ombuigingen enextensiveringen?Antwoord:In onderstaand overzicht zijn alle ombuigingen opgenomen sinds deVoorjaarsnota.202420252026202720282029Begrotingsgefinancierd VWS-begrotingTerugdraaien intensivering zorg arbeidsmarktbeleid00– 130– 130– 130– 130Terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid0– 19– 33– 48– 63– 70SPUK naar GF en PF met 10% budgetkorting00– 75– 70– 66– 63Verlagen intensivering publieke gezondheid0– 50– 50– 150– 200– 300Generieke taakstelling subsidies Rijksbreed0– 53– 124– 176– 251– 252Generieke budgetkorting op de begroting0– 3– 3– 3– 3– 10Gedeeltelijke bijstelling loon- en prijsbijstelling0– 9– 9– 9– 9– 9Inzetten resterende LPO-middelen000– 32– 7– 3Premiegefinancierd VWS-begrotingOmbuiging op beleid verwarde personen voor derving eigen risico(GGZ)0– 3– 3– 1– 1– 1Voortbouwen hoofdlijnenakkoord curatieve zorg000– 250– 590– 590Onafhankelijke indicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging000– 85– 85– 85Versnellen opschalen digitale zorg in de wijkverpleging000– 35– 85– 142Versnellen opschalen digitale zorg in de Wlz000– 45– 110– 183 Vraag 104Welke door de Gezondheidsraad positief beoordeelde vaccinaties wachtennog op financiële dekking en hoeveel jaar is reeds verstreken sinds eenpositief advies?Antwoord:Dit betreft de adviezen over gordelroos (2019) en mpox (2023).Ten tijde van het advies uit 2019 over gordelroos werd de kosteneffecti-viteit beoordeeld als ongunstig. In februari 2023 heeft mijn ambtsvoor-ganger u gemeld dat het aannemelijk lijkt dat gordelroosvaccinatiekosteneffectief kan worden aangeboden (Kamerstuk 32 793, nr. 651).Hiervoor zijn echter geen financiële middelen beschikbaar.Met betrekking tot het advies uit 2023 over mpox, wordt momenteelaanvullende informatie verzameld om inzicht te krijgen in hoe hetstructureel aanbieden van mpox-vaccinaties aan risicogroepen doelmatigkan worden vormgegeven. Daarna zal de Staatssecretaris Jeugd,Preventie & Sport besluiten over dit structurele vaccinatieprogramma,onder voorbehoud van beschikbare financiële middelen.Vraag 105Kan worden gespecificeerd hoe de besparing van € 8 miljoen op deapotheekzorg wordt gerealiseerd?Antwoord:Kinderen uit een medische risicogroep krijgen nu in levensjaar 1 en 2 hetmiddel palivizumab tegen RS (vergoed vanuit de Zvw). De meestemedische risicogroepen krijgen palivizumab alleen in hun eersteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1944 levensjaar. Sommige van deze kinderen moeten ook nog in hun tweedejaar palivizumab krijgen. Dit zal ook nog het geval zijn als er een immuni-satieprogramma tegen RSV wordt ingeregeld, aangezien dit kinderen tot1 jaar betreft. De kosten van palivizumab in het eerste levensjaar wordenbespaard. Dit deel van de kosten voor palivizumab in het eerste levensjaarbedraagt circa 8 miljoen euro.Vraag 106Kunt u toelichten waarom de uitgaven aan Medische zorg en Langdurigezorg omlaag gaan ten opzichte van 2024 maar dat de uitgaven onder hetkopje Overig juist stijgen? Waar heeft dat mee te maken?Antwoord:In de onderstaande tabel 1 is een overzicht opgenomen van de netto-zorguitgaven op de Miljoenennotaposter 2024 en 2025. De indeling vandeze categorieën en welke onderdelen van de begroting hieronder vallenwordt bepaald door het Ministerie van Financiën. Dit is een andereuitgavendefinitie dan wordt gehanteerd in de VWS-begroting.Uit de onderstaande tabel blijkt dat de netto-zorguitgaven in 2025 tenopzichte van 2024 met € 2,8 miljard zijn gestegen. De Medische zorg isgestegen met € 1,4 miljard, de Langdurige zorg en ondersteuning gedaaldmet € 0,2 miljard en de post Overig gestegen met € 1,7 miljard.Tabel 1 Netto-uitgaven opgenomen op de Miljoenennotaposter (bedragen x 1 miljard20242025VerschilMedische zorg (incl. zorgtoeslag)69,170,41,4Langdurige zorg en ondersteuning37,537,3– 0,2Overig5,26,91,7Totaal111,8114,62,8 De geringe stijging van de uitgaven aan de Medische zorg, de daling bijde Langdurige zorg en ondersteuning en de stijging van de post Overigeop de miljoenennotaposter in 2025 ten opzichte van 2024 hebben temaken met technische veranderingen:•Zo stijgt de post «Overig» doordat in 2025 de uitgaven van debeleidsartikelen «2 Curatieve zorg» en «3 Maatschappelijke ondersteu-ning en langdurige zorg» zijn opgenomen. In 2024 waren deze postennog opgenomen onder de Medische zorg en Langdurige zorg enondersteuning.•De post Langdurige zorg en ondersteuning daalt doordat de uitgavenvan beleidsartikel 3 Maatschappelijke ondersteuning en langdurigezorg niet meer in 2025 onder deze post vallen, terwijl dit in 2024 nogwel het geval was. Daarnaast vallen de uitgaven van Wmo beschermdwonen in 2025 niet meer onder de post Langdurige zorg en ondersteu-ning, terwijl dit in 2024 nog wel het geval was. Tot slot zijn debegrotingsgefinancierde zorguitgaven in 2025 niet meer onder dezepost opgenomen vanwege het afschaffen van de deelplafonds (zievoetnoot 1), terwijl dit in 2024 nog wel het geval was.•De post Medische zorg groeit beperkt doordat de uitgaven vanbeleidsartikel 2 Curatieve zorg niet meer in 2025 onder deze postvallen, terwijl dit in 2024 nog wel het geval was. Daarnaast zijn debegrotingsgefinancierde zorguitgaven in 2025 niet meer onder dezepost opgenomen vanwege het afschaffen van de deelplafonds (zievoetnoot 1), terwijl dit in 2024 nog wel het geval was.Met de uitsplitsing in tabel 2 zijn de verschillen/verschuivingen van deMedische Zorg, de Langdurige zorg en ondersteuning en de post Overigeinzichtelijk gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1945 Tabel 2 Uitsplitsing uitgaven Miljoenennotaposter (bedragen x 1 miljard)20242025VerschilMedische zorg (incl. zorgtoeslag)69,170,41,4Wv Zorgverzekeringswet (Zvw)60,863,42,6Wv Begrotingsgefinancierde zorguitgaven kader Z10,5–– 0,5Wv Art.2. Curatieve zorg20,9–– 0,9Wv Zorgtoeslag6,97,00,1Wv Tegemoetkoming specifieke kosten–0,10,1Wv Aanvullende post Financiën (AP)0,0–Langdurige zorg en ondersteuning37,537,3– 0,2Wv Wet langdurige zorg (Wlz)34,537,32,8Wv Begrotingsgefinancierde zorguitgaven kader Z10,0–0,0Wv Art.3. Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg21,0–– 1,0Wv H50 Wmo beschermd wonen31,6–– 1,6Wv aanvullende post Financiën (AP)0,3–– 0,3Overig5,26,91,7Wv Art.1. Volksgezondheid2,32,3– 0,1Wv Art.2. Curatieve zorg20,90,9Wv Art.3. Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg21,01,0Wv art.4. Zorgbreed beleid1,41,60,1Wv Art.5. Jeugdzorg0,20,20,0Wv Art. 6. Sport0,40,40,0Wv. Art.7. Oorlogsgetroffenen0,20,20,0Wv Art.9. Algemeen0,00,10,0Wv Art.10. Apparaatsuitgaven0,60,60,0Wv. Art.11. Nominaal en onvoorzien0,00,00,0Wv Ontvangsten (minpost)– 0,1– 0,3– 0,2Wv Aanvullende post Financiën (AP)0,0–0,0Wv Tegemoetkoming specifieke kosten0,1–– 0,11 Vanwege het afschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon-en prijsbijstellingen in 2025 niet meer apart opgenomen onder het Uitgavenplafond Zorg (UPZ). Deze begrotingsgefinancierde zorguitgavenworden, zoals altijd bij de beleidsartikelen van de VWS-begroting gepresenteerd en inhoudelijk toegelicht.2 De beleidsartikelen (Art.2. Curatieve zorg en Art.3. Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg) zijn in 2024 onder de Medische zorg enLangdurige zorg en ondersteuning opgenomen en in 2025 onder de post «overig», samen met de Overig beleidsartikelen.3 De Wmo beschermd wonen is in 2024 opgenomen onder de Langdurige zorg en ondersteuning en in 2025 niet opgenomen op de Miljoenen-notaposter. Vraag 107Wat is de gemiddelde deeltijdfactor uitgesplitst naar eerste- en tweede-lijnszorg? En zijn hier de afgelopen jaren veranderingen in te zien?Antwoord:In onderstaande tabel is de deeltijdfactor in de verschillende branches vande sector Zorg en Welzijn weergegeven. In de afgelopen jaren zijn daarweinig veranderingen in te zien.Q1 2020Q1 2021Q1 2022Q1 2023Q1 2024Universitair medische centra0,810,810,800,800,80Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg0,740,750,740,740,75Geestelijke gezondheidszorg0,770,770,770,770,77Huisartsen en gezondheidscentra0,580,590,590,600,60Overige zorg en welzijn0,680,690,690,690,70Verpleging, verzorging en thuiszorg0,600,600,600,600,59Gehandicaptenzorg0,670,680,680,690,69Jeugdzorg0,780,780,780,780,78Sociaal werk0,730,740,740,740,75Totaal zorg en welzijn0,680,680,680,680,68Bron: CBS, AZW Statline Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1946 Vraag 108Wat zijn de eerste reacties op en ervaringen met het nieuwe verdeelcri-terium met betrekking tot opleidingsplaatsen voor medisch specialisten?Antwoord:Mede naar aanleiding van de motie Paulusma16 wordt sinds de verdeel-ronde voor 2024 bij de verdeling van opleidingsplaatsen voor medischspecialisten meer aansluiting gezocht bij de bevolkingsomvang per regio.De introductie van het nieuwe verdeelcriterium heeft de nodige discussietussen en met de bij het opleiden betrokken veldpartijen opgeleverd overde vraag hoe dit criterium het beste kan worden vormgegeven. Voorsommige regio’s betekende dit namelijk dat zij iets meer opleidings-plaatsen kregen, terwijl andere er iets op achteruit gingen. Sommigeregio’s en wetenschappelijke verenigingen van medisch specialistenwaren het daarmee oneens, omdat zij vreesden dat dit ten koste zou gaanvan de opleidingskwaliteit. Zoals bij de introductie van het criterium isaangegeven, wordt dit de komende jaren doorontwikkeld. Daarbij wordende inzichten en ervaringen van alle partijen die bij het opleiden vanmedisch specialisten zijn betrokken benut. Zo zijn in de verdeelronde voor2025 enkele aanpassingen aangebracht om bepaalde knelpunten in hetverdeelproces weg te nemen. De komende tijd zal de doorontwikkelingworden voortgezet. Het doel blijft daarbij om beter rekening te houdenmet de zorgbehoefte in de regio en tegelijkertijd de opleidingskwaliteit tewaarborgen.Vraag 109Hoeveel geld gaat er vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport alshet gaat om academische werkplaatsen en waar is dit terug te vinden inde begroting? Welk percentage hiervan is juridisch verplicht?Antwoord:Er gaan geen middelen vanuit de werkplaatsfunctie van het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap naar het Ministerie van Volksge-zondheid en Sport.Vraag 110Waarom wordt er vanuit het veld bezwaar gemaakt tegen de nieuweverdeelmethode voor AIOS-opleidingsplekken? Wat zijn de mogelijkeconsequenties van deze bezwaren?Antwoord:De verdeling van opleidingsplekken voor medisch-specialisten overNederland staat open voor bezwaar en beroep. Van deze mogelijkheid isvoor de jaren 2023 en 2024 door enkele belanghebbenden gebruikgemaakt. Op de inhoud van deze procedures en de mogelijke conse-quenties daarvan kan de Minister van VWS niet ingaan zolang deze noglopen.Vraag 111Hoe verhoudt de stelling uit het regeerprogramma dat dit kabinetgezondheidsverschillen wil verkleinen door preventie centraal te stellenzich dat tot de 300 miljoen euro bezuinigingen op publieke gezondheid?Welke preventie programma’s zullen het hardst geraakt worden en opbasis van welke argumenten of analyse is deze keuze gemaakt? Hoe wilt ude gevolgen opvangen?Antwoord:In het regeerprogramma is een verlaging afgesproken van de intensive-ringen publieke gezondheid en infectieziektebestrijding (oplopend naarstructureel 300 mln.). Deze verlaging wordt volledig ingeboekt op het16Kamerstukken II 2022/23, 29 247, nr. 369.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1947 beleidsprogramma Pandemische Paraatheid en treft dus geen anderepreventie-onderdelen binnen het Ministerie van VWS.Vraag 112Hoeveel budget is er beschikbaar voor het tegengaan van gezondheids-achterstanden bij vrouwen, het bevorderen van vrouwengezondheid enhet verbeteren van de zorg op het gebied van vrouwspecifieke aandoe-ningen?Antwoord:Voor het Kennisprogramma Vrouwspecifieke gezondheid, dat zal gaanlopen van 2024 t/m 2030 bij ZonMw, is een totaalbudget van € 15 miljoenbeschikbaar.In het programma worden verschillende subsidierondes ingezet, passendbij de diverse programmalijnen.Vraag 113Hoeveel budget is er beschikbaar voor het tegengaan van sociaalecono-mische gezondheidsverschillen?Antwoord:Vanuit verschillende maatregelen en programma’s (van VWS en anderedepartementen) wordt direct dan wel indirect bijgedragen aan hettegengaan van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Daardoor iseen exact bedrag niet te geven. Het gaat dan om onder andere demiddelen in het GALA voor het terugdringen van gezondheidsverschillen,de aanpak Kansrijke Start en de subsidie aan kennisinstituut Pharos en hetverlagen van het eigen risico naar € 165.Vraag 114Wat is de gemiddelde levensverwachting van mensen uitgesplist naar hetinkomen van mensen?Antwoord:De levensverwachting bij geboorte is het aantal jaren dat een persoonnaar verwachting (nog) zal leven, onder de aanname van gelijkblijvendeleeftijdsspecifieke sterftekansen. De meest recente cijfers zijn gebaseerdop het tijdvak 2019/2022. Omdat er verschil zit tussen de levensver-wachting van mannen en vrouwen worden deze doorgaans ook apartgegeven.Voor inkomen is het gestandaardiseerd inkomen gebruikt. Dit is hetbesteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte ensamenstelling van het huishouden. De huishoudens zijn naar hoogte vanhun gestandaardiseerd inkomen in vijf groepen (kwintielgroepen) met eengelijk aantal huishoudens verdeeld. De inkomensgrenzen tussen deze vijf20%-groepen verschillen van jaar tot jaar.Als naast het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen ook het vermogenvan huishoudens wordt meegenomen, zijn de verschillen tussen hetlaagste en het hoogste kwintiel nog groter.Levensverwachting bij geboorte injarenTotaal mannen envrouwenMannenVrouwenGestandaardiseerd inkomen: 1e20%-groep76,374,178,3Gestandaardiseerd inkomen: 2e20%-groep80,578,282,5Gestandaardiseerd inkomen: 3e20%-groep82,380,784,1Gestandaardiseerd inkomen: 4e20%-groep83,68285,2Gestandaardiseerd inkomen: 5e20%-groep8482,985,4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1948 Levensverwachting bij geboorte injarenTotaal mannen envrouwenMannenVrouwenWelvaart: 1e 20%-groep75,973,578Welvaart: 2e 20%-groep8077,882Welvaart: 3e 20%-groep82,280,583,9Welvaart: 4e 20%-groep83,68285,3Welvaart: 5e 20%-groep84,583,286,1Bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85445NED/table?dl=AD51D Vraag 115Welke varianten van aanbesteden zijn er in het sociaal domein?Antwoord:Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een toereikendaanbod aan jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Hiervoor heeftde gemeenten verschillende instrumenten tot haar beschikking: zij kankiezen voor inkoop (aanbesteden of open house methode), voor subsi-diëren of voor het in eigen beheer uitvoeren17. Een gemeente kanverschillende redenen hebben om te kiezen voor het ene of het andereinstrument. De keuze die de gemeente maakt, is afhankelijk van despecifieke situatie zoals bijvoorbeeld: de aard en omvang van de zorg en(de schaarste op) de (arbeids)markt. Elk instrument heeft zijn voor- ennadelen.Als een gemeente kiest voor aanbesteden, geldt de Aanbestedingswet2012. De manieren waarop overheidsorganisaties kunnen aanbesteden,zijn opgenomen in de Aanbestedingswet 2012. In principe geldt dat eengemeente die diensten in het sociaal domein wil aanbesteden, gebruikmaakt van de in die wet beschreven «procedure voor sociale en anderespecifieke diensten (SAS)». Deze «SAS-procedure» of «procedure volgenshet verlicht regime» is eenvoudiger dan de andere, reguliere aanbeste-dingsprocedures die de Aanbestedingswet 2012 kent. Indien eengemeente toch kiest voor een reguliere aanbestedingsprocedure, dient zijdit te motiveren.18Vraag 116Hoe werkt subsidiëren bij inkoop in het sociaal domein precies? Welkemanieren van selectie van subsidieontvangers zijn er bijvoorbeeld?Antwoord:Allereerst wordt opgemerkt dat subsidiëren geen vorm van inkopen is. Alseen gemeente jeugdzorg of maatschappelijke ondersteuning niet in eigenbeheer wil laten uitvoeren, kan zij deze inkopen (aanbesteden oftoepassen van de open house methode) of subsidiëren. Een belangrijkverschil tussen inkopen en subsidiëren is dat de activiteit waarvoorsubsidie wordt verstrekt in beginsel niet juridisch afdwingbaar is, terwijldat voor de dienst die wordt ingekocht wel geldt.Als een gemeente ervoor kiest om een bepaalde vorm van jeugdzorg ofmaatschappelijke ondersteuning te subsidiëren en zij daarbij wil selec-teren op de te subsidiëren aanbieders, zal zij een subsidietender moetenuitschrijven. Bij een subsidietender formuleert de gemeente eerst deselectie- en (minimum)kwaliteitscriteria waarop zij wil selecteren.Vervolgens rangschikt zij de subsidieaanvragen naar de mate waarin deaanvragen aan deze criteria voldoen. De aanbieders met de aanvragen diehet best aan de criteria voldoen, ontvangen subsidie totdat het subsidie-plafond of het maximum aantal subsidieontvangers is bereikt.Vraag 11717Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 846.18Artikel 2:38 Aanbestedingswet 2012.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1949 Zijn er wettelijke beperkingen over voor hoe lang een contract in hetsociaal domein door een gemeente mag worden afgegeven bij aanbe-steden? Hoe zit dit bij een subsidierelatie?Antwoord:De Aanbestedingswet 2012 schrijft in het algemeen voor het sociaaldomein geen maximum contractduur voor. Uitgangspunt van deAanbestedingswet 2012 is wel dat iedere aanbieder een eerlijke kans opeen overheidsopdracht krijgt. Dit impliceert dat contracten niet heel erglang mogen lopen of onbeperkt verlengd mogen worden. Het vergundewerk zal derhalve eens in de zoveel jaar opnieuw aanbesteed moetenworden, opdat ook aanbieders die eerder zijn afgewezen of aanbieders dienieuw zijn op de markt een kans maken op een contract.Een algemeen uitgangspunt bij contractering in het sociaal domein is dateen gemeente vooraf bepaalt wat de meest geschikte contractduur is voorde dienst die ingekocht wordt. Wat een redelijke contractduur is, isafhankelijk van de soort zorg die wordt ingekocht en van de overige(strategische) doelstellingen van het contract. In de praktijk is eencontractduur tussen de 5 en 9 jaar (inclusief verlengingen) redelijk. Debewindslieden van VWS bevorderen het afsluiten van lange termijncontracten in het sociaal domein, omdat langere termijn contracten desamenwerking en de zorgcontinuïteit in het sociaal domein kunnenbevorderen. Ook kunnen langer lopende contracten meer rust in hetzorgveld bieden.Er zijn in beginsel geen wettelijke beperkingen aan de duur van eensubsidie. Gemeenten kunnen wel zelf een maximumtermijn stellen aansubsidies. Dit kan per gemeente verschillen.Vraag 118In hoeverre is het nu mogelijk voor gemeenten om winstuitkeringen teverbieden, aanbieders met een winstoogmerk uit te sluiten van aanbeste-dingsprocedures en/of beperkingen te stellen aan winstuitkeringen?Antwoord:Het verbieden van winstuitkeringen in het sociaal domein of het uitsluitenvan aanbieders met winstoogmerk van aanbestedingsprocedures is nietproportioneel als er minder vergaande maatregelen mogelijk zijn. Ditvolgt uit het eigendomsrecht zoals dat is neergelegd in het Eerste Protocolbij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de vrijverkeersbepalingen uit het EU-Verdrag. Gemeenten kunnen wel exces-sieve winsten voorkomen door bij inkoopprocedures zoals aanbestedenvooraf goede kwaliteitseisen te stellen, tariefdifferentiatie toe te passen endeze niet alleen op voorhand maar ook tijdens de uitvoering van hetcontract te controleren via het gemeentelijk toezicht en goede monitoringen contractmanagement.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt aan een voorstelvoor een «Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders». Inhet kader van dat wetsvoorstel, dat naar verwachting in het eerstekwartaal van 2025 bij de Tweede Kamer zal kunnen worden ingediend, zalnader worden ingegaan op het stellen van beperkingen en voorwaardenaan winstuitkeringen.Vraag 119Welke mogelijkheden hebben gemeenten om in het sociaal domeinconcurrentie op prijs te beperken?Antwoord:In de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) is een verbod op het louter gunnen op de laagste prijsopgenomen.19 Daarnaast kunnen gemeenten door middel van hettoepassen van een reële prijs en een goede tariefdifferentiatie concur-19Artikel 2.12 Jeugdwet en artikel 2.6.4 Wmo 2015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1950 rentie op prijs zo veel mogelijk voorkomen. Gemeenten worden daarbijondersteund door regels over reële prijzen Jeugdwet en Wmo 201520 engoede voorbeelden van tariefdifferentiatie in diverse handreikingen.Vraag 120Welke mogelijkheden hebben gemeenten om een onoverzichtelijkewildgroei van lokale zorgaanbieders in het sociaal domein tegen te gaan?Antwoord:Gemeenten kunnen bij inkoopprocedures, zoals aanbesteden of een openhouse vooraf goede voorwaarden stellen om op deze manier de kwaliteitvan de aanbieders te beheersen. Door aan de voorkant goedevoorwaarden op te nemen, kunnen alleen geschikte aanbieders zichinschrijven. Indien zij subsidiëren, kunnen zij de beste subsidieontvangersselecteren door middel van een subsidietender. Kortom, de gemeentenkunnen bij elk (financierings)instrument om beleid tot stand te latenkomen wel degelijk sturen op het zorg- en ondersteuningslandschap, mitszij aan de voorkant duidelijke beleidskeuzes maken.Vraag 121Hoeveel ruimte is er binnen de Europese wetgeving om de Nederlandseaanbestedingswet aan te passen, in het bijzonder als het gaat omaanbestedingen in het sociaal domein?Antwoord:Er is waarschijnlijk niet veel ruimte binnen de Europese wetgeving om deAanbestedingswet 2012 in het bijzonder voor het sociaal domein aan tepassen. Gemeenten kunnen er op dit moment voor kiezen om jeugdhulpen maatschappelijke ondersteuning zelf uit te voeren (inbesteden) of uit tebesteden aan derden via aanbesteden, een open house constructie ofsubsidiëring.21 Dit keuzepalet acht het kabinet vooralsnog voldoende.Vraag 122Zou het mogelijk zijn om de aanbestedingswet zo aan te passen omgemeenten de optie te geven om zorgaanbieders met een winstoogmerkuit te sluiten van aanbestedingsprocedures?Antwoord:Het is primair aan gemeenten om (inkoop)beleid voor jeugdzorg enmaatschappelijke ondersteuning vorm te geven en te zorgen voor goedejeugdzorg en passende ondersteuning binnen de kaders van de wet.Daarbij moet de gemeente wel rekening houden met het feit dat eenaanbieder van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning winst magmaken in het Nederlandse stelsel en ook winst nodig heeft om onderandere te zorgen voor continuïteit en ontwikkeling in de bedrijfsvoering,te investeren in de ontwikkeling van medewerkers en te investeren in dekwaliteit van ondersteuning. Uitsluiten van zorgaanbieders met eenwinstoogmerk bij aanbestedingsprocedures ligt dan ook niet voor dehand. Overigens werkt de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportaan een voorstel voor een «Wet integere bedrijfsvoering zorg- enjeugdhulpaanbieders». In het kader van dat wetsvoorstel, dat naarverwachting in het eerste kwartaal van 2025 bij de Tweede Kamer zalkunnen worden ingediend, zal nader worden ingegaan op het stellen vanbeperkingen en voowaarden aan winstuitkeringen.Gemeenten kunnen wel excessieve winsten voorkomen door bij inkoop-procedures zoals aanbesteden vooraf goede kwaliteitseisen te stellen,tariefdifferentiatie toe te passen en het nakomen van de eisen niet alleenop voorhand maar ook tijdens de uitvoering van het contract te contro-20Artikel 2.11 Jeugdwet jo. artikel 2.3 van het Besluit Jeugdwet en artikel 2.6.6 Wmo 2015 jo.artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.21Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 846.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1951 leren via het gemeentelijk toezicht en goede monitoring en contractma-nagement. Het huidige palet aan keuzes zorgt ervoor dat een passendondersteuningslandschap kan ontstaan. Gelet daarop is het regelen vaneen mogelijkheid voor gemeenten om aanbieders met een winstoogmerkuit te sluiten van deelname aan aanbestedingsprocedures niet proporti-oneel en daarmee ook niet mogelijk.Vraag 123Zou het mogelijk zijn om binnen de aanbestedingswet de optie te creërenom de opdracht van een aanbieder die een eerdere aanbesteding heeftgewonnen onderhands te verlengen, bij goed functioneren?Antwoord:Uitgangspunt van de Aanbestedingswet 2012 is dat iedere aanbieder eeneerlijke kans op een overheidsopdracht krijgt. Dit impliceert dat eenmaalgesloten contracten niet onbeperkt verlengd kunnen worden. Hetvergunde werk zal derhalve eens in de zoveel jaar opnieuw aanbesteedmoeten worden, opdat ook aanbieders die eerder zijn afgewezen ofaanbieders die nieuw zijn op de markt een kans maken op een contract.Niet alleen is dit noodzakelijk gelet op het vrij verkeer van diensten, ookkunnen aldus innovaties sneller worden ingevoerd. Aanpassing van deAanbestedingswet 2012 om te regelen dat het contract van aanbieders dieeen eerdere aanbesteding hebben gewonnen zomaar ondershands kanworden verlengd, ligt dan ook niet voor de hand.Vraag 124Zou het mogelijk zijn om in het sociaal domein de aanbestedingsplicht bijhet extern inkopen bij een beperkt aantal aanbieders af te schaffen?Antwoord:Nee, dat is niet mogelijk. Hierbij moet wel worden bedacht dat aanbe-steden niet de enige mogelijkheid voor een gemeente is om jeugdzorg ofmaatschappelijke ondersteuning in te kopen. Als er slechts één aanbiederop de markt is, kan deze ene aanbieder uiteraard zonder aanbestedingworden gecontracteerd. Als er enkele zijn en de gemeente deze alle zouwillen contracteren, kan gebruik worden gemaakt van een «openhouse-procedure». Zijn er echter meer aanbieders op de markt – ook algaat het slechts om een beperkt aantal – en wil de gemeente slechts éénof enkele daarvan contracteren, dan zal aanbesteding nodig zijn.Vraag 125Zijn er zorgvormen binnen de Wmo 2015 en de jeugdzorg die doorgemeenten praktisch niet kunnen worden georganiseerd via inbesteden,quasi-inbesteden of een subsidierelatie?Antwoord:Daarover is binnen de Wmo 2015 en de Jeugdwet geen informatiebekend.Vraag 126Hoeveel budget is er beschikbaar voor de bouw van nieuwe zorgvormenzoals het zorgbuurthuis?Antwoord:Er is geen geoormerkt budget beschikbaar voor nieuwe zorgvormen zoalshet zorgbuurthuis. Binnen de Wlz zijn nieuwe zorgvormen mogelijk opbasis van «het scheiden van wonen en zorg» met behulp van een VPT,MPT en pgb. Cliënten betalen dan zelf hun woonlasten en kunnen zorg enondersteuning vanuit de Wlz ontvangen. Voor de stimuleringsregelingvoor het bouwen van betaalbare zorggeschikte woningen in deouderenzorg is in de periode t/m 2028 € 312 miljoen beschikbaar. Hiervankunnen onder andere nieuwe zorgvormen worden gebouwd. Daarnaast iser in het regeerprogramma kabinet-Schoof een bedrag van € 600 miljoenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1952 vrijgemaakt voor investeringen in de ouderenzorg. In 2025 zal er eenuitwerking komen van de besteding van die middelen.Vraag 127Welk deel van de opnames in verpleeghuizen betreft een spoedopname?Antwoord:Op grond van de registraties is het aantal spoedopnamen in verpleeg-huizen niet te bepalen. Het eerstelijnsverblijf kent diverse prestaties, waarspoedzorg onderdeel van kan zijn. Uit de declaratiedata is niet af te leidenof een ELV-prestatie is gedeclareerd in het kader van een spoedsituatie. Inde Wlz kan het zorgkantoor een afspraak maken over spoedzorg middelseen aparte prestatie (Z110). Ook reguliere verpleeghuisopnamen in de Wlzkunnen een spoedeisend karakter hebben.Uit onderzoek van de NZa is gebleken dat ruim de helft van de cliëntenrechtstreeks vanuit de thuissituatie wordt opgenomen in eenWlz-instelling, maar dat er daarnaast ook een aanzienlijke instroom in deintramurale Wlz verloopt via zogenaamde «zijpaden» en via «versneldeopnames». Voor een toelichting hierop verwijs ik naar Hoofdstuk 3 van hetrapport «Een verkenning van de in- en doorstroom van ouderen in delangdurige zorg» van november 2022.Vraag 128Hoe zagen de jaarlijkse tekorten van intramurale verpleegzorgplekkeneruit voor de periode 2002 tot 2024?Antwoord:Het Zorginstituut publiceert elke maand de wachtlijstinformatie opwww.zorgcijfersdatabank.nl. De wachtlijstcijfers voor de verpleeghuizenworden op deze site vermeld vanaf 2015. In 2015 stonden er 8.689ouderen op de wachtlijst voor het verpleeghuis. Eind 2023 waren dat er22.277. De stand juli 2024 is 20.304. Daarbij is in 2018 de registratiewijzegewijzigd waardoor de cijfers van 2015 niet goed vergelijkbaar zijn met decijfers in 2024.Er komen jaarlijks 50.000 plaatsen vrij in verpleeghuizen (veelal dooroverlijden), die worden ingevuld door andere ouderen en anderzijdsomdat ouderen tijdelijk op de wachtlijst staan.Daarbij wordt scherp gekeken naar de zorgbehoefte van de oudere. Bijouderen die in een crisissituatie verkeren wordt snel (veelal binnen 2dagen maar uiterlijk binnen twee weken) voorzien in een plaats in eenverpleeghuis. Andere ouderen op de wachtlijst krijgen nu zorg thuis enwachten op een plek van voorkeur.Vraag 129Hoeveel zou het kosten om de bezettingsnorm voor verpleeghuizen instand te laten?Antwoord:Het is aan het zorgveld om invulling te geven aan de inhoud vankwaliteitsstandaarden in de zorg, conform de Wkkgz. In het op 1 juli jl. bijhet Zorginstituut ingeschreven Generiek Kompas «Samen werken aankwaliteit van bestaan» heeft het zorgveld in plaats van een perso-neelsnorm gekozen voor een passende deskundigheidsmix die door dezorgaanbieder in overleg met medewerkers en cliëntenraad wordtvastgesteld, afhankelijk van de zorgvraag in het werkgebied.De NZa is ervoor verantwoordelijk om tenminste redelijkerwijs kostendek-kende tarieven vast te stellen. In de bestaande NZa-tarieven is rekeninggehouden met de meerkosten van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorgen de personeelsnorm die daarin opgenomen was. Hiervoor zijn detarieven geleidelijk met een bedrag van € 2,1 miljard (prijspeil 2017)verhoogd.Het vorige kabinet heeft aan de doorontwikkeling van het kwaliteitskaderVerpleeghuiszorg een besparing gekoppeld van € 350 miljoen structureelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1953 vanaf 2026. Indien ervoor wordt gekozen om geen besparing te koppelenaan de doorontwikkeling van het kwaliteitskader treedt een besparings-verlies van € 350 miljoen euro op. De exacte meerkosten van de oudepersoneelsnorm tegenover de huidige passende deskundigheidsmix isechter niet bekend, onder andere omdat de doorontwikkeling van hetkwaliteitskader breder is dan alleen de personele samenstelling.Vraag 130Hoeveel particuliere woonzorginstellingen hebben een winstoogmerk?Wat is hun aandeel in het totaal aanbod?Antwoord:Binnen de Wlz wordt geregistreerd in welke leveringsvorm de zorggeleverd wordt (ZZP, VPT, MPT al dan niet in combinatie met pgb). Erwordt niet geregistreerd welke rechtsvorm de zorgaanbieders hebben enof deze een winstoogmerk hebben.Vraag 131Kunt u een overzicht sturen van wat de winsten van alle particulierewoonzorginstellingen in totaal waren in 2023?Antwoord:Deze gegevens zijn bij het Ministerie van VWS niet bekend waardoor hetniet mogelijk is u van een overzicht te voorzien.Vraag 132Wat kost het gemiddeld per maand voor een bewoner om in eenparticuliere woonzorginstelling te wonen? Kunt u dit uitsplitsen perdoelgroep?Antwoord:Geleverde Wlz-zorg wordt vanuit de Wlz bekostigd en voor die zorgbetalen de cliënten een eigen bijdrage. Deze inkomensafhankelijke eigenbijdrage is in 2024 minimaal € 200,40 per maand en kan oplopen tot€ 1.052,20 per maand bij zorg op basis van het scheiden van wonen enzorg (vpt) en tot € 2.887,40 bij intramurale zorg.Indien zorg geleverd wordt op basis van het scheiden van wonen en zorg,– hetgeen bij de particuliere woonzorginstellingen meestal het geval is –betalen cliënten daarnaast voor huur- en servicekosten. Deze kostenworden binnen de overheid niet geregistreerd. Cliënten kunnen daarbijzelf de afweging maken of de combinatie van het aanbod aan wonen enzorg in particuliere woonzorginstellingen voor hen van meerwaarde is tenopzichte van andere vormen van zorgverlening en het woon/zorgaanbodop andere plekken.Vraag 133Kunt u een overzicht geven van hoe de wachtlijsten in de verschillendesectoren van de zorg zich sinds 2010 hebben ontwikkeld?Antwoord:In onderstaande tabel treft u gegevens aan over het totaal aantalwachtenden in de Wlz per sector. Deze gegevens treft u aan op: StatLine -Wachtenden in de langdurige zorg; sector, kwartaal (cbs.nl) Meerachtergrondinformatie over deze gegevens treft u aan bij de toelichting opdeze tabel.De wachtlijstinformatie AWBZ over de jaren 2013 en 2014 is niet onlinebeschikbaar en daarom niet op tijd bekend voor de beantwoording vandeze vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1954 Totaal wachtendenTotaal wachtendenTotaal wachtendenTotaal wachtendenTotaal WlzTotaal zzp Verpleging enverzorging (VV)Totaal zzp Gehandicap-tenzorg (GHZ)Totaal zzp Geestelijkegezondheids-zorg2015 3e kwartaal13.5938.8604.6281052015 4e kwartaal14.7089.6055.015882016 1e kwartaal13.3018.5964.663422016 2e kwartaal14.6209.7874.786472016 3e kwartaal14.7679.7754.910822016 4e kwartaal14.6409.8944.682642017 1e kwartaal14.69810.2804.355632017 2e kwartaal13.3809.2744.057492017 3e kwartaal13.5079.4034.039652017 4e kwartaal14.02710.0563.923482018 1e kwartaal15.02410.9114.071422018 2e kwartaal....2018 3e kwartaal....2018 4e kwartaal16.38013.7202.649112019 1e kwartaal17.87915.1942.675102019 2e kwartaal18.29915.7072.58572019 3e kwartaal18.99816.4242.558162019 4e kwartaal20.76018.2452.502132020 1e kwartaal22.67620.0592.576412020 2e kwartaal23.75021.1062.619252020 3e kwartaal23.28220.6612.588332020 4e kwartaal22.71920.2232.437592021 2e kwartaal20.45317.4692.2467382021 3e kwartaal18.00115.7351.8214452021 4e kwartaal19.38916.9471.8695732022 1e kwartaal20.67518.1571.8396792022 2e kwartaal21.40518.8711.8376972022 3e kwartaal21.65319.1921.7706912022 4e kwartaal24.59121.7951.9968002023 1e kwartaal23.83921.2941.8377082023 2e kwartaal23.66521.1371.8316972023 3e kwartaal23.67921.2091.8086622023 4e kwartaal24.69222.2181.8016732024 1e kwartaal*24.29721.7621.8057302024 2e kwartaal*23.51321.0581.7926632024 3e kwartaal*22.74520.3041.771670Bron: CBS Vraag 134Hoeveel mensen staan er momenteel op de wachtlijst voor hetverpleeghuis?Antwoord:Volgens de wachtlijstregistratie van het Zorginstituut wachten er op1 augustus 2024 20.461 cliënten op een plek in een verpleeghuis. Hiervanzijn er 305 gekenmerkt als «urgent plaatsen», 3.756 als «actief plaatsen»en 16.400 als «wachten op voorkeur». U treft de maandelijkse rapportagesaan op: Wachtlijsten landelijk niveau | Zorgcijfersdatabank.nlVraag 135Hoeveel mensen staan er momenteel op de wachtlijst voor een behan-deling in het ziekenhuis?Antwoord:Er bestaat geen landelijke registratie van het aantal mensen dat op eenwachtlijst voor een behandeling in het ziekenhuis staat. Via de Neder-landse Zorgautoriteit (NZa) worden onder andere de wachttijden perbehandeling verzameld, welke inzichtelijk zijn op ZorgkaartNederland22.Vraag 136Hoeveel mensen hebben momenteel geen huisarts?Antwoord:22https://www.zorgkaartnederland.nl/wachttijdenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1955 Op dit moment is alleen bekend hoe groot het aantal mensen is dat zichmeldt bij hun zorgverzekeraar voor zorgbemiddeling omdat zij geen(nieuwe) huisarts kunnen vinden. Deze informatie is terug te vinden in demonitor Toegankelijkheid van Zorg van de NZa. De meest recente cijfers(maart 2024) laten zien dat 4573 mensen zich hebben gemeld bij hunzorgverzekeraar.Om in beeld te brengen hoeveel mensen op zoek zijn naar een (nieuwe)huisarts, laat de Minister van VWS onderzoek doen door het Nivel. Ditonderzoek zal in het vierde kwartaal van dit jaar met uw Kamer wordengedeeld.Vraag 137Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor de ggz?Antwoord:Volgens de laatste cijfers die de NZa heeft gepubliceerd waren er eind2023 97.450 wachtplekken (Informatiekaart Wachttijden en aantalwachtplekken ggz 2023 - februari 2024 - Nederlandse Zorgautoriteit(overheid.nl). Uit eerder onderzoek van de NZa bleek dat ongeveer 1 op de5 wachtenden met dezelfde zorgvraag op meerdere wachtlijsten staat (ZieOnderzoek dubbelwachtenden - Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)).Hiervoor is in het hierboven genoemde aantal van 97.450 nietgecorrigeerd.Vraag 138Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor transzorg?Antwoord:Er vindt geen landelijke registratie plaats van het aantal personen op dewachtlijst. Per zorgaanbieder zijn de wachttijden veelal inzichtelijkgemaakt op de website. Ten aanzien van het aantal mensen op dewachtlijst is het laatste peilmoment juli 2022 geweest23. In de voortgangs-brief van de voormalig kwartiermaker transgenderzorg is informatie overde ontwikkelingen in het zorgaanbod, de zorgvraag en de wachttijden inde transgenderzorg weergegeven. Op deze datum was het aantalwachtenden voor een intake 5753 personen.Vraag 139Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor de gehandicap-tenzorg?Antwoord:Volgens de wachtlijstregistratie van het Zorginstituut wachten er op 1 juli2024 1.771 cliënten op een plek in een instelling voor gehandicaptenzorg.U treft de maandelijkse rapportages aan op: Wachtlijsten landelijk niveau |Zorgcijfersdatabank.nlVraag 140Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor de jeugdzorg?Antwoord:Cijfers over wachttijden zijn niet op landelijk niveau beschikbaar. Dit komtonder andere omdat gemeenten en regio’s op hun eigen manier deaanmelding en start van een traject registreren en er geen eenduidigedefinitie gehanteerd wordt van wat wachttijd nu precies inhoudt. De datadie bestaat, is dus weinig inzichtelijk en niet goed onderling vergelijkbaar.We werken aan het verbeteren van inzicht in wachttijden op landelijkniveau. Dit doen we door in te zetten op het verbeteren van het (uniform)gebruik van het Berichtenverkeer, zodat alle betrokkenen dezelfdedefinities hanteren. Ook ondersteunt het Ondersteuningsteam zorg voorde Jeugd regio’s om meer inzicht in eigen wachttijden te krijgen om hierbeter op te kunnen sturen.23Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 016, nr. 351Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1956 Het verbeteren van dataverzameling en monitoring in algemene zin is eenvan de maatregelen in Hervormingsagenda. Er wordt toegewerkt naar eenlandelijke set afspraken (onder andere welke data geregistreerd zoumoeten worden) zodat meer inzicht komt in het functioneren van hetjeugdstelsel en we gerichter beleid kunnen maken om het stelsel teverbeteren.Vraag 141Welk deel van de tijd denkt u dat zorgverleners in de gehandicaptenzorgbezig zijn met het smeren van broodjes?Antwoord:De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg betreurt het datde passage in het regeerakkoord de indruk wekt dat er de komende jarendoor dit kabinet geen beleid wordt uitgevoerd om ook de zorg enondersteuning voor mensen met een beperking toekomstbestendig temaken. Dit is geenszins het geval. Zo wordt tot en met 2026 de Toekomst-agenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking uitge-voerd, samen met alle betrokken partijen in de gehandicaptenzorg. Ookzal er in 2025 een eerste werkagenda naar de Kamer worden gestuurd, dieuitvoering geeft aan de Nationale strategie voor het VN- verdrag voormensen met een beperking. Met deze programma’s geeft de Staatssecre-taris Langdurige en Maatschappelijke zorg rekenschap van het feit dat degehandicaptenzorg een belangrijke sector is waar veel dynamiek inplaatsvindt. Die dynamiek, in combinatie met de diversiteit encomplexiteit van de doelgroep, maakt het voor veel begeleiders ook eenmooie sector om in te werken.Vraag 142Hoe denkt u dat het in de gehandicaptenzorg is gevallen dat u hen in hetregeerprogramma enkel noemde in het kader van «broodjes smeren»?Antwoord:De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg betreurt het datde passage in het regeerakkoord is overgekomen dat dit kabinet geen zorgheeft voor mensen met een beperking. Dit is geenszins het geval. Als jehet smeren van een broodje vanwege een beperking zelf niet kunt is hetvan levensbelang dat iemand dat voor je doet. Medewerkers in degehandicaptenzorg kennen deze essentie als geen anders. Tot en met 2026wordt de Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking uitgevoerd, samen met alle betrokken partijen in de gehandi-captenzorg. Ook zal er in 2025 een eerste werkagenda naar de Kamerworden gestuurd, die uitvoering geeft aan de Nationale strategie voor hetVN- verdrag voor mensen met een beperking. Met deze programma’s laatde Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke zorg zien dat degehandicaptenzorg een belangrijke sector is. De diversiteit en complexiteitvan de doelgroep, maakt het voor veel begeleiders ook een mooie sectorom in te werken.Vraag 143Welk deel van de geplande bezuinigingen op de langdurige zorg komtnaar verwachting neer bij de gehandicaptenzorg, welk deel bij deouderenzorg en welk deel bij de langdurige ggz?Antwoord:Bijgaande tabel bevat een overzicht van de geplande ombuigingen op deWet langdurige zorg in de periode 2025–2029. Dit betreft de ombuigingenten opzichte van het huidige jaar 202424. Daarbij is onderscheid gemaakttussen maatregelen met effect op de tarieven voor zorg in natura (post 124De maatregelen (6) Scheiden wonen en zorg en (7) Valpreventie zijn reeds ingegaan per 2023.Reeds gerealiseerde ombuigingen in 2023/2024 maken geen onderdeel uit van de gepresen-teerde geplande ombuigingen in de tabel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1957 t/m 5) en overige maatregelen (post 6 t/m 8). Per maatregel is aangegevenop welk deel van de langdurige zorg deze betrekking heeft:–alleen op de ouderenzorg (post 1, 6 en 7),–zowel op ouderenzorg als gehandicaptenzorg (post 3 en 5) of–Wlz-brede maatregelen (post 2, 4 en 8).Regel 9 laat zien dat het totaal van de geplande ombuigingen oploopt van€ 200 miljoen in 2025 tot € 1,326 miljard in 2029. Post 10 tot en met 12laten zien welk deel hiervan betrekking heeft op de sector ouderenzorg,gehandicaptenzorg respectievelijk geestelijke gezondheidszorg.Het is belangrijk om de uitgavengroei van de Wlz-ouderenzorg tebeheersen in het licht van de overheidsfinanciën, de arbeidsmarkt, debetaalbaarheid, toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg. Degenoemde zinvolle maatregelen op de Wet langdurige zorg dragen bij aandeze beheersing van de uitgavengroei.Vraag 144Hoeveel gemeenten bieden een meerkostenregeling voor chronischzieken of mensen met een beperking aan? Wat is de gemiddelde hoogtevan de bedragen die beschikbaar zijn voor mensen via deze regelingen?Antwoord:Cijfers uit 202125 laten zien dat 59% van de gemeenten een meerkostenre-geling heeft in de vorm van individuele bijzondere bijstand en 47% van degemeenten in de vorm van een individuele tegemoetkoming (o.a. voormensen met chronische ziekten en/of een beperking). We hebben geeninzicht in de gemiddelde hoogte van deze gemeentelijke regelingen.Vraag 145Kunt u een overzicht geven van het aantal meldingen dat de InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ontvangt op het gebied van alternatievezorgaanbieders van de jaren 2019–2024?Antwoord:Het aantal meldingen dat de IGJ de afgelopen jaren heeft ontvangen overalternatieve zorgaanbieders is ongeveer 50 per jaar.Vraag 146Welke geestelijke gezondheidszorg wordt momenteel niet vergoed vanuitde basisverzekering?Antwoord:25Rapport: Goed geregeld? Een onderzoek naar gemeentelijke regelingen rondom financieelmaatwerk voor hoge zorgkosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1958 De basisverzekering vergoedt geestelijke gezondheidszorg (ggz) als ersprake is van een psychische stoornis waarvoor professionele hulp nodigis, behalve als het gaat om een aanpassingsstoornis. Voor de beant-woording van de vraag of er sprake is van een psychische stoornis, kijktde professional in de ggz naar het DSM-handboek. Dit handboek geeft eenoverzicht van alle geclassificeerde psychische stoornissen.Ook komt alleen ggz-zorg die effectief is, voor vergoeding in aanmerking.Niet-effectieve zorg wordt niet vergoed vanuit de basisverzekering.Doordat alleen effectieve zorg wordt vergoed, blijft de zorg toegankelijk enbereikbaar voor iedere Nederlander.Tussen beroepsbeoefenaren en verzekeraars worden afspraken gemaaktover welke zorg effectief is. Op de website van ZorgverzekeraarsNederland staat de meest recente versie van de ZN circulaire «TherapieënGGZ». In deze circulaire staan de gezamenlijke adviezen over of thera-pieën effectief zijn, en welke behandeling in welk geval wordt vergoed.Overigens bestaat er ggz-zorg die niet wordt vergoed vanuit de basisver-zekering, maar wel uit een ander wettelijk kader. Het gaat dan bijvoor-beeld om psychosociale hulp en bemoeizorg (Wmo 2015) en zorg bijleerstoornissen (Jeugdwet).Vraag 147Kunt u via een infographic inzichtelijk maken hoeveel van het totale geldvoor de zorg voortkomt uit belastingen, nominale premies en inkomensaf-hankelijke premies enerzijds en de besteding aan acute zorg, electievecuratieve zorg, langdurige zorg, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg(ggz) anderzijds (een beetje zoals de miljoenennotaposter maar dan alleenvoor de VWS-posten)?Antwoord:De gecreëerde infographic is als afbeelding te zien op de volgende pagina.Jeugdzorg valt niet onder de VWS-begroting en is daarom nietopgenomen in de infographic. Tabel 1 bevat de informatie die in teinfographic is te zien.Tabel 1: Inkomsten en uitgaven in de VWS begroting voor 2025, informatie uit de bijbehorende infographic. De totalen percategorie zijn dikgedrukt.InkomstenbronBedrag(€ mld)UitgavenpostBedrag (€ mld)Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (IAB)33,3Eerstelijnszorg8,5Wlz-premie18,4Tweedelijnszorg34,1Inkomensafhankelijke premie51,7GGZ5,6Nominale premie27,3Apotheek en hulpmiddelen8,1Nominale premie27,3Wijkverpleging3,5Eigen risico Zvw3,4Overig Zvw17,0Eigen bijdrage Wlz2,5Zvw266,8Eigen betalingen5,9Wlz39,9Rijksbijdrage Wlz12,8Wlz39,8BIKK6,0Wmo beschermd wonen1,7Rijksbijdrage kinderen tot 18 jaar3,4Wmo beschermd wonen1,7Financiering voor Wmo beschermd wonen1,7Belastingen24,03Totaal inkomsten108,94Totaal uitgaven108,441 De categorie Overig Zvw bevat uitgaven voor ziekenvervoer, opleidingen, grensoverschrijdende zorg, transformatiemiddelen IZA & de begro-tingspost nominaal en onverdeeld.Door de afronding van de bedragen kan de som der delen soms licht verschillen van het geheel.2 Electieve en acute zorg worden niet actief geadministreerd. Electieve en acute zorg komen voor in de eerstelijnszorg, tweedelijnszorg, GGZ en decategorie Overig Zvw.3 De zorgtoeslag is buiten beschouwing gelaten in deze analyse. De uitgaven aan zorgtoeslag worden betaald uit de VWS-begroting, maar zijmaken geen onderdeel uit van de premie-gefinancierde zorguitgaven.4 De inkomstenkant is gelijk aan 108,9 mld. Het verschil wordt verklaard door zowel afronding als beheerskosten/saldo verzekeraars en de exploi-tatie van het Zvf die niet onder het uitgavenkader vallen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1959 Vraag 148Figuur 1: Inkomsten en uitgaven in de VWS- begroting voor 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1960 Hoe vaak worden er budgetplafonds opgelegd aan ggz-aanbieders?Antwoord:Er is geen zicht op hoe vaak omzetplafonds worden afgesproken tussenzorgaanbieders en zorgverzekeraars. Het maken van afspraken, ook overomzetplafonds, is een zaak tussen individuele aanbieders en individuelezorgverzekeraars.Vraag 149Welke concrete plannen zijn er tot dusverre bekend om de wachtlijsten inde ggz op korte termijn terug te dringen?Antwoord:De wachttijden in de ggz zijn een groot maatschappelijk vraagstuk, waarwe de komende periode forse stappen op willen zetten. Zo maken we nual werk van het versterken van de samenwerking tussen het sociaaldomein, de huisarts en de ggz vanuit mentale gezondheidsnetwerken enverkennende gesprekken. Ook verbeteren we het (regionaal) inzicht inwachttijden en de inkoop van voldoende (zeer) complexe psychische zorgvanuit het traject cruciale ggz. Bovenop deze maatregelen werkt deStaatssecretaris voor Jeugd, Preventie en Sport momenteel aan eenwerkagenda om de wachttijden in de GGZ terug te dringen. Dat zal gaanvolgens de lijn: 1) voorkomen van mentale problemen, 2) voorkomen vaninstroom in de GGZ, 3) verbeteren van financiering en inkoop en 4)bevorderen van uitstroom. De Staatssecretaris JPS informeert u in Q1over de werkagenda mentale gezondheid & ggz en de aanpak van dewachttijden.Vraag 150Hoeveel jongeren kregen er in 2023 jeugdzorg? Hoe is dit aantal verdeeldover de verschillende vormen van jeugdzorg?Antwoord:De voorlopige cijfers van het CBS laten zien dat er in 2023 478.660jongeren waren met jeugdzorg. Jongeren kunnen verschillende vormenvan jeugdzorg tegelijk ontvangen. In 2023 kreeg het merendeel van dejongeren jeugdhulp zonder verblijf, namelijk 446.665 jongeren. Nog eens41.605 jongeren ontvingen jeugdhulp met verblijf, bij 35.910 jongeren wassprake van jeugdbescherming en 7.640 jongeren hadden jeugdreclas-sering. Het CBS rapporteert meer uitsplitsingen in de Jeugdmonitor en ophaar website.Vraag 151Hoeveel jongeren zitten er momenteel in de gesloten jeugdzorg?Antwoord:Volgens de meest recente monitor van de Jeugdautoriteit verblijven er467 jongeren in een instelling voor gesloten jeugdhulp.26Vraag 152Hoeveel jongeren zitten er momenteel in de residentiële jeugdzorg?Antwoord:In 2023 waren er 41.605 jongeren met jeugdhulp met verblijf. Dit zijn demeest recente, voorlopige cijfers over 2023 van het CBS. Hier vallendiverse vormen van verblijf onder, zoals pleegzorg, gezinshuizen enresidentiele instellingen, inclusief gesloten jeugdzorg. We hebben dusgeen aparte landelijke cijfers over jongeren in residentiële jeugdzorg.Vraag 153Wat is precies het verschil tussen de gesloten jeugdzorg en de residentiëlejeugdzorg?Antwoord:26Monitor JeugdzorgPlus, peildatum 31 maart 2024 | Rapport | JeugdautoriteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1961 Residentiële jeugdhulp is een vorm van hulpverlening waarbij kinderen ofjongeren op vrijwillige of gedwongen basis, (tijdelijk) dag en nacht buitenhun eigen omgeving verblijven, onder meer in leefgroepen en behandel-groepen.Gesloten jeugdhulp is een vorm van residentiële jeugdhulp. Het verschil isdat instellingen voor gesloten jeugdhulp vrijheidsbeperkende maatre-gelen mogen gebruiken als jongeren daar geplaatst zijn op basis van eenmachtiging gesloten jeugdhulp. Een kinderrechter verleent dezemachtiging.Vraag 154Hoe groot is de loonkloof tussen de zorg enerzijds en de rest van depublieke sector en de marktsector anderzijds?Antwoord:Uit onderzoek dat de voormalig Minister voor Langdurige Zorg en Sporteind 2023 naar uw Kamer heeft gestuurd27 blijkt dat het gemiddeldeuurloon van medewerkers in de zorg redelijk vergelijkbaar is met devergelijkbare medewerkers in de marktsector en wat achter loopt tenopzichte van andere (semi-)publieke sectoren. Daarnaast blijkt dat demarktconformheid van de salarissen in de zorg verschilt tussenzorgbranches en ook tussen verschillende groepen binnen dezelfdebranche. Zo ligt het gemiddelde uurloon in de umc’s ruim boven hetuurloon van vergelijkbare werknemers zowel in de marktsector als depublieke sector, terwijl bijvoorbeeld het uurloon in de gehandicapten-sector of sociaal werk eronder ligt. Daarnaast zien we dat in de sector zorgen welzijn de hoogte van de beloning meer dan in andere sectorensamenhangt met opleidingsniveau en werkervaring. Voor mensen meteen mbo-opleiding of zonder startkwalificatie geldt dat ze in zorg enwelzijn in de meeste branches minder verdienen dan vergelijkbarewerknemers in andere sectoren. Het beeld voor medewerkers met eenhbo-opleiding verschilt sterk per branche, maar gemiddeld genomen voorde hele sector zorg en welzijn blijft de beloning iets achter ten opzichtevan vergelijkbare werknemers in andere sectoren. Medewerkers metwo-niveau verdienen relatief meer dan in andere sectoren in Nederland(behalve in het sociaal domein). Een compleet beeld van de uitkomstenkan uw Kamer vinden in de hierboven genoemde onderzoeken die eind2023 naar uw Kamer zijn gestuurd.Vraag 155Hoeveel zou het kosten om de lonen van alle zorgverleners te verhogennaar het niveau van vergelijkbare functies in de publieke sector en demarktsector?Antwoord:Dat hangt af van de wijze waarop deze verhoging ingevuld wordt en welkeaannames daarbij worden gehanteerd. Voor een beeld van de verschil-lende opties om de lonen binnen zorg en welzijn te verhogen naar hetniveau van vergelijkbare functies in de publieke sector en de marktsectormet bijbehorende kosten, wordt u verwezen naar de brief28 die op 27 junijl. naar uw Kamer is gestuurd.Vraag 156Hoeveel zou het op termijn opleveren om alle nieuwe medisch specia-listen in loondienst te laten gaan?Antwoord:In «Zorgkeuzes in Kaart» (ZiK, 2020) is een berekening gemaakt voor definanciële effecten van regelgeving waardoor medisch specialisten in27Tweede Kamer, vergaderjaar 2023/2024, kamerstuk 29 282, nummer 55228Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, kamerstuk 29 282, nummer 580Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1962 loondienst gaan.29 Daarin is een raming gemaakt van de besparing oppersoneelskosten van structureel € 240 miljoen, een besparing als gevolgvan een lagere productieprikkel van € 100 miljoen en van de investeringvan € 10 miljoen voor transitiekosten gedurende vijf jaar en eenincidentele investering tot € 2.000 miljoen voor compensatie vangoodwill. Wanneer deze maatregel alleen wordt toegepast op «nieuwe»artsen, zal het aantal artsen in loondienst geleidelijk toenemen volgenseen groeipad. Het zal daarom lang (30 jaar) duren voor de genoemdeopbrengsten zich volledig manifesteren. Daarnaast zijn de berekeningengebaseerd op aannames en dusdanig met onzekerheden omgeven, dateen nadere berekening nodig is in geval een dergelijke maatregel wordtoverwogen.Ook is het belangrijk te noemen dat een dergelijke maatregel een directbesturingsprobleem in het ziekenhuis zou creëren. In veel ziekenhuizenzijn nu voor bepaalde specialismen uitsluitend artsen in een msbwerkzaam (zowel in loondienst van een msb als ook vrijgevestigd) of inloondienst van een ziekenhuis. Met deze maatregel komen ziekenhuizen ineen hybride situatie terecht waarbinnen een specialisme zowel met msb’sals met artsen in loondienst van een ziekenhuis te maken hebben. Dit zorger voor dat de bestuurbaarheid van een ziekenhuis bemoeilijkt wordt.Daarnaast is het ook vanuit juridisch oogpunt en qua praktische uitvoer-baarheid en handhaafbaarheid niet goed mogelijk om vorm te geven datnieuwe medisch specialisten alleen nog in loondienst komen als zij aanhet werk gaan in een ziekenhuis. Tot slot vergt een maatregel om nieuwespecialisten in loondienst te brengen ook een gedegen juridischeonderbouwing.Vraag 157Wat is het gemiddelde salaris in de zorg en hoe verhoudt dat zich tot hetgemiddelde salaris in de rest van de economie, gecorrigeerd voor hetaantal gewerkte uren?Antwoord:Volgens het CBS bedroeg het gemiddelde uurloon in de zorg in hettweede kwartaal van 2024 circa 39,70 euro tegenover gemiddeld 39,30euro per uur in de gehele economie30. Ook blijkt uit het onderzoek vanSEO over het gemiddelde uurloon in de zorg31 dat het uurloon in de zorgvergelijkbaar is met vergelijkbare werknemers in andere sectoren.Vraag 158Hoeveel geld is er in 2023 in totaal uitgegeven aan personeelskosten in dezorg en hoe verhoudt dat zich tot het totaal aan personeelskosten die in2023 zijn uitgegeven in de gehele Nederlandse economie?Antwoord:De loonkosten in de sector Zorg en welzijn (inclusief kinderopvang)bedroegen in 2023 € 66.924 miljoen euro. Voor de gehele Nederlandseeconomie was dit € 487.473 miljoen euro (bron: CBS Statline).Vraag 159Welk percentage van de Nederlandse werkenden werkte in 2023 in dezorg?Antwoord:In het vierde kwartaal van 2023 werkte 15,9% van alle werkenden in desector Zorg en Welzijn (bron: CBS, AZW Statline).Vraag 16029Zorgkeuzes in Kaart (ZiK) 37 Zorgkeuzes in Kaart | Rapport | Rijksoverheid.nl30https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85917NED/table?dl=AD56331Tweede Kamer, vergaderjaar 2023/2024, kamerstuk 29 282, nummer 552Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1963 Hoeveel uur werkte de gemiddelde werknemer in de zorg in 2023 perweek en hoe verhoudt dat zich tot het gemiddelde aantal uur van allewerkenden in Nederland?Antwoord:Gemiddeld werkten werknemers in de zorg in 2023 21,7 uur per week,voor alle werkenden in Nederland was dat 26,1 uur (bron: CBS Statline).Dat is het aantal gewerkte uren per jaar gedeeld door 52 weken, hetgemiddelde per week dat men werkt ligt hoger. Omdat het aantal wekendat iemand vakantie heeft echter verschilt per branche en sector is eengemiddelde per gewerkte week niet te berekenen voor alle werkenden inNederland.Vraag 161Hoe groot is het huidige tekort aan tandartsen? Wat is de verwachtingvoor de jaren 2025–2029?Antwoord:Vanwege een onevenredige landelijke spreiding van tandartsen is eentotaal (landelijk) tekort niet vast te stellen. Uit deelrapport 3b van hetCapaciteitsplan 2024–2027 van het Capaciteitsorgaan volgt echter dat er inbepaalde regio’s in Nederland een tekort aan tandartsen is.32 Op basis vanmicrodata van CBS is een beeld te schetsen van de regionale spreiding,uiteenlopend van 95 tandartsen per 100.000 inwoners in Noord Hollandtot 39 en 34 per 100.000 inwoners in respectievelijk Zeeland en Flevoland.Los van de regionale tekorten aan tandartsen tekent zich in de breedte vande mondzorg een toenemende krapte op de arbeidsmarkt af. De vraagnaar tandheelkunde zal naar verwachting stijgen vanwege epidemiolo-gische, sociaal-culturele en vakinhoudelijke ontwikkelingen. Dit betreftonder andere toename van de tandheelkundige vraag onder jongeren enouderen en toename van de behandelopties door digitalisering. Eind 2025brengt het Capaciteitsorgaan een nieuwe integrale raming uit.Vraag 162Welk deel van de werknemers in de zorg leeft onder de armoedegrens?Antwoord:Er zijn geen specifieke statistieken die precies in kaart brengen hoeveelzorgmedewerkers onder de armoedegrens leven. Er wordt bij armoede-en koopkrachtramingen gekeken naar de gehele bevolking waarbij het nietmogelijk is de specifieke gegevens over alleen zorgmedewerkers daaruitte halen.Daarnaast is armoede niet alleen een kwestie van inkomen. Sommigemensen en dus ook zorgmedewerkers kunnen bijvoorbeeld schuldenhebben of kampen met hoge vaste lasten, waardoor ze financieelkwetsbaarder zijn dan hun salaris op het eerste gezicht doet vermoeden.Deze «onzichtbare» armoede wordt vaak niet goed vastgelegd instatistieken.Vraag 163Hoe groot zijn de personeelstekorten in de totale zorg momenteel? Kunt udit in een tabel uitsplitsen per sector?Antwoord:Eind 2023 heeft ABF Research – in het kader van het onderzoekspro-gramma Zorg en Welzijn van het Ministerie van VWS in samenwerkingmet sociale partners binnen zorg en welzijn – een prognose opgesteldvoor de personeelstekorten binnen zorg en welzijn. Volgens die prognosebedraagt het actuele personeelstekort naar schatting ruim 50 duizendpersonen. In onderstaande tabel is een uitsplitsing gemaakt naar deverschillende branches binnen zorg en welzijn conform enerzijds het32Deelrapport 3b Capaciteitsplan 2024–2027, pp. 68 en 69. Capaciteitsplan-2024-2027-Deelrapport-3b-Eerstelijns-Mondzorg-DEF-12-jan.pdf (capaciteitsorgaan.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1964 referentiescenario en anderzijds het scenario Nieuw beleid. Voor eenverdere toelichting op de prognose en de twee gehanteerde scenario’swordt u verwezen naar de brief33 die naar uw Kamer is gestuurd. Naarverwachting zal de Minister van VWS uw Kamer aan het einde van dit jaareen nieuwe arbeidsmarktprognose toesturen met daarin de laatsteinzichten ten aanzien van de verwachte ontwikkeling van het personeels-tekort.Tabel: Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) in2024, referentiescenario en scenario Nieuw Beleid, uitgesplitst naar branche, inaantal personenReferentiescenarioscenario Nieuw beleidUniversitair medische centra2.5002.700Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg4.4005.000Geestelijke gezondheidszorg5.5005.800Huisartsen en gezondheidscentra1.2001.400Overige zorg en welzijn7.0007.400Verpleeghuiszorg13.10014.200Thuiszorg4.9005.600Gehandicaptenzorg7.8008.400Jeugdzorg9001.000Sociaal werk2.7003.000Totaal150.20054.5001 Optelling wijkt af van totaal door afrondingBron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research Vraag 164Wat is het huidige tekort aan personeel op de spoedeisende hulpposten?Antwoord:Er zijn geen cijfers beschikbaar over het totaal (landelijk) tekort aanpersoneel op de spoedeisende hulpposten. Het Capaciteitsorgaan heeft inhaar adviezen wel aandacht voor de tekorten van IC- enSEH-verpleegkundigen. Het aantal IC-verpleegkundigen is de afgelopenjaren licht gedaald. Uit het laatst beschikbare advies van het Capaciteits-orgaan blijkt dat er in 2022 3.652 FTE aan IC-verpleegkundigen werkzaamwas, met 330 FTE aan openstaande vacatures. Experts geven aan dat hetaantal werkzame fte richting 2029 echter zal moeten groeien tot 4.759 fte,wat een forse opleidingsinspanning zal vergen. Het aantal werkzameSEH-verpleegkundigen was in 2022 2.253 FTE, met 136 FTE aanopenstaande vacatures. Het aantal SEH-verpleegkundigen is de afgelopenjaren gestegen, en al blijven er tekorten bestaan, zijn deze wel watafgenomen. De afgelopen jaren zijn er ook een flink aantalSEH-verpleegkundigen opgeleid, meer ook dan geadviseerd. Dit volgt uitfiguur 45 en 46 van het deelrapport 8 van het Capaciteitsorgaan34.Het Capaciteitsorgaan adviseert VWS over de benodigde instroom bij eengroot aantal medische vervolgopleidingen die worden bekostigd doorVWS, waaronder de SEH-arts. Voor de SEH-arts is budgettaire ruimtebeschikbaar gesteld om het instroomadvies van het Capaciteitsorgaan van42 opleidingsplaatsen over te nemen.Vraag 165Zijn er cijfers bekend over het aantal no-shows en daaruit voortkomendekosten uitgesplitst naar eerste-en tweedelijnszorg en zo ja, kunt u dezemet de Kamer delen?Antwoord:33Tweede Kamer, vergaderjaar 2023/2024, kamerstuk 29 282, nummer 55434Capaciteitsplan 2022-2025 Deelrapport 8 FZO beroepen & Ambulanceverpleegkundigen -CapaciteitsorgaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1965 Er is geen landelijke registratie beschikbaar van het aantal no-shows en dedaaruit voortkomende kosten.Vraag 166Hoeveel uur is de gemiddelde zorgverlener per week gemiddeld kwijt aanadministratie?Antwoord:De cijfers over hoeveel uur een zorgverlener per week gemiddeld kwijt isaan administratie verschillen per sector. Gemiddeld gezien voor allesectoren wordt ervan uitgegaan dat dit 40% is. In dat geval zou het op eenwerkwerk van 40 uur gaan om 16 uur.Vraag 167Hoeveel uur is de gemiddelde zorgverlener per week gemiddeld kwijt aanadministratieve handelingen die worden voorgeschreven door dezorgverzekeraars?Antwoord:De gemiddelde zorgverlener per week is gemiddeld in totaal 16 uur kwijtaan administratie. Het ministerie beschikt niet over de informatie hoeveelhiervan veroorzaakt wordt door administratieve handelingen die wordenvoorgeschreven door de zorgverzekeraars, omdat hier geen cijfers overbekend zijn.Vraag 168Ziekenhuizen mogen zelf bepalen of zij een wegblijftarief in rekeningbrengen in het geval van een no-show, maar hoeveel ziekenhuizen makengebruik van deze mogelijkheid?Antwoord:Er is geen landelijke registratie beschikbaar van het aantal ziekenhuizendat een wegblijftarief hanteert.Vraag 169Hoe vaak komt het voor dat patiënten die voor cosmetische ingrepen naarhet buitenland zijn gegaan, terug in Nederland met complicaties in hetziekenhuis belanden?Antwoord:Het is niet bekend hoe vaak het voorkomt dat patiënten die in hetbuitenland zijn geweest voor cosmetische operaties terug in Nederlandmet complicaties moeten worden geholpen in het ziekenhuis. Hier wordtgeen specifieke registratie voor bijgehouden.Vraag 170Hoeveel mensen werken er in de zorg? Kunt u dit in een tabel uitsplitsenper deelsector?Antwoord:In het eerste kwartaal van 2024 werkten er 1.343.500 mensen alswerknemer in de zorg. In de onderstaande tabel is dit per brancheweergegeven (seizoensgecorrigeerde aantallen, m.u.v. de VVT).Q1 2024Universitair medische centra80.300Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg223.100Geestelijke gezondheidszorg110.100Huisartsen en gezondheidscentra36.000Overige zorg en welzijn138.000Verpleging, verzorging en thuiszorg1472.000Gehandicaptenzorg184.300Jeugdzorg36.100Sociaal werk64.800Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1966 Q1 2024Totaal zorg en welzijn 11.343.5001 Aantallen tellen niet op tot totaal omdat voor VVT het niet-seizoensgecorrigeerde aantal isopgenomen (seizoensgecorrigeerde aantal is bij VVT niet voor handen)Bron: CBS, AZW Statline Vraag 171Hoeveel mensen werken er als zzp’er in de zorg? Kunt u dit in een tabeluitsplitsen per deelsector?Antwoord:In het eerste kwartaal van 2024 waren er 148.000 mensen actief als zzp’erin de zorg. In de onderstaande tabel is dit per branche weergegeven.Q1 2024Universitair medische centra1.000Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg10.000Geestelijke gezondheidszorg14.000Huisartsen en gezondheidscentra10.000Overige zorg en welzijn67.000Verpleging, verzorging en thuiszorg23.000Gehandicaptenzorg6.000Kinderopvang (incl. peuterspeelzaalwerk)18.000Jeugdzorg5.000Sociaal werk11.000Totaal zorg en welzijn148.000Bron: CBS, AZW Statline Vraag 172Hoeveel fysiotherapeuten zijn er in 2023 gestopt?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over deze gegevens.Vraag 173Welk percentage van de fysiotherapeuten verlaat binnen vijf jaar het vak?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over deze gegevens.Vraag 174Wat zijn de ziekteverzuimcijfers voor de gehele sector zorg & welzijn voor2024, voor de afgelopen vijf jaar en wat is de verwachting voor 2025?Antwoord:In het tweede kwartaal van 2024 was het verzuimpercentage voor desector Zorg en Welzijn 7,2%. In de 5 jaar daarvoor was dat:•Q2 2019: 5,7%•Q2 2020: 6,2%•Q2 2021: 6,5%•Q2 2022: 7,5%•Q2 2023: 7,0%Over het ziekteverzuim in 2025 kan het Ministerie van VWS geenuitspraken doen. De ontwikkeling van het ziekteverzuim is van veelonzekere factoren afhankelijk en daarmee moeilijk te prognosticeren.Vraag 175Wat is de uitsplitsing van het verzuim per subsector? Wat is de spreiding(minimale en maximale) van de verzuimcijfers tussen werkgevers/instellingen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1967 Antwoord:In onderstaande tabel zijn de verzuimpercentages per branche weerge-geven (tweede kwartaal 2024). Het Ministerie van VWS beschikt niet overgegevens over de spreiding van de verzuimcijfers.Q2 2024Universitair medische centra5,7Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg6,0Geestelijke gezondheidszorg7,3Huisartsen en gezondheidscentra6,0Overige zorg en welzijn5,1Verpleging, verzorging en thuiszorg8,8Gehandicaptenzorg7,7Kinderopvang (incl. peuterspeelzaalwerk)7,5Jeugdzorg7,2Totaal zorg en welzijn7,2Bron: CBS, AZW Statline Vraag 176Hoeveel procent van de werknemers per sector in de zorg, verdienenminder dan een modaal salaris?Antwoord:Volgens de laatste CPB-raming bedraagt het bruto modaal inkomen in2024 circa 44,5 duizend euro. Op basis van gegevens van het Pensioen-fonds zorg en welzijn (PFZW) over het bruto voltijdsjaarinkomen vanmedewerkers binnen zorg en welzijn (exclusief de branches umc’s enoverige zorg en welzijn35) verdient naar schatting zo’n 50% van diewerknemers minder dan modaal. Een inkomensverdeling per branchebinnen zorg en welzijn is niet voor handen en daarom is ook geenschatting te maken hoeveel werknemers minder verdienen dan modaalvoor de afzonderlijke branches. Voor umc’s zijn geen recente gegevensbekend over de inkomensverdeling. Op basis van oude cijfers (over201836) is wel de verwachting dat het aandeel werknemers dat minder daneen modaal inkomen verdient veel lager ligt dan het gemiddelde van circa50% voor andere branches binnen zorg en welzijn.Vraag 177Hoe hoog is de uitstroom in de zorg uitgesplitst per sector?Antwoord:In onderstaande tabel is voor de sector Zorg en Welzijn totaal en voor deverschillende branches weergegeven wat de uitstroom was tussen heteerste kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2024. Voor de sectorals totaal was de uitstroom 10,8%. Daarvan is 1,6 procentpunt uitstroomnaar pensioen (oftewel: bijna 1 op de 7 mensen die uitstroomt gaat metpensioen).aantal uitge-stroomdaandeel uitge-stroomdUniversitair medische centra7.7109,4%Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg18.6008,2%Geestelijke gezondheidszorg9.8409,3%Huisartsen en gezondheidscentra2.9408,4%Overige zorg en welzijn17.79013,3%Verpleging, verzorging en thuiszorg51.47011,3%35Voor de branches umc’s en overige zorg en welzijn beschikt PFZW niet over inkomensge-geven, omdat deze werknemers niet bij PFZW zijn aangesloten.36Toen verdiende naar schatting slechts 15% van de medewerkers binnen de umc’s minder danmodaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1968 aantal uitge-stroomdaandeel uitge-stroomdGehandicaptenzorg19.36010,4%Jeugdzorg5.55015,8%Sociaal werk9.69016,1%Totaal zorg en welzijn142.94010,8%Bron: CBS, AZW Statline Vraag 178Hoe groot is het aantal zorgmedewerkers dat binnen twee jaar na hunzorgopleiding uitstroomt naar een sector die geen onderdeel vormt vanZorg en Welzijn, uitgesplitst naar sector?Antwoord:Uit recent onderzoek blijkt dat 12% van de werknemers binnen twee jaarna hun zorgopleiding uitstroomt uit de zorg (dat is inclusief degenen dietijdelijk vertrekken en binnen twee jaar weer in de zorg werkzaam zijn). Decijfers zijn afkomstig uit een onderzoek van SEO (2024; Voorkomen isbeter dan genezen; Vroege uitval uit de zorgsector in kaart gebracht - SEOEconomisch Onderzoek). Het gaat hier om werknemers, degenen die eenoverstap naar zzp-schap maken tellen mee als uitstroom. Daarnaast is inde afbakening van de zorg het welzijnswerk niet meegenomen. Degenendie uit bijvoorbeeld de jeugdzorg zijn overgestapt naar welzijnswerk tellendus ook mee als uitstroom. Deze cijfers zijn niet uit te splitsen naarbranche.Vraag 179Hoe groot is het aantal zorgmedewerkers dat binnen vijf jaar na hunzorgopleiding uitstroomt naar een sector die geen onderdeel vormt vanZorg en Welzijn, uitgesplitst naar sector?Antwoord:Uit recent onderzoek blijkt dat 18% van de werknemers binnen vijf jaar nahun zorgopleiding uitstroomt uit de zorg (dat is inclusief degenen dietijdelijk vertrekken en binnen vijf jaar weer in de zorg werkzaam zijn). Decijfers zijn afkomstig uit een onderzoek van SEO (2024; Voorkomen isbeter dan genezen; Vroege uitval uit de zorgsector in kaart gebracht - SEOEconomisch Onderzoek). Het gaat hier om werknemers, degenen die eenoverstap naar zzp-schap maken tellen mee als uitstroom. Daarnaast is inde afbakening van de zorg het welzijnswerk niet meegenomen. Degenendie uit bijvoorbeeld de jeugdzorg zijn overgestapt naar welzijnswerk tellendus ook mee als uitstroom.In het rapport van SEO zijn gegevens per branche opgenomen overdegenen die binnen vijf jaar na diplomering vertrekken uit de sector.Hierbij zijn degenen die tijdelijk vertrekken en daarna weer in de zorg aande slag gaan meegeteld. Deze cijfers geven daarmee een beeld van hetaandeel werknemers dat binnen vijf jaar een vertrekbeweging maakt,maar niet van het aandeel dat na vijf jaar weg is uit de sector. Hetonderzoek maakt op sectorniveau wel inzichtelijk hoeveel mensen er zijnvertrokken en weer teruggekomen, maar dit wordt niet gesplitst naarbranche. Door dit aantal naar rato te verdelen over de branches, is eenindicatie te geven van het aandeel mensen per branche dat binnen vijfjaar vertrekt uit de sector en in die periode niet meer terugkeert (zij zijndus weg uit de sector).UitstroomZorg en welzijn (excl. sociaal domein)18%Universitair medische centra19%Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg15%Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1969 UitstroomGeestelijke gezondheidszorg18%Huisartsen en gezondheidscentra10%Overige zorg en welzijn28%Verpleging, verzorging en thuiszorg17%Gehandicaptenzorg17%Jeugdzorg43% Vraag 180Hoe hoog is de in de OVA verwerkte contractloonmutatie voor respectie-velijk 2023 en 2024? Hoe hoog is de actuele contractloonmutatie in demarkt voor respectievelijk 2023 en 2024 (conform de laatste stand van hetCentraal Planbureau)?Antwoord:Het ova-percentage wordt conform de afspraken met werkgevers in dezorg in het zogenaamde ova-convenant ieder jaar definitief vastgesteldaan de hand van de CEP-raming van het CPB voor het betreffende jaar. Decontractloonmutatie in de definitief vastgestelde ova voor de jaren 2023en 2024 bedraagt respectievelijk 5,2% en 5,7%. Volgens de laatste CPB-raming (MEV 2025) bedroeg de contractloonmutatie in de marktsector 6%en 6,4% in respectievelijk 2023 en 2024.Vraag 181Wat is de OVA-ruimte voor 2025?Antwoord:De ova-ruimte voor 2025 bedraagt naar huidige inzichten circa3,6 miljard euro structureel.Vraag 182Hoeveel ruimte is er voor loongroei in de zorg als geheel in 2025? Metwelk percentage zouden de salarissen gemiddeld gezien kunnen stijgen?Antwoord:De contractloonruimte voor 2025 bedraagt 4,2% en de incidenteleloonruimte 0,8%. De salarissen in de zorg zouden in 2025 op basis van dehuidige raming kunnen stijgen met gemiddeld 5%.Vraag 183Hoe groot is de loonkloof tussen apotheekmedewerkers in reguliereapotheken en apotheekmedewerkers in ziekenhuisapotheken?Antwoord:Op basis van de salarisschalen in de Cao Apotheken en de Cao Zieken-huizen kan een inschatting worden gemaakt van het verschil in salaristussen apotheekmedewerkers in reguliere apotheken en apotheekmede-werkers in ziekenhuisapotheken. De salarisbedragen in de Cao Zieken-huizen liggen enkele honderden euro’s hoger dan de salarisbedragen inde Cao Apotheken voor vergelijkbare functies. Het werkelijke verschil insalaris hangt af van de precieze inschaling van medewerkers.Vraag 184Hoeveel geld is er nodig om de loonkloof tussen apotheekmedewerkers inreguliere apotheken en apotheekmedewerkers in ziekenhuisapotheken opte lossen?Antwoord:Om dit te berekenen is informatie nodig over het aantal medewerkersbinnen de openbare apotheken en het aantal apotheekmedewerkers inziekenhuisapotheken en de verdeling van beide over de verschillendesalarisschalen. Het Ministerie van VWS beschikt niet over deze informatie.Vraag 185Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1970 Hoeveel budget is er beschikbaar voor loonsverhoging voor apotheekme-dewerkers? Wie is verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat hiervoldoende budget voor is? Ligt dit bij de werkgevers, de zorgverzekeraarsof de Minister van VWS?Antwoord:De Minister van VWS stelt ieder jaar via de overheidsbijdrage in dearbeidskostenontwikkeling (ova) extra geld beschikbaar voor marktcon-forme loonontwikkeling. Ook voor apotheken. De loon- en prijsbijstelling2025 voor de sector apotheekzorg bedraagt 208 miljoen euro, waarvan49 miljoen euro voor loonbijstelling. Vanwege langer lopende contractenis begin 2024 verondersteld dat een deel van de loon- en prijsbijstelling2024 vertraagd in de uitgaven aan apotheekzorg terecht zou komen. Erwordt om die reden in het kader voor 2025 rekening gehouden met eenextra groei van 160 miljoen euro. In totaal is er daarmee in 2025368 miljoen euro geraamd voor de groei van lonen en prijzen in deapotheekzorg.Het is vervolgens aan partijen om op basis hiervan goede afspraken temaken. Hoeveel ruimte aanbieders hebben om via cao-afspraken de lonenvan hun medewerkers te verhogen hangt af van de afspraken die zijmaken met verzekeraars en hun eigen bedrijfsvoering. De overheid isgeen partij in de contractonderhandelingen tussen apotheken enverzekeraars en ook niet in de positie om in te grijpen, omdat het vrijetarieven betreft. Daarbij gaat de Minister van VWS er wel vanuit datverzekeraars zich houden aan de afspraak uit het Integraal Zorgakkoord(IZA) om als startpunt van de onderhandelingen het ova-percentage doorte vertalen in de tarieven en zij inkopen conform de richtlijnen uit deHandvatten Contractering en Transparantie gecontracteerde zorg van deNZa.Vraag 186Hoeveel ziekenhuizen en ziekenhuislocaties zijn er sinds 2010 gesloten?Welke waren dit?Antwoord:In onderstaande overzicht treft u per jaar het aantal algemene zieken-huizen, academische ziekenhuizen, buitenpoli’s en kinderziekenhuizenover de afgelopen jaren op locatieniveau. De jaren 2017 en 2020ontbreken. In deze jaren heeft er geen telling plaatsgevonden. Vanaf 2016worden de kinderziekenhuizen voor het eerst apart vermeld. Vanaf 2018zijn de locatiewijzigingen in kaart gebracht.Dit overzicht per jaar is tot stand gekomen op basis van handmatigeinventarisaties. Er bestaat namelijk geen eenduidige bron waarmee hetRIVM de jaarlijkse update kan verzorgen op de website vzinfo.nl. Dehandmatige inventarisatie is gebaseerd op de websites van de zieken-huizen. Buitenpoli’s zijn vaak moeilijk terug te vinden op de websites. Metname als er bijvoorbeeld voor maar 1 of 2 specialismen een spreekuur is.Niet altijd duidelijk of er dan gesproken kan worden over een buitenpoli-kliniek.Aantal locaties algemene-, academische- en kinderziekenhuizen en aantal buitenpoli’s 2010–2023JaarAlgemeneziekenhuizen(locatieniveau)LocatiewijzigingenalgemeneziekenhuizenAcademischeziekenhuizen(locatieniveau)LocatiewijzigingenacademischeziekenhuizenKinderzieken-huizen(locatieniveau)Locatiekinderzieken-huizenBuitenpoli’s(locatieniveau)201012611832011123118820121211197201312011106Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1971 JaarAlgemeneziekenhuizen(locatieniveau)LocatiewijzigingenalgemeneziekenhuizenAcademischeziekenhuizen(locatieniveau)LocatiewijzigingenacademischeziekenhuizenKinderzieken-huizen(locatieniveau)Locatiekinderzieken-huizenBuitenpoli’s(locatieniveau)201412011111201511511124201610881– Erasmus MCDaniel denHoed2– Erasmus MCSophia3– UMC UtrechtWilhelminaKinderziekenhuis351. EmmaKinderzieken-huis Amster-dam;2. ErasmusMedischCentrumSophiakinderzieken-huis;3. Willem-AlexanderLeiden;4. RadboudUMC Amalia;5. UMCUWilhelminaKinderzieken-huis1442018105– AlrijneZiekenhuisAlphen aan denRijn4– Havenzieken-huis Rotterdam–AlbertSchweitzerZiekenhuisAmstelwijckDordrecht86+ PrincesMaximaCentrumUtrecht1342019101– MCEmmeloord4– MCSlotervaart– HagaZiekenhuisJuliana DenHaag3– OmmelanderlocatieDelfzicht487+HagaZieken-huis JulianaDen Haag129202199– HagaZieken-huis SportlaanDen Haag– Meander MCBaarn87141202298– AmphiaZiekenhuisBreda Langen-dijk8714520239887147202498871481 In de tijd van 11 locaties werden kinderziekenhuizen nog niet apart vermeld. Dus naast de 8 UMC’s van nu, zijn in Rotterdam en Utrecht de kinder-ziekenhuizen bij de academische ziekenhuizen meegeteld. Daarnaast werd Rotterdam Daniel de Hoed (heet nu: Erasmus Medisch Centrum KankerInstituut) als academisch ziekenhuis meegeteld.2 Locatie is nog open, wordt nu meegeteld als algemeen ziekenhuis onder de naam Erasmus Medisch Centrum Kanker Instituut3 locatie is nog open, wordt nu meegeteld als kinderziekenhuis.4 locatie is nog open, maar buitenpoli geworden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1972 Bron: https://www.vzinfo.nl/ziekenhuiszorg/regionaal/locaties Vraag 187Hoeveel ziekenhuisafdelingen zijn er sinds 2010 gesloten? Welke warendit?Antwoord:Het Ministerie van VWS kan u geen overzicht geven van het aantalziekenhuisafdelingen die sinds 2010 in Nederland is gesloten.Vraag 188Hoeveel spoedeisende hulpposten zijn er sinds 2010 in Nederlandgesloten en hoeveel zijn afgebouwd tot spoedplein of niet meer 24/7bereikbaar? Kunt u een lijst geven van deze SEH’s?Antwoord:In onderstaande tabel staat het aantal spoedeisende-hulp-locaties (SEH’s)in Nederland van 2011 t/m 2024 en staan de namen van gesloten SEH’svanaf 2016. Over 2010 en 2012 zijn geen cijfers beschikbaar. In de periodevóór 2016 is niet systematisch bijgehouden welke SEH’s gesloten zijn.Evenmin is een overzicht beschikbaar van welke SEH’s zijn omgevormdtot spoedpost. Een kaart met alle actueel geopende SEH’s is te vinden opAcute zorg | Regionaal | SEH | Volksgezondheid en Zorg (vzinfo.nl).Aantal SEHs 24/7-uursopenstellingTotaal aantal SEH’s (incl.SEH’s die niet 24/7 openzijn)Naam van gesloten SEH2011999920139494201491952015919520169094Haga ziekenhuis Den Haag locatie Sportlaan20178994Franciscus Gasthuis & Vlietland in Schiedam is van 24/7 uurs naardag-avond openstelling gegaan20188689Sluiting van 24/7-uurs SEH (3): HMC Antoniushove Leidschendam,St Antonius Woerden, ZGT HengeloSluiting van dag/avond SEH (2): Albert Schweitzer Zwijndrecht,Havenziekenhuis RotterdamJan. 20198487Sluiting van 24/7-uurs SEH (2): MC Slotervaart Amsterdam, MCIJsselmeer LelystadMaart 20198387SEH van het ETZ locatie Tweesteden van 24/7-uurs naar dag/avondMaart 20208083Sluiting van 24/7-uurs SEH (3): HMC Bronovo, SEH BethesdaHoogeveen en SEH Refaja StadskanaalSluiting van dag/avond SEH (1): dag/avond SEH van het ETZ locatieTweeSteden is in 2019 samengevoegd met de 24/7 basis-SEH vanhet ETZ op de locatie ElisabethMaart 20218082SEH Spaarne Haarlem Noord tijdelijk geslotenMaart 20228083SEH Spaarne Haarlem Noord weer openApril 20238083Geen wijzigingen t.o.v. 2022Mei 20247680SEH Tergooi MC locatie Blaricum gesloten in verband metnieuwbouw op locatie Hilversum.SEH Spaarne locatie Haarlem Noord gesloten (veranderd naar een«spoedpost»).SEH Amsterdam UMC locatie VUmc gesloten.SEH Gelre locatie Zutphen van 24/7-uurs naar dag/avond.Bron: RIVMTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1973 Vraag 189Hoeveel verloskunde afdelingen zijn er sinds 2010 in Nederland geslotenen hoeveel zijn niet meer 24/7 bereikbaar? Kunt u een lijst geven van dezeverloskunde afdelingen?Antwoord:Een overzicht van alle locaties met een 24/7 aanbod van acute verlos-kunde is beschikbaar op de website van het RIVM: Acute zorg | Regionaal |Acute verloskunde | Volksgezondheid en Zorg (vzinfo.nl). Dit overzicht isbeschikbaar vanaf 2015, omdat de informatie tot 2014 minder specifiekwerd uitgevraagd.De locaties op deze lijst voldoen in ieder geval aan de volgende criteria:•Er wordt 24/7 acute verloskunde aangeboden.•Er is altijd een klinisch verloskundige, een a(n)ios gynaecologie, of eengynaecoloog aanwezig.•Een gynaecoloog, kinderarts, anesthesioloog, anesthesiemedewerkeren OK-ruimte zijn allemaal binnen 30 minuten beschikbaar.Het RIVM houdt geen locaties bij waar deze zorg niet 24/7 wordt aange-boden. Hierdoor kan er geen onderscheid worden gemaakt tussen locatiesdie niet meer 24/7 bereikbaar zijn en locaties die volledig zijn gesloten. Delijst van gesloten of niet meer 24/7 beschikbare locaties op basis van deRIVM-gegevens van de afgelopen 10 jaar is als volgt:JaarAantal locaties met acuteverloskunde5Naam van gesloten acute verloskunde locaties«Nieuwe» locaties2015184201681– Hengelo ZGT– Amsterdam Slotervaart– Roosendaal Bravis201781– Leiden Alrijne ziekenhuis– Sittard-Geleen ZuyderlandTwee ziekenhuizen die in 2014 niet volledig aande criteria voor acute verloskunde voldeden,tellen vanaf 2017 wel mee.201880– Emmen Scheper ziekenhuis– Tilburg ETZ locatie Tweesteden– Woerden St. Antonius ziekenhuis– Utrecht St. Antoniusziekenhuis– Stadskanaal Refaja Ziekenhuis201975– Lelystad MC IJsselmeer– Purmerend Dijklander– Nieuwegein St. Antoniusziekenhuis– Hoofddorp Spaarne Gasthuis– Stadskanaal Refaja– Hoogeveen Bethesda– Emmen Scheper ziekenhuis202074– Den Haag HMC Bronovo202175– Amstelveen ziekenhuis Amstelland202274– Amsterdam AUMC locatie VUMC202372– Schiedam Franciscus Vlietland,– Zutphen Gelre202471– Amsterdam OLVG locatie West– Blaricum Tergooi MC– Hilversum Tergooi MC (verplaatst vanuitBlaricum)1 Peilmaanden variëren. Vraag 190Hoeveel winst werd er in 2023 uitgekeerd door zorgaanbieders?Antwoord:In de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) is voor zorginstellingen die zorgverlenen waarop aanspraak bestaat uit hoofde van de Zorgverzeke-ringswet (Zvw) of de Wet Langdurige Zorg (Wlz), een verbod op winstuit-kering vastgelegd. Daarbij is bij algemene maatregel van bestuur voor eenaantal categorieën instellingen een uitzondering gemaakt: die categorieënTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1974 instellingen mogen dus wel winst uitkeren.37 Er is geen integraal overzichtvan uitgekeerde winst.SIRM en Finance Ideas hebben in 2019 in opdracht van VWS onderzoekgedaan naar dividenduitkering door zorgaanbieders met eenWtzi-toelating.38 In hun rapport zeggen de onderzoekers hier het volgendeover: «Het is moeilijk rechtstreeks te achterhalen hoeveel dividend in dezorg is uitgekeerd. Onze ruwe schatting komt op € 275 miljoen voor 2016.Hieronder valt niet eventueel dividend uitgekeerd door BV’s aan wie WTZitoegelaten zorgaanbieders zorg hebben uitbesteed. Daarvoor hebben weonvoldoende gegevens. Wel hebben we de medisch-specialistischebedrijven meegenomen in de schatting. Het in de zorg uitgekeerddividend bestaat grotendeels uit dividend van bedrijven van medischspecialisten, huisartsen, tandartsen, apothekers en paramedici. Een kleindeel, ongeveer € 6 miljoen per jaar, wordt uitgekeerd door BV’s,werkzaam in de extramurale GGZ en thuiszorg. Of een ondernemer-zorgaanbieder kiest voor een BV of werkt als zelfstandige, is deels eenjuridische en fiscale optimalisatie. Daarom is ook de vergelijking metwinst van zelfstandig gevestigde zorgverleners zonder BV relevant. Datschatten we voor 2016 op € 0,6 miljard.»Vraag 191Hoeveel winst werd er in 2023 gemaakt door zorgaanbieders?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over de precieze informatie die uvraagt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het bedrijfsresultaat(de bedrijfsopbrengsten minus de bedrijfslasten, exclusief het saldo vanfinanciële en buitengewone baten en lasten) van instellingen metminimaal tien werknemers in verschillende zorgsectoren in 2022. Op hetmoment van schrijven van dit antwoord bevatten de beschikbaregegevens (CBS, Statline) nog niet de cijfers voor 2023.In de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) valleninstellingen voor intramurale zorg en delen van de extramurale zorg, zoalsde medisch-specialistische zorg, onder het verbod op winstoogmerk opgrond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Zij mogen geen winstuitkeren. Het positieve resultaat dat zij boeken, kan aangewend wordenvoor het aanleggen van reserves, of herinvesteringen in de zorg.Bedrijfsresultaat per sector (x € 1 miljoen)20221Universitair medische centra227Algemene ziekenhuizen482Categorale ziekenhuizen24GGZ met overnachting83Gehandicaptenzorg210Jeugdzorg met overnachting– 10Maatschappelijke opvang (24-uurs)– 1Ambulante jeugdzorg137De instellingen die winst mogen uitkeren vallen onder de uitzonderingsgrond in de Wtzi, voorzover zij uitsluitend de volgende vormen van zorg verlenen: audiologische zorg, behandelingvan gedragswetenschappelijke aard in verband met een psychiatrische aandoening; farmaceu-tische zorg; huisartsenzorg; kraamzorg; medisch specialistische zorg, uitsluitend in verbandmet een psychiatrische aandoening en niet in combinatie met Zvw-verblijf; mondzorg;paramedische zorg; persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, schoonmaak van dewoning of behandeling, anders dan behandeling van gedragswetenschappelijke aard inverband met een psychiatrische aandoening, indien deze vormen van zorg niet wordenverleend in combinatie met Wlz-verblijf; trombosezorg; uitleen van verpleegartikelen;verloskundige zorg; verstrekken van hulpmiddelen; vervoer; zorg in een kleinschaligewoonvoorziening.38SiRM en Finance Ideas, juni 2019, Uitkering van dividend door zorgaanbieders: praktijkanalyseen effectanalyse, Utrecht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1975 Bedrijfsresultaat per sector (x € 1 miljoen)20221Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg3801 voorlopige cijfersBron: CBS Statline, tabel Zorginstellingen; financiën en personeel Vraag 192Hoeveel winst werd er de afgelopen vijf jaar jaarlijks gemaakt doorfarmaceutische bedrijven in Nederland?Antwoord:Het Ministerie van VWS houdt geen overzicht bij van de winst diefarmaceutische bedrijven maken. Voor beursgenoteerde bedrijven is ditopenbare informatie, aangezien deze bedrijven dit rapporteren in hunjaarverslagen.Vraag 193Hoeveel zorgaanbieders werden in 2023 overgenomen door een privateequity partij?Antwoord:De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft zicht op concentraties (fusie ofovername) van zorgaanbieders waar vijftig of meer personen direct zorgleveren. Op basis van deze cijfers zijn er in 2023 van in totaal 200goedgekeurde concentraties 108 concentraties goedgekeurd waarbij eenprivate equity partij betrokken is of was. De kanttekening hierbij is dat deNZa niet controleert of de voorgenomen concentratie ook daadwerkelijkplaatsvindt. Het kan dus zo zijn dat het daadwerkelijke aantal concen-traties kleiner is. Daarnaast is niet uit deze cijfers te concluderen of er eentoename is in het aandeel private equity in zorg, omdat er ook concen-traties tussen kunnen zitten waarbij een al door private equity gefinan-cierde zorgaanbieder werd overgenomen door een andere private equitypartij. Er is geen zicht op de hoeveelheid concentraties van zorgaan-bieders waarbij minder dan vijftig personen direct zorg verlenen.Vraag 194Hoeveel winst werd er in 2023 gemaakt in de zorg door private equitypartijen?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over de precieze informatie die uvraagt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het bedrijfsresultaat(de bedrijfsopbrengsten minus de bedrijfslasten, exclusief het saldo vanfinanciële en buitengewone baten en lasten) van instellingen metminimaal tien werknemers in verschillende zorgsectoren in 2022. Hetministerie beschikt niet over een uitspitsing van deze categoriën vanzorgsectoren naar commerciële en niet-commerciële zorgpartijen, en dusook niet over het aandeel private equity hierin. Op het moment vanschrijven van dit antwoord bevatten de beschikbare gegevens (CBS,Statline) nog niet de cijfers voor 2023.In de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) valleninstellingen voor intramurale zorg en delen van de extramurale zorg, zoalsde medisch-specialistische zorg, onder het verbod op winstoogmerk opgrond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Zij mogen geen winstuitkeren. Het positieve resultaat dat zij boeken, kan aangewend wordenvoor het aanleggen van reserves, of herinvesteringen in de zorg.Bedrijfsresultaat per sector (x € 1 miljoen)20221Universitair medische centra227Algemene ziekenhuizen482Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1976 Bedrijfsresultaat per sector (x € 1 miljoen)20221Categorale ziekenhuizen24GGZ met overnachting83Gehandicaptenzorg210Jeugdzorg met overnachting– 10Maatschappelijke opvang (24-uurs)– 1Ambulante jeugdzorg1Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg3801 voorlopige cijfersBron: CBS Statline, tabel Zorginstellingen; financiën en personeel Vraag 195Welk deel van de zorgaanbieders is momenteel in handen van privateequity investeerders? Kunt u dat uitdrukken als percentage van de totaleomzet en het totaal aantal aanbieders? Hoe heeft dit percentage zich in deafgelopen vijf jaar ontwikkeld?Antwoord:In onderstaande tabel is het aandeel private equity in de zorg weerge-geven, uitgedrukt in percentages van de totale omzet binnen de Zvw enWlz (en binnen de verschillende sectoren) in 2022 (bron: EY, onderzoeknaar private equity in de zorg, 8 april 2024). Het Ministerie van VWSbeschikt niet over dezelfde informatie van andere jaren.Aandeel private equity in wettelijke geldstromen Zvw en Wlz per sector in 2022Private Equity ParticipatieZorgverzekeringswetPrivate Equity participatieWet langdurige zorgMedisch specialistische zorg~3,75%~1,16%Verpleeg- en Verzorgingshuizen enthuiszorg~0,73%~0,55%Geestelijke gezondheidszorg~2,20%~0%Gehandicaptenzorg~0%~0%Huisartsenzorg~<1%–Kraamzorg~20–25%–Paramedische zorg~4–10%–Mondzorg~19–26%– Vraag 196Hoeveel zou het opleveren als het winstverbod zou worden verbreed naarde hele zorg?Antwoord:In de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) is voor zorginstellingen die zorgverlenen waarop aanspraak bestaat uit hoofde van de Zorgverzeke-ringswet (Zvw) of de Wet Langdurige Zorg (Wlz), een verbod op winstuit-kering vastgelegd. Daarbij is bij algemene maatregel van bestuur voor eenaantal categorieën instellingen een uitzondering gemaakt: die categorieëninstellingen mogen dus wel winst uitkeren. Er is echter geen integraaloverzicht van de uitgekeerde winst door die partijen. Verder is ook geenzicht op welke gedragseffecten zouden optreden bij een verbreding vanhet verbod op winstuitkering. Denk hierbij aan zorgaanbieders diestoppen met het aanbieden van zorg waardoor het toch al schaarseaanbod vermindert. Deze combinatie van factoren maakt het niet mogelijkom in beeld te brengen wat een verbreding van het winstuitkeringsverbodnaar de gehele zorg zou opleveren.Vraag 197Hoeveel privéklinieken zijn er op dit moment in Nederland?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1977 Privéklinieken is een ruim begrip en het is uit de vraag niet helemaal af teleiden welke instellingen hiermee precies bedoeld worden. De InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ) spreekt bij instellingen die medischspecialistische zorg (MSZ) leveren en geen ziekenhuis zijn over particu-liere klinieken. Particuliere klinieken is een verzamelnaam voorzelfstandige behandelcentra (ZBC’s; deze instellingen leveren verzekerdeMSZ) en privéklinieken (deze instellingen leveren onverzekerde MSZ (bijv.plastische/ cosmetische chirurgie). Sommige instellingen zijn zowel ZBCals privékliniek, omdat zij zowel verzekerde als onverzekerde MSZ leveren.Voor het antwoord gaat het Ministerie van VWSuit van het aantal bij deIGJ bekende particuliere klinieken. Jaarlijks vraagt de IGJ aan alle bij haarbekende particuliere klinieken om gegevens (toezichtvragen) aan televeren. Over verslagjaar 2023 hebben 789 particuliere klinieken degevraagde gegevens aangeleverd De complete dataset met alleantwoorden van deze particuliere klinieken (met vermelding vanklinieknaam) wordt jaarlijks gepubliceerd op https://data.overheid.nl/.Vraag 198Kunt u een volledige lijst geven van alle privéklinieken die zich op ditmoment bevinden in Nederland?Antwoord:Privéklinieken is een ruim begrip en het is uit de vraag niet helemaal af teleiden welke instellingen hiermee precies bedoeld worden. De InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ) spreekt bij instellingen die medischspecialistische zorg (MSZ) leveren en geen ziekenhuis zijn over particu-liere klinieken. Particuliere klinieken is een verzamelnaam voorzelfstandige behandelcentra (ZBC’s; deze instellingen leveren verzekerdeMSZ) en privéklinieken (deze instellingen leveren onverzekerde MSZ (bijv.plastische/ cosmetische chirurgie). Sommige instellingen zijn zowel ZBCals privékliniek, omdat zij zowel verzekerde als onverzekerde MSZ leveren.Voor het antwoord gaat het Ministerie van VWS uit van bij de IGJ bekendeparticuliere klinieken. Jaarlijks vraagt de IGJ aan alle bij haar bekendeparticuliere klinieken om gegevens (toezichtvragen) aan te leveren. Oververslagjaar 2023 hebben 789 particuliere klinieken de gevraagde gegevensaangeleverd. De complete dataset met alle antwoorden van dezeparticuliere klinieken (met vermelding van klinieknaam) wordt jaarlijksgepubliceerd op https://data.overheid.nl/.Vraag 199Kunt u een overzicht geven van de gemaakte winst door privéklinieken deafgelopen tien jaar?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over een overzicht van de gemaaktewinst door privéklinieken.Vraag 200Hoeveel mensen maakten in 2023 hun volledig eigen risico vol?Antwoord:Voor 2023 wordt verwacht dat 7,1 mln mensen (49% van de volwassenverzekerden) hun volledige verplicht eigen risico hebben volgemaakt.Voor 2024 wordt ervan uitgegaan dat 7,2 mln mensen (50% van devolwassen verzekerden) hun volledige verplicht eigen risico hebbenvolgemaaktVraag 201Hoeveel chronisch zieken en mensen met een beperking hebben in 2024hun gehele eigen risico in de eerste maand van het jaar opgemaakt?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1978 Er is geen eenduidige definitie van chronisch zieken of mensen met eenbeperking. Daarnaast is geen informatie beschikbaar over op welkmoment in het jaar mensen hun eigen risico aanspreken.Vraag 202Hoeveel zou het jaarlijks kosten om zowel het verplicht als het vrijwilligeigen risico af te schaffen? Welk deel hiervan bestaat uit het wegvallenvan het zogeheten remgeldeffect?Antwoord:Het kabinet heeft besloten om het verplicht eigen risico per 2027 teverlagen naar € 165 en het eigen risico voor medisch specialistische zorgte trancheren (op € 50 per behandelprestatie in 2027). De kosten hiervan(€ 4,1 miljard in 2027) zijn reeds verwerkt in de begroting.Het kost naar verwachting € 2,7 miljard extra om het verplicht eigenrisico, dat per 2027 dus al verlaagd wordt naar € 165, volledig af teschaffen. Hiervan betreft € 1,6 miljard de derving van de opbrengsten vanhet verplicht eigen risico. Naar verwachting zal het remgeldeffectongeveer € 1,1 miljard bedragen. Voor het remgeld wordt normaliteraangesloten bij ramingen van het CPB; het CPB zou daarom om eenactuele inschatting van de remgeldeffecten gevraagd moeten worden. Hetremgeldeffect treedt op omdat mensen zich minder bewust zullen zijn vande kosten en vaker een beroep zullen doen op de zorg.In 2023 is onderzoek gedaan naar het vrijwillig eigen risico.39 Afschaffingvan het vrijwillig eigen risico zou leiden tot een toename van de totalezorguitgaven met circa € 120 miljoen per jaar. Dit bestaat volledig uit hetwegvallen van het remgeldeffect.De kosten van het afschaffen van zowel het verplicht als vrijwillig eigenrisico zullen jaarlijks toenemen, vanwege de stijging van de zorgkosten.Vraag 203Hoeveel zou het kosten om mondzorg op te nemen in het basispakket?Hoeveel zou het kosten als dit zou gebeuren zonder eigen risico?Antwoord:De kosten van een uitbreiding van het basispakket met vrijwel alle vormenvan mondzorg, waarbij deze zorg óók onder het eigen risico valt, bedraagttenminste € 2,7 miljard. De uitbreiding van het basispakket waarbij ookhet eigen risico van toepassing is, zorgt ervoor dat de inkomsten uit heteigen risico toenemen, omdat meer mensen uitgaven onder het eigenrisico zullen gaan maken. Tegelijkertijd zal dit vermoedelijk ook gepaardgaan met een remgeldeffect. De extra inkomsten uit het eigen risico, diehet gevolg zijn van het remgeldeffect, worden geschat op € 400 miljoen.40Hierdoor bedragen de netto-kosten van de maatregel circa € 2,2 miljard41.De nominale premie zal hierdoor op jaarbasis met ongeveer € 55toenemen en het gemiddelde eigen risico zal met ongeveer € 30toenemen.De kosten van een uitbreiding van het basispakket met vrijwel alle vormenvan mondzorg, waarbij deze zorg niet onder het eigen risico valt, bedraagtcirca € 2,8 mld. Aangezien in deze variant het eigen risico niet toeneemt(en hier ook geen remgeldeffect mee gepaard gaat), bedragen denetto-kosten van de maatregel ook circa € 2,8 miljard. De nominalepremie zal hierdoor op jaarbasis met ongeveer € 85 toenemen.In de berekeningen is geen rekening gehouden met de mogelijkeaanzuigende werking van een pakketmaatregel. Deze aanzuigendewerking betreft met name de mensen die nu geen aanvullende verze-39https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/04/12/kamerbrief-over-overstapseizoen-2022-202340Hierbij is ervan uitgegaan dat het maximaal verplicht eigen risico € 165 bedraagt.41Door afronding telt de som van onderdelen niet precies op tot het genoemde totale effect.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1979 kering hebben en die geen eigen risico meer hoeven te betalen. Voormensen die nu wel een aanvullende verzekering hebben is het effect sterkafhankelijk van de persoonlijke context. Er zijn onder de mensen die nueen aanvullende verzekering hebben ook mensen waarvoor het remgeld-effect groter wordt.Vraag 204Hoeveel zou het kosten om periodieke controles bij de tandarts op tenemen in het basispakket? Hoeveel zou het kosten als dit zou gebeurenzonder eigen risico?Antwoord:De kosten van een uitbreiding van het basispakket met één periodiekecontrole per jaar waarbij deze zorg ook onder het eigen risico valt,bedraagt maximaal circa € 400 mln (14,7 mln verzekerden maal € 26,75).De uitbreiding van het basispakket waarbij ook het eigen risico vantoepassing is, zorgt ervoor dat de inkomsten uit het eigen risicotoenemen, omdat meer mensen uitgaven onder het eigen risico zullengaan maken. Tegelijkertijd zal dit vermoedelijk ook gepaard gaan met eenremgeldeffect. De extra inkomsten uit het eigen risico worden geschat op€ 100 miljoen.42 Hierdoor bedragen de netto-kosten van de maatregelcirca € 200 miljoen43. De nominale premie zal hierdoor op jaarbasis metongeveer € 1 toenemen en het gemiddelde eigen risico zal met ongeveer€ 10 toenemen.Het opnemen van de variant met één periodieke controle per jaar in hetbasispakket exclusief het eigen risico leidt tot een verschuiving van circa€ 400 miljoen aan mondzorgkosten naar het basispakket. Doordat heteigen risico in deze variant niet toeneemt, en hier ook geen remgeldeffectmee gepaard gaat, bedragen de netto-kosten van de maatregel ook circa€ 400 miljoen. De nominale premie zal hierdoor op jaarbasis metongeveer € 10 toenemen.Vraag 205Hoe wilt u opvolging geven aan de aanbevelingen uit het eindverslag«mijding mondzorg om financiële redenen» om mondzorg voor iedereentoegankelijk te maken?Antwoord:De impact van sommige genoemde maatregelen in het eindverslag vanhet project «Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen»zijn groot. Met name een eventuele uitbreiding van het basispakket metmondzorg. Daarom is hierover een adviestraject uitgezet bij het Zorgin-stituut. Het adviestraject heeft twee fases: een eerste verkennende en eentweede inhoudelijke fase. De verkennende fase zal naar verwachting eind2026 gereed zijn.Parallel aan het adviestraject worden gerichtere maatregelen uitgewerkt,zoals ook genoemd in het eindverslag. Op dit moment loopt hiervoor eenpilot met gemeenten, zorgverzekeraars en mondzorgverleners. Deze pilotloopt tot het voorjaar van 2025. In deze pilot wordt gekeken naar eenbetere inzet van gemeentelijke regelingen, zoals de gemeentepolis.Tegelijk wordt hierbij ook gekeken naar de mogelijkheden voor eenlandelijke regeling. Daarnaast wordt in (een deel van) deze gemeentengewerkt aan het versterken van sociale vangnetten en er wordt gewerktaan doelgroepgerichte voorlichting.De Minister van VWS zal u over de uitkomsten van deze pilot uiterlijk inhet voorjaar van 2025 informeren. Zij zal in deze brief ook ingaan op deaanbeveling om hernieuwde aandacht te geven aan de mondgezondheidin de publieke gezondheid.42Hierbij is ervan uitgegaan dat het maximaal verplicht eigen risico € 165 bedraagt.43Door afronding telt de som van onderdelen niet precies op tot het genoemde totale effect.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1980 Vraag 206Hoeveel zou het kosten om fysiotherapie op te nemen in het basispakket?Hoeveel zou het kosten als dit zou gebeuren zonder eigen risico?Antwoord:Volgens ramingen van het Zorginstituut is in 2022 € 0,67 miljard aaneerstelijns fysiotherapie én oefentherapie vergoed vanuit de basisverze-kering en € 1,11 miljard vanuit de aanvullende verzekering. Het is nietbekend hoeveel patiënten aan eerstelijns fysio- en oefentherapie uitgevenbuiten de basisverzekering en aanvullende verzekering om. VWS heeftdus geen inzicht in wat het zou kosten om alle fysiotherapie (en oefenthe-rapie) op te nemen in het basispakket. Dit zou nader onderzocht engeanalyseerd kunnen worden. Daarbij moet dan ook rekening gehoudenworden met het effect van het eigen risico. Zo’n berekening is op de kortetermijn niet mogelijk.Overigens werkt het Ministerie van VWS samen met het Zorginstituut, deNZa en veldpartijen aan het traject «Naar een passende aanspraak fysio-en oefentherapie» (PAFOZ). Dit traject onderzoekt mogelijke aanpassingenvan de aanspraak op eerstelijns fysio- en oefentherapie vanuit debasisverzekering, rekening houdend met de uitgangspunten van passendezorg. Onderdeel hiervan is ook een budgetimpactanalyse.Vraag 207Hoeveel zou het kosten om ggz volledig op te nemen in het basispakket?Antwoord:De basisverzekering vergoedt geestelijke gezondheidszorg (ggz) als ersprake is van een psychische stoornis waarvoor professionele hulp nodigis, behalve als het gaat om behandeling bij een aanpassingsstoornis.Behandelingen voor aanpassingsstoornissen zijn met ingang van 1 januari2012 geen onderdeel meer van het verzekerd pakket (althans voorvolwassenen: de behandeling van enkele aanpassingsstoornissen kan welworden vergoed op grond van de Jeugdwet). Ten slotte bestaat erggz-zorg die niet wordt vergoed vanuit het basispakket van de Zvw, maarwel uit een ander wettelijk kader. Het gaat dan bijvoorbeeld om psychoso-ciale hulp en bemoeizorg (Wmo 2015) en zorg bij leerstoornissen(Jeugdwet).Om een berekening te maken van de kosten van heropname in hetbasispakket zal er echter rekening gehouden moeten worden met zakenals uitname van deze behandelingen uit de Jeugdwet, de demografischegroei en de veranderende zorgvraag. Van deze effecten valt momenteelgeen accurate berekening te maken.Wel bestaan er gegevens over de kosten van de behandeling bij aanpas-singsstoornissen toen deze nog onderdeel was van het basispakket. Zolaat de Marktscan GGZ van de NZa zien dat in 2011, het laatste volledigejaar waarin aanpassingsstoornissen werden vergoed, 137 miljoen euro isuitgegeven aan de behandeling voor aanpassingsstoornissen (zie tabel 5.3Marktscan GGZ 2014 en beleidsbrief-deel A - Nederlandse Zorgautoriteit(overheid.nl)).Het volledig opnemen van de ggz in het basispakket zal er toe leiden dataanspraak op behandeling groter wordt en daarmee de zorgvraagtoeneemt. Met de huidige arbeidskrapte zal dit leiden tot langerewachtlijsten.Vraag 208Hoeveel zou het kosten om ook een tweede begeleide stoppoging voorrokers te vergoeden uit het basispakket?Antwoord:Het kabinet vindt het van groot belang dat meer rokers stoppen. Destoppen-met-rokenzorg moet daarvoor zo goed mogelijk zijn ingericht. Dehuidige aanspraak voor stoppen met roken omvat één programma perkalenderjaar. Strikt genomen kunnen in een programma nu ook alTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1981 meerdere stoppogingen zitten. In de praktijk gebeurt dit echter heelweinig. We weten dat rokers die willen stoppen gemiddeld drie stoppo-gingen nodig hebben. Er kan om die reden ook beter gesproken wordenvan een stopproces dan van een stoppoging. Het is nu eenmaal nieteenvoudig om met een verslavende gewoonte op te houden. De stoppen-met-rokenzorg wordt door verschillende partijen tot stand gebracht. Zijhebben vorig jaar in gezamenlijkheid geconcludeerd de systematiek tewillen aanpassen om meer recht te doen aan het stoppen met roken alsproces. Het gaat dan met name om meer differentiatie in het aanbod vanstoppen-met-roken zorg. Hier worden nu concrete afspraken overgemaakt, die vervolgens ook verwerkt moeten worden in de Zorgstan-daard Tabaksverslaving. De NZa onderzoekt in dit proces met partijen hoede bekostiging voor stoppen-met-rokenzorg verbeterd kan worden (enwelke kosten daarmee gepaard gaan). Naar verwachting krijgen degesprekken de komende maanden concrete uitkomsten. Zodra dat hetgeval is, zal de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport uw Kamer hieruitgebreider over informeren.Vraag 209Hoeveel geld zou het kosten om anticonceptie voor iedereen in Nederlandvanuit de basisverzekering te vergoeden?Antwoord:Voor vrouwen jonger dan 21 jaar is in de Regeling zorgverzekering (Rzv)reeds bepaald dat anticonceptie is verzekerd. De kosten voor hettoevoegen van anticonceptie voor vrouwen vanaf 21 jaar aan hetbasispakket worden geschat op 30 miljoen structureel per jaar. Alsanticonceptie wordt uitgezonderd van eigen risico, zijn de kosten€ 65 miljoen per jaar structureel.De kosten voor het opnemen van anticonceptie voor mannen (mannen-condooms) in het basispakket zijn voor de Minister van VWS op ditmoment onbekend.Vraag 210Kunt u een overzicht sturen welke zaken aan het basispakket zijn toege-voegd of eruit zijn gehaald, vanaf 2006 tot en met 2024?Antwoord:Het basispakket vergoedt zorg wanneer zorgpartijen zoals de beroeps-groepen, patiëntenorganisaties en de zorgverzekeraars het erover eenszijn dat deze zorg effectief is. Deze zorg komt daarmee in aanmerking voorvergoeding vanuit het basispakket. Het basispakket kent daarmee geengedetailleerde lijst, maar sluit aan bij wat beschouwd wordt als goede eneffectieve zorg door de partijen. Hierdoor vergoedt de basisverzekeringzorg die aansluit bij de meest actuele ontwikkelingen en inzichten in demedische wetenschap. Dit wordt ook wel een «open instroom» genoemd.Ongeveer 90% van de verzekerde zorg behoort tot dit open gedeelte vanhet basispakket. Hiervoor hoeft de overheid niet standaard een toetsing(beoordeling) te doen voor toelating tot de basisverzekering. Om dezereden is het niet mogelijk een volledig beeld te geven van alle zaken dieaan het basispakket zijn toegevoegd of eruit gehaald.Voor sommige vormen van zorg geldt de open instroom niet. De aard enomvang van de verzekerde zorg is beperkt vanwege beleidsmatige ofpolitieke redenen. Wijzigingen van deze aanspraak vereisen aanpassingvan het Besluit zorgverzekering of Regeling zorgverzekering. Dit geldtvoor bijvoorbeeld fysiotherapie en dure geneesmiddelen. De tabellen 1 en2 geven een overzicht van respectievelijk de uitbreidingen en beperkingenin het basispakket. Deze uitbreidingen en beperkingen worden ookjaarlijks met de Kamer gedeeld in het kader van de voorgestelde wijzi-gingen in de basisverzekering voor het aankomende jaar.Ook kan zorg voorwaardelijk worden toegelaten. In zo’n geval wordt zorgdie nog niet bewezen effectief is, toch tijdelijke toegelaten tot hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1982 basispakket. Als voorwaarde wordt gesteld dat in de periode van detijdelijke toelating gegevens worden verzameld over de effectiviteit van dezorg. Tabel 3 betreft de voorwaardelijk toegelaten behandelingen.Tot slot wordt maandelijks de aanspraak op geneesmiddelen gewijzigd viaeen aanpassing van de Regeling zorgverzekering. Vanwege de enormeomvang van deze wijzigingen wordt hiervan geen lijst gedeeld. Dit gaatom veel middelen die maandelijks nieuw worden opgenomen in, ofverwijderd uit het basispakket en betreft wijzigingen op productniveau. Dewijzigingen zijn in te zien via de Regeling zorgverzekering en de wijzi-gingen worden maandelijks gepubliceerd in de Staatscourant.Hieronder zijn in tabel 1 en 2 wél de wijzigingen opgenomen die eerdermet de Kamer zijn gedeeld het kader van de voorgestelde wijzigingen inde basisverzekering.Tabel 1: Overzicht politiek besloten uitbreidingen basispakket 2006–2024JaarUitbreiding2006geen uitbreidingen basispakket2007uitbreiding aantal zittingen psychotherapie2008jeugdtandzorg t/m 21 jaar2009dyslexiezorg aan kinderen t/m 12 jaar2010geen uitbreidingen basispakket2011bekkenfysiotherapie in verband met urine-incontinentiestoppen met roken2012geen uitbreidingen basispakket2013brillenglazen voor kinderen met medische indicatievervallen minimum leeftijdsgrens van 6 jaar bij fluorideapplicatieblijvende gebitselementengeriatrische revalidatie (overheveling uit AWBZ)bruikleen hulpmiddelen (overheveling uit AWBZ)stoppen met roken2014geen uitbreidingen basispakket2015niet-invasieve prenatale test (NIPT)zintuiglijk gehandicaptenzorg (overheveling uit AWBZ)verpleging en verzorging zonder verblijf (overheveling uit AWBZ)tweede en derde jaar intramurale geneeskundige geestelijke gezondheids-zorg (overheveling uit de AWBZ)2016geen uitbreidingen basispakket2017fysiotherapie bij claudicatio intermittens (etalagebenen)plastische chirurgie bij het uitvoeren van een bovenooglidcorrectieborstvergroting bij agenesie of aplasie van de borstcircumcisie om medische redenen(uitgestelde) fronttandvervanging bij verzekerden tot hun drieëntwintigstelevensjaarbijzondere tandheelkunde, implantaatgedragen gebitsprothesen voorverzekerden die voor eigen rekening implantaten heeft laten plaatsen2018fysiotherapie bij artrose aan heup- en kniegewrichtenverleggen van de afbakening tussen het basispakket en de Jeugdwet alshet gaat om verzorging bij verzekerden jonger dan achttien jaarwijzigen van de prestatie zittend ziekenvervoer bij oncologische behande-lingen waar het gaat om immuuntherapie met geneesmiddelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1983 JaarUitbreiding2019fysiotherapie bij Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD)uitbreiding aanspraak ziekenvervoer naar consulten, (na)controles en(bloed)onderzoek die nodig zijn voor de oncologische behandelingen,nierdialyses en vergelijkbare situaties die onder de hardheidsclausulevallen2020Geneeskundige zorg van de specialist ouderengeneeskunde en de artsverstandelijk gehandicapten is overgeheveld vanuit de «Tijdelijkesubsidieregeling extramurale behandeling» naar de Zvw.Verruiming in de vergoeding van apotheekbereidingen van geneesmidde-len.De geriatrische revalidatiezorg is formeel (als categorie) aan de aanspraakvoor ziekenvervoer toegevoegd.In situaties waarop normaal gesproken vervoer wordt vergoed, en ditvervoer op tenminste drie achtereenvolgende dagen nodig is, kan dezorgverzekeraar een vergoeding voor de kosten van logeren verstrekkendie gedeeltelijk in de plaats komt van een vergoeding voor vervoerskos-ten.2021Dagbehandeling voor verschillende patiëntgroepen, de gedragsweten-schapper (gespecialiseerde psycholoog en orthopedagoog-generalist) ende paramedische zorg is overgeheveld vanuit de «Tijdelijke subsidierege-ling extramurale behandeling» naar de Zvw.Ziekenvervoer van en naar dagbehandeling die onderdeel is van eenzorgprogramma bij chronisch progressieve degeneratieve aandoeningen,niet- aangeboren hersenletsel of in verband met een verstandelijkebeperking is toegevoegd aan het basispakket.Orgaandonoren hoeven geen verplicht eigen risico meer te betalen voormedische kosten die verband houden met de donatie en die optreden na13 weken na de donatie bij leven.Het maximaal aantal behandelingen en onderhoudsbehandelingen voorCOPD-patiënten in subcategorie B2 is gelijkgetrokken met die vancategorieën C en D.2022geen uitbreidingen basispakket2023Fysio- en oefentherapie voor een valpreventieve beweeginterventie is aanhet basispakket toegevoegd.De kraamzorg is geflexibiliseerd. Dit houdt in dat kraamzorg gedurendeten hoogste 6 weken, in plaats van gedurende ten hoogste 10 dagen,geleverd mag worden (gerekend vanaf de dag van bevalling).2024Fysio- en oefentherapie bij reumatoïde artritis met ernstige functionelebeperkingen is aan het basispakket toegevoegd.Het maximaal aantal behandelingen voor COPD-patiënten vervalt.De beperkende voorwaarden op de aanspraak voor geriatrische revalida-tiezorg zijn geschrapt. Zo vervalt de voorwaarde dat iemand eerst in eenziekenhuis moet hebben gelegen. Ook kan vanaf 2025 thuis gestartworden met revalideren. Tabel 2: Overzicht politiek besloten beperkingen basispakket 2006–2024JaarBeperking2006geen beperkingen basispakket2007geen beperkingen basispakket2008geen beperkingen basispakketTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1984 JaarBeperking2009slaapmiddelencholesterolverlagershulpmiddelen2010acetylcysteïne2011antidepressivajeugd tandzorg boven 18 jaarextractiesanticonceptiefysiotherapie 9 naar 12 behandelingen voor eigen rekening2012fysiotherapie 12 naar 20 behandelingen voor eigen rekeningfysiotherapie, beperking chronische lijstmaagzuurremmers, met uitzondering van chronisch gebruikstoppen met rokendieetadviseringeerstelijns psychologische zorg, van 8 naar 5 behandelingenaanpassingsstoornissen2013eenvoudige mobiliteitshulpmiddelenredressiehelmbeperking aantal terug te plaatsen embryo’s bij ivfvruchtbaarheidsbehandelingen voor vrouwen van 43 jaar of ouderparacetamol/codeïne2014geen beperkingen basispakket2015jeugd-ggz, inclusief dyslexiezorg voor kinderen naar Jeugdwetcombinatietest voor zwangere vrouwen vanaf 36 jaar2016geen beperkingen basispakket2017geen beperkingen basispakket2018geen beperkingen basispakket2019vitaminen, mineralen en paracetamol waarvoor een gelijkwaardig ofnagenoeg gelijkwaardig alternatief bestaat in de vrije verkoop2020geen beperkingen basispakket2021geen beperkingen basispakket2022combinatietest voor zwangere vrouwencolecalciferol-bevattende geneesmiddelen en calcifediol2023geen beperkingen basispakket2024codeïne voor hoest, pijn en acute diarree Tabel 3: Overzicht voorwaardelijk toegelaten behandelingen 2012–2024JaarVoorwaardelijk toegelaten behandelingen2012anesthesiologische pijnbestrijdingstechnieken bij patiënten met chroni-sche aspecifieke lage rugpijn2013renale denervatie bij patiënten met therapieresistentie behandeling vaneen herseninfarct met toepassing van intra-arteriële thrombolyseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1985 JaarVoorwaardelijk toegelaten behandelingen2014het endoscopisch in plaats van chirurgisch behandelen van abcessen bijpatiënten met geïnfecteerde pancreasnecroseautologe stamceltransplantaties bij therapierefractaire patiënten (patiën-ten die niet voldoende reageren op medicamenteuze behandeling met o.a.TNF-alfa blokkers) met de ziekte van Crohn2015het geneesmiddel Belimumab (Benlysta®) bij een deel van de volwassenpatiënten met Systemische Lupus erythematosus (SLE)tumor infiltrerende lymfocyten (TIL) bij patiënten met uitgezaaidmelanoom in de laatste stadiaeen bepaald type chemotherapie (HIPEC) ter preventie van uitzaaiingen inde buik bij bepaalde patiënten met darmkankerborstreconstructie na borstkanker met autologe vet transplantatie2016percutane transforaminale endoscopische discectomie (PTED) bijlumbosacraal radiculair syndroom en lumbale herniabehandeling van medicamenteus onbehandelbare chronische cluster-hoofdpijn met occipitale zenuwstimulatiehet geneesmiddel fampridine (Fampyra®) bij multiple sclerosis (MS)dendritische celvaccinaties bij patiënten met stadium IIIB en IIICmelanoom na complete resectiesacrale neuromodulatie bij therapieresistente functionele obstipatie metvertraagde darmpassage2017geïntensifieerde, alkylerende chemotherapie met autologe stamceltrans-plantatie voor behandeling van stadium III BRCA1-like borstkankercombinatiebehandeling van cytoreductieve chirurgie en hyperthermeintraperitoneale chemotherapie (HIPEC) bij patiënten met zowel maagcar-cinoom als synchrone buikvliesmetastasen of tumorpositief buikvocht2018geen nieuwe voorwaardelijke toelatingen tot het basispakketverlenging van de periode van voorwaardelijke toelating van percutanetransforaminale endoscopische discectomie (PTED) bij lumbosacraalradiculair syndroom en lumbale hernia tot 1 december 2020verlenging van de periode van voorwaardelijke toelating van borstrecon-structie na borstkanker met autologe vet transplantatie tot 1 oktober 20222019CardioMEMS arteria pulmonalis monitoring bij patiënten met chronisch-hartfalen New York Heart Association (NYHA) klasse III met recidiverendeziekenhuisopnamenDe behandeling met Binamed medische zilverkleding of Dermacuraantibacterieel verbandkleding van kinderen en volwassenen met matig toternstig constitutioneel eczeemLangdurige actieve fysiotherapie vanaf de eenentwintigste behandelingbij patiënten met axiale spondyloartritis met ernstige functionelebeperkingen;Langdurige actieve fysiotherapie vanaf de eenentwintigste behandelingbij patiënten met reumatoïde artritis met ernstige functionele beperkin-gen.Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelatingen van debehandeling met tumor infiltrerende lymfocyten van uitgezaaidmelanoom irresectabel stadium IIIc en stadium IV tot 1 juli 2022.Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelatingen van debehandeling met dendritische cel vaccinaties van patiënten met stadiumIIIB en IIIC melanoom na complete resectie tot 1 augustus 2022, enVerlenging van de periode van voorwaardelijke toelatingen van debehandeling met sacrale neuromodulatie voor therapieresistente,functionele obstipatie met vertraagde darmpassage tot 1 januari 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1986 JaarVoorwaardelijk toegelaten behandelingen2020Nusinersen (Spinraza®) bij patiënten met 5q spinale spieratrofie (SMA)die 9,5 jaar en ouder zijn;Hypertherme intraperitoneale chemotherapie (HIPEC) toegevoegd aanprimaire debulking bij patiënten met stadium III ovariumcarcinoom.2021Larotrectinib (Vitrakvi®) voor de behandeling van volwassen en pediatri-sche patiënten met solide tumoren die een neurotrofe tyrosine receptorkinase-genfusie vertonenEntrectinib (Rozlytrek®) voor de behandeling van volwassen patiënten enkinderen van 12 jaar en ouder met solide tumoren die een neurotrofetyrosine receptor kinase- genfusie vertonen2022Geen nieuwe voorwaardelijke toelatingen tot het basispakketverlenging van de periode van voorwaardelijke toelating van:borstreconstructie na borstkanker met autologe vet transplantatie tot1 januari 2023;VTumor infiltrerende lymfocyten van uitgezaaid melanoom irresectabelstadium IIIC en stadium IV tot 1 januari 2023;Binamed medische zilverkleding of Dermacura antibacterieel verbandkle-ding van kinderen en volwassenen met matig tot ernstig constitutioneeleczeem tot 1 januari 2024;Langdurige actieve fysiotherapie bij patiënten met reumatoïde artritis meternstige functionele beperkingen tot 1 januari 2024;CardioMEMS arteria pulmonalis monitoring bij patiënten met chronischhartfalen New York Heart Association klasse III met recidiverendeziekenhuisopnamen tot 1 maart 2024;Langdurige actieve fysiotherapie bij patiënten met axiale spondyloartritismet ernstige functionele beperkingen tot 1 juli 2024;Combinatiebehandeling van cytoreductieve chirurgie en hyperthermeintraperitoneale chemotherapie bij patiënten met zowel maagcarcinoomals synchrone buikvliesmetastasen of tumorpositief buikvocht tot1 oktober 2024.Geïntensiveerde, alkylerende chemotherapie met stamceltransplantatievoor de behandeling van patiënten van 18 tot en met 65 jaar metBRCA1-like, stadium III borstkanker tot 1 januari 2025;Einde voorwaardelijke toelating i.v.m. afronding project: Dendritische celvaccinaties bij patiënten met melanoom stadium IIIB en IIIC; Sacraleneurostimulatie bij patiënten met therapieresistente, functionele obstipa-tie met vertraagde darmpassage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1987 JaarVoorwaardelijk toegelaten behandelingen2023Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelating langdurigeactieve fysiotherapie of oefentherapie voor de behandeling van patiëntenmet reumatoïde artritis en ernstige functionele beperkingen tot 1 januari2025.Verlenging van de periode van de voorwaardelijke toelating langdurigeactieve fysiotherapie of oefentherapie voor de behandeling van patiëntenmet axiale spondyloartritis en ernstige functionele beperkingen tot1 januari 2026.Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelating van eerstelijnsparamedische herstelzorg voor COVID-19-patiënten tot 1 januari 2025.Einde voorwaardelijke toelating i.v.m. afronding project:de behandeling met tumor infiltrerende lymfocyten van uitgezaaidmelanoom irresectabel stadium IIIc en stadium IV.Borstreconstructie na borstkanker met autologe vet transplantatie.Larotrectinib voor de behandeling van volwassen en pediatrischepatiënten met solide tumoren die een neurotrofe tyrosine receptorkinase-genfusie vertonen.Entrectinib voor de behandeling van volwassen patiënten en kinderen van12 jaar en ouder met solide tumoren die een neurotrofe tyrosine receptorkinase-genfusie vertonen.2024Geen nieuwe voorwaardelijke toelatingen tot het basispakket.Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelating Blaasinstillatiemet blaasspoelvloeistoffen met chondroïtinesulfaat en/of hyaluronzuur-voor de behandeling van patiënten met blaaspijnsyndroom met niettransurethraal behandelbare Hunnerse laesies te verlengen tot 1 januari2027.Voorwaardelijke toelating combinatiebehandeling van cytoreductievechirurgie en hypertherme intraperitoneale chemotherapie (HIPEC) bijpatiënten met zowel maagcarcinoom als synchrone buikvliesmetastasenof tumorpositief buikvocht is met 9 maanden verlengd tot 1 juli 2025.Einde voorwaardelijke toelating i.v.m. afronding project:CardioMEMS arteria pulmonalis monitoring bij patiënten met chronisch-hartfalen New York Heart Association (NYHA) klasse III met recidiverendeziekenhuisopnamenPA telemonitoring bij patiënten met chronisch hartfalenlangdurige actieve fysiotherapie vanaf de eenentwintigste behandeling bijpatiënten met reumatoïde artritis met ernstige functionele beperkingen Vraag 211Hoeveel zou het kosten om Pre Expositie Profylaxe (PrEP) voor devolledige doelgroep te vergoeden, zonder eigen bijdrage?Antwoord:Momenteel betalen PrEP-gebruikers ongeveer € 30,– exclusief terhand-stellingskosten van € 6,– à € 7,– per dertig pillen. Op basis van decijfermatige eindevaluatie van de PrEP-regeling44 is bekend dat 55,4%dagelijks PrEP slikt, 40,3% intermitterend en 4,3% is van dagelijks naarintermitterend overgegaan of andersom. Er is echter niet bekend hoe vaakiemand die intermitterend slikt, PrEP afneemt. Voor de berekening iservan uitgegaan dat iemand die intermitterend slikt jaarlijks vier verpak-kingen van dertig pillen slikt, en bij een wijziging van het gebruiksregimeis uitgegaan van zes maanden dagelijks en in het overige half jaar tweeverpakkingen van dertig pillen. Ook is uitgegaan van een vraag van 12.500personen. De jaarlijkse kosten van het geheel vergoeden van de medica-tiekosten worden dan geraamd op 4 miljoen euro.44Bijlage bij Kamerstukken II, 2023–2024, 32 239, nr. 13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1988 Vraag 212Hoeveel zou het kosten om de eigen bijdrage voor geneesmiddelen af teschaffen?Antwoord:Afgaande op cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen bedroegde eigen bijdrage voor extramurale geneesmiddelen in 2023 ongeveer€ 106 miljoen. Van dit bedrag werd, vanwege de tijdelijke maatregelwaarmee de eigen bijdrage per patiënt per jaar gemaximeerd is op € 250,ongeveer de helft al collectief betaald. De andere helft van dit bedrag, eentotaal van € 53 miljoen, kwam voor rekening van verzekerden.Afschaffen van de eigen bijdrage voor geneesmiddelen betekent hogerecollectieve uitgaven aan geneesmiddelen. Aangezien in het kaderapotheekzorg al structureel rekening wordt gehouden met dekking voorde maximering, alhoewel dit een tijdelijke maatregel is die tot en met 2025geldt, zal de financiële dekkingsopgave op basis van de huidige kosten(o.b.v. cijfers 2023) bij afschaffing van de eigen bijdrage geen € 106 maar€ 53 miljoen betreffen. Deze stijging van collectieve uitgaven zal verwerktmoeten worden in de nominale premie.Vraag 213Hoeveel zou het kosten om de eigen bijdrage voor kraamzorg af teschaffen?Antwoord:Volgens gegevens van het Zorginstituut bedraagt het totaal van eigenbijdragen in kraamzorg in 2023 ruim € 22 miljoen. De eigen bijdrage voorkraamzorg was € 4,80 per uur in 2023 en zal in 2025 € 5,40 per uurbedragen. Uitgaande van een gelijkblijvend gebruik zou het afschaffen in2025 daarom circa € 25 miljoen kosten.Hierbij is uitgegaan van het gemiddeld aantal daadwerkelijk afgenomenuren kraamzorg dat in 2023, net als voorgaande jaren, rond de 30 uur pergeboorte lag. Het aantal uur kraamzorg dat geïndiceerd wordt (volgend uithet Landelijk Indicatie Protocol) is standaard 49 uur, waarbij het minimum24 uur en het maximum 80 uur is.Het afschaffen van de eigen bijdrage leidt naar verwachting tot eentoenemende vraag naar kraamzorg. In dat geval lopen de kosten vanafschaffen van de eigen bijdrage verder op. Tegelijkertijd kan doorcapaciteitsproblemen in de sector, in ieder geval op de korte termijn, nietvolledig aan een stijgende vraag voldaan worden. Waardoor het daadwer-kelijk gebruik naar verwachting minder hard stijgt. Stel dat we uit zoudengaan van een gebruik van circa 40 uur kraamzorg per geboorte dan zouafschaffen van de eigen bijdragen circa € 33,5 miljoen kosten.Vraag 214Wat is de ontwikkeling van de zorgkosten in relatie tot de ontwikkeling vanhet bruto binnenlands product (bbp) in de jaren 2010–2024 volgens deZorgrekeningen van het CBS? Wat is de prognose voor de jaren2025–2029? Kunt u dit in een tabel weergeven?Antwoord:Op basis van de CBS-zorgrekeningencijfers zijn er twee definities vanzorguitgaven die regelmatig worden gebruikt:1.De zorguitgaven aan geneeskundige en langdurige zorg. Tot dezeuitgaven worden ook de zorgkosten gerekend die betaald worden viade aanvullende verzekeringen en eigen betalingen evenals de uitgavenaan beleids- en beheerorganisaties.2.De uitgaven aan zorg en welzijn, ook wel de brede definitie van zorggenoemd. Dit zijn uitgaven aan geneeskundige en langdurige zorgaangevuld met de uitgaven aan kinderopvang, delen van de jeugdzorg,maatschappelijke opvang (waaronder asielopvang), sociaal werk enwelzijnsuitgaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1989 Beide uitgavendefinities zijn ruimer dan die worden gebruikt in deVWS-begroting.Alle zorguitgaven aan geneeskundigeen langdurige zorgDe uitgaven aan zorg en welzijn volgensde brede definitiemln. euro%BBPmln. euro%BBP201073.40211,5%85.79013,5%201175.59311,6%88.12513,5%201278.30912,0%90.62213,8%201378.95712,0%90.95413,8%201480.11611,9%91.92713,7%201580.11811,6%92.32313,3%201682.02111,6%94.84213,4%201783.93211,4%96.97213,1%201887.33411,3%101.03113,0%201992.80411,4%107.42913,2%2020100.53812,6%116.38414,6%2021107.94312,4%124.79414,3%2022108.27911,3%127.30613,3%NB De gegevens over 2023 en 2024 zijn nog niet bekendBron: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84047NED/table?dl=AD561 Omdat de hoogte van toekomstige zorguitgaven afhangt van dedemografie, de impact van technologische en maatschappelijke ontwikke-lingen, de economische groei en de impact van toekomstig beleid, is dezemoeilijk te voorspellen. Het CPB kent wel een raming voor de periode2025–2028, maar die is gebaseerd op een andere definitie, die nietsimpelweg valt toe te passen op de uitgaven volgens de definities van deZorgrekeningen van het CBS.Vraag 215Wat is de ontwikkeling van de zorgkosten in relatie tot de ontwikkeling vanhet bruto binnenlands product (bbp) in de jaren 2010–2024 volgens deRIVM-definitie van zorgkosten? Wat is de prognose voor de jaren2025–2029? Kunt u dit in een tabel weergeven?Antwoord:Het RIVM gebruikt twee definities van zorguitgaven:1.Alle zorguitgaven aan geneeskundige en langdurige zorg. Tot dezeuitgaven worden ook de zorgkosten gerekend die betaald worden viade aanvullende verzekeringen en eigen betalingen evenals de uitgavenaan beleids- en beheerorganisaties. Deze definitie is ruimer dan diewordt gebruikt in de VWS-begroting.2.Gezondheidszorg volgens de internationale definitie. Deze definitie isop onderdelen ruimer dan die wordt gebruikt in de VWS-begroting enop andere onderdelen minder ruim.Alle zorguitgaven aan geneeskundigeen langdurige zorgUitgaven voor gezondheidszorgconform de internationale definitiemln. euro%BBPmln. euro%BBP201073.40211,5%64.91010,2%201175.59311,6%66.55510,2%201278.30912,0%68.81610,5%201378.95712,0%69.90110,6%201480.11611,9%70.96410,6%201580.11811,6%71.23610,3%201682.02111,6%72.91810,3%201783.93211,4%74.61410,1%201887.33411,3%77.55310,0%201992.80411,4%82.44710,1%2020100.53812,6%89.40211,2%Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1990 Alle zorguitgaven aan geneeskundigeen langdurige zorgUitgaven voor gezondheidszorgconform de internationale definitiemln. euro%BBPmln. euro%BBP2021107.94312,4%96.85211,1%2022108.27911,3%96.82010,1%NB De gegevens over 2023 en 2024 zijn nog niet bekendBron: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84047NED/table?dl=AD55F Omdat de hoogte van toekomstige zorguitgaven afhangt van dedemografie, de impact van technologische en maatschappelijke ontwikke-lingen, de economische groei en de impact van toekomstig beleid, is dezemoeilijk te voorspellen. Voor de beide RIVM-definities zijn er geentoekomstprojecties beschikbaar voor verwachte zorguitgaven. Het CPBkent wel een raming voor de periode 2025–2028, maar die is gebaseerd opeen andere definitie, die niet simpelweg valt toe te passen op de uitgavenvolgens de definities van het RIVM.Vraag 216Wat is de ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg in relatie tot deontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) in de jaren2010–2024? Wat is de prognose voor de jaren 2025–2029? Kunt u dit in eentabel weergeven?Antwoord:In onderstaande tabel staat de netto gecorrigeerde zorguitgaven (Zvw,Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) in relatie tot de ontwik-keling van het bruto binnenlands product (BBP) in de jaren 2010–2023 ende prognose voor de jaren 2025–2029 met als basisjaar 2009.Bij de beoordeling van deze cijfers is van belang dat de groei van dezorguitgaven wordt beïnvloed door wijzigingen in de definitie van dezorguitgaven (zoals de overheveling van grote delen van de Wmo en dejeugdzorg naar het gemeentefonds) en door statistische vertekeningen,zoals in 2014 de technische correctie kader jeugd, in 2015 de technischecorrectie verkorting DBC-doorlooptijd en in 2021 de statistische verlagingvan de uitgaven vanwege de nieuwe bekostigingssystematiek in de ggz.Per 2024 is het Uitgavenplafond zorg (UPZ) afgeschaft. Vanwege hetafschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierdezorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon- enprijsbijstellingen vanaf de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren vanaf2024 niet meer opgenomen onder de Premiegefinancierde zorguitgaven(PZ). Om vergelijkbare cijfers te presenteren zijn deze uitgaven in deonderstaande tabel ook voor de jaren 2010 t/m 2023 gecorrigeerd. In dezeuitgavendefinitie zijn de uitgaven uit de artikelen van de VWS-begrotingniet meegenomen. De definitie wijkt ook af van de definitie die in deMiljoenennota wordt gehanteerd.In de cijfers is te zien dat de netto-zorguitgaven bijna ieder jaar stijgen.Het percentage dat de verhouding van de zorguitgaven ten opzichte vanhet BBP weergeeft fluctueert. Dit wordt met name veroorzaakt door deeconomische schommelingen. In jaren waar het BBP minder hard groeitof krimpt stijgt het percentage en in de jaren dat het BBP toeneemt viceversa.Ontwikkeling netto gecorrigeerde zorguitgaven (Zvw, Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) in relatie tot ontwikkeling BBP2010–2029 (bedragen x € 1 miljard)120102011201220132014220153, 42016420174Netto gecorr. zorguitgaven (€)5860626464596062Groei netto gecorr. zorguitgaven (€)31310– 522Groei netto gecorr. zorguitgaven (%)5%2%5%2%1%– 8%3%3%BBP (€)639650653661672690708738Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1991 20102011201220132014220153, 42016420174Groei BBP (€)14,4113811181830Groei BBP (%)2%2%0%1%2%3%3%4%Netto gecorr. zorguitgaven/ BBP (%)9,1%9,2%9,6%9,6%9,5%8,5%8,5%8,4%1 Vanwege het afschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon-en prijsbijstellingen vanaf de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren vanaf 2024 niet meer opgenomen onder de Premiegefinancierde zorguitgaven(PZ). Om vergelijkbare cijfers te presenteren zijn deze uitgaven ook voor de jaren 2010 t/m 2023 gecorrigeerd.216–2162 In 2014 zijn de zorguitgaven met € 346 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie kader jeugd.3 In 2015 zijn de zorguitgaven met € 685 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd.4 De grote daling in 2015 ten opzichte van 2014 wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de Wmo en jeugd in 2015 naar de Integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD). De IUSD telde mee in de definitie van de zorguitgaven. Vanaf 2019 zijn de middelen uit de IUSD opgegaan in deAlgemene Uitkering van het gemeentefonds en zijn ze geen onderdeel meer van de definitie van de zorguitgaven. Om een vergelijkbare uitgaven-reeks te hebben met dezelfde definitie is voor de jaren 2015 t/m 2018 gecorrigeerd voor de IUSD, door deze ook voor deze jaren niet mee te latentellen onder de definitie die nu wordt gehanteerd in de bijlage Premiegefinancierde Zorguitgaven (PZ). 201812019202020212202220232024202520262027202820296569747781879510210811812413134434687610675%7%6%4%5%8%9%8%6%9%5%5%7878308168929941.0681.1281.1761.2251.2751.3201.3674942– 1375102746148495045477%5%– 2%9%11%7%6%4%4%4%4%4%8,3%8,4%9,0%8,6%8,1%8,2%8,4%8,7%8,8%9,3%9,4%9,6%1 De grote daling in 2015 ten opzichte van 2014 wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de Wmo en jeugd in 2015 naar de Integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD). De IUSD telde mee in de definitie van de zorguitgaven. Vanaf 2019 zijn de middelen uit de IUSD opgegaan in deAlgemene Uitkering van het gemeentefonds en zijn ze geen onderdeel meer van de definitie van de zorguitgaven. Om een vergelijkbare uitgaven-reeks te hebben met dezelfde definitie is voor de jaren 2015 t/m 2018 gecorrigeerd voor de IUSD, door deze ook voor deze jaren niet mee te latentellen onder de definitie die nu wordt gehanteerd in de bijlage Premiegefinancierde Zorguitgaven (PZ).2 De zorguitgaven zijn in 2021 gecorrigeerd als gevolg van de technische correctieboeking van de schadelastdip ggz van – € 1,2 miljard. Per1 januari 2022 wordt een nieuw bekostigingsmodel voor de ggz ingevoerd. In dit nieuwe model wordt voor de bekostiging niet meer gewerkt metDBC’s en komt er een aparte bekostiging voor de basis-ggz. De DBC’s die worden geopend in 2021 worden derhalve uiterlijk 31-12-2021 afgesloten;dit geldt ook voor de huidige bekostiging van de basis-ggz. Hierdoor is er in 2021 om technisch-administratieve redenen sprake van eenmalig lagerezorguitgaven in termen van schadelast. Deze technische aanpassing heeft geen gevolgen voor de hoeveelheid ggz die feitelijk kan worden geleverdof op de omzetten van zorgaanbieders. Er is geen sprake van een bezuiniging. Deze technische bijstelling heeft dan ook geen gevolgen voor hetEMU-saldo en geen invloed op de premiehoogte.Bron: VWS- en CPB-cijfers Vraag 217Hoe heeft de groei van de collectieve zorguitgaven zich ten opzichte vande groei van de economie in de afgelopen vijftien jaar ontwikkeld?Antwoord:In onderstaande tabel staan de netto gecorrigeerde zorguitgaven (Zvw,Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) in relatie tot de ontwik-keling van de groei van de economie (BBP) over de afgelopen 15 jaar(2009–2023) met als basisjaar 2008.Bij de beoordeling van deze cijfers is van belang dat de groei van dezorguitgaven wordt beïnvloed door wijzigingen in de definitie van dezorguitgaven (zoals de overheveling van grote delen van de Wmo en dejeugdzorg naar het gemeentefonds) en door statistische vertekeningen,zoals in 2014 de technische correctie kader jeugd, in 2015 de technischecorrectie verkorting DBC-doorlooptijd en in 2021 de statistische verlagingvan de uitgaven vanwege de nieuwe bekostigingssystematiek in de ggz.Per 2024 is het Uitgavenplafond zorg (UPZ) afgeschaft. Vanwege hetafschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierdezorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon- enprijsbijstellingen vanaf de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren vanaf2024 niet meer opgenomen onder de Premiegefinancierde zorguitgaven(PZ). Om vergelijkbare cijfers te presenteren zijn deze uitgaven in deonderstaande tabel ook voor de jaren 2008 t/m 2023 gecorrigeerd. In dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1992 uitgavendefinitie zijn de uitgaven uit de artikelen van de VWS-begrotingniet meegenomen. De definitie wijkt ook af van de definitie die in deMiljoenennota wordt gehanteerd.In de cijfers is te zien dat de netto-zorguitgaven bijna ieder jaar stijgen.Het percentage dat de verhouding van de zorguitgaven ten opzichte vanhet BBP weergeeft fluctueert. Dit wordt met name veroorzaakt door deeconomische schommelingen. In jaren waar het BBP minder hard groeitof krimpt stijgt het percentage en in de jaren dat het BBP toeneemt viceversa.Ontwikkeling netto gecorrigeerde zorguitgaven (Zvw, Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) in relatie tot ontwikkeling BBP2009–2023 (bedragen x € 1 miljard)1Basisjaar 20082009201020112012201320142Netto gecorr. zorguitgaven (€)52565860626464Groei gecorr. netto zorguitgaven (€)431310Groei gecorr. netto zorguitgaven (%)7%5%2%5%2%1%BBP (€)647625639650653661672Groei BBP (€)– 2214113811Groei BBP (%)– 3%2%2%0%1%2%Netto gecorr. zorguitgaven /BBP (%)8,9%9,1%9,2%9,6%9,6%9,5%1 Vanwege het afschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon-en prijsbijstellingen vanaf de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren vanaf 2024 niet meer opgenomen onder de Premiegefinancierde zorguitgaven(PZ). Om vergelijkbare cijfers te presenteren zijn deze uitgaven ook voor de jaren 2008 t/m 2023 gecorrigeerd.2 In 2014 zijn de zorguitgaven met € 346 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie kader jeugd. 20153, 4201642017420184201920202021520222023596062656974778187– 522344346– 8%3%3%5%7%6%4%5%8%6907087387878308168929941.0681818304942– 1375102743%3%4%7%5%– 2%9%11%7%8,5%8,5%8,4%8,3%8,4%9,0%8,6%8,1%8,2%3 In 2015 zijn de zorguitgaven met € 685 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd.4 De grote daling in 2015 ten opzichte van 2014 wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de Wmo en jeugd in 2015 naar de Integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD). De IUSD telde mee in de definitie van de zorguitgaven. Vanaf 2019 zijn de middelen uit de IUSD opgegaan in deAlgemene Uitkering van het gemeentefonds en zijn ze geen onderdeel meer van de definitie van de zorguitgaven. Om een vergelijkbare uitgaven-reeks te hebben met dezelfde definitie is voor de jaren 2015 t/m 2018 gecorrigeerd voor de IUSD, door deze ook voor deze jaren niet mee te latentellen onder de definitie die nu wordt gehanteerd in de bijlage Premiegefinancierde Zorguitgaven (PZ).5 De zorguitgaven zijn in 2021 gecorrigeerd als gevolg van de technische correctieboeking van de schadelastdip ggz van – € 1,2 miljard. Per1 januari 2022 wordt een nieuw bekostigingsmodel voor de ggz ingevoerd. In dit nieuwe model wordt voor de bekostiging niet meer gewerkt metDBC’s en komt er een aparte bekostiging voor de basis-ggz. De DBC’s die worden geopend in 2021 worden derhalve uiterlijk 31-12-2021 afgesloten;dit geldt ook voor de huidige bekostiging van de basis-ggz. Hierdoor is er in 2021 om technisch-administratieve redenen sprake van eenmalig lagerezorguitgaven in termen van schadelast. Deze technische aanpassing heeft geen gevolgen voor de hoeveelheid ggz die feitelijk kan worden geleverdof op de omzetten van zorgaanbieders. Er is geen sprake van een bezuiniging. Deze technische bijstelling heeft dan ook geen gevolgen voor hetEMU-saldo en geen invloed op de premiehoogte.Bron: VWS- en CPB-cijfers Vraag 218Wat is het gemiddelde aan niet-vergoede zorgkosten en eigen bijdragendat een chronische patiënt in 2024 en 2025 naar benadering betaalt?Antwoord:Er bestaat geen eenduidige definitie voor wanneer iemand een chronischepatiënt is. Daarnaast is er geen centrale databron beschikbaar voorniet-vergoede zorgkosten. Dit maakt het niet mogelijk om de gemiddeldeniet-vergoede zorgkosten en eigen bijdragen van een chronische patiëntte bepalen.Wel is, voor de gehele Nederlandse bevolking, de stapeling van eigenbijdragen in beeld gebracht. In de monitor stapeling eigen bijdragen geeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1993 het CBS een bijna volledig overzicht van alle verplichte eigen bijdragenvoor verzekerde zorg of ondersteuning voor de gehele Nederlandsebevolking. In de Kamerbrief45 van 8 mei 2024 is geconcludeerd dat vanuiteen macro-perspectief de monitor een positief beeld geeft: het gemid-delde bedrag dat personen, die meerdere eigen bijdragen per maandbetalen, betalen is gedaald van € 117 per maand in 2016 tot € 84 in 2021.Dat neemt niet weg dat er specifieke groepen (of individuen) kunnen zijnwaarbij dit beeld afwijkt. De monitor is een van de puzzelstukjes om debetaalbaarheid van zorg voor de zorggebruiker in kaart te brengen. Ookop andere manieren worden zaken in beeld gebracht, bijvoorbeeld deaanvullende meerkosten waar chronisch zieken en gehandicapten mee temaken krijgen, zoals het NIBUD-rapport «meerkosten van het leven meteen beperking» laat zien. In de kabinetsreactie op dit rapport zal hetkabinet hier verder op ingaan.Voor niet-vergoede zorgkosten die mensen maken in verband met ziekteof invaliditeit bestaat overigens de fiscale regeling aftrek specifiekezorgkosten. Daar mogen mensen hun kosten voor geneeskundige hulp ofhulpmiddelen onder bepaalde voorwaarden als aftrekpost opvoeren in deinkomstenbelasting. De verplichte eigen bijdragen van de Wmo, Wlz ofZvw zijn niet aftrekbaar. Voor mensen die geen of weinig inkomstenbe-lasting betalen en daardoor geen profijt hebben van het opvoeren vanaftrekposten, bestaat er de tegemoetkoming specifieke zorgkosten.Vraag 219Hoe heeft de nominale premie zich sinds 2006 ontwikkeld als percentagevan het modale inkomen?Antwoord:Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer tussen 2006 en 2024 voorde nominale premie, het modaal inkomen en de verhouding tussen detwee. De verhouding tussen de nominale premie en het modaal inkomenis sinds 2017 stabiel en ligt tussen de 3,8% en 4,0%200620072008200920102011201220132014Nominale premie7738481.0491.0591.0951.1991.2261.2131.098Modaal inkomen (CPB)29.50030.00031.50032.50032.50033.00033.00032.50033.000Nominale premie/modaal inkomen2,6%2,8%3,3%3,3%3,4%3,6%3,7%3,7%3,3% 2015201620172018201920202021202220232024Nominale premie1.1581.2011.2861.3081.3841.4141.4711.5141.6501.747Modaal inkomen (CPB)33.00033.50034.00034.50035.00036.50037.00039.00041.50044.500Nominale premie/modaalinkomen3,5%3,6%3,8%3,8%4,0%3,9%4,0%3,9%4,0%3,9% Vraag 220Hoeveel zouden de maandelijkse kosten dalen voor mensen met eenminimuminkomen als de nominale premie volledig inkomensafhankelijkzou worden?Antwoord:Hoe hoog de maandelijkse kosten worden voor mensen met eenminimuminkomen bij een inkomensafhankelijke nominale premie isvolledig afhankelijk van de keuzes die daarbij gemaakt worden in devormgeving. Hoe inkomensafhankelijker de variant gemaakt wordt, des telager de kosten voor de lagere inkomens en hoe hoger de kosten voor dehogere inkomens. Verder vraagt het invoeren van een inkomensafhanke-lijke nominale premie om keuzes en verdere uitwerking van de uitvoering.45Kamerstukken II, 2023/24 29 689, nr. 1248Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1994 De financiering van de Zorgverzekeringswet is al deels inkomensafhan-kelijk, bijvoorbeeld via de inkomensafhankelijke bijdrage dat alspercentage over het inkomen wordt afgedragen. Daarnaast ontvangenverzekerden met de laagste inkomens een tegemoetkoming voor denominale premie en het gemiddelde eigen risico via de zorgtoeslag. Ookde zorgtoeslag is inkomensafhankelijk.Vraag 221Hoeveel zouden de maandelijkse kosten dalen voor mensen met eenmodaal inkomen als de nominale premie volledig inkomensafhankelijkzou worden?Antwoord:Hoe hoog de maandelijkse kosten worden voor mensen met een modaalinkomen bij een inkomensafhankelijke nominale premie is volledigafhankelijk van de keuzes die daarbij gemaakt worden in de vormgeving.Hoe inkomensafhankelijker de variant gemaakt wordt, des te lager dekosten voor de lagere inkomens en hoe hoger de kosten voor de hogereinkomens. Verder vraagt het invoeren van een inkomensafhankelijkenominale premie om keuzes en verdere uitwerking van de uitvoering.De financiering van de Zorgverzekeringswet is al deels inkomensafhan-kelijk, bijvoorbeeld via de inkomensafhankelijke bijdrage dat alspercentage over het inkomen wordt afgedragen. Daarnaast ontvangenverzekerden met de laagste inkomens een tegemoetkoming voor denominale premie en het gemiddelde eigen risico via de zorgtoeslag. Ookde zorgtoeslag is inkomensafhankelijk.Vraag 222Hoeveel geld gaat er in totaal naar de zorgtoeslag voor mensen?Antwoord:Zoals in artikel 8 van de VWS-begroting is opgenomen verwachten we dater in 2025 voor € 6.969.500.000 aan zorgtoeslag wordt uitgekeerd. Ditbedrag is een saldo van in 2025 uit te betalen bedragen zorgtoeslag minuste verwachten ontvangsten via terugvorderingen zorgtoeslag. Welkbedrag er definitief aan zorgtoeslag wordt uitgekeerd in 2025 wordt tezijner tijd vermeld in het jaarverslag.Vraag 223Hoeveel mensen en welk percentage van de totale bevolking heeft eenbetalingsachterstand in het betalen van de zorgpremie?Antwoord:Uit cijfers van het CAK blijkt dat op 31 december 2023 er in totaal 178.916verzekerden waren bij wie er een bestuursrechtelijke premie wasopgelegd omdat zij een betalingsachterstand van de zorgpremie van zesmaanden of langer hadden. Dit betreft circa 1,2% van het aantalZvw-verzekerden boven de 18 jaar.Vraag 224Kunt u in een tabel overzichtelijk maken per inkomensgroep hoeveel euroen procent zij erop vooruit dan wel achteruit zouden gaan als dezorgpremie volledig inkomensafhankelijk zou worden en het eigen risicovoor iedereen zou worden afgeschaft?Antwoord:Hoe hoog de maandelijkse kosten worden voor verschillende inkomens-groepen bij een inkomensafhankelijke nominale premie is volledigafhankelijk van de keuzes die daarbij gemaakt worden in de vormgeving.Hoe inkomensafhankelijker de variant gemaakt wordt, des te lager dekosten voor de lagere inkomens en hoe hoger de kosten voor de hogereinkomens. Verder vraagt het invoeren van een inkomensafhankelijkenominale premie om keuzes en verdere uitwerking van de uitvoering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1995 De financiering van de Zorgverzekeringswet is al deels inkomensafhan-kelijk, bijvoorbeeld via de inkomensafhankelijke bijdrage dat alspercentage over het inkomen wordt afgedragen. Daarnaast ontvangenverzekerden met de laagste inkomens een tegemoetkoming voor denominale premie en het gemiddelde eigen risico via de zorgtoeslag. Ookde zorgtoeslag is inkomensafhankelijk.Vraag 225Hoeveel geeft elke zorgverzekeraar uit aan bedrijfskosten? Kunt u dit perzorgverzekeraar aangeven?Antwoord:Onderstaande tabel geeft de door zorgverzekeraars gerapporteerdebedrijfskosten voor 2023 weer. 2023 is het jaar waarvoor de meest recentecijfers beschikbaar zijn. De tabel geeft zowel de totale bedrijfskosten perconcern weer als de bedrijfskosten als percentage van de totalezorgkosten (van een basisverzekering) per concern.Zorgverzekeraar (concern)Totale bedrijfskosten in 2023(x € 1 miljoen)Bedrijfskosten als percentagevan zorgkosten (%)ASR573,5%CZ2962,6%DSW + Stad Holland562,3%Salland318,0%Menzis1362,2%ONVZ373,2%VGZ3112,6%Zorg en Zekerheid533,6%Zilveren Kruis3152,2%Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorg-verzekeraars gepresenteerd op de website. Vraag 226Hoeveel geven zorgverzekeraars jaarlijks uit aan reclame-uitgaven?Antwoord:In de transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, diesinds de jaarcijfers 2014 door individuele zorgverzekeraars wordengepubliceerd, worden de uitgaven aan reclame vermeld. Op basis daarvanis onderstaande tabel opgesteld. Voor de jaren daarvoor zijn geen cijfersbeschikbaar.Ontwikkeling reclamekosten 2014–2023 op concernniveau (x € 1.000), basisverzekeringConcern2014201520162017201820192020202120222023ASR9087815074162321235493573181CZ5.7516.5894.4494.9754.4642.9843.0482.8152.7922.598DSW + Stad Holland6694847928368538078519431.023859Salland1.031686767918900883636444830579Menzis5.1324.8354.4083.9003.7103.5452.8813.5353.3393.014ONVZ8869771.4048698826931.6571.1921.3901.518VGZ6.8026.2864.5815.9624.8774.9504.6675.1704.9704.766Zorg & Zekerheid1.2691.2771.2881.4551.5111.2541.1171.3321.1701.615Zilveren Kruis18.10613.45716.15311.09312.3268.3075.9227.3524.6228.538Eindtotaal39.73635.46933.99230.08229.68523.74421.01423.27620.70923.667Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorgverzekeraars gepresenteerd op de website. Vraag 227Hoeveel geven zorgverzekeraars jaarlijks uit aan acquisitiekosten?Antwoord:In de transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, diesinds de jaarcijfers 2014 door individuele zorgverzekeraars wordengepubliceerd, worden de uitgaven aan acquisitie vermeld. Op basisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1996 daarvan is onderstaande tabel opgesteld. Voor de jaren daarvoor zijn geencijfers beschikbaar. Uit deze cijfers blijkt dat de totale acquisitiekostenvoor de basisverzekering in 2023 ca. € 165 miljoen bedragen, oftewel ca.€ 12 per premiebetaler.Ontwikkeling acquisitiekosten 2014–2023 op concernniveau (x € 1.000), basisverzekeringConcern2014201520162017201820192020202120222023ASR9.8364.5037.4416.5805.7686.64413.9717.11610.9576.525CZ39.28856.22657.33659.51963.85950.94652.32751.13347.75756.715DSW + Stad Holland2.0602.2922.2512.1372.4112.2912.0252.1602.1252.098Salland6601.0011.2671.4561.9452.0071.8571.2322.826672Menzis23.28126.90229.72627.62125.94427.15327.92721.81223.08913.522ONVZ8.30310.9009.95110.64410.11310.2679.3487.4417.4027.119VGZ64.58267.22465.45765.89758.09361.44957.58462.51658.22856.095Z&Z2.1822.0952.5313.1743.3623.6673.7194.3825.8435.519Zilveren Kruis46.03245.37931.16330.08220.44741.22236.12433.30344.96117.019Totaal196.224216.522207.123207.110191.942205.646204.882191.095203.188165.284Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorgverzekeraars gepresenteerd op de website Vraag 228Kunt u per zorgverzekeraar de solvabiliteit noemen? Hoe groot is voor elkvan deze verzekeraars het bedrag aan reserves bovenop de door deNederlandse Bank (DNB) vereiste solvabiliteit? Wat is het totaal aanreserves van zorgverzekeraars bovenop de door de DNB vereistesolvabiliteit?Antwoord:Voor 2023 (het jaar waarvoor de meest recente cijfers beschikbaar zijn)vindt u hieronder de aanwezige en vereiste solvabiliteit basisverzekeringen de solvabiliteitsratio’s. De aanwezige reserves basisverzekering vanzorgverzekeraars tezamen bedragen ultimo 2023 bijna € 11,0 miljard.Hiervan is bijna € 7,7 miljard wettelijk vereist. De solvabiliteitsratiobedraagt gemiddeld 142%.Solvabiliteit basisverzekering 2023, Solvency II (x € 1 mln.)2023Aanwezige solvabiliteit2023Vereiste solvabiliteit 2023Marge tussen aanwezige en vereistesolvabiliteit 2023ASR133%25319063CZ142%2.4541.725729DSW + Stad Holland131%450342108Salland140%896425Menzis146%1.345920425ONVZ127%22217547VGZ142%2.6731.887786Zorg & Zekerheid161%370229141Zilveren Kruis142%3.1092.188921Macro142%10.9667.7203.246Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorgverzekeraars gepresenteerd op de website.Zilveren Kruis betreft een optelling door VWS van de solvabiliteitcijfers van de risicodragers van Zilveren Kruis. VGZ betreft een inschatting op basisvan de solvabiliteit basis- plus aanvullende verzekering van VGZ, naar rato van de schade basis- en aanvullende verzekering VGZ. Vraag 229Hoeveel premiegeld geven zorgverzekeraars uit om zorgaanbieders tecontroleren?Antwoord:Uit de transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering blijktdat de totale schadebehandelingskosten voor de basisverzekering in 2023ca. € 186 miljoen bedragen, oftewel ca. € 13 per premiebetaler. Deschadebehandelingskosten omvatten alle kosten die verband houden metde afwikkeling of uitkering van zorgkosten. Welk deel hiervan wordtbesteed aan het controleren van zorgaanbieders, is niet bekend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1997 Vraag 230Hoe groot is de solvabiliteitsreserve van de zorgverzekeraars op ditmoment? Hoe hebben de reserves van de zorgverzekeraars zich deafgelopen tien jaar ontwikkeld?Antwoord:Voor 2023 (het jaar waarvoor de meest recente cijfers beschikbaar zijn)vindt u hieronder de aanwezige en vereiste solvabiliteit basisverzekering,en voor de jaren 2014 t/m 2023 de solvabiliteitsratio’s. Gegevens over desolvabiliteit zijn niet beschikbaar voor 2009 t/m 2013 aangezien Solvency IIpas per 1 januari 2016 van kracht is. Sinds 2014 presenteren zorgverzeke-raars zelf wel al cijfers op basis van Solvency II voor de basisverzekeringop hun website. De aanwezige reserves basisverzekering van zorgverzeke-raars tezamen bedragen ultimo 2023 bijna € 11,0 miljard. Hiervan is bijna€ 7,7 miljard wettelijk vereist. De solvabiliteitsratio bedraagt ultimo 2023gemiddeld 142%.2014201520162017201820192020202120222023Aanwezige solvabiliteit 2023(x 1mln)Vereiste solvabiliteit 2023(x 1mln)ASR151%146%144%138%140%144%140%138%124%133%253190CZ163%169%173%149%157%154%160%160%145%142%2.4541.725DSW154%157%141%147%134%130%144%145%128%131%450342Salland114%108%160%159%166%155%144%146%131%140%8964Menzis129%124%123%129%138%145%142%132%128%146%1.345920ONVZ157%166%142%121%132%124%155%142%128%127%222175VGZ137%155%149%141%142%143%136%136%129%142%2.6731.887Zorg & Zekerheid172%188%157%151%165%168%171%158%151%161%370229Zilveren Kruis162%174%167%137%141%146%149%138%147%142%3.1092.188Macro151%160%155%140%145%146%148%142%138%142%10.9667.720Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorgverzekeraars gepresenteerd op de website.Zilveren Kruis betreft een optelling door VWS van de solvabiliteitcijfers van de risicodragers van Zilveren Kruis. VGZ betreft een inschatting op basis van de solvabiliteit basis- plus aanvullende verzekering van VGZ,naar rato van de schade basis- en aanvullende verzekering VGZ. Vraag 231Hoeveel gezonde levensjaren worden er per jaar toegevoegd door hetpreventieve werk van de GGD’en?Antwoord:Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te geven, om meerdereredenen. Voorop staat dat GGD’en worden ingesteld en in standgehouden door gemeenten. Het is daarmee niet aan het Rijk om te sturenop de baten van het werk van GGD’en in termen van gezonde levensjarenen het Rijk heeft hier ook niet de instrumenten voor in handen. GGD’envoeren een zeer brede reeks activiteiten uit. Wat «de GGD» doet is ookniet uniform in het land. Soms, zoals bij de jeugdgezondheidszorg,kunnen gemeenten ook kiezen om deze taken bij een andere aanbieder tebeleggen. Gemeenten hebben, buiten hun wettelijke taken, ook veelbeleidsruimte om op basis van lokale gezondheidsambities opdrachten bijde GGD uit te zetten. Het is dan ook niet mogelijk om op nationaal niveaute duiden hoeveel gezonde levensjaren worden gewonnen met het werkvan de GGD’en. Dat laat onverlet dat GGD’en een onmisbare partner zijnvoor gemeenten bij het uitvoeren van hun taken op gebied van preventieen gezondheidsbevordering.Vraag 232Hoeveel gezonde levensjaren gaan er naar schatting jaarlijks verloren alser € 300 miljoen zou worden bezuinigd op de GGD’en?Antwoord:De bezuiniging van € 300 mln. op de publieke gezondheid is ingeboekt inde begroting van het Ministerie van VWS op het programma pande-mische paraatheid. Er is dan ook geen sprake van een bezuiniging van€ 300 mln. op de GGD-en. Voor 2025 is de bezuiniging onder andereingevuld door het verlagen van de SPUK voor GGD-en met € 11,3 mln.Voor 2026 en verder wordt de invulling van de bezuiniging nog bezien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1998 Het is niet mogelijk om de bezuiniging door te vertalen naar gezondelevensjaren. Zoals aangeven betreft de bezuiniging het gehele programmapandemische paraatheid en daarmee een breed scala aan activiteiten eninvesteringen. Specifiek wat de GGD-en betreft, speelt mee dat GGD-enbinnen de kaders van de regeling, afhankelijk van de behoefte, zelfinvulling geven aan de uitvoering van dit programma. GGD-en hebbenbijvoorbeeld nieuwe verpleegkundigen aangetrokken of ingezet opniet-medische professionals zoals dataspecialisten of beleidsmede-werkers.Vraag 233Hoeveel budget komt er voor «het vergroten van het vertrouwen invaccinaties door begrijpelijke en doelgroepgerichte voorlichting»? Welkeinstanties moeten hiermee aan de slag?Antwoord:Er is geen specifiek budget op de begroting van VWS voor «het vergrotenvan het vertrouwen in vaccinaties door begrijpelijke en doelgroepgerichtevoorlichting». Publiekscommunicatie en voorlichting zijn een onderdeelvan de uitvoering van vaccinatieprogramma’s door betrokken instanties,zoals JGZ-organisaties, GGD-en en het RIVM.Vraag 234Hoe gaat het kabinet inzetten op fijnmazig vaccineren tegen de dalendevaccinatiegraad, zonder dat er extra middelen beschikbaar komen?Antwoord:Het Ministerie van VWS werkt met betrokken uitvoerders aan hetverhogen van de vaccinatiegraad. In dat kader wordt onder meer bekekenhoe binnen de bestaande middelen de focus meer kan worden gelegd opeen fijnmazige, wijkgerichte aanpak. Dit betreft niet alleen het aanbiedenvan vaccinaties op verschillende locaties die toegankelijk, inclusiefdichtbij, zijn voor een doelgroep maar ook het aansluiten bij de diversiteitaan doelgroepen die een bepaalde wijk kent qua benadering, communi-catie, et cetera. Zo wordt bij de implementatie van RSV immunisatiebijvoorbeeld bekeken hoe deze op een fijnmazige, toegankelijke manier,aansluitend bij de behoeften en wensen van de doelgroep, aangebodenkan worden.Vraag 235Met welke financiële middelen wordt de nieuwe samenhangende,effectieve preventiestrategie uitgevoerd?Antwoord:De samenhangende en effectieve preventiestrategie wordt uitgewerktbinnen bestaande budgettaire kaders. Tijdens de behandeling van de 1stesuppletoire begroting VWS 2024 heeft de vorige Staatssecretaris van VWSaan lid Jansen (NSC) toegezegd de Kamer vóór de behandeling van deVWS begroting 2025 inzicht te verschaffen welk budget er voor preventieop de VWS-begroting staat, welke incidenteel zijn en op welke budgettenmogelijk wordt gekort als gevolg van het Hoofdlijnenakkoord. Uw Kamerzal hier voor de begrotingsbehandeling over worden geïnformeerd. Overde hoofdlijnen van de inzet van de middelen voor de samenhangende,effectieve preventiestrategie zal de Staatssecretaris Jeugd, Sport enPreventie uw Kamer in het eerste kwartaal van 2025 informeren.Vraag 236Kunt u een schematisch overzicht geven van alle onderdelen van hetdepartement en uitvoeringsorganisaties hoe de 22% taakstelling op deambtelijk organisatie neerslaat?Antwoord:De apparaatstaakstelling is in de ontwerpbegroting verwerkt op artikel 10«Apparaatsuitgaven». Op dit moment wordt gewerkt aan een nota vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1999 wijziging waarin budgettair ook tot uiting zal komen hoe de apparaat-staakstelling wordt verdeeld. De inhoudelijke invulling hiervan zal voorhet Kerndepartement gaan via een taakdiscussie. Voor de uitvoeringsor-ganisatie, waar ook een gedeelte van de taakstelling zal neerslaan, zal ditgebeuren door het opdrachtenpakket aan te passen. Dit kan in overlegtussen de opdrachtgever en de uitvoerder (opdrachtnemer) verder vormkrijgen.Vraag 237Hoe verhoudt de voorgenomen bezuiniging op pandemische paraatheidzich tot de lessen die het kabinet heeft geleerd van de coronacrisis?Antwoord:In het regeerprogramma is een verlaging afgesproken van de intensive-ringen publieke gezondheid en infectieziektebestrijding (oplopend naarstructureel € 300 mln.). Deze verlaging hangt samen met het beleidspro-gramma pandemische paraatheid waarin onder andere de lessen van decoronacrisis een vertaalslag krijgen. Voor 2025 is de bezuiniging beleids-matig ingevuld. Voor 2026 en verder wordt bezien hoe de bezuiniging zichverhoudt tot bij de kabinetsbrede weerbaarheidsopgave, die de komendeperiode verder wordt uitgewerkt onder regie van de Nationaal Coördi-nator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Uiteraard zullen delessen die zijn geleerd naar aanleiding van de coronacrisis hier nadruk-kelijk bij worden meegenomen.Vraag 238Waarom bezuinigt het kabinet op pandemische paraatheid ondanks deconstatering van de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat de pandemischeen maatschappelijke paraatheid van Nederland onvoldoende zijn op ditmoment?Antwoord:In het regeerprogramma is een verlaging afgesproken van de intensive-ringen publieke gezondheid en infectieziektebestrijding (oplopend naarstructureel € 300 mln.). Deze verlaging hangt samen met het beleidspro-gramma pandemische paraatheid waarin onder andere de lessen van decoronacrisis een vertaalslag krijgen. Voor 2025 is de bezuiniging beleids-matig ingevuld. Voor 2026 en verder wordt bezien hoe de bezuiniging zichverhoudt tot bij de kabinetsbrede weerbaarheidsopgave, die de komendeperiode verder wordt uitgewerkt onder regie van de Nationaal Coördi-nator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Uiteraard zullen deaanbevelingen die zijn gedaan door de Onderzoeksraad voor Veiligheid(OvV) naar aanleiding van de coronacrisis hier nadrukkelijk bij wordenmeegenomen.Vraag 239Kunt u aangeven wat de gevolgen zijn van de voorgenomen bezuini-gingen op pandemische paraat voor de GGD’en, RIVM en het LandelijkeFunctie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI)?Antwoord:De bezuiniging van € 300 mln. op de publieke gezondheid, die conform debudgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord is ingeboekt in de begrotingvan het Ministerie van VWS op het programma Pandemische Paraatheid,kent een oplopende reeks tot 2029 (resp. € 50 miljoen voor 2025 en 2026,€ 150 miljoen voor 2027, € 200 miljoen voor 2028 en € 300 miljoen vanaf2029). Dit betreft niet alleen de GGD’en en het RIVM, maar het volledigeprogramma pandemische paraatheid (versterking publieke gezond-heidszorg en infectieziektebestrijding, maatregelen om paraatheid in decuratieve en langdurige zorg te vergroten ook ten aanzien van bijvoor-beeld hygiëne en leveringszekerheid).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19100 Het terugdraaien van de intensiveringen van de beleidsopgave versterkenpublieke gezondheid en infectieziektebestrijding conform hoofdlijnenak-koord wordt voor 2025 beleidsmatig ingevuld door onder andere de SPUKvoor de GGD’en te verlagen en de inzet op kennis, innovatie enversterking te verminderen. Dit betekent dat in 2025 de voorgenomenvergroting van personele capaciteit bij de GGD’en niet wordt uitgevoerden dat een aantal voorgenomen (onderzoeks)trajecten, zoals rond hetverbeteren van de modellering van infectieziekte uitbraken door het RIVMniet van start gaan. Voor de Landelijke Functie Opschaling Infectieziekte-bestrijding (LFI) geldt dat zij financieel gezien in 2025 nog geen gevolgenvan de bezuiniging zal ondervinden. De LFI en de GGD’en geven in dejaren tot met 2026 zo veel als mogelijk invulling aan de implementatie vande eisen om de GGD’en uniform, snel en flexibel op te kunnen latenschalen.Voor de jaren daarna wordt de invulling van de bezuinigingen nog bezien.In het Regeerprogramma is de kabinetsbrede inzet op het versterken vande maatschappelijke weerbaarheid opgenomen. Hier maakt de zorg eenbelangrijk onderdeel van uit. Dit samenhangend overheidsbreedweerbaarheidsbeleid wordt in de komende maanden verder uitgewerktonder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding enVeiligheid (NCTV). In dit traject zal ook de weerbaarheidsopgave van VWSnader worden geconcretiseerd. Daarbij zullen ook de gevolgen van debezuiniging op pandemische paraatheid, die in het Hoofdlijnenakkoord isafgesproken, worden betrokken.Vraag 240Hoe gaat u ervoor zorgen dat de GGD’en, RIVM en LFI hun werk kunnenblijven doen in zowel de koude als warme fase van een toekomstigepandemie?Antwoord:In het Regeerprogramma is de kabinetsbrede inzet op het versterken vande maatschappelijke weerbaarheid opgenomen. Hier maakt de zorg eenbelangrijk onderdeel van uit. Dit samenhangend overheidsbreedweerbaarheidsbeleid wordt in de komende maanden verder uitgewerktonder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding enVeiligheid (NCTV). In dit traject zal ook de weerbaarheidsopgave van VWSnader worden geconcretiseerd. Daarbij zullen ook de gevolgen van debezuiniging op pandemische paraatheid, die in het Hoofdlijnenakkoord isafgesproken, worden betrokken.De bezuiniging van € 300 mln. op de publieke gezondheid, die conform debudgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord is ingeboekt op hetprogramma Pandemische Paraatheid, kent een oplopende reeks tot 2029en is voor 2025 beleidsmatig ingevuld. Voor de jaren daarna wordt deinvulling van de bezuinigingen nog bezien. Hierdoor is de continueringvan de reeds in gang gezette versterkingen uit het beleidsprogrammaPandemische Paraatheid op termijn niet langer mogelijk. Deze bezuinigingheeft uiteraard grote impact op de voortgang die we op dit onderwerpkunnen maken. Dat raakt vanaf 2025 uiteraard de bescherming tegen enbestrijding van infectieziektenuitbraken, maar heeft ook bredere gevolgenvoor basis noodzorg in Nederland.Het terugdraaien van de intensiveringen van de beleidsopgave versterkenpublieke gezondheid en infectieziektebestrijding conform hoofdlijnenak-koord wordt voor 2025 beleidsmatig ingevuld door onder andere de SPUKvoor de GGD te verlagen en de inzet op kennis, innovatie en versterking teverminderen. Dit betekent dat in 2025 de voorgenomen vergroting vanpersonele capaciteit bij de GGD’en niet wordt uitgevoerd en dat eenaantal voorgenomen (onderzoeks)trajecten, zoals rond het verbeteren vande modellering van infectieziekte uitbraken, de opschaling van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19101 IC-capaciteit en het bevorderen van leveringszekerheid van medischeproducten, niet van start gaan.Vraag 241Welke bezuinigingen en belastingverhogingen zullen de komende jarengevolgen hebben voor de sport?Antwoord:De volgende maatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord hebben betrek-kingen op sport:•De 10% korting op alle Specifieke Uitkeringen (SPUKS) vanaf 2026 ende overdracht van de SPUKS naar het Gemeentefonds. De korting van10% is reeds ingeboekt op de begroting. De overheveling naar het GFheeft nog niet plaatsgevonden. Besluitvorming hierover moet nogplaatsvinden. Dit betreft drie SPUK’s op het gebied van Sport enbewegen:oSPUK Stimulering SportoSPUK Brede regeling Combinatiefuncties, nu onderdeel van BredeSPUK tot en met 2026.oSPUK Lokale Sportakkoorden nu onderdeel van brede SPUK tot enmet 2026.•De generieke taakstelling op subsidies heeft voor 2025 geen gevolgen.Op dit moment wordt gewerkt aan een nota van wijziging op deontwerpbegroting waarin ook de beleidsmatige invulling voor 2026 enverder aan uw Kamer wordt getoond.•Afschaffing van het verlaagde btw-tarief met ingang van 2026. Bijdoorberekening in prijzen, kan dit leiden tot verhoging van de tarievenvan commerciële sportaanbieders, zwembaden en toegangsprijzenvoor sportevenementen.•De trapsgewijze verhoging kansspelbelasting (in 2025 van 30,5 naar34,2% en in 2026 van 34,2 naar 37,8%) kan gevolgen hebben op deafdrachten aan NOC*NSF.Vraag 242Welke maatregelen dragen voor welk deel bij aan de € 45 miljoenbezuinigingen op sport?Antwoord:De maatregelen uit het hoofdlijnenakkoord zijn voorlopig verwerkt in debegroting van VWS. Voor subsidietaakstelling is in de ontwerpbegroting2025 voor de jaren 2026 en verder de taakstelling nog niet beleidsmatigingevuld. Wel is er een korting naar rato opgenomen om alvast meerjarigbudgettair de taakstelling te verwerken. Ook op artikel 6 is deze kortingtechnisch doorgevoerd. Dat zegt nog niets over de daadwerkelijke korting.Op dit moment wordt gewerkt aan een nota van wijziging op de ontwerp-begroting waarin ook de beleidsmatige invulling aan uw Kamer wordtgetoond.Vraag 243Hoeveel zou het kosten om de btw op sport niet te verhogen naar 21%?Antwoord:Het uitzonderen van het geven van gelegenheid tot sportbeoefening kost€ 185 miljoen en het uitzonderen van toegang tot sportwedstrijden kost€ 41 miljoen. Wegens afronding kost het uitzonderen van sport in totaal€ 227 miljoen per jaar.in prijzen 2024, mln.20252026202720282029strucstruc inbtw op geven van gelegenheid tot sportbeoefeningblijft 9%– 185– 185– 185– 185– 1852026btw op toegang tot sportwedstrijden blijft 9%– 41– 41– 41– 41– 412026Totaal btw op sport blijft 9%– 227– 227– 227– 227– 2272026Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19102 Vraag 244Hoeveel zou het kosten om de btw op sport te verlagen naar 0%? Hoeveelzou dit kosten als enkel de kosten voor het beoefenen van sport wordenverlaagd naar 0% en de btw op sport kijken op 9% te houden?Antwoord:Het is niet mogelijk een 0%-tarief op sport te introduceren omdat dit nietis toegestaan op grond van het Europese recht, dat geldt zowel voor hetbezoeken van sportwedstrijden als het beoefenen van sport. Voor meerinformatie over de mogelijkheden die de Btw-richtlijn biedt voor hetintroduceren van verlaagde btw-tarieven verwijst het kabinet naar de brief«Beleidsruimte btw-tarievenrichtlijn».46 Sportverenigingen die geen winstbeogen zoals voetbal-, korfbal-, volleybalverenigingen, etc., zijn vrijgesteldvan btw.Vraag 245Hoeveel zou het kosten om sport niet met 21% te belasting, maar alleuitgaven aan sport in plaats daarvan te subsidiëren met 21%?Antwoord:Uit een onderzoek van het CBS blijkt dat er 19 miljard euro aan sport werduitgegeven. Indien dit met 21% gesubsidieerd zou worden, komt dat neerop een bedrag van 4 miljard euro.47Vraag 246Hoeveel zou het kosten om alle sporten gratis te maken voor alle jongerentot 18 jaar?Antwoord:Er zijn 3,5 miljoen kinderen tussen de 0 en 18 jaar. De kosten voor sportlopen erg uiteen. Hierbij wordt uitgegaan van de kosten die het Jeugd-fonds Sport en Cultuur hanteert. Dit is een gemiddeld bedrag van € 291voor één abonnement over alle sporten inclusief zwemles. Dit betekentdat als alle sporten gratis worden gemaakt voor jongeren tot en met18 jaar een bedrag van minimaal € 1 miljard nodig is om iemand éénsport te laten beoefenen.Vraag 247Hoeveel zou het kosten om alle sporten gratis te maken voor alle jongerentot 21 jaar?Antwoord:Er zijn 4.190.000 jongeren tot en met 21 jaar. De kosten voor sport lopenerg uiteen. Bij vraag 246 is berekent welk bedrag nodig is voor jeugd toten met 18 jaar. Het aantal jongeren van 19 tot en met 21 jaar is 690.000.Ook voor deze groep lopen de kosten voor sport erg uiteen. Hierbij wordtuitgegaan van de kosten die het Volwassenenfonds Sport en Cultuurhanteert. Dit is een gemiddeld bedrag van € 240,– gemiddeld voor éénabonnement. Zwemles wordt hierin niet meegerekend. Dit betekent datals alle sporten gratis worden gemaakt voor de groep jongeren 19 tot enmet 21 jaar een bedrag van ongeveer € 166 miljoen nodig is om iemandéén sport te laten beoefenen. Het totaalbedrag voor alle jongeren tot enmet 21 jaar is dan € 1,16 miljard (1 miljard plus 166 miljoen).Vraag 248Hoeveel kost een gemiddeld sportabonnement voor volwassenen?Antwoord:Onderzoek van het CBS (2023) geeft aan dat het duurste maandabon-nement van een fitnesscentrum gemiddeld 61 euro per maand is en het46Kamerstukken II 2021/22, 32 140, nr. 119.47De sporteconomie in macro-economisch perspectief | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19103 goedkoopste 31 euro. Het betreft hier een ongewogen gemiddelde vanrespectievelijk het maandabonnement met de laagste prijs en hetmaandabonnement met de hoogste prijs. Indien het gemiddelde van dezetwee bedragen wordt genomen, komt dat neer op 46 euro per maand.Vraag 249Kunt u aangeven aan de hand van welke criteria besloten wordt hoe de22% taakstelling ambtelijke apparaat wordt ingevuld? Kunt u concreetaangeven welke taken niet meer uitgevoerd kunnen worden door de 22%taakstelling?Antwoord:Om verdere invulling te geven aan de taakstelling zal een taakdiscussieuitgevoerd worden voor het Kerndepartement. Hierin zal ook naar vorenkomen welke taken het ministerie niet meer of minder gaat uitvoeren.Vraag 250Hoe hoog is de gemiddelde contributie voor het lidmaatschap van eensportvereniging voor volwassenen?Antwoord:De door het Mulier Instituut gepubliceerde Contributiemonitor 2023/2024biedt inzicht in de ontwikkeling van de contributies (op contributies zitgeen btw) van verschillende sporttakken.48 Hierin wordt per sportonderscheiden wat de gemiddelde contributie is voor pupillen, juniorenen senioren. De Monitor biedt geen inzicht in de gemiddelde contributievan een sportvereniging voor volwassen over de gehele sportsector. Welis het algemene beeld dat ontwikkeling van de contributies van vereni-gingen in acht sporttakken achterloopt op de inflatie. De reële ontwik-keling, na verrekening van de inflatie, laat voor bijna alle sporttakken enleeftijdscategorieën een reële daling zien. Voor een overzicht metgemiddelde contributies voor het lidmaatschap van een sportverenigingwordt verwezen naar het antwoord op vraag 251.Vraag 251Hoe hoog is de gemiddelde contributie/abonnementskosten voor eenvoetbalvereniging, een tennisvereniging, een hockeyvereniging, eenturnschool, een zwemvereniging, een gymnastiekvereniging, eenatletiekvereniging, een sportschool en een dansschool? Kunt u hierbijonderscheid maken tussen kinderen en volwassenen?Antwoord:De door het Mulier Instituut gepubliceerde Contributiemonitor 2023/2024biedt inzicht in de ontwikkeling van de contributies van verschillendesporttakken.49 Hierin wordt per sport onderscheiden wat de gemiddeldecontributie is voor pupillen, junioren en senioren. Uit de Contributiemo-nitor 2023/2024 blijkt:•De gemiddelde contributie van basketbalverenigingen in hetseizoen 2023/2024 bedraagt 205 euro voor pupillen, 267 euro voorjunioren en 299 euro voor senioren.•De gemiddelde contributie van gymnastiekverenigingen in hetseizoen 2023/2024 bedraagt 344 euro voor pupillen, 361 euro voorjunioren en 365 euro voor senioren.•De gemiddelde contributie van korfbalverenigingen in het seizoen2023/2024 bedraagt 146 euro voor pupillen, 195 euro voor junioren en251 euro voor senioren.•De gemiddelde contributie van paardrijverenigingen in het seizoen2023/2024 bedraagt voor pupillen en junioren 74 euro en 78 euro voorsenioren.48Contributiemonitor 2023/2024, Mulier Instituut49Contributiemonitor 2023/2024, Mulier InstituutTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19104 •De gemiddelde contributie van roeiverenigingen in het seizoen2023/2024 bedraagt 201 euro voor pupillen, 215 euro voor junioren,197 euro voor studenten en 294 voor senioren.•De gemiddelde contributie van rugbyverenigingen in het seizoen2023/2024 bedraagt voor pupillen 133 euro, 172 euro voor junioren en243 euro voor senioren.•De gemiddelde contributie van tennisverenigingen in het seizoen2023/2024 bedraagt voor pupillen 62 euro, 80 euro voor junioren en151 euro voor senioren.•De gemiddelde contributie van voetbalverenigingen in het seizoen2023/2024 bedraagt voor pupillen 135 euro, 163 euro voor junioren en213 euro voor senioren.•De gemiddelde contributie van zwemverenigingen in het seizoen2023/2024 bedraagt voor pupillen 297 euro, 316 euro voor junioren en334 euro voor senioren.De Contributiemonitor 2023/2024 biedt geen inzicht in de contributie vanatletiekverenigingen, sportscholen, hockeyverenigingen en dansscholen.Het Mulier Instituut bekijkt de mogelijkheden om o.a. hockey en atletiek inhet seizoen 2024/2025 onder de loep te nemen. Voor wat betreft sport-scholen geeft onderzoek van het CBS (2023) aan dat het duurste maand-abonnement bij een fitnesscentrum gemiddeld 61 euro per maand is enhet goedkoopste 31 euro.Vraag 252Hoeveel kost een gemiddeld sportabonnement voor minderjarigen?Antwoord:Uit onderzoek van het CBS (2023) blijkt dat van de 2,3 miljoen mensenmet een sportabonnement bij een fitnesscentrum er 250 duizendminderjarig zijn. Er zijn geen onderzoeksgegevens bekend over degemiddelde prijs van een sportabonnement bij minderjarigen.Vraag 253Hoe hoog is de gemiddelde contributie voor het lidmaatschap van eensportvereniging voor minderjarigen?Antwoord:De door het Mulier Instituut gepubliceerde Contributiemonitor 2023/2024biedt inzicht in de ontwikkeling van de contributies van verschillendesporttakken.50 Hierin wordt per sport onderscheiden wat de gemiddeldecontributie is voor pupillen, junioren en senioren. De Monitor biedt geeninzicht in de gemiddelde contributie van een sportvereniging voorminderjarigen over de gehele sportsector.Vraag 254Hoeveel zou het kosten om iedere jongere tot 18 jaar een vrij besteedbaarsportbudget (bv. via een sportpas) te geven ter hoogte van de kosten vaneen gemiddeld sportabonnement of contributie van een sportvereniging?Antwoord:Zoals bij vraag 246 toegelicht is een bedrag van minimaal afgerond€ 1 miljard nodig om voor iedere jongere tot 18 jaar een vrij besteedbaarsportbudget (bv. via een sportpas) te geven ter hoogte van de kosten vaneen gemiddeld sportabonnement of contributie van een sportvereniging,bijvoorbeeld via een sportpas. In veel gemeenten wordt sport en bewegenvoor jongeren tot 18 jaar, die in gezinnen met lage inkomens wonen,financieel mogelijk gemaakt via minimaregelingen of Jeugdsport fonds encultuur.Vraag 25550Contributiemonitor 2023/2024, Mulier InstituutTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19105 Voor welke uitgaven aan sport moet btw worden betaald en voor welkeniet?Antwoord:De btw-verhoging heeft een direct effect op sportinstellingen met eenwinstoogmerk (zoals fitnesscentra, commerciële zwembaden, ijs-,ski-,kart-bowling- en golfbanen) en toegang tot sportwedstrijden. Debtw-verhoging geldt niet voor sportverenigingen die geen winst beogen.Voetbal-, korfbal-, volleybalverenigingen, zwembaden die eigendom zijnvan een stichting of gemeente etc., zijn vrijgesteld van btw en blijven dat.In sommige gevallen moet een sportvereniging btw betalen overbijvoorbeeld de kosten voor het gebruik van een sportaccommodatie.Vraag 256Hoeveel geld is er nodig om alle sportaccommodaties in Nederlandenergieneutraal te maken?Antwoord:In de Routekaart Verduurzaming Sport is de doelstelling vastgelegd dat in2050 alle sportaccommodaties CO2-arm en 100% aardgas vrij zijn. HetMulier Instituut heeft ten behoeve hiervan doorgerekend dat vanaf 2022ongeveer 3,5 miljard euro nodig is voor verduurzaming van circa 10.000sportaccommodaties. Hiervan is naar schatting 2,5 miljard euro nodigvoor verduurzaming van ijsbanen en zwembaden en ongeveer1 miljard euro voor andere sportaccommodaties, waaraan sportvereni-gingen ongeveer 548 miljoen euro zullen moeten bijdragen.Vraag 257Hoe lang zijn de wachtlijsten voor zwemles?Antwoord:Via de brief «Aanpak wachtlijsten zwemles en landelijk dekkend aanbod»(Kamerstukken II 2022–2023, 30 234, nr.366) is de Kamer geïnformeerdover het gegeven dat er geen centraal overzicht van wachttijden voorzwemles bestaat. Dit zou beperkte waarde hebben omdat inschrijvingenvaak al ruim voor gestart mag worden plaatsvinden of omdat kinderen opmeerdere plekken ingeschreven staan. Wel krijgt de StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport periodiek een inschatting van de NationaleRaad Zwemveiligheid die zich nog altijd herkent in de inschatting dat dewachttijd per locatie sterk kan differentiëren van 0 tot 24 maanden, maardat kinderen en hun ouders rekening kunnen houden met een gemiddeldewachttijd van ca. 6 maanden.Vraag 258Hoe groot is het tekort aan zwemdocenten?Antwoord:Deze zomer is de Vereniging Werkgevers in Zwembaden en Zwemscholeneen arbeidsmarktcampagne gestart via de website www.werkeninhetwa-ter.nl om werken in zwembaden aantrekkelijker te maken. In het najaarvan 2024 staan ongeveer 70 vacatures open voor zwemdocenten.Vraag 259Hoe heeft het aantal onverzekerde Nederlanders zich de afgelopen jarenontwikkeld?Antwoord:Aantal onverzekerden per jaar per 31 december (bron: CAK)20192020202120222023Aangeschreven84.99262.55360.60869.47177.365Einde onverzekerd84.32767.16356.99268.32373.805Stand actief onverzekerden24.87020.26023.87625.02428.584 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19106 De bovenstaande tabel toont het verloop van het aantal door het CAKaangeschreven onverzekerden, het aantal onverzekerden dat uit deregeling opsporing onverzekerden is gestroomd en de stand van hetaantal actieve onverzekerden per ultimo jaar.Bij de interpretatie van de tabel moet in ogenschouw worden genomendat hierin is inbegrepen een jaarlijkse piek (in maart) van tussen de 25.000en 30.000 aanschrijvingen. Een deel van deze piek wordt veroorzaakt doorvertragingen in de administratie van overstappende verzekerden. Tussenhet in- en uitstromen kan een persoon geregistreerd staan als actiefonverzekerd (fase van aanschrijving en boete oplegging) of ambtshalveverzekerd. In dit proces zitten gemiddeld ca. 25.000 personen. Het gaathier om vermeende onverzekerde verzekeringsplichtige personen diebekend zijn in bijvoorbeeld de burgerregistratie personen (BRP).Het valt op dat het totaal aantal actief onverzekerden de afgelopen jarenlicht is toegenomen. Dit wordt o.a. veroorzaakt door weer een toenamevan het aantal buitenlandse studenten en arbeidsmigranten die (na deCorona periode) tijdelijk in Nederland verblijven. Het gaat hier niet omonverzekerde dak- en thuisloze mensen aan wie zorg wordt verleend tenlaste van de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden. Deze onverzekerde groep is vaak niet geregistreerd in het BRP,waardoor zij niet worden opgespoord. Zij maken daarom geen onderdeeluit van deze getallen.Vraag 260Hoe groot is het huidige tekort aan beschikbare plekken in beschermdewoonvormen?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over gegevens met betrekking tothet huidige tekort aan plekken voor beschermd wonen. Het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport heeft voor het laatst in 2020 eenonderzoek laten doen naar wachtlijsten voor beschermd wonen.Gemeenten zijn verantwoordelijk om mensen die wachten op een plek ineen beschermd wonen-instelling ambulant te ondersteunen.Vraag 261Hoe groot deel van de subsidieregeling duurzaam maatschappelijkvastgoed (DUMAVA) gaat specifiek naar sportaccommodaties?Antwoord:De subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) komteigenaren tegemoet in de kosten om te verduurzamen. Het is een bredesubsidieregeling voor uiteenlopende eigenaren. Voor sportverenigingenin eigen beheer is het nu niet mogelijk om aanspraak te maken op deDUMAVA. Van het totale budget (ca. € 340 miljoen) in de eerste tweesubsidierondes is circa € 88 miljoen toegekend aan gemeenten. Er wordtniet opgevraagd voor welk type vastgoed gemeenten deze subsidiegebruiken, maar dit is onder andere voor onderwijs, cultuur en sport.Vraag 262Kan verder toegelicht worden waar de gelden van de bijdrage aanmedeoverheden voor «duurzame en toegankelijke sportaccommodaties»terecht komen? Kunnen sportverenigingen hier subsidies op aanvragen ofis dit enkel voor gemeentelijke accommodaties?Antwoord:De gelden van de bijdrage aan medeoverheden voor «duurzame entoegankelijke sportaccommodaties» komen terecht bij gemeenten. Via de«Regeling specifieke uitkering stimulering sport» wordt beoogd om deontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschafvan sportmaterialen door gemeenten te stimuleren, daar waar deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19107 mogelijkheid tot btw-aftrek is vervallen. Gemeenten kunnen dezespecifieke uitkering aanvragen voor sportactiviteiten, waarbij sprake isvan btw-verlies. Gemeenten kunnen deze uitkering ook aanvragen voorsportbedrijven. Uit de monitor Gemeentelijke uitgaven van het Mulierinstituut51 zijn de volgende hoofdactiviteiten te rangschikken:•Investeringen in hardware; Hierbij kan gedacht worden aan activiteitenin bouw en onderhoud van accommodaties. Dit kan zijn het aanleggenvan een kunstgrasveld of de bouw van een sporthal.•Exploitatie van sportaccommodaties; Hierbij moet gedacht worden aanhet beheer van de accommodatie. Het kan gaan om gebruikskosten alsenergielasten en ook kunnen ingehuurde krachten zoals Buurtsport-coaches en andere beheerders van accommodaties voor zover dezebtw-belast zijn in gebracht worden.Amateursportorganisaties kunnen subsidie op grond van de Subsidiere-geling Bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) aanvragen. Inhet geval dat bijvoorbeeld een gemeente en een vereniging co-eigenaarvan een sportaccommodatie zijn, kan er voor een renovatie van diesportaccommodatie ofwel een subsidie op grond van de SubsidieregelingBOSA worden aangevraagd, ofwel een uitkering op grond van de SPUKStimulering SportVraag 263Hoeveel ziekenhuizen per inwoneraantal hebben wij in Nederland enhoeveel is dit in andere EU-landen?Antwoord:De OECD gebruikt als definitie van ziekenhuizen: algemene en acade-mische ziekenhuizen, ziekenhuizen voor geestelijke gezondheidszorg,overige gespecialiseerde ziekenhuizen en private instellingen.In de tabel is het aantal ziekenhuizen per 1 miljoen inwoners in 2022weergegeven, aflopend geordend naar het totaalaantal ziekenhuizen.Nederland scoort hoog omdat er relatief veel private ziekenhuizen zijn.Wanneer de publieke en private ziekenhuizen zonder winstoogmerkworden samengenomen (waarbij de private ziekenhuizen met winst-oogmerk niet worden meegeteld) scoort Nederland juist relatief laag; indat geval heeft alleen Italië minder ziekenhuizen per 1 miljoen inwoners.De buitenpoli’s die onderdeel zijn van een ziekenhuis, worden hier nietapart meegeteld.Aantal inwoners in2022(x miljoen)Aantal ziekenhuizenper 1 miljoeninwonersw.v. publiekw.v. privaat zonderwinstoogmerkw.v. privaat metwinstoogmerkFrankrijk68,043,819,79,714,4Nederland17,641,47,933,5Finland5,535,826,5Duitsland83,235,68,910,716,1Zwitserland8,731,729,7Verenigd Koninkrijk67,029,7Oostenrijk9,028,915,53,99,6Italië59,018,07,210,8Ierland5,216,913,13,7Spanje47,515,87,02,56,3België11,613,93,410,6Bron: https://data-explorer.oecd.org/NB Niet voor alle landen binnen Europa zijn deze cijfers bekend. 51https://www.mulierinstituut.nl/publicaties/27213/monitor-sportuitgaven-gemeenten-2021/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19108 Vraag 264Hoeveel specialisten per inwoneraantal hebben wij in Nederland enhoeveel is dit in andere EU-landen?Antwoord:Volgens de internationaal gebruikte definitie zijn specialisten werkzaam ineen ziekenhuis (volgens de definitie zoals genoemd in het antwoord opvraag 266):–praktiserende artsen die een studie geneeskunde op universitairniveau hebben voltooid (verleend door een adequaat diploma) en eenvergunning hebben om als arts te mogen werken–stagiaires en artsen in opleiding (met voldoende diploma en hetverlenen van diensten onder toezicht van andere medische artsentijdens hun postdoctorale stage of residentie in een zorginstelling)–artsen in loondienst en zelfstandige artsen die diensten verlenenongeacht de plaats van dienstverrichting–buitenlandse artsen die een vergunning hebben om in een land actiefte zijn–alle artsen die diensten verlenen aan patiënten, waaronder radiologie,pathologie, microbiologie, hematologie,Uitsluiting:–Studenten die nog niet afgestudeerd zijn–Tandartsen, stomatologen, kaak- en aangezichtschirurgen–Artsen die werkzaam zijn in administratie, onderzoek en in anderefuncties die direct contact met patiënten uitsluiten–Werkloze artsen en gepensioneerde artsen–Artsen die in het buitenland werkenMet deze definitie van specialisten werkzaam in een ziekenhuis: het aantalspecialisten per 1000 inwoners in 2022, voor de omringende landenwaarover cijfers beschikbaar zijn, aflopend geordendZwitserland3,58Denemarken3,44Oostenrijk2,91Frankrijk2,77Noorwegen2,65Spanje2,62Duitsland2,58Verenigd Koninkrijk2,43Italië2,38Ierland2,1Finland [2021]1,91Nederland1,37Bron: https://data-explorer.oecd.org Vraag 265Hoeveel huisartsen per inwoneraantal hebben wij in Nederland enhoeveel is dit in andere EU-landen?Antwoord:In 2021 waren er circa 13.500 huisartsen werkzaam in Nederland, op circa17,53 miljoen inwoners. Dat betekent ongeveer 1 werkzame huisarts op1300 inwoners. Vergelijkbare cijfers over andere EU-landen zijn deMinister van VWS niet bekend. Bovendien is de rol die de huisartsenzorgbinnen het Nederlandse zorgstelsel speelt in veel gevallen niet verge-lijkbaar met andere landen.Vraag 266Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19109 Hoeveel ziekenhuisbedden per inwoneraantal hebben wij in Nederland enhoeveel is dit in andere EU-landen?Antwoord:De taken van ziekenhuizen kunnen per land verschillen en zijn meestalgedefinieerd door wettelijk vastgelegde eisen. De meegetelde ziekenhuis-bedden zijn die van de geregistreerde publieke ziekenhuizen, privateziekenhuizen zonder winstoogmerk en private ziekenhuizen metwinstoogmerk.Aantal ziekenhuisbedden per 1000 inwoners in 2022, voor deomringende landen waarover cijfers beschikbaar zijn, aflopendgeordendDuitsland7,66Oostenrijk6,71Polen6,13Frankrijk5,51België5,46Zwitserland4,42Noorwegen3,35Italië3,09Spanje [schatting]2,95Ierland2,94Finland [cijfers 2021]2,76Denemarken2,47Nederland [schatting]2,45Verenigd Koninkrijk [schatting]2,45Zweden1,9Bron: https://data-explorer.oecd.orgNB Voor alle landen zijn meegeteld de algemene ziekenhuizen, de zieken-huizen voor geestelijke gezondheidszorg en overige gespecialiseerdeziekenhuizen Vraag 267Hoeveel IC-bedden per inwoneraantal hebben wij in Nederland en hoeveelis dit in andere EU-landen?Antwoord:Aantal IC-bedden in ziekenhuizen (volgens de definitie zoals genoemd inhet antwoord op vraag 266) voor volwassenen, per 100.000 inwoners in2022, voor de omringende landen waarover cijfers beschikbaar zijn,aflopend geordendDuitsland28,1Frankrijk27,2Oostenrijk21,8Spanje18,8België17,1Italië10,3Zwitserland9,2Nederland5,7Ierland5,7Zweden4,5Bron: https://data-explorer.oecd.org Vraag 268Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19110 Hoeveel tandartsen per inwoneraantal hebben wij in Nederland enhoeveel is dit in andere EU-landen?Antwoord:In Nederland werken ongeveer 9.500 à 10.000 tandartsen op eenbevolking van inmiddels 18 miljoen. Voor het aantal inwoners per actievetandarts kan worden verwezen naar:Eerstelijnszorg | Regionaal | Tandartsenzorg | Volksgezondheid en Zorg(vzinfo.nl)In Nederland werken naast de tandartsen ook vele mondhygiënisten(3.900 per 1 januari 2022). Deze nemen een fors aandeel van de preven-tieve mondzorg voor hun rekening. In veel landen kent men dat beroepniet. Het aantal tandartsen per inwonertal in Nederland is daarom moeilijkte vergelijken met andere landen. Er zijn geen cijfers beschikbaar vanandere EU-landen.Vraag 269Hoeveel zwembaden zijn er in totaal in Nederland?Antwoord:In Nederland zijn er in totaal 1838 zwembaden.Vraag 270In hoeveel gemeentes is er sprake van een armoederegeling voorzwemles en in hoeveel gemeentes niet?Antwoord:Deze gegevens zijn op dit moment niet bekend, maar dit najaar komt hetMulier Instituut met een rapport dat de aanwezigheid en het gebruik vanondersteuningsregelingen voor sport op gemeenteniveau onderzoekt.Daarbij is ook aandacht voor ondersteuning van zwemles. De Staatssecre-taris Jeugd, Preventie en Sport streeft er naar om dit voor het Wetge-vingsoverleg Sport naar de Kamer te sturen.Vraag 271Hoeveel zwembaden zijn in Nederland nog in publieke handen?Antwoord:Van de 1.838 (semi-)openbare zwembaden in Nederland, staan er 535geregistreerd als openbaar52. 55 procent van de overdekte zwembaden,combizwembaden en openluchtzwembaden is in eigendom van eengemeente. De overige zwembaden zijn in handen van eenniet-gemeentelijke partij, zoals een bv, stichting of vereniging. Hetmerendeel van de Nederlandse zwembaden wordt door eenniet-gemeentelijke partij geëxploiteerd (80%). In deze zwembaden is deexploitatie voornamelijk in handen van een bv, nv of stichting.Vraag 272Hoeveel kost het om het eigen risico met € 50 omlaag te brengen tenopzichte van het huidige bedrag van € 385?Antwoord:Als het verplicht eigen risico van € 385 in 2025 met € 50 verlaagd zouworden naar een hoogte van € 335, dan zou dit naar verwachting circa€ 800 miljoen kosten.53 De opbrengst van het eigen risico gaat omlaagmet circa € 400 miljoen en het remgeldeffect bedraagt naar verwachtingongeveer € 500 miljoen. Voor het remgeld wordt normaliter aangeslotenbij ramingen van het CPB; het CPB zou daarom om een actuele inschattingvan de remgeldeffecten gevraagd moeten worden. Voor 2026 zullen dekosten naar verwachting hoger liggen, vanwege de verwachte stijging vande zorguitgaven. Overigens vergt een verlaging van het eigen risico een52Mulier Instituut (2023), Sportaccommodaties in Nederland, https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=11553&m=1702646858&action=file.download53Door afronding telt de som van onderdelen niet precies op tot het genoemde totale effect.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19111 aanpassing van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Voor zo’n wetswijziging isnormaal gesproken minimaal 1,5 jaar nodig. Daarom is een verlaging vanhet eigen risico met € 50 op z’n vroegst haalbaar in 2027 en voor 2027 enverder werkt het kabinet momenteel al een verlaging van het verplichteigen risico naar € 165 uit.Vraag 273Hoeveel kost het om het eigen risico met € 100 omlaag te brengen tenopzichte van het huidige bedrag van € 385?Antwoord:Als het verplicht eigen risico van € 385 in 2025 met € 100 verlaagd zouworden naar een hoogte van € 285, dan zou dit naar verwachting circa€ 1,7 miljard kosten. De eigen risico opbrengst gaat omlaag met circa€ 0,8 miljard en het remgeldeffect bedraagt naar verwachting ongeveer€ 0,9 miljard. Voor het remgeld wordt normaliter aangesloten bijramingen van het CPB; het CPB zou daarom om een actuele inschattingvan de remgeldeffecten gevraagd moeten worden. Voor 2026 zullen dekosten naar verwachting hoger liggen, vanwege de verwachte stijging vande zorguitgaven. Overigens vergt een verlaging van het eigen risico eenaanpassing van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Voor zo’n wetswijziging isnormaal gesproken minimaal 1,5 jaar voor nodig. Daarom is een verlagingvan het eigen risico met € 50 op z’n vroegst haalbaar in 2027 en voor 2027en verder werkt het kabinet momenteel al een verlaging van het verplichteigen risico naar € 165 uit.Vraag 274Welke juridische wijzigingen zijn nodig om het eigen risico inkomensaf-hankelijker te maken?Antwoord:De precieze invulling van de maatregel bepaalt welke juridische wijzi-gingen nodig zijn om het eigen risico inkomensafhankelijk te maken en ofde maatregel juridisch haalbaar is. Een inkomensafhankelijk eigen risicovergt in ieder geval een wijziging van de Zorgverzekeringswet (Zvw).Verder moet de variant voldoen aan de vereisten van Solvency II. Mochtaan die eisen voldaan worden, dan lijkt een variant waarbij niet dezorgverzekeraars, maar een derde (publieke) partij, de inning van heteigen risico uitvoert juridisch gezien het meest waarschijnlijk. Eenvoorbeeld van zo’n derde partij is het CAK. Naast juridische aanpassingenom dit te realiseren brengt dit ook uitvoeringsconsequenties met zich meedie de nodige doorlooptijd kennen. Zie ook de uitwerking van eeninkomensafhankelijk eigen risico in Zorgkeuzes in Kaart 2020 (maatregel59).Overigens wordt voor de volledigheid opgemerkt dat de financiering vande Zorgverzekeringswet voor een groot deel wel inkomensafhankelijk is.De uitgaven onder de Zvw worden namelijk voor ongeveer de helftbetaald uit inkomensafhankelijke bijdragen van werkgevers. Het eigenrisico zelf is inderdaad niet afhankelijk van het inkomen.Vraag 275Hoe snel zou een wijziging in de verhouding tussen het vaste en hetinkomensafhankelijke deel van het eigen risico doorgevoerd kunnen zijn?Antwoord:De precieze invulling van de maatregel bepaalt welke juridische wijzi-gingen nodig zijn om het eigen risico inkomensafhankelijk te maken, inhoeverre de maatregel juridisch haalbaar is en wat het benodigde tijdpadis. Een inkomensafhankelijk eigen risico vergt in ieder geval een wijzigingvan de Zorgverzekeringswet (Zvw). Een wetswijziging neemt tenminste1,5 jaar in beslag. Daarnaast is het nodig dat er een derde (publieke) partij,zoals het CAK, de inning van het eigen risico gaat doen. Dat zouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19112 betekenen dat het CAK extra er nieuwe taken erbij krijgt. Dat maakt hetproces complexer en brengt risico’s met zich mee. Bovendien is het,gezien de veranderopgave waar het CAK momenteel voor staat, nietwaarschijnlijk om een dergelijke taak binnen afzienbare termijn bij hen tebeleggen. De invoering van deze maatregel zal daarom, mits juridischhaalbaar, meerdere jaren in beslag nemen en niet binnen één kabinetspe-riode te realiseren zijn. Zie ook de uitwerking van een inkomensafhankelijkeigen risico in Zorgkeuzes in Kaart 2020 (maatregel 59).Vraag 276Hoeveel kost het om periodieke controles en het vullen van gaatjes weerin het basispakket te brengen?Antwoord:Het opnemen van één periodieke controle per jaar en het vullen vangaatjes in het basispakket (exclusief eigen risico) leidt tot een verschuivingvan € 600 miljoen aan mondzorgkosten naar het basispakket. Dit bedragbestaat uit maximaal € 390 miljoen mondzorgkosten voor periodiekecontroles (in de situatie dat alle verzekerden boven de 18 jaar een controleper jaar afnemen) en € 210 miljoen voor het vullen van gaatjes (uitgaandevan gemiddeld € 70,– voor een vulling bij 20% van de verzekerden perjaar). In deze variant is het eigen risico niet van toepassing.De uitbreiding van het basispakket waarbij ook het eigen risico vantoepassing is, zorgt ervoor dat de inkomsten uit het eigen risicotoenemen, omdat meer mensen uitgaven onder het eigen risico zullengaan maken. Tegelijkertijd zal dit vermoedelijk ook gepaard gaan met eenremgeldeffect van € 30 miljoen. De extra inkomsten uit het eigen risicoworden geschat op € 170 miljoen. Hierdoor bedragen de netto-kosten vande maatregel in deze variant circa € 400 miljoen.Vraag 277Hoe wordt opvolging gegeven aan de aanbevelingen van het eindverslag«vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen»?Antwoord:De impact van sommige genoemde maatregelen in het eindverslag vanhet project «Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen»zijn groot. Met name een eventuele uitbreiding van het basispakket metmondzorg. Daarom is hierover een adviestraject uitgezet bij het Zorgin-stituut. Het adviestraject heeft twee fases: een eerste verkennende en eentweede inhoudelijke fase. De verkennende fase zal naar verwachting eind2026 gereed zijn.Parallel aan het adviestraject worden gerichtere maatregelen uitgewerkt,zoals ook genoemd in het eindverslag. Op dit moment loopt hiervoor eenpilot met gemeenten, zorgverzekeraars en mondzorgverleners. Deze pilotloopt tot het voorjaar van 2025. In deze pilot wordt gekeken naar eenbetere inzet van gemeentelijke regelingen, zoals de gemeentepolis.Tegelijk wordt hierbij ook gekeken naar de mogelijkheden voor eenlandelijke regeling. Daarnaast wordt in (een deel van) deze gemeentengewerkt aan het versterken van sociale vangnetten en er wordt gewerktaan doelgroepgerichte voorlichting.De Minister van VWS zal u over de uitkomsten van deze pilot uiterlijk inhet voorjaar van 2025 informeren. Zij zal in deze brief ook ingaan op deaanbeveling om hernieuwde aandacht te geven aan de mondgezondheidin de publieke gezondheid.Vraag 278Vanaf welk jaar zou een wijziging in het basispakket doorgevoerd kunnenzijn?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19113 De omvang van het basispakket is constant in beweging, omdat hetuitgangspunt is dat veldpartijen alleen effectieve zorg verlenen envergoeden. Door dit uitgangspunt stroomt zorg automatisch in en uit hetbasispakket (het «open systeem»). Deze automatische in- en uitstroomvan zorg is belangrijk omdat hierdoor snel nieuwe en innovatieve zorgbeschikbaar is voor patiënten.Naast de automatische in- en uitstroom worden elk jaar ook vanuit hetkabinet wijzigingen in het basispakket doorgevoerd om de toeganke-lijkheid voor patiënten te verbeteren en de doelmatigheid van de zorg tevergroten. Het gaat dan om zorg waarvoor het «open systeem» niet geldt.Om het basispakket te kunnen wijzigen, wordt een vast proces doorlopenmet een doorlooptijd van minimaal een jaar. De wijzigingen wordenvastgelegd door de relevante regelgeving aan te passen. Nadat dezewijzigingen zijn afgestemd met de Tweede Kamer (middels de jaarlijksepakketbrief die in mei/juni aan u wordt toegezonden) treden dezeaanpassingen per 1 januari van het daar op volgende jaar in werking.Vraag 279Hoe gaat u inzetten op fijnmazig vaccineren tegen de dalende vaccinatie-graad, zonder dat er extra middelen beschikbaar komen?Antwoord:Het Ministerie van VWS is en blijft met betrokken uitvoerders werken aanhet verhogen van de vaccinatiegraad. Om te beginnen zijn in de opeenvol-gende vaccinatierondes voor COVID-19 ervaringen opgedaan met hetmeer fijnmazig vaccineren en een meer wijkgerichte aanpak. De lessen diedaaruit zijn geleerd, worden door het RIVM verzameld en gedeeld met dediverse uitvoerders. Bij nieuwe vaccinatiecampagnes, zoals de aanko-mende implementatie van RSV-immunisatie, wordt bekeken hoe deze opeen fijnmazige, toegankelijke manier, aansluitend bij de behoeften enwensen van de doelgroep, aangeboden kan worden. Dit is onderdeel vanhet implementatieplan voor RSV-immunisatie, waar nu aan gewerktwordt. Voor bestaande vaccinaties zal het Ministerie van VWS betrokkenuitvoerders verzoeken om, mede op basis van de opgedane ervaringen bijCOVID-19-vaccinatie en RSV-immunisatie, te bekijken hoe zij binnen debestaande middelen de uitvoering meer kunnen richten op een fijnmazige,wijkgerichte aanpak. Hierbij zal specifiek aandacht gevraagd worden omte verkennen hoe vaccinaties aangeboden kunnen worden op verschil-lende locatie die toegankelijk, inclusief dichtbij, zijn en hoe de aange-boden vaccinatie inclusief de communicatie hierover het beste aange-sloten kan worden bij de diversiteit aan doelgroepen die een bepaaldewijk kent qua benadering, communicatie, et cetera.Vraag 280Met welke financiële middelen wordt de nieuwe samenhangende,effectieve preventiestrategie uitgevoerd?Antwoord:De samenhangende en effectieve preventiestrategie wordt uitgewerktbinnen bestaande budgettaire kaders. Tijdens de behandeling van de 1stesuppletoire begroting VWS 2024 heeft de vorige Staatssecretaris van VWSaan lid Jansen (NSC) toegezegd de Kamer vóór de behandeling van deVWS begroting 2025 inzicht te verschaffen welk budget er voor preventieop de VWS-begroting staat, welke incidenteel zijn en op welke budgettenmogelijk wordt gekort als gevolg van het Hoofdlijnenakkoord. Uw Kamerzal hier voor de begrotingsbehandeling over worden geïnformeerd. Overde hoofdlijnen van de inzet van de middelen voor de samenhangende,effectieve preventiestrategie zal de Staatssecretaris Jeugd, Sport enPreventie uw Kamer in het eerste kwartaal van 2025 informeren.Vraag 281Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19114 Hoe staan de geplande bezuinigingen op leefstijlpreventie in verhoudingmet het behalen van de doelen van het Nationaal Preventieakkoord?Antwoord:Het kabinet houdt vast aan de ambitie van een gezonde generatie in 2040zoals dat onder meer breed is omarmd in het Nationaal Preventieakkoord.Er wordt door het kabinet een samenhangende preventiestrategieuitgewerkt. In deze strategie wordt ingegaan op de doelstellingen van hetpreventiebeleid en de inzet om deze te bereiken. Deze samenhangendepreventiestrategie zal vormgegeven worden binnen de budgettairekaders. Daarnaast zal er bij de uitwerking vanzelfsprekend rekeningworden gehouden met doelmatigheid en doeltreffendheid, om zokostenefficiënte maatregelen te nemen.Vraag 282Wat gaat u doen om het werken in de gehandicaptenzorg minder zwaar temaken?Antwoord:In de breedte van de gehele zorg heeft de Minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport het beleid om de personeelstekorten aan te pakken viadrie lijnen. Ten eerste is het streven de administratietijd in 2030 tehalveren, onder andere door in te zetten op AI. Ten tweede is de «juisteinzet van medewerkers» erop gericht om de beschikbare medewerkers, insamenwerking met mantelzorgers en vrijwilligers, zo efficiënt mogelijk inte zetten. Het gaat hierbij onder andere om arbitrage tussen zorgwetten enover verschillende vormen van innovatieve zorg. De derde lijn ziet op het«vergroten van vakmanschap en werkplezier». Voor het einde van het jaarwordt een leidraad vakmanschap en werkplezier uitgewerkt. Doel is datmensen graag blijven werken in zorg en welzijn. Het gaat hierbij o.a. omhet belang van adequaat opleiden, autonomie en vertrouwen in demedewerker, de balans tussen vast/flexibel personeel en het tegengaanvan agressie.Om het werken specifiek in de gehandicaptenzorg minder zwaar te makenvindt de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke zorg hetbelangrijk in te blijven zetten op het interesseren van nieuwemedewerkers voor het werken in de gehandicaptenzorg, het binden enbehouden van zittende medewerkers en het nog beter benutten vanaanwezige expertise. Daarnaast heeft goede inzet van zorgtechnologie depotentie om het werk in de gehandicaptenzorg te verlichten. Bijvoorbeelddoor de zelfredzaamheid van mensen met een beperking te vergroten ofhet werk efficiënter te maken. Ook zal de intensieve aanpak om deadministratieve lasten te verminderen bijdragen aan meer werkpleziervoor de professional en meer tijd voor de cliënt.Vraag 283Gaat de bezuiniging op de gehandicaptenzorg alleen door als digitaleinnovatie ook daadwerkelijk ertoe leidt dat er minder kosten wordengemaakt en er minder personeel wordt ingezet?Antwoord:De maatregel, gebaseerd op het rapport van onderzoeksbureau SIRM«Geschat potentieel digitale zorg» (SIRM, oktober 2023), is opgenomen inhet hoofdlijnenakkoord van het kabinet en zal het kabinet uitvoeren. Hetkabinet ziet digitalisering als een belangrijke maatregel om het arbeids-markttekort in de zorg aan te pakken. Bovendien draagt digitalisering bijaan de financiële houdbaarheid van de gehandicaptenzorg. Rekeninghoudend met de maatregelen uit de begroting zullen de uitgaven aangehandicaptenzorg tussen 2024 en 2029 met circa € 2 miljard toenemenvan € 13,5 miljard naar € 15,5 miljard. Dat is nog exclusief de compen-satie voor loon- en prijsontwikkelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19115 Vraag 284Hoe verhoudt de voorgenomen bezuiniging op pandemische paraatheidzich tot de lessen die het kabinet heeft geleerd van de coronacrisis?Antwoord:In het hoofdlijnenakkoord is een verlaging afgesproken van de intensive-ringen publieke gezondheid en infectieziektebestrijding (oplopend naarstructureel € 300 mln.). Deze verlaging hangt samen met het beleidspro-gramma pandemische paraatheid waarin onder andere de lessen van decoronacrisis een vertaalslag krijgen. Voor 2025 is de bezuiniging beleids-matig ingevuld. Voor 2026 en verder wordt bezien hoe de bezuiniging zichverhoudt tot bij de kabinetsbrede weerbaarheidsopgave, die de komendeperiode verder wordt uitgewerkt onder regie van de Nationaal Coördi-nator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Uiteraard zullen delessen die zijn geleerd naar aanleiding van de coronacrisis hier nadruk-kelijk bij worden meegenomen.Vraag 285Hoe gaat u ervoor zorgen dat de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten(GGD’en), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en hetLandelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI) hun werkkunnen blijven doen in zowel de koude als warme fase van een toekom-stige pandemie?Antwoord:De koude fase van een eventuele toekomstige pandemie is nu. Debezuiniging van € 300 mln. op de publieke gezondheid, die conform debudgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord is ingeboekt in de begrotingvan het Ministerie van VWS op het programma Pandemische Paraatheid,kent een oplopende reeks tot 2029 en is voor 2025 beleidsmatig ingevuld.Voor de jaren daarna wordt de invulling van de bezuinigingen nog bezien.Hierdoor is de continuering van de reeds in gang gezette versterkingen uithet beleidsprogramma Pandemische Paraatheid op termijn niet langermogelijk. Deze bezuiniging heeft uiteraard grote impact op de voortgangdie we op dit onderwerp kunnen en willen maken. Dat raakt vanaf 2025uiteraard de bescherming tegen en bestrijding van infectieziektenuit-braken, maar heeft ook bredere gevolgen voor basis noodzorg inNederland.In het Regeerprogramma is de kabinetsbrede inzet op het versterken vande maatschappelijke weerbaarheid opgenomen. Hier maakt de zorg eenbelangrijk onderdeel van uit. Dit samenhangend overheidsbreedweerbaarheidsbeleid wordt in de komende maanden verder uitgewerktonder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding enVeiligheid (NCTV). In dit traject zal ook de weerbaarheidsopgave van VWSnader worden geconcretiseerd. Daarbij zullen ook de gevolgen van debezuiniging op pandemische paraatheid, die in het Hoofdlijnenakkoord isafgesproken, worden betrokken.Vraag 286Hoe gaat u de ambitie waarmaken om voldoende praktijkhoudendehuisartsen te realiseren?Antwoord:Voor een gelijkwaardige toegang tot zorg, is het van belang dat mensenbij een (vaste) huisarts staan ingeschreven. Een langdurige relatie tussenzorgverleners in de huisartsenzorg en patiënten leidt onder meer tothogere kwaliteit van zorg, minder doorverwijzingen naar specialistischezorg en minder medicatievoorschriften. Op dit moment is er echter eengroep mensen die zich niet bij een (vaste) huisarts(enpraktijk in de buurt)kan inschrijven. Om te zorgen dat ook deze groep mensen zich kaninschrijven, en dat de huisartsenzorg ook in de toekomst toegankelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19116 blijft, zet de Minister van VWS in op het verlagen van drempels voorstartende praktijkhouders.Momenteel zijn er meer huisartsen dan ooit, maar het aandeel praktijk-houders neemt de laatste jaren af. Veel huisartsen blijven werken als(wisselend) waarnemer. Dit verhoogt de druk op huisartsen die wel vooreen vaste patiëntengroep zorgen. Daarom moet het makkelijker wordenom huisartsenpraktijken over te nemen, zodat de druk op de gehelehuisartsenzorg afneemt. Hierover zal de Minister van VWS afsprakenmaken in het aanvullende zorg- en welzijnsakkoord. Deze afspraken zullenonder meer gaan over huisvesting van huisartsenpraktijken, maar ookover rollen en verantwoordelijkheden van huisartsen, huisartsenorgani-saties en zorgverzekeraars in elke regio.Vraag 287Welke extra stappen zet u de komende tijd om de zorg voor post-covidpatiënten te verbeteren?Antwoord:Het is van groot belang om patiënten met post-COVID zo snel mogelijkperspectief te bieden en voor hen te komen tot passende zorg. Hiervoorheeft VWS de afgelopen maanden samen met veel partijen, (patiëntenver-enigingen, zorgverleners, zorgverzekeraars en andere partijen in de zorg)hard gewerkt aan de totstandkoming van gespecialiseerde post-COVIDexpertisecentra.Het is daarom goed nieuws dat de NFU heeft aangegeven dat per1 november 2024 de eerste post-COVID expertisecentra voor volwassenenopenen in Maastricht UMC+, Amsterdam UMC en Erasmus MC, waarnabinnen enkele maanden de overige umc’s in Nederland ook de deurenopenen voor post-COVID patiënten. Aan de opening van post-COVIDexpertisecentra voor kinderen wordt momenteel gewerkt door het UMCUtrecht, Amsterdam UMC en Maastricht UMC+.Daarnaast financiert de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sporthet ZonMw programma post-COVID met een budget van in totaal€ 34,81 miljoen (looptijd 2023 – 2028). Het expertisenetwerk Post-COVIDNetwerk Nederland, dat voortkomt uit dit programma, heeft bij detotstandkoming van de expertisecentra een verbindende rol en draagt bijaan een langetermijnvisie om de landelijke samenhang zowel op inhoud,onderzoek als in organisatie van zorg te borgen.Ten slotte financiert de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deorganisatie C-support, die patiënten met post-COVID bijstaat met adviesen ondersteuning op verschillende domeinen (het medisch domein, hetdomein van werk en inkomen en het (psycho-)sociale domein).Vraag 288Op welke zorg kunnen post-covid patiënten een beroep doen, nu demultidisciplinaire paramedische herstelzorg niet meer wordt vergoed?Antwoord:De Minister van VWS ziet de ernst in van de gevolgen van COVID-19.Daarom is er, ondanks het negatieve standpunt van het Zorginstituut, voormultidisciplinaire paramedische herstelzorg een overgangsregelinggetroffen. Deze regeling geldt voor patiënten die vóór het uitkomen vanhet standpunt al waren begonnen aan een behandeltermijn. Patiënten dievóór 1 juli 2024 met een eerste of tweede behandeltermijn zijn gestart,kunnen deze behandeltermijn afmaken en dit wordt vergoed vanuit deZvw.Voor alle andere patiënten geldt dat zij terecht kunnen in de «regulierezorg». Zij kunnen bijvoorbeeld aanspraak maken op de afzonderlijkeinterventies van ergotherapie, logopedie en diëtetiek.De multidisciplinaire richtlijn «Langdurige klachten na COVID-19» van hetNederlandse Huisartsen Genootschap (NHG), de Federatie MedischSpecialisten (FMS) en Longalliantie Nederland (LAN) geeft antwoord opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19117 vragen over diagnostiek, begeleiding en behandeling van patiënten metlangdurige coronaklachten en patiëntenvoorlichting. Verder kunnenpatiënten terecht bij C-support voor advies en ondersteuning op verschil-lende domeinen, zoals het medisch domein, het domein van werk eninkomen en het (psycho-)sociale domein. Tot slot hebben het MaastrichtUMC+, Amsterdam UMC en Erasmus MC bekend gemaakt per1 november de eerste expertisecentra post COVID voor volwassenen teopenen. Binnen enkele maanden zullen ook de overige UMC’s inNederland de deuren openen, waarna deze zorg zo snel mogelijk wordtverbreed naar de algemene ziekenhuizen en de eerste lijn. Straks kunnenpatiënten dus ook daar terecht.Vraag 289Hoe bevordert u de kennis bij eerstelijnszorgverleners over passendebehandelingen bij post-covid?Antwoord:Zoals eerder door de Minister van Medische Zorg aan uw Kamer gemeld(Kamerstukken II 2023/2024 25 295, nr. 2193), gaan de umc’s een belang-rijke rol spelen in de centrale coördinatie van de zorg en het ontwikkelenvan nieuwe behandelmethoden voor post-COVID patiënten binnen denieuw op te zetten expertisecentra. De umc’s zijn toegerust om nieuweziektebeelden te onderzoeken en kunnen opgedane kennis snel delenbinnen hun regionale netwerk van algemene ziekenhuizen, huisartsen enparamedici, waar een deel van de post-COVID zorg zal worden geleverd.Umc’s zoeken hiervoor zo snel mogelijk samenwerking met ketenpartnersuit de eerste en tweede lijn in de regio en stemmen met hen af wie welkezorg gaat leveren.Het door ZonMw gefinancierde onderzoeks- en expertisenetwerk PostCovid Netwerk Nederland heeft daarbij een verbindende rol. Dit netwerkkomt voort uit de opdracht die de Minister van Volksgezondheid, Welzijnen Sport aan ZonMw in juli 2023 heeft gegeven (Kamerstukken 2022/202325 295, nr. 2060 en Kamerstukken 2023/2024 25 295, nr. 2151) omuitvoering te geven aan het Programmavoorstel voor een experti-senetwerk en onderzoeksprogramma post-COVID. De doelstelling van ditprogramma is het vergroten en delen van kennis en expertise overpost-COVID voor wat betreft diagnose, behandeling en het optimaliserenvan zorg, zodat via deze onderzoeksinfrastructuur de beschikbareresultaten die voortkomen uit de onderzoeken gefinancierd binnen hetZonMw post-COVID onderzoeksprogramma zo snel mogelijk terechtkomen bij (eerstelijns)zorgprofessionals en patiënten.Vraag 290Hoeveel algemene ziekenhuizen met een spoedeisende hulp (SEH) krijgengeen beschikbaarheidsbijdrage?Antwoord:Uit de Bereikbaarheidsanalyse SEH’s 2023 door het RIVM blijkt dat van de80 ziekenhuizen met een basis-SEH en 24/7-uurs openstelling er 29«gevoelig» zijn voor de 45-minutennorm (peilmoment april 2023).54Van deze 29 gevoelige ziekenhuizen ontvangen er in 2024 27 eenbeschikbaarheidbijdrage voor het 24/7 openhouden van hun SEH.55Deziekenhuizen die geen beschikbaarheidbijdrage krijgen in 2024 zijn dus de51 ziekenhuizen met een 24/7 SEH die in 2023 niet gevoelig waren voor de54Bereikbaarheidsanalyse SEH’s en acute verloskunde 2024. Analyse gevoelige ziekenhuizen |RIVM55Hoogte beschikbaarheidbijdrage Spoedeisende hulp en acute verloskunde Verlening 2024 -Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19118 45-minutennorm en de 2 ziekenhuizen die geen beschikbaarheidbijdragehebben aangevraagd.Vraag 291Welke investering vraagt het jaarlijks ongeveer om spoedeisendehulp-posten van streekziekenhuizen die geen beschikbaarheidsbijdrage krijgenalsnog een beschikbaarheidsbijdrage te geven?Antwoord:Een antwoord op de vraag hoeveel er aan beschikbaarheidbijdragen SEHzou worden uitgegeven als alle ziekenhuizen met een SEH een beschik-baarheidbijdrage zouden krijgen, valt niet precies te geven. De hoogte vanbeschikbaarheidbijdragen verschilt per ziekenhuis en is afhankelijk van devergoedingen die ziekenhuizen ontvangen voor verleende zorg.Als indicatie zou kunnen worden gebruikt dat in 2024 de gemiddeldebeschikbaarheidbijdrage SEH € 2 miljoen per ziekenhuis bedraagt,gebaseerd op de door de NZa gepubliceerde56 verleningsbedragen 2024.Ervan uitgaande dat de 48 SEH’s die thans niet gevoelig zijn eenzelfdegemiddelde beschikbaarheidbijdrage zouden krijgen, zouden de totalekosten hiervan dan € 96 miljoen zijn. Hierbij moet worden opgemerkt datdit een grove benadering is en dat deze berekening er geen rekening meehoudt dat de SEH’s van deze ziekenhuizen nu ook al worden bekostigd viade reguliere contractering.Vraag 292Wanneer verwacht u de spoedzorg op een andere manier te bekostigen?Antwoord:In het regeerprogramma staat dat de NZa wordt gevraagd gefaseerd en zosnel mogelijk budgetbekostiging mogelijk te maken. Hierover is hetMinisterie van VWSmet de NZa in gesprek. In dat gesprek komt ook devraag aan de orde op welke termijn gestart kan worden met de invoeringvan budgetbekostiging.Vraag 293Welke concrete plannen heeft u om te zorgen dat patiënten met triage inpraktijk gelijkwaardigere toegang tot zorg krijgen en hoe wordt ditgemonitord?Antwoord:De Minister van VWS zal de komende tijd, samen met veldpartijen,bekijken hoe de triage in de medisch specialistische zorg kan wordenversterkt.De NZa verzamelt cijfers over wachttijden bij zorgaanbieders die viaZorgkaartNederland (https://www.zorgkaartnederland.nl/wachttijden)inzichtelijk worden gemaakt. De NZa houdt als toezichthouder zicht op detoegankelijkheid van de zorg en rapporteert hier periodiek over via demonitor Toegankelijkheid van Zorg. Zorgverzekeraars moeten ervoorzorgen dat patiënten de zorg krijgen die ze nodig hebben, de NZa ziet hierop toe.57Vraag 294Zijn er gemeentelijke armoederegelingen voor zwemles die niettoereikend voor kinderen die opgroeien in armoede om hun A en Bdiploma te halen?Antwoord:56Hoogte beschikbaarheidbijdrage Spoedeisende hulp en acute verloskunde Verlening 2024 -Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)57Terugkoppeling ZN onderzoek proactiviteit zorgverzekeraars zorgplicht msz en ggz,https://puc.overheid.nl/doc/PUC_759358_22, 12 maart 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19119 In een onderzoek van het Mulier Instituut uit 2022 naar ervaringen vanouders en ondersteuning vanuit gemeenten voor het volgen van zwemles,constateren de onderzoekers dat financiële steun aanvragen ingewikkeldis en vergoeding niet altijd voldoende is om al het lesgeld te betalen. Opdit moment loopt een onderzoek naar de aanwezigheid en het gebruik vanondersteuningsregelingen voor sport op gemeenteniveau. Daarbij is ookaandacht voor ondersteuning van zwemles. Zoals eerder aangekondigdstuurt de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport dit onderzoek later ditjaar naar de Kamer.Vraag 295Op welke manier heeft u de motie Bikker c.s. (Kamerstuk 36 200 XVI,nr. 78) uitgevoerd en is er dus een post «ondersteunen en bevorderenvrijwilligerswerk» op de begroting te vinden?Antwoord:De motie Bikker c.s. wordt op de volgende manier uitgevoerd:•Om de motie uit te voeren en het gewenste beleidsdoel te kunnenrealiseren, is er besloten om in te zetten op zowel subsidies alsopdrachten.•Daarin is er aan de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligers-werk (NOV) subsidie verstrekt voor de periode 2023–2027 die als doelheeft vrijwilligersorganisaties beter in staat te stellen het vrijwilligers-werk te organiseren voor verschillende mensen.•Daarnaast is er aan het Oranje Fonds een subsidie verstrekt voor deperiode 2023–2027 waarbij individuele vrijwilligersorganisaties eenvoucher kunnen aanvragen die zij kunnen inzetten om hun organisatiete versterken. Er wordt tot nu toe veel aanspraak gedaan op dezevouchers.•Tot slot is een deel van deze middelen beschikbaar om regeldruk teverminderen bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen.•Deze inzet wordt bekostigd vanuit de artikelonderdelen 3.1 «opdrach-ten inclusiviteit» en «subsidies inclusieve samenleving» van de VWSbegroting.Vraag 296Welke ambitie heeft u om vrijwilligerswerk en maatschappelijke initia-tieven te versterken en te bevorderen? Op welke manier krijgt dit op elkministerie vorm?Antwoord:Vrijwilligers zijn van onschatbare waarde. Zij dragen bij aan een weerbaresamenleving en een sterke sociale samenhang. Ook maken ze mogelijkdat organisaties in de sectoren zorg en ondersteuning en sport en cultuurkunnen blijven voortbestaan. De Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg is op dit moment bezig om uitwerking te gevenaan de afspraken uit het regeerprogramma. Hier is in opgenomen dat hetkabinet een goede en gelijkwaardige samenwerking tussen vrijwilligers,zorgmedewerkers en mantelzorgers belangrijk vindt. Het uitgangspunthier is in ieder geval om de stijgende trend van het aantal Nederlandersdat zich vrijwillig inzet, vast te houden. Hetzelfde geldt voor het aantalmaatschappelijke initiatieven en de totstandkoming van zorgzamegemeenschappen. Het Ministerie van VWS laat momenteel eenverkenning uitvoeren wat de mogelijkheden zijn om tot een aanpak tekomen op het gebied van vrijwillige inzet en maatschappelijk initiatief. UwKamer wordt hier nader over geïnformeerd.Vraag 297In 2025 en 2026 wordt € 30 miljoen vrijgemaakt voor het voortzetten vande aanpak Wachtlijsten GGZ. Welke concrete plannen zijn er tot dusverrebekend om de wachtlijsten op korte termijn terug te dringen? HoeveelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19120 extra geld wordt er vrijgemaakt om de opleidingscapaciteit voorGGZ-psychologen te vergroten?Antwoord:De wachttijden in de ggz zijn een groot maatschappelijk vraagstuk, waarde laatste jaren veel inzet op is gepleegd. Zo is het terugdringen van dewachttijden in de ggz één van de doelen uit het Integraal Zorgakkoord(IZA). Om dit doel te bereiken zijn in het IZA afspraken vastgelegd tenaanzien van het voorkomen van instroom in de ggz o.a. door samen-werking met huisartsen en het sociaal domein, het vergroten vanbehandelcapaciteit, het verbeteren van het (regionaal) inzicht in wacht-tijden en de inkoop van voldoende (zeer) complexe psychische zorg(cruciale ggz).Helaas moeten we constateren dat de wachttijden in 2023 nog niet zijnafgenomen. De maatregelen vanuit het IZA hebben een lange doorlooptijden zijn veelal nog in de opstartende fase. Daarnaast hebben we te makenmet een hoger aantal verwijzingen naar de ggz (zie de InformatiekaartWachttijden en aantal wachtplekken ggz 2023 – februari 2024 – Neder-landse Zorgautoriteit, overheid.nl). Voor 2025 en 2026 is daarom jaarlijks30 miljoen euro toegevoegd aan het macrokader ggz om de wachtlijstenterug te dringen. Dit is onderdeel van een brede inzet. De StaatssecretarisJeugd, Preventie & Sport gaat de komende tijd met de sector in overlegover wat voor aanvullende maatregelen denkbaar zijn.De impuls van 30 miljoen euro in 2025 en 2026 wordt niet besteed aanextra opleidingsplaatsen. Het financieren van opleidingsplaatsen in de ggzloopt namelijk via een premiegefinancierde beschikbaarheidbijdrage. Bijhet beschikbaar stellen van opleidingsplaatsen in de GGZ wordt zoveelmogelijk het advies van het Capaciteitsorgaan gevolgd.Vraag 298Hoeveel kost een landelijke regeling voor gratis zwemles voor het behalenvan de A en B diploma voor kinderen uit huishoudens met een lagerinkomen?Antwoord:Hoeveel een landelijke regeling voor gratis zwemles voor het behalen vande A en B diploma voor kinderen uit huishoudens met een lager inkomenkost, is zoals Minister Helder van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op27 juni van dit jaar aan de Kamer stuurde58 niet eenduidig aan te geven,aangezien de situatie per gemeente, per gezin en zelfs per kind kanverschillen.De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport sluit zich aan bij de ruimeschatting die door zijn voorganger is toegelicht, te weten: «Uitgaande vande cijfers van het Mulier Instituut zou dit betekenen dat een volledigevergoeding van zwemdiploma A voor alle 6-jarigen in armoede jaarlijksongeveer 3,5 tot 10,5 miljoen euro zou kosten.»Vraag 299Wat gebeurt er met de beschikbaarheidsbijdrage die het opleidendeziekenhuis van het ministerie ontvangt?Antwoord:De beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen is eengemiddeld genomen kostendekkende vergoeding voor het opleiden van(medisch) specialisten. De middelen dekken bijvoorbeeld salariskosten,materiële kosten, verletkosten en het productieverlies van de opleider. Hetis aan zorginstellingen om te bepalen hoe deze geldstromen binnen deinstelling worden besteed.Vraag 30058Kamerstukken II 2023/24, nr. 2092Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19121 Hoeveel en welke geneesmiddelen worden in het kader van dit doelmatig-heidsonderzoek van € 1,9 miljoen onderzocht?Antwoord:Dat is nog niet bekend. De partijen die onderdeel zijn van het IntegraalZorgakkoord bepalen met elkaar welke geneesmiddelen er onderzochtzullen worden. In de loop van volgend jaar wordt duidelijk naar welkegeneesmiddelen de studies uitgevoerd zullen worden.Vraag 301Waarom zijn op de begroting de brede welvaartsindicatoren nietgekoppeld aan de doelen en beleidsmaatregelen, zoals de studiegroepbegrotingsruimte heeft geadviseerd?Antwoord:De brede welvaartsindicatoren in de ontwerpbegroting zijn de kenge-tallen. Omdat kengetalen niet direct te koppelen zijn aan doelen enbeleidsmaatregelen, is het niet mogelijk om de brede welvaartsindica-toren te koppelen aan doelen en beleidsmaatregelen zoals de StudiegroepBegrotingsruimte adviseerde.Wel zijn er kengetallen opgenomen die een lange termijn doelstellingkennen. Zoals hoeveel mensen roken en/of overgewicht hebben. In hetNationaal Preventieakkoord zijn heldere doelen gesteld op het gebied vanhet terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholge-bruik. Deze kengetallen zijn daarom indirect te koppelen aan beleid. Overdeze kengetallen wordt gerapporteerd, maar niet gereflecteerd in deontwerpbegroting.Vraag 302Kunt u in een overzicht weergeven hoe de 22 procent taakstelling op hetambtelijk apparaat per onderdeel van het departement en voor deuitvoeringsorganisaties neerslaat?Antwoord:In de ontwerpbegroting is de taakstelling verwerkt op artikel 10«apparaatsuitgaven». Op dit moment wordt gewerkt aan een nota vanwijziging waarin budgettair ook tot uiting zal komen hoe de apparaat-staakstelling verdeeld is.Vraag 303Kunt u aangeven op basis van welke criteria bepaald wordt hoe de22 procent taakstelling op het ambtelijk apparaat wordt ingevuld?Antwoord:Het betreft in de eerste plaats een budgettaire taakstelling op deapparaatsuitgaven. In de begroting is deze verwerkt op artikel 10«Apparaatsuitgaven». De inhoudelijke invulling hiervan zal voor hetKerndepartement gaan via een taakdiscussie. Voor de uitvoering moet inkaart worden gebracht hoe een opdracht zodanig kan worden aangepastdat de taakstelling wordt ingevuld. Dit moet in overleg tussen deopdrachtgever en de uitvoerder als opdrachtnemer plaatsvinden.Vraag 304Waarom heeft het kabinet met name het hier en nu geprioriteerd tenopzichte van de dimensies later en elders? Kan de argumentatie achterdeze politieke keuze inzichtelijk gemaakt worden? Wat doet het kabinetmet de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer om risico’s en effectenvan alle dimensies in beeld te houden, inclusief maatregelen om deeventuele risico’s in te perken?Antwoord:VWS onderschrijft de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer om derisico’s en effecten van alle dimensies in beeld te houden. Hiermee is eenstart gemaakt in de begroting 2025. Zo zijn bij artikel 1 de doelstellingenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19122 voor 2040 gepresenteerd bij de dimensie «later». Bij de andere artikelenligt de focus met name op de dimensie «hier en nu», maar wel met hetbesef dat deze doelstellingen een belangrijke basis vormen voor detoekomst. Bijvoorbeeld de doelstelling om het zorgstelsel verder teoptimaliseren, zodat de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheidwordt gewaarborgd. Deze doelstelling heeft betrekking op het hier en nu,maar zorgt er ook voor dat de kwaliteit, toegankelijkheid en betaal-baarheid in de toekomst wordt gewaarborgd. In de samenvattingfactsheet brede welvaart 2026 zullen nog nadrukkelijker de verschillendedimensies inzichtelijk worden gemaakt.Vraag 305Kan worden aangegeven met welk bedrag de zorgvraag jaarlijks toeneemten welke maatregelen de Minister hier tegenoverstelt en welke financiëleopbrengst deze maatregelen hebben (zoals triage en inzet van AI)?Antwoord:Voor de groei van de zorguitgaven bij ongewijzigd beleid sluit VWS bij destart van een kabinetsperiode aan bij de ramingen van het CPB. Het CPBrekent in zijn ramingen met een groei bij ongewijzigd beleid van circa 7%bij de Wlz (ruim € 2,5 miljard per jaar) en circa 5% bij de Zvw per jaar(bijna € 3,5 miljard per jaar). Exclusief loon- en prijsstijging is de groeiongeveer 3,5% per jaar bij de Wlz en 2% bij de Zvw (in beide gevallencirca € 1,2 miljard per jaar).In het hoofdlijnenakkoord zijn maatregelen afgesproken die de stijgingvan de zorguitgaven remmen. Dit betreft het verlengen van de afsprakenuit het IZA akkoord (€ 250 miljoen in 2027, vervolgens € 590 miljoen); hetstellen van een onafhankelijke indicatie bij ongecontracteerde wijkver-pleging (€ 85 miljoen structureel vanaf 2027); en het versnellen van dedigitale zorg in de wijkverpleging en de Wlz (respectievelijk € 35 en€ 45 miljoen in 2027, oplopend naar structureel € 210 en € 270 miljoen).Inzet op versterking van de triage moet ertoe leiden dat de zorgvrager metde grootste urgentie als eerste van de wachtlijst wordt gehaald. Op dezewijze organiseren we een gelijkwaardigere toegang tot de zorg, waarbij jeurgentie leidend wordt in plaats van dat je als patiënt je zorgen moetmaken om de aanslag op je eigen risico. In het regeerprogramma isaangegeven langs welke lijnen de aanpak van personeelskrapte vormkrijgt. Met behulp van AI wordt ingezet op het halveren van de administra-tietijd in 2030. In het aanvullend zorg en welzijnsakkoord staan degelijkwaardigere toegang tot zorg en welzijn en het afwenden van hetarbeidstekort centraal. Dat akkoord zal de komende maanden nader vormkrijgen en zal meer duidelijk worden over de opbrengsten.Vraag 306Door het verlagen van het eigen risico zal de nominale premie toenemen;de Minister compenseert dit met een lastenverlichting voor burgers enwerkgevers. Welke dekking kent deze lastenverlichting? Hoe zeker is hetdat deze lastenverlichting kan worden doorgevoerd en hoe zeker is het datdeze lastenverlichting ook de komende jaren standhoudt?Antwoord:Deze lastenverlichting voor burgers en werkgevers is onderdeel van deafspraken van het hoofdlijnenakkoord en daarmee onderdeel van hetlastenpad zoals verwerkt in het hoofdlijnenakkoord. In dit lastenpad is hettotaal van de lastenverlichtingen en lastenverzwaringen die in hethoofdlijnenakkoord zijn afgesproken meegenomen, en hierbinnen is dusruimte voorzien voor de compensatie voor de hogere zorgpremies. Deconcrete invulling van de compensatie loopt mee met het Belastingplan2025 en kan daarmee nog dit jaar in wetgeving worden vastgelegd.Vraag 307Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19123 Hoe gaat u de aangenomen motie Dobbe c.s. (Kamerstuk 31 765, nr. 862)met betrekking tot een Nationale Strategie Vrouwengezondheiduitvoeren?Antwoord:De de motie m.b.t. de uitvoering van een Nationale Strategie rondomVrouwengezondheid zal als volgt worden vormgeven. De inzet zalgebundeld worden op de inzet en acties die lopen binnen het Ministerievan Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het gebied van vrouwspecifiekezorg. De collega’s van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van SocialeZaken en Werkgelegenheid worden gevraagd op welk beleid wordtingezet of kan worden ingezet op het gebied van vrouwspecifiekegezondheid. Hierbij kan worden gedacht aan beleid rondom verzuim enhet voorkomen van verzuim, de rol van bedrijfsartsen en bijvoorbeeld hetopleiden van zorgprofessionals. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aande toezegging van mijn voorganger namelijk in de periode 2024–2030wordt in totaal 15 miljoen euro vrijgemaakt voor een KennisprogrammaVrouwspecifieke Aandoeningen bij ZonMw. Naar verwachting zal ditKennisprogramma nog eind dit jaar van start kunnen gaan. De TweedeKamer zal halverwege volgend jaar geïnformeerd worden over de aanpakm.b.t. de Nationale Strategie rondom Vrouwengezondheid.Vraag 308Waarom wordt er niet geïnvesteerd in de jeugdzorg, terwijl de nodentoenemen en 1 op de 3 jongeren te maken heeft met mentale problemen?Hoe voorziet het kabinet hiermee om te gaan?Antwoord:Als kabinet vinden we dat de zorg aan de jeugdigen die het echt nodighebben goed geregeld moet zijn. We hebben dan ook de korting van€ 511 miljoen teruggedraaid. Daarnaast werken we samen met relevantepartijen aan de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd. Met deagenda zijn aanvullende middelen naar gemeenten gegaan en is eenpakket aan maatregelen afgesproken om de jeugdzorg in de toekomst ooknog beschikbaar te houden voor de meest kwetsbare kinderen. Structureelhebben we de arbeidskrachten niet om de huidige jeugdzorgvraag aan tekunnen. We zetten daarom in op enerzijds zoveel mogelijk te voorkomendat jeugdigen jeugdzorg nodig hebben (o.a. via de inzet op bredevoorzieningen in het gewone leven van kinderen en jongeren) enanderzijds de zorg beter beschikbaar te maken voor hen die (specialis-tische) jeugdhulp echt nodig hebben.Vanuit de afspraken in de Hervormingsagenda is het kabinet met diversemaatregelen aan de slag. In dat kader zijn twee wetsvoorstellen vanbelang. Het eerste wetsvoorstel gaat over de aanpassing van de Jeugdweten ziet op de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Dit wetsvoorstel zal naarverwachting rond de zomer van 2025 in internetconsultatie gaan. Hettweede wetsvoorstel – dat uw Kamer dit voorjaar heeft ontvangen – gaatover de verbetering van de beschikbaarheid van de jeugdzorg en beoogtknelpunten weg te nemen bij de organisatie van de (hoog) specialistischevormen van jeugdzorg. De wetsvoorstellen versterken elkaar. Ook wordtgestart met een maatschappelijke dialoog waarbij ook wordt ingezet ophet versterken van veerkracht van jongeren. Dit doen we samen met MindUs.Vraag 309Hoeveel zorgmedewerkers in totaal werken op de IC’s, SEH’s en acuteverloskunde en hoe groot is daarbij het personeelstekort?Antwoord:Er zijn geen cijfers beschikbaar over het totaal aantal zorgmedewerkers opde IC’s, SEH’s en acute verloskunde en daarmee ook niet over depersoneelstekorten aldaar. Zie voor de beschikbare informatie hetantwoord op vraag 164.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19124 Vraag 310Wat zijn de geldende kwaliteits- en bezettingseisen voor IC’s, SEH’s enacute verloskunde en in hoeverre ziekenhuizen voldoen de ziekenhuizenhieraan?Antwoord:Naast de richtlijnen en protocollen die zorgverleners opstellen, makenpatiëntenorganisaties, zorgaanbieders en zorgverzekeraars afspraken overwat goede zorg is. Die worden vastgelegd in kwaliteitsstandaarden enmeetinstrumenten. Alle goedgekeurde kwaliteitsstandaarden en meetin-strumenten komen in het Register van het Zorginstituut Nederland.59 Voorde SEH gaat het om de Kwaliteitskader Spoedzorgketen (SEH), deKwaliteitsstandaard Organisatie van Intensive Care (IC’s) en de Zorgstan-daard Integrale Geboortezorg ((acute) verloskunde).Naar het Kwaliteitskader Spoedzorgketen is een recente uitvraag naar demate van implementatie bekend. Het RIVM heeft in 2024 onderzoekgedaan onder 81 ziekenhuizen met een SEH naar de implementatie van denormen uit het kwaliteitskader.60 Hieruit blijkt dat er een groot aantalziekenhuizen is dat één of meerdere onderdelen van het kwaliteitskadernog niet heeft geïmplementeerd. Het betreft een zelfrapportage. Alle 81ziekenhuizen rapporteren in meer of mindere mate bezig te zijn met deimplementatie van het Kwaliteitskader. De IGJ betrekt de kwaliteitsstan-daarden bij haar toezicht op de veiligheid en kwaliteit van de zorg.Vraag 311Hoe zorgt de Minister dat beschikbare capaciteit, wachtlijsten en welkepatiënten op welke behandeling wachten goed inzichtelijk zijn, zeker methet zicht op de stijgende zorgvraag? En hoe wordt hierop toegezien?Antwoord:Zorgaanbieders leveren bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) cijfersover wachttijden van poliklinieken, diagnostiek en behandelingen aanvolgens de eisen uit de Regeling Aanleveren wachttijden medisch-specialistische zorg van de NZa (NR/REG-2421). Deze cijfers worden viaZorgkaartNederland inzichtelijk gemaakt voor patiënten en anderegeïnteresseerden.De NZa houdt als toezichthouder zicht op de toegankelijkheid van de zorgen rapporteert hier periodiek over via de monitor Toegankelijkheid vanZorg. Daarnaast moeten zorgverzekeraars ervoor zorgen dat patiënten dezorg krijgen die ze nodig hebben, de NZa ziet hier op toe.61Vraag 312Hoe zet de Minister in op betere regionale samenwerking tussenzorgaanbieders om de wachtlijsten waar mogelijk te beperken?Antwoord:Regionale samenwerking is een cruciaal onderdeel van de beweging diemet de akkoorden als het Integraal Zorg Akkoord is ingezet en dieuiteindelijk moet leiden tot het borgen van de toegankelijkheid en kwaliteitvan zorg en ondersteuning. Het afgelopen jaar (2023) hebben alle regio’sregiobeelden en regioplannen en ROAZ-beelden en ROAZ-plannenopgeleverd. Daarin hebben regionale partijen (onder meer zorgaan-bieders, verzekeraars en gemeenten) de prioritaire opgaven voor hunregio geformuleerd voor de aankomende jaren. Deze prioritaire opgavenzijn de grootste knelpunten in het aanbod van zorg en welzijn. In het59Het overzicht van kwaliteitsstandaarden is te vinden in het Register: Kwaliteitsinstrumenten |Zorginstituut Nederland60Bereikbaarheidsanalyse SEH’s en acute verloskunde 2024. Analyse gevoelige ziekenhuizen |RIVM61Terugkoppeling ZN onderzoek proactiviteit zorgverzekeraars zorgplicht msz en ggz, https://puc.overheid.nl/doc/PUC_759358_22, 12 maart 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19125 regioplan hebben zij omschreven hoe zij de knelpunten gaan aanpakken,hoe ze zo ook arbeidsmarkttekorten kunnen afwenden en daarmeewachtlijsten kunnen voorkomen.In het regeerprogramma is afgesproken dat we het bestaande IZA gaanverbreden onder andere door meer aandacht te besteden aan dekoppeling tussen zorg en welzijn. Tegelijkertijd is afgesproken dat deregionale samenwerkingsverbanden zich verder moeten ontwikkelen. HetMinisterie van VWS ondersteunt deze versterking onder andere doormiddel van ZonMw-subsidies, het verspreiden van kennis en hetonderhouden van regelmatig contact met deze samenwerkingsverbanden,bijvoorbeeld via het Regionetwerk VWS. Al deze maatregelen moetenondersteunend zijn aan het (door)ontwikkelen van stevige netwerken in deregio die helpen de keten van zorg en ondersteuning zo efficiënt eneffectief mogelijk te organiseren en daarmee ook onnodige wachttijden afte wenden.Vraag 313Het project Opgroeien in een kansrijke omgeving oftewel het IJslandsmodel (OKO) zien we niet terug in de begroting. Hoeveel werd en wordtdaarvoor uitgegeven in de jaren 2023 t/m 2028? Graag per jaar aangeven.Antwoord:Voor de uitvoering van het project Opgroeien in een Kansrijke Omgeving(OKO) ontvangen gemeenten van 2023 tot en met 2025 een bijdrage viade Brede SPUK-regeling sport en bewegen, gezondheidsbevordering,cultuurparticipatie en de sociale basis. Het totale budget bedraagt€ 2,5 miljoen per jaar voor het onderdeel OKO en Vroegsignaleringalcoholproblematiek.Daarnaast ontvangt het Trimbos-instituut voor de periode 2022 tot en met2025 een projectsubsidie om kennis over OKO te verzamelen, door teontwikkelen en te verspreiden onder gemeenten en lokale samenwer-kingspartners. In de jaren 2023 t/m 2025 zijn de volgende bedragengekoppeld aan de uitvoering van OKO door het Trimbos-instituut middelsdeze projectsubsidie:2023: € 1.375.000,–2024: € 1.375.000,–2025: € 1.375.000,–Komend jaar wordt een besluit genomen over de ondersteuning van OKOna 2025.Vraag 314Wat kunnen we aan taakstelling op het ambtenarenapparaat verwachtenaankomende jaren? Kan dit over de jaren 2025,2026 en 2027 t.o.v. de jaren2023 en 2024 inzichtelijk worden gemaakt?Antwoord:In het Hoofdlijnenakkoord is een generieke taanstelling opgenomen ophet apparaat. Deze is budgettair verwerkt op artikel 10 «Apparaatsuit-gaven». De taakstelling betreft een ombuiging ten opzichte van demeerjarig geraamde apparaatsuitgaven vanaf 2025 en niet ten opzichtevan 2023 en 2024. Op dit moment wordt gewerkt aan het verder invullenvan deze taakstelling. In 2025 bedraagt de taakstelling budgettair€ 19 miljoen oplopend naar € 33 miljoen in 2026 en € 49 miljoen in 2027.De genoemde bedragen per jaar gaan over de totale bezuiniging in datjaar.Vraag 315Er zijn meer verplichtingen (€ 5.079.188) dan uitgaven (€ 4.268.747) bij decuratieve zorg, hoe wordt dit verschil opgevangen?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19126 De reeks verplichtingen in de budgettaire tabel geeft niet aan hoeveelverplichte uitgaven er in een jaar zijn, want een verplichting hoeft nietaltijd in hetzelfde jaar betaald te worden. Het kan ook gaan om meerjarigeverplichtingen. Het is dus geen probleem wanneer het bedrag aanverplichtingenbudget hoger is dan de uitgaven in hetzelfde jaar. Meerjarigis de hoeveelheid verplichtingenruimte en het uitgavenbudget wel aanelkaar gelijk, dit betekent dat er na 2025 minder verplichtingenruimte danuitgavenbudget beschikbaar is. Het verschil wordt dus opgevangen doorin latere jaren minder verplichtingen aan te gaan dan er budget is.Vraag 316Wat is de subsidie-taakstelling voor 2025 gespecificeerd naar artikel-niveau? Kan dit in een tabel overzichtelijk gemaakt worden t.o.v. 2024?Hoe gaat dit eruitzien in 2026 en in 2027?Antwoord:Voor 2025 is de taakstelling van € 53 miljoen verwerkt op artikel 4(Zorgbreed beleid) als hogere ontvangst van € 30 miljoen op arbeids-marktbeleid en op artikel 6 (Sport en bewegen) ontvangst meerkostenenergie openbare zwembaden € 23 miljoen.De subsidietaakstelling in 2026 en verder is naar rato ingevuld op desubsidiebudgetten. Op dit moment wordt gewerkt aan een nota vanwijziging op de ontwerpbegroting waarin de beleidsmatige invulling aanuw Kamer wordt voorgelegd. Dit leidt mogelijk tot herschikkingen van desubsidiebudgetten. U ontvangt de nota van wijziging vóór debegrotingsbehandeling.Vraag 317Volgens welke criteria wordt urgentie van een zorgvraag bepaald en wieheeft deze criteria vormgegeven? Door wie wordt de urgentie bepaald?Antwoord:Wanneer iemand contact opneemt met de huisartsenpraktijk of huisart-senspoedpost wordt op basis van (telefonische) triage bepaald welkeurgentie een zorgvraag heeft. In het geval van acute huisartsenzorg wordtdaarvoor in veel gevallen de Nederlandse Triagestandaard gebruikt diedoor betrokken beroepsgroepen is opgesteld. Het Nederlands Huisartsen-genootschap (NHG) heeft voor de huisartsenzorg ook de op dezestandaard gebaseerde «TriageWijzer» ontwikkeld.Binnen de medisch specialistische zorg hebben medisch specialisten eenbelangrijke rol om te bepalen hoe urgent een ingreep voor de patiënt is enof de patiënt al dan niet voorrang dient te krijgen op de wachtlijst.Vraag 318Wanneer wordt bekend op welke wijze de beloofde lastenverlichting van€ 2,5 miljard in 2025 en 2026 wordt ingevuld?Antwoord:In paragraaf 2.3.2 van de miljoenennota 2025 zijn alle koopkracht- enlastenmaatregelen voor de komende jaren opgenomen. Om lastenver-lichting voor burgers te bereiken heeft het kabinet besloten om vanaf 2025een extra, verlaagd tarief in de inkomstenbelasting in te voeren. De€ 2,5 miljard die beschikbaar was vanuit het hoofdlijnenakkoord voorlastenverlichting in 2025 en 2026 is volledig ingezet als dekking van hetverlaagde tarief.Vraag 319Welke concrete plannen heeft de Minister om te zorgen dat patiënten mettriage in de praktijk gelijkwaardigere toegang tot zorg krijgen en hoewordt dit gemonitord?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19127 De Minister van VWS zal de komende tijd, samen met veldpartijen,bekijken hoe de triage in de medisch specialistische zorg kan wordenversterkt.De NZa verzamelt cijfers over wachttijden bij zorgaanbieders die viaZorgkaartNederland (https://www.zorgkaartnederland.nl/wachttijden)inzichtelijk worden gemaakt. De NZa houdt als toezichthouder zicht op detoegankelijkheid van de zorg en rapporteert hier periodiek over via demonitor Toegankelijkheid van Zorg. Zorgverzekeraars moeten ervoorzorgen dat patiënten de zorg krijgen die ze nodig hebben, de NZa ziet hierop toe62.Vraag 320Hoe zet de Minister in op betere regionale samenwerking tussenzorgaanbieders om wachtlijsten waar mogelijk te beperken?Antwoord:Regionale samenwerking is een cruciaal onderdeel van de beweging diemet de akkoorden als het Integraal Zorg Akkoord is ingezet en dieuiteindelijk moet leiden tot het borgen van de toegankelijkheid en kwaliteitvan zorg en ondersteuning. Het afgelopen jaar (2023) hebben alle regio’sregiobeelden en regioplannen en ROAZ-beelden en ROAZ-plannenopgeleverd. Daarin hebben regionale partijen (onder meer zorgaan-bieders, verzekeraars en gemeenten) de prioritaire opgaven voor hunregio geformuleerd voor de aankomende jaren. Deze prioritaire opgavenzijn de grootste knelpunten in het aanbod van zorg en welzijn. In hetregioplan hebben zij omschreven hoe zij de knelpunten gaan aanpakken,hoe ze zo ook arbeidsmarkttekorten kunnen afwenden en daarmeewachtlijsten kunnen voorkomen.In het regeerprogramma is afgesproken dat we het bestaande IZA gaanverbreden onder andere door meer aandacht te besteden aan dekoppeling tussen zorg en welzijn. Tegelijkertijd is afgesproken dat deregionale samenwerkingsverbanden zich verder moeten ontwikkelen. HetMinisterie van VWS ondersteunt deze versterking onder andere doormiddel van ZonMw-subsidies, het verspreiden van kennis en hetonderhouden van regelmatig contact met deze samenwerkingsverbanden,bijvoorbeeld via het Regionetwerk VWS. Al deze maatregelen moetenondersteunend zijn aan het (door)ontwikkelen van stevige netwerken in deregio die helpen de keten van zorg en ondersteuning zo efficiënt eneffectief mogelijk te organiseren en daarmee ook onnodige wachttijden afte wenden.Vraag 321Hoe zet de Minister in op betere regionale samenwerking tussenzorgaanbieders om wachtlijsten waar mogelijk te beperken?Antwoord:Regionale samenwerking is een cruciaal onderdeel van de beweging diemet de akkoorden als het Integraal Zorg Akkoord is ingezet en dieuiteindelijk moet leiden tot het borgen van de toegankelijkheid en kwaliteitvan zorg en ondersteuning. Het afgelopen jaar (2023) hebben alle regio’sregiobeelden en regioplannen en ROAZ-beelden en ROAZ-plannenopgeleverd. Daarin hebben regionale partijen (onder meer zorgaan-bieders, verzekeraars en gemeenten) de prioritaire opgaven voor hunregio geformuleerd voor de aankomende jaren. Deze prioritaire opgavenzijn de grootste knelpunten in het aanbod van zorg en welzijn. In hetregioplan hebben zij omschreven hoe zij de knelpunten gaan aanpakken,hoe ze zo ook arbeidsmarkttekorten kunnen afwenden en daarmeewachtlijsten kunnen voorkomen.62Terugkoppeling ZN onderzoek proactiviteit zorgverzekeraars zorgplicht msz en ggz,https://puc.overheid.nl/doc/PUC_759358_22, 12 maart 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19128 In het regeerprogramma is afgesproken dat we het bestaande IZA gaanverbreden onder andere door meer aandacht te besteden aan dekoppeling tussen zorg en welzijn. Tegelijkertijd is afgesproken dat deregionale samenwerkingsverbanden zich verder moeten ontwikkelen. HetMinisterie van VWS ondersteunt deze versterking onder andere doormiddel van ZonMw-subsidies, het verspreiden van kennis en hetonderhouden van regelmatig contact met deze samenwerkingsverbanden,bijvoorbeeld via het Regionetwerk VWS. Al deze maatregelen moetenondersteunend zijn aan het (door)ontwikkelen van stevige netwerken in deregio die helpen de keten van zorg en ondersteuning zo efficiënt eneffectief mogelijk te organiseren en daarmee ook onnodige wachttijden afte wenden.Vraag 322Is er bij de verwachte toename van het zorggebruik door het verlagen vanhet eigen risico onderscheid gemaakt in de inschatting van de impact opsomatische zorg en mentale zorg?Antwoord:Voor de inschatting van de verwachte toename van het zorggebruik doorhet verlagen van het eigen risico wordt gebruikt gemaakt van cijfers vanhet CPB. Het CPB heeft voor het traject Zorgkeuzes in Kaart een modelontwikkeld waarmee een verandering in het zorggebruik kan wordeningeschat. Dit model is een microsimulatiemodel gebaseerd op indivi-duele gegevens en zorggebruik van alle verzekerden in de Zvw over eenperiode van 6 jaar. Op basis van deze historische gegevens is onderzochthoe verzekerden in het verleden hebben gereageerd op het eigen risico.Vervolgens wordt met een simulatiemodel geschat hoe mensen naarverwachting reageren op een nieuwe verandering in de eigen betalingen.Dit model is wetenschappelijk getoetst en geverifieerd. CPB heeft ook eenachtergronddocument gepubliceerd met een beschrijving van het model(https://www.cpb.nl/zorgkeuzes-in-kaart-2020#docid-160264).Het model van het CPB analyseert de totale zorguitgaven van verzekerdenbij een verandering in het eigen risico. Daarbij wordt geen explicieteopdeling gemaakt van deze totale uitgaven naar de verschillende soortenzorg.Vraag 323Wat is de ziektelast van gordelroos, hoeveel mensen worden gemiddeldop jaarbasis getroffen door gordelroos en hoeveel Nederlanders hebbennaar schatting gordelroos gekregen sinds publicatie van het positieveGezondheidsraadadvies uit 2019?Antwoord:Precieze cijfers over het aantal mensen dat (jaarlijks) gordelroos krijgt zijnniet beschikbaar. Onderzoek uit 2021 laat zien dat jaarlijks zo’n 94.000mensen de huisarts bezoeken vanwege gordelroos en dat gordelroosjaarlijks ongeveer 500 ziekenhuisopnames veroorzaakt. Uitgaande vandeze cijfers, dan hebben sinds het GR advies uit juli 2019 ruim 490.000mensen de huisarts bezocht vanwege gordelroos en heeft gordelroosruim 2.600 ziekenhuisopnames veroorzaakt.Vraag 324Wat is er op de arbeidsmarkt van zorg en welzijn verandert sinds deintensivering zorgarbeidsmarktbeleid en de ombuiging ervan, gezien hetfeit dat er nog steeds een prognose ligt van een arbeidsmarkttekort vanbijna 200.000 medewerkers in zorg en welzijn? Heeft er een veranderingplaatsgevonden waardoor deze intensivering niet meer noodzakelijk is omhet arbeidsmarktekort in zorg en welzijn op te lossen?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19129 Welk effect de intensivering van het zorgarbeidsmarktbeleid precies op dearbeidsmarkt heeft gehad, is niet met zekerheid te zeggen omdat niet vastis te stellen hoe de zorgarbeidsmarkt zich had ontwikkeld zonder dezeintensivering. Met het wegvallen van het voornoemde budget van130 miljoen per 2026 geldt dat vanaf dat moment gebruik moet wordengemaakt van andere beleidsinstrumenten dan veelal financiële instru-menten vanuit de VWS begroting. Beleidsinhoudelijk zal ook meer danvoorheen worden ingezet op het terugdringen van regeldruk en hetbevorderen van de toepassing van AI. Een en ander is nader uitgewerkt inhoofdstuk 6a van het Regeerprogramma. Verder geldt dat binnen demiddelen genoemd in het onderdeel « Opleidingen, beroepenstructuur enarbeidsmarkt» in de begroting ook structureel budget beschikbaar is voorhet opleiden in zorg en welzijn. De betreffende regelingen en bijbeho-rende budgetten zijn toegelicht in hoofdstuk 2, onder «Opleidingen,beroepenstructuur en arbeidsmarkt».Vraag 325Hoe wordt de ombuiging van de intensivering zorgarbeidsmarktbeleid van€ 130 miljoen gecompenseerd om toch het arbeidsmarkttekort in zorg enwelzijn aan te pakken?Antwoord:Het budget van 130 miljoen is nog beschikbaar in 2025. Om die reden kandat budget in 2025 nog ingezet worden om een (financiële) impuls tegeven in de aanpak van het arbeidsmarkttekort in zorg en welzijn. Hetarbeidsmarktbeleid zal niet langer vormgeven worden middels hetprogramma TAZ, maar volgens de drie lijnen in het Regeerprogramma, teweten:–Het halveren van de administratietijd in 2030;–De juiste inzet van medewerkers;–Het vergroten van vakmanschap en werkplezier.Met het wegvallen van het voornoemde budget van 130 miljoen per 2026geldt dat vanaf dat moment gebruik moet worden gemaakt van anderebeleidsinstrumenten dan veelal financiële instrumenten vanuit deVWS-begroting.Zoals toegelicht bij vraag 63 geldt dat binnen de middelen genoemd in hetonderdeel «Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt» in debegroting ook structureel budget beschikbaar is voor het opleiden in zorgen welzijn.De betreffende regelingen en bijbehorende budgetten zijn toegelicht inhoofdstuk 2, onder «Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt».Vraag 326In het regeerakkoord constateert het kabinet dat de verlaging van hetverplicht eigen risico leidt tot een toename van de zorgvraag. Kan deMinister aangeven met welk bedrag de zorgvraag jaarlijks toeneemt enwelke maatregelen de Minister hier tegenoverstelt en welke financiëleopbrengst deze maatregelen hebben (zoals triage en inzet van AI)?Antwoord:In tabel 3 op pagina 199/200 van de ontwerpbegroting 2025 is aangegevenwat het verwachte effect op de zorgvraag is (kortom het remgeldeffect)van het bevriezen en daarna verlagen van het eigen risico (incl.tranchering in de MSZ) op de zorguitgaven.202420252026202720282029HLA: Huidig eigen risico bevriezen in 2025 en 2026152HLA: Verlaging ER per 1 januari 2027 naar € 165 en tranchering op€ 50 in MSZ2.1002.2002.300 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19130 Inzet op versterking van de triage moet ertoe leiden dat de zorgvrager metde grootste urgentie als eerste van de wachtlijst wordt gehaald. Op dezewijze organiseren we een gelijkwaardigere toegang tot de zorg, waarbij jeurgentie leidend wordt in plaats van dat je als patiënt je zorgen moetmaken om de aanslag op je eigen risico. In het regeerprogramma isaangegeven langs welke lijnen de aanpak van personeelskrapte vormkrijgt. Met behulp van AI wordt ingezet op het halveren van de administra-tietijd in 2030. In het aanvullend zorg en welzijnsakkoord staan degelijkwaardigere toegang tot zorg en welzijn en het afwenden van hetarbeidstekort centraal. Dat akkoord zal de komende maanden nader vormkrijgen en zal meer duidelijk worden over de opbrengsten.Vraag 327Er wordt geschat dat in 2033 er een tekort is van 200.000 zorgmede-werkers, kan de Minister een uitsplitsing geven van de beroepen waarintekorten dreigen? Om het arbeidstekort op te vangen wordt meer ingezetop mantelzorg. Het zijn vooral de mensen die in de zorg werken die ookveel uren mantelzorg verlenen, hoe wordt voorkomen dat door de grotereinzet van mantelzorg de zorgmedewerkers nog minder gaan werken?Gemiddeld werken zorgmedewerkers 26 uur, wat is de inzet om zorgme-dewerkers die 26 uur of minder werken, meer te laten werken?Antwoord:Zoals in het antwoord op vraag 163 is aangegeven heeft ABF Researcheind 2023 een prognose opgesteld voor de personeelstekorten binnenzorg en welzijn (www.prognosemodelzw.nl)). Volgens die prognose zouhet personeelstekort in 2033 naar schatting 195 duizend personenbedragen volgens het referentiescenario en 190 duizend in het scenarioNieuw beleid. In onderstaande tabel is een uitsplitsing gemaakt naar deverschillende beroepsgroepen die binnen het prognosemodel wordenonderscheiden. Voor een verdere toelichting op de prognose en de tweegehanteerde scenario’s wordt u verwezen u naar de brief (Tweede Kamer,vergaderjaar 2023/2024, kamerstuk 29 282, nummer 554) die de voormaligMinister voor Langdurige Zorg en Sport eind 2023 naar uw Kamer heeftgestuurd. Naar verwachting zal de Minister van VWS uw Kamer aan heteinde van dit jaar een nieuwe arbeidsmarktprognose toesturen met daarinde laatste inzichten ten aanzien van de verwachte ontwikkeling van hetpersoneelstekort.Tabel: Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) in2033, referentiescenario en nieuw beleid scenario, uitgesplitst naar beroepsgroep, inaantal personenReferentiescenarioscenario Nieuw beleidZorghulp (niveau mbo 1)100100Helpende zorg & welzijn (niveau mbo 2)11.50015.600Verzorgende (niveau mbo 3)41.30036.300Verpleegkundige (niveau mbo 4)20.60021.600Pedagogisch werker (niveau mbo 3)3.1003.800Pedagogisch werker (niveau mbo 4)2.4002.900Medewerker maatschappelijke zorg (niveaumbo 3)5.4004.200Medewerker maatschappelijke zorg (niveaumbo 4)4.9004.400Sociaal werk (niveau mbo 4)2.3001.800Doktersassistent (niveau mbo 4)3.4004.000Verlos- en verpleegkunde (niveau hbo 6)[2]5.8007.900Pedagogiek (niveau hbo 6)2.3002.700Pedagogiek (niveau hbo 7)1.0001.100Maatschappelijke hulp en dienstverlening(niveau hbo 6)9.9009.100Maatschappelijke hulp en dienstverlening(niveau hbo 7)1.6001.500Psychologie (niveau hbo 6 & 7)00Medisch specialisten3.0002.900Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19131 Referentiescenarioscenario Nieuw beleidMedisch ondersteunend personeel3.3003.300Huisartsen en ondersteuners (PA/VS binnenhuisartsenzorg)2.2002.100GGZ beroepen Capaciteitsorgaan10.0009.900Mondzorg900900Sociaal geneeskundige2.8002.700Gespecialiseerd verpleegkundige6.1006.000Specialist ouderengeneeskunde, AVG enondersteuners1.5001.500Overige beroepen49.30043.300Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research Meer uren werken en contractuitbreiding is een aangelegenheid van dewerkgever en de werknemer. De Minister van VWS heeft daarin eenstimulerende rol, maar kan dit niet opleggen. Uit een vignettenstudie vanonderzoeksbureau Berenschot (https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2023D31177) blijkt dat het van belang is het goede gesprektussen leidinggevenden en werknemers over contract(uitbreiding) tevoeren om daarbij per werknemer te kijken wat wel en niet mogelijk is.Hier lijkt nog veel winst te behalen: werkgevers hebben dit gesprek met60% van de zorgmedewerkers nog niet gevoerd. Daarnaast blijkt uit dezestudie dat maatregelen gericht op betere roostering en werk-privé balanseffectief zijn.Het is niet de bedoeling mantelzorgers meer in te zetten om tekorten opde arbeidsmarkt op te lossen. Het is de vraag in hoeverre mensen eenzorgtaak kunnen verrichten in combinatie met een baan, maar ook inhoeverre dit mogelijk is gelet op tekorten in diverse andere sectoren(kinderopvang, onderwijs). Dit vraagstuk is geagendeerd in de Mantelzor-gagenda 2023 – 2026 inclusief acties voor de korte en lange termijn. Ditkabinet hecht aan een goede samenwerking tussen zorgmedewerkers,mantelzorgers en vrijwilligers, evenals het vergemakkelijken van decombinatie van werk en mantelzorg.Daarom werkt SZW aan het vergroten van de bekendheid van het recht opflexibel werken, wat werknemers in kunnen zetten om werk en mantelzorgte combineren. Ook wil SZW het verlofstelsel (administratief) vereenvou-digen. We voegen het kort- en langdurend zorgverlof daarom samen tothet «mantelzorgverlof».De SER is gevraagd naar toekomstscenario’s en ingrepen in het stelsel dienodig zijn voor een betere balans tussen arbeid, mantelzorg en andereinformele activiteiten. Ook richt de adviesvraag zich op een meerevenwichtige verdeling van zorgtaken tussen mannen en vrouwen.Daarnaast richt het advies zich op het verbeteren van de economischezelfstandigheid en arbeidsparticipatie van vrouwen. Het SER-advies wordtin het tweede kwartaal van 2025 verwacht.Met het koopkrachtpakket worden door het kabinet stappen gezet omwerken lonender te maken, met bijvoorbeeld de verlaging van deinkomstenbelasting en vereenvoudiging van de huurtoeslag. Bij groterestappen loopt het kabinet tegen twee dingen aan: Budgettaire beper-kingen en de grenzen van het huidige belastingstelsel. Om groterestappen te zetten moet de vormgeving van toeslagen en fiscaliteit grondigworden herzien. Het kabinet start daarom een hervormingsagenda voorhet toeslagen- en belastingstelsel en diverse onderdelen van de socialezekerheid. Met als belangrijk doel dat werk en meer uren werk moetlonen. Het kabinet stuurt daarom in het voorjaar een brief met enkelevarianten en keuzeopties als start voor een open dialoog met hetparlement. In de tussentijd werkt SZW verder aan het stimuleren vanmeer uren werken met de stelselherziening van de kinderopvangtoeslagen het groeifondsvoorstel Meeruren werkt!Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19132 Meeruren werkt! is gericht op het stimuleren van meer uren werken engaat over de sectoren zorg, kinderopvang en (primair) onderwijs. Deaanpak is grotendeels gebaseerd op de HPP-aanpak, welke VWS deafgelopen jaren heeft gesubsidieerd, en kan een goede verdere impulsgeven aan meer uren werken.Vraag 328Er wordt een tekort verwacht in 2033 van 200.000 medewerkers in de zorg.Kan er een specificatie worden gegeven van welke beroepsgroepen ditzijn? Wat zijn de tekorten van de beroepsgroepen in de komende 5 jaar?Antwoord:Een overzicht van de personeelstekorten per beroepsgroep in 2033 vindt uterug in het antwoord op vraag 327. Hieronder is ook een overzichtopgenomen van de tekorten voor de verschillende beroepsgroepen voorde komende 5 jaar. Voor de overzichtelijkheid zijn daarbij alleen deuitkomsten van het referentiescenario weergegeven. Naar verwachting zalde Minister van VWS uw Kamer aan het einde van dit jaar een nieuwearbeidsmarktprognose toesturen met daarin de laatste inzichten tenaanzien van de verwachte ontwikkeling van het personeelstekort.Tabel: Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) 2025 t/m 2029, referentiescenario, uitgesplitst naarberoepsgroep, in aantal personen20252026202720282029Zorghulp (niveau mbo 1)10001001000Helpende zorg & welzijn (niveau mbo 2)1.8002.6003.6004.6005.700Verzorgende (niveau mbo 3)12.10014.50017.60020.80024.100Verpleegkundige (niveau mbo 4)6.9007.9009.40011.00012.500Pedagogisch werker (niveau mbo 3)1.1001.2001.4001.6001.800Pedagogisch werker (niveau mbo 4)9009001.1001.2001.400Medewerker maatschappelijke zorg (niveau mbo 3)1.0001.3001.7002.2002.700Medewerker maatschappelijke zorg (niveau mbo 4)1.1001.3001.7002.1002.600Sociaal werk (niveau mbo 4)4005007009001.100Doktersassistent (niveau mbo 4)6007001.1001.4001.700Verlos- en verpleegkunde (niveau hbo 6)11.7001.5001.8002.2002.700Pedagogiek (niveau hbo 6)8009001.0001.2001.300Pedagogiek (niveau hbo 7)400400400500600Maatschappelijke hulp en dienstverlening (niveau hbo 6)3.1003.5004.2004.9005.700Maatschappelijke hulp en dienstverlening (niveau hbo 7)6006007009001.000Psychologie (niveau hbo 6 & 7)100100000Medisch specialisten5007001.0001.3001.600Medisch ondersteunend personeel1.3001.5001.7001.9002.100Huisartsen en ondersteuners (PA/VS binnen huisartsenzorg)8009001.1001.3001.500GGZ beroepen Capaciteitsorgaan5.3005.7006.3006.8007.300Mondzorg100200300400500Sociaal geneeskundige1.8001.9002.1002.2002.300Gespecialiseerd verpleegkundige2.6002.8003.2003.6004.000Specialist ouderengeneeskunde, AVG en ondersteuners6007008001.0001.100Overige beroepen9.30012.00016.30020.90025.400Totaal254.90064.50079.20094.900110.8001 Het betreft hier alleen hbo-verpleegkundigen zonder verdere specialisatie. Ramingen voor gespecialiseerd verpleegkundigen zijn gemaakt opbasis van informatie van het Capaciteitsorgaan.2 Optelling wijkt af van totaal door afrondingBron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research Vraag 329Kan een toelichting op worden gegeven op de passage in de memorie vantoelichting «We maken de Nederlandse markt aantrekkelijker voorgeneesmiddelenfabrikanten door te kijken naar onze eigen prijs- envergoedingsinstrumenten zoals de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP) enhet Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) maar ook het preferentie-beleid»? Betekent dit bijvoorbeeld dat de meest cruciale geneesmiddelenwaarvan regelmatig tekorten zijn een hogere prijs krijgen? Hoe moetendan de bezuiniging worden geïnterpreteerd van 165.000 die is ingeboektTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19133 voor de aanpassing van de wet geneesmiddelenprijzen? In 2024 zijn detarieven van veel medicijnen naar beneden bijgesteld. Hoeveel zou hetkosten om de tariefsverlaging van de meest cruciale medicijnen, die vaakniet beschikbaar zijn, terug te draaien? Wat is het aantal extra ziekenhuis-opnames en de extra kosten die veroorzaakt zijn doordat voorgeschrevenmedicijnen niet beschikbaar waren?Antwoord:Tekorten aan geneesmiddelen zijn een multifactorieel probleem. Er is nietzomaar één oorzaak aan te wijzen. Daarom kijkt de Minister van VWS inden breedte naar wat zij kan toen om het risico op tekorten te verkleinen.Daarbij kijkt zij ook naar overheidsinstrumenten zoals de maximumprijzenin het kader van de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp), de vergoedingsli-mieten binnen het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en hetpreferentiebeleid dat zorgverzekeraars voeren. Er wordt dan gekeken waarmogelijk extra financiële ruimte of zekerheid geboden kan worden voorkwetsbare producten, zodat daarmee het risico op beschikbaarheidspro-blemen voor patiënten wordt verkleind. Zo heeft de Minister van VWSopnieuw een tijdelijke beleidsregel (2024) binnen de Wgp ingesteldwaarmee productgroepen met een lage omzet in Nederland een opslagvan 15% op de maximumprijs krijgen. Ook kunnen leveranciers bij hetMinisterie van VWS een verzoek tot een hogere maximumprijs indienenwanneer de maximumprijs te laag is om het middel rendabel op deNederlandse markt aan te blijven bieden. Zorgverzekeraars hebbenafspraken gemaakt met leveranciers om verbeteringen door te voeren inde uitvoering van het preferentiebeleid. In de Kamerbrief «Tijdpadverbetering preferentiebeleid geneesmiddelen» heeft de Minister vanVWS toegezegd om uw Kamer in het najaar van 2024 te informeren overaanvullende mogelijkheden om het preferentiebeleid van zorgverzeke-raars te verbeteren63. Aanvullend verkent de Minister van VWS welkemaatregelen binnen het eigen instrumentarium van prijzen en vergoedingnog meer effectief kunnen zijn om de risico’s op beschikbaarheidspro-blemen te verkleinen.Voor de ingeboekte besparing voor de aanpassing van de Wgp geldt hetvolgende. Vanaf 1 oktober 2024 wordt de Tijdelijke beleidsregel 2021 nietlanger toegepast op de maximumprijzen van geneesmiddelen, maar is deTijdelijke beleidsregel 2024 van toepassing. Dit omdat de Tijdelijkebeleidsregel 2021 ook nadelen had. Het is namelijk gebleken dat demaatregel op meer geneesmiddelen van toepassing was dan op voorhandwas beoogd. Hierdoor bleven de prijzen van veel geneesmiddelenonnodig hoog. Ook zorgde de maatregel voor een ongelijk speelveldtussen leveranciers van vergelijkbare geneesmiddelen. Hoewel debeleidsregel sinds de COVID-pandemie van tijdelijke aard was, is deze vijfmaal verlengd. De voormalig Minister van Medische Zorg heeft na bijnavier jaar van ongewijzigde maximumprijzen besloten terug te keren naarde normale en beoogde werking van de Wgp. De verwachte structurelebesparing die bij de eerste suppletoire begroting 2024 is verwerkt,bedroeg € 165,5 miljoen per jaar. Dat ging om € 85,5 miljoen op hetfinancieel kader Apotheekzorg en om € 80 miljoen op het financieel kaderMedisch Specialistische Zorg. Op basis van nadere inzichten over heteffect op het financieel kader Medisch Specialistische Zorg is het bedragvoor dat financiële kader naar beneden bijgesteld naar € 21,6 miljoen.Daarmee komt de verwachtte totale structurele besparing als gevolg vanvervanging van de Tijdelijke beleidsregel op € 107,1 miljoen per jaar,waarvan € 85,5 miljoen op het financieel kader Apotheekzorg en€ 21,6 miljoen op het financieel kader Medisch Specialistische Zorg. DeMinister van VWS verwacht dat met de Tijdelijke beleidsregel 2024 en heteerder genoemde verzoek tot een hogere maximumprijs dat leveranciers63Kamerstuk 29 477, nr. 894Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19134 kunnen doen, zo goed als mogelijk wordt voorkomen dat een verlagingvan de maximumprijs leidt tot daadwerkelijke beschikbaarheidspro-blemen voor patiënten.Vraag 330In 2024 zijn de tarieven van veel medicijnen naar beneden bijgesteld.Hoeveel zou het kosten om de tariefsverlaging van de meest crucialemedicijnen, die vaak niet beschikbaar zijn, terug te draaien? Wat is hetaantal extra ziekenhuisopnames en de extra kosten die veroorzaakt zijndoordat voorgeschreven medicijnen niet beschikbaar waren?Antwoord:Per 1 oktober 2024 zijn de maximumprijzen voor alle geneesmiddelenvoor het eerst weer gebaseerd op de actuele prijzen in deWgp-referentielanden België, Frankrijk, Noorwegen en het VerenigdKoninkrijk. De afgelopen vier jaar zijn de maximumprijzen voor veelgeneesmiddelen bevroren geweest als gevolg van verzachtende maatre-gelen. Omdat de prijzen van geneesmiddelen in de referentielanden deafgelopen jaar niet stil hebben gestaan, betekent dit dat de geleidelijkeprijsdalingen van de afgelopen jaren en de impact van de wijziging vanDuitsland door Noorwegen als referentieland nu in één keer wordeningehaald. Dat betekent dat de maximumprijzen voor geneesmiddelenvoornamelijk zullen dalen. Voor een grote groep van geneesmiddelen diedoor de Tijdelijke beleidsregel 2021 überhaupt geen maximumprijs kendewordt per 1 oktober voor het eerst een maximumprijs vastgesteld.Het is op dit moment niet te berekenen wat het zou kosten om deverlaging van de maximumprijzen terug te draaien voor cruciale genees-middelen, omdat het op dit moment nog ontbreekt aan een definitie vancruciale geneesmiddelen. Wat wel duidelijk is, is dat met het nietverlengen van de Tijdelijke beleidsregel 2021 en het ingaan van deTijdelijke beleidsregel 2024 een totale besparing van € 107,1 miljoen perjaar gerealiseerd wordt. Mogelijk is het op korte termijn wel mogelijk omeen specifiekere doorrekening te maken op basis van de Nederlandse lijstkritieke geneesmiddelen die door het Landelijk CoördinatiecentrumGeneesmiddelen (LCG) in samenspraak met partijen wordt opgesteld.Het is op dit moment niet bekend en niet te bepalen wat het aantal extraziekenhuisopnames en de extra kosten zijn die veroorzaakt zijn doordatvoorgeschreven medicijnen niet beschikbaar waren.Vraag 331Wordt het preferentiebeleid van de zorgverzekeraars aangepast?Antwoord:Zorgverzekeraars en leveranciers zijn begin 2024 al enkele verbeteringenvan het preferentiebeleid overeengekomen, waaronder dakpansgewijscontracteren om zo verschraling van de markt te voorkomen. In deKamerbrief «Tijdpad verbetering preferentiebeleid geneesmiddelen» heeftde Minister van VWS uw Kamer toegezegd om u in het najaar van 2024 teinformeren over aanvullende mogelijkheden om het preferentiebeleid vanzorgverzekeraars te verbeteren. De Minister van VWS is voornemens omdeze toezegging later dit kalenderjaar gestand te doen. De Minister vanVWS zal daarbij ook ingaan op de verbeteropties die zijn aangedragendoor uw Kamer bij motie van Jansen en Claassen (Kamerstuk 32 805,nr. 178) en bij motie van Bushoff c.s. (Kamerstuk 32 805, nr. 177), beideningediend op 12 juni 2024.Vraag 332Er zal ingezet worden op versterking van triage bij wachtlijsten, kanuitgelegd worden wat hiermee wordt bedoeld? Hoe zal dit concreet in zijnwerk gaan? Op welke manier zal dit werken bij de wachtlijsten in de GGZ?Wat zal dit betekenen voor verwijzingen naar de GGZ?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19135 De Minister van VWS zal de komende tijd, samen met veldpartijen,bekijken hoe de triage in de medisch specialistische zorg kan wordenversterkt.Het versterken van triage bij wachtlijsten in de ggz ziet er anders uit. Dezwaarte van een zorgvraag wordt niet in een verwijzing – en dus in hetwachtproces – meegenomen. In de ggz wordt ingezet op betere triagedoor de uitrol van het verkennend gesprek. Voorbeeld hiervan zijn deinitiatieven in Noordwest Veluwe, waar vanuit de GEM-aanpak(Ecosysteem Mentale Gezondheid) wordt gewerkt met het verkennendgesprek. In het verkennend gesprek wordt, in samenwerking met hetsociaal domein, vanuit verschillende invalshoeken naar de cliënt en dehulpvraag gekeken, waardoor een cliënt sneller op de juiste plek terechtkomt.Vraag 333Wie bepaalt welke zorgvrager de grootste urgentie heeft bij het organi-seren van gelijkwaardige toegang tot zorg?Antwoord:De zorgprofessional waar de patiënt zich presenteert met een zorgvraagbepaalt de urgentie en medische vervolgactie op basis van triage. Meestalvindt dat plaats bij de huisarts, de huisartsenspoedpost of in geval vanhoge(re) spoed op de spoedeisende hulp.Als blijkt dat het gaat om niet-acute planbare zorg wordt gekeken waar enwanneer de patiënt het best terecht kan voor passende vervolgzorg.Wanneer een wachtlijst van toepassing is voor bijvoorbeeld planbaremedisch specialistische zorg, wordt door de betrokken zorgprofessionals(meestal de medisch specialist) bepaald of de patiënt al dan niet voorrangdient te krijgen.Het kabinet zet in op toegang die voor iedereen, ongeacht financiëlesituatie, gelijkwaardig is. De zorgvraag en het professionele oordeel vande betrokken zorgverleners moeten leidend zijn bij de toegang tot zorg.Vraag 334Geneesmiddeltekorten zijn een belangrijk aandachtspunt en benoemd alseen veelkoppig monster genoemd. Als alternatieve oplossing wordt ookhet mogelijk maken van import uit het buitenland gesuggereerd. Ziet deMinister dat als een tijdelijke maatregel of als onderdeel van structureelbeleid? Welke mogelijkheden worden gezien om apothekers meer ruimtete geven bij demedicalisering en begeleiding hierbij?Antwoord:Wanneer de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een tekortenbesluitheeft afgegeven, kan import plaatsvinden van geneesmiddelen dievergelijkbaar zijn met het geneesmiddel in tekort. Daarnaast is importmomenteel al mogelijk via staand beleid en tijdens een tekort: viaparallelimport kunnen geneesmiddelen te allen tijde uit andere Europeselanden gehaald worden, niet alleen in tijden van tekort.Wat betreft de laatste vraag: De Minister van Volksgezondheid, Welzijn enSport vindt het belangrijk dat er meer ruimte komt voor zorgverlening inapotheken. Begeleiding bij demedicalisering valt hieronder. Concreethelpen we zorgverleners hierbij, bijvoorbeeld met kennisdocumentenwaar praktische handvatten in staan om ouderen te begeleiden in hetminderen en stoppen van medicatie.Ook overlegt de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met hetveld hoe we samen de eerstelijns apotheekzorg voor patiënten nog beterkunnen maken. Meer tijd voor zorg betekent ook zoeken naar ruimtedaarvoor, bijvoorbeeld in andere handelingen. Het laatste kwartaal van2024 starten gesprekken met het veld om ruimte te zoeken in de logistieketaken of in digitale zorg. Het is aan zorgverzekeraars en apothekers omvoldoende afspraken te maken over zorg naast het verstrekken van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19136 medicijn in de contractering zodat er voldoende ruimte is om deze zorg televeren.Vraag 335Door wie wordt het medisch-ethisch kader voor diagnostische AIontwikkeld en per wanneer kan inzet hiervan verwacht worden?Antwoord:Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport werkt op dit moment aan eenstandpunt op ethiek van AI in de zorg. Daarnaast wordt momenteel inkaart gebracht welke partijen het meest geschikt zijn om een medisch-ethisch kader voor diagnostische AI te ontwikkelen. Dit kader moet breedgedragen en praktisch toepasbaar zijn. Daarom worden relevanteveldpartijen en patiëntenvertegenwoordigers, zoals o.a. PatiëntenfederatieNL, betrokken bij deze ontwikkeling. Bij de uitwerking van dit kaderkunnen ook de resultaten van eerder onderzoek en activiteiten van o.a.TNO, de NL AI Coalitie en het CEG meegenomen worden. Zoals eerdertoegezegd zal de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport uw kamernader informeren over het standpunt van AI in de zorg via een kamerbrief.Nadere uitwerking van het proces om te komen tot een medisch-ethischkader voor diagnostische AI wordt ook in deze brief toegelicht.Vraag 336Welke concrete maatregelen worden er genomen om de privacy engegevensbeveiliging te waarborgen in het kader van databeschikbaarheiden gegevensuitwisseling?Antwoord:Zorgaanbieders zijn primair zelf verantwoordelijk voor het op orde hebbenvan informatiebeveiliging binnen de organisatie. VWS ondersteunt hetveld hierin op verschillende manieren. Bewustwording van risico’s en hetbelang van zorgvuldig handelen door eigen medewerkers is essentieelvoor goede informatieveiligheid, ook in de zorg. Daarom wordt ten eersteingezet op het stimuleren van informatieveilig gedrag van zorgprofessi-onals. Daarvoor is in 2019 het project informatieveilig gedrag gestart. Viadit project wordt gewerkt aan een gestructureerde methode voorgedragsverandering op het gebied van informatieveiligheid, toegespitstop de Nederlandse zorgsector.Daarnaast wordt er samen met het zorgveld voor gezorgd dat we deNEN-normen voor informatiebeveiliging blijven ontwikkelen, en dezenormen worden actief actief onder de aandacht bij zorgaanbiedersgebracht. Zo is een opdracht gegeven aan de NEN in 2022 om eenherziening van de NEN-7510 te coördineren. De definitieve herziening zalnaar alle waarschijnlijkheid eind dit jaar worden gepubliceerd.Ook worden implementatietools ontwikkeld. De implementatietoolshebben als doel gebruikers (zorgorganisaties en andere beheerders vanpersoonlijke gezondheidsinformatie) van NEN 7510 te ondersteunen in hetproces van implementatie van NEN 7510. De implementatiehandvattenzullen kosteloos ter beschikking worden gesteld en in 2025 wordengeïntroduceerd.Tot slot stimuleert VWS op basis van een risicogebaseerde aansluitstra-tegie dat steeds meer zorgaanbieders lid worden van expertisecentrumZ-CERT, het computer emergency respons team voor de zorg. Op ditmoment zijn ruim 300 instellingen uit verschillende sub-sectorenaangesloten bij Z-CERT. VWS blijft zich inzetten om de dienstverlening vanZ-CERT zo breed mogelijk beschikbaar te stellen binnen de gehelezorgsector. Naast gegevensbeveiliging moet ook een goede balansworden gewaarborgd tussen databeschikbaarheid en belangen alstoegang tot de zorg, privacy en zeggenschap van burger. De Minister vanVWS is op dit moment daarom aan het inventariseren wat de mogelijk-heden zijn voor een opt-out bij primair gebruik van gegevens (gegevens-uitwisseling tussen zorgverleners) in het kader van de EHDS verordening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19137 In de antwoorden bij vragen 344, 345, 352, 390 en 395 wordt hier verderop ingegaan.Vraag 337Welke beleidsinitiatieven zal het kabinet inzetten om te stimuleren datzorgmedewerkers de juiste digitale vaardigheden hebben?Antwoord:Het kabinet stimuleert op verschillende manieren dat medewerkers in zorgen welzijn de juiste vaardigheden hebben voor het werk met digitaletoepassingen. In het Integraal Zorgakkoord is afgesproken dat digitalevaardigheden per 2025 een integraal onderdeel van het onderwijs en hetleven lang ontwikkelen vormen. De Minister van VWS financiert samenmet zorgbranches de succesvolle Coalitie Digivaardig in de zorg en isvoornemens deze steun ook na 2025 voor te zetten.Deze coalitie zorgt voor meer bewustzijn voor de noodzaak van digitalevaardigheden en helpt de juiste randvoorwaarden te creëren, onderandere door het organiseren van workshops, het ontwikkelen vanleermateriaal en het ontwikkelen van functieprofielen. Het communicatie-platform Zorg van Nu, een initiatief van het Ministerie van VWS, biedtkosteloos een e-learning over zorgtechnologie voor (toekomstige)zorgver-leners. Zesendertig onderwijs- en zorginstellingen hebben deze e-learninggekoppeld aan hun scholingsaanbod. Via de StimuleringsregelingTechnologie in Ondersteuning en zorg (STOZ) kunnen organisatiesmedewerkers helpen en trainen bij het implementeren van digitale enhybride processen in hun eigen organisatie en het versterken van debenodigde vaardigheden voor het gebruik. De STOZ wordt ook in 2025opengesteld voor subsidieaanvragen.Vraag 338Bent u bekend met het rapport van de RVS «Is dit wel verantwoord?»waarin adviezen worden gegeven om administratielasten te verminderen?Kunt u per advies aangeven op welke manier de adviezen wordenuitgevoerd en hoe het ministerie daar toezicht op houdt? Op welke manierworden de speciale gezanten ingezet om de registratielast te verminderenen welke doorzettingsmacht hebben zij zoals in het rapport staat aange-geven? De vorige regering had voor 2025 € 171 miljoen begroot voorstandaardisatie van gegevensuitwisseling en dit liep op naar€ 285 miljoen, waar zijn deze uitgaven terug te vinden in de begroting2025?Antwoord:Ja hier is de Minister van VWS bekend mee. Er wordt op verschillendemanieren uitvoering gegeven aan de adviezen in de routekaart van hetrapport middels de volgende onderdelen:–er is een Regiegroep opgericht met de partijen van het IZA die de rolvan transitieteam vervult. Samen met de Regiegroep zullen we verdereuitvoering geven aan de routekaart. De stappen daartoe landen in dewerkagenda.–door twee speciaal gezanten aan te wijzen die de Regiegroep voorzit-ten en aanjagen, en VWS adviseren.–doordat het Bestuurlijk Overleg Integraal Zorgakkoord (BO IZA) dientals opdrachtgever van de Regiegroep ligt hier de doorzettingsmacht.Het plan van aanpak en de werkagenda zoals opgesteld door deRegiegroep en de gezanten is vastgesteld door het BO IZA.–door de bestuursraad van het Ministerie van VWS is regeldruk binnenhet ministerie tot topprioriteit gemaakt. De directeur-generaal curatievezorg is binnen de bestuursraad portefeuillehouder.De reeks die in de 1e suppletoire begroting 2024 is gepresenteerd geeft debeschikbare middelen op de aanvullende post bij het Ministerie vanFinanciën weer voor de Standaardisatie Gegevensuitwisseling. Bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19138 augustusbesluitvorming 2024 is van de beschikbare € 969 miljoen op deaanvullende post bij het Ministerie van Financiën € 403 miljoen overge-heveld naar de VWS-begroting. Deze middelen zijn onderdeel van«Informatiebeleid» (artikel 4.30). Na overheveling resteert nog€ 566 miljoen op de aanvullende post bij het Ministerie van Financieringvoor de jaren 2025 t/m 2028.Vraag 339Welke partijen worden betrokken bij het ontwikkelen van het medisch-ethisch kader voor diagnostische AI?Antwoord:Op dit moment wordt in kaart gebracht welke partijen het meest geschiktzijn om het medisch-ethisch kader voor diagnostische AI te ontwikkelen.Het medisch ethisch kader moet breed gedragen en praktisch toepasbaarzijn. Daarom worden relevante veldpartijen en patiëntenvertegenwoor-digers, zoals o.a. Patiëntenfederatie NL, betrokken bij deze ontwikkeling.Bij de uitwerking van dit kader kunnen ook de resultaten van eerderonderzoek en activiteiten van o.a. TNO, de NL AI Coalitie en het CEGmeegenomen worden. Zoals eerder toegezegd zal de StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport uw kamer nader over informeren over haarstandpunt van AI in de zorg via een kamerbrief. Nadere uitwerking van dewerkwijze om te komen tot een medisch-ethisch kader voor diagnostischeAI en betrokken partijen worden ook in deze brief toegelicht.Vraag 340Hoe wordt erop toegezien dat de vermindering van administratie niet tenkoste gaat van het zicht op de kwaliteit van zorg? Worden patiëntvertegen-woordigers ook betrokken bij het opstellen van de werkagenda en zo ja,hoe? Zo nee, waarom niet?Antwoord:Het is belangrijk dat iedereen die dat nodig heeft goede zorg krijgt.Daarom mag het verminderen van de administratie niet ten koste gaanvan de kwaliteit van zorg. Indien overwogen wordt om administratie teschrappen, moet daarom de kwaliteitsinformatie die de registratieoplevert meegewogen worden. De Minister verwacht dat ook niet omdatde vermindering van de administratie juist meer tijd geeft aan dezorgprofessional. Verder zijn in de Regiegroep die de werkagenda opsteltalle relevante partijen inclusief de toezichthouders vertegenwoordigd. Tenaanzien van het tweede deel van de vraag onderkent de Minister dat hetbelangrijk is dat patiëntvertegenwoordigers betrokken zijn. De Patiënten-federatie is lid van de Regiegroep Aanpak Regeldruk die de werkagendaopstelt.Vraag 341Wat is er naast de loonsverhogingen uit het verleden, gedaan ompersoneel te behouden voor de zorg?Antwoord:Sinds september 2022 is via het programma ToekomstbestendigeArbeidsmarkt Zorg en welzijn (TAZ) samen met partijen in de sectorgewerkt aan de transitie naar een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Dezetransitie is nodig om ook in de toekomst betaalbare, toegankelijke enkwalitatief goede zorg en ondersteuning te kunnen waarborgen vooreenieder die dat nodig heeft. Daarnaast wordt u verwezen naar de diversevoortgangsrapportages die aan uw Kamer zijn aangeboden. Daarin isuitgebreid beschreven welke mijlpalen zijn behaald. Een laatste voort-gangsrapportage dateert van 31 mei 2024. 64Vraag 34264Kamerstukken II, 2023–24, 29 282, nummer 576.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19139 Zijn er werkgevers in de zorg die hun personeel op andere manierenwaarderen, bijvoorbeeld met beloningen voor extra diensten en zo ja,welk effect heeft dit?Antwoord:Het Ministerie van VWS heeft geen inzicht op welke manieren werkgeversin de zorg hun medewerkers «op andere manieren waarderen». Datbetreft het personeelsbeleid van individuele werkgevers. Over de beloningvoor extra diensten zijn in de meeste cao’s die van toepassing zijn binnenzorg en welzijn afspraken gemaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om eenextra vergoeding boven op het reguliere uurloon. Welk effect dit preciesheeft, is niet bij het Ministerie van VWS bekend.Vraag 343Hoe worden patiëntvertegenwoordigers betrokken bij het ontwikkelen vanhet medisch-ethisch kader voor Diagnostische AI?Antwoord:Op dit moment wordt in kaart gebracht welke partijen het meest geschiktzijn om het medisch-ethisch kader voor diagnostische AI te ontwikkelen.Het is inderdaad van belang dat het medisch ethisch kader onderpatiënten breed gedragen wordt. Daarom worden partijen voor patiënten-vertegenwoordiging, zoals o.a. Patiëntenfederatie NL, samen met andererelevante veldpartijen betrokken bij deze ontwikkeling. Zoals eerdertoegezegd zal de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport uw kamernader over informeren over haar standpunt van AI in de zorg via eenkamerbrief. Nadere uitwerking van de werkwijze om te komen tot eenmedisch-ethisch kader voor diagnostische AI en betrokken partijenworden ook in deze brief toegelicht.Vraag 344Hoe worden burgers geïnformeerd over de opt-out voor gegevensuit-wisseling?Antwoord:De burger wordt op dit moment nog niet geïnformeerd over een opt-outvoor gegevensuitwisseling. Er is nog veelal toestemming nodig voorgegevensuitwisseling tussen zorgverleners en is er geen sprake van eenopt-out. De European Health Data Space (EHDS) gaat daar voor een aantalprioritaire gegevenscategorieën verandering in brengen. De EHDS biedtde lidstaten de mogelijkheid om voor de primaire verwerking van degenoemde gegevenscategorieën een opt-out nationaal in te regelen.De verwachting is dat de EHDS begin 2025 door het Europees Parlementen de Raad wordt bekrachtigd. De Minister van VWS is op dit moment demogelijkheden aan het inventariseren voor een opt-out bij primairgebruik. Daarbij wordt uiteraard rekening gehouden met de gewensteprivacy, de (technische) uitvoerbaarheid en het doenvermogen vanburgers. Na bekrachtiging van de EHDS, zal de Minister van VWS uwKamer daar verder over informeren. Wanneer de uitvoering van de EHDSverder gevorderd is, zullen burgers daar uiteraard ook over wordengeïnformeerd.Vraag 345Bevat de opt-out mogelijkheden voor specifiekere toestemming overwelke gegevens, met wie en met doel (primair en secundair gebruik)gedeeld mogen worden?Antwoord:Op dit moment is er nog veelal toestemming nodig voor gegevensuit-wisseling tussen zorgverleners en is er geen sprake van een opt-out. DeEHDS gaat voor een aantal prioritaire gegevenscategorieën veranderingbrengen. De EHDS biedt de lidstaten de mogelijkheid om voor de primaireverwerking van de genoemde gegevenscategorieën een opt-out nationaalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19140 in te regelen. Bovendien geeft de EHDS burgers ook het recht om detoegang tot die gegevens in te perken.De verwachting is dat de EHDS begin 2025 wordt bekrachtigd. De Ministervan VWS is op dit moment de opt-out voor primair gebruik aan hetuitwerken. Bij de uitwerking wordt ook bekeken hoe specifiek zeggen-schap kan of moet worden uitgeoefend. Daarbij wordt uiteraard rekeninggehouden met de gewenste privacy, de (technische) uitvoerbaarheid enhet doenvermogen van burgers. Nadat de EHDS bekrachtigd is, zal deMinister van VWS uw Kamer hierover nader informeren.Daarnaast wordt gewerkt aan een beleidsstandpunt over zeggenschap vanburgers bij het gebruik van gezondheidsgegevens voor secundair gebruik(onderzoek, beleid en innovatie). Daarbij wordt ook bekeken of verschil-lende vormen van zeggenschap nodig en mogelijk zijn. Dit is afhankelijkvan de aard van de gegevens of het doel waarvoor de gegevens verwerktworden. Hoe een burger precies geïnformeerd gaat worden over dienszeggenschap hangt nauw samen met het op te stellen beleidsstandpunt.Bij het vormen van het beleidsstandpunt moet ook rekening wordengehouden met de EHDS. Die verordening regelt dat burgers een opt-outmoeten kunnen inzetten waarmee gegevens over hen niet meerbeschikbaar zijn voor secundair gebruik. Lidstaten moeten dat nationaalinrichten.Vraag 346Hoe borgt de Minister dat vermindering van administratie niet ten kostegaat van het zicht op de kwaliteit van zorg?Antwoord:Het is belangrijk dat iedereen die dat nodig heeft goede zorg krijgt.Daarom mag het verminderen van de administratie niet ten koste gaanvan de kwaliteit van zorg. Indien overwogen wordt om administratie teschrappen, moet daarom de kwaliteitsinformatie die de registratieoplevert meegewogen worden. De Minister verwacht ook niet dat devermindering van de administratie ten koste gaat van de kwaliteit omdathet juist meer tijd geeft aan de zorgprofessional. Verder zijn in deRegiegroep die de werkagenda opstelt alle relevante partijen inclusief detoezichthouders vertegenwoordigd.Vraag 347Hoe worden patiëntvertegenwoordigers betrokken bij het opstellen van dewerkagenda?Antwoord:De Minister van VWS onderkent dat het belangrijk is dat patiëntvertegen-woordigers betrokken zijn. De Patiëntenfederatie is lid van de RegiegroepAanpak Regeldruk die de werkagenda opstelt.Vraag 348Hoe wordt gezorgd dat patiënten de juiste vaardigheden hebben ofondersteund worden om online informatie aan te leveren ter voorbe-reiding van het consult?Antwoord:Het is belangrijk dat mensen mee kunnen (blijven) doen aan de digitalemaatschappij, waaronder ook het gebruiken van digitale zorg en welzijn.Een voorbeeld hiervan is dat aan patiënten gevraagd wordt om informatievoor hun consult digitaal aan te leveren. Ondersteuning voor mensen diedit lastig vinden is een belangrijke randvoorwaarde hiervoor. Daaromwordt er nationaal en lokaal ingezet op het verbeteren van ondersteu-ningsaanbod voor gebruikers van digitale zorg en welzijn. Samen met o.a.het Ministerie van BZK is de Alliantie Digitaal Samenleven opgericht.Hieruit is de DigiHulplijn voortgekomen. Deze hulplijn is beschikbaar vooriedereen met vragen over digitale apparaten, internet of online diensten,zoals inloggen met DigiD. Voor hulpvragen specifiek rondom digitale zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19141 kunnen mensen bij de Helpdesk Digitale Zorg terecht. Lokaal kunnenmensen voor ondersteuning en cursussen bij bibliotheken terecht.Bibliotheken voeren ook de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) uit.Verspreid over Nederland zijn er meer dan 700 IDO’s, veelal gevestigd inbibliotheken maar ook bijvoorbeeld in ziekenhuizen en buurthuizen. Hierkunnen mensen terecht voor hulp bij digitale overheidsdiensten zoalsinloggen met DigiD, wat vaak is gekoppeld aan digitale zorg.Vraag 349Wat wordt er gedaan aan het vergroten van vertrouwen in zorgmede-werkers zodat hier ook de administratietijd door afneemt en er niet alleenop AI wordt gefocust?Antwoord:Bij alle plannen die worden binnen de werkagenda van de RegiegroepAanpak Regeldruk wordt uitgegaan van vertrouwen in de professionaliteitvan de zorgmedewerkers. Dit gaat over de invloed die zij kunnenuitoefenen op hun werk en het organiseren ervan. Dit vraagt om eenveranderopgave waarbij het bieden van ruimte voor professionaliteit eenvoorwaarde is om te komen tot administratieverlichting. In dezesectoroverstijgende aanpak gaan zorgprofessionals en zorgbestuurdersaan de slag met het verminderen van regeldruk. In lerende netwerkenwordt in de eigen regionale context kennis en ervaring gedeeld. Ditgebeurt in samenwerking met V&VN om het werknemersperspectief goedmee te nemen.Het kabinet heeft hiermee als hoofddoel dat mensen graag blijven werkenin zorg en welzijn. Met deze aanpak zetten we in op meer autonomie envertrouwen om zo het werken in zorg en welzijn aantrekkelijker te maken.Vraag 350Met hoeveel procent wil de Minister de administratietijd verlagen in dejaren 2025, 2026, 2027 en 2028 gegeven de ambitie om de administra-tietijd in 2030 te halveren? Hoe ziet het tijdpad naar 2030 eruit?Antwoord:De Minister wil eind 2025 2 uur gerealiseerd hebben zoals afgesproken inhet IZA, oplopend tot een halvering in 2030. De Minister ziet daar veelkansen voor, bijvoorbeeld met de inzet van AI en het vereenvoudigen vanwetten. Ook gaat het Ministerie van VWS hand in eigen boezem steken ennieuwe regels vanuit VWS zoveel mogelijk beperken. Hier is de hulp vanuw Kamer bij nodig om niet bij ieder incident een nieuwe regel te makenen uit te gaan van vertrouwen in de zorgprofessional.Daarnaast is het doel om de ervaren regeldruk omlaag te brengen en hetwerkplezier omhoog, zodat deze tijd weer aan zorg besteed kan worden.Het gaat erom dat de concrete resultaten merkbaar zijn.Vraag 351Aan welk tijdspad moet gedacht worden wanneer gesproken wordt overhet versneld verbeteren van databeschikbaarheid en gegevensuit-wisseling?Antwoord:De urgentie om gegevensuitwisselingen te realiseren is heel groot. Deadministratieve lasten in de zorg moeten omlaag en de kwaliteit van zorgomhoog, door tijdige en juiste beschikbaarheid van gegevens.Voor de lange termijn wordt toegewerkt naar databeschikbaarheid overalle domeinen heen in 2035.65Voor de korte termijn werkt de Minister van VWS nauw samen met allezorgpartijen om de gegevensuitwisselingen op de Meerjarenagenda65«Nationale visie en strategie- gezondheidsinformatiestelsel», bijlage bij Kamerstukken II2022/23, 27 529, nr. 292.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19142 (MJA) van de Wegiz gerealiseerd te krijgen. De eerste gegevensuit-wisseling, aanwijzen van het versturen van een recept door huisarts aanterhandsteller als aangewezen gegevensuitwisseling en beschikbaarstellen voor een persoonlijke gezondheidsomgeving van de MJA Wegiz isvorig jaar in werking getreden. Het tijdspad waarlangs de volgendegegevensuitwisselingen worden gepubliceerd, is naar verwachting van2025 tot 2028. Ondertussen wordt in het veld al gewerkt aan de implemen-tatie van de Basisgegevensset Zorg, eOverdracht, Medicatieoverdracht enAcute Zorg.Daarnaast besteedt de Minister nu extra aandacht aan de uitwerking vanrandvoorwaarden. Daarbij wordt rekening gehouden met betere toegan-kelijkheid voor de patiënt tot de eigen gezondheidsgegevens. Door volopregie te pakken stuurt de Minister op resultaten die de nodige versnellingmoeten geven en knelpunten wegnemen in ons gezondheidsinformatie-stelsel om bij te dragen aan toekomstbestendige zorg.De Minister van VWS zal uw Kamer in separate brieven uitgebreiderinformeren over de voortgang met de MJA Wegiz, de Nationale Visie enStrategie, Landelijk Dekkend Netwerk en Persoonlijke gezondheidsom-geving. Recentelijk heeft uw Kamer de brief over eenheid van Taalontvangen.66Vraag 352Wanneer wordt het voorstel tot wijziging van de Wet elektronischegegevensuitwisseling in de zorg en aanpassingen in andere relevante wet-en regelgeving met betrekking tot de opt-out naar de Kamer verzonden?Antwoord:Op dit moment is er nog veelal toestemming nodig voor gegevensuit-wisseling tussen zorgverleners. Op grond van de European Health DataSpace (EHDS) gaat daar voor een aantal prioritaire gegevenscategorieënverandering in brengen. De EHDS biedt de lidstaten de mogelijkheid omvoor de primaire verwerking van de genoemde gegevenscategorieën eenopt-out nationaal in te regelen. Bovendien geeft de EHDS burgers ook hetrecht om de toegang tot die gegevens in te perken.De Minister van VWS is op dit moment de opt-out voor primair gebruikaan het uitwerken. Daarbij wordt ook bekeken binnen welk wetgevings-kader de opt-out zal worden geborgd. De Minister van VWS zal uw Kamerna ondertekening en bekrachtiging van de EHDS door het EuropeesParlement en de Raad (naar verwachting begin 2025) nader informerenover de uitvoering van de EHDS. Hierbij zal ook worden ingegaan op detransitietermijnen waarbinnen lidstaten de EHDS moeten uitvoeren.Vraag 353Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat vermindering vanadministratieve lasten niet ten koste gaat van het zicht op de kwaliteit vanzorg?Antwoord:Het is belangrijk dat iedereen die dat nodig heeft goede zorg krijgt.Daarom mag het verminderen van de administratie niet ten koste gaanvan de kwaliteit van zorg. Indien overwogen wordt om administratie teschrappen, moet daarom de kwaliteitsinformatie die de registratieoplevert meegewogen worden. De Minister verwacht dat ook niet omdatde vermindering van de administratie juist meer tijd geeft aan dezorgprofessional. Bij het bepalen van welke administratie er wordtverminderd zal rekening worden gehouden met meer en minder relevanteadministratie. Verder zijn in de Regiegroep die de werkagenda opstelt allerelevante partijen inclusief de toezichthouders vertegenwoordigd.Vraag 35466Kamerstukken II 2023/24, 27 529, nr. 321Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19143 Volgens welke criteria wordt bepaald welke zorg effectief is?Antwoord:Effectiviteit van zorg wordt getoetst aan het wettelijk criterium «de standvan de wetenschap en praktijk». Voor de toetsing van zorg op dit criteriumheeft het Zorginstituut een beoordelingskader opgesteld67.Het is in de eerste plaats aan het veld om te bepalen of zorg effectief is.Op deze wijze kan nieuwe en innovatieve effectieve zorg snel in hetbasispakket komen (het «open systeem») en wordt ineffectieve zorg nietmeer verleend. Bepalend is of de betrokken beroepsgroep de zorg tot deaanvaarde behandelwijze rekent.Soms speelt het Zorginstituut een rol bij de bepaling of zorg effectief is.Bijvoorbeeld omdat er bij de veldpartijen onduidelijkheid is over deeffectiviteit.Voor zorg die valt onder het «gesloten systeem» moet er altijd eenexpliciete toetsing van het Zorginstituut plaatsvinden voordat het vergoedkan worden, zoals bij fysiotherapie of bij geneesmiddelen die op receptvan een arts verkrijgbaar zijn bij de apotheek.Naast het wettelijk criterium «de stand van de wetenschap en praktijk»hanteert het Zorginstituut ook de criteria kosteneffectiviteit, noodzake-lijkheid en uitvoerbaarheid68. Op basis van voornoemde criteria kan hetZorginstituut adviseren om bepaalde zorg wel of niet te vergoeden.Vraag 355In 2025 en 2026 vindt een nadere in te vullen lastenverlichting van€ 2,5 miljard plaats, wat zijn die lastenverlichtingen?Antwoord:In paragraaf 2.3.2 van de miljoenennota 2025 zijn alle koopkracht- enlastenmaatregelen voor de komende jaren opgenomen. Om lastenver-lichting voor burgers te bereiken heeft het kabinet besloten om vanaf 2025een extra, verlaagd tarief in de inkomstenbelasting in te voeren. De€ 2,5 miljard die beschikbaar was vanuit het hoofdlijnenakkoord voorlastenverlichting in 2025 en 2026 is volledig ingezet voor deze verlaging.Vraag 356Hoe gaat u bewerkstelligen dat in de toekomst de budgetten voorpassende zorg wel worden benut?Antwoord:De budgetten beschikbaar voor passende zorg worden voornamelijkingezet voor twee doeleinden die bijdragen aan passende zorg voor depatiënt. Voor de beide doeleinden worden verschillende stappen gezet omde budgetten spoedig te benutten.Het eerste doel is het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek datbijdraagt aan kennis over de pakketwaardigheid van bestaande zorg overde gehele breedte van de Zvw. Onderdeel hiervan is ook het doorontwik-kelen van de onderzoeksinfrastructuur in de diverse sectoren binnen deZvw. De Minister van VWS heeft ZonMw opdracht gegeven een program-mavoorstel te maken om dit wetenschappelijk onderzoek mogelijk temaken. De Minister van VWS verwacht dit programmavoorstel later ditnajaar te ontvangen opdat het programma eind dit jaar van start kangaan.Het tweede doel betreft de implementatie van kennis over effectieve zorg.Hiervoor zijn afspraken gemaakt in het Integraal Zorgakkoord. In deafgelopen tijd zijn voorbereidende stappen gezet met de belangrijkstestakeholders om afspraken verder te concretiseren en de beschikbaremiddelen zo doelmatig mogelijk te benutten. Dit heeft meer tijd gekost67Beoordeling stand van de wetenschap en praktijk 2023 | Publicatie | Zorginstituut Nederland.68Voor de toepassing van de pakketcriteria, zie: Rapport - Pakketbeheer in de praktijk 4 | Rapport| Zorginstituut Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19144 dan op voorhand voorzien. De Minister van VWS verwacht begin 2025 totafronding van deze afspraken te komen.Vraag 357Het kabinet voert een arbitrage tussen zorgwetten in, waarbij de minsteinzet van medewerkers uitgangspunt wordt. Kan een nadere toelichtingworden gegeven op de invoering van arbitrage en hoe dit dan werkt?Antwoord:In sommige gevallen worden zorgprofessionals ingezet, terwijl dit nietaltijd noodzakelijk is, omdat dit voorkomen kan worden door bijvoorbeeldeen hulpmiddel in te zetten. Hierin kande afstemming tussen zorgwettenworden verbeterd, zodat zorgprofessionals zo optimaal mogelijk wordeningezet. De komende tijd wordt onderzocht welke vorm van arbitrage hetmeest passend is en op welke wijze dit ingevoerd kan worden.Vraag 358Hoe gaat de Minister voorkomen dat de mantelzorger de plaatsvervangerwordt van medewerkers in de zorg?Antwoord:Een goede en gelijkwaardige samenwerking tussen zorgmedewerkers,mantelzorgers en vrijwilligers is belangrijk. Een mantelzorger weetimmers vaak het beste hoe een naaste zich voelt en wel of juist niet nodigheeft. Door samen te werken kunnen mantelzorgers en zorgmedewerkerselkaar versterken, zonder dat zij elkaars rol en taken overnemen. Gelijk-waardigheid betekent daarbij ook dat er in de samenwerking oog is voorde draagkracht en draaglast van de mantelzorger. Met de Mantelzorga-genda69, en in de uitwerking van het Regeerprogramma, zet de Staatsse-cretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg in op het versterken van desamenwerking tussen formele en informele zorg. Initiatieven als deNationale Zorgklas en mantelzorgacademies zorgen ervoor dat zowelmantelzorgers als zorgmedewerkers beter toegerust worden om, met oogvoor ieders grenzen en mogelijkheden, op gelijkwaardige wijze samen tewerken.Vraag 359Op welke wijze gaat de Minister ook de administratieve lasten voor demantelzorg aanpakken?Antwoord:Het is onwenselijk als mantelzorgers te veel administratieve lastenervaren. Gemeenten hebben, op grond van de Wmo2015, de verantwoor-delijkheid om mantelzorgondersteuning, en de toegang hiertoe, lokaal inte richten en hebben de beleidsruimte om dit hun eigen manier vorm tegeven. Gemeenten kunnen hierbij ondersteuning krijgen vanuit hetAdviesteam Mantelzorg om te voorkomen dat dit tot veel extra adminis-tratieve lasten leidt bij mantelzorgers.Met de Mantelzorgagenda70 werkt de Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg aan het ontlasten van mantelzorgers. Zo wordenbij nieuwe en bestaande wetten, zoals bij het traject van de Participatiewetin balans en het wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting,voorstellen gedaan om de bewijslast van mantelzorgers te verminderen.Op het gebied van mantelzorg en wonen worden goede voorbeelden vanhet regelarm organiseren van mantelzorgwoningen met gemeentengedeeld, zodat gemeenten vanuit vertrouwen mantelzorgers kunnenondersteunen.Vraag 36069Kamerstukken II 2022/23, 30 169, nr. 7570Kamerstukken II 2022/23, 30 169, nr. 75Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19145 Kan een overzicht worden geven van hoeveel arbeidsbesparendeinnovaties er op dit moment liggen?Antwoord:Er is geen totaaloverzicht van arbeidsbesparende innovaties, ook omdatde ontwikkelingen snel kunnen gaan. Op de websites van Zorginnova-tie.nl, Zorg van Nu en Actie Leer Netwerk staan overzichten van innovatiesdie zich in verschillende fases van het innovatieproces bevinden, vanconcept tot aan opschaling. Veel van deze innovaties hebben bij passendeinzet een arbeids- of tijdbesparend effect. Het kan gaan om technolo-gische innovaties, zoals sensortechnologie, digitale applicatie platformsen AI-toepassingen, maar ook om niet-technologische innovaties die hetanders werken in zorg en welzijn mogelijk maken. Voor subsidieaan-vragen in het kader van de opschalingsroute van de StimuleringsregelingTechnologie in Ondersteuning en Zorg zijn veelbelovende innovaties tevinden in het STOZ-overzicht.Vraag 361Hoe houden kabinet en Kamer in de toekomst zicht op de omvang van, eneventuele verschuivingen tussen, de sectoren rijksbegroting, zorg eninvesteringen nu deze niet meer afzonderlijk worden genormeerd engemonitord?Antwoord:Het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte om te werken met éénuitgavenkader is overgenomen in het Hoofdlijnenakkoord. Conform deregels budgetdiscipline is en blijft iedere Minister verantwoordelijk vooreen goede beheersing van de departementale begroting. Dit betekent dattegenvallers binnen de betreffende begroting gedekt moeten worden. Ditgeldt ook voor de premiegefinancierde onderdelen van de begroting voorhet terrein van de zorg en de sociale zekerheid. Een per saldo meevaller inde uitgaven aan de Zorgverzekeringswet wordt, na saldering meteventuele tegenvallers elders in de zorg en op de VWS-begroting, ingezetvoor lastenverlichting via een verlaging van de premies. In de budgettairenota’s werd altijd een horizontale ontwikkeling van de uitgaven gepresen-teerd, ook voor Zorg en Sociale Zekerheid. Dat gebeurt ook nu er gewerktwordt met één uitgavenkader. De horizontale ontwikkeling laat zien hoe deuitgaven zich ontwikkelen over de jaren heen.Vraag 362In hoeverre wordt er in deze kabinetsperiode ingezet op het modulairopleidingen voor (zij)instromers in de zorg? Wat zijn de mogelijkhedenvoor een toegankelijker vrijstellingenbeleid voor de generieke onderdelenvan mbo-opleidingen?Antwoord:Voor mbo-opleidingen Helpende Zorg en Welzijn, Verzorgende-IG enMBO-verpleegkundige zijn diverse beroepsgerichte modules vastgestelddie afgerond kunnen worden met een wettelijk erkend mbo-certificaat.Bijvoorbeeld «Ondersteunen bij wonen en voeding», «Zorgplan ontwik-kelen» en «Verpleegtechnisch handelen». Hier hoeven geen generiekeonderdelen voor gevolgd te worden. Voor werkgevers biedt dit demogelijkheid om een zij-instromer gericht te scholen. Steeds meermbo-scholen bieden, in samenwerking met zorginstellingen, dezecertificaattrajecten aan. Vanuit VWS wordt via Sectorplan Plus 2024–2025subsidie geboden aan werkgevers voor opleidings- en trainingsactiviteitenin zorg en welzijn, waaronder mbo-certificaten. Ook zetten de Minister enStaatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in op diversemaatregelen voor flexibilisering van het mbo-, hbo- en wo-onderwijswaarvan de zorgsector kan profiteren. Zo worden voor het mbo mogelijk-heden verkend voor een toegankelijker vrijstellingenbeleid voor degenerieke onderdelen van mbo-opleidingen zoals Nederlands, rekenen enburgerschap (voor de diplomaroute) en wordt onderzocht wat nodig is omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19146 het gebruik van mbo-certificaten op te schalen. Zie Kamerbrief UitwerkingOnderwijsagenda LLO van november 2023 (Kamerstukken II 2023/24,30 012, nr. 157).Vraag 363Wat zijn de ziekteverzuimcijfers voor de gehele sector zorg en welzijn voor2024 en de afgelopen vijf jaren, en de verwachting voor 2025?Antwoord:In het tweede kwartaal van 2024 was het verzuimpercentage voor desector Zorg en Welzijn 7,2. In de 5 jaar daarvoor was dat:•Q2 2019: 5,7%•Q2 2020: 6,2%•Q2 2021: 6,5%•Q2 2022: 7,5%•Q2 2023: 7,0%Over de verwachting voor 2025 kunnen geen uitspraken worden gedaan.Vraag 364Wat is de uitsplitsing ziekteverzuim per subsector? Wat is de spreiding(minimale en maximale) van verzuimcijfers tussen werkgevers/instellingen?Antwoord:In onderstaande tabel zijn de verzuimpercentages per branche weerge-geven (tweede kwartaal 2024). Het Ministerie van VWS beschikt niet overgegevens over de spreiding van de verzuimcijfers.Q2 2024Zorg en welzijn (smal)7,2Universitair medische centra5,7Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg6,0Geestelijke gezondheidszorg7,3Huisartsen en gezondheidscentra6,0Overige zorg en welzijn5,1Verpleging, verzorging en thuiszorg8,8Gehandicaptenzorg7,7Kinderopvang (incl. peuterspeelzaalwerk)7,5Jeugdzorg7,2Bron: AZW statline Vraag 365Wat zijn de kosten gerelateerd aan ziekteverzuim? Wat is het aantalfulltime equivalent (fte) dat door ziekteverzuim gemist wordt persubsector? Wat is de kwantitatieve impact van ziekteverzuim op dewachtlijsten?Antwoord:Onderstaande tabel geeft per branche weer hoeveel fte gemiddeldgenomen dagelijks niet inzetbaar was vanwege ziekteverzuim in het eerstekwartaal van 2024. Het Ministerie van VWS beschikt niet over cijfers overde kosten van het ziekteverzuim en de kwantitatieve impact van hetverzuim op de wachtlijsten.Aantal fte niet inzetbaarvanwege ziekteverzuim,x 1.000Zorg en welzijn (smal)74,9Universitair medische centra4,2Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg11,3Geestelijke gezondheidszorg6,8Huisartsen en gezondheidscentra1,5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19147 Aantal fte niet inzetbaarvanwege ziekteverzuim,x 1.000Overige zorg en welzijn5,4Verpleging, verzorging en thuiszorg27,9Gehandicaptenzorg11,4Jeugdzorg2,4Sociaal werk3,9Bron: AZW statline Vraag 366Welke partijen zullen er betrokken worden bij het opstellen van hetaanvullende aanvullend zorg- en welzijnsakkoord?Antwoord:Dit zullen in ieder geval de partijen zijn die het huidige Integraal Zorgak-koord hebben afgesloten (ActiZ, De Nederlandse GGZ, FMS, InEen, LHV,NFU, NVZ, Patiëntenfederatie, VNG, V&VN, ZKN, Zorgthuisnl en ZN). Dekomende periode zullen we vanuit de inhoud bezien of het wenselijk is omook andere partijen te betrekken, en zo ja, welke.Vraag 367Hoe borgt de Minister dat patiënten, op basis van goede informatie oververschillen in behandelmogelijkheden, kwaliteit en uitkomsten, eenweloverwogen keuze kunnen maken voor de best passende zorg, ook alsdat in een verder weg gelegen ziekenhuis is?Antwoord:Het is belangrijk dat patiënten en hun naasten makkelijk betrouwbare enbegrijpelijke keuze-informatie kunnen vinden over de behandeling vanhun aandoening en de verschillen tussen instellingen. Zo kunnen zij eenweloverwogen beslissing nemen ten aanzien van de keuze voor eeninstelling en behandeling, die past bij de situatie van de patiënt enzijn/haar omgeving. In de brief van 18 juni 2024 (Kamerstukken 2023/24,31 765, nr. 858) wordt beschreven welke stappen worden gezet ompatiënten van meer informatie over kwaliteit van zorg te voorzien als hetgaat om medisch specialistische zorg.Vraag 368Hoe wordt de onderlinge samenwerking tussen grote en kleine zieken-huizen vormgegeven en is daar ondersteuningsbudget voor?Antwoord:Zoals staat beschreven in het Regeerprogramma wil dit kabinet ervoorzorgen dat ziekenhuizen meer gaan samenwerken. Grote ziekenhuizengaan kleine ziekenhuizen ondersteunen. In eerste instantie wordendaartoe de bestuurlijke afspraken uit het Integraal Zorgakkoord (IZA)voortgezet die zijn toegespitst op spreiding en concentratie van zorg. Inhet kader van het IZA is al een beweging ingezet die toeziet op hetspreiden van basiszorg tussen ziekenhuizen.De gewenste beweging naar meer samenwerking tussen grote en kleineziekenhuizen wordt verder vormgegeven in het nog te sluiten aanvullendbestuurlijk akkoord voor de jaren 2025–2029. Voor het bevorderen van deonderlinge samenwerking tussen ziekenhuizen is geen aanvullendondersteuningsbudget beschikbaar, anders dan de kaders zoalsafgesproken binnen het IZA.Vraag 369Op welke termijn wordt de handreiking aangeboden aan ziekenhuizenwaar de spoedeisende hulp onder druk staat?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19148 In de handreiking komt te staan wat het ziekenhuis – in aanvulling op enter invulling van wat er staat in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz (de AMvBacute zorg) – kan doen als het wijzigingen in het acute zorgaanbodoverweegt en het bijbehorende besluitvormingsproces op eenzorgvuldige manier wil doorlopen. Het is belangrijk dat het ziekenhuis allebetrokkenen, zoals de zorgverzekeraar, de gemeente, burgers, patiënten,omliggende ziekenhuizen en zorgaanbieders en zorgprofessionals,daadwerkelijk betrekt bij de besluitvorming zodat, gegeven de uitda-gingen die er liggen, wordt gezocht naar een optimale oplossing. Dit helptom te zorgen dat de beschikbaarheid van spoedeisende zorg en acuteverloskunde in iedere regio goed geregeld is. Het ziekenhuis blijft gaanover haar eigen inrichting. De handreiking is dus niet bedoeld om sluitingvan een SEH of afdeling acute verloskunde of IC te voorkomen. DeMinister van VWS wil deze handreiking afronden in een zorgvuldig procesen wil de handreiking in de eerste helft van 2025 gereed hebben.Vraag 370Welke instrumenten heeft de Minister om te handhaven op het kwaliteits-kader SEH?Antwoord:Voor de spoedzorg zijn kwaliteitsnormen opgenomen in het Kwaliteits-kader Spoedzorgketen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)gebruikt het Kwaliteitskader Spoedzorgketen bij het toezicht op dekwaliteit van zorg.Vraag 371Welke financiële verliezen veroorzaakt de sluiting van een ziekenhuis ofSEH voor de gemeente en directe omgeving van het ziekenhuis?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over objectieve cijfers over dedirecte en indirecte financiële gevolgen voor een gemeente of regio bij desluiting van een ziekenhuis of SEH.Vraag 372Welke wijzigingen is de Minister van plan om door te voeren in deregelgeving die gevolgd moet worden als een ziekenhuis overweegt hetaanbod van acute zorg op een bepaalde locatie te beperken?Antwoord:De Minister denkt eraan om het Uitvoeringsbesluit Wkkgz (de amvb acutezorg) en/of de Uitvoeringsregeling Wkkgz (die een nadere uitwerking geeftaan de amvb acute zorg) aan te passen. Het doel daarvan is een nadereinvulling te geven aan het proces dat een ziekenhuis moet volgen als hetoverweegt het aanbod van acute zorg op een bepaalde locatie tebeperken.Vraag 373Kan de Minister aangeven of en hoe met deze verbreding de visie op deinzet op mantelzorg verder vorm krijgt?Antwoord:Momenteel is ongeveer één op de drie Nederlanders mantelzorger. Doorde vergrijzing is de verwachting dat in 2040 iedereen in meer of minderemate zorgt voor een naaste. Dat betekent dat mantelzorg steeds meergecombineerd wordt met werk, school en andere maatschappelijke taken.De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg vindt hetversterken van de positie van de mantelzorger dan ook van groot belang.Onderdeel daarvan is de inzet op gelijkwaardige samenwerking tussenformele en informele zorg, evenals het beter faciliteren van de combinatiewerk en mantelzorg. Hiertoe is door de vorige Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, samen met de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid, de Minister van Onderwijs, Cultuur en SportTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19149 en de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingen, een adviesaanvraagover een toekomstbestendige combinatie van werk en mantelzorg71ingediend bij de Sociaal-Economische Raad (SER). Dit advies is naarverwachting in het tweede kwartaal van 2025 gereed.Vraag 374In het kader van het aanvullend hoofdlijnenakkoord voor een toeganke-lijker zorglandschap, kunnen mensen zelf kiezen naar welk ziekenhuis ofkliniek ze gaan?Antwoord:In Nederland kan iedereen zelf kiezen naar welke zorgverlener men wilgaan voor noodzakelijke zorg. Dit zal door het aanvullend hoofdlijnenak-koord niet veranderen.Vraag 375Wat wordt bedoeld met de passage «het is breed bekend is dat we 112moeten bellen. Veel mensen kennen de weg naar de spoedzorg niet alshet gaat om een bloederig ongeluk waarbij de vinger klem komt te zitten.Met een publiekscampagne leggen we uit wat te doen bij spoed»? Graageen toelichting wat hiermee wordt bedoeld? Het is toch juist goed alsmensen 112 bellen? De telefonisten van 112 kunnen toch goed inschattenof iemand naar de eerste hulp van het ziekenhuis moet gaan of dehuisartsenpost? Wat is aanvullend hierop nodig?Antwoord:Het doel van spoedzorg is dat elke patiënt zo snel mogelijk gezien enbehandeld wordt op de best mogelijke plek. Het is belangrijk dat hierbij despoedzorgketen niet verstopt raakt en de telefoonlijnen niet onnodigoverbelast raken. Niet alle acute zorgvragen zijn direct levensbedreigend,waardoor het niet altijd nodig is om 112 te bellen. Met inzet van eenpubliekscampagne wijzen we mensen beter de weg binnen de spoedzorg.Mensen kunnen bijvoorbeeld www.thuisarts.nl raadplegen wanneer zijtwijfelen of het spoed is, om te zien of zij zorg nodig hebben en in welkevorm. Wanneer dat het geval is, kunnen mensen bij een groot deel van dezorgvragen contact opnemen met hun eigen huisarts. Wanneer dehuisarts dicht is en het niet kan wachten kunnen zij contact opnemen metde huisartsenspoedpost. Bij levensgevaar bellen mensen uiteraardmeteen naar 112.Vraag 376Waarom wordt het geraamde budget in september met 93% verlaagd,waardoor er nog slechts € 1,5 miljoen beschikbaar blijft voor eeninclusieve samenleving?Antwoord:In de suppletoire begroting september 2024 is er een verschuiving vanmiddelen verwerkt op dit artikelonderdeel naar het jaar 2028. Het betrofeen verschuiving van € 14,8 miljoen ten behoeve van de stimuleringsre-geling zorggeschikte woningen. Ook wordt in 2024 € 1,9 miljoen gekort opdit artikelonderdeel als herschikking van de taakstelling uit de eerstesuppletoire begroting. Ook valt er € 2 miljoen vrij omdat de subsidiere-geling intergenerationeel wonen niet volledig wordt uitgeput.Vraag 377Wat gebeurt er met de beschikbaarheidsbijdrage voor gevoelige zieken-huizen na de intrede van vaste budgetten?Antwoord:De NZa wordt gevraagd gefaseerd en zo snel mogelijk budgetbekostigingvoor acute zorg mogelijk te maken. De precieze vormgeving moet nogworden uitgewerkt. Aannemelijk is dat de beschikbaarheidbijdrage71Kamerstukken II 2022/23, 30 169, nr. 76Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19150 uiteindelijk komt te vervallen omdat de budgetbekostiging hiervoor in deplaats komt. Alleen ziekenhuizen die gevoelig zijn voor de45-minutennorm komen nu in aanmerking voor een beschikbaarheidbij-drage voor een spoedeisende hulp of afdeling acute verloskunde. Vooreen budget komen straks alle ziekenhuizen met een spoedeisende hulp,afdeling acute verloskunde of intensive care in aanmerking. De invoeringvan budgetbekostiging zal gefaseerd plaatsvinden.Vraag 378Wat gebeurt er als de vaste budgetten in de acute zorg wordenoverschreden, wat zijn de gevolgen voor patiënten en wie draait op voorde kosten?Antwoord:De wijze waarop budgetbekostiging voor acute zorg vorm krijgt vergtnadere uitwerking.Vraag 379Blijft de 45-minutennorm in de ambulancesector gehandhaafd?Antwoord:De 45-minutennorm is geen norm voor de ambulancezorg. De45-minutennorm is een spreidings- en beschikbaarheidsnorm voorafdelingen spoedeisende hulp en acute verloskunde.Voor de ambulancezorg is de 15-minutennorm als streefnorm vantoepassing. De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) streeft ernaar datin de veiligheidsregio binnen 15 minuten responstijd 95% van de inzettenmet A1-urgentie ter plaatse is, zoals opgenomen in het KwaliteitskaderAmbulancezorg.Ambulancezorg Nederland heeft een nieuwe urgentie-indeling ontwikkeldvoor de ambulancezorg en is in februari gestart met de implementatiehiervan. Het doel van de nieuwe indeling is om de kwaliteit van deambulancezorg te verbeteren. De nieuwe urgentie-indeling doet meerrecht aan de medische behoeften van patiënten en is meer medischlogisch opgebouwd. Het is de bedoeling dat de ambulance sneller terplaatse is als het echt nodig is, ook bij rampen en ongevallen, en dat inandere gevallen iets meer tijd wordt genomen voor verrijkte en verlengdetriage om meteen de juiste zorg op de juiste plek in te zetten. Na eenaantal jaar wordt bezien of en zo ja, welke gevolgen de nieuwe urgentie-indeling heeft voor de 15-minutennorm.Vraag 380Hoeveel ambulanceritten haalden vorig jaar de 45-minutennorm niet enhoe is de situatie voor dit jaar?Antwoord:Zoals is aangegeven in het antwoord op vraag 379, is de 45-minutennormgeen norm voor de ambulancezorg. Voor de ambulancezorg is de15-minutennorm als streefnorm van toepassing. In het sectorkompas vanAmbulancezorg Nederland (https://www.ambulancezorg.nl/sectorkompas)is te zien hoe de regionale ambulancevoorzieningen (RAV’s) presteren metbetrekking tot de streefnorm. De cijfers voor 2023 zijn de meest recentecijfers. Landelijk is het responstijdpercentage 16:50 minuten. PerRAV-regio varieert het responstijdpercentage tussen de 14:40 minutenvoor Kennemerland en 18:28 minuten voor Gelderland-Midden.Vraag 381Wat wordt bedoeld met inclusieve samenleving, wanneer is de samen-leving inclusief en waarom is hier nog maar € 1,5 miljoen voor nodig?Antwoord:De 1,5 miljoen die resteerde heeft betrekking op het jaar 2024. Voor 2025en verder geldt dat er meer budget beschikbaar is voor dit artikelon-derdeel. Dit artikelonderdeel voor de inclusieve samenleving is onderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19151 andere bedoeld voor de bestrijding van eenzaamheid, maar ook hetversterken van de sociale basis en het verbeteren van de toegankelijkheidvoor mensen met een beperking. Hierbij geldt dat dit niet het enigebudget is behoeve van het bevorderen van de inclusiviteit. Op hetartikelonderdeel 3.1 «Opdrachten inclusiviteit» zijn er bijvoorbeeld ookmiddelen gereserveerd voor dit doeleinde.Vraag 382Op welke termijn wordt de bekostiging van acute spoedeisende hulpaangepast naar een vast budget?Antwoord:In het regeerprogramma staat dat de NZa wordt gevraagd gefaseerd en zosnel mogelijk budgetbekostiging mogelijk te maken. Hierover ben ik metde NZa in gesprek. In dat gesprek komt ook de vraag aan de orde wanneergestart kan worden met de invoering van budgetbekostiging.Vraag 383Kan de Minister aangeven hoeveel geld in het MSZ-kader wordt uitge-geven aan alle IC’s, SEH’s en acute verloskunde in Nederland?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over een totaalbeeld van dezeinformatie. Deze uitgaven zijn grotendeels onderdeel van contractaf-spraken die ziekenhuizen met zorgverzekeraars maken en zijn nietopenbaar.Vraag 384Is de Minister van plan de bekostiging van IC’s en SEH’s en acuteverloskunde als aparte post op te nemen in de rijksbegroting?Antwoord:Dit is nog niet bekend en zal onderdeel zijn van de uitwerking van debudgetbekostiging voor acute zorg.Vraag 385Kan de Minister aangeven hoeveel zorgmedewerkers in totaal werken opde IC’s, SEH’s en acute verloskunde en hoe groot het personeelstekortdaarbij is?Antwoord:Er zijn geen cijfers beschikbaar over het totaal aantal zorgmedewerkers opde IC’s, SEH’s en acute verloskunde en daarmee ook niet over depersoneelstekorten aldaar. Zie voor de beschikbare informatie hetantwoord op vraag 164.Vraag 386Welke kwaliteits- en bezettingseisen gelden voor de IC’s, SEH’s en acuteverloskunde en in hoeverre moeten ziekenhuizen aan de geldende eisenen kwaliteitsstandaarden voldoen?Antwoord:Naast de richtlijnen en protocollen die zorgverleners opstellen, makenpatiëntenorganisaties, zorgaanbieders en zorgverzekeraars samenafspraken over wat goede zorg is. Die worden vastgelegd in kwaliteits-standaarden en meetinstrumenten. Alle goedgekeurde kwaliteitsstan-daarden en meetinstrumenten komen in het Register van het ZorginstituutNederland.72 Voor de SEH gaat het om de Kwaliteitskader Spoedzorgketen(SEH), de Kwaliteitsstandaard Organisatie van Intensive Care (IC’s) en deZorgstandaard Integrale Geboortezorg ((acute) verloskunde). Kwaliteits-kaders zijn niet vrijblijvend. Het biedt een kader: het geeft aan waaraanorganisaties en professionals dienen te voldoen. Kwaliteitskaders kunnen72Het overzicht van kwaliteitsstandaarden is te vinden in het Register: Kwaliteitsinstrumenten |Zorginstituut NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19152 door zorgverzekeraars worden gebruikt ten behoeve van de zorginkoop.Daarnaast kan de IGJ het betrekken bij haar toezicht op de veiligheid enkwaliteit van de zorg.Vraag 387In hoeverre is de huidige bekostiging van de IC’s, SEH’s en acuteverloskunde vervlochten met andere onderdelen van het ziekenhuis?Antwoord:De huidige bekostiging van de IC’s, SEH’s en acute verloskunde (AV) issterk vervlochten met de rest van het ziekenhuis. De SEH’s en acuteverloskunde worden in de basis bekostigd als onderdeel van reguliereDBC’s. Indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, wordt ditaangevuld met een beschikbaarheidbijdrage.Vraag 388In hoeverre zorgt het opknippen van de ziekenhuisbekostiging tot extra(financiële) administratieve lasten en afbakeningsvraagstukken binnen debedrijfsvoering van het ziekenhuis?Antwoord:Omdat de huidige bekostiging van de spoedeisende hulp (SEH’s), acuteverloskunde (AV) en intensive care (IC’s) sterk vervlochten is met de restvan het ziekenhuis, gaat het losknippen van deze bekostiging gepaard metafbakeningsvraagstukken. Dit kan mogelijk tijdelijk leiden tot extraadministratieve lasten. Tegelijkertijd is dit vraagstuk niet helemaal nieuw:voor de ziekenhuizen die op dit moment een beschikbaarheidbijdrageontvangen voor de SEH en AV is dit al afgebakend ten opzichte van derest van de ziekenhuiszorg. De mate waarin afbakeningsvraagstukken zichvoordoen hangt dus af van de keuzes die gemaakt worden bij deinvoering.Vraag 389Hoe ziet het financieringsplaatje eruit op het gebied van een decentraalEPD?Antwoord:Er wordt niet gewerkt aan een decentraal EPD. Er wordt gewerkt aan eenLandelijk Dekkend Netwerk van infrastructuren. Om dit te kunnenrealiseren is een bedrag van € 170 miljoen beschikbaar tot en met 2027.Vraag 390Met welke subcategorieën beoogt u de opt-out regeling voor EuropeanHealth Dataspace (EHDS) uit te breiden? Hoe zijn deze categorieën totstand gekomen?Antwoord:De Minister van VWS heeft de Kamer toegezegd dat de opt-out regelinguit de EHDS voor primair gebruik zal worden uitgewerkt. Daar wordt opdit moment aan gewerkt. Daarbij wordt eerst gekeken hoe de opt-out kanworden uitgewerkt voor de aangewezen prioritaire gegevenscategorieënuit de EHDS. Pas als dat helder is, kan worden gekeken of anderecategorieën gegevens hieraan kunnen worden toegevoegd.Vraag 391Hoe vaak is diefstal van medische gegevens in het afgelopen jaarvoorgekomen?Antwoord:Op dit moment zijn deze cijfers niet bekend. Instellingen zijn in het kadervan de AVG verplicht een datalek te melden bij de toezichthouder de AP.Bij een datalek kan sprake zijn van diefstal, maar dit hoeft niet het geval tezijn. We hebben afgelopen jaar geen signalen ontvangen van diefstal vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19153 medische gegevens. De AP publiceert jaarlijks een datalekkenrapportage.Begin 2025 zal er een terugblik gepubliceerd worden over het voorgaandejaar.Vraag 392Wanneer kan de Kamer precies het hoofdlijnenakkoord ouderenzorgverwachten?Antwoord:De gesprekken over het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg zullen op kortetermijn starten. Ik verwacht dat de contouren van dit akkoord eind dit jaarzichtbaar zullen zijn. De afspraken in het hoofdlijnenakkoord wordenverwerkt in de zorginkoop voor het jaar 2026. Daarbij zal ook eenkoppeling worden gemaakt met het integraal Zorg- en Welzijnsakkoord.Daarna zal de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg vdeKamer daarover infomeren.Vraag 393In de memorie van toelichting staat «De ouderzorg is hopeloosversnippert over verschillende zorgwetten. Mensen raken verdwaaldtussen zorgloketten die naar elkaar wijzen voor vergoeding. Het kabinetzorgt ervoor dat zorgwetten beter op elkaar worden afgestemd en daarwaar doorrekeningen aantonen dat het goedkoper en efficiënter kan,worden voorbereidingen getroffen om ze ook samen te voegen». Welkedoorrekeningen zijn er en door wie worden deze gemaakt?Antwoord:Het kabinet zal eerst inventariseren waar zorgwetten beter op elkaarkunnen worden afgestemd. Vervolgens zullen hiervan doorrekeningenworden gemaakt. Daarbij zal ook het CPB worden betrokken. Zodra dedoorrekeningen bekend zijn zal de Tweede Kamer hierover wordengeïnformeerd.Vraag 394In de memorie van toelichting staat «Palliatieve en terminale zorg moeteneen vanzelfsprekend onderdeel worden van reguliere zorg. Het kabinetonderzoekt welke aanpassingen hiervoor nodig zijn in de verschillendezorgwetten». Er zijn tijdelijk gefinancierde projecten, die al jaren succesvolverlopen en waarbij onnodige ziekenhuisopnames worden vermeden,zoals de palliatieve thuiszorggroepen (PaTz). Op welke manier worden ditsoort projecten, die jarenlang tijdelijk gefinancierd worden, meegenomenin de aanpassingen zodat zij structureel gefinancierd worden?Antwoord:Palliatieve zorg en terminale zorg moeten een vanzelfsprekend onderdeelzijn van de reguliere zorg, zoals ook in het regeerprogramma staat. DeStaatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg wil deze bewegingversnellen door belangrijke elementen van het Kwaliteitskader palliatievezorg (markering, proactieve zorgplanning, transmurale samenwerking,ondersteuning bij complexe zorg) te implementeren in de regio metbehulp van concrete afspraken.Dit voorjaar is vanuit het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II deStrategische agenda Transformatie palliatieve zorg opgesteld. Deze richtzich op de integratie van palliatieve zorg binnen de reguliere zorg envraagt een integrale aanpak vanuit alle partijen. Deze transformatie kanalleen vanuit gezamenlijkheid worden gerealiseerd. Dit vraagt inspan-ningen tot samenwerking op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau.Aan de transformaties in de regio wordt gewerkt door de regio’s teondersteunen bij het opstarten en uitwerken van een IZA Transforma-tieplan palliatieve zorg. De regionaal opgedane inzichten hierbij wordenbreder beschikbaar gesteld, zodat ook andere regio’s gebruik kunnenmaken van de geleerde lessen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19154 De PaTz-methodiek is integraal onderdeel van de IZA Transformatie-plannen.Om samenwerking in de eerste lijn te versterken en proactievezorgplanning in te bedden, wordt lokale samenwerking in PaTz-groepengestimuleerd. Daarnaast worden PaTz-ambassadeurs gefaciliteerd om inde regio plannen te maken die bestaande PaTz-groepen ondersteunen ennieuwe groepen enthousiasmeren.Vraag 395Hoe worden burgers geïnformeerd over de opt-out voor gegevensuit-wisseling? Bevat de opt-out mogelijkheden voor specifiekeretoestemming over welke gegevens, met wie en met welk doel (primair ensecundair gebruik) gedeeld mogen worden?Antwoord:De burger wordt op dit moment nog niet geïnformeerd over een opt-outvoor gegevensuitwisseling. Er is nog veelal toestemming nodig voorgegevensuitwisseling tussen zorgverleners en is er geen sprake van eenopt-out. De European Health Data Space (EHDS) gaat daar voor een aantalprioritaire gegevenscategorieën verandering in brengen. De EHDS biedtde lidstaten de mogelijkheid om voor de primaire verwerking van degenoemde gegevenscategorieën een opt-out nationaal in te regelen.De verwachting is dat de EHDS begin 2025 wordt bekrachtigd. De Ministervan VWS is op dit moment de opt-out voor primair gebruik aan hetuitwerken. Nadat de EHDS bekrachtigd is, zal de Minister van VWS uwKamer daar verder over informeren. Bij de uitwerking wordt ook bekekenhoe specifiek zeggenschap kan of moet worden uitgeoefend. Daarbijwordt uiteraard rekening gehouden met de gewenste privacy, de(technische) uitvoerbaarheid en het doenvermogen van burgers. Wanneerde uitvoering van de EHDS verder gevorderd is, zullen burgers daaruiteraard ook over worden geïnformeerd.Daarnaast wordt gewerkt aan een beleidsstandpunt over zeggenschap vanburgers bij het gebruik van gezondheidsgegevens voor secundair gebruik(onderzoek, beleid en innovatie). Daarbij wordt ook bekeken of verschil-lende vormen van zeggenschap nodig en mogelijk zijn. Dit is afhankelijkvan de aard van de gegevens of het doel waarvoor de gegevens verwerktworden. Hoe een burger precies geïnformeerd gaat worden over dienszeggenschap hangt nauw samen met het op te stellen beleidsstandpunt.Bij het vormen van het beleidsstandpunt moet ook rekening wordengehouden met de EHDS. Die verordening regelt dat burgers een opt-outmoeten kunnen inzetten waarmee gegevens over hen niet meerbeschikbaar zijn voor secundair gebruik. Lidstaten moeten dat nationaalinrichten.Vraag 396Op welke manier wordt indicatiestelling voor urgentie op wachtlijsten inde toekomst vormgegeven?Antwoord:Er zijn steeds meer ouderen die nu of in de toekomst zorg nodig hebben.Zij moeten erop kunnen rekenen dat zij de zorg kunnen ontvangen die zenodig hebben. Het kabinet wil het systeem van herindicaties voor mensendie al in een verpleeghuis wonen beëindigen.De indicatiestelling voor de urgentie op de wachtlijst blijft behouden. Dithoudt in dat het CIZ de indicatiestelling voor de toegang tot de Wlz blijftuitvoeren. Wanneer er sprake is van een spoedsituatie kan het CIZ deindicatieaanvraag binnen 7 dagen afhandelen. In uitzonderlijke gevallenkan dit binnen 24 uur, bijvoorbeeld wanneer iemand vanuit het ziekenhuiseen plek nodig heeft in het verpleeghuis. Daarnaast werkt het CIZ aanvereenvoudiging van de werkwijze zodat dit in de toekomst nog snellergaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19155 Wanneer iemand een Wlz-indicatie van het CIZ heeft en een plek zoekt inhet verpleeghuis bepaalt het zorgkantoor de urgentie. Iemand die in hetziekenhuis ligt en een plek in het verpleeghuis nodig heeft krijgt danbijvoorbeeld voorrang.Vraag 397Hoeveel mensen gebruiken een persoonlijke gezondheidsomgeving(PGO)?Antwoord:Naar schatting zijn er op dit moment 800.000 unieke gebruikers die eenpersoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) gebruiken.Vraag 398In het op elkaar afstemmen van zorgwetten, kijkt het kabinet naardoorrekeningen hoe de ouderenzorg goedkoper en efficiënter kan, kan er(al) een overzicht worden gegeven welke zorgwetten dit betreft?Antwoord:Zoals beschreven in antwoord 393 zijn er op dit moment nog geendoorrekeningen gemaakt.Vraag 399Kan er een fte overzicht worden gegeven van de, huidige en verwachttoekomstige, arbeidsmarkttekorten, per zorgsector?Antwoord:Antwoord: In het antwoord op vraag 163 is een overzicht opgenomen vande arbeidstekorten per branche in 2024 in personen op basis van hetprognosemodel zorg en welzijn. In het model worden de tekortenberekend in personen. Een overzicht in fte is niet voor handen. Hieronderis aanvullend een overzicht opgenomen van het tekort per branche in2033 in personen, voor zowel het referentiescenario als het scenarioNieuw beleid. Voor een verdere toelichting op de prognose en de tweegehanteerde scenario’s wordt u verwezen naar de brief73 die naar uwKamer is gestuurd. Naar verwachting zal de Minister van VWS uw Kameraan het einde van dit jaar een nieuwe arbeidsmarktprognose toesturenmet daarin de laatste inzichten ten aanzien van de verwachte ontwikkelingvan het personeelstekort.Tabel: Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) in2033, referentiescenario en scenario Nieuw Beleid, uitgesplitst naar branche, inaantal personenReferentiescenarioscenario Nieuw beleidUniversitair medische centra11.10010.600Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg27.70026.500Geestelijke gezondheidszorg14.50014.100Huisartsen en gezondheidscentra5.4005.900Overige zorg en welzijn20.20019.500Verpleeghuiszorg64.90051.900Thuiszorg17.00027.400Gehandicaptenzorg23.10023.000Jeugdzorg3.3003.400Sociaal werk7.7007.500Totaal1194.900189.9001 Optelling wijkt af van totaal door afrondingBron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research Vraag 40073Tweede Kamer, vergaderjaar 2023/2024, kamerstuk 29 282, nummer 554Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19156 Het kabinet suggereert dat met de afwending van de huidige/toekomstigearbeidsmarkttekorten in de ouderenzorg, de ouderenzorg financieelhoudbaar wordt, waaruit blijkt dat? Wat is de (precieze) bijdrage hiervan inde (toekomstige) financiële houdbaarheid?Antwoord:Deze suggestie heeft het kabinet niet willen wekken. Het kabinet zal hetvoortouw nemen voor een hoofdlijnenakkoord voor de ouderenzorg endaarbij samen met de betrokken partijen afspraken maken die bijdragenaan een toekomstbestendige ouderenzorg. Zowel de afwending van hetarbeidsmarkttekort als financiële houdbaarheid is daarbij een doelstelling.Vraag 401Het kabinet verwacht dat generatieve kunstmatige intelligentie eenbijdrage kan leveren in een vermindering van administratietijd, kan eenoverzicht worden gegeven van de geplande implementatie en hun(geschatte) opbrengsten qua vermindering van administratietijd?Antwoord:Een dergelijk overzicht is er niet. De Minister van VWS gaat de komendeperiode samen met het veld onderzoeken op welke wijze er tot versnellingkan worden gekomen. Daarnaast zijn de opbrengsten moeilijk kwantifi-ceerbaar op voorhand. De effecten zullen pas over langere tijd meetbaarzijn. De halvering van de administratietijd zal niet alleen behaald wordendoor de inzet van AI, maar ook door de bredere aanpak met deRegiegroep Aanpak Regeldruk.Vraag 402Kan een overzicht gegeven worden van het meest recent aantalwachtenden op een verpleeghuisplek, uitgesplitst naar «wachten uitvoorzorg», «wachten op voorkeur», «actief plaatsen» en «urgentplaatsen»?Antwoord:De meest recente cijfers zijn van augustus 2024. Er waren toen in totaal20.461 wachtenden voor verpleging en verzorging, uitgesplitst naar:–305 wachtenden «urgent plaatsen»;–3.756 wachtenden «actief plaatsen»; en–16.400 wachtenden «wachten uit voorzorg».Vraag 403Hoe zorgt het kabinet dat patiënten de juiste vaardigheden hebben ofondersteund worden om online informatie aan te leveren ter voorbe-reiding van het consult?Antwoord:Steeds meer organisaties binnen zorg en welzijn maken gebruik vandigitale mogelijkheden bij het inrichten van hun werkprocessen. Eenvoorbeeld hiervan is dat aan patiënten wordt gevraagd om voor hunconsult digitaal informatie aan te leveren. Daarom is het belangrijk datmensen digitaal vaardig zijn. Voor naar schatting 2,5 tot 4 miljoen mensenis dit niet het geval. Daarom wordt er met het IZA in de periode 2023–2026ingezet op:1)Het samenbrengen van vraag en aanbod.Het versterken van de samenwerking tussen lokaal ondersteunings-aanbod voor digitale zorg en de vraag om ondersteuning vanuit zorgen welzijnsorganisaties. In januari 2024 is de kwartiermaker DigitaalToegankelijke Zorg en Welzijn gestart vanuit de Alliantie DigitaalSamenleven gestart.2)Vindbaarheid en doorverwijzing verbeteren.De Helpdesk Digitale Zorg is een landelijke hulplijn voor digitalezorgvragen waar patiënten van aangesloten zorgorganisaties terechtkunnen. Vanuit VWS is financiering verstrekt zodat meer mensengebruik kunnen maken van deze hulplijn, inzichtelijk maken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19157 knelpunten en het in kaart brengen van de omvang van de groepburgers die problemen ervaren bij het gebruik van digitale zorg.Daarnaast is de Digihulplijn beschikbaar waar mensen terecht kunnenmet vragen over digitale zaken zoals inloggen met DigiD.3)Bewustwording.Vanuit VWS wordt via Pharos ingezet op het vergroten van bewustwor-ding onder zorg- en welzijn professionals over uitdagingen vanmensen met een afstand tot digitalisering en het bieden van meerhandelingsperspectief aan deze professionals, bijvoorbeeld in hetcommuniceren in begrijpelijke taal.Vraag 404Wanneer is het onderzoek over de terugkeer van verzorgingshuizenafgerond? En wat zijn verwachte bedragen die horen bij de naderedoorrekeningen?Antwoord:Het onderzoek naar de terugkeer van de verzorgingshuizen zal dekomende maanden wordt gestart. In 2025 zal de Kamer over deuitkomsten worden geïnformeerd. De financiële effecten zijn onderdeelvan het onderzoek en daarom op dit moment nog niet bekend.Vraag 405Het programma «Nu niet zwanger» wordt momenteel gefinancierd viaprojectsubsidies, overweegt u hiervoor een AmvB zodat de effectieve hulpduurzaam aangeboden wordt aan alle burgers en daarmee recht gedaanwordt aan afspraak die in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)staat?Antwoord:Het kabinet ondersteunt met het programma «Nu Niet Zwanger»kwetsbare mensen, vrouwen en mannen, om hen in staat te stellen eenbewuste keuze te maken over hun kinderwens. Het aantal gemeenten dathet programma Nu Niet Zwanger uitvoert, is het afgelopen anderhalf jaargegroeid met ruim 20%, naar 285 gemeenten in totaal. Ook later in 2024zullen nog nieuwe gemeenten aansluiten. In het Gezond en Actief LevenAkkoord (GALA) is de afspraak opgenomen dat gemeenten ervoor zorgendat inwoners in de vruchtbare leeftijd (die in een kwetsbare situatieverkeren) voldoende regie (kunnen) nemen op hun kinderwens. Deafspraken die in het GALA zijn opgenomen, zijn bindend. Het programmaNu Niet Zwanger (inclusief de eventuele anticonceptie) kan bekostigdworden door de gemeente vanuit de structurele middelen voor KansrijkeStart als onderdeel van de SPUK-regeling, behorend bij het GALA, maarook uit andere middelen die gemeenten vanuit het Gemeentefonds enandere uitkeringen tot hun beschikking hebben. Het landelijk program-mateam van Nu Niet Zwanger bij GGD GHOR Nederland ontvangt nog t/m2027 subsidiemiddelen vanuit het Ministerie van VWS om gemeentenhierbij te ondersteunen.Vraag 406Per wanneer zal palliatieve zorg onderdeel worden van alle basisoplei-dingen (mbo, hbo en universitair)? Worden hiervoor ook extrazorg-gerelateerde opleidingsplekken gecreëerd? Zo ja, hoeveel?Antwoord:Allereerst wil de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorghet belang van palliatieve zorg als element in de zorgopleidingen en in bij-en nascholing benadrukken. Dit zal de beweging naar palliatieve zorg alseen vanzelfsprekend onderdeel van de reguliere zorg ondersteunen. Omdit te realiseren is ook urgentiebesef bij de sector nodig, omdat zij veelalde inhoud van de zorgopleidingen bepaalt.Door het project Optimaliseren Onderwijs Palliatieve Zorg (O_PZ) is deafgelopen jaren gewerkt aan implementatie en borging van palliatieveTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19158 zorg in zowel de basis- en vervolgopleidingen voor artsen (wo) als in deopleidingen van verpleegkundigen en verzorgenden (hbo en mbo).Hierdoor is al veel aan infrastructuur, kennis, materialen en (bij)scholingtot stand gekomen. Dat draagt bij aan de implementatie van palliatievezorg in het onderwijs.Of en wanneer palliatieve zorg onderdeel is van alle basis zorgopleidingenen of hiervoor extra zorg-gerelateerde opleidingsplekken wordengecreëerd, kan de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorguw Kamer niet toezeggen.Naar aanleiding van de motie Hermans (VVD) en Paulusma (D66) heeft deStaatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg samen met deMinister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de opdracht gekregen teverkennen of en hoe binnen bestaande zorgopleidingen en scholingpalliatieve en levenseindezorg een structurele plek kan krijgen.De verkenning is in december 2024 klaar en de Tweede Kamer wordthierover geïnformeerd in december 2024.Vraag 407Het kabinet heeft aangekondigd € 600 miljoen extra uit te trekken voor hetrealiseren van meer zorg- en verpleegplekken in de Wet langdurige zorg(Wlz). Kan worden toegelicht welke concrete plannen hiervoor zijnuitgewerkt?Antwoord:Het bedrag van € 600 mln. is gereserveerd vanaf het jaar 2027. In hetregeerprogramma is aangegeven dat de concrete invulling de komendemaanden wordt uitgewerkt in overleg met de sector. De Kamer zalhierover in 2025 worden geïnformeerd.Vraag 408Het kabinet heeft aangekondigd € 600 miljoen extra uit te trekken voor hetrealiseren van meer zorg- en verpleegplekken in de Wet langdurige zorg(Wlz), hoeveel plekken gaan er gerealiseerd worden en hoeveel extrapersoneel is er voor deze plekken nodig?Antwoord:Het bedrag van € 600 mln. is gereserveerd vanaf het jaar 2027. In hetregeerprogramma is aangegeven dat de concrete invulling de komendemaanden nader wordt uitgewerkt in overleg met de sector. De Kamer zalhierover in 2025 worden geïnformeerd.Vraag 409In hoeverre draagt het creëren van extra Wlz-plekken bij aan toekomstbe-stendige en betaalbare zorg voor ouderen?Antwoord:Er zijn verschillende groepen ouderen met een verschillende zorgvraag.Voor een toekomstbestendige zorg is het belangrijk dat aan dezezorgvraag invulling kan worden gegeven. Dit kan door zorg in eeninstelling zijn of daarbuiten. Steeds zal worden gezocht naar de meestdoeltreffende oplossing (doelmatig en effectief).Het kabinet zal onderzoeken of de terugkeer van de verzorgingshuizen kanbijdragen aan het doel om in de zorgbehoefte van ouderen te voorzien.Het financiële aspect is een van de elementen die in het onderzoek zalworden meegenomen.Vraag 410Wat wordt exact bedoeld met: Onafhankelijke indicatiestelling ongecon-tracteerde wijkverpleging? Hoe ziet dit er uit in de praktijk?Antwoord:De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg bedoelt metonafhankelijke indicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging, dat deindicatiestelling van wijkverpleegkundigen die werken bij ongecontrac-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19159 teerde aanbieders wordt gedaan door wijkverpleegkundigen die niet bij dezelfde organisatie werkzaam zijn. De Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg zal samen met de veldpartijen deze maatregelgaan uitwerken.Vraag 411Er komt een onafhankelijke indicatiestelling voor de wijkverpleging. Is diealleen bedoeld voor de ongecontracteerde zorg of ook voor de gecontrac-teerde zorg?Antwoord:De onafhankelijke indicatiestelling is alleen bedoeld voor de ongecontrac-teerde zorg.Vraag 412Bij dakloosheid wordt ingezet op het realiseren van huisvesting. Er zullenechter meer daklozen komen vanwege het stoppen van de bed, bad enbrood regeling. Hoe ziet de Minister dat enerzijds wordt ingezet ophuisvesting voor daklozen en anderzijds de bed, bad en broodregelingwordt opgegeven?Antwoord:Het kabinet zet met het Nationaal Actieplan Dakloosheid in op preventieen Wonen Eerst als belangrijkste oplossingen tegen dakloosheid. Dezeaanpak richt zich op mensen die rechtmatig in Nederland verblijven enaanspraak kunnen maken op sociale voorzieningen waarmee zij hun levenweer kunnen opbouwen. Voor deze doelgroep blijkt dat maatschappelijkeopvang slechts een noodoplossing is en duurzaam herstel vaak pas begintals iemand huisvesting met indien nodig passende ondersteuning heeft.Daarom is huisvesting voor deze doelgroep een van de prioriteiten.Dakloze mensen die gebruikmaken van de Landelijke Vreemdelingenvoor-ziening hebben beperkt perspectief in Nederland en kunnen vaak geenaanspraak maken op reguliere voorzieningen. Het kabinet zet in opterugkeer, desnoods gedwongen, van mensen zonder geldige verblijfs-titel. Daarnaast zal dit kabinet ook werken aan het strafbaar stellen van hetniet meewerken aan terugkeer. Verder kunnen gemeenten een beroepdoen op de Dienst Terugkeer en Vertrek om te ondersteunen bij terugkeer.Vraag 413Het wetsvoorstel afschaffing ongecontracteerde zorg is ingetrokken en inde begroting staat dat «door de invoering van onafhankelijke indicatie-stelling zorgen we voor helderheid over gehanteerde tarieven». Kan deMinister dit toelichten? Dit gaat toch om de hoeveelheid zorg en niet overhet bedrag dat die hoeveelheid zorg vervolgens kost?Antwoord:In de kamerbrief van 16 september jl.74 is aangegeven dat hetwetsvoorstel tot Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met hetbevorderen van zorgcontractering75 zal worden ingetrokken. Wellicht tenovervloede zij opgemerkt deze intrekking nog geformaliseerd moetworden. Dat zal op korte termijn gebeuren.Ten aanzien van de tekst in de beleidsagenda over de maatregel onafhan-kelijke indicatiestelling klopt het dat er geen relatie is tussen indicatie-stelling en tarieven. De invoering van onafhankelijke indicatiestelling in deongecontracteerde wijkverpleging moet leiden tot meer doelmatige zorgdoordat het juiste aantal uren wordt geïndiceerd. Dit leidt niet tot meerhelderheid over gehanteerde tarieven. Er is geen relatie tussen deindicatiestelling en de hoogte van tarieven.Vraag 41474Kamerstukken II, 2023–2024, 36 471, nr. 9775Kamerstukken 36 561Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19160 Kunt u in een overzicht uiteenzetten waar de € 55 miljoen voor hetNationaal Actieplan Dakloosheid de afgelopen jaren (2023 en 2024)concreet aan is uitgegeven door gemeenten? Waar zal het in 2025concreet aan worden uitgegeven?Antwoord:De € 55 miljoen euro voor de aanpak dakloosheid wordt via eendecentralisatie-uitkering (onderdeel Gemeentefonds) verstrekt aan 43centrumgemeenten. Gemeenten leveren via het Iv3-systeem (informatievoor derden) informatie aan over hun begroting en hun daadwerkelijkgerealiseerde uitgaven. Dit Iv3-systeem kent een sterk geaggregeerdniveau en overlap met andere gemeentelijke taken, waardoor hetgevraagde inzicht voor alleen de aanpak dakloosheid niet kan wordengegeven. In algemene zin geldt dat de VNG, namens gemeenten, zichmiddels bestuurlijke afspraken gecommitteerd heeft om – in lijn met hetNationaal Actieplan Dakloosheid – te werken aan het borgen vanbestaanszekerheid, preventie, het verbeteren van de uitvoeringspraktijk enWonen Eerst op basis van een regionaal plan van aanpak dakloosheid.76Vraag 415Hoe moeten gemeenten deze opgave om sociale netwerken in de buurt teversterken invullen, gezien de beperkte financiële ruimte in verband methet dreigende ravijnjaar?Antwoord:Het kabinet is zich bewust van de zorgen van gemeenten en provinciesover de balans tussen ambitie, taken, middelen en uitvoeringskracht. In2026 is ten opzichte van 2025 weliswaar een terugval te zien in de omvangvan het gemeentefonds, maar hierbij dient te worden aangemerkt dat deinkomsten uit het gemeentefonds in de jaren 2022–2025 historisch hoogwaren. In de Voorjaarsnota 2024 zijn voorts maatregelen genomen omdeze korting te dempen, zoals het schrappen van de opschalingskortingen het ter beschikking stellen van extra middelen voor de Wmo 2015. Datlaat onverlet dat de balans tussen ambitie, taken, middelen, en uitvoe-ringskracht voor dit kabinet het uitgangspunt is. Dit kabinet heeft als doelom gedurende de regeerperiode afstemming te hebben en te houden overdeze balans en gezamenlijk met gemeenten en provincies te sturen op eenaantal bepalende gezamenlijke maatschappelijke opgaven.Onderdeel van die gezamenlijke maatschappelijke opgaven is ook hetversterken van sociale netwerken in de buurt of wijk, want socialenetwerken zijn onmisbaar voor mensen en ze kunnen de formele zorg enondersteuning ontlasten.Vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord hebben gemeenten deopdracht de sociale basis te versterken en in 2024 een beleidsvisie op desociale basis te ontwikkelen met aandacht voor een gebiedsgerichteuitvoering. In die visie moeten thema’s als sociale samenhang, samenle-vingsopbouw, het tegengaan van eenzaamheid, ondersteuning vanvrijwilligerswerk en inzet van professionals in het sociaal domein een plekkrijgen. Vanuit de brede SPUK77 worden er middelen beschikbaar gesteldaan gemeenten voor dit doeleinde.Vraag 416Hoe worden de sociale netwerken in de buurt versterkt? Hoe wordt dekennis van sociaal werk hierbij benut?Antwoord:Het is belangrijk in te blijven zetten op het versterken van socialenetwerken in buurten. Dat moet lokaal gebeuren. Ook vanuit het Gezonden Actief Leven Akkoord hebben gemeenten de opdracht de sociale basiste versterken en in 2024 een beleidsvisie op de sociale basis te ontwik-76Bestuurlijke afspraken bij Nationaal Actieplan Dakloosheid | Publicatie | Rijksoverheid.nl77Gezond en Actief Leven Akkoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19161 kelen met aandacht voor een gebiedsgerichte uitvoering. Daarbij gaat hetonder meer over sociale samenhang of samenlevingsopbouw, hettegengaan van eenzaamheid en ondersteuning van vrijwilligerswerk enprofessionals in het sociaal domein. Het is belangrijk dat gemeenten alvroeg in dat beleidsproces in gesprek gaan met inwoners, sociaalprofessionals en sociaal werkorganisaties.Verder wordt vanuit de Werkplaatsen Sociaal Domein de ontwikkeling vanhet versterken van de sociale basis ondersteund. Dit zijn 15 samenwer-kingsverbanden van Hogescholen, zorg- en welzijnsorganisaties,gemeenten en cliëntenorganisaties die samen uitvoering geven aan eenwerkprogramma en kennisagenda. Voor de uitvoering van het werkpro-gramma leveren hogescholen, praktijkpartners en het Ministerie van VWSde middelen. De uitkomsten werken door in de praktijken van debetrokken aanbieders en in beleid van gemeenten.Vraag 417inzichtelijk gemaakt worden hoeveel gezinnen met meerdere complexeproblemen geen vast aanspreekpunt hebben, vanuit Jeugdzorg of anderezorgverlener, die helpt om problemen op te lossen?Antwoord:We hebben hierover geen cijfers beschikbaar. Het is wel belangrijk datinwoners met domein overstijgende problemen een dergelijk vastaanspreekpunt hebben. Dit kan georganiseerd worden binnen een lokaalteam. In de Hervormingsagenda Jeugd zijn afspraken gemaakt over deinrichting van deze stevige lokale teams (0–100; Jeugd en Wmo) die metgoed opgeleide professionals, generalistisch, interdisciplinair enoutreachend werken. Ook is het de bedoeling dat deze teams zelf hulpleveren, regie voeren richting andere domeinen en een vastaanspreekpunt zijn voor het gezin.De diversiteit tussen de lokale teams is op dit moment echter nog groot.In maart jl. hebben VNG en gemeenten een richtinggevend kader«toegang, lokale teams en integrale dienstverlening» vastgesteld. Ditkader legt een basisniveau voor dienstverlening van lokale teams vastwaarop inwoners in kwetsbare en complexe situaties mogen rekenen.Naast dit richtinggevend kader biedt de VNG ondersteuning aangemeenten die hun lokale teams willen verstevigen. Het streven is eind ditjaar nog een convenant af te sluiten waarin de belangrijkste partijen dieeen rol spelen bij de beweging richting stevige lokale teams, vastleggenwat ze van elkaar mogen verwachten.Vraag 418Hoeveel gezinnen hebben op dit moment hulp nodig in de zorg voorkinderen en jongeren?Antwoord:Er zijn geen landelijke cijfers beschikbaar over het aantal huishoudens metjeugdzorg. Wel is bekend hoeveel jongeren er zijn met jeugdzorg. Devoorlopige cijfers van het CBS laten zien dat er in 2023 478.660 jeugdigenwaren met jeugdzorg.Vraag 419Hoeveel kopgezinnen zijn er? Binnen hoeveel van deze gezinnen wordt hetprogramma «Nu niet zwanger» ingezet?Antwoord:KOPP/KOV staat voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen(KOPP) en Kinderen van ouders met een verslaving (KOV). Het kan gaanom één of beide ouders in een gezin. Uit de NEMESIS-3 studie (delandelijke longitudinaal studie naar psychische gezondheid van volwassenNederlanders) die in 2023 is uitgevoerd door Trimbos blijkt dat er naarschatting:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19162 –506.000 ouders met een psychische aandoening en/of verslaving metthuiswonende kinderen in de leeftijd tot en met 12 jaar zijn; en–671.000 ouders met een psychische aandoening en/of verslaving metthuiswonende kinderen in de leeftijd tot en met 17 jaar78, 79.Het programma Nu Niet Zwanger bespreekt kinderwens en richt zich opmensen in kwetsbare omstandigheden. Het aantal gemeenten dat hetprogramma Nu Niet Zwanger uitvoert, is het afgelopen anderhalf jaargegroeid met ruim 20%, naar 285 gemeenten in totaal. Ook later in 2024zullen nog nieuwe gemeenten aansluiten. Er zijn geen landelijke gegevensbeschikbaar over het aantal KOPP/KOV-gezinnen waarbij Nu Niet Zwangeris ingezet omdat dit niet wordt geregistreerd.Vraag 420Hoeveel onafhankelijke indicaties moeten er jaarlijks worden afgegevenvoor niet-gecontracteerde zorg? Zijn er voldoende wijkverpleegkundigenom deze indicaties te verzorgen?Antwoord:De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg werkt samenmet veldpartijen de maatregel uit. Hierbij wordt de praktische uitvoer-baarheid meegenomen, waaronder de hoeveelheid onafhankelijkeindicatiestellingen en of er voldoende wijkverpleegkundigen zijn om dezeindicaties te verzorgen.Vraag 421In hoeverre vergroot de onafhankelijke indicatiestelling in de wijkver-pleging de werkdruk van gecontracteerde aanbieders alsmede deadministratieve lasten?Antwoord:De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg werkt samenmet veldpartijen de maatregel uit. De werkdruk en de administratievelasten worden daarin meegenomen.Vraag 422Is de Minister van plan om de onafhankelijke indicatiestelling ook toe tepassen op niet-gecontracteerde ggz?Antwoord:De invoering van de onafhankelijke indicatiestelling richt zich op deongecontracteerde wijkverpleging. Er is geen voornemen om onafhanke-lijke indicatiestelling ook toe te passen op de niet-gecontracteerde ggz.Vraag 423In de begroting VWS wordt vermeld dat de huidige opbrengsten van hetHoofdlijnenakkoord (HLA) voor de curatieve zorg vanaf 2028 oplopen meteen extra € 590 miljoen euro per jaar. Betreft deze extra ombuiginguitsluitend de curatieve zorg (Zvw)? Op welke maatregelen zijn deze extraopbrengsten gebaseerd?Antwoord:Bij de opbrengst van deze maatregel is uitgegaan van de voortzetting vanhet IZA-akkoord dat is afgesloten voor de jaren 2023 t/m 2026. In datakkoord zijn voor 2026 groeipercentages afgesproken voor de vijf sectorendie onder het akkoord vallen (Medisch Specialistische Zorg, Huisart-senzorg, Multidisciplinaire zorg, Geestelijke Gezondheidszorg enWijkverpleging). De opbrengst van deze maatregel is bepaald als hetverschil tussen de geraamde uitgaven bij beleidsarme volumegroei opbasis van de raming van het CPB (CEP 2024) en de geraamde uitgaven bij78Het gaat hierbij om stemmingsstoornissen, angststoornissen, ADHD of een alcohol- ofdrugsstoornis en over een gediagnosticeerde psychische aandoening.79van Dorsselaer, S., Ramaker, V., ten Have, M., de Gee, A. KOPP/KOV: Feiten en cijfers.Landelijke omvang KOPP/KOV-groep. Trimbos-instituut, UtrechtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19163 het voortzetten van de groeipercentages uit 2026. Hierbij is rekeninggehouden met de oploop van door vorige kabinetten ingeboektemaatregelen. Daarmee doet de berekende opbrengst van de maatregelzich in het geheel voor bij de genoemde Zvw-sectoren. De wijze waaropde besparing wordt bereikt is onderdeel van de afspraken bij verlengingvan de bestuurlijke afspraken.Vraag 424Is de begroting WLZ-kader op de NZa prognose gebaseerd of op de ZNprognose? Wat is hierbij de grootte van herverdelingsmiddelen voor2025?Antwoord:De Staatssecretaris LMZ stelt jaarlijks het Wlz-kader vast. De beoordelingvan de toereikendheid van het Wlz-kader voor het lopende jaar gebeurt opbasis van de prognoses van de NZa uit de februaribrief en julibrief. DeNZa consulteert bij het opstellen van haar brieven de zorgkantoren enweegt daarbij dus de meest recente ZN-prognose mee in haar analyse. Viade definitieve kaderbrief Wlz 2025 heeft de Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg de groeiruimte voor 2025 bekend gemaakt. Dezebedraagt € 1.197 miljoen, waarvan een bedrag van € 360 miljoen isgereserveerd als herverdeelmiddelen.Vraag 425Per wanneer wordt er € 600 miljoen ingezet voor meer verpleeghuis-plekken? Is dit een structurele of eenmalige investering? Wordt bij dezeextra investering weer vanuit de ZN-prognose uitgegaan? Zo ja, wat is deredenering hierachter?Antwoord:Het bedrag van € 600 mln. is gereserveerd vanaf het jaar 2027 en heefteen structureel karakter.In het regeerprogramma is aangegeven dat in 2025 wordt bezien hoe deinvestering van 600 miljoen voor betere ouderenzorg voor bijvoorbeeldzorg-/verpleegplekken wordt ingezet. Daarbij zal ook de terugkeer van deverzorgingshuizen (een gezamenlijk huis met toezicht in de nacht) wordenonderzocht. De nadere invulling is nu nog niet bekend. Er is daarbij geendirecte relatie met de activiteiten van ZN met betrekking tot het aantalverpleeghuisplaatsen.Vraag 426Hoe wordt met de aangekondigde samenhangende, effectieve preventie-strategie – ondanks de voorgenomen bezuinigingen op preventie – eenGezonde Generatie in 2040 behaald?Antwoord:Het kabinet houdt vast aan de ambitie van een gezonde generatie in 2040zoals dat onder meer breed is omarmd in het Nationaal Preventieakkoord.Er wordt door het kabinet een samenhangende preventiestrategieuitgewerkt. In deze strategie wordt ingegaan op de doelstellingen van hetpreventiebeleid en de inzet om deze te bereiken. Hierbij zal rekeningworden gehouden met de uitwerking van de subsidietaakstelling.Vraag 427Hoeveel jeugdigen verblijven momenteel in de gesloten jeugdzorg?Antwoord:Er verblijven 467 jeugdigen in de gesloten jeugdhulp.80 Dit is het meestrecente cijfer waarover we beschikken.Vraag 428Hoeveel gesloten jeugdzorgplekken zijn er momenteel in Nederland?80Monitor JeugdzorgPlus, peildatum 31 maart 2024 | Rapport | JeugdautoriteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19164 Antwoord:Er zijn momenteel 575 plaatsen gesloten jeugdhulp in Nederland.81Vraag 429Hoeveel jeugdigen staan er op een wachtlijst voor de gesloten jeugdzorg?Antwoord:Het is niet bekend of en hoeveel jeugdigen op een wachtlijst staan voor degesloten jeugdhulp. Plaatsing in de gesloten jeugdhulp vindt plaats opbasis van een machtiging gesloten jeugdhulp. Die geeft een rechter afomdat opneming en verblijf noodzakelijk is om te voorkomen dat jeugdigezich onttrekt of onttrokken wordt aan de jeugdhulp die noodzakelijk is inverband met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.Vraag 430Wat is het alternatief voor jongeren die in aanmerking komen voorgesloten jeugdzorg wanneer de gesloten jeugdzorg vanaf 2030 isverdwenen?Antwoord:Het alternatief voor gesloten jeugdhulp moet jeugdigen die dat nodighebben de bescherming en veiligheid bieden die nodig is voor hunbehandeling. Bij voorkeur is dat regionaal en kleinschalig georganiseerden met zo min mogelijk gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen.Alternatieven zijn: kleinschalig gesloten, open residentieel, ambulant,intensieve dagbehandeling of pleegzorg plekken.Vraag 431Wordt er eerst overgegaan op een gedragen alternatief (d.m.v. pilots)alvorens de gesloten jeugdzorg definitief verdwijnt?Antwoord:Het alternatief voor de gesloten jeugdhulp moet passend zijn voorjongeren die nu gesloten worden geplaatst en die veiligheid enbescherming nodig hebben. Dat vraagt een zorgvuldige opbouw vanalternatieven. Gemeenten en aanbieders kunnen daarvoor gebruik makenvan de Regionale Expertise Teams (RET’s) en de Bovenregionale Experti-senetwerken (Bens). Ook komen ter ondersteuning landelijke zorginhou-delijke kaders om te voorkomen dat iedere organisatie dit zelf moetontwikkelen. In het Consortium Kleinschaligheid in de jeugdhulp werkeninstellingen, onderzoekers en ervaringsdeskundigen samen om debeweging richting kleinschalige alternatieven voor de gesloten jeugdhulpzo goed mogelijk vorm te geven.Vraag 432Betekent de afstemming van zorgwetten op elkaar, dat ook wordt ingezetop eenvoudigere en toegankelijkere regels?Antwoord:Daar waar het eenvoudiger en toegankelijker kan zal de Minister van VWShier zeker op inzetten.Vraag 433Wat is het verschil tussen de samenhangende effectieve preventiestra-tegie waar ook mentale gezondheid onder valt en de werkagenda mentalegezondheid en ggz?Antwoord:De ambitie van een samenhangende effectieve preventiestrategie is eengezonde generatie in 2040. Vanzelfsprekend wordt onder het doel van eengezonde generatie ook verstaan een goede mentale gezondheid.81Monitor JeugdzorgPlus, peildatum 31 maart 2024 | Rapport | JeugdautoriteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19165 De werkagenda mentale gezondheid en ggz die in 2025 gepresenteerdwordt is een samenhangende aanpak, van preventie tot zorg specifiek ophet gebied van mentale gezondheid en ggz.Beide trajecten zijn nog in ontwikkeling en worden nader uitgewerkt.Vraag 434Er komt een actieplan met een focus op jongeren om onder andere hetvapen terug te dringen, welke middelen worden hiervoor uitgetrokken?Antwoord:Het actieplan is nog in ontwikkeling. Een campagne zal in ieder gevalonderdeel zijn van het plan. Hiervoor is in 2025 ruim € 1,5 miljoenbeschikbaar.Vraag 435Waar staan de extra middelen gereserveerd om de aangekondigdesamenhangende preventiestrategie te ontwikkelen en tot uitvoering tebrengen?Antwoord:Er zijn geen extra middelen gereserveerd. De samenhangende preventie-strategie zal binnen de budgettaire kaders worden uitgewerkt.Vraag 436Kunt u verder ingaan op de ontwikkeling van een investeringsmodel voorpreventie, hoe zou zo’n model eruit moeten zien?Antwoord:In het Regeerprogramma 2025–2028 en in de beleidsagenda VWS 2025 isopgenomen dat het kabinet gaat werken aan een investeringsmodel voorpreventie. In dit te ontwikkelen investeringsmodel voor preventie wordende kostenbesparingen die over de tijd worden gerealiseerd binnen hetbetreffende beleidsterrein gebruikt voor de financiering van preventievemaatregelen. Binnen dit model worden de risico’s tussen betrokkenpartijen duidelijk in kaart gebracht en effectief gespreid, zodat financiëleen maatschappelijke voordelen evenwichtig kunnen worden benut. Op ditmoment vragen investeringen in preventie elke keer aparte besluit-vorming, omdat er geen automatische financiering van gezondheidsmaat-regelen bestaat, ook niet als het kosteneffectief is of kosten bespaart in dezorg.Het inzicht dat dit model ons geeft helpt om gezondheid mee te wegen bijde besluitvorming over de inzet en wijze van financiering en bekostigingvan de betreffende maatregelen/aanpak. Het model is belangrijk voorinzicht in effect van maatregelen in én buiten het zorgdomein en daarmeeook voor medische preventie. Het geldt voor maatregelen die gezond-heidswinst tot doel hebben en voor maatregelen die mogelijk ook eenfinanciële opbrengst hebben. Na de ontwikkeling van het model vindtbesluitvorming plaats over de eventuele toepassing van dit model. DeMinister van VWS en de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport sturenu voorafgaand aan de begrotingsbehandeling een brief met meerinformatie over de ontwikkeling van dit investeringsmodel.In de Kamerbrief van 25 april 202482 is toegelicht welke mogelijkheden erzijn voor het realiseren van financiële dekking voor vaccinaties enbevolkingsonderzoeken met een positief Gezondheidsraadadvies.Budgettaire inpasbaarheid is niet vanzelfsprekend. Het kabinet heeft nogniet besloten over de alternatieven die daarvoor worden beschreven in degenoemde Kamerbrief.Vraag 43782Kamerstukken II 2023/24, 32 793, nr. 748Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19166 Betekent de afstemming van zorgwetten op elkaar, dat ook wordt ingezetop eenvoudigere en toegankelijkere regels?Antwoord:Daar waar het eenvoudiger en toegankelijker kan zal de Minister van VWShier zeker op inzetten.Vraag 438In de begroting staat dat er afspraken met gemeenten worden gemaaktover de inzet van bewezen effectieve maatregelen, zoals valpreventie,kansrijke start en het bevorderen van seksuele gezondheid. Toch wordenprojectsubsidies kansrijke start vanaf 2026 gestopt, hoe wordt gereali-seerd dat deze drie projecten doorgaan?Antwoord:Voor Kansrijke Start zijn structurele middelen beschikbaar. Het gaat intotaal om een bedrag van € 23 miljoen. Er gaat een oplopende reeks naargemeenten om ervoor te zorgen dat in alle gemeenten van Nederlandwordt ingezet op een Kansrijke Start. In 2025 is hiervoor € 16 miljoenbeschikbaar en is 2026 € 20 miljoen. Deze middelen worden via de bredeSPUK behorende bij het GALA beschikbaar gesteld aan gemeenten.De resterende middelen worden in een aflopende reeks ingezet voorprogramma-uitvoering van het landelijke actieprogramma Kansrijke Start.In 2025 gaat het om ongeveer € 6 miljoen. Hiervan wordt onder andereondersteuning van gemeenten door Pharos gefinancierd, de landelijkeuitrol van Nu Niet Zwanger, monitoring en evaluatie, de inrichting van eenleerinfrastructuur. Het landelijk actieprogramma loopt tot eind 2025. In hetregeerprogramma is opgenomen dat er afspraken worden gemaakt metgemeenten over de inzet van bewezen effectieve maatregelen, zoalsKansrijke Start. De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport gaathierover in gesprek met gemeenten. Daarnaast beziet de Staatssecretarisin overleg met betrokken partijen wat er na 2025 nodig is aan landelijkeondersteuning. De Staatssecretaris zal uw Kamer te zijner tijd hieroverinformeren.In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt ook voor de specifiekeuitkering Brede-SPUK regeling. De korting van 10% op de middelen voorKansrijke Start die deel uitmaken van de Brede Spuk-regeling is voor 2027e.v. verwerkt in de beleidsbudgetten.Vraag 439Hoeveel budget komt er beschikbaar voor alternatieven voor de geslotenjeugdzorg?Antwoord:Met de Hervormingsagenda zijn voor de meerkosten van kleinschaligevoorzieningen reeds aanvullende structurele middelen (€ 74 miljoen)beschikbaar gesteld. In het kader van het voorkomen en verkorten vanresidentieel verblijf, en meer specifiek gesloten jeugdhulp, is daarnaasteen besparing opgenomen in de Hervormingsagenda, ervanuit gaandedat alternatieve, meer passende zorg voor deze doelgroep tot eenbesparing leidt.Rijk, Jeugdzorg Nederland en de VNG hebben afgesproken de structurelefinanciële effecten die gepaard gaan met de transformatie, zoals die nuvoor de gesloten jeugdhulp is beoogd, in beeld te brengen. Het onderzoekhiernaar wordt naar verwachting in Q1 2025 opgeleverd, waarna dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19167 wordt betrokken bij het bestuurlijk overleg tussen VNG, JeugdzorgNederland en Rijk.Voor de opbouw van alternatieven kunnen gemeenten de aanstaanderegeling frictiekosten transformatie gesloten jeugdhulp (€ 180 miljoen)ook inzetten.Vraag 440Betekent het beter afstemmen van zorgwetten op elkaar, dat ook wordtingezet op eenvoudigere en toegankelijkere regels?Antwoord:Daar waar het eenvoudiger en toegankelijker kan zal de Minister van VWShier zeker op inzetten.Vraag 441Het kabinet ziet het belang van de Kansrijke Start, in dit programma is erspeciale aandacht voor het bevorderen en behouden van de fysieke enmentale gezondheid vanaf het prille begin, de eerste 1.000 dagen, waarbijspeciale aandacht uitgaat naar mensen in kwetsbare situaties. Hiervoor is€ 4,4 miljoen beschikbaar in 2025 en maar € 2 miljoen beschikbaar voorde vervolgaanpak, en de financiering na 2025 lijkt op te houden. Waaromworden de middelen in 2025 gehalveerd?Antwoord:Voor Kansrijke Start zijn structurele middelen beschikbaar. Het gaat intotaal om een bedrag van € 23 miljoen. Er gaat een oplopende reeks naargemeenten om ervoor te zorgen dat in alle gemeenten van Nederlandwordt ingezet op een Kansrijke Start. In 2025 is hiervoor € 16 miljoenbeschikbaar en in 2.026 jaar € 20 miljoen. Deze middelen worden via debrede SPUK behorende bij het GALA beschikbaar gesteld aan gemeenten.De resterende middelen worden in een aflopende reeks ingezet voorprogramma-uitvoering van het landelijke actieprogramma Kansrijke Start.In 2025 gaat het om ongeveer € 6 miljoen. Hiervan wordt onder andereondersteuning van gemeenten door Pharos gefinancierd, de landelijkeuitrol van Nu Niet Zwanger, monitoring en evaluatie, de inrichting van eenleerinfrastructuur. Het landelijk actieprogramma loopt tot eind 2025. In hetregeerprogramma is opgenomen dat er afspraken worden gemaakt metgemeenten over de inzet van bewezen effectieve maatregelen, zoalsKansrijke Start. De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport gaathierover in gesprek met gemeenten. Daarnaast beziet de Staatssecretarisin overleg met betrokken partijen wat er na 2025 nodig is aan landelijkeondersteuning. De Staatssecretaris zal uw Kamer te zijner tijd hieroverinformeren.In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt ook voor de specifiekeuitkering Brede-SPUK regeling. De korting van 10% op de middelen voorKansrijke Start die deel uitmaken van de Brede-SPUK regeling is voor2027 e.v. verwerkt in de beleidsbudgetten.Vraag 442Hoeveel budget is er beschikbaar voor de handhaving van leefstijlgerelateerde wetgeving (alcohol, roken, voeding)? Kunt u tevensaangeven hoe hoog deze budgetten afgelopen 4 jaar waren en dekomende 4 jaar zijn?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19168 Voor de jaarplannen 2021, 2022, 2023 en 2024 was respectievelijk 49, 51,57 en 68 mln. euro beschikbaar voor toezicht op leefstijl gerelateerdeonderwerpen. Deze middelen maken onderdeel uit van de totale opdrachtvan VWS aan de NVWA. Voor de komende jaren is nog niet duidelijk welkdeel van deze middelen voor deze leefstijl onderwerpen beschikbaar zijn.Dit is o.a. afhankelijk van de koers die op deze onderwerpen zal wordengekozen.Vraag 443Dit kabinet komt met een samenhangende effectieve preventiestrategie.Wat betekent dit voor het Nationaal Preventie Akkoord dat verschillendepartijen in 2018 met elkaar afsloten? Wat is de planning van de totstand-koming van deze strategie, met welke partijen wordt hierover gesprokenen welke middelen zijn hiervoor gereserveerd?Antwoord:Het kabinet houdt vast aan de ambitie van een gezonde generatie in 2040zoals dat onder meer breed is omarmd in het Nationaal Preventieakkoord.Er wordt door het kabinet een samenhangende preventiestrategieuitgewerkt. In deze strategie wordt ingegaan op de doelstellingen van hetpreventiebeleid en de inzet om deze te bereiken. Bij de uitwerking zalvanzelfsprekend ook gesproken worden met de partijen die het NationaalPreventie Akkoord hebben ondertekend en zich aan de ambities van eengezonde generatie hebben gecommitteerd. Over de samenhangende,effectieve preventiestrategie en de beschikbare middelen zal de Staatsse-cretaris Jeugd, Preventie en Sport uw Kamer in het eerste kwartaal van2025 informeren.Vraag 444In de begroting staat «Mensen raken verdwaald tussen zorgloketten dienaar elkaar wijzen voor vergoeding. Het kabinet zorgt ervoor datzorgwetten beter op elkaar worden afgestemd en daar waar doorreke-ningen aantonen dat het goedkoper en efficiënter kan, worden voorberei-dingen getroffen om ze ook samen te voegen.» Betekent de afstemmingvan zorgwetten op elkaar, dat ook wordt ingezet op eenvoudigere entoegankelijkere regels? Op welke wijze wordt het veld hierbij betrokken,zowel binnen als buiten de zorg?Antwoord:Daar waar doorrekeningen aantonen dat het eenvoudiger en toeganke-lijker kan, zal de Minister hier zeker op inzetten. Het ligt voor de hand daarde Regiegroep Aanpak Regeldruk bij te betrekken, hierin zijn alle IZApartijen vertegenwoordigd.Vraag 445Hoeveel kinderen en jongeren maken op dit moment gebruik vanspecialistische jeugdzorg? Hoeveel hiervan is ongecontracteerd?Antwoord:De voorlopige cijfers van het CBS laten zien dat er in 2023 478.660jongeren waren met jeugdzorg. Er zijn geen landelijke cijfers overongecontracteerde zorg. Dit houden gemeenten zelf bij.Vraag 446Wat is uw definitie van specialistische jeugdhulp?Antwoord:In het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg wordt«specialistische jeugdhulp» gedefinieerd door:–de schaarste van de vraag;–de complexiteit van de problematiek in combinatie met de daarvoorbenodigde multidisciplinaire specialistische expertise;–de schaarste van het aanbod; ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19169 –het volume dat een jeugdhulpaanbieder nodig heeft om verantwoordejeugdhulp te kunnen leveren of een gezonde bedrijfsvoering te kunnenvoeren.Deze criteria bepalen wanneer regionale samenwerking vereist is. In hetwetsvoorstel wordt geregeld dat gemeenten, naast jeugdbescherming enjeugdreclassering, ook bij amvb aan te wijzen vormen van specialistischejeugdhulp regionaal inkopen. In het besluit Verbetering beschikbaarheidjeugdzorg wordt verder uitgewerkt welke vormen van jeugdzorg hetconcreet betreft.Vraag 447Hoeveel kinderen en jongeren zitten er op dit moment nog in de geslotenjeugdzorg?Antwoord:Er verblijven 467 jeugdigen in de gesloten jeugdhulp.83 Dit is het meestrecente cijfer waarover we beschikken.Vraag 448Hoeveel jongeren vapen?Antwoord:Uit het laatste Peilstationsonderzoek blijkt dat in 2023 een kwart (24,6%)van de scholieren van 12 t/m 16 jaar ooit een vape heeft gebruikt. Vandeze scholieren heeft 14,3% in de laatste maand een vape gebruikt en4,0% deed dat dagelijks.Vraag 449Wat is de stand van zaken van het investeringmodel voor preventie?Hoeveel bewezen effectieve preventiemaatregelen zijn er al?Antwoord:In het Regeerprogramma 2025–2028 en in de beleidsagenda VWS 2025 isopgenomen dat het kabinet gaat werken aan een investeringsmodel voorpreventie. In dit te ontwikkelen investeringsmodel voor preventie wordende kostenbesparingen die over de tijd worden gerealiseerd binnen hetbetreffende beleidsterrein gebruikt voor de financiering van preventievemaatregelen. Binnen dit model worden de risico’s tussen betrokkenpartijen duidelijk in kaart gebracht en effectief gespreid, zodat financiëleen maatschappelijke voordelen evenwichtig kunnen worden benut. Op ditmoment vragen investeringen in preventie elke keer aparte besluit-vorming, omdat er geen automatische financiering van gezondheidsmaat-regelen bestaat, ook niet als het kosteneffectief is of kosten bespaart in dezorg. Het inzicht dat dit model ons geeft helpt om gezondheid mee tewegen bij de besluitvorming over de inzet en wijze van financiering enbekostiging van de betreffende maatregelen/aanpak.Het model is belangrijk voor inzicht in effect van maatregelen in én buitenhet zorgdomein en daarmee ook voor medische preventie. Het geldt voormaatregelen die gezondheidswinst tot doel hebben en voor maatregelendie mogelijk ook een financiële opbrengst hebben. Na de ontwikkeling vanhet model vindt besluitvorming plaats over de eventuele toepassing vandit model. De Minister van VWS en de Staatssecretaris Jeugd, Preventieen Sport sturen u voorafgaand aan de begrotingsbehandeling een briefmet meer informatie over de ontwikkeling van dit investeringsmodel.Vraag 450Waarom is er geen budget begroot voor de samenhangende en effectievepreventiestrategie? Hoe wordt hier beleidsmatig en budgettair vorm aangegeven?Antwoord:83Monitor JeugdzorgPlus, peildatum 31 maart 2024 | Rapport | JeugdautoriteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19170 De samenhangende en effectieve preventiestrategie wordt uitgewerktbinnen bestaande budgettaire kaders. Uw kamer wordt voor de begro-tingsbehandeling geïnformeerd over het beschikbare budget voorpreventie op de VWS begroting. Over de hoofdlijnen van de inzet van demiddelen voor de samenhangende, effectieve preventiestrategie zal deStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport uw Kamer in het eerstekwartaal van 2025 informeren.Vraag 451Wat is uw visie op de proportionaliteit als het gaat om marketing vanongezonde producten gericht op kinderen en jongeren?Antwoord:In het regeerprogramma is aangegeven dat we de marketing vanongezonde producten gericht op kinderen en jongeren tegen willen gaan,rekening houdend met de proportionaliteit van (met name) de wettelijkemaatregelen voor de betrokken partijen, waaronder de regeldruk voorondernemers. Het kabinet toetst bij het maken van nieuwe regelgeving opproportionaliteit, zo ook bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstelten aanzien van marketing van ongezonde voeding gericht op kinderen.Vraag 452Hoe wordt de gezondheidswinst bij het aanbieden van het pneumokok-kenvaccin berekend?Antwoord:Bij het berekenen van de gezondheidswinst van een vaccinatie, zoalspneumokokken, wordt – afhankelijk van de beschikbare data – onder meergekeken naar de ziektelast, de effectiviteit en beschermingsduur van hetbeschikbare vaccin/de beschikbare vaccins en de mogelijke vaccinatiestra-tegieën. Voor een beschrijving van de gezondheidswinst aangaande hetpneumokokkenvaccin verwijs ik naar het advies van de Gezondheidsraadvan 20 juni 2023 (Bijlage bij Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 695).Vraag 453Wat is de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van degordelroosvaccinatie, aangezien het vorige kabinet dit aan het nieuwekabinet heeft overgelaten?Antwoord:Er is op dit moment binnen artikel 1 van de begroting van VWS, waar dezeuitgaven onder vallen, geen ruimte voor deze uitgaven.Vraag 454Wanneer zou uitvoeringstechnisch op zijn vroegst gestart kunnen wordenmet implementatie van de gordelroosvaccinatie, nadat hiervoor budgetbeschikbaar komt?Antwoord:Zodra financiële middelen beschikbaar zijn dienen verschillende zakengeregeld te worden voordat vaccinaties daadwerkelijk kunnen wordentoegediend. De belangrijkste zaken hierbij zijn de aanschaf van vaccins(door middel van een aanbesteding) en het opstellen en uitvoeren van eenimplementatieplan. Bij dit laatste hoort ook het vinden van een geschikteuitvoerder. Het is belangrijk dat dit zorgvuldig gebeurt en daar is tijd voornodig. Indien middelen beschikbaar komen bij de begrotingsbehandelingis starten met vaccineren vóór 2027 niet realistisch.Vraag 455Hoe snel kan een vaccinatie uitgerold worden na het besluit totaanbieding?Antwoord:Dit verschilt per vaccinatie. Voor elke (nieuwe) vaccinatie geldt datverschillende zaken geregeld moeten worden na een besluit om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19171 Gezondheidsraadadvies over te nemen. Dit betreft onder meer deaanschaf van de vaccins (door middel van een aanbesteding) en hetmaken en uitvoeren van een implementatieplan. Bij dit laatste moetbijvoorbeeld gedacht worden aan het vinden van een geschikteuitvoerder, publiekscommunicatie en deskundigheidsbevordering van debetrokken professionals. Het is belangrijk dat dit zorgvuldig gebeurt en datkost tijd.Ter illustratie, voor de vaccinatie die het meest recent is toegevoegd aanhet Rijksvaccinatieprogramma, de vaccinatie tegen het rotavirus, geldt dathet besluit om de vaccinatie aan te bieden is genomen in september 2022en dat de eerste zuigelingen deze vaccinatie ontvingen in februari 2024.Vraag 456Welke rol speelt de apotheek bij het vaccinatiebeleid en het verhogen vanhet vertrouwen in vaccinaties?Antwoord:Er is op dit moment geen rol voor apotheken bij de uitvoering van hetvaccinatiebeleid.Vraag 457Wordt er bij de aanpak van de dalende vaccinatiegraad ook gekeken naarpilots die gemeenten opstarten zoals in Den Haag (Primeur in Den Haag:verloskundige vaccineert zwangere vrouwen tegen kinkhoest (nos.nl))?Antwoord:Het Ministerie van VWS kijkt met belangstelling naar de resultaten van depilots. Samenwerkingen zoals die tussen de Verloskundigen ZorggroepHaaglanden, GGD Haaglanden en de gemeente worden door het kabinetaangemoedigd. Het RIVM volgt lokale initiatieven zoals deze en anderevan bijvoorbeeld de JGZ en de G4. Het RIVM wil deze initiatievenfaciliteren door te helpen evalueren (via Sociovax), aansluiten metcommunicatie en andere zaken die wenselijk worden bevonden door deketenpartners.Vraag 458Hoeveel meldingen van integriteitsschending zijn er binnen de sport?Antwoord:Uit opgave van het Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN) blijkt dat erin 2023 bij het CVSN zelf en bij de sportbonden 1264 meldingen zijngedaan. Er zijn nog geen cijfers over 2024 bekend.Vraag 459Hoeveel mensen sporten en bewegen er? Hoeveel groepen zijn er bekenddie minder sporten en bewegen? Hoe gaat u deze groepen bereiken?Antwoord:Een overzicht van de kerncijfers van sport- en beweegdeelname is tevinden via www.sportenbewegenincijfers.nl. Daar worden ook de twintigkernindicatoren van sport- en bewegen gepresenteerd. Omdat de vraaghoeveel mensen sporten en bewegen op verschillende manierenbeantwoord kunnen worden, vindt u hierbij de drie meest relevantekernindicatoren:–56 procent van de Nederlanders (4 jaar en ouder) sport minimaalwekelijks;–71 procent van de Nederlanders (6 jaar en ouder) sport minimaalmaandelijks;–45 procent van de Nederlanders (4 jaar en ouder) voldeed aan debeweegrichtlijnen.Voor wekelijkse en maandelijkse sportdeelname en voor het voldoen aande beweegrichtlijn geldt dat ouderen, praktisch opgeleiden, mensen metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19172 een handicap en/of langdurige aandoening, mensen met een migratieach-tergrond en mensen met een lager inkomen relatief laag scoren.Zowel in het Sportakkoord II als in het Actieplan «Nederland Beweegt» isvolop aandacht om deze groepen te bereiken en kansen te bieden om tesporten en bewegen. In samenwerking met de partners blijft de Staatsse-cretaris Jeugd, Preventie en Sport zich inzetten dat sport voor iedereentoegankelijk moet zijn.Vraag 460Hoeveel wordt er gebruik gemaakt van de BOSA-regeling? Hoeveelaanvragen zijn er afgewezen?Antwoord:De totale instroom aan aanvragen voor de Subsidieregeling Bouw enonderhoud sportaccommodaties in 2024 (1 januari–31 juli 2024) is 3.485,met een aanvraagwaarde van € 113 miljoen. Dit gaat zowel om aanvragenvoor bouw, onderhoud en materiaal als om aanvragen in het kader vanverduurzamingsmaatregelen. Hiervan is ongeveer € 39 miljoen aange-vraagd voor aanvullende maatregelen (energiebesparing, toeganke-lijkheid, circulariteit en klimaatadaptatie) en ongeveer € 74 miljoen vooralgemene maatregelen. Nog niet alle in 2024 ingestroomde aanvragen zijnbeoordeeld. Er zijn nog geen aanvragen afgewezen vanwegeoverschrijding van het subsidieplafond. Wel is de verwachting dat niet allein 2024 ingediende aanvragen kunnen worden toegekend.Vraag 461Aan welke onderwerpen, naast vaccinaties, denkt het kabinet nog meer bijhet tegengaan van onjuiste medische informatie?Antwoord:Uit een recente enquête van de NOS en artsenfederatie KNMG blijkt datvaccinaties, medicatie, voedingssupplementen, allergieën en anticon-ceptie de meest voorkomende onderwerpen van desinformatie zijn die inde spreekkamer aan bod komen.Vraag 462Wat is de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van degordelroosvaccinatie?Antwoord:Er is op dit moment binnen artikel 1 van de begroting van VWS, waar dezeuitgaven onder vallen, geen ruimte voor deze uitgaven.Vraag 463Zal de werkagenda mentale gezondheid en ggz die gepresenteerd wordtin 2025 ook een financiële component hebben? Wordt er geld uitgetrokkenom de werkagenda te financieren? Zo ja hoeveel en voor hoeveel jaar?Antwoord:De werkagenda mentale gezondheid en ggz bevat een samenhangendeaanpak, van preventie tot zorg. De aanpak van wachtlijsten en detoegankelijkheid van cruciale zorg voor mensen met een ernstige,meervoudige psychiatrische aandoening, waar in het Integraal Zorgak-koord afspraken over zijn gemaakt, zullen hier ook onderdeel vanuitmaken. Deze agenda draagt bij aan een betere mentale gezondheid,weerbaarheid en passende zorg en ondersteuning voor wie dat nodigheeft. Er zijn geen aanvullende middelen gereserveerd voor dewerkagenda mentale gezondheid en ggz. De werkagenda mentalegezondheid en ggz dient ingepast te worden binnen de bestaandebudgettaire kaders. De komende twee jaar is er wel € 30 miljoen extra inhet macrokader ggz om de wachttijden in te korten.Vraag 464Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19173 De ambitie is een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steun-punten en mentale gezondheidsnetwerken, hoe staat het met diedoelstelling? Hoeveel laagdrempelige steunpunten en mentale gezond-heidsnetwerken zijn er inmiddels? Is dit aantal gestegen de afgelopenjaren? Hoeveel geld is hier al voor uitgetrokken in 2023 en 2024? Hoeveelgeld wordt hiervoor uitgetrokken in 2025 t/m 2029?Antwoord:Op dit moment houdt MIND een atlas bij met een overzicht van laagdrem-pelige steunpunten.84 Hierop komen circa 180 laagdrempelige steun-punten naar voren. In oktober 2023 waren er ongeveer 120 steunpunten inbeeld.85 Om een compleet beeld te krijgen van het type en aantallaagdrempelige steunpunten en dekking over het land, wordt op ditmoment een verkennend onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordtuitgevoerd door een extern bureau in opdracht van de IZA-werkgroeplaagdrempelige steunpunten. In het onderzoek worden ook initiatievenmeegenomen die potentie hebben om door te ontwikkelen tot eenlaagdrempelig steunpunt. Het onderzoek wordt in november van dit jaaropenbaar en zal daarna naar de Tweede Kamer worden gestuurd.Voor de mentale gezondheidsnetwerken geldt dat veel regio’s nu in devoorbereidende fase zijn. Het doel is dat er – in lijn met de IZA-afspraken –in 2025 in elke regio een mentaal gezondheidsnetwerk beschikbaar is.Partijen kunnen een transformatieplan indienen via zorgverzekeraars voorregionale initiatieven, waaronder laagdrempelige steunpunten en mentalegezondheidsnetwerken. Voor de uitvoering van transformatieplannen zijnIZA-transformatiemiddelen beschikbaar. Gemeenten kunnen de laagdrem-pelige steunpunten financieren uit de middelen die ze uit het gemeente-fonds ontvangen. Aanvullend kunnen gemeenten voor de structurelefinanciering van laagdrempelige steunpunten in de regio’s gebruik makenvan de middelen uit de SPUK IZA. Er zijn geen landelijke gegevens bekendover hoeveel middelen gemeenten inzetten op de laagdrempeligesteunpunten.Voor de inzet van ggz-professionals in het verkennend gesprek – datcentraal staat binnen de mentale gezondheidsnetwerken – is er vanaf1 januari 2025 een aparte bekostigingstitel ingeregeld. Dit betekent datdeze vorm van zorg vanaf dan vanuit het reguliere zorgbudget (macro-kaders) bekostigd kan worden.Vraag 465Is de Minister voorstander van het principe health in all policies en zo ja,welke?Antwoord:Goede, toegankelijke zorg is heel belangrijk voor de gezondheid, maarbepaalt uiteindelijk maar voor een beperkt deel hoe gezond mensen zichwerkelijk voelen. Zaken als bestaanszekerheid en een goed binnen- enbuitenmilieu zijn cruciaal om gezond en gelukkig te kunnen leven. Daaromis de Minister van VWS zeker een voorstander van health in all policies.De Staatssecretaris JPS zal dit najaar de Kamer hier nader over infor-meren en daarbij uitgebreid ingaan op welke beleidsterreinen bijzonderimpactvol zijn voor de gezondheid.Vraag 466Welke zorg binnen de ggz is ongecontracteerd? Hoeveel bureaus binnende ggz leveren ongecontracteerde zorg?Antwoord:84www.wijzijnmind.nl/mind-atlas85Landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten: Handvatten voor de regio’s in hetkader van realisatie van de IZA-afspraak over laagdrempelige steunpunten. Gebaseerd opgegevens van MIND Atlas en de Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19174 Het type zorg is niet bepalend voor welke zorg gecontracteerd wordt ofniet. Een zorgverzekeraar is verplicht om ervoor te zorgen dat al zijnverzekerden op tijd en binnen een redelijke reisafstand de zorg krijgen diezij nodig hebben. Zorgverzekeraars kopen dus, in het geval van eennatura- of combinatiepolis, zorg in om aan hun zorgplicht te kunnenvoldoen. Zij bepalen aan de hand van hun zorginkoopbeleid en diverse(kwaliteits)criteria zelf welke zorgaanbieders zij contacteren en houdenhierbij rekening met hun verzekerdenbestand.Wat betreft het aantal gecontracteerde aanbieders blijkt uit de Monitorcontractering ggz 202286 van de NZa dat 73% van de instellingen aangeeftdat hun Zvw-omzet ggz voor driekwart of meer uit gecontracteerde zorgbestond. 53% van de vrijgevestigde zorgaanbieders was voor driekwart ofmeer gecontracteerd. 26% van de vrijgevestigde respondenten en 8% vande instellingen werkte in 2022 volledig ongecontracteerd. Uit recenteevaluaties van de NZa blijkt dat de contracteergraad in de ggz sinds 2022omhoog is gegaan. Er zijn echter geen exacte cijfers beschikbaar.Vraag 467Wat verstaat u onder cruciale ggz?Antwoord:De werkdefinitie van cruciale ggz die in de regio’s wordt gebruikt bij het inkaart brengen van zorgvraag en de cruciale zorgnetwerken is: «Ggz meteen hoge logistiek (zorgaanbod) en een inhoudelijke (zorgvraag)complexiteit, waarbij cliënten/patiënten ernstige gezondheidsschadekunnen oplopen wanneer deze zorg (tijdelijk) niet meer beschikbaar is.»(https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/actueel/nieuws/handreiking-cruciale-ggz-voor-het-goede-gesprek-en-inventarisatie/).Cruciale ggz gaat dus om de zorgvraag van mensen die ernstig lijden, dieniet in hokjes te stoppen zijn of een vastomlijnd aanbod volgen. Mensenlijden niet alleen aan een psychische aandoening, maar vaak vanmeerdere aandoeningen of aan een combinatie van psychisch lijden enandere problematiek, zoals schulden, gebrek aan huisvesting ofeenzaamheid. Ook kent de zorg voor deze patiënten vaak een onvoor-spelbaar beloop. Welk zorgaanbod cruciaal is, kan per regio verschillen,omdat de zorgvraag ook per regio verschilt. Er zijn wel zes clusters vanzorgaanbod die tot cruciale ggz kunnen worden gerekend: acute zorg,outreachende zorg, klinische zorg, beveiligde zorg, hoogspecialistischezorg vanuit de ggz en hoogspecialistische zorg vanuit het ziekenhuis.Vraag 468Hoeveel verkennende gesprekken worden al gevoerd?Antwoord:In verschillende regio’s – o.a. Zuid-Limburg, Arnhem-Nijmegen, Midden-& West Brabant – wordt het verkennend gesprek al gevoerd. Omdat hetverkennend gesprek nu nog de status van «pilot» heeft, wordt nietbijgehouden hoeveel gesprekken er precies zijn gevoerd. Vanaf 1 januari2025 is er voor het verkennend gesprek een aparte bekostigingstitel, diehet mogelijk maakt het aantal gevoerde gesprekken te monitoren.Vraag 469Hoeveel laagdrempelige steunpunten zijn er al? Hoe is de dekking overhet land?Antwoord:In het IZA is afgesproken om te komen tot een landelijk dekkend netwerkaan laagdrempelige steunpunten voor mensen met (ernstige) psychischeklachten. Op dit moment houdt MIND een atlas bij met een overzicht van86Zie Monitor contractering ggz 2022 | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19175 laagdrempelige steunpunten.87 Hierop komen circa 180 laagdrempeligesteunpunten naar voren.Om een compleet beeld te krijgen van het type en aantal laagdrempeligesteunpunten en dekking over het land, wordt op dit moment eenverkennend onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordt uitgevoerd dooreen extern bureau in opdracht van de IZA-werkgroep laagdrempeligesteunpunten. In het onderzoek worden ook initiatieven meegenomen diepotentie hebben om door te ontwikkelen tot een laagdrempelig steunpunt.Het onderzoek wordt in november van dit jaar openbaar en zal daarnanaar de Tweede Kamer worden gestuurd. Hiernaast is gestart met hetopzetten van een landelijk ondersteuningsprogramma ten behoeve vanhet realiseren van een landelijk dekkend netwerk. Dit ondersteuningspro-gramma gaat op 1 januari 2025 van start.Vraag 470Hoeveel plaatsen voor sport in de leefomgeving zijn er bekend? Wordthierin goed samengewerkt met andere ministeries?Antwoord:De kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving geeft weer hoe de fysiekeomgeving in de openbare ruimte scoort op de mogelijkheid voor mensenom te sporten en te bewegen. In 2022 bedraagt de gemiddelde score voorheel Nederland op de kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving 65 opeen schaal van 0 tot en met 100. Deze score wordt berekend op basis vandiversiteit en nabijheid van sportaccommodaties, nabijheid van sport- enspeelplekken in de openbare ruimte, recreatief groen en blauw ennabijheid van voorzieningen als supermarkten en scholen. Het aantalsportaccommodaties in Nederland bedraagt 21.892 (Mulier, 2023). Deopenbare ruimte kan op vele manieren gebruikt worden om te sporten enbewegen, onbekend is daarom hoeveel plaatsen in de openbare ruimtegeschikt zijn om te sporten en bewegen.De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport voert een verkennendonderzoek uit naar de mate waarin ruimte voor sport, bewegen enbuitenspelen onder druk staat in de openbare ruimte. Afhankelijk van deresultaten van het onderzoek wordt bezien of nationale sturing hieropwenselijk en/of gelegitimeerd is. Hierin stemt de Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport af met het Ministerie van VRO. Daarnaast wordt methet Ministerie van VRO samengewerkt om sport en bewegen als integraalonderdeel van de ruimtelijke ordening te positioneren in de programma-tische aanpak Groen in en om de Stad, Programma Mooi NL en hetvoorontwerp van de Nota Ruimte. Zo stelt het voorontwerp van de NotaRuimte te streven naar een leefomgeving uitnodigt tot een gezondeleefstijl incl. bewegen, spelen en sporten. Met het Ministerie van IenW enhet Ministerie van BZK wordt samengewerkt in het stimuleren van actievemobiliteit, onder andere middels de City Deal Fietsen voor Iedereen.Vraag 471Deelt u de analyse dat de wachtlijsten in de ggz zorgen voor het vergrotenvan de mentale problemen van degenen die op de wachtlijst staan, vooroverbelasting van de huisartsenzorg en voor hoge maatschappelijkekosten door uitval en ziektelast?Antwoord:Er is sprake van een toenemende vraag naar geestelijke gezondheidszorgen daarnaast een afname van het mentaal welbevinden van Nederlanders.Deze twee ontwikkelingen werken op elkaar door en zorgen voortoenemende druk op de eerstelijnszorg én de ggz. Het uitblijven vanpassende zorg of ondersteuning kan vervolgens inderdaad bijdragen aanhet verergeren van problemen van mensen met bijbehorende maatschap-87www.wijzijnmind.nl/mind-atlasTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19176 pelijke problemen zoals het (tijdelijke) uitvallen van mensen op werk.Daarmee is het verbeteren van de mentale gezondheid en borgen van detoegankelijkheid van de (geestelijke) gezondheidszorg een breedmaatschappelijk vraagstuk.Om deze reden proberen we op verschillende vlakken de druk op de zorgte verlagen door de maatregelen die zijn vastgelegd in het IZA. Enerzijdsdoor in te zetten op het verbeteren van het mentaal welzijn van Neder-landers in den brede en specifiek voor mensen met mentale klachten doorwerk te maken van een landelijk dekkend netwerk van laagdrempeligesteunpunten. Anderzijds door werk te maken van het verbeteren van detoeleiding van mensen naar zorg of ondersteuning, waarbij de huisartssinds kort een beroep kan doen op het verkennend gesprek. Hierinbepalen professionals uit de ggz en het sociaal domein samen welke zorgof ondersteuning het meest passend is. Op deze wijzen leiden we mensensneller en beter toe naar zorg en ondersteuning en wordt de huisartsontlast. Dit alles moet ertoe leiden dat de druk op de zorg vermindert enmensen snel werk kunnen maken van hun herstel.Vraag 472Hoe gaat u zorgen voor meer behandelcapaciteit, zodat met name demensen met zware problematiek en jongvolwassenen sneller geholpenworden?Antwoord:Hoewel het aantal mensen dat in de ggz werkt de afgelopen jaren flink isgegroeid, groeit de vraag naar ggz nog harder. Dat leidt tot toename inwachttijden, helaas ook voor mensen met ernstige psychische proble-matiek. Het is niet realistisch en niet wenselijk om de arbeidsmarktcapa-citeit mee te laten groeien met de groeiende zorgvraag. Andere oplos-singen zijn nodig, waarbij het voorkomen van instroom in de ggz helpt omcapaciteit te creëren voor de mensen met ernstige problematiek. DeStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zal flinke stappen zetten om detoegankelijkheid van de ggz te verbeteren, voortbouwend op de afsprakenin het Integraal Zorgakkoord (IZA). In het kader van cruciale ggz wordt dekomende maanden in elke regio de zorgvraag van mensen met ernstigepsychische aandoeningen in kaart gebracht. Op basis van de zorgvraagwordt regionaal bepaald welke zorg onderdeel is van een crucialezorgnetwerk. Deze cruciale zorgnetwerken worden vanaf 2026 waar nodiggelijkgericht ingekocht door verzekeraars, zodat dit zorgaanbod voldoendebeschikbaar is voor mensen met een ernstige psychische aandoening.Met onder andere Zorgverzekeraars Nederland en de Nederlandse ggz isook afgesproken dat er tot die tijd geen cruciaal aanbod verdwijnt omfinanciële redenen. De Staatssecretaris gaat met zorgverzekeraars enaanbieders werken aan de verdere invulling van gelijkgerichte inkoop enhet stimuleren van de juiste prikkels om de toegankelijkheid van decruciale ggz te verbeteren en te borgen. Om te zorgen dat er voldoendecapaciteit beschikbaar is voor mensen met ernstige ggz-problematiek,wordt ook gewerkt aan het voorkomen van de instroom in de ggz, doorregionale steunpunten, digitale lotgenotengroepen en verkennendegesprekken in mentale gezondheidscentra. De Staatssecretaris JPSinformeert u in Q1 over de werkagenda mentale gezondheid & ggz en deaanpak van de wachttijden.Vraag 473Is er budget beschikbaar gesteld voor medisch-ethisch-gerateerdonderzoek, zodra de Kamer hierover beslist?Antwoord:Als uw Kamer medisch-ethisch onderzoek wil laten uitvoeren waarvoorgeen middelen beschikbaar zijn, dan dient hiervoor dekking gevonden teworden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19177 Het Ministerie van VWS heeft via ZonMw reeds budget beschikbaargesteld voor (evaluatie)onderzoek naar medisch-ethische onderwerpen:–het ZonMw-programma Ethiek en Gezondheid draagt bij aan inzicht enkennis over concrete, actuele, ethische dilemma’s of vragen op hetgebied van ethiek en gezondheidszorg, zowel in beleid, praktijk enwetenschap. Een voorbeeld is het onafhankelijk onderzoek naar deoorzaken van de absolute en relatieve stijging van het aantal euthana-siegevallen;–via het ZonMw-programma Evaluatie Regelgeving wordt medisch-ethische wetgeving op het gebied van onder meer abortus, euthanasieen embryo-onderzoek regelmatig geëvalueerd door onafhankelijkeonderzoekers.Vraag 474Wat is de gemiddelde winstmarge van ziekenhuizen en zelfstandigeklinieken over de afgelopen 10 jaar?Antwoord:Het Ministerie van VWS beschikt niet over de precieze informatie die uvraagt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het bedrijfsresultaat(de bedrijfsopbrengsten minus de bedrijfslasten, exclusief het saldo vanfinanciële en buitengewone baten en lasten) van ziekenhuizen in de jaren2015 t/m 2022. De beschikbare gegevens (CBS, Statline) gaan niet verderterug dan tot 2015.In de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg vallen instellingenvoor intramurale zorg en delen van de extramurale zorg, zoals demedisch-specialistische zorg, onder het verbod op winstoogmerk opgrond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Zij mogen geen winstuitkeren. Het positieve resultaat dat zij boeken, kan aangewend wordenvoor het aanleggen van reserves, of herinvesteringen in de zorg.Bedrijfsresultaat per sector (x € 1 miljoen)201520162017201820192020202120221Universitair medische centra318314350244184160172227Algemene ziekenhuizen621563547566559584601482Categorale ziekenhuizen64393132472829241 voorlopige cijfersBron: CBS Statline, tabel Zorginstellingen; financiën en personeel Vraag 475Welke ziekenhuisbestuurders verdienen meer dan de WNT-norm?Antwoord:Informatie over de bezoldiging van topfunctionarissen (bestuurders entoezichthoudende topfunctionarissen) is terug te vinden in deWNT-verantwoording van WNT-plichtige instellingen op internet. EenWNT-instelling moet jaarlijks de WNT-verantwoording uiterlijk 1 julivolgend op het betreffende boekjaar op algemeen toegankelijke wijze viainternet openbaar maken voor een periode van tenminste zeven jaar. Ditkan bijvoorbeeld door de WNT-verantwoording te publiceren via de eigenwebsite. De gegevens moeten vrij toegankelijk en eenvoudig te vindenzijn. De WNT-verantwoording dient onder andere de naam van detopfunctionaris, de naam van de WNT-instelling en de bezoldiging van detopfunctionaris bij deze instelling te bevatten (vgl. artikel 5 van deUitvoeringsregeling WNT).Elk jaar in december ontvangt de Tweede Kamer daarnaast in eenrapportage een overzicht per sector van de aantallen ingediende en(niet-)gehonoreerde uitzonderingsverzoeken. De laatste rapportage is op14 december 2023 aan uw Kamer aangeboden (TK 2022/2023, 30 111,nr. 130). In deze rapportage staat dat in het zorgdomein op peildatum15 oktober 2023 sinds de inwerkingtreding van de WNT in totaal 7 keerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19178 een individueel uitzonderingsverzoek op grond van artikel 2.4 WNT isgehonoreerd.Vraag 476Kunt u een overzicht geven van de stappen die u gaat zetten om fraude inde zorg, inclusief diplomafraude, aan te pakken?Antwoord:Het bestrijden van een maatschappelijk probleem als zorgfraude is eenketenbrede inspanning. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn enSport werkt daarom samen met het veld aan maatregelen om instanties inhet zorgdomein beter in staat te stellen om zorgfraude aan te pakken:•De Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz), die demogelijkheden tot gegevensuitwisseling verbetert.•De Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) regelt de uitbreiding van devergunningplicht, waardoor er strengere regels worden gehanteerdvoor het toetreden tot de zorgmarkt en mogelijkheid om bekendefraudeurs van de zorgmarkt te weren.•Met het Wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaan-bieders (Wibz) is het de bedoeling om een aantal weigerings- enintrekkingsgronden van een vergunning uit te breiden, om zorgaanbie-ders waarvan niet aannemelijk is dat ze aan de voorwaarden voor hetverlenen van goede en rechtsmatige zorg gaan voldoen te kunnenweren.•In september 2023 is een pilot afgerond met zorgverzekeraar DSW, deIGJ, de NZa en het CIBG met als doel de screening aan de voorkant teverbeteren.•In het gemeentelijke domein vinden, ondersteund door de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, de proeftuinen «Aanpak zorg-fraude» plaats. De opgedane kennis en informatie uit de proeftuinenwordt via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) met allegemeenten gedeeld.•Verder zijn samen met gemeenten en zorgaanbieders landelijkecontractstandaarden ontwikkeld voor jeugdzorg. Daarin worden ookafspraken opgenomen met betrekking tot fraude, integriteit, toezicht enhandhaving.•Tot slot bereidt de Staatssecretaris Langdurige en MaatschappelijkeZorg een wetswijziging voor om het toezicht op de kwaliteit van deWmo 2015 steviger te verankeren. Aansluitend wordt in samenwerkingmet de VNG en GGD-GHOR gewerkt aan het inrichten van eenstimuleringsprogramma om het toezicht op de Wmo 2015 te verstevi-gen en verder te professionaliseren.In de verkenning «Er is meer aan de hand» van de Inspectie van hetOnderwijs en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in samenwerkingmet de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven, isonder meer gesignaleerd dat er zorgbemiddelingsbureaus zijn diefrauderen met diploma’s. Er wordt met diverse partijen gesprekkengevoerd over vervolgacties. Uw Kamer wordt dit najaar hierovergeïnformeerd.Vraag 477Wat is de impact van de bezuiniging op pandemische paraatheid op devoortgang aanpak pandemische paraatheid, bescherming tegen enbestrijding van uitbraken van infectieziekten en de basis noodzorg?Antwoord:De bezuiniging van € 300 mln. op de publieke gezondheid, die conform debudgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord is ingeboekt in de begrotingvan het Ministerie van VWS op het programma Pandemische Paraatheid,kent een oplopende reeks tot 2029 en is voor 2025 beleidsmatig ingevuld.Dit betekent dat in 2025 de voorgenomen vergroting van personelecapaciteit bij de GGD’en niet wordt uitgevoerd en dat een aantal voorge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19179 nomen (onderzoeks)trajecten, zoals rond het verbeteren van de model-lering van infectieziekte uitbraken, de opschaling van de IC-capaciteit enhet bevorderen van leveringszekerheid van medische producten, niet vanstart gaan. De beleidsmatige gevolgen voor 2026 en verder dienen nognader te worden bezien. Deze bezuiniging heeft uiteraard grote impact opde voortgang die we op dit onderwerp kunnen en willen maken. Dat raaktvanaf 2025 uiteraard de bescherming tegen en bestrijding van infectieziek-tenuitbraken, maar heeft ook bredere gevolgen voor basis noodzorg inNederland.In het Regeerprogramma is de kabinetsbrede inzet op het versterken vande maatschappelijke weerbaarheid opgenomen. Hier maakt de zorg eenbelangrijk onderdeel van uit. Dit samenhangend overheidsbreedweerbaarheidsbeleid wordt in de komende maanden verder uitgewerktonder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding enVeiligheid (NCTV). In dit traject zal ook de weerbaarheidsopgave van VWSnader worden geconcretiseerd. Daarbij zullen ook de gevolgen van debezuiniging op pandemische paraatheid, die in het Hoofdlijnenakkoord isafgesproken, worden betrokken.Vraag 478Wanneer worden de gevolgen van de bezuiniging op pandemischeparaatheid voor 2026 en verder in kaart gebracht?Antwoord:Het terugdraaien van de intensiveringen publieke gezondheid eninfectieziektebestrijding conform hoofdlijnenakkoord is voor 2025beleidsmatig ingevuld. De beleidsmatige gevolgen van dit onderdeel vanhet hoofdlijnenakkoord voor 2026 en verder dienen nader te wordenbezien. De verwachting is dat hier medio 2025 meer duidelijkheid over kanworden gegeven.Vraag 479Tot hoeveel operationele bedden kan de intensive care op dit momentworden opgeschaald in geval van een pandemie, ramp of terreuraanslag?Antwoord:In geval van een pandemie, ramp of terreuraanslag gelden de afsprakenuit het LNAZ coördinatie- en opschalingsplan88. In dit plan wordtbeschreven hoe de zorg in geval van een dergelijke calamiteit IC-zorgdient op te schalen.Vraag 480Hoeveel IC-plekken komen er niet, doordat er wordt bezuinigd op depublieke gezondheid?Antwoord:Het streven van het voorgenomen IC-traject was om ziekenhuizentegemoet te komen bij de instandhouding van de reeds bestaandelandelijke materiële infrastructuur van 1700 IC-bedden. Deze 1700IC-bedden hebben destijds ziekenhuizen kunnen aanschaffen met behulpvan de subsidieregeling IC-opschaling. Doordat de intensivering publiekegezondheid wordt teruggedraaid, kan een aantal voorgenomen (onder-zoeks)trajecten, zoals de opschaling van IC-capaciteit, niet van start gaan.Dat betekent dat een eventuele tegemoetkoming aan de ziekenhuizengeen doorgang vinden.Vraag 481Waarom hebt u de bezuiniging op de publieke gezondheid alsnogdoorgezet, terwijl deze zulke negatieve gevolgen heeft?Antwoord:88Coordinatie en opschalingsplan COVID-19 (lnaz.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19180 Het Ministerie van Financiën vindt het belangrijk om zich te houden aande financiële kaders, dus ook aan de beschreven financiële kaders. Omdeze reden wordt het besluit doorgezet.Vraag 482Kunt u de onderliggende stukken en ambtelijke adviezen over de gevolgenvan de bezuiniging op publieke gezondheid naar de Kamer sturen?Antwoord:Besluitvorming over deze bezuiniging heeft plaatsgevonden in deformatie. Hier hebben geen ambtelijke adviezen van het Ministerie vanVWS aan ten grondslag gelegen. Na aantreden van het kabinet is erambtelijk wel feitelijk geïnformeerd over de gevolgen van de bezuiniging.Allereerst is geschetst dat dit gevolgen heeft voor de volgende instru-menten die momenteel geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd vanuithet beleidsprogramma Pandemische Paraatheid:•Zorgcoördinatie, zorgcoördinatiecentra met inzicht in capaciteit eninzet op passende zorginzet en urgentiebepaling•Landelijk Coördinatie Centrum Patiëntenspreiding (LCPS)•Nationale zorgreserve•Verbetering verbinding ROAZ – DPG’en en aansluiting langdurige zorgop ROAZ•Verbetering infectiepreventie in de ouderen- en gehandicaptenzorg•Landelijk coördinatiepunt geneesmiddelen•Zorg Inkoop Netwerk Nederland•Intensivering meldpunt tekorten•Opschaalbare (duurzame) productiecapaciteit PBM in Nederland vanFFP2•RIVM gedragsunit•Versterking GGD’en•Toekomstbestendige monitoring en surveillance, borging vancovid-lessen (o.a. rioolwatersurveillance)•Oprichting LFI•Opleiden van extra artsen infectieziektebestrijdingTevens is aangegeven dat de bezuiniging ook gevolgen heeft voor degeplande maatregelen en instrumenten die opgenomen zijn in hetbeleidsprogramma Pandemische Paraatheid:•Duurzame borging van IC-capaciteit•Extra acute vervoerscapaciteit (extra MMT-helikopter Teuge, extraMMT-ambulance Maastricht)•Vervolgacties op het ZonMw programma doorgang reguliere zorg, datziekenhuizen moet helpen in de voorbereiding op crises•Versterking/verbreding zorgcoördinatie en duurzame borging vanzorgcoördinatie in het veld•Ophoging van de voorraad kritieke geneesmiddelen•Regeling stimulering kennis en kunde van lokale productie vangeneesmiddelen•Vernieuwing ICT-landschap infectieziektebestrijding (RIVM, GGD’en)•Wettelijke sturingsbevoegdheden MVWS ten tijde van crisis•Landelijk crisisplan infectieziekten (LCP-I)•Borging en doorontwikkeling van monitoring en surveillance watontwikkeld is ten tijde van covid, zoals rioolwatersurveillance ensurveillance uit ziekenhuizen.Voor de volledigheid wordt wat betreft openbaarmaking van ambtelijkeadviezen verwezen naar de antwoorden die de Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties hierover onlangs aan de Kamer heeftgezonden. Daarin is aangegeven dat ten aanzien van ambtelijke adviezenover het regeerprogramma geldt dat de in het regeerprogramma vervattevoornemens nog nadere uitwerking en besluitvorming door het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19181 vergen. Hoewel het kabinet goede informatievoorziening aan de Kamervan groot belang acht, is het verstrekken van interne ambtelijke adviezenaan de Kamer in dit stadium waar de besluitvorming nog gaande is, nietgebruikelijk. Voor verstrekking van ambtelijke adviezen in een nog nietafgerond proces van besluitvorming door de ministerraad, zoals tijdensde afgelopen algemene politieke beschouwingen, is slechts bij (hoge)uitzondering plaats. Voorkomen moet worden dat de besluitvorminghierdoor in dit stadium te veel wordt beïnvloed en de ambtelijkeadvisering onderwerp wordt van publiek debat. Het kabinet hecht aan eenzorgvuldig proces waarbij in de regel eerst door (leden van) het kabinet– mede op basis van ambtelijke adviezen – besluiten worden genomen.Deze worden daarna gemotiveerd kenbaar gemaakt aan de TweedeKamer, waarbij in het hierop volgende parlementaire debat het kabinetgraag bereid is om vragen vanuit uw Kamer te beantwoorden.Ook dit verzoek om verstrekking van ambtelijke adviezen ziet op eenonderdeel van het regeerprogramma dat nog verdere uitwerking behoeft.Gelet op het voorgaande worden de ambtelijke stukken die zien opbezuiniging op de infectieziektebestrijding niet verstrekt. Om tochtegemoet te komen aan de informatiebehoefte van uw Kamer, ishierboven een inhoudelijk antwoord aangaande de gevolgen van debezuiniging gegeven.Vraag 483Met hoeveel wordt het Wlz-kader van 2024 op 2025 gekort in verband methet vervallen van de tijdelijke ophoging van het tarief voor VG7 en hetalsnog doorvoeren van de korting op de NHC?Antwoord:Het Wlz-kader wordt van 2024 op 2025 niet gekort, maar per saldo met€ 3,0 miljard verhoogd van afgerond € 36,3 miljard naar € 39,3 miljard(waarvan € 360 miljoen gereserveerd als herverdeelmiddelen). Hierbij isreeds rekening gehouden met het vervallen van de tijdelijke ophoging vanhet tarief voor VG7 (€ 40 miljoen) en het alsnog doorvoeren van dekorting op de NHC (€ 117 miljoen).Vraag 484Wat zijn de obstakels in beleid en regelgeving als het gaat om hetverduurzamen van de gezondheidszorg?Antwoord:In reactie op het Gezondheidsraadadvies Verduurzaming van hulpmid-delen in de zorg heeft VWS in 2023 een onafhankelijke verkenning latenuitvoeren naar of en zo ja welke knelpunten de zorgsector ervaart bij hetverduurzamen of het leveren van duurzame(re) zorg. De verkenning laatzien dat er wetten, regels en normen zijn die op bepaalde punten deverduurzaming in de weg staan, met name bij de verduurzaming vanhulpmiddelen en persoonlijk beschermingsmateriaal, geneesmiddelen engebouwen. Het onderzoeksbureau constateert daarbij dat de knelpuntendie hun oorsprong vinden in wet- en regelgeving vooral voortvloeien uitEuropese wet- en regelgeving, zeker voor wat betreft geneesmiddelen enmedische hulpmiddelen. Daarnaast blijkt ook veel relevante wet- enregelgeving voor verduurzaming van de zorg buiten het zorgdomein teliggen. Daarbij gaat het veelal om wetgeving die juist gericht is opmilieubeheer, natuurbescherming en belastingen op milieugrondslag endus juist ten gunste van verduurzaming. De wetsverkenning laat tevenszien dat belemmeringen om te verduurzamen ook worden ervaren doorde richtlijnen van het veld, met name op het gebied van infectiepreventieen hergebruik van hulpmiddelen. Tot slot blijken geconstateerdeknelpunten niet altijd te gaan over wat in de wet- en regelgeving ofrichtlijnen van de beroepsgroepen is opgenomen, maar ook over dekennis en interpretatie daarvan door het veld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19182 VWS agendeert waar nodig de knelpunten die voortvloeien uit Europesewet- en regelgeving in Europees verband, zoals afgelopen jaar ten aanzienvan verpakkingsverplichtingen van geneesmiddelen en de heruitgifte vanongebruikte geneesmiddelen. Knelpunten die op het werkgebied vanandere departementen liggen, bespreekt VWS in de verschillendeinterdepartementale overleggen waarin zij deelneemt. Knelpunten die ophet terrein van het veld zelf liggen brengt VWS bij hen onder de aandacht.Ten aanzien van beleid ligt er een belangrijke opgave voor VWS om«verduurzaming» de komende jaren te verankeren in haar regulierebeleidsontwikkeling («klimaat in al het beleid»), alsook om het gezond-heidsaspect integraal te laten meenemen in het klimaatbeleid (gezondheidin klimaatbeleid) van andere departementen.Vraag 485In 2025 wordt gestart met de uitvoering van de eerste rijksbrede vijfjarigewerkagenda, wat is de huidige stand van zaken?Antwoord:Op 9 februari 2024 heeft uw Kamer de nationale strategie VN-verdragHandicap 2040 ontvangen.89 Het uitgangspunt bij het opstellen van dewerkagenda bij deze strategie is een co-creatief proces met ruimte vooreen goede betrokkenheid van mensen met een beperking, hun vertegen-woordigende organisaties, ondernemers, gemeenten, overige organi-saties en alle betrokken departementen. Dit proces is nu gaande. Na hetbreed in kaart brengen van mogelijke maatregelen en oplossingen metdeze partijen in het voorjaar, zijn er in het najaar van 2024 en het beginvan 2025 verschillende bijeenkomsten gepland om tot verdere uitwerkingte komen en gezamenlijk keuzes te maken. Ook worden de recentverkregen aanbevelingen van het VN-comité bij het VN-verdrag Handicapen de initiatiefnota van Westerveld meegenomen in de ontwikkeling vande werkagenda. Een co-creatief proces is nodig om de werkagendarobuust, toekomstbestendig, gedragen en effectief te maken. De Staatsse-cretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg informeert u in het vierdekwartaal van 2024 per brief nader over de voortgang van de ontwikkelingvan de werkagenda.Vraag 486Hoe staat het met de invoering van het facultatief protocol?Antwoord:Op 26 mei 2023 heeft uw Kamer het principebesluit van het kabinet omhet facultatief protocol bij het VN-verdrag Handicap te gaan ratificerenontvangen, waarvoor de voorlichting van de Raad van State de basiswas.90Op 31 mei 2024 heeft uw Kamer een nadere beleidsreactie op devoorlichting van de Raad van State ontvangen over onder meer hetfacultatief protocol bij het VN-verdrag Handicap.91 Vanuit deze eerdergenomen besluiten beslist de Staatssecretaris Langdurige en Maatschap-pelijke Zorg over de mogelijkheid om goedkeuringswetgeving voor hetprotocol te laten opstellen en in besluitvorming te brengen. In dezewetgevingsprocedure hebben de ministerraad, de Raad van State en uwparlement elk hun rol en verantwoordelijkheid. Het exacte tijdpad isafhankelijk van de behandelingstermijn in elk van deze stappen. Terindicatie kan worden meegegeven dat een wetgevingsprocedure eendoorlooptijd van 1,5 jaar tot 2 jaar kan hebben.Vraag 487In 2025 zet VWS zich in om het persoonsgebonden budget (pgb) gebruiks-vriendelijker te maken voor zowel de budgethouder als de zorgverleners,89Kamerstukken II 2023/24, 24 170, nr. 309.90Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 284.91Kamerstukken II 2023/24, 24 170, nr. 326.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19183 door waar mogelijk het proces te vereenvoudigen, danwel de instructie encommunicatie te verbeteren. Waar kunnen mensen naartoe voor hulp alszij er zelf niet uitkomen? Foutjes of vergissingen kunnen ingrijpendegevolgen hebben voor deze doelgroep. Hoe borgt u de laagdrempeligetoegang tot informatie, advies en hulp voor mensen met een juridischevraag of probleem? Hoe wijst u mensen op de mogelijkheden die hiervoorbestaan, zoals het Juridisch Loket?Antwoord:Het beheren van een persoonsgebonden budget vereist bepaaldevaardigheden van budgethouders en zorgverleners. Het kader voorpgb-vaardigheid beschrijft in 10 punten wat van budgethouders (of hunvertegenwoordigers) wordt verwacht. Te denken valt aan het kunnenbijhouden van een administratie, het coördineren van de inzet vanzorgverleners en het op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen. Degeldverstrekkers onderzoeken of aanvragers dit kunnen voordat ze eenpgb toekennen. Als ze er toch niet uitkomen, staan budgethouders er nietalleen voor. Zij kunnen dan contact opnemen met hun gemeente, hetzorgkantoor of de verzekeraar die het budget beschikbaar stelt. Daarnaastsubsidieert VWS de vereniging van mensen met een pgb (Per Saldo) voorhet geven van advies en informatie. Het afgelopen jaar zijn daar ruim 6500telefoontjes en bijna 9000 mails afgehandeld.Eenvoudige informatie over het organiseren van zorg biedt het Ministerievan VWS via de website Regelhulp.nl. Deze website wordt goed gevondenmet ruim 1,5 miljoen bezoekers in het afgelopen jaar. Op Regelhulp wordtverwezen naar mogelijkheden voor advies en ondersteuning (Hulp bij hetregelen van zorg), zoals cliëntondersteuning, het Juiste Loket en juridischadvies van het Juridisch Loket of sociaal raadslieden. Het Juiste Loket iseen informatie- en advieslijn voor mensen met een zorgvraag die van hetkastje naar de muur worden gestuurd. Deze advieslijn wordt uitgevoerddoor Per Saldo met subsidie van VWS.Vraag 488Hoeveel gevallen van kindermishandeling zijn er bekend? Welke definitiehanteert u voor kindermishandeling?Antwoord:Uit de laatste prevalentiestudie over kindermishandeling in 2017 is deschatting dat tussen de 90.000 en 127.000 kinderen slachtoffer zijn vanmishandeling. Hierbij wordt de definitie van de Jeugdwet, artikel 1.1gehanteerd:«Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadigeinteractie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders ofandere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie vanafhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen,waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkendaan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.»Vraag 489Hoeveel plaatsen zijn er in de vrouwenopvang? Is dit voldoende? Zo nee,hoeveel plaatsen zijn er tekort? Hoe wordt er rekening gehouden met deveiligheid en privacy van de vrouwen in de opvang?Antwoord:Momenteel zijn naar schatting van Valente circa 475 opvangplekkenbeschikbaar voor slachtoffers van huiselijk geweld. Om meer inzicht tekrijgen in de landelijke capaciteit en beschikbaarheid van opvangplaatsen,heeft de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg demonitor Vrouwenopvang laten ontwikkelen. De monitor zal meerduidelijkheid geven over de beschikbare capaciteit en het aantal cliëntendat geholpen kan worden. Ook zal dit helpen om gezamenlijk (boven)regi-onale knelpunten in de plaatsing van slachtoffers aan te pakken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19184 De veiligheid van slachtoffers huiselijk geweld is van primair belang vooropvanginstellingen. Verschillende maatregelen worden genomen om dezeveiligheid te waarborgen. In 2023 is het Normenkader Keurmerk«Veiligheid in de Vrouwenopvang» geactualiseerd. Het primaire doel vanhet keurmerk is het bieden van een waarborg van kwaliteit en veiligheid inlandelijke samenhang. Dit is nodig omdat werken aan herstel pas kanplaatsvinden als veiligheid is bewerkstelligd.Verder is in 2023 ook de risicoscreening geweld in afhankelijkheidsrelatiesvrouwenopvang geactualiseerd. Dit instrument heeft tot doel: bredeinventarisatie van mogelijke risico’s voor veilige plaatsing in de vrouwen-opvang, waarbij de kernvraag is: kan deze cliënt(e) veilig wordenopgevangen op deze locatie. Aansluitend op deze risicotaxatie vrouwen-opvang is een toolbox ontwikkeld, die behulpzaam is om in de eerste zesweken van de opvang of hulp de gehele situatie van alle betrokkenen inbeeld te brengen. Daarnaast is er bij stalking of ernstige dreiging eendraagbaar alarmsysteem AWARE beschikbaar. Daarmee kan met één drukop de knop de politie worden gewaarschuwd.Bij zware dreiging met mogelijk levensgevaar zijn safehouses beschikbaar.Deze safehouses zijn bedoeld voor vrouwen (al dan niet met kinderen) dieals gevolg van huiselijk geweld niet in hun thuissituatie kunnen blijven envoor wie een veilig adres niet voldoende is. Plaatsing gebeurt in overlegmet de politie.Wat betreft privacy is motie Synhaeve92 aangenomen. De mogelijkheidbestaat namelijk dat deze slachtoffers zorg mijden uit angst dat ouders ofpartner via de zorgverzekering de locatie kan achterhalen. De Staatssecre-taris Langdurige en Maatschappelijke Zorg is in gesprek met Zorgverzeke-raars Nederland en Valente om de huidige protocollen omtrent anoniemezorgpolissen in kaart te brengen en eventuele tekortkomingen in hetproces te identificeren en aan te pakken.Daarnaast werken alle leden van Valente met de bestaande richtlijnenvoor privacy van de AVG en sluiten waar nodig en mogelijk ten bate vande hulp aan hun cliënten convenanten af met keten- of netwerkpartnersover gegevensuitwisseling.Vraag 490Wordt het aankomende Kamerdebat over de evaluatie van Nederlandm.b.t. het VN-verdrag handicap meegenomen in vijfjarige werkagenda,die start per 2025?Antwoord:Bij de Regeling van Werkzaamheden van donderdag 19 september 2024heeft uw Kamer aangegeven een debat te willen voeren over de imple-mentatie van VN-Verdrag Handicap, bij voorkeur te plannen rond deinternationale dag voor mensen met een beperking op 3 december a.s.Het inplannen van dit debat is uiteraard aan uw Kamer. Eventueleuitkomsten kan de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorgbetrekken bij de totstandkoming van de werkagenda bij de NationaleStrategie VN-verdrag Handicap 2040. Voor de begrotingsbehandelingontvangt uw Kamer van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg een brief over de opvolging van de aanbevelingen van hetVN-comité bij het VN-verdrag Handicap.Vraag 491De situatie rondom de zorgverlening in het Curaçao Medical Center (CMC)is volgens de directie en het medisch personeel kritiek geworden. Hoegaat de Minister ervoor zorgen dat er verantwoordelijke en toegankelijkezorg geboden kan blijven worden?Antwoord:92Kamerstukken 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 57Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19185 De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport is de verantwoordelijkeVWS-bewindspersoon voor de zorg op de BES-eilanden. Curaçao is eenautonoom land in het Koninkrijk der Nederlanden en derhalve is deregering van Curaçao zelf verantwoordelijk voor de zorg op Curaçao. Opdit moment hebben we geen verzoek om bijstand ontvangen. Er is ookgeen signaal ontvangen dat een dergelijk verzoek te verwachten is.Voorts wordt u gewezen op de recente antwoorden (23 september 2024,2024ZD33439 en 2024Z12537) op vragen over hetzelfde onderwerp van deleden Bruyning en Jansen (beiden Nieuw Sociaal Contract) en Vragen vande leden White en Bushoff (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecre-taris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de ziekenhuiszorg op Curaçao.Vraag 492De directie van het CMC geeft aan dat het ziekenhuis sinds de openingkampt met financiële beperkingen die de continuïteit van de zorg ernstigonder druk zetten. Een van de belangrijkste knelpunten is het zorgbudget,dat volgens het ziekenhuis ontoereikend is om aan de groeiendezorgvraag te voldoen, hoe gaat de Minister een zorginfarct aldaarvoorkomen?Antwoord:De regering van Curaçao is zelf verantwoordelijk voor het voorkomen vaneen zorginfarct. Op dit moment hebben we geen verzoek om bijstandontvangen. Er is ook geen signaal ontvangen dat een dergelijk verzoek teverwachten is. Voorts wil wordt u gewezen op de recente antwoorden(23 september 2024, 2024ZD33439 en 2024Z12537) op vragen overhetzelfde onderwerp van de leden Bruyning en Jansen (beiden NieuwSociaal Contract) en Vragen van de leden White en Bushoff (beidenGroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportover de ziekenhuiszorg op Curaçao.Vraag 493Het CMC rapporteert wekelijks calamiteiten aan de inspecteur-generaalvan de Volksgezondheid. De huisartsenpost, die is ondergebracht buitenhet CMC, kampt eveneens met een gebrek aan goed opgeleide artsen, watheeft geleid tot meerdere incidenten die nog in onderzoek zijn. Wat gaande Minister en de Staatssecretaris concreet doen, om de zorg in CaribischNederland in de benen te houden?Antwoord:Het beoordelen van de situatie bij de huisartsenpost is een verantwoorde-lijkheid van het land Curaçao. Op dit moment hebben we geen verzoekom bijstand ontvangen. Er is ook geen signaal ontvangen dat eendergelijk verzoek te verwachten is. Het is de verantwoordelijkheid vanVWS om er voor te zorgen dat de inwoners van de BES-eilanden in gevalvan een medische uitzending, bijvoorbeeld naar Curaçao, goede zorgkrijgen. Tot nu toe is dat met de uitzendingen naar het ziekenhuis CuraçaoMedical Center (CMC) op Curaçao geen probleem. Mochten er welproblemen ontstaan dan kan VWS ook uitwijken naar bijvoorbeeld hetziekenhuis op Aruba of naar ziekenhuizen in Colombia.Vraag 494Welke voorzieningen zijn onvoldoende of in zijn geheel niet beschikbaar inCaribisch Nederland?Antwoord:In Caribisch Nederland is het besluit zorgverzekering BES de basis voorhet grootste deel van de zorg. Met dit besluit heeft VWS een publiekrechtelijke zorgverzekering geïntroduceerd waarmee aansprakenvergelijkbaar met het basispakket in Europees Nederland beschikbaar zijnin Caribisch Nederland. In het besluit zorgverzekering is ook de langdurigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19186 zorg opgenomen omdat de Wet Langdurige Zorg niet van toepassing is inCaribisch Nederland. Momenteel loopt er door middel van een AMvB ookeen pilot maatschappelijke ondersteuning die per 1 januari 2025 staandbeleid wordt.Er zijn in Caribisch Nederland achterstanden omdat het voorzieningen-niveau nog niet vergelijkbaar met Europees Nederland is. De grootsteachterstanden bevinden zich op het terrein van de ouderenzorg. Voor deouderenzorg zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Ook op Saba en SintEustatius is het moeilijk vanwege het insulaire karakter alle voorzieningenop het eiland te hebben. Hierdoor moeten inwoners regelmatig het eilandverlaten voor zorg of worden visiterende zorgverleners ingezet. Op Sabais het gezondheidscentrum gemoderniseerd en wordt een nieuwverpleeghuis gebouwd. Op Sint Eustatius bevindt zich dit in de voorberei-dende fase. Voor het volledig beeld van het zorglandschap in CaribischNederland wordt u verwezen naar het The Caribbean Netherlands HealthSystem Review uitgevoerd door de European Observatory on HealthSystems and Policies dat op 19 juni 2024 naar uw Kamer is gestuurd.Vraag 495Hoeveel steun-, hulp- en meldpunten voor slachtoffers van geweld inafhankelijkheidsrelaties zijn er al?Antwoord:Het Verweij-Jonker instituut heeft in opdracht van VWS in 2023 eenonderzoeksrapport gepubliceerd onder de titel Laagdrempelige hulp voorslachtoffers en plegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties. In ditonderzoeksrapport is een overzicht gegeven van organisaties die hulpbieden aan deze groep. Het gaat in totaal om 53 landelijk werkendeorganisaties die gericht op hulp aan de omschreven doelgroep. Algemeneen lokale voorzieningen zijn daarin niet meegenomen. Ook organisatiesdie alleen in bepaalde regio’s actief zijn, zijn niet meegenomen omdat ditbuiten de scope van het onderzoek viel. Hoeveel hulporganisaties er dusprecies zijn in Nederland is moeilijk vast te stellen.In het regeerprogramma is opgenomen dat de inzet is versnipperingtegen te gaan. Zoals uw Kamer meermalen is gemeld, zijn de Ministeriesvan VWS en Justitie en Veiligheid in het vierde kwartaal van 2023 met deorganisaties die betrokken zijn bij de hulpverlening aan slachtoffers vanseksueel geweld een traject gestart. Doel is om het hulpaanbod in kaart tebrengen en de toegang tot en doorverwijzing naar de juiste hulp beter teorganiseren. De behoeften van slachtoffers staan in dit traject centraal.Het is een omvangrijke opgave om de versnippering van het landschaptegen te gaan, mede door de vele organisaties die hierbij betrokken zijn ende complexe vragen die moeten worden beantwoord. Het is een trajectwaarvoor we voldoende tijd uit willen trekken. Inmiddels hebben we eenconcept-werkwijze waarover de betrokken organisaties en het Rijkenthousiast zijn. Het is nu van belang deze werkwijze te testen in depraktijk. Over de manier waarop we dit willen doen en wanneer wehiermee starten zal uw Kamer op korte termijn worden geïnformeerd.Vraag 496Na 2025 worden de zorguitgaven Fundashon Mariadal ziekenhuis Bonaireen het budget voor Zorg op de BES-eilanden gestopt. Wat is daar de redenvan? Kan daarbij een vergelijking worden toegezonden van de uitgavenvan VWS voor een ziekenhuis in Nederland en het ziekenhuis op Bonaire?Antwoord:Bij voorjaarsnota 2024 is voor 2025 een incidenteel extra budgetbeschikbaar gesteld voor de zorguitgaven van het Fundashon Mariadalziekenhuis op Bonaire en andere zorginstellingen op de BES-eilanden.Deze middelen zijn begroot bovenop de beschikbare structurele middelenvoor de zorguitgaven op de BES-eilanden en zijn onder meer bedoeld omaan de toegenomen zorgvraag te kunnen voldoen. De zorguitgavenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19187 worden in de basis niet stopgezet. Voor de periode na 2025 wordtonderzocht of voor de zorguitgaven op de BES-eilanden aanvullendemiddelen benodigd zijn.VWS heeft de vergelijking met Europees Nederland niet beschikbaar. Er isgeen ziekenhuis in Europees Nederland dat – gezien de insulaire situatieen kleinschaligheid van het ziekenhuis op Bonaire – vergelijkbaar is.Vraag 497Kan nader worden toegelicht op welk deel van de kwaliteitsgeldenspecifiek gekort wordt?Antwoord:Vertraging in voorgaande kwaliteitsprogramma’s heeft de afgelopen jarengeleid tot een oploop van de zogenoemde overlooppost bij ZonMw. Somsis de start van voorgenomen kwaliteitsprojecten vertraagd doordat deorganisatie meer tijd vraagt dan verwacht, soms is personele beschik-baarheid de oorzaak. Met als doel de omvang van de overlooppost terugte brengen heeft VWS ervoor gekozen een deel van kwaliteitsmiddelen diein de afgelopen jaren in de overlooppost terecht zijn gekomen in te zettenvoor de financiering van het nieuwe kwaliteitsprogramma voor de periode2024–2026. Dit betekent dat een deel van de middelen die in de periode2024–2026 waren gereserveerd voor het nieuwe kwaliteitsprogramma vrijkomen te vallen, zoals in de eerste suppletoire wet aan uw Kamer isgemeld. De inzet van de overlooppost is eenmalig en ook de ruimte die isontstaan in de periode 2024–2026 is incidenteel.Vraag 498Waarom zijn de middelen voor post-covid klinieken een jaar doorge-schoven?Antwoord:Om toe te kunnen werken naar een passende prestatiebeschrijving,waarmee de zorg voor post-COVID patiënten kan worden bekostigd, wordtgebruik gemaakt van de beleidsregel innovatie voor kleinschaligeexperimenten van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Uitgaven vandeze beleidsregel innovatie vallen onder het kader «overige curatievezorg». Aangezien het macroprestatiebedrag van zorgverzekeraars voor2024 al vaststaat, leidt het toevoegen van de middelen aan het kader indat jaar er niet toe dat zorgverzekeraars beschikking krijgen over dezemiddelen. De gereserveerde middelen zijn vanuit 2024 doorgeschoven enovergeheveld naar de premie gefinancierde uitgaven in 2025 en 2026. Ditlaat onverlet dat post-COVID zorg in 2024 bekostigd kan worden.Zorgverzekeraars hebben immers een zorgplicht om Zvw verzekerde zorgte vergoeden.Vraag 499Met hoeveel aanvragen was rekening gehouden in de begroting onder hetkopje «Kwaliteitsgelden» en wat kan verklaren dat er minder aanvragendan verwacht zijn?Antwoord:Het achterblijven van aanvragen bij voorgaande kwaliteitsprogramma’sheeft meerdere redenen. Soms is de start van voorgenomen kwaliteitspro-jecten vertraagd doordat de organisatie meer tijd vraagt dan verwacht,soms is personele beschikbaarheid de oorzaak. Met als doel de omvangvan de overlooppost terug te brengen heeft VWS ervoor gekozen een deelvan kwaliteitsmiddelen die in de afgelopen jaren in de overlooppostterecht zijn gekomen in te zetten voor de financiering van het nieuwekwaliteitsprogramma voor de periode 2024–2026. Dit betekent dat eendeel van de middelen die in de periode 2024–2026 waren gereserveerdvoor het nieuwe kwaliteitsprogramma vrij komen te vallen, zoals in deeerste suppletoire wet aan uw Kamer is gemeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19188 Vraag 500Wat is de reden dat de zorgkosten op de BES-eilanden hoger uitvallen daneerder geraamd?Antwoord:De hoger uitvallende zorgkosten op de BES-eilanden worden vooralveroorzaakt door toegenomen zorgvraag en prijsontwikkelingen.Daarnaast wordt ingezet op het wegwerken van achterstanden in deouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg en op de standaardisatie vangegevensuitwisseling in de zorg. Deze intensiveringen dragen bij om optermijn te komen tot een gelijkwaardig voorzieningenniveau metEuropees Nederland.Vraag 501Wat zijn de (mogelijke) oorzaken voor de «minder aanvragen» van dekwaliteitsgelden?Antwoord:Het achterblijven van aanvragen bij voorgaande kwaliteitsprogramma’sheeft meerdere redenen. Soms is de start van voorgenomen kwaliteitspro-jecten vertraagd doordat de organisatie meer tijd vraagt dan verwacht,soms is personele beschikbaarheid de oorzaak. Met als doel de omvangvan de overlooppost terug te brengen heeft VWS ervoor gekozen een deelvan kwaliteitsmiddelen die in de afgelopen jaren in de overlooppostterecht zijn gekomen in te zetten voor de financiering van het nieuwekwaliteitsprogramma voor de periode 2024–2026. Dit betekent dat eendeel van de middelen die in de periode 2024–2026 waren gereserveerdvoor het nieuwe kwaliteitsprogramma vrij komen te vallen, zoals in deeerste suppletoire wet aan uw Kamer is gemeld.Vraag 502Met hoeveel gebruikers van de regeling tegemoetkoming specifiekezorgkosten (TSZ) was rekening gehouden en wat is het daadwerkelijkeaantal? Wat kan dit hogere aantal verklaren?Antwoord:Voor mensen die geen of weinig inkomstenbelasting betalen en daardoorgeen profijt hebben van het opvoeren van hun specifieke zorgkosten alsaftrekpost, bestaat er de tegemoetkoming specifieke zorgkosten. Hetaantal mensen dat in aanmerking komt voor de TSZ is sterk afhankelijkvan de hoogte van de heffingskortingen. Hoe hoger de heffingskortingen,hoe eerder mensen tegen verzilveringsproblematiek aanlopen endaardoor recht krijgen op TSZ. De afgelopen jaren zien we een toenamevan verschillende heffingskortingen, waaronder de algemene heffings-korting, de ouderenkorting en de arbeidskorting. De samenloop van dezeverhogingen heeft ertoe geleid dat we vanaf het belastingjaar 2021 zo’n50.000 tegemoetkomingen meer uitkeren dan de jaren daarvoor (vanongeveer 220 duizend tegemoetkomingen in belastingjaar 2020 naarongeveer 270 duizend tegemoetkomingen in belastingjaar 2021). Hierdoorhebben we in de 1e suppletoire begroting 2024 het bedrag TSZ structureelverhoogd met € 20 miljoen.Vraag 503Klopt het dat er € 60 miljoen aan IOW-gelden bij overige kasschuivenwordt overgeheveld naar 2025? Klopt het dat dit in de Miljoenennotagenoteerd staat als een meevaller van € 37,5 miljoen? Welk bedrag washiervoor in 2024 gereserveerd? Worden in 2025 dezelfde doelstellingeneraan gekoppeld als in 2024? Kunt u een overzicht leveren van dedoelstellingen van 2024 en 2025 respectievelijk (indien deze niet overeenkomen)?Antwoord:Ja het klopt dat er met ingang van 2025 structureel € 60 miljoen wordtovergeheveld naar de VWS-begroting ten behoeve van een nieuweTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19189 subsidieregeling die de werkgeverslasten voor opleiden in de wijkver-pleging beoogt te compenseren. Het streven is deze in januari 2025 teopenen. Het klopt ook dat er vanuit de (incidentele) IOW-middelen van2024 een meevaller is van 37,5 miljoen. Van de beschikbare IOW middelenvoor 2024, dit was € 50 miljoen, is € 12,5 miljoen grotendeels uitgegevenaan een nieuwe subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkver-pleging. Met deze regeling kunnen samenwerkingsverbanden bestaandeuit zorg en onderwijs een plan schrijven voor een (vernieuwde) oplei-dingsstructuur in de wijkverpleging. In 2025 is ook € 50 miljoenbeschikbaar voor dezelfde IOW-doelstellingen: het meer, samen en andersopleiden in de wijkverpleging. Het is de intentie om de subsidieregelingInrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging in 2025 uit te breiden methet bieden van een impuls voor de daadwerkelijke uitvoering van deplannen.Vraag 504Er is in 2025 € 27,3 miljoen begroot voor spuk-DOS ondanks€ 10,3 miljoen onderbesteding binnen DOS gemeenten, waar gaat dit geldnu naar toe? Kunnen deze middelen ook opnieuw worden ingezet voor2025? Wordt de onderbesteding veroorzaakt wegens de complexiteit vaneen aanvraag? Kan het ook makkelijker gemaakt worden voor gemeentenom hetzelfde doel te behalen?Antwoord:In de periode tot en met 2026 zijn gelden beschikbaar om domeinoverstij-gende activiteiten te kunnen bekostigen. Jaarlijks kunnen projectvoor-stellen worden gedaan. Na een start met een drietal voorbeeldprojectenzijn in 2024 inmiddels 35 projecten actief. Er is dus sprake van eengroeiende belangstelling echter zijn er in de jaren 2023 en 2024 minderaanvragen gedaan dan vooraf geprognotiseerd. De reden hiervoor isonbekend. Voor 2025 is er een budget van € 27,3 miljoen beschikbaarwaarvan de prognose is dat hij volledig tot besteding zal komen gezien detoenemende belangstelling. De middelen die in 2024 niet tot bestedingzijn gekomen, kunnen niet in 2025 worden ingezet, maar vloeien terugnaar de rijksbegroting. Om het aantal aanvragen te stimuleren wordenvoorlichtingsbijeenkomsten en webinars georganiseerd en wordenpartijen ondersteund bij het indienen van een aanvraag.Vraag 505Wat is de uitkomst van de uitvoeringstoets (VNG) aangaande integralesuïcidepreventie?Antwoord:De uitkomsten van de uitvoeringstoets zijn nog niet bekend. Deverwachting is uw Kamer over de bevindingen van de uitvoeringstoetsuiterlijk in december 2024 te kunnen informerenVraag 506Kan uiteen worden gezet waar de € 161,9 miljoen specifiek heengaat voorstandaardisatie gegevensuitwisseling voor activiteiten in het kader vanhet Landelijk Dekkend Netwerk, Generieke Functies, Medicatieoverdracht,implementatie van de European Health Data Space (EHDS) en het kunnenvoortzetten van de instellingssubsidie aan Nationaal ICT Instituut in deZorg (Nictiz)? Hoeveel gaat hiervan naar AI en hoeveel naar pilots dieadministratietijd vermindert?Antwoord:De middelen die door het vorige kabinet zijn gereserveerd op de aanvul-lende post «standaardisatie gegevensuitwisseling» bij het Ministerie vanFinanciën zijn bedoeld om landelijk elektronische gegevensuitwisselingmogelijk te maken en een toekomstbestendig gezondheidsinformatie-stelsel (GIS) in te richten. Dit vormt het fundament voor de verdereontwikkeling en inzet van AI en andere innovaties, die gericht zijn opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19190 onder andere het verminderen van administratieve lasten zodat er meertijd vrijkomt voor de zorg aan patiënten.Voor het jaar 2025 is een bedrag van € 161,9 miljoen overgeheveld naarhet Ministerie van VWS. Dit bedrag is goedgekeurd op basis vanbestedingsplannen die door het Ministerie van Financiën zijn beoordeeldop doelmatigheid en doeltreffendheid.Deze middelen worden ingezet voor de doorontwikkeling en implemen-tatie van de zes geprioriteerde generieke functies, evenals voor deontwikkeling, opschaling en inrichting van het Landelijk Dekkend Netwerk.Daarnaast wordt er gewerkt aan de voorbereiding op de implementatievan de EU-verordening «European Health Data Space» (EHDS) en dedoorontwikkeling van de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Ookzijn er middelen beschikbaar gesteld voor het Nationaal ICT Instituut in deZorg (Nictiz) om op deze terreinen te ondersteunen. Verder zijn ermiddelen toegekend voor het verbeteren en doorontwikkelen van deinformatievoorziening op de Nederlandse gemeenten Bonaire, SintEustatius en Saba (BES-eilanden) in Caribisch Nederland.Uw Kamer wordt regelmatig geïnformeerd over de inhoudelijkevoortgang van deze programma’s. Zoals is toegezegd aan uw Kamer93ontvangt u binnenkort een Kamerbrief over de inzet van deze middelen.Over de plannen op het gebied van AI wordt u begin volgend jaar met eenKamerbrief nader geïnformeerd.Vraag 507Hoe gaat u uitwerken dat ministeries hun rol pakken met betrekking totintegrale suïcidepreventie? Zijn de resultaten van de uitvoeringstoets vande VNG al bekend?Antwoord:De uitwerking van de rol als coördinator op gebied van suïcidepreventiewordt onderdeel van het implementatietraject van de wet. Hetuitgangspunt is de manier waarop nu met de betrokken departementenhet gesprek wordt gevoerd: in de vorm van netwerkbijeenkomsten enjaarlijkse afstemmingsmomenten. De resultaten van de uitvoeringstoetszijn nog niet bekend. De verwachting is uw Kamer over de bevindingenvan de uitvoeringstoets uiterlijk in december 2024 te kunnen informeren.Vraag 508Waarom wordt de subsidieregeling Veelbelovende zorg in 2025 met€ 25 miljoen en vanaf 2026 structureel met € 30 miljoen verlaagd? Watzijn de eventuele gevolgen van deze bezuiniging?Antwoord:De Subsidieregeling Veelbelovende Zorg heeft een subsidieplafond vanjaarlijks € 69 miljoen. Sinds de start van de subsidieregeling in 2019 zijner (tot en met juli 2024) 26 onderzoeken gehonoreerd. Het bedrag dat aansubsidies wordt toegekend is echter circa € 40 miljoen per jaar. Een deelvan de beschikbare middelen voor de subsidieregeling is de afgelopenjaren niet uitgegeven, wat inhoudt dat er sprake is van onderuitputting.Om die reden is het beschikbare budget voor de SubsidieregelingVeelbelovende Zorg verlaagd.Vraag 509Is de begrote € 27,3 miljoen voor de experimenten van domein overstij-gende samenwerking, via SPUK DOS, de totale aanvraagsom?Antwoord:Het totaal begrote bedrag voor experimenten domein overstijgendesamenwerking via de SPUK DOS in 2025 is 27 miljoen. De genoemde0.3 miljoen in de vraag zijn gereserveerd voor uitvoeringskosten.93Kamerstuk II 2022/23 27 529, nr. 302Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19191 Vraag 510Wat is de omvang van de wachtlijsten en achterstanden in deouderenzorg op de BES-eilanden?Antwoord:De verwachting is dat vergrijzing ook in Caribisch Nederland de komendedecennia zal toenemen.In de verpleeghuiszorg op Bonaire is een achterstand ontstaan metmomenteel een wachtlijst van ca. 50 ouderen. Dit legt momenteel eenzeer grote druk op de thuiszorg. Voor dagbesteding en vervoer staan ca.30 ouderen op de wachtlijst. Voor huishoudelijke ondersteuning staan nu14 ouderen op de wachtlijst.Op St. Eustatius zijn er momenteel geen wachtlijsten op het gebied vanverpleeghuiszorg en thuiszorg. Wel zijn de voorzieningen op het gebiedvan maatschappelijke ondersteuning in ontwikkeling en is er weinig zichtop van de ouderen populatie die daar eventueel aan kan deelnemen. Zo iser beperkt aanbod op het gebied van huishoudelijke ondersteuning envervoer voor ouderen en is er maar 1 aanbieder voor dagbesteding terwijlkeuzevrijheid een belangrijk aspect is voor deelname.Voor Saba geldt dat bij de opening van de nieuwbouw van hetverpleeghuis in 2025 er voldoende plek zal zijn voor de verpleeghuiszorg.Ook de voorzieningen op het gebied van thuiszorg zijn momenteelvoldoende.Vraag 511Zijn voor de € 161,9 miljoen aan middelen op de aanvullende post voorstandaardisatie gegevensuitwisseling al concrete en doelmatige beste-dingsplannen ingediend bij Financiën? Zo nee, wanneer gebeurt dat?Antwoord:Voor 2025 en de jaren daarna heeft het Ministerie van VWS bestedings-plannen ingediend om middelen uit de aanvullende post «standaardisatiegegevensuitwisseling» van het Ministerie van Financiën over tet hevelen.Het Ministerie van Financiën heeft deze plannen beoordeeld op doelma-tigheid en doeltreffendheid. Bij de augustusbesluitvorming 2024 is intotaal 161,9 miljoen vrijgegeven op basis van deze beoordeelde beste-dingsplannen. Dit bedrag zal worden ingezet om landelijk elektronischegegevensuitwisseling mogelijk te maken en een toekomstbestendiggezondheidsinformatiestelsel (GIS) in te richten.Vraag 512Klopt het dat er een besparing gepland staat van structureel € 16 miljoenvanaf 2025 i.v.m. de maatregel «Besparing RS vaccin»? Zo ja, via welkefinancieringsstroom wordt deze besparing precies uitgevoerd? Watgebeurt er als deze besparing niet gerealiseerd wordt?Antwoord:In de berekening van de besparing is uitgegaan van € 8,5 miljoenbesparing op zorgkosten (ziekenhuisopnames en huisartsbezoeken) en€ 7,7 miljoen structurele besparing per jaar voor het middel palivizumab.Als de besparing niet gerealiseerd wordt, moet elders dekking gezochtworden.Vraag 513Waarom is er niet voor gekozen om het overgebleven budget bij ZonMwte investeren in onderzoek (bv. naar nieuwe geneesmiddelen, post-COVIDof vrouwspecifieke aandoeningen)?Antwoord:Op deze onderwerpen lopen al onderzoeksprogramma’s bij ZonMw. Deruimte die op de VWS begroting is ontstaan door deze onderbesteding isbij de 1e suppletoire wet aangewend om tegenvallers elders in debegroting van VWS te dekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19192 Hiervoor wordt u ook verwezen naar de beantwoording vragen 53 en 54bij de 1e suppletoire wet 2024 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024,36 550 XVI, nr. 7).Vraag 514Waarom is een deel van het budget van de ZonMw in 2023 onbenutgebleven? Is deze onderbenutting gelijk aan de € 70 miljoen die naarbeneden wordt bijgesteld?Antwoord:Voor het budget dat onbenut is gebleven gaat het om een lagereliquiditeitsbehoefte van ZonMw. Bij vertraging in de uitvoering van eenprogramma worden de uitgaven voor een ZonMw-programma latergedaan dan gepland. De ruimte die op de VWS begroting is ontstaan doordeze onderbesteding, is bij de 1e suppletoire wet aangewend omtegenvallers en besparingsverliezen elders in de begroting te dekken.De € 70 miljoen die naar beneden is bijgesteld betreft een terugvorderingvan het ministerie, de zogenaamde overlooppost. Uit de jaarrekening 2023van ZonMw blijkt dat de toegestane hoogte van deze overlopendeverplichtingen (de zogenaamde overlooppost) is overschreden. Op basisvan de wet- en regelgeving dient ZonMw het deel dat de toegestanehoogte overschrijdt, terug te betalen.Vraag 515Waarom wordt de post «HLA: Versnellen opschaling digitale zorg inverpleeg- en gehandicaptenzorg» oplopend naar beneden bijgesteld vanaf2027?Antwoord:Naar verwachting zal de inzet van digitale zorg en het aanpassen vanbestaande zorgpaden en -processen hierop leiden tot kostenbesparingen.Daarvoor is in het hoofdlijnenakkoord een besparing op de verpleeg- engehandicaptenzorg afgesproken (reeks i). Naast de besparing is er ookgeld gereserveerd om de versnelling van digitale zorg en innovatie teondersteunen (reeks ii).Vraag 516Wat is de totale besteding van het uitlezen en archiveren van berich-tenapps uitgesplitst naar fte en kosten in 2024? Wat is de verwachtingvoor 2025?Antwoord:Het uitlezen en archiveren van berichtenapps van bewindspersonen enbestuursraadleden van VWS gebeurt op dit moment periodiek. Dit is eenhandmatige activiteit die is uitbesteed aan de Rijksorganisatie voorInformatiehuishouding (RvIHH). De verwachting is dat de kosten (er isgeen registratie op basis van fte) hiervoor in 2024 uitkomen op circa€ 40.000. Als de uitvoeringscapaciteit van de RvIHH toeneemt, is het voorVWS ook mogelijk om berichtenapps van andere sleutelfunctionarissenuit te laten lezen. Er is daarvoor in 2025 een budget van € 230.000begroot. Daarnaast wacht VWS de uitkomsten van rijksbrede projecten af,die de mogelijkheden van geautomatiseerde oplossingen onderzoeken.Vraag 517Hoeveel nieuwe garantiestellingen zijn de laatste 3 jaar gegeven in totaalen specifiek voor verpleeghuizen.Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19193 Het Waarborgfonds voor de Zorgsector stelt in het jaarverslag cijfersbeschikbaar over, onder andere, het bedrag aan totaal geborgde langlo-pende leningen en het bedrag aan nieuw geborgde langlopende leningen(beiden gespecificeerd naar sector). Het aantal garantiestellingen voorverpleeghuizen is opgenomen in het aantal voor de ouderenzorg.Bedrag aan totaal geborgde langlopende leningen:2023: € 5.952,5 miljoen, waarvan € 1,678 miljoen voor ouderenzorg (28%)2022: € 6.119,1 miljoen, waarvan € 1.732 miljoen voor ouderenzorg (28%)2021: € 6.176,4 miljoen, waarvan € 1.656 miljoen voor ouderenzorg (27%)Bedrag aan nieuwe geborgde langlopende leningen:2023: € 333,7 miljoen, waarvan € 81 miljoen voor ouderenzorg (24%)2022: € 418,2 miljoen, waarvan € 182 miljoen voor ouderenzorg (43%)2021: € 237,1 miljoen, waarvan € 86 miljoen voor ouderenzorg (36%)Deze zijn te vinden op: Overzicht documenten | Waarborgfonds vdZorgsector (wfz.nl)Voor de goede orde word opgemerkt dat dit geborgde leningen door hetWFZ zijn, geen garantiestellingen door de overheid. De overheid is welachterborg voor het WFZ.Vraag 518Kunt u voor VWS inzichtelijk maken of en hoeveel extra geld er isbijgekomen als gevolg van beleidskeuzes van het nieuwe kabinet?Antwoord:Het kabinet heeft enkele beleidskeuzes gemaakt die ertoe leiden dat debegroting van VWS is opgehoogd. Dit betreft het investeren in betereouderenzorg (€ 600 miljoen vanaf 2027), het bevriezen van het eigenrisico in 2026 (€ 262 miljoen in 2026) en het verlagen van het eigen risiconaar € 165 vanaf 2027 (€ 4,1 miljard oplopend naar € 4,6 miljard in 2029).Daarnaast is er op het terrein van de jeugdzorg gekozen om de besparingvan € 511 miljoen te laten vervallen. Dit heeft een effect op hetgemeentefonds.Vraag 519Kunt u kwantitatief laten zien op welke manier het doel om de socialebasis te versterken terugkomt in de begrotingAntwoord:In het Gezond en Actief Leven Akkoord is afgesproken dat gemeenten deopdracht hebben de sociale basis te versterken en in 2024 een beleidsvisieop de sociale basis te ontwikkelen met aandacht voor een gebiedsgerichteuitvoering. Vanuit de VWS begroting wordt er o.a. ingezet op hetversterken van de sociale basis door middelen van de brede SPUK.Gemeenten ontvangen vanaf 2023 tot en met 2026 jaarlijks ongeveer35 miljoen aflopend tot 26 miljoen in 2026 voor het versterken van desociale basis. Daarnaast ontvangen gemeenten vanuit het Gemeentefondsmiddelen voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet.Vraag 520Welke concrete (SMART-geformuleerd) leefstijl-preventiedoelen heeft hetkabinet zelf bij deze VWS begroting?Antwoord:Het kabinet houdt vast aan de ambitie van een gezonde generatie in 2040.Zo houdt het kabinet bijvoorbeeld vast aan de ambities uit het NationaalPreventie Akkoord voor roken, overgewicht en alcoholgebruik. Er wordtdoor het kabinet een samenhangende preventiestrategie uitgewerkt. Indeze strategie wordt ingegaan op de doelstellingen van het preventie-beleid en de inzet om deze te bereiken. Er zijn in de VWS-begroting echtergeen SMART-geformuleerde leefstijl-preventiedoelen geformuleerd. Welheeft uw Kamer de VWS-monitor ontvangen. Deze VWS-monitor geefteen meerjarig beeld van de gezondheid en de zorg in Nederland, zodat erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19194 zicht wordt verkregen op de ontwikkelingen. Een belangrijk onderdeel vandeze monitor betreffen indicatoren die inzicht geven in de ontwikkelingenin gezond blijven, waaronder die over het gebruik van alcohol doorjongeren of het hebben van overgewicht.Vraag 521Hoeveel mensen sporten of bewegen «particulier»? En hoeveel bij eenvereniging? Wat is de invloed van de voorgestelde verhoging van de BTWen de voorgestelde verhoging van de kansspelbelasting op de sport?Antwoord:Er zijn 9,6 miljoen wekelijkse sporters vanaf 4 jaar en ouder. Hiervansporten zo’n 2 miljoen sporters enkel bij een sportaanbieder via eenabonnement en ongeveer 3 miljoen bij een sportvereniging. Daarnaastzijn er ongeveer 740.000 sporters die lid zijn bij zowel een vereniging alseen abonnement hebben. Verder zijn er 3,8 miljoen sporters die geen lidzijn of abonnement hebben.Het is onduidelijk wat de exacte invloed zal zijn van de voorgesteldeverhoging van de btw en de voorgestelde verhoging van de kansspelbe-lasting. De btw-verhoging heeft in ieder geval een direct effect opsportinstellingen met een winstoogmerk. De btw-verhoging geldt nietvoor sportverenigingen die geen winst beogen. In sommige gevallenmoet een sportvereniging btw betalen over de kosten voor het gebruikvan een sportaccommodatie.Vraag 522Hoeveel provincies hebben een provinciaal sportakkoord, en hoeveelgemeenten?Antwoord:Alle 342 gemeenten hebben een lokaal Sportakkoord. Er zijn in 2024 vijfprovinciale akkoorden, waarbij alle akkoorden een eigen invulling hebbengekregen. Het gaat om de provincies Groningen (Beweegakkoord),Overijssel, Gelderland, Utrecht en Zeeland.Vraag 523Heeft u een overzicht van de uitgaven aan sport per gemeente?Antwoord:Uit de Monitor Sportuitgaven Gemeenten 2022 van het Mulier Instituutblijkt dat Nederlandse gemeenten in 2022 in totaal 1,7 miljard eurouitgaven aan sport en dat ze 537 miljoen euro ontvingen aan inkomsten.De netto-uitgaven aan sport waren dus bijna 1,2 miljard euro. Per inwonergaven gemeenten in 2022 netto gemiddeld 68,8 euro uit aan sport.Grotere gemeenten besteden per inwoner meer aan sport. De netto-uitgaven per inwoner aan sport waren hoger in gemeenten met relatiefveel inwoners. Stedelijke gemeenten gaven per inwoner ook meer uit aansport dan niet-stedelijke gemeenten. Jaarlijks gaat bijna 75 procent van degemeentelijke sportuitgaven naar sportaccommodaties. Daarnaastinvesteren gemeenten in sportbeleid en -activering, onder andere door(co)financiering van buurtsportcoaches en door subsidies te verstrekkenvoor sportstimulering.Vraag 524Wat is de stand van zaken van de topsportfinanciering door NOC*NSF?Antwoord:Jaarlijks informeert de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport deKamer over de topsportbegroting van NOC*NSF (Kamerstukken II2023–2024, 30 234, nr. 386). Voorafgaand aan het WGO Sport en Bewegen,waarin de begroting van Sport en Bewegen wordt besproken met uwKamer, stuurt de Staatssecretaris de topsportbegroting van NOC*NSF metvoorgenomen bestedingsdoelen van de sport voor 2025 aan de Kamer.Voor deze topsportbegroting stelt het Ministerie van VWS middelen terTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19195 beschikking. Via een instellingssubsidie die NOC*NSF aanvraagt bij VWSworden de centrale faciliteiten en topsportondersteuning en de investe-ringsplannen van bonden medegefinancierd. Hier is in 2025 niet opgekort.Vraag 525Heeft u een overzicht van de resultaten van de Beweegalliantie?Antwoord:Het RIVM heeft een evaluatieplan ontwikkeld voor het ActieplanNederland Beweegt. Het overkoepelend doel van de evaluatie is om tebepalen wat het effect is van alle ondernomen inspanningen en activi-teiten vanuit het actieplan. De resultaten van het creëren van meermaatschappelijk initiatief voor bewegen via de Beweegalliantie isonderdeel van deze evaluatie. De eerste voortgangsrapportage wordtbegin 2025 verwacht. In december 2025 volgt een eindrapportage met deevaluatie van het gehele actieplan Nederland Beweegt (Kamerstukken II2023/24, 30 234, nr. 386).Sinds de start heeft de Beweegalliantie onder meer de volgende resul-taten bereikt, die ook meegenomen worden in de evaluatie:–In 23 samenwerkingsverbanden van alliantiepartners wordensuccesvolle aanpakken (door)ontwikkeld en opgeschaald waardoormeer mensen structureel meer gaan bewegen op alle plekken waar zijdagelijks komen. Een voorbeeld hiervan is het stimuleren van meerbewegen tijdens de schooldag met praktische instrumenten zoalsonline informatie, handleidingen en trainingen om de aanpakDynamische of Beweegrijke Schooldag vorm te geven en te implemen-teren. Bij dit voorbeeld richt de Beweegalliantie zich op alle vormenvan onderwijs met focus op de jongste jeugd en praktisch onderwijs.–Relevante concrete aanpakken worden ingebed in de uitvoering vanlopend beleid van brancheorganisaties, provincies, regio’s, gemeentenen meerdere ministeries. Hierdoor vindt snellere opschaling van sterkeaanpakken plaats. Enkele voorbeelden hiervan zijn het NationaalProgramma Leefbaarheid en Veiligheid en de Citydeal Fietsen vooriedereen.–Door de aanpak met alliantiepartners (nu ruim 400) uit o.a. onderwijs,zorg- en welzijn, werk en actieve mobiliteit zijn er nieuwe, effectieveverbindingen ontstaan om meer mensen meer te laten bewegen. Desport- en beweegsector kan zo haar meerwaarde in andere domeinenmeer en makkelijker toevoegen dan voorheen.Vraag 526Hoeveel mensen staan op dit moment op de wachtlijst voor de ggz?Antwoord:Volgens de laatste cijfers die de NZa heeft gepubliceerd waren er eind2023 97.450 wachtplekken (Informatiekaart Wachttijden en aantalwachtplekken ggz 2023 - februari 2024 - Nederlandse Zorgautoriteit(overheid.nl).Vraag 527Bent u van plan de signalen van het juridische loket mee te nemen in hetIBO Mentale gezondheid en ggz?Antwoord:Het IBO Mentale gezondheid en ggz is een ambtelijk, onafhankelijkonderzoek, waarbij het uiteindelijk aan de onafhankelijke voorzitter en deIBO werkgroep is om te bepalen wat in welke mate wordt meegenomen.Hierbij is in de taakopdracht reeds onderkend dat er vele factoren zijn dievan invloed zijn op de mentale gezondheid, die ook overlappen eninteractie hebben met elkaar. Daarom is in de taakopdracht opgenomendat in het IBO maximaal vier factoren worden meegenomen die vaninvloed zijn op de mentale gezondheid, waaronder bestaanszekerheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19196 (armoede, schulden en wonen), werk/arbeidsparticipatie en belasting doorschool of studie.Vraag 528Het Juridisch Loket heeft jaarlijks meer dan 700.000 contacten metmensen die juridische vragen en problemen hebben. Het gaat vaak overwerk, wonen, armoede en schulden. Overweegt u de signalen van dezemensen mee te nemen in het IBO Mentale gezondheid en ggz?Antwoord:Er zijn vele factoren die van invloed zijn op de mentale gezondheid, dieook overlappen en interactie hebben met elkaar. Daarom is in detaakopdracht opgenomen dat in het IBO maximaal vier factoren wordenmeegenomen, waaronder bestaanszekerheid (armoede, schulden enwonen), werk/arbeidsparticipatie en belasting door school of studie. HetIBO Mentale gezondheid en ggz is een ambtelijk, onafhankelijk onderzoek,waarbij het uiteindelijk aan de onafhankelijke voorzitter en de IBOwerkgroep is om te bepalen wat in welke mate wordt meegenomen in hetIBO.Vraag 529Welke indicatoren worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te bepalen?Antwoord:Om kwaliteit van zorg te bepalen zijn er drie soorten indicatoren, namelijkuitkomst-, structuur- en procesindicatoren.•Uitkomstindicatoren richten zich op de uitkomsten en effecten van degeleverde zorg. Het gaat dan zowel om klinische uitkomsten zoalscomplicaties en mortaliteit als om patiënt gerapporteerde uitkomstenzoals pijn en vermoeidheid.•Structuurindicatoren richten zich op informatie over de organisatie vaneen zorgsysteem of over de omstandigheden die nodig zijn om degewenste zorg te leveren. Een concreet voorbeeld: «aanwezigheid vaneen stroke unit».•Procesindicatoren richten zich op informatie over de kwaliteit van hetzorgproces. Het gaat om het bepalen van het percentage gevallenwaarbij een bepaalde procedure is gevolgd. Om te kijken of eenrichtlijn in de praktijk wordt toegepast worden vaak procesindicatorengebruikt. Een concreet voorbeeld: «het percentage mensen metdiabetes dat jaarlijks een oogheelkundig onderzoek krijgt».Kwaliteitsindicatoren worden gebruikt om zorg te verbeteren, inzichtelijkte maken voor bijvoorbeeld keuze-informatie, patiëntveiligheid enzorginkoop.Binnen de Medisch Specialistische Zorg wordt ernaar gestreefd om zoveelmogelijk in te zetten op uitkomstindicatoren als de belangrijkste indica-toren voor de kwaliteit van zorg en het leveren van de best passende zorgvoor elke patiënt. Om deze ontwikkeling te versnellen zijn in hetprogramma Uitkomstgerichte zorg sets ontwikkeld met uitkomstinfor-matie voor 33 aandoeningen. Om deze sets naar de praktijk te krijgen is inhet IZA de volgende afspraak gemaakt: Partijen in de medisch specialis-tische zorg maken uitkomstinformatie transparant beschikbaar. Daarbij ishet de ambitie dat in 2025 voor 50% van de ziektelast gerealiseerd tehebben.Binnen de langdurige zorg is een ontwikkeling ontstaan, waarbij op eenandere manier naar kwaliteit van zorg en ondersteuning wordt gekeken. Inde generieke kompassen wordt een richting en beweging beschreven naarkwaliteit van bestaan. Ze wijken hierbij af van het sturen op kwaliteitsindi-catoren en zetten meer in op narratieven, zoals kwaliteitsbeelden encliëntervaringen. Verschillende handreikingen, waaiers en instrumentenondersteunen de professionals om in de unieke context op kwaliteit testuren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19197 Vraag 530Wordt de «sluisperiode» voor dure en/of innovatieve geneesmiddelenaangepast of afgeschaft?Antwoord:De Minister ziet dat de sluis veel oplevert door prijsonderhandelingen metfabrikanten, maar ook dat de sluis scherpe randen kent. De Minister isvoornemens de scherpe randen van de sluis te halen. De Minister vanVWS heeft u onlangs geïnformeerd over voorstellen die daartoe kunnenleiden.94Vraag 531Welke rol spelen de eigenbereidingen van apothekers bij het borgen vande toegang tot werkzame en betaalbare geneesmiddelen?Antwoord:Bereidingen zijn een belangrijk middel in patiëntenzorg, bijvoorbeeldomdat een specifieke sterkte of toedieningsvorm die een patiënt nodigheeft niet als geregistreerd geneesmiddel beschikbaar is. Apotheekberei-dingen zijn echter geen brede oplossing voor tekorten. In 2023 bleek datvoor slechts 2% van de tekorten een apotheekbereiding een, al dan nietgedeeltelijke, oplossing was. Regelmatig komt het voor dat bijvoorbeeldde juiste grondstoffen niet aanwezig zijn. Of dat de apotheken technischniet in staat zijn om het geneesmiddel te maken.Vraag 532Hoeveel mensen onder de 27 jaar in de ggz hebben toegang tot de Wlz?Antwoord:Op peildatum 30 juni 2024 hebben in totaal 3.045 mensen in de leeftijdvan 18 t/m 26 jaar een aanspraak op GGZ-Wonen in de Wlz95.Vraag 533Hoe wordt er gewerkt aan het verminderen van de tijd van nieuwemedicijnen in de sluis?Antwoord:Het is de inzet van de Minister van VWS om nieuwe dure geneesmiddelendie «in de sluis staan» zo snel als mogelijk beschikbaar te krijgen.In 2025 zet de Minister van VWS vooral in op het doorontwikkelen van hetdashboard doorlooptijden dure geneesmiddelen. Onderdeel daarvan ismeer specifiek inzicht geven in de eerste fase waarin een firma het dossierbij het Zorginstituut moet aanleveren, zodat duidelijker is welke partij aanzet is.Verder wordt gewerkt aan het versnellen van de beoordeling vangeneesmiddelen door het Zorginstituut. In het kader van de Europese HTAverordening gaat het Zorginstituut oncologische geneesmiddelen enadvanced therapy medicinal products (ATMP’s) samen met andereEuropese lidstaten beoordelen. Dat moet leiden tot een efficiënter proces,en daardoor de juiste geneesmiddelen sneller bij de juiste patiëntbrengen. Het is de verwachting dat dit ook fabrikanten tijd en kostenscheelt als zij documenten kunnen indienen op Europees niveau in plaatsvan in alle landen afzonderlijk. Om ervoor te zorgen dat geneesmiddelendaadwerkelijk eerder beschikbaar komen, is het belangrijk dat fabrikantentijdig een compleet vergoedingsdossier aanleveren.Om andere uitdagingen het hoofd te bieden, zoals de toenemendecomplexiteit bij de beoordeling van nieuwe geneesmiddelen, zet de94Kamerstukken II 2024–25, 29 477, nr. 90995Zorggebruikers met een geldige Wlz-indicatie op 30 juni 2024 met grondslag «psychischestoornis» | Maatwerk publicatie | Monitor Langdurige ZorgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19198 Minister van VWS in op het verbeteren van het pakketbeheer voor duregeneesmiddelen. Over deze plannen is uw Kamer eerder geïnformeerd.96Het verbeterde pakketbeheer moet ertoe leiden dat uiterlijk vanaf 2027artsen eerder en beter betrokken worden bij de beslissingen die we inNederland nemen over de vergoeding van geneesmiddelen en datpatiënten sneller duidelijkheid hebben of een geneesmiddel wordtvergoed.Vraag 534Zijn er al interventies bekend voor ouders van kinderen in de jeugdzorg?Antwoord:Jeugdzorg is een breed begrip en kent veel interventies. Een interventie ishet meest effectief wanneer niet alleen het kind maar ook de oudersworden ondersteund, bijvoorbeeld met psychoeducatie en opvoedonder-steuning. Dit is dan ook onderdeel van de richtlijnen zoals opgenomen inde Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming.In de Databank Effectieve jeugdinterventies | Nederlands Jeugdinstituut(nji.nl) van het Nederlands Jeugd Instituut zijn diverse interventiesopgenomen die ook zien op ouders van jeugdigen. In totaal zijn er, op ditmoment, 343 interventies opgenomen in de databank. Deze interventieszijn door een onafhankelijke erkenningscommissie beoordeeld.Vraag 535Bij hoeveel gezinnen bij kinderen in de jeugdzorg wordt het programma«Nu niet zwanger» betrokken?Antwoord:Het programma Nu Niet Zwanger bespreekt kinderwens en richt zich opmensen in kwetsbare omstandigheden. Het aantal gemeenten dat hetprogramma Nu Niet Zwanger uitvoert, is het afgelopen anderhalf jaargegroeid met ruim 20%, naar 285 gemeenten in totaal. Ook later in 2024zullen nog nieuwe gemeenten aansluiten. Er zijn landelijk geen gegevensbeschikbaar over bij hoeveel gezinnen met kinderen in de jeugdzorg hetprogramma Nu Niet Zwanger wordt betrokken.Vraag 536Hoe groot wordt de schaal gemaakt voor specialistische jeugdzorg?Antwoord:Specialistische jeugdzorg is op dit moment onvoldoende beschikbaarvoor jeugdigen die dit echt nodig hebben. Dit komt onder andere door deversnippering in de huidige regionale samenwerking en contractering vanspecialistische jeugdhulp. Met het wetsvoorstel Verbetering beschik-baarheid jeugdzorg en bijbehorende lagere regelgeving beoogt deregering om deze knelpunten aan te pakken door betere inkoop op dejuiste schaal. Daarbij is het uitgangspunt dat regio’s in staat moeten zijnom een aanzienlijk deel van de specialistische jeugdzorg zelf te organi-seren.Bij het bepalen van de regio-indeling in de concept-amvb is naar dezogenoemde «robuustheid van de regio» gekeken. Dit behelst een set vansamenhangende criteria die bepaalt in welke mate de regio in staat is omspecialistische jeugdzorg goed in te kopen. Na toetsing van de huidige 42regio’s hieraan en vervolggesprekken van het Rijk met diverse regio’s iseen regio-indeling in 41 jeugdzorgregio’s opgenomen in de concept-amvb. Voor een zéér beperkt aantal vormen van jeugdzorg is landelijkeschaal nodig. Ook dat wordt uitgewerkt in de regelgeving.Vraag 53796Kamerstukken II 2023–24, 29 477, nr. 883.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19199 Hoe wordt gemonitord of en welke gevolgen deze wijziging heeft voor destapeling van zorgkosten, verschuiving van de hulpvraag naar anderezorgvormen en de toegang tot passende zorg?Antwoord:De effecten van het wetsvoorstel waarmee de inkomens- en vermogensaf-hankelijke eigen bijdrage (ivb) wordt ingevoerd zullen gemonitord wordent.b.v. een evaluatie. De inrichting van die monitor wordt nog naderuitgewerkt. Hierover zal de Tweede Kamer t.z.t. worden geïnformeerd.Verder is sinds vorig jaar een monitor stapeling eigen bijdrageningericht.97 Die monitor wordt jaarlijks van een update voorzien. De ivb zalna invoering meegenomen worden in deze monitor.Vraag 538Hoe wordt gemonitord of en welke gevolgen deze wijziging heeft voor destapeling van zorgkosten, verschuiving van de hulpvraag naar anderezorgvormen en de toegang tot passende zorg?Antwoord:De effecten van het wetsvoorstel waarmee de inkomens- en vermogensaf-hankelijke eigen bijdrage (ivb) wordt ingevoerd zullen gemonitord wordent.b.v. een evaluatie. De inrichting van die monitor wordt nog naderuitgewerkt. Hierover zal de Tweede Kamer t.z.t. worden geïnformeerd.Verder is sinds vorig jaar een monitor stapeling eigen bijdrageningericht.98 Die monitor wordt jaarlijks van een update voorzien. De ivb zalna invoering meegenomen worden in deze monitor.Vraag 539Is getoetst of invoering een inkomensafhankelijke eigen bijdrage bij allemaatwerkvoorzieningen per 2026 haalbaar is? Zo ja, hoe en met welkeconclusies?Antwoord:Ja, dit is getoetst. In de uitvoeringstoets van het CAK van begin dit jaarheeft het CAK aangegeven dat invoering van een inkomens- en vermo-gensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) per 2026 ambitieus is maar ondervoorwaarden haalbaar. De planning is sindsdien wel onder nog hogeredruk komen te staan vanwege een eind augustus ontvangen advies vande Raad van State om het wetsvoorstel overtuigender te motiveren en zonodig aan te passen of deels te heroverwegen. Over de risico’s en impacthiervan in relatie tot de planning en de impact sta ik in contact met de(vertegenwoordigers van) uitvoerende ketenpartijen, zoals het CAK en deVNG.Vraag 540Hoe wordt gemonitord welke gevolgen de invoering van de inkomensaf-hankelijke eigen bijdrage in de Wmo heeft, voor de stapeling vanzorgkosten, verschuiving van de hulpvraag naar andere zorgvormen en detoegang tot passende zorg?Antwoord:De effecten van het wetsvoorstel waarmee de inkomens- en vermogensaf-hankelijke eigen bijdrage (ivb) wordt ingevoerd zullen gemonitord wordent.b.v. een evaluatie. De inrichting van die monitor wordt nog naderuitgewerkt. Hierover zal de Tweede Kamer t.z.t. worden geïnformeerd.Verder is sinds vorig jaar een monitor stapeling eigen bijdrageningericht.99 Die monitor wordt jaarlijks van een update voorzien. De ivb zalna invoering meegenomen worden in deze monitor.Vraag 54197Tweede Kamer II, 2023/24, 29 689, nr. 1226.98Tweede Kamer II, 2023/24, 29 689, nr. 1226.99Tweede Kamer II, 2023/24, 29 689, nr. 1226.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19200 Per welk kwartaal kan de data van het project «Data op orde» verwachtworden?Antwoord:Het CBS zal in het eerste kwartaal van 2025 enkele landelijke kerncijfersover de Wmo publiceren op een apart dashboard bij het CBS. Deze cijfershebben betrekking op het gebruik van de Wmo maatwerkvoorzieningen(aantal cliënten, leeftijd, sexe, etc.) en de gemeentelijke uitgaven voor demaatwerkvoorzieningen in de Wmo. Ook wordt een overzicht gepubli-ceerd met ontwikkelingen in het gebruik van de Wmo maatwerkvoorzie-ningen. Hierna worden deze kerncijfers over de Wmo jaarlijks geactuali-seerd door het CBS en aangevuld met andere relevante landelijkbeschikbare gegevens over de Wmo.Vraag 542Welke stappen worden de komende 4 jaar ondernomen om beter tevoldoen aan het VN-verdrag handicap? Hoeveel geld is er gereserveerdvoor de komende 4 jaar om deze stappen te nemenAntwoord:Op dit moment werken we aan het vertalen van de nationale strategieVN-verdrag Handicap 2040 in een werkagenda met een goede betrok-kenheid van mensen met een beperking, hun vertegenwoordigendeorganisaties, gemeenten, ondernemers, overige organisaties en allebetrokken departementen. Met deze werkagenda wil het kabinet vanuit deinzet in de afgelopen jaren nieuwe stappen zetten in de beweging naareen toegankelijke samenleving voor mensen met een beperking. Ingezetteinspanningen voor de doelstellingen van de strategie, zoals bijvoorbeeldde Banenspraak of het Bestuursakkoord toegankelijkheid openbaarvervoer, krijgen in deze werkagenda een plek.Er zijn middelen beschikbaar op diverse onderdelen van de Rijksbegrotingvoor bestaand beleid dat bijdraagt aan de implementatie van hetVN-verdrag. Zo heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bijindicatie sinds 2006 meer dan 500 miljoen euro besteed aan het toegan-kelijk maken van treinstations. Vanuit het Ministerie van VWS is bijvoor-beeld per 2024 de subsidie voor patiënten- en gehandicaptenorganisatiesstructureel verhoogd met 25 miljoen per jaar, naar in totaal 50 miljoen perjaar. Verder is er vanuit het vorige coalitieakkoord structureel jaarlijks5 miljoen beschikbaar gesteld voor de coördinatie van de implementatievan het VN-verdrag Handicap.Vraag 543Wat wordt gedaan om zorgverleners die 26 uur of minder werken testimuleren om meer uren te werken?Antwoord:Meer uren werken en contractuitbreiding is een aangelegenheid van dewerkgever en de werknemer. De Minister van VWS heeft daarin eenstimulerende rol, maar kan dit niet opleggen. Uit een vignettenstudie vanonderzoeksbureau Berenschot (https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2023D31177) blijkt dat het van belang is het goede gesprektussen leidinggevenden en werknemers over contract(uitbreiding) tevoeren om daarbij per werknemer te kijken wat wel en niet mogelijk is.Hier lijkt nog veel winst te behalen: werkgevers hebben dit gesprek met60% van de zorgmedewerkers nog niet gevoerd. Daarnaast blijkt uit dezestudie dat maatregelen gericht op betere roostering en werk-privé balanseffectief zijn.Regionaal werkgeverschap kan bijdragen aan meer uren werken, omdatzorgprofessionals bij meerdere organisaties in de regio kunnen werken.Dit draagt bij aan meer autonomie op het rooster, waardoor een beterewerk-privé balans mogelijk is en meer uren gewerkt kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19201 Met het koopkrachtpakket worden door het kabinet stappen gezet omwerken lonender te maken, met bijvoorbeeld de verlaging van deinkomstenbelasting en vereenvoudiging van de huurtoeslag. Bij groterestappen loopt het kabinet tegen twee dingen aan: Budgettaire beper-kingen en de grenzen van het huidige belastingstelsel. Om groterestappen te zetten moet de vormgeving van toeslagen en fiscaliteit grondigworden herzien. Het kabinet start daarom een hervormingsagenda voorhet toeslagen- en belastingstelsel en diverse onderdelen van de socialezekerheid. Met als belangrijk doel dat werk en meer uren werk moetlonen. Het kabinet stuurt daarom in het voorjaar een brief met enkelevarianten en keuzeopties als start voor een open dialoog met hetparlement. In de tussentijd werkt SZW verder aan het stimuleren vanmeer uren werken met de stelselherziening van de kinderopvangtoeslagen het groeifondsvoorstel Meeruren werkt!Meeruren werkt! is gericht op het stimuleren van meer uren werken engaat over de sectoren zorg, kinderopvang en (primair) onderwijs. Deaanpak is grotendeels gebaseerd op de HPP-aanpak, welke VWS deafgelopen jaren heeft gesubsidieerd, en kan een goede verdere impulsgeven aan meer uren werken.Vraag 544Kunt u toelichten hoe u de samenwerking tussen de GHZ en GGZ voor uziet? Welke concrete maatregelen bent u van plan te nemen om dit tebewerkstelligen?Antwoord:Een aanzienlijk deel van mensen met een (ernstige) psychischeaandoening heeft ook te maken met een (licht) verstandelijke beperking.Uit onderzoek blijkt dat bij gemiddeld 40% van de patiënten in de GGZ eenvermoeden is van een LVB of zwakbegaafdheid. In de praktijk blijkt hetorganiseren van passende zorg voor deze doelgroep vaak ingewikkeld,onder andere omdat de verschillende sectoren elkaar niet altijd goedweten te vinden of belemmeringen ervaren in de wet- en regelgeving. Methet veld wordt gewerkt aan een voorstel om de samenwerking tussenbeide sectoren te verbeteren met als doel beter passende zorg voor dezedoelgroep te creëren.Vraag 545Kunt u toelichten naar welke sociale en technologische vernieuwingen uverwijst die tot nieuwe inzichten leiden in hoe het anders kan binnen deGHZ? Tot welke nieuwe inzichten bent u gebracht?Antwoord:In de gehandicaptenzorg worden al veel verschillende technologischeinnovaties ingezet. Het aanbod is divers. Zo is er domotica om dezelfstandigheid van mensen met een beperking te vergroten, maar zijn erook zorgoproepsystemen waardoor zorgprofessionals meer zicht krijgenin de inhoud van binnenkomende vragen. Voor meer inzicht in detechnologische innovaties die in de gehandicaptenzorg gebruikt worden,verwijst de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg naar deinventarisatie «Technologie in gebruik», uitgevoerd door de Innovatie-impuls 2. Hierin staat beschreven welke technologieën 69 organisaties100in de gehandicaptenzorg gebruiken.Daarnaast zijn er sociale innovaties die tot het inzicht leiden dat het ookanders kan binnen de gehandicaptenzorg. In de gehandicaptenzorgworden er meerdere aanpakken die vernieuwend zijn in de persoonsge-richte zorg ontwikkeld en breder toegepast. Zo is er bijvoorbeeld een100Inventarisatie onderzoek «Technologie in gebruik», versie juli 2024 https://www.academyhetdorp.nl/assets/uploads/Publicatie-Technologie-in-gebruik_versie-juli-2024.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19202 aanpak ontwikkeld om mensen die zelfstandig wonen, zorg en onder-steuning te bieden en het bijzondere van het gewone leven te kunnenlaten ervaren. Dit leidt tot het inzicht dat voor sommige mensen met eenbeperking het gewone leven in een wijk beter passend is dan het wonenin een instelling. Ook is er een aanpak ontwikkeld om kamers van mensenmet moeilijk verstaanbaar gedrag beter passend voor ze te maken. Ditleidt tot positiever gedrag, meer openheid naar anderen en een afnamevan intensieve zorg.Vraag 546Wat is de gezondheidswinst voor andere vaccinaties waar de Gezond-heidsraad positief over heeft geoordeeld maar welke nog niet zijngeïmplementeerd? Kan het kabinet hiervan een schematische weergavegeven per vaccin?Antwoord:De Gezondheidsraad (GR) gebruikt een beoordelingskader bij deadvisering over vaccinaties, waarin de te behalen gezondheidswinst wordtmeegenomen. Alleen als met een vaccinatie voldoende gezondheidswinstkan worden behaald, adviseert de Gezondheidsraad om het programma-tisch aan te bieden. Vaccinaties waarover de Gezondheidsraad positiefheeft geadviseerd en die nog niet zijn geïmplementeerd zijn gordelroos(2019) en mpox (2023). Een schematische weergave van gezondheids-winst is niet goed te geven omdat gezondheidswinst niet statisch is, maarveranderlijk en onder meer afhankelijk van de context, zoals de matewaarin een ziekte rondgaat en de vaccinatiegraad.Vraag 547Wanneer ontvangt de Kamer de indicatoren, zoals opgesteld door hetRIVM, voor de evaluatie van de «Toekomstagenda: zorg en ondersteuningvoor mensen met een beperking»?Antwoord:Het RIVM maakt een plan van aanpak voor een monitor behorende bij deToekomstagenda, met een compact overzicht van mogelijke indicatorendie gevolgd kunnen worden in de tijd. De verwachting is dat het plan vanaanpak voor de monitoring samen met de tweede voortgangsrapportagevan de Toekomstagenda in het eerste kwartaal van 2025 naar de Kamerkan worden gestuurd.Vraag 548Kan een duidelijk tijdsplan worden geleverd voor het onderzoek naar deontwikkelingen van cliëntenaantallen in het Wlz gedeelte van de gehandi-captenzorg?Antwoord:Het onderzoek naar de ontwikkelingen van cliëntaantallen in het Wlzgedeelte van de gehandicaptenzorg is tijdens de zomer ’24 extern gegund.Begin september is het externe onderzoek van start gegaan en ditonderzoek wordt naar verwachting afgerond in Q2 van 2025. Na afrondingzal het onderzoeksrapport openbaar worden gemaakt en zal ik uw Kamerdaarover informeren.Vraag 549Wat is het huidige tekort aan arbeidsprofessionals in de zorg? Kan dituitgesplitst worden per sector en per regio?Antwoord:In het antwoord op vraag 163 is een overzicht opgenomen van dearbeidstekorten per branche in 2024 in personen op basis van hetprognosemodel zorg en welzijn. Hieronder is aanvullend een overzichtopgenomen van het tekort naar Regioplusregio in 2024 in personen, voorzowel het referentiescenario als het scenario Nieuw beleid. Voor eenverdere toelichting op de prognose en de twee gehanteerde scenario’sTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19203 wordt u verwezen naar de brief101 die naar uw Kamer is gestuurd. Naarverwachting zal de Minister van VWS uw Kamer aan het einde van dit jaareen nieuwe arbeidsmarktprognose toesturen met daarin de laatsteinzichten ten aanzien van de verwachte ontwikkeling van het personeels-tekort.RegioplusregioReferentiesce-narioscenario NieuwbeleidAchterhoek900800Amersfoort en omgeving1.3001.200Amstelland, Kennemerland en Meerlanden2.3002.100Amsterdam2.4002.300Drenthe1.5001.300Flevoland1.2001.100Friesland1.9001.700Gooi- en Vechtstreek800800Groningen1.9001.700Haaglanden en Nieuwe Waterweg Noord3.3003.100Midden-Brabant1.4001.300Midden-Gelderland2.2002.000Noord- en Midden-Limburg1.6001.500Noord-Holland Noord2.0001.800Noordoost-Brabant1.9001.700Regio Zwolle1.5001.400Rijnmond3.2002.900Rijnstreek2.6002.400Stedendriehoek & Noord-Veluwe2.2002.000Twente1.9001.700Utrecht en omgeving4.0003.700West-Brabant2.4002.200Zaanstreek en Waterland1.000900Zeeland1.2001.100Zuid-Holland Zuid1.1001.000Zuid-Limburg2.0001.800Zuidoost-Brabant2.4002.200Zuid-West Gelderland1.9001.700Totaal150.20054.5001 Optelling wijkt af van totaal door afrondingBron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research Vraag 550In welke regio’s zijn de grootste tekorten aan zorgprofessionals?Antwoord:In het antwoord op vraag 549 is een overzicht opgenomen van de tekortenper Regioplusregio. Dit gaat om absolute aantallen. Aanvullend blijkt uitde spanningsindicator van het UWV102 voor het 2de kwartaal 2024 dat dearbeidsmarkt voor zorg- en welzijnsberoepen in alle provincies inNederland zeer krap is. De krapte is relatief het grootste in de provinciesZeeland en Utrecht.Vraag 551Welke criteria worden gehanteerd bij de periodieke evaluatie vansubsidies die worden toegekend voor opleidingen met betrekking totcultuursensitieve zorg?Antwoord:De subsidies van VWS voor werkgeverskosten rond opleiden – SectorplanPlus 2024–2025 en Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg (KiPZ) –bevatten geen criteria voor cultuursensitieve zorg. Er zijn geen apartesubsidies gericht op het borgen van cultuursensitieve zorg in opleidingen.101Tweede Kamer, vergaderjaar 2023/2024, kamerstuk 29 282, nummer 554102https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/datasetsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19204 De inhoud van zorgopleidingen wordt bepaald door het werkveld enonderwijs samen. Het is gebruikelijk dat de sector zichzelf reguleert als hetgaat om het waarborgen van actuele thema’s in goede zorg, bijvoorbeeldvia de Governancecode Zorg. Deze bevat criteria voor passende enpersoonsgerichte zorg.Vraag 552Welke mogelijkheden ziet u om meer samenwerking binnen de verschil-lende zorgopleidingen op zowel mbo, hbo als universitair niveau testimuleren?Antwoord:Er zijn veel regionale samenwerkingsverbanden waarin zorgopleidingenvan diverse onderwijssectoren met elkaar samenwerken en met zorgin-stellingen. Bijvoorbeeld binnen Zohra «Samenwerking en Onderwijsver-nieuwing», Werkgeversvereniging Zorg en Welzijn «Skills Based Arbeids-markt» en Werkgeversvereniging Zorg aan Zet «De zorg leert samen». Zijwerken samen aan thema’s als leven lang ontwikkelen, talentontwikkelingen onderwijsvernieuwing. De Minister van VWS moedigt deze samenwer-kingen aan in gesprekken met werkgevers en onderwijs. Vanuit hetInvesteringsakkoord Opleiden Wijkverpleging zet de Minister zich in ophet meer, samen en anders opleiden van zij-instromers voor de wijkver-pleging via de subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkver-pleging. Samenwerkingsverbanden van zorg- en onderwijsinstellingenkunnen hiervoor een aanvraag indienen.Vraag 553In hoeverre is simulatieonderwijs onderdeel van de zorgopleidingen?Antwoord:Met de groeiende krapte op de arbeidsmarkt wordt het steeds belangrijkerdat er toekomstbestendig en innovatief wordt opgeleid. Simulatieon-derwijs kan hierin een belangrijke rol vervullen. Inspirerend voorbeeld ishet dit jaar gestarte project Digital United Training Concepts forHealthcare (DUTCH), waarin door inzet van schaalbare fysieke en virtuelesimulatie zo’n 50% van het werkplek-leren kan worden vervangen en erbovendien aanzienlijk minder fysieke capaciteit en begeleidingscapaciteitnodig zal zijn voor het opleiden. Door de opleidingen efficiënter teorganiseren kunnen er meer mensen sneller worden opgeleid enbeschikbaar komen voor de diverse tekortsectoren. Bij de inzet vansimulatie onderwijs kunnen de laatste inhoudelijke en technischeontwikkelingen en innovaties meegenomen worden, wat zal leiden totversnelde toepassing en gebruik van innovaties in de zorg, zoalsbijvoorbeeld VR en robotisering. De transformatie naar innovatieveropleiden is primair de verantwoordelijkheid van de opleidingsinstellingen.Vraag 554Hoe gaat u het stimuleren dat personeel in loondienst eerste keuze krijgtbij roosterindeling?Antwoord:Het bestrijden van het arbeidsmarkttekort in de zorg is een belangrijkeprioriteit. In het regeerprogramma staat hierop wordt ingezet langs drielijnen. Het vergroten van vakmanschap en werkplezier is daarvan eenonderdeel. In de leidraad vakmanschap en werkplezier zal onder andereworden ingegaan op het herstellen van de balans tussen vast personeelen zzp’ers, wat weer bijdraagt aan betere roosters en het weer aantrek-kelijk maken van het werken in loondienst. Ook door het bevorderen vanregionaal werkgeverschap kan, waarbij medewerkers bij verschillendewerkgevers in de regio werken, wordt tegemoetgekomen aan meerinvloed op de roostering doordat medewerkers in loondienst meerautonomie en flexibiliteit ervaren ten aanzien van hun werkplek en hunrooster. In aanvulling daarop kunnen diverse goede voorbeelden vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19205 bijvoorbeeld roostering gedeeld worden om te stimuleren dat personeelin loondienst een eerste keuze krijgt bij de roosterindeling. Deze goedevoorbeelden zijn in belangrijke mate nu al beschikbaar via het ActieLeer-Netwerk. In verschillende cao’s is inmiddels geregeld dat medewerkers inloondienst een eerste keuze dienen te hebben bij de roosterindeling.Overigens heeft het Ministerie van VWS geen betrokkenheid bij detotstandkoming van cao’s. Dit is aan sociale partners.Vraag 555Hoe worden de structurele bezuinigingen op de intensiveringen van hetzorgarbeidsmarktbeleid behaald? Kan nader worden gespecificeerd hoedit uiteindelijk optelt tot het bedrag van € 130 miljoen, dat genoemdwordt in de bijlage van de Miljoenennota?Antwoord:De bezuinigingen gaan in per 2026. Dat betekent dat subsidies enopdrachten die de afgelopen jaren van dit budget werden bekostigd, in deregel zullen stoppen per 1 januari 2026. Een voorbeeld is het eindigen vanSectorPlanPlus per 31 december 2025. Hiermee wordt de bezuiniging vooreen groot deel ingevuld, namelijk circa 100 miljoen. Vanaf 1 januari 2026is er daarmee dus geen subsidie meer beschikbaar voor werkgevers inzorg en welzijn om een extra impuls te geven aan opleidingsprojecten diegericht zijn op nieuwe instroom, op- en omscholing en behoud vanmedewerkers in de sector zorg en welzijn. Werkgevers dragen nu al eendeel van voorbedoelde kosten en daarmee wordt het te bekostigen deelvoor werkgevers groter vanaf 1 januari 2026.Het overige budget wordt gevonden in het stopzetten van kleineresubsidies/opdrachten, bijvoorbeeld ten aanzien van de ondersteuning vande loopbaaninstrumenten per 2026. Zie verder ook mijn antwoord opvraag 89.Vraag 556Welke maatregelen worden er genomen om het aantal opleidingsplaatsente maximaliseren zodat het artsentekort onder bijvoorbeeld SEH-artsenwordt tegengegaan? Is het capaciteitsorgaan hier al mee bezig?Antwoord:Het beschikbare aantal opleidingsplekken voor de SEH-artsen isgebaseerd op de ramingen en adviezen van het Capaciteitsorgaan.Hierover is in juni 2023 een kabinetsstandpunt naar de Kamer gestuurd.103Voor de medisch-specialistische opleidingsplaatsen, waaronder deopleidingsplaatsen voor SEH-artsen, is het advies van het Capaciteits-orgaan overgenomen. Eind 2025 brengt het Capaciteitsorgaan een nieuweraming uit. Bij die raming worden de relevante veldpartijen betrokken.Vraag 557Welke stappen heeft het kabinet al gezet en welke stappen gaat hetkabinet nog zetten om budget voor nieuwe vaccins beter te kunnen latenaansluiten op positieve adviezen van de Gezondheidsraad?Antwoord:Op voorhand wordt geen budget gereserveerd voor de implementatie vanadviezen die mogelijk gaan komen. Dat zou ook niet goed werkbaar zijn,omdat het moment van advisering, kosten van een vaccin, doelgroep,uitvoerder etc., en daarmee de kosten, niet op voorhand bekend zijn.Financiële besluitvorming over nieuwe vaccinatiecampagnes vindt plaatstijdens het hoofdbesluitvormingsmoment inzake de begroting in hetvoorjaar.Vraag 558103Kamerstuk 29 282, nr. 521.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19206 Kan in een tabel worden aangegeven hoeveel er per VWS -SPUK erbegroot is over de jaren 2024, 2025, 2026 en 2027, gezien de 10%bezuinigingen op de SPUK’s bij overheveling naar het gemeentefonds incombinatie met de bezuinigingen op de publieke gezondheid?Antwoord:De SPUK’s die betrekking hebben op publieke gezondheid zijn inonderstaande tabel weergeven. De budgetkorting van 10% per 2026 uithet Hoofdlijnenakkoord is reeds verwerkt op deze budgetten.Omschrijving SPUK2024202520262027Regeling heroïnebehandeling16161515Versterking GGD’en46545042Specifieke uitkering PrEP/aanvullende seksuele gezondheidszorg47474340Brede SPUK12962962141 De huidige Brede SPUK is t/m 2026 vastgesteld en bevat niet uitsluitend thema’s op het terrein van publieke gezondheid, maar ook op het terreinvan sport en de sociale basis. Voor de onderdelen kansrijke start, valpreventie, gezondheidsachterstanden, mantelzorg, sportakkoord en de BredeRegeling Combinatiefunctionarissen is er structureel budget beschikbaar.Bedragen in € mln De ingeboekte ombuiging van € 300 miljoen op publieke gezondheid isniet gekoppeld aan de 10% korting op de SPUK’s. Deze ombuiging wordtvolledig ingeboekt op het beleidsprogramma Pandemische Paraatheid.Daarnaast is er een Rijksbrede generieke korting op subsidies in hetHoofdlijnenakkoord opgenomen, welke ook raakt aan onderwerpen op hetterrein van publieke gezondheid. In de ontwerpbegroting 2025 is voor dejaren 2026 en verder de taakstelling nog niet beleidsmatig ingevuld. Wel iser een korting naar rato opgenomen om alvast meerjarig budgettair detaakstelling te verwerken. Voor de invulling van de subsidietaakstelling in2026 en verder ontvangt u vóór de begrotingsbehandeling van VWS eennota van wijziging.Vraag 559Indien de SPUK-regelingen worden overgeheveld naar het gemeente-fonds, vervallen dan ook alle formulieren die moeten worden ingevuld?Hoe en aan wie gaat de verantwoording plaatsvinden van de preventie-doelen, per overgehevelde SPUK-regeling? Is bij de overheveling het geldom de specifieke preventiedoelen te behalen geoormerkt voor hetspecifieke preventiedoel? Kunnen gemeenten vrij schuiven met middelentussen de overgehevelde SPUK-regelingen?Antwoord:In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Op dit momentbestaat naast de Specifieke Uitkering ook de vorm van een AlgemeneUitkering en een Decentralisatie uitkering. Alle drie de vormen vanuitkeringen, hebben andere spelregels omtrent toekenning en verant-woording. Het voortzetten van bestaande specifieke uitkeringen of hettoekennen van nieuwe specifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basisvan een kabinetsbesluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader datvoor iedere specifieke uitkering wordt doorlopen om te komen totbesluitvorming over de definitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen.Hierbij wordt onder andere gekeken naar wat de consequenties zijn vanomzetting van een specifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt dusook voor de specifieke uitkeringen gekoppeld aan preventie van VWS. Debudgetkorting van 10% is reeds verwerkt in de beleidsbudgetten. Hoemonitoring en verantwoording er dan uit zal zien, is op dit moment nogniet helder, omdat de besluitvorming over de overheveling en de vormdaarvan nog loopt.In het GALA is afgesproken dat door VWS in samenwerking met VNG enZN een voorstel wordt uitgewerkt hoe taken en bevoegdheden in wet- enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19207 regelgeving kunnen worden verankerd, in het licht van de balans vanplichten van zorgverzekeraars en gemeenten en tegen de achtergrond vande wens van gemeenten om structurele financiering via het Gemeente-fonds te laten verlopen. Het Ministerie van BZK wordt hier ook bijbetrokken.Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werktmomenteel daarnaast aan de herziening van het uitkeringenstelsel,waarbij een mogelijk alternatief voor de Decentralisatie Uitkering inwerking wordt gesteld middels een Bijzondere Fondsuitkering.Vraag 560Kan worden toegelicht welke gevolgen de ombuiging van € 50 miljoendoor het verlagen van de SPUK voor de GGD heeft voor de ASG?Antwoord:Deze ombuiging heeft geen consequenties voor de Regeling specifiekeuitkering aanvullende seksuele gezondheidszorg (ASG-regeling). Het heeftbetrekking op de Regeling specifieke uitkering versterking GGD’en diewordt verstrekt in het kader van pandemische paraatheid.Vraag 561Kan aangegeven worden welke gevolgen dit kabinet ziet naar aanleidingvan de 10% bezuiniging op de SPUK vanaf 2026 op de uitvoering van deASG-regeling?Antwoord:In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt dus ook voor despecifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidszorg(ASG-regeling). Omdat er op dit moment nog geen keuze is gemaakt overeen eventuele overheveling, zijn de gevolgen nog niet aan te geven. Debudgetkorting van 10% is reeds verwerkt in de beleidsbudgetten.De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zal begin 2025 de Kamerinformeren over welke stappen hij gaat zetten om te komen tot eenverbetering van het stelsel van de aanvullende seksuele gezondheidszorg,waarin ook de besluitvorming en consequenties over het eventueeldefinitief omzetten van de ASG-regeling wordt meegenomen. Daarbij zalbijvoorbeeld gekeken worden naar een uitgebreidere wettelijke veran-kering van deze activiteiten in de Wet publieke gezondheid.Vraag 562Hoe verhoudt de bezuiniging op de ASG-SPUK zich tot de bevindingen uithet AEF-rapport «SOA-zorg en seksualiteit-hulpverlening onder druk»waaruit duidelijk wordt dat financiële knelpunten in het huidige systeem aleen groot obstakel zijn?Antwoord:De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport is bekend met de beper-kingen die de GGD’en ervaren. De Regeling specifieke uitkering aanvul-lende seksuele gezondheidszorg (ASG-regeling) is aanvullend op dehuisartsenzorg en bedoeld voor personen die een verhoogd risico lopenop soa én een te grote drempel ervaren om naar de huisarts te gaan. Desoa-zorg bij de GGD is gratis, anoniem en kwalitatief goed. Dit leidt ertoedat ook personen de GGD benaderen, terwijl zij eigenlijk naar de huisartszouden kunnen gaan, maar de GGD prefereren vanwege bijvoorbeeld deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19208 gratis zorg. De zorg voor personen die daadwerkelijk een te grote drempelervaren om naar de huisarts te gaan, komt daarmee in het geding. Ditconstateert ook bureau AEF in de toekomstverkenning104 waar in de vraagnaar verwezen wordt.In het regeerprogramma is voorts aangegeven dat het kabinet werkt aanhet omzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voort-zetten van bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt dus ook voor despecifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidszorg(ASG-regeling). De budgetkorting van 10% is reeds verwerkt in debeleidsbudgetten.De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zal begin 2025 de Kamerinformeren over welke stappen hij gaat zetten om te komen tot eenverbetering van het stelsel van de aanvullende seksuele gezondheidszorg,waarin zowel de toekomstverkenning als de besluitvorming en conse-quenties over het eventueel definitief omzetten van de ASG-regelingwordt meegenomen. Daarbij zal bijvoorbeeld gekeken worden naar eenuitgebreidere wettelijke verankering van deze activiteiten in de Wetpublieke gezondheid.Vraag 563Hoe schat u de mogelijke gevolgen in van een overheveling van deSPUK-ASG naar het gemeentefonds?Antwoord:In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt dus ook voor despecifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidszorg(ASG-regeling). De budgetkorting van 10% is reeds verwerkt in debeleidsbudgetten.Omdat er op dit moment nog geen keuze is gemaakt over een eventueleoverheveling, zijn de gevolgen nog niet aan te geven. De StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport zal begin 2025 de Kamer informeren over welkestappen hij gaat zetten om te komen tot een verbetering van het stelselvan de aanvullende seksuele gezondheidszorg, waarin ook de besluit-vorming en consequenties over het eventueel definitief omzetten van deASG-regeling wordt meegenomen. Daarbij zal bijvoorbeeld gekekenworden naar een uitgebreidere wettelijke verankering van deze activiteitenin de Wet publieke gezondheid.Vraag 564In de begroting staat dat ziektepreventie zowel bij «subsidies»(regelingen) als bij «opdrachten» vanaf 2026 sterk afnemen. Waar vallendeze ombuigingen precies?Antwoord:De afname van subsidies en opdrachten voor ziektepreventie betreft geenombuigingen of bezuinigingen. In de reeksen zijn onder andere de104Bijlage bij Kamerstukken II, 2023–2024, 32 239, nr. 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19209 middelen opgenomen die incidenteel beschikbaar zijn gesteld voor debestrijding van het coronavirus, waardoor de reeksen vanaf 2026 sterkafnemen. Voor ziektepreventie is in 2025 nog € 46,5 miljoen beschikbaarvoor de landelijke coördinatie van de COVID-19-vaccinaties door GGDGHOR NL. Daarnaast is voor de voortzetting van C-support in 2025€ 8,2 miljoen gereserveerd. Vanaf 2026 zijn hiervoor vooralsnog geenmiddelen gereserveerd. Voor opdrachten ziektepreventie zijn in 2026 nogmiddelen beschikbaar voor de aankoop van COVID-19-vaccins. Vanaf 2027zijn hiervoor vooralsnog geen middelen gereserveerd. Hierdoor nemen dereeksen sterk af.Vraag 565Kan in kaart worden gebracht waar de ombuiging op «lokale aanpak» vanhet jaar 2026 en het jaar 2027 precies landt? Dus op welke subsidies wordtbezuinigd?Antwoord:De «Lokale aanpak» middelen betreffen de middelen die aan gemeentenzijn toegekend vanuit de brede specifieke uitkering. Middels dezemiddelen geven gemeenten uitvoering aan het Gezond en Actief LevenAkkoord en het Sportakkoord. Een deel van de middelen is tijdelijktoegekend t/m 2025 of t/m 2026. Daarom ziet u dat een deel van demiddelen stopt per 2026 of per 2027. Tijdelijke middelen die in de bredespecifieke uitkering zitten, zijn de middelen voor de programma’s: mentalegezondheid, aanpak overgewicht en obesitas, leefomgeving, opgroeien ineen kansrijke omgeving en vroegsignalering alcoholproblematiek,wijkaanpak sociale basis, een tegen eenzaamheid, welzijn op recept,versterken kennisfunctie GGD’en en de regionale aanpak preventie.Daarnaast ziet u in 2027 onder het kopje «lokale aanpak» ook dat demiddelen onder het thema sport en bewegen uit de brede spuk, niet meerhieronder vallen. Dat is een technische verschuiving, vanwege dat het opdit moment nog onduidelijk is hoe het vervolg van de instrumentkeuzeeruit komt te zien. De middelen van de Brede Regeling Combinatiefunctio-narissen zijn wel structureel. De budgetkorting van 10% is reeds verwerktin de beleidsbudgetten.Vraag 566Hoeveel was er via verschillende subsidies, en beleidsmatig gereser-veerde middelen en SPUK’s voor Kansrijke Start begroot in 2024, 2025,2026 en 2027?Antwoord:Voor Kansrijke Start zijn structurele middelen beschikbaar. Het gaat intotaal om een bedrag van € 23 miljoen. Er gaat een oplopende reeks naargemeenten om ervoor te zorgen dat in alle gemeenten van Nederlandwordt ingezet op een Kansrijke Start. In 2024 is € 16 miljoen beschikbaar,in 2025 eveneens € 16 miljoen en vanaf 2026 jaarlijks € 20 miljoen. Dezemiddelen worden via de brede SPUK behorende bij het GALA beschikbaargesteld aan gemeenten.De resterende middelen worden in een aflopende reeks ingezet voorprogramma-uitvoering van het landelijke actieprogramma Kansrijke Start.In 2024 gaat het om € 7 miljoen, in 2025 gaat het om ongeveer€ 6 miljoen. Hiervan wordt onder andere ondersteuning van gemeentendoor Pharos gefinancierd, de landelijke uitrol van Nu Niet Zwanger,monitoring en evaluatie, de inrichting van een leerinfrastructuur. Hetlandelijk actieprogramma loopt tot eind 2025. In het regeerprogramma isopgenomen dat er afspraken worden gemaakt met gemeenten over deinzet van bewezen effectieve maatregelen, zoals Kansrijke Start. DeStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport gaat hierover in gesprek metgemeenten. Daarnaast beziet de Staatssecretaris in overleg met betrokkenpartijen wat er na 2025 nodig is aan landelijke ondersteuning. DeStaatssecretaris zal uw Kamer te zijner tijd hierover informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19210 In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt ook voor de specifiekeuitkering Brede-SPUK regeling. De korting van 10% op de middelen voorKansrijke Start die deel uitmaken van de Brede-SPUK regeling is voor2027 e.v. verwerkt in de beleidsbudgetten.Vraag 567Welke zorgdomeinen en -wetten worden betrokken bij de aangekondigdevisie op marktwerkingen en welke niet?Antwoord:In het najaar van 2024 stuurt de Minister van VWS uw Kamer een briefover marktwerking in de zorg. Deze brief richt zich op de zorg die onder deZorgverzekeringswet valt: de curatieve zorg. De reden hiervoor is dat dithet domein is waarvoor sinds 2006 sprake is van gereguleerde markt-werking met private zorgverzekeraars.Vraag 568Kunnen gemeenten en GGD’en hun rol waarmaken met de toegewezenmiddelen aangaande suïcidepreventie?Antwoord:Voor de middelen naar gemeenten isuitgegaan van de € 10 mln. die alsonderbouwing in het initiatiefwetsvoorstel Integrale Suicidepreventie isopgenomen en waar uw Kamer mee heeft ingestemd. In hoeverre ditvoldoende is, moet blijken uit de uitvoeringstoets zoals die nu door deVNG wordt uitgevoerd. Over de bevindingen wordt u naar verwachtinguiterlijk in december 2024 te kunnen geïnformeerd.Vraag 569Wat is de stand van zaken van lijkschouw door de physician assistant?Antwoord:Op 21 april 2023 heeft uw Kamer het eindrapport van Bureau HHM overde «Lijkschouw in de langdurige zorg» ontvangen. In dit rapport wordtgeadviseerd om wettelijke ruimte te creëren voor pilots met lijkschouwdoor zowel physician assistants (PA’s) als Verpleegkundig Specialisten inde langdurige zorg. Voor een dergelijke pilot is een wetswijziging nodig.Op dit moment bestaat echter nog geen overeenstemming tussen debetrokken beroepsverenigingen over de invulling van een pilot. Naarverwachting vinden dit najaar nog vervolggesprekken plaats waar ookexperts vanuit de praktijk en wetenschap aan deelnemen.Vraag 570Hoeveel van het geld van Kansrijke Start wordt beschikbaar gesteld voorhet programma Nu niet zwanger?Antwoord:In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is de afspraak opgenomendat gemeenten ervoor zorgen dat inwoners in de vruchtbare leeftijd (die ineen kwetsbare situatie verkeren) voldoende regie (kunnen) nemen op hunkinderwens. Het programma Nu niet zwanger (inclusief de eventueleanticonceptie) kan bekostigd worden door de gemeente vanuit destructurele middelen voor Kansrijke Start als onderdeel van deSPUK-regeling, behorend bij het GALA, maar ook uit andere middelen.Daarin hebben gemeenten beleidsvrijheid. Het is niet bekend hoeveel ofwelk deel van de middelen voor Kansrijke Start in de SPUK-regeling aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19211 het programma Nu Niet Zwanger worden besteed. We weten wel dat hetaantal gemeenten dat het programma Nu Niet Zwanger uitvoert, in hetafgelopen anderhalf jaar is gegroeid met ruim 20%, naar 285 gemeentenin totaal. Ook later in 2024 zullen nog nieuwe gemeenten aansluiten. Hetlandelijk programmateam van Nu Niet Zwanger bij GGD GHOR Nederlandontvangt daarnaast nog t/m 2027 subsidiemiddelen vanuit het Ministerievan VWS om gemeenten te ondersteunen bij de inrichting en uitrol vanhet programma.Vraag 571Het budget van ZonMw artikel 6 van € 10,2 miljoen wordt stapsgewijsverlaagd naar 0,5 miljoen 2028. Van welke specifieke sportonderzoekengaat dit ten koste?Antwoord:Besluitvorming over welke specifieke sportonderzoeken dit gaan merkenvindt de komende weken plaats. Voor de begrotingsbehandeling van VWSop 23 en 24 oktober wordt dit duidelijkVraag 572Heeft u inzicht in het gebruik van SPUK-gelden voor sport doorgemeenten? Hoeveel gemeenten gebruiken SPUK-gelden voor sport?Antwoord:Via de SiSa systematiek verantwoorden gemeenten elk jaar het gebruikvan de SPUK-gelden voor sport. Het gaat hierbij om verschillenderegelingen:–Brede SPUK – hier doen 342 gemeenten aan mee (onderdelen BredeRegeling Combinatiefuncties en de uitvoering lokale sportakkoorden).Het aangevraagd bedrag betreft circa € 100 miljoen.–SPUK Stimulering Sport – hier doen 329 gemeenten aan mee. Hetaangevraagd bedrag betreft circa € 188 miljoen.Hoeveel van deze aanvragen in 2024 daadwerkelijk wordt besteed wordtdoor gemeenten in medio 2025 bekend.Vraag 573Het Voedingscentrum heeft in 2024 minder subsidie gekregen dan in 2023,wat was de reden voor deze vermindering? Welke contractuele overeen-komst ligt hieronder? Wat heeft het Voedingscentrum minder bereikt in2024 ten opzichte van 2023?Antwoord:Het Voedingscentrum ontvangt jaarlijks een instellingssubsidie. Dezesubsidie valt onder de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Hetverschil in de bedragen voor 2023 en 2024 wordt veroorzaakt door de OVAdie pas later dit jaar wordt uitgekeerd. Het verschil in bedragen heeft nietste maken met de behaalde resultaten van het Voedingscentrum.Vraag 574Welke contractuele overeenkomst ligt onder de subsidie voor Jongeren opGezond Gewicht aanpak (JOGG)? Wat was de reden voor de verminderingvan subsidie in 2024 ten opzichte van 2023? Wat heeft JOGG in 2024minder bereikt dan in 2023?Antwoord:JOGG ontvangt jaarlijks een instellingssubsidie. Deze subsidie valt onderde Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Het verschil in debedragen voor 2023 en 2024 wordt veroorzaakt door de OVA die pas laterdit jaar wordt uitgekeerd. Het verschil in bedragen heeft niets te makenmet de behaalde resultaten van JOGG.Vraag 575Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19212 Welke resultaten worden verwacht van de subsidie aan JOGG, in woordenen in cijfers? Welke resultaten zijn bereikt in 2024 en in 2023, in woordenen in cijfers?Antwoord:JOGG ontvangt een subsidie voor het inrichten van een JOGG-aanpak ingemeenten om te komen tot een gezondere leefomgeving voor kinderenen jongeren in Nederland. Tevens wordt de aanpak Kind naar GezonderGewicht (KnGG) gesubsidieerd, waarmee passende ondersteuning enzorg wordt geboden aan kinderen die overgewicht en obesitas hebben.Daarbij wordt toegewerkt naar ondersteuning van alle 342 gemeenten.Momenteel zijn 230 van de 342 gemeenten in Nederland JOGGgemeenten, waarbij ongeveer 100 gemeenten ook op KnGG actief zijn. DeJOGG gemeenten zetten de JOGG-aanpak in 9.100 buurten in, waarmeebijna 2,4 miljoen kinderen en jongeren worden bereikt. De behaalderesultaten zijn te vinden in de jaarverslagen van JOGG op jogg.nl.Vraag 576Sinds wanneer wordt subsidie verstrekt aan JOGG? Kunt u een overzichtgeven van de bedragen per jaar en de resultaten per jaar?Antwoord:Er wordt sinds 2015 subsidie verstrekt aan de stichting JOGG. Het aantalJOGG-gemeenten is sinds 2015 van 91 JOGG-gemeenten jaarlijksdoorgegroeid naar 230 JOGG-gemeenten (tweederde van alle Neder-landse gemeenten). Daarnaast heeft de afgelopen jaren ook een groeiplaatsgevonden in het aantal KnGG-gemeenten naar ongeveer 100gemeenten op dit moment. De JOGG-aanpak heeft de afgelopen jarengeresulteerd in een groei omtrent het creëren van een gezonde omgeving.Zo zijn er inmiddels ruim 2600 sport- en buurtlocaties die hun aanbodgezonder maken (dit waren er 425 in 2015). 1000 kinderopvanglocatieshebben aandacht voor gezonde voeding en bewegen en 78% van debasisscholen met een vignet Gezonde School bevindt zich in eenJOGG-gemeente (dit was 5% in 2015). Meer dan 50 cateraars en leveran-ciers werken aan een gezonder voedingsaanbod (in 2015 waren dit 23cateraars) op meer dan 1000 voortgezet onderwijs en mbo-scholen(Akkoord Gezonde Voeding op Scholen). Daarnaast zijn 30 partijenaangesloten bij het Convenant Gezonde Sportevenementen, en zorgen 33dagattracties voor een gezonder voedingsaanbod op 120 locaties tijdenseen dagje uit (Convenant Gezond Uit). Deze opsomming geeft slechts eendeel van de resultaten van de JOGG-aanpak weer. Bovendien zijn ermeerdere onderzoeken uitgevoerd naar de JOGG-aanpak. Een volledigoverzicht van de financiën en resultaten is terug te vinden in de jaarver-slagen van JOGG.Vraag 577Voor hoe lang is de subsidie aan JOGG juridisch vastgelegd? Op welketermijn kan het subsidiebedrag aan JOGG worden verminderd? Op welketermijn kan er een resultaatverplichting worden verbonden aan desubsidie?Antwoord:JOGG ontvangt jaarlijks een instellingssubsidie. Bij de jaarlijkseverstrekking van de subsidie kunnen resultaatverplichtingen wordenafgesproken. Dit wordt reeds gedaan op het aantal JOGG- enKnGG-gemeenten. Er moet een redelijke afschalingstermijn wordengehanteerd voor instellingssubsidies blijkend uit de Algemene WetBestuursrecht.Vraag 578In hoeverre gaat het huidige preventiebeleid uit van maatregelen gerichtop schadebeperking en risicopreventie?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19213 Er zijn veel definities en indelingen in omloop over gezondheidspreventie.Veelal worden de volgende onderdelen onderscheiden:•Ziektepreventie om ziekte te voorkomen of het tijdig signaleren ervanom de behandeling te starten, bijvoorbeeld door bevolkingsonderzoe-ken en vaccinaties.•Gezondheidsbevordering om het verbeteren van de gezondheid vaneen individu of een gemeenschap, bijvoorbeeld door het bevorderenvan een gezonde leefstijl en de mentale gezondheid.•Gezondheidsbescherming om ons te beschermen tegen gezondheids-risico’s waar we zelf geen of nauwelijks invloed op hebben, bijvoor-beeld door toezicht op de veiligheid van voedsel en producten enpandemische paraatheid.Het huidige preventiebeleid heeft betrekking op al deze drie onderdelen.Vraag 579Hoe heeft het aantal rokers in Nederland zich de afgelopen jarenontwikkeld? Kunt u dit aantal uitsplitsen naar de afgelopen vier jaar?Antwoord:Er is een langjarig dalende trend in het aantal rokers. In 2020 rookte 20,2%van de volwassenen, in 2021 lag het percentage op 20,6%, in 2022 was dit18,9% en vorig jaar rookte 19,0% van de volwassenen. Tien jaar geledenlag dit getal nog op 25,7%.105Vraag 580Klopt het dat in 2025 subsidie wordt gegeven aan het Erasmus MC Flykidsvoor het ontwikkelen en implementeren van een leefstijlscreeningsin-strument voor kinderen? Het Erasmus MC ontving in 2023 dezelfdesubsidie terwijl het proefschrift over dit instrument op 8 september 2023is verdedigd. Als er in 2025 subsidie wordt gegeven, waar is dit voorbedoeld?Antwoord:In de periode 2019–2022 ontving een consortium o.l.v. het Erasmus MCsubsidie om een leefstijlscreeningsinstrument voor kinderen van 0 tot4 jaar te ontwikkelen. Het leefstijlscreeningsinstrument FLY-Kids is in 2023opgeleverd. Voor de periode 2023–2025 ontvangt het Erasmus MC eensubsidie ten behoeve van de digitalisering van FLY-Kids, alsmede voor deimplementatie binnen de Jeugdgezondheidszorg.Vraag 581Welke contractuele overeenkomst ligt onder de subsidie voor GezondeSchool? Voor hoe lang is deze toegekend en welke resultaten wordenverwacht van deze subsidie?Antwoord:Gezonde School ontvangt jaarlijks een instellingssubsidie. Deze subsidievalt onder de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Het doel vande Gezonde School is een gezonde leefstijl vanzelfsprekend te maken voorleerlingen en studenten. Om dit te bereiken worden scholen gefaciliteerdom aan de slag te gaan met het bevorderen van een gezonde leefstijl.Vraag 582Welke resultaten zijn bereikt met het toegekende bedrag in 2024? Hoeveelprocent van de subsidie wordt besteed aan overheadkosten? Wat is derelatie tussen deze subsidie Gezonde School en de subsidie gratisschoolmaaltijden (via het Ministerie van OCW)?Antwoord:De resultaten van het schooljaar 2023–2024 zijn te vinden op de websitevan Gezonde School. In 2023 gingen bijvoorbeeld 710 basisscholen, 244scholen in het voortgezet onderwijs en 71 MBO-locaties aan de slag met105Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19214 Gezonde School. De overheadkosten bedragen 6% van het totaalbudget.Het programma Schoolmaaltijden en het programma Gezonde School zijntwee aparte programma’s die elkaar aanvullen en met elkaar samen-werken. Gezonde School zorgt ervoor dat er schoolbreed aandacht is voorgezonde voeding.Vraag 583In welke mate zijn schone toiletten op basis- en middelbare scholenonderdeel van het Gezonde School-programma?Antwoord:Hygiëne is een thema binnen het Gezonde School-programma, waarbasis- en middelbare scholen uit kunnen kiezen. Binnen dit thema isaandacht voor een schone en gezonde schoolomgeving. Schone toilettenvallen hier ook onder.Vraag 584Hoe wordt de aangekondigde bezuiniging op de subsidieregeling voorveelbelovende zorg behaald? Op welke specifieke onderdelen wordtgekort?Antwoord:Onderzoek naar veelbelovende zorg wordt vanuit de overheid onderandere gestimuleerd met de Subsidieregeling Veelbelovende Zorg. Hetdoel van deze subsidieregeling is het versnellen van de toegang van depatiënt tot potentieel veelbelovende zorg. De subsidieregeling loopt sinds2019. Een deel van de beschikbare middelen voor de subsidieregeling isde afgelopen jaren niet uitgegeven, wat inhoudt dat er sprake is vanonderuitputting. Om die reden is het beschikbare budget voor deSubsidieregeling Veelbelovende Zorg verlaagd (van jaarlijks € 69 miljoennaar € 39 miljoen vanaf 2025). Er is geen sprake van korting op specifiekeonderdelen.Vraag 585Bij curatieve zorg (tabel 28) zijn er grote verschuivingen ten aanzien vande totale verplichtingen. Het verloop is van € 675 miljoen in 2024, naar€ 5 miljard in 2025 tot € 4 miljard in 2026. Kan een toelichting wordengegeven op dit verloop? Welke beleidsveranderingen liggen hieraan tengrondslag?Antwoord:Voor 2024 liggen hier geen beleidsveranderingen ten grondslag, het isvoornamelijk het gevolg van de systematiek van het beschikbaar stellenvan de benodigde verplichtingenruimte per jaar. De benodigde verplich-tingenruimte wordt voor elke jaar gefaseerd vrijgegeven bij de tweedesuppletoire begroting in het najaar van dat jaar. Een grote post waarvoorde verplichtingenruimte nog zal worden bijgesteld is bijvoorbeeld derijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering vanverzekerden jonger dan 18 jaar (€ 3,4 miljard). Voor 2025 valt de verplich-tingenruimte eenmalig hoger uit door het aangaan van de meerjarigefinancieringsovereenkomst voor Pallas (€ 1,2 miljard).Vraag 586Extra geld gaat naar de curatieve GGZ wat vooral bedoeld is voor devertrouwenspersonen en hybride werken. Hoeveel geld gaven dezorgverzekeraars in totaal uit voor de GGZ in de jaren 2021, 2022 en 2023?Wat is de inzet van de zorgverzekeraars, naast die van bemiddeling, ommensen met ernstige psychiatrische aandoeningen niet te lang op dewachtlijst te laten staan?Antwoord:In de begroting van VWS gaan inderdaad extra middelen naar vertrou-wenspersonen en hybride werken. Daarnaast zijn er nog de uitgaven vande verzekeraars, de zogenaamde premiemiddelen. Onderstaande tabel zetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19215 de uitgaven van verzekeraars aan de curatieve ggz uiteen voor 2021, 2022en 2023.(bedragen x € 1.000.000)2021120222023Zorguitgaven Curatieve Geestelijke Gezondheidszorg2.925,44.596,55.036,2Correctieboeking van de schadelastdip ggz1.247,0Totaal uitgaven Zvw-ggz4.172,44.596,55.036,21 In 2022 is een nieuw bekostigingsmodel voor de ggz ingevoerd. Hierdoor is er in 2021 omtechnisch-administratieve redenen sprake van eenmalig lagere zorguitgaven in termen vanschadelast. Deze technische aanpassing had geen gevolgen voor de hoeveelheid ggz die konworden geleverd of op de omzetten van zorgaanbieders. Er was geen sprake van een bezui-niging. Wat betreft de inzet van verzekeraars voor wachtenden is het goed om opte merken dat zorgverzekeraars een zorgplicht hebben. Dit betekent dat zijervoor moeten zorgen dat iedere verzekerde binnen een redelijke tijd enafstand de zorg krijgt die nodig is. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)houdt toezicht op de zorgplicht van zorgverzekeraars. In het document«De zorgplicht: handvatten voor zorgverzekeraars» formuleert de NZahaar verwachtingen over hoe zorgverzekeraars hieraan uitvoering moetengeven. In het eerste hoofdstuk wordt er ingegaan op de rol van zorgverze-keraars indien er sprake is van wachttijden. Zo wordt er van zorgverzeke-raars verwacht dat zij het signalenproces op orde hebben zodatknelpunten tijdig in kaart worden gebracht. Daarnaast moeten zorgverze-keraars concrete afspraken maken met zorgaanbieders die bijdragen aande toegankelijkheid van de zorg. Zo neemt een verzekeraar bijvoorbeeldverzoeken tot bijcontractering in behandeling en neemt hij daarover tijdigeen besluit. Ook evalueert de zorgverzekeraar periodiek hoe het signa-leren en aanpakken van de wachttijdproblematiek gaat. Op deze manierwordt door zorgverzekeraars gepoogd de wachttijden te beperken.Voor het verbeteren van de toegankelijkheid van de ggz voor mensen meternstige psychische aandoeningen zijn afspraken gemaakt in het IntegraalZorgakkoord. In elke regio wordt de komende maanden op basis van dezorgvraag in kaart gebracht wat de cruciale zorgnetwerken zijn. Dezecruciale zorgnetwerken worden vanaf 2026 waar nodig gelijkgerichtingekocht door verzekeraars, zodat dit zorgaanbod voldoende beschikbaaris voor mensen met een ernstige psychische aandoening. Met onderandere Zorgverzekeraars Nederland en de Nederlandse ggz is ookafgesproken dat er tot die tijd geen cruciaal aanbod verdwijnt omfinanciële redenen.Vraag 587Wat wordt de aanpak voor geneesmiddeltekorten, welke mijlpalen endoelen zijn er gedefinieerd?Antwoord:De aanpak voor geneesmiddelentekorten zal langs drie paden lopenwaarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de aanpak van acute tekortenen het voorkomen van nieuwe tekorten.Allereerst richt de Minister van Volksgezondheid, Welzijn, Sport op hettijdig signaleren van en handelen op ontstane tekorten door intensiveringvan het meldpunt Geneesmiddelentekorten-en Defecten en samenwerkingmet leveranciers om tijdige en juiste meldingen te krijgen.Daarnaast zal er een focus komen op de beschikbaarheid van geneesmid-delen die het meest kritiek zijn voor de zorg. Het Landelijk Coördinatie-centrum Geneesmiddelen werkt samen met zorgverleners aan eennationaal overzicht van de voor de Nederlandse patiënt kritieke genees-middelen. Het overzicht bestaat uit twee lijsten: een lijst met geneesmid-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19216 delen voor volwassen en een lijst voor kinderen. Binnenkort neemt deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dit overzicht in ontvangst.Aan de hand van deze lijst met kritieke middelen zal de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport een zorgvuldige afweging maken overwelke maatregelen voor welke geneesmiddelen het meest effectief zijnom geneesmiddelentekorten in de toekomst te voorkomen. De uitvoeringvan deze maatregelen hangt echter af van de beschikbare financiëlemiddelen. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal uwKamer informeren zodra de lijst van kritieke geneesmiddelen door deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in ontvangst genomenwordt. Wanneer er meer duidelijkheid is over de financiële middelen, zaluw Kamer op de hoogte worden gesteld over het plan van aanpak op debeschikbaarheid van geneesmiddelen. Vooruitlopend hierop heeft deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten om een extravoorraad van essentiële antibiotica en salbutamol aërosolen aan teleggen, zoals eerder met uw Kamer gecommuniceerd.106Tevens wil de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat deNederlandse markt gezonder wordt, zodat fabrikanten van geneesmid-delen genoeg omzet halen om op de markt blijven. Daarvoor verkent deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bijvoorbeeld verschil-lende opties om het preferentiebeleid te verbeteren. De Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport is voornemens u daar jaar later in hetjaar nader over te informeren. Voor de volledige inzet op de beschik-baarheid van medische producten wordt u verwezen naar de Kamer-brieven die de voorgangers van de Minister van Volksgezondheid, Welzijnen Sport onlangs naar de Kamer hebben gestuurd.107Vraag 588Komen er specifieke maatregelen om tekorten voor specifieke groepenpatiënten (zoals kinderen) of specifieke medicatie (zoals antibiotica) tevoorkomen?Antwoord:Het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen werkt samen metzorgverleners aan een nationaal overzicht van de voor de Nederlandsepatiënt kritieke geneesmiddelen. Het overzicht bestaat uit twee lijsten: eenlijst met geneesmiddelen voor volwassen en een lijst voor kinderen.Binnenkort neemt de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ditoverzicht in ontvangst. Aan de hand van deze lijst met kritieke middelenzal de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een zorgvuldigeafweging maken over welke maatregelen voor welke geneesmiddelen hetmeest effectief zijn om geneesmiddelentekorten in de toekomst tevoorkomen. De uitvoering van deze maatregelen hangt echter af van debeschikbare financiële middelen. De Minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport zal uw Kamer informeren zodra de lijst van kritiekegeneesmiddelen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportin ontvangst genomen wordt. Wanneer er meer duidelijkheid is over definanciële middelen, zal uw Kamer op de hoogte worden gesteld over hetplan van aanpak op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Vooruit-lopend hierop heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportbesloten om een extra voorraad van essentiële antibiotica en salbutamolaërosolen aan te leggen, zoals eerder met uw Kamer gecommuniceerd1Vraag 589106Kamerstukken II 2023/2024, 29 477, nr. 889107Kamerstuk 29 477, nr. 806; Kamerstuk 29 477, nr. 845; Kamerstuk 29 477, nr. 865; Kamerstuk29 477, nr. 889Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19217 Zet de Minister ook in op betere afspraken over gerichte inzet vanbeschikbare medicijnen en betere samenwerking tussen betrokken bij(dreigende) tekorten?Antwoord:Ja.Vraag 590Hoe bevordert de Minister dat partijen in de medicijnketen optimaalsamenwerken zodat patiënten zo min mogelijk nare gevolgen ervaren vanmedicijntekorten?Antwoord:In opdracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, werkthet Meldpunt Geneesmiddeltekorten en -defecten nauw samen met deverschillende partijen in de keten waaronder de leveranciers, groot-handels, apothekers, zorgverleners en het Landelijk CoördinatiecentrumGeneesmiddelen. Het Meldpunt onderzoekt meldingen en signalen over(mogelijke) tekorten, inventariseert of er voldoende alternatieven zijn enzorgt dat de patiënt zo min mogelijk last heeft van de gevolgen van hettekort.Vraag 591Tabel 28 toont dat het budget eerstelijnszorg vanaf 2025 eerst stijgt, maarvervolgens terugvalt naar € 4.090 miljoen in 2028. Wat is de reden van deterugval naar € 4.090 miljoen in 2028?Antwoord:Voor een aantal plannen, bijvoorbeeld die de versterking van de organisa-tiegraad in de eerstelijnszorg moeten versterken, zijn tijdelijke transforma-tiemiddelen beschikbaar gesteld tot en met 2027. Deze middelen vallendus weg vanaf 2028. Daarnaast wordt de dip verklaard door het budget-taire moment van overboeken van middelen. Voor het jaar 2028 zijn er tenbehoeve van een aantal onderzoeksprogramma’s uit het IntegraalZorgakkoord met een langere looptijd al middelen overgeboekt naarZonMw. Maar vanaf 2029 en verder is dit geld nog gereserveerd opartikel 2, omdat dit vanwege de begrotingshorizon nog niet eerderovergemaakt kon worden. Zodoende ontstaat een tijdelijke dip in hetbeschikbare budget in 2028.Vraag 592Bij medische zorg zijn er kortingen ingeboekt voor 2027 in vergelijking tot2025. Op welke uitgaven wordt gekort? Bij curatieve zorg posten zijn erstijgingen en dalingen in 2027 in vergelijking tot 2025, waar wordt meer ofminder geld aan uitgegeven?Antwoord:De dalingen vanaf 2027 worden grotendeels veroorzaakt door demaatregel «Verlagen intensivering publieke gezondheid» uit het hoofdlij-nenakkoord, hiermee wordt de intensivering van het vorige kabinet inpublieke gezondheid teruggedraaid.Daarnaast is in de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren 2026 en verder desubsidietaakstelling nog niet beleidsmatig ingevuld. Wel is er een kortingnaar rato opgenomen om alvast meerjarig budgettair de taakstelling teverwerken. Ook op het artikel is deze korting technisch doorgevoerd. Datzegt nog niets over de daadwerkelijke korting. Op dit moment wordtgewerkt aan een nota van wijziging op de ontwerpbegroting waarin ookde beleidsmatige invulling aan uw Kamer wordt getoond.Tot slot geldt dat vanaf 2027 een aantal tijdelijke budgetten aflopen, ditbetreft onder meer uitgaven in het kader van het Integraal Zorgakkoord(uitvoering van de afspraken rondom concentratie en spreiding van zorg)en uitgaven in het kader van het programma Zorgcoördinatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19218 Vraag 593Wat kost het afschaffen van de boete van het CAK op het niet betalen vande zorgpremie?Antwoord:Verzekerden met een betalingsachterstand van zes of meer maandenzorgpremie krijgen een bestuursrechtelijke premie opgelegd en behoudende basisverzekering die zij hebben afgesloten (ongeacht of zij bestuurs-rechtelijke premie betalen). De bestuursrechtelijke premie is 110% van degemiddelde nominale zorgpremie.Elke 5% verlaging van de bestuursrechtelijke premie leidt tot € 12 miljoenlagere ontvangsten. Volledige afschaffing van de opslag betekentdaarmee € 24 miljoen lagere ontvangsten. Van die € 24 miljoen wordt23% afgedragen aan VWS (ontvangst op de VWS-begroting) en 77%wordt afgedragen aan het Zorgverzekeringsfonds. De financiële implicatievan het afschaffen van de opslag is dan als volgt: € 5,5 miljoen minderontvangsten op de VWS begroting en € 18,5 miljoen lagere ontvangstenin het Zorgverzekeringsfonds.Daarbij moet wel bedacht worden dat een verdere verlaging een wijzigingvan de Zorgverzekeringswet (Zvw) vergt, omdat in de Zvw eenbandbreedte is opgenomen van 110% tot 130%. Een wetgevingstrajectkost circa twee jaar.Vraag 594Wat valt er onder de juridisch verplichte middelen bij Artikel 2 Curatievezorg? Kan dit worden toegespitst?Antwoord:Onder het onderdeel budgetflexibiliteit is toegelicht welke onderdelenjuridisch verplicht zijn. Het grootste gedeelte van de juridisch verplichtemiddelen betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor definanciering van verzekerden jonger dan 18 jaar, en de bekostiging van decompensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaan-bieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andereonverzekerbare vreemdelingen. Dit betreft in 2025 naar schatting€ 3,5 miljard. Daarnaast is het grootste gedeelte van de subsidiebud-getten (€ 333,2 miljoen) verplicht, dit betreft hoofdzakelijk instellingssub-sidies voor het aankomende jaar en lopende subsidieregelingen. Het gaathierbij hoofdzakelijk om subsidies voor de oncologie, de geboortezorg, deggz, lichaamsmateriaal, medische producten en de subsidieregelingenmedisch noodzakelijke zorg voor onverzekerden en veelbelovende zorg.Tot slot zijn de meeste uitgaven aan uitvoeringsorganisaties(€ 48,6 miljoen) voor 2025 reeds verplicht, dit betreft de uitgaven aanagentschappen (CIBG, aCBG, CJIB en RVO), zelfstandige bestuursorganenen andere rechtspersonen met een wettelijke taak (CAK, Sociale Verzeke-ringsbank en Pharma NL).Vraag 595In hoeverre worden man/vrouw verschillen bij hart- en vaataandoeningenonderdeel van het onderzoeksprogramma voor vrouwspecifieke aandoe-ningen?Antwoord:Het Kennisprogramma Vrouwspecifieke Aandoeningen zet in op meerkennis over, betere diagnostiek en behandeling van, en meer aandachtvoor vrouwspecifieke aandoeningen en vrouwspecifieke somatischegezondheidsproblematiek. Man/vrouw verschillen bij hart- en vaataandoe-ningen worden geen specifiek onderdeel van het nieuw op te startenKennisprogramma. In het vorige programma van ZonMw108 hebbenman/vrouw verschillen bij hart- en vaataandoeningen wel centraalgestaan. Tussen 2018 en nu zijn 23 projecten afgerond gericht op hart- en108Gender en Gezondheid (zonmw.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19219 vaatziekten bij vrouwen. De projecten betroffen kennissyntheses,(klinische) onderzoeken, preventie en het faciliteren van de implementatie.Het is nu aan beroepsgroepen zelf om relevante resultaten op te nemen inhun richtlijnen en toe te passen in praktijk.Vraag 596Welk ministerie zal het voortouw nemen bij de aanpak van personen metverward gedrag? Er is € 116 miljoen beschikbaar voor gesteld in deperiode 2021–2027, wat is er tot nu toe (jaren 2021 t/m 2024) concreetgebeurd met het budget hiervoor? Wat zal er de komende jaren 2025, 2026en 2027 concreet met het geld gebeuren?Antwoord:De afgelopen jaren was ieder departement verantwoordelijk voor haareigen opgave en inhoud. Echter één van de aanbevelingen uit heteindrapport «Parlementaire verkenning verward/onbegrepen gedrag enveiligheid» betreft de domeinoverstijgende samenwerking, waarbij opnationaal niveau de Minister van BZK wordt genoemd als aanbevolenprobleemeigenaar. Op dit moment vindt tussen de departementen nogoverleg plaats hoe om te gaan met de aanbevelingen van de parlemen-taire verkenning.Wat betreft de beschikbare middelen is het goed om op te merken datdeze zijn ondergebracht in het «Actieprogramma Grip op Onbegrip» bijZonMw (Actieprogramma Grip op Onbegrip | ZonMw). In drie subsi-dierondes, die gaan over «domein overstijgende samenwerking inhotspots en veiligheidsregio’s», «regionale kenniswerkplaatsenonbegrepen gedrag» en «vroegsignalering en opvolging in de wijk», is totnu toe bijna 60 miljoen euro aan projectaanvragen gehonoreerd vooronder andere het opzetten van regionale kenniswerkplaatsen, de bredeuitrol van de Wijk-GGD en de levensloopaanpak. Het resterende bedragzal de komende jaren worden toegekend aan projecten die zich richten ophet versterken van de kennisnetwerken, praktijkgericht onderzoek,monitoring en het versterken van ervaringsdeskundigheid.Vraag 597In 2016 is het Onderzoeksprogramma ggz gestart met een looptijd tot enmet 2025, nu wordt er ook een IBO mentale gezondheid en ggz opgezetmet de looptijd 2024–2025, wat zijn de verschillen tussen deze onder-zoeken?Antwoord:De insteek en focus van het Onderzoeksprogramma ggz en het interdepar-tementaal beleidsonderzoek (IBO) Mentale gezondheid en ggz zijnverschillend.Het Onderzoeksprogramma ggz richt zich op wetenschappelijk onderzoeknaar het terugdringen van het aantal mensen met een psychischeaandoening, voorkomen van (escalatie van) klachten en versterken vanherstelvermogen. Dit onderzoek is wetenschappelijk en praktijkgericht enricht zich zowel op preventieve als curatieve ggz. Het betreft een subsidie-programma van ZonMw in opdracht van VWS.Het IBO Mentale gezondheid en ggz is een ambtelijk, onafhankelijkbeleidsonderzoek dat zich richt op mentale gezondheid en ondersteuningen zorg rondom mentale klachten en psychische aandoeningen over alledomeinen heen. Het IBO heeft als doel te komen tot een brede probleem-analyse, een overzicht van handelingsperspectief voor de overheid enconcrete beleidsopties. Hierbij wordt gekeken naar het voorkomen enbeperken van mentale klachten en psychische problemen en naar hetoplossen van de structurele problemen in de toegang en inrichting van deondersteuning en zorg. De wetten die hierbij worden betrokken zijn deZvw, Wlz, Wmo, Jeugdwet en Wpg. Ook worden indicatoren buiten deondersteuning en zorg meegenomen, namelijk bestaanszekerheid(armoede, schulden en wonen), werk / arbeidsparticipatie en belastingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19220 door school of studie. Dit IBO geeft tevens invulling aan de motieRaemakers [Kamerstukken II, 25 424, nr. 632], die vraagt om een goedintegraal beeld van de structurele problemen in de ggz met hierbij deresultaten van het midterm review IZA.Vraag 598Hoeveel mensen met milde psychische aandoeningen worden begeleid bijhet krijgen en behouden van betaald werk?Antwoord:De Werkmonitor Hoofdzaak Werk biedt het overzicht van de resultaten vanalle Individuele Plaatsing en Steun (IPS)-trajecten naar betaald werk dievoor mensen met psychische problemen worden aangeboden. Uit demonitor blijkt dat er in het eerste kwartaal van 2024 in totaal 4151 mensenin een lopend IPS-traject zitten, waarvan er 608 mensen dat kwartaal zijngestart (https://kenniscentrumphrenos.nl/kennisproduct/werkmonitor-hoofdzaak-werk/). Van deze groep volgen 714 mensen het tweejarigeIPS-traject voor mensen met milde psychische aandoeningen (hetCMD-traject). Er bestaan naast de IPS-trajecten ook andere soortenbegeleidingstrajecten naar werk die worden ingezet voor mensen metpsychische aandoeningen. Deze worden vaak uitgevoerd doorre-integratiebedrijven buiten de ggz, werkzaam voor of in opdracht vanUWV of gemeenten. In 2023 zijn door UWV ruim 9000 andere trajecteningezet die mensen met zowel milde als ernstigere psychische aandoe-ningen met een WIA of Wajong uitkering helpen bij het krijgen enbehouden van betaald werk.Vraag 599Er staat een overzicht van de wachtenden op Wlz-zorg in de ggz, wat is deactuele stand van zaken? Is dit dezelfde groep als de personen meternstige psychiatrische aandoeningen (EPA)? Zo nee, hoeveel personenmet ernstige psychiatrische aandoeningen stonden in 2022, 2023 en staaner nu op de wachtlijst en wat was hun wachttijd? Hoeveel mensen metpsychiatrische aandoeningen staan op de wachtlijst voor ggz hulp?Hoeveel mensen hiervan hebben acuut hulp nodig? Het kabinet heeftaangegeven meer met triage te gaan werken. Hoe gaat dit uitgevoerdworden en hoeveel geld is hiervoor gereserveerd? De tarieven van dezwaardere VG is opgehoogd. Waarom zijn de tarieven van de complexeggz niet opgehoogd? Wanneer is hierover voor het laatst een tariefbere-kening gemaakt of gaat die binnenkort ook gemaakt worden?Antwoord:Als het gaat om mensen met een psychische aandoening wachtenvolgens de laatste metingen, 664 mensen op Wlz-zorg109 en 97.450mensen op Zvw-zorg110. De groep mensen met een ernstige psychia-trische aandoening (EPA) kunnen vanuit verschillende wettelijke kaderszorg of ondersteuning ontvangen, namelijk vanuit de Wlz, de Wmo en deZvw. Er wordt bij de registratie van het aantal wachtenden in de Wlz enZvw geen onderscheid gemaakt in type aandoeningen, dus het is nietmogelijk om aan te geven hoeveel van de wachtenden mensen met eenernstige psychiatrische aandoening (EPA) zijn. De komende maandenwordt wel, in het kader van de cruciale ggz in de Zvw, in elke regio devraag naar zorg in kaart gebracht van mensen met ernstige, psychia-trische aandoeningen. Deze informatie wordt gebruikt om te bepalen watde cruciale zorgnetwerken zijn, zodat deze waar nodig per 2026 gelijkge-richt worden ingekocht. Mensen die acuut hulp nodig hebben, wordenopgevangen binnen de acute ggz.109Peildatum 01-08-2024 - tabellen toegankelijkheid Wlz (zorgcijfersdatabank.nl)110Peilmoment december 2023. Informatie afkomstig uit Informatiekaart Wachttijden en aantalwachtplekken ggz 2023 – februari 2024 - Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19221 De komende tijd zal samen met veldpartijen worden bekeken hoe detriage kan worden versterkt. Er zijn geen middelen gereserveerd voor hetversterken van de triage.Als het gaat om de tarieven voor de ggz, dan voert de NZa een kostprijs-onderzoek uit voor de herijking van deze tarieven. Dit kostprijsonderzoekricht zich, naast de prestaties in het zorgprestatiemodel vanuit de Zvw,ook op de prestaties in de Wlz die horen bij de zorgprofielen van GGZ-Wen GGZ-B. Deze onderzoeken leiden naar verwachting tot nieuwe tarievenin 2026.Vraag 600Op welke manier waarborgt het kabinet dat ook minder digitaal vaardigepatiënten gebruik kunnen maken van digitale zelfzorgmiddelen?Antwoord:Steeds meer organisaties binnen zorg en welzijn maken gebruik vandigitale mogelijkheden bij het inrichten van hun werkprocessen. Om tekunnen profiteren van bijvoorbeeld digitale zelfzorgmiddelen is hetbelangrijk dat mensen digitaal vaardig zijn. Voor naar schatting 2,5 tot4 miljoen mensen is dit niet het geval. Daarom wordt er met het IZA in deperiode 2023–2026 ingezet op:1.Het samenbrengen van vraag en aanbod.Het versterken van de samenwerking tussen lokaal ondersteunings-aanbod voor digitale zorg en de vraag om ondersteuning vanuit zorgen welzijnsorganisaties. In januari 2024 is de kwartiermaker DigitaalToegankelijke Zorg en Welzijn gestart vanuit de Alliantie DigitaalSamenleven gestart.2.Vindbaarheid en doorverwijzing verbeteren.De Helpdesk Digitale Zorg is een landelijke hulplijn voor digitalezorgvragen waar patiënten van aangesloten zorgorganisaties terechtkunnen. Vanuit VWS is financiering verstrekt zodat meer mensengebruik kunnen maken van deze hulplijn, inzichtelijk maken vanknelpunten en het in kaart brengen van de omvang van de groepburgers die problemen ervaren bij het gebruik van digitale zorg.Daarnaast is de Digihulplijn beschikbaar waar mensen terecht kunnenmet vragen over digitale zaken zoals inloggen met DigiD.3.Bewustwording.Vanuit VWS wordt via Pharos ingezet op het vergroten van bewustwor-ding onder zorg- en welzijn professionals over uitdagingen vanmensen met een afstand tot digitalisering en het bieden van meerhandelingsperspectief aan deze professionals, bijvoorbeeld in hetcommuniceren in begrijpelijke taal.Vraag 601Tabel 39 Wlz-zorg staat in percentages. Het is lastig om dit om te rekenenin aantallen omdat onduidelijk is op basis van welke getallen dit isberekend. Kan tabel 39 voor de jaren 2021 en 2022 in werkelijke getallenworden toegezonden?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19222 Hierbij treft u de gegevens van tabel 39 over het gebruik van Wlz-zorguitgedrukt in werkelijke aantallen voor de jaren 2021 en 2022Vraag 602In hoeverre sluit de Nationale strategie voor het VN-verdrag handicap aanop de verbeteradviezen van de Verenigde Naties? De Nationale strategiewordt omgezet in en werkagenda. Hoeveel is er voor 2025 begroot omuitvoering te geven aan de werkagenda en hoeveel geld is de komendejaren nodig om te voldoen aan VN-verdrag handicap?Antwoord:Op dit moment werken we aan het vertalen van de nationale strategieVN-verdrag Handicap 2040 in een werkagenda met een goede betrok-kenheid van mensen met een beperking, hun vertegenwoordigendeorganisaties, gemeenten, ondernemers, overige organisaties en allebetrokken departementen. De recent verkregen aanbevelingen van hetVN-comité bij het VN-verdrag Handicap worden hierin meegenomen.Er zijn middelen beschikbaar op diverse onderdelen van de Rijksbegrotingvoor bestaand beleid dat bijdraagt aan de implementatie van hetVN-verdrag. Zo heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bijindicatie sinds 2006 al meer dan 500 miljoen euro besteed aan hettoegankelijk maken van treinstations. Bij de ontwikkeling van nieuw beleidis het gebruikelijk om gedurende die ontwikkeling ook de budgettaireconsequenties uit te werken en van dekking te voorzien. Dit geldt ook voorde werkagenda. Omdat er nog gewerkt wordt aan de werkagenda is op ditmoment niet mogelijk aan te geven hoeveel middelen er nodig zijn.Vraag 603Kunt u toelichten of er bij de bepaling van de invulling van de investeringvan € 600 miljoen voor betere ouderenzorg na 2027, ook gekeken zalworden naar investeringen voor specifieke patiëntengroepen, zoalspatiënten met niet-aangeboren hersenletsel, die ook en vaak langer zijnaangewezen op zorg- en verpleegplekken?Antwoord:Het bedrag van € 600 mln. is gereserveerd vanaf het jaar 2027 en heefteen structureel karakter. In het regeerprogramma is aangegeven dat in2025 wordt bezien hoe de investering van 600 miljoen wordt ingezet.Daarbij zal ook aan de orde komen voor welke doelgroep ouderen dezemiddelen het beste kunnen worden ingezet.Vraag 604In het kader van onrust bestrijding, krijgen ouderen soms Midazolamtoegediend, hoe weerhoudt zich dit in het kader van valpreventie?Antwoord:Artsen verlenen hun zorg op basis van professionele richtlijnen enkwaliteitsstandaarden. Artsen kunnen Midazolam voorschrijven bij o.a.onrust, slapeloosheid, aanvallen van epilepsie, en alcoholontwenning. Insamenspraak tussen arts en patiënt wordt besloten welke zorg ofbehandeling (al dan niet met medicatie) het beste bij de patiënt past.Midazolam is een benzodiazepine, deze groep geneesmiddelen wordtgeassocieerd met een verhoogd valrisico, net als ook andere groepen1) Bron: StatLine - Personen met indicatie naar gebruik Wlz-zorg; indicatie, leveringsvorm, zzp(cbs.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19223 geneesmiddelen. Bij (kwetsbare) ouderen zijn artsen zo terughoudendmogelijk in het voorschrijven van valgevaarlijke medicatie en wordt er eenzorgvuldige afweging gemaakt tussen noodzaak en risico’s. De behan-delend arts neemt dit mee in zijn afweging welk type medicatie voor teschrijven.Vraag 605Is er zicht op hoe de € 55 miljoen, beschikbaar voor het gemeentefondsten behoeve van de Aanpak Dakloosheid, wordt uitgegeven door degemeenten? Zo ja, kunt u dit nader toelichten?Antwoord:De € 55 miljoen euro voor de aanpak dakloosheid wordt via eendecentralisatie-uitkering (onderdeel Gemeentefonds) verstrekt aan 43centrumgemeenten. Gemeenten leveren via het Iv3-systeem (informatievoor derden) informatie aan over hun begroting en hun daadwerkelijkgerealiseerde uitgaven. Dit Iv3-systeem kent een sterk geaggregeerdniveau en overlap met andere gemeentelijke taken, waardoor hetgevraagde inzicht voor alleen de aanpak dakloosheid niet kan wordengegeven. In algemene zin geldt dat de VNG, namens gemeenten, zichmiddels bestuurlijke afspraken gecommitteerd heeft om – in lijn met hetNationaal Actieplan Dakloosheid – te werken aan het borgen vanbestaanszekerheid, preventie, het verbeteren van de uitvoeringspraktijk enWonen Eerst op basis van een regionaal plan van aanpak dakloosheid.111Vraag 606In 2025 wordt bezien hoe de investering van € 600 miljoen vanaf 2027voor betere ouderenzorg kan worden ingezet, bijvoorbeeld voor zorg- enverpleegplekken kan worden ingezet. Zijn daarbij ook benodigdeinvesteringen inbegrepen voor specifieke patiëntgroepen, zoals mensenmet een spierziekte of niet-aangeboren hersenletsel, die ook en vaak veellanger zijn aangewezen op zorg- en verpleegplekken?Antwoord:Het bedrag van € 600 mln. is gereserveerd vanaf het jaar 2027 en heefteen structureel karakter.In het regeerprogramma is aangegeven dat in 2025 wordt bezien hoe deinvestering van 600 miljoen wordt ingezet. Daarbij zal ook aan de ordekomen voor welke doelgroep ouderen deze middelen het beste kunnenworden ingezet.Vraag 607Welke verschillende groepen daklozen zijn er? Wordt er een splitsing ingemaakt in de financiële ondersteuning van verschillende groependaklozen?Antwoord:De groep dakloze mensen is erg divers en de redenen waarom iemanddakloos raakt lopen uiteen. Het is belangrijk om beter zicht te hebben opde aard en omvang van dakloosheid. Het hanteren van de Ethos Lightdefinitie van dakloosheid biedt hier kansen voor. Daarom wil het kabinetdat alle dakloze mensen in 2030 in beeld zijn volgens deze classificatie. DeEthos classificering gaat over:–mensen die leven in de openbare ruimte;–mensen in de noodopvang;–mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen;–mensen die uitstromen uit een instelling;–mensen die noodgedwongen verblijven op niet-conventionelewoonplekken (auto, kraakpand, vakantieparken) en–mensen die noodgedwongen verblijven bij familie, vrienden ofkennissen.111Bestuurlijke afspraken bij Nationaal Actieplan Dakloosheid | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19224 De Hogeschool Utrecht en Kansfonds voegen hier een extra categorie aantoe, namelijk mensen die te maken hebben met een dreigende huisuit-zetting.Het kabinet zet met het Nationaal Actieplan Dakloosheid in op preventieen Wonen Eerst als belangrijkste oplossingen. Gemeenten kunnen vanuitDecentralisatie Uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid (€ 55 miljoenper jaar voor de 43 centrumgemeenten) ondersteuning organiserengericht op preventie en huisvesting voor deze brede groep daklozepersonen. Daarnaast draagt de Nationale Woon- en Bouwagenda van hetMinisterie van VRO bij aan het creëren van meer betaalbare woonruimteen zet het Ministerie van SZW in op het tegengaan van armoede en hetverbeteren van de bestaanszekerheid.Dakloze mensen met een ondersteuningsvraag die niet zelfredzaamworden geacht komen in aanmerking voor maatschappelijke opvang,gefinancierd vanuit de Wmo 2015. Gemeenten ontvangen hiervoor deDecentralisatie Uitkering Maatschappelijke Opvang.Vraag 608Bij palliatieve zorg en ondersteuning is in 2027 € 18 miljoen minderbegroot dan in 2025. Welke uitgaven worden er niet meer gedaan in 2027?Antwoord:Voor de periode 2022 – 2026 is voor het Nationaal Programma PalliatieveZorg II (NPPZ II) en voor de Subsidieregeling Palliatieve terminale zorg engeestelijke verzorging thuis vanuit de coalitiemiddelen van Rutte IVtijdelijk extra budget toegevoegd. Na deze periode wordt dit extra budgetvoor palliatieve zorg en ondersteuning weer afgebouwd.Het veld van palliatieve zorg is in beweging. Er worden stappen gezet inde verbetering van de palliatieve zorg, onder andere in het NPPZ II. En erzijn uitdagingen, onder andere op het gebied van vergrijzing, capaciteit enbetaalbaarheid, die het hoofd moeten worden geboden. Het RIVM heeftde opdracht gekregen een toekomstverkenning tot 2050 uit te voeren, metmogelijke scenario’s, waarin de belangrijkste ontwikkelingen en hun teverwachte impact op de palliatieve zorg centraal staan, inclusief deonzekerheden voor de toekomst die hiermee gepaard gaan. De toekomst-verkenning wordt in december 2024 opgeleverd en dient als input vooreen toekomstagenda palliatieve zorg, voor de jaren ná NPPZ II. Detoekomstagenda wordt in 2025 in samenwerking met alle betrokkenpartijen opgesteld.Vraag 609Gaat het centrum indicatiestelling zorg de indicaties doen voor deniet-gecontracteerde wijkverpleging? Als dit het centrum is voor dezeuitgebreidere taakstelling, zouden dan kosten niet verhoogd moetenworden voor het volgende jaar en de jaren erop? Indien dit centrum nietdeze nieuwe indicatiestelling doet, welke doet dit dan wel en hoeveel iservoor begroot?Antwoord:De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg werkt samenmet veldpartijen de maatregel uit. Daarbij heeft het niet de voorkeur vande Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg om de indicatie-stelling door het centrum indicatiestelling zorg te laten doen.Vraag 610In tabel 41 is een Budgettaire ruimte opgenomen van 0,27. Van welkbedrag is dit percentage en hoeveel is dit in euro’s?Antwoord:Het percentage van 0,27% uit «tabel 41 geschatte budgetflexibiliteit»,betreft 0,27% van de totale uitgavenstand 2025 van begrotingsartikel 3. Ditbetreft circa 54 miljoen in euro’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19225 Vraag 611Klopt het dat de bezuiniging van structureel € 170 miljoen die gekoppeldis aan de maatregel «behandeling Wlz» vanaf het jaar 2026 nog welingepland staat? Kan worden uitgelegd hoe deze besparing vanaf 2026 terechtvaardigen en onderbouwen is?Antwoord:Het klopt dat er aan de maatregel «behandeling Wlz» vanaf 2026 eenbesparing is gekoppeld van € 170 miljoen structureel. Het vorige kabinetheeft deze opbrengst verwerkt in de meerjarenbegroting. De onder-bouwing en rechtvaardiging van deze besparing is opgenomen in devoorhangbrief over de maatregel «behandeling Wlz» van 15 april 2024112.De kern is dat de kosten voor behandeling van algemeen medische aardvoor cliënten (van vergelijkbare zorgzwaarte) die verblijven in eeninstelling aanzienlijk hoger zijn indien dit wordt gefinancierd vanuit de Wlzdan wanneer dit wordt gefinancierd vanuit de Zvw. Het gaat hierbij omeen onverklaarbaar kostenverschil van € 0,5 miljard.Op basis van de vergelijking van de kosten van het Wlz-model tenopzichte van het «goedkopere» Zvw-model heeft het vorige kabinetgeoordeeld dat het verantwoord en haalbaar is dat zorgaanbieders eendoelmatigheidsslag binnen de Wlz kunnen maken. Deze draagt bij aanhoudbare overheidsfinanciën. De voorgenomen taakstelling ad€ 170 miljoen komt overeen met ongeveer 1/3 deel van het onverklaardekostenverschil ad € 0,5 miljard. Daarmee blijft dus ongeveer€ 330 miljoen van het onverklaarde kostenverschil beschikbaar in debehandeltarieven van het Wlz-model.Vraag 612Hoeveel jongeren maken in Nederland gebruik van het intergenerationeelwonen?Antwoord:Er is voor 120 jongeren subsidie aangevraagd op grond van de subsidiere-geling intergenerationeel wonen.Vraag 613Worden er ook middelen vanuit de opdracht inclusiviteit ingezet voorsport?Antwoord:Vanuit dit artikelonderdeel worden er niet direct middelen beschikbaargesteld voor sport. Er wordt echter wel ingezet op onder andere deuitvoering van het programma onbeperkt meedoen en de implementatievan het VN-verdrag handicap, het programma Eén tegen eenzaamheid enzijn er ook middelen beschikbaar gesteld op dit artikelonderdeel tenbehoeve van zorg in de Wmo, Jeugdwet en Wet publieke gezondheid voorOekraïense ontheemden.Vraag 614Kan een overzicht worden gegeven van alle stimuleringsregelingengericht op wonen en zorg en welk percentage van het budget voor dit jaarnog beschikbaar is op dit moment?Antwoord:StimuleringsregelingOpenstellingStimuleringsregeling wonen enZorgRegeling is gesloten per 4 april 2024. Er volgt nog nadere besluitvormingover het vervolg van deze regeling.Stimuleringsregeling Ontmoetings-ruimten In OuderenhuisvestingRegeling wordt naar verwachting 14 oktober 2024 opengesteld.112Kamerstukken II, 2023–2024, 34 104, nr. 405.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19226 StimuleringsregelingOpenstellingStimuleringsregeling Intergenerati-oneel WonenDe regeling is per 31 mei 2024 geslotenStimuleringsregeling ZorggeschikteWoningenEr kan voor 75 miljoen aan subsidie worden aangevraagd. Op 6 septem-ber was nog 59% hiervan beschikbaar.De uitbetalingen van de verleende subsidies vindt later plaats; na hetonherroepelijk worden van de omgevingsvergunning. Op de begrotingvoor 2024 is uitgegaan van een uitgave van 10 mln voor 2024. De Ministervan VWS gaat ervan uit dat dit ook plaats vindt. Vraag 615Klopt het dat er een maximumbedrag van € 17.500 is voor het volledigzorggeschikt maken van een woning binnen de stimuleringsregelingzorggeschikte woningen en op basis waarvan is die grens bepaald? Is dateen realistisch bedrag om een woning zorggeschikt te maken?Antwoord:Het maximumbedrag binnen de Stimuleringsregeling zorggeschiktewoningen is inderdaad € 17.500. Deze regeling heeft tot doel een deel vande onrendabele top in het sociale huursegment te compenseren en eenstimulans te geven aan de bouw van deze zorggeschikte woningen.Volgens onderzoek van KPMG van september 2023 zijn de meerkostenvan een zorggeschikte woning bij een brutovloeroppervlak van 60 m2 ca.€ 21.000 euro inclusief BTW ten opzichte van een reguliere corporatie-woning113.De inschrijving van de huidige ronde sluit eind oktober 2024. Mede opbasis van het aantal subsidieaanvragen kan een inschatting wordengemaakt of de regeling in voldoende mate de bouw van zorggeschiktewoningen stimuleert.Vraag 616Klopt het dat de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen nietbeschikbaar is voor ouderen met een beperking en waarom?Antwoord:In verband met het «scheiden van wonen en zorg» wordt de capaciteit vanverpleeghuiszorg op de langere termijn gelijk gehouden, en wordt ingezetop een zorggeschikte omgeving buiten het verpleeghuis waar wonenmeer voorop komt te staan en waar ook mensen met een zwaarderezorgvraag terecht kunnen. Het vorige kabinet heeft transitiemiddelenbeschikbaar gesteld om dit mogelijk te maken. De Stimuleringsregelingzorggeschikte woningen wordt uit deze transitiemiddelen betaald. Om diereden is in de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen devoorwaarde gesteld dat minimaal 30% van de zorggeschikte woningenbestemd moet zijn voor mensen met een indicatie voor zorgprofiel VV4t/m VV10.Dit betekent overigens niet dat mensen met een beperking niet in eenzorggeschikte woning kunnen wonen die met deze stimuleringsregelingworden gerealiseerd. Dat kan wel, met de voorwaarde dat voldaan is aande voorwaarde dat minimaal 30% van de zorggeschikte woningenbestemd is voor mensen met een Wlz-indicatie VV4 t/m VV10.Vraag 617Welke acties worden ondernomen om te zorgen dat het budget voor de«Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen» volledig wordt benut?Antwoord:113https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/09/26/onderzoek-meerkosten-geclusterde-woonvormen-wet-langdurige-zorg-wlzTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19227 Als subsidies voor Zorggeschikte woningen worden verleend, worden zijnog niet meteen uitbetaald. Bij de stimuleringsregeling zorggeschiktewoningen wordt 90% van de subsidie verleend op het moment dat deomgevingsvergunning onherroepelijk is geworden. De omgevingsver-gunning wordt in de regel rond een half jaar voor de start van de bouwafgegeven. Op basis van de meest recente prognose is de inschatting datin 2024 op kasbasis € 10 miljoen wordt uitgegeven. Bij de 2e suppletoirebegroting 2024 zijn middelen doorgeschoven naar latere jaren waarmeedeze beschikbaar blijven voor het realiseren van betaalbare zorggeschiktewoningen. Voor de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen is voorde periode t/m 2028 in totaal € 312 miljoen beschikbaar. De inschrijvingvan de huidige ronde van de stimuleringsregeling sluit eind oktober 2024.Mede op basis van het aantal inschrijvingen kan een inschatting wordengemaakt of de regeling in voldoende mate de bouw van zorggeschiktewoningen stimuleert en kunnen eventueel wijzigingen worden doorge-voerd naar aanleiding van een snelle evaluatie van de regeling. Daarnakan de regeling begin 2025 weer opnieuw open worden gesteld.Vraag 618Hoe beoordeelt u de toereikendheid van het subsidiebedrag van € 17.000om een woning zorggeschikt te maken en overweegt u de subsidiebe-dragen per project te verhogen, zodat de «Stimuleringsregeling Zorgge-schikte Woningen» meer toereikend wordt voor het zorggeschikt makenvan woningen?Antwoord:Het maximumbedrag binnen de Stimuleringsregeling zorggeschiktewoningen is € 17.500 per woning. Deze regeling heeft tot doel een deelvan de onrendabele top in het sociale huursegment te compenseren eneen stimulans te geven aan de bouw van deze zorggeschikte woningen.Volgens onderzoek van KPMG van september 2023 zijn de meerkostenvan een zorggeschikte woning bij een brutovloeroppervlak van 60 m2 ca.€ 21.000 euro inclusief BTW ten opzichte van een reguliere corporatie-woning114.De inschrijving van de huidige ronde van de stimuleringsregeling sluiteind oktober 2024. Mede op basis van het aantal aanvragen voor subsidiekan op dat moment een inschatting worden gemaakt of de regeling involdoende mate de bouw van zorggeschikte woningen stimuleert.Vraag 619Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat het budget voor de «Stimulerings-regeling Zorggeschikte Woningen» ook voor mensen met een beperking,een VG- of GGZ-indicatie beschikbaar komt?Antwoord:Het budget voor de «Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen» isbestemd voor de ouderenzorg, daar er in de sector ouderenzorg wordtingezet op het scheiden van wonen en zorg. Voor de gehandicaptenzorgen de GGZ geldt – anders dan voor de ouderenzorg – dat er geen sprake isvan het beleid van het «scheiden van wonen en zorg», waardoor destijging in de vraag naar zorggeschikte woningen lager is dan in deouderenzorg.Vraag 620Is de Minister van plan de «Stimuleringsregeling ZorggeschikteWoningen» te verlengen, of opnieuw te openen in 2025 of daarna?Antwoord:De inschrijving van de huidige ronde van de stimuleringsregeling sluiteind oktober 2024. Mede op basis van het aantal inschrijvingen kan een114https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/09/26/onderzoek-meerkosten-geclusterde-woonvormen-wet-langdurige-zorg-wlzTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19228 inschatting worden gemaakt of de regeling in voldoende mate de bouwvan zorggeschikte woningen stimuleert. Het voornemen is om de regelingin 2025 weer open te stellen. Voor de periode t/m 2028 is in totaal€ 312 miljoen beschikbaar.Vraag 621Hoe wordt de gespecialiseerde cliëntondersteuning voor doelgroepenzoals ZEVMB, NAH en Autisme geborgd?Antwoord:In juli 2022 is uw Kamer geïnformeerd over de borging van de pilotsgespecialiseerde cliëntondersteuning115. Het kabinet heeft hiervoormiddelen beschikbaar gesteld. De borging van gespecialiseerde cliënton-dersteuning (GCO) vindt plaats via financiering door VWS. Er is eensubsidieregeling opgesteld met een looptijd van 1 juli 2023 t/m 30 juni2028. De uitvoerder is Alliantie Zorgbelang, een samenwerking vanverschillende cliëntondersteuningsorganisaties. Op 1 januari 2024 is deondersteuning van de bestaande deelnemers aan de pilots overgenomendoor de uitvoerder van de subsidieregeling. De werkorganisatie heetMetgezel. Uw Kamer is op 20 maart 2024 geïnformeerd over de voortgangvan de uitvoering van GCO in de brief «Voortgangsrapportage Toekomst-agenda: «zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking»»116.Vanaf 2027 is structureel € 10 miljoen beschikbaar voor de GCO. Er loopteen evaluatieonderzoek om de omvang van de GCO te bepalen. Daarnaastwordt verkend of de borging van GCO middels een wettelijke grondslagmogelijk is na het einde van de looptijd van de subsidieregeling (1 juli2028).Vraag 622Is er een opsplitsing per sector van het aantal interventies door Centravoor Consultatie en Expertise (CCE) in de vorm van jeugd, ggz, gehandi-captenzorg en ouderzorg?Antwoord:Ja, in de onderstaande tabel is het aantal consultaties van het CCE in hetjaar 2023 en het jaar 2024 (geëxtrapoleerd t.o.v. de aantallen t/maugustus) weergeven. De data zijn opgesplitst naar de gehandicaptenzorg,geestelijke gezondheidzorg, ouderenzorg, jeugd en overig.Jaar202320241GHZ652644GGZ450482Ouderenzorg465457Jeugd385390Overig1713Totaal196919861 geëxtrapoleerde data, cijfers kunnen wijzigen Vraag 623Hoeveel subsidiegeld gaat er naar patiëntenorganisaties? Graag eenoverzicht per organisatie.Antwoord:De subsidieregeling Patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024–2028regelt de subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties(pg-organisaties). Vanuit deze subsidieregeling is in 2025 totaal€ 31,7 miljoen beschikbaar, verdeeld over vier subsidiestromen:115Kamerstukken II, 2021/22, 24 170, nr. 262116Kamerstukken II, 2023/24, 24 170, nr. 310Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19229 –Instellingssubsidies van maximaal € 78.150 per organisatie(€ 19,7 miljoen).–Projectsubsidies voor het vergroten van impact en bereik vanmaximaal € 124.999 per organisatie (€ 1,5 miljoen).–Instellingssubsidies voor federatieve samenwerkingsverbanden vanminimaal € 104.200 en maximaal € 312.600 per samenwerkingsver-band (€ 2,1 miljoen).–Instellingssubsidies voor de landelijke patiëntenkoepels IEDER(IN)(€ 3,9 miljoen), de Patiëntenfederatie Nederland (€ 2,6 miljoen) enMIND (€ 1,9 miljoen).Hierna volgt een overzicht van de in 2024 per organisatie verstrektesubsidie.PGO – StroomVerplichting 2024Naam1€ 13.546,00Vereniging van patiënten met Erythropoëtische Protoporphyrie (E.P.P.)1€ 19.876,00Erbse Parese Vereniging Nederland1€ 14.588,00Histiocytose Nederland1€ 14.692,00Mastocytose Vereniging Nederland1€ 47.619,00Vereniging HCHWA-D1€ 36.470,00Stichting Rubinstein-Taybi Syndroom1€ 5.210,00Stichting ICD dragers Nederland (STIN)1€ 25.998,00Fabry Support & Informatie Groep Nederland1€ 18.756,00stichting Pitt Hopkins syndroom1€ 41.055,00Stichting Dupuytren Nederland1€ 40.357,00Stichting Weerklank1€ 59.457,00Galactosemie Vereniging Nederland1€ 26.049,00Landelijke Poly Artrose Lotgenotenvereniging (P-AL)1€ 49.737,00SH-Jong (patientenvereniging voor slechthorende jongeren)1€ 52.100,00Vereniging Laposa1€ 78.150,00Nevus Netwerk Nederland1€ 70.439,00HME-MO Vereniging Nederland1€ 29.905,00Vereniging van Allergie Patiënten1€ 70.439,00Vereniging ZeldSamen1€ 61.165,00Hemochromatose Vereniging Nederland1€ 78.150,00Patientenvereniging Fibreuze Dysplasie1€ 29.697,00DSD Nederland1€ 72.940,00Vereniging Ouders van Kinderen met Slokdarmafsluiting (VOKS)1€ 45.770,00Stichting MSS Research Foundation1€ 44.285,00Fragiele X Vereniging Nederland1€ 44.806,00Stichting Shwachman Syndroom Support Holland1€ 64.604,00Stichting Noonan Syndroom1€ 74.190,00Vereniging Angelman Syndroom Nederland1€ 77.082,00Vereniging Korter Maar Krachtig1€ 78.150,00Q-UESTION1€ 62.510,00Stichting Veteranenziekte1€ 58.092,00Nederlandse Vereniging van mensen met Sternocostoclaviculaire Hyperostosis (SCCH)1€ 78.098,00Vereniging van Ouders van Wiegendoodkinderen1€ 77.733,00Stichting Lichen Sclerosus1€ 72.940,00Vereniging Anoiksis1€ 78.150,00Vereniging Kinderkanker Nederland1€ 78.150,00Diabetesvereniging Nederland1€ 72.940,00Vereniging van Scoliose Patiënten1€ 78.150,00Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting1€ 78.150,00Hiv Vereniging1€ 78.150,00Multiple Sclerose Vereniging Nederland1€ 64.865,00Stichting Organo Psycho Syndroom (OPS)1€ 78.150,00Vereniging Spierziekten Nederland1€ 78.150,00Hellp Stichting1€ 78.150,00Belangenvereniging van Kleine Mensen (BVKM)1€ 78.150,00Hoornvlies Patiënten Vereniging1€ 78.150,00Nederlandse Lever Patiënten Vereniging1€ 78.150,00Vereniging Ypsilon1€ 59.077,00Alvleeskliervereniging1€ 58.769,00Nederlandse Phenylketonurie Vereniging1€ 78.150,00Patiëntenvereniging Complex Regionaal Pijnsyndroom1€ 78.150,00Kantoor NVLE1€ 78.150,00Nederlandse Stomavereniging1€ 57.310,00Vereniging Anusatresie1€ 78.150,00Borstkanker Vereniging Nederland1€ 78.150,00Vitiligo.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19230 PGO – StroomVerplichting 2024Naam1€ 78.150,00Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV)1€ 78.150,00Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland1€ 78.150,00Stichting Down’s Syndroom1€ 78.150,00Stichting Belangen Nederlandse Dove Jongeren (SBNDJ)1€ 78.148,00Vereniging Cornelia de Lange Syndroom1€ 78.150,00Vereniging Helpende Handen1€ 78.052,00Stichting Pijn-Hoop1€ 65.125,00ITP Patiëntenvereniging Nederland1€ 78.150,00Stichting voor Afweerstoornissen1€ 78.150,00Stichting Alzheimer Nederland1€ 78.150,00Jeugd Reuma Vereniging Nederland (JIA)1€ 78.150,00Freya (vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen)1€ 78.150,00Klub Lange Mensen1€ 78.150,00Vasculitis Stichting1€ 78.150,00Stichting Belangen MDL-patiënten1€ 78.150,00Nierpatiënten Vereniging Nederland1€ 78.150,00Vereniging LFB1€ 78.150,00Parkinson Vereniging1€ 78.150,00Care4Neo1€ 57.310,00Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten «de Wervelkolom»1€ 78.150,00Patiënten Vereniging Voor Neurostimulatie1€ 78.150,00Patiëntenorganisatie Transvisie1€ 78.150,00Kansplus. Belangennetwerk verstandelijk gehandicapten1€ 78.150,00FOSS1€ 78.150,00Whiplash Stichting Nederland1€ 52.934,00Belangenvereniging MEN1€ 25.998,00Nederlandse Christelijke Blinden en Slechtzienden Belangenvereniging1€ 78.150,00Stichting Patiëntenorganisatie Prader-Willi Syndroom Nederland1€ 54.445,00Vereniging Nee Eten1€ 47.203,00Stichting OSCAR Nederland1€ 78.150,00Stichting Borderline1€ 78.150,00Lichen Planus Vereniging Nederland1€ 78.150,00Vereniging Osteogenesis Imperfecta1€ 58.352,00Vereniging Debra Nederland1€ 78.150,00Nv WsWs1€ 75.499,00Stichting Tubereuze Sclerosis Nederland1€ 67.730,00Stichting Plotsdoven1€ 78.150,00Ataxie Vereniging Nederland1€ 78.150,00Vereniging Ziekte van Hirschprung1€ 61.426,00Stichting Restless Legs1€ 78.150,00MPN Stichting1€ 58.352,00Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland1€ 78.150,00Belangenvereniging Longfibrose Patiëntenvereniging Nederland1€ 78.150,00Nederlandse Vereniging voor Lymepatiënten1€ 78.150,00Stichting Gilles de la Tourette1€ 78.150,00Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA)1€ 78.150,00plusminus – leven met bipolariteit1€ 78.150,00Osteoporose Vereniging1€ 78.150,00Balans1€ 78.150,00Vereniging Dit Koningskind1€ 78.150,00Nederlandse Hyperventilatie Stichting1€ 78.150,00ApneuVereniging1€ 78.150,00Vereniging Oog in Oog1€ 78.150,00Stichting Kind en Ziekenhuis1€ 78.150,00Stichting AA & PNH Contactgroep1€ 78.150,00Vereniging Turner Contact Nederland1€ 78.150,00Macula Vereniging Nederland1€ 78.150,00Nederlandse Klinefelter Vereniging1€ 78.150,00Vereniging van Mensen met Brandwonden1€ 78.150,00Endometriose Stichting1€ 78.150,00Stichting Klompvoet Nederland1€ 78.150,00Alopecia Vereniging1€ 57.393,00Asbest Slachtoffers Vereniging Nederland1€ 78.150,00Nederlandse Coeliakie Vereniging1€ 70.856,00Interstitiele Cystitis Patiëntenvereniging1€ 69.449,00Nederlandse Vereniging voor Narcolepsie1€ 72.836,00Vereniging van Tietze Patiënten1€ 78.150,00Stichting Melanoom1€ 78.150,00Vereniging van Ehlers-Danlos Patiënten1€ 78.150,00Patiëntenvereniging Hart & Long Transplantatie1€ 78.150,00Nederlandse Federatie van Organisaties van Ouders van Dove Kinderen (FODOK)1€ 78.150,00CMTC-OVMTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19231 PGO – StroomVerplichting 2024Naam1€ 78.150,00Depressie Vereniging1€ 59.342,00Stichting Fibrodysplasia Ossificans Progressiva Nederland (FOP)1€ 78.150,00Hoofdpijnnet1€ 78.150,00Angst Dwang1€ 78.150,00Bijniervereniging NVACP1€ 78.150,00Anosmie Vereniging1€ 78.150,00Caleidoscoop1€ 78.150,00Nationale Vereniging Sjögrenpatiënten1€ 78.150,00Psoriasispatiënten Nederland1€ 78.150,00Dovenschap1€ 78.150,00Dystonie Vereniging1€ 78.150,00Nederlandse Rett Syndroom Vereniging1€ 78.150,00Patientvereniging Aangeboren Hartafwijkingen1€ 78.150,00Hidradenitis Patiënten Vereniging1€ 78.150,00Huidpatiënten Nederland1€ 75.024,00Stichting PHA Nederland1€ 78.150,00Ouders van een Overleden Kind (OOK)1€ 78.150,00Stichting Bekkenbodem4All1€ 78.150,00WEET. vereniging voor eetsstoornissen1€ 78.150,00Stichting MIND Naasten Centraal1€ 78.150,00Stichting Hoormij1€ 78.150,00Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland1€ 78.150,00Stichting Steun 22Q111€ 78.150,00Stichting Family and patient Centered Intensive Care1€ 76.795,00Vereniging voor Ichthyosis Netwerken1€ 64.760,00Nederlandse Vereniging Williams-Beuren Syndroom1€ 78.150,00Vereniging van Huntington1€ 78.150,00Stichting Het Buikencollectief1€ 78.150,00Stichting Zaadbalkanker1€ 78.150,00Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling1€ 78.150,00Sien1€ 78.150,00Nederlandse Hypofyse Stichting1€ 78.150,00Dwarslaesie Organisatie Nederland1€ 78.150,00Fibromyalgie en Samenleving. De Nationale Vereniging voor Fibromyalgie Patiënten1€ 78.150,00ME-CVS Stichting Nederland1€ 78.150,00Patiëntenplatform Sarcomen1€ 78.150,00Stichting DES Centrum1€ 78.150,00Neurofibromatose Vereniging Nederland (NFVN)1€ 67.730,00Belangenvereniging Von Hippel Lindau1€ 78.150,00Contactgroep Marfan Nederland1€ 78.150,00Stichting Olijf1€ 78.150,00Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem1€ 77.837,00Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal (SPKS)1€ 78.150,00Leven met blaas- of nierkanker1€ 78.150,00Prostaatkankerstichting1€ 78.150,00Stichting Voedselallergie1€ 78.150,00RSI Vereniging1€ 78.150,00Stichting Nederlands Netwerk voor Lymfoedeem1€ 78.150,00Stichting Longkanker Nederland1€ 78.150,00Patiëntenorganisatie HEVAS1€ 78.150,00Nederlandse Stottervereniging Demosthenes1€ 78.150,00Nederlandse Vereniging van Hemofilie-Patiënten1€ 78.150,00Vereniging Cerebrale Parese1€ 78.150,00Vereniging Ernstig Meervoudige Beperkingen1€ 78.150,00Vereniging Spina Bifida en Hydrocephalus1€ 78.150,00Vereniging Schisis1€ 125.040,00Vereniging voor Volwassenen. Kinderen en Stofwisselingsziekten (VKS)1€ 125.040,00Patiëntenvereniging Hoofd – Hals1€ 125.040,00Impuls & Woortblind1€ 125.040,00Stichting Schildklier Organisatie Nederland1€ 190.560,00Hersenletsel.nl1€ 244.974,00Harteraad1€ 258.891,00Stichting Hematon1€ 375.322,00Oogvereniging Nederland1€ 51.892,00PlatformCHD1€ 51.996,00Patiëntenvereniging voor Blaasextrophie Nederland1€ 78.150,00De Huidkanker Stichting1€ 62.103,00Stichting Zeldzame Bloedziekten1€ 78.150,00Stichting Cure ADOA Foundation1€ 52.100,00Stichting Lynch Polyposis1€ 22.507,00Stichting Huidlymfoom1€ 13.859,00Fahr Patienten Vereniging NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19232 PGO – StroomVerplichting 2024Naam1€ 78.150,00Stichting Darmkanker Nederland1€ 46.890,00Stichting De Negende Van1€ 78.150,00Stichting Koninklijk Epilepsiefonds – De Macht van het Kleine / EpilepsieNL1€ 34.126,00Stichting Kabuki Syndroom1€ 62.520,00Stichting Ushersyndroom1€ 77.569,00Stichting CDH11€ 49.495,00Stichting Jongeren en Kanker1€ 78.150,00Stichting Voices for Women1€ 25.832,00Stichting Erfelijke Kanker Nederland1€ 78.150,00Stichting JongPIT1€ 52.390,00Stichting PMDD Nederland1€ 78.150,00Stichting ReumaNederland1€ 75.024,00stichting Bariatriegroepnederland1€ 77.942,00Stichting Suïcide Preventie Centrum1€ 78.150,00Stichting Centrum Chronisch Ziek en Werk1€ 78.150,00Landelijke Vereniging van Ouderinitiatieven1€ 46.244,00Stichting Zorgeloos naar School met een chronische aandoening1€ 54.705,00Naar-Keuze1€ 78.150,00Stichting HandicapNederland1€ 78.150,00Stichting Complex Care United1€ 24.435,00stichting Mama Vita1€ 78.150,00Stichting Care4Bones1€ 78.150,00PostCovid NL1€ 78.150,00Longfonds & patientenorganisatie1€ 78.150,00Stichting Misbruikt!2€ 124.999,00Dit Koningskind2€ 119.910,00Stichting Hoormij2€ 122.452,00Stichting Schildklier Organisatie Nederland2€ 113.600,00borstkankervereniging nederland2€ 124.878,00Oudervereniging Balans2€ 64.378,65Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland2€ 56.962,90Neurofibromatose Vereniging Nederland NFVN2€ 123.984,00Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA)2€ 124.999,00Osteoporose Vereniging2€ 124.999,00Stichting Steun 22Q112€ 122.680,00Stichting Downsyndroom2€ 124.958,00Diabetesvereniging Nederland2€ 124.400,00Nederlandse Stomavereniging2€ 79.200,00Lichen Planus Vereniging Nederland (LPVN)3€ 308.999,00NFK3€ 167.322,25Samenwerkingverband Pijnpatienten naar 1 stem3€ 124.139,71VSOP3€ 316.367,00Federatie WaihonaPedia4€ 1.969.181,00MIND4€ 2.600.044,66Patiëntenfederatie Nederland4€ 3.881.483,68Ieder(In) Vraag 624Wat is het totale landelijke tekort van IC en SEH verpleegkundigen?Antwoord:Het Capaciteitsorgaan heeft zoals gemeld in het antwoord op vraag 164 inhaar adviezen aandacht voor de tekorten van IC- enSEH-verpleegkundigen. Het aantal IC-verpleegkundigen is de afgelopenjaren licht gedaald. Uit het laatst beschikbare advies van het Capaciteits-orgaan blijkt dat er in 2022 3.652 FTE aan IC-verpleegkundigen werkzaamwas, met 330 FTE aan openstaande vacatures. Experts geven aan dat hetaantal werkzame fte richting 2029 echter zal moeten groeien tot 4.759 fte,wat een forse opleidingsinspanning zal vergen. Het aantal werkzameSEH-verpleegkundigen was in 2022 2.253 FTE, met 136 FTE aanopenstaande vacatures. Het aantal SEH-verpleegkundigen is de afgelopenjaren gestegen, en al blijven er tekorten bestaan, zijn deze wel watafgenomen. De afgelopen jaren zijn er ook een flink aantalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19233 SEH-verpleegkundigen opgeleid, meer ook dan geadviseerd. Dit volgt uitfiguur 45 en 46 van het deelrapport 8 van het Capaciteitsorgaan.117Vraag 625Zijn de middelen voor de opleidingsmodule basis acute zorg voldoendeom het landelijke tekort van IC en SEH verpleegkundigen tegen te gaan?Zo nee, hoeveel budget is er naar verwachting nodig?Antwoord:Voor de Subsidieregeling Opleidingsmodule Basis Acute Zorg (BAZ) is in2024 € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Op basis van het aantal aanvragenin 2023 lijkt dit budget toereikend voor de opleidingsbehoefte vanziekenhuizen. De aanvraagronde voor 2024 loopt van 15 september tot enmet 15 oktober 2024. Over het totaal aantal aanvragen is daarom nogniets te zeggen.Per 1 januari 2025 wordt de BAZ-opleiding bekostigd vanuit de beschik-baarheidbijdrage, net als de opleidingen tot IC- en SEH-verpleegkundige.Voor deze verpleegkundige vervolgopleidingen en opleidingen voormedisch ondersteunende beroepen is de beschikbaarheidbijdrage eenopen einde regeling. Er is dus geen sprake van een budget of eenmaximum aan het aantal opleidingsplekken. Zorginstellingen kunnenopleiden naar wat ze nodig achten, maar zaken als opleidingscapaciteit enhet aantal geschikte kandidaten kunnen nog steeds de haalbaarheidbeperken van het doel om op te leiden volgens het advies van hetCapaciteitsorgaan. Mede daarom zijn deze opleidingen afgelopen jarenmodulair ingericht. Dat de BAZ-opleiding kan worden bekostigd vanuit debeschikbaarheidbijdrage is gevolg van de aansluiting van de bekostigingop dit modulaire opleiden. Dit moet bijdragen aan meer flexibel personeelbinnen specialistische clusters zoals de acute zorg, snellere inzetbaarheiden opleidingen die beter aansluiten bij de veranderende zorgvraag.Vraag 626Hoeveel zorgaanbieders zijn er de afgelopen 5 jaar veroordeeld voorfraude?Antwoord:Opsporingsinstanties en het OM houden niet systematisch bij of het bijveroordelingen om fraude in de zorg gaat. Deze informatie is dus nietbeschikbaar.Vraag 627Hoeveel boetes voor zorgfraude zijn er de afgelopen 5 jaar opgelegd,welke bedragen zijn er geïnd en vloeit dit geld terug in de zorg of gaat hetnaar algemene middelen?Antwoord:De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de afgelopen vijf jaar (van 2019tot en met 2024) elf boetes opgelegd voor aan zorgfraude gerelateerdeovertredingen, zoals een onjuiste administratie of het overtreden van hetverbod om een onjuist tarief in rekening te brengen. Sommige boetes zijngelijktijdig opgelegd voor verschillende overtredingen, aan verschillendezorgaanbieders en/of hun bestuurders. De boetes zijn allemaal (nog) niet(volledig) betaald. Dit komt omdat de bezwaar en/of beroepsprocedurenog niet is afgerond, de NZa nog bezig is met de invordering van de boeteof de boete wegens faillissement van de zorgaanbieder niet meer kanworden ingevorderd. Exacte bedragen die worden geïnd, worden nietbekend gemaakt. Het geld vloeit terug naar de algemene middelen vanhet Rijk, dan wel het Zorgverzekeringsfonds. Dit hangt af van het typeovertreding, en vloeit voort uit artikel 104 van de Wet marktordeninggezondheidszorg.117Capaciteitsplan 2022-2025 Deelrapport 8 FZO beroepen & Ambulanceverpleegkundigen -CapaciteitsorgaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19234 Vraag 628Waarom is de subsidietaakstelling voor VWS voor 2025 nog niet concreetingevuld, terwijl deze bij andere departementen wel al concreet isingevuld?Antwoord:De subsidietaakstelling voor het jaar 2025 is reeds verwerkt in deontwerpbegroting en derhalve ook beleidsmatig wel ingevuld. Voor 2025is de taakstelling van € 53 miljoen verwerkt op artikel 4 (Zorgbreed beleid)als hogere ontvangst van € 30 miljoen op arbeidsmarktbeleid en opartikel 6 (Sport en bewegen) ontvangst meerkosten energie openbarezwembaden € 23 miljoen.Net als de andere begrotingen heeft ook het Ministerie van VWS voor2025 invulling gegeven in de subsidietaakstelling.Vraag 629Aan welke invulling van de subsidietaakstelling voor 2025 denkt deMinister en wanneer ontvangt de Kamer de definitieve invulling van desubsidietaakstelling VWS voor 2025?Antwoord:De subsidietaakstelling voor 2025 is reeds verwerkt in de Ontwerpbe-groting, Voor 2025 is de taakstelling van € 53 miljoen verwerkt op artikel 4(Zorgbreed beleid) als hogere ontvangst van € 30 miljoen op arbeids-marktbeleid en op artikel 6 (Sport en bewegen) ontvangst meerkostenenergie openbare zwembaden € 23 miljoen.Vraag 630Hoe zorgt de Minister, in het kader van transparantie in de zorg, datadequate uitvoering gegeven wordt aan de breed gesteunde motie Vanden Hil (Kamerstuk 36 396, nr. 5) en er op korte termijn flinke stappengezet worden om patiënten geïnformeerd keuze te kunnen laten maken?Antwoord:Met de brief van 18 juni 2024 (Kamerstukken 2023/24, 31 765, nr. 858)wordt aangegeven hoe de motie Van den Hil wordt uitgevoerd. In dezebrief wordt beschreven welke stappen worden gezet om patiënten vanmeer informatie over kwaliteit van zorg te voorzien als het gaat ommedisch specialistische zorg. Om patiënten geïnformeerd keuze te kunnenlaten maken, is het van belang dat er op korte termijn flinke stappenworden gezet. Daarvoor doen de verschillende partijen in de medischspecialistische zorg hun uiterste best, maar het is een complex dossier dattijd vraagt. De Minister van VWS houdt de voortgang nauwlettend in degaten.Vraag 631Wat is de status van Meer Tijd voor de Patiënt (MTVP) bij de huisarts?Antwoord:MTVP is voor iedere huisartsenpraktijk beschikbaar. Tot en met 2024 kandit nog via een tijdelijke bekostigingsvorm in segment 3 van de huisart-senzorg. De NZa heeft aangegeven dat structurele bekostiging van MTVPper 1 januari 2025 beschikbaar komt als aparte prestatie in segment 1 vande huisartsenbekostiging. Daar is de Kamer eerder dit jaar over geïnfor-meerd.118 Alle afspraken over MTVP uit het integraal zorgakkoord (IZA)zijn hiermee volledig uitgevoerd.Vraag 632Hoeveel gz-opleidingsplaatsen (voor gz-psycholoog) zijn er voor 2025?Hoeveel gz-opleidingsplaatsen zijn er door het Capaciteitsorgaanberaamd? Volgt de Minister de raming van het Capaciteitsorgaan?Hoeveel budget is er voor gz-opleidingsplaatsen in 2025?118Kamerstuk II 2023–2024, 33 578, nr. 117Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19235 Antwoord:Voor 2025 zijn 965 opleidingsplaatsen beschikbaar gesteld voor deopleiding tot gz-psycholoog. In het advies van het Capaciteitsorgaan zijndrie scenario’s uitgewerkt. Het scenario dat een antwoord is op «deverwachte groei van de zorgvraag» wordt bewust gevolgd, zoals in dereactie op het Capaciteitsplan 2024–2027 aan uw Kamer is gemeld(Kamerstukken II, 2022/23, 29 282, nr. 521). Dit betreft het advies van 965instroomplekken per jaar. De geraamde uitgaven aan beschikbaarheidbij-dragen voor de opleiding tot gz-psycholoog bedragen circa € 84 mln in2025. Dit bedrag heeft zowel betrekking op de verwachte nieuwe instroomin de opleiding in 2025 als op de doorstroom binnen de opleiding vanmensen die in voorgaande jaren zijn gestart.Vraag 633Hoe wordt de € 18 miljoen subsidie voor het programma «Samenwerkenen Innoveren in de Regio» via samenwerkingsverband RegioPlus verdeeldonder de verschillende regio’s? Hoe verloopt het proces van toewijzing enhoeveel krijgt iedere regio?Antwoord:RegioPlus heeft in haar subsidieaanvraag beschreven hoe de middelenzullen worden verdeeld over de regio’s. Belangrijk is dat de verdeling vanmiddelen over de regio’s op dezelfde wijze geschiedt als het vorigeprogramma «Samen Regionaal Sterk» over de periode 2020–2024.In de kern geldt dat de verdeling van middelen geschiedt op basis vantwee kerntaken: het onderhouden van de regionale infrastructuur en despecifieke arbeidsmarktopgaven in de arbeidsmarkt regio’s. De verdeel-sleutels zijn op een tweetal manieren gekoppeld aan de grootte van hetwerkgebied. Deze methodiek is eenduidig van aard en herkenbaar voor deregionale werkgeversorganisaties, omdat het aansluit bij de voorgaandejaren. Ten aanzien van de vraag hoeveel iedere regio krijgt geldt dat dieberekening nog moet worden gemaakt aan de hand van voornoemdeverdeelsleutels.Vraag 634Wilt u de spelwijze aanpassen van «arbeidsmarkt»?Antwoord:Helaas kan het wel eens voorkomen dat er een typefout voorkomt in debegroting. Omdat deze typefout geen budgettaire gevolgen heeft, is hetniet mogelijk om dit middels een nota van wijziging te corrigeren.Vraag 635Hoe is de betrokkenheid en inbreng van patiëntvertegenwoordigersgeborgd bij de uitvoering van de programma’s en inzet van opdrachten-budgetten gericht op verdere digitalisering en databeschikbaarheid?Antwoord:De Minister van VWS vindt het heel belangrijk dat het perspectief van depatiënten en cliënten geborgd is in het beleid van VWS. Digitalisering endatabeschikbaarheid moet bijdragen aan gelijkwaardigere toegang totzorg. Daarmee vindt de Minister van VWS ook dat patiënten en cliëntentoegang moeten hebben tot hun eigen zorggegevens onder meer viaMijngezondheidsoverzicht en de Persoonlijke Gezondheidsomgevingen.De Patiëntenfederatie Nederland is lid van het Informatieberaad Zorg envan het Integraal Zorgakkoord en heeft een actieve rol bij de uitvoeringvan de IZA-afspraken op het gebied van digitalisering en gegevensuit-wisseling. Daarmee borgt de Patiëntenfederatie Nederland de betrok-kenheid en inbreng van patiënten.Vraag 636Welke financiële middelen zijn er gereserveerd voor ondersteuning vanpatiënten en cliënten bij de keuze en het gebruik van PGO’s?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19236 Antwoord:Voor de volgende activiteiten voor patiënten en cliënten zijn financiëlemiddelen gereserveerd:1.Het PGO-informatiepunt van de Helpdesk Digitale Zorg € 0,5 miljoenper jaar t/m 2026.2.Programma PGO on Air van de PatiëntenFederatieNederland(PFN). Ditprogramma heeft als doel mensen te ondersteunen bij het kennen,kiezen, gebruiken en benutten van PGO’s. Daarnaast wil PGO on Airzorgverleners en zorginstellingen aanmoedigen het gebruik van PGO’ste stimuleren bij hun patiënten en hen daarin ondersteunen. PFN biedtvia de website digitalezorggids.nl een keuzehulp voor PGO’s aan. Viadeze keuzehulp kunnen gebruikers ook reviews achterlaten en kunnenmensen op basis van onder andere de gebruikerservaring van andereneen keuze maken. Hiervoor is € 0,4 miljoen beschikbaar in 2025.Vraag 637Hoeveel mensen hebben afgelopen jaar een boete ontvangen voor hetniet op tijd betalen van hun zorgverzekeringskosten?Antwoord:Uit cijfers van het CAK blijkt dat er op 31 december 2023 in totaal 178.916verzekerden waren bij wie er een bestuursrechtelijke premie wasopgelegd omdat zij een betalingsachterstand van de zorgpremie van zesmaanden of langer hadden. Dit betreft circa 1,2% van het totaal aantalverzekerden boven de 18 jaar.Vraag 638Wat waren de totale inkomsten van het CAK uit boetes in de afgelopen5 jaar, per jaar uitgesplitst?Antwoord:Tabel Opgelegde en geinde bestuursrechtelijke premie (bron: CAK)X € 1.00020192020202120222023Te incasseren premies351.920326.717299.039303.195334.741Netto betaald299.453222.719279.224385.470349.515 In bovenstaande tabel zijn de totale opgelegde bestuursrechtelijke premieen geïnde bestuursrechtelijke premie weergegeven en de status daarvan.Het gaat hier om de totale bestuursrechtelijke premie die op dit moment isvastgesteld op 110% van de gemiddelde nominale premie. De exacteopbrengsten van alleen de opslag per jaar is niet beschikbaar, omdat deinning van de bestuursrechtelijke premie een sterk na-ijl effect heeft en deopslag de laatste jaren is veranderd. In 2019 is de opslag verlaagd van30% naar 20% en in 2024 is de opslag verlaagd van 20% naar 10%. Datbetekent bijvoorbeeld dat de in 2023 opgelegde bestuursrechtelijkepremie (de opslag was toen 20%) voor een groot deel pas in de daarop-volgende jaren wordt betaald. De totale openstaande bestuursrechtelijkepremie bij het CAK per ultimo 2023 is € 498 miljoen.Van de totale ontvangsten in een jaar wordt 23% afgedragen aan VWS(ontvangst op de VWS-begroting) en 77% gaat naar het Zorgverzekerings-fonds. Hier tegenover staat dat vanuit het Zorgverzekeringsfondsverzekeraars worden gecompenseerd voor het in verzekering houden vanverzekerden in de wanbetalersregeling (in 2023 bedroeg de totalewanbetalersbijdrage € 330 miljoen).Vraag 639Hoeveel geld ontvangt het CAK per jaar uit de wanbetalingsregeling?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19237 Tabel Opgelegde en geïnde bestuursrechtelijke premie (bron: CAK)X € 1.00020192020202120222023Te incasseren premies351.920326.717299.039303.195334.741Netto betaald299.453222.719279.224385.470349.515 In bovenstaande tabel is de opgelegde en geïnde bestuursrechtelijkepremie weergegeven. Bij de interpretatie van deze cijfers moet rekeningworden gehouden met een sterk na-ijl effect. Dat betekent bijvoorbeelddat de in 2023 opgelegde bestuursrechtelijke premie voor een groot deelpas in de daaropvolgende jaren wordt betaald.Van de totale ontvangsten in een jaar wordt 23% afgedragen aan VWS(ontvangst op de VWS-begroting) en 77% gaat naar het Zorgverzekerings-fonds. Hier tegenover staat dat vanuit het Zorgverzekeringsfondsverzekeraars worden gecompenseerd voor het in verzekering houden vanverzekerden in de wanbetalersregeling (in 2023 ging het om€ 330 miljoen).Vraag 640Hoeveel kost het om de wanbetalingsregeling van het CAK volledig af teschaffen?Antwoord:Sinds juli 2024 is de bestuursrechtelijke premie verlaagd van 120% van degemiddelde nominale premie naar 110% van de gemiddelde nominalezorgpremie. Elke 5% verlaging leidt tot € 12 miljoen lagere ontvangsten.Dus volledige afschaffing van de opslag betekent € 24 miljoen lagereontvangsten en het volledig afschaffen van de regeling betekent€ 264 mln lagere ontvangsten.Van de ontvangsten bestuursrechtelijke premie wordt 23% afgedragenaan VWS (ontvangst op de VWS-begroting) en 77% gaat naar hetZorgverzekeringsfonds. Dat wil zeggen: € 5,5 miljoen op deVWS-ontvangsten en € 18,5 miljoen lagere ontvangst in het Zorgverzeke-ringsfonds als de opslag van 10% wordt afgeschaft. Als de gehele regelingwordt afgeschaft dan zou het gaan om € 61 miljoen op deVWS-ontvangsten en € 203 miljoen lagere ontvangsten in het Zorgverze-keringsfonds.Bij het geheel afschaffen van de wanbetalersregeling moet ook rekeningworden gehouden met de uitgaven. Zorgverzekeraars ontvangen eenbijdrage voor het verzekerd houden van verzekerden in de wanbetalersre-geling. In 2023 ontvingen zorgverzekeraars circa € 330 mln als bijdragevoor het verzekerd houden van verzekerden in de wanbetalersregeling. Deregeling kostte in 2023 circa € 21,5 mln aan uitvoeringskosten.Het afschaffen van de gehele wanbetalersregeling zou betekenen datverzekerden met een betalingsachterstand onverzekerd raken. Dankzij dewanbetalersregeling blijven verzekerden verzekerd voor de basisverze-kering die zij hebben afgesloten, ook als zij geen zorgpremie betalen aande zorgverzekeraar en geen bestuursrechtelijke premie aan het CAK.Zodra zij een betalingsregeling treffen, betalen zij direct weer de normalezorgpremie.Vraag 641Kunt u cijfers geven van de hoeveelheid pleegouders/pleeggezinnen in deafgelopen vijf jaar? Is het aantal gestegen of gedaald ten opzichte van devraag? Hoeveel pleegouders/pleeggezinnen zijn gestopt de afgelopen vijfjaar?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19238 Het aantal pleeggezinnen in de afgelopen 5 jaar is weergegeven inonderstaande tabel:119JaartalAantal pleeggezinnen/pleegouders201916.717202017.312202117.548202216.608202315.197 Het aantal jeugdigen dat de afgelopen 5 jaar wachtte op pleegzorg isweergegeven in onderstaande tabel:JaartalAantal jeugdigen dat wacht op pleegzorg op 31 december:20192.38620202.41220212.48020222.22820232.149 Het aantal pleeggezinnen dat de afgelopen 5 jaar is gestopt, is weerge-geven in onderstaande tabel:JaartalAantal pleeggezinnen/pleegouders dat is gestopt20192.38620202.41220212.48020222.22820232.149 Meer dan de helft van de pleegouders die in de afgelopen 5 jaar zijngestopt, waren netwerkpleegouder (familie of bekende van de jeugdige).Wanneer zo’n plaatsing is afgerond, kiezen de meeste netwerkpleeg-ouders niet voor een nieuwe pleegzorgplaatsing van een, voor hen,onbekend kind.Vraag 642Op welke manier zorg u ervoor dat de kwaliteit van jeugdhulp wordtverbeterd?Antwoord:Kwaliteit van jeugdhulp en de verbetering hiervan is in eerste instantieaan het veld: beroepsverenigingen, opleidingen en jeugdhulporganisatieswerken in de praktijk voortdurend aan het verbeteren van kwaliteit van dejeugdhulp. Mijn rol is om hen hierbij te faciliteren waar mogelijk, onderandere door financiering.Aangezien de kwaliteitsverbetering een impuls kan gebruiken, zijnafspraken gemaakt in de Hervormingsagenda met als doel het borgen vankwaliteit en het opzetten van een structuur/cultuur waarin blijvend kanworden geleerd in het jeugdstelsel. Hiervoor is de werkorganisatieKwaliteit en Blijvend Leren (KBL) ingericht en komt er eind 2025 eenLeeragenda waarin is opgenomen wat de komende tijd nodig is in hetveld voor de verbetering van kwaliteit en blijvend leren. Hierbij is het ook119Pleegzorg Nederland – Factsheet Pleegzorg 2019; Pleegzorg Nederland – Factsheet Pleegzorg2020; Pleegzorg Nederland – Factsheet Pleegzorg 2021; Pleegzorg Nederland – FactsheetPleegzorg 2022; Pleegzorg Nederland – Factsheet Pleegzorg 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19239 belangrijk dat al beschikbare kennis over kwaliteit en effectiviteit in depraktijk beter wordt benut, rekening houdend met de context, deleefwereld van een gezin en wijk, gemeente of regio.Door het nakomen van de afspraken uit de Hervormingsagenda wordtsamen met de vijfhoek gefaciliteerd dat er in het veld op een duurzamemanier wordt gewerkt aan de verbetering van kwaliteit.Vraag 643Klopt het dat bij de doelstellingen van artikel 5 Jeugd de zinsnede«ontwikkelen hun talenten en doen mee aan de samenleving» isverdwenen ten opzichte van vorig jaar en waarom is dat?Antwoord:Het kabinet vindt het van groot belang dat kinderen hun talenten kunnenontwikkelen en kunnen meedoen aan de samenleving en zet zich daaronverminderd voor in. Dat doen de verschillende departementen samen,omdat hiervoor inzet vanuit verschillende beleidsterreinen nodig is. In deaanpak van het Ministerie van VWS ligt de nadruk op het gezond en veiligopgroeien van jeugdigen; daarom is deze tekst iets aangepast enaangescherpt. Deze inzet zal er uiteraard ook aan bijdragen dat jeugdigenhun talenten kunnen ontwikkelen en kunnen meedoen aan desamenleving.Vraag 644In hoeverre zijn de besparingen die in de financiële tabel van de Hervor-mingagenda zijn ingeboekt voor de jaren 2022, 2023 en 2024 behaald?Kunt u per jaar uiteenzetten hoeveel er door gemeenten is bespaard in dejaren 2022, 2023 en 2024 op jeugdzorg door de maatregelen uit deHervormingsagenda?Antwoord:De deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd zal in januari 2025een onafhankelijk zwaarwegend advies uitbrengen over de uitvoering vande maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de HervormingsagendaJeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling. Hiervoor brengt eenonderzoek de totale uitgaven van gemeenten aan jeugdzorg voor 2023 inbeeld en een prognose van 2024. Dit onderzoek ontvangt u binnenkort.Het is momenteel niet mogelijk om de effecten van de afzonderlijkevoornemens en maatregelen te onderscheiden op de totale uitgavenont-wikkeling. Daarom beziet de commissie vooral de ontwikkeling van detotale uitgaven ten opzichte van het meerjarig financieel kader.Het jaar 2022 valt overigens buiten de afspraken uit de Hervormings-agenda.Vraag 645Hoeveel gemeenten hadden een financieel tekort op jeugdzorg in 2022,2023 en 2024? Kunt u dit uiteenzetten in een overzicht? Binnen welkebandbreedte lagen deze tekorten? Hoe zijn deze tekorten opgelost?Antwoord:Er is geen overzicht van financiële tekorten op jeugdzorg per individuelegemeente. De gemeenteraad stelt jaarlijks een begroting vast en moetervoor zorgen dat deze structureel en reëel in evenwicht is. Binnen dekaders van de wet- en regelgeving, zoals de Jeugdwet, is het aan deindividuele gemeenten hoe ze hun ontvangsten uit het Gemeentefondsinzetten. De middelen uit de Algemene Uitkering van het Gemeentefondszijn beleids- en bestedingsvrij voor gemeenten.Vraag 646Hoe staat het met de ambitie van nul gesloten plaatsingen (geslotenjeugdhulp) in 2030? Staat die ambitie er nog? Hoeveel gesloten (jeugd)-plaatsingen waren er de afgelopen vijf jaar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19240 Antwoord:In de bestuurlijke afspraken die Rijk, VNG en Jeugdzorg Nederland juni2024 gemaakt hebben over de transformatie gesloten jeugdhulp is deambitie om in 2030 zo dicht bij mogelijk nul gesloten plaatsingen te zijnbevestigd.Hieronder treft u de informatie over het aantal plaatsingen in de afgelopenvijf jaar aan:12020192020202120222023Aantal plaatsingen geslotenjeugdhulp1.7061.3641.181989891 Vraag 647Hoeveel kinderen zijn er de afgelopen vijf jaar uit huis geplaatst?Antwoord:De beleidsinformatie van CBS bevat cijfers over het aantal jeugdigen datjeugdhulp met verblijf in samenloop met een kinderbeschermingsmaat-regel heeft. Dit geeft een indicatie van het totaal aantal jongeren dat in hetgedwongen kader uit huis is geplaatst. In 2023 hebben 17.125 kinderenjeugdhulp met verblijf ontvangen terwijl er ook sprake was van eenkinderbeschermingsmaatregel. In 2022 waren dit 17.680 en in 2021 19.030.We noemen hier niet de cijfers van vóór 2021, omdat deze niet goed tevergelijken zijn met de cijfers vanaf 2021. Dit komt door een toename inhet jeugdhulpaanbieders dat data bij CBS via het berichtenverkeeraanlevert.Vraag 648Hoeveel jongeren maken gebruik van de Regeling overgang Jeugdwetnaar Zvw bij bereiken 18 jaar?Antwoord:Er is geen informatie beschikbaar over het aantal jongeren dat gebruikmaakt van de Regeling overgang Jeugdwet naar Zvw bij bereiken 18 jaar.Eerder is wel in het kader van het programma Zorg voor de Jeugdgemonitord wat de vervolgzorg (excl. verlengde jeugdhulp) is vanjongeren die jeugdhulp ontvingen in het laatste kwartaal voor hun 18everjaardag. In 2022 had 21,6% van deze jongeren binnen 1 maand GGZvanuit de Zvw; binnen 3 maanden 25,1%; en binnen 6 maanden 27,4%.Jongeren kunnen echter na hun 18e verjaardag eerst nog verlengdejeugdhulp hebben en later zorg ontvangen vanuit andere wetten.Vraag 649Hoeveel jongeren in de categorie 18–23 jaar zijn dakloos? Hoe hebbendeze cijfers zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?Antwoord:De enige cijfers over het aantal dakloze jongeren die op dit moment oplandelijk niveau beschikbaar zijn, zijn afkomstig van een jaarlijkseschatting van het CBS. Volgens deze schatting was op 1 januari 2023 20%van de dakloze mensen in Nederland tussen de 18–27 jaar; het gaat om6.200 mensen. Het aandeel jongere dakloze mensen is in 2023 lichttoegenomen ten opzichte van 2022 (19%) en 2021 (18%). Ten opzichte vande jaren daarvoor is het aandeel jongere dakloze mensen afgenomen. In2016 was naar schatting 35% van de dakloze mensen tussen de 18–27 jaar.In 2020 was dit 23%.121120Factsheet-JeugdzorgPlus-2023.pdf (www.jeugdzorgnederland.nl)121Dakloze mensen 18 tot 65 jaar, persoonskenmerken | CBS, 26,6 duizend dakloze mensenbegin 2022 | CBS, Aandeel jongere daklozen in 5 jaar tijd gehalveerd | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19241 Het is belangrijk beter zicht te krijgen op het aantal dakloze mensen en desamenstelling van deze groep. Uit de resultaten van de eerste Neder-landse ETHOS tellingen dak- en thuisloosheid van Kansfonds enHogeschool Utrecht, in de regio’s Noordoost-Brabant en Meijerij enBommelerwaard, blijkt dat jongeren relatief oververtegenwoordigd zijn inde groep dakloze mensen.122Vraag 650Hoeveel jongeren maken op 18 jarige leeftijd de overstap van Jeugdwetnaar Wmo? Kunt u dit uiteenzetten voor de afgelopen vijf jaar?Antwoord:Deze cijfers over de afgelopen vijf jaar hebben we op landelijk niveau niet.In 2022 is in het kader van het programma Zorg voor de Jeugd wélgemonitord wat de vervolgzorg (excl. verlengde jeugdhulp) is vanjongeren die jeugdhulp ontvingen in het laatste kwartaal voor hun 18everjaardag: 8,5% van deze jongeren binnen 1 maand hulp vanuit de Wmo;binnen 3 maanden 9,9%; en binnen 6 maanden 11,3%. Jongeren kunnenechter na hun 18e verjaardag eerst nog verlengde jeugdhulp hebben enlater zorg ontvangen vanuit andere wetten.Vraag 651Hoeveel jongeren maken op 18 jarige leeftijd de overstap van Jeugdwetnaar Wlz? Kunt u dit uiteenzetten voor de afgelopen vijf jaar?Antwoord:Deze cijfers hebben we landelijk niet over de afgelopen vijf jaar. In 2022 isin het kader van het Programma Zorg voor de Jeugd wél gemonitord watde vervolgzorg (excl. verlengde jeugdhulp) is van jongeren die jeugdhulpontvingen in het laatste kwartaal voor hun 18e verjaardag: 1,7% van dezejongeren binnen 1 maand hulp vanuit de Wlz; binnen 3 maanden 2,1%; enbinnen 6 maanden 2,4%. Jongeren kunnen echter na hun 18e verjaardageerst nog verlengde jeugdhulp hebben en later zorg ontvangen vanuitandere wetten.Vraag 652Hoeveel jongeren maken op 18 jarige leeftijd de overstap van Jeugdwetnaar Zvw? Kunt u dit uiteenzetten voor de afgelopen vijf jaar?Antwoord:Deze cijfers over de afgelopen vijf jaar hebben we niet. In 2022 is in hetkader van het Programma Zorg voor de Jeugd wél gemonitord wat devervolgzorg (excl. verlengde jeugdhulp) is van jongeren die jeugdhulpontvingen in het laatste kwartaal voor hun 18e verjaardag: 21,6% van dezejongeren binnen 1 maand GGZ vanuit de Zvw; binnen 3 maanden 25,1%;en binnen 6 maanden 27,4%. Jongeren kunnen echter na hun 18everjaardag eerst nog verlengde jeugdhulp hebben en later zorg ontvangenvanuit andere wetten.Vraag 653Is de structurele besparingsopgave van € 1 miljard, gekoppeld aan deuitvoering Hervormingsagenda Jeugd, een hard doel om te halen?Antwoord:Ja, de besparingsopgave van € 1 miljard is een afspraak tussen Rijk engemeenten. Rijk en gemeenten spannen zich gezamenlijk in deafgesproken voornemens en maatregelen in de Hervormingsagenda ingang te zetten en uit te voeren en ook anderszins beleid te voeren om definanciële doelstelling van de agenda te realiseren.Vraag 654122Resultaten ETHOS telling: veel kinderen en jongeren dak- of thuisloos - KansfondsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19242 Is de structurele besparingsopgave van € 1 miljard inclusief de voorge-nomen taakstelling om te bezuinigen op de subsidies, of staat dat er losvan?Antwoord:De voorgenomen taakstelling om te bezuinigen op subsidies staat los vande structurele besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd.Vraag 655Kan de taakstelling op de subsidies voor Jeugdzorg, zoals afgesproken inhet Hoofdlijnenakkoord en zichtbaar op de begroting, nader wordentoegelicht?Antwoord:De taakstelling op subsidies is een brede taakstelling voor VWS en dusniet alleen op het terrein van Jeugdzorg. De subsidietaakstelling voor2025 is reeds verwerkt in de Ontwerpbegroting. Voor 2025 is detaakstelling van € 53 miljoen verwerkt op artikel 4 (Zorgbreed beleid) alshogere ontvangst van € 30 miljoen op arbeidsmarktbeleid en op artikel 6(Sport en bewegen) ontvangst meerkosten energie openbare zwembaden€ 23 miljoen. Aan de invulling van de subsidietaakstelling in 2026 enverder wordt momenteel gewerkt. U ontvangt vóór de begrotingsbehan-deling van VWS een nota van wijziging. Dan wordt ook inzichtelijk opwelke wijze dit subsidies op het terrein van Jeugdzorg raakt.Vraag 656Er is € 180 miljoen beschikbaar gesteld voor de transitie geslotenJeugdzorg, kan het beleid voor het besteden van deze gelden naderworden toegelicht?Antwoord:Deze middelen zijn beschikbaar voor de transformatie van de geslotenjeugdhulp:–Afbouw: het definitief sluiten van (locaties voor) gesloten jeugdhulp.–Ombouw: het ombouwen van grootschalige groepen geslotenjeugdhulp naar kleinschalige groepen voor gesloten jeugdhulp.–Opbouw van alternatieven: alle zorg die in plaats van geslotenjeugdhulp ingezet (kan) worden, zoals ambulante alternatieven ofkleinschalige open woonvoorzieningen.Vraag 657Op welke manieren wordt gewerkt aan het verbeteren van klachtrecht inde jeugdzorg? Welke middelen zijn hiervoor gereserveerd?Antwoord:De Ministeries van VWS en JenV zijn in gesprek met relevante partijen inhet veld om een overkoepelend en actueel beeld te krijgen van deuitvoeringspraktijk van klachtprocedures bij organisaties in het jeugd-(zorg)domein123. Op basis van deze gesprekken wordt gekeken wat nogmeer nodig is om de huidige uitvoering dan wel de wetgeving rondomhet klachtrecht in het jeugd(zorg)domein verder te verbeteren. Over deuitkomsten zullen wij uw Kamer informeren via de reguliere voortgangs-brieven Jeugdzorg.Vraag 658Hoeveel jeugdzorginstellingen verkeren in financiële rode cijfers? Hoeveeljeugdzorginstellingen zijn omgevallen het afgelopen jaar? Hoeveel in deafgelopen vijf jaar?Antwoord:De Jeugdautoriteit heeft 343 aanbieders in beeld met een omzet van€ 2 miljoen of meer voor activiteiten op de Jeugdwet. Daarvan heeft 21%123Met organisaties in het jeugd(zorg)domein worden bedoeld: jeugdhulpaanbieders, gecertifi-ceerde instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis organisatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19243 rode cijfers geschreven op basis van het resultaat na belastingen over hetjaar 2023. Het afgelopen jaar zijn 18 aanbieders in casuïstiek geweest bijde Jeugdautoriteit en is geen enkele aanbieder failliet gegaan. Wel zijn in2024 twee aanvragen gedaan en goedgekeurd voor de subsidieregelingcontinuïteit cruciale jeugdhulp. Voorwaarde hierbij is dat de liquiditeits-prognose van de aanvragende partijen dusdanig zijn dat zij binnen éénjaar het ontvangen subsidiebedrag kunnen terugbetalen.In de afgelopen 5 jaar zijn gemiddeld 17 aanbieders per jaar in casuïstiekgeweest bij de Jeugdautoriteit. Er zijn geen jeugdzorginstellingen die deJeugdautoriteit in beeld had omgevallen in de afgelopen vijf jaar.Vraag 659Klopt het dat er geen middelen zijn gereserveerd voor het verbeteren vanhet klachtrecht?Antwoord:Nee, dit klopt niet. Er zijn middelen beschikbaar voor het verbeteren vanhet klachtrecht met als eerste stap om een overkoepelend en actueelbeeld te krijgen van de uitvoeringspraktijk van klachtprocedures bijorganisaties in het jeugd(zorg)domein.124 Als we dit scherp hebbenkunnen we nader bepalen of en wat verder nodig is.Vraag 660De begroting beschrijft een integrale samenwerking sociaal domein voorjeugdigen van 0–27 jaar vanuit de Ministeries VWS, OCW, SZW, JenV enBZK. Hoe gaat deze integrale en interdepartementale aanpak eruit zien?Zullen er aparte middelen voor deze aanpak worden vrijgemaakt? Zo ja,hoeveel? Wanneer wordt hier de eerste uitwerking van verwacht? Welkebewindspersoon neemt het voortouw en de verantwoordelijkheid voordeze aanpak? In hoeverre loopt deze aanpak samen met de Hervormingsa-genda Jeugd?Antwoord:Het kabinet wil samen met gemeenten ervoor zorgen dat het beleid om(kinder)armoede aan te pakken verbetert, mede in navolging van deEuropese kindergarantie. Dit doet het kabinet onder andere via deinterdepartementale aanpak kwetsbare gezinnen met jeugdigen van0–27 jaar vanuit de Ministeries VWS, OCW, SZW, JenV en BZK. De aanpakzit nog in de opstartfase en op dit moment wordt de opdracht enwerkwijze uitgewerkt. Voor de aanpak worden op dit moment geenspecifieke middelen beschikbaar gesteld. Uitgangspunt van de aanpak ishet zoveel als mogelijk aan elkaar verbinden en versterken van bestaandeprogramma’s met reeds beschikbare capaciteit. De aanpak sluit dan ookaan bij lopende trajecten, zoals de Hervormingsagenda Jeugd. Hiermeezet het kabinet in op het oplossen van jeugdhulpvragen in combinatie methet oplossen van onderliggende problematiek in het gezin, zoalsbestaanszekerheid, huisvesting, onderwijs, gezondheid, zorg, veiligheid,sport en cultuur.Vraag 661Waarom is er deels gekozen voor subsidies voor de verschillendeonderdelen in de aanpak van kindermishandeling en het beschermen vankinderen en gezinnen, en geen structureel bedrag? Om hoeveel gevallengaat het?Antwoord:Sommige organisaties ontvangen een structurele instellingssubsidie,zoals het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling en GGD GHOR(ten behoeve van Forensisch medische expertise bij kinderen). Het gaat124Met organisaties in het jeugd(zorg)domein worden bedoeld: jeugdhulpaanbieders, gecertifi-ceerde instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis organisatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19244 hier om organisaties die momenteel een belangrijke rol spelen in hetkunnen duiden van signalen van kindermishandeling.Andere initiatieven in de aanpak van kindermishandeling en hetbeschermen van kinderen en gezinnen worden ondersteund metincidentele subsidies en opdrachten. Deze kunnen ook meerjarig zijn. Opdeze manier kan flexibel tijdelijk extra inzet gepleegd worden op eenbepaald onderwerp of vraagstuk dat aansluit op de ontwikkelingen enbehoeften in de praktijk. Het exacte aantal subsidies wordt in 2025 naderingevuld.Vraag 662Is er zicht op hoe het geld, dat vanuit de Hervormingsagenda Jeugdrichting de gemeenten stroomt, lokaal door de gemeenten wordtbesteedt?Antwoord:Er is geen zicht op besteding van de middelen door gemeenten die vanuitde Hervormingsagenda aanvullend aan het Gemeentefonds zijn overge-maakt. De middelen voor jeugdzorg zijn onderdeel van de AlgemeneUitkering van het Gemeentefonds, waarvoor beleids- en bestedings-vrijheid geldt. Gemeenten gaan dus zelf over de verdeling van debeschikbare middelen. Wel moeten gemeenten jaarlijks verantwoordingafleggen via Iv3, de zogenaamde Informatie voor derden. Dit is voorjeugdzorg echter op totaal niveau. Vanaf 2025 wordt de indeling in Iv3 zoaangepast, dat meer financieel zicht is op de verschillende vormen vanjeugdzorg. Desalniettemin kan geen koppeling gemaakt worden tussenmiddelen vanuit de Hervormingsagenda en de bestedingen vangemeenten.Vraag 663Hoe worden de € 9 miljoen binnen de Hervormingsagenda Jeugd voor deslagkracht van uitvoerende partijen, waaronder cliëntenorganisatiesprecies ingezet? Welk deel daarvan gaat naar cliëntenorganisaties, welkezijn dat en welke niet, en op basis waarvan is deze keuze gemaakt?Antwoord:De € 9 miljoen per jaar is bedoeld voor de ondersteuning van deuitvoering van de Hervormingsagenda in brede zin. De besteding van de€ 9 miljoen in 2025 is op dit moment nog niet volledig verplicht. Deaanwending wordt steeds bezien in het licht van de actualiteiten en zalnaar verwachting in de loop van het jaar nog gedeeltelijk wijzigen. Op ditmoment is de verdeling van de inzet van middelen op hoofdlijnen alsvolgt:ActiviteitRaming middelenOndersteuning landelijke partijen in de vijfhoek€ 1.000.000Ondersteuning veld bij implementatie maatregelen Hervormings-agenda, o.a. via het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd(OZJ)€ 3.239.000Specifieke middelen voor de uitvoering van de verschillendethema’s uit de Hervormingsagenda, ten dele nog toe te bedelenaan de thema’s€ 4.030.000Volgen voortgang Hervormingsagenda€ 731.000 De middelen die beschikbaar zijn voor cliëntenorganisaties zijn afhankelijkvan de activiteiten die zij uitvoeren voor de agenda. Voor de onder-steuning van cliëntenorganisaties is in 2025 vooralsnog € 116.680,–beschikbaar (naast de structurele financiering die zij ontvangen, ziehiervoor vraag 664). Dit zijn MIND en Ieder(in), die op hun beurt andereorganisaties financieren voor hun inzet. Het bedrag is in goed overleg metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19245 de cliëntenorganisaties bepaald op basis van hun inzet in het kader van deHervormingsagenda.Vraag 664Er is € 9 miljoen beschikbaar gesteld om de slagkracht van de uitvoerendepartijen bij de Hervormingsagenda Jeugd te versterken, zoals cliëntenor-ganisaties en het samenwerkingsverband professionals en jeugdhulpaan-bieders. Zijn deze middelen ook bedoeld om participatie van jongeren enervaringsdeskundigen van de jeugdzorg structureel te faciliteren zodat zijstructureel meedenken in de besluitvorming rondom hervormingen in dejeugdzorg? Zo nee, welke middelen zijn hier wel voor gereserveerd?Antwoord:Voor de ondersteuning van cliëntenorganisaties in het kader van deHervormingsagenda is in 2025 € 116.680,– beschikbaar (zie hiervoor ookhet antwoord op vraag 663). Buiten de Hervormingsagenda om wordenop nationaal niveau verschillende jongeren- en cliëntenorganisatiesstructureel gefinancierd, zoals de Nationale Jeugdraad, IederIn, Per Saldoen MIND. Stichting ExpEx ontvangt in 2025 ook aanvullende projectsub-sidie van € 110.000,00 voor hun inzet bij de aanpak om- en afbouwgesloten jeugdhulp.Gedurende de looptijd van de Hervormingsagenda Jeugd is financieringbeschikbaar voor het meedenken van de jongeren bij de hervormingen inde jeugdzorg. Dit bedrag bepalen we in goed overleg met (cliënten)orga-nisaties aan de hand van de activiteiten die zij gaan verrichten.Vraag 665Hoeveel expertisenetwerken jeugdhulp zijn er?Antwoord:Er zijn acht bovenregionale expertisenetwerken jeugd. Op 21 junijongstleden is Uw Kamer geïnformeerd over de voortgang rondom denetwerken.125Voortgangsrapportage – Bovenregionale Expertisenetwerken Jeugd |Rapport | rijksoverheid.nlVraag 666Hoeveel residentiële jeugdhulpinstellingen zijn er in 2024? Hoeveelworden er in 2024 en in 2025 getransformeerd? Hoeveel jongeren zijnhiermee gemoeid?Antwoord:Er zijn in 2024 tien aanbieders gesloten jeugdhulp. Alle tien instellingenmaken deel uit van de transformatie gesloten jeugdhulp. Momenteelverblijven 467 jeugdigen bij deze tien instellingen die hiermee te makenkunnen krijgen.Vraag 667Wat is de stand van zaken om de DUMAVA middelen voor zorginstellingennaar voren te halen, zoals is besproken en toegezegd bij de begrotingsbe-handeling 2024?Antwoord:Voor 2024 is het plafond van de subsidieregeling Duurzaam Maatschap-pelijk Vastgoed (DUMAVA) verhoogd met € 167,8 miljoen tot in totaal€ 452,3 miljoen. 150 miljoen hiervan betrof een kasschuif waarmeeDUMAVA-middelen uit latere jaren naar voren zijn gehaald. De Ministervan BZK heeft uw Kamer hierover geïnformeerd in zijn brief van 28 mei2024126 en de betreffende toezegging (TZ202402-143) daarmee afgedaan.Vraag 668125https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2024D26397&did=2024D26397126Kamerstukken II, 2023/2024, 32 847, nr. 1182, p. 7/8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19246 Aankomend jaar is er € 40 miljoen minder begroot op de subsidie«duurzame en toegankelijke sportaccommodaties» dan afgelopen jaarbesteed is. Destijds was de subsidiepot zeer snel uitgeput. Wordt eraankomend jaar significant minder aanvragen vanuit sportverenigingenverwacht? Zodat de begrote € 74 miljoen voldoende wordt geacht of is deverwachting dat de subsidiespot weer vroeg in het jaar uitgeput raakt?Antwoord:Het budget voor de Subsidieregeling Bouw en onderhoud sportaccommo-daties (BOSA) is in 2025 ongeveer gelijk aan het oorspronkelijk begrotebudget in 2024. In 2024 was het budget echter al snel overvraagd. Daaromis het aanvraagportaal per augustus gesloten. De overvraging van dit jaarhad te maken met het feit dat er in het eerste kwartaal een hogereinstroom van aanvragen was én het gemiddelde aangevraagde bedraghoger ligt dan voorgaande jaren. Ook heeft de hoge instroom het laatstekwartaal van 2023 geleid tot een groot aantal doorgeschoven aanvragendie ten laste zijn gekomen van het budget van 2024. Daarnaast is hetaanvullende subsidiepercentage voor investeringen in verduurzaming entoegankelijkheid in 2024 verhoogd van 30% naar 40%. Met een kasschuifen een overheveling vanuit de subsidieregeling duurzaam maatschap-pelijk vastgoed (DUMAVA) is het budget in 2024 daarom incidenteelverhoogd van € 79 miljoen naar € 111,5 miljoen. Inzet is om de amateur-sport op lange termijn goed te blijven ondersteunen bij de (financiële)opgaven waar zij voor staan. De BOSA-regeling is één van de instru-menten daarvoor. Daarnaast wordt verkend of amateursportverenigingenvanaf 2025 ook gebruik kunnen maken van de DUMAVA om zo desportsector meer ondersteuning te kunnen bieden in de verduurzamings-opgave waar verenigingen voor staan.Vraag 669In de VWS begroting valt te lezen dat de subsidies Sportakkoord met€ 28 miljoen euro lager uitvalt in 2026 dan in 2025. Kan het inzichtelijkworden gemaakt waar deze ombuiging precies valt? Zowel per gemeenteals per specifieke uitkering?Antwoord:Het verschil van € 28 miljoen tussen 2025 en 2026 op de subsidiesSportakkoord heeft als reden dat tijdelijke budgetten 2025 als laatste jaarhebben. Het betreft tijdelijke budgetten met inzet op Bewegen enVolksziekten (afkomstig vanuit regeerakkoord vorig kabinet), hettegengaan van racisme/discriminatie en het versterken van sportbonden.Een bedrag van € 6,8 miljoen hiervan heeft betrekking op de uitkeringenaan gemeenten via de specifieke uitkeringen Brede Regeling Combinatie-functies (BRC) en Sportakkoord.Vraag 670In tabel 51 is een Budgettaire ruimte van 0,6 opgenomen. Van welk bedragis dit percentage en hoeveel is dit in euro’s?Antwoord:De genoemde percentages in tabel 51 moeten afgezet worden tegen detotaal geraamde uitgaven op artikel 6 van € 429,3 miljoen. De geraamdebudgettaire ruimte van 0,6% kent daarmee een omvang van circa€ 2,6 miljoen.Vraag 671Hoe gaat u de subsidieregeling voor de organisatie voor topsportevene-menten uitwerken? Wat is uw definitie van een topsportevenement?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19247 Op 25 maart 2024 is de subsidieregeling topsportevenementen2024–2028127 in werking getreden. De regeling is de opvolger van desubsidieregeling topsportevenementen 2021–2023. Deze regeling isbedoeld om de organisatie van eenmalige internationale topsportevene-menten in Nederland financieel te ondersteunen.De definitie van een topsportevenement die gehanteerd wordt bij desubsidieregeling, staat uitgebreid toegelicht in de regeling. Het betreft inieder geval een evenement dat internationaal van aard is, waar sportersNederland op Europees of mondiaal topniveau vertegenwoordigen enwaarvan het sportdiscipline opgenomen staat in de lijst topsport- eninternationale wedstrijdsportdisciplines gehanteerd door NOC*NSF (tenzijhet gaat om de ontwikkeling van een nieuwe tak van sport).Vraag 672Hoe staat het met de onthouding over het WHO-pandemieverdrag en deInternational Health Regulations?Antwoord:In vervolg op het Kamerdebat over het pandemieverdrag op 21 mei 2024heeft uw Kamer de motie Keijzer c.s. aangenomen (Kamerstuk 25 295,nr. 2185). Hiermee werd de Minister van Medische Zorg opgeroepen omzich tijdens de 77e Wereldgezondheidsvergadering van mei 2024 kenbaarte onthouden bij eventuele stemmingen over wijzigingen op de IHR en/ ofhet pandemie-instrument.Op 1 juni 2024 heeft de 77e Wereldgezondheidsvergadering een pakketwijzigingen op de Internationale Gezondheidsregeling vastgesteld. Bij devaststelling daarvan is door de Nederlandse delegatie uitgesproken datons land kennis heeft genomen van het onderhandelingsresultaat, maardat het aan het nieuwe kabinet en aan het Nederlandse parlement was omzich daarover een oordeel te vormen. Op 19 september 2024 heeft dedirecteur-generaal van de WHO de vastgestelde wijzigingsvoorstellengenotificeerd aan de lidstaten. Zoals eerder door de Minister vanMedische Zorg toegezegd in de Kamerbrieven van 16 februari 2024128,21 mei 2024129en van 25 juni 2024130 zal na deze notificatie de uitdrukke-lijke parlementaire goedkeuringsprocedure worden gevolgd. Er zal eenhiertoe een wetsvoorstel worden ingediend bij de Staten-Generaal.De onderhandelingen over het pandemie-instrument hebben tot op hedennog niet tot een resultaat geleid.Vraag 673Hoe bent u van plan om de personele uitgaven van het kerndepartementterug te brengen met 40% in 5 jaar, terwijl de loonkosten per werknemerin die tijd hoogstwaarschijnlijk juist zullen toenemen?Antwoord:In het regeerprogramma is afgesproken dat het kabinet het aantalambtenaren en de externe inhuur substantieel terugbrengt (hoofdstuk 7).Aan deze opdracht is een rijksbrede budgettaire bezuiniging gekoppeld.Voor het Ministerie van VWS betekent dit dat van 2025 tot 2029 stap voorstap een blijvende bezuiniging van 70 miljoen euro bereikt moet worden.De bezuiniging op de ambtelijke organisatie loopt bij het Ministerie vanVWS op in 2025 van 19 miljoen euro, tot 33 miljoen euro in 2026, tot49 miljoen euro in 2027 en tot 64 miljoen euro in 2028. Vanaf 2029 moetdan de blijvende bezuiniging van in totaal 70 miljoen euro zijn bereikt. Degenoemde bedragen per jaar gaan over de totale bezuiniging in dat jaar.127Staatscourant 2024, 10726 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakin-gen.nl)128Kamerstukken II, 2023–2024, 25 295, nr. 2166.129Kamerstukken II, 2023–2024, 25 295, nr. 2184.130Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 163.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19248 Wat het Ministerie van VWS minder gaat doen, is op dit moment nog nietbekend. Hiervoor start binnenkort de zogeheten «takendiscussie». Opbasis van advies van de ambtelijke leiding is het besluit aan de politiekeleiding (de Minister en Staatssecretarissen van VWS) wat het kernminis-terie minder gaat doen. Daarom is nu nog niet te zeggen wanneer dezediscussie klaar is en waar in de organisatie de gevolgen precies neerslaan.Bovengenoemde bedragen staan los van eventuele stijgingen inloonkosten per werknemer.Vraag 674Hoe bent u van plan om de uitgaven aan inhuur van externen terug tebrengen met 90% in 5 jaar, terwijl in diezelfde periode ook de uitgavenaan eigen personeel moeten worden teruggebracht met bijna 30%? Hoemoet het werk dat nu door externen wordt gedaan dan worden vervangendoor eigen personeel?Antwoord:Het gaat om een budgettaire bezuiniging voor zowel de vermindering vanuitgaven voor inhuur van externen als het terugbrengen van uitgavenvoor eigen personeel (zie ook antwoord op vraag 673). Op basis van deuitkomsten van de takendiscussie en de beslissing van de politieke leidingvan het Ministerie van VWS volgt hoe en waar personele uitgaven terug tebrengen zijn.Vraag 675Naar aanleiding van de apparaatsuitgaven kerndepartement, wat is hetaantal fte eigen personeel?Antwoord:Het kerndepartement van VWS kent medio 2024 (stand juni) het aantalvan 1.930 fte eigen personeel.Vraag 676Kan worden weergegeven welke organisaties dubbelop geraakt wordenbij de taakstelling op apparaatsuitgaven, en de taakstelling op subsidies?En hierbij voor welk bedrag en percentage zij ten opzichte van het begroteen uitgegeven bedrag ten opzichte van 2024 dit is?Antwoord:Op dit moment wordt gewerkt aan een nota van wijziging waarinbeleidsmatig uiting zal komen hoe de apparaatstaakstelling en desubsidietaakstelling ingevuld worden voor de 2025 en de latere jaren. Metde nota van wijziging zullen we in beeld brengen hoe de verschillendeorganisaties worden geraakt door de taakstellingen van apparaat ensubsidies.Vraag 677Hoeveel levert het op als de grens van het maximale inkomen waaroverde inkomensafhankelijke bijdrage wordt berekend wordt verruimd van€ 71.624 naar € 80.000? En naar € 90.000 en € 100.000?Antwoord:Het verhogen van de grens van het maximale inkomen waarover deinkomensafhankelijke bijdrage wordt berekend, levert geen extraopbrengsten op vanuit de inkomensafhankelijke bijdrage. In de Zvw isvastgelegd dat de inkomensafhankelijke bijdrage 50% bedraagt van deinkomsten van de Zvw. Bij een hoger maximumbijdrage-inkomen zal hetpercentage voor de inkomensafhankelijke bijdrage lager wordenvastgesteld. Hierdoor zullen inkomens onder het maximumbijdrage-inkomen minder bijdragen en mensen met een inkomen boven hetmaximumbijdrage-inkomen meer bijdragen. Het maximumbijdrage-inkomen voor de Zvw sluit momenteel aan bij de hoogte van hetmaximumpremieloon werknemersverzekeringen in de sociale zekerheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19249 Vraag 678Wat is de exacte impact van het afschaffen van de deelplafonds op deverdeling van middelen tussen de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wetlangdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) enBeschermd Wonen? Betekent dit dat er voortaan vrijelijk geschoven kanworden tussen deze budgetten en de Aanvullende Post op de begrotingvan het Ministerie van Financiën, of zullen er toch nog bepaalde grenzenen voorwaarden gelden?Antwoord:Het kabinet heeft ervoor gekozen de deelplafonds Zorg, Sociale Zekerheid,Rijksbegroting en Investeringen af te schaffen op advies van de Studie-groep Begrotingsruimte. De verdeling over de zorgwetten onder het oudeuitgavenplafond «Zorg» blijft gehanteerd. Het vrijelijk schuiven tussendeze budgetten was onder de oude begrotingsregels niet mogelijk, enonder de nieuwe begrotingsregels ook niet. Het kabinet bekijkt tijdens debesluitvormingsmomenten of en op welke wijze de budgetten bijgesteldworden op basis van actuele cijfers over de zorguitgaven. Conform deregels budgetdiscipline is en blijft iedere Minister verantwoordelijk vooreen goede beheersing van de departementale begroting. Dit betekent datin het geval van een per saldo tegenvaller binnen de betreffendebegroting dekking moet worden gevonden. Dit geldt ook voor depremiegefinancierde onderdelen van de begroting voor het terrein van dezorg. Een per saldo meevaller in de uitgaven aan de Zorgverzekeringswetwordt, na saldering met eventuele tegenvallers elders in de zorg en op deVWS-begroting, ingezet voor lastenverlichting via een verlaging van depremies. Voor het opvragen van middelen van de Aanvullende Post bij hetMinisterie van Financiën blijft toestemming van het Ministerie vanFinanciën benodigd.Vraag 679Waarom laat u Figuur 1 beginnen bij € 80 miljard, in plaats van bij 0?Deelt u de mening dat dit een vertekenend beeld geeft van de relatievestijging van de zorgkosten?Antwoord:Figuur 1 presenteert de verwachte ontwikkeling van de netto zorguitgavenvoor de periode 2025–2029. De netto zorguitgaven in die periode zit in eenbandbreedte van tussen € 95 miljard en € 131 miljard. Het inkorten vande y-as heeft tot doel de leesbaarheid van Figuur 1 te vergroten.Vraag 680Kunt u inzichtelijk maken in welke mate de zorgvraag zal toenemen alsgevolg van het verlagen van het eigen risico per 1 januari 2017? Welkemaatregelen gaat u nemen om de negatieve gevolgen van het verlagenvan het eigen risico (toenemende zorgvraag, wachtlijsten, hogerezorguitgaven) zoveel mogelijk te beperken?Antwoord:Kunt u inzichtelijk maken in welke mate de zorgvraag zal toenemen alsgevolg van het verlagen van het eigen risico per 1 januari 2017? Welkemaatregelen gaat u nemen om de negatieve gevolgen van het verlagenvan het eigen risico (toenemende zorgvraag, wachtlijsten, hogerezorguitgaven) zoveel mogelijk te beperken?Antwoord:In tabel 3 op pagina 199/200 van de ontwerpbegroting 2025 is aangegevenwat het verwachte effect op de zorgvraag is (kortom het remgeldeffect)van het bevriezen en daarna verlagen van het eigen risico (incl.tranchering in de MSZ) op de zorguitgaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19250 202420252026202720282029HLA: Huidig eigen risico bevriezen in 2025 en 2026152HLA: Verlaging ER per 1 januari 2027 naar € 165 en tranchering op€ 50 in MSZ2.1002.2002.300 Inzet op versterking van de triage moet ertoe leiden dat de zorgvrager metde grootste urgentie als eerste van de wachtlijst wordt gehaald. Op dezewijze organiseren we een gelijkwaardigere toegang tot de zorg, waarbij jeurgentie leidend wordt in plaats van dat je als patiënt je zorgen moetmaken om de aanslag op je eigen risico. In het regeerprogramma isaangegeven langs welke lijnen de aanpak van personeelskrapte vormkrijgt. Met behulp van AI wordt ingezet op het halveren van de administra-tietijd in 2030. In het aanvullend zorg en welzijnsakkoord staan degelijkwaardigere toegang tot zorg en welzijn en het afwenden van hetarbeidstekort centraal. Dat akkoord zal de komende maanden nader vormkrijgen en zal meer duidelijk worden over de opbrengsten.Vraag 681De netto zorguitgaven zijn in 2024 neerwaarts bijgesteld met € 2,5 miljard.Welke kosten zijn er dit jaar minder uitgegeven?Antwoord:Zoals uit de onderstaande tabel 2 vanuit de ontwerpbegroting 2025 ((TK,36 600 XVI, nr. 2) op pagina 195 blijkt, zijn de netto zorguitgaven in 2024met € 2,5 miljard neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling ishet saldo van de neerwaartse bijstellingen van de Zvw met € 1,6 miljard,de Wlz met € 0,1 miljard, de AP-middelen met € 0,3 miljard, de correctievan de begrotingsgefinancierde zorguitgaven en Lpo met € 0,5 miljard ende opwaartse bijstelling van de Wmo beschermd wonen met€ 0,1 miljard.Tabel 2 Ontwikkeling van de netto zorguitgaven (Zvw, Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) 2024–2029(bedragen x € 1 miljoen)12024202520262027202820291Netto zorguitgaven ontwerpbegroting 202497.752102.528108.721114.902120.553120.5532Bijstellingen– 2.512– 101– 4263.1473.82010.495Zorgverzekeringswet– 1.643– 4712813.2993.5347.711Wet langdurige zorg– 1181.03065– 260– 1332.978Wmo beschermd wonen89103103103103103Aanvullende post (AP)– 298– 171– 1907441.008397Correctie begrotingsgefinancierde zorguitgaven en lpo2– 542– 593– 686– 739– 694– 6943Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2025(= 1 + 2)95.240102.427108.296118.049124.372131.0481 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.2 Vanwege het afschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon-en prijsbijstellingen niet meer opgenomen in de paragraaf Premiegefinancierde zorguitgaven (PZ). Als gevolg daarvan vindt er een technischecorrectie plaats van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven met circa € 0,5 miljard in 2024 oplopend tot € 0,7 miljard in 2029.Bron: VWS •De uitsplitsing van de neerwaartse bijstelling van de Zvw van€ 1,6 miljard in 2024 is opgenomen in tabel 3 op pagina 199–201 enwordt daaronder toegelicht. De grootste neerwaartse bijstelling betreftde actualisatie van de wijkverpleging. Voor de wijkverpleging is hetjaar 2024 met € 1 miljard neerwaarts bijgesteld.•De uitsplitsing van de neerwaartse bijstelling van de Wlz van € 0,1 mil-jard in 2024 is opgenomen in tabel 6 op pagina 215–216 en daarondertoegelicht. De grootste neerwaartse bijstelling betreft de actualisatievan de Wlz-uitgaven van € 0,2 miljard in 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19251 •De uitsplitsing van de neerwaartse bijstelling van de AP-middelen van€ 0,3 miljard in 2024 is opgenomen in tabel 9 op pagina 224 endaaronder toegelicht. De grootste neerwaartse bijstelling betreft dekasschuif standaardisatie gegevensuitwisseling van € 0,2 miljard in2024.•De uitsplitsing van de opwaartse bijstelling van de Wmo beschermdwonen van € 0,1 miljard in 2024 is opgenomen in tabel 8 oppagina 223 en daaronder toegelicht. De € 0,1 miljard betreft de loon-en prijsindexatie van Wmo beschermd wonen.•De neerwaartse bijstelling als gevolg van de correctie begrotingsgefi-nancierde zorguitgaven en Lpo van € 0,5 miljard in 2024 komt door hetafschaffen van het deelplafond zorg Hierdoor worden de begrotingsge-financierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerdeloon- en prijsbijstellingen niet meer opgenomen in de paragraafPremiegefinancierde zorguitgaven (PZ).Vraag 682Hoeveel en welke ziekenhuizen zaten vorig jaar in financiële problemen enwat is hun status dit jaar?Antwoord:Het antwoord van deze vraag hangt af van hoe «financiële problemen»wordt gedefinieerd: er zijn verschillende methoden waarop gekeken kanworden om de financiële gezondheid van een ziekenhuis te beoordelen.Het Ministerie van VWS doet op dit moment nog verdiepend onderzoeknaar de cijfers over 2023 uit de openbare jaarverantwoordingen vanzorgaanbieders. EY heeft haar resultaten uit het onderzoek naar de cijfersover 2023 recent gepubliceerd in de EY Barometer Nederlandse Gezond-heidszorg 2024. Daarin hanteert EY een eigen ratingsmethodiek, waarvanzij aangegeven dat die inzicht geeft in de gerealiseerde financiële enoperationele kwaliteit. Uit de EY Barometer blijkt dat de gemiddelde ratingvan ziekenhuizen in 2023 is toegenomen ten opzichte van 2022.Indien enkel wordt gekeken naar het behaalde rendement in 2023 dan zijner vooralsnog negen ziekenhuizen die een negatief resultaat behalen.De cijfers over 2024 zijn nog niet bekend. Deze dienen voor 1 juni 2025gedeponeerd te worden via DigiMV.Vraag 683Hoeveel winsten hebben de zorgverzekeraars gemaakt? Kunt u eenoverzicht geven van de afgelopen 10 jaar?Antwoord:In de tabel hieronder vindt u de resultaten van zorgverzekeraarsgezamenlijk vanaf 2014. Het gaat om het resultaat op de basisverzekeringinclusief beleggingsopbrengsten en na inzet van het resultaat voor lagerepremies in het komende jaar. De wet staat zorgverzekeraars toe winst nate streven en deze eventueel uit te keren. Desalniettemin hebbenzorgverzekeraars sinds de invoering van de Zvw in 2006 nog nooit winstuitgekeerd. Positieve resultaten worden namelijk voor het overgrote deelaan de premiebetalers teruggegeven, via een lagere premie. Het overigewordt aan de reserves toegevoegd om te blijven voldoen aan de wettelijkereserve-eisen voor (zorg)verzekeraars.JaarResultaat (x € 1 miljoen)20141.02520153752016– 3092017– 5662018265201929020201372021– 395Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19252 JaarResultaat (x € 1 miljoen)2022– 5662023841Bron: jaarcijfers verzekeraars. Bij de beantwoording in het kader van schriftelijk overleg over hetcontracteer- en overstapseizoen (Kamerstuk 29 689, nr. 1249) bevatte detabel over de toevoeging van resultaat aan de reserves helaas verschil-lende ordegrootte fouten. Onderstaande tabel corrigeert dit:In de tabel hieronder vindt u de resultaten uit 2023 die verzekeraarshebben toegevoegd aan hun reserves.ConcernToevoeging aan de reserves (x € 1 miljoen)ASR23CZ86DSW (incl. Stad Holland50Salland0ONVZ8VGZ293Zorg en Zekerheid33Zilveren Kruis157Menzis191Totaal841Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorg-verzekeraars gepresenteerd op de website. Vraag 684Kunt u een overzicht geven van de verplichte en overtollige reserves vande zorgverzekeraars over de afgelopen 10 jaar?Antwoord:In de tabel hieronder vindt u de vereiste en aanwezige solvabiliteit vanzorgverzekeraars in totaal in de jaren 2014–2023.JaarVereiste solvabiliteit (x € 1.000)Aanwezige solvabiliteit (x € 1.000)20146.128.5939.238.22220156.139.0789.822.12220166.227.5539.680.82920176.349.4558.884.29720186.304.7359.131.41620196.597.9949.662.78620206.740.5419.949.80720216.873.7669.779.62920227.374.85610.172.28420237.720.49710.965.745Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorg-verzekeraars gepresenteerd op de website. Vraag 685Hoeveel ziekenhuizen hebben inmiddels hun laboratorium verkocht aanexterne partijen?Antwoord:Het aantal ziekenhuizen dat een laboratorium heeft verkocht aan externepartijen wordt niet bijgehouden, derhalve is de gevraagde informatie nietbeschikbaar.Vraag 686Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19253 Wat zijn de verwachte gevolgen van de aanpassing van de Wet Genees-middelenprijzen? Hoe groot is het risico dat deze aanpassingen leiden tottekorten op sommige medicijnen?Antwoord:De maximumprijzen (in het kader van de Wet geneesmiddelenprijzen(Wgp)) van het merendeel van de geneesmiddelen zijn de afgelopen jaren«bevroren» door verzachtende maatregelen. Voor duizenden geneesmid-delen geldt daardoor dat de maximumprijzen al jaren niet meer zijngeactualiseerd en dus zijn hoog gehouden. Soms zelfs al sinds deCOVID-pandemie begin 2020.Eén van deze maatregelen was de Tijdelijke beleidsregel 2021 op basiswaarvan producten met een omzet kleiner dan € 1 miljoen per jaar inNederland de oude, hogere, maximumprijs konden behouden.Deze verzachtende maatregel had ook nadelen. Gebleken is dat demaatregel op meer geneesmiddelen van toepassing was dan we voorafdachten. Hierdoor bleven prijzen van veel geneesmiddelen onnodig hoog.Ook zorgde de maatregel voor een ongelijke speelveld tussen leveranciersvan vergelijkbare geneesmiddelen. Hoewel de beleidsregel van tijdelijkeaard was, is deze vijfmaal verlengd. De voormalig Minister van MedischeZorg heeft na bijna vier jaar van ongewijzigde maximumprijzen beslotenom terug te keren naar de normale, beoogde werking van de Wgp.Daarom is de Tijdelijke beleidsregel 2021 per 1 juni 2024 komen tevervallen en vervangen door de Tijdelijke beleidsregel 2024. Bij dezebeleidsregel krijgen geneesmiddelen in een productgroep met een omzetvan minder dan € 1 miljoen een opslag van 15% op de maximumprijs dievolgt uit de wet. De maatregel is bij de meest recente herijking van deWgp aan 1.281 productgroepen toegekend.Per 1 oktober 2024 zijn de maximumprijzen voor alle geneesmiddelenhierdoor voor het eerst weer gebaseerd op de actuele prijzen in deWgp-referentielanden België, Frankrijk, Noorwegen en het VerenigdKoninkrijk. Omdat de prijzen van geneesmiddelen in deze referentielandende afgelopen jaar niet stil hebben gestaan, betekent dit dat de geleidelijkeprijsdalingen van de afgelopen jaren en de impact van de wijziging vanDuitsland door Noorwegen als referentieland, nu in één keer ingehaaldworden. Dat betekent dat de maximumprijzen voor geneesmiddelenvoornamelijk zullen dalen. Voor een grote groep van geneesmiddelen diedoor de Tijdelijke beleidsregel 2021 überhaupt geen maximumprijs kendewordt per 1 oktober voor het eerst een maximumprijs vastgesteld.Wat betreft het risico op tekorten geldt dat tekorten een multifactorieel enreëel probleem zijn. Er is niet zomaar één oorzaak aan te wijzen, zoals demaximumprijzen die volgen uit de Wgp. Vaak genoeg spelen anderefactoren een rol en is de maximumprijs lang niet de prijs die daadwer-kelijk voor een geneesmiddel wordt betaald. Voorafgaand aan het besluitom de Tijdelijke beleidsregel 2021 niet voor een zesde maal te verlengenis het effect op de maximumprijzen van geneesmiddelen doorgerekend.Het is aan de hand daarvan niet op voorhand te bepalen of dit het risicoop tekorten daadwerkelijk zal verhogen. Binnen de Wgp bestaat demogelijkheid voor leveranciers om bij het Ministerie van VWS een verzoektot een hogere maximumprijs in te dienen wanneer de maximumprijs telaag is om het middel rendabel op de Nederlandse markt aan te blijvenbieden. De Minister van VWS verwacht dat daarmee zo goed als mogelijkwordt voorkomen dat een verlaging van de maximumprijs leidt totdaadwerkelijke beschikbaarheidsproblemen voor patiënten.Vraag 687In de begroting (tabel 3) wordt ten aanzien van de bijstelling van€ 220 miljoen op de apotheekzorg opgemerkt dat dit een gevolg is vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19254 een trager verlopende inflatie van de prijsontwikkeling. Betreft het hier deprijsontwikkeling van alleen de geneesmiddelen? Of betreft het ook vande WMG (zorg-) tarieven voor de apotheek? En indien beiden kunt u hiereen uitsplitsing in maken dan wel beter inzicht verschaffen? Betreft diteveneens een achterlopende indexering van de loonkosten in deeerstelijns apotheekzorg?Antwoord:Zoals in de toelichting bij tabel 3 staat opgenomen gaat dit om dedoorwerking van de inflatie in de prijsontwikkeling. Als gevolg van deveronderstelde vertraging in de doorwerking wordt er voor komend jaarrekening gehouden met een extra groei van 160 miljoen euro van hetkader apotheekzorg (en in 2026 van 60 miljoen extra groei).Er is dus extra ruimte voor hogere prijzen en hogere tarieven. Het isvervolgens aan partijen om op basis hiervan goede afspraken te maken.De overheid is geen partij aan de cao-tafel en ook niet in de contractonder-handelingen tussen apotheken en verzekeraars. De Minister van VWS gaater van uit dat partijen onderling afspraken maken over de inzet van deruimte die het kader biedt.Vraag 688Voor 2025 en 2026 wordt een bedrag van € 30 miljoen opgenomen voorde aanpak van de wachtlijsten in de ggz. Kan worden aangegeven hoedeze middelen precies worden ingezet?Antwoord:De investering van twee keer € 30 miljoen betreft een toevoeging aan hetmacrokader. Deze middelen worden dus ingezet voor het leveren van(extra) ggz-zorg, al valt dit niet uitgebreider te specificeren. De gedachteachter de extra financiële impuls is dat er extra zorg geleverd kan wordenen dat dit positieve effecten heeft op de toegankelijkheid van de ggz. DeAlgemene Rekenkamer concludeerde in haar verantwoordingsonderzoekover het jaar 2023 dat het aannemelijk is dat deze maatregel in 2023 heeftgeleid tot kortere wachttijden dan anders het geval was geweest, doordater extra zorg is verleend (Resultaten verantwoordingsonderzoek 2023Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Rapport | AlgemeneRekenkamer, p65). Deze maatregel wordt dus verlengd voor 2025 en 2026.Vraag 689Worden deze middelen ook besteed aan extra opleidingsplaatsen?Antwoord:Deze middelen worden niet besteed aan extra opleidingsplaatsen. Hetfinancieren van opleidingsplaatsen in de ggz loopt namelijk via eenpremiegefinancierde beschikbaarheidbijdrage. Bij het beschikbaar stellenvan opleidingsplaatsen in de GGZ wordt zoveel mogelijk het advies vanhet Capaciteitsorgaan gevolgd.Vraag 690Bij wijkverpleging is er in 2024 een onderschrijding van € 1.031 miljoen enin 2025 wordt een onderschrijding van € 971 miljoen verwacht. Is dieonderschrijding te verklaren doordat meer mensen thuis Wlz-zorg krijgen?Antwoord:In 2024 wordt een onderschrijding van € 1.031 miljoen verwacht en dezewordt structureel verondersteld. Naar de oorzaken van de onderschrijdingis eerder onderzoek gedaan door onder andere Equalis in 2019 (Kamer-stukken II 2019/2020, 23 235, nr. 210) en 2024 (bijlage bij Kamerstukken II2023/2024, 31 765, nr. 852) en SiRM («Wachten op wijkverpleging»,2023131). Hieruit is gebleken dat met name het zorginkoopbeleid van dezorgverzekeraars en de toenemende arbeidsmarktproblematiek doorvergrijzing en ziekteverzuim de belangrijkste verklaringen vormen voor de131Onderzoek naar de beschikbaarheid van wijkverpleging | SiRMTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19255 onderschrijding. In het bovengenoemde onderzoek door Equalis in 2024wordt benoemd dat onder de gesproken stakeholders geen eenduidigbeeld bestaat over de impact van de doorstroom naar de WLZ op hetafwijzen van zorgvragen door de wijkverpleging.Vraag 691Hoe verklaart u de onderschrijding van € 1.031,5 miljoen in de wijkver-pleging?Antwoord:Naar de oorzaken van de onderschrijding is eerder onderzoek gedaandoor onder andere Equalis in 2020 (Kamerstukken II 2019/2020, 23 235,nr. 210) en 2024 (bijlage bij Kamerstukken II 2023/2024, 31 765, nr. 852) enSiRM («Wachten op wijkverpleging», 2023132). Hieruit is gebleken dat metname de toenemende arbeidsmarktproblematiek door vergrijzing enziekteverzuim de belangrijkste verklaringen vormen voor de onder-schrijding. Ook het inkoopbeleid van zorgverzekeraars heeft een effectgehad. Het genoemde onderzoek van Equalis (2020) geeft daarover aandat er beter wordt gekeken naar welke zorg waar thuishoort (rechtma-tigheid) en dat een verschuiving heeft plaatsgevonden van «zorgen voor»naar «zorgen dat» en dat er een kanteling plaatsvindt naar meerzelfredzaamheid.Vraag 692De begroting stelt dat er bij de wijkverpleging in 2024 sprake is van eenonderschrijding van € 1.031,5. Deze onderschrijding wordt ook in 2025ingezet en in latere jaren voor zover dat nodig is om knelpunten op deVWS-begroting te dekken. Waar wordt dan aan gedacht?Antwoord:De onderschrijding van de wijkverpleging wordt allereerst (gedurende deIZA-periode tot 2026) gesaldeerd met de overschrijdingen in deIZA-sectoren GGZ (€ 202 miljoen), en multidisciplinaire zorg (€ 7 miljoen).Daarna wordt de resterende onderschrijding in 2025 specifiek ingezet omde besparingsverliezen op Wlz-terrein (Meerjarig contracteren, dooront-wikkeling kwaliteitskader, behandeling Wlz, in totaal € 615 miljoen) tedekken. Ook wordt het besparingsverlies eigen risico (€ 200 miljoen) voor2025 gedekt. Structureel wordt de onderschrijding vanaf 2025 gebruikt omeen aantal tegenvallers op te vangen, waaronder het kostprijsonderzoek inde Wlz voor de gehandicaptenzorg (€ 168 miljoen) en de actualisatie vande Zvw niet-IZA sectoren (€ 49 miljoen), Wlz (€ 165 miljoen) en Wlzuitgaven buiten het Wlz kader (€ 13,5 miljoen). Als laatste grote postwordt het besparingsverlies op de maatregel Wet geneesmiddelen prijzenstructureel gedekt voor € 58 miljoen.Vraag 693Waarom wordt de miljard euro onderbesteding op de wijkverpleging nietgewoon uitgegeven aan wijkverpleging, in plaats van dat deze wordtwegbezuinigd?Antwoord:Er is geen sprake van een bezuiniging. De onderschrijding in de wijkver-pleging wordt daarnaast ingezet om knelpunten in de zorg op de lossen.De onderschrijding wijkverpleging doet zich al enkele jaren voor. Hoewelde uitgaven sinds 2022 van jaar op jaar groeien, blijft de onderschrijdingten opzichte van het beschikbare kader toenemen. Uit eerdere onder-zoeken onder andere Equalis in 2020 (Kamerstukken II 2019/2020, 23 235,nr. 210) en 2024 (bijlage bij Kamerstukken II 2023/2024, 31 765, nr. 852) enSiRM («Wachten op wijkverpleging», 2023) is gebleken dat met name detoenemende arbeidsmarktproblematiek door vergrijzing en ziekteverzuimde belangrijkste verklaringen vormen voor de onderschrijding. Ook het132Onderzoek naar de beschikbaarheid van wijkverpleging | SiRMTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19256 inkoopbeleid van zorgverzekeraars heeft een effect gehad. Het genoemdeonderzoek van Equalis (2020) geeft daarover aan dat er beter wordtgekeken naar welke zorg waar thuishoort (rechtmatigheid) en dat eenverschuiving heeft plaatsgevonden van «zorgen voor» naar «zorgen dat»en dat er een kanteling plaatsvindt naar meer zelfredzaamheid.Met name de arbeidsmarktproblematiek zorgt ervoor dat enkel hetbeschikbaar stellen en houden van budget niet de oplossing is. Voor alleduidelijkheid: er is geen sprake van wegbezuinigen, maar van het op eenrealistisch niveau brengen van het kader. Ook na het afboeken van eendeel van de onderschrijding wijkverpleging blijven er voldoende middelenbeschikbaar: zo is er aankomend jaren (naast reguliere loon- en prijsbij-stelling) oplopend naar 3,5% groeiruimte beschikbaar en is er structureel€ 60 miljoen beschikbaar voor opleiden in de wijkverpleging. Overigenszou het alsnog (volledig) uitgeven van de genoemde onderschrijding eenfors opwaarts effect hebben op de nominale premie. De zorgverzekeraarshouden in hun huidige premiestelling immers rekening met het huidige,realistische uitgavenniveau in de wijkverpleging.Vraag 694Waar gaat de € 971,5 miljoen die wordt bezuinigd op de wijkverplegingprecies heen?Antwoord:Er is geen sprake van een bezuiniging in de wijkverpleging, dit betreft eenactualisatie van de uitgavenraming op basis van uitvoeringsinformatievan het Zorginstituut. Het verwerken van de onderschrijding wijkver-pleging leidt er niet toe dat er geld terugvloeit, conform de begrotings-regel voor Zvw-meevallers. De onderschrijding van de wijkverplegingwordt allereerst (gedurende de IZA-periode tot 2026) gesaldeerd met deoverschrijdingen in de IZA-sectoren GGZ (€ 202 miljoen) en multidiscipli-naire zorg (€ 7 miljoen). Daarna wordt de resterende onderschrijding in2025 specifiek ingezet om de besparingsverliezen op Wlz-terrein(Meerjarig contracteren, doorontwikkeling kwaliteitskader, behandelingWlz, in totaal € 615 miljoen) te dekken. Ook wordt het besparingsverlieseigen risico (€ 200 miljoen) voor 2025 gedekt. Structureel wordt deonderschrijding vanaf 2025 gebruikt om een aantal tegenvallers op tevangen, waaronder het kostprijsonderzoek in de Wlz voor de gehandicap-tenzorg (€ 168 miljoen) en de actualisatie van de Zvw niet-IZA sectoren(€ 49 miljoen), Wlz (€ 165 miljoen) en Wlz uitgaven buiten het Wlz kader(€ 13,5 miljoen). Als laatste grote post wordt het besparingsverlies op demaatregel Wet geneesmiddelen prijzen structureel gedekt voor€ 58 miljoen.Vraag 695Gaat alles volgens u zo perfect bij de wijkverpleging dat er makkelijk eenmiljard kan worden weggehaald bij het budget?Antwoord:Er is geen sprake van een bezuiniging, maar van een aanpassing van hetkader wijkverpleging op de daadwerkelijke realisatie. De verlaging van hetkader is gebruikt om diverse knelpunten in de VWS-uitgaven op te lossen.De onderschrijding is overigens al jaren zichtbaar. Dat deze onder-schrijding mede veroorzaakt wordt door knelpunten in de arbeidsmarkt(vergrijzing, ziekteverzuim) is uiteraard geen goede zaak, vandaar datvanuit het kabinet erop wordt ingezet om deze problematiek aan tepakken. Ook na het afboeken van een deel van de onderschrijdingwijkverpleging blijven er voldoende middelen beschikbaar: zo is eraankomend jaren (naast reguliere loon- en prijsbijstelling) oplopend naar3,5% groeiruimte beschikbaar en is er structureel € 60 miljoenbeschikbaar voor opleiden in de wijkverpleging.Vraag 696Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19257 Kunt u verduidelijken hoe deze posten zijn opgebouwd en wat deverwachte effecten zijn op de begroting van de zorguitgaven? Op welkemanier is rekening gehouden met de fluctuaties in de loonkosten enprijsontwikkelingen in de zorg?Antwoord:De actualisaties in tabel 3a (p.202) baseert het Ministerie van VWS opactuele kwartaalcijfers van het Zorginstituut en de NZa (beschikbaarheids-bijdragen). Elk kwartaal sturen de zorgverzekeraars hun actuele ramingenvan het lopende jaar naar het Zorginstituut. Verzekeraars rapporteren degedeclareerde lasten en ramen op basis van de ontvangen declaraties eninkoopafspraken hoeveel zorg naar verwachting nog gedeclareerd zalworden. Hierbij houden zij rekening met bijvoorbeeld pakketwijzigingen,autonome trends, technische ontwikkelingen en sectorspecifieke loon- enprijsontwikkelingen in het lopende jaar. Omdat veel van deze ontwikke-lingen een blijvende impact op de zorgkosten hebben, wordt de actuali-satie, na aftrek van eventuele incidentele kostenontwikkelingen, in deontwerpbegroting structureel verwerkt.Aanvullend worden in deze begroting toekomstige fluctuaties in loon- enprijsontwikkelingen verwerkt door het overnemen van de middellangetermijn raming van het CPB (MLT).In de verdiepingsbijlage Zvw van de ontwerpbegroting 2025 zijn deactualisaties per sector gespecificeerd (Overzicht Datasets | Ministerie vanFinanciën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl)).Vraag 697Er wordt verwezen naar de posten voor loon- en prijsbijstelling en deverwerking van de Middellange-termijnverkenning (MLT) 2025–2028. Detoelichting op deze posten blijft echter vaag, zelfs met de verdere uitlegenkele pagina’s verder. Graag een verduidelijking hoe deze posten zijnopgebouwd en wat de verwachte effecten zijn op de begroting van dezorguitgaven? Op welke manier is rekening gehouden met de fluctuatiesin de loonkosten en prijsontwikkelingen in de zorg?Antwoord:In de Middellange Termijn (MLT) van het CPB staan de meest recentecijfers voor de ontwikkeling van de lonen, de prijzen en de volumegroeivoor de periode 2025–2028. Voor aanpassing van de zorguitgaven sluitVWS aan bij deze inschattingen van het CPB. De cijfers in de ontwerpbe-groting 2025 zijn gebaseerd op de meest recente CPB-raming; deMacro-Economische Verkenning (MEV). Deze cijfers zijn verwerkt in deVWS-begroting. Deze bijstellingen kunnen opwaarts of neerwaarts zijn,afhankelijk van de CPB-cijfers. De VWS-begroting toont een gemengdbeeld van opwaartse en neerwaartse bijstellingen door deMLT-verwerking (zie tabel 3 pagina 199–200 voor de Zvw-mutaties, zietabel 6 pagina 215 voor de Wlz-mutaties). Op basis van de MLT zijn detotale uitgaven aan Zvw en Wlz voor 2025 tot en met 2028 bijgesteld, netals de eigen bijdragen voor de Zvw en Wlz (eigen risico en eigen bijdrageWlz).Nieuwe CPB-ramingen kunnen een aangepast beeld geven van deverwachte loon- en prijsontwikkelingen, en daarom berekent hetMinisterie van VWS bij elke nieuwe raming een nieuwe verwachte loon-en prijsbijstelling. Op basis van de meest recente inzichten worden deverwachte fluctuaties van loon- en prijzen vertaald naar de zorguitgavenen uiteindelijk ook de zorgpremies. Jaarlijks vindt in de begroting vooraankomend jaar de definitieve bijstelling van de zorguitgaven op basisvan de inschatting over de ontwikkeling van lonen en prijzen plaats. Vooreen uitgebreid overzicht van de systematiek wordt u verwezen naar:www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/08/13/tabellen-en-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19258 toelichting-op-vws-methodiek-indexeren-zorguitgaven-centraal-economisch-plan-2024.Vraag 698Hoe voorkomt de Minister dat aanpassing van de Wet Geneesmiddelen-prijzen (WGP) leidt tot verschraling van de Nederlandse medicijnmarkt engrotere risico’s op tekorten?Antwoord:Door middel van de Wet Geneesmiddelenprijzen (Wgp) wordenmaximumprijzen gesteld voor geneesmiddelen, waarbij ook aandacht isvoor de beschikbaarheid voor patiënten. In 2019 is met een wetswijzigingDuitsland als prijsreferentieland vervangen door Noorwegen. Dezewijziging had tot doel de betaalbaarheid van met name spécialités beter tewaarborgen. Gedurende de wetswijziging was er ook aandacht voorbeschikbaarheid, maar vooral in die zin dat het risico verminderd moestworden dat nieuwe geneesmiddelen later (of niet) in Nederland op demarkt zouden worden gebracht. Risico’s voor de beschikbaarheid vangoedkopere, generieke, geneesmiddelen hadden op dat moment bijpartijen, uw Kamer en het Ministerie van VWS minder de aandacht. Dit isin de afgelopen jaren met de toenemende beschikbaarheidsproblemenveranderd.De voormalig Minister van Medische Zorg heeft besloten om tijdelijkebeleidsregel 2021 niet opnieuw te verlengen en terug te keren naar eennormale werking van de Wgp. Om het risico op beschikbaarheidspro-blemen te verkleinen is daarbij een nieuwe tijdelijke beleidsregel inwerking getreden voor mogelijk kwetsbare geneesmiddelen. De nieuweTijdelijke beleidsregel 2024 wijkt op twee belangrijke punten af van detijdelijke beleidsregel uit 2021. Allereerst is de omzetgrens om inaanmerking te komen aangescherpt, zodat in het algemeen mindergeneesmiddelen in aanmerking komen voor de maatregel. Daarnaastworden maximumprijzen niet langer meer bevroren. In plaats daarvankrijgen geneesmiddelen die in aanmerking komen een opslag van 15% opde berekende maximumprijs. Deze nieuwe maatregel is daarmeepreciezer en sluit aan op de reguliere werking van de Wgp. Deze 15%opslag is bij de meest recente herijking van de Wgp aan 1.281 product-groepen toegekend.Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor leveranciers om bij het Ministerievan VWS een verzoek tot een hogere maximumprijs in te dienen wanneerde maximumprijs te laag is om het middel rendabel op de Nederlandsemarkt aan te blijven bieden. Leveranciers zijn hiervan op de hoogte enmaken er ook gebruik van. De Minister van VWS verwacht dat daarmee zogoed als mogelijk wordt voorkomen dat een verlaging van de maximum-prijs leidt tot daadwerkelijke beschikbaarheidsproblemen voor patiënten.Vraag 699Hoe voorkomt de Minister dat patiënten vaker geconfronteerd wordenmet medicijntekorten en extra kosten om dat ze moeten uitwijken naarmedicijnen met een eigen bijdrage?Antwoord:Het is zeker niet de bedoeling dat patiënten bij een tekort moetenbijbetalen voor een niet-preferent geneesmiddel. Daarom passenzorgverzekeraars bij (dreigende) tekorten het preferentiebeleid al aan. Zijhalen het middel uit preferentie of wijzen al dan niet tijdelijk een anderproduct aan.Vraag 700Welke bedrag is nu gekoppeld aan de geplande bezuiniging die isgekoppeld aan de aanpassing Wet Geneesmiddelenprijzen? Kunt u ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19259 uitsplitsen per jaar? Via welke financieringsstroom wordt deze bezuinigingprecies uitgevoerd?Antwoord:Vanaf 1 oktober 2024 wordt de Tijdelijke beleidsregel 2021 niet langertoegepast op de maximumprijzen van geneesmiddelen, maar is deTijdelijke beleidsregel 2024 van toepassing.De verwachte structurele besparing als gevolg hiervan, die bij de eerstesuppletoire begroting 2024 is verwerkt, bedroeg € 165,5 miljoen per jaar.Dat ging om € 85,5 miljoen op het financieel kader Apotheekzorg en om€ 80 miljoen op het financieel kader Medisch Specialistische Zorg.Op basis van nadere inzichten over het effect op het financieel kaderMedisch Specialistische Zorg is dit bedrag voor dat financiële kader naarbeneden bijgesteld naar € 21,6 miljoen. Daarmee komt de verwachtetotale structurele besparing als gevolg van vervanging van de Tijdelijkebeleidsregel op € 107,1 miljoen per jaar, waarvan dus € 85,5 miljoen ophet financieel kader Apotheekzorg en € 21,6 miljoen op het financieelkader Medisch Specialistische Zorg.Omdat de maatregel pas per 1 oktober 2024 in werking treedt, bedraagtde besparing in 2024 slechts een kwart hiervan, namelijk € 21,4 miljoenvoor het financieel kader Apotheekzorg en € 5,4 miljoen voor hetfinancieel kader Medische Specialistische Zorg. Het gaat om geldstromenals gevolg van de Zorgverzekeringswet.Vraag 701Tijdelijke beleidsregel geneesmiddelenprijzen wordt aangepast. Op basisvan nadere inzichten wordt dit bedrag naar beneden bijgesteld. Welkemaatregelen worden bedoeld? Worden meer concreet de crucialegeneesmiddelen voor een hogere prijs ingekocht zodat zij beterbeschikbaar zijn? Hoeveel extra geld is nodig om de meest crucialemedicijnen meer beschikbaar te houden? Op welke manier wordt nogmeer het geneesmiddelentekort aangepakt?Antwoord:Vanaf 1 oktober 2024 wordt de Tijdelijke beleidsregel 2021 niet langertoegepast op de maximumprijzen van geneesmiddelen, maar is deTijdelijke beleidsregel 2024 van toepassing. De verwachtte structurelebesparing die bij de eerste suppletoire begroting 2024 is verwerkt,bedroeg € 165,5 miljoen per jaar. Dat ging om € 85,5 miljoen op hetfinancieel kader Apotheekzorg en om € 80 miljoen op het financieel kaderMedisch Specialistische Zorg. Op basis van nadere inzichten over heteffect op het financieel kader Medisch Specialistische Zorg is dit bedragvoor dat financiële kader naar beneden bijgesteld naar € 21,6 miljoen. Debijstelling wordt als volgt toegelicht.De Wgp heeft door het stellen van maximumprijzen een directe invloed opde openbare lijstprijzen van geneesmiddelen. De prijzen van geneesmid-delen mogen namelijk niet hoger zijn dan het gestelde maximum. Maardeze openbare lijstprijzen worden in de praktijk niet altijd betaald.Veldpartijen maken vaak onderling prijsafspraken die onder het gesteldemaximum liggen. De hoogte van deze prijsafspraken is geen openbareinformatie. De berekening van de besparing van het Ministerie van VWSop basis van de openbare lijstprijzen is gecorrigeerd voor de geheimedaadwerkelijke prijzen. Voor het financieel kader Medisch SpecialistischeZorg bleek de correctie te laag te zijn. Uit overleg met de inkopendepartijen uit de medisch specialistische zorg is naar voren gekomen datvoor meer geneesmiddelen prijsafspraken zijn gemaakt dan in eersteinstantie gedacht. Omdat deze afspraken in het algemeen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19260 gemaakt voor geneesmiddelen met hoge uitgaven heeft dit geleid tot eenbehoorlijke bijstelling van de besparing.Met betrekking tot de vragen over cruciale geneesmiddelen geldt dat deTijdelijke beleidsregel 2024 zich niet richt op een bepaalde klassegeneesmiddelen, maar op productgroepen met een beperkte omzet inNederland. Dat zijn in dit geval geneesmiddelen met dezelfde werkzamebestanddelen, van dezelfde of nagenoeg dezelfde sterkte en in dezelfdefarmaceutische vorm met een totale omzet van minder dan € 1 miljoenper jaar. Deze middelen krijgen een opslag van 15% op de berekendemaximumprijs. De maatregel is bij de meest recente herijking van de Wgpaan 1.281 productgroepen toegekend. Daarmee wordt meer financiëleruimte geboden aan inkopende partijen voor deze geneesmiddelen. Het isop dit moment niet mogelijk om een financiële doorrekening te makenwat het kost om zogenoemde cruciale geneesmiddelen meer beschikbaarte houden voor Nederlandse patiënten. Dat vraagt allereerst om eenduidelijke definitie van cruciale geneesmiddelen. Daar komt bij dat deoorzaken van tekorten aan geneesmiddelen multifactorieel zijn en er dusverschillende maatregelen van verschillende orde genomen kunnenworden om de risico’s op beschikbaarheidsproblemen te verminderen.De aanpak voor geneesmiddelentekorten loopt langs drie paden.Allereerst richt de Minister van VWS zich op het tijdig signaleren van enhandelen op ontstane tekorten door intensivering van het MeldpuntGeneesmiddelentekorten- en Defecten en samenwerking met leveranciersom tijdige en juiste meldingen te krijgen. Daarnaast komt er een focus opde beschikbaarheid van geneesmiddelen die het meest kritiek zijn voor dezorg. Het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen (LCG) werktsamen met zorgverleners aan een nationaal overzicht van de voor deNederlandse patiënt kritieke geneesmiddelen. Aan de hand van deze lijstmet kritieke middelen zal de Minister van VWS een afweging maken welkemaatregelen voor welke geneesmiddelen het meest effectief zijn omgeneesmiddelentekorten in de toekomst te voorkomen. De uitvoering vandeze maatregelen hangt echter af van de beschikbare financiële middelen.Tevens wil de Minister van VWS dat de Nederlandse markt gezonderwordt, zodat fabrikanten van geneesmiddelen genoeg omzet halen om opde markt blijven. Daarvoor verkent de Minister van VWS bijvoorbeeldverschillende opties om het preferentiebeleid te verbeteren. Voor devolledige inzet op de beschikbaarheid van medische producten wordt uverwezen naar de Kamerbrieven die de voorgangers van de Minister vanVWS onlangs naar de Kamer hebben gestuurd.133Vraag 702Er wordt een extrapolatiepost van € 3,566 miljard opgenomen vanaf 2029.Graag nadere toelichting over hoe deze extrapolatie tot stand is gekomenen welke specifieke beleidsterreinen of ontwikkelingen hierin zijnmeegenomen? Welke risico’s ziet de Minister bij deze extrapolatie, metname gezien de onzekerheden op de lange termijn in de zorguitgaven?Antwoord:De extrapolatiepost van € 3,566 miljard heeft betrekking op de Zvw. Omde stand van het jaar 2029 te berekenen zijn de begrotingstanden 2028geëxtrapoleerd naar 2029. Bij deze extrapolatie wordt rekening gehoudenmet de technische bijstellingen van 2029 met betrekking tot volumegroei,raming loon- en prijsbijstellingen en doorwerking van eerdere beleids-maatregelen. De risico’s bij de extrapolatie zijn minimaal, omdat van deloon- en prijsontwikkeling en de volumegroei in de komende jarengeactualiseerd worden op basis van de nieuwe macro economischeinzichten van het CPB.133Kamerstuk 29 477, nr. 806; Kamerstuk 29 477, nr. 845; Kamerstuk 29 477, nr. 865; Kamerstuk29 477, nr. 889Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19261 Tabel extrapolatie 2029 Zvw (bedragen x 1 miljoen)2029Loon- en prijsbijstellingen2.670Volumegroei1.072Maatregelen Rutte IV– 177Totaal3.566 Toelichting Loon- en prijsbijstellingen en VolumegroeiDe loon- en prijsbijstellingen worden periodiek op basis van het CentraalEconomisch Plan (CEP) en de Macro-Economische Verkenningen (MEV)geactualiseerd. Voor de begrotingsjaren waarin het CPB nog geen cijferheeft in de CEP of de MEV worden de loon- en prijspercentages van hetlaatst beschikbare jaar van het CPB doorgetrokken. Deze loon- enprijsbijstellingen worden overschreven met nieuwe CEP- en MEV-cijfers,wanneer deze beschikbaar komen.De volumegroei wordt aan het begin van een kabinetsperiode vastgesteldop basis van de Middellange Termijnverkenning (MLT). Voor het begro-tingsjaar 2029, waar het CPB nog geen cijfer over heeft, wordt bij deextrapolatie de procentuele groei van 2027 op 2028 doorgetrokken naar2029. Deze volumegroei wordt overschreven met nieuwe CPB-cijfers bij deaanvang van een nieuw kabinet.Toelichting Maatregelen Rutte IVDit bedrag betreft de oploop van de maatregelen Rutte IV.Extrapolatie 2029 (bedragen x € 1 miljoen)Passende zorg– 46Standaardisatie gegevensuitwisseling– 113Doelmatigheid inkoop geneesmiddelen– 10Valpreventie Zvw– 8Totaal– 177 Vraag 703Welke bedrag is nu gekoppeld aan de geplande bezuiniging die isgekoppeld aan de maatregel «Pakketuitname Codeïne»? Kunt u dituitsplitsen per jaar? Via welke financieringsstroom wordt deze bezuinigingprecies uitgevoerd?Antwoord:Met deze maatregel is een besparing gemoeid van 13 miljoen eurostructureel vanaf 2025. Het betreft een korting op het Apotheekzorgkaderen betreft zowel de materiaalkosten als de terhandstellingskosten van deapotheker.Voor de goede orde: deze maatregel betreft geen volledige pakketuitnamevan codeïne, maar een aanpassing van de vergoedingsvoorwaardenwaardoor codeïne vanaf 2025 conform advies van het Zorginstituut alleennog wordt vergoed voor de indicatie chronische diarree omdat het alleenvoor deze indicatie bewezen effectief is.Vraag 704Waarop is de raming van de beoogde besparingen bij trancering op € 50gebaseerd aangezien er bij eerdere kabinetsplannen voor tranchering vanhet eigen risico de geraamde besparing van € 200 miljoen in twijfel werdgetrokken, o.a. andere vanwege hoge administratieve lasten en te hogeverwachtingen van het remgeldeffect?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19262 Het financieringseffect is conform de eerdere berekening (voor eentranchering op € 150) gebaseerd op de methodiek die het CPB en VWSook hebben gehanteerd bij Zorgkeuzes in Kaart. Er is berekend hoeveelminder eigen risico er betaald wordt als in de medisch-specialistische zorgeen vast bedrag per prestatie gaat gelden. Voor de inschatting van hetremgeldeffect is aangesloten bij analyses van het CPB ten behoeve vanhet hoofdlijnenakkoord. Het microsimulatiemodel van het CPB isgebaseerd op individuele gegevens van alle verzekerden in de Zvw overeen periode van 6 jaar en wordt door het CPB gebruikt voor het kwantifi-ceren van de budgettaire effecten van allerlei mogelijke wijzigingen in heteigen risico in de Zvw. Dit model is wetenschappelijk getoetst engeverifieerd en de uitkomsten zijn in lijn met de literatuur.Vraag 705Waar is de veronderstelling op gebaseerd dat er met een lager eigen risicominder rem op de zorgvraag ontstaat en er dus hogere zorguitgavenzouden zijn? Voor welke specifieke soorten zorg wordt een toenemendezorgvraag verwacht?Antwoord:Voor de inschatting van de verwachte toename van het zorggebruik doorhet verlagen van het eigen risico wordt gebruikt gemaakt van cijfers vanhet CPB. Het CPB heeft voor het traject Zorgkeuzes in Kaart een modelontwikkeld waarmee een verandering in het zorggebruik kan wordeningeschat. Dit model is een microsimulatiemodel gebaseerd op indivi-duele gegevens en zorggebruik van alle verzekerden in de Zvw over eenperiode van 6 jaar. Op basis van deze historische gegevens is onderzochthoe verzekerden in het verleden hebben gereageerd op het eigen risico.Vervolgens wordt met een simulatiemodel geschat hoe mensen naarverwachting reageren op een nieuwe verandering in de eigen betalingen.Dit model is wetenschappelijk getoetst en geverifieerd. CPB heeft ook eenachtergronddocument gepubliceerd met een beschrijving van het model(https://www.cpb.nl/zorgkeuzes-in-kaart-2020#docid-160264).Het model van het CPB analyseert de totale zorguitgaven van verzekerdenbij een verandering in het eigen risico. Daarbij wordt geen explicieteopdeling gemaakt van deze totale uitgaven naar de verschillende soortenzorg.Vraag 706Wordt de indicatiestelling voor chronisch zieken thuis ook aangepast?Antwoord:Nee. Het beëindigen van het systeem van herindicatie is alleen gericht opouderen in een verpleeghuis zoals opgenomen in het Regeerprogrammavan dit kabinet.Vraag 707Kunt u de doelstelling voor het versneld opschalen van digitale zorg in dewijkverpleging nader toelichten? Hoe gaat u dit aanpakken?Antwoord:Het versneld opschalen van hybride en digitale zorg draagt bij aan hetafwenden van een onbeheersbaar arbeidsmarkttekort en het toegankelijk,kwalitatief en betaalbaar houden van de zorg. Het gebruik van digitalehulpmiddelen kan zorgverleners in de wijkverpleging ondersteunen in hunwerk, waardoor zij meer ruimte overhouden voor bijvoorbeeld persoon-lijke aandacht voor patiënten/cliënten of voor complexe handelingen. Inhet IZA en het programma WOZO zijn afspraken gemaakt over hetverlenen van passende hybride zorg, digitaal als het kan en fysiek als hetmoet.VWS werkt samen met IZA-partners, veldpartijen en innovatoren in dezorg om de (versnelde) opschaling van digitale en hybride zorg in alleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19263 sectoren, en dus ook in de wijkverpleging te realiseren. Enkelevoorbeelden van trajecten waar VWS een extra stimulans geeft zijn desubsidieregelingen STOZ (Stimuleringsregeling Technologie in Onder-steunen en Zorg), en landelijke ondersteuning via Zorg voor innoveren, deVliegwielcoalitie, Digizo.nu en initiatieven gericht op digitale vaardig-heden, samen beslissen en het verkrijgen van bewijslast voor landelijkeopschaling en transformatie van digitale en hybride zorg.Vraag 708Kan de Minister aangeven welke specifieke veranderingen zijn doorge-voerd in de actualisatie van de uitgaven onder de Zorgverzekeringswet enhoe deze aansluiten op de trends en ontwikkelingen in de zorguitgaven?Antwoord:In de VWS-begroting zijn de meest recente actualisatiecijfers van hetZorginstituut en de NZa (beschikbaarheidsbijdragen) verwerkt. Het procesvan verwerken van de actualisatiecijfers is niet veranderd. Elk kwartaalsturen de zorgverzekeraars hun actuele ramingen naar het Zorginstituut.Verzekeraars rapporteren de gedeclareerde lasten en ramen op basis vande ontvangen declaraties en inkoopafspraken hoeveel zorg naarverwachting nog gedeclareerd zal worden. Hierbij houden zij rekening metbijvoorbeeld de samenstelling van hun verzekerdenbestand (bijv.leeftijdsopbouw), pakketwijzigingen, trends en technische ontwikkelingenin de zorg. Het Zorginstituut telt alle ramingen op en stuurt de landelijketotalen door naar het Ministerie van VWS. De landelijke totalen van hetZorginstituut tezamen met actuele NZa beschikbaarheidsbijdragenworden in de VWS-begroting verwerkt. Bijstellingen kunnen neerwaarts ofopwaarts zijn. Tabel 3A op pagina 202 in de VWS-begroting toont dat erper saldo sprake is van een neerwaartse bijstelling van de totaleZvw-uitgaven. Dit is een optelsom van opwaartse en neerwaartsebijstellingen bij de onderliggende sectoren.Vraag 710Welke specifieke veranderingen zijn er doorgevoerd in de uitgaven onderde Zorgverzekeringswet (Zvw), in de actualisatie? Hoe sluiten deze aan opde trends en ontwikkelingen in de zorguitgaven?Antwoord:In de VWS-begroting zijn de meest recente actualisatiecijfers van hetZorginstituut en de NZa (beschikbaarheidsbijdragen) verwerkt. Het procesvan verwerken van de actualisatiecijfers is niet veranderd. Elk kwartaalsturen de zorgverzekeraars hun actuele ramingen naar het Zorginstituut.Verzekeraars rapporteren de gedeclareerde lasten en ramen op basis vande ontvangen declaraties en inkoopafspraken hoeveel zorg naarverwachting nog gedeclareerd zal worden. Hierbij houden zij rekening metbijvoorbeeld de samenstelling van hun verzekerdenbestand (bijv.leeftijdsopbouw), pakketwijzigingen, trends en technische ontwikkelingenin de zorg. Het Zorginstituut telt alle ramingen op en stuurt de landelijketotalen door naar het Ministerie van VWS. De landelijke totalen van hetZorginstituut tezamen met actuele NZa beschikbaarheidsbijdragenworden in de VWS-begroting verwerkt. Bijstellingen kunnen neerwaarts ofopwaarts zijn. Tabel 3A op pagina 202 in de VWS-begroting toont dat erper saldo sprake is van een neerwaartse bijstelling van de totaleZvw-uitgaven. Dit is een optelsom van opwaartse en neerwaartsebijstellingen bij de onderliggende sectoren.Vraag 711In 2025 en 2026 wordt € 30 miljoen vrijgemaakt voor het voortzetten vande Aanpak Wachtlijsten GGZ. Welke concrete plannen zijn er tot dusverreom de wachtlijsten op korte termijn terug te dringen?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19264 De wachttijden in de ggz zijn een groot maatschappelijk vraagstuk, waarwe de komende periode forse stappen op willen zetten. Zo maken we nual werk van het versterken van de samenwerking tussen het sociaaldomein, de huisarts en de ggz vanuit mentale gezondheidsnetwerken enverkennende gesprekken. Ook verbeteren we het (regionaal) inzicht inwachttijden en de inkoop van voldoende (zeer) complexe psychische zorgvanuit het traject cruciale ggz. Bovenop deze maatregelen zal de Staatsse-cretaris Jeugd, Preventie & Sport de komende periode aanvullendeafspraken met het veld maken in het kader van het Zorg en Welzijnsak-koord. Dit vraagt om keuzes hoe we de bestaande capaciteit daar inzettenwaar ze de meeste impact hebben.Om dit te bereiken zal worden naar andere vormen van financiering eninkoop, de contractering en het voorkomen van zorg door het sociaaldomein een stevige positie te bieden. Zo willen we de komende jaren dewachttijden in de ggz terugdringen en zorgen dat de mensen die dat hethardste nodig hebben tijdig aan de juiste zorg en ondersteuning komen.Voor 2025 en 2026 is jaarlijks 30 miljoen euro toegevoegd aan hetmacrokader ggz om de wachtlijsten terug te dringen. De StaatssecretarisJPS informeert u in Q1 over de werkagenda mentale gezondheid & ggz ende aanpak van de wachttijden.Vraag 712De GGZ uitgaven binnen het Integraal Zorgakkoord zijn € 200 miljoenhoger dan afgesproken, kunt u uiteenzetten waar die € 200 miljoen extrauitgaven aan zijn besteedt?Antwoord:Het macrokader ggz laat al een aantal jaren een overschrijding zien, watbetekent dat de totale uitgaven aan ggz-zorg hoger uit zijn gevallen danverwacht. Op basis van de realisaties van afgelopen jaren is de ramingvoor uitgaven aan het geheel aan ggz-zorg voor de jaren 2025 en 2026verhoogd met € 202 miljoen. Hoewel er geen eenduidig oorzaak van deoverschrijding bekend is, zien we wel dat de ggz kampt met diverseproblematiek, zoals lange wachttijden en toenemende vraag encomplexiteit van de zorg.Vraag 713Kunt u in een overzicht uiteenzetten waar de € 30 miljoen voor de aanpakvan de wachtlijsten in de GGZ in 2023 en 2024 concreet aan is uitge-geven? Kunt u een overzicht geven waar het in 2025 concreet aan zalworden uitgegeven? Wordt dit geld geoormerkt of aan het kader toege-voegd? Is € 30 miljoen genoeg om de wachtlijsten aan te pakken? Zo ja,waar is deze schatting op gebaseerd?Antwoord:De financiële impuls van € 30 miljoen in 2023 en 2024 betrof eentoevoeging aan het macrokader ggz en was dus niet geoormerkt. Degedachte achter de extra financiële impuls is dat er extra zorg geleverdkan worden en dat dit positieve effecten heeft op de toegankelijkheid vande ggz. De Algemene Rekenkamer concludeerde in haar verantwoordings-onderzoek over het jaar 2023 dat het aannemelijk is dat deze maatregel in2023 heeft geleid tot kortere wachttijden dan anders het geval wasgeweest, doordat er extra zorg is verleend (Resultaten verantwoordings-onderzoek 2023 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport |Rapport | Algemene Rekenkamer, p65). Ook in 2025 en 2026 wordt erdaarom jaarlijks 30 miljoen euro toegevoegd aan het macrokader om dewachtlijsten terug te kunnen dringen.Met alleen een financiële impuls kunnen we de wachttijden in de ggz nietde baas worden. De wachttijden zijn immers niet alleen een kwestie vanschaarste aan middelen, maar nog meer van schaarste aan personeel eneen toenemende zorgvraag. Daarom gaat onze inzet verder dan enkel eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19265 financiële impuls. Het terugdringen van de wachttijden is het explicietedoel van de IZA-afspraken die er met de ggz-sector zijn gemaakt overonder meer de inrichting van mentale gezondheidscentra en het verken-nende gesprek, verbeterd inzicht in regionale wachtlijsten en de inrichtingvan zogenaamde cruciale zorgnetwerken die ervoor moeten zorgen datjuist (zeer) complexe psychische zorg voldoende wordt ingekocht. DeStaatssecretaris Jeugd, Preventie & Sport gaat de komende tijd daarnaastmet de sector in overleg over wat voor aanvullende maatregelendenkbaar zijn om de wachttijden in de ggz terug te dringen.Vraag 714Klopt het dat het bedrag voor de aanpak van wachtlijsten in de GGZ voor2027, 2028 en 2029 nul is? Waar is dat bedrag op gebaseerd? Is er eeninschatting dat de wachtlijsten vanaf 2027 weg zijn? Zo ja, waar is dat opgebaseerd?Antwoord:De toevoeging van twee keer € 30 miljoen aan het macrokader in 2025 en2026 betreft een financiële impuls om de wachttijden in de ggz aan tepakken. De aanpak van de wachttijden in de ggz is een bredere,meerjarige inspanning die verder gaat dan deze financiële impuls. Zo iséén van de doelen uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) dat de wachttijdenin de ggz aan het einde van de looptijd van het IZA (december 2026) flinkgedaald moeten zijn (Integraal Zorgakkoord, p. 71). Om dit doel tebereiken zijn in het IZA afspraken vastgelegd ten aanzien van hetvoorkomen van instroom in de ggz o.a. door samenwerking methuisartsen en het sociaal domein, het vergroten van behandelcapaciteit,het verbeteren van het (regionaal) inzicht in wachttijden en de inkoop vanvoldoende (zeer) complexe psychische zorg (cruciale ggz). De Staatssecre-taris Jeugd, Preventie & Sport gaat de komende tijd daarnaast met desector in overleg over wat voor aanvullende maatregelen denkbaar zijnom de wachttijden in de ggz terug te dringen.Vraag 715Welke sectoren en/of specialismen hebben de grootste wachtlijsten, inwelke sectoren groeien de wachtlijsten en in welke sectoren nemen ze af?Kan een overzicht van de afgelopen 10 jaar worden gegeven?Antwoord:Op basis van informatie van de NZa zijn vooral gegevens over wachttijdenbeschikbaar en niet over wachtlijsten.Medisch specialistische zorgDe NZa houdt sinds 2019 een wachttijdenregistratie bij. Voor de medischspecialistische zorg beschikt de NZa over cijfers op 3 gebieden, namelijkde wachttijd poliklinisch consult MSZ, de wachttijd voor diagnostiek MSZen de wachttijd tot een behandeling MSZ. Voor de medisch specialistischezorg kan alleen de trend worden gegeven vanaf 2021 omdat de cijfers vanvóór 2021 volgens de NZa onvergelijkbaar zijn (door verandering van debron en methode).Op basis van cijfers op de Staat van Volksgezondheid en Zorg (www.staat-venz.nl) blijkt dat in 2023 47,5% van de wachttijden tot een poliklinischconsult MSZ langer was dan de treeknorm134 (4 weken). In 2022 was dit44,5% en in 2021 41,1%. De 4 specialismen met de langste wachttijdwaren in 2023 transgenderzorg (43 weken), maag-darm-lever-zorg (13,6weken), oogheelkunde (12,5 weken) en urologie (10 weken).134De Treeknormen zijn afspraken tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en ZorgverzekeraarsNederland (ZN) over aanvaardbare wachttijden in de zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19266 Voor de wachttijden van diagnostiek in de MSZ geldt dat in 2023 27,7%van de wachttijden langer was dan de treeknorm (4 weken). In 2022 wasdit 26% en in 2021 25,6%. Voor de wachttijden van behandeling in de MSZgeldt dat in 2023 46% van de wachttijden langer was dan de treeknorm(voor poliklinische behandeling 6 weken en voor klinische behandeling 7weken). In 2022 was dit 46,2% en in 2021 42,9%.Verdiepende cijfers over de wachttijden voor poliklinisch consult,diagnostiek en behandeling per specialismen/sector vergt nadere analysevan de NZa.Geestelijke gezondheidszorgGgz-aanbieders zijn vanaf 2018 verplicht om wachttijdinformatie aan televeren aan de Nederlandse Zorgautoriteit. Zie hieronder een overzichtvan de door NZa gepubliceerde wachttijdcijfers van 2019 tot en met nu.Nov2018Mei2019Sep2019Apr2020Nov2020Mei2021Dec2021Mei20221Dec2022Mei2023Dec 2023Gemiddeldewachttijd13weken13weken13weken13weken15weken15weken15weken17weken19weken22weken19 wekenAantal wacht-plekken277.38084.18780.50587.11491.76297.4501 Doordat er per 1 januari 2022 over werd gegaan op een nieuw diagnose-classificatiesysteem in de ggz, zijn de cijfers vanaf 2022 niet geheel verge-lijkbaar met cijfers uit eerdere jaren.2 Het aantal wachtplekken wordt pas vanaf de aanpassing van de Transparantieregeling in 2021 door de NZa in beeld gebracht Het is goed om op te merken dat de wachttijdcijfers nooit op zichzelfstaan. Zo gaat de toename in het aantal wachtplekken van de afgelopenperiode gepaard met een toegenomen aantal verwijzingen naar de ggz(zie Informatiekaart Wachttijden en aantal wachtplekken ggz 2023– februari 2024 – Nederlandse Zorgautoriteit, overheid.nl). De NZa komtbegin 2025 met nieuwe wachttijdcijfers.Vraag 716Waaruit bestaat de inzet van de zorgverzekeraars om de wachtlijsten terugte dringen?Antwoord:Zorgverzekeraars kopen zorg in voor verzekerden met een naturapolis (envergoeden de zorg binnen een restitutiepolis). De zorg die geleverd wordtmoet binnen de Treeknormen geleverd worden. Dit is opgenomen in deNZa beleidsregel toezichtkader zorgplicht zorgverzekeraars Zvw135. In hetdocument «De zorgplicht: handvatten voor zorgverzekeraars»136 staat watde NZa van zorgverzekeraars verwacht, in het bijzonder wanneer er sprakeis van wachttijden. De inkoop van zorg is de inzet die zorgverzekeraarsmoeten plegen voor hun natura verzekerden.Desondanks is in een aantal sectoren de wachtlijst te lang. In diversesectoren zijn er acties geweest om de wachtlijsten terug te dringen.Het terugdringen van de wachttijden in de ggz is één van de doelen uit hetIntegraal Zorgakkoord (IZA), waar zorgverzekeraars onderdeel van zijn.Om dit doel te bereiken zijn in het IZA afspraken vastgelegd ten aanzienvan het voorkomen van instroom in de ggz door onder andere samen-werking met huisartsen en het sociaal domein, het vergroten vanbehandelcapaciteit en het verbeteren van het (regionaal) inzicht inwachttijden. Specifiek voor het verbeteren van de toegankelijkheid van deggz voor mensen met ernstige psychische aandoeningen zijn ookafspraken gemaakt. In elke regio wordt de komende maanden op basis135wetten.nl - Regeling - Beleidsregel toezichtkader zorgplicht zorgverzekeraars Zvw -BWBR0040215 (overheid.nl)136De zorgplicht: handvatten voor zorgverzekeraars - Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19267 van de zorgvraag in kaart gebracht wat de cruciale zorgnetwerken zijn.Deze cruciale zorgnetwerken worden vanaf 2026 waar nodig gelijkgerichtingekocht door verzekeraars, zodat dit zorgaanbod voldoende beschikbaaris voor mensen met een ernstige psychische aandoening. Met onderandere Zorgverzekeraars Nederland en de Nederlandse ggz is ookafgesproken dat er tot die tijd geen cruciaal aanbod verdwijnt omfinanciële redenen. Zorgverzekeraars kunnen via hun inkoopbeleid sturenop het aanbod van zorg voor de meest complexe patiënten. Eenvoorbeeld daarvan is het nieuwe beloningsbeleid van Menzis voorvrijgevestigde psychiaters (Nieuw beloningsbeleid vrijgevestigd psychi-aters in 2025 (menzis.nl)) dat regelt dat psychiaters meer betaald krijgenwanneer ze patiënten behandelen met een zware zorgvraagtypering enminder betaald krijgen wanneer ze patiënten behadelen met een lichtezorgvraagtypering. Het type zorg dat wordt vergoed door Menzis, verschiltechter niet. Het gaat hierbij alleen om de afgesproken tarieven. Menzishoopt zo de wachtlijsten terug te dringen voor de meest complexeggz-behandelingen.Binnen de medisch specialistische zorg is met name tijdens de coronacrisis een achterstand opgelopen. Over de wachttijden is recent uw Kamernog geïnformeerd.137 In deze brief kwam naar voren dat in de medischspecialistische zorg de wachttijden voor een behandeling in sommigeregio’s licht dalen, maar dit verschilt per regio. Via bestuurlijke afsprakenis ingezet op het verbeteren van de toegankelijkheid van de (planbare)medisch specialistische zorg en het terugdringen van wachtlijsten.Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van informatie overwachttijden.Vraag 717Welke concrete plannen zijn er om de wachtlijsten in de GGZ op kortetermijn terug te dringenAntwoord:De wachttijden in de ggz zijn een groot maatschappelijk vraagstuk, waarwe de komende periode forse stappen op willen zetten. Zo maken we nual werk van het versterken van de samenwerking tussen het sociaaldomein, de huisarts en de ggz vanuit mentale gezondheidsnetwerken enverkennende gesprekken. Ook verbeteren we het (regionaal) inzicht inwachttijden en de inkoop van voldoende (zeer) complexe psychische zorgvanuit het traject cruciale ggz. Bovenop deze maatregelen zal de Staatsse-cretaris Jeugd, Preventie & Sport de komende periode aanvullendeafspraken met het veld maken in het kader van het Zorg en Welzijnsak-koord. Dit vraagt om keuzes hoe we de bestaande capaciteit daar inzettenwaar ze de meeste impact hebben.Om dit te bereiken zal worden naar andere vormen van financiering eninkoop, de contractering en het voorkomen van zorg door het sociaaldomein een stevige positie te bieden. Zo willen we de komende jaren dewachttijden in de ggz terugdringen en zorgen dat de mensen die dat hethardste nodig hebben tijdig aan de juiste zorg en ondersteuning komen.Voor 2025 en 2026 is jaarlijks 30 miljoen euro toegevoegd aan hetmacrokader ggz om de wachtlijsten terug te dringen. De StaatssecretarisJPS informeert u in Q1 over de werkagenda mentale gezondheid & ggz ende aanpak van de wachttijden.Vraag 718Kunt in een cijfermatig overzicht uiteenzetten wat de ontwikkelingen zijnin de GGZ wachtlijsten sinds het afsluiten van het Integraal Zorgakkoordtot heden?Antwoord:137Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 248, nr. 341Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19268 Zie hieronder een cijfermatig overzicht van het aantal wachtplekken en degemiddelde wachttijd van december 2022 tot en met december 2023,gebaseerd op de publicaties van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)(Informatiekaart Wachttijden en aantal wachtplekken ggz 2023 - februari2024 - Nederlandse Zorgautoriteit, overheid.nl).December 2022Mei 2023December 2023Aantal wachtplekken87.11491.76297.450Gemiddelde wachttijd119 weken22 weken19 weken1 Aanmeld- & behandelwachttijd, over alle hoofddiagnosegroepen en regio’s heen. Met bovenstaande cijfers kan (nog) geen conclusie getrokken worden overhet effect van de IZA-afspraken rondom de wachttijden in de ggz. DeIZA-afspraken over onder meer mentale gezondheidscentra, hetverkennend gesprek, laagdrempelige steunpunten en verbeterd inzicht inregionale wachttijden krijgen nu pas vorm in de regio’s. Daarnaast is hetbelangrijk om op te merken dat schommelingen in de wachttijdcijfersnooit op zichzelf staan. Zo steeg het aantal verwijzingen van de huisartsnaar de ggz in de afgelopen periode ook – dit wordt door de NZagenoemd als mogelijke verklaring voor het gestegen aantal wachtplekken.De NZa komt begin 2025 met nieuwe wachttijdcijfers.Vraag 719Hoe vaak is de NZa in actie gekomen om zorgverzekeraars aan hunzorgplicht te houden?Antwoord:Het toezicht van de NZa op de zorgplicht is een continue activiteit. Zovoert de NZa zeer regelmatig gesprekken met zorgverzekeraars. Dit zijninformele gesprekken, en daar is geen overzicht van. Wel zijn bijvoorbeeldvoor de geestelijke gezondheidszorg de uitkomsten van onderzoeken indrie samenvattende rapportages gepubliceerd. Met vier zorgverzekeraarsis destijds een intensiever toezicht traject ingegaan138.In formele zin is de NZa twee keer in actie gekomen. De NZa heeft inmaart 2024 een onderzoek naar de proactiviteit van zorgverzekeraars in desectoren medisch specialistische zorg en geestelijke gezondheidszorgafgerond en daar een formele maatregel opgelegd richting tweezorgverzekeraars139.Vraag 720In tabel 6 staat een bedrag van € -209,1 miljoen voor de actualisatieWlz-uitgaven. Kan dit nader geduid worden? Hoe verhoudt dit zich tot hetvoorspelde tekort uit de NZa brief (juli)?Antwoord:Het bedrag van € -209,1 miljoen is de meevaller die per saldo isopgetreden op de Wlz-uitgaven sinds de ontwerpbegroting 2024 (uitseptember 2023). Deze meevaller is in hoofdlijnen als volgt opgebouwd:–Bij de Voorjaarsnota 2024 is op grond van de februaribrief van de NZarekening gehouden met een meevaller van € 310 miljoen.–Uit de julibrief van de NZa bleek dat de inzichten uit de februaribrief teoptimistisch waren. Op basis van twee scenario’s van de NZa bedroeghet gemiddeld verwachte tekort € 201 miljoen. Zoals toegelicht in de138Voor rapportage over 2022 zie: 01-03-2023+rapportbrief+Toezicht+op+regionale+aanpak+wachttijden+ggz (1).pdf139NZa treedt op tegen zorgverzekeraars voor niet nakomen zorgplicht | Nieuwsbericht |Nederlandse ZorgautoriteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19269 definitieve kaderbrief Wlz 2025140 heeft de Staatssecretaris LMZ opgrond van de julibrief het beschikbare Wlz-kader voor 2024 met€ 201 miljoen verhoogd, zodat het dreigende tekort is opgelost.Hiervan is € 76 miljoen gedekt uit gereserveerde herverdeelmiddelenen is € 125 miljoen vrijgemaakt binnen de begrotingsbesluitvorming.De actualisering op grond van de julibrief leidt ertoe dat de oorspronke-lijke meevaller van € 310 miljoen met € 125 miljoen afnam tot eenmeevaller € 185 miljoen. Het bedrag van € 209,1 miljoen in de begrotingbestaat naast deze meevaller van € 185 miljoen op het Wlz-kader voor dezorginkoop uit meevaller van per saldo meevaller van 24,1 miljoen opoverige Wlz-uitgaven.Vraag 721Wat is de stand van zaken rondom de structurele bezuiniging op hetWlz-kader van € 77 miljoen die bij de voorjaarsnota 2024 werd aange-kondigd onder de noemer «Actualisatie Wlz-uitgaven»? Staat deze nogsteeds ingepland of is deze inmiddels vervallen? Hoe verhoudt dezebezuiniging zich tot de ingeboekte intensiveringen van structureel€ 101,5 miljoen in het kader van de maatregel «Actualisatie Wlz-uitgaven»en structureel € 167,5 miljoen in het kader van de maatregel «Kostprijson-derzoek Wlz»?Antwoord:Er was geen sprake van een structurele bezuiniging op het Wlz-kader. Aanhet begin van 2024 was er € 310 miljoen aan herverdelingsmiddelengereserveerd. Zoals toegelicht in de definitieve kaderbrief Wlz 2024141betrof dit een reservering vanwege de onzekerheid over de benodigdegroeiruimte en de regionale verdeling ervan. Daarbij is aangegeven dat deMinister pas op basis van inzichten van de NZa over de toereikendheidvan het Wlz-kader een besluit zou nemen over de daadwerkelijke inzet vandeze herverdelingsmiddelen. In de februaribrief van de NZa was er geensprake van een tekort op het Wlz-kader, waardoor het ook niet nodig wasom dit bedrag in 2024 in te zetten. Bij de besluitvorming over deVoorjaarsnota heeft het vorige kabinet daarom besloten om de€ 310 miljoen herverdelingsmiddelen in 2024 te gebruiken als dekkingvoor financiële opgaven. Daarbij is rekening gehouden dat deze meevallervoor € 233 miljoen een incidenteel karakter had en derhalve bijVoorjaarsnota voor € 77 miljoen structureel kon worden ingezet.Bij de financiële besluitvorming over de begroting heeft het kabinet dejulibrief van de NZa betrokken. Zoals toegelicht in de definitieve kaderbriefWlz 2025 heeft de Staatssecretaris LMZ op grond van de julibrief van deNZa het Wlz-kader met een bedrag van € 201 miljoen structureelverhoogd. Dit is de belangrijkste reden dat de geraamde meevaller van€ 77 miljoen is omgeslagen naar een tegenvaller van structureel€ 101,5 miljoen142.De extra middelen in verband met het kostprijsonderzoek Wlz ad€ 167,5 miljoen structureel staan hier los van. Deze middelen zijn vanaf2025 beschikbaar gesteld om ervoor te zorgen dat zorgkantoren de zorgtegen reële prijzen kunnen inkopen bij hun zorgaanbieders.Vraag 722Waarom wordt er in 2024 € 209,1 miljoen gekort op het Wlz-kader via depost «Actualisatie Wlz uitgaven»? Hoe verhoudt deze korting zich tot de140Brief van VWS aan Tweede Kamer, d.d. 26 september 2024 met kenmerk 3969258–1071274-LZ.141Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 34 104, nr. 395.142Ten opzichte van de Voorjaarsnota is dit dus een tegenvaller van € 178,5 miljoen. Deze is hetsaldo van de genoemde tegenvaller op het Wlz-kader van € 201 miljoen en een meevaller van€ 22,5 miljoen op andere posten binnen de Wlz.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19270 eerdere korting van € 310 miljoen en de juli-brief van de NZa, waarin juisteen tekort van tussen de € 54 en € 346 miljoen werd voorspeld?Antwoord:Er is geen sprake van een korting op het Wlz-kader, maar van eenmeevallende uitgavenontwikkeling op grond van uitvoeringsinformatievan de NZa. Het bedrag van € -209,1 miljoen zorgt er (samen met deoverige mutaties in tabel 6) voor dat de begroting per saldo toereikend isom het tekort uit de julibrief van de NZa op te lossen.De meevaller valt met een bedrag van € 209,1 miljoen lager uit dan hetbedrag van € 310 miljoen dat op grond van de februaribrief in deVoorjaarsnota was opgenomen.Zoals toegelicht in de definitieve kaderbrief Wlz 2025 heeft de Staatssecre-taris LMZ op grond van de julibrief van de NZa het Wlz-kader in 2024 met€ 201 miljoen verhoogd. Hiervan is € 76 miljoen gedekt uit gereserveerdeherverdeelmiddelen en is € 125 miljoen vrijgemaakt binnen de begro-tingsbesluitvorming. Dit is daarmee ook de belangrijkste reden dat deoorspronkelijke meevaller van € 310 miljoen per saldo is afgenomen tot€ 209,1 miljoen143.Vraag 723Waarom is het amendement van het lid Dobbe niet structureel in de cijfersverwerkt? Wat is uw reactie op de kritiek uit het veld op deze onder-bouwing?Antwoord:Het klopt dat het Lid Dobbe in de toelichting op haar amendement aangafdat zij het Wlz-kader niet alleen voor het jaar 2024 maar ook meerjarigvanaf 2025 wilde verhogen. Echter strekt een amendement zich uit tot debegrotingswet en daarom is het betreffende amendement alleen voor hetbegrotingsjaar 2024 verwerkt bij de Voorjaarsnota. Het huidige kabinetheeft in het hoofdlijnenakkoord aangegeven het basispad van debegroting over te nemen. Het amendement wordt dus niet structureeldoorgevoerd.Het kabinet vindt het belangrijk dat zorgkantoren voldoende zorg inkunnen kopen voor mensen die daar op grond van de Wlz recht ophebben. De inzichten uit de julibrief van de NZa stelden het kabinet vooreen financiële opgave. Het dreigende tekort op het Wlz-kader voor 2024 isopgelost in de augustusbesluitvorming. Zoals toegelicht in de hiervoorgenoemde definitieve kaderbrief Wlz 2025 is het Wlz-kader voor 2024 met€ 201 miljoen verhoogd. Deze verhoging werkt structureel door naar 2025en latere jaren.Vraag 724De netto zorguitgaven zijn in 2024 neerwaarts bijgesteld met € 2,5 miljard.Welke kosten zijn er dit jaar minder uitgegeven?Antwoord:Zoals uit de onderstaande tabel 2 vanuit de ontwerpbegroting 2025 ((TK,36 600 XVI, nr. 2) op pagina 195 blijkt, zijn de netto zorguitgaven in 2024met € 2,5 miljard neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling ishet saldo van de neerwaartse bijstellingen van de Zvw met € 1,6 miljard,de Wlz met € 0,1 miljard, de AP-middelen met € 0,3 miljard, de correctievan de begrotingsgefinancierde zorguitgaven en Lpo met € 0,5 miljard ende opwaartse bijstelling van de Wmo beschermd wonen met€ 0,1 miljard.143Ten opzichte van de Voorjaarsnota is dit dus een tegenvaller van € 100,9 miljoen. Deze is hetsaldo van de genoemde extra middelen ad € 125 miljoen voor het Wlz-kader en eenmeevaller van € 24,1 miljoen op andere posten binnen de Wlz.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19271 Tabel 2 Ontwikkeling van de netto zorguitgaven (Zvw, Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) 2024–2029(bedragen x € 1 miljoen)12024202520262027202820291Netto zorguitgaven ontwerpbegroting 202497.752102.528108.721114.902120.553120.5532Bijstellingen– 2.512– 101– 4263.1473.82010.495Zorgverzekeringswet– 1.643– 4712813.2993.5347.711Wet langdurige zorg– 1181.03065– 260– 1332.978Wmo beschermd wonen89103103103103103Aanvullende post (AP)– 298– 171– 1907441.008397Correctie begrotingsgefinancierdezorguitgaven en lpo2– 542– 593– 686– 739– 694– 6943Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2025(= 1 + 2)95.240102.427108.296118.049124.372131.0481 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.2 Vanwege het afschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon-en prijsbijstellingen niet meer opgenomen in de paragraaf Premiegefinancierde zorguitgaven (PZ). Als gevolg daarvan vindt er een technischecorrectie plaats van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven met circa € 0,5 miljard in 2024 oplopend tot € 0,7 miljard in 2029.Bron: VWS •De uitsplitsing van de neerwaartse bijstelling van de Zvw van€ 1,6 miljard in 2024 is opgenomen in tabel 3 op pagina 199–201 enwordt daaronder toegelicht. De grootste neerwaartse bijstelling betreftde actualisatie van de wijkverpleging. Voor de wijkverpleging is hetjaar 2024 met € 1 miljard neerwaarts bijgesteld.•De uitsplitsing van de neerwaartse bijstelling van de Wlz van € 0,1 mil-jard in 2024 is opgenomen in tabel 6 op pagina 215–216 en daarondertoegelicht. De grootste neerwaartse bijstelling betreft de actualisatievan de Wlz-uitgaven van € 0,2 miljard in 2024.•De uitsplitsing van de neerwaartse bijstelling van de AP-middelen van€ 0,3 miljard in 2024 is opgenomen in tabel 9 op pagina 224 endaaronder toegelicht. De grootste neerwaartse bijstelling betreft dekasschuif standaardisatie gegevensuitwisseling van € 0,2 miljard in2024.•De uitsplitsing van de opwaartse bijstelling van de Wmo beschermdwonen van € 0,1 miljard in 2024 is opgenomen in tabel 8 oppagina 223 en daaronder toegelicht. De € 0,1 miljard betreft de loon-en prijsindexatie van Wmo beschermd wonen.•De neerwaartse bijstelling als gevolg van de correctie begrotingsgefi-nancierde zorguitgaven en Lpo van € 0,5 miljard in 2024 komt door hetafschaffen van het deelplafond zorg Hierdoor worden de begrotingsge-financierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerdeloon- en prijsbijstellingen niet meer opgenomen in de paragraafPremiegefinancierde zorguitgaven (PZ).Vraag 725Welk budget wordt er beschikbaar gesteld voor de deelsector ADL?Antwoord:Het subsidieplafond voor de deelsector ADL bedraagt in 2024€ 133,3 miljoen. Het ADL-subsidieplafond voor 2025 wordt later in 2024vastgesteld.Vraag 726Wat kost het opnemen van brillen (zonder medische indicatie) voorjongeren tot 18 jaar in het basispakket?Antwoord:De Minister van VWS gaat er in de beantwoording van deze vraag vanuitdat het gaat om vergoeding van brillen voor jongeren tot 18 jaar bij alleindicaties. Brillen zonder medische indicatie, bijvoorbeeld ongeslepen(zonne-)brillen, komen namelijk nooit in aanmerking voor vergoedingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19272 vanuit de Zorgverzekeringswet. De Minister onderschrijft het belang datalle jongeren die een bril nodig hebben daar toegang toe hebben.Verzekerden tot 18 jaar hebben op dit moment bij bepaalde medischeindicaties recht op brillenglazen. Zoals haar voorganger tijdens hetcommissiedebat van 19 juni 2024 heeft aangegeven is het helaas ergingewikkeld gebleken om de juiste cijfers te vinden voor een berekeningvan de kosten bij opname van alle indicaties. Dit komt omdat die cijferssimpelweg nergens geregistreerd zijn. Het gaat dan ook om een groveschatting.De schatting van de kosten voor opname van brillen tot 18 jaar voor alleindicaties in het basispakket is ergens tussen de € 55 miljoen en de€ 182 miljoen structureel. Dit is zónder montuur, en ervan uitgaande datjongeren ieder jaar een nieuwe bril nodig hebben. Ook is dit zonder eigenbijdrage, die op dit moment wel gevraagd wordt voor de brillenglazen dienu in het basispakket zitten.Vraag 727Hoeveel van de zorg uit het basispakket wordt verhoudingsgewijs betaalduit premies en hoeveel uit het Zorgverzekeringsfonds? Om welkebedragen gaat het in 2025?Antwoord:In de Zvw is vastgelegd dat de financiering van de totale Zvw voor 50%bestaat uit inkomsten van de inkomensafhankelijke bijdrage en voor 50%uit de nominale premie, het eigen risico en de rijksbijdrage voor 18-gezamenlijk. Tabel 12 op pagina 237 van de ontwerpbegroting 2025 geefteen overzicht van de financieringsbronnen zoals geraamd voor 2025.Het Zorgverzekeringsfonds is geen financiering voor de Zvw. In hetZorgverzekeringsfonds komen de inkomensafhankelijke bijdrage en derijksbijdrage voor 18- binnen. Uit het Zorgverzekeringsfonds wordenonder andere de rechtstreekse zorguitgaven betaald (voornamelijkbeschikbaarheidsbijdragen voor zorg en grensoverschrijdende zorg) enwordt een bijdrage betaald aan verzekeraars voor het betalen van dezorguitgaven (de vereveningsbijdrage).Tabel 13 op pagina 239 van de ontwerpbegroting 2025 laat zien hoe deZvw-uitgaven van verzekeraars in 2025 naar verwachting wordengefinancierd.Verzekeraars ontvangen € 33,5 miljard als bijdrage vanuit het fonds, deverwachte opbrengst uit de nominale premie bedraagt € 27,3 miljard ende verwachte opbrengst uit het eigen risico € 3,4 miljard. Daarmeebedraagt de vereveningsbijdrage ongeveer 52% van het totaal aanZvw-inkomsten van verzekeraars en de nominale premie en het eigenrisico ongeveer 48%.Vraag 728Als de maandelijkse premie van de zorgverzekering stijgt, zoals volgendjaar het geval is, worden de kosten dan evenredig verdeeld over depremies en het Zorgverzekeringsfonds?Antwoord:In de Zvw is vastgelegd dat de financiering van de Zvw voor 50% bestaatuit inkomsten van de inkomensafhankelijke bijdrage en voor 50% uit denominale premie, het eigen risico en de rijksbijdrage voor 18- gezamenlijk.Wanneer de zorguitgaven toenemen, wordt die toename van debenodigde financiering van deze zorguitgaven in dezelfde verhoudinggefinancierd.Voor 2025 is reeds een eerste nominale premie bekend gemaakt, die isgestegen. Daartegenover staat ook dat de verwachte opbrengsten uit deinkomensafhankelijke bijdrage stijgen in 2025. Doordat de inkomensaf-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19273 hankelijke bijdrage toeneemt stijgt ook de bijdrage voor zorguitgaven vanhet Zorgverzekeringsfonds aan verzekeraars.Vraag 729Valt de specifieke uitkering voor de regeling heroïnebehandeling ookonder de maatregel uit het hoofdlijnenakkoord om alle specifiekeuitkeringen over te hevelen naar de algemene uitkering? Kan dezeregeling doorgezet worden voor deze 16 gemeenten vanuit de algemeneuitkering? Wat zou het afschaffen van deze specifieke uitkering in depraktijk betekenen?Antwoord:In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbesluit.Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt ook voor de specifiekeuitkering heroïnebehandeling.Vraag 730Waar in VWS-begroting is het terugdraaien intensivering zorgarbeids-marktbeleid van € 130 miljoen nader toegelicht?Antwoord:Alle maatregelen uit het Regeerprogramma zijn reeds budgettair verwerkten toegelicht in de bijlage van de Miljoenennota. Voor 2025 zijn demaatregelen ook te vinden in de begroting van VWS. Aangezien deterugdraaiing van de intensivering ingaat per 2026, zal deze volgend jaarworden toegelicht in de begroting van VWS en staat het nu niet toegelichtin de begroting.Vraag 731Klopt het dat de Regeling specifieke uitkering randvoorwaardelijkefuncties jeugdhulp vanaf 2027 wordt wegbezuinigd? Klopt het dat er vanaf2027 geen geld meer heen gaat en de bedragen zelfs in de min komen?Wat betekent die min? Wordt van deze Regeling specifieke uitkering deexpertise-netwerken jeugdhulp, de academisch centrum kinder- enjeugdpsychiatrie (ACKJP) en de plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulpbetaald? Wat betekent het stopzetten van de subsidie voor deze activi-teiten?Antwoord:De regeling specifieke uitkering randvoorwaardelijke functies jeugdhulpbiedt VWS de juridische basis om rechtmatig middelen uit te kunnenkeren aan de betreffende coördinerende gemeenten. Vanuit deze regelingworden de bovenregionale expertisenetwerken, de kennisinfrastructuurvan de academische centra voor kinder- en jeugdpsychiatrie en deplaatsingscoördinatie van de gesloten jeugdhulp bekostigd.Er is abusievelijk in bijlage 2 van de begroting vermeld dat deze bedragenin de min komen. Er is in 2024 en 2025 € 30 mln. beschikbaar en vanaf2026 structureel € 27 mln. Er is structureel overleg tussen VNG, hetMinisterie van VWS en de betreffende coördinerende gemeenten over hoede structureel beschikbare middelen effectief en doelmatig ingezet kunnenworden. Voor de plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp geldt dat op19 juni 2024 is afgesproken tussen VNG, het Rijk en Jeugdzorg Nederlanddat de plaatsingscoördinatie geëvalueerd zal gaan worden.Het is echter onzeker of deze middelen vanaf 2026 via het instrumentSpecifieke Uitkering (SPUK) beschikbaar worden gesteld. In het regeerpro-gramma is namelijk aangegeven dat het kabinet werkt aan het omzettenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19274 van SPUKs in fondsuitkeringen vanaf 2026. Het voortzetten van bestaandeSPUKs of het toekennen van nieuwe specifieke uitkeringen, is slechtsmogelijk op basis van een kabinetsbesluit. Het kabinet werkt aan eenafwegingskader dat voor iedere SPUK wordt doorlopen om te komen totbesluitvorming over de definitieve lijst om te zetten SPUKs. Hierbij wordtonder andere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting vaneen SPUK in een fondsuitkering. Dit geldt ook voor de SPUKs op hetterrein van jeugdhulp. De budgetkorting van 10% is reeds verwerkt in debeleidsbudgetten.»Vraag 732Valt de specifieke uitkering om sport te stimuleren ook onder demaatregel uit het hoofdlijnenakkoord om over te hevelen naar dealgemene uitkering? Wat betekent dat in de praktijk voor het sportbudgetvan gemeenten?Antwoord:In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering. Dit geldt dus ook voor despecifieke uitkering stimulering sport.Vraag 733Gezien het feit dat Regeling specifieke uitkering sport en bewegen,gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis2023–2026 verdwijnt, betekent dit dat de volgende regelingen vanaf 2026ophouden te bestaan: Lokaal Sportakkoord, Brede Regeling Combinatie-functies, Terugdringen Gezondheidsachterstanden, Kansrijke Start,Aanpak overgewicht en obesitas, Valpreventie, Leefomgeving, OKO &Vroegsignalering alcoholproblematiek, Versterken sociale basis,Mantelzorg, Eén tegen eenzaamheid, Welzijn op recept, Versterkingkennis- en adviesfunctie GGD en Coördinatiekosten regionale aanpak enpreventie? Zo neer, hoeveel budget blijft er per regeling beschikbaar vanaf2026?Antwoord:Voor een aantal onderwerpen zijn middelen uitgekeerd aan allegemeenten via de brede specifieke uitkering per 2023. Voor sommigeprogramma’s zijn echter geen structurele middelen voorzien. In 2026 is dekorting niet op de afzonderlijke regelingen geboekt, maar op de Brede-SPUK. Het budget van de Brede-SPUK is met 21 miljoen verlaagd.Voor een nadere uitwerking geldt het volgende: in het regeerprogrammais aangegeven dat het kabinet werkt aan het omzetten van specifiekeuitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzetten van bestaande specifiekeuitkeringen of het toekennen van nieuwe specifieke uitkeringen is slechtsmogelijk op basis van een kabinetsbesluit. Het kabinet werkt aan eenafwegingskader dat voor iedere specifieke uitkering wordt doorlopen omte komen tot besluitvorming over de definitieve lijst van om te zettenspecifieke uitkeringen. Hierbij wordt onder andere gekeken naar deconsequenties van de omzetting van een specifieke uitkering in eenfondsuitkering.De budgetkorting van 10% is reeds verwerkt in de beleidsbudgetten. Er ishierdoor structureel 164 miljoen beschikbaar voor de diverse regelingen.Hierbij geldt echter dat deze budgetten nog kunnen wijzigen, als gevolgvan de nadere uitwerking van deze taakstelling, ten opzichte van deweergegeven budgetten in de begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19275 Vraag 734Valt de specifieke uitkering PrEP/aanvullende seksuele gezondheidszorgook onder de maatregel uit het hoofdlijnenakkoord om over te hevelennaar de algemene uitkering? Welke zorg valt hier precies onder, watbetekent de maatregel in de praktijk en valt op die manier de huidigewerkwijze nog voort te zetten?Antwoord:In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering.Dit geldt dus ook voor de specifieke uitkering aanvullende seksuelegezondheidszorg (ASG-regeling). Onder de ASG-regeling vallen aanvul-lende soa-zorg, PrEP-zorg en seksualiteitshulpverlening, uitgevoerd doorde GGD. Daarnaast voeren de GGD’en activiteiten uit die gelieerd zijn aandeze zorg, zoals de het bijdragen aan de landelijke surveillance op hetgebied van soa-bestrijding, outreach-activiteiten en preventie-consulten.Omdat er op dit moment nog geen keuze is gemaakt over een eventueleoverheveling, zijn de gevolgen nog niet aan te geven. De budgetkortingvan 10% is reeds verwerkt in de beleidsbudgetten.De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zal begin 2025 de Kamerinformeren over welke stappen hij gaat zetten om te komen tot eenverbetering van het stelsel van de aanvullende seksuele gezondheidszorg,waarin ook de besluitvorming en consequenties over het eventueeldefinitief omzetten van de ASG-regeling wordt meegenomen.Gezien het feit dat GGD’s met het huidige ASG-budget maar een klein deelvan de afspraakverzoeken kan inwilligen. Wat is het verwachte inwilli-gingspercentage van afspraakverzoeken, als deze gelijk blijft, als deombuiging vanaf 2026 wordt ingevoerd?Antwoord:In het regeerprogramma is aangegeven dat het kabinet werkt aan hetomzetten van specifieke uitkeringen in fondsuitkeringen. Het voortzettenvan bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwespecifieke uitkeringen, is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbe-sluit. Het kabinet werkt aan een afwegingskader dat voor iedere specifiekeuitkering wordt doorlopen om te komen tot besluitvorming over dedefinitieve lijst om te zetten specifieke uitkeringen. Hierbij wordt onderandere gekeken naar wat de consequenties zijn van omzetting van eenspecifieke uitkering in een fondsuitkering.Dit geldt dus ook voor de specifieke uitkering aanvullende seksuelegezondheidszorg (ASG-regeling). Omdat er op dit moment nog geenkeuze is gemaakt over een eventuele overheveling, zijn de gevolgen nogniet aan te geven. Ook waar dit raakt aan het percentage personen uit dehoog-risicogroepen, die de GGD benaderen voor soa-zorg maar waarvoormomenteel geen plek is. De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zalbegin 2025 de Kamer informeren over welke stappen hij gaat zetten om tekomen tot een verbetering van het stelsel van de aanvullende seksuelegezondheidszorg, waarin ook de besluitvorming en consequenties overhet eventueel definitief omzetten van de ASG-regeling wordt meege-nomen. De budgetkorting van 10% is reeds verwerkt in de beleidsbud-getten.Vraag 736Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19276 Hoe borgt de Minister dat de inbreng van patiënten bij de ontwikkelingvan kwaliteitsbeleid en -standaarden goed geborgd en gefinancierd blijft?Antwoord:Zorgprofessionals zijn primair verantwoordelijk voor de ontwikkeling vankwaliteitsbeleid en -standaarden. In dat proces hebben patiënten encliënten een belangrijke rol. In de Wet kwaliteit, klachten en geschillenzorg is bepaald dat kwaliteitsstandaarden tripartiete, dat wil zeggen doororganisaties van cliënten, zorgverleners, zorgaanbieders en zorgverzeke-raars of uitvoerders van de Wet langdurige zorg, worden aangeboden bijhet Zorginstituut voor opname in het openbare Register van kwaliteits-standaarden en meetinstrumenten. Via de Kwaliteitsgelden van ZonMwfinancieren de Minister en Staatssecretarissen de ontwikkeling vanrichtlijnen en standaarden. Daarnaast kunnen patiënten- en gehandicap-tenorganisaties (pg-organisaties) voor hun activiteiten, bijvoorbeeld ophet gebied van belangenbehartiging en het raadplegen van hunachterban, een aanvraag indienen op grond van de subsidieregeling voorpatiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024–2028. Ook op die manierkunnen zij hun kennis en expertise bij kwaliteitstrajecten inbrengen. In hetintegraal zorgakkoord (IZA) is structureel € 25 miljoen per jaar extrabeschikbaar gesteld voor het versterken van de patiëntenbeweging,waarmee het totaal uitkomt op € 50 miljoen per jaar. Daarvan is€ 30,5 miljoen jaarlijks beschikbaar voor de subsidieregeling voorpg-organisaties.Vraag 737Waarop wordt gebaseerd dat een versnelling van de opschaling vandigitale zorg in de Wet langdurige zorg in 2027 een netto besparing zalopleveren van € 45 miljoen wat kan oplopen tot € 142 miljoen in 2029?Antwoord:Dit bedrag is gebaseerd op het rapport van onderzoekbureau SIRM«Geschat potentieel digitalisering» (oktober 2023) en de berekeningenzoals gepresenteerd in het rapport van de Technische werkgroepMacrobeheersing zorguitgaven (december 2023).Vraag 738Zijn er genoeg middelen vrijgemaakt om het amendement Bushoff c.s.betreffende post-COVID-klinieken uit te voeren? Hoe is de verdeling in definanciering tussen 2025 en 2026 gemaakt?Antwoord:Voor de middelen uit het amendement Bushoff c.s. (Kamerstukken II2023/2024 36 410 XVI, nr. 37) geldt dat € 12 miljoen beschikbaar komt in2025 en € 15 miljoen in 2026. Hiermee wordt de verdeling over de jarenheen zoals in het amendement is beschreven gevolgd, maar dan een jaarlater.Hoeveel de totale zorg aan post-COVID patiënten gaat kosten is opvoorhand lastig in te schatten. Overigens geldt dat zorg die voldoet aan destand van wetenschap en praktijk vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw)wordt vergoed. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht omZvw-verzekerde zorg te vergoeden.Vraag 739Bestaat de kans dat ziekenhuizen uit hun eigen middelen aan post-COVID-klinieken moeten bijdragen of zijn er voldoende middelen vrijgemaakt omdit te voorkomen?Antwoord:Om tijdelijk extra ruimte te bieden voor de totstandkoming van depost-COVID expertisecentra en de bekostiging van zorg voor post-COVIDpatiënten, zijn de amendementsmiddelen van het amendement Bushoffc.s. (Kamerstukken 2023/2024 36 410 XVI, nr. 42) overgeheveld naar hetkader «overige curatieve zorg». Dit is het kader waar de uitgaven van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19277 beleidsregel innovatie, wat de beoogde bekostigingswijze is voor detotstandkoming van deze centra, onder vallen. Zorgverzekeraars enziekenhuizen maken daarbij onderling afspraken over de vergoeding vangemaakte kosten. Overigens geldt dat de zorg die voldoet aan de standvan wetenschap en praktijk vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) wordtvergoed. Zorgverzekeraars hebben vervolgens een zorgplicht omZvw-verzekerde zorg te vergoeden.Vraag 740Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van de motieDobbe en de motie Slagt-Tichelman over een kabinetsbrede aanpak voorhet verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en hetbehalen van preventiedoelen?Antwoord:Uw Kamer wordt hierover dit najaar geïnformeerd via de kabinetsreactieop het SER-advies «Gezond opgroeien, wonen en werken» en de in hetGezond en Actief Leven Akkoord aangekondigde agenda voor Health in allPolicies.Vraag 741Hoeveel mensen mijden momenteel mondzorg wegens de hoge kosten?Antwoord:Zoals vermeld in het eindverslag van het project «Mijding mondzorg omfinanciële redenen», wordt geschat dat ongeveer 640.000 mensen nietminstens eens in de twee jaar naar de tandarts gaan vanwege financiëleredenen (Kamerstuk 32 620, nr. 292).Vraag 742Wanneer wordt vervolg gegeven aan het project «Vermindering mijdingvan mondzorg om financiële redenen»? Op welke manier wordt dit projectvoortgezet?Antwoord:De impact van sommige genoemde maatregelen in het eindverslag vanhet project «Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen»zijn groot. Met name een eventuele uitbreiding van het basispakket metmondzorg. Daarom is hierover een adviestraject uitgezet bij het Zorgin-stituut. Het adviestraject heeft twee fases: een eerste verkennende en eentweede inhoudelijke fase. De verkennende fase zal naar verwachting eind2026 gereed zijn.Parallel aan het adviestraject worden gerichtere maatregelen uitgewerkt,zoals ook genoemd in het eindverslag. Op dit moment loopt hiervoor eenpilot met gemeenten, zorgverzekeraars en mondzorgverleners. Deze pilotloopt tot het voorjaar van 2025. In deze pilot wordt gekeken naar eenbetere inzet van gemeentelijke regelingen, zoals de gemeentepolis.Tegelijk wordt hierbij ook gekeken naar de mogelijkheden voor eenlandelijke regeling. Daarnaast wordt in (een deel van) deze gemeentengewerkt aan het versterken van sociale vangnetten en er wordt gewerktaan doelgroepgerichte voorlichting.De Minister van VWS zal u over de uitkomsten van deze pilot uiterlijk inhet voorjaar van 2025 informeren. Zij zal in deze brief ook ingaan op deaanbeveling om hernieuwde aandacht te geven aan de mondgezondheidin de publieke gezondheid.Vraag 743Wat is de laatste stand van zaken wat betreft tot het onderzoek door ZiNLnaar varianten van mondzorg in het basispakket naar aanleiding van eenmotie van de leden Bushoff en Dijk?Antwoord:Een goede toegang tot mondzorg is een belangrijk aandachtspunt van uwKamer en van de Minister van VWS. Daarom is hierover een opdrachtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19278 uitgezet bij het Zorginstituut. De opdracht start met een kostenanalyse enbestaat vervolgens uit een adviestraject bestaande uit twee delen: eeneerste verkennende en een tweede inhoudelijke fase.Het Zorginstituut voert een kostenanalyse uit van vijf door VWSopgestelde scenario’s van uitbreidingen van het basispakket. In dezekostenanalyse wordt een inschatting van de kosten van die vijf scenario’sgemaakt. De kostenanalyse volgt eind dit jaar en wordt met uw Kamergedeeld in de update over mondzorg van komend voorjaar.Vervolgens start het adviestraject. Het Zorginstituut maakt in de verken-nende fase van dit traject inzichtelijk wat de huidige status van demondgezondheid van volwassenen in Nederland is. Als uit de verken-nende fase blijkt dat de toegankelijkheid en de huidige staat van demondgezondheid verbeterd kan worden door uitbreiding van hetbasispakket (gezondheidswaarde), dan zal het Zorginstituut een inhoude-lijke fase starten. In die inhoudelijke fase komt een advies over hetopnemen van mondzorg in het basispakket – dat wil zeggen toetsing aande pakketcriteria – aan de orde. De verkennende fase is naar verwachtingeind 2026 klaar.Vraag 744Hoe groot is het huidige tekort aan tandartsen en mondhygiënisten?Antwoord:Vanwege een onevenredige landelijke spreiding van tandartsen is eentotaal (landelijk) tekort niet vast te stellen. Uit deelrapport 3b van hetCapaciteitsplan 2024–2027 van het Capaciteitsorgaan volgt echter dat er inbepaalde regio’s in Nederland een tekort aan tandartsen is.144 Op basisvan microdata van CBS is een beeld te schetsen van de regionalespreiding, uiteenlopend van 95 tandartsen per 100.000 inwoners in NoordHolland tot 39 en 34 per 100.000 inwoners in respectievelijk Zeeland enFlevoland. Los van de regionale tekorten aan tandartsen tekent zich in debreedte van de mondzorg een toenemende krapte op de arbeidsmarkt af.De vraag naar tandheelkunde zal naar verwachting stijgen vanwegeepidemiologische, sociaal-culturele en vakinhoudelijke ontwikkelingen. Ditbetreft onder andere toename van de tandheelkundige vraag onderjongeren en ouderen en toename van de behandelopties door digitali-sering. Eind 2025 brengt het Capaciteitsorgaan een nieuwe integraleraming uit.Uit deelrapport 3b van het Capaciteitsplan 2024–2027 blijkt dat in 2022 hetlandelijk tekort aan mondhygiënisten iets hoger is ingeschat dan hettekort aan tandartsen. Ook voor de mondhygiënisten is gekeken naar deregionale spreiding op basis van microdata van het CBS145. Voor demondhygiënisten varieert deze van het landelijke minimum van 7 per100.000 inwoners in Flevoland, via 17 in Overijssel en Zuid-Holland en 19in Zeeland, tot 26 in Groningen en 29 in Friesland. Met uitzondering vanFlevoland is de regionale spreiding bij de mondhygiënisten wel evenwich-tiger dan de tandartsen.Vraag 745Hoeveel jongeren tot 18 jaar maken gebruik van mondzorg? Kan datworden uitgesplitst naar leeftijd?Antwoord:In dit antwoord gaat de Minister van VWS uit van de cijfers van het CBS,zoals weergegeven op de website www.staatvandemondzorg.nl144Deelrapport 3b Capaciteitsplan 2024–2027, pp. 68 en 69. Capaciteitsplan-2024-2027-Deelrapport-3b-Eerstelijns-Mondzorg-DEF-12-jan.pdf (capaciteitsorgaan.nl)145Deelrapport 3b Capaciteitsplan 2024–2027, pp. 36 en 48. Capaciteitsplan-2024-2027-Deelrapport-3b-Eerstelijns-Mondzorg-DEF-12-jan.pdf (capaciteitsorgaan.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19279 Het CBS geeft over het percentage jeugdigen dat in 2021 de tandarts heeftbezocht de volgende cijfers. De Minister van VWS merkt op dat ditzelfrapportage betreft en dat de werkelijke cijfers mogelijk iets lagerliggen.LeeftijdsklassePercentage dat in 2021 de tandarts heeft bezocht.2–3 jaar64,6%4–11 jaar94%12–17 jaar93,1% Vraag 746Wanneer zal de besluitvorming plaatsvinden over de subsidietaakstellingvoor de jaren 2026 en verder? Hoe is er tot de ingevulde bedragengekomen als er nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden? Wanneerwordt de Kamer op de hoogte gesteld van deze besluitvorming?Antwoord:In de ontwerpbegroting 2025 is voor de jaren 2026 en verder detaakstelling naar rato over alle subsidiebudgetten ingevuld. Op ditmoment wordt gewerkt aan een nota van wijziging op de ontwerpbe-groting waarin de beleidsmatige invulling aan uw Kamer wordt getoond.Dit leidt mogelijk tot herschikkingen van de subsidiekorting. Met de notavan wijziging wordt uw Kamer nader geïnformeerd en dan wordt ookduidelijk wie te maken krijgt met deze taakstelling. U ontvangt de nota vanwijziging vóór de begrotingsbehandeling van VWS.Vraag 747Hoeveel is er exact begroot voor de regeling «Intergenerationeel wonen»en de subsidieregeling «Ontmoetingsruimten»? Kunt u een overzichtaanleveren van de begrote middelen door de jaren heen per stimulerings-regeling?Antwoord:Voor de subsidieregeling intergenerationeel wonen is de komende jarende volgende reeks begroot.2025202620272028 e.v.4,6 mln.7,8 mln.9 mln.32 mln. Voor de subsidieregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting(SOO) is in 2025 en 2026 4 mln. begroot.Vraag 748Hoeveel geld is er begroot staat voor de pilots Leefomgeving (ZonMwvouchers)? Kunt u een overzicht aanleveren van de begrote middelendoor de jaren heen?Antwoord:De afgelopen jaren heeft ZonMw de volgende subsidiecalls opengezet ompartijen te ondersteunen bij het ontwikkelen van kennis over gezondeleefomgeving:•Op 13 december 2022 opende de call «Living Labs Samenwerken aangezonde Leefomgeving» – budget € 255.000;•Op 23-juni 2023 opende de call «Ontwikkelen van kennis overgezondheid in kwetsbare wijken en gebieden» – budget € 3.200.000;•Op 3 oktober 2023 opende de call «Toepassen van kennis over eengezonde leefomgeving» – budget € 4.000.000;•Op 30 april 2024 opende de voucherronde «Impuls gezonde leefomge-ving» – budget € 1.200.000. Deze call werd gefinancierd uit restantTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19280 middelen van de call voor «Toepassen van kennis over een gezondeleefomgeving».Tevens is op 3 oktober 2023 een call opengezet voor de evaluatie van derondes «Ontwikkelen van kennis over gezondheid in kwetsbare wijken engebieden» en «Toepassen van kennis over een gezonde leefomgeving».Voor deze subsidie was € 110.000 beschikbaar.Vraag 749Is het tekort van IC en SEH verpleegkundigen opgelost in 2025, gezien hetfeit dat er gesneden wordt in de middelen voor de opleidingsmodulebasis acute zorg?Antwoord:Hoewel de subsidieregeling opleidingsmodule basis acute zorg (BAZ)stopt, blijft bekostiging van de BAZ-opleiding mogelijk. Per 1 januari 2025kan de BAZ-opleiding worden bekostigd vanuit de beschikbaarheidbij-drage, net als de opleidingen tot IC- en SEH-verpleegkundige. Voor dezeverpleegkundige vervolgopleidingen en opleidingen voor medischondersteunende beroepen is de beschikbaarheidbijdrage een open einderegeling. Er is dus geen sprake van een budget of een maximum aan hetaantal opleidingsplekken.Zorginstellingen kunnen opleiden naar wat ze nodig achten, maar zakenals opleidingscapaciteit en het aantal geschikte kandidaten beperken nogsteeds het doel om op te leiden volgens het advies van het Capaciteits-orgaan. Mede daarom zijn deze opleidingen afgelopen jaren modulairingericht. Dat de BAZ-opleiding kan worden bekostigd vanuit de beschik-baarheidsbijdrage is een gevolg van de aansluiting van de bekostiging opdit modulaire opleiden. Dit moet bijdragen aan meer flexibel inzetbaarpersoneel binnen specialistische clusters zoals de acute zorg, en leiden totsnellere inzetbaarheid en opleidingen die beter aansluiten bij de verande-rende zorgvraag.Vraag 750Hoeveel sportverenigingen wachten op een subsidieregeling om teverduurzamen?Antwoord:De totale instroom aan aanvragen voor de Subsidieregeling Bouw enonderhoud sportaccommodaties in 2024 (1 januari–31 juli 2024) is 3.485,met een aanvraagwaarde van € 113 miljoen. Dit gaat zowel om aanvragenvoor bouw, onderhoud en materiaal als om aanvragen in het kader vanverduurzamingsmaatregelen. Ook de 1.500 doorgeschoven aanvragenvanuit 2023 met een aanvraagwaarde van € 38 miljoen hebben een beslaggelegd op het budget van 2024. Het subsidieplafond is daarom verhoogdvan € 79 miljoen naar € 111,5 miljoen. Nog niet alle in 2024 ingestroomdeaanvragen zijn beoordeeld. Er zijn nog geen aanvragen afgewezenvanwege overschrijding van het subsidieplafond. Wel is de verwachtingdat niet alle in 2024 ingediende aanvragen kunnen worden toegekend.Vraag 751Hoe staat het met het in kaart brengen van het aanbod van cruciale ggz enhet in kaart brengen van de vraag naar cruciale ggz? Wanneer is dit trajectafgerond? Hoeveel ggz-instellingen zijn er de afgelopen vijf jaar gesloten?Hoeveel van deze instellingen vallen onder de definitie cruciale ggz?Antwoord:In de gespreksleidraad cruciale ggz is een tijdpad weergegeven van dejaarlijkse cyclus voor het in kaart brengen van de vraag naar cruciale ggzen het daarop gebaseerde cruciale zorgnetwerk in elke regio (https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/actueel/nieuws/gespreksleidraad-cruciale-ggz/). Dit tijdpad sluit aan op de inkoopcyclus van zorgverzeke-raars. De regionale tafels gaan de komende maanden aan de slag. Via eenronde met een landelijke tafel worden medio augustus 2025 de regionaleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19281 tafels afgerond. Op basis van de uitkomsten hiervan worden crucialezorgnetwerken vanaf 2026 waar nodig gelijkgericht ingekocht. Hoe hetgelijkgericht inkopen door zorgverzekeraars zal worden uitgevoerd, wordtde komende tijd verder ingevuld.Het Ministerie van VWS heeft geen cijfers over het aantal ggz-instellingendat de afgelopen vijf jaar is gesloten en hoeveel instellingen onder dedefinitie van cruciale ggz vallen. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)heeft deze cijfers niet. Dit komt doordat sluitingen niet gemeld hoeven teworden bij de NZa. Zorgverzekeraars moeten vanuit hun wettelijkezorgplicht proactief de beschikbaarheid van voldoende zorg voorverzekerden organiseren. Dit betekent dat zorgverzekeraars voldoendezorg moeten inkopen voor hun verzekerden en dat vraag en aanbodmoeten matchen. Bij de afbouw of ombouw van zorg is het aan dezorgverzekeraar om te overwegen of er voldoende alternatieven vanvervangende zorg zijn voor verzekerden. De NZa en de Inspectie Gezond-heidszorg en Jeugd (IGJ) houden daarbij toezicht op de situatie vanuit hetoogpunt van deze zorgplicht en de kwaliteit van zorg.Vraag 752Welk budget wordt beschikbaar gesteld voor gehandicaptenzorg inCaribisch Nederland?Antwoord:Voor 2025 is er een budget beschikbaar van € 5 miljoen voor de gehandi-captenzorg in Caribisch Nederland.Vraag 753Valt domein overstijgend werken op het gebied van mentale gezondheidonder een «samenhangende en effectieve preventiestrategie»?Antwoord:Dit najaar presenteert het kabinet een Health in all Policies agenda, meteen domeinoverstijgende aanpak voor het beschermen en verbeteren vande mentale en fysieke gezondheid. Ook de ontwikkeling van de bredepreventiestrategie en de werkagenda mentale gezondheid en ggz, zoalsaangekondigd in het regeerprogramma, zal vanuit deze aanpak bekekenworden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19282

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b1439120e7d21d45

14 okt 2026 · 53df901ec068b858

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.