Verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid om toezending ramingen omtrent de herkeuring Wajong
Brontekst
Versie e5e91617f271847c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 29 817Sociale werkvoorziening Nr. 127 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 24 september 2013 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft mij verzocht om «inzicht te geven in de ramingen van het UWV omtrent de herkeuring van het zittend bestand van de Wajong». Dit verzoek is gedaan naar aanleiding van mijn antwoorden op vragen van het lid Karabulut over de herkeuring van jonggehandicapten (Aanhangsel Handelingen 2012/13, nr. 3011). In mijn antwoord van 22 augustus op vraag 4 van het lid Karabulut heb ik geconcludeerd dat ik meer inzicht wilde geven in de ramingen over het aantal mensen dat te maken krijgt met de beoordeling op arbeidsver-mogen in het zittend bestand van de Wajong. In mijn beantwoording van 22 augustus op vraag 3 heb ik daarom reeds helderheid gegeven over de ramingen. Volgens de ramingen, die zijn gebaseerd op cijfers van het UWV, zijn er aan het eind van 2014 ongeveer 240.000 Wajongers. De inschatting is dat 100.000 hiervan geen arbeidsvermogen hebben. Zij behouden hun Wajong-uitkering. In aanvulling op deze gegevens heb ik in de beantwoording van de schriftelijke vragen bij de Hoofdlijnennotitie Participatiewet en quotum na sociaal akkoord (Kamerstuk 29 817, nr. 60, onder meer antwoord 55 en antwoord 92) inzicht gegeven in de groep van 140 duizend Wajongers, waarvan naar verwachting zal worden vastgesteld dat zij arbeidsver-mogen hebben. Van deze groep werken circa 60.000 Wajongers. Circa 80.000 personen kunnen dus een beroep doen op gemeenten voor ondersteuning en eventueel een uitkering. De verwachting is dat 65.000 van deze groep in aanmerking komen voor een uitkering. De gemeenten heeft als taak hen te begeleiden naar werk (bijv. door middel van loonkostensubsidie). De overige circa 15.000 personen kst-29817-127ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 817, nr. 1271 komen niet in aanmerking voor een uitkering. Hiervoor kunnen twee redenen bestaan. Zij melden zich niet bij de gemeente of zij komen, vanwege de polisvoorwaarden (partner en vermogenstoets) niet in aanmerking voor een uitkering. Uiteraard kunnen deze mensen wel een beroep op de gemeente doen voor ondersteuning bij re-integratie. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. KlijnsmaTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 817, nr. 1272
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.