Kabinetsreactie WRR-rapport Nederland in een fragmenterende wereldorde
Brontekst
Versie 7753bc945a33ad3b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 821Nationale VeiligheidNr. 260 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VANJUSTITIE EN VEILIGHEID EN VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 februari 2025Hierbij bieden wij u de kabinetsreactie aan op het op 1 juli 2024 gepubli-ceerde rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid(WRR) over «Nederland in een fragmenterende wereldorde».In het rapport geeft de WRR een treffende analyse van de grote geopoli-tieke verschuivingen in de wereld. De tijd waarin ons land kon rekenen opeen gunstige internationale context is voorbij. De WRR beschrijftverschillende dimensies van fragmentatie van de huidige mondialeordening, waarbij de unipolaire macht van de VS is vervangen doordiverse machtspolen, economische en maatschappelijke activiteitensteeds meer de sfeer van de geopolitiek worden ingetrokken en hetdominante liberaal-westerse wereldbeeld in toenemende mate concur-rentie ondervindt. De belangrijkste boodschappen van de WRR zijn datkostbare inspanningen nodig zijn om als Nederland overeind te blijven indeze turbulente omgeving; dat moeilijke keuzes moeten worden gemaaktin het spanningsveld tussen waarden, welvaart en weerbaarheid; en dathet een opdracht is voor het gehele openbaar bestuur en de samenlevingom zich aan de fragmenterende wereldorde aan te passen.Het kabinet is de WRR erkentelijk voor de analyse en onderschrijft deze ingrote lijnen. De beschrijving van de veranderende wereldorde en degenoemde uitdagingen sluit goed aan bij het Regeerprogramma, datbenadrukt dat de opkomst van nieuwe machten leidt tot geopolitiekecompetitie, spanningen en conflicten, waarin vrede en veiligheid inEuropa niet meer vanzelfsprekend zijn, zoals ook blijkt uit de Russischeagressieoorlog in Oekraïne. Nederland moet dan ook zijn weerbaarheidtegen hybride en militaire dreigingen versterken. Daarbij moeten we nietdoorslaan in pessimisme, maar de uitdagingen en dreigingen wel serieusnemen en daarnaar handelen. Ons land heeft zich eerder succesvolaangepast aan gewijzigde omstandigheden. Waar contacten tussenlanden, mensen en bedrijven toenemen ontstaan mogelijkheden voor hetversterken van onze weerbaarheid, allianties en verdienvermogen. Deze kst-30821-260ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2601 veranderde wereld vereist een assertief kabinet dat, in dialoog met desamenleving, waakt over de belangen van het Koninkrijk.De WRR stelt dat er al veel gebeurt in het Nederlandse beleid. Er heeft deafgelopen jaren een herbezinning plaatsgevonden als gevolg van detoenemende machtscompetitie in de wereld, de sterkere verwevenheidtussen interne en externe veiligheid en de dreiging die revisionistischegrootmachten als Rusland en China met zich meebrengen. Dit heeft geleidtot een ingrijpende verhoging van onze defensie-inspanningen ensignificante materiële en politieke steun aan Oekraïne, ook ten behoevevan vervolging van internationale misdrijven. Daarnaast is er meer nadrukkomen te liggen op economische veiligheid, kennisveiligheid, cybervei-ligheid en de aanpak van andersoortige hybride dreigingen, hetbeschermen van de democratische rechtsstaat in Nederland, en extraaandacht voor de relaties met opkomende machten in de wereld. Ookheeft het kabinet in o.a. de Afrikastrategie en Mondiale Gezondheidsstra-tegie expliciet het geopolitieke belang van het meer meewegen van debelangen van ontwikkelingslanden benoemd. Zoals uiteengezet in hetRegeerprogramma zal dit kabinet willen inspelen op de verschuivendewereldverhoudingen, o.a. door meer aandacht aan Azië te besteden, eneen aantal stappen nemen om de veiligheid en weerbaarheid vanNederland ingrijpend te versterken.Terecht waarschuwt de WRR voor de verleiding van het aannemen vaneen «business as usual-houding» door bij het formuleren van beleid denieuwe wereld eenzijdig door de bril van een door het Westen gedomi-neerde orde te blijven bekijken. We moeten daarom ook eerlijk zijn overhet gegeven dat dergelijke aanpassingen ingewikkeld zijn, soms moeilijkeen kostbare afwegingen vergen en tijd vragen. Het kabinet heeft eenaantal besluiten genomen om de Nederlandse belangen te beschermenop punten die geen uitstel dulden. Deze komen hieronder bij de behan-deling van de hoofdaanbevelingen van de WRR aan de orde. Een aantalpunten is uitgebreider behandeld in recente brieven van de regering, zoalsdie met betrekking tot een weerbare samenleving tegen militaire enhybride dreigingen (Kamerstuk 30 821, nr. 249) (hierna: Kamerbrief overWeerbaarheid) en de kabinetsreactie op het AIV-advies over «Hybridedreigingen en maatschappelijke weerbaarheid».1 Zo wordt recht gedaanaan de omvang en zwaarte van de aanbevelingen en sluit het kabinet aanbij het proces van bezinning en heroriëntatie waar de WRR om vraagt,evenals de uitnodiging de consequenties van de fragmenterendewereldorde de komende jaren samen met partners uit de samenlevingverder te doordenken.Het kabinet voert een realistisch buitenlands beleid, dat de belangen vanNederland en Nederlanders dient, onze waarden niet uit het oog verliesten onze vrijheden verdedigt. Dit vereist o.a. het vormgeven en versterkenvan maatschappijbrede weerbaarheid in Nederland, inclusief eenversterkte communicatieaanpak om het bewustzijn over dreigingen enrisico’s te verhogen. Dit is nader uitgewerkt in de Kamerbrief overWeerbaarheid (Kamerstuk 30 821, nr. 249).Nationale en internationale weerbaarheid zijn onlosmakelijk met elkaarverbonden. Daarvoor zijn, naast nationale inzet, diplomatie en interna-tionale samenwerking van belang. Ofschoon we terecht trots kunnen zijnop onze sterke economie (de 17e van de wereld), innovatiekracht eninternationale inzet, moeten we beseffen dat we slechts één van despelers zijn in een steeds veranderende wereld. Het mondiale zwaartepunt– demografisch, economisch en anderszins – beweegt richting het oosten1Kamerstukken 30 821, nr. 249 en 30 821, nr. 250Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2602 (en zuiden). Mede door deze veroostelijking ontstaat een meer multipo-laire wereld. Deze snelle ontwikkelingen in delen van de wereld zijn in veelopzichten positief, maar hebben ook keerzijden. Waar we in de twintigsteeeuw zagen dat frictie, oorlog en wrijfpunten in Europa uitstraling haddennaar de rest van de wereld, zal dat in deze eeuw toenemend vanuit Aziëhet geval zijn. Dat vergt een continu aanpassingsvermogen, het stellenvan scherpe prioriteiten, en zoveel mogelijk samenwerking met anderelanden. De WRR schrijft met reden dat naast de talloze dreigingen deveranderende internationale context ook kansen met zich meebrengt.Hoewel de demografische, economische en politieke veranderingen inonze tijd van zo’n fundamentele aard zijn dat er van een geopolitiekkantelpunt kan worden gesproken, kan ons land zich met de tot onzebeschikking staande middelen, kennis en daadkracht succesvol aan dezecontext aanpassen.Het beleid van de nieuwe Amerikaanse regering vormt een gegeven, maarook een internationale uitdaging in de zin dat het uitgangspunt van haarhandelen niet zo zeer verdragen of vrijhandel vormt, maar machtsverhou-dingen en machtsuitoefening. Uitspraken van de nieuwe president neemthet kabinet serieus. Tegelijkertijd moeten we telkens in praktijk bezien hoedeze zich vertalen in concreet beleid. Het kabinet wil inzetten op eenconstructieve trans-Atlantische relatie, van belang met name op hetgebied van veiligheid en economie.Voorstellen die rechtstreeks voortvloeien uit deze kabinetsreactie wordengedekt binnen de begrotingen van de beleidsverantwoordelijke departe-menten. Voor de financiële consequenties van het versterken van demaatschappelijke weerbaarheid in relatie tot militaire en hybridedreigingen is de Miljoenennota leidend.Aanbeveling 1: Maak Nederland geopolitiek robuustDe WRR adviseert om binnen de overheid te investeren in aanvullendegeopolitieke expertise, zodat er voldoende hoogwaardige, transdiscipli-naire en cultureel diverse analysecapaciteit beschikbaar is. Daarbij is hetvolgens de WRR cruciaal dat besluitvorming plaatsvindt binnen eenstrategische cultuur waarin de gehele overheid integrale afwegingenmaakt over buitenlands en veiligheidsbeleid, in nauwe afstemming metbedrijven en maatschappelijke organisaties. De WRR pleit voor gerichtemateriële investeringen in nationale weerbaarheid. Naast het versterkenvan de krijgsmacht vereist dat volgens de WRR grotere strategischereserves, investeringen in cyberveiligheid en vitale infrastructuren, hetdiversifiëren en verduurzamen van waardeketens en het aangaan vannieuwe partnerschappen om bijvoorbeeld grondstoffen zeker te stellen.Het gaat hierbij om een langetermijnontwikkeling waarbij de benodigdecapaciteit en inspanningen volgens het WRR een permanent karaktermoeten krijgen. De WRR waarschuwt daarbij dat de noodzakelijkeprioritering van de vergroting van weerbaarheid niet gelijk moet komen testaan aan overmatige securitisering.Reactie kabinetHet kabinet omarmt het pleidooi in deze aanbeveling om in te zetten opgeopolitieke kennis en expertise, te investeren in weerbaarheid, en om tezorgen voor een juiste balans tussen inzet op veiligheid en anderebeleidsprioriteiten.Het ontwikkelen en borgen van deskundigheid over het buitenland inbrede zin, waaronder geopolitieke deskundigheid, is van groot belang. Hethandhaven van een adequaat Nederlands postennet, het fundament vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2603 onze diplomatie en een onmisbaar instrument voor het rijksbredebuitenlands beleid, is daartoe een noodzakelijke voorwaarde. Het kabinetzal daarom zeer zorgvuldig te werk gaan bij een verantwoord uit te voerentaakstelling op onze ambassades, consulaten en permanente vertegen-woordigingen. Naast het postennet leveren de Nederlandse inlichtingen-en veiligheidsdiensten, kennisinstellingen en een aantal door de WRRgenoemde kennisnetwerken belangrijke bijdragen aan onze kennisbasis.In dit kader benadrukt het kabinet ook het belang van samenwerking metdenktanks en internationale financiële instellingen. Deze organisatiesbieden waardevolle analyses die essentieel zijn voor een diepgaande enactuele kennis van geopolitieke ontwikkelingen.De afgelopen jaren is er, mede dankzij de inzet van de Tweede Kamer,geïnvesteerd in het aantrekken en ontwikkelen van rijksbrede expertise opdomeinen zoals economische veiligheid, kennisveiligheid, beschermingvan vitale infrastructuur, cybersecurity en de aanpak van andersoortigehybride dreigingen. Als onderdeel hiervan is een netwerk van beleidsme-dewerkers en diplomaten opgezet die vanuit verschillende posten en opdepartementen over deze thema’s adviseren en samenwerking met derdelanden vormgeven. Samenwerking tussen publieke en private partijen ende wetenschap is essentieel voor het versterken van digitale veiligheid,bijvoorbeeld om meer cybersecurityspecialisten op de arbeidsmarkt tekrijgen.Ten aanzien van de specifieke aanbeveling om een Planbureau voor deVeiligheid op te richten verwijst het kabinet naar de Kamerbrief van deMinister van Justitie en Veiligheid van 22 december 2023 waarin istoegelicht hoe het kabinet via de Nationale Veiligheidsraad (NVR), deRijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid en de Veiligheidsstrategievoor het Koninkrijk der Nederlanden (hierna: Veiligheidsstrategie)zorgdraagt voor een brede en strategische blik op veiligheid. Daarin zijninterne en externe veiligheidsdimensies en de benodigde maatschappij-brede aanpak voor het vergroten van de weerbaarheid koersbepalendeuitgangspunten.2 Daarmee zijn kennis en expertise op dat gebied wat hetkabinet betreft voldoende gewaarborgd.Het kabinet omarmt de aanbeveling van de WRR dat een strategischecultuur van integrale afwegingen nodig is en zet versterkt in op eenintegrale benadering van buitenlands beleid en veiligheid, waarbij diverseoverheidsinstanties betrokken zijn. Een voorbeeld hiervan is het Rijks-brede Responskader tegen Statelijke Dreigingen (2023), dat verdertoegelicht wordt in de kabinetsreactie op het AIV-advies. Het breed inkaart brengen van alle aspecten van de betrekkingen met voor Nederlandbelangrijke landen en het daarna toespitsen op enkele essentiële puntenvan de relatie moet interdepartementaal gebeuren, waarbij knopen eerderop politiek niveau zullen worden doorgehakt. Dit past bij de inzet van hetkabinet op een meer geïntegreerd landenbeleid. Waar het gaat om beleidvoor nationale veiligheid heeft de NCTV een belangrijke coördinerenderol. Met de Veiligheidsstrategie is al een belangrijke stap gezet in hetverbinden van de binnenlandse en de buitenlandse veiligheidsdimensie inhet bepalen van de koers op nationale veiligheid, vanuit een overheids-brede aanpak. Op een veelvoud aan beleidsterreinen zijn de afgelopenjaren reeds interdepartementaal gecoördineerde strategieën tot standgekomen, zoals de aanpak statelijke dreiging en de Nederlandse Cyberse-curitystrategie 2022–2028 (NLCS) waarbij diverse publieke en private2Kamerstuk 30 821, nr. 202.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2604 partijen zijn betrokken.3 Ook de totstandkoming van de Nederlandse inzetin de Europese Unie gebeurt op een gecoördineerde wijze, waarbij naastministeries ook medeoverheden zoals gemeenten en provincies in eenvroeg stadium betrokken worden bij afstemming en besluitvorming.4Net als de WRR onderschrijft het kabinet de meerwaarde van structurenzoals de Cyber Security Raad en de eerder genoemde Nationale Veilig-heidsraad. Het kabinet sluit niet uit dat dergelijke initiatieven ook rondandere beleidsonderwerpen meerwaarde kunnen hebben, zodat verschil-lende delen van de overheid, bedrijven en kennisinstellingen elkaar in hun(internationale) optreden nog meer kunnen versterken. Mede naaraanleiding van zowel de motie van de leden Brekelmans en Veldkampinzake inrichting van een geopolitieke raad (Kamerstuk 36 410 V, nr. 48) alsde motie van het lid Timmermans (Kamerstuk 30 821, nr. 220) inzake deNationale Veiligheidsraad zal door het kabinet tevens een publiek-privaatgeopolitiek en weerbaarheidsberaad worden ingericht. Dit beraad heeftals doel leden van het kabinet, bedrijfsleven, kennisinstellingen enmaatschappelijke partners in wisselende samenstelling regulier samen tebrengen in een informele en vertrouwelijke setting om relevanteontwikkelingen te bespreken met het oog op versterking van onzeweerbaarheid. Deze overleggen hebben een niet-besluitvormend karakter.Bestaande initiatieven zoals de Leergang Leiderschap NationaleVeiligheid, een opleidingsprogramma gericht op het verbreden van kennisen vaardigheden binnen publieke en private partijen op het gebied vannationale veiligheid, dragen bij aan het vergroten van het geopolitiekebewustzijn onder een breed scala aan belanghebbenden van binnen enbuiten de overheid. Op verzoek van de Kamer zal tevens gekeken wordennaar uitbreiding en verdere ontwikkeling van deze leergang.De NAVO en de EU samen zijn essentieel voor onze veiligheid enwelvaart. Het huidige kabinet brengt de defensie-uitgaven structureel naarminimaal 2% van het bruto binnenlands product (bbp) om er voor tezorgen dat de krijgsmacht beter in staat is om invulling te geven aan dedrie hoofdtaken. Bovendien wil de Tweede Kamer, met steun van hetkabinet, wettelijk vastleggen dat structureel minimaal 2% van het BBP aanDefensie wordt besteed. Er wordt gewerkt aan het versterken van dedefensie-industrie via de Actieagenda productie- en leveringszekerheidmunitie en defensiematerieel en de Europese defensie-industriestrategie.5Onderdeel van de actieagenda is het wetsvoorstel weerbaarheid defensie-en veiligheidsgerelateerde industrie. Deze wet is gericht op hetbeschermen, versterken en beter internationaal positioneren van onzedefensie- en veiligheidsgerelateerde industrie. Op het gebied van hetversterken krijgen de Ministers van Defensie en Economische Zakenhiermee de mogelijkheid om bijvoorbeeld te sturen op strategischevoorraden, de bevoorradingsketen en het opschalen van productiecapa-citeit. Ook biedt de wet een juridische basis om de toelevering vandefensiematerieel te garanderen. Ook zal het kabinet de cyberveiligheidvan Defensie en de digitale slagkracht van de AIVD en MIVD versterken,zodat onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten in de internationalevoorhoede blijven.3Andere voorbeelden hiervan zijn de interdepartementale Meerjarige Landenstrategieën voorlanden met een brede relatie met Nederland, de Nederlandse Mondiale Gezondheidsstrategie(2022), de Nationale Grondstoffenstrategie (2022), de Rijksbrede Internationale Klimaatstrategie(2022) en de agenda Digitale Open Strategische Autonomie (2023).4Dit gebeurt onder andere via interdepartementale gremia zoals de interdeparmentalewerkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC), de Coördinatie Commissie voorEuropese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo), de Hoogambtelijke Commissie EU(HCEU) en de Raad Europese Aangelegenheden (REA).5Kamerbrief Actieagenda productie- en leveringszekerheid munitie en defensiematerieel(Kamerstuk 36 410 X, nr. 93)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2605 Daarnaast zet het kabinet in op samenwerking met gelijkgestemde landenin wisselende coalities om beleidsdoelen te realiseren. Zo streeftNederland naar het gericht aangaan van nieuwe en brede strategischepartnerschappen met opkomende machten, waaronder India enIndonesië, en het koesteren van betrekkingen met landen die soortgelijkeuitdagingen zien, zoals Singapore. Deze partnerschappen krijgen vorm viaactieplannen, gerichte intensivering van diplomatieke bezoeken, inonderhandelingen over handelsakkoorden (via de EU), migratiepartner-schappen, economische en culturele samenwerking en door middel vanhet versterken van de betrekkingen met ASEAN, waarvan Nederland sinds2023 Development Partner is. In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied isNederland betrokken bij het EU-programma EL PACCTO, waarin partner-schappen worden ontwikkeld op het terrein van veiligheid en justitie.Met bovenstaande maatregelen leggen we een goede basis, maar in deKamerbrief over Weerbaarheid wordt nader uitgewerkt wat een weerbaremaatschappij inhoudt en welke opgaven er liggen om deze te bereiken.Dit richt zich zowel op het vergroten van de militaire paraatheid als hetversterken van de maatschappelijke weerbaarheid via een maatschappij-brede aanpak. Het betreft onder meer de doorontwikkeling van de aanpakstatelijke dreigingen (zoals aangekondigd in het Regeerprogramma(bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96), stappen voor een meer weerbareeconomie, verdere versterking van de vitale infrastructuur, het verhogenvan de digitale weerbaarheid en het verminderen van risicovollestrategische afhankelijkheden.Het kabinet is het met de WRR eens dat onze waarden, weerbaarheid enwelvaart vaker met elkaar kunnen schuren in een geopolitiek complexerewereld. Beleidskeuzes op zowel buitenlandse als binnenlandse beleids-terreinen zijn in veel gevallen dilemma’s die om moeilijke afwegingenvragen, bijvoorbeeld omdat er (publieke) kosten aan zijn verbonden, waardraagvlak voor nodig is. Dit soort afwegingen worden in de NVR gemaakt.Daarnaast zal het kabinet zoals gezegd maatschappelijke partnersbetrekken via verschillende raden en overleggremia, o.a. om zo ook oog tehebben voor het risico op overmatige securitisering waar de WRR opwijst. Net als de WRR herkent het kabinet dat economisch efficiënt beleiddat (brede) welvaart bevordert soms moet worden afgewogen tegenbeleidsopties die weliswaar minder efficiënt zijn, maar op langere termijnwel de weerbaarheid versterken, zoals strategische voorraadvorming, deaanleg van redundante systemen of de afbouw van ongewenste afhanke-lijkheden. Hier is nader op ingegaan in de Kamerbrief over Weerbaarheid.Ook in de nationale voedselstrategie zullen deze inzichten wordenmeegenomen, met name in de context van de voedselzekerheid inNederland.Tegelijkertijd onderschrijft het kabinet het belang van een sterkeeconomie. Ons land moet een robuust verdienvermogen hebben enbehouden om de investeringen te kunnen doen die noodzakelijk zijn voorvoldoende weerbaarheid, zoals investeringen in strategische technolo-gieën en sectoren. Dat is nodig om Nederland goed te positionerenbinnen mondiale waardeketens. Een wezenlijk onderdeel hiervan is hetontwikkelen van een sterke industriële basis, waarbij specifieke aandachtuitgaat naar het verkrijgen en behouden van sleutelposities in strategischewaardeketens die van belang zijn voor weerbaarheid, zoals halfgeleiders.Daarmee kan de Nederlandse en Europese leverage op het wereldtoneelworden versterkt. Strategisch industrie- en innovatiebeleid, o.a. in devorm van de Nationale Technologiestrategie, is een belangrijk onderdeelvan deze inzet. Verder neemt het kabinet beschermende maatregelen inhet kader van de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) om risico’s vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2606 strategische afhankelijkheden op het gebied van kritieke grondstoffen teverminderen en de leveringszekerheid te vergroten.Naast de nationale inzet is actie op EU-niveau voor onze economischeweerbaarheid van primair belang, gezien de benodigde geopolitiekeslagkracht en onderlinge verwevenheid met EU-landen. Deze geopolitiekeslagkracht vraagt een sterke Europese concurrentiepositie, die onder drukstaat. In het rapport van de heer Mario Draghi over de toekomst van hetEuropees concurrentievermogen van 9 september 2024 wordt eveneensgewezen op de achterstand en de uitdagingen waar de EU voor staat,onder andere bij het aanjagen van onderzoek en innovatie, het opschalenvan nieuwe technologieën, bedrijven en sectoren, het decarboniseren vande economie, en het beter benutten van menselijk kapitaal, om zo hetconcurrentievermogen van de EU te versterken.6 Hiervoor onderschrijfthet kabinet het belang van investeren in onderwijs, talent, vaardigheden,onderzoek en innovatie. Met evenwichtig en gericht Europees industrie-beleid zet het kabinet in op strategische markten die actie op EU-niveauvragen en op behoud van een gelijk speelveld binnen de EU. Zoals ookbeschreven in de Kamerbrieven over Open Strategische Autonomie (OSA)en over de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA) zet hetkabinet hierop in door het structureel versterken van het politiek-economische fundament van de EU, waaronder een sterke interne markt,een Europese kapitaalmarktunie en door risicovolle strategische (digitale)afhankelijkheden te verminderen en te voorkomen. Tevens zet het kabinetzich in voor gerichte actie op EU-niveau in strategische markten (bv. viaImportant Projects of Common European Interest) en op het behoud vaneen gelijk speelveld en sterke competitie binnen de EU.Aanbeveling 2: Herijk de Nederlandse inzet in multilateralesamenwerkingDe WRR pleit voor een herijking van de Nederlandse inzet in multilateralesamenwerking. In dat kader wordt het kabinet ten eerste aangespoord ommee te bouwen aan een EU die een volwaardige geopolitieke machtspoolvormt, zonder de normatieve kern op te geven. Daarnaast pleit de WRRvoor een hervorming van bestaande multilaterale instituties en hetaangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden voor opkomendevraagstukken die niet binnen de bestaande verbanden kunnen wordengeadresseerd en waar Nederland een sterke expertise op heeft, zoals dehalfgeleiderindustrie, kunstmatige intelligentie (AI), voedselproductie,watermanagement en de gevolgen van klimaatverandering op delta’s.Reactie kabinetHet kabinet omarmt de aanbeveling om het geopolitiek handelingsver-mogen van de EU te versterken, om beter in staat te zijn internationaal deNederlandse belangen te kunnen behartigen. Nederland heeft immersbelang bij het benutten van de hefbomen die de EU ons in de wereld biedten om mee te werken in de voorhoede van initiatieven die de rol vanEuropa in de wereld versterken. Daarom zet het kabinet zich in voor meerstrategische zelfstandigheid van de EU. Dat vergt dat de EU slagvaardigerkan opereren, waarvoor de besluitvorming binnen het GemeenschappelijkBuitenlands- en Veiligheidsbeleid verbeterd moet worden. Daarnaastmoet meer coherent en geïntegreerd extern beleid gevoerd worden enmeer worden samengewerkt bij transport, productie en industrie op hetterrein van defensie. Ook de VS zal in toenemende mate van Europaverwachten dat het meer de eigen broek ophoudt op het terrein vanveiligheid en defensie.6Zie kabinetsreactie van 4 oktober jl. over het Draghi-rapport (Bijlage bij 21 501-30, nr. 614).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2607 De Russische agressie tegen Oekraïne heeft aangetoond dat deEU-lidstaten meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigenveiligheid. Hier ligt voor de EU een grote opgave in het opschalen vanmilitaire productie, versterken van de maatschappelijke paraatheid enweerbaarheid en verbeteren van militaire mobiliteit, ten behoeve van decollectieve verdediging via de NAVO.7 Sterkere krijgsmachten vanEuropese landen dragen niet alleen bij aan de eigen veiligheid, maarversterken ook het NAVO-bondgenootschap. Dit zorgt voor een meergeïntegreerde en robuuste collectieve veiligheid in Europa en daarbuiten.De Europese Defensie-Industrie Strategie en het Europese Defensie-Industrie Programma zijn cruciale pijlers om de Europese DefensieTechnologische en Industriële Basis (EDTIB) te versterken. Daarbij komtdat de gezamenlijke defensie-industriële productiecapaciteit van hetNAVO-bondgenootschap op dit moment niet aan de vraag kan voldoen.Naast leveringszekerheid voor EU-lidstaten is het versterken van de EDTIBdaarom een manier om de NAVO te versterken.Ten tweede zet het kabinet o.a. in Europees verband in op het versterkenvan economische veiligheid. Zo verwelkomt het kabinet de EuropeseEconomische Veiligheidsstrategie en het Europese EconomischeVeiligheidspakket, die beide een kader bieden op dit gebied. Wel zal hetkabinet waakzaam blijven op de goede competentieverdeling tussen denationale overheden en de Europese Commissie, het behoud van eengelijk speelveld en de regeldruk van de instrumenten. Hiernaast zijn erbelangrijke stappen gezet voor een gerichte EU-aanpak op strategischesectoren, zoals de Critical Raw Materials Act, European Chips Act enNet-Zero Industry Act en wordt op korte termijn een voorstel van deEuropese Commissie verwacht voor de Critical Medicines Act. De FDIScreening Regulation EU en het Anti-coercion Instrument biedenhandvatten tegen ongewenste statelijke inmenging. Nu komt het aan opeen bredere en gezamenlijke aanpak ten aanzien van de-risking metsamenhangende en gebalanceerde maatregelen die de nationaleveiligheid versterken en daarbij de markt zo min mogelijk verstoren.Betere EU-coördinatie voor exportcontrole van dual-use goederen enmaatregelen op het vlak van kennisveiligheid zijn daarbij van belang.Voor een sterker geopolitiek handelingsvermogen is het essentieel omEuropese en internationale samenwerking op sanctiegebied te versterken,o.a. met doorontwikkeling van het instrumentarium en het verbeteren vannaleving. Het kabinet zet daarom in de EU en nationaal in op beteregegevensdeling, versterkte analysecapaciteit, samenwerking tussenhandhavingsautoriteiten en diplomatieke outreach naar derde landen omomzeiling tegen te gaan. Nationaal is een nieuwe sanctiewet essentieel.De WRR stelt terecht dat breder economisch engagement met derdelanden noodzakelijk is voor een geopolitiekere EU. Dat vereist eencoherente en integrale benadering waarbij Nederland en de EU moetenluisteren, engageren en bereid zijn om relevante en redelijke zorgen enbehoeftes van derde landen te adresseren. Daarbij speelt de combinatievan hulp en handel een grote rol. Handels- en investeringsakkoorden ennieuwe partnerschappen kunnen bijdragen aan de diversificatie vantoevoer door bijvoorbeeld afspraken over grondstoffen mee te nemen,zoals het geval is in het handelsverdrag tussen de EU en Chili. Ookondersteunt het kabinet de Global Gateway-strategie van de EU, waarbijnieuwe en diepere partnerschappen met derde landen worden aangegaan7Zie in dit kader ook het Niinistö-rapport. Nederland onderstreept de kern daarvan dat meerinzet nodig is om de weerbaarheid van de samenleving te versterken. Het kabinet zal eenappreciatie van het rapport naar uw Kamer sturen, waar uitgebreid zal worden stilgestaan bijde aanbevelingen van het rapport en raakvlakken met nationaal beleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2608 en waar Nederland een toegevoegde rol kan spelen dankzij de ruimeervaring met het combineren van hulp en handel. Uw kamer ontvangt opkorte termijn beleidsbrieven over buitenlandse handel en over ontwikke-lingshulp. Daarnaast wordt op het gebied van kennis en technologiesamengewerkt via innovatiepacten, zoals met Frankrijk. Tevens isNederland voorstander van Europese grondstoffenpartnerschappen metderde landen. Vanwege de indirecte afhankelijkheid van grondstoffen ende Europese interne markt zetten we zoveel mogelijk in op partner-schappen in EU-verband. Het streven naar bredere partnerschappen kanook vorm krijgen door bij de invulling van normen rond internationaalmaatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) meer aandacht tehebben voor de wensen en belangen van derde landen, bijvoorbeeld doorhet instellen van overgangstermijnen bij nieuwe maatregelen enflankerend beleid.De WRR suggereert dat versnelde toetreding van nieuwe lidstaten tot deEU kan bijdragen aan de weerbaarheid van Europa, mits in deze landen natoetreding effectief wordt gehandhaafd op rechtsstatelijke lidmaatschaps-eisen. Het kabinet staat zeer kritisch tegenover verdere uitbreiding van deEU, en houdt streng vast aan de eisen voor lidmaatschap van de EU,inclusief de zogenoemde Kopenhagen-criteria. Er worden geen concessiesgedaan aan deze criteria, omdat het voor een sterke Unie van belang isdat landen alleen toetreden tot de EU als zij daar klaar voor zijn. Hervor-mingen op het gebied van goed bestuur, transparantie en de rechtsstaatzijn belangrijk en waar mogelijk ondersteunt Nederland daarbij.De internationale rechtsorde kan niet zonder de bevordering enbescherming van universele mensenrechten. Wereldwijd blijvenindividuen en samenlevingen bescherming van universele en funda-mentele mensenrechten opeisen. Respect voor mensenrechten kanbijdragen aan stabiliteit in en tussen landen, en een belangrijke factor zijnom ongewenste migratie te voorkomen. Ons land heeft baat bij eenwereld waarin niet alleen het recht van de sterkste geldt. De Caribischedelen van het Koninkrijk hebben ook groot belang bij een functionerendeinternationale rechtsorde, waarin bijvoorbeeld de belangen van SmallIsland Developing States (SIDS) beter kunnen worden geborgd. De WRRstelt terecht dat de Caribische delen van het Koninkrijk door hun geogra-fische ligging en lokale context zich deels anders verhouden tot de in ditrapport genoemde geopolitieke uitdagingen. Mede in dit kaderverwelkomt het kabinet de door de WRR aangekondigde aanvullendeadvisering over de Caribische delen van het Koninkrijk die wordtgenoemd in het rapport.Het kabinet zet zich blijvend in voor het verbeteren van de doelmatigheiden effectiviteit van multilaterale instituties en het toekomstbestendigmaken van het multilaterale stelsel. Als onderdeel hiervan steunt hetkabinet hervorming van multilaterale instituties op een manier dieeffectief bijdraagt aan Nederlandse waarden en belangen. Daarbij wordende volgende drie beleidsdoelen nagestreefd: i) beschermen van debelangrijkste verworvenheden van het multilaterale stelsel, ii) versterkenvan onze positie en die van gelijkgezinde landen, en iii) hervormen vanverouderde systeemelementen. Het is hier zaak om niet alleen aandacht tehebben voor organisaties en thema’s die voor Nederland direct prioritairzijn, maar tevens meer oog te houden voor stemmen uit het pluraleZuiden en voor de diplomatieke belangen in organisaties en gremia dievoor gelijkgezinde landen belangrijk zijn. Natuurlijke partners daarbij zijnlanden die waarden als vrijheid, democratie en de markteconomieaanhangen en met wie Nederland een onderlinge veiligheidsverbintenis isovereengekomen. Binnen de Europese Unie blijft het kabinet zich inzettenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2609 voor de bescherming en versterking van de democratische rechtsstaat.8Daarnaast is het van groot belang om ook te engageren met landen dieniet onze normen en waarden delen, om mogelijkheden voor (multila-terale) samenwerking op basis van gedeelde belangen te blijven identifi-ceren en resultaten te bereiken, bijvoorbeeld op het terrein van migratie.Bovendien is de financiële slagvaardigheid van de Bretton Woods-instellingen (IMF, Wereldbank en andere internationale financiëleinstellingen) van belang om lage-inkomenslanden te ondersteunen bijschuld- en financieringsproblemen.Nederland speelt internationaal een actieve rol om opkomende vraag-stukken samen met relevante partijen aan te pakken. Zo zet het kabinet inop partnerschappen met landen binnen en buiten de EU op het gebiedvan de halfgeleiderindustrie, o.a. om risico’s van strategische afhankelijk-heden te mitigeren. De WRR noemt als een goed voorbeeld de initiërenderol die Nederland met het REAIM-traject speelt rond het vraagstuk vanverantwoorde toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) in het militairedomein.9 Nederland blijft in de komende tijd in breder internationaalverband (bijv. EU, VN, UNESCO, Raad van Europa en OESO) het voortouwnemen bij de totstandkoming van normen en regels voor verantwoordmilitair en civiel gebruik van AI. In het militaire domein werkt Nederland inNAVO-verband aan een standaard voor militaire AI, op basis van dePrinciples of Responsible Use voor AI.Op het gebied van voedselzekerheid in ontwikkelingslanden zet hetkabinet, samen met Nederlandse organisaties, kennisinstellingen enbedrijven, in op het versterken van een productieve en veerkrachtigelokale voedsellandbouw, inclusief ontwikkeling van voedselketens enverbetering van markttoegang. Daarnaast wordt ingezet op een verbeterddieet van met name jonge kinderen en hun moeders. Op termijn scheptdeze inzet tevens marktkansen voor Nederlandse bedrijven op het gebiedvan voedselproductie, voedselverwerking en voor de verduurzaming vanhandel- en waardeketens. Op het gebied van watermanagement zet hetkabinet in op het verbeteren van toegang tot drinkwater en sanitairevoorzieningen, efficiënt watergebruik bij irrigatie, verbeterd beheer vanstroomgebieden en het veiliger maken van watersystemen en delta’s. Eenversterkte inzet biedt kansen voor onze bedrijven en kennisinstellingen enpositioneert Nederland als partner op het gebied van waterexpertise. Totslot wordt op het gebied van gezondheid met behulp van de NederlandseLife Sciences and Health (LSH)-sector en in samenwerking met (interna-tionale) ngo’s, kennisinstituten en financiële instellingen, gekeken hoe kanworden ingezet op duurzame, schaalbare en innovatieve oplossingen dievoor iedereen toegankelijk zijn. Een nadere toelichting ten aanzien vanbuitenlandse handel en ontwikkelingshulp volgt in de beleidsbrievendaarover die op korte termijn met uw Kamer gedeeld zullen worden.Aanbeveling 3: Mobiliseer en werk met heel de samenlevingHet is volgens de WRR essentieel dat Nederlanders zich meer bewustworden van de mondiale veranderingen en de aanpassingsdruk die dezevoor Nederland met zich meebrengt. Effectievere, strategischere enmoderne methoden zijn volgens de WRR nodig om de boodschap over tebrengen over wat er op het spel staat, vooral aan jongeren, die alsdoelgroep minder goed bereikt worden door overheidscommunicatie.Burgers moeten daarnaast middelen krijgen om zelf weerbaarder teworden en grip te krijgen op internationale ontwikkelingen. Het vergrotenvan civiele weerbaarheid is volgens de WRR essentieel en vraagt een8Kamerstuk 32 317, nr. 8729REAIM: Responsible AI in the Military Domain.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 26010 langdurige inspanning. Nederland kan daarbij leren van de ervaring vanandere landen, zoals de VS en Scandinavische landen. Omdat defragmenterende wereldorde de hele samenleving beïnvloedt adviseert deWRR de overheid om intensief samen te werken met bedrijven,maatschappelijke organisaties en burgers om de effecten daarvan opNederland te adresseren. Niet alleen de overheid, maar ook het bedrijfs-leven heeft expertise die van belang is om de weerbaarheid te verhogen.Reactie kabinetDe regie voor versterking van de nationale veiligheid ligt bij de overheid,maar voor een veilige en weerbare maatschappij is de inzet van de gehelesamenleving nodig. In lijn met de aanbeveling van de WRR wordt in deKamerbrief over Weerbaarheid uiteengezet wat een weerbaremaatschappij inhoudt en wat er nodig is om dat te bereiken. Deze briefvormt het startpunt van een nauwe samenwerking en dialoog met desamenleving om zo de maatschappijbrede aanpak vorm te geven. Ditkrijgt onder meer vorm door aanvullende inzet op overheidscommunicatieen het maatschappijbreed oefenen, trainen en opleiden voor situatieszoals langdurige stroomuitval. Hierbij worden ook lessen uit onder andereFinland en Zweden betrokken.Ook bewustwording van de Nederlandse verwevenheid met hetbuitenland, zowel in economisch, maatschappelijk als cultureel opzicht,blijft van belang. Veel Nederlanders zijn zich bewust van de turbulente tijdwaarin we leven. Zo laat de Risico- en Crisisbarometer najaar 2024 ziendat zorgen onder Nederlanders om geopolitieke en militaire dreigingen inde periode 2019–2024 zijn toegenomen. Draagvlak in de samenleving encommunicatie op basis van een langetermijnvisie zijn essentieel voor eengeïntegreerd optreden van de overheid. Zoals ook uit de ClingendaelBuitenland Barometer blijkt: veel burgers voelen dat het schuift en schuurtop het wereldtoneel. Naast kansen zien zij ook bedreigingen. Burgersverwachten bescherming, een zekere mate van afbakening en betrokkenoptreden van de overheid om die bedreigingen te adresseren. Dit sluit aanbij de ambitie uit het Regeerprogramma om de weerbaarheid van deNederlandse samenleving tijdig en adequaat te verhogen. Door buiten-landpolitieke interviews met (regionale) nieuwsmedia en evenementen inalle regio’s beoogt het kabinet een zo breed mogelijk publiek te engagerenen meer inzicht te krijgen in de verschillen van mening en beleving tenaanzien van geopolitieke thema’s. Het betrekken van jongere generaties isdaarbij van groot belang. In de Kamerbrief over Weerbaarheid wordtingegaan op activerende publiekscommunicatie en de start van eenpubliekscampagne in 2025, met een differentiatie naar verschillendegroepen waaronder jongeren.De internationale oriëntatie van onze open samenleving en (kennis)eco-nomie is al met al een grote kracht van Nederland en zowel een bron vanweerbaarheid als kwetsbaarheid. Ons land heeft zich in het verledensteeds weer succesvol aan weten te passen aan internationale verande-ringen. Deze positie vasthouden en uitbouwen vereist echter wel dat alledelen van de overheid, het bedrijfsleven en de samenleving als geheelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 26011 geopolitieker leren denken en meer investeren in weerbaarheid. Hetkabinet blijft graag met de WRR en andere partners in de samenleving ingesprek om hier de komende tijd verder invulling aan te geven.De Minister van Buitenlandse Zaken,C.C.J. VeldkampDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Minister van Defensie,R. BrekelmansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 26012
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.