KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

Tweeminutendebat Jaarverslag Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (36945-VIII-11) (ongecorrigeerd)

Brontekst

Jaarverslag Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 Jaarverslag Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025Aan de orde is het tweeminutendebat Jaarverslag Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (36945-VIII, nr. 1). De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Jaarverslag Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025. Nogmaals van harte welkom aan de minister en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Boomsma. Hij spreekt namens JA21 en staat er al klaar voor. Gaat uw gang. De heer Boomsma (JA21):Dank u wel, meneer de voorzitter. Het jaarverslag is natuurlijk een van de belangrijkste documenten voor een Kamerlid om zijn controlerende taak te vervullen. Het is goed dat wij daar als commissie veel aandacht aan hebben besteed en veel vragen over hebben gesteld. Het was een eer om samen met mevrouw Moorman als rapporteur op te treden. Dat is uitgemond in de volgende motie. De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de rapporteurs over het Jaarverslag en de slotwet OCW 2025 namens de commissie aanbevelingen hebben gedaan om de verantwoording over het onderwijsbeleid en de daaraan bestede middelen te verbeteren, zoals opgenomen in de rapporteursnotitie (2026D32380) en in de gezamenlijke inbreng van de commissie in het verslag van het schriftelijk overleg over het Jaarverslag (36945-VIII, nr. 11);constaterende dat de commissie voor het tweede jaar op rij heeft vastgesteld dat aanbevelingen uit evaluaties over de evalueerbaarheid van het beleid niet worden opgevolgd;overwegende dat tot deze aanbevelingen behoort dat het jaarverslag duidelijker moet maken welke resultaten met de ingezette middelen zijn bereikt, hoe doelen, maatregelen, middelen en indicatoren samenhangen, en hoe uitkomsten van monitoring en evaluaties worden gebruikt om beleid bij te sturen;verzoekt de regering in het Jaarverslag OCW 2026 per aanbeveling uit deze stukken aan te geven hoe daaraan uitvoering is gegeven en toe te lichten waarom dat eventueel niet is gebeurd, en daarbij in het bijzonder in te gaan op de opvolging van aanbevelingen over de evalueerbaarheid van het beleid,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Moorman, Rooderkerk en Ceder.Zij krijgt nr. 12 (36945-VIII). Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Van der Plas. Zij spreekt namens de fractie van BBB. Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil kort stilstaan bij het overlijden van Paulien Cornelisse vandaag. Dat ging als een schokgolf door heel Nederland. We hebben het vandaag over onderwijs. Paulien Cornelisse was een enorme taalkunstenaar en bracht op een laagdrempelige manier, met humor, de Nederlandse taal achter de voordeur. Het is een groot gemis, want haar bespiegelingen en observaties over taal zijn legendarisch. Ik hoop dat scholen in Nederland heel veel aandacht aan Paulien Cornelisse en haar taalkunst gaan besteden. Ik wil uiteraard haar familie en alle nabestaanden heel erg veel sterkte wensen met dit enorm grote, verdrietige verlies.Voorzitter. Dan ga ik over naar twee moties. Die luiden als volgt. De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat een te hoog schooladvies nadelige gevolgen kan hebben voor de onderwijsloopbaan van leerlingen;verzoekt de regering verdiepend onderzoek te laten doen naar de gevolgen van een te hoog schooladvies, waaronder afstroom, voortijdig schoolverlaten en de verdere onderwijsloopbaan,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.Zij krijgt nr. 13 (36945-VIII). De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er grote verschillen zijn tussen regio's in het omhoog bijstellen van schooladviezen na de doorstroomtoets;overwegende dat elke leerling dezelfde kans moet hebben op een passend schooladvies, ongeacht waar hij of zij woont;constaterende dat de regering al onderzoekt waar deze verschillen vandaan komen;verzoekt de regering om op basis van dit onderzoek maatregelen te nemen tegen onverklaarbare regionale verschillen, de ontwikkelingen te blijven volgen, en de Kamer vóór de zomer van 2027 te informeren over de uitkomsten en de voortgang,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.Zij krijgt nr. 14 (36945-VIII). De heer Kisteman (VVD):Zou mevrouw Van der Plas nog één keer kunnen uitleggen wat het dictum van de eerste motie is? Wat wil mevrouw Van der Plas daar nu precies mee? Mevrouw Van der Plas (BBB):Alles loopt een beetje door elkaar heen. Het past eigenlijk overal wel een beetje bij. Ik hoorde dat net in het debat over mentale gezondheid onder studenten zelfs een motie werd ingediend door de heer Ergin om de onderwijsbezuinigingen te schrappen. De voorzitter:Ja, maar goed … Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik ga over mijn eigen woorden. Ik kies mijn eigen onderwerpen, die allemaal met het jaarverslag te maken hebben. Daar moet u het mee doen. De voorzitter:En ik ga het even voor u opnemen. Bij het jaarverslag is het normaal dat bij het SO de staat van het onderwijs wordt meegenomen. Daarin komt dit wel degelijk aan de orde. Mevrouw Van der Plas (BBB):Precies. Zeker! De voorzitter:Toch nog een vraag van de heer Kistenman. De heer Kisteman (VVD):Moet het onderzoek waarvoor mevrouw Van der Plas pleit dan gaan over 2025 of over de toekomst? Mevrouw Van der Plas (BBB):Dat onderzoek moet zich richten op wat de gevolgen geweest zijn en wat de gevolgen gaan worden. Dat lijkt mij vrij duidelijk. De minister kan dat misschien nog iets specifiëren. Wat we wél weten, is dat een te hoog schooladvies soms funest is voor leerlingen. Die worden dan gepusht naar een "hoge" opleiding, maar stromen vervolgens af. Dan komen we weer terecht bij de mentale gezondheid van scholieren, want het is gewoon funest voor hun zelfbeeld. Ik denk dus dat het heel belangrijk is. De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, dank u wel. De voorzitter:De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Moorman. Zij spreekt namens de fractie van PRO. Mevrouw Moorman (PRO):Voorzitter. Na de uitstekende motie van de heer Boomsma was ik eigenlijk niet meer van plan om nog iets te zeggen, aangezien we hier al een heel uitgebreid debat over hebben gehad, maar gisteren werden we opgeschrikt door het nieuws dat er misschien toch weer onderwijsbezuinigingen komen op het moment dat het niet lukt om besparingen op de sociale zekerheid door te voeren. Ik wist niet wat ik las. Ik dacht: we gaan toch niet weer diezelfde weg op? Dat is in ieder geval iets waar PRO nooit, nooit, nooit — ik zal het maar even heel duidelijk zeggen — nooit mee in zal stemmen.Ik heb inmiddels in alle toonaarden van de bewindspersoon gehoord dat zij daar ook door is overvallen, maar ik denk dat het goed is als dit hier in de plenaire zaal nog een keer wordt onderstreept, want inmiddels is er in de polder behoorlijk veel rumoer ontstaan. We hebben natuurlijk al eerder allerlei bezuinigingen gezien, dus men is er niet zeker van. Er gaat inmiddels een brandbrief rond van verschillende sectorraden, de leraren en iedereen. Ik denk dat iedereen gerustgesteld zou zijn als hier nog eens klip-en-klaar wordt gezegd dat het niet zo kan zijn dat op het moment dat er een gat in de begroting wordt geschoten — laat ik daar maar even "puntje-puntje-puntje" achter zeggen — er dan in de toekomst een bezuiniging op onderwijs op de rol staat. Wij krijgen hier dus heel graag een reactie op van de bewindspersoon.Nogmaals dank, ook aan de voorzitter, want hier hoort dit gesprek inderdaad plaats te vinden. De voorzitter:Een vraag van de heer Kisteman. Mevrouw Moorman (PRO):Ah, dat is leuk. De heer Kisteman (VVD):Zou mevrouw Moorman nog één keer kunnen zeggen waar ze nooit voor gaat stemmen? Mevrouw Moorman (PRO):Voor een bezuiniging op onderwijs. Ik begrijp uit deze reactie van de VVD dat die daar heel erg op aan het sturen is. Nou, dan horen wij zo meteen graag de reactie van D66 en het CDA. De voorzitter:Ik denk dat die reactie niet gaat komen, want we zijn gekomen aan het einde van de termijn van de zijde van de Kamer. De heer Ergin is nu met nul minuten deelnemer aan het debat. Hij mag daarom straks wel interrumperen.We gaan nu een paar minuten schorsen. Ik zou de minister willen vragen om haar beantwoording te beginnen met de motie van de heer Ergin. We schuiven die gewoon even handig in de stemmingslijst. Ik schors dus voor een paar minuten en vraag het kabinet om te beginnen met de motie van de heer Ergin. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de appreciatie van de moties door de zijde van het kabinet. Ik geef graag het woord aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Minister Letschert:Dank u wel. Ik kom bij de eerste motie en ook bij de vraag van lid Moorman. Laat ik er heel duidelijk in zijn: er is geen afspraak binnen de coalitie dat wij gaan bezuinigen op onderwijs en onderzoek. Ik begrijp wel alle verwarring die gisterenavond in de media en op social media om ons heen is ontstaan. Er is voor een technische constructie gekozen die uiting geeft aan de … Hoe ga ik dat goed uitleggen? Ik ben uiteraard niet de minister van Financiën. U kunt de vraag morgen nogmaals stellen in de gesprekken met de beide Eelco's: onze minister van Financiën en onze staatssecretaris van Fiscaliteit.Er is in het kader van de discussie rondom het sociaal akkoord en de hervorming van de sociale zekerheid voor gekozen om die besparingen bij die begroting weg te halen. Er is met een technische constructie voor gekozen om die op een aanvullende post bij Financiën te zetten. Er ligt niet een afspraak onder die zegt: we gaan bezuinigen op onderwijs en onderzoek. Het is aan de minister van Sociale Zaken om nu met de polder om de tafel te gaan en te gaan praten over de nodige hervormingen. Daar gaat in de komende maanden mogelijkerwijs een bepaald bedrag uit rollen. Als daar gaten zouden ontstaan dan is het in eerste instantie aan de minister van Sociale Zaken om te kijken wat dat betekent voor zijn begroting. Als er dan volgend jaar nog een bredere weging nodig is binnen de coalitie om tot een sluitend financieel verhaal te komen, dan gaan we dan de brede weging maken, maar die is niet nu gemaakt ten koste van de onderwijsbegroting. Elke technische vervolgvraag die u heeft, mag u mij stellen, maar ik vrees dat ik dan toch ga doorverwijzen naar de collega's die daar echt voor gestudeerd hebben.Voorzitter. Ten aanzien van de motie ga ik die hier nu het oordeel ontijdig geven en uiteraard ga ik die tijdens de begrotingsbehandelingen verder in behandeling nemen. Mevrouw Moorman (PRO):Even voor de helderheid: we zijn natuurlijk heel blij met het schrappen van de bezuiniging op de sociale zekerheid, maar wij hebben ook zeker niet ingestemd met het gebruiken van welke andere dekking hiervoor dan ook, dan die wij zelf hebben voorgesteld, namelijk via vermogen en winst. Maar ik hoor de minister zeggen: er is in de coalitie geen afspraak. Ik vraag toch nog even voor de helderheid: ook binnen de regering is er geen afspraak, hoop ik? Minister Letschert:Ja, dat is voor mij hetzelfde. De heer Ergin (DENK):Het is raar dat er binnen de regering geen afspraak is over de invulling van die verzwaringsopgave. Het staat namelijk in de tabel die we bij de Financiële Beschouwingen hebben gekregen. Er is dus wél een afspraak binnen de regering dat onderwijs deel uitmaakt van een eventuele indicatieve besparingsopgave. Mijn vraag aan de minister van Onderwijs is: is het voor deze minister bespreekbaar dat er in welke situatie dan ook wordt bezuinigd in het onderwijs? Minister Letschert:Ik ben dit kabinet en deze coalitie ingestapt met de belofte dat wij intensiveringen binnen het onderwijs en onderzoek mogelijk gaan maken. We zijn er ook keihard voor aan het werk om daar met de verschillende sectoren vorm aan te geven. Dat loopt, eerlijk gezegd, heel erg goed. Daar zullen we ook tijdens de begrotingsbehandelingen rondom de OCW-begroting over gaan spreken. Dus u begrijpt dat het voor mij uiteraard een hele lastige zaak is om die keuzes weer teniet te gaan doen. Dat heb ik vandaag ook in de media gezegd toen ik in dit gebouw daarover werd bevraagd. Het antwoord is volgens mij heel duidelijk, en is ook door onze fractievoorzitter en door verschillende Kamerleden herhaald. De heer Ergin (DENK):Nu wordt het ingewikkeld, want de regering spreekt met één mond. Er is eenheid van kabinetsbeleid. Minister Letschert:Zeker. De heer Ergin (DENK):Aan de ene kant krijgen we in de middag een tabel waarin indicatieve besparingsopgaven staan, oplopend tot 1,2 miljard euro in 2031, en aan de andere kant zegt de minister van Onderwijs: ja, maar dat gaat niet gebeuren. De vraag is: wie moet ik nu geloven? Moet ik de minister van Financiën geloven of de minister van Onderwijs? Minister Letschert:Volgens mij heeft u vandaag ook het gesprek gehad tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen en zult u morgen met de beide bewindspersonen het gesprek gaan voeren, waarbij er uiteraard eenheid van kabinetsbeleid geldt, en de minister van Financiën kan uitleggen hoe deze technische constructie in elkaar zit. De voorzitter:Daarmee heeft de motie (31289, nr. 624), ingediend bij het tweeminutendebat Mentale gezondheid van scholieren en studenten, de appreciatie "ontijdig" gekregen.Dan gaan we nu over naar de appreciatie van de moties die zijn ingediend bij het tweeminutendebat Jaarverslag ministerie van Onderwijs en Wetenschap 2025. Minister Letschert:Excuus! Ik heb er nog één. De voorzitter:De minister heeft er daar volgens mij meer gekregen. Gaat uw gang. Minister Letschert:De motie op stuk nr. 12, over de aanbevelingen, krijgt oordeel Kamer. De voorzitter:Ho, wacht even. Dat is de eerste motie. Dan gaan we verder met de staatssecretaris voor haar appreciaties. Staatssecretaris Tielen:Voorzitter, zo wordt het in elk geval voor mij — ik houd het bij mezelf — wel een beetje onoverzichtelijk.Voorzitter. Mevrouw Van der Plas heeft twee moties ingediend. Heel eerlijk gezegd passen die eigenlijk echt beter bij een ander debat, namelijk dat over toetsen en examens. Vandaar ook dat ik er eventjes over moest nadenken.Mevrouw Van der Plas haalt, denk ik, heel terecht het schooladvies aan, want dat is inderdaad van invloed op heel veel dingen, zowel wanneer het te hoog, als te laag als precies goed is. En dat is precies onze zoektocht, want hoe kom je nou tot een passend schooladvies dat rechtdoet aan de capaciteiten van een kind en de ontwikkelingen die het nog kan doormaken? Mevrouw Van der Plas vraagt vooral om onderzoek te laten doen naar het te hoge schooladvies. Ze wil een verdiepend onderzoek laten doen op eigenlijk alles. Mevrouw Van der Plas weet hopelijk wel dat we inderdaad bezig zijn met nagaan hoe je ervoor kunt zorgen dat het advies zo passend mogelijk gaat zijn. Dat doen we ook met het beoordelen van de doorstroomtoets, die daar een belangrijke rol bij speelt. We hebben afgesproken dat we over een paar jaar naar één doorstroomtoets gaan. Daarom zou ik de motie eigenlijk het oordeel "ontijdig" willen geven en anders "ontraden". Ik denk namelijk dat er dit politieke seizoen nog een aantal debatten zullen zijn, waarin deze motie beter tot zijn recht gaat komen. Dus ontijdig. De voorzitter:De appreciatie voor de motie op stuk nr. 13 is "ontijdig". Staatssecretaris Tielen:Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 14, die, zeg maar, dieper ingaat op die regionale verschillen. Mevrouw Van der Plas heeft natuurlijk wel gelijk dat de inspectie daar in de Staat van het Onderwijs ook dieper op ingaat. Maar ook voor deze motie geldt dat ze ontijdig is. We zijn nu bezig om met name rondom die doorstroomtoets te kijken hoe we daarmee verder moeten. Deze motie is dus ook ontijdig. De voorzitter:Dank u wel. Dan is het in dit geval aan de indiener van de motie, mevrouw Van der Plas, om te bepalen of ze de motie in stemming brengt of eventueel aanhoudt. Maar daar heeft ze alle tijd voor, want de stemmingen zijn pas volgende week dinsdag. Houdt ze 'm niet aan, dan is de appreciatie "ontijdig".Dank u wel. We zijn hiermee aan het einde gekomen van de beantwoording van de zijde van het kabinet en dus ook aan het einde van het tweeminutendebat Jaarverslag ministerie van Onderwijs en Wetenschap. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter:Ik schors de vergadering voor een ogenblik en dan gaat wij verder met het tweeminutendebat Emancipatie. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Versie 6287747f-3545-4c32-944d-bcf6fe613da8 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.