KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2025, over Maatschappelijk domein (inclusief Huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties)

6 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 462b7c321b620de3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2026Nr. 13 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 6 oktober 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op11 september 2025 overleg gevoerd met mevrouw Pouw-Verweij,Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, over:–de brief van de Minister voor Medische Zorg en Sport d.d.21 juni 2021 inzake verkenning wettelijk verbod maagden-vlieshersteloperaties (Kamerstuk 32 175, nr. 71);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 14 december 2021 inzake reactie op verzoekcommissie over de petitie van UN Women Nederland «StopGeweld tegen Vrouwen» (Kamerstuk 28 345, nr. 254);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 16 december 2021 inzake zevende voortgangs-rapportage programma Geweld hoort nergens thuis (Kamer-stuk 28 345, nr. 255);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 29 juni 2022 inzake beleidsreactie op hetonderzoeksrapport Bouwen aan bescherming (Kamerstuk34 843, nr. 59);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 28 september 2022 inzake voortgang aanpakhuiselijk geweld en kindermishandeling (Kamerstuk 28 345,nr. 259);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 15 december 2022 inzake reactie op manifestjongerendakloosheid (Kamerstuk 29 325, nr. 150);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 15 februari 2023 inzake beleidsreactie rapportSlachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen2017–2021 (Kamerstuk 31 015, nr. 271);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 20 maart 2023 inzake onderzoeksrapportLaagdrempelige hulp voor slachtoffers en plegers van geweldin afhankelijkheidsrelaties (Kamerstuk 28 345, nr. 261); kst-36800-XVI-13ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 131 –de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 11 april 2023 inzake beleidsreactie onderzoeks-rapporten Centrum Seksueel Geweld (Kamerstuk 34 843,nr. 72);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 6 juli 2023 inzake aanpak sociale basis inclusiefMantelzorgagenda 2023–2026 (Kamerstuk 30 169, nr. 75);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 14 september 2023 inzake opbrengst actie-agenda schadelijke praktijken en vervolginzet alsmede eenbeleidsreactie naar aanleiding van de resolutie omtrenthuwelijkse gevangenschap (Kamerstuk 28 345, nr. 268);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 22 september 2023 inzake voortgang aanpakhuiselijk geweld en kindermishandeling (Kamerstuk 28 345,nr. 269);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 27 oktober 2023 inzake SER-adviesaanvraag overwerk en mantelzorg (Kamerstuk 30 169, nr. 76);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 7 december 2023 inzake voortgangsrapportageEén tegen eenzaamheid 2023 (Kamerstuk 29 538, nr. 355);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 11 december 2023 inzake voortgangsrapportageNationaal Actieplan Dakloosheid en Beschermd Wonen(Kamerstuk 29 325, nr. 156);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 22 december 2023 inzake reactie op verzoekcommissie over gezinnen in de noodopvang (Kamerstuk29 325, nr. 158);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 26 april 2024 inzake uitstel toezending plan vanaanpak femicide (Kamerstuk 28 345, nr. 277);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 4 juni 2024 inzake voortgangsrapportageNationaal Actieplan Dakloosheid en ontwikkelingenbeschermd wonen (Kamerstuk 29 325, nr. 159);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 7 juni 2024 inzake plan van aanpak Stopfemicide! (Kamerstuk 28 345, nr. 278);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 21 juni 2024 inzake reactie op verzoek commis-sie over onmenselijke behandeling daklozen (Kamerstuk29 325, nr. 168);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 25 juni 2024 inzake reactie op de motie van hetlid Bruyning c.s. over het opstellen van een integraal enpreventief beleid gericht op het voorkomen van jongerendak-loosheid (Kamerstuk 29 325, nr. 166) (Kamerstuk 29 325,nr. 169);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 25 juni 2024 inzake beleidsreactie Monitorseksueel geweld tegen kinderen 2018–2022 (Kamerstuk31 015, nr. 275);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 28 november 2024 inzake regeldruk bij vrijwilli-gersorganisaties en filantropische instellingen (Kamerstuk29 515, nr. 494);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 132 –de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 20 december 2024 inzake verzamelbrief geweldin afhankelijkheidsrelaties (Kamerstuk 28 345, nr. 282);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 19 december 2024 inzake beleidsreactie op hetrapport Digitale dimensie van geweld tegen vrouwen. Opvol-ging Algemene Aanbeveling nr. 1 GREVIO (Kamerstuk 28 345,nr. 281);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 13 januari 2025 inzake beleidsreactie adviesrap-port Toekomstbestendige hulpverlening na seksueel grens-overschrijdend gedrag en seksueel geweld (Kamerstuk 34 843,nr. 117);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 21 februari 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over de petitie van Alzheimer Nederland en SociaalWerk Nederland «Vaste stek gezocht voor samenredzaamheid»(Kamerstuk 31 765, nr. 903);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 21 februari 2025 inzake voortgangsrapportageEén tegen eenzaamheid 2024 (Kamerstuk 29 538, nr. 367);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 21 februari 2025 inzake aanvulling op briefambities Wet maatschappelijke ondersteuning (Kamerstuk29 538, nr. 366);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 1 april 2025 inzake toelichting op verkenningnaar 24/7-meldpunt femicide en het verbeteren van debereikbaarheid van Veilig Thuis en reactie op initiatiefnota-Mutluer (Kamerstuk 36 658, nr. 3);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 10 juli 2025 inzake voortgang van de prioritei-ten uit het plan van aanpak Stop femicide! (Kamerstuk 28 345,nr. 285);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 3 juli 2025 inzake voortgang actieplan Passendelangdurige zorg voor dakloze mensen (Kamerstuk 29 325,nr. 191).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 133 Voorzitter: BeversGriffier: HellerAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Becker, Bevers, Bruyning,El Abassi, Krul, Van der Werf en Westerveld,en mevrouw Pouw-Verweij, Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg.Aanvang 15.32 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering van de vaste commissie voor Volksgezondheid,Welzijn en Sport. Aan de orde is het commissiedebat Maatschappelijkdomein (inclusief huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld inafhankelijkheidsrelaties). Hartelijk welkom aan het publiek op de publieketribune en aan de mensen die thuis meekijken. Hartelijk welkom aan deStaatssecretaris en haar ondersteuning. Van de zijde van de Kamer zijnaanwezig mevrouw Van der Werf, D66, mevrouw Westerveld, GroenLinks-PvdA, mevrouw Bruyning, NSC, mevrouw Becker, VVD, en de heer Krul,CDA.Ik ga eerst even beginnen met de dienstmededelingen. Allereerst: er iseen hoofdelijke stemming rond 17.45 uur. Wij zullen proberen dat zonauwkeurig mogelijk in de gaten te houden. Dat betekent dat ik devergadering daarvoor zal schorsen. Dat betekent ook dat het wat lastigerwordt om de volledige tijd te benutten. We hebben een eindtijd van19.30 uur. Ik vraag u ook om daar rekening mee te houden.Dan de interrupties. Ik stel vier interrupties voor, mits u die wel redelijkkort en bondig doet, zonder hele inleiding of herhaling van uw betoog.Een interruptie eindigt altijd met een vraagteken, zeg ik erbij. Mocht datniet lukken, dan betekent dat gewoon dat we minder interrupties hebbenin de termijn van de Staatssecretaris. Dat zou ik ook niet willen. Mijnoproep is dus om daarbij enige zelfdiscipline te betrachten.Tot zover de huishoudelijke mededelingen. Dan geef ik het woord aanmevrouw Van der Werf voor haar bijdrage. U heeft vier minutenspreektijd, net als alle andere leden.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. Afgelopen zomer sprak boekdelen over huiselijkgeweld en femicide in Nederland. Een jonge vrouw uit Almere die doorhaar partner om het leven werd gebracht. Een man die zijn ex neersteektomdat hij «gewoon zijn kinderen wil zien». Een vrouw uit Gouda die wordtvermoord voor de ogen van haar kinderen, terwijl ze al aangifte hadgedaan en was gevlucht naar een blijf-van-mijn-lijfhuis.Zij zijn niet alleen. De cijfers zijn schrikbarend: 1,3 miljoen Nederlanderszijn slachtoffer van huiselijk geweld, er zijn 200.000 slachtoffers vanintieme terreur en 120.000 kinderen worden slachtoffer van kindermishan-deling. Maar de prioriteit om dit aan te pakken, om hen te beschermen,blijft achter.Voorzitter. We moeten af van een aantal verkeerde aannames als we hethebben over huiselijk geweld. Het speelt namelijk niet alleen bij mensendie het sociaal-economisch wat minder hebben. Niet bij elke vecht-scheiding hebben er daadwerkelijk twee schuld. Het gaat niet alleen omblauwe plekken of fysiek geweld. Het stopt zeker niet als een vrouw eenrelatie verbreekt. Sterker nog, dan belanden ze vaak in de meest gevaar-lijke fase. Herkent de Staatssecretaris deze signalen?Door handelingsverlegenheid of gebrek aan kennis en mogelijkhedenworden signalen niet altijd goed opgepakt. Door slechte informatie-uitwisseling en versnippering komen die signalen ook niet samen. Geweldwordt nauwelijks meegewogen bij beslissingen rondom omgang en gezagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 134 in de rechtbank, waardoor slachtoffers van geweld en hun familie noglanger in onveiligheid blijven zitten.Kan de Staatssecretaris aangeven welke maatregelen zij op korte termijngaat nemen om dit soort knelpunten weg te nemen? Hoe staat het met deuitvoering van onze motie om te verkennen of Clare’s Law ook inNederland ingevoerd kan worden? Wordt er inmiddels gewerkt aan éénsysteem waarin meldingen van huiselijk geweld inzichtelijk worden vooralle partners, zodat er niet steeds nieuwe aangiften nodig zijn en eennieuwe hulpverlener moet worden gezocht om het verhaal opnieuw tevertellen? Hoe staat het met de invoering van de 24/7-chatlijn voorslachtoffers van intieme terreur en met de wet strafbaarstelling psychischgeweld? Kan dat proces echt niet sneller?Voorzitter. Vandaag dien ik namens D66 een initiatiefnota in om geweldachter de voordeur te stoppen. Ik overhandig deze straks graag aan deStaatssecretaris. Gelukkig worden sommige problemen van links totrechts gedragen. Ik ben dan ook blij dat GroenLinks-PvdA, VVD en NSCdeze nota medeondertekenen. De politieke steun vanuit de Kamer is er. Ikverwacht eerlijk gezegd ook dat die er blijft.Laten we doorpakken door een wettelijke meldplicht in te voeren voorhulpverleners, leraren en artsen door in te zetten op brede scholing overhuiselijk geweld, van de baliemedewerker bij de politie tot en met defamilierechter, door een Nederlandse versie van Clare’s Law in te voeren,door de veiligheid van het slachtoffer voorop te zetten in zaken rondomomgang en gezag en bij scheidingen altijd te screenen op huiselijkgeweld. Kan de Staatssecretaris op deze voorstellen reageren?Slachtoffers van geweld moeten op ons kunnen rekenen. Ik hoop dat wehier zo snel mogelijk concrete stappen in kunnen zetten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik de bode vragen om de notitie in ontvangst tenemen en aan de Staatssecretaris aan te bieden. Daarbij is er natuurlijkeen moment voor een foto. Ik merk erbij op dat het kabinet middels dezeStaatssecretaris uiteindelijk ook een schriftelijke reactie zal geven op uwnotitie, maar dat zij ongetwijfeld straks een eerste reactie gaat geven.Dank u wel daarvoor.Dan is nu het woord aan mevrouw Westerveld namens GroenLinks-Partijvan de Arbeid.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Als we Nederland zouden uittekenen in een organogram,dan denk ik dat we allemaal hoofdpijn zouden krijgen. Want op papier zijnheel veel rechten en plichten heel goed geregeld in wetgeving, maar depraktijk is dat die vele stelsels, instanties, organisaties, allerlei uitvoerings-instanties en akkoorden ertoe leiden dat steeds meer mensen niet meergoed de weg weten te vinden. Dat heeft grote gevolgen voor grond-rechten, voor bestaanszekerheid, maar ook voor veiligheid.Neem femicide. Ik denk dat dat onderwerp vandaag nog meer wordtbesproken. Eens in de acht dagen wordt een vrouw vermoord, vaak dooreen partner of iemand uit de naaste omgeving. Ruim 40% van de vrouwenheeft fysiek of seksueel geweld meegemaakt. Ik kan zo nog wel evendoorgaan met een lijstje zorgwekkende cijfers waaruit blijkt hoe erg het is.Dit is ook al jarenlang bekend. Jarenlang weten wij hier, maar ook allevrouwen in deze samenleving, wat het is om je onveilig te voelen enwelke enorme gevolgen dat heeft. Maar al jarenlang zien we ook dat erveel te weinig gebeurt.Ik ben ook heel blij dat, naast mevrouw Van der Werf, ook mijn collegaSongül Mutluer hier heel alert op is. Zij heeft een tijdje geleden eeninitiatiefnota geschreven, specifiek over femicide. Dat is ook de reden datik hier vandaag niet heel veel vragen ga stellen aan de Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 135 Dit wordt namelijk op 22 september uitgebreid besproken. Maar ik hoopwel dat haar plannen natuurlijk op brede steun kunnen rekenen, wantvolgens mij zien we allemaal dat de nood enorm is.Voorzitter. Neem bijvoorbeeld ook het Thuiszitterspact. In 2016 isafgesproken dat er in 2020 geen enkel kind thuis zou zitten zonderonderwijs. Inmiddels zijn we in 2025 en blijkt uit cijfers van Balans datminstens 70.000 kinderen thuis zitten zonder onderwijs en dat er ookenorme problemen zijn met het leerlingenvervoer. Maar als we hetMinisterie van OCW daarop aanspreken, wordt er verwezen naargemeenten.Ik geef deze voorbeelden omdat vaak niet duidelijk is waar deeindverantwoordelijkheid ligt. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor dejeugdzorg. Een op de zeven kinderen maakt daar inmiddels gebruik van.Dat vinden we allemaal onwenselijk en iedereen wil er wat aan doen.Kinderen bewegen ook steeds minder. Naar schatting krijgen 120.000kinderen te maken met een vorm van kindermishandeling. Maar ookdaarbij geldt: als we het kabinet aanspreken, wordt verwezen naargemeenten, die doorwijzen naar instellingen. Heel vaak is dieeindverantwoordelijkheid dus onduidelijk.Of denk aan dakloosheid. Met veel bombarie werd het Nationaal ActieplanDakloosheid gepresenteerd, met het doel dat dakloosheid in 2030verleden tijd is. Maar het aantal dakloze mensen stijgt alleen maar.Gisteren luidde de Amsterdamse Kinderombudsman de noodklok over hetgroeiende aantal dakloze gezinnen. Die zijn ook de dupe van eenversnipperd systeem. Dus graag een reactie van deze Staatssecretaris.Er zijn namelijk ontzettend veel goede bewezen initiatieven om jongeren-dakloosheid te voorkomen, zoals het Bouwdepot, waarbij jongerenfinancieel worden ontlast zodat ze een opleiding kunnen volgen of eenbedrijf kunnen starten. Dat wordt ook erkend door deze Staatssecretaris.Maar toch is dit maar in een beperkt aantal gemeenten mogelijk, doorregelgeving vanuit dezelfde overheid. Vanuit het Ministerie van SZWwordt gezegd: ja, het kan wel, maar het moet wel passen binnen dekaders van de Participatiewet. We hebben dus landelijk beleid dat anderlandelijk en lokaal beleid in de weg zit. Wie zijn dan de dupe? Dat zijnmensen in een kwetsbare positie. Dus graag een reactie van de Staatsse-cretaris. Hoe gaat zij ervoor zorgen dat dit soort bewezen goede initia-tieven ook echt doorgezet en uitgebreid kunnen worden?Even doorgaand op dit punt: ik heb een tijd geleden een motie ingediend.Daardoor is het actieplan Passende zorg voor dakloze mensen met eenWlz-indicatie dit jaar tot stand gekomen. Inmiddels lees ik dat negenzorgkantoorregio’s zich hebben aangemeld als pilotregio. Dat is hartstikkemooi, maar als ik dan lees wat ze gaan doen, zijn dat toch heel veelhandreikingen, samenwerkingsafspraken en «aan de slag gaan metgeleerde lessen». Mijn vraag aan deze Staatssecretaris is waar hetministerie blijft dat over wonen gaat. We hebben namelijk ook woningennodig. Graag een reactie van de Staatssecretaris, want dit is echt eenzwakke plek in het plan.Voorzitter, ik rond bijna af. Het thema wonen voor mensen met eenbeperking is ook een heel groot probleem. Ik heb een tijd geleden eenpunt gemaakt over bijvoorbeeld de Fokuswoningen. Er komt eenonderzoek. Ik ben heel benieuwd wanneer dat onderzoek er komt, maarook of in dat onderzoek breder wordt gekeken naar hoe het zit met hethogere management, bijvoorbeeld. Ik hoor namelijk van een aantalcliënten dat er wel veel wordt gevraagd over de zorg die ze krijgen van deADL’ers. Dat zijn de mensen die hulp geven. Daar gaat het echter juistheel goed mee. Graag hierop een reactie van de Staatssecretaris.Ik wilde nog een prachtig einde maken, maar volgens mij zit ik aan mijntijd. Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 136 Dat klopt, inderdaad. Dank u wel voor uw bijdrage. Dan is het woord aanmevrouw Bruyning van NSC.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, voorzitter. Iedere acht dagen wordt er in ons land een vrouwvermoord: femicide. De afgelopen tijd zijn het trouwens geen acht dagenmeer. Elke keer gaat er weer een leven verloren, vaak na een langegeschiedenis van gemiste signalen. Dat is onacceptabel. Het is een stillepandemie, die we niet langer kunnen bagatelliseren. Femicide vraagt omeen harde, integrale aanpak van preventie tot bescherming tot vervolging.Mijn fractie, Nieuw Sociaal Contract, heeft via een motie verzocht om teonderzoeken of het nummer 116 effectief kan worden ingezet als nationalehulplijn voor slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Juist indie eerste momenten van paniek en gevaar is directe hulp namelijkcruciaal. Kan de Staatssecretaris vandaag helder aangeven hoe het staatmet de uitvoering van deze motie? Slachtoffers hebben geen tijd om tewachten.Daarnaast blijft het aanstellen van een nationaal coördinator huiselijkgeweld en femicide voor ons een topprioriteit. Er liggen moties enrapporten, maar we zien nog te weinig beweging. Welke prioriteiten steltde Staatssecretaris de komende maanden? Hoe waarborgt de Staatssecre-taris dat er nu daadwerkelijk regie komt? Zonder centrale sturing blijft deaanpak versnipperd. Dat kunnen wij ons bij deze problematiek nietveroorloven.Voor femicide is een grotere aanpak nodig dan slechts het opvangen vansignalen. Het gaat ook om opvang en het bieden van veiligheid. Kan deStaatssecretaris meer toelichten over de huidige stand van zaken vanveilige opvangplekken voor vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijkgeweld en intieme terreur? Vindt de Staatssecretaris dat dit genoegplekken zijn of zijn er meer nodig? Hoe gaat de Staatssecretaris dit danregelen?Voorzitter. Ik wil ook stilstaan bij de meldcode Huiselijk geweld enkindermishandeling. Die is verplicht, maar de opvolging blijkt toch nietadequaat te zijn, terwijl slachtoffers de regie en het vertrouwen ininstanties verliezen. Het Verwey-Jonker Instituut wees hier al op.Internationale afspraken, zoals het Verdrag van Istanbul, verplichten onsom slachtoffers er actief bij te betrekken en samen te werken metgespecialiseerde hulporganisaties. Kan de Staatssecretaris toezeggen datzij de meldcode herziet, zodat samenwerking met slachtofferorganisatiesbij structureel geweld altijd verplicht wordt?Ik ben trots en dankbaar dat we vandaag samen met mijn collega’s vanD66, GroenLinks-Partij van de Arbeid en de VVD, een initiatiefnota tegenfemicide hebben kunnen presenteren. Wij presenteren samen belangrijkestappen en doelen om Nederland veiliger te maken voor onze vrouwen. Ikhoop dan ook dat deze nota gaat leiden tot concrete veranderingen enverbeteringen.Dan kom ik op het punt van de dakloosheid. De situatie is nijpend. Dewinter staat voor de deur. De cijfers lopen uiteen, omdat we nog steedsgeen betrouwbare landelijke telling hebben. Dat alleen al is pijnlijk. Weweten niet eens hoeveel mensen er op straat leven, terwijl de crisis elkedag zichtbaar is in onze steden. Gelet op de komende winter wil ik graagvragen aan de Staatssecretaris hoe zij ervoor gaat zorgen dat de criteriavoor de winteropvang worden verruimd. Hoe gaat zij erop aandringen bijgemeenten en de VNG dat iedere dak- en thuisloze in iedere gemeentedezelfde mogelijkheden voor een gepaste opvang heeft?De ETHOS Light-methode kan overigens het probleem van de tellingoplossen. Deze methode wordt in vrijwel alle Europese landen al gebruikten levert daar bruikbare resultaten op. Toch blijft Nederland hangen in eenlangdurige pilotfase. Een pilot houden terwijl kinderen in de kou slapen engezinnen in de opvang worden geplaatst, is niet uit te leggen. Het is alsofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 137 we eerst willen onderzoeken of het water nat is, terwijl er mensenverdrinken. Het is dus zinloos om te blijven testen, terwijl gezinnen opstraat belanden. Ik roep de Staatssecretaris op om de pilotfase tebeëindigen en ETHOS Light de standaard te maken. Alleen metbetrouwbare cijfers kunnen we gericht beleid voeren, opvangcapaciteitplannen en gemeenten ondersteunen. Laten we prioriteit geven aan demeest kwetsbare groep: gezinnen met minderjarige kinderen. Het kannamelijk niet zo zijn dat kinderen opgroeien zonder een dak boven hunhoofd, terwijl wij in dit huis blijven praten over definities en pilots.Voorzitter, tot slot. Het gaat hier niet om losse thema’s, maar om hetweefsel van onze samenleving. Het gaat om vrouwen die veilig moetenzijn in hun huis, om kinderen die beschermd moeten worden tegenmishandeling en om gezinnen die niet op straat mogen belanden. NSCkiest hier voor regie, voor bescherming en voor menselijke waardigheid.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Becker namens de VVD.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel, voorzitter. Vorige sprekers hebben het ook al gezegd: we zijndeze zomer opgeschrikt door vreselijke gebeurtenissen, waar vrouwen opstraat, maar te vaak ook achter hun eigen voordeur, niet veilig bleken tezijn. Ik ga genoemde cijfers niet herhalen, maar misschien wel nog wattoevoegen. Het is namelijk ook zo dat een op de acht vrouwen slachtofferis van verkrachting, dat meer dan de helft van de vrouwen seksueelgeweld of ongewenste aanrakingen ervaart, dat bijna 1,3 miljoenNederlanders slachtoffer zijn van huiselijk geweld en dat ook 120.000kinderen hiermee te maken krijgen, en dat bij 185.000 personen hetgeweld structureel is. Het gaat hier allemaal om verwoeste levens. En datmoet ons niet alleen boos en bezorgd maken, maar het moet onsaanzetten tot actie. Dat zijn we gelukkig al een aantal jaar aan het doen.Vandaag hebben we daar met vier partijen ook weer een mooie initia-tiefnota aan toe kunnen voegen.Ik ben heel dankbaar dat de Staatssecretaris hier vandaag is om het debatmet ons aan te gaan, want ga er maar aan staan om al deze problematiekop je bord te krijgen. Ik wil onszelf als Kamer vandaag ook een spiegelvoorhouden. Wij hebben vandaag een debat met meer dan 30 geagen-deerde brieven uit een periode vanaf 2021 tot nu. Dat betekent datsommige brieven vier jaar lang bij ons hebben gelegen zonder dat we zehier in huis met een Staatssecretaris besproken hebben. Dat moeten webeter doen, want deze onderwerpen verdienen ook onze voortdurendeaandacht. Maar het goede nieuws is dat we stappen zetten. De nieuweWet seksuele misdrijven is aangenomen, die seksueel contact zonderwederzijdse instemming strafbaar stelt en seksuele straatintimidatievervolgbaar maakt. We hebben de eerste veroordelingen door deze wetgezien. Ook is er een regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdendgedrag en seksueel geweld aangesteld, die goed werk doet, en ligt er nawerk van deze Kamer een actieplan femicide.Voorzitter. Er ontbreken echter nog essentiële elementen, niet zozeer oppapier als wel in de uitvoering. Denk hierbij aan een meldpunt voor rodevlaggen en snellere strafbaarstelling van psychisch geweld. Ik lees in destukken dat we tot de tweede helft van 2026 moeten wachten totwetgeving überhaupt in consultatie gaat. Waarom moet dat zo langduren? Waar blijft de meldplicht voor zorg en onderwijs, zodat signalenniet achterblijven in de spreekkamer of in het klaslokaal? Hoe gaatNederland voldoen aan de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegenvrouwen, die ons verplicht tot het inrichten van een «24/7 rapecentre»?Hoe gaan we zorgen voor een aanpak met één casusregisseur in het gevalvan huiselijk geweld of kindermishandeling?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 138 Voorzitter. Ik sprak een expert op het terrein van huiselijk geweld. Dieexpert noemde een voorbeeld van een kind dat via de jeugdzorggediagnosticeerd werd met ADHD. Achteraf bleek dat het drukke gedragvan het kind veroorzaakt werd door de geweldsproblematiek van devader, die al jarenlang de moeder terroriseerde en dus niet door ADHD.Maar instanties praten te weinig met elkaar. Is de Staatssecretaris bereidmet Filomena te spreken, waar instanties minder langs elkaar heen pratenen meer samenwerken? Kunnen we die aanpak uitrollen door heelNederland? Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen het kennisniveau vanhulpverleners bij Veilig Thuis over de rode vlaggen van bepaalde vormenvan geweld, zoals femicide en eergerelateerd geweld? Veel modules diehierover gaan lijken nu vrijwillig te zijn voor medewerkers van VeiligThuis. Kunnen deze verplicht worden gesteld? Hoe gaat het met dewachtlijsten en doorlooptijden? Starten de pilots met het vroegtijdigerinzetten van een tijdelijk huisverbod inderdaad binnenkort en, zo ja, hoe?Wanneer worden de uitkomsten verwacht van het onderzoek naar heteerder kunnen verplichten van een hulpverleningstraject voor potentiëledaders? We willen namelijk de daders achter slot en grendel, niet deonschuldige vrouwen die jarenlang in een blijf-van-mijn-lijfhuis zitten.Voorzitter, tot slot. Het lastige is dat op de helft van mijn vragen deStaatssecretaris moet antwoorden dat zij dit met een collega moet gaanbespreken. Dat respecteer ik, maar de VVD ziet ook dat dit onderwerpdaardoor versnipperd is en heel traag gaat. Daarom zouden wij eennationaal coördinator vrouwenveiligheid willen voorstellen, die deinvalshoek van VWS, van Justitie en van OCW aan tafel heeft. Het gaatdan om een nationaal coördinator die meters kan maken, ook als eenkabinet demissionair is of als er verkiezingen zijn. Hoe kijkt de Staatssecre-taris daarnaar?Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan is het woord aan de heer Krul namenshet CDA.De heer Krul (CDA):Voorzitter, dank u wel. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouwBecker: er staan ongelofelijk veel brieven op deze agenda. Dat is enerzijdseen spiegel voor de Kamer zelf, namelijk dat we dit onderwerp veel vakermoeten behandelen. Tegelijkertijd is de realiteit dat het dus onmogelijk zalzijn om recht te doen aan tal van belangrijke onderwerpen die vandaagóók op de agenda staan. Ook ik zal me beperken tot slechts enkele vandeze onderwerpen. Ook ik zal me in ieder geval richten op de actualiteit,want dat is ook broodnodig. Ik heb het dan natuurlijk over femicide.Voorzitter. Iedereen moet zich veilig kunnen voelen, zowel op straat als inde privéomgeving. De hoeveelheid recente gebeurtenissen rondomgeweld richting vrouwen en vrouwenmoord laat zien dat dit verre van hetgeval is. Er is een wereld te winnen in de aanpak, signalering en informa-tiedeling rondom geweld tegen vrouwen. Die aanpak is namelijkversnipperd. Wat ons betreft moeten er drie dingen centraal staan:vroegsignalering, bescherming van slachtoffers en een structureleborging van de aanpak. Rode vlaggen, zoals stalking of dwingendecontrole, worden nog steeds niet goed herkend. Informatie hierover kannog steeds niet goed worden gedeeld tussen de hulporganisaties. Wehebben vandaag in het nieuws kunnen lezen dat de politie meeronderzoek gaat doen naar zogenaamde niet-fatale wurgingen. Dat is mooinieuws. Kan de Staatssecretaris ook vertellen of er maatregelen wordengenomen als het gaat om de informatiedeling, bijvoorbeeld rondom deregistratie van niet-fatale wurgingen? Dan gaat het dus om informatie-deling tussen de politie, artsen, Veilig Thuis en de vrouwenopvang.Kunnen we dat ergens borgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 139 Wanneer een vrouw te maken krijgt met huiselijk geweld, met stalking ofmet niet-fatale wurgingen, zien we dat de vrouw in veiligheid wordtgebracht. Ze gaat dan bijvoorbeeld naar een noodopvang of moet eenander veilig onderkomen zoeken. Er worden maatregelen genomen om deveiligheid te waarborgen. Maar dat gaat tegelijkertijd voorbij aan het feitdat de dader, de man die vaak het huiselijk geweld pleegt, thuisblijft. Hijkrijgt hooguit soms een contactverbod. Zou de focus volgens de Staatsse-cretaris niet veel meer moeten liggen op maatregelen die gericht zijn opde dader, in plaats van op het slachtoffer? Ik vond het mooi hoe de VVDdat net zei: niet het slachtoffer, maar de dader achter slot en grendel.Voorzitter. In 2019 kwam de Nationale ombudsman met het onderzoekVrouwen in de knel, waarin allerlei knelpunten in de vrouwenopvang naarvoren kwamen. Pas in 2024 kwam de VNG met de richtlijn Vrouwen uit deknel. Dat is een richtlijn voor gemeentes als het gaat om het inregelen vanvrouwenopvang. Helaas zien we een ongelofelijk versnipperd beeld in deuitvoering hiervan. De ene gemeente gaat er heel voortvarend mee aan deslag, maar de andere doet dat niet. Kan de Staatssecretaris daar meerregie op nemen?Voorzitter. Ik heb nog twee andere onderwerpen die ik toch wil bespreken.Het eerste onderwerp is ouderenmishandeling, want ook dit was weer inhet nieuws. Het meest recente prevalentieonderzoek – het onderzoek komtuit 2018; dat is redelijk oud – schat in dat een op de twintig ouderenslachtoffer is geworden van ouderenmishandeling. Dat zijn op zichzelf alschrikbarende cijfers. Bij Veilig Thuis zien we tevens dat er steeds mindermeldingen binnenkomen. Je zou kunnen denken dat dat goed nieuws is,maar dat is het waarschijnlijk niet. Meldingen rondom ouderenmishan-deling hangen namelijk samen met een taboe. Dit taboe draait omschaamte, de afhankelijkheid van de pleger en onvoldoende herkenningdoor ouderen zelf, professionals en vrijwilligers. De Staatssecretaris kwammet de informatiebox Financieel veilig ouder worden, die gratis fysiek enonline beschikbaar is. Maar dat is toch zo’n klein beginnetje. VWS en JenVhebben in 2023 de campagne Ik vermoed huiselijk geweld vertoond. Dezecampagne werd in 2024 herhaald. Is bekend wat het effect was van dezecampagne, of wat we anders moeten doen? Is het voldoende bekend bijslachtoffers dat je voor advies en meldingen ook terecht kunt bij VeiligThuis? Is ouderenmishandeling een onderwerp van cliëntbesprekingen,bijvoorbeeld in de wijkverpleging? Is er voldoende scholing beschikbaarom het te herkennen, bijvoorbeeld voor vrijwilligers die actief zijn in deouderenzorg? Is er überhaupt aandacht voor ouderenmishandeling bijoverleg tussen politie, artsen, Veilig Thuis en andere opvanglocaties?Tot slot wil ik het hebben over postadressen. Je hebt een briefadres nodigvoor een ziektekostenverzekering, bijstand of om te kunnen stemmen inNederland. Sinds 1 januari 2022 zijn gemeentes wettelijk verplicht ommensen zonder woonadres een briefadres te verstrekken. Wij horen dat depraktijk heel weerbarstig is, omdat gemeenten extra eisen stellen. Is deStaatssecretaris bekend met dit probleem? Wat mag er nou wel, en watmag er nou niet? En zou zij hierover het gesprek met gemeenten aanwillen gaan? Vier grote steden hebben inmiddels aan de bel getrokken:Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. Er heerst een dringendtekort aan opvangplekken voor dakloze gezinnen. In 2024 zaten 2.000gezinnen in de knel. Dat is het dubbele van het aantal opvangplekken datbeschikbaar is. Dit leidt tot schrijnende situaties voor moeders metkinderen. De opvang die bestaat, met intensieve begeleiding en controle,is niet bedoeld voor gezinnen die om economische redenen dakloosraken. Kinderen horen niet op straat, of van bank naar bank te moeten. Ikdenk dat de Staatssecretaris dat uitgangspunt met me deelt. Ik verzoek deStaatssecretaris in gesprek te gaan vanuit het perspectief wat er wélgeorganiseerd kan worden, met name bij deze plekken waar het enormknelt. Geen thuis hebben raakt kwetsbaren in de samenleving het meest.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1310 Ik had er nog honderd-en-een andere onderwerpen bij kunnen betrekken,maar hier laat ik het even bij in de eerste termijn.De voorzitter:Dank u wel, meneer Krul. Dan is het woord aan de heer El Abassi namensDENK.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Ik zou graag willen beginnen met femicide. In deafgelopen tien jaar zijn in Nederland 412 vrouwen omgebracht. In bijnadriekwart van de gevallen kwam dit door een ex-partner, een partner ofdoor familie. Dit is geen serie incidenten, dit is een patroon. Het recenteoverlijden van de 17-jarige Lisa na een brute aanval en de moorden inSchiedam en Gouda laten opnieuw zien hoe dichtbij dit geweld is. Dezevoorvallen komen vaak met rode vlaggen, die eerder in beeld haddenkunnen zijn. Het kabinet zet stappen met Stop femicide!, betere risico-taxatie en het 24/7-expertiseplatform bij Veilig Thuis. Dat is goed. Maarsnelheid en meetbare impact zijn nu cruciaal. Mijn vraag aan de Staatsse-cretaris is of zij voor het einde van dit jaar harde mijlpalen en indicatorenkan publiceren voor dat 24/7-expertiseplatform. En kan zij toezeggen datdeze cijfers, inclusief de opvolging richting politie, het OM en hulpver-lening, elk kwartaal openbaar worden?Voorzitter. Dan heb ik nog een stukje over kindermisbruik. Wie deuitspraken over de verkrachting van een baby in Ommen of het dossiervan het Vlaardingse pleegmeisje leest, wordt stil. In Ommen oordeeldehet Hof recent over poging tot doodslag en seksueel misbruik. InVlaardingen concludeerden inspecties dat samenwerking en informatie-uitwisseling ernstig tekortschoten. Dat is precies waar systemen voorbedoeld zijn, namelijk voor het voorkomen, delen en handelen. Wehebben landelijk veel voordeuren, zoals CSG, Veilig Thuis, Slachtof-ferhulp, Helpwanted en gemeentelijke loketten, maar je wil niet verdwalenals je hulp zoekt. Er wordt met het traject Goed georganiseerd landschapen met de doorontwikkeling van Slachtofferwijzer al gewerkt aan eeneenvoudige toegang tot de voordeuren. Toch ervaren ouders, jongeren enprofessionals nog te vaak drempels en wachttijden. Wanneer legt deStaatssecretaris een herkenbare landelijke digitale en telefonischevoordeur vast voor kindermisbruik? Ik heb het dan over een landelijkevoordeur met servicelevels inclusief afspraken, voor casusregie en voorgegevensindeling tussen jeugdbescherming, gemeenten, ggz en depolitie. Kan de Staatssecretaris hier een datum voor geven en ook nogtoelichten hoe zij dit gaat monitoren en afdwingbaar wil maken?Voorzitter, tot slot. Ik wil het hebben over onze mantelzorgers. Onzesamenleving leunt op ruim 5 miljoen mantelzorgers. Ze combineren zorg,werk en gezin vaak tot het niet meer gaat. Er loopt een mantelzorgagenda,gemeenten hebben voor mantelzorgers een opdracht onder de Wmo ensamen met SZW wordt het verlofstelsel vereenvoudigd. Maar in depraktijk horen we nog te veel verhalen over onbekendheid met rechten ente weinig respijtzorg of coördinatie. Mijn vraag aan de Staatssecretaris isof ze samen met SZW en VNG wil toezeggen dat per 1 januari 2026 elkegemeente een laagdrempelig loket voor mantelzorginformatie enondersteuning heeft. Wil ze toezeggen dat respijtzorg ook daadwerkelijkbeschikbaar en vindbaar wordt gemaakt? En, ten derde, wil ze jaarlijkslandelijk monitoren hoeveel werknemers gebruikmaken van mantelzorgen welke groepen achterblijven? Graag hoor ik ook hoe zij de bekendheidvan regelingen meet en verhoogt.Voorzitter. Daar zou ik mijn bijdrage bij willen laten. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Becker.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1311 Mevrouw Becker (VVD):Ik denk dat dit debat aantoont dat de Kamer vrij eensgezind is als het gaatom het willen oplossen van al deze problemen. Je zou bijna denken dathet bijna helemaal geen politiek onderwerp is; dat doet me deugd. Wezeggen eigenlijk allemaal dat we dit willen oplossen. Er is een aspect vanvrouwenonveiligheid in Nederland waar ik toch een klein debatje over wilaangaan met de heer El Abassi. Dat aspect betreft eergerelateerd geweld.We hebben in Nederland zo’n 670 meldingen per jaar van eergerelateerdgeweld. Een voorbeeld daarvan is het schrijnende geval van de 18-jarigeRyan uit Joure, die door haar familie om het leven is gebracht. Haarmoord werd voorbereid in een appgroep, omdat zij een te westerselevensstijl zou hebben. Wij doen daar vanuit de Kamer allerlei voorstellenvoor, om ook aan die vorm van geweld een einde te maken. Ik hebbijvoorbeeld een initiatiefnota ingediend voor meer zelfbeschikking. Ikdien moties in over eerwraak. DENK vindt het vaak moeilijk om daarovermee te denken en heeft ook tegen die moties en die voorstellen gestemd.Is de heer El Abassi, nu hij alle stukken heeft gelezen en alles ziet wat ergebeurt in de samenleving, inmiddels ook bereid om partner te zijn als hetom dít onderwerp gaat? Vindt de heer El Abassi ook dat we er altijd voormoeten zorgen dat we dat niet tolereren in dit land, vanuit welke hoek hetgeweld ook komt?De heer El Abassi (DENK):Het is voor mij best gênant dat ik hier überhaupt antwoord op moetgeven. Volgens mij steunen wij altijd moties en amendementen overeergerelateerd geweld. Ik zou de VVD willen vragen om een motie tenoemen waarbij we dat niet hebben gedaan. Ik zou voor de rest nietweten hoe ik hier anders op zou moeten reageren dan met het antwoorddat dit een vanzelfsprekendheid is.Mevrouw Becker (VVD):Ik heb een motie ingediend die het kabinet heeft opgeroepen tot eenactieplan voor zelfbeschikking en het einde maken aan eergerelateerdgeweld. DENK heeft daartegen gestemd. Maar het is goed nieuws dat deheer El Abassi zegt dat dat dan misschien een vergissing was. Ik denknamelijk dat het ontzettend belangrijk is. We hebben vandaag te kort detijd, maar er staat bijvoorbeeld ook een brief over maagdenvliesherstel-operaties op de agenda. Er zijn helaas heel veel vrouwen in Nederlandonveilig, omdat er vanuit een cultuur wordt gedacht dat ze zich op eenbepaalde manier zouden moeten gedragen. Als ze dat niet doen, dankrijgen ze te maken met verschrikkelijke vormen van geweld. We zien daareen toename. Het zou goed zijn als we inderdaad Kamerbreed, van linkstot rechts, ook die strijd kunnen voeren. Ik heb ook niet voor niets devraag aan de Staatssecretaris gesteld of we zo’n protocol, waarmee wehulpverleners en politie kunnen opleiden, zodat ze meer kennis overeergerelateerd geweld hebben, niet ook verplicht kunnen stellen bij VeiligThuis. Het zou mooi zijn als de heer El Abassi dat dan ook wil steunen.De heer El Abassi (DENK):Het klinkt bijna raar dat ik me beledigd voel dat deze vraag überhauptgesteld wordt. Wij zijn tegen elke vorm van geweld; dat zie je terug in onsstemgedrag. Je ziet dat niet altijd terug bij de VVD. We weten datmevrouw Bente Becker het belangrijk vindt welke achtergrond de dadershebben. Ik vind het dus heel frappant en vreemd dat deze vraag mijgesteld wordt. Ik vraag debatten aan over hele gevaarlijke situaties, zoalsdie van de baby uit Ommen en het Vlaardingse pleegmeisje. Vervolgenszie ik dat de VVD die debatten gewoon niet steunt, terwijl ze superbe-langrijk zijn. Dat vind ik jammer vanuit de VVD. Nogmaals, ik vind het eenvreemde vraag. Ik steun moties en amendementen op gebied vaneergerelateerd geweld altijd. De VVD doet hier voorkomen alsof wij datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1312 niet doen. Ik vraag hen dan ook om met die moties te komen. We hebbenstraks een tweede termijn. Dan kan ik in de pauze rustig naar die motieskijken. En dan kan ik uitleggen waarom wij een bepaalde motie niethebben gesteund. Ik wil daar wel bij zeggen dat wij moties waarbij de VVDeen bepaald frame op bepaalde bevolkingsgroepen wil plakken uiteraardniet steunen. Tegelijkertijd zijn wij tegen elke vorm van geweld. Zostemmen wij ook altijd.De voorzitter:Dank u wel. Dat was de eerste termijn van de Kamer. U heeft veel vragengesteld aan de Staatssecretaris. Dat betekent dat ik 40 minuten gaschorsen, tot 16.45 uur. Want er moeten wel even een aantal vragenbeantwoord worden. Ik schors dus tot 16.45 uur. Ik zie dat de heer Kruleen opmerking heeft.De heer Krul (CDA):Voorzitter, even heel praktisch. U heeft voor het debat gezegd dat er rond17.45 uur in ieder geval een schorsing zal zijn voor het hoofdelijkestemmen. Kunt u iets meer informatie geven over, los van waar we danzijn in het debat, hoelang dat zal zijn en of we een harde eindtijd hebben?Want volgens mij is de eindtijd 19.30 uur.De voorzitter:Ja, de eindtijd is 19.30 uur. Daar is zowel in de organisatie als door uwvoorzitter op gerekend. Ik ga even kijken wat dat betekent en hoeveel tijdwe normaal gesproken nodig hebben voor een normale hoofdelijkestemming. Ik ga dat even overleggen met de Griffie. Ik kom daar dan om16.45 uur even op terug. Ik zie dat mevrouw de Staatssecretaris eenopmerking heeft.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Wellicht kan ik een handreiking doen. Ik was van plan om te starten methet onderwerp waar de meeste vragen over waren. Dat is in dit gevalfemicide. Tegelijkertijd zie ik dat we kort in de tijd zitten. Ik hoop natuurlijkdat ik voor de eindtijd alle vragen kan beantwoorden en u mij kuntbevragen en interrumperen waar u wil. Maar ik kan dus ook zeggen dat ikhet onderwerp femicide juist iets meer richting het einde van het debatbehandel. Mochten we het niet op tijd afgerond krijgen, dan kan ik ertijdens het notaoverleg op 22 september op terugkomen. Ik weet alleenniet of u dan allen aanwezig bent. Maar dit zou vanuit mij een handreikingkunnen zijn.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik vind dat laatste geen slecht idee. Ik weet niet hoe de andere collega’sdaarover denken. Ik zeg in alle eerlijkheid dat dat ook komt omdat ik om16.45 uur even deze zaal uit moet. Daarna hebben we ook nog diestemming. Ik vrees dus dat het sowieso een beetje rommelig wordt. Maarik weet niet hoe de andere collega’s daarover denken.De voorzitter:Zullen we dan een halfuur schorsen? Of nog korter? Laten we schorsen tot16.45 uur. Ik maak daar de opmerking bij dat ik in ieder geval niet van planben om te schorsen voor een dinerpauze. Dat lijkt me, gezien alles wat erloopt, ook logisch. Ik adviseer u dus straks in de loop hiernaartoe ofrichting de plenaire zaal ergens een croissantje mee te nemen. Houdt udaar in ieder geval even rekening mee. Dan schors ik nu tot 16.45 uur.De vergadering wordt van 16.06 uur tot 16.48 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1313 Ik heropen dit commissiedebat. Ik ga ervan uit dat er nog een aantal ledenplaats zullen nemen. Mevrouw Westerveld is in ieder geval onderweg.Vanuit de afdeling dienstmededelingen meld ik dat de hoofdelijkestemming niet voor 18.00 uur is en pas plaats zal vinden na de eerstetermijn van de Minister-President. Die termijn wordt dus sowiesoafgemaakt. Is hij eerder klaar, dan zal er plenair geschorst worden tot18.00 uur. We weten dan allemaal dat dat zo is, want dat wordt doorge-geven. Anders lopen we het risico dat de stemmingsbel gaat en datiedereen met gezwinde spoed deze zaal verlaat om naar boven te gaan.Maar we gaan zien hoe dat loopt. We zijn toe aan de eerste termijn, debeantwoording namens het kabinet door de Staatssecretaris. Ik geef u hetwoord, Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog heel even een praktisch aspecttoelichten. We hadden zojuist even overleg met elkaar. Vanwege deschorsing kan het zijn dat de lengte van het debat iets ingekort moetworden. Daarnaast moest het Kamerlid Van der Werf ook even bij eenander debat zijn. We hebben daarom afgesproken dat ik het onderwerpfemicide als laatste behandel. We hebben daar namelijk op 22 septembernog een notaoverleg over staan, waarbij ook de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid aanwezig is. Vandaar deze volgorde. Ik zal ookproberen het wat korter te houden, zodat er ruimte is voor meerantwoorden.Allereerst wil ik de indieners van de initiatiefnota Stop geweld tegenvrouwen hartelijk bedanken voor het indienen hiervan. Ik wil mij, net als u,inzetten voor dit belangrijke thema. Ik ervaar grote steun vanuit uw Kamerin de zorg voor de aanpak van geweld tegen vrouwen. De vreselijkegebeurtenissen van eerder dit jaar zijn door velen van u genoemd. Demaatschappelijke zorgen zijn groot en vragen om stevigheid in de aanpak.Ik zal bij het notaoverleg op 22 september aanstaande inhoudelijkreageren op de initiatiefnota.Thuis moet de plek zijn waar je veilig bent, waar je kunt ontspannen bijmensen die je vertrouwt. Het is niet een plek waar je op je hoede moet zijnvoor wat er kan gebeuren. Helaas zijn deze veilige situaties voor te veelmensen niet vanzelfsprekend. Vanuit het kabinet sta ik niet alleen voordeze aanpak. Ik werk aan de aanpak met mijn collega-bewindspersonenvan onder andere JenV, OCW en SZW. Met de uitvoering van het plan vanaanpak tegen femicide zet ik mij niet alleen in voor het vergroten van debewustwording, maar ook voor het versterken van de deskundigheid vanprofessionals, de bescherming van slachtoffers en het verbeteren vanrisicotaxaties. Dat doe ik allemaal met het doel femicide eerder en beter teherkennen en te voorkomen. Hier wordt door vele professionals enorganisaties al dag in, dag uit hard aan gewerkt. Ik wil mijn waarderingvoor hun enorme bevlogenheid en inzet in vaak zeer complexe casuïstiekbenadrukken. Maar er is meer nodig. Ik kom daar bij de beantwoordingvan de vragen op terug.Voorzitter. Dan kom ik op de welbekende blokjes. Ik wilde beginnen metdakloosheid. Dan komt sociale basis en mantelzorg. Om een kopje varia tevoorkomen, heb ik de vraag over Fokus van mevrouw Westerveld daarook maar bij gevoegd. Dan wil ik het blokje huiselijk geweld behandelenen daarna femicide. Hier en daar zal er iets van overlap zijn, maar dat islastig te voorkomen.Om bij dakloosheid te beginnen: er was een vraag van zowel CDA alsGroenLinks-PvdA over het probleem van de dringende tekorten in deopvang van dakloze gezinnen in de G4. Ik ben inderdaad bekend met ditprobleem. We zien dat het in heel Nederland heel erg moeilijk is omhuisvesting te vinden. Dat wordt verder geïllustreerd in deze oproep. Juistvoor kinderen is het van belang dat zij een stabiele woonplek hebben. Hetuitbreiden van de opvang is geen langetermijnoplossing om dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1314 gezinnen te helpen. Ik weet dat de inzet van gemeenten erop gericht is omte voorkomen dat kinderen in deze situaties terechtkomen. Uw Kamerheeft een amendement aangenomen bij de Wet versterking regievolkshuisvesting om dakloze gezinnen met minderjarige kinderen op tenemen in de urgentieregeling. Juist vanwege de woningnood zet hetkabinet sterk in op het versnellen van tijdelijke huisvesting, wat mensentijd geeft om een reguliere woning te vinden. We zijn op dit moment bezigmet de uitvoeringstoets van het amendement op de Wet versterking regievolkshuisvesting. Ik zal uw Kamer over de verdere voortgang informeren.Er was nog een vraag over het Bouwdepot. Dat is inderdaad waardevolvoor jongeren in een kwetsbare positie. Het kabinet vindt dit een heelsympathiek initiatief, mits het binnen de wettelijke kaders wordt uitge-voerd. De Staatssecretaris Participatie en Integratie heeft uw Kamereerder geïnformeerd over het voornemen om de ondersteuningsbehoefteen de problematiek van de groep jongeren in een kwetsbare positie verderte analyseren en om die ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen. Hijdoet dat samen met mij en met de Staatssecretaris Jeugd, Preventie enSport. Daarbij betrekken we de Bouwdepotaanpak. Wij zullen uw Kamerbegin 2026 informeren over de uitkomsten van die analyse.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Westerveld. Ik stel voor dat we vierinterrupties aanhouden in deze termijn.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik wil het hebben over de onderwerpen die de Staatssecretaris noemde.Als je het hebt over dakloosheid, dan gaat het deels ook over wonen. Hettweede onderwerp raakt ook aan het Ministerie van SZW. Bij allebei deonderwerpen heb ik heel sterk de indruk dat deze Staatssecretaris degoede wil heeft om de juiste dingen te doen, maar dat er nog weleens watstrubbelingen kunnen zijn met andere ministeries. Denk bijvoorbeeld aanvoldoende huisvesting. Mijn vraag aan deze Staatssecretaris is of zeervoor gaat zorgen dat de andere twee bewindspersonen goed zijnaangehaakt. Dit geldt eigenlijk voor alle vragen. Wat mij betreft zijn dezeStaatssecretaris en datgene wat zij wil leidend voor deze belangrijkeonderwerpen. Volgens mij vindt de hele Kamer dat het probleem vandakloosheid moet worden aangepakt. De hele Kamer ziet dat er van alleskan gebeuren, maar dat er soms wat knelpunten zijn in de wetten enregels, en op andere ministeries.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik kan helaas niet toezeggen dat mijn wil en inzet altijd leidend zullen zijn,hoe graag ik dat ook zou willen. Ik kan wel het volgende toezeggen. Voormij – maar ik spreek namens het hele kabinet – zijn de grote omvang vandeze problemen en de noodzaak tot een oplossing heel erg duidelijk. Wezien dat er soms problemen zijn met voorstellen die raken aan wetgeving.De wetgeving moet dan aangepast worden en dat kan het heel tijdsin-tensief maken. Er komt dan ook heel veel budget bij kijken. Dat is eenrealiteit waartoe we ons moeten verhouden, maar dat verandert denoodzaak tot een oplossing voor het probleem niet. Ik heb de plicht omdie problemen zo veel mogelijk van een oplossing te voorzien binnen mijnkunde. Als ik daarover een stevige discussie moet voeren of regelmatigeen andere bewindspersoon aan zijn of haar jasje moet trekken, dan zal ikdat doen. Dit zijn beide onderwerpen die gedragen worden door mijncollega-bewindspersonen. Ik ervaar een goede samenwerking en dieverwacht ik ook in de toekomst.Ik kom op het actieplan voor dakloze mensen met een Wlz-indicatie. Ikherken het knelpunt voor deze doelgroep. Met dit actieplan zetten westeviger in op samenwerking tussen de partijen om tot een passende plekte komen. Uiteindelijk is er meer aanbod nodig. Dat vraagt samenwerkingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1315 tussen gemeenten, zorgkantoren, zorgaanbieders, VWS en VRO. Hetrealiseren van meer betaalbare en passende huisvesting is geenonderdeel van het actieplan, maar hier wordt onder leiding van deMinister van VRO aan gewerkt. We werken in de verschillendeprogramma’s intensief samen met VRO en de andere ministeries enpartijen. Daarnaast worden gemeenten met de Regeling huisvestingaandachtsgroepen in staat gesteld om versnelde huisvesting te realiseren.Daar zit 30 miljoen in, maar daarop wordt op dit moment weinigaanspraak gemaakt voor deze groep. De regeling staat nog open tot19 september, dus mochten er nu gemeenten kijken, dan zou ik ze graagwillen oproepen om hier gebruik van te maken.Mevrouw Bruyning vroeg naar ETHOS Light als standaard. Het verbeterenvan de monitoring op basis van ETHOS Light is een van mijn prioriteiten.Wat mij betreft is er geen sprake van een pilotfase. Ik ben in gesprek methet Kansfonds, de Hogeschool Utrecht, het CBS en de gemeenten met alsdoel dat de ETHOS-tellingen regionaal op regelmatige basis gaanplaatsvinden. Dat moet gaan leiden tot een landelijk en structureel beeld.Ik zal u daar via een voortgangsbrief voor het einde van het jaar overinformeren.Hoe ga ik ervoor zorgen dat de criteria voor de winteropvang wordenverruimd en dat iedereen dezelfde mogelijkheden krijgt? Dit wordtgeregeld via de bovenwettelijke winteropvang om buitenslapers bijvrieskou naar binnen te halen. Iedereen, ongeacht zijn of haar status, kangebruikmaken van deze regeling. Hoe de gemeenten dat preciesvormgeven, is een decentrale aangelegenheid. De VNG heeft eenhandreiking ontwikkeld die de gemeenten kunnen volgen. Alle buiten-slapers, ongeacht hun status, worden toegelaten. Als ik hier landelijk endwingend op ga sturen richting de gemeenten, dan gaan heel veelgemeenten tegen een heel groot capaciteitsprobleem aanlopen. Op ditmoment is het echt aan de gemeenten om zichzelf te verhouden tot deproblemen in hun gemeente en de capaciteit die zij daarvoor hebben.De heer Krul vroeg naar het briefadres. De Wet BRP is in 2022 gewijzigd.Sindsdien is het inderdaad verplicht om te voorzien in een briefadres.Momenteel wordt die wetswijziging geëvalueerd door het Ministerie vanBZK. Belangenbehartigers, zoals het jongerenpanel en DakloosheidVoorbij!, zijn daarbij betrokken. Ik verwacht de resultaten daarvan in hetnajaar en ik zal dan het gesprek verder aangaan met de Staatssecretarisvan BZK over welke ondersteuning extra of anders moet om deknelpunten verder te verhelpen.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik hoor wat de Staatssecretaris net antwoordde over landelijke sturing.Dat begrijp ik, maar zou de Staatssecretaris wel bereid zijn om met degemeenten of de VNG in gesprek te treden over hoe de aanpak toch watmeer overeen kan komen? Dat staat los van de handreiking, want die ligter. Maar dat is papier en in de praktijk merken we toch regionaleverschillen. Dat komt ook doordat het decentraal geregeld is. Mijn vraag isof de Staatssecretaris bereid is om daarover in gesprek te gaan met deVNG.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat ben ik zeker. Uniformiteit kan heel goed zijn, maar ik zou liever willenkijken of we samen tot een bodem kunnen komen waar we niet doorheenwillen zakken. Er zijn een aantal gemeenten die hierin vooroplopen en diewil ik niet afremmen. Maar ik wil zeker het gesprek aangaan over de vraagof we de duidelijke knelpunten bij gemeenten kunnen verbeteren. Dat washet kopje dakloosheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1316 Dat brengt mij bij de sociale basis, mantelzorg en Fokus. De heer El Abassivroeg of ik kan toezeggen dat er per 1 januari een laagdrempeligsteunpunt is bij elke gemeente. Het korte antwoord is nee. Dat komt metname door de datum die is opgenomen in deze vraag. Binnen hetHoofdlijnenakkoord Ouderenzorg werk ik samen met de VNG aan eengelijkgericht ondersteuningsaanbod. Daarin neem ik de toegankelijkheiden de voorzieningen voor mantelzorgers mee. Daarnaast zijn er met ZN ende VNG afspraken gemaakt over de organisatie van respijt- en logeerzorgom zo de beschikbaarheid en de vindbaarheid te vergroten. Dit is eennadrukkelijk aandachtspunt, waarover we afspraken hebben gemaakt,maar ik kan helaas niet toezeggen dat dit per 1 januari 2026 is geregeld.Ik kom op het monitoren hoeveel werknemers mantelzorgen en welkegroepen achterblijven. Er is al monitoring vanuit het Sociaal en CultureelPlanbureau. Zij kijken naar de hoeveelheid mantelzorgers, naar hoeveelbelasting zij ervaren en naar werkende mantelzorgers. Deze resultatenworden openbaar gepubliceerd. Daarin wordt een onderscheid gemaakttussen verschillende groepen. Daarnaast doet de stichtingWerk&Mantelzorg met subsidie van VWS en SZW peilingen onderwerkende mantelzorgers, bijvoorbeeld naar de werk-zorgbalans die zijervaren.Hoe meet ik de bekendheid van regelingen? Dat was ook een vraag van deheer El Abassi. Er is op dit moment geen landelijke monitor over debekendheid van regelingen, maar ik herken het probleem dat veelmantelzorgers die regelingen niet altijd makkelijk kunnen vinden. Met departners van de Mantelzorgagenda, waaronder MantelzorgNL, werk ik aanhet versterken van de positie van mantelzorgers. We willen die beterborgen in de landelijke wetgeving, bijvoorbeeld met de Participatiewet inbalans, maar ook door gemeenten te ondersteunen bij het vormgeven vanhun ondersteuningsaanbod. Daar zijn we nadrukkelijk mee bezig.Mevrouw Westerveld vroeg naar de stand van zaken van het onderzoeknaar de sociale veiligheid bij Fokus. De termijn waarbinnen de vragenlijstvoor cliënten en medewerkers openstond, is inmiddels gesloten.Q-Consult, die het onderzoek uitvoert, heeft cliënten en medewerkersgeïnterviewd. In de vragenlijst is inderdaad ook gevraagd naar deervaringen met het management op alle niveaus. Ik verwacht dat dit eindseptember wordt afgerond en ik zal de Kamer in het najaar informerenover de uitkomsten.De voorzitter:Mevrouw Westerveld heeft een vraag aan de Staatssecretaris.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):«Het najaar» is heel breed. Ik zou de Staatssecretaris willen vragen omdaar snel mee te komen, omdat er echt forse problemen zijn. Ik blijfverhalen binnenkrijgen. Misschien geldt dat ook wel voor de Staatssecre-taris en het ministerie. Dat is mijn verzoek.Mijn tweede punt is dat ik heel graag wil dat de Staatssecretaris nietalleen een reactie geeft op dat onderzoek, maar dat ze ook aangeeft wathet ministerie daar vervolgens mee gaat doen. Het is heel belangrijk datmensen met een beperking zelfstandig kunnen wonen, maar het is ookheel belangrijk dat ze veilig zijn en dat ze op een veilige plek zitten. Ikhoop echt dat de Staatssecretaris daarop ingaat in haar brief aan ons.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Zeker. Ik kan twee toezeggingen doen. Ik had laatst een gesprek over eenstuk dat uw Kamer moest ontvangen. Dat zou vlak voor het debataankomen. Toen zei men: soms wordt de Kamer boos als een brief vlakvoor het debat komt. Toen heb ik heel duidelijk aangegeven: ik wil dingengewoon opsturen zodra ze bij mij langskomen, want ik vind dat ik deKamer heb te informeren zodra dat kan. Als dat net vervelend uitkomt bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1317 een debat, dan spijt me dat, maar dan weet u in ieder geval dat ik nooitdingen zou achterhouden als ze er al liggen. Dat geldt uiteraard ook voordit dossier.Sorry, wat was de tweede vraag?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Of de Staatssecretaris ook kan ingaan op de vervolgacties, want daarwachten de cliënten echt op. Ze willen niet dat er alleen een onderzoekwordt gedaan. Er zijn gewoon problemen; dat zien we allemaal. Ik zouheel graag willen horen wat de mogelijke oplossingsrichtingen zijnwaarover alle partijen straks hopelijk tevreden zijn.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Duidelijk. Die toezegging doe ik bij dezen. Dat was het blokje over desociale basis en mantelzorg. Als daar geen verdere vragen over zijn, ga ikgraag door met huiselijk geweld.Kan ik iets vertellen over de huidige stand van zaken van de opvang? Vindik dat er genoeg plekken zijn of is er meer nodig? Ik heb het hier ook alover gehad in het eerste debat dat ik met de Eerste Kamer heb gehad. Erzijn hele duidelijke signalen dat de opvang tekortschiet. Er zijn discussiesover hoeveel het precies zou moeten zijn. Willen we echt die 1.800 uit hetVerdrag van Istanbul nastreven of kan het in Nederland iets lageruitvallen? Het is mij in ieder geval duidelijk dat we op dit momenttekortschieten in de vrouwenopvang. Ik ben hierover in gesprek met deVNG en Valente. Ik wil heel graag met hen tot een bestuursakkoord komenwaarin we samen afspraken maken, zodat we de verantwoordelijkheidhiervoor gezamenlijk kunnen inzetten. Ik kan helaas nog niet vooruitlopenop de financiële aspecten daarvan. Dat komt volgende week.Mevrouw Bruyning (NSC):Kan de Staatssecretaris misschien ook een beetje licht werpen op deeventuele tijdlijn om dat bestuursakkoord te bereiken? Zit daar een tijdlijnaan vast? Wanneer wil de Staatssecretaris dat bereiken?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik wil hier op de meest kort mogelijke termijn afspraken over maken, wantdit probleem wacht niet. Wanneer kan ik daarover communiceren met uwKamer? Dat moet ik even afstemmen.De voorzitter:Daar komt u eventueel in de tweede termijn nog op terug.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, daar kom ik in de tweede termijn op terug.De voorzitter:Helemaal goed.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Kan er breder geschoold worden over huiselijk geweld in het helemaatschappelijke domein? Dat was een vraag van mevrouw Van der Werf.Ik ben het er helemaal mee eens dat bewustwording essentieel is bij hetvoorkomen en herkennen van huiselijk geweld. Daar zetten we duidelijkop in. Onderwijsprofessionals krijgen scholing over het beter herkennenvan de signalen, over de meldcode Huiselijk geweld en kindermishan-deling en over hoe je die moet toepassen, en over hoe zij een veiligeleeromgeving kunnen creëren. Er is recent een opdracht gestart gericht opdeskundigheidsbevordering ten aanzien van huiselijk geweld en femicidebij verschillende zorg- en strafpartners, zoals Veilig Thuis, het CentrumSeksueel Geweld, politie en justitie. Daarin wordt een strategie tot standTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1318 gebracht voor deskundigheidsbevordering bij professionals. Tot slotwordt er ook ingezet op het versterken van bewustwording in desamenleving met een publiekscampagne.Over de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling is gevraagd ofik kan toezeggen dat ik die herzie, zodat samenwerking met slachtofferor-ganisaties bij structureel geweld verplicht wordt. Nee, dat kan ik niettoezeggen. Dat zit ’m er met name in dat de meldcode zich richt op demelder. Dat zijn hulpverleners, artsen en onderwijzers. Die moetensignaleren en dan advies vragen of een melding doen bij Veilig Thuis, ennatuurlijk waar mogelijk hulp verlenen. Maar het contact met slachtoffer-organisaties wordt vervolgens door Veilig Thuis georganiseerd, natuurlijkaltijd in samenspraak met het slachtoffer, om de eigen regie van hetslachtoffer te versterken.Dan de vraag of er gewerkt wordt aan een systeem voor meldingen, zodathet verhaal niet steeds opnieuw verteld hoeft te worden. Op basis van demotie van mevrouw Van der Werf van 5 maart 2025 ben ik samen metmijn collega, de Staatssecretaris van VWS, en de Staatssecretaris vanJenV bezig om te bezien welke mogelijkheden er zijn om naar éénsysteem voor alle meldingen toe te werken. Dit vraagt echter een heelzorgvuldige afweging van privacywetgeving, IT-systemen en grondslagenom informatie uit te wisselen, dus dat komt vrij nauw. We zijn nu bezigmet de formulering van de opdracht. We zullen de Tweede Kamer daareind 2025 verder over informeren.Dan de vraag hoe ik aankijk tegen een wettelijke meldplicht. We hebbeneen verplichte meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling, dieprofessionals helpt om de juiste afweging te maken. Er is natuurlijk eenprofessionele norm om bij ernstig en structureel geweld altijd te melden.Maar bij het invoeren en wijzigen van de meldcode is juist expliciet nietgekozen voor een meldplicht, vanuit het idee dat dit averechts zou kunnenwerken omdat het de vertrouwensrelatie tussen professionals en directbetrokkenen kan schaden, het ingaat tegen professionele autonomie enhet een reden kan zijn voor mensen om juist geen hulp te vragen uit angstvoor een melding. In maart van dit jaar is een motie aangenomen over hetuitwerken van een adviesplicht binnen de meldcode. Daar is mijn collega,Staatssecretaris Tielen, op dit moment mee bezig. Zij zal in het najaar van2025 verder ingaan op de stand van zaken.De heer El Abassi vroeg of ik voor het einde van het jaar harde cijfers kanlaten zien over Veilig Thuis. Een goed inzicht in het functioneren van hetstelsel is inderdaad van groot belang. Dat ben ik helemaal met de heer ElAbassi eens. In Nederland hebben we daar met name het CBS voor. HetCBS publiceert twee keer per jaar, in april en oktober, een update van hetdashboard Veilig Thuis, waarin de belangrijkste landelijke en regionalecijfers staan vermeld. Het CBS heeft een wettelijke verplichting om diedata openbaar te publiceren. Daar zullen die cijfers dus te vinden zijn.Dan de vraag hoe het staat met de invoering van de 24/7-chatline. Ik bensamen met Veilig Thuis hard aan het werk om zo snel mogelijk een24/7-chatfunctie voor alle vormen van huiselijk geweld, waaronderintieme terreur, te realiseren. Zij krijgen vanuit VWS ook de financieringhiervoor. Ik zal de Kamer eind 2025 over de voortgang informeren.Een vraag van de heer Krul over de campagne tegen ouderenmishan-deling. Die campagne is goed ontvangen en had ook een groot bereik,maar jammer genoeg bleek uit de evaluatie dat die niet leidde tot degewenste gedragsverandering. Op dit moment is Veilig Thuis landelijkverantwoordelijk voor het coördineren van de aanpak. Zij hebbenaandachtsfunctionarissen ouderenmishandeling aangesteld, waarop zeactief inzetten. Deze werken via het interne Landelijk Platform BestrijdingOuderenmishandeling samen om de aanpak van ouderenmishandeling ende werkwijze van Veilig Thuis te versterken. Daarnaast loopt er een nieuwgrootschalig onderzoek vanuit de Universiteit van Maastricht naar de aarden omvang van ouderenmishandeling in Nederland. De resultatenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1319 daarvan komen eind 2025 of in de eerste helft van 2026. Op basis van watmeer actuele inzichten gaan we evalueren of de bestaande aanpakvoldoende is om ouderen effectief te beschermen.Mevrouw Becker had een vraag over het onderzoek naar daders vanhuiselijk geweld. Aandacht voor plegers is van groot belang. Dat ben ikabsoluut met haar eens. Het is ook een van de prioriteiten in het plan vanaanpak femicide. Dit is een punt van het plan van aanpak dat tot op hedennog niet opgepakt is, omdat we met name bezig waren met deskundig-heidsbevordering en risicotaxaties, maar in 2026 gaan we aan de slag metonderzoek naar risicoprofielen van plegers van huiselijk geweld.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Dank aan de Staatssecretaris voor het antwoord. Ik denk dat het helpt ominzicht te krijgen in risicoprofielen, maar ik vroeg eigenlijk naar iets waarnabestaanden ons ook veel over verteld hebben. Het is namelijk nietalleen een probleem van een vrouw die in de knel zit, maar vaak ook vaneen man die bepaald gedrag of bepaalde patronen vertoont. Misschienheeft hij dat in zijn jeugd gezien, heeft hij het thuis nooit geleerd of heefthij mentale problemen waardoor hij zich gedraagt zoals hij zich gedraagt,maar als er dan hulp wordt aangeboden, wordt gezegd «ik weiger diehulp» of «omdat ik daar zelf financieel aan moet bijdragen, doe ik datniet». De nabestaanden zeggen dat je al veel eerder, bij de eerste actie,tegen zo’n dader of potentiële dader zou moeten kunnen zeggen: jij gaatnu verplicht in een hulptraject. Ik begreep uit de stukken dat er nu eenWODC-onderzoek wordt gestart, en dan niet in het strafrechtelijke kadermaar meer in het zorgdomein, om te zien hoe we daders sneller kunnenverplichten in een traject terecht te komen. Dit is nou zo’n voorbeeld vanhoe wij als Kamer echt moeten zoeken in alle stukken, van: o, dit wordthier nog gezegd over daders en dat daar. Daarom zoek ik zo naar dieintegrale aanpak, want voor nabestaanden is het één groot probleem. Hoesnel gaan we resultaten zien, dus dat we het niet meer hoeven teonderzoeken maar echt stappen kunnen zetten en zeggen: die dadersmoeten nu ook echt sneller in de kraag worden gevat?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Is het een idee dat ik dit najaar één brief stuur waarin ik dit allemaalmeeneem en dat we daarin ook de bestuurlijke afspraken duidelijk op eenrij zetten om die meteen inzichtelijk te maken? Dat scheelt voor devolgende convocatie wellicht ook.Mevrouw Becker (VVD):Ik vind het een hele mooie toezegging om een aparte brief te krijgen overde daderaanpak. Ik ben een beetje bang dat ik overvraag – ik hoop het niet– maar ik ga het toch proberen: het zou zo mooi zijn als die brief mede isondertekend door Justitie en Veiligheid, omdat we dan ook de strafrechte-lijke kant kunnen zien, bijvoorbeeld het uitbreiden van het huisverbod enlocatieverbod. Eigenlijk zou het wat mij betreft moeten gaan om het helepakket rondom een dader, van zorg tot aan justitie. Het zou mooi zijn alswe daarover een brief kunnen krijgen, want ik denk dat het ook voornabestaanden heel belangrijk is om een keer één overzicht te hebben vanwat er allemaal gebeurt.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik kan in de brief het hele pakket voor de aanpak van huiselijk geweldmeenemen als daar de voorkeur naar uit gaat, en dan met nadruk opdaders. U krijgt dan toch het vervelende antwoord dat ik dat moetnavragen bij mijn collega, maar ik verwacht dat ook daar voldoendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1320 draagvlak is om dit aan te leveren aan uw Kamer, dus bij dezen detoezegging.De voorzitter:Ik hoor een inspanningsverplichting.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Zeker, in ieder geval een toezegging dat de brief door mij ondertekend zalworden ...De voorzitter:Zeker.Staatssecretaris Pouw-Verweij:... en dat ik ervan uitga dat mijn collega dat ook zal doen.Mevrouw Becker (VVD):Wanneer mogen we die brief ontvangen?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Voor het einde van het jaar. Dan neem ik de andere toezeggingen daar ookdirect in mee.De voorzitter:Helder. Gaat u verder.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Er is gevraagd of ik bereid ben om met Filomena te spreken. Zeker. Eenvan de werkbezoeken uit mijn tijd als Kamerlid die me het meest isbijgebleven, is het werkbezoek aan Filomena. Ik heb nu ook eenwerkbezoek in mijn nieuwe rol ingepland staan. Ik heb afgesproken dat ikvoor die tijd ook langsga bij Veilig Thuis. Ik weet niet uit mijn hoofdwanneer, maar volgens mij ga ik eind oktober langs bij Filomena. Maar dewil is er in ieder geval zeker.Dan de wachtlijsten en de doorlooptijden bij Veilig Thuis. Uit eenpublicatie van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oktober ’24bleek dat een meerderheid van de Veilig Thuisorganisaties in veelgevallen die doorlooptijden nog steeds niet haalt en dat er daardoorwachtlijsten zijn. Dat vind ik heel erg ongewenst en ook zorgelijk. Wehebben hier indertijd een stevig gesprek over gevoerd met Veilig Thuis,samen met VNG. Veilig Thuis is hard bezig om de wachtlijsten weg tewerken en deze waar mogelijk te voorkomen in de toekomst. Als er sprakeis van wachtlijsten, is het ook belangrijk dat Veilig Thuis bij iedere meldingdirect toetst of er sprake is van een acuut onveilige situatie. Bij acuutgevaar of onveiligheid wordt wel altijd direct gehandeld. Maar goed, het isniet eenvoudig om die lange wachtlijsten in één keer weg te werken. Maarin de aanpak wordt gewerkt aan werving van personeel via onder andereeen campagne, het verbeteren van interne werkprocessen en het makenvan afspraken in de regio.Er was een vraag over casusregisseurs. Dit is wel een hele lastige. Geziende veelheid aan vormen van huiselijk geweld en de betrokken partners ishet heel lastig om één partij daarbij aan te wijzen die altijd de regie zoumoeten voeren. De aard van de problematiek is namelijk zo divers. Ik vindhet wel heel belangrijk en goed als lokaal de structuren zo wordeningericht dat bij vermoedens van onveiligheid de betrokken partijen altijdmet elkaar afstemmen en bepalen wie in dat geval de regie voert. Daarbijdient er ook aandacht te zijn voor afspraken over mandaat en doorzet-tingsmacht. Veilig Thuis is overal in het land de vaste partner in de aanpakvan huiselijk geweld en kindermishandeling en kan daarmee ook in veelgevallen een goede partij zijn om de regie te pakken. In het landschaps-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1321 traject dat hierbij is genoemd, werken we inderdaad samen met verschil-lende zorg- en veiligheidspartijen aan het verbeteren van de triage en aanregie voor slachtoffers van seksueel geweld. Deze nieuwe werkwijze isdoor de partijen ontwikkeld en wordt op dit moment beproefd in tweeregio’s.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik vind het ingewikkeld dat de huidige situatie eigenlijk nog onwenselijkeris dan zeggen dat er één instantie altijd en overal de regierol zou moetenhebben. Ik begrijp best dat je daar aarzelingen en opmerkingen bij kanhebben, maar nu moet je elke keer opnieuw je verhaal doen bij iemandanders. Aangiften moeten zelfs tientallen keren gedaan worden en dannog worden bepaalde dingen niet aan elkaar geknoopt. Dat voorkom jegewoon door één iemand in de lead te zetten. Dat dat niet altijd en overalin Nederland dezelfde partij hoeft te zijn of dat het niet op dezelfde maniermoet, daar valt denk ik met deze kant van de tafel over te praten. Maar ikdenk dat je af moet van een systeem waarbij slachtoffers niemandhebben. We weten namelijk uit ervaring dat niemand zich ermee bemoeidals 30 partijen zich ermee bemoeien.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik snap heel erg goed wat mevrouw Van der Werf bedoelt. Het moetinderdaad niet zo zijn dat iedereen naar elkaar zit te kijken en wacht totdateen andere partij de verantwoordelijkheid neemt. Zoals ik zei, is VeiligThuis eigenlijk in heel Nederland een vaste partner op al deze dossiers.Maar ik ga anders graag ook op basis van de initiatiefnota het gesprekmet uw Kamer aan over de vraag of we één duidelijke positie hier beterneer kunnen zetten.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik denk dat de goede voorbeelden, zeker op lokaal niveau, er al zijn.Filomena kwam net al even langs. Zo gaat het in Rotterdam. Daar krijg jegewoon heel plat gezegd een nummer en een zaak. Daar heb je ééniemand die je helpt, of dat nou bij de contacten met de politie is of bij eengesprek in het ziekenhuis of op een andere plek. Ik was laatst opwerkbezoek bij het Centrum Seksueel Geweld in Amsterdam. Ik was echtonder de indruk. De politie zegt: wij zijn zó blij dat zij er zijn en dat wij ditbij de zedenrecherche ook niet nog bij moeten houden op de achtergrond,want daar hebben we helemaal de capaciteit en de mensen niet voor. Dusje kan dat wel degelijk organiseren. Ik zou zeggen: laten we dat nietoverlaten aan de grote steden en welwillende burgermeesters, maarbekijk ook gewoon vanuit Den Haag wat je kan doen om dit in deze vormop veel meer plekken uit te rollen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Daar ben ik het inhoudelijk helemaal mee eens. Ik denk dat Filomena eenfantastisch voorbeeld is van hoe we dit eigenlijk het liefst overal geregeldzouden willen hebben. Tegelijkertijd denk ik dat we dan eigenlijk bij eenlastige discussie komen over de vorm. Als je namelijk in alle gemeenteseen nieuwe Filomena zou moeten beginnen, dan kan daar heel veel tijd,mankracht en budget mee gepaard gaan. Die keuze kunnen we maken. Wezouden er ook voor kunnen kiezen om een organisatie zoals Veilig Thuis,die we al hebben, meer nadrukkelijk in de lead te zetten. Ik denk dat wesamen dat gesprek moeten voeren. Daarbij kijk ik ook graag naar uwKamer.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1322 Er is een interruptie van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Ik denk dat deze discussie toch wel de kern raakt van de zoektocht die wemet z’n allen hebben, zeker de mensen onder ons die al veel langer metdit onderwerp bezig zijn. Veilig Thuis speelt een cruciale rol, maar als jemet mensen spreekt die in de praktijk met problemen te maken hebben,dan hoor je dat het ontzettend verschilt met welke Veilig Thuis je te makenhebt. Er is verschil in of de persoon die de telefoon opneemt, überhauptgeschoold is rondom bepaalde problematiek en in hoe lang de wacht-lijsten zijn. Veilig Thuis zetten we iedere keer centraal. Dat doen wij zelfook als Kamer. Er is ook weer zo’n adviesplicht. Dan ga je weer adviesinwinnen bij Veilig Thuis. Er komt daar dus veel op het bord. De Staatsse-cretaris zit er nog niet zo lang, maar zou zij willen overwegen of het nieteens tijd wordt om überhaupt te kijken naar hoe we Veilig Thuis hebbeningericht, hoe de regie op Veilig Thuis eruitziet en of we daar dan nietmeer eenduidige kaders voor moeten afspreken? Als we zeggen «hetmoet niet overal Filomena worden, want we hebben al Veilig Thuis», danis de vraag: is Veilig Thuis daar op dit moment wel toe geëquipeerd enmoet Veilig Thuis dan ook niet fundamenteel in staat worden gesteld datte doen?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Om meteen op het laatste punt terug te komen: ik wil absoluut nietzeggen dat het niet overal Filomena moet worden. Ik denk dat er aanbeide kanten mogelijke haken en ogen zitten. De verschillen in deervaringen met Veilig Thuis herken ik inderdaad. Ik herken ook dat VeiligThuis met name bij ouders nog weleens angsten oproept, bijvoorbeeldover wat het voor je kinderen inhoudt als je contact opneemt. Ik weet dusook dat er aan de Veilig Thuiskant duidelijke haken en ogen zitten, zoals ikdie net ook voor Filomena schetste. Ik zeg daarmee dus niet dat de enealtijd beter is dan de andere en we daarop moeten inzetten, maar wel datik denk dat dat een overweging is die we moeten meenemen. Ik ben zekerbereid om te kijken naar hoe we Veilig Thuis gepositioneerd hebben enwat we daarin beter kunnen doen. Ik ben wel een beetje zoekende. Ik denkdat het goed is dat als wij daar een analyse van maken, we daarvervolgens richting de Kamer ook weer op terugkomen om het gesprekdaarover met u aan te gaan. Want om hier vervolgens zelf grote stappenin te nemen, lijkt me dan weer niet passen bij de dubbel demissionairestatus die we op dit moment hebben. Maar dat verkennen is absoluut eenmogelijkheid. Daar zijn we op dit moment ook al mee bezig. We kijken hoeVeilig Thuis het doet over Nederland verspreid. We zien plekken waar hetontzettend goed gaat en ook plekken waar het minder goed gaat. Hoekunnen we Veilig Thuis meer in de kracht zetten om de taken – want weschuiven veel verantwoordelijkheid naar hen door – goed uit te voeren?Dat is op dit moment dus al een lopend proces binnen VWS.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Mevrouw Westerveld vroeg mij naar het versnipperde systeem. Ze haaldedaar een aantal voorbeelden bij aan over de thuiszittersproblematiek,hoeveel kinderen er thuiszitten, problemen met leerlingenvervoer en alleverschillende partijen die naar elkaar wijzen. Dat is inderdaad heelzorgelijk en vraagt om verbetering. We werken daar hard aan. Mijn collegaTielen heeft in een commissiedebat over jeugdbeleid met u hierovergesproken. Via de Hervormingsagenda Jeugd, maar ook met hetprogramma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming werken weaan een integrale ondersteuning van gezinnen en kinderen. Maar datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1323 vraagt heel veel en heeft daarom ook een lange adem. Daarnaast is derealiteit dat we dit doen in een decentraal stelsel, waarbij de gemeentende verantwoordelijkheid dragen voor de Jeugdwet en Wmo. Zij kunnendaardoor maatwerk leveren. Maar goed, dat kan inderdaad ook tot groteverschillen leiden. Vanuit het Rijk ondersteunen wij dat met de benodigdeacties, in afstemming met de andere departementen, VNG en organisatieszoals Veilig Thuis.Dan een vraag die meerdere keren terugkwam, over de aparte strafbaar-heidstelling van psychisch geweld. In overleg met mijn collega, deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid, kan ik bevestigen dat erverwacht wordt dat dit wetsvoorstel voor de zomer van 2026 in consul-tatie zal gaan. Ik verwijs u naar de met uw Kamer gedeelde contouren vandit wetsvoorstel voor de afzonderlijke strafbaarstelling van psychischgeweld – die zit als bijlage bij de brief van 10 juli jongstleden – evenalsnaar de beantwoording van de schriftelijke vragen over de uitvoering vanhet plan van aanpak omtrent femicide die de Kamer gisteren ontvangenheeft.Dan was er een vraag over de pilot voor het vroegtijdiger inzetten van eentijdelijk huisverbod. Deze pilots zijn we op dit moment met gemeentenaan het voorbereiden. De planning is dat die in januari 2026 van startkunnen gaan.Dan de vraag van de heer Krul over het onderzoek naar niet-fatalewurgingen. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid financiert deze pilotmet het LOEF voor beter forensisch-medisch onderzoek. Daarnaast is ereen pilot van Forensisch Artsen Rotterdam Rijnmond en GGD Amsterdam,waarin gewerkt wordt aan verbetering van de samenwerking bij signalenvan niet-fatale wurging.Daarnaast is er de afgelopen jaren hard gewerkt aan betere randvoor-waarden voor informatiedeling voor de gehele aanpak van huiselijkgeweld en kindermishandeling. Er is veel geïnvesteerd in de samen-werking tussen Veilig Thuis, politie, Raad voor de Kinderbescherming,reclassering en het OM, ook wel bekend onder de noemer VeiligheidVoorop. Hierin is informatie-uitwisseling een heel belangrijk onderdeel.Het heeft geleid tot betere samenwerking, zoals het actieoverleg Samenop in acuut, waarbij politie en Veilig Thuis samen op een melding afgaan.Maar er zijn ook ontwikkelingen als Veilig Thuis op ZSM, om bij deafdoening van zaken direct mee te kunnen kijken op huiselijk geweld. Degrondslagen voor deze samenwerking zijn vorig jaar ook wettelijkverankerd in de Verzamelwet gegevensverwerking VWS.Dan vraagt de heer Krul of de focus niet meer moet liggen op maatregelentegen de dader in plaats van op het slachtoffer. Daar ben ik het absoluutmee eens. Nu is het heel vaak het slachtoffer dat geconfronteerd wordtmet de nadelige gevolgen. Waar dat kan proberen we dat te realiseren,zoals bij de inzet van een tijdelijk huisverbod. Maar de ingewikkeldheidaan de andere kant is ook dat vrouwen weliswaar noodgedwongen, voorhun eigen veiligheid, vaak vrijwillig kiezen voor een opvangplek. Als eenpleger – vooral wanneer het gaat om een pleger van intieme terreur – zelfgeen probleem ervaart, zal hij ook niet vrijwillig ergens anders gaanverblijven. Zelfs wanneer dat bijvoorbeeld door de inzet van een tijdelijkhuisverbod wel wordt afgedwongen, zal dat vaak niet zorgen voorveiligheid van het slachtoffer. Dat is heel oneerlijk. Maar op dit momentzijn de beste mogelijkheden om zo veel mogelijk veiligheid zo snelmogelijk te creëren toch het onderbrengen van het slachtoffer op eenveilige plek. Het is heel belangrijk dat we blijven kijken wat hierinverbeterd kan worden, maar ik heb op dit moment geen directe oplossingvoor dat probleem voorhanden.Dan de vraag van de heer El Abassi over één voordeur voor kindermis-bruik. Dan komen we eigenlijk ook een beetje terug bij het vorige punt. Opdit moment zie ik niet de noodzaak van het creëren van een nieuwevoordeur. Veilig Thuis is hét adres om advies in te winnen en melding teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1324 doen over kindermisbruik en onveiligheid. Professionals mogen ookinformatie met Veilig Thuis delen. Zij zijn bevoegd om deze informatievanuit verschillende hoeken te bundelen om een goed beeld te krijgen vande situatie. Ze hebben zo een radarfunctie en kunnen hier ook ophandelen. Veilig Thuis, politie, het Centrum Seksueel Geweld en Jeugdbe-scherming hebben onderling afspraken met elkaar over hoe zij samen-werken, zodat hulp en bescherming op elkaar zijn afgestemd en leiden totduurzame veiligheid.Voorzitter. Dat was alweer het kopje huiselijk geweld. Dan komen we aanbij het kopje femicide. Wellicht dat we dat zelfs nog voor de schorsingkunnen behandelen.Om te beginnen de vraag van mevrouw Van der Werf over de aannames.Zij vroeg of ik die herken en zei dat we daarvanaf moeten. Dat herken ikzeker. Daarom hebben deze aannames, over sociale status, dat er altijdblauwe plekken te zien moeten zijn et cetera, in het plan van aanpak Stopfemicide! nadrukkelijk geen plek. Dat ben ik dus absoluut met haar eens.Dan de vraag hoe het staat met de uitvoering van de motie over Clare’sLaw. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid financiert een eerstejuridische verkenning, die op initiatief van de Open Universiteit samenmet de gemeente Rotterdam, de politie en Filomena Rotterdam op kortetermijn wordt uitgevoerd, mede naar aanleiding van een recentwerkbezoek door een aantal van deze partijen aan het Verenigd Koninkrijk.De resultaten van deze verkenning zijn naar verwachting in januari 2026gereed. In het kader van snelheid is ervoor gekozen om geen separaatonderzoek te starten, maar aan te haken bij dit lokale initiatief.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik heb meer een praktische vraag dan een interruptie, zeg ik even met eenknipoog. Op welke termijn kunnen wij dan iets van informatie daaroververwachten?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat zal ik even navragen bij JenV. Daar kom ik in de tweede termijn evenop terug.De voorzitter:Dat lijkt me prima.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dan de vraag vanuit zowel NSC als VVD hoe ik aankijk tegen de instellingvan een nationaal coördinator. Op dit moment is de coördinatie omtrentzowel femicide als geweld tegen vrouwen belegd bij mij, ook vanuit mijncoördinerende rol bij de aanpak huiselijk geweld en kindermishandelingen mijn rol als coördinerend bewindspersoon op het Verdrag van Istanbul.Ik ben samen met mijn collega’s van JenV, OCW, SZW en de VNG hardbezig om te kijken of er aanpassingen nodig zijn in de coördinatie vanfemicide, maar ook breder op het thema geweld tegen vrouwen enhuiselijk geweld. Ik heb de Nederlandse School voor Openbaar Bestuurgevraagd te onderzoeken hoe de coördinatie in de aanpak van geweldtegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling kan wordenversterkt. Het kabinet werkt nu op basis van de bevindingen en in het lichtvan de EU-richtlijn een voorstel uit voor de verbeterde coördinatie. Wijzullen uw Kamer voor het einde van 2025 over de voortgang informeren.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Jazeker, voorzitter. We worden, denk ik, wel een beetje ongeduldig metbetrekking tot dit onderwerp. Dat is echt niet onaardig bedoeld, want dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1325 Staatssecretaris zit er nog maar net. Alleen, zoals ik al aangaf, horenvrouwen die met deze problematiek te maken hebben, nabestaanden enmensen die zich hier dagelijks druk over maken, heel vaak een herhalingvan zaken waarvan ze denken: maar ik wil daar zo graag voortgang inhebben. Nou staat er in een brief die wij in juli hebben ontvangen, dat datonderzoek inderdaad gedaan wordt door de NSOB en dat de uitkomstenvan dat onderzoek kort na de zomer met een beleidsreactie naar de Kamerzouden komen. Nu hoor ik de Staatssecretaris zeggen dat het het eindevan het jaar wordt. Ik zou het zo fijn vinden als we een nationaal coördi-nator zouden hebben, die bij wijze van spreken volgende maandaangesteld kan worden, zodat we niet in verkiezingstijd, in een demissio-naire periode, in van alles wat ons te doen staat van deze Staatssecretaris,met alle capaciteiten die zij heeft, vragen om met alle andere onder-werpen die zij ook nog op haar bord heeft, te coördineren dat ervoortgang is op het belangrijke thema femicide en vrouwenveiligheid.Wat zou er nou op tegen zijn om een soort ambtelijk persoon, iemand diehier niet per se politiek verantwoordelijkheid draagt, wat meer doorzet-tingsmacht te geven en nationaal te gaan coördineren dat dit gewoonvoortgang krijgt?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank voor de vraag. Ook dank voor de poging mij te ontlasten; diewaardeer ik ten zeerste. Het probleem zit ’m er een beetje in dat ditnatuurlijk een vrij fundamenteel vraagstuk is dat ook met de anderedepartementen afgestemd moet worden. Tegelijkertijd ben ik op ditmoment natuurlijk nog coördinerend bewindspersoon en kan ik in iedergeval toezeggen dat ik mijn medebewindspersonen op zo kort mogelijketermijn zal vragen om samen tot een beleidsreactie te komen. Ik kan inieder geval een toezegging met een inspanningsverplichting doen,namelijk dat deze brief zo snel mogelijk naar u toe komt. Ik weet niet ofhet mij in dank afgenomen wordt als ik de termijn ook echt vervroeg,maar ik zal zorgen dat dit zo snel mogelijk uw kant op komt.Ik moet ook wel zeggen dat het niet zo is dat ik zit te wachten totdat eennieuwe coördinator alle problemen oppakt. Sinds mijn aanstelling pak ikdie coördinerende rol zo veel mogelijk op. Ik heb met de Staatssecretarisvan SZW afspraken gemaakt over hoe wij gaan zorgen dat we op hetgebied van schadelijke praktijken hier zo hard mogelijk aan gaan trekken.We hebben concrete afspraken gemaakt om periodiek met elkaar te zitten,zodat het niet alleen maar op basis van aansturing van de Kamer gebeurt,als die met een motie of voorstel komt. Ook met de Staatssecretaris vanJenV heb ik hier contact over. Zo ben ik met de VNG en Valente aan degang gegaan voor de vrouwenopvang. Er loopt in de tussentijd dus vanalles. Dat wil ik ook graag benadrukken. Het is niet zo dat we zitten tewachten totdat er een coördinator aangesteld wordt. Maar ik kan ookbeamen dat het waarschijnlijk sneller zou gaan als die al deze taken vanmij overneemt, gebiedt bescheidenheid mij te zeggen. Ik zal daar zo snelmogelijk op terugkomen.De voorzitter:Ik zag dat mevrouw Becker wil reageren.Mevrouw Becker (VVD):Ja, voorzitter. Misschien is dit mijn laatste interruptie – ik weet niethoeveel ik er al heb gebruikt – maar toch ... Ik weet niet of wij met elkaarook nog een tweeminutendebat kunnen aanvragen, maar ik denk dat hetde Staatssecretaris misschien kan helpen als wij, net zoals we datbijvoorbeeld doen voor een onderwerp als racisme of seksueel grensover-schrijdend gedrag, vanuit de Kamer het signaal afgeven dat wij vinden datdit op dit moment zo’n groot vraagstuk in de samenleving is dat hethelemaal niet gek zou zijn als daar ook een nationaal coördinator mee aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1326 de slag gaat. Ik waardeer het antwoord van de Staatssecretaris enorm,maar daarin ligt natuurlijk al besloten dat zij zelfs over het aanstellen vaneen nationaal coördinator voor meer regie eerst afstemming moet hebbenmet de verschillende departementen. Dat is ook logisch. Zo werkt het, dusniets ten nadele van alle ambtelijke inspanning en alles wat hier ligt. Daarben ik mijn inbreng ook mee begonnen: er is voortgang. Alleen, dit zouecht een onderwerp zijn dat in ieder geval wat de VVD betreft ook zo’ncoördinatiefunctie verdient.De voorzitter:Helder. Misschien nog een korte reactie van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik hoorde daar geen vraag in, maar ik vermoed dat ik de motie tegemoetzal zien.De voorzitter:Prima. Ik zag de heer Krul zijn hand opsteken en twijfelen.De heer Krul (CDA):Het is vooral een heel erg procesmatig antwoord. Ik begrijp dat er heelveel afstemming nodig is om tot zo’n besluit te komen, maar ik ben welbenieuwd of de Staatssecretaris dit idee, dat ik overigens niet zelf hebingebracht maar waar ik wel erg enthousiast van word, ook inhoudelijkkan appreciëren. We hebben ook een nationaal coördinator tegendiscriminatie en racisme. Dat betekent niet dat de Minister van BZK daarniet het aanspreekpunt voor is. Het feit dat de Staatssecretaris hetaanspreekpunt blijft op dit onderwerp, hoeft het feit dat er toch eennationaal coördinator kan komen dus niet in de weg te staan. Kan ze dusmisschien iets meer op de inhoud en niet zozeer op het proces reagerenen aangeven hoe ze daartegenover staat? Mijn partij wordt hier namelijkbest enthousiast van. Ik ben gewoon benieuwd of het kabinet er ookinhoudelijk op kan ingaan.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ook dat is lastig voor mij om te doen zonder dat af te stemmen met mijncollega’s die hier ook een belangrijke rol in hebben, hoe graag ik dat ookzou willen.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dan had ik nog de vraag vanuit de VVD hoe ik aankijk tegen het kennis-niveau van de hulpverleners bij Veilig Thuis, over rode vlaggen en hetpunt dat veel modules nu vrijwillig lijken. Voldoende kennis en expertiseis essentieel voor tijdige signalering van huiselijk geweld en alle vormendaarvan. Daarom is er recent een traject gestart gericht op deskundig-heidsbevordering bij verschillende zorg- en strafpartners. Veilig Thuis valtdaaronder, maar bijvoorbeeld ook het Centrum Seksueel Geweld, politieen justitie. In samenwerking met deze relevante netwerkpartners wordtgewerkt aan het structureel verbeteren van de deskundigheid van deorganisaties en professionals. Zij brengen een strategie tot stand waarinde kennis en vaardigheden naar een hoger niveau worden getild. Ikverwacht uw Kamer medio 2026 te kunnen informeren over de uitkomstenhiervan.Dat zijn alle antwoorden zoals ik ze voor mij heb liggen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1327 Dank u wel daarvoor. Alvorens ik inderdaad richting de tweede termijn ga,kijk ik even of er vragen zijn blijven liggen.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik mis nog een antwoord op de vraag hoe het staat met de uitvoering vande motie over het nummer 116. Die vraag is onbeantwoord gebleven.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Sorry, ik zat net heel even naar iets anders te luisteren. Zou u de vraagnog een keer kunnen stellen?Mevrouw Bruyning (NSC):Geen probleem. Kan de Staatssecretaris vandaag helder aangeven hoehet staat met de uitvoering van de motie over het onderzoek of hetnummer 116 effectief kan worden ingezet als nationale hulplijn?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat klopt; die vraag ben ik inderdaad ook niet tegengekomen, maar dieheeft u wel gesteld. Daar kom ik graag in de tweede termijn even opterug. Excuus.Mevrouw Van der Werf (D66):In het verlengde van de vraag van collega Bruyning: ik had nog een vraaggesteld over die 24/7-chatlijn. Eerder had ik al met mevrouw Becker eenmotie ingediend om ook iets dergelijks te doen. Dat kan op 116 uitkomenof op iets anders, maar ik denk dat wij allemaal met smart wachten op hetantwoord op de vraag wanneer we dit nou een keer gaan regelen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ook daar kom ik graag in de tweede termijn op terug. Ik had volgens mijwel wat over de 24/7-bereikbaarheid van Veilig Thuis gezegd en hoe wedaarmee bezig waren.Mevrouw Becker (VVD):De Staatssecretaris had eind 2025 een brief toegezegd.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik ging al twijfelen aan mezelf. Ja, eind 2025 een brief; dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Becker was mij voor.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Omdat ik nog niet al mijn interrupties heb opgemaakt, wil ik graag nogeen tweede vraag stellen over het punt dat ik maakte over de motie overde Wlz-ggz en de manier waarop het Ministerie van VRO is aangehaakt.Daarop hoorde ik de Staatssecretaris zeggen: ze gaan er nu ook mee aande slag. Dat is heel fijn, maar het was natuurlijk destijds al onderdeel vanonze motie dat dit iets zou worden van deze Staatssecretaris samen methaar collega. Misschien kan ze daar straks of in de tweede termijn opingaan. Ik hoop namelijk toch wel dat dit echt met meer urgentie wordtopgepakt.De voorzitter:Ik kijk even naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Daar kom ik graag zo in de tweede termijn nog even op terug.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1328 Dank u wel voor uw beantwoording in eerste termijn. Op mijn scherm zieik dat de Minister-President nog geen aanstalten maakt om te stoppen metspreken, dus ik stel voor dat we gewoon de tweede termijn ingaan. Uwspreektijd is 1 minuut en 20 seconden. Het woord is aan mevrouw Van derWerf.Mevrouw Van der Werf (D66):Voorzitter, ik zal het kort houden. Ik dank de Staatssecretaris voor debeantwoording en ook voor de welwillende indruk die zij gegeven heeftom dit probleem voortvarend op te pakken. Aan het instemmende geknikzie ik dat dat voor meer mensen aan deze kant van de tafel geldt. Ik denkwel dat het echt belangrijk is om ook intern te blijven benadrukken dat erstappen moeten worden gezet. Want bij zo veel van dit soort onderwerpen– het gaat ook om seksueel misbruik en huiselijk geweld, veel breder danalleen femicide – is het gewoon echt een probleem dat het ambtelijk aleen spinnenweb is dat bijna niemand begrijpt, laat staan hoe het dan inde uitvoering in Nederland moet gaan. Ik hoop dus dat alle welwillendemensen ook bij u aan de achterkant dat voor de bril houden en dat wesamen echt voor concrete stappen in de praktijk gaan.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Dit debat doet me ook een beetje denken aan hetdebat dat we dinsdagavond hadden. Ik zie een aantal collega’s al knikken.Toen ging het over het VN-verdrag, waarover ook grote overeenstemmingwas. Eigenlijk vinden alle Kamerleden dat we ons moeten houden aan hetVN-verdrag. Daar hoorde ik ook welwillendheid van de Staatssecretaris endaar vertrouw ik ook echt op. Tegelijkertijd merk je dat je na het debat eenbeetje een onbevredigend gevoel hebt: wat hebben we nou eigenlijk metelkaar opgelost vandaag, terwijl er veel mensen nu in de problemenzitten, nu zoekend zijn naar hulp of naar een passende onderwijsplek ofecht in de knel zitten en zich niet veilig voelen? Dat onbevredigendegevoel – daar kan deze Staatssecretaris niks aan doen, zeg ik daarbij –blijft hier wel.Ik denk dat we als Kamer ook goed in de spiegel moeten kijken. We gaanhet echt niet vandaag allemaal oplossen, maar we moeten wel beternadenken over hoe we nou een stelsel organiseren dat te controleren isen waarin ergens een eindverantwoordelijkheid ligt. Het moet niet zo zijndat bijvoorbeeld de Staatssecretaris ergens een handtekening onderverdrag zet, maar dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor deuitvoering. Dat werkt niet op elk vlak goed in de praktijk. Ik vind dat daarook een rol voor ons ligt. Laten we daar echt de komende tijd, als er strakshopelijk weer een nieuw kabinet zit en een nieuwe Kamer, goed metelkaar de discussie over voeren, want ik zie dat de meeste mensen in eenkwetsbare positie het meest in de knel blijven zitten. Dat vind ik een heelgrote opgave voor ons de komende tijd.Is er net al een tweeminutendebat aangevraagd of niet? Dat heb ik gemist.Mevrouw Van der Werf (D66):Dat ben ik volstrekt vergeten, dus laten we dat dan bij dezen doen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja.De voorzitter:Dat lijkt me prima. Helemaal goed. We noteren dat. Het woord is aanmevrouw Bruyning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1329 Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris danken voor haar antwoorden.Het is mooi om te zien dat ze zo bereidwillig is om dingen op te lossen enstappen te zetten. Wij spreken hier vandaag natuurlijk allemaal alswoordvoerders in deze Kamer, maar buiten deze zaal wachten mensen opbescherming. Die verantwoordelijkheid dragen wij natuurlijk met z’n allen.We kunnen moties aannemen en plannen maken, maar de echte betekenisligt natuurlijk in de veiligheid die mensen voelen en in het vertrouwen datze niet alleen staan. Dat roept bij mij toch nog een vraag op. Op 10 juli ditjaar zijn de contouren van het wetsvoorstel gedeeld. Mijn vraag iswaarom het dan bijna een jaar moet duren voordat de wet in consultatiegaat. Ik weet dat het eigenlijk bij de collega van de Staatssecretaris ligt,maar dat is wel iets waar we met de urgentie van nu op zouden moetenletten. Voor mij en ik denk ook mijn collega’s hier aan de tafel geldt datdat we liever hadden gehad dat het gisteren in consultatie was gebrachtdan volgend jaar zomer. Kan daar toch niet nog iets aan gedaan worden,aan die lange looptijd die nu voor ons ligt?Dank u wel.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris en ook haar ondersteuning voor deuitgebreide beantwoording. Ik dank haar ook voor de passie waarmee zijover het onderwerp spreekt, waarbij zij ook teruggrijpt naar het verledenwaarin zij ook als Kamerlid ervaring heeft opgedaan. Dat belooft dus veelgoeds. Ook dank voor haar bereidheid om over die daderaanpak met eenintegrale brief te komen en ook om fundamenteler te kijken naar hoeVeilig Thuis in de toekomst een rol kan spelen ten aanzien van ditonderwerp. Wij zien elkaar dan weer bij het tweeminutendebat en daarnahopelijk vaker in verschillende debatten.Daar wou ik het voor nu bij laten, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Krul.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Ik sluit me daarbij aan. Dank aan de Staatssecretaris voor deuitgebreide en goede beantwoording. Misschien nog één opmerking diede griffie mee kan nemen. Het notaoverleg van 22 september is denk ikhet snelste moment waarop moties ingediend kunnen worden over ditbelangrijke onderwerp, over femicide. Daar kunnen moties wordeningediend. Maar er stonden meer onderwerpen op de agenda, dus ik zouhet wel waarderen als een poging wordt gedaan om dat tweeminuten-debat nog voor het verkiezingsreces in te plannen, wetende dat datsowieso niet gaat lukken voor de 22ste. We hebben genoeg andereonderwerpen waarover we nog met goede ideeën kunnen komen.De voorzitter:Voordat ik het woord geef aan de heer El Abassi, kan ik daar duidelijkheidover geven. Alle tweeminutendebatten die nu nog zijn aangevraagd,worden voor het verkiezingsreces ingepland. Dat kan wel betekenen dathet lange dagen worden de laatste weken. Het woord is aan de heer ElAbassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Ik zou nog terugkomen de vraag van mevrouw BenteBecker over de initiatiefnota en een aantal moties. Vergeef me dat ik dieniet helemaal helder had. De initiatiefnota is ingediend voordat ik hier zelfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1330 Kamerlid was, dus ik heb ’m even opgezocht. Ik moet zeggen dat ik totdezelfde conclusie kom als de Kamerleden voor mij en dat heeft te makenmet allerlei teksten in de initiatiefnota, zoals «het gaat met name ommigrantengemeenschappen», «om de eer te herstellen met geweld,helaas een ongeoorloofd middel» en «met de komst van grote groepenmigranten is de eercultuur helaas terug van weggeweest in Nederland».Het zit vol met dit soort teksten, dus ik kan me heel goed voorstellen datmijn voorgangers geen fan waren van deze initiatiefnota.In de moties die mevrouw Bente Becker heeft ingediend, lees ik ongeveerhetzelfde: «meisjes en vrouwen in niet-westerse orthodoxe culturen inNederland ongelijkwaardig behandeld», «migrantengemeenschappen,vrouwen die niet zelfstandig zijn» en «financiële redzaamheid vanvrouwen», wat ook weer gaat over vrouwen met een migratieachtergrond.Zo kan ik doorgaan. Dat zijn uiteraard moties die wij niet steunen. Daarben ik heel trots op. Ik vind dat we groepen niet weg moeten zetten. Wijzijn tegen welke vorm van geweld, of het nu eergerelateerd geweld is,huiselijk geweld of partnergeweld. Die andere twee zijn net zo belangrijkwat ons betreft en daarbij is afkomst of migratieachtergrond voor ons nietrelevant. We hebben wel andere moties gesteund. Ik moet wel eencorrectie plaatsen. Ik gaf meteen als verdediging aan «wij steunen altijdmoties als het gaat om eergerelateerd geweld», maar dat wareninderdaad niet de moties van mevrouw Bente Becker, om deze reden.Tegelijkertijd moet ik zeggen dat ook al naar voren is gekomen dat ...De voorzitter:Mag ik u vragen om af te gaan ronden, want u zit royaal over de tijd heen.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, ik wil het gewoon hierbij laten. Volgens mij ben ik duidelijkgenoeg geweest.De voorzitter:Prima. Dank u wel. Dan schorsen we tien minuten. De Minister-Presidentspreekt nog steeds door, dus die is nog steeds niet van plan om testoppen. Ik stel voor dat we even hier in de buurt blijven, want deStaatssecretaris heeft aangegeven dat ze eerder hiernaartoe komt als zeeerder klaar is. Dan kijken we even of we de afronding nog kunnen doenof dat we toch moeten gaan stemmen. Dat is even mijn voorstel voor ditmoment. Ik schors voor tien minuten.De vergadering wordt van 17.51 uur tot 18.00 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering voor de tweede termijn van de zijde van hetkabinet, met de opmerking dat mevrouw Van der Werf naar een anderdebat moest en mevrouw Bruyning zo weer aanschuift. Het woord is aande Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank u wel, voorzitter. Ten eerste de strafbaarstelling van psychischgeweld. Daar is even contact over geweest met mijn collega van JenV. Hetgaat om een complex fenomeen en vergt daarom nauwkeurige voorbe-reiding. Voor slachtoffers, politie, het OM en de rechtspraak is het heel ergbelangrijk dat het zorgvuldig gaat. Dat gezegd hebbende zal hij er verderop ingaan in het debat van 22 september. Dus dan komen we daaropterug.Mevrouw Westerveld had een vraag over het actieplan voor de Wlz en deggz, of dat met voldoende urgentie wordt opgepakt samen met VRO. DeMinister van VRO richt zich primair op het realiseren van voldoendepassende huisvesting voor alle groepen. Zoals aangegeven zijn de WetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1331 versterking regie volkshuisvesting en de volkshuisvestingsprogramma’sdie de regio’s moeten opstellen belangrijke instrumenten om dit tebereiken. Zij is op dit moment niet actief betrokken bij dit specifiekeactieplan.Dan de vragen van NSC of zal ik wachten?De voorzitter:Ik stel voor dat u toch maar verdergaat, want volgens mij duurde deschorsing gewoon tien minuten. Gaat u verder.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Oké. Er was een vraag over de motie over 116. Ter uitvoering van demotie worden op dit moment gesprekken gevoerd met relevante partijendie een rol hebben in de huidige structuur van hulplijnen en hulporgani-saties. Dat is nodig om met een brede blik een grondige beoordeling tekunnen doen van het al dan niet invoeren 116 als nationale hulplijn. Ik zalde Kamer dit najaar informeren over de uitkomsten van dat onderzoek ende benodigde vervolgstappen. Begin 2026 ontvangt de Kamer hetwetsvoorstel voor de implementatie van de EU-richtlijn.Dan de vraag wanneer ik de Kamer informeer over bestuurlijke afsprakenover de vrouwenopvang. Voor het einde van dit jaar informeer ik deKamer over de voortgang van de bestuurlijke afspraken.Dat waren ze, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor de antwoorden. Ik kijk nog even naar de linkerkant om tezien of er nog zaken zijn blijven liggen. Dat is niet het geval. Dan ga ik eenaantal van de toezeggingen even kort samenvatten.Ik wil er even mee beginnen dat de Staatssecretaris op een later momenteen eerste reactie geeft op de initiatiefnota die vanmiddag door D66, NSC,de VVD en GroenLinks-PvdA is ingediend. Dat zal in ieder geval gebeurentijdens het notaoverleg over de initiatiefnota van het lid Mutluer genaamdFemicide, erkenning en aanpak van gendergerelateerd dodelijk geweld, opmaandag 22 september 2025 vanaf 18.15 uur. Dat neemt niet weg dat dezeinitiatiefnota natuurlijk in ons reguliere proces – dat klinkt zo vreselijk –komt. Dat betekent dat er een formele reactie van de zijde van het kabinetzal komen en dat er daarna een notaoverleg zal worden ingepland. Dat zalvermoed ik na de verkiezingen zijn.Er is een tweeminutendebat aangevraagd. De eerste spreker van deKamer zal mevrouw Van der Werf zijn. Wij geleiden dat door naar deGriffie plenair. Ik zei net al – wees daar alert op – dat alle tweeminutende-batten die zijn aangevraagd worden ingepland voor het verkiezingsreces.Dan zijn er nog een aantal toezeggingen gedaan.–De Staatssecretaris zal voor het einde van dit jaar een voortgangsbriefsturen over de gesprekken die gaande zijn over de ETHOS Light-telling.–De Staatssecretaris stuurt voor het einde van dit jaar een voortgangs-brief over huiselijk geweld inclusief daderaanpak, mogelijk medeon-dertekend door de bewindspersoon van het Ministerie van JenV.–De Staatssecretaris stuurt dit najaar een voortgangsbrief over hetonderzoek naar sociale veiligheid bij Fokus.–De Staatssecretaris stuurt eind 2025 een voortgangsbrief over de24/7-chatlijn en zij zal dit najaar meer info geven over de uitvoeringmotie over de 116-hulplijn.Ben ik iets vergeten? Ik kijk naar rechts en ik kijk naar links. Ik geloof hetniet. Dan zijn wij daarmee aan het einde gekomen van dit commissie-debat.De Minister-President is inmiddels uitgepraat, maar de Minister vanBuitenlandse Zaken heeft het stokje blijkbaar overgenomen. Ik wijs u eropdat we nog hoofdelijk gaan stemmen ergens deze avond. We gaan dat inspanning afwachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1332 Ik dank de mensen op de publieke tribune en thuis, ik dank mijn collega’sen ik dank de Staatssecretaris en haar ondersteuning voor dit debat.Daarmee sluit ik deze vergadering.Sluiting 18.06 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1333

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6b3fd5e313a4e973

14 okt 2026 · 597f49c243b1f351

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.