Voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristische content
Brontekst
Versie 15099e77a2385199 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 754TerrorismebestrijdingNr. 751 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 mei 2025De online wereld is een vast onderdeel van ons leven en biedt ongekendemogelijkheden voor communicatie, innovatie en het verkrijgen vaninformatie. Tegelijkertijd kent deze digitale ruimte ook een schaduwzijde.Extremistische en terroristische groeperingen misbruiken onlineplatformen om propaganda te verspreiden en in stand te houden, nieuweleden te rekruteren en zelfs aanslagen voor te bereiden. Bovendien vindthet overgrote deel van radicalisering momenteel online plaats.1 Daarbijziet de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) dat minderja-rigen tussen de twaalf en zeventien jaar steeds vaker een terroristischedreiging vormen vanwege hun jihadistische of rechts-terroristischegedachtegoed.2 Dit beeld wordt bevestigd door recente aanhoudingen,waarbij ook minderjarigen betrokken waren.3 Het voorgaande onder-streept de noodzaak om voortdurend alert te blijven op de schaduwkantenvan de online leefwereld. Het is essentieel om passende maatregelen tenemen om onze samenleving, zowel online als offline, weerbaar te makentegen radicalisering en terrorisme – in het bijzonder waar het jongerenbetreft.4Het kabinet blijft zich inzetten om online extremisme en terrorisme aan tepakken. In de contourenbrief Versterkte Aanpak Online (december 2023)5en de Kamerbrief Nadere Uitwerking Versterkte Aanpak Online (december2024)6 heeft het kabinet uw Kamer een overzicht gegeven van de reedsgenomen en geplande maatregelen. In deze brief ga ik, mede namens deStaatssecretaris Participatie en Integratie, onder andere in op de dialoogmet de internetsector, stand van zaken omtrent een pilot met de ReDirect-1Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 2023/02.2Kamerstuk 29 754, nr. 749.3Zie ook: https://www.om.nl/actueel/nieuws/2025/04/22/14-aanhoudingen-in-verband-met-opruiing-tot-terrorisme-op-sociale-media4Het gaat hierbij om de leeftijdsgroep van 10 tot en met 22 jaar.5Kamerstuk 29 754, nr. 690.6Kamerstuk 29 754, nr. 735. kst-29754-751ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7511 methode, nieuwe trainingen die zijn ontwikkeld, de lokale aanpak, digitaleweerbaarheid, verschillende EU-initiatieven op contentmoderatie en hetProject Online Content Moderatie (PrOCoM). Daarnaast besteed ik in dezebrief in het bijzonder aandacht aan het voorkomen van online radicali-sering van jongeren. Tot slot zal ik in deze brief ingaan op verschillendemoties van en toezeggingen aan uw Kamer.Sociale mediaplatformenEen belangrijk onderdeel van de aanpak gericht op de preventie enbestrijding van online extremisme en terrorisme is een structurelenationale dialoog met de internetsector. Inmiddels hebben binnen dezedialoog zeventien gesprekken plaatsgevonden met verschillende typenonline platformen, variërend van grote sociale mediaplatformen totgaming- (gerelateerde) platformen. Op deze manier treed ik in contact metplatformen die door het merendeel van de Nederlanders worden gebruikt,met name door jongeren. Tijdens de gesprekken zijn nadrukkelijk mijnzorgen geuit over risico’s voor jongeren en over platform-specifiekeontwerp- en beleidskeuzes, waaronder het afschalen van menselijkecontentmoderatie ten gunste van geautomatiseerde contentmoderatie.Daarbij is telkens de eigen verantwoordelijkheid van online platformen opdeze punten benadrukt. Daarnaast hebben operationele partners,waaronder de politie, in deze gesprekken aangegeven welke specifiekedreigingen zij op platformen zien binnen de Nederlandse context. Op ditpunt zijn er aanvullende afspraken gemaakt, zoals het verbeteren van demedewerking aan opsporingsverzoeken. Dit stelt operationele partners instaat om onderzoeksgegevens effectiever met online platformen uit tewisselen. Ten slotte is het eerste gesprek met X (voorheen Twitter)noemenswaardig, waar de eerder benoemde zorgen nadrukkelijk onder deaandacht zijn gebracht. Daarbij is X expliciet aangesproken op het gebrekaan contentmoderatoren met kennis van de Nederlandse taal. Dit is vanbelang om de juiste beoordeling van content in de Nederlandse taal encultuur mogelijk te maken. De verwachting is uitgesproken dat X hetaantal Nederlandse contentmoderatoren op peil brengt. Ik volg hetkomende transparantieverslag in het kader van de digitaledienstenveror-dening om te zien of dit het geval is. Ondertussen verricht de Staatssecre-taris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) een onderzoeknaar de beste contentmoderatiepraktijken op zeer grote online platformen,inclusief X. De resultaten van dit onderzoek zullen na de zomer wordengedeeld met de Tweede Kamer en de Europese Commissie.Tijdens één van de gesprekken is met een groot gamingplatformafgesproken om samen de mogelijkheden van een pilot op het gebied vaneen verbeterd veiligheidsdesign te verkennen. Het doel van deze pilot ishet platform te ondersteunen bij het aanpakken van online gedrag vangebruikers dat mogelijk duidt op een neiging naar gewelddadig extre-misme, onder andere door een betere koppeling met hulpverlening terealiseren.Voor het einde van het jaar zal ik uw Kamer hierover verderinformeren. Verder zal het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum(WODC) binnenkort van start gaan met een onderzoek naar de werkingvan online rekrutering voor terroristische en extremistische doeleinden opgaming- (gerelateerde) platformen. Dit onderzoek richt zich mede op dekwetsbaarheid van jongeren die actief zijn op deze platformen. Ik acht hetvan groot belang om specifiek aandacht te geven aan online gaming,aangezien er nog veel vragen zijn over de manieren waarop extremis-tische groeperingen jongeren via deze platformen benaderen. Hiermeegeef ik opvolging aan één van de aanbevelingen uit het WODC-rapport«Radicale reclame op sociale media. Een onderzoek naar online rekru-tering», waarin wordt geadviseerd om specifiek de rol van gaming-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7512 (gerelateerde) platformen te onderzoeken.7 Ten slotte is dit jaar eenWODC-onderzoek gestart naar de haalbaarheid van een duidingskadervoor extremistische content, inclusief borderline content en extremis-tische memes.ReDirect-methodeEen belangrijk onderdeel van de dialoog met de internetsector is hetverkennen van mogelijkheden om in samenwerking met onlineplatformen concrete instrumenten te ontwikkelen die bijdragen aan hettegengaan van online radicalisering. Deze gesprekken hebben ertoe geleiddat binnenkort kan worden gestart met een pilot met de ReDirect-methode. Mensen die online zoeken naar extremistische of terroristischecontent worden geconfronteerd met een informatieveld om hen door tegeleiden naar online hulp. De pilot wordt in samenwerking met Metabinnen Nederland gelanceerd op de online platformen Facebook,Instagram en Threads. Gebruikers zullen worden doorgeleid naar eenlandingspagina van het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE), waarbijook de mogelijkheid bestaat om gebruik te maken van de, in opdracht vande NCTV, ontwikkelde online chatfunctie.8 Binnen deze chatfunctie kunnenjongeren anoniem en laagdrempelig chatten met experts op het gebiedvan radicalisering en extremisme. Indien nodig wordt vroegtijdig hulpgeboden, zoals persoonlijke begeleiding of familieondersteuning via hetLSE. Met het implementeren van een pilot met de ReDirect-methode geefik gevolg aan de motie Kuik (CDA)9 en de toezegging aan het lid Boswijk(CDA).10 Ik zet erop in om met meerdere online platformen samen tewerken zodat we dergelijke interventies breder implementeren en demogelijkheden om vroegtijdig te interveniëren versterken. Hiervoor zal ikdan ook aandacht blijven vragen in de dialoog met de internetsector.Lokale aanpakDe lokale aanpak vormt een essentieel onderdeel van de kabinetsinzettegen radicalisering, extremisme en terrorisme, waarbij altijd sprake isvan maatwerk. Met name waar het jongeren betreft is dergelijk maatwerkvereist – een noodzaak die ook door de AIVD in haar recente publicatiewordt onderstreept.11 Hieronder ga ik in op enkele aspecten van de onlineinzet binnen de lokale aanpak, met een bijzondere focus op jongeren.Hierin is op zowel nationaal als lokaal niveau een grote rol weggelegdvoor preventie, bijvoorbeeld door het bevorderen van digitaleweerbaarheid van jongeren, ouders en lokale professionals zoalsjeugdwerkers en leerkrachten. Middels deze initiatieven wordt invullinggegeven aan de motie van het lid Ceder (CU) en het lid Six Dijkstra (NSC),waarin de regering wordt verzocht in overleg met de NCTV te komen meteen plan van aanpak digitale weerbaarheid ter voorkoming van radicali-sering door sociale media.12Gemeenten voeren de regie over de lokale aanpak en zijn verantwoor-delijk voor de ontwikkeling en uitvoering ervan, in samenwerking metrelevante partners. Met name gemeenten hebben aangegeven behoefte tehebben aan een duidelijker handelingsperspectief voor optreden in hetonline domein. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om verduidelijking van7«Radicale reclame op sociale media», NSCR, in opdracht van het WODC, september 2024.Kamerstuk 29 754, nr. 729.8Zie ook https://www.landelijksteunpuntextremisme.nl/chat/9Kamerstuk 29 754, nr. 658.10TZ202312-032.11Zie ook: https://www.aivd.nl/documenten/publicaties/2025/04/03/een-web-van-haat12Kamerstuk 26 643, nr. 1300.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7513 beschikbare bevoegdheden omtrent signalen over online radicalisering.Daarom werk ik op dit moment aan een aanvulling op de recentvernieuwde Handreiking voor de Lokale Aanpak van radicalisering,extremisme en terrorisme.13 Deze aanvulling richt zich op de mogelijk-heden voor gemeenten om te handelen binnen het online domein in hetkader van extremisme en terrorisme. In hoofdlijnen wordt ingegaan opbasiskennis over de online dimensie van radicalisering, extremisme enterrorisme, en bevoegdheden van gemeenten. Ten slotte komen ookmogelijke interventies aan bod die betrekking hebben op het onlinedomein binnen de lokale aanpak, bijvoorbeeld ten aanzien van hetbevorderen van digitale weerbaarheid.Online radicalisering kan snel gaan en relatief onopgemerkt plaatsvinden.Daarom is het van belang dat lokale professionals – en de samenleving inhet algemeen – over de juiste kennis en handvatten beschikken omsignalen vroegtijdig te herkennen zodat hierop effectief kan wordengehandeld. Hierover ben ik in gesprek met de Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG). Daarnaast zal het Rijksopleidingsinstituut tegenRadicalisering (ROR) een workshop «online radicalisering» aanbiedenvoor lokale professionals. In deze workshop wordt onder andere ingegaanop wat online radicalisering inhoudt, welke processen hierbij een rolspelen en wat het handelingsperspectief voor professionals is.Ook op Europees niveau is er aandacht voor het lokale domein, waarbijwordt ingezet op het versterken van kennis en handelingsperspectievenmet betrekking tot (het herkennen van) online radicalisering. In samen-werking met Frankrijk en de Europese Commissie leidt Nederland dit jaareen serie werkgroepen binnen de EU Knowledge Hub on Prevention ofRadicalisation. In deze werkgroepen komen professionals uit de praktijksamen om lokale ervaringen op Europees niveau uit te wisselen, met alsdoel het ontwikkelen van praktische handvatten. Inhoudelijk richten dezewerkgroepen zich volledig op online radicalisering onder jongeren. Hetdoel is om op EU-niveau concrete en toepasbare handvatten te ontwik-kelen, met bijzondere aandacht voor de ondersteuning van professionalsop lokaal niveau. In juni 2025 vindt in Nederland één van de driewerkgroepen plaats.Het versterken van digitale weerbaarheid is een belangrijke pijler binnende preventieve aanpak van online radicalisering, waarbij passende eneffectieve interventies op lokaal niveau van groot belang zijn. Op ditgebied werk ik intensief samen met het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (SZW), waaronder bij het toekennen van de Verster-kingsgelden. Vanuit de Versterkingsgelden worden diverse interventiesondersteund die bijdragen aan het versterken van de digitaleweerbaarheid van jongeren. Zo werken gemeenten onder andere aan hetvergroten van mediawijsheid. In deze lessen krijgen jongeren inzicht inhun eigen socialmediagebruik en leren ze de onderliggende mechanismente herkennen die zorgwekkende online content effectief en aantrekkelijkmaken. Daarnaast organiseren gemeenten online activiteiten waardoorjongerenwerkers in contact komen met jongeren die anders niet bereiktzouden worden. Door in te zetten op het leggen van contact kaneenzaamheid worden bestreden en voorkomen worden dat jongeren ineen sociaal isolement raken, wat kan bijdragen aan vatbaarheid voorradicalisering.Het versterken van digitale weerbaarheid is tevens een belangrijkonderdeel van de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving.13Zie ook: https://www.nctv.nl/actueel/nieuws/2024/09/05/nu-online-vernieuwde-handreiking-lokale-aanpakTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7514 Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) richt zich indeze agenda op het vergroten van bewustwording, het bieden van kennisen handelingsperspectief en het stimuleren van effectieve interventies ophet gebied van digitale weerbaarheid. De agenda omvat tevens het (laten)uitvoeren van onderzoek en het faciliteren wetenschappelijk onderbouwdeinterventies en programma’s ter versterking van weerbaarheid en hettegengaan van extremisme. Hierbij is specifiek aandacht voor hetversterken van de samenwerking tussen het sociale en het veiligheids-domein.Ten slotte werkt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties (BZK) aan een publiekscampagne die zich primair richt op ouders enopvoeders, met als doel hen beter te informeren over kinderrechten in dedigitale wereld. Door ouders handelingsperspectief te bieden en henbewust te maken van de risico’s en rechten online, worden zij betertoegerust om hun kinderen te begeleiden in het maken van veilige enbewuste keuzes. Daarmee draagt de campagne bij aan het versterken vande digitale weerbaarheid van kinderen en sluit deze aan bij de bredereinzet op het voorkomen van online radicalisering. Daarnaast werkt BZKaan een strategie voor kinderrechten online, waarin de koers voor dekomende jaren wordt uiteengezet op het gebied van kinderrechten onlineen waarbij bestaande initiatieven van maatschappelijke partners wordenbenut.EU-initiatieven op contentmoderatieConform de motie van het lid Michon-Derkzen14 en mijn toezegging deKamer te informeren over contentmoderatie15 zal ik hieronder deEU-initiatieven ten aanzien van contentmoderatie nader toelichten.Daarnaast verstuur ik in gezamenlijkheid met deze Kamerbrief deuitkomsten van het Project Online Content Moderatie (PrOCoM), conformdezelfde motie van het lid Michon-Derkzen.In de eerste plaats is de digitaledienstenverordening (Digital Services Act,of DSA) van belang. Deze is sinds 17 februari 2024 van toepassing optussenhandeldiensten, waaronder hostingbedrijven en online platformen.De DSA bevat verschillende bepalingen over contentmoderatie. Zomoeten alle aanbieders van tussenhandeldiensten in hun algemenevoorwaarden beleid voor contentmoderatie opnemen en dat beleid ookzorgvuldig toepassen. Aanbieders van hostingdiensten, waaronder onlineplatformen, zijn verplicht een toegankelijk en gebruiksvriendelijkmeldsysteem beschikbaar te stellen waarmee melding kan wordengemaakt van illegale online inhoud, zoals terroristisch materiaal. Ditsysteem moet bijdragen aan tijdige en zorgvuldige besluitvorming overde ingediende meldingen. Zeer ernstige strafbare feiten moeten proactiefworden gemeld bij de bevoegde autoriteiten. Daarnaast verplicht de DSAonline platformen om beleid te voeren ten aanzien van gebruikers dieherhaaldelijk illegale inhoud verspreiden.De DSA verplicht online platformen verder tot het nemen van maatre-gelen om minderjarigen te beschermen. Voor de zomer van 2025 zal deEuropese Commissie richtsnoeren publiceren over de bescherming vanminderjarigen online, waarin wordt geadviseerd hoe online platformeneen hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor minderjarigenkunnen waarborgen. De bescherming van minderjarigen is ook onderdeelvan de toezichtprocedure die de Europese Commissie heeft ingesteld14Kamerstuk 29 754, nr. 738.15TZ202412-152.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7515 tegen het bedrijf Meta.16 Voor zogenoemde zeer grote online platformengeldt bovendien dat zij de systeemrisico’s die voortvloeien uit het ontwerpof de werking van hun dienst moeten onderzoeken en beperken. Dezesysteemrisico’s omvatten onder meer de verspreiding van illegale inhouden de werkelijke of verwachte negatieve effecten ten aanzien van debescherming van minderjarigen. Sinds februari van dit jaar geldt deUitvoeringswet digitaledienstenverordening, en zijn de AutoriteitConsument & Markt (ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)officieel bevoegd om toe te zien op de naleving van de DSA doortussenhandeldiensten die in Nederland zijn gevestigd. Eén van defocusgebieden van de toezichthouders voor het komende jaar zal debescherming van minderjarigen zijn.Ten tweede is in het kader van contentmoderatie de VerordeningTerroristische Online-Inhoud (hierna: TOI-Verordening) van belang. Alstoezichthouder detecteert en beoordeelt de Autoriteit online Terroristischen Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) op grond van deze wetgevingonline terroristisch materiaal. De aanbieder van hostingdiensten waarbijonline terroristisch materiaal wordt gevonden moet dit materiaal binneneen uur verwijderen of ontoegankelijk maken zodra zij van de ATKM eenverwijderingsbevel ontvangt. Aanvullend moeten online platformentransparantieverslagen publiceren waarin wordt aangegeven hoeveelverwijderbevelen zijn ontvangen en hoe hier opvolging aan is gegeven.Wanneer een toezichthouder herhaaldelijk verwijderbevelen stuurt naareen specifiek online platform, kan de toezichthouder dit betreffendeplatform een zogenoemd «blootstellingsbesluit» opleggen. In dat geval ishet platform verplicht om proactieve maatregelen te nemen om tevoorkomen dat het in de toekomst opnieuw terroristische contentbeschikbaar stelt.De ATKM heeft conform de toezegging aan het lid Michon-Derkzenbeleidsaanbevelingen met betrekking tot online terrorisme gedeeld,waarmee ik de toezegging als afgedaan beschouw.17 Zoals de ATKM heeftbeschreven in haar jaarverslag, heeft zij zich in de eerste fase van haaroperationalisering gericht op de beoordeling van online terroristischmateriaal met een jihadistisch en rechts extremistisch karakter. Zij treft bijde detectie en beoordeling hiervan ook veelvuldig materiaal aan dat opgrond van de TOI-Verordening niet als terroristisch kan worden beoor-deeld, maar wel problematisch is in relatie tot de bredere problematiekvan online radicalisering en extremisme van met name jongeren. DeATKM kan zich in dit licht een meer integrale aanpak van deze onlineproblematiek voorstellen, waarbij haar werkzaamheden, met inachtneming van haar onafhankelijke rol, aansluiten op de bredere inzetvan de NCTV ten aanzien van online radicalisering, extremisme enterrorisme.Als relatief jonge toezichthouder moet de ATKM de tijd en ruimte krijgenom uit te groeien tot gezaghebbende autoriteit in de bestuursrechtelijkeaanpak van de online illegale inhoud waarvoor zij verantwoordelijk is.Tegelijkertijd waardeer ik het dat we op grond van eerdergenoemdeconstateringen door de ATKM ons beleid ten aanzien van online terro-risme verder kunnen vormgeven. We staan in contact met de ATKM overde wijze waarop deze organisatie gezien haar toezichthoudende rolhieraan binnen de wettelijke kaders concreet kan bijdragen. In gesprekkenmet de ATKM heb ik daarnaast mijn groeiende zorg over de snelle onlineradicalisering van jongeren benadrukt. Ook het gebruik van rechts-extremistische en jihadistische memes en emoji’s is onder de aandacht16Zie ook: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_24_266417TZ202412-151.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7516 gebracht van de ATKM.18Ik spreek mijn waardering uit voor het waarde-volle werk dat de ATKM tot nu toe heeft verricht en zie uit naar hunverdere inzet om in samenwerking met mijn ministerie online terrorismeversterkt aan te pakken.Een aanvullend beleidsmatig instrument op EU-niveau betreft het EUInternet Forum, een samenwerkingsverband waar EU-lidstaten,EU-instellingen en online platformen samenkomen om illegale enonwenselijke (bijvoorbeeld borderline) online content tegen te gaan.Hierin kunnen best practices en nieuwe inzichten ten aanzien vancontentmoderatie worden uitgewisseld. Daarnaast zijn twee gedragscodesrelevant: de Gedragscode tegen illegale haatzaaiende uitlatingen op hetinternet en de Gedragscode betreffende desinformatie. In de genoemdeGedragscode tegen illegale haatzaaiende uitlatingen op het internet isvastgelegd dat sociale mediaplatformen meldingen van haatzaaiendeuitlatingen binnen 24 uur moeten behandelen en verwijderen. In deGedragscode betreffende desinformatie verbinden de ondertekenendeonline platformen zich aan extra toezeggingen om de verspreiding vandesinformatie terug te dringen, en scherpen zij bestaande afspraken aan.De naleving van deze toezeggingen door ondertekenende onlineplatformen zal vanaf 1 juli 2025 jaarlijks onderworpen worden aan eenonafhankelijke audit in het kader van de DSA. Naast deze EU-initiatievenop het gebied van contentmoderatie verdient tot slot ook het CounteR-project binnen EU Horizon 2020 aandacht. Dit project ontwikkelt geavan-ceerde software die radicaliserende online content vroegtijdig detecteerten verwijdert, met waarborgen voor privacy en gegevensbescherming.Mogelijke knelpunten in relevante wetgeving zal ik nader onderzoekendoor de evaluatieprocessen van de Europese Commissie nauwgezet tevolgen en daar zo nodig actief aan bij te dragen. Zo wordt binnenkort deTOI-Verordening geëvalueerd. In dat kader zal ik het WODC de opdrachtgeven om eventuele verbeterpunten en lacunes in de wetgeving explicietin kaart te brengen. Ten slotte zal de Minister van Economische Zaken deevaluatie van de DSA door de Europese Commissie in 2027 nauwgezetvolgen.Project Online Content Moderatie (PrOCoM)Met betrekking tot de aanpak van illegale content in de volle breedte, ishet noemen van het Project Online Content Moderatie (PrOCoM) vanbelang. Dit project heeft een publiek-private samenwerking tot standgebracht waar onderwerpen kunnen worden besproken met betrekking totcontent die strafbaar of evident onrechtmatig is, dan wel anderszinsongewenste elementen bevat.19 Daarnaast is het handelingsperspectiefvan slachtoffers van online grensoverschrijdend gedrag uitgebreid met demogelijkheid om een verwijderverzoek in te dienen via Helpwanted(onderdeel van Offlimits). Burgemeesters worden ondersteund met eenhandelingskader met betrekking tot online aangejaagde openbare ordeproblematiek. Tenslotte is verder geïnvesteerd in het verhogen van hetkennisniveau en het vergroten van de expertise binnen de rijksoverheidmet betrekking tot internet-gerelateerde onderwerpen. Het eindverslagvan dit project is als bijlage toegevoegd aan deze brief.18Hiermee voldoe ik aan de motie van het lid Mutluer (GL-PvdA), zie ook: Kamerstuk 29 754,nr. 717.19PrOCoM is een initiatief van het Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving(DGRR), Directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding (DRC) met steun van eeninterdepartementale stuurgroep, waarin ook de NCTV is vertegenwoordigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7517 Tot slotDe digitale wereld ontwikkelt zich in hoog tempo en brengt zowel kansenals risico’s met zich mee. In deze brief ben ik nader ingegaan op dehuidige inzet in het tegengaan van online extremisme en terrorisme metbijzondere aandacht voor jongeren. Bij deze aanpak blijft het bewaken vanfundamentele rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, van grootbelang – maar vraagt om een zorgvuldige balans met maatregelen dieonline radicalisering tegengaan en de veiligheid bevorderen. Vrijheid enveiligheid zijn geen tegenpolen, maar vereisen wel voortdurendeafweging en waakzaamheid, zodat het internet een ruimte blijft waarinfundamentele rechten worden beschermd én misbruik wordt tegen-gegaan. In het najaar van 2025 zal ik in een volgende brief nader ingaanop de verdere ontwikkelingen in de aanpak van online extremisme enterrorisme.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7518
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.