KamerkringInloggen
Kamerbrief

Nieuw financieringsstelsel kinderopvang

27 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 43ba29a1394dbbe1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 322KinderopvangNr. 571 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID EN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 november 2025Er is een breed gedeelde politieke ambitie voor een nieuwe financieringvan kinderopvang. Een financiering die eenvoudiger en zekerder is voorouders. De afgelopen jaren is daar hard aan gewerkt door beleid,uitvoering en de sector. Met als resultaat dat in oktober het wetsvoorstelfinanciering kinderopvang is opengesteld voor internetconsultatie. Hettijdpad is ambitieus: om ouders vanaf 2029 eenvoud en zekerheid tebieden, is voortgang van onverminderd belang. Met deze brief informerenwe uw Kamer over de stand van zaken van de herziening.Achtergrond van de herzieningDe kinderopvangtoeslag is inherent onzeker voor ouders. De (hoogte vande) toeslag hangt af van de situatie van ouders, zoals hun arbeidsmarkt-positie of studie en hun actuele inkomen. Ouders ontvangen hoge,onzekere bedragen om hoge, zekere rekeningen voor de opvang van hunkinderen te betalen. De toeslagenaffaire heeft laten zien waar dit toe kanleiden. En hoewel er continu en met resultaat wordt gewerkt aan deverbetering van het huidige stelsel, kan de fundamentele problematiekniet binnen het huidige stelsel met voorschotsystematiek wordenopgelost. De Afdeling advisering van de Raad van State constateerde in2017 in het advies op het toen voorliggende wetsvoorstel nieuw financie-ringsstelsel kinderopvang dat «werkelijke reductie van complexiteit alleen[kan] worden bereikt als ingeleverd wordt op de uitgangspunten vaninkomensafhankelijkheid en arbeidsparticipatie».1 Alleen directe finan-ciering is dus niet voldoende.Dit advies is in lijn met diverse rapporten die sindsdien over het toesla-genstelsel gepubliceerd zijn, zoals het Eindrapport toekomst toeslagen-1Stcrt. 2018, nr. 50013. Na dit advies is besloten het wetsvoorstel niet in te dienen bij de TweedeKamer. kst-31322-571ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5711 stelsel uit 2024.2 Daarin is een aantal dilemma’s onderscheiden,waaronder: gerichtheid tegenover eenvoud, actualiteit tegenovertoekenningszekerheid en de verantwoordelijkheid bij de burger tegenoververantwoordelijkheid bij de overheid.Bij het voorliggende traject is gekozen voor eenvoud, zekerheid en eenverschuiving van verantwoordelijkheden en risico’s van ouders naar deoverheid en kinderopvangorganisaties. Deze fundamentele keuzes hebbengeleid tot het huidige stelselontwerp.Hoofdelementen wetsvoorstelHet wetsvoorstel is gebaseerd op het stelselontwerp dat tot standgekomen is in een samenwerkingsverband tussen beleid en vier uit-voerders (Dienst Toeslagen, DUO, UWV en SVB) met inbreng van dekinderopvangsector. Eind 2024 heeft Dienst Toeslagen een stap naar vorengezet als beoogd uitvoerder. Sindsdien is het stelselontwerp samen metDienst Toeslagen doorontwikkeld tot het wetsvoorstel dat op 17 oktober2025 is opengesteld voor internetconsultatie.De belangrijkste elementen van de nieuwe financiering zijn:1.Een hoge inkomensonafhankelijke vergoeding kinderopvang (eensubsidie).2.De uitvoerder betaalt de vergoeding kinderopvang rechtstreeks aan dekinderopvangorganisatie.3.Zowel de initiële als periodieke toets op de voorwaarden (waaronderde arbeidseis) heeft alleen gevolgen naar de toekomst toe en leidt niettot terugvorderingen bij de ouder(s).4.De verantwoordelijkheid voor het aanvragen van de subsidie, hetdoorgeven van wijzigingen in het aantal afgenomen opvanguren enhet uurtarief ligt bij de kinderopvangorganisatie.Deze elementen zorgen met elkaar voor een stelsel dat ouders eenvoud enzekerheid biedt, en kinderopvang voor de meeste ouders veel beterbetaalbaar maakt. Terugvorderingen zijn verleden tijd. Door de eenvouden zekerheid is het nieuwe stelsel minder gericht op de situatie vanouders: inkomen speelt geen rol, zoals dat bijvoorbeeld ook in hetonderwijs het geval is.Uit de doenvermogentoets blijkt dat we op de goede weg zijn. In dezetoets is onderzocht of ouders met het stelselontwerp overweg kunnen.Hieruit blijkt dat het stelsel voor verreweg de meeste ouders doenlijk is éneenvoud en zekerheid biedt. De onderzoekers adviseren dan ook hethuidige stelsel zo snel mogelijk in deze vorm in te voeren. De verbeter-punten die uit de doenvermogentoets komen nemen we mee in dedoorontwikkeling.In het nieuwe stelsel nemen de verantwoordelijkheden van kinderopvang-organisaties toe. Zo worden zij verantwoordelijk voor het aanvragen vande subsidie en zijn er gevolgen voor de financiële verantwoording. Oponderdelen zijn er ook zorgen bij een deel van de sector, zoals bijvoor-beeld het vestigen van een dienst van algemeen economisch belang(DAEB). Daarom zijn en blijven we met de sector in gesprek, zodat hetnieuwe stelsel ook voor kinderopvangorganisaties werkt. Zo werken webijvoorbeeld aan de IT-ondersteuning van kleine ondernemers door hetontwikkelen en aanbieden van een basistool.2Kamerstuk 31 066, nr. 1340 (Eindrapport toekomst toeslagenstelsel | Rapport | Rijksoverheid.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5712 Toegankelijkheid en doelmatigheid, inclusief ingroeipadHet feit dat kinderopvang in het nieuwe stelsel voor de meeste oudersveel goedkoper wordt, heeft ook risico’s voor de toegankelijkheid endoelmatigheid. De kinderopvangmarkt is nu al krap, vooral doorpersoneelstekorten.De risico’s voor toegankelijkheid en doelmatigheid zijn het gevolg van defundamentele keuze voor eenvoud, zekerheid en betaalbaarheid. Dezekeuze is gemaakt om de problemen in de huidige kinderopvangtoeslagmet complexiteit, onzekerheid en terugvorderingen op te lossen. Van diekeuze profiteren alle partijen in het stelsel: (werkende) ouders, kinderop-vangorganisaties en de overheid.De nadelige gevolgen van die keuze zijn te beperken, maar niet geheelweg te nemen. Daarbij is het goed om te benadrukken dat het gaat omrisico’s die zich kunnen voordoen, maar waarvan niet zeker is dat ze zichzullen voordoen. De kinderopvangmarkt heeft de afgelopen jaren latenzien veerkrachtig te zijn. In de brief over toegankelijkheid en doelma-tigheid in het nieuwe stelsel die uw Kamer afgelopen september heeftontvangen, gingen we nader in op dit vraagstuk en de mogelijkheden omde risico’s te beperken.Een van de manieren om te borgen dat de markt de toenemende vraagaan kan, is het ingroeipad naar de inkomensonafhankelijke vergoeding.De komende jaren verhogen we stapsgewijs de vergoedingspercentagesin de kinderopvangtoeslag richting 96%, waar alle inkomensgroepen in2029 recht op zullen hebben. In 2025 hebben we de toeslagpercentagesvoor het eerst verhoogd en in 2026 zetten we de tweede stap op ditingroeipad. Het is belangrijk om de vergoedingspercentages stapsgewijste verhogen, omdat we zo de vraag naar kinderopvang voor alleinkomensgroepen geleidelijk kunnen stimuleren. Zo voorkomen we dat erbij een bepaalde groep ouders een grote, plotselinge vraagstijgingplaatsvindt bij overgang naar het nieuwe financieringsstelsel in 2029.Daarnaast stelt deze stapsgewijze verhoging van de vergoedingspercen-tages ons in staat om te monitoren hoe verschillende inkomensgroepenreageren op een hogere vergoeding. Dat maakt het mogelijk om tussen-tijds eventueel gericht bij te sturen. Maar deze effecten monitoren voorinkomensgroepen kan alleen als we de vergoedingspercentages ook voordie inkomensgroepen verhogen. In het basispad zouden de toeslagper-centages daarom ieder jaar evenveel worden verhoogd voor alleinkomensgroepen die nog geen recht op hebben op de 96%. Uw Kamer ishier op 9 juli 2025 over geïnformeerd.3Het kabinet wil dat middeninkomens sneller meeprofiteren van destappen naar de inkomensonafhankelijke vergoeding. Ook is hetbelangrijk dat we nu al kunnen monitoren wat een verhoging van devergoedingspercentages doet met het gebruik onder hoge inkomens,zodat we daar indien nodig tijdig en gericht op kunnen bijsturen. Daaromis het kabinet voornemens de vergoedingspercentages voor middenin-komens in 2027 te verhogen met 12,5%-punt, terwijl de vergoedingsper-centages voor de hoogste inkomens met 6,4%-punt worden verhoogd.Daarmee sluit het kabinet aan bij de motie Haage die de Tweede Kamer op9 september 2025 heeft aangenomen.4 De bijlage bevat een grafischeweergave van de voorgestelde vergoedingspercentages in 2027, zowel ten3Kamerstuk 31 322, nr. 562.4Kamerstuk 31 322, nr. 566.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5713 opzichte van de vergoedingspercentages in 2026 als ten opzichte van hetbasispad.De precieze aanpassingen van de vergoedingspercentages zijn nogafhankelijk van de budgettaire voorjaarsbesluitvorming en wordenvolgend jaar vastgelegd in het Besluit kinderopvangtoeslag. In de motieHaage spreekt uw Kamer ook de behoefte uit voor meer ruimte om tekunnen reageren op de ontwerpbesluiten kinderopvangtoeslag. Hetkabinet spant zich ervoor in om de voorhang van het ontwerpbesluit zosnel mogelijk na de voorjaarsbesluitvorming te starten.Hoe ziet de komende tijd eruit?Op 28 november sluit de internetconsultatie. Deze reacties zullen wordenbeoordeeld en verwerkt. Gelijktijdig worden de uitvoeringsprocessen,IV-keuzes en gevolgen voor ketenpartners nader uitgewerkt. Voordat hetwetsvoorstel naar de Raad van State gaat, zal de uitvoerbaarheid getoetstworden door Dienst Toeslagen, maar ook door vele andere instantieszoals GGD GHOR NL, gemeenten, DUO en UWV, en wordt de AutoriteitPersoonsgegevens gevraagd te adviseren.Het nieuwe stelsel wordt fundamenteel anders uitgewerkt. Beleid enuitvoering werken gelijkwaardig samen. Nauwere samenwerking tussenbeleid en uitvoering is een belangrijke les uit verschillende rapporten,waaronder de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvang-toeslag.5 We kiezen voor een lerende aanpak waarbij we met eindge-bruikers willen testen en daarvan leren. Op basis van werkelijke gebruiker-servaringen passen we uitvoeringsprocessen, applicaties en potentieelbeleidskeuzes aan zodat ze aansluiten bij de wens van de gebruikers en derealiteit in plaats van de theorie.Een mooi voorbeeld van deze lerende aanpak is dat dit jaar al testshebben plaatsgevonden over de gegevensuitwisseling tussen kinderop-vangorganisaties en de overheid. Naar verwachting zetten we beginkomend jaar de volgende stap waarbij we binnen het huidige kinderop-vangstelsel de gegevensuitwisseling gaan testen in de praktijk. Zo wordtin het huidige stelsel de gegevensuitwisseling verbeterd op een manierdie voorsorteert op het nieuwe stelsel. Daarmee wordt een belangrijkestap gezet naar de praktische realisatie van het nieuwe stelsel. Bijkomendvoordeel van deze aanpak is dat risico’s op ongelukken worden verkleind.De komende tijd worden onderdelen van het nieuwe stelsel dus al in depraktijk gebracht en getoetst. Dat willen we richting 1 januari 2029 steedsmeer doen. Voordat het stelsel voor heel Nederland inwerking treedt op1 januari 2029, wordt het nieuwe stelsel dus stapsgewijs uitgerold. Dekomende tijd wordt nader uitgewerkt hoe deze aanpak er precies uit gaatzien en ook hoe deze juridisch vorm krijgt. Deze vernieuwende werkwijzeis mogelijk omdat we ervoor kiezen de IV-systemen zoveel mogelijk zelf teontwikkelen. Zo borgen we dat we een wendbaar, robuust en toekomstbe-stendig systeem krijgen.Uiterlijk op het moment dat het wetsvoorstel voor advies bij de Raad vanState wordt aangeboden, is door het kabinet een definitief besluitgenomen of Dienst Toeslagen de stap maakt van «beoogd uitvoerder»naar «uitvoerder» van het nieuwe stelsel. Dat moment is naar verwachtingaankomend voorjaar. Het kabinet verwacht het wetsvoorstel na advies vande Raad van State in het derde kwartaal van 2026 aan uw Kamer te sturen.5Kamerstuk 35 510, nr. 2 (20201217_eindverslag_parlementaire_ondervragingscommissie_kinderopvangtoeslag.pdf).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5714 Met deze planning en aanpak ligt het kabinet op koers om per 1 januari2029 het nieuwe stelsel in te voeren.Betrokkenheid Tweede KamerZoals in de Kamerbrief van 11 november 20246 is aangegeven, hecht deregering grote waarde aan uw betrokkenheid bij dit traject. Wij willen udaarom graag aanbieden om ambtelijk een sessie, eventueel gezamenlijkmet de Eerste Kamer, te organiseren over het stelsel. Dit kan bijvoorbeelddoor middel van een demonstratie van het prototype van de nieuweonline omgeving. Zo zijn wij extra goed in staat om uw Kamer mee tenemen in de verschillende stappen richting het nieuwe financierings-stelsel. Als uw Kamer daarvoor open staat, zijn wij van harte bereid dit tefaciliteren. Met vertegenwoordigers van de sector zullen vergelijkbaresessies worden georganiseerd om het stelsel te blijven verbeteren.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelDe Staatssecretaris van Financiën,S.Th.P.H. Palmen6Kamerstukken II 2024/25, 31 322, nr. 547.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5715 VORMGEVING INGROEIPAD IN 202777De precieze invulling van het ingroeipad in 2027 wordt vastgelegd in het Besluit Kinderopvang-toeslag 2027, dat voor de zomer van 2026 zal worden voorgehangen bij het parlement. Erkunnen nog wijzigingen optreden in de invulling van het ingroeipad door de voorjaarsbesluit-vorming of als een nieuw kabinet andere keuzes maakt.BIJLAGE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5716

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 105a15ca6b754b73

14 okt 2026 · d02075c3d53b8c65

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.