KamerkringInloggen
Kamerbrief

Ontwikkelingen ten aanzien van de Subsidieregeling rechtsbijstand en aanverwante kosten Tijdelijke wet Groningen

5 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 856642e9092ca9f8 · officiële bron

Sinds medio 2023 kunnen eigenaren van een gebouw in Groningen en Noord-Drenthe kosteloze rechtsbijstand en/of bemiddeling (mediation) krijgen in hun traject van schadeafhandeling en/of versterking. Dit kan op grond van de Subsidieregeling rechtsbijstand en aanverwante kosten Tijdelijke wet Groningen (hierna: regeling). Op dit moment bereid ik, met de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: J&V) en met de Raad voor Rechtsbijstand (hierna: RvR), een wijziging van deze regeling voor. Na het commissiedebat Herstel Groningen op 7 oktober aanstaande legt de staatssecretaris de wijziging van de regeling in voorhang voor aan uw Kamer en aan de Eerste Kamer, zodat uw Kamer in de gelegenheid wordt gesteld om alvast mondeling van gedachte te wisselen over de voorgestelde wijzigingen die ik hieronder nader toelicht. Bovengenoemde wijziging vloeit voort uit de PEGA-wet[voetnoot 2] die onlangs door uw Kamer is aangenomen en gepubliceerd is. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om bij algemene maatregel van bestuur de reikwijdte van de regeling voor bijstand aan bewoners in Groningen en Noord-Drenthe uit te breiden. In het op 13 februari 2026 aan uw Kamer en aan de Eerste Kamer in het kader van een voorhangprocedure voorgelegde ontwerp van deze algemene maatregel van bestuur[voetnoot 3] is opgenomen dat naast eigenaren van een gebouw ook onder meer huurders[voetnoot 4], die een besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen en de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: IMG en NCG) ontvangen, aanspraak kunnen maken op kosteloze rechtsbijstand door een advocaat of mediator. Dit recht geldt eveneens voor bewoners (zowel eigenaren als huurders) in de batch 1588 en in de Zandplatenbuurt-Zuid[voetnoot 5] te Delfzijl. De uitbreiding geldt tevens voor bewoners in de aanpak van onaanvaardbare verschillen in het kader van de versterkingsoperatie. Deze algemene maatregel van bestuur zal binnenkort worden vastgesteld en gepubliceerd. Bovengenoemde wijzigingen worden in de regeling verwerkt. Naar verwachting zullen de PEGA-wet, inclusief de onderliggende AMvB en regeling, per 1 januari 2027 in werking treden. Evaluatie Mijn voorgangers hebben op verschillende momenten toegezegd uw Kamer op de hoogte te houden van de ontwikkelingen omtrent de regeling.[voetnoot 6] Gelet op de aanstaande wijziging van de regeling maak ik graag van de gelegenheid gebruik om uw Kamer te informeren over een aanstaande evaluatie van de regelingen met betrekking tot (rechts-)bijstand. Aanleiding voor een dergelijke evaluatie zijn onder andere de uitkomsten van het onderzoek dat het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand (hierna: Kenniscentrum) van de RvR onlangs heeft uitgevoerd naar de urenbesteding van advocaten bij beroepszaken tegen schadebesluiten van het IMG. Deze evaluatie zal ik doen in samenwerking met de staatssecretaris van J&V, in afstemming met betrokken partijen als de RvR, het IMG, de NCG, de werkgroep Mijnbouwadvocaten, de werkgroep Mijnbouwmediators en de Mediatorsfederatie Nederland (MfN), evenals de maatschappelijke organisaties en de andere overheden in Groningen. Hieronder ga ik eerst nader in op de uitkomsten van het onderzoek van het Kenniscentrum, op overige signalen over de urenbesteding en op de afwegingen die daarbij naar boven komen. Onderzoek naar de urenbesteding De regeling biedt een forfaitaire (vaste) vergoeding van 40 punten[voetnoot 7] aan advocaten per zaak, per fase in een schade- of versterkingstraject, zoals het indienen van een zienswijze, het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen een besluit. Bij aanvang van de regeling medio 2023 is aangegeven dat deze vergoeding van 40 punten recht doet aan de complexe situaties waarin eigenaren terecht kunnen komen door schade en versterking. Het idee achter de forfaitaire vergoeding is dat sommige mijnbouwzaken meer en sommige zaken minder uren kosten. Hiermee kunnen advocaten hun bestede tijd aan meer ingewikkelde zaken compenseren met het opnemen van eenvoudigere zaken. Bij aanvang van de regeling is tevens aangegeven dat in de praktijk moet blijken hoe de gemiddelde tijdsbesteding zich uit middelt. Daartoe is in de regeling een evaluatiebepaling opgenomen. Recent heeft het Kenniscentrum onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke tijdsbesteding van advocaten in de beroepsfase van schadezaken.[voetnoot 8] Het gaat hier om een zeer specifieke categorie zaken: er is gekeken naar 50 schadezaken in de fase van beroep naar aanleiding van een besluit op bezwaar. Hieruit blijkt dat advocaten die werken onder de regeling gemiddeld 21 uur besteden per schadeberoepszaak, waarmee de vergoeding van 40 punten voor dat type zaken in veel gevallen ruimer is dan het daadwerkelijke aantal uren dat een advocaat besteedt aan een zaak. De onderzoekers merken op dat de 21 uur mogelijk een onderschatting is, omdat lopende en complexere schadeberoepszaken op de peildatum nog niet afgerond waren. Het Kenniscentrum geeft daarom aan dat op basis van dit onderzoek nog geen definitieve uitspraken gedaan kunnen worden over de tijdsbesteding van advocaten bij schadeberoepszaken, noch bij andere schadevergoedingszaken (zoals een zienswijze- of een bezwaarzaak) of binnen versterkingszaken. Het Kenniscentrum beschikt vooralsnog over onvoldoende data hiertoe. Op dit moment besluit ik om, in afwachting van de evaluatie, geen conclusies te trekken over de vergoedingssystematiek voor alle mijnbouwzaken. Signalen vastgoedondernemingen Daarnaast heb ik signalen ontvangen betreffende zaken die advocaten namens vastgoedondernemingen behandelen. Deze vastgoedondernemingen kunnen in appartementencomplexen of straten meerdere (rijtjes-)huizen bezitten die vergelijkbare schade hebben of versterking nodig hebben. Gezien de vergelijkbaarheid kost iedere volgende bezwaar- of beroepszaak voor de advocaat minder tijd dan de zaak daarvoor. De vergoeding op basis van de huidige regeling is echter voor iedere zaak opnieuw 40 punten. De vraag is dan ook of voor deze zaken steeds een volledige vergoeding passend is. Dit signaal over vastgoedondernemingen en de eventuele te nemen mitigerende maatregelen ga ik vooruitlopend op de hierboven aangekondigde evaluatie al nader onderzoeken. Ik zal uw Kamer hier begin 2027 over informeren. Vergoeding van advocaten voor minder bewerkelijke zaken Het laatste signaal dat ik hier benoem, gaat over de vergoeding voor een aantal specifieke categorieën zaken die, zo blijkt in de praktijk, over het algemeen minder bewerkelijk zijn en daarmee vaak minder ureninzet van advocaten vragen. U kunt denken aan bezwaar- of beroepszaken tegen een besluit van het IMG over een immateriële schadevergoeding of tegen een besluit van de NCG over een vergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen. Dit zijn vaak minder complexe zaken dan (fysieke) schadeherstel of versterkingszaken. Ik ben voornemens om in de evaluatie specifieke aandacht te schenken aan de gemiddelde urenbesteding van advocaten in deze categorieën. Ik streef ernaar om uw Kamer voor de zomer van 2027 informeren over de stand van zaken van de evaluatie. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Pieter Heerma Wet van 8 juli 2026 tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (Stb. 2026, 250). Kamerstukken II 2025/26, 36836, nr. 90 (Tweede Kamer) en nr. A (Eerste Kamer). De juridische term in de regeling is ‘rechtmatige gebruikers van een gebouw, niet zijnde de eigenaar’ Dit betreft wijken waarin de gebouwen worden versterkt of waar sprake is van sloop/nieuwbouw onder verantwoordelijkheid van de gemeenten in plaats van onder verantwoordelijkheid van NCG. Kamerstukken II, 2023-2024, nr. 28 en Kamerstukken II, 2024-2025, nr. 29. Dit staat ongeveer gelijk aan 40 gewerkte uren per zaak. Daarnaast geldt een onkostenvergoeding van 2 punten per zaak. https://www.raadvoorrechtsbijstand.org/kenniscentrum/publicaties/mijnbouwschade-urenbesteding/ Datum Onze referentie 2026-0000482769 Datum Onze referentie 2026-0000482769 Pagina 1 van 1 Pagina 1 van 1 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 2500EA20018 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 2500EA20018 Datum 5 oktober 2026 Betreft Ontwikkelingen ten aanzien van de Subsidieregeling rechtsbijstand en aanverwante kosten Tijdelijke wet Groningen Datum 5 oktober 2026 Betreft Ontwikkelingen ten aanzien van de Subsidieregeling rechtsbijstand en aanverwante kosten Tijdelijke wet Groningen Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Onze referentie 2026-0000482769 Bijlage(n) 0 Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Onze referentie 2026-0000482769 Bijlage(n) 0 Pagina 1 van 1 Pagina 1 van 1 > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 70dc02c998c21a30

12 okt 2026 · 6211e6dc4ba523cf

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.