KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 18 juni 2025, over zorgverzekeringsstelsel

9 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 01a846654756a30d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 689Herziening ZorgstelselNr. 1317 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 9 juli 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op18 juni 2025 overleg gevoerd met de heer Van Hijum, Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, Vice-Minister-President, over:−de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 25 juni 2024inzake reactie op verzoek commissie over toegangsweigeringop zorgverzekeringsdata door zorgverzekering ten gevolge vandatalek (2024Z11239);−de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 28 juni 2024inzake reactie op het advies Zorginstituut over VT neo-adjuvante toediening pembrolizumab bij patiënten methoog-risico triple-negatieve borstkanker (Kamerstuk 29 477,nr. 901);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 23 september 2024 inzake besluitvorming risicovereve-ningsmodel 2025 (Kamerstuk 29 689, nr. 1266);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 9 oktober 2024 inzake Nivel-rapport Onderzoek naarcollectieve zorgverzekeringen (Kamerstuk 29 689, nr. 1267);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 21 oktober 2024 inzake Verzekerdenmonitor 2024(Kamerstuk 29 689, nr. 1268);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 19 november 2024 inzake antwoorden op vragen commis-sie over het tijdelijk opheffen van de sluis voor Trodelvy(Kamerstuk 29 477, nr. 908) (Kamerstuk 29 477, nr. 913);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 september 2024 inzake tijdelijk opheffen van de sluisvoor Trodelvy (Kamerstuk 29 477, nr. 908);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 16 december 2024 inzake Nivel-rapport Kennisvraag:Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiëleredenen (Kamerstuk 29 689, nr. 1273);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 14 januari 2025 inzake reactie op verzoek commissie overde petitie van Dokters van de Wereld «Mondzorg terug in hetbasispakket» (Kamerstuk 32 620, nr. 300); kst-29689-1317ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13171 −de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 16 januari 2025 inzake reactie op verzoek commissie oververgoedingen van alternatieve geneeswijzen (Kamerstuk29 689, nr. 1276);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 21 januari 2025 inzake antwoorden op vragen commissieover de Verzekerdenmonitor 2024 (Kamerstuk 29 689,nr. 1268) (Kamerstuk 29 689, nr. 1277);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 31 januari 2025 inzake kabinetsreactie op het rapport vande Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) «Met destroom mee. Naar een duurzaam en adaptief stelsel van zorgen ondersteuning» (Kamerstuk 31 765, nr. 900);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 februari 2025 inzake reactie op de motie van het lidTielen c.s. over een onderzoek naar de wenselijkheid van eenbestuurlijke boete voor het onvoldoende invullen van dezorgplicht (Kamerstuk 36 357, nr. 19) (Kamerstuk 36 357,nr. 22);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 maart 2025 inzake behandeling van MRSA-dragerschap(Kamerstuk 32 793, nr. 816);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 8 april 2025 inzake antwoorden op vragen commissie overde bezuiniging Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorgaan onverzekerden (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 161) (Kamer-stuk 36 600 XVI, nr. 180);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 december 2024 inzake bezuiniging Subsidieregelingmedisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (Kamerstuk36 600 XVI, nr. 161);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 6 mei 2025 inzake reactie op verzoek commissie overbehandeling burgerinitiatief Erken Fibromyalgie (Kamerstuk35 826, nr. 12);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 25 april 2025 inzake eindrapport Passendeaanspraak fysio- en oefentherapie (Kamerstuk 31 765, nr. 916);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 mei 2025 inzake wijziging basispakket Zorgverzeke-ringswet 2026 (Kamerstuk 29 689, nr. 1294);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 mei 2025 inzake ontwerpbesluit houdende wijzigingvan het Besluit zorgverzekering in verband met het zorgpakketZvw 2026 (Kamerstuk 29 689, nr. 1293);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 juni 2025 inzake contracteer- en overstapseizoen2024–2025 (Kamerstuk 29 689, nr. 1295);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 juni 2025 inzake voortgang marktonderzoek paramedi-sche zorg (deel 1) (Kamerstuk 33 578, nr. 161).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13172 Voorzitter: MohandisGriffier: SjerpAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bevers, Bushoff, El Abassi,De Korte, Krul, Mohandis, Paulusma en Thiadens,en de heer Van Hijum, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,Vice-Minister-President.Aanvang 9.30 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Ik heet u allen welkom. We beginnen dit debat ietseerder dan wij normaal debatten laten starten, rond de klok van tien. Hetis 9.30 uur en we gaan beginnen, anders dan normaal. Dank dat u hierbent. Waarom beginnen wij strak? Omdat wij om exact 14.05 uur hettweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel hebben ingepland. Wat wildeu zeggen, meneer Bushoff? Ja, ik weet dat er geen Minister is, maar wijbeginnen gewoon. Even heel serieus: we hebben afgelopen maandagvoorzittersoverleg gehad. Dat wil ik nog even met u delen. Daar hebbenwe gezegd dat de Kamer op tijd begint. Bewindspersonen hebben zichmaar gewoon te voegen naar de klok. Ik praat net zolang door tot meneerVan Hijum een keer binnenloopt. Als dat niet gebeurt, hebben we wel eenprobleem. Dan moet de heer Krul ... Nou goed, het is 9.30 uur. Ik schorsnog even één minuut en ik ga bellen. Maar ik doe dit even bewust. Wijversturen een uitnodiging en het kabinet heeft zich daaraan te houden. Ikzeg het maar gewoon. Ik ben een beetje klaar met dat te laat komen. Opschool doen we dat ook niet, hoort dat ook niet. Dan spreken we dekinderen er ook op aan. Ik zeg het maar gewoon. Ik ben er een beetje klaarmee. Dat wilde ik nog even als voorzitter gezegd hebben. Ik begrijp dat deKamerleden heel verbaasd kijken en denken: wat ...Meneer Van Hijum, ik heb net al geopend. U bent twee minuten te laat.Dat betekent dat u een briefje moet gaan halen bij de heer Bosma.Welkom. We willen echt starten. En waarom wil ik strak starten? Om14.00 uur staat het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel gepland. Eris geen ruimte om daarmee te schuiven, dus we moeten echt stipt om14.00 uur hier afronden, zodat u vijf minuten de tijd heeft om zich teverplaatsen naar de plenaire zaal.Ik heet u allen welkom, ook de demissionaire Minister van Volksge-zondheid. For the time being, zeg ik erbij. Goed dat u er bent. Voordat westarten nog het volgende. Namens de Kamer zijn de volgende ledenaanwezig: de heer Krul, CDA, de heer Bushoff, GroenLinks-Partij van deArbeid, mevrouw De Korte, NSC, de heer Thiadens, PVV, mevrouwPaulusma, D66 en de heer Bevers van de VVD. Maximaal drie interruptiesvan de zijde van de Kamer. U heeft vijf minuten spreektijd. Uw tijd gaat in,meneer Krul. U mag. O, mevrouw Paulusma nog.Mevrouw Paulusma (D66):Ik wil een punt van orde maken. Ik wil wel enige coulance geven aan dezeMinister, die waarschijnlijk één dag Minister van VWS is. We hebben hetvandaag over het zorgverzekeringsstelsel. Dat heeft ook te maken met hetAZWA en de akkoorden die gesloten moeten worden. Ik las vandaag inHet Financieele Dagblad dat de Minister al uitspraken doet over het eigenrisico. De Kamer is niet geïnformeerd. Dat begin ik wel een beetjeingewikkeld te vinden, ook in aanloop naar dit debat. Wellicht heeft deMinister daar een heel plausibele verklaring voor, maar het maakt hetvoor ons wel lastig om te debatteren als we wel dingen in de krant lezenmaar als Kamer nog niet geïnformeerd zijn.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13173 Goed dat u dat punt maakt, mevrouw Paulusma. Laat het ook onderdeelzijn van het debat straks. U heeft uw punt nu gemaakt. Ik stel echt voorom nu te beginnen. Dan kan de Minister dat ook betrekken bij zijnbeantwoording. Meneer Krul, aan u het woord.De heer Krul (CDA):Voorzitter, dank. Welkom aan de demissionaire Minister, de vicepremier. Ikgun hem de wereld en ik gun hem ook dat dit zijn laatste VWS-debat is. Ubegon het net leuk te vinden, hoor ik.Ik wil het hebben over de verlaging van het eigen risico, door deze coalitiegepresenteerd als een grote overwinning. Kwetsbare mensen met eenlaag inkomen of met een slechte gezondheid zouden er fors opvooruitgaan. De toegang tot de zorg zou verbeteren en de lange wacht-lijsten gingen we dan wel oplossen met triage, oftewel: zorgverleners,zoek het maar uit. De Raad van State heeft uiteengezet wat de gevolgenzijn. De maatregel is ongericht en sluit dus niet aan bij het doel van deregering, namelijk kwetsbare groepen helpen. Want kwetsbare groepengaan erop achteruit, ook omdat de tegemoetkoming voor arbeidsonge-schikten verdwijnt. De zorgpremie stijgt en het is onduidelijk of decompenserende lastenverlichting dit überhaupt opvangt. De vorigeMinister wilde bovendien al uit deze pot graaien voor het AZWA. En totslot: er is geen structurele verbetering van de toegang tot zorg, wantvanaf 2030 zal geïndexeerd moeten worden. Die indexatie zal hogeruitvallen, omdat – let op – de zorgkosten harder zullen stijgen. Daar isgeen rekening mee gehouden.Voorzitter. Het CDA heeft het al eerder gezegd en zegt het opnieuw: stophiermee. Hoe weegt de Minister het advies van de Raad van State? Is deMinister bereid om de voorbereidingen voor het voorstel vandaag nog testaken? In plaats van ondoordachte plannen voor de korte termijn zullenwe moeten nadenken over de houdbaarheid en toegankelijkheid van zorgop de lange termijn. Dat betekent juist nu aan de slag gaan. Het isnoodzakelijk om ons op de toekomst van de zorg te bezinnen. Er is algrote schaarste aan personeel en die zal blijven toenemen. De vergrijzingzet door en de zorgvraag zal sneller gaan stijgen. Ik was maandag nog opwerkbezoek bij de spoedeisende hulp van het LUMC. Daar zag ik opnieuwhoe het knelt. Elke afdeling heeft overbezetting. Er zijn meer beddengevuld dan de capaciteit eigenlijk toelaat.Voorzitter. Eind vorig jaar nog heeft het CDA een motie ingediend, samenmet heel veel andere partijen, om een staatscommissie in te richten. Diekreeg heel veel steun. Er is nog steeds geen concreet voorstel. De val vanhet kabinet bewijst dat een onafhankelijke commissie die doorwerkt heelveel nuttig werk kan verzetten. Ik vind het eigenlijk kwalijk dat we nu, eenjaar later, nog steeds geen advies hebben. Ik zou graag een toezeggingwillen van de Minister dat er voor Prinsjesdag een concreet voorstel ligt.Dat is echt geen onmogelijke vraag.Voorzitter. Ik sluit af met twee vragen over fysiotherapie. Dat begint eensteeds slepender en onduidelijker dossier te worden. De NZa zegt: wij ziennog geen afname in het aantal fysiotherapeuten. Maar het AD kopte laatstnog dat het aantal fysiotherapeuten dat het bijltje erbij neergooit snelgroeit. Wie moeten we nu geloven? Er lag een motie om voor dit debat toteen oplossing te komen voor de tarieven van fysiotherapie. Dat is nietgelukt en dat is teleurstellend. Het definitieve onderzoek komt dit najaar,volgens de NZa. Ik wil gewoon weten wanneer precies. Ik wil ook degarantie dat het ministerie constructief in overleg gaat met fysiothera-peuten, zodat er in ieder geval overeenstemming is over de cijfers en ersnel een oplossing in zicht is. Tevens pleit het CDA, net als meer partijen,voor het opvolgen van het advies van het Zorginstituut om de eerstetwintig fysiobehandelingen voor mensen met een chronische ziekte tevergoeden uit het basispakket. Het is weer een jaar stil gebleven op ditpunt, terwijl de positieve effecten van fysiotherapie, zeker voor deze groepTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13174 patiënten met een chronische ziekte, heel duidelijk zijn. Wat gaat deMinister hiermee doen?Voorzitter. Tot slot een heel concrete vraag over een medicijn voorachondroplasie. Jonge kinderen met deze aandoening zouden met ditmedicijn ongeveer 1,5 centimeter per jaar kunnen groeien. In een aantalEuropese landen is het verkrijgbaar, maar in Nederland levert de fabrikantniet. Waarom niet, vraag ik de Minister. Welke oplossingen zijn hiervoor?Kan Nederland bijvoorbeeld samen met andere landen optrekken vooreen gezamenlijk inkoopbeleid?Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Dank u wel, meneer Krul. We gaan naar de volgende spreker. Dat is deheer Bushoff namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Aan u het woord.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Vandaag stond het verhaal van Nancy in de krant.Ze is helaas 100% afgekeurd. Ze mist haar werk in de kinderopvangenorm. Ze heeft nu een uitkering. Haar inkomen is ongeveer € 1.200 permaand. Elk jaar is ze in de eerste maanden van het nieuwe jaar € 400 kwijtaan zorgkosten. Ze kan dat niet meer ophoesten, dus neemt ze maar eenheel deel minder van de pillen die haar zijn voorgeschreven. Dan kan zenog wat langer met haar medicijnen doen om rond te komen. Dit verhaalstaat niet op zich; er zijn heel veel mensen die letterlijk hun pillen brekenomdat ze niet rondkomen als ze de volledige dosering zouden innemen endaarvoor zouden moeten betalen. Nog meer mensen gaan niet eens meernaar de apotheek, omdat ze bang zijn voor de eigen bijdrage. Tal vanmensen mijden de tandarts, lopen rond met kiespijn of laten uiteindelijkgewoon hun hele gebit trekken omdat ze bang zijn voor de rekening vande tandarts.Voorzitter. Dit zijn de schrijnende voorbeelden van de stilstand van hetkabinet van de PVV en de VVD. Die stilstand heeft geleid tot achteruitgangvoor al deze mensen die niet de zorg krijgen die ze nodig hebben,simpelweg omdat ze het geld niet hebben. En er zijn zat mensen inNederland die snakken naar vooruitgang, naar een nieuwe verzorgings-staat, waarin je wel gewoon kunt rekenen op mondzorg als je die nodighebt, op een huisarts als je naar de huisarts moet, op het kunnen betalenvan de medicijnen die je voorgeschreven krijgt.Voorzitter. Laat ik vandaag een aantal verstandige keuzes noemen om tebouwen aan die nieuwe verzorgingsstaat. Laat ik beginnen bij het begin inhet leven, namelijk bij de kraamzorg, bij kinderen die net geboren worden.We weten in Nederland hoe ontzettend belangrijk die eerste dagen vanhet leven zijn voor kinderen. Het is een groot goed dat in Nederland veelmensen thuis kunnen bevallen met behulp van kraamzorg of in hetziekenhuis en daarna weer snel terug naar huis kunnen. Dan houden zegeen ziekenhuisbed bezet, wat ook nog eens heel kosteneffectief is. Tochzien en horen we – gisteren nog – van de kraamverzorgenden dat hunberoep enorm onder druk staat, dat steeds minder mensen kiezen voor dekraamzorg of misschien wel uitstromen omdat het gewoon niet meer tebolwerken is. Dan hoor ik van de kraamverzorgenden dat zij nog niet eensin gesprek kunnen met de Minister van VWS. Ik zou deze Minister dan ookwillen vragen om aan zijn opvolger in ieder geval het verzoek te doen ommet deze beroepsgroep in gesprek te gaan over de toekomstbesten-digheid van hun vak, want dat is cruciaal. Dat er goede kraamzorg is, isniet alleen belangrijk voor die eerste 1.000 dagen van kinderen, maar isook nog eens verstandig vanuit het oogpunt van de portemonnee van onsallemaal. Je wilt immers niet dat mensen lang in een ziekenhuis liggen,maar dat ze kunnen rekenen op goede kraamzorg thuis.Voorzitter. Ik zou deze Minister ook willen vragen naar drie opties ommensen die nu vanuit een kostenoogpunt mondzorg mijden, toch teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13175 kunnen helpen. Wat zijn de voor- en nadelen van de optie van eengeneraal pardon om mensen die nu allerlei problemen hebben en nietnaar de tandarts kunnen omdat ze geen geld hebben, in ieder geval éénkeer op korte termijn naar de tandarts te laten gaan? Ik ben ook benieuwdnaar de voor- en nadelen die deze Minister ziet van een aanvullendeverzekering voor alleen mensen met een klein inkomen, en naar de voor-en nadelen en de haalbaarheid van bijvoorbeeld een regeling zoals we dieook hebben voor dak- en thuislozen, alleen dan voor mondzorg voormensen met een laag inkomen.Voorzitter. Dan een andere slimme keuze die je zou kunnen maken. Hetlijkt misschien klein, maar het is wel een van de keuzes waar we naartoemoeten, bijvoorbeeld als het gaat om passende zorg, namelijk hetvergoeden van een druppelbril. Ik ben benieuwd hoe de Ministerhiertegen aankijkt. Nu is het nog zo dat mensen die oogdruppels nodighebben – dat zijn er heel veel, honderdduizenden in Nederland – daar vaakhulp bij krijgen van de wijkverpleging, terwijl het veel effectiever zou zijnals mensen dat met behulp van een druppelbril kunnen doen, diehartstikke, of relatief, goedkoop is. Maar mensen kiezen er niet voor,omdat dit niet onderdeel is van het basispakket, terwijl ze soms wel gratiswijkverpleging kunnen krijgen. Daarom zou het misschien wel verstandigzijn om zo’n druppelbril op te nemen in het basispakket. Dat is mijn vraagaan de Minister.Voorzitter, tot slot. Nog zo’n verstandige keuze, ten aanzien van debehandeling van de MRSA-bacterie. Deze bacterie is resistent tegen heelveel soorten antibiotica. Dat is ontzettend gevaarlijk. De verspreidingdaarvan wil je echt indammen. Toch zijn er best wel veel mensen inNederland die niet weten dat ze die bij zich dragen, of er in ieder gevalgeen negatieve gevolgen van ondervinden. Die mensen laten zich dan ookniet altijd behandelen, omdat het niet vergoed wordt. Ik zou de Ministerwillen vragen om in kaart te brengen wat de voordelen zijn van het welvergoeden van deze behandeling, in het collectieve belang om zo’nantibioticaresistente bacterie tegen te gaan.Wat de vragen over fysiotherapie betreft sluit ik me aan bij het CDA,omwille van de tijd.De voorzitter:Ik wilde al zeggen: komt u tot een afronding? En dat kwam u. Dank u wel,meneer Bushoff. Dan kom ik bij de volgende spreker. Dat is mevrouw DeKorte, namens de NSC-fractie.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik hoor dat we het in deze commissie aardig metelkaar eens zijn over de thema’s. Ik heb dus een paar overlappendethema’s, maar dat is dan juist om te benadrukken hoe belangrijk die zijn.Allereerst, het zorgstelsel staat onder druk en er zijn ook steeds minderzorgverleners, dus die druk wordt steeds groter. Zonder zorgverlenersgeen zorg. Ook ik wil een lans breken voor de kraamverzorgenden. Wekregen gisteren een petitie van hen. Iedereen die kinderen heeft, weet hoebelangrijk ze zijn in de eerste dagen na de geboorte. Zij signalerenvroegtijdig problemen bij baby’s en hun moeder, wat erger kanvoorkomen. Kraamverzorgenden laten weinig van zich horen, maargisteren deden zij dat wel. De cao voor kraamzorg is nog steeds nietafgesloten. Mogelijk heeft dit te maken met tarieven. Kan de Ministerkijken naar de tarieven voor kraamzorg en wellicht een steuntje geven omtot goede cao-afspraken te komen?Ten tweede de fysiotherapeuten. Meneer Krul sprak er ook al over. Welazen gisteren in de krant dat het tekort in Limburg oploopt. Dat zal in heelveel meer gebieden zo zijn. In de krant stond dat fysiotherapeuten puurvertrekken vanwege het salaris en de secundaire arbeidsvoorwaarden. Zemoeten aanvullende cursussen zelf betalen. Er wordt geen pensioenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13176 opgebouwd en ze zitten ver onder het gemiddelde hbo-salaris. DeMinister zou kijken naar de tarieven. Wat is de stand van zaken? Klopt hetdat steeds meer fysiotherapeuten ongecontracteerd werken? Komt desolidariteit binnen het zorgstelsel dan onder druk te staan? Zijn er meerverklaringen voor het vertrek van fysiotherapeuten, zoals regeldruk? Watgaat de Minister doen om fysiotherapeuten te behouden?Het derde punt betreft de mondzorg. Eerder hebben wij daar schriftelijkevragen over gesteld aan de Minister. Dat was de vorige Minister,natuurlijk. Dat was naar aanleiding van het opheffen van het CollegeAdviserend Tandartsen, CAT. De Minister geeft aan dat zorgverzekeraarswerken aan de oprichting van een kenniscentrum om de ontstane leemteop te vullen. Kan de Minister toelichten wat de precieze rol, functie enbevoegdheden zullen zijn van dit kenniscentrum? In hoeverre zal hetkenniscentrum bijdragen aan een objectieve en uniforme beoordeling vanaanspraken binnen de mondzorg? NSC pleit voor het instellen van eennieuwe, onafhankelijke instantie. Een onafhankelijke instantie zou opzorgvuldige en transparante wijze kunnen vaststellen of er een rechtbestaat op zorg vanuit het basispakket. Vervolgens kan de zorgverzekeraarde benodigde zorg inkopen bij gecontracteerde mondzorgverleners oftegen vooraf overeengekomen tarief. Ziet de Minister in deze aanpak eenkans om te komen tot meer transparantie en duidelijkheid voor zowelpatiënten als behandelaars? Is hij bereid deze optie serieus te overwegenen mee te nemen in verdere beleidsontwikkeling?Ten vierde het AZWA, waar we net al iets over hoorden. Het zorgverzeke-ringsstelsel staat onder druk. De vergrijzing zet door. Dat betekent meerzorgvraag en minder zorgverleners. Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsak-koord zou hierop inspelen. Het AZWA is in een vergevorderd stadium.Nieuw Sociaal Contract wil dat het werk van het AZWA wordt afgemaakt.Wanneer denkt de Minister het AZWA af te ronden, zodat we snel kunnenstarten met de uitvoering?Het laatste punt is de passende zorg. Passende zorg is ook noodzakelijkom de groei in de zorgvraag te verminderen. Speciaal gezant Jan Kremerheeft vorig jaar een mooi zespuntenplan opgesteld. Wij horen dat ergoede stappen worden gezet, maar graag willen wij van de Minister destand van zaken weten. Kan de Minister in een brief de stand van zakengeven?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Meneer Bushoff had ook zijn vinger opgestoken, maar mevrouwPaulusma was eerst.Mevrouw Paulusma (D66):Ik was wel benieuwd hoe de positie van NSC momenteel is, nu ook deRaad van State met een vernietigend advies komt, nadat eerder allezorgpartijen, ook de zorgverzekeraars en eigenlijk iedereen die er verstandvan heeft, kritiek hadden op de halvering van het eigen risico. Hoe kijktNSC hier nu tegen aan?Mevrouw De Korte (NSC):Die vraag had ik inderdaad verwacht. Het advies is net binnengekomen.Dat is belangrijk. Wij luisteren altijd goed naar de Raad van State. Op zichhouden wij vast aan het hoofdlijnenakkoord, maar wij nemen aan dat deMinister hier goed naar kijkt en wij horen ook graag hoe de Ministerernaar kijkt, want dit is nieuwe informatie. Het is belangrijk om daarnaarte kijken. Dat is zeker reden om te kijken naar de halvering van het eigenrisico. Maar voorlopig houden we hieraan vast.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13177 Meneer Bushoff nog? Nee? Oké, dan gaan we naar de volgende spreker:de heer Thiadens namens de PVV.De heer Thiadens (PVV):Voorzitter, dank. De uitgaven voor zorg stijgen sneller dan de totaleeconomie groeit, zo becijferde het CBS. Vorig jaar werd er in totaal113,5 miljard euro uitgegeven aan zorg. Dat is 8,5 miljard euro meer danin het jaar ervoor, een stijging van 8,1%. Van elke euro in de Nederlandseeconomie gaat tien cent naar gezondheidszorg. Wat zijn de plannen vanhet kabinet om deze onhoudbare situatie te kunnen blijven dragen? Watzijn de gevolgen voor het pakketbeheer? Recent lazen we immers hetbizarre bericht dat Zorginstituut Nederland gaat piloten met hetniet-opnemen van nieuwe behandelingen wanneer deze te arbeidsin-tensief of niet duurzaam zijn. Laat ik hier één ding duidelijk maken: deeffectiviteit van een behandeling moet wat de PVV-fractie betreft leidendzijn, en niet de CO2-uitstoot. Kan de Minister de PVV-fractie geruststellenen ervoor zorgen dat de gezondheidszorg straks niet lamgelegd wordt ineen CO2-fuik, en de agrarische en de bouwsector evenmin? Deantwoorden op schriftelijke vragen van mijn collega Claassen stellen watdat betreft bepaald niet gerust. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen datdeze CO2-gekte geen mensenlevens gaat kosten door bijvoorbeeld hetschrappen van de meest effectieve behandeling, die mogelijk net ietsmeer CO2 uitstoot dan een andere?Voorzitter. De Raad van State benadrukt dat het zorgstelsel te ingewikkeldis. Nieuwe behandelvormen maken het steeds beter mogelijk ombehandelingen buiten het ziekenhuis aan te bieden. De huidige wetgevinghoudt daar echter nog steeds onvoldoende rekening mee. Er is behoefteaan heldere kaders en een betere afstemming tussen zorgwetten, zodatinnovaties zoals bijvoorbeeld thuistoediening niet onnodig wordenbelemmerd door onduidelijkheid over financiering en verantwoordelijk-heden. Kan de Minister voor een eenduidig beoordelingskader zorgen,zodat de onduidelijkheid tussen intra- en extramurale zorg weggenomenwordt? Hoe gaat de Minister daarnaast innovaties zoals thuistoedieningactief stimuleren? Wat is het plan van de Minister om ervoor te zorgen datpassende zorg niet langer wordt belemmerd door versnippering in wet-en regelgeving? Wordt erop toegezien dat financiële zekerheid voorregionale ziekenhuizen uit de opdrachtbrief aan de NZa wordt geïnterpre-teerd als een verschuiving van financiële middelen naar de algemene enregionale ziekenhuizen, conform de motie-Claassen op stuk nr. 927(31 765), die bijna unaniem door deze Kamer is aangenomen en ook eenpositieve appreciatie door de Minister heeft gekregen? Kan de Ministergaranderen dat de aanwijzing budgetfinanciering op tijd komt voorinvoering in 2027, zoals voorgenomen, en niet wederom wordt uitgesteld?Kan de Minister duiden wat de term «groeipad» uit het eerste deel van hetNZa-advies betekent wat betreft de aanwijzing budgetfinanciering?Is de Minister bereid om in deze demissionaire toestand de keuzes overwat nu en wat later te doen, aan de Kamer te laten? Dan kunnen weweloverwogen beslissen of we meerdere keren een stelselwijziging willen.Kan worden toegezegd dat de budgetfinanciering voor alle algemene enregionale ziekenhuizen beter uitvalt dan in de huidige situatie en dat erniet wordt getornd aan de beschikbaarheidsbijdrage voordat er een beterebudgetfinanciering voor in de plaats is gekomen? Krijgen algemene enregionale ziekenhuizen voor de invoering van de volumenormen genoegtijd om orde op zaken te stellen met behulp van de budgetfinanciering?Wanneer exact worden de volumenormen doorgevoerd?Voorzitter. De huidige manier van zorginkoop, waarbij ziekenhuizenafzonderlijk onderhandelen met zorgverzekeraars, leidt tot eenversnipperd systeem. Dit veroorzaakt ongewenste regionale verschillen.Wat is het plan om deze regionale verschillen aan te pakken? Hoe wordtsamenwerking boven concurrentie bevorderd? Is er een aanpassing in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13178 wet- en regelgeving nodig om samenwerking en gelijke toegang tot zorgbeter te faciliteren?Voorzitter, tot slot. Wat is de stand van zaken omtrent de overgenomenmotie-Claassen/Wilders op stuk nr. 1284 (29 689), die verzoekt om vanafjanuari 2026 wederom restitutiepolissen aan te bieden? Hoe staat het metde motie-Claassen/Vondeling op stuk nr. 1283 (29 689) over het latenbetalen van de basispremie door Oekraïners die in Nederland werken enloon naar Nederlandse maatstaven ontvangen? Het is hieromtrentnamelijk akelig stil.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:De heer Bushoff had als eerste zijn vinger opgestoken.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik verbaas mij toch over de bijdrage van de PVV. 37 zetels, bijna twee jaarde tijd, onderdeel van het kabinet: ze hadden alles kunnen doen omervoor te zorgen dat de zorg toegankelijker wordt. En nu maakt u zichzorgen dat de focus op de CO2-uitstoot de zorg platlegt, waardoor mensengeen zorg meer zouden krijgen. Kan de PVV naast deze rare afleidingsma-noeuvre ook één voorbeeld ... Nee, laten we zeggen twee voorbeelden,want ze zaten met zo veel zetels in de Tweede Kamer en ze warenonderdeel van het kabinet met PVV-minister Agema. Kan de PVV ietszeggen over wat zij hebben bereikt, een resultaat waarmee de zorgtoegankelijker is geworden voor bijvoorbeeld mensen met een kleinebeurs?De heer Thiadens (PVV):Dank voor deze vraag. Zoals u weet ... U kent de inzet van het kabinet, hethoofdlijnenakkoord, het regeerprogramma en met name de inzet van deMinister als het gaat om toegankelijkheid van zorg. Nou ja, het verlagenvan het eigen risico is een hele belangrijke. Dat heb je niet van vandaagop morgen geregeld; dat is bekend. Maar dat is wel een richting waarinhet kabinet is gegaan. Dat zorgt heel duidelijk voor een veel toeganke-lijkere zorg. Daar komt de tranchering van de kosten voor specialistischehulp bij. Ik geloof dat dat twee voorbeelden zijn en ik hoop dat meneerBushoff daar tevreden mee is.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Het is niet zozeer de vraag of ik tevreden ben met deze inzet, die nog nulresultaat heeft opgeleverd voor mensen die de zorg gewoon niet meerkunnen betalen. Maar ik vraag me af of mensen met een kleine beurs dieniet naar de tandarts gaan en het bezoekje aan de apotheek schrappen,tevreden zijn met dit antwoord dat we inzet hebben gepleegd, maar nulresultaat hebben behaald. Nogmaals de vraag: noemt u mij tweeresultaten. U heeft twee jaar de tijd gehad. Noemt u dan in ieder geval éénresultaat, gewoon één concreet resultaat. Wat heeft u als PVV behaald?De heer Thiadens (PVV):Het is duidelijk dat het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg en ook het AZWAop het punt staan om afgerond en ingevoerd te worden en alle afsprakendie daarin zijn gemaakt door de veldpartijen worden opgepakt. Ik denk datdat een hele belangrijke is. Laat ik daarbij als kanttekening plaatsen datook wij als fractie kritisch zijn op de snelheid waarmee dit kabinet aan degang is gegaan. Met andere woorden: wat ons betreft had dat zekersneller gekund.De voorzitter:Ja. Uw laatste.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 13179 De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ongelofelijk. Ongelofelijk. Geen één resultaat kan er opgenoemd worden.De PVV beloofde het afschaffen van het eigen risico en een lagerezorgpremie en mondzorg moest terugkomen in het basispakket. En wathebben mensen? Een hogere zorgpremie, geen lager eigen risico en geenmondzorg in het basispakket. Nee, alleen een verwijzing naar dat de PVVzich heeft ingezet voor een akkoord dat mogelijk komende week wordtgesloten, nadat de PVV al uit het kabinet is gestapt. Ongelofelijk. Nulkomma nul resultaat voor mensen heeft de PVV behaald.De heer Thiadens (PVV):Dan heb ik wel een wedervraag voor de heer Bushoff. Zijn fractie, zijnpartij, heeft ook jaren in kabinetten gezeten. Wat heeft hij dan gedaan, watheeft de PvdA dan gedaan al die jaren? Ik ben blij dat dit kabinet, hethuidige kabinet, in ieder geval dingen aanpakt en ervoor zorgt dat zorgtoegankelijker wordt. Dat is wat wij repareren van alle voorgaande jaren.De voorzitter:Ja. Het is klaar. Het is een stukje uitlokking, want u wist dat het de laatsteinterruptie was. Ik hou het dus echt zo. Het is goed over en weergewisseld zo. Klaar. Ik geef het woord aan mevrouw Paulusma. O, excuus.Mevrouw Paulusma heeft eerst nog een interruptie.Mevrouw Paulusma (D66):Ik had nooit gedacht dat ik het nog zou zeggen, maar wellicht hebben dePVV en D66 wel hetzelfde doel voor ogen. En als we het hebben over hetbehalen van resultaten, ga ik de heer Thiadens misschien wel een cadeaugeven. Dat eigen risico en het helpen van kwetsbare mensen is wat wijgezamenlijk nastreven. Alleen gaat de maatregel zoals die nu in hethoofdlijnenakkoord staat de meest kwetsbaren niet helpen – dat hebbenwe net gehoord van de Raad van State en daarvoor ook al van eenheleboel andere partijen – en gaat die de premie laten stijgen voor alleNederlanders. Wij hebben eerder een voorstel ingediend om het eigenrisico alleen voor mensen met een chronische aandoening en eenbeperking te halveren. Daarmee helpen we die kwetsbare groep, maarstijgt de premie voor de rest van Nederland niet. Vind ik dan de heerThiadens aan mijn zijde om in ieder geval dat resultaat te behalen?De voorzitter:Dat eigen risico, begrijp ik, hè? Even een check. De heer Thiadens.Mevrouw Paulusma (D66):Nu creëert de voorzitter volgens mij verwarring. Mijn voorstel, dat ik aleerder heb ingediend en dat ik ook nu weer ga doen ...De voorzitter:Ik begrijp het. Helder.Mevrouw Paulusma (D66):... is om het eigen risico te halveren voor deze twee doelgroepen,waarmee de premie voor niemand stijgt, maar we wel iets kunnen doenvoor mensen die het moeilijk hebben met een kleine beurs.De voorzitter:Goed dat u het voorstel even toelicht. De heer Thiadens.De heer Thiadens (PVV):Dank voor deze vraag. De premie gaat ongetwijfeld stijgen, maar daarstaat tegenover dat de zorgtoeslag voor mensen die dat nodig hebbenmeestijgt. Dus dat verzacht in ieder geval die stijging voor deze mensen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131710 Voor de rest zullen wij als u met concrete voorstellen komt daar serieusnaar kijken.De voorzitter:Dan gaan we naar uw inbreng, mevrouw Paulusma. Ik keek even of u nogeen interruptie wilde.Mevrouw Paulusma (D66):Nee, ik houd er eentje over voor de heer Bevers.De voorzitter:Hij is al aangekondigd. Mevrouw Paulusma namens D66. Uw tijd gaat in.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Iedereen in Nederland moet kunnen rekenen opgoede, toegankelijke en betaalbare zorg, nu en in de toekomst. Hethuidige stelsel piept en kraakt en de Nederlandse zorg heeft doorbrakennodig. De mensen die in de zorg werken doen hun uiterste best – ik spreekze wekelijks – maar zij kunnen het niet alleen. Het is aan de politiek om lefte tonen en, zeg ik ook tegen deze Minister, om keuzes te maken, wantdoorgaan op dezelfde weg is geen optie meer.Voorzitter. Een gezond Nederland begint niet in het ziekenhuis. Dat begintthuis, op het werk, in de wijk. Preventie is dé sleutel tot een houdbaarzorgsysteem, maar tegelijkertijd is preventie ook het stiefkind van onzezorg: nauwelijks bekostigd, zelden beloond. D66 kiest hierin een anderekoers en wil dat we structureel middelen verschuiven van dure zieken-huiszorg naar een sterke eerste lijn. We willen investeren in preventie, invaccinatieprogramma’s, gezondheidsprogramma’s, buurtklinieken,huisartsenzorg en een effectieve schuldenaanpak. Als we nu sliminvesteren, kan dat op termijn een grote besparing opleveren in detweedelijns- en de langdurige zorg. Voorzitter. De Minister zal er misschieneen beetje aan moeten wennen. Een VWS-debat heeft altijd vele onder-werpen.Als we willen dat er in de toekomst voldoende handen in de zorg zijn,moeten we vandaag investeren in de zorgprofessionals van morgen. Eencruciaal instrument hiervoor is het stagefonds. Het afschaffen van datfonds is domweg een hele slechte keuze die compleet tegenstrijdig is metde doelstelling om het personeelstekort op te lossen. Het voorkomt datnieuwe gepassioneerde mensen aan de slag kunnen in de zorg, terwijl weze ontzettend hard nodig hebben. Ik hoor veel signalen van opleidingenen zorginstellingen die het nu al erg lastig vinden om voldoendestageplekken te realiseren, mede door administratieve lasten. D66 zegt:geef deze zorginstellingen het vertrouwen en de middelen om voldoendestageplekken te realiseren en de verpleegkundigen van de toekomst goedte kunnen begeleiden. Daarom wil ik nogmaals het belang van onze motiebenadrukken, die unaniem is aangenomen door de Kamer twee wekengeleden. Ik vraag de Minister op welke wijze er momenteel uitvoeringwordt gegeven aan deze motie, op welke termijn dit zal gebeuren enwanneer – het liefst zo spoedig mogelijk – de Kamer hierover wordtgeïnformeerd.Voorzitter. Het ging er al eerder over: het recente advies van de Raad vanState over de voorgestelde halvering van het eigen risico. Die is funest,zoals wij ook al eerder en veel vaker benoemd hebben. De maatregel isongericht en pakt nadelig uit voor kwetsbare groepen. Dit is onacceptabel.Ik sluit me dan ook aan bij de vragen van de heer Krul hierover. D66 kiestvoor een alternatief voor de mensen die het het hardste nodig hebben.Wij willen het eigen risico halveren voor mensen met een chronischeziekte of een beperking. Voor hen is het eigen risico geen prikkel meer,maar ieder jaar een vaste kostenpost die voor velen onbetaalbaar isgeworden. Door deze groep gericht te ontzien, verbeteren we deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131711 toegankelijkheid zonder dat dit leidt tot premiestijgingen voor elkeNederlander. Hierover zal ik wederom een motie indienen.Voorzitter, ik zal afsluiten. De zorg van morgen vraagt om scherpe keuzesvan vandaag. Onze zorg verdient geen pleisters, maar structureleoplossingen. We kunnen het ons niet meer veroorloven om af te wachtenterwijl de druk op de zorgprofessionals oploopt en patiënten steeds langermoeten wachten, de gezondheidsverschillen toenemen en preventieachterblijft. Daarom kiest D66 voor een toekomstbestendig zorgsysteemwaarin niet ziekte, maar gezondheid centraal staat.Ik heb nog heel korte vragen. Ik had al vragen gesteld over het AZWA. Inhet AZWA is toegezegd dat zowel het gordelroosvaccin financiering zoukrijgen als het vervolgonderzoek voor vrouwen met dicht borstweefsel. Ikben heel benieuwd hoe het daarmee staat. Ik hoop dat de Minister daarvandaag een antwoord op kan geven dat recht doet aan die toezeggingen.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Paulusma, dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker,de laatste, en dat is de heer Bevers.De heer Bevers (VVD):Met in ieder geval één interruptie, van mevrouw Paulusma.Dank u, voorzitter. U had ongetwijfeld mijn collega mevrouw Tielenverwacht. Ik ook. Dat betekent dat ik vandaag vooral uit haar werkvoordraag. Zij heeft een andere baan vanaf morgen. Het leek ons goed datik hier zou zitten vanochtend.Voorzitter. Tussen alle nieuwsberichten over de zorg vergeten we hetweleens, maar Nederland heeft een van de beste zorgverzekeringsstelselster wereld. Iedereen betaalt mee aan de zeer hoge kwaliteit en toeganke-lijkheid van zorg hier in Nederland. Van alle zorg die mensen gebruiken,wordt meer dan 90% betaald door het collectief en dat is een wereld-record. En ondanks de soms oplopende wachtlijsten is de zorg vooriedereen beschikbaar.Er is wel een schaduwzijde en dat zijn de kosten. Het afgelopen jaar zijn dekosten voor de zorg met meer dan 8% gestegen en dat is erg veel, zekerals je dat vergelijkt met de economische groei, die slechts 1% was. Grotegetallen, maar we hebben daar allemaal last van. De nominale premie vande zorgverzekeringen stijgt daardoor ook. De VVD wil die premie zo laagmogelijk houden en dus een klein en beknopt basispakket. Toch is deregering van plan om dat pakket per volgend jaar weer verder uit tebreiden. Om de premie te beperken, wil ik in dit debat de focus leggen optwee zaken: het besparen van hopelijk 10 miljard euro door zorgfraudeaan te pakken en besparen via het basispakket.Als eerste de zorgfraude gerelateerd aan de contractering in de zorg. Naarschatting 10 miljard euro verdwijnt in de zakken van zorgfraudeurs encriminelen. Als we de helft daarvan zouden kunnen terughalen ofvoorkomen, scheelt dat € 25 premie per maand per verzekerde. Dat is eenenorm bedrag. Om dat voor elkaar te krijgen zijn meerdere dingen nodig,te beginnen met de contractering. Een deel van de zorgaanbieders, metname in de geestelijke gezondheidszorg en de wijkverpleging, heeftimmers geen contract met een zorgverzekeraar. De verzekeraar kan erdaardoor niet op toezien of het zorggeld goed besteed is, hoe het zit metpassende zorg, met de doelmatigheid en met de bedrijfsvoering. Tochkrijgen deze zorgaanbieders gemiddeld 75% tot 100% vergoed. Juist indeze sectoren komen zorgfraude en onrechtmatige declaraties veel voor.De VVD snapt niet dat we dit niet veel steviger aanpakken. Geen contractis geen vergoeding. Het is helemaal niet zo’n slecht idee om het toezichtop de aanbieders te verbeteren, zorgfraude te voorkomen en eendoelmatiger aanbod mogelijk te maken. In januari is een motie aange-nomen van VVD en NSC die verzoekt om in kaart te brengen hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131712 contractering beter kan bijdragen aan passende zorg. In maart is er nogeen motie van de VVD aangenomen over de aanpak van zorgfraude doorcontractering. Kan de Minister vertellen wat er met deze moties isgebeurd? Ik hoor graag op welke termijn we vervolgstappen kunnenverwachten.Dan een paar opmerkingen over het basispakket. Zorg die niet bewezeneffectief is of, nog erger, bewezen niet-effectief is, verdient wat de VVDbetreft geen plek in het pakket. Dat kan ik misschien makkelijk zeggen,maar de cijfers wijzen uit dat slechts 10% van de behandelingen in hetbasispakket bewezen effectief is. 90% is dat niet. Dat lijkt ons een hoopverspild zorggeld. Om allerlei interrupties te voorkomen: ik pleit hier nietvoor het uitkleden van het pakket met 90%; het gaat om een veelkritischere houding daarop. Om de kwaliteit van zorg hoog te houden enhet pakket op te schonen is het nodig om de zorg in het basispakket metstrakkere criteria te herijken. Criteria daarbij zijn wat de VVD betreft zowelpassende zorg, dus bewezen effectiviteit, als doelmatigheid van debehandelingen. Wat zijn de plannen van de Minister om het basispakket teherijken? Wil hij een serieus plan maken om dat in gang te zetten?Daarnaast vindt de VVD het ook heel normaal dat mensen, zeker als depremie omlaaggaat, zelf een soort medicijnkastje hebben dat ze elkemaand voor laten we zeggen een tientje vullen. Relatief goedkopegeneesmiddelen kunnen ook door mensen zelf worden gekocht. Is deMinister dat met ons eens? Is hij bereid om op een rij te zetten welkegeneesmiddelen uit het pakket gehaald kunnen worden en wat dateventueel aan premievoordeel oplevert?In een reactie op het voorstel over de stoppen-met-rokencampagne: eenbehandeling die maximaal voor 40% effectief is, is wat de VVD betreft nieteffectief genoeg. De VVD vindt het dan ook vreemd dat zelfs de tweede ende derde stoppoging nu het pakket ingaan. Hoe bewezen effectief is datvoorstel uiteindelijk? Graag een toelichting hierop. Bovendien zouden wehet als VVD helemaal geen gek idee vinden om een eigen bijdrage teheffen op deze programma’s. Een pakje per dag roken bijvoorbeeld kosteen roker al gauw € 400 per maand, dus stoppen levert in de eerste weekal geld op. Daar hoeven mensen die nooit begonnen zijn met roken tochniet aan mee te betalen? Echt een omgekeerde wereld. De vraag aan deMinister is of hij bereid is om dit te stoppen.Voorzitter. Tot zover mijn bijdrage. Dank u wel.De voorzitter:Aangezien er al een soort vooraankondiging was van de interruptie vanmevrouw Paulusma, mag zij als eerste interrumperen.Mevrouw Paulusma (D66):Ik denk dat de heer Bevers ’m al voelt aankomen. Nu ook het advies vande Raad van State binnen is, ben heel benieuwd hoe de VVD staattegenover de maatregel uit het hoofdlijnenakkoord om het eigen risico tehalveren. En ik permitteer me nog een tweede vraag: vind ik de VVD aanmijn zijde om gewoon een gerichte maatregel te nemen?De heer Bevers (VVD):Ja, daar was ik op voorbereid hoor. Het is een vanzelfsprekende vraag.Het is geen geheim dat de VVD redelijk kritisch naar die maatregel heeftgekeken. We zijn niet enthousiast. We hebben die maatregel ook nietverzonnen, maar we hebben wel de afspraak gemaakt. De VVD staat voorhaar handtekening en de afspraken. Zo zitten wij erin. Mijn partij heeft inverschillende kabinetten met verschillende partijen samengewerkt. Altijdis het uitgangspunt «afspraak is afspraak». De drie partijen die nuverdergaan nadat een van de partijen met de sneltram naar de uitgang isgegaan, hebben afgesproken dat ze doorgaan met de afspraken zoals dieer liggen. Dat is ook nodig, want er zijn vanuit het AZWA en het HLO eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131713 aantal zaken in gang gezet die daarmee te maken hebben. De uitspraakvan de Raad van State heb ik gezien. Die is kritisch. Ik ga ervan uit dat hetkabinet daar met een reactie op komt, maar dat is voor ons geen redenom op dit moment het beleid te wijzigen.De voorzitter:Dank u wel. We wachten heel even totdat de bel die nu klinkt weer stil is.Het is de bel die de aanvang van de plenaire vergadering aankondigt endat betekent dat die wat langer gaat. Degenen die dit debat op afstandvolgen, vinden het heel storend om een debat te volgen met zo’n bel. Eenkleine schorsing dus.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Het woord is aan de heer Krul voor een interruptie.De heer Krul (CDA):Ik kan het verhaal van de heer Bevers eigenlijk niet echt volgen. Er zijndeze kabinetsperiode meerdere afspraken gemaakt. Dan komt de Raadvan State en torpedeert deze afspraken. Ik heb de VVD horen zeggen: oei,dat moeten we wel heel serieus nemen. Ik vind het dan heel kortzichtigom te zeggen: «Nee hoor, afspraak is afspraak. Prima. Ook al zeggen alleexperts, of het nou het CPB is of de Raad van State, dat het een heel slechtplan is, we gaan gewoon door, want tja, wij zijn de VVD en wij hebben eenafspraak gemaakt.» Het lijkt mij dat de heer Bevers nu toch wel kanzeggen: oei, we zijn hiervan geschrokken; laten we een pas op de plaatsmaken, want anders berokkenen we de zorg meer schade dan we eigenlijkwillen. Of zegt de heer Bevers echt: nee hoor, zolang wij een handtekeninghebben gezet, gaan we ermee door; het maakt niet uit wat de expertszeggen en wat de adviezen zijn?De heer Bevers (VVD):Ik denk dat de heer Krul mijn eerste reactie niet helemaal heeft meege-maakt. Het advies van de Raad van State is kritisch. Natuurlijk hebben wijdat ook gelezen. Dat betekent dat wij van het kabinet een reactie daaropverwachten. Voor de rest is het inderdaad wel zo dat zolang wij dieafspraak hebben gemaakt, de drie partijen die met demissionaire statusverdergaan in dit kabinet hebben gezegd dat het hoofdlijnenakkoord zoalszij dat ooit hebben afgesproken voorlopig de lijn is waarop zij doorgaan.Ik ... Ik raak even in de war nu ... Dat is de lijn waarop we doorgaan. Daarzit deze afspraak ook in. Als je met z’n drieën een afspraak maakt, houd jeelkaar daaraan, tenzij je met z’n drieën tot iets anders komt. Maar daar isop dit moment geen sprake van, dus houden wij ons aan de afsprakenzoals we die maakten, zoals u dat van ons gewend bent.De heer Krul (CDA):Maar de heer Bevers kan toch wel aangeven hoe de VVD dit advies van deRaad van State beoordeelt? Dat hij zich aan een afspraak wil houden, oftijd wil kopen of een kabinetsreactie wil, begrijp ik. Maar dit is een beetjeeen antwoord zoals ik de afgelopen anderhalf jaar vaak van PVV-collega’skreeg, namelijk «ik verwijs door naar het kabinet» of «ik verwijs door naarhet hoofdlijnenakkoord.» Hoe beoordeelt de VVD het dat de Raad vanState nu zegt dat de wachtlijsten zullen groeien, dat de zorgverlenersverder onder druk komen te staan, dat de zorgkosten zullen stijgen en dathet na 2030 als een boemerang terugkomt omdat het dan weergeïndexeerd wordt? Ik vraag gewoon aan de fractie van de VVD hoe zij hetadvies van de Raad van State beoordelen.De heer Bevers (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131714 De heer Krul maakt er nu wel heel erg een karikatuur van. Ik heb directgezegd – dat is volgens mij zelfs een publiek gegeven en niet eens eenpubliek geheim – dat de VVD nooit de architect van dit plan is geweest endat wij er kritisch over zijn, maar dat wij er met elkaar een afspraak overhebben gemaakt in het hoofdlijnenakkoord. Zo werkt het in Nederland; jegeeft wat en je neemt wat. En een van de afspraken is die over het eigenrisico geweest. Na de val van het kabinet, nadat de PVV is vertrokken,hebben wij als drie partijen gezegd: vooralsnog zijn de afspraken in hethoofdlijnenakkoord voor ons de lijn waarop we ook de komende tijdverdergaan. Daar houd ik me aan. Ik heb gezegd dat de Raad van Stateheel erg kritisch is. Het voorstel ligt nu bij het kabinet. Laat het kabinetdaar een reactie op geven. Maar doe niet alsof wij met een feesthoedje opdeze maatregelen hebben omarmd. Dat is niet zo, daar zijn wij altijdduidelijk over geweest. Maar het is echt zo dat dit is zoals we het hebbenafgesproken.De voorzitter:Tot slot.De heer Krul (CDA):Ja, tot slot. Ik respecteer dat de VVD zegt: dit is een afspraak en op ditmoment is dit de afspraak dus daar staan wij voor. Maar volgens mijbetekent dat niet dat de heer Bevers niet gewoon kan aangeven waar dekritiek zit of waar hij dat advies op beoordeelt. Ik begrijp dat dat deuitkomst niet verandert, maar ik zou hem toch willen uitdagen om in tegaan op de kritiek. Daar hoeft hij de afspraken die hij met zijn coalitie-partners heeft niet mee te schenden. Hoe beoordeelt hij het feit dat deRaad van State bijvoorbeeld zegt dat deze maatregel als een boemerangterugkeert na 2030? Of dat dit zal betekenen dat de wachtlijsten zullengroeien en de zorgkosten zullen stijgen? Hij hoeft nu niet onder eenafspraak uit, dat begrijp ik. Maar ik wil gewoon van de VVD horen hoe zijer zelf in staan. Ik denk dat dat geen onmogelijke vraag is.De voorzitter:De heer Bevers, tot slot.De heer Bevers (VVD):Ik zal er in tweede termijn verder op reageren, want ik moet er even eenpaar zaken bij pakken als u het over de details wil hebben. Maar derealiteit is wel – en dat zit niet in het advies van de Raad van State – datwe natuurlijk ook een aantal stappen in gang hebben gezet. Met name hetAZWA is een heel grote stap. Daarin zetten we een aantal zaken in gangdie ook effecten hebben. Het totaal is dus dat wij natuurlijk hebben geziendat de Raad van State kritisch is – er zitten een aantal onderdelen in dieook al eerder bekend waren – en dat het kabinet daar een gedegen reactieop zal moeten geven. Maar we hebben ook op basis van de afspraken eenaantal vernieuwingen in gang gezet. Die hebben ook effecten. Dieelementen zullen we dus bij elkaar moeten wegen.De voorzitter:Het is misschien nog even goed om te vermelden dat het desbetreffendewetsvoorstel niet in de Kamer ligt. Het is nog een ongoing process. Klopthet dat de heer El Abassi nog een interruptie heeft? Ja.De heer El Abassi (DENK):Fijn dat de VVD een partij is die haar afspraken nakomt. Maar ik snap hetook niet helemaal. Wat was de bedoeling van het verlagen van het eigenrisico, zou ik de VVD willen vragen.De heer Bevers (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131715 Dat begrijp ik niet helemaal, «de bedoeling van het eigen risico.» Er zijneen aantal uitgangspunten in het hoofdlijnenakkoord onderstreept. Meteen aantal partijen hebben we daar afspraken over gemaakt en zo zijn dieuitgewerkt. De uitgangspunten zijn volgens mij helder. Die zijn al vakerhier genoemd. Het feit dat wij uiteindelijk hebben gezegd akkoord te gaanmet die afspraken, heb ik ook al toegelicht. Dus ik begrijp niet helemaalwaar u nu naar op zoek bent, maar dat kan aan mij liggen.De voorzitter:Misschien kunt u het concretiseren, meneer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik kan denk ik het antwoord zelf wel geven. Dat is namelijk de uitleg die departijen er zelf aan gaven: de zorg moet toegankelijk zijn voor chronischzieken en de zorg moet toegankelijk zijn voor mensen met een lagerinkomen. En dat is precies wat deze maatregel niet doet volgens de Raadvan State. Daarom mijn vraag aan de VVD. Het is een maateregel dieprecies niet doet wat er wel beloofd wordt in het hoofdlijnenakkoord. Is deVVD dat met mij eens?De heer Bevers (VVD):Nee, want ik wil het totaal. Het advies van de Raad van State is kritisch.Maar op basis van de afspraken zijn we ook een aantal stappen gaanzetten om te proberen de zorg veel toegankelijker te maken; ik zei hetzojuist ook al. Dat doen we onder andere in het AZWA; daar gebruiken wede financiële middelen voor. Uiteindelijk zal dat de definitieve weging zijn.Maar dat verandert op dit moment niet het standpunt dat wij voor dieafspraak staan.De voorzitter:Oké, dan gaan we ... Tot slot nog kort, meneer El Abassi, er is al genoeguitgewisseld.De heer El Abassi (DENK):Tot slot. Ik kan hem niet helemaal volgen en ik kan de Raad van State welvolgen. Die zegt namelijk: kies voor een gerichte maatregel. Een gerichtemaatregel betekent dat die ten gunste komt van mensen met een lagerinkomen en chronisch zieken, maar niet van mensen met een dikkerinkomen. Ik heb het vermoeden – als het niet zo is, kan de VVD met eengoed antwoord komen, denk ik – dat de VVD daar geen voorstander van isen dus ook geen voorstander is van wat in het hoofdlijnenakkoord staat,namelijk zorgen voor mensen met een lager inkomen en chronisch zieken.Heb ik dat goed begrepen, zou ik de VVD willen vragen.De heer Bevers (VVD):De kwalificatie laat ik aan ...De voorzitter:Even voor de duidelijkheid. Er is een hoofdlijnenakkoord en een van devier partijen die dat hebben getekend, zit niet meer in het kabinet. Het ismisschien goed om dat even te duiden. De heer Bevers heeft weer hetwoord.De heer Bevers (VVD):Dan heb ik wel de behoefte om daarbij te duiden dat de drie overgeblevenpartijen – dat is publiek bekend – hebben aangegeven dat zij het hoofdlij-nenakkoord aanhouden als richtlijn voor de demissionaire periode. Ugeeft een aantal kwalificaties aan wat wij als VVD wel of niet zoudenvinden. We hebben op basis van de wens van een aantal partijen eenhoofdlijnenakkoord gesloten. Dat lag op tafel met een aantal doelen. EenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131716 van die doelen was inderdaad, op verzoek van een aantal partijen, om opbasis van een halvering van het eigen risico de zorg beter toegankelijk temaken voor mensen met een laag inkomen. Daar is de VVD gewoon meeakkoord gegaan.De voorzitter:Tot zover.De heer Bevers (VVD):Dat kan dus geen probleem zijn.De voorzitter:Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker. Dat is de heer El Abassinamens de DENK-fractie.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter. Heerlijk dat ik meteen aan de beurt ben, want dan kan ikmeteen doorgaan waar ik gebleven was, namelijk dat ik niet anders kandoen dan de conclusie trekken dat een halvering van het eigen risico aande ene kant maar tegelijkertijd een hogere premie van meer dan € 200aan de andere kant, totaal geen maatregel is die chronisch zieken ofmensen met een lager inkomen helpt, maar eerder een maatregel is dieniet de partij die dit heeft ingebracht helpt, maar wel andere partijen, diedaar anders in staan.Voorzitter. Dit brengt mij bij mijn bijdrage. In Nederland lopen honderd-duizenden mensen rond met klachten maar zonder zorg, en dan nietomdat ze die zorg niet willen, maar omdat ze die simpelweg niet kunnenbetalen. We spreken niet meer over een zorgstelsel maar over eenafrekensysteem. We zien het jaar na jaar: de mensen mijden zorg, niet uitgemakzucht maar uit geldzorg. Uit onderzoek blijkt dat vooral mensen meteen laag inkomen en mensen met beperkte gezondheidsvaardighedenvaker zorg uitstellen of helemaal vermijden. De mensen die het het hardstnodig hebben, blijven het vaakst verstoken van hulp. Ik vraag de Ministerdan ook wat hij ervan vindt dat de hoogte van de bankrekening bepaalt ofiemand naar een arts kan gaan. Vindt de Minister het acceptabel datmensen ziek blijven omdat ze niet durven te betalen?Voorzitter. Het eigen risico is daar het beste voorbeeld van, een boete opziek zijn. Nu € 385 per jaar en per 2027 € 165. Die zogenaamde verlagingvan het eigen risico blijkt een sigaar uit eigen doos, want de zorgpremiegaat omhoog met € 200 per jaar. Ik ben het dan ook helemaal met deRaad van State eens. Deze maatregel is ongericht en treft kwetsbaremensen extra hard, exact de groep die we niet willen raken en juistmoeten helpen. Wat gaat de Minister doen met dat advies van de Raadvan State, zou ik willen vragen. Waarom kiest de Minister alsnog voor eenverlaging die niets structureel oplost en zelfs schadelijk is voor mensenmet een laag inkomen en chronisch zieken? Waarom geen gerichtemaatregelen die wel werken? En alsof dit allemaal niet genoeg is, schietde premie ondertussen door het dak. Sinds 2006 is de maandelijksezorgpremie gestegen van € 80 naar € 158, een stijging van 80%. In éénjaar tijd zelfs € 19 erbij, de grootste stijging in twintig jaar. En ondertussenzegt bijna de helft van de overstappers dat ze alleen van zorgverzekeraarwisselen vanwege de kosten. Niet vanwege de zorg zelf, maar vanwegede rekening.Wat voor systeem hebben we gecreëerd als mensen bang zijn voor detandartsrekening, als mensen al jaren niet meer durven te gaan?1,4 miljoen mensen bezoeken de tandarts niet minstens één keer in detwee jaar en van hen blijven er zelfs 640.000 thuis puur vanwegegeldgebrek. Onacceptabel. Wanneer brengt de Minister mondzorgeindelijk terug in het basispakket? Wanneer krijgt iedereen in dit land weertoegang tot iets basaals als gebitszorg? Wat is er nog meer nodig dan eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131717 petitie met 330.000 handtekeningen om de Minister in beweging tekrijgen?Voorzitter. Het huidige stelsel kraakt aan alle kanten. Zorg is geen recht,zorg is geen luxe en het is de taak van deze Kamer om op te komen voorde mensen die buiten de boot vallen. Het eigen risico moet volledigverdwijnen, in ieder geval voor Nederlanders met een laag inkomen. Depremie moet structureel omlaag en zeker niet omhoog. Mondzorg hoortterug in het basispakket en aanvullende verzekeringen mogen geendrempel zijn voor noodzakelijke zorg, want zorg is geen markt en ziek zijnis geen keuze. In een rechtvaardig, rijk land als Nederland hoor jeniemand te laten vallen omdat hij of zij geen geld heeft.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Meneer El Abassi, dank u wel voor uw inbreng. Daarmee zijn we aan heteinde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. We gaanstraks, na de schorsing, luisteren naar de eerste termijn van de zijde vanhet kabinet. Minister, u wilt gelijk goed antwoord kunnen geven op allesen niet weer verwijzen naar brieven die de Kamer gaat krijgen. U haddrie kwartier gevraagd. Laten we ergens tussenin gaan zitten, op40 minuten. Is 11.05 uur goed? Ik hoor dat dat het geval is. Dan schors ikde vergadering tot 11.05 uur.De vergadering wordt van 10.25 uur tot 11.07 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We gaan zo beginnen met de eerste termijnvan de zijde van het kabinet. Voordat ik de demissionair Minister hetwoord geef, nog even de afspraak dat we voor drie interrupties gaan eneen veegronde, dus maximaal vier. Gelet op de tijdsklem waar we meezitten, ga ik na ieder blok interrupties toelaten. Ik wil de Minister vragen ofhij ons mee kan nemen in de blokken die ons te wachten staan. Ministervan Hijum.Minister Van Hijum:Dank u wel, voorzitter. Dat zal ik graag doen. Om te beginnen dank voorde ontvangst in deze commissie, voor het eerst, en voor de gelegenheidom met u dit debat te voeren. Het zal ook voor het laatst zijn. Nou ja, jeweet het nooit, maar in ieder geval in deze periode. Het zal voorlopigzeker voor het laatst zijn. Ik vind het wel oprecht een genoegen om dittoch even te mogen doen. Toegankelijke, betaalbare, solidaire zorg isnatuurlijk een thema dat iedereen raakt, bezighoudt. Al is het voor eendag, een debat, het is toch mooi om daar even een bijdrage aan te mogenleveren. Dat kan op veel manieren. Ik zeg toch met enige trots dat ik eendochter heb die in de ouderenzorg werkt. Aan arbeidsmarktkraptepro-blemen kan je ook op die manier nog een bijdrage leveren.De vraag van de voorzitter was: kunt u ons meenemen in de blokjes? Ikzou graag om te beginnen iets willen zeggen over het AZWA en het eigenrisico. Mevrouw Paulusma vroeg net eigenlijk al: waarom heb je jedaarover uitgelaten? Dat zal ik zo dadelijk toelichten.De voorzitter:Dus het eerste blok is AZWA en eigen risico.Minister Van Hijum:Ja. Dan begin ik bij eigen risico en kom ik daarna bij het AZWA. Dan komik op het pakket, op de mondzorg en op de contractering. En dan heb iknog een blokje overig.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131718 Blok twee is het pakket, blok drie mondzorg en blok vier contractering.Minister Van Hijum:Ja, en overig.De voorzitter:En blok vijf is overig.Minister Van Hijum:Ja, en ik zal op verzoek van de voorzitter proberen om dat doelmatig tedoen.De voorzitter:Aan u het woord.Minister Van Hijum:Ik begin toch even met de vraag die meerdere leden hebben gesteld overhet eigen risico en de plannen van het kabinet op dat punt. Misschien tocheven het algemene vertrekpunt vanwaaruit we als kabinet de komendemaanden, ook in discussie met de Kamer, nog tot zaken hopen te komen.Daarbij zeg ik dat de Kamer uiteindelijk zelf bepaalt – ik geloof zelfsvandaag – wat er controversieel wordt verklaard en wat niet. Om enigevoorspelbaarheid aan te brengen in wat u van het kabinet kuntverwachten, hebben wij met elkaar gezegd: het hoofdlijnenakkoord staat.Waar de drie nog resterende partijen het grosso modo over eens zijn,zetten we in principe door. Daar waar er heel exclusieve afspraken zijn dieaan, in dit geval, de PVV relateren, kunnen we daar afstand van nemen.Maar om de voorspelbaarheid te vergroten, is het hoofdlijnenakkoord hetvertrekpunt.Dat geldt dus eigenlijk ook voor de afspraken over het eigen risico. Daarkomt wel bij dat daar natuurlijk, afgezien van het instrument dat je kiest enwaar je natuurlijk over kunt discussiëren aan de hand van adviezen van deRaad van State, ook een hele duidelijke inhoudelijke motivering aan tengrondslag lag. Dat was de toegankelijkheid van de zorg, het effect datbepaalde groepen geremd worden in het zoeken van toegang tot de zorg,zich daardoor ontmoedigd kunnen voelen, en dat het bijdraagt aan eentweedeling in de zorg. Dat was de reden om dat in het hoofdlijnenakkoordop te nemen. Tegelijkertijd heeft de Raad van State daar natuurlijk eenaantal zaken over opgemerkt. De logische route is dat het kabinet dieuitspraak zorgvuldig gaat bestuderen en ook gaat bekijken wat die zoumoeten betekenen voor het voorstel dat er nu ligt, of aanpassing mogelijkis of dat we op verschillende manieren tegemoet zouden kunnen komenaan kritiek van de Raad van State. Dat is de route die wij in willen gaanzetten. We hebben niet het voornemen om dat voorstel niet in te dienen ofniet in te trekken. We willen ons consistent blijven houden aan deafspraken in het hoofdlijnenakkoord.Daar komt nog één argument bij om daaraan vast te houden. Dan kom ikop het punt van het AZWA, het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Eenaantal van u heeft gezegd dat de dekking voor dat Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord in ieder geval voor een deel gevonden wordt in de helefinanciële-afsprakenset, zeg ik maar even, rond dat eigen risico. Datbetekent dat als wij er nu van zouden afzien of als uw Kamer het contro-versieel zou verklaren, daarmee ook de financiële basis onder deafspraken van dat zorgakkoord, dat er nog niet is, ter discussie zou komente staan. Dat heeft ertoe geleid dat de zorgpartijen na de val van hetkabinet even een stapje terug hebben gedaan en hebben gezegd: wijwillen eerst even kijken wat er gebeurt in Den Haag, want als wij eenhandtekening zetten onder het zorgakkoord en vervolgens trekt de politiekhet financiële vloerkleed onder dat akkoord vandaan, dan wordt de vraagof we nog wel op die middelen kunnen rekenen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131719 Ik heb afgelopen maandag samen met de Staatssecretaris met allepartijen om tafel gezeten om dat dilemma te bespreken. Om te beginnenis daar de vraag gesteld of er eigenlijk wel breed draagvlak is voor hetconceptonderhandelingsakkoord dat er nu ligt. Willen jullie dit doorzettenen zijn we het daar unaniem over eens? De tweede vraag was: als datdraagvlak er is, hoe ga je dan om met het risico ten aanzien van definanciering? Als je immers je handtekening zet, dan betekent dat voor hetkabinet ook dat het de zekerheid kan bieden dat afspraak echt afspraak isen dat daar niet op teruggekomen wordt. Al die partijen hebben mij latenweten dat zij graag door willen met het akkoord, om de redenen die uallemaal heeft genoemd: het aanpakken van de krapte op de arbeids-markt, afspraken over innovatie, over scholing, over preventie, over meeraan de voorkant ook samen met gemeenten doen. Daar wil men graagmee aan de slag. Dat geldt ook vanuit financieel oogpunt gezien. Deinvesteringen daarin maken natuurlijk ook het dempen van de zorgvraagmogelijk en daar gaat een financiële besparing mee gepaard. Dan is heteigenlijk heel rationeel om daarmee door te gaan.Dat wil ik hier ook graag in het midden leggen. Vanuit het kabinet is hetgewenst om een handtekening onder het akkoord te zetten, maar ik wil uwel vragen om zich iets te realiseren: als uw Kamer de afspraken over heteigen risico controversieel verklaart, leidt dat ook tot onzekerheid over ofwe die handtekening onder dat akkoord wel kunnen zetten en of we definanciële verplichtingen daarvan wel na kunnen komen. Dan moet u opz’n minst zeggen: wij realiseren ons dat en mocht het eigen risico –onverhoopt, zeg ik vanuit het kabinet – niet doorgaan, dan zorgen weervoor dat die middelen op een andere manier beschikbaar wordengesteld.De voorzitter:Ik wilde interrupties na elk blok doen, maar de heer Krul heeft nu eenvraag. Als hij die wil stellen, ga ik dat alsnog toelaten.De heer Krul (CDA):De Minister stelt de Kamer eigenlijk een vraag en ik wil daaropantwoorden: ja, dat realiseer ik mij heel goed. Ik zou hem een wedervraagwillen stellen. Realiseert de Minister zich dan ook, dit allemaal op tafelleggende, dat het natuurlijk eigenlijk wel een gek figuur is om op dezemanier zaken aan elkaar te knopen, waarmee je ook deze fact of life, dezewerkelijkheid, eigenlijk pas creëert? Je zou ook kunnen stellen dat hij opdie manier zo’n akkoord of in dit geval de Kamer een beetje gijzelt. Maarja, wij hebben die dingen niet aan elkaar geknoopt. Hoe beoordeelt deMinister dat dan? Het had niet gehoeven.Minister Van Hijum:Nee. Daar heeft de heer Krul ook helemaal gelijk in. Ik verwijt de Kamerook niks. Die samenhang was onderdeel van het kabinetsbeleid. Doordathet kabinet is gevallen, bestaat er over het ene een brede wens om ermeedoor te gaan en ontstaat over het andere onzekerheid. Ik probeer daarvoorheel pragmatisch met de Kamer een oplossing te vinden. Dat kan aan deene kant zijn – de keuze is aan uw Kamer – om het wetsvoorstel over heteigen risico niet controversieel te verklaren. Dat is één route, want danhebben we die zekerheid nog. Als u het wel controversieel verklaart, is hetgoed om misschien met elkaar uit te spreken – dan moeten we daar ookals kabinet over nadenken – dat we wel voor die handtekening willenstaan en dat dus de financiële implicaties daarvan ook gezien worden enmeegenomen worden in het vervolg, in het alternatieve plan B.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Nog even om het heel scherp te krijgen. Het klopt toch dat voor hetremgeldeffect dat zou optreden als je het eigen risico verlaagt – dan krijgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131720 je meer zorg en dus meer kosten – een potje van ongeveer 2,3 miljardeuro gereserveerd is door het kabinet en dat daarvan een deel nu ingezetzou worden voor het AZWA? Verdwijnt dat potje geld dat beschikbaar isvoor het remgeldeffect, dan gelijk als het verlagen van het eigen risicocontroversieel wordt verklaard? Dat vraag ik de Minister. Wat is nou deverknoping die de Minister ziet? Ik bespeur die namelijk eigenlijk niet,omdat dat potje met geld hoe dan ook beschikbaar blijft en niet in éénkeer zou verdwijnen.Minister Van Hijum:Nee, daar heeft de heer Bushoff gelijk in. Dat verdwijnt ook niet zomaar.Maar ik loop al wat langer mee in de politiek en weet dat verschillendepartijen met verschillende brillen, verwachtingen en financiële wensennaar deze middelen kijken. Dus dat geld blijft beschikbaar. Althans, het isnog iets ingewikkelder dan dat, want het gaat ook over de totale middelendie je voor lastenverlichting en zo beschikbaar hebt. Maar wat ik zeg, isdat als we met elkaar willen dat dat zorgakkoord getekend wordt, je datstukje misschien zou moeten afzonderen en je zou moeten zeggen:realiseer je dat er misschien geld overblijft of andere dingen beschikbaarzijn, maar deze afspraak staat. Dat is het enige wat ik zeg. Het is eenbeperkt deel, want het gaat om 200 miljoen, dacht ik, structureel van datgeld, plus twee keer 400 miljoen incidenteel, dat beschikbaar is gesteldvoor arbeidsmarkt, scholing en AI. Dat is waar je het concreet over hebt. Ikleg dit toch in het midden. We hoeven het nu niet helemaal precies tebeantwoorden, maar we moeten het ons wel realiseren. De wens vanuithet kabinet is nadrukkelijk: teken het akkoord, maar zorg wel dat je eenbetrouwbare partij kunt zijn op het moment dat je je handtekening zet.De voorzitter:U mag nu interrumperen, maar we zijn nog niet aan het einde van hetblokje. Wat u wilt. We kunnen de Minister ook nog even door laten gaan.Ja? De Minister.Minister Van Hijum:Mevrouw Paulusma vroeg mij ook nog of wij bereid zijn om het eigenrisico enkel te verlagen voor mensen met een chronische ziekte ofbeperking. Ook daarvoor geldt dat er in het verleden discussies zijngevoerd over de moeilijkheid om precies af te bakenen wie wel en wieniet tot die groep behoort. Ik weet dit ook zelf vanuit Sociale Zaken. Ditzijn dingen die we nog weer kunnen bekijken, want ook de Raad van Statemaakt een aantal opmerkingen over generiek versus gericht beleid. Ikdenk dat we dat debat in dat kader kunnen vervolgen.De heer Krul vroeg nog of ik bereid ben om het te staken. Nogmaals, hetligt bij de Kamer. Het kabinet werkt vooralsnog aan een reactie op hetadvies van de Raad van State en heeft geen intentie om het wetsvoorstelniet in te dienen.Dit is ook mijn antwoord op de heer El Abassi, die vroeg waarom we geengerichte maatregel nemen maar een generieke.Voorzitter. Dan nog een aantal specifieke vragen over het AZWA. De heerThiadens zei dat de zorguitgaven ontzettend hard stijgen. Welke plannenheeft het kabinet om dat tegen te gaan? Juist de akkoorden moeten daareen belangrijke bijdrage aan leveren. Het IZA deed dat al en het ... eh ...AZWA voegt daar iets aan toe – de afkortingen zijn voor u gesneden koek,maar voor mij nog niet altijd. Dat aanvullende zorgakkoord levert 580miljoen besparing op, boven op wat het IZA al had ingezet. Die akkoordenhelpen dus zeker bij het beperken van de stijging van de kosten, want datdie kosten stijgen is natuurlijk helder.De heer Thiadens vroeg ook of wij innovaties actief stimuleren. Dat is eenbelangrijk onderdeel van de akkoorden, juist om niet alleen zorgkostenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131721 maar ook het beroep op arbeid te verminderen via innovaties, waaronderinderdaad de thuistoediening, zoals de heer Thiadens al aangaf.Mevrouw De Korte vroeg wanneer we het AZWA afgerond kunnenhebben. Ik heb u net de route geschetst. Even politiek: op het moment dathet ons zou lukken om zekerheid over de financiële kant te verschaffen,denk ik dat mijn opvolger – het zal dus niet deze week kunnen – vrij snelmet alle partijen het zorgakkoord zou kunnen tekenen.Mevrouw De Korte vroeg ook naar de stand van zaken aangaandepassende zorg. Daarvoor gelden de aanvullende afspraken in het AZWA.We borduren voort op de samenwerkingsarrangementen, ook regionalesamenwerking, die in het IZA al zijn opgezet. Ik kan u toezeggen dat ik uvoor het zomerreces in een brief nader zal informeren over de stand vanzaken. Ik zal daarbij nader ingaan – daar vroeg mevrouw De Kortespecifiek naar – op de aanpak van passende zorg en de zes punten van deheer Kremer.Voorzitter. Dat waren de eerste twee blokjes.De voorzitter:Ja. Mevrouw Paulusma had haar vinger al opgestoken, dus zij krijgt alseerste het woord voor een interruptie. Ik heb nog een procesmatige vraag.U had het een paar keer over het wetsvoorstel. Heeft u enig wanneer datwetsvoorstel naar de Kamer komt?Minister Van Hijum:Bedoelt u nu over het eigen risico?De voorzitter:Ja. Iets van een ... We praten in Q3 of Q4.Minister Van Hijum:Ja, het zal na de zomer zijn. Ik zou zeggen: Q3. Het nader rapport na hetadvies van de Raad van State, de ministerraad en dan de Kamer. Q3, ja.De voorzitter:Oké, dat verheldert het.Mevrouw Paulusma (D66):Ik sluit een beetje aan op de opmerkingen van de heer Krul. Ik snap dat deMinister dit op deze eerste dag met mooie woorden aan de Kamerprobeert te verkopen, maar de Kamer wordt op deze manier wel eenbeetje gegijzeld. Deze Minister kan niet zo veel doen aan het gerommelvan zijn voorganger, maar we zitten in een situatie waarin dat AZWA nietgesloten is, er een hele hoop gedoe is en er beloftes zijn gedaan metmiddelen die eigenlijk voor wat anders bedoeld waren. Ik hoor de Ministerdan zeggen dat er een inhoudelijke motivering is om het eigen risico tehalveren. Die inhoudelijke motivering is al meerdere keren en niet zomaardoor de minsten van tafel geveegd. Ik snap dat dat AZWA door moet. Daarhebben een heleboel partijen zich enorm aan gecommitteerd. Ik denk ookdat dat een waardevolle bijdrage gaat leveren aan de zorg, maar wat deMinister nu doet, kan niet. Iedereen, inclusief de Raad van State, heeftgezegd dat het halveren van het eigen risico een slecht idee is. DeMinister kan dan niet tegen de Kamer zeggen: omarm dat plan, wantanders komt dat AZWA er niet. Dat vind ik niet de juiste manier vanwerken, ook omdat ik van een heleboel zorgpartijen weet dat ze hethalveren van het eigen risico een heel slecht idee vinden, omdat dat detoegankelijkheid van de zorg juist belemmert. Ik hoop dus dat de Ministernaar een wat andere variant kan dan wat hij nu op tafel heeft gelegd.Minister Van Hijum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131722 Volgens mij is dat ook niet wat ik op tafel heb gelegd. Ik probeer oprechtdeze Kamer op geen enkele manier te gijzelen. De heer Bushoff vroeg datzojuist ook terecht: stel dat het niet doorgaat, mag ik dan kiezen? Dat iseen politieke keuze. Het is een politieke keuze om het controversieel teverklaren of om te zeggen dat je het helemaal niet wilt en dat je morgeneigenlijk een alternatief wilt. Dat staat niet ter discussie: dat recht heeft deKamer. Ik probeer u de consequentie daarvan te schetsen: als u die keuzemaakt, blijft u een deel van de middelen die dan vrijvallen of beschikbaarkomen voor andere dingen, koppelen aan het zorgakkoord. Dat is gewoonbinnen de begroting zoals die is. Ik vraag dus ook geen extra geld. Ikvraag niet om fundamenteel andere keuzes. Nee, ik vraag gewoon omconsistent te zijn: als we nu die keuze maken ... Ook dat is een afweging. Ikheb tegen de zorgpartijen gezegd dat je ook zou kunnen zeggen: doe eenstap achteruit en wacht gewoon af wat een nieuw kabinet doet. Je kuntook een nieuw AZWA maken met andere afspraken, maar de partijen zelfzeggen dat zij dolgraag door willen, omdat dit tegemoetkomt aan eenaantal hele specifieke wensen die zij hebben. Dat geldt overigens ook voortwee punten die u schetste, namelijk de gordelroosvaccinatie en deborstkankerscreening. Ook dat zijn dingen die daarin zitten. We verliezendus heel veel tijd als we eerst de verkiezingen afwachten. Dan moet je ookafwachten met welke partijen je dan weer welke afspraken kunt maken.Wij denken dat de inhoudelijke basis goed is. Als de Kamer dat ook vindt,zoek ik gewoon naar een praktische manier om dat te regelen. Dat is echthet enige wat hier voorligt.Mevrouw Paulusma (D66):Ik ben het met de Minister eens dat de inhoudelijke basis onder het AZWAgoed is, maar de inhoudelijke basis onder het voorstel om het eigen risicote halveren is niet goed. Als de Minister op zoek is naar varianten enoplossingsmogelijkheden, zou de oplossing dus ook kunnen zijn om dateigen risico niet te halveren. Dan moeten we eens kijken hoeveel geld deMinister overhoudt om nog grotere stappen te zetten in dat AZWA.Minister Van Hijum:Dan komen we toch in een discussie terecht die in ieder geval vanuit mijnpositie het demissionaire karakter van het gesprek dat wij voeren watoverstijgt. Het kabinet probeert consistent of voorspelbaar te zijn. Platgezegd: als we het voorstel over het eigen risico doorzetten, ontstaat hetprobleem niet. Dan kunnen wij morgen tekenen en is die financiëleonzekerheid er niet. Financiële onzekerheid ontstaat op het moment datde Kamer besluit om het voorstel controversieel te verklaren of er eenhele andere invulling aan te geven. Dan ontstaat onzekerheid. Dat isprecies de reden waarom de partijen een stapje achteruit hebben gedaan.Ik probeer te kijken of we met de Kamer een afspraak kunnen maken doorgewoon een hek om die financiële afspraken te zetten en te zeggen:linksom of rechtsom, wat er ook gebeurt, dat akkoord gaat door, met dedaarvoor beschikbare middelen. Omgekeerd: anders gijzel je het AZWAmet een politieke discussie over het wel of niet blijven doorgaan van hethalveren van het eigen risico. Ik probeer het juist te ontvlechten. MevrouwPaulusma kijkt alsof ze mij niet gelooft, maar dat is oprecht wat ik probeer.Ik zou echt willen kijken of we daar stappen voor kunnen zetten.Mevrouw Paulusma (D66):De blik van mevrouw Paulusma is vooral een vragende blik, namelijk: gaik hier nog een derde interruptie aan wijden? En dat ga ik dus niet doen!De voorzitter:De heer El Abassi had ook een vraag. Toch?De heer El Abassi (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131723 Ik wil het best geloven en ik heb overigens ook niet het gevoel dat ikgegijzeld word.De Minister had het in zijn inleiding over toegankelijke, betaalbare ensolidaire zorg, en het voorkomen van tweedeling. Als ik de Raad van Statemag citeren, dan zorgt het halveren van het eigen risico er vooral voor dathet problematisch wordt voor kwetsbare groepen als mensen met eenlaag inkomen, lage gezondheidsvaardigheden en een slechte gezondheid.Toen ik deze vraag aan de collega’s stelde, werd het niet helemaal helder.Daarom vraag ik de Staatssecretaris nu: wat lossen we nou op met hethalveren van het eigen risico als we tegelijkertijd de premie met € 200verhogen?Minister Van Hijum:Ik aarzel even. Ik ben op zich bereid om hierover een inhoudelijkediscussie te voeren, maar volgens mij kunnen we beter een procedureleafspraak maken. Ik heb toegezegd dat wij naar de kritiek van de Raad vanState zullen kijken en wij zijn natuurlijk ook niet ongevoelig voor dedingen die zij opbrengen. Daar zullen we het na het nader rapportnatuurlijk over hebben met de Kamer in het debat dat daaruit voortvloeit.Ik zeg alleen dat het in die zin niet helemaal zwart-wit is. De bedoeling vanhet voorstel is natuurlijk om met de drempel, die het eigen risico is, en detranchering iets aan de toegankelijkheid van de zorg te doen. Er wordtverder ook terecht gewezen op het effect van premiestijging, maar er ligtook een voorstel om dat te compenseren met lastenverlichting. Je moetdan naar de totale plaat kijken om te bepalen wat je daarvan vindt.Nogmaals, wij zullen echt serieus kijken naar wat de Raad van Stateopmerkt en adviseert. Vervolgens zullen we dat ook met de Kamer delen.De heer El Abassi (DENK):Dat hoeft niet. Ik heb hier al voor de Minister naar gekeken en de Raad vanState zegt dus «niet doen». De Raad van State zegt: als je specifiek diedoelgroepen wil helpen, kom dan ook met een specifieke maatregel. Alshet aan mij zou liggen, pakten we ’m zelfs breder. Maar dan komen we ineen andere discussie terecht, namelijk de discussie over waar we het geldvandaan zouden moeten halen. Daar zou ik ook opties voor kunnennoemen, maar die discussie wil ik nu vermijden.Ik zou de Staatssecretaris willen vragen hoe hij invulling wil geven aan hethalveren van het eigen risico. En dan moet het dus neerkomen op eendaadwerkelijke halvering, want dat leidt namelijk tot die toegankelijke,betaalbare en solidaire zorg. We voorkomen daarmee tweedeling en dat isdus wat de Staatssecretaris – de Minister! – ook aangaf in zijn inleiding.Minister Van Hijum:De Raad van State zegt niet zozeer «niet doen». Het is een kritisch advies,dictum c, omdat ze vinden dat we het beter moeten motiveren. Ik denk datdaar wel een belangrijke opgave ligt; laat ik me maar voorzichtiguitdrukken. Maar dat is wel de opdracht. Nogmaals, ik denk niet dat ikhierover van mening verschil met de heer El Abassi. Andere leden van uwKamer vinden dat ook en daarover verschillen we dus niet van mening.Het gaat natuurlijk over het middel, de middelen, die je daarvoor hebt enover de keuzes die je maakt, want dat moeten wel goede keuzes zijn.Het vergt een bredere politieke afweging. De Kamer moet die afwegingmaken, maar uiteindelijk moeten we die ook binnen het kabinet maken. Ikzeg nu alleen wel: vooralsnog zijn wij niet voornemens het voorstel in tetrekken. We zien het vooral als onze opdracht om de motivering teverbeteren en die opdracht gaan we nu eerst ter hand nemen.De voorzitter:Dit wordt wel uw laatste interruptie, meneer El Abassi.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131724 De heer El Abassi (DENK):Hier hebben we toch helemaal geen advies van de Raad van State voornodig? Het wordt zo toch zeker onnodig ingewikkeld gemaakt? Er isbeloofd dat we het eigen risico voor de Nederlanders gaan halveren met€ 165. Dat is iets waar niet elke Nederlander aan gebonden is, want hetraakt alleen de mensen die ook daadwerkelijk gebruikmaken van het eigenrisico. Vervolgens gaan we diezelfde Nederlanders voor € 200 belasten!Maar daar zijn ze dus altijd aan gebonden, ongeacht of ze gebruikmakenvan het eigen risico of niet. Dan is het toch zeker een maatregel dieduurder is voor de Nederlanders en duurder voor de zwakken? Dat is watik nu al kan constateren. Dat is helemaal niet moeilijk en daar hebben wede Raad van State niet eens voor nodig.Minister Van Hijum:Dan rekent de heer El Abassi de middelen niet mee die beschikbaar zijngesteld om de lasten van mensen te verlagen. Daarmee worden zij in staatgesteld om die premiestijging te betalen. Je moet daarvoor dus naar hettotale inkomenseffect kijken. En dat is het totale plan dat nu voorligt. Ennogmaals: ik kom niet aan het gegeven dat u daar een andere afweging inmag maken. Maar ik zie wel huiswerk voor de regering om een aantaldingen scherper te onderbouwen. Dat zullen wij in het nadere rapportdoen.De voorzitter:Daarover gesproken: kunt u enige indicatie geven van wanneer hetkabinet met de reactie op het advies van de Raad van State komt? Is daaral iets over te zeggen?Minister Van Hijum:Als wij in Q3 het wetsvoorstel naar de Kamer sturen, dan komt dat nadererapport er ook. Dat zal na de zomer zijn, in het derde kwartaal.De voorzitter:Het wetsvoorstel en de reactie komen dus beide in Q3, na de zomer. Zoheb ik het nu genoteerd. Dan weten we dat ook. Dank u wel. Ik zag nettrouwens nog een ander handje. Het eerste blok hebben we nu afgerond.Zijn er nog andere interrupties op blok één? Nee. Dan gaan we naar bloktwee, over het pakket. Het woord is aan de Minister.Minister Van Hijum:Dan begin ik met de vraag van mevrouw Paulusma. Zij deed de suggestieom structureel middelen te verschuiven van dure curatieve zorg naarpreventie. Ik moet aangeven dat dit in principe aan een volgend kabinet is.Wel geeft zij volgens mij terecht aan dat je met preventie veel kosten aande achterkant kunt voorkomen. Staatssecretaris Karremans heeft net nogeen brief over preventie naar de Kamer gestuurd. Daar staat detoezegging in om voor het einde van dit jaar meer duidelijkheid te gevenover de voor- en nadelen van verschillende financieringsopties voorpreventieve maatregelen en over een structureel budget op de begrotingvan VWS. Dan gaat het om het idee om iets automatisch op te nemen inhet aanbod als de Gezondheidsraad een positief advies heeft gegeven; diebekostiging gebeurt via een begrotingsfonds. Dat zijn zaken die in hetnajaar aan de orde zullen komen.Zij vroeg ook nog of er in het AZWA afspraken staan over gordelroosvac-cinaties en borstkankerscreenings; dat heb ik net bevestigd. Dat is hetgeval.Meneer Bevers vroeg of ik kon reageren op de stelling dat het deomgekeerde wereld is dat alle Nederlanders moeten meebetalen als hetgaat om stoppen met roken. Dat is natuurlijk een interessante discussie,die ook raakt aan de vraag of preventie helpt. We beschouwen roken alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131725 een verslaving en daarmee als een ziekte. Daarom worden stoppen-met-roken-programma’s vergoed vanuit het basispakket. Stoppen met rokenblijkt nu eenmaal het vaakst te slagen met begeleiding. Deze worden inhet veld dan ook gezien als iets effectiefs, waardoor ik ze niet wilaanpassen. Ze beperken bovendien de zorgkosten verderop in de keten.Denk aan longaandoeningen en kanker. Dat is ook de afweging dienadrukkelijk in het veld wordt gemaakt. Maar het antwoord op de vraag ofer hierbij ook een individuele verantwoordelijkheid van mensen aan deorde is, is ja; die is natuurlijk ook aan de orde. Die discussie zul je moetenblijven voeren.Ik heb ook al aangegeven dat de behandeling voor het stoppen met rokendoor het veld effectief wordt gevonden.De heer Bevers vroeg nog of ik vind dat mensen een deel van degoedkope medicijnen ook zelf zouden kunnen aanschaffen. In principevind ik dat niet. Althans, uiteindelijk besluit het Zorginstituut daartoe, ookop basis van het bredere afwegingskader. Prijs is daarbij een van deafwegingen, maar niet de enige. Dat is de essentie.Er is aan mij gevraagd of ik op een rij kan zetten welke geneesmiddelen eruit het pakket gehaald kunnen worden en wat dat aan premievoordelenzou opleveren. Dat wil ik zeker niet doen zonder dat daar een advies vanhet Zorginstituut bij komt. Het risico is anders dat er te makkelijk wordtgekeken naar de kortetermijnopbrengsten als gevolg van het schrappenvan een vergoeding, waardoor we onszelf rijk rekenen, terwijl het om tebeginnen al niet duidelijk is of dat schrappen volgens het Zorginstituutwel passend is volgens de kaders die daarvoor gelden, en of daar geennegatieve gevolgen voor de lange termijn aan vastzitten. Dat overzicht kanik u dus niet verschaffen.De heer Thiadens vroeg nog of er sprake is van «CO2-gekte». Ik kan daarkort «nee» op antwoorden. Het is wel zo dat we ook kijken naar demaatschappelijke opgaven rondom arbeidsinzet en duurzaamheid. Dangaat het niet alleen over CO2, maar ook over materialen en over materiaal-besparing; daar kan ook een kostenaspect aan zitten, zeg ik nog maareven. Denk ook aan de circulaire economie. Wij willen wel kennis enervaring opdoen als het gaat om wat die criteria in de praktijk betekenen.Dat wil ik eerst doen, voordat ik daar verdere besluiten over neem.Meneer Bevers vroeg mij nog wat de plannen zijn als het gaat om hettoetsen van het pakket op effectiviteit en het herijken van het basispakketmet strakkere criteria. Ik heb u daar trouwens net een brief over gestuurd,op 12 juni. Ik neem aan dat de heer Bevers die heeft gezien. Ik wil het ideeontkrachten – ik weet niet of hij dat nou zei, of dat het een suggestie was –dat 90% niet bewezen is. Ik ga nog even door op dat voorbeeld dat netgegeven werd. Als iemand een been breekt, dan weten we dat het eeneffectieve behandeling is om dat in het gips te zetten, maar dat is niet eenbewezen maatregel. Er zit dus een hele categorie tussen die je dan niet inbeeld hebt. Dat zeg ik in antwoord daarop.De heer Krul vroeg naar jonge kinderen met achondroplasie. Het is eenserieus probleem om dat medicijn via de fabrikant beschikbaar te krijgen.Ik begrijp heel goed wat de frustratie van ouders daarbij is. Dat medicijnbiedt namelijk perspectief. We lopen daarbij tegen de wat formele redenaan dat het Zorginstituut pas een beoordeling kan starten als de firmahaar vergoedingsdossier heeft ingediend en dat we wat betreft degezamenlijke Europese beoordeling afhankelijk zijn van de bereidheid vandie firma. Ik heb wel even gevraagd wat we daar verder aan kunnen doen.Er is ook echt contact met de firma. Wij zeggen ook toe dat wij voor hetreces, voor de zomer, nader overleg met die firma gaan voeren om tekijken of we toch iets kunnen bevorderen of helpen versnellen. Ik denknamelijk dat hij hier terecht naar vraagt.De heer Bushoff vroeg mij nog of ik kan toezeggen dat de druppelbril inhet basispakket wordt opgenomen. Ik denk dat hij hier terecht aandachtvoor vraagt. Dit is een veelbelovend hulpmiddel dat potentieel heeft watTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131726 betreft arbeidsbesparing. Ook het Zorginstituut ziet de druppelbril als eenpassende zorgpraktijk. Maar het basispakket kent op dit moment nog geenmogelijkheid tot aanspraak op de druppelbril. Ik ben in gesprek met hetZorginstituut en met veldpartijen om te bekijken hoe die bril onderdeelkan worden van de reguliere zorg, onder andere door mogelijke opnamein de Pakketagenda passende zorg 2026–2028 van het Zorginstituut. Ookdaarin zetten we dus de nodige stappen.Dat was blokje twee.De voorzitter:Dank u wel. We zijn aan het einde van dit blok gekomen. MevrouwPaulusma, wilde u nog interrumperen? Het hoeft niet. U kunt ook nogeven wachten. Dan eerst de heer Krul. Ik hoor dat dat zonde van deinterruptie zou zijn, maar niet alle vragen tel ik mee als interruptie. Als devraag is wanneer we een brief, een terugkoppeling et cetera krijgen, tel ikdie niet mee. Meneer Krul?Minister Van Hijum:De heer Krul vroeg buiten de microfoon nog naar die achondroplasie.Voor het zomerreces laten wij de stand van zaken weten wat betreft ditonderwerp.De voorzitter:Dan noteren we die even. Dat is wel handig. De heer Krul kan u evenondersteunen. Dan kom ik eerst bij de heer Thiadens en dan bij mevrouwPaulusma.De heer Thiadens (PVV):Goed om van de Minister te horen dat de CO2-gekte niet is toegeslagen ophet ministerie. Tegelijkertijd lees ik het volgende in de schriftelijkebeantwoording van gisteren van de Minister op vragen: bij de beoordelingvan medicijnen is duurzaamheid soms belangrijker dan effectiviteit vanmedicijnen of behandelingen. Het kan soms zo zijn dat een nieuwebehandeling beter werkt dan een bestaande, maar niet wordt geadopteerdomdat deze minder duurzaam is. Dat baart mij zorgen. De Minister zegtvandaag eigenlijk iets anders, namelijk dat de CO2-gekte niet is toege-slagen. Maar als ik kijk naar de beantwoording van die vragen vangisteren, dan zie ik dat hij wel een slag om de arm houdt en demogelijkheid openhoudt om eventuele betere medicaties of behande-lingen niet te adopteren als die minder duurzaam zouden zijn. Kan deMinister daarop reflecteren?Minister Van Hijum:De effectiviteit van de behandeling blijft altijd vooropstaan. Als er sprakeis van gelijkwaardige effectiviteit, kan het zo zijn dat argumenten zoalsduurzaamheid en arbeidsbesparing additioneel zijn. Maar die zijn weldegelijk maatschappelijk relevant. Je moet de impact op die maatschap-pelijke opgaven wel kennen om die te kunnen meewegen. We zijn bezigom dat in beeld te brengen en te kijken of je dat in een afwegingskaderkunt betrekken. Het kabinet is van mening dat het wel degelijk belangrijkis om ook vanuit deze sector een bijdrage aan die opgaven te leveren; iknoemde net ook al even het effect op materialen.De heer Thiadens (PVV):Dan markeer ik dit antwoord van de Minister en laten we de schriftelijkebeantwoording maar voor wat die is.De voorzitter:Die tel ik even niet mee. Dat was een soort afconcludering. MevrouwPaulusma, had u nog een verhelderende vraag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131727 Mevrouw Paulusma (D66):Ja. Ik hoorde de Minister zeggen: zaken als gordelroos en de MRI voormensen met dicht borstweefsel zijn geregeld; dit is even in mijn woordensamengevat. Wat is er geregeld?Minister Van Hijum:Die zaken zijn geregeld in die zin dat er in het AZWA afspraken over zijngemaakt, waardoor er ook financiële middelen zijn gereserveerd voor hetuitvoeren van die aandachtspunten. Ik zie wel staan dat voor de borstkan-kerscreening voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel geldt dat we ooknog wachten op resultaten van de uitvoeringstoets door het RIVM van nade zomer. Maar dat laat onverlet dat deze afspraken wel in dat AZWAstaan – nogmaals, dat staat in potlood – en dat daar met het veldovereenstemming over is bereikt. Maar ja, daar staat nog geen handte-kening onder. In die zin is het nog niet geregeld.De voorzitter:Oké. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit blok. Dan gaan we naarhet volgende blok. Blok drie gaat over mondzorg.Minister Van Hijum:Ja. Dit was eigenlijk een vraag vanuit alle fracties. O nee, die kwam vanuitbijna alle fracties. Laat ik zeggen dat ik de wens begrijp om de aanspraakop mondzorg uit te breiden. De Kamer is eerder geïnformeerd over het feitdat het Zorginstituut nog bezig is met een adviestraject en dat uitbrei-dingen van het basispakket wel een impact zullen hebben op dezorgkosten en de sector. Ik kan niet vooruitlopen op de uitkomstendaarvan. Het totale advies is pas eind 2028 gereed. Waar mogelijk wordende tussentijdse resultaten gedeeld met de Kamer. Uiteindelijk is besluit-vorming aan een volgend kabinet.De heer Bushoff vroeg nog hoe ik naar de volgende oplossingen kijk:regelingen of een aanvullende verzekering voor minima of een generaalpardon. Hij vroeg: zijn er niet bepaalde dingen die je kunt doen om inieder geval die problematiek, het feit dat zo’n 640.000 mensen het geldniet hebben om naar de tandarts te gaan, aan te pakken? Die cijfershebben wij ook gedeeld. Ik ben het er zeer mee eens dat dat zorgelijk is.Vanuit het ministerie brengen wij op dit moment de opties voor generiekeen specifieke maatregelen wat betreft de toegang voor minima in kaart.Ook daarvoor geldt dat besluitvorming aan een volgend kabinet is en datik – maar dat kan dan ook mijn opvolger zijn – u in het najaar vaninformatie zou kunnen voorzien. Hierover vinden ook gesprekken plaatsmet de mondzorgsector en met verzekeraars.Maar ik kan me ook het volgende voorstellen. Dit is een discussie die veelfracties en partijen bezighoudt. Ik wil bekijken of wij de technischeinformatie hierover eerder met de Kamer kunnen delen. Er zal hiernamelijk op een gegeven moment een afweging over worden gemaakt.Daar werd net nog even over gesproken. Ook als je er in financiële zinnaar kijkt, is er een verhaal te houden wat betreft het idee dat hetmisschien wel een verstandige maatregel is om aan de voorkant meer teinvesteren, om zo aan de achterkant gezondheidswinst te boeken enkosten te besparen. Maar als je dat wil doen, moet je een sprong makenen eerst investeren, want die besparing komt pas later. Dat goede gesprekmoet toch een keer gevoerd worden. Je kunt natuurlijk ook bekijken wat jein de tussentijd zou kunnen doen om in een aantal gerichte gevallen tehelpen om de problematiek op te lossen.Ik moet zeggen dat ik heel positief en eigenlijk ook wel verrast was overwat er via gemeentepolissen specifiek al in verschillende gemeentenwordt gedaan. Dat motiveert mij om hier straks bij SZW mee door tegaan. Ik zou ook willen kijken hoe je met de ideeën die er leven overproactieve dienstverlening – mensen wijzen op rechten en voorzieningenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131728 die er zijn en waar ze recht op hebben – ook het niet-gebruik van dit soortmogelijkheden kunt terugdringen en kijken of je op die manier ook ietsaan de problematiek zou kunnen doen.Kortom, de fundamentele keuze zal echt in een volgende periode gemaaktmoeten worden. We doen wat we kunnen om de toegang op een aantalmanieren te versterken voor minima, voor de mensen die echtontmoedigd worden of hier geen gebruik van kunnen maken. We zijnbereid om via een technische briefing of anderszins informatie over deverschillende varianten eerder dan het najaar met de Kamer te delen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Het klopt dat er via sommige gemeenten al hele goede initiatieven lopenom mensen met weinig geld te helpen aan de noodzakelijke mondzorg. Inbijvoorbeeld mijn eigen gemeente, Groningen, wordt dat geregeld. Maarhet probleem is natuurlijk dat ook de gemeenten niet een heel florissantfinancieel vooruitzicht hebben. Het is dan ook niet in alle gemeentenmogelijk om daarop in te springen. Daarom is het wel zinvol om ookvanuit de landelijke overheid te kijken wat we kunnen doen om mensendie dat echt nodig hebben en die een kleine beurs hebben, mondzorg tebieden. Ik zou heel graag de technische informatie over die verschillendevarianten, die ik eerder ook noemde, naar de Kamer willen krijgen en ikverzoek om dat in een brief te doen. Ik ben benieuwd op welke termijn datzou kunnen. Het gaat dan om de technische aspecten van de verschillendevarianten die ik eerder noemde.Minister Van Hijum:Als u dat schriftelijk zou willen hebben, dan zouden we dat in septemberkunnen doen. Mijn idee was dat u het misschien eerder zou willen hebbenen dat een technische briefing dan handiger is. Dan kan er informatiegedeeld en gevraagd worden. Maar dat is uiteraard aan de Kamer.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dat is dan inderdaad aan de Kamer. Het is fijn als we te horen krijgen opwelke termijn dat dan zou kunnen. Dat hoeft niet nu, maar het is voor deplanning wel makkelijk als we dat op een gegeven moment medegedeeldkrijgen.De voorzitter:Ik hoor dat best vaak vanuit de Kamer. In deze commissie is het altijd heelgebruikelijk om er iets van een termijn, een wanneer, aan te hangen. Hethoeft niet een exacte datum te zijn, maar dat helpt enorm.Minister Van Hijum:Het kan op heel korte termijn; het kan echt voor de zomer. Er is bereidheidom de informatie te delen, zodat fracties daar hun voordeel mee kunnendoen.De voorzitter:Wat mij betreft komt het er gewoon elke keer bij als er iets wordttoegezegd. Dan helpt een wanneer. De Minister gaat verder met zijnbeantwoording.Minister Van Hijum:Ik wilde nog iets zeggen, maar ik weet het nu niet meer.Mevrouw De Korte vroeg mij om een toelichting op de rol, functie enbevoegdheden van het kenniscentrum dat ter vervanging van het CollegeAdviserend Tandartsen wordt ingesteld. Binnen dat kenniscentrum wordt,samen met tandartsen en zorgverzekeraars, gewerkt aan de doorontwik-keling van de toetsingsrichtlijnen ten behoeve van een uniforme beoor-deling, scholing en casuïstiek. Dat is vergelijkbaar met kenniscentra die alTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131729 bestaan voor andere sectoren, zoals de huisartsen en de wijkverpleging.Het kenniscentrum zelf heeft geen bevoegdheden. Adviserend tandartsenvoeren hun taken uit voor de verzekeraar, die over de vergoeding van eenaanvraag besluit. Adviserend tandartsen zijn allemaal BIG-geregistreerden ook gebonden aan een professioneel statuut. In dat statuut is ondermeer de professionele autonomie en verantwoordelijkheid van deadviserend tandarts opgenomen. Door de samenwerking in het kennis-centrum kunnen adviserend tandartsen hun eigen kennis en kunde op peilhouden. En het kenniscentrum draagt bij aan een goede beoordeling vanzorginhoudelijke aspecten van een aanvraag voor vergoeding. Zo leer ikzelf ook veel.Mevrouw De Korte vroeg ook nog naar de onafhankelijke instantie voormondzorg. De onafhankelijke instantie overweegt voor de duidelijkheid detransparantie bij de beoordeling van aanvragen. Dat past niet helemaal bijhet karakter van de Zorgverzekeringswet, omdat die rol daarin is belegdbij de zorgverzekeraar. Die kijkt aan de ene kant naar het recht opvergoeding en aan de andere kant naar kwaliteitseisen en doelmatigheid.Ik snap de achtergrond van de vraag wel: je zou willen voorkomen datmensen alleen maar om reden van bijvoorbeeld doelmatigheid hun rechtniet halen. Tegelijkertijd is doelmatigheid, prijs, de hoogte van de premie,ook in het belang van diezelfde patiënt. De manier waarop dit is geregeldin het zorgstelsel is dat de verzekeraars hun rol kunnen pakken en dat ertoezicht is van de Nederlandse Zorgautoriteit. Op die manier wordt debalans bewaakt.Voorzitter. Dat waren mijn antwoorden op de vragen over mondzorg. Dankom ik nu bij het blokje over contractering.De heer Bevers vroeg mij om te reageren op de stelling «geen contract,geen vergoeding.» Verzekerden hebben op basis van de Zorgverzeke-ringswet recht op zorg die gecontracteerd is, dan wel recht op vergoedingals zij gebruikmaken van een niet-gecontracteerde aanbieder. Dievergoeding ligt dan wel lager dan bij de gecontracteerde zorg, maar magvolgens het wettelijk kader geen hinderpaal vormen. Het is wenselijk datook zorgaanbieders die niet gecontracteerd zijn, wel een bijdrage leverenom de zorg toegankelijk te houden, dat zorgfraude wordt voorkomen endat de zorg doelmatig wordt geleverd. Ook hier kan ik melden dat erafspraken in het AZWA worden voorbereid die bijdragen aan deze doelen.De heer Thiadens vroeg mij of behandelingen buiten het ziekenhuis zoalsthuistoediening worden belemmerd doordat zorgwetten niet goed opelkaar aansluiten. Dat zij niet goed op elkaar aansluiten, is denk ik wel eenfeit. Daardoor worden inderdaad innovatieve interventies zoals thuistoe-diening mogelijk belemmerd. Ik werk daarom aan een verkenning waarinwe bekijken hoe de zorgwetten beter op elkaar kunnen worden afgestemd.Daar waar doorrekeningen aantonen dat het goedkoper en efficiënter kan,kijken we ook of zorgwetten aangepast moeten worden of samengevoegdmoeten worden.De heer Bevers stelde mij een vraag over de aanpak van zorgfraude doorcontractering. Ik kan u aangeven dat er voor de zomer een verzamelbriefkomt over de uitwerking van de motie.De heer Thiadens vraagt: wordt er niet getornd aan de beschikbaarheids-bijdrage voordat er een betere budgetfinanciering is? Het gaat daarbijover spoedeisende eerste hulp. Op dit moment krijgen de SEH’s diegevoelig zijn voor de 45 minutennorm én niet genoeg opbrengsten uit dereguliere tarieven hebben een aanvulling uit de beschikbaarheidsbijdrage.Bij invoering van de budgetbekostiging zal die bijdrage komen tevervallen. Tegelijkertijd komt er met de invoering van de budgetbekos-tiging zekerheid over een vast budget dat ongeveer even hoog is als debeschikbaarheidsbijdrage. De invoering en het vaststellen van volumen-ormen voor oncologische zorg en vaatchirurgische zorg zijn twee apartetrajecten. In die zin beïnvloedt dat elkaar niet. Met de vaststelling op25 maart van de volumenormen voor complexe oncologische enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131730 vaatchirurgische interventies is duidelijkheid gegeven aan alle partijen inhet veld. Ten aanzien van de volumenormen streven de regionalezorgpartijen ernaar om interventies vanaf 1 januari ’26 in de contracteringte verwerken. Mocht omwille van de zorgvuldige implementatie in deregio van de in de regio gemaakte afspraken over herverdeling van dieinterventies meer tijd nodig zijn, dan krijgen zij daarvoor de tijd tot1 januari ’27.Verschillenden van u, onder wie de heer Bushoff, hebben aandachtgevraagd voor de kraamzorg. Er speelt daar een discussie over de cao.Interveniëren in de cao is niet iets wat het kabinet kan doen, maar ik hebwel het verzoek gehoord om in gesprek te gaan met kraamverzorgenden.Ik zal dat doorgeven aan mijn opvolger. Ik kan niet anders dan veronder-stellen dat die op zich bereid zal zijn om dat gesprek te voeren. In datgesprek kan worden ingegaan op het toekomstperspectief van dieberoepsgroep, want het belang van die zorg kan niet genoeg onder-schreven worden. Daarover meedenken is denk ik ook van belang.De heer Thiadens vroeg ...Mevrouw De Korte (NSC):Voorzitter ...De voorzitter:Zeker. Mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel. Ik neem aan dat het hoofdstukje over kraamzorg voorbij is.Kan het zo zijn dat de cao-afspraken voor de kraamzorg niet gemaaktkunnen worden omdat de tarieven te laag zijn? Kraamverzorgendenhebben natuurlijk een werkgever. Die krijgt tarieven en zit dus in eenpatstelling: ze kunnen niet meer betalen omdat de tarieven te laag zijn.Kan de Minister daarnaar kijken? Ik vind het fijn dat hij, of in ieder gevalzijn opvolger, in gesprek gaat, maar het gaat ook om de tarieven.De voorzitter:Kunt u daarop ingaan?Minister Van Hijum:Ja, dat klopt, excuses; die vraag had ik overgeslagen. Mevrouw De Korteweet natuurlijk dat kostendekkende tarieven worden vastgesteld door deNZa. De NZa is bezig met het afronden van het kostenonderzoek voor detarieven per 2026. Elk jaar worden die tarieven opgehoogd met de opslag,de ova. Via de cao daarin interveniëren kan niet, maar wij volgennatuurlijk nauwgezet de ontwikkelingen voor een toekomstbestendigekraamzorg, waaronder het convenant met de versnellingsagenda tussenverzekeraars en aanbieders. Dit is wat ik kan zeggen over de kostendek-kende tarieven.De heer Thiadens vraagt naar de huidige manier van zorginkoop. Hij steltdat afzonderlijke onderhandelingen met zorgverzekeraars leiden tot eenversnipperd systeem en regionale verschillen veroorzaken. Hoe gaan wedat aanpakken? Ik denk dat met het IZA de beweging richting de regionalesamenwerking goed is ingezet. Die beweging is ook hard nodig, want alleregio’s zijn verschillend, kennen verschillende uitdagingen en hebbenverschillende oplossingen nodig. Dat vraagt dus om verschillen in aanpak.Regionale partijen hebben in de regioplannen afspraken gemaakt overhoe om te gaan met de transformatieopgaven in de regio. De marktleider,de zorgverzekeraar, heeft daartoe samen met de aangewezen gemeentenhet initiatief genomen. In de criteria voor regioplannen zijn procesaf-spraken hierover gemaakt. Daarin is ook afgesproken dat regionalepartijen inclusief zorgverzekeraars zich committeren aan de regioaf-spraken uit het regioplan. Die zijn dus niet vrijblijvend en worden waarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131731 mogelijk meegenomen in de contractering. Ik acht daarvoor dus geenaanpassing van wet- en regelgeving nodig.De motie-Claassen is unaniem aangenomen. Wordt er toezicht opgehouden dat financiële zekerheid voor regionale ziekenhuizen wordtgeïnterpreteerd als een verschuiving van financiële middelen naaralgemene regionale ziekenhuizen, vraagt de heer Thiadens. De NZaverwacht op 1 juli het tweede deel van haar advies over budgetbekos-tiging voor de spoedeisende eerste hulp op te leveren. Ik zal dit rapportvoor het zomerreces aan de Kamer toesturen, waarna ik in de zomer detijd neem voor de besluitvorming. Ik streef ernaar om na het zomerrecesmijn definitieve besluit over het invoeren van budgetbekostiging voor despoedeisende eerste hulp kenbaar te maken. Ik verwacht met dat besluit uook verder te informeren over de uitvoering van de motie.Kan de Minister garanderen dat de aanwijzing budgetfinanciering op tijdkomt voor de invoering in 2027, vraagt de heer Thiadens. De aanwijzingaan de NZa om de voorbereidingen te treffen heb ik aan de NZaverzonden en wordt deze week gepubliceerd in de Staatscourant. Ik benvoornemens om per 2027 budgetbekostiging voor de spoedeisende eerstehulp in te voeren. Ik doe dat met de afbakening die nu al geldt voor despoedeisende eerste hulpen die een beschikbaarheidsbijdrage krijgen. Inhet groeipad werken we aan die afbakening, onderzoeken we precies water onder het budget moet vallen en komen we uiteindelijk tot eenoptimale budgetbekostiging.De heer Bevers had een vraag over de motie over de contractering vanpassende zorg. Hij vroeg mij om een stand van zaken te geven betreffendede motie en in kaart te brengen hoe die contractering beter kan bijdragenaan passende zorg. Deze motie is afgedaan in de brief van april ’24 overhet contracteerseizoen en overstapseizoen 2023–2024. Er hebben ookgesprekken over plaatsgevonden. De NZa heeft handvatten gemaakt dieervoor moeten zorgen dat contractering voorspelbaar is, waardoorpartijen gestimuleerd worden om tijdig de inkoop te starten en afsprakente maken over passende zorg. Dat is niet iets van vandaag of morgen,maar dat is een beweging waar structureel op wordt ingezet. Ook weer inhet AZWA zijn doorbraakafspraken met partijen voorbereid die als doelhebben om de opschaling van passende zorg te versnellen.Voorzitter. Dan zijn er nog een paar vragen over de fysiotherapie gesteld.Zo vroeg mevrouw De Korte of het klopt dat steeds meer fysiotherapeutenongecontracteerd werken en of de solidariteit van ons zorgstelsel danonder druk komt te staan. Uit de tussentijdse rapportage van de NZa blijktdat in de jaren 2022 tot en met 2024 het aandeel ongecontracteerde omzetis toegenomen van 13% in 2022 naar 20% in 2024, maar dat betekent nogniet dat de solidariteit van ons zorgstelsel ook onder druk komt te staan.Patiënten kunnen nog steeds bij een gecontracteerde aanbieder terecht.De NZa concludeert op basis van de resultaten in de rapportage dat er opkorte termijn geen problemen zijn met de toegang tot fysiotherapie.Tegelijkertijd zijn er signalen die wijzen op mogelijke risico’s voor detoegankelijkheid op middellange termijn; daar letten we natuurlijk ook weldegelijk op. Zo is bijvoorbeeld de druk op de bedrijfsvoering de afgelopenjaren toegenomen. Het is dan ook belangrijk dat we de probleemanalyseop basis van de input van de veldpartijen die aan de basis ligt van datrapport, verder aanscherpen en oplossingsrichtingen verder onderzoeken.De NZa levert in het najaar een definitief rapport op over de fysiotherapie.Volgens mij vroeg de heer Krul wanneer dat precies komt. Dat wordt tochniet eerder dan december, in elk geval voor de kerst. Daarvoor is het ookvan belang om de cijfers die worden opgesteld en de nadere verken-ningen goed te duiden en ook goed te vergelijken met verschillendeandere onderzoeken om dat zorgvuldig voor te bereiden.Mevrouw De Korte vraagt of er meer verklaringen zijn voor het vertrek vanfysiotherapeuten, zoals regeldruk. De fysiotherapeuten en ook devakbonden geven aan dat er absoluut meer verklaringen zijn, zoals hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131732 salaris, de hoge werkdruk en soms ook sociale voorzieningen enverzekeringen die niet of minder geboden worden, bijvoorbeeld resul-terend in een lagere pensioenopbouw. In de tussentijdse rapportage vande NZa wordt aangegeven dat een lage vergoeding voor fysiotherapeuteneen belangrijke oorzaak is van het vroegtijdig verlaten van het vak. Ook devakbond zegt dat het ontbreken van een cao daarin een belangrijke rolspeelt. De inhoud van het vak speelt ook mee en de doorgroeimogelijk-heden worden niet altijd als positief ervaren. Er is dus een bredervraagstuk dat onderkend moet worden.Wat kunnen wij doen om de fysiotherapeuten te behouden? Het isbelangrijk om uit te blijven stralen dat fysiotherapeuten belangrijk werkdoen en trots mogen zijn op hun werk en dat zij zich ook onderdeel voelenvan een sterke eerstelijnszorg. Ik neem de in het rapport genoemderedenen voor de uitstroom van fysiotherapeuten dan ook buitengewoonserieus. De NZa levert in het najaar de definitieve rapportage metoplossingsrichtingen op. Verder zetten we vanuit het Integraal Zorgak-koord en de Visie eerstelijnszorg in op versterking van de eerstelijnszorgen het verbeteren van het contracteerproces. Daarnaast loopt nog hetprogramma Paramedische Zorg 2023–2026, waarin wordt gewerkt aankennisvergroting en kwaliteitsverbetering. Er is ook geld beschikbaargemaakt voor de doorontwikkeling van het Kwaliteitskader Fysiotherapieen Oefentherapie.Meneer Krul vroeg tot slot wat ik ga doen met betrekking tot hetvergoeden van de eerste twintig fysiotherapiebehandelingen voormensen met een chronische ziekte. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die vraagen die wens heel goed kan begrijpen. Het eerlijke antwoord is dat er op ditmoment gewoon geen dekking is om die maatregel te nemen. Dat moet ikdaarom aan een volgend kabinet laten. Het Zorginstituut schat debudgetimpact van het vergoeden van die twintig behandelingen op tussen137 miljoen en 182 miljoen structureel per jaar vanaf 2027. Daarvoor is opdit moment geen budget beschikbaar.Ik kom bij het blokje overig.De voorzitter:Voordat we daaraan beginnen: er is een einde gekomen aan het blokcontractering. Ja, mevrouw De Korte, ik heb gezien dat u wilt interrum-peren, maar ik wilde duidelijk maken dat we aan het einde van dit blok zijngekomen en dat we straks overgaan naar het blok overig.Mevrouw De Korte (NSC):Ik heb inderdaad nog een vraag over de fysiotherapeuten. We horen ookvan de Minister dat er steeds meer ongecontracteerde zorg is. Zou hetkunnen zijn dat deze ongecontracteerde fysiotherapeuten gewoon eenhoger tarief vragen en dat dit ongelijkheid geeft tussen mensen die datniet kunnen betalen en de mensen die dat wel kunnen betalen? Wat vindtde Minister hiervan?Minister Van Hijum:Ik neem aan dat in het rapport dat in het najaar komt ook nog verderwordt ingegaan op de rol die tarieven spelen. Daar kan ik zo geen goedoordeel over geven.De voorzitter:We gaan nog even door met interrumperen. Ik zit het even in de gaten tehouden. Mevrouw Paulusma, uw laatste interruptie.Mevrouw Paulusma (D66):Ik zwaaide wellicht, maar ik stak mijn hand niet op.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131733 O, sorry!Mevrouw Paulusma (D66):Of ik deed mijn haar goed; dat zou ook kunnen.De voorzitter:Ik keek als eerste naar u, en toen keek ik ook naar de heer Thiadens.De heer Thiadens (PVV):In mijn inbreng heb ik ook gevraagd naar de status van twee moties. Daargaat hij nog op terugkomen, begrijp ik.De voorzitter:Deze interruptie tel ik niet mee. De heer Bevers.De heer Bevers (VVD):Ik wil even terugkomen op de reactie van de Minister op «geen contract isgeen vergoeding». Ik heb in mijn bijdrage duidelijk willen maken datdaarin heel veel ruimte zit. Als voorbeeld neem ik even de druppelbril vancollega Bushoff. Als je daarnaar kijkt, zie je dat er heel veel bonafidethuiszorgorganisaties zijn die dat gewoon inzetten. Die laten twee of driebezoeken doen door de wijkverpleegkundige, laten hen de druppelbriluitleggen, en laten mensen het daarna zelfstandig doen. Je ziet dat erdaarna een aantal ongecontracteerde bedrijfjes op de markt is gekomen,die zeggen: «Ja, maar als u écht wil, dan komen wij nog wel evendruppelen.» Daarin zit voor mij het probleem met die ongecontracteerdezorg. Je ziet dat daar waar we heel erg veel inzetten op het beperken vande kosten, we die kosten eigenlijk gewoon niet onder controle krijgendoordat we ongecontracteerde zorg toelaten. Ik zou toch graag van deMinister iets meer nuance willen dan alleen de verwijzing naar de wet.Zeker, mensen moeten zo veel mogelijk keuzevrijheid hebben, maar datkan ook met een goed gecontracteerd pakket. Ik zou daar iets meernuance in willen van de Minister.Minister Van Hijum:Ik denk dat ik de heer Bevers daar op zich gelijk in kan geven. Wat ik hebmeegekregen, ook uit het AZWA, is dat er wel degelijk wordt geprobeerdom daar samen met partijen meer grip op te krijgen, om dat kader in diezin scherper met elkaar vast te stellen. Daar wordt wel degelijk op ingezet,ook in het AZWA.De voorzitter:Ik zit even te kijken. Eenmaal, andermaal ... Dan gaan we naar het laatsteblok, overig.Minister Van Hijum:Ja, dan komen we bij het laatste blokje. Daarin zitten een aantal vragenover moties. Om te beginnen vroeg mevrouw Paulusma mij naar deuitvoering van de motie op stuk nr. 933 (31 765). De Algemene Reken-kamer heeft aangegeven dat het aantal stageplekken voor een groot deelwordt beperkt door een gebrek aan begeleidingscapaciteit. Er zijnmeerdere instrumenten die van invloed zijn op deze arbeidsmarktproble-matiek. Die worden op dit moment geëvalueerd in het kader van eenstrategische evaluatieagenda. Die evaluatie wil ik afwachten, omdat hetantwoord op de vraag in de motie hiervan afhankelijk is. Die uitkomstenverwacht ik op zijn vroegst in september 2025. Dat is het moment waaropik daar duidelijkheid over kan geven.De heer Krul vroeg mij naar de toezegging om de Kamer te informerenover de uitvoering van de motie over de staatscommissie. We zijninderdaad bezig met het voorbereiden van de instelling van die staats-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131734 commissie. Daar moet straks natuurlijk ook de nieuwe bewindspersoon ende ministerraad in worden meegenomen. Na de zomer kan ik uw Kamerinformeren over de stand van zaken. We betrekken daarbij ook de inbrengvanuit de Kamer die in eerdere debatten is geleverd en de inzichten uit degesprekken met andere overheids- en veldpartijen. De instelling van eenstaatscommissie die gaat adviseren over een toekomstbestendige enweerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel biedt de mogelijkheidom een commissie van deskundigen fundamenteel naar het hele stelsel telaten kijken en met aanbevelingen te laten komen. Dat belang onder-schrijven we. Ik ga echt mijn uiterste best doen om dat voor Prinsjesdagnaar de Kamer te krijgen. Dat was een concrete vraag. «Dat wordt krap»,is mij gezegd, maar ik snap ook dat dat in een algemene discussie overbelangrijke thema’s een rol kan spelen.De heer Thiadens vroeg mij naar de motie over Oekraïense ontheemdenen zorgpremie, die verzoekt om de mensen die in Nederland werken debasispremie te laten betalen. De reactie op die motie is onderdeel van deverzamelbrief opvang Oekraïne. Deze brief ontvangt de Kamer naarverwachting begin juli van de Minister van Asiel en Migratie. Dat is eenvan de drie.Wat is de stand van zaken van de motie-Claassen/Wilders over restitutie-polissen? Die motie verzoekt de regering in gesprek te gaan met dezorgverzekeraars, met als doel dat de zorgverzekeraars vanaf januari 2026wederom restitutiepolissen gaan aanbieden. Ik heb aangegeven dat ikgraag zie dat restitutiepolissen aangeboden blijven. Ik heb ook aangevende redenen van zorgverzekeraars te begrijpen dat ze ervoor kiezen om datniet te doen, namelijk dat ongecontracteerde aanbieders, met name in dewijkverpleging en de ggz, veel hogere kosten declareren dan gecontrac-teerde aanbieders voor gelijke patiënten. Het is uiteindelijk aan dezorgverzekeraars om te bepalen welke polissen zij aanbieden en tegenwelke premie. Dat is niet aan de Minister.De heer Thiadens (PVV):Dank aan de Minister voor dit antwoord. Het is goed om te horen dat hijdeze intentie heeft, maar de motie vraagt om in gesprek te gaan met dezorgverzekeraars, om dit met hen te bespreken en ervoor te zorgen dat zijvanaf 1 januari 2026 weer restitutiepolissen gaan aanbieden. Mijn vraagaan de Minister is of dat al is uitgevoerd, dan wel wanneer dat gesprekgaat plaatsvinden.Minister Van Hijum:Daar zijn ze actief op gewezen. Als de heer Thiadens vraagt of daar eenterugkoppeling op kan komen, wil ik die wel geven. We kunnen nadruk-kelijk de uitkomsten van het gesprek met de Kamer delen. Ik zeg daarbijwel dat we dat doen met respect voor de verantwoordelijkheidsverdelingdie er is, want dit is niet iets waar het kabinet of de Minister over gaan.Maar je kunt natuurlijk monitoren hoe het gaat in de praktijk en in welkemate er uiteindelijk toch wordt gekozen om de restitutiepolissen in standte houden. De uitkomsten van dat gesprek kan ik met de Kamer delen. Datkan voor de zomer.De voorzitter:Voor de zomer, of voor het zomerreces?Minister Van Hijum:Voor het zomerreces.De voorzitter:Oké. We moeten even scherp blijven.Minister Van Hijum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131735 Op welke termijn ...De voorzitter:Even kijken. Had ik nou ... Nee, u mag door.Minister Van Hijum:Op welke termijn kunnen we de volgende stappen op het gebied vanfraudebestrijding verwachten? Die vervolgstappen gaan we zeker zetten.In de afdoening van de motie met de verzamelbrief die u voor de zomerkrijgt – ook hiervoor geldt weer dat dat voor het zomerreces is, neem ikaan – informeer ik u over de vervolgstappen. Ook hiervoor wil ik, om heteerlijke speelveld tussen gecontracteerde en ongecontracteerde zorg tebevorderen, in het AZWA specifieke afspraken maken over beterefraudebestrijding.Tot slot, voorzitter. Althans, dit is de laatste vraag die ik hier voor mij heb.De heer Bushoff vroeg naar het in kaart brengen van de voordelen van hetvergoeden van de MRSA-dragerschapsbehandeling – dat is de ziekenhuis-bacterie – in het belang van het collectief. In de zorg wordt actiefgescreend onder patiënten en medewerkers met een risico opMRSA-dragerschap. Door de bacterie snel op te sporen en aan te pakken,wordt verspreiding zo veel mogelijk voorkomen. We weten niet hoeveelmensen in Nederland buiten zorginstellingen drager zijn van deMRSA-bacterie en de dragerschapsbehandeling weigeren, of om welkeredenen zij die behandeling weigeren. Naast een financiële drempel kanook de intensieve behandeling van dragerschap een drempel zijn voormensen om zich te laten behandelen, zeker omdat er veel gezondedragers zijn die zelf geen klachten ervaren. Besmetting kan ook vanzelfverdwijnen na verloop van tijd. Ik ben bereid om de vraag die ook nu weerwordt gesteld, voor te leggen aan het RIVM, met daarbij het voorbehouddat daarover reeds een advies is gegeven door het RIVM en dat ditmogelijk niet tot nieuwe inzichten zal leiden. Maar nogmaals, ik kan hetdus doen.De voorzitter:U lijkt aan het einde gekomen van uw inbreng. Waarvoor dank. Dank datdat in een zeer korte tijd kon, met alle geringe voorbereidingstijd; laat ikhet zo zeggen. Ik kijk even naar de interruptielijst. Ik heb gezegd dat weeen allerlaatste veegronde doen. Die ruimte is er gekomen, dus er is eensoort vierde mogelijkheid om te interrumperen, maar dan echt als eensoort afsluiting, en voor vragen die open zijn gebleven. Ik ga eveniedereen langs. De heer El Abassi? De heer Bevers? Mevrouw Paulusma?Mevrouw Paulusma (D66):Ik wilde nog even terugkomen op het stagefonds. De Minister geeft aandat de Algemene Rekenkamer onderzoek doet en dat hij dat wilafwachten, maar de voorganger van deze Minister heeft vrij rücksichtslosgesneden in het stagefonds, juist op basis van een rapport van deAlgemene Rekenkamer. Ik ben dus wel benieuwd wat dan het tweedeonderzoek wordt. De motie, die unaniem is aangenomen, had devolgende verzoekpunten: om in kaart te brengen wat de gevolgen zijn vanhet afschaffen van het stagefonds, en nog twee hele lange zinnen daarbij,en om te onderzoeken op welke wijze het aantal stageplekken in de zorgdaadwerkelijk vergroot kan worden en om effectieve instrumentenhiervoor in kaart te brengen. Volgens mij zijn dat twee verzoeken die loskunnen staan van een tweede onderzoek door de Algemene Rekenkamer.Dan ben ik eigenlijk niet heel blij met de woorden «laten we nog evenwachten tot na de zomer». Daar kan de zorg namelijk ook niet op wachten.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131736 Dat is een vrij goed onderbouwde vraag, waarvan ik me ook kanvoorstellen dat dit misschien even in de tweede termijn kan. Dan heeft ueen beter antwoord, Minister, en kunt u zich beter voorbereiden.Minister Van Hijum:Goede tip.De voorzitter:Mooi. Ik denk graag mee. Dan komen we bij de heer Thiadens. MevrouwDe Korte? Meneer Bushoff? Ja.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik heb toch nog even een vraag over die vergoeding van deMRSA-behandeling op het moment dat dat geconstateerd wordt. DeMinister geeft aan dat er verschillende redenen kunnen zijn om daarvan afte zien als iemand geen klachten heeft, bijvoorbeeld omdat het eenintensieve behandeling is. Dat kan. Tegelijkertijd zijn de kosten die eraanverbonden zijn natuurlijk wel degelijk een grote drempel. Die zijn namelijkbest hoog voor sommige individuen. In dat geval zou je, gelet op hetmaatschappelijk belang en vanwege het feit dat het kosteneffectief is omzo’n behandeling wel te vergoeden, dat toch willen doen? Ik vraag me afwat de Minister op dit moment nog gaat voorleggen aan het RIVM enwaarom hij niet bereid is om te kijken of we dit bijvoorbeeld in overlegmet het zorgveld onderdeel kunnen maken van de standaardvergoe-dingen.De voorzitter:Kunt u daarop reageren?Minister Van Hijum:Ook daarop wil ik graag echt even specifieker antwoorden. Daar kom ik inde tweede termijn op terug.De voorzitter:Is goed. Prima. Tot slot, de heer Krul? Nee. Dan zijn we aan het eindegekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik kan mijvoorstellen dat u vijf, tien, twaalf ...? We gaan zes minuten schorsen.Wacht even. Nee, ho, stop. Er wordt gevraagd waarom we gaan schorsen.Ik wil even schorsen omdat er echt even uitzoekwerk nodig is, en dandoen we de tweede termijn. Ik bepaal of er een tussentijdse schorsingkomt.De vergadering wordt van 12.18 uur tot 12.26 uur geschorst.De voorzitter:We gaan beginnen met de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Wehebben ongeveer een minuut spreektijd, maar ik ga niet klokken. Als eerstde heer Krul.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Dank. En wat een verademing, zeg ik er maar gelijk bij.Complimenten aan de Minister, die gewoon bewijst dat besturen een vakis dat hij beheerst. Ik vond de beantwoording prettig en inhoudelijk, en ikhad niet eens al mijn interrupties nodig.Een paar opmerkingen. Ik ben heel blij met de toezegging inzakeachondroplasie, dat we voor de zomer terugkoppeling krijgen omtrent hetgesprek met de fabrikant. Ik ben ook heel blij met de toezegging dat we,hopelijk voor Prinsjesdag, iets terugkrijgen omtrent de invulling van destaatscommissie. Daar ben ik heel blij om. Ik ben nog steeds een kleinbeetje in verwarring als het gaat over het verhaal rondom het eigen risico,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131737 het AZWA et cetera. Daarom vraag ik daar, misschien ten overvloede, tochmaar een tweeminutendebat over aan. Dat zullen we waarschijnlijk binneneen paar minuten houden. Ik weet niet of het nou doorgaat omdat decoalitiepartijen het een goed idee vinden, omdat ze het AZWA heelbelangrijk vinden en dit nou eenmaal moet, of omdat het gewoon eenkwestie is van «het is een afspraak, dus het moet erdoor». Welke van dedrie is het nou? Want volgens mij is het idee inmiddels al redelijkdoorgeprikt dat het een goed idee is om het eigen risico te halveren. Daargaan wij straks hopelijk een uitspraak over doen.Daar laat ik het bij.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de heldere beant-woording. Ik ben blij met een aantal toezeggingen. Ik heb in ieder gevalgenoteerd dat er eventueel een brief over alle opties rondom mondzorgna de zomer zal komen, maar dat er voor de zomer al een technischebriefing mogelijk is. Die heb ik in ieder geval alvast genoteerd voormezelf. Ik heb ook als toezegging genoteerd dat er een gesprek gaatplaatsvinden met betrokkenen over de druppelbril. Ik was benieuwd of deMinister kan aangeven wanneer hij daar een uitkomst van verwacht. Hetkan aan mij liggen, maar dat heb ik even gemist.Tot slot. Ik wil graag nog een verduidelijking van de Minister op detoezegging om aan de nieuwe Minister door te geven dat die in gesprekmoet gaan met kraamverzorgenden. In gesprek gaan is goed, maar ikdenk wel dat het, gelet op het belang van kraamverzorgenden, ook nodigis dat er uit dat gesprek een soort oplosrichtingen voortvloeien voor hoewe de kraamzorg toekomstbestendig kunnen maken. Kan ik dietoezegging van de Minister ook op die manier interpreteren, dat hij datook echt doorgeeft aan zijn opvolger en dat zijn opvolger op die manierdat gesprek ingaat en vervolgens ook concrete oplossingsrichtingen voortoekomstbestendige kraamzorg aan de Kamer presenteert?Tot zover. Ik wacht de beantwoording over de MRSA-behandeling nogeventjes af.De voorzitter:Mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ook complimenten van mijn kant voor de Minister,die net een paar dagen Minister is en er straks alweer mee stopt, dat debeantwoording helder was. Hij was helder over de fysiotherapie en demondzorg.Ook wij hebben aandacht gevraagd voor de kraamzorg. Wij zouden ookgraag meer oplossingsrichtingen willen horen dan alleen een gesprek. Ikbegreep dat thuisbevallingen cultureel erfgoed zijn. Het is toch heelbijzonder dat we dat in Nederland hebben. Laten we de kraamzorg ookbehouden, want thuis bevallen kan niet zonder kraamzorg. Daar zoudenwe toch iets meer van willen weten, hoe de Minister denkt dit te kunnenbehouden.We staan echt voor het behoud van het AZWA. We zullen als steundaarvoor een motie indienen. Het is goed dat de Minister met een briefkomt over de stand van zaken rondom passende zorg, zoals de gezant deheer Jan Kremer heeft geadviseerd. We nemen aan dat het eentoezegging is dat er een brief komt.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131738 De heer Thiadens.De heer Thiadens (PVV):Voorzitter. Dank. En dank aan de Minister voor de beantwoording van devragen. Mijn fractie is blij dat er serieus werk wordt gemaakt van demotie-Claassen. Hiermee wordt de bestaanszekerheid van algemene enregionale ziekenhuizen versterkt. Ten aanzien van de restitutiepolis zou dePVV-fractie graag de zorgverzekeraars willen aansporen om hier alsnogwerk van te maken. Deze motie is door het kabinet overgenomen. Volgensmij is het zo dat hier in de Kamer het beleid gemaakt wordt. Het feit dat dezorgverzekeraars er actief op zijn gewezen, gaat er bij de PVV-fractie nietin. Wat ons betreft kan dat echt een tandje meer.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Voorzitter, dank u wel. Ook ik wil de Minister graag complimenteren metzijn enige en mogelijk ook laatste dag als Minister van VWS. Het is langgeleden dat wij zo’n fijn inhoudelijk debat hebben gevoerd. Daar wil ikdeze Minister graag voor bedanken.De Minister en ik zullen het oneens blijven over de slechte kabinetsmaat-regel met betrekking tot het halveren van het eigen risico. Maar positiefgestemd als ik ben door deze Minister, hoorde ik wel ruimte om te kijkennaar plannen die daadwerkelijk gericht iets doen, zoals ons voorstel omhet eigen risico alleen te halveren voor chronisch zieken en mensen meteen beperking. Ik hoor daar graag meer over, wellicht van deze Minister ofin de brief van het kabinet.Ik ben ook blij met de positieve reactie ten aanzien gordelroos en de MRIvoor vrouwen met dicht borstweefsel. Maar ik blijf ook een Groninger:eerst zien en dan geloven. Ik heb dus een aantal moties voor dezeMinister.Dank u wel.De voorzitter:Dat is goede Groningse spirit. Daar kan ik me als Gouwenaar alleen maarbij aansluiten. Meneer Bevers, tot slot.De heer Bevers (VVD):Dank, voorzitter. Dank ook voor de heldere antwoorden van deze Minister.Het is misschien niet allemaal zoals ik gehoopt had, maar ik begrijp inieder geval de uitleg. Ik denk nog even een uurtje na of dat nog een motiebetekent, maar dat merkt u dan wel. In ieder geval dank voor deantwoorden.Tot zover.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Nu gaat de heer Bevers heel verbaasd doen: o, een vraag? Maar in alleeerlijkheid, ik had deze vraag net al bij hem aangekondigd.De voorzitter:Alles wordt aangekondigd richting de heer Bevers.De heer Krul (CDA):Ja, dat is wel zo collegiaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131739 Gisteravond was er een debat over de NAVO-top. Heel veel partijen willenmeer investeren in Defensie. Ook mevrouw Yes¸ilgöz van de VVD kreeg devraag: hoe gaat u dat betalen? Mevrouw Yes¸ilgöz zei in dat debat: wat onsbetreft betekent dat in de volgende periode het terugdraaien van dehalvering van het eigen risico. Ik ben heel benieuwd hoe ik die uitspraakmoet lezen en wat de VVD precies bedoelt met «de volgende periode».Want als «de volgende periode» een nieuw kabinet of na de verkiezingenis, wat zijn we dan in hemelsnaam met elkaar aan het doen dat we het nietnu alvast gewoon stoppen? Want we besteden dan voor de bühne welheel veel capaciteit aan het verder brengen van een wetsvoorstel, als deVVD nu al zegt dat het in de volgende periode door de shredder gaat.De heer Bevers (VVD):De heer Krul had zijn vraag inderdaad aangekondigd; daar ga ik ook nietraar over zitten doen. Ik kan er ook vrij snel op reageren. Het is natuurlijkheel makkelijk om één citaat te pakken uit een debat en uit een aantalvragen, maar daar ontbreekt elke context bij. Ik wil een antwoord geven,maar ik geef daar dan wel de context bij. Gisteravond is er inderdaad eendiscussie geweest over het verhogen van de NAVO-norm. Er is eendiscussie geweest tussen de heer Dijk van de SP en mijn fractievoorzitterover de vraag: hoe ga je daarmee om? Dat was ook naar aanleiding vaneen eenzijdige interpretatie over hoe je met bijstand of met de socialevoorzieningen om zou moeten gaan. In dat totale verhaal is er eendiscussie geweest en daar is door mijn fractievoorzitter inderdaad gezegd:je zou kunnen denken aan het terugdraaien van het eigen risico, maar welmet de opmerking erbij dat het een pakket is. Het is een samengesteldverhaal. Zij heeft bijvoorbeeld ook, in lijn met wat ik hier vanochtend hebbeweerd, het besparen op effectieve zorg en het aanpakken vanzorgfraude genoemd. Het is dus een totaalverhaal over hoe je daarmeeom zou kunnen gaan; het zijn een aantal opties die je zou kunnenoverwegen. Maar die gaan de komende tijd wel opspelen. In die zin klopthet citaat inderdaad, maar er is ook het citaat «besparen op effectievezorg», «het aanpakken van zorgfraude», «het prioriteren van ontwikke-lingshulp» en «de Starmernorm». Er zijn een aantal zaken genoemd. In diecontext heeft zij dat gedaan. En dat klopt ook met wat ik hier vandaag hebgezegd.De voorzitter:De heer Krul, tot slot.De heer Krul (CDA):Ja, en die context klopt. Dus als ik het goed begrijp, zegt de VVD – ik citeergewoon even – in de hele context: dat betekent wat ons betreft in devolgende periode het terugdraaien van het verlagen van het eigen risico,maar ook besparing op de niet-effectieve zorg, het aanpakken vanzorgfraude, het prioriteren van ontwikkelingen, et cetera, et cetera. Duswat de VVD betreft zijn al die zaken nodig en wel degelijk dus ook onderandere het aanpakken van zorgfraude en het terugdraaien van hethalveren van het eigen risico in die volgende periode. Als we dat nu alweten, moeten we dat niet nu al gewoon gaan doen, evenals we ook nu almoeten beginnen met bijvoorbeeld het aanpakken van zorgfraude?De heer Bevers (VVD):Nee. Als ik nog één keer mag reageren. Zij begint heel nadrukkelijk met deuitspraak: wat de VVD betreft zal de combinatie uiteindelijk het verschilgaan maken. Het is dus een combinatie van een aantal maatregelen, waaru er nu één uit haalt. Dat snap ik. U heeft ze allemaal genoemd, maar uvroeg mij specifiek naar die eigenbijdragemaatregel. Dat is natuurlijk niethet geval. Het gaat om een combinatie van een aantal opties die gevraagdzijn in het kader van die discussie over het verhogen van de NAVO-norm.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131740 De voorzitter:Oké. Goed dat er nog even wat duiding is gegeven naar aanleiding vanhet debat gisteren. De heer El Abassi zie ik even niet. Ik ga ervan uit dat hijlater nog aansluit of straks bij het tweeminutendebat. Dan zijn we aan heteinde gekomen. Kunnen we gelijk door, Minister? Ja. Fijn. De tweedetermijn van de zijde van het kabinet. Demissionair Minister van Hijum, aanu het woord.Minister Van Hijum:Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de opmerkingen in tweede termijnen voor de aardige woorden. Het genoegen was wederzijds; laat ik dat ookzeggen.De heer Krul vroeg mij nogmaals te bevestigen dat de inzet is om voorPrinsjesdag met de inzet voor de staatscommissie te komen. Dat heb iktoegezegd. Daar doen we ons uiterste best voor.Hij maakte een opmerking over het eigen risico en zei: ik kom misschienmet een motie. Die wacht ik af, maar laat ik toch nog één keerbenadrukken dat ik een beetje weg probeer te blijven bij wat het kabinetnu precies vindt van het eigen risico en probeer om een discussie tevoeren die niet alleen VWS, maar ook de zorgpartijen in staat stelt om eenhandtekening onder het zorgakkoord te zetten. De lijn van het kabinet isdat we vooralsnog gewoon doorgaan met het halveren van het eigenrisico, maar inderdaad goed kijken of wat de Raad van State doetmotivering, uitwerking, aanscherping of aanpassing van het plan vergt.Roept dat geen dekkingsvraag op over dat AZWA? Ja, dat is een koppelingdie het kabinet zelf heeft gemaakt. Ik zeg niet dat de Kamer ons daar ietsin verwijt. Nee, die koppeling is door het kabinet zelf gemaakt. Maar ophet moment dat die maatregel controversieel wordt verklaard of terdiscussie wordt gesteld, is de consequentie, de feitelijke consequentie, opdit moment wel dat er een dekkingsprobleem ontstaat. Daarvan zeg ik: datmoeten we met elkaar onder ogen zien. Want de zorgpartijen zullen in datgeval denken: ik zet wel mijn handtekening, maar we willen graag zekerzijn van de middelen die gevraagd worden. Ik denk dat we die zekerheidmet elkaar kunnen organiseren. Dat is het enige wat ik hier in het middenleg. Maar goed, ik wacht af wat uw Kamer daarvan vindt.Mevrouw Paulusma (D66):Ik vind dit wel ingewikkeld. Ik zie de Minister echt wel bewegingen maken.Ik heb hem een aantal keren horen zeggen: we moeten het misschienaanpassen, aanscherpen, naar aanleiding van dat Raad van Stateadvies.Maar ondertussen vraagt deze Minister ook om het voorstel dat daneigenlijk verbeterd zou moeten worden niet controversieel te verklaren,zodat het AZWA door kan. Dat vind ik wel een heel grote vraag aan dezecommissie. Misschien moet de Minister zich dan beraden op wanneer ereen goede brief naar de Kamer kan komen over wat dan een mogelijkereactie is op dat Raad van Stateadvies, want u kunt ons niet laten wachtentot na de zomer.Minister Van Hijum:Nee. Ik ben er eigenlijk niet zozeer naar op zoek dat de Kamer breed hoeraroept over het plan voor het eigen risico, maar meer dat we, wat er ookgebeurt, of het nou plan A of B wordt, als politiek, als Kamer en alskabinet, staan voor de financiële afspraken waarvoor we hebben getekendin het AZWA. Ik probeer ze in die technische zin wat uit elkaar te trekken.Dat is wat ik pragmatisch aan u probeer voor te stellen.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131741 Ik waardeer dat pragmatisme, maar u vraagt de Kamer ook expliciet omhet voorstel niet controversieel te verklaren en daarmee heeft u tweedingen op één hoop gegooid. «Heeft de Minister», excuus.Minister Van Hijum:Nee. Of, als u dat wel doet – want nogmaals, dat kan – dat accepteren enzeggen dat u zich ervan bewust bent dat u dat doet. Maar de zorgpartijenwillen wel graag weten dat die middelen, hoe dan ook, beschikbaarkomen, ook als het controversieel wordt verklaard. Controversieelverklaren betekent: niet behandelen. Dat kan tot twee uitkomsten leiden:of je gaat het na de verkiezingen alsnog behandelen en dan gaat hetalsnog door – dan heb je geen probleem – of je stopt er na de verkie-zingen mee en dan heb je een nieuwe financiële realiteit. Ook in dierealiteit zullen de zorgpartijen willen weten dat er middelen beschikbaarkomen. Ik probeer het echt zo feitelijk en technisch mogelijk te schetsen.De voorzitter:Ja. Om 16.00 uur is er een procedurevergadering. Voor zover ik kanoverzien, staat dit niet op de lijst, omdat het nog moet komen. Even voorde helderheid: die mogelijkheid is er niet, al zou u het wel of niet willen.Want anders wekt dit de indruk dat dat vanmiddag aan de orde zou zijn. Ikhoor hier: waarvan akte. Maar u was nog bezig, Minister.Minister Van Hijum:Ja, ik had nog een aantal andere vragen. De heer Bushoff vroeg nog naarde MRSA-bacterie en het advies van het RIVM. Het RIVM is gevraagd naarhet standpunt ten aanzien van het belang van het behandelen vanMRSA-dragerschap en het weigeren van een dergelijke behandeling. Hijvroeg ook of het niet van belang is om dat toch te doen. Zij geven nu aandat er onvoldoende noodzaak is om tot nieuwe maatregelen over te gaanvoor de volksgezondheid. Ik kan in dat kader ook nog een keer verwijzennaar de bijlage die door mijn voorganger is gestuurd bij de Kamerbriefvan 26 maart 2025, waarin daarover meer informatie staat. Dit is deactuele stand, maar we kunnen het nogmaals bij het RIVM toetsen aan dehand van de vraag die de heer Bushoff nu stelt.Ik blijf nog even bij de heer Bushoff en zijn vraag over de druppelbril. Wijhebben toegezegd de Kamer daarover in het najaar te informeren.Over de kraamzorg vraagt hij, maar ook mevrouw De Korte, of we dan ookecht het gesprek over oplossingsrichtingen aangaan. Als je zo’n gesprekaangaat, moet je dat open aangaan, met een open houding ten opzichtevan de problemen die worden ervaren. De bereidheid is er zonder meer. Ikzal dat ook aan mijn opvolger meegeven. Maar ik zeg er wel bij dat jerealistisch moet zijn over de mogelijkheden die je vervolgens hebt omoplossingen te bieden, zeker als het over cao-problemen gaat. Wij zijngeen cao-partij, maar we hebben er alle belang bij, zoals ook door u isaangegeven. We trekken ons het toekomstperspectief voor deze beroeps-groep aan en blijven daarover ook meedenken. Nogmaals, ik zal datnadrukkelijk meegeven aan mijn opvolger.Daarmee heb ik, denk ik, ook de vraag van mevrouw De Korte gehad.Mevrouw De Korte (NSC):Voorzitter?De voorzitter:Mevrouw De Korte heeft daar vast een opmerking over.Mevrouw De Korte (NSC):Ja, het blijft zo halfhalf met de kraamzorg, want er zijn natuurlijk meerdereproblemen dan alleen de cao. Ik heb aangegeven dat het misschien ookde tarieven kunnen zijn. Net als de fysiotherapeuten kunnen ze misschienTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131742 met regeldruk te maken hebben. Bij de fysiotherapie zien we een helebreedte van mogelijkheden, maar bij de kraamzorg zien we dat eigenlijkniet. Ik weet niet of de Minister kan toezeggen dat hij in de breedte kijktnaar mogelijkheden en oplossingsrichtingen waarmee de kraamzorgbehouden kan blijven.Minister Van Hijum:Ja. Die breedte wil ik toezeggen. Na de zomer kan ik ook een brief naar deKamer sturen waarin we de uitkomsten van de gesprekken met diepartijen met de Kamer delen. Aan de hand daarvan kunt u met de nieuweMinister het gesprek vervolgen.Mevrouw Paulusma vroeg mij tot slot nog naar het stagefonds. Ik hebgeprobeerd even goed te analyseren wat zij heeft gehoord en wat isgeprobeerd te zeggen. Er is op dit moment sprake van een rapport van deRekenkamer, maar er is ook sprake van een evaluatie in het kader vanonze strategische evaluatieagenda naar meerdere instrumenten die vaninvloed zijn op de arbeidsmarktproblematiek. Over die evaluatie had ikhet. Dat is onze eigen interne evaluatie: welke mogelijkheden, fondsen enmiddelen heb je? Ik zou die evaluatie graag betrekken bij de antwoordenen de reactie op de motie. Ik verwacht die in september. Ook hiervoorgeldt dat het AZWA voor een deel weer middelen toevoegt aan debudgetten voor opleiding. Daarmee komt het voor een deel dus ooktegemoet aan de wens en de zorg vanuit de Kamer.De voorzitter:Eigenlijk mag u niet meer, maar vooruit. De allerlaatste.Mevrouw Paulusma (D66):Dat AZWA begint wel een enorm ding te worden, maar daarnaast: ik snapdat de Minister geen ijzer met handen kan breken, maar dit stagefondsgaat over studenten die gewoon in september beginnen. Dan begint denieuwe lichting scholieren weer en partijen geven aan dat ze problemenhebben doordat dat stagefonds zo beperkt is geworden. Dat gaat eenprobleem opleveren voor de nieuwe lichting studenten en dat zou echtheel jammer zijn, want we hebben die jonge mensen hartstikke hardnodig. Ik zie heel veel bereidwilligheid bij deze Minister. Het kan misschienlater nog in een brief. Laten we kijken naar een mogelijkheid. Maarseptember is echt te laat voor de nieuwe lichting studenten die eraan gaatkomen.De voorzitter:Volgens mij is uw oproep helder.Minister Van Hijum:Ik stel voor dat ik dan inderdaad toch even scherper in een brief uiteenzetwat er op welk moment in welk tempo beschikbaar komt aan duide-lijkheid, niet alleen voor de Kamer, maar ook voor het veld. Dat vraagtmevrouw Paulusma eigenlijk. Ik ben bereid om dat te doen en dat kanvoor de zomer. Voor het zomerreces moet dat lukken.De voorzitter:Dus we gaan hem vervroegen? Ja? Duidelijk. Dan zijn we aan het eindegekomen van dit commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel en ga ik uvoordat ik afrond even meenemen in alle toezeggingen. Dat zijn er nogalwat. Dus Kamer en Minister en ondersteuning, luistert u even goed meeof we dingen vergeten of dat termijnen niet kloppen. Daar gaan we.−Het wetsvoorstel halvering eigen risico wordt naar verwachting in Q3dit jaar aan de Kamer verzonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131743 −Voor het einde van dit jaar ontvangt de Kamer een nadere brief overpreventieve maatregelen, naar aanleiding van de vraag van mevrouwPaulusma.−Voor het zomerreces ontvangt de Kamer een terugkoppeling over hetmedicijn bij achondroplasie. Dat is naar aanleiding van een verzoekvan de heer Krul.−De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de varianten omniet-gebruik van mondzorg tegen te gaan, met onder meer eentechnische briefing. Die moet nog ingepland worden, maar dat gaat decommissie oppakken.−Brief uitwerking motie zorgfraude.Ik weet even niet wie die motie ooit heeft ingediend. Ik heb dat nietgenoteerd. Het was naar aanleiding van een vraag van de heer Bevers. Diewordt voor het zomerreces verstuurd. Er staat hier wel «zomer», maar ikhanteer even reces, want de zomer valt altijd wat eerder. Die wordt voorhet zomerreces aan de Kamer verzonden.−De Kamer wordt in de zomer – ik weet even niet wat dat precies is,maar ik zou liever zeggen «in het zomerreces» – nader bericht over hetadvies bekostiging spoedeisende eerste hulp. Naar aanleiding van demotie-Claassen.Ik kijk even of de termijn klopt als ik «in het zomerreces» zeg. Dat gaat omhet advies bekostiging spoedeisende eerste hulp. Nou ja, het mag ookervoor. Na het zomerreces, maar ik neem dan wel aan voordat wij opverkiezingsreces gaan. Vreselijk, al die recessen. Dat is begin oktober, voordegenen die dat niet weten. Ja, er is ook nog een verkiezingsreces en danvergaderen we niet meer. Dus het moet vlak na het zomerreces, voor deAlgemene Beschouwingen. Oké, voor Prinsjesdag. Prima.−Medio december ontvangt de Kamer een brief met het NZa-adviesover fysiotherapeuten.−De Kamer wordt voor het zomerreces nader bericht over de motie-Paulusma inzake het stagefonds.−Na het zomerreces maar voor Prinsjesdag wordt de Kamer nadergeïnformeerd over de uitwerking van de motie-Krul inzake destaatscommissie.−De uitkomst van het gesprek inzake restitutiepolissen ontvangt deKamer voor het zomerreces.−Voor de zomer ontvangt de Kamer een verzamelbrief over onderandere fraudebestrijding en het AZWA.−De uitkomst van het gesprek over de druppelbril ontvangt de Kamer inhet najaar.«Najaar» is ook weer zoiets. Na de verkiezingen, zeg ik dan maar even. Ofkan dat ook voor Prinsjesdag? Ik zoek even. Nee, hoor ik. Oké. Zo snelmogelijk in het najaar.−Over de uitkomst van het gesprek over kraamzorg wordt de Kamer nahet zomerreces, dus voor Prinsjesdag, bericht. In september.Voor het debat op 9 oktober, hoor ik. Er is geen debat op 9 oktober. Oké,check.−De uitkomst van het gesprek over passende zorg van Jan Kremerontvangt de Kamer voor het zomerreces.Daarmee zijn we aan het einde gekomen.Mevrouw De Korte (NSC):Voorzitter, het ging over de stand van zaken. Niet om de uitkomst van hetgesprek, maar de stand van zaken van het advies.De voorzitter:Ja, uitkomst of stand van zaken? We hebben het toegevoegd, mevrouwDe Korte. Stand van zaken en uitkomst.Dan zijn we aan het einde gekomen van de toezeggingenlijst. Zijn er nogdingen die ik echt vergeten ben? Zo niet, dan wil ik nog even benadrukkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131744 dat er een tweeminutendebat is aangevraagd door het lid Krul. Datgeleiden we door. Het is eigenlijk al ingepland, maar nu is het officieelaangevraagd. Het zal om 14.05 uur aanvangen in de plenaire zaal. Danweet u dat ook. Dat is in ieder geval zoals het nu is ingepland.Ik wil tot slot nog de demissionair Minister bedanken, die voor een zeerkorte periode Minister van VWS is. Ik begrijp dat dat straks weer isafgelopen. Nou, bijzonder. Ik weet niet hoe dat gaat op LinkedIn en zo.Volgens mij kan dat helemaal niet. Ik bedank hem zeer. Ik bedank alleKamerleden. Ik bedank iedereen op de tribune. Alles en iedereen die ditvolgt op afstand, dank. Ik sluit de vergadering.Sluiting 12.54 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 131745

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2729dd7650d93cc2

14 okt 2026 · 51b6bb30587cadbc

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingZorgverzekeringsstelsel
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 18 juni 2025, over zorgverzekeringsstelsel

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.