KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 18 december 2025, over spoor

5 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b8302f1a89eebc01 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1272 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 5 februari 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op18 december 2025 overleg gevoerd met de heer Aartsen, StaatssecretarisOpenbaar Vervoer en Milieu, over:−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 9 juli 2025 inzake gezamenlijke reactie IenW en JenV oprapport Handhaven in het openbaar vervoer (Kamerstuk23 645, nr. 865);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 22 augustus 2025 inzake aansprakelijkstelling consortiumHollandse Meren (Kamerstuk 22 026, nr. 526);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 2 september 2025 inzake perspectief Lelylijn (Kamerstuk36 600-A, nr. 67);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 29 augustus 2025 inzake tussenuitspraak CBb en wijzi-ging van de concessie voor het hoofdrailnet (Kamerstuk29 984, nr. 1261);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 16 juli 2025 inzake NS-tarieven in 2026 en verder (Kamer-stuk 29 984, nr. 1260);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 23 september 2025 inzake tussenuitspraak van hetCollege van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 9 septem-ber 2025 in de beroepsprocedure over de gunning van deconcessie voor het hoofdrailnet 2025–2033 (HRN-concessie)(Kamerstuk 29 984, nr. 1262);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 10 oktober 2025 inzake programma Een veilig station;altijd voor iedereen! (Kamerstuk 28 642, nr. 114);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 3 november 2025 inzake vervoer gevaarlijke stoffen(Kamerstuk 30 373, nr. 81);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 4 november 2025 inzake ontwikkelingen internationaalpersonenvervoer per spoor (Kamerstuk 29 984, nr. 1266); kst-29984-1272ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12721 −de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 4 november 2025 inzake beantwoording vragen van hetlid Kröger over de initiatiefnota van het lid Koekkoek «AlleSeinen op Groen» (Kamerstuk 36 563, nr. 2) (Kamerstuk36 563, nr. 17);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 5 november 2025 inzake halfjaarverantwoordingenProRail en NS 2025 (Kamerstuk 29 984, nr. 1267);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 22 oktober 2025 inzake rapport Toekomstbeeld Spoorgoe-derenvervoer 2050 (Kamerstuk 29 984, nr. 1265);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 10 oktober 2025 inzake beschikking tot wijziging vanartikel 44 van de hoofdrailnetconcessie (Kamerstuk 29 984,nr. 1264);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 13 oktober 2025 inzake weerbaarheid en militairemobiliteit spoor (Kamerstuk 30 821, nr. 321);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 6 oktober 2025 inzake startbeslissing Nedersaksenlijn(Kamerstuk 36 800-A, nr. 6);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 30 september 2025 inzake dertiende voortgangsrappor-tage Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) over deeerste helft van 2025 (Kamerstuk 32 404, nr. 129);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 8 december 2025 inzake voortzetting gesprek met Arrivaover de noordelijke lijnen naar aanleiding van tussenuitspraakCBb (Kamerstuk 29 984, nr. 1268);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 9 december 2025 inzake Vervoerplan NS 2026 en Beheer-plan ProRail 2026–2027 (Kamerstuk 29 984, nr. 1269);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 10 december 2025 inzake voortgang realisatie derdeSpoor Emmerich-Oberhausen (Kamerstuk 29 984, nr. 1270);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 2 december 2025 inzake voortgangsbrief spoorveiligheid(Kamerstuk 29 893, nr. 284);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 2 december 2025 inzake uitkomsten Landelijke OpenbaarVervoer- en Spoortafel 14 mei 2025 (Kamerstuk 23 645,nr. 875);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 11 december 2025 inzake voortgang HSL-Zuid (Kamerstuk22 026, nr. 527);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 december 2025 inzake informeren aandeelhoudersver-gadering ProRail en benoeming voorzitter raad van commissa-rissen (Kamerstuk 29 984, nr. 1271).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12722 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: Van der GraafAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Boelsma-Hoekstra,Van Duijvenvoorde, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Heutink, DeHoop, Huidekooper en Schutz,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Een hele goede morgen, dames en heren. Een hartelijk welkom aaniedereen op de publieke tribune die dit debat gaat volgen en ook eenhartelijk welkom aan de mensen die dit debat via de livestream volgen.Welkom aan de Staatssecretaris en de ambtelijke ondersteuning. Welkomaan de leden. We gaan beginnen met dit commissiedebat Spoor. Webeginnen met de eerste termijn van de kant van de Kamer. U heeftmaximaal vijf minuten spreektijd. Ik wil voorstellen om te beginnen metvier interrupties en dan kijken we even hoe dit debat verloopt. We hebbenvierenhalfuur voor dit debat, tot 14.30 uur. Ik wil ook schorsen voor delunch rond de middag. We gaan kijken of die schorsing kan samenvallenmet de stemmingen die we nog hebben. Het kan zijn dat we nog op eenander moment moeten schorsen om te gaan stemmen met elkaar, maardat zien we dan wel. Laten we starten met dit debat.Ik geef het woord aan de heer Heutink namens de PVV. Ga uw gang.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Een debat over het spoor is geen debat over het spoor als erniet een twee pagina’s vullend interview is met de CEO van NS,Wouter Koolmees. Dat was vanochtend het geval in het AD. We kondenlezen dat het eigenlijk allemaal wel goed gaat op het spoor, dat deverhoging van 6,5% volgend jaar eigenlijk niet zo erg is. Het is natuurlijkmakkelijk praten voor een directeur die € 480.000 per jaar verdient. Dankun je het immers ook wel lijden. Als je de cijfers van NS bekijkt en deprognose erbij pakt, dan valt op dat de prestaties vanaf september in eenvrije val zitten, waarna er in november iets raars gebeurt: ineens lijkt deweg omhoog ingezet te worden, hoewel dat normaliter niet de bestemaanden zijn voor de vervoerder. Is dit een kerstwonder, vraag ik deStaatssecretaris, of is er iets anders aan de hand?Feit is dat de prestaties beter lijken te zijn dan vorig jaar; mijn compli-menten daarvoor aan zowel ProRail als NS. Maar we moeten niet te hardjuichen. Nog steeds zijn meer dan 350 treinritten per dag te laat, 350 perdag! Laten we dan ook niet stellen dat de problemen op het spoor zijnopgelost, want dat is echt niet zo, ondanks de juichstemming vanochtendin het AD. De vraag is hoe we ervoor gaan zorgen dat het nog beter gaat.Immers, deze Staatssecretaris heeft nul komma nul in te brengen bij NSen ProRail, nul komma nul.Mijn eerste vraag aan de Staatssecretaris: denkt u dat u meer danvoldoende invloed heeft op de spoorbedrijven, de dienstverlening en denoodzakelijke infrastructuur? Weet de Staatssecretaris precies wat hij kanverwachten? Heeft hij het gevoel in controle te zijn? Ik kan me het haastniet voorstellen en ik denk de Staatssecretaris zelf ook niet. Immers, hijgaat niet zelf naar de aandeelhoudersvergadering van ProRail, maar stuurtstructureel zijn hoogste ambtenaar ernaartoe. Waarom maakt hij hier geentijd voor, wil ik van hem weten. Is het niet belangrijk genoeg?Voorzitter. Nog geen 24 uur was D66’er Wouter Koolmees verkenner of hetnieuws kwam naar buiten dat de prijs voor een treinkaartje opnieuw doorhet dak gaat. Als dit is wat het D66-kabinet gaat leveren, dan mag detreinreiziger zijn hart en daarmee ook zijn portemonnee vasthouden. WantTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12723 terwijl diezelfde verkenner een schaamteloze € 480.000 per jaar opstrijktals directeur van NS, wordt alsof het niets is doodleuk een volgendeprijsverhoging aan de reiziger opgelegd, alsof prijsverhogingen ervoorzorgen dat de treinen ineens voller zijn met mensen die bereid zijn ommeer dan € 60, zelfs bijna € 70, te betalen voor een retourtje Enschede–Den Haag. Dat zijn bedragen om gek van te worden. Dit is een vicieuzecirkel waar zonder fors ingrijpen niet uit te komen is. Wie denkt dat opdeze manier de reizigers weer massaal de trein gaan pakken, kan dat echtvergeten.Er zijn inmiddels bedrijven die hun boterham verdienen met het doen vanclaims als een trein weer eens vertraagd is. Dit kost NS miljoenen. Er isdus gewoon een verdienmodel ontstaan omdat er op het spoor nietgeleverd wordt. Dat kan toch niet waar zijn, vraag ik aan de Staatssecre-taris. De simpelste manier om geld te besparen, is gewoon op tijd rijden.Hoe gaat hij deze vicieuze cirkel doorbreken, wil ik van hem weten.Voorzitter. Niet alleen de prestaties zijn een groot probleem op het spoor;ook de veiligheid is in het geding. Zo vraagt de PVV al jaren om bodycamsvoor het treinpersoneel, om een ID-check en toegang tot het rijbewijsre-gister voor ov-boa’s. Snapt de Staatssecretaris dat langer wachten echtgeen optie meer is? Kijk naar alle ellende op het treinstation in Maarheeze,veroorzaakt door asielzoekers die al lang en breed het land uitgeknikkerdhadden moeten worden. Ik wil weten hoe de Staatssecretaris hetoverlastgevende tuig de baas gaat worden. De trein moet een veilige plekzijn. Wachten is geen optie meer. Waar blijft de spoorwegpolitie als je dienodig hebt, vragen we aan de Staatssecretaris.Tot slot, voorzitter, wil ik het hebben over de ellende op de hsl. In delaatste brief stelt de Staatssecretaris dat er afstand is gedaan van de oudemeetmethode ten aanzien van de prestaties. Deze meetmethode sloegnamelijk consistent negatief uit. Dat krijg je ook als je bruggen verkeerdontwerpt, zeg ik tegen de Staatssecretaris. Maar wat doe je dan? In plaatsvan de mouwen op te stropen en de boel op orde brengen, ga je natuurlijkde meetmethode aanpassen. En wat blijkt? Dat werkt. Wat mooi! Er lijktvooruitgang te zijn geboekt, aldus de Staatssecretaris. Denkt de Staatsse-cretaris nou echt dat wij gekke Harry zijn? De reiziger en wij wordencompleet voor de gek gehouden. In plaats van de slechte prestaties onderhet tapijt te moffelen moet u ervoor zorgen dat de prestaties omhoog-gaan. Dit soort spelletjes, gewoon de meetmethode aanpassen en doenalsof het allemaal een stuk beter gaat, is Nederland spuug- en spuugzat.Als de Staatssecretaris zijn eigen straatje schoon wil vegen, dan moet hijdat maar lekker thuis doen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ook welkom aan de heer Grinwis. De heerGrinwis was binnen, maar ging daarna weg. Inmiddels is hij weer terug;fijn voor dit debat. Dank u wel, mooi dat u er bent. We gaan naar de heerGoudzwaard voor de inbreng namens JA21. Ga uw gang.De heer Goudzwaard (JA21):Dank u wel, voorzitter. Sinds haar oprichting pleit JA21 voor de komst vande Lelylijn. Zonder deze verbinding verslechtert het investerings- envestigingsklimaat in de regio, stagneert arbeidsdiversificatie en blijft talentwegvloeien. Op termijn zet dat simpelweg onze leefbaarheid onder druk.Juist daarom was het bijzonder pijnlijk dat in april 2025 het gereserveerdeLelylijnbudget door het toenmalige kabinet is aangewend voor anderedoelen. Provincies werden tegen elkaar uitgespeeld en perspectief werdingeruild voor kortetermijnpolitiek. Maar goed, dat is gebeurd en numoeten we vooruitkijken. JA21 is blij dat er inmiddels een Lelylijngezant isaangesteld, maar een gezant zonder duidelijke opdracht en politiekeijkpunten is niet veel meer dan een wassen neus. Is de StaatssecretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12724 bereid de Kamer elk kwartaal niet alleen te informeren, maar daarbij ookte rapporteren over duidelijke mijlpalen, zoals uitgewerkte financierings-scenario’s, bestuurlijke afspraken en momenten waarop keuzes voor-liggen?Voorzitter. Dan de gunning van de HRN-concessie aan NS. Dat heeft geleidtot een stapeling van juridische procedures. De Europese Commissie isinmiddels een infractieprocedure tegen Nederland gestart. De kern iseigenlijk heel simpel: geen marktanalyse betekent juridisch drijfzand. Eendergelijke analyse is gebruikelijk, Europeesrechtelijk verankerd en inandere dossiers wel toegepast. Ondanks adviezen van de landsadvocaaten lopende procedures kiest het ministerie ook in het traject toekomstigemarktordening spoor voor het niet uitvoeren van een marktanalyse. Eentweetal vragen aan de Staatssecretaris. Waarom voert het ministerie inhet TMS-traject geen marktanalyse uit, terwijl dit in vergelijkbare dossierswel gebeurt en Europeesrechtelijk vereist is? Vraag twee: heeft deStaatssecretaris concreet inzicht in de juridische en financiële risico’s,waaronder mogelijke schadeclaims, die voortvloeien uit het niet uitvoerenvan een marktanalyse? Waarom kiest hij ervoor dit risico in hetTMS-traject te herhalen?Voorzitter. Koperdiefstal blijft ons spoornetwerk teisteren. Een paar wekenterug, op 30 november, was het weer raak. Dit keer rondom Zwolle. Deschadepost bedraagt, nog los van het ongemak voor hardwerkendeburgers, vele miljoenen euro’s per jaar. We weten dat ProRail dit probleemonderkent. Zo worden er extra camera’s en sensoren geplaatst en inenkele gevallen, zo heb ik gezien, wordt er ook nachtenlang geobserveerd.Maar bijna elke week tikt de koperprijs nieuwe records aan enlogischerwijs ligt meer ellende in het verschiet. Artikel 310 en 311hanteren als maximale straf hiervoor vier tot zes jaar en een geldboetevan de vierde categorie. Echter, veel uitspraken in de afgelopen jarentonen een combinatie van taakstraf en voorwaardelijke straf, zo ookafgelopen zomer. Toen werd een 51-jarige man veroordeeld voor maarliefst veertien afzonderlijke koperdiefstallen. Het gevolg? 180 uur taakstrafen 180 dagen voorwaardelijk. Dat kun je toch alleen maar kwalificeren alseen fopstraf? Dit soort straffen zijn eigenlijk eerder een uitnodiging daneen ontmoediging.Daarom een vraag aan de Staatssecretaris. De wettelijke strafmaxima bijkoperdiefstal zijn weliswaar fors, maar de rechterlijke uitspraken blijven inde praktijk vaak beperkt tot taak- en voorwaardelijke straffen. Deelt deStaatssecretaris de zorg dat dit geen afschrikwekkend effect heeft en datdiefstalschade aan onze vitale spoorinfrastructuur daarmee niet kanworden voorkomen? Wat doet hij vanuit zijn verantwoordelijkheid voorhet spoor om dit bijvoorbeeld bij Justitie en Veiligheid te agenderen? Ikvraag de Staatssecretaris niet om rechters de maat te nemen, zeker niet,maar ik vraag hem wel om zijn verantwoordelijkheid te nemen voor onzevitale spoorweginfrastructuur.Voorzitter, het laatste blokje. JA21 stelt veiligheid op straat en in hetopenbaar vervoer centraal. Het terugdringen van geweldsincidenten isessentieel om het veiligheidsgevoel van burgers te vergroten. In Kamer-brieven is onder andere sprake van Stationsdeals. Gemiddeld scoren55 stations lager dan een 6 op een vraag of men zich na zeven uur ’savonds veilig voelt. In de eerste helft van volgend jaar worden er driestations meegenomen in de uitvoering van de Stationsdeals, terwijlmaatregelen zoals verlichting en het aanpassen van zichtlijnen ookworden genoemd en vooral deze opties relatief snel kunnen wordenuitgevoerd. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij deze opties versneldkan toepassen op een groot deel van de 55 stations?Dan de laatste vraag: wat is nu de stand van zaken wat betreft despoorwegpolitie? Naar aanleiding van de motie-Eerdmans is er volgensmij begin dit jaar een pilot gestart. We horen hier goede verhalen over,maar op welke manier krijgt dit nu een vervolg?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12725 Of het nu gaat om de Lelylijn, veiligheid of juridische houdbaarheid, hetspoor vraagt om keuzes en niet om uitstel. Ik hoor dan ook graag eenaantal concrete toezeggingen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. U heeft een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik hoor meneer Goudzwaard zeggen dat we, om de veiligheid op hetspoor te verbeteren, zichtlijnen moeten aanpassen en dergelijke, maarlaten we het eens hebben over de veiligheid van de mensen in de trein,over de machinisten, de boa’s, de conducteurs en de reizigers zelf. Ik hoordaar geen woord over van JA21. Ik hoor geen woord over wat zij gaandoen om ervoor te zorgen al dat tuig dat rotzooi trapt in de trein, nooitmeer ook maar één voet in de trein kan zetten als ze overlast geven.Waarom zegt hij daar niks over?De heer Goudzwaard (JA21):Dank voor deze vraag. Ik sta hier een beetje van te kijken, want ik zeg netzelf dat veiligheid op straat en in het openbaar vervoer voor JA21 centraalstaat. Daarover hebben wij ook meerdere moties ingediend. Wij hebbenook moties gesteund over het toepassen van bodycams, over controles opde stations. Ik wil daarin heel graag samen optrekken met de heerHeutink. Ik heb dat nu niet genoemd, want er is zo veel te noemen overhet spoor. Maar laat het heel duidelijk zijn, veiligheid is voor JA21 eengroot goed. Als u ons verkiezingsprogramma hebt gelezen, dan hebt uook gezien dat wij daar vele miljarden voor willen uittrekken.De voorzitter:Dank u wel. Er zijn geen andere interrupties. Dan is het woord aan de heerDe Hoop namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Allereerst: dit is het eerste spoordebat in de nieuwesamenstelling van de commissie. Ik kijk uit naar de samenwerking metalle collega’s.Voorzitter. Het openbaar vervoer is belangrijk voor ons allemaal. Of het nugaat om werk, school of een bezoek aan het ziekenhuis, voor ontzettendveel mensen is het ov de toegang tot de samenleving. Toch zien we dathet openbaar vervoer steeds minder in staat is om die belangrijke taak inde samenleving te vervullen.Allereerst wil ik het hebben over de betaalbaarheid van ons openbaarvervoer. Helaas gaan de tarieven ook dit jaar weer 6% omhoog. De trein isvoor veel mensen helaas al een te duur vervoermiddel. Dat wordt nu nogduurder omdat het kabinet weigerde om meer geld beschikbaar te stellenen NS niet nog meer kan besparen zonder in de dienstregeling te snijdenof zonder noodzakelijke investeringen uit te stellen. Om uit deze negatievespiraal te komen zal een komend kabinet wat ons betreft echt structureelmeer geld bij moeten leggen voor het openbaar vervoer. Met een beetjepolitieke wil kunnen wij de prijzen bij NS bevriezen. Daar ben ik echt vanovertuigd.Daarnaast heeft het kabinet een streep gezet door de Onderwegpas,waardoor er ook geen betaalbaar abonnement komt voor mensen meteen laag inkomen. De Staatssecretaris schrijft in zijn brief aan de Kamerdat dit ligt aan een dekking vanuit het sociaal klimaatplan. Ik wasnieuwsgierig of de Staatssecretaris ook nog gekeken heeft naar anderedekkingsmogelijkheden. We hebben een schriftelijk overleg gehad en erzal vast ook nog een tweeminutendebat plaatsvinden, maar het zou fijnzijn als de Staatssecretaris daar al iets over zou kunnen zeggen. WatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12726 GroenLinks-Partij van de Arbeid betreft zouden we niet alleen voorminima betaalbare kaartjes moeten krijgen, maar ook een Nederland-ticket, een klimaatticket met een vast tarief in de daluren, zodat openbaarvervoer voor iedereen betaalbaar wordt.Dan kom ik bij de infrastructuur zelf. In Nederland rijden er iedere dagruim 3.500 treinen rond die meer dan 1 miljoen mensen van A naar Bbrengen. Er zijn steeds meer zorgen over het onderhoud van het spoor.ProRail luidde onlangs opnieuw de noodklok. Als we niet snel meer gaaninvesteren, dreigt het Nederlandse spoor steeds kwetsbaarder enstoringsgevoeliger te worden. Een concreet voorbeeld daarvan is desituatie in Haarlem, waar de komende periode tientallen losse onder-houdsmaatregelen worden uitgevoerd om het spoor overeind te houden,terwijl een integrale vernieuwing toekomstbestendiger en goedkoper is enminder hinder voor reizigers oplevert. Ik vind dat een onverstandigebezuiniging. Het kost de belastingbetaler uiteindelijk ook 15 miljoen aan,in mijn ogen, weggegooid geld. Het belemmert ook het uitbreiden van hetaantal intercity’s en zelfs de woningbouwopgave in de regio Haarlem.Deelt de Staatssecretaris de mening van mijn fractie dat er in ieder gevalaan de afspraken in de HRN-concessie moet worden voldaan, dus meerintercity’s erbij? Wat gaat hij doen om de benodigde financiering alsnogbeschikbaar te stellen? Kan daarbij ook gekeken worden naar cofinan-ciering door de regio als men er bij IenW zelf niet uitkomt?Dan over andere infraprojecten. Wij zijn als fractie geschrokken van eenbrief van het kabinet over de aansluiting van de Betuwelijn op het Duitsespoor bij Emmerich en de enorme vertraging op dat traject. Dat is nietconform de afspraken. Wanneer spreekt de Staatssecretaris met zijnDuitse collega’s hierover? Hoe staat het met het herstel van de HSL-Zuid?Is inmiddels duidelijk dat geld geen belemmerende factor is om deviaducten zo snel mogelijk te herstellen? Hoe staat het met de planningvoor de heropening van het spoor tussen Groningen en Duitsland? Wezijn inmiddels tien jaar verder na de aanvaring met de Friesenbrücke,maar nog steeds rijdt er geen trein. De lijn zou binnenkort opengaan,maar er dreigt opnieuw uitstel. IenW wil ook de Maasbrug bij Maastrichtslopen, ondanks dat deze brug juist noodzakelijk is voor toekomstigeverbindingen tussen Maastricht en België en er een motie vanGroenLinks-Partij van de Arbeid en Volt ligt om juist te onderzoeken ofgrensoverschrijdende verbindingen nieuw leven in te blazen is. Graag eentoezegging van de Staatssecretaris om met vervoerders en reizigersorga-nisaties in overleg te treden voordat er een definitief besluit wordtgenomen. Hoe kijkt men vanuit Vlaanderen naar deze mogelijkeverbinding in de toekomst? Hoe staat het met de plannen voor hetdoortrekken van de Noord/Zuidlijn zodat we uiteindelijk meer ruimtecreëren voor snellere en frequentere internationale treinen?Voorzitter. Ik kom bij Noord-Nederland en de HRN-concessie daar. Wijmaken ons zorgen over het verdere opknippen dat dreigt en de verdereprivatisering van de treindiensten op de noordelijke lijnen naar Groningenen Leeuwarden. Goed ov is een basisvoorziening en het spoor mag geenproeftuin zijn voor commerciële investeerders. Ook de regio Noord-Nederland heeft hier grote zorgen over. Als Arriva in open toegang hiergaat rijden, heeft dat potentieel grote gevolgen voor de treinzekerheid enbereikbaarheid van de stations langs deze lijnen. Het klinkt leuk, extratreinen, maar we weten ook dat dat ten koste kan gaan van NS-treinen endat als treinen van Arriva niet in een concessie rijden, Arriva ook zomaarkan besluiten treinen te schrappen als er geen winst op te maken is.Reizigers met abonnementen kunnen mogelijk niet met meerderevervoerders reizen. Wat mijn fractie betreft zou het dus zeker niet in plaatsvan de concessietreinen moeten gebeuren. Deelt de Staatssecretaris dezezorgen? Wanneer kan de Kamer heldere kaders verwachten voor dienstenin open toegang? Mocht dit wel gebeuren, ook al zouden wij dat nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12727 willen, dan kun je in ieder geval nog juridisch heldere afspraken makenmet een Arriva.Wat de Lelylijn betreft sluit ik me aan bij de vragen van de heerGoudzwaard.Ik dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan is het woord aan de heer Huidekoopernamens D66.De heer Huidekooper (D66):Hartelijk dank, voorzitter. Iedereen in dit land wil hetzelfde van mobiliteit,namelijk vlot van A naar B, betaalbaar, zonder gedoe en het liefstduurzaam. Het fantastische is dat de trein dat allemaal tegelijk kan. Maarals we dat zo willen houden, moeten we niet weglopen voor wat er numisgaat en voor de keuzes die dat vraagt.Voorzitter. De uitdagingen op het spoor zijn geen natuurverschijnsel, maarhet resultaat van politieke keuzes. Dan kunnen we het ook andersorganiseren. Daarom richt ik me vandaag op drie dingen: betaalbaarheid,veiligheid en de richting die we op moeten als we willen dat mensen ookin toekomst voor de trein blijven kiezen.Ik begin bij betaalbaarheid. Treinkaartjes zijn nog steeds duur en datmerken reizigers dagelijks. Toch zijn extreem hoge tariefstijgingen zoals ineerdere jaren de afgelopen twee jaar voorkomen. Dat gaf wat lucht, metde nadruk op «wat». Het was uitstel, maar geen oplossing. De rekeningkomt immers alsnog. Die komt niet alleen bij de reiziger terecht, maar ookbij het systeem zelf. Minder financiële ruimte bij NS betekent minderbuffers in materieel, versoberd onderhoud en een spoor dat steedskwetsbaarder wordt. Dat is op termijn geen houdbare situatie. Wiebetaalbaarheid serieus neemt, moet stoppen met doen alsof dit alleen eenNS-probleem is. Betaalbaarheid is een publieke keuze en die keuze vraagtdat we anders omgaan met capaciteit. Het systeem is nu ingericht openkele drukke uren per dag. Dat jaagt de kosten op, kosten die de reizigersuiteindelijk zelf betalen.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik wil nog even door op de prijs van de treinkaartjes. Hij zegt het namelijkniet letterlijk, maar het komt op mij over alsof hij het bagatelliseert. VindtD66 het nou werkelijk acceptabel dat je voor een retourtje Enschede–Den Haag straks, in 2026, bijna € 70 moet betalen om heen en weer tereizen? Dat kan toch niet waar zijn?De voorzitter:En «hij» is de voorzitter? Het is: de heer Huidekooper.De heer Huidekooper (D66):De heer Heutink voert een hele show op, maar volgens mij zijn wij hetvolledig eens: dat is belachelijk. Ik wil daar zo meteen nog wat overzeggen in mijn bijdrage. Als u het goedvindt, ga ik verder.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Huidekooper (D66):Want wie betaalbaarheid serieus neemt, moet stoppen met doen alsof ditalleen een NS-probleem is. Betaalbaarheid is een publieke keuze en diekeuze vraagt om anders om te gaan met capaciteit. Het systeem is immersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12728 ingericht op enkele extreem drukke uren per dag en dat jaagt de kostenop, kosten die de reizigers uiteindelijk zelf betalen. Voor D66 is de richtingduidelijk: minder focussen op piekbelasting, meer spreiding en efficiëntergebruik. Dat is niet alleen goedkoper, maar ook eerlijker. Welke structurelemaatregelen ziet de Staatssecretaris voor zich om de spitsdrukte terug tedringen? Is hij bereid om tariefdifferentiatie en andere vormen vanspreiding opnieuw serieus te verkennen, juist om de betaalbaarheid op delange termijn te borgen?De voorzitter:Ik ga eerst nog even terug naar de heer Heutink. Daarna komen de heerGrinwis en de heer De Hoop.De heer Heutink (PVV):D66 trekt nu weer een oud konijn uit de hoge hoed, namelijk de spits-heffing van NS, waarvan de Kamer eerder heeft gezegd dat dit een heelslecht idee was, is en altijd zal blijven. Waarom? Heel veel mensen kunnenniet kiezen wanneer ze de trein nemen om naar hun werk te gaan. Is D66serieus bereid om mensen die gewoon om 8.30 uur of 9.00 uur op hunwerk moeten zijn extra te laten betalen, opdat het dan allemaal misschieniets beter gaat? Dat is toch volstrekt oneerlijk tegenover al die mensen diedaar niks aan kunnen doen?De heer Huidekooper (D66):Dank voor de vraag. Treinreizen moet betaalbaar zijn. Daarom hebben wijook gepleit voor de Onderwegpas en zullen wij ook altijd blijven pleitenvoor investeringen in openbaar vervoer, juist om die trein betaalbaar tehouden. Maar we moeten ook constateren met elkaar dat de Kamer deafgelopen jaren telkens heeft geconstateerd dat de treinkaartjes te duurwerden, waarna er incidenteel geld werd gevonden. Dat leidt ertoe dat derekening uitblijft maar later alsnog komt. Ik wil in deze commissie op zoeknaar een oplossing, zodat we die betaalbaarheid structureel kunnenborgen. Dat is ook de kern van mijn betoog.De heer Heutink (PVV):Maar dan moet meneer Huidekooper wel het eerlijke verhaal vertellen,namelijk dat hij niet wil borgen dat het voor iedereen betaalbaar is. Hij wilde betaalbaarheid voor een kleine groep misschien een beetje verbeteren,maar hij wil het vooral verschrikkelijk maken voor een hele grote groepmensen die niet zelf kunnen bepalen wanneer ze op hun werk zijn. Dat ishet eerlijke verhaal. Ik wil dat D66 daar eerlijk over is.De heer Huidekooper (D66):Het beeld dat hier wordt geschetst herken ik totaal niet, dus dat laat ikgraag bij de heer Heutink.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik hoor de heer Huidekooper over efficiëntie, prijsdifferentiatie en zo omde prijskaartjes van de NS en eigenlijk van het hele openbaar vervoer eenbeetje te dempen. De heer Huidekooper weet ook wel dat we het daaralleen niet mee gaan redden. We hebben te maken met een heel basalevoorziening waarin we grofweg voor de helft publiek geld in moetenstoppen. Voor de andere helft komt het uit de kaartjes. Als we de publiekegeldstroom te veel afknijpen, wat we nu eigenlijk aan het doen zijn, dangaat het gewoon niet goedkomen met de betaalbaarheid en de aantrekke-lijkheid van het openbaar vervoer. Wat is dan de ambitie van D66? Het kanniet alleen geregeld worden in deze commissie. Heel soms lukt het meteen amendement. Ik heb er pas de toorn van automobilisten mee gewekt,overigens met steun van D66 ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12729 De voorzitter:Dank u wel.De heer Grinwis (ChristenUnie):Met een amendement hebben we voor een paar jaar geld kunnen regelenvoor het ov, maar het moet wel structureel worden doorgezet. Wat is dande ambitie van D66, niet alleen aan deze tafel, maar ook een paar deurtjesverderop, aan de andere tafel?De voorzitter:Kortere interrupties graag, meneer Grinwis.De heer Huidekooper (D66):Dank voor de vraag. Zoals de heer Grinwis ook al aangeeft, heeft D66 zijnamendement ook gesteund. Ik denk dat ik kan volstaan met de opmerkingdat u mijn partij kent als een partij die altijd pleit voor investeringen in hetopenbaar vervoer en zeker ook de trein. Ik zit niet aan de formatietafel,maar ik kan u garanderen dat dat ook daar de inzet zal zijn.De heer Grinwis (ChristenUnie):Mag ik dat dan als volgt beluisteren? Ik heb helaas ook maar incidenteel,voor een paar jaar, een gat kunnen vullen. Het is op z’n minst de ambitieen de inzet van de D66-fractie om die reeks structureel door te trekken.Klopt dat? Er is natuurlijk veel meer nodig, maar dat is nog wel het minstewat ik mag verwachten van D66 als inzet en eigenlijk ook wel als resultaat.De heer Huidekooper (D66):Ik vind het heel charmant dat de heer Grinwis hier een toezegging over deformatie probeert af te dwingen. Ik denk dat mijn vorige antwoordvolstaat. Onze inzet is gericht op versterking van het openbaar vervoer enhet vinden van genoeg geld daarvoor. Laat ik echter niet vooruitlopen ophet verloop van de onderhandelingen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank aan de heer Huidekooper voor het eerste deel van zijn betoog. Ikhoorde de heer Heutink zeggen dat een kaartje Enschede–Den Haag heenen weer € 70 kost. Dat vind ik heel vervelend voor de heer Heutink, maarhet gaat mij vooral om de betaalbaarheid voor mensen met een laaginkomen. Ik weet dat D66 heel lang heeft gezegd dat die Onderwegpas ermoet komen. Dat wordt nu uitgesteld. Welke mogelijkheden ziet de heerHuidekooper om snellere stappen te zetten richting de Onderwegpas?De voorzitter:Ik geef allereerst het woord aan de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Persoonlijk feit. Ik word hier aangevallen. Ik wil benadrukken dat ik nietmet de trein ga omdat ik hier op tijd wil zijn. Ik ga met de auto.De voorzitter:Heel vroeg dan waarschijnlijk. De heer Huidekooper.De heer Huidekooper (D66):Dank voor de vraag. De heer De Hoop vindt mijn partij volledig aan zijnzijde waar het gaat om de teleurstelling over het antwoord van deStaatssecretaris. De Onderwegpas is voor mijn partij heel belangrijk, juistom te voorkomen dat er vervoersarmoede ontstaat en om ervoor tezorgen dat mensen met een kleine portemonnee ook het openbaarvervoer kunnen blijven nemen. Ik zie zo een-twee-drie geen beschikbareTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127210 dekking, maar die vraag geleid ik graag door naar de Staatssecretaris.Voor ons is het namelijk heel belangrijk dat die pas er alsnog komt.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De heer Heutink heeft natuurlijk gelijk dat we niet zomaar mensen moetenaanvallen in dit debat. Ik zal dat naar zijn voorbeeld dan ook niet meerdoen.Dan het punt van de spitsheffing, waar ik de heer Huidekooper overhoorde. Mijn fractie heeft altijd gezegd tegen een spitsheffing te zijn. Maartariefdifferentiatie in het dal kan natuurlijk wel een oplossing bieden ommensen te stimuleren in het dal te reizen, bijvoorbeeld met zo’n klimaat-ticket. Ik weet dat D66 dat ook in haar programma heeft staan. Als we metelkaar zeggen dat we structureel meer moeten investeren zodat debetaalbaarheid minder onder druk komt te staan, dan lijkt mij differentiatiein het dal een goede inzet. Ik hoop dat D66 daar nog hetzelfde in staat endat we ook daarin samen kunnen optrekken.De heer Huidekooper (D66):Absoluut. Wederom dank voor de vraag van de heer De Hoop. Wij hebbenhet over betaalbaarheid. Als ik spreek over de spitsheffing, betekent datniet het eenzijdig duurder maken van het kaartje in de spits. Het gaat overbetaalbaarheid, juist ook voor mensen die buiten de spits reizen. Als je hettarief in de spits iets duurder maakt, kunnen werkgevers mogelijk een deelvan de kosten dragen. Daarmee is het wellicht mogelijk om de trein-kaartjes voor mensen die reizen buiten de spits, dus in het dal, heel veelgoedkoper te maken. Dat is de denklijn die ik hier op tafel leg.De voorzitter:Er zijn op dit moment geen verdere interrupties, dus vervolgt u uwbetoog.De heer Huidekooper (D66):Dank, voorzitter. Dan kom ik bij de veiligheid, want die is cruciaal. Boa’szorgen ervoor dat miljoenen mensen elke dag veilig kunnen reizen, vaakonder lastige omstandigheden. Maar het knelt. Boa’s kunnen mensenzonder identiteitsbewijs niet zelf identificeren en moeten wachten op depolitie. Dat leidt tot onveilige situaties, lange wachttijden en frustraties bijreizigers en personeel. Soms moeten verdachten zelfs tientallen minutenworden vastgehouden en dat is onwenselijk voor iedereen. Maar ondanksdat het probleem al jaren bekend is en er een breed gedragen motie ligt,gesteund door 147 Kamerleden, is het nog niet geregeld. Daarom is mijnvraag aan de Staatssecretaris simpel maar dringend: kan hij concreetaangeven wanneer boa’s de middelen en bevoegdheden krijgen waar zijal zo lang om vragen en die zij nodig hebben om hun werk goed te doen?Voorzitter. Laat ik niet vergeten om de geweldige kansen op het spoor ookte benoemen, want er zijn genoeg initiatieven en bewegingen rondom hetspoor die positief en hoopvol stemmen. Afgelopen week kwam deNederlandse startup GoVolta in het nieuws. Zij gaan vanaf volgend jaargoedkope internationale treinen laten rijden tussen Amsterdam en Berlijnmet kaartjes vanaf € 10. Dat is geen curiositeit maar een signaal dat laatzien dat betaalbaarheid, innovatie en treinreizen prima samen kunnengaan, ook over de grens. Het laat ook zien dat de praktijk soms verder isdan het beleid. Voor D66 is dit precies de richting die we op moeten: nietalleen het spoor repareren maar ook moderniseren, niet alleen beherenmaar ruimte maken voor vernieuwing, niet alleen nationaal denken maarEuropees. Welke lessen trekt de Staatssecretaris uit dit soort initiatieven?Is hij bereid om te kijken welke regels dit soort betaalbare internationaletreinverbindingen nu nog in de weg staan, zodat we die gericht kunnenwegnemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127211 Tot slot, voorzitter. Het spoor staat op een kruispunt. We kunnen blijvenoplappen, pleisters plakken en problemen vooruitschuiven, of we makenstructurele keuzes over betaalbaarheid, veiligheid en capaciteit. De trein iste belangrijk om te laten vastlopen in kortetermijndenken. Reizigersverdienen duidelijkheid en Nederland verdient een spoor dat betrouw-baar, betaalbaar en toekomstbestendig is. Mijn oproep is dan ook: latenwe stoppen met pleisters plakken, laten we de oorzaken aanpakken enkiezen voor een spoor waar mensen op kunnen vertrouwen, nu en in detoekomst.Ik zie uit naar de beantwoording door de Staatssecretaris.De voorzitter:Ik dank u voor uw bijdrage. Ik kijk of er een interruptie is. Dat is niet hetgeval. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Schutz namens deVVD.De heer Schutz (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dit commissiedebat vindt plaats op het momentdat de reizigers en de goederenvervoerders dagelijks ervaren hoekwetsbaar het spoorsysteem is door de staat van het spoor en aanhou-dende verstoringen die tot ver na 2027 boven de KPI’s van ProRail blijven.De opgave wat betreft het achterstallig onderhoud voor ProRail maar ookRijkswaterstaat – bijna 50 miljard in tien jaar – is groot en ons inziens nietin één debat op te lossen. Voor de VVD is het herstellen en borgen vanbasiskwaliteiten evenals de benodigde prioritering een opgave voor eenvolgend kabinet. Ik vraag de Staatssecretaris aandacht voor projecten dienu niet worden opgepakt wegens een gebrek aan middelen – de heerDe Hoop refereerde daar ook al aan – maar die later wel tot hogere kostenen dubbele hinder leiden. Een voorbeeld is inderdaad de spoorknoopHaarlem, waar het niet combineren van onderhoud en capaciteitsuit-breiding leidt tot extra kosten en herhaalde overlast voor reizigers.Haarlem, de gemeente, is zelfs bereid financieel bij te dragen. Kan deStaatssecretaris bezien of deze toekomstige kapitaalvernietiging kanworden voorkomen door een andere planning of een aangepasteprojectvolgorde te kiezen?Dan betaalbaarheid.De voorzitter:Meneer Grinwis, ga uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Een goed punt van collega Schutz inzake Haarlem. Daar dreigen weinderdaad echt geld weg te gaan gooien. Als we de zaken nu combineren,dan besparen we gewoon op lange termijn geld. Mijn collega vraagt hetpositief welwillend maar nog heel voorzichtig, «kan de Staatssecretarisbezien», maar verwacht hij niet gewoon de toezegging dat de Staatssecre-taris het gaat doen, dat hij die voorfinanciering door de regio omarmt endat hij het gaat fiksen?De heer Schutz (VVD):Wie ben ik om een toezegging te weigeren? Dus als dat zou kunnen, heelgraag.De voorzitter:Kijk eens aan, de heer Grinwis is tevreden, zie ik. Meneer Schutz, vervolgtu uw betoog.De heer Schutz (VVD):Dan de betaalbaarheid. Voor de VVD zijn tariefverhogingen alleenuitlegbaar als de prestaties op orde zijn; de heer Heutink gaf daar net ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127212 al een beschouwing over. Hoewel de meeste KPI’s in het tweede kwartaaldat wel laten zien, ervaren reizigers nog volle treinen in de spits. Doorverstoringen, de staat van het spoor en sociale onveiligheid staat hetproduct spoor zwaar onder druk. Tegen die achtergrond vond ik devoorgestelde tariefstijging van 6,5% in 2026 fors, ook al bestaat diegrotendeels uit huidige, oude en toekomstige uitgesmeerde inflatie. ZowelNS als reizigers ondervinden hiervan de gevolgen. Ook dat is wat de VVDbetreft een afweging voor het volgende kabinet. Daarin past wat mijbetreft inderdaad een systeembeschouwing, waar de heer Huidekooperover sprak, om te kijken of het plakken van pleisters kan stoppen en we opeen structurele manier dit dossier ter hand kunnen nemen.Dan de noordelijke lijnen en de deur-tot-deurreizen. Er lopen op ditmoment twee zaken bij het College van Beroep voor het bedrijfslevenover de noordelijke lijnen en over MaaS en deur-tot-deuraanbieders. In deArrivazaak zijn signalen ontvangen over de noodzaak tot verlenging vande op 8 december verlopen termijn. Daarnaast bestaan bij deMaaS-partijen zorgen over de correctie van de concessie. De vraag is ofdeze voldoet aan de tussenuitspraak van hetzelfde college. Is de Staatsse-cretaris bereid deze signalen kritisch te wegen en zo nodig onafhankelijkjuridisch advies in te winnen om de zorgvuldigheid te borgen? Ik vraagom een toezegging.Dan de kaderovereenkomst in het kader van het Besluit capaciteitsver-deling. Met de aangenomen motie-Veltman is ProRail verzocht voorstellente doen voor juridisch bindende kaderovereenkomsten. ProRail heeftinmiddels een analyse met oplossingsrichtingen, regelgeving en tijdpadopgeleverd, maar deze is nog niet met de Kamer gedeeld. Kan deStaatssecretaris deze analyse aan de Kamer sturen, met een kabinetsre-actie en de vervolgstappen richting de invoering van juridisch bindendekaderovereenkomsten? Ook daarover graag een toezegging.Ik hoor graag van de Staatssecretaris in het kader van het internationalespoor welke voortgang er is geboekt in de Europese gesprekken overgrensoverschrijdende ticketsystemen en wat NS nodig heeft om eenvolwaardig internationaal aanbod te kunnen leveren dat vergelijkbaar ismet dat in onze buurlanden. Ook vraag ik welke concrete stappenDuitsland en België samen met ons zetten om meer capaciteit te reali-seren op de corridors via de HSL-Zuid, Bad Bentheim en het ook aleerdergenoemde Emmerich.Sociale veiligheid is een absolute randvoorwaarde in het personen-vervoer. Met Stationsdeals, extra cameratoezicht en bodycams wordenstappen gezet, maar boa’s moeten sneller kunnen identificeren. Pilotslaten zien dat dat werkt. Kan de Staatssecretaris in overleg met deMinister van JenV verkennen hoe bredere informatietoegang voor boa’smogelijk wordt, bijvoorbeeld tot de Strafrechtketendatabank en hetvreemdelingenregister? Daarnaast is het goed dat er specifiek aandacht isvoor de veiligheid van vrouwelijke reizigers, ook voor mannelijkereizigers, maar vooral vrouwelijke reizigers. Welke concrete maatregelenworden uitgewerkt en hoe worden de ervaringen en inzichten vanvrouwen daarbij betrokken?Tot slot goederenvervoer. Van RailGood hoorde ik dat het spoorgoederen-vervoer al vier jaar krimpt, onder andere door heffingen. De «ERTMS-only»-uitrol tot 2050 legt spoorgoederenvervoerders een onrendabele topvan circa 300 miljoen op richting 2031–2035, terwijl zij anders danov-bedrijven niet volledig zouden worden gecompenseerd en de batenvooral bij IenW en ProRail liggen. Herkent de Staatssecretaris hetgeschetste beeld en welke handelsruimte ziet hij? Daarbij betrek ik graagde vraag die oud-collega’s Minhas en Van Ginneken stelden op1 december 2022, namelijk om te verkennen of er in Europa steun is omgeldende staatssteun soepel toe te passen, gegeven het belang van hetspoorgoederenvervoer voor havens en het achterland. Hoe verhoudt deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127213 gewenste modal shift zich tot strengere normering, zoals lagere geluids-productieplafonds? En hoe blijven die industriële locaties bereikbaar?De voorzitter:Komt u tot een afronding?De heer Schutz (VVD):Zeker. Ik richt me daarbij met name ook op de situatie in Groningen enMoerdijk.Tot slot. Wat is de stand van zaken bij de uitvoering van de motie-Minhasover de invoering van 740 metertreinen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Het woord is aan mevrouw Boelsma namens het CDA. Gaatuw gang.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Voorzitter. Sinds mijn start in de Tweede Kamer maak ik regelmatiggebruik van de trein. Voor uw beeld: ik ben woonachtig in Fryslân enmaak gebruik van een treinverbinding die in theorie ideaal is voorwoon-werkverkeer richting Den Haag. Na een autorit van een klein halfuurstap ik in de intercity richting Den Haag. Ik zou niet over hoeven stappenen in mijn verbeelding zag ik mijzelf zitten in een ruime coupé ombijvoorbeeld een spoordebat voor te bereiden. De werkelijkheid is eenbeetje anders. De rust is er al af vanaf het begin in het Noorden enwekelijks zijn er calamiteiten op het spoor, variërend van koperdiefstal eneen gestrande trein tot een te kleine trein omdat het koppelen niet lukt.Voorzitter. Ondanks dit wat negatieve begin van mijn eerste commissie-debat wil ik het volgende kwijt over de houding van het personeel in detrein en op het perron. Die verdient meer dan een compliment: ze zijnbehulpzaam, opgewekt en ze doen ontzettend hun best om iedereen vanA naar B te vervoeren. Dank daarvoor.Voor de Staatssecretaris heb ik een aantal vragen. Ten eerste over deveiligheid. Daar is al eerder aan gerefereerd. We lezen in de stukken dat ernog steeds geen duidelijkheid is over het uitbreiden van de bevoegd-heden van de boa’s. Kan de Staatssecretaris aangeven wat de stand vanzaken is en welke uitbreiding op welk moment aan zou kunnen vangen?Mijn vervolgvraag hierop: hoe borgt de Staatssecretaris onder andere depilots om toe te staan dat de boa’s het Real Time Intelligence Center vande politie op afstand kunnen bevragen?Mijn tweede punt betreft de toename van de impactvolle verstoringen.Hier liggen een aantal oorzaken aan ten grondslag. Een van de oorzaken isheel verdrietig: aanrijdingen en bijna-aanrijdingen met personen. Als CDAmaken we ons hierover zorgen. We weten dat ProRail het suïcidepreven-tieprogramma spoor uitvoert. Onderdeel van dit programma zijn onderandere fysieke maatregelen en slimme camera’s. Kan de Staatssecretaristoezeggen dat dit programma wordt doorgezet? Voor wanneer ontvangenwe er duidelijkheid over dat dit ook financieel geborgd is binnen het BKN?Als derde lezen we dat de decentrale overheden en de regering geenovereenstemming hebben bereikt over het robuuste spoor en deemplacementen. Er zijn door andere politieke partijen meerdere motiesingediend om in overleg te blijven. Onze vraag is wat de stand van zakenis en hoe de gesprekken verdergaan. Wanneer wordt het nieuwe robuustespoor vastgesteld en kan er tegemoetgekomen worden aan de zorgen vanVNG en IPO? Kan de Staatssecretaris toezeggen dat er met een frisse bliknaar dit vraagstuk wordt gekeken, met als doel een politiek-bestuurlijkuitlegbaar systeem, met een goede balans tussen het vervoer vangevaarlijke stoffen, ruimtelijke ordening en veiligheid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127214 Als laatste wil ik aandacht vragen voor het treinverkeer in het Noorden.We zijn blij dat de Staatssecretaris aandacht heeft voor de ontstanesituatie na de verschuiving van de middelen voor de Lelylijn en dat hij eenbezoek heeft gebracht aan het Noorden. We wachten de ontwikkelingen inhet kader van het masterplan af. Ik sluit aan bij de woorden van JA21 enGroenLinks-Partij van de Arbeid.Iets minder positief zijn een aantal andere zaken die spelen in hetNoorden. Ten eerste de lijn Groningen–Leeuwarden. Door bodempro-blemen is de maximumsnelheid beperkt en worden aansluitingen gemist.Ik wil van de Staatssecretaris weten voor wanneer dit is opgelost.Ten tweede de open toegang tot het spoor. Daar is ook al eerder overgesproken. Daarover is nog veel onduidelijk, maar één ding is welduidelijk, namelijk dat de cruciale vraag niet is of we nu NS, Arriva of wiedan ook willen laten rijden in het Noorden, maar hoe we ervoor zorgendat de trein vaak genoeg rijdt, dat die op tijd rijdt en dat er een plek is omte zitten. Ik vraag me echt af of we met het voortdurende gesteggel opweg zijn naar een zo goed mogelijk aanbod voor de treinreiziger in hetNoorden. Kan de Staatssecretaris daarom een brief toezeggen waarin devolgende zaken aan de orde komen? Eén. Klopt het dat het ministerieheeft voorgesteld om de plannen van Arriva uit te stellen tot de midtermreview, zoals Arriva in zijn verklaring stelt? En hoe verhoudt zich dit tot deuitspraak van het CBb, dat juist oplegde dat de overleggen nú hervatmoesten worden en niet moesten wachten? Twee. Ook vragen wij om eenvergelijking van het aanbod van Arriva met de huidige dienstverleningvan de NS, in ieder geval op de volgende punten: dienstregeling,frequentie, punctualiteit, zitplaatskans en de borging hiervan. Drie. In mei2025 is de motie-Pierik/De Hoop aangenomen over het uitfaseren vandieseltreinen in Noord- en Oost-Nederland. Wat is de stand van zaken? Ikweet dat onder andere het Noorden, Groningen en Friesland, zich in wilzetten voor partiële elektrificatie als onderdeel van de nieuwe concessie.Hoe staat de Staatssecretaris hierin?Tot zover mijn vragen.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst dank voor het laatste punt. Die uitfasering van de dieseltreinenlijkt me erg belangrijk. Ik zou ook even terug willen gaan naar het punt vanmevrouw Boelsma van het CDA over dat gesteggel over de noordelijkelijnen en de vraag of NS of Arriva het gaat doen. Mevrouw Boelsma zei:NS, Arriva of wie dan ook maakt me niet zo veel uit; het gaat erom dat ergenoeg treinen zijn en dat ze op tijd rijden. Maar om aan die kaders tekunnen voldoen, maakt het mogelijk wel uit wie dat doet, want bij NSweten we wat voor afspraken er zijn. Heeft mevrouw Boelsma er dan geenvoorkeur voor om toch die concessie te behouden?Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik ben in mijn vraag ook ingegaan op de mogelijkheid dat het toch Arrivawordt door wat er nu loopt qua proces. Wij hebben ingestemd met deconcessie. Dat is ook duidelijk. We weten dat er een mogelijkheid is datArriva delen in het Noorden krijgt. Vandaar mijn vervolgvraag over deborging, waar u denk ik ook zorgen over heeft, namelijk hoe het zit met dedienstregeling, frequentie, punctualiteit en zitplaatskans. Ik kan nietvooruitlopen op wat nu in procedure is. Maar ik weet wel dat de reiziger erop dit moment niet mee gediend is dat het uitgesteld wordt en dat er geenduidelijkheid is.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127215 Helder. Het is ook duidelijk hoe u die juridische situatie schetst. Wat mijnfractie wel zorgen baart is dat dit ook een soort precedent kan scheppendat steeds meer delen van die hoofdrailnetconcessie opgeknipt worden. Ikweet dat het CDA daar veel waarde aan hecht, maar u zit ook mee aan deformatietafel met partijen die marktwerking in zekere zin toejuichen –zeker VVD, JA21 mogelijk ook; D66 zit er altijd een beetje tussenin. HetCDA heeft dus best wel een belangrijke rol om die hoofdrailnetconcessieovereind te houden. Mijn vraag is vooral of mevrouw Boelsma zich hetbelang daarvan realiseert.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dat realiseert mevrouw Boelsma zich. U weet ook dat wij het ov eenpubliekszaak vinden, maar dat wij aan de randen openstaan voor dezesituatie. Alleen, het is nu niet in de concessie meegenomen. Maar voorhet CDA is het ov een publieke zaak.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan wil ik graag het woord geven aan deheer Van Duijvenvoorde namens FVD. Gaat uw gang.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Voorzitter. Treinen: luidruchtig, vies en komen te laat of soms helemaalniet. Treinkaartjes zijn duur en ’s avonds voelt het vaak onveilig. Dat is hetperspectief van de reiziger. Voor de Staat is het beeld niet heel veel beter.Sinds corona kosten treinen vooral geld, er worden fouten gemaakt bijmaterieelaankopen en het spoor kampt met wisselstoringen, werkzaam-heden en structurele vertraging. Dat is grofweg het alledaagse gevoelrond dit dossier.Maar wie even afstand neemt en niet kijkt naar het dagelijks ongemakmaar naar de trein als trein en het spoor als spoor, ziet iets anders. Detrein en het spoor behoren tot de grootste revoluties uit de geschiedenisvan de mensheid. Voor het eerst werd het tijd-ruimtegevoel fundamenteelveranderd. Afstanden krompen, steden raakten verbonden, marktenwerden bereikbaar. Na de scheepvaartrevolutie van de vijftiende eeuwheeft geen enkele uitvinding zo bijgedragen aan samenhang, economie enbeschaving als de trein en het spoor.De voorzitter:De Staatssecretaris reageert al buiten de microfoon, maar we gaan hemvragen om straks te reageren.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Dat is goed. Het is belangrijk om dat perspectief vast te houden, juist nude problemen zich opstapelen, want het Nederlandse spoor staat onderdruk. Dat is niet verbazingwekkend. In 2026 gaat ongeveer 3,7 miljard euronaar het spoor, op een rijksbegroting van 486 miljard. Dat is minder dan1%. Tegelijkertijd wordt het spoor wel aangeduid als vitale infrastructuuren ruggengraat van de economie. Deze spanning tussen ambitie enmiddelen verklaart waarom het systeem steeds krapper wordt georgani-seerd en elke extra opgave onmiddellijk tot verdringing leidt. HetOVV-rapport benoemt dit scherp: het spoor is niet ingericht voor demanier waarop we het nu gebruiken en kent daardoor weinig veerkracht;verstoringen hebben snel een ontwrichtend effect. De Staatssecretarisonderschrijft die analyse en erkent dat het basiskwaliteitsniveau spooronvoldoende is om het systeem echt vitaal te noemen. Wat ontbreekt isde vertaling van die analyse naar keuzes.Het BKN blijft leidend en structurele investeringsbeslissingen wordendoorgeschoven. De gevolgen zijn zichtbaar: meer werkzaamhedenoverdag, lagere frequenties en langere reistijden. Tegelijkertijd wil hetkabinet het spoor belasten met nieuwe ambities waaronder militaireTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127216 mobiliteit. Dat vergroot de druk, want ook zonder deze extra opgavenvoldoet het spoor nu al niet aan wat van een modern en betrouwbaarvervoerssysteem mag worden verwacht.Voor Forum voor Democratie is dit het moment om de discussie te keren.Het spoor is vitale infrastructuur. Het is geen marktproduct en geenbeleidsinstrument dat onbeperkt nieuwe doelen kan absorberen, zonderdat de onderliggende structuur wordt versterkt. Dat vraagt om duidelijkekeuzes over eigenaarschap, sturing en investeringsniveau. Wij zijndaarom in de kern positief over zowel de NS als ProRail als uitvoeringsor-ganisaties. De problemen liggen niet primair bij het beheer maar bij eenbestuurlijk model waarin de verantwoordelijkheid is versnipperd enambities niet worden gedekt door de middelen. Meer staatsinvloed opProRail, inclusief het serieus bespreken van nationalisatie of op z’n minstNS en ProRail dichter bij elkaar brengen, past bij het karakter van hetspoor als nationale ruggengraat. Tegelijkertijd moet meer staatsregie nietontaarden in bestuurlijke verstarring. ProRail opereert nu binnen een strakcentraal kader, maar zit vast aan een veelheid van lokale regels enprocedures die nationale projecten vertragen. Wie het spoor nationaalnoemt, moet ook zorgen voor een helder, uniform uitvoeringskader.Voorzitter. Het spoor leidt niet aan een gebrek aan analyses, maar aan eengebrek aan visie. Het systeem wordt aangesproken op prestatieswaarvoor het niet is ingericht, terwijl fundamentele keuzes wordenuitgesteld. Ik zie dat de heer Grinwis wil interrumperen, maar ik ga bijnaafronden. Investeren in het spoor betekent niet het bestaande systeemmet kunstgrepen overeind houden, maar het structureel versterken. Datvraagt ook om het durven heroverwegen van uitgaven elders, waarondermiljarden die nu worden besteed aan ideologisch gedreven groeneprojecten met een beperkt aantoonbaar effect. Er gaan tientallen miljardennaar speculatieve oplossingen voor abstracte problemen, terwijl weondertussen die grandioze uitvinding, de trots en zelfs vormgever van demoderne wereld, laten verslonzen en verstoffen. Wie het spoor werkelijkserieus neemt als vitale infrastructuur, zal moeten erkennen dattechnische optimalisatie niet volstaat. Dan zijn politieke keuzes onvermij-delijk.Ik heb vier vragen voor de Staatssecretaris.De voorzitter:Ik denk dat we eerst even naar de interruptie gaan. Dit is wel uw laatsteinterruptie, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):O, hebben we een limiet? Nou, we zijn ook aan het einde van de rij, dusdat is heel goed.De voorzitter:Daarom.De heer Grinwis (ChristenUnie):Complimenten voor deze lofzang op het spoor en de trein. Ik hoorde ietsover aansturing van ProRail. Waar denkt collega Van Duijvenvoordeconcreet aan? Want we hebben al heel lang een soort knipperlichtrelatiemet een wetsvoorstel dat er ligt om van ProRail een publiekrechtelijke zbote maken om de aansturing vanuit het ministerie te verbeteren, omdat weer nota bene ieder jaar meer dan 2 miljard euro publiek geld in stoppen.Hoe kijkt mijn collega daartegen aan?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik kan daar eigenlijk kort over zijn: dat wetsvoorstel steunen wij. Dat isprecies hoe wij er ook naar kijken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127217 De heer Grinwis (ChristenUnie):Helder.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ik heb tot slot nog vier vragen. Mijn eerste vraag: hoe rijmt het kabinet dekwalificatie «vitale infrastructuur» met het feit dat minder dan 1% van derijksbegroting naar het spoor gaat?De Staatssecretaris erkent dat het basiskwaliteitsniveau van het spooronvoldoende is om het systeem vitaal te houden. Waarom blijft dit niveaudan toch leidend in de programmering?Mijn derde vraag. In de afgelopen decennia is circa twee derde van hetspoor geëlektrificeerd, waardoor het spoor afhankelijk is geworden vanhet elektriciteitsnet, dat inmiddels zwaar onder druk staat. Daarmee zijntwee vitale infrastructuren fysiek en operationeel van elkaar afhankelijkgeworden, terwijl uit recente berichtgeving blijkt dat die afhankelijkheidsteeds vaker tot kwetsbaarheden leidt. Kan de Staatssecretaris aangevenhoe in het huidige beleid wordt geborgd dat het spoor bij overbelastingvan het elektriciteitsnet of bij calamiteiten operationeel blijft? Wordt in deaanbesteding en concessie expliciet gekeken naar redundantie enalternatieve tractievormen of sluiten duurzaamheidseisen bepaalde optiesop voorhand uit? Acht de Staatssecretaris het wenselijk om, vanuit hetoogpunt van veerkracht en leveringszekerheid, meer technologischeneutraliteit toe te passen in het spoorbeleid?Tot slot. Er is over gesproken en er is expliciet aangegeven dat de huidigescheiding tussen NS en ProRail in de praktijk tot veel knelpunten leidt. Zietde Staatssecretaris mogelijkheden om infrastructuurbeheer en -exploitatiedichter bij elkaar te brengen? Welke bestuurlijke belemmeringen staandaar op dit moment aan in de weg?Dank je wel.De voorzitter:Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Inmiddels is «publiekrechtelijke zbo» in het voorstelgeloof ik zelfs afgezwakt tot «privaatrechtelijke zbo», maar ik ben eigenlijkwel benieuwd hoe het daarmee staat. Oké, het ligt hier. Nou, ik benbenieuwd wat de Staatssecretaris ervan vindt. Wat vindt hij dat we ermeezouden moeten doen?Voorzitter. We gaan richting het einde van het jaar. Ik wil mijn bijdragebeginnen door mijn dank uit te spreken aan alle conducteurs, machinistenen medewerkers in het ov die in het afgelopen jaar de treinen, metro’s,trams en bussen weer hebben laten rijden, vaak tot dankbaarheid van dereiziger, maar soms helaas met als reactie «stank voor dank». Conduc-teurs hebben namelijk helaas nog veel te vaak te maken met agressie.Goed dat de Staatssecretaris bezig is met een aanpak voor het verbeterenvan de sociale veiligheid, maar welke verbeteringen kunnen we hetkomende jaar nu precies tegemoetzien? Collega Goudzwaard had het alover de spoorwegpolitie. Wat gaat de Staatssecretaris doen? Wat ook niethelpt voor de sociale veiligheid, en wat sowieso heel irritant is, zijn dievieze treinen. Met zulke dure kaartjes zou de trein toch op z’n minstschoon moeten zijn? Wat is daarin de ambitie van de Staatssecretaris?De Staatssecretaris heeft laten weten dat de Onderwegpas, inclusief eennieuw jongerenreisproduct, niet betaald kan worden uit het Social ClimateFund. Dat is een grote teleurstelling, gezien de wens van een groot deelvan de Kamer dat jongeren betaalbaar kunnen reizen met het openbaarvervoer. Ik denk dat de Staatssecretaris er eigenlijk ook wel van baalt. BlijftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127218 de Staatssecretaris zich inzetten voor een aantrekkelijk jongerenreis-product, à la de Jongerendagkaart? Graag een reactie. Ik doe in detussentijd gewoon maar weer eens een oproep aan de NS om dezeJongerendagkaart weer in te voeren, want dat kan gewoon. Hoe wil deStaatssecretaris ervoor zorgen dat het openbaar vervoer toegankelijkwordt voor mensen met lage inkomens? Een reisproduct voor minimabetaald vanuit het Social Climate Fund blijkt namelijk niet mogelijk.Het spoornetwerk dreigt een soort spoorwegmuseum te worden. Mijncollega had het daar ook al over. Minimaal onderhoud kan de komendejaren nog wel worden uitgevoerd, maar grote investeringen zullen nietmeer plaatsvinden. Een van de belangrijkste oorzaken is gebrek aan geld.Het window of opportunity om daar iets aan te doen is toch echt deformatie. Als we het spoornetwerk toekomstbestendig willen maken,hebben we die investeringen nodig. Nu is het veel te vaak penny wise,pound foolish.Denk bijvoorbeeld aan Haarlem. Collega Schutz van de VVD begon er ookal over. Daar worden allemaal losse onderhoudsmaatregelen uitgevoerd,terwijl er ook gekozen had kunnen worden voor een samenhangendeaanpak, die er ook nog eens voor zorgt dat er meer treinen kunnen gaanrijden. Op korte termijn lijkt de huidige gefragmenteerde aanpakmisschien wat goedkoper, maar op de middellange termijn niet, want overeen paar jaar gaan we dan alsnog geld uittrekken voor de verbouwing. Deregio wil nota bene zorgen voor voorfinanciering. Erkent de Staatssecre-taris dat we, als we de situatie in Haarlem op z’n beloop laten, uiteindelijkduurder uit zijn? Kan de Staatssecretaris toezeggen het aanbod van deregio voor voorfinanciering te omarmen en de regio tegemoet te komen?Kan hij toezeggen dat we het gewoon gaan fiksen de komende tijd?Kan de Staatssecretaris ook breder reflecteren op de effecten van het BKNspoor? Staat het BKN nu niet vol maatregelen die zorgen voor goedkooponderhoud, maar die op de langere termijn duurkoop kunnen zijn? Graageen reactie.Dan een paar specifieke punten. Ik begin met de flessenhals bij Meppel.Wat is de stand van zaken van de aanpak hiervan?Dan ga ik door naar Deventer. Kan de Staatssecretaris een update gevenover het vierde perron aldaar? Dat is nodig voor een goede bereik-baarheid van Oost-Nederland en Duitsland.Dan ga ik naar Maastricht. Daar ligt een spoorbrug, maar die wil deStaatssecretaris slopen. Zouden we niet eerst goed moeten onderzoekenwelke kansen de brug biedt voor de regio en de verbinding met België?Graag een reactie.Een klein stukje verder: Zeeland. Daar hebben we een jaar geleden deERTMS-discussie, die heel vervelend was voor Zeeland, voorlopigafgerond met een motie met daarin een aantal duidelijke verzoeken, die ikindiende samen met collega’s Vedder en Stoffer, onder andere over eenvierde intercity. De signalen die ik ontvang, zijn dat dit nog niet heel snelgaat. Hoe staat het nu met de uitvoering van deze motie? Wanneer zijn erwel of niet positieve resultaten voor Zeeland te melden? We zijn inmiddelseen jaar verder, dus het is tijd voor positieve resultaten voor de provincieZeeland, niet alleen wat betreft de intercity, maar ook wat betreft hetvervangend vervoer tijdens de ERTMS-proef. Graag een reactie.Voorzitter. Dan een vraag over Dordrecht Campus Leerpark. Dat datstation wordt gerealiseerd als nieuw ov-knooppunt is echt van belang,onder meer voor woningbouw. Voor het ontsluiten van die woningbouw-locaties is het geld best beschikbaar. Voor de realisatie van het station iswaarschijnlijk zo’n 70 miljoen nodig. Is de Staatssecretaris bereid om deontwikkeling van station Campus Leerpark onderdeel te maken van deMIRT-verkenning naar de Oude Lijn? Misschien kan daar vóór hetMIRT-debat nog duidelijkheid over komen; op dat moment kunnen we erdan verder over sprekenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127219 Mijn een-na-laatste puntje is het goederenvervoer. Fijn dat de Staatssecre-taris wil kijken of hij met de provincies en de gemeenten tot overeen-stemming kan komen over de ontwikkeling van een basisnet. Welkeuitgangspunten gaat hij hierbij hanteren, ook in het licht van aangenomenmoties?Ten slotte, voorzitter. Allerlei vervoerders bieden abonnementen aan dieop de bankpas kunnen worden gezet, maar de NS doet dat niet. Kan deStaatssecretaris in gesprek gaan met de NS om ook deze vervoerder tevragen het mogelijk te maken abonnementen aan de bankpas toe tevoegen?Tot zover.De voorzitter:Ik dank u voor uw bijdrage. Ik zie dat de heer Huidekooper een interruptievoor u heeft.De heer Huidekooper (D66):Dank voor deze bijdrage, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Grinwis. Ikwas blij dat hij Haarlem noemde en zei dat daar een spoorwegmuseumdreigt te ontstaan. Hij gebruikte daarbij de woorden: goedkoop isduurkoop. Nou, dat herken ik. Dat zijn de letterlijke woorden die ik dinsdagbij de technische briefing Instandhoudingsopgave heb gebruikt. Ik zoueven willen onderzoeken of de heer Grinwis bereid zou zijn om ook eenstap verder te gaan. We willen denk ik allemaal voorkomen dat hier eendesinvestering wordt gedaan. Is hij bereid om van de Staatssecretaris detoezegging te vragen dat hij toch gaat kijken of dat besluit nog kanworden herzien?De heer Grinwis (ChristenUnie):Volgens mij heb ik dat de facto gedaan met mijn vraag. Fijn dat collegaHuidekooper dit punt ook nog even aanroert en daarmee laat zien dat D66het pleidooi van VVD en ChristenUnie steunt. Volgens mij was hij dit punteven vergeten in zijn eigen bijdrage, dus dit is een goede methode.Complimenten! Bij dezen dus de vraag aan de Staatssecretaris, die iknamens de heer Huidekooper doorspeel: bent u bereid dat besluit teherzien? Ik ben er namelijk echt van overtuigd dat als IenW een beetjeafhoudend blijft in die zin dat we de boel maar gefragmenteerd blijvenoplossen, we een dief van onze eigen portemonnee, een dief van dereiziger en een dief van die regio zijn.De voorzitter:Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde van de eerste termijn van dekant van de Kamer gekomen. Er zijn best veel vragen gesteld, dus ik zouwillen voorstellen om ruim een halfuur te schorsen, zodat de Staatssecre-taris goed zijn korte en bondige antwoorden in zijn eerste termijn kanvoorbereiden. De druk is dus hoog; ik leg die druk er alvast op. «Kort enbondig» is een hele belangrijke toevoeging. We gaan nu schorsen zodatde Staatssecretaris zijn werk kan voorbereiden. Ik schors tot 11.30 uur. Totstraks.De vergadering wordt van 10.59 uur tot 11.30 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen het commissiedebat Spoor. We zijn bij de beantwoording vande eerste termijn van de kant van het kabinet. De Staatssecretaris gaatantwoorden geven. Ik zou hem willen vragen om vooraf aan te geven watzijn blokjes of onderwerpen zijn; dan kunnen we dat voor de administratieook hier opschrijven. Ik zou de leden willen voorstellen om de interruptiesdan aan het einde van elk blokje te doen. Dat is lekker overzichtelijk. Weweten dat we nog een lunchpauze hebben. We weten ook dat we nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127220 moeten stemmen straks. Ik wil het dus graag een beetje overzichtelijkhouden. Staatssecretaris, ga uw gang.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Mijn eerste mapje bevat een algemene visie op dewereld, ook wel bekend als introductie. Daarna zal ik ingaan op debetaalbaarheid, veiligheid in het openbaar vervoer en de marktordenings-discussie. Ik heb ook nog een mapje «projecten». Daarin zit een aantaldingen waarnaar specifiek is gevraagd, zoals de brug bij Maastricht, deflessenhals bij Meppel en Haarlem. Tot slot heb ik nog het fameuze blokjeoverig.Voorzitter. Wat goed om hier met de nieuwe Kamer van gedachten tewisselen over een belangrijk onderwerp als spoor. Ik vond dat de heerVan Duijvenvoorde heel mooi even het historisch belang liet zien vanspoor, van rails en eigenlijk breed van infrastructuur, waarbij spoortoentertijd de innovatie was. Dat is een beetje hoe ik probeer te kijkennaar het maatschappelijk belang van het openbaar vervoer, van spoor, vaninfrastructuur. In dit domein gaat het vaak over de techniek, over kaartenen over waar het is, maar het maatschappelijke belang van infrastructuur,van spoor, is ook belangrijk, nog los van de samenhang en de maatschap-pelijke verbinding, naar je werk, naar je familie of naar je vrienden, ommensen te ontmoeten.Ik zeg altijd dat we als land voor drie grote uitdagingen staan en volgensmij zijn we het daarover eens. We hebben een woningbouwprobleem, datwe moeten oplossen. Als we dat in dit land willen doen, zullen we massiefmoeten investeren in infrastructuur, zowel in wegen als in spoor als inallerlei andere varianten. Ik ben heel blij dat we met dit kabinet nog2,5 miljard hebben mogen vrijmaken voor de impuls voor infrastructuurvoor woningbouw, dus specifiek gericht op woningbouw, om dewoningbouw te ondersteunen.Een andere belangrijke opgave is, helaas, hoe we ons land veilig enweerbaar houden tegen een steeds groter wordende dreiging in dewereld. Ook daarbij is de infrastructuur in een land als Nederland vanbelang. Als wij ons continent willen beschermen tegen dreiging, metname vanuit het Oosten, moeten we massief investeren in militairemobiliteit, in de weerbaarheid van onze spoorverbindingen, onze wegen,onze bruggen, onze sluizen. Historisch gezien is het inderdaad zo dat je,als je je militaire afschrikking op orde wilt hebben, ook de militaireverplaatsingen op orde zult moeten hebben, al willen we natuurlijk nietdat het zover komt.Daarom is een van mijn prioriteiten ook echt om te investeren in militairemobiliteit, zowel fysiek als administratief. Fysiek doen we dat op eenaantal plekken en daar moet echt nog wel flink wat gebeuren. Ook deadministratie moet op orde, want we hebben er best wel een bureaucra-tische rompslomp van gemaakt in de afgelopen 30 jaar in vredestijd.Daardoor komen treinen bijvoorbeeld stil te staan, omdat de papieren nietop orde zijn, omdat dingen niet goed geregeld zijn. Ik ben er heel trots opdat we afgelopen week bekend hebben kunnen maken dat we van planzijn om de voorrangsregels, waarbij militair vervoer helemaal onderaanbungelde, als een soort sluitstuk op het spoor, aan te passen aan demoderne tijd, wat nodig is om ons land en ons continent veilig enweerbaar te maken.Een laatste uitdaging is hoe we ervoor zorgen dat we op een duurzamemanier een gezonde boterham blijven verdienen, niet alleen nu, maar ookover 50 jaar. In heel Europa staat ons economisch verdienvermogen, onsconcurrentievermogen, onder druk. Zowel personenvervoer als goederen-vervoer kan daar een enorme bijdrage aan leveren. Denk aan slimmeverbindingen. Wij zijn altijd een open, internationaal land geweest metgoede verbindingen all over the world, via het land, via de lucht, via deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127221 trein, via het water. Investeren in infrastructuur levert gewoon geld op. Ikdenk dat dat een heel belangrijk iets is om te onderschrijven.Goed dat we vandaag over het spoor spreken. Daar ben ik blij om,ondanks dat we echt wel te maken hebben met een financiële uitdaging,om het maar even met een understatement te zeggen. Ik denk dat hetgoed is om dat te zeggen en ik zal daar zo nog wat verder op ingaan. Opdit moment kunnen we het spoor eigenlijk alleen nog maar in standhouden. Ik zal zo iets zeggen over Haarlem. Het doet gewoon pijn aan jehart als je dat ziet. Iedereen met een beetje gezond verstand vraagt:waarom doen we dat? Feit is gewoon dat er op dit moment alleen geldbeschikbaar is voor instandhouding en voor dingen die al lopen. De casusvan Haarlem betreft een nieuwe stap die we moeten zetten. Dan moet jehet budget elders in onderhoud gaan weghalen, want anders is ergewoon geen ruimte om dat te doen, terwijl je eigenlijk denkt ... Ik zal erzo nog wat verder op ingaan. Er staan ons dus wel wat uitdagingen tewachten.Voor mijzelf heb ik gezegd dat het belangrijk is om in het hier en nu eenaantal stappen te zetten, op het gebied van militaire mobiliteit enveiligheid in het openbaar vervoer. Een van de grootste zorgen die ik heb,is dat de verharding in de samenleving, de verruwing in de samenleving,versterkt wordt in het openbaar vervoer en dan op het bordje komt van demedewerkers. Er zijn mensen die niet meer met de trein durven gaan,omdat we daar dingen echt hebben laten lopen. Vandaar dat ik ook zelfheb gezegd: ik vind het belangrijk dat we daar stevige stappen in gaanzetten. Daar zal ik zo nog verder op ingaan. In de tussentijd probeer ik, ookin deze dubbeldemissionaire periode, een aantal bouwstenen in desteigers te zetten voor de betaalbaarheid voor de reiziger, voor destabiliteit en de betaalbaarheid voor de belastingbetaler en voor destabiliteit van het systeem.Voorzitter. Met uw goedvinden ga ik nu naar het kopje betaalbaarheid.Daar is veel over gezegd.De voorzitter:We gaan eerst even kijken of er interrupties op de introductie zijn. Ik zagde heer Grinwis zijn hand al opsteken. Ik zou willen voorstellen om vierinterrupties per persoon toe te staan voor de gehele termijn van deStaatssecretaris. Meneer Grinwis, ga uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben blij met de inleiding van de Staatssecretaris en met hoe hij diedrie grote uitdagingen schetst en ze verbindt met het domein vaninfrastructuur, vervoer en openbaar vervoer. Maar we moeten natuurlijkwel constateren dat we niet alleen weleens kunnen spreken van eenverweesde samenleving, maar ook van een verweesd ministerie, eenverweesd domein, dat de afgelopen jaren in de politieke prioritering nietheeft gekregen wat nodig is om ons land infrastructureel sterk te houdenen in beweging te houden. Ik zie wel wat tekenen van hoop. De Staatsse-cretaris heeft sinds zijn aantreden in ieder geval de BDU-bezuinigingvoorlopig even naar voren weten te schuiven. Ook heeft hij aangekondigddat de financiering van het ov echt anders moet en dat hij dat goed inkaart gaat brengen. Ik zie dus echt zijn inzet wel. Denkt hij dat het mogelijkis om in de politieke prioritering in Den Haag – in relatie tot de formatie isdat natuurlijk superactueel – IenW weer eens wat hoger op de prioriteiten-ladder te krijgen? Want eerlijk is eerlijk, ik schaam mij een beetje voor hoewij als politiek IenW, het domein dat eronder schuilgaat en het grotemaatschappelijke belang daarvan, een beetje verweesd hebbenachtergelaten.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127222 Ik denk dat wij die zorg delen. Daarom probeer ik dat als Staatssecretarisook heel helder voor het voetlicht te brengen. Het zijn uiteindelijk allemaalpolitieke keuzes. We hebben een jaarplak, om het zo maar te zeggen, inhet Mobiliteitsfonds. Alles bij elkaar opgeteld kom je op 13 à 14 miljard,geloof ik; 6 miljard is vrij te besteden. Als alle instandhoudingskosten erafgaan, is er voor de gaten die we nog over hebben, nog een miljard ofanderhalf. Dat is het, even heel grofmazig. Ik zeg altijd: ik kom zelf uit deKamer, waarin ik Sociale Zakendebatten deed. Sociale Zaken heeft eenbudget van 127 miljard. Het is gewoon een politieke keuze om het zo metelkaar te doen. Sociale Zaken 127 miljard, Volksgezondheid ook iets in dieorde van grootte, geloof ik: dat zijn allemaal politieke keuzes die we metelkaar maken. Ik zeg niet dat we het daar automatisch maar moetenweghalen, maar alles wat we hier met elkaar doen, is een politieke keuze.Ik probeer uit te leggen dat ...Neem bijvoorbeeld het onderzoek van Christophe van der Maat naar deveiligheid en de weerbaarheid van ons spoor. De afgelopen 30 jaar zijn wijbezig geweest – dat is ook logisch – om het op ons spoor zo snel ensoepel mogelijk te laten gaan, met zo veel mogelijk treinen over dat kleinestukje spoor. We zien nu dat er sabotageacties, weerbaarheidsaanvallen etcetera zijn. Dan moet je de hele andere kant op en dat kost geld. Als wijons spoor op de korte termijn weerbaar willen houden, heb je een eerstepakket, een startpakket, van 600 miljoen nodig. Dat heb ik klaargelegd.Vervolgens is het aan de politiek om te zeggen «dat willen we wel» of «datwillen we niet». Ik heb duidelijk gemaakt wat de consequentie is van hetwel doen en van het niet doen.Dat wil ik ook doen met de financierbaarheid van het stelsel. Op ditmoment is dat totaal versnipperd. Ik zal daar zo wat over zeggen als ik opde betaalbaarheid kom. Ook voor de reiziger denk ik dat je over slimmeredingen kunt nadenken.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Boelsma. Nee, toch geen interruptie? De heerSchutz dan.De heer Schutz (VVD):Ik snap de verheugdheid van de Staatssecretaris over de prioriteit die aanhet militair belang is gegeven. Dat onderschrijft de VVD. Helder. Maar datbetekent natuurlijk wel dat er een verandering is in de capaciteit en deverhouding tussen de verschillende groepen die van het spoor gebruik-maken. Vanochtend is er heel veel aandacht geweest voor vooral hetbelang van passagiersvervoer, maar ik zou er het accent op willen leggendat we in het totaal ook aandacht blijven houden voor de capaciteit die hetspoorgoederenvervoer nodig heeft. Dus naast die blijdschap, die ik met udeel, heb ik ook wel een klein beetje zorgen over wat dat doet met hetgeheel. Ik heb daar niet meteen een pasklaar antwoord op. Daarom vraagik u om daar nog eens naar te kijken: hebben we in de schaarste zo eengoede verdeling van de ruimte op het spoor?Staatssecretaris Aartsen:Het is wat mij betreft en-en. Dat zie je ook in de stukken die wij sturen overmilitaire mobiliteit. Je hebt niks aan een spoor dat alleen voor militairedoeleinden kan worden gebruikt. Je zult ook de civiele samenleving, zoalsze dat in Defensietermen noemen, moeten laten doordraaien, dus zowelhet personen- als het goederenvervoer. Als je investeringen doet, zoals bijKijfhoek, moet je heel bewust kijken naar dual use, zodat het kan wordengebruikt zowel voor militaire doeleinden als slim voor bedrijven eneconomie. Het mooiste is natuurlijk als je investeringen kunt doen inDefensie die ook daaraan een bijdrage leveren. De 740 metertreinen kun jeinzetten voor zowel Defensie als goederenvervoer. Als je dat een beetjeslim organiseert op de juiste plekken, dus als je de emplacementen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127223 perrons daar beschikbaar maakt voor 740 metertreinen, levert dat eenbijdrage aan zowel militaire als economische doeleinden. Dat is dedual-usetoepassing die je probeert na te streven.De heer Huidekooper (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor zijn inleiding, zeg ik via de voorzitter.De Staatssecretaris schetst het dilemma dat wij als Kamer ook zien.Betrouwbaarheid, betaalbaarheid en nieuwe investeringen zijn allemaalbelangrijk. Ik hoorde de Staatssecretaris ook zeggen dat we moeten gaanvoor en-en, maar we weten dat in de praktijk de middelen niet toereikendzijn. Politiek gaat ook over keuzes maken, dus ik zou de Staatssecretariswillen vragen of hij het wat explicieter kan maken. Wat krijgt nou voorrangals het geld niet toereikend is? Zijn dat lagere tarieven, betere prestaties ofnieuwe investeringen zoals die in militaire mobiliteit?Staatssecretaris Aartsen:Nu worden er een paar dingen tegen elkaar aangeplakt die financieel watuit elkaar liggen. We hebben de investeringen in de infrastructuur. Diedoen we via het Mobiliteitsfonds en die gaan via ProRail en anderebedrijven. Dan hebben we de exploitatie. Die loopt ook via ProRail, maarvoor zaken als stiptheid en punctualiteit, die u noemde, loopt die ook viade NS of via andere spoorvervoerders. Dat zijn twee verschillende zaken.Vandaar dat ik ... Er zijn veel vragen gesteld. Misschien ga ik zo meteengelijk maar even door met mijn blokje over de betaalbaarheid. Maar wehebben juist gezegd dat je die twee dingen uit elkaar moet halen. Er zijndrie elementen. Infrastructuurinvesteringen gaan via het Mobiliteitsfonds.Hoe houden we het systeem van openbaar vervoer betaalbaar en hoedoen we dat op een slimme manier? We zien nu namelijk een aantaldingen die niet per se heel slim zijn georganiseerd. Hoe zorg je dat hetvoor de reiziger betaalbaar is? Dat is eigenlijk de drieslag.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. Het volgende blokje isbetaalbaarheid.Staatssecretaris Aartsen:Zoals ik al zei, is er een drieslag: infrastructuur, het systeem betaalbaarhouden en het voor de reiziger betaalbaar houden.Ten aanzien van de infrastructuur: daar zal ik bij de specifieke projectenwat meer over zeggen. Begin januari krijgen we nog het fameuze debatover de MIRT-systematiek. Daarin gaan we uitgebreid spreken over deinfrastructuur, maar volgens mij is het punt duidelijk. U heeft volgens mijook een goede technische briefing gehad over de instandhoudings-opgave, de staat van de infrastructuur, de staat van het spoor. Volgens mijis het heel duidelijk wat er moet gebeuren als je wilt dat we meer doendan alleen maar de boel in stand houden. Daar ga ik nu dus niks overzeggen.Als het gaat om de betaalbaarheid, begin ik even met de betaalbaarheidvan het systeem. Dat is wat minder sexy, maar ik denk dat het wel cruciaalis. We hebben een aantal dingen op zo’n manier georganiseerd dat zegewoon niet bijdragen aan de stabiliteit van het systeem, in het openbaarvervoer, op het spoor. Daardoor dragen ze ook niets bij voor de reiziger.Wij trekken geld uit voor het openbaar vervoer via de provinciefondsen;dat loopt via de provincies. Zelf doen we dat met een stukje BDU richtingde vervoersregio’s. We hebben ook nog geld lopen vanuit NS; dat komtrechtstreeks van onze begroting. Vanuit het Ministerie van Onderwijshebben we natuurlijk nog het studentenproduct; daarvoor wordt eenmiljard euro in het openbaarvervoerssysteem gestopt. Dat is ongeveereen zesde van wat we in Nederland in het openbaarvervoerssysteemstoppen. Dan heb je natuurlijk nog de bredere discussie over het publiekeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127224 vervoer. Daar is het hier ook al vaak over gegaan. Dan gaat het om geldenvoor leerlingenvervoer, zorgvervoer et cetera. Dat is eigenlijk allemaalbelastinggeld, allemaal euro’s om mensen van A naar B te krijgen. Dat istotaal versnipperd. Juist die versnippering zorgt ervoor dat er enorm veeldruk op het stelsel ontstaat.Ik heb nu dus gevraagd om een betaalbaarheidsstudie te doen op dietwee onderdelen, de reiziger en het systeem. Wat betreft het systeemgaan we kijken hoe het nou zit met die versnippering: is het nouverstandig dat we het op die manier hebben georganiseerd of is hetverstandiger om bijvoorbeeld het studenten-ov-product, waarbij hetonderwijs nu een klant is van de vervoerders, misschien toch watintegraler te bekijken met de gelden die wij als IenW hebben? Dat is eenvan de gedachtelijnen in die studie. Het studenten-ov-product is een vrijsimpel product en daardoor eigenlijk ook heel ongericht. Je kunt in hetweekend reizen of je kunt doordeweeks reizen. Punt. Dat hebben we in dejaren negentig ooit bedacht. Sinds die tijd hebben we dat nooit meerveranderd. Als je echter in gesprek gaat met vervoerders, dan zeggen ze:nou, volgens mij kun je veel slimmere producten bedenken die aantrek-kelijk zijn voor studenten, waardoor je goedkoper, beter en meer kuntreizen en de spitsdrukte beter kan verdelen, gewoon een slimmer product.Dat is een van de dingen die ik in die betaalbaarheidsstudies graag naarvoren zou willen laten komen. Het bundelen van de gelden is er daar ookeen van.Provincies zeggen, ook wat betreft dat studentengeld: er wordt bezuinigdop het openbaar vervoer. Uw Kamer heeft dat ook een aantal kerengezegd. Ik moet dan formeel zeggen: «Er is geen sprake van een bezui-niging in het openbaar vervoer. Er zijn minder reizigers. Het onderwijs iseen klant. Als er minder wordt gereisd, dan wordt er minder betaald.» Datis natuurlijk een formeel antwoord. Het resultaat is gewoon dat er mindergeld beschikbaar is. In Zeeland is 50% van het openbaar vervoer afhan-kelijk van het studentenproduct. Dat is een enorme klap voor die regio.Natuurlijk voelt dat dus als een bezuiniging. De hoeveelheid geld gaat ookin één keer naar beneden; daar zit geen afvloeiing in, zeg maar. Kan je datnou niet slimmer organiseren? Met al dit soort vragen zijn we bezig in hetbetaalbaarheidsonderzoek. We zijn ook bezig met de betaalbaarheid voorde reiziger, want ook op dat vlak zie je een aantal bijzondere dingen.De kostendekking. We hebben natuurlijk prijsstijgingen gezien in hetregionale openbaar vervoer. We hebben prijsstijgingen gezien bij de NS.Ik ben heel blij dat we die hebben kunnen dempen. Mijn voorganger hadgeschreven: de NS-tarieven dreigden te stijgen met bijna 12%. Ik ben heelblij dat we stijging hebben kunnen dempen naar 6,5%, maar dat isnatuurlijk nog steeds fors. Het is echt enorm fors. De prijsstijgingen bijzowel materieel als personeel blijven doorlopen, dus je moet evennadenken hoe je daar nou op een slimme manier mee omgaat, want datgeld hebben we niet. De heer Grinwis zei dat volgens mij ook. Het staat inieder geval niet bij ons op de begroting. Dan wordt de rekeningneergelegd bij de reiziger.Dan is natuurlijk ook nog een vraagstuk: wat doe je met prijsdifferentiatie?Ik heb het niet over spitsheffing; dat is echt iets anders. Op het gebied vanprijsdifferentiatie zijn er natuurlijk ook een aantal bijzonderheden. Eenverpleegkundige die op woensdag om 11.00 uur met de trein gaat, betaalt40% te veel ten opzichte van de Tweede Kamerleden die op dinsdag-ochtend met de trein naar Den Haag komen. Dan hebben we namelijk temaken met een hyperspits, waarin je enorm veel materieel en enorm veelpersoneel moet inzetten. Je kunt je best afvragen of het rechtvaardig isom dat op die manier te organiseren. Er werd gezegd: u moet het eerlijkeverhaal vertellen. Nou ja, dit is het eerlijke verhaal. De NS moet enormveel kosten maken om op dinsdag- en donderdagochtend alle forenzen ophun plek te krijgen en die rekening wordt neergelegd bij reizigers diedoordeweeks of in de daluren reizen. Dat is op dit moment het systeem. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127225 denk echter dat het wel verstandig is om daar eens over na te denken.Draagt het op die manier bij aan de betaalbaarheid voor mensen die metde trein willen?Voorzitter, tot zover misschien het blokje intro. Dat zal ongetwijfeld vragenhebben opgeroepen. Zo niet, dan ga ik door.De voorzitter:Ik kijk nog even naar de heer Heutink, die wellicht wilde interrumperen.Nee? Dan gaan we door.Staatssecretaris Aartsen:De heer Huidekooper vroeg naar de tariefdifferentiatie en de spreiding.Die wil ik dus graag opnemen in het betaalbaarheidsonderzoek, dat gaatlopen vanaf januari, om echt even alle varianten op tafel te leggen. DeKamer is een paar jaar geleden duidelijk geweest over wat ze niet wilde,maar er zitten natuurlijk nog heel veel varianten tussen. Ik wil vooral eenseven bouwstenen klaarleggen voor mijn opvolger.Voorzitter. Er werd mij een vraag gesteld over de Onderwegpas. Dat is delaatste vraag in het blokje betaalbaarheid. De Onderwegpas is voortge-komen uit een financiering uit het Social Climate Fund. De Onderwegpasheeft cofinanciering uit het Klimaatfonds. We hebben daarvoor op ditmoment geen andere financiële bronnen beschikbaar. Wel wil ik zeggendat geld niet zozeer het probleem was. Het probleem was tweeledig. Wewilden namelijk graag een pas die in het bredere openbaar vervoerbeschikbaar zou zijn, dus niet alleen bij NS-treinen, maar ook bij bijvoor-beeld Arrivatreinen en de lokale vervoerders, dus de gemeentelijke enprovinciale vervoerders. Helaas hebben we drie dingen moeten conclu-deren.Ten eerste lukt het op dit moment niet om het traject dat heel veelvervoerders hebben lopen rondom OVpay – dus dat je gewoon met jebankpas kan reizen met alle vervoerders – op hetzelfde moment teontwikkelen. Dat is heel begrijpelijk. Het is heel vervelend, maar ik snaphet wel. Ook zij hebben te maken met personeelskosten, personeelskrapteen een tekort aan mensen die kunnen programmeren et cetera. Zij hebbendus gezegd: het is een mooi idee, Staatssecretaris, maar het lukt ons niet.Daar moet ik gewoon begrip voor hebben. Dat is één.Ten tweede hebben we natuurlijk ook te maken met een totale versnip-pering van allerlei gemeentelijke en provinciale kortingsproducten voorminima. Die zijn allemaal op een andere manier ingericht. In deze termijnbleek het onmogelijk voor de vervoerders om het risico te dragen om dieproducten te laten zitten en daar de Onderwegpas landelijk overheen teleggen. Dat konden zij op dit moment niet dragen en ook daar heb ikbegrip voor. Het is een vervelende boodschap, maar het is wel wat het is.Een derde element is het volgende. Toen wij besloten dat we het dus nietlandelijk dekkend zouden gaan doen, maar alleen bij de concessiehouder,de NS, liepen we in Brussel aan tegen het feit dat dat onder staatssteunzou gaan vallen. Dat zijn dus de drie redenen waarom dit niet op dezemanier is gelukt.Dat was het kopje betaalbaarheid, voorzitter.De voorzitter:Dan zijn we nu echt aan het einde van het kopje gekomen. We gaan eveninventariseren wie er interrupties heeft. Sowieso zag ik de heer De Hoop.Voor nu zijn er geen andere interrupties. Ga uw gang, meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zou bij de Staatssecretaris nog wel even willen doorvragen over deOnderwegpas. Mijn fractie vindt het namelijk om twee redenen heel ergjammer. Allereerst was er veel draagvlak in de Kamer om de Onder-wegpas in te voeren. Ik geloof dat het een voorstel van NSC en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127226 ChristenUnie bij de Politieke Beschouwingen was. Daarvan werd gezegd:we moeten dit echt doen om in ieder geval voor de minima te zorgen dater betaalbaarheid komt. Ik vind het juist belangrijk om vanuit het Rijk ietste doen, omdat je nu inderdaad die versnippering tussen de gemeentesziet. Die maken zich namelijk zorgen over minima die openbaar vervoernodig hebben. Dat is dus eigenlijk een argument om landelijk iets metelkaar in te richten. Ik snap dat het niet lukt voor 2026, maar wat kan deStaatssecretaris de komende maanden doen om in ieder geval voor 2027de voorwaarden in orde te brengen, zodat als de politieke wil er is, het in2027 wel kan? Wat kan hij doen om ervoor te zorgen dat die voorwaardenin ieder geval geen probleem zijn voor het volgende jaar?Staatssecretaris Aartsen:We moeten daar even goed naar kijken, want ik denk dat de bereidheid erzeker is. Wel moet ik eerlijk zeggen dat we weer terug bij start zijn. Jemoet ook op een andere manier nadenken over de financiering. Volgensmij komen we er in januari nog op terug in een schriftelijk overleg over deOnderwegpas dat de Kamer heeft aangevraagd. Ik geloof dat er 200 vra-gen over gesteld zijn. Ik zou aan de Kamer willen voorstellen dat we in datoverleg het toekomstpad heel duidelijk uitzetten en het onderscheidmaken tussen het tijdpad ... De belemmering van OVpay blijft staan. Als jehet landelijk dekkend wil, heb je meer tijd nodig om met de vervoerdersgezamenlijk te praten. Daarnaast heb je natuurlijk nog de financieringervan. Maar dat laatste stuk kunnen we natuurlijk ook meenemen in hetbetaalbaarheidsonderzoek, dat we al hebben lopen. Je wilt namelijk welkijken hoe je dat op een slimme manier kunt organiseren. Als u hetgoedvindt, kom ik daar graag in het schriftelijk overleg in januari op terug.De voorzitter:Er zijn verder geen interrupties. Vervolgt u met uw volgende blokje. Als ikhet goed heb, is dat het blokje veiligheid.Staatssecretaris Aartsen:Ja, dat klopt. Laat ik zeggen dat ik morgen een halfjaar geleden benaangetreden. Ik ben in mijn eerste weekend wel geschrokken van hoeveelmensen, jonge vrouwen, tegen mij zeiden: ik durf niet meer met de trein,want ik maak dingen mee waar ik tabak van heb. Medewerkers zeiden datze het na vijftien jaar bij de geel-blauwe familie – zo wordt dat toch echtwel ervaren binnen dat bedrijf – niet meer trekken. We hebben gezien dathet al veel was, maar na corona is het alleen maar erger geworden. Watvroeger uitschelden was, is nu bespugen. Wat toen spugen was, is nuslaan. Wat vroeger slaan was, is inmiddels molesteren geworden, zowelrichting medewerkers als richting mensen die gebruikmaken van hetopenbaar vervoer. Dat is voor mij ook de reden geweest om te beginnenmet het punt: we pikken het niet meer. We gaan nu echt zeggen: het isklaar.Ik heb vanaf dag één gezegd dat we niet gaan kijken of we maatregel A, Bof C kunnen doen. Nee, de situatie is zo dat we maatregel A, maatregel Bén maatregel C doen. Dat is de reden waarom ik vanaf dag één, vanaf hetmoment dat ik de eer heb om hier aan de knoppen te zitten, heb gezegddat we de boetes gaan verhogen. De afgelopen tien jaar, geloof ik, is deboete op zwartrijden niet verhoogd. Die gaan we nu verhogen.We gaan zorgen dat boa’s eindelijk toegang krijgen tot het rijbewijsre-gister. Het is nog lang niet genoeg, maar het is wel weer een stap. Wegaan zorgen dat we boa’s meer bevoegdheden geven. Ik heb met deMinister van Asiel en Migratie gesproken over het vreemdelingenregister.Met name rondom asielzoekerscentra is dat een groot, groot, grootprobleem. Zij heeft toegezegd dat we het vreemdelingenregisterbeschikbaar gaan maken voor ov-boa’s. Ik ben op dit moment nog druk ingesprek met de collega’s van JenV, de politie en het Openbaar MinisterieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127227 over de beschikbaarheid van andere registers, de bekende bevoegdheiddie er in Rotterdam is: de toegang tot politiesystemen. Ik wil geenmiddelendiscussie voeren over welk middel het nou moet zijn, maar eenboa in het openbaar vervoer zou zonder fysieke tussenkomst van eenpolitieagent toch op z’n minst in staat moeten zijn om iemand te identifi-ceren en een boete uit te schrijven. Dan is de vraag via welk systeem datgaat, maar ik denk dat de meeste boa’s daarvan denken: regel het. Dat isook hoe ik erin zit. We zijn op dit moment nog druk in overleg met Justitie,omdat er echt nog een aantal haken en ogen aan zitten. Weet in iedergeval dat wij er hard aan werken om dat voor elkaar te krijgen, zodat wedat ook gaan regelen voor boa’s.We hebben als kabinet gezegd dat 60 boa’s bij wijze van proef de kortewapenstok krijgen. Dat is een forse maatregel die we nemen, maar het ishelaas kei- en kei- en keihard nodig in het openbaar vervoer. Zij gaan diekrijgen. We hebben 12 miljoen euro uitgetrokken voor bodycams voor dehoofdconducteurs bij de NS. We verwachten dat die in januari geleverdzullen worden. Wij zijn op dit moment samen met JenV en de ov-sectorbezig om te kijken of we een extra convenant kunnen sluiten volgend jaar,bijvoorbeeld over hoe we omgaan met de ov-verboden die we hebbengenoemd.Ik hoorde de heer Goudzwaard ook nog een suggestie doen ten aanzienvan koperdiefstal. Ik heb binnenkort een gesprek met het OpenbaarMinisterie over de boetes, over hoe de boetes betaald worden, over destraffen in het openbaar vervoer. Het Openbaar Ministerie is onafhankelijk,maar dat betekent wel dat ik daar gewoon een gesprek mee mag hebben.Ik kan toezeggen dat ik ook dit punt daar onder de aandacht zal brengen.Je wilt namelijk dat de straffen in het openbaar vervoer afschrikwekkendzijn, dat ze ervoor zorgen dat het niet meer gebeurt. Dat is wat wij op ditmoment ook doen.Een ander punt is dat wij meer camera’s op stations willen. We willen datmeer stations worden afgesloten met poortjes. We werken samen met deNS aan meer datagestuurde inzet, zodat mensen bijvoorbeeld direct opeen incident af kunnen gaan en zodat mensen het kunnen melden als ereen onveilige situatie is. Er zijn veel meer camera’s gekomen in de trein,die steeds vaker realtime kunnen worden uitgekeken. Op het moment datmensen zich misdragen in die trein, wordt er live gezien wat er aan dehand is. Dan komt er een telefoontje en dan word je opgewacht bij hetstation om vervolgens bij de kladden gegrepen te worden. Dat is wat weproberen te doen.Ik ben er erg trots op dat we daarnaast 20 miljoen euro hebben kunnenuittrekken, bij elkaar hebben kunnen schrapen, voor het actieprogrammaEen veilig station. Daarmee kunnen we samen met gemeenten, ProRail ende NS op een aantal stations enorme stappen zetten. We beginnen bijAlmelo, Purmerend en Bergen op Zoom, maar we willen dat zo snel alsmogelijk uitbreiden naar zo veel mogelijk andere stations. We wordenbijna iedere week gebeld door een burgemeester die zegt: kunnen julliealsjeblieft ook bij ons komen, want we willen graag aan de slag? Datbetekent dat er een probleem is, maar ook dat mensen er iets aan willendoen.Dat is dus wat we op dit moment doen. Ik hoop dat we als samenlevinglaten zien dat we het niet meer pikken dat mensen worden lastiggevallenin de trein, dat mensen worden belaagd in de trein en dat mensen hunwerk niet kunnen blijven doen. We trekken alles uit de kast. Ik weet niethoeveel ik er al heb opgesomd, maar we trekken die hele rits aanmaatregelen uit de kast. Wij doen er alles aan om normerend een streepte trekken: het openbaar vervoer moet veilig zijn en je gedraagt je in hetopenbaar vervoer.De voorzitter:Bent u aan het einde van het blokje veiligheid gekomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127228 Staatssecretaris Aartsen:Ik heb nog een paar specifieke vragen te beantwoorden.De voorzitter:Aan het einde van elk blokje doen we even een vragenronde.Staatssecretaris Aartsen:Er was nog een vraag over de spoorwegpolitie. Naar aanleiding van hetcommissiedebat Politie is er een motie ingediend over de spoorwegpolitiebij mijn collega van JenV. In de zaal hiernaast vindt dat weer verderplaats. Zij gaan over de politie. Volgens mij is namelijk de vraag aan depolitie niet of ze alsjeblieft minder capaciteit kunnen hebben, maar of zemeer capaciteit kunnen hebben, voor alles. Dat is dus echt een afwegingdie daar moet worden gemaakt. Binnen het domein van openbaar vervoerdoen we echt alles wat we kunnen om het openbaar vervoer veilig tehouden, met of zonder spoorwegpolitie. Over de motie-Eerdmans kan ikzeggen dat de Minister van JenV samen met Arriva werkt aan eenvoorstel. Hij kijkt hoe ze dat samen kunnen oppakken.Volgens mij waren dat de vragen over veiligheid.De voorzitter:Dank u wel. Dan begin ik bij de heer Heutink. Ik ga het rijtje af. Ik heb uwnamen genoteerd. Ga uw gang, meneer Heutink.De heer Heutink (PVV):Als we zo luisteren naar de Staatssecretaris, dan zou je denken dat het degoede kant opgaat en dat hij er als een pitbull bovenop zit om de treinweer daadwerkelijk veiliger te maken. Het probleem is dat wij dit al jarenroepen en dat, welke Staatssecretaris hier ook zit – de een zegt het in watandere bewoordingen dan de ander – het altijd hetzelfde verhaal is: ik benermee bezig en ik ben erover in gesprek met Justitie en Veiligheid. Ik wilnu weleens weten of deze harde woorden, waar ik heel blij mee ben, vandeze Staatssecretaris ervoor zorgen dat het ook daadwerkelijk geregeldgaat worden, of dat het alleen maar de woorden van de Staatssecretariszijn en dat Justitie en Veiligheid ons straks uiteindelijk weer teleur gaatstellen. Mijn vraag is dus: is dit kabinetsbeleid of is dit alleen de meningvan de Staatssecretaris?Staatssecretaris Aartsen:Ik deel de constatering van de PVV dat er in de periode voor mij inderdaadmisschien niet altijd harde maatregelen zijn genomen, maar dat er welveel over gesproken is. Dat was mijn motivatie om te zeggen: ik wilbesluiten nemen. Ik heb het besluit genomen om per 1 oktober de boeteste verhogen. Het was een relatief eenvoudig besluit om gewoon te zeggendat we de boetes gaan verhogen. Wat is de maximale ruimte die wehebben? Dan gaan we de boetes verhogen, want het kan niet waar zijn datwe de boetes op zwartrijden jarenlang niet hebben verhoogd.Ik heb gezegd dat ik besluiten wil nemen. Ik heb mijn handtekening gezetonder het besluit om het rijbewijsregister open te stellen voor boa’s, zodatze meer bevoegdheden krijgen. Ik heb samen met de Minister van AenMmijn handtekening gezet onder het besluit om het vreemdelingenregisteropen te stellen. Dat heb ik tegen ambtenaren gezegd en dat is gewooneen besluit geweest. We hebben het besluit genomen om extra geld uit tetrekken voor bodycams. Dat was ook een besluit. We hebben onzehandtekening gezet onder het besluit om de medewerkers van NS, deboa’s, een wapenstok te geven. Dat is gewoon een besluit geweest dat wehebben genomen. We hebben dus echt een enorme lijst aan besluiten diewe hebben genomen en we blijven doorgaan met besluiten nemen. Demeest taaie is natuurlijk de gekmakende situatie dat een boa in hetopenbaar vervoer niet iemand op een juiste manier kan identificeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127229 Daarom hebben we goede gesprekken met de collega’s van JenV, om tekijken hoe we dat linksom, rechtsom of rechtdoor mogelijk kunnen maken.Ik hoop dat ik daar zo snel als mogelijk ook mijn handtekening onder kanzetten en dus het besluit kan nemen.De voorzitter:Dat roept een vervolgvraag op van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Tot slot dan. Het is harstikke fijn dat de Staatssecretaris besluiten neemt.Dat is ook broodnodig, dus dat is heel erg goed. Maar we willen dat deStaatssecretaris ook zegt dat de uitvoering van die besluiten daadwerkelijkgaat gebeuren. We willen dat de bodycams daadwerkelijk allemaal op deuniformen van de hoofdconducteurs zitten en dat de wapenstokkendaadwerkelijk in de uitrusting zitten zodat ze ermee over de stationskunnen lopen. We willen dat dat gaat gebeuren. Ik wil dat de Staatssecre-taris zegt en zich ervoor gaat inspannen dat het allemaal zo snel alsmogelijk gaat gebeuren. Ik ben het namelijk met hem eens dat we nietmeer kunnen wachten.Staatssecretaris Aartsen:We zijn het helemaal eens. In mijn macht ligt het nemen van een besluit.Dat is het eerste wat er moet gebeuren. Ik ben dus blij dat ik het afgelopenhalfjaar besluiten heb kunnen nemen en handtekeningen heb kunnenzetten. Al die dingen gebeuren nu inderdaad zo snel als mogelijk. Op1 oktober zijn de boetes gewoon verhoogd. Dat is dus gewoon gebeurd indrie maanden tijd. De subsidieverlening voor die boa’s is verstrekt. Ik weetniet of het al fysiek is overgemaakt. Oh, jawel. Ik krijg de bevestiging vande ondersteuning hier aan mijn zijde dat het geld al fysiek is overgemaakt.Het geld staat op de rekening van de NS. Ik denk dat ze ergens inbestelling zitten. Ik kan nog specifiek navragen in welk depot ze liggen,maar de verwachting is dat ze in januari, over twee weken, opgespeldkunnen gaan worden. Dat kunnen we samen gaan doen. Dat is hartstikkegoed. Volgens mij is het belangrijk dat dat gebeurt. Laten we alsjeblieftzorgen dat het gaat gebeuren. Dat is ook echt waar alles begint.De heer Goudzwaard (JA21):Allereerst dank aan de Staatssecretaris voor de toezegging. Als ik mag, wilik even teruggrijpen op wat de Staatssecretaris zei over de motie-Eerdmans over de spoorwegpolitie, namelijk dat er wordt gewerkt aaneen voorstel. Zou de Staatssecretaris daar wat meer over kunnen zeggen?Wanneer kunnen wij dat voorstel verwachten en wat zou een dergelijkvoorstel in de basis behelzen?Voorzitter, kan ik daar nog een kleine vraag achteraan stellen?De voorzitter:Nou, laten we ze gewoon een voor een doen.De heer Goudzwaard (JA21):Een voor een? Oké.De voorzitter:Dan kunt u zo meteen een vervolginterruptie plegen. De Staatssecretarisop dit stuk.Staatssecretaris Aartsen:De motie is ingediend bij de collega van JenV, bij politie. Ik begrijp dat datvoorstel in Q1, het eerste kwartaal van 2026, gaat komen.De heer Goudzwaard (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127230 Hartelijk dank. Ik heb nog een andere vraag aan de Staatssecretaris. Ikhoorde hem net nog, bij de vraag wat we nog meer kunnen doen tegenzwartrijders en overlastgevende personen, refereren aan boa’s en hetgeweldsmandaat waar we naar zouden kunnen kijken, maar ook aan hetverhogen van de boetes. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is wat dereactie daarop is als hij praat met de vertegenwoordigers van de boa’s.Want een hoge boete opleggen aan iemand kan ook juist heel veelagressie opwekken. Dat is dus een glibberig pad waar hij zich dan opbevindt. Dus ja, wat is nu wijsheid? Je wilt de boa’s namelijk niet extra inde problemen brengen. Kan de Staatssecretaris daar dus op reflecteren,vraag ik via de voorzitter. Wat krijgt u terug vanuit de sector?De voorzitter:Kunt u daarop reflecteren, Staatssecretaris?Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Ik denk dat het tweeledig is. Natuurlijk is er angst voordeze reactie. Tegelijkertijd is het ook een signaal als je zegt «we gaan tienjaar lang» ... of was het zestien jaar? Nee, het is tien jaar lang, hoor ik,sinds 2006, nee 2016. O, 2015? Dank je wel. Nou, ik ga helemaal de mistin. 2015. Het is dus ook een signaal als je zegt: we gaan tien jaar lang deboetes niet verhogen. De inflatie gaat gewoon door, dus iedereen die kanrekenen, begrijpt dat je als overheid dan korting geeft op boetes. Dat iswat je doet als je die boetes niet verhoogt. Ik vind dat niet het juistesignaal als we zien dat de agressie enorm toeneemt. Dat is voor mij dereden geweest om te zeggen: ik vind dat we echt substantieel op eenaantal knoppen moeten drukken. Een daarvan is het verhogen van deboetes. De reactie van de boa’s is natuurlijk terecht, want alleen even deboetes verhogen, is niet voldoende; het moet wel dat hele lijstje zijn.Vandaar dat ik zeg dat we niet of maatregel 1 of maatregel 2 doen, maardat we maatregel 1, 2 en het liefst 3, 4, 5, 6 tot en met 10 doen.De voorzitter:Helder. Dan ga ik naar de heer Huidekooper.De heer Huidekooper (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor zijn betoog. Ik proef daarin de urgentieom de sociale veiligheid in de trein te verbeteren, maar ik heb eigenlijknog geen antwoord gehoord op mijn vraag. Ik hoor veel «we zijn ermeebezig» en «ik voer goede gesprekken, onder andere over het rijbewijzenre-gister en het politieregister». Alleen, er is ook aan deze Kamer gezegd daternaar werd gestreefd om eind 2025 in ieder geval de toegang tot hetrijbewijzenregister geregeld te hebben voor publieke boa’s. Mijn vraag iseigenlijk simpel: is dat gelukt, en zo nee, waarom niet? Ik denk namelijkdat we het er breed over eens zijn dat de boa’s die snelheid verdienen.Staatssecretaris Aartsen:Dat klopt. We zijn met een aantal acties bezig. De belangrijkste daarvan isom ervoor te zorgen dat een boa zonder fysieke tussenkomst van eenpolitieagent iemand kan identificeren en een boete kan uitschrijven. Daaris alles op gericht en dat moet op een manier die ook juridisch kan, zodateen rechter er niet alsnog een streep doorheen zet. We zijn daarover op ditmoment in overleg met het Ministerie van JenV, met het Openbaar en metde politie. Dat is één. Als het gaat om het rijbewijzenregister: daarmeehebben we helaas een halfjaar vertraging opgelopen. Ik had gehoopt datdit al per 1 januari had gekund, maar dat zal medio 2026 worden, omdatwe op dat punt vastlopen met privacywetgeving in Nederland. Daarmoesten we nog een paar extra waarborgen inbouwen, dus dat wordthelaas niet 1 januari, maar naar verwachting medio 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127231 De heer Schutz (VVD):We zitten hier als leden met een rijtje mannen naast elkaar, op één na,mijn buurvrouw, mevrouw Boelsma. Ik heb in mijn eerste termijngevraagd naar de positie van de vrouwen in het geheel. Helaas voeldenvrouwen zich dit jaar geroepen om de nacht terug te claimen. En terecht.Het is fijn dat we het hebben over sociale veiligheid. Ik steun de Staatsse-cretaris in de kordaatheid van de acties die hij heeft ondernomen in dekorte tijd waarin hij hier nu zitting heeft. We hebben het over de helft vande bevolking. Het gaat om de mensen die nu al op bepaalde tijden opbepaalde trajecten de trein niet meer kiezen, omdat dit gewoon niet veiligis. Ik zou bij uitstek juist die groep heel nadrukkelijk willen betrekken bijhet creëren van veiligheid rond stations. Luister naar hun verhalen ennaar hun ervaringen, die zij helaas hebben moeten ondervinden. Maarluister vooral ook naar wat hun beeld is bij veiligheid. Laten we dat nietalleen als mannen doen, maar vooral ook met en voor vrouwen.Staatssecretaris Aartsen:Ik ben het volledig eens met de heer Schutz. Dat is ook de reden waaromwe het programma «Een veilig station; altijd voor iedereen!» zijn gestart.Er is een enorme rits aan maatregelen over bevoegdheden. In alleeerlijkheid: dat is gewoon de basis, wat mij betreft, om de mensen die inhet openbaar vervoer werken te steunen. Dat is echt de basis die we oporde moesten brengen. Dat zijn we nu aan het doen. Daarbovenop willenwe ook nog een keer dat een stationsgebied gewoon een veiligeomgeving is. Daarom hebben we gezegd: dat doen we snel en dat doenwe goed. Dus we gaan een schouw doen met een groep mensen opvrijdagavond, dames die rondlopen om te zien en te ervaren wat er nounodig is. Het kan soms om hele simpele dingen gaan, zoals verlichting,hoekjes en anders snoeien. Dat is niet dé oplossing, maar het kan welenorm helpen om het gevoel van veiligheid echt te vergroten. Ik heb zelfeen aantal stations bezocht met die bril op: rondjes lopen om te zien water nu aan de hand is. Dan zie je dat er echt nog wel een paar dingenstukken beter kunnen om dat gevoel van veiligheid te geven. Dat willenwe heel graag samen met de doelgroep doen, dus met vrouwen enmensen uit de lhbtiq-gemeenschap. Dat zijn mensen die vaker te makenhebben met onveiligheid in het openbaar vervoer. Dan gaan we kijken watwe op verschillende manieren kunnen doen. Dat doen we niet alleen alsIenW, maar samen met NS, ProRail, de gemeente en verder iedereen dieerbij betrokken is, zodat we het echt in één keer kunnen aanpakken.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Het is natuurlijk goed dat al die maatregelen worden genomen om deveiligheid te vergroten, maar ik was eergisteren bij de première van eendocumentaire over de boa’s in treinen, de medewerkers Veiligheid &Service. Het is heel goed dat er aandacht voor is. Zij kijken bij iederprobleem of hun optreden escalerend werkt of de-escalerend. Dat is ookhelemaal terecht. Negen van de tien keer willen ze de-escalerend werken.Want als je een probleem maakt, moet de trein stilstaan en komt ervertraging. Dus je kunt hun allerlei middelen en instrumenten geven omharder op te treden, maar het fundamentele vraagstuk blijft. Hoe ziet deStaatssecretaris dat? Als we iedere keer kiezen voor de de-escalatie, watvolledig te begrijpen valt, hoe kunnen ze dan toch hun instrumenteninzetten, die nu steeds meer toenemen?Staatssecretaris Aartsen:Daarbij moeten we volgens mij vertrouwen op de professionaliteit van deboa’s en van de politie. Zij weten wat ze moeten doen in welke situatie.Maar ik wil niet dat boa’s of handhavers zeggen: ik kies voor een bepaaldeoptie, omdat ik mij niet gesteund voel door, in dit geval, de politiek. Als zijzeggen «ik zou graag dit willen, maar ik krijg het niet vanwege regels, ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127232 mag het niet vanwege regels en ik kan het niet vanwege regels», vind ikdat wij aan de knoppen moeten zitten en zeggen: we gaan die mensengeven wat ze nodig hebben. Het zijn uiteindelijk die mensen die namensons een stapje naar voren doen. Het zijn uiteindelijk die mensen die in defrontlinie staan. Iedere dag worden er drie NS-medewerkers ernstigbedreigd met een geweldsincident van de hoogste categorie. Iedere dag.Als je daarover nadenkt ... Ik vind het echt idioot. Dan hebben we het echtover de meest grove vorm van strafbare agressie. Iedere dag drie NS-medewerkers. Die mensen staan namens ons in de vuurlinie en dan vindik dat we er alles aan moeten doen en alles uit de kast moeten trekken omdie mensen te steunen. Zij moeten met hun professionele blik kunnenbedenken wat zij nodig hebben. Dat is wat ik probeer te doen.De voorzitter:Misschien toch een vervolgvraag?De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Ja. Dus kunnen wij nu ook zeggen tegen de boa’s dat zij nooit offershoeven te brengen, ook als het vertraging oplevert omdat het misschieneen probleem oplevert op het spoor? Vaak willen ze wel handelen, maarde afweging is dan: ja, dan is er vertraging. Eigenlijk moeten ze altijd deruimte krijgen, ook van de NS, om te kunnen handelen zoals zij goedachten op dat moment.Staatssecretaris Aartsen:Dat is onze lijn. De afweging moet natuurlijk uiteindelijk altijd echt lokaaldoor de professional worden gemaakt en ik vind dat zij die afweginggewoon wel moeten maken, want anders zie je toch dat ze met de handenop de rug namens ons hun werk moeten doen en dat vind ik gewoon nietkunnen. Je moet er gewoon voor zorgen dat zij alles tot hun beschikkinghebben om namens ons hun werk te doen. Die boa’s en conducteurs doendat werk namens ons voor de veiligheid van al die mensen die niet voorzichzelf kunnen opkomen in een trein, die overlast ervaren en die het nietdurven te vertellen. Wij zijn het aan onze stand verplicht om die mensente helpen en te steunen. Dat vindt het kabinet in ieder geval.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik sloeg aan op de terechte vraag van de heer Schutz van de VVD en op dereactie van de Staatssecretaris, die ik echt bemoedigend vond, namelijkom de positie van vrouwen meer aandacht te geven als het gaat omveiligheid. Ik hoorde de Staatssecretaris ook spreken over het schouwenmet vrouwen. Ik weet dat naar aanleiding van Orange the World en «weclaimen de nacht terug», waar collega Schutz van de VVD het over had,heel veel gemeenten op dit moment ook bezig zijn met schouwen metvrouwen. Ik ben benieuwd of de Staatssecretaris exact daaraanrefereerde, of dat het misschien een idee is om inderdaad met de lokaleoverheden bij dat schouwen met vrouwen elke keer het openbaar vervoerte betrekken. Het gaat erom dat IenW proactief contact zoekt met degemeenten om te kijken hoe IenW daarin ook een rol kan nemen.Staatssecretaris Aartsen:Precies dit. We zijn sinds de zomer begonnen met het ontwikkelen van datprogramma. Het gaat echt razendsnel. We hopen dat in het eerstekwartaal van volgend jaar naar de Kamer te kunnen sturen. Het idee isnou juist om dit samen met de gemeenten te doen en daarom hebben wedat geld er ook voor uitgetrokken. Als iedereen nou een klein beetjedoet ... Je kunt in de volgende discussie terechtkomen. Het station is vande NS, dat stukje grond is van ProRail, daar gaat IenW over, daar gaat degemeente over en daarbij is die betrokken. Voor de reiziger maakt datnatuurlijk niet uit. Je wilt het hele gebied pakken. We zien dat stationsge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127233 bieden als erg onveilig worden ervaren door met name vrouwen of doormensen die toch vaak al kwetsbaar zijn in het openbaar vervoer. Dus jewilt juist dit soort initiatieven eraan verbinden, waarbij je zegt: oké, als wijnu een stukje doen aan deze kant, doen jullie dan een stukje aan die kant,zodat we het kunnen combineren. Maar nogmaals, ik doe de toezeggingdat u zo spoedig mogelijk in het eerste kwartaal van 2026 dat programmakrijgt, en ik hoop dat dit daarbij aansluit. Daarbij sta ik open voorsuggesties.De heer Heutink (PVV):De Staatssecretaris nodigde mij net uit om over twee weken of zo debodycams op te spelden bij NS, maar dat zal wel vervelend zijn ...Staatssecretaris Aartsen:Met de hele commissie.De heer Heutink (PVV):Dat is hartstikke leuk, maar het probleem is: dan zijn we er allemaal, maardan zijn die bodycams er nog niet. Ik heb net nog even contact gehad metNS, maar men zegt daar letterlijk: er is nog geen geld; de subsidiebe-schikking moet nog worden getekend. Die wordt in 2026 geschreven. Zezijn gestart met de aanbesteding. Die moeten ze nog doen. Het is eenEuropese aanbesteding. Iedereen weet dat dit tijd kost. Dat is precies mijnangst: dat de Staatssecretaris hele grote woorden gebruikt en precies zegtwat wij allemaal willen horen, dat hij ons blij maakt en zegt «leuk, overtwee weken zijn die bodycams er», terwijl het gewoon niet zo is. Ik wil duswel van de Staatssecretaris weten: wat gaat er nu gebeuren? Hoe zit hetnou en wanneer wordt dat geld overgemaakt?Staatssecretaris Aartsen:Ik zal dan zo eens een boos telefoontje naar Wouter Koolmees gaanplegen, want ik heb mijn handtekening gezet onder het subsidieverzoek.Daar kan het dus niet aan liggen, en wij gaan echt ons best doen om diebodycams er zo snel als mogelijk te laten zijn. Dat is ook de reden waaromik gezegd heb dat daar in dit jaar geld voor moet komen. Dat vond ik heelbelangrijk, dus ik heb gezegd: ik wil geld in die begroting. U gaat daarover een paar weken nog formeel over spreken, maar ik ga er wel voorzorgen dat het zo snel mogelijk wordt geregeld.De voorzitter:We kunnen bijna door met het volgende blokje. Ik heb wel een updateover de stemmingen. Die zijn om 13.00 uur, dus wij gaan dit debatsowieso schorsen om 12.55 uur. Ik zou dat dan gelijk willen doen voor delunchpauze. Het zou me heel veel waard zijn als we de blokjes voor die tijdhebben afgerond. Dus ik doe nogmaals een beroep op de Staatssecretarisom kort en bondig door de blokjes heen te rennen.Staatssecretaris Aartsen:Ik zal wat korter zijn, maar van dit soort onderwerpen word ik altijdenthousiast.De voorzitter:Er zijn meerdere mensen enthousiast over; dat scheelt. Het volgendeblokje is marktordening, volgens mij.Staatssecretaris Aartsen:Dat klopt, voorzitter. Daar is veel over gezegd. De huidige hoofdrailnetcon-cessie loopt af in 2033. Er is veel te doen geweest over de lopendeconcessie. Er is juridisch nog veel te verhapstukken. Dat is voor ons dereden geweest om te beginnen met het Programma ToekomstigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127234 Marktordening Spoor, waarin we een onafhankelijk onderzoek zijn gestartaan de hand van vijf studievarianten. Alles komt op tafel en dan wordtbekeken wat je nu aan marktordening moet doen. Wat is verstandig? Nogeven los van de vraag of je aan de ene kant van het politieke spectrum zitof aan de andere kant van het politieke spectrum, we gaan even alles optafel leggen en verstandig en onafhankelijk kijken naar wat nou slim is omte doen. Moet het onderhands gunnen zijn of moet het aanbesteden zijnmet open toegang? Wil je meer marktopening of wil je juist alles inéén hand? Al die dingen komen bijeen in dat Programma ToekomstigeMarktordening Spoor. Ik verwacht dat we dit voor de zomer van 2026 metuw Kamer kunnen delen. U gaat over uw eigen agenda, maar ik denk dathet heel verstandig is dat de Kamer daar eens rustig fundamenteel overdebatteert, omdat het echt over fundamentele keuzes gaat, hier en verder.Het gaat erom dat je eind 2026 – dan is er hopelijk een nieuw kabinet –een besluit kunt nemen over de principes van die marktordening, zodat jedaarnaartoe kunt werken richting 2030. Volgens mij is een van de lessendie we uit de vorige concessieverlening hebben getrokken dat hetverstandig is om dat te doen.De heer Goudzwaard vroeg waarom wij geen analyse uitvoeren in datProgramma Toekomstige Marktordening Spoor. Dat is omdat wij daar opdit moment nog niet zijn. We zijn eerst begonnen met: laten we dievijf studievarianten uitwerken. Op het moment dat we zover zijn, moetdan een toekomstig kabinet een besluit nemen over wel of geen markt-analyse. Ik kan op dit moment dat besluit nog niet nemen, omdat we nogniet in die fase zijn.De heer Huidekooper vroeg welke lessen ik trek uit initiatieven alsGoVolta. Die verwelkomen we natuurlijk. Het hele idee van open toegangis juist dat er nieuwe mogelijkheden, nieuwe kansen, nieuwe productenen nieuwe innovaties ontstaan, waar de reiziger uiteindelijk heel veelvoordeel van heeft. We hebben daar ook over gesproken naar aanleidingvan de initiatiefnota van het voormalige lid Koekkoek over internationaletreinen. Juist die context van open toegang kan daar enorm bij helpen.Dat is de reden waarom we op dit moment kijken naar de kaderovereen-komsten. Dat is een belangrijk instrument om zekerheid te bieden in decapaciteitsverdeling.De VVD vroeg mij hoe het zit met het onderzoek daarnaar. Ik heb vanProRail begrepen dat het onderzoek nog niet is afgerond. Dat hebben wedus nog niet op dit moment. Op het moment dat ik dat wel heb, zult u datzo snel mogelijk van mij ontvangen. Ik heb u tijdens het debat daarover algezegd dat ik echt meer werk wil maken van kaderovereenkomsten. Datheb ik toegezegd en dat wil ik dus ook gaan doen.Misschien is het goed om nog even wat over de noordelijke situatie tezeggen. We hebben op dit moment gesprekken met Arriva. Ik denk dat datook verstandig is, omdat hier veel discussie over is met Arriva, NS en denoordelijke provincies. Het is dus verstandig om die gesprekken te blijvenvoeren, want er zitten voor- en nadelen aan. Het nadeel van open toegangis dat de zekerheid van de reiziger niet gegarandeerd is, dus daar zul jeeen andere manier voor moeten zoeken. Wij zijn in gesprek met Arriva omdaarover afspraken met hen te maken en zo gehoor te geven aan deuitspraken die zijn gedaan door de rechter.De VVD en het CDA hadden gevraagd om die signalen kritisch te wegen.Ja, dat doen wij dus. Het is allemaal vrij precair, met de CBb-uitspraak. Hetis ook een dilemma. Aan de ene kant hebben we de CBb-uitspraak, hetgesprek met Arriva en de wensen aan die kant. Aan de andere kanthebben we de noordelijke provincies, de bestuurders daar die er het eenen ander van vinden en de reiziger. Wij moeten proberen om, oneerbiediggezegd, hier chocola van te maken. Die gesprekken lopen nu echt nog enik kan daar simpelweg niet op vooruitlopen. Dat ten aanzien van demarktordeningsdiscussie, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127235 Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik had een tweetal vragen. Ik had ook gevraagd om een brief en daar heeftde Staatssecretaris niet op gereageerd. Komt die brief er? Als ik hem zobeluister ...Staatssecretaris Aartsen:Excuus, excuus, wat zei u?Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):De brief. Ik had een tweetal vragen en ...De voorzitter:Een moment, hoor. Kunt u misschien nog even specifiek aangeven waarhet over gaat?Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ja, sorry. Het gaat om de situatie in het Noorden met betrekking totArriva. Ik heb twee dingen gevraagd. Punt één was de vraag om ingesprek te gaan. De Staatssecretaris heeft gezegd dat die gesprekken nulopen, dus ik ga ervan uit dat dat klopt. Over mijn tweede punt bleef deStaatssecretaris wat vaag. Hij zei: we balanceren wat op het vlak van dedienstverlening en de open toegang. Maar de specifieke vraag die ik hebgesteld, is dat in die brief iets zou staan over de vergelijking van hetaanbod van Arriva met de huidige dienstverlening door de NS op depunten dienstregeling, frequentie, punctualiteit, zitplaatkans en deborging daarvan.Staatssecretaris Aartsen:Naar ik heb begrepen, hebben wij die brief verstuurd naar de Kamer. Datzal begin december zijn geweest. Wij versturen veel brieven, ook inaanloop naar dit debat, dus excuus daarvoor. Misschien kunnen we evenkijken hoe we dit misverstand uit de weg kunnen helpen, want naar onsweten hebben we die brief naar de Kamer gestuurd, en ook naar Arriva. Erzijn ook mediaberichten over verschenen. Ik zit even te zoeken hoe ikmevrouw Boelsma kan helpen.De voorzitter:Dat bekijken we zo even. Misschien kunt u de complete interruptie evenbeantwoorden. Dan ga ik daarna weer terug naar mevrouw Boelsma.Staatssecretaris Aartsen:De complete interruptie? Ik zoek even naar de specifieke vraag.De voorzitter:Dan gaan we even terug naar mevrouw Boelsma.Staatssecretaris Aartsen:Excuus.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik heb de brief gelezen, dus die heb ik niet gemist, maar ik heb nu eenafrondende vraag gesteld. Die gaat met name over de zorg die er is. Daaris geen uitspraak over gedaan. Wilt u een vergelijking maken tussen dedienstverlening van beide partijen? Stel dat Arriva toegang zou krijgen. Zezitten nu in een proces, dus daar gaan we het nu niet over hebben. Maarde vraag is hoe de Staatssecretaris kan borgen dat ook de puntendienstregeling, frequentie, punctualiteit en zitplaatskans geborgd zijn voorde noordelijke reiziger, zodat er daar geen problemen komen. Dat willenwe graag terugzien in een brief aan de Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127236 Staatssecretaris Aartsen:Excuus. Ik wilde net ook niet per se naar die brief verwijzen, maar ikbegrijp dat u een brief van mij daarover wilt. Ja. Oké, dan begrijpen weelkaar. Ik kan nu niks zeggen over ... U legt precies de vinger op de zereplek. Volgens de gerechtelijke uitspraak moeten we het namelijk op eenandere manier organiseren, maar dat impliceert wel een vorm van opentoegang. Het concept van open toegang is dat daar geen harde garanties,geen harde zekerheden, onder liggen. Dat is ook de reden waarom we hiernu staan met elkaar. Het CDA vraagt mij om harde zekerheden, om eenborging. Dat is de balans die ik moet zoeken. Enerzijds is er een uitspraakvan het CBb, met de systematiek die daarin wordt voorgeschreven –daarover zijn we nu in gesprek – en anderzijds moeten we rekeninghouden met de belangen van de reiziger, de borging en de wensen van denoordelijke provincies. Die balans proberen we dus in alle oprechtheid tezoeken. Ik kan nu geen harde garantie geven over wat de uitkomst van diegesprekken gaat zijn. Zodra ik die uitkomst heb, kan ik u die natuurlijk weltoesturen en aangeven welke garantie daarbij hoort. Het staat uw Kamernatuurlijk vrij om mij een richting mee te geven in die belangenafweging.Die mogelijkheid heeft u als Kamer altijd.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Daar komen we nog wel even op terug. Kunt u dan wel toezeggen dat uzich erg hard wilt maken om de vier punten die ik noemde, binnen demogelijkheden die u hebt zo goed mogelijk te borgen?Staatssecretaris Aartsen:Dan moet ik wel even kijken wat mijn toezegging dan waard is, want dit isprecies het dilemma. U legt de vinger echt op de zere plek. Aan de enekant wil je zekerheden borgen voor de reiziger en de regio’s en het lokalebestuur, en aan de andere kant hebben we het instrumentarium met opentoegang, waarbij er door de rechter een uitspraak is gedaan over demarktordening. Dus de balans daartussen zijn we op dit moment aan hetzoeken. Dat is een precaire balans. We zijn ook nog in gesprek met Arrivaom die zo goed mogelijk te vinden. Ik kan dus niet nu zeggen «ik ga dátbelang zwaarder wegen dan dát belang», omdat we daarover nog hetgesprek aan het voeren zijn.De heer Schutz (VVD):Ik heb in mijn eerste bijdrage gesproken over twee CBb-uitspraken. Denoordelijke lijn is genoegzaam besproken nu; die andere uitspraak gaatover de MaaS-partijen. Er is een correctie op de concessie gekomen en ikheb de Staatssecretaris om een toezegging gevraagd of hij ook met diepartijen toch nog een keer om tafel wil gaan zetten. Daar heb ik hem nogniet op horen reflecteren. Dat was wel een vraag in eerste termijn,waaraan ik direct de aanvullende vraag koppel of hij daarin een rol zietvoor de ACM, die betrokken is bij dat eerdere proces.Staatssecretaris Aartsen:Het is voor mij lastig om dat te doen, omdat het op dit moment onder derechter ligt. Het CBb heeft namelijk de uitspraak gedaan dat het aanbodvanuit NS voor de MaaS-partijen moest worden aangepast. Een onafhan-kelijke partij heeft daarnaar gekeken. Toen is dat aanbod aangepast, maarin tegenstelling tot wat de verwachting was, bleek dat niet voordelig maarnadelig te zijn voor de partijen die de rechtszaak hadden aangespannen.Daar kan ik niets aan doen. Dat is het gevolg van het onafhankelijkbeoordelen en de uitspraak van de rechter. Daarom hebben de MaaS-partijen nu gezegd: dan stappen we opnieuw naar de rechter. Het is voormij heel ingewikkeld om daartussen te treden, omdat wij ons op eenonafhankelijk oordeel hebben gebaseerd en een rechterlijke uitspraakhebben opgevolgd, maar het nu wéér voorligt bij de rechter. Dat maaktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127237 het voor ons wel heel ingewikkeld om inhoudelijk het gesprek aan tegaan. Ik bedoel: het is altijd goed om het gesprek aan te gaan, maar het isingewikkeld om inhoudelijk het gesprek aan te gaan.De voorzitter:Helder. Ik kijk of er nog andere interrupties zijn. Allereerst de heerDe Hoop en dan de heer Goudzwaard.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het zal de Staatssecretaris niet verrassen dat er bij iemand die hetopenbaar vervoer als publieke voorziening ziet, de alarmbellen afgaan alser gezegd wordt dat er wordt gewerkt aan scenario’s voor de marktor-dening van het spoor. Los daarvan zou ik het nog wat explicieter willenhebben over de inrichting van de noordelijke lijnen. Eén zorg die mijnfractie heeft over het overgaan van die lijnen naar Arriva is dat reizigersmogelijk hun abonnementen niet kunnen meenemen. Ik vraag deStaatssecretaris om die wederzijdse erkenning van abonnementen mee tenemen in de gesprekken met Arriva.Staatssecretaris Aartsen:In de bredere gesprekken met Arriva of specifiek ten aanzien van denoordelijke lijnen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dit gaat specifiek over de noordelijke lijnen.Staatssecretaris Aartsen:Dat kunnen wij prima betrekken bij die gesprekken. We hebben sowiesoperiodiek ov-overleg in het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad, dus daarkan ik dit soort dingen altijd bij betrekken. Het is zeker goed om dat mee tenemen, maar ter geruststelling van de heer De Hoop: die vijf studievari-anten met toekomstscenario’s zijn juist gede-ideologiseerd, dus daar zitook een variant met een compleet publiek ov in, maar natuurlijk ook devariant met de complete liberalisering ervan, juist om eens even met eenfrisse blik te kijken naar wat nou verstandig is om te doen, zonder dat wegelijk in de ideologische schuttersputten duiken.De heer Goudzwaard (JA21):De Staatssecretaris had het net over het TMS-traject en het niet uitvoerenvan de marktanalyse. Daarover zegt de Staatssecretaris: we zijn nog nietin die fase aanbeland. Ik heb dan toch wat vragen over de volgordelijkheidin deze gang van zaken. Heeft de Staatssecretaris zich vergist in devolgordelijkheid? Of is dat een bewuste keuze geweest? Ik stel die vraagomdat volgens mij de Europese Commissie niet voor niets een infractie-procedure is gestart. Dus graag uw reactie daarop.Staatssecretaris Aartsen:Maar die infractieprocedure ziet natuurlijk op de vorige concessie en ditziet op de toekomstige concessie. Die toekomstige concessie moet gestartworden in 2033. Dat duurt nog even. Wij hebben gezegd: laten we nueerst alle varianten op tafel leggen. Voor de zomer komt dat uw kant op envoor het eind van volgend jaar moet het principebesluit daarover wordengenomen. Het zal dus echt ook aan uw Kamer zijn om daar richting aan tegeven en aan een nieuw kabinet om daar een besluit over te nemen. Pasdan volgt het besluit of en in welke variant je dan een marktanalyse doet.Dat is de volgordelijkheid richting 2033.De voorzitter:Dat was allemaal helder, zie ik. Volgens mij gaan we dan naar«projecten»?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127238 Staatssecretaris Aartsen:Ik denk dat we op schema liggen, dus ik ga mijn best doen, voorzitter. Laatik beginnen bij de HSL-Zuid. Dat is natuurlijk een vervelende situatie.ProRail werkt op dit moment hard aan het herstel van de spoorinfra-structuur aldaar. Financieel gezien zijn er in 2026 geen belemmeringen.Voor de periode erna is dat natuurlijk wel het geval. Daar moeten we bijde Voorjaarsnota en de begroting weer goed en verstandig naar kijken.Daarnaast loopt er nog een juridische procedure om de kosten die op ditmoment gemaakt worden, te verhalen op het consortium van de bouwersvan twintig jaar geleden. Ik heb uw Kamer geïnformeerd over het feit datwe de aansprakelijkheidsprocedure zijn gestart om het gesprek te kunnenbeginnen over hoe dit moet worden betaald, want we willen niet dat debelastingbetaler uiteindelijk de rekening moet oppakken voor iets wat foutis gegaan in het verleden.Dan het knooppunt Haarlem. Dat is een hele vervelende situatie. Datbetreft precies een van die knelpunten die wij helaas steeds meer zien. Ikmoet denken aan het programma Kanniewaarzijn: «Hoe kan het nou zozijn dat?» Gezien de huidige financiële toestand van het Mobiliteitsfondsgaan we dit soort situaties nog heel vaak zien, omdat er op dit momentvoor nieuwe stappen geen geld is. Het geld dat beschikbaar komt, gaatnamelijk rechtstreeks naar instandhouding dan wel naar het stoppen vangaten in lopende projecten of het net voor elkaar krijgen van lopendeprojecten, het financieel rondbreien van lopende projecten. Het ingewik-kelde van Haarlem is dat dit gaat over capaciteitsuitbreiding. Dat is eenextra stap. Ook begrotingstechnisch valt dat niet in het bakje «instand-houding» of «regulier, lopend project», maar in het bakje «nieuweprojecten», dus dat betekent dat ik daar geen geld voor heb. Ook al kosthet geld – dat erken ik; ik heb daarover ook met de wethouder gesproken –en is het idioot wat er gebeurt, het is wel de situatie van dit moment. Wezijn dankbaar voor het gebaar van de regio om voorfinanciering teregelen. Dat gaan we nog eens goed bekijken in het kader van deMIRT-systematiek. Daar komen we over een paar weken over te spreken,maar ik waarschuw alvast: als je dit wil doen, dan zul je ergens anders hetgat groter moeten maken of een project moeten schrappen of – dat iseigenlijk onverantwoord – instandhouding moeten uitstellen. Want daarmoet het geld dan vandaan komen.Daar komt nog eens het volgende bij. Dit project is nu op de lijstgekomen, en het is verstandig dat Haarlem daarover aan de bel heeftgetrokken, maar dit soort situaties zullen zich nog veel vaker voordoen.Dus als wij nu zeggen dat we dit aanpakken, dan komen er volgende weeknog drie, en de week daarop nog vijf van dit soort gevallen. Dat is desituatie waarin we nu zitten. Vandaar dat ik daar prudent mee wil omgaanen daar nu dus nog geen toezegging over ga doen. We gaan dat heelzorgvuldig bekijken, want ik ervaar wel enorm veel ongemak bij dezesituatie. Ik ga daar nog eens goed naar kijken binnen de MIRT-systematieken zal u er vervolgens over informeren.Ook is er verzocht om de Kamer ieder kwartaal te informeren over devoortgang van de Lelylijn. Dat doen we al. Ik kan daar het punt van deheer Goudzwaard zeker in meenemen. Ik verwacht het advies van deLelylijngezant in het eerste kwartaal van 2026 – ik hoop in het begin vandat kwartaal – samen met het masterplan te mogen ontvangen. Ik hoopdat dat snel genoeg is om dat bijvoorbeeld nog op de informatietafel of inde verhandelingen die daarna zullen plaatsvinden, te kunnen bespreken.Ik zie het namelijk als mijn verantwoordelijkheid al Staatssecretaris om, naalles wat er is gebeurd in de periode ervoor, weer een heel klein beetjehernieuwd perspectief voor de Lelylijn op tafel te kunnen leggen. Ik kijkdus reikhalzend uit naar de plannen van de Lelylijngezant.Dan zijn er zorgen geuit over de vertraging van het derde spoor. Diezorgen deel ik. Ook deze situatie is heel moeilijk uitlegbaar. Zelf heb ik inseptember in München met mijn collega over deze situatie gesproken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127239 Twee weken geleden heb ik ook een brief gestuurd waarin ik hebgevraagd om een vervolggesprek, om afspraken hierover te maken. Ikhoop dat dat in het eerste kwartaal van 2026 gaat lukken. Ook deze weekzijn er nog gesprekken geweest tussen ProRail, mijn ambtenaren, deDuitse infrastructuurbeheerder en het ministerie om te kijken waar we nogkunnen versnellen of dat we in ieder geval een afspraak kunnen makenover een einddatum.Dan de Wunderline tussen Groningen en Duitsland. Afgelopen septemberis de eerste mijlpaal bereikt door de opening van de Friesenbrücke voorvoetgangers en fietsers. Helaas heeft DB InfraGo gemeld dat hetbouwproces verder is vertraagd vanwege de baanstabiliteit in Duitsland.De verwachting van de provincie Groningen en de deelstaat Nedersaksenis dat de Wunderline in de zomer van 2026 kan gaan rijden.Er is veel te doen geweest over de spoorbrug in Maastricht. We hebbeninderdaad een internetconsultatie gestart om het afbreken van despoorbrug mogelijk te maken. Dat komt natuurlijk niet uit de lucht vallen.Het spoor is aan beide kanten al lange tijd in onbruik en op dit moment iser ook geen situatie voorzien dat dit in de toekomst gebruikt zal worden.Bovendien zijn er problemen met de waterkwaliteit. Sorry, ik bedoel dewaterveiligheid; de waterkwaliteit hebben we gisteren besproken. Excuus,soms gaan er wel eens dingen door elkaar lopen. Er zijn dus problemenmet de nautische situatie aldaar. Dat waterveiligheidsknelpunt moetworden opgelost. Ook de Vlaamse regering heeft inderdaad bezwaar bijons aangetekend tegen dit besluit. Nogmaals, we nemen nu geenonomkeerbare stappen. De internetconsultatie is gestart en het gesprekhierover zal ongetwijfeld verder worden gevoerd. Maar ook hiervoor geldtdat we uiteindelijk een belangenafweging zullen moeten maken. Laten weeen brug bestaan met een spoor dat al lange tijd niet meer is gebruikt enwaarvan ook niet is voorzien dat het gebruikt gaat worden? Of kiezen wevoor de waterveiligheid en de nautische veiligheid van de mensen diedaar met hun boten varen?Dan kom ik bij de stand van zaken van het ov-project Amsterdam–Haarlemmermeer. Dat project verkeert op dit moment in de verken-ningsfase. We hebben intensief overleg met de Amsterdamse regio overeen breed palet aan projecten om ervoor te zorgen dat dit financieelzodanig vorm krijgt dat we eind 2026 een voorkeursbeslissing kunnennemen, zodat dit niet uit zicht raakt en we dit op een goede manierkunnen inpassen in de plannen die er zijn.Dan de flessenhals Meppel. Op dit moment wordt er uitvoering gegevenaan de korte- en de middellangetermijnprojecten. Het vierde-perronspoorwordt vergroot vanwege de robuustheid. Dat moet wel zorgvuldiggebeuren. Helaas kost dat nu eenmaal tijd. In de tussentijd gaan we welkijken naar de kleinere maatregelen die kunnen worden uitgevoerd, zodatwe de robuustheid en de snelheid kunnen verhogen. We gaan bekijkenhoe we de middelen die zijn uitgetrokken bij de Voorjaarsnota 2025, zogoed mogelijk kunnen inzetten om het uiteindelijke doel te bereiken,namelijk om meer treinen te laten rijden. Ik verwacht u daarover in deeerste helft van 2026 te kunnen informeren.De stand van zaken rond het vierde perron in Deventer. Ik kan u toezeggendat ik daar in de MIRT-brief op terugkom, met uw goedkeuring. DeMIRT-gesprekken staan gepland voor de eerste week van januari en hetMIRT-debat vindt iets daarna plaats, op 26 januari.Dan Zeeland. Er rijden sinds kort al extra treinen; er rijdt een derde treinnaar Rotterdam. Wij kijken op dit moment naar de uitkomsten van hetonderzoek naar de mogelijkheid voor een vierde trein per uur. We zullendaarbij rekening houden met de ligging van Zeeland. Dat is op ditmoment de stand van zaken daaromtrent.Is de Staatssecretaris bereid om het station Dordrecht Leerpark onderdeelte maken van een MIRT-verkenning? Station Dordrecht Leerpark is eenvan de vier nieuwe stations die worden onderzocht in de MIRT-verkenningTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127240 Oude Lijn. In de verkenning wordt toegewerkt naar een keuze voor eenvoorkeursalternatief. In de MIRT-brief zal ik ook u informeren over devervolgstappen ten aanzien van de Oude Lijn. Er lopen ook goedegesprekken met de regio en de provincie over hoe we dat pakketje kunnenrondmaken.Dan de stand van zaken ten aanzien van de dieseltreinen en de elektrifi-catie van die lijnen. Ook dat maakt onderdeel uit van de MIRT-gesprekken.Ik heb op 6 oktober mijn handtekening gezet onder de bestuursovereen-komst voor de elektrificatie van Mariënberg–Almelo. Dat is een belangrijkestap, niet alleen vanuit duurzaamheidsperspectief maar ook – dat heb ikgemerkt in de gesprekken – omdat een investering in die lijnen eenenorme erkenning is van het belang van die lijnen. Daarmee wordt ernamelijk geïnvesteerd in de toekomst van die lijnen, wat ook de toegangvan nieuw materieel tot de markt mogelijk maakt. Ook is het eenkwaliteitsverbetering voor de reizigers. Op dit moment loopt er nog eengesprek over de situatie met betrekking tot Oldenzaal–Zutphen en desituatie in Noord-Nederland. Daar zijn we nog aan het onderzoeken hoewe dat moeten doen. Daar kijken we in het eerste kwartaal van 2026 naar.De heer Van Duijvenvoorde stelde mij nog een vraag over de redundantie.Ook dat nemen we daarin mee. Dat partiële aspect is daar een voorbeeldvan: je moet goed kijken naar die redundantie, omdat de wereld isveranderd. Daar moet je dus ook rekening mee houden. Dat zit ook in datonderzoek van Van der Maat ten aanzien van de weerbaarheid op hetspoor.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Ik zie een aantal interrupties. Ik begin bij de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een onbeantwoorde vraag over de spoorbrug. Ik had deStaatssecretaris nog verzocht om, los van de consultatie die nu gaande is,in gesprek te gaan met de vervoerders en de reisorganisaties voordat ereen definitief besluit genomen wordt. Ook had ik nog een vraag overHaarlem. De Staatssecretaris schetst het beeld dat er meer situaties zoalsdie in Haarlem zullen ontstaan, onder andere door beperkt budget. Mijnbezwaar is echter dat wij in de HRN-concessie hebben afgesproken datdaar twee IC’s bij komen, dus meer treinen gaan rijden. Ik vind dat weIenW moeten houden aan de afspraken die we binnen de HRN-concessiehebben gemaakt. Ik vraag de Staatssecretaris daarom om in kaart tebrengen op welke andere plekken de kans bestaat dat wij niet gaanvoldoen aan het aantal treinen dat in de HRN-concessie is afgesproken.Dat hebben wij als Kamer namelijk met IenW en NS afgesproken en ikvind dat we de Staatssecretaris daaraan mogen houden.Staatssecretaris Aartsen:Ten aanzien van eerste vraag, over de Maasbrug: ja, dat zijn we bereid tedoen. Dat is ook de reden waarom we de internetconsultatie hebbengestart. We krijgen nu ook reacties binnen. Dat is dus ook onderdeel vandat proces. Dat kunnen we dus toezeggen. Ik ben het eens met het puntover Haarlem. Dat maakt dat ongemak ook zo groot. Ik kan u toezeggenom dat te doen. Ik heb daarover wel een vraag. Wilt u dat grofmazig ensnel, dus wilt u een overzicht van waar dat potentieel kan zijn? Dan kandat nog voor het MIRT-debat. Maar als dat heel zorgvuldig en specifiekmoet gebeuren, dan heb ik daar wel een halfjaar de tijd voor nodig. Wat iswijsheid, wat is verstandig, zo vraag ik de heer De Hoop.De voorzitter:Dat is niet gebruikelijk, maar ik sta even toe dat de heer De Hoop dattoelicht, want dan kunnen we dit gelijk afhechten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127241 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik een tegenvoorstel, namelijk dat we voor het MIRT-debat al eenkort eerste beeld krijgen en dat we bij het ... Ik hoor de Staatssecretarislachen, maar dit is een serieuze suggestie, want dan kunnen we in junivoor het MIRT-traject een tweede, wat vollediger, beeld krijgen. Ik denk datdat de beste manier is om dat te doen.Staatssecretaris Aartsen:Ik moest even kijken of de problemen niet te groot werden gemaakt, maarnee. We gaan het dan op die manier doen. We kunnen dat even grofmazigin kaart brengen voor het MIRT-debat. Dan doen we het zorgvuldiger punteen stukje verderop. Ik denk dat dat gewoon verstandig is om te doen,omdat dan ook echt inzichtelijk wordt dat het financieel gewoon gaatknellen. Dat is gewoon de situatie op dit moment.De voorzitter:Ik kijk even rond, want volgens mij zag ik mevrouw Boelsma voor eeninterruptie. Ik zou willen voorstellen dat dit de laatste interruptie voor deschorsing is. Dan gaan we daarna verder.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dank voor de toezegging dat we in het eerste kwartaal die elektrificatiekrijgen. Ik mis een aantal antwoorden, maar die kunnen ook bij het blokjeoverige zitten. Dat is het suïcidepreventieprogramma, een frisse blik, hetrobuuste spoor en Leeuwarden–Groningen. Dus als die antwoorden bijhet blokje overige komen, ben ik tevreden en anders graag alsnog eenantwoord.De voorzitter:Nou, ik zie het antwoord al. Die zitten bij het blokje overige. We gaan eerstschorsen, want ik wil dat de leden voldoende ruimte hebben om richtingde zaal te kunnen gaan voor de stemmingen. Nee, we gaan niet aan dezeantwoorden beginnen, want die interactie kan best nog vijf minuten durenen die tijd hebben we niet. Ik wil iedereen in de gelegenheid stellen om optijd daar te zijn. Ik zie al een aantal leden gaan, dus de onrust is al groot. Ikga dit debat schorsen voor stemmingen en voor de lunchpauze. Wijzullen, afhankelijk van hoelang de stemmingen duren – ik ga uit van eenkwartier – het debat om 13.45 uur weer hervatten.De vergadering wordt van 12.52 uur tot 13.45 uur geschorst.De voorzitter:Mensen, welkom terug bij dit commissiedebat Spoor. We zijn geschorstgeweest voor de stemmingen en de lunchpauze. We waren vlak voor hetlaatste blokje van de beantwoording van de Staatssecretaris in de eerstetermijn gebleven. We waren nog bezig met een aantal interrupties. Ik hebgenoteerd dat in ieder geval de heer Van Duijvenvoorde en de heerGrinwis om een interruptie op dit onderwerp hadden gevraagd. Welkomook, meneer Van Duijvenvoorde. Ik zou eerst de heer Grinwis even hetwoord willen geven, dan kom ik daarna bij u.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank, voorzitter. Ik dacht: ik moet hier echt op tijd zijn, want ik moet deStaatssecretaris inderdaad gelijk even wakker maken na de lunch en hemhet vuur aan de schenen leggen. Dank voor een aantal reacties, maar ikwil op één punt even doorgaan en dat is Haarlem. De Staatssecretaris zegteigenlijk: waar niets is, verliest zelfs de keizer zijn recht; het geld is er niet.Tegelijkertijd is het wel heel wrang om nu eigenlijk over te gaan tot eenaanbesteding waarin je incrementeel wat achterstallige onderhoudswerk-zaamheden doet, terwijl je binnenkort – of eigenlijk is dat over een paarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127242 jaar – wissels moet vervangen. Als je dat nu in één keer aanpakt, bespaarje gewoon structureel 50 miljoen. Ik vind het dus wel heel erg wrang alsde Staatssecretaris nu besluit om op korte termijn niets anders te doendan wat hij zich nu voorgenomen heeft, namelijk alleen maar een beetjedat onderhoud doen. Als hij nou die spoorbrug in Maastricht laat staan,dan speelt hij daarmee even 10 miljoen vrij. Als hij de voorfinancieringomarmt en een beetje vertrouwen heeft in de formatie, kan hij gewoonverantwoord een besluit nemen.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Ik waardeer altijd de creatieve financiële beschouwingen van de heerGrinwis, maar hij weet natuurlijk ook dat als ik besluit om de Maasbrugniet door te laten gaan, Financiën zal zeggen: dank voor deze financiëlemeevaller; u mag die niet gaan gebruiken voor nieuw beleid, want u heeftfinanciële tegenvallers. Het probleem is dat Haarlem in ons bakje valtonder «nieuw beleid, nieuwe projecten», zo noem ik het maar even. Wehebben grote financiële problemen bij zowel de instandhouding als delopende projecten waarin gaten zitten. Dus dat is de prioriteitsvolgorde:instandhouding, financiële tegenvallers in de lopende projecten en danpas nieuwe projecten. Dat is gewoon de ingewikkeldheid waar het ’m inzit.Ik heb het volgende gezegd. Ik ga twee dingen doen. Ik ga een lijst makenvoor de heer De Hoop van waar dit zich mogelijk nog meer gaatvoordoen. Dat is namelijk bepalend. Als het maar een of twee gevallenblijken te zijn, kun je daar misschien wat ruimer in zijn, maar als er eenwaslijst van 10, 20, 30, 40 projecten uit gaat komen, dan moet jemisschien wat terughoudender zijn. Dat is één. Twee. Ik ga er nog eenseen keer naar kijken bij de MIRT-systematiek. Ik geef dan alleen dewaarschuwing af dat het wel heel ingewikkeld gaat zijn, maar ik nog welwil bekijken wat de gesprekken daarover zijn.De voorzitter:Op dat punt is ook al een toezegging genoteerd.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, dat we voor het MIRT-debat daarover informatie krijgen.De voorzitter:U had nog een andere interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, hier nog even op doorgaand. Wil de Staatssecretaris dan ook de lensgebruiken waardoor je ziet binnen welke tijdspanne je hoeveel extra tochzou moeten investeren omdat, in dit geval, die wissels vervangen moetenworden? Kan de Staatssecretaris ook toezeggen op dit project in Haarlemin ieder geval geen onomkeerbare stappen te zetten tot het MIRT-debat entot eventueel een nieuw kabinet? Want al zou er maar structureel een kleinbudget bij komen in het Mobiliteitsfonds – ik denk en ik hoop dat er meerkomt vanuit de formatie – dan ontstaat er toch weer een nieuw speelveldwaarin de Staatssecretaris kan acteren. Dat zijn mijn concrete verzoeken.Staatssecretaris Aartsen:Ik kan toezeggen dat we tot het MIRT-debat geen onomkeerbare besluitennemen. Hoe optimistisch ik daar ook over ben, ik vind het te onzeker omaan het nieuwe kabinet geen onomkeerbare stappen te hangen, omdat weniet weten wanneer het zover zal zijn. Er is verder natuurlijk wel sprakevan een urgente situatie bij de wissels en daar moeten we ook rekeningTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127243 mee houden. We gaan daarnaar kijken, ook in de MIRT-systematiek, maarik zeg nu al wel dat de financiële situatie is zoals ie is. Ook zaken alsvoorfinanciering en de exploitatie ... Dat klopt, maar in de financiëlewerkelijkheid waar wij mee te maken hebben, wordt dat alleen andersgewogen. Dat maakt het zo ingewikkeld. Ik heb te maken met eenfinanciële situatie in het Mobiliteitsfonds, zowel als het gaat om despelregels als om het tekort aan geld. Dat is heel moeilijk te verenigen inons – ik noem het maar even zo – gezonde boerenverstand waarmee wijnaar deze materie kijken, materie waarover iedereen zegt «dit moet jegewoon doen». Die twee werelden moet je op een verantwoorde manierbij elkaar zien te krijgen en we moeten hopen dat dat lukt.De voorzitter:Ik kijk naar de heer Schutz voor zijn laatste interruptie.De heer Schutz (VVD):Dan laat ik het hierbij, want het zat eigenlijk in het laatste antwoord.De voorzitter:Oké, dan doen we het zo. Er zijn verder geen interrupties meer en wekunnen dus door naar het laatste blokje, het blokje overig.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. Het laatste blokje. Ik begin even met een kleine correctierichting geachte afgevaardigde Heutink. Ik zou natuurlijk niet willen, en alhelemaal niet bij de heer Heutink, dat ik de Kamer verkeerd informeer. Datis natuurlijk levensgevaarlijk, zeg ik maar even als bewindspersoon tegenmeneer Heutink. Het is goed om dat even te doen.Ik heb eerder over bodycams en boa’s gezegd dat het geld alreeds isovergemaakt. Dat is onjuist en dat zet ik bij dezen recht. Ik kan dat geldnamelijk nog niet overmaken, omdat dat formeel juridisch pas kan alsbeide Kamers de begroting hebben aangenomen. U heeft het budgetrechten u kunt nog zeggen: we vinden die bodycams een slecht plan en wezetten er een streep door of we gebruiken het geld ergens anders voor. Ende Kamers hebben de begroting nog niet aangenomen, want we gaandaar pas in januari in de Tweede Kamer over spreken.Wat heb ik wel gedaan? Ik heb een garantie gegeven aan de NS, zodat zijdoor kan. De NS heeft inmiddels de aanbesteding afgerond en tweeweken geleden het contract getekend voor de bodycams. Ze verwachtenzo snel als mogelijk in 2026 die bodycams beschikbaar te hebben voor demensen, maar dat zal helaas nog niet in januari zijn.De voorzitter:De interrupties zou ik even willen bewaren. Ik snap dat u graag wiltinterrumperen, maar we doen de interrupties even aan het einde van hetblokje.Staatssecretaris Aartsen:Het punt van de heer Schutz over de kaderovereenkomst. Het rapport vanProRail is inderdaad in concept gereed, maar het is nog niet gereed en ikkan dus nog geen formele stap zetten. Het is nog niet formeel afgerond,maar we verwachten dat wel spoedig formeel afgerond te hebben. Op hetmoment dat wij die afgerond hebben, zullen wij die uiterlijk in februarimet uw Kamer delen. Ik kan dus toezeggen dat we die uiterlijk in februarimet u delen. Dan zal ik ook de inzet van dit kabinet met u delen. Ik hebeerder overigens al gezegd hoe belangrijk ik kaderovereenkomsten vindom dat te borgen. Ik zet dat ook in die brief, omdat ik denk dat hetverstandig is dat we dat er even duidelijk in zetten.Wat ook heel fijn is, is dat ik dan ook kan reflecteren op het voorstel inEuropa. Morgen is er een stemming in het Coreper. Daarin zitten alleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127244 ambassadeurs van de Europese landen en die spreken daar onder andereover de capaciteitsverdeling en de zaken rondom de kaderovereen-komsten. En dat is eigenlijk nog wel het allerbelangrijkste om ditonderwerp echt te laten vliegen. Ik kan daar in die brief van februari dusook even op reflecteren. Ik denk dat dat verstandig is, omdat ik daarmeevolgens mij iets beter tegemoetkom aan de vragen die de heer Schutz aanmij heeft gesteld.Voorzitter. Dan de heer Grinwis en mijn ambitie als Staatssecretaris voorschone treinen. Volgens mij is dat echt cruciaal voor de beleving vanreizigers. Laat ik als liberaal maar wel gelijk zeggen dat het geen kabou-tertjes zijn die in die treinen rondlopen om daar friet op de grond tegooien. Dat doen de reizigers zelf. Als wij dus schone treinen willen, zou iktoch ook willen zeggen: laten we het een beetje schoon en netjes houdenmet elkaar. Neem je spulletjes gewoon mee de trein uit. Er staan heel veelprullenbakken op de perrons en daar kun je het ook in weggooien inplaats van op de grond of op andere plekken in de trein.Voorzitter. Dat gezegd hebbende: de NS doet er natuurlijk ook het een enander aan om ervoor te zorgen dat ook het materieel en de capaciteits-planning goed op elkaar worden afgestemd, zodat er schone treinen zijn.Het resultaat is dat er vaker schoon wordt gemaakt. De NS heeftbovendien zowaar een landelijke taskforce ingesteld om de treinenschoner te krijgen.Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg mij of ik bereid om suïcidepreventiestructureel onderdeel te laten zijn van het BKN. Die intentie heb ik en erloopt inderdaad ook een succesvol derde preventieprogramma. Je wiltzowel voor de mensen zelf als voor de treinreizigers voorkomen dat ersuïcide plaatsvindt op of rond het spoor. Wij horen ook terug vanzorgverleners dat juist die preventie, dus het voorkomen ervan, en desamenwerking met NS, ProRail en IenW enorm worden gewaardeerd.Daarbij valt te denken aan camera’s bij spoorovergangen en slimmecamera’s waarmee je echt op een hele slimme manier suïcide kanvoorkomen.Daarmee hebben we echt een mooie stap gezet en daarom gaan we ookecht kijken hoe we dat structureel kunnen maken. De intentie heb ik, maarik zeg er alleen wel bij dat de middelen helaas nog niet beschikbaar zijn,noch incidenteel noch structureel. Ik ga kijken of we het volgend jaar inkunnen passen. Maar we zullen hierover ongetwijfeld ook nog bij debegrotingsbehandeling met elkaar spreken.De heer Schutz vroeg mij naar het grensoverschrijdende ticketingsysteem.Op dit moment wachten wij op een voorstel van de Europese Commissie.Het is helaas wat vertraagd, maar wij verwachten dat we dat voorstel in2026 zullen ontvangen. Ik heb hierover al eerder met EurocommissarisTzitzikostas, de Griekse Eurocommissaris, gesproken en toen heb ikaangegeven dat wij dat graag zouden willen hebben. Het levert Nederlandwaarschijnlijk heel veel voordelen op en ik zie dat voorstel uit Brussel danook met smart tegemoet.Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg naar de stand van zaken rond hetbasisnet en het robuuste basisnet. Ik heb het initiatief genomen voor eennieuw bestuurlijk traject, omdat ik zag dat de bestuurlijke verhoudingenen überhaupt de verhoudingen rondom dit dossier tussen IPO, VNG, hetVeiligheidsberaad, het Ministerie van Wonen en ons ministerie, zowelvoor de gevaarlijke stoffen als voor het spoor, eigenlijk helemaal verstardzijn. We zaten in de schuttersputjes; laat ik het zo maar even noemen.Daardoor werd het onmogelijk om eruit te komen en het doel te halen dattreinen veilig zijn, dat treinen veilig door een bepaald gebied heen kunnenrijden en dat er zo min mogelijk treinen met gevaarlijke stoffen in de buurtvan woningen rijden.Je zag gewoon dat het vastzat. U heeft daar ook vaak met mijnvoorganger over gesproken. Daarom heb ik gezegd: volgens mij is hetverstandig dat we met elkaar op de resetbutton – zo heb ik het maar evenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127245 genoemd – drukken. Iedereen die daarbij betrokken was, wilde in mijnbeleving namelijk wel ongeveer hetzelfde. Maar we zaten inmiddels zodiep weggedoken in de schuttersputjes bij de discussie over de instru-menten en de middelen dat we de doelen en de uitgangspunten eenbeetje waren vergeten.Mevrouw Boelsma vroeg mij ook wat daarbij de uitgangspunten zijn. Mijnuitgangspunt is dat we met elkaar door gewoon ouderwets te polderen –zo noem ik het maar even – tot uitgangspunten komen. We moeten straksgewoon zeggen: oké, dit zijn onze uitgangspunten. En als we dat weten,hoe gaan we dat dan in de toekomst met elkaar vormgeven? Wordt dateen basisnet of een robuust basisnet of een ander systeem? Noem hetallemaal maar op, als we het maar met elkaar gaan doen. We gaan nueven bouwen aan vertrouwen, zodat we daarna weer verder kunnen gaan.Het is mijn hoop dat dat de uitkomst zal zijn van dat nieuwe bestuurlijketraject, dat onder leiding staat van burgemeester Paul Depla.De heer Schutz vroeg mij naar de stand van zaken rond de motie-Minhasen de moties-Minhas/Van Ginneken. Ik kan hem zeggen dat beide motiesover de 740 metertreinen zijn uitgevoerd. In het Toekomstbeeld Spoorgoe-derenvervoer geef ik aan hoe we dat voor ons zien. We zetten daarbijvooral in op dual use. Daarmee is echt voordeel te halen, ook voor deNederlandse industrie. Ik noem ook nog een hele hoop andere opties inde ambitieniveaus in dat toekomstbeeld. Ook hierbij zijn echter wel depolitieke keuzes en de bijbehorende euro’s van belang.De heer Schutz vroeg mij naar de geluidsplafonds en de gewenste modalshift. Er moet wat ons betreft echt voldoende ruimte blijven voorgoederentreinen. Ik ben ook altijd blij dat wij een apart BO MIRT overgoederenvervoer hebben, want er zijn geen wethouders of gedeputeerdendie voor het goederenvervoer opkomen. Het is goed dat we daar eenapart BO, een apart overleg, over hebben, omdat het voor de Nederlandseeconomie belangrijk is dat het goederenvervoer een goede plek heeft inons land. De afgelopen jaren zijn goederentreinen stiller geworden. Datheeft tot gevolg gehad dat wij de geluidsplafonds hebben kunnen latendalen. Dat betekent dat er zowel meer ruimte is voor goederentreinen alsvoor woningbouw. Dat besluit hebben wij genomen en dat ligt inmiddelsook via een internetconsultatie ter inzage.De laatste vraag gaat over de onrendabele top voor goederenvervoerders,ERTMS. Er is een subsidieregeling beschikbaar voor de ombouw bijgoederenvervoerders. 90% daarvan wordt vergoed door middel van hetsubsidieprogramma en 10% niet. Ik begrijp dat er scheve gezichten zijn,omdat we dat op andere plekken wel kunnen doen. Op dit momentworden de staatssteunregels hervormd om dat mogelijk te maken, maarook hier speelt wel weer het punt dat er op dit moment geen financiëleruimte voor is. Als we het zouden willen doen, dan moet die beschik-baarheid dus eerst gevonden worden.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even of er nog vragen zijn blijven liggen. Dat is blijkbaarhet geval, maar mevrouw Boelsma heeft geen interrupties meer. Dat isheel lastig, maar ik kan u, mevrouw Boelsma, wel vragen of er nog eenvraag van u onbeantwoord is gebleven. Ik zie dat dat het geval is. Gaat uwgang!Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Het traject Groningen–Leeuwarden.De voorzitter:Dat heeft u inderdaad genoemd. Staatssecretaris, dat kan eventueel ook intweede termijn. Dat gaat we doen. Meneer Grinwis?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127246 De heer Grinwis (ChristenUnie):Het kan zijn dat ik ’m gemist heb, maar ik heb een vraag gesteld overabonnementen op de bankpas laden, ook bij de NS. Er gaat geen lampjebranden aan de overkant?De voorzitter:Ik zie dat dat ook de tweede termijn wordt. Meneer Van Duijvenvoorde,gaat uw gang.Staatssecretaris Aartsen:Excuus. Bedoelt u daarmee OVpay, meneer Grinwis?De voorzitter:Meneer Grinwis, niet buiten de microfoon, want dat werkt niet. Wemoeten dit netjes doen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Excuus, voorzitter.De voorzitter:Meneer Grinwis, gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik heb in eerste termijn genoemd dat de abonnementen van allevervoerders op een bankpas kunnen worden geladen. Je kunt dan reizenmet je bankpas. Maar de abonnementen van de NS kunnen dus niet opeen bankpas geladen worden. Daarom was mijn vraag: wanneer wordtdat mogelijk bij de NS?Staatssecretaris Aartsen:Sorry, maar daar kom ik in de tweede termijn op terug.De voorzitter:Heel goed. Ik kijk nog even naar de heer Van Duijvenvoorde.De heer Van Duijvenvoorde (FVD):Volgens mij, maar ik kan het gemist hebben, is mijn vraag over dedynamiek tussen NS en ProRail nog niet beantwoord.De voorzitter:Wilt u dat gelijk doen?Staatssecretaris Aartsen:Dat kan ik wel gelijk doen, voorzitter. Even vooropgesteld: de samen-werking tussen de NS en ProRail is goed, heel goed zelfs, zowelbestuurlijk als operationeel. Ik heb zelf ook regelmatig tripartiet overleg. Ikheb met allebei goede overleggen en dat zit dus goed. Er loopt natuurlijkal heel lang een discussie over de positie van ProRail. Er ligt verder eenwetsvoorstel in de Kamer en de discussie daarbij is of het een zbo of eenandere variant moet worden. Dat wetsvoorstel is geloof ik nog van eenvan mijn verre voorgangers. Die discussie loopt dus nog en bovendienheeft uw Kamer besloten dat dit wetsvoorstel controversieel is. Het wachtdus op een nieuw kabinet.De voorzitter:Dank. Dan zie ik dat we aan het einde gekomen zijn van de eerste termijnvan de kant van het kabinet, de Staatssecretaris. Ik kijk even naar de ledenom te zien of zij überhaupt behoefte hebben aan een tweede termijn. Ik zieveel mensen net als de heer Grinwis nee schudden, maar de heer Schutzen mevrouw Boelsma hebben wel behoefte aan een tweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127247 Meneer Schutz, gaat uw gang. U spreekt namens de VVD.De heer Schutz (VVD):Heel kort. Het is eigenlijk alleen maar een vraag en niet een heel verhaal.Ik heb een vraag naar aanleiding van de beschouwing over de militaireupgrade, althans een upgrade in de prioritering, want het lijkt of daarkansen liggen om samen met het goederenvervoer te werken aan deknelpunten voor die 740 metertreinen. Ik denk dan aan de knelpuntenoost/west en de overgangen bij locaties als Oldenzaal en Emmerich.Wordt er gezamenlijk overlegd om de belemmeringen die bij hetgoederenvervoer ervaren worden te combineren met de kansen die deupgrade bij het militaire vervoer biedt? Kunnen ze dat samen oppakken?Deze vraag is een aanmoediging, want ik weet niet precies hoe al dieoverlegstructuren van de Staatssecretaris lopen, want daarvoor zit ik tekort in de Kamer. Maar ik zou hem willen aanmoedigen om dat zeker tebeproeven en om dus te kijken of die twee sectoren elkaar van dienstkunnen zijn.Dat is het, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Boelsma.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog even een tweetal aanvullende vragen.De eerste vraag gaat over het suïcidepreventieprogramma. U zegt dat udaar volgend jaar mee door wil gaan, maar ik denk dat u 2027 bedoelt.Maar mijn vraag is of er een gat is in de begroting in ’26, of dat hetdoorloopt. Het tweede punt is dat ik de beantwoording over het robuustespoor zo gehoord heb dat wat ik genoemd heb, er dus weer met die frisseblik naar kijken, het uitgangspunt is. Sorry, ik heb mij vergist. Ik heb nogeen klein derde punt. Ik worstel toch een beetje met het stuk over Arrivaen de NS. Ik snap dat er een procedure loopt. U komt daarop terug in detweede termijn? Fijn. Ik hoop dat we daar dan bij elkaar komen en dat ereen oplossing komt.De voorzitter:Meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank, voorzitter. Nog heel kort. Allereerst dank aan de Staatssecretarisvoor zijn uitgebreide beantwoording. Wat ik ten aanzien van de ov-pasbegrijp, is dat de NS alleen de ov-pas als opvolger van de ov-chipkaartgaat aanbieden, terwijl andere vervoerders ook de bankpas aanbieden omeen abonnement op te laden. Dat is nog even ter verduidelijking van mijnvraag. Ik was eerst van plan om een tweeminutendebat aan te vragen om,bijvoorbeeld op Haarlem, meters te maken. Nu ik het antwoord en detoezegging heb gehoord, stel ik voor dat ik eventueel een motie indien bijhet MIRT-debat en dan afzie van het aanvragen van een tweeminuten-debat. Ik denk de rest ook, zo te horen.De voorzitter:De rest heeft geen tweeminutendebat aangevraagd, dus dat klopt dan.Dan hebben we geen tweeminutendebataanvraag. Dank voor de inbrengin de tweede termijn. Ik ga even kort schorsen, zodat de Staatssecretariszich kan voorbereiden op de beantwoording. Blijft u alstublieft in de buurt,want het zal een korte schorsing zijn. Ik schors het debat.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127248 Ik heropen het commissiedebat Spoor. We gaan door met de tweedetermijn en zijn bij de afrondende beantwoording door de Staatssecretarisin. Ga uw gang.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Er is een vraag gesteld over militair vervoer. Daar zou ikheel graag heel veel over vertellen, maar dat mag niet van de voorzitter. Ikbeperk mij dus tot de specifieke vraag ten aanzien van dual use. Wij kijkeninderdaad heel bewust samen met Defensie, maar bijvoorbeeld ook metde NAVO, met JSEC, wat de concrete knelpunten zijn en hoe je dieeen-op-een met wat er al loopt of met wat er in de toekomst zou gaanlopen, kan gaan combineren. Dat is het traject om de 65 knelpunten inNederland op te lossen. Ook kijken wij samen met Duitsland, Polen deBaltische staten, België en Luxemburg. Nederland is daarin trekker van demilitaire corridor. Ik heb daarover een brief gestuurd naar mijn collega’s,waarin staat dat we daar echt werk van moeten gaan maken. Juist deknelpunten op de Betuweroute et cetera gaan onderdeel uitmaken van degesprekken over de corridor. Dat zijn namelijk gewoon belemmeringen diewe moeten wegnemen. Als we dat al niet vanuit economisch oogpunthadden moeten doen, dan moeten we het inmiddels doen vanuit militairoogpunt. Dat staat dus op de agenda.Voorzitter. Het CDA vroeg mij nog twee dingen. Het eerste ging oversuïcidepreventie. Nee, er is geen gat voor 2026.Ten aanzien van het robuuste spoor: daar gaan we dus met een frisse bliknaar kijken. U en ik hadden waarschijnlijk dezelfde gedachte, namelijk datwe daar met een frisse blik naar moeten gaan kijken, want in ieder gevalde gesprekken die liepen waren niet goed geregeld.De heer Grinwis vroeg mij nog hoe het zit met de NS-abonnementen opde bankpas. In 2028 gaan wij over op OVpay, omdat de huidigeov-chipkaart vanaf die periode niet meer veilig is. Dat wordt dus deopvolger. Alle producten zullen daarvoor automatisch beschikbaar zijn.Tot die tijd besluiten vervoerders zelf of en welke producten beschikbaarkomen op de bankpas. Daar gaan ze dus in principe zelf over. Zoals ik alvaker tegen uw Kamer heb gezegd: ik spreek op regelmatige basis de heerKoolmees van NS. Als u dat wenst, dan zal ik dit punt in de agenda latenverwerken en dat verzoek namens uw Kamer overbrengen aan NS. Ik ziede heer Grinwis knikken.Mevrouw Boelsma vroeg mij nog naar het traject Groningen–Leeuwarden.Dat traject gaat een stuk door veengebied heen, waardoor de bodemge-steldheid tussen Groningen en Leeuwarden om aandacht vraagt. ProRailwerkt er op dit moment hard aan om dat goed te herstellen. ProRailverwacht voor de zomer van 2026 de eerste herstelwerkzaamheden uit tevoeren om dat probleem op te lossen.Dan vroeg mevrouw Boelsma mij ook nog naar het aanbod van Arriva ende vergelijking met het aanbod van NS. In 2023 is er inderdaad doorArriva een aanbod gedaan hierop. We hebben Arriva gevraagd om dataanbod te actualiseren, in verband met de huidige gesprekken over denoordelijke lijnen en de uitspraak van het CBb. Ik kan u toezeggen dat wijdat aanbod zullen gaan vergelijken met hetgeen NS nu levert. Ik zal daarinexpliciet in ieder geval de vijf punten van mevrouw Boelsma meenemen.Het enige voorbehoud dat ik nog wel maak, is dat dit waarschijnlijk welom bedrijfsgevoelige informatie zal gaan. Ik kan die dus in ieder gevalvoorlopig niet met u delen.Dat waren ze, voorzitter. Dank.De voorzitter:Ik zie dat dit geen reacties meer oproept. Daarmee zijn we aan het eindegekomen van de beantwoording door de Staatssecretaris in de tweedetermijn. We zijn ook zo’n beetje aan het einde van dit debat gekomen,maar dat is niet voordat we de administratie op orde hebben gebracht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127249 Dat betekent dat we nog even een aantal toezeggingen doornemen. Datzijn de toezeggingen die de Staatssecretaris heeft gedaan en die wijhebben genoteerd. Ze luiden als volgt.−De eerste toezegging is dat de Kamer per brief wordt geïnformeerdover de gesprekken met het OM over strafmaatregelen in hetov-domein. Daarbij wordt extra aandacht gevraagd voor plegers vankoperdiefstal. De Kamer wordt daarover per brief in het eerste kwartaalvan 2026 geïnformeerd. Dat is een toezegging aan de heer Goud-zwaard.−De tweede toezegging is dat het programma over veiligheid in en omstations in het eerste kwartaal aan de Kamer wordt gestuurd. Deinitiatieven uit de regio worden daarbij betrokken. Dat is een toezeg-ging aan de heer De Hoop.−De derde toezegging is dat de Staatssecretaris voorafgaand aan hetMIRT-debat een eerste beeld schetst van de potentiële knelpunten voorhet uitvoeren van de HRN-concessie indien er geen geld beschikbaar isvoor nieuwe projecten in plaats van vervangingsprojecten. Een nadereuitgewerkte analyse volgt voor de zomer per brief aan de Kamer. Ookis toegezegd dat tot aan het MIRT-debat geen onomkeerbare besluitenworden genomen. Dat is een toezegging aan onder anderen de heerDe Hoop en de heer Grinwis.Dat klopt ook, toch? Ik zie geknik aan de kant van de Kamerleden, maaraan de kant van de bewindspersoon moet er ook geknikt worden.Staatssecretaris Aartsen:Ja, precies; klopt.De voorzitter:De vierde toezegging luidt als volgt.−De Staatssecretaris zegt toe het rapport van ProRail inzake kaderover-eenkomsten uiterlijk in februari met de Kamer te zullen delen, inclusiefeen reflectie daarop.Staatssecretaris Aartsen:Ja.De voorzitter:De laatste toezegging luidt als volgt.−Het aanbod van Arriva en NS wordt vergeleken en daarbij worden devijf punten die namens het CDA zijn ingebracht, meegenomen.Staatssecretaris Aartsen:Ja.De voorzitter:Dat zijn wat ons betreft de toezeggingen. Ik weet dat een aantal ledenheeft gezegd: bedankt voor de toezegging. Maar dat is niet per se eentoezegging die de Staatssecretaris heeft gedaan, maar ik wil ze wel evenlangslopen als dat het geval is.Staatssecretaris Aartsen:Inhoudelijke toezeggingen zonder datum zijn dat, volgens mij. Ik heb weleen aantal meer inhoudelijke toezeggingen gedaan.De voorzitter:Die zullen worden meegenomen ...Staatssecretaris Aartsen:Maar niet genoteerd met een datum.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127250 De voorzitter:Ik wil de ruimte geven om dat even met elkaar uit te wisselen als erspecifieke toezeggingen zijn gedaan. Dat is geen enkel probleem. Leeft diebehoefte bij een der leden hier? De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nou, de allerlaatste. Als de Staatssecretaris dan toch met de heerKoolmees spreekt, kan hij net zo goed in de volgende brief waarin hijterugkoppelt over die afspraken met de NS, ook iets zeggen over debankpas en hoe de NS hiermee omgaat en of ze een beetje het beenbijtrekken bij de andere vervoerders.De voorzitter:De heer Grinwis wil een extra toezegging. Dat is wat anders dan ...Staatssecretaris Aartsen:Ik zal voorafgaand aan het volgende debat – dat staat volgens mij in maartgepland – een NS-brief uw kant op sturen, een verzamelbrief met overigeonderwerpen.De voorzitter:Ik ga daar een beetje streng op zijn, want de lijst met toezeggingen is altijdheel lang. Die brief gaat sowieso komen, dus we gaan ervan uit dat daaralle informatie voor het debat in staat.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Volgens mij heeft de Staatssecretaris ook toegezegd dat we in het eerstekwartaal dat rapport over elektrificatie krijgen. Dus misschien dat dat erook even bij moet.De voorzitter:Dat betreft ook de uitvoering van een motie, dus die komt naar u toe.De heer Schutz (VVD):Ik meen het nadrukkelijk betrekken van vrouwen bij dat veiligheidsverhaalwel als toezegging te hebben verstaan. U haalde er voorbeelden bijwaaruit blijkt dat het al gebeurt, maar ...Staatssecretaris Aartsen:Dat was een toezegging, maar dat was een inhoudelijk toezegging, en dieworden niet genoteerd met een datum. Dus: ja, een inhoudelijketoezegging.De voorzitter:Wij hebben ’m hier gevat onder de toezegging voor een brief over hetprogramma veiligheid in en om stations. Daarin wordt het meegenomen.De heer Huidekooper (D66):Misschien heb ik het gemist, maar wanneer denkt de Staatssecretaris debrief toe te kunnen sturen met mogelijke knelpunten zoals de situatie inHaarlem nu?Staatssecretaris Aartsen:Voor het MIRT-debat krijgt u de grove eerste overview en voor de zomerde gedetailleerde lijst.De voorzitter:Dat is de toezegging die ik net heb voorgelezen. Nog anderen? De heerGoudzwaard.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127251 De heer Goudzwaard (JA21):Over de wettelijke strafmaxima aangaande koperdiefstal had de Staatsse-cretaris gezegd dat hij dat gaat opnemen met zijn collega’s binnen JenV.Hij had gezegd «daarmee ga ik echt aan de slag», maar daar wordt geendatum aan gekoppeld. Ik heb in mijn betoog wel benadrukt dat er geziende stijgende koperprijzen meer ellende in het verschiet ligt. Dus ik neemaan dat de Staatssecretaris de urgentie ook ziet en deelt.De voorzitter:Dat gaat niet zozeer over de toezegging, want voor je het weet hebben weeen debat. We hebben dat opgenomen in de toezegging. We hebbensowieso genoteerd dat extra aandacht vragen voor plegers van koper-diefstal in die toezegging zit die aan u gedaan wordt en dat u daarovergeïnformeerd wordt op dat moment, in het eerste kwartaal. Dit gaat dusover dat gesprek met het Openbaar Ministerie, niet met JenV. Dat was dusde eerste toezegging.Mooi. Dan hebben we de toezeggingen ook uitgewisseld met elkaar.Voordat ik het debat ga sluiten, wil ik in ieder geval de mensen op depublieke tribune hartelijk danken voor hun belangstelling en natuurlijk dekomst naar de Kamer. Ik wil natuurlijk ook de mensen die het op afstandhebben gevolgd, bedanken voor de belangstelling. Dank aan de Staatsse-cretaris en de ambtelijke ondersteuning, die ik er ook graag bij wilnoemen. Dank aan de leden voor het debat. Het is ook nodig om de griffiete bedanken voor het verzorgen van deze vergadering, maar ook deondersteuning voor het vandaag weer mogelijk maken van dit debat.Daarmee sluit ik dit commissiedebat Spoor.Dank u wel.Sluiting 14.19 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 127252

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 60ff70b22a1d5ec8

14 okt 2026 · dffb8c4f24a101d4

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingSpoor
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 18 december 2025, over spoor

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.