Tweeminutendebat Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing (CD 10/6) (ongecorrigeerd)
Brontekst
Versie 5f393615b3504c18 · officiële bronNationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing Aan de orde is het tweeminutendebat Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing (CD d.d. 10/06). De voorzitter: We gaan namelijk meteen verder met het tweeminutendebat Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing. Ik geef de heer Mathlouti het woord, want ik zie dat hij staat te popelen om zijn bijdrage te leveren namens D66. De heer Mathlouti (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat tussen de veiligheidsregio's van de brandweer informatiesystemen en materieel niet altijd voldoende op elkaar zijn afgestemd; overwegende dat landelijke coördinatie tijdens grootschalige crises van belang kan zijn voor onder andere het verdelen van capaciteit; verzoekt de regering een vorm van landelijke regie op te zetten die regio-overstijgende samenwerking kan coördineren bij meerdere gelijktijdige branden, en daarbij in ieder geval te werken aan één gezamenlijke informatiearchitectuur voor de veiligheidsregio's, een gezamenlijke inzet van middelen die op elkaar zijn afgestemd, duidelijke verantwoordelijkheden en prioritering bij gelijktijdige bosbranden, en het vaststellen van landelijke eisen voor opleiding, oefening en specialistisch materieel, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti. Zij krijgt nr. 343 (30821). De heer Mathlouti (D66): De tweede, voorzitter. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de paraatheid van de brandweer onder druk staat door beperkte beschikbaarheid van brandweermensen; overwegende dat de brandweer van essentieel belang is voor de veiligheid en weerbaarheid van Nederland en een essentiële rol vervult tijdens een crisis; overwegende dat het werven en behouden van beroepskrachten en vrijwilligers aandacht vraagt, met ruimte voor lokaal maatwerk; verzoekt de regering om in samenwerking met het Veiligheidsberaad te komen tot een aanpak gericht op het werven en behouden van brandweermensen, met bijzondere aandacht voor vrijwilligers, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Mathlouti, Martens-America en Straatman. Zij krijgt nr. 344 (30821). Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas namens de BBB. Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel. Ik ga gelijk van start. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat bij bovenregionale crises vooraf duidelijk moet zijn wie welke verantwoordelijkheden heeft; verzoekt de regering in de Wet veiligheidsregio's duidelijk vast te leggen wie welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft bij regio-overstijgende rampen en crises, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas. Zij krijgt nr. 345 (30821). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat grote rampen en crises de grenzen van veiligheidsregio's kunnen overstijgen en specialistische kennis, mensen en materieel vereisen; overwegende dat met de vijf STH-teams al succesvol bovenregionale specialistische brandweercapaciteit is georganiseerd; overwegende dat ook voor andere bovenregionale risico's, waaronder grote natuurbranden, specialistische capaciteit noodzakelijk is; verzoekt de regering 30 miljoen euro uit het Defensiebudget beschikbaar te stellen voor het opzetten van landelijk inzetbare specialistische brandweerteams voor grote nationale en bovenregionale crises, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas. Zij krijgt nr. 346 (30821). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat van burgers wordt gevraagd zich voor te bereiden om bij een grote crisis 72 uur zelfstandig te kunnen functioneren; overwegende dat brandweerkazernes juist tijdens een nationale crisis operationeel moeten kunnen blijven; overwegende dat reguliere uitval van een kazerne iets anders is dan een grootschalige nationale crisis, omdat veiligheidsregio's bij reguliere uitval terugvallen op het netwerk van omliggende kazernes; overwegende dat voorbereiding op een nationale crisis een nationale verantwoordelijkheid is en daarom ook nationaal bekostigd moet worden; verzoekt de regering uit het Defensiebudget middelen beschikbaar te stellen om alle Nederlandse brandweerkazernes in staat te stellen zich voor te bereiden om tijdens een nationale crisis ten minste 72 uur zelfstandig operationeel te kunnen blijven, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas. Zij krijgt nr. 347 (30821). Mevrouw Van der Plas (BBB): Daarbij wil ik nog één ding opmerken. Bij de natuurbranden van dit jaar stonden boeren met trekkers, watertanks en gebiedskennis zij aan zij met de brandweer. Dat is noaberschap in de praktijk. Ik wil de boeren daarvoor bedanken, en natuurlijk ook de brandweer voor de samenwerking. Dit mag namelijk ook weleens gezegd worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Straatman namens het CDA. Mevrouw Straatman (CDA): Voorzitter. Een motie van mijn kant. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Inspectie Justitie en Veiligheid concludeert dat de brandweer structureel onvoldoende in staat is om grootschalige incidenten bovenregionaal of landelijk gezamenlijk effectief te bestrijden, onder meer door tekorten aan personeel en materieel en het ontbreken van eenduidige regie; overwegende dat het risico op grootschalige natuur- en bosbranden toeneemt en deze incidenten zich niet aan de grenzen van veiligheidsregio's houden; overwegende dat voldoende bovenregionale capaciteit en coördinatie voor de bestrijding van grootschalige natuur- en bosbranden noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid; verzoekt de regering te onderzoeken wat organisatorisch nodig is om toe te werken naar een bovenregionaal samenwerkingsverband met voldoende mensen en middelen dat gespecialiseerd is in de aanpak van bos- en natuurbranden, en vervolgens met een plan van aanpak te komen om dat te realiseren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Mutluer. Zij krijgt nr. 348 (30821). Mevrouw Straatman (CDA): Dan rest mij nog één opmerking aan de minister. Ik was in de zomer op werkbezoek bij de brandweer. Toen ging het ook veel over de operationele slagkracht. De vrees, angst en zorgen die leven bij veel brandweermensen zien op die twintigjaarstermijn: brandweermensen mogen maar twintig jaar werken. Nu weet ik dat de minister daar niet direct over gaat, maar laat dit nog een brede oproep zijn, ook aan de veiligheidsregio's, om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven aan alle brandweermensen. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Martens-America namens de VVD. Mevrouw Martens-America (VVD): Ik zie u streng kijken, voorzitter. Ik zal me houden aan de spreektijd. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet werkt aan een landelijk risicoprofiel en een dekkingsplan voor de brandweer, waaruit moet blijken of de huidige capaciteit toereikend is voor de bestrijding van natuurbranden; overwegende dat Nederland afgelopen zomer een beroep heeft moeten doen op buitenlandse bijstand bij de bestrijding van natuurbranden; verzoekt de regering, zodra uit het landelijk dekkingsplan een tekort in capaciteit en vermogen voor natuurbranden blijkt, zich actief in te spannen om een oplossing te zoeken, en de Kamer hierover begin volgend jaar te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America en Mathlouti. Zij krijgt nr. 349 (30821). De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Mutluer als laatste spreker tijdens dit tweeminutendebat en dat doet zij namens PRO. Gaat uw gang. Mevrouw Mutluer (PRO): Dank, voorzitter. Hebben onze brandweermensen wel voldoende middelen om ons te beschermen en beschermen wij hen wanneer zij door hun werk worden beschadigd? Ik vrees dat ik daar een antwoord op kan geven waar ik niet zo heel erg blij van word, namelijk: niet altijd en niet goed. Vandaar twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de nieuwe PTSS-regeling voor brandweermensen pas na drie jaar formeel wordt geëvalueerd; overwegende dat er nu al signalen zijn over knelpunten in de praktijk; verzoekt de regering om voor de formele evaluatie bij werkgevers, vakbonden en personeelsvertegenwoordigers signalen op te halen over de werking van de regeling, en de Kamer hierover in het voorjaar van 2027 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer en Straatman. Zij krijgt nr. 350 (30821). Mevrouw Mutluer (PRO): Deze motie heb ik met collega Straatman ingediend, met wie ik overigens volgende maand ook een initiatiefnota over PTSS ga verdedigen; dat doen we overigens ook met de heer Mathlouti. Dat is een belangrijk onderwerp dat we niet uit het oog mogen verliezen. Voorzitter. Nog een motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat specialistische brandweercapaciteit voor incidenten met gevaarlijke stoffen is geconcentreerd van 25 naar 6 teams; overwegende dat bij incidenten met gevaarlijke stoffen snel specialistisch optreden noodzakelijk kan zijn om slachtoffers te redden en verdere escalatie te voorkomen; verzoekt de regering in kaart te brengen of met de huidige specialistische capaciteit in heel Nederland tijdig en veilig kan worden opgetreden bij incidenten met gevaarlijke stoffen en, waar dat niet kan worden gegarandeerd, met voorstellen te komen om de landelijke dekking te versterken, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Mutluer. Zij krijgt nr. 351 (30821). Mevrouw Mutluer (PRO): Deze lijkt een beetje op de motie van mevrouw Van der Plas, behalve de dekking. Ik denk dat als je met een dekking wil komen, je dat gewoon bij de begroting moet doen. Ik denk dat we de begroting dus even moeten afwachten met alle amendementen met financiële voorstellen. Vandaar deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de minister. Die zegt meteen door te kunnen met de beantwoording. Ik schors heel kort, totdat alle moties zijn uitgedeeld. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister. Minister Van Weel: Voorzitter. Dit is het een-na-laatste tweeminutendebat, maar ze zijn mij uiteraard allemaal dierbaar! Ik ga meteen over tot de moties, te beginnen bij de motie op stuk nr. 343 van de heer Mathlouti. Die geef ik oordeel Kamer. Ik geef daar een stukje duiding bij. Dit gaat vooral om de informatievoorziening. Het is belangrijk dat de beschikbare capaciteit bij meerdere gelijktijdige incidenten zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. Daarvoor is samen met de veiligheidsregio's het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio's, afgekort KCR2, in oprichting en functioneert specifiek voor de brandweer een landelijk actiecentrum. Eenduidige operationele informatie is cruciaal voor de veiligheid en de effectiviteit van incidentenbestrijding. Daarom ben ik bereid om dit doel bespreekbaar te maken bij het Veiligheidsberaad. Of de vorm van één informatiearchitectuur uiteindelijk het meest doeltreffend is, kan ik u nog niet zeggen. Maar met die kanttekening, de enige kanttekening, kan ik de rest van de motie oordeel Kamer geven. De voorzitter: De heer Mathlouti steekt zijn duim op. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 343 oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 344. Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 344 van de heer Mathlouti kan ik oordeel Kamer geven. Ook daar geef ik een stuk duiding bij. Uiteraard verdient de paraatheid van de vrijwillige brandweer continu aandacht, maar het werven en behouden van vrijwilligers is een werkgeversverantwoordelijkheid. Dat ligt dus echt bij de besturen van de veiligheidsregio. Het NIPV heeft in 2023 geconcludeerd dat de uitdagingen van het werven en het behouden heel divers zijn. Dat verschilt echt per regio. Er is ook niet één magic bullet om dat op te lossen. Maar ik wil wel samen met de veiligheidsregio's in gesprek gaan om te bekijken welke aanpak, die we gezamenlijk kunnen doen in aanvulling op het lokale maatwerk, van meerwaarde zou kunnen zijn. Als ik 'm zo mag interpreteren, geef ik ook die motie oordeel Kamer. De voorzitter: Opnieuw non-verbale instemming. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 344 oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 345. Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 345: oordeel Kamer. Op basis van de consultatie zijn we nu bezig de laatste hand te leggen aan het wetsvoorstel. Ik wil dat nog dit jaar naar de Raad van State sturen. De voorzitter: Dan de motie op stuk nr. 346. Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 346 van mevrouw Van der Plas moet ik ontraden. We zijn nu eerst de noodzaak van de landelijke risico's in kaart aan het brengen. Ik weet dus ook nog niet of het noodzakelijk is wat mevrouw Van der Plas vraagt. U zult begrijpen dat ik geen uitspraken kan doen over het Defensiebudget ter dekking daarvan. De voorzitter: De motie op stuk nr. 346: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 347. Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 347: ontraden. Deels is dat om dezelfde reden, namelijk de dekking vanuit de Defensiebegroting, maar daarnaast is de continuïteit van de brandweerinzet echt een zaak van de veiligheidsregio's. De brandweer zelf is ook bezig met de voorbereidingen op 72 uur zelfstandig operationeel zijn. Zij hebben deze handschoen als regio's en brandweer dus zelf al opgepakt. De voorzitter: De motie op stuk nr. 347: ontraden. De motie op stuk nr. 348. Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 348 geef ik oordeel Kamer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 349. Minister Van Weel: Die geef ik oordeel Kamer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 350. Minister Van Weel: Die geef ik oordeel Kamer, zeg ik tegen mevrouw Mutluer, als ik 'm zo mag interpreteren dat ik hierover met de werkgevers in gesprek ga. Ik kan niet actief signalen ophalen. Dat is te dwingend in de relatie die we hebben tot de werkgevers. Die formele relatie heb ik namelijk niet. De voorzitter: Mevrouw Mutluer, mag dat? Mevrouw Mutluer (PRO): Dat mag. We vragen iets meer dan "het gesprek voeren". Volgens mij spreekt het dictum voor zich. Ik wil daaraan toevoegen dat onder die motie de heer Mathlouti uiteraard niet mag ontbreken, gelet op onze samenwerking ten aanzien van PTSS. Nogmaals, de inspanningsverplichting die in de motie staat, gaat iets verder dan wat de minister nu aangeeft te wensen te doen. De voorzitter: Tot welk definitief oordeel leidt dat? Minister Van Weel: Dan moet ik 'm ontraden, juist vanwege de juridische verhouding die we tot elkaar hebben. De voorzitter: De motie op stuk nr. 350: ontraden. We zullen de heer Mathlouti als medeondertekenaar toevoegen. Tot slot de motie op stuk nr. 351. Minister Van Weel: De motie op stuk nr. 351 kan ik oordeel Kamer geven. Daar waar het gaat om het in kaart brengen en, zoals de motie vraagt, met een voorstel komen, kan ik nog niet vooruitlopen op een eventuele dekking daarvan. Maar dat begrijpt mevrouw Mutluer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 351: oordeel Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. De beraadslaging wordt gesloten.
Gerelateerde bronnen
- Tweeminutendebat Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing (CD 10/6)
Tweeminutendebat Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing (CD 10/6) (ongecorrigeerd)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.