Tweede tussentijds verslag van de rapporteur Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) post 2027
Brontekst
Versie 8f1db24148b08584 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 625Herziening van het GemeenschappelijkLandbouwbeleidNr. 378 VERSLAG VAN DE RAPPORTEURVastgesteld 3 december 2025 IntroductieDe vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur(LVVN) heeft mij in de vorige Kamerperiode samen met de ledenNijhof-Leeuw en Pierik aangesteld als rapporteurs voor het Gemeenschap-pelijk Landbouwbeleid (GLB) post 2027. Tijdens de procedurevergaderingvan 21 mei 2025 heeft de commissie LVVN besloten dat de voorstellenvoor het vereenvoudigingspakket voor het huidige GLB ook zullen wordenbetrokken bij het rapporteurschap. Dit omdat deze vereenvoudigingsvoor-stellen mogelijk ook richting zullen geven aan de voorstellen die wordenverwacht voor het GLB post 2027.Op 16 juli 2025 zijn de sectorale voorstellen voor het GLB in het MeerjarigFinancieel Kader (MFK) 2028–2034 gepresenteerd door de EuropeseCommissie (EC).In dit tussentijdse verslag rapporteer ik over de activiteiten die wij hebbenuitgevoerd in het kader van ons rapporteurschap. Zo zijn er informatieaf-spraken gemaakt met de Minister van LVVN over zowel de sectoralevoorstellen GLB in het MFK 2028–2034 als het vereenvoudigingspakketGLB, is er een analyse gemaakt van de ontvangen input van de ECPRD-uitvraag en heeft er een gesprek tussen de rapporteurs en de AlgemeneRekenkamer (ARK) plaatsgevonden over resultaatfinanciering in de EU. Ikdeel onze bevindingen en doe een voorstel voor het vervolg van hetrapporteurschap, conform het door de commissie LVVN aan de rappor-teurs verleende mandaat.Aanbevelingen van de rapporteursDe commissie LVVN kan dit tussentijds betrekken bij de toekomstigecommissiedebatten en schriftelijke overleggen Landbouw- en Visserijraad. kst-28625-378ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3781 De commissie LVVN kan zo spoedig mogelijk rapporteurs aanstellen na deinstallatie van de nieuwe Kamer om continuïteit op dit dossier tewaarborgen.De commissie LVVN kan het kabinet aanmoedigen om zich op EU-niveauin te zetten voor het ontwikkelen van geharmoniseerde controlekaders,zodat dubbele controles worden voorkomen en de verantwoordingslastenvoor lidstaten beperkt blijven.Doel van het EU-rapporteurschapHet rapporteurschap richt zich op de behandeling in Brussel van hetEU-voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en deRaad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitvoering van de steunvan de Unie aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode2028–2034 en het EU-voorstel: vereenvoudigingspakket verordeningenGemeenschappelijk Landbouwbeleid. Daarbij is het doel van het rappor-teurschap tweeledig: allereerst om de informatiepositie van de Kamer teversterken en ten tweede om te zorgen voor een optimale behandelingvan het dossier in de Kamer door te zorgen voor aandacht en tijdigebehandeling.Terugkoppeling over de ondernomen activiteiten en bevindingenvan de rapporteursSectorale voorstellen GLB in het MFK: stand van zaken onderhandelingenRaad en Europees ParlementOp 16 juli 2025 heeft de EC sectorale voorstellen van het Gemeenschappe-lijke Landbouwbeleid COM (2025) 560 gepresenteerd. Deze makenonderdeel uit van het horizontale EU-voorstel: Voorstel voor een Veror-dening van de Raad tot bepaling van het Meerjarig Financieel Kader voorde jaren 2028 tot en met 2034. In het EU-voorstel wordt het GLB geïnte-greerd in de nieuwe Nationale en Regionale Partnerschapsplannen(NRPP), ook wel het «Single Plan» genoemd. Daarmee verdwijnt hetbestaande tweepijlerstelsel, wordt de inkomenssteun voor boeren metcirca 20 tot 30 procent verlaagd en krijgen lidstaten meer beleidsruimteom eigen accenten te leggen.Binnen het GLB post-2027, waarin circa 300 miljard euro is gereserveerdvoor inkomenssteun, verschuift de nadruk naar meer stimulansen enminder verplichtingen voor milieuprestaties. De huidige GLMC-standaarden verdwijnen en maken plaats voor het principe van «boeren-rentmeesterschap». Ecologische programma’s en agromilieumaatregelenworden samengevoegd en mede gefinancierd door lidstaten, waarbijboeren financiële prikkels ontvangen om extra inspanningen te leverenvoor milieu, klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn.Krachtenveld: uit verscheidene hoeken kritiek op het EC-voorstelZowel de Raad als het Europees Parlement (EP) uitten hun zorgen enbezwaren over de sectorale voorstellen van het GLB in het MFK. Het gaatdan met name om de bezuinigingen en het gebruik van de Single Plan endaarmee het verdwijnen van het tweepijlerstelsel.Op 10 september 2025 heerste er nog steeds ontevredenheid in het EPover de «nationalisering» van het GLB in het nieuwe MFK. Het EP heefttoen, zonder debat te voeren, ingestemd met het initiatiefrapport van deAGRI-commissie over de toekomst van het GemeenschappelijkLandbouwbeleid (GLB), met 393 stemmen voor, 145 tegen en 123 onthou-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3782 dingen. In dit verslag roept het EP op tot een hogere, zelfstandigebegroting voor het GLB, versterkte rechtstreekse betalingen aan boerenen lagere administratieve lasten. Rapporteur Crespo Díaz (EVP, ES)betoogde voor de stemming dat het EP geen enkele bezuinigingen op hetGLB kan steunen, noch pogingen om het GLB samen te voegen metandere EU-instrumenten onder nationale plannen, zoals voorgesteld doorde Europese Commissie.Er zijn nog geen onderhandelingsposities vastgesteld.Informatieafspraken sectorale voorstellen GLB in het MFK 2028–2034Op 30 september 2025 hebben wij als rapporteurs hierover informatieaf-spraken gemaakt met de Minister van LVVN. Die zijn als volgt:1.De Minister informeert de Kamer maandelijks, via de geannoteerdeagenda van de (informele en formele) Landbouw- en Visserijraad, overde voortgang van de onderhandelingen. Dit betreft de voortgang vande inhoudelijke discussies in de Raad voor de totstandkoming van dealgemene oriëntatie, de discussies in de Raadswerkgroepen ophoofdlijnen en de voortgang tijdens de triloogfase met het EP.In deze maandelijkse voortgangsrapportage gaat de Minister in iedergeval in op de volgende onderwerpen:•Ontwikkelingen binnen het Single Plan•Ontwikkelingen over de inkomenssteun•Steun aan jonge boeren•Milieuverplichtingen2.De Minister informeert de Kamer tijdig wanneer zij voorziet in deonderhandelingen te moeten afwijken van het kabinetsstandpunt zoalsweergegeven in het BNC-fiche en/of nadien vastgelegd met de Kamer(bijvoorbeeld in toezeggingen, moties en nadere brieven).3.De Minister informeert de Kamer tijdig wanneer er substantiële nieuweelementen aan de oorspronkelijke voorstellen lijken te wordentoegevoegd tijdens de EU-onderhandelingen (zowel door de Raad alsdoor het EP).4.De Minister verstrekt zodra er nieuwe substantiële voorstellen op tafelliggen, een eerste analyse. Deze analyse geeft een eerste inzicht in deverwachte financiële en administratieve gevolgen voor Nederland enNederlandse boeren, inclusief de uitvoerbaarheid voor uitvoeringsin-stanties zoals RVO en NVWA.5.De Minister streeft ernaar de Kamer tijdig te informeren zodra eenakkoord aanstaande is, zodat dit in concept kan worden bestudeerdalvorens een formeel besluit wordt genomen. Het betreft hier zowel dealgemene oriëntatie in de Raad als het akkoord volgend uit detriloogonderhandelingen met het EP;6.De Minister stuurt een appreciatie naar de Kamer van het bereikteonderhandelingsakkoord tussen de Raad en het EP. Daarin gaat deMinister ook in op hoe het bereikte akkoord zich verhoudt tot deoorspronkelijke Nederlandse onderhandelingsinzet en de gevolgen vanhet bereikte akkoord voor de uitvoering van het GemeenschappelijkeLandbouwbeleid in Nederland in de komende jaren.Vereenvoudigingspakket nadert afrondingOp 14 mei 2025 heeft de EC het vereenvoudigingspakket voor deverordeningen van het GLB gepresenteerd (COM(2025)236. Het vereen-voudigingspakket komt voort uit de brede inzet van de EC om regeldruken administratieve lasten te verminderen en de procedures voor toegangtot Europese fondsen te vereenvoudigen, versnellen en verlichten(Mededeling EU-kompas voor concurrentievermogen – COM(2025)30). Inde visie voor landbouw en voedsel heeft de EC reeds uiteengezet welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3783 aspecten van het huidige GLB aanpassing vergen (COM(2025)75). Hetvoorliggende pakket maatregelen is gericht op vermindering van deadministratieve lasten, controles, uitvoering, crisisrespons en investe-ringsbehoeften van de sector en wijzigt twee GLB verordeningen(Verordening 2021/2115 en Verordening 2021/2116). Met de voorgesteldewijzigingen kunnen EU-landbouwers volgens de EC jaarlijks gezamenlijktot 1,58 miljard euro besparen en nationale overheden 210 miljoen euro.De EC heeft in het wetgevingspakket geen impact assessment gedaan teronderbouwing van het voorstel. De EC heeft wel een studie naarvereenvoudiging en administratieve lasten laten doen in 2024/2025 en eenstaff working document opgesteld waarin de voorgestelde administratievekostenreductie wordt onderbouwd.Krachtenveld: EP en de Raad hebben ingestemd met onderhandelingspo-sitiesOp 8 oktober jongstleden heeft het EP in Straatsburg gestemd over hetrapport over vereenvoudiging van het GLB, opgesteld door Europarle-mentariër André Rodrigues (S&D). Het rapport werd met een grotemeerderheid aangenomen (492, 111, 39) en het rapport dringt aan opmeer flexibiliteit voor hoe boeren aan de milieueisen van het huidige GLBkunnen voldoen. De voorgestelde wijzigingen maken het bijvoorbeeldmogelijk dat ook deels biologische bedrijven en bedrijven in beschermdenatuurgebieden automatisch kunnen voldoen aan bepaalde milieunormen(de zogeheten Goede Landbouw en Milieuconditie (GLMC)-eisen). Verderwil het EP voorkomen dat boeren graslanden vlak voor de verplichtetermijn omploegen door de definitie van «blijvend grasland» te verlengenvan vijf naar zeven jaar. Ook wordt voorgesteld om de drempel voorschadecompensatie (bij bijvoorbeeld misoogsten of inkomensverlies) teverlagen van 20 procent naar 15 procent, zodat meer boeren hiervoor inaanmerking komen. De steun aan kleine boeren wordt verhoogd: zijkunnen voortaan maximaal 5.000 euro per jaar ontvangen (nu is dat nog2.500 euro). Daarnaast komt er een eenmalige steunmogelijkheid tot75.000 euro voor bedrijfsovernames of -ontwikkeling. Het goedkeurings-proces voor aanpassingen aan nationale GLB-strategieën moet volgenshet EP bovendien sneller verlopen. De termijn waarbinnen de EC zulkewijzigingen moet beoordelen, wordt verkort van drie naar twee maanden.Op 3 september 2025 had de Raad al Raadsconclusies getrokken. De Raadstelt dat zijn standpunt de algemene strekking van het voorstel van de EChandhaaft, namelijk het verlichten van de administratieve lasten voorboeren en overheden en het verminderen van controles, evenals hetverhogen van betalingen aan kleine boeren en het vereenvoudigen van deregels rond conditionaliteit, met name voor biologische bedrijven en hetterugdringen van controles ter plaatse en het schrappen van de jaarlijkseprestatieverantwoording. De versie van de Raad biedt lidstaten flexibiliteitom te bepalen in hoeverre gedeeltelijk biologische bedrijven kunnenworden geacht te voldoen aan bepaalde milieunormen, de zogenaamdeGLMC’s (goede landbouw- en milieucondities). Verder verbetert het demogelijkheden voor boeren om gebruik te maken van risicobeheersinstru-menten en verhoogt het het percentage voorschotten op directebetalingen, waardoor lidstaten boeren kunnen ondersteunen diebijvoorbeeld getroffen zijn door natuurrampen. De positie van Nederlandis in het BNC-Fiche: Omnibusvoorstel vereenvoudiging gemeenschap-pelijk landbouwbeleid terug te vinden.De volgende stap is het starten van triloogonderhandelingen (dit is eenonderhandeling tussen het EP en de Raad. De EC, als hoeder van deVerdragen, ziet erop toe dat het EU-recht correct wordt toegepast en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3784 uiteindelijke compromis nog in lijn is met de eigen beleidsdoelen). Eendefinitieve goedkeuring van de nieuwe regels wordt mogelijk al innovember verwacht.Informatieafspraken over het EU-voorstel: vereenvoudigingspakketverordeningen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid COM (2025) 236.Op 25 juni 2025 hebben wij als rapporteurs hierover informatieafsprakengemaakt met de Minister van LVVN. Die zijn als volgt:1.De Minister informeert de Kamer maandelijks, via de geannoteerdeagenda van de (informele en formele) Landbouw- en Visserijraad, overde voortgang van de onderhandelingen. Dit betreft zowel de voortgangvan de inhoudelijke discussies in de Raad en Raadswerkgroepen voorde totstandkoming van de algemene oriëntatie alsook die in en met hetEP (inclusief de triloogfase).2.In deze maandelijkse voortgangsrapportage gaat de Minister in iedergeval in op de volgende onderwerpen:•Vereenvoudigingsmaatregelen voor kleine boeren;•Vereenvoudigingsmaatregelen voor jonge boeren;•Vereenvoudigingsmaatregelen voor biologische boeren;•Vereenvoudigingsmaatregelen voor gangbare boeren;•De uitzonderingen op en of aanpassingen aan het conditionaliteits-systeem en de Goede Landbouw- en Milieucondities (GLMC’s);3.De Minister informeert de Kamer tijdig wanner zij voorziet in deonderhandelingen te moeten afwijken van het kabinetsstandpunt zoalsweergegeven in het BNC-fiche en/of nadien vastgelegd met de Kamer(bijvoorbeeld in toezeggingen, moties en nadere brieven).4.De Minister informeert de Kamer tijdig wanneer er substantiële nieuweelementen aan de oorspronkelijke voorstellen lijken te wordentoegevoegd tijdens de EU-onderhandelingen (zowel door de Raad alsdoor het EP).5.De Minister informeert de Kamer tijdig zodra een akkoord aanstaandeis, zodat dit indien mogelijk in concept kan worden bestudeerdalvorens een formeel besluit wordt genomen. Het betreft hier zowel dealgemene oriëntatie in de Raad als het akkoord volgend uit detriloogonderhandelingen met het EP;6.De Minister stuurt een appreciatie naar de Kamer van het bereikteonderhandelingsakkoord tussen de Raad en het Europees Parlement.Daarin gaat de Minister ook in op hoe het bereikte akkoord zichverhoudt tot de oorspronkelijke Nederlandse onderhandelingsinzet ende gevolgen van het bereikte akkoord voor de uitvoering van het GLBin Nederland in de komende jaren.ECPRD: eco-regelingen en de basissteun (BISS) vormen in vrijwel alleEU-lidstaten een belangrijk onderdeel van de directe inkomenssteun voorboeren, waarvan de hoogte per hectare per land varieert.Wij hebben op 4 september 2025 in kaart gebracht hoe GLB-hectare-premies in de verschillende lidstaten worden verdeeld en hoe verschil-lende lidstaten de eco-regelingen hebben vormgegeven. Als rapporteurshebben wij dit uitgevraagd via het ECPRD instrument. De opgehaaldeinput is in een notitie verwerkt en is aangeboden aan de commissie LVVN.Van 23 parlementen is een reactie ontvangen en hieruit bleek dateco-regelingen, naast basis- en herverdelingssteun, een belangrijkonderdeel vormen van de directe inkomenssteun voor boeren. Bijna alleEU-landen kennen Basic Income Support for Sustainability (BISS), ofwelbasissteun voor duurzame landbouw, als areaalgebonden inkomenssteunvoor actieve boeren. De hoogte van de BISS per hectare verschilt per landen wordt bepaald op basis van budget, aangevraagde hectares enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3785 nationale keuzes. Directe betalingen blijven een belangrijkeinkomensbron, vooral voor melkvee- en akkerbouwbedrijven.Gesprek met de Algemene Rekenkamer over «Inzicht in resultaatfinan-ciering»Op 1 oktober 2025 hebben wij conform het aan ons verleende mandaateen gesprek gevoerd met de president van de Algemene Rekenkamer(ARK). Het gesprek ging over resultaatfinanciering. De ARK heeft haarbevindingen gepresenteerd uit het onderzoek naar EU-resultaat-financiering. Doel van dit onderzoek is om lessen te trekken uit deuitvoering van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) ter voorbereidingop een bredere inzet van resultaatfinanciering in het MFK 2028–2034. DeAlgemene Rekenkamer publiceerde op 10 september 2025 een brief metbevindingen en aandachtspunten.De EC wil dit instrument namelijk breder toepassen in het nieuwe MFK.Dit heeft ook gevolgen voor het landbouwbeleid, dat onder de nieuweNRPP zal vallen. Daarbij verschuift de nadruk van financiering op basisvan gemaakte kosten naar betaling op basis van behaalde resultaten.Lidstaten ontvangen daarmee middelen wanneer vooraf vastgesteldedoelen worden bereikt.De ARK heeft in haar onderzoek gekeken naar de gevolgen voor rechtma-tigheid, doeltreffendheid, doelmatigheid, en de verantwoording encontrole bij de toepassing van resultaatfinanciering in de HVF. Debevindingen geven aanknopingspunten voor de toekomstige toepassingvan resultaatfinanciering. De ARK merkt op basis van het onderzoek opdat de keuze voor bestaande maatregelen in het Nederlandse HVPbeperkte meerwaarde oplevert van het ingezette EU-geld. Daarnaastworden kosten binnen resultaatfinanciering vooraf ingeschat, waardoorwerkelijke uitgaven buiten beeld blijven. Dat is een logisch gevolg van hetsysteem en kan alleen worden gecompenseerd door zwaardere verant-woordingsvereisten, wat de administratieve lasten vergroot. Verant-woording en controle kunnen volgens de ARK efficiënter wordeningericht, met minder overlap tussen nationale en Europese controles,aangezien de EC bij de uitvoering van HVF momenteel nog onvoldoendesteunt op nationale controlemechanismen. Wij bevelen daarom aan datNederland zich op EU-niveau inzet voor het ontwikkelen van geharmoni-seerde controlekaders, zodat dubbele controles worden voorkomen en deverantwoordingslasten voor lidstaten beperkt blijven.Ook merkte de ARK op dat de HVF zich beperkt tot betalingen van hooguitprestaties. Evaluaties om de daadwerkelijke effecten vast te stellen zijnniet verplicht op lidstaatniveau. Evaluaties zijn echter essentieel om tekunnen bepalen of maatregelen daadwerkelijk werken. De rapporteursconcludeert hieruit dat een succesvolle toepassing van resultaatfinan-ciering vraagt om betere monitoring van resultaten, zeker in sectorenzoals landbouw, waar wel goed zicht is op de kosten, maar minder op deeffecten. Voor het parlementair debat vinden wij het van belang dat deKamer hier inzicht in krijgt.Nederland moet in het kader van HVF aantonen dat ze mijlpalen hebbenbehaald. De ARK meldde ons dat er vertraging opgelopen is op een aantalmijlpalen (zie ook het het verantwoordingsonderzoek Buitenlandse Zaken2024). Zij zien hierdoor risico’s voor het nog te ontvangen resterende2,9 miljard euro. Wij raden aan dat de Minister van Buitenlandse Zaken derisico’s die Nederland loopt bij de nog niet gerealiseerde mijlpalenbespreekbaar maakt in de Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3786 Vervolg van het EU-rapporteurschapHet is het aan de nieuwe Kamer om te bepalen of en wanneer deactiviteiten uit de mandaatnotitie (het werkbezoek aan Brussel) wordenvoortgezet, en of er een (nieuwe) rapporteur(s) voor dit dossier wordenaangesteld.BrometTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3787
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.