KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsagenda kinderopvang

11 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ad9c12d26038c41a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 322KinderopvangNr. 548 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 november 2024InleidingEen goed kinderopvangstelsel is van groot belang om ouders te kunnenlaten werken. Dankzij kinderopvang kunnen ouders financieel zelfstandigblijven en meer dagen werken. Toegankelijke kinderopvang stelt ouders instaat de zorg voor hun kinderen te combineren met hun baan. Als deopvang veilig en van goede kwaliteit is zullen ouders hun kinderen meteen gerust hart naar de kinderopvang brengen. En kinderen profiterendaar ook van. Zo draagt de kinderopvang bij aan een goede start in hetleven van bijna een miljoen kinderen in Nederland.De kinderopvangsector in Nederland staat er goed voor. De sector is nogrelatief jong en heeft de laatste jaren een enorme groei doorgemaakt. Datis bijvoorbeeld te zien aan het aantal kinderen dat naar de opvang gaat enhet aantal medewerkers dat in de opvang werkt. En ook aan de kwaliteitvan de opvang. De kwaliteit van de kinderopvang is namelijk over hetalgemeen goed, ook in internationaal perspectief.Tegelijkertijd heeft dit kabinet een grote veranderopgave om het kinderop-vangstelsel verder te verbeteren, mede naar aanleiding van de kinderop-vangtoeslagaffaire. Het huidige financieringsstelsel van de kinderopvangkent fundamentele problemen. Werkende ouders krijgen een onzekervoorschot aan kinderopvangtoeslag om een zekere rekening voor deopvang van hun kinderen te betalen. Dit kabinet werkt aan een grondigeaanpassing van de financiering van de kinderopvang om dit op te lossen.De huidige kinderopvangtoeslag, die uitbetaald wordt aan ouders,vervangen we door een nieuwe vorm van financiering direct aankinderopvangorganisaties. Gelijktijdig met deze brief stuur ik uw Kamerde hoofdlijnenbrief over de uitwerking van het nieuwe financieringsstelsel(Kamerstuk 31 322, nr. 547). kst-31322-548ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5481 Naast deze veranderopgave is de afgelopen jaren al veel werk verricht omde kwaliteit van de kinderopvang te versterken en deze jonge sectorverder te professionaliseren. In deze brief zet ik uiteen wat er de afgelopenjaren met het kinderopvangbeleid al bereikt is. Ook beschrijf ik welkeuitdagingen ik nog zie, de dilemma’s die dit met zich mee brengt en waarik de komende tijd nog meer op wil inzetten. Dit alles voor een sterkekinderopvang.Belang van goede kwaliteit en toegankelijkheid van dekinderopvangDe laatste jaren is veel geïnvesteerd in de kinderopvang. Dit doe ik vanuitde twee doelen die het kinderopvangbeleid kent: het bevorderen van dearbeidsparticipatie van ouders en het stimuleren van de ontwikkeling vankinderen. Om deze doelen te bereiken, is van belang dat kinderopvangkwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar is.Een van de speerpunten van dit kabinet is dan ook de voorgenomenherziening van het financieringsstelsel kinderopvang. Vanaf 2027investeert dit kabinet naar verwachting nog eens structureel € 2,9 miljardextra in de vergoeding voor kinderopvang. Hierdoor wordt de vergoedingvoor kinderopvang onafhankelijk van het inkomen. Daarmee werkt hetkabinet aan betaalbaarheid van de kinderopvang, het versimpelen van hetsysteem en het vergroten van de zekerheid voor werkende ouders.Vorig jaar is het kinderopvangbeleid op het doel «stimuleren van deontwikkeling van het kind» geëvalueerd.1 Daarin kwam naar voren dat dekwaliteit van de kinderopvang in Nederland goed is, ook in vergelijkingmet het buitenland. De beleidsinvesteringen, zoals de Wet Innovatie enKwaliteit Kinderopvang, hebben vruchten afgeworpen. Maar dit gaat nietvanzelf. Ik blijf investeren om kwaliteit te behouden en verbeteringen doorte voeren en om kinderen een veilige basis te bieden van waaruit zij zichkunnen blijven ontwikkelen.Ook blijf ik de kwaliteit van de kinderopvang nauwlettend volgen. Daarbijbaseer ik mij, naast toezichtinformatie van de GGD’en en gemeenten, opde Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK). Tevens monitor ik dekomende jaren jaarlijks de kwaliteitseisen voor kindercentra.Uit de evaluatie van het kinderopvangbeleid kwam ook naar voren dat hetgebruik van kinderopvang gestegen is, en wel onder alle leeftijdsgroepenen inkomensgroepen. Begin 2024 maakten ongeveer 911.000 kinderen viade kinderopvangtoeslag gebruik van dagopvang, peuteropvang, buiten-schoolse opvang of gastouderopvang. Een toename van 10% ten opzichtevan 2019.2 Voor het vergroten van de toegankelijkheid hebben deafgelopen jaren meer groepen ouders recht gekregen op kinderopvang-toeslag, is de kinderopvangtoeslag verhoogd en zijn administratieveverbeteringen in de procedure van de kinderopvangtoeslag doorgevoerd.Goede toegankelijkheid van de kinderopvang is voor ouders van belangom werk met de zorg voor kinderen te kunnen combineren. En deevaluatie toonde nogmaals aan dat vooral voor kinderen met een risico opachterstand kinderopvang van toegevoegde waarde is. Dit onderstreepthet belang van goede en toegankelijke kinderopvang.1Kamerstukken II, 2023/2024, 31 322, nr. 513.2Kwartaalrapportages kinderopvang vanaf 2020 | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5482 LeeswijzerAllereerst geef ik in hoofdstuk 1 een korte introductie in de sector aan dehand van cijfers over de omvang van de kinderopvang. Vervolgens komenin deze brief de verschillende onderwerpen van het kinderopvangbeleidaan de orde. Van de actuele beleidstrajecten informeer ik uw Kamer overde resultaten of stand van zaken. Dit doe ik in hoofdstuk 2 over hetvergroten van de toegankelijkheid van de kinderopvang en in hoofdstuk 3over het versterken van de kwaliteit.1. Cijfers kinderopvang De kinderopvangsector heeft de afgelopen jaren een groei doorgemaakt.Dit is goed te zien aan de hand van onderstaande tabellen. Er gaan steedsmeer kinderen naar de opvang en gemiddeld doen zij dat ook meer urenper maand. Dit vind ik een mooie ontwikkeling. Ook het aantal mede-werkers in de kinderopvangsector groeit gestaag, evenals het aantalkinderopvanglocaties. Het aantal gastouderlocaties daalt echter. Verderopin de brief ga ik hier verder op in.Tabel 1: Gemiddelde aantallen met kinderopvangtoeslag20192020202120222023Kw.1 2024Aantal kinderen (x 1.000)Totaal818824827877898911Kinderdagcentra341344354375384390Buitenschoolse opvang390399397430447459Gastouderopvang 0–3-jarigen646058585553Gastouderopvang 4–12-jarigen474238343028Uren per kind per maandTotaal59,261,163,865,565,465,8Kinderdagcentra81,684,888,090,490,691,1Buitenschoolse opvang37,939,240,842,242,042,6Gastouderopvang 0–3-jarigen65,466,568,069,771,777,4Gastouderopvang 4–12-jarigen36,337,137,938,238,739,5Bron: Belastingdienst/Toeslagen, cijferbeeld april 2024, bewerking Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tabel 2: Aantal kinderopvang- en gastouderlocatiesJan. 2019Jan. 2020Jan. 2021Jan. 2022Jan 2023Juli 2023Okt. 2023Jan. 2024Apr. 2024Dagopvang9.0039.0299.0669.1399.1839.2249.2569.2579.283Bso7.1527.3847.5697.6557.8157.8767.9627.9738.022Gastouders27.88125.23722.67520.57818.45917.96617.25216.80516.576Bron: DUO rapportage Landelijk Register Kinderopvang. De peildatum is de eerste maandag van de maand. Tabel 3: Aantal medewerkers in de kinderopvangQ1 2020Q1 2021Q1 2022Q1 2023Q1 2024Aantal medewerkers in de kinderop-vang (circa 75% van de werknemerswerkt als pedagogisch medewerker)103.700109.200115.900123.300125.800Bron: CBS Statline; Werknemers met een baan in de zorg en welzijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5483 2. Vergroten toegankelijkheid kinderopvang Toegankelijkheid van kinderopvang kent verschillende elementen. Zo gaathet om het recht op kinderopvangtoeslag voor werkende ouders, waar-mee de overheid hen tegemoetkomt in de kosten van kinderopvang.Toegankelijkheid gaat ook over ouders die niet in aanmerking komen voorkinderopvangtoeslag en over het aanbod en de beschikbaarheid vankinderopvangplekken.2.1 Verbeteringen in de kinderopvangtoeslag Financiële toegankelijke kinderopvang is van groot belang, ook in de fasetot het nieuwe financieringsstelsel is ingevoerd. Daarom blijven weverbeteringen doorvoeren in de kinderopvangtoeslag. Ouders die werkenof tot een specifieke doelgroep behoren hebben recht op kinderopvang-toeslag. Deze ouders ontvangen een inkomensafhankelijk percentage vanhet uurtarief dat hun opvang in rekening brengt, tot een maximumuur-prijs. De inkomensafhankelijkheid wordt komende jaren stapsgewijsafgebouwd, totdat iedereen een percentage van 96% ontvangt. De eerstestap zet dit kabinet in 2025, door structureel ruim € 500 miljoen uit tetrekken voor het verhogen van de kinderopvangtoeslag.3Ouders hebben recht op kinderopvangtoeslag als zij beiden werken. Insommige gevallen kan deze eis juist strijdig zijn met de arbeidspartici-patie. Bijvoorbeeld als de partner langdurig ziek is, waardoor de werkendeouder minder moet gaan werken of stoppen met werken. Afgelopen jarenzijn er vanuit dit oogpunt verschillende doelgroepen aan de kinderop-vangtoeslag toegevoegd. Zo bestaat er nu ook recht op kinderopvang-toeslag indien een partner een Wlz-indicatie heeft of tot een gevangenis-straf van langer dan drie maanden is veroordeeld. Ik werk aan eenwetswijziging waarmee recht op kinderopvangtoeslag wordt geregeldvoor alle typen promovendi en studenten technologisch ontwerper. Hetwetsvoorstel om Oekraïense ontheemden en ouders met een partnerbuiten de EU aanspraak te geven op kinderopvangtoeslag is door deTweede Kamer aangenomen en is nu in behandeling bij de Eerste Kamer.4Ook werk ik aan verduidelijking van het recht op kinderopvangtoeslagvoor inburgeraars. Bij de totstandkoming van de Wet inburgering 2021zijn onbedoeld drie onderdelen van het inburgeringstraject buiten hetrecht op toeslag gevallen. Dit herstel ik via een wijziging van de Wetkinderopvang.Ik monitor doorlopend de ontwikkeling van het gebruik van de kinderop-vangtoeslag en de werkelijke uurtarieven met de kwartaalrapportageskinderopvang.5 De werkelijke uurtarieven liggen vaak hoger dan demaximumuurprijs. Wel is het verschil flink afgenomen, door de extraindexaties van de maximumuurprijs in 2023 en 2024.Het kabinet heeft besloten om de maximumuurprijzen voor de kinderop-vangtoeslag in 2026 niet te indexeren. Het kabinet hecht namelijk ookbelang aan houdbare overheidsfinanciën. Het kabinet acht hetniet-indexeren in 2026 passend, vanwege de extra indexaties in 2023 en2024. Daarnaast investeert het kabinet met de voorgenomen herzieningvan het financieringsstelsel kinderopvang vanaf 2027 naar verwachtingnog eens structureel € 2,9 miljard extra in de vergoeding voor kinder-3Staatsblad 2024, nr. 273.4Kamerstukken I 2023/2024, 36 241.5Kwartaalrapportages kinderopvang vanaf 2020 | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5484 opvang. Hierdoor wordt de vergoeding voor kinderopvang onafhankelijkvan het inkomen. De laagste inkomensgroepen profiteerden al van bijnagratis kinderopvang, daarnaast gaan zij ook profiteren van het nieuwefinancieringsstelsel, dat eenvoudiger is en ouders meer zekerheid biedt.Ik zie dat het gebruik van kinderopvang nog steeds toeneemt. Vanaf ditjaar raadpleeg ik ook data die kinderopvangorganisaties en gastouderbu-reaus aanleveren, naast de data die ouders bij Dienst Toeslagen aanle-veren. Hierdoor kan ik nog nauwkeuriger de tariefontwikkeling in desector monitoren.2.2 Gemeentelijke regelingen De positieve ontwikkeleffecten van kinderopvang zijn het grootst bijkinderen met risico’s op ontwikkelachterstanden en peuters.6 Gemeentenkunnen via gemeentelijke regelingen een aanbod doen aan kinderenwiens ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Deregelingen die via de gemeenten lopen zijn de gemeentelijke peuter-opvang, Voorschoolse Educatie (VE) en Sociaal Medische Indicatie (SMI).Gemeentelijke peuteropvang en VE zijn voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar.Daarbij is VE specifiek voor kinderen die baat hebben bij extra onder-steuning in hun ontwikkeling. De verantwoordelijkheid voor VE is belegdbij de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met wie iknauw samenwerk. Ook voor ouders die (tijdelijk) geen recht hebben opkinderopvangtoeslag door sociale of medische problematiek is er eenregeling; de SMI. Gemeenten hebben beleidsvrijheid op SMI. Dit maaktmaatwerk mogelijk, maar zorgt soms ook voor ongewenste verschillentussen gemeenten. Daarom werk ik samen met gemeenten en de VNGaan het verkleinen van die verschillen. Ook verhoog ik het SMI-budget intwee stappen met € 10 miljoen structureel.7Aanvullend kunnen gemeenten nog voor specifiek in de Wet kinder-opvang vastgelegde doelgroepen8 de verplichte eigen bijdrage compen-seren. Gemeenten vragen om verruiming van deze regeling zodat zij ookvoor werkende minima de eigen bijdrage mogen compenseren. Ik verkensamen met gemeenten en de VNG wat de effecten hiervan zijn en of dithaalbaar is.2.3 Beschikbaarheid kinderopvangplekken De toegankelijkheid van de kinderopvang heeft ook mijn aandacht waarhet gaat over de beschikbaarheid van kinderopvang. Deze wordt in grotemate bepaald door het aanbod aan personeel. De kinderopvang kamptmomenteel met personeelstekorten. Dit zorgt voor wachtlijsten, risico’s opeen lagere kwaliteit en een beperking van de groei van de sector.De personeelstekorten stabiliseren zich momenteel rond de 6.000 perso-nen, maar na 2027 voorzie ik een toename van het tekort. In het scenariovan een stelselherziening per 2027 wordt in 2033 een tekort vancirca 42.000 personen verwacht door de toegenomen vraag.Samen met de sector neem ik maatregelen om de personeelstekorten inde kinderopvang te verminderen. De huidige aanpak van het personeels-tekort heeft drie pijlers:•Instroom vergroten6Kamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 5137Staatsblad 2024, nr. 273.8Wet kinderopvang, artikel 1.13 (scholieren, studenten en ouders in een traject naar werk).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5485 Cvia het Ontwikkelpad kinderopvang;Cdoor de subsidieregeling voor groepshulpen.•Personeel behouden, bijvoorbeeld via modern werkgeverschap.•Meer uren werken stimuleren, bijvoorbeeld via het GroeifondsprojectMeer uren werkt!.In de aanpak van het tekort speelt altijd het dilemma tussen het borgenvan de kwaliteit van kinderopvang en het borgen van de toegankelijkheidvoor ouders en kinderen. Uiteraard blijven we altijd kijken en luisterennaar mogelijkheden voor (tijdelijke) maatregelen die inzetten op hetverhogen van de productiviteit, het verlagen van de vraag naar personeelen de matching verbeteren tussen werk en werkzoekenden, zonder dat dekwaliteit en de veiligheid van kinderen in het geding komen.2.4 Hoge terugvorderingen voorkomen bij ouders via professionaliseringsector In het nieuwe financieringsstelsel zijn terugvorderingen bij oudersverleden tijd. In aanloop daar naartoe blijf ik samen met Dienst Toeslagenen het Ministerie van Financiën werken aan het verminderen van (hoge)terugvorderingen binnen het huidige stelsel. De maandelijkse gegevensle-vering van kinderopvangorganisaties is hiervoor erg belangrijk. Dezegegevens gebruikt Dienst Toeslagen om verschillen tussen de aanvraagvan ouders en de opvanggegevens van kinderopvangorganisaties tijdig tesignaleren. Dienst Toeslagen wijst ouders vervolgens op de verschillen,met het verzoek hun aanvraag zo nodig aan te passen. Er loopt een proefwaarbij Dienst Toeslagen de aanvraag vervolgens ambtshalve voor deburger wijzigt, als zij niet op de attendering reageren.Dergelijke acties kan Dienst Toeslagen alleen ondernemen als de kwaliteiten betrouwbaarheid van de gegevens van een zeer hoog niveau is.Daarom is het belangrijk dat kinderopvangorganisaties correcte gegevensaanleveren. Dienst Toeslagen, het Ministerie van Financiën en ik werkendaarom aan een plan van aanpak om de kwaliteit van de gegevensle-vering te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld met aanvullende begeleidingvan kinderopvangorganisaties.In 2023 is onderzoek gedaan naar professionalisering van de financiëleadministratie van de sector.9 In het onderzoeksrapport doen zij verschil-lende aanbevelingen om de administratie te verbeteren. Eén aanbevelingis gericht op softwaregebruik door kinderopvangorganisaties. Daaromkijken de sectorpartijen, Dienst Toeslagen en ik welke rol software kanspelen bij de maandelijkse gegevenslevering. Ook benoemen deonderzoekers dat het Rijk kinderopvangorganisaties zou kunnen steunenbij het opvragen van de benodigde gegevens van ouders. Hierom zijncampagnes gestart waarin ouders worden gewezen op het belang van hetaanleveren van (correcte) geboortedata en burgerservicenummer.3. Versterken van de kwaliteit van de kinderopvang De kinderopvang in Nederland is van goede kwaliteit. Ik ben blij dat het deafgelopen jaren is gelukt om deze kwaliteit vast te houden, ondanks deuitdagingen van de covidpandemie en het personeelstekort. De afgelopenjaren is een aantal beleidstrajecten ingezet om de kwaliteit van dekinderopvang verder te versterken. Naar aanleiding van de Wet Innovatieen Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK) uit 2018 is een vervolgstap gezetvoor de dagopvang en BSO. Voor de gastouderopvang is dat een eigenverbetertraject, omdat de gastouderopvang destijds niet was meege-9Kamerstukken II 2022/2023, 31 066, nr. 1219 (bijlage).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5486 nomen in de Wet IKK. Een andere belangrijke herziening is de kinder-opvang in het Caribisch gedeelte van ons Koninkrijk. Er zijn grote stappengezet om hier een kwalitatief en toegankelijk kinderopvangstelsel neer tezetten. Daarnaast zijn er nog andere beleidstrajecten om de kwaliteit vande kinderopvang te versterken, zoals verbeteringen in toezicht enhandhaving en in de samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs enjeugd.3.1 Verder verbeteren kwaliteit dagopvang en bso Sinds 1 juli 2024 biedt de regelgeving meer ruimte voor de inzet vanberoepskrachten in opleiding (als vast gezicht voor kinderen) en geldenaanpassingen voor de bso. Doel van deze herijking van de kwaliteitseisenis om de wettelijke kwaliteitseisen effectiever te laten aansluiten bij depraktijk en ruimte te bieden om het activiteitenaanbod op de bso teverrijken.10In het kader van deze herijking zijn ook onderzoeken uitgevoerd. Over deafronding van één onderzoek is uw Kamer reeds geïnformeerd.11 Inaanvulling daarop bied ik u met deze brief twee onderzoeken aan overkwaliteitskenmerken voor kinderopvang. Een rapport is een verdiependeanalyse op de LKK-data en gaat in op kenmerkende verschillen tussenhoge en lage kwaliteit van dagopvang en bso. Het andere onderzoek iseen verkenning van welke kenmerken van de kinderopvang bij kunnendragen aan de kwaliteit. Daarvoor zijn Europese beleidskaders en/ofwetenschappelijk onderzoek geraadpleegd.12 Mede op basis van dezeonderzoeken zal ik bezien welke verbeteringen in de kwaliteitseisen verdermogelijk zijn. Dat gebeurt in overleg met sectorpartijen en weten-schappers.Per 1 januari 2025 geldt de taaleis voor pedagogisch medewerkers. Dezeis in 2017 aangekondigd met de Wet IKK. Naar aanleiding van knelpuntenen mede in verband met het personeelstekort heeft mijn voorgangerenkele aanpassingen aangebracht in de taaleis.13 Deze aanpassingen zijninmiddels in de regelgeving verwerkt.14 De implementatie hiervan blijf ikvolgen.Tot slot werk ik aan een meldplicht voor ernstige incidenten in dekindercentra en gastouderopvang. Dit moet bijdragen aan het leren vanincidenten om herhaling te voorkomen. Ook draagt het bij aan deinformatiepositie van de toezichthouder en levert het op landelijk niveaubeleidsinformatie.Ik heb besloten om meer tijd te nemen voor de uitwerking van demeldplicht, na het ontvangen van kritische adviezen, uitvoeringstoetsenen de internetconsultatie.15 Dit betekent dat de meldplicht later dan deeerdergenoemde datum (1 januari 2026) inwerking treedt.10Kamerstukken II 2022/2023, 31 322, nr. 508.11Kamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 539.12«Verschillen in kwaliteit – een typologische verkenning van de kinderdagopvang en buiten-schoolse opvang». Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang, 2024. En «Evidence-based enEuropese indicatoren voor de kinderopvang». Hogeschool van Amsterdam en Universiteit vanAmsterdam, 2024.13Kamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 525.14Staatscourant 2024, nr. 20497.15Kamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 525.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5487 3.2 Verbeteren kwaliteit gastouderopvang Een noodzakelijke verbetering betreft de kwaliteit van de gastouder-opvang. De kwaliteit is gemiddeld goed en vergelijkbaar met kinder-centra.16 Maar er zijn uitschieters naar boven én naar beneden. De huidigekwaliteitseisen in wet- en regelgeving bieden onvoldoende waarborg voortoezichthouders en handhavers om te kunnen ingrijpen waar nodig. Hetwetsvoorstel met verbetermaatregelen is tot stand gekomen in samen-spraak met sector- en toezichtpartijen. Uw Kamer heeft op 1 oktober 2024ingestemd met dit wetsvoorstel. Zoals toegezegd tijdens de wetsbehan-deling kom ik in het voorjaar van 2025 bij uw Kamer terug op de inwer-kingtreding van dit wetsvoorstel.Naast het verbeteren van de kwaliteit van de gastouderopvang maak ikmij hard voor het vergroten van het aanbod. Het aantal voorzieningenvoor gastouderopvang daalt namelijk al jaren. Op dit moment laat ikonderzoek doen naar de redenen van uitstroom van gastouders.Daarnaast heb ik subsidie verleend aan KinderopvangWerkt om degastouderopvang mee te nemen in de lopende wervingscampagne voorde kinderopvang «Kleine stappen, grote dromen».3.3 Versterken toezicht en handhaving Voor het bewaken en bevorderen van de kwaliteit en veiligheid van dekinderopvang is een goed werkend systeem van toezicht en handhavingessentieel.De uitvoering van toezicht en handhaving is decentraal belegd.Gemeenten zijn opdrachtgever van GGD’en die het toezicht op locatiesuitvoeren. Op basis van hun bevindingen geven GGD’en een handha-vingsadvies aan gemeenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor deinzet van handhavingsinstrumenten. De Inspectie van het Onderwijshoudt toezicht op de uitvoering van de taken door gemeenten. Uit recenteonderzoeken17 blijkt dat dit systeem van toezicht en handhaving werkt,maar dat er ook ruimte voor verbetering is.Zo is het huidige toezicht sterk gericht op controle op naleving van deregelgeving. Er is daarbij weinig ruimte voor (innovatieve) werkwijzen dieniet voldoen aan de regelgeving maar wel zorgen voor verantwoorde enveilige kinderopvang. Ook zijn er verschillen in de uitvoering van toezichten handhaving. Hier kunnen goede redenen voor zijn, maar er zijn ookonwenselijke verschillen. Daarbij gaat het om verschillende interpretatievan regelgeving. Ook zijn er verschillen met negatieve gevolgen voor hetspeelveld van de aanbieders. Verder is de reflectieve functie18 van toezichten handhaving in de kinderopvang nog niet ontwikkeld.Eind 2024 informeer ik uw Kamer nader over mijn visie op toezicht enhandhaving en de maatregelen waarop ik de komende jaren wil inzetten.16Omdat de resultaten van de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang niet representatief zijnvoor de gastouderopvang moeten deze met enige terughoudendheid behandeld worden:Kamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 528.17Kamerstukken II 2022/2023, 31 322, nr. 484, Kamerstukken II, 2023/2024, 31 322, nr. 539 enKamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 542.18Bij de reflectieve functie schetst de toezichthouder een beeld van sectorbrede ontwikkelingenop het terrein van kwaliteit in de kinderopvang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5488 3.4 Verbeteren kwaliteit en financiële toegankelijkheid kinderopvang BES Naar aanleiding van veel armoedeproblematiek, risico op onderwijsach-terstand, de hoge kosten van kinderopvang en het ontbreken van beleidvoor vve, is in 2019 het programma BES(t) 4 kids van start gegaan.Sindsdien werken de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatiusen de Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onderwijs,Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties samen aan het opzetten van eenstelsel voor kwalitatief goede, veilige en (financieel) toegankelijkekinderopvang in Caribisch Nederland, zodat kinderen (0–12 jaar) eenperspectief op een betere toekomst hebben en ouders naar hun werkkunnen.De afgelopen jaren zijn belangrijke resultaten geboekt, waaronder deinvoering van een tijdelijke subsidieregeling voor kinderopvang, waarbijde ouderbijdrage aanzienlijk is verlaagd en de subsidie substantieel isverhoogd om zo de kwaliteit van de kinderopvang te verbeteren.Daarnaast is het opleidingsniveau van pedagogisch medewerkers sterkverbeterd: 60% is nu gekwalificeerd en 36% volgt een opleiding. Ook zijner huisvestingsprojecten opgestart en pilots opgezet om de kinderopvanginclusiever te maken voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften.De Inspectie van het Onderwijs ziet sinds aanvang van haar toezicht op dekwaliteit van de kinderopvang ook kwaliteitsverbetering. Ook zijn debasisregels voor de kinderopvang in Caribisch Nederland wettelijkvastgelegd in de Wet kinderopvang BES (hierna: Wko BES) die op 4 juni jl.is gepubliceerd. Het streven is dat de Wko BES per 1 januari 2026 inwerking treedt. Doel van de wet is de kwaliteit en de financiële toeganke-lijkheid van de kinderopvang in Caribisch Nederland te verbeteren zodatde kinderopvang in Caribisch Nederland van dezelfde kwaliteit is als inEuropees Nederland.In Caribisch Nederland zijn de voorzieningen voor kinderen met een extraondersteuningsbehoefte beperkt. Om die reden hebben de openbarelichamen erop aangedrongen om in Caribisch Nederland inclusievekinderopvang in de Wko BES op te nemen en plusopvang mogelijk temaken. Bij deze brief treft u het onderzoek aan naar de kosten voorplusopvang in Caribisch Nederland. Het onderzoek wijst uit dat de kostenvoor plusopvang hoger liggen dan het beschikbare budget. Met deeilanden ben ik in gesprek over het vervolg. In de tussentijd worden debestaande pilots voor plusopvang gecontinueerd.3.5 Meer zicht op ouderparticipatie in de kinderopvang Ouderparticipatie is van belang, omdat het kan helpen de kwaliteit van dekinderopvang te vergroten. Wanneer ouders ontevreden zijn, kunnen zevanwege wachtlijsten vaak niet makkelijk overstappen naar een andereaanbieder. Dat maakt het des te belangrijker dat ouders in staat wordengesteld inspraak te hebben.Op grond van de Wet kinderopvang is het in principe voor ieder kinder-centrum en ieder gastouderbureau verplicht een oudercommissie tehebben.19In opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid isonderzocht hoe ouderparticipatie in de praktijk werkt. Dit onderzoek richtzich onder meer op wat oudercommissies doen, hoe vaak ze voorkomen,19Voor kindercentra waar maximaal 50 kinderen worden opgevangen, of gastouderbureauswaarbij maximaal 50 gastouders zijn aangesloten, geldt een inspanningsverplichting. Als dezeniet tot een oudercommissie leidt, moet alternatieve ouderraadpleging worden georganiseerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5489 welke knelpunten ze ervaren en welke alternatieve vormen van ouderpar-ticipatie er zijn. Daarnaast doet de Inspectie van het Onderwijs dit jaaronderzoek naar toezicht en handhaving op het gebied van ouderpartici-patie in de kinderopvang. De uitkomsten van beide onderzoeken bezie ikin samenhang. Mijn reactie en de onderzoeken stuur ik u nog dit jaar toe.Een onderwerp dat hiermee samenhangt, is het pedagogisch partner-schap, ofwel de contacten en samenwerking tussen ouders en pedago-gisch professionals. Samen met eindgebruikers en experts vindt eenverkenning plaats naar versterking van het pedagogisch partnerschap inde kinderopvang. Ook dit draagt bij aan de kwaliteit van de kinderopvangen daarmee aan de ontwikkeling van kinderen.3.6 Moderniseren registers kinderopvang Tot slot kan ik u de voortgang van het project modernisering registerskinderopvang melden. Eerder is uw Kamer geïnformeerd over de meldingaan de autoriteit persoonsgegevens en andere signalen ten aanzien vanprivacy.20 GGD’en en gemeenten gebruiken de registers bij hunwerkzaamheden om de kwaliteit van de kinderopvang te borgen. Samenmet de betrokken partijen DUO, GGD GHOR NL en VNG heb ik verkend inwelke mate de registers voldoen aan de regels voor privacy en informatie-beveiliging. Het beeld is dat sinds de inrichting van de registers al veelmaatregelen zijn genomen. Wel zijn er een aantal risico’s gesignaleerd dieaanvullende maatregelen vergen. De komende periode wegen we dezerisico’s en werken we de mogelijke maatregelen verder uit. Deverwachting is dat we komend voorjaar 2025 kunnen starten met hetvervolg. Ook hebben we al enkele maatregelen genomen die op kortetermijn mogelijk waren. Om de privacy van vraagouders beter tewaarborgen, worden die adressen niet meer getoond in het openbare deelvan de registers. Ook zijn uit de downloadbare bestanden voorgemeenten en GGD’en de Burgerservicenummers verwijderd.3.7 Versterken samenwerking kinderopvang, onderwijs en zorg Ik ga samen met mijn collega-bewindspersonen van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap en Volksgezondheid en Sport door met het versterken vande samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs en zorg.Veilig, ontspannen en inclusief opgroeien, met perspectief op een goedetoekomst, dat recht heeft elk kind. Met veel kinderen gaat het goed.Tegelijkertijd is de druk in de keten van onderwijs, zorg en kinderopvangvoor kinderen met een extra ondersteuningsvraag toegenomen, zoalsonderzoek uit 2023 laat zien.21 Hierdoor missen kinderen ontwikkelkansenen ouders kunnen niet of minder werken.22 Binnenkort ontvangt uwKamer van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,mede namens mij en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap, een reactie op dit onderzoek.Door kennis en goede praktijkvoorbeelden te delen, stimuleer ik samenmet de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onderwijs,Cultuur en Wetenschap de doorontwikkeling van inclusieve vormen vankinderopvang.23 Daarnaast leren we samen met het veld in de Verbin-dingsroute onderwijs-opvang-zorg om anders samen te werken en depedagogische basis voor kinderen te versterken. We gaan ook samen20Kamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 518.21Kamerstukken II 2023/2024, 31 839, nr. 990 (bijlage Rapport Druk op de Keten).22Kamerstukken II 2022/2023, 31 322, nr. 467 (bijlage).23Kamerstukken II 2023/2024, 31 322, nr. 513.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 54810 belemmeringen die de samenwerking in de weg staan oplossen. Zo moethet eenvoudiger worden om (jeugd)zorgpersoneel in de kinderopvang inte zetten en is er meer bso voor kinderen in het speciaal (basis)onderwijsnodig. De stip op de horizon is dat in 2040 ieder kind welkom is op dekinderopvang en op school.24Daarnaast hebben begin 2023 de Ministeries van Sociale Zaken enWerkgelegenheid en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap knelpunten enoplossingsrichtingen in de samenwerking tussen kinderopvang enonderwijs in kaart gebracht.25 Het betreft een inventarisatie van op kortetermijn haalbare acties. Zo is een handreiking gepubliceerd over debtw-afdracht bij de uitleen van personeel tussen kinderopvang enonderwijs.26 Per 1 juli 2024 is geregeld dat werknemers in het onderwijskunnen volstaan met een VOG kinderopvang. Daarnaast verkent hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of periodieke encontinue screening (de standaard in de kinderopvang) ook voor hetonderwijs kan gelden, waardoor het uitwisselen van personeel nogeenvoudiger wordt.27Ook zet ik zoals reeds aangekondigd een experiment op naar gemengdepeuter-kleutergroepen.28 In de praktijk bestaat bij een deel van dekinderopvangorganisaties en scholen de behoefte voor deze nieuwepedagogisch-didactische manier van werken. Ook kan deze vorm vansamenwerking in krimpgebieden helpen om voldoende aanbod in stand tekunnen houden. In het onderzoek zal onder meer worden bekeken wat degevolgen zijn van deze peuter-kleutergroepen voor de kinderen en welkerandvoorwaarden bepalend zijn voor de kwaliteit op deze groepen. Ditonderzoek zal worden uitgevoerd op basis van een nog op te stellenexperimenteerbesluit.Voor peuters met risico’s op achterstanden is er VE. Dit valt onder debeleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap. Net als het programma School & Omgeving dat naschoolsaanbod stimuleert in kwetsbare wijken. Samen met de StaatssecretarisFunderend Onderwijs en Emancipatie bekijk ik hoe de bso en hetprogramma School & Omgeving zo goed mogelijk op elkaar kunnenaansluiten. Uw Kamer heeft gevraagd om een overzicht van de regelingendie bij de Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid enOnderwijs, Cultuur en Wetenschap liggen. In de bijlage is dit schematischweergegeven en hiermee beschouw ik de toezegging uit het Commissie-debat Kinderopvang van 11 april 2024 (Kamerstuk 31 322, nr. 541) alsvoldaan.Ik ga in gesprek met de sectorpartijen en GGD GHOR NL en VNG om toteen plan van aanpak te komen om overbodige regels te schrappen en deadministratieve lastendruk te verlagen. Dit naar aanleiding van de motieWelzijn c.s.2924Kamerstukken II 2023/2024, 24 170, nr. 309, Nationale strategie voor de implementatie van hetVN-verdrag Handicap, p.24.25Kamerstukken II 2022/2024, 31 322, nr. 489.26Handreiking btw in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang – Versie 202427Kamerstukken II 2023/2024, 27 923, nr. 491.28Kamerstukken II 2022/2023, 31 322, nrs. 458 en 489.29Kamerstukken II, 2024/2025, 36 513, nr. 17.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 54811 4. Afsluiting Zoals in het begin van deze brief aangegeven staat de kinderopvang inNederland er goed voor. Dat is te danken aan al die mensen die zich elkedag inzetten voor de kinderopvang, pedagogisch professionals in hetbijzonder. Dankzij hen kunnen ouders werk en gezin combineren. Ouderswaarderen dit in grote mate.30 Ik wil dan ook iedereen – die zich inzet vooren binnen de kinderopvangsector – bedanken voor hun inzet.Tegelijkertijd ligt er een grote veranderopgave en kan de voorgenomentaakstelling van het aantal ambtenaren tot prioritering leiden. Maar ik benvastbesloten om met alle betrokkenen in de kinderopvang de uitdagingenaan te gaan. Voor een sterke kinderopvang.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel30Peiling onder ouders door Ipsos, september 2024: Ervaringen met kinderopvang – juli 2024(meting 4) | Rapport | Kennisplatform Werk en InkomenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 54812

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7457e4db71ee124e

14 okt 2026 · a51628d19130f41b

13 okt 2026 · 9560e549a2963e61

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.