KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken persoonsgebonden budget (pgb)

20 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 79307d51aeeb65d5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202525 657Persoonsgebonden BudgettenNr. 363 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 december 2024De afgelopen maanden sprak ik veel mensen die afhankelijk zijn van zorg.Deze gesprekken hebben grote indruk op mij gemaakt. Ik zag dat sommigemensen hun zorg en ondersteuning het liefst zelf in hun eigen huis willenorganiseren. Het persoonsgebonden budget (pgb) biedt in die gevalleneen mooie aanvulling op de zorg in natura. Met een pgb kunnen mensenhun zorg zo organiseren dat het aansluit bij hun eigen leven thuis, hunwerk, hun school en hun hobby’s. Op dit moment gaat het om eensubstantiële groep van circa 120.000 personen, waarvan ruim de helft zijnpgb krijgt uit de Wet Langdurige Zorg (CBS 2024, statline).Ik hoorde in mijn gesprekken ook dat de complexiteit van het pgb groot is.Daarom wil ik het pgb vereenvoudigen. Dit is geen gemakkelijke opgaveomdat pgb’s niet in één wet geregeld zijn, maar in vier verschillendewetten die allemaal anders georganiseerd zijn. Wijzigingen in de ene wetkunnen doorwerken naar de andere wetten. Daarnaast kan vereenvou-diging voor budgethouders complexiteit opleveren voor andere partijen –zoals zorgaanbieders, geldverstrekkers of de Sociale Verzekeringsbank(SVB). Deze afhankelijkheden spelen ook bij het PGB Portaal dat budget-houders ondersteunt bij het beheer van hun budgetten.In deze context richt ik me op het aanpakken van een beperkt aantalthema’s die het werken met pgb’s echt makkelijker maken.Ik wil het pgb op de volgende punten vereenvoudigen:–Informele zorg–Werkgeverschap–Het «van-het-kastje-naar-de-muur» gevoel wegnemenDaarnaast zet ik een aantal initiatieven van mijn ambtsvoorganger voorten ga ik in deze brief ook in op de resultaten die sinds de vorige pgb-briefbereikt zijn. Ik doe dit aan de hand van de thema’s uit de bestaande kst-25657-363ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3631 pgb-agenda. In de bijlage bij deze brief is tenslotte een overzichtopgenomen van openstaande moties en toezeggingen over het pgb.De belangrijkste punten in deze brief zijn:A: Agenda voor vereenvoudiging van het pgbIk ga als volgt aan de slag met de vereenvoudiging van het pgb:•ten eerste wil ik de informele zorg in het sociaal domein op een anderemanier inrichten: dit betreft in elk geval de Wmo2015 en de Jeugdwet,•ten tweede onderzoeken we de mogelijkheden om het werkgeverschapvan budgethouders te verlichten,•ten derde wil ik werken aan het principe dat mensen bij elke toegangs-deur de juiste weg naar passende zorg gewezen worden.B. Resultaten uit de afgelopen periode•Alle zorgkantoren zullen verplicht een pgb op maat gaan toepassen per1 januari 2025. De Regeling langdurige zorg is hiervoor gewijzigd. Ditpast in de beweging naar passende zorg. Budgethouders die al eenpgb hadden, krijgen een pgb op maat voor 2028.•Per 1 juli 2024 is de verplichte gewaarborgde hulp afgeschaft in deRegeling langdurige zorg. Nieuwe budgethouders kunnen zichsindsdien alleen nog laten vertegenwoordigen door een wettelijkvertegenwoordiger of gevolmachtigde. Budgethouders die al een pgbhadden, hebben de tijd om dit aan te passen tot uiterlijk 1 juli 2028.•Er is een handreiking pgb-tarieven sociaal domein ontwikkeld, waarinuniforme en transparante methoden zijn uitgewerkt voor gemeentenom tot toereikende tarieven te komen.•Steeds vaker wordt in de praktijk van de Zvw en Wmo pgb eenverlengde toekenning verleend in situaties van een stabiele zorgvraag.•In samenwerking met Per Saldo zijn pilots gestart waarin budgethou-ders en consulenten worden toegerust voor het werken met een pgb.•Het Zorginstituut Nederland heeft het addendum «Verduidelijking inzetouders bij kindzorg» opgesteld. Die gaat over de scheidslijn tussenzorg die van ouders verwacht mag worden én zorg die valt onder deverzekerde zorg uit de Zorgverzekeringswet (Zvw).1A. Agenda voor vereenvoudiging van het pgb 1. Informele zorg en hulp van naasten Uit gesprekken die met gemeenten zijn gevoerd, blijkt dat het begrip«informele zorg» in het pgb onduidelijk is. Om hier iets aan te doen, wil ikde komende periode de regels over informele zorg in het pgb, in elk gevalin het sociaal domein, herzien. Hiermee geef ik invulling aan de motie vanlid Westerveld over in hoeverre het informele tarief toereikend is voorzorgverleners zonder BIG- of KVK-registratie2 en beschouw ik deze alsafgedaan.In de Wmo2015 en de Jeugdwet bestaat de groep «informele zorgver-leners» feitelijk uit twee groepen die wezenlijk van elkaar verschillen,namelijk:•Personen die beroepsmatig zorg leveren maar lager gekwalificeerdzijn. Zij hebben bijvoorbeeld geen BIG of SKJ-registratie. Deze groepheeft vaak een mbo-achtergrond (mbo of langjarige praktijkervaring).•Personen uit het sociaal netwerk van de cliënt, zoals familie envrienden. Deze personen hebben veelal geen zorgopleiding.1Hierover is de Kamer op 3 oktober jl. geïnformeerd: Kamerstukken 34 104, nr. 3472Kamerstukken 2021/22 36 200 XVI, nr. 117Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3632 Deze groepen verschillen in kwalificatie en relatie tot de budgethouder,maar vallen in het pgb beide in de categorie «informeel pgb». De meestegemeenten hanteren voor deze beide groepen één tarief voor informelezorgverleners. Het gevolg hiervan kan zijn dat dit tarief voor de enezorgverlener te hoog is en voor de andere te laag. Met name dit laatsteheeft de afgelopen periode geleid tot Kamervragen en een aantal motiesover passende pgb-tarieven voor pgb-zorgverleners. Twee uitspraken vande Centrale Raad van Beroep3 hebben er toe geleid dat gemeenten alleinformele zorgverleners moeten belonen volgens de CAO-VVT (circa€ 24 p/u4). Voor gemeenten levert dit een verhoging op van kosten voorhet informele pgb. Vóór deze uitspraak konden gemeenten het informeeltarief namelijk ook baseren op het Wettelijk minimum loon (circa€ 14 p/u).Ik vind de verhoging van gemeentelijke tarieven voor informele zorgverdedigbaar voor de groep met een meerjarige zorgopleiding oflangjarige praktijkervaring, maar onwenselijk voor zorgverleners dieafkomstig zijn uit het sociaal netwerk van de budgethouder. Daarom wil ikhet mogelijk maken dat gemeenten onderscheid kunnen maken in detarieven voor beroepsmatig geleverde zorg en voor de zorg geleverd doorhet sociaal netwerk. Ik zal bezien of dit onderscheid ook voor de pgb’sbuiten het sociaal domein gemaakt moet worden.Een ander onderdeel van de oriëntatie op vereenvoudiging van het pgb,betreft de kleinere pgb’s in het sociaal domein. Uit onderzoek blijkt dat demeeste informele zorgverleners die via de gemeenten worden ingezetkleine bedragen verdienen met hun pgb-zorg5. Bij deze pgb’s is het devraag of de administratieve (pgb) lasten bij budgethouders, zorgverleners,verstrekkers en de SVB, opwegen tegen de baten. Dit geldt ook voor deinvesteringen in ICT. Ik verken daarom of in deze situaties eventueel een(verantwoordingsvrije) vergoeding, naar Vlaams of Duits model mogelijkis, met inachtneming van beleidsruimte van gemeenten. Dit is eenvou-diger dan een pgb en voor budgethouders een enorme lastenverlichting.2. Werkgeverschap Het pgb geeft ruimte om zelf zorg in te kopen op de gewenste momenten,bij zorgverleners die qua ervaring en deskundigheid het best bij debudgethouder passen. Deze vrijheid betekent óók dat de budgethouderzelf de zorgverleners aanstuurt. Door geldende wet- en regelgeving,ontstaat er een arbeidsrelatie tussen budgethouder en zorgverlener.Dat werkgeverschap is ingewikkeld omdat je als budgethouder een aantalbelangrijke plichten moet vervullen. Gelukkig zie ik dat de SVB budget-houders op veel werkgeverstaken ondersteunt. Dit begint al bij het doenvan de loonadministratie en de aangifte daarvan bij de Belastingdienst.Maar de budgethouder is uiteindelijk verantwoordelijk voor het uitvoerenvan goed werkgeverschap. Dit is geen gemakkelijke rol omdat de praktijkvan het pgb niet altijd passend is in het arbeidsrecht. Bijvoorbeeldwanneer de behoefte aan flexibiliteit bij budgethouders schuurt met dezekerheid voor zorgverleners.3CrvB d.d. 16/8/2023, zaaknummers 21/4010 WMO15 (huishoudelijke ondersteuning) en 20/3307WMO15 (individuele begeleiding)4Het genoemde bedrag is gemiddeld voor individuele begeleiding en ligt iets lager voorhuishoudelijke hulp.5KPMG 2021, Rapportage onderzoek financiering informele zorg – Een verdiepingsonderzoeknaar de aard van informele zorg die met een persoonsgebonden budget. Hieruit blijkt dat hetmerendeel van de zorgverleners een «inkomen» tussen de € 0 en € 500 per maand verdiend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3633 Om dit aan te pakken, start ik met een verkenning naar oplossingen.Tijdens deze verkenning verzamel ik alle goede ideeën, ingebracht doorpartijen uit de hele pgb-keten. Vervolgens kijk ik, met hen samen, of deze(juridisch) haalbaar en uitvoerbaar zijn en geen extra administratieve lastopleveren of niet binnen de bestaande financiële kaders passen. Met dezeverkenning geef ik invulling aan enkele moties van Kamerlid Agema overhoe het werkgeverschap voor budgethouders significant vereenvoudigdkan worden6.Het vinden van oplossingen is extra belangrijk omdat op dit moment eenwijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten wordtvoorbereid. Dit als gevolg van de voorgenomen wijziging van de Regelingdienstverlening aan huis (Rdah)7. Met dit wetsvoorstel wordt recht gedaanaan de rechterlijke uitspraak8 die stelt dat het gebruik van de Rdah binnenhet pgb voor indirecte discriminatie zorgt. De nieuwe regels zorgen ervoordat het aantal volwaardige arbeidsovereenkomsten in het pgb flink toe zalnemen. Om nu al zo goed mogelijk voorbereid te zijn op dit wetsvoorstel,tref ik voorbereidingen om budgethouders, zorgverleners en de pgb-ketenzo goed mogelijk hierover te informeren.3. Het gevoel van het kastje naar de muur gestuurd te worden Uw Kamer heeft mij via twee moties9 opgeroepen om de dienstverleningrichting budgethouders te verbeteren. In deze moties gaat het daarbij overhet gevoel van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Ik herken dathet voor budgethouders soms onduidelijk is hoe ze precies de zorg enondersteuning moeten regelen en bij welk loket ze dan moetenaankloppen. Dit is zeker het geval wanneer mensen te maken hebben metzorg en ondersteuning uit meerdere wetten. Ik neem dit signaal serieus.Daarom ben ik gestart met een bredere inventarisatie van de grootsteknelpunten voor budgethouders maar ook voor mensen die gebruikmakenvan zorg in natura. Hierbij wordt ook in kaart gebracht wat er al gebeurtom deze knelpunten op te lossen. Zo kan ik versterken wat er al loopt envaststellen wat aanvullend nodig is. Dit doe ik binnen de context van dewerkagenda bij de nationale Strategie VN-verdrag Handicap 2040. Hierheb ik uw Kamer op 9 december jl. een brief over gestuurd10.Tenslotte wil ik aandacht vragen voor de mogelijkheden die er al zijn ommensen die zorg nodig hebben te ontzien. Niets weerhoudt gemeenten enverzekeraars ervan om goed samen te werken bijvoorbeeld bij deindicatiestelling. Dit kan de belasting voor zorgvragers fors verkleinen,zoals ook bleek uit verschillende pilots. Ik noem hier Enschede-Zuid waarmet deze vorm van netwerksamenwerking is geoefend. De lessen vandeze werkwijze zijn vastgelegd in een handreiking die breed kan wordentoegepast. Ik zal de implementatie hiervan, in samenwerking met deBeroepsvereniging Verzorgenden Verpleegkundigen (V&VN), deVereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en ZorgverzekeraarsNederland (ZN), van harte ondersteunen.B. Resultaten uit de afgelopen periode De resultaten die sinds de laatste Kamerbrief (van 5 juli 2023) (Kamerstuk24 170, nr. 287) zijn behaald, beschrijf ik hieronder aan de hand van depgb-agenda van mijn ambtsvoorganger. Hierbij is ook een paragraaf6Kamerstukken 2021/22 25 657, nr. 349 en Kamerstukken 2023/24 29 282, nr. 5677Wetsvoorstel aanpassing Regeling dienstverlening aan huis (Rdah)8ECLI:NL:CRVB:2023:4819Kamerstukken 2021/2022, 25 657, nr. 346 -en- Kamerstukken 2021/2022, 25 657, nr. 34410Kamerstukken II 2023/24, 24 170, nr. 334Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3634 toegevoegd over het Addendum «Verduidelijking inzet ouders bijkindzorg» van het Zorginstituut NL.1. Toegang en toerusting Pgb op maat binnen de WlzIn de vorige brief informeerde de toenmalig verantwoordelijk Minister uover het Kabinetsbesluit dat zorgkantoren vanaf januari 2025 starten methet verplicht toekennen van een pgb op maat aan budgethouders binnende Wet langdurige zorg (Wlz). De regeling langdurige zorg heb ik hieropaangepast. Met pgb op maat streef ik naar passende zorg met behoud vaneigen regie. Zorgkantoren kennen een budget toe dat past bij dezorgvraag van de individuele budgethouder. Dit betekent dat niet meerautomatisch het totale basisbedrag wordt toegekend dat hoort bij deindicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg. Maar dat het zorgkantoorin overleg met de budgethouder bekijkt wat een bij de zorgvraagpassende zorginzet is. Eerder zijn in een pilot goede ervaringen opgedaanmet deze werkwijze voor nieuwe budgethouders. De introductie van pgbop maat voor alle budgethouders zal worden gevolgd en geëvalueerd.Ik heb ZN/zorgkantoren gevraagd zich tijdig voor te bereiden op hetimplementeren van deze werkwijze voor alle budgethouders. ZN heeft eenprojectplan opgesteld. Momenteel werkt ZN met de zorgkantoren enandere stakeholders aan een goede voorbereiding, uitvoering encommunicatie. Daarbij treffen zorgkantoren een zorgvuldige voorbe-reiding van budgethouders en zorgverleners op de overgang voorbestaande budgethouders naar pgb op maat.Ik vind het belangrijk dat de werkwijze pgb op maat zoveel mogelijkuniform wordt toegepast en er eenvoudige procedures worden ingericht.Ook in gevallen dat er acuut meer zorg nodig is, moeten budgethouderssnel duidelijkheid krijgen. Hierover maak ik afspraken met zorgkantoren.Daarnaast blijf ik in nauw contact met Per Saldo over signalen tijdens deinvoering.Gewaarborgde hulpIn de vorige Kamerbrief over het pgb11 bent u geïnformeerd over hetvoornemen om de gewaarborgde hulp (GH) te schrappen. Deze wijzigingis per 1 juli 2024 ingegaan met een wijziging van de Regeling langdurigezorg (Rlz). Budgethouders die al een pgb hadden, hebben de tijd om ditaan te passen tot uiterlijk 1 juli 2028. Voor het pgb wordt aangesloten bijde uitgangspunten en bestaande vertegenwoordigingsvormen in hetBurgerlijk Wetboek (BW). Zo borgen we dat de vertegenwoordiger vaneen budgethouder bevoegd is voor het verrichten van rechtshandelingennamens de budgethouder.Handelingsbekwame, pgb-vaardige mensen kunnen zelf het pgb-Wlzbeheren. Als de budgethouder zelf niet pgb-vaardig is, kan hij de hulpinschakelen van een pgb-vaardige gemachtigde. Het zorgkantoor bepaaltof de budgethouder pgb-vaardig is. Indien sprake is van handelingsonbe-kwaamheid beheert een door de rechter aangewezen pgb-vaardigewettelijk vertegenwoordiger het pgb.11Kamerstukken 2022/2023, 25 657, nr. 356Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3635 Gesprekeigenregie.nlIn maart 2024 is de website www.gesprekeigenregie.nl gelanceerd. Deinformatie op de website ondersteunt (aankomende) bewoners vankleinschalige wooninitiatieven en hun vertegenwoordigers om met dezorgaanbieder het goede gesprek te voeren over eigen regie. Op de sitekunnen zij een persoonlijke vragenlijst samenstellen met onderwerpen dievoor hen belangrijk zijn. Zo zijn er vragen over de dagindeling in eenwooninitiatief, over zeggenschap door cliënten en over de inzet van zorgen begeleiding. De vragenlijst helpt cliënten (en zorgaanbieders) bij het inkaart brengen en vormgeven van eigen regie in een kleinschalig woonini-tiatief. Dat draagt bij aan de juiste inzet van het pgb in wooninitiatieven,maar ook aan eigen regie in wooninitiatieven die werken met gecontrac-teerde zorg. Ik ben trots op het resultaat, dat samen met cliënten- enbrancheorganisaties tot stand kwam.Pilot toerusting budgethouders WlzDe pilot Toerusting kandidaat-budgethouders van Zilveren Kruis en PerSaldo is eind 2023 afgerond. Hierbij informeer ik uw Kamer over deresultaten. In de bijlage bij deze brief zend ik de eindrapportage mee12.In deze pilot boden Zilveren Kruis en Per Saldo extra voorlichting enondersteuning aan kandidaat Wlz-budgethouders en/of hun vertegen-woordigers. Die voorlichting en ondersteuning richtte zich op hetkeuzeproces voor een passende leveringsvorm: pgb of zorg in natura. Zowilden Zilveren Kruis en Per Saldo cliënten beter toerusten. Die toerustinggaat over een weloverwogen keuze en een beter beheer van het pgb. Metvragenlijsten zijn de ervaringen van de deelnemers onderzocht.Er was sprake van een lagere respons dan verwacht. Met 41 respondentenis voorzichtigheid geboden bij interpretatie van de resultaten:–Ten eerste bleek dat de helft van de respondenten al in de aanvraagvan de Wlz-indicatie informatie opvroeg bij onafhankelijke cliëntonder-steuning.–Ten tweede lijkt er bij cliënten ook na indicatiestelling, in de fase vanhet aanvragen van het pgb-Wlz, behoefte aan advies en ondersteuningte bestaan.–Ten derde merkte Per Saldo op dat deelnemers van de pilot minderpgb-kennis bleken te bezitten, dan zij zelf dachten; zij zijn «onbewustonbekwaam».–Ten vierde ontvingen enkele deelnemers aan de pilot informatie overhet pgb bij hun zorgverlener; dit kan zorgen voor onvolledige ofgekleurde informatie.–Ten slotte lijken cliënten tevreden met hun keuze voor het pgb; zeervaren geen problemen bij het beheren van het pgb.De opgedane kennis wordt meegenomen in verdere verbetering vancliëntondersteuning en het aanvraagproces.Huisbezoeken WlzZoals aangekondigd in de Kamerbrief van 23 december 2022 (Kamerstuk25 657, nr. 354), heeft een deel van de huisbezoeken door zorgkantoren deafgelopen twee jaar via videobellen plaatsgevonden. In deze periodeonderzocht ZN met zorgkantoren of een digitaal huisbezoek eenvolwaardig alternatief kan zijn voor een fysiek huisbezoek. Ook toetsten zijof een digitaal huisbezoek bijdraagt aan een doelmatigere uitvoering van12Zilveren Kruis en Per Saldo (29 december 2023), Pilot toerusting (kandidaat)Wlz-budgethoudersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3636 de Wlz. Uit de onderzoeksresultaten, die onlangs beschikbaar zijngekomen, blijkt dat een digitaal huisbezoek in sommige situaties eenvolwaardige vervanging kan zijn voor een fysiek huisbezoek. In diegevallen levert dit een bijdrage aan een doelmatigere uitvoering van deWlz. Er zijn echter ook omstandigheden waarin een fysiek huisbezoeknodig blijft. Zo is het belangrijk dat een budgethouder te allen tijde kankiezen voor een fysiek huisbezoek. Met ZN maak ik afspraken over desituaties waarin een digitaal huisbezoek kan worden overwogen enwanneer een fysiek huisbezoek nodig is. Met deze afspraken wordt hetdigitale huisbezoek als uitvoeringsoptie voor het zorgkantoor toegevoegd.Pilot toerusting budgethouders Wmo 2015 en JeugdwetIn mijn opdracht is Per Saldo in het sociaal domein een pilot gestart metzestien gemeenten. Inwoners die aangeven een pgb te willen, krijgen aanhet begin van het traject een training aangeboden. Deze pilot heeft alsdoel om budgethouders beter toe te rusten en goed te informeren voordatzij voor een pgb kiezen. Onderdeel van deze pilot is dat budgethoudersduidelijk wordt gemaakt welke taken en verantwoordelijkheden er komenkijken bij het beheren van een pgb. Zo kunnen zij een bewuste keuzemaken voor een pgb óf voor gecontracteerde zorg. Het beter toerustenvan budgethouders helpt om fouten te voorkomen.Aanvullend op deze toerusting van budgethouders organiseert Per Saldogoed bezochte en gewaardeerde trainingen voor consulenten van dedeelnemende gemeenten. Dit stelt hen in staat het goede gesprek tevoeren met potentiële budgethouders en draagt bij aan het doel vanbewust kiezen voor een pgb.Handreiking toereikende tarieven voor gemeentenGemeenten stellen bij de indicatie de hoogte van pgb’s vast. Bij hetbepalen van tarieven hebben gemeenten ruimte om te differentiërentussen zorgaanbieders, zzp’ers en ondersteuning vanuit het sociaalnetwerk. De tarieven moeten toereikend zijn zodat budgethouderspassend invulling kunnen geven aan hun zorgvraag. In de praktijk blijktdat gemeenten pgb-tarieven op verschillende wijze opbouwen. Daarbij isniet altijd transparant hoe een tarief tot stand komt en ontstaan soms(grote) verschillen tussen gemeenten.Om duidelijkheid te bieden over de opbouw van de pgb-tarieven heeftmijn voorganger in samenwerking met VNG, Per Saldo en BVKZ eenpraktische handreiking «toereikende pgb-tarieven sociaal domein» latenontwikkelen. De handreiking is als bijlage bij deze brief gevoegd. Daarmeeis invulling gegeven aan de moties van het lid Westerveld c.s.13 en het lidAgema14 en zijn deze twee moties afgedaan.In de handreiking worden methodische handvatten geboden om op basisvan kostencomponenten tot een toereikend pgb-tarief te komen. Daarbijblijft het voor gemeenten mogelijk om op passende wijze te differentiëren.Ook helpt het gemeenten in hun lokale verordening aan te geven hoe hetbetreffende tarief tot stand is gekomen. De handreiking is een welkomeaanvulling op het instrumentarium van gemeenten. Ik ga er van uit dat PerSaldo en de VNG samen erop toezien dat de handreiking breed verspreiden gebruikt wordt en het komende jaar tot wasdom komt in de lokaleuitvoeringspraktijk.13Kamerstukken 2021/22 25 657, nr. 34514Kamerstukken 2021/22 25 657, nr. 348Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3637 Passend beschikken bij gemeentenNet als de voormalig verantwoordelijke Minister ben ik van mening dateen passende, langere beschikkingsduur de norm zou moeten zijn voormensen met een stabiele zorgvraag. De Wmo 2015 en de Jeugdwetbieden ook de ruimte om langdurig te beschikken waar dat passend is.Toch waren er signalen dat gemeenten – ondanks een stabiele zorgvraag –regelmatig kortdurend beschikken. Daarom is ook hierover eenhandreiking gemaakt: Handreiking verrassend passend (vng.nl). Eeninventarisatie door de regioadviseurs van het platform sociaal domeinwees uit dat veel gemeenten aan de slag zijn met langdurig(er)beschikken, met name in de Wmo 2015. Dit beeld werd bevestigd tijdenswerkbezoeken die VWS aan dertig gemeenten heeft gebracht. Ik juich dezeontwikkeling toe: behalve dat dit rust geeft voor budgethouders, leidt hetook tot minder administratieve lasten bij budgethouders, gemeenten enuitvoerders zoals de SVB en het CAK. De motie van de leden Westervelden Krul, verzoekt de regering te regelen dat (in alle zorgwetten) langdurigeindicaties worden afgegeven voor mensen met een levenslange beperkingen deze cliënten inspraak te geven op de termijn waarbinnen herindicatieplaatsvindt15. Ik heb toegezegd uw Kamer hier in het eerste kwartaal van2025 nader over te informeren. In ieder geval ben ik blij dat veelgemeenten wel al uitvoering geven aan de oproep uit deze motie en dit inpraktijk brengen.Evaluatie verlengde toekenning Zvw-pgb in afrondende fasePer mei 2023 is de werkwijze verlengde toekenningen voor budget-houders met een chronische en stabiele zorgvraag in het Zvw-pgb gestart.Eerder is aan uw Kamer toegezegd dat de werkwijze en de inhoud van dehandreiking hierover wordt geëvalueerd. Het doel van deze evaluatie isom op basis van kwalitatieve ervaringen én kwantitatieve gegevens inbeeld te brengen hoe de huidige aanpak functioneert. Inmiddels is deevaluatie in de afrondende fase. De evaluatie zal op zeer korte termijnworden besproken met de bestuurlijke partijen rond het Zvw-pgb (V&VN,Zorgverzekeraars Nederland, per Saldo, VWS). Op basis van dit overlegbekijken we of de aanpak verder kan worden geoptimaliseerd. Ik zal uwKamer in het voorjaar van 2025 informeren over de evaluatie en mogelijkeoptimalisaties van de aanpak.2. Addendum verduidelijking inzet ouders bij kindzorg Zoals ik tijdens het debat over Medische Kindzorg 10 oktober jongstledenheb toegezegd, kom ik terug op de vragen die tijdens dat debat zijngesteld over het «Addendum – Verduidelijking inzet ouders bijkindzorg»16. Ook ga ik, zoals verzocht door het lid Bevers (VVD), in op debrief aan uw Kamer van de beroepsvereniging Verzorgenden en Verpleeg-kundigen (V&VN) en Kinderverpleegkunde.nl. Daarbij neem ik de signalenmee die ik ontving van verschillende kinderverpleegkundigen.Aanleiding addendumBetrokkenen bij de medische kindzorg, met name ouders, hebben vragenover de scheidslijn tussen zorg die van ouders verwacht mag worden énzorg die valt onder de verzekerde zorg uit de Zvw. De zorg van dezeouders is dat hun inzet bij de indicatie te vaak onder «vrijwillige zorg» valt.Daardoor kan het aantal uren lager uitvallen dan mogelijk is. In dat kader15Kamerstukken 34 104, nr. 38916Kamerstukken 34 104, nr. 413Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3638 is een motie aangenomen van het voormalig lid Agema (PVV)17 om meteen steekproef te onderzoeken of kinderverpleegkundigen te weinig urenindiceren. Ik vind het belangrijk dat zorg als zorg gezien wordt en dus ookzo geïndiceerd én vergoed wordt. Bij de indicatiestelling staat te allen tijdehet belang van het kind centraal: kinderen hebben recht op goedemedische zorg en ondersteuning. De onduidelijkheid over de bovenge-noemde scheidslijn, was de reden voor mijn voorganger het ZorginstituutNederland te vragen een addendum op te stellen. Ik benadruk dat hetaddendum geen wijziging van de aanspraak is. Het gaat enkel om eennadere uitleg is van de bestaande aanspraken. Met de publicatie van hetaddendum is de motie afgedaan.Vragen tijdens het debat van 10 oktober jongstledenHet addendum riep tijdens het debat enkele vragen op. Zo vroeg het lidJoseph (NSC) of de zinsnede «als ouders dit niet vrijwillig kunnen ofwillen leveren»18 uit het addendum geschrapt kan worden. Ik zie daargeen reden toe. Bij ieder indicatieproces voor verpleging en verzorging inde Zvw (ook als de zorg uiteindelijk in natura geleverd wordt) brengt dewijkverpleegkundige in kaart wat de omgeving zelf wil en kán doen. Erkunnen allerlei redenen zijn waarom de omgeving (zoals ouders) besluitom vrijwillig zorg te leveren buiten de inzet van betaalde zorgverlenersom. Bijvoorbeeld omdat ouders op minder momenten zorgprofessionalsover de vloer willen hebben. Of omdat zij hun gezinsritme niet willenaanpassen aan het schema van deze zorgprofessionals. Kortom: ouderskunnen – als zij door de kinderverpleegkundige bekwaam worden geacht –er altijd voor kiezen om een deel van de zorg vrijwillig buiten de indicatieom te leveren. Dit geldt voor het pgb, maar ook voor zorg die in naturawordt geleverd. Dat ouders een deel van de zorg zelf leveren, is echterniet afdwingbaar. Dit geeft ook antwoord op de vraag van lid Westerveld(GroenLinks-PvdA): «Wanneer geef je bepaalde zorg vrijwillig en wanneerdoe je dat als mantelzorger?». Zorg die onder de Zvw valt, wordt alleenvrijwillig geleverd als ouders daar actief voor kiezen. Zij hebben dus ookde keuze om de zorg volledig of voor het grootste deel door zorgprofessi-onals te laten leveren.Het lid Krul (CDA) vroeg of de term «geneeskundige context», die in hetaddendum wordt gebruikt, een versmalling van de aanspraak is van dewijkverpleging en of persoonlijke verzorging onder de aanspraak van dewijkverpleging valt. Het antwoord hierop is helder: de formulering over«geneeskundige context» is geen versmalling van de aanspraak. Omaanspraak te maken op zorg vanuit de Zvw is een behoefte aan genees-kundige zorg (of een hoog risico hierop) noodzakelijk. Dit is wat bedoeldwordt met de term «geneeskundige context». Als er eenmaal sprake isvan een geneeskundige context, valt ook persoonlijke verzorging onder deaanspraak van de Zvw. Daarnaast is het begrip «geneeskundige context»relevant in relatie tot de afbakening met de Jeugdwet. Als sprake is vaneen geneeskundige context betreft het Zvw-zorg. Zo niet, dan valt de zorgonder de Jeugdwet. Hiermee beantwoord ik ook de vraag van dhr. Krulmet betrekking tot de afbakening van de Jeugdwet ten opzichte van deZvw.De zorgen van kinderverpleegkundigenV&VN en Kinderverpleegkunde.nl hebben in hun brief hun zorgen geuitover het addendum. Zij vrezen dat publicatie van het addendum de17Kamerstukken 34 104, nr. 38918tekst addendum: «Kinderverpleegkundigen gaan tijdens de indicatiestelling na wat ouders ofhet netwerk zelf vrijwillig kunnen en willen doen»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 3639 kinderverpleegkundige expertise beperkt bij het organiseren vanpassende zorg voor het kind. Daarnaast heb ik van kinderverpleegkun-digen signalen ontvangen dat zij menen dat het addendum totongewenste situaties kan leiden. Kinderverpleegkundigen kunnen hierbijbijvoorbeeld het gevoel krijgen te moeten besluiten over het inkomen vande ouders, terwijl de zorgvraag van het kind centraal moet staan.Ik begrijp de zorgen van de beroepsgroep over de mogelijke gevolgen inde praktijk. Toch wil ik benadrukken dat het addendum juist bedoeld is ommeer duidelijkheid te creëren. Zowel voor ouders als voor de kinderver-pleegkundigen. Het addendum verduidelijkt wanneer de inzet van oudersbij zorg voor kinderen moet worden meegenomen in de indicatie voor deZvw en wanneer niet. Juíst de expertise van de kinderverpleegkundige ishierbij van belang. Zo is het aan de kinderverpleegkundige om duidelijkeverpleegdoelen te stellen. En om vast te stellen of ouders over voldoendekennis en kunde beschikken om de zorg te leveren. Dit doet zij vanuit haarprofessionele autonomie en ervaring. Het indicatieproces verloopt via deHandreiking Indicatieproces Kindzorg (HIK). Hierbij staat het belang vanhet kind centraal en wordt rekening gehouden met de vier kinderleefdo-meinen: medisch, ontwikkeling, sociaal en veiligheid. Om dit te kunnenbeoordelen is het belangrijk dat verpleegkundigen het gezin thuis kunnenbezoeken en in een veilige omgeving hun werk kunnen doen. Als dat nietmogelijk is, kan er geen indicatie worden gesteld.Een kinderverpleegkundige beoordeelt dus of ouders voldoende kennis enkunde hebben om de zorg te kunnen leveren. En natuurlijk ook of dezezorg door de ouders in overeenstemming met de wens van het kind zelfis. Als dit niet het geval is, bijvoorbeeld als verpleegdoelen in onvol-doende mate gehaald worden, wordt dat deel van de zorg overgenomendoor een professionele zorgverlener. Het is aan de indicerend kinderver-pleegkundige om de balans tussen draagkracht en draaglast van het gezinin de gaten te houden. Als een gezin uit balans dreigt te raken, bijvoor-beeld door overbelasting van de ouders, is het ook aan de kinderverpleeg-kundige om tijdig in te grijpen. Dit is in het belang van het kind. Belangrijkhierbij is dat de kinderverpleegkundige – ook na de indicatiestelling –betrokken blijft bij het gezin om zo de zorg te kunnen monitoren enevalueren.ConclusieSamenvattend herhaalt het addendum dat kinderverpleegkundigen nietkunnen bepalen wélk deel van de Zvw-zorg voor een kind vrijwillig doorouders kan worden gedaan. Zij kunnen het aantal uren op de indicatie omdie reden dan ook niet verminderen. Hiermee kom ik tegemoet aan demotie Agema. De kinderverpleegkundige heeft wél een dusdanige regieroldat zij kan aangeven wanneer de Zvw-zorg van ouders niet (meer) naarbehoren wordt geleverd. Vanuit het belang van het kind moet dit dan opeen andere wijze worden vormgegeven. Dit kan, in situaties waarin de kijkop wat nodig is verschilt, tot spanningen leiden tussen ouders en deregie-voerende kinderverpleegkundigen. De rol van de kinderverpleeg-kundige kan hierdoor soms onder druk komen te staan. Daarom ben iksamen met het Zorginstituut in gesprek met Kinderverpleegkunde.nl,V&VN en stichting Kind en Ziekenhuis. Zij bespreken wat de kinderver-pleegkundigen in deze specifieke (en gelukkig niet veelvoorkomende)situaties nodig hebben om hun rol te kunnen vervullen. Daarbij staat hetbelang van het kind voorop. Gekeken wordt of nieuwe bestuurlijkeafspraken kunnen helpen en ook of de voorlichting over pgb beter kan.Bijvoorbeeld door niet alleen de rechten, maar ook de plichten enverantwoordelijkheden van ouders te benoemen. Ik beschouw de vraagvan dhr. Bevers hiermee als beantwoord. Ik zal uw Kamer op de hoogtehouden van de voortgang op dit dossier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 36310 3. Ondermijning in de zorg en gegevensuitwisseling Ondermijning in de zorgMet de Kamerbrief van 27 juni jl. is uw Kamer geïnformeerd over deverwevenheid van (zware) criminaliteit en de zorg. Dit is ook voor hetpgb-domein relevant. Zoals in die brief aangegeven, wordt u geïnfor-meerd over de acties die onder andere ministeries, toezichthouders enopsporingsdiensten uitvoeren in de aanpak van ondermijning in de zorg19.Deze problematiek gaat verder dan het zorgdomein en zorgfraude envraagt dan ook een brede integrale aanpak.Gegevensuitwisseling SVBTijdens het commissiedebat Goed bestuur en toezicht van 4 oktober 2023heeft mijn voorganger toegezegd de Kamer te informeren over deuitkomst van de gesprekken met de SVB over gegevensuitwisseling en dejuridische grondslagen daarvan. De SVB heeft VWS namelijk gevraagd omde grondslagen voor gegevensuitwisseling met verstrekkers in de Wlz,Zvw en Jw te harmoniseren met de Wmo 2015. VWS heeft besloten omde grondslagen te harmoniseren. Dit doet VWS om duidelijkheid tescheppen in de grondslagen op basis waarvan de SVB gegevens maguitwisselen met verstrekkers van een pgb, waaronder ook signalen vaneventueel misbruik en oneigenlijk gebruik van een pgb. Het benodigdewetgevingstraject zal komend jaar worden gestart. Hiermee is detoezegging van de voormalig Minister van VWS over de uitkomst van degesprekken met de SVB over gegevensuitwisseling en de juridischegrondslag daarvan, afgedaan20.4. Wooninitiatieven Ongeveer één op de zes budgethouders in de Wlz bundelt het pgb enkoopt gezamenlijk zorg in binnen een wooninitiatief. Over deze geclus-terde inzet van het pgb is op 12 juni jl. een Kamerbrief gestuurd21.5. Implementatie PGB2.0 De implementatie van het PGB2.0-systeem bij alle gemeenten (voor pgb’suit de Wmo 2015 en de Jeugdwet) loopt vertraging op. De belangrijkstereden hiervoor is de grote impact van de aanpassing van de Regelingdienstverlening aan huis (Rdah) op de IT-capaciteit en dienstverlening vande SVB. Het is niet mogelijk beide werkzaamheden tegelijk uit te voeren. Ikgeef prioriteit aan de werkzaamheden in het kader van de aanpassingRdah. Op dit moment wordt verkend wat wel in 2025 kan, zoals hetaansluiten van achterblijvers. Er wordt tegelijkertijd verder gewerkt aanalle randvoorwaarden voor een succesvolle implementatie bij allegemeentelijke verstrekkers vanaf 2026. De budgettaire gevolgen hiervanworden in kaart gebracht. De toezegging van de voormalig Minister vanVWS over de planning en voortgang van de aansluiting van gemeentenop PGB2.0 is hiermee afgedaan22.Ik heb uw Kamer eerder geïnformeerd dat we toewerken naar hetoverdragen van de verantwoordelijkheden voor structureel beheer enontwikkeling van het PGB2.0-systeem. De SVB is hiervoor de beoogdepartner (Kamerstuk 25 657, nr. 329). Ook heb ik u geïnformeerd over de19Kamerstukken 2023/24, 28 828, nr. 13720Kamerstukken 2023/24, 32 012, nr. 5121Kamerstukken 2023/24, 25 657, nr. 36022Kamerstukken 2023/24, 32 012, nr. 51Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 36311 stappen die VWS en SVB zetten om te beoordelen of, en zo ja onder welkecondities, de SVB in staat zal zijn om PGB 2.0 in beheer te nemen(Kamerstuk 25 657, nr. 354). Met de SVB wordt momenteel toegewerktnaar een gezamenlijke roadmap met mijlpalen voor de besluitvormingover de overdracht van PGB2.0. Deze zal in Q1 2025 besproken worden inde driehoek, ook met SZW. Tot deze overdracht werken we aan debestendigheid van de tijdelijke beheerorganisatie binnen VWS.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V. MaeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 25 657, nr. 36312

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7c4818a256007d7d

14 okt 2026 · f04bb9b1d43f91aa

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.