KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voorhang ontwerpbesluit tot wijziging van het Bbl t.b.v. het verder aanscherpen van de grenswaarde voor de milieuprestatie van woonfuncties en kantoorfuncties en het regelen van de grenswaarden voor de milieuprestatie voor andere gebruiksfuncties

21 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a8dc49b6307f4611 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 325BouwregelgevingNr. 274 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 juni 2024Hierbij bied ik u het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluitbouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) aan ten behoeve van het verderaanscherpen van de grenswaarde voor de milieuprestatie vanwoonfuncties en kantoorfuncties en het regelen van de grenswaardenvoor de milieuprestatie voor andere gebruiksfuncties.De voorlegging van het ontwerpbesluit geschiedt in het kader van dewettelijk voorgeschreven voorhangprocedure in artikel 23.5 van deOmgevingswet en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te sprekenover het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van deRaad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal wordenvastgesteld.Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan deKoning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van deRaad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadathet ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.In verband met het zomerreces van uw Kamer wordt deze termijn opgrond van aanwijzing 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgevingverlengd tot 16 september.Ter informatie treft u bij deze brief tevens aan de ontwerpregeling totwijziging van de Omgevingsregeling (hierna: Or) en de onderzoeken diezijn uitgevoerd ter voorbereiding van het ontwerpbesluit en de ontwerpre-geling. Met deze bredere context ga ik er vanuit dat uw Kamer beter instaat zal zijn het ontwerpbesluit tot wijziging van het Bbl beter tebeoordelen. Deze ontwerpregeling voorziet in de uitwerking van enkelebepalingen in het ontwerpbesluit, te weten de aanwijzing van de versievan de bepalingsmethode die moet worden gebruikt voor de berekeningvan de milieubelasting en van de weegset, de gebouwonderdelen diemoeten worden meegenomen in de berekening van de milieubelasting ende berekening van een soepelere milieuprestatie-eis. kst-28325-274ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Ontvangen ter Griffie op 21 juni 2024.De voordracht voor de vast te stellenalgemene maatregel van bestuur is aan deKamer overgelegd tot en met 15 september2024.De voordracht voor de vast te stellenalgemene maatregel van bestuur kan nieteerder worden gedaan dan op 16 september2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2741 Hieronder schets ik de totstandkoming van dit ontwerpbesluit en deontwerpregeling, de regie op innovatie ten behoeve van toekomstigeregelgeving en de doorontwikkeling van het Bbl.Wettelijke lat hoger voor duurzaam bouwenMet de aanscherping van de milieuprestatie-eis voor woonfuncties enkantoorfuncties in het ontwerpbesluit Bbl verhoog ik de wettelijke lat voorde duurzaamheid van nieuwe bouwwerken die vanaf medio 2025 wordengerealiseerd.Dit ontwerpbesluit is in het voorjaar geconsulteerd. Uit die consultatiebleek brede steun voor de aanscherping en uitbreiding van de eis evenalsvoor de soepelere eis voor kleine woningen, maar er was ook kritiek op denieuwe Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken. Die nieuweBepalingsmethode bevat 19 milieucategorieën, waarmee de integralemilieuprestatie wordt berekend. Deze bepalingsmethode is afgeleid vande vigerende Europese standaard voor de berekening van de milieube-lasting van bouwproducten.1Kern van de kritiek was dat de nieuwe bepalingsmethode een onterechthoge milieubelasting toeschreef aan hout- en biobased bouwproducten.Er werd voorgesteld om de berekening van de milieuprestatie alleen uit tevoeren met de 13 kern milieucategorieën en de 6 additionele milieucate-gorieën buiten beschouwing te laten. In het Tweeminutendebat overcirculair bouwen op 10 april jl. heeft uw Kamer een motie met diestrekking aangehouden, gelet op mijn toezegging om nog voor de zomermet een voorstel hiervoor te komen.De afgelopen periode heb ik intensief overleg gevoerd over dit vraagstukmet diverse partijen uit de bouwsector. Als onderdeel van dit overleg hebik ook aanvullend onderzoek uit laten voeren.2 In dit onderzoek isberekend wat de effecten zijn van de invoering van de nieuwe bepalings-methode op de milieuprestatie van verschillende biobased enniet-biobased bouwproducten en bouwonderdelen. Deze berekeningenzijn ook uitgevoerd voor verschillende varianten van oplossingsrichtingen,waaronder het voorstel om de milieuprestatie alleen te berekenen met de13 kern milieucategorieën.Op basis van het overleg ben ik met de partijen uit de bouwsector tot eenvoorstel gekomen, waarvan het overgrote deel van de partijen heeftaangegeven, dat dit voor hen een werkbaar alternatief is.In hoofdlijn houdt het voorstel in, dat de berekening van de milieupres-tatie wordt gebaseerd op alle 19 milieucategorieën binnen de nieuwebepalingsmethode.Daarnaast zullen voor landgebruik (en voor waterschaarste) aanvullendemilieudata worden opgenomen voor een meer correcte bepaling van demilieuprestatie van duurzaam geteelde biogrondstoffen waarmeebiobased bouwproducten worden geproduceerd.Tot slot is de milieu-categorie landgebruik aangepast ten opzichte van hetvoorstel in de internetconsultatie, door als uitgangspunt de lage weginguit de scenario-analyse van CE-Delft te nemen voor de berekening van de1NEN-EN 15804+A2 (en) Duurzaamheid van bouwwerken – Milieuverklaringen van producten –Basisregels voor de productgroep bouwproducten, november 2019.2LBP|SIGHT, Nadere analyse implementatie bepalingsmethode versie A2, Berekeningen effectenvarianten, mei 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2742 milieuprestatie gebouwen. In de internetconsultatie was nog hetmidden-scenario als uitgangpunt genomen. Deze aanpassing is vanuit hetoogpunt van mate van zekerheid over de robuustheid van de beschikbaremilieudata voor landgebruik reëler. Effect van deze aanpassing is onderandere dat de milieuprestatie van hout- en biobased bouwproductenverbetert.Ik heb dit voorstel verwerkt in de voorliggende ontwerpregeling totwijziging van de Or. Dit voorstel heeft een aantal voordelen ten opzichtevan het voorstel om alleen te rekenen met 13 milieucategorieën. Onder de6 additionele milieucategorieën zitten enkele milieucategorieën, die eengrote bijdrage leveren aan de verduurzaming van de bouw: toxiciteit enfijnstofvorming. Als die niet zouden worden meegenomen in deberekening van de integrale milieuprestatie, bestaat de kans dat erbouwproducten op de markt komen, waarbij de bescherming tegentoxiciteit en de reductie van fijnstofvorming aanzienlijk lager is dan dehuidige bouwproducten. Dit heeft effect op alle bouwproducten, nietalleen op biobased.Dit is niet wenselijk, zowel uit het oogpunt van verduurzaming als in hetlicht van voorspelbaarheid van overheidsbeleid.Een tweede belangrijk aspect van het voorstel is, dat hiermee devoorgenomen datum van inwerkingtreding op 1 juli 2025 kan wordengerealiseerd. Met de overgang naar 13 milieucategorieën wordt dehaalbaarheid van die datum uiterst onzeker. In dat geval dienen deberekeningen voor alle referentiegebouwen te worden overgedaan, enmoet ik – in overleg met de bouwsector – op basis van die berekeningennieuwe eisen bepalen, die qua ambitieniveau vergelijkbaar zijn met deaangekondigde aanscherping in mijn brief van 4 oktober jl.WoningbouwopgaveIn de voorbereiding op het ontwerpbesluit is een aanvullend lastendruk-onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de aanscherping van demilieuprestatie-eis voor de bouwkosten en de woningbouwopgave. Dealgemene conclusie van deze en het eerdere onderzoek was dat deaanscherping van de milieuprestatie-eis voor nieuwe woningen geensignificante negatieve effecten heeft op de woningbouwopgave, mits ervoldoende voorbereidingstijd is voor lopende bouwprojecten. Daarom zaler een overgangsperiode van een half jaar in acht worden genomen.Tevens is er aandacht gevraagd voor kleine woningen en appartementen.Daarvoor zou de gestelde milieuprestatie-eis onevenredig zwaar kunnenzijn. In het ontwerpbesluit is dit ondervangen door op dergelijke kleinewoningen een soepelere milieuprestatie-eis van toepassing te laten zijn.Regie op innovatie ten behoeve van toekomstige regelgevingNaast het verhogen van de wettelijke lat, wil ik meer regie voeren op delokale variëteit als het gaat om ambities die lokaal worden uitgevraagd ophet gebied van duurzame woningbouw. Een diversiteit aan ambities enbepalingsmethoden staat de ingeslagen weg van geïndustrialiseerdbouwen – en daarmee betaalbare woningbouw – in de weg. Veel bouwersen ontwikkelaars pleiten voor landelijke eenduidigheid als het gaat omrichting en de ambities in de woningbouw voor de middellange termijn.Aan een nog hoger duurzaamheidsniveau dan het Bbl wil en kan een deelvan de markt al voldoen, mits dat niveau niet per gemeente of opdrachtverschilt. Met de vaststelling van de EPBD-IV in april jl. is duidelijkgeworden wat de contouren van de nieuwe toekomstige wettelijke lattenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2743 worden in de duurzame bouw. In de aanloop daarnaar toe is het zaak datde sector zich alvast daarop gedegen kan voorbereiden.Daarom werk ik met de sector (zoals medeoverheden, opdrachtgevers enontwikkelaars) aan uniformering van ambities voor de verdere verduur-zaming van de woningbouw, in lijn met en in voorbereiding op nationalebeleidsdoelen en Europese ontwikkelingen. Zo krijgen opdrachtgevers enbouwers een duidelijk toekomstperspectief en kunnen ze hun bouwcon-cepten gezamenlijk en stapsgewijs aanpassen zodat ze zijn voorbereid opscherpere wettelijke normering in de toekomst. Kortom, de aanpak istweeledig: vanaf medio 2025 gaan de minimumeisen voor gebouwenomhoog (milieuprestatie-eis) en tegelijkertijd breng ik uniformiteit aanvoor partijen die nu al willen werken met hogere (uniforme) ambities.Doorontwikkeling duurzaam bouwenHet voorliggende ontwerpbesluit tot wijziging van het Bbl zal geeneindstation zijn als het om de doorontwikkeling van de milieuprestatie-eisgaat. Bij de uitwerking van de vastgestelde EPDB-IV zal nauwgezet devinger aan de pols worden gehouden waar het gaat om het effect op demilieuprestatie. Het toevoegen van extra voorzieningen aan eenbouwwerk voor bijvoorbeeld het verhogen van de energieprestatie heeftimmers direct effect op de milieuprestatie van gebouwen.Daarnaast zal de Whole Life Carbon-systematiek op grond van de EPBD-IVparallel worden vormgegeven. Omdat de Whole Life Carbon-systematiekdezelfde elementen heeft als de Bepalingsmethode MilieuprestatieBouwwerken moet de samenhang tussen beiden worden onderzocht.In dat traject zal ook een besluit worden genomen over de waardering diede milieulasten en -baten buiten de levenscyclus van een bouwwerkkrijgen (module D).Bovendien zullen de effecten van de herziene Verordening Bouwpro-ducten en Europese ontwikkelingen daarin worden betrokken in deverdere ontwikkeling de komende jaren.Tot slot heb ik samen met de Ministeries van IenW en EZK met een grotegroep keten- en branchevertegenwoordigers recentelijk een samenwer-kingsverklaring getekend om in de periode tot medio 2025 in gezamen-lijkheid toe te werken naar een bouwmaterialenakkoord3. We zien namelijkeen kans om samen op te trekken om de bouw en de bouwmaterialenin-dustrie versneld te verduurzamen. Het voornaamste doel van dezesamenwerkingsverklaring is om gemeenschappelijke ambities tussen demarkt en het Rijk vast te leggen en het moment van de start van dezesamenwerking te markeren. De periode tot medio 2025 zullen wegebruiken om samen met deze partijen inzichtelijk te maken welkerandvoorwaarden nodig zijn om de verduurzaming te versnellen en hoewe de komende jaren met elkaar zullen samenwerken om barrières tekunnen wegnemen die het behalen van de doelen belemmerd. Het Rijk zalhierin een ondersteunende- en faciliterende rol vervullen en ketensondersteunen om de gezamenlijke opgaven te kunnen realiseren.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de Jonge3Samenwerkingsverklaring bouwmaterialenakkoord | Volkshuisvesting NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2744

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1cb2a6472c7263ee

14 okt 2026 · 6dfc662be34eee8d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.