KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag van een schriftelijk overleg het verslag over de inzet 81e zittingsjaar van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(Kamerstuk 26150-241)

9 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6dec2fbee1edd66a · officiële bron

26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties Nr. 249 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 9 september 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van Buitenlandse Zaken over het verslag van de 80ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) van 23 tot en met 28 september 2025 (Kamerstuk 26150, nr. 241) en de inzet voor het 81e zittingsjaar van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (Kamerstuk 26150, nr. 248). De vragen en opmerkingen zijn op 2 september aan de minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 9 september 2026 zijn de vragen beantwoord door de ministers van Buitenlandse Zaken van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De voorzitter van de commissie, Klaver Adjunct-griffier van de commissie, Dekker Inhoudsopgave I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie Vragen en opmerkingen van het lid van de DENK-fractie Vragen en opmerkingen van het lid van de SP-fractie II Antwoord / Reactie van de minister I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over de Nederlandse inzet voor de 81ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Zij hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen. Internationale rechtsorde De leden van de D66-fractie constateren met zorg dat de op regels gebaseerde internationale rechtsorde onder grote druk staat. De eerbiediging van soevereiniteit, territoriale integriteit en internationaal erkende grenzen staat wereldwijd steeds meer ter discussie. De Russische agressieoorlog tegen Oekraïne is daarvan het meest directe voorbeeld, maar ook in de Zuid-Chinese Zee, in de Palestijnse gebieden en zelfs rond Groenland worden deze fundamentele uitgangspunten steeds vaker met voeten getreden. Landen als Rusland, China en Israël, en in toenemende mate ook de Verenigde Staten, hechten steeds minder waarde aan deze rechtsorde. Dit brengt naar het oordeel van deze leden niet alleen de belangen van Europa in gevaar, maar ook die van middenmachten en kleinere staten wereldwijd. De wereldwijde democratische achteruitgang versterkt deze ontwikkeling. Om democratieën veilig en stabiel te houden is een voorspelbare wereldorde nodig, waarin regels en afspraken worden gerespecteerd en gehandhaafd. Dat vraagt om het actief opzoeken van samenwerking met landen die deze uitgangspunten delen. Hoe geeft het kabinet hier concreet vorm aan, zo vragen deze leden. Het kabinet noemt de bescherming van de internationale rechtsorde een centraal onderdeel van zijn beleid. Een van de belangrijkste pijlers van die rechtsorde is het Internationaal Strafhof. De leden van de D66-fractie waarderen dat het kabinet het Hof politiek en financieel blijft steunen en wijzen op de unieke positie van Nederland als gastland van internationale hoven en tribunalen. Naar het oordeel van deze leden vloeit uit die bijzondere positie ook een verantwoordelijkheid voort om internationaal het voortouw te nemen bij de bescherming van deze instellingen wanneer zij onder druk staan. De leden van de D66-fractie vragen daarom of het kabinet tijdens de AVVN expliciet en publiekelijk aandacht zal vragen voor de Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof en voor de onwenselijkheid van een dergelijke frontale aanval op het internationaal recht. In welke bilaterale en multilaterale fora zal het kabinet dit aan de orde stellen? Indien het kabinet dit niet voornemens is, waarom niet? Financiering is naar het oordeel van de leden van de D66-fractie essentieel voor de instandhouding van dit cruciale platform. Deze leden lezen dat het Koninkrijk alle lidstaten oproept hun verplichte bijdragen tijdig en volledig te voldoen. Spreekt het kabinet andere lidstaten, zoals de Verenigde Staten, hier actief op aan, en met welk resultaat tot nu toe, zo vragen deze leden. Hervorming van de Verenigde Naties De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van de Algemene Vergadering als grootste en belangrijkste multilaterale forum, juist als plek om met democratische krachten en andere kleine en middenmachten die belang hebben bij vrede, voorspelbaarheid en een op regels gebaseerde wereldorde de krachten te bundelen tegen normvervaging en destabilisering. Naar het oordeel van deze leden vraagt dit om een prominentere plek voor landen uit het mondiale zuiden in het multilaterale systeem, inclusief in de VN-Veiligheidsraad. De leden van de D66-fractie hechten daarom extra belang aan de hervorming van de VN-Veiligheidsraad. Deze leden vinden dat de samenstelling hiervan moet worden gemoderniseerd, zodat deze beter aansluit bij de machtsverhoudingen van de 21ste eeuw en meer recht doet aan de positie van het mondiale zuiden. Welke concrete stappen zet het kabinet, als medevoorzitter van de intergouvernementele onderhandelingen, om deze hervorming het komende zittingsjaar verder te brengen, zo vragen deze leden. In dat licht spreken de leden van de D66-fractie steun uit voor de inzet van het kabinet voor de benoeming van een eerste vrouwelijke secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Zij waarderen daarnaast de niet-aflatende aandacht van het kabinet voor een sterke positie van de Caribische landen van het Koninkrijk binnen de VN, in het bijzonder om het perspectief en de belangen van kleine eilandstaten voor het voetlicht te brengen. Mensenrechten De leden van de D66-fractie prijzen de aandacht die het kabinet vraagt voor het VN-mensenrechtenwerk en de financiering daarvan. Deze leden benadrukken dat mensenrechten een essentieel onderdeel vormen van de op regels gebaseerde wereldorde, maar wereldwijd onder zware druk staan. Zij spreken hun waardering uit voor de Nederlandse inzet op vrouwen- en meisjesrechten, lhbtiq+-rechten en de vrijheid van religie en levensovertuiging. Maritieme veiligheid De leden van de D66-fractie onderschrijven de nadruk van het kabinet op maritieme veiligheid en de inzet op de diplomatieke route ten aanzien van de veiligheidssituatie rond de Straat van Hormuz. Als maritieme handelsnatie is het voor Nederland van groot belang dat de Straat van Hormuz zo snel mogelijk weer veilig en vrij bevaarbaar wordt en dat het vrije scheepvaartverkeer op basis van duidelijke internationale afspraken kan worden hervat. Naar het oordeel van deze leden is een diplomatieke oplossing de enige duurzame route daartoe. In dat kader vragen de leden van de D66-fractie ook aandacht voor het maritieme veiligheidsvraagstuk in onze eigen wateren: de schaduwvloot. Deze schepen varen veelal onder vlaggen van staten die hun verantwoordelijkheid als vlaggenstaat onvoldoende nemen en daarmee de naleving van internationale regels, waaronder het VN-Zeerechtverdrag, ondergraven. Deze leden constateren dat dit vraagstuk in de brief niet wordt genoemd. Is het kabinet bereid de AVVN aan te grijpen om, samen met andere Europese maritieme landen, deze vlaggenstaten op hun verantwoordelijkheid aan te spreken en hen ertoe te bewegen hun verplichtingen onder het VN-Zeerechtverdrag na te komen, zo vragen deze leden. Midden-Oosten: Israël, Gaza en de Westelijke Jordaanoever De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet bereid is om tijdens de AVVN High Level Week actief en publiekelijk te communiceren over de noodzaak van een tweestatenoplossing, het beëindigen van illegale nederzettingen, en het geweld tegen burgers in Gaza en het kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever. Deze leden vragen bovendien of het kabinet bereid is andere landen op te roepen tot het volgen van de komende Nederlandse handelsmaatregelen tegen illegale nederzettingen, mede gelet op het advies van het Internationaal Gerechtshof hierover. De leden van de D66-fractie onderschrijven de noodzaak van ontwapening van Hamas en achten een rol van Hamas in het toekomstige Palestijnse bestuur onwenselijk. Tegelijkertijd blijft erkenning van de Palestijnse staat naar het oordeel van deze leden van groot belang, zoals diverse Europese partners tijdens de vorige AVVN High Level Week hebben laten zien. Is het kabinet bereid om tijdens de AVVN te onderzoeken welke positieve gevolgen andere landen sinds hun erkenning van de Palestijnse staat hebben geconstateerd, zowel voor de relatie met de Palestijnse Autoriteit als voor het vredesproces en het zicht op een duurzame tweestatenoplossing, zo vragen deze leden. De leden van de D66-fractie vragen voorts hoe het kabinet aankijkt tegen de uitvoering van de New York Declaration. Leveren de daaruit voortvloeiende plannen voor Gaza daadwerkelijk de beoogde resultaten op, en kan een grotere rol van de VN daarbij helpen, zo vragen deze leden. Wat is de stand van zaken rond eventuele plannen voor een vredesmissie, en is uitgesloten dat in VN-verband nog een bijdrage aan een dergelijke missie wordt geleverd, zo vragen deze leden. Iran De leden van de D66-fractie onderschrijven het standpunt dat Iran geen nucleair wapen mag verkrijgen en erkennen het belang van hervatting van inspecties door de International Atomic Energy Agency (IAEA). Deze leden constateren echter dat in het gedeelte over Iran aandacht voor mensenrechten ontbreekt en maken zich hierover zorgen, temeer daar de Verenigde Staten de Iraniërs die de straat op gingen om voor hun vrijheid te demonstreren, hebben laten vallen. Naar het oordeel van deze leden zouden juist Europese landen sterker moeten inzetten op de rechten van de Iraanse bevolking met als prioriteit een einde aan de executies van jonge demonstranten en aan andere mensenrechtenschendingen. Is het kabinet bereid dit alsnog expliciet op te nemen in de Nederlandse inzet, zo vragen deze leden. Klimaatverandering en zeespiegelstijging De leden van de D66-fractie prijzen de sterke inzet van het kabinet op klimaatverandering en zeespiegelstijging, die de Caribische delen van het Koninkrijk direct bedreigen en waarvan ook in West-Europa afgelopen zomer opnieuw de verwoestende gevolgen zichtbaar waren. Naar het oordeel van deze leden is een hardere internationale inzet noodzakelijk. Welke concrete stappen zet het kabinet om dit tijdens de AVVN aan te jagen, zo vragen deze leden. Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden voor de 81ste zitting van de AVVN. Voor deze leden staat voorop dat Nederland een realistisch buitenlandbeleid moet voeren, waarin nationale veiligheid, welvaart, en het bewaken van onze vrije manier van leven het kompas vormen. Vanuit dit perspectief leggen zij graag een aantal vragen en opmerkingen voor aan het kabinet. Een effectieve internationale rechtsorde Het kabinet stelt dat de op regels gebaseerde internationale rechtsorde onder druk staat en dat het beschermen daarvan een centraal onderdeel vormt van de Nederlandse inzet. De leden van de VVD-fractie onderschrijven dit volledig. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de internationale rechtsorde alleen geloofwaardig blijft wanneer schendingen daarvan consequenties hebben. Kan het kabinet concreet aangeven welke resultaten het tijdens de 81ste AVVN wil boeken op het gebied van de handhaving van het internationaal recht? Welke concrete afspraken of coalities acht het kabinet hiervoor noodzakelijk? Oekraïne De leden van de VVD-fractie lezen dat eind 2026 de ambtstermijn van secretaris-generaal António Guterres afloopt en dat de zoektocht naar een opvolger is begonnen. Het kabinet noemt als gewenste competenties onder meer bewezen leiderschap, bestuurlijke ervaring en een expliciete voorkeur voor een vrouwelijke kandidaat. Hoewel deze leden het belang van bestuurlijke kwaliteiten onderkennen, is het voor deze leden van belang dat de nieuwe secretaris-generaal niet overmatig schatplichtig is aan autocratische regimes, zoals Rusland en China. De afgelopen jaren heeft het gezag en de legitimiteit van de VN ernstige schade opgelopen door een stelselmatige neiging tot whataboutism en morele ambiguïteit onder het leiderschap van de heer Guterres. Deze morele verwatering is ook doorgedrongen tot diverse VN-organisaties, die er herhaaldelijk niet in slaagden om de vinger naar de Russische Federatie te wijzen wanneer humanitaire hulpkonvooien of civiele doelen in Oekraïne doelbewust werden gebombardeerd. Voorts maken de leden van de VVD-fractie zich zeer zorgen over de straffeloosheid van Rusland ten aanzien van de ontvoerde Oekraïense kinderen. Wat gaat de minister doen om tijdens deze AVVN aandacht hiervoor te vragen en in welke coalitie gaat de minister optrekken om alles op alles te zetten om deze kinderen terug naar huis te brengen? De VN heeft dringend behoefte aan een secretaris-generaal die zonder meer zich uitspreekt over de brute en illegale Russische agressieoorlog in Oekraïne en die autocratische machtspolitiek onomwonden veroordeelt. De leden van de VVD-fractie vragen de minister welke specifieke diplomatieke en geopolitieke eisen het kabinet stelt aan kandidaten, los van de in de brief genoemde algemene bestuurlijke competenties. Is de minister bereid om de geopolitieke onafhankelijkheid ten opzichte van Moskou en Peking als een randvoorwaarde te hanteren in de Nederlandse inzet? Voorts vragen deze leden aan welke concrete personen of profielen de minister momenteel denkt. Met welke gelijkgezinde bondgenoten zoekt het kabinet momenteel actief de samenwerking op om een kandidaat met een stevig ruggengraatprofiel te steunen? De leden van de VVD-fractie delen de zorg van het kabinet over de uitholling van de internationale rechtsorde en de toenemende normvervaging op het wereldtoneel. Deze leden benadrukken dat het probleem niet schuilt in de materiële juridische afspraken zelf. Het zijn niet de Geneefse Conventies of de fundamentele verdragen van het humanitair oorlogsrecht die gewijzigd, afgezwakt of herschreven moeten worden. Het failliet zit in de procedures en mechanismen voor de handhaving en de naleving van dat recht. Het huidige stelsel loopt stelselmatig vast doordat een agressorstaat als Rusland zich kan verschuilen achter zijn permanente zetel en vetorecht in de VN-Veiligheidsraad, waarmee elke vorm van sanctie, effectieve handhaving of veroordeling van evidente oorlogsmisdaden wordt geblokkeerd. Een grondige hervorming van de VN-instituties en handhavingsprocessen is volgens deze leden de noodzakelijke eerste stap om de geloofwaardigheid van de internationale rechtsorde te herstellen. Het kabinet treedt op als medevoorzitter van de intergouvernementele onderhandelingen (IGN) over de hervorming van de Veiligheidsraad en stelt voor om permanente zetels zonder vetorecht toe te voegen. In hoeverre acht de minister deze inzet realistisch, wetende dat de huidige permanente leden iedere formele verdragswijziging kunnen tegenhouden? Welke alternatieven onderzoekt het kabinet om bij aanhoudende verlamming van de Veiligheidsraad buiten de geblokkeerde vetostructuren om handhaving en gerechtigheid te organiseren, bijvoorbeeld via coalities van gelijkgezinde landen of via een actievere benutting van de Uniting for Peace-resoluties in de Algemene Vergadering? Cyberveiligheid en kunstmatige intelligentie Nederland heeft de afgelopen jaren een voortrekkersrol gespeeld bij verantwoord gebruik van AI in het militaire domein. Het vorige verslag vermeldt onder meer het REAIM-proces en Nederlandse initiatieven op dit terrein. De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat Nederland deze kennis en positie benut om de internationale veiligheid te versterken. Welke concrete resultaten verwacht het kabinet van de Global Dialogue on AI Governance? Welke inzet heeft Nederland specifiek op het gebied van militaire AI, autonome wapensystemen en cyberaanvallen? Hoe wordt daarbij voorkomen dat internationale regulering innovatie en de Nederlandse en Europese veiligheidsindustrie onnodig belemmert? Daarnaast merken de leden van de VVD-fractie op dat het kabinet, door in de brief aan te geven dat het in wil zetten op een "consequente strijd tegen straffeloosheid, waaronder in Oekraïne, Gaza en Soedan," de landen die bij dit conflict betrokken zijn over een kam lijkt te scheren. Deze leden wensen met klem afstand te nemen van deze impliciete gelijkstelling. De situatie in Oekraïne betreft een volstrekt niet-uitgelokte, grootschalige interstatelijke invasie door een imperialistische agressor tegen een soevereine, democratische buurstaat met het doel deze van de kaart te vegen. Het conflict in Soedan is een verwoestende interne machtsstrijd die gepaard gaat met grootschalige etnische zuiveringen en een catastrofale humanitaire ineenstorting. Wat deze leden betreft zijn deze conflictsituaties militair, juridisch en moreel niet met elkaar te vergelijken. Zij vragen de minister om te verduidelijken hoe hij dit onderscheid in multilateraal kader actief gaat uitdragen, teneinde valse morele en juridische vergelijkingen te ontkrachten. Voorts vragen deze leden wat het kabinet in deze specifieke opsomming rondom Gaza precies verstaat onder het begrip "straffeloosheid" en op welke concrete actoren en gedragingen de minister hier doelt. Hoe waarborgt het kabinet tijdens de 81ste zitting van de AVVN dat het legitieme recht van Israël op zelfverdediging tegen terroristische groeperingen en achterliggende regimes zoals Iran onomstreden blijft, zonder dat de strijd tegen het terrorisme op één lijn wordt gesteld met niet-uitgelokte veroveringsoorlogen van autocratieën? Tot slot vragen deze leden welke diplomatieke druk het kabinet in VN-verband gaat uitoefenen op landen die Hamas-kopstukken huisvesten, faciliteren en financieren. Tot slot merken de leden van de VVD-fractie op dat vrouwenrechten en vrouwenveiligheid internationaal onder druk staan. In welke coalitie ziet de minister kans om vrouwen die opkomen voor vrede en veiligheid te beschermen en is hij bereid zich hiervoor in te zetten? Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de inzetbrief van het kabinet ten behoeve van de AVVN en stellen daarover graag enkele vragen. Mondiaal denken, mondiaal handelen De leden van de fractie van PRO lezen in de brief dat het kabinet terecht stelt dat de VN “in tal van humanitaire crises, van Soedan tot Gaza”, levensreddend werk verricht “dat geen enkele andere organisatie op die schaal kan verrichten”. Wat betreft Gaza zijn de bovengenoemde leden van mening dat geen enkele andere organisatie dan UNRWA de broodnodige humanitaire hulp kan verlenen. Is de minister voornemens om tijdens de AVVN de onmisbaarheid van UNRWA te bepleiten en met gelijkgezinde landen ervoor te staan dat de Israëlische autoriteiten UNRWA ongehinderde toegang tot Gaza moeten geven? Heeft de minister contact gehad met zijn Finse collega om hem ervan te overtuigen de Finse hulp aan UNRWA niet stop te zetten? Zo nee, waarom niet? En op welke manier heeft Nederland de Israëlische autoriteiten aangesproken op de inname en sluiting van het laatste UNRWA-kantoor in Oost-Jeruzalem? Inzet Koninkrijk der Nederlanden: beschermen, versterken en hervormen De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet voornemens is tijdens de High Level Week aandacht te vragen “voor het mensenrechtenwerk van de VN en de adequate financiering daarvan.” Is het kabinet voornemens om tijdens deze week ook daad bij het woord te voegen door nieuwe toezeggingen te doen op het gebied van financiering voor de bevordering van mensenrechten? Zo nee, waarom niet? De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat “mensenrechtenverdedigers (…) rekenen op het Koninkrijk om zich multilateraal uit te spreken over represailles als gevolg van hun interactie met de VN.” Tegelijkertijd wijzen deze leden op de toenemende Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof en de daaropvolgende angst bij slachtoffers van misdrijven vallende onder het Statuut van Rome en bij actoren uit het maatschappelijk middenveld om bij te dragen aan onderzoek van en vervolging door het Internationaal Strafhof. Op welke manier staat het kabinet deze mensen en organisaties te hulp om ervoor te zorgen dat hun stemmen bij het Internationaal Strafhof worden gehoord? De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het Koninkrijk is toegetreden tot de Alliantie voor de Supporters van het VN-Ontwikkelingssysteem. Kan de minister verder toelichten uit welke lidstaten de alliantie bestaat, wat het doel is van de alliantie en welke concrete resultaten de alliantie tot nu toe heeft bereikt en het komende jaar wil bereiken? De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet verkent of het samen met Indonesië een ministeriële bijeenkomst kan organiseren over vredesoperaties. Welke concrete veranderingen wil het kabinet zien in de praktijk van vredesoperaties? En kan het kabinet toelichten of Nederland, vergeleken met vijf à tien jaar geleden, meer of minder middels personeel bijdraagt aan VN-vredesoperaties? Welke bijdragen aan VN-vredesoperaties heeft het kabinet sinds zijn aantreden in februari toegezegd? De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet samen met Europese partners poogt het internationale vluchtelingenrecht te wijzigen. Kan het kabinet toelichten hoe ver deze diplomatieke inspanningen tot dusver zijn gekomen? Wordt er onder landen in het mondiale zuiden ook animo gevonden voor een wijziging in het vluchtelingenrecht? Zijn, in het bijzonder de landen in de ring rondom Europa, enthousiast over de voorstellen van Nederland en gelijkgezinde lidstaten? Zo ja, welke aspecten vallen in goede aarde? Zo nee, kan het kabinet toelichten waarom niet? De leden van de PRO-fractie begrijpen dat diplomaten verwachten dat veel discussies op de 81ste sessie zullen gaan over klimaatverandering, in het bijzonder over zeespiegelstijging. Verwacht het kabinet ook dat klimaatkwetsbare landen, die nauwelijks hebben bijgedragen aan klimaatverandering, maar wel de zwaarste gevolgen dragen, de druk zullen opvoeren op rijke landen voor eerlijke compensatie (Loss and Damage), en meer klimaatactie? Hoe gaat het kabinet zich hiertoe verhouden, gezien Nederlandse beloften om klimaatfinanciering te verdrievoudigen zijn ingeruild voor bezuinigingen en creatieve boekhouding? Daarnaast constateren de leden van de PRO-fractie met zorg dat het proces van het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) en de klimaatwetenschap onder grote druk staan, onder meer door pogingen om klimaatafspraken te ondermijnen en wetenschappelijke consensus in twijfel te trekken. Is het kabinet bereid om tijdens de 81ste AVVN expliciet steun uit te spreken voor het UNFCCC-proces en voor de integriteit van de klimaatwetenschap, en zich actief te verzetten tegen pogingen van andere landen om dit proces te vertragen of uit te hollen? Op welke wijze gaat Nederland zich hiervoor op de AVVN hardmaken en is het kabinet bereid hier ook in bilaterale contacten met klimaatsceptische regeringen een duidelijk signaal over af te geven? De leden van de PRO-fractie constateren dat de wereldwijde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp een grote impact hebben op de effectiviteit van de VN. Kan de minister toelichten hoe deze bezuinigingen het World Food Programme (WFP) en andere voedselzekerheidsprogramma’s raken en daarmee de omvang van honger in de wereld? Overig De leden van de PRO-fractie lezen in de beslisnota dat er een EU non-paper is over de situatie in het Midden-Oosten, die “nog niet met de Kamer is gedeeld.” Wanneer is het kabinet voornemens de non-paper met de Kamer te delen? Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het verslag van de 80ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Deze leden onderschrijven het belang van een sterke internationale rechtsorde en van internationale samenwerking. Juist nu de wereldorde kantelt en machtspolitiek terugkeert, heeft een land als Nederland internationale afspraken en instituties nodig. De inzet moet daarom zijn om de VN zo effectief mogelijk te laten zijn en zich te laten richten op de kerntaken: vrede, veiligheid, mensenrechten, ontwikkeling en bescherming van het internationaal recht. Deze leden hebben daarom de volgende vragen, die vooral ook gericht zijn op de Nederlandse inzet voor de komende, 81ste zitting van de AVVN. Hervorming van de VN en de internationale rechtsorde De minister-president heeft tijdens de 80ste AVVN terecht gesteld dat de wereld in de afgelopen 80 jaar sterk is veranderd en dat de VN daarom mee moeten veranderen, terwijl de beginselen van het VN-Handvest overeind moeten blijven. De leden van de CDA-fractie onderschrijven deze analyse. De vraag is wel hoe Nederland dit tijdens de 81ste AVVN concreet gaat vertalen naar resultaten. Welke concrete resultaten wil het kabinet tijdens de ministeriële week van de 81ste AVVN bereiken? Op welke dossiers ziet het kabinet voor Nederland een bijzondere rol? Deze leden zien dat de internationale rechtsorde steeds verder onder druk staat. De samenstelling van bijvoorbeeld de Veiligheidsraad weerspiegelt daarnaast onvoldoende de huidige internationale machtsverhoudingen. Zij vragen daarom of de minister kan aangeven op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de motie-Bontenbal c.s. (Kamerstuk 23432, nr. 650) over waar mogelijk met middenmachten optrekken in het hervormen van internationale instellingen, zodat de stem van landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika daarin zwaarder gaat meewegen. Welke hervorming van de Veiligheidsraad acht het kabinet niet alleen wenselijk, maar ook daadwerkelijk haalbaar? De leden van de CDA-fractie vinden het van groot belang dat Nederland consequent blijft staan voor het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Hoe zet het kabinet de AVVN in om de steun voor deze instellingen te verbreden, juist onder landen buiten Europa? Oekraïne De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is niet alleen een aanval op Oekraïne, maar ook op de beginselen waarop de VN zijn gebouwd. Grenzen mogen niet met geweld worden veranderd. Agressie mag niet worden beloond. Tegelijkertijd zien we dat de afgelopen jaren veel landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika anders naar deze oorlog kijken dan Europese landen. Voor deze landen is Oekraïne één van meerdere grote internationale crises. Rusland maakt daar actief gebruik van. De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet tijdens de komende AVVN het draagvlak buiten Europa voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne wil vergroten. Met welke landen en regionale organisaties worden hierover gericht gesprekken gevoerd? Soedan Het mandaat van de Fact Finding Mission (FFM) Soedan is tijdens de 80ste zitting van de AVVN met een jaar verlengd. De leden van de CDA-fractie vragen of Nederland zich tijdens de komende zitting van de AVVN zal inspannen om het mandaat opnieuw met een jaar te verlengen. Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie De leden van de fractie van JA21 hebben met belangstelling kennisgenomen van de Nederlandse inzet voor het 81ste zittingsjaar van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Deze leden onderstrepen de meerwaarde van internationale samenwerking en de belangrijke rol die de Verenigde Naties en de aan haar gelieerde organisaties daarvoor kunnen spelen. Zij hebben enkele vragen en opmerkingen. Toekomstbestendigheid van de Verenigde Naties De leden van de JA21-fractie constateren dat de financiële positie van de Verenigde Naties weinig rooskleurig is. Het kabinet schrijft dat de betalingsachterstanden van lidstaten inmiddels zijn opgelopen tot circa 6,4 miljard dollar, met grote gevolgen voor de activiteiten en reserves van de organisatie. Tegelijkertijd moeten volgens het kabinet belangrijke hervormingen, waaronder het terugdringen van overlap tussen VN-organisaties en het kritisch tegen het licht houden van duizenden bestaande opdrachten, grotendeels nog plaatsvinden. Tegen die achtergrond vragen deze leden hoe vanzelfsprekend het is om te kiezen voor verdere investeringen in VN-organisaties en voor flexibele kernbijdragen. Zij vragen daarom waar het kabinet zelf ruimte ziet om binnen de Verenigde Naties te bezuinigen, zodat de organisatie ook in de toekomst haar kerntaken kan blijven uitvoeren. Welke taken, programma’s, mandaten of organisaties kunnen volgens het kabinet worden afgeschaald, samengevoegd of beëindigd? Wat beschouwt het kabinet als de belangrijkste kerntaken van de VN met het oog op de toekomstbestendigheid van de organisatie? Kan de minister daarbij concreet aangeven op welke onderdelen Nederland binnen het VN80-initiatief inzet op besparingen? Zijn er daarnaast onderdelen van het VN-stelsel waarop het kabinet juist niet bereid is te bezuinigen? En welke omvang en taakopvatting van de VN acht het kabinet, gelet op de huidige financiële situatie, op langere termijn financieel houdbaar? UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East) De leden van de JA21-fractie herhalen graag hun pleidooi voor het herbestemmen van steun aan UNRWA ten faveure van andere humanitaire organisaties zoals bijvoorbeeld het WFP, UNICEF, of buiten VN-verband het Rode Kruis. Recente onderzoeksbevindingen van USAID OIG (Office of Inspector General of the United States Agency for International Development) hebben opnieuw ernstige vragen opgeworpen over huidige en voormalige UNRWA-medewerkers die betrokken waren bij de aanslagen van 7 oktober 2023 en/of banden met Hamas zouden hebben. Deze leden zijn van mening dat UNRWA als organisatie hiermee het internationale vertrouwen in onpartijdige humanitaire hulp heeft ondermijnd. Deze leden wijzen erop dat de motie-Verkuijlen c.s. (Kamerstuk 36 180, nr. 215) het kabinet reeds verzoekt de financiering voor UNRWA in samenspraak met andere donoren op te schorten bij verifieerbare hernieuwde signalen van terreurbanden. Kan de minister specifiek toelichten hoe het kabinet de bevindingen van de inspecteur-generaal van USAID toepast in het licht van dit Kamerverzoek? Kwalificeert de minister deze bevindingen als verifieerbare hernieuwde signalen van terreurbanden in de zin van voornoemde motie-Verkuijlen c.s.? Zo nee, waarom niet? Is de minister bereid de Verenigde Staten actief te vragen de uitgebreide bevindingen van USAID OIG te delen? Hoe beoordeelt het kabinet het recente besluit van Finland om de aflopende meerjarige financiering van UNRWA niet langer te verlengen? En hoe waardeert het kabinet het standpunt van de Board of Peace dat UNRWA “geen plaats heeft in het nieuwe Gaza”? General Recommendation/Algemene Aanbeveling No. 40 van de VN-Commissie voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie (UN Committee on the Elimination of Racial Discrimination, CERD) De leden van de JA21-fractie hebben vernomen dat de VN-Commissie voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie (CERD) heeft gesteld dat staten die partij zijn bij het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (International Convention on the Elimination of All Forms of Racial Discrimination, ICERD) verplichtingen hebben om zogenaamd herstelrecht te bieden voor de schade en aanhoudende gevolgen van onder meer de trans-Atlantische slavenhandel. Hoe beoordeelt het kabinet deze herinterpretatie van het ICERD en neemt het kabinet deze over? Kan het kabinet toelichten of deze in principe niet-bindende aanbeveling alsnog op enige wijze juridische relevantie kan hebben in mogelijke zaken rondom herstelbetalingen? Hoe verhoudt dit zich tot het eerdere standpunt van het kabinet (onder andere bij de VN-resolutie van maart 2026) dat er geen juridische verplichting tot herstelbetalingen bestaat, omdat slavernij destijds niet in strijd was met het toenmalige internationale recht, en dat internationaal recht niet met terugwerkende kracht wordt toegepast? En hoe denkt het kabinet om te gaan met de eis tot “transformative measures” als die verder gaan dan het huidige beleid? Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de inzet van het kabinet voor de 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Deze leden hebben hierover verschillende vragen en opmerkingen. Palestina en UNRWA De leden van de DENK-fractie constateren dat de internationale gemeenschap op dit moment wordt geconfronteerd met oorlogen, massale ontheemding, honger en ernstige schendingen van het internationaal recht. Tegelijkertijd staan juist de internationale organisaties die burgers moeten beschermen en humanitaire hulp moeten verlenen, financieel steeds verder onder druk. Deze leden zijn van mening dat de Algemene Vergadering niet slechts een moment mag zijn waarop het belang van vrede, mensenrechten en de internationale rechtsorde wordt onderstreept, maar dat Nederland zich ook concreet moet inzetten voor de naleving daarvan. Zij vragen het kabinet uiteen te zetten op welke wijze Nederland tijdens de 81ste Algemene Vergadering concrete consequenties wil verbinden aan ernstige en voortdurende schendingen van het internationaal recht. De leden van de DENK-fractie wijzen in het bijzonder op de bijzondere en historische verantwoordelijkheid die de Verenigde Naties hebben ten aanzien van Palestina en de Palestijnse bevolking. Deze leden constateren dat decennialang VN-resoluties, uitspraken van internationale gerechtshoven en waarschuwingen van VN-functionarissen onvoldoende hebben geleid tot bescherming van de Palestijnse bevolking. Zij zijn van mening dat Nederland zich daarom tijdens de 81ste Algemene Vergadering veel steviger moet inzetten voor de naleving van het internationaal recht. Deze leden vragen of het kabinet bereid is actief steun te organiseren voor resoluties die de illegale bezetting, annexatiepolitiek, uitbreiding van nederzettingen en het geweld tegen Palestijnse burgers ondubbelzinnig veroordelen. Ook vragen zij of het kabinet bereid is niet slechts achteraf steun uit te spreken voor voorstellen van andere landen, maar samen met gelijkgezinde landen zelf voorstellen voor te bereiden en mede in te dienen tijdens de Algemene Vergadering. Daarnaast vernemen deze leden graag of het kabinet bereid is binnen de Verenigde Naties te pleiten voor verdergaande internationale sancties tegen Israël en Israëliërs die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van het internationaal recht. De leden van de DENK-fractie constateren daarnaast dat Palestina nog altijd geen volwaardig lid is van de Verenigde Naties, maar de status heeft van niet-lid-waarnemersstaat. De Algemene Vergadering heeft vastgesteld dat Palestina voldoet aan de voorwaarden voor VN-lidmaatschap en heeft Palestina sinds 2024 aanvullende participatierechten toegekend. Deze leden betreuren het dat volledig lidmaatschap tot op heden wordt tegengehouden door de machtsverhoudingen binnen de Veiligheidsraad. Zij vragen of het kabinet bereid is zich ondubbelzinnig uit te spreken voor volwaardig VN-lidmaatschap van Palestina en binnen de Verenigde Naties actief draagvlak te organiseren om dit alsnog te realiseren. Tevens vernemen deze leden graag welke mogelijkheden het kabinet ziet om, zolang volledig lidmaatschap wordt geblokkeerd, de positie en participatierechten van Palestina binnen de Verenigde Naties en afzonderlijke VN-organisaties verder te versterken. Voorts vragen de leden of Nederland eindelijk bereid is om de Palestijnse staat te erkennen. De leden van de DENK-fractie benadrukken voorts dat UNRWA geen reguliere hulporganisatie is, maar een organisatie met een rechtstreeks door de Algemene Vergadering verstrekt mandaat om Palestijnse vluchtelingen hulp en bescherming te bieden totdat een rechtvaardige en duurzame politieke oplossing is bereikt. Deze leden maken zich grote zorgen over de druk waaronder dit mandaat staat. Israël beperkt de werkzaamheden van UNRWA, valt faciliteiten van de organisatie binnen en probeert de aanwezigheid van UNRWA in bezet Palestijns gebied steeds verder onmogelijk te maken. De recente inval in het UNRWA-opleidingscentrum in Qalandiya en het neerhalen van de VN-vlag door Israël zien deze leden niet slechts als een aanval op een hulporganisatie, maar ook als een aantasting van het door de Verenigde Naties verleende mandaat. Deze leden vragen of het kabinet bereid is de aanvallen op UNRWA-faciliteiten, waaronder de inval in Qalandiya, in VN-verband expliciet te veroordelen. Ook vernemen zij graag of het kabinet bereid is steun te organiseren voor een duidelijke bevestiging dat de privileges en immuniteiten van de Verenigde Naties en de onschendbaarheid van VN-faciliteiten moeten worden gerespecteerd. De leden van de DENK-fractie maken zich daarnaast grote zorgen over de financiële positie van UNRWA. Grote donoren hebben hun financiering beëindigd of sterk teruggeschroefd. Alleen al het wegvallen van de Amerikaanse financiering betekent volgens UNRWA een verlies van ongeveer 360 miljoen dollar, circa 30% van de jaarlijkse begroting. Deze financiële druk vindt plaats op een moment waarop de behoefte aan onderwijs, gezondheidszorg, voedselhulp en bescherming juist bijzonder groot is. Deze leden zijn van mening dat Nederland niet kan volstaan met het uitspreken van politieke steun aan UNRWA. Zij vragen of het kabinet bereid is de Nederlandse bijdrage aan UNRWA te verhogen en andere landen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid om de ontstane financieringstekorten op te vullen. Ook vragen deze leden of het kabinet tijdens de 81ste Algemene Vergadering samen met andere landen expliciet het mandaat, de onafhankelijkheid en de continuïteit van UNRWA wil verdedigen en hiervoor actief een coalitie van landen wil vormen. Daarnaast vernemen zij graag of Nederland bereid is binnen de Verenigde Naties het initiatief te nemen voor structurele, meerjarige en voorspelbare financiering van UNRWA, zodat de continuïteit van deze essentiële organisatie minder afhankelijk wordt van politieke ontwikkelingen en jaarlijks wisselende vrijwillige bijdragen. Deze leden vragen ten slotte of het kabinet bereid is landen die UNRWA financieel verzwakken, erop aan te spreken dat zij daarmee rechtstreeks de humanitaire hulp en bescherming van miljoenen Palestijnse vluchtelingen in gevaar brengen. De leden van de DENK-fractie wijzen er tevens op dat meer dan 390 medewerkers van UNRWA zijn omgekomen. Medewerkers van de Verenigde Naties moeten hun werkzaamheden kunnen verrichten zonder te vrezen voor hun leven, intimidatie of detentie. Deze leden vernemen graag welke concrete inzet Nederland tijdens de Algemene Vergadering zal plegen voor betere bescherming van VN-personeel en VN-instellingen. Tevens vragen zij of Nederland landen die VN-medewerkers, speciale rapporteurs of onafhankelijke onderzoeksmechanismen bedreigen, intimideren of tegenwerken, daar consequent op aanspreekt. Deze leden vragen daarnaast of het kabinet kan toezeggen dat Nederland tijdens de 81ste Algemene Vergadering actief zal opkomen voor het voortbestaan, de toegang en voldoende financiering van onafhankelijke VN-onderzoekscommissies, speciale rapporteurs en andere mechanismen die mensenrechtenschendingen documenteren. Soedan De leden van de DENK-fractie maken zich tevens grote zorgen over de situatie in Soedan. Soedan vormt inmiddels een van de grootste ontheemdings- en beschermingscrises ter wereld. Voor de regionale vluchtelingenrespons in 2026 wordt rekening gehouden met miljoenen vluchtelingen en ontheemden en is ongeveer 1,6 miljard dollar nodig. Tegelijkertijd blijft de toevoer van wapens aan de strijdende partijen de humanitaire crisis voeden. Deze leden constateren dat het bestaande VN-wapenembargo hoofdzakelijk betrekking heeft op partijen die in Darfur opereren en dus niet geldt als een alomvattend wapenembargo voor heel Soedan. Deze leden vragen of het kabinet bereid is tijdens de 81ste Algemene Vergadering en in contacten rond de Veiligheidsraad te pleiten voor een alomvattend VN-wapenembargo voor heel Soedan. Ook vragen zij of Nederland bereid is hiervoor samen met Afrikaanse landen en andere gelijkgezinde staten actief draagvlak op te bouwen. Daarnaast vernemen zij graag of Nederland wil inzetten op gerichte internationale sancties tegen personen, bedrijven en netwerken die wapens leveren, oorlogsmisdaden faciliteren of financieel profiteren van deze oorlog. Myanmar De leden van de DENK-fractie vragen daarnaast aandacht voor de humanitaire crisis in Myanmar. Meer dan 16 miljoen mensen hebben daar humanitaire hulp nodig en bijna 3,8 miljoen mensen zijn ontheemd. De humanitaire respons voor 2026 had in juli nog slechts 43% van de benodigde 890 miljoen dollar ontvangen. Deze leden vinden het onacceptabel dat miljoenen mensen door gebrek aan internationale aandacht en financiering uit beeld dreigen te verdwijnen. Zij vernemen graag welke concrete inzet Nederland tijdens de komende Algemene Vergadering voor Myanmar heeft. Daarnaast vragen deze leden of Nederland bereid is andere landen actief aan te spreken op wapenleveranties en andere vormen van steun die het geweld in Myanmar mogelijk maken. De leden van de DENK-fractie maken zich in dit verband in het bijzonder zorgen over de positie van de Rohingya. Maleisië, dat jarenlang onderdak heeft geboden aan Rohingya die voor vervolging uit Myanmar zijn gevlucht, is voornemens Rohingya terug te sturen naar Myanmar. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de omstandigheden voor een veilige, waardige en vrijwillige terugkeer niet aanwezig zijn. Ook Nederland en de Europese Unie hebben benadrukt dat aan deze voorwaarden niet wordt voldaan. Deze leden wijzen erop dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar zij opnieuw het risico lopen op vervolging, geweld of andere ernstige mensenrechtenschendingen. Zij vragen of het kabinet bereid is Maleisië hier rechtstreeks op aan te spreken en bij de Maleisische regering aan te dringen op het niet terugsturen van Rohingya, zolang een veilige, vrijwillige en duurzame terugkeer niet kan worden gegarandeerd. Tevens vragen deze leden of Nederland tijdens de Algemene Vergadering samen met andere landen aandacht wil vragen voor de bescherming van Rohingya in de gehele regio en landen wil oproepen het beginsel van non-refoulement onverkort te respecteren. Tot slot constateren de leden van de DENK-fractie dat ernstige onderfinanciering van internationale humanitaire hulp een terugkerend probleem vormt bij vrijwel al deze crises. In Myanmar is minder dan de helft van de benodigde financiering beschikbaar, voor de crisis in Soedan zijn miljarden nodig en ook UNRWA waarschuwt dat het zonder politieke en financiële steun zijn opdracht niet kan blijven uitvoeren. Hierdoor moeten hulporganisaties in de praktijk steeds vaker bepalen wie nog voedsel, medicijnen, onderwijs, onderdak of andere essentiële hulp kan ontvangen en wie niet. De leden van de DENK-fractie vinden het tegenstrijdig wanneer Nederland enerzijds het belang van internationale organisaties die opvang en bescherming mogelijk moeten maken benadrukt, terwijl de financiering achterblijft. Deze leden vragen of het kabinet bereid is tijdens de Algemene Vergadering aan te dringen op een internationale financieringscoalitie voor (ernstig) ondergefinancierde VN-hulpprogramma's. Tevens vernemen zij graag of Nederland bereid is zelf aanvullende middelen beschikbaar te stellen en andere welvarende landen nadrukkelijk op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Tot slot vragen deze leden of het kabinet bereid is zich in te zetten voor meerjarige, structurele en voorspelbare financiering van organisaties van de Verenigde Naties als UNHCR, UNRWA, UNICEF, WFP en OCHA (Office for the Coordination of Humanitarian Affairs), zodat deze organisaties niet voortdurend afhankelijk zijn van vrijwillige en onzekere bijdragen. Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief betreffende de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden voor de 81ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over. De minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking beschrijven dat onderdeel van de Nederlandse inzet een strijd is tegen straffeloosheid en dat Nederland het Internationaal Strafhof (ICC) zowel politiek als financieel blijft steunen. De leden van de SP-fractie vragen in hoeverre Nederland de Amerikaanse sancties tegen het ICC aan de orde zal brengen en met welke inzet dat zal zijn. Is de verwachting dat resoluties met de strekking tot het veroordelen van deze sancties ingediend zullen worden en in hoeverre zijn de ministers bereid hierin het voortouw te nemen? De brief beschrijft voorts de inzet voor de rechten van vrouwen en meisjes en de bewaking van de volledige erkenning van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) in multilaterale teksten. De leden van de SP-fractie kunnen dat ondersteunen. Wel vragen deze leden of de inzet ook gedaan kan worden als het gaat om het tegengegaan van seksueel geweld tegen vrouwen, met name in conflictsituaties, aangezien het inzetten van seksueel geweld als wapen toeneemt. In hoeverre zal Nederland hier het voortouw in nemen om te zorgen dat hier stappen gezet kunnen worden die voortbouwen op eerdere resoluties en initiatieven? In hoeverre zal de inzet zich richten op het betrekken van vrouwen bij vredesopbouw en vredesprocessen? Tijdens de Algemene Vergadering van de VN worden jaarlijks resoluties over kernwapens ingediend en in stemming gebracht. De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over de toenemende normalisatie van kernwapens. Kunnen de ministers aangeven welke resoluties dit jaar worden verwacht? Is het waarschijnlijk dat resoluties over een verbod op kernwapens, nucleaire ontwapening, de humanitaire gevolgen van kernwapens, het terugdringen van nucleaire risico’s, AI in kernwapensystemen en kernwapens in het Midden-Oosten ingediend zullen worden? Zo ja, kunnen de ministers aangeven hoe Nederland aankijkt tegen deze onderwerpen? Zijn de ministers voornemens dergelijke resoluties te steunen? Zo nee, waarom niet? Wat is er nodig om wel steun hieraan te geven? Nederland is momenteel voorzitter van de Group of Governmental Experts on Lethal Autonomous Weapons (GGE LAWS), als onderdeel van de VN Conventie over Conventionele Wapens (CCW), dat werkt aan een set elementen voor internationale regulering. Het mandaat van de GGE LAWS loopt in november dit jaar af. De leden van de SP-fractie maken zich grote zorgen over de versnelde ontwikkeling van autonome wapens en het gebrek aan regulering. Deze leden zijn van mening dat inzet van volledig autonome wapens verboden zou moeten worden in internationaal recht en dat, indien er wel een menselijke toets is, er duidelijke en strikte waarborgen moeten zijn waardoor menselijkheid nooit verdwijnt. Hoe zet Nederland zich in om ook in New York te werken aan het momentum om na jaren overleg daadwerkelijk tot een inhoudelijk sterk verdrag te komen? Gaat Nederland weer een resolutie in die richting steunen? Welke inzet heeft Nederland op het gebied van AI in the military domain nu daarover in juni voor het eerst VN-gesprekken hebben plaatsgevonden? Hoe bepleit Nederland de follow-up daarvan? In 2030 lopen de Sustainable Development Goals (SDG’s) af. De leden van de SP-fractie zien nut in een vervolg op de SDG’s en het stellen van mondiaal breed gedragen doelen gebaseerd op universele mensenrechten. Breedgedragen betekent ook zeggenschap over de formulering, financiering en monitoring voor landen in het mondiale zuiden. Voorziet de minister een gesprek over een vervolg op de SDG’s tijdens de AVVN? Wat zou daarbij de inzet van Nederland zijn? Tot slot spreken de ministers in de brief over het einde van de termijn van secretaris-generaal António Guterres, waarmee het proces om zijn opvolger te benoemen is begonnen. De voorkeur voor een vrouwelijke secretaris-generaal wordt daarbij uitgesproken. De leden van de SP-fractie zien ook een kans om na meer dan tachtig jaar na oprichting voor het eerst een vrouw aan het hoofd van deze cruciale wereldwijde organisatie te benoemen, zeker gezien gendergelijkheid een mensenrecht en een kernprincipe van de VN is. Eind 2025 riepen 200 maatschappelijke organisaties en 300 individuen via de 1 for 8 Billioncampagne op om vrouwelijke kandidaten te steunen en het maatschappelijk middenveld actief te betrekken. Heeft Nederland al een positie ingenomen ten aanzien van de verschillende kandidaten voor secretaris-generaal van de VN? Indien deze positie nog niet is ingenomen, wanneer verwacht Nederland dit te kunnen doen? Welke criteria worden gehanteerd voor het ondersteunen van een specifieke kandidatuur en op welke manier is inzet op gendergelijkheid, Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) en de Women, Peace & Security-agenda daar onderdeel van? II Antwoord/ Reactie van de minister Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over de Nederlandse inzet voor de 81ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Zij hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen. Internationale rechtsorde De leden van de D66-fractie constateren met zorg dat de op regels gebaseerde internationale rechtsorde onder grote druk staat. De eerbiediging van soevereiniteit, territoriale integriteit en internationaal erkende grenzen staat wereldwijd steeds meer ter discussie. De Russische agressieoorlog tegen Oekraïne is daarvan het meest directe voorbeeld, maar ook in de Zuid-Chinese Zee, in de Palestijnse gebieden en zelfs rond Groenland worden deze fundamentele uitgangspunten steeds vaker met voeten getreden. Landen als Rusland, China en Israël, en in toenemende mate ook de Verenigde Staten, hechten steeds minder waarde aan deze rechtsorde. Dit brengt naar het oordeel van deze leden niet alleen de belangen van Europa in gevaar, maar ook die van middenmachten en kleinere staten wereldwijd. De wereldwijde democratische achteruitgang versterkt deze ontwikkeling. Om democratieën veilig en stabiel te houden is een voorspelbare wereldorde nodig, waarin regels en afspraken worden gerespecteerd en gehandhaafd. Dat vraagt om het actief opzoeken van samenwerking met landen die deze uitgangspunten delen. Hoe geeft het kabinet hier concreet vorm aan, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet Het kabinet deelt de visie dat democratische principes wereldwijd onder druk staan, evenals de op regels gebaseerde internationale rechtsorde. Dit zijn geen abstracte belangen voor Nederland: het zijn zaken die rechtstreeks raken aan onze veiligheid, democratische principes en welvaart: van territoriale integriteit en handelsafspraken tot het recht op vrije doorvaart en onze individuele vrijheden. Zoals uiteengezet in de beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026[voetnoot 1] kiest het kabinet voor een optimistisch en realistisch buitenlandbeleid, gestoeld op onze waarden en normen. Waarbij we vanuit gedeelde belangen onze partnerschappen en allianties verbreden en verdiepen, ook met nieuwe partners, en in het besef dat niet elke partner onze waarden volledig zal delen. Het kabinet zal deze AVVN High Level Week (HLW) aangrijpen voor bilaterale ontmoetingen met een breed scala aan landen, waarin gesproken zal worden over de uitdagingen waarvoor de wereld zich gesteld ziet en de manier waarop deze gezamenlijk aangepakt kunnen worden. Ook organiseert Nederland meerdere side events samen met andere landen, waarbij bewust en proactief is gezocht naar samenwerking met partners waarmee Nederland belangen deelt, zoals de Filippijnen (maritieme veiligheid), Zuid-Afrika (tegengaan antirechtenbeweging), Mexico (mensenrechten) of Oekraïne (accountability). Het kabinet noemt de bescherming van de internationale rechtsorde een centraal onderdeel van zijn beleid. Een van de belangrijkste pijlers van die rechtsorde is het Internationaal Strafhof. De leden van de D66-fractie waarderen dat het kabinet het Hof politiek en financieel blijft steunen en wijzen op de unieke positie van Nederland als gastland van internationale hoven en tribunalen. Naar het oordeel van deze leden vloeit uit die bijzondere positie ook een verantwoordelijkheid voort om internationaal het voortouw te nemen bij de bescherming van deze instellingen wanneer zij onder druk staan. De leden van de D66-fractie vragen daarom of het kabinet tijdens de AVVN expliciet en publiekelijk aandacht zal vragen voor de Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof en voor de onwenselijkheid van een dergelijke frontale aanval op het internationaal recht. In welke bilaterale en multilaterale fora zal het kabinet dit aan de orde stellen? Indien het kabinet dit niet voornemens is, waarom niet? Antwoord van het kabinet Het kabinet zal tijdens de AVVN zondermeer aandacht richten op het Internationaal Strafhof. Nederland heeft de recente Amerikaanse sancties tegen de president en een medewerker van het Internationaal Strafhof afgekeurd en verklaard dat het als gastland en verdragspartij achter het Hof en zijn medewerkers staat. Internationale hoven en tribunalen moeten hun mandaat zonder inmenging kunnen uitvoeren. Nederland staat in voortdurend contact met gelijkgezinde partners om te bespreken welke stappen genomen kunnen worden om het Hof te blijven beschermen, inclusief door gezamenlijke outreach, binnen alle mogelijke gremia. In New York zal Nederland in verschillende relevante fora, bilaterale gesprekken en side-events (waaronder een event specifiek gericht op het ondersteunen van het Strafhof), bovenstaande boodschappen blijven herhalen. Ook in gesprekken met de VS zal – waar mogelijk - dit onderwerp van gesprek zijn. Financiering is naar het oordeel van de leden van de D66-fractie essentieel voor de instandhouding van dit cruciale platform. Deze leden lezen dat het Koninkrijk alle lidstaten oproept hun verplichte bijdragen tijdig en volledig te voldoen. Spreekt het kabinet andere lidstaten, zoals de Verenigde Staten, hier actief op aan, en met welk resultaat tot nu toe, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet Het Koninkrijk roept lidstaten consequent op hun verplichte bijdragen tijdig en volledig te voldoen, inclusief Lidstaten die achterstallige betalingen hebben. Dit gebeurt onder andere in bilaterale contacten, in de zgn. Geneva Group (een samenwerkingsverband van grote VN-donoren waaronder de VS) en in het kader van de Pledge to Pay, een coalitie van lidstaten die werd opgezet door Denemarken om landen op te roepen hun verplichte bijdragen volledig en tijdig te voldoen. In het afgelopen jaar is het aantal lidstaten dat op tijd betaalde (binnen dertig dagen na uitsturen betalingsverzoeken) toegenomen, maar de totale betalingsachterstanden blijven desondanks groot. Hervorming van de Verenigde Naties De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van de Algemene Vergadering als grootste en belangrijkste multilaterale forum, juist als plek om met democratische krachten en andere kleine en middenmachten die belang hebben bij vrede, voorspelbaarheid en een op regels gebaseerde wereldorde de krachten te bundelen tegen normvervaging en destabilisering. Naar het oordeel van deze leden vraagt dit om een prominentere plek voor landen uit het mondiale zuiden in het multilaterale systeem, inclusief in de VN-Veiligheidsraad. De leden van de D66-fractie hechten daarom extra belang aan de hervorming van de VN-Veiligheidsraad. Deze leden vinden dat de samenstelling hiervan moet worden gemoderniseerd, zodat deze beter aansluit bij de machtsverhoudingen van de 21ste eeuw en meer recht doet aan de positie van het mondiale zuiden. Welke concrete stappen zet het kabinet, als medevoorzitter van de intergouvernementele onderhandelingen, om deze hervorming het komende zittingsjaar verder te brengen, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet Hervorming van de VN-Veiligheidsraad (VNVR) moet leiden tot betere vertegenwoordiging van het VN-lidmaatschap in de VNVR en effectievere naleving van het mandaat. Nederland pleit al lange tijd voor VNVR-hervorming om de legitimiteit en effectiviteit van de Raad in het uitvoeren van de vrede- en veiligheidstaak van de VN te verbeteren. Het Koninkrijk zal zich ook het komende zittingsjaar van de AVVN inzetten voor deze hervormingen, door deelname aan het intergouvernementele onderhandelingsproces (IGN) dat daarvoor in New York is opgericht. Het Koninkrijk spreekt binnen dat proces in Benelux-verband onder andere steun uit voor permanente Afrikaanse vertegenwoordiging in een hervormde VNVR. Een dergelijke uitbreiding helpt eveneens om samenwerking met het mondiale zuiden te versterken. Daarnaast is de Permanente Vertegenwoordiger van het Koninkrijk bij de VN momenteel, samen met de Permanente Vertegenwoordiger van Koeweit, covoorzitter van dit onderhandelingsproces. Zij zoeken doorlopend naar mogelijkheden om de uiteenlopende posities tussen landen over de modaliteiten van deze hervormingen te overbruggen. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar de tegenstellingen ten aanzien van het al dan niet toevoegen van extra permanente leden. Gelet op het complexe samenspel van belangen en visies tussen landen is het kabinet evenwel realistisch over de kans dat op korte termijn een doorbraak gerealiseerd kan worden. In dat licht spreken de leden van de D66-fractie steun uit voor de inzet van het kabinet voor de benoeming van een eerste vrouwelijke secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Zij waarderen daarnaast de niet-aflatende aandacht van het kabinet voor een sterke positie van de Caribische landen van het Koninkrijk binnen de VN, in het bijzonder om het perspectief en de belangen van kleine eilandstaten voor het voetlicht te brengen. Mensenrechten De leden van de D66-fractie prijzen de aandacht die het kabinet vraagt voor het VN-mensenrechtenwerk en de financiering daarvan. Deze leden benadrukken dat mensenrechten een essentieel onderdeel vormen van de op regels gebaseerde wereldorde, maar wereldwijd onder zware druk staan. Zij spreken hun waardering uit voor de Nederlandse inzet op vrouwen- en meisjesrechten, lhbtiq+-rechten en de vrijheid van religie en levensovertuiging. Maritieme veiligheid De leden van de D66-fractie onderschrijven de nadruk van het kabinet op maritieme veiligheid en de inzet op de diplomatieke route ten aanzien van de veiligheidssituatie rond de Straat van Hormuz. Als maritieme handelsnatie is het voor Nederland van groot belang dat de Straat van Hormuz zo snel mogelijk weer veilig en vrij bevaarbaar wordt en dat het vrije scheepvaartverkeer op basis van duidelijke internationale afspraken kan worden hervat. Naar het oordeel van deze leden is een diplomatieke oplossing de enige duurzame route daartoe. In dat kader vragen de leden van de D66-fractie ook aandacht voor het maritieme veiligheidsvraagstuk in onze eigen wateren: de schaduwvloot. Deze schepen varen veelal onder vlaggen van staten die hun verantwoordelijkheid als vlaggenstaat onvoldoende nemen en daarmee de naleving van internationale regels, waaronder het VN-Zeerechtverdrag, ondergraven. Deze leden constateren dat dit vraagstuk in de brief niet wordt genoemd. Is het kabinet bereid de AVVN aan te grijpen om, samen met andere Europese maritieme landen, deze vlaggenstaten op hun verantwoordelijkheid aan te spreken en hen ertoe te bewegen hun verplichtingen onder het VN-Zeerechtverdrag na te komen, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet Er is een aantal initiatieven dat zich richt op de verbetering van vlagregistratie van vlaggenstaten. Vaak is een gebrekkige institutionele capaciteit de oorzaak van tekortschietende registratie. Het is in deze gevallen niet zozeer onwil van vlaggenstaten maar gebrekkige capaciteit die ten grondslag ligt aan deze problematiek. Er zijn initiatieven van de EU, maar ook van lidstaten, waaronder Duitsland, Frankrijk, Polen, Italië, Litouwen, Portugal en Zweden, om de benodigde institutionele capaciteit te versterken. Veel vals gevlagde registraties komen pas aan het licht bij controles op zee wanneer nationale autoriteiten de betreffende vlaggenstaat om informatie ter verificatie vragen. Nederland geeft vooralsnog de voorkeur aan het EU-traject dat zich richt op praktische capaciteitsverbetering van vlaggenstaten, boven optreden in AVVN-verband. Daarnaast start de EU met onderhandelingen met geselecteerde vlaggenstaten om overeenkomsten te sluiten die acties door de marine van lidstaten mogelijk maakt om verdachte schepen die onder de vlag van die geselecteerde staten varen, te enteren. Midden-Oosten: Israël, Gaza en de Westelijke Jordaanoever De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet bereid is om tijdens de AVVN HLW actief en publiekelijk te communiceren over de noodzaak van een tweestatenoplossing, het beëindigen van illegale nederzettingen, en het geweld tegen burgers in Gaza en het kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever. Antwoord van het kabinet Deze onderwerpen zullen aan bod komen in diverse gesprekken die tijdens de HLW gevoerd gaan worden. Naar verwachting zal eveneens een apart evenement plaatsvinden over de tweestatenoplossing, als opvolging van de conferentie over de tweestatenoplossing van verleden jaar. In dat geval zal Nederland bij dat evenement aanwezig zijn. Deze leden vragen bovendien of het kabinet bereid is andere landen op te roepen tot het volgen van de komende Nederlandse handelsmaatregelen tegen illegale nederzettingen, mede gelet op het advies van het Internationaal Gerechtshof hierover. Antwoord van het kabinet Het kabinet treedt reeds regelmatig in contact met verschillende landen over handelsmaatregelen gericht op producten uit de onrechtmatige Israëlische nederzettingen. Ook in Europees verband werkt het kabinet aan draagvlak voor EU-handelsmaatregelen tegen de onrechtmatige nederzettingen. Dat doet het ook samen met gelijkgezinde landen. Zoals bekend in uw Kamer ontbreekt hiervoor momenteel het benodigde draagvlak in de EU. Vooralsnog ziet het kabinet in het Europees krachtenveld onvoldoende beweging om te verwachten dat hierover op korte termijn wel overeenstemming wordt bereikt. Nederland blijft hier desalniettemin onverminderd voor pleiten in de Raad. De leden van de D66-fractie onderschrijven de noodzaak van ontwapening van Hamas en achten een rol van Hamas in het toekomstige Palestijnse bestuur onwenselijk. Tegelijkertijd blijft erkenning van de Palestijnse staat naar het oordeel van deze leden van groot belang, zoals diverse Europese partners tijdens de vorige AVVN HLW hebben laten zien. Is het kabinet bereid om tijdens de AVVN te onderzoeken welke positieve gevolgen andere landen sinds hun erkenning van de Palestijnse staat hebben geconstateerd, zowel voor de relatie met de Palestijnse Autoriteit als voor het vredesproces en het zicht op een duurzame tweestatenoplossing, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet Voor het kabinet moet erkenning van de Palestijnse staat dienstbaar zijn aan het politieke proces, waarbij beide partijen onderhandelen over hoe te komen tot een veilig Israël en een levensvatbare Palestijnse staat. Zie het antwoord op vraag 6. Het kabinet zal in de marges van de HLW ook gesprekken voeren met landen die het afgelopen jaar de Palestijnse staat hebben erkend. De leden van de D66-fractie vragen voorts hoe het kabinet aankijkt tegen de uitvoering van de New York Declaration. Leveren de daaruit voortvloeiende plannen voor Gaza daadwerkelijk de beoogde resultaten op, en kan een grotere rol van de VN daarbij helpen, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet Zoals bekend in uw Kamer heeft het Koninkrijk in september 2025 voor de AVVN resolutie[voetnoot 2] gestemd waarmee de New York Declaration werd gesteund. Een jaar na de aanname ervan heeft de Palestijnse Autoriteit presidentsverkiezingen aangekondigd voor begin 2027, is er een staakt-het-vuren tussen de partijen in de vorm van het vredesplan van president Trump en zijn er meerdere Global Alliance-bijeenkomsten geweest die de implementatie van deze verklaring mogelijk maken. Nederland blijft zich inzetten voor volledige implementatie van de New York Declaration. Het kabinet onderstreept consistent dat de VN essentieel is voor de implementatie. Naar verwachting zal tijdens deze HLW ook over de voortgang van de implementatie van de New York Declaration worden gesproken. Wat is de stand van zaken rond eventuele plannen voor een vredesmissie, en is uitgesloten dat in VN-verband nog een bijdrage aan een dergelijke missie wordt geleverd, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet Zoals bekend bij uw Kamer autoriseert VNVR-resolutie 2803 de Board of Peace (BoP) en lidstaten die met de BoP werken om een tijdelijke internationale stabilisatiemacht op te zetten. Dit is daarmee geen klassieke VN-vredesmissie. Volgens de meest recente informatie wordt deze troepenmacht momenteel opgebouwd. Enkele landen, waaronder Marokko, hebben toegezegd hieraan deel te willen nemen. De daadwerkelijke inzet van de troepenmacht blijft afhankelijk van de ontwapening van Hamas, de medewerking van Israël en de vorming van een Palestijns bestuur. Iran De leden van de D66-fractie onderschrijven het standpunt dat Iran geen nucleair wapen mag verkrijgen en erkennen het belang van hervatting van inspecties door de International Atomic Energy Agency (IAEA). Deze leden constateren echter dat in het gedeelte over Iran aandacht voor mensenrechten ontbreekt en maken zich hierover zorgen, temeer daar de Verenigde Staten de Iraniërs die de straat op gingen om voor hun vrijheid te demonstreren, hebben laten vallen. Naar het oordeel van deze leden zouden juist Europese landen sterker moeten inzetten op de rechten van de Iraanse bevolking met als prioriteit een einde aan de executies van jonge demonstranten en aan andere mensenrechtenschendingen. Is het kabinet bereid dit alsnog expliciet op te nemen in de Nederlandse inzet, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet Het kabinet heeft structureel aandacht voor de mensenrechtensituatie in Iran en zoekt hierin de samenwerking met Europese partners. Nederland spreekt zich ook consistent nadrukkelijk uit in EU- en VN-verband over mensenrechtenschendingen door het Iraanse regime, waaronder in de Mensenrechtenraad. In het algemeen geldt dat de inzet voor de bevordering van mensenrechten een speerpunt is van het Nederlandse buitenlandbeleid; er zullen verschillende evenementen worden georganiseerd of bijgewoond die gaan over het eerbiedigen van mensenrechten wereldwijd. Klimaatverandering en zeespiegelstijging De leden van de D66-fractie prijzen de sterke inzet van het kabinet op klimaatverandering en zeespiegelstijging, die de Caribische delen van het Koninkrijk direct bedreigen en waarvan ook in West-Europa afgelopen zomer opnieuw de verwoestende gevolgen zichtbaar waren. Naar het oordeel van deze leden is een hardere internationale inzet noodzakelijk. Welke concrete stappen zet het kabinet om dit tijdens de AVVN aan te jagen, zo vragen deze leden. Antwoord van het kabinet De HLW en de New York Climate Week – die gelijktijdig plaatsvindt – bieden verschillende gelegenheden waarin de Nederlandse klimaatinzet internationaal uitgedragen zal worden en waarmee met partners in gesprek gegaan zal worden. Het Koninkrijk draagt zijn inzet actief uit tijdens de High Level Meeting to Address the Existential Threats Posed by Sea-level Rise. Minister-president Jetten neemt naar verwachting deel aan de Leaders Dialogue van de High-Level Meeting on Climate Action & Just Transition. Ook neemt de Nederlandse klimaatgezant gedurende deze week deel aan verschillende bijeenkomsten en bilaterale gesprekken, onder meer over klimaatweerbaarheid, klimaatfinanciering en de opvolging van de Santa Marta-conferentie. Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden voor de 81ste zitting van de AVVN. Voor deze leden staat voorop dat Nederland een realistisch buitenlandbeleid moet voeren, waarin nationale veiligheid, welvaart, en het bewaken van onze vrije manier van leven het kompas vormen. Vanuit dit perspectief leggen zij graag een aantal vragen en opmerkingen voor aan het kabinet. Een effectieve internationale rechtsorde Het kabinet stelt dat de op regels gebaseerde internationale rechtsorde onder druk staat en dat het beschermen daarvan een centraal onderdeel vormt van de Nederlandse inzet. De leden van de VVD-fractie onderschrijven dit volledig. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de internationale rechtsorde alleen geloofwaardig blijft wanneer schendingen daarvan consequenties hebben. Kan het kabinet concreet aangeven welke resultaten het tijdens de 81ste AVVN wil boeken op het gebied van de handhaving van het internationaal recht? Welke concrete afspraken of coalities acht het kabinet hiervoor noodzakelijk? Antwoord van het kabinet Het kabinet deelt de visie dat de geloofwaardigheid van de internationale rechtsorde te lijden heeft onder flagrante schendingen die soms dagelijks het nieuws halen. Machtspolitiek wint aan invloed en de handhaving van internationaal recht kent een complexe dynamiek. Dat betekent echter niet dat de intrinsieke waarde van internationaal recht daarmee verdwijnt of aan belang inboet. Zo kon internationaal recht an sich niet de agressieoorlog tegen Oekraine voorkomen, maar biedt internationaal recht wel het kader waarmee Rusland aansprakelijk gesteld wordt voor deze agressie. De inzet van het kabinet voor het beschermen van de internationale rechtsorde moet daarom breed zijn. Enerzijds hebben we instellingen en partnerschappen nodig die de internationale rechtsorde kunnen borgen. Het kabinet zet zich in voor het beschermen van deze instellingen, bijvoorbeeld als gastland van hoven en tribunalen zoals het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Anderzijds zet het Koninkrijk zich in voor het effectiever en representatiever maken van internationale instellingen die internationale samenwerking borgen, zoals de VN. Zo draagt het Koninkrijk actief bij aan het onderhandelingsproces voor de hervorming van VNVR in New York. In de marges van de HLW vinden eveneens verschillende bijeenkomsten en gesprekken plaats die het Koninkrijk zal aangrijpen om het Nederlandse profiel op de internationale rechtsorde verder te versterken. Dat betreft onder andere een evenement voor de strijd tegen kinderontvoeringen in Oekraïne, een bijeenkomst ter ondersteuning van het Internationaal Strafhof en een evenement over het belang van naleving van fundamentele mensenrechtenverdragen. Oekraïne De leden van de VVD-fractie lezen dat eind 2026 de ambtstermijn van secretaris-generaal António Guterres afloopt en dat de zoektocht naar een opvolger is begonnen. Het kabinet noemt als gewenste competenties onder meer bewezen leiderschap, bestuurlijke ervaring en een expliciete voorkeur voor een vrouwelijke kandidaat. Hoewel deze leden het belang van bestuurlijke kwaliteiten onderkennen, is het voor deze leden van belang dat de nieuwe secretaris-generaal niet overmatig schatplichtig is aan autocratische regimes, zoals Rusland en China. De afgelopen jaren heeft het gezag en de legitimiteit van de VN ernstige schade opgelopen door een stelselmatige neiging tot whataboutism en morele ambiguïteit onder het leiderschap van de heer Guterres. Deze morele verwatering is ook doorgedrongen tot diverse VN-organisaties, die er herhaaldelijk niet in slaagden om de vinger naar de Russische Federatie te wijzen wanneer humanitaire hulpkonvooien of civiele doelen in Oekraïne doelbewust werden gebombardeerd. Voorts maken de leden van de VVD-fractie zich zeer zorgen over de straffeloosheid van Rusland ten aanzien van de ontvoerde Oekraïense kinderen. Wat gaat de minister doen om tijdens deze AVVN aandacht hiervoor te vragen en in welke coalitie gaat de minister optrekken om alles op alles te zetten om deze kinderen terug naar huis te brengen? De VN heeft dringend behoefte aan een secretaris-generaal die zonder meer zich uitspreekt over de brute en illegale Russische agressieoorlog in Oekraïne en die autocratische machtspolitiek onomwonden veroordeelt. Antwoord van het kabinet Nederland zet zich doorlopend in voor het tegengaan van kinderontvoering, ondersteunen van repatriëring van ontvoerde kinderen en het tegengaan van straffeloosheid van door Rusland begane misdaden in en tegen Oekraïne, inclusief de illegaal bezette gebieden. In dat kader zal het Koninkrijk tijdens de HLW medeorganisator zijn van het jaarlijkse ministeriele accountability evenement, waarbij aandacht wordt gevraagd voor misdrijven tegen kinderen in Oekraïne, waaronder kinderontvoeringen, indoctrinatie en militarisering. Dit evenement sluit nauw aan op de inzet van de International Coalition for the Return of Ukrainian Children, waarbij Nederland vanaf de start actief bij betrokken is. Deze internationale coalitie zet zich in voor de repatriëring van gedeporteerde Oekraïense kinderen en telt inmiddels meer dan vijftig leden. Ten aanzien van de nieuwe secretaris-generaal van de VN staat buiten kijf dat die zich ook glashelder zal moeten uitspreken over schendingen van het VN Handvest, zoals tot op heden begaan door Rusland. De leden van de VVD-fractie vragen de minister welke specifieke diplomatieke en geopolitieke eisen het kabinet stelt aan kandidaten, los van de in de brief genoemde algemene bestuurlijke competenties. Is de minister bereid om de geopolitieke onafhankelijkheid ten opzichte van Moskou en Peking als een randvoorwaarde te hanteren in de Nederlandse inzet? Voorts vragen deze leden aan welke concrete personen of profielen de minister momenteel denkt. Met welke gelijkgezinde bondgenoten zoekt het kabinet momenteel actief de samenwerking op om een kandidaat met een stevig ruggengraatprofiel te steunen? Antwoord van het kabinet Het kabinet wil een legitiem en geloofwaardig selectieproces voor de volgende secretaris-generaal van de VN, waarbij alle VN-lidstaten betrokken zijn. Meerdere kandidaten hebben zich inmiddels publiekelijk kandidaat gesteld. De nieuwe secretaris-generaal van de VN wordt, op aanbeveling van de VNVR, door de AVVN benoemd. In de VNVR-besluitvorming over deze aanbeveling hebben de permanente leden - VS, VK, Frankrijk, Rusland en China - een veto. Aangezien het Koninkrijk momenteel geen lid is van de VNVR, zal het Koninkrijk in de AVVN het standpunt over de door de VNVR voorgedragen kandidaat kenbaar maken. Het kabinet brengt het door Nederland gewenste (stevige) profiel – bewezen leiderschap in complexe politieke vraagstukken, bestuurlijke ervaring op hoog niveau, en voorkeur voor een eerste vrouwelijke secretaris-generaal – doorlopend en bij een brede groep landen onder de aandacht. In deze fase is het belangrijk deze boodschappen in het bijzonder tot de vijftien zittende VNVR-leden te richten. De leden van de VVD-fractie delen de zorg van het kabinet over de uitholling van de internationale rechtsorde en de toenemende normvervaging op het wereldtoneel. Deze leden benadrukken dat het probleem niet schuilt in de materiële juridische afspraken zelf. Het zijn niet de Geneefse Conventies of de fundamentele verdragen van het humanitair oorlogsrecht die gewijzigd, afgezwakt of herschreven moeten worden. Het failliet zit in de procedures en mechanismen voor de handhaving en de naleving van dat recht. Het huidige stelsel loopt stelselmatig vast doordat een agressorstaat als Rusland zich kan verschuilen achter zijn permanente zetel en vetorecht in de VN-Veiligheidsraad, waarmee elke vorm van sanctie, effectieve handhaving of veroordeling van evidente oorlogsmisdaden wordt geblokkeerd. Een grondige hervorming van de VN-instituties en handhavingsprocessen is volgens deze leden de noodzakelijke eerste stap om de geloofwaardigheid van de internationale rechtsorde te herstellen. Het kabinet treedt op als medevoorzitter van de intergouvernementele onderhandelingen (IGN) over de hervorming van de Veiligheidsraad en stelt voor om permanente zetels zonder vetorecht toe te voegen. In hoeverre acht de minister deze inzet realistisch, wetende dat de huidige permanente leden iedere formele verdragswijziging kunnen tegenhouden? Welke alternatieven onderzoekt het kabinet om bij aanhoudende verlamming van de Veiligheidsraad buiten de geblokkeerde vetostructuren om handhaving en gerechtigheid te organiseren, bijvoorbeeld via coalities van gelijkgezinde landen of via een actievere benutting van de Uniting for Peace-resoluties in de Algemene Vergadering? Antwoord van het kabinet Het is duidelijk dat de samenstelling van de VNVR niet meer de realiteit van de 21ste eeuw weerspiegelt. Onder de 193 lidstaten van de VN bestaat overeenstemming over de noodzaak van hervormingen van de VNVR op hoofdlijnen, alhoewel dat vooralsnog helaas de enige gemene deler is. Onder meer vanwege de verschillende standpunten, wensen en belangen aangaande vetorechten en nieuwe permanente zetels blijft het hervormingsproces zowel langlopend als moeizaam. De intergouvernementele onderhandelingen (zie ook het antwoord op vraag 4) zijn nodig om deze posities in beweging te brengen, ook bij de permanente VNVR-leden. Zo is bijvoorbeeld in algemene zin steeds bredere erkenning en steun van VN-lidstaten voor betere vertegenwoordiging van Afrikaanse landen in de VNVR. Desalniettemin liggen posities ver uiteen en lijkt een doorbraak op korte termijn weinig kansrijk. Los van deze lopende onderhandelingen over VNVR-hervormingen spant het Koninkrijk zich met gelijkgezinde landen in om met andere initiatieven het functioneren van de VNVR te verbeteren. Zo steunt het Koninkrijk een Frans-Mexicaanse initiatief om af te zien van het gebruik van het vetorecht bij resoluties die gericht zijn op het stoppen van ernstige schendingen van het internationaal oorlogsrecht. Binnen het VN-Handvest is de VNVR primair verantwoordelijk voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid. Uniting for Peace-resoluties via de AVVN zijn in principe niet juridisch bindend, zoals VNVR-besluiten onder Hoofdstuk VII van het VN-Handvest dat wel zijn. Cyberveiligheid en kunstmatige intelligentie Nederland heeft de afgelopen jaren een voortrekkersrol gespeeld bij verantwoord gebruik van AI in het militaire domein. Het vorige verslag vermeldt onder meer het REAIM-proces en Nederlandse initiatieven op dit terrein. De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat Nederland deze kennis en positie benut om de internationale veiligheid te versterken. Welke concrete resultaten verwacht het kabinet van de Global Dialogue on AI Governance? Welke inzet heeft Nederland specifiek op het gebied van militaire AI, autonome wapensystemen en cyberaanvallen? Hoe wordt daarbij voorkomen dat internationale regulering innovatie en de Nederlandse en Europese veiligheidsindustrie onnodig belemmert? Antwoord van het kabinet Op het gebied van militaire AI, autonome wapensystemen en cyberaanvallen blijft Nederland een voortrekkersrol nemen. Via het Responsible Artificial Intelligence in the Military Domain (REAIM) proces, waarvan de volgende top in Nairobi in april 2027 plaatsvindt, nieuwe VN-resoluties in de Eerste Commissie (die o.a. toeziet op ontwapening en veiligheid) en de Group of Governmental Experts on Lethal Autonomous Weapons Systems (GGE LAWS) wordt verantwoord gebruik van AI in het militaire domein stevig op de agenda gehouden. In het cyberdomein werkt Nederland nauw samen met EU- en NAVO-bondgenoten tegen AI-gedreven dreigingen. Tegelijkertijd stuurt het kabinet erop aan dat internationale regulering innovatie niet remt, door proportionele, heldere afspraken. In samenwerking met de industrie wordt verantwoorde innovatie juist versterkt. Via de Global Dialogue on AI Governance zet het Koninkrijk in op mondiale afspraken die misbruik van AI-capaciteiten tegengaat, onze democratie en waarden beschermen en onze veiligheid, stabiliteit en technologische positie versterken. Daarbij zijn Europese kaders als de EU AI-verordening en het AI-kaderverdrag van de Raad van Europa richtinggevend. Het kabinet zet zich in voor het maken van internationale afspraken over autonome wapensystemen. Deze inzet vindt momenteel voornamelijk plaats in Genève bij het Conventionele Wapenverdrag (CCW), waar de Nederlandse Ambassadeur Ontwapeningszaken voorzitter is van de GGE LAWS. De staten die autonome wapensystemen ontwikkelen en inzetten zijn hierbij actief betrokken. Dat is belangrijk is voor de effectiviteit en duurzaamheid van eventuele toekomstige regulering van dergelijke wapensystemen. Vorige week hebben deze staten het eindrapport van de GGE LAWS met consensus aangenomen. Dit is de eerste keer dat een brede én militair significante groep nu overeenstemming heeft bereikt over een karakterisering van deze wapens; de toepasbaarheid van het humanitair oorlogsrecht; mogelijke verbodsbepalingen, verplichtingen en maatregelen; en aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid. Vooralsnog acht het kabinet het daarom niet wenselijk om een separaat proces op te starten bij de VN in New York. Het kabinet hecht eveneens grote waarde aan het vertegenwoordigen van de belangen van de Nederlandse en Europese veiligheidsindustrie, ook wanneer het internationale regulering betreft. Het kabinet is daarbij van mening dat nieuwe internationale afspraken in sommige gevallen innovatie en de Nederlandse en Europese veiligheidsindustrie juist ten goede komen. De industrie heeft nu soms te maken met onduidelijke kaders, bijvoorbeeld ten aanzien van autonome wapensystemen, en aanvullende regulering kan de industrie zekerheid bieden. Daarnaast merken de leden van de VVD-fractie op dat het kabinet, door in de brief aan te geven dat het in wil zetten op een "consequente strijd tegen straffeloosheid, waaronder in Oekraïne, Gaza en Soedan," de landen die bij dit conflict betrokken zijn over een kam lijkt te scheren. Deze leden wensen met klem afstand te nemen van deze impliciete gelijkstelling. De situatie in Oekraïne betreft een volstrekt niet-uitgelokte, grootschalige interstatelijke invasie door een imperialistische agressor tegen een soevereine, democratische buurstaat met het doel deze van de kaart te vegen. Het conflict in Soedan is een verwoestende interne machtsstrijd die gepaard gaat met grootschalige etnische zuiveringen en een catastrofale humanitaire ineenstorting. Wat deze leden betreft zijn deze conflictsituaties militair, juridisch en moreel niet met elkaar te vergelijken. Zij vragen de minister om te verduidelijken hoe hij dit onderscheid in multilateraal kader actief gaat uitdragen, teneinde valse morele en juridische vergelijkingen te ontkrachten. Antwoord van het kabinet Het klopt dat elk conflict een eigen oorzaak en dynamiek kent, ook buiten de bovengenoemde conflicten. Internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht, is desalniettemin van toepassing op alle gewapende conflicten. Nederland hecht daarom groot belang aan accountability en het tegengaan van straffeloosheid voor internationale misdrijven, overal. Conform het Coalitieakkoord zet Nederland zich in om straffeloosheid in conflicten wereldwijd tegen te gaan, waaronder in Oekraïne, Gaza en Soedan. Voorts vragen deze leden wat het kabinet in deze specifieke opsomming rondom Gaza precies verstaat onder het begrip "straffeloosheid" en op welke concrete actoren en gedragingen de minister hier doelt. Antwoord van het kabinet De Nederlandse inzet is gericht op het tegengaan van straffeloosheid voor ernstige en grootschalige mensenrechtenschendingen en internationale misdrijven. Deze inzet richt zich op alle partijen, ongeacht waar en door wie ze zijn begaan. Daarbij wordt rekening gehouden met complementariteit, oftewel de wijze waarop nationale rechtssystemen en internationale mechanismen elkaar aanvullen. Het kabinet ziet momenteel weinig onderzoek naar en berechting van vermeende internationale misdrijven door Israël zelf. Als een staat niet bereid of niet in staat is om zelf internationale misdrijven te onderzoeken en degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen en te berechten komt de internationale gemeenschap in beeld. In het geval van Israël en de bezette Palestijnse Gebieden bestaan reeds internationale organisaties en onderzoeksmechanismes die onderzoek doen naar vermeende internationale misdrijven, inclusief oorlogsmisdrijven, zoals de Commission of Inquiry en het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden (OHCHR). Deze mechanismen doen onderzoek naar de daden van alle partijen, waaronder expliciet ook die van Hamas. Nederland ondersteunt het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden in 2026 met EUR 2,1 miljoen. Daarnaast heeft Nederland een extra vrijwillige bijdrage aan het Internationaal Strafhof geleverd van in totaal EUR 6 miljoen voor de versterking van de algehele onderzoekscapaciteit van het Hof. Hoe waarborgt het kabinet tijdens de 81ste zitting van de AVVN dat het legitieme recht van Israël op zelfverdediging tegen terroristische groeperingen en achterliggende regimes zoals Iran onomstreden blijft, zonder dat de strijd tegen het terrorisme op één lijn wordt gesteld met niet-uitgelokte veroveringsoorlogen van autocratieën? Antwoord van het kabinet Het kabinet heeft begrip voor de Israëlische veiligheidszorgen en erkent het recht van Israël op zelfverdediging tegen gewapende aanvallen, overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest. Nederland benadrukt hierbij altijd dat ook Israël zich te houden heeft aan de bepalingen van het internationaal recht waaronder het humanitair oorlogsrecht. Deze lijn zal Nederland blijven uitdragen, ook in context van het komende AVVN-zittingsjaar, in samenhang met de bredere inzet voor de internationale rechtsorde. Nederland blijft gezien aanhoudende zorgen over de naleving hiervan, consequent oproepen dat alle partijen zich dienen te houden aan het internationaal humanitair oorlogsrecht.  Tot slot vragen deze leden welke diplomatieke druk het kabinet in VN-verband gaat uitoefenen op landen die Hamas-kopstukken huisvesten, faciliteren en financieren. Antwoord van het kabinet Het kabinet spreekt geregeld met landen als Qatar en Turkije die betrokken zijn bij de onderhandelingen over de voortgang van het 20-puntenplan voor Gaza, om via hen druk op Hamas verder op te voeren. Daarbij acht het kabinet het van belang dat diplomatieke kanalen met alle relevante partijen bij het conflict zoveel mogelijk open blijven, ook met landen die contact met Hamas onderhouden, om perspectief te houden op een duurzame politieke oplossing. Tot slot merken de leden van de VVD-fractie op dat vrouwenrechten en vrouwenveiligheid internationaal onder druk staan. In welke coalitie ziet de minister kans om vrouwen die opkomen voor vrede en veiligheid te beschermen en is hij bereid zich hiervoor in te zetten? Antwoord van het kabinet Het kabinet onderschrijft het belang van blijvende inzet voor de rechten en veiligheid van vrouwen en is bereid hierin een voortrekkersrol te vervullen in multilaterale fora en coalities. Nederland is actief binnen het Women, Peace and Security (WPS) Focal Points Network en is voornemens toe te treden tot de Alliance for the Prevention of Sexual Violence in Conflict Initiative. Tijdens de AVVN is het kabinet ook van plan deel te nemen aan een ministerieel evenement van het eerdergenoemde WPS-netwerk. Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de inzetbrief van het kabinet ten behoeve van de AVVN en stellen daarover graag enkele vragen. Mondiaal denken, mondiaal handelen De leden van de fractie van PRO lezen in de brief dat het kabinet terecht stelt dat de VN “in tal van humanitaire crises, van Soedan tot Gaza”, levensreddend werk verricht “dat geen enkele andere organisatie op die schaal kan verrichten”. Wat betreft Gaza zijn de bovengenoemde leden van mening dat geen enkele andere organisatie dan UNRWA de broodnodige humanitaire hulp kan verlenen. Is de minister voornemens om tijdens de AVVN de onmisbaarheid van UNRWA te bepleiten en met gelijkgezinde landen ervoor te staan dat de Israëlische autoriteiten UNRWA ongehinderde toegang tot Gaza moeten geven? Antwoord van het kabinet Het kabinet heeft het huidige belang van UNRWA meermaals onderstreept en zal dit blijven doen. UNRWA blijft van groot belang voor de stabiliteit in de regio vanwege levensreddende humanitaire hulp in Gaza en Libanon, maar ook vanwege het leveren van essentiële basisdiensten zoals gezondheidszorg en onderwijs in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Libanon en Syrië. Met de huidige situatie in de regio en de druk op de lokale systemen, is de infrastructuur en het netwerk van lokale staf van UNRWA nodig om de noden te verlichten voor Palestijnen in de regio. Dit zal Nederland waar relevant ook tijdens de AVVN uitdragen. Heeft de minister contact gehad met zijn Finse collega om hem ervan te overtuigen de Finse hulp aan UNRWA niet stop te zetten? Zo nee, waarom niet? Antwoord van het kabinet Op 27 augustus jl. maakte Finland via X bekend geen nieuwe financiële middelen beschikbaar te stellen voor UNRWA na het aflopen van de huidige meerjarige financiering (2023-2026). De financiering voor de Palestijnse gebieden wordt voortgezet via andere kanalen, zoals via het Wereldvoedselprogramma (WFP). Donoren maken ieder een eigen afweging over te financieren (VN) organisaties. En op welke manier heeft Nederland de Israëlische autoriteiten aangesproken op de inname en sluiting van het laatste UNRWA-kantoor in Oost-Jeruzalem? Antwoord van het kabinet Nederland heeft eind augustus 2026 een gezamenlijke verklaring medeondertekend waarin de leden van de UNRWA-adviescommissie (België, Brazilië, Canada, Denemarken, Duitsland, de EU, Frankrijk, Ierland, Italië, Japan, Noorwegen, Spanje, het VK en Zwitserland) de onrechtmatige inval van het Qalandiya trainingscentrum van UNRWA veroordelen. De gebouwen van de VN zijn onschendbaar volgens het “Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de VN” en dit dient gerespecteerd te worden. In de gezamenlijke verklaring wordt Israël opgeroepen om, in lijn met het advies van het Internationaal Gerechtshof, zijn internationale verplichtingen na te komen en alle belemmeringen van de activiteiten en werkzaamheden van UNRWA onmiddellijk te staken. Inzet Koninkrijk der Nederlanden: beschermen, versterken en hervormen De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet voornemens is tijdens de HLW aandacht te vragen “voor het mensenrechtenwerk van de VN en de adequate financiering daarvan.” Is het kabinet voornemens om tijdens deze week ook daad bij het woord te voegen door nieuwe toezeggingen te doen op het gebied van financiering voor de bevordering van mensenrechten? Zo nee, waarom niet? Antwoord van het kabinet De inzet van het kabinet is gericht op bescherming en versterking van het mensenrechtensysteem van de VN, dat al jaren kampt met teruglopende financiering. Nederland is een betrouwbare en betrokken donor van het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR), met een bijdrage van ca. USD 20 miljoen in 2025 (en daarmee op de vijfde plaats van vrijwillige bijdragen aan het kantoor). Tijdens de HLW organiseert het Koninkrijk een evenement met de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Volker Türk, en Mexico om brede politieke en financiële steun voor het mensenrechtenwerk van de VN te helpen bevorderen.   Zoals benoemd in de kabinetsreactie op het AIV- en CAVV-rapport Hulp onder Vuur[voetnoot 3] zal Nederland eveneens een extra bijdrage verstrekken aan de Human Rights Inquiries Branch van het kantoor van de Hoge Commissaris. Dit ondersteunt het belangrijke werk van de VN-onderzoekscommissies en Fact Finding Missions. Hiermee krijgen zij meer ruimte om ook aandacht te besteden aan vermeende schendingen van het humanitair oorlogsrecht die humanitaire hulpverleners treffen, zoals in Oekraïne of Soedan. Deze extra bijdrage zal tijdens de HLW worden aangekondigd. Ook ondersteunt Nederland verschillende OHCHR-kantoren en door de Hoge Commissaris ingestelde onderzoeksmissies op landenniveau. Zo is recentelijk een extra bijdrage van EUR 450.000 verstrekt aan het speciale beoordelingsteam dat de Hoge Commissaris heeft ingesteld om onderzoek te doen naar mensenrechtenschendingen in Libanon. De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat “mensenrechtenverdedigers (…) rekenen op het Koninkrijk om zich multilateraal uit te spreken over represailles als gevolg van hun interactie met de VN.” Tegelijkertijd wijzen deze leden op de toenemende Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof en de daaropvolgende angst bij slachtoffers van misdrijven vallende onder het Statuut van Rome en bij actoren uit het maatschappelijk middenveld om bij te dragen aan onderzoek van en vervolging door het Internationaal Strafhof. Op welke manier staat het kabinet deze mensen en organisaties te hulp om ervoor te zorgen dat hun stemmen bij het Internationaal Strafhof worden gehoord? Antwoord van het kabinet De onderzoeken die het Internationaal Strafhof (ISH) uitvoert, vormen een belangrijk onderdeel van de strijd tegen straffeloosheid voor internationale misdrijven. Het maatschappelijk middenveld levert een aanzienlijke bijdrage aan deze onderzoeken en daarmee aan het functioneren van het Hof. Mede op initiatief van Nederland hebben de Vergadering van Verdragspartijen van het Hof en de EU zich duidelijk uitgesproken tegen de sancties tegen ngo’s. Nederland onderhoudt contact met het maatschappelijk middenveld om inzicht te krijgen in hun problemen en hoe deze geadresseerd kunnen worden. Een andere manier waarop verdragspartijen, waaronder Nederland, maatschappelijke organisaties steunen is het investeren in laagdrempelige mogelijkheden voor het beschikbaar stellen van informatie aan het Hof. In 2023 en 2024 heeft Nederland EUR 5,5 miljoen bijgedragen aan een Trust Fund van het Hof dat specifiek ziet op het versterken van capaciteit om informatie te kunnen delen. Het Hof heeft met behulp daarvan een digitaal portaal geopend waarmee iedereen ter wereld, ook maatschappelijke organisaties, audio- en videomateriaal kan uploaden. De grote hoeveelheid potentieel bewijsmateriaal die via deze weg binnenkomt, wordt met moderne technieken snel onderzocht. De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het Koninkrijk is toegetreden tot de Alliantie voor de Supporters van het VN-Ontwikkelingssysteem. Kan de minister verder toelichten uit welke lidstaten de alliantie bestaat, wat het doel is van de alliantie en welke concrete resultaten de alliantie tot nu toe heeft bereikt en het komende jaar wil bereiken? Antwoord van het kabinet De Alliantie voor de Supporters van het VN-Ontwikkelingssysteem is een nieuw platform dat politieke steun en draagvlak organiseert voor het VNontwikkelingssysteem. Het bestaat uit landen[voetnoot 4] die de ontwikkelingspijler van de VN willen verdedigen en versterken. De alliantie is in 2025 op initiatief van Duitsland opgericht als reactie op de toenemende druk op het VN-Ontwikkelingssysteem. Het belangrijkste doel is om als regio-overstijgende groep met één stem in relevante multilaterale fora te pleiten voor een effectieve hervorming van het VN-Ontwikkelingssysteem als onderdeel van het bredere VN80-initiatief. Deelnemende landen onderschrijven steun voor multilateralisme en de Sustainable Development Goals (SDG’s); de centrale rol van het VNOntwikkelingssysteem bij het realiseren van de SDG’s; de noodzaak van voorspelbare, flexibele financiering voor VN organisaties en het Resident Coordinatorsysteem; en meer samenwerking en solidariteit tussen VN-organisaties. Inmiddels heeft het initiatief ertoe geleid dat de deelnemende landen interregionale uitwisselingen hebben gehad over bovenstaande uitgangspunten en de manieren om deze te realiseren. Een voorbeeld van een concreet beoogd resultaat voor komend jaar is bijdragen aan het behalen van interregionale overeenstemming over voorspelbare en flexibele financiering van het Resident Coordinatorsysteem, waarover dit najaar in de VN zal worden onderhandeld. De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet verkent of het samen met Indonesië een ministeriële bijeenkomst kan organiseren over vredesoperaties. Welke concrete veranderingen wil het kabinet zien in de praktijk van vredesoperaties? Antwoord van het kabinet Het Koninkrijk verkent de mogelijkheid om samen met Indonesië in 2027 een VN-Vredesoperaties ministeriële bijeenkomst te organiseren. De inhoudelijke invulling daarvan wordt de komende maanden verder uitgewerkt. Belangrijk daarbij is in ieder geval dat de bescherming van burgers nog duidelijker de kern vormt van vredesoperaties. Daarnaast moet sterker worden gestuurd op meetbare resultaten, realistische mandaten en heldere exitstrategieën. Verder vindt het kabinet het belangrijk dat vredesoperaties expliciet aansluiten bij VN-Veiligheidsraadresolutie 1325 over vrouwen, vrede en veiligheid. Ten slotte is het belangrijk dat vredesoperaties duidelijk verbonden zijn met de bredere inzet op conflictpreventie en vredesopbouw, waarbij diplomatieke, militaire en ontwikkelingsactiviteiten goed op elkaar aansluiten. En kan het kabinet toelichten of Nederland, vergeleken met vijf à tien jaar geleden, meer of minder middels personeel bijdraagt aan VN-vredesoperaties? Welke bijdragen aan VN-vredesoperaties heeft het kabinet sinds zijn aantreden in februari toegezegd? Antwoord van het kabinet Grootschalige Nederlandse bijdragen aan VN-stabilisatiemissies, zoals MINUSMA, zijn er de afgelopen tien jaar niet meer geweest. Na afloop van de aanzienlijke bijdrage aan deze missie heeft het Koninkrijk gekozen voor een meer bescheiden personele bijdrage aan VN-vredesmissies, ook met oog op de veranderende veiligheidssituatie in Europa. Het kabinet heeft sinds zijn aantreden geen nieuwe personele bijdragen aan VN-vredesoperaties toegezegd, maar net voor het aantreden van het huidige kabinet zijn er nationaal kaders ingesteld voor de plaatsing van politiefunctionarissen in de VN-vredesmissies in Kosovo en Cyprus. Sollicitaties lopen momenteel en de verwachting is dat de eerste plaatsingen voor het eind van 2026 zullen plaatsvinden. Het Koninkrijk blijft zich daarbij actief inzetten voor de verbetering van de effectiviteit van VN missies, in het bijzonder op het gebied van military peacekeeping intelligence. In dat kader draagt Nederland met financiering en personeel bij aan het International Peace Support Training Centre (IPSTC) in Kenia, een door de VN geaccrediteerd trainingscentrum en aan Open Source Peacekeeping Intelligence (OPKI) trainingen van de VN in Oeganda. Verder draagt Nederland met een financiële en personele bijdrage bij aan het Global Peace Operations Initiative (GPOI), dat gericht is op capaciteitsopbouw van Afrikaanse troepen voor inzet in vredesoperaties. De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet samen met Europese partners poogt het internationale vluchtelingenrecht te wijzigen. Kan het kabinet toelichten hoe ver deze diplomatieke inspanningen tot dusver zijn gekomen? Wordt er onder landen in het mondiale zuiden ook animo gevonden voor een wijziging in het vluchtelingenrecht? Zijn, in het bijzonder de landen in de ring rondom Europa, enthousiast over de voorstellen van Nederland en gelijkgezinde lidstaten? Zo ja, welke aspecten vallen in goede aarde? Zo nee, kan het kabinet toelichten waarom niet? Antwoord van het kabinet Het kabinet werkt aan het uiteindelijk buiten de EU kunnen indienen en afhandelen van asielaanvragen. Dat vereist een modernisering van het mondiale asiel- en migratiesysteem, en het creëren van internationaal draagvlak voor een dergelijke oplossing. Het is van groot belang dat we daarbij verschillende regio’s uit de wereld betrekken, om te werken aan toekomstgerichte humane oplossingen voor mondiale asiel-gerelateerde problemen. Het is daarbij goed mogelijk dat de afspraken binnen en de toepassing van het vluchtelingenrecht gemoderniseerd dienen te worden. Daar zal het kabinet de komende periode aan werken. Een asieltop zou goed in een dergelijk traject kunnen passen. De Kamer zal over concretere plannen via de gebruikelijke wijze worden geïnformeerd. De leden van de PRO-fractie begrijpen dat diplomaten verwachten dat veel discussies op de 81ste sessie zullen gaan over klimaatverandering, in het bijzonder over zeespiegelstijging. Verwacht het kabinet ook dat klimaatkwetsbare landen, die nauwelijks hebben bijgedragen aan klimaatverandering, maar wel de zwaarste gevolgen dragen, de druk zullen opvoeren op rijke landen voor eerlijke compensatie (Loss and Damage), en meer klimaatactie? Hoe gaat het kabinet zich hiertoe verhouden, gezien Nederlandse beloften om klimaatfinanciering te verdrievoudigen zijn ingeruild voor bezuinigingen en creatieve boekhouding? Antwoord van het kabinet Het afgelopen jaar is opnieuw duidelijk geworden welke grote gevolgen klimaatverandering wereldwijd heeft. De noodzaak van zowel de energietransitie, als het vergroten van klimaatweerbaarheid verbindt Nederland met andere landen. Het kabinet herstelt de Nederlandse positie in de mondiale klimaatagenda zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 13 maart jl.[voetnoot 5]. Het Koninkrijk zal zich tijdens de AVVN ook politiek uitspreken voor versterking van internationale samenwerking voor het behalen van de doelstellingen van het Parijsakkoord, en wil zich daarmee presenteren als een betrouwbare internationale partner op het gebied van klimaat. Daarbij zet het kabinet expliciet in op samenwerking met de landen die het meest kwetsbaar zijn voor klimaatverandering, onder andere ten aanzien van water, voedselzekerheid, energie en financiering. Het kabinet zet zich ook in voor het opschalen van de wereldwijd beschikbare klimaatfinanciering. Daarbij moet gekeken worden naar financiering vanuit zowel publieke als private bronnen. De rapportage over de Nederlandse publieke klimaatfinanciering is toegankelijk via een dashboard[voetnoot 6]. Relevante ontwikkelingen zullen met uw Kamer worden gedeeld via de reguliere HGIS-besluitvorming. Daarnaast constateren de leden van de PRO-fractie met zorg dat het proces van het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) en de klimaatwetenschap onder grote druk staan, onder meer door pogingen om klimaatafspraken te ondermijnen en wetenschappelijke consensus in twijfel te trekken. Is het kabinet bereid om tijdens de 81ste AVVN expliciet steun uit te spreken voor het UNFCCC-proces en voor de integriteit van de klimaatwetenschap, en zich actief te verzetten tegen pogingen van andere landen om dit proces te vertragen of uit te hollen? Op welke wijze gaat Nederland zich hiervoor op de AVVN hardmaken en is het kabinet bereid hier ook in bilaterale contacten met klimaatsceptische regeringen een duidelijk signaal over af te geven? Antwoord van het kabinet Klimaatwetenschap is de basis van effectief klimaatbeleid. Het is essentieel dat dit zo blijft, ook voor de mondiale afspraken binnen UNFCCC en daarbuiten. Het Koninkrijk zet zich hier tijdens de VN-klimaatonderhandelingen voor in, door consequent het belang te benadrukken van het meenemen van de best beschikbare wetenschap. Het Koninkrijk zal tijdens de AVVN waar mogelijk ook aansluiting zoeken bij steunverklaringen en initiatieven ten behoeve van klimaatwetenschap, zoals het eerder al deed met het Global Initiative for Information Integrity on Climate Change. Nederland spreekt landen er ook op aan wanneer zij de integriteit van deze wetenschappelijke basis ondermijnen. De leden van de PRO-fractie constateren dat de wereldwijde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp een grote impact hebben op de effectiviteit van de VN. Kan de minister toelichten hoe deze bezuinigingen het World Food Programme (WFP) en andere voedselzekerheidsprogramma’s raken en daarmee de omvang van honger in de wereld? Antwoord van het kabinet Het klopt dat WFP en andere humanitaire organisaties te maken hebben met financieringstekorten door wereldwijde bezuinigingen op humanitaire hulp. Hierdoor worden zij gedwongen om moeilijke keuzes te maken op basis van noden en dit heeft ook effect op de voedselzekerheid. Nederland blijft de komende jaren een betrouwbare donor van WFP en roept andere landen actief op ook meerjarige, ongeoormerkte financiering te geven aan humanitaire organisaties, zodat zij effectief en efficiënt hulp kunnen verlenen daar waar de humanitaire en financiële noden het hoogst zijn. Daarnaast maakt het kabinet zich zorgen over de effecten op voedselzekerheid in de wereld van onder andere de Russische agressie tegen Oekraïne, de blokkade van de Straat van Hormuz, en El Niño. Overig De leden van de PRO-fractie lezen in de beslisnota dat er een EU non-paper is over de situatie in het Midden-Oosten, die “nog niet met de Kamer is gedeeld.” Wanneer is het kabinet voornemens de non-paper met de Kamer te delen? Antwoord van het kabinet Dit is incorrect. Het betreft geen EU non-paper over de situatie in het Midden-Oosten maar een denkrichting over gezamenlijk EU-optreden binnen het VN-ontwikkelingssysteem. Zoals in de inzetbrief gesteld zet het kabinet zich in voor een meer samenhangende EU-positionering in multilaterale fora – waarbij financiering, normatieve agenda's en diplomatieke inzet sterker worden verbonden – en blijft inzetten op vroegtijdige afstemming tussen lidstaten, het benutten van informele formaties en het versterken van gezamenlijke EU-initiatieven. De HLW biedt gelegenheid hier met andere VN- en EU-lidstaten over van gedachten te wisselen. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het verslag van de 80ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Deze leden onderschrijven het belang van een sterke internationale rechtsorde en van internationale samenwerking. Juist nu de wereldorde kantelt en machtspolitiek terugkeert, heeft een land als Nederland internationale afspraken en instituties nodig. De inzet moet daarom zijn om de VN zo effectief mogelijk te laten zijn en zich te laten richten op de kerntaken: vrede, veiligheid, mensenrechten, ontwikkeling en bescherming van het internationaal recht. Deze leden hebben daarom de volgende vragen, die vooral ook gericht zijn op de Nederlandse inzet voor de komende, 81ste zitting van de AVVN. Hervorming van de VN en de internationale rechtsorde De minister-president heeft tijdens de 80ste AVVN terecht gesteld dat de wereld in de afgelopen 80 jaar sterk is veranderd en dat de VN daarom mee moeten veranderen, terwijl de beginselen van het VN-Handvest overeind moeten blijven. De leden van de CDA-fractie onderschrijven deze analyse. De vraag is wel hoe Nederland dit tijdens de 81ste AVVN concreet gaat vertalen naar resultaten. Welke concrete resultaten wil het kabinet tijdens de ministeriële week van de 81ste AVVN bereiken? Op welke dossiers ziet het kabinet voor Nederland een bijzondere rol? Antwoord van het kabinet Het kabinet zet tijdens HLW in op het aanhalen van de betrekkingen met een brede groep landen, zowel gelijkgezind als minder gelijkgezind. Voortgang op Nederlandse prioriteiten vergt in het huidige multilaterale landschap coalities die verder reiken dan de traditionele partners. Via bilaterale gesprekken en evenementen besteedt het kabinet daarom gericht aandacht aan onderwerpen die ons binden met anderen, zoals maritieme veiligheid, het tegengaan van de anti-rechtenbeweging, democratie en goed bestuur als basis voor duurzame vrede, adequatere financiering van humanitaire hulp en het bereiken van accountability voor de Russische agressie tegen Oekraïne, waarmee het Koninkrijk op deze thema’s interregionale coalities opzet en/of uitbreidt. De HLW biedt een goede gelegenheid om ideeën en voorstellen te verkennen en te toetsen waar steun voor bestaat. Het resultaat van de week ligt daarmee in de samenwerkingsverbanden en initiatieven waarop het Koninkrijk gedurende het jaar kan voortbouwen. Uw Kamer wordt separaat geïnformeerd over de HLW via de verslagbrief. Deze leden zien dat de internationale rechtsorde steeds verder onder druk staat. De samenstelling van bijvoorbeeld de Veiligheidsraad weerspiegelt daarnaast onvoldoende de huidige internationale machtsverhoudingen. Zij vragen daarom of de minister kan aangeven op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de motie-Bontenbal c.s. (Kamerstuk 23432, nr. 650) over waar mogelijk met middenmachten optrekken in het hervormen van internationale instellingen, zodat de stem van landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika daarin zwaarder gaat meewegen. Welke hervorming van de Veiligheidsraad acht het kabinet niet alleen wenselijk, maar ook daadwerkelijk haalbaar? Antwoord van het kabinet Het Koninkrijk neemt in Benelux-verband actief deel aan het onderhandelingsproces over VNVR-hervormingen. Hervorming moet o.a. leiden tot betere vertegenwoordiging van het VN-lidmaatschap in de VNVR en effectievere naleving van het mandaat. Het Koninkrijk spreekt (in Benelux-verband) steun uit voor permanente Afrikaanse vertegenwoordiging in een hervormde VNVR, bijvoorbeeld tijdens de intergouvernementele onderhandelingen die hierover plaatsvinden in New York. Een dergelijke uitbreiding helpt samenwerking met het mondiale zuiden te versterken. Daarbij is steeds meer erkenning en steun van VN-lidstaten voor betere vertegenwoordiging van Afrikaanse landen in de VNVR. De leden van de CDA-fractie vinden het van groot belang dat Nederland consequent blijft staan voor het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Hoe zet het kabinet de AVVN in om de steun voor deze instellingen te verbreden, juist onder landen buiten Europa? Antwoord van het kabinet Het is van belang dat beide instellingen hun mandaat onafhankelijk en onbelemmerd kunnen uitvoeren. Nederland staat pal achter beide hoven en zal zich, samen met gelijkgezinde partners, onverminderd blijven inzetten om de hoven te beschermen en ondersteunen waar nodig. Tijdens de AVVN zal het Koninkrijk deze boodschappen in alle relevante fora en gesprekken herhalen. Oekraïne De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is niet alleen een aanval op Oekraïne, maar ook op de beginselen waarop de VN zijn gebouwd. Grenzen mogen niet met geweld worden veranderd. Agressie mag niet worden beloond. Tegelijkertijd zien we dat de afgelopen jaren veel landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika anders naar deze oorlog kijken dan Europese landen. Voor deze landen is Oekraïne één van meerdere grote internationale crises. Rusland maakt daar actief gebruik van. De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet tijdens de komende AVVN het draagvlak buiten Europa voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne wil vergroten. Met welke landen en regionale organisaties worden hierover gericht gesprekken gevoerd? Antwoord van het kabinet Het kabinet hecht groot belang aan de internationale rechtsorde en de kernbeginselen van het VN-Handvest, waaronder respect voor soevereiniteit en territoriale integriteit en het verbod op agressie en het recht op zelfverdediging. Deze beginselen staan ook centraal in de Nederlandse inzet ten aanzien van Oekraïne. Het kabinet zet zich, samen met internationale partners, doorlopend in om het internationale draagvlak voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne te behouden en te vergroten en Russische desinformatie hierover tegen te gaan. Tijdens de HLW gebeurt dit onder meer door gerichte outreach in bilaterale gesprekken met landen uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika en tijdens side-events. Zo is het Koninkrijk voornemens deel te nemen aan het door Oekraïne georganiseerde Krim-platform en organiseert het Koninkrijk samen met onder andere Oekraïne een evenement over accountability (zie ook beantwoording vraag 14). Deze inzet wordt waar mogelijk afgestemd met Oekraïne en andere internationale partners. Daarnaast steunt het Koninkrijk Oekraïense en andere initiatieven tijdens de AVVN die bijdragen aan bredere internationale steun voor Oekraïne en aan een rechtvaardige en duurzame vrede. Soedan Het mandaat van de Fact Finding Mission (FFM) Soedan is tijdens de 80ste zitting van de AVVN met een jaar verlengd. De leden van de CDA-fractie vragen of Nederland zich tijdens de komende zitting van de AVVN zal inspannen om het mandaat opnieuw met een jaar te verlengen. Antwoord van het kabinet In september 2026 staat de Soedan‑resolutie opnieuw geagendeerd in de VN‑Mensenrechtenraad. Deze resolutie geeft het mandaat aan de Fact Finding Mission (FFM), die rapporteert over mensenrechtenschendingen in het kader van het conflict. Het Koninkrijk zal zich, als lid van de Soedan‑kerngroep in de Mensenrechtenraad, sterk maken voor verlenging van het FFM‑mandaat. Ook was Nederland één van de initiators om het mandaat van de FFM uit te breiden naar de gebeurtenissen in El Fasher. Tijdens de komende zitting van de AVVN zal het Koninkrijk de situatie in Soedan eveneens nadrukkelijk aan de orde stellen. Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie De leden van de fractie van JA21 hebben met belangstelling kennisgenomen van de Nederlandse inzet voor het 81ste zittingsjaar van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Deze leden onderstrepen de meerwaarde van internationale samenwerking en de belangrijke rol die de Verenigde Naties en de aan haar gelieerde organisaties daarvoor kunnen spelen. Zij hebben enkele vragen en opmerkingen. Toekomstbestendigheid van de Verenigde Naties De leden van de JA21-fractie constateren dat de financiële positie van de Verenigde Naties weinig rooskleurig is. Het kabinet schrijft dat de betalingsachterstanden van lidstaten inmiddels zijn opgelopen tot circa 6,4 miljard dollar, met grote gevolgen voor de activiteiten en reserves van de organisatie. Tegelijkertijd moeten volgens het kabinet belangrijke hervormingen, waaronder het terugdringen van overlap tussen VN-organisaties en het kritisch tegen het licht houden van duizenden bestaande opdrachten, grotendeels nog plaatsvinden. Tegen die achtergrond vragen deze leden hoe vanzelfsprekend het is om te kiezen voor verdere investeringen in VN-organisaties en voor flexibele kernbijdragen. Zij vragen daarom waar het kabinet zelf ruimte ziet om binnen de Verenigde Naties te bezuinigen, zodat de organisatie ook in de toekomst haar kerntaken kan blijven uitvoeren. Welke taken, programma’s, mandaten of organisaties kunnen volgens het kabinet worden afgeschaald, samengevoegd of beëindigd? Wat beschouwt het kabinet als de belangrijkste kerntaken van de VN met het oog op de toekomstbestendigheid van de organisatie? Kan de minister daarbij concreet aangeven op welke onderdelen Nederland binnen het VN80-initiatief inzet op besparingen? Zijn er daarnaast onderdelen van het VN-stelsel waarop het kabinet juist niet bereid is te bezuinigen? En welke omvang en taakopvatting van de VN acht het kabinet, gelet op de huidige financiële situatie, op langere termijn financieel houdbaar? Antwoord van het kabinet In de afgelopen tachtig jaar hebben de VN een opeenstapeling van taken toebedeeld gekregen. Aan veel van die taken lag destijds een goede reden ten grondslag, die inmiddels niet altijd meer bestaat. Het kabinet tekent daarbij aan dat deze taken door de lidstaten zelf zijn opgelegd en niet zelden voortkomen uit de eigen prioriteiten van individuele landen. Het gevolg is een stelsel waarin overlap is geslopen tussen mandaten, rapportageverplichtingen en vergaderingen. Het kabinet blijft van opvatting dat de VN zich moeten richten op de kernmandaten uit het Handvest: vrede en veiligheid, mensenrechten en duurzame ontwikkeling, waaronder ook humanitaire hulp valt. Mandaten en taken dienen daaruit voort te vloeien. De balans tussen deze pijlers moet daarbij overeind blijven, aangezien resultaten op de ene pijler voorwaardelijk zijn voor voortgang op de andere. De AVVN is het afgelopen jaar een proces gestart waarin mandaten, rapporten en vergaderingen tegen het licht worden gehouden. Dit proces krijgt komend jaar verder vorm. Het Koninkrijk blijft daarbij nauw betrokken en zal zich richten op het terugdringen van overlap en op het versterken van de aansluiting van mandaten en taken op de kerntaken uit het Handvest. Ook het VN80-initiatief bevat een reeks voorstellen om deze problemen aan te pakken en het kabinet steunt het overgrote deel van die agenda. Daarbij blijft het kabinet pal staan voor de bescherming van de normatieve mandaten: de taken waarmee de VN internationale normen en standaarden vaststellen en toezien op de naleving daarvan, bijvoorbeeld op het terrein van mensenrechten en het humanitair oorlogsrecht. Deze mandaten kennen geen alternatief buiten de VN. Dat geldt in het bijzonder voor de mensenrechtenpijler, waarvan de organen en mandaten reeds ondergefinancierd zijn. Daarnaast is het met circa vijf procent van de reguliere VN-begroting nu al de kleinste van de drie pijlers. Op deze pijler dient naar het oordeel van het kabinet dus niet verder bezuinigd te worden. De ruimte voor besparingen ligt volgens het kabinet elders. Het zet in op verdere efficiëntieslagen, waaronder het bundelen van administratieve en logistieke ondersteunende diensten in gedeelde dienstverlening; niet elk onderdeel van het systeem hoeft deze zelf in huis te hebben. Daarnaast kijkt het kabinet kritisch naar de hoogte van salarissen en toelagen van internationale VN-staf. Personeelskosten beslaan circa zestig procent van de begroting en de arbeidsvoorwaarden zijn niet langer in lijn met die van nationale overheidsdiensten. UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East) De leden van de JA21-fractie herhalen graag hun pleidooi voor het herbestemmen van steun aan UNRWA ten faveure van andere humanitaire organisaties zoals bijvoorbeeld het WFP, UNICEF, of buiten VN-verband het Rode Kruis. Recente onderzoeksbevindingen van USAID OIG (Office of Inspector General of the United States Agency for International Development) hebben opnieuw ernstige vragen opgeworpen over huidige en voormalige UNRWA-medewerkers die betrokken waren bij de aanslagen van 7 oktober 2023 en/of banden met Hamas zouden hebben. Deze leden zijn van mening dat UNRWA als organisatie hiermee het internationale vertrouwen in onpartijdige humanitaire hulp heeft ondermijnd. Deze leden wijzen erop dat de motie-Verkuijlen c.s. (Kamerstuk 36 180, nr. 215) het kabinet reeds verzoekt de financiering voor UNRWA in samenspraak met andere donoren op te schorten bij verifieerbare hernieuwde signalen van terreurbanden. Kan de minister specifiek toelichten hoe het kabinet de bevindingen van de inspecteur-generaal van USAID toepast in het licht van dit Kamerverzoek? Kwalificeert de minister deze bevindingen als verifieerbare hernieuwde signalen van terreurbanden in de zin van voornoemde motie-Verkuijlen c.s.? Zo nee, waarom niet? Is de minister bereid de Verenigde Staten actief te vragen de uitgebreide bevindingen van USAID OIG te delen? Antwoord van het kabinet Zoals gesteld in antwoord op Kamervragen over het desbetreffende rapport[voetnoot 7] is het onderzoek van de VS nog gaande en is er nog geen rapport gepubliceerd. Het kabinet kan en wil dan ook niet vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek. Hoe beoordeelt het kabinet het recente besluit van Finland om de aflopende meerjarige financiering van UNRWA niet langer te verlengen? Antwoord van het kabinet Op 27 augustus jl. maakte Finland via X bekend geen nieuwe financiële middelen beschikbaar te stellen voor UNRWA na het aflopen van de huidige meerjarige financiering (2023-2026). De financiering voor de Palestijnse gebieden wordt voortgezet via andere kanalen, zoals via het Wereldvoedselprogramma (WFP). Donoren maken ieder een eigen afweging over te financieren (VN) organisaties. En hoe waardeert het kabinet het standpunt van de Board of Peace dat UNRWA “geen plaats heeft in het nieuwe Gaza”? Antwoord van het kabinet Het kabinet onderstreept de cruciale rol die UNRWA momenteel nog speelt bij het leveren van essentiële basisdiensten, met name op gebied van gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Libanon en Syrië. Hiermee levert de organisatie een essentiële bijdrage aan stabiliteit in de regio. Ook levert UNRWA op grote schaal levensreddende humanitaire hulp in o.a. Gaza en Libanon. In de huidige omstandigheden acht het kabinet het van wezenlijk belang dat VN-organisaties zoals UNRWA een bijdrage kunnen blijven leveren om de noden te verlichten voor de Palestijnse vluchtelingen door hun infrastructuur en netwerk van lokale staf. Daarbij is UNRWA door de AVVN gemandateerd om basisdiensten te verlenen aan Palestijnse vluchtelingen tot een duurzame oplossing is bereikt en UNRWA in staat is de diensten over te dragen aan de lokale autoriteiten. Alleen een meerderheid van de AVVN kan dit mandaat wijzigen of beëindigen. General Recommendation/Algemene Aanbeveling No. 40 van de VN-Commissie voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie (UN Committee on the Elimination of Racial Discrimination, CERD) De leden van de JA21-fractie hebben vernomen dat de VN-Commissie voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie (CERD) heeft gesteld dat staten die partij zijn bij het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (International Convention on the Elimination of All Forms of Racial Discrimination, ICERD) verplichtingen hebben om zogenaamd herstelrecht te bieden voor de schade en aanhoudende gevolgen van onder meer de trans-Atlantische slavenhandel. Hoe beoordeelt het kabinet deze herinterpretatie van het ICERD en neemt het kabinet deze over? Kan het kabinet toelichten of deze in principe niet-bindende aanbeveling alsnog op enige wijze juridische relevantie kan hebben in mogelijke zaken rondom herstelbetalingen? Hoe verhoudt dit zich tot het eerdere standpunt van het kabinet (onder andere bij de VN-resolutie van maart 2026) dat er geen juridische verplichting tot herstelbetalingen bestaat, omdat slavernij destijds niet in strijd was met het toenmalige internationale recht, en dat internationaal recht niet met terugwerkende kracht wordt toegepast? En hoe denkt het kabinet om te gaan met de eis tot “transformative measures” als die verder gaan dan het huidige beleid? Antwoord van het kabinet Het Verdragscomité voor het Verdrag inzake de uitbanning van Rassendiscriminatie (CERD) heeft in een recent rapport geschreven van mening te zijn dat CERD een rechtsbasis kan zijn voor een verplichting tot het bieden van rechtsherstel voor de hedendaagse gevolgen van historische slavernij en slavenhandel. Het kabinet deelt deze zienswijze alleen voor zover het hedendaagse discriminatie betreft. Het Verdragscomité is daarbij eveneens van mening dat er anderszins rechtsherstel dient te worden geboden voor historische slavernij en slavenhandel. Het kabinet heeft een ander standpunt terzake en heeft deze zienswijze eerder met het Verdragscomité gedeeld. Nederland heeft zich in dit verband eerder expliciet uitgesproken tegen het toepassen van internationaal recht met terugwerkende kracht. Algemene aanbevelingen van VN-verdragscomités zijn gezaghebbend maar niet bindend. De algemene aanbeveling Nr. 40 van het Verdragscomité waarnaar wordt verwezen schept dus geen juridisch bindende verplichtingen voor Nederland tot het bieden van rechtsherstel, zoals herstelbetalingen. Het kabinet her- en erkent hoe dan ook het belang van dit onderwerp en blijft zich inzetten voor erkenning, herdenken en maatschappelijke bewustwording over de doorwerking en blijvende impact van het slavernijverleden, en vertaalt die inzet naar beleid. Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de inzet van het kabinet voor de 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Deze leden hebben hierover verschillende vragen en opmerkingen. Palestina en UNRWA De leden van de DENK-fractie constateren dat de internationale gemeenschap op dit moment wordt geconfronteerd met oorlogen, massale ontheemding, honger en ernstige schendingen van het internationaal recht. Tegelijkertijd staan juist de internationale organisaties die burgers moeten beschermen en humanitaire hulp moeten verlenen, financieel steeds verder onder druk. Deze leden zijn van mening dat de Algemene Vergadering niet slechts een moment mag zijn waarop het belang van vrede, mensenrechten en de internationale rechtsorde wordt onderstreept, maar dat Nederland zich ook concreet moet inzetten voor de naleving daarvan. Zij vragen het kabinet uiteen te zetten op welke wijze Nederland tijdens de 81ste Algemene Vergadering concrete consequenties wil verbinden aan ernstige en voortdurende schendingen van het internationaal recht. Antwoord van het kabinet Nederland zet zich actief in voor het tegengaan van straffeloosheid en schendingen van internationaal recht. Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen. Zowel het Internationaal Strafhof als diverse mechanismen ingesteld door de VN Mensenrechtenraad kunnen reeds onderzoek doen naar de situatie in Israël en de bezette Palestijnse Gebieden. Nederland draagt ook in 2026 bij aan de onderzoekscapaciteit van het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden (OHCHR), middels iets meer dan EUR 2,1 miljoen. De OHCHR in de Palestijnse Gebieden monitort de mensenrechtensituatie en rapporteert daar publiekelijk over. Het kabinet zal in de marges van de HLW en tijdens de 81ste Algemene Vergadering verschillende bijeenkomsten en gesprekken aangrijpen om de Nederlandse inzet op accountability en het tegengaan van straffeloosheid in Gaza actief uit te dragen. De leden van de DENK-fractie wijzen in het bijzonder op de bijzondere en historische verantwoordelijkheid die de Verenigde Naties hebben ten aanzien van Palestina en de Palestijnse bevolking. Deze leden constateren dat decennialang VN-resoluties, uitspraken van internationale gerechtshoven en waarschuwingen van VN-functionarissen onvoldoende hebben geleid tot bescherming van de Palestijnse bevolking. Zij zijn van mening dat Nederland zich daarom tijdens de 81ste Algemene Vergadering veel steviger moet inzetten voor de naleving van het internationaal recht. Deze leden vragen of het kabinet bereid is actief steun te organiseren voor resoluties die de illegale bezetting, annexatiepolitiek, uitbreiding van nederzettingen en het geweld tegen Palestijnse burgers ondubbelzinnig veroordelen. Ook vragen zij of het kabinet bereid is niet slechts achteraf steun uit te spreken voor voorstellen van andere landen, maar samen met gelijkgezinde landen zelf voorstellen voor te bereiden en mede in te dienen tijdens de Algemene Vergadering. Daarnaast vernemen deze leden graag of het kabinet bereid is binnen de Verenigde Naties te pleiten voor verdergaande internationale sancties tegen Israël en Israëliërs die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van het internationaal recht. Antwoord van het kabinet In de AVVN wordt met regelmaat over de bezette Palestijnse Gebieden gesproken. In verschillende resoluties wordt opgeroepen tot naleving van internationaal recht door alle partijen, en onmiddellijke, veilige, onvoorwaardelijke en ongehinderde humanitaire hulp aan Gaza. Nederland beoordeelt te allen tijde resoluties op basis van hun merites. Zo heeft het kabinet vorig jaar o.a. voor de AVVN-resolutie over Israëlische nederzettingen en de bezette Palestijnse gebieden (A/RES/80/81)[voetnoot 8] gestemd, waarin de uitbreiding van de onrechtmatige nederzettingen ondubbelzinnig werd veroordeeld. Ten aanzien van het initiëren van aanvullende resoluties acht het kabinet het van belang dat een resolutie iets toevoegt aan het bestaande pakket van (terugkerende) resoluties en aan het verbeteren van de situatie op de grond. Gezien de druk op het VN-systeem is een wildgroei van resoluties niet wenselijk. De leden van de DENK-fractie constateren daarnaast dat Palestina nog altijd geen volwaardig lid is van de Verenigde Naties, maar de status heeft van niet-lid-waarnemersstaat. De Algemene Vergadering heeft vastgesteld dat Palestina voldoet aan de voorwaarden voor VN-lidmaatschap en heeft Palestina sinds 2024 aanvullende participatierechten toegekend. Deze leden betreuren het dat volledig lidmaatschap tot op heden wordt tegengehouden door de machtsverhoudingen binnen de Veiligheidsraad. Zij vragen of het kabinet bereid is zich ondubbelzinnig uit te spreken voor volwaardig VN-lidmaatschap van Palestina en binnen de Verenigde Naties actief draagvlak te organiseren om dit alsnog te realiseren. Tevens vernemen deze leden graag welke mogelijkheden het kabinet ziet om, zolang volledig lidmaatschap wordt geblokkeerd, de positie en participatierechten van Palestina binnen de Verenigde Naties en afzonderlijke VN-organisaties verder te versterken. Voorts vragen de leden of Nederland eindelijk bereid is om de Palestijnse staat te erkennen. Antwoord van het kabinet Erkenning van de Palestijnse staat moet voor het kabinet dienstbaar zijn aan het politieke proces, waarbij beide partijen onderhandelen over hoe te komen tot een veilig Israël en een levensvatbare Palestijnse staat. Het kabinet verwacht van de Palestijnse Autoriteit de nodige hervormingen. Dit wordt in bilaterale contacten met de Palestijnse Autoriteit regelmatig opgebracht. De status van de Palestijnse vertegenwoordiging binnen de VN is in 2024 aangepast na aanname van de resolutie Admission of new Members to the United Nations – General Assembly Resolution (A/RES/ES 10/23). Deze aangepaste status betekent dat de Palestijnse vertegenwoordiging, ondanks het uitblijven van volledig VN-lidmaatschap, toenemende rechten geniet binnen de VN en op een meer gelijkwaardige wijze kan deelnemen aan de werkzaamheden van de AVVN en VNconferenties. Dit zal steeds op merites worden beoordeeld. Zo heeft Nederland onder meer de technische uitwerking van Palestijnse deelname in gespecialiseerde VN-organisaties, zoals de International Labour Organization (ILO), gesteund. De leden van de DENK-fractie benadrukken voorts dat UNRWA geen reguliere hulporganisatie is, maar een organisatie met een rechtstreeks door de Algemene Vergadering verstrekt mandaat om Palestijnse vluchtelingen hulp en bescherming te bieden totdat een rechtvaardige en duurzame politieke oplossing is bereikt. Deze leden maken zich grote zorgen over de druk waaronder dit mandaat staat. Israël beperkt de werkzaamheden van UNRWA, valt faciliteiten van de organisatie binnen en probeert de aanwezigheid van UNRWA in bezet Palestijns gebied steeds verder onmogelijk te maken. De recente inval in het UNRWA-opleidingscentrum in Qalandiya en het neerhalen van de VN-vlag door Israël zien deze leden niet slechts als een aanval op een hulporganisatie, maar ook als een aantasting van het door de Verenigde Naties verleende mandaat. Deze leden vragen of het kabinet bereid is de aanvallen op UNRWA-faciliteiten, waaronder de inval in Qalandiya, in VN-verband expliciet te veroordelen. Ook vernemen zij graag of het kabinet bereid is steun te organiseren voor een duidelijke bevestiging dat de privileges en immuniteiten van de Verenigde Naties en de onschendbaarheid van VN-faciliteiten moeten worden gerespecteerd. Antwoord van het kabinet Nederland heeft eind augustus een gezamenlijke verklaring medeondertekend waarin de leden van de UNRWA-adviescommissie (België, Brazilië, Canada, Denemarken, Duitsland, de EU, Frankrijk, Ierland, Italië, Japan, Noorwegen, Spanje, het VK, en Zwitserland) de onrechtmatige inval van het Qalandiya trainingscentrum van UNRWA veroordelen. De gebouwen van de VN zijn onschendbaar volgens het “Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de VN” en dit dient gerespecteerd te worden. In de gezamenlijke verklaring wordt Israël opgeroepen om, in lijn met het advies van het Internationaal Gerechtshof, zijn internationale verplichtingen na te komen en alle belemmeringen van de activiteiten en werkzaamheden van UNRWA onmiddellijk te staken. De leden van de DENK-fractie maken zich daarnaast grote zorgen over de financiële positie van UNRWA. Grote donoren hebben hun financiering beëindigd of sterk teruggeschroefd. Alleen al het wegvallen van de Amerikaanse financiering betekent volgens UNRWA een verlies van ongeveer 360 miljoen dollar, circa 30% van de jaarlijkse begroting. Deze financiële druk vindt plaats op een moment waarop de behoefte aan onderwijs, gezondheidszorg, voedselhulp en bescherming juist bijzonder groot is. Deze leden zijn van mening dat Nederland niet kan volstaan met het uitspreken van politieke steun aan UNRWA. Zij vragen of het kabinet bereid is de Nederlandse bijdrage aan UNRWA te verhogen en andere landen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid om de ontstane financieringstekorten op te vullen. Ook vragen deze leden of het kabinet tijdens de 81ste Algemene Vergadering samen met andere landen expliciet het mandaat, de onafhankelijkheid en de continuïteit van UNRWA wil verdedigen en hiervoor actief een coalitie van landen wil vormen. Daarnaast vernemen zij graag of Nederland bereid is binnen de Verenigde Naties het initiatief te nemen voor structurele, meerjarige en voorspelbare financiering van UNRWA, zodat de continuïteit van deze essentiële organisatie minder afhankelijk wordt van politieke ontwikkelingen en jaarlijks wisselende vrijwillige bijdragen. Deze leden vragen ten slotte of het kabinet bereid is landen die UNRWA financieel verzwakken, erop aan te spreken dat zij daarmee rechtstreeks de humanitaire hulp en bescherming van miljoenen Palestijnse vluchtelingen in gevaar brengen. Antwoord van het kabinet Het kabinet onderstreept de cruciale rol die UNRWA momenteel nog speelt bij het leveren van essentiële basisdiensten, met name op gebied van gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Libanon en Syrië. Hiermee levert de organisatie een essentiële bijdrage aan stabiliteit in de regio. Ook levert UNRWA op grote schaal levensreddende humanitaire hulp in o.a. Gaza en Libanon. In de huidige omstandigheden acht het kabinet het van wezenlijk belang dat VN-organisaties zoals UNRWA een bijdrage kunnen blijven leveren om de noden te verlichten voor de Palestijnse vluchtelingen door hun infrastructuur en netwerk van lokale staf. Zoals gesteld in de brief inzake steun aan UNRWA aan uw Kamer van 30 maart jl.[voetnoot 9] is het kabinet voornemens de bijdrage naar het oorspronkelijke bedrag van EUR 19 miljoen per jaar te herstellen door budgetten te schuiven naar UNRWA binnen beleidsartikel 4.1 (humanitaire hulp) van de BHOS-begroting. Andere donoren maken ieder een eigen afweging over te financieren (VN) organisaties. De leden van de DENK-fractie wijzen er tevens op dat meer dan 390 medewerkers van UNRWA zijn omgekomen. Medewerkers van de Verenigde Naties moeten hun werkzaamheden kunnen verrichten zonder te vrezen voor hun leven, intimidatie of detentie. Deze leden vernemen graag welke concrete inzet Nederland tijdens de Algemene Vergadering zal plegen voor betere bescherming van VN-personeel en VN-instellingen. Tevens vragen zij of Nederland landen die VN-medewerkers, speciale rapporteurs of onafhankelijke onderzoeksmechanismen bedreigen, intimideren of tegenwerken, daar consequent op aanspreekt. Deze leden vragen daarnaast of het kabinet kan toezeggen dat Nederland tijdens de 81ste Algemene Vergadering actief zal opkomen voor het voortbestaan, de toegang en voldoende financiering van onafhankelijke VN-onderzoekscommissies, speciale rapporteurs en andere mechanismen die mensenrechtenschendingen documenteren. Antwoord van het kabinet VN-medewerkers, Speciaal Rapporteurs en onderzoeksmechanismen moeten op een veilige manier en onafhankelijk hun werk kunnen doen. Het kabinet roept met regelmaat VN-lidstaten op deze onafhankelijkheid en veiligheid te waarborgen. Nederland is één van de grootste donoren van het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) waarmee ook speciaal rapporteurs en onderzoeksmechanismen worden gesteund en roept ook andere VN-lidstaten op om hun bijdrage voor OHCHR te verhogen. Zoals benoemd in de kabinetsreactie op het AIV- en CAVV-rapport Hulp onder Vuur[voetnoot 10] zal Nederland een extra bijdrage verstrekken aan de Human Rights Inquiries Branch van het kantoor van de Hoge Commissaris. Dit om het werk van de VN-onderzoekscommissies en Fact Finding Missions verder te ondersteunen. Hiermee krijgen zij meer ruimte om ook aandacht te besteden aan vermeende schendingen van het humanitair oorlogsrecht die humanitaire hulpverleners treffen. Deze extra bijdrage zal tijdens de HLW worden aangekondigd. Tot slot organiseert het kabinet tijdens de HLW een evenement met de Hoge Commissaris en Mexico om brede steun voor het mensenrechtenwerk van de VN te helpen bevorderen. Soedan De leden van de DENK-fractie maken zich tevens grote zorgen over de situatie in Soedan. Soedan vormt inmiddels een van de grootste ontheemdings- en beschermingscrises ter wereld. Voor de regionale vluchtelingenrespons in 2026 wordt rekening gehouden met miljoenen vluchtelingen en ontheemden en is ongeveer 1,6 miljard dollar nodig. Tegelijkertijd blijft de toevoer van wapens aan de strijdende partijen de humanitaire crisis voeden. Deze leden constateren dat het bestaande VN-wapenembargo hoofdzakelijk betrekking heeft op partijen die in Darfur opereren en dus niet geldt als een alomvattend wapenembargo voor heel Soedan. Deze leden vragen of het kabinet bereid is tijdens de 81ste Algemene Vergadering en in contacten rond de Veiligheidsraad te pleiten voor een alomvattend VN-wapenembargo voor heel Soedan. Ook vragen zij of Nederland bereid is hiervoor samen met Afrikaanse landen en andere gelijkgezinde staten actief draagvlak op te bouwen. Daarnaast vernemen zij graag of Nederland wil inzetten op gerichte internationale sancties tegen personen, bedrijven en netwerken die wapens leveren, oorlogsmisdaden faciliteren of financieel profiteren van deze oorlog. Antwoord van het kabinet Nederland heeft in EU‑verband gepleit voor uitbreiding van het VN‑wapenembargo, dat nu alleen geldt voor Darfoer, naar heel Soedan. De VS hebben op 24 augustus jl. hiertoe een ontwerpresolutie in de VNVR ingediend, maar hiervoor is vooralsnog onvoldoende steun. Parallel hieraan zet Nederland zich binnen de EU onverminderd in voor uitbreiding en aanscherping van sancties tegen entiteiten en individuen die betrokken zijn bij het gewapend conflict en ernstige mensenrechtenschendingen. Zo heeft de EU op 14 juli jl. sancties tegen Soedan verder aangescherpt met maatregelen gericht op de oorlogseconomie, waaronder een verbod op de aankoop, invoer en overdracht van goud uit Soedan en op de levering van kwik en cyanide, stoffen die veel worden gebruikt bij de goudwinning en ‑verwerking. Nederland heeft, evenals de EU, herhaaldelijk opgeroepen tot beëindiging van alle externe wapenleveranties en andere vormen van steun aan de strijdende partijen en kaart dit aan in gesprekken met alle relevante landen in de regio, waarbij Nederland tevens de zorgen uit over de humanitaire en mensenrechtensituatie. Myanmar De leden van de DENK-fractie vragen daarnaast aandacht voor de humanitaire crisis in Myanmar. Meer dan 16 miljoen mensen hebben daar humanitaire hulp nodig en bijna 3,8 miljoen mensen zijn ontheemd. De humanitaire respons voor 2026 had in juli nog slechts 43% van de benodigde 890 miljoen dollar ontvangen. Deze leden vinden het onacceptabel dat miljoenen mensen door gebrek aan internationale aandacht en financiering uit beeld dreigen te verdwijnen. Zij vernemen graag welke concrete inzet Nederland tijdens de komende Algemene Vergadering voor Myanmar heeft. Daarnaast vragen deze leden of Nederland bereid is andere landen actief aan te spreken op wapenleveranties en andere vormen van steun die het geweld in Myanmar mogelijk maken. Antwoord van het kabinet Het kabinet deelt de zorgen over de schrijnende situatie in Myanmar, in het bijzonder op humanitair vlak. Sinds de militaire coup in 2021 heeft Nederland, samen met de EU-lidstaten, de relaties met het regime bevroren. De Europese Commissie erkent de uitkomsten van de verkiezingen van december en januari jl. niet en heeft deze bestempeld als niet eerlijk en vrij. Onder de in april jl. geïnstalleerde regering is geen wezenlijke verbetering zichtbaar en gaan de bombardementen op burgerdoelen door. Nederland steunt de inzet van de VN gezant en ASEAN’s 5 Point Consensus met als doel een vreedzame oplossing van het conflict. Ook blijft Nederland oproepen tot de vrijlating van alle politieke gevangenen, waaronder Aung San Suu Kyi. Daarnaast blijft Nederland aandacht vragen voor de situatie van mensenrechten en minderheden, in het bijzonder de Rohingya, en roept op dat terugkeer van vluchtelingen vanuit Bangladesh vrijwillig, veilig, waardig en duurzaam moet zijn. In VN-verband blijft Nederland hier ook toe oproepen. Zo heeft Nederland, namens de Benelux, recent een statement uitgebracht in de Mensenrechtenraad van de VN waarin Nederland de mensenrechtensituatie en het escalerende geweld in Myanmar veroordeelt. Daarnaast ondersteunt Nederland humanitaire partners die betrokken zijn bij de hulpverlening aan Myanmar en de Rohingya, zoals de Dutch Relief Alliance, UNICEF, UNHCR, WFP en ICRC, met meerjarige en flexibele financiering. Zo werkt bijvoorbeeld UNHCR aan de bescherming van vluchtelingen in opvangcentra, WFP aan de verbetering van de voedselvoorziening van mensen in nood, en de International Committee of the Red Cross (ICRC) aan naleving van het humanitair oorlogsrecht. De EU heeft reeds in 1990 een wapenembargo ingesteld tegen Myanmar. Na de militaire staatsgreep van 2021 is het EU-sanctieregime ten aanzien van Myanmar uitgebreid. De leden van de DENK-fractie maken zich in dit verband in het bijzonder zorgen over de positie van de Rohingya. Maleisië, dat jarenlang onderdak heeft geboden aan Rohingya die voor vervolging uit Myanmar zijn gevlucht, is voornemens Rohingya terug te sturen naar Myanmar. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de omstandigheden voor een veilige, waardige en vrijwillige terugkeer niet aanwezig zijn. Ook Nederland en de Europese Unie hebben benadrukt dat aan deze voorwaarden niet wordt voldaan. Deze leden wijzen erop dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar zij opnieuw het risico lopen op vervolging, geweld of andere ernstige mensenrechtenschendingen. Zij vragen of het kabinet bereid is Maleisië hier rechtstreeks op aan te spreken en bij de Maleisische regering aan te dringen op het niet terugsturen van Rohingya, zolang een veilige, vrijwillige en duurzame terugkeer niet kan worden gegarandeerd. Tevens vragen deze leden of Nederland tijdens de Algemene Vergadering samen met andere landen aandacht wil vragen voor de bescherming van Rohingya in de gehele regio en landen wil oproepen het beginsel van non-refoulement onverkort te respecteren. Antwoord van het kabinet Nederland blijft zich in internationaal verband inzetten op de verbetering van de positie van de Rohingya, met nadruk op internationale bescherming, mensenrechten en veilige, vrijwillige en duurzame terugkeer. Het kabinet volgt de ontwikkelingen rond de voorgenomen terugkeer van Rohingya uit Maleisië naar Myanmar nauwgezet en zal, waar opportuun, ook in contacten met Maleisië aandacht vragen voor de positie van de Rohingya en het belang van het respecteren van het beginsel van non-refoulement. Daarbij beziet het kabinet ook welke inzet in Europees en multilateraal verband het meest effectief is. Tot slot constateren de leden van de DENK-fractie dat ernstige onderfinanciering van internationale humanitaire hulp een terugkerend probleem vormt bij vrijwel al deze crises. In Myanmar is minder dan de helft van de benodigde financiering beschikbaar, voor de crisis in Soedan zijn miljarden nodig en ook UNRWA waarschuwt dat het zonder politieke en financiële steun zijn opdracht niet kan blijven uitvoeren. Hierdoor moeten hulporganisaties in de praktijk steeds vaker bepalen wie nog voedsel, medicijnen, onderwijs, onderdak of andere essentiële hulp kan ontvangen en wie niet. De leden van de DENK-fractie vinden het tegenstrijdig wanneer Nederland enerzijds het belang van internationale organisaties die opvang en bescherming mogelijk moeten maken benadrukt, terwijl de financiering achterblijft. Deze leden vragen of het kabinet bereid is tijdens de Algemene Vergadering aan te dringen op een internationale financieringscoalitie voor (ernstig) ondergefinancierde VN-hulpprogramma's. Tevens vernemen zij graag of Nederland bereid is zelf aanvullende middelen beschikbaar te stellen en andere welvarende landen nadrukkelijk op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Tot slot vragen deze leden of het kabinet bereid is zich in te zetten voor meerjarige, structurele en voorspelbare financiering van organisaties van de Verenigde Naties als UNHCR, UNRWA, UNICEF, WFP en OCHA (Office for the Coordination of Humanitarian Affairs), zodat deze organisaties niet voortdurend afhankelijk zijn van vrijwillige en onzekere bijdragen. Antwoord van het kabinet Het kabinet onderschrijft het belang van meerjarige, structurele en voorspelbare financiering. Ongeoormerkte kernbijdragen stellen deze organisaties in staat uitvoering te geven aan hun mandaten, capaciteit op peil te houden en snel te handelen bij een acute crisis. Om die reden heeft het kabinet de ongeoormerkte kernbijdragen aan deze VN-organisaties opnieuw voor een periode van vier jaar vastgelegd. Daarbij heeft het kabinet dit jaar EUR 130 miljoen aanvullende middelen vrijgemaakt voor de humanitaire inzet zoals gecommuniceerd in de 1e suppletoire begroting en in de Kamerbrief over de gemaakte afspraken BHO-begroting 2026 van 4 juni 2026.[voetnoot 11] Dit bedrag komt bovenop de humanitaire inzet die aan het begin van het jaar aan uw Kamer is gecommuniceerd.[voetnoot 12] Deze aanvullende bijdrage wordt voor een groot deel ingezet om de ongeoormerkte kernbijdragen aan humanitaire partners te verhogen, zodat zij dit in kunnen zetten waar de humanitaire en financiële noden het hoogst zijn. Nederland gaat hiermee in tegen een wereldwijde trend waarbij humanitaire budgetten worden verlaagd. Tijdens de HLW zal het Koninkrijk met VN-partners en andere landen optrekken om het belang van ongeoormerkte, meerjarige humanitaire financiering te benadrukken, onder andere tijdens een gezamenlijk side-event met Tom Fletcher, de Emergency Relief Coordinator van het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA). Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief betreffende de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden voor de 81ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over. De minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking beschrijven dat onderdeel van de Nederlandse inzet een strijd is tegen straffeloosheid en dat Nederland het Internationaal Strafhof (ICC) zowel politiek als financieel blijft steunen. De leden van de SP-fractie vragen in hoeverre Nederland de Amerikaanse sancties tegen het ICC aan de orde zal brengen en met welke inzet dat zal zijn. Is de verwachting dat resoluties met de strekking tot het veroordelen van deze sancties ingediend zullen worden en in hoeverre zijn de ministers bereid hierin het voortouw te nemen? Antwoord van het kabinet Het kabinet heeft de recente Amerikaanse sancties tegen de president en een medewerker van het Internationaal Strafhof afgekeurd. Nederland staat als gastland en verdragspartij pal achter het Hof en zijn medewerkers. Internationale hoven en tribunalen moeten hun mandaat zonder inmenging kunnen uitvoeren. Deze boodschap draagt Nederland onverkort uit tijdens de HLW en de 81e zitting van de AVVN, onder andere in relevante bilaterale gesprekken en side events. Het kabinet staat in contact met gelijkgezinde partners om te bespreken welke stappen genomen kunnen worden om het Hof te blijven beschermen waar nodig, inclusief door gezamenlijke outreach. De HLW in New York biedt een uitgelezen kans om te spreken met gelijkgezinde partners over de mogelijkheden om het Hof effectief te laten functioneren. De brief beschrijft voorts de inzet voor de rechten van vrouwen en meisjes en de bewaking van de volledige erkenning van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) in multilaterale teksten. De leden van de SP-fractie kunnen dat ondersteunen. Wel vragen deze leden of de inzet ook gedaan kan worden als het gaat om het tegengegaan van seksueel geweld tegen vrouwen, met name in conflictsituaties, aangezien het inzetten van seksueel geweld als wapen toeneemt. In hoeverre zal Nederland hier het voortouw in nemen om te zorgen dat hier stappen gezet kunnen worden die voortbouwen op eerdere resoluties en initiatieven? In hoeverre zal de inzet zich richten op het betrekken van vrouwen bij vredesopbouw en vredesprocessen? Antwoord van het kabinet De bestrijding van gender-gerelateerd geweld en conflict-gerelateerd seksueel geweld is een prioriteit van dit kabinet, zoals weergegeven in de Kamerbrief van 1 juli 2026. Het Koninkrijk zet zich hier zowel financieel als diplomatiek voor in. Zo is het Koninkrijk dit jaar penvoerder van de VN-resolutie betreffende geweld tegen vrouwen, waarvan het kernthema femicide is. Daarin is ook speciale aandacht voor de rol die conflict speelt in het risico op femicide. Ook ondersteunt het Koninkrijk overlevenden en versterkt via de uitvoering van Nationaal Actieplan 1325 de deelname van vrouwen bij vredesopbouw en vredesprocessen en zoals gedeeld met uw Kamer op 24 augustus 2026.[voetnoot 13] Onder meer als lid van de UN Peacebuilding Commission pleit het Koninkrijk voor een mensgerichte en lokaal-geleide benadering op vredesopbouw. Dit jaar start een nieuw, vijfjarig WPS-financieringsinstrument onder het subsidiebeleidskader Femfocus. Dit instrument is gericht op de ondersteuning van vrouwen- en vrouwenrechtenorganisaties in (post)conflictlanden, teneinde hun rol in vredes- en veiligheidsprocessen te versterken en hun bijdrage aan de preventie en bestrijding van conflict-gerelateerd seksueel geweld te vergroten. Tijdens de HLW is Nederland van plan om tijdens een ministerieel evenement over Vrouwen, Vrede en Veiligheid aandacht te vragen voor het belang van het implementeren van deze agenda. Tijdens de Algemene Vergadering van de VN worden jaarlijks resoluties over kernwapens ingediend en in stemming gebracht. De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over de toenemende normalisatie van kernwapens. Kunnen de ministers aangeven welke resoluties dit jaar worden verwacht? Is het waarschijnlijk dat resoluties over een verbod op kernwapens, nucleaire ontwapening, de humanitaire gevolgen van kernwapens, het terugdringen van nucleaire risico’s, AI in kernwapensystemen en kernwapens in het Midden-Oosten ingediend zullen worden? Zo ja, kunnen de ministers aangeven hoe Nederland aankijkt tegen deze onderwerpen? Zijn de ministers voornemens dergelijke resoluties te steunen? Zo nee, waarom niet? Wat is er nodig om wel steun hieraan te geven? Antwoord van het kabinet Het is de verwachting dat de resoluties op de genoemde thema’s dit jaar opnieuw zullen worden ingediend in de AVVN. Het Koninkrijk neemt actief en constructief deel aan onderhandelingen over de betreffende resolutieteksten en beoordeelt elke resolutie op zijn merites. Het kabinet maakt daarbij doorlopend een afweging tussen het streven naar een wereld zonder kernwapens en de veiligheidssituatie van het moment. In de huidige Europese veiligheidscontext is geloofwaardige en effectieve nucleaire afschrikking door NAVO voor Nederland van essentieel belang. Tegen deze achtergrond zal de Nederlandse inzet erop gericht blijven bij te dragen aan de nucleaire afschrikking van de NAVO. Nauwe afstemming met EU en NAVO bondgenoten is voor het kabinet dan ook van belang. Nederland is voorstander van zones vrij van kernwapens en andere massavernietigingswapens waaronder in het Midden Oosten. De regionale realiteit in het Midden Oosten vraagt echter om realisme over de haalbaarheid op korte termijn. Ten aanzien van het Verdrag voor het Verbod op Kernwapens (Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons; TPNW) is het uw Kamer bekend dat Nederland de humanitaire zorg over kernwapens deelt, maar blijft het kabinet van mening dat effectieve ontwapening alleen kansrijk is met betrokkenheid van alle kernwapenstaten en robuuste verificatie. Het Koninkrijk nam deel aan de onderhandelingen over het TPNW in 2017, maar kon de uiteindelijke verdragstekst niet steunen omdat deze niet verenigbaar is met het Nederlandse NAVO lidmaatschap. In 2022 nam het Koninkrijk als waarnemer deel aan de eerste Verdragsbijeenkomst van het TPNW, alwaar het de positie t.a.v. het Verdrag heeft uitgelegd. Het kabinet ziet geen aanleiding de positie ten aanzien van het TPNW te veranderen. Het kabinet blijft de vorig jaar door Mexico geïntroduceerde resolutie over AI in kernwapensystemen nauwgezet volgen. Nederland is momenteel voorzitter van de Group of Governmental Experts on Lethal Autonomous Weapons (GGE LAWS), als onderdeel van de VN Conventie over Conventionele Wapens (CCW), dat werkt aan een set elementen voor internationale regulering. Het mandaat van de GGE LAWS loopt in november dit jaar af. De leden van de SP-fractie maken zich grote zorgen over de versnelde ontwikkeling van autonome wapens en het gebrek aan regulering. Deze leden zijn van mening dat inzet van volledig autonome wapens verboden zou moeten worden in internationaal recht en dat, indien er wel een menselijke toets is, er duidelijke en strikte waarborgen moeten zijn waardoor menselijkheid nooit verdwijnt. Hoe zet Nederland zich in om ook in New York te werken aan het momentum om na jaren overleg daadwerkelijk tot een inhoudelijk sterk verdrag te komen? Gaat Nederland weer een resolutie in die richting steunen? Antwoord van het kabinet Het kabinet zet zich in voor het maken van internationale afspraken over autonome wapensystemen. Deze inzet vindt momenteel voornamelijk plaats in Genève bij het Conventionele Wapenverdrag (CCW), waar de Nederlandse Ambassadeur Ontwapeningszaken voorzitter is van de Group of Governmental Experts on Lethal Autonomous Weapons Systems (GGE LAWS). De staten die autonome wapensystemen ontwikkelen en inzetten zijn hierbij actief betrokken. Dat is belangrijk is voor de effectiviteit en duurzaamheid van eventuele toekomstige regulering van dergelijke wapensystemen. Vorige week hebben deze staten het eindrapport van de GGE LAWS met consensus aangenomen. Dit is de eerste keer dat een brede én militair significante groep nu overeenstemming heeft bereikt over een karakterisering van deze wapens; de toepasbaarheid van het humanitair oorlogsrecht; mogelijke verbodsbepalingen, verplichtingen en maatregelen; en aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid. Vooralsnog acht het kabinet het daarom niet wenselijk om een separaat proces op te starten bij de VN in New York. Welke inzet heeft Nederland op het gebied van AI in the military domain nu daarover in juni voor het eerst VN-gesprekken hebben plaatsgevonden? Hoe bepleit Nederland de follow-up daarvan? Antwoord van het kabinet Nederland kijkt terug op constructieve gesprekken in de VN over het verantwoord gebruik van AI in het militaire domein. Deze gesprekken vormden een belangrijke stap in het versterken van het internationale begrip van de kansen en risico’s van dergelijke technologieën in militaire context. In lijn met de internationale AI-strategie blijft Nederland zich inzetten als voortrekker op dit terrein, onder meer door nauw samen op te trekken met Zuid-Korea in de VN. In de komende zitting van de Eerste Commissie (die toeziet op ontwapening en veiligheid) zal door Nederland een derde resolutie over dit thema worden ingediend. Met deze resolutie wordt de internationale gemeenschap opgeroepen de dialoog over AI in het militaire domein voort te zetten, gezamenlijk te werken aan praktische en effectieve confidence-building measures, en te verkennen welke internationale afspraken gemaakt kunnen worden over het verantwoord gebruik van AI in het militaire domein. In 2030 lopen de Sustainable Development Goals (SDG’s) af. De leden van de SP-fractie zien nut in een vervolg op de SDG’s en het stellen van mondiaal breed gedragen doelen gebaseerd op universele mensenrechten. Breedgedragen betekent ook zeggenschap over de formulering, financiering en monitoring voor landen in het mondiale zuiden. Voorziet de minister een gesprek over een vervolg op de SDG’s tijdens de AVVN? Wat zou daarbij de inzet van Nederland zijn? Antwoord van het kabinet De eerste gesprekken over de toekomst van de SDG’s zullen plaatsvinden tijdens de door de VN georganiseerde SDG-top in september 2027. De inzet van het Koninkrijk wordt in aanloop naar deze top vormgegeven in nauwe samenwerking tussen de verschillende ministeries. Dit jaar zal het Koninkrijk tijdens de AVVN het belang van de huidige doelen tot 2030 onderstrepen, onder meer met een videoboodschap van minister-president Jetten tijdens het jaarlijkse SDG-moment op 18 september. Tot slot spreken de ministers in de brief over het einde van de termijn van secretaris-generaal António Guterres, waarmee het proces om zijn opvolger te benoemen is begonnen. De voorkeur voor een vrouwelijke secretaris-generaal wordt daarbij uitgesproken. De leden van de SP-fractie zien ook een kans om na meer dan tachtig jaar na oprichting voor het eerst een vrouw aan het hoofd van deze cruciale wereldwijde organisatie te benoemen, zeker gezien gendergelijkheid een mensenrecht en een kernprincipe van de VN is. Eind 2025 riepen 200 maatschappelijke organisaties en 300 individuen via de 1 for 8 Billioncampagne op om vrouwelijke kandidaten te steunen en het maatschappelijk middenveld actief te betrekken. Heeft Nederland al een positie ingenomen ten aanzien van de verschillende kandidaten voor secretaris-generaal van de VN? Indien deze positie nog niet is ingenomen, wanneer verwacht Nederland dit te kunnen doen? Welke criteria worden gehanteerd voor het ondersteunen van een specifieke kandidatuur en op welke manier is inzet op gendergelijkheid, Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) en de Women, Peace & Security-agenda daar onderdeel van? Antwoord van het kabinet Het kabinet wil een legitiem en geloofwaardig selectieproces voor de volgende secretaris-generaal van de VN, waarbij alle VN-lidstaten betrokken zijn. Meerdere kandidaten, voor het merendeel vrouwelijke, hebben zich inmiddels publiekelijk kandidaat gesteld. De nieuwe secretaris-generaal van de VN wordt, op aanbeveling van de VNVR, door de AVVN benoemd. In de VNVR-besluitvorming over deze aanbeveling hebben de permanente leden - VS, VK, Frankrijk, Rusland en China - een veto. Aangezien het Koninkrijk momenteel geen lid is van de VNVR, zal het Koninkrijk in de AVVN het standpunt over de door de VNVR voorgedragen kandidaat kenbaar maken. Het kabinet brengt het door Nederland gewenste (stevige) profiel – bewezen leiderschap in complexe politieke vraagstukken, bestuurlijke ervaring op hoog niveau, en voorkeur voor een eerste vrouwelijke secretaris-generaal – doorlopend en bij een brede groep landen onder de aandacht. In deze fase is het belangrijk deze boodschappen in het bijzonder tot de vijftien zittende VNVR-leden te richten. Kamerstuk 36 800-V, nr. 103 Endorsement of the New York Declaration on the Peaceful Settlement of the Question of Palestine and the Implementation of the Two-State Solution (A/80/L.1/Rev.1) Kamerstuknummer 36 180, nr. 198 De Alliantie telt momenteel 24 leden. Naast Nederland zijn dit: Australië, Bangladesh, Canada, Colombia, Costa Rica, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Indonesië, Jordanië, Kenia, Marokko, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oekraïne, Peru, Polen, Somalië, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. De Alliantie staat open voor uitbreiding, met name voor landen uit het mondiale zuiden. Kamerstuk 31 793, nr. 297 https://public.tableau.com/views/ClimateFinanceNL/Climatedetails?%3AshowVizHome=no Beantwoording 2026Z16279 Israeli settlements in the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem, and the occupied Syrian Golan (A/RES/80/81) Kamerstuk 26 150, nr. 243 Kamerstuk 36 180, nr. 198 Kamerstuk 36 915-XVII, nr. 2 en 36 800-XVII, nr. 73 Kamerstuk 36 180, nr. 189 Kamerstuk 26 150, nr. 247

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.