KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stages in het mbo, hbo en wo

24 apr 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7f951adbec71db28 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 524Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie31 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 605 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 april 2024Leren in de praktijk vormt een belangrijk onderdeel van de opleiding vanmbo-, hbo- en het merendeel van de wo-studenten. Studenten makentijdens een stage kennis met de beroepspraktijk en doen daar onderbegeleiding van iemand uit de praktijk waardevolle leerervaringen op.Iedere student verdient daarom een goede ervaring in de praktijk. Helaasis dat nog niet altijd het geval.Mijn inzet is er daarom op gericht om de stage-ervaringen voor állestudenten te verbeteren, samen met onderwijsinstellingen, studenten enhet werkveld. Voor het hbo en wo heb ik in 2022 met vertegenwoordigersvan het onderwijs- en werkveld en het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (SZW) het Manifest ondertekend om gezamenlijkstagediscriminatie aan te pakken1. Het Manifest is uitgewerkt in eenmeerjarig werkprogramma2. In het mbo heb ik met vertegenwoordigersvan bedrijfsleven, overheid, onderwijs en studenten de handen ineenge-slagen met het Stagepact mbo 2023–20273. Daarin hebben we afsprakengemaakt om er samen voor te zorgen dat alle studenten een stage ofleerbaan krijgen met de juiste begeleiding en goede randvoorwaarden.Over de voortgang van het Manifest, het Stagepact en het onderzoek dathiermee samenhangt is en wordt uw Kamer op diverse momentengeïnformeerd. Daarbij laat ik – in het licht van de waaier – ook steedsvaker onderzoek doen in het brede vervolgonderwijs. Zodat we ookkunnen vergelijken, kunnen leren van elkaar en de gelijkwaardigheid vande sectoren kunnen bevorderen, ook ten aanzien van stages.1Manifest ondertekend om stagediscriminatie tegen te gaan | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl.2Werkprogramma tegen Stagediscriminatie hoger onderwijs | Publicatie | Rijksoverheid.nl.3Stagepact mbo 2023-2027 | Convenant | Rijksoverheid.nl. kst-31524-605ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6051 In deze brief, die ik mede namens de Minister voor Primair en VoorgezetOnderwijs stuur, zal ik uw Kamer informeren over een aantal recentverschenen onderzoeken rondom stages in het mbo, hbo en wo.Allereerst ga ik in op de uitkomsten van de monitoring van stagevergoe-dingen. Vervolgens ga ik in op het onderzoek van ResearchNed overstages in het hbo en wo. Daarna zal ik ingaan op het onderwerp stagedis-criminatie van studenten met een functiebeperking.Deze onderzoeken geven de stand van zaken weer en tonen aan datonderdelen op het gebied van stagevergoedingen, stagediscriminatie enstagebegeleiding nog flinke stappen te maken zijn. Dat is op zich nietverwonderlijk gezien de looptijd van de gekozen aanpak en onderstreeptde urgentie van waar we aan werken. Ik ga hier met onverminderdeenergie mee door, samen met alle partners uit het Manifest en hetStagepact, om in de uitvoering uiteindelijk tot betere stages voor allestudenten te komen. Ik sluit deze brief af met een toelichting hoe dezebrief zich verhoudt tot de monitoring van het Stagepact en de vervolg-stappen in het hbo en wo. In de brief ga ik ook in op verschillende motiesover stages.Uitkomsten van monitoring stagevergoedingen van mbo, hbo enwo stagiairsIn het Stagepact mbo 2023–2027 zijn afspraken gemaakt over het biedenvan stagevergoedingen. Alle studenten ontvangen een onkostenver-goeding die ten minste alle kosten omvat die een student moet maken omstage te kunnen lopen bij het bedrijf. Daarbovenop stimuleren wewerkgevers tot het geven van passende stagevergoedingen en omhierover afspraken te maken in alle cao’s. Ook voor hbo- en wo-studentenis het wenselijk dat zij een passende stagevergoeding ontvangen en dat erafspraken worden gemaakt in cao’s. Conform de motie van de leden VanBaarle en Westerveld4 worden de stagevergoedingen in het mbo, hbo enwo jaarlijks gemonitord. Onderstaande resultaten geven de situatie in2023 weer en daarmee een beeld van de eerste start van het Stagepact.Stagepact MBO 2023–2027Het pact is gesloten door JOBmbo, BVMBO, de MBO Raad, NRTO,VNO-NCW, MKB-Nederland, VNG, SBB, CNV en CNV Jongeren, FNVen FNV Young&United, AOB, FvOv, SZW en OCW. Met het pactwillen de partijen bereiken dat alle studenten een stage of leerbaankrijgen met uitstekende begeleiding en randvoorwaarden. Het richtzich op vier doelen: 1) het verbeteren van de stagebegeleiding,2) uitbannen van stagediscriminatie, 3) realiseren van voldoendestageplaatsen en 4) bieden van een passende vergoeding. Delooptijd van het Stagepact MBO is 2023–2027.Het Ministerie van SZW heeft een rapportage opgesteld over stagevergoe-dingen in cao’s in 20235. De onderzochte cao’s zijn alle cao’s die bijdirectie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving (UAW) van hetMinisterie van SZW zijn aangemeld. Uit deze rapportage blijkt dat in 450van de 681 onderzochte cao’s in meer of mindere mate iets is opgenomenover stages. In 68 cao’s van de 681 onderzochte cao’s is een afspraakgemaakt over stagevergoedingen, in 53 cao’s wordt vervolgens ook eenspecifiek bedrag genoemd. In 17 cao’s wordt een onderscheid gemaakt instagevergoeding op basis van opleidingsniveau, bij 12 cao’s wordt4Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 VIII, nr. 118.5Zie bijlage en publicatie op MinSZW | Directie UAW – Onderzoeksrapporten – Onderzoeksrap-porten (uitvoeringarbeidsvoorwaardenwetgeving.nl)).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6052 daarentegen expliciet hetzelfde bedrag gegeven aan stagiairs van alleopleidingsniveaus. Voor een cao bij SZW wordt aangemeld sluiten desociale partners vaak eerst een principeakkoord af. De principeakkoordengeven een beeld van de onderwerpen die tijdens de cao-onderhande-lingen van belang waren en gaan voornamelijk over nieuwe afspraken. In38 van de 307 principeakkoorden wordt iets vermeld over stagevergoe-dingen en in 15 principeakkoorden wordt er specifiek vermeld dat destagevergoeding geldt voor alle opleidingsniveaus.Daarnaast heeft het CBS op basis van de Polisadministratie de inkomstenvan studenten in kaart gebracht, inclusief inkomsten vanuit bijbanen enstages.6 Zo is in kaart gebracht hoeveel studenten een stagevergoedingontvangen en wat de hoogte is van de stagevergoeding7. Deze resultatenzijn uitgesplitst naar sector en onderwijsniveau. Slechts 41% vanmbo-studenten van de beroepsopleidende leerweg (bol) ontvangt eenstagevergoeding. Het gaat hierbij om de studenten met eenbpv-overeenkomst. Voor mbo-studenten die een vergoeding ontvangen,geldt dat zij een gemiddelde stagevergoeding van € 2,92 per uur(€ 230 per maand) ontvangen. Mbo-studenten in de bbl8 ontvangengemiddeld een uurloon van € 15,50 en een maandloon van € 1.810, maardit is een combinatie van leerwerkbaan en (bij)banen. Uit de data blijkt dat3% van de bbl-studenten in maart 2023 geen inkomsten hadden. Het isonbekend waarom deze groep geen loon ontvangt.De gemiddelde stagevergoeding voor studenten in het hbo ligt op€ 3,09 per uur (€ 370 per maand) en in het wo op € 3,38 per uur(€ 400 per maand)9. Dit komt ongeveer overeen met de resultaten van hetonderzoek van ResearchNed, waar uit blijkt dat hbo-studenten gemiddeld€ 367 per maand en wo-studenten gemiddeld € 419 euro per maandontvangen. Het onderzoek van ResearchNed toont tevens aan dat demeerderheid van de hbo-studenten (75%) een stagevergoeding ontvangt.Voor de wo-studenten bleek dat 65% van de studenten die een verplichtestage volgen en 91% van de studenten die een facultatieve stage volgen tezijn. Voor zowel mbo-, hbo- als wo-studenten geldt daarnaast dat devergoedingen verschillen per arbeidssector. Hbo-studenten die eeneconomie- of een techniek- & ICT-opleiding volgen, ontvangen bijna altijdeen stagevergoeding, terwijl dit voor gezondheidszorgstudenten (52%) envoor onderwijsstudenten (23%) veel minder vaak geldt. Ten slotte merkende onderzoekers van ResearchNed op dat stagiairs weinig tot geen ruimtebehouden voor een bijbaan. Hierdoor kan het volgen van een stage ertoeleiden dat studenten financieel in de knel raken als ze geen stagever-goeding ontvangen.BeleidsreactieVoor mij is het van essentieel belang dat studenten die een stage volgeneen passende stagevergoeding ontvangen. Helaas laten de onderzoekenzien dat dit lang niet overal het geval is. Er zijn teveel sectoren waarin noggeen afspraken zijn gemaakt in cao’s over stagevergoedingen en ik zie ookverschillen tussen sectoren in hoeverre studenten een stagevergoedingontvangen. Daarnaast zijn er flinke verschillen in hoogte van bedragenvoor mbo-, hbo- en wo-studenten en blijkt dat mbo-studenten veel mindervaak een stagevergoeding ontvangen dan hbo- en wo-studenten. Datmoet echt anders. Studenten horen een passende stagevergoeding teontvangen. Hier is nog een weg te gaan.6Stages, banen en BPV-overeenkomsten van studenten in vo, mbo, ho, 2022/’23 | CBS.7De cijfers in deze brief zijn gebaseerd op peilmaand maart 2023.8Bij deze cijfers is gekeken naar de studenten met een bpv-overeenkomst omdat we daarvanzeker weten dat zij een leerwerkplek hebben.9Dit betreft niet-internationale voltijdstudenten, en alleen studenten met inkomsten uit stage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6053 In het Stagepact MBO heb ik afspraken gemaakt met onder andere socialepartners om een passende vergoeding te stimuleren, de stagevergoe-dingen tussen mbo-, hbo- en wo-studenten recht te trekken en hieroverafspraken te maken in cao’s. Dat heeft tijd nodig en is niet in één jaargeregeld. De onderzoeken onderschrijven het belang van de afspraken diewe gemaakt hebben in het Stagepact en benadrukken de urgentie omhieraan hard te blijven werken. In dat licht is het positief dat de socialepartners, verenigd in de Stichting van de Arbeid, een aanbevelinggestuurd hebben aan de decentrale cao-partijen over het bieden van eenpassende stagevergoeding10. Een voorzichtig positief signaal is dat in deprincipeakkoorden in toenemende mate is gesproken over stagevergoe-dingen. Ik hoop dat dit een indicatie is van een stijging van de afsprakenover stagevergoedingen in cao’s. Net als dat in 15 principeakkoordenexpliciet wordt vermeld dat de stagevergoeding geldt voor alle oplei-dingsniveaus. Gelijkwaardige behandeling van alle studenten inNederland is een belangrijke prioriteit en daarom is ook in het Stagepacthet uitgangspunt afgesproken om in afspraken over cao’s geen onder-scheid te maken naar onderwijsniveau. Ik zal hierover het gesprekaangaan met de sociale partners en hen nogmaals oproepen om hieroverin iedere nieuw op te stellen cao-afspraken te maken. Daarnaast roep ik(leer)bedrijven op om, ook als er geen afspraken zijn gemaakt in een cao,studenten een passende stagevergoeding te geven.Het onderzoek van ResearchNed toont wederom aan dat een grotemeerderheid van de hbo- en wo-stagiairs in het onderwijs geen stagever-goeding ontvangt. Ik heb eerder aangegeven tijdens debatten en ineerdere Kamerbrieven dat ik dat niet uit te leggen vind. Zeker in een tijdmet grote personeelstekorten waarbij we alles op alles zetten om hetlerarentekort te bestrijden horen alle onderwijsstagiairs gewaardeerd teworden. De funderend onderwijssector heeft hier echt een stap naar vorente zetten. Het is daarbij goed om te melden, dat het wel degelijk kán. Erzijn onderwijsregio’s waar al afspraken zijn gemaakt tussen schoolbe-sturen, om gezamenlijk op te trekken in het voorzien in een stagever-goeding aan toekomstige leerkrachten of ondersteunend personeel.Zo zijn bijvoorbeeld in de regio Rijnland en Haaglanden tussen debesturen van vo-scholen, die participeren in de opleidingsscholen,bovenbestuurlijke afspraken gemaakt met betrekking tot het bieden vaneenduidige stagevergoedingen. Ook is in het Gelders overleg de stagever-goeding voor mbo, hbo en wo studenten afgestemd. Hierbij is hetuitgangspunt dat alle studenten een stagevergoeding ontvangen en datde hoogte van de stagevergoeding voor alle studenten gelijk is. Voorts zijnin de cao mbo en de cao hbo inmiddels afspraken opgenomen overstagevergoedingen voor studenten die stagelopen op mbo-scholen ofhogescholen. Deze voorbeelden laten zien dat het mogelijk moet zijn omafspraken te maken over stagevergoedingen voor het toekomstigeonderwijspersoneel.Uw Kamer heeft de regering via de motie van de leden Paternotte enPijpelink11 verzocht om zich in te spannen voor stagevergoedingen in hetonderwijs. Samen met de Minister voor Primair en Voorgezet Onderwijsheb ik bij de sociale partners in het funderend onderwijs er nogmaals opaangedrongen om onderling tot goede afspraken hierover te komen endeze afspraken te betrekken bij de totstandkoming van de komende CAOin het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Het Ministerie vanOCW is in overleg met de sociale partners in het primair en voorgezetonderwijs om te onderzoeken wat er nodig is om tot een sectorale10Brief aan decentrale partijen over passende stagevergoeding | Stichting van de Arbeid(stvda.nl).11Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 102.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6054 stagevergoedingsregeling te komen. Voor de zomer zal ik uw Kamerinformeren over de stand van zaken van het overleg met sociale partners.Daarnaast zal ik aan de Realisatie-Eenheid12 vragen of ze het belang vanstagevergoedingen onder de aandacht kunnen brengen bij de Onderwijs-regio’s. De Onderwijsregio’s kunnen dan afspraken maken over hetbetalen van stagevergoedingen door de deelnemende scholen en hetbelang van stagevergoedingen benadrukken.Daarnaast heeft uw Kamer mij verzocht met de motie van de leden VanBaarle en Westerveld13 en de motie van het lid Ergin c.s.14 om ook voorstudenten in het hbo en wo afspraken te maken over stagevergoedingen,naast de al gemaakte afspraken in het mbo. Daarom zal ik naast met dewerkgevers in het funderend onderwijs, ook met andere werkgevers inoverleg treden om afspraken te maken over stagevergoedingen in decao’s, voor studenten in het hbo en wo. Naar aanleiding van het Stagepactworden nu al afspraken gemaakt in cao’s en deze afspraken hebben ookeffect voor studenten in het hbo en wo. Ik ga daarom in gesprek met dewerkgevers van sectoren waar de afspraken over stagevergoedingenachterblijven. De onderzoeken van SZW en van CBS worden jaarlijksgeüpdatet en daarmee houden we zicht op de voortgang van de stagever-goedingen. Deze onderzoeken worden ook benut om de voortgang vanhet Stagepact te monitoren. Indien we op stagevergoedingen te weinigvooruitgang boeken, zal ik mij beraden op de inzet van stevigeremaatregelen. Mede hierom doe ik, zoals de Kamer mij via de motieStultiens en Ergin15 heeft verzocht, een onderzoek naar de invoering vaneen verplichte stagevergoeding.Rapportage over stages in het hbo en woMijn voorganger heeft eind 2021 aan uw Kamer toegezegd om destagetekorten in het hbo en wo inzichtelijk te maken. In opdracht van OCWheeft het onderzoeksbureau ResearchNed een onderzoek uitgevoerd naarde stagetekorten, waarbij er drie verschillende meetmomenten waren. Indit onderzoek wordt er ook gekeken naar stagebegeleiding en stagever-goedingen. De eerste16 en tweede17 meting heeft uw Kamer reedsontvangen. In de derde meting die ik bij dezen naar uw Kamer stuur, zijnvoor het eerst ook wo-studenten gevraagd naar hun ervaringen metstages. De onderzoekers geven aan dat deze cijfers in zijn algemeenheideen representatief beeld geven. In deze brief licht ik eerst de resultatenvan de hbo-studenten toe en daarna de resultaten van wo-studenten.Vervolgens geef ik een reactie op de resultaten.Resultaten hboOok de derde meting wijst erop dat in zijn algemeenheid het overgrotedeel van de hbo-studenten tijdig een stageplaats weet te bemachtigen.Drie op de tien hbo-studenten geeft wel aan dat het vinden van eenstageplek veel moeite kost. Met name studenten in de sectoren Gezond-heidszorg en Taal en Cultuur ervaren vaker moeite bij het vinden van eenstageplek. De studenten noemden het (beperkte) aanbod van stagebe-drijven en de (onduidelijke) sollicitatieprocedure van stageaanbieders alsbelangrijke knelpunten. De overgrote meerderheid van hbo-studenten ispositief over hun stage. Studenten vinden hun stageplek interessant (90%)12Realisatie-Eenheid | Lerarentekort | Aanpak Lerarentekort.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 VIII, nr. 118.14Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 91.15Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 64.16Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 288, nr. 1023.17Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 288, nr. 1075.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6055 en leerzaam (91%) en zijn van mening dat de stage een goed beeld geeftvan de beroepspraktijk. Net als bij de eerste twee metingen warenstudenten minder tevreden over begeleiding door de hogeschool tijdensde stage (54% is tevreden) en de voorbereiding op de stage door deopleiding (44%). Aan de studenten is ook gevraagd welke ontwikkelpuntenzij zien voor betere begeleiding vanuit het onderwijs. De studenten ziengraag meer persoonlijke begeleiding (65%), ontvangen graag tijdiginformatie over de stageperiode (55%) en willen graag meer duidelijkheidrondom de stage-eisen (48%).Resultaten woIn tegenstelling tot het mbo en hbo, zijn stages in het wo niet altijdonderdeel van het opleidingscurriculum. Ongeveer 75% van de studentengeeft aan dat stages een verplicht onderdeel zijn van de opleiding. Voor5% van de wo-studenten die een verplichte stage lopen, geldt dat zij niettijdig een stageplek hebben gevonden. Daarnaast geeft 8% aan dat zij laterdan gepland een stageplek hebben gevonden. Voor de wo-studenten diefacultatief een stage volgen, geeft 6% aan dat zij nog geen stageplekhebben gevonden. Ongeveer 7% van de wo-studenten die een verplichtestage volgen, verwacht studievertraging op te lopen doordat zij geen ofniet tijdig een stageplek hebben weten te bemachtigen. Van dewo-studenten geeft 27% aan dat het vinden van een stageplek veel moeitekost.De wo-studenten noemden het (beperkte) aanbod van stagebedrijven ende begeleiding vanuit de instelling bij het vinden van een stageplek alsbelangrijke knelpunten. Net als in het hbo is de overgrote meerderheidvan wo-studenten positief over hun stage. Zowel studenten die verplichtals facultatief een stage uitvoeren, vinden hun stageplek interessant(respectievelijk 94% en 99%) en leerzaam (92% en 93%). Over de voorbe-reiding vanuit de opleiding (53% en 53%) en begeleiding vanuit deinstelling (46% en 16%) zijn wo-studenten minder tevreden. Dewo-studenten zien graag meer inhoudelijke voorbereiding en onder-steuning bij het vinden van een stageplaats.BeleidsreactieZoals eerder gemeld zijn stages in het vervolgonderwijs een belangrijkonderdeel van het curriculum en essentieel om studenten in aanraking telaten komen met de beroepspraktijk. Ook uw Kamer heeft aangegeven hetvan belang te vinden dat studenten een goede stage kunnen volgen. UwKamer heeft hierom verschillende moties omtrent stages aangenomen. Zoook de motie van het lid Ergin c.s.18 om te verkennen welke elementen uithet Stagepact MBO 2023–2027 ook voor het hbo en wo toegepast kunnenworden. In mijn reactie op het onderzoeksrapport zal ik ook de koppelingleggen met deze motie en hoe ik hier – in samenhang met het onderzoeks-rapport – vervolg aan geef.Het is positief om uit het rapport te vernemen dat er voor hbo- enwo-studenten geen sprake is van significante stagetekorten. Dit geldt ookvoor mbo-studenten blijkt uit de metingen van SBB over de stagetekorten.Op dit moment zet ik geen aanvullende acties in op dit vlak. We blijven ditgoed volgen. Mochten de tekorten op de arbeidsmarkt ervoor zorgen dater druk ontstaat op het aantal stageplekken of de kwaliteit van de stages,dan worden aanvullende acties overwogen.18Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 91.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6056 Aanpak tegengaan stagediscriminatie hbo en woElke student die te maken krijgt met discriminatie, waar dan ook, is er éénte veel. Discriminatie vindt zowel bewust, als in veel gevallen onbewustplaats. Het onderzoek toont wel aan dat een klein deel van de hbo- enwo-studenten discriminatie als knelpunt beschouwt bij het vinden van eenstageplek.Met het Manifest19 tegen stagediscriminatie is een aanpak in gang gezetom stagediscriminatie uit te bannen (zie toelichting kader kader).Het Manifest is concreet uitgewerkt in een Werkprogramma20 dat doorExpertisecentrum Diversiteitsbeleid (ECHO) in samenwerking met deondertekenaars van het manifest de aankomende vier jaar wordtuitgevoerd. Het werkprogramma heeft als doel lange termijn verande-ringen tot stand te brengen en is gericht op studenten, het onderwijs enorganisaties die stageplekken aanbieden.Manifest tegen Stagediscriminatie in het Hoger Onderwijs2022–2026Op 13 juli 2022 is het Manifest tegengaan stagediscriminatie in hethoger onderwijs ondertekend door de VH, UNL, MKB-Nederland,VNO-NCW, ISO, LSVb en OCW en SZW. In het manifest committerende partijen zich aan de volgende vier ambities: 1) onderkenning envergroten van het bewustzijn van het complexe vraagstuk vanstagediscriminatie, 2) het borgen en monitoren van interventies bijde voorbereiding op, stagebegeleiding en aanpak van stagediscrimi-natie voorafgaand en tijdens stages, 3) het samenwerken met ECHOin het landelijke werkprogramma tegen stagediscriminatie en 4) hetdeelnemen aan het landelijk netwerk tegen stagediscriminatie.waarin periodiek wordt gesproken over de uitwerking van hetManifest, de voortgang en gerealiseerde impact. Het landelijknetwerk wordt gecoördineerd vanuit OCW en SZW.Afgelopen tijd hebben er tal van activiteiten plaatsgevonden vanuit hetManifest en het Werkprogramma. Zo hebben er trainingen plaatsge-vonden gericht op studenten en docenten en is er een podcastserie21ontwikkeld om bewustzijn te creëren en kennis te delen omtrent hetthema stagediscriminatie. Ook zijn praktische tools ontwikkeld op basisvan focusgroepsgesprekken met studenten, docenten en stagebiedendeorganisaties en elk jaar vindt er een conferentie plaats waarin partijensamengebracht worden om van elkaar te leren. In de landelijke werkgroepis onlangs besproken hoe er uitvoering gegeven kan worden aan de motieErgin c.s. Afgesproken is dat in de volgende bijeenkomst partijen uit hetmbo worden uitgenodigd om te vertellen over het Stagepact en wordtactief gekeken welke lessen daaruit te halen zijn voor de aanpak gericht ophet hoger onderwijs. Ik zal de Kamer eind dit jaar informeren over hoeconcreet uitvoering wordt gegeven aan deze motie.StagebegeleidingVerder blijkt uit de metingen dat een deel van de studenten moeite heeftmet het vinden van een stageplek. Ook geeft een aanzienlijk deel van destudenten aan dat de begeleiding door de instelling en de voorbereidingvanuit de opleiding beter kan. Deze punten zijn elk zorgelijke constate-ringen. Het is van belang dat er voldoende stageplekken beschikbaar zijn19Manifest ondertekend om stagediscriminatie tegen te gaan | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl.20Werkprogramma tegen Stagediscriminatie hoger onderwijs | Publicatie | Rijksoverheid.nl.21Stagediscriminatie onder de loep - ECHO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6057 en dat studenten voldoende begeleiding ontvangen voor en tijdens eenstage. We zien bij opleidingen waar veel ruimte is voor persoonlijkeaandacht en begeleiding, studenten daar meer tevreden zijn over debegeleiding vanuit de opleiding. Voor studenten blijkt het zeer belangrijkte zijn dat ze zich gesteund voelen door hun opleiding, bij hun zoektochtnaar hun stage, maar ook bij ervaringen van discriminatie.22 Een goedvoorbeeld van stagebegeleiding is het stagepunt van de HaagseHogeschool23, waarbij studenten door studenten ondersteund worden bijhet vinden van een stageplek. Ik zal daarom met het onderwijsveldverkennen hoe de stagebegeleiding verbeterd kan worden, bijvoorbeelddoor meer stagepunten in te richten bij hogescholen en universiteiten. Ikzal de Kamer eind 2024 nader informeren over de resultaten en naderinformeren over de invulling van de motie van lid Ergin c.s.24PraktijklerenDaarnaast stimuleert de Subsidieregeling praktijkleren werkgevers ompraktijkleerplaatsen aan te bieden door hen tegemoet te komen in deinvestering die begeleiding van studenten vraagt. Ik informeer uw Kamergraag over de rapportages over praktijkleren (bijlage 4). In studiejaar2022/2023 is de regeling opnieuw veel benut door werkgevers diepraktijkleerplaatsen aanbieden aan mbo-, hbo- en wo-studenten. Onlangsis de subsidieregeling verlengd tot en met 2028 en om werkgevers teblijven stimuleren om praktijkleerplaatsen aan te bieden.25Onderzoek naar stagediscriminatie van studenten met eenfunctiebeperking in het mbo, hbo en woNaar aanleiding van de moties Westerveld en Wassenberg26 en Van derPlas en El Yassini27 is onderzoek gedaan naar stagediscriminatie bijstudenten met een functiebeperking in het mbo, hbo en wo. Het rapportbevat tevens aanbevelingen. De onderzoekers hebben ook eenhandreiking28 gemaakt met handvatten, tips en tools voor onderwijs-instellingen en stagebedrijven om stagediscriminatie van studenten meteen functiebeperking tegen te gaan.Omvang en vorm van stagediscriminatieUit dit onderzoek blijkt dat gemiddeld ruim 10% van het totale aantalstudenten met een functiebeperking in het mbo, hbo en wo aangeeftstagediscriminatie vanwege hun functiebeperking te hebben ervaren.Studenten met een functiebeperking in het mbo geven het vaakst aan datzij gediscrimineerd worden tijdens de zoektocht naar een stage (15%). Inhet hbo en wo wordt dit minder ervaren; hiervoor geldt dat respectievelijk6% en 5% van de studenten met een functiebeperking aangeeft dat zijgediscrimineerd zijn (onder andere) vanwege een functiebeperking. Uithet onderzoek komt naar voren dat stagediscriminatie vaker voorkomt bijstudenten met een motorische beperking, een chronische ziekte,psychische aandoening of autisme spectrum stoornis (ASS) dan bijstudenten met een andere functiebeperking.22Achbab en De Jong (2024). Stagediscriminatie, een vervolg. Den Haag: hogeschool Inholland.23Stagepunt Haagse Hogeschool verbindt student en arbeidsmarkt | Nieuwsbericht | NationaalProgramma Onderwijs[1930551017] (nponderwijs.nl).24Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 91.25Staatscourant 2023, 29568 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakin-gen.nl).26Tweede Kamer, vergaderjaar 2021, 35 570 VIII, nr. 271.27Tweede Kamer, vergaderjaar, 2022–2023, 31 524, nr. 527.28De handreiking is onder andere geplaatst op de website: Aanpak Stagediscriminatie voormbo-scholen | Rapport | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6058 Studenten met een functiebeperking krijgen op verschillende manieren temaken met stagediscriminatie. Het zoeken naar een stageplek duurt voorstudenten met een functiebeperking langer. Ook geven studenten aanstagediscriminatie te ervaren vanwege de stage-eisen vanuit de onder-wijsinstelling. Zo is het aantal uur dat wekelijks aan de stage moet wordenbesteed, in verband met hun gezondheidssituatie, niet altijd haalbaar voorstudenten met een functiebeperking. Tijdens de stage wordt een gebrekaan faciliteiten, gebrek aan begrip voor de functiebeperking en onvol-doende begeleiding benoemd als belangrijke uitingsvormen vanstagediscriminatie. Ten slotte geven studenten aan dat zij tijdens de stagete maken kregen met discriminerend gedrag – onvriendelijke behandeling,pesten, uitsluiting – op de werkvloer van collega’s met wie zesamenwerken.De onderzoekers merken op dat stagediscriminatie op grond vanfunctiebeperking sneller geaccepteerd wordt dan stagediscriminatie opbijvoorbeeld huidskleur, geaardheid of religie. Een functiebeperking zoueen «legitieme reden» zijn om iemand niet aan te nemen voor een stage.Zo worden ontoegankelijke stage-eisen en het ontbreken van kennis,vaardigheden en voorzieningen op de stageplek zelf (bijvoorbeeld hetontbreken van een lift) gebruikt om stagediscriminatie van studenten meteen functiebeperking voor zichzelf te verantwoorden. Dit terwijl de wetgelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz)het maken van direct en indirect onderscheid op grond van handicap ofchronische ziekte verbiedt. Dit verbod houdt ook in dat wanneer indivi-duele studenten toegankelijkheidsproblemen ervaren bij een stage,bijvoorbeeld vanwege ontoegankelijke stage-eisen of missende kennis envoorzieningen, er een verplichting geldt doeltreffende aanpassingen teverrichten en te zorgen voor algemene toegankelijkheid (tenzij deze eenonevenredige belasting vormt).AanbevelingenDe onderzoekers doen aanbevelingen aan overheid, overkoepelendeinstanties, onderwijsprofessionals en werkgevers om deze knelpunten aante pakken. De aanbevelingen aan de overheid (en overkoepelendeinstanties) zijn:1.Stimuleer bewustwording en professionalisering op het gebied vanstagediscriminatie van studenten met een functiebeperking bijonderwijsinstellingen en werkgevers. Verspreid relevante informatieen tools en faciliteer (het gebruik van) relevant professionaliserings-aanbod.2.Stimuleer werkgevers objectief en inclusief te werven (geef daarbij zelfook het goede voorbeeld). Informeer werkgevers over (financiële)ondersteuningsmogelijkheden voor het begeleiden van studenten meteen functiebeperking, wat inclusief werven kan stimuleren.3.Stimuleer werkgevers om antidiscriminatiebeleid op te zetten. Vraagactief naar hun antidiscriminatiebeleid en bespreek in hoeverre eraandacht is voor antidiscriminatie van studenten met een functiebeper-king.4.Informeer werkgevers over de (financiële) ondersteuningsmogelijkhe-den vanuit de overheid voor het begeleiden van studenten met eenfunctiebeperking en versimpel het aanvragen van deze voorzieningen.5.Stimuleer het melden van discriminatie-ervaringen, verspreid goedevoorbeelden op het gebied van routekaarten, kaders en meldingssyste-men.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 6059 BeleidsreactieDit onderzoek laat wederom zien dat stagediscriminatie een grootprobleem is. Het is onacceptabel dat 15% van de mbo-studenten, 5% vande hbo-studenten en 6% van de wo-studenten met een functiebeperkingaangeven stagediscriminatie te ervaren. Dat moet echt veranderen. Het isniet uit te leggen dat een functiebeperking «een legitieme reden» zou zijnom iemand niet aan te nemen voor een stage.Het onderzoek toont aan dat we met onverminderde energie door moetengaan met het aanpakken van stagediscriminatie. In de aanpak stagediscri-minatie, zoals overeengekomen in het Stagepact MBO29 en in hetManifest en het Werkprogramma in het hbo en wo30 zet ik me daarvoor insamen met een brede coalitie aan partijen in en rondom het onderwijs.Deze aanpak is voor stagediscriminatie op basis van alle gronden, dus ookvoor studenten met een functiebeperking. De aanbevelingen van deonderzoekers sluiten aan bij de aanpak stagediscriminatie. Onderdeel vande aanpak in het mbo, hbo en wo is bijvoorbeeld het inrichten vanlaagdrempelige meldpunten stagediscriminatie op de onderwijs-instellingen, het verder professionaliseren van stagebegeleiders endocenten op het gebied van stagediscriminatie, het stimuleren vanobjectief werven en selecteren bij werkgevers en het informeren enstimuleren van werkgevers om een inclusieve organisatie te zijn voorstagiairs en om stagediscriminatie te voorkomen.In het hbo en wo heeft ECHO in de uitvoering van het Werkprogrammategengaan stagediscriminatie expliciet aandacht voor studenten met eenfunctiebeperking en wordt ingegaan op hoe het onderwijs en stageorgani-saties er beter voor kunnen zorgen dat deze studenten net zoveel kansenhebben op toegang tot en het goed kunnen uitvoeren van een stage alsandere studenten. In het mbo werk ik, aanvullend op de aanpak stagedis-criminatie, samen met een groot aantal partners in het kader van deVerbeteragenda passend onderwijs mbo aan het verbeteren van debegeleiding van studenten met een extra ondersteuningsbehoefte bij destage en de eerste stappen naar de arbeidsmarkt. In reactie op debehoefte aan meer kennis en expertise van het begeleiden van jongerenmet een extra ondersteuningsbehoefte bij de BPV wordt een opleiding«Begeleiding bij de BPV en de eerste stappen naar de arbeidsmarkt»ontwikkeld voor onderwijsprofessionals in het mbo.31De aanbevelingen in het rapport zijn verder geoperationaliseerd in eenhandreiking voor onderwijsinstellingen en stagebedrijven. Dezehandreiking zal ik actief onder de aandacht brengen bij de partners van deaanpak stagediscriminatie en hun achterban in het mbo, hbo en wo. Methen zal ik ook de uitkomsten en aanbevelingen uit dit onderzoekbespreken en waar nodig acties aanscherpen om stagediscriminatie vanstudenten met een functiebeperking tegen te gaan.Ten slotteIedere student verdient een leerzame, veilige en goede stage, metuitstekende randvoorwaarden. Die eerste kennismaking van de studentmet de arbeidsmarkt moet een positieve zijn. Dat gun ik iedere student.Daarom heb ik vanaf het begin van mijn ministerschap mij ingezet voorhet verbeteren van de stages. Met het vaststellen van het Stagepact MBOen Manifest in het hbo en wo liggen er hele concrete afspraken om stages29Stagepact mbo 2023 - 2027 (overheid.nl).30Manifest ondertekend om stagediscriminatie tegen te gaan | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl.31Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 472.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 60510 beter te maken. Samen met alle betrokken partijen zetten we in op beterebegeleiding, terugdringen van stagetekorten, het bieden van eenpassende stagevergoeding en het tegengaan van stagediscriminatie. Endat kan alleen met al die partijen samen. Het zijn namelijk al die onder-wijsinstellingen en leerbedrijven die het verschil in de praktijk moetenmaken. Ik zie dat alle betrokken partijen zich hiervoor inzetten. De in dezebrief getoonde onderzoeken tonen echter ook aan dat we er nog lang nietzijn. Gezien de complexiteit van de opgave was dat te verwachten, maarvraagt des te meer dat we hier met elkaar en met volle energie mee doorgaan.We blijven het effect van onze inzet monitoren en de aanpak bijsturenwaar nodig. Zo heeft uw Kamer mij via de motie van de leden Stultiens enErgin32 verzocht om de invoering van een minimale stagevergoeding teonderzoeken. Mijn streven is om dit onderzoek eind 2024 aan uw Kameraan te bieden. Tevens zal ik de Kamer dan informeren over de motieErgin c.s.33, die verzoekt om elementen van het Stagepact MBO ook voorhet hbo en wo toe te passen. Voor de zomer ontvangt uw Kamer ook eenseparate beleidsreactie op het rapport «een klemmend beroep» van deOnderwijsraad34. Daarnaast zal ik uw Kamer jaarlijks informeren over devorderingen van het Stagepact MBO. De eerste rapportage ontvangt uwKamer voor de zomer en bovenstaande onderzoeken geven waardevolleinzichten voor de monitoring.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.H. Dijkgraaf32Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 64.33Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 91.34Een klemmend beroep | Advies | Onderwijsraad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 524, nr. 60511

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 33bfc261a7220ffd

14 okt 2026 · cdee1e3a4a30a2cc

13 okt 2026 · 3025cf6fc81e8a4a

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.