KamerkringInloggen
Kamerbrief

Wijziging basispakket Zorgverzekeringswet 2026

22 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a5f8876681cb5b60 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 689Herziening ZorgstelselNr. 1294 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2025In Nederland heeft iedere verzekerde, ongeacht leeftijd, inkomen ofgezondheidstoestand, aanspraak op zorg uit de basisverzekering. Hetuitgangspunt is dat zorg alleen wordt vergoed als zorgpartijen zoalsberoepsgroepen, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars het erovereens zijn dat deze zorg effectief is. De basisverzekering sluit zo aan bij watbeschouwd wordt als goede en effectieve zorg door de partijen én demeest actuele ontwikkelingen en inzichten uit de medische wetenschap.Het basispakket kent daarom geen gedetailleerde lijst van aanspraken,maar sluit aan bij wat beschouwd wordt als goede en effectieve zorg doorde partijen. Dit wordt ook wel het «open gedeelte» van het basispakketgenoemd. Ongeveer 90% van de verzekerde zorg behoort tot dit opengedeelte.Op sommige vormen van zorg is de aanspraak echter beperkt: dit betrefthet «gesloten gedeelte» van het basispakket. Dit geldt voor bijvoorbeeldparamedische zorg en dure geneesmiddelen. Wijzigingen van dezeaanspraken vereisen aanpassing van regelgeving.Ook kijken we natuurlijk altijd waar de effectiviteit van de zorg kan enmoet worden verbeterd, zodat de zorg voor iedereen ook in de toekomsttoegankelijk blijft. In het kader hiervan zet ik ook in op het verbeteren enverbreden van de toets op het basispakket (VVTB). Over de stand vanzaken van VVTB informeer ik u begin juni in een aparte brief.Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg en de Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport, over de voorgestelde wijzigingen in het basispakketmet ingang van 1 januari 2026. Deze hang ik tegelijk met deze brief bij uwKamer en de Eerste Kamer voor. Daarnaast ga ik in op andere ontwikke-lingen die relevant zijn voor het basispakket. Het betreft de onderstaandepunten.1.Wijzigingen in het basispakket per 1 januari 2026: kst-29689-1294ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12941 A.Het uitbreiden van de aanspraak op zorg bij stoppen met roken vanmaximaal één, naar maximaal drie programma’s per jaar.B.Het definitief toelaten tot het basispakket van langdurige geperso-naliseerde gesuperviseerde actieve oefentherapie bij verzekerdenmet axiale spondyloartritis die ernstige functionele beperkingenhebben.C.Het uitzonderen van het verplicht eigen risico voor het meekijkcon-sult (waaronder ook het verkennend gesprek in de geestelijkegezondheidszorg (verder: ggz)) en het meedenkadvies.2.Ontwikkelingen trajecten hulpmiddelenA.Stand van zaken vergoeding hardware spraakcomputersB.Stand van zaken vergoeding kinderbrillenC.Stand van zaken toereikendheid vergoeding van haarwerken3.Eiceldonatie4.Multiple sclerose-zorg in Nederland – reactie op motie El Abassi/Ouwehand5.Ontwikkelingen in voorwaardelijke toelating en de Subsidieregelingveelbelovende zorg1. Wijzigingen in het basispakket per 1 januari 2026 A. Het uitbreiden van de aanspraak op zorg bij stoppen met roken vanmaximaal één, naar maximaal drie programma’s per jaar. Tijdens het debat over Burgerinitiatief Nicotinee op 12 december 2024informeerde het lid Dobbe naar de mogelijkheid meerdere stoppen-met-rokenprogramma’s te volgen in een jaar. De gesprekken die daarover alenige tijd werden gevoerd, hebben hiermee gevolg gekregen.Sinds 2011 maakt zorg bij stoppen met roken deel uit van het basispakket.In de loop van de jaren is echter gebleken dat de beperking tot maximaaléén programma per jaar leidt tot minder effectieve zorg voor mensen diewillen stoppen met roken. Het blijkt effectiever te zijn als een verzekerdesnel na een terugval het stopproces onder begeleiding kan voortzetten,dan als er langere tijd tussen deze terugval en de het vervolgen van hetstopproces zit. Als de ondersteuning vrijwel direct kan worden vervolgd,zijn veel hogere percentages «nog steeds succesvol gestopt na 1 jaar» tezien. Om deze reden ben ik van plan het basispakket aan te passen.B. Het definitief toelaten tot het basispakket van langdurige gepersonali-seerde gesuperviseerde actieve oefentherapie bij verzekerden met axialespondyloartritis die ernstige functionele beperkingen hebben. De inzet van langdurige gepersonaliseerde actieve oefentherapie ondersupervisie van een fysio- of oefentherapeut, is per 1 oktober 2019voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket1 voor verzekerden metaxiale spondyloartritis (axSpA) met ernstige functionele beperkingen.2Door deze aandoening zijn verzekerden vaak niet in staat om basaledagelijkse activiteiten zelf uit te voeren, of hebben ze hulp nodig bijactiviteiten zoals zelfverzorging, opstaan en het verplaatsen binnen- enbuitenshuis.Tijdens de periode van voorwaardelijke toelating is onderzoek gedaannaar de effectiviteit van deze interventie. Dit onderzoek is op 1 januari2024 afgerond. Op basis daarvan heeft het Zorginstituut geoordeeld dat1Artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Regeling zorgverzekering.2Deze beperkingen worden veroorzaakt door beschadiging van gewrichten, aanhoudende hogeziekteactiviteit, complicaties van de axSpA, complicaties van de behandeling, of comorbidi-teit(en).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12942 deze zorg voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk engeadviseerd deze voorwaardelijke toelating om te zetten in een definitievetoelating. Ik ben van plan het advies van het Zorginstituut3 op te volgenen het basispakket hiertoe te wijzigen.C. Het uitzonderen van het verplicht eigen risico voor het meekijkconsult(waaronder ook het verkennend gesprek in de ggz) en hetmeedenkadvies. Het inroepen van advies van een andere zorgverlener, zowel in de vormvan een verkennend gesprek ggz als in een andere vorm, draagt eraan bijdat er doelgerichter wordt doorverwezen en onnodige doorverwijzingenworden voorkomen. De huisarts kan in een eerder stadium namelijk alafstemmen met een medisch specialist of andere zorgverlener welke zorgde patiënt nodig heeft, zonder dat deze daarvoor naar het ziekenhuis of deggz-aanbieder hoeft. Dit is prettiger voor de patiënt én vermindert de drukop de keten. Iemand komt zo sneller op de juiste plek terecht.In het IZA is afgesproken om de verkennende gesprekken in de ggz breedtoegankelijk te maken en uit te sluiten van het eigen risico. Ik ben van planhiervoor het basispakket te wijzigen, maar zal dit breder doen. Ook anderevormen van door een huisarts gevraagd advies teneinde de patiënt eenpassende diagnose, behandeling of doorverwijzing te kunnen bieden –zoals het meedenkadvies – zullen van het verplicht eigen risico wordenuitgezonderd.2. Vergoeding hulpmiddelen A. Stand van zaken vergoeding hardware spraakcomputers Ik heb uw Kamer het afgelopen jaar in de beantwoording van Kamer-vragen en -brieven meegenomen over de uitvoering van de motie-Westerveld.4 Deze motie verzoekt de regering over het opnemen inprotocollen dat hardware van spraakcomputers altijd vergoed moetenworden. Ik ben de afgelopen periode met de veldpartijen en het Zorgin-stituut in gesprek gebleven om de knelpunten rondom de vergoeding vanhardware bij spraakcomputers op te lossen. Verkend is of de aanspraakaangepast zou moeten worden voor de groep mensen die nu geenpassend en adequaat spraakhulpmiddel toegewezen kan krijgen. Dit blijktniet nodig.Het Zorginstituut heeft de aanspraak verduidelijkt en dit gedeeld metpartijen. Het Zorginstituut maakt onderscheid tussen reguliere computersen tablets met spraaksoftware en geïntegreerde spraakcomputers. HetZorginstituut geeft aan dat een verzekerde met een spraakfunctiestoornisen bijkomende functiestoornissen in bepaalde gevallen ook de geïnte-greerde spraakcomputer vergoed kan krijgen. Om objectief te kunnenbeoordelen op welk spraakhulpmiddel een verzekerde redelijkerwijs isaangewezen, hebben veldpartijen het Functioneringsgerichte indicatie-stelling protocol opgesteld. Dit protocol wordt sinds 1 januari 2025gebruikt.Voor patiënten met een spraakfunctiestoornis zou de verheldering van deaanspraak door het Zorginstituut moeten betekenen dat zij een passendspraakhulpmiddel vergoed kunnen krijgen door de zorgverzekeraar. Debeoordeling over welk spraakhulpmiddel een verzekerde nodig heeft, blijftechter in alle gevallen een individuele beoordeling.3Kamerstuk 31 765, nr. 853.4Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 56.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12943 B. Stand van zaken vergoeding kinderbrillen Eind 2024 heeft uw Kamer een amendement5 aangenomen over deverstrekking van brillen aan kinderen die deze niet vergoed krijgen uit hetbasispakket. Het amendement is gericht op een tegemoetkoming aanouders of verzorgers die de kosten van een bril voor hun kind(eren) nietkunnen dragen. Momenteel werk ik aan de uitvoering van hetamendement, door het beschikbaar stellen van financiële middelen6 aantwee instellingen, namelijk het Nationaal Fonds Kinderhulp en hetJeugdeducatiefonds. Via deze instellingen kan een tegemoetkomingworden verstrekt voor de kosten van een bril voor kinderen.Ik vind het belangrijk dat alle kinderen in Nederland, ongeacht definanciële situatie van hun ouders, toegang hebben tot een bril als datnoodzakelijk is. Goed zicht is namelijk essentieel voor de ontwikkeling vankinderen. Daarom ben ik in gesprek met veldpartijen, onderzoeksinstitutenen het Zorginstituut om te bezien of de huidige aanspraak op kinderbrillenherzien moet worden. De eerste stap hierbij is dat we samen de beno-digde data en informatie in kaart brengen. Daarna zal ik bepalen welkeoplossing het beste past bij deze problematiek. Dit zal overigens nietleiden tot aanpassing van het basispakket zoals dat in het jaar 2026 zalgelden. Ik zal uw Kamer informeren over de voortgang van dit traject.C. Stand van zaken over de toereikendheid van de vergoeding vanhaarwerken Zoals ik uw Kamer vorig jaar heb geïnformeerd, heb ik het Zorginstituutverzocht om onderzoek te doen naar de huidige vergoeding en vergoe-dingssystematiek van haarwerken.7 Voor haarwerken waarop eenverzekerde aanspraak kan maken vanuit het basispakket geldt namelijkeen maximumvergoeding van € 482,50 voor 2025. Dit bedrag zoumogelijk niet toereikend zijn om een adequaat haarwerk aan te schaffen.8Het Zorginstituut heeft op 9 mei 2025 het advies over de toereikendheidvan de vergoeding van haarwerken opgeleverd. Bijgaand treft u hetadvies «Passende vergoeding en vergoedingssystematiek haarwerken inde Zvw».In het advies concludeert het Zorginstituut dat de huidige maximumver-goeding niet toereikend is om een passend en adequaat haarwerk aan teschaffen. Daarnaast blijft de maximumvergoeding achter bij de prijsont-wikkeling van haarwerken, waardoor de eigen betaling toeneemt. HetZorginstituut adviseert daarom om de huidige maximumvergoeding teverhogen en andere maatregelen te nemen die de toereikendheid van devergoeding van haarwerken bevorderen. Ik vind het van belang datverzekerden toegang hebben tot de een passend haarwerk, als ze daarrecht op hebben. Een toereikende vergoeding vanuit de Zorgverzeke-ringswet is daarvoor nodig. Er is echter onvoldoende financiële ruimte omdit advies mee te laten lopen in de huidige pakketcyclus. Ik ben van planom dit advies mee te laten lopen in de pakketcyclus van volgend jaar,waarbij ik opnieuw op zoek ga naar financiële dekking.5Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 136.6In lijn met het amendement is € 125.000 per instelling beschikbaar.7Kamerstuk 29 689, nr. 1250.8Eigen betalingen voor hulpmiddelgebruikers: een vragenlijstonderzoek. | Nivel (12 december2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12944 3. Eiceldonatie In 2023 adviseerde het Zorginstituut om eiceldonatie als te verzekerenzorg in het basispakket op te nemen. Het Zorginstituut adviseerde omdaarbij te overwegen een beperking op te nemen om eiceldonatie inlanden waar anonieme of commerciële eiceldonatie is toegestaan, niet tevergoeden9, 10. Afgelopen jaar schreef de Minister voor Medische Zorg uwKamer dat er nog geen uitspraak gedaan kon worden over het opnemenvan eiceldonatie in het basispakket. Er was namelijk meer tijd nodig omuit te werken of een beperking juridisch houdbaar is11. De mogelijkhedenen juridische consequenties heb ik inmiddels in kaart gebracht.Het blijkt niet mogelijk om eiceldonatie in het buitenland uit te sluiten vanvergoeding, als er gebruik wordt gemaakt van anonieme of commerciëleeiceldonatie. Een dergelijke beperking is niet verenigbaar met Europesewet- en regelgeving. Het opnemen van eiceldonatie in het basispakketzonder een beperking voor eiceldonatie met anonieme of commercieelgedoneerde eicellen is echter ook niet wenselijk. Hiermee zou het gebruikvan anonieme en/of commercieel gedoneerde eicellen via het basispakketworden gefaciliteerd. Het basispakket wordt daarom niet uitgebreid meteiceldonatie.Daarnaast heb ik op verzoek van uw Kamer12 onderzocht of het mogelijk isom het gehele in vitro fertilisatie-traject (ivf-traject) bij de wensmoeder uitte sluiten van vergoeding, als er gebruik gemaakt wordt van anoniemgedoneerde zaad- of eicellen. Het blijkt voor zorgverzekeraars nietmogelijk om te controleren of er tijdens een ivf-traject in het buitenlandgebruik wordt gemaakt van een anonieme donor. Het is daarom nietuitvoerbaar om een beperking op te nemen waarmee het gehele ivf-trajectbij de wensmoeder uit wordt gesloten van vergoeding4. Multiple screlose-zorg in Nederland – reactie op motieEl Abassi/Ouwehand Op 5 november 2024 heeft uw Kamer de motie El Abassi/Ouwehand(DENK/PvdD) aangenomen13. Deze motie verzoekt de regering debehandelmogelijkheden voor MS-patiënten in Nederland uit te breiden,zodat zij niet langer afhankelijk zijn van zorg in het buitenland. Deze wenswordt al langer door uw Kamer gedeeld. Eind 2022 is er een mooie stapgezet: het Zorginstituut heeft toen bepaald dat stamceltransplantatie vooreen specifieke groep patiënten met zeer actieve relapsing remitting MS(RRMS) een effectieve behandeling is. Sindsdien wordt de behandelingvoor deze groep patiënten aangeboden en vergoed uit het basispakket. Inde beantwoording van recente vragen van uw Kamer ben ik verderingegaan op deze behandeling, de toepassing bij MS in Nederland en deevaluatie die het Zorginstituut op dit moment uitvoert14. De recenteKamervragen over MS-zorg in Nederland, als ook het aannemen van dezemotie, zie ik als een blijvende aanmoediging aan het zorgveld om met9Advies uitbreiding basispakket met eiceldonatie | Advies | Zorginstituut Nederland.10In Nederland is het sinds de inwerkingtreding van de Wet donorgegevens kunstmatigebevruchting (Wdkb) in juni 2004 niet mogelijk om bij een fertiliteitsbehandeling gebruik temaken van geslachtscellen van anonieme donoren. Hiermee is het recht op afstammingsge-gevens in Nederland geborgd. Ook is in Nederland geborgd dat sperma- en eiceldonatie geenfinancieel voordeel mag opleveren.11Kamerstuk 29 689, nr. 1250, p. 10.12Verzoek van verschillende partijen tijdens het Schriftelijk Overleg over de Stand van zakenaangenomen moties naar aanleiding van de mondelinge behandeling van de wijziging Wetdonorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) Kamerstukken II 2023/24, 35 870, nr. 30.13Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 90.14Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2152.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12945 elkaar stappen te blijven zetten. Het blijft namelijk wel aan de zorgprofes-sionals zelf om te bepalen wat de beste zorg is voor (groepen) patiënten,zo ook bij MS. Zoals ik in de inleiding heb benoemd, is hierbij hetuitgangspunt dat er sprake moet zijn van goede en effectieve zorg, welkeaansluit bij de meest actuele ontwikkelingen en inzichten uit de medischewetenschap.5. Stand van zaken huidige trajecten in Voorwaardelijke Toelatingen Subsidieregeling veelbelovende zorg Jaarlijks informeer ik uw Kamer over de stand van zaken met betrekkingtot de voorwaardelijke toelating (VT) en de Subsidieregeling veelbelo-vende zorg (VeZo). Bijgaand treft u de voortgangsrapportage van VT enVeZo voor het kalenderjaar 2024. Het Zorginstituut beschrijft hierin devoortgang van de lopende VT-trajecten en de Subsidieregeling VeZo.Hieronder stel ik u op de hoogte van de belangrijkste punten uit devoortgangsrapportage. Voor de duidelijkheid wijs ik erop dat de Subsidie-regeling VeZo eindigt per 1 januari 2026.15Voortgang trajecten Voorwaardelijke ToelatingPer 1 januari 2012 is de VT geïntroduceerd om zorg die nog niet of nietmeer bewezen effectief is toch tijdelijk toe te kunnen laten tot hetbasispakket. Als voorwaarde geldt dat in de periode van de tijdelijketoelating gegevens worden verzameld over de effectiviteit en de kostenef-fectiviteit van de zorg. In de laatste 6 maanden van de periode vantijdelijke toelating gebruikt het Zorginstituut die onderzoeksgegevens omvast te stellen of de vergoeding van de betreffende zorg uit het basis-pakket voortgezet kan worden.In 2024 liepen er acht VT-trajecten, waarvan er in dat jaar drie trajecten zijnafgerond:−Standpunt Arteria Pulmonalis (PA) telemonitoring bij patiënten metchronisch hartfalen.Naar aanleiding van het aflopen van dit VT-traject heeft het Zorginsti-tuut op 16 mei 2024 een uitspraak gedaan over PA-telemonitoring bijpatiënten met chronisch hartfalen. Het Zorginstituut is tot de conclusiegekomen dat PA-telemonitoring voor deze patiënten voldoet aan destand van wetenschap en praktijk. Per 14 mei 2024 kan deze zorg tenlaste van de basisverzekering worden gebracht.−Advies gesuperviseerde oefentherapie bij ernstige reumatoïde artritis.Op 27 februari 2024 heeft het Zorginstituut een positief adviesuitgebracht over langdurige gepersonaliseerde gesuperviseerdeactieve oefentherapie bij patiënten met reumatoïde artritis en ernstigefunctionele beperkingen. Dit advies is overgenomen. Daardoor is dezezorg vanaf 1 januari 2025 definitief als aanspraak opgenomen in hetbasispakket.−Advies gesuperviseerde oefentherapie bij ernstige axiale spondyloar-tritis.Op 14 mei 2024 heeft het Zorginstituut ook een positief adviesuitgebracht over langdurige gepersonaliseerde gesuperviseerdeactieve oefentherapie bij patiënten met axiale spondyloartritis enernstige functionele beperkingen. In punt 1.B van deze brief ga ik in opdit advies.De Covid-19 pandemie heeft een negatieve invloed gehad op devoortgang van meerdere VT-trajecten. Als gevolg hiervan adviseert hetZorginstituut om de duur van het traject «Hypertherme intraperitoneale15Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1524, p.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12946 chemotherapie toegevoegd aan primaire debulking bij patiënten metstadium III ovariumcarcinoom» met 24 maanden te verlengen tot 1 januari2029 en de duur van het VT traject «Blaasinstillatie met blaasspoelvloei-stoffen met chondroïtinesulfaat en/of hyaluronzuur- voor de behandelingde behandeling van patiënten met blaaspijnsyndroom met niet transure-thraal behandelbare Hunnerse laesies» met 3 maanden te verlengen tot1 april 2027. Ik ben van plan aan het advies van het Zorginstituut gevolg tegeven door deze VT-regelingen te verlengen.Voortgang en beëindiging Subsidieregeling VeZoMet de Subsidieregeling VeZo is het mogelijk een tijdelijke financiering tekrijgen voor behandelingen die veelbelovend lijken, maar nog niet uit hetbasispakket worden vergoed. Na afronding van een gesubsidieerdonderzoekproject volgt een duiding van Zorginstituut over opname van debehandeling in het basispakket. De eerste onderzoeksresultaten via desubsidieregeling worden voor de zomer verwacht. Hierna zal hetZorginstituut binnen 6 maanden een duiding doen en een standpuntuitbrengen. Bij een positief advies stroomt de zorg automatisch het pakketin.In 2024 waren er 28 projecten in uitvoering. Er zijn in 2024 vijf nieuwesubsidies voor projecten verleend:−CAR T-celtherapie bij patiënten met multipel myeloom;−Zenuwchirurgie (Targeted Muscle Reinnervation) bij patiënten metperifeer vaatlijden die een amputatie van het been moeten ondergaan;−Trombectomie bij patiënten met een hoog risico longembolie;−Koud plasmatherapie bij een diabetische voetwond of een veneuzebeenwond; en−Neusdruppels met stamcellen bij pasgeborenen met hersenschade.In 2024 is in totaal € 25,5 miljoen aan nieuwe subsidies verleend. Er isdaarmee, net als in vorige jaren, sprake van onderbesteding van desubsidieregeling. Het subsidieplafond voor 2025 is daarom verlaagd van€ 69 miljoen naar € 39 miljoen. De subsidieregeling eindigt met ingangvan 1 januari 2026. Alle lopende onderzoeken worden volgens planningafgerond.Ik ben blij dat we met deze wijzigingen van het basispakket de zorgtoegankelijker maken. Ik zie ernaar uit om deze brief en de concept amvbmet uw Kamer te bespreken.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M-F. AgemaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12947

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4d8503272180f437

14 okt 2026 · 7a7cb6b28a1b3634

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.