KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over het onderzoek van de Europese Commissie naar de afspraak tussen de Belastingdienst en Shell over dividendbelasting

3 dec 2018 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2d42c8e59968811e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 25 087Internationaal fiscaal (verdrags)beleid Nr. 224 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3 december 2018 In haar procedurevergadering van 10 oktober 2018 heeft de vaste commissie voor Financiën gesproken over het bericht dat «de Europese Commissie de afspraak tussen de Belastingdienst en Shell over dividend-belasting gaat onderzoeken». De vaste commissie voor Financiën verzoekt mij de Kamer een reactie op dat bericht te zenden. Tijdens een vergadering van het economische en monetaire comité van het Europees Parlement op 9 oktober 2018 vraagt Europarlementariër Tang een belofte van Eurocommissaris Vestager om de Shell ruling uit 2005 te onderzoeken. Commissaris Vestager heeft geantwoord dat zij de zaak al aan het onderzoeken is. De Commissie dient in ieder geval klachten die door belanghebbenden bij de Europese Commissie worden ingediend te behandelen. Dit betekent niet dat een formele onderzoeksprocedure is geopend. Zoals ik al in mijn brief van 3 september 20181 aangaf, ontvangt Nederland geregeld van de Europese Commissie op allerlei terreinen, waaronder belastingen, verzoeken om informatie in het kader van (voor)onderzoeken naar staatssteun en oneerlijke concurrentie. Deze onderzoeken zijn in het eerste stadium vertrouwelijk en ook worden tussen de Commissie en Nederland gewisselde stukken niet openbaar gemaakt. Indien de Commissie een vermoeden van staatssteun heeft, kan zij een formele onderzoekspro-cedure openen. Vanaf dat moment wordt openbaar bekend gemaakt dat de Commissie onderzoek doet naar een bepaalde maatregel van een lidstaat. Nederland ondersteunt het belang van het werk van de Europese Commissie. Rulings mogen geen ruimte bieden voor bevoordeling van de individuele bedrijven en tot verstoring van de interne markt. 1Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 3041 kst-25087-224ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 25 087, nr. 2241 Overigens spreek ik graag mijn vertrouwen uit in het handelen van de Belastingdienst bij het afgeven van rulings. Daarnaast wil ik niet onver-meld laten dat ik uw Kamer vorige week een brief heb gestuurd over de inrichting van de vernieuwde rulingpraktijk (Kamerstuk 25 087, nr. 223). De Staatssecretaris van Financiën, M. SnelTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 25 087, nr. 2242

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f332e80c18b25290

14 okt 2026 · 21ce72d62df9eb74

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.