KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 20 november 2024, over de EU gezondheidsraad

17 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1ff9ab257842accc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 773 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 17 december 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de vastecommissie voor Europese Zaken hebben op 20 november 2024 overleggevoerd met mevrouw Agema, Minister van Volksgezondheid, Welzijn enSport, Vice-Minister-President, over:−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 23 juli 2024 inzake antwoorden op vragen commissie overde geannoteerde agenda informele EU-Gezondheidsraad van24 en 25 juli 2024 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 758) (Kamerstuk21 501-31, nr. 761);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 8 juli 2024 inzake geannoteerde agenda informeleEU-Gezondheidsraad van 24 en 25 juli 2024 (Kamerstuk21 501-31, nr. 758);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 25 okto-ber 2024 inzake fiche: Raadsaanbeveling rookvrije ruimten(Kamerstuk 22 112, nr. 3973);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 november 2024 inzake geannoteerde agenda formeleEU-Gezondheidsraad 3 december 2024 (Kamerstuk 21 501-31,nr. 767).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,MohandisDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der PlasDe griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,Esmeijer kst-21501-31-773ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7731 Voorzitter: TielenGriffier: DoomsAanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Blaauw, Bushoff, Rikkers-Oosterkamp en Tielen,en mevrouw Agema, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,Vice-Minister-President.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Welkom, allen in deze zaal en de mensen die op afstand meekijken, bij hetcommissiedebat ter voorbereiding van de formele EU-Gezondheidsraaddie volgende week plaats zal hebben. De Minister is van plan om daarbijte zijn, en dan houden we altijd een commissiedebat zodat de Kamerledende Minister wat «wensen» mee kan geven, zoals ik het altijd maar noem.Zij kan nu al zeggen of ze ingaat op die wensen of niet. Welkom dus aanMinister Agema van VWS, aan meneer Bushoff namens GroenLinks-PvdAen aan meneer Blaauw namens de PVV. Ik ben nu uw technisch voorzitter,maar ik ga straks toch ook een stukje van mijn wensen meegeven.Wellicht komen er nog een of twee woordvoerders bij. Het is eenoverzichtelijk clubje, dus ik denk dat we spoedig van start gaan en er eenkort maar krachtig commissiedebat van gaan maken. Het woord is aan deheer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. We hebben kort de tijd, ook voor de inbreng, en ikheb een aantal vragen. Ik begin met een blokje farma; dat staat namelijkook op de agenda. Het is een belangrijk onderwerp als het gaat overEuropa en gezondheidszorg. Ik val gelijk met de deur in huis met eenaantal vragen aan de Minister.Allereerst werd in het licht van het Draghi-rapport gezegd dat defarmaceutische industrie heel erg belangrijk is voor Europa. Ik vroeg mehet volgende af. Nederland zegt dat we gaan benadrukken dat we dat ookzo zien als het gaat om de beschikbaarheid en betaalbaarheid vangeneesmiddelen. Ik vroeg me af of we niet iets verder kunnen gaan danalleen zeggen dat we dat belangrijk vinden. Wat is de eerstvolgendeconcrete stap? Hoe gaan we ervoor zorgen dat de randvoorwaarden vooreen bloeiende farmaceutische industrie in Europa echt tot stand komen?In het verlengde daarvan vroeg ik me ook af wat er wordt bedoeld met deaanbeveling om opheldering te vragen over de oprichting van eenspeciaal bureau ter ondersteuning van academische ontwikkelaars. Datkwam ook terug uit de beantwoording van het schriftelijk overleg dat weover de informele Gezondheidsraad hebben gehad. Er werd gezegd dat deMinister dat gaat meenemen naar de Raad. Ik vroeg me af wat ze daarmeebedoelt. Welke opheldering vraagt zij precies daarover?Een punt dat ik zelf belangrijk vind en dat we wel vaker in deze Kamerhebben benoemd, is de uitzondering op de handels- en/of fabricagever-gunning, zodat het doorleveren van apothekersbereidingen tussenapotheken een wettelijke grondslag krijgt in EU-verband. Ik wil de Ministerop het hart drukken om zich daarvoor te blijven inzetten. Ik denk dat ze datook zal doen. Ik denk dat het heel zinvol is als dat mogelijk wordt gemaakt.Ik neem ook aan dat dat de inzet blijft. Hopelijk kunnen we straks zeggendat die grondslag inderdaad gecreëerd is na deze ronde, als de wetgevingeenmaal tot stand is gekomen.Voorzitter. Dan heb ik nog een punt over de beschermingsperiode. Dat isook een onderwerp van discussie tussen de lidstaten, die daar in dit gevalecht anders over denken. Ik wil de Minister graag het volgende op het hartdrukken. Ik vind het zinvol om die beschermingsperiode wat te moderni-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7732 seren, zoals nu ook wordt voorgesteld. Ik zag nog een beetje een ambiguepositie van het Nederlandse kabinet in deze discussie, terwijl ik wel denkdat het zinvol is. Ik snap de bezwaren van de farmaceutische industrie,maar misschien is dat juist de reden waarom ik wel denk dat het zinvol isom dit te moderniseren. Ik ben benieuwd of de positie van de Neder-landse regering inderdaad een beetje in het midden hangt of dat die tochnog wat steviger is.Tot slot ... Ik weet niet hoeveel tijd ik nog heb.De voorzitter:Nog tien seconden.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Nog tien seconden? Dan heb ik het nog heel snel over een motie vanmevrouw Paulusma en mijzelf over onderzoek naar nieuwe behande-lingen of diagnostiek prioriteren op basis van de grootste patiëntenbe-hoefte. Nederland heeft zich daar met succes voor ingezet. Ik vroeg me afwat dat precies betekent en wat het concreet gaat opleveren.Tot zover, want ik ben over mijn tijd heen. De andere twee punten bewaarik nog heel eventjes.De voorzitter:Dank u wel, meneer Bushoff. Dan geef ik het woord aan de heer Blaauwnamens de PVV-fractie.De heer Blaauw (PVV):Dank u, voorzitter. Aankomende 3 december vindt voor Minister Agemade eerste EU-Gezondheidsraad plaats waaraan zij zal deelnemen. Aan onsis de taak om haar input te geven voor wat Nederland daar in gaatbrengen. Ondanks dat de agenda pas afgelopen week gepubliceerd is,was het wel vrij snel duidelijk welke onderwerpen besproken gaanworden. Daar wil ik een paar vragen over stellen.Mijn voorganger begon over het uitgekomen Draghi-rapport. In datrapport wordt de zorg niet specifiek genoemd, maar de farmaceutischeindustrie wel. Er wordt gesproken over het versterken van de markt-werking op dit gebied. Moet volgens de Minister op dit gebied niet juist denadruk gelegd worden op samenwerking? Gaat de Minister daar tijdensde EU-Gezondheidsraad voorstellen voor doen en, zo ja, welke? Watzullen de aanbevelingen uit dit rapport betekenen voor onze eigennationale volksgezondheid? Daarop zou ik graag even een reflectie willenvan de Minister.De Commissie wil inzetten op een tabaksvrije generatie en de strijd wordtaangegaan tegen het passief roken. Nederland heeft laten weten dat wijhiermee in gaan stemmen. Het kabinet en de EU hebben het streven omhet roken te ontmoedigen en dat is prima, maar ik heb daar toch nog watvragen over. De EU wil hierin wel ver gaan, terwijl je als volwassene eenbepaalde gewenste levensstijl aan zou moeten kunnen houden. Kan deMinister nog even een reflectie geven op wat ons standpunt daarover is?Tot slot op dit onderwerp: kan de Minister aangeven waar de grenzenliggen voor daadwerkelijk effectief preventief beleid, ook wanneer ditbeleid dus te ver zou gaan?Voorzitter, ik wil even vragen hoeveel tijd ik nog heb.De voorzitter:Nog een kleine minuut.De heer Blaauw (PVV):Kijk, dan komt het helemaal goed, denk ik.Ten slotte ben ik benieuwd naar hoe de Minister kijkt naar het pandemie-verdrag. De voorganger van de Minister onthield zich, na een unaniemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7733 aangenomen motie van de Tweede Kamer, van stemming bij de stemminghierover. Mijn fractie is van mening dat omtrent dit verdrag de Kamerinspraak moet kunnen blijven houden bij eventuele toekomstige situaties,zodat we het dan niet te snel uit handen geven. In hoeverre is de Ministerhet daarmee eens? Kan zij daarop reflecteren?Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Dank u wel, meneer Blaauw. Voor we verdergaan, vraag ik u de microfoonuit te zetten, want meneer Bushoff heeft een vraag voor u.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ja, over het punt van preventie. Ook staat inderdaad op de agenda. Zoalsik de brieven daarover las, begreep ik daaruit dat de Nederlandse inzeteigenlijk is om volledig te omarmen wat de EU op dat gebied voorstelt endat veel van de acties die voorgesteld worden voor lidstaten, in Nederlandeigenlijk al uitgevoerd worden. Ik vraag me dus af of u het ermee eensbent dat het op alles wat we hebben ingezet, niet een tandje minder moet,maar dat het juist goed is dat we dat voortzetten. Ik hoorde toch eenbeetje een wat terugtrekkende beweging.De heer Blaauw (PVV):Nou, een terugtrekkende beweging was het volgens mij niet. Zoals wij hetbegrijpen, wil de Commissie ver gaan. Wij staan daar toch iets kritischertegenover. Daarom ook de vraag aan de Minister hoever we nou gaan enwanneer we hierin te ver gaan. Misschien had ik ook nog kunnen vragenwaarin onze opvatting daarover verschilt met die van die van deCommissie. Dat is wat ik daarmee bedoelde.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Begrijp ik dan goed dat u op zich zegt dat de inzet van Nederland zoals ikdie las, dus toch de voorstellen vanuit de Commissie ondersteunend, nietveranderd hoeft te worden en dat u nog een paar vragen heeft over hoedie precies uitpakt, maar dat u zegt dat die inzet niet veranderd hoeft teworden?De heer Blaauw (PVV):Zo kan de heer Bushoff dat wel begrijpen, ja.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Rikkers namens defractie van BBB.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen wil ik stilstaan bij de implemen-tatie van de European Health Data Space. Europese wetgeving moetnamelijk bijdragen aan het verminderen van de administratieve lasten inNederland en de bureaucratie in de zorg aanpakken. Ik heb gelezen dat erin Nederland al heel veel verplichte elementen uit de geprioriteerdecategorieën van de EHDS ingebouwd worden in de systemen en dezorgprocessen voor geprioriteerde gegevensuitwisseling van deMJA Wegiz. Kan de Minister aangeven wat op dit moment nog degrootste uitdagingen en onzekerheden zijn bij het inbouwen van de EHDSin het Nederlandse systeem?Voorzitter. Verder wordt er tijdens de Gezondheidsraad aandacht besteedaan het voorstel voor de aanpak van geneesmiddelentekorten. Naastpositieve punten zijn er punten van zorg. Het voorstel biedt een lidstaatmogelijkheden om voor een bepaald geneesmiddel een meldingssysteemin te voeren. Door zo’n systeem krijgt de lidstaat de mogelijkheid om tebeperken wanneer het geneesmiddel de lidstaat verlaat om elders teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7734 worden verspreid. Deze werkwijze heeft een zeer beperkende werking,niet alleen voor bedrijven binnen de reguliere parallelimport, maar ook bijhet oplossen van de Nederlandse tekorten. Is de Minister op de hoogtedat dit voorstel er ligt? Klopt het dat de Minister nu al handvatten heeftom export van een medicijn tijdelijk te beperken? Mocht de Minister dezehandvatten al hebben, is het dan niet beter om voor te stellen een streepte zetten door deze voorstellen?We zijn ook heel erg blij om in dit stuk te lezen dat u ook aandacht heeftvoor de bereidingsapotheek en de doorlevering. In onze ogen is namelijkecht cruciaal dat dit blijft bestaan, vanwege onze tekorten en alle zaken diede bereidingsapotheek voor ons doet.Voorzitter. De Raadsaanbeveling rookvrije ruimten. In het BNC-fiche wordtonder een toets op pagina 6 gesteld dat de grondhouding van het kabinetpositief is. Wat betekent deze grondhouding in deze context? Graag horenwij of de Minister de aanbeveling in overeenstemming acht met hetsubsidiariteitsbeginsel. Ook staat er in deze fiche dat niet alle doelen doorde lidstaten op vergelijkbare effectieve wijze kunnen worden verwezenlijktop centraal, regionaal of lokaal niveau. Over welke doelen gaat hetprecies? Waarom kunnen die niet op een effectieve wijze op nationaalniveau worden verwezenlijkt? Indien het ministerie tot de conclusie zoukomen dat het voorstel niet verenigbaar is met het subsidiariteitsbeginsel,welke actie wil het ministerie dan nemen om deze vermeende schendingvan het EU-recht aan de kaak te stellen op Europees niveau?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Rikkers. Meneer Bushoff, wilt u even officieelvoorzitten?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik verwachtte de vraag al, voorzitter. Een voorspellende gave!Voorzitter: BushoffDe voorzitter:Bij dezen geef ik het woord aan mevrouw Tielen voor haar inbrengnamens de VVD-fractie.Mevrouw Tielen (VVD):Dank u wel. Ik vind dit soort commissiedebatten altijd een soort verlang-lijstje. Dat past wel bij de tijd van het jaar. Ik heb ook een verlanglijstjevoor de Minister wat betreft de samenwerking met haar Europesecollega’s. Allereerst zeg ik iets over rookvrije ruimten, dan over defarmaceutische wetgeving, ten derde over het rapport-Draghi, dat ikgebruik voor een aantal aanvullende vragen, en tot slot over cardiovascu-laire aandoeningen.Een aantal collega’s heeft al wat gezegd over rookvrije ruimten. Wij alsVVD steunen het kabinet bij het verder uitbreiden van het rookverbodvoor binnen- en buitenruimtes. Het valt ons op dat er nog steedsschoolpleinen en speeltuinen zijn waar wordt gerookt. Dat is gewoonzonde en niet nodig. Er wordt daar vooral ook gevapet. Wat dat betreftben ik ook blij met de aandacht in het fiche voor nieuwsoortige producten.Dat is volgens mij niet eens een Nederlands woord, maar het gaat dusover producten als vapes. We steunen de Minister daar dus bij.Tegelijkertijd zag ik ook staan dat een verbod op roken in de autowaarschijnlijk niet haalbaar is. Daar steun ik het kabinet ook in, want datlijkt mij ook niet. Volgens mij moeten we ook niet zo ver gaan. Maar iksteun de lijn verder wel. Ik zou eigenlijk graag willen – daar heb ik bij deStaatssecretaris ook al een paar keer op aangedrongen – dat het gesprekwordt geopend over een beetje meer afstemming tussen de landen watTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7735 betreft wet- en regelgeving rondom tabaksproducten. Het stoort onsbijvoorbeeld behoorlijk dat België nog geen verbod op vapes metsmaakjes heeft. Daardoor is het voor Nederlandse jongeren – dit geldtoverigens ook voor volwassenen, maar ik maak me altijd het meestzorgen over jongeren – best makkelijk om daaraan te komen. Ik benbenieuwd of de Minister daar in ieder geval het gesprek over wil openenmet haar collega’s.Over het gesprek openen gesproken: ik hoop dat de Minister ook wilspreken over de farmaceutische wetgeving. Er ligt best wel grote encomplexe wetgeving voor. Ik ben daar samen met de heer Bushoffrapporteur op. We zullen daar als Kamer nog op voortgaan. Wellicht kande Minister dit overleg ook gebruiken om eens te kijken wat we nou welen niet zouden moeten afspreken over ijzeren voorraden. We hebben heter eerder over gehad dat Duitsland veel grotere ijzeren voorraden heeftdan wij en daardoor misschien wat minder last heeft van tekorten. Ookmoeten we het hebben over inkoopkracht, met name als het gaat om watduurdere geneesmiddelen.Als je het over geneesmiddelen hebt, dan heb je het al snel overinnovatie. Draghi concludeert dat de EU achterloopt op het gebied vaninnovatie. Dat valt mij ook op en dat heb ik ook weleens in debattenbenoemd. Het gaat misschien niet zozeer om de innovaties zelf, maar omde manier waarop innovaties vanuit het product of het proces doorsij-pelen naar de werkvloer. Het is misschien leuk om eens van collega’s inandere landen te horen hoelang het nu duurt totdat innovaties daadwer-kelijk in de praktijk worden toegepast. Volgens mij is er heel veel tewinnen, zeker als het gaat over arbeidsbesparende innovaties.Ik zie dat mijn tijd ten einde loopt, dus ik wil nog iets zeggen overcardiovasculaire aandoeningen. Ook in Nederland zijn die echt nog eengroot probleem. Ik wilde vragen of de Minister in haar op de basis van eenmotie toegezegde strategie vrouwengezondheid nog een specifiek kopjecardiovasculair heeft. Wellicht valt ook daarvoor nog iets te halen bijcollega’s in Europa.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouwTielen.Voorzitter: TielenDe voorzitter:Ik zei het al: het wordt een kort en krachtig commissiedebat. We zijnnamelijk al toegekomen aan het eind van de eerste termijn van de zijdevan de Kamer. We gaan dus naar de eerste termijn van de zijde van hetkabinet, maar de Minister heeft vast nog even tijd nodig om die voor tebereiden.Minister Agema:Een aantal vragen kan ik wel beantwoorden, maar het lastige is dat ik ereen paar ook niet kan beantwoorden. Dan hebben mijn mensen maar neteen kwartiertje om in de boeken te duiken en dat is echt wel heel erg kort.Mag ik dus verzoeken om 20 tot 25 minuten te schorsen, want dan hebbenwe de tijd om even de boel bij elkaar te krijgen.De voorzitter:Dat verzoek kan ik eigenlijk niet afwijzen. Dat geeft ons dan ook degelegenheid om even andere dingen te doen in de pauze. We zien u overtwintig minuten terug.De vergadering wordt van 14.16 uur tot 14.35 uur geschorst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7736 De voorzitter:Welkom terug bij het commissiedebat ter voorbereiding op deEU-Gezondheidsraad. We zijn toegekomen aan de eerste termijn van dezijde van het kabinet. Dat betekent dat ik het woord ga geven aan MinisterAgema.Minister Agema:Dank u wel, voorzitter. Het wordt mijn eerste Europese Raad. Maar er zijnnatuurlijk verkiezingen geweest, dus de Europese Commissie is ooknieuw. Er worden op dit moment allemaal nieuwe Eurocommissarissenaangesteld. Het wordt dus voor ons allemaal de eerste keer. Ik heb er zinin, vooral om de Nederlandse belangen voor het voetlicht te brengen. Datga ik met voortvarende inzet doen, voorzitter. Ik heb de vragen geordendlangs een paar hoofdblokjes. Zal ik ze opnoemen? Ja? Geneesmiddelen enDraghi, rookvrije ruimte, EHDS, cardiovasculaire aandoeningen en varia.De eerste vraag van het lid Bushoff was hoe we ervoor gaan zorgen dat derandvoorwaarden voor een bloeiende industrie tot stand komen. In hetkabinet hebben we het Draghi-rapport natuurlijk breder opgepakt en alshet gaat om concurrentievermogen, zal natuurlijk vooral mijn collega vanEZ hier breder op reageren. De herziening van de farmaceutischewetgeving is natuurlijk wel iets waar ik de komende tijd mee aan de slagzal gaan. We zullen erop letten dat er heldere eisen en transparantenieuwe wetgeving komen. We zullen ook goed opletten dat administra-tieve lasten niet oplopen door nieuwe regelgeving.We nemen ook deel aan de Critical Medicines Alliance. Ook dat staat nogin de kinderschoenen. Ik kan er nog geen verslag over uitbrengen, wanthet is allemaal net nieuw. We willen natuurlijk wel op Europees niveauknelpunten wegnemen. We weten dat er heel veel problemen zijn, ook inNederland, met de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Daar hebbenveel landen mee te maken. Dat is niet alleen een Nederlands probleem enop sommige punten kunnen wij gewoon wel goed samenwerken. Er isbijvoorbeeld in China een heel grote paracetamolfabriek en het is best eenrisico dat die vooral daar staan. Nu zijn er voornemens van Frankrijk omer ook een te bouwen en dan hoef je als Nederland, als je een goedeafspraak met Frankrijk maakt, goede afspraken maakt op Europees niveau,er niet ook eentje te bouwen.Dan opheldering over mijn inzet op academische geneesmiddelenontwik-keling. Heb ik dan de vraag goed begrepen? Ik vind het belangrijk dat deinnovaties uit de academie ook een weg vinden naar de patiënt en ik zetme in voor Europese wet- en regelgeving, om voldoende ruimte te blijvenbieden aan academische geneesmiddelenontwikkeling. Bij de geanno-teerde agenda heeft u ook mijn appreciatie ontvangen van het rapport vanTechnopolis dat hier aanbevelingen over doet. Dat is vrij omvangrijk. Datgaat onder meer over de apotheekbereidingen, minder dierproeven en hetsteunen van de academie bij de geneesmiddelenontwikkeling. Dat is vrijomvangrijk, maar ik neem alle punten daaruit natuurlijk mee in mijn inzet.Dan de uitzonderingen op handels- en fabricagevergunningen, zodat hetdoorleveren van de apotheekbereidingen tussen apothekers een wettelijkegrondslag krijgt in EU-verband. Kan dat mijn inzet blijven? Uiteraard. Wijhebben op dit moment een gedoogsysteem. We hebben de magistralebereidingen. Dat mag vanuit de Europese wetgeving. Maar we doen ookaan collegiaal doorleveren en dat mag formeel niet. We gaan ons ernatuurlijk hard voor maken dat de gedoogsituatie een wettelijke geaccor-deerde situatie gaat worden.De voorzitter:Meneer Bushoff had nog een vraag over het vorige onderwerp, volgensmij.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7737 Ja, nog één vraag. Het kan aan mij liggen, hoor. Ik las terug dat deaanbeveling om opheldering te vragen over de oprichting van eenspeciaal bureau ter ondersteuning van academische ontwikkelaarsmeegenomen wordt en ik kon zelf niet helemaal achterhalen elkeopheldering er dan nodig is, welke opheldering het kabinet graag wilhebben over dat speciale bureau. Daar was ik eigenlijk zelf ook welbenieuwd naar.Minister Agema:Die vraag zit in de stapel, dus dan kan ik er meer specifiek op ingaan.Dan de vraag over de beschermingsperiode, de discussie tussen delidstaten, de Minister op het hart drukken, de zin van het moderniserenvan de beschermingsperiode, zoals nu voorgesteld wordt, en de ambiguepositie van het Nederlandse kabinet in deze discussies. U snapt debezwaren van de farma-industrie, maar bent benieuwd naar de positie vande Nederlandse regering: hangt die inderdaad in het midden of is diebreder? Mijn antwoord is: er is inderdaad discussie over de bescher-mingsperiode. Wij willen dat die tien jaar bedraagt. Na acht jaar mogenandere aanbieders of fabrikanten ook al het recept gaan uitproberen enmaken, zodat die middelen na tien jaar meteen op de markt kunnenkomen. Waarom wordt dat niet veel lager, zoals in Amerika? Dat hebbenwe geprobeerd, maar daarvoor krijgen we op Europees niveau de handenniet op elkaar.Nederland zet zich ervoor in om onderzoek en ontwikkeling van genees-middelen te prioriteren op basis van de grootste patiëntenbehoefte. Watheeft dat concreet opgeleverd? In de herziening van de farmaceutischewetgeving wordt het begrip «unmet medical need» verankerd. Hierdoorwordt naar de grootste patiëntenbehoefte gekeken bij geneesmiddelen-ontwikkeling. Ook koppelt het voorstel van de Commissie bepaaldevoordelen voor bedrijven aan het behalen van de vervulling van degrootste behoefte. Dan kun je denken aan een langere beschermingspe-riode; dat is de incentive waar ik het net over had. Dat steun ik ook. Eengoed voorbeeld hiervan zijn de geneesmiddelen voor hartpatiënten. Dievallen over het algemeen niet meer onder een patent en zijn daardoorheel goedkoop, maar het lastige daarvan is – het is een grote patiënten-groep – dat er weinig prikkels zijn om nieuwe medicijnen te maken dieinnovatiever zijn. We hebben al bijna tien jaar dezelfde medicijnen. Dat iseen onderwerp waar we aandacht voor gaan vragen. Door incentivesmoeten er betere middelen komen, juist als de kosten laag zijn maar erwel een grote patiëntenbehoefte is.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):De uitdaging is om een suggestie in een vraag te verpakken. Je kuntnatuurlijk incentives creëren, bijvoorbeeld door beschermingsperiodes teverlengen, maar dat staat dan weer op gespannen voet met het punt datnet aan de orde was, namelijk dat je die periode juist wat wilt inkorten.Dat is dus best lastig. Een andere manier om toch te voldoen aan hetontwikkelen van nieuwe medicijnen die weinig opleveren, is om dat meerpubliek-privaat te sturen. Ik ben benieuwd of de Minister er iets voor voeltom daar meer op in te zetten.Minister Agema:Ik hoor hier naast me dat dat niet zo simpel te zeggen is, maar dat wezeker bereid zijn om daarnaar te kijken.Draghi concludeert dat de Europese Unie achterloopt op het gebied vaninnovatie. Innovaties sijpelen langzaam door naar de werkvloer. Hoe wil ikmet andere landen bespreken hoe innovaties sneller naar de werkvloerkunnen doorsijpelen? Dat was een vraag van het lid Tielen. Innovatie in dezorg heeft mijn grote aandacht, zeker in het licht van de tekorten op dearbeidsmarkt en de druk op de zorg. Ik ben dan ook blij dat Draghi in zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7738 rapport aandacht besteedt aan het belang van innovatie. Ik zal het belangvan innovatie adresseren, ondersteunen en ook benoemen in Brussel.Het lid Blaauw zei: in het Draghi-rapport wordt de zorg niet specifiekgenoemd. Er wordt wel gesproken over het versterken van de farmaceu-tische industrie. Gaat de Minister inzetten op meer samenwerking met defarmaceutische industrie? Ik noemde zojuist al de Critical MedicinesAlliance. Daarin werk ik samen met andere lidstaten en de industrie. In datgremium komen we bij elkaar om oplossingen voor te stellen om debeschikbaarheid van kritieke geneesmiddelen in de EU te versterken. DeCMA zal hiervoor begin 2025 aanbevelingen doen aan de nieuweEuropese Commissie en aan de lidstaten. We zijn dan ook nauw betrokkenbij de CMA, om de Nederlandse belangen te borgen.Wat zullen de aanbevelingen van het rapport betekenen voor onze eigennationale gezondheidszorg? Dat was ook een vraag van het lid Blaauw.Het Draghi-rapport gaat niet specifiek over de gezondheidszorg, maarraakt wel aan thema’s die van belang zijn voor de zorg, zoals innovatie, AIen digitale oplossingen, de arbeidsmarkt, het belang van verminderdestrategische afhankelijkheden en duurzaamheid. Verder vind ik dat eensterke economie van belang is voor het behoud van een sterk zorgstelsel.En andersom draagt een sterk zorgstelsel bij aan een sterke economie. Hetverdienmodel en -vermogen van Nederland en de EU zijn daarmeeverweven met ons zorgstelsel. Ik trek dan ook graag lessen uit hetDraghi-rapport om ons concurrentievermogen te versterken. Dat zullen webreed in het kabinet, maar zal natuurlijk vooral de Minister van Econo-mische Zaken doen.Dan de parallelhandel. Ik begrijp dat mevrouw Rikkers daar zorgen overheeft. Op dit moment is parallelhandel natuurlijk het uitgangspunt inEuropa. We hebben vrije handel en daardoor kun je alles vrij met elkaarverhandelen. Maar soms is het noodzakelijk om maatregelen te nemenom kritieke tekorten op te lossen in eigen land. Het is lastig als alle landendat doen; de een doet het namelijk bij 10 middelen en de ander bij100 middelen. Soms kan het noodzakelijk zijn om maatregelen te nemenvoor kritieke tekorten. In Europa kunnen we inderdaad acties ondernementijdens kritieke tekorten, zoals een meldingsplicht bij de export vanproducten of de export tegenhouden. In het voorstel worden dezemogelijkheden expliciet benoemd, zodat duidelijkheid ontstaat. Dat is dusgoed voor een geharmoniseerde aanpak op tekorten, want op hetmoment dat iedereen middelen voor zichzelf gaat houden, wordt hetsysteem van de parallelhandel helemaal verstoord, terwijl je die eigenlijknodig hebt voor zo veel mogelijk beschikbaarheid. We gaan zelf met onzelijst kritieke geneesmiddelen ook een iets grotere voorraad aanhoudenvan bepaalde middelen, maar we moeten daar onderling wel goedeafspraken over maken. Als de een het namelijk met honderd middelendoet en de ander met twee middelen, dan verstoren we het systeem, datin wezen goed werkt.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dat klopt; daar ben ik het helemaal mee eens. Maar er komen bij onssignalen binnen dat sommige landen zeggen dat iets kritiek is, terwijl erdaarbij geen handhaving of controle is. Dan kunnen middelen dus eenjaar of twee jaar lang op die lijst staan. Dan is dat dus eigenlijk niet meeromdat het een kritieke voorraad is, maar gaat het meer om debescherming van hun eigen producten. Ter verduidelijking, dat is eigenlijkde zorg die we hebben. Hoe gaan we controleren of iets echt een kritiekevoorraad is?Minister Agema:Ik begrijp die zorg en die deel ik natuurlijk ook, omdat er natuurlijk welsteeds meer tekorten zijn. Het is dus niet zo gek dat landen dat doen. Maarje moet hier wel goede afspraken met elkaar over maken. Dat is dan ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7739 onze inzet. En zoals ik al zei, gaan we het zelf ook voor een aantalmiddelen doen. We zien namelijk ook dat we zelf soms in penibelesituaties terechtkomen, zoals vorig jaar met de astmamiddelen voor kleinekinderen, de salbutamol. Je wil dus wel een wat grotere voorraad aanhouden, maar je wil natuurlijk niet dat bepaalde landen de boel oppotten,dus je moet goede afspraken met elkaar maken. Het moet ook niet gaanover alle middelen, want straks hebben we in Europa allemaal voorradenliggen, terwijl je die eigenlijk constant in beweging moet houden, wantdat is heel belangrijk voor de houdbaarheid van middelen. Je moet het inbeweging houden, dus we moeten hier goede afspraken met elkaar overmaken. Dat gaan we ook zeker doen.Het lid Tielen vraagt: wilt u ook afspraken maken zoals de ijzerenvoorraad? Ja, dat wil ik. Ik bevestig dat het mijn inzet is om binnen dewetgeving harmonisatie te vinden rondom die aanpak van tekorten, dusook qua voorraden.De Commissie spreekt over een «Academia Office». Daar is ook finan-ciering voor bedacht. Dat staat ook in het Technopolis-rapport. Maar dit isnog niet uitgewerkt. Er bestaat al een bureau voor het midden- enkleinbedrijf. Misschien kan dit bureau hiervoor worden gebruikt, maar datmoet nog worden uitgezocht. Oké?De voorzitter:Het is bijna uitlokking hoe u naar meneer Bushoff kijkt. Maar gaat uverder, Minister.Minister Agema:Hij gaat er nog even op kauwen.Het lid Blaauw vroeg: kan de Minister aangeven waar de grenzen liggenvan daadwerkelijk preventief beleid; hoe ver kan de Minister gaan? Het iswettelijk geregeld dat het rookverbod niet geldt in ruimten waar geeninbreuk mag worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. Er is geenintentie om dit te veranderen. Dit houdt concreet in dat maatregelen diegaan over privéruimtes, zoals de auto, buiten de grens zijn. De redenwaarom wij die wetgeving niet implementeren, is dat wij in Nederland deroker zelf niet beboetbaar hebben gemaakt. En het tweede is dat als wedat wel zouden doen, de NVWA daar niet de handhavingsmogelijkhedenvoor heeft. Als we dat dus zouden willen doen, dan heb je daar ookdekking voor nodig.Er is wel nog een uitzondering voor gastouderverblijven, want dan heb jenatuurlijk kinderen in huis. Dan is het dus een privéruimte die professi-oneel wordt gebruikt. Een ander punt waar nog over wordt nagedacht, isals de thuiszorg bij jou thuis komt. Ook een thuiszorgmedewerker heeftnamelijk in wezen recht op een rookvrije werkplek, maar die gaat naarmensen thuis. Ook daarbij kijken we of we daar afspraken over kunnenmaken. Het moet onder de aandacht worden gebracht dat als er eenthuiszorgmedewerker komt, die in wezen niet in de rook hoeft te zitten.Daar kunnen dan afspraken over worden gemaakt.Het lid Blaauw vindt dat het ver gaat met het ontmoedigen van roken:volwassenen kunnen toch zelf bepalen hoe ze leven? Wat is onze reflectieop de vergaande maatregelen van de EU op het gebied van rookpre-ventie? In wezen is er een grote overlap tussen onze wens en die van deEuropese Unie. We gaan al heel erg ver. We hebben al een aantal dingenook beter geregeld. We steunen de conclusie van de Raad, die in lijn ismet het Nederlandse beleid, en verkennen de mogelijkheden tot hetrookvrij maken van kindomgevingen. Dat is allemaal ontmoedigings-beleid, bijvoorbeeld bij speeltuinen, kinderdagverblijven en kinderboerde-rijen. Het ontmoedigingsbeleid is redelijk succesvol: het gaat om 80% vande kinderspeelplaatsen en 95% van de omgeving van de kinderdagver-blijven. Op het moment dat je hier overgaat tot een verbod, moet je datook gaan handhaven. Per maatregel kijken we of de maatregel niet teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 77310 vergaand is. Ik heb het zojuist al gehad over de auto. De Staatssecretarisvan Jeugd, Preventie en Sport zal in een brief aangeven hoe anderelanden omgaan met het verbod en hoe ze dat willen vormgeven. Hij komthier in 2025 op terug.Wat betekent de grondhouding in de context van de subsidiariteitstoets,vraagt mevrouw Rikkers. «Graag horen we of de Minister de aanbeve-lingen in overeenstemming acht met het subsidiariteitsbeginsel.» Depositieve grondhouding betekent dat het kabinet van mening is dat deEuropese Commissie volgens de regels van de EU deze Raadsaanbevelingmag publiceren. Met deze subsidiariteitstoets kijkt Nederland of de EU inhet voorliggende geval beter actie kan ondernemen dan de individuelelidstaten. De Raadsaanbeveling rookvrije ruimten is niet juridisch bindenden laat ruimte aan de lidstaten zelf om keuzes te maken voor hunnationale context. Bovendien kunnen niet alle doelen van de Raadsaanbe-velingen door de lidstaten op nationaal niveau op vergelijkbare effectievewijze worden bereikt. In het bijzonder vanwege het vrije verkeer vanpersonen en werknemers is een Europese aanpak nodig. Daarom is hetgerechtvaardigd dat de aanbevelingen over een rookvrije ruimte wordengedaan op Europees niveau.Het is ook heel lastig als dingen die in Nederland gelden ineens niet in hetbuitenland gelden. Ten aanzien van de herziening van de Tabaksaccijns-richtlijn gaan we bijvoorbeeld bespreken dat de accijnzen bij ons veelhoger zijn dan bijvoorbeeld in Duitsland, België en Luxemburg. Daar gaanwe over praten bij de herziening van de richtlijn. We gaan kijken of wedaar meer overeenstemming over kunnen bereiken. We weten namelijkdat er veel verkeer is naar andere landen om het daar op te halen.In het BNC-fiche staat over de subsidiariteitstoets dat niet alle doelen doorde lidstaten op vergelijkbare effectieve wijze kunnen worden verwezenlijktop centraal, regionaal of lokaal niveau. Om welke doelen gaat het hierprecies? Waarom kunnen die niet op een efficiënte wijze wordenverwezenlijkt op nationaal niveau? Ondanks dat lidstaten op nationaalniveau een deel van de doelstellingen van de aanbevelingen kunnenbereiken, kan het niet voor alle doelen op een manier die net zo effectiefis. In het bijzonder vanwege het vrije verkeer van personen enwerknemers is een Europese aanpak nodig. De risico’s en nadeligegevolgen van tweedehands rook en aerosolen zijn niet beperkt tot éénlidstaat. Daarnaast is een doel van de aanbeveling om roken verder tedenormaliseren. Het uitstralen van een gezamenlijke lijn op EU-niveaugeeft een sterker signaal af, dat in lijn is met de ambitie uit het Europeeskankerbestrijdingsplan, namelijk een rookvrije generatie in 2040.Nederland heeft die overgenomen en voert er ook beleid op.Indien het ministerie tot de conclusie zou komen dat het voorstel, deRaadsaanbeveling rookvrije ruimten, niet verenigbaar is met het subsidia-riteitsbeginsel, welke acties wil het ministerie dan nemen om dezevermeende schending van het Europees recht aan de kaak te stellen opEuropees niveau? Nederland is tot de conclusie gekomen dat het voorstelverdedigbaar is met het subsidiariteitsbeginsel en daarom is dit niet aande orde.Dan het lid Tielen: gaat de Minister het gesprek openen over beleid inandere landen, over tabaksbeleid en onder andere over de belasting opvapes? Het is een belangrijke prioriteit van de Staatssecretaris van Jeugd,Preventie en Sport om het beleid in andere landen op vapes meer teharmoniseren. Ik zal het belang van streng tabaksbeleid ook inbrengen bijde Raadsvergadering en de Commissie oproepen om spoedig te komenmet een herziening van de verschillende tabaksrichtlijnen. De Staatssecre-taris van Jeugd, Preventie en Sport zal er in zijn actieplan anti-vapen opterugkomen. Bij ons zijn smaakjes bijvoorbeeld al verboden en in anderelanden nog niet. We willen daar dus ook graag harmonisatie in krijgen.Dan de EHDS. Kan de Minister aangeven wat op dit moment nog degrootste uitdagingen en onzekerheden zijn bij het inbouwen van EHDS inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 77311 de Nederlandse systemen? De grootste uitdaging bij de implementatievan de EHDS is dat de ontwikkeling van de Europese technische enfunctionele vereisten parallel lopen aan onze voorbereidingen. Nederlanddraagt aan die Europese ontwikkeling zo veel mogelijk bij via lopendeEuropese projecten en werkgroepen. De EHDS bevindt zich in de laatstefase voordat die wordt bekrachtigd, in het eerste kwartaal van 2025. Zoalseerder toegezegd zal ik de Kamer kort na de bekrachtiging uitgebreidinformeren over de EHDS en over hoe ik die wil gaan implementeren.Dan de cardiovasculaire aandoeningen. Cardiovasculaire aandoeningenzijn een groot probleem voor wat betreft de strategie die de Minister heefttoegezegd rondom vrouwengezondheid. Kan daar ook het onderwerpcardiovasculair aan toegevoegd worden, was de vraag. Daarbij valt er ookin de Europese Unie wat te halen. Cardiovasculaire aandoeningen bijvrouwen zijn vaak onderbelicht en vormen een belangrijk aandachtspuntin de zorg voor vrouwen. Het bevorderen van een gezondere leefom-geving is een belangrijke pijler in de preventieaanpak van het kabinet.Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de toezegging van mijnvoorganger om in de periode 2024 tot 2030 in totaal 15 miljoen euro vrij temaken voor een kennisprogramma vrouwspecifieke aandoeningen bijZonMw. In het vorige ZonMw-programma is veel aandacht besteed aanhart- en vaatziekten bij vrouwen, inclusief het onderzoek naarman-vrouwverschillen. Er zijn tussen 2018 en nu 23 projecten afgerondgefinancierd via ZonMw en in samenwerking met de Hartstichting. Het isnu aan de beroepsgroep om relevante resultaten op te nemen in derichtlijnen en toe te passen in de praktijk. De Tweede Kamer zalhalverwege volgend jaar geïnformeerd worden over de aanpak metbetrekking tot de nationale strategie rondom vrouwengezondheid.Dan het pandemieverdrag. De gesprekken daarover lopen onder deWereldgezondheidsorganisatie en niet bij de Europese Unie. Ik ben mezeer bewust van hoezeer dit onderwerp leeft bij uw Kamer en ik zeg toedat ik nooit zal instemmen met dit verdrag zonder de Kamer hierin tebetrekken. Het laatste woord omtrent de ratificatie van een internationaalverdrag is sowieso voorbehouden aan de Kamer.Dan de laatste vraag. Hoe kijkt de Minister naar het pandemieverdrag? DePVV is van mening dat het kabinet inspraak moet blijven houden. Hoereflecteert de Minister hierop? Ik ben het er volledig mee eens dat hetkabinet de vinger aan de pols moet houden. Daarom volgen wij deonderhandelingen nauwgezet. Afgelopen week is er een nieuwe vergader-ronde geweest. Ik zal de Kamer op zeer korte termijn informeren over delaatste stand van zaken.De voorzitter:Dus het blokje varia ging eigenlijk over het pandemieverdrag.Minister Agema:Ja.De voorzitter:Ik kijk even naar links om te zien of er nog leden zijn die iets gemisthebben in de antwoorden. Nee, zie ik. Dat betekent dat we aan het eindvan de eerste termijn van het kabinet zijn.Ik geef nu de gelegenheid voor een tweede termijn aan de leden diedaaraan behoefte hebben. Ik begin bij meneer Bushoff. Hij heeft geenbehoefte aan een tweede termijn, maar meneer Blaauw wel.De heer Blaauw (PVV):Dank u, voorzitter. Ik zal snel proberen te zijn. Allereerst wil ik de Ministerdanken voor de goede beantwoording van de vragen. In tweede termijnwil ik toch nog één onderwerp aankaarten dat ik in de eerste termijn nietkon behandelen. Dat betreft de nieuwe regels aangaande het stedelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 77312 afvalwater. Kan de Minister er in Brussel voor pleiten dat alle landendaarin evenredig veel bijdragen? En dan bedoel ik niet bijdragen aan hetafvalwater, maar aan het schoonmaken daarvan. Farmaceuten moetennatuurlijk niet hun heil gaan zoeken in landen die het met deze regels nietzo nauw nemen of niet nauw gaan nemen. Medicijnen moeten natuurlijkvoor Nederland bereikbaar blijven. We zitten aan het eind van dewaterlinie, om het zo maar te zeggen, want al dat water komt als laatstebij ons. Dat wilde ik nog vragen aan de Minister.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Rikkers, nog een tweede termijn? Nee? Ik zie er zelf ook van af,dus dan hebben we nog één vraag liggen.Minister Agema:Ja, de vraag over het stedelijk afvalwater. Ik begrijp de zorg van de heerBlaauw. Hij vindt ook dat er wel een evenredige bijdrage moet zijn vanlanden, maar wij willen er vooral afspraken over maken dat er minderafval in het water teréchtkomt. Ik denk dat we moeten beginnen aan debron, en bij hoe we dit moeten vormgeven met elkaar. Ik heb op11 december overleg op directeurenniveau over dit probleem.De voorzitter:Bent u bereid om daar een terugkoppeling van te geven aan de Kamer?Minister Agema:Natuurlijk. Ik denk dat dit bij de geneesmiddelenbrief kan. Ik begrijp nuvan mijn ondersteuning dat het al eerder kan. We kunnen eerder dan in degeneesmiddelenbrief iets melden hierover.De voorzitter:Dank voor dit korte en krachtige commissiedebat. Eén uur! Eigenlijk is ditzo’n kort debat als het Kamerlid Agema veel vaker wilde hebben, kan ikmij herinneren.Er zijn enkele toezeggingen gedaan. Ik ga die nog even noemen, zodat wezeker weten dat we dezelfde verwachtingen hebben.−De Tweede Kamer wordt in de tweede helft van 2025 geïnformeerdover de nationale strategie vrouwengezondheid.−De Kamer wordt op korte termijn geïnformeerd over de laatste standvan zaken rondom het pandemieverdrag.Dit wellicht mede naar aanleiding van de formele Raad, kan ik mij zomaarvoorstellen. Of is daar een ander moment voor? Ik begrijp nu dat het nietop de agenda van deze Raad staat. Dan gebeurt het gewoon zo snel als eriets te melden is. Waarbij de Minister uitdrukkelijk heeft gezegd nooitzonder de Tweede Kamer beslissingen te nemen. Dat is niet echt eentoezegging, maar het is altijd wel goed ...Minister Agema:Nee, laat ik dit verduidelijken. Ik ben mij zeer bewust van de meerderheidin deze Kamer die dat niet wil. Laat ik het op die manier verduidelijken.De voorzitter:Dan kan de Kamer daarover weer beraadslagen. Dat is altijd mooi.−De derde toezegging betreft een terugkoppeling van het gesprekaangaande het stedelijke afvalwater, dan wel het afvalwater in hetalgemeen, en het gesprek dat de Minister daarover met de betrokkendirecteuren heeft. Daar krijgen we een terugkoppeling van.Hebben we het dan? Ja, hè? Dank u wel. Dank ook aan alle mensen die opde derde verdieping mee hebben gekeken, voor hun gezwindeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 77313 antwoorden. Dank aan de Minister en aan de ondersteuning hier. Dankaan de Kamerleden. Dank aan de toeschouwers. Tot ziens.Sluiting 15.02 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 77314

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 42cfda3cf57211a4

14 okt 2026 · 110986682f181891

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingEU gezondheidsraad
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 20 november 2024, over de EU gezondheidsraad

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.