Monitoring geluidhinder en slaapverstoring bij civiele en militaire luchthavens
Brontekst
Versie a9364dfa8a577236 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 936LuchtvaartbeleidNr. 1300 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2026Luchtvaart levert ons land verbondenheid op met de rest van de werelden heeft economische en geopolitieke waarde, maar kent ook eennegatieve kant. Luchtvaart leidt helaas onvermijdelijk tot geluidhindervoor omwonenden en soms zelfs slaapverstoring. Het is belangrijk om ditte monitoren en indien nodig actie te ondernemen.Daarom worden hinder en slaapverstoring vanwege luchtverkeer sinds2019 periodiek gemonitord.1 In 2024 is aangekondigd dat deze monitoringblijvend is.2 De resultaten van de monitoring worden gebruikt om beleidte onderbouwen en waar nodig bij te sturen. De meest recente resultatenzijn als bijlagen bij deze brief gevoegd. Deze brief is geschreven medenamens de Staatssecretaris van Defensie.In deze brief wordt aangegeven welke gevolgen worden verbonden aande conclusie en aanbevelingen uit het bijgevoegde RIVM-rapport «Hinderen slaapverstoring van vliegtuiggeluid in 2024. Blootstelling-responsrelaties voor burgerluchthavens en militaire luchthavens inNederland». De aanbevelingen uit het RIVM-rapport hebben betrekking opde toekomst. De militaire luchthavens uit het RIVM-rapport worden apartbehandeld in deze brief. Daarnaast wordt ingegaan op de gevolgen van demonitoring voor de lopende procedures voor het Luchthavenverkeerbe-sluit Schiphol (LVB)3 en de Luchthavenbesluiten voor Rotterdam TheHague Airport (Rotterdam) en Maastricht Aachen Airport (Maastricht). Deontwerpwijziging van het LVB moet altijd voldoen aan het principe vangelijkwaardige bescherming. Dat principe houdt in dat elk nieuw LVB tenminste dezelfde bescherming moet bieden als het eerste LVB. Om dit tetoetsen wordt onder andere gekeken naar het aantal ernstig gehinderdenen ernstig slaapverstoorden. Ook uitgaande van de nieuwe inzichten op1Kamerstukken II 2019/20, 31 936, nr. 7112Kamerstukken II 2023/24, 31 936, nr. 11563Kamerstukken II 2025/26, 29 665, nr. 585 kst-31936-1300ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13001 basis van de blootstelling-responsrelaties die zijn bepaald door het RIVMvoldoet het LVB Schiphol aan de gelijkwaardige bescherming.Resultaten monitoring en kabinetsbeleidHet RIVM-rapport baseert zich op gegevens die elke 4 jaar wordenverzameld met de Gezondheidsmonitor. De Gezondheidsmonitor brengtde gezondheid, het welzijn en de leefstijl van de Nederlandse bevolking inkaart. Het ondersteunt gemeenten, provincies en het Rijk bij het makenvan gezondheidsbeleid. De GGD’en, GGD GHOR Nederland, het RIVM enhet CBS voeren dit onderzoek samen uit. In het najaar 2024 is met behulpvan deze Gezondheidsmonitor aan mensen gevraagd in welke mate zijhinder en slaapverstoring van vliegtuigen ervaren.Het RIVM-rapport beschrijft hoe nieuwe blootstelling-respons relaties(BR-relaties) zijn afgeleid op basis van deze gegevens uit 2024. EenBR-relatie is een wiskundige beschrijving met betrekking tot de bloot-stelling aan geluid en de kans op ervaren ernstige hinder/slaapverstoring.Hoe hoger de blootstelling aan geluid, hoe groter de kans op hinder. Dehuidige BR-relaties voor Schiphol zijn gebaseerd op gegevens uit 2002.Andere luchthavens gebruiken deze BR-relaties ook bij gebrek aanspecifieke eigen BR-relaties. In 2019 (op basis van vragenlijsten uit 2016)en 2023 (op basis van vragenlijsten uit 2020) is ook een poging gedaanom nieuwe BR-relatie te bepalen. Deze bleken helaas niet goed genoegom de BR-relaties uit 2002 te vervangen. De steekproef uit 2016 werd nietrepresentatief genoeg bevonden door het RIVM. En in 2020 was er sprakevan minder vliegverkeer en lockdowns waardoor veel mensen thuiswaren. Deze BR-relaties zijn dus niet algemeen toepasbaar.Uit het RIVM-rapport volgt dat, afgezet tegen de blootstelling aanvliegtuiggeluid, de ernstige geluidhinder en ernstige slaapverstoring zijnafgenomen ten opzichte van 2020.4 Daarbij valt op te merken dat deresultaten in 2020 zijn beïnvloed door de uitzonderlijke situatie als gevolgvan COVID-19. Ten opzichte van 2002 is de ernstige hinder beperkttoegenomen en de ernstige slaapverstoring is aanzienlijk toegenomen. Ditinzicht is niet nieuw. Gedurende 2021 en begin 2022 werd al duidelijk datde hinder vanwege vliegverkeer was toegenomen.5 Vanwege COVID-19was echter onzeker hoe groot deze toename werkelijk was. Deze gerappor-teerde toename van hinder vormde destijds een belangrijke aanleidingom geluidsdoelen op te nemen in het Actieplan omgevingslawaaiSchiphol en het inzetten van de balanced approach-procedure voorSchiphol.6 Dit heeft geleid tot een verlaging van het aantal vliegtuigbe-weging ten opzichte van 2019 naar 478.000 vluchten.De toename van hinder en slaapverstoring ten opzichte van 2002onderstreept het belang van de doelstellingen en maatregelen van hetkabinet om geluidoverlast voor de omgeving verder terug te dringen. Methet maatregelenpakket7 dat voortkomt uit de balanced approach-procedure is voor Schiphol een reductie van – 15% van het aantal ernstiggehinderden en slaapverstoorden rondom de luchthaven beoogd pernovember 2025. De resultaten van het eerste monitoringsmoment latenzien dat de doelen voor de nacht ruimschoots zijn behaald. Dit is nog nietzichtbaar in de BR-relaties omdat deze zijn afgeleid van de gegevens uitde Gezondheidsmonitor (najaar 2024). Bovenop bovenstaande doelstel-lingen is in het regeerakkoord afgesproken om een nieuwe balanced4Kamerstukken II 2022/23, 31 936, nr. 10445Kamerstukken II 2021/22, 31 936, nr. 9846Kamerstukken II 2021/22, 29 665, nr. 4327Kamerstukken II 2025/26, 29 665, nr. 593Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13002 approach-procedure te starten waarin wordt vastgelegd dat Schiphol in2030 tussen 23.00 en 7.00 uur 50% stiller wordt ten opzichte van 2024.Aanbevelingen RIVMHet RIVM-rapport bevat de volgende zes aanbevelingen:1.Gebruik zoveel mogelijk recente en luchthaven specifieke BR-relaties.2.Blijf hinder en slaapverstoring rondom luchthavens monitoren.3.Onderzoek de rol van andere factoren op hinder en slaapverstoring.4.Onderzoek ook andere effecten van vliegverkeer en de rol van hinderen slaapverstoring hierin.5.Geef inzicht in onzekerheden in de blootstellingkarakterisering.6.Gebruik BR-relaties voor Rotterdam en Maastricht op basis van Doc29.De eerste aanbeveling om zoveel mogelijk recente en luchthavenspeci-fieke BR-relaties te gebruiken wordt overgenomen voor toekomstigeonderzoeken. Hierdoor sluiten berekeningen over het toekomstig aantalernstig gehinderden en ernstig slaapverstoorden beter aan op dewerkelijkheid. Voor die luchthavens waar onvoldoende gegevens voorbeschikbaar waren om een betrouwbare BR-relatie van af te leiden, wordtgebruikgemaakt van de algemene BR-relatie uit het rapport.De aanbeveling om hinder en slaapverstoring rondom luchthavens teblijven monitoren is overeenkomstig bestaand beleid.8 Dit beleid wordtvoortgezet.In de twee daaropvolgende aanbevelingen wordt opgeroepen tot meerwetenschappelijk onderzoek. Deze twee aanbevelingen wordenoverwogen na afronding van het advies dat wordt gevraagd aan deGezondheidsraad.9 Dit advies kan richting geven waar (aanvullend)onderzoek het meest effectief is, gegeven de beperkingen in onderzoeks-capaciteit, budget en doorlooptijd.De aanbeveling over onzekerheden in de blootstellingkarakterisering,waarmee het RIVM onzekerheid over de betrouwbaarheid van lagegeluidbelastingen bedoeld, sluit aan bij bestaand beleid om rekenmo-dellen periodiek te valideren.2 Een validatie geeft goed inzicht in debetrouwbaarheid van rekenmodellen, en daarmee het toepassingsbereikvan de BR-relaties.De laatste aanbeveling heeft alleen betrekking op Rotterdam enMaastricht. Deze aanbeveling wordt overgenomen.Militaire luchthavensIn het RIVM-rapport zijn ook BR-relaties opgesteld voor ernstige hinderdoor vliegtuiggeluid voor de militaire luchthavens Eindhoven, Gilze-Rijen,Volkel, Leeuwarden en de combinatie Geilenkirchen-Maastricht. Dezerelaties zijn zowel in de geluidmaat Lden als in Kosteneenheden (Ke)uitgedrukt. Voor ernstige hinder en vliegtuiggeluid laten de nieuweBR-relaties een verschillend beeld zien ten opzichte van de BR-relaties uit2020. Bij Volkel wordt bij dezelfde hoeveelheid vliegtuiggeluid iets meerernstige hinder ervaren. Voor Leeuwarden was er amper verschil, geefthet RIVM aan. Bij Eindhoven, Gilze-Rijen en de combinatie Geilenkirchen/Maastricht wordt minder ernstige hinder ervaren bij een gelijkehoeveelheid vliegtuiggeluid. Deze veranderingen in BR-relaties zeggen8Kamerstukken II 2023/24, 31 936, nr. 11569Kamerstukken II 2025/26, 31 936, nr. 1290Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13003 niet automatisch iets over veranderingen in de hoeveelheid vliegtuig-geluid. Voor de luchthavens De Kooy en Woensdrecht was het nietmogelijk om een BR-relatie voor ernstige hinder en vliegtuiggeluid op testellen door te lage blootstelling en/of te weinig deelnemers in hetstudiegebied. Voor de luchthavens Deelen en De Peel zijn geen bereke-ningen uitgevoerd vanwege weinig tot geen vluchten vanaf dezeluchthavens of weinig mensen in de omgeving. Voor ernstige slaapver-storing door vliegtuiggeluid was het niet mogelijk om BR-relaties op testellen voor de militaire luchthavens door lage percentages slaapver-storing en lage nachtelijke blootstelling aan vliegtuiggeluid.Het Ministerie van Defensie neemt de aanbeveling over om zoveelmogelijk recente en luchthavenspecifieke BR-relaties te gebruiken bij devoorbereiding van luchthavenbesluiten. Het is beleid om hinder enslaapverstoring rondom militaire luchthavens te monitoren. De aanbe-veling om dit voort te zetten wordt overgenomen. De focus ligt bij demonitoring op akoestische factoren. De aanbeveling om de rol van anderefactoren op hinder en slaapverstoring te onderzoeken wordt alleenovergenomen als de casuïstiek daarom vraagt. Een voorbeeld daarvan isde situatie rondom rattle noise in de omgeving van de luchthavenGilze-Rijen, waar een geluidsbelevingsonderzoek uitgevoerd wordt doorde Universiteit van Leiden. De aanbeveling om andere effecten vanvliegverkeer op de gezondheid te onderzoeken wordt overgenomen. Inopdracht van het Ministerie van Defensie is het RIVM in februari eendeskstudie gestart naar de gezondheidseffecten van de F-35.Aantallen ernstig gehinderden en slaapverstoorden in lopende proceduresBR-relaties zijn in de eerste plaats bedoeld om te worden gebruikt om hetaantal ernstig gehinderden en slaapverstoorden te berekenen voor detotale bevolking rondom een luchthaven voor het jaar waarin de hinderge-gevens zijn verzameld. Er zijn berekeningen uitgevoerd om te bekijken watde nieuwe BR-relaties opleveren aan werkelijke aantallen. Het aantalernstig gehinderden en slaapverstoorden door vliegverkeer in 2024 isvoor alle woonadressen rondom de luchthavens berekend. Dit is gedaandoor per adres eerst de blootstelling aan geluid te berekenen. Vervolgensbepaalt de nieuwe BR-relaties de kans op ernstige hinder of slaapver-storing uitgaande van deze blootstelling. Deze kans is vermenigvuldigdmet het gemiddelde aantal inwoners per woning, bepaald door het CBS,waarna alle uitkomsten zijn opgeteld tot de aantallen in het bijgevoegdeTo70-rapport.Voor de wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) die bijde Kamer is voorgehangen, is een MER gemaakt. In het MER is gerekendmet de BR-relaties uit 2002 en 2020. Zoals is toegezegd in het Commissie-debat Schiphol van 19 mei jl. wordt bij de herziening van het MER inzichtgeboden in wat de BR-relatie uit 2024 betekent voor het aantal ernstiggehinderden en ernstig slaapverstoorden. Hierbij wordt ook onderbouwddat voldaan wordt aan de eis uit de Wet luchtvaart met betrekking tot hetbeschermingsniveau van het besluit; de zogenaamde criteria voorgelijkwaardige bescherming. Dit is ook opgenomen in de reactienota diede Kamer op 19 juni jl. heeft ontvangen naar aanleiding van het adviesvan de Commissie voor de mer.In het MER voor de aanvraag van het LHB Rotterdam is gebruikt gemaaktvan de BR-relatie van Schiphol uit 2002. Ditzelfde geldt voor de aanvraagvan het LHB Maastricht. Met de nieuwe BR-relatie worden vergelijkbareaantallen ernstig gehinderden en ernstig slaapverstoorden verwacht als inhet MER. De publicatie van het RIVM-rapport geeft daarom geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13004 aanleiding tot een wijziging van het MER van de luchthavens Rotterdamof Maastricht.ToekomstDe monitoring uit 2024 bevestigt dat geluidhinder en slaapverstoringrondom de luchthavens is toegenomen ten opzichte van 2002. De nieuweBR-relaties geven een getrouwer beeld van de hinder, met name van hetaantal slaapverstoorden rondom Schiphol. Deze zullen in toekomstigbeleid worden gebruikt.Het blijft belangrijk om de werkelijke omvang van hinder en slaapver-storing vanwege luchtverkeer in beeld te hebben om beleid te evaluerenen indien nodig bij te stellen. De monitoring hiervan wordt dan ookvoortgezet. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en hetMinisterie van Defensie zullen, via het RIVM, de GGD’en verzoeken of inde vragenlijsten van de Gezondheidsmonitor 2028 de vragen over ditonderwerp kunnen blijven staan.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 936, nr. 13005
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.