KamerkringInloggen
Kamerbrief

Programma Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen

20 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a728d45f501b223f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 389Vergrijzing en het integrale ouderenbeleidNr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 december 2024In 2022 heeft mijn ambtsvoorganger het programma Wonen, Onder-steuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) gepresenteerd1. Het programmaheeft als doel om samen met een groot aantal partijen in de samenleving,de ouderenzorg toekomstbestendig te maken. Onze ouderen verdienennamelijk de zorg en ondersteuning die bijdraagt aan hun kwaliteit vanleven. Zij moeten erop kunnen rekenen dat de zorg voor hen klaar staatals zij die nodig hebben. Daarom is in het regeerprogramma aangegevendat zowel de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als ikverantwoordelijkheid nemen voor WOZO door het programma op tedelen2. De Minister richt zich op de gebouwde omgeving terwijl ikverantwoordelijk ben voor de kwaliteit van de ondersteuning en zorg. Indeze brief ga ik in op het vervolg van WOZO. Het gaat mij daarbij in deeerste plaats erom dat ouderen in Nederland de ondersteuning en zorgkrijgen die zij nodig hebben om hun leven zo te blijven leven zoals zij datwillen.Bestaande bewegingWOZO sluit aan op de beweging die onder aanbieders van ondersteuningen zorg die al langer bezig is. Zo zijn er al veel inspirerende voorbeeldenvan organisaties om de ondersteuning en zorg toekomstbestendig temaken. Hierbij zien we vaak dezelfde uitgangspunten terug: «zelf, als hetkan», «thuis, als het kan» en «digitaal, als het kan». Vaak werkenaanbieders hierbij samen cliëntvertegenwoordigers en/of andere(inkopende) partijen. De initiatieven geven ouderen de mogelijkheid omlanger zelfstandig te blijven en meer regie te houden op hoe zij hun levenwillen inrichten. Ook draagt het bij aan minder werkdruk en meerwerkplezier van zorgverleners.1Kamerstukken 29 389, nr. 1112Kamerstukken 36 471, nr. 96 kst-29389-145ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1451 Verbreden en versterken bewegingIn totaal hebben 40 partijen zich aan WOZO verbonden. Dit komt omdatWOZO aansluit op wat er in de praktijk gebeurt. Ik haak aan op dezepositieve energie en wil deze waar mogelijk verbreden en versterken. Datzal ik onder andere doen door de samenwerking met deze partijen teintensiveren.Daarbij werk ik in de eerste plaats samen met partijen die vanwege hunnatuurlijke positie en verantwoordelijkheid een regiegroep3 en werkorga-nisatie hebben gevormd om waar nodig bij te sturen of doorbraken terealiseren. Ook is er maandelijks een digitaal «spreekuur» waaraan alleWOZO-partijen (kunnen) deelnemen.Focus WOZO aangescherptOm de WOZO beweging te versterken en sturingsmogelijkheden tevergroten wordt WOZO onderdeel van het HoofdlijnenakkoordOuderenzorg (HLO). Om de samenhang te borgen is het Hoofdlijnenak-koord Ouderenzorg (HLO) te zien als een onderdeel van het IntegraalZorgakkoord (IZA), c.q. de aanvullende afspraken in Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord (AZWA).Vanaf 2025 richt ik me met WOZO op die onderdelen die specifiek gaanover de ondersteuning en zorg van ouderen, bijvoorbeeld vitaal ouderworden. Een aantal onderdelen van WOZO zal ik onderbrengen bij andereakkoorden. Een voorbeeld hiervan is «versterking eerstelijnszorg».Actielijn 4 «Wonen en Zorg voor ouderen» van het huidigeWOZO-programma is ondergebracht in het programma «Wonen en Zorgvoor ouderen» van het Ministerie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening (VRO) en VWS. Hierin krijgt ook het onderzoek naar de terugkeervan verzorgingshuizen een plek. De verwachting is dat dit onderzoek rondde zomer gereed is. De motie van het lid Krul (CDA)4 verzoekt onderandere om de diverse woonvormen voor ouderen mee te nemen in hethoofdlijnenakkoord ouderenzorg en hier concrete meetbare doelstellingenover af te spreken. De motie van het lid Slagt-Tichelman5 e.a. verzoekt deregering om huisvesting integraal – als een geheel – in de uitwerking vande plannen voor ouderenzorg aan de Kamer voor te leggen. Zodra hetonderzoek naar de terugkeer van de verzorgingshuizen gereed is, zal ik datdoen. Hiermee beschouw dit deel van de moties afgedaan.Het programma «Wonen en Zorg voor ouderen» heeft een apartestuurgroep.Zodra de akkoorden zijn gesloten, zal ik aangeven waar de verschillendeonderdelen en onderwerpen terugkomen. Die komen dan niet langerterug in de WOZO-rapportages aan de Tweede Kamer. Voor de tot nu toebereikte resultaten verwijs ik naar bijlage 1 en bijlage 2 met monitorinfor-matie.3De regiegroep bestaat uit de Seniorencoalitie, de Landelijke Huisartsen Vereniging (samen metVerenso), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, Sociaal Werk Nederland, ActiZ, deVereniging Nederlandse Gemeenten, Zorgverzekeraars Nederland en VWS.4Kamerstukken 29 389, nr. 1385Kamerstukken 36 600 XVI, nr. 58Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1452 Prioriteiten komende periodeDe volgende prioriteiten zijn samen met de leden van de regiegroep innovember 2024 besproken. De prioriteiten passen bij de aangescherptefocus. Ik licht ze hieronder toe:– Verbreden van de bewegingHet aantal ouderen neemt in de komende decennia toe en daarmee ookde gemiddelde leeftijd van de bevolking. Dit heeft impact op iedereen.Omgaan met een gemiddeld ouder wordende samenleving vergt namelijknaast aandacht voor ondersteuning en zorg ook aandacht op het gebiedvan wonen, vervoer, sociale zekerheid, participatie, digitale toeganke-lijkheid, onderwijs, diensten, enz. Het vraagt om betrokkenheid vandiverse publieke en private partijen. Om deze verschillende partijen goedte kunnen informeren, is het belangrijk om de wensen van ouderen goedte kennen.Verder gaat de regiegroep kennis verzamelen over wat een ouderwordende samenleving betekent voor de verschillende publieke en privatesectoren. Ook zal de regiegroep met partijen in deze sectoren spreken. Hetgewenste eindresultaat is dat de partijen in deze sectoren oog hebbenvoor de consequenties en die meenemen in hun beleid en uitvoering6.– Verdiepen van de beweging: luis in de pelsDe regiegroep heeft de WOZO-werkorganisatie opdracht gegeven om devoortgang van de beweging te volgen en mogelijke knelpunten tesignaleren. De WOZO-werkorganisatie gaat daarom proactief in gesprekmet cliënten(vertegenwoordigers), aanbieders en inkopende partijen. Dedoor de werkorganisatie opgehaalde kansen, zorgen, knelpunten enmogelijkheden worden samengevat en ingebracht bij de beleidsvorming.– Vergroten van de brede maatschappelijke bewustwording over gevolgenvan veranderende samenlevingDe maatschappelijke dialoog over ouder worden is in volle gang en krijgteen impuls. De campagne «Praat vandaag over morgen»7 zet seniorenaan om te praten over ouder worden en om zich daarop voor te bereiden.Steeds meer mensen van 60–75 jaar zijn zich ervan bewust om tijdig hetgesprek te voeren over hun volgende levensfase. Bijvoorbeeld over wat jevoor elkaar kunt doen, als er zorg nodig is of het huis waar je nu woontnog bij je past en hoe je fit blijft. Na de start van de landelijke campagnein maart 2024 is de campagne in november herhaald om het bereik en deimpact te vergroten. De boodschap «Praat vandaag over morgen» wordtondersteund en mede verspreid door een groot aantal ouderenbonden,zorg- en welzijnsorganisaties, gemeenten en branche- en beroepsorgani-saties. Ik ben voornemens om in 2025 een vervolg te geven aan dezecampagne.Door de Seniorencoalitie en Senioren Netwerk Nederland wordenbijeenkomsten georganiseerd om met senioren in gesprek te gaan. Metingang van 2025 zal ook MantelzorgNL gesprekken met haar achterbanorganiseren. De leden van de regiegroep gaan zelf ook met ouderenspreken. Aan deze gesprekken zal ik ook deelnemen.6Er wordt een verbinding gelegd met Ouderworden2040. Zie ook www.ouderworden2040.nl7www.praatvandaagovermorgen.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1453 De regiegroep heeft daarnaast aangegeven dat het noodzakelijk is om tecommuniceren dat ondersteuning en zorg in de toekomst gaat veran-deren. Immers, de voorkeuren van ouderen veranderen en daarop moetde ondersteuning en zorg zich aanpassen. Bovendien dreigt een er eengroeiend tekort aan zorgverleners. Wenselijk is dat ouderen dit in hunoverwegingen meenemen. Ook heeft de regiegroep gevraagd aan dewerkorganisatie om uit te werken hoe de communicatie hierover zoeffectief mogelijk kan plaatsvinden.– Versterken samen-/zelfredzaamheidVeel ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Veelsenioren nemen samen (met anderen) initiatieven om deze zelfstan-digheid samen vorm te geven. Een belangrijk onderdeel van de WOZO-beweging is om deze initiatieven te ondersteunen en verder te brengen.De regiegroep heeft aan de werkorganisatie gevraagd om aan te gevenwat nodig is om deze ondersteuning verder in te vullen. Bij de uitwerkingwordt aangesloten bij de afspraken die in de aanvullende afspraken onderhet IZA gemaakt over het versterken van de sociale basis.– ReablementDoor de regiegroep is reablement tot prioriteit benoemd. Reablementkwam ook aan de orde tijdens het commissiedebat Ouderenzorg van16 oktober jl.8 en daar heb ik aangegeven hierop terug te komen in dezebrief. Reablement is zowel een interventie als een gedachtengoed waarinhet gaat om het stimuleren van zelfredzaamheid. Reablement richt zich opwat ouderen zelf nog kunnen of (weer) kunnen leren. Hierdoor kunnen zijzoveel mogelijk dingen blijven doen die voor hen belangrijk zijn. Met hetZonMw-programma Reablement wordt onderzocht hoe reablement alwordt toegepast en wat het kan gaan betekenen voor de wijze waaropzorg en ondersteuning wordt geleverd. Het ZonMw-programma loopt toten met 2025.In reactie op de vragen van het lid Bikker (CU) gesteld tijdens het reedsgenoemde het commissiedebat Ouderenzorg van 16 oktober jl. geef ik aandat er op dit moment diverse mogelijkheden zijn om reablement aan tebieden aan ouderen. Afhankelijk van de individuele oudere en zijn situatiekan dat zowel vergoed worden vanuit de Wet maatschappelijke onder-steuning (Wmo), Zorgverzekeringswet (Zvw) als Wet langdurige zorg(Wlz). Voor de Wmo geldt dat gemeenten geld ontvangen van het Rijkvoor het organiseren van maatschappelijke ondersteuning. Als er vooreen oudere een aanvraag voor ondersteuning binnenkomt bij degemeente, dan is de gemeente verplicht deze te beoordelen. Bij debeoordeling onderzoekt de gemeente of de oudere in staat is tot zelfred-zaamheid en participatie in de samenleving. De gemeente is vervolgensvrij om te bepalen op welke wijze ze de eventuele ondersteuning wilaanbieden. De gemeente kan deze ondersteuning ook vanuit de principesvan reablement aanbieden. Voor de Zvw geldt dat reablement veelalpreventieve zorg betreft. Preventieve zorg kan vanuit het basispakketvergoed worden als het gaat om geïndiceerde of zorggerelateerdepreventie9. Bij deze zorg zijn vaak wijkverpleegkundigen, ergotherapeuten8Kamerstukken 29 389, nr. 1289Geïndiceerde preventie is gericht op mensen die al beginnende klachten hebben, en daarmeeeen individueel verhoogd risico hebben. De behandeling is dan gericht op het voorkomen vanverergering van klachten. Valpreventieprogramma’s zijn hier een voorbeeld van. Zorggerela-teerde preventie is juist gericht op mensen die al een ziekte of aandoening hebben, waarbij hetdoel is om complicaties, beperkingen of verlies van kwaliteit van leven te voorkomen. Denkhierbij aan revalidatieprogramma’s of het voorkomen van complicaties bij mensen metdiabetes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1454 en fysiotherapeuten betrokken. Wijkverpleging en ergotherapie kunnen uithet basispakket vergoed worden10. Ook de fysiotherapie kan vergoedworden uit het basispakket als de oudere een aandoening op dezogenaamde «chronische lijst» heeft11.Ook ouderen met een Wlz-indicatie kunnen baat hebben bij reablement.De (wijk)verpleegkundige zorg hiervoor wordt dan vergoed vanuit de Wlz.Afhankelijk van de individuele oudere en zijn situatie, kan de parame-dische zorg vergoed worden vanuit de Wlz of vanuit de Zvw12.Het zou kunnen dat bovenstaande mogelijkheden niet bekend zijn bij allepartijen, daar zal ik hen over informeren. Daarnaast ben ik bekend met hetfeit dat er in de praktijk belemmeringen worden ervaren over de finan-ciering en vergoeding van reablement als interventie, zoals de beperktevergoeding van fysiotherapie vanuit de Zvw. Ik ben met de relevantepartijen in gesprek over mogelijke oplossingen voor deze belemmeringen.SamenvattendMet deze aanpak en prioriteitstelling wordt de beweging naar meertoekomstbestendige ondersteuning en zorg versterkt. De regiegroep is deaanjager van de beweging. De regiegroep signaleert verbetermogelijk-heden en laat deze (via de werkorganisatie) uitwerken. Wat vanuit deregiegroep is ontwikkeld, kan later worden meegenomen in de regulierebeleidsvorming, bijvoorbeeld in een van de akkoorden. De regiegroepheeft aan de werkorganisatie gevraagd om de prioriteiten verder uit tewerken.Rapportages van de regiegroepIn de bijlagen staan diverse rapportages van de regiegroep. Het gaat over:–Bekostiging van technologie. Tijdens WOZO-bijeenkomsten begin2024, gaven aanbieders aan dat zij tegen belemmeringen aanlopen bijhet meenemen van digitale/hybride toepassingen (bijlage 3a). Deregiegroep heeft geconstateerd dat er in de bekostiging van technolo-gie diverse knelpunten aanwezig zijn. Aan de inzet van technologie zijnkostenposten verbonden zoals implementatie, ICT-kosten, en investe-ringskosten. Deze komen onvoldoende terug in de bestaandebekostiging. Ik zal de NZa verzoeken deze knelpunten op te pakken.–Zelf- en samenredzaamheid. De regiegroep heeft geconstateerd datinvesteren in de sociale basis noodzakelijk is en zal gemeenten daartoeaanzetten. Ook wordt nader bekeken hoe burgerinitiatieven teondersteunen. Dit is ook een prioriteit voor 2025. Hierbij wordt deverbinding met IZA gelegd (bijlage 4).–Opschalen en structureel verankeren van succesvolle werkwijzen. Deregiegroep heeft geconstateerd dat het wenselijk is om initiatiefnemersde weg te wijzen naar bekostigingsmogelijkheden. Daartoe wordt eenplatform ingericht. Ook gaan ZN en de VNG onderzoeken of hetmogelijk is om meer uniform in te kopen waardoor er minderadministratieve lasten zijn (bijlage 5).–Ondersteuning en zorg thuis. Hierin is onderzocht of het beleid omouderen veilig en vertrouwd thuis te laten wonen voldoende is. Deconstatering was dat het beleid toereikend is, maar dat de stem van de10Ergotherapie wordt tot een maximum van tien behandeluren per kalenderjaar vergoed.11Betreft Bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering. De eerste twintig behandelingen fysiothe-rapie worden niet vergoed vanuit de basisverzekering.12Voor vergoeding uit de Zvw gelden dezelfde aanspraken als voor ouderen zonderWlz-indicatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1455 ouderen daarbij luider mag doorklinken. Zoals hiervoor al aangegeven,is het beter luisteren naar ouderen een prioriteit voor 2025 (bijlage 6).Kortheidshalve verwijs ik naar de bijgevoegde rapportages.Generiek Kompas «Samen werken aan kwaliteit van bestaan»Tijdens het al genoemde commissiedebat Ouderenzorg van 16 oktober jl.heb ik toegezegd in deze brief terug te komen op de concretisering vanhet Generiek Kompas «Samen werken aan kwaliteit van bestaan». Ik wilnogmaals benadrukken dat partijen zelf aan zet zijn voor de implementatievan het Generiek Kompas. Dat is ook hoe het in de Wet kwaliteit, klachtenen geschillen zorg (Wkkgz) is geregeld. Tegelijkertijd gaat de kwaliteit vanleven van ouderen mij aan het hart. Daarom vind ik het belangrijk omvinger aan de pols te houden en de implementatie van het Kompas teblijven volgen. Ik heb u toegezegd in gesprek te gaan met de Kompasraadom de zorgen die er in de Kamer leven over te brengen en te luisterennaar de afwegingen die zijn gemaakt bij het maken van het Kompas. Ikheb u tevens toegezegd over de uitkomsten van dit gesprek te informeren.Dit overleg zal in januari 2025 plaatsvinden.Daarnaast is met de Kompasraad afgesproken dat vanaf volgend jaarperiodieke overleggen plaatsvinden tussen (een afvaardiging van) deKompasraad en betrokken stakeholders, waaronder in ieder geval deInspectie Gezondheidszorg & Jeugd (IGJ) en VWS. Dit om gezamenlijk devoortgang van de implementatie te kunnen monitoren.Inmiddels is een handreiking Inzicht in Kwaliteit opgeleverd, die zorgaan-bieders helpt bij het opstellen van het jaarlijkse kwaliteitsbeeld. Dezehandreiking zal volgend jaar worden geëvalueerd en waar herzien indiennodig naar aanleiding van de eerste kwaliteitsbeelden die onder hetnieuwe Kompas worden opgeleverd. Ook is een handboek voor het metenvan cliëntervaringen opgeleverd voor de verpleeg(huis)zorg en dewijkverpleging. Deze meetinstrumenten zijn door het Zorginstituutbeoordeeld op basis van haar toetsingskader.Ik ga ook in gesprek met de Patiëntenfederatie, die haar zorgen over hetKompas heeft geuit. Ik ben blij om van deze partijen te horen dat er ooktussen deze partijen overleg heeft plaatsgevonden.Medisch generalistische zorgOok heb ik in debat van 16 oktober jl. toegezegd om in te gaan opmedisch-generalistische zorg (MGZ). MGZ is zorg zoals huisartsen, artsenverstandelijk gehandicapten en specialisten ouderengeneeskunde dezesamen plegen te bieden. In bijlage 7 en bijlage 8 bij deze brief ga ik in opde afspraken in het convenant MGZ die bijdragen aan de versterking vande eerste lijn. Ook geef ik een update van het programma MGZ in deregio, Dit programma helpt onder meer bij de realisatie van (domeinover-stijgende) samenwerking rondom medisch generalistische zorg in deregio. Verder kom ik terug op de vragen uit het debat ouderenzorg van16 oktober jl. over de bekostiging van de specialist ouderen geneeskundein de eerste lijn. Tot slot informeer ik u over de bevindingen van het NZatransparantieonderzoek over bekostiging van behandeling.Intergenerationeel wonenZoals ook aangegeven in de uitwerking van de stukken over de subsidie-taakstelling, is de subsidieregeling intergenerationeel wonen nogeenmalig opengesteld met een plafond van € 1 mln. Aanvragers kunnentot en met 30 april 2025 een aanvraag indienen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1456 MonitoringDe monitoring van WOZO gaat over de uitwerking van de beleidsmaatre-gelen, de daarmee bereikte resultaten en het maatschappelijk effect.–Uitwerking van de beleidsmaatregelen. Hiervoor al genoemd alsbijlage 1. De uitwerking van de beleidsmaatregelen loopt grotendeelsop schema. Net als in het eerste halfjaar is in actielijn 4 nog altijd enigevertraging ten opzichte van de oorspronkelijke planning, maar het is deverwachting dat nog dit jaar in vrijwel alle regio’s de opgave aanhuisvesting voor ouderen is vastgesteld. Een verandering ten aanzienvan het eerste halfjaar, is dat de WOZO-maatregelen in het programmaToekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn zijn stopgezet.Daarnaast heeft er een onderzoek plaats gevonden over het meene-men van digitale hulpmiddelen over de domeinen heen. De uitkomstenhiervan treft u aan in bijlage 9.–De resultaatmonitor, Hiervoor al genoemd als bijlage 2. Deze monitorbevat de kwantitatieve resultaten van beleidsmaatregelen en dekwalitatieve duiding daarvan. De monitor is opgesteld door eenonafhankelijke partij en tot stand gekomen in afstemming metveldpartijen. De uitkomsten van deze monitor heb ik besproken met deregiegroep WOZO. De aanbevelingen die in de monitor wordengegeven, neemt de regiegroep mee in de verdere uitvoering van hetprogramma. Met het aanbieden van deze monitor wordt uitvoeringgegeven aan de Motie van het lid Mohandis (GroenLinks-PvdA)13waarin de regering is gevraagd om een halfjaarlijks overzicht teverstrekken van de zorgvraag en de beschikbare zorg.Aangezien nog niet alle voorgenomen beleidsmaatregelen uit hetprogramma geëffectueerd zijn, is het nog niet mogelijk om over alleuitkomsten te rapporteren. De monitor bevat daarom de gegevens vanzeven beleidsmaatregelen. Bij de volgende Voortgangsbrief WOZOontvangt u een nieuwe en uitgebreidere versie van deze monitor.–Naast een nieuwe versie van monitor niveau 1 en 2, treft u ook hetplan van aanpak van het RIVM aan voor in beeld brengen van demaatschappelijke effecten (monitor niveau 3). Deze monitor kent eenkwalitatief en een kwantitatief deel. Om de administratielast tebeperken, is het kwantitatieve deel gebaseerd op bestaande data. Ikverwacht eind 2025 de eerste versie van deze monitor te kunnensturen.BijlagenBij deze brief zijn een aantal bijlagen toegevoegd. Het gaat onder meerom de voortgangsrapportage van «Waardigheid en Trots»14 over hetafgelopen jaar. Uit deze voortgangsrapportage blijkt dat inmiddels 119zorgaanbieders zich hebben aangemeld voor ondersteuning bij hetrealiseren van de transitie. Vaak gaat het om de vraagstukken zoals meerruimte bieden voor informele zorg, kwaliteitsverbeteringen of verplaatsingvan verpleeghuiszorg naar zorg thuis. Zorgverleners van 423 zorgaan-bieders maken gebruik van de kennis van «Waardigheid en Trots».Het programma RegioKracht in de zorg richt zich op het versnellen van detransitie die nodig is om de ondersteuning en zorg aan ouderen toegan-kelijk te houden. Dit doet het programma door samenwerkingsprojectente ondersteunen en de opgedane kennis te verspreiden. In deze projectengaat het onder meer om community care, langer thuis wonen enreablement. In bijlage 12 treft u de voortgang van dit programma aan.13Kamerstukken 31 765, nr. 73014www.waardigheidentrots.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1457 Vanaf 2019 tot 2022 vroegen zorgaanbieders (Wmo, Wlz, Zvw) eensubsidie aan voor de Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET). Er zijn intotaal 300 aanvragen verleend waarvan nu alle SET visie projecten en dehelft van de SET projecten zijn afgerond. Het bijgevoegde factsheet(bijlage 13) maakt inzichtelijk welke type toepassingen zijn opgeschaald,uit welke domeinen de aanvragen komen en welke zorginkopersbetrokken zijn.De laatste bijlage is een overzicht met de resultaten van WOZO tot nu toe(bijlage 14).Tot slotIn deze brief heb ik aangegeven welke aanpassingen ik doorvoer inWOZO. Met deze aanpassingen ligt de nadruk nog meer op het verbredenen versterken van de beweging en het aanjagen van de vernieuwing. DeWOZO beweging is noodzakelijk omdat ouderen ook in de toekomstmoeten kunnen rekenen op goede ondersteuning en zorg die aansluit opwat ouderen willen en nodig hebben. Ik zal de Tweede Kamer voor dezomer van 2025 de volgende voortgangsbrief doen toekomen.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V. MaeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1458

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 95c1e4d077a31bd4

14 okt 2026 · ed1c9b8d9b818ef3

13 okt 2026 · 1a6995c73145d894

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.