Memorie van toelichting
Brontekst
Versie 1777091ba41b3e89 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–201433 750 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2014Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING INHOUDSOPGAVE Blz.A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGRO-TINGSWETSVOORSTEL 3 B. BEGROTINGSTOELICHTING 5 1. Leeswijzer 5 2. Beleidsagenda 11 3. De beleidsartikelen 33 1.Primair onderwijs333.Voortgezet onderwijs404.Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie486. en 7.Hoger onderwijs588.Internationaal beleid699.Arbeidsmarkt en personeelsbeleid7511.Studiefinanciering8212.Tegemoetkoming studiekosten9013.Lesgelden9314.Cultuur9515.Media10216.Onderzoek en wetenschapsbeleid10725.Emancipatie1114. De niet-beleidsartikelen 114 91.Nominaal en onvoorzien11495.Apparaatskosten1155. Begroting baten-lastenagentschappen 119 1.Dienst Uitvoering Onderwijs1192.Nationaal Archief124 kst-33750-VIII-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 21 6. Bijlagen 129 1.RWT’s en ZBO’s1292.Verdiepingshoofdstuk1333.Moties en toezeggingen1704.Subsidies2175.Evaluatie en onderzoek229 Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 22 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoe-lichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de baten-lastenagentschappen.Wetsartikel 3Artikel 5, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 schrijft voor dat een meerjarige begrotingsreserve kan worden aangehouden ten laste van een beleidsartikel. De begrotingsreserve is bestemd als budgettaire voorziening voor de garantstelling door het Ministerie van OCW voor ontstane restschuld bij onderwijsinstellingen die in gebreke blijven om gesloten leningen en kredieten, bedoeld in de artikelen 48, eerste lid, en 49, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 terug te betalen.De begrotingsreserve inzake garantiestelling restschuld speelt een rol voor het universitair onderwijs, het hoger beroepsonderwijs, het middelbaar onderwijs, het voortgezet onderwijs en het primair onderwijs. Uit het oogpunt van administratieve doelmatigheid is het niet gewenst dat er vijf aparte begrotingsreserves worden aangehouden ten laste van de betrokken beleidsartikelen (1, 3, 4, 6 en 7). Om die reden wordt door middel van dit wetsartikel bepaald dat de begrotingsreserve gekoppeld kan worden aan het niet-beleidsartikel Apparaatskosten (artikel 95). Inhoudelijk is de begrotingsreserve bestemd om het begrotingsbeheer met betrekking tot de betrokken beleidsartikelen op een doelmatige wijze vorm te geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 23 In het kader van de zesde wijziging van de Comptabiliteitswet 2001 zal een algemene wettelijke voorziening worden getroffen. Zolang die voorziening er nog niet is, zal jaarlijks in de begrotingswet van OCW deze afwijkings-bepaling worden opgenomen.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 24 B. BEGROTINGSTOELICHTING 1. DE LEESWIJZER De begroting 2014 bevat de volgende onderdelen:a.Beleidsagenda;b.Beleidsartikelen;c.Niet-beleidsartikelen;d.Agentschappen die een baten-lasten stelsel voeren;e.Verdiepingshoofdstuk;f.Bijlagen.De minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor het groene onderwijs.GroeiparagraafVerantwoord begrotenOp 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbe-groting onder de naam «Verantwoord Begroten» in de Tweede Kamer behandeld. De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel Budgettaire gevolgen van beleid. Door de nieuwe indeling kunnen in sommige tabellen geen gegevens worden opgenomen voor het jaar 2012. Een aantal financiële gegevens over 2012 is wel opgenomen in de verdiepingsbijlage.Verfijning techniek verantwoord begrotenIn maart 2013 heeft de vaste commissie voor OCW een aantal aanbeve-lingen gedaan voor de verfijning van de techniek van Verantwoord begroten door OCW. Deze voorstellen zijn betrokken bij het verder verbeteren van de OCW-begroting. Het betreft de volgende verbeteringen.•In de beleidsagenda 2014 spelen streefcijfers en indicatoren een dominantere rol. Voor de belangrijkste doelen en thema’s zijn indicatoren opgenomen waarbij per indicator een eindjaar wordt vermeld (kabinetsperiode of horizon van de betreffende begroting). Deze indicatoren zijn ook in het betreffende beleidsartikel herkenbaar opgenomen. Voor zover mogelijk zijn daar ook tussenliggende (jaar)doelstellingen in het begrotingsjaar aan gekoppeld.•In de beleidsagenda en beleidsartikelen is een directe link naar de website van Trends in Beeld opgenomen, waar de voortgang op de doelen in relatie tot de streefwaarden zichtbaar zijn. Naast de voortgang op de doelen in de beleidsagenda brengt Trends in Beeld als generieke stelselmonitor de kwaliteit, toegankelijkheid en doelma-tigheid van het stelsel kwantitatief in kaart.Trends in Beeld is een dynamische website waar continu de meest actuele cijfers zijn terug te vinden. In de tabel indicatoren in de beleidsagenda en het beleidsartikel is een hyperlink opgenomen naar stand van 1 augustus 2013. Deze stand van de indicatoren ook is opgenomen in het boek Trends in Beeld dat als bijlage bij de begroting wordt aangeboden.•Om de informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid verder te vergroten zijn zoveel als mogelijk «links» opgenomen naar uitgevoerde evaluaties en doorlichtingen. Indien een evaluatie/doorlichting aanleiding is tot een aanpassing van het beleid dan is dat vermeld in Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 25Leeswijzer de betreffende beleidsartikelen. Bovendien wordt indien relevant nader ingegaan op acties naar aanleiding van rapporten van de Algemene Rekenkamer.•In het algemene deel van het verdiepingshoofdstuk is een overzicht opgenomen met de grote beleidstrajecten en ombuigingen.ArtikelstructuurIn het kader van Verantwoord begroten is de administratie aangepast aan de nieuwe indeling van de begroting naar financiële instrumenten. Hierdoor is de artikelstructuur in de verdiepingsbijlage gewijzigd. Onder artikelstructuur wordt hier verstaan: de nummering van de artikelen (po, vo, enz.) en de artikelonderdelen (de financiële instrumenten zoals bekostiging, subsidies, enz.).Toelichting budgetflexibiliteitDe minister van Financiën heeft in het AO van 6 maart 2013 over Verantwoord begroten toegezegd dat in het nieuwe begrotingsjaar bekeken wordt wat mogelijk is om de reden voor de juridische verplichting, wat daarachter zit en wat de onderbouwing daarvan is, toe te lichten. In navolging hierop is bij ieder beleidsartikel een kwalitatieve toelichting op de budgetflexibiliteit opgenomen na de toelichting op de financiële instrumenten.Toezegging WGO jaarverslag 2012Tijdens het wetgevingsoverleg over het jaarverslag 2012 heeft de minister van OCW toegezegd in de begroting 2014 een overzicht te geven van de ombuigingen en intensiveringen uit het Regeerakkoord Rutte I, het Begrotingsakkoord 2013 (Lenteakkoord) en het Regeerakkoord Rutte II. Dit overzicht is opgenomen in het algemene deel van het verdiepings-hoofdstuk.Motie SchouwIn juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigen-standige plaats krijgen in de departementale begrotingen. De in de motie vermelde landen-specifieke aanbevelingen geven geen aanleiding tot een specifieke OCW-reactie.GarantieverplichtingenIn verband met gewijzigde afspraken met het ministerie van Financiën zijn nu ook de leningen aan onderwijsinstellingen met een gemeentegarantie als garantieverplichting toegevoegd.Informatie in de begroting en andere relevante publicatiesDe begroting is compacter geworden en meer toegespitst op de financiële informatie. De beleidsagenda presenteert de doelstellingen van de minister en de bijbehorende prestatie-indicatoren, en de beleidsartikelen beschrijven de werking en financiering van de verschillende stelsels. Voor een bredere kwantitatieve onderbouwing en monitoring van de toerusting en de presentaties van de O, C en W stelsels verwijzen we naar Trends in Beeld. Onderstaand schema geeft grafisch een totaalbeeld van welke informatie en verantwoording van het OCW-beleid gedurende een begrotingscyclus aan de Tweede Kamer wordt gestuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 26Leeswijzer Hieronder volgt een nadere toelichting bij het schema.•Op Prinsjesdag ontvangt de Tweede Kamer de begroting van OCW en Trends in Beeld. In Trends in Beeld zijn de relevante cijfers te vinden die inzicht geven in de kwaliteit en prestaties van de Nederlandse onderwijs, cultuur en wetenschapsstelsels en van emancipatie. In deze publicatie zijn ook de belangrijkste beelden voor Nederland uit Education at a Glance, de jaarlijkse publicatie van de OESO, opgeno-men, alsmede de voortgang op de Europese doelstellingen.•In het najaar komt de publicatie Cultuur in Beeld uit. In deze publicatie wordt ingegaan op de belangrijkste trends en ontwikkelingen in het Nederlandse cultuurbeleid. Deze publicatie gaat dieper in op de maatschappelijke en economische waarden van cultuur. Daarbij is er bijzondere aandacht voor de bijdrage van cultuur aan de Nederlandse economie en werkgelegenheid, en de prestaties van culturele instellingen over de afgelopen subsidieperiode.•De Inspectie van het Onderwijs heeft een belangrijke rol in het onderwijsstelsel als toezichthouder, maar ook als leverancier van beleidsinformatie. In het jaarwerkplan van de Inspectie van het Onderwijs worden voorgenomen werkzaamheden gepresenteerd aan de Tweede Kamer.•Gedurende het jaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de begrotingsuitvoering door middel van de Voorjaarsnota (1e supple-toire begroting) en de Najaarsnota (2e suppletoire begroting).•Ook worden gedurende het jaar allerlei beleidsdocumenten zoals actieplannen, beleidsdocumenten, beleidsevaluaties, beleidsdoorlich-tingen naar de Tweede Kamer gestuurd. Wetsvoorstellen worden ter behandeling aangeboden en AMvB’s worden voorgehangen. Over verschillende beleidsterreinen worden brieven naar de Tweede Kamer gestuurd, onder andere ter nadere uitwerking van de beleidsagenda en de begroting. Hierover vindt vaak separaat overleg met het parlement plaats. De actieplannen geven voor de verschillende beleidsterreinen een beeld van het beleid. Beleidsdoorlichtingen en andere evaluaties verschaffen inzicht in de effectiviteit van beleid.•De derde woensdag in mei is verantwoordingsdag. De Tweede Kamer ontvangt dan het jaarverslag van OCW en de publicatie Kerncijfers. In Kerncijfers worden resultaten, de stand van zaken en ontwikkelingen in het OCW-veld met een kwantitatieve toelichting en onderbouwing in beeld gebracht. Ook wordt het Onderwijsverslag aan de Tweede Kamer toegestuurd. Daarin wordt uitgebreid stilgestaan bij de staat van het onderwijs.Schematische weergave van de informatie aan de Tweede Kamer gedurende de begrotingscyclusBegrotingTrends in BeeldCultuur in BeeldJaarwerkplanInspectie van hetOnderwijsJaarverslagKerncijfersOnderwijsverslagInspectie van hetOnderwijsVoorjaarsnotaNajaarsnotaActieplannenBeleidsdocumentenBeleidsevaluatiesBeleidsdoorlichtingenPrinsjesdagVerantwoordingsdagTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 27Leeswijzer Trends in Beeld De minister monitort met Trends in Beeld de kwaliteit en prestaties van de Nederlandse onderwijs-, cultuur- en wetenschapsstelsels in woord, beeld en cijfers. Enerzijds vormt Trends in Beeld een stelselmonitor van samenhangende en kenmerkende indicatoren en kengetallen. Deze geeft per onderwijssector een beeld van de ontwikkelingen van vaardigheden, rendement, behaald opleidingsniveau, de aansluiting met vervolgonderwijs/arbeidsmarkt en toezicht/kwaliteitsoordeel. Door deze indeling brengt de minister voor elke onderwijssector op eenduidige manier de doorlopende leerlijn in beeld. Aan de gepresenteerde indica-toren en kengetallen zijn geen expliciete streefcijfers verbonden maar de monitor werkt signalerend t.a.v. negatieve of positieve trendontwikke-lingen. Op dezelfde manier volgt de minister met een samenhangende set indicatoren en kengetallen het functioneren van het Cultuur- en Media-stelsel en het Wetenschapsbestel.Anderzijds geeft Trends in Beeld voor de belangrijkste doelen en functies van het Onderwijs, Cultuur- en Wetenschapsbestel inzicht in het functio-neren van deze stelsels. Daartoe volgt de website de volgende thema-tische indeling:Onderwijs Hier krijgt de lezer inzicht in de kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en de socialisatiefunctie van het onderwijsbestel.•Kwaliteit –Getoond worden de prestaties van leerlingen en studenten, het opleidingsniveau in Nederland en of afgestudeerden makkelijk een baan kunnen vinden. Daarnaast geeft ook de internationale concurrentiepositie van onze hoger onderwijs instellingen een indruk van de kwaliteit.•Toegankelijkheid –De onderwijscarrière van een willekeurig individu mag niet afhangen van factoren als de sociale, economische, etnische of culturele achtergrond. Behalve bij de instroom in het po moeten talent en behaalde resultaten doorslaggevend zijn in de onderwijs-carrière van een individu en mogen er geen financiële belemmerin-gen zijn.•Doelmatigheid –Het gaat hier om de relatie tussen ingezette middelen en opbreng-sten die met de ingezette middelen worden behaald. Doelmatigheid kan worden bekeken aan de hand van de prestaties van het stelsel, de investeringen van OCW en aan de hand van rendementen op de arbeidsmarkt. Ook lerarensalarissen spelen een rol, omdat lerarensalarissen een relatie hebben met de onderwijskwaliteit en medebepalend zijn voor de hoogte van de onderwijsuitgaven.•Socialisatiefunctie –Hierdoor leren nieuwe generaties zich de algemene waarden en moraal eigen te maken die nodig zijn voor een actieve deelname aan de maatschappij en die de sociale samenhang bevorderen.Cultuur en Media Binnen dit thema krijgt de lezer inzicht in het functioneren van het Cultuur- en Mediastelsel op het gebied van verscheidenheid (inclusief bescherming van erfgoed), spreiding (zowel geografische spreiding als toegankelijkheid) en kwaliteit.•Verscheidenheid Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 28Leeswijzer Verscheidenheid in het cultuurbestel betekent een brede variëteit van cultuurvoorzieningen, met of zonder gerichte overheidssubsidie. Ondersteuning van het Rijk is bedoeld om erfgoed te beschermen en aanbod te verzekeren van voldoende omvang en kwaliteit.•Spreiding en toegankelijkheid Om bij te dragen aan de ontwikkeling van het individu en de samenle-ving, moeten cultuurvoorzieningen in Nederland toegankelijk zijn voor een breed publiek. Het Rijk is daarom verantwoordelijk voor spreiding van het Nederlandse cultuuraanbod.•Kwaliteit en doelmatigheid Kwaliteit is een belangrijke doelstelling van het cultuur- en media-beleid. Voor media is onafhankelijkheid een belangrijk indicator. In de subsidieplansystematiek wordt de artistieke kwaliteit van instellingen beoordeeld door de Raad voor Cultuur. Gezonde bedrijfsvoering en ondernemerschap zijn nauw verbonden aan doelmatigheid, doordat ze de productiviteit en effectiviteit vergroten en tegelijkertijd de subsidie-afhankelijkheid van de cultuur- en mediasector beperken.Wetenschap Trends in Beeld maakt met grafieken en tabellen het functioneren van het Wetenschapsbestel inzichtelijk aan de hand van de begrippen «toeganke-lijkheid», «kwaliteit» en «doelmatigheid».•Toegankelijkheid Bij de toegankelijkheid van het stelsel van onderzoek en wetenschap gaat het vooral om contacten en uitwisseling van kennis tussen de wereld van het onderzoek en de wetenschap en de «buitenwereld».•Kwaliteit Basis voor het bepalen van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek is de wetenschappelijke output in de vorm van publicaties in (gerefereerde) tijdschriften, boeken en/of proefschriften. Andere vormen van output zijn bijdragen aan conferenties, ontwerpen, catalogi, machines en apparatuur.•Doelmatigheid Het wetenschapssysteem moet zo ingericht zijn dat de middelen (organisaties, financiële instrumenten, wetgeving, bestuurlijke inrichting) leiden tot optimale opbrengsten. Daarnaast is ook het aantal wetenschappelijke publicaties, gekoppeld aan de ingezette hoeveel-heid personeel of geld van belang. Ook kan gekeken worden of onderzoeksorganisaties hun middelen effectief inzetten voor de financiering van wetenschappelijke projecten en programma’s op basis van competitie.Onderdelen begrotinga. Beleidsagenda Naar aanleiding van het gesprek met de vaste commissie voor OCW over de verfijning van de techniek van verantwoord begroten is een aantal wijzigingen in de beleidsagenda doorgevoerd. Voor de belangrijkste doelen en thema’s zijn indicatoren en streefwaarden (dashboard gedachte) opgenomen waarbij per indicator een eindjaar wordt vermeld. Voor zover mogelijk zijn ook de tussenliggende (jaar)doelstellingen in het begrotingsjaar opgenomen.b. Beleidsartikelen De beleidsartikelen bestaan uit de volgende onderdelen:•Algemene doelstelling met een toelichting daarop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 29Leeswijzer •Rol en verantwoordelijkheid van de minister.•Beleidswijzigingen. Hierin wordt weergegeven welke beleidswijzigin-gen financiële gevolgen hebben, zoals voornemens uit het Regeerakkoord/Lenteakkoord waaronder bezuinigingen en intensive-ringen. Wanneer er geen beleidswijzigingen met financiële gevolgen zijn, is deze passage niet opgenomen in het artikel.•Tabel budgettaire gevolgen van beleid. Deze tabel bevat een vaste indeling in instrumenten volgens de voorschriften van «Verantwoord Begroten», dus naar soorten financiële instrumenten. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt de budgetflexibiliteit van het begrotingsjaar in percentages weergegeven.•Toelichting op de instrumenten en budgetflexibiliteit.c. Niet-beleidsartikelen Er zijn twee zogenaamde niet-beleidsartikelen:•Nominaal en onvoorzien;•Apparaatskosten.In artikel 95 (Apparaatskosten) worden naast de apparaatsuitgaven van het kerndepartement ook de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen en een aantal RWT’s en ZBO’s zichtbaar.In dit artikel is tevens een tabel opgenomen waarin wordt aangegeven hoe de apparaatstaakstelling wordt verdeeld over kerndepartement, agentschappen en ZBO’s.d. Agentschappen die een baten-lasten stelsel voeren Dit onderdeel bevat de cijfermatige overzichten van de baten-lastenagentschappen «Dienst Uitvoering Onderwijs» en het «Nationaal Archief».e. Verdiepingshoofdstuk (zie bijlagen) In dit onderdeel worden per beleidsartikel de mutaties getoond tussen de stand ontwerpbegroting 2013 en de ontwerpbegroting 2014. De onder-grens voor het toelichten van mutaties is € 2,2 miljoen. Een aantal mutaties is centraal toegelicht (loonbijstelling, prijsbijstelling, intensive-ringen, ombuigingen).Het algemene deel van dit hoofdstuk bevat een overzicht van de ombui-gingen en intensiveringen uit het Regeerakkoord Rutte I, het Begrotings-akkoord 2013 (Lenteakkoord) en het Regeerakkoord Rutte II.f. Bijlagen De volgende bijlagen zijn in de begroting opgenomen:•Overzicht RWT’s en ZBO’s;•Verdiepingshoofdstuk;•Overzicht moties en toezeggingen;•Subsidieoverzicht: hier wordt een overzicht weergegeven van alle subsidieregelingen van het ministerie;•Evaluatieoverzicht: het overzicht met onderzoeken is opgenomen in één centrale bijlage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 210Leeswijzer 2. BELEIDSAGENDA InleidingEen vitale samenleving en een veerkrachtige economie zijn voor Nederland van het grootste belang. Onderwijs, wetenschap, cultuur, media en emancipatie leveren daar een onmisbare bijdrage aan. Vakmanschap, creativiteit en ambitie van leerlingen, studenten, leraren, wetenschappers, kunstenaars en programmamakers zijn daarbij cruciaal. Met resultaat: ons onderwijs behoort tot de top, onze wetenschappers genieten internationaal aanzien, en het hoge niveau van onze kunstenaars en musea wordt wereldwijd erkend.Prestaties om trots op te zijn, maar geen reden om achterover te leunen. Zeker in deze zware tijden, met een haperende economie, met minder financiële middelen, en een vergroot risico op (jeugd)werkloosheid, moeten onze ambities hoog blijven. Onderwijs en wetenschap zijn belangrijke sleutels voor welvaart en groei, zowel persoonlijk als collectief. Waar het beter kan, moet het ook beter. We willen het goede behouden en gericht aan de slag met de verbeterpunten. Daarom investeert het kabinet ondanks financieel moeilijke tijden in het onderwijs. Het is immers onze ambitie om de prestaties tot een niveau te brengen waarmee we tot de internationale top 5 gaan behoren. Het Nederlandse onderwijs presteert in internationaal perspectief op veel indicatoren bovengemiddeld. Vooral bij het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters zijn goede vorderingen gemaakt en ook het percentage jongeren met minimaal een startkwalificatie is toegenomen. Bovendien ligt de gemiddelde lees- en rekenvaardigheid van Nederlandse 9/10-jarige scholieren dichtbij het gemiddelde van de top 5-landen. Daar staat tegenover dat tussen 2003 en 2009 het aandeel 15-jarige leerlingen met lage lees- en rekenvaardigheden en natuurwetenschappelijke vaardig-heden is toegenomen. Ook als het gaat om excellentie en het aandeel bètatechnici is verbetering in Nederland nodig en mogelijk. Door verdere kwaliteitsverbetering zetten we weer een stap richting onze ambitie om tot de top 5 van onderwijslanden te horen. Dit gaat echter zeker niet zomaar: ieders inzet is hard nodig. Door onderwijs dat een leerklimaat biedt waarin ambitie wordt beloond en mensen hun talenten ten volle benutten. Door wetenschap die voortdurend bouwt aan een stevige kennisbasis en streeft naar excellentie en innovatie, en die zich door valorisatie te waarde maakt in ons bedrijfsleven en onze samenleving. Door cultuur en media die ruimte geven aan creativiteit en diversiteit. En door verdere emancipatie om te bevorderen dat alle burgers de kans krijgen zich optimaal te ontplooien.OnderwijsEr is de afgelopen jaren een belangrijke winst geboekt door het terug-dringen van het aantal zwakke en zeer zwakke scholen. Zo is dit percentage in het basisonderwijs van 7% in 2010 naar 3% in 2012 gedaald. Onderwijsinstellingen worden aangesproken op de resultaten die zij behalen en aangespoord gebruik te maken van ruimte voor verbetering. Maar de verbetering van onderwijskwaliteit stagneert: leerlingen, studenten, maar ook scholen en docenten, worden onvoldoende uitgedaagd om het beter dan «goed genoeg» te doen. Juist in deze tijd hebben we al het talent hard nodig. Daarom versterken we scholen en docenten in het uitdagen van onze toptalenten. We stimuleren dit verder door gedifferentieerd inspectietoezicht in te voeren, zodat waar de stap van «goed» naar «excellent» wordt gezet, deze ook snel zichtbaar wordt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 211Beleidsagenda De leraar en leerling, docent en student staan centraal bij het maken van die stap. Het vakmanschap van de man of vrouw voor de klas of in de collegezaal is van doorslaggevende betekenis. In de Lerarenagenda worden kwaliteit van de opleidingen, peer review en modernisering van de arbeidsvoorwaarden belangrijke pijlers voor de ondersteuning van onderwijscarrières, om zo bij te dragen aan de verhoging van onderwijs-kwaliteit. We stimuleren een ambitieus leerklimaat ook door de mogelijkheid om basisscholen en middelbare scholen het predicaat «excellent» te verlenen en hogeronderwijsinstellingen te prikkelen tot sterkere profilering.Onderwijs is, zeker in tijden van economische crisis, een investering in de eigen toekomst van leerlingen en studenten. Een sociaal leenstelsel borgt de betaalbaarheid en toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Met de wet Kwaliteit in verscheidenheid krijgen instellingen de ruimte om de doelen die ze zich hebben gesteld, onder andere op het gebied van studiesucces en excellentie, te realiseren. We hebben met alle individuele bekostigde hogescholen en universiteiten prestatieafspraken gemaakt voor de periode 2013–2016. Met goed voortgezet en middelbaar beroeps-onderwijs dat gericht is op de (regionale) arbeidsmarkt neemt de uitval af en maken gediplomeerden een goede kans op de arbeidsmarkt. We versterken de focus op vakmanschap door doelmatiger leerwegen en modernisering van de bekostiging van het middelbaar beroepsonderwijs. Door afspraken in regionale convenanten met instellingen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs wordt voortijdig schoolver-laten verder teruggedrongen. Zo dragen we bij aan het tegengaan van de jeugdwerkloosheid. Ook investeren we via het Techniekpact nadrukkelijk in de scholing van goed opgeleid technisch personeel, waarnaar de komende jaren veel vraag verwacht wordt op de arbeidsmarkt. We dagen leerlingen en studenten uit om het beste uit zichzelf te halen.Schoolbesturen vormen een belangrijke schakel in een kwalitatief hoogwaardig onderwijsstelsel. Zij kunnen schoolleiders en medewerkers stimuleren en met belanghebbende partijen de dialoog aangaan om te komen tot betere prestaties. De afgelopen jaren is gebleken dat het zelfcorrigerend vermogen van schoolbesturen niet altijd vanzelfsprekend is. Samen met de verschillende sectoren werken we aan versterking van bestuurskracht en gaan we in gesprek over het «morele kompas» waarop schoolbestuurders en toezichthouders varen bij het dienen van publieke belangen. Het is goed om te zien hoe bestuurders zich hier publiekelijk, bijvoorbeeld via een eed, aan verbinden.WetenschapWetenschappelijke professionaliteit is van evident belang voor kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk onderzoek, dat kan rekenen op maatschap-pelijk draagvlak. Onderzoekers volgen, met behoud van wetenschappe-lijke integriteit, hun eigen nieuwsgierigheid en zoeken elkaar op over disciplines en landgrenzen heen. Onze wetenschap behoort op cruciale punten al tot de mondiale top 5. We stimuleren met gerichte investeringen onderzoekers om topkwaliteit te blijven leveren. Het vasthouden en uitdagen van onderzoekstalent doen we onder meer door samen met het bedrijfsleven te investeren in onderzoek verbonden met economische topsectoren. We blijven ook nadrukkelijk investeren in fundamenteel onderzoek om ruimte te bieden aan academisch toptalent, en met het programma Zwaartekracht worden toponderzoekscholen gefinancierd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 212Beleidsagenda Cultuur en mediaOnafhankelijkheid, pluriformiteit en creativiteit zijn kernwaarden in een goed functionerend cultuur- en medialandschap. Door bezuinigingen in de afgelopen jaren wordt op instellingen en kunstenaars een groter beroep gedaan om eigen inkomsten te verwerven en zich in de samenleving te wortelen. Dit ging gepaard met pijnlijke beslissingen, maar leidt ook tot vernieuwing. We zien talrijke vormen van nieuwe samenwerking en innovatie ontstaan. We stimuleren dit door in te zetten op een sterke basisinfrastructuur, op talentontwikkeling en op internationale bekendheid van onze topkunst. Daarbij krijgt de maatschappelijke betekenis van cultuur bijzondere aandacht.In het media-aanbod streven we naar kwaliteit, pluriformiteit en onder-scheidendheid. De publieke omroep speelt daarin een belangrijke rol, als leverancier van aanbod dat kwalitatief hoogstaand is, onafhankelijk gemaakt is en veelal een uitgesproken Nederlandse signatuur heeft. Hierin maken we scherpe keuzes en komen we tot een compacter bestel, om de kern van de publieke taak te kunnen waarborgen. Zo kunnen cultuur, het media-aanbod en ons culturele erfgoed toegankelijk blijven voor elke Nederlander.EmancipatieIedereen moet, ongeacht geslacht, seksuele geaardheid, afkomst, religie, levensovertuiging of handicap, het beste van zijn leven kunnen maken. Mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich te ontplooien, maar discriminatie of onveiligheid kunnen een barrière vormen. We bestrijden daarom alle vormen van onderdrukking en discriminatie van vrouwen, homoseksuelen en transgenders in de samenleving en op de arbeidsmarkt.1. Onderwijs (beleidsartikelen 1 t/m 9) Langetermijnstrategie en doelstellingenWij streven naar een onderwijsstelsel waarin leerlingen en studenten worden uitgedaagd tot excellentie en waarin ambitie wordt beloond. Samen met leraren, schoolleiders en schoolbesturen investeren we in kwaliteit en doelmatigheid van het onderwijsstelsel. Gezamenlijk zetten we in op de volgende doelstellingen:1.De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhoog2.Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en vakkundige leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat3.Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd4.Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt1.1 De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhoog De prestaties van topleerlingen in Nederland kunnen beter. Om de sprong van goed naar excellent onderwijs te maken is het belangrijk dat topprestaties worden erkend en beloond, leraren beter zijn toegerust en leerlingen voldoende differentiatiemogelijkheden hebben. We stuurden begin september een brief aan de Tweede Kamer over de concrete beleidsvoornemens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 213Beleidsagenda Ook komt er eind 2013 een plan van aanpak voor het verbeteren van scholen die weliswaar de minimale prestatienormen halen, maar beter zouden moeten kunnen presteren. En om leerlingen klaar te stomen voor de eisen van de 21e-eeuwse arbeidsmarkt zijn wij op 10 juli 2013 met de eerste helft van het beleidsvoorstel voor Engels in het primair onderwijs gekomen. De tweede helft van dit beleidsvoorstel volgt eind 2013.Om ook in krimpgebieden de kwaliteit van onderwijs te waarborgen kijken we naar de noodzaak en mogelijkheden van fusie tot samenwerkings-scholen. Daarbij maken we ook gebruik van een alternatieve inzet van de middelen voor de kleinescholentoeslag. Ook wordt het in krimpgebieden mogelijk gemaakt om voorschoolse educatie binnen de school te organiseren.Leerlingprestaties hebben baat bij goede voor- en vroegschoolse educatie. Diverse gemeenten werken aan verbetering van de toeleiding, uitbreiding van het aantal plaatsen en verhoging van het kwaliteitsniveau, onder meer door een prominentere rol van consultatiebureaus in de toeleiding, versterking van het taalniveau van pedagogisch medewerkers en het gebruik van kindvolgsystemen.Het onderwijs is erop gericht om leerlingen en studenten uit te dagen en hun talenten te ontplooien. We helpen scholen en leraren daarbij. De prestaties van de leerlingen/scholen in het primair onderwijs op het gebied van taal en rekenen worden in het voorjaar van 2015 inzichtelijk via de verplichte eindtoets. Deze toets helpt ouders bij de keuze voor vervolgonderwijs, helpt de school bij het geven van een verantwoord schooladvies en stelt de Inspectie van het Onderwijs in staat om de prestaties van scholen meer inzichtelijk te maken ten behoeve van ouders, leerlingen en scholen zelf. 2014 staat in het teken van de voorbereiding op de invoering van de verplichte eindtoets. [indicator 1.a]In het voortgezet onderwijs ontwikkelen we samen met scholen een toekomstbestendig onderwijsbeleid, dat is gericht op continue schoolver-betering en aansluit op de behoeften van de 21e-eeuwse arbeidsmarkt. Het Nederlandse onderwijs moet zich kunnen blijven meten met de wereldtop. Elke leerling in het voortgezet onderwijs wordt gestimuleerd zich maximaal in te zetten om zijn talenten te ontplooien. Ze weten waar ze staan, aan welke leerdoelen ze werken en worden geprikkeld een stap extra te zetten om deze te realiseren. De beste leerlingen worden uitgedaagd tot excellentie. [indicator 1.b] Door deze en andere maatre-gelen zullen de leeropbrengsten op nationaal niveau stijgen.Behalve ondersteuning van elke leerling met behulp van heldere leerdoelen en leerlijnen krijgen leerlingen die dat nodig hebben extra ondersteuning en een zo passend mogelijke onderwijsplek en zitten er minder leerlingen thuis. Per 1 augustus 2014 wordt passend onderwijs ingevoerd. Vanaf dat moment worden de samenwerkingsverbanden passend onderwijs verantwoordelijk voor het beleid voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben (vast te leggen in een ondersteu-ningsplan) en ontvangen zij het grootste deel van de middelen. We ondersteunen het veld intensief bij de implementatie van passend onderwijs.Ook in het middelbaar beroepsonderwijs gaan we samen met de sector de kwaliteit verhogen. Instellingen formuleren hun ambities en maken hun prestaties inzichtelijk op een aantal indicatoren. We maken kwaliteitsaf-Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 214Beleidsagenda spraken met mbo-instellingen. Instellingen worden geprikkeld op de belangrijkste onderwijsopbrengsten hoger te presteren. [indicator 1.c] Ook helpen de kwaliteitsafspraken om het landelijk beleid af te stemmen op de beleidsagenda van de instelling, bijvoorbeeld als het gaat om deskundig-heidsbevordering van onderwijspersoneel. Vanaf 2015 is in het regeer-akkoord € 250 miljoen gereserveerd om te intensiveren in het mbo, gekoppeld aan kwaliteitsafspraken met instellingen. Daarnaast willen wij de focus op vakmanschap versterken door gebruik van doelmatige leerwegen (start 2014) en modernisering van bekostiging van het beroepsonderwijs. In het hoger onderwijs hebben we met alle individuele bekostigde hogescholen en universiteiten prestatieafspraken gemaakt voor de periode 2013–2016. Deze afspraken hebben betrekking op kwaliteit en studiesucces, profilering en valorisatie. In 2014 vindt een midtermreview plaats. Daarin wordt gekeken naar de voortgang ten aanzien van profilering: wat is er gebeurd met de voornemens ten aanzien van differentiatie in het onderwijs en zwaartepuntvorming in het onderzoek?De hogescholen en universiteiten hebben zich in de prestatieafspraken ambitieuze doelen gesteld ten aanzien van onder meer deelname aan excellentietrajecten, studenttevredenheid, studiesucces, docentkwaliteit en onderwijsintensiteit [indicator 1.c]. De wet Kwaliteit in verscheidenheid biedt instellingen de ruimte die zij nodig hebben bij het realiseren van de doelen in hun prestatieafspraken. Zo kunnen instellingen tweejarige Associate-degreeprogramma’s aanbieden en versnelde hbo-trajecten voor vwo’ers. Om te bevorderen dat studenten goede studiekeuzes maken en instellingen daarop gerichte studiekeuzeactiviteiten kunnen aanbieden, wordt de aanmelddatum met ingang van 2014 vervroegd naar 1 mei.1.2 Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en vakkundige leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat Wij ondersteunen leerlingen, maar ook scholen en leraren om een ambitieus leerklimaat te realiseren, waarin een cultuur en werkwijze van continu verbeteren heerst en waar talent maximaal wordt benut. Het is daarbij essentieel dat scholen niet alleen aandacht hebben voor de kernvakken, maar ook voor de brede ontwikkeling en sociale veiligheid van hun leerlingen. Alle kinderen hebben recht op een sociaal veilige schoolomgeving. Om dit te bereiken wordt de komende jaren het plan van aanpak Pesten uitgevoerd.Een ambitieus leerklimaat valt of staat ook bij de kwaliteit van leraren, docenten en schoolleiders. Hun vakmanschap staat centraal in onze Lerarenagenda. Leerlingen en studenten moeten les krijgen van uitstekend opgeleide leraren en docenten. De kwaliteit van de leraren-opleidingen wordt verbeterd, de eisen bij de instroom worden strenger en leraren worden (via de Lerarenbeurs) gestimuleerd om een master te behalen. Er komt een bijscholingsplicht, beginnende leraren moeten beter worden begeleid en leraren zullen zich registreren in een nationaal Lerarenregister op basis van eisen van bekwaamheid. Ook maken we met de sector afspraken over de modernisering van het Participatiefonds en Vervangingsfonds zodat goed werkgeverschap beter kan worden beloond.In de schakelpositie tussen bestuur en leraren neemt de schoolleider een steeds belangrijkere plaats in. De overheid en sector hebben dan ook de gezamenlijke ambitie om de deskundigheid van schoolleiders te versterken. Het doel is te komen tot een valide, dekkend en toegankelijk Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 215Beleidsagenda (na)scholingsaanbod, geënt op de bekwaamheidseisen. Diverse projecten worden hiertoe uitgevoerd, zoals de VO-academie voor schoolleiders. [indicator 2.a en b]1.3 Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd Naast de hierboven uitgewerkte gerichte ondersteuning van scholen, leerlingen en leraren is verantwoording en toezicht op de prestaties van scholen een cruciaal onderdeel van kwaliteitsverbetering. Hierbij is de betrokkenheid van ouders, studenten en docenten cruciaal. Onderdeel van een goede kwaliteitsborging is dan ook het versterken van de medezeg-genschap en de invoering van een wettelijk verankerde onafhankelijke klachtenvoorziening, waar dit nog niet het geval is. Maar ook het interne toezicht en de horizontale verantwoording binnen onderwijsinstellingen worden versterkt om te zorgen voor goede checks & balances rondom onderwijsbesturen.Daarnaast heeft de Inspectie van het Onderwijs een belangrijke rol in het bewaken van de onderwijskwaliteit. Aan de hand van heldere normen en referentieniveaus maken scholen en instellingen in het primair en voortgezet onderwijs hun resultaten inzichtelijk voor Inspectie, ouders en leerlingen, en weten ze hoe ze zich verhouden tot soortgelijke scholen. Naast de focus op eindresultaten letten we ook op de ontwikkeling van leerlingen. We formuleren tussendoelen en voeren de diagnostische tussentijdse toets in. Scholen worden door het programma School aan Zet uitgedaagd om hun ambities te realiseren en «opbrengstgericht» te werken. De hiervoor beschikbare middelen («prestatiebox») komen zo veel mogelijk direct bij scholen terecht, die vervolgens verantwoording afleggen over behaalde resultaten. [indicator 3.a] Wij zijn voornemens om de wettelijke kaders voor de onderwijstijd te moderniseren, zodat er ruimte komt om zo effectief mogelijk onderwijs te geven. Tenslotte zijn er op basis van regionale convenanten voortijdig schoolverlaten afspraken gemaakt met instellingen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs voor de periode 2012–2015 over het terugdringen van voortijdig schoolverlaten [indicator 3.b].Omdat het zelfcorrigerend vermogen van onderwijsbesturen niet altijd vanzelfsprekend is, wordt het financiële toezicht door de Inspectie van het Onderwijs op het basis- en voortgezet onderwijs verder geïntensiveerd. Signalen over de financiële continuïteit van onderwijsinstellingen dienen zo vroeg mogelijk te worden opgespoord. In mei 2013 is het haalbaar-heidsonderzoek naar de vorming van zelfstandige MBO Colleges in Rotterdam en omstreken afgerond. Verder is er in november 2012 een onafhankelijke commissie Macrodoelmatigheid Amarantis ingesteld. Aanleiding daarvoor was de vraag of er door de splitsing van het voormalige Amarantis nog sprake was van een goed afgestemd (macro-doelmatig) opleidingsaanbod. Het advies van de Commissie is in 2013 naar de Tweede Kamer opgestuurd. De Tweede Kamer ontvangt onze eerste reactie in het najaar van 2013. In 2014 wordt de Tweede Kamer over onze visie over de langetermijnontwikkeling van het stelsel geïnformeerd.Verder is in het wetsvoorstel Versterking kwaliteitswaarborgen hoger onderwijs een aanwijzingsbevoegdheid voor de minister geïntroduceerd voor gevallen van financieel wanbeheer in het hoger onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. In de brief Versterking Bestuurskracht Onderwijs hebben wij een verbreding van die aanwijzingsbevoegdheid Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 216Beleidsagenda voor het gehele onderwijsveld aangekondigd voor gevallen waarin de onderwijskwaliteit ernstig wordt bedreigd door nalatigheid van het schoolbestuur om de instelling op een goede manier te leiden.Risicogericht toezicht op onderwijsprestaties en financieel toezicht door de Inspectie van het Onderwijs zijn essentieel, maar niet voldoende. Het gaat ook om het «morele kompas» waarop schoolbestuurders varen bij het dienen van publieke belangen en het oog houden voor de menselijke maat.In het hoger onderwijs worden de kwaliteitswaarborgen verder versterkt. In dat kader wordt ook het accreditatiestelsel nader aangescherpt. De doelstelling is dat aan het eind van deze kabinetsperiode bij alle oplei-dingen sprake is van een versterking van externe validering van toetsing en examinering. Dat gebeurt voor de hogescholen conform de bestuur-lijke afspraken met de Vereniging Hogescholen over de uitvoering van het advies van de Commissie Bruijn. Hiertoe participeren alle hogescholen in één of meer pilots met gezamenlijke toetsing. Ook op landelijk niveau starten we een aantal hbo-brede pilots.1.4 Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeids-markt De jeugdwerkloosheid stijgt. Bestrijding van voortijdig schoolverlaten is belangrijk in de aanpak daarvan, en ook de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt heeft prioriteit. Samen met SZW hebben we een gezamenlijke Aanpak Jeugdwerkloosheid afgesproken. De aanpak van jeugdwerkloosheid is een gedeelde verantwoordelijkheid. Overheid, sociale partners, onderwijsinstellingen en de jongeren zelf: allemaal zullen we de schouders er onder moeten zetten om het tij te keren.Ook staat het aanbod van stageplaatsen onder druk. Het kabinet stelt in 2014 € 300 miljoen beschikbaar voor sectorplannen gericht op onder andere zij-instroom en begeleiding van (jonge) werknemers. Ook intensiveren we het succesvolle stage- en leerbanenoffensief van de stichting beroepsonderwijs bedrijfsleven. Onderdeel van de aanpak is het zoeken naar stages op basis van «namen en rugnummers», waarvoor we het Meldpunt Stagetekorten hebben geopend. Bij signalen over tekorten aan stages en leerbanen komen de kenniscentra in de betreffende regio in actie. Dit wordt uitgevoerd samen met de onderwijsinstellingen en gemeenten; het bedrijfsleven zal echter ook zijn maatschappelijke rol moeten pakken.Om te zorgen dat jongeren na het verlaten van hun opleiding een baan kunnen vinden wordt onder meer ingezet op goede loopbaanoriëntatie en beroepsbegeleiding op het voortgezet onderwijs en vervolgopleidingen, en op een regionaal opleidingsaanbod dat aansluit bij de regionale arbeidsmarktvraag. Daarnaast wordt er een studiebijsluiter ontwikkeld voor (aankomende) studenten in het mbo. De studiebijsluiter zal per opleiding of soortgelijke opleidingen zicht geven op relevante informatie over de opleiding waaronder het (regionaal) arbeidsmarktperspectief. Negen instellingen nemen deel aan een pilot om een eerste versie van de bijsluiter te testen. Twintig instellingen in het hoger onderwijs gaan binnenkort een studiebijsluiter publiceren. In 2014 wordt dit verder uitgerold in het mbo. In het hoger onderwijs is de studiebijsluiter vanaf mei 2014 verplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 217Beleidsagenda Ook is ten behoeve van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt het «Nationaal Techniekpact 2020» gesloten tussen onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers, studenten, de regio en de rijksoverheid. In het Techniekpact zijn afspraken gemaakt over het opleiden van meer bèta- en technisch talent en het aantrekkelijker maken van werken in de techniek. Zo kunnen we de geraamde spanning op de arbeidsmarkt voor technisch personeel verminderen en het onderwijs richten op de competenties waar het bedrijfsleven om vraagt. Het Techniekpact kent drie actielijnen: kiezen voor techniek, leren in de techniek en werken in de techniek. Voor elk van deze lijnen zijn gezamenlijke ambities geformuleerd, met daaraan gekoppeld concrete acties, waaronder:–Alle basisscholen bieden in 2020 structureel Wetenschap en Technolo-gie aan in het onderwijs door Wetenschap en Techniek te integreren in het curriculum van de PABO’s.–In het vmbo is de ambitie dat in 2015 tenminste 50% van de leerlingen in de gemengde en theoretische leerweg kiest voor een vakkenpakket met natuur- en scheikunde en dat 30% van de leerlingen in de beroepsgerichte leerweg kiest voor techniek. [indicator 4.a]–Kabinet, werkgevers en regionale overheden dragen in 2014 e.v. ieder € 100 miljoen bij aan een investeringsfonds om publiek-private samenwerking te stimuleren onder de voorwaarde dat dit bijdraagt aan een doelmatige organisatie van het opleidingsaanbod in het middelbaar beroepsonderwijs. [indicator 4.b]–Het aantal bacheloropleidingen voor techniek in het hbo wordt, mede ter vergroting van transparantie en vermindering van uitval, geredu-ceerd van 65 naar circa 25. En hogescholen stemmen het aanbod van techniekopleidingen op elkaar af. [indicator 4.c]Er is een Landelijke Regiegroep Techniekpact (LRT) opgericht om de uitvoering van de landelijke strategie en doelen en de gemaakte afspraken in het Techniekpact te bewaken en zo nodig bij te sturen. De LRT heeft als kern vertegenwoordigers uit de vijf landsdelen (de regionale Techniek-pacten). Daarnaast hebben vertegenwoordigers van de Rijksoverheid, onderwijs en sociale partners zitting.2. Studiefinanciering Het financieel mogelijk maken van studeren is een gedeelde verantwoor-delijkheid tussen de student, zijn ouders en de overheid. We zoeken steeds meer het evenwicht tussen welke kosten de student kan dragen – de private bijdrage – en wat het hem oplevert – het private profijt. In het regeerakkoord is afgesproken om de basisbeurs voor studenten in het hoger onderwijs onder te brengen in het sociaal leenstelsel vanaf 2014/2015. Daardoor zullen studenten meer aan het eigen levenson-derhoud gaan bijdragen.De middelen die vrijkomen door het sociaal leenstelsel worden geïnves-teerd in de verbetering van de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Studeren is naast een investering in de samenleving als geheel ook vooral een investering in de toekomst van de student zelf. Toegankelijkheid van het hoger onderwijs blijft gewaarborgd door de aanvullende beurs voor studenten met ouders met een lager inkomen. De terugbetaling van de lening is sociaal en geschiedt naar draagkracht.Het sociaal leenstelsel voor de masterfase wordt per 1 september 2014 ingevoerd. Ons wetsvoorstel daarvoor is in de zomer 2013 naar de Tweede Kamer verzonden. Het sociaal leenstelsel voor de bachelorfase Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 218Beleidsagenda wordt per 1 september 2015 ingevoerd. Het wetsvoorstel dat dit beoogt te regelen, wordt begin 2014 naar de Tweede Kamer verzonden. Deze fasering maakt het mogelijk dat aanstaande bachelorstudenten kunnen profiteren van de verbeteringen in het onderwijs(systeem) die zijn doorgevoerd met de wet Kwaliteit in verscheidenheid. Een voorbeeld daarvan is dat aanstaande studenten het recht krijgen op studiekeuzead-viezen voor de opleiding(en) waarvoor zij zich op uiterlijk 1 mei hebben aangemeld.3. Wetenschap (beleidsartikel 16) Langetermijnstrategie en doelstellingDoelstelling van het wetenschapsbeleid is het behoud van de kwaliteit van wetenschap en wetenschappelijk talent en het versterken van de impact van wetenschap.Kwaliteit van wetenschap is niet alleen cruciaal voor economische en maatschappelijke impact, maar ook voor het draagvlak voor en vertrouwen in de wetenschap. Wetenschappelijke kwaliteit en integriteit gaan daarbij hand in hand met creativiteit en ambitie. Veel Nederlandse onderzoekers en onderzoeksinstellingen draaien mee in de mondiale top. [indicator 5] Dat talent koesteren we en willen we vasthouden. Daarom investeren we samen met onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven gericht in economische topsectoren en in het verlengde van Horizon 2020 in de maatschappelijke vraagstukken («grand challenges»). We blijven vanzelfsprekend ook fundamenteel onderzoek stimuleren door middel van het programma Zwaartekracht waarmee toponderzoekscholen worden gefinancierd. Daarnaast hechten we ook belang aan de kennisfunctie van hogescholen. We investeren in het praktijkgericht onderzoek in het hbo.Wat gaan we doen in 2014Voor het vasthouden en aantrekken van toptalent is een inspirerend onderzoeksklimaat essentieel. Talent is immers schaars en kan overal ter wereld aan de slag. Daarom hebben we met onderzoeksinstellingen afspraken gemaakt over verdere profilering en zwaartepuntvorming. Ook zijn er afspraken gemaakt over kennisvalorisatie en economische benutting van onderzoek in producten, diensten, processen en nieuwe bedrijvigheid. Wij ondersteunen deze ambitie door via NWO middelen gericht in te zetten voor wetenschappelijk onderzoek voor economische topsectoren, oplopend tot € 275 miljoen in 2015. Het doel is dat in 2015 publieke en private partijen voor meer dan € 500 miljoen participeren in Topconsortia voor Kennis en Innovatie, waarvan minstens 40% wordt gefinancierd door het bedrijfsleven. Hierdoor versterken we de interna-tionale positie van de Nederlandse wetenschap. Zo willen we bereiken dat Nederland het hoge retour uit de Europese onderzoeksprogramma’s van 7,0% vasthoudt.Bij publiek gefinancierd onderzoek en onderzoek van het topsectoren-beleid is open access van de resultaten het uitgangspunt. Daarbij dient wel rekening te worden gehouden met eventuele (commerciële) belangen van bedrijfsleven en onderzoeker. Om te zorgen dat de functie van het RAAK-programma wordt geborgd binnen het Nederlandse kennissysteem wordt dit programma vanaf 2014 ingebed in NWO. In 2014 komen wij met een toekomstvisie op het wetenschapsbestel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 219Beleidsagenda 4. Cultuur (beleidsartikel 14) Langetermijnstrategie en doelstellingCultuur heeft een intrinsieke betekenis en artistieke, maatschappelijke en economische waarde. Het is noodzakelijk voor de vorming van onze identiteit, voor de ontplooiing van mensen en voor de ontwikkeling van creativiteit. Door ondersteuning vanuit de overheid blijft het cultuur-aanbod toegankelijk en wordt de kwaliteit gewaarborgd. Daarom zetten wij partijen ertoe aan samen te werken, en kennis uit te wisselen en (digitaal) toegankelijk te maken. Kinderen en jongeren krijgen cultuuron-derwijs en de kans hun talenten te ontwikkelen. Instellingen worden aangemoedigd kunst en cultuur met maatschappelijke thema’s te verbinden.Ondernemerschap is in de cultuursector van groot belang voor het vergroten van de inkomsten en het verbreden van het maatschappelijk draagvlak. Wij zullen, ook na de bezuinigingen, een substantiële rol blijven spelen als ondersteuner van cultuur. Dit onder meer door het onder-steunen van de culturele basisinfrastructuur, inclusief de cultuurfondsen en het stelsel voor behoud en beheer van erfgoed. Onze doelstelling is het bevorderen van een sterke, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige cultuursector en het zorgen voor ons gezamenlijke erfgoed.Wat gaan we doen in 2014De visiebrief Cultuur Beweegt van 10 juni 2013 bevat de toekomstagenda voor het cultuurbeleid en de acties die hieruit volgen. De komende jaren liggen de prioriteiten van het cultuurbeleid bij cultuuronderwijs, creatieve industrie, talentontwikkeling en digitalisering. Ten aanzien van het museale stelsel zijn in de Museumbrief Samen werken, samen sterker de volgende speerpunten geformuleerd: samenwerking tussen musea en andere partners en het behoud van kwaliteit en toegankelijkheid van de collectie. Wij nemen maatregelen om de musea te ondersteunen zodat zij hun waarde in de samenleving kunnen behouden en versterken. [indicator 6.a en b]Door maatschappelijke en digitale ontwikkelingen zijn de huidige wetsartikelen over openbare bibliotheken verouderd. Een nieuw wetsvoorstel regelt de functies van de verschillende openbare bibliotheek-organisaties, zowel fysiek als digitaal en de wijze waarop zij samen-werken. De Koninklijke Bibliotheek krijgt een centrale rol in het biblio-theekstelsel. De bibliotheekwet wordt – na advisering door de Raad van State – in het najaar van 2013 aan de Tweede Kamer aangeboden. De beoogde inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2015.5. Media (beleidsartikel 15) Langetermijnstrategie en doelstellingIn een steeds voller en gevarieerder medialandschap dienen publiek bekostigde media onderscheidend te zijn door inhoud, toegankelijkheid en kwaliteit. Juist door stimulering van onderscheidende programmering en bewust mediagebruik kunnen we onze doelstelling realiseren: een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod dat toegankelijk en betaalbaar blijft voor alle lagen van de bevolking. [indicator 7] Hiervoor dient de organisatie van de publieke omroep (landelijk en regionaal) efficiënt, doelmatig en bestuurbaar te zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 220Beleidsagenda Wat gaan we doen in 2014De publieke omroep onderscheidt zich in alle genres en op alle platforms van de commerciële omroep met een herkenbare publieke program-mering, en door de redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van commerciële bedrijfsvoering. In de Prestatieovereenkomst 2010–2015 zijn hierover afspraken gemaakt met de raad van bestuur van de publieke omroep. Het Commissariaat voor de Media ziet toe op de naleving ervan. Vanaf 2014 zullen de regionale omroepen weer bekostigd worden door OCW. Hiertoe wordt de Mediawet aangepast.Een toekomstverkenning moet duidelijkheid geven over het bestel na 2016: welke keuzes moet de publieke omroep maken om zijn maatschap-pelijke functie in de toekomst veilig te stellen? De Raad voor Cultuur voert de verkenning uit en rapporteert begin 2014.Modernisering van de publieke omroep is noodzakelijk; hij moet effici-ënter en compacter worden, en slagvaardig en flexibel kunnen opereren. Vanaf 2016 bestaat de landelijke publieke omroep daarom uit maximaal 8 organisaties. Het ledental verdwijnt als grondslag voor bekostiging, en de raad van bestuur krijgt een hoger programmabudget. Dit gaat ten koste van het garantiebudget van de afzonderlijke omroepen. Het wetsvoorstel dat dit regelt, moet op 1 januari 2014 van kracht worden.Integratie vindt ook plaats tussen de landelijke en de regionale omroep om de programmering bij beide te versterken. Hoe dit vorm krijgt, wordt onderzocht. Tot slot wordt bekeken of de publieke omroep zijn verdienca-paciteit kan vergroten, en welke wettelijke aanpassingen daartoe wellicht nodig zijn.6. Emancipatie (beleidsartikel 25) Langetermijnstrategie en doelstellingenIn 2013 is in de Hoofdlijnenbrief Emancipatiebeleid 2013–2016 vastgelegd op welke speerpunten het emancipatiebeleid zich de komende jaren gaat richten en welke maatregelen daarvoor ingezet worden. Aan het emanci-patiebeleid zijn vier speerpunten verbonden. De hieraan verbonden nieuwe maatregelen en projecten zullen in 2013 en 2014 opgestart worden. Ten eerste versterken we de economische zelfstandigheid van vrouwen, ook in tijden van economisch crisis. Wij willen mannen én vrouwen hun talenten laten benutten. Relevante thema’s hierbij zijn onder andere «ongelijkheid mannen en vrouwen bij verdeling arbeid en zorg, mede in het licht van alimentatierecht», «gelijk loon» en «mantelzorg».Ten tweede versterkt de overheid de sociale veiligheid van vrouwen, meisjes en LHBT’s1. Het emancipatiebeleid richt zich onder andere op preventie van intergenerationeel geweld, en het bespreekbaar maken en de sociale acceptatie van LHBT’s in migrantengemeenschappen, en deskundigheidsbevordering in het onderwijs. [indicator 8]Ten derde richt het emancipatiebeleid zich op de verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs. Relevant zijn daarbij onder andere de opleidingskeuze van allochtone jongens en de keuze van meisjes voor bèta- en techniekopleidingen.1Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgendersTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 221Beleidsagenda En ten vierde zetten we in op samenwerking en krachtenbundeling binnen en buiten Europa. Een actieve internationale inzet is noodzakelijk, gezien aanhoudend verzet van een groot aantal landen tegen erkenning van mensenrechten van LHBT’s en vrouwen waarbij zij zich beroepen op orthodox-religieuze-, familie- en traditionele waarden.7. Caribisch Nederland Langetermijnstrategie en doelstellingenDe doelstelling voor Caribisch Nederland is vastgelegd in de Onderwijs-agenda die in 2011 is ondertekend. Daarin is opgenomen dat «in 2016 de onderwijskwaliteit van de scholen in Caribisch Nederland op een naar Nederlandse en Caribische maatstaven aanvaardbaar niveau is.» Concreet betekent dit dat per 1 januari 2016 het onderwijs in Caribisch Nederland voldoet aan de eisen van basiskwaliteit.In 2014 zetten we de uitvoering van de verbeteracties in de Onderwijs-agenda voort. Begin 2014 wordt op basis van de themarapportage van de Inspectie van het Onderwijs over Caribisch Nederland bezien of de ambitie nog op alle onderdelen haalbaar is, of dat bijstellingen nodig zijn, hetzij in de vorm van bijstelling van de ambitie op onderdelen, hetzij in de vorm van extra maatregelen.8. Financiële paragraaf Nadere financiële informatie is opgenomen na het algemene deel van het verdiepingshoofdstuk. Hierin is conform de mondelinge toezegging in het wetgevingsoverleg over de jaarverantwoording 2012 een overzicht van de maatregelen uit het regeerakkoord Rutte I, het Lenteakkoord en afspraken van Rutte II opgenomen alsmede een overzicht van de stand van zaken over het invullen van de ombuigingen.9. Indicatoren en streefwaarden De ambities die we formuleren in de onderstaande indicatoren en streefwaarden dragen in belangrijke mate bij aan ons doel om de prestaties tot een niveau te brengen waarmee we tot de internationale top 5 kunnen gaan behoren. Nederland scoort vaak boven het internationaal gemiddelde, maar kan door een versterking van de kwaliteit nog een stap verder zetten richting de top 5. In de publicatie Trends in Beeld wordt de Nederlandse positie nauwlettend in de gaten gehouden op basis van een samenhangende set indicatoren die internationaal vergelijkbaar zijn.Doelstelling/IndicatorSectorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)Art. nr.1De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhooga)Gemiddelde score/eindcijfer omhoog•CITO eindtoets omhoogpo535,5 (2012)Niet benoemd537 (2015)1•Gemiddeld eindcijfer (Centraal examen) omhoogvo3оNederlands(2010)(2015)ËVMBO gt6,66,76,8ËHAVO6,06,16,2ËVWO6,16,26,3Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 222Beleidsagenda Doelstelling/IndicatorSectorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)Art. nr.оEngelsËVMBO gt6,36,46,5ËHAVO6,16,26,3ËVWO6,46,56,6оWiskundeËVMBO gt6,16,26,3ËHAVO6,26,36,4ËVWO6,36,46,5b)Excellente leerlingen•De grensscore voor de beste 20% van de leerlingen stijgt naar 545 in 2015po544/545 (2011)Niet benoemd545/546 (2015)1•Stijging van het gemiddeld eindcijfer van de 20% best presterende vwo leerlingenvo7,6 (2010)7,77,8 (2015)3c)Studiesucces•mbo: Percentage mbo-deelnemers per niveau dat met diploma de instelling verlaat, jaarresultaat per niveaumbo(2008)(2015)4Niveau 1: 66%Niveau 1: 70%Niveau 2: 62%Niveau 2: 70%Niveau 3: 63%Niveau 3: 70%Niveau 4: 65%Niveau 4: 70%Totaal: 64%Totaal: 68%Totaal: 70%•ho:оBachelor studiesucces (n+1) herin-schrijvers na het eerste jaarho(2011)6/7hbo: 65,7%hbo: 66%wo: 60,9%wo: 61%оStudententevre-denheidhbo: 65,6%wo: 80,1%hbo: 67,6%wo: 81,9%2Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaata)Aandeel lessen dat gegeven wordt door gekwalificeerde docentenvo83,5% (2011)84%85% (2016)3b)Docentenkwaliteit hbo: 80% van de hbo-docenten is master of Phd-opgeleid in 2016ho66,2% (2011)66,2%80% (2016)6/73Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd: verantwoording en toezicht op de prestaties van scholena)Percentage opbrengstgerichte scholen•In het po van 30% naar 60% in 2015 en naar 90% in 2018po35%(2010/11)Niet benoemd60% (2015)90% (2018)1•In het vo naar minstens 50% in 2015vo25%(2011/12)50% (2015)90% (2018)3•In het (v)so, de wet treedt 1.8.2013 in werking, kan nog niet worden gemeten(v)soPMPM50% (2015)75% (2018)1 en 3b)Prestatieafspraken over het terugdringen van voortijdig schoolverlatenvo/mbo41.800 (2009)30.00025.000 (2016)3 en 44Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarktTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 223Beleidsagenda Doelstelling/IndicatorSectorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)Art. nr.a)Percentage leerlingen in de beroepsgerichte leerweg van het vmbo dat kiest voor techniekvo23% (2012)Niet benoemd30% (2015)3b)Aandeel mbo-studenten techniekmbo28% (2011)29%30% (2016)4c)Aandeel afgestudeerden bètatechniek incl. snijvlakop-leidingenho(2012)(2016)6/7hbo: 18%hbo: 18%hbo: 19%wo: 21%wo: 21%wo: 22%5Behoud van kwaliteit wetenschap en wetenschappelijk talent en versterken impact wetenschapMondiale top-5 positie op basis van citatiescoresowb3 (2008–2011) 1,44≤5≤5166Een sterke cultuursector, die ondernemend en innovatief is en goed zorgt voor ons erfgoeda)Eigen inkomstencultuur14•Percentage cultuurpro-ducerende instellingen in de BIS (musea en presentatie-instellingen beeldende kunst) dat voldoet aan de eigen inkomstennorm van minimaal 21,5%76% (2010–2011)75%100% (2016)•Percentage podium-kunstinstelling en filmfestivals in de BIS dat voldoet aan de eigen inkomstennorm van minimaal 25,5%69% (2010–2011)75%100% (2016)b)Aantal bezoekencultuur14•Aantal bezoeken gesubsidieerde podiumkunsten (inclusief buitenland) voor 20142,6 miljoen (2009)2,5 miljoen•Aantal bezoekers gesubsidieerde musea5,7 miljoen (2009)6 miljoen7Een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle lagen van de bevolkingDe uitzendingen van de publieke omroep onder-scheiden zich van die van de commerciële omroepen door een blijvend hogere kwalita-tieve waardering door de Nederlandse bevolkingmedia7,1 (2010)77 (2015)158Het bevorderen van emancipatieSociale acceptatie homoseksu-aliteit onder de bevolkingemanci-patie90% (2010)≥90%≥90%25In onderstaand figuur wordt de voortgang op alle streefdoelen in samenhang weergegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 224Beleidsagenda Voor meer informatie en indicatoren: Trends in Beeld 2013 Monitor streefdoelen onderwijs. Beleidsagenda begroting 2014po: gemiddelde score cito eindtoetspo: grensscore voor de beste 20% van de leerlingenvo: gemiddeld eindcijfer van de 20%best presterende vwo leerlingenmbo: jaarlijks gediplomeerde uitstroomho: master- of Phd-opgeleidehbo-docentenpo: % opbrengstgerichte scholenvo: % opbrengstgerichte scholenvo/mbo: reductie voortijdig schoolverlatenvo: % leerlingen in de beroepsgerichteleerweg van het vmbo dat kiestvoor techniekmbo: aandeel mbo-studenten techniekhbo: aandeel (gediplomeerde)afgestudeerden betatechniekwo: aandeel (gediplomeerde)afgestudeerden betatechniekRealisatiewaardeAmbitie (2015/2016)vo: aandeel lessen dat gegeven wordtdoor gekwalificeerde docentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 225Beleidsagenda Aansluiting ontwerpbegroting 2013 naar 2014Deze financiële paragraaf presenteert conform de rijksbegrotingsvoor-schriften de belangrijkste budgettaire veranderingen op de OCW-begroting, zowel voor de uitgaven (tabel 1) als de ontvangsten (tabel 2).Tabel 1 Bijstellingen t.o.v. geautoriseerde uitgavenbegroting 2013 (bedragen x € 1 miljoen)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 201434.505,234.798,934.236,333.665,933.645,833.459,3Stand geautoriseerde begroting 201334.352,634.565,034.538,034.615,434.861,534.797,3Totaal verschil152,5233,9– 301,7– 949,5– 1.215,7– 1.338,1Regeerakkoord Rutte II0,0111,0– 189,0– 677,0– 931,0– 1.042,0Leerlingen- en studentenontwikkeling60,0– 11,1– 100,4– 119,5– 125,3– 130,0Ramingsbijstelling studiefinanciering– 70,9– 138,1– 121,0– 119,5– 89,8– 82,8Meeropbrengsten schoolboeken en maatschappelijke stages0,00,0– 243,0– 7,0– 2,0– 2,0Ramingsbijstellingen onderwijs centraliseren0,0161,1478,0267,9245,1244,6Aanvullend pakket: departementale bijdrage0,0– 66,2– 66,2– 66,2– 66,2– 66,2Aanvullend pakket: ramingsbijstellingen onderwijs0,0– 84,9– 401,8– 191,7– 168,9– 168,4Eindejaarsmarge227,10,00,00,00,00,0Intertemporele compensatie– 57,1– 96,734,925,62,09,5Digitale collectie Nationaal Archief3,011,813,20,00,00,0Totaal bijstellingen162,0– 113,1– 595,3– 887,4– 1.136,1– 1.237,3Technische bijstellingen:Loonbijstelling41,441,341,241,141,441,1Indexering wsf, wtos en lesgelden0,018,517,917,617,417,5Niet-kader relevant– 36,9150,8103,0– 264,6– 279,8– 302,4Overige technische bijstellingen– 14,0136,5131,6143,9141,4143,0Totaal technische bijstellingen– 9,5347,0293,7– 62,1– 79,6– 100,8Totaal verschil152,5233,9– 301,7– 949,5– 1.215,7– 1.338,1Tabel 2 Bijstellingen t.o.v. geautoriseerde ontvangstenbegroting 2013 (bedragen x € 1 miljoen)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20141.159,31.232,11.263,11.330,81.388,41.461,6Stand geautoriseerde begroting 20131.190,51.251,21.296,21.356,21.402,81.474,1Totaal verschil– 31,2– 19,1– 33,1– 25,4– 14,4– 12,5Leerlingen- en studentenontwikkeling– 2,9– 3,2– 0,58,214,316,1Ramingsbijstelling studiefinanciering19,915,014,113,813,713,7Intertemporele compensatie– 10,010,00,00,00,00,0Rentemutatie studiefinanciering– 47,3– 49,9– 53,4– 55,3– 51,9– 53,5Totaal bijstellingen– 40,3– 28,1– 39,8– 33,3– 23,9– 23,7Technische bijstellingen:Niet-kader relevant– 2,3– 1,00,41,93,55,1Overige technische bijstellingen11,410,06,36,06,06,0Totaal technische bijstelling9,19,06,77,99,511,1Totaal verschil – 31,2– 19,1– 33,1– 25,4– 14,4– 12,5Toelichting:Regeerakkoord Rutte IIDit betreft alleen de maatregelen uit het Regeerakkoord Rutte II die zijn verwerkt in de OCW-begroting 2014. Een deel van de maatregelen is al verwerkt in de OCW-begroting 2013 (via een nota van wijziging en Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 226 Beleidsagenda amendement op de begroting 2013). Daarnaast staat een deel van de intensiveringen nog op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën. Tabel 3 geeft de ombuigingen en intensiveringen weer (inclusief groen onderwijs) die zijn verwerkt in de begroting 2014.Tabel 3 Ombuigingen en intensiveringen Rutte II – verwerkt in begroting 2014 (bedragen x € 1 miljoen)MaatregelArtikel20142015201620172018Ombuigingen:A1 Rijksoverheid (incl. ZBO’s)diverse00– 24– 54– 67D17 Schrappen subsidiesdiverse– 100– 200– 200– 200– 200D19 Leerwegondersteunend onderwijs30– 15– 50– 50– 50D20 Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages300– 50– 55– 55D21 Afschaffen gratis schoolboeken30– 85– 275– 275– 275D22 Minder opleidingen en macrodoelmatigheid mbo4000– 60– 80D23 Samenvoegen kenniscentra mbo40– 40– 80– 80– 80D24 Minder opleidingen hoger onderwijs (inclusief kunstopleidingen)6, 700– 70– 90– 110D25 Verminderen overhead in het hoger onderwijs6, 7– 15– 33– 50– 65– 65D26 Sociaal leenstelsel basisbeurs bachelor/masterfase hbo/wo met cohortgarantie11– 7– 19– 21– 50– 70D27 OV Kaart -> kortingskaart (incl. mbo 18-)1100– 5– 45– 75D28 Effect vereenvoudiging Wet studeren is investeren111– 9– 14– 19– 28F64 Hervorming kindregelingen120– 20– 20– 20– 19G81 Beperken subsidies bedrijfslevenbeleid en topsec-toren16– 2– 2– 2– 2– 2I92 Publieke omroep1500– 50– 100– 100Totaal ombuigingen– 123– 423– 911– 1.165– 1.276Intensiveringen:D32 Intensivering onderzoek6, 162525252525G81 Subsidies bedrijven (wv subsidieregeling)4209209209209209Totaal intensiveringen234234234234234Toelichting ombuigingen en intensiveringen:• A1 RijksoverheidDe taakstelling op de Rijksoverheid is binnen OCW verdeeld. In artikel 95 Apparaatskosten en het algemeen deel van het verdiepingshoofdstuk wordt dit verder toegelicht.• D17 Schrappen subsidiesOp 30 mei 2013 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop de subsidietaakstelling is ingevuld door middel van de brief Subsidie-beleid Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Zie het algemeen deel van het verdiepingshoofdstuk voor de verdeling over de beleidsartikelen.• D19 Leerwegondersteunend onderwijsDoor het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) onder te brengen in passend onderwijs wordt het mogelijk de ondersteuning efficiënter te organiseren. Het budget voor lwoo- en pro-leerlingen in de klas wordt ontzien. De Tweede Kamer is hierover door middel van de Hoofdlijnenbrief leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en het praktijkonderwijs (pro) van 5 april 2013 geïnformeerd. Deze brief is begin juli 2013 in de Tweede Kamer besproken.• D20 Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stagesHet wetsvoorstel «Afschaffen wettelijke verplichte maatschappelijke stages» is naar de Raad van State verzonden. In het wetsvoorstel komt de wettelijke verplichting te vervallen. Daarvoor in de plaats wordt geregeld Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 227 Beleidsagenda dat scholen de maatschappelijke stage als facultatief programmaon-derdeel kunnen aanbieden.• D21 Afschaffen gratis schoolboekenHet wetsvoorstel «Afschaffen gratis schoolboeken» regelt de afschaffing van de gratis schoolboeken en daarmee de besparing van € 185,0 miljoen. Het wetsvoorstel is naar de Raad van State verzonden. De verwachting is dat het wetsvoorstel na het reces van 2013 in de Tweede Kamer ligt.• D22 Minder opleidingen en macrodoelmatigheid mboIn de kamerbrief Macrodoelmatigheid in het mbo is beschreven hoe de minister een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en een minder versnipperd opleidingsaanbod wil realiseren.• D23 Samenvoegen kenniscentra mboHet wetsvoorstel «Heroriëntatie taken kenniscentra» is in voorbereiding.• D24 Minder opleidingen hoger onderwijs (inclusief kunstopleidingen)Er wordt ingezet op een versterkt beleidsrijk traject gericht op uitvoering van prestatie- en profileringafspraken en sectorale herordening van het opleidingenaanbod. Verder wordt het aantal plaatsen aan de kunstoplei-dingen via scherpe selectie gereduceerd. De taakstelling is via een korting op de rijksbijdrage van de hogescholen en universiteiten gerealiseerd.• D25 Verminderen overhead in het hoger onderwijsDe taakstelling is via een korting op de rijksbijdrage van de hogescholen en universiteiten (inclusief academische ziekenhuizen) gerealiseerd.• D26 Sociaal leenstelsel basisbeurs bachelor/masterfase hbo/wo met cohortgarantieHet wetsvoorstel Wet sociaal leenstelsel masterfase is aan de Tweede Kamer gestuurd. Het sociaal leenstelsel voor de bachelorfase wordt een jaar later ingevoerd. De budgettaire effecten hiervan zijn op de OCW-begroting verwerkt. De planning is om het wetsvoorstel voor de bachelorfase begin 2014 aan de Tweede Kamer te sturen.• D27 OV Kaart -> kortingskaart (incl. mbo 18-)Het wetsvoorstel zal in 2014 aan de Tweede Kamer worden gestuurd.• D28 Effect vereenvoudiging Wet studeren is investerenDit is meegenomen in het wetsvoorstel sociaal leenstelsel voor de masterfase hbo/wo dat aan de Tweede Kamer is gestuurd (zie ook D26).• F64 Hervorming kindregelingenDeze ombuiging valt onder het ministerie van Sociale Zaken en Werkgele-genheid (SZW). Het wetsvoorstel van SZW over de hervorming van de kindregelingen is naar de Raad van State verzonden. Het wetsvoorstel leidt bij OCW tot een vrijval bij onder andere de WTOS van € 19,0 miljoen.• G81 Beperken subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectorenHet betreft hier een korting van € 2,0 miljoen op de in 2012 ingezette structurele verhoging van het budget voor de Technologiestichting STW met € 10,0 miljoen ten behoeve van de versterking van de succesvolle aanpak van valorisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 228Beleidsagenda • I92 Publieke omroepVanaf 2016 zal de rijksmediabijdrage verlaagd worden met € 50,0 miljoen en vanaf 2017 structureel verlaagd met € 100,0 miljoen. Deze bezuiniging zal onder andere worden ingevuld door een bezuiniging op het budget regionale omroepen, het opheffen van het Mediafonds, het opheffen van de levensbeschouwelijke omroepen, en het verlagen van het budget voor de landelijke publieke omroep. Er wordt een Toekomstverkenning uitgevoerd om zicht te krijgen op de wijze waarop de publieke omroep zijn maatschappelijke functie in de toekomst het beste kan vervullen, gezien de snelle veranderingen in het medialandschap en deze nieuwe financiële realiteit.• D32 Intensivering onderzoekOp 11 februari 2013 is de Tweede Kamer door middel van de brief De kenniseconomie in zicht geïnformeerd dat deze intensivering via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wordt geïnvesteerd in onderzoek. Van deze middelen wordt een deel ingezet voor praktijkgericht onderzoek in het hoger beroepsonderwijs (€ 3,0 miljoen).• G81 Subsidies bedrijvenIn de brief aan de Tweede Kamer Omzetting van de afdrachtvermindering onderwijs in een subsidieregeling is uiteengezet hoe en waarom de afdrachtvermindering onderwijs per 1 januari 2014 wordt omgezet in een subsidieregeling op de begroting van OCW. De regeling wordt in september aan de Tweede Kamer gezonden. Uiterlijk 1 november 2013 wordt de regeling gepubliceerd in de Staatscourant.Leerlingen- en studentenontwikkelingIn de begroting is, zoals gebruikelijk, de actuele raming van de leerlingen- en studentenaantallen verwerkt. De referentieraming 2013 wijst uit dat in het primair onderwijs en het hoger onderwijs het aantal leerlingen en studenten per saldo lager is dan in de referentieraming 2012. In het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is het aantal leerlingen en studenten per saldo hoger. Dit wordt veroorzaakt door demografische ontwikkelingen en nieuwe tel- en stroomgegevens 2012. Zie het algemeen deel van het verdiepingshoofdstuk voor de budgettaire bijstelling per onderwijssector.Ramingsbijstelling studiefinancieringDe raming voor studiefinanciering laat een meevaller zien. De meevaller komt voornamelijk door de doorwerking van de realisatiecijfers 2012.Meeropbrengsten schoolboeken en maatschappelijke stagesDe Regeerakkoord maatregelen D20: «Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages» en D21: «Afschaffen gratis schoolboeken», kennen incidentele meeropbrengsten in 2015. Deze komen voort uit de reguliere bekostigingssystematiek waardoor incidenteel meer geld vrijvalt.Ramingsbijstellingen onderwijs centraliserenDe meevallers als gevolg van de referentieraming leerlingen- en studen-tenaantallen 2013 en de raming voor studiefinanciering worden, samen met de incidentele meeropbrengsten bij de Regeerakkoord maatregelen «Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages» en «Afschaffen gratis schoolboeken», centraal geboekt op het artikel Nominaal & onvoorzien. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 229Beleidsagenda Godsdienstonderwijs en humanistische vorming (€ 10 miljoen structureel vanaf 2014) en de departementale bijdrage van OCW in het aanvullend pakket (€ 66,2 miljoen structureel vanaf 2014). Het restant wordt overge-boekt naar de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën (zie ook de toelichting bij «aanvullend pakket: ramingsbijstellingen onderwijs».)Aanvullend pakket: departementale bijdrageDe departementale bijdrage van OCW in het aanvullend pakket van € 6,0 miljard bedraagt € 66,2 miljoen structureel vanaf 2014.Aanvullend pakket: ramingsbijstellingen onderwijsHet restant van de ramingsbijstellingen onderwijs wordt overgeheveld naar de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën. Daar wordt het als een structurele reeks van € 204 miljoen vanaf 2014 gereserveerd voor de kwaliteit van het onderwijs in het kader van het Nationaal Onderwijs Akkoord (NOA).EindejaarsmargeDe budgetten die in 2012 niet volledig tot besteding zijn gekomen, zijn in 2013 aan de OCW-begroting toegevoegd. De eindejaarsmarge is ingezet ter dekking van overlopende verplichtingen uit 2012 en de wettelijk verplichte prijsbijstelling voor 2013.Intertemporele compensatieOp diverse budgetten vinden intertemporele compensaties plaats omdat middelen in latere (of eerdere) jaren benodigd zijn.Digitale collectie Nationaal ArchiefDoor de digitalisering van de informatiehuishouding van het rijk staat het Nationaal Archief de komende jaren voor een substantiële taakverzwaring. Dit wordt tot en met 2015 grotendeels gedekt.Rentemutatie studiefinanciering (ontvangsten)De raming voor studiefinanciering laat lagere renteontvangsten zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2013 verwerkte raming van het voorjaar 2012. Zowel de spontane ontvangsten als de termijnontvangsten worden lager geraamd.Toelichting technische bijstellingen:LoonbijstellingDe loonbijstelling tranche 2013 is uitgekeerd aan de departementen. Het betreft alleen een vergoeding voor de ontwikkeling in de sociale werkge-verslasten.Indexering wsf, wtos en lesgeldenDit betreft de uitdeling van de wettelijk verplichte indexering van de wet studiefinanciering (wsf), de wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (wtos) en de lesgelden tranche 2013 (vanaf het jaar 2014).Niet-kader relevantDe niet-kader relevante uitgaven worden naar beneden bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt door de niet-kader relevante effecten van de ombui-gingen uit het Regeerakkoord Rutte II, de referentieraming 2013 en de bijstelling van de raming studiefinanciering 2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 230Beleidsagenda Overige technische bijstellingenHet betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten en overboekingen van en naar andere departementen. Zoals opgenomen in het Regeerak-koord Rutte II is een bedrag van € 142,0 miljoen structureel vanaf 2014 overgeboekt van het Provinciefonds naar de begroting van OCW voor het centraliseren van het budget voor regionale omroepen.Meerjarenplan BeleidsdoorlichtingenTabel planning BeleidsdoorlichtingenArtikel / Doelstelling2012201320142015201620172018Nieuwe ambities en beleidsdoelen1. Primair onderwijs Brede scholen√1, 3, 4, 6, 7, 11 en 12. OnderwijsPrestaties van leerlingen en studenten omhoog√1 Scholen en instellingen met een ambitieus leerklimaat√Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk√Doelmatigheid en focus op het onderwijs√1 9. Arbeidsmarkt- en PersoneelsbeleidGoed opgeleide en professionele leraren, docenten en schoolleiders√1 14. CultuurEen sterke cultuursector die ondernemend en innovatief is en goed zorgt voor ons erfgoed√2 15. MediaHet waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod√25. EmancipatieHet bevorderen van emancipatie√Afgeronde en eerder toegezegde beleidsdoorlichtingen16. Onderzoek- en WetenschapsbeleidGeen beleids-doorlichting3 Behoud van kwaliteit wetenschap, wetenschappelijk talent en versterken impact wetenschap8. Internationaal beleidGeen beleidsdoorlichting4 9. Arbeidsmarkt- en PersoneelsbeleidActieplan LeerKracht√13. LesgeldGeen beleidsdoorlichting51 Deze doorlichtingen starten conform eerdere planning in 2014, maar zullen in 2015 worden afgerond zodat de resultaten van meerdere effect-studies die in 2015 beschikbaar komen in de doorlichtingen meegenomen worden.2 Deze doorlichting start conform eerdere planning in 2014, maar zal in 2015 worden afgerond zodat de resultaten kunnen worden meegenomen in de voorbereidingen van de nieuwe BIS-periode.3 Voor artikel 16 Onderzoek-Wetenschapsbeleid: Er is besloten tot een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) voor het beleidsterrein weten-schap. Dit onderzoek gaat in september van start en wordt naar verwachting in het voorjaar van2014 afgerond. Hiermee is een separate beleids-doorlichting komen te vervallen, deze wordt immers verwerkt in het IBO.4 Voor artikel 8 Internationaal beleid is geen beleidsdoorlichting gepland, omdat artikel 8 een restartikel is en geen beleidsartikel. Internationaal beleid draagt bij aan de beleidsdoelstellingen op andere artikelen. Er worden op onderdelen van dit artikel wel evaluaties uitgevoerd, die inzicht geven in de effectiviteit van het beleid.5 Het doel van het heffen van lesgeld is het genereren van inkomsten voor de financiering van het onderwijs. Dit is een financieel doel. Omdat het hier geen beleidsmatig doel betreft, ligt een beleidsdoorlichting niet in rede.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 231 Beleidsagenda BelastinguitgavenTabel belastinguitgaven2012201320142015201620172018LoonbelastingAfdrachtvermindering onderwijs382383–––––InkomstenbelastingVrijstelling voorwerpen van kunst en weten-schap forfaitair rendement5566666Vrijstelling cultureel beleggen forfaitair rendement1––––––Aftrek kosten monumentenwoning64626262626262Heffingskorting cultureel beleggen1––––––Omzetbelasting verlaagd tariefBoeken, tijdschriften, week- en dagbladen463515515515515515515Bibliotheken (verhuur boeken), musea e.d.111124125127128130132Circussen, bioscopen, theaters en concerten125180185189194199204Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 232 Beleidsagenda 3. DE BELEIDSARTIKELEN 1. PRIMAIR ONDERWIJS Het primair onderwijs zorgt dat leerlingen in de eerste fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolgonderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. Het legt bovendien de basis voor de huidige en toekomstige deelname van deze leerlingen aan de samenleving.De minister is verantwoordelijk voor een primair onderwijsstelsel dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.Financieren: De minister is verantwoordelijk voor de financiering van het onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.Stimuleren: De minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.Regisseren: De minister vult haar verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.Indicatoren voor het primair onderwijsstelsel worden beschreven in Trends in Beeld 2013 en in het Onderwijsverslag 2011–2012.Tabel 1.1 IndicatorenDoelstelling/ IndicatorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)1De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhooga)Gemiddelde score/eindcijfer omhoog•CITO eindtoets omhoog535,5 (2012)Niet benoemd537 (2015)b)Excellente leerlingen•De grensscore voor de beste 20% van de leerlingen stijgt naar 545 in 2015544/545 (2011)Niet benoemd545/546 (2015)2Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd: verantwoording en toezicht op de prestaties van scholena)Percentage opbrengstgerichte scholen•In het po van 30% naar 60% in 2015 en naar 90% in 201835% (2010/11)Niet benoemd60% (2015)90% (2018)•In het (v)so, de wet treedt 1.8.2014 in werking, kan nog niet worden gemeten(Nog) niet benoemd(Nog) niet benoemd(Nog) niet benoemdArtikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 233 De beleidsartikelen Tabel 1.2 Leerlingen primair onderwijs (aantallen x 1.000)2012201320142015201620172018Leerlingen basisonderwijs–geen gewicht1.322,71.313,41.300,81.284,41.268,61.257,41.249,6–0,396,989,584,981,378,977,476,4–1,278,372,870,267,765,663,962,7Subtotaal1 1.497,91.475,81.455,91.433,41.413,11.398,71.388,7Leerlingen trekkende bevolking0,40,40,40,40,40,40,4Totaal1.498,31.476,21.456,31.433,81.413,51.399,11.389,1Leerlingen in het speciaal basisonderwijs39,938,136,735,634,934,634,4Leerlingen het (voortgezet) speciaal onderwijs70,770,971,571,871,771,571,0Ambulant begeleide leerlingen (bao, sbao, vo en mbo)39,842,342,342,342,342,342,31 Subtotaal geeft een kleine afwijking door het afronden van de aantallen.Bron 2012: DUO LeerlingtellingenBron 2013 t/m 2018: Referentieraming 2013Tabel 1.3 Uitgaven per leerling, excl. uitvoeringskosten (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Primair onderwijs1 6,06,16,16,16,16,16,1Hoofdbekostiging2 5,75,85,85,85,85,85,8Exclusief ondersteuningsmiddelen3 4,74,84,74,74,74,74,71 De totale uitgaven uit tabel 1.3, exclusief de bijdragen aan baten/lastenagentschappen en ZBO/RWT’s, gedeeld door het aantal leerlingen op primair onderwijs 1 oktober.2 De bekostiging uit tabel 1.3, gedeeld door het aantal leerlingen op primair onderwijs 1 oktober.3 Exclusief ondersteuningsmiddelen: de bekostiging uit tabel 1.3 minus de ondersteuningsmiddelen, gedeeld door het aantal leerlingen op primair onderwijs 1 oktober.Aantal leerlingen 2012 gebaseerd op de DUO LeerlingtellingenAantal leerlingen 2013 t/m 2018 gebaseerd op de Referentieraming 2013Op 1 augustus 2014 wordt «passend onderwijs» ingevoerd. Vanaf dat moment worden de samenwerkingsverbanden «passend onderwijs» verantwoordelijk voor het beleid voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben (vast te leggen in een ondersteuningsplan), de verdeling van de bijbehorende middelen en de toelaatbaarheid tot het sbao en het so. Scholen krijgen een zorgplicht voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 234 De beleidsartikelen (artikel 1) Tabel 1.4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (Bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen9.752.0709.756.1419.554.0789.445.8129.274.9309.226.5099.178.491Waarvan garantieverplichtingen48.85010.705Totale uitgaven9.746.6729.746.6529.555.2949.447.0299.276.1479.227.7269.179.708Waarvan juridisch verplicht (%)99,70%Bekostiging9.234.7079.199.5729.029.2148.925.3248.761.9538.713.5478.665.530•Hoofdbekostiging9.013.3888.994.4048.852.2998.756.4928.761.9538.713.5478.665.530–Bekostiging Primair Onderwijs9.001.4398.981.5208.839.3638.743.5378.749.4478.701.0418.653.024–Bekostiging Caribisch Nederland11.94912.88412.93612.95512.50612.50612.506•Prestatiebox134.970167.100157.400157.400000•Aanvullende bekostiging86.34938.06819.51511.432000–Conciërgeregeling21.83019.51519.51511.432000–Subsidieregeling passend onderwijs37.913000000–Onderwijstijdverlenging14.1067.05300000–Overig12.50011.50000000Subsidies121.511125.827102.648101.61096.41696.86397.072–Regeling Onderwijsvoorziening jonggehandicapten22.50023.86223.86223.86223.86223.86223.862–Nederlands onderwijs buitenland17.50717.44910.05510.05510.05510.05510.055–Herstart en Op de Rails18.74719.16219.16219.16219.16219.16219.162–Basis voor Presteren (School aan Zet en Bèta Techniek)18.56917.83611.3058.992000–Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs9.99610.00010.00010.00010.00010.00010.000–Overig34.19237.51828.26429.53933.33733.78433.993Opdrachten16.69718.93813.94512.18112.23112.24212.242Bijdragen aan agentschappen33.65432.70329.40728.10226.09426.06726.067–Dienst Uitvoering Onderwijs33.65432.70329.40728.10226.09426.06726.067Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s9.1168.6258.1937.9257.5667.1206.910–Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds6.6746.4165.9845.7165.3584.9124.702–UWV2.4422.2092.2092.2092.2082.2082.208Bijdragen aan medeoverheden330.987360.987360.987360.987360.987360.987360.987–Gemeentelijk onderwijsachterstan-denbeleid260.987260.987260.987260.987260.987260.987260.987–Bestuursafspraken G3770.00095.00095.00095.00095.00095.00095.000–Ondersteuning niet G3705.0005.0005.0005.0005.0005.000Bijdragen aan begrotingsfondsen/sociale fondsen0010.90010.90010.90010.90010.900–Brede Scholen0010.90010.90010.90010.90010.900Ontvangsten52.3851.6611.6611.6611.6611.6611.661BekostigingHet Rijk verstrekt schoolbesturen lumpsumbekosting voor de personele en de materiële kosten die scholen maken. De lumpsumbekostiging is voornamelijk gebaseerd op het aantal leerlingen, de gemiddelde leeftijd van leraren en het aantal groepen. Daarnaast wordt in de bekostiging rekening gehouden met groei en grootte van de school (kleinescholen-toeslag en directietoeslag). Met de groeibekostiging is circa € 50 miljoen gemoeid, met de kleinescholentoeslag circa € 100 miljoen en met de Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 235 De beleidsartikelen (artikel 1) directietoeslagen circa € 200 miljoen. Tot slot wordt in de bekostiging rekening gehouden met een beperkt aantal specifieke kenmerken van leerlingen, met name voor «onderwijsachterstandenbeleid». Met het «onderwijsachterstandenbeleid» (zowel «gewichten» als «impuls») is circa € 380 miljoen gemoeid.Het (voortgezet) speciaal onderwijs ontvangt naast de basisbekostiging tevens ondersteuningsmiddelen per leerling. In de onderstaande tabel zijn de ondersteuningsmiddelen opgenomen die naast de basisbekostiging tevens beschikbaar zijn voor lichte en zware ondersteuning. In de bedragen in de tabel zijn ook ondersteuningsmiddelen opgenomen die via andere instrumenten worden verstrekt.Lichte ondersteuning betreft voornamelijk de ondersteuningsmiddelen voor het speciaal basisonderwijs (sbao). De middelen voor zware ondersteuning zijn onder te verdelen in middelen voor leerlinggebonden financiering zowel voor het primair als het voortgezet onderwijs en ondersteuningsmiddelen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). De leerlinggebonden financiering wordt per 1 augustus 2014 afgeschaft. In het kader van het «passend onderwijs» besluiten uiteindelijk de samenwerkingsverbanden (clusters 3 en 4) over de plaatsing van leeringen op het (v)so.De onderstaande tabel laat een voorlopige verdeling zien van de ondersteuningsmiddelen in de structurele situatie (vanaf 2016). In 2014 en 2015 zijn voor de samenwerkingsbanden nog extra middelen nodig. In 2014 omdat tot 1 augustus nog sprake is van de huidige systematiek en in 2015 van een overgangsjaar. De daling in de begroting van de ondersteu-ningskosten wordt veroorzaakt door inzet taakstellingen (subsidie en LWOO/PRO).Tabel 1.5 Ondersteuningsmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)20142015201620172018Lichte ondersteuning- voornamelijk Sbao360360350350350Clusters 1 en 2230230230230230Samenwerkingsverbanden primair onderwijs535520510510510Samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs1 545535520520520Totaal ondersteuningsmiddelen artikel 12 , 3 1.6701.6451.6101.6101.6101 Samenwerkingsbanden VO is inclusief een gedeelte dat rechtstreeks naar de WEC scholen gaat onder andere bestemd voor onderwijs in gesloten jeugdzorg en justitiële inrichtingen en betreft alleen de middelen die op artikel 1 staan.2 De verdeling van de middelen tussen de samenwerkignsverbanden primair en voortgezet onderwijs is nog voorlopig.3 De subsidietaakstelling en taakstelling op LWOO/PRO zijn hierin verwerkt.Meer informatie over de bekostiging van het primair onderwijs is te vinden op: (http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiering-onderwijs/financiering-primair-onderwijs).Bekostiging Caribisch NederlandHet Rijk verstrekt sinds 10 oktober 2010 bekostiging aan schoolbesturen in Caribisch Nederland. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.PrestatieboxVoor het realiseren van de bestuurlijke afspraken met de PO-raad en de ambities uit de actieplannen «Basis voor Presteren» en «Leraar 2020, een krachtig beroep!» ontvangen schoolbesturen extra middelen via de Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 236 De beleidsartikelen (artikel 1) prestatiebox. Deze middelen zijn bedoeld voor het realiseren van de doelstellingen op het gebied van opbrengstgericht werken, professionali-sering van leraren en schoolleiders en cultuureducatie. De regeling is gepubliceerd in de Staatscourant.Aanvullende bekostigingNaast de reguliere bekostiging ontvangen schoolbesturen middelen voor specifieke doeleinden. De belangrijkste aanvullende bekostiging wordt verstrekt voor conciërges.SubsidiesVoor het stimuleren en realiseren van verscheidene beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht de subsidie-bijlage).De belangrijkste subsidies zijn de Regeling onderwijsvoorziening jonggehandicapten, de regeling Nederlands onderwijs in het buitenland en de subsidies voor «Herstart», «Op de rails», «Basis voor presteren» («School aan Zet» en «Bèta en Techniek»), Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs en subsidie aan Academische ziekenhuizen en schoolbegeleidingsdiensten voor onderwijs aan zieke leerlingen. «Herstart» helpt thuiszittende kinderen bij een nieuwe start op school. «Op de Rails» helpt leerlingen die dreigen te ontsporen om op de rails te blijven. «School aan Zet» biedt in de periode 2012–2016 een programma aan dat is gericht op de ondersteuning van schoolbesturen en scholen bij de implementatie van de beleidsprioriteiten uit de actieplannen «Basis voor Presteren» en «Leraar 2020, een krachtig beroep!». De middelen zijn daarnaast bestemd voor het project «Meer Betere Bèta’s».OpdrachtenDit betreft middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onder-zoeken onder andere voor «passend onderwijs», VVE en bewegingson-derwijs.Bijdrage aan agentschappenDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van de bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sDe stichtingen Vervangingsfonds en Participatiefonds ontvangen middelen voor het beheren van de vervangings- en werkloosheidsuit-gaven in het primair onderwijs. De kosten die het Vervangingsfonds en het Participatiefonds vergoeden, worden gedekt uit de premieop-brengsten van schoolbesturen.Het UWV ontvangt middelen voor de uitvoering van de Regeling onderwijsvoorziening jonggehandicapten.Bijdrage aan medeoverhedenGemeenten ontvangen middelen voor onderwijsachterstandenbeleid. Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid bestaat uit meerdere instrumenten, onder andere voor- en vroegschoolse educatie, schakel-klassen en zomerscholen. Na afloop van de bestuursafspraken met de G37 wordt opnieuw bezien hoe het extra geld (€ 95 miljoen) zal worden ingezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 237De beleidsartikelen (artikel 1) Bijdrage aan sociale fondsenAan het gemeentefonds worden jaarlijks middelen ter beschikking gesteld ten behoeve van de «Impuls brede scholen» en «Sport en cultuur» (combinatiefuncties).Van het totale budget voor artikel 1 is in 2014 99,7% juridisch verplicht.Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Hieraan ten grondslag liggen de regelingen personele bekostiging en materiële instandhouding. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het (school)jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 90% juridisch verplicht. Dit deel betreft de subsidies die voorafgaand aan het jaar worden vastgesteld. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht. Dit betreft een aantal beleidsprioriteiten van het kabinet waaronder gym, Engels in het basisonderwijs en krimp. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.Opdrachten: Van het beschikbare budget is in 2014 20% juridisch verplicht. Dit betreft onder andere projecten voor VVE en de uitvoering van de bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs. Voor deze projecten zijn al overeenkomsten gesloten. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht. Dit betreft een aantal beleidspriori-teiten van het kabinet waaronder passend onderwijs en de centrale eindtoets. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht.Bijdrage aan agentschappen: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepar-tement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdrage aan het Participatie- en Vervangingsfonds en het UWV. Op basis van een beheersovereenkomst worden de middelen voorafgaand aan het komende jaar verplicht.Bijdrage aan medeoverheden: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. In de regeling besluit specifieke uitkeringen onderwijsachter-standenbeleid is voor de periode 2011–2014 vastgelegd dat gemeenten aanspraak hebben op een tegemoetkoming.Bedragen sociale fondsen: Van het beschikbare budget in 2014 is 0% juridisch verplicht. Dit betreft een bijdrage aan VWS voor het realiseren van combinatiefuncties op basis van bestuurlijke afspraken tussen OCW, VWS en VNG. De bijdrage wordt bij VJN overgeboekt naar VWS.BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 238De beleidsartikelen (artikel 1) Begrote bedragen van de specifieke uitkering: Onderwijsachter-standenbeleid.Tabel 1.6 Overzicht Specifieke Uitkering (bedragen in miljoen euro’s)Nr.Toelichting2013201420152016201720181Ontvangende partij(en)356356356356356356Gemeenten die onderwijsachterstandleerlingen hebben (n.a.v. de som van de schoolgewichten in de desbetreffende gemeente)Korte omschrijving uitkeringOnderwijsachterstandenbeleid 2011–2014 (op basis van de Wet Oké). Besluit van 23.08.2010: € 261 miljoen voor alle gemeenten met onderwijsachter-standleerlingen (n.a.v. de som van de schoolge-wichten in de desbetreffende gemeente). Plus aanvulling door wijzigingsbesluit van 28.11.2011: 70 miljoen voor de G37 in 2012; vanaf 2013: € 95 miljoen.Vindplaats regelgevingVindplaats regelgeving 1) Besluit van 23.08.2010 Vindplaats regelgeving 2) Besluit van 28.11.2011Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 239 De beleidsartikelen (artikel 1) 3. VOORTGEZET ONDERWIJS Het voortgezet onderwijs heeft de taak om voor kwalitatief goed onderwijs te zorgen. Het voortgezet onderwijs zorgt dat leerlingen in deze fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolgonderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. Het bereidt hen voor op volwaardige deelname aan de samenleving en een bij hun talenten passende (toekomstige) positie op de arbeidsmarkt.De minister is verantwoordelijk voor een voorgezet onderwijsstelsel dat zodanig functioneert, dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.Financieren: De minister draagt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs. Dit borgt zij door aan de voortgezet onderwijsinstellingen bekostiging te verstrekken en door middel van wet- en regelgeving.Stimuleren: De minister stimuleert specifieke onderwerpen die bijdragen aan de kwaliteit en toegankelijkheid door middel van het Bestuursakkoord VO-raad – OCW 2012–2015, het beschikbaar stellen van aanvullende bekostiging en via wet- en regelgeving. Tevens maakt de minister gebruik van de dialoog met scholen, ouders, leerlingen en belangenorganisaties.Regisseren: De minister is eveneens verantwoordelijk voor het borgen van de onderwijskwaliteit van scholen. Borging van de kwaliteit verloopt (primair) via het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs. De eisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving.Indicatoren voor het stelsel voortgezet onderwijs worden ook beschreven in Trends in Beeld 2013.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 240De beleidsartikelen (artikel 3) Tabel 3.1 IndicatorenDoelstelling/ IndicatorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)1De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhooga)Gemiddelde score/eindcijfer omhoog•Gemiddeld eindcijfer (centraal examen) omhoog(2010)(2015)оNederlandsËVMBO gt6,66,76,8ËHAVO6,06,16,2ËVWO6,16,26,3оEngelsËVMBO gt6,36,46,5ËHAVO6,16,26,3ËVWO6,46,56,6оWiskundeËVMBO gt6,16,26,3ËHAVO6,26,36,4ËVWO6,36,46,5b)Excellente leerlingen•Stijging van het gemiddeld eindcijfer van de 20% best presterende vwo leerlingen7,6 (2010)7,77,8 (2015)2Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaataAandeel lessen dat gegeven wordt door gekwalificeerde docenten83,5% (2011)84%85% (2016)3Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd: verantwoording en toezicht op de prestaties van scholenaPercentage opbrengstgerichte scholen•In het vo naar minstens 50% in 201525% (2011/12)50% (2015)90% (2018)4Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarktaPercentage leerlingen in de beroepsgerichte leerweg van het vmbo dat kiest voor techniek23% (2012)Niet benoemd30% (2015)Tabel 3.2 Kengetallen (aantallen/bedragen x 1.000)20122013201420152016201720181.Totaal aantal ingeschreven leerlingen1.Nader te verdelen in:937.200947.700956.700962.600961.400952.600939.300•Vmbo, excl. lwoo (excl. «groen onderwijs»)314.500318.400319.700318.700313.900305.600296.200•Lwoo, (excl. «groen onderwijs»)89.80090.80091.50091.50090.80089.50088.100•Havo244.600249.700253.100257.400259.800260.300259.400•Vwo253.000254.200256.600259.300261.600262.600261.900•Pro27.30027.90028.20028.10027.50026.50025.400•Vavo8.0007.7007.6007.6007.8008.1008.3002.Uitgaven perleerling (x €)7.6697.6307.6067.1737.0907.1067.1263.Totaal aantal scholen6466486506506506506504.Gemiddeld aantal leerlingen per school1.4511.4631.4721.4811.4791.4661.4451 Op de teldatum. Ten behoeve van de nadere verdeling in de diverse schoolsoorten zijn de leerlingen uit de brugklassen toebedeeld.Bron: DUOToelichting:De uitgaven van OCW per onderwijsdeelnemer in het voortgezet onderwijs (regel 2) zijn berekend door het totaal van de uitgaven van ieder jaar (bijvoorbeeld T) te delen door het aantal leerlingen per 1 oktober van ieder jaar daarvoor (in dit voorbeeld T-1). Ingaande 2015 dalen de uitgaven per leerling aanzienlijk. De belangrijkste oorzaak hiervoor is het Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 241 De beleidsartikelen (artikel 3) afschaffen van het gratis lesmateriaal (€ 300,- per leerling). Als rekening wordt gehouden met het feit, dat hier sprake is van een verschuiving van de financiering door OCW naar de ouders (dus geen nadeel voor de scholen), is de daling ingaande 2015 aanmerkelijk kleiner.In het Begrotingsakkoord 2013 is een extra financiële impuls overeenge-komen gericht op professionalisering van schoolleiders, met name voor deskundigheidsontwikkeling en leiderschapsversterking. Hiertoe is op 31 december 2012 de Regeling Prestatiebox Voortgezet Onderwijs aangepast. De middelen, die al voor professionalisering aan de presta-tiebox in het voortgezet onderwijs waren toegevoegd in 2013 tot en met 2015, zijn verhoogd met € 18 miljoen. Het gaat voor de hele sector voortgezet onderwijs om een bedrag van € 148 miljoen in 2013, € 150 miljoen in 2014 en € 151 miljoen in 2015.Daarnaast is in deze begroting rekening gehouden met de subsidietaak-stelling.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 242De beleidsartikelen (artikel 3) Tabel 3.3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen7.296.4267.250.5957.229.2256.885.6976.846.1206.852.9876.809.449Waarvan garantieverplichtingen122.35273.207Totale uitgaven7.131.7017.177.3887.229.2256.885.6976.846.1206.852.9876.809.449Waarvan juridisch verplicht (%)99,92%Bekostiging6.975.7597.027.4197.099.3606.774.1146.736.4626.747.1576.703.411•Hoofdbekostiging6.628.5406.645.2936.722.5956.469.7776.583.1256.593.8206.550.074–Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum6.615.5736.630.5016.709.7886.456.9526.570.9166.581.5986.537.852–Bekostiging Caribisch Nederland12.96714.79212.80712.82512.20912.22212.222•Prestatiebox110.049148.000150.000151.000000–Regeling prestatiebox voortgezet onderwijs110.049148.000150.000151.000000•Aanvullende bekostiging237.170234.126226.765153.337153.337153.337153.337–Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het vo47.04347.89348.1800000–Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2, incl. borgingscohort vmbo-mbo227.18127.36624.4980000–Regeling IGVO (Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs)3.7603.7412.9612.2112.2112.2112.211–Regeling leerplusarrangement, nieuwkomers en eerste opvang vreemdelingen82.96286.20582.20582.20582.20582.20582.205–Regeling regionaal zorgbudget en reboundvoorzieningen1 72.52766.88566.88566.88566.88566.88566.885–Regeling visueel gehandicapten1.2921.2061.2061.2061.2061.2061.206–Regeling doorontwikkeling vmbo/pro2.159000000–Regeling bekostiging kenniscentra voor leerwerktrajecten vmbo246830830830830830830Subsidies53.66155.38547.86233.47833.03730.03130.239–Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, bve20.50019.50017.55212.05212.04912.00012.000–ICT-projecten1.5301.1008000000–Beter presteren (Scholen aan Zet en Platform Beta en Techniek)01903.2213.4935.5005.5005.500–Onderwijs Bewijs4.6413.0921.6631.26956100–Regionale verwijzingscommissies vo1 6.9856.9856.9856.9856.9856.9856.985–Overige projecten20.00524.51817.6419.6797.9425.5465.754Opdrachten602374374374374374374–In- en uitbesteding602374374374374374374Bijdragen aan agentschappen31.42827.98825.67324.49622.94722.92522.925–Dienst Uitvoering Onderwijs31.42827.98825.67324.49622.94722.92522.925Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s69.39565.92855.75053.01953.08452.28452.284–ZBO: College voor Examens4.2893.8513.3383.3383.3383.3383.338–SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen po/vo/bve (incl. examens)65.10662.07752.41249.68149.74648.94648.946Bijdragen aan (inter)nationale organisaties856294206216216216216–ECML en PISA856294206216216216216Ontvangsten4.3221.3614.6611.3611.3611.3611.3611 zie Hoofdlijnenbrief lwoo en pro (Kamerstuk 30 079, nr. 39)Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 243 De beleidsartikelen (artikel 3) BekostigingPersonele en materiële bekostigingHet voortgezet onderwijs kent een lumpsumbekostiging voor de reguliere uitgaven. De schoolbesturen ontvangen van de rijksoverheid een bedrag voor de personele en materiële kosten. Hiermee worden de schoolbe-sturen in staat gesteld om (onderwijs)personeel aan te stellen en overige arbeidsvoorwaarden te vervullen en te voorzien in de kosten van de materiële instandhouding van scholen.Voor leerlingen met een indicatie voor het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) of praktijkonderwijs (pro) ontvangen scholen extra ondersteuningsbekostiging bovenop de reguliere bekostiging. Het pro is een vorm van voortgezet onderwijs die leerlingen voorbereidt op de arbeidsmarkt en is bedoeld voor leerlingen die naar verwachting géén vmbo-diploma kunnen halen. Voor de leerlingen pro zijn de volgende ondersteuningsmiddelen beschikbaar:Tabel 3.4 Zorgmiddelen pro (bedragen x € 1 miljoen)201320142015201620172018Praktijkonderwijs118116114112110110Lwoo is bedoeld voor leerlingen die extra begeleiding behoeven in één van de leerwegen van het vmbo, opdat ze wel hun vmbo-diploma halen. Voor de extra begeleiding zijn de volgende ondersteuningsmiddelen beschikbaar:Tabel 3.5 Begeleidingsmiddelen lwoo (bedragen x € 1 miljoen)201320142015201620172018Lwoo412418424427427427Deze ondersteuningsmiddelen zijn vanaf 1 januari 2014 landelijk gebud-getteerd. Dat betekent, dat indien het aantal lwoo- en pro-leerlingen op de teldatum van 1 oktober 2013 stijgt waardoor het budget voor 2014 wordt overschreden, de ondersteuningsbekostiging per leerling wordt verlaagd. Het lwoo en pro worden in het schooljaar 2015–2016 geïntegreerd in het passend onderwijs.PrestatieboxVoor het realiseren van de bestuurlijke afspraken uit het eerdergenoemde bestuursakkoord VO-raad – OCW 2012–2015 en de ambities uit de actieplannen «Beter Presteren» en «Leraar 2020, een krachtig beroep», ontvangen schoolbesturen tot en met 2015 jaarlijks extra middelen via de prestatiebox in het voortgezet onderwijs. Het betreft de onderstaande landelijke speerpunten:1)Leerlingen behalen goede prestaties op de kernvakken en worden breed gevormd.2)Scholen werken systematisch aan het maximaliseren van de prestaties van de leerlingen.3)Alle leraren werken opbrengstgericht en stemmen het onderwijs af op verschillen in de klas.4)Scholen hebben een ambitieuze leercultuur, waar excellentie wordt gestimuleerd en hoogbegaafdheid wordt ondersteund.Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 244 De beleidsartikelen (artikel 3) 5)Leraren en schoolleiders voldoen aan de geldende bekwaamheidsei-sen en werken systematisch aan hun bekwaamheidsonderhoud.Het budget voor de prestatiebox betreft ruim 2% van de totale bekostiging voor het voortgezet onderwijs.Aanvullende bekostigingDe meest omvangrijke aanvullende regelingen zijn:1)de regeling «leerplusarrangement VO, nieuwkomers VO en eerste opvang vreemdelingen» en;2)de regeling «regionaal zorgbudget en reboundvoorzieningen».De regeling «leerplusarrangement VO, nieuwkomers VO en eerste opvang vreemdelingen» bestaat uit 3 onderdelen:–Leerplusarrangement: scholen komen bij een bepaald percentage leerlingen uit achterstandswijken in aanmerking voor aanvullende bekostiging van het Leerplusarrangement.–Nieuwkomers: de aanvullende bekostiging is bestemd voor leerlingen die op enige teldatum korter dan een jaar, dan wel één tot twee jaar in Nederland zijn en die vreemdeling zijn volgens de Vreemdelingenwet 2000.–Eerste opvang vreemdelingen: de aanvullende bekostiging is bestemd voor vreemdelingen die op twee peildata als daadwerkelijk school-gaand staan ingeschreven en die op beide peildata korter dan één jaar in Nederland verblijven.Op basis van de regeling «regionaal zorgbudget en reboundvoorzie-ningen» ontvangen samenwerkingsverbanden VO (swv’s) een regionaal zorgbudget voor niet-geïndiceerde leerlingen die toch extra onder-steuning nodig hebben. Daarnaast ontvangen de swv’s reboundmiddelen bestemd voor de tijdelijke herplaatsing van leerlingen.SubsidiesVoor het stimuleren en realiseren van diverse beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht bijlage 4: Subsidies). De belangrijkste hiervan zijn de subsidies voor Stichting Kennisnet, voor het programma «School aan Zet» en voor het stimule-ringsprogramma van Platform Bèta en Techniek. Stichting Kennisnet ondersteunt onderwijsinstellingen bij het benutten van ICT. Daartoe beheert zij een centrale instelling- en sectoroverstijgende ICT-infrastructuur. Die bestaat bijvoorbeeld uit voorzieningen en standaarden waarmee scholen gericht digitaal leermateriaal kunnen vinden en authenticatievoorzieningen voor leraren en leerlingen. «School aan Zet» is een programma dat besturen en scholen in het voortgezet onderwijs begeleidt bij het formuleren en realiseren van de eigen ambities op de eerdergenoemde door OCW en de VO-raad vastgestelde beleidspri-oriteiten. Daarnaast wordt met het stimuleringsprogramma 2012–2015 van het Platform Bèta en Techniek verder geïnvesteerd in het vergroten van de aandacht voor bètatechniek in onder andere het voortgezet onderwijs. Onderdeel hiervan is het «Techniekpact», dat in 2013 is gestart. Het doel van het techniekpact is om de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in de technieksector te verbeteren via een betere samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven (publiek-private samenwerking) en daarmee het tekort aan technisch personeel terug te dringen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 245De beleidsartikelen (artikel 3) Overige projectenOnder deze post vallen voor het onderwijs belangrijke projecten, zoals de kosten voor vernieuwing beroepsgerichte programma’s, professionali-sering schoolleiders, hoogbegaafdheid en excellentie, sociale veiligheid, Sport, Bewegen en een Gezonde Leefstijl (SBGL), enzovoorts.OpdrachtenOnder deze post vallen middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken.Bijdragen aan agentschappenDienst Uitvoering OnderwijsDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Bijdragen aan RWT’s en ZBO’sZBO: College voor ExamensHet College voor Examens (CvE) zorgt voor uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot de centrale examens in het reguliere voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, de volwasseneneducatie, de staatsexamens voor het voortgezet onderwijs en voor Nederlands als tweede taal (NT2). Het CvE is verantwoordelijk voor de invoering van de digitale examens en de verwachte diagnostische tussentijdse toets. Daarnaast is het CvE regievoerder over de examenketen. In die hoeda-nigheid heeft zij de taak om namens de overheid de kwaliteit van al deze examens te waarborgen en te zorgen voor een vlekkeloze (digitale) afname.SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen primair-, voortgezet- en beroepsonderwijs en volwasseneneducatieHet wetsvoorstel houdende wijziging van de Wet SLOA voorziet in de wettelijk te subsidiëren taken voor Cito en SLO. Ze ontvangen samen circa € 47,4 miljoen voor toets- en leerplanontwikkeling (incl. diagnostische tussentijdse toets) en normering.De middelen voor praktijkgericht onderwijsonderzoek die tot nu toe aan de Landelijke Pedagogische Centra werden verstrekt, worden vanaf 2014 – op basis van het daartoe gesloten convenant – aan het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek verstrekt en zijn overgeboekt naar beleidsterrein 6 en 7 Hoger Onderwijs. Voor 2014 gaat het om een bedrag van € 7,1 miljoen.Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesOnder deze post vallen bijdragen aan de internationale organisaties European Centre for Modern Lanquages (ECML) en Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) ten behoeve van PISA. Het (ECML) is een mede door Nederland opgericht Europees expertise-centrum voor het talenonderwijs. Nederlandse sleutelfiguren op dit terrein nemen in workshops en via publicaties kennis van de ontwikkelingen daar. Met de deelname aan het PISA project houdt OCW bij hoe de prestaties van 15-jarigen zich ontwikkelen op het gebied van wiskunde, Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 246De beleidsartikelen (artikel 3) lezen en «science». Als zodanig is PISA een toetssteen voor het succes van innovaties en de kennisinfrastructuur.Van het totale budget voor artikel 3 is in 2014 99,92% juridisch verplicht.Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Hieraan ten grondslag liggen de wet voor voortgezet onderwijs, onderliggende besluiten en uitvoeringsregelingen. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 90% juridisch verplicht. Dit deel betreft de subsidies die voorafgaand aan het jaar worden vastgesteld. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht. Dit betreft een aantal beleidsterreinen van het kabinet, waaronder Techniekpact. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.Opdrachten: Van het beschikbare budget is in 2014 ruim 85% juridisch verplicht. Dit betreft met name het project excellente scholen. Voor dit project is al een overeenkomst gesloten. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht, bijvoorbeeld voor communicatie over wetswijzigingen. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht.Bijdrage aan baten/lastendienst: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepar-tement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdrage aan het College voor Examens en de onderwijs ondersteunende instellingen (SLOA). Op basis van overeen-komsten worden de middelen voorafgaand aan het komende jaar verplicht.Bijdragen aan internationale organisaties: Van het beschikbare budget in 2014 is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan de eerderge-noemde internationale organisaties.BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 247De beleidsartikelen (artikel 3) 4. BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIE Het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie zorgen ervoor dat deelnemers hun talenten maximaal kunnen ontplooien en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Deelnemers worden voorbereid op passend vervolgonderwijs en/of een positie op de arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.De minister is verantwoordelijk voor een middelbaar onderwijsstelsel dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele deelnemers en bij de behoeftes van de maatschappij. De bve-sector omvat het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en de volwasseneneducatie. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft een belangrijke maatschappelijke en economische functie. Het middelbaar beroepsonderwijs is een belangrijke leverancier van werknemers voor de arbeidsmarkt. Ook is het een belangrijke schakel tussen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het hoger beroepsonderwijs.Financieren: De minister is verantwoordelijk voor de financiering van het middelbaar onderwijs door lumpsum bekostiging van de onderwijs-instellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.Stimuleren: De minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van aanvullende bekostiging, subsidies, en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, prestatieafspraken en wet- en regelgeving.Regisseren: De minister vult haar verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.De hoofdlijnen van het beleid voor het mbo in deze kabinetsperiode zijn uitgewerkt in het actieplan mbo «Focus op Vakmanschap 2011–2015».Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheidTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 248De beleidsartikelen (artikel 4) Tabel 4.1 IndicatorenDoelstelling/ IndicatorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)1De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhoogc)Studiesucces•mbo: percentage mbo-deelnemers per niveau dat met diploma de instelling verlaat, jaarresultaat per niveau(2008)(2015)Niveau 1: 66%Niveau 1: 70%Niveau 2: 62%Niveau 2: 70%Niveau 3: 63%Niveau 3: 70%Niveau 4: 65%Niveau 4: 70%Totaal: 64%Totaal 68%Totaal: 70%3Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd: verantwoording en toezicht op de prestaties van scholenb)Prestatieafspraken over het terugdringen van voortijdig schoolverlaten41.800 (2009)30.00025.000 (2016)4Aansluiting van het onderwijs op de behoeft van de arbeidsmarktb)Aandeel mbo gediplomeerden beta-techniek28% (2011)29%30% (2016)Tabel 4.2 KengetallenIndicator2013201420152016201720181.Aantal deelnemers mbo (excl. «groen onderwijs»)474.825472.983474.558478.392482.317484.508bol338.058347.067356.088365.071373.525376.667bbl132.083121.983114.854109.904105.533104.642dt-bol4.6833.9333.6173.4173.2583.200Bron: OCW-Referentieraming 20122.Gewogen gemiddelde onderwijsuitgaven per mbo-deelnemer (x € 1.000)7,67,77,77,77,67,6Bron: Lumpsum budget/specifieke regelingen en gewogen bekostigingsdeelnemers mboDe ombuiging «Minder opleidingen en macrodoelmatigheid» is vorm gegeven door een generieke korting op het macrobudget. Deze generieke korting kan door mbo-instellingen worden opgevangen door een aantal maatregelen die zorgen voor een efficiënter onderwijsproces. De herziening van de kwalificatiestructuur maakt het onderwijs beter organiseerbaar. Het wetsvoorstel macrodoelmatigheid, vraagt van mbo-instellingen het opleidingenaanbod af te stemmen met collega mbo-instellingen. Het Investeringsfonds, dat in het Techniekpact is aangekondigd, stimuleert publiek-private samenwerking onder de voorwaarde van een doelmatig aanbod. Tot slot maakt een themaon-derzoek van de Inspectie de opbrengsten van kleine opleidingen inzich-telijk. Het kabinet heeft ervoor gekozen de ombuigingsoptie «minder opleidingen» uit de heroverweging productiviteit onderwijs (2010) voor minder dan de helft op te nemen in het Regeerakkoord. Aan de ombuiging uit de heroverweging productiviteit ligt ten grondslag een maximum aantal deelnemers per opleiding niet meer te bekostigen. Met deze toelichting wordt voldaan aan de toezegging aan het kamerlid Van Meenen (D66) om de onderbouwing van de ombuiging nader uiteen te zetten.De wettelijke taken van de kenniscentra worden daar waar mogelijk ondergebracht bij de Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven en mbo-instellingen. Met de uitvoering van deze maatregel zal het kabinet een bezuiniging realiseren van € 40 miljoen in 2015 en structureel € 80 Indicatoren/kengetallen BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 249 De beleidsartikelen (artikel 4) miljoen vanaf 2016 (incl. groen onderwijs). Het wetsvoorstel heroriëntatie taken kenniscentra is in voorbereiding.Tabel 4.3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen 3.824.4553.596.9223.837.7433.745.9233.758.0453.772.9053.764.235Waarvan garantieverplichtingen193.02019.630Totale uitgaven 3.501.8453.491.7823.802.4653.808.0683.736.8043.747.8133.764.235Waarvan juridisch verplicht (%)1 99,5%Bekostiging3.315.7503.350.9573.443.1053.478.3833.416.2383.437.4793.462.571•Hoofdbekostiging3.038.359 3.109.893 3.131.286 3.232.979 3.164.134 3.185.375 3.217.167 –Bekostiging roc’s/overige regelingen2.934.9842.938.7142.961.8343.101.8443.072.4893.093.8123.125.799–Bekostiging kbb’s100.356107.981106.24167.91828.41328.32728.132–Bekostiging Caribisch Nederland3.0194.8454.8584.8644.8794.8834.883–Bekostiging vavo–58.35358.35358.35358.35358.35358.353•Prestatiebox3.755 4.100 65.600 118.200 118.200 118.200 118.200 –Taal en Rekenen–––52.60052.60052.60052.600–Investeringsfonds mbo (Techniekpact)––25.00025.00025.00025.00025.000–VSV3.7554.10040.60040.60040.60040.60040.600•Aanvullende bekostiging273.636 236.964 246.219 127.204 133.904 133.904 127.204 –Schoolmaatschappelijk werk in het mbo14.04214.01714.01714.01714.01714.01714.017–Versterken centrale en uniforme toetsing1.5841.58413.61213.61213.61213.61213.612–RMC’s31.88531.92531.92531.92531.92531.92531.925–Plusvoorzieningen overbelaste jongeren en wijkscholen30.45030.40030.40030.40030.40030.40030.400–Programmagelden regio’s–19.70019.45019.15025.85025.85019.150–Convenanten met RMC-regio’s60.37212.10017.10017.10017.10017.10017.100–Aanvullende vergoeding experi-menten vmbo-mbo 21.4282.3221.0001.0001.0001.0001.000–Leerlinggebonden financiering (LGF)45.01253.61553.615–––––Taal en Rekenen53.96358.80152.600–––––School-ex 2.0–12.50012.500–––––Stagebox34.900––––––Subsidies34.57537.597247.020231.080226.150222.670220.426waarvan:–Subsidieregeling praktijkleren00209.000209.000209.000209.000209.000–Actieplan Laaggeletterdheid4.0004.0004.0004.0002.0002.0002.000–Pilots laaggeletterdheid2.9495.0005.0002.500000–Sectorplan mbo-hbo techniek4004003.065735000–Netwerkscholen3.0003.0003.5000000–Loopbaanorientatie3.7603.0001.3001.3001.3001.3001.300–Overige projecten20.466 22.197 21.155 13.545 13.850 10.370 8.126 Opdrachten6.441 6.131 4.287 4.287 4.287 4.287 4.287 –In- en uitbesteding6.4416.1314.2874.2874.2874.2874.287Bijdragen aan agentschappen18.584 18.365 17.657 17.181 15.191 15.178 15.178 –Dienst Uitvoering Onderwijs18.58418.36517.65717.18115.19115.17815.178Bijdragen aan (inter)nationale2 6.167 16.655 31.780 18.521 16.322 9.583 3.157 organisaties/ medeoverheden–Caribisch Nederland6.16716.65531.78018.52116.3229.5833.157Bijdragen aan begrotingsfondsen/sociale fondsen111.604 53.353 53.353 53.353 53.353 53.353 53.353 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 250 De beleidsartikelen (artikel 4) 2012201320142015201620172018–Participatiebudget111.60453.35353.35353.35353.35353.35353.353Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s8.7248.7245.2635.2635.2635.2635.263–College voor Examens363363363363363363363–Wet SLOA8.3618.3614.9004.9004.9004.9004.900Ontvangsten14.9200000001 «De resterende middelen zijn grotendeels bestuurlijk gebonden».2 «Dit is inclusief verbetermiddelen Caribisch Nederland. Zie overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland van het BES-fonds»HoofdbekostigingBekostiging roc’sHet wetsvoorstel dat zich richt op het doelmatiger inrichten van mbo-opleidingen en de modernisering van de mbo-bekostiging is aangenomen in de Eerste Kamer. In dit wetsvoorstel zijn een aantal maatregelen uit het actieplan mbo nader uitgewerkt. Het gaat om de maatregelen «verkorten en intensiveren van mbo-opleidingen», «afschaffen drempelloze instroom mbo-2» en «de herinrichting van mbo-1 opleidingen in entreeopleidingen». De nadere uitwerking van de bekosti-gingsvoorwaarden en verdeelmaatstaven wordt vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit WEB (UWEB). Het is de bedoeling dat de bekostiging voor het eerst geschiedt volgens de nieuwe systematiek in het jaar 2015; dat wil zeggen dat de rijksbijdrage voor dat jaar voor het eerst volgens de nieuwe bekostingsregels wordt berekend.De huidige rijksbijdrage die de mbo-instellingen ontvangen, is gebaseerd op de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). In het Uitvoeringsbesluit WEB (UWEB) zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan deze lumpsum wordt berekend. De middelen worden over de instellingen verdeeld op basis van het aantal studenten (80%) en het aantal diploma’s (20%). Bij de weging van de studenten wordt onderscheid gemaakt tussen bol, bbl en deeltijd-bol studenten. Het budget voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten is bedoeld voor studenten die extra begeleiding nodig hebben om hun studie succesvol af te ronden. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aantal studenten op de niveaus 1 en 2.Bekostiging kbb’sDe 16 kenniscentra (excl. groen onderwijs) ontvangen middelen voor de uitvoer van hun wettelijke taken, waarmee ze bijdragen aan het primaire proces van het beroepsonderwijs. Hiertoe behoort het ontwikkelen en onderhouden van de kwalificatiestructuur. Tevens werven en accrediteren de kenniscentra leerbedrijven, zorgen ze voor voldoende praktijkplaatsen en bevorderen ze de kwaliteit van de praktijkplaatsen. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van de (wettelijke) werkzaam-heden van de kenniscentra.Bekostiging Caribisch NederlandIn Caribisch Nederland wordt op alle drie de eilanden middelbaar beroepsonderwijs (mbo) aangeboden. Op de bovenwindse eilanden worden alleen een beperkt aantal opleidingen op niveau 1 en 2 aange-boden. Aan Bonaire zijn op de verschillende mbo-niveaus (1–4) in totaal ruim 25 licenties verstrekt voor opleidingen ten behoeve van intussen meer dan 350 studenten. Deze middelen zijn bedoeld om de instellingen Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 251De beleidsartikelen (artikel 4) in Caribisch Nederland via lumpsumbekostiging te financieren voor de studenten die middelbaar beroepsonderwijs volgen. Sinds 2012 ontvangen de instellingen ook middelen om het beroepsonderwijs te verbeteren c.q. (op de eilanden Saba en St. Eustasius) op te starten. Deze middelen worden tot en met 2014 beschikbaar gesteld.Bekostiging vavoIn het actieplan mbo «Focus op Vakmanschap 2011–2015», p. 7 en 8) is aangekondigd dat het educatie-onderdeel voortgezet algemeen volwasse-nenonderwijs (vavo) budgetneutraal onder directe aansturing van het Rijk zal worden gebracht. Hiertoe is de Wet educatie en beroepsonderwijs gewijzigd met de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en overige educatie (Stb 2012, 450). Sinds 1 januari 2013 wordt het vavo rechtstreeks door OCW bekostigd. In 2013 en 2014 op basis van de overgangsbekostiging, omdat de benodigde bekostigingsgegevens, vanwege de t-2 systematiek, pas voor het bekostigingsjaar 2015 beschikbaar zijn. In het Uitvoeringsbesluit WEB zal de reguliere bekostiging voor het vavo nader worden uitgewerkt.PrestatieboxEr is een prestatiebox ingevoerd om individuele kwaliteitsafspraken met instellingen te kunnen maken. Instellingen krijgen een bijdrage uit de prestatiebox op basis van geleverde prestaties. De vsv-middelen voor mbo-instellingen zijn geoormerkt aan de prestatiebox toegevoegd.Het Investeringsfonds, dat in het Techniekpact is aangekondigd, stimuleert publiek-private samenwerking onder de voorwaarde dat dit bijdraagt aan een doelmatige organisatie van het opleidingsaanbod in het middelbaar beroepsonderwijs. Hier is in de periode 2014–2017 25 miljoen per jaar voor beschikbaar.In 2014 is het budget voor de prestatiebekostiging ongeveer 2% van de totale bekostiging.Aanvullende bekostigingSchoolmaatschappelijk werkVoor schoolmaatschappelijk werk worden jaarlijks middelen aan het mbo-veld ter beschikking gesteld. Met deze middelen kunnen instellingen voor de studenten, die dit tijdelijk nodig hebben, snel en adequaat hulpverlening inschakelen. Hierdoor wordt het risico op uitval van deze student verkleind.Versterken centrale en uniforme toetsingHet beleid tot het versterken van centrale en uniforme toetsing wordt voortgezet. De centrale examinering van Nederlandse taal, rekenen en Engels wordt gefaseerd ingevoerd. De standaardisering van examens voor de beroepsgerichte examenonderdelen wordt versterkt en er wordt gewerkt aan de professionalisering van examenfunctionarissen bij de instellingen. Deze maatregelen maken deel uit van het actieplan mbo «Focus op Vakmanschap 2011–2015».RMC’sDit is de bekostiging van de rmc-functie van 39 rmc-regio’s. De rmc-functie heeft tot taak met de niet meer kwalificatieplichtige vsv’ers uit vo en mbo contact te leggen en hen zoveel mogelijk terug te begeleiden naar school Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 252De beleidsartikelen (artikel 4) of naar een combinatie van school en werk. De daarvoor beschikbare middelen worden over de rmc-regio’s verdeeld volgens een verdeelsleutel die is vastgelegd in het «Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten». Het bedrag voor elke rmc-regio wordt uitgekeerd aan de rmc-contactgemeente van de regioProgrammagelden regio’s/plusvoorzieningOp grond van de Regeling regionale aanpak ontvangt iedere RMC-regio subsidie voor een regionaal programma vsv met als doel het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. De Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten is een bundeling van de voormalige vsv-onderwijsprogramma’s (zoals bedoeld in de Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatie-functie voortijdig schoolverlaten) en de subsidie Plusvoorzieningen voor overbelaste jongeren (zoals bedoeld in de Tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren).Convenanten met RMC-regio’sIn het Regeerakkoord is afgesproken het aantal voortijdig schoolverlaters verder terug te brengen naar maximaal 25 000 in 2016. Om deze doelstelling te realiseren zijn in 2012 meerjarige prestatiegerichte convenanten afgesloten voor de periode 2012–2015. De partners van deze convenanten zijn scholen in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijsonderwijs, de contactgemeenten van de 39 RMC-regio’s (regionale meld- en coördinatiefunctie vsv) en het Rijk. Op basis van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlatenen de Regeling prestatiebox ontvangen de onderwijsinstellingen een vaste vergoeding en een (variabele) prestatiesubsidie. De variabele vergoeding wordt per jaar vastgesteld aan de hand van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters. Toekenning vindt plaats als één of meer procentuele vsv-normen is behaald.Aanvullende vergoeding experimenten vmbo-mboIn het schooljaar 2008–2009 zijn de eerste scholen gestart met een eerste cohort VM2. Het tweede cohort startte in schooljaar 2009–2010. Sinds het schooljaar 2010–2011 zijn er voor de deelnemende VM2 scholen zogenaamde «borgingscohorten». Het laatste borgingscohort VM2 is op 1 augustus 2013 gestart en loopt tot uiterlijk mei 2017, dan eindigt VM2.Op dit moment volgen circa 3 000 leerlingen nog een VM2 traject.Het expertisecentrum beroepsonderwijs (ecbo) voert sinds de start van VM2 de monitor uit. De monitor brengt de ontwikkeling binnen VM2 in beeld. Dat gebeurt door middel van dataverzameling en analyse en aansluitend een rapportage. De monitor moet uitwijzen wat het resultaat van het experiment met de leergang VM2 is. Het onderzoek wordt afgerond in 2013 met een samenvatting van de uitkomsten van de VM2-monitor 2008–2012.Leerlinggebonden financiering (LGF)Voor de ondersteuning en begeleiding van studenten met een beperking of chronische ziekte kunnen de mbo-instellingen leerlinggebonden financiering (LGF) aanvragen. Op die manier worden ook deze studenten in staat gesteld hun opleiding succesvol af te ronden. In verband met de invoering van passend onderwijs wordt LGF per 1 augustus 2014 toegevoegd aan de bekostiging voor de mbo-instellingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 253De beleidsartikelen (artikel 4) Taal en rekenenIn het mbo worden vanaf het studiejaar 2014–2015 centrale examens Nederlandse taal en rekenen ingevoerd (Kamerstuk 31 332, nr. 19). De onderwijsinstellingen ontvangen in 2014 in het kader van de «Regeling Intensivering taal- en rekenonderwijs» geld ten behoeve van de intensi-vering van het taal- en rekenonderwijs. De looptijd van deze regeling wordt hiertoe verlengd.School-ex 2.0Mbo-instellingen (inclusief AOC’s en vakinstellingen) ontvangen vanuit het School EX 2.0 programma een vergoeding voor het voeren van ombuiggesprekken en exit-begeleidingsgesprekken in alle opleidings-niveaus. Met de ombuiggesprekken worden jongeren die zich aanmelden voor een studie met weinig arbeidsmarktperspectief, gestimuleerd een opleiding te kiezen waarbij sprake is van een gunstig perspectief. De begeleidingsgesprekken worden gevoerd met leerlingen in de laatste fase van hun opleiding. Het doel is om degenen zonder uitzicht op duurzaam werk te stimuleren verder te leren, ofwel een niveau hoger, ofwel verbredend. Daarmee verbeteren ze hun toekomstige positie op de arbeidsmarkt. Leerlingen die niet verder willen leren, worden doorver-wezen naar het UWV.SubsidiesVoor het stimuleren en realiseren van verscheidene beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht bijlage 4: Subsidies).Subsidieregeling praktijklerenIn het Regeerakkoord is het voornemen opgenomen om de Wet vermin-dering afdracht loonbelasting en premies volksverzekeringen (Wva) op 1 januari 2014 af te schaffen en te vervangen door een subsidieregeling praktijkleren, met een budget van in totaal € 209 miljoen.De subsidieregeling praktijkleren heeft tot doel het stimuleren van werkgevers tot het bieden van praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen. De subsidie is een compensatie voor de kosten en inspanningen die een werkgever maakt voor (de begeleiding van) de deelnemer/student/onderzoeker.Werkgevers komen voor de begeleiding van de volgende groepen voor subsidie in aanmerking:•Deelnemers aan een mbo opleiding die de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen.•Studenten die een hbo-opleiding volgen in de techniek (inclusief landbouw en natuurlijke omgeving), bestaande uit een combinatie van leren en werken (duaal en deeltijd hbo).•Promovendi die tijdelijk zijn aangesteld of een arbeidsovereenkomst hebben bij een universiteit of een instituut van de KNAW of NWO.Actieplan laaggeletterdheidTer ondersteuning van de aanpak van laaggeletterdheid is jaarlijks € 4 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van het Actieplan laaggelet-terdheid 2012–2015 «Geletterdheid in Nederland». Activiteiten in dit kader worden door het Steunpunt Volwasseneneducatie en de Stichting Lezen & Schrijven uitgevoerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 254De beleidsartikelen (artikel 4) Pilots laaggeletterdheidVanaf 2012 worden vanuit het educatiebudget middelen ter beschikking gesteld voor pilots laaggeletterdheid (Actieplan laaggeletterdheid 2012–2015 «Geletterdheid in Nederland». In dit programma Taal voor het Leven, dat wordt uitgevoerd door de Stichting Lezen & Schrijven, zullen nieuwe werkwijzen worden uitgeprobeerd, gebaseerd op ervaringen in het buitenland en op basis van wetenschappelijke inzichten, in de aanpak van laaggeletterdheid.Sectorplan mbo-hbo techniek 2011–2016Dit betreft middelen voor het sectorplan mbo-techniek en het sectorplan hbo-techniek. Hiermee worden de centers of expertise in het hbo en de centra voor innovatief vakmanschap in het mbo gefinancierd. Deze centra, die met cofinanciering van bedrijven tot stand komen, zijn gericht op toponderwijs, toponderzoek en innovaties in het bedrijfsleven.NetwerkscholenBeroepsgericht onderwijs vraagt om bedrijfsvoering die daar goed op aansluit. Om te stimuleren dat mbo-instellingen hun bedrijfsvoering verder moderniseren, loopt van 2011 tot en met 2014 het experiment De Netwerkschool. Het doel van dit experiment is een bijdrage leveren aan het terugdringen van het lerarentekort door wetenschappelijk onderzoek te doen naar methoden om de arbeidsproductiviteit in het onderwijs te verhogen op het vlak van een slimmere organisatie van het onderwijs en effectieve inzet van ict.OverigHieronder vallen posten zoals internationalisering, gehandicaptenbeleid en kwaliteitsbeleid.OpdrachtenDit betreft middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onder-zoeken. Omdat bij deze opdrachten sprake is van een concreet eindproduct/resultaat is er sprake van uitbesteding.Bijdrage aan agentschappenDUODe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sHieronder vallen posten zoals het college voor examens. Het College voor Examens (CvE) is een ZBO die verantwoordelijk is voor de examens rekenen en taal in het (middelbaar) beroepsonderwijs en staatsexamens Nederlands als tweede taal.Bijdrage aan medeoverhedenVerbetermiddelen Caribisch NederlandDeze middelen worden ingezet voor het verhogen van de leerprestaties van de leerlingen op alle scholen in Caribisch Nederland tot een naar Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Een groot gedeelte van het budget is bestemd voor de verbetering van de onderwijshuisvesting. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 255De beleidsartikelen (artikel 4) Daarnaast is er voor samenwerking met Curaçao, Sint Maarten en Aruba structureel een beperkt budget beschikbaar, bestemd voor het bevorderen van voorzieningen in de regio, mede ten behoeve van de inwoners van Caribisch Nederland.Bijdrage aan sociale fondsenParticipatiebudgetSinds 1 januari 2009 maakt het educatiebudget onderdeel uit van het Participatiebudget, een specifieke uitkering voor gemeenten. Het bedrag is gelijk aan de bijdrage van OCW aan het Participatiebudget die gemeenten moeten besteden aan de inkoop van educatieopleidingen bij roc’s. Het educatie-onderdeel voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) is sinds januari 2013 onder directe aansturing van het Rijk gebracht en wordt uitgevoerd door roc’s.Van het totale budget voor artikel 4 is in 2014 99,5% juridisch verplicht.Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan mbo-instellingen (inclusief Caribisch Nederland) en de kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven. In de Wet educatie en beroepson-derwijs (WEB) en het Uitvoeringsbesluit WEB (UWEB) zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage en aanvullende bekostiging via regelingen wordt berekend.Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 93% juridisch verplicht. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht. Dit betreft een aantal beleidsprioriteiten van het kabinet, zoals LOB, Netwerkschool en Laaggeletterdheid. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.Opdrachten: Van het beschikbare budget is in 2014 ongeveer 70% juridisch verplicht. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht.Bijdrage aan baten/lastendienst: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepar-tement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget voor 2014 is voor 100% juridisch verplicht. Deze middelen zijn grotendeels bestemd voor de ontwikkeling van centrale examinering taal en rekenen door Cito en het College voor Examens.Bijdrage aan medeoverheden: De middelen voor Caribisch Nederland voor 2014 zijn voor 95% verplicht. Het gaat om incidentele investeringen en voorzieningen in Caribisch Nederland die (nog) niet uit de lumpsum bekostigd kunnen worden.Bedragen sociale fondsen: Het budget is voor 2014 100% verplicht. Het gaat om de bijdrage van OCW aan het ParticipatiebudgetBudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 256De beleidsartikelen (artikel 4) Begrote bedragen van de specifieke uitkering: RMCTabel 4.4 Overzicht Specifieke Uitkering (bedragen in miljoen euro’s)Nr.Toelichting2013201420152016201720181Ontvangende partij(en)31,931,931,931,931,931,9GemeentenKorte omschrijving uitkeringRegionale meld- en coördinatiecentra voortijdig schoolverlaten. De RMC-functie heeft tot taak met de niet meer kwalificatie-plichtige dreigende vsv’ers uit VO en MBO contact te leggen en het zoveel mogelijk terug te begeleiden naar school en/of werk. De daarvoor beschikbare middelen worden over de RMC- regio’s verdeeld volgens een verdeelsleutel die is vastgelegd in het «Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten». Het bedrag per regio wordt uitgekeerd aan de RMC-contactgemeente van de regio.Vindplaats regelgevingArtikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 257 De beleidsartikelen (artikel 4) 6 EN 7. HOGER ONDERWIJS Het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek zorgt dat studenten en (wetenschappelijk) personeel hun talenten en onderzoekend vermogen maximaal kunnen ontwikkelen. Het leidt hen op voor een positie op de nationale en internationale arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.De minister is verantwoordelijk voor een stelsel van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele studenten en (wetenschappelijk) personeel, en bij de behoefte van de maatschappij.Financieren: De minister financiert het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Mede hierdoor wordt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd.Stimuleren: De minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen via de bekostiging, en de inzet van andere instrumenten, zoals prestatieaf-spraken, bestuurlijke afspraken, voorlichting en wet- en regelgeving.Regisseren: De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hoger onderwijs vult de minister in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. De kwaliteit van de individuele opleidingen in het hoger onderwijs wordt bewaakt met het accreditatiestelsel. Dit is belegd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieor-ganisatie (NVAO). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften en op de recht- en doelmatigheid. Zij ziet ook toe op de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs, waaronder ook het accreditatiestelsel.Tabel 6.1 IndicatorenDoelstelling/ IndicatorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)1De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhoogc)Studiesucces•Bachelor studiesucces (n+1) van herinschrijvers na het eerste jaar(2011)hbo: 65,7%hbo: 66%wo: 60,9%wo: 61%•Studenttevredenheidhbo: 65,6%wo: 80,1%hbo: 67,6%wo: 81,9%2Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaatb)Docentenkwaliteit hbo: 80% van de hbo-docenten is master- of Phd-opgeleid in 201666,2% (2011)66,2%80% (2016)4Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarktc)Aandeel afgestudeerden bètatechniek incl. snijvlakopleidingen(2012)(2016)hbo: 18%hbo: 18%hbo: 19%wo: 21%wo: 21%wo: 22%Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 258 De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) Tabel 6.2 Kengetallen(aantallen x 1.000)2012/132013/142014/152015/162016/172017/182018/191.Ingeschreven studenten (exclusief groen onderwijs)•Hbo voltijd bachelor358,3360,9354,7356,4359,7361,7369,0•Hbo voltijd master2,83,03,33,53,63,73,8•Hbo deeltijd bachelor44,542,039,637,735,934,232,4•Hbo deeltijd master8,27,97,97,87,87,77,7Totaal hbo413,9413,9405,5405,5407,0407,3413,0•Wo voltijd bachelor147,0150,3146,3146,8146,3149,2152,9•Wo voltijd master78,577,777,477,679,878,878,7•Wo deeltijd bachelor2,91,71,51,41,31,21,2•Wo deeltijd master3,92,92,92,82,72,62,5Totaal wo232,3232,7228,1228,6230,0231,8235,3Bron: Referentieraming 20132.Gediplomeerden (exclusief groen onderwijs)•Hbo voltijd bachelor54,854,854,153,954,253,754,2•Hbo voltijd master0,80,91,11,11,11,21,2•Hbo deeltijd bachelor8,17,97,57,27,16,86,6•Hbo deeltijd master2,52,42,42,42,42,42,4Totaal hbo66,266,165,264,664,864,164,4•Wo voltijd bachelor26,326,926,227,026,026,226,4•Wo voltijd master32,833,533,533,433,734,333,7•Wo deeltijd bachelor0,30,20,20,20,20,20,2•Wo deeltijd master0,80,80,80,90,90,80,8Totaal wo60,261,560,761,560,861,561,1Bron: Referentieraming 2013(bedragen x € 1.000)20142015201620173.Onderwijsuitgaven per student 1)•Hbo6,46,46,46,4•Wo6,66,66,56,6(bedragen x € 1)2013/144.Wettelijk collegegeld (hbo en wo voltijd)1 835Toelichting:1.De onderwijsuitgaven per student zijn berekend in nominale prijzen zonder de collegegeldontvangsten, en aantal studenten conform de Referentieraming 2013 (overeenkomstig tabel 6.2, onder 1; omgere-kend naar kalenderjaren).2.Vanwege het terugdraaien van de langstudeerdersmaatregel zijn de ontvangsten van het verhoogd collegegeld komen te vervallen. De instellingen zijn hiervoor in het Regeerakkoord Rutte II gecompen-seerd. Deze middelen maken deel uit van de onderwijsuitgaven per student.Overige indicatoren en kengetallen voor het stelsel hoger onderwijs zijn opgenomen in het Onderwijsverslag 2011–2012 en in Trends in Beeld 2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 259 De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) Flexibel hoger onderwijs voor werkendenIn de loop van het studiejaar 2014/2015 zal op grond van het innovatiear-tikel in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) aan instellingen in het hoger onderwijs experimenteerruimte worden geboden, gericht op versterking van de flexibiliteit en vraagge-richtheid van het deeltijd hoger onderwijs.Publicatie van de AMvB voor de experimenten «Flexibel hoger onderwijs voor werkenden» die mede wordt gebaseerd op het advies van de commissie «Flexibel hoger onderwijs voor werkenden» is voorzien in de loop van 2014. Op basis van monitoring en evaluatie van de effecten van de experimenten worden besluiten genomen over structurele invoering.PrestatieafsprakenMet de instellingen voor hoger onderwijs zijn voor de periode 2013–2016 prestatieafspraken gemaakt. In 2014 vindt een midtermreview plaats (zie het kopje prestatiebox onder bekostiging).Verminderen overhead in het hoger onderwijsDe taakstelling «Verminderen overhead in het hoger.onderwijs» uit het Regeerakkoord, oplopend van € 15 miljoen in 2014 tot € 65 miljoen structureel vanaf 2017 (inclusief groen onderwijs), is via een korting op de rijksbijdrage van de hogescholen en universiteiten (inclusief academische ziekenhuizen) gerealiseerd.Minder opleidingen hoger onderwijsEr wordt ingezet op een versterkt beleidsrijk traject gericht op uitvoering van prestatie- en profileringafspraken en sectorale herordening van het opleidingenaanbod. Verder wordt het aantal plaatsen aan de kunstoplei-dingen via scherpe selectie gereduceerd. Zowel over de herordening van het opleidingenaanbod als het traject met betrekking tot de kunstoplei-dingen zal de Tweede Kamer naar verwachting medio 2014 worden geïnformeerd. De bezuiniging uit het Regeerakkoord van € 70 miljoen in 2016, oplopend tot € 130 miljoen structureel (inclusief groen onderwijs), is via een korting op de rijksbijdrage van de hogescholen en universiteiten gerealiseerd.DereguleringIn de hoofdlijnenakkoorden met de Vereniging Hogescholen en VSNU zijn afspraken gemaakt over deregulering en vermindering van administra-tieve lasten. Om te komen tot toekomstbestendige stabiele duurzame bestuurlijke en financiële verhoudingen die recht doen aan de kernverant-woordelijkheden van de overheid, hogescholen en universiteiten zijn de volgende aspecten van belang:1)ontwikkelen van criteria voor (de)regulering hoger onderwijs;2)gebruiken van de criteria bij nieuwe wet- en regelgeving, herijking en aanpassingen van bestaande wet- en regelgeving in het hoger onderwijs;3)maatregelen om overlap te vermijden tussen taken van de Inspectie van het Onderwijs, de NVAO en de Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek.Deze aspecten zullen in 2014 in overleg met de Vereniging Hogescholen en VSNU nader worden uitgewerkt.InternationaliseringIn 2013 is de reactie op het SER-advies over binding van internationale studenten aan Nederland naar de Tweede Kamer gestuurd. Om internati-onaal talent te binden en te boeien zal onder andere met alle belangheb-BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 260De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) benden een gezamenlijk, meerjarig actieplan worden opgezet met als titel «Make it in the Netherlands». In 2014 start de uitvoering van dit actieplan.Vervallen woonplaatsvereiste in collegegeldbepalingVanaf het studiejaar 2014/2015 is de woonplaats van de EER-student niet meer van belang voor de aanspraak op het wettelijk collegegeld. Vanaf dit studiejaar kunnen deze studenten ongeacht hun woonplaats tegen wettelijke collegegeld studeren (Kamerstuk 31 288, nr. 326). De instel-lingen zullen per 2014 ook voor deze studenten bekostiging ontvangen.Open Online OnderwijsDe minister zal de Tweede Kamer in het najaar van 2013 met een beleidsbrief informeren over de ontwikkelingen rond open online hoger onderwijs. In deze brief wordt het overheidsbeleid op dit gebied voor de komende jaren neergelegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 261De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) Tabel 6.3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Hoger beroepsonderwijs (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen2.630.9992.734.0812.535.9362.514.9452.521.3252.526.8692.526.869Waarvan garantieverplichtingen153.45913.343Totale uitgaven2.543.0582.577.1172.576.4722.537.0662.513.8732.521.3272.526.869Waarvan juridisch verplicht (%)99,9%Bekostiging2.491.8902.534.5482.532.9522.495.8342.478.2842.485.8012.491.343•Hoofdbekostiging2.439.6592.375.4292.364.3462.322.0212.296.6442.296.4132.294.215–Onderwijsdeel hbo2.358.2182.297.7962.289.2662.252.1892.227.1482.226.9722.226.258–Deel ontwerp en ontwikkeling68.60568.69368.59668.34868.01267.95767.957–Bekostiging tweede bachelor- en mastergraden in het hbo1.3032.000–Bekostiging experimenten open bestel10.6115.4565.000–Bekostiging postinitiële masteropleidingen hbo9221.4841.4841.4841.4841.484•Prestatiebox52.231159.119168.606173.813181.640189.388197.128–Onderwijskwaliteit en studie-succes, en profilering1 52.231159.119168.606173.813181.640189.388197.128Subsidies30.42523.6632.9584.368202152152–Regeling bevordering kennis-functie hogescholen2 22.26719.967–Regeling stimulering Bèta/techniek 2.0004.000–Studiekeuze-informatie hoger onderwijs3 2.4552.475–Overig5.7031.221958368202152152Opdrachten353100100100100100100–Uitbesteding353100100100100100100Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s0022.55019.89919.89919.89919.899–NWO (Praktijkgericht onderzoek hbo)2 22.55019.89919.89919.89919.899Bijdragen aan (inter)nationale organisaties002.2802.1602.1602.1602.160–Stichting Studiekeuze1233 2.2802.1602.1602.1602.160Bijdragen aan agentschappen20.39018.80615.63214.70513.22813.21513.215–Dienst Uitvoering Onderwijs20.39018.80615.63214.70513.22813.21513.215Ontvangsten8.6465.9811.2131.2131.2131.2131.2131 Benaming gewijzigd. In begroting 2013: «Kwaliteit en profiel».2 Vanaf 2014 zijn de middelen voor het RAAK-programma (voormalige regeling bevordering kennisfunctie hogescholen) ingebed in de bekostiging bij NWO.3 Vanaf 2014 is Studiekeuze-informatie hoger onderwijs opgenomen onder «Bijdragen aan (inter)nationale organisaties» van deze tabel en daarom voor 2014 en volgende jaren niet opgenomen onder «Subsidies».Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 262 De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) Tabel 6.4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen4.028.1324.154.9094.000.0623.969.5273.971.2003.977.9263.978.856Waarvan garantieverplichtingen104.4000Totale uitgaven3.984.9994.012.7504.033.8023.993.4283.968.9483.971.3393.979.134Waarvan juridisch verplicht (%)99,9%Bekostiging3.930.8493.962.1143.993.8733.963.7463.942.6393.945.0633.952.768•Hoofdbekostiging3.904.1743.842.8473.866.3533.831.6843.803.7243.799.3143.800.186–Onderwijsdeel wo1.611.9711.535.4201.559.5071.531.6581.511.9491.509.6951.508.984–Onderzoeksdeel wo1.706.9671.707.6101.705.8931.699.7171.691.0431.687.9781.687.978–Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek581.042595.446600.953600.309600.732601.641603.224–Bekostiging tweede mastergraden in het wo4.1944.371•Prestatiebox26.675119.267127.520132.062138.915145.749152.582–Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering1 26.675119.267127.520132.062138.915145.749152.582Subsidies26.21822.66114.0515.5762.4123.2913.499–Subsidieregeling Sirius programma11.54310.3027.9542.407–Subsidieregeling Libertas Noodfonds765745605265–Subsidieregeling Programma Akademie assistenten957–3TU’s samenwerking6.0003.5001.500–Toetsing en Toetsgestuurd leren2.4262.260–Overig4.5275.8543.9922.9042.4123.2913.499Opdrachten1.6301.5831.5601.5601.5601.5601.560–Uitbesteding1.6301.5831.5601.5601.5601.5601.560Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s3.9863.8783.7283.6123.4033.1403.022–Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)3.9863.8783.7283.6123.4033.1403.022Bijdragen aan (inter)nationale organisaties22.31622.51420.59018.93418.93418.28518.285–Organisaties excl. NVAO en SKI123 (zie tabel 6.5)22.31622.51420.59018.93418.93418.28518.285Ontvangsten1141616161616161 Benaming gewijzigd. In begroting 2013: «Kwaliteit en profiel».Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 263 De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) Tabel 6.5 Middelen organisaties1 (bedragen x € 1.000)20142015201620172018United Nations University (UNU)875875875875875Europees Universitair Instituut Florence (EUI)1 5861 5861 5861 5861 586Stichting Nederlandse Organisatie voor Internationalesamenwerking in het Hoger Onderwijs (NUFFIC)14 76713 28713 28713 28713 287Platform Bèta Techniek (PBT)1.284287000Stichting Handicap en Studie480455455455455Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF2 3752 2502 2502 2502 250Stichting Studiekeuze123 (SKI123)2 2802 1602 1602 1602 160Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)242229229229229Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)242229229229229Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)3.7283.6123.4033.1403.0221 In deze tabel zijn de subsidieontvangers vermeld en de bedragen waarop de subsidies ten hoogste kunnen worden vastgesteld. Voor zover geen andere juridische grondslag van toepassing is, vormt deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht voor de subsidieverlening aan deze subsidieontvangers. BekostigingDe bekostiging van het hoger onderwijs en onderzoek bestaat uit de hoofdbekostiging en de middelen voor onderwijskwaliteit en studiesucces en profilering (prestatiebox). De experimenten open bestel hbo en postinitiële masteropleidingen hbo worden afzonderlijk bekostigd.HoofdbekostigingUniversiteiten (wo) en hogescholen (hbo) ontvangen bekostiging voor onderwijs en onderzoek. De rijksbijdrage wordt jaarlijks via een verdeel-sleutel aan de universiteiten en hogescholen toegekend als een lumpsum-bekostiging.De rijksbijdrage is gebaseerd op de WHW. In het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage wordt berekend.Onderwijsdeel hbo en woUniversiteiten en hogescholen ontvangen een rijksbijdrage voor onderwijs. De rijksbijdrage is met name gebaseerd op de nominale studieduur van de opleiding en het volgen en succesvol afronden van één bachelor- en één masteropleiding. Het onderwijsdeel bestaat uit:a.een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal ingeschreven bekostigde studenten en graden (diploma’s), er zijn drie bekostigings-niveaus (laag, hoog en top),b.een onderwijsopslag in bedragen: bedragen op basis van afspraken voor kwaliteit, kwetsbare opleidingen en bijzondere voorzieningen, enc.een onderwijsopslag als percentage.Per 2014 vervalt de subsidieregeling tweede graden hbo en wo en wordt via wet- en regelgeving geregeld dat studenten voor een tweede studie het wettelijk collegegeld verschuldigd zijn, indien deze gestart is tijdens een eerste studie en ononderbroken gevolgd wordt. De instellingen ontvangen gezamenlijk met ingang van 1 januari 2014 € 10 miljoen per jaar voor het verzorgen van deze tweede studies. Hiervoor zijn de onderwijsdelen hbo en wo structureel verhoogd.Deel Ontwerp en ontwikkeling hbo en Onderzoeksdeel woHogescholen ontvangen een rijksbijdrage voor ontwerp en ontwikkeling (praktijkgericht onderzoek). Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 264 De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoeksdeel wo is gebaseerd op:a.een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal bekostigde graden,b.een deel promoties: gebaseerd op het aantal promoties leidend tot een proefschrift en het aantal ontwerpcertificaten,c.een voorziening onderzoek in bedragen: bedragen op basis van afspraken over onder andere sectorplannen en toponderzoeksscho-len, end.een voorziening onderzoek in percentages.Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoekDe bekostiging van het onderwijs en onderzoek bij de acht academische ziekenhuizen loopt via de universiteiten. Hier kunnen studenten genees-kunde onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen. De bekostiging bestaat uit een deel dat is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en graden, een procentueel deel en een bedrag vanwege rente en afschrijving (voor huisvesting).Prestatiebox: Onderwijskwaliteit en studiesucces en profilering hbo en woVoor de periode 2013–2016 ontvangen hogescholen en universiteiten prestatiebekostiging op basis van individuele prestatieafspraken (zie ook de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap »Kwaliteit in verscheidenheid» en de Hoofdlijnenakkoorden OCW-Vereniging Hogescholen en OCW-VSNU). In het Besluit Experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs is bepaald hoe de omvang van de prestatiebekostiging per instelling wordt vastgesteld. Het budget voor de prestatiebekostiging bedraagt in totaal ongeveer 7% van de onderwijsbe-kostiging. Hiervan is 5% bestemd voor onderwijskwaliteit en studiesucces (voorwaardelijke financiering) en 2% voor profilering (selectief budget).De afspraken zijn gemaakt op basis van concrete indicatoren. Bij het niet behalen van de overeengekomen prestatieafspraken kan de instelling in de periode in 2017 – 2020 (deels) gekort worden op het budget voor onderwijskwaliteit en studiesucces. In 2014 vindt een midtermreview plaats.De Wet Kwaliteit in Verscheidenheid hoger onderwijs biedt instellingen de ruimte die zij nodig hebben bij het realiseren van de doelen in hun prestatieafspraken.Bekostiging experimenten open bestel hboDe middelen worden ingezet voor de bekostiging van experimenten open bestel. Doel van de experimenten open bestel is om kennis op te doen over de effecten van het toelaten tot de publieke financiering van andere dan de huidige bekostigde aanbieders in het hoger onderwijs, en over de voorwaarden waaronder in het publiek bekostigde stelsel ruimte kan worden gemaakt voor deze aanbieders. De evaluatie van de experimenten wordt uiterlijk in 2015 afgerond.Bekostiging postinitiële masteropleidingen hboDe middelen zijn beschikbaar voor de afwikkeling van de tijdelijke financiering van (eerder goedgekeurde) arbeidsmarktrelevante hbo-masters in prioritaire gebieden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 265De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) SubsidiesSubsidieregeling stimulering Bèta/techniek (hbo)Hiermee worden drie Centres of Expertise (CoE’s) hbo gefinancierd, naast de zeventien CoE’s die gefinancierd worden uit de middelen voor profilering. De CoE’s, die met cofinanciering van bedrijven en instellingen tot stand komen, zijn gericht op toponderwijs, toponderzoek en innovaties. Uitgangpunt hierbij is 25% financiering uit het werkveld, 25% van onderwijsinstellingen en 50% profileringsbekostiging.Subsidieregeling Sirius programma (ho)Om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop excellentie in het hoger onderwijs gerealiseerd kan worden is in 2009, 2010 en 2011 aan verschil-lende meerjarige projecten een subsidie toegekend. De projecten worden uitgevoerd in de periode 2008–2014.Subsidieregeling Libertas Noodfonds (ho)Het Libertas Noodfonds is er voor studenten die niet in hun land van herkomst kunnen (blijven) studeren, omdat vanwege politieke redenen hen het studeren onmogelijk wordt gemaakt of zij daarin ernstig worden belemmerd. Op dit moment zijn er geen landen aangewezen wiens ingezetenen een beroep kunnen doen op het Libertas Noodfonds. De geraamde middelen hebben betrekking op de afwikkeling van eerder toegekende financiële steun aan studenten uit Zimbabwe en Wit-Rusland (deze landen waren eerder aangewezen).3TU’s samenwerking (wo)De middelen (het betreft hier middelen uit het voormalig Fonds Econo-mische Structuurversterking) zijn beschikbaar voor het onderzoek in vijf centres of excellence (onderzoeksprogramma’s met leerstoelen en masterprogramma’s).Overig (hbo en wo)Bij dit financiële instrument zijn afzonderlijk voor de sectoren hbo en wo overige toekenningen opgenomen die gelijk dan wel kleiner zijn dan € 1 miljoen. Het gaat hier om middelen die deels juridisch en deels bestuurlijk verplicht zijn, alsmede om toekenningen die gedurende de uitvoerings-jaren op ad hoc basis worden toegekend.OpdrachtenUitbesteding (hbo en wo)Voor de beleidsontwikkeling worden opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van diensten. Het gaat hierbij met name om opdrachten voor beleidsgericht onderzoek.Bijdragen aan agentschappenDUODe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor deze begrotingsartikelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 266De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) Bijdragen ZBO’s / RWT’sNederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)De NVAO is als onafhankelijke, binationale accreditatie organisatie opgericht door de Nederlandse en Vlaamse overheid en geeft een deskundig en objectief oordeel over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. In deze begroting is de bijdrage opgenomen die de Nederlandse overheid rechtstreeks aan de NVAO vergoedt voor de uitvoering van haar taken. De daling van het budget is het gevolg van taakstellingen op de apparaatskosten van ZBO’s door de kabinetten Rutte I en II.NWO (praktijkgericht onderzoek hbo)Van hogescholen wordt verwacht dat zij een centrale rol in de Neder-landse en internationale kennisinfrastructuur vervullen. Voor praktijkge-richt onderzoek hebben hogescholen direct toegang tot de competitieve onderzoekgeldstroom voor het hbo; het RAAK-programma (voormalige Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen).Om te zorgen dat de functie van deze onderzoeksgeldstroom wordt geborgd binnen het Nederlandse kennissysteem heeft het ministerie van OCW met de werkgevers, andere partners van de Stichting Innovatie Alliantie (SIA) en met NWO een convenant ondertekend waarin is vastgelegd dat de middelen voor het RAAK-programma vanaf 2014 worden ingebed via de bekostiging bij NWO.Vanaf 2014 wordt extra geïnvesteerd in het praktijkgericht onderzoek. In 2014 komt een eerste tranche van € 3 miljoen structureel per jaar beschikbaar. Deze extra middelen zijn afkomstig uit de middelen die in het Regeerakkoord Rutte II beschikbaar zijn gesteld voor onderzoek en worden toegevoegd aan de middelen voor praktijkgericht onderzoek bij NWO.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesOrganisaties als bedoeld in tabel 6.5 (met uitzondering van de NVAO)Het betreft hier de (structurele) bekostiging van organisaties die beleids-matig prioritaire taken uitvoeren, ofwel activiteiten uitvoeren die betrekking hebben op de belangenbehartiging van studenten, ofwel taken uitvoeren die voortkomen uit verdragsrechtelijke verplichtingen.OntvangstenBij de ontvangsten is een raming opgenomen voor terugvorderingen bij hogescholen en andere subsidieontvangers (bv. als gevolg van eindafre-keningen van toegekende subsidies).Van het totale budget voor artikel 6 is in 2014 99,9% juridisch verplicht.Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van hogescholen voor onderwijs, onderzoek en prestatiebekostiging. Hieraan ten grondslag liggen de WHW, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.Voor de bekostiging van de experimenten open bestel en postinitiële masteropleidingen hbo liggen afzonderlijke regelingen ten grondslag.Budgetflexibiliteit artikel 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 267De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 72% juridisch verplicht. Dit deel betreft met name de financiering van de drie Centres of Expertise die door het Platform Bèta Techniek zijn toegekend.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan NWO voor praktijkgericht onderzoek hbo. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan de Stichting Studie-keuze123. Met deze middelen wordt gefaciliteerd dat aanstaande studenten via onder andere een website beschikken over deugdelijke vergelijkingsinformatie over de opleidingsmogelijkheden in het hoger onderwijs, en de bijbehorende beroepsprofielen en arbeidsmarktperspec-tieven. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begro-tingsjaar verplicht.Bijdrage aan agentschappen: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepar-tement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.Van het totale budget voor artikel 7 is in 2014 99,9% juridisch verplicht.Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van universiteiten en academische ziekenhuizen voor onderwijs, onderzoek en prestatiebe-kostiging. Hieraan ten grondslag liggen de WHW, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 90% juridisch verplicht. Dit deel betreft met name de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Subsidieregelingen Sirius Programma, Libertas Noodfonds en de 3TU’s samenwerking.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan de NVAO. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan United Nations University (UNU), Europees Universitair Instituut Florence (EUI), Stichting Neder-landse Organisatie voor Internationale samenwerking in het Hoger Onderwijs (NUFFIC), Stichting Handicap en Studie, Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) en Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.Budgetflexibiliteit artikel 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 268De beleidsartikelen (artikel 6 en 7) 8. INTERNATIONAAL BELEID Algemene doelstelling: bevorderen van internationale samenwerking en uitwisseling ter ondersteuning en versterking van de kwaliteit van onderwijs, cultuur en wetenschap en ter verdere ontwikkeling van internationale competenties van lerenden, docenten, kunstenaars en wetenschappers.Stimuleren: Bij het uitvoeren van die algemene doelstelling ligt de nadruk op het zoveel mogelijk stimuleren en ondersteunen van instel-lingen en burgers om zich op een internationale omgeving te oriënteren. Daartoe zorgt de minister vanuit haar stelselverantwoordelijkheid voor de benodigde internationaal-bestuurlijke randvoorwaarden, bijvoorbeeld door afspraken over wederzijdse beroepserkenning, kwaliteitszorg en grensverkeer en door de uitwisseling van best practices. De minister opereert hierbij binnen multilaterale kaders als de Europese Unie, OESO en de Unesco en andere – vaak daarbij aangesloten – organisaties, alsmede via bilaterale contacten, verdragen, Memorandums of Under-standing, etc. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van stimuleringsmaatre-gelen in de vorm van fondsen en beurzen en worden faciliterende en uitvoerende instanties gefinancierd, zoals het Europees Platform, Neth-ER en het Duitsland Instituut Amsterdam. De bevordering van internationale samenwerking is ondersteunend aan de beleidsdoelstellingen van OCW. De voorgenomen activiteiten zijn dan ook voor een belangrijk deel opgenomen in de betreffende beleidsartikelen.Indicatoren voor internationaal beleid worden beschreven in Kerncijfers 2008–2012.SubsidietaakstellingDe beschikbare bedragen voor internationale samenwerking OCW-breed zijn in 2014 op onderdelen verlaagd, onder meer in het kader van de subsidietaakstelling. De gevolgen van de subsidietaakstelling worden toegelicht in de beleidsagenda en het algemene deel van het verdiepings-hoofdstuk.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallen BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 269De beleidsartikelen (artikel 8) Tabel 8.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018HGIS-deel 2014Verplichtingen7.3129.50011.6529.98210.60811.11811.118575Waarvan garantieverplichtingenTotale uitgaven16.21517.04813.42111.28011.10811.11811.1181.045Waarvan juridisch verplicht90,5%Programma-uitgaven16.21517.04813.42111.28011.10811.11811.1181.045Subsidies1.3451.6061.6081.088971971971364•Subsidieregelingen1.3451.6061.6081.088971971971364–Duitsland Instituut Amsterdam (DIA)732842774724607607607–Frans-Nederlandse academie (FNA)11420–Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)450450450–Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur49314364364364364364364–Overige incidentele subsidiesOpdrachten283373290280236257257–Beleidsonderzoek en benchmarking143200100100100100100–Incidentele Internationale activiteiten140173190180136157157Bijdragen aan (inter)nationale organisaties14.08714.56911.0739.4629.4519.4409.440231–OCW-vertegenwoordiging in het buitenland1.7772.135141135124113113141–Europees Platform5.4105.4564.5603.5603.5603.5603.560–Nederlandse Taalunie3.1243.1863.1863.1863.1863.1863.186–Europa College Brugge30303030303030–Unesco40202020202020–OESO CERI73767676767676–Fulbright Center408408388368368368368–DCICC (voorheen SICA) Cultural Contact Point9090909090909090–Stichting Ons Erfdeel205185185185185185185–Nationaal Agentschap Leven Lang Leren (EU-programma)1.7481.7481.7621.7621.7621.7621.762–Programma’s Agentschap NL (inclusief uitvoerings-kosten)1.1621.185585–Incidentele EU-programma’s en activiteiten20505050505050Bijdragen aan andere begrotings-hoofdstukken500500450450450450450450–Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk V BuZa)500500450450450450450450Ontvangsten41999999999999Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 270 De beleidsartikelen (artikel 8) SubsidiesDuitsland Instituut AmsterdamHet Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) genereert en verspreidt kennis in Nederland over het veranderende Duitsland op het raakvlak van onderwijs, wetenschap en maatschappij. Het doet dat onder meer met behulp van wetenschappelijk onderzoek, onderwijsprojecten en voorlich-tingsactiviteiten (cofinanciering met Universiteit van Amsterdam en Deutsche Akademische Austausch Dienst (DAAD)). Het DIA is voor 2014 een taakstelling opgelegd van € 50.000. Daarnaast ontvangt het DIA in 2013, 2014 en 2015 een bedrag van € 116.500 per jaar voor de uitvoering van een pilotprogramma studiemobiliteit. Dit programma moet de samenwerking stimuleren tussen Nederlandse en Duitse instellingen van hoger onderwijs, alsook de mobiliteit van Nederlandse studenten naar Duitsland vergroten. Ook hier is sprake van cofinanciering van Duitse zijde (50/50).Frans-Nederlandse AcademieDe financiering van de Frans-Nederlandse Academie is stopgezet. De middelen in 2014 zijn beschikbaar voor afbouw van de financiering. Over het beëindigen van deze subsidie is reeds eerder besloten en maakt dus geen deel uit van de subsidietaakstelling.NethERNeth-ER is opgericht in 2006 door acht Nederlandse veldorganisaties werkzaam op de gebieden onderzoek, onderwijs en innovatie (onder andere TNO, KNAW, VSNU, MBO-Raad, NWO, Europees Platform). Hun gezamenlijke doel is om de Nederlandse participatie aan de Europese programma’s te vergroten. Momenteel vindt een evaluatie plaats van de werkzaamheden van Neth-ER, op basis waarvan een nader besluit zal worden genomen over eventuele continuering van deze subsidie na 2014.Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuurDit betreft middelen gereserveerd voor incidentele activiteiten en verplichtingen ter bevordering van de samenwerking op het gebied van cultuur. Bijvoorbeeld voor de ondersteuning van de activiteiten van de Speciaal Gezant voor Geletterdheid bij de UNESCO voor de periode 2013–2016.OpdrachtenBeleidsonderzoek en benchmarkingDit betreft middelen ten behoeve van beleidsonderzoek, onder meer naar de effectiviteit van internationalisering en ten behoeve van benchmarking in het kader van de relevante internationale organisaties.Incidentele internationale activiteitenDit betreft middelen gereserveerd voor incidentele activiteiten en verplichtingen ter bevordering van de samenwerking, welke bij het opstellen van de begroting niet zijn te voorzien.Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesOCW-vertegenwoordigingDit betreft de kosten van een gedetacheerde medewerker bij de PV Unesco in Parijs, die uit de HGIS-middelen wordt gefinancierd.Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 271De beleidsartikelen (artikel 8) Europees PlatformHet Europees Platform ondersteunt de internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs met kennis en kleine financiële bijdrages voor onder meer expertiseontwikkeling en mobiliteit van onderwijzend personeel, vroegtijdig vreemdetalenonderwijs, tweetalig onderwijs en de internationale uitwisseling.Nederlandse TaalunieDe Nederlandse Taalunie is de verdragsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van het Nederlands. Ze ondersteunt het leren van de Nederlandse taal in het buitenland, bewaakt de kwaliteit daarvan en houdt zomercursussen voor buiten-landers die Nederlands doceren of willen blijven spreken.Europa College BruggeEuropa College te Brugge is een postuniversitaire opleiding voor onderzoek naar Europese eenwording, gefinancierd door EU en EU-Lidstaten.UnescoDit betreft de deelname aan diverse projecten in het kader van de Unesco.OESO CERIOESO CERI betreft de deelname aan diverse onderwijsprojecten en -onderzoeken in het kader van het Centre for Educational Research and Innovation (CERI), onderdeel van de OESO.Fulbright CenterHet Fulbright Center verzorgt mobiliteitsprogramma’s voor het hoger onderwijs via beurzen voor uitwisseling met de Verenigde Staten (met bijdragen van de Amerikaanse regering).Cultural Contact PointHet Cultural Contact Point geeft advies over de subsidieregelingen van het EU-cultuurprogramma en biedt begeleiding bij het doen van een aanvraag. Het is een uitvoerend orgaan ten behoeve van het EU-Cultuurprogramma en ondergebracht bij het Dutch Centre for International Cultural Cooperation (DCICC), voorheen bij de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA).Stichting Ons ErfdeelDe Vlaams-Nederlandse vereniging Ons Erfdeel wil de cultuur van Vlaanderen en Nederland in het buitenland bekend maken en de culturele samenwerking tussen de Nederlandssprekenden bevorderen, onder meer met behulp van het tijdschrift Ons erfdeel en het Jaarboek The Low Countries.Nationaal Agentschap Leven Lang LerenHet Agentschap is belast met het beheer en de uitvoering in Nederland van EU mobiliteitsprogramma’s.Agentschap NLAgentschap NL verricht uitvoerende taken, vooral waar het gaat om internationalisering van het (beroeps-)onderwijs op het scheidsvlak tussen onderwijs en bedrijfsleven. In het kader van de eerdergenoemde subsidietaakstelling wordt deze post nu afgebouwd en na 2014 niet meer gecontinueerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 272De beleidsartikelen (artikel 8) Incidentele EU-programma’s en activiteitenDit betreft middelen gereserveerd voor incidentele activiteiten en verplichtingen in het kader van de EU en deelname aan EU-programma’s, welke bij het opstellen van de begroting niet zijn te voorzien.Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukkenVlaams-Nederlands Huis De BurenHet Vlaams-Nederlands Huis De Buren is in 2004 opgericht door de Nederlandse en Vlaamse regering als een culturele organisatie en als ruimte voor debat en reflectie (subsidiëring vindt plaats via begrotings-hoofdstuk V (Buitenlandse Zaken)).Van het totale budget voor artikel 8 voor het jaar 2014 is 90,5% wettelijk dan wel juridisch verplicht.Subsidies: Van het beschikbare budget voor het jaar 2014 is 78,9% juridisch verplicht. Dit deel betreft de subsidies die meerjarig zijn verplicht. Het betreft hier bijvoorbeeld de subsidies aan het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) en het Netherlands house for Education and Research (Neth-ER). Het resterende deel van het budget is bestuurlijk gebonden, het betreft HGIS-gelden bestemd voor incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.Opdrachten: Ten laste van het beschikbare budget zijn ten tijde van het opstellen van de begroting voor het jaar 2014 nog geen verplichtingen aangegaan. Van het beschikbare budget is € 0,1 miljoen bestemd voor beleidsonderzoek en benchmarking en € 0,19 miljoen bestemd voor (het ondersteunen van) internationale activiteiten. Voor de uitgaven worden jaarlijks verplichtingen aangegaan.Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Van het budget voor jaar 2014 is 94,08% wettelijk dan wel juridisch verplicht. Dit betreft de (interna-tionale) verplichtingen die voorafgaand aan het jaar worden verplicht. Het betreft hier bijvoorbeeld De Nederlandse Taalunie, het Europees Platform, Europa College Brugge, OESO CERI, het Fulbright Center etc. Het niet verplichte deel betreft beleidsmatig gebonden gelden, waarvoor in het jaar 2014 verplichtingen zullen worden aangegaan.Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken: Het budget voor jaar 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de OCW-bijdrage aan het Vlaams-Nederlands huis DeBuren, waarvoor het ministerie van Buitenlandse Zaken mede namens OCW een meerjarige verplichting is aangegaan.Het vergroten van internationale mobiliteit en grensoverschrijdende samenwerking tussen instellingen dient ter ondersteuning en versterking van de kwaliteit van de onderwijs-, cultuur- en wetenschapsbeoefening in Nederland én ter versterking van de Nederlandse positie op die terreinen in de wereld. Het is een doelstelling die nauw verweven is met de specifieke beleidsdoelstellingen op elk der onderscheiden terreinen. De daarbij behorende internationale uitgaven zijn dan ook grotendeels ondergebracht bij de onderscheiden beleidsartikelen in de begroting. Het hier geboden overzicht betreft een samenvattend overzicht van de totale internationale uitgaven van OCW per beleidsartikel (tabel 8.2), met daaraan gekoppeld een overzicht van de onderdelen van die uitgaven, die deel uit maken van de zogenoemde Homogene Groep Internationale Budgetflexibiliteit Internationale uitgaven OCW-breedTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 273De beleidsartikelen (artikel 8) Samenwerking (HGIS), gecoördineerd door het ministerie van Buiten-landse Zaken (tabel 8.3).Tabel 8.2 Internationale uitgaven OCW (x € 1.000)2012201320142015201620172018Primair onderwijs (artikel 1)20.99221.34512.29511.54511.54511.54511.545Voortgezet onderwijs (artikel 3)4.6314.0583.3813.0852.4292.6593.109Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (artikel 4)1.2171.251820340340340340Hoger beroepsonderwijs (artikel 6)3.4533.4533.1553.1553.1552.8582.858Wetenschappelijk onderwijs (artikel 7)74.81372.83064.96864.08863.82359.76959.769Internationaal beleid (artikel 8)16.21517.04813.42111.28011.10811.11811.118Studiefinanciering (artikel 11)63.77565.00065.00065.00065.00065.00065.000Kunsten (artikel 14)18.01712.81311.76411.71211.66411.96311.963Cultureel erfgoed (artikel 14)2.5782.5062.5062.5062.5062.7222.722Media (artikel 14 en 15)49.8911.8311.8311.8311.8311.8311.831Onderzoek en wetenschappen (artikel 16)99.35987.88788.80387.80387.80386.30385.053Totaal354.941290.022267.944262.345261.204256.108255.308Toelichting:De uitgaven in de tabel zijn – waar nodig en relevant – toegelicht bij de betreffende beleidsartikelen.Voor artikel 11 geldt dat de uitgaven voor internationale studiefinanciering niet afzonderlijk worden geraamd, maar meelopen in de uitgavenra-mingen, zoals opgenomen bij artikel 11.80 (Studiefinanciering; waarborgen van de algemene financiële toegankelijkheid van het onderwijs voor de studerenden). De gegeven bedragen zijn indicatief.Tabel 8.3 Homogene groep internationale samenwerking (x € 1.000)2012201320142015201620172018Hoger beroepsonderwijs (artikel 6)3.4533.4533.1553.1553.1552.8582.858Wetenschappelijk onderwijs (artikel 7)58.25458.36953.66753.66753.66748.96448.964Internationaal beleid (artikel 8)7791.0371.0451.0391.0281.0171.017Kunsten (artikel 14)5.7654.8723.8723.8723.8724.1714.171Cultureel erfgoed (artikel 14)395395395395395395395Letteren (artikel 14)506299299299299Onderzoek en wetenschappen (artikel 16)685706454454454454454Totaal69.83769.13162.88762.88162.87057.85957.859Toelichting:De uitgaven op de Homogene Groep Internationale Samenwerking maken deel uit van de uitgaven opgenomen in tabel 8.2 «Internationale uitgaven OCW». Ook deze uitgaven zijn op onderdelen verlaagd als gevolg van aanpassingen in het kader van het Bruto Nationaal Product (BNP) en van een taakstelling op de HGIS-middelen, die door het ministerie van Buitenlandse Zaken is uitgevoerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 274 De beleidsartikelen (artikel 8) 9. ARBEIDSMARKT- EN PERSONEELSBELEID De kwaliteit van het onderwijs wordt gewaarborgd door de beschik-baarheid van voldoende personeel van voldoende kwaliteit voor alle onderwijsdeelnemers.De minister is verantwoordelijk voor een onderwijsstelsel dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele leerlingen/studenten en bij de behoefte van de maatschappij. De leraar en de schoolleider zijn daarbij cruciaal.Regisseren: De minister draagt verantwoordelijkheid voor het borgen van de onderwijskwaliteit van scholen. Om deze verantwoordelijkheid waar te maken levert zij een bijdrage aan het zorgen voor voldoende docenten van voldoende kwaliteit. Zij doet dat door wetten en regels uit te vaardigen voor goed bestuur, door een dialoog te voeren met en toezicht te houden op belanghebbenden, en zo nodig actief regie te voeren.Stimuleren: De minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van directe stimuleringsmaatregelen ten behoeve van de ontwikkeling van de kwaliteit en professionaliteit van docenten en het bijdragen aan een aantrekkelijk beroep. Dit door middel van het in 2007 uitgebrachte actieplan «LeerKracht van Nederland» en het in mei 2011 uitgebrachte actieplan «Leraar 2020, een krachtig beroep»! en de op basis daarvan met belanghebbenden afgesloten convenanten en bestuursakkoorden.Financieren: De minister draagt bij aan het lerarenbeleid op scholen door het financieren van de onderwijssectoren voor een betere beloning van docenten en van projecten op het gebied van arbeidsmarkt- en personeelsbeleid. Dit via aanvullende bekostiging, subsidies en opdrachten.Indicatoren voor het arbeidsmarkt- en personeelsbeleid worden beschreven in Trends in Beeld 2013.LerarenagendaVóór 5 oktober 2013 brengt de minister, conform haar toezegging aan de Tweede Kamer, de lerarenagenda voor de komende jaren uit. In deze agenda worden ruimte en middelen voor scholing, de kwaliteit van de opleidingen, peer review en modernisering van de arbeidsvoorwaarden belangrijke pijlers, om zo bij te dragen aan de verbeterprocessen in de scholen.SubsidietaakstellingDe gevolgen van de subsidietaakstelling onderwijs en onderzoek voor artikel 9 worden toegelicht in de beleidsagenda en het algemene deel van het verdiepingshoofdstuk.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallen BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 275De beleidsartikelen (artikel 9) Tabel 9.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 (bedragen x 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen328.100384.810386.420399.240525.500580.545449.385Totale uitgaven257.651384.810386.420399.240525.500580.545449.385Waarvan juridisch verplicht (%)94,3%Bekostiging128.385170.197171.220179.698299.823418.486287.681•Hoofdbekostiging010.6966.93415.68714.952130.115– 690–Beloning LeerKracht lumpsum po/vo/bve010.6966.93415.68714.952130.115– 690•Prestatiebox21.64033.70037.24037.240158.100158.100158.100–Professionalisering po/vo/bve21.64033.70037.24037.240158.100158.100158.100•Aanvullende bekostiging106.745125.801127.046126.771126.771130.271130.271–Functiemix VO Randstadre-gio’s52.33961.25661.25661.25661.25661.25661.256–Salarismix MBO Randstadre-gio’s34.88841.06741.06741.06741.06741.06741.067–Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen14.03017.98020.00020.00020.00023.50023.500–G.O.- en vakbondsfaciliteiten po5.4885.4984.7234.4484.4484.4484.448Subsidies110.228195.995197.236201.685207.946144.333143.978–Lerarenbeurs/zij-instroom74.980107.300107.800107.800112.100108.100108.100–Impuls lerarentekorten vo en wetenschap en techniek pabo015.00020.00030.00035.00000–Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen020.50020.50020.50020.50000–Verankering academische opleidingsschool2.4502.9202.7102.6401.59000–InnovatieImpuls Onderwijs4.8855.1003.0000000–Arbeidsmarkt-/kennisactiviteiten po2.2302.2302.2302.0142.0142.0142.014–Onderwijscoöperatie2.9002.9302.9352.9352.9352.9352.935–Open Universiteit (LOOK)6.3703.9301.9370000–Promotiebeurs voor leraren2.2828.3919.50010.00011.50012.0009.500–Projecten professionalisering1.2694.6844.8254.8254.8254.8254.825–Projecten regionale arbeids-marktproblematiek5716.0006.0006.0006.0005.4005.400–Caribisch Nederland2.0972.0972.0972.097000–Overige projecten10.19414.91313.70212.87411.4829.05911.204Opdrachten3.5203.8643.8403.8403.8403.8403.840–Onderzoek, ramingen en communicatie3.5203.8643.8403.8403.8403.8403.840Bijdragen aan agentschappen7.5856.8076.1776.0705.9445.9395.939–Dienst Uitvoering Onderwijs7.5856.8076.1776.0705.9445.9395.939Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s7.9337.9477.9477.9477.9477.9477.947–Stichting Vervangingsfonds/Bedrijfs-gezondheid7.9337.9477.9477.9477.9477.9477.947Ontvangsten7.33506.0006.0006.0006.0006.000HoofdbekostigingBeloning LeerKracht lumpsumDe investeringen in beloning van het onderwijspersoneel, ter verbetering van de arbeidsmarktpositie, voorvloeiend uit de convenanten LeerKracht van Nederland worden doorgezet. In totaal is in 2014 € 611 miljoen aan Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 276 De beleidsartikelen (artikel 9) beloningsmaatregelen beschikbaar dat aan de lumpsum van de instel-lingen voor po, vo, mbo en ho wordt toegevoegd. Dit bedrag is naar de onderwijssectoren overgeboekt (respectievelijk artikel 1 voor po, artikel 3 voor vo, artikel 4 voor mbo en artikel 6 voor ho).PrestatieboxProfessionalisering po, vo en mboVoor de verdere verbetering van de professionele kwaliteit van leraren en schoolleiders in het po, vo en mbo worden tot en met 2015 jaarlijks extra middelen ter beschikking gesteld. Hierover zijn afspraken gemaakt in de met de sectorraden afgesloten Bestuursakkoorden. De middelen voor po (in 2014 € 70,1 miljoen) en vo (in 2014 € 42 miljoen) zijn naar de sectoren overgeboekt en opgenomen in de prestatieboxen van die sectoren. De middelen voor het mbo (in 2014 € 33,7 miljoen, dit is exclusief de middelen voor het groen onderwijs) worden via een afzonderlijke subsidieregeling aan de sector ter beschikking gesteld.Aanvullende bekostigingFunctiemix vo/Salarismix mbo Randstadregio’sIn de sectoren vo en mbo zijn aanvullend op de in de lumpsum op te nemen beloningsmaatregelen afspraken gemaakt over de versterking van de functie-/salarismix in de zogenaamde Randstadregio’s. Hier kennen scholen een grotere beloningsachterstand ten opzichte van de markt-sector, een grotere arbeidsmarktproblematiek en (een optelsom van) grootstedelijke problemen. De middelen worden op grond van een ministeriële regeling in aanvulling op de lumpsum verstrekt aan instel-lingen in deze regio’s.Tegemoetkoming kosten opleidingsscholenOm de samenwerking tussen lerarenopleidingen en het afnemend veld te verbeteren zijn 55 opleidingsscholen (samenwerkingsverbanden van één of meer lerarenopleidingen met één of meer scholen voor po, vo en mbo) erkend. Zij ontvangen jaarlijks bekostiging om gezamenlijk leraren op de werkplek op te leiden.G.O.- en vakbondsfaciliteiten poHet bedrag voor de G.O.- en vakbondsfaciliteiten wordt, via de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs (SFSVO), aan de scholen voor po beschikbaar gesteld voor de vergoeding van de kosten van vervanging van onderwijspersoneel, dat buitengewoon verlof is verleend voor deelname aan georganiseerd overleg en voor het verrichten van overige vakbondswerkzaamheden. De faciliteiten voor de sector po zullen op termijn, gelijk aan die voor de overige sectoren, worden opgenomen in de lumpsum van de instellingen.SubsidiesLerarenbeurs/zij-instroomDe lerarenbeurs – voor zowel opleidingskosten als de vervangingskosten tijdens het studieverlof – wordt ingezet voor geaccrediteerde bachelor- en masteropleidingen ter verkrijging van hogere kwalificaties voor leraren in het po, vo, mbo en hbo. Voor 2014 worden aanvullende maatregelen voorbereid om de beurs te stimuleren. In 2014 is minimaal € 34 miljoen beschikbaar voor nieuwe beurzen, waarmee aan ruim 4.500 leraren een beurs kan worden toegekend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 277De beleidsartikelen (artikel 9) De zij-instroom voorziet in een subsidie voor de opleiding en begeleiding van onbevoegde zij-instromers in het po, vo en mbo. Het reguliere budget in 2014 bedraagt € 8 miljoen, waarmee voor 400 personen een zij-instroomtraject bekostigd kan worden.Impuls lerarentekorten vo en wetenschap en techniek paboHet betreft de inzet van maatregelen ten aanzien van de middelen van € 100 miljoen voor de periode 2013 tot en met 2016 uit het Regeerakkoord (zie voor nadere uitwerking Kamerstuk 27 923 nr. 151). De maatregelen zijn gericht op twee afzonderlijke thema’s:1.Het sneller herkennen van bètatalent op de basisschool (beter borgen wetenschap en techniek in kennisbasis/curriculum primair onderwijs en pabo’s);2.Het vergroten van het aantal universitair opgeleide leraren in het voortgezet onderwijs, in het bijzonder leraren bètavakken en talen, om daarmee het voorspelde lerarentekort af te wenden (educatieve minor, trajecten voor zij-instromers, Eerst de Klas en versterken verbinding scholen/bedrijven door stages en gastlessen).Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholenHet betreft een impulssubsidie 2013–2016 om de samenwerking te versterken tussen lerarenopleidingen en scholen in het po, vo en mbo. Het gaat daarbij om de samenwerking in het algemeen en in het bijzonder op de onderwijsthema’s: omgaan met verschillen, opbrengstgericht werken, begeleiding beginnende leraren, ouderbetrokkenheid en pesten. Een betere samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen (afnemend veld) zorgt ervoor dat startende leraren effectiever zijn in de beroeps-praktijk en voorkomt onnodige uitval. De subsidie staat open voor de bestaande 55 opleidingsscholen (zie hiervoor onder aanvullende bekostiging, tegemoetkoming kosten opleidingsscholen) en voor een beperkt aantal nieuwe samenwerkingsverbanden.Verankering academische opleidingsschoolDe academische opleidingsschool is een opleidingsschool die het opleiden van leraren verbindt met praktijkgericht onderzoek en schoolont-wikkeling. Voor de verdere ontwikkeling en verankering van de acade-mische opleidingsschool ontvangen 35 projecten in de periode 2012–2016 een afzonderlijke aanvullende subsidie. Na afloop hiervan is het de bedoeling deze te integreren in de aanvullende bekostigingsregeling «Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen».InnovatieImpuls OnderwijsHet doel van dit project, dat doorloopt tot eind 2014, is tweeledig: het implementeren van innovatieve maatregelen in de schoolorganisatie zowel po als vo, gericht op verhoging van de arbeidsproductiviteit en het meten van de effecten van deze maatregelen op de arbeidsproductiviteit. Onderdeel van de IIO zijn de IIO-experimenten, waarbinnen vijf door scholen zelf ontwikkelde innovatieconcepten op ruim 150 scholen door het hele land worden uitgevoerd, waarvan ongeveer een derde in het primair onderwijs en twee derde in het voortgezet onderwijs. Bij alle experimenten ligt de nadruk op innovaties die ervoor moeten zorgen dat het onderwijs op een andere manier en met minder leraren georganiseerd kan worden, zonder dat daarbij de werkdruk van leraren toeneemt of de onderwijskwaliteit eronder lijdt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 278De beleidsartikelen (artikel 9) Arbeidsmarkt-/kennisactiviteiten poMet uitzondering van de sector po zijn de sectorale arbeidsmarktmiddelen opgenomen in de lumpsum van de betreffende sectorale instellingen. Voor de sector po zal dit niet eerder geschieden dan 2015, tot die tijd worden de sectorale po-arbeidsmarktmiddelen beschikbaar gesteld aan de door de sociale partners in het po opgerichte Stichting Arbeidsmarkt-platform Primair Onderwijs.OnderwijscoöperatieDe onderwijscoöperatie is van start gegaan op 1 oktober 2011 en wordt gevormd door de grootste onderwijsberoepsverenigingen in Nederland. Het belangrijkste uitgangspunt voor de coöperatie is dat deze van, voor en door de leraar is. Doel is het zorgen voor een krachtige beroepsgroep, met als speerpunten de bekwaamheid van de leraar, de professionele ruimte van de leraar en een goed imago van het beroep. Om deze ambities te realiseren en te waarborgen is tussen de onderwijscoöperatie en OCW het Bestuursakkoord Beroepsgroep Leraren 2012–2015 gesloten, waarin ook afspraken zijn gemaakt over het door OCW ter beschikking stellen van financiële middelen. Onder de activiteiten van de onderwijscoöperatie vallen onder meer de herijking van de bekwaamheidseisen, het inhoude-lijke beheer van het lerarenregister, Leraar 24, organiseren van pilots peer review en de organisatie van de dag van de leraar en de verkiezing van de leraren van het jaar.Open Universiteit (LOOK)Kernactiviteit van LOOK, Wetenschappelijk Centrum Leraren Onderzoek is het doen van beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek naar het professionaliseren van, voor en door leraren. Leraren doen actief mee aan het onderzoek en reflecteren op onderzoek. Doel is het versterken van de beroepsgroep leraren en daarmee de kwaliteit van het onderwijs als geheel, van wetenschap tot dagelijkse praktijk. Gezien de overlap in doelstellingen en werkwijze van LOOK met het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), en om de versnippering van middelen over de verschillende organisaties die zich bezig houden met (het uitzetten) van wetenschappelijk onderzoek te verminderen, zullen de middelen van LOOK (na aftrek van de korting in het kader van de subsidietaakstelling) gefaseerd worden overgeheveld naar het NRO. LOOK is daarmee één van de organisaties die kan meedingen naar de middelen.Promotiebeurs voor lerarenLeraren in het po, vo, mbo en ho worden in staat gesteld om onderzoek te verrichten dat uitmondt in een proefschrift. De leraren krijgen, met behoud van salaris, vier jaar lang twee dagen per week vrij om te werken aan onderzoek. De eerste tranche promotiebeurs (aanvragen 2011 tot en met 2014) beloopt in totaal een bedrag van € 35 miljoen, waarmee aan circa 250 leraren een beurs kan worden toegekend. Vanaf 2015 kan jaarlijks aan 67 leraren een beurs worden verstrekt.Projecten professionaliseringTen behoeve van de begeleiding/ondersteuning van de instellingen voor po, vo en mbo bij de professionalisering van hun onderwijspersoneel en de borging ervan worden aan School aan Zet en MBO Diensten subsidies verstrekt. Daarnaast zijn voor de bouw, het onderhoud en het beheer van het Leraren- en schoolleidersregister middelen beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 279De beleidsartikelen (artikel 9) Projecten regionale arbeidsmarktproblematiekVia een vraaggestuurde aanpak wordt ondersteuning geboden aan vo-schoolbesturen in regio’s die acute knelpunten ervaren of verwachten op de onderwijsarbeidsmarkt. Regionale arbeidsmarktramingen van CentErdata (2012) hebben inzichtelijk gemaakt hoe deze markt zich in het vo regionaal ontwikkelt en welke knelpunten zich voordoen. Op basis hiervan hebben de betrokken vo-besturen in de regio een plan van aanpak opgesteld met gerichte en concrete oplossingen voor de korte termijn. De voorgestelde maatregelen richten zich zowel op kwalitatieve als kwantita-tieve personeelstekorten. Voorbeelden daarvan zijn het bevorderen van extra instroom en het beperken van de uitstroom uit het beroep, het bieden van voldoende stageplaatsen door schoolbesturen, het opzetten van leernetwerken voor docenten en het (leren) toepassen van digitale didactiek. Alle plannen zijn in 2012–2013 aan OCW voorgelegd en goedgekeurd, de programma’s (13 in totaal) hebben een doorlooptijd tot en met 2016.Caribisch NederlandHet betreft een subsidie (tot en met 2015) om ervoor te zorgen dat in Caribisch Nederland activiteiten worden ondernomen om de kwaliteit van de docenten te verhogen en dat ze uiterlijk 1 augustus 2016 aan dezelfde eisen voldoen als hun collega’s in Europees Nederland op het terrein van bevoegdheid en bekwaamheid.Overige projectenIn de actieplannen «LeerKracht van Nederland» en «Leraar 2020 – een krachtig beroep!» is de noodzaak onderschreven dat er voldoende en goed opgeleide leraren komen en dat de professionele school, een school met een goed personeel- en opleidingsbeleid, verder ontwikkeld wordt. Daarom worden de komende jaren impulsen, experimenten, pilots en onderzoeken ondersteund naar onder andere het bereiken van nieuwe doelgroepen aan leraren, het personeel- en opleidingsbeleid bij scholen en de verlichting van werkdruk door een andere organisatie van het onderwijs. Te noemen in dit verband zijn subsidies ten behoeve van de kennisbases en -toetsen en de educatieve minor in het beroepsonderwijs. Ook worden via diverse subsidies projecten en plannen ter versterking van de kwaliteit van de lerarenopleidingen ondersteund.OpdrachtenOnderzoek, ramingen en communicatieTer ondersteuning, monitoring en evaluatie van het beleid wordt expertise op het terrein van communicatie, onderzoek en het maken van ramingen aangewend. Zo wordt in het najaar van 2014 een grote conferentie georganiseerd naar aanleiding van het in juni 2014 te verschijnen eindrapport TALIS 2013.Bijdrage aan agentschappenDienst Uitvoering OnderwijsDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 280De beleidsartikelen (artikel 9) Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sStichting Vervangingsfonds/BedrijfsgezondheidVia deze subsidie investeert OCW in het arbeidsomstandighedenbeleid, (ziekte) verzuimbeleid en re-integratiebeleid (AVR-taken) in de sector po. Voor de overige sectoren loopt dit via de lumpsumbekostiging.OntvangstenDe ontvangsten van € 6 miljoen betreffen voorziene door leraren terug te betalen lerarenbeurzen, dit omdat ze hun opleiding niet of niet voldoende hebben afgerond.Van het totale budget voor artikel 9 is in 2014 94,3% juridisch verplicht.Bekostiging: het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht op grond van gepubliceerde bekostigingsregelingen en bestemd voor betalingen aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden.Subsidies: van het beschikbare budget is in 2014 90% juridisch verplicht. Dit betreft subsidies te verstrekken op grond van gepubliceerde subsidie-regelingen en individuele subsidies die voorafgaand aan het jaar worden verleend. De overige 10% van het budget is beleidsmatig verplicht. Dit ten behoeve van een aantal beleidsprioriteiten van het kabinet waaronder de impuls lerarentekorten vo, wetenschap/techniek pabo en kwaliteit lerarenopleidingen. Deze worden in de loop van 2014 juridisch verplicht.Opdrachten: van het beschikbare budget is in 2014 40% juridisch verplicht op grond van in 2013 of eerder gesloten overeenkomsten voor onderzoek, evaluatie en ramingen. Dit betreft onder andere de arbeidsmarktra-mingen, de loopbaanmonitor onderwijs en de innovatieimpuls onderwijs. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht om de beleidsprioriteiten van het kabinet op het terrein van leraren (professiona-lisering onderwijspersoneel en aansluiting onderwijs op behoefte arbeidsmarkt) verder te ondersteunen via onderzoek, monitoring en communicatie. Ervaringscijfers laten zien dat in de loop van het jaar dit resterende deel van het budget juridisch wordt verplicht.Bijdrage aan agentschappen: het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht op basis van managementafspraken tussen het bestuursdepar-tement en de uitvoeringsorganisatie DUO voor dat jaar.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht op grond van de bestaande beheersovereenkomst tussen het ministerie van OCW en het Vervangingsfonds.BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 281De beleidsartikelen (artikel 9) 11. STUDIEFINANCIERING Het stelsel van studiefinanciering biedt studenten in het hoger onderwijs en deelnemers in de beroepsopleidende leerweg (vanaf 18 jaar) de financiële mogelijkheden om in Nederland en daarbuiten onderwijs te kunnen volgen.De minister is verantwoordelijk voor de doeltreffende en doelmatige werking van het stelsel van studiefinanciering, zoals geregeld in de Wet studiefinanciering 2000.Financieren: De minister financiert het stelsel waarbij de financiële toegankelijkheid is gewaarborgd: er zijn geen onoverkomelijke financiële belemmeringen om te gaan studeren. Tegelijkertijd wordt recht gedaan aan het principe dat studeren ook een investering door de student zelf is. Tevens wordt recht gedaan aan de bijdrage die ouders daaraan kunnen leveren.Voor indicatoren over studiefinanciering wordt verwezen naar Trends in Beeld 2013.Tabel 11.1 Normbedragen studiefinanciering 2012 per maand in euro’sNormbedragen hoNormbedragen mbo/bolUitwonendThuiswonendUitwonendThuiswonendBasisbeurs€ 272,46€ 97,85Basisbeurs€ 251,76€ 77,15Aanvullende beurs€ 250,33€ 229,94Aanvullende beurs€ 336,83€ 316,44Maximaal leenbedrag€ 290,50€ 290,50Maximaal leenbedrag€ 168,05€ 168,05Collegegeldkrediet€ 147,58€ 147,58Collegegeldkredietn.v.t.n.v.t.Totaal€ 960,87 € 765,87 Totaal€ 756,64 € 561,64peildatum 1 januari 2013In het Regeerakkoord is afgesproken om de basisbeurs voor studenten in het hoger onderwijs onder te brengen in het sociaal leenstelsel vanaf 2014/2015. Fiscale weglek wordt daarbij voorkomen. Het sociaal leenstelsel voor de masterfase wordt per 1 september 2014 ingevoerd. De basisbeurs voor de bachelorfase wordt een jaar langer behouden. Het sociaal leenstelsel voor de bachelorfase wordt per 1 september 2015 ingevoerd. Het totale maandbudget waarover een student kan beschikken blijft hetzelfde; de aanvullende beurs voor studenten met minder draagkrachtige ouders blijft bestaan en het overige deel van het normbedrag kan worden geleend. Daarnaast is de minister voornemens de terugbetaaltermijn te verlengen van 15 naar 20 jaar en is de mogelijkheid gecreëerd om voor meerjarige masteropleidingen met een maatschappelijk belang in tekortsectoren een deel van de studieschuld kwijt te schelden bij het behalen van het diploma. De toegankelijkheid van het onderwijs blijft daarmee gewaarborgd.Tegelijk met het leenstelsel in de masterfase worden ook een aantal vereenvoudigingen in het beleid doorgevoerd. Daardoor wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de vorming van een efficiëntere overheid. Een eenvoudig stelsel is ook een voorwaarde om de afspraak uit het Regeerakkoord te realiseren om aanvullend op de eerdere bespa-ringen binnen de rijksdienst nog eens een taakstelling op de apparaats-kosten door te voeren. De vernieuwing van de ICT-systemen en bedrijfs-Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallen BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 282 De beleidsartikelen (artikel 11) processen bij DUO draagt hieraan bij (Programma Vernieuwing Studiefinanciering).In het Regeerakkoord is aangekondigd dat de huidige reisvoorziening wordt vervangen door een alternatief vervoersarrangement.Tabel 11.2 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit artikel 11 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen3.807.0554.089.5724.231.1844.390.8054.103.7304.120.0714.120.221Totale uitgaven1 3.807.0554.089.5724.231.1844.390.8054.103.7304.120.0714.120.221Waarvan juridisch verplicht (%)100%Inkomensoverdrachten2.270.3462.478.4172.520.3792.499.4961.735.1251.570.3041.408.075•Basisbeurs1.176.4041.214.9321.251.7811.135.169814.148634.300466.653–Gift (R)915.8531.023.0501.068.7581.118.6421.163.2161.185.5731.204.098–Prestatiebeurs (NR)260.551191.881183.02316.527– 349.068– 551.273– 737.445•Aanvullende beurs612.222628.380649.635646.879653.388663.012666.561–Gift (R)499.865528.054552.321571.675586.058605.102615.864–Prestatiebeurs (NR)112.357100.32797.31575.20467.32957.91050.698•Reisvoorziening292.937520.292505.002671.541704.317686.205671.783–Bijdrage aan vervoersbe-drijven (R)539.319720.015724.883865.032417.073426.673436.502–Gift (R)497.253565.680569.207611.791638.685629.842614.222–Prestatiebeurs (R)– 743.635– 765.403– 789.088– 805.282– 351.441– 370.310– 378.942•Overige uitgaven188.783114.813113.96145.907– 436.728– 413.213– 396.922–Overige uitgaven relevant (R)98.457115.040112.446104.954122.222132.263135.881–Overige uitgaven niet-relevant (NR)90.326– 2271.515– 59.047– 558.950– 545.476– 532.803Leningen1.423.4161.506.0721.614.8611.796.4902.286.6092.478.1542.644.306–Rentedragende lening (NR)1.300.6751.358.6581.435.0201.589.9502.057.3582.228.1112.378.942–Collegegeldkrediet (NR)122.741147.414179.841206.540229.251250.043265.364Bijdrage aan agentschappen113.293105.08395.94494.81981.99671.61367.840–Dienst Uitvoering Onderwijs (R)113.293105.08395.94494.81981.99671.61367.840Ontvangsten694.980726.296766.271813.761867.969926.743989.168–Ontvangen rente en relevant hoofdsom (R)234.426241.288265.030287.224313.749344.019377.590–Kortlopende vorderingen (R)76.20672.91157.05056.46556.46556.07255.698–Terugontvangen hoofdsom (NR)384.348412.097444.191470.072497.755526.652555.8801 Van de totale uitgaven heeft € 2.421 betrekking op Caribisch NederlandToelichting: R = relevant, NR = niet-relevantTabel 11.3 Indeling Budgettaire gevolgen van beleid naar Relevant en Niet-relevant (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018relevante uitgaven:1.920.4052.291.5192.334.4712.561.6312.657.8092.680.7562.695.466niet-relevante uitgaven:1.886.6501.798.0531.896.7131.829.1741.445.9211.439.3151.424.755relevante ontvangsten:310.632314.199322.080343.689370.214400.091433.288niet-relevante ontvangsten:384.348412.097444.191470.072497.755526.652555.880Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 283 De beleidsartikelen (artikel 11) Toelichting:Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdza-kelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de prestatiebeurs (zolang die nog niet is omgezet in een gift) en rentedragende leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen. De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen.InkomensoverdrachtenBasisbeursEen basisbeurs is een algemene voorziening die er toe bijdraagt dat studenten in het hoger onderwijs en deelnemers van 18 jaar en ouder in de beroepsopleidende leerweg financieel in staat worden gesteld om onderwijs te volgen in Nederland en daarbuiten.Voor deelnemers in de bol niveau 1 en 2 is de basisbeurs direct een gift. Deelnemers in de bol niveau 1 en 2 zijn destijds niet onder het prestatie-beursregime gebracht omdat deelnemers op deze niveaus nog niet over een startkwalificatie beschikken. Voor wie er niet in slaagt een startkwalifi-catie te halen, wordt het terugbetalen van de prestatiebeurs al snel problematisch. Door het beschikbaar stellen van de basisbeurs in de vorm van een gift, draagt dit bij aan het verwijderen van financiële belemme-ringen voor deelnemers in de bol niveau 1 en 2.Deelnemers in de bol niveau 3 en 4 en studenten in het ho hebben recht op een basisbeurs onder het prestatiebeursregime. Het instrument basisbeurs waarborgt de algemene doelstelling door het wegnemen van financiële belemmeringen voor studerenden in het ho en de bol. Het prestatiebeursregime geeft hen een prikkel om de opleiding binnen 10 jaar na de eerst opgenomen studiefinanciering met succes af te ronden.Tabel 11.4 Totaal aantal studerenden met studiefinanciering (vanaf 2013 afgeronde raming)2012201320142015201620172018Studerenden met basisbeurs629.184640.400647.500621.500521.990466.600415.100bol223.172230.100236.700242.800249.290256.000259.700hbo271.003275.100276.000261.100198.800161.000122.300wo135.009135.200134.800117.60073.90049.60033.100Alleen (nul)lening101.745102.700103.700110.100133.400149.900164.800bol4.6324.8004.9005.0005.1005.3005.400hbo44.70645.40045.50048.60063.20073.80084.400wo52.40752.50053.30056.50065.10070.80075.000Totaal730.929743.100751.200731.600655.390616.500579.900Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:Deze gegevens geven een indicatie van het gebruik van de regeling. Het aantal studerenden met studiefinanciering volgt het aantal voltijds studerenden in het ho en de bol, maar ligt lager omdat niet iedere Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 284 De beleidsartikelen (artikel 11) studerende die ingeschreven is ook daadwerkelijk aanspraak heeft op studiefinanciering.Naast de groep studerenden met een basisbeurs is er een groep die geen aanspraak meer kan maken op de basisbeurs (maximale duur is verbruikt), maar nog wel recht heeft op een lening en de reisvoorziening.In de gegevens zijn de aantallen studerenden die met meeneembare studiefinanciering een volledige opleiding in het buitenland volgen opgenomen. Ter indicatie: in 2012 betrof dit circa 8.400 studenten in het ho en 550 in de bol.De uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zogenaamde 3 uit 6-zaak in 2012 (Commissie-Nederland C-542/09) heeft ertoe geleid dat het 3 uit 6-woonplaatsvereiste niet meer gesteld wordt aan (kinderen van) migrerende werknemers. De 3 uit 6-eis houdt in dat studenten, om aanspraak te maken op meeneembare studiefinanciering, 3 van de 6 jaren voorafgaand aan inschrijving bij de buitenlandse instelling in Nederland moeten hebben gewoond.Er zijn geen basiswaarden en streefwaarden vastgesteld, omdat het niet het streven is van de overheid dat zoveel mogelijk studerenden gebruik maken van de basisbeurs. Indien studerenden op een andere wijze hun studie kunnen financieren is de toegankelijkheid van het onderwijs ook gewaarborgd.Tabel 11.5 Uitgaven basisbeurs gift (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018bol direct gift (bol 1/2 en 3/4 met diploma)107.888115.031124.049120.195123.225125.909126.381bol omzettingen prestatiebeurs in gift172.979188.797202.489217.175232.926249.819259.355ho direct gift (ho met diploma)4.9475.0425.0585.0275.0465.0745.114ho omzettingen prestatiebeurs in gift630.039714.181737.162776.245802.019804.772813.249Totaal915.8531.023.0501.068.7581.118.6421.163.2161.185.5731.204.098Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFTabel 11.6 Uitgaven basisbeurs prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018bol toekenningen222.518232.093237.675243.499250.070257.321261.986bol omzettingen– 172.979– 188.797– 202.489– 234.059– 253.687– 271.176– 281.097ho toekenningen884.531910.956934.286832.550507.510313.802142.049ho omzettingen– 673.520– 762.371– 786.449– 825.463– 852.961– 851.221– 860.383Totaal260.551191.881183.02316.527– 349.068– 551.273– 737.445Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:In de tabellen 11.5 en 11.6 worden de geraamde relevante- en niet-relevante uitgaven voor de basisbeurs gepresenteerd. De hoogte van de basisbeurs is genormeerd en wordt verstrekt gedurende de nominale studieduur.Aanvullende beursIn de studiefinanciering wordt recht gedaan aan de bijdrage die ouders kunnen leveren aan de investering van hun kinderen. Daarom wordt rekening gehouden met een zogenoemde ouderlijke bijdrage. In het geval dat ouders onvoldoende inkomen hebben om die bijdrage te leveren, Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 285 De beleidsartikelen (artikel 11) hebben studerenden een extra financiële belemmering te overwinnen. Om deze belemmering weg te nemen wordt aan hen een aanvullende beurs verstrekt die afhankelijk is van het ouderlijk inkomen.Deelnemers in de bol niveau 1 en 2 met recht op aanvullende beurs krijgen dit direct als gift, aangezien zij nog geen startkwalificatie hebben bereikt.Studerenden in de bol niveau 3 en 4 en het ho met recht op aanvullende beurs vallen onder het prestatiebeursregime. De eerste 5 maanden krijgen de studenten in het ho de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Deelnemers in de bol niveau 3 en 4 krijgen de eerste 12 maanden de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Deze maatregel stelt studerenden in staat om aan het begin van de studie zonder al te grote financiële consequenties een betere studiekeuze te maken. Na deze periode wordt de aanvullende beurs uitgekeerd onder het prestatiebeursregime.Tabel 11.7 Totaal aantal studerenden met een aanvullende beurs (vanaf 2013 afgeronde raming)2012201320142015201620172018bol103.469106.700109.400112.800115.600118.700120.500hbo81.82183.10083.30081.60082.10082.70083.600wo26.13326.20026.30025.80025.90026.20026.500Totaal211.423216.000219.000220.200223.600227.600230.600Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:Het aantal studerenden met een aanvullende beurs geeft een indicatie van het gebruik van deze regeling. Uit de vergelijking van deze gegevens met de aantallen basisbeurs uit tabel 11.4 blijkt dat in 2014 ongeveer 34% van de studerenden met een basisbeurs een aanvullende beurs ontvangt. In de bol wordt vaker een beroep gedaan op de aanvullende beurs dan in het hbo en in het hbo vaker dan in het wo. Er zijn geen basiswaarden en streefwaarden vastgesteld, omdat de overheid er niet op aanstuurt dat meer of minder studerenden een aanvullende beurs ontvangen.Tabel 11.8 Uitgaven aanvullende beurs gift (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018bol direct gift (bol 1/2 en 3/4 met diploma)215.324223.289229.847233.716234.373235.181230.675bol omzettingen prestatiebeurs in gift110.902119.188126.109131.949137.246146.588155.100ho direct gift (ho met diploma)35.02635.78936.25236.28936.84337.45038.192ho omzettingen prestatiebeurs in gift138.613149.787160.112169.721177.596185.883191.897Totaal499.865528.054552.321571.675586.058605.102615.864Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 286 De beleidsartikelen (artikel 11) Tabel 11.9 Uitgaven aanvullende beurs prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018bol toekenningen145.487150.196153.980157.853161.794166.151168.640bol omzettingen– 110.902– 119.188– 126.109– 142.099– 149.703– 159.380– 168.083ho toekenningen233.066238.365250.394250.775254.690259.094264.360ho omzettingen– 155.293– 169.046– 180.950– 191.326– 199.452– 207.956– 214.219Totaal112.357100.32797.31575.20467.32957.91050.698Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:In de tabellen 11.8 en 11.9 worden de geraamde relevante- en niet-relevante uitgaven voor de aanvullende beurs gepresenteerd. De hoogte van de aanvullende beurs is genormeerd. Deze is naast het inkomen van de ouders onder andere afhankelijk van de woonsituatie van de studerende (thuis- of uitwonend). De aanvullende beurs is vanaf 2010 met € 22 per jaar verhoogd (prijspeil 2009) conform een wetswijziging betreffende het collegegeld.Naast de prijscomponent is het verloop van deze uitgaven voor een groot deel afhankelijk van de ontwikkeling in het aantal studerenden met minder draagkrachtige ouders. Naast de deelname aan het onderwijs spelen hierbij exogene factoren een rol, zoals de ontwikkeling van de conjunctuur en de daarmee samenhangende inkomensontwikkeling.ReisvoorzieningAls onderdeel van het stelsel van studiefinanciering, draagt een reisvoor-ziening bij aan de toegankelijkheid van het onderwijs. Meer in het bijzonder is het doel van de reisvoorziening om studenten te faciliteren in het reizen van huis naar de onderwijsinstelling en van huis naar de stageplaatsen.Tabel 11.10 Totaal aantal studenten met reisvoorziening (vanaf 2013 een afgeronde raming)2012201320142015201620172018Aantal gebruikers van het reisrecht 656.510632.600639.800644.000655.200663.900669.600bol194.599204.800210.200212.600216.600218.400221.600ho461.911427.800429.600431.400438.600445.500448.000Aantal RBS18.96419.20019.40019.20019.40019.60019.800bol2.6092.7002.8002.8002.9003.0003.000ho16.35516.50016.60016.40016.50016.60016.800Totaal675.474651.800659.200663.200674.600683.500689.400Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:De reisvoorziening kan in twee vormen worden toegekend: een reisproduct op een persoonlijke ov-chipkaart (week- of weekendabon-nement) of een financiële vergoeding voor studenten die studeren in het buitenland (RBS).Voltijdstudenten in het hoger onderwijs kunnen gebruik maken van de reisvoorziening voor de duur van de nominale studieduur en één uitloopjaar. Meerderjarige deelnemers in de bol kunnen gebruik maken van de reisvoorziening voor de duur van de nominale studieduur en drie uitloopjaren. De reisvoorziening is onderdeel van de prestatiebeurs voor Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 287 De beleidsartikelen (artikel 11) deelnemers in de bol niveau 3 en 4 en voor studenten in het ho. Voor deelnemers in de bol niveau 1 en 2 wordt de reisvoorziening direct als gift verstrekt.In het Regeerakkoord is aangekondigd dat de huidige reisvoorziening wordt vervangen door een alternatief vervoersarrangement.Tabel 11.11 Uitgaven reisvoorziening (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Betaling aan vervoersbedrijven539.319720.015724.883865.032417.073426.673436.502bol prestatiebeurs– 200.378– 223.394– 233.848– 244.281– 115.442– 127.590– 126.973bol omzettingen129.672145.803160.829174.372189.882191.842181.160ho prestatiebeurs– 543.257– 542.008– 555.240– 561.001– 236.000– 242.720– 251.969ho omzettingen343.873394.095381.947410.604421.274409.678403.898RBS en overig23.70725.78126.43126.81627.52928.32229.164Totaal reisvoorziening292.937520.292505.002671.541704.317686.205671.783Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:De toelichting op de ontwikkeling van de uitgaven reisvoorziening is voor een groot deel vergelijkbaar met die op de uitgaven basisbeurs.LeningenDe leenmogelijkheden in de studiefinanciering stellen studerenden in staat om hun eigen bijdrage tegen relatief gunstige voorwaarden via de rijksoverheid te financieren. Leenfaciliteiten kunnen worden gebruikt als alternatief voor of in combinatie met bijverdiensten. Hiermee kunnen studerenden voorkomen dat bijverdienen ten koste van de studie gaat.Naast een rentedragende lening voor levensonderhoud kunnen studenten in het hoger onderwijs gebruik maken van het collegegeldkrediet. Studenten kunnen het verschuldigde collegegeld jaarlijks lenen, met een jaarlijks maximum bedrag van 5 keer het wettelijke collegegeldbedrag.Tabel 11.12 Niet-relevante uitgaven leenfaciliteit (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Rentedragende lening1.212.7891.266.6441.339.2311.448.8351.903.6752.076.2432.224.200Omzettingen Prestatiebeurs naar RL87.88692.01495.790141.115153.683151.868154.742Collegegeldkrediet122.741147.414179.841206.540229.251250.043265.364Totaal1.423.4161.506.0721.614.8611.796.4902.286.6092.478.1542.644.306Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:Onder de niet-relevante uitgaven vallen de uitgaven die niet relevant zijn voor het begrotingstekort/EMU-saldo, zoals de rentedragende leningen en het collegegeldkrediet.OntvangstenHet terugbetalingssysteem van leningen is naar draagkracht. Wie gelet op zijn of haar inkomen niet kan terugbetalen, hoeft niet terug te betalen. Voor wie bewust leent, is de studielening hiermee een veilig instrument voor de financiering van onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 288 De beleidsartikelen (artikel 11) De terugbetaaltermijn wordt in het kader van het sociaal leenstelsel verlengd van 15 naar 20 jaar om de maandelijkse terugbetaallast van studieschulden te verlagen. Daarnaast kunnen debiteuren met vijf zogenoemde jokerjaren de terugbetaling aan bijzondere omstandigheden aanpassen.Tabel 11.13 Terugbetaling studieleningen (langlopende vorderingen) (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Hoofdsom (NR)384.348412.097444.191470.072497.755526.652555.880Relevante rentedragende lening5.5224.2773.1822.3671.7611.310974Rente ontvangsten223.817232.054257.223280.541307.961338.952373.109Renteloos voorschot5.0884.9574.6254.3164.0273.7583.506Totaal ontvangsten618.774653.385709.221757.296811.504870.671933.470Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:De ontvangsten ontstaan door terugbetaling van studieleningen. De ontvangsten nemen de komende jaren toe, omdat er in eerdere jaren meer is geleend. De terugontvangen hoofdsom is een niet-relevante ontvangst en de ontvangen rente is relevant. De relevante rentedragende lening betreft leningen van vóór 1992; het renteloze voorschot betreft studieleningen die zijn verstrekt vóór 1986 en waarover geen rente verschuldigd is. Deze ontvangsten zijn aflopend.Tabel 11.14 Kortlopende vorderingen (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Achterstallig Lager Recht (ALR)48.07446.95846.95846.95846.95846.95846.958Reisvergoeding16.94416.9441.5191.3481.3481.3481.348Overig11.1889.0088.5738.1598.1597.7667.392Totaal Kortlopende vorderingen76.20672.91157.05056.46556.46556.07255.698Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:De kortlopende vorderingen ontstaan doordat onterecht ontvangen studiefinanciering wordt teruggevorderd.Bijdragen aan agentschappenDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.BudgetflexibilteitAlle programmamiddelen zijn meerjarig 100% verplicht op basis van de Wet studiefinanciering 2000. Alternatieve aanwending vereist wijziging van wet- en regelgeving. DUO-uitgaven zijn niet 100% verplicht maar zijn nodig voor uitvoering van de Wet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 289 De beleidsartikelen (artikel 11) 12. TEGEMOETKOMING ONDERWIJSBIJDRAGE EN SCHOOLKOSTEN De tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zorgt ervoor dat (ouders van) leerlingen in het voortgezet onderwijs, deelnemers in de beroepsopleidende leerweg en studenten aan een lerarenopleiding de financiële mogelijkheden hebben om onderwijs te volgen.De minister is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het onderwijs in Nederland.Financieren: De minister financiert het stelsel waarbij de financiële toegankelijkheid is gewaarborgd. Ouders zijn ervoor verantwoordelijk dat hun minderjarige kind onderwijs volgt. De overheid financiert een tegemoetkoming indien ouders, gezien hun inkomen, niet draagkrachtig genoeg zijn om de kosten van hun schoolgaande minderjarige kinderen (middelbaar beroepsonderwijs) alleen te dragen. Hiermee borgt de overheid de toegankelijkheid van het onderwijs. Vanaf 18 jaar ligt de verantwoordelijkheid voor het volgen van onderwijs primair bij de leerling (voortgezet onderwijs) of student (lerarenopleiding) zelf. Hij/zij kan dan zelf in aanmerking komen voor een tegemoetkoming bestaande uit een maandelijkse basistoelage en een eventuele bijdrage in de schoolkosten.Voor indicatoren over onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt verwezen naar Trends in Beeld 2013.Tabel 12.1 Normbedragen WTOS in euro’s (per maand, tenzij anders vermeld)SchoolkostenLes- of cursusgeldBasistoelage thuiswonendBasistoelage uitwonendTS 17- (onder de 18 jaar)1mbo 17-674,41vavo en niet bekostigd vo 17-332,031.090,00TS 18+ (vanaf 18 jaar)vo onderbouw74,87106,20247,59niet bekostigd vo onderbouw102,5290,83106,20247,59vo bovenbouw81,98106,20247,59niet bekostigd vo bovenbouw109,6690,83106,20247,59vso48,60106,20247,59vavo109,6690,83106,20247,59Vo 18+ deeltijd en vavo 18+ deeltijd1 bij 540 of meer lesminuten per week295,12336,00tussen 270 en 540 minuten per week198,83224,00Lerarenopleidingen 1 689,76567,231 Bedragen per schooljaarPeidatum schooljaar 2013/2014.Toelichting:De normbedragen zijn gedifferentieerd naar schoolsoort en naar fase (boven- en onderbouw) op basis van kostenverschillen. Havo 4 en 5 en vwo 4, 5 en 6 worden tot de vo bovenbouw gerekend, de andere schoolsoorten in het vo tot de onderbouw.De tegemoetkoming in les- of cursusgeld wordt alleen uitgekeerd als de scholier les- of cursusgeldplichtig is. In het bekostigd onderwijs is dit vanaf 18 jaar, in het aangewezen onderwijs is dit vanaf 16 jaar.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 290 De beleidsartikelen (artikel 12) In het Regeerakkoord is besloten de WTOS 17- budgettair neutraal onder te brengen in het kindgebonden budget voor ouders van kinderen van 16–17 jaar.Tabel 12.2 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit artikel 12 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen107.389112.114114.87294.34490.34991.70692.880Totale uitgaven107.389112.114114.87294.34490.34991.70692.880Waarvan juridisch verplicht (%)100%Inkomensoverdrachten93.32494.66997.37276.98073.11374.45575.628•TS 17-20.86622.80023.3783.912000–Minderjarige deelnemers bol (R)20.86622.80023.3783.912000•TS 18+6.2486.2486.2486.2486.2486.2486.248–Tegemoetkoming lerarenop-leiding (tlo) (R)4.8334.8334.8334.8334.8334.8334.833–Deeltijd vo (R)1.4151.4151.4151.4151.4151.4151.415•VO 18+66.21065.62167.74566.82066.86568.20769.380–Volwassenenonderwijs (vavo) (R)5.8265.6835.3824.9454.5684.5384.649–Meerderjarige scholieren vo (R)54.55154.04356.42555.85556.09957.26958.219–Meerderjarige scholieren vso (R)4.5234.5864.6284.7114.8885.0895.202–STOEB/ALR (NR)1.3101.3101.3101.3101.3101.3101.310Bijdragen aan agentschappen14.06517.44517.50017.36417.23617.25117.252–Dienst Uitvoering Onderwijs (R)14.06517.44517.50017.36417.23617.25117.252Ontvangsten4.6444.7204.7013.6483.4473.5063.555–TS 17- (R)1.1101.2131.244208000–TS 18+ (R)574574574574574574574–VO 18+ (R)2.9602.9332.8832.8662.8732.9322.981Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevantInkomensoverdrachten Onderstaande aantallen geven een indicatie van het gebruik van de diverse regelingen. Er zijn geen basiswaarden en streefwaarden vastge-steld. Uitgangspunt is dat de WTOS wordt benut door de groepen voor wie ze bedoeld is.Tabel 12.3 Aantal gebruikers per regeling (vanaf 2013 afgeronde raming)2012201320142015201620172018Aantal gebruikers TS 17-36.03238.70039.60040.50041.50041.70041.200Aantal gebruikers TS 18+6.3316.3006.3006.3006.3006.3006.300Aantal gebruikers VO18+35.75835.40034.90034.80034.90035.60036.200Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFBijdragen aan agentschappenDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 291 De beleidsartikelen (artikel 12) voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Alle programmamiddelen zijn meerjarig 100% verplicht op basis van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Alternatieve aanwending vereist wijziging van wet- en regelgeving. DUO-uitgaven zijn niet 100% verplicht maar zijn nodig voor uitvoering van de Wet.BudgetflexibilteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 292De beleidsartikelen (artikel 12) 13. LESGELD Het genereren van inkomsten voor de financiering van het onderwijs.Financieren: De minister financiert een groot deel van de kosten voor het volgen van kwalitatief goed onderwijs, omdat de maatschappij baat heeft bij geschoolde burgers. Het individu heeft echter ook profijt van scholing en betaalt daarom lesgeld.In de Les- en cursusgeldwet is vastgelegd voor wie, wanneer en op welke wijze het lesgeld wordt vastgesteld. De hoogte van het lesgeld wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene prijsontwikkeling. In onderstaande tabel staan de lesgeldbedragen (vastgesteld tot en met 2013/14) aangegeven.Tabel 13.1 lesgeldbedrag (x € 1)2012/132013/142014/152015/162016/172017/182018/19lesgeld1.0651.0901.0901.0901.0901.0901.090Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFEr zijn voor dit artikel geen beleidswijzigingen.Tabel 13.2 Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit artikel 13 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen5.6706.9877.0127.3897.3757.3927.403Totale uitgaven5.6706.9877.0127.3897.3757.3927.403Waarvan juridisch verplicht (%)100%Bijdragen aan agentschappen5.6706.9877.0127.3897.3757.3927.403–Dienst Uitvoering Onderwijs5.6706.9877.0127.3897.3757.3927.403Ontvangsten lesgeld221.726219.400247.762243.415250.330256.146259.872OntvangstenMet het vragen van lesgeld wordt door deelnemers en leerlingen van 18 jaar en ouder een bijdrage geleverd in de kosten van het onderwijs.Tabel 13.3 Aantal lesgeldplichtigen (vanaf 2013 afgeronde raming)2012201320142015201620172018bol/vo215.376223.400229.200234.800240.700247.200250.800Bron 2012: realisatiegegevens DUO; Bron 2013 – 2018: ramingsmodel SFToelichting:Bovenstaande tabel geeft een beeld van het bereik van de regeling. Er zijn geen basiswaarden en streefwaarden vastgesteld, omdat het aantal lesgeldplichtigen een afgeleide is van de demografische ontwikkelingen en de keuze van opleiding door de deelnemers/leerlingen.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid kengetallen Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 293 De beleidsartikelen (artikel 13) Bijdragen aan agentschappenDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Alle programmamiddelen zijn meerjarig 100% verplicht op basis van de Wet les- en cursusgeld. Alternatieve aanwending vereist wijziging van wet- en regelgeving. DUO-uitgaven zijn niet 100% verplicht maar zijn nodig voor uitvoering van de Wet.BudgetflexibilteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 294De beleidsartikelen (artikel 13) 14. CULTUUR Het bevorderen van een sterke, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige cultuursector en het zorgen voor het erfgoed.De minister heeft een wettelijke verantwoordelijkheid voor het cultuur-beleid. Dit is aanvullend op het cultuuraanbod dat zonder betrokkenheid van de overheid tot stand komt. De minister is verantwoordelijk voor het scheppen van voorwaarden voor het instandhouden, ontwikkelen en sociaal en geografisch spreiden van cultuuruitingen. Overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid zijn daarbij leidend.Financieren: De minister heeft een financierende rol door het bekostigen van de basisinfrastructuur cultuur en subsidiëring van specifieke (wettelijke) programma’s en regelingen op de terreinen Erfgoed, Kunsten, Letteren en Bibliotheken.Stimuleren: De minister heeft een stimulerende rol bij het versterken van de cultuursector door programma’s als ondernemerschap en internati-onaal cultuurbeleid.Regisseren: De minister heeft een regisserende rol bij de uitvoering van en toezicht op het behoud en beheer van het erfgoed, op grond van de Monumentenwet, Archeologiewet en de Archiefwet. Toezicht op naleving van deze wetten ligt bij de Erfgoedinspectie. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed is onder andere belast met de uitvoering van de Monumen-tenwet. Het Nationaal Archief geeft uitvoering aan de Archiefwet.Tabel 14.1 IndicatorenDoelstelling/ IndicatorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)6Een sterke cultuursector, die ondernemend en innovatief is en goed zorgt voor ons erfgoeda)Eigen inkomsten•Percentage cultuurproducerende instellingen in de BIS (musea en presentatie-instellingen beeldende kunst) dat voldoet aan de eigen inkomstennorm van minimaal 21,5%76% (2010–2011)75%100% (2016)•Percentage podiumkunstinstelling en filmfestivals in de BIS dat voldoet aan de eigen inkomstennorm van minimaal 25,5%69% (2010–2011)75%100% (2016)b)Aantal bezoeken•Aantal bezoeken gesubsidieerde podiumkunsten in de BIS (inclusief buitenland) voor 20142,6 miljoen (2009)2,5 miljoen•Aantal bezoeken gesubsidieerde musea5,7 miljoen (2009)6 miljoenMeer indicatoren rondom de doelen en functies van het cultuurstelsel worden in woord, beeld en cijfers gepresenteerd op Trends in Beeld 2013 en Cultuur in Beeld.Op 10 juni 2013 zijn twee brieven naar de Tweede Kamer verstuurd met de toekomstagenda voor cultuur en het museale stelsel.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Incatoren/kengetallen BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 295 De beleidsartikelen (artikel 14) In de visiebrief Cultuur beweegt van 10 juni 2013 geeft het kabinet zijn toekomstvisie op het cultuurbeleid. De artistieke, maatschappelijke en economische waarden worden in deze brief belicht. De onderwerpen cultuuronderwijs, talentontwikkeling, creatieve industrie en digitalisering staan op de agenda voor het toekomstig cultuurbeleid.De Museumbrief van 10 juni 2013 gaat in op het toekomstige beleid ten aanzien van het museale stelsel. Kernpunten zijn het stimuleren van de samenwerking tussen musea, behoud van kwaliteit en toegankelijkheid van de collectie.Tabel 14.2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen1 2.893.737891.248899.248886.0392.689.594855.067855.238Waarvan garantieverplichtingen607.542629.000629.000629.000629.000629.000629.000Totale uitgaven1 890.988718.631720.522706.885696.431700.360700.531Waarvan juridisch verplicht (%)90,6%Bekostiging699.062578.150606.224592.186599.144605.973605.644–Culturele basisinfrastructuur561.851463.583455.687455.142454.600450.879450.550Vierjaarlijkse instellingen395.482329.958323.150323.033323.053320.082320.082Vierjaarlijkse fondsen166.369133.625132.537132.109131.547130.797130.468–Monumentenzorg94.24381.71383.42583.20283.65983.25983.259–Archieven incl. Regionale Historische Centra23.21622.74924.90524.90524.90524.90524.905–Investeringen huisvesting rijksgesubsidieerde musea19.4736430.24517.37517.21817.36817.368–Cultuureducatie met Kwaliteit010.00010.00010.00017.50028.00028.000–Archeologie279411.9621.5621.2621.5621.562Subsidies163.064109.34884.50185.60169.24066.54567.045–Verbreden inzet cultuur15.2167.0058.8098.4378.1518.1518.151–Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)8.5857.9727.2607.3238.7757.9718.471–Programma bibliotheekvernieuwing18.14717.94217.94217.94217.94217.94217.942–Programma leesbevordering2.9302.8502.8502.8502.8502.8502.850–Programma CRISP2.4452.3752.6120000–Programma erfgoed en ruimte01.9588.0008.0008.0008.0008.000–Programma ondernemerschap04.6553.4373.4373.43700–Specifiek cultuurbeleid58.04535.20929.94137.61220.08521.63121.631–Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–201257.69629.3823.6500000Opdrachten02.3542.3542.3542.3542.3542.354–Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis02.3542.3542.3542.3542.3542.354Bijdragen aan agentschappen28.86225.03723.73923.15522.10421.89921.899–Nationaal Archief28.86225.03723.73923.15522.10421.89921.899Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties03.7423.7043.5893.5893.5893.589–Uitvoering internationale verdragen02.6642.6642.6642.6642.6642.664–Uitvoering internationale contributies01.028990875875875875Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 296 De beleidsartikelen (artikel 14) 2012201320142015201620172018–Europese samenwerking0505050505050Ontvangsten17.0725.5971.5617804944944941 Stand Jaarverantwoording (2012) is exclusief RCE.BekostigingCulturele basisinfrastructuurDe culturele basisinfrastructuur wordt voor een periode van vier jaar bekostigd. Het nieuwe cultuurstelsel voor de periode 2013–2016 is beschreven in de brief besluiten over de culturele basisinfrastructuur van 18 september 2012.De culturele basisinfrastructuur bestaat uit vierjaarlijkse instellingen op het gebied van de podiumkunsten (toneel, dans, opera en orkesten), de beeldende kunsten, film, musea, letteren en bibliotheken, architectuur, vormgeving, nieuwe media, cultuureducatie en een aantal bovensectorale instellingen. Daarnaast zijn er de cultuurfondsen die sectoraal zijn georganiseerd. De cultuurfondsen spelen een belangrijke rol in het cultuurstelsel. Door middel van flexibele en kortlopende subsidierege-lingen kunnen zij de dynamiek en vernieuwing in de cultuur op de voet volgen en zijn zij in staat snel op sectorale ontwikkelingen te reageren.MonumentenzorgHet stelsel van de monumentenzorg is gemoderniseerd met de wetswij-ziging van de Monumentenwet in 2011. De brief van 16 september 2011 geeft informatie over de wijze waarop subsidie voor instandhouding en restauratie van rijksmonumenten vanaf 2012 ingezet zal worden. Voor de verdeling van de reguliere restauratiemiddelen zijn de provincies verantwoordelijk, zoals vastgelegd in het convenant met het Interprovin-ciaal Overleg (IPO). Verdere ondersteuning van instandhouding van monumenten vindt plaats langs de weg van de fiscale aftrek, het vernieuwde Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM), de herbestemmingsregelingen, het revolving Fund voor woonhuismonumenten en de Restauratiefonds-hypotheek-plus. Via dit fonds kunnen eigenaren van andere monumenten dan woonhuizen voor restauratie een laagrentende lening krijgen uit het Revolving Fund Plus van het Nationaal Restauratiefonds (NRF).Archieven inclusief Regionaal Historische CentraOCW draagt bij aan de kosten van bewaring en presentatie van de rijksarchieven uit de provincie door de Regionaal Historische Centra, die in elke provinciehoofdstad, behalve in Zuid-Holland, zijn gevestigd. In 2014 wordt in samenwerking met vertegenwoordigers uit de archiefsector uitvoering gegeven aan het Archiefconvenant 2012–2016. Hiermee wordt beoogd overheidsinformatie duurzaam te beheren en een eigentijdse invulling te geven aan het begrip openbaarheid. Het uitvoeringspro-gramma wordt gecoördineerd door het Nationaal Archief.Investeringen huisvesting rijksgesubsidieerde museaDeze middelen zijn beoogd om de huisvesting van collecties van rijksgesubsidieerde musea geschikt en toegankelijk te maken voor het publiek. Te denken valt hierbij aan de zorg voor binnenklimaat, daarbij Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 297De beleidsartikelen (artikel 14) vereiste kwaliteit van de aanwezige installaties en investeringen in veiligheid zoals brand-, inbraak- als arbo-voorzieningen.Cultuureducatie met kwaliteitIn 2012 startte het programma Cultuureducatie met Kwaliteit dat in de brief van 10 juni 2011 over het cultuurbeleid van 2013–2016 werd aangekondigd. Door inzet van drie parallelle trajecten waaraan zowel het onderwijs, de culturele instellingen als de gemeenten en provincies deelnemen wordt de kwaliteit van cultuureducatie bevorderd. Scholen in het primair onderwijs ontvangen via de prestatiebox een bedrag van in totaal € 18 miljoen (dit is € 10,90 per leerling). Binnen de matchingsre-geling Cultuureducatie met Kwaliteit van het Fonds voor Cultuurpartici-patie is per 1 maart 2013 de uitvoering van lokale projecten en programma’s gestart. Het gaat hierbij om een totaalbudget van € 10 miljoen per jaar van het rijk, dat door gemeenten en provincies met een zelfde bedrag wordt verhoogd. Ten slotte is in 2013 de regeling flankerend beleid Cultuureducatie met Kwaliteit van het Fonds voor Cultuurpartici-patie begonnen. De reeds lopende acties in het kader van het programma worden voortgezet.ArcheologieDeze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van de verbetervoor-stellen naar aanleiding van de evaluatie op de archeologiewetgeving die met de brief van 7 februari 2012 aan de Tweede Kamer is gestuurd. Daarnaast besteedt de rijksoverheid middelen aan het beheer en onderhoud van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.SubsidiesVoor het stimuleren en realiseren van verscheidene beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht bijlage 4: Subsidies).Verbreden inzet cultuurVoor de financiering van de cultuurkaart is meerjarig een budget gereserveerd van € 4,9 miljoen per jaar. Daarnaast zijn middelen beschikbaar voor digitaliseringprojecten in de cultuursector.Internationaal CultuurbeleidHet internationaal cultuurbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van OCW en BuZa. Het doel is zowel het bijdragen aan het internationaal niveau van Nederlandse topinstellingen en een vooraanstaande internationale marktpositie van kunstenaars en cultuur als het bijdragen aan het Nederlands economisch belang en de culturele diplomatie.Voor creatieve industrie, één van de negen topsectoren, is de interna-tionale marktpositie prioriteit. Het gaat hier om de ontwerpsectoren architectuur, vormgeving en e-cultuur. OCW en BZ financieren samen een internationaliseringsprogramma voor de periode 2013–2016. In 2014 is Nederland gastland van de ASEM-conferentie van ministers van cultuur. Thema van de conferentie is creatieve industrie.Programma BibliotheekvernieuwingDit budget is bestemd voor het beheer, de verdere opbouw en dooront-wikkeling van de landelijke digitale bibliotheek (www.bibliotheek.nl). Alle Nederlandse openbare bibliotheken zijn inmiddels aangesloten op de landelijke infrastructuur. Sinds 2012 voert het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) de regie over de uitvoering van het project.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 298De beleidsartikelen (artikel 14) Programma CRISPHet programma Creative Industry Scientific Programme (CRISP) is een meerjarig onderzoeksprogramma voor de creatieve industrie. Het beoogt de samenwerking te bevorderen (binnen Nederland) tussen bedrijfsleven, ontwerpers en onderzoekers. Binnen het programma worden product-dienst-systemen ontwikkeld, die oplossingen bieden voor maatschappe-lijke problemen zoals vergrijzing en toenemende behoefte aan zorg bij een afnemend budget.Programma erfgoed en ruimteDeze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van het programma Visie Erfgoed en Ruimte vanaf 2013. Hierin geeft het rijk aan welke cultuurhisto-rische gebieden en opgaven van (inter)nationaal belang worden geacht en waar het rijk een rol ziet in het gebiedsgerichte erfgoedmanagement.Programma ondernemerschapHet programma Ondernemerschap Cultuur heeft als doel het versterken van ondernemerschap in de culturele sector. Zowel bij instellingen als bij makers. Het programma bestaat uit vier onderdelen; het leiderschapspro-gramma cultuur dat in de zomer 2013 start; de communicatiestrategie «Cultuur, Daar Geef Je Om» gelanceerd in augustus 2012; de coachings-trajecten die naar verwachting eind 2013 zullen beginnen en als laatste onderdeel, ondersteuning van individuele makers bij het opbouwen van de beroepspraktijk. De branche is betrokken bij ondersteuning van ondernemerschap.Specifiek CultuurbeleidOnder specifiek cultuurbeleid zijn verschillende kleinere subsidiebud-getten opgenomen.De Actieagenda architectuur en ruimtelijk ontwerp 2013–2016 is een interdepartementaal werkprogramma. De middelen voor architectuur en ruimtelijk ontwerp worden gebruikt om de positie van het ontwerp en de ontwerpers te versterken.Onder deze post vallen daarnaast onder andere het budget voor de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen Tweede Wereld-oorlog en de bijdrage aan het Jheronimus Bosch jaar.Ook bevat deze post een aantal reserveringen. Ten eerste zijn dit de extra middelen ten behoeve van de digitale collectie voor het Nationaal Archief. Voor de investering in versterking en uitbreiding van de digitale infra-structuur en de digitale archiefcollectie is in totaal € 28 miljoen vrijge-maakt (te verdelen in € 3 miljoen in 2013, € 11,8 miljoen in 2014 en € 13,2 miljoen in 2015).Ten tweede gaat het om de middelen die in de Museumbrief beschikbaar zijn gesteld voor het stimuleren van samenwerkingsinitiatieven, digitali-sering, bescherming en zichtbaarheid van de collecties. Tenslotte zijn vanaf 2015 middelen gereserveerd voor een bijdrage aan de Europese Culturele Hoofdstad.Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuurDe Regeling frictie- en transitiekosten is bestemd voor instellingen waarvan de subsidie vanaf 2013 wordt beëindigd of substantieel verlaagd wordt. Deze instellingen hebben, onder voorwaarden, aanspraak kunnen maken op compensatie van het rijk voor frictie- en transitiekosten.Het budget dat voor 2014 is gereserveerd voor flankerend arbeidsmarkt-beleid dient ter financiering van de mobiliteitscentra cultuur ter onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 299De beleidsartikelen (artikel 14) steuning van als gevolg van de bezuinigingen werkloos geraakte medewerkers voor het zoeken naar een nieuwe baan. Het betreft een initiatief van de Federatie Cultuur. Het project wordt uitgevoerd door het UWV en is aanvullend op de reguliere dienstverlening gezien de omvang van de bezuinigingen en de afstand van deze beroepsgroepen tot de reguliere arbeidsmarkt.Hiermee is uitvoering gegeven aan de motie Klijnsma en Peters .OpdrachtenBeleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasisDit budget is bestemd voor opdrachten die bestaan uit het inhuren van bureaus voor beleidsonderzoek, evaluaties, visitatie/monitoring en versterking van de kennisbasis in de cultuursector.Bijdragen aan agentschappen: Nationaal ArchiefDeze middelen betreffen de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief. De baten en lasten van deze dienst worden apart in de begroting opgenomen.Bijdragen aan (inter-)nationale organisatiesNaast de prioriteiten die onder internationaal cultuurbeleid zijn genoemd, is Nederland aan een aantal verplichtingen gebonden en draagt Nederland bij aan de uitvoering van internationale verdragen. Dit geldt voor de UNESCO erfgoedverdragen voor werelderfgoed, immaterieel erfgoed, de bescherming van cultureel erfgoed bij gewapend conflict en de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen. Ook wordt in dit kader bijgedragen aan het Europees filmprogramma (Eurimages) en de Nederlandse Taal Unie.Van het totale budget voor artikel 14 is in 2014 90,4% juridisch verplicht.Bekostiging:Het beschikbare budget voor 2014 is 95% juridisch verplicht. Aan de juridische verplichting ligt de regeling op het specifiek cultuurbeleid ten grondslag op basis waarvan voor 4 jaar aan de instellingen en cultuur-fondsen in de basisinfrastructuur is beschikt. Daarnaast betreffen het verplichtingen op basis van de monumentenwet en de archiefwet. Tot slot zijn ook de middelen voor cultuuronderwijs meerjarig verplicht.De kosten voor instandhouding huisvesting van de musea zijn beleids-matig verplicht op grond van de programmering van de Rijksgebouwen-dienst. In de museumbrief van 10 juni 2013 is het voornemen opgenomen de investeringsgelden toe te voegen aan de exploitatie bekostiging van de musea in een rente en aflossingsvergoeding.Subsidies:Van het beschikbare budget is in 2014 58,4% juridisch verplicht. Dit is een deel van verschillende programma’s, zoals Verbreden inzet Cultuur, het Programma Bibliotheekvernieuwing en Internationaal Cultuurbeleid, die ingezet zijn in het kader van het cultuurbeleid.Het resterende deel van het budget is voor een belangrijk deel beleids-matig verplicht, onder andere de extra middelen ten behoeve van de digitale collectie voor het Nationaal Archief, het mobiliteitscentrum voor de cultuursector en de middelen die in de Museumbrief van 10 juni 2013 zijn bestemd voor het stimuleren van samenwerking en educatie. Voor BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2100De beleidsartikelen (artikel 14) nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage en de toelichting op de instrumenten.Opdrachten:5% van het beschikbare budget is verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar dit budget wordt verplicht.Bijdragen aan agentschappen:Betreft de rijksbijdrage aan Nationaal Archief. Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht.Bijdragen aan (inter-)nationale organisatiesDit betreft contributies aan verdragen en lidmaatschappen waaraan Nederland deelneemt. Contributies lopen door zolang Nederland lid is van de desbetreffende verdragen en dragen bij aan de uitvoering van internationale afspraken. Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de instrumenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2101De beleidsartikelen (artikel 14) 15. MEDIA Het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod, dat toegankelijk blijft voor alle lagen van de bevolking.Media hebben een prominente rol in onze democratie en cultuur. Wat we zien, horen en lezen, beïnvloedt ons beeld van de wereld en onze opvattingen. Daarom borgt de minister vier publieke belangen in het mediabeleid, waar zij verantwoordelijk voor is: onafhankelijkheid, verscheidenheid, kwaliteit en toegankelijkheid. De minister heeft specifieke zorg voor het stelsel van landelijke, regionale en lokale publieke omroepen en de daarvoor relevante wet- en regelgeving. De minister heeft naast een financierende rol, vooral ook een regisserende rol.Financieren: De minister financiert de landelijke publieke omroep, en enkele andere aan de omroep verbonden instellingen. De taakopdracht is wettelijk bepaald en het budget van de publieke omroep is vastgesteld met behoud van afstand tot de uitvoering en inhoud. Op basis van het concessiebeleidsplan sluit de minister elke vijf jaar een prestatieovereen-komst met de publieke omroep. Verder is de minister verantwoordelijk voor instrumenten ter bevordering van culturele producties, documen-taires, drama, kunst- en kinderprogramma’s, het steunen en stimuleren van een onafhankelijke en kwalitatief goede journalistieke infrastructuur in ons land (Stichting Stimuleringsfonds voor de Pers) en voor het bevor-deren van mediawijsheid (NICAM en Mediawijzer.net).Regisseren: Als regisseur is de minister verantwoordelijk voor de wetgeving ten aanzien van de taak en organisatie van de publieke omroep en voor wetgeving voor commerciële media. De regels voor commerciële omroepen vloeien voornamelijk voort uit Europese richtlijnen op het gebied van audiovisuele media en interne markt. Ze gaan over reclame, sponsoring, product-placement en bescherming van minderjarigen, en over het aandeel Europees en onafhankelijk product. Verder is de minister als regisseur verantwoordelijk voor wetgeving met betrekking tot omroepdistributie. Het doel daarvan is de ontvangst te verzekeren van de belangrijkste publieke zenders en daarnaast in brede zin de toegang te bevorderen tot een gevarieerd radio- en televisieaanbod.De OCW-begroting wordt in het najaar nader uitgewerkt in de mediabe-grotingsbrief, die als basis dient voor de begrotingsbehandeling van dit artikel 15 door de Tweede Kamer. Deze brief geeft een gedetailleerde vooruitblik op het nieuwe jaar, een uitwerking van de maatregelen op het gebied van media alsmede een terugblik op de realisatie van voorgaand jaar.Op basis van het vijfjaarlijkse concessiebeleidsplan heeft de minister voor de erkenningperiode die loopt tot en met 2015, een prestatieovereen-komst afgesloten met de landelijke publieke omroep. Over de uitvoering van deze prestatieovereenkomst rapporteert de landelijke publieke omroep jaarlijks aan de minister. Deze verantwoording wordt gevalideerd door het Commissariaat voor de Media. Het Commissariaat voor de Media kan ook een boete opleggen als de publieke omroep de prestatieovereen-komst niet naleeft. Zowel de verantwoording als de validatie wordt als bijlage bij de mediabegrotingsbrief aan de Tweede Kamer verzonden.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2102De beleidsartikelen (artikel 15) Tabel 15.1 IndicatorenDoelstelling/ IndicatorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)7Een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle lagen van de bevolkingDe uitzendingen van de publieke omroep onderscheiden zich van die van de commerciële omroepen door een blijvend hogere kwalitatieve waardering door de Nederlandse bevolking7,1 (2010)7,07,0 (2015)Bron: Onderzoek van IpsosToelichting:In het onderzoek van Ipsos onderzoek is de waardering van de publieke omroep afgezet tegen de waardering van de commerciële omroepen.De waarderingen van de commerciële omroepen liggen in de laatste jaren onder de waarde 7,0.Met de mediamonitor rapporteert het Commissariaat voor de Media jaarlijks over de trends en ontwikkelingen op de gebruikersmarkten voor dagbladen, tijdschriften, radio, televisie en internet. Daarnaast worden pluriformiteit, onafhankelijkheid en gebruik van nieuwstitels gemonitord.Tenslotte wordt voor indicatoren over media verwezen naar Kerncijfers 2008–2012 en naar Trends in Beeld 2013 (www.trendsinbeeld.minocw.nl).De brief over de uitwerking van het Regeerakkoord Rutte II onderdeel Media bevat een pakket aan omvangrijke ombuigingen op het media-budget. De belangrijkste ombuigingen vanaf 2014 zijn:–De rijksmediabijdrage wordt verlaagd met € 50 miljoen in 2016 tot structureel € 100 miljoen vanaf 2017. Deze bezuinigingen worden onder andere ingevuld door de volgende maatregelen:•Het budget voor de regionale omroepen van in totaal € 142 miljoen wordt per 2014 overgeheveld van het Provinciefonds naar het mediabudget. Deze efficiencyslag levert € 25 miljoen op.•Het budget van de 2.42 omroepen (kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag) wordt per 1 januari 2016 op nul gezet. Dit levert € 14 miljoen op.•Het samenvoegen van de Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds) en de Stichting Stimule-ringsfonds voor de Pers, zoals voorgesteld bij het Regeerakkoord Rutte I, gaat niet door. Per 1 januari 2017 wordt het budget van het Mediafonds op nul gezet. Dit levert € 16 miljoen op.•De publieke omroep bezuinigt € 45 miljoen. Het kabinet heeft een plan van aanpak dat zal moeten leiden tot deze bezuiniging. In dit plan wordt ook gevraagd de mogelijkheid tot het vergroten van de eigen inkomsten van de publieke omroep, naast de rijksmediabij-drage, te bezien. Na advisering door de Raad voor Cultuur zal het kabinet in 2014 bekend maken welke maatregelen passend worden geacht.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2103 De beleidsartikelen (artikel 15) Tabel 15.2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 15 (Bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen886.809892.590997.240871.489831.639790.532794.093Totale uitgaven951.461892.936977.571871.820831.970783.532794.093Waarvan juridisch verplicht99,9%Bekostiging946.145887.824972.710867.115827.498779.349790.043–Publieke Omroep (omroepin-stellingen)795.717760.098850.525792.008741.812691.567691.456Landelijke publieke omroep745.683758.373708.180650.408650.385650.360650.335Wereldomroep46.289000000Regionale Omroep0141.600141.600141.600141.600141.600Minderhedenprogrammering3.7451.7257450000Bezuiniging Publieke Omroep (nog in te vullen)– 50.173– 100.393– 100.479–Beheertaken landelijke publieke omroep74.37059.96859.96858.94358.94358.94358.943Stichting Omroep Muziek29.90414.58114.58114.58114.58114.58114.581Uitzenden en uitzendgereed-maken23.97424.46324.46324.46324.46324.46324.463Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid20.49220.92420.92419.89919.89919.89919.899–Dotaties, bijdragen publieke omroep30.53531.04330.65428.43628.43628.43628.436Stimuleringsfonds Neder-landse Culturele Mediapro-ducties17.92218.28018.28016.67416.67416.67416.674Stimuleringsfonds voor de Pers2.3002.3002.3002.1852.1852.1852.185Filmfonds van de omroep en Telefilm (COBO)7.4167.5687.5687.1977.1977.1977.197Mediawijsheid Expertise-centrum (Bewust mediage-bruik)2.0002.0002.0001.9001.9001.9001.900Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON)508506506480480480480Kabelraden38938900000–Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve44.64535.87030.738– 13.097– 2.518– 42210.383–Overige bekostiging media (uit rente AMR)500500500500500500500–Basisinfrastructuur Cultuur 2013–2016378345325325325325325Vierjaarlijkse instellingen378345325325325325325Subsidies915920920920919919919–Subsidies915920920920919919919Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s4.3664.1573.9063.7503.5183.2293.096–Commissariaat voor de Media4.3664.1573.9063.7503.7203.6873.655Bezuiniging (nog in te vullen)– 202– 458– 559Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties35353535353535–Uitvoering internationale verdragen en contributies35353535353535Ontvangsten215.510193.500197.500190.500197.500190.500197.500Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2104 De beleidsartikelen (artikel 15) BekostigingLandelijke publieke omroepEen publieke omroep is de meest efficiënte manier om de doelstellingen van het mediabeleid te bereiken. De publieke omroep waarborgt een hoogwaardig en pluriform media-aanbod, dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle lagen van de bevolking. Daarom bekostigt de minister van OCW de landelijke publieke omroep. Mede vanwege Europese regels op het gebied van staatssteun, houdt de overheid greep op de aard en omvang van het takenpakket van de landelijke publieke omroep en bepaalt de overheid het budget van de publieke omroep.Regionale omroepenVanaf 2014 worden de regionale omroepen weer bekostigd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hiertoe wordt de Mediawet aangepast.MinderhedenprogrammeringNa de convenantperiodes van Multiculturele Televisie Nederland (MTNL) en FunX, die beide eind 2012 aflopen, beëindigt het kabinet de structurele financiering in deze specifieke zelfstandige minderhedenprogrammering. De budgetten voor 2013 en 2014 zullen worden gebruikt ten behoeve van afbouw- en frictiekosten. In de mediabegrotingsbrief wordt ingegaan op de wijze waarop dit type programmering in het aanbod van de landelijke publieke omroep en de lokale omroepen wordt geïntegreerd.Stichting Omroep Muziek (SOM)Deze bekostiging is bestemd voor de door de minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren. Vanaf 30 juli 2013 is de bekostiging aan het Muziekcentrum voor de Omroep (MCO) overgegaan naar de Stichting Omroep Muziek (SOM).Uitzenden en uitzendgereedmakenDeze beheertaken bestaan uit het gereedmaken van programma’s voor uitzending en het uitzenden van programma’s van de landelijke publieke omroep.Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)Deze bekostiging is bestemd voor de door de minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief.Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds)Het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Media-fonds) is het instrument binnen het mediabeleid om de vervaardiging van hoogwaardige culturele producties binnen het media-aanbod te stimu-leren. De bijdrage is bestemd voor het verstrekken van financiële bijdragen voor de ontwikkeling en productie van media-aanbod van bijzondere Nederlandse culturele aard ten behoeve van de landelijke en regionale publieke media-instellingen.Stimuleringsfonds voor de PersHet Stimuleringsfonds voor de Pers is binnen het mediabeleid het instrument om de pluriformiteit van het media-aanbod binnen de perssector te stimuleren, in het bijzonder de journalistieke infrastructuur en innovatie daarin. De bijdrage is bestemd voor tijdelijke steun aan noodlijdende persorganen, het stimuleren van onderzoek dat de persbe-Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2105De beleidsartikelen (artikel 15) drijfstak ten goede komt en het steun bieden aan journalistieke producten die via internet worden aangeboden.Filmfonds van de Omroep en Telefilm (CoBO)Het CoBO-fonds ondersteunt de documentairesector en participeert in audiovisuele coproductieprojecten waarin wordt deelgenomen door een of meer van de publieke instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep en de Vlaamse publieke omroep (VRT) en/of Duitse publieke omroepen en/of onafhankelijke filmproducenten en/of instel-lingen werkzaam op het gebied van de podiumkunsten.Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)Het Mediawijsheid Expertisecentrum (Mediawijzer.net) bevordert een bewuste, kritische en actieve houding van burgers en instellingen in de samenleving waar media alom zijn. Bij het huidige programma zijn het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, ECP-EPN, de publieke omroep (NTR), Kennisnet en het NIBG betrokken.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sDe kerntaak van het Commissariaat voor de Media (hierna: CvdM) bestaat uit het uitoefenen van onafhankelijk toezicht op het handelen van de media-instellingen in Nederland en uit handhavend optreden ingeval de toepasselijke regelgeving niet in acht wordt genomen. De bevoegdheid om toezicht en handhaving uit te oefenen heeft betrekking op alle media-instellingen: publieke media-instellingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau en commerciële media-instellingen op landelijk en niet-landelijk niveau. Het CvdM is tevens verantwoordelijk voor het metatoezicht op het Nederlands Instituut voor Classificatie van Audiovi-suele Media (NICAM). Daarnaast heeft het CvdM tot taak erop toe te zien dat kabelexploitanten hun wettelijke verplichtingen nakomen tot doorgifte van de must carry-zenders en het opvolgen van adviezen van programma-raden.OntvangstenDe ontvangsten bestaan uit de reclame-inkomsten van de Stichting Ether Reclame (STER) en de rente op de Algemene Mediareserve (AMR).Van het totale budget voor artikel 15 is in 2014 99,9% juridisch verplicht.Bekostiging. Het beschikbare budget voor 2014 is volledig juridisch verplicht. De verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op de landelijke publieke omroep en na wetswijziging de regionale omroep. Hieraan ten grondslag ligt de Mediawet 2008.Subsidies. Op dit moment is er voor 2014 nog geen juridische verplichting vastgelegd.Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s. Het beschikbare budget voor 2014 is volledig juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op het CvdM. Hieraan ten grondslag ligt de Mediawet 2008.Bijdragen aan internationale organisaties. Het beschikbare budget voor 2014 is volledig juridisch verplicht. Het betreft een jaarlijkse contributie.BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2106De beleidsartikelen (artikel 15) 16. ONDERZOEK EN WETENSCHAPSBELEID De algemene doelstelling is het scheppen van een internationaal concurrerende onderzoeksomgeving die onderzoekers uitdaagt tot optimale wetenschappelijke prestaties en die goed aansluit op maatschap-pelijke behoeften.De minister is verantwoordelijk voor het stelsel van onderzoek en wetenschap.Financieren: De minister bekostigt onderzoeks- en wetenschapsinstel-lingen.Stimuleren: De minister stimuleert meer zwaartepuntvorming en profilering in het wetenschappelijk onderzoek. De afspraken die hierover gemaakt zijn met de universiteiten staan vermeld in het hoofdlijnenak-koord (http://www.vsnu.nl/files/documenten/Domeinen/Accountability/HLA/Hoofdlijnenakkoord_universiteiten_DEF_20111208.pdf). Tevens wordt gestreefd de samenwerking in de gouden driehoek van bedrijven, kennisinstellingen en overheid te verbeteren. In het topsectorenbeleid zijn hiervoor innovatiecontracten ontwikkeld.Regisseren: De minister schept voorwaarden voor:•het doelmatig functioneren van een aantal wetenschappelijke instellingen die, zowel zelfstandig als in relatie tot de universiteiten en bedrijven, een belangrijke plaats innemen;•borging van het vernieuwend vermogen en de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek en de Nederlandse onderzoeksfaciliteiten;•de coördinatie van het wetenschapsbeleid op nationaal en internatio-naal niveau;De minister is verantwoordelijk voor het toezicht op een efficiënte besteding van publieke middelen en op voldoende verspreiding van kennis naar de maatschappij.Indicatoren en overige informatie over de toerusting en de prestaties voor het onderzoekstelsel worden beschreven in Trends in Beeld 2013.Tabel 16.1 IndicatorenDoelstelling/IndicatorBasiswaarde2014Streefwaarde5Behoud van kwaliteit wetenschap en wetenschappelijk talent en versterken impact wetenschapMondiale top-5 positie op basis van citatiescores3 (2008–2011) 1,44≤5≤5Beleidswijzigingen zijn nu niet aan de orde maar kunnen het gevolg zijn van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) wetenschap. Het IBO vormt, samen met de evaluaties van NWO en KNAW, de basis voor een te ontwikkelen beleidsvisie wetenschap.Artikel Algemene doelstelling Indicatoren/kengetallen BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2107 De beleidsartikelen (artikel 16) Tabel 16.2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 16 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen904.499839.940813.290796.931792.972807.814788.264Waarvan garantieverplichtingen28.99228.99228.99228.99228.992Uitgaven934.143889.889895.771825.436818.526813.265808.948Waarvan juridisch verplicht99,8%Bekostiging715.313700.680714.799697.109692.213688.291685.014•Hoofdbekostiging474.882459.667471.805463.213457.557453.094450.180NWO-wet en WHWNWO326.975319.691335.330329.696325.942323.330321.470KNAW94.31693.37990.44988.09286.97785.92285.292KB53.59146.59746.02645.42544.63843.84243.418•Aavullende bekostiging240.431241.013242.994233.896234.656235.197234.834NWO Talentenontwikkeling168.481169.063164.517162.318161.409161.246160.885NWO STW10.00010.0008.0008.0008.0008.0008.000NWO Grootschalige researchinfra-structuur61.95061.95061.45954.24355.29555.38255.380Nationaal Regieorgaan onderwijson-derzoek009.0189.3359.95210.56910.569Subsidies126.771105.68398.78246.13744.12342.78441.744Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschapLF TUD bibliotheek7.7347.7423.9360000Stichting SURF7.6227.6305.7783.8553.8553.8553.855CPG5205212610000Montesquieu Instituut1.0821.0835470000Max Planck Instituut1.6221.6241.5571.4751.4751.4751.475NCB/Nationaal Herbarium6.4846.4919.7669.4409.4409.4409.440BPRC9.3958.9198.5948.2588.2588.2588.258NEMO3.6263.6363.4793.2973.2973.2973.297STT236237228216216216216NTU/INL3.0713.2033.2073.2063.2063.2063.206EIB1.3161.317837345345345345Subsidieregeling St.AAP1.0151.0151.0201.0201.0201.0201.020Kaderregeling subsidiëring projecten t.b.v. onderzoek en wetenschapStatia Multifunctioneel Kenniscentrum2.5002.5002.5002.5002.5002.5002.500Gezondheidsonderzoek1.500000000Poolonderzoek2.9922.9422.9422.9421.5001.5001.500Genomics44.00040.50040.5000000Nationale coördinatie6.2856.6636.1205.9835.3245.5295.738Bilaterale samenwerking4.5053.7503.7502.7502.7501.2500Weerstandsverhoging onderzoeksinstel-lingen (CBRN)1.43394000000Grootschalige researchfaciliteiten1.830000000SURFnet7.200000000NCB biodiversiteit6.900000000Hersenen en Cognitie3.9003.9002.2000000Nader te verdelen31.0701.560850937893894Bijdragen aan agentschappen297297300300300300300Dienst Uitvoering Onderwijs297297300300300300300Bijdragen aan internationale organisaties91.32882.74981.40381.40381.40381.40381.403EMBC751760760760760760760EMBL4.4764.6004.6004.6004.6004.6004.600ESA29.39329.69229.56229.56229.56229.56229.562Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2108 De beleidsartikelen (artikel 16) 2012201320142015201620172018CERN41.30339.19737.98137.98137.98137.98137.981ESO15.4058.5008.5008.5008.5008.5008.500Bijdragen aan medeoverheden434480487487487487487Nationaal contactpunt Kaderprogramma434480487487487487487Ontvangsten0101101101101101101Toelichting op de instrumenten:BekostigingHet ministerie van OCW bekostigt de nationale onderzoeksinstellingen NWO, KNAW en KB. Hiermee stelt de minister deze organisaties in staat om binnen de wettelijke kaders en in lijn met de vierjaarlijkse strategische agenda en strategische plannen van de instellingen hun missies en doelstellingen te realiseren. Die zijn gericht op het bevorderen van de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland en het initiëren en stimuleren van nieuwe ontwikkelingen daarin.OCW draagt met een structureel karakter bij aan:•NWO voor grote infrastructurele onderzoeksvoorzieningen voor de uitvoering van projecten die geselecteerd zijn op grond van de resultaten van de nationale roadmap commissie grootschalige researchinfrastructuur. Met de inzet van deze middelen worden onze onderzoekers in de gelegenheid gesteld om te kunnen werken met onderzoeksfaciliteiten van wereldniveau;•NWO voor het uitvoeren van een integraal persoonsgebonden talentprogramma waarin naast de «Vernieuwingsimpuls» ook de voormalige middelen voor de specifieke doelgroepen zijn opgegaan. Doelen zijn om via competitie op basis van wetenschappelijke kwaliteit voldoende ruimte te geven aan (jonge) veelbelovende onderzoekers, excellentie in het onderzoek te bevorderen, en te zorgen voor een adequate in- en doorstroom van onderzoekers zodat er verbetering optreedt in hun loopbaanperspectieven;•Vanaf 2014 is er een aanvullende bekostiging voor NWO bijgekomen door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek voor een bedrag van circa € 9 à € 10 miljoen per jaar.SubsidiesVoor het stimuleren en realiseren van de centrale doelstelling van het OWB beleid worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht bijlage 4: Subsidies).Diverse subsidies voor stichtingen en centra met een specifieke rol in de kennisinfrastructuur, het gaat hier onder anderen om bijdragen aan:•het Max Planck Instituut voor psycholinguïstisch onderzoek;•Naturalis voor de totstandkoming van het Naturalis Biodiversity Center (NBC);•het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) voor het primatenon-derzoek en de huisvesting van primaten en subsidie aan de Stichting AAP voor het verzorgen van de opvang van de BPRC chimpansees;•het Nederlands Centrum voor Wetenschaps- en Techniekcommunicatie (NCWT) voor het science center NEMO en andere regionale science centra en voor het Weekend van de Wetenschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2109De beleidsartikelen (artikel 16) Bijdrage agentschappenDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Bijdrage internationale organisatiesContributies aan de grote internationale onderzoeksorganisaties ESA, ESO, CERN, EMBL en EMBC. Door deelname van Nederland aan deze intergouvernementele organisaties krijgen onze wetenschappelijke onderzoekers toegang tot unieke grootschalige onderzoeksfaciliteiten en internationale netwerken van toponderzoekers. Deze deelname is mede van groot belang voor het functioneren van ons nationale onderzoeks-bestel.Bijdrage aan medeoverhedenOpdracht aan Expertisecentrum Internationaal Onderzoek en Innovatie (EIOI, voorheen EG-Liaison) voor het ondersteunen en stimuleren van een zo groot mogelijke Nederlandse participatie in het EU-Kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling.Van het totale budget voor artikel 16 is in 2014 99,8% juridisch verplicht.Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan de nationale onderzoeksinstellingen NWO, KNAW en KB alsmede een aantal bijdragen met een structureel karakter. De wettelijke grondslag van de bekostiging is vastgelegd in de NWO-wet en de WHW. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 98% juridisch verplicht. Het betreft hier subsidies aan stichtingen en centra met een specifieke rol in de kennisinfrastructuur. Zoals bijvoorbeeld stichting Surf, NEMO, NCB en STT. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidie-bijlage.Bijdrage aan agentschappen: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepar-tement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.Bijdrage aan internationale organisaties: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft hier contributies aan de grote internationale onderzoeksorganisaties ESA, ESO, CERN, EMBL en EMBC.Bijdrage aan medeoverheden: het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft hier een opdracht aan het Expertisecentrum Internationaal Onderzoek en Innovatie.BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2110De beleidsartikelen (artikel 16) 25. EMANCIPATIE Het bevorderen van emancipatieHet kabinet wil emancipatie bevorderen: de emancipatie van meisjes en vrouwen en de emancipatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders (LHBT). Doel is de veiligheid van vrouwen, homoseksuelen en transgenders te vergroten en de participatie van vrouwen in alle lagen en sectoren van de arbeidsmarkt te bevorderen. Een positieve houding en beeldvorming over homoseksuele relaties en vrouwen met ambitie dienen vanzelfsprekend te worden.Verantwoordelijkheid van de ministerDe minister is verantwoordelijk voor het bevorderen van de emancipatie van meisjes en vrouwen en voor de emancipatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders (LHBT).Stimuleren:Het instrument, dat de minister ter beschikking heeft, is wet- en regel-geving, zoals de Subsidieregeling emancipatie 2011. Deze regeling voorziet in het verstrekken van subsidies aan instellingen voor vrouwen-emancipatie en emancipatie van LHBT en projectsubsidies aan het maatschappelijk middenveld. Tevens maakt de minister gebruik van communicatie naar het beleidsveld onder andere naar belangenorgani-saties.Regisseren:Gemeenten ontvangen via decentralisatie-uitkeringen een bijdrage voor de uitvoering van de samenwerkingsafspraken over versterking en uitvoering van het lokale emancipatiebeleid.Tabel 25.1 IndicatorenDoelstelling/IndicatorBasiswaarde2014Streefwaarde (jaartal)8Het bevorderen van emancipatieSociale acceptatie homoseksualiteit onder de bevolking90% (2010)≥90%≥90% (2016)De belangrijkste wijzigingen in het beleid komen voort uit de vaststelling van de Hoofdlijnenbrief Emancipatiebeleid 2013- 2016. De speerpunten van het emancipatiebeleid zijn:•Participatie in het licht van de gevolgen van de economische crisis;•Sociale veiligheid van vrouwen, meisjes en LHBT’s;•Verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs;•Internationale polarisatie: samenwerking en krachtenbundeling binnen en buiten Europa.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Indicatoren/kengetallen BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2111 De beleidsartikelen (artikel 25) Tabel 25.2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 25 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen17.8476.54611.44912.79215.31715.41615.416Uitgaven14.84615.91414.79215.50815.39415.41615.416Waarvan juridisch verplicht (%)27,4%Bekostiging4.1484.4604.1484.1484.1484.1484.148Kennisinfrastructuur4.1484.4604.1484.1484.1484.1484.148–Vrouwenemancipatie2.9483.2602.9482.9482.9482.9482.948–LHBT1.2001.2001.2001.2001.2001.2001.200Subsidies9.25410.1766.6517.2257.1757.1757.175Subsidieregeling emancipatieprojecten15000000–Vrouwenemancipatie15000000Wet Overige OCW-subsidies651000000–Vrouwenemancipatie357000000–LHBT294000000Subsidieregeling emancipatie2.1802.5581.0871.342000–Vrouwenemancipatie1.3042.3221.0301.342000–LHBT876236570000Subsidieregeling emancipatie 20115.8106.9865.5645.8837.1757.1757.175–Vrouwenemancipatie3.6853.3782.9523.0964.4384.4384.438–LHBT2.1253.6082.6122.7872.7372.7372.737Regeling sociale veiligheid LHBT jongeren op school59863200000–LHBT59863200000Opdrachten1.2491.1279621.0841.0201.0421.042–Vrouwenemancipatie546489455585541563563–LHBT703638507499479479479Bijdrage aan agentschappen195151151151151151151–Dienst Uitvoering Onderwijs195151151151151151151Bijdrage aan mede-overheden02.8802.9002.9002.9002.900Gemeentefonds BZK02.4802.5002.5002.5002.500–Vrouwenemancipatie2.0202.0002.0002.0002.000–LHBT460500500500500EL&I Talent naar de Top0400400400400400–Vrouwenemancipatie400400400400400Ontvangsten140Bekostiging: Vóór 1 oktober 2014 moeten de aanvragen voor de bekos-tiging van de Kennisinfrastructuur voor 2014 en 2015 worden ingediend. Het verplichten van de bekostiging voor de jaren 2014 en 2015 vindt eind 2013 plaats na indiening van de aanvraag.Subsidies: Voor het uitvoeren van de Hoofdlijnenbrief Emancipatiebeleid 2013–2016 worden subsidies verleend voor activiteiten die passen bij deze brief.Opdrachten: De middelen voor opdrachten voor zowel vrouwenemanci-patie als LHBT worden besteed aan onderzoeken en symposia.Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit Toelichting op de instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2112 De beleidsartikelen (artikel 25) Bijdrage aan agentschappen: Het betreft het aandeel in de uitvoerings-kosten van DUO voor dit begrotingsartikel.Bijdrage aan mede-overheden: Actieve gemeenten op het gebied van vrouwen- en LHBT- emancipatiebeleid ontvangen via een decentralisatie-uitkering een bijdrage. De verantwoordelijkheid voor deze middelen is belegd bij de gemeenten zelf.Van het totale budget voor artikel 25 is in 2014 27,4% juridisch verplicht.Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 52,4% juridisch verplicht. Dit betreft meerjarige projectsubsidies. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.Opdrachten: Van het beschikbare budget is in 2014 37% juridisch verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht.Bijdrage aan agentschappen: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepar-tement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.Bijdrage aan mede-overheden: Juridisch verplicht is 0%.BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2113De beleidsartikelen (artikel 25) 4. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN 91. NOMINAAL EN ONVOORZIEN Doel van dit artikel is het tijdelijk boeken van sector-overschrijdende middelen. Zodra een exacte verdeling over de betrokken beleidsartikelen bekend is, worden de middelen naar deze artikelen overgeboekt. Het betreft:•Loonbijstelling;•Prijsbijstelling;•Nader te verdelen.Op deze onderdelen worden dus geen feitelijke uitgaven verantwoord.91.1 Budgettaire gevolgen Tabel 91.1 Budgettaire gevolgen van artikel 91 (bedragen x € 1.000)2012201320142015201620172018Verplichtingen0112.0755.3678.388– 1.638– 6.632– 1.074Uitgaven0112.0755.3678.388– 1.638– 6.632– 1.074•Loonbijstelling0000000•Prijsbijstelling0000000•Nader te verdelen0112.0755.3678.388– 1.638– 6.632– 1.074Ontvangsten000000091.2 Nader te verdelen Op het onderdeel Nader te verdelen staan onder andere middelen die een budgettair effect hebben op meer dan één beleidsartikel en waarvan de verdeling over deze artikelen nog niet bekend is. Het kan daarbij zowel gaan om beleidsintensiveringen als om ombuigingen. Dit onderdeel bevat onder meer:•Het restant van de eindejaarsmarge 2012/2013 van € 112,1 miljoen.•Het saldo van enkele kasschuiven die op dit artikel zijn tegengeboekt.ArtikelTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2114 De niet-beleidsartikelen (artikel 91) 95. APPARAATSKOSTEN Op dit artikel worden de personele en materiële uitgaven van het kerndepartement, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, de inspecties en adviesraden geraamd.95.1 Budgettaire gevolgen Tabel 95.1 Budgettaire gevolgen artikel 95 (bedragen x € 1.000)20121 201320142015201620172018Verplichtingen275.467259.487234.723233.964225.298207.819200.942Uitgaven 275.467259.487234.723233.964225.298207.819200.942Personele uitgaven155.585146.953146.478141.061130.074125.711Waarvan–eigen personeel138.302131.150130.699125.888116.115112.225–externe inhuur6.8615.9985.9735.7315.2465.068Materiële uitgaven103.90287.77087.48684.23777.74575.231Waarvan–ICT22.85520.81320.78019.93618.44917.828–bijdrage aan SSO’s32.67730.25430.24329.01626.80225.897–Begrotingsreserve schatkistbankieren000000Ontvangsten3.0385675675675675675671 Betreft alle apparaatsuitgaven van voormalige artikel 92 (Ministerie Algemeen), artikel 93 (Inspecties), artikel 94 (Adviesraden) en de RCEToelichting:Op het artikel Apparaatskosten staan vanaf 2013 apparaatsuitgaven van de directies van het kerndepartement, zowel die van de beleidsdirecties als die van de niet-beleidsdirecties, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, de inspecties en de adviesraden van het ministerie. Daarnaast worden hier de centrale uitgaven voor onder andere huisvesting, automatisering en voorlichting begroot. Tevens worden hier de uitgaven geraamd van tijdelijke directies, zoals de directie Jeugd, Onderwijs en Zorg.Op dit artikel worden tevens de mutaties op de begrotingsreserve schatkistbankieren geraamd. OCW staat garant voor het in gebreke blijven van instellingen die gebruik maken van de regeling schatkistbankieren. Gegeven de omvang van het budget is er om doelmatigheidsredenen voor gekozen om niet per relevant beleidsartikel (1, 3, 4, 6 en 7) een reeks op te nemen, maar dit uit te voeren op het artikel 95 Apparaatskosten. De van instellingen ontvangen premies worden jaarlijks via het ministerie van Financiën aan OCW overgemaakt en via de slotwet en de saldibalans (toevoeging premie aan gegroeide reserve) in het jaarverslag verwerkt. Voor het jaar 2012 ging het om een bedrag van € 1,1 miljoen. De geraamde uitgaven vanuit deze reserve zijn als onderdeel van de materiële uitgaven gespecificeerd in tabel 95.1.In onderstaande tabel zijn ter informatie de apparaatsuitgaven OCW onderverdeeld naar kerndepartement, Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE), Inspectie van het Onderwijs (IvhO), Erfgoedinspectie (EGI), Onderwijsraad, Raad voor Cultuur (RvC) en de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT).ArtikelTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2115 De niet-beleidsartikelen (artikel 95) Tabel 95.2 Apparaatsuitgaven OCW (bedragen x € 1 miljoen)2012201320142015201620172018Totaal ministerie275,5259,5234,7234,0225,3207,8200,9Kerndepartement154,5143,0133,0134,9126,8109,3102,4Rijksdienst Cultureel Erfgoed52,246,936,535,535,535,535,5Inspectie van het Onderwijs59,560,257,055,655,155,155,1Erfgoedinspectie2,72,52,42,42,32,32,3Onderwijsraad2,42,42,42,32,32,32,3Raad voor Cultuur2,83,12,72,62,62,62,6Adviesraad voor Wetenschaps- en Technolo-giebeleid1,41,40,70,70,70,70,7In onderstaande tabel zijn ter informatie de apparaatsuitgaven van het kerndepartement weergegeven zoals deze direct toe te rekenen zijn aan de verschillende beleidsterreinen.Tabel 95.3 Apparaatsuitgaven kerndepartement in 2013 onderverdeeld naar beleidsar-tikel (bedragen x € 1 miljoen)BeleidsartikelBedragPrimair onderwijs5,2Voortgezet onderwijs5,6Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie4,0Hoger onderwijs en Studiefinanciering5,9Internationaal beleid2,5Arbeidsmarkt- en personeelbeleid2,1Cultuur en Media8,4Onderzoek en wetenschapsbeleid2,8Emancipatie2,0 In onderstaande tabel zijn ter informatie de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen en ZBO’s weergegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2116 De niet-beleidsartikelen (artikel 95) Tabel 95.4 Apparaatskosten baten-lastenagentschappen en ZBO’s (bedragen x € 1 miljoen)2012201320142015201620172018Baten-lastenagentschappenDienst Uitvoering Onderwijs273,8225,0225,6216,6198,7187,8184,1Nationaal Archief23,125,340,439,124,921,721,7ZBO’s en RWT’sStichting Fonds Podiumkunsten4,4Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie1,9Stichting Mondriaanfonds2,2Stichting Nederlands Filmfonds2,6Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie1,1Stichting Nederlands Letteren Fonds1,1Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds)1,7Commissariaat voor de Media (CvdM)4,1Nederlandse Publieke Omroep (voorheen NOS)2,6Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)3,7Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW)15Koninklijke Bibliotheek (KB)12Nederlandse organisatie voor Wetenschap-pelijk Onderzoek (NWO)30,3Stichting Participatiefonds2,6Stichting Vervangingsfonds3,3Stimuleringsfonds voor de Pers0,6De cijfers in bovenstaande tabel zijn niet met elkaar te consolideren aangezien het zowel uitgaven als kosten betreft.De apparaatskosten bij de baten-lastenagentschappen en ZBO’s en RWT’s betreffen naast de apparaatskosten in verband met werkzaamheden voor OCW ook de kosten die verband houden met werkzaamheden die voor tweeden en derden worden uitgevoerd.Toelichting:In bovenstaande tabel zijn niet alle ZBO’s en RWT’s opgenomen. Niet opgenomen zijn ZBO’s en RWT’s waarbij een individuele uitvraag in het veld nodig is. Dit betreft ondermeer alle onderwijsinstellingen, acade-mische ziekenhuizen en musea. Opgenomen zijn die ZBO’s en RWT’s waarbij de gegevens met betrekking tot de apparaatsuitgaven uit hoofde van reguliere bestaande informatiestromen beschikbaar zijn. Creatie van een extra informatielast wordt niet wenselijk geacht.In onderstaande tabel staat de voorlopige verdeling van de APK-taakstelling uit het Regeerakkoord weergegeven. Deze taakstelling is verdeeld over kerndepartement, agentschappen en ZBO’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2117 De niet-beleidsartikelen (artikel 95) Tabel 95.5 Apparaatskosten invulling taakstelling (bedragen x € 1 miljoen)201620172018StructDepartementale taakstelling (totaal)24,054,067,067,0Kerndepartement6,920,026,526,5 AgentschappenDUO12,123,527,927,9NA0,81,01,01,0Totaal Agentschappen12,9 24,528,928,9ZBO’sCultuurfondsen0,51,11,41,4Commissariaat voor de Media0,20,50,60,6Nederlandse Publieke Omroep0,10,30,40,4Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)0,20,40,50,5Kon.Ned.Academie van Wetenschappen (KNAW)0,71,62,02,0Kon.Bibliotheek (KB)0,61,31,61,6Ned.organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)1,53,54,34,3Participatiefonds0,10,30,40,4Vervangingsfonds0,20,40,50,5Stimuleringsfonds voor de Pers0,00,10,10,1Totaal ZBO’s4,2 9,511,611,6 Nog in te vullen0,0 0,00,00,0Toelichting:De verdeling van de taakstelling tussen de agentschappen en het kerndepartement is voorlopig, deze kan nog beperkt wijzigen. Op terreinen als huisvesting en ICT is een aantal centrale maatregelen genomen, waarvan de precieze verdeling over kerndepartement en agentschappen nog niet precies duidelijk is. In de ontwerpbegroting 2015 zal de definitieve verdeling worden aangegeven. In die begroting zal ook de verdeling van de taakstelling DUO op het onderdeel «bijdrage agentschappen» van de verschillende beleidsartikelen worden aange-bracht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2118 De niet-beleidsartikelen (artikel 95) 5. BEGROTING BATEN-LASTENAGENTSCHAPPEN 1. DIENST UITVOERING ONDERWIJS In deze paragraaf is de begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorgani-satie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, informatievoorziening alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden.Tabel 1 Begroting 2014 DUO (bedragen x € 1.000)2014Totaal baten235.433Totaal lasten235.433Saldo van baten en lasten0Totaal kapitaalontvangsten0Totaal kapitaaluitgaven6.314 DUO begroot voor 2014 een exploitatiesaldo van nihil. De kapitaaluit-gaven zijn gelijk aan de aflossing van leningen bij het ministerie van Financiën (€ 0,3 miljoen) en de vervangingsinvesteringen (€ 6,0 miljoen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2119 Begroting baten-lastenagentschappen Tabel 2 Begroting van agentschap voor het jaar 2014 (bedragen x € 1.000)Slotwet 2012Vast-gestelde begroting 201320142015201620172018BatenOmzet moederdepartement253.726207.766204.986197.000179.442168.657164.896Omzet overige departementen16.27714.17219.46218.82818.43418.31618.316Omzet derden11.5029.63010.98510.98510.98510.98510.985Rentebaten1510000000Vrijval voorzieningen2000000Bijzondere baten1.004000000Totaal baten 282.526231.668235.433226.813208.861197.958194.197LastenApparaatskosten273.847224.968229.388220.783202.846191.958188.197–personele kosten146.738137.699139.056134.651125.280116.750113.228waarvan eigen personeel122.831117.620121.318118.570115.461109.751107.550waarvan externe inhuur1 23.90720.07917.73816.0819.8196.9995.678–materiële kosten127.10987.26990.33286.13277.56675.20874.969waarvan apparaat ICT18.76116.00018.00018.00018.00018.00018.000waarvan bijdrage aan SSO’s926930930930930930930Rentelasten6110045301500Afschrijvingskosten5.9806.6006.0006.0006.0006.0006.000–materieel5.9806.6006.0006.0006.0006.0006.000waarvan apparaat ICT4.5444.8005.0005.0005.0005.0005.000–immaterieel0000000Overige kosten381000000–dotaties voorzieningen381000000–bijzondere lasten0000000Totaal lasten280.269231.668235.433226.813208.861197.958194.197Saldo van baten en lasten2.2570000001 In het departementaal jaarverslag 2012 is het bedrag voor externe inhuur opgenomen onder materiële kosten. Vanaf 2013 wordt als gevolg van aanpassing Rijksbegrotingsvoorschriften 2013 dit opgenomen onder personele kosten.Toelichting op de begroting van baten en lasten:Slotwet 2012DUO heeft, mede als gevolg van incidentele baten en een hogere invulling van de generieke inkooptaakstelling in de tweede helft van het jaar, een positief resultaat van € 2,3 miljoen gerealiseerd. Het streven voor 2014 en verder is een sluitende begroting.BatenOpbrengst moederdepartementDe opbrengst moederdepartement betreft de inkomsten voor geleverde diensten en producten aan de opdrachtgever OCW. De omzet moederde-partement ad € 205,0 miljoen is gerelateerd aan de hoofdproducten Bekostiging instellingen (€ 39,5 miljoen, zijnde 20%), Studiefinanciering (€ 114,4 miljoen, zijnde 55%), Examendiensten (€ 25,0 miljoen, zijnde 12%), Basisregister (€ 22,0 miljoen, zijnde 10%) en Informatiediensten (€ 4,1 miljoen, zijnde 3%). De dalende lijn in de opbrengst moederdepar-tement wordt veroorzaakt door de ingeboekte taakstellingen over de periode 2014 tot en met 2018 (€ 9,6 miljoen oplopend naar € 47,7 miljoen). Deze taakstelling zal worden ingevuld middels efficiency maatregelen (€ 17,6 miljoen), deregulering/versobering dienstverlening (€ 11,7 miljoen), revenuen overheidsbrede programma Compacte Rijksdienst (€ 3,0 miljoen), baten Programma Vernieuwing Studiefinan-Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2120 Begroting baten-lastenagentschappen ciering (€ 5,4 miljoen) en slimme realisatie beleidsopdrachten (€ 10,0 miljoen).Randvoorwaarden exploitatie DUO (2014 – 2018)De taakstelling Rutte II (2016 – 2018) bedraagt € 22 miljoen. De aanpak wordt gedomineerd door de thema’s «efficiency waar het nog kan» en «vereenvoudiging en versobering waar het moet». In de meerjarenbe-groting zijn maatregelen op het gebied van efficiency, de Hervormingsa-genda en Compacte Rijksdienst en vereenvoudiging van regels en taken verwerkt. Politieke besluitvorming is benodigd voor het doorvoeren van de vereenvoudiging van regels en taken. In het wetsvoorstel voor het leenstelsel in de masterfase zijn bijvoorbeeld een aantal vereenvoudi-gingen opgenomen.In de huidige aanpak van de Rutte II taakstelling zal eveneens de dienst-verlening worden vernieuwd. Door verdergaande digitalisering van de dienstverlening kunnen bestaande kanalen meer en meer worden vervangen door zelfbediening. Daarbij kan gedacht worden aan het sluiten van 4 extra servicekantoren (bovenop 4 servicekantoren die al gesloten worden vanuit Rutte I), waarbij 6 servicekantoren open blijven. Daarmee wordt invulling gegeven aan de visie «digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet» uit de visiebrief digitale overheid 2017. DUO heeft bovenstaande maatregelen nodig om invulling te geven aan een dekkende exploitatie.Opbrengst overige departementenHet betreft opbrengsten in verband met uitvoering inburgeringstaken (€ 8,8 miljoen) en uitvoering landelijk register kinderopvang (€ 7,0 miljoen) voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, print- en couverteerwerkzaamheden ten behoeve van het CJIB van het minis-terie van Veiligheid en Justitie (€ 1,1 miljoen), werkzaamheden in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (€ 0,3 miljoen) en werkzaamheden in opdracht van het ministerie van Financiën (€ 0,1 miljoen). Daarnaast is € 2,2 miljoen aan omzet opgenomen in verband met werkzaamheden uitgevoerd voor meerdere overheidsinstellingen binnen de Shared Service Organisatie welke onder DUO valt. Op de inburgeringstaak is een taakstelling ingeboekt van € 1,2 miljoen in 2014 oplopend naar € 1,7 miljoen in 2016. Deze zal in overleg met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden ingevuld middels versobering van de dienstverlening en efficiency maatregelen.Opbrengst derdenHet betreft hier met name ontvangen examengelden (€ 4,8 miljoen) en vergoedingen van inburgeringkandidaten (€ 3,8 miljoen) en daarnaast werkzaamheden voor andere opdrachtgevers dan ministeries ten bedrage van € 2,4 miljoen.LastenPersonele kostenDe personele kosten bevatten de kosten van eigen personeel (€ 114,3 miljoen) op basis van de gemiddelde loonkosten, een reële inschatting van de overige personele kosten (€ 7,0 miljoen) en de kosten voor externe inhuur (€ 17,8 miljoen). De daling ten opzichte van de begroting 2014 is gerelateerd aan de opgelegde taakstellingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2121Begroting baten-lastenagentschappen Materiële kostenDe materiële kosten bestaan ondermeer uit vaste lasten, zoals huisves-tingskosten inclusief facilitaire kosten (€ 22,2 miljoen), kosten informatie-voorziening en automatisering (€ 18,0 miljoen), externe diensten en communicatiemiddelen (€ 20,1 miljoen) en € 30,0 miljoen ten behoeve van de implementatie van beleidswijzigingen in de geautomatiseerde systemen. De bijdrage aan de Shared Service Organisatie betreft de bijdrage aan P-Direkt.RentelastenDit betreft de te betalen rente in 2014 als gevolg van het beroep op de leenfaciliteit ten behoeve van investeringen in materiële vaste activa.AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten betreffen uitsluitend materiële vaste activa.Tabel 3 Kasstroomoverzicht voor het jaar 2014 (bedragen x € 1.000)OmschrijvingSlotwet 2012Vast-gestelde begroting 2013201420152016201720181.Rekening-courant RHB 1 januari51.15447.69747.38347.06946.75546.44046.4402.Totaal operationele kasstroom 1796.6006.0006.0006.0006.0006.0003a.Totaal investeringen (-)– 6.169– 6.600– 6.000– 6.000– 6.000– 6.000– 6.0003b.Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)00000003.Totaal investeringskasstroom– 6.169– 6.600– 6.000– 6.000– 6.000– 6.000– 6.0004a.Eenmalige uitkering aan moederdepar-tement (-)00000004b.Eenmalige storting door het moederde-partement (+)00000004c.Aflossingen op leningen (-)– 315– 314– 314– 314– 315004d.Beroep op leenfaciliteit (+)00000004.Totaal financieringskasstroom– 315– 314– 314– 314– 315005.Rekening courant RHB 31 december44.84947.38347.06946.75546.44046.44046.440Toelichting op het kasstroomoverzichtDe operationele kasstroom is gelijk aan het totaal van de begrote afschrijvingskosten en de mutatie voorzieningen en kortlopende schulden en overlopende transitorische posten. Het totaal van investeringen is gelijk aan de zogenoemde vervangingsinvesteringen voor de materiële vaste activa en zijn gelijk aan de bruto afschrijvingskosten van deze activa.DoelmatigheidBasisindicatoren zijn de kostprijs en kwaliteit per product of dienst. Doelmatigheid kan meerjarig worden bereikt door een lagere kostprijs (bij gelijke kwaliteit) of een hogere kwaliteit (bij gelijke kostprijs).In de gepresenteerde reeks voor DUO (tabel 4) geldt een sterke focus op kostenbeheersing en kwaliteitsverbetering van dienstverlening. Het Programma Vernieuwing Studiefinanciering (PVS) is hier een belangrijk voorbeeld van. Door deze vernieuwing is het tevens mogelijk de effici-encytaakstelling van het kabinet te realiseren. De indexgetallen van de onderscheiden producten laten dit zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2122 Begroting baten-lastenagentschappen Tabel 4 DoelmatigheidsindicatorenSlotwet 2012201320142015201620172018Generiek DeelOmzet Bekostiging Instellingen1 19%100,00,980,970,950,940,92Omzet Studiefinanciering1 56%100,00,970,920,900,890,87Omzet Examendiensten1 12%100,00,980,970,950,940,92Omzet Basisregister1 11%100,00,950,930,910,900,88Omzet Informatiediensten1 2%100,00,980,970,950,940,92FTE-totaal (excl. externe inhuur)1.7321.7861.7421.6821.6041.5061.468Tarieven/uurICT gerelateerd100102102102102102102Overige uren72737373737373Saldo baten en lasten (%)0,8%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%KwaliteitsindicatorenKlantcontact digitaaln.v.t.n.v.t.66666Klantcontact traditioneeln.v.t.n.v.t.777771 Index 2013 is gelijk aan 100.Toelichting DoelmatigheidsindicatorenOmzet/kostprijs per product: DUO aggregeert haar werkzaamheden in de going concern (basiscontract) naar 5 producten, te weten Bekostiging instellingen, Studiefinanciering, Examendiensten, Basisregisters en Informatiediensten. De doelmatigheidsindicatoren geven inzicht in de ontwikkeling van de prijsefficiency per product, exclusief volumina ontwikkelingen. Per product gaat het om circa 7,5% productiviteitsontwik-keling, aangevuld met specifieke maatregelen binnen de producten basisregisters en studiefinanciering. Met de ingegeven prijsefficiency en de samenhangende doelmatigheidsontwikkeling wordt gestreefd om budgetneutraal te realiseren waarbij de gemaakte kosten vanuit de omzet gedekt worden.FTE totaal: De bezetting van ARAR laat ten opzichte van 2012 een lichte stijging zien als gevolg van omzetting van relatief duur extern personeel naar goedkoper ARAR personeel. De dalende lijn vanaf 2013 hangt samen met de opgelegde taakstellingen.Projecttarief per uur: Het projecttarief per uur (€ 102) is een gemiddeld uurtarief in- en externe inzet ten behoeve van systeem- en procesaanpas-singen.Meerwerktarief per uur: Voor niet ICT-gerelateerde inzet geldt een lager tarief van € 73 per uur.Saldo baten en lasten: DUO begroot en verwacht te realiseren met een exploitatiesaldo van nul.Indicatoren: Er is een nieuwe set van indicatoren afgesproken met het ministerie van OCW te weten: Klanttevredenheid Klantcontact digitaal en Klanttevredenheid klantcontact traditioneel. Voor deze indicatoren zijn nog geen historische gegevens beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2123 Begroting baten-lastenagentschappen 2. NATIONAAL ARCHIEF 2.1 Algemene toelichting Het Nationaal Archief beheert de archieven van de rijksoverheid, maar ook archieven van maatschappelijke organisaties en individuele personen die van nationaal belang zijn (geweest). In de depots ligt bijna duizend jaar geschiedenis van Nederland opgeslagen in archieven en in duizenden kaarten, tekeningen en foto’s.De missie van het Nationaal Archief is het dienen van ieders recht op informatie en het geven van inzicht in het verleden van ons land door:•inzet voor een sterk archiefbestel, een afgewogen beleid voor archiefwaardering en selectie en optimale zorg voor alle rijksarchieven;•de nationale archiefcollectie in Den Haag te beheren en online te presenteren.Nationaal Archief en Regionale Historische CentraOp basis van de Archiefwet 1995 heeft de minister van OCW een specifieke verantwoordelijkheid voor alle rijksarchiefbewaarplaatsen, zijnde het Nationaal Archief in Den Haag en 11 rijksarchiefbewaarplaatsen in de provinciehoofdsteden. De archiefbewaarplaatsen in de provincie-hoofdsteden maken deel uit van de Regionale Historische Centra (RHC’s). De RHC’s zijn zelfstandige openbare lichamen, die vanuit het Rijk en andere partners een financiële bijdrage ontvangen.Deze begroting handelt alleen om de baten en lasten van het Nationaal Archief. De rijksbijdragen aan de afzonderlijke RHC’s zijn onderdeel van artikel 14 van de begroting van OCW.Tabel 1 Begroting Nationaal Archief 2014 (bedragen x € 1.000)2014Totaal baten42.927Totaal lasten42.927Saldo van baten en lasten0Kapitaalontvangsten–Kapitaaluitgaven2.648 Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2124 Begroting baten-lastenagentschappen Tabel 2 Begroting van agentschap Nationaal Archief voor het jaar 2014 (bedragen x € 1.000)2012 Slotwet2013 Vastge-stelde begroting20142015201620172018BatenOmzet moederdepartement23.37419.79438.24239.05824.80721.89921.899Omzet overige departementen700000000Omzet derden2.4473.4492.505690690690690Rentebaten0000000Mutatie vooruit ontvangen middelen– 1.2422.8512.1801.88028000Bijzondere batenTotaal baten25.27926.09442.92741.62825.77722.58922.589LastenApparaatskosten23.13025.26540.41639.13024.89421.72121.736– personele kosten10.42513.67319.43719.31811.80910.33010.330waarvan eigen personeel9.10010.21112.53712.8188.8308.8308.830waarvan externe inhuur1.3253.4626.9006.5002.9791.5001.500– materiële kosten12.70511.59220.97919.81213.08511.39111.406waarvan apparaat ICT542479672700740774789waarvan bijdrage aan SSO0000000Rentelasten71599380655035Afschrijvingskosten2.0366702.4182.418818818818– materieel446662818818818818818waarvan apparaat ICT138138138138138– immaterieel1.59081.6001.600000Overige kosten– 12000000– dotaties voorzieningen000000– bijzondere lasten000000Totaal lasten25.16126.09442.92741.62825.77722.58922.589Saldo van baten en lasten118000000Toelichting:In 2012 heeft het Nationaal Archief het jaar afgesloten met een positief exploitatieresultaat van ruim € 0,1 miljoen.BatenOmzet moederdepartementDe omzet van het moederdepartement betreft de inkomsten van het Nationaal Archief voor de geleverde producten en diensten. Deze bestaat uit structurele middelen voor de primaire activiteiten (1e geldstroom) en incidentele middelen voor projectmatige activiteiten (2e geldstroom).Voor 2013 tot en met 2015 heeft het Nationaal Archief incidenteel een bedrag van € 28,0 miljoen beschikbaar voor de structurele werkzaam-heden rond de digitalisering van het Rijksarchief (digitale taken rijksar-chieven). Deze ontwikkeling is zichtbaar in de stijging van de post omzet moederdepartement waarin het budget voor de digitale taken rijksar-chieven is opgenomen. Van deze € 28 miljoen is € 3,0 miljoen beschikbaar in 2013 en € 25 miljoen wordt verdeeld over de jaren 2014 en 2015. In de begroting 2013 is deze € 3,0 miljoen niet opgenomen omdat de honorering van dit budget pas ná de vastgestelde begroting heeft plaatsgevonden.Vanaf 2016 is voor de digitale taken rijksarchieven geen budget verant-woord in de post omzet moederdepartement omdat het budget nog niet structureel is toegekend door het ministerie. In de voorbereidingen voor Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2125 Begroting baten-lastenagentschappen de digitale taken rijksarchieven wordt in 2013 de organisatiestructuur van het Nationaal Archief al wel aangepast mede om de digitale taken te kunnen uitvoeren. Vanwege het structurele karakter van de digitale taken rijksarchieven is continuering van deze taken na 2015 het uitgangspunt.In de omzet moederdepartement over 2016 tot en met 2018 is de taakstelling Rutte II verwerkt (€ 1 miljoen). De verdeling door het moederdepartement is nagenoeg definitief, op onderdelen kan nog een wijziging plaatsvinden. De taakstelling zal door het Nationaal Archief voornamelijk worden gerealiseerd in efficiency resultaten in de synergie tussen het Nationaal Archief en de RHC’s bij de uitvoering van de digitale taken. In deze ontwerpbegroting is dit effect nog niet verwerkt en is de taakstelling vanaf 2016 voorlopig verwerkt in de materiële uitgaven van het Nationaal Archief.CBGVanaf 2012 is de subsidie aan het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) opgenomen, die namens het moederdepartement wordt verstrekt. De subsidie voor 2014 bedraagt € 1.77 miljoen.Omzet derdenDe omzet derden bestaat hoofdzakelijk uit projectmatige inkomsten van derde partijen (o.a. de Europese Unie) voor specifieke producten en diensten (projecten). Deze baten ontwikkelen zich op dit moment met een dalende lijn als gevolg van afloop van projecten zoals Apex (Europees project), en Metamorfoze (samenwerkingsproject met de Koninklijke Bibliotheek).Mutatie vooruit ontvangen middelenDit betreft projectgelden die zijn vooruit ontvangen voor de ontwikkeling van specifieke eenmalige producten en diensten (projecten) voor verschillende opdrachtgevers. Ook voor deze post geldt dat een dalende lijn wordt verwacht als gevolg van afloop van projecten.LastenApparaatskosten– Personele kostenPersonele kosten zijn gebaseerd op een formatie van 137,43 fte eind 2013. In 2014 tot en met 2015 stijgen de personele kosten als gevolg van de digitale taken rijksarchieven en is er daarnaast sprake van een dalende trend als gevolg van de taakstellingen en afloop van projecten.In de post externe inhuur zijn tevens de uitgaven voor uitbesteding opgenomen.– Materiële kostenDit betreft onder andere de huisvestingskosten zoals de huurkosten en servicekosten samenhangend met de huisvesting en kantoorautomati-sering. Tevens zijn onder deze post de materiële uitgaven verantwoord die worden gedaan in het primaire proces, voor de digitale taken rijksar-chieven en in de projecten.RentelastenDe rentelasten vloeien voort uit het beroep op de leenfaciliteit in 2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2126Begroting baten-lastenagentschappen AfschrijvingskostenDe stabiele lijn van de afschrijvingskosten wordt veroorzaakt door instandhoudingsinvesteringen in het fysieke depot en de ICT hardware. Vanaf 2013 worden de uitgaven voor softwareontwikkeling niet meer geactiveerd maar direct ten laste van de exploitatie gebracht.Tabel 3 Kasstroomoverzicht Nationaal Archief over het jaar 2014 (bedragen x € 1.000)2012 Slotwet2013Vastge-stelde begroting20142015201620172018Rekening-courant RHB per 1 januari 3.48613.7247.6947.4647.2347.0046.774Totaal operationele kasstroom2.8116702.4182.4182.4182.4182.418totaal investeringen– 464– 9.600– 2.418– 2.418– 2.418– 2.418– 2.418totaal boekwaarde desinvesteringen– 4000000Totaal investeringskasstroom– 469– 9.600– 2.418– 2.418– 2.418– 2.418– 2.418eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)eenmalige storting door moederdepartement (+)5.6433.00000000aflossing op langlopende leningen (-/-)– 50– 1.400– 230– 230– 230– 230– 230beroep op leenfaciliteit (+)2.3001.30000000Totaal financieringskasstroom7.8932.900– 230– 230– 230– 230– 230Rekening-courant RHB per 31 december 13.7247.6947.4647.2347.0046.7746.544Toelichting:De operationele kasstroom ontwikkelt zich stabiel. De belangrijkste oorzaak is dat wordt uitgegaan van een begroting met een nihil resultaat en een stabiel verloop van de afschrijvingen en mutaties in de vooruit ontvangen projectmiddelen.De investeringskasstroom betreft de investeringen in ICT hardware en investeringen in het fysieke depot.De financieringskasstroom betreft hoofdzakelijk de geplande vervroegde aflossing van de leenfaciliteit voor ICT investeringen en de leningen ten behoeve van de verbouwing van de publieke ruimte. De mutaties in 2014–2018 betreffen de aflossingen van de lening op de publieke ruimte.DoelmatigheidDe tabel met doelmatigheidsindicatoren is voor 2014 niet weergegeven. De reden hiertoe is dat binnen het Nationaal Archief wordt gewerkt aan een nieuwe set van indicatoren.In de begroting 2013 is aangegeven dat deze nieuw set aan indicatoren in de ontwerpbegroting 2014 voor het eerst zou worden opgenomen. In de begroting 2013 werd uitgegaan van een nieuwe set aan indicatoren voor de nieuwe fusieorganisatie (Nationaal Archief en Koninklijke Bibliotheek). In oktober 2012 is deze fusie echter bevroren. In de eerste vijf maanden van 2013 heeft het Nationaal Archief een strategische heroriëntatie uitgevoerd inclusief een heroriëntatie op de interne sturing van de organisatie. Tevens starten in 2013 de digitale taken rijksarchieven. De nieuwe set aan indicatoren dient aan te sluiten op het nieuwe sturings-model en dient tevens informatie te geven over de prestaties die Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2127 Begroting baten-lastenagentschappen samenhangen met de digitale taken rijksarchieven en de prestaties in de projecten.Het Nationaal Archief heeft daarom besloten te wachten met een nieuwe set aan indicatoren totdat vast staat hoe de inrichting van de nieuwe organisatie eruit ziet en op basis daarvan de indicatoren te bepalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2128Begroting baten-lastenagentschappen BIJLAGE 1. RWT’s en ZBO’s Tabel Overzicht RWT’s en ZBO’s (bedragen x € 1 miljoen)RWTZBOArtikel(en)RamingenStichting Fonds PodiumkunstenXX1444,7Stichting Fonds voor CultuurparticipatieXX1422,3Stichting Nederlands FilmfondsXX1429,5Stichting Stimuleringsfonds Creatieve IndustrieXX1414,4Stichting Mondriaan FondsXX1426,8Stichting Nederlands Letteren FondsXX1410,4Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds)XX1518,3Commissariaat voor de MediaXX154,3Nederlandse Publieke OmroepXX*15103,7Landelijk OmroepbestelX15678,6Bevoegde gezagsorganen primair onderwijsX19.029,2Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijsX36 826,7Regionale Opleidingscentra (ROC’s) en vakinstel-lingenX42958,8Kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfs-levenXX*4106,2Instellingsbesturen hogescholenX62 533,0Instellingsbesturen universiteitenX73.356,2Open Universiteit NederlandX736,7Academische ZiekenhuizenX7601,0Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)XX73,7RijksmuseaX14122,3Koninklijke Nederlandse Academie van Weten-schappen (KNAW)XX*1690,4Koninklijke Bibliotheek (KB)XX*1646,0Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)XX6, 16600,9Stichting ParticipatiefondsXX12,6Stichting VervangingsfondsXX1, 911,2Stimuleringsfonds voor de PersXX152,3College voor ExamensX3, 47,2Toelichting op de in de tabel opgenoemde RWT’s en ZBO’s:CultuurfondsenIn 2014 zijn bijdragen verstrekt aan de volgende fondsen:•Stichting Fonds Podiumkunsten Het fonds ondersteunt alle vormen van professionele podiumkunsten in Nederland: muziek, theater, muziektheater en dans. Het stimuleren van innovatie in de keten van scheppen, productie, distributie en afname is een speciale taak van het fonds.•Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie Het fonds stimuleert de actieve deelname aan het culturele leven van inwoners van Nederland, in al hun diversiteit, ongeacht leeftijd, herkomst, opleiding en woonplaats op het gebied van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur.•Stichting Mondriaan Fonds Het fonds bevordert bijzondere en vernieuwende projecten en activiteiten van beeldend kunstenaars, bemiddelaars en instellingen die van belang zijn voor de beeldende kunst en cultureel erfgoed in Nederland. Het doel is hiermee de betekenisvolle ontwikkeling en zichtbaarheid van beeldende kunst en cultureel erfgoed in Nederland te stimuleren daar waar de markt dit niet of nog niet mogelijk maakt.•Stichting Nederlands Filmfonds Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2129 Bijlage: RWT’s en ZBO’s Het fonds stimuleert de filmproductie in Nederland, met de nadruk op kwaliteit en diversiteit en bevordert een goed klimaat voor de Nederlandse filmcultuur.•Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie •Het fonds voert verschillende subsidieregelingen uit die zijn gericht op kennisontwikkeling en kennisuitwisseling van de ontwerpende disciplines en het vergroten van de belangstelling voor architectuur, vormgeving en e-culture.•Stichting Nederlands Letteren Fonds Het fonds bevordert de kwaliteit, diversiteit, productie en de vertaling van de Nederlandse- en Friestalige literatuur. Ook verzorgt het Nederlands Letteren Fonds de promotie en zichtbaarheid van de Nederlandse en Friese literatuur in het buitenland.•Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediapro-ducties Het Mediafonds bevordert de ontwikkeling en productie van culturele dramaproducties, documentaires, kunst- en kinderprogramma’s en cultuurprojecten van de publieke landelijke en regionale omroep.Commissariaat voor de Media Het Commissariaat ziet toe op de naleving van de Mediawet en de daarop gebaseerde regels. Het garandeert daarmee een eerlijke toegang tot de media en bewaakt de kwaliteit, de diversiteit en de onafhankelijkheid van de informatievoorziening.Nederlandse Publieke Omroep (NPO)De NPO is het samenwerkings- en coördinatieorgaan van de landelijke publieke omroep. Deze taak is per 1 januari 2010 overgegaan van de NOS naar een nieuwe stichting, de NPO.Landelijk OmroepbestelHet betreft middelen die aan de landelijke publieke omroepen beschikbaar zijn gesteld.Bevoegde gezagsorganen primair onderwijsHet betreft circa 1.170 bevoegde gezagsorganen van circa 7.360 instel-lingen. Voor zover het onderwijsinstellingen betreft waar de gemeente het bevoegd gezag is, zijn deze instellingen niet aan te merken als RWT.Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijsHet betreft 325 bevoegde gezagsorganen van 650 onderwijsinstellingen. Voor zover het onderwijsinstellingen betreft waar de gemeente het bevoegd gezag is, zijn deze instellingen niet aan te merken als RWT.Regionale Opleidingscentra (ROC’s) en vakinstellingenHet betreft circa 57 ROC’s. Een ROC is een samenwerkingsverband van onderwijsinstituten in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en de Volwasseneductie in Nederland.Kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfslevenHet betreft 17 kenniscentra die de schakels vormen tussen het onderwijs en het georganiseerde bedrijfsleven. Ze ontwikkelen kwalificaties voor het middelbaar beroepsonderwijs, werven leerbedrijven en bewaken de kwaliteit van deze leerbedrijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2130Bijlage: RWT’s en ZBO’s Instellingsbesturen hogescholenHet betreft middelen die rechtstreeks aan de circa 33 door OCW bekos-tigde hogescholen beschikbaar worden gesteld.Instellingsbesturen universiteitenHet betreft middelen die rechtstreeks aan de 16 door OCW bekostigde universiteiten (excl. Open Universiteit) beschikbaar zijn gesteld.Open Universiteit Nederland De Open Universiteit ontwikkelt, verzorgt en bevordert, samenwerkend in netwerken en allianties, hoogwaardig en innovatief hoger afstandson-derwijs.Academische ZiekenhuizenHet betreft de middelen voor de 8 ziekenhuizen die verbonden zijn aan een universiteit ten behoeve van de opleiding van artsen en ten behoeve van onderzoek.Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)De NVAO borgt de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Zij beoordeelt op onafhankelijke wijze de kwaliteit van de opleidingen, verleent accreditatie, toetst nieuwe opleidingen en de instellingstoets kwaliteitszorg. Daarnaast levert de NVAO een bijdrage aan het vergroten van het kwaliteitsbewustzijn en bevordert zij de interna-tionale samenwerking om tot afstemming en samenhang binnen de Europese hoger onderwijsruimte te komen.RijksmuseaHet betreft 17 musea die vallen onder de Wet verzelfstandiging rijksmu-seale diensten.Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW)De KNAW bevordert als forum, geweten en stem van de wetenschap de kwaliteit en de belangen van de wetenschap en zet zich in voor een optimale bijdrage van de Nederlandse wetenschap aan de culturele, sociale en economische ontwikkeling van de samenleving.Koninklijke Bibliotheek (KB)De KB brengt als de nationale bibliotheek van Nederland mensen en informatie samen. De KB speelt voorts een centrale rol in de Nederlandse (wetenschappelijke) informatiestructuur en bevordert de duurzame toegang tot digitale informatie in (inter)nationaal verbandNederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)De NWO heeft als taak het bevorderen van de kwaliteit van wetenschap-pelijk onderzoek. Vanaf 2014 zijn de middelen voor het RAAK-programma (voormalige Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen) ingebed in de bekostiging bij NWO.Stichting Participatiefonds (PF)Het PF is verantwoordelijk voor het beheren en terugdringen van de werkloosheidsuitgaven in het primair onderwijs. Het PF betaalt de uitkeringskosten van ontslagen personeel. Daarnaast ondersteunt het PF schoolbesturen bij het opzetten van hun personeels- en mobiliteitsbeleid en individuele medewerkers die werkloos zijn met trainingen en cursussen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2131Bijlage: RWT’s en ZBO’s Stichting Vervangingsfonds (VF)Het VF betaalt de kosten voor vervangers die schoolbesturen moeten inzetten bij ziekte of afwezigheid van personeel en heeft als taak het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van onderwijs-personeel in het primair onderwijs door de kwaliteit van de arbeidsom-standigheden en het personeelsbeleid te verbeteren.Stimuleringsfonds voor de Pers Het fonds heeft ten doel het handhaven en bevorderen van de plurifor-miteit van de pers, voor zover die van belang is voor de informatie en opinievorming.College voor Examens (CVE)Het College voor Examens (CvE) bestaat sinds 1 oktober 2009. Het is ontstaan uit een samenvoeging van de Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven (CEVO), de Staatsexamencommissie VO en de Staatsexamencommissie Nederlands als Tweede taal (NT2).Het College is verantwoordelijk voor de centrale examens en staats-examens in het voortgezet onderwijs, de examens rekenen en taal in het (middelbaar) beroepsonderwijs en staatsexamens Nederlands als tweede taal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2132Bijlage: RWT’s en ZBO’s BIJLAGE 2. VERDIEPINGSHOOFDSTUK AlgemeenIn dit hoofdstuk worden per beleidsartikel de mutaties getoond tussen de stand ontwerpbegroting 2013 en de stand ontwerpbegroting 2014. Alleen de nieuwe mutaties die groter zijn dan € 2,2 miljoen worden toegelicht. Voor de toelichting op de mutaties uit het Regeerakkoord Rutte II wordt verwezen naar de nota van wijziging en het amendement op de begroting 2013 en de startnota. De mutaties uit de 1ste suppletoire begroting worden toegelicht in de memorie van toelichting op de 1ste suppletoire begroting. Deze mutaties worden daarom niet in dit verdiepingshoofdstuk toegelicht.Voor de uitgaven en ontvangsten geldt dat de tabellen met de specificatie van de nieuwe mutaties alleen zijn opgenomen als er mutaties hebben plaatsgevonden.Daarnaast wordt in dit verdiepingshoofdstuk, op verzoek van de Tweede Kamer, een overzicht gegeven van de ombuigingen en intensiveringen die gevolgen hebben voor de begroting van OCW uit het Regeerakkoord Rutte I, het Begrotingsakkoord 2013 (Lenteakkoord) en het Regeerakkoord Rutte II.Mutaties die op meer dan één beleidsartikel betrekking hebben, worden hieronder toegelicht. Het betreft:1.Leerlingen- en studentenontwikkeling: Referentieraming 2013;2.Doorverdeling subsidietaakstelling (uit Regeerakkoord Rutte II);3.Doorverdeling apk-taakstelling (uit Regeerakkoord Rutte II);4.Overboekingen Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).1. Leerlingen- en studentenontwikkeling: Referentieraming 2013 In de begroting is, zoals gebruikelijk, de actuele raming van de leerlingen- en studentenaantallen verwerkt. De referentieraming 2013 wijst uit dat in het primair onderwijs en het hoger onderwijs het aantal leerlingen en studenten per saldo lager is dan in de referentieraming 2012. In het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is het aantal leerlingen en studenten per saldo hoger. Dit wordt veroorzaakt door demografische ontwikkelingen en nieuwe tel- en stroomgegevens 2012.De budgettaire effecten voor 2013 zijn structureel in de 1ste suppletoire begroting verwerkt. De nieuwe mutaties in deze verdiepingsbijlage betreft de budgettaire oploop of daling vanaf 2014.In onderstaande tabel wordt de totale budgettaire bijstelling per sector weergegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2133Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Tabel 1 Budgettaire verwerking leerlingen- en studentenontwikkeling (bedragen x € 1.000)ArtikelOmschrijving201320142015201620172018Uitgaven:1Primair onderwijs– 20.459– 45.049– 57.850– 84.757– 114.248– 137.1493Voortgezet onderwijs48.48054.90258.29261.95960.17363.7164Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie10.5519.2775.92942.115103.051151.9506Hoger beroepsonderwijs4.887– 25.726– 71.962– 85.562– 99.294– 115.9327Wetenschappelijk onderwijs12.8641.257– 27.476– 37.298– 43.884– 56.57311Studiefinanciering3.614– 6.194– 7.469– 15.754– 30.069– 33.86212Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en school-kosten43385120– 243– 1.108– 2.21813Lesgelden– 18325486980Subtotaal uitgaven59.962– 11.145– 100.391– 119.492– 125.310– 129.988Ontvangsten:13Lesgeldontvangsten– 2.870– 3.152– 4828.15914.27216.067Totaal (uitgaven minus ontvangsten)62.832– 7.993– 99.909– 127.651– 139.582– 146.0552. Doorverdeling subsidietaakstelling (uit Regeerakkoord Rutte II) De invulling van de taakstelling «D17 Schrappen subsidies» uit het Regeerakkoord Rutte II is in de brief Subsidiebeleid Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aan de Tweede Kamer gemeld. Onderstaande tabel geeft de verdeling van deze taakstelling over de beleidsartikelen weer.Tabel 2 Doorverdeling subsidietaakstelling Rutte II (bedragen x € 1.000)ArtikelOmschrijving2013201420152016201720181Primair onderwijs0– 37.365– 74.020– 74.880– 74.697– 74.4883Voortgezet onderwijs0– 20.247– 39.938– 40.799– 40.614– 40.4064Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie0– 14.351– 24.693– 25.483– 27.098– 26.8906Hoger beroepsonderwijs0– 1.505– 5.740– 1.909– 1.909– 1.9097Wetenschappelijk onderwijs0– 2.240– 5.191– 6.593– 6.409– 6.2018Internationaal beleid0– 3.771– 5.390– 5.449– 5.449– 5.4499Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid0– 14.785– 17.870– 18.731– 18.546– 18.33816Onderzoek en wetenschapsbeleid0– 10.030– 20.564– 21.456– 22.778– 23.81925Emancipatie0– 2.000– 2.500– 2.500– 2.500– 2.50091Nominaal & onvoorzien06.294– 4.094– 2.20000Totaal 0– 100.000– 200.000– 200.000– 200.000– 200.0003. Doorverdeling apk-taakstelling (uit Regeerakkoord Rutte II) Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verdeling van de taakstelling «A1 Rijksoverheid (incl. ZBO’s)» uit het Regeerakkoord Rutte II.Deze verdeling is nagenoeg definitief, op onderdelen kan nog een wijziging plaatsvinden. Een deel van de taakstelling is belegd met concernbrede maatregelen (onder andere huisvesting en ICT). Hoe deze verdeeld worden over de artikelen is nog niet helemaal duidelijk. Ook de verdeling van de taakstelling van DUO over de verschillende artikelen is op dit moment nog niet duidelijk, daarom is de complete taakstelling nu op artikel 11 geboekt. In de ontwerpbegroting 2015 wordt de taakstelling verder verdeeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2134 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Tabel 3 Doorverdeling apk taakstelling Rutte II (bedragen x € 1.000)ArtikelOmschrijving201320142015201620172018Kerndepartement:95Apparaatskosten000– 6.937– 19.998– 26.502Totaal kerndepartement000– 6.937– 19.998– 26.502Agentschappen:11Dienst uitvoering onderwijs (DUO)000– 12.070– 23.489– 27.89114–Nationaal Archief (NA)000– 803– 997– 997Totaal agentschappen000– 12.873– 24.486– 28.888ZBO’s:1–Participatiefonds000– 134– 305– 3721–Vervangingsfonds000– 173– 392– 4797–Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)000– 187– 425– 51914–Fonds Podiumkunsten000– 163– 371– 45214–Fonds voor Cultuurparticipatie000– 86– 196– 23914–Mondriaanfonds000– 96– 218– 26614–Nederlands Filmfonds000– 82– 185– 22614–Stimuleringsfonds Creatieve Industrie000– 19– 44– 5314–Nederlands Letterenfonds000– 38– 87– 10615–Commissariaat voor de Media000– 202– 458– 55915–Nederlandse Publieke Omroep000– 144– 327– 39915–Stimuleringsfonds voor de Pers000– 29– 66– 8016–Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW)000– 720– 1.635– 1.99516–Koninklijke Bibliotheek (KB)000– 576– 1.308– 1.59616–Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)000– 1.541– 3.499– 4.269Totaal ZBO’s000– 4.190– 9.516– 11.610Totaal apk taakstelling000– 24.000– 54.000– 67.0004. Overboekingen Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) is in 2012 opgericht en zal vanaf 2014 middelen gaan uitzetten voor onderwijson-derzoek. In het NRO worden verschillende bestaande middelen en programma’s voor onderwijsonderzoek gebundeld. Het uitkeren van deze middelen aan het NRO verloopt via de rijksbijdrage aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Om de middelen voor het NRO beschikbaar te maken zijn de verschillende budgetten voor beleidsgericht- en praktijkgericht onderzoek overgeboekt naar artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid. Onderstaande tabel geeft de herkomst van de middelen weer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2135 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Tabel 4 Overboekingen middelen NRO (bedragen x € 1.000)ArtikelOmschrijving201320142015201620172018Herkomst middelen NRO:1Primair onderwijs (inclusief joz)0– 200– 200– 200– 200– 2003Voortgezet onderwijs0– 7.100– 6.800– 6.800– 6.800– 6.8004Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (inclusief vsv)0– 1.018– 1.635– 2.252– 2.869– 2.8697Hoger onderwijs0– 100– 100– 100– 100– 1009Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid0– 100– 100– 100– 100– 10016Onderzoek en wetenschapsbeleid0– 500– 500– 500– 500– 500Toevoeging middelen NRO:16Onderzoek en wetenschapsbeleid09.0189.3359.95210.56910.569Totaal000000Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2136 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk OVERZICHT REGEERAKKOORD RUTTE I, BEGROTINGSAKKOORD 2013 (LENTEAKKOORD) EN REGEERAKKOORD RUTTE IIOp verzoek van de Tweede Kamer is in deze begroting een overzicht opgenomen van de ombuigingen en intensiveringen die gevolgen hebben voor de begroting van OCW uit het Regeerakkoord Rutte I, het Begrotings-akkoord 2013 (Lenteakkoord) en het Regeerakkoord Rutte II.Regeerakkoord Rutte IOnderstaande tabel geeft de oorspronkelijke maatregelen uit het Regeerakkoord Rutte I weer (inclusief groen onderwijs).Tabel 1 Regeerakkoord Rutte I (bedragen x € 1 miljoen)201320142015201620172018strucOmbuigingen onderwijs:G1. Efficiencykorting raden en instituten– 20– 20– 20– 20– 20– 20– 20G2. PO Gewichtenregeling– 30– 40– 50– 50– 50– 50– 50G3. PO Budgettering Passend onderwijs1 – 300– 300– 300– 300– 300– 300– 300G4. VO verminderen aantal profielen HAVO/VWO0– 20– 50– 50– 50– 50– 50G5. VO vereenvoudigen bekostigingsmodel, tegengaan vertraging en versnellen excellente leerlingen– 50– 60– 60– 60– 60– 60– 60G6. MBO vereenvoudiging kwalificatie-structuur, tegengaan vertraging, verkorten en intensiveren2 – 30– 50– 140– 145– 150– 160– 160G7. MBO invoeren leeftijdsgrens 30 jr voor bekostiging3 – 80– 110– 170– 170– 170– 170– 170G8. VO efficiencykorting lesmateriaal0– 30– 30– 30– 30– 30– 30G9. HO geen OV-jaarkaart langstudeerders– 10– 10– 30– 30– 30– 30– 30G10. HO aflossingstermijn van 15 naar 20 jaar3 000000– 10G11. HO invoeren sociaal leenstelsel masterfase3 00– 20– 50– 70– 90– 110G12a. HO langstudeerders, verhoging collegegeld met € 3.0004 – 170– 150– 140– 140– 140– 140– 140G12b. HO langstudeerders, efficiencykorting instellingen met € 3.000 per student4 – 170– 160– 140– 140– 140– 140– 140G12c. HO langstudeerders, gedragseffect (in vier jaar oplopend tot 25%)4 – 30– 60– 90– 90– 90– 90– 90G13. Efficiency onderzoek en innovatie– 90– 90– 90– 90– 90– 90– 90Totaal ombuigingen onderwijs5 – 980– 1.100– 1.330– 1.365– 1.390– 1.420– 1.450Ombuigingen overig:A1. Taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s– 27– 72– 100– 105– 111– 117– 117A28a. Taakverbreding provincies– 5– 5– 5– 5– 5– 5– 5A31. Takenpakket publiek omroep– 50– 100– 200– 200– 200– 200– 200B5. Cultuursubsidies– 100– 150– 200– 200– 200– 200– 200B6. Taakstelling 5 – 140– 140– 130– 130– 130– 130– 130Totaal ombuigingen overig – 322– 467– 635– 640– 646– 652– 652Intensiveringen onderwijs:E1. PO Uitbreiding doelgroep VVE50505050505050E2. PO/VO/MBO Versterken centrale en uniforme toetsing, mede t.b.v. meten leerwinst80808080808080E3. PO/VO/MBO Professionalisering onderwijspersoneel150150150150150150150E4. PO/VO/MBO Prestatiebeloning o.b.v. objectief gemeten leerwinst3 2040200220235250250E5. PO/VO Hoogbegaafden30303030303030E6. PO/VO Taal en rekenen20000000E7. PO Meer schakelklassen en summercourses50505050505050Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2137 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk 201320142015201620172018strucE8. VO/MBO Plusvoorzieningen en wijkscholen30303030303030E9. MBO Kwaliteitsverbetering2 150150150150150150150E10. HO Verhogen intensiteit onderwijs130210230245260275300E11. Kwaliteitsimpuls/reservering ramingsrisico180220270270270270270E12. Innovatie en onderzoek90909090909090Totaal intensiveringen onderwijs9801.1001.3301.3651.3951.4251.4501 Deze reeks is in het voorjaar van 2011 gewijzigd (conform de brief aan de Tweede Kamer «Temporisering passend onderwijs en langstudeerders») en uiteindelijk is de maatregel in het Begrotingsakkoord 2013 teruggedraaid (zie tabel 2).2 In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten dat de ombuiging «G6. Vereenvoudiging kwalificatiestructuur» met één jaar wordt vertraagd. Dit geldt ook voor de intensivering «E9. MBO Kwaliteitsverbetering» en voor deze maatregel is ook het kasritme voor 2013 en 2014 aangepast (zie tabel 2).3 In het Begrotingsakkoord 2013 is deze maatregel teruggedraaid (zie tabel 2).4 Deze reeksen zijn in het voorjaar van 2011 gewijzigd (conform de brief aan de Tweede Kamer «Temporisering passend onderwijs en langstu-deerders») en in het Regeerakkoord Rutte II is een deel van de maatregel teruggedraaid (zie tabel 3).5 Conform het Regeerakkoord (RA) wordt de reeks «B6. Taakstelling» gepresenteerd onder «Ombuigingen overig». Volgens het RA wordt deze ombuiging gerealiseerd door «een maximale omzetting van alle specifieke subsidies in de lumpsum, onder aftrek van de reeks ad € 135 miljoen». In de praktijk is deze taakstelling op de subsidies volledig bij onderwijs neergeslagen. Begrotingsakkoord 2013 (Lenteakkoord)Onderstaande tabel geeft de maatregelen uit het Begrotingsakkoord 2013 weer.Tabel 2a Begrotingsakkoord 2013 (Lenteakkoord) (bedragen x € 1 miljoen)201320142015201620172018strucTerugdraaien/wijzigen maatregelen Rutte I:Terugdraaien bezuiniging passend onderwijs100200300300300300300Terugdraaien prestatiebeloning onderwijs– 10– 30– 70– 220– 235– 250– 250Niet invoeren mbo leeftijdsgrens 30 jaar voor bekostiging80110170170170170170Mbo vereenvoudiging kwalificatiestructuur (1 jaar vertraagd)30209055100Mbo kwaliteitsverbetering (1 jaar vertraagd)– 110– 4000000Studeren is investeren0020507090120Totaal terugdraaien/wijzigen maatregelen90260510305310320340Inhouden meevaller / taakstelling:Inhouden meevaller leerlingenraming– 100– 100– 100– 100– 100– 100– 100Departementale taakstelling– 340– 340– 340– 340– 340– 340– 340Totaal inhouden meevaller / taakstelling– 440– 440– 440– 440– 440– 440– 440Intensiveringen:Intensivering kwaliteit onderwijs30303030303030Extra middelen voor kwaliteit leraren/schoolleiders75757575757575Totaal intensiveringen105105105105105105105De departementale taakstelling van € 340 miljoen is als volgt door OCW gedekt:Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2138 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Tabel 2b Dekking departementale taakstelling (bedragen x € 1 miljoen)201320142015201620172018strucRestant meevaller leerlingenraming en studiefinanciering– 159– 159– 135– 74– 108– 108– 108Prestatiebeloning– 10– 10– 100000Taakstelling (lumpsumkorting vanaf 2014)0– 171– 195– 266– 232– 232– 232OV-jaarkaart (kasschuif van 2013 naar 2012)– 171000000Totaal taakstelling– 340– 340– 340– 340– 340– 340– 340Zie voor een verdere toelichting de beleidsagenda van de OCW-begroting 2013.Regeerakkoord Rutte IIOnderstaande tabel geeft de maatregelen uit het Regeerakkoord Rutte II weer (inclusief groen onderwijs). De ombuigingen zijn volledig verwerkt in de OCW-begroting 2013 en 2014 (zie ook de nota van wijziging en het amendement op de begroting 2013 en de startnota). De intensiveringen zijn voor een deel verwerkt in de begroting 2013 en 2014 en voor een deel staan de middelen nog op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2139 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Tabel 3 Regeerakkoord Rutte II (bedragen x € 1 miljoen)201320142015201620172018strucOmbuigingen onderwijs:D17. Schrappen subsidies0– 100– 200– 200– 200– 200– 200D19. Leerwegondersteunend onderwijs00– 15– 50– 50– 50– 50D20. Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages000– 50– 55– 55– 55D21. Afschaffen gratis schoolboeken00– 85– 275– 275– 275– 275D22. Minder opleidingen en macrodoelma-tigheid mbo0000– 60– 80– 120D23. Samenvoegen kenniscentra mbo00– 40– 80– 80– 80– 80D24. Minder opleidingen hoger onderwijs (inclusief kunstopleidingen)000– 70– 90– 110– 130D25. Verminderen overhead in het hoger onderwijs0– 15– 33– 50– 65– 65– 65D26. Sociaal leenstelsel basisbeurs bachelor/masterfase hbo/wo met cohortgarantie1 000– 15– 55– 95– 810D27. OV Kaart -> kortingskaart (incl mbo 18-)000– 5– 45– 75– 425D28. Effect vereenvoudiging Wet studeren is investeren01– 9– 14– 19– 28– 33Totaal ombuigingen onderwijs0– 114– 382– 809– 994– 1.113– 2.243Ombuigingen overig:A1. Rijksoverheid (incl. ZBO’s)000– 24– 54– 67– 67F64. Hervorming kindregelingen00– 20– 20– 20– 19– 19G81. Beperken subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren0– 2– 2– 2– 2– 2– 2I92. Publieke omroep000– 50– 100– 100– 100Totaal ombuigingen overig0– 2– 22– 96– 176– 188– 188Intensiveringen onderwijs:D29. Budget motie Van Haersma Buma naar scholen ipv gemeenten2 00256256256256256D30. Verdubbeling intensivering leerkrachten vo (bèta, jong academisch)3 15203035000D31. Schrappen maatregel langstudeerders (plus teruggaaf 2012)263220230230230230230D32. Intensivering onderwijs en onderzoek4 0252125046898081.938Totaal intensiveringen onderwijs2782657281.0251.1751.2942.424Intensiveringen overig:G81. Subsidies bedrijven (wv subsidieregeling)0209209209209209209Totaal intensiveringen overig02092092092092092091 Het sociaal leenstelsel voor de bachelorfase wordt een jaar later ingevoerd. Het budgettaire effect hiervan (+ € 5 miljoen in 2017 en + € 25 miljoen in 2018) is ingeboekt op de OCW-begroting en wordt verrekend met regeerakkoordmaatregel «D32 Intensivering onderwijs en onderzoek» op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.2 Deze middelen staan nog op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.3 Dit is het kasritme waarin de middelen zijn toegevoegd aan de OCW-begroting. In het Regeerakkoord wordt gesproken van 2 x € 50 miljoen (in 2013 en 2014)4 Deze middelen staan voor een deel nog op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën. Alleen het deel voor onderzoek is toegevoegd aan de OCW begroting (€ 25 miljoen structureel vanaf 2014).Het budgettaire effect van een jaar later invoeren van het sociaal leenstelsel voor de bachelorfase wordt verrekend met deze reeks (– € 5 miljoen in 2017 en – € 25 miljoen in 2018).Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2140 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 1. PRIMAIR ONDERWIJS Opbouw uitgaven beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20139.727.3129.584.861 9.522.251 9.366.527 9.321.296 Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting– 12.38822.55226.38739.28265.790Nieuwe mutaties31.728– 52.119– 101.609– 129.662– 159.360Stand ontwerpbegroting 20149.746.6529.555.2949.447.0299.276.1479.227.7269.179.708Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties104– 164– 198– 177– 1771.Overboekingen (intern)105– 164– 198– 177– 1772.Overboekingen (extern)– 100002.Autonome mutaties0– 24.590– 37.391– 64.298– 93.7891.Referentieraming 20130– 24.590– 37.391– 64.298– 93.7893.Beleidsmatige mutaties31.624– 27.365– 64.020– 65.187– 65.3941.Doorverdeling subsidietaakstelling0– 37.365– 74.020– 74.880– 74.6972.Doorverdeling apk-taakstelling– 307– 6973.Wettelijk verplichte prijsbijstelling20.8244.IMBU-regeling7.0005.Groeibekostiging en MI3006.Bekostiging PO3.5007.Motie humanistisch vormend en godsdienstonderwijs10.00010.00010.00010.000Totaal31.728– 52.119– 101.609– 129.662– 159.360Toelichting op de nieuwe mutaties:2.1Dit betreft de budgettaire oploop vanaf 2014 van de referentieraming 2013. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.1 en 3.2Dit betreft de doorverdeling van de subsidietaakstelling en de apk-taakstelling uit het Regeerakkoord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.3Het betreft de uitdeling van de wettelijk verplichte prijsbijstelling voor 2013.3.4 t/m 3.6Deze mutaties betreffen uitvoeringsproblematiek en worden gedekt uit de eindejaarsmarge.3.7Dit betreft de dekking uit de ramingsbijstelling op de leerlingenraming voor de uitvoering van de motie betreffende het in stand houden van de subsidie Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2141 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Opbouw ontvangsten beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20131.6611.6611.6611.6611.661Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting00000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 20141.6611.6611.6611.6611.6611.661Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2142 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 3. VOORTGEZET ONDERWIJS Opbouw uitgaven beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20137.074.8207.109.4467.115.7947.093.4537.094.822Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting95.807138.45347.928– 207.791– 203.992Nieuwe mutaties6.761– 18.674– 278.025– 39.542– 37.843Stand ontwerpbegroting 20147.177.3887.229.2256.885.6976.846.1206.852.9876.809.449Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties1.761– 4.849– 4.899– 5.222– 6.9221.Overboekingen (intern)50– 6.949– 6.649– 6.772– 6.7722.Overboekingen (extern)1.7112.1001.7501.550– 1502.Autonome mutaties06.4229.81213.47911.6931.Referentieraming 20136.4229.81213.47911.6933.Beleidsmatige mutaties5.000– 20.247– 282.938– 47.799– 42.6141.Intertemporele compensatie5.0002.Afschaffen gratis schoolboeken– 192.000– 2.000– 2.0003.Afschaffen maatschappelijke stages– 51.000– 5.0004.Doorverdeling subsidietaakstelling– 20.247– 39.938– 40.799– 40.614Totaal6.761– 18.674– 278.025– 39.542– 37.843Toelichting op de nieuwe mutaties:1.1Het betreft hier onder andere een overboeking naar artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid voor het Nationaal Regieorgaan Onderwijson-derzoek (NRO). Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.2.1Dit betreft de budgettaire oploop vanaf 2014 van de referentieraming 2013. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.1De mutatie intertemporele compensatie is als volgt opgebouwd:–Een kasschuif vanuit 2012 met betrekking tot een vertraging van het project diagnostische tussentijdse toetsen.–Een kasschuif vanuit 2012 met betrekking tot een uitvoeringstekort over 2012 van de uitgaven voor Caribisch Nederland.3.2Het betreft een bijstelling van de opbrengst van het afschaffen van de gratis schoolboeken.3.3Het betreft een bijstelling van de opbrengst van het afschaffen van de maatschappelijke stages.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2143 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk 3.4Dit betreft de doorverdeling van de subsidietaakstelling uit het Regeerak-koord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.Opbouw ontvangsten beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20131.3611.3611.3611.3611.361Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting03.300000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 20141.3614.6611.3611.3611.3611.361Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2144 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 4. BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIE Opbouw uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20133.500.6653.555.0683.629.9063.563.1013.568.894Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting– 12.97952.0744.103– 35.202– 88.664Nieuwe mutaties4.096195.323174.059208.905267.583Stand ontwerpbegroting 20143.491.7823.802.4653.808.0683.736.8043.747.8133.764.235Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties– 1.6861.948– 5.626– 6.176– 6.8191.Bijstelling uit aanvullende posten05.9516.0195.9845.9582.Overboekingen (intern)– 887– 1.836– 2.419– 2.934– 3.5513.Overboekingen (extern)– 799– 2.167– 9.226– 9.226– 9.2262.Autonome mutaties0– 1.274– 4.62231.56492.5001.Referentieraming 20130– 1.274– 4.62231.56492.5003.Beleidsmatige mutaties5.782194.649184.307183.517181.9021.Doorverdeling subsidietaakstelling0– 14.351– 24.693– 25.483– 27.0982.Wettelijk verplichte prijsbijstelling5.78200003.Subsidieregeling praktijkleren209.000209.000209.000209.000Totaal4.096195.323174.059208.905267.583Toelichting op nieuwe mutaties:1.1Dit betreft de wettelijk verplichte indexering van de lesgelden tranche 2013, vanaf 2014.1.2Het betreft hier onder andere een overboeking naar artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid voor het Nationaal Regieorgaan Onderwijson-derzoek (NRO). Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.1.3Het betreft hier onder andere een overboeking aan VWS. Voor het alternatieve arrangement voor studenten van 30 jaar en ouder in het mbo heeft VWS een structurele bijdrage geleverd. Aangezien er geen leeftijds-grens komt in het mbo en het alternatieve arrangement niet nodig is, wordt deze bijdrage weer overgeboekt naar VWS.2.1Dit betreft de budgettaire oploop vanaf 2014 van de referentieraming 2013. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.1Dit betreft de doorverdeling van de subsidietaakstelling uit het Regeerak-koord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2145 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk 3.2Het betreft hier de uitdeling van de wettelijk verplichte prijsbijstelling voor 2013.3.3Het betreft hier de middelen voor de subsidieregeling praktijkleren die vanaf 2014 structureel aan de OCW-begroting worden toegevoegd. Deze middelen zijn in het Regeerakkoord Rutte II beschikbaar gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2146Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 6. HOGER BEROEPSONDERWIJS Opbouw uitgaven beleidsartikel 6 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20132.464.2542.492.3752.501.8182.539.8372.575.687Nota van wijzigingen00000Amendementen139.294116.125121.403121.403121.4031e suppletoire begroting– 26.631– 167– 3.573– 55.016– 72.673Nieuwe mutaties200– 31.861– 82.582– 92.351– 103.090Stand ontwerpbegroting 20142.577.1172.576.4722.537.0662.513.8732.521.3272.526.869Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties200– 2.743– 2.993– 2.9931.Overboekingen (intern)200– 2.993– 2.993– 2.9932.Overboekingen (extern)2502.Autonome mutaties0– 30.613– 76.849– 90.449– 104.1811.Referentieraming 2013– 30.613– 76.849– 90.449– 104.1813.Beleidsmatige mutaties01.495– 2.7401.0911.0911.Doorverdeling subsidietaakstelling– 1.505– 5.740– 1.909– 1.9092.Intensivering onderzoek3.0003.0003.0003.000Totaal200– 31.861– 82.582– 92.351– 103.090Toelichting op de nieuwe mutaties:1.1Om de hogescholen en universiteiten te compenseren voor het verzorgen van tweede parallelle studies is het onderwijsbudget van het hbo en wo structureel verhoogd. Vanaf 2014 bedraagt de verhoging voor het hbo € 4,8 miljoen en voor het wo € 5,2 miljoen per jaar. In de periode 2014–2016 worden deze middelen gedekt uit de middelen die eerder voor het profileringsfonds vanwege de langstudeerdersmaatregel ter beschikking zijn gekomen. Omdat er sprake is van een andere verdeling van de middelen vindt er een overboeking plaats tussen hbo (artikel 6) en wo (artikel 7). (Zie Kamerstuk 33 400 VIII, nr. 133).2.1Dit betreft de budgettaire daling vanaf 2014 van de referentieraming 2013. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.1Dit betreft de doorverdeling van de subsidietaakstelling uit het Regeerak-koord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.2Vanaf 2014 wordt extra geïnvesteerd in het praktijkgericht onderzoek. In 2014 komt een eerste tranche van € 3 miljoen structureel per jaar beschikbaar. Deze extra middelen zijn afkomstig uit de middelen die in het Regeerakkoord Rutte II beschikbaar zijn gesteld voor onderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2147 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Opbouw ontvangsten beleidsartikel 6 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20131.2131.2131.2131.2131.213Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting4.7680000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 20145.9811.2131.2131.2131.2131.213Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2148 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 7. WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS Opbouw uitgaven beleidsartikel 7 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20133.894.5823.934.7753.932.1663.956.0073.989.255Nota van wijzigingen00000Amendementen123.706103.875108.597108.597108.5971e suppletoire begroting– 12.0112.933– 7.881– 44.812– 66.061Nieuwe mutaties6.473– 7.781– 39.454– 50.844– 60.452Stand ontwerpbegroting 20144.012.7504.033.8023.993.4283.968.9483.971.3393.979.134Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties6.4736.0666.0776.0983.1301.Bijstellingen budgettair neutraal1151151151151152.Overboekingen (intern)– 200– 683– 683– 683– 3.6763.Overboekingen (extern)6.5586.6346.6456.6666.6912.Autonome mutaties0– 11.607– 40.340– 50.162– 56.7481.Referentieraming 2013– 11.607– 40.340– 50.162– 56.7483.Beleidsmatige mutaties0– 2.240– 5.191– 6.780– 6.8341.Doorverdeling apk-taakstelling– 187– 4252.Doorverdeling subsidietaakstelling– 2.240– 5.191– 6.593– 6.409Totaal6.473– 7.781– 39.454– 50.844– 60.452Toelichting op de nieuwe mutaties:1.2Om de hogescholen en universiteiten te compenseren voor het verzorgen van tweede parallelle studies is het onderwijsbudget van het hbo en wo structureel verhoogd. Vanaf 2014 bedraagt de verhoging voor het hbo € 4,8 miljoen en voor het wo € 5,2 miljoen per jaar. In de periode 2014–2016 worden deze middelen gedekt uit de middelen die eerder voor het profileringsfonds vanwege de langstudeerdersmaatregel ter beschikking zijn gekomen. Omdat er sprake is van een andere verdeling van de middelen vindt er een overboeking plaats tussen hbo (artikel 6) en wo (artikel 7). (Zie Kamerstuk 33 400 VIII, nr. 133).In verband met de concentratie van activiteiten op het gebied van biodiversiteit in het museum Naturalis in Leiden wordt een gedeelte van de rijksbijdrage van de Universiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam verlegd naar Naturalis Biodiversity Center. Als gevolg hiervan wordt jaarlijks vanaf 2014 € 3,6 miljoen overgeboekt naar artikel 16.1.3Het betreft de overboeking van het ministerie van VWS van de loonbij-stelling tranche 2013 betreffende de sector academische ziekenhuizen.2.1Dit betreft de budgettaire daling vanaf 2014 van de referentieraming 2013. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.1 en 3.2Dit betreft de doorverdeling van de apk-taakstelling en de subsidietaak-stelling uit het Regeerakkoord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2149 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Opbouw ontvangsten beleidsartikel 7 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20131616161616Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting00000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 2014161616161616Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2150 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 8. INTERNATIONAAL BELEID Opbouw uitgaven beleidsartikel 8 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 201316.96917.12216.60116.55716.578Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting7970690– 11Nieuwe mutaties0– 3.771– 5.390– 5.449– 5.449Stand ontwerpbegroting 201417.04813.42111.28011.10811.11811.118Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties000001.Reallocatie HGIS-gelden art.08.77– 50– 50– 50– 502.Reallocatie HGIS-gelden art.08.71505050502.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties0– 3.771– 5.390– 5.449– 5.4491.Doorverdeling subsidietaakstelling– 3.771– 5.390– 5.449– 5.449Totaal0– 3.771– 5.390– 5.449– 5.449Toelichting op de nieuwe mutaties:3.1Dit betreft de doorverdeling van de subsidietaakstelling uit het Regeerak-koord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.Opbouw ontvangsten beleidsartikel 8 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20139999999999Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting00000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 2014999999999999Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2151 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 9. ARBEIDSMARKT EN PERSONEELSBELEID Opbouw uitgaven beleidsartikel 9 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013422.534471.660509.688652.240799.548Nota van wijzigingen15.00020.00030.00035.0000Amendementen000001e suppletoire begroting– 52.779– 90.355– 122.478– 142.909– 200.357Nieuwe mutaties55– 14.885– 17.970– 18.831– 18.646Stand ontwerpbegroting 2014384.810386.420399.240525.500580.545449.385Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties55– 100– 100– 100– 1001.Overboekingen (intern)55– 100– 100– 100– 1002.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties0– 14.785– 17.870– 18.731– 18.5461.Doorverdeling subsidietaakstelling– 14.785– 17.870– 18.731– 18.546Totaal55– 14.885– 17.970– 18.831– 18.646Toelichting op de nieuwe mutaties:1.1De mutatie vanaf 2014 betreft een overboeking naar artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid voor het Nationaal Regieorgaan Onderwijson-derzoek (NRO). Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.1Dit betreft de doorverdeling van de subsidietaakstelling uit het Regeerak-koord Rutte II. Zie het algemene deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.Opbouw ontvangsten beleidsartikel 9 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 201300000Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting06.0006.0006.0006.000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 201406.0006.0006.0006.0006.000Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2152 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 11. STUDIEFINANCIERING Opbouw uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20134.039.6264.342.3704.431.0924.538.5114.639.781Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting23.887– 249.865– 274.866– 619.866– 719.866Nieuwe mutaties26.059138.679234.579185.085200.156Stand ontwerpbegroting 20144.089.5724.231.1844.390.8054.103.7304.120.0714.120.221Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties682222.655314.788271.564271.5811.Overboekingen (intern)6826826823286822.Bijstelling niet-relevant0212.647304.910262.206262.0483.Bijstellingen uit aanvullende post09.3269.1969.0308.8512.Autonome mutaties0– 76.976– 61.209– 68.409– 52.9361.Referentieraming 20130– 9.808– 11.083– 19.368– 33.6832.Bijstelling autonome raming0– 67.168– 50.126– 49.041– 19.2533.Beleidsmatige mutaties25.377– 7.000– 19.000– 18.070– 18.4891.Sociaal leenstelsel: een jaar uitstel bachelorfase00005.0002.Sociaal leenstelsel: fiscale weglek0– 7.000– 19.000– 6.00003.Doorverdeling apk-taakstelling000– 12.070– 23.4894.Wettelijk verplichte prijsbijstelling22.87700005.Programma Vernieuwing Studiefinanciering (PVS)2.5000000Totaal26.059138.679234.579185.085200.156Toelichting op de nieuwe mutaties;1.2De niet-relevantie mutatie wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere niet-relevante uitgaven aan de prestatiebeurs van € 117,9 miljoen, waarvan € 65 miljoen door een jaar uitstel sociaal leenstelsel bachelorfase. De mutatie aan leningen betreft € 30,3 miljoen waarvan – € 45 miljoen komt door uitstel van het sociaal leenstelsel bachelorfase met een jaar. Dit betreft ook de wettelijk verplichte indexering van de WSF tranche 2013, vanaf 2014.1.3Dit betreft de wettelijk verplichte indexering van de WSF tranche 2013, vanaf 20142.1Dit betreft de budgettaire oploop vanaf 2014 van de referentieraming 2013. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.2.2Deze mutatie komt onder andere door een daling van de uitgaven aan de basisbeurs en aanvullende beurs van – € 41,2 miljoen. Dit komt voorna-melijk door minder gebruik van de basisbeurs bij bol niveau 1–2. Daarnaast is er een mutatie van – € 26,3 miljoen bij de reisvoorziening door minder gebruik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2153 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk 3.1 en 3.2 Het sociaal leenstelsel voor de bachelorfase wordt 1 jaar uitgesteld, daarmee komen de relevante besparingen een jaar later. De fiscale weglek wordt gedicht.3.3Dit betreft de doorverdeling van de apk-taakstelling uit het Regeerakkoord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.4Het betreft hier de uitdeling van de wettelijk verplichte prijsbijstelling voor 2013.3.5Dit betreft een verhoging in het apk-budget van het Project vernieuwing studiefinanciering (PVS).Opbouw ontvangsten beleidsartikel 11 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013763.301811.728861.580915.980970.082Nota van wijzigingenAmendementen1e suppletoire begroting– 37.005– 39.645– 43.072– 44.966– 41.587Nieuwe mutaties0– 5.812– 4.747– 3.045– 1.752Stand ontwerpbegroting 2014726.296766.271813.761867.969926.743989.168Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties01.3462.7604.2455.8031.Bijstelling niet-relevant1.3462.7604.2455.8032.Autonome mutaties0– 7.158– 7.507– 7.290– 7.5551.Bijstelling autonome raming– 7.158– 7.507– 7.290– 7.5553.Beleidsmatige mutaties00000Totaal0– 5.812– 4.747– 3.045– 1.752Toelichting op nieuwe mutaties:1.1Dit betreft een mutatie op de niet-relevante hoofdsomontvangsten.2.1Dit betreft een mutatie op de relevante rente-ontvangsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2154 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 12. TEGEMOETKOMING ONDERWIJSBIJDRAGE EN SCHOOLKOSTEN Opbouw uitgaven beleidsartikel 12 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013115.298114.490114.794115.770118.068Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting– 3.184– 3.184– 23.184– 28.184– 28.184Nieuwe mutaties03.5662.7342.7631.822Stand ontwerpbegroting 2014112.114114.87294.34490.34991.70692.880Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties03.2172.6642.5852.6151.Bijstellingen niet-relevant0003402.Bijstellingen uit aanvullende posten03.2172.6642.5512.6152.Autonome mutaties034970178– 7931.Referentieraming 2013034277– 286– 1.1512.Bijstelling autonome raming07– 74643583.Beleidsmatige mutaties00000Totaal03.5662.7342.7631.822Toelichting op de nieuwe mutaties:1.2Dit betreft de wettelijk verplichte indexering van de WTOS tranche 2013, vanaf 2014Opbouw ontvangsten beleidsartikel 12 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20136.1896.0375.9265.8455.772Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting– 1.469– 1.469– 1.469– 1.469– 1.469Nieuwe mutaties0133– 809– 929– 797Stand ontwerpbegroting 20144.7204.7013.6483.4473.5063.555Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties000002.Autonome mutaties0133– 809– 929– 7971.Bijstelling autonome raming0133– 809– 929– 7973.Beleidsmatige mutaties00000Totaal0133– 809– 929– 797Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2155 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 13. LESGELDEN Opbouw uitgaven beleidsartikel 13 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20137.0007.0047.3587.3217.317Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting– 13– 13– 12– 12– 12Nieuwe mutaties021436687Stand ontwerpbegroting 20146.9877.0127.3897.3757.3927.403Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties000002.Autonome mutaties0214366871.Referentieraming 20130214366873.Beleidsmatige mutaties00000Totaal021436687Opbouw ontvangsten beleidsartikel 13 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013223.529230.032232.667231.319230.929Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting– 4.12915.8715.8715.8715.871Nieuwe mutaties01.8594.87713.14019.346Stand ontwerpbegroting 2014219.400247.762243.415250.330256.146259.872Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties000002.Autonome mutaties01.8594.87713.14019.3461.Referentieraming 20130– 2822.38811.02917.1422.Bijstelling autonome raming02.1412.4892.1112.2043.Beleidsmatige mutaties00000Totaal01.8594.87713.14019.346Toelichting op de nieuwe mutaties;2.1Dit betreft de budgettaire oploop vanaf 2014 van de referentieraming 2013. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.2.2De bijstelling op de autonome raming wordt veroorzaakt door hogere inningspercentages.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2156 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 14. CULTUUR Opbouw uitgaven beleidsartikel 14 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013789.155724.783681.760688.980696.675Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting– 39.35213.69815.0991.198443Nieuwe mutaties– 31.172– 17.95910.0266.2533.242Stand ontwerpbegroting 2014718.631720.522706.885696.431700.360700.531Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties– 8.203658286001.Desalderingen5836582862.Overboekingen (intern)– 8.7862.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties– 22.969– 18.6179.7406.2533.2421.Begrotingsrapport5.1393003003003002.Intertemporele compensatie– 28.108– 18.9179.4407.2405.0403.Doorverdeling apk-taakstelling– 1.287– 2.098Totaal– 31.172– 17.95910.0266.2533.242Toelichting op de nieuwe mutaties:3.1De beleidsmatige mutaties voortvloeiend uit het Begrotingsrapport van € 5,1 miljoen in 2013 en € 0,3 miljoen in 2014 en latere jaren zijn het gevolg van de wettelijk verplichte prijsbijstelling op de huisvesting Rijksmusea in 2013 ad € 2,4 miljoen, verruiming van het budget in 2013 voor de tijdelijke regeling artiesten en musici ad € 2,5 miljoen en tenslotte een structurele bijdrage ad € 0,3 miljoen voor de archiefdepots van het Nationaal Archief.3.2De mutatie Intertemporele compensatie is onder meer als volgt opgebouwd:•Een overheveling van € 9,1 miljoen uit het frictiekostenbudget 2013 ten behoeve van de uitwerking van de beleidsvoornemens in de Visiebrief Cultuur beweegt voor de jaren 2014 tot en met 2016;•Vanuit 2013 wordt € 5,0 miljoen ten behoeve van de Europese Culturele Hoofdstad 2018 verschoven naar de jaren 2016 tot en met 2018;•Het budget ten behoeve van decentralisatie huisvesting voormalige Rijksmusea van € 13,0 miljoen is verschoven van 2013 naar 2014. Dit is een uitwerking van de voornemens uit de Museumbrief .•Tenslotte is het budget voor de Cultuurkaart in 2014 (€ 33,9 miljoen) overgeheveld naar de jaren 2015–2023 (€ 3,5 miljoen per jaar) en 2024 (€ 2,1 miljoen).3.3Dit betreft de doorverdeling van de apk-taakstelling uit het Regeerakkoord Rutte II. Zie het algemene deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2157 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Opbouw ontvangsten beleidsartikel 14 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 20131.945903494494494494Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting3.0690000Nieuwe mutaties58365828600Stand ontwerpbegroting 20145.5971.561780494494494Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties583658286001.Desalderingen5836582862.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties00000Totaal58365828600Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2158 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 15. MEDIA Opbouw uitgaven beleidsartikel 15 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013876.224835.968730.217740.742742.780Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting3.023141.603141.60391.60341.603Nieuwe mutaties13.68900– 375– 851Stand ontwerpbegroting 2014892.936977.571871.820831.970783.532794.093Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties000002.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties13.68900– 375– 8511.Wettelijke verplichte prijsbijstelling13.6892.Doorverdeling apk-taakstelling– 375– 851Totaal13.68900– 375– 851Toelichting op de nieuwe mutaties:3.1Het betreft hier de uitdeling van de wettelijk verplichte prijsbijstelling voor 2013.Opbouw ontvangsten beleidsartikel 15 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013190.500197.500190.500197.500190.500Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting3.0000000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 2014193.500197.500190.500197.500190.500197.500Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2159 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 16. ONDERZOEK EN WETENSCHAPSBELEID Opbouw uitgaven beleidsartikel 16 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013885.520872.040812.810808.937807.987Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting2.057– 333– 1.221– 1.146– 1.147Nieuwe mutaties2.31224.06413.84710.7356.425Stand ontwerpbegroting 2014889.889895.771825.436818.526813.265808.948Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties5012.09412.41113.02813.6451.Overboekingen (intern)5012.09412.41113.02813.6452.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties2.26211.9701.436– 2.293– 7.2201.Doorverdeling subsidietaakstelling– 10.030– 20.564– 21.456– 22.7782.Doorverdeling apk-taakstelling– 2.837– 6.4423.Intensivering onderzoek22.00022.00022.00022.0004.Wettelijk verplichte prijsbijstelling2.262Totaal2.31224.06413.84710.7356.425Toelichting op de nieuwe mutaties:1.1Het betreft hier onder meer overboekingen van diverse artikelen naar artikel 16 Onderzoek en Wetenschapsbeleid voor het Nationaal Regie-orgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.1 en 3.2Dit betreft de doorverdeling van de subsidietaakstelling en de apk-taakstelling uit het Regeerakkoord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.3.3In het Regeerakkoord zijn intensiveringsmiddelen opgenomen voor onderwijs en onderzoek. Deze mutatie betreft het deel dat bestemd is voor onderzoek.3.4Het betreft hier de uitdeling van de wettelijk verplichte prijsbijstelling voor 2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2160 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Opbouw ontvangsten beleidsartikel 16 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013101101101101101Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting00000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 2014101101101101101101Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2161 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 25. Emancipatie Opbouw uitgaven beleidsartikel 25 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 201315.49417.32017.98717.87317.895Nota van wijziging00000Amendementen000001e suppletore begroting440– 508212121Nieuwe mutaties– 20– 2.020– 2.500– 2.500– 2.500Stand ontwerpbegroting 201415.91414.79215.50815.39415.41615.416Specificatie nieuwe mutaties (x 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties– 20– 201.Overboekingen (extern)– 20– 202.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties– 2.000– 2.500– 2.500– 2.5001.Doorverdeling subsidietaakstelling– 2.000– 2.500– 2.500– 2.500Totaal– 20– 2.020– 2.500– 2.500– 2.500Toelichting op de nieuwe mutaties:3.1Dit betreft de doorverdeling van de subsidietaakstelling uit het Regeerak-koord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2162 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 91. NOMINAAL EN ONVOORZIEN Opbouw uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013– 81811.18822.98713.3965.684Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting201.526– 112.115– 210.505– 236.253– 265.735Nieuwe mutaties– 88.633106.294195.906221.219253.419Stand ontwerpbegroting 2014112.0755.3678.388– 1.638– 6.632– 1.074Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties000– 581– 5811. Overboekingen (extern)000– 581– 5812.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties– 88.633106.294195.906221.800254.0001. Inzet eindejaarsmarge– 88.63300002. Doorverdeling taakstellingen Regeerakkoord Rutte II0106.294195.906221.800254.0003. Ramingsbijstellingen onderwijs centraliseren0161.066478.011267.916245.1254. Ramingsbijstellingen onderwijs Godsdienstonderwijs0– 10.000– 10.000– 10.000– 10.0005. Aanvullend pakket: departementale bijdrage0– 66.200– 66.200– 66.200– 66.2006. Aanvullend pakket: ramingsbijstellingen onderwijs0– 84.866– 401.811– 191.716– 168.925Totaal– 88.633106.294195.906221.219253.419Toelichting op de nieuwe mutaties:3.1De eindejaarsmarge 2012/2013 wordt voor een deel ingezet ter dekking van de wettelijk verplichte prijsbijstelling voor 2013 (€ 67,8 miljoen) en overlopende verplichtingen uit 2012 (€ 20,8 miljoen).3.2Het betreft de doorverdeling van de taakstellingen «A1 Rijksoverheid (incl. ZBO’s)» en «D17 Schrappen subsidies» uit het Regeerakkoord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor de verdeling van deze taakstellingen over de artikelen.3.3 t/m 3.6De meevallers als gevolg van de referentieraming leerlingen- en studen-tenaantallen 2013 en de raming voor studiefinanciering worden, samen met de incidentele meeropbrengsten bij de Regeerakkoord maatregelen «Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages» en «Afschaffen gratis schoolboeken», centraal geboekt op dit artikel. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de motie Godsdienstonderwijs en humanistische vorming (€ 10 miljoen structureel vanaf 2014) en de departementale bijdrage van OCW in het aanvullend pakket (€ 66,2 miljoen structureel vanaf 2014). Het restant wordt overgeboekt naar de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën. Daar wordt het als een structurele reeks van € 204 miljoen vanaf 2014 gereserveerd voor de kwaliteit van het onderwijs in het kader van het Nationaal Onderwijs Akkoord (NOA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2163 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ARTIKEL 95. APPARAATSKOSTEN Opbouw uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013245.973234.511230.811231.190229.210Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting4.6041.0241.1091.2701.416Nieuwe mutaties8.910– 8122.044– 7.162– 22.807Stand ontwerpbegroting 2014259.487234.723233.964225.298207.819200.942Specifieke nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)201320142015201620171.Technische mutaties9.150– 239– 239115– 2391.Overboekingen (intern)8.731– 51– 51303– 512.Overboekingen (extern)419– 188– 188– 188– 1882.Autonome mutaties000003.Beleidsmatige mutaties– 240– 5732.283– 7.277– 22.5681.Intertemporele compensatie– 2732.583– 40– 2.2702.Archiefdepots NA– 240– 300– 300– 300– 3003.Doorverdeling apk-taakstelling– 6.937– 19.998Totaal8.910– 8122.044– 7.162– 22.807Toelichting op de nieuwe mutaties:1.1Het betreft hier onder andere overboekingen van het programma monumentenzorg naar de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) voor de uitvoering van de programma’s Erfgoed en Ruimte (€ 6,0 miljoen) en Verbeterpunten evaluatie Archeologie (€ 1,2 miljoen) en Toekomstbe-stendige grafkelder Grote kerk Delft (€ 0,8 miljoen).3.3Dit betreft de doorverdeling van de apk-taakstelling uit het Regeerakkoord Rutte II. Zie het algemeen deel van dit verdiepingshoofdstuk voor een toelichting.Opbouw ontvangsten beleidsartikel 95 (bedragen x € 1.000)201320142015201620172018Stand ontwerpbegroting 2013567567567567567Nota van wijzigingen00000Amendementen000001e suppletoire begroting00000Nieuwe mutaties00000Stand ontwerpbegroting 2014567567567567567567Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2164 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk SAMENVATTEND OVERZICHT NAAR ARTIKEL ONDERDEEL Onderstaan treft u een overzicht aan van de standen ontwerpbegroting 2014 per artikelonderdeelMeerjarenraming verplichtingen (bedragen x € 1.000)ArtikelOmschrijving201320142015201620172018TOTAAL35.097.51734.849.50134.273.26735.662.36433.838.04433.591.7861Primair onderwijs9.756.1419.554.0789.445.8129.274.9309.226.5099.178.49170Bekostiging9.210.2769.029.2148.925.3248.761.9548.713.5478.665.53071Subsidies125.827102.648101.61096.41696.86397.07272Opdrachten17.72312.72910.96411.01311.02511.02573Bijdragen aan agentschappen32.70329.40728.10226.09426.06726.06774Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s8.6258.1937.9257.5667.1206.91075Bijdrage aan medeoverheden360.987360.987360.987360.987360.987360.98778Bijdragen aan sociale fondsen010.90010.90010.90010.90010.9003Voortgezet onderwijs7.250.5957.229.2256.885.6976.846.1206.852.9876.809.44970Bekostiging7.100.6267.099.3606.774.1146.736.4626.747.1576.703.41171Subsidies55.38547.86233.47833.03730.03130.23972Opdrachten37437437437437437473Bijdragen aan agentschappen27.98825.67324.49622.94722.92522.92574Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s65.92855.75053.01953.08452.28452.28476Bijdrage aan (inter)nationale organisaties2942062162162162164Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie3.596.9223.837.7433.745.9233.758.0453.772.9053.764.23570Bekostiging3.456.0273.478.3833.416.2383.437.4793.462.5713.462.57171Subsidies37.597247.020231.080226.150222.670220.42672Opdrachten6.1314.2874.2874.2874.2874.28773Bijdragen aan agentschappen18.36517.65717.18115.19115.17815.17874Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s8.7245.2635.2635.2635.2635.26375Bijdrage aan medeoverheden16.65531.78018.52116.3229.5833.15778Bijdragen aan sociale fondsen53.42353.35353.35353.35353.35353.3536Hoger beroepsonderwijs2.734.0812.535.9362.514.9452.521.3252.526.8692.526.86970Bekostiging2.689.3512.495.2962.473.8222.485.8012.491.3432.491.34371Subsidies9942.8494.25913715215272Opdrachten10010010010010010073Bijdragen aan agentschappen18.80615.63214.70513.22813.21513.21574Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s22.55019.89919.89919.89919.89919.89976Bijdragen aan (inter)nationale organisaties2.2802.1602.1602.1602.1602.1607Wetenschappelijk onderwijs4.154.9094.000.0623.969.5273.971.2003.977.9263.978.85670Bekostiging4.123.1113.971.9643.942.7263.945.8033.952.7683.953.49071Subsidies5.8543.9922.9042.4122.2912.49972Opdrachten1.5831.5601.5601.5601.5601.56074Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s3.7323.6123.4033.1403.0223.02276Bijdrage aan (inter)nationale organisaties20.62918.93418.93418.28518.28518.2858Internationaal beleid9.50011.6529.98210.60811.11811.11871Subsidies71628924092197197172Opdrachten29829028023625725776Bijdrage aan (inter)nationale organisaties6.68611.0739.4629.4519.4409.44077Bijdrage aan andere begrotingshoofd-stukken1.8000004504509Arbeidsmarkt en personeelsbeleid384.810386.420399.240525.500580.545449.38570Bekostiging170.197171.220179.698299.823418.486287.68171Subsidies195.995197.236201.685207.946144.333143.97872Opdrachten3.8643.8403.8403.8403.8403.84073Bijdragen aan agentschappen6.8076.1776.0705.9445.9395.93974Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s7.9477.9477.9477.9477.9477.94711Studiefinanciering4.089.5724.231.1844.390.8054.103.7304.120.0714.120.22173Bijdragen aan agentschappen105.08395.94494.81981.99671.61367.840Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2165 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ArtikelOmschrijving20132014201520162017201880Inkomensoverdrachten2.478.4172.520.3792.499.4961.735.1251.570.3041.408.07581Leningen1.506.0721.614.8611.796.4902.286.6092.478.1542.644.30612Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten112.114114.87294.34490.34991.70692.88073Bijdragen aan agentschappen17.44517.50017.36417.23617.25117.25280Inkomensoverdrachten94.66997.37276.98073.11374.45575.62813Lesgelden6.9877.0127.3897.3757.3927.40373Bijdragen aan agentschappen6.9877.0127.3897.3757.3927.40314Cultuur891.248899.248886.0392.689.594855.067855.23870Bekostiging121.752155.950142.3401.963.307131.680131.35171Subsidies109.36384.50185.60169.24066.54567.04572Opdrachten2.3542.3542.3542.3542.3542.35473Bijdragen aan agentschappen25.03723.73923.15522.10421.89921.89976Bijdrage aan (inter)nationale organisaties3.7423.7043.5893.5893.5893.58979Garanties629.000629.000629.000629.000629.000629.00015Media892.590977.240871.489831.639790.532794.09370Bekostiging887.478972.379866.784827.167786.349790.04371Subsidies92092092091991991974Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s4.1573.9063.7503.5183.2293.09676Bijdrage aan (inter)nationale organisaties35353535353516Onderzoek en wetenschapsbeleid839.940813.290796.931792.972807.814788.26470Bekostiging714.408697.644679.915678.316685.014674.64871Subsidies43.13134.59035.96033.60041.74432.56073Bijdragen aan agentschappen29730030030030030075Bijdrage aan medeoverheden48048748748748748776Bijdrage aan (inter)nationale organisaties81.62480.26980.26980.26980.26980.26925Emancipatie6.54611.44912.79215.31715.41615.41670Bekostiging1.2544.1484.1484.1484.1484.14871Subsidies4.7673.7834.6787.1397.1757.17572Opdrachten3744879159791.0421.04273Bijdragen aan agentschappen15115115115115115175Bijdrage aan medeoverheden02.8802.9002.9002.9002.90091Nominaal en onvoorzien112.0755.3678.388– 1.638– 6.632– 1.0741Loonbijstelling0000002Prijsbijstelling0000003Nader te verdelen112.0755.3678.388– 1.638– 6.632– 1.07495Apparaatskosten259.487234.723233.964225.298207.819200.9421Personeel155.585146.953146.478141.061130.074125.7112Materieel103.90287.77087.48684.23777.74575.23195Begrotingsreserve schatkistbankieren000000Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2166Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Meerjarenraming uitgaven (bedragen x € 1.000)ArtikelOmschrijving201320142015201620172018TOTAAL34.505.15234.798.91334.236.34733.665.93533.645.78433.459.2581Primair onderwijs9.746.6529.555.2949.447.0299.276.1479.227.7269.179.70870Bekostiging9.199.5729.029.2148.925.3248.761.9538.713.5478.665.53071Subsidies125.827102.648101.61096.41696.86397.07272Opdrachten18.93813.94512.18112.23112.24212.24273Bijdragen aan agentschappen32.70329.40728.10226.09426.06726.06774Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s8.6258.1937.9257.5667.1206.91075Bijdrage aan medeoverheden360.987360.987360.987360.987360.987360.98778Bijdragen aan sociale fondsen010.90010.90010.90010.90010.9003Voortgezet onderwijs7.177.3887.229.2256.885.6976.846.1206.852.9876.809.44970Bekostiging7.027.4197.099.3606.774.1146.736.4626.747.1576.703.41171Subsidies55.38547.86233.47833.03730.03130.23972Opdrachten37437437437437437473Bijdragen aan agentschappen27.98825.67324.49622.94722.92522.92574Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s65.92855.75053.01953.08452.28452.28476Bijdrage aan (inter)nationale organisaties2942062162162162164Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie3.491.7823.802.4653.808.0683.736.8043.747.8133.764.23570Bekostiging3.350.9573.443.1053.478.3833.416.2383.437.4793.462.57171Subsidies37.597247.020231.080226.150222.670220.42672Opdrachten6.1314.2874.2874.2874.2874.28773Bijdragen aan agentschappen18.36517.65717.18115.19115.17815.17874Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s8.7245.2635.2635.2635.2635.26375Bijdrage aan medeoverheden16.65531.78018.52116.3229.5833.15778Bijdragen aan sociale fondsen53.35353.35353.35353.35353.35353.3536Hoger beroepsonderwijs2.577.1172.576.4722.537.0662.513.8732.521.3272.526.86970Bekostiging2.534.5482.532.9522.495.8342.478.2842.485.8012.491.34371Subsidies23.6632.9584.36820215215272Opdrachten10010010010010010073Bijdragen aan agentschappen18.80615.63214.70513.22813.21513.21574Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s022.55019.89919.89919.89919.89976Bijdrage aan (inter)nationale organisaties02.2802.1602.1602.1602.1607Wetenschappelijk onderwijs4.012.7504.033.8023.993.4283.968.9483.971.3393.979.13470Bekostiging3.962.1143.993.8733.963.7463.942.6393.945.0633.952.76871Subsidies22.66114.0515.5762.4123.2913.49972Opdrachten1.5831.5601.5601.5601.5601.56074Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s3.8783.7283.6123.4033.1403.02276Bijdrage aan (inter)nationale organisaties22.51420.59018.93418.93418.28518.2858Internationaal beleid17.04813.42111.28011.10811.11811.11871Subsidies1.6061.6081.08897197197172Opdrachten37329028023625725776Bijdrage aan (inter)nationale organisaties14.56911.0739.4629.4519.4409.44077Bijdrage aan andere begrotingshoofd-stukken5004504504504504509Arbeidsmarkt en personeelsbeleid384.810386.420399.240525.500580.545449.38570Bekostiging170.197171.220179.698299.823418.486287.68171Subsidies195.995197.236201.685207.946144.333143.97872Opdrachten3.8643.8403.8403.8403.8403.84073Bijdragen aan agentschappen6.8076.1776.0705.9445.9395.93974Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s7.9477.9477.9477.9477.9477.94711Studiefinanciering4.089.5724.231.1844.390.8054.103.7304.120.0714.120.22173Bijdragen aan agentschappen105.08395.94494.81981.99671.61367.84080Inkomensoverdrachten2.478.4172.520.3792.499.4961.735.1251.570.3041.408.07581Leningen1.506.0721.614.8611.796.4902.286.6092.478.1542.644.30612Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten112.114114.87294.34490.34991.70692.880Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2167 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk ArtikelOmschrijving20132014201520162017201873Bijdragen aan agentschappen17.44517.50017.36417.23617.25117.25280Inkomensoverdrachten94.66997.37276.98073.11374.45575.62813Lesgelden6.9877.0127.3897.3757.3927.40373Bijdragen aan agentschappen6.9877.0127.3897.3757.3927.40314Cultuur718.631720.522706.885696.431700.360700.53170Bekostiging578.150606.224592.186599.144605.973605.64471Subsidies109.34884.50185.60169.24066.54567.04572Opdrachten2.3542.3542.3542.3542.3542.35473Bijdragen aan agentschappen25.03723.73923.15522.10421.89921.89976Bijdrage aan (inter)nationale organisaties3.7423.7043.5893.5893.5893.58915Media892.936977.571871.820831.970783.532794.09370Bekostiging887.824972.710867.115827.498779.349790.04371Subsidies92092092091991991974Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s4.1573.9063.7503.5183.2293.09676Bijdrage aan (inter)nationale organisaties35353535353516Onderzoek en wetenschapsbeleid889.889895.771825.436818.526813.265808.94870Bekostiging700.680714.799697.109692.213688.291685.01471Subsidies105.68398.78246.13744.12342.78441.74473Bijdragen aan agentschappen29730030030030030075Bijdrage aan medeoverheden48048748748748748776Bijdrage aan (inter)nationale organisaties82.74981.40381.40381.40381.40381.40325Emancipatie15.91414.79215.50815.39415.41615.41670Bekostiging4.4604.1484.1484.1484.1484.14871Subsidies10.1766.6517.2257.1757.1757.17572Opdrachten1.1279621.0841.0201.0421.04273Bijdragen aan agentschappen15115115115115115175Bijdrage aan medeoverheden02.8802.9002.9002.9002.90091Nominaal en onvoorzien112.0755.3678.388– 1.638– 6.632– 1.0741Loonbijstelling0000002Prijsbijstelling0000003Nader te verdelen112.0755.3678.388– 1.638– 6.632– 1.07495Apparaatskosten259.487234.723233.964225.298207.819200.9421Personeel155.585146.953146.478141.061130.074125.7112Materieel103.90287.77087.48684.23777.74575.23195Begrotingsreserve schatkistbankieren000000Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2168Bijlage: Verdiepingshoofdstuk Meerjarenraming ontvangsten (bedragen x € 1.000)ArtikelOmschrijving201320142015201620172018TOTAAL1.159.2991.232.1131.263.1221.330.7581.388.4071.461.6071Primair onderwijs1.6611.6611.6611.6611.6611.66190Ontvangsten1.6611.6611.6611.6611.6611.6613Voortgezet onderwijs1.3614.6611.3611.3611.3611.36190Ontvangsten1.3614.6611.3611.3611.3611.3614Beroepsonderwijs en volwassenen-educatie00000090Ontvangsten0000006Hoger beroepsonderwijs5.9811.2131.2131.2131.2131.21390Ontvangsten5.9811.2131.2131.2131.2131.2137Wetenschappelijk onderwijs16161616161690Ontvangsten1616161616168Internationaal beleid99999999999990Ontvangsten9999999999999Arbeidsmarkt en personeelsbeleid06.0006.0006.0006.0006.00090Ontvangsten06.0006.0006.0006.0006.00011Studiefinanciering726.296766.271813.761867.969926.743989.16890Studiefinanciering relevant314.199322.080343.689370.214400.091433.28891Studiefinanciering niet relevant412.097444.191470.072497.755526.652555.88012Tegemoetkoming studiekosten4.7204.7013.6483.4473.5063.55590TS 17-1.2131.24420800091Vo 18+3.5073.4573.4403.4473.5063.55513Lesgelden219.400247.762243.415250.330256.146259.87290Ontvangsten219.400247.762243.415250.330256.146259.87214Cultuur5.5971.56178049449449490Ontvangsten Kunsten2.61913613613613613691Ontvangsten Letteren en bibliotheken705363636363692Ontvangsten Cultureel erfgoed2.2731.38960832232232215Media193.500197.500190.500197.500190.500197.50090Ontvangsten193.500197.500190.500197.500190.500197.50016Onderzoek en wetenschapsbeleid10110110110110110190Ontvangsten10110110110110110125Emancipatie00000090Ontvangsten00000091Nominaal en onvoorzien00000090Ontvangsten00000095Apparaatskosten56756756756756756790Ontvangsten56756756756756756795Begrotingsreserve schatkistbankieren000000Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2169 Bijlage: Verdiepingshoofdstuk BIJLAGE 3. MOTIES EN TOEZEGGINGEN A. Door de Staten-Generaal aanvaarde motiesMoties Tweede KamerOmschrijvingIngediend bijStand van zakenDIRECTIE BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIEDe Kamer constaterende, dat een boete nog geen oplossing biedt voor falende bestuurders;verzoekt de regering, de mogelijkheid te scheppen om bestuurders bij wanbeleid op non-actief te stellen.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Jasper van Dijk33 106, nr. 71 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 19 april 2013, Kamerstuk 33 495, nr. 10, inzake Versterking bestuurskracht onderwijs.De Kamer verzoekt de regering, in samenwerking met de ambachtelijke brancheorganisaties te onderzoeken hoe de «meestertitel» voor excellent ambach-telijk vakmanschap (her)ingevoerd kan worden.Debat [1-12-2011] Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (33 000 VIII) RestMotie-Van der Ham/Biskop33 000-VIII, nr. 102 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 25 april 2013, Kamerstuk 33 187, nr. 39 inzake Motie (her)invoering meestertitel 33 000-VIII, nr. 144 en aangehouden motie 33 187, nr. 34 invoering meester- en gezeltitel.De Kamer verzoekt de regering, bij de nadere uitwerking van de prijsfactoren rekening te houden met duurdere opleidingen, waardoor technische en andere duurdere, maar arbeidsmarktrele-vante opleidingen in stand kunnen blijven.Debat [12-2-2013] Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepson-derwijs ten behoeve van het bevorderen van meer doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs (33 187) re- en dupliekMotie-Beertema c.s.33 187, nr. 37 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 12 juni 2013, Kamerstuk 33 187, nr. 41 inzake Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van het bevorderen van doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs en het moderniseren van de bekostiging van het beroepson-derwijs.De Kamer verzoekt de regering, de Kamer te informeren over de verhouding tussen het bindend studieadvies en de mogelijkheid om te kunnen instromen, en zo mogelijk aanvullende maatregelen te nemen voor invoering van het bindend studieadvies.Debat [12-2-2013] Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepson-derwijs ten behoeve van het bevorderen van meer doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs (33 187) re- en dupliekMotie-Van Meenen/Rog33 187, nr. 31 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 5 juni 2013, Kamerstuk 33 187, nr. 40 inzake Conferentie «Samen voor jongeren» over samenwerking in de regio.De Kamer verzoekt de regering, in overleg met gemeenten, UWV en onderwijs-instellingen met voorstellen te komen voor voorzieningen waar deze jongeren kunnen leren, werken of stage lopen.Debat [12-2-2013] Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepson-derwijs ten behoeve van het bevorderen van meer doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs (33 187) re- en dupliekMotie-Smits33 187, nr. 33 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 05 juni 2013, Kamerstuk 33 187, nr. 40 inzake de Conferentie «Samen voor jongeren» over samenwerking in de regio.De Kamer verzoekt de regering, na te gaan wat de mogelijkheden zijn om te komen tot een afzonderlijke waardering van de beroepsgerichte vakken binnen een beroepsopleiding en de Kamer daarvan voor de behandeling van de Onderwijsbe-groting 2013 op de hoogte te stellen.Debat [20-6-2012] Wetgevingsoverleg Onderwijsverslag + VerantwoordingsdebatMotie-Biskop33 240 VIII, nr. 9 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 19 december 2012, Kamerstuk 31 332, nr. 16 inzake Voort-gangsrapportage implementatie referentie-kader taal en rekenen.De Kamer verzoekt de regering, onderzoek te doen naar alternatieve bestuursmo-dellen in het onderwijs opdat een situatie als bij Amarantis in de toekomst wordt voorkomen.Debat [12-6-2012] VAO Financiële situatie AmarantisMotie-Jasper van Dijk31 524, nr. 137 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 19 april 2013, Kamerstuk 33 495, nr. 10 inzake Versterking bestuurskracht onderwijs.De Kamer verzoekt de regering, opdracht te geven tot een diepgaande, risicogerichte analyse van de huisvestingssituatie en de financieringspositie in het mbo en waar nodig een taxatie van de waarde van panden en de Kamer hier voor maart 2013 over te informeren.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Klaver c.s.33 400-VIII, nr. 75 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 17 mei 2013, Kamerstuk 33 489, nr. 10, inzake aanbieding van het rapport «Huisvesting in het MBO».Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2170 Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, de AKA-opleiding zodanig vorm te geven dat de betrokken jongeren zo veel mogelijk op hun niveau kennis, inzicht en vaardig-heden verwerven opdat zij zich een plaats op de arbeidsmarkt kunnen verwerven of klaar worden gestoomd voor hun startkwalificatie.Debat [17-5-2011] Plenair Debat MBO CKSMotie-Çelik32 316, nr. 16 Door het aannemen van het wetsvoorstel over doelmatige leerwegen is de entreeop-leiding bij wet geregeld. Kwalificatie-dossier AKA voldoet aan de eisen van de motie. In de herziening van de kwalificatie-structuur wordt ook dit kwalificatiedossier herijkt op genoemde punten.De Kamer verzoekt de regering, een voorstel te doen om scholen te verbieden, onderwijsgeld te gebruiken voor het kopen van complexe financiële producten zoals derivaten.Debat [12-6-2012] VAO Financiële situatie AmarantisMotie-Klaver31 524, nr. 140 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 juli 2013 over de evaluatie Vermogensbeheer onderwijs-instellingen, Kamerstuk 33 495, nr. 32.De Kamer verzoekt de regering, tot een stage-offensief te komen, waarbij de overheid in gesprek moet gaan met het onderwijs en het bedrijfsleven over voldoende stages en de Kamer hierover te rapporteren.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Jadnanansing/Smits33 400-VIII, nr. 62 Op verzoek van de minister hebben de SBB en de kenniscentra vanaf 1 januari 2013 het succesvolle stage- en leerbanen-offensief geïntensiveerd. In de neergaande conjunctuur staat het aanbod van stageplaatsen en leerbanen onder druk. het stage- en leerbanenoffensief zijn nieuwe activiteiten en intensivering van bestaande maatregelen van de kennis-centra, die zorgen voor voldoende stageplaatsen en leerbanen en/of jeugdwerkloosheid voorkomen. Over de resultaten van het stage- en leerbanenof-fensief wordt ieder kwartaal gerapporteerd via de SBB barometer. Bij signalen over tekorten aan stages en leerbanen komen de kenniscentra in de betreffende regio in actie en werven of gecoördineerde wijze extra stages en leerbanen. De opleidings-adviseurs van de samenwerkende kenniscentra werken daarbij samen met de onderwijsinstellingen en gemeenten.De Kamer verzoekt de regering, voor oktober 2013 met een brief te komen over welke stappen worden gezet om in 2015 prestatiebekostiging onderdeel te laten zijn van de financiering van het mbo.Debat [12-2-2013] Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepson-derwijs ten behoeve van het bevorderen van meer doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs (33 187) re- en dupliekMotie-Straus c.s.33 187, nr. 32 Uiterlijk medio oktober 2013 ontvangt de Kamer de gevraagde brief.De Kamer verzoekt de regering, om beroepsonderwijs te integreren binnen het speerpuntenbeleid, waar mogelijk met gebruikmaking van de kennis en expertise van Nederlandse maatschappelijke organisaties en instellingen voor beroeps-onderwijs, en binnen de speerpunten budgettaire ruimte te behouden om de huidige inzet voor marktgericht beroeps-onderwijs – vooral in de landbouw- en watersector – voort te zetten.Motie-Van der Staaij c.s.33 625, nr. 27 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering om, in de evaluatie van het Actieplan laaggelet-terdheid, inclusief de pilots Taal voor het Leven, te onderzoeken welke landelijke taken en welke budgetten nodig zijn om de regionale aanpak van laaggeletterdheid efficiënt en effectief uit te voeren.Debat [3-7-2013] Invulling van de subsidietaakstelling onderwijs en onderzoekMotie-Rog/Van Dijk33 650, nr. 9 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, bij de formulering scherp te letten op het doel dat mbo’ers een stageplaats moeten kunnen krijgen en bureaucratie in de nieuwe subsidieregeling geen doel op zich kan vormen dat het tekort aan stage-plaatsen alleen maar laat oplopen.Debat [4-7-2013] Stemmingen over moties ingediend bij het VSO «Omzetting van de afdrachtvermindering onderwijs in een subsidieregeling»Motie-Jadnanansing33 650, nr. 19 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2171Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, bij het opstellen van de prestatieafspraken voor het mbo nadrukkelijk aandacht te besteden aan het thema van stages.Debat [12-6-2013] VAO Macro-doelmatigheid in het onderwijsMotie-Jadnanansing/Straus31 524, nr. 169 Voor 1 november 2013 ontvangt de Kamer de gevraagde brief over de prestatieaf-spraken in het mbo.De Kamer verzoekt de regering, bij uitvoering van de pilots voor unieke en maatschappelijk relevante kleine oplei-dingen in het mbo ook het aspect van extra bekostiging mee te nemen, onder de erkenning van een medeverantwoorde-lijkheid van het bedrijfsleven voor deze bekostiging.Debat [12-6-2013] VAO Macro-doelmatigheid in het onderwijsMotie-Van Meenen31 524, nr.176 Er wordt met SBB overleg gevoerd over de vormgeving van de pilots naar de wijze waarop kleinschalige, unieke opleidingen in stand gehouden kunnen worden. De motie van Van Meenen, die vraagt om ook extra bekostiging hierbij te betrekken, wordt hierbij meegenomen. Naar verwachting volgt in het najaar van 2013 meer duidelijkheid over de vormgeving van de pilots.De Kamer verzoekt de regering, de Kamer te informeren over de kaders zoals deze tot stand komen op basis van de gesprekken tussen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de mbo-sector, alvorens de prestatieafspraken daadwer-kelijk worden geëffectueerd.Debat [12-6-2013] VAO Macro-doelmatigheid in het onderwijsMotie-Jadnanansing31 524, nr. 170 Voor 1 november 2013 ontvangt de Kamer de gevraagde brief over de prestatieaf-spraken in het mbo.De Kamer verzoekt de regering, de doelgroepenbepaling voor de subsidiere-geling aan te passen zodat ook een beperkt aantal deelcertificaten per persoon onder de regeling vallen.Debat [4-7-2013] Stemmingen over moties ingediend bij het VSO «Omzetting van de afdrachtvermindering onderwijs in een subsidieregeling»Motie-Straus33 650, nr. 18 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, de nieuwe subsidieregeling ook van toepassing te laten zijn op leerlingen in het vmbo die een leerwerktraject volgen.Debat [4-7-2013] Stemmingen over moties ingediend bij het VSO «Omzetting van de afdrachtvermindering onderwijs in een subsidieregeling»Motie-Van Meenen33 650, nr. 16 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, de aanvragen en toekenningen van de nieuwe subsidieregeling te monitoren en de Kamer daarover driemaandelijks te informeren, om op die manier inzicht te verschaffen in de effectiviteit van de subsidieregeling en het effect daarvan op het stage-aanbod.Debat [4-7-2013] Stemmingen over moties ingediend bij het VSO «Omzetting van de afdrachtvermindering onderwijs in een subsidieregeling»Motie-Van Meenen33 650, nr. 14 De Kamer ontvangt de monitor regeling praktijkleren na afloop van schooljaar 2013–2014. Uiterlijk 15 december 2014 is de monitor afgerond.DIRECTIE CULTUREEL ERFGOEDDe Kamer verzoekt de regering, de musea in staat te stellen om volledig onderdeel te zijn van de herijking van het Nederlandse museumbestel.Debat [5-7-2012] VAO Advies «Slagen in Cultuur – culturele basisinfrastructuur 2013–2016» van Raad voor Cultuur)Motie-Van der Ham/Jasper van Dijk33 000 VIII, nr. 213 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 18 september 2012, Kamerstuk 32 820, nr. 65 inzake Besluiten culturele basisinfrastructuur 2013–2016 + 4 bijlagen.De Kamer verzoekt de regering, het voor beheerders van monumenten die de subsidiabele kosten met een eigen bijdrage moeten matchen, mogelijk te maken het vrijwilligerswerk dat bijdraagt aan het onderhoud daarin mee te tellen en om in samenwerking met de FIM (Federatie Instandhouding Monumenten) hiervoor een eenduidig en werkbaar model te ontwikkelen.Debat [28-6-2012] VAO Erfgoed en monumentenMotie-Van der Werf/Van der Ham32 156, nr. 36 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 17 juni 2013, Kamerstuk 32 156, nr. 47 inzake Informatie over uitvoering Motie Van der Werf.De Kamer verzoekt de regering, om in samenspraak met de musea, commerciële verzekeraars en het Rijk een voorstel te ontwikkelen voor een zodanige aanpassing van de indemniteitsregeling dat musea minder kosten hoeven te maken voor aanvullende commerciële verzekeringen en dit voorstel zo snel als mogelijk na de evaluatie naar de Kamer te zenden.Debat [30-6-2011] Dertigledendebat over het stopzetten van de subsidie aan het Nationaal Historisch Museum per 1 januari 2012Motie-Van der Werf/ De Liefde32 820, nr. 39 In brief aan Tweede Kamer van 7 juni 2013, Kamerstuk 32 820, nr. 77, is aangekondigd dat de Tweede Kamer in voorjaar 2014 voorstellen ontvangt over aanpassing indemniteitsregeling.DIRECTIE EMANCIPATIETweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2172Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, de gemeenten, de woningbouwcorporaties en de politie meer instrumenten en richtlijnen te geven voor een gezamenlijke aanpak van «hatecrimes» in wijken waarbij in ieder geval de kosten van de verhuizing verhaald worden op de daders, waarbij in ieder geval de verhuizing geëist wordt van de daders in plaats van de slachtoffers en waar buurtallianties worden opgericht en ingezet om de veiligheid van buurtbe-woners te vergroten en te monitoren.Debat [23-6-2011] Hoofdlijnen emancipa-tiebeleid 2011–2015Motie-Marcouch27 017, nr. 86 De motie is afgedaan met de brief van de ministers van SZW en V&J van 18 december 2012, Kamerstuk 30 950, nr. 47 inzake Rassendiscriminatie.De Kamer verzoekt de regering, gehoor te geven aan de aanbeveling van de Commissie Gelijke Behandeling uit 2008 om met een wettelijke regeling een einde te maken aan het fenomeen van de weigerambtenaar en de Kamer daarover voor 1 januari 2012 te informeren.Debat [23-6-2011] Hoofdlijnen emancipa-tiebeleid 2011–2015Motie-Van Gent c.s.27 017, nr. 77 Het initiatiefwetsvoorstel van Dijkstra en Schouw is op 11 juni 2013 door de Tweede Kamer aangenomen en is ter behandeling doorgestuurd naar de Eerste Kamer.De Kamer verzoekt de regering, bloedbank Sanquin op te dragen de regels rondom bloeddonatie zodanig te wijzigen dat seksueel risicogedrag als criterium voor donatie wordt ingesteld en dat het als man seksueel contact hebben met een andere man niet langer zonder meer leidt tot levenslange uitsluiting van het bloeddo-norschap.Debat [29-3-2012] EmancipatieMotie-Van Gent c.s.30 420, nr. 165 Sanquin doet onderzoek naar het bloeddonorschap door homoseksuelen. De minister van VWS heeft in een brief aan de Tweede Kamer laten weten, dat VWS met reactie wacht tot de resultaten van het onderzoek bekend zijn. De resultaten worden verwacht in de loop van 2014.De Kamer constaterende dat de vaders bij de erkenning van en bij het aanvragen van het gezag over kinderen en bij voogdijk-westies geen gelijkwaardige positie lijken te hebben ten aanzien van de moeder;overwegende dat de minister tijdens het algemeen overleg Emancipatiebeleid heeft toegezegd dit met de andere verantwoor-delijke bewindspersonen te bespreken;verzoekt de regering, de Kamer nog voor eind 2013 een terugkoppeling te geven over deze gesprekken.Debat [20-6-2013] VAO EmancipatiebeleidMotie-Venrooy-van Ark30 420, nr. 193 De Tweede Kamer ontvangt voor eind 2013 een terugkoppeling van de minister over de gesprekken. met de andere verantwoor-delijke bewindspersonen.De Kamer verzoekt de regering, de Inspectie voor het Onderwijs de opdracht te geven de implementatie van voorlichting over seksualiteit en seksuele diversiteit in ieder geval de komende vijf jaar te monitoren.Debat [20-6-2013] VAO EmancipatiebeleidMotie-Pia Dijkstra30 420, nr. 185 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, in overleg te gaan met de VNG en lokale overheden met als doel om naar mogelijkheden te zoeken om vanuit educatie- en re-integratiemiddelen naar het idee van de vroegere moedermavo’s educatievormen aan te bieden die vrouwen en mannen kunnen leiden naar arbeidsmarktpartici-patie en daarmee financiële onafhanke-lijkheid.Debat [2-7-2013] Stemming over aange-houden motie ingediend bij het VAO EmancipatiebeleidMotie-Yücel30 420, nr. 181 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, te voorzien in een monitor op de wettelijk vastgelegde streefcijfers voor het aandeel vrouwen in de top van het bedrijfsleven.Debat [20-6-2013] VAO EmancipatiebeleidMotie-Van Tongeren30 420, nr. 187 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE KUNSTENTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2173Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer constaterende dat als gevolg van de bezuinigingen een aantal instituten, waaronder het Nederlands Theaterin-stituut, het Nederlands Muziek Instituut en het NiNsee, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden, hun deuren moeten sluiten;verzoekt de regering, het cultuurgoed van genoemde instellingen zorgvuldig te borgen en, indien nodig, onder andere de eigen bestemmingsreserves hiervoor aan te wenden.Debat [5-7-2012] VAO Advies «Slagen in Cultuur – culturele basisinfrastructuur 2013–2016» van Raad voor CultuurMotie-Van der Werf/Klijnsma33 000-VIII, nr. 215 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 18 september 2012, Kamerstuk 32 820, nr. 65 inzake Besluiten culturele basisinfrastructuur 2013–2016 + 4 bijlagen.De Kamer overwegende, dat in kunst- en cultuursector ook veel zzp’ers actief zijn;verzoekt de regering, om een mobiliteits-centrum te helpen inrichten voor potentiële werklozen in de cultuursector, analoog aan de mobiliteitscentra in andere sectoren tijdens de kredietcrisis.Debat [21-11-2011] Wetgevingsoverleg OCW-begroting 2012, onderdeel CultuurMotie-Klijnsma/Peters33 000-VIII, nr. 33 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 18 september 2012, Kamerstuk 32 820, nr. 65 inzake Besluiten culturele basisinfrastructuur 2013–2016 + 4 bijlagen.De Kamer verzoekt de regering, om in het overleg met het culturele veld de mogelijkheden van financieringscon-structies voor startende kunstenaars te onderzoeken en hierover te rapporteren voorafgaand aan de begroting 2014.Debat [17-12-2012] Wetgevingsoverleg CultuurMotie-Dik-Faber33 400-VIII, nr. 91 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 mei 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 142 inzake reactie op aangenomen moties en toezeggingen tijdens de begroting van het ministerie van OCW 2013.Toelichting:In 2011 is onderzoek gedaan naar aard, gebruik en toepasbaarheid van generiek instrumentarium voor ondersteuning van de Nederlandse cultuur (Cultuur naar Vermogen, SEO Economisch Onderzoek). Elementen hieruit zijn gebruikt voor het werkprogramma van de stichting Cultuur-Ondernemen voor de periode 2013–2014. Cultuur-Ondernemen geeft voorlichting aan (startende) kunstenaars en creatieve ondernemers over financie-ringsmogelijkheden en werkt hiervoor samen met het bedrijfsleven, overheden, koepel- en brancheorganisaties en de cultuurfondsen. Daarnaast verstrekt Cultuur-Ondernemen (laagrentende) leningen en borgstellingen aan kunste-naars en starters in de creatieve sector en werkt daarbij samen met banken en financiële dienstverleners. Cultuur-Ondernemen staat hiervoor borg. Deze activiteiten volgen uit de beleidsbrief programma ondernemerschap in de culturele sector (Kamerstuk 32 820, nr. 57). Voor deze activiteiten ontvangt de stichting € 1.575.000 per jaar voor de jaren 2013 en 2014 van mijn ministerie in de vorm van een projectsubsidie. Deze is gedekt binnen het programma ondernemerschap. Ten slotte heeft het topteam creatieve industrie bij het opstellen van de «Actieagenda randvoorwaarden financiering Creatieve Industrie» een gedegen analyse gemaakt van generieke knelpunten bij financiering van de creatieve industrie. Deze actie-agenda is in de eerste helft van 2013 opgepakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2174Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, in overleg te treden met de verschillende filmexploi-tanten om hen te bewegen, een groter deel van de opbrengst van film te laten vloeien naar het Tuschinkyfonds en andere filmondersteuning.Debat [27-6-2011] Nota overleg uitwerking uitgangspunten cultuurbeleidMotie-Van der Ham c.s.32 820, nr. 21 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 1 mei 2013, Kamerstuk 32 820, nr. 75 inzake Uitkomst Filmtop.De Kamer verzoekt de regering, in het bijzonder de ministers van Cultuur en Economische Zaken, met betrokken instanties en organisaties zoals het Filmfonds, de exploitanten, distributeurs, producenten en anderen een nationale filmtop te organiseren met als doel om tot een oplossing te komen voor deze oneerlijke buitenlandse concurrentie en de Kamer het resultaat hiervan voor medio maart 2013 te zenden.Debat [17-12-2012] Wetgevingsoverleg CultuurMotie-Bergkamp/Monasch33 400 VIII, nr. 88 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 1 mei 2013, Kamerstuk 32 820, nr. 75 inzake Uitkomst Filmtop.De Kamer verzoekt de regering, om dit culturele ondernemerschap te honoreren door eenmalig zes ton bij te dragen en daarvoor dekking te vinden in de Voorjaarsnota en/of de middelen voor frictiekosten en/of de middelen voor het internationaal cultuurbeleid, op voorwaarde dat CJP de rest van de kosten volledig bijeen brengt.Debat [5-7-2012] VAO Advies «Slagen in Cultuur – culturele basisinfrastructuur 2013–2016» van Raad voor CultuurMotie-Klijnsma/Van der Werf33 000 VIII, nr. 211 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 18 september 2012, Kamerstuk 32 820, nr. 65 inzake Besluiten culturele basisinfrastructuur 2013–2016 + 4 bijlagen.De Kamer verzoekt de regering, de mogelijkheden te bekijken om de succesvolle elementen van de WWik (Wet werk en inkomen kunstenaars) te integreren in het Bbz (Besluit bijstandsver-lening zelfstandigen).Motie-Peters/Azmani32 701, nr. 18 De uitvoering van deze motie wordt gecoördineerd door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die de Tweede Kamer informeert.De Kamer constaterende dat er binnen de BIS-periode wordt voorgesorteerd op een volgende BIS-periode door vanuit het OCW-budget ondersteuning te bieden aan instellingen die niet in de BIS opgenomen waren; constaterende dat er daarnaast ook instellingen zijn die binnen de BIS vallen, maar ook deels subsidie krijgen van de gemeenten, waardoor er soms sprake is van een stapeling van bezuinigingen;verzoekt de regering, advies te vragen aan de Raad voor Cultuur over een gelijk speelveld voor culturele instellingen en om eventuele willekeur in de subsidiesyste-matiek en -voorwaarden te voorkomen.Debat [4-7-2013] Stemmingen over moties ingediend bij het VAO Cultuuronder-werpenMotie-Bergkamp/Venrooy-van Ark32 820, nr. 81 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer overwegende dat Canada succesvol beleid heeft om popmuziek te stimuleren, waaronder het Canada Music Fund; constaterende dat de minister van mening is dat Nederland al veel onder-neemt wat hierop lijkt;verzoekt de regering, het popbeleid van beide landen op een rij te zetten en het overzicht aan de Kamer te doen toekomen.Debat [4-7-2013] Stemmingen over moties ingediend bij het VAO Cultuuronder-werpenMotie-Jasper van Dijk/Van Dekken32 820, nr. 82 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2175Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, een interdepartementale werkgroep te formeren, waarin het ministerie van OCW, het ministerie van EZ en het ministerie van Financiën zijn vertegenwoordigd en waarin het laatste ministerie de regie heeft, die de opdracht krijgt te onderzoeken hoe een economisch stimuleringsprogramma, zoals een tax shelter, voor de Nederlandse filmindustrie moet worden ingericht om een maximale positieve bijdrage te leveren aan het productieklimaat voor films in Nederland, de budgettaire gevolgen in kaart te brengen, voorbeelden uit andere landen te betrekken en dit onderzoek voor 15 september 2013 naar de Kamer te zenden.Debat [4-7-2013] Stemmingen over moties ingediend bij het VAO Cultuuronder-werpenMotie-Bergkamp/Monasch32 820, nr. 79 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE LERARENDe Kamer verzoekt de regering, de uitbreiding van het verplichte lerarenre-gister naar het hoger onderwijs concreet in gang te zetten en hierover aan de Kamer te rapporteren.Debat [9-4-2013] VAO lerarenMotie-Mohandis27 923, nr. 154 De motie wordt afgedaan met de Hoofdlijnenbrief aan de Tweede Kamer van september 2013.De Kamer verzoekt de regering, in overleg te treden met de HBO-raad met het oog op de vraag hoe de voorgestelde aanvul-lingen zich verhouden tot de bevindingen van de commissie-Meijerink en de acties die naar aanleiding daarvan reeds zijn ingezet, teneinde te voorkomen dat opnieuw een overladen programma ontstaat.Debat [9-4-2013] VAO lerarenMotie-Bisschop/Rog27 923, nr. 161 Dit wordt meegenomen in het overleg met de Vereniging Hogescholen dat periodiek wordt gevoerd.De Kamer verzoekt de regering, uiterlijk in het najaar de concrete doelstellingen van het lerarenregister, een tijdspad naar 2017 en een «go/no go»-moment te formuleren en de Kamer hierover te informeren.Debat [9-4-2013] VAO lerarenMotie-Van Meenen27 923, nr. 163 De motie wordt afgedaan met de Hoofdlijnenbrief aan de Tweede Kamer van september 2013.De Kamer, constaterende dat de minister van OCW een toezegging heeft gedaan tot een visiedocument, maar dan beperkt tot de lerarenopleidingen;verzoekt de regering, om de gedane toezegging voor lerarenopleidingen uit te breiden naar één integrale Lerarenagenda, deze periodiek te rapporteren en eens per jaar, bijvoorbeeld op de Dag van de Leraar, met de Kamer te bespreken.Debat [9-4-2013] VAO lerarenMotie-Duisenberg c.s.27 923, nr. 156 De motie wordt afgedaan met de Visiebrief Lerarenagenda aan de Tweede Kamer van begin oktober 2013.De Kamer verzoekt de regering, met maatregelen te komen die er toe leiden dat talentvolle afgestudeerde leerkrachten basisonderwijs voor het onderwijs kunnen worden behouden;en verzoekt de regering, deze maatregelen toe te spitsen op regio’s daar waar lerarentekorten optreden vanaf 2015.Debat [4-7-2013] Krimp in het onderwijsMotie-Voordewind/Ypma31 293, nr. 170 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE FINANCIEEL ECONOMISCHE ZAKENDe Kamer verzoekt de regering, de feitelijke inwerkingtreding van de decentralisatie van de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs pas door te voeren wanneer er weer loonruimte is voor de leraren.Debat [29-9-2011] Decentralisatie arbeidsvoorwaarden poMotie-Dijsselbloem en van der Ham31 997, nr. 12 In het Regeerakkoord is opgenomen dat in 2013 geen loonbijstelling wordt uitge-keerd. Zie in dit kader ook de motie-Duisenberg c.s.(Kamerstuk 27 923, nr. 157).Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2176Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, de feitelijke inwerkingtreding van de decentralisatie van de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs per direct in gang te zetten om daarmee werkgevers en werknemers een grotere ruimte te geven om tot modernisering van arbeidsvoor-waarden te komen.Debat [9-4-2013] VAO lerarenMotie-Duisenberg c.s.27 923, nr. 157 Het proces van inwerkingtreding van de decentralisatie is samen met PO-raad en vakbonden ter hand genomen en zal naar verwachting per 1 januari 2014 worden afgerond.De Kamer verzoekt de regering, een notitie voor te bereiden om de arbeidsparticipatie van ouderen in het onderwijs te bevor-deren.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Klein c.s.33 400-VIII, nr. 79 Op 2 september heeft het kabinet de Tweede Kamer een brief gestuurd over de stand van zaken van het overleg over het Nationaal Onderwijsakkoord.De Kamer verzoekt de regering, om de Kamer voor 1 januari 2013 te informeren over de concrete resultaten van de met werkgevers in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs gemaakte afspraken die beweerdelijk leiden tot concrete ondersteuning voor schoolleiders en/of besturen die hun financiële taken onvoldoende aankunnen;verzoekt de regering voorts, om met deze werkgevers en raden van toezicht nader in overleg te treden om, aangezien het hier immers het beheer van publieke middelen betreft, financieel incompetente school-leiders c.q. onderwijsbestuurders in een uiterst geval, wanneer bedoelde onder-steuning niet tot verbetering leidt, te laten vervangen en de Kamer per onderwijs-sector voor 1 januari 2013 te informeren over de resultaten van zulk overleg.Debat [31-5-2012] Debat over onderwijs-huisvesting (inclusief problematiek nieuwbouw ROC Heerlen)Motie-Elias en Van Gent33 000-VIII, nr. 196 De Tweede Kamer heeft op 16 juli 2013 een brief over vermogensbeheer onderwijs-instellingen ontvangen, Kamerstuk 33 495, nr. 32.De Kamer verzoekt de regering, met de koepels in overleg te treden om:a. tot afspraken tussen besturen van onderwijsinstellingen en medezeggen-schapsraden te komen over een uniforme rapportage van uitgaven;b. binnen deze uniforme rapportage de uitgaven onder te verdelen in bijvoorbeeld 1. het primaire proces 2. de ondersteuning en 3. de huisvesting;c. per uitgavepost een bandbreedte vast te leggen en bij overschrijding van deze bandbreedte direct de mr hierover te informeren;d. de Kamer over dit overleg te infor-meren.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Jadnanansing/Ypma33 400-VIII, nr. 63 De reactie wordt opgesteld en vervolgens afgestemd met de sectorraden. De Tweede Kamer zal naar verwachting hierover in oktober 2013 worden geïnformeerd.De Kamer verzoekt de regering, te onderzoeken of de richtlijnen voor de jaarrekening van onderwijsinstellingen kunnen worden aangescherpt, zodat geen zaken buiten de balans of de toelichting kunnen worden gehouden.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Klaver c.s.33 400-VIII, nr. 74 Binnen het ministerie van Financiën is er een Platform voor de Publieke Jaarverslag-geving bezig om te inventariseren op welke wijze de verslaggevingsregels voor de publieke sector beter geharmoniseerd kunnen worden. Het Platform voor de Publieke Verantwoording zal bij de formulering van haar adviezen de consequenties van de eventuele toepassing van IFRS (IPSAS) nadrukkelijk betrekken, niet alleen voor onderwijs-instellingen maar als principe voor de publieke sector als geheel. De rapportage van het Platform Publieke Verantwoording wordt in het najaar van 2013 verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2177Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDIRECTIE HOGER ONDERWIJS EN STUDIEFINANCIERINGDe Kamer constaterende dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een onderzoek zal uitvoeren naar de gedragseffecten van studenten na invoering van een leenstelsel; verzoekt de regering, aan het SCP mee te geven dat het onderzoek gebaseerd is op realistische aannames en cumulatie-effecten meeneemt.Debat [12-3-2013] VAO Hoofdlijnenbrief studiefinanciering / Sociaal LeenstelselMotie-Schouten c.s.24 724, nr. 109 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 7 juni 2013, Kamerstuk 24 724, nr. 117, over de verdere invulling sociaal leenstelsel en onderzoek naar gedragseffecten.De Kamer verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de schaalvergroting in het hbo en vervolgens aanbevelingen te doen voor schaalverkleining.Debat [24-5-2011] InHolland Debat HBO instellingenMotie-Jasper van Dijk31 288, nr. 171 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 17 september 2012, Kamerstuk 31 288, nr. 315 inzake reactie op Motie-Jasper van Dijk over defusie (aanbevelingen schaalverkleining).De Kamer verzoekt de regering, selectie voor excellente opleidingen en op termijn ook voor goede opleidingen mogelijk te maken.Debat [26-9-2011] Strategische agenda Hoger OnderwijsMotie-Lucas31 288, nr. 235 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 22 maart 2013, Kamerstuk 33 519, nr. 6 inzake nota naar aanleiding van het verslag van Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en enkele andere wetten in verband met de uitvoering van diverse maatregelen, aangekondigd in de Strategische Agenda Hoger onderwijs, Onderzoek en Weten-schap (Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs).De Kamer verzoekt de regering, te bezien hoe het kwijtschelden van onterecht ontvangen studiefinanciering in de toekomst op kosteneffectieve wijze kan worden voorkomen en om de Kamer hierover te informeren.Debat [4-10-2011] Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het treffen van diverse maatregelen ter bestrijding van het ten onrechte ontvangen van de uitwonendenbeurs (32 770)Moties-Van der Ham/Lucas32 770, nr. 13 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer, Kamerstuk 33 605-VIII, nr. 1, aangeboden op 15 mei 2013, inzake het Jaarverslag van het ministerie van OCW 2012 (pag. 125–126).De Kamer verzoekt de regering, om de raden van toezicht binnen het hoger onderwijs op te roepen om voor het einde van 2012 een code voor kwaliteitseisen op te stellen en de Kamer hierover te informeren.Debat [22-3-2012] Debat over de staat van het hoger onderwijsMotie-De Rouwe31 288, nr. 280 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 17 september 2012, Kamerstuk 31 288, nr. 316 inzake uitvoering van de Motie van het lid De Rouwe (CDA) met kenmerk 31 288, nr. 280, over kwaliteitscode voor Raden van toezicht van hoger onderwijs instellingen.De Kamer verzoekt de regering, overwe-gende dat het wenselijk is dat er sprake is van (internationale) wet- en regelgeving en dat er effectieve middelen beschikbaar moeten zijn om de lening studiefinan-ciering terug te vorderen op in het buitenland woonachtige personen; in te zetten op het realiseren van aanvullende (machts-)middelen en wet- en regelgeving wanneer deze tekort blijken te schieten, eventueel binnen een Europees kader, en de Kamer op de hoogte te brengen van op handen zijnde voornemens van de regering op het gebied van de terugvor-dering van de lening studiefinanciering (t.v.v. 33 453, nr. 9).Debat [16-1-2013] Wijziging Wet studiefi-nanciering 2000 i.v.m. het creëren van de mogelijkheid tot maximering van het gebruik meeneembare studiefinanciering (33 453)Motie-Mohandis/Duisenberg33 453, nr. 11 De motie is afgedaan met de brief van 5 juli 2013 aan de Tweede Kamer, Kamerstuk 24 724, nr. 119 inzake reactie op motie-Mohandis/Duisenberg over aanvullende (machts-)middelen bij terugvordering studiefinanciering.De Kamer verzoekt de regering, per opleiding of cluster van opleidingen samen met het bedrijfsleven of betrokken werkveld kernvakken te laten vaststellen, landelijke eindtermen te bepalen voor de kenniscomponent van deze kernvakken en die te examineren via landelijke toetsing die onafhankelijk wordt geborgd.Debat [22-3-2012] Debat over de staat van het hoger onderwijsMotie-Beertema31 288, nr. 283 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 13 februari 2013, Kamerstuk 31 288, nr. 325 over externe validering examenkwaliteit hoger beroepsonderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2178Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, snel met een voorstel te komen waardoor het mogelijk wordt dat een individuele school uit een groter schoolbestuur kan stappen.Debat [20-6-2012] Wetgevingsoverleg Onderwijsverslag + VerantwoordingsdebatMotie-Jasper van Dijk33 240-VIII, nr. 11 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 17 september 2012, Kamerstuk 31 288, nr. 315, inzake reactie op Motie-Jasper van Dijk over defusie (aanbevelingen schaalverkleining).De Kamer verzoekt de regering, vooruit-lopend op het traject dat eind 2014 zijn beslag moet krijgen (motie-Beertema c.s.), afspraken te maken met het hoger onderwijs over een maximumpercentage overhead van 20% en over de eisen aan het primaire proces, en deze afspraken voor 1 december 2012 aan de Kamer voor te leggen.Debat [22-3-2012] Debat over de staat van het hoger onderwijsMotie-Van der Ham/Beertema31 288, nr. 271 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 4 december 2012, Kamerstuk 31 288, nr. 322, inzake de voortgang prestatieafspraken hoger onderwijs.De Kamer verzoekt de regering, de aanwijzingsbevoegdheid uit de brief Versterking Bestuurskracht Onderwijs zo spoedig mogelijk te verwerken in het wetsvoorstel Versterking kwaliteitswaar-borgen hoger onderwijs en de nota naar aanleiding van het verslag inzake het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk aan de Tweede Kamer te sturen met als doel de plenaire behandeling voor het zomerreces te laten plaatsvinden.Debat [25-4-2013] VSO Kwaliteitsborging Hoger OnderwijsMotie-Duisenberg c.s.33 472, nr. 7 De motie is afgedaan met de nota van wijziging en nota n.a.v. verslag (respectie-velijk Kamerstuk 33 472, nr. 11 en 10) inzake wetsvoorstel Versterking kwaliteits-waarborgen hoger onderwijs die de Tweede Kamer op 19 juni 2013 heeft ontvangen.De Kamer verzoekt de regering, artikel 7 van de AMvB Experiment uitbreiding bindend studieadvies (BSA) zodanig te wijzigen of te verduidelijken dat van gedwongen beëindiging van een studie in het derde studiejaar geen sprake meer kan zijn.Debat [9-4-2013] VAO Bindend Studie-adviesMotie-Mohandis31 288, nr. 335 De AMvB is naar aanleiding van de motie aangepast. De Kamer is hierover geïnfor-meerd met de brief van 21 juni 2013, Kamerstuk 31 288, nr. 345. Met de brief is de motie afgedaan.De kamer verzoekt de regering, in overleg te treden met de VSNU en de HBO-raad om de gevolgen van het aflopen van het convenant «Tweede Studies» op te vangen voor de bovengenoemde periode en de Kamer daarover te informeren.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Duisenberg c.s.33 400-VIII, nr. 56 De motie is afgedaan met de brief aan de Eerste Kamer en Tweede Kamer van 27 maart 2013, Kamerstuknummer 33 400 VIII, nr. 133 inzake Vervolg subsidiere-geling tweede graden hbo en wo.De Kamer constaterende dat er een plafond zal worden ingebouwd voor het aantal studenten dat aanspraak kan maken op de meeneembare studiefinanciering (MNSF) bij 9 000 studenten;verzoekt de regering, de mogelijkheden te onderzoeken om, bijvoorbeeld in samenwerking met het bedrijfsleven, uitgaande mobiliteit van studenten verder te vergroten.Debat [28-6-2012] VAO Internationale mobiliteitMotie-Van der Ham31 288, nr. 299 De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer constaterende dat excellente Nederlandse en buitenlandse studenten tot 2012 aanspraak konden maken op het Huygens Scholarship Programme, de beurs die tot doel had excellente studenten in een verder stadium van hun studie te ondersteunen;constaterende dat deze beurs is afgeschaft;verzoekt de regering, de mogelijkheden te onderzoeken om deze specifieke groep excellente studenten van mogelijkheden te voorzien om in het buitenland te studeren.Debat [28-6-2012] VAO Internationale mobiliteitMotie-Van der Ham31 288, nr. 300 De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd over de uitvoering van de motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2179Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer overwegende, dat eerlijke voorlichting helpt om studenten op de juiste plek te krijgen en daarmee uitval en vertraging te voorkomen;verzoekt de regering, dit artikel in de WHW te expliciteren en vast te leggen dat instellingen in al hun voorlichtings- en wervingsmateriaal in ieder geval per opleiding inzichtelijk maken hoeveel contacturen er zijn, hoeveel uren studiebe-lasting, welke student-docentratio er is, wat het arbeidsmarktperspectief is en welke masteropleidingen aansluiten.Debat [26-9-2011] Strategische agenda Hoger OnderwijsMotie-Lucas c.s.31 288, nr. 214 Aan de Tweede Kamer wordt voor 1 mei 2014 gerapporteerd over de landelijke uitrol van de studiebijsluiter.De Kamer verzoekt de regering, de Kamer na invoering van het bursalenstelsel op de hoogte te houden van de effecten van het toelaten van bursalen, waarin aantallen promotieplaatsen van de verschillende vormen opgenomen worden en de beschikbaarheid van universitair docenten.Debat [26-9-2011] Strategische agenda Hoger OnderwijsMotie-Klaver31 288, nr. 230 In het nader rapport van 18 januari 2013, Kamerstuk 33 519, nr. 4 heeft de regering aangekondigd een experimenteer-AMvB voor te bereiden. Deze zal na de jaarwis-seling bij de Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden voorgehangen.De Kamer verzoekt de regering, de medezeggenschap in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek uiterlijk na drie jaar te evalueren en de Kamer hierover te informeren.Debat [18-6-2009] Wijziging Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; versterking besturingMotie-Jasper van Dijk/Zijlstra31 821, nr. 49 De Wet Versterking Besturing is per 1 september 2010 in werking getreden. In 2013 wordt de wet geëvalueerd. De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 over de uitkomsten geïnformeerd.De Kamer verzoekt de regering, het aantal op grond van het profileringsfonds tot stand gekomen beurzen voor niet EER-studenten bij de verschillende bekostigde instellingen te monitoren en de Kamer daarover jaarlijks bij de begroting te informeren.Debat [18-6-2009] Wijziging Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; versterking besturingMotie-Anker31 821, nr. 44 Vanaf 2014 wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd via het Departe-mentaal Jaarverslag OCW. Dit verschijnt jaarlijks in het voorjaar.De Kamer verzoekt de regering, om de schuldenproblematiek onder studenten in kaart te brengen; verzoekt de regering voorts aansluitend met gerichte voorstellen te komen om de schuldenpro-blematiek onder studenten te beperken.Debat [21-9-2011] Algemene Politieke Beschouwingen APBMotie-Slob/Sap33 000, nr. 22 Dit is meegenomen in het wetsvoorstel Sociaal leenstelsel voor wat betreft de leen- en terugbetaalvoorwaarden. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel ontvangen op 28 juni 2013, Kamerstuk 33 280, nr. 2. Ook in de toekomst zal de motie Slob bij de plannen worden betrokken.De Kamer verzoekt de regering, de inwerkingtreding van het wetsartikel dat collegegelddifferentiatie bij excellente opleidingen regelt pas te effectueren op het moment dat er meer duidelijkheid is over de effecten die een sociaal leenstelsel heeft op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs.Debat [23-4-2013] WGO Kwaliteit in Verscheidenheid – 2e termijnMotie-Mohandis33 519, nr. 32 Nadat het wetsvoorstel Sociaal leenstelsel in de Tweede Kamer is behandeld, zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de inwerkingtreding van het wetsartikel. De Tweede Kamer heeft het Wetsvoorstel sociaal leenstelsel in de masterfase ontvangen op 28 juni 2013, Kamerstuk 33 280, nr. 2.De Kamer verzoekt de regering, een verkenning te starten naar de mogelijk-heden van extra bekostiging dan wel differentiatie binnen de bekostiging van opleidingen met een excellent keurmerk, in samenhang met het lopende onderzoek naar aanleiding van de motie-Lucas, 31 288, nr. 211. (t.v.v. 33 519, nr. 36).Debat [23-4-2013] WGO Kwaliteit in Verscheidenheid – 2e termijnMotie-Van Meenen33 519, nr. 47 Deze verkenning zal worden meegenomen bij de evaluatie van het experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs. De opzet van de evaluatie zal in het najaar van 2013 aan de Tweede kamer worden gezonden.De Kamer verzoekt de regering, er bij de VSNU op aan te dringen dat genoemde middelen bij de onderzoekscholen terechtkomen.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Jasper van Dijk/Beertema33 400-VIII, nr. 99 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 juli 2013, Kamerstuk 29 338, nr. 122 inzake Financiering van onderzoekscholen in perspectief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2180Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, het experiment (Bindend Studieadvies) in samenspraak met de koepelorganisaties in het hoger onderwijs qua omvang en deelname van het aantal instellingen nadrukkelijk te beperken;verzoekt de regering voorts, het aantal bij het experiment betrokken studenten van de deelnemende instellingen te maximeren tot 10% van de totale studentenpopulatie in Nederland;verzoekt de regering tot slot, te zorgen voor voldoende studiekeuzemogelijkheden voor studenten om een opleiding te volgen zonder deel te nemen aan het experiment en over de exacte uitwerking van deze randvoorwaarden tijdig terug te rappor-teren aan de Kamer.Debat [9-4-2013] VAO Bindend Studie-adviesMotie-Mohandis31 288, nr. 336 Over het eerste cohort (2013/2014) dat aan het experiment mee kan doen, is de Tweede Kamer over deelname en omvang van het experiment geïnformeerd met de brief van 21 juni 2013, Kamerstuk 31 288, nr. 345. In 2014 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over het tweede cohort (2014/2015) dat kan mee kan doen aan het experiment.De Kamer verzoekt de regering, in Europees verband te pleiten voor verheldering dan wel aanpassing van verordening 492/2011, in eerste instantie door een inbreng bij de OJCS Raad van 13 februari 2013, in die zin dat lidstaten de vrijheid hebben om redelijke eisen te stellen aan kinderen van migrerend werknemers (t.v.v. 33 453, nr. 10).Debat [22-1-2013] Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het intrekken van de langstudeerdersmaat-regelMotie-Bisschop/Rog33 453, nr. 12 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 11 juli 2013, Kamerstuk 24 724, nr. 120 inzake reactie op uitspraak Centrale Raad van Beroep over EU-regels en studiefinanciering.De Kamer verzoekt de regering, in overleg te treden met instellingen en studentenor-ganisaties om te bevorderen dat schakel-programma’s bij voorkeur geïntegreerd worden in de bacheloropleiding en studenten goed voor te lichten over de aanwezigheid van een (ingebed) schakel-programma;verzoekt de regering tevens, in het komende jaar te onderzoeken in welke mate schakelprogramma’s ingebed in de bacheloropleiding voorkomen en wat op dit gebied goede praktijken zijn, en de resultaten van dat onderzoek onder de aandacht te brengen bij de instellingen, en hierover in het najaar van 2014 te rapporteren aan de Kamer (Gewijzigde motie ter vervanging van nr. 39).Debat [23-4-2013] WGO Kwaliteit in Verscheidenheid – 2e termijnMotie-Schouten33 519, nr. 48 Aan de Tweede Kamer wordt hierover in het najaar van 2014 gerapporteerd.De Kamer verzoekt de regering, voor deze opleidingen uiterlijk augustus 2014 inzichtelijk te maken welke kwaliteitsverbe-teringen voor onderwijs en begeleiding zij hebben doorgevoerd om zich voor dit experiment te kwalificeren.Debat [9-4-2013] VAO Bindend Studie-adviesMotie-Van Meenen31 288, nr. 334 De Kamer wordt voor 1 september 2014 hierover geïnformeerd.De Kamer, overwegende dat de minister dit najaar met een evaluatie komt van onder andere de hantering van het instellingscollegegeld voor de tweede studie door onderwijsinstellingen, omdat hier al geruime tijd brede onvrede bestaat;verzoekt de regering, om bij deze evaluatie inzichtelijk te maken:1. hoe transparantie met betrekking tot de hoogte en opbouw van het instellingscolle-gegeld voor de tweede studie wordt bewerkstelligd;2. wat de mogelijkheden én effecten van maximering van het instellingscollegegeld voor de tweede studie zijn (t.v.v. 33 519, nr. 33).Debat [23-4-2013] WGO Kwaliteit in Verscheidenheid – 2e termijnMotie-Mohandis/Rog33 519, nr. 46 In het najaar van 2013 ontvangt de Kamer de evaluatie-uitkomsten van onder andere de hantering van het instellingscollegegeld voor tweede studies, en kan de discussie worden gevoerd over transparantie van hoogte en opbouw van het instellingscolle-gegeld tweede studie en de mogelijkheden en effecten van maximering van het instellingscollegegeld tweede studie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2181Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering om, in kaart te brengen hoeveel studenten nu al zijn begonnen met een studie en gebruik-maken van de huidige afdrachtsvermin-dering, maar daar straks geen recht meer op hebben;verzoekt de regering voorts, in overleg met partijen uit het veld te bezien welke mogelijkheden er zijn voor een overgangs-regeling.Debat [4-7-2013] Stemmingen over moties ingediend bij het VSO «Omzetting van de afdrachtvermindering onderwijs in een subsidieregeling»Motie-Straus33 650, nr. 17 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE INTERNATIONAAL BELEIDDe Kamer verzoekt de regering, in overleg met lokale eilandsbestuurders en schoolbesturen realistische tijdstippen van inwerkingtreding van nieuwe onderwijs-wetgeving op de BES-eilanden te hanteren.Debat [3-11-2011] Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties (32 640) restMotie-Ortega-Martijn32 640, nr. 22 De motie wordt uitgevoerd. Bij het invoeren van nieuwe onderwijswetgeving is een realistische inwerkingtreding een vast punt van aandacht.De Kamer verzoekt de regering, om tot aan de eerste evaluatie van de nieuwe verhoudingen jaarlijks aan de Kamer te rapporteren over de staat van het onderwijs en de zorg op de BES-eilanden en de voortgang van de te realiseren verbeteringen op deze terreinen.Debat [4-3-2010] BES-wettenMotie Leerdam c.s.31 954, nr. 23 De Tweede Kamer wordt in september 2013 opnieuw geïnformeerd over de voortgang van het onderwijs in Caribisch Nederland.De Kamer verzoekt de regering, om voor Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB) een subsidie van 2,1 miljoen euro overeind te houden, zodat de infrastructuur van NOB behouden kan blijven en de dekking hiervoor te zoeken binnen het resterende budget van 10 miljoen euro voor de Europese scholen.Debat [3-7-2013] Invulling van de subsidietaakstelling onderwijs en onderzoekMotie-Lucas/Mohandis33 650, nr. 7 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE JEUGD, ONDERWIJS EN ZORGDe Kamer constaterende, dat de inzet van ICT-hulpmiddelen bij de begeleiding van leerlingen met dyslexie ernstig achterblijft; roept de regering op, in overleg te treden met de Groep Educatieve Uitgeverijen en de PO- en VO-raad om de lesmaterialen die op school gebruikt worden, ook beschikbaar te stellen in een format dat geschikt is voor gangbare ICT-hulpmiddelen.Debat [7-9-2011] VSO (verslag schriftelijk overleg) Dyslexie en DyscalculieMotie-Biskop32 463, nr. 9 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 november 2012, Kamerstuk 31 497, nr. 91 inzake Passend onderwijs en kwaliteit (v)so.De Kamer constaterende, dat de voort-gangsbrief van de minister van OCW d.d. 17 juni 2011 over passend onderwijs nog onduidelijkheid laat bestaan over de vraag hoe de besteding van expertisemiddelen gerechtvaardigd zou zijn voor adequaat onderwijs en leerlingenzorg, mede in relatie tot scholen die geen expertise-bekostiging ontvangen;verzoekt de regering, om zo snel mogelijk te starten met een onderzoek naar de huidige besteding en objectieve criteria ten aanzien van de expertisebekostiging en de Kamer hierover uiterlijk eind 2012 te rapporteren.Debat [30-6-2011] VAO Passend OnderwijsMotie-Elias c.s.31 497, nr. 69 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 25 februari 2013, Kamerstuk 31 497, nr. 93 over voortgang passend onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2182Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer constaterende, dat het ondersteuningsplan al begin 2013 gereed moet zijn;verzoekt de regering, toe te zien op een volwaardige rol van de ondersteunings-planraad in al zijn geledingen bij de besluitvorming over het ondersteu-ningsplan passend onderwijs.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Dijsselbloem c.s.33 106, nr. 98 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 november 2012, Kamerstuk 31 497, nr. 91 inzake Passend onderwijs en kwaliteit (v)so.De Kamer verzoekt de regering, de samenhang tussen de stelselwijzigingen Jeugdzorg en Passend onderwijs aan te brengen en te bevorderen dat de regionale samenwerking zo veel mogelijk samenvalt.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Dijsselbloem c.s.33 106, nr. 99 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 november 2012, Kamerstuk 31 497, nr. 91 inzake Passend onderwijs en kwaliteit (v)so.De Kamer verzoekt de regering, een voorstel aan de Kamer voor te leggen ten behoeve van het behoud van de begeleiding van leerlingen met epilepsie vanuit de zogenaamde epilepsiescholen.Debat [30-6-2011] VAO Passend OnderwijsMotie-Dijsselbloem c.s.31 497, nr. 75 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 november 2012, Kamerstuk 31 497, nr. 91 inzake Passend onderwijs en kwaliteit (v)so.De Kamer verzoekt de regering, in overleg te treden met de krimpregio’s om afspraken te maken teneinde deze regio’s te ondersteunen in het uitvoeren van de Wet passend onderwijs.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Van der Ham c.s.33 106, nr. 69 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 november 2012, Kamerstuk 31 497, nr. 91 inzake Passend onderwijs en kwaliteit (v)so.De Kamer verzoekt de regering, om meer zicht te creëren op de besteding van het budget voor onderwijsondersteuning en op de extra ondersteuningsbehoefte.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Klaver c.s.33 106, nr. 97 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 november 2012, Kamerstuk 31 497, nr. 91 inzake Passend onderwijs en kwaliteit (v)so.De Kamer verzoekt de regering, op korter termijn met een voorstel te komen waardoor meer zicht ontstaat op de besteding van het budget voor zorgleer-lingen.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Jasper van Dijk33 106, nr. 95 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 november 2012, Kamerstuk 31 497, nr. 91 inzake Passend onderwijs en kwaliteit (v)so.De Kamer verzoekt de regering, vooruit-lopend op de inwerkingtreding van de wet, de medezeggenschap van ouders en medewerkers bij «Passend onderwijs» te bevorderen.Debat [30-6-2011] VAO Passend OnderwijsMotie-Dijsselbloem c.s.31 497, nr. 77 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 16 november 2012, Kamerstuk 31 497, nr. 91 inzake Passend onderwijs en kwaliteit (v)so.De Kamer verzoekt de regering, een wetsvoorstel voor te bereiden waarin geregeld wordt dat het handelingsdeel (ondersteuning en zorg van het kind) van het ontwikkelingsperspectief na overeen-stemming met ouders wordt vastgesteld.Debat [11-4-2013] Passend OnderwijsMotie-Ypma c.s.31 497, nr. 95 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 18 juni 2013, Kamerstuk 31 497, nr. 101 inzake Tweede Voortgangsrapportage passend onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2183Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, uiterlijk voor 1 oktober 2013 voorstellen te doen over hoe hoogbegaafdheid meegenomen kan worden bij de verdere invoering van passend onderwijs.Debat [11-4-2013] Passend OnderwijsMotie-Straus31 497, nr. 97 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 18 juni 2013, Kamerstuk 31 497, nr. 101 inzake Tweede Voortgangsrapportage passend onderwijs.De Kamer verzoekt de regering:– ten eerste te bewerkstelligen dat de politieke leiding van de departementen van OCW en VWS gezamenlijk met de VNG nog in 2012 een duurzame oplossing uitwerkt die passend onderwijs en begeleiding op basis van de (gedecentrali-seerde) AWBZ zo goed mogelijk op elkaar doen aansluiten;– ten tweede in overleg met de sectororga-nisaties in het onderwijs nog in 2012 een procedure uit te werken waardoor de plaatsing van ernstig meervoudig gehandicapte leerlingen in een voor hen passende school gerealiseerd kan worden met zo min mogelijk procedurele en administratieve belasting voor ouders en de betrokken scholen, onder meer door een voorbeeldafspraak in het referentie-kader op te nemen.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Elias/Ferrier33 106, nr. 73 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 18 juni 2013, Kamerstuk 31 497, nr. 101 inzake Tweede Voortgangsrapportage passend onderwijs.De handreiking voor het onderwijs van de sectorraden is gepubliceerd op de website van de PO-Raad.De Kamer constaterende, dat de bestuur-lijke inrichting van samenwerkingsver-banden op 1 november 2012 gerealiseerd moet zijn en dat de zorgplicht op 1 augustus 2013 in werking treedt;verzoekt de regering, voor eind 2012 een tussentijdse evaluatie uit te voeren om knelpunten in kaart te brengen en de bestuurskracht van samenwerkingsver-banden te bezien, mede in het licht van het voorkomen van bureaucratische rompslomp.Debat [30-6-2011] VAO Passend OnderwijsMotie Dijkgraaf en Elias31 497, nr. 71 Het eindrapport van de ECPO, met haar evaluatie van passend onderwijs, zal eind 2013 aan de Tweede Kamer worden toegestuurd.De Kamer overwegende, dat in samenhang met het wetsvoorstel Passend Onderwijs het uitgangspunt van het speciaal onderwijs moet zijn wat de leerling kan in plaats van wat hij of zij niet kan;verzoekt de regering, de Inspectie voor het Onderwijs te laten toezien op het percentage leerlingen per uitstroomprofiel per school, het percentage leerlingen van de school dat na uitstroom een Wajong-uitkering ontvangt en deze gegevens op te nemen in het Onderwijsjaarverslag.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Elias32 812, nr. 17 De verkenning voor het structureel in beeld brengen van de uitstroomgegevens van vso-leerlingen is nog niet afgerond. In de voortgangsrapportage over passend onderwijs van december 2013 zal hierop nader worden ingegaan.De Kamer verzoekt de regering, met voorstellen te komen om ICT-middelen te ontwikkelen voor brede toepassing voor kennis en competenties ten gunste van specifieke zorgleerlingen.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Van der Ham/Klaver33 106, nr. 68 Met de PO-Raad en Kennisnet wordt gesproken over de mogelijkheid om dit punt mee te nemen in de programma’s van eisen voor leermiddelen, die nu door de sectorraden worden ontwikkeld. De staatssecretaris hoopt de Tweede Kamer in het najaar van 2013 te kunnen informeren over de uitkomsten van dit overleg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2184Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, te monitoren in hoeveel gevallen scholen menen dat een leerling geen passende ondersteuning kan worden gegeven en er geen alternatief gevonden kan worden.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Klaver c.s.33 106, nr. 76 De ECPO is gevraagd een evaluatiekader voor passend onderwijs te ontwikkelen. Dit kader omvat meerdere aspecten van passend onderwijs, o.a. (de kwaliteit van) de geboden ondersteuning, het volgen van de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en de financiële invulling van passend onderwijs. Het concept-kader is eind 2013 gereed en zal dan aan de Tweede Kamer worden aangeboden.De Kamer verzoekt de regering, te monitoren op de duur van de plaatsing op de wachtlijsten, de oorzaken van de wachtlijsten en de wijze waarop scholen en samenwerkingsverbanden deze zo kort mogelijk houden.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingMotie-Van der Ham/Dijsselbloem33 106, nr. 67 De ECPO is gevraagd een evaluatiekader voor passend onderwijs te ontwikkelen. Deze evaluatie omvat meerdere aspecten van passend onderwijs, o.a. (de kwaliteit van) de geboden ondersteuning, het volgen van de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en de financiële invulling van passend onderwijs. Het concept-kader is eind 2013 gereed en zal dan aan de Tweede Kamer worden aangeboden.De Kamer verzoekt de regering, in kaart te laten brengen welke invloed het gebruik van lesmethoden taal en rekenen kan hebben op de ontwikkeling en diagnostiek van kinderen met dyslexie en/of dyscal-culie.Debat [20-3-2013] VAO Dyslexie + DyscalculieMotie-Van Meenen32 463, nr. 17 De motie is meegenomen in de Voort-gangsrapportage over rekenen en taal, die in het najaar van 2013 aan de Tweede Kamer wordt gestuurd. De staatssecretaris heeft voorts de SLO verzocht hier onderzoek naar te doen. Verwachte opleverdatum van het onderzoek is eind 2013. De Tweede Kamer zal daarna over de onderzoeksresultaten worden geïnfor-meerd.De Kamer overwegende dat landelijk het budget beschikbaar blijft voor de bekostiging van ongeveer 70.000 plekken in het (voortgezet) speciaal onderwijs, op grond van het feit dat het wetsvoorstel passend onderwijs niet als doelstelling heeft gehanteerd dat het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs zou moeten worden verminderd;overwegende dat het uitgangspunt van passend onderwijs is om de keuzes voor speciaal of regulier onderwijs over te laten aan de samenwerkingsverbanden en de schoolbesturen, daarbij rekening houdend met de gevolgen van de verevening;verzoekt de regering, scholen en samen-werkingsverbanden op korte termijn over genoemde uitgangspunten te informeren.Debat [4-7-2013] VAO Passend onderwijsMotie-Bisschop/Ypma31 497, nr. 102 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, de mogelijkheid te bieden de regio-indeling van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en jeugdzorg op elkaar af te stemmen;verzoekt de regering tevens, gemeenten en samenwerkingsverbanden actief te informeren over de mogelijkheid om met «grenscorrecties» van de regio’s te komen in verband met deze afstemming.Debat [12-6-2013] Wetgevingsoverleg Jaarverslag en OnderwijsverslagMotie-Mohandis/Ypma33 605-VIII, nr. 12 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE KENNISTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2185Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, om net als met het hbo, ook met het mbo afspraken te maken over een maximumpercentage overhead van 20% en over de eisen aan het primaire proces, vooruitlopend op het traject dat eind 2014 zijn beslag moet krijgen (motie-Beertema c.s.) en deze afspraken voor 1 december 2012 aan de Kamer voor te leggen.Debat [28-6-2012] VAO mboMotie-Beertema31 524, nr. 148 De motie wordt meegenomen in het kwalificatietraject. De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 nader geïnformeerd.De Kamer verzoekt de regering, het CPB te vragen om te onderzoeken hoe de economische effecten van investering in onderwijs beter tot hun recht kunnen komen in de modellen.Haersma Buma, S. vanMotie-Pechtold c.s.33 566, nr. 9 De Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer overwegende dat de gover-nance in het onderwijs zich niet beperkt tot het scheppen van de randvoorwaarden waarin onderwijzers, leraren en docenten hun werk kunnen doen, maar met regelmaat direct ingrijpt in de vormgeving van het primaire proces; professionele onderwijzers, leraren en docenten;verzoekt de regering, onderwijsteams instemmingsrecht te verlenen op de vormgeving van het onderwijsleerproces.Debat [28-5-2013] PestenMotie-Beertema33 495, nr. 23 De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd.De Kamer verzoekt de regering, de WMS Wet Medezeggenschap Scholen) te wijzigen op de volgende onderwerpen:– het recht op rechtsbijstand;– de beslechting van nalevingsgeschillen;– de mogelijkheid om nietigheid van besluiten in te roepen;– het scholingsbudget rechtstreeks naar de mr.Debat [27-5-2013] Nota-overleg Gover-nance Tweede KamerMotie-Jasper van Dijk c.s.33 495, nr. 17 De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd.De Kamer verzoekt de regering, in overleg met de sectoren de mogelijkheid te onderzoeken tot het instellen van een (publiek transparante) cao voor bestuurders in het mbo en het hoger onderwijs.Debat [27-5-2013] Nota-overleg Gover-nance Tweede KamerMotie-Van Meenen33 495, nr. 20 De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd.De Kamer verzoekt de regering, in overleg te gaan met de onderwijskoepels zoals de Vereniging Hogescholen en de MBO Raad, om te kijken op welke wijze een artikel betreffende permanente educatie van de leden van de raad van toezicht opgenomen kan worden in de governancecodes van onderwijsinstellingen en de Kamer hier voor de winter van 2013 over te infor-meren.Debat [27-5-2013] Nota-overleg Gover-nance Tweede KamerMotie-Duisenberg33 495, nr. 18 De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd.De Kamer verzoekt de regering, om in overleg te treden met de onderwijskoepel-organisaties te komen tot open data en reële en vergelijkbare weergaven van onderwijsresultaten en financiële gegevens van onderwijsinstellingen;verzoekt de regering, om het punt van open data mee te nemen in de bestuurs-krachtagenda.Debat [27-5-2013] Nota-overleg Gover-nance Tweede KamerMotie-Rog33 495, nr. 14 De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd.DIRECTIE MEDIA, LETTEREN EN BIBLIO-THEKENTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2186Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, de regionale radiozenders ongemoeid te laten;verzoekt de regering tevens te borgen dat de regionale zenders en de landelijke omroepen gezamenlijk zorg gaan dragen voor een volwaardige invulling van een landelijk televisienet en dat besparingen van deze integratie ten goede komen aan de regionale omroepen.Debat [27-6-2011] Notaoverleg MediabriefMotie-Van Miltenburg32 827, nr. 2 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 6 december 2012, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 29 inzake Uitwerking Regeerakkoord Rutte II onderdeel Media.De Kamer verzoekt de regering, er bij NPO en ROOS op aan te dringen dat ook met de functies van zowel regionale calamiteiten-zender als cultuurdrager nadrukkelijk rekening wordt gehouden bij de uitwerking.Debat [27-6-2011] Notaoverleg MediabriefMotie-Haverkamp c.s.32 827, nr. 8 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 6 december 2012, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 29 inzake Uitwerking Regeerakkoord Rutte II onderdeel Media.De Kamer verzoekt de regering tevens, hierover (voor de Publieke Omroep de commerciële opdracht van zelf geld verdienen en de overlap met het aanbod van commerciële aanbieders te beperken) uiterlijk in het voorjaar van 2013 een brief naar de Kamer te sturen.Debat [10-12-2012] Wetgevingsoverleg MediaMotie-Verhoeven33 400-VIII, nr. 42 De motie is afgedaan met de brief van 20 juni 2013, Kamerstuk 32 827, nr. 49 inzake plan van aanpak toekomstver-kenning publiek mediabestel.De Kamer verzoekt de regering voorts, om in het bijzonder de positie van Omrop Fryslân te waarborgen.Debat [10-12-2012] Wetgevingsoverleg MediaMotie-Heerma33 400-VIII, nr. 40 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 20 juni 2013, Kamerstuk 32 827, nr. 49 inzake plan van aanpak toekomstverkenning publiek mediabestel.De Kamer verzoekt de regering, de lokale omroepen te ondersteunen in dat streven en in de mediabegroting duidelijk te maken of landelijke regelgeving dergelijke ontwikkelingen belemmert en op welke wijze de regering deze ontwikkelingen verder kan ondersteunen.Debat [28-6-2012] VAO Persbeleid en Lokale publieke omroepMotie-Van Dam32 827, nr. 39 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 27 november 2012, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 20 inzake de Mediabegroting 2013.De Kamer verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de gevolgen van de bezuinigingen op het bibliotheekwezen en daarbij de mogelijkheden tot een goede taakvervulling alsmede de toegankelijkheid van bibliotheken in het land te betrekken.Debat [17-12-2012] Wetgevingsoverleg CultuurMotie-Jasper van Dijk33 400-VIII, nr. 82 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 mei 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 142.De Kamer verzoekt de regering, te komen tot een bibliotheekbeleid in samenhang met Cultuur, Onderwijs en Welzijn en in overleg met IPO, VNG en de VOB waarin naast de landelijke digitale bibliotheek-voorziening, fysieke bibliotheken zo veel mogelijk in stand worden gehouden.Debat [17-12-2012] Wetgevingsoverleg CultuurMotie-Klein33 400-VIII, nr. 92 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 mei 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 142 inzake Uitvoering van de moties en de amende-menten die zijn aangenomen bij de vaststelling van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het jaar 2013.De Kamer verzoekt de regering, te onderzoeken of muziek, waaronder pop- en dancemuziek, toegevoegd kan worden aan de topsector creatieve industrie.Debat [17-12-2012] Wetgevingsoverleg CultuurMotie-Bergkamp/Verhoeven33 400-VIII, nr. 89 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 mei 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 142 inzake Uitvoering van de moties en de amende-menten die zijn aangenomen bij de vaststelling van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het jaar 2013.De Kamer verzoekt de regering, te onderzoeken welk deel van het budget bestemd voor de creatieve industrie, aangewend kan worden om culturele producties te ondersteunen.Debat [17-12-2012] Wetgevingsoverleg CultuurMotie-Jasper van Dijk33 400-VIII, nr. 83 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 mei 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 142 inzake Uitvoering van de moties en de amende-menten die zijn aangenomen bij de vaststelling van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het jaar 2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2187Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, zich in Europa sterk te maken voor een EU-breed laag btw-tarief voor digitale nieuwspro-ducten en boeken.Debat [28-6-2012] VAO Persbeleid en Lokale publieke omroepMotie-Peters32 827, nr. 36 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 2 oktober 2012, Kamerstuk 32 827, nr. 44.De Kamer verzoekt de regering, in overleg te gaan met de sector om te bezien hoe het zelfregulerend vermogen van de journa-listiek versterkt kan worden en de Kamer voor de zomer van 2013 hierover te informeren.Debat [10-12-2012] Wetgevingsoverleg MediaMotie-Heerma c.s.33 400-VIII, nr. 41 De staatssecretaris zal de motie betrekken bij het overleg dat gaande is met de Raad voor de Journalistiek en de NVJ over het zelfregulerend vermogen van de journa-listiek. Tijdens het debat over de mediabe-groting heeft de staatssecretaris toegezegd in de loop van 2013 de Kamer een brief te sturen over de schrijvende pers, de regionale nieuwsvoorziening, freelance journalisten en de lokale omroepen. De uitkomsten van het overleg met de sector zal de staatssecretaris daarbij betrekken.De Tweede Kamer wordt in oktober of november 2013 geïnformeerd per brief over het persbeleid.De Kamer constaterende dat binnen de toekomstverkenning brede waarden van de publieke omroep worden veiliggesteld;onafhankelijkheid, pluriformiteit, kwaliteit en toegankelijkheid van aanbod;verzoekt de regering, de opdracht zo te formuleren dat ook de waarde van een extern pluriform bestel in de toekomstver-kenning zal worden betrokken.Debat [4-7-2013] toekomstverkenning publieke omroepMotie-Segers c.s.32 827, nr. 53 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer overwegende dat de publieke omroep een extra taakstelling krijgt die verzacht kan worden door het genereren van extra eigen inkomsten;overwegende dat de regering het aantrekken van externe financiering ziet als een coproductie waarmee het een gedeelde verantwoordelijkheid wordt van zowel de publieke omroep als de regering;overwegende dat de regering heeft toegezegd te streven naar minimaal 45 miljoen euro extra eigen inkomsten voor de publieke omroep;verzoekt de regering, de verantwoorde-lijkheid hiervoor niet eenzijdig neer te leggen bij de publieke omroep.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) «Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenMotie-Heerma c.s.33 541, nr. 28 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer van oordeel dat het wetsvoorstel 33 664, waarin onder meer de structurele verlaging van de rijksbijdrage voor de publieke omroep met 100 miljoen wordt geregeld, niet door de Kamer kan worden beoordeeld, zonder dat vooraf duidelijk is hoe en in hoeverre de eigen inkomsten voor de regionale en landelijke publieke omroep kan worden uitgebreid;verzoekt de regering, de Kamer voor de plenaire behandeling van bedoeld wetsvoorstel duidelijkheid te bieden over de wettelijke mogelijkheden voor de omroepen, om de eigen inkomsten uit te breiden.Debat [4-7-2013] toekomstverkenning publieke omroepMotie-Klein/Segers32 827, nr. 50 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2188Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, alle salarissen bij de publieke omroep zo snel mogelijk onder de premiernorm te brengen.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenMotie-Jasper van Dijk33 541, nr. 24 In de mediabegrotingsbrief wordt een passage opgenomen over de salarissen bij de publieke omroep. De behandeling van de mediabegroting vindt plaats op 25 november 2013.De Kamer verzoekt de regering, bij het onderzoek naar het vergroten van de eigen inkomsten van de publieke omroep de gevolgen voor de belastingbetaler, commerciële partijen en makers en producenten inzichtelijk in kaart te brengen.Debat [4-7-2013] toekomstverkenning publieke omroepMotie-Verhoeven32 827, nr. 52 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, de mogelijkheid voor het afnemen van kleinere pakketten dan wel van individuele zenders, het zogeheten à-la-cartemenu, expliciet mee te nemen in de toekomstver-kenning.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenMotie-Segers/Huizing33 426, nr. 24 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, in de prestatieovereenkomst 2016–2020 met de NPO vast te leggen dat vanuit het budget voor versterking van het media-aanbod 9 miljoen euro per jaar aan deze levensbe-schouwelijke programma’s wordt besteed op basis van de door het Commissariaat voor de Media gehanteerde verdeelsleutel, waarbij de betrokken omroepen daarover verantwoording afleggen in hun jaarverslag.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenMotie-Segers/Heerma33 541, nr. 22 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, in het onderzoek naar het vergroten van de eigen inkomsten van de publieke omroep mee te nemen op welke manier de publieke omroep meer data en inhoud kan ontsluiten, eventueel met verschillende licentiemogelijkheden, en daarbij ook te bekijken welke aanpassingen van de Mediawet hiervoor nodig zijn;verzoekt de regering tevens, totdat de uitkomsten van dit onderzoek bekend zijn omroepen aan te moedigen binnen de wettelijke kaders te experimenteren met het ontsluiten van data en inhoud.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenMotie-Verhoeven/Klaver33 541, nr. 23 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, in overleg te treden met werkgevers bij de omroep, met als inzet een substantiële vermin-dering van het aantal tijdelijke contracten.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenMotie-Jasper van Dijk33 514, nr. 25 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2189Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering:– bij het overleg met omroepen en pakketaanbieders over de doorgifte van interactieve diensten ernaar te streven dat door de omroep aangeboden interactieve diensten de kijkers gaan bereiken, en voor het eind van het jaar aan deze Kamer te rapporteren of dit overleg heeft geleid tot overeenstemming;– per 1 januari 2014 de ministeriële regeling behorende bij artikel 6.13, tweede lid, van de Mediawet in werking te laten treden met daarin opgenomen in elk geval de faciliteiten voor mensen met een beperking zoals ondertiteling of gesproken ondertiteling;– indien geen overeenstemming over doorgifte van interactieve diensten wordt bereikt en het Europees recht zich niet nadrukkelijk hiertegen verzet, deze diensten per ministeriële regeling van doorgifte te verzekeren.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenMotie-Van Dam/Huizing33 426, nr. 36 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE ONDERZOEKS- EN WETEN-SCHAPSBELEIDDe Kamer verzoekt de regering, om de ombuiging op het ruimtevaartprogramma van 30 miljoen euro vanaf 2015 structureel terug te draaien en deze als volgt te financieren vanuit de begrotingen van de drie betrokken departementen:– T.a.v. de begroting van EL&I jaarlijks 10 miljoen euro te verdelen over:– begrotingsartikel 12, Innovatie, voor 4 miljoen euro (versterking Nederlands bedrijfsleven;– begrotingsartikel 14, Energie, voor 4 miljoen euro (energie-innovatie);– begrotingsartikel 17, Kennis en Innovatie, voor 2 miljoen euro.– T.a.v. de begroting van OCW jaarlijks 10 miljoen euro uit artikel 16, Onderzoek en Wetenschapsbeleid (waaronder ook het ruimtevaartonderzoek valt).– T.a.v. de begroting van I&M jaarlijks 10 miljoen euro te minderen op de 158 miljoen euro totaal op de gezamenlijke post «opdrachten» in de artikelen 11 tot en met 24.Debat [4-10-2012] Algemene Financiële Beschouwingen (vervolg)Motie-Koolmees/Van Hijum33 400, nr. 15 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 9 oktober 2012, Kamerstuk 24 446, nr. 50 inzake Motie Koolmees/Van Hijum, 33 400, nr. 15, d.d. 4 oktober 2012 over de ombuiging op het ruimtevaartprogramma.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2190Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat voor Nederland door de aanwezigheid van ESTEC de investeringen in ruimtevaart extreem goed renderen met een ratio van 1:5; overwegende dat de ESA-contributie bij de taakstellingen dezelfde behandeling kreeg als subsidies; overwegende dat de aanwezigheid van ESTEC voortkomt uit een stevige Nederlandse bijdrage aan ruimtevaartpro-gramma’s en de toekomstige positie hier zeker ook mee samenhangt; overwegende dat er nu voor 2015 en verder een korting van 33 miljoen euro is ingeboekt op de Nederlandse ESA-bijdrage; overwegende dat de minister in de beantwoording van het schriftelijk overleg Ruimtevaart expliciet stelt dat hij bereid is extra middelen voor ruimtevaart in overweging te nemen;spreekt de wens uit, dat de korting op ruimtevaart ongedaan gemaakt wordt; verzoekt de regering, om geen onomkeerbare stappen te zetten en te blijven zoeken naar een oplossing die de voorgenomen korting kan repareren.Debat [4-10-2012] Algemene Financiële Beschouwingen (vervolg)Motie-Verhoeven c.s.24 446, nr. 48 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 9 oktober 2012, Kamerstuk 24 446, nr. 50 over de Motie Koolmees/Van Hijum, 33 400, nr. 15, d.d. 4 oktober 2012 over de ombuiging op het ruimtevaartprogramma.De Kamer, overwegende dat onafhanke-lijkheid en transparantie van onderzoek essentieel zijn voor de wetenschap;verzoekt de regering, bij universiteiten aan te dringen op gebruikmaking van de Verklaring van Onafhankelijke Wetenschap van de KNAW.Debat [1-12-2011] Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (33 000 VIII) RestMotie-Jasper van Dijk33 000-VIII, nr. 90 Bij de reactie op het KNAW-advies Vertrouwen in wetenschap wordt de survey van WRR en Rathenau over vertrouwen in wetenschap betrokken. Deze wordt in de week van 1 juli 2013 gepubli-ceerd. In verband hiermee zal de reactie op het KNAW-advies de Kamer kort na het zomerreces bereiken.De Kamer verzoekt de regering, om in overleg met alle betrokkenen een oplossing voor de continuïteit van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (CPG) te bevorderen en de Kamer hierover te informeren voor de behandeling van de Miljoenennota.Debat [3-7-2013] VSO «Omzetting v/d afdrachtvermindering in het onderwijs in een subsidieregeling» (33 650, nr. 1)Motie-Rog c.s.33 650, nr. 12 De Tweede Kamer wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE PRIMAIR ONDERWIJSDe Kamer verzoekt de regering, zich in te spannen dat schoolbesturen een maximum aan reserves aanhouden, overeenkomstig de percentages die in «Financieel beleid van Onderwijs-instellingen» (september 2009) worden geadviseerd door de Commissie Vermo-gensbeheer Onderwijsinstellingen voor grote en kleine onderwijsinstellingen, waarbij reserveringen van gelden om grote projecten te realiseren, bijvoorbeeld voor nieuwbouw, kunnen worden uitgezonderd.Debat [5-10-2011] VAO Financiën in het Primair OnderwijsMotie-Beertema31 293, nr. 115 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 23 augustus 2012, Kamerstuk 31 293 nr. 146, inzake het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar de 400 «rijkste» schoolbe-sturen in het funderend onderwijs.De Kamer verzoekt de regering, alles in het werk te stellen om te voorkomen dat er door deze neventoetsen onduidelijkheid ontstaat in aanloop naar de centrale eindtoetsDebat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Beertema33 400-VIII, nr. 51 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 14 maart 2013, Kamerstuk 33 157, nr. 13 inzake Wetsvoorstel centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2191Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, om steekproefsgewijs onderzoek uit te voeren of overige taken en vakken voldoende aandacht behouden;verzoekt de regering, dit onderzoek uit te voeren op scholen waar de leerresultaten onvoldoende zijn of dreigen te worden en op scholen waarover signalen binnen-komen dat de nadruk eenzijdig op taal en rekenen ligt;verzoekt de regering, om de Kamer op de hoogte te brengen van de resultaten.Debat [7-9-2011] Plenair debat Wetsvoorstel WOTMotie-Klaver/Van der Ham32 193, nr. 24 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede kamer van 28 juni 2013, Kamerstuk 31 293, 177 inzake het Inspectierapport «Over de volle breedte».De Kamer spreekt als haar oordeel uit dat op korte termijn gepoogd moet worden, kwalitatieve misstanden te bestrijden en te voorkomen zonder bovenbedoelde vrijheid van onderwijs (zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet) aan te tasten.Debat [1-12-2011] Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (33 000-VIII) RestMotie-Elias33 000-VIII, nr. 83 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 12 juli 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 164 inzake reactie onder-wijsraadadvies artikel 23.De Kamer verzoekt de regering, de sectororganisaties ter overweging mee te geven, indicatoren over medezeggenschap op te nemen in Vensters voor verant-woording en Vensters PO en aan de Kamer te rapporteren wat de acties dienaan-gaande zijn.Debat [12-6-2012] VAO Ouderbetrok-kenheid bij de schoolMotie-Çelik33 000-VIII, nr. 199 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 juli 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 162 inzake ouderbetrok-kenheid.De Kamer verzoekt de regering, te specificeren hoe de bepalingen van de WMS, met name de bepalingen met betrekking tot de informatierechten, gelezen kunnen worden om ruimte te geven aan de kwaliteitsambities zonder dat een wetswijziging noodzakelijk is.Debat [12-6-2012] VAO Ouderbetrok-kenheid bij de schoolMotie-Çelik33 000-VIII, nr. 201 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 juli 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 162 inzake ouderbetrok-kenheid.De Kamer verzoekt de regering, om de scholen voor basis-, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwassenenedu-catie nogmaals nadrukkelijk te wijzen op het onverplichte karakter van de vrijwillige ouderbijdragen en de inspectie alert te laten reageren op elk signaal dat een school de vrijwillige bijdrage een verplicht karakter heeft gegeven.Debat [1-12-2011] Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (33 000 VIII) RestMotie-Çelik/Biskop33 000-VIII, nr. 73 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 juli 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 162 inzake ouderbetrok-kenheid.De Kamer verzoekt de regering, het inrichtingsbesluit WVO ten aanzien van de toelating zodanig te wijzigen dat het schooladvies en niet de Cito-score leidend wordt voor het toelaten van leerlingen in het voortgezet onderwijs en dat de centrale eindtoets een objectieve second opinion is naast het schooladvies.Debat [21-3-2013] Plenair debat Wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs (33 157)Motie-Ypma33 157, nr. 36 Deze wijziging maakt onderdeel uit van de AMvB van het wetsvoorstel Centrale eindtoets PO, dat momenteel in behan-deling is bij de Eerste Kamer (Kamerstuk 33 157, nr. A). Voor het basisonderwijs treedt deze wet per 1 augustus 2014 in werking. De Tweede Kamer is toegezegd (brief van 12 april 2013, Kamerstuk 33 558, nr. 6) dat zij de ontwerp-AMvB eind 2013 krijgt voorgelegd.De Kamer verzoekt de regering, in overleg met het onderwijsveld onderzoek te doen naar een manier waarop scholen kunnen aantonen aan Rijk, onderwijsinspectie en ouders, dat er een sociaal veilige omgeving is voor scholieren en personeel, zodat verantwoording over de gehan-teerde methode impliciet plaatsvindt.Debat [4-6-2013] VAO PestenMotie-Bergkamp29 240, nr. 58 De Tweede Kamer wordt hier in het voorjaar van 2014 over geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2192Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, leerlingen die het voordeel van de twijfel hebben gekregen, in geval van afstroom, niet mee te rekenen met de rendementsberekening.Debat [21-3-2013] Plenair debat Wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs (33 157)Motie-Ypma33 157, nr. 37 Dit aspect wordt verwerkt in de nadere regelgeving ter uitvoering van het wetsvoorstel Centrale eindtoets PO (Kamerstuk 33 157, A). Dit betreft een aanpassing van de indicator onderbouw-rendement in de ministeriële regeling Leerresultaten VO (Stcrt. 21-07-2010, nr. 11458). Vóór de voorziene inwerking-treding per 01 augustus 2014 van genoemde wet met bijbehorende AMvB, zal de regeling zijn aangepast (medio 2014).De Kamer verzoekt de regering, om de raden van toezicht te wijzen op hun toezichthoudende taak bij de wijze waarop het bestuur en de school gestalte geven aan ouderbetrokkenheid op alle niveaus van de onderwijsorganisatie.Debat [12-6-2012] VAO Ouderbetrok-kenheid bij de schoolMotie-Çelik33 000-VIII, nr. 200 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 15 juli 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 162 inzake ouderbetrok-kenheid.De Kamer verzoekt de regering, te bevorderen dat de toetsscores alleen tezamen met andere kwaliteitsaspecten van de school openbaar worden gemaakt, zodat de toets in de bredere context wordt geplaatst.Debat [21-3-2013] Plenair debat Wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs (33 157)Motie-Rog/Ypma33 157, nr. 35 De Tweede Kamer zal voor eind 2013 worden geïnformeerd over de stand van zaken rond de versnelde invoering van Vensters PO. De contextrijke presentatie van de toetsscores van scholen door de besturen maakt onderdeel uit van deze invoering.De Kamer verzoekt de regering, 1 miljoen euro structureel vrij te maken om de kerntaken van de ouderorganisaties te garanderen, te komen tot een centrale ouderorganisatie en deze centrale ouderorganisatie aan te laten sluiten bij lokale en regionale initiatieven die ouders al reeds ontplooien;verzoekt de regering voorts, financiële dekking te zoeken binnen de middelen die zijn gereserveerd voor de vakbondsfacili-teiten en het budget voor het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.Debat [3-7-2013] VSO «Omzetting v/d afdrachtvermindering in het onderwijs in een subsidieregeling» (33 650, nr. 1).Motie-Mohandis/Lucas33 650, nr. 10 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, de bekostiging van kleine scholen binnen de volgende uitgangspunten uit te werken:– de onderwijskwaliteit dient te allen tijde voorop te staan;– de bekostiging en denominaties dienen samenwerking tussen scholen niet in de weg te staan, maar toch voldoende diversiteit te waarborgen;– de bekostiging dient rekening te houden met de regiospecifieke kenmerken zoals leerlingen(bevolkings)dichtheid, het aantal plaatsen in een regio en het gemiddelde aantal inwoners van een plaats;– de bekostiging dient oog te hebben voor het behoud van de laatste school in een straal van 3 kilometer;– bij de inrichting van de nieuwe bekosti-gingssystematiek zoveel mogelijk wordt aangesloten bij huidige structuren waardoor bureaucratie wordt voorkomen.Debat [4-7-2013] Krimp in het onderwijsMotie-Ypma/Straus31 293, nr. 176 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2193Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, te onderzoeken hoe kan worden voorzien in het gemeenschappelijk gebruik van opgaven van Stichting Cito door aanbieders en ernaar te streven dat de kosten van de inkoop van opgaven bij het Cito voor aanbieders die daarvan gebruik willen maken geen wezenlijke belem-mering vormen die de ontwikkeling van een alternatieve eindtoets zou kunnen verhinderen.Debat [11-6-2013] Wet SLOA (Wetsvoorstel Regels voor subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet Subsidiëring Landelijke onderwijsonder-steunende activiteiten) (33 558)Motie-Bisschop33 558, nr. 12 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer verzoekt de regering, te streven naar het in de begroting OCW beschikbaar houden van middelen voor humanistisch vormingsonderwijs (HVO) en godsdienst-vormingsonderwijs (GVO) in het openbaar basisonderwijs.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) «Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenMotie-Voordewind c.s.33 650, nr. 5 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De Kamer, constaterende dat het beeld bestaat dat de kwaliteit van scholen voornamelijk wordt vastgesteld op basis van Cito-scores en andere indicatoren van leeropbrengsten;verzoekt de regering, een gedifferentieerd toezichtmodel te ontwikkelen dat herkenbaar rekening houdt met de specifieke leerlingpopulatie.Debat [4-7-2013] VAO Passend onderwijsMotie Smaling/Ypma31 497, nr. 104 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.De kamer verzoekt de regering, de consequenties van de uitwerking van de plannen over krimp in het onderwijs voor de kleine richtingen in kaart te brengen en daarover bij de uitwerking van het beleid nader te rapporteren;verzoekt de regering tevens, met deze richtingen in overleg te treden over de specifieke effecten en de positie van deze bovenregionaal georganiseerde schoolbe-sturen.Debat [4-7-2013] Krimp in het onderwijsMotie-Voordewind c.s.31 293, nr. 169 De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.DIRECTIE VOORTGEZET ONDERWIJSDe Kamer verzoekt de regering, de motie-Pechtold c.s. (27 017 nr. 59) en de motie-Van der Ham c.s (27 017 nr. 78) onverkort uit te voeren, waardoor aanpassing van de kerndoelen voor primair en voortgezet onderwijs op het gebied van seksualiteit en seksuele diversiteit per 1 augustus 2012 in werking treedt.Debat [13-6-2012] Debat over de vertraging van verplichte voorlichting over homosek-sualiteit op scholenMotie-Dijkstra27 017, nr. 93 De motie is afgedaan door plaatsing in het Staatsblad 2012 nr. 594 van het Besluit van 21 november 2012, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 21 september 2012 tot wijziging van het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO, het Besluit kerndoelen onderbouw VO, het Besluit kerndoelen WEC, het Besluit kerndoelen WPO BES en het Besluit kerndoelen onderbouw VO BES in verband met aanpassing van de kerndoelen op het gebied van seksualiteit en seksuele diversiteit (Stb. 2012, 470).De Kamer verzoekt de regering, eveneens in het voortgezet onderwijs pilots te starten waarbij scholen 52 weken per jaar lesgeven en deze lessen meetellen voor de urennorm.Debat [3-11-2011] Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties (32 640) restMotie-Biskop32 640, nr. 17 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 1 februari 2013, Kamerstuk 32 640, nr. 17 inzake Stand van zaken uitvoering motie Biskop (CDA) inzake pilots waarbij scholen 52 weken per jaar lesgeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2194Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer verzoekt de regering, om de bestaande onderzoeken naar onderadvi-sering te laten aanvullen en uitbreiden met onderzoek bij dezelfde leerlingenpopulatie naar onderadvisering in de zin van schooladviezen van de basisschool die duidelijk te laag zijn gebleken in de latere schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs.Debat [1-12-2011] Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (33 000 VIII) RestMotie-Çelik33 000-VIII, nr. 78 De motie is afgedaan met 27 mei 2013, Kamerstuk 31 293, nr. 168 inzake Rapport GION Schooladviezen en onderwijsloop-banen Voorkomen, risicofactoren en gevolgen van onder- en overadvisering.De Kamer verzoekt de regering, de structurele bezuiniging op lwoo en pro zo veel mogelijk te vinden via bezuinigingen op bureaucratie en management binnen het stelsel van passend onderwijs, waardoor de klas zo veel mogelijk wordt ontzien.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Voordewind/Ypma33 400-VIII, nr. 71 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 5 april 2013, Kamerstuk 30 079, nr. 39 inzake Hoofdlijnenbrief lwoo (leerwegondersteunend onderwijs) en pro (praktijkonderwijs) in het vmbo.De Kamer constaterende, dat er zorgen bestaan over de status van het vak maatschappijleer, onder andere door het kleine aantal lesuren en het mogelijk verdwijnen van het schoolexamen voor maatschappijleer;verzoekt de regering, voorstellen te doen voor een versterking van het onderdeel burgerschapsvorming in het onderwijs, en de Kamer hierover te informeren.Debat [22-11-2011] VAO Vormende taak in het onderwijsMotie-Kooiman c.s.33 000-VIII, nr. 52 De Tweede Kamer ontvangt de brief in september 2013.De Kamer verzoekt de regering, de urennorm van 1.040 uur te herzien op een wijze die maximale ruimte biedt aan maatwerk voor leerlingen, en voor 1 mei 2013 een voorstel daartoe naar de Kamer te sturen.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Van Meenen c.s.33 400-VIII, nr. 67 Op 16 mei 2013 heeft de Tweede Kamer een uitstelbrief ontvangen (Kamerstuk 31 289, nr. 149), waarin de staatssecretaris aangeeft dat deze motie wordt meege-nomen in de besprekingen in het kader van het Nationaal Onderwijsakkoord.De Kamer verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om getalenteerde leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs uitdagend onderwijs op eigen niveau te bieden, in kaart te brengen welke barrières hiervoor nog bestaan en de Kamer hierover binnen een halfjaar te informeren.Debat [18-12-2012] Stemmingen over moties ingediend bij Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013Motie-Van Meenen33 400-VIII, nr. 70 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van september 2013, kenmerk 530191.De Kamer constaterende dat er op dit moment jaarlijks ongeveer 60.000 scholieren de Tweede Kamer via ProDemos bezoeken;constaterende dat iedere jaargang ongeveer 200.000 scholieren kent en dat het grootste deel de Tweede Kamer tijdens zijn schoolperiode dus niet bezoekt;constaterende dat uit onderzoek blijkt dat deelname aan het programma van ProDemos het politieke zelfvertrouwen doet toenemen;verzoekt het Presidium, een plan uit te werken dat ervoor zorgt dat binnen afzienbare tijd ten minste 75% van de scholieren via ProDemos voor hun 18de de Tweede Kamer kan bezoeken.Motie-Heijnen33 609, nr. 8 Het ministerie van OCW wacht het handelen van het Presidium in dezen af.DIRECTIE VOORTIJDIG SCHOOLVERLATENDe Kamer verzoekt de regering, om voortaan jaarlijks een specificatie te leveren van de ontwikkeling in de voorafgaande vijf jaren van de aantallen leerplichtige jongeren die zijn vrijgesteld van de leerplicht op grond van artikel 5a, op grond van artikel 5b en op grond van artikel 5c van de Leerplichtwet.Debat [21-12-2011] ThuisonderwijsMotie-Çelik33 000-VIII, nr. 151 Aan de motie is uitvoering gegeven met de brief aan de Tweede Kamer van 29 mei 2013, Kamerstuk 33 537, nr. 2 inzake Voorstel van wet tot Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de registratie van vrijstellingen en vervan-gende leerplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2195Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKENDe Kamer verzoekt de regering, snel met een voorstel te komen waardoor het mogelijk wordt dat een individuele school uit een groter schoolbestuur kan stappen.Debat [20-6-2012] Wetgevingsoverleg Onderwijsverslag + VerantwoordingsdebatMotie-Jasper van Dijk33 240-VIII, nr. 11 De motie is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 12 juli 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 164 inzake de beleidsreactie op het onderwijsraadadvies over artikel 23 van de Grondwet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2196Bijlage: Moties en toezeggingen A. Door de Staten-Generaal aanvaarde moties Moties Eerste KamerOmschrijvingIngediend bijStand van zakenDIRECTIE JEUGD, ONDERWIJS EN ZORGDe Kamer verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat er voor leerlingen met gedragsproblemen voorzieningen worden getroffen zodat schorsing zoveel mogelijk voorkomen kan worden.Debat [2-10-2012] Passend Onderwijs Herziening organisatie en financiering in het funderend onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (passend onderwijs) onder nummer 33.106 + Kwaliteitsverbetering van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs onder nummer 32 812 Motie-Ganzevoort c.s.32 812, nr. K De motie is afgedaan met de brief aan de Eerste Kamer van 22 januari 2013, Kamerstuk 33 106, nr. N inzake de voortgang van de moties en toezeggingen passend onderwijs.De Kamer verzoekt de regering (in verband met deze wetswijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra i.v.m. de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in het kader van dit voorstel te vormen samenwerkingsver-banden grote krachtsverschillen kunnen bestaan tussen de verschillende deelnemers), te voorzien in een perma-nente landelijke arbitragemogelijkheid om dergelijke geschillen te beslechten.Debat [2-10-2012] Passend Onderwijs Herziening organisatie en financiering in het funderend onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (passend onderwijs) onder nummer 33.106 + Kwaliteitsverbetering van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs onder nummer 32 812Motie-Backer c.s.32 812, nr. L De motie is afgedaan met de brief aan de Eerste Kamer van 25 februari 2013, Kamerstuk 33 106, nr. O inzake voortgang passend onderwijs.De Kamer verzoekt de regering, een onafhankelijke instantie als de Algemene Rekenkamer onderzoek te laten doen naar de vraag of de structurele bekostiging van het primair onderwijs afdoende is om passend onderwijs op een verantwoorde wijze te kunnen invoeren en de uitkomsten van dit onderzoek nog vóór het zomer-reces te bespreken met beide Kamers.Debat [2-10-2012] Passend Onderwijs Herziening organisatie en financiering in het funderend onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (passend onderwijs) onder nummer 33.106 + Kwaliteitsverbetering van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs onder nummer 32.812.Motie-Linthorst c.s.33 106, nr. J De motie is afgedaan met de brief aan de Eerste Kamer van 3 juli 2013, Kamerstuk 31 497 nr. 107 inzake het onderzoek van de Algemene Rekenkamer.DIRECTIE HOGER ONDERWIJS EN STUDIEFINANCIERINGDe Kamer overwegende dat het in wetsvoorstel 33 519 voorgestelde artikel 6.8, vijfde lid het mogelijk maakt dat collegegeld voor door NVAO aangewezen excellente opleidingen maximaal vijf maal het wettelijk collegegeld mag bedragen;overwegende dat een hoog collegegeld voor veel studenten een barrière kan vormen om vorenbedoelde excellente opleidingen te volgen;roept de minister op om voor de toestemming van een hoger collegegeld als vorenbedoeld niet alleen te toetsen aan de in het voorgestelde artikel 6.8, tweede lid gestelde voorwaarden maar ook aan de voorwaarde dat het instellingsbestuur aannemelijk dient te maken dat de verhoging van het collegegeld noodza-kelijk is ter bestrijding van de kosten die zijn of worden gemaakt voor het verkrijgen of behouden van het specifieke eindoordeel excellent.Debat [9-7-2013] overleg Wetsvoorstel Kwaliteit in verscheidenheid: antwoord regering + re- en dupliekMotie-Essers c.s.33 519, nr. E De Eerste Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2197 Bijlage: Moties en toezeggingen B. Door de bewindslieden gedane toezeggingen Toezeggingen Tweede KamerOmschrijvingIngediend bijStand van zakenDIRECTIE BESTUURSONDERSTEUNING EN ADVIESSociale veiligheid: De Kamer wordt z.s.m. geïnformeerd over de gezamenlijke aanpak die uit het overleg met sociale partners is gekomen.[6-12-2012] Schriftelijke beantwoording vragen over begroting 2013 OCW, Kamerstuk 33 400-VIII, Handelingen TK 2012–2013, 32–7, noot 2Voordat de brief over sociale veiligheid in het onderwijs naar de Tweede Kamer werd gezonden (brief van 17 juli 2013, Kamerstuk 29 240, nr. 62), heeft OCW de sociale partners (vakbonden, werkgevers-organisaties en ouder- en leerlingorgani-saties) op ambtelijk niveau uitgenodigd voor overleg. Doel: het programma VPTO verdiepen met een aanpak voor de veiligheid van het Onderwijs Onder-steunend Personeel (OOP). Aansluitend vindt er in het najaar van 2013 een afsluitende bijeenkomst plaats op bestuurlijk niveau met de staatssecretaris, waarin partijen hun goede intenties uitspreken.Betreffende medezeggenschap zal de Kamer in een brief geïnformeerd worden over welke thema’s aan de orde komen, inclusief een overzicht van de toezeg-gingen.DebatDe Tweede kamer wordt in het najaar van 2013 met een brief geïnformeerd.DIRECTIE BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIEAls de staatssecretaris constateert dat er meer problemen zijn dan de vier genoemde problemen bij de financiële tekorten van mbo-instellingen, zal zij de Kamer daarover informeren.DebatOp het moment dat de minister meer problemen constateert, wordt de Tweede Kamer daarover geïnformeerd.Voorafgaand aan het wetsvoorstel vm2 ontvangt de Kamer een evaluatie van de pilots.DebatDe Tweede Kamer ontvangt in het najaar van 2013 de evaluatie van de pilots. Op 6 juli 2012 is de Tweede Kamer per brief, Kamerstuk 31 524, nr. 152 geïnformeerd over de tussentijdse resultaten over het schooljaar 2011–2012.De minister zegt toe eventueel andere delegering van taken richting de Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven voor te leggen aan de Tweede Kamer.DebatVóór 1 december 2014 wordt aan de toezegging uitvoering gegeven.In 2013 zal een onafhankelijk onderzoek plaatsvinden naar vormgeving van de kwalificatiestructuur, waarin de drie gezichtspunten van de Kamer (inzake de houdingsaspecten, de omvang van de dossiers, de verplichting tot bepaalde didactie worden meegenomen.DebatDe Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 verder geïnformeerd.De minister zal de Kamer informeren over het overleg over de uitwerking van het SBB-advies op het vakgebied van BOVAG.DebatDe SBB heeft eind 2012 besloten om geen advies uit te brengen omdat in de bekostiging geen veranderingen worden verwacht.Als de minister in juli 2012 het inspectie onderzoek van het Arcus College te Heerlen ontvangt, zal zij de Kamer hierover informeren.DebatEr hebben zich tot op heden geen nieuwe problemen voorgedaan.Er wordt nu aan gewerkt om het aantal opleidingen en de kwalificatiestructuur te beperken, zodat we een herkenbaar aantal opleidingen hebben en er niet meer bureaucratie is dan nodig. De Kamer krijgt daar binnenkort een brief over.DebatDoor SBB wordt, in overleg met de Kenniscentra, gewerkt aan herziening van de kwalificatiestructuur. Dit zal leiden tot minder dossiers en minder kwalificaties. De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 verder geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2198 Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenInzake de netwerkschool: Een tussenrap-portage is voorzien eind 2013, begin 2014.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 De begeleidingscommissie Onderzoek onder voorzitterschap van M. Vermeulen komt eind 2013 met een tussenrapportage.De volgende evaluatie van de Regeling stagebox beroepsonderwijs over de periode 2010–2012 vindt in 2013 plaats.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 De evaluatie wordt gerealiseerd voor het einde van 2013.De streefdoelen inzake percentage opleidingen mbo met voldoende examen-kwaliteit zullen binnenkort door de minister aan de Kamer worden gecommu-niceerd.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 Samen met het veld wordt gewerkt aan de doelstelling voor examenkwaliteit in de komende jaren. In deze begroting voor 2014 van heden is een nieuwe doelstelling vermeld.De verkorte opleidingsduur moet door instellingen worden verwerkt in hun opleidingen. Dit houdt in dat er bij ministeriële regeling de middenkaderoplei-dingen zullen worden vastgesteld. Deze regeling moet uiterlijk in februari 2014 gepubliceerd zijn. De SBB heeft al geadviseerd. De regeling met daarin de opleidingen voor vier jaar zullen voor de zomer aan de Kamer worden gestuurd. Als de Kamer het wenselijk acht, kunnen we daarna daarover debatteren.DebatHet advies van SBB over opleidingen die niet verkort worden, is in juni 2013 ontvangen. Dit advies wordt meegenomen in de brief inzake de besluitvorming herziening kwalificatiestructuur. De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 verder geïnformeerd.De rapportage inzake de kwalificatie-structuur zal met de reactie van de minister in juni aan de Kamer worden voorgelegd.DebatDe Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 verder geïnformeerd.Binnenkort ontvangt de Kamer een brief van de minister over het advies van de Commissie Vermeulen (n.a.v. de opsplitsing van Amarantis) en over het voornemen tot de samenwerking van ROC Zadkine en het Albeda College.Debat De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De minister zegt toe dat zij bij de eerstvol-gende brief over mbo-instellingen informatie geeft over de onderbouwing van de bezuiniging van € 120 miljoen uit het Regeerakkoord.Debat De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Bij een eerstvolgende gelegenheid ontvangt de Kamer een tijdpad van de evaluatie van het beleid inzake laaggelet-terdheid en de aanjaagfunctie van enkele instellingen.Debat De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.DIRECTIE CULTUREEL ERFGOEDDe staatssecretaris zegt toe in het kader van de reguliere monitoring de Kamer te informeren of het doel van een «landelijke kaart betreffende archeologisch erfgoed» daadwerkelijk wordt bereikt.DebatDe toezegging komt aan bod in de Erfgoedbalans die verschijnt in 2015.De minister komt met een wetsvoorstel inzake erfgoed.Debat De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.DIRECTIE EMANCIPATIEDe correspondentie van de minister met het CEDAW zal aan de Kamer worden gestuurd, evenals de Nederlandse versie van de zesde rapportage en de «concluding comments».DebatDeze toezegging is tweeledig. Het eerste deel is afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer d.d. 26 april 2012, Kamerstuk 28 345, nr. 123. Het tweede deel, de 6e Nederlandse regeringsrap-portage, wordt eind februari 2014 aan de Tweede Kamer gestuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2199Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Kamer ontvangt eind oktober een beleidsreactie van de ministers van OCW en BZK op het advies van de Commissie Gelijke Behandeling inzake gewetensbe-zwaarde ambtenaren.DebatHet initiatiefwetsvoorstel van Dijkstra en Schouw is op 11 juni 2013 door de TK aangenomen. Het wetsvoorstel is ter behandeling doorgestuurd naar de Eerste Kamer.De Kamer ontvangt voor het eind van het jaar, na ontvangst van de aanbevelingen van het Europees hof, voorstellen inzake bloeddonatie door homoseksuele mannen.DebatDe ontwerpresolutie van de Raad van Europa is op 20 november 2012 besproken in het Comité van Ministers. De ontwerpre-solutie over seksueel risicogedrag is op 27 maart 2013 aangenomen. De minister van VWS heeft gereageerd in een brief aan de Tweede Kamer, waarin staat dat er geen aanleiding is tot herziening van het selectiebeleid. De minister van VWS wacht nu eerst de resultaten van het onderzoek van Sanquin af. De resultaten van dit onderzoek worden in 2014 verwacht.Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief over het bloeddonorschap van homoseksuelen.DebatSanquin voert een onderzoek uit over bloeddonatie van homoseksuelen. De resultaten van dit onderzoek worden in de loop van 2014 verwacht. Daarna zal de minister van VWS een reactie geven.Het onderzoek «Naar gezondheid en welzijn van 11- tot 16 jarige scholieren» (HBSC Nederland) verschijnt in de loop van 2013.DebatDe dataverzameling voor het HSBC-onderzoek start in oktober of november 2013. De resultaten worden begin 2014 bekend.De evaluatie van de verplichte invoering van voorlichting over seksualiteit en seksuele diversiteit, uitgevoerd door het SCP, is begin 2014 gereed. De Kamer wordt spoedig daarna hierover geïnformeerd.DebatHet ministerie van OCW geeft een reactie bij de resultaten van het onderzoek en informeert de Tweede Kamer hierover na het verschijnen van het onderzoek.Op de thema’s flexibiliseren van het bevallingsverlof en de aanrechtsubisidie wordt teruggekomen in een brief van minister Asscher in het kader van het wetsvoorstel inzake verlof en moderni-sering van de arbeidstijden.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De minister heeft toegezegd nader in gesprek te gaan met haar collega’s van BZK, SZW en VWS over de openstelling van publieke instellingen.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De minister gaat in gesprek met haar collega van VWS over de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De minister geeft een schriftelijke reactie op het PVV-rapport Geweld tegen vrouwen binnen de islam.DebatDe Tweede Kamer ontvangt de reactie in september of oktober 2013.De rol van vaders bij de erkenning en de voogdijregeling gaat de minister bespreken met V en J om dit thema daar meegenomen te krijgen.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Met betrekking tot de voortgang van de evaluatie Vrouwen aan de top worden de resultaten van een panel in dit kader gepresenteerd. De evaluatie wordt in 2015 aan de Kamer gestuurd.DebatDe evaluatie wordt in 2015 aan de Tweede Kamer gestuurd.In het kader van Vrouwen aan de top worden wettelijke streefcijfers gemonitord van vrouwen in topposities bij bedrijven met 250 of meer werknemers.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.In de komende voortgangsrapportage zal de minister ingaan op een brede plan van aanpak inzake de transgenders. De minister komt met een voortgangsrap-portage als zij het plan van aanpak van het Transgender Netwerk Nederland heeft.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2200Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe zesde voortgangsrapportage voor het Committee on the Elimination of Discrimi-nation of Women (CEDAW) gaat naar de integrale rapportage en komt in het voorjaar 2014.DebatDe Tweede Kamer wordt over de integrale rapportage geïnformeerd in het voorjaar van 2014.Voor de behandeling van de OCW-begroting komt een brief over de aanpak van openingstijden van publieke instellingen.DebatDe Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd.DIRECTIE KUNSTENDe Inspectie van het Onderwijs is gevraagd om in 2015 een rapportage cultuureducatie te maken.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 De Inspectie van het Onderwijs verzorgt medio 2015 de rapportage cultuureducatie.Eind van het jaar 2013 stuurt de minister van OCW de Kamer een brief over de positie van popmuziek en de muzikant naar aanleiding van:– de evaluatie van het Fonds Podium-kunsten (dit najaar)– de openstelling van «De collectieve internationale promotie» voor nieuwe aanvragen.Debat Voor het eind van 2013 ontvangt de Tweede Kamer de bedoelde brief.De minister van OCW zal de Kamer informeren over het advies dat de VNG en de Raad van Cultuur gaan uitbrengen over «Kunsteducatie in de huidige tijd».Debat De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De minister van OCW zegt toe dat in de cultuurbrief expliciet aandacht zal worden besteed aan Cultuureducatie en talentont-wikkeling.Debat De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De minister informeert de Kamer t.z.t. over de maatschappelijke initiatieven inzake publieksbereik vanuit de kunstsector na overleg met de fondsen.Debat De Tweede Kamer ontvangt in het najaar van 2013 een brief over maatschappelijke initiatieven.Zodra het overleg met het KIT is afgerond zal de minister de Kamer per brief informeren over de uitwerking van de plannen inzake het Tropenmuseum.Debat De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.DIRECTIE LERARENDe Kamer ontvangt een jaarlijkse stand-van-zaken brief over ontwikkelingen in lerarenopleidingen. In het eerstvolgende overzicht zal er o.a. aandacht zijn voor:o ICT binnen de lerarenopleidingo de eerdere bevoegdheid van pabo-er in vmboo de regionale aanpak van tekorten en overschottenDebatDe toezegging wordt afgedaan met de Visiebrief Lerarenagenda aan de Tweede Kamer van begin oktober 2013.Naast de informatie in het Onderwijs-verslag, ontvangt de Kamer voor de begroting 2014 een notitie over het lerarenregister.DebatDe toezegging wordt afgedaan met de Hoofdlijnenbrief aan de Tweede Kamer van september 2013.Uiterlijk 5 oktober 2013 ontvangt de Kamer een visiebrief met concrete doelstellingen voor de lerarenopleidingen.DebatDe toezegging wordt afgedaan met de Visiebrief Lerarenagenda aan de Tweede Kamer van begin oktober 2013.1De gedane toezegging voor lerarenoplei-dingen wordt uitgebreid naar één integrale Lerarenagenda waarover periodiek gerapporteerd wordt aan de Kamer. Er zal getracht worden om alles zo veel mogelijk in één document op te nemen en om de Kamer slechts afzonderlijke brieven te sturen als die onderwerpen echt niet langer kunnen wachten.DebatDe toezegging wordt afgedaan met de Visiebrief Lerarenagenda aan de Tweede Kamer van begin oktober 2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2201Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenEen concrete uitwerking met doelstel-lingen, tijdspad en «go/no go»-moment inzake het lerarenregister zal vlak na de zomer naar de Kamer worden gezonden.DebatDe toezegging wordt afgedaan met de Hoofdlijnenbrief aan de Tweede Kamer van september 2013.Inzake wettelijke verankering instemmings-recht leraren. De staatssecretaris wil dat betrekken bij de heroverweging in de zomer, als het niet tot professionele statuten komt.DebatDe toezegging wordt afgedaan met de Visiebrief Lerarenagenda aan de Tweede Kamer van begin oktober 2013.In de reeds toegezegde brief rond de zomer over het lerarenbeleid zal ook de toetssystematiek in de pabo’s aan de orde komen.DebatDe toezegging wordt afgedaan met de Visiebrief Lerarenagenda aan de Tweede Kamer van begin oktober 2013.In de lerarenbrief (september 2013) zal ook het professioneel statuut worden meegenomen.DebatDe toezegging wordt afgedaan met de Visiebrief Lerarenagenda aan de Tweede Kamer van begin oktober 2013.DIRECTIE FINANCIEEL ECONOMISCHE ZAKENDe Kamer wordt geïnformeerd over de gevolgen van de WNT-norm voor de bestuurders van instellingen met meer dan 50% overheidsfinanciering.DebatDe Tweede Kamer kan worden geïnfor-meerd nadat de wet van BZK «aanpassing van de reikwijdte en enige andere technische wijzigingen van de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector» in de Tweede Kamer is behandeld. Op dat moment weet OCW aan welke criteria de instellingen (zoals een drempelbedrag), precies moeten voldoen. Door de termijnen waarmee rekening moet worden gehouden, wordt deze wet naar verwachting najaar 2013 aangeboden.In het eerste kwartaal van 2013 ontvangt de Kamer de voornemens inzake de beperkingen van bestuurdersbeloningen in het onderwijs.[6-12-2012] Schriftelijke beantwoording vragen over begroting 2013 OCW, Kamerstuk 33 400-VIII, Handelingen TK 2012–2013, 32-7, noot 2De Tweede Kamer wordt hier zo spoedig mogelijk over geïnformeerd.Er komt een toelichting op de vindplaats voor informatie in de begroting.DebatDeze toelichting is opgenomen in de leeswijzer van deze begroting 2014 van OCW. De begroting wordt op Prinsjesdag aan de Kamer aangeboden.In de volgende begrotingen wordt gewerkt aan de mogelijkheid van een hyperlink bij de verantwoording van subsidies naar de beschikbare evaluaties.DebatDe toezegging is door OCW bij het opstellen van de begroting 2014 meege-nomen. De begroting wordt op Prinsjesdag aan de Kamer aangeboden.Voor de zomer ontvangt de Kamer een notitie over arbeidsparticipatie van ouderen in het onderwijs.DebatOp 2 september heeft het kabinet de Tweede Kamer een brief gestuurd over de stand van zaken van het overleg over het Nationaal Onderwijsakkoord.Betreffende overbodige regeldruk (het gaat niet alleen om de inspectie, maar over ook cao’s of arboregels): de minister gaat dit eerst inventariseren en komt dan met een brief op grond waarvan gekeken gaat worden wat de verdere stappen zijn.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De Kamer wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen rond de instellingen die met deze maatregel worden gekort, zo mogelijk via de bijlagen bij de OCW-begroting (2015) of via een aparte brief.DebatDe Tweede Kamer wordt via de bijlagen van de OCW-begroting van 2015 of met een aparte brief geïnformeerd.DIRECTIE HOGER ONDERWIJS EN STUDIEFINANCIERINGDe Kamer ontvangt twee jaar nà de inwerkingtreding van het Wetsvoorstel Accreditatie een evaluatie.DebatDe Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2202Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe staatssecretaris zegt toe om overleg met de koepels over de T-1 bekostiging te voeren voorafgaand aan de invoering van BRON HO in 2013 (p.88 van verslag van nota-overleg).DebatDe Tweede Kamer ontvangt in september 2013 een brief over het overleg.Een AMvB over flexibilisering van deeltijdstudies is in ontwikkeling en zal rond de zomer van 2013 aan de Kamer worden aangeboden.[6-12-2012] Schriftelijke beantwoording vragen over begroting 2013 OCW, Kamerstuk 33 400-VIII, Handelingen TK 2012–2013, 32-7, noot 2Een AMvB is in voorbereiding. Het advies van de Commissie flexibel hoger onderwijs over inrichting experimenteer-ruimte wordt verwacht in het najaar 2013 en zal dan worden verwerkt. De AMvB zal hierna aan de Tweede Kamer worden aangeboden.Inzake experimenten open bestel hoger onderwijs: In 2015 zal een eindevaluatie aan de Tweede Kamer worden toege-zonden.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 Het experiment en de monitoring loopt lopen nog tot 2015. In 2015 zal een eindevaluatie aan de Tweede Kamer worden toegezonden.Op dit moment zijn nog geen concrete nieuwe arbeidsmarktrelevante hbo-masteropleidingen in de prioritaire gebieden ontstaan (nieuwe beleidsregel treedt inwerking op 1-11-2012). Dit zal na 1 november 2012 op gang komen. De Kamer zal hierover worden geïnformeerd.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 Hierop wordt expliciet ingegaan bij de realisatie van de prestatieafspraken in 2016.Als de minister voornemens is een plafond in te stellen op een bepaalde datum, zal de Kamer worden geïnformeerd.Debat [16-1-2013] Wijziging Wet studiefi-nanciering 2000 i.v.m. het creëren van de mogelijkheid tot maximering van het gebruik meeneembare studiefinanciering (33 453)De mogelijkheid tot maximering van het gebruik van meeneembare studiefinan-ciering is geregeld met de Wet tot wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het creëren van de mogelijkheid tot maximering van het gebruik van meeneembare studiefinan-ciering, 25 april 2013, Staatsblad 2013, nr. 180, De minister heeft tijdens de behan-deling van het wetsvoorstel de Tweede Kamer toegezegd vooralsnog geen plafond in te stellen.De Kamer zal elk jaar bij de begroting worden geïnformeerd.Debat [16-1-2013] Wijziging Wet studiefi-nanciering 2000 i.v.m. het creëren van de mogelijkheid tot maximering van het gebruik meeneembare studiefinanciering (33 453)De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de ontwikkeling in aantallen aanvragers van MNSF. Het eerste moment is tijdens de begrotingsbehandeling 2014, die in het najaar van 2013 plaatsvindt.Vóór de zomer ontvangt de Kamer informatie van de minister over het eerste overleg met andere lidstaten.Debat [16-1-2013] Wijziging Wet studiefi-nanciering 2000 i.v.m. het creëren van de mogelijkheid tot maximering van het gebruik meeneembare studiefinanciering (33 453)De Tweede Kamer wordt in september 2013 hierover geïnformeerd.De minister zegt toe de Kamer jaarlijks te informeren over het verloop van het experiment uitbreiding BSA.DebatDeelnemende instellingen nemen in hun jaarverslag informatie op over de voortgang van het experiment. Deze informatie wordt aan de Kamer gestuurd. De eerste jaarverslagen (over 2013) zijn uiterlijk 1 juli 2014 beschikbaar.Na de zomer ontvangt de Kamer een beleidsnotitie over flexibilisering hoger onderwijs, inclusief de inzet van Moocs (Massive open online courses).DebatIn november 2013 ontvangt de Tweede Kamer een beleidsbrief over Moocs.– Het adviesrapport van de commissie flexibel hoger onderwijs en de beleidsre-actie daarop wordt voor eind 2013 naar de Tweede Kamer gezonden.De minister is bereid om de Kamer te zijner tijd in een brief te informeren over de ministeriële regeling inzake aanslui-tende opleidingsdomeinen mbo-hbo.DebatDe Tweede Kamer wordt hierover in het najaar van 2013 geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2203Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe minister zal de Kamer vóór de OCW-begrotingsbehandeling schriftelijk informeren over de afstemming tussen onderwijsinstellingen en bedrijfsleven over gewenste Associate-degree-programma’s in de regio.DebatDe Tweede Kamer wordt hierover in het najaar 2013 geïnformeerd.In het najaar is er een debat over de instellingscollegegelden na een evaluatie die de Kamer hierover van de minister ontvangt.DebatIn het najaar van 2013 ontvangt de Kamer de evaluatie van onder andere de hantering van het instellingscollegegeld voor tweede studies, en kan de discussie worden gevoerd over transparantie van hoogte en opbouw van het instellingscolle-gegeld tweede studie en de mogelijkheden en effecten van maximering van het instellingscollegegeld tweede studie.In het najaar ontvangt de Kamer een brief met de convenantafspraken met de sector over de hoogte van instellingscollegegeld voor de tweede studies.DebatIn de brief aan de Tweede Kamer van 27 maart 2013, Kamerstuknummer 33 400-VIII, nr. 133, is toegezegd bij wet te regelen dat voor parallel gestarte tweede studies het wettelijk collegegeld zal gelden. Planning vastlegging in UWHW is najaar 2013 en inwerkingtreding 1 september 2014.In het najaar van 2013 verschijnt er een monitor naar o.a. tweede studies en volgt overleg met de Tweede Kamer over eventuele maximering van het instellings-collegegeld van volgtijdelijke tweede studies.De uitrol van de studiebijsluiter zal de minister monitoren en voor mei 2014 aan de Kamer hierover rapporteren.DebatDe Tweede Kamer wordt voor 1 mei 2014 geïnformeerd over de landelijke uitrol van de studiebijsluiter.De governancecodes zullen – zodra deze gereed zijn – naar de Kamer gestuurd worden; in deze brief zal ook beschreven worden hoe er met de monitoringscom-missies wordt omgegaan.DebatDit wordt meegenomen in de brief waarin de Kamer voor het eind van 2013 geïnformeerd over de governancecodes.In september 2013 wordt de Kamer geïnformeerd over de cijfers van het CBS en het ROA.Debat De Tweede Kamer wordt hierover in september 2013 geïnformeerd.De Kamer ontvangt voor het zomerreces het werkprogramma van het Techniekpact. Daarin zal ook worden ingegaan op het streven om zo veel mogelijk studenten met een techniekopleiding binnen de techniek-sector te houden.Debat De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 per brief nader geïnformeerd.De minister zegt toe dat zij in de eerstvol-gende brief over de studiebijsluiter de Kamer zal informeren over de link tussen de studiebijsluiter en reeds bestaande indicatoren (en hun gegevensverza-meling).Debat De Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De Kamer ontvangt binnenkort een kabinetsreactie op het SER-advies «Make it in the Netherlands», evenals informatie over het gerichter werken van de NESO-kantoren (Netherlands Education Support Offices).DebatDe toezegging is deels afgedaan met de brief aan de Tweede Kamer van 8 juli 2013, Kamerstuk 22 452, nr. 34 inzake Internatio-nalisering van het onderwijs.Met de NUFFIC wordt nu gekeken naar de toekomstige taken van de NESO-kantoren en wat de bezuinigingen betekenen voor de NESO-kantoren. Begin 2014 wordt de Tweede Kamer hierover verder geïnfor-meerd.DIRECTIE INTERNATIONAAL BELEIDTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2204Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe minister zegt toe dat de Kamer rond de zomer geïnformeerd wordt over de resultaten van de gesprekken om de administratieve lasten van het Erasmus for all-programma te verlagen.DebatGesprekken over dit onderwerp zijn op dit moment nog gaande.De minister zegt toe dat zodra bekend is wat de bekostiging zal zijn van de pilot voor de Erasmus Master Garantie Faciliteit, zij de Kamer daarover zal informeren, waarbij gestreefd wordt naar een beperking van het budget.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Rond de zomer ontvangt de Kamer van de staatssecretaris een specifieke brief over het vraagstuk inzake «Open Access» en hoe hierbij met andere landen gezamenlijk kan worden opgetrokken.DebatDe Tweede Kamer ontvangt de brief over «open access» rond de zomer.De staatssecretaris zegt toe een gesprek te voeren met de NOB (Nederlands Onderwijs in het Buitenland) over de balans in de investeringen in Europese scholen in buitenland en de internationale scholen in Nederland, en de Kamer daarover te informeren.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.DIRECTIE JEUGD, ONDERWIJS EN ZORGECPO zal eind 2012 en eind 2013 het proces van het invoeren van passend onderwijs evalueren om na te gaan waar we op dat moment staan.DebatDe staatssecretaris van OCW zal de tussenevaluatie van de ECPO in november 2013 aan de Tweede Kamer aanbieden.Eind 2012 wordt een tussenevaluatie van passend onderwijs aan de Kamer aangeboden.[8-11-2011] Lijst van vragen en antwoorden over de begroting 2012, Kamerstuk 33 000-VIII, nr. 22 De staatssecretaris van OCW zal de tussenevaluatie van de ECPO in november 2013 aan de Tweede Kamer aanbieden.De ECPO stelt eind 2012 een evaluatie van de invoering van passend onderwijs op.Debat [6-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) 1e TKDe ECPO werkt aan een tussenevaluatie. Deze biedt de staatssecretaris van OCW in november 2013 aan de Tweede Kamer aan.De Kamer ontvangt eind dit jaar een door de ECPO uitgevoerde tussenevaluatie over passend onderwijs.Debat [6-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) 1e TKDe ECPO werkt aan een tussenevaluatie. Deze biedt de staatssecretaris van OCW in november 2013 aan de Tweede Kamer aan.Het door de minister goedgekeurde toezichtkader zal eind 2012 aan de Kamer worden gezonden.[7-3-2012] Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld in de plenaire behandeling van wetsvoorstel 33 106, d.d. 6 maart 2012, Kamerstuk 33 106, nr. 84 Het concept-toezichtkader is gepubliceerd op de website www.passendonderwijs.nl.Het goedgekeurde toezichtkader wordt in september 2013 aan de Tweede Kamer toegestuurd.Inzake kengetallen en concrete doelen: De minister start een monitor die de ontwikkelingen volgt en in kaart brengt.[7-3-2012] Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld in de plenaire behandeling van wetsvoorstel 33 106, d.d. 6 maart 2012, Kamerstuk 33 106, nr. 84 Na de invoering van passend onderwijs zal een evaluatieprogramma worden opgezet op basis van het kader dat de ECPO daarvoor ontwikkelt. De Tweede Kamer zal hier in november 2013 via de voortgangs-rapportage passend onderwijs over worden geïnformeerd.De evaluatie van het wetsvoorstel passend onderwijs komt in de Kamer aan de orde. Januari 2013 is het eerste moment.Debat [8-3-2012] Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en finan-ciering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (33 106) voortzettingDe staatssecretaris van OCW zal de tussenevaluatie van de ECPO in november 2013 aan de Tweede Kamer aanbieden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2205Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe minister gaat aan de slag met een wetsvoorstel om BRON en UWV te koppelen.Debat [14-3-2012] Wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra in verband met de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (32 812)De verkenning voor het structureel in beeld brengen van de uitstroomgegevens van vso-leerlingen is nog niet afgerond. In de voortgangsrapportage over passend onderwijs van november 2013 zal hierop nader worden ingegaan.De wetgeving (betr. zwakke en zeer zwakke scholen) moet voorbereid worden en komt in het najaar richting de Kamer. Hetzij in de brief, hetzij in de wetgeving zal aan de hand van invoeringstermijnen worden aangegeven hoe we om willen gaan met het speciaal onderwijs.Debat [14-3-2012] Wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra in verband met de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (32 812)In verband met de kabinetswisseling zijn andere accenten gelegd dan eerder voorzien. De planning van de maatregel voor zzs is aangepast: indiening is uitgesteld.Het wetsvoorstel is voorgelegd aan Raad van State met dictum 4. Begin juni 2013 heeft de Raad van State het voorstel geretourneerd. Na de behandeling in de Ministerraad wordt het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.De evaluatie van deze wet zal plaatsvinden in het kader van het Onderwijsverslag 2015.Debat [14-3-2012] Wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra in verband met de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (32 812)Na invoering van het passend onderwijs vindt de evaluatie plaats. De bevindingen van de evaluatie worden meegenomen in het Onderwijsverslag van 2015.Inzake de continuïteit van de arbeidsparti-cipatie van leerlingen uit het speciaal onderwijs: De minister zal een themaon-derzoek door de inspectie laten verrichten.Debat [14-3-2012] Wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra in verband met de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (32 812)Na invoering van de wet kwaliteit (v)so, in augustus 2013, doet de inspectie hier onderzoek naar. Dit is opgenomen in het Jaarwerkplan 2014 van de onderwijsin-spectie.Na het zomerreces wordt de Kamer geïnformeerd over de resultaten van de werkgroep die zich buigt over de slaag- en zakregeling in het speciaal onderwijs.Debat [14-3-2012] Wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra in verband met de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (32 812)De Tweede Kamer ontvangt in het najaar van 2013 de Voortgangsrapportage over rekenen en taal.Bij de eerstvolgende rapportage zal de staatssecretaris het gebruik van de lesmethoden taal en rekenen in het primair onderwijs meenemen.DebatIn de Voortgangsrapportage over rekenen en taal van september 2013 wordt de voortgang gemeld aan de Tweede kamer.De staatssecretaris heeft toegezegd terug te komen op de problematiek rond leerbare thuiszitters in de volgende voortgangsrapportage.DebatDe Tweede Kamer wordt in de derde voortgangsrapportage Passend Onderwijs geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging. De Kamer ontvang de rapportage voor het eind van 2013.In december ontvangt de Kamer de derde voortgangsrapportage Passend Onderwijs. Hierin zal ook worden ingegaan op de resultaten van de oproep aan besturen leraren en ouders directer te betrekken bij het vormgeven van passend onderwijs in hun samenwerkingsverband.DebatDe Tweede Kamer ontvangt voor het eind van 2013 de derde voortgangsrapportage Passend Onderwijs.Na de zomer ontvangt de Kamer een brief over de specifieke positie en bekostiging van het praktijkonderwijs, ofwel het PRO.DebatDe Tweede Kamer ontvangt de brief in het najaar van 2013.Na de zomer ontvangt de Kamer een uitwerking van een gedifferentieerd toezichtmodel, waaronder de uitwerking van de «toegevoegde waarde» en «waardering voor goede prestaties bij onderwijs aan zorgleerlingen».DebatDe Tweede Kamer ontvangt de uitwerking van het toezichtmodel in het najaar van 2013.DIRECTIE KENNISDe volgende voortgangsrapportage over de uitvoering van de bestuursakkoorden komt in het najaar van 2013.[6-12-2012] Schriftelijke beantwoording vragen over begroting 2013 OCW, Kamerstuk 33 400-VIII, Handelingen TK 2012–2013, 32-7, noot 2Tot en met oktober 2013 komen er een aantal rapportages uit. In oktober/november 2013 zal het ministerie van OCW deze rapportages integreren in een mid-term review.Betreft het Nationaal Onderwijsakkoord: de Kamer wordt op de hoogte gehouden van de stappen die de bewindslieden zetten en de Kamer wordt in ieder geval ergens in het voorjaar bericht over de stand van zaken.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2206Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenHet voornemen is de beleidsdoorlichtingen van de 9 thema’s in de beleidsagenda 2012 in 2014 uit te voeren.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 Acht van de negen thema’s in de beleids-agenda 2012 zullen worden uitgevoerd. Inmiddels is de beleidsdoorlichting Wetenschap komen te vervallen, omdat in 2013 een IBO wetenschappelijk onderzoek is gestart.De Kamer ontvangt een brief van de minister over eventuele deelname/betrokkenheid van een werknemer bij de commissie Halsema (inzake gedragscode behoorlijk bestuur in de semipublieke sector).DebatDe suggestie van de Tweede Kamer is overgebracht aan de commissie Halsema (ELI). De Tweede Kamer wordt in september 2013 geïnformeerd.De Kamer ontvangt vóór de begroting 2014 een brief van de minister naar aanleiding van een gesprek met de onderwijsinspectie over risico’s van grote scholen (en de mogelijkheid van herplaatsing van leerlingen in de regio).DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.DIRECTIE MEDIA, LETTEREN EN BIBLIO-THEKENDe minister informeert de Kamer over de mogelijkheden om publieke omroepen boetes uit de verenigingsleden te laten betalen in plaats dat de belastingbetaler ervoor opdraait.DebatEr is advies gevraagd aan het Commissa-riaat voor de Media. Deze heeft meer tijd nodig dan verwacht. Op 28 maart 2013 heeft de Tweede Kamer een uitstelbrief ontvangen (Kamerstuk 33 400, nr. 126).In de beleidsreactie op de volgende evaluatie zal de staatssecretaris meenemen: e-books; internet; ontwikke-lingen binnen de boekensector; het wetenschappelijke boek en aspecten van in Nederlands vertaalde bestsellers.DebatDe Tweede Kamer wordt in januari 2014 geïnformeerd.Eind 2012 ontvangt de Kamer de evaluatie van de regeling inzake het Stimulerings-fonds voor de Pers.DebatTwee stimuleringsregelingen van het Stimuleringsfonds worden geëvalueerd en de Tweede Kamer wordt daarover geïnformeerd. Het betreft de tijdelijke regeling jonge journalisten en de tijdelijke subsidieregeling persinnovatie. De regeling jonge journalisten is pas aan het eind van 2012 afgerond en begin 2013 geëvalueerd. Veel projecten van de persinnovatieregeling lopen door tot half 2013. Voor een adequate inhoudelijke evaluatie van de persinnovatieregeling is het beter om aan te sluiten bij de looptijd van de gefinancierde projecten. De evaluatie van deze regeling zal daarom pas halverwege 2013 plaatsvinden. De Tweede Kamer wordt in oktober/november 2013 per brief over het persbeleid geïnformeerd.In de loop van 2013 ontvangt de kamer een visie over de schrijvende pers, de regionale nieuwsvoorziening, freelance journalisten en de lokale omroepen.DebatDe toezegging is gedeeltelijk afgedaan met de brief lokale omroep van 10 juli 2013, nr. 527940, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 161.De uitwerking over de schrijvende pers, de regionale nieuwsvoorziening en freelance journalisten volgt in het najaar (oktober/november) 2013.In de loop van 2013 ontvangt de Kamer een reactie op de motie inzake functie van de regionale omroep als rampenzender en een reactie op de overige moties.DebatIn de mediabegrotingsbrief wordt een passage opgenomen over de regionale omroep. Deze brief verschijnt omstreeks november of december 2013. Tevens wordt de verdere uitwerking meegenomen in de toekomstverkenning publieke omroep waarover de Tweede Kamer in het voorjaar van 2014 wordt geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2207Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenBegin 2014 ontvangt de Kamer een advies van de Raad voor Cultuur over de brede verkenning en een beleidsreactie daarop.DebatDe Raad voor Cultuur gaat een verkenning doen naar de wijze waarop de publieke omroep zijn maatschappelijke functie in het medialandschap van de toekomst het beste kan vervullen. De Raad voor Cultuur wordt gevraagd om in januari 2014 het advies aan de staatssecretaris van OCW te presenteren. De beleidsreactie komt in het voorjaar van 2014 naar de Tweede Kamer.Rond de mediabegroting wordt de Kamer geïnformeerd over de resultaten van gesprekken met tv-zenders die niet zijn aangesloten bij de NICAM.DebatDe Tweede Kamer wordt per brief bij de mediabegroting geïnformeerd. De behandeling van de mediabegroting vindt jaarlijks omstreeks eind november/ begin december plaats.De staatssecretaris zegt toe de wet twee jaar na inwerkingtreding van de wet te evalueren, mede om de diversiteit in het media-aanbod te waarborgen.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Na overleg met het Commissariaat voor de Media zal de Kamer geïnformeerd worden over de invulling van de evaluatie, mede in relatie tot de media-monitor.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Voorafgaand aan de behandeling van de mediabegroting 2014 ontvangt de Kamer een brief over het overleg tussen distributeurs en aanbieders inzake het verspreiden van de programmakanalen met bijbehorende faciliteiten. Tevens zal hierin een verdiepingsslag worden gemaakt inzake juridische aspecten in relatie met EU-richtlijnen.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenDe Tweede Kamer ontvangt in het najaar van 2013, voor aanvang van de mediabe-groting 2014, de brief over het overleg tussen distributeurs en aanbieders.Inzake de evenementenlijst: op dit moment loopt die consultatie. Ik zal de Kamer zo spoedig mogelijk verslag uitbrengen over de doeltreffendheid van de evenementen-lijst en de effecten in de praktijk doen toekomen.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Vóór de plenaire behandeling van het wetsvoorstel (Kamerstuk 33 664) inzake de bezuiniging van € 100 miljoen ontvangt de Kamer een overzicht van wat mogelijk is aan het genereren van extra eigen inkomsten.Debat [25-6-2013] Mediawet (33 426) Wijziging Mediawet 2008 i.v.m. de verspreiding van televisie- en radio programmakanalen d.m.v. omroepnet-werken en omroepzenders en de vaststelling van de minimale omvang van het standaardpakket televisie- en radioprogrammakanalenDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Betreffende het a la carte menu: de staatssecretaris zal de vraag expliciet voorleggen aan de koepel van distribu-teurs: als dit tot uitkomsten leidt dan zal de Kamer hierover geïnformeerd worden.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De staatssecretaris informeert de Kamer over de uitkomsten van het overleg met het IPO (over de € 142 miljoen).DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2208Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe Toekomstverkenning is voorjaar 2014 gereed met één uitzondering, nl. de voorstellen inzake de eigen inkomsten die betrokken gaan worden bij de behandeling van het wetsvoorstel wijz. van de Mediawet etc. (dit najaar) inzake de verlaging van de € 100 miljoen (Kamerstuk 33 664).DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.In het najaar komt de staatssecretaris met een aparte brief inzake de Pers (n.a.v. de commissie Brinkman).DebatIn het najaar van 2013 ontvangt de Tweede Kamer een brief inzake de Pers.DIRECTIE ONDERZOEKS- EN WETEN-SCHAPSBELEIDDe beleidsdoorlichting Voldoende toegerust onderzoeksstelsel zal in de eerste helft van 2013 worden afgerond.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 Besloten is tot een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) voor het beleids-terrein wetenschap. Dit onderzoek gaat in september van start en wordt naar verwachting in het voorjaar van 2014 afgerond. De bewindslieden hebben in het algemeen overleg wetenschapsbeleid op 18 april jongstleden toegezegd naar aanleiding van de uitkomsten van het IBO en de evaluaties van NWO en KNAW een beleidsvisie wetenschap op te stellen. Hiermee is de noodzaak tot een beleids-doorlichting komen te vervallen.In het voorjaar 2014 ontvangt de Kamer de resultaten van het IBO-onderzoek naar het wetenschappelijk onderzoek en z.s.m. daarna een kabinetsreactie.DebatInterdepartementaal Beleidsonderzoek Wetenschap gaat in september 2013 van start, over de uitkomsten wordt in het voorjaar van 2014 aan de Kamer gerappor-teerd. Hierna ontvangt de Kamer een beleidsvisie wetenschap, waarin tevens de resultaten van de evaluaties van NWO en KNAW worden betrokken. In het najaar van 2014 ontvangt de Kamer een reactie op de evaluatie NWO.In mei 2014 zal de Kamer worden geïnformeerd over de herziening van het standaard evaluatie protocol van VSNU/NWO/KNAW.DebatVSNU, NWO en KNAW zijn samen verantwoordelijk voor de herziening van het Standaard Evaluatie Protocol (SEP). Zodra de herziening is afgerond wordt de Kamer hierover geïnformeerd (mei 2014).Rond de zomer ontvangt de Kamer een standpuntbepaling om het proces van open access te versnellen.DebatDe Tweede Kamer ontvangt de brief over open access na de zomer.Voor de zomer ontvangt de Kamer een reactie op het rapport van de KNAW inzake gedragscodes in de wetenschapsbeoe-fening.DebatBij de reactie op het KNAW-advies Vertrouwen in wetenschap wordt de survey van WRR en Rathenau Instituut over vertrouwen in wetenschap betrokken. De rapportage hierover wordt in de week van 1 juli 2013 gepubliceerd. In verband hiermee zal de reactie op het advies de Kamer pas kort na het reces bereiken.Voor het eind van het jaar ontvangt de Kamer de voorstellen voor het sectorplan sociale wetenschappen en een visie op geesteswetenschappen.DebatVSNU, Regieorgaan geestesweten-schappen en Disciplineoverleg Letteren-Geschiedenis zal worden gevraagd voor 1 november 2013 te komen met een (proces)voorstel. Op basis hiervan wordt de Kamer geïnformeerd.DIRECTIE PRIMAIR ONDERWIJSIn het voorjaar ontvangt de Kamer de uitwerking burgerschapskunde.Debat [11-11-2010] Begrotingsbehandeling Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2011 (inclusief Jaarverslag en Slotwet 2009), tweede dagDe Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 met een brief geïnformeerd.In 2012 ontvangt de Kamer de evaluatie over de inzet van de «crisismiddelen» i.c. de Regelingen verbeteren binnenmilieu en duurzaamheid.DebatDe Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 met een brief geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2209Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe minister zegt toe dat bij de evaluatie van de wet op de samenwerkingsscholen over vijf jaar, indien dat tijdstip anders is hoort de Kamer dat nog, het functioneren van de opheffingsnorm wordt meege-nomen.DebatEen evaluatie van de werking van het nieuwe artikel 17d samenwerkingsschool van de Wet op het Primair Onderwijs zal voor 1 januari 2016 plaatsvinden. De Tweede Kamer zal hierover voor 1 januari 2016 worden geïnformeerd.In het voorjaar van 2012 adviseert de Onderwijsraad over de vormgeving van goed burgerschapsonderwijs. Dit advies zal daarna met een beleidsreactie aan de Kamer worden aangeboden.Debat [30-11-2011] Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (33 000 VIII) 1e Termijn KamerDe Tweede Kamer wordt in het najaar van 2013 met een brief geïnformeerd.De minister zegt toe de Kamer voor het eind van het jaar te informeren over het «Plan van aanpak Medezeggenschap», dat door betrokken organisaties wordt opgesteld n.a.v. de resultaten van de evaluatie.Daarin zal zij ook aandacht vragen voor:– model-faciliteitenregeling t.a.v. rechtsbij-stand– suggesties voor richtlijnen voor tijdigheid– het omgaan met escalaties– een website met duidelijke uiteenzetting van rechten van een MR.DebatDe beleidsreactie zal in oktober 2013 naar de Tweede Kamer worden verstuurd.Onderzocht wordt nu hoe het zit met de prestaties van alle scholen, hoe dit verbeterd kan worden en hoe het beschikbare achterstandsgeld het beste verdeeld kan worden. De staatssecretaris zal de Kamer daarover later, in het voorjaar, informeren.DebatDe Tweede Kamer ontvangt in september 2013 een brief.Er komt een aparte brief naar de Kamer over medezeggenschap (rapporten medezeggenschap; signalen over medezeggenschap; welke actoren; professionaliteit; welke stappen genomen gaan worden), wellicht bij de evaluatie van de Wet versterking besturing (in het najaar; aanpassingen richtlijnen jaarverslag, integratie financieel en kwaliteitstoezicht, verbetering governance) en bij de uitkomsten van de evaluatie van de WEB i.v.m. medezeggenschap. In deze brief wordt meegenomen het eventuele instemmingsrecht op «de hoofdlijnen van de financiële uitgaven van het bestuur», alsmede het versterken van de Opleidings-commissies (OC).DebatDe beleidsreactie zal in oktober 2013 naar de Tweede Kamer worden verstuurd.Er komt een brief naar de Kamer op basis van de jaarrekening 2012 over de Stichting Vermogensbeheer Schoolbesturen Limburg (SVSL) en wat de financiële consequenties zullen zijn.DebatDe Tweede Kamer van ontvangt in oktober of november 2013 de bedoelde brief.Na de zomer ontvangt de Kamer de beleidsreactie op de evaluatie van de geschillencommissie.Debat [18-6-2013] Mondelinge vragen van het lid Jadnanansing (PvdA) aan de staatssecretaris van OCW over het bericht «Scholen vaker aangeklaagd door ouders» (Rtl nieuws, 16 juni 2013)De Tweede Kamer ontvangt de beleidsre-actie in het najaar van 2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2210Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenIn het najaar ontvangt de Kamer de nadere uitwerking van de plannen rond krimp in het onderwijs. De staatssecretaris heeft toegezegd hierin ook terug te komen op:– de mogelijke versoepeling van de 50%-regel bij samenwerking tussen scholen.– het mogelijk initiatiefrecht van medezeggenschapsraden om samen-werking van scholen in krimpregio’s te onderzoeken.– het gebruiken van «het aantal leerlingen» in plaats van «aantal scholen» bij de normstelling.– het schetsen van verschillende opties rond de verdeling van de middelen in de regio.– de suggestie voor een vangnetregeling.– de fusiecompensatieregeling voortgezet onderwijs.– de integrale kindcentra.– de rol van de wethouder.DebatDe Tweede Kamer ontvangt de nadere uitwerking van de plannen in het najaar van 2013.DIRECTIE VOORTGEZET ONDERWIJSDe minister komt met een wetswijziging in het kader van de aanpak van zeer zwakke scholen.DebatDe Kamer wordt in september 2013 geïnformeerd.De Kamer ontvangt in het eerste kwartaal 2012 het advies van de Onderwijsraad over een mogelijke invulling van burgerschap, met specifieke aandacht voor mensen-rechten.DebatDe Kamer wordt in september 2013 geïnformeerd.De evaluatie van de VM2-trajecten komt in het najaar.DebatDe eindevaluatie van VM2 wordt in het najaar van 2013 naar de Kamer gestuurd.De staatssecretaris komt binnenkort met een wetsvoorstel inzake het eerder kunnen ingrijpen bij zeer zwakke scholen.DebatDe Kamer wordt in september 2013 geïnformeerd.De Kamer wordt op de hoogte gehouden via jaarlijkse voortgangsrapportages inzake dyslexie en dyscalculie (in max. 2 A4tjes).DebatDe Kamer ontvangt de brief in september 2013.Zodra de uitkomsten van de onderzoeken (Hogeschool Utrecht en CVE) bekend zijn, beraadt de staatssecretaris zich en wordt de Kamer in het komend half jaar geïnformeerd over de gevolgen voor de invoering van de rekentoetsen.DebatDe Kamer ontvangt de brief in september 2013.Een stand van zakenbrief inzake publieke verantwoording wordt in het najaar 2013 naar de Kamer gezonden.DebatDe Kamer ontvangt de brief in november 2013.De staatssecretaris zegt toe dat de Kamer binnen één jaar (dus mei 2014) een voortgangsrapportage ontvangt over beleid inzake pesten op school.DebatDe brief wordt in het voorjaar van 2014 aan de Tweede Kamer verstuurd.De staatssecretaris zegt toe dat de pestproblematiek rond LHBT-jongeren een specifiek aandachtspunt zal vormen in het onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen, dat een speciale commissie gaat uitvoeren. De Kamer wordt in 2014 geïnformeerd.DebatDe Kamer wordt in mei 2014 geïnfor-meerd.Het eindrapport van het onderzoek naar de effectiviteit van de KIVA-methodes verschijnt eind 2014. De Kamer wordt daarover geïnformeerd.DebatDe Kamer ontvangt eind 2014 een brief.DIRECTIE VOORTIJDIG SCHOOLVERLATENTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2211Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenHet brede evaluatieonderzoek betreffende vsv (door een extern onderzoeksbureau) is in het voorjaar van 2012 gestart en wordt naar verwachting eind 2014 afgerond.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 Het onderzoek loopt.Het experimenteel onderzoek naar de effectiviteit van vsv-maatregelen door het CPB start in 2013 en wordt in 2015 afgerond.[14-11-2012] Antwoord op Commissiebrief met antwoorden op de Lijst van vragen inzake 33 400-VIII Vaststelling van de begroting van het Ministerie van OCW voor het jaar 2013, Kamerstuk 33 400-VIII, nr. 13 Het onderzoek loopt.Het onderzoeksrapport naar het bestuurlijk handelen van Ibn Ghaldoun komt zo spoedig mogelijk na het zomerreces. De staatssecretaris zal vóór de zomer ingrijpen / gesprek aangaan met de school indien signalen daar aanleiding toegeven.DebatDe Tweede Kamer wordt zo spoedig mogelijk na het zomerreces geïnformeerd over het onderzoeksrapport.De Kamer ontvangt een overzicht van onregelmatigheden tijdens de examens van de afgelopen twee jaar.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Ruim vóór de nieuwe examens worden de procedures rondom examens extern getoetst.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Net voor of net na de zomer ontvangt de Kamer de uitslagen van de rekentoets.DebatDe Tweede Kamer ontvangt de uitslagen van de rekentoets net na de zomer.De staatssecretaris komt schriftelijk terug op differentiatiemogelijkheden in de vmbo-toets taal en rekenen (2f-toets) in de voortgangsrapportage die de Kamer rond de zomer ontvangt.DebatDe Tweede Kamer ontvangt de voort-gangsrapportage in het najaar van 2013 en wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.Het onderzoek van de mogelijkheid tot (tijdelijk) ontnemen van de examenlicentie neemt de staatssecretaris mee in de aangekondigde verdere analyse / lessen die geleerd worden n.a.v. de examen-fraude.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De resultaten van het aangekondigde gesprek tussen de hoogleraren Nederlands en het College voor Examens zullen worden teruggekoppeld aan de Kamer.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De staatssecretaris zegt toe de mogelijkheid tot het omdraaien van de eerste en tweede correctie te onderzoeken en daarover snel te rapporteren.DebatDe Tweede Kamer wordt op een later moment geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De staatssecretaris zegt toe dat de Kamer in september/oktober 2013 wordt geïnformeerd over de kwaliteitsinhoude-lijke eisen van de eindtoets bao en de financiering daarvan, wanneer de contouren van de AMvB bekend zijn. De uiteindelijke AMvB zal worden voorge-hangen aan de Kamer, waarbij wordt toegezegd dat andere toetsaanbieders bij de ontwikkeling van de AMvB worden betrokken.Debat [11-6-2013] Wet SLOA (Wetsvoorstel «Regels voor subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet Subsidiëring Landelijke onderwijsonder-steunende activiteiten) (33 558)De Tweede Kamer wordt in september of oktober 2013 geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKENTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2212Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe staatssecretaris stelt alle inhoudelijke informatie die in vervolg-AMvB’s wordt verwerkt, aan de Kamer ter beschikking.DebatSinds de laatste AMvB van 2011 is ingediend, zijn er geen nieuwe ontwikke-lingen.De toezegging is nog niet volledig afgedaan, want er kunnen nog meer AMvB’s komen die gebaseerd zijn op de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen (AMvB over verzameling van gegevens over het eindniveau van PO- en (V)SO-leerlingen ten opzichte van de referentieniveaus).De Kamer wordt nader geïnformeerd of er een kabinetsbrief komt over het feit of bestuurders van de publieke instellingen persoonlijk aansprakelijk zijn.DebatDe Tweede Kamer wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de uitvoering van de toezegging.De minister zal de Kamer informeren zodra meer bekend is over het mogelijke strafbare feit inzake Amarantis, dat in handen is gesteld van het Openbaar Ministerie.DebatHier zal geen aparte brief over worden gezonden. Dit onderwerp zal in het najaar van 2013 worden meegenomen in een daarvoor geschikte brief in het kader van implementatie van de agenda verbetering bestuurskracht die voortbouwt op de bevindingen uit het Amarantisdossier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2213Bijlage: Moties en toezeggingen B. Door de bewindslieden gedane toezeggingen Toezeggingen Eerste KamerOmschrijvingIngediend bijStand van zakenDIRECTIE BESTUURSONDERSTEUNING EN ADVIESDe Minister van OCW zegt de kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Linthorst en Kuiper, toe in 2014 het risicogericht toezicht te evalueren (uitgebreide steekproef) en aan de Kamer te zenden.Debat [24-1-2012] Plenair debat 32 193 Wijziging van de wet op onderwijstoezicht en enige andere wetten i.v.m. de invoering van geint. toezicht en de gewijzigde rol van de inspectie van het onderwijs bij het toezichtproces WOTDe evaluatie zal het eerste kwartaal van 2014 gereed zijn.DIRECTIE BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIEDe staatssecretaris zegt toe het advies-recht, de voordracht en de one-tier board (functionele scheiding tussen bestuur en toezicht binnen één orgaan) over 3 jaar te evalueren.DebatDe evaluatie is in het voorjaar van 2013 afgerond. De Eerste Kamer wordt zo spoedig mogelijk over de uitkomsten geïnformeerd.DIRECTIE CULTUREEL ERFGOEDDe staatssecretaris van OCW zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Meindertsma (PvdA), toe om met alle betrokken partijen normen te ontwikkelen waaraan cultuurhistorisch onderzoek moet voldoen en dat hij deze normen een zodanige plaats in het bestel zal geven dat deze het meest effectief zijn. Zodra deze normen gereed zijn, zal de staatssecretaris beide Kamers informeren. Tevens zegt de staatssecretaris toe dat hij zal monitoren op welke wijze gemeenten omgaan met de cultuurhistorie in bestemmingsplannen. De Kamer zal drie jaar na het verschijnen van de nulmeting «Verantwoord moderni-seren», worden geïnformeerd over het effect van het beleid en of er verbeteringen nodig zijn.[27-5-2011] Reactie op de motie van het lid Meindertsma c.s. over normen en cultuurhistorisch onderzoek, Kamerstuk 32 433, nr. G Aan één deel van de toezegging is voldaan. Het rapport over normen cultuurhistorisch onderzoek is op 31 januari 2013 aangeboden aan de Eerste Kamer (Kamerstuk 32 433, nr. I) en Tweede Kamer (Kamerstuk 32 156, nr. 43) op 31 januari 2013.Het tweede deel van de toezegging (vervolg op nulmeting Verantwoord moderniseren) staat nog open. Deze rapportage komt terug in de Erfgoedmo-nitor van 2014 en in Erfgoedbalans van 2015.DIRECTIE HOGER ONDERWIJS EN STUDIEFINANCIERINGTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2214 Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe minister van OCW zegt de Kamer, n.a.v. vragen en opmerkingen van de leden Meurs, Schouw, Leunissen, Laurier en Smaling toe de invoering van de voorge-stelde collegegeldsystematiek jaarlijks te zullen monitoren en na drie jaar (in 2013) te zullen evalueren. Het beleid van instellingen bij het bepalen van de omvang van het instellingscollegegeld voor verschillende groepen en de gevolgen daarvan voor deze groepen is daarbij een bijzonder aandachtspunt. Bij de evaluatie van het wetsvoorstel in 2013 zullen nut en noodzaak van de uitzonderingsregel in de collegegeldsystematiek inzake leraren-opleidingen en gezondheidszorg oplei-dingen bezien worden. De minister zal met VSNU, HBO-raad, ISO en LSVb in overleg treden om te bezien in welke vorm de monitoring het beste kan geschieden. De minister zal vervolgens de Eerste en Tweede Kamer een brief sturen waarin hij zijn voornemens daaromtrent bekend zal maken. Als daarvoor aanleiding bestaat kan ingegrepen worden bij algemene maatregel van bestuur in het convenant tussen VSNU en de HBO-raad. Indien ingrijpen in de afspraak tussen betrokken organisaties nodig is, zullen de Eerste en Tweede Kamer geïnformeerd worden.Debat Aan de toezegging is deels voldaan door toezending aan de Eerste Kamer van de tussenrapportage op 31 januari 2013, Kamerstuk 31 821, nr. H.De Eerste Kamer ontvangt de eindrap-portage in december 2013 of begin 2014.De staatssecretaris van OCW zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe bij de toetsing van dit wetsvoorstel over zes jaar, de vraag mee te nemen naar de invloed van het inkomens- en opleidingsniveau van ouders op de toegang van hun kinderen tot het speciale kleinschalige en residentieel onderwijs.Debat [5-7-2011] Ruim Baan voor Talent eerste termijn kamer + antwoord regering en re- dupliek OCW zal deze informatie monitoren; dit zal echter gebeuren los van de toetsing over zes jaar. Dit is aan de Eerste Kamer gemeld met de brief van 15 november 2011, Handelingen EK 2011–2012, nr. 9, item 10, griffienr. 149577, inzake voornemen goedkeuring accreditatiekader.De staatssecretaris van OCW zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Koole (PvdA) en Ganzevoort (GL) toe dat het compri-meren van deeltijdstudies niet ten koste mag gaan van de kwaliteit en dat dit aan de onderwijsinstellingen wordt gecommu-niceerd.Debat [17-4-2012] Mondeling overleg met de staatssecretaris inzake de uitvoering van de motie Ganzevoort c.s. (Eerste Kamerstuk 32 618, I)De toezegging dat het comprimeren van deeltijdstudies niet ten koste mag gaan van de kwaliteit is door de commissie van de Eerste Kamer geregistreerd als «legisprudentie».De staatssecretaris van OCW zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Koole (pvdA) en Ganzevoort (GL) toe dat het compri-meren van deeltijdstudies niet ten koste mag gaan van de kwaliteit en dat dit aan de onderwijsinstellingen wordt gecommu-niceerd. De staatssecretaris heeft deze toezegging tijdens de plenaire beraadsla-gingen en op 12 juni 2012 herhaald.Debat [17-4-2012] Mondeling overleg met de staatssecretaris inzake de uitvoering van de motie Ganzevoort c.s. (Eerste Kamerstuk 32 618, I)De toezegging dat het comprimeren van deeltijdstudies niet ten koste mag gaan van de kwaliteit is door de commissie van de Eerste Kamer geregistreerd als «legisprudentie».DIRECTIE JEUGD, ONDERWIJS EN ZORGTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2215Bijlage: Moties en toezeggingen OmschrijvingIngediend bijStand van zakenDe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Flierman (CDA), Ganzevoort (GroenLinks), Kuiper (ChristenUnie) en de Lange (OSF) toe om (1) het ECPO te verzoeken de tijdens het debat genoemde wensen van de Kamer – waaronder het invoerings-traject – mee te nemen in het evaluatie-kader, (2) het evaluatiekader aan de Kamer te sturen, (3) het passend onderwijs te evalueren en een halfjaarlijkse monitor aan de Kamer te zenden, alsmede (4) de wetgeving aan te passen indien dit nodig blijkt uit de evaluatie en/of monitoring.Debat [2-10-2012] Passend Onderwijs Herziening organisatie en financiering in het funderend onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (passend onderwijs) onder nummer 33 106 + Kwaliteitsverbetering van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs onder nummer 32 812 De Evaluatie- en adviescommissie voor passend onderwijs (ECPO) werkt aan een tussenevaluatie. Deze biedt de staatssecre-taris van OCW in november 2013 aan de Eerste Kamer (en aan de Tweede Kamer) aan.De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ganzevoort (GroenLinks), toe om over het aantal leerlingen met thuisonderwijs en de ontwikkeling daarvan, te laten rapporteren in de jaarlijkse leerplichtrapportage van de inspectie.Debat [2-10-2012] Passend Onderwijs Herziening organisatie en financiering in het funderend onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (passend onderwijs) onder nummer 33 106 + Kwaliteitsverbetering van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs onder nummer 32 812 De ontwikkelingen in de aantallen thuiszitters worden expliciet meegenomen in de jaarlijkse leerplichtrapportage op basis van de verzuimgegevens die door de leerplichtambtenaren worden aangeleverd. De meest recente leerplichtrapportage is in maart 2013 verschenen. Daarnaast wordt het aantal thuiszitters een belangrijke indicator in het toetsingskader van de inspectie in het kader van passend onderwijs. Ten slotte werkt de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs (ECPO) aan evaluatie van passend onderwijs. De ontwikkelingen in de aantallen thuiszitters worden hierin expliciet meegenomen.De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Smaling (SP), toe om de tijdelijke geschillencommissie – voor geschillen tussen ouders en scholen – permanent te maken wanneer geconstateerd wordt dat deze nog nodig is.Debat [2-10-2012] Passend Onderwijs Herziening organisatie en financiering in het funderend onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (passend onderwijs) onder nummer 33 106 + Kwaliteitsverbetering van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs onder nummer 32 812 De Eerste Kamer is met de brief van 22 januari 2013, Kamerstuk 33 106, nr. N, geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de toezegging.De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Smaling (SP), toe om onderwijsconsu-lenten een punt van aandacht te maken en te bezien of ze sterker ingezet kunnen worden.Debat [2-10-2012] Passend Onderwijs Herziening organisatie en financiering in het funderend onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (passend onderwijs) onder nummer 33 106 + Kwaliteitsverbetering van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs onder nummer 32 812 De toezegging wordt meegenomen in de derde voortgangsrapportage Passend Onderwijs, die eind 2013 uitkomt.DIRECTIE MEDIA, LETTEREN EN BIBLIO-THEKENDe minister van OCW zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Flierman (CDA), toe om de Kamer de reactie van de heer Teeven op het advies van de Commissie Auteursrecht over het Europese Dataco-arrest en de geschriften-bescherming, aan de Kamer te sturen.Debat [19-6-2012] Mediawet Wijziging Mediawet 2008 inzake aanpassing rijksmediabijdrage en beëindiging wettelijke taken van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep 1e termijn KamerHet Ministerie van Veiligheid en Justitie is gestart met de internetconsultatie. De Eerste Kamer wordt naar verwachting rond oktober 2013 geïnformeerd.DIRECTIE VOORTGEZET ONDERWIJSDe minister van OCW zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Dupuis, toe dat de werking van onder-havige wet in het najaar van 2015 zal worden geëvalueerd.Debat [19-6-2012] Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties 1e termijn (32 640)De Kamer ontvangt de brief eind december 2015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2216Bijlage: Moties en toezeggingen BIJLAGE 4. SUBSIDIES In deze bijlage wordt de subsidiedefinitie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gebruikt. Volgens artikel 4.21 van de Awb wordt onder een subsidie verstaan: «De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.»Volgens deze definitie worden niet als subsidies aangemerkt: de aanspraken op financiële middelen die worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld, en: de bekostiging van het onderwijs en onderzoek.In de onderstaande tabel is de subsidietaakstelling uit het Regeerakkoord verwerkt.Tabel Subsidies artikel 1 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling) met hyperlink naar vindplaats)2012201320142015201620172018Aantal verleningen in 2012Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatum subsidie (regeling)Agenda Passend Onderwijs (WEC-raad) (WOOS) 2940000000n.v.t.n.v.t.2012(Grote) experimenten ten behoeve van vorming passend onderwijs (Regeling) 880515000001geengeen2012Ontwikkeling leerlingvolg-systeem (CITO) (SLOA) 1000000000n.v.t.n.v.t.2012Aanpassen lesmaterialen ten behoeve van visueel gehandicapte en dyslectische leerlingen (Dedicon) (WOOS) 4.2704.2704.2704.2704.2704.2704.2701n.v.t.n.v.t.2013Evaluatie en Adviescom-missie passend onderwijs (WOOS) 900900000000n.v.t.n.v.t.2013Expertisecentrum Nederlands (WOOS)1457000000n.v.t.n.v.t.2013Geschillencommissie WSNS (WOOS) 3030000001n.v.t.n.v.t.2013Goed Worden, Goed Blijven (PO-Raad) (WOOS) 1.8151.3611.8001.2001.2001.2001.2001n.v.t.n.v.t.2013Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs (WOOS) 9.99610.00010.00010.00010.00010.00010.0001n.v.t.n.v.t.2013Nederlands Gebaren-centrum (SLOA/WOOS) 4874874874874874874871n.v.t.n.v.t.2013Onderwijsconsulenten (Stichting Ondersteuning Scholen en ouders) (WOOS) 1 1.9001.9001.9001.9001.9001.9001.9001n.v.t.n.v.t.2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2217Bijlage: Subsidies Naam subsidie(regeling) met hyperlink naar vindplaats)2012201320142015201620172018Aantal verleningen in 2012Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatum subsidie (regeling)Ontwikkelen leermiddelen vso (KPC) (SLOA) 12047000000n.v.t.n.v.t.2013Ouderorganisatie (WOOS) 2.4002.4001.0001.0001.0001.0001.0004n.v.t.n.v.t.2013Stichting landelijke Educatie Molukkers (Regeling) 480480000001geengeen2013Stichting Nationaal Onderwijsmuseum (WOOS) 3003003003003003003001n.v.t.n.v.t.2013Bèta en Techniek (WOOS) 6.1004.6004.6004.6004.6004.6004.6001n.v.t.n.v.t.2014Herstart en Op de Rails (WOOS) 18.74719.16219.16219.16219.16219.16219.1621n.v.t.n.v.t.2014PI’s Kernstafsubsidie (WOOS) 5035034784534534534531n.v.t.n.v.t.2014PO-Raad diversen (WOOS) 5.9085.25786200001n.v.t.n.v.t.2014Basis voor Presteren (School aan Zet en Bèta en Techniek) (WOOS) 12.46913.2366.7004.4000000n.v.t.n.v.t.2014/2016Vensters PO (PO-Raad) (WOOS) 6762.5002.5001.5000001n.v.t.n.v.t.2015Ondersteuning combina-tiefuncties en brede scholen (VBS) (WOOS) 595465000001n.v.t.n.v.t.2015Pre COOL-onderzoek (NWO) Kaderregeling Subsidiëring onderzoek en wetenschap 4004004004004004004001n.v.t.n.v.t.2020Academische ziekenhuizen en SBD’s voor onderwijs aan zieke leerlingen 2 6.9677.0007.0007.0007.0007.0007.00027geengeenjaarlijksOnderwijs in het buitenland (Stichting NOB) (Regeling) 17.50717.44910.05510.05510.05510.05510.0551geengeenjaarlijksOnderwijsvoorzieningen jongeren met een handicap (UWV) (Regeling) 22.50023.86223.86223.86223.86223.86223.8625.621geengeenjaarlijksOverige beschikkingen op basis van WOOS/SLOA 5.0228.6967.27211.02111.72712.17412.383diversn.v.t.n.v.t.diversTotaal subsidieregelingen121.511125.827102.648101.61096.41696.86397.072Toelichting:De subsidies op basis van de WOOS worden op incidentele basis verstrekt en worden niet geëvalueerd.1 Deze subsidie kent vanaf 1-8-2013 geen wettelijke grondslag meer op basis van de WOOS.2 Wettelijke grondslag op basis van de Wet op het primair onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2218Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 3 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen in 2012Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatum subsidieBasissubsidie Stichting Kennisnet 20.50019.50017.55212.05212.04912.00012.00012011 n.n.b.jaarlijksICT projecten 1.5301.10080000001n.v.t.1 n.v.t.2014Beter presteren: School aan zet + Platform Bèta & Techniek 01903.2213.4935.5005.5005.5002012 2016geenOnderwijsbewijs 4.6413.0921.6631.269561002012 n.n.b.2016RVC’s vo (Regeling regionaal zorgbudget)6.9856.9856.9856.9856.9856.9856.9851geen2 Geen3 2014Nationaal Onderwijs-museum 1251251251251251251251n.v.t.4 n.v.t.JaarlijksCentrum Sociale Veiligheid 5 8001.0311.0001.0001.0001.0001.00012012 2 jaarlijksGeenNederlands Jeugd Instituut 9961.05090090090090090032012 2 jaarlijksjaarlijksSkills Netherlands 75006506506506506501n.v.t.6 n.v.t.jaarlijksEuropees Platform 1.1176305755755755755753n.v.t.6 n.v.t.geenIngrado 2534473323153153153151n.v.t.6 n.v.t.jaarlijksInternational Association for the Evaluation of Educational Achievement 606060606030301n.v.t.7 n.v.t.jaarlijksOverige subsidies 15.90421.17513.9996.0544.3171.9512.15971n.v.t.n.v.t.geenTotaal subsidieregelingen53.66155.38547.86233.47833.03730.03130.23985Toelichting:1 Betreft diverse aflopende FES projecten in het kader van MS&ICT (2012) en additionele ICT-projecten van de Stichting Kennisnet (zie basissubsidie Stichting Kennisnet).2 Er is geen specifieke evaluatie van de RVC’s. Wel is er een rapport met betrekking tot de regeling regionaal zorgbudget en de wijze van bekos-tiging (de zorgstructuur in het voortgezet onderwijs: evaluatie van het gemengd model van bekostiging, Oberon 2006).3 In de Hoofdlijnenbrief lwoo en pro staat wat er de komende jaren gaat veranderen rond het lwoo en pro. Dat raakt ook de RVC’s, regionaal zorgbudget en rebound.4 Betreft jaarlijkse instellingssubsidie.5 Het Centrum Sociale Veiligheid is t/m 2013 bij APS belegd.6 Betreft jaarlijkse instellingssubsidie. Monitor vindt plaats op basis van jaarlijkse voortgangsverslag.7 Betreft jaarlijkse instellingssubsidie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2219Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 4 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie (-regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen 2012Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatum subsidie (regeling)Subsidieregeling praktijk leren 00209.000209.000209.000209.000209.0000n.v.t.Jaarlijkse verslaglegging2019Pilots laaggeletterdheid 2.9495.0005.0002.5000001permanente evaluatiennb.2015Subsidieregeling Actieplan Laaggeletterdheid 4.0004.0004.0004.0002.0002.0002.0003permanente evaluatiennb2015Loopbaanorientatie 3.7603.0001.3001.3001.3001.3001.3001Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslaglegging2015Netwerkscholen 1 3.0003.0003.50000001n.v.t.Eind 20132014Toetsing kwalificaties MBO 1.3901.3901.3201.2601.2601.2601.2601Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslagleggingnnbBorging Triple A 9000000001Jaarlijkse verslagleggingn.v.t.2012Sectorplan mbo-hbo techniek 4004003.0657350001Auditrapport 2012 Centres of expertise en Centra voor innovatief vakmanschap 20132015MBO 2015 3.6652.9002.9006800001Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslaglegging2015Overig14.51117.90716.93511.60512.5909.1106.866diversn.v.t.n.v.t.divers* FES-geldTotaal subsidieregelingen34.57537.597247.020231.080226.150222.670220.4261 FES-geldTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2220Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 6 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen in 2012Laatste evaluatieVolgendeevaluatieEinddatum Subsidie (regeling)Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen 22.26719.9670SIA factsheet (2011) Eindverslag20142013Regeling stimulering Bèta/techniek 2.0004.0000Auditrapport 2012 Centres of expertise en Centra voor innovatief vakmanschap (2012)Eind 20132015Subsidie o.b.v. WOOS:2.4552.4750Jaarverslag 2011 Studiekeuze123 Eindverslag20142013Subsidie o.b.v. WOOS: Investeringsagenda bèta en techniek hoger onderwijs1 1.0000Jaarverslag 2011 Platform Bèta Techniek Eindverant-woording 20162015Subsidies o.b.v. WOOS of Begrotingswet: Overige toekenningen < € 1 miljoen4.7031.221958368202152152302 2 Totaal subsidie(regelingen)30.42523.6632.9584.368202152152301 Oude FES-middelen.2 Gezien de omvang van de onderliggende toekenning en is er geen evaluatie voorzien.Toelichting:Vanaf 2014 is de Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen opgenomen onder Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s (zie tabel 6.3 van de ontwerpbe-groting) en daarom voor 2014 en volgende jaren niet opgenomen in dit overzicht.Vanaf 2014 is Studiekeuze-informatie hoger onderwijs opgenomen onder Bijdragen aan (inter)nationale organisaties (zie tabel 6.3 van de ontwerp-begroting) en daarom voor 2014 en volgende jaren niet opgenomen in dit overzicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2221Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 7 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen in 2012Laatste evaluatieVolgendeevaluatieEinddatum Subsidie(regeling)Subsidieregeling Sirius programma1 11.54310.3027.9542.4070Geen evaluatie voorzienEindverant-woording (2016)2015Subsidieregeling Programma Akademie-assistenten 95702012 2012Subsidieregeling Libertas Noodfonds 7657456052651Gezien aard regeling geen evaluatie voorzienGezien aard regeling geen evaluatie voorzien2015Subsidie o.b.v. WOOS: 3TU’s samenwerking6.0003.5001.5000Geen evaluatie voorzienEindverant-woording (2015)2014Subsidie o.b.v. WOOS:2.4262.2600Geen evaluatie voorzienEindverant-woording (2014)2013Subsidies o.b.v. WOOS of Begrotingswet: Overige toekenningen < € 1 miljoen4.5275.8543.9922.9042.4123.2913.49952 2 Totaal subsidieregelingen26.21822.66114.0515.5762.4123 2913.49961 Middelen zijn inclusief de oude FES-middelen2 Gezien de omvang van de onderliggende toekenningen is er geen evaluatie voorzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2222Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 8 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verleningen in 2012Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatum subsidie (regeling)Subsidiebeschikking (WOOS) Duitsland Instituut Amsterdam 7327076576076076076072010 20152015Subsidiebeschikking (WOOS) Duitsland Instituut Amsterdam 13511711720152015Subsidiebeschikking (WOOS) Neth-ER 4504504502009/2012 20142014Subsidiebeschikking (WOOS) Frans-Nederlandse academie 1142012010 Nvt1 2013Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur (regeling op het specifiek cultuurbeleid):493143643643643643644n.v.t.2 n.v.t.2 jaarlijks•Stichting Boekids •Stichting Lezen en schrijven •Europees Platform •Stichting News •Turkije Instituut Totaal subsidieregelingen1.3451.6061.6081.0889719719715Toelichting:1 Bij de Frans Nederlandse Academie volgt geen nieuwe evaluatie, daar de subsidie is gestopt per 2014 naar aanleiding van de evaluatie 2010. De uitgave in het jaar 2014 betreft een eventuele nabetaling naar aanleiding van de verantwoording over de jaren 2012 en 2013.2 Bij Incidentele subsidies voor uitwisselen van cultuur gaat het om jaarlijkse kleine incidentele subsidies die worden toegekend. Het zijn subsidies van uiteenlopende aard en jaarlijks verschillend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2223Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 9 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen in 2012Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatum Subsidie (regeling)Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 74.980107.300107.800107.800112.100108.100108.1004.4002012 201601/07/2017Regeling verankering academische opleidings-school 2.4502.9202.7102.6401.590––35n.v.t.201631/12/2016Regeling InnovatieImpuls Onderwijs 4.8855.1003.000–––300n.v.t.201531/12/2015Versterken samenwerking lerarenopleidingen en scholen –20.50020.50020.50020.500––n.v.t.n.v.t.201731/12/2017Impuls lerarentekorten vo en wetenschap en techniek pabo –15.00020.00030.00035.000––n.v.t.n.v.t.201731/12/2017WOOS: Promotiebeurs voor leraren (via NWO)2.2828.3919.50010.00011.50012.0009.5001n.v.t.201731/12/2019WOOS: Arbeidsmarkt- en kennisactiviteiten po 2.2302.2302.2302.0142.0142.0142.0141Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslagleggingzie toelichtingWOOS: Onderwijscoöpe-ratie 2.9002.9302.9352.9352.9352.9352.9351Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslaglegging31/12/2014WOOS: Open Universiteit (LOOK) 6.3703.9301.937––––1Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslaglegging31/12/2014WOOS: Projecten professionalisering 1.2694.6844.8254.8254.8254.8254.825div.Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslaglegging31/12/2015WOOS: Projecten regionale arbeidsmarkt-problematiek 5716.0006.0006.0006.0005.4005.40013n.v.t.201731/12/2016WOOS: Caribisch Nederland (via LOOK)2.0972.0972.0972.097–––1Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslaglegging31/12/2015WOOS: Overige projecten 10.19414.91313.70212.87411.4829.05911.204div.Jaarlijkse verslagleggingJaarlijkse verslaglegging31/12/2016Totaal subsidieregelingen110.228195.995197.236201.685207.946144.333143.978Toelichting:De subsidie inzake arbeidsmarkt-/kennisactiviteiten heeft betrekking op de po-sector, waarvan met de sociale partners is afgesproken om ze zo spoedig als mogelijk, gelijk aan de andere onderwijssectoren, op te nemen in de lumpsumbekostiging van de instellingen voor po. Daar waar bij laatste evaluatie n.v.t. is ingevuld betreft het nieuwe subsidies, die niet eerder worden geëvalueerd dan bij de volgende evaluatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2224Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 14 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen in 2012Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatum subsidie (regeling)Wet Specifiek Cultuur-beleid:1) Verbreden inzet cultuur15.2167.0058.8098.4378.1518.1518.151212012 2013–2016n.v.t.Internationaal cultuur-beleid (incl. HGIS)8.5857.9727.2607.3238.7757.9718.47192012 2013n.v.t.Programma bibliotheek-vernieuwing2) 18.14717.94217.94217.94217.94217.94217.94232011 n.n.b.2015Programma leesbevor-dering 2.9302.8502.8502.8502.8502.8502.85012010 20162015Programma CRISP2.4452.3752.61200001n.v.t.n.v.t.2014Programma erfgoed en ruimte 01.9588.0008.0008.0008.0008.00002010 2017 (i.h.k.v. MoMo)2015Programma ondernemer-schap 04.6553.4373.4373.4370002012 20132016Specifiek cultuurbeleid58.04535.20929.94137.61220.08521.63121.63153n.v.t.n.v.t.n.v.t.Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012 57.69629.3823.650000023n.v.t.n.v.t.2012Totaal subsidieregelingen163.064109.34884.50185.60169.24066.54567.045111Toelichting:1) Bovenstaande subsidies zijn veelal programma’s en activiteiten die niet het karakter hebben van een subsidieregeling. Om die reden is een aantal keer «n.v.t.» ingevuld. De middelen worden beschikt op basis van de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid.2) Tot de beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen op 1 januari 2015, zal de financiering van het programma bibliotheekvernieuwing plaatsvinden op basis van de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid. De nieuwe bibliotheekwetgeving zal binnen vijf jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd. Het moment van evaluatie zal nog worden bepaald.Naast evaluatie is ook monitoring toegevoegd, omdat dit ook inzicht biedt in voortgang en effectiviteit van beleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2225Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 15 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen in 2012Laatste evaluatie (jaartal)Volgende evaluatie (jaartal)Einddatum Subsidie (regeling)Wet Specifiek Cultuur-beleid en Mediawet Subsidies9159209209209199199196n.v.t.n.v.t.n.v.t.Totaal subsidieregelingen9159209209209199199196Toelichting:Bovenstaande subsidies zijn veelal programma’s en activiteiten die niet het karakter hebben van een subsidieregeling. De middelen worden beschikt op basis van de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid of de Mediawet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2226Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 16 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen in 2012Laatste evaluatie (jaartal)Volgende evaluatie (jaartal)EinddatumSubsidie (regeling)(jaartal)Kaderregeling subsi-diering tbv onderzoek en wetenschap 125.756104.66897.76245.11743.10341.76440.72413Open einden.v.t.Open eindeSubsidieregeling Stichting AAP 1.0151.0151.0201.0201.0201.0201.0201n.v.t.n.v.t.2032Totaal subsidieregelingen126.771105.68398.78246.13744.12342.78441.74414Toelichting:Kaderregeling: De regeling zelf wordt niet geëvalueerd, maar de gesubsidieerde instellingen onderliggend aan de regeling worden wel periodiek geëvalueerd.Stichting AAP: Regeling is alleen ten behoeve van de pensionering van de chimpansees.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2227Bijlage: Subsidies Tabel Subsidies artikel 25 (bedragen x € 1.000)Naam subsidie(regeling)2012201320142015201620172018Aantal verle-ningen in 2012Laatste evaluatieVolgende evaluatieEinddatum Subsidie (regeling)Subsidieregeling emancipatieprojecten 15evaluatie ecorys n.v.t.2007Wet Overige OCW-subsidies 651n.v.t.n.v.t.Subsidieregeling emancipatie 2.1802.5581.0871.342n.v.t.n.v.t.2011Subsidieregeling emancipatie 2011 5.8106.9865.5645.8837.1757.1757.17527n.v.t.n.v.t.Regeling sociale veiligheid LHBT jongeren op school 598632136n.v.t.20142015Totaal subsidieregelingen9.25410.1766.6517.2257.1757.1757.175163Toelichting:Voor zowel Subsidieregeling emancipatie als voor de Subsidieregeling emancipatie 2011 geldt dat medio 2014 het emancipatiebeleid zal worden doorgelicht, dus impliciet ook de subsidies, die verstrekt zijn met als grondslag de genoemde regelingen.In het kader van de regeling sociale veiligheid LHBT jongeren op school zijn aan de 71 voortgezet onderwijsscholen en de 65 primair onderwijs-scholen de subsidies verstrekt. Het SCP voert momenteel een evaluatieonderzoek uit dat medio 2014 wordt afgerond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2228Bijlage: Subsidies BIJLAGE 5. EVALUATIE EN ONDERZOEK Soort onderzoekTitel onderwerpArtikelStartAfrondingVindplaatsOnderzoek maar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a.BeleidsdoorlichtingThema’s beleids-agenda 2012Prestaties van leerlingen en studenten omhoog1, 3, 4, 6, 7, 11 en 12201420151 Scholen en instellingen met een ambitieus leerklimaat1, 3, 4, 6, 7, 11 en 1220142014Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk1, 3, 4, 6, 7, 11 en 1220142014Doelmatigheid en focus op het onderwijs1, 3, 4, 6, 7, 11 en 12201420151 Goed opgeleide professionele leraren, docenten en schoolleiders9201420151 Een sterke cultuursector die ondernemend en innovatief is en goed zorgt voor ons erfgoed14201420152 Het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod1520142014Het bevorderen van emancipatie2520142014Overige beleidsdoorlichtingenBrede scholen1201420151b. Ander onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidEvaluatie 5-gelijkeschooldagen (Regioplan)120112014Evaluatie flexibilisering onderwijstijden (Regioplan)120112014Evaluatie passend onderwijs (NWO)120112014Evaluatie Wet OKE (NWO)120132014Brede scholen (Oberon)120122015Effectonderzoek OAB en Excellentie/Onderwijsbewijs (divers)120102015Evaluatie Bestuursafspraken G37120132015Evaluatie School aan Zet (ITS)120122015Evaluatie Startgroepen (UTwente)120122015Jaarlijkse peiling prestaties (Cito)120082015Monitor Actieplan & Bestuursakkoord PO (ITS/Kohnstamm)120122015Pre-COOL-cohort VVE (NWO)120092019Evaluatie Wet passend onderwijs (NRO)120142020Onderwijskwaliteit120132014Evaluatie wet voorzieningenplanning320122013De voorzieningenplanning in het VO Evaluatie experimenten VM2320072013Monitor bestuursakkoord: Beginsituatie, midtermreview, eindevaluatie320112015Monitor bestuursakkoord VO Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2229Bijlage: Evaluatie en onderzoek Soort onderzoekTitel onderwerpArtikelStartAfrondingVindplaatsEvaluatie regeling energie-zuinigheid en binnenmilieu320122013Evaluatie van de uitvoering Bevordering Internationali-sering in het po en vo820122012Evaluatie uitvoering Internationa-lisering Kosten-batenanalyse van de regeling Bevordering Internationalisering in het po en vo820122012Analyse Internationalisering po/vo Evaluatie Subsidiebe-schikking (WOOS) Duitsland Instituut Amsterdam820142014Evaluatie Subsidiebe-schikking (WOOS) NethEr820132013Nog niet afgerondEvaluatie verdragsverplich-tingen820132013Nog niet afgerondMonitor experimenten Associate Degree op MBO-locatie420112014Analyse effectrapportage RMC4JaarlijksIn aprilEffecten Masteropgeleide leraren920132015Effectevaluatie middelen tekortregio’s VO (aantrekke-lijkheid beroep leraren)920132016Effectevaluatie impuls leraren tekortvakken vo920132017De studie waard1120132013De studie waard Beleidsevaluatie studenten-reisvoorziening1120132013Tegemoetkoming lerarenop-leiding1220142014Geven in Nederland/Evaluatie Geefwet1420132015Evaluatie Nationaal Restauratiefonds1420142015Evaluatie Wet tot behoud Cultuurbezit1420132014Evaluatie Beelden voor de Toekomst1420142015Evaluatie Commissariaat voor de Media 2007–20111520132013Evaluatie regeling jonge journalisten1520132013Evaluatie innovatieregeling pers1520132013Evaluatie beleid media-wijsheid / Media Expertise-centrum1520142014Resultaatmeting We can Young2520122015Evaluatieonderzoek Eigen Kracht2520132014Gay Straight Alliantie Veilige Wijken2520122015Evaluatie pilots Sociale veiligheid LHBT25201220142. Overig onderzoekAnalyse leerlingenprestaties (NWO)120132014Excellente scholen (NWO)120132014Kwaliteit «kleinescholen» (NWO)120132014Monitor ouderbetrokkenheid120142014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2230Bijlage: Evaluatie en onderzoek Soort onderzoekTitel onderwerpArtikelStartAfrondingVindplaatsOnderwijspositie autochtone achterstandsleerlingen (NWO)120132014Opbrengstgericht werken (NWO)120132014Opbrengstgericht besturen (NWO)120132014Professionalisering passend onderwijs (NWO)120132014Selectie en indicering VVE-doelgroep (NWO)120132014Verkenning gedifferentieerd onderwijsbeleid (NWO)120132014Voortgang Code «Goed Bestuur» en intern toezicht (NWO)120132014Monitor Bestuursafspraken G37 (Inspectie van het Onderwijs)120132014Monitoren Stimuleringsre-geling bewegingsonderwijs120142018PISA 2012 internationale vgl onderzoek naar lezen, wiskunde en science320102013PISA 2015 internationale vgl onderzoek naar lezen, wiskunde en science320132016ICT literacy 2013, interna-tionale vergelijking320112014Beheersing vreemde talen survey Europese Unie320132017Burgerschap internationale vergelijking320132016Onderzoeksprogramma excellente leerlingen320122015Monitor ouderbetrokkenheid320112014Onderzoek naar maatwerkt-rajecten in het VMBO320132013Opbrengstgericht werken in het onderwijs320132014Monitor schoolkosten320122013Schooladviezen en schoolloopbanen320122013Schooladviezen en schoolloop-banen Pilot tussentijdse toets Limburgse scholen320112014Plausibele verklaringen voor verbetering examenresul-taten320132014Groepsgrootte in het VO320132013Project Onderwijs-Arbeidsmarkt 2011 (POA)4Twee jaarlijksDec 2015Titel zal zijn: De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot2020Vindplaats zal zin: www.roa.nl Registratie en bestemming uitstroom schoolverlaters (SIS)4JaarlijksIn septemberTitel zal zijn: Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2013:Vindplaats zal zijn: www.roa.nl Monitor Sociale Veiligheid4Twee jaarlijks2014Titel zal zijn: Monitor Sociale Veiligheid 2013Arbeidsbarometer leraren BVE4JaarlijksaprilTitel zal zijn: Arbeidsmarktbaro-meter po, vo en mbo 2012–2013Monitor alfabetisering4JaarlijksVoorjaarTitel zal zijn: Monitor Laaggelet-terdheid 2012Vindplaats zal zin: http://cinop.brengtlerentotleven.nl JOB-Monitor4Twee jaarlijks2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2231Bijlage: Evaluatie en onderzoek Soort onderzoekTitel onderwerpArtikelStartAfrondingVindplaatsNulmeting opleidingsdo-meinen 2010–201148/20132014Ontwikkeling/ monitoring toetsen taal en rekenen4JaarlijksIn zomerPIAAC420132018OECDTevredenheid bedrijfsleven (BPV-monitor)4Twee jaarlijks2014Nog niet gereed, wordt mgl. 2014, wordt ontwikkeld door SBBTevredenheid medewerkers4Drie jaarlijks2014Wordt ontwikkeld door MBO RaadNLQF-EQF420102015Vindplaats zal zijn: www.nlqf.nl VSV-evaluatieonderzoek420122014Wordt uitgevoerd door een extern bureauExperimenteel onderzoek naar de effectiviteit van vsv-maatregelen420132015Wordt verricht dor het CPBAfdrachtvermindering Onderwijs620122012Evaluatie afdrachtvermindering onderwijs 2006–2011 Maatregelen versterking besturing (Wijzigingswet WHW)6, 72012/132013Aanpassing van het accreditatiestelsel (Wijzi-gingswet WHW)6,720122013Experimenten open bestel620102015Studentenmonitor (periodiek)6, 7, 1120132014Monitor beleidsmaatregelen ho (periodiek)6, 7, 1120122013Monitor-beleidsmaatregelen Evaluatie experimenten prestatiebekostiging6, 720132016Verkennend onderzoek Erasmus Master garantiefa-ciliteit in de NL context820122012Eindrapport garantiefaciliteit Verkennend onderzoek en impactstudie voor de implementatie van het nieuwe Erasmus for All programma in NL820122013Nog niet afgerondOnderzoek naar mensen-rechteneducatie i.s.m. dir. VO/PO820132013Nog niet afgerondRaming onderwijsarbeids-markt920132014Arbeidsmarktbarometer primair onderwijs, voort-gezet onderwijs en middelbaar beroepson-derwijs920132014Loopbaanmonitor onderwijs920132014InnovatieImpuls Onderwijs920112015SCP Het Culturele Draagvlak (reeks)14 / 1520122016http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2013/Kunstminnend_Nederland Uitgaven cultuur en media gemeenten en provincies1420132013Monitor economische ontwikkeling culturele sector1420132015Effecten economische crisis-in de cultuursector Doorlichting gelieerde instellingen Basis Infra-structuur1420132013CBS Monitor Kunstenaars kunstvakonderwijs, arbeidsmarkt1420142014Monitor Cultuureducatie PO/VO1420132014Monitor Ondernemerschap1420132016Monitor ICB1420132016Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2232Bijlage: Evaluatie en onderzoek Soort onderzoekTitel onderwerpArtikelStartAfrondingVindplaatsOnderzoek bezoldiging topbestuurders fondsen1420132013Monitor Code Culturele Diversiteit1420142015Impactanalyse / toekomst-scenatio’s digitale archief-vorming1420132013baten van overheids-investeringen in de monumentenzorg1420132014Midterm review uitvoerings-programma archiefvisie1420142015Evaluatie financiering lokale1520122013Onderzoek in relatie toekomstverkenning publieke omroep1520132014Evaluatie financiering regionale omroepen1520142014Position paper de facto ongelijkheid2520122013Molengraaff Instituut (link volgt z.s.m.Emancipatiemonitor252013LHBT-monitor2520122015Genderscan aanpak huiselijk geweld2520132014Panel onderzoek 600 grote vernootschappen (voortgang Kalma)2520132015Kansen voor LHBT-emancipatie-beleid in Europa2520122013Eindrapport receptiviteit voor LHBT1 Deze doorlichtingen starten conform eerdere planning in 2014, maar zullen in 2015 worden afgerond zodat de resultaten van meerdere effect-studies die in 2015 beschikbaar komen in de doorlichtingen meegenomen worden.2 Deze doorlichting start conform eerdere planning in 2014, maar zal in 2015 worden afgerond zodat de resultaten kunnen worden meegenomen in de voorbereidingen van de nieuwe BIS-periode.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VIII, nr. 2233Bijlage: Evaluatie en onderzoek
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.