Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 juli 2025, over Slachtofferbeleid
Brontekst
Versie 849265386889aac1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 552SlachtofferbeleidNr. 139 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 20 augustus 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 2 juli 2025 overleggevoerd met de heer Struycken, Staatssecretaris Rechtsbescherming,over:–de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.16 december 2024 inzake rapport Evaluatie Wet vergoedingaffectieschade (Kamerstuk 34 257, nr. 13);–de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.22 januari 2025 inzake rapport Doelgroeponderzoek Schade-fonds Geweldsmisdrijven (SGM) (Kamerstuk 33 552, nr. 135);–de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.3 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissie op de briefvan Controle Alt Delete van 7 oktober 2024 inzake aandachtvoor nabestaanden van overledenen van fataal politiegeweld(Kamerstuk 29 279, nr. 927);–de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.12 mei 2025 inzake publicatie onderzoek Doen wat kan(Kamerstuk 33 552, nr. 136);–de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.25 juni 2025 inzake Meerjarenagenda slachtofferbeleid2025–2028: Meer recht doen (Kamerstuk 33 552, nr. 137).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PoolDe griffier van de commissie,Brood kst-33552-139ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1391 Voorzitter: Van NispenGriffier: PaauweAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Crijns, Eerdmans, Koops,Mutluer, Van Nispen en Verkuijlen,en de heer Struycken, Staatssecretaris Rechtsbescherming.Aanvang 18.01 uur.De voorzitter:Goedenavond. Ik open dit commissiedebat Slachtofferbeleid van decommissie voor Justitie en Veiligheid. Van harte welkom aan de Staatsse-cretaris van Justitie en Veiligheid, alsook aan zijn ondersteuning. Welkomaan de mensen op de publieke tribune en vanzelfsprekend aan de mensendie thuis kijken. Welkom ook aan de Kamerleden.Ik zou een spreektijd van vier minuten willen voorstellen en ik zou willenvoorstellen om te beginnen met drie interrupties in eerste termijn, als uzich daarin kunt vinden. Dat zijn drie spreekmomenten, dus niet een vraagen een vervolgvraag, maar u krijgt drie keer het woord. Ik zie geenbezwaren. Dan gaan we dat doen. Ik geef als eerste het woord aanmevrouw Mutluer. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik denk dat we allemaal wel doordrongen zijn van hetbelang van slachtofferrechten, en zeker ook de Staatssecretaris. Daar geefthij in mijn beleving blijk van in zijn meerjarenprogramma. Toch zie ik ookdat slachtofferrechten in de praktijk nog te vaak niet worden nageleefd.Onder andere het recht op informatie wordt bij een op de vijf slachtoffersgeschonden. Ook de effectieve rechtsmiddelen ontbreken.Voorzitter. Mijn eerste punt is privacy. Dat blijft wel een aandachtspunt. Ikben blij dat het OM heeft besloten om persoonsgegevens van slachtoffersniet meer standaard te vermelden in de processtukken, maar wordt er ookbeter op gelet dat dan niet via een omweg, zoals het adres van eenhuisarts of werkgever, toch de identiteit van een slachtoffer achterhaaldkan worden? Wat als slachtoffers vanwege veiligheidsredenen – denk aanpolitieagenten – onder een nummer aangifte doen? Kan dat er dan in depraktijk ook toe leiden dat slachtoffers hun recht op schadevergoedingniet kunnen uitoefenen? Wij hebben gezien dat dat in sommige zaken hetgeval was. Dat waren zaken waarin bijvoorbeeld agenten alleen onder hunnummer bekendstonden. Hun schadevergoedingszaak werd gewoonniet-ontvankelijk verklaard. Dat kan wat mij betreft echt niet de bedoelingzijn. Kan de Staatssecretaris deze problematiek in beeld brengen enzorgen dat ook het doen van aangifte onder een nummer de rechten vanhet slachtoffer niet aantast?Dan de schadevergoeding. Als Kamer hebben we er eerder voor gepleitdat wie recht heeft op affectieschadevergoeding wordt uitgebreid naarbroers en zussen. Wat mij betreft wordt dat zo snel mogelijk geregeld.Maar wat zien we? Kijk maar naar de Erasmusschutter. In die zaak zijnbroers en zussen van slachtoffers buitenspel gezet. Ik vind dat gewoononuitlegbaar. Er moet ergens een grens getrokken worden in de kring vannaasten. Dat snap ik. Maar dat mag geen ondoordringbare grens zijn.Daarvoor heb je een hardheidsclausule. Ik lees in de evaluatie van de wetaffectieschade dat rechters bij de toepassing van de hardheidsclausule invergelijkbare omstandigheden tot een andere conclusie komen. Kan dewetgever meer richting geven aan die hardheidsclausule door de factorendie daarbij een rol kunnen spelen te benoemen?Dan ga ik nog even in op de schadevergoeding, want dat vind ik wel eenbelangrijk punt. In de meerjarenagenda staat dat slachtoffers hun schadezo veel mogelijk moeten kunnen verhalen. Maar als ik kijk naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1392 voorstellen die op tafel liggen, zoals het instellen van een maximum-bedrag voor schadevergoedingen, het uitsluiten van zogenaamdecomplexe schadeposten en het instellen van een plafond voor devoorschotregeling, dan klinkt «zo veel mogelijk» voor mij als «zo weinigals nodig». Het risico is dan echt reëel dat slachtoffers met een reële enerkende schade straks te horen krijgen: uw schade is veel te ingewikkeld,veel te hoog en lastig, dus we gaan het niet behandelen. Dat is volgensmij gewoon moreel onhoudbaar. Je moet het systeem betaalbaar houden.Dat snap ik ook. Maar dan moet je misschien kijken naar ontnemings-maatregelen dan wel naar een fonds.Wie overigens tot op heden geen beroep kunnen doen op het Schade-fonds, zijn kinderen die geboren zijn uit incest. Vorige week heeft derechter echter in een zaak uitgesproken dat Jasper, een man die geborenis uit incest en dus formeel slachtoffer is, recht heeft op een vergoedinguit het Schadefonds. Tot die tijd werd hij niet als slachtoffer gezien enkreeg hij geen erkenning. Wat gaat dat betekenen voor al die slachtofferszoals Jasper, die dus slachtoffer waren van incest? Mijn vraag is of datgewoon geregeld kan worden.Tot slot: verkeersslachtoffers. Het aantal verkeersdoden daalt, maar nietsnel genoeg om de doelstelling van maximaal 300 slachtoffers te halen.Onlangs heb ik met mijn collega van de VVD, de heer Ellian, metnabestaanden van verkeersslachtoffers gesproken. Hun verhaal gaat doormerg en been. Het gaat om slachtoffers van wat in het dagelijksetaalgebruik «roekeloos rijgedrag» wordt genoemd, maar wat in dejuridische zin van de Wegenverkeerswet niet als zodanig kan wordengekwalificeerd. Dat wringt, zeker als jouw kind wordt doodgereden dooriemand die reed met een mobiel in de hand of met alcohol op en alsdiegene niet de zwaarste straf krijgt, zoals je wel zou willen. Ik rond af,voorzitter. Wat mij betreft moet je opnieuw gaan kijken en onderzoeken ofde juridische invulling van roekeloosheid nog wel passend is en of dieterm nu niet te strikt wordt gehanteerd, waardoor er niet meer altijdsprake is van passende strafbaarstellingen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik ben enigszins coulant geweest met uw spreektijd. Dat zal ikbij andere sprekers ook doen. Ik reken er wel op dat als u interrupties gaatplaatsen, u dat zeer kort en bondig zal doen. Het woord is aan de heerEerdmans van JA21.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter, dank. De eerste vragen vanuit JA21 zijn een beetje verge-lijkbaar. Die gaan over de privacy. We zijn blij met de nieuwe Wetuitbreiding slachtofferrechten en de bijbehorende AMvB. Daarmee wordtde privacy van slachtoffers veel beter beschermd. Alleen naam engeboortedatum zijn nog zichtbaar, waardoor een slachtoffer veel meerregie heeft over zijn eigen privacy en de drempel om aangifte te doenlager wordt. Het is een stap in de goede richting, al zeggen slachtofferad-vocaten toch dat met naam en geboortedatum ook weer heel snel viamakkelijke zoekopdrachten het woonadres te achterhalen is. Daarbij komtdat de media ook soms namen en andere gegevens zonder toestemmingin de openbaarheid brengen of dat een rechter per ongeluk tijdens eenzitting de naam hardop kan uitspreken, waardoor het slachtoffer alsnog deregie over zijn privacy verliest. Mijn vraag is dus een beetje vergelijkbaarmet die van mevrouw Mutluer: wat is er nog meer nodig voor een betereborging voor het slachtoffer?Ik wou het ook even over de kosten hebben. We weten dat er gigantischekosten zijn voor slachtoffers en nabestaanden, boven op het leed dat hunis aangedaan. Denk aan uitvaartkosten, notariskosten, juridische bijstanden psychische hulp. Soms komen die kosten ook veel later, waardoor hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1393 moeilijker wordt om dat aan te tonen. Maar het gaat regelmatig omtienduizenden euro’s. Dat is een hele vicieuze cirkel van negativiteit enellende. Dat is natuurlijk allemaal veroorzaakt door die dader. Nou wetenwe dat uiteindelijk maar een op de tien slachtoffers in aanmerking komtvoor een tegemoetkoming vanuit het Schadefonds en ook daadwerkelijkeen aanvraag doet. Soms komt dat door schaamte of schuldgevoelens,soms door onwetendheid. Herkent de Staatssecretaris de signalen van dieslachtoffers die wel aanspraak kunnen maken, maar dat dus niet doen ofte weinig vergoed krijgen?Voorzitter. Even over de privacy gesproken. Er is enorme frustratie – ik hebhet al eens eerder gezegd – over de rapporten van het Pieter BaanCentrum. Nabestaanden krijgen geen inzage in de rapporten van hetPieter Baan Centrum over hun dader, vanwege de privacy van degedetineerde. Ik heb daar een motie over ingediend. Die is aangenomen,zie ik. Maar het is nog onduidelijk wat daar eigenlijk tot op heden mee isgebeurd. Ik zou daar heel graag een reactie op krijgen van de Staatssecre-taris.Een trend van de laatste jaren zijn documentaires, films of series overmoorden, moordzaken, bijvoorbeeld over Tanja Groen of de veroordelingin de Deventer moordzaak. Het meest bekend en spraakmakend is wel deserie «Een van ons» over de moord op Marianne Vaatstra. Die serie is inNederland te zien, maar wat blijkt: de familie Vaatstra werd nooitgeraadpleegd. Dat is duidelijk. Daar hebben ze ook afschuw overuitgesproken. Ze hebben uitgesproken dat ze dat heel vervelend vonden.Na die kritiek is door de filmcommissies van vijf provincies afgesprokenom een gedragscode op te stellen, waarmee er meer respect en samen-werking met de regio waarin een serie of film werd opgenomen, moetkomen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris daarover is: ziet hij meermogelijkheden, behalve een moreel appel op filmmakers, om de rechtenvan slachtoffers en nabestaanden hierin beter te borgen?Tot slot, voorzitter, even over eergerelateerd geweld. We weten dat datgroeit. Daar hebben we het ook vaak in ander verband over. Het landelijkexpertisecentrum zegt dat er ook veel meer gevallen worden geconsta-teerd door de politie: 460 per jaar. Dat weten we. Bepaalde culturenbotsen natuurlijk met de normen die wij hier willen hebben in Nederland.De politie vraagt hardop: is er bij de inburgering in Nederland eigenlijkwel genoeg aandacht voor eergerelateerd geweld? Die vraag leg ik dusook nu vanavond neer: hoeveel aandacht is er nou bij de inburgering vannieuwkomers voor eergerelateerd geweld en wat kunnen we daarinverbeteren? Er zijn gewoon heel veel slachtoffers die toch in handenvallen van dit gruwelijke geweld. De laatste vraag, voorzitter. Er zijn op ditmoment twee opvangcentra voor slachtoffers van eergerelateerd geweld.Is dat wel voldoende, vraag je je soms af als je deze cijfers allemaal ziet.Zou er wel wellicht een meldplicht opgelegd kunnen worden aan leraren,artsen en/of hulpverleners?Voorzitter, dank je wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Verkuijlen. Hij spreekt namensde VVD.De heer Verkuijlen (VVD):Voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor zijn brief over het slachtoffer-beleid van 2025 tot 2028. Mijn fractie ziet dat er de afgelopen jaren veelpositieve ontwikkelingen met betrekking tot slachtoffers zijn gerealiseerd,bijvoorbeeld rond het spreekrecht en privacy. Er zijn ook nog watkanttekeningen te plaatsen. Dan sluit ik me aan bij de vorige sprekers. Debrief geeft mijn fractie niet het comfort dat er in de komende jaren veelconcrete stappen zullen worden gezet. Wanneer kan de Kamer bijvoor-beeld het wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van psychisch geweldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1394 verwachten? Dit wetsvoorstel had eigenlijk in mei 2025 al ingediendmoeten zijn. Ook is er weinig progressie als het gaat om het vergemakke-lijken van het inzien van dossiers door slachtoffers. Ik wil graag van deStaatssecretaris weten hoe hij voortgang op beide onderwerpen gaatbewerkstelligen.Voorzitter. Ik wil van de Staatssecretaris weten of hij het met mij eens isdat publieke werkgevers een grotere rol te spelen hebben wanneer hunmensen bij het uitvoeren van hun publieke taak slachtoffer worden vanagressie en geweld, juist omdat de strafrechtketen onder druk staat. Ditkan door als werkgever een heldere norm te stellen, standaard aangifte tedoen namens werknemers wanneer die agressief, met geweld, bejegendworden en de schade namens werknemers bij de daders te verhalen. Zovorm je een hitteschild en kun je heldere grenzen communiceren,waarmee je mensen beschermt. Ik wil weten of de Staatssecretaris bereidis om dit proces actief te stimuleren.De voorzitter:Dan onderbreek ik u voor een interruptie van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):In het verleden heb ik regelmatig opgetrokken met de VVD als het gaat ominzage in dossiers, waar nabestaanden recht op kunnen hebben op hetmoment dat er bijvoorbeeld sprake is van fataal politiegeweld ofcoldcasezaken. Daar hebben we moties over ingediend. We hebbengepleit voor een onafhankelijk onderzoek, maar dat gebeurt niet. Het OMlaat dat niet altijd toe, omdat men dan eigenrichting kan toepassen,zeggen ze. Dat vindt men onwenselijk. Mijn vraag is de volgende. Nustaan er geen rechtsmiddelen open wanneer het OM beslist om eenverzoek om een afschrift van een dossier af te wijzen. Ik weet eigenlijk nietwaarom. Vindt u met mij dat het toch mogelijk moet worden gemaakt, viadeze Staatssecretaris, in gesprek met het OM, om op verzoek vannabestaanden een dergelijke beslissing buiten het OM te laten toetsen?De heer Verkuijlen (VVD):Dat is een goede vraag van mevrouw Mutluer. Ik zou eerst even willenafwachten wat de reactie is van de Staatssecretaris op dit punt. Laten wehem even gezamenlijk de vraag stellen hoe hij daarnaar kijkt. Dan kunnenwe kijken of we daar samen in kunnen optrekken. Maar u vindt ons zekeraan uw zijde als het gaat om dit onderwerp.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder.De heer Verkuijlen (VVD):Slachtofferhulp Nederland startte in 2025 een pilot met langere nazorg. Indie pilot worden slachtoffers ondersteund door middel van contactmo-menten nadat de slachtofferzorg is afgesloten. De pilot richt zich – wehebben net al iets gehoord over de impact op verkeersslachtoffers – opverkeersslachtoffers. Ik zou die pilot graag willen uitbreiden naarslachtoffers van mensenhandel, omdat 45% van die slachtoffers binnenvijf jaar weer opnieuw slachtoffer wordt van een misdrijf. Na zeven jaar isdat zelfs 50%. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel pleit juist voordeze langdurige nazorg van slachtoffers. Dit sluit bovendien nauw aan bijde beleidsdoelen bescherming van slachtoffers en het voorkomen vanherhaald slachtofferschap. Is de Staatssecretaris daartoe bereid?Voorzitter, in 2020 heeft uzelf, samen met de heer Knops, verzocht om eenlandelijk schadefonds, met als inzet om veroordeelden te sommeren omgeld te storten ter compensatie van de benadeelden en slachtoffers. Hetprimaire doel was dat daders niet straffeloos wegkomen met de aange-richte schade omdat niet herleidbaar is wie de schade heeft aangericht,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1395 zoals bij rellen. Ik wil van de Staatssecretaris weten waarom hij in zijnreactie niet verwijst naar openlijke geweldpleging, artikel 141 Wetboekvan Strafrecht. Dat artikel stelt dat wanneer meer dan twee personendeelnemen aan geweld tegen personen of goederen, elk van de dadershoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele schadebedrag. Dit biedtmogelijkheden voor slachtoffers en gemeenten om de geleden materiëleen immateriële schade volledig te verhalen, ook als niet vaststaat wieprecies welke schade heeft aangericht. Ik wil de Staatssecretaris vragen tebevorderen dat dit artikel, met het oog op schadevergoeding, waarmogelijk ten laste wordt gelegd en dat de slachtoffers en benadeeldenworden aangespoord om hun schade in het strafproces te verhalen. Graageen reactie daarop van de Staatssecretaris.Voorzitter. Dan sluit ik mijn bijdrage af. Ik wil even van dit momentgebruikmaken om op deze plek waardering uit te spreken voor al diemensen die slachtoffers bijstaan in de praktijk.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, ook voor die laatste, mooie woorden. Dan gaan we luisterennaar de heer Koops. Hij spreekt namens Nieuw Sociaal Contract.De heer Koops (NSC):Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb met instemming kennisgenomenvan de inhoud van de meerjarenagenda zoals die vorige week naar onstoe is gestuurd. Ik moet bekennen dat ik onder de indruk ben van hetaantal initiatieven dat hier eerder in de Kamer is ontplooid op allerleivlakken, zodat als het ware het werk van de Staatssecretaris grotendeelsgedicteerd wordt door Kamerleden. Dat is hoe het hoort. Dat is hoe wij dateenvoudigweg het liefst zien. Maar daar moeten we dan ook bij zeggendat de Staatssecretaris zich wel kwijt van zijn taak, en op een overtuigendewijze, waaruit zijn betrokkenheid blijkt bij het onderwerp hier ter zake.Verder, meneer de voorzitter, berijdt iedereen hier zijn eigen stokpaardje.Iedereen heeft het gewoon over het ding dat diegene zelf had bedacht.Dus het zal u niet heel erg verbazen dat ook ik dat doe. In de meerjare-nagenda wordt gewezen op een oplossing in het kader van het versterkenvan de positie van het slachtoffer, namelijk een doorverwijzingsbe-voegdheid. Daar ben ik zelf over begonnen tijdens de voorbereiding vande behandeling van het Wetboek van Strafvordering. Ik stuitte daarbij opde bureaucratische muur van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Diezeiden: dat is geen goed idee, want dat is allemaal veel te duur.Ik leg het even uit voor de mensen die nog niet eerder over het onderwerphebben gehoord. Je gaat als slachtoffer naar de strafrechter. Je dient jevordering in. De strafrechter zegt: deze is te ingewikkeld. Het gaat hierbijvoorbeeld over iemand die invalide is geraakt, waarbij gederfdeinkomsten uit werk een rol spelen. Het gaat over het dagelijks plezier inhet leven. Het gaat gewoon over allerlei verschillende vormen van schade.Zo’n vordering kan echt buitengewoon ingewikkeld zijn. Dan kan zo’nvordering niet-ontvankelijk worden verklaard, gewoon omdat het een tezware belasting is voor het strafproces. Dan staat het slachtoffer met legehanden, zelfs als de dader naar de gevangenis wordt gestuurd. Wat mijdaaraan zo dwarszit – dit zal de Staatssecretaris bekend voorkomen – isdat er een ongelofelijke hoeveelheid werk moet worden verzet door zo’nslachtoffer om dan alsnog zijn schade vergoed te krijgen.Op dit onderwerp is ingegaan in de meerjarenagenda. Er wordt gezegd:een doorverwijzingsbevoegdheid is geen goed idee, omdat het de afstandvergroot tussen de slachtoffers die het strafproces wel halen en deslachtoffers die dat niet doen. Ik vraag de Staatssecretaris om op datzinnetje in te gaan, want ik snap het niet. Wordt hier nou gezegd datmensen die de euvele moed hebben gehad om zich te melden in eenstrafproces, die daarvoor een gedeelte van hun privacy hebben wegge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1396 geven, die de meest vreselijke dingen over hun omstandigheden naarvoren hebben moeten brengen en hebben moeten herbeleven, hun rechtmoet worden ontzegd omdat anderen überhaupt het strafproces niethalen? Dat is mijn eerste vraag.De tweede ...De voorzitter:Volgens mij heeft de heer Verkuijlen op dit punt een interruptie.De heer Verkuijlen (VVD):Als het mag. Ik vroeg me even het volgende af. Volgens mij heb je bij eenveroordeling altijd een onrechtmatige daad. Op basis van die onrecht-matige daad kun je naar de civiele rechter gaan. Dat is volgens mij hoe deprocesgang nu is. We hebben het gehad over het bedrag dat in devoeging wordt meegenomen. Volgens mij loopt dat zo’n beetje tot € 800.Daarna zegt de strafrechter vaak: ik verwijs het door. Dan wordt het tecomplex. Wat zou u precies anders willen zien hierin?De heer Koops (NSC):Om met het bedrag van € 800 te beginnen: dat komt mij niet heel bekendvoor. Ik heb vorderingen tot in de tonnen toegewezen zien worden instrafprocessen waarin de benadeelde partij zich had gevoegd. Verder dankik u voor deze interruptie, want dan kan ik hier in deze zaal nog een keerzeggen wat een moeite het is om de schade van zo’n onrechtmatige daaddaadwerkelijk op te gaan halen. Je hebt een advocaat nodig. Dat isverplicht. Ga die maar eens vinden. Je hebt een deurwaarder nodig. Jehebt een partij nodig. Je moet weten waar die partij zich bevindt. Zeker inhet geval van criminelen is dat niet eenvoudig. Gaat u maar eensuitvinden waar iemand in de gevangenis zit. Dat is ding nummer drie. Jehebt griffiegeld te betalen. De hoogte van het griffiegeld is afhankelijk vande hoogte van je vordering. Dat kan echt in de papieren lopen, zonder datje nog maar een cent hebt gekregen.Dat zijn zomaar vier barrières die niet bestaan voor een slachtoffer datzich meldt in de strafprocedure en gewoon naar binnen loopt met zijnbriefje en de onderbouwing. Door die barrière worden er zo weinigstrafzaken gestoeld op een onrechtmatige daad door een slachtofferaanhangig gemaakt. Dat is gewoon omdat het ingewikkeld en moeilijk is,en omdat de kans op succes niet zo heel groot is. Daar stelde ik demogelijkheid van simpelweg een doorverwijzing naar een civiele rechtertegenover. Dan sla je de deurwaarder, het griffiegeld en de dagvaardingover. Je geeft iemand gewoon het vonnis mee waarin de onrechtmatigedaad staat uitgetekend en je vraagt aan de civiele rechter, wiens dagelijkswerk het is, om naar de complexe vordering te kijken. Ik vind dat eenpersoon die daarin valt dus niet net zo moet worden behandeld als eenpersoon die überhaupt het strafrecht niet haalt.Dan vervolg ik mijn betoog.De voorzitter:Heel graag. Doet u dat vooral.De heer Koops (NSC):Dank u. Mijn tweede opmerking betreft de rol van het slachtoffer, debenadeelde partij, bij strafbeschikkingen. Het is heel fijn dat die telkensiets zichtbaarder wordt in de beleidsvorming op het ministerie, maar ookin de besluiten die wij hier nemen. Het is echt een struikelpunt. Waar nietop in wordt gegaan in de meerjarenagenda – dat is geen kritiek; ik leg hetalleen wel op tafel – is het voortraject naar een strafbeschikking. Het komtmij voor dat als een dader niet bereid is om schadevergoeding te betalenaan een slachtoffer, het hele fenomeen «strafbeschikking» niet eens aande orde mag zijn. Als een slachtoffer zegt «u heeft een bal door mijn ruitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1397 geschopt; hier is de rekening van € 450 voor mijn nieuwe ruit» en dedader zegt «dat heb ik niet gedaan; ik ga dat niet vergoeden» of «ik bied€ 2,50», dan is er geen plaats voor een strafbeschikking, zou het mijvoorkomen. Daar is geen plaats voor, specifiek omdat ik van oordeel ben –dat leg ik dan voor hier – dat een rechter zou moeten oordelen over delegitimiteit van de vordering van het slachtoffer en over de hoogte van deschadevergoeding die erbij past. Dat kun je in zo’n geval niet overlatenaan een officier van justitie.Ik word gemaand tot haast. Dat brengt mij van mijn à propos. Vergeef mijdaarvoor. Ik zal de voorzitter geruststellen: dit is mijn laatste opmerking.Mijn hart juicht omdat de affectieschade wordt uitgebreid. Dat is gewooneen goed idee. Dank u wel daarvoor.De voorzitter:Dank u wel, meneer Koops. Dan geef ik het woord aan de heer Crijns. Hijspreekt namens de PVV.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik neem dit debat over van mijn collega Smitskam.Ik probeer zo goed mogelijk al jullie vragen te beantwoorden. Wees eenbeetje mild voor me.Voorzitter. Ik zal beginnen. Een agent vertelde mij laatst hoe hij werduitgescholden tijdens een aanhouding, niet omdat hij iets verkeerds deedof omdat hij over de schreef ging, nee, simpelweg omdat hij zijn werkdeed. «Vuile racist!», schreeuwde de verdachte, terwijl hij zich hevigverzette tegen zijn arrestatie. Het ergste was dat de agent twijfelde of hijwel mocht ingrijpen, niet vanwege de wet, maar uit angst voor hetpublieke oordeel, uit angst dat hij beschuldigd zou worden van racismeals hij zijn plicht deed. Dat is de sfeer waarin onze agenten hun werkmoeten doen. Wat doet deze Staatssecretaris? Terwijl onze politieagentendag in, dag uit hun leven riskeren om de straten veilig te houden, laat hijhen keihard vallen. Geen woord van bescherming, geen greintjerugdekking. Alleen maar wegkijken, buigen en knikken richting activis-tische clubs die structureel onze politie zwartmaken.Voorzitter. De PVV laat zich niet meeslepen in de activistische frames vanorganisaties als Controle Alt Delete die structureel het gezag ondermijnenen onze politie verdacht maken. Natuurlijk moeten nabestaanden vanslachtoffers van fataal politieoptreden toegang hebben tot de feiten, maarwe gaan geen parallel rechtsstelsel optuigen waarin activisten bepalenwat transparantie is. Het is volstrekt, maar dan ook volstrekt onacceptabeldat de Staatssecretaris geen krachtig weerwoord geeft op de beschuldi-gingen van institutioneel racisme bij de politie. Dat zijn beschuldigingendie elke agent in dit land raken.De voorzitter:Mag ik u onderbreken?De heer Crijns (PVV):Ja.De voorzitter:Ik zocht naar een natuurlijk moment. Eerst een interruptie van mevrouwMutluer, daarna van de heer Koops. Eerst mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Het is aan de Staatssecretaris om zichzelf te beschermen, maar deaantijgingen die nu worden gedaan, moeten niet aan deze Staatssecre-taris worden gericht, maar aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Wehebben zojuist het politiedebat gehad. Daarin heb ikzelf expliciet vragengesteld over de afspraken over een voortvarende aanpak van zakenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1398 rondom geweld tegen werknemers met een publieke taak, dus ook depolitie, omdat deze eenduidige landelijke afspraken nog steeds nietnageleefd worden. We krijgen evaluatie op evaluatie. Nu worden er weergesprekken gevoerd met het OM. Met uw permissie, voorzitter, wil iknogmaals tegen mijn collega zeggen dat hij de vragen aan de verkeerdebewindspersoon richt. Die horen echt aan de Minister gericht te zijn. Daarhebben we het overigens wel net over gehad.De heer Crijns (PVV):Die vragen zijn voor de Staatssecretaris. De Staatssecretaris heeft het inzijn reactie op Controle Alt Delete in zijn bijgevoegde brief totaal nietopgenomen voor de politie, helemaal totaal nul komma nul. Die vragenzijn dus wel degelijk voor de Staatssecretaris.De voorzitter:Dan de heer Koops nog.De heer Koops (NSC):Betwist de PVV de correctheid van de feiten die door Controle Alt Deletenaar voren worden gebracht? Zo klonk het toch eventjes. We hebben hethier even niet over de toonzetting van de Staatssecretaris. We hebben hetnu echt even over de feiten die langjarig verzameld zijn door Controle AltDelete. Is de PVV van oordeel dat die feiten onjuist zijn of alleen maar datze verkeerd geframed zijn?De heer Crijns (PVV):Ze hebben inderdaad een x-aantal feiten op hun website staan. Zepubliceren die ook uitgebreid op de website. Feiten zijn feiten. Het gaatover fatale politieoptredens en noem maar op. Maar het is gewoon eenactivistisch clubje dat onze politie probeert zwart te maken en drie meterde grond in probeert te trappen. We zouden eigenlijk moeten opkomenvoor onze politie, in plaats van op te komen voor deze activistische club.De heer Koops (NSC):Ik weet niet of u vanmiddag bij het politiedebat was. Daar is van allesgezegd over de wijze waarop Nieuw Sociaal Contract probeert de politiete ondersteunen. Maar het eigenaardige is: je kan het ene én het anderedoen. Ik wil Controle Alt Delete niet in de hoek laten zetten als een clubje.Het werk dat Controle Alt Delete doet, wordt gedaan vanuit een vorm vanidealisme en dat heeft feiten opgeleverd die niemand anders op dezelfdemanier heeft verzameld en die bovendien gewoon niet kunnen wordenweerlegd door andere feiten. Dus ik verzet me hier even tegen hettegenover elkaar stellen van Controle Alt Delete en de politie. Beideorganisaties verdienen respect. Bent u dat met mij eens?De voorzitter:De heer Crijns mag nog kort reageren. Laten we dan verdergaan met hetvolgende punt. Gaat uw gang.De heer Crijns (PVV):Nee, daar ben ik het niet mee eens. Controle Alt Delete probeert onzeagenten zwart te maken, in een slecht daglicht te stellen en drie meter degrond in te trappen. Daar verzet de PVV zich tegen.Dan zal ik mijn zin opnieuw beginnen. Terwijl zij zich kapotwerken in defrontlinie van onze samenleving, worden ze hier in dit huis uitgemaaktvoor racisten. Wat doet de Staatssecretaris? Helemaal niets. Sterker nog,hij overweegt om onderzoeksdossiers vaker openbaar te maken. Maardenk erom: de gegevens van agenten, die dagelijks bedreigd, bespuugden aangevallen worden, mogen nooit op straat komen te liggen, nietvandaag, niet morgen, nooit, punt uit! De PVV vraagt de StaatssecretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 1399 zich duidelijk uit te spreken tegen de beschuldigingen van institutioneelracisme en tegen alle beschuldigingen die Controle Alt Delete in de briefen op de website heeft geuit. Is de Staatssecretaris daartoe bereid? Ookverwachten wij een toezegging dat hij het overleg met de gerechtshovenniet gebruikt om tegemoet te komen aan deze activistische eisen.Voorzitter. De feiten liegen niet. Ja, allochtonen zijn oververtegen-woordigd in de criminaliteitscijfers. Dat is geen racisme. Dat is de realiteit.U hoeft mij niet te geloven, maar volgens het WODC en het CBS is dieoververtegenwoordiging van niet-westerse allochtonen al jarenlangzichtbaar in de criminaliteitscijfers. Als zij vaker worden gecontroleerd,dan is dat niet vanwege hun huidskleur, maar vanwege hun gedrag. Datgebeurt niet op basis van vooroordelen, maar op basis van feiten encijfers, en vanuit de plicht om onze burgers te beschermen. Toch wordtdie racismekaart telkens weer getrokken, niet om onrecht aan te kaarten,maar om onze agenten in diskrediet te brengen, hen te verlammen en hunwerk onmogelijk te maken. Dat moeten we nooit, maar dan ook nooit,accepteren. Laten we helder zijn: als een verdachte meewerkt, hoort daarnatuurlijk geen geweld bij. Maar als iemand zich verzet en zich agressiefgedraagt, dan moet een agent kunnen optreden zonder het risico te lopenom vervolgens door de mangel gehaald te worden in een politiek correctcircus van linkse verontwaardiging. In andere landen is het normaal: wievecht met de politie, krijgt lik op stuk. Maar hier in Nederland krijgt decrimineel begrip en de agent een klacht aan de broek.Tot slot, voorzitter. Ik ga afronden. Wij willen een Staatssecretaris metruggengraat, eentje die opstaat en zegt: «Genoeg is genoeg. Stop metdeze hetze. Stop met het slachtofferschap. Onze agenten verdienenrespect. Ze verdienen bescherming. Zij verdienen een overheid die achterhen staat.» De PVV staat pal achter onze politieagenten, onvoorwaardelijk.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik aan mevrouw Mutluer vragen om tijdelijk even hetvoorzitterschap over te nemen.Voorzitter: MutluerDe voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Van Nispen voor een van zijn laatstedebatten, over slachtofferrechten. Aan mij de eer om u het woord tegeven voor uw eerste termijn.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Slachtoffers moeten op steun en aandacht kunnenrekenen. Ik begin met slachtoffers van misdrijven. Ik zal het straks ook noghebben over slachtoffers van sektes en slachtoffers van verzekeraars.Slachtoffers van misdrijven dus. De SP vraagt al heel lang aandacht voorhet verkorten van de doorlooptijden. Je zult het maar meemaken: je benthet slachtoffer van een misdrijf, bijvoorbeeld van een zedendelict, envervolgens ligt je zaak maanden of jaren op de plank. Dat kan niet. Dat iseigenlijk een van de ergste dingen die je kan overkomen. De Minister ende Staatssecretaris zouden de randvoorwaarden moeten scheppen voorde politie, het OM en de rechtspraak om dit te verbeteren. Graag eenreactie daarop.Ook wil ik aandacht vragen voor de brief van Fonds Slachtofferhulp enadvocaten. Er is ook al over gesproken. Zij zeggen eigenlijk op driepunten: waarom is de overheid nou bezig de schadevergoeding waarmensen recht op hebben vooral te beperken? Het gaat dus ommaximering van de schadevergoedingsvordering, uitsluiting vancomplexe schadeposten en beperking van de voorschotregeling. Dat leidtallemaal bijna tot krenterigheid vanuit de overheid, wat geen recht doetaan slachtoffers. Graag ook een reactie op die brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13910 Ik wil ook aandacht vragen voor betere nazorg voor nabestaanden vanslachtoffers van moord, doodslag en vermissingen. Het verlies kan zoingrijpend zijn dat het kan leiden tot klachten op fysiek, psychisch ensociaal gebied. Allerlei professionals doen allemaal hun best metspecifieke expertise, maar soms is het probleem dat niemand echt hetgeheel overziet. Ik heb een pleidooi ontvangen voor de oprichting van eenlandelijk expertisecentrum, waar mensen terechtkunnen voor gespeciali-seerde zorg en kennisbundeling, en voor tijdige en gespecialiseerdenazorg bij deze trauma’s. We zouden op alle leefgebieden problemenkunnen voorkomen. Is de Staatssecretaris bereid om dit initiatief tebekijken? Ik begrijp ook wel dat nieuwe centra en nieuwe meldpunten nietzijn voorkeur hebben, maar ik vind dit wel een probleem. Dan moet demanier waarop het nu geregeld is, wel verbeteren. Wat is zijn reactie ophet pleidooi voor structurele en gespecialiseerde ondersteuning vannabestaanden van dodelijk geweld? Dat gaat nog niet goed genoeg.Dan slachtoffers van sektes. Mensen zitten soms gevangen in geslotengemeenschappen, vaak met een charismatische leider. Althans, datvinden zij dan. Maar uiteindelijk draait het vaak om geld, macht,uitbuiting, sociale uitsluiting et cetera. RTV Oost en Tubantia maakten deafgelopen tijd een indrukwekkende en uitgebreide reconstructie over desekte Pater Pio. Dit was al jaren bekend, maar niemand deed wat.Niemand greep in. Undercover in Nederland onthulde recent misstandenbij de Lichtfamilie, met een leider die denkt dat hij Christus zelf is. Mensendoen alles wat hij zegt. Ondertussen worden mensen geïntimideerd,gekleineerd, sociaal doodverklaard en kapotgemaakt. Er zijn zelfmoordengeweest. De vraag is: wie doet hier nou wat aan? Mijn conclusie is dat hetecht te weinig is. Allerlei kansen worden gemist om in te grijpen.De SP heeft, vaak samen met de VVD en met andere partijen, al jarenvoorstellen gedaan voor een meldpunt, voor wetgeving, en om kinderenbeter te beschermen, maar het duurt maar en het duurt maar. De wet diepsychische dwang strafbaar stelt, is bijvoorbeeld uitgesteld. Maar wordter in ieder geval voor gezorgd dat ook de misstanden bij sektes onvoor-waardelijk onder deze wet komen te vallen? De brief leek daar wel op teduiden. Kunnen we sektes verbieden, zoals men in Frankrijk al geregeldheeft? Het is heel goed dat het meldpunt bij Fier er is, maar het zou in detoekomst wel meer moeten worden dan enkel een anonieme chatfunctie,waarbij melders informatie krijgen zonder iets over zichzelf prijs te geven.Zorgwekkende meldingen zouden overgedragen moeten kunnen wordenaan de politie en de inspecties. Eigenlijk zouden ze de aard en omvangvan sektes ook echt in beeld moeten kunnen brengen, zoals hetvoormalige meldpunt Sektesignaal. Dat is volgens mij wat we van eenmeldpunt mogen verwachten. Nogmaals, het is goed dat het er is, maarhet zou wel doorontwikkeld moeten worden in de toekomst. En er is deaangenomen motie met mevrouw Michon-Derkzen waarin we de regeringvroegen om te onderzoeken hoe mensen beter beschermd kunnenworden tegen sektes en hoe voorkomen kan worden dat kinderen formeeltoetreden tot gesloten gemeenschappen. Ik heb de brief gelezen, maardan komt bij mij toch de vraag op: is dit het nou, wat de Staatssecretariserover schrijft? Het is niet veel nieuws en er wordt niet doorgepakt. Hetstelt mij teleur. Dus ik vraag of dit opnieuw kan en dan beter.Dan kom ik op de slachtoffers van letselschade. Slachtoffers met letsel zijnniet alleen slachtoffer van bijvoorbeeld een verkeersongeval of eenmedische misser, maar daarna ook nog veel te vaak slachtoffer van deverzekeraar die de afhandeling traineert om maar niet uit te hoeven keren,omdat het draait om geld. Dan is het toch een beetje als een kleinduimpjedat het op moet nemen tegen de reus, tegen de kapitaalkrachtigeverzekeraar, die de tijd en het geld heeft. Dat is gewoon een ongelijkestrijd. De overheid moet dit niet langer toestaan. Er wordt al gesprokenvan een letselschadeschandaal. We moeten strenger worden voor detrainerende letselschadeverzekeraars. De SP pleit voor sancties. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13911 kunnen we ofwel civielrechtelijk organiseren, door duidelijk in de wet opte nemen dat het niet nakomen van termijnen een onrechtmatige daad is,ofwel door in de wet op te nemen dat claims bij verzekeraars die ingebreke blijven, standaard worden toegewezen. Het kan ook bestuurs-rechtelijk. Het voordeel daarvan is dat we mensen de zorg uit handennemen en dan dikke boetes erop kunnen zetten, op te leggen door eenvan de autoriteiten die we hebben. Maar in vredesnaam: laat ze nietlanger wegkomen met slachtoffers de puinpoeder in rijden, want het isecht mensonterend. Dus ik vraag om sancties voor trainerende letselscha-deverzekeraars. Over wat daarvoor de beste juridische route is – ik hebeen paar mogelijkheden genoemd – is met mij te praten. Maar mag ik detoezegging dat hier heel serieus naar gekeken gaat worden en we binnenafzienbare tijd voorstellen kunnen verwachten die dit gaan organiseren?Ik dank u wel.De voorzitter:Ik ben ook heel coulant als voorzitter. Ik heb twee interrupties gezien. Deheer Koops en mevrouw Mutluer willen u zo interrumperen. Dan mag udaarna het voorzitterschap opnieuw pakken. De heer Koops als eerste.De heer Koops (NSC):Na het gloedvolle betoog van de heer Van Nispen ga ik gewoon maareens een vraag stellen naar aanleiding van het gedachtegoed van zijnpartij. Dat heb ik nog nooit eerder gedaan. Het is de Socialistische Partij.Als ik alles optel en aftrek van het afgelopen halfjaar, krijg ik de indruk datde Socialistische Partij eigenlijk alle problemen graag opgelost ziet doorde overheid, in plaats van door de burger zelf. Ik zeg het expres zoprovocerend als ik kan, want dat geeft u de kans om uit te leggen dat datmisschien niet zo is, of dat ik ernaast zit. Maar in ieder geval vind ik dat inde verhouding tussen een verzekerde en een verzekeraar behoorlijk watverwacht mag worden van de verzekerde. Dat is een element dat het lidVan Nispen niet betrokken heeft bij zijn betoog. Kunt u daar nog even opingaan?De heer Van Nispen (SP):Dat was inderdaad nogal provocerend. Ik zou een halfuur kunnenuitweiden over hoe de SP het collectief precies ziet en wat er volgens onsvan mensen zelf verwacht mag worden. Dat is een hele hoop. Maar hiergaat het over slachtofferschap. Dan vind ik dat de overheid er moet zijnvoor mensen die de overheid nodig hebben. Dat geldt zeker voorslachtoffers van strafbare feiten, mensen die klem zitten in een sekte enslachtoffers met letselschade. Want ja, je mag zeker veel van de verze-kerde verwachten, maar het gaat hier over een benadeelde die erhelemaal niks mee van doen heeft, die bijvoorbeeld is aangereden, eenwhiplash heeft en daar de rest van het leven last van heeft, of hetslachtoffer is van een medische misser. Wat heeft die in principe te makenmet een verzekeraar waarmee die persoon geconfronteerd wordt? Danheb ik het over de verzekeraar van de aansprakelijke partij. Daar gaat hethier over. Dan is er niet echt een verzekerde in beeld. Althans, die is ernatuurlijk wel, maar die rol interesseert mij niet zo. Het gaat mij hier omhet slachtoffer. Dat is ook het debat dat wij hier hebben. Dan zeg ik: ik vinddat wij niet langer moeten toestaan dat mensen aan het lijntje wordengehouden door de kapitaalkrachtige – ik gebruik het woord «kapitalisme»dan toch nog maar een keer; dit is een rauwe uitwas hiervan – verzeke-raars, die de tijd en het geld hebben om mensen uit te roken. Dat staan wijal jaren toe. Niet voor niets wordt er gesproken over een letselschade-schandaal. Mensen gaan compleet de vernieling in. Ik vind dat echt, echtafschuwelijk. Daarom pleiten wij voor sancties. En ja, dan zie ik dus eenrol voor de overheid, in de zin van wetgeving. Nogmaals, dat kancivielrechtelijk of bestuursrechtelijk, maar in beide gevallen vind ik wel datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13912 de overheid er iets aan moet doen. Dat heeft de heer Koops dan goedgehoord van mij.De voorzitter:Ik geef mezelf het woord, als dat kan. Ja, dat kan; dat bepaal ik. Ik heb hiereen artikel bij de hand, namelijk een campagne in de Volkskrant. Er staat:genoeg is genoeg. Dat gaat over slachtoffers en de letselschadeclaims. Ikben het met de heer Van Nispen eens dat er echt wel een verschil istussen de sterke verzekeraar en het slachtoffer, dat soms heel lang moetwachten totdat een zaak is afgewikkeld. Is het belangrijk, is dan mijnvraag, dat de Staatssecretaris ook inzicht geeft in die – wat is het? – 3,1%van die langlopende zaken en de wijze waarop er bij sommige slachtoffersgetraineerd wordt, zoals door het niet betalen van voorschotten, en in degrootte van het probleem? Dan kunnen er inderdaad sancties wordenopgelegd, zoals meneer Van Nispen ook aandroeg.De heer Van Nispen (SP):Dank voor die vraag. Als u zegt dat u daar meer informatie over wilt, steunik dat natuurlijk. Dat lijkt me heel erg goed. Volgens mijn informatie is die3,1% de jaarlijkse groei van het aantal openstaande schades. Dat gaat dannatuurlijk om duizenden zaken. Waar ik huiverig voor ben bij hetinformatieverzoek van mevrouw Mutluer, is dat het antwoord zal zijn: inheel veel zaken gaat het goed, dus het is eigenlijk niet zo’n probleem.Maar het gaat mij ook om die paar zaken waarbij het faliekant fout gaat.Dat zijn nou net die zaken waarbij mensen zitten te wachten, bijvoorbeeldmet een whiplash, en waarbij mensen echt het vel over de neus wordtgetrokken, terwijl de verzekeraar maar uitstelt en uitstelt, omdat hij ookwel ziet dat het om een grote schadepost zal gaan. Dat zijn nou net diezaken die het meest schrijnend zijn. In aantal zijn het er misschien niet zoontzettend veel, maar dat moet ons er niet van weerhouden om juist indie gevallen te zeggen dat verzekeraars ervoor op zullen moeten draaien.Er is nog een voorbeeld dat ik wil noemen en dan rond ik dit antwoord af.Er is in het verleden gezegd: er komt een kamer voor langlopendeletselschadezaken. Dat was toen een beetje de worst die ons voor werdgehouden. Ik denk al een jaar of vijf of zeven geleden. Toen is gezegd datdat het probleem zou gaan oplossen. Maar wat zien we: er wordennauwelijks zaken door afgehandeld. Mijn informatie is dat het maar 30zaken zijn in een jaar of vier. Nou, dat zijn zeven zaken per jaar. Eenheleboel mensen hebben daar dus helemaal niks aan. Dan vind ik dat hetecht tijd is om een streep te trekken en om echt wat te doen aan dietrainerende letselschadeverzekeraars.De voorzitter:Ik geef mezelf weer het woord. Het is ongebruikelijk, maar ik doe dit voorde handigheid. Ik denk dat ik het met de heer Van Nispen eens ben.Blijkbaar gaat het om meer dan 20.000 gevallen. Dus het aantal is groterdan we denken. In mijn beleving vraagt het wel om nader uitzoekwerk vande Staatssecretaris. Daarbij moeten de verzekeraars ook meewerken enopenheid van zaken geven over de afhandeling van dit soort zaken, overhet traineren om maar zo min mogelijk uit te keren. Ik wil alleen maaraangeven dat de heer Van Nispen mij aan zijn zijde vindt als het gaat omde transparantie die in mijn beleving geboden moet worden, en als hetgaat om sancties, indien nodig. U mag daar kort op reageren, volgens devoorzitter. Dan bent u volgens mij klaar met uw bijdrage.De heer Van Nispen (SP):Ik wil daar nog kort op reageren. Ik zie de informatie die we volgens mijallebei voor ons hebben liggen, graag bevestigd door de Staatssecretaris.Dat mag hij ook uitzoeken. Dat is prima. Maar ongeacht het antwoordhoeft het ons er niet van te weerhouden om te zeggen dat het trainerenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13913 van zaken gewoon niet meer moet kunnen. Ik heb daar de afgelopen jarenecht te veel van gezien en gehoord. Ik verwees al naar een uitzending vanRadar van jaren geleden. Ik denk dat het 2020 was. Er zijn enquêtesgedaan onder slachtoffers. De problematiek is echt al ruim voorradig enbekend. Dus de omvang, de cijfers en het percentage van zaken waarinhet dan misschien wel goed gaat, vind ik hierbij net even minder relevant.Het gaat erom dat we in de zaken waarin het niet goed gaat, moetenoptreden en voor de slachtoffers moeten gaan staan.De voorzitter:Dank voor deze bijdrage. Ik geef het woord terug aan de voorzitter.Voorzitter: Van NispenDe voorzitter:Wij geven de Staatssecretaris een halfuurtje om zijn beantwoording voorte bereiden en schorsen tot 19.15 uur.De vergadering wordt van 18.43 uur tot 19.15 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug. Ik heropen het commissiedebat Slachtofferbeleid van devaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid. We zijn toegekomenaan de beantwoording van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid inde eerste termijn. Daartoe geef ik hem het woord.Staatssecretaris Struycken:Dank u wel, voorzitter. Het is memorabel – ik zocht even naar het woord –dat u vandaag voorzitter bent, want slachtofferbeleid is een van dethema’s waarop juist u zich heeft onderscheiden in de afgelopen jaren. Ikmag wel zeggen, vanuit mijn perspectief als bewindspersoon, dat dit eenonderwerp is waarop u erg veel hebt bereikt. Het komt mede door u dathet besef bestaat, ook bij ons, bij Justitie en Veiligheid, dat slachtoffers inonze rechtsstaat erkenning en ondersteuning verdienen bij het te bovenkomen van de gevolgen van een strafbaar feit. Het blijft van belang omons te realiseren dat slachtoffers er niet voor kiezen om slachtoffer teworden. Dit is iets wat hun overkomt, iets wat hun wordt aangedaan.In het afgelopen decennium is dan ook gebouwd aan een stevige basisvoor de rechten en voorzieningen van slachtoffers. Met dit alles staat ereen stelsel waarop wij in Nederland best trots kunnen zijn. Op onderdelenis het uniek in Europa. We lopen voorop. Daarom vind ik het van belangdat wij ons in Europa blijven inzetten om het beleid voor alle Europeseslachtoffers te beïnvloeden, door het bevorderen van samenwerking enhet uitwisselen van kennis. Dat gebeurt al. Nederland is een van degrondleggers van het European Network on Victims» Rights. In 2026wordt in Nederland een congres georganiseerd.Ik kom nu te spreken over wat ik thans voor slachtoffers doe en wil doen.Gisteren, 1 juli, was een belangrijke dag voor slachtoffers, want hetmeldpunt Fier is in de lucht gekomen. Fier richt zich op hulp en onder-steuning in het geval van onveiligheid of dwingende controle in geslotengroeperingen. Dat is een belangrijke mijlpaal. Aanstaande maandag ga ikop bezoek bij Fier, ook om bekendheid aan dit meldpunt te geven.Gisteren was ook een belangrijke dag omdat de privacy van slachtofferssinds gisteren beter beschermd wordt. Gisteren was ook een belangrijkedag voor slachtoffers, omdat zij die zich hebben gevoegd als benadeeldepartij sinds gisteren automatisch een afschrift van het vonnis krijgen. Ditzijn een aantal belangrijke verbeteringen.Dat is in lijn met de nieuwe meerjarenagenda die ik vorige week aan uwKamer heb gezonden, waarin de ambitie voor de komende jaren uiteen isgezet, namelijk een betere uitvoering van bestaande slachtofferrechten enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13914 een inzet op versterkingen, conform het regeerprogramma, het nieuweWetboek van Strafvordering en ook de herziene EU-richtlijnen. Wat deEU-richtlijn betreft: er is nog geen overeenstemming bereikt in Brussel inde triloogfase over de herziening van de Richtlijn minimumnormen. Deonderhandelingen worden binnenkort voortgezet door het Deensvoorzitterschap. Het is mijn ambitie om daaraan te blijven bijdragenvanuit onze Nederlandse kennis en ervaring.Wij werken aan vijf beleidsdoelen, met een aantal nieuwe maatregelen ofvoornemens daartoe. Die vijf zullen de basis vormen voor de blokjes. Ikhanteer de vijf beleidsdoelen. Het eerste is: het slachtofferbewustzijnvergroten. In de praktijk moet daadwerkelijk recht gedaan worden aan deslachtoffers. Dat werkt alleen maar als professionals in hun werk hetslachtoffer voor ogen hebben. Slachtofferrechten zijn immers geengunsten. Het zijn rechten van slachtoffers. Daaraan hebben alle professi-onals zich te houden. Door in te zetten op onderzoek, opleiding en toezichtwil ik een verbetering van het slachtofferbewustzijn bewerkstelligen. Eenmaatregel die nogal theoretisch lijkt, maar in feite van groot belang kanzijn, is het inrichten van een leerstoel slachtofferrechten, want dat zalertoe leiden dat de kennis over de rechtspositie van het slachtoffer wordtvergroot.Het tweede beleidsdoel is een duidelijke rechtspositie voor het slachtoffer.Meer recht doen aan slachtoffers betekent ook duidelijkheid geven aanhenzelf en aan partijen in het strafproces en de keten over wat de rechtenprecies zijn. De belangen en beschermingsbevoegdheden van deslachtoffers en nabestaanden moeten standaard meegenomen worden –zo is mijn voornemen – in beslissingen rondom het verlenen van gratie.Het derde beleidsdoel is betere bescherming. Onder dat kopje valt het inhet regeerprogramma opgenomen voornemen om de mogelijkheden vooreen zelfstandig gebiedsverbod verder uit te werken. Dat is van grootbelang voor veel slachtoffers. Ik heb geconstateerd dat er mogelijkhedenzijn om zo’n verbod vorm te geven, uitgebreider dan de huidige gebieds-verboden.Dan is de vierde pijler het evenwichtige schadeverhaal. Ik streef eenevenwichtig stelsel na, waarin slachtoffers hun schade zo veel mogelijkvergoed krijgen door de dader en daarbij worden ondersteund. Bijernstige gewelds- en zedenmisdrijven ontvangen zij vanuit de overheideen financiële additionele tegemoetkoming om weer op weg te wordengeholpen. De verantwoordelijkheid van de overheid gaat echter niet zoverdat er sprake is van schadeloosstelling; het gaat om een tegemoetkoming.Een belangrijke verbetering in dit kader is wel – daar kom ik straks opterug – dat het aantal slachtoffers dat recht op compensatie heeft wordtuitgebreid. Dan gaat het over de broers en zussen.De vijfde pijler is de goede ondersteuning. Slachtoffers moeten wetenwaar ze terechtkunnen. Voor slachtoffers van onveiligheid en dwingendecontrole in gesloten groeperingen is dus dat nieuwe hulppunt ingericht bijhet expertisecentrum Fier. Het streven, de wens, de verwachting is datFier in de komende tijd een kennispositie verkrijgt en ook kennis en trendskan delen met de politie en het OM, ten behoeve van de opsporing, wantdaar gaat het uiteindelijk ook om.Als het gaat over ondersteuning verdient de grote betekenis van vrijwil-ligers die actief zijn via Slachtofferhulp Nederland een vermelding. Wekunnen niet genoeg onderstrepen dat de inzet van vrijwilligers van grootbelang is.Ik vind het belangrijk om hier te benoemen dat ik bij de uitvoering van aldeze maatregelen twee leidende principes hanteer. Die kunnen ook mijnantwoorden beïnvloeden. De maatregelen moeten duidelijk envoorspelbaar zijn voor de slachtoffers, maar ten tweede moet deautonomie van het slachtoffer worden gerespecteerd. Alleen slachtoffersdie dat wensen, moeten ondersteund worden in de uitoefening van hunTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13915 rechten. Als slachtoffers geen gebruik willen maken van rechten ofvoorzieningen, moeten zij daar niet mee worden geconfronteerd.Ten slotte in deze inleiding wil ik nog benoemen dat gezien de druk op destrafrechtketen de blik ook gericht moet zijn op andere mogelijkheden omhet slachtoffer recht te kunnen doen, dus buiten de strafrechtketen om,zoals vroegtijdige hulp, herstelrechtvoorzieningen en het betrekken enfaciliteren van de directe omgeving van het slachtoffer in de onder-steuning. Hierover gaat ook een belangrijk deel van de brief die ikvandaag heb gestuurd aan uw Kamer. Dat zijn dus de herstelrechtvoorzie-ningen in het kader van de strafprocedure. Ik zie veel in herstelrecht instrafzaken, maar dat vergt nadere aandacht en een versnelling in hetproces.De gestelde vragen ga ik dus aan de hand van deze blokjes beant-woorden. Ten eerste. In het kader van een duidelijke rechtspositie begin ikmet de rapportages van het Pieter Baan Centrum, de vragen over ControleAlt Delete en inzage in dossiers. Dan zal ik spreken over bescherming. Dangaat het in het bijzonder over de problematiek van privacy en ook over destrafbaarstelling van psychisch geweld alsmede over privacy in de media.Daar hebben we het over gehad. In het kader van het beleidsdoel «eenbeter schadeverhaal» zal ik spreken over de doorverwijzing, het schade-stelsel en affectieschade voor broers en zussen, en ook over letselschade.Dan zal ik spreken over goede ondersteuning, over het hulppunt Fier, waarik al het een en ander over heb gezegd, en in verband daarmee oversektes en de nazorg. Ten slotte zal ik spreken over een paar andereonderwerpen, waaronder de verantwoordelijkheid van werkgevers meteen publieke taak en verkeersslachtoffers.In het kader van bescherming... Liggen de mapjes nog goed? Nee, ik zoubeginnen met de duidelijke rechtspositie.De heer Eerdmans bracht de problematiek van de rapportages van hetPieter Baan Centrum en de inzage daarin ter sprake. Het is duidelijk datslachtoffers en nabestaanden behoefte hebben aan informatie over eenmogelijke psychische stoornis en de invloed daarvan op het gedrag vande verdachte of de veroordeelde. Dergelijke informatie kan een verklaringgeven voor de gebeurtenissen en kan daarmee ook bijdragen aan hetherstel van slachtoffers en nabestaanden. Maar het dilemma zit natuurlijkbesloten in de privacy van de verdachte enerzijds en de behoeften vannabestaanden om meer inzicht te krijgen anderzijds. Ik ben op dit momentin gesprek met een aantal ketenpartners, met name het OM, de slachtof-feradvocaten en het NIFP, om te kijken of de mogelijkheden tot inzagekunnen worden uitgebreid. Met name in de uitvoering van deze inzage-mogelijkheden zit de uitdaging. Ik zal u allen voor het kerstreces infor-meren over de uitkomsten.De heer Koops stelde een vraag over schadevergoedingen. Hij wil wetenof een strafbeschikking aan de orde kan zijn als de dader niet bereid is omschadevergoeding te betalen. Ik stel voorop dat een slachtoffer ook in hetkader van afdoening met een OM-strafbeschikking zijn schade kanonderbouwen en dat bij een OM-strafbeschikking door de officier vanjustitie een schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd. In datgeval zal het CJIB evenzeer de schadevergoeding proberen te innen bij deveroordeelde, ook als de veroordeelde, althans degene aan wie diestrafbeschikking is opgelegd, niet bereid is om te betalen. Dus hetOpenbaar Ministerie doet dit, het gebeurt ook en het lijkt goed tefunctioneren. Vanuit dat perspectief zien wij niet direct aanleiding om dezebeslissing in dat soort situaties bij de rechter te moeten neerleggen.De heer Koops (NSC):Dat begrijp ik. Mij gaat het niet om de gevallen waarin die schadevergoe-dingsmaatregel wordt opgelegd, want dat lost als het ware praktischeproblemen op voor het slachtoffer, dus het is alleen maar goed dat diemaatregel bestaat en wordt ingezet. Het gaat mij om een situatie waarinTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13916 de vordering van het slachtoffer eigenlijk niet zo groot is. Daarom begonik expres over een ingeschopte ruit. Maar € 400 is voor heel veel mensenecht heel veel geld. Het is niet genoeg geld om een schadevergoedings-maatregel voor in te zetten, maar het is echt wel heel veel geld. Waar ikavers van ben, waar ik op tegen ben, is dat een dader probeert teonderhandelen over dat bedrag. Er zijn heel veel situaties waarindergelijke onderhandelingen wel degelijk op zijn plek zijn, bijvoorbeeld alshet moeilijk is om vast te stellen wat de omvang van de schade is. Dan slaje die discussie over, dan zeg je «dit is er» en dan komen partijen bijelkaar. Dat is typisch iets waarbij een rechter een zeer belangrijke rol heeftin het kader van die gesprekken die je erover hebt. Maar wat ik niet wilhebben, is dat een dader die een strafbeschikking aangeboden krijgt, diedus in het traject zit op weg naar een strafbeschikking, misbruik maakt vande situatie door te zeggen: «Jongens, hier heb je € 400; ik teken daar bijhet kruisje en ajuus. Maar als je echt die volle € 500 komt ophalen, werk ikniet mee.» Dat wil ik niet hebben. Daar was mijn vraag op gericht: is deMinister het ermee eens dat die dan dus doorgaat naar de rechter?De voorzitter:De Staatssecretaris. Ik maak van de gelegenheid gebruik, want ik hebverzuimd om het eerder te vermelden, om te zeggen dat het opnieuw mijnvoorstel zou zijn om het aantal interrupties te beperken tot drie, gelet opde tijd.Staatssecretaris Struycken:Dank aan de heer Koops voor de nadere toelichting. Wij herkennen dit niethelemaal, want ook bij kleinere bedragen – u noemde € 400 – lijkt hetsysteem te werken. Uw vraag leek meer te zien op de dynamiek vanonderhandelen, waar kritisch naar moet worden gekeken door de rechter.Maar zoals wij de praktijk duiden, bepaalt de officier van justitie op basisvan de aangeleverde informatie wat het schadevergoedingsbedrag moetzijn. In die zin zit daar niet echt onderhandelingsruimte tussen dader ofverdachte enerzijds en slachtoffer anderzijds. Het is ook wel de vraag ofhet beter wordt als niet een officier van justitie maar de rechter dat procesbegeleidt. Dus we herkennen het beeld niet helemaal. Het is voor ons nuniet evident dat het slachtoffer er veel beter van wordt als in dit soortsituaties de beslissing door de rechter wordt genomen.Maar goed, uw Kamer is ermee bekend dat er op dit moment veel studieis naar de OM-strafbeschikking. Er is toegezegd aan de Kamer om juistook de positie van slachtoffers daarin zeer uitvoerig mee te nemen. Dit zaldaar een onderdeel van kunnen zijn. We zullen uw vraag dus ter kennisbrengen van degenen die dat onderzoek begeleiden.De voorzitter:U mag een korte vervolgvraag stellen. Gaat uw gang.De heer Koops (NSC):Is dit nou een toezegging? De Staatssecretaris is briljant in het kiezen vanomzichtige bewoordingen, zoals «dit zou mee kúnnen worden genomenin het onderzoek.» Maar wordt het nou meegenomen of niet?Staatssecretaris Struycken:Ik zal erop aansturen dat dit onderwerp wordt meegenomen in hetonderzoek en ook in het gesprek dat gaande is tussen het OM enSlachtofferhulp Nederland, want dat gesprek, die dialoog, is misschiennog wel belangrijker dan het onderzoek dat wordt gedaan. Dus detoezegging is dat ik dit onder de aandacht zal brengen, zodat het wordtmeegenomen.Dan ga ik door ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13917 De voorzitter:Worden wij daar dan op enig moment ook over geïnformeerd? Zo ja,wanneer?Staatssecretaris Struycken:Zeker, maar dan wel in het kader van de resultaten van het onderzoek naarde OM-strafbeschikking. Daar gaat uw Kamer heel veel over te horenkrijgen in de komende tijd. Ik weet niet precies wanneer, maar dit gaat erzeker in mee.Dan is er de niet-onbelangrijke vraag van de heer Crijns over de proble-matiek van Controle Alt Delete. Dit is in belangrijke mate een vraag voorde Minister, want hij gaat over de politie, maar ik neem graag de ruimteom deze problematiek te adresseren. We praten over situaties waarin eenpolitieagent zich genoodzaakt heeft gezien om geweld te gebruiken, meteen dodelijk slachtoffer als gevolg. Dit betreft typisch de spanning tussenhet belang van de politieagent – ik spits het toe op de persoon – diegetracht heeft om zijn werk goed te doen, maar daar ook rekenschap vanmoet afleggen, versus de nabestaanden van het slachtoffer van hetpolitiegeweld. Beiden hebben hier belangen. Ook zijn er de belangen vande nabestaanden om zicht te krijgen op wat er is gebeurd. Die belangenmoeten goed worden gewogen. Dat doet de officier van justitie van gevaltot geval. Die belangenafweging ligt ook ten grondslag aan de openbaar-making van gegevens.Wat mij betreft is evident dat het belang van de veiligheid van depolitieagent ook bescherming verdient als onderdeel van die belangenaf-weging. Dus wat dat betreft is dat woord aan het adres van de politie-agent evenzeer relevant in het kader van deze complexe problematiek.Want ik ga ervan uit dat er eigenlijk nooit sprake is van kwade trouw. Datbetekent dat je hier kwetsbare mensen hebt die ... «Kwetsbare mensen» isniet helemaal het goede woord. Je hebt een botsing van belangen tussenmensen en daar moet goed mee worden omgegaan.Ik kom nu op de vraag over inzage en de rechtsmiddelen daartegen, eenvraag van mevrouw Mutluer.De voorzitter:Maar toch is er eerst nog een interruptie van de heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Ik hoor een hele hoop woorden van de Staatssecretaris, maar het lijkenlosse flodders die de Staatssecretaris schiet. Ik hoor niet dat hij er afstandvan neemt dat onze agenten op de website en met niet-indirecte woordenin de brief worden beschuldigd van institutioneel racisme. Deze beschuldi-gingen gaan ook richting OM en richting de rechtbank. Ik vind dat deStaatssecretaris moet staan voor onze agenten, die dag en nachtklaarstaan voor ons, die voor onze veiligheid zorgen, die voor deveiligheid zorgen. Het kan niet zo zijn dat zij door een activistische clubworden weggezet als racisten of als mensen die discrimineren. Ikverwacht eigenlijk dat u afstand neemt – ik hoop dat u dat gewoon zegt –van opmerkingen van die club over institutioneel racisme binnen depolitie.Staatssecretaris Struycken:De politie verdient waardering, respect en bescherming. Maar een sterkepolitie betekent ook weerbaarheid tegen beschuldigingen en eenbereidheid om verantwoording af te leggen. Ik hoef geen afstand tenemen van activistische clubs of van wie dan ook. Ik focus vooral op depolitie, de wens om het werk goed te doen, de bereidheid om verant-woording af te leggen en rekenschap af te leggen voor die situatieswaarin er sprake zou kunnen zijn of lijkt te zijn van institutioneel racisme.Als dat zo is ... Daar lopen allerlei onderzoeken naar. Daar wordt naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13918 gekeken, mede om te voorkomen dat dat gebeurt, door meer zicht tekrijgen op wat feitelijk de situatie is op basis van wetenschappelijkonderzoek en feiten. Ik heb er alle vertrouwen in dat een weerbare politieook in staat is om daar waar het verwijten betreft die niet terecht zijn, zichdaartegen te weren en daar waar het wel terechte feiten zijn, zich teverbeteren en te versterken. Wat dat betreft heb ik veel vertrouwen in depolitie. Dat geldt evenzeer voor de rechterlijke macht, waar dezelfdeverdenkingen af en toe worden geuit.Dan kom ik op het rechtsmiddel en een vraag van mevrouw Mutluer.De voorzitter:Er is toch nog een interruptie van de heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Was dat al het blokje Controle Alt Delete? Ja? Oké. Dan is het toch goeddat ik aan het opletten ben, anders was ik mijn vraag kwijt. Ik had ookgezegd in mijn bijdrage: «Ook verwachten wij een toezegging dat hij hetoverleg met de gerechtshoven niet gebruikt om tegemoet te komen aandeze activistische eisen.» Wij lezen namelijk in de brief die u ons alsKamer heeft toegestuurd dat u gesprekken hebt met de gerechtshovennaar aanleiding van de brief van Controle Alt Delete. Daar zou ik graageen toezegging op willen hebben.Staatssecretaris Struycken:Dat overleg betreft inzage, dus de belangenafweging die gemaakt wordtin het kader van inzage. Ik heb getracht met veel woorden, goed gekozenof wollig gekozen, juist zicht te geven op de complexiteit van diebelangenafweging en het belang dat alle belangen goed wordengewogen. Dat is onderdeel van het gesprek met de rechtspraak, opdat datgesprek ertoe leidt dat die afweging zuiver en goed wordt gemaakt en nietop basis van beschuldigingen of veronderstellingen.Dan ga ik nu naar het rechtsmiddel, of het gebrek daaraan. Nabestaandenhebben het recht om kennis te nemen van processtukken. Kennisnemenbetekent zowel inzage in het dossier alsook het verkrijgen van eenafschrift. Beide elementen van kennisnemen vinden wij van belang. Het isechter geen onbeperkt recht. Ook daar is sprake van een belangenaf-weging van geval tot geval, om te voorkomen dat meer informatie wordtverstrekt dan nodig is. Ten aanzien van deze belangenafweging hebbennabestaanden inderdaad op dit moment geen rechtsmiddel. Ze kunnenniet in beroep tegen de afweging die wordt gemaakt. In het nieuweWetboek van Strafvordering wordt de positie van nabestaanden op ditpunt wel verbeterd. Als de officier van justitie het verzoek tot kennis-geving afwijst, zullen nabestaanden zich in de toekomst kunnen wendentot de rechter-commissaris. Dat zal gelden voor verzoeken die bij deofficier van justitie tijdens het strafrechtelijk onderzoek worden ingediendtot aan het eind van de termijn waarin nabestaanden hun beklagpro-cedure kunnen starten.Ik wil ook los hiervan zicht krijgen op de praktijk van kennisname vanprocesstukken, en in dit verband op hoe met verzoeken van slachtofferswordt omgegaan. Het WODC start hier een onderzoek naar. De resultatenworden verwacht in het eerste kwartaal van 2026. Het gaat dus overonderzoek naar de praktijk van kennisname van processtukken in verbandmet verzoeken van slachtoffers.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Deze discussie hebben we eerder met elkaar gevoerd. We hebben dewens uitgesproken, of het nou gaat om coldcasezaken of fataal politie-geweld. Daarmee zeg ik niet dat er ruimte moet zijn voor allerlei eigen-richting, maar als nabestaanden of slachtoffers volledige inzage willen indossiers, dan moet dat in mijn beleving volgens Europees recht ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13919 toegestaan worden. Dat gebeurt nu niet. Ik ben blij met het onderzoek. Ikvraag me af of er in de aanloop naar het Wetboek van Strafvordering – hetduurt natuurlijk nog een aantal jaren voordat dat in werking treedt –nagedacht kan worden, samen met het OM, over het openstellen vanbepaalde rechtsmiddelen op het moment dat een dergelijk verzoek doorhet OM wordt afgewezen. Een derde partij kan dan onafhankelijk toetsenof het verstrekken van inzage toch niet had gemoeten.Staatssecretaris Struycken:Een rechtsmiddel creëren is nu eenmaal onderdeel van wetgeving. Dusdat laat zich niet zo makkelijk op korte termijn realiseren. Ik denk dat wevooral moeten inzetten op een verbeterde, zo goed en zuiver mogelijkebelangenafweging. Inzetten daarop is het meest opportuun op de kortetermijn. Wat cold cases betreft: op dat vlak is veel gaande. Ik heb daargeen actueel antwoord op. Ik weet dat de Kamer de komende tijd daarnader over wordt geïnformeerd. Specifiek aangaande cold cases kan ik unu geen nadere informatie geven.De heer Verkuijlen (VVD):De Staatssecretaris schetst een interessant pad, naar de rechter-commissaris. Als ik u goed beluister, zegt u eigenlijk dat er gevallen zijnwaarin niet alle informatie wordt vrijgegeven. Dan is mijn vraag aan deStaatssecretaris of hij kan aangeven of ook wordt gemotiveerd waaromdie informatie niet wordt gegeven aan de slachtoffers.Staatssecretaris Struycken:Ik moet het antwoord bewaren. Wij weten op dit moment niet zeker inhoeverre er een gemotiveerde beslissing aan de nabestaanden wordtgegeven. Daar komen we op terug in de tweede termijn.Ik kom nu op privacy. Daar spraken we natuurlijk al even over in het kadervan bescherming. Ik noemde al dat gisteren het Besluit beschermingslachtoffergegevens en processtukken in werking is getreden. Dat zien weals een mooie stap voorwaarts. De betrokken ketenpartners zullenslachtoffers steeds informeren over het onvermeld laten van gegevens.Hier is bij hen veel aandacht voor. Slachtofferhulp Nederland vervult ookhier een rol, daar waar Slachtofferhulp Nederland betrokken is uiteraard,met name bij de onderbouwing van de schadevergoedingen door hetlakken van persoonsgegevens in de onderbouwende stukken daarbij.Daarmee wordt voorkomen dat informatie per ongeluk op verkeerdeplaatsen terechtkomt. Er wordt zo veel mogelijk vermeden datniet-noodzakelijke gegevens toch in het dossier terechtkomen. Honderdprocent zekerheid dat slachtoffergegevens nooit meer zonder noodzaak inhet strafdossier voorkomen, kan ook met deze oplossing echter nietworden gegeven. Dat is deel van de realiteit. We hebben geen honderdprocent waterdichte oplossing. De inzet moet zijn dat zij die bij deprocedure betrokken zijn, daarop letten en erin geschoold worden om hetprobleem zo klein mogelijk te maken. Ik hoop dat slachtoffers daarin huneigen restverantwoordelijkheid nemen.Verwant hieraan is de vraag hoe om te gaan met de situatie dat eenslachtoffer aangifte heeft gedaan onder nummer, zoals bij agentenregelmatig gebruikt, omdat zij anoniem willen kunnen blijven als zij zichvoegen als benadeelde partij. Naam en geboortedatum van het slachtofferkunnen nodig zijn om de vordering tot schadevergoeding te beoordelen,bijvoorbeeld om na te gaan of de stukken ter onderbouwing van devordering schade betreffen die door de benadeelde partij ook daadwer-kelijk is geleden. Ik wil kijken of een oplossing mogelijk is waarbij deprivacy van de benadeelde partij wordt beschermd maar ook de vorderinggoed kan worden beoordeeld. Ik denk aan een rol voor de advocaat vande verdachte, zodat die de kennis heeft en een goed verweer kan voerenzonder dat de informatie in het dossier terugkomt. Dit is onderdeel vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13920 iets dat we onderzoeken. Hierop komen we terug in de eerstvolgendevoortgangsrapportage slachtofferbeleid.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dat lijkt me prima, want die casus met die agenten die om veiligheidsre-denen een nummer hadden gekregen en bij wie uiteindelijk hun vorderingniet ontvankelijk werd verklaard, vind ik niet getuigen van om onzeslachtoffers en politieagenten – daar hadden we het net over – heen staan.Waar ik geen antwoord op heb gekregen van de Staatssecretaris heeft temaken met de omwegen, zoals met het adres van een huisarts ofwerkgever toch de identiteit van een slachtoffer kunnen achterhalen. Iksnap dat de Staatssecretaris zegt: we kunnen geen honderd procentwaterdichte garantie geven. Maar welke acties gaan we ondernemen omervoor te zorgen dat niet op een andere wijze de identiteit van eenslachtoffer of getuige die om veiligheidsredenen niet genoemd wenst teworden, alsnog achterhaald kan worden? Er zijn in het verleden gewoonte veel fouten gemaakt wat dit betreft. Dat vind ik gewoon niet goed. Datvraagt dus eigenlijk veel meer inspanning dan nu wordt geleverd.Staatssecretaris Struycken:Dat is het: het vergt veel meer inspanning. Dit heeft alles te maken methet bewustzijn van alle betrokken partijen. Het is niet waterdicht te maken.Het is ook erg gevalspecifiek. Het ene type informatie zal in het ene gevalwel herleidbaar kunnen zijn, en in het andere geval niet. Het is dus niet inalgemene zin te zeggen of dicht te regelen, want zelfs met een uitvoerigregelstelsel kun je ongelukken niet voorkomen. Het heeft dus echt temaken met bewustzijn. Daar werken we hard aan. Ik hoop dat het besluitdat gisteren in werking is getreden, ook aan dat bewustzijn bijdraagt.In verband hiermee was er dan nog de vraag van de heer Eerdmans: hoekunnen we dit beter borgen? Dat is eigenlijk dezelfde vraag. Er is bewustvoor gekozen om in het besluit niet ook op te nemen dat de naam engeboortedatum weggelaten kunnen worden. Die gegevens zijn namelijknoodzakelijk om de identiteit van het slachtoffer met voldoende zekerheidvast te stellen. Bovendien zou het in bepaalde situaties moeilijker kunnenworden om de betrouwbaarheid te toetsen van verklaringen vanslachtoffers die nog getuige zijn. Dat kan weer onwenselijk zijn in verbandmet de waarheidsvinding en de eerlijkheid van het proces. Ook hierbijgeldt: het besluit is een grote stap voorwaarts, maar een aantal gegevensblijft noodzakelijk, en 100% waterdichtheid kunnen we niet bieden.De heer Eerdmans vroeg ook naar de problematiek van privacy in demedia en de trend die we zien dat filmmakers rapportages maken overmoordgevallen uit het verleden. Het is natuurlijk evident dat slachtoffersgeen extra leed moet worden berokkend door berichtgeving in de media.Bescherming van de privacy van slachtoffers is in de eerste plaats deverantwoordelijkheid van de media zelf. De persvrijheid is hierbij in hetgeding, dus dat betekent dat de overheid een zekere mate van terughou-dendheid moet hebben. Maar desalniettemin kan er wel een moreel appelworden gedaan.De Raad voor de Journalistiek heeft een leidraad opgesteld waarin staathoe rekening moet worden gehouden met de belangen van slachtoffers.De Staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in 2023 hetbelang van slachtoffers onder de aandacht gebracht van de journalistiek.Ook het Fonds Slachtofferhulp is actief op dit vlak, door middel van eenbewustwordingsproject in samenwerking met de Hogeschool Utrecht. Datis gericht op redacties van nieuwsmedia en journalisten zelf. Bij hetvolgende gesprek met het Fonds Slachtofferhulp zal ik de suggestie doendit traject ook uit te breiden naar de makers van films en documentaires.Ik zie nog een restcategorie in uitzonderlijke situaties, want het is niet uitte sluiten dat de wijze waarop een documentaire wordt gemaakt en deinformatie die daarin wordt gegeven, in bepaalde gevallen gewoon inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13921 strijd is met de zorgvuldigheid die het maatschappelijke verkeer betaamt.Voor de goede verstaander betekent dat dat er onrechtmatig wordtgehandeld. Dat kan enerzijds leiden tot schadeplichtigheid en anderzijdsook tot een verbodsactie. Maar dat vergt wel een civiele procedure, en datis soms te veel gevraagd. Veel beter zou het zijn dat deze situaties zichniet voordoen.Ik kom ten slotte bij het blokje over de strafbaarstelling van psychischgeweld. Wanneer komt die wet? Het wetsvoorstel bevindt zich in eenvoorbereidende fase. Mede aan de hand van inventariserende gesprekkenmet experts zijn de contouren voor het wetsvoorstel opgesteld. Daarinwordt onder meer beschreven welke gedragingen onder de strafbaar-stelling moeten komen te vallen. Dat is hierbij het complexe punt: debeschrijving van de gedragingen die onder de strafbaarstelling moetenvallen.Er is ook gesproken met het hulppunt Fier – dat is eerder genoemd – overpsychisch geweld in de context van dwingende groeperingen. Er zijn tweeonderzoeken gaande die eind dit jaar worden gepubliceerd en ook bij hetwetsvoorstel zullen worden benut: een internationale rechtsvergelijkingvan de Open Universiteit en een onderzoek naar de strafrechtelijkeaanpak. Er wordt ook een pilot voor verbetering van de dossiervorminggehanteerd. De resultaten van die pilot worden betrokken bij hetuitwerken van de contouren van het wetsvoorstel. Naar verwachting zalhet wetsvoorstel Strafbaarstelling psychisch geweld uiteindelijk in deeerste helft van 2026 in internetconsultatie kunnen gaan.De voorzitter:Ik permitteer mezelf even één interruptie. Ik kijk even naar links om te zienof dat wordt goedgevonden.Voorzitter: MutluerDe voorzitter:Zeker. Meneer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Ik heb een vraag over dat wetsvoorstel Strafbaarstelling psychischgeweld. Toen Staatssecretaris Coenradie dit aan de Kamer meldde in eendebat over onveiligheid voor vrouwen en zedenzaken, in de context vanfemicide en huiselijk geweld, heeft de Kamer gezegd: kijk dan ook naarandere vormen van psychisch geweld. Kan de problematiek van sektesdaar misschien aan toegevoegd worden? Daar zit namelijk nogal eenlacune op dit moment. Begrijp ik het goed dat er onderzoeken lopen dieop tijd klaar zijn om ze te kunnen betrekken bij de voorbereiding van ditwetsvoorstel, zodat de neutraal geformuleerde strafbaarstelling, dus eenvorm van een formulering, van een delictsbepaling, over psychischgeweld, van toepassing kan zijn op psychisch geweld in zowel de contextvan huiselijk geweld en femicide, als de context van gesloten groepe-ringen, van de sekteproblematiek? Als dat duidelijk in de toelichting kankomen te staan, kan dat in de toekomst enorm helpen bij de aanpak vandie – het zijn mijn woorden – verschrikkelijke sektes.Staatssecretaris Struycken:Zo is het. Getracht wordt een formulering te vinden die beide voldoendeomvat. Dat is de problematiek van de strafbaarstelling: het moet welduidelijk zijn wat strafbaar is. Het legaliteitsbeginsel kan niet wordengenegeerd. Gezocht wordt naar een formulering die beide omvat. Dememorie van toelichting zal daarbij behulpzaam kunnen zijn. De expertsvinden dit complex. Mevrouw Coenradie heeft aangegeven dat wehiermee aan de slag gaan en dat is ook echt zo, maar de complexiteit zitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13922 ’m wel in de uitwerking. Die poging gaan we doen. We gaan trachten datallemaal mee te nemen.Voorzitter: Van NispenStaatssecretaris Struycken:Dat brengt mij bij het volgende blok: schade en alles wat daarmeeverband houdt, het schadeverhaal. Mevrouw Mutluer en anderen hebbenvragen gesteld die betrekking hebben op de resterende onevenwichtig-heden van het stelsel voor schade en compensatie. Het betreft vooralvoorstellen uit het rapport Doen wat kan, van de Erasmus Universiteit.Alvorens op de specifieke vragen in te gaan, wil ik kort toelichten waaromik het van belang vind om nader te onderzoeken welke mogelijkheden erzijn om te komen tot een eerlijkere en evenwichtigere verdeling van deoverheidsmiddelen onder slachtoffers, maar ook tot een gelijkerebehandeling van slachtoffers van ernstig geweld en zedenzaken en totmeer duidelijkheid voor slachtoffers en verdachten. Het huidige stelselkent namelijk onevenwichtigheden vanwege de onvoorspelbaarheid, dewillekeur en de ongelijkheid tussen slachtoffers van ernstig geweld enzedenzaken. Te veel hangt af van toeval en willekeur waar het gaat om deinhoudelijke behandeling van de vordering van de benadeelde partij in hetstrafproces.Ik acht het van belang om mogelijke oplossingsrichtingen en wat deeffecten daarvan zijn op slachtoffers in samenhang te bezien. Dat is danook een van de aandachtspunten die ik naar voren heb trachten tebrengen in de meerjarenagenda. Te denken valt aan een verhoging van demaximale tegemoetkoming bij het schadefonds voor EGZ, dus voorslachtoffers van ernstig geweld en zedenzaken en hun nabestaanden, eenverdere normering van de bedragen, een verduidelijking van wat wel enniet kan in het strafproces, een verbetering van de behandeling in hetstrafproces en het verkennen van de mogelijkheden die via verzekeraarszouden kunnen bestaan voor vergoeding van schade. Deze punten zijnniet bedoeld als verslechteringen, maar als verbeteringen, omdat zebelemmeringen voor slachtoffers wegnemen, omdat slachtoffers snellerduidelijkheid moeten krijgen over hun compensatie en omdat hun eenbelastend strafproces of een belastende civiele procedure wordtbespaard.Met andere woorden, de gesignaleerde verslechteringen zijn niet zobedoeld. We constateren in bredere zin wat er eigenlijk niet goed werkt inhet huidige stelsel, namelijk dat uiteindelijk lang niet iedereen gelijkelijkeen schadevergoeding krijgt via de weg van de strafprocedure, simpelwegomdat heel veel slachtoffers die hele strafprocedure niet halen, om hetmaar even zo te zeggen, en dan niets krijgen of slechts beperkt ietskrijgen. We moeten dus blijven kijken naar andere wegen en andereinstrumenten, ook buiten het strafproces, om in het schadeverhaal tevoorzien. Dat is eigenlijk ook de strekking van het rapport Doen wat kan.Dat rapport nodigt ertoe uit om te blijven nadenken over andere mogelijk-heden van schadeverhaal buiten het strafproces. Tegelijkertijd identificeerthet, voor zover het wel het schadeverhaal binnen het strafproces betreft,een aantal oneffenheden. Die oneffenheden proberen we weg te nemen,maar dat is, als je alles tezamen beschouwt, niet beoogd als eenverslechtering.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Zo is het wel overgekomen. Dat zeg ik in alle eerlijkheid. Op het momentdat je schrijft «we willen dat slachtoffers hun schade zo veel als mogelijkkunnen verhalen» en je met al die suggesties komt, lijkt het – ik herhaalwat ik al gezegd heb – alsof je zo weinig als nodig aan de slachtoffers wilttoekennen. Dat geldt onder andere voor het stellen van die maximumbe-dragen. Dan ga je in mijn beleving echt voorbij aan het feit dat eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13923 eenvoudig te berekenen schade toch een hoger schadebedrag kanopleveren dan de vastgestelde schade. Als je een dergelijke claim nietmag meenemen in je strafproces, wordt het heel lastig om een civielerechter te vragen om daarnaar te kijken, in mijn beleving. Ik verwacht dusvan de Staatssecretaris, en dat is gelijk mijn vraag, mijn opmerking, mijnverzoek, dat hij de uitwerking van de aanbevelingen die uit het rapportDoen wat kan naar voren zijn gekomen, zo zorgvuldig mogelijk ter handneemt. Het kan echt niet zo zijn dat slachtoffers er, met het oog op hunvergoeding, slechter uit komen dan is bedoeld, want dan zullen wij echtmet voorstellen komen om daar een stokje voor te steken. Graag eentoezegging daarop dus.Staatssecretaris Struycken:Zo is het niet bedoeld. We moeten het inderdaad helder presenteren. Wemoeten een evenwichtige beoordeling geven van de aanbevelingen uithet rapport Doen wat kan. Wat mij betreft is het uitgangspunt helder: hetmoet evenwichtiger en eerlijker en het moet minder afhankelijk zijn vantoeval. Dat is de insteek. Misschien is dat dan ook, zeg ik tegen devoorzitter in antwoord op zijn vraag, mijn reactie op de brief van hetFonds Slachtofferhulp: de gemeenschappelijke intentie is om te komen toteen eerlijker en evenwichtiger stelsel, in de basis. In de inleiding noemdeik een aantal elementen waarin dat terugkomt.De heer Verkuijlen (VVD):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat het evenwichtiger moet, maar ik zieook dat hij bezig is met een andere normering voor immateriële schade.Dat is een van de opdrachten. Ik heb hier de Smartengeldgids van deANWB bij me. Daar staat immateriële schade ook gewoon in. Het sterkedaarvan is dat die is opgebouwd op basis van jurisprudentie. Het is niet zodat iemand zomaar kan zeggen: we doen een verkeersboete en dit is hetbedrag. Nee, dit is echt onderbouwd, waarbij is gekeken naar meerdereuitspraken, op basis waarvan de schadebedragen zijn geformuleerd. Ikvraag mij dus af waar de Staatssecretaris nu de onevenwichtigheid ziet.Staatssecretaris Struycken:Het hanteren van schalen is zeker onderdeel van de benadering die wijwillen kiezen. De suggestie om te standaardiseren op basis van schalen entabellen maakt ook onderdeel uit van het rapport Doen wat kan. Diebehoefte bestaat heel duidelijk. Dat is dus juist een van de lijnen die wekiezen.De heer Verkuijlen (VVD):Maar toch, als u de schade gaat normeren, loopt u dan niet de kans datdat, zeker in de strafrechtpraktijk, wordt aangevochten en dat daardoorweer nieuwe jurisprudentie en andere schadebedragen ontstaan? Wat isnou de toegevoegde waarde van het kiezen voor een vaste normering?Die lees je hier ook in de Smartengeldgids al.Staatssecretaris Struycken:Ik weet niet of ik dit helemaal goed begrijp. Wat ik weet van de Smarten-geldgids is dat die een kader biedt dat duidelijkheid biedt voor voorspel-baarheid, en daarmee ook voor eenduidigheid en evenwichtigheid. Datzou dus ook de insteek moeten zijn in het kader van schadeverhaal binneneen strafprocedure. Het kan natuurlijk betwist worden, maar de helegedachte van zo’n tabel is dat er een zekere normerende werking vanuitgaat en dat dat de kans verkleint dat het zinvol is om überhaupt dediscussie te starten. Dat zou de efficiëntie wel vergroten. Dat zou ook dekans vergroten dat de strafrechter zich erover uitspreekt. De heer Koopsbeschreef ook de situatie, die toch te vaak voorkomt, dat de strafrechter erniet aan begint omdat de discussie te complex is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13924 De heer Verkuijlen (VVD):Ik heb toch een vervolgvraag. Mijn ervaring is namelijk dat je in eenenkelvoudige kamer in het strafprocesrecht niet boven de € 800 zo’nbeetje komt; in de meervoudige kamer misschien wel. Zegt u daarmeedan ook dat u dat strafbedrag hoger wilt gaan maken in de strafrecht-zaken?Staatssecretaris Struycken:Dat zeg ik inderdaad. De gedachte is wel dat er door de normering meerruimte bestaat voor hogere bedragen dan die € 800. Dat is wel degedachte. De hele bedoeling van die Rotterdamse Schaal is om het voorde strafrechter makkelijker te maken om bedragen toe te wijzen. Dat kandan ook hogere bedragen omvatten.Dan de vraag van mevrouw Mutluer over de hardheidsclausule bijaffectieschade. Op die hardheidsclausule moet nu worden teruggevallenom affectieschade vergoed te krijgen voor broers en zussen. Dan moet erworden beoordeeld of er een affectueuze band is. Ik ben blij dat deevaluatie van de wet affectieschade positief is. Uit de evaluatie blijkt datduidelijkheid van de wet en een vaste kring van gerechtigden en vastebedragen goed werkt. Maar voor andere mensen dan die vaste kring moetinderdaad een nauwe persoonlijke band worden aangetoond. Diebeoordeling hangt dus af van alle omstandigheden en dat kan complexzijn. Dat is een kwestie van weging in de rechtspraktijk. Het is primair detaak van de rechter om daar door de ontwikkeling van de rechtspraakgestalte aan te geven. Dat is ook de aard van een hardheidsclausule. Diegevalsbeoordeling is niet iets voor de wetgever, maar meer iets voor derechter, die na verloop van tijd zichzelf sturing geeft doordat daar meerjurisprudentie over komt te bestaan. Ik noem maar even iets wat we nogniet zo heel veel gebruiken in Nederland, maar wat wel kan: cassatie in hetbelang der wet. Daar kan ook een sterk normerende werking van uitgaanin situaties zoals deze, als het gaat om de relevante omstandigheden ende vuistregels die moeten worden gehanteerd bij die belangenafweging inhet kader van de hardheidsclausule. Mijn verwachting is dat er mindervaak een beroep op de hardheidsclausule zal worden gedaan in detoekomst, omdat ik broers en zussen onder de vaste kring van gerech-tigden ga brengen. Een hele belangrijke categorie situaties waarin men nuop die hardheidsclausule is aangewezen, valt daarmee weg.Ik ben me ervan bewust dat er thans verschillen zijn tussen de diverserechtbanken bij de beoordeling van de hardheidsclausule. Ik zal dat ookonder de aandacht brengen van de Raad voor de rechtspraak. Maarnogmaals, het justitiële systeem is erop gericht dat er uiteindelijkrechtseenheid komt door hogere instanties, waaronder dus cassatie in hetbelang der wet, als dat hier mogelijk is; dat weet ik niet zeker, maar dat isdenkbaar. Ik breng het onder de aandacht van de Raad voor de recht-spraak.De heer Eerdmans noemde een getal: een op de tien komt in aanmerkingvoor het Schadefonds. De vraag is of we de signalen herkennen vanslachtoffers die geen of te weinig aanspraak maken. Het getal komt uit eenonderzoek dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft laten uitvoeren.Wij begrijpen dat het Schadefonds zelf nog met een reactie daarop komt.Uit het onderzoek blijkt dat niet ieder slachtoffer dat mogelijk inaanmerking komt voor een tegemoetkoming, ook wordt bereikt. Hierspeelt wel mee dat die tegemoetkoming een recht is en dat het dus aanslachtoffers zelf is om te bepalen of zij wel of niet een aanvraag willenindienen. Maar dat kunnen ze natuurlijk alleen bepalen als ze er ook weetvan hebben. Randvoorwaarde is dus wel dat slachtoffers voldoende zijngeïnformeerd over de mogelijkheden die het Schadefonds biedt. Mogelijkkan in de doorverwijzing door de ketenpartners naar het Schadefonds nogeen verbetering plaatsvinden. In de reactie op de vijfjaarlijkseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13925 zbo-evaluatie, die na het zomerreces naar de Tweede Kamer wordtgestuurd, zal ik ook het doelgroepenonderzoek meenemen.Mevrouw Mutluer stelde in dit kader de vraag of er iets geregeld wordtvoor incestkinderen, zoals dat sinds kort heet. Ik snap uw vraag gezien deactualiteit, maar die komt te vroeg. Het Schadefonds Geweldsmisdrijvenbestudeert op dit moment de uitspraak van de rechtbank. Het is duidelijk:het probleem is dat er geen sprake is van geweld rechtstreeks jegens hetkind. Daarmee voldoet het niet aan de criteria die het SchadefondsGeweldsmisdrijven stelt.De voorzitter:Mevrouw Mutluer is eigenlijk door haar interrupties heen, maar ik heb deheer Verkuijlen ook een extra interruptie toegestaan. Ik zei «eigenlijk»,mevrouw Mutluer. Volgens mij moet het kunnen als u kort en bondig bent.Gaat uw gang.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik wilde namelijk nog een vraag stellen... Nou ja, ik ga het gewoon doen.Het is best gek dat kinderen die zijn geboren uit incest... Ik haalde Jasperals voorbeeld aan, omdat hij met naam en toenaam in de krant stond. Ikvind het van lef getuigen dat je gewoon vertelt wat jou is overkomen. Ikdenk dat deze Staatssecretaris zich goed kan voorstellen wat voor impactdat heeft op iemand die uit zo’n incestueuze relatie is geboren. Diekinderen moeten gewoon meegenomen worden met het Schadefonds,net als affectieschade. Is de Staatssecretaris het daar niet mee eens?Staatssecretaris Struycken:Ik zei dat het te vroeg komt om een oordeel te geven. Laten we wel scherphouden dat we hier een grote stap zetten. Het is het SchadefondsGeweldsmisdrijven en de vraag is of hier sprake is van een geweldsmis-drijf. Dat criterium is er niet voor niks. We kunnen met elkaar nadenkenover een veel ruimere normstelling, zodat ook andere soorten misdrijvendan geweldsmisdrijven binnen de reikwijdte komen te vallen, maar dat iswel een hele grote stap en een enorme beleidsmatige verandering. Dat ereen zekere spanning zit, is duidelijk. De rechter heeft niet voor niksgezocht naar mogelijkheden om toch tot een uitkering te komen. Maar wemoeten hier goed naar kijken, ook of deze uitspraak standhoudt. Daarwordt naar gekeken door het Schadefonds Geweldsmisdrijven zelf. Dat isnamelijk de partij die hierover gaat, maar ook over de beslissing om aldan niet in hoger beroep te gaan en over de beslissing om na te denkenover een beleidswijziging. Uiteraard heb ik hierover gesprekken met hetSchadefonds. Als het zover is, als er nader zicht is, dan zal ik uw Kamerdaarover zeker informeren in de volgende voortgangsrapportage.De heer Verkuijlen vroeg naar een landelijk fonds schade. Hij vermelddedaarbij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, omdat hetmogelijkheden biedt. Pardon, ik bedoel het Wetboek van Strafrecht; datstaat hier ook. Hoofdelijke aansprakelijkheid is mogelijk als er meerderedaders worden veroordeeld voor dezelfde schade. Dan kan iedere dadervoor de gehele schade worden aangesproken. Dat is de crux vanhoofdelijke aansprakelijkheid. Het is aan die daders zelf om de schadeonderling te verhalen, maar dat werkt alleen als duidelijk is dat meerderedaders aansprakelijk zijn voor dezelfde schade. Dat vloeit voort uit deproblematiek van groepsaansprakelijkheid, geregeld in Boek 6 van hetBW, artikel 166. Het is een nogal complex juridisch kader. Er zijn veleboeken over geschreven, weet ik. Op 28 mei jongstleden zijn hieroverschriftelijke Kamervragen gesteld door de leden Martens-America enMichon-Derkzen aan de Minister van OCW en de Minister van Justitie enVeiligheid. In de beantwoording daarvan zal nader worden ingegaan opdeze vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13926 De heer Van Nispen vroeg nogmaals, en terecht, aandacht voor deproblematiek van de letselschadeverzekeraars: langlopend, complex ennog niet bevredigend. Althans, het staat nog niet vast dat het bevredigendis opgelost. Er zijn wel stappen gezet, ook recent. De meest concrete enbelangrijke stap is dat de Minister van Financiën in navolging van eeneerdere motie van het lid Van Nispen de Gedragscode BehandelingLetselschade wettelijk verankerd heeft om termijnoverschrijdingen doorverzekeraars tegen te gaan. Het belang hiervan zit ’m met name in hetsanctiekader, het bestuursrechtelijke kader. Dit betekent namelijk dat deAutoriteit Financiële Markten hierop risicogestuurd toezicht houdt, via debedrijfsvoering van de verzekeraars. Toezicht van de Autoriteit FinanciëleMarkten betekent ook dat bestuursrechtelijke boetes opgelegd kunnenworden als dat nodig is. Ik zeg «als dat nodig is», omdat toezicht in demeeste gevallen betekent: gedragsbeïnvloeding zonder dat er ook alboetes worden opgelegd. Ik zie daar zelf veel heil in, want toezicht vanuitde AFM is een hele intensieve en deugdelijke vorm van toezicht en wordtzeer serieus genomen. Maar goed, het valt te bezien.Een ander deel van de complexiteit – dat is u bekend, maar ik noem hettoch – is dat er ook andere oorzaken kunnen zijn voor de langlopendeduur. Het kan zijn dat medisch onderzoek niet voltooid is, omdat het ookenige tijd vergt voordat duidelijk is wat de medische eindsituatie is. Hetkan ook te maken hebben met de tijd die benodigd is voor re-integratie inhet arbeidsproces, zodat duidelijk is wat de resterende capaciteit is. Datzijn dus andere oorzaken. Het is denkbaar om daar een dwingende termijnop te leggen, maar dat kan tot gevolg hebben dat er minder maatwerkwordt geleverd. Dan kan een persoon dus minder krijgen dan hij zoumoeten krijgen, doordat de tijd voor adequaat onderzoek ontbrak. Maardat gaat dan over situaties waarin te goeder trouw de resultaten van hetonderzoek worden afgewacht en niet over situaties waarin er sprake zoukunnen zijn van een chicanerende verzekeraar. Het is dus complexeproblematiek.De heer Van Nispen vroeg naar het sanctiekader. Zoals gezegd heb ik hogeverwachtingen van het bestuursrechtelijke sanctiekader. Maar het blijft deaandacht verdienen, ook wanneer de heer Van Nispen er niet naar vraagt.Voorzitter: MutluerDe voorzitter:Een interruptie van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Het is natuurlijk goed dat er voor de Gedragscode Behandeling Letsel-schade, die vaak de «Grote Boze Leugen» is genoemd, zoals de Staatsse-cretaris waarschijnlijk wel weet, nu een toezichthouder is, de AFM, diesancties kan opleggen als daar aanleiding voor is. Ik weet niet of ik daarhoge verwachtingen van heb. De Staatssecretaris heeft die wel. Ik hoorheel graag op termijn, op enig moment, wat de resultaten daarvan zijn.Ik wil hier meteen de volgende vraag aan koppelen. Het argument dat ietssoms nou eenmaal lang duurt omdat de medische eindtoestand nog nietbereikt is of omdat er nog deskundigen worden ingeschakeld, is soms weldegelijk een trainerende toestand. Misschien is het moeilijk om daaronderscheid in te maken, maar na twee jaar procedure op procedure, nogeen keer een medische keuring, nog een keer een deskundige, kun je tochniet in redelijkheid zeggen... Dat begint soms echt op traineren te lijken.We kunnen niet zeggen dat het vaak in het belang van het slachtoffer is.De verzekeraars moeten uitkeren. Ik begin echt mijn geduld te verliezen,niet zozeer met deze Staatssecretaris, maar wel met die verzekeraars. Dieblijven dit soort argumenten altijd aangrijpen en zeggen: ja, maar dat istoch in het belang van die persoon? Nou, ik heb daar zeer grote twijfelsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13927 bij. Ik wil de Staatssecretaris heel graag uitdagen om daar iets op teverzinnen.Staatssecretaris Struycken:Dit heeft alles te maken met gedragscodes en de vraag wat een juistemanier van handelen is. Dat vergt casuïstiek. Dat is echt iets wat ikverwacht van de AFM. Ik verwacht dat de AFM hier in het doorlopendtoezicht goed naar kijkt op basis van hele concrete dossiers. De AFM heeftook toegang tot dossiers en kan de situatie goed beoordelen. Maar ik zeguiteraard toe dat ik erop terugkom in de volgende voortgangsrapportage.Onderdeel daarvan zal een gesprek met de AFM zijn om ook van hen tevernemen hoe dat toezicht verloopt, of het effectief is en of er ietsaanvullends nodig is.De voorzitter:Is dat een toezegging? Ik neem aan dat de Staatssecretaris daaropterugkomt. Het wordt later in de avond, merk ik.Staatssecretaris Struycken:Ik heb een toezegging gedaan om hier aandacht voor te blijven houden,ook in de nabije toekomst zonder iemand als het lid Van Nispen. Datzullen we zeker doen, want het is natuurlijk van belang. U vraagt daar nietvoor niks aandacht voor. Dit frustreert de rechten van slachtoffers. We zijner allemaal op gericht om die juist sterker te maken. Dat is de crux vandeze avond.Ik kom op de suggestie die de heer Koops al eerder heeft gedaan, namelijkeen doorverwijzing naar de civiele rechter. Het blijft een interessantthema. Maar het is dus een afgeleide van de constatering dat het op dehuidige manier niet goed werkt en dat het in die gevallen waarin eenslachtoffer de strafprocedure vindt en een vordering instelt, te vaakgebeurt dat die nul op het rekest krijgt – althans, dat die niet-ontvankelijkwordt verklaard door complexiteit. Als een afgeleide daarvan zocht deheer Koops naar een oplossingsrichting die bestaat uit doorverwijzingnaar de civiele rechter. Nog afgezien van de wetgeving die het vergt, is hetde vraag of dit als instrument voldoende oplevert. De heer Koops heeftgoed beschreven wat de voordelen ervan zijn. Het aanhangig maken vaneen civiele procedure creëert namelijk allerlei obstakels, die bij eenautomatische doorverwijzing vermeden zouden kunnen worden. Inzoverre neemt het dus barrières weg. De vraag is dan wel of de voorschot-regeling van toepassing is in zo’n situatie. Dat is een afzonderlijke keuze.Maar als die van toepassing is – dan kom ik eigenlijk op mijn kernpunt, datik ook in de inleiding heb gemaakt – dan werkt dat dus in het voordeel vaneen klein deel van de slachtoffers. Dat zijn de onevenwichtigheden in hetstelsel. Eigenlijk alleen degenen die met een niet al te complexe vorderingde strafprocedure halen, eenvoudig gezegd, krijgen langs deze weg geld.Dat is onbevredigend, want er zijn zo veel slachtoffers die deze routehelemaal niet kunnen bewandelen. In zoverre is het dus een oplossingvoor een probleem dat een hele andere aanpak vergt. Dat is eigenlijk decrux van de meerjarenagenda. We proberen te kijken naar een bredere,evenwichtige benadering. Ik begrijp dat de heer Koops zegt dat het watongelukkig geformuleerd is in de meerjarenagenda. Daarin is dus bedoeldom die hele grote groep die helemaal niet via de strafprocedure schadevergoed ziet, af te zetten tegen degenen die dan wel langs deze routetegemoet worden gekomen. Dat staat er. Het hele verhaal over oneven-wichtigheden in het stelsel moet je kennen om die zin goed te kunnenduiden.Voorzitter: Van NispenDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13928 Maar de heer Koops gaat ook nog iets anders zeggen, namelijk hetvolgende.De heer Koops (NSC):Ik citeer uit de brief van de Staatssecretaris. Ik hoef geen pagina’s tenoemen hier; daar moet ik nog even aan wennen. «Uit het onderzoek vanCebeon uit 2022 blijkt dat de geschatte extra kosten van de voorschotre-geling ten minste 30 miljoen euro bedragen.» Dit houdt mij uiteraardbezig. Want stel nou dat je een doorverwijzingsbevoegdheid maakt, als jedat wel zou doen. Betekent dat dan dat er 30 miljoen extra aanvoorschotten zou worden uitgekeerd? Als dat zo is, is het namelijk eenuitstekende maat voor de ongelijkheid tussen de mensen wier vorde-ringen in het strafproces worden behandeld en de vorderingen diedaarvoor te ingewikkeld zijn en dus niet-ontvankelijk worden verklaard.Het verschil is 30 miljoen. Dat betekent dat er 30 miljoen zou moetenworden uitgekeerd aan slachtoffers, zonder dat het gebeurt. Dit vraag ikdus in reactie op de wijze van formulering. Dit is wel hoe ik het las, eerlijkgezegd.Staatssecretaris Struycken:Die 30 miljoen is een bedrag dat we graag op een evenwichtigere wijzezouden willen besteden, dus niet alleen aan de slachtoffers die deze routekunnen bewandelen of voor wie deze route wordt gecreëerd, maar juistook voor al die andere. Ik probeer met andere bewoordingen hetzelfde tezeggen, maar dan vanuit het geldperspectief. Als we het geld zoudenhebben, dan zouden we dat graag op een andere manier inzetten, zodatmeer slachtoffers gelijkelijk een vergoeding krijgen. Dat bedoel ik met hetafzetten van die betrekkelijk kleine groep die zijn heil via het strafprocesvindt, al dan niet met doorverwijzing naar een civiele procedure, versusde resterende groep, die substantieel zal blijven, die dan nog steeds nikskrijgt. We zouden het geld liever op een andere manier verdelen; dat ismisschien de simpele samenvatting.Voorzitter. Dan kom ik in het kader van de goede ondersteuning opnieuwop het hulppunt Fier. Ik heb in mijn inleiding al aangegeven wat van grotebetekenis is geweest om ervoor te zorgen dat dit hulppunt sinds gisterenweer actief is. Dat is dus een belangrijke stap. Dat gebeurt overigensonder de naam Hulppunt Onder Controle, HOC. Dat beoogt éénherkenbaar punt voor hulp en doorverwijzing te zijn, specifiek voorslachtoffers van onveiligheid en dwingende controle in gesloten groepe-ringen, kortweg sektes en alles wat erop lijkt. Het is in essentie een meld-en hulppunt. Dat punt is er overigens ook voor naasten die zich zorgenmaken; het is dus niet beperkt tot degenen die zelf slachtoffer zijn. De cruxis laagdrempelige toegang tot hulp. Vandaar ook het accent op diechatfunctie. Het begint allemaal met laagdrempeligheid, omdat juist dezegroep moeite heeft om de reguliere wegen te bewandelen. De analyse, deovertuiging is dat chatcontact die laagdrempeligheid sterk bevordert,zodat slachtoffers in contact komen met Fier en zodat Fier in staat is dieslachtoffers ten eerste te helpen en ten tweede te ondersteunen bij dewarme overdracht, zoals dat heet. Dat wil zeggen: het slachtofferondersteunen bij het doen van aangifte, als het slachtoffer hiervooropenstaat. Dat doet Fier niet zelf. Fier is in essentie een meld- enhulpverleningspunt. Fier zal vanuit dat perspectief niet zelf aangifte doen.Daarmee is de rol in de opsporing beperkt. Het actief opsporen envervolgen is primair natuurlijk de verantwoordelijkheid van de politie enhet OM. Wij denken dat Fier desalniettemin ook voor de opsporing eenbelangrijke rol zal gaan spelen, vanuit het perspectief van de landelijkekennisfunctie.De heer Van Nispen heeft er diverse keren op gewezen en daardoor wetenwij allen dat er een probleem is in de opsporing. De politie en het OMzeggen dat er onvoldoende aangiftes zijn, zodat ze niks kunnen of in iederTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13929 geval niks doen. De hoop is natuurlijk dat er door dit kenniscentrum enmeldpunt bij het OM en de politie meer bewustzijn ontstaat, zodat ook deopsporing wordt bespoedigd. Daarvoor is wel van belang – daar stuur ikook actief op – dat er regelmatig gesproken wordt en informatie uitge-wisseld wordt over wat Fier ziet, zodat er ook bij de politie en het OMmeer bewustwording ontstaat over dit fenomeen. De afgelopen jaren isnamelijk heel duidelijk geworden dat dat te zeer onder de radar blijft. Ik zalook een appel doen op de verschillende partners, waaronder zeker ook depolitie en het OM, om regelmatig met Fier in gesprek te gaan, zodat dekennis die Fier gaat verzamelen ook ten goede komt aan de opsporingdoor de politie en het OM. Dit is allemaal onderdeel van, wat dan heet, dedoorontwikkeling van het hulppunt Fier, waar de dag van gisteren inzekere zin de kick-off van was.Ik kom nu op de motie-Michon-Derkzen/Van Nispen ... nee, andersom: demotie-Van Nispen/Michon-Derkzen. Wat is de stand van zaken? Deze motieis aan de orde gekomen in de Kamerbrief onveiligheid en dwingendecontrole in (gesloten) groeperingen, die deze week gestuurd is. Het gaatonder andere over de vraag of het mogelijk is om te voorkomen datkinderen toetreden tot een gesloten gemeenschap. Dat blijkt complex,want daarbij raken we de wettelijke kaders met betrekking tot ouderlijkgezag en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Uiteraardmoeten het belang en het welzijn van het kind in overweging wordengenomen, maar daar zit een spanning. Veilig Thuis en de Raad voor deKinderbescherming vervullen een essentiële rol in het beschermen van dekinderen daar waar het hun rechten, veiligheid en welzijn betreft. Het isdus van belang dat er concrete stappen worden gezet om de samen-werking met Veilig Thuis te verbeteren. Ik verwijs ook naar de debattendie we hebben gehad naar aanleiding van de vreselijke gebeurtenissenrond het pleegmeisje in Vlaardingen.Een verbeterde samenwerking zal ertoe leiden dat er tussen scholen enhet meldpunt Veilig Thuis duidelijkere afspraken en kaders komen, zodatde schroom om aangifte te doen wegvalt, want het woord «schroom» valtin dit kader wel. Overigens, ook in het kader van iets waar ik eerder dezeweek met uw Kamer over gesproken heb, namelijk genitale verminking enseksueel geweld tegen vrouwen binnen de huiselijke kring, valt het woord«schroom». Er is schroom om te melden. Onderdeel van de aanpak is datde meldingsbereidheid en de bewustwording van het belang vanmeldingen via Veilig Thuis worden vergroot. Dat is dus een van degevolgen, een van de maatregelen, in antwoord op de affaire in Vlaar-dingen. Dat zal ook hier positief kunnen uitpakken, want geweld binnensektes zal evenzeer door scholen gesignaleerd kunnen worden. Het is debedoeling dat er veel vaker zal worden gemeld, zodat de Raad voor deKinderbescherming kan optreden en het hele beschermingskader effectiefwordt.Goed. Ik probeer wat voortgang te maken. De heer Van Nispen vroeg ooknaar Frankrijk. Hij vroeg of we sektes kunnen verbieden. Ja, er wordt eenvergelijking gemaakt. Ik wijd me al mijn hele leven aan de rechtsverge-lijking, maar hoe langer ik ermee bezig ben, des te vaker zie ik dat situatiesminder vergelijkbaar zijn dan ze lijken. Het raakt hier ook aan recht versuscultuur. De rechtskaders kunnen hetzelfde zijn, maar de cultuur kan zoanders zijn dat het toch niet zo heel makkelijk is om een wettelijkemaatregel te transplanteren naar een ander rechtssysteem. We weten datFrankrijk en Nederland allebei beschikken over een wettelijk instrumen-tarium om verenigingen verboden te laten verklaren door de rechtbank.Dat is artikel 20 van Boek 2 BW. Dat gebeurt op verzoek van het OpenbaarMinisterie. Het betreft wel een inperking van een grondrecht, dus de latvoor de verbodenverklaring ligt heel hoog. De rechtbank moet deafweging maken of het doel of de werkzaamheden van een verenigingdaadwerkelijk in strijd zijn met de openbare orde. Op de vraag hoe hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13930 precies te verklaren is dat in Frankrijk op deze basis sektes wordenverboden, heb ik thans geen antwoord.Voorzitter: MutluerDe voorzitter:Een laatste woordje van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Zeker. Een laatste woord als interrumpant dan. Ik begrijp dat het lastig isom het te vergelijken met Frankrijk, maar ik zou het wel fijn vinden als ereen nadere poging wordt gedaan om dat uit te laten zoeken. Datzelfdegeldt voor het voorkomen dat kinderen lid worden van een sekte. Watbedoel ik daarmee? We weten gewoon dat er een aantal hele nare clubszijn waar seksueel misbruik plaatsvindt. Kinderen zouden op geen enkelemanier op feestjes van die sektes moeten mogen komen, of buiten metleeftijdsgenootjes met die sektes mogen omgaan et cetera. Zo kan ik nogwel even doorgaan. Later worden ze trouwens ook sociaal doodverklaardals ze ooit uit die sekte willen stappen, als ze wel handelingsbekwaam zijnvolgens de wet. Die kinderen zijn lid gemaakt van een sekte doorgeïndoctrineerde ouders. Hier komt mijn pleidooi vandaan. Ik snap dat hetver gaat, maar ik vraag mij af of we niet toe moeten naar een situatiewaarin je zegt: van deze clubs, waarvan we weten wat daar gebeurt,kunnen kinderen geen lid worden; ze kunnen daar niet gedoopt worden enze kunnen niet toetreden tot die gemeenschap, omdat ze daar zelf geenkeuze in hebben. Ik snap dat het mogelijk ver gaat en ik snap dat hetingewikkeld is, maar ik ga deze uitdaging, waar die motie ook op zag, tochneerleggen bij de Staatssecretaris. Wil hij dit laten uitzoeken? Is ietsdergelijks mogelijk, om kinderen te beschermen? Is het mogelijk om ditsoort clubs, net als in Frankrijk, te verbieden?Staatssecretaris Struycken:Ik maak daar wel een onderscheid in. Voor het verbieden van een sekte alszodanig hebben we het wettelijke kader. Daar is de vraag meer: hoe komthet dat het in Frankrijk gebeurt en hier in beperkte mate? Dat kan eenculturele, maatschappelijke context hebben. Het is wellicht ook eeninteressante vraag voor Fier, maar het is een vraag die we zouden moetenmeenemen in het nadenken hierover.Veel complexer vind ik de vraag of het mogelijk is om te verbieden datkinderen lid worden van of toetreden tot een gesloten gemeenschap. Daarkennen we geen precedenten van. Het is denk ik lastig, ook hiervoor, omeen norm te formuleren, en ook eentje die effectief is, want wanneer is ersprake van een formele toetreding? Maar ik wil niets afdoen aan hetprobleem, want dat is er natuurlijk. Zoals zo vaak bij dit soort zaken wordthet heel moeilijk om de problematische situaties te onderscheiden van delegitieme situaties. Formeel toetreden tot een kerkgenootschap is niet ietswat je wilt verbieden. Als we het woord «sekte» gebruiken, weten weongeveer wel wat we bedoelen, maar het onderscheid is juridisch tochmoeilijk te maken. Het risico, juist vanuit het perspectief van de rechtssta-telijkheid, dat onze norm doorschiet of zo geformuleerd is dat diemisschien verkeerd gebruikt wordt, speelt hier. Het vergt dus eenzorgvuldige afweging. De motie nemen we serieus in die zin dat we hetblijven onderzoeken, maar dit is wel een lastig punt.Laat ik het zo zeggen: ik denk dat er meer rendement te halen is uit deverbeterde meldingsprocedures en protocollen daarvoor die bij scholenworden ontwikkeld om een melding te maken bij Veilig Thuis. Dat is eeneffectievere route. Daar kunnen we beter onze tijd aan besteden dan aanhet ontwikkelen van een strafbepaling die ziet op toetreding of anderszins,op een verbodsbepaling, maar we moeten daar wel naar blijven kijken.Het is dus goed dat u daar opnieuw de aandacht voor vraagt. Dan is deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13931 vraag of dat een toezegging is. Ja, ik zeg toe dat we daarnaar blijvenkijken. Er ligt namelijk een motie aan ten grondslag, dus dat zullen weblijven doen. Ik zal het zeker ook ter sprake brengen als ik maandag eenbezoek breng aan Fier.De voorzitter:Dan wordt dat genoteerd. Wanneer komt u daarop terug?Staatssecretaris Struycken:Ik stel voor dat ik op alles wat we bespreken terugkom in de volgendevoortgangsrapportage. Dat is het meest efficiënt, want dan houden we hetdaar bij elkaar.Dan de plankzaken. Ja, dat punt gaat eigenlijk over de strafrechtketen ende wachttermijnen. Ik heb de Minister horen zeggen dat wij, toen hijaantrad en hij en ik hier samen ons eerste debat hadden over de straf-rechtketen, optimistisch waren, maar dat dit er een jaar later andersuitziet. Dat wordt mede ingegeven door het rapport van de AlgemeneRekenkamer. Het is hele taaie materie, maar zoals de Minister heefttoegelicht ter gelegenheid van de bespreking van het jaarverslag 2024,zijn we wel stappen aan het zetten. Die krijgen in het bijzonder hunweerslag in het Actieplan versterken ketenaanpak zedenzaken. Er zijnvoorzichtige tekenen van verbetering van de doorlooptijden, maareigenlijk zou je dit per ketenpartner... Uiteindelijk is het van belang wat detotale keten doet, maar de winst is soms vooral bij de ene of bij de anderepartner te halen. In dit geval is er vooral een voorzichtig teken vanverbetering bij het OM zichtbaar waar het gaat om zedenzaken. Maar hetis uiteraard een groot punt van zorg. Het is evident dat dit ten koste gaatvan de slachtoffers.Ik kom op de vraag van de heer Van Nispen over de nazorg. Dit raakt hetthema van goede, specialistische nazorg voor slachtoffers van ernstiggeweld en zedenzaken. Dit is wederom een vraag naar toegankelijkheid,samenwerking en kennisuitwisseling en, last but not least, hulp aan enondersteuning van slachtoffers, zodat zij de weg weten te vinden. Het isnamelijk evident dat specialistische expertise een groot verschil maakt inde nazorg. Ik heb een zekere aarzeling om toe te zeggen dat er eenafzonderlijk expertisecentrum zou moeten komen. De inzet is nu vooral,zoals ook blijkt uit de nieuwe meerjarenagenda, om te bezien of hetbestaande aanbod kan voorzien in de zorg en om te bezien hoe deexpertise binnen het bestaande aanbod van expertisecentra kan wordenvergroot. We willen namelijk voorkomen dat er versnippering is, wantversnippering is al een te groot probleem in het slachtofferhulpverlenings-landschap. We moeten de oplossing dus zoeken in adequate doorver-wijzing en samenwerking. Het signaal dat de heer Van Nispen afgeeft, isvoor mij wel een reden, een prikkel, om opnieuw te bezien of er ietsontbreekt in het aanbod en om te kijken of de doorverwijzing verbeterdkan worden.De heer Eerdmans vroeg naar de opvang van slachtoffers van eergerela-teerd geweld. Er zijn nu twee opvangcentra. Dat zijn het eerder genoemdeFier – dat is een van de landelijke specialisten op het gebied van eergere-lateerd geweld – en Sterk Huis. Ik heb geen aanleiding om te denken datdeze twee centra voor eergerelateerd geweld niet voldoende zijn. Er zijnnatuurlijk ook andere uitwijkmogelijkheden, zoals reguliere vrouwenop-vangorganisaties, maar of dat allemaal voldoende is, is uiteraardonderdeel van blijvende aandacht. Op dit moment is er geen indicatie dathet onvoldoende is.Voorzitter: Van NispenDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13932 Kunt u ons een indicatie geven van hoeveel vragen u nog te beant-woorden heeft? Ik ben mij ervan bewust dat ik daar zelfde mede debet aanben.Staatssecretaris Struycken:Niet zo veel meer.De heer Eerdmans legde een verband met de inburgering. Dat is thanshelemaal de portefeuille geworden van mijn collega Nobel, Staatssecre-taris Participatie en Integratie. Ik weet dat hij op korte termijn komt meteen actieplan inburgering van nieuwkomers, zoals het geloof ik heet.Daarin komt eergerelateerd geweld ook aan de orde, als ik mij niet vergis.De heer Verkuijlen vroeg in verband met de pilot langere nazorg naar eenmogelijke uitbreiding naar slachtoffers van mensenhandel. De pilot richtzich in eerste instantie inderdaad alleen op verkeersslachtoffers. Het is eenpilot om te bekijken of het werkt, of het effectief is. De intentie is om deresultaten daarvan af te wachten en dan te kijken of het gecontinueerdmoet worden en eventueel ook uitgebreid kan worden naar slachtoffersvan mensenhandel. Dat is primair de portefeuille van de Minister vanJustitie en Veiligheid. Ik weet dat er doorlopende gesprekken wordengevoerd met de VNG, dus de gemeenten, en met name CoMensha, dathierin is gespecialiseerd.De implementatie van de verbetervoorstellen...De voorzitter:Er is nog een korte interruptie van de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Ik vraag u dat omdat daar niet alleen een slachtofferkant aan zit, maar ookeen revictimisatiekant, die u zelf ook in uw notitie heeft genoemd. Ik denkdat u dat punt dan ook raakt, want dan heeft u slachtoffers die herhaaldslachtoffer worden.Staatssecretaris Struycken:Ik begrijp dat de Minister in gesprek is met CoMensha om hier gevolg aante geven. Ik weet niet of dat helemaal... Misschien moet ik ermee volstaanom de Minister te vragen hier aandacht aan te besteden en om deuitbreiding van de pilot bij hem onder de aandacht te brengen.Dan heb ik nog een heel beperkt aantal andere onderwerpen. Dat zijn ereigenlijk nog maar twee. Het eerste punt betreft de verantwoordelijkheidvan publieke werkgevers. Dat onderwerp is ook primair de verantwoorde-lijkheid van de Minister. De werkgever heeft een belangrijke rol voor deveiligheid. Dat is een expliciete verplichting die voortvloeit uit de Arbowet.Er is intern een baseline ontwikkeld, zoals dat heet, voor werkgevers meteen publieke taak, waarin wordt aangegeven waar een werkgever aanmoet voldoen om zijn personeel te beschermen tegen agressie en geweld.Dan gaat het om preventie, weten hoe te handelen bij een incident ennazorg. Deze baseline is ontwikkeld voor werkgevers en medewerkers vanorganisaties die onder het Ministerie van Justitie en Veiligheid en onderhet Ministerie van Asiel en Migratie werken, maar deze baseline is ookbruikbaar voor andere organisaties met een publieke taak. De rol van dewerkgever wordt ook meegenomen in de herziening van de afspraken diezien op een effectieve opsporing en vervolging van geweld tegen mensenmet een publieke taak. Op dat punt zijn er dus diverse initiatievengenomen door de Minister.Ten slotte de verkeersslachtoffers.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13933 We kunnen kiezen voor nog meer vragen nu of voor een hele korte tweedetermijn straks. Dat is wel zo’n beetje de keuze die we moeten gaan maken.Mag ik het voorstel doen om een korte tweede termijn te houden? Dank uwel.Staatssecretaris Struycken:Ten slotte dus de verkeersslachtoffers en de juridische term «roeke-loosheid». Wordt die term te strikt gehanteerd? Ik aarzel om te zeggen datook dit het domein van de Minister is. Ik kan wel zeggen dat op 1 januari2020 de wet ter aanscherping van de strafrechtelijke aansprakelijkheid bijernstige verkeersdelicten in werking is getreden en dat in artikel 5a van deWegenverkeerswet het juridische begrip «roekeloosheid» verder isingevuld. Dit begrip en deze wet worden in 2026 geëvalueerd. Dan kanworden bekeken of de nieuwe definitie in artikel 5a van de Wegenver-keerswet voldoende bijdraagt aan een effectieve aanpak van roekeloosrijgedrag.Tot zover mijn antwoorden.De voorzitter:Ik dank u hartelijk voor de beantwoording in eerste termijn. We hebbennog maar heel kort de tijd voor een tweede termijn. Sommigen kunnen ermogelijk ook van afzien. U heeft ongeveer een minuut om uw allerlaatstevragen op de Staatssecretaris af te vuren. Dat mogen er ook geen tien zijn,want dan komen we in de knoei met de beantwoording in tweede termijn.Houdt u het dus alstublieft kort. Mevrouw Mutluer, gaat uw gang.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dan dank ik de Staatssecretaris voor de antwoorden. Hij heeft in mijnbeleving wel met de juiste intentie de Meerjarenagenda slachtofferbeleidopgesteld. Daar ben ik blij mee, maar ik vind dat nog niet afdoende envoldoende ten aanzien van affectieschade en incestkinderen, waar ik hetnet over had. Ook over de verkeersslachtoffers ben ik voornemens eenmotie in te dienen. Daarom vraag ik hierbij alvast een tweeminutendebataan. Verder heb ik geen vragen, alleen een aantal politieke punten die ikga maken.De voorzitter:Dank u wel. De heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Heel kort, voorzitter. Dank voor de antwoorden. Mijn vragen zijn volgensmij allemaal beantwoord. Ik kijk uit naar het vervolg op dit gebied.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat mevrouw Mutluer nog een allerlaatste opmerkinghad willen maken. Daartoe geef ik haar nog de gelegenheid. Gaat uwgang.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Tijdens het politiedebat heb ik de landelijke aanpak cold cases, die medenamens de Federatie Nabestaanden Geweldsslachtoffers is opgesteld –mevrouw Olivier zit hier ook bij, evenals andere betrokkenen – aangereiktaan de Minister en die wil ik zo meteen ook aan de Staatssecretarisoverhandigen, omdat een aantal verzoeken ten aanzien van slachtoffershierin zijn verwerkt. Ik hoop dat de voorzitter mij dat straks toestaat, maardat spreekt voor zich, volgens mij.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13934 Zeker sta ik dat toe, maar dat is ook aan de Staatssecretaris. Ik zag hem alknikken, maar dat gaan we zo horen. Ik geef het woord aan de heerVerkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dank u, voorzitter. Ik check het nog heel eventjes: het was toch eentoezegging dat de Staatssecretaris met name de slachtofferzorg voorslachtoffers van mensenhandel bij de Minister onder de aandacht brengt?Dan even terug naar het laatste punt van de Staatssecretaris: een baselinevoor wat werkgevers moeten doen. Ik vind dat vrijblijvend. Als je eenambt hebt, hoort dat ambt beschermd te worden. Ik vind het dan de dureplicht van een werkgever om dat ambt te beschermen. Wat mij betreft ishet dus nog niet scherp genoeg. Dat wil ik dus bij de Staatssecretaristerugleggen.Verder wil ik de Staatssecretaris bedanken voor zijn inhoudelijke beant-woording. Ik heb al iets gezegd over de immateriële schade. Ik denk datimmaterieel geweld een heel belangrijk onderwerp is, dat door alledossiers heen loopt. Ik hoop dus dat u dat snel ter hand neemt.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De heer Koops.De heer Koops (NSC):Dank, meneer de voorzitter. Als het debat van vandaag ons één ding leert,dan is het wel hoeveel vormen slachtofferschap kan krijgen. Het is echteen containerbegrip, waar je ontzettend veel in kunt gooien. Het is knaplastig om iedereen die terecht die term krijgt opgeplakt, op wie die termvan toepassing is, in dezelfde mate en met hetzelfde engagement tevoorzien van hulp waar het passend is dat de overheid die biedt. Zelf komik zeker ook terug op het hele fenomeen van de verzekeraars. Hetantwoord dat ik daarop eerder kreeg van de voorzitter vond ik namelijkzeer bevredigend. Ook ik kondig hierbij dus een motie aan.En dank u wel.De voorzitter:De heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik wil in ieder geval de voorzitter bedanken voorzijn woorden hier in dit debat. Zoals ik net ook al privé zei: ik heb dedebatten met jou altijd als prettig ervaren, dus mijn complimenten. Ookcomplimenten richting de Staatssecretaris voor de beantwoording. Wijzullen Controle Alt Delete natuurlijk goed in de gaten houden, om ervoorte zorgen dat zij hun voet niet verder tussen de deur krijgen in onsrechtssysteem en dat zij in ieder geval ook de politie, het OM en degerechtelijke macht niet verder de grond in zullen boren, om het zo maareven te zeggen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik heb toch de behoefte om nu even op te komen voor Controle Alt Delete.Het is een organisatie die ons scherp houdt, zeker als het gaat om racismeen discriminatie. Laten we niet net doen alsof het niet bestaat. Hetgebeurt. Helaas zijn er ook gewoon rotte appels binnen de politie. Maaréén ding kan ik wel zeggen: ik zal altijd blijven opkomen voor de blauwefamilie. Die hebben onze steun nodig. Maar als daar dingen gebeuren dieniet door de beugel kunnen en wij daarop aangesproken worden, dannemen we dat gewoon ter harte, punt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13935 Het punt is helder. Nog een korte reactie van de heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Als racisme en discriminatie binnen de politie plaatsvinden, moet ergewoon kei- en keihard worden opgetreden. Alleen, om dan op voorhandal de politie van institutioneel racisme en discriminatie te beschuldigen,gaat voor ons te ver.Voorzitter: MutluerDe heer Van Nispen (SP):Ik zal ook nog een kort punt maken in de tweede termijn. De Staatssecre-taris heeft toegezegd dat hij terugkomt op de slachtoffers van letsel-schade. Ja, het is complex. Het is ingewikkeld. Maar ik denk dat hij snapt –ik vond dat hij daar warme woorden voor gebruikte – dat het geduld welop is met de verzekeraars die de boel lopen te traineren. De Staatssecre-taris heeft toegezegd dat hij hierop terugkomt in de voortgangsrap-portage. Ik hoop dat wij daarin niet alleen kunnen zien dat er in gesprek isgegaan met de AFM om over het toezicht te praten, maar ook tot hoeveelsancties dat concreet heeft geleid. Ik snap het echt als het er in het beginnog geen tientallen zijn, want zoiets moet opgebouwd worden. Maar ikhoop wel dat dat zo concreet mogelijk in de voortgangsrapportage naarons toe komt, juist om de boel scherp te houden, in het belang van demensen met langlopende letselschadeclaims.Weer een heel andere categorie slachtoffers zijn de slachtoffers vansektes. Ook al is Fier net begonnen, ik hoop dat dat ertoe kan leiden dat erwel wordt ingegrepen bij sektes als daar aanleiding toe is en dat er dusinformatie bijgehouden gaat worden over de aard en omvang van desekteproblematiek in Nederland. Dat lijkt mij belangrijk. Het gaat nietalleen om de concrete hulp en ondersteuning, maar ook om de anderetwee taken. Ik vroeg of er een mogelijkheid is om sektes te verbieden,zoals in Frankrijk, en hoe je nou zou kunnen voorkomen dat kinderen lidworden. Ik vond de toezegging op dat punt wat voorzichtig, wat ik ookbegrijp. Ik denk wel dat het belangrijk is dat daar voortdurend over wordtnagedacht. Ik weet niet of dat een WODC-onderzoek moet worden ofanderszins, maar ik hoop wel ... Schrijnende toestanden in sektes moetennamelijk worden aangepakt. Je kunt niet zomaar van iedere geloofsge-meenschap zeggen dat kinderen daar geen lid van mogen worden. Dat isook niet wat ik voorstel. Maar ik zeg wel dat als je weet dat er bij sektessprake is van al die onmenselijke zaken die ik net noemde, je dan wel zoukunnen zeggen: dat staan wij niet meer toe als overheid; de vrijheid vangodsdienst is daar niet voor bedoeld.Excuus, voorzitter. Daar wilde ik het bij laten.Staatssecretaris Struycken:Voorzitter. Ik had nog een openstaande vraag. Ik had een klein puntverwezen naar de tweede termijn. Dat was de feitelijke vraag of er eengemotiveerde beslissing wordt gegeven aan nabestaanden in verbandmet de afweging of er inzage wordt gegeven of niet. De weigering om eenslachtoffer kennis te laten nemen van processtukken wordt nu alschriftelijk voorzien van een korte motivering aan het slachtoffer. Hetnieuwe wetboek zal een rechtsmiddel introduceren. Dat zal uiteraard ookgepaard gaan met een gemotiveerde beslissing, want dan kan eengemotiveerde afwijzing van een verzoek worden gebruikt voor hetinzetten van dit rechtsmiddel.Dan rest mij u te zeggen dat ik hoop dat de meerjarenagenda de ambitieuitstraalt die past bij het onderwerp en dat u daarin een weerklank vindtvan het belang dat in de commissie de afgelopen jaren gehecht is aan depositie van slachtoffers. We doen het erg goed, maar dat moet eenaanleiding zijn om het nog beter te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13936 Ik dank u.Voorzitter: Van NispenDe voorzitter:Dank u wel. Dan is er bijna een einde gekomen aan dit commissiedebatSlachtofferbeleid. Ik ga nog de toezeggingen met u doornemen, maar ikga in ieder geval alvast zeggen dat er een tweeminutendebat is aange-vraagd, met als eerste spreker mevrouw Mutluer. Dat zal na het zomer-reces plaatsvinden.De toezeggingen. Let u goed op.–De Staatssecretaris Rechtsbescherming zegt de Kamer toe de Kamervoor het kerstreces van 2025 te informeren over de uitbreiding vaninzage in rapportages van het Pieter Baan Centrum voor slachtoffers.–De Staatssecretaris Rechtsbescherming zegt de Kamer toe de positievan slachtoffers bij strafbeschikkingen waarbij het gaat om debereidheid van verdachten om te voldoen aan vorderingen van hetslachtoffer en de vraag of de rechter dan de zaak moet bekijken bij hetonderzoek naar de OM-strafbeschikking te betrekken.Staatssecretaris Struycken:En ook om het onderdeel uit te laten maken van het gesprek dat gaande istussen het OM en Slachtofferhulp Nederland.De voorzitter:Ja. Dank voor die toevoeging.–De Staatssecretaris zegt de Kamer toe indien daar aanleiding toe is deKamer te informeren over de vraag of incestkinderen een beroepkunnen doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven.–De Staatssecretaris zegt de Kamer toe in de volgende voortgangsrap-portage de Kamer te informeren over het toezicht door de AFM in hetkader van de Gedragscode Behandeling Letselschade.Staatssecretaris Struycken:Ik ga in het najaar een afzonderlijke brief over letselschade aan uw Kamersturen.De voorzitter:Dat is nog beter.Staatssecretaris Struycken:Dan kan het daarin worden meegenomen.De voorzitter:Dan maken we dat ervan. Dank u wel.–De Staatssecretaris zegt de Kamer toe in de volgende voortgangsrap-portage de Kamer te informeren over de uitvoering van de motie-VanNispen/Michon-Derkzen over het verbieden van sektes, zoals inFrankrijk, en een verbod op het toetreden van kinderen tot sektes.–De Staatssecretaris zegt de Kamer toe bij de Minister van Justitie enVeiligheid de vraag onder de aandacht te brengen of de pilot inzakelangdurige nazorg bij verkeersslachtoffers uitgebreid kan worden naarslachtoffers van mensenhandel.Correct? Ja.Dat waren alle toezeggingen. Dan dank ik alle leden heel hartelijk voorhun zinvolle bijdrages. Ik dank de griffier voor zijn wederom uitstekendewerk vanavond. Ik dank alle ondersteuning, de bode, de mensen van deDienst Verslag en Redactie, de belangstellenden op de publieke tribune,de mensen thuis en zeker ook de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid en zijn ondersteuning. Dank u hartelijk. Fijne avond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13937 Sluiting 20.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 552, nr. 13938
Gerelateerde bronnen
- Slachtofferbeleid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 juli 2025, over Slachtofferbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.