Verslag van een hoorzitting, gehouden op 3 maart 2025, over het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen
Brontekst
Versie be5c48c1bdab9b17 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 015Kindermishandeling31 839JeugdzorgNr. 302 VERSLAG VAN EEN HOORZITTINGVastgesteld 4 april 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 3 maart 2025 gesprekkengevoerd over het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeldmeisje in Vlaardingen.Van deze gesprekken brengen de commissies bijgaand geredigeerdwoordelijk verslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,MohandisDe voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,PoolDe griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,Esmeijer kst-31015-302ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3021 Voorzitter: MohandisGriffier: SjerpAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bruyning, Crijns, Dral, ElAbassi, Krul, Mohandis, Rikkers-Oosterkamp, Van der Werf en Westerveld,alsmede de heer Croiset van Uchelen, de heer Van Dooren, mevrouwKamphuis, de heer Van de Koot, mevrouw Reinhard, mevrouw Seighali,de heer Teeven en mevrouw Westeneng.Aanvang 11.00 uur.Blok 1: Woordvoerder namens de familie van het meisjeGesprek met:−mevrouw Martine Kamphuis, casemanager van SlachtofferhulpNederlandDe voorzitter:Ik heet u allen hier aanwezig maar ook allen die dit op afstand volgen,welkom bij deze hoorzitting over het onderzoek naar de pleegzorg van hetmishandelde meisje in Vlaardingen. Voordat ik de Kamerleden degelegenheid ga geven om de woordvoerder namens de familie tebevragen, is het goed om u even mee te nemen in het waarom. Decommissie voor VWS houdt vandaag een hoorzitting over het onderzoeknaar de pleegzorg van het mishandelde meisje in Vlaardingen. Decommissie heeft verschillende organisaties en vertegenwoordigersuitgenodigd om hieraan deel te nemen, met in het eerste blok, zoals ik alzei, de woordvoerder namens de familie van het meisje en dan de politie.Daarna hebben we een korte onderbreking, en gaan we naar Veilig Thuis,de pleegzorgorganisatie Enver en de William Schrikker Stichting. Dedoelstelling van deze hoorzitting is vooral dat de commissie beoogt meerinformatie op te halen over de gebeurtenissen en de misstanden die totde ernstige mishandeling van het meisje in Vlaardingen hebben geleidterwijl zij onder de zorg van de Nederlandse Staat viel.Verder is het goed om te weten dat er tot nu toe zes fracties zijn aange-schoven; dat kunnen er straks altijd meer worden. Links van mij zittenmevrouw Van der Werf van D66, mevrouw Bruyning van NSC, mevrouwDral van de VVD, de heer Crijns van de PVV, mevrouw Westerveld vanGroenLinks-Partij van de Arbeid en de heer Krul van het CDA.Ook goed om te weten is dat er een plenair debat staat gepland, altijd inconcept. In ieder geval staat het plenaire debat gepland voor aankomendewoensdag om 10.15 uur.Bij een hoorzitting is het gebruikelijk dat we één vraag per fractie stellen.Er mag een verduidelijkende vraag worden gesteld op de eerste vraag,maar het is niet de bedoeling dat u daar een nieuwe tweede vraag vanmaakt. Alle leden krijgen dan de gelegenheid om meerdere vragen testellen.Ik heet ook van harte welkom mevrouw Kamphuis namens de familie. Wegaan gelijk beginnen. Ik geef het woord aan D66 om de eerste vraag testellen.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan mevrouw Kamphuis voor haar komsten aan alle anderen die vandaag in deze zaal zitten. Ik zou een vraag aande biologische moeder – ik zou misschien gewoon moeten zeggen: demoeder – van dit pleegmeisje willen stellen via u. Ik kan me voorstellendat zij ook wel de behoefte voelt om iets met ons te delen, iets wat wemisschien nog niet hebben gelezen, en dat zij misschien ook reflectiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3022 heeft naar aanleiding van het onderzoeksrapport. Die gelegenheid zou ik ugraag willen geven.Mevrouw Kamphuis:Dank u wel. Vanuit mijn rol als casemanager bij Slachtofferhulp spreek ikregelmatig met moeder en ook met anderen rondom moeder. Ik denk datze allereerst zou willen overbrengen aan u allen dat zij heel dankbaar isdat deze gelegenheid geboden wordt en dat er zo veel aandacht voor dezezaak is, niet alleen voor haarzelf maar ook voor de andere betrokkenen.Hopelijk leidt dit ook tot een verandering in de toekomst, zodat dit soortvreselijke dingen nooit meer hoeft te gebeuren.Ingaand op uw vraag. Sinds het uitkomen van het rapport – dat wasdaarvoor natuurlijk ook al een gevoel, maar zeker sinds het rapport – ismoeder vooral echt in shock over hoe dit haar kinderen nog heeft kunnengebeuren. Als je kijkt naar de eerdere plaatsingen, met name de plaatsingvan de jongetjes en hoe die verlopen is, dan is het eigenlijk bizar dat erdaarna überhaupt nog kinderen geplaatst zijn in dit gezin. Ik denk dat datgevoel momenteel overheerst voor moeder.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel voor dit antwoord. Waar heeft zij zich het meest oververbaasd?Mevrouw Kamphuis:Als je het rapport leest, zie je heel duidelijk dat er bij de plaatsing van debroertjes al het een en ander misgegaan is. Een van de jongetjes is al vrijsnel daar weggegaan en de andere twee jongetjes gingen na een aantalmaanden weg. Er waren grote zorgen over die plaatsing. Eigenlijk lees jein het inspectierapport dat het niet alleen een herhaling van zetten isgeweest van deze pleegouders, maar dat ook de informatie tussenverschillende instellingen dus zo slecht gedeeld is dat dit weer heeftkunnen gebeuren. Dat vond moeder bijzonder confronterend.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende vraagsteller. Dat is mevrouwBruyning van de NSC-fractie.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil mevrouw Kamphuis bedanken voor haaraanwezigheid vandaag. De vraag die ik via haar eigenlijk aan de moederwil stellen, is wat voor gevoel moeder heeft gehad bij de communicatie entransparantie vanuit de betrokken instanties richting haar over deveiligheid van haar kind.Mevrouw Kamphuis:Ik denk dat je dit moet opsplitsen in twee periodes: de periode dat er nogeen ots was en de periode dat het gezag bij moeder weggenomen is. Inbeide periodes heeft moeder de communicatie heel moeizaam gevonden.Eigenlijk geeft zij nog steeds aan dat ze de originele reden van uithuis-plaatsing helemaal niet goed kent. Daar hebben de instanties tot nu toeook geen antwoord op kunnen geven. De samenwerking is altijdmoeizaam, denk ik, als je eigen kinderen onder de verantwoordelijkheidvan iemand anders vallen. Je doet er alles aan om jezelf te bewijzen, omde situatie ongedaan te maken. In dit geval heeft moeder, denk ik, heelvaak signalen proberen te geven. Dat deed ze niet altijd op de juistemanier, maar als er niet naar je geluisterd wordt, raak je heel gefrustreerd.Zij heeft nog steeds het gevoel dat er niks met die signalen gedaan is. Inde periode waarin moeder geen gezag meer had, is die afstand eigenlijkalleen maar groter geworden. Natuurlijk doen individuele werkers hunTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3023 best om moeder te informeren, maar moeder mist daarin wel demenselijkheid en het naast haar staan.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Dral, VVD-fractie.Mevrouw Dral (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw aanwezigheid, mevrouwKamphuis. Het is heel belangrijk dat u de moeite heeft genomen om hierte kunnen zijn. Ik ben inderdaad enorm geschokt. Eigenlijk is de vraag dieik wilde stellen al door mevrouw Van der Werf gesteld. U zei net al ietsover dat de moeder het fijn vindt dat er aandacht aan besteed wordt enover dat we moeten voorkomen dat dit weer op deze manier gebeurt.Daarmee ben ik het helemaal eens. Kunt u misschien aangeven of demoeder heeft aangegeven wat voor haar het meest zwaarwegende isgeweest? Wat zou volgens haar helpen? Wat heeft zij gezien en ervaren,zodat dit kan worden voorkomen?Mevrouw Kamphuis:Dat is in de gesprekken met de moeder geen prioriteit. Ik vind het dus heellastig om hierop te antwoorden, want ik denk dat ik dit dan zou gaaninvullen. Dat ga ik dus ook niet doen. Onze gesprekken gaan vooral overhoe het met haar kinderen gaat, hoe het met haar gaat en wat er op haarafkomt. Dat is al voldoende om te behappen voor deze moeder. Ik kandaarover dus geen inhoudelijke suggesties geven namens de moeder.De voorzitter:De heer Crijns, PVV.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw komst naar de Tweede Kamer.Ik heb een vraag, namelijk: zijn er specifieke aanbevelingen die Slachtof-ferhulp heeft of die de moeder heeft voor de politiek om slachtoffers in detoekomst beter te beschermen?Mevrouw Kamphuis:Ik denk dat het in mijn rol bij Slachtofferhulp niet aan mij is om daaraanbevelingen over te doen. Voor de moeder is dat een te grote vraag,denk ik. Zij kan de consequenties niet overzien. Nogmaals, wij voeren ookgeen gesprekken op dat niveau met elkaar. De gesprekken gaan vooralover de ondersteuning van de moeder.De voorzitter:Mevrouw Westerveld, GroenLinks-PvdA.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Veel dank voor uw komst naar de Tweede Kamer. Ik hoop ook dat demoeder en de familie zich een klein beetje gesterkt voelen door deaandacht die hiervoor is. Ik zou heel graag van u willen weten in hoeverreer voldoende contact was. Nou ja, «voldoende» ... In hoeverre was ercontact mogelijk tussen de moeder en het pleegmeisje? In principehebben kinderen natuurlijk het recht om hun biologische ouders te blijvenzien.Mevrouw Kamphuis:Nou, dat contact was moeizaam. In het begin was er wel contact, maar datis al vrij snel spaak gelopen, denk ik. Dat had ook te maken met deonderbuikgevoelens van de moeder, die zij ook uitte naar deze pleeg-ouders. Daardoor zijn er af en toe, denk ik, ook vervelende voorvallengeweest. Vanuit moeder gezien hebben deze pleegouders dat ook opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3024 scherp gezet door haar te beschuldigen van dingen die niet gebeurd zijn.Dat was voor de instanties een reden om het contact tussen de pleeg-ouders en moeder meer afstand te geven. Dat is in ieder geval hoemoeder het ziet. Er is naar mijn weten, maar dit zeg ik even uit mijnhoofd... Moeder had nog een dochter. Die is op een gegeven moment welelders samen met moeder in begeleiding gegaan en dit meisje mochtdaarna gelukkig ook weer thuis bij haar moeder wonen. Maar doordat delocatie van dit hulptraject elders was, was het contact toen heel ergmoeilijk. Op het moment dat moeder met haar jongste dochter weerterugkwam in de regio waar zij zelf woonde, was de afspraak dat hetcontactherstel tussen de oudere zus en het jongste zusje prioriteit moesthebben. Maar in de praktijk heeft dat minimaal plaatsgevonden. Eenmaand daarna is het meisje al opgenomen in het ziekenhuis.De voorzitter:Een verhelderende vraag van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Kamphuis, u zei dat de moeder al bepaalde onderbuikgevoelenshad. We kunnen dat ook teruglezen in de rapporten. Heeft dat ermisschien ook voor gezorgd dat de pleegouders liever niet hadden dat demoeder contact had met het meisje? Ik begrijp dat u niks wilt invullen,maar ik ben even op zoek naar in hoeverre... Ik kan me voorstellen dat jeals ouder contact wilt met je kind. Daar heb je in principe ook recht op. Ermoet een hele zwaarwegende reden zijn om dat contact te verbreken. Ugaf aan dat er al bepaalde gevoelens waren over dat er dingen nietklopten. Als dat een reden was om het contact stop te zetten, dan is ernatuurlijk wel een hele grote fout gemaakt.Mevrouw Kamphuis:Wij kunnen aan deze kant, aan de kant van moeder en haar hulpverleners,niet beoordelen of dat de reden was, maar het voelde wel zo: omdatmoeder moeilijk deed en lastig was, werd ze buitenspel gezet, zowel doorde pleegouders als door de betrokken organisaties.De voorzitter:Dank u wel. De heer Krul van het CDA.De heer Krul (CDA):Heel erg veel dank voor uw komst naar de Tweede Kamer. Ik ga een beetjedoor op de vraag van mevrouw Bruyning en mevrouw Westerveld. Welezen in het rapport dat het contact vanaf het begin eigenlijk al moeizaamwas en dat de instanties de positie innamen dat men vooral blij moest zijndat er überhaupt een pleeggezin gevonden was. Misschien was er daaromook geen kritische blik. Ik ben heel benieuwd of de moeder dat gevoel ookheeft gehad, dat ze vanaf het begin niet alleen tegenover de pleegoudersstond, maar ook tegenover de instanties.Mevrouw Kamphuis:Voordat het meisje in het betreffende pleeggezin werd geplaatst, hebbende zusjes eerder in een crisispleeggezin gezeten. Een crisispleeggezin iseindig. Daar is een tijdsperiode aan verbonden. In dat pleeggezin ging hetheel erg goed. Moeder heeft toen ook aan de instanties gevraagd of datniet verlengd kon worden. Dat bleek niet mogelijk en toen is dezedoorplaatsing geregeld. Ik heb daar niet uitgebreid over gesproken metmoeder, maar de indruk bestaat wel dat het contact toen beter was. Bij ditlaatste pleeggezin, waarvan de ouders nu vastzitten, is de kink in de kabelgekomen, ook wat betreft het contact.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3025 Misschien is het goed om te vermelden dat collega Rikkers van deBBB-fractie en de heer El Abassi van de fractie van DENK ook zijnaangeschoven. Ik geef het woord aan mevrouw Rikkers van de BBB.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Kamphuis, dank u wel dat u hier bent endat u dit verhaal wilt doen. Hoe is het contact tussen de familie en dejongere nu?Mevrouw Kamphuis:Sinds het meisje in mei 2024 is opgenomen in het ziekenhuis is erregelmatig contact. Na een eerste periode waarin er helemaal geencontact kon zijn vanwege medische omstandigheden is er nu in principewekelijks contact. Moeder ziet haar dochter een halfuurtje per week onderbegeleiding. Haar zusje is daar ook vaak bij. Met name dat contact methaar zusje is heel positief.De heer El Abassi (DENK):Ik hoorde mevrouw Kamphuis aangeven dat het niet helemaal duidelijk iswaarom het kind uit huis geplaatst is. Kan mevrouw Kamphuis daar ietsmeer over vertellen?Mevrouw Kamphuis:Ik ben zelf natuurlijk pas betrokken geraakt bij het gezin nadat het incidenthad plaatsgevonden, maar ik begrijp van moeder dat het bij de allereersteuithuisplaatsing vrij plots gegaan is. De kinderen stonden toen al ondereen ondertoezichtstelling, die eigenlijk zou aflopen. Twee dagen voordatdeze afliep, zijn de meisjes weggehaald. Moeder geeft daar in gesprek metmij en anderen nu over aan dat zij nog steeds niet helder heeft wat deoriginele aanleiding was. Die vraag zou zij graag voor haar eigenverwerking ook nog beantwoord zien.De voorzitter:Een soort van verhelderende vraag op uw eerste vraag, meneer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik stelde die vraag ook omdat ik mevrouw Kamphuis ook hoordeaangeven – dat heb ik er in ieder geval uit gehaald – dat moeder er niethelemaal comfortabel mee was, of het er eigenlijk niet mee eens was dathet kind uit huis werd geplaatst. Ik proefde bij de instellingen dan wel eenbepaalde dwang om het kind toch uit huis te plaatsen, die ik niet proefdeop het moment dat het kind meerdere malen kwam aankloppen met dat erproblemen waren. Kan mevrouw Kamphuis daar iets meer over vertellen?Mevrouw Kamphuis:Kunt u iets helderder maken waar u naar op zoek bent?De heer El Abassi (DENK):Ik probeer het iets helderder te maken. Ik merk dat het aan de voorkantniet helemaal helder is waarom het kind uit huis is geplaatst. Toch hebbende instanties, die daar best stevig in waren, gezegd dat dit kind uit huisgeplaatst moest worden, terwijl we eigenlijk nergens uit op kunnen makenwaarom dat gebeurd is. Andersom waren er wel heel veel signalen omhet kind weg te halen bij het pleeggezin, en daar is juist niet opgehandeld. Ik vind dat heel moeilijk om te begrijpen. Misschien kunt udaar iets meer over vertellen.Mevrouw Kamphuis:Nou ja, ik denk dat ik namens de moeder kan zeggen dat zij het daarabsoluut mee eens is. De frustratie van moeder zit hem vooral in het nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3026 weten van die eerste aanleiding. Daarna zijn er natuurlijk anderegesprekken geweest, dingen gebeurd en redenen aangevoerd in een laterstadium. Maar als zoiets je kinderen overkomt, blijf je ook terugkijken, zovan: wat als er hier of daar een ander besluit genomen was? Moedervraagt zich dat wel af. Als er toen andere hulp ingezet was, bijvoorbeeldintensiever thuis, waren we – gevolg op gevolg – waarschijnlijk nietuitgekomen waar we vandaag zitten. Dat is denk ik vooral een moeilijkgevoel voor moeder, waarin heel veel frustratie zit, zo van: als er toenbeter uitgelegd was, beter gezegd was wat de reden is, wat de doelen zijn,had moeder daar veel gerichter mee aan de slag gekund en haddenmisschien vervolgstappen anders gelopen.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij een volgende ronde aan de zijde van deKamer. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Een van de conclusies van het onderzoek is dat – ik citeer – «vanaf deplaatsing in het pleeggezin er voor dit meisje geen passende hulp enbegeleiding is geweest (...) Met het meisje is onvoldoende gesproken ener is onvoldoende naar haar geluisterd.» Kunt u aangeven hoe vaak erdoor de moeder van het pleegmeisje en misschien ook andere personenuit haar directe omgeving aan de bel is getrokken? Bij welke instantiesheeft moeder meldingen gedaan: instellingen, de politie? Heeft zemisschien ook foto’s laten zien? Over hoeveel meldingen hebben we hetdan binnen een bepaald tijdsbestek?Mevrouw Kamphuis:Ik kan u geen antwoord geven op de vraag over het aantal meldingen enpogingen, want we zijn verhalend met elkaar in gesprek. Het is voor mijen voor moeder in ons gesprek momenteel niet belangrijk hoe vaak zijzoiets heeft gedaan. Dat zou u misschien aan anderen kunnen vragen diena mij spreken. Wel kan ik samenvattend vertellen wat ik heb gehoord vanmoeder. Zij heeft zowel met de voogdijinstelling als met de jeugdbe-schermers met wie zij contact heeft gehad – dat zijn er ook een aantalgeweest in die hele periode – regelmatig appcontact gehad. Daarinstuurde moeder bijvoorbeeld fotootjes en dingen als «goh, ik zie hier eenlitteken, hoe is dat gebeurd?», «volgens mij was dit plekje er nog niet» en«wat zie ik op deze foto?» Daar kwam dan een verklaring voor van depleegouders, die jeugdzorg terugcommuniceerde naar biologischemoeder. Op dat moment is moeder uitgegaan van de kundigheid van deinstanties en het contact van de instanties met het meisje en het pleeg-gezin, want zij kon daar zelf rechtstreeks niet veel mee. Als je dan eenantwoord krijgt, ga je ervan uit dat dat klopt. Maar in het licht van hetrapport is het heel cru dat het op deze manier is gelopen en dat ook deuitingen die haar dochter zelf heeft gedaan wel opvolging hebben gehad,maar wel vanuit een bepaalde tunnelvisie, zoals je ook leest in hetinspectierapport. Ik denk dat een aantal partijen daarbij heel terechthebben gehandeld, hebben opgeschaald en het hebben gemeld, maar deeindverantwoordelijke heeft daar vervolgens andere dingen mee gedaandan je had gehoopt, nu achteraf gezien, denk ik. Sorry, ik zeg «denk ik»,maar ik bedoel dit vanuit de gesprekken met moeder. Ik weet dat moederbijvoorbeeld ook een aantal keer een anonieme melding heeft gedaan bijde politie, omdat zij het gevoel had dat er niet naar haar geluisterd werden dat het niet serieus genomen werd als ze haar naam noemde. Daaromheeft ze het op een andere manier geprobeerd. Maar ook daar is geengevolg aan gegeven, voor zover moeder kan overzien.De voorzitter:Nog een verhelderende vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3027 Mevrouw Van der Werf (D66):Ik denk dat het goed is om te constateren dat moeder dus stelselmatighaar zorgen heeft geuit, zelfs ook met bewijsmateriaal in de vorm vanfoto’s. Zij heeft daar zeker terecht – zo blijkt nu – kritische vragen overgesteld. Maar daar is dus eigenlijk niets mee gedaan. De verklaringen vande pleegouders zijn boven de verklaringen en de kritische punten diemoeder en het meisje op tafel hebben gelegd, gehouden.Mevrouw Kamphuis:Ik denk niet dat het voor moeder mogelijk is om te zeggen of daar wel ofniet iets mee gedaan is, want daar heeft zij geen zicht op, denk ik. Er is welantwoord gegeven aan haar, maar in retrospectief zijn dat natuurlijk geenbevredigende antwoorden geweest. Maar ja, wij durven ook niet tezeggen of er niks mee gedaan is, want dat heeft niet plaatsgevonden aande kant van moeder.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik heb even een vraagje over het volgende. Toen de raad had geadviseerdom het kind daar alsnog te laten blijven, is er toen ook nog contactgeweest met moeder? Waarschijnlijk is dat gebeurd nadat het gezag isafgenomen. Is er toen nog op enige manier contact geweest met moedervanuit de Raad voor de Kinderbescherming, om dat met haarbespreekbaar te maken? Heeft zij als moeder ook de gelegenheid gehadom haar zorgen of eventueel haar zienswijze daarop te geven?Mevrouw Kamphuis:Daar kan ik u geen antwoord op geven, want dat is mij niet bekend. Ik hebdat niet zo in detail met moeder besproken.Mevrouw Dral (VVD):Voor nu heb ik over dit onderwerp geen vragen meer aan u. Ik wil welvooral de moeder en de kinderen heel veel sterkte wensen. Ik denk dat ervoor ons als volksvertegenwoordigers een hele belangrijke taak ligt om tezorgen dat dit nooit meer gebeurt.Mevrouw Kamphuis:Namens moeder: dank u wel.De heer Crijns (PVV):Wat zijn de belangrijkste knelpunten die moeder heeft ervaren in dezezaak, om het zo maar even te zeggen?Mevrouw Kamphuis:Uit de gesprekken komt, denk ik, vooral naar voren dat dat toch het gebrekaan een luisterend oor is, aan het naast moeder staan, ook al had zijmisschien geen gezag meer; het gaat nog steeds over haar kind. Eenander belangrijk punt dat vandaag nog niet genoemd is, is dat er in eersteinstantie in de familie ook wel ruimte was voor een netwerkplaatsing. Inhet allereerste begin kon dat niet, omdat deze mensen toen eenverbouwing hadden thuis. Maar zij hadden wel aangegeven dat diesituatie na twee maanden anders zou zijn. Ik begrijp van moeder dat eenrechter in een van de familierechtszittingen ook de uitspraak heeft gedaandat daar onderzoek naar gedaan moest worden. Bij weten van moeder enhaar familie is dat verder nooit opgepakt. Dat is opnieuw zo’n bepalendpunt waarop er een heel andere afslag had kunnen worden genomen.De voorzitter:Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3028 Kinderen hebben natuurlijk ook het recht om gehoord te worden. Ik vondhet heel confronterend om zo duidelijk in het inspectierapport terug telezen dat ze niet werd gehoord, maar ook niet werd geloofd. Als dat welwas gebeurd, had het natuurlijk ook heel anders uitgepakt. MevrouwKamphuis, ik zou u willen vragen waar dat mee te maken kan hebben.Waren de organisaties niet goed ingericht? Kwam het door de proble-matiek waar zij mee te maken had? Of had het een andere reden dat ze opgeen enkele plek gehoord en geloofd is?Mevrouw Kamphuis:Ik denk dat ik daar vanuit mijn positie heel lastig antwoord op kan geven.Ik denk dat het meisje wel pogingen heeft gedaan om zich gehoord tevoelen. Het is niet aan mij om te beoordelen hoe het komt dat daar geenopvolging aan gegeven is, of in elk geval niet op een manier die dezeuitkomst had kunnen voorkomen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Als je naar de wet kijkt, zie je dat kinderen in principe ook recht hebben opeen vertrouwenspersoon. Ik las in het inspectierapport dat het ook hieraanontbrak, dat er geen vertrouwenspersoon aan haar werd toegewezen. Ikkan u nu vragen hoe dat komt, maar dat weet u natuurlijk ook niet. Maarin hoeverre was er ergens iemand waar ze wel naartoe kon? Voorkinderen die tijdelijk of voor langere tijd uit huis zijn geplaatst, lijkt het menamelijk heel hard nodig dat er ergens een onafhankelijk iemand is waarze naartoe kunnen met hun problemen en die ze kan helpen als er wat aande hand is.Mevrouw Kamphuis:Ook dat vind ik een hele ingewikkelde vraag. Ik kan hier niet namens hetmeisje spreken. Zij kan momenteel ook geen gesprek voeren. Ik hebgesprekken met haar moeder en niet met het meisje. Wellicht kan een vande sprekers na mij hier wat meer duiding bij geven. Ik weet het niet.De voorzitter:Dank u wel. De heer Krul.De heer Krul (CDA):Dank. Begin december, lezen we in het onderzoeksrapport, worden in éénklap alle medewerkers die zich hiermee bezighouden, gewisseld. Er wordtook geschreven dat die overdracht niet goed verliep. Dat is in dezelfdeweek waarin blijkt dat de top-tot-teenonderzoeker niet komt, ondanks hetadvies van het LECK. Ik ben benieuwd in hoeverre in deze fase, de eersteweken van december, dit soort signalen via de instanties naar moeder zijngegaan of niet en of ze hiervan op de hoogte was. Heeft ze een gesprekgehad met de nieuwe medewerkers in die fase?Mevrouw Kamphuis:Ook dat is een lastige vraag, omdat ik dat niet heel expliciet met moederheb besproken. Wat ik wel van moeder weet, is dat er naar ik meen enkeledagen voor de laatste zitting die over het gezag ging, een melding vanVeilig Thuis is geweest over het pleeggezin. Die informatie is, naar ik vanmoeder en uit het rapport begrijp, niet meegenomen in die laatstefamilierechtszitting. Ik heb geen zicht op of er daarna snel en tijdiggesprekken zijn geweest met de nieuwe medewerkers.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 3029 Dank u wel. Ik heb voor mevrouw Kamphuis op dit moment ook geenvragen meer. Ik wil wel ook de moeder en het zusje van het meisje heelerg veel sterkte wensen.Mevrouw Kamphuis:Dank u wel.De voorzitter:De heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Dank, voorzitter. Ik heb nog wel een vraag. Ik kon uit de stukken niet echteen beeld van de moeder opmaken. Er worden wel aanbevelingen gedaanwaarbij echt gedacht wordt vanuit het kind, maar ik ben benieuwd of erook nagedacht kan worden vanuit de rol van de ouders. Is het een moederdie bijvoorbeeld de taal slecht spreekt? Of is ze advocaat? Kunt u daar ietsmeer over zeggen? En valt daar iets te verbeteren? Want de moeder is nietgehoord. Had ze dat anders kunnen doen of heeft dat te maken metbijvoorbeeld haar sociaal-economische status?Mevrouw Kamphuis:Deze moeder is de taal heel goed machtig. Daar zit het probleem dus inelk geval niet. Of er verder aanbevelingen vanuit moeder zijn... Zoals ikeerder al zei: deze moeder is eigenlijk niet bezig met dat grote verhaal opbeleidsniveau. Ze is bezig met overleven, haar kind zien en hopen dat erzo veel mogelijk hersteld kan worden. Het liefst zou deze moeder het kindweer bij zich hebben. Maar ja, dat is een hele moeilijke vraag. Dezemoeder concentreert zich op de zorg voor ook de jongste dochter, diegelukkig thuis woont, waar geen ondertoezichtstelling meer is, en op decontacten die ze met haar dochter heeft in de situatie zoals die nu is. In hetalgemeen kun je natuurlijk een hoop zeggen over hoe dat soort processengaan, maar ik denk niet dat dat aan mij is op dit moment.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Kamphuis. Dan kom ik wel een beetje bij de laatsteronde van de Kamer. U hóéft geen vraag te stellen, maar ik kan me ookvoorstellen dat er vragen zijn voorbereid. Ik ga dus nog één keer iedereenlangs. Mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. Een andere vraag die ik had, is dat ik het gezien deleeftijd van het meisje opmerkelijk vind dat zij zo lang niet naar school isgegaan, ook zonder dat er enige vorm van toezicht was op hoe heteigenlijk met haar ging. Ik vroeg me af – misschien kunt u daar meer oververtellen – hoe dit meisje in de situatie terecht is gekomen dat dat besluitis genomen en hoe het komt dat er naar aanleiding van dat besluit niet isgedacht over hoe in de een of andere vorm toch nog in de gatengehouden kon worden of het thuis allemaal goed ging. Hebben bijvoor-beeld de pleegouders iets gezegd over de reden van absentie? Of was erzicht vanuit de schoolinspectie of vanuit een leerplichtambtenaar op hoeze tot dit construct zijn gekomen? Ik had dit graag ook aan de school zelfwillen vragen, maar die is hier vandaag helaas niet. Maar ik denk dat ditwel een belangrijk punt is.Mevrouw Kamphuis:Dit gebeurde allemaal op het moment dat moeder al geen gezag meerhad. Zij was dus ook geen gesprekspartner in deze besluiten enprocessen. Zij kan daar dus niks over terugkoppelen. Ik weet wel dat ditvragen zijn die ook bij moeder leven. Het gaat er in onze gesprekkenregelmatig over, in brede zin en bij alle partijen. Waarom is zij niet vakerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30210 gezien, gehoord? Waarom zijn dingen niet beter uitgezocht? Waarom iszo’n huis niet beter bekeken? En wie hield er toezicht toen zij thuis was?Dat zijn vragen die bij moeder leven. Wellicht kunnen partners na mij daarantwoord op geven, maar wij hebben daar ook geen zicht op.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik weet niet of u deze vraag kan beantwoorden, maar ik ga hem toch evenstellen. Moeder had natuurlijk gevraagd om het gezag niet te beëindigen.Uiteindelijk is dat wel gebeurd. Wat was toen de reden om het gezagalsnog te beëindigen, hoewel moeder vroeg om dat niet te doen?Mevrouw Kamphuis:Als moeder dat had geweten, had ze daar natuurlijk meer op in kunnengaan. Ik kan dat nu ook niet invullen. Het is wel heel bijzonder natuurlijkdat het voor de ene dochter wordt beëindigd in een gezagsafname en datde andere dochter een halfjaar of driekwart jaar later gewoon thuis woontzonder enige vorm van ondertoezichtstelling. Verder zult u daar dedossiers op na moeten slaan, denk ik.De voorzitter:Mevrouw Bruyning nog, ter verduidelijking.Mevrouw Bruyning (NSC):Ja, ter verduidelijking: is moeder eigenlijk in het hele proces altijd op dehoogte geweest van wat er juridisch of procesmatig aan de hand was? Isze daar voldoende van op de hoogte gehouden? Was die informatie altijdvoor haar beschikbaar en duidelijk?Mevrouw Kamphuis:Op het moment dat je kind onder toezicht gesteld wordt, is er natuurlijkeen familierechtadvocaat, die ook namens jou of met jou naar zulkezittingen mag. Ik heb er echter geen zicht op of moeder dan voldoendebegreep wat de consequenties waren, of dat ze daarover ingelicht ofvoorgelicht was.De voorzitter:Mevrouw Dral had afgezien van verdere vragen. De heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Dit zal mijn laatste vraag richting uw kant zijn. Ik wil het meisje en demoeder natuurlijk heel veel sterkte en succes wensen. De laatste vraag dieik heb, is: wat zou moeder willen zeggen tegen de Staatssecretaris enandere verantwoordelijken die hierover gaan?Mevrouw Kamphuis:Dank u wel allereerst. Moeder heeft een gesprek gehad met tweeStaatssecretarissen. Dat heeft ze als heel prettig ervaren. Het kan niksterugdraaien, maar het is wel fijn dat er nu in elk geval aandacht is voorhoe dit allemaal gegaan is, hoe het met hen is en hoe het nu gaat. Datwaardeert zij heel erg.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik zou graag nog willen weten of er in het voortraject, dus voor deuithuisplaatsing, passende hulp was, en misschien ook of er nu hulp is. Ikkan me namelijk voorstellen dat de gesprekken met u door moeder heelfijn worden gevonden, maar ik vraag me ook af of er nog een anderevorm van hulp is voor zowel moeder als het meisje.Mevrouw Kamphuis:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30211 Ik heb niet precies zicht op wat er voor de uithuisplaatsing aan hulp isgeweest. Op dit moment heeft moeder wel begeleiding, maar die heeft temaken met haar jongste dochter. Dat is nog nabegeleiding op vrijwilligebasis. Moeder is er heel erg van doordrongen dat zij dit goed wil doen,zodat haar jongste in elk geval wel bij haar kan blijven. Ze grijpt daarbijalle hulp aan die beschikbaar is. Vanuit de hulp aan de oudste dochter isdaar, behalve het contact met de GI, geen hulpverlening in, voor zover ikdat nu kan zien.De heer Krul (CDA):Van mij geen verdere vragen. Heel erg dank voor uw komst.De voorzitter:Mevrouw Rikkers had het al aangegeven. De heer El Abassi nog, tot slot.De heer El Abassi (DENK):Ook vanuit mij geen verdere vragen. Dank voor uw komst en veel sterktevoor de nabestaanden.De voorzitter:Ik dank de leden voor hun inbreng. Ik wil ook mevrouw Kamphuis namensde commissie bedanken voor haar komst. Alle kracht en sterkte gewenstvoor u en de familie.We gaan nu tot 11.45 uur schorsen, dus ongeveer zeven minuten. Daarnagaan we door met de volgende spreker. Dat is de vertegenwoordiger vande politie, die ik straks zal introduceren. Nu volgt dus een korte schorsing.Ik dank u.De vergadering wordt van 11.39 uur tot 11.45 uur geschorst.Blok 2: PolitieGesprek met:– de heer Sander van de Koot, hoofd operatiën van de eenheid RotterdamDe voorzitter:Ik heropen de vergadering. Voor degenen die later hebben ingetuned:welkom bij de hoorzitting over het onderzoek naar de pleegzorg van hetmishandelde meisje in Vlaardingen. We hebben net geluisterd naar devertegenwoordiger van de familie van het meisje. Nu is de heer Van deKoot aangeschoven namens de politie. Ik geef de leden weer degelegenheid om vragen te stellen. We hebben maximaal drie kwartier. Wehebben dus tot ongeveer 12.30 uur de tijd. Dan gaan we schorsen. Ik geefhet woord aan mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel. Goed dat u er bent, meneer Van de Koot. We hebben net in devorige ronde al gehoord dat er een aantal meldingen zijn gedaan,natuurlijk door het meisje zelf en door haar moeder. Maar in verschillendekrantenberichten hebben we ook gelezen dat er nog meer meldingen zijngedaan. Ik was benieuwd wat er met al die meldingen, die ook bij politiezijn gedaan, is gebeurd en of die op enige wijze gebundeld zijn geweest.De reden dat ik dat vraag is de volgende. Ik kan me voorstellen dat erspecifieke situaties zijn geweest, bijvoorbeeld het moment dat het meisjein de Albert Heijn melding heeft gedaan van haar mishandeling en depolitie erbij is gehaald, waarbij het veel uitmaakt of mensen inzichtelijkhebben of het een eerste keer is dat iemand aan de bel trekt of dat erdaarvoor zich al heel veel heeft afgespeeld. Ik heb dus eigenlijk een heleopen vraag: wat is er met die meldingen gebeurd en zijn die op enigewijze gebundeld geweest?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30212 De heer Van de Koot:Ik kan er in ieder geval het volgende over zeggen. Net is ook door devertegenwoordiger van de familie gezegd dat er een paar keer anoniememeldingen zijn gedaan bij de politie. Die hebben wij niet kunnen vinden.Die zijn ons niet bekend. Er werden natuurlijk wel al meerdere meldingengedaan, ook vanuit de politie, richting Veilig Thuis. Onze collega’skwamen ter plaatse bij het concrete moment waar u op doelt, namelijktoen het meisje zich in een supermarkt meldde. Zij zien dan ook wat wij alin het systeem hebben staan over dit meisje: haar voorgeschiedenis, dekeren dat zij al in aanraking is geweest met de politie en de VeiligThuismeldingen die al zijn gedaan. Dat maakt ook dat mijn collega’s datop dat moment uiterst serieus nemen. Zij nemen het meisje mee naar hetpolitiebureau. Daar doen ze eigenlijk precies wat van hen verwacht magworden, namelijk dat zij contact opnemen met het crisisinterventieteam,zoals we dat in de regio Rotterdam-Rijnmond hebben. Ze hebben daartelefonisch contact mee en leggen de situatie uit. Ze zeggen wat hetmeisje zelf ziet en wat zij zelf constateren. Daarna worden zij doorver-wezen naar de William Schrikker Stichting. Daar nemen ze ook telefonischcontact mee op. Op dat moment horen ze inderdaad: geef het meisje meeaan de voogd, aan de pleegouders in dit geval. Dat was voor de collega’sop dat moment inzichtelijk. Dat maakt ook juist dat ik denk dat ze heelserieus hebben gehandeld en dubbel hebben gekeken naar wat er preciesaan de hand was.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel voor dit antwoord. Ik kan me voorstellen dat dit ook voor decollega’s die deze melding hebben afgehandeld, heel heftig is geweest,niet alleen het nieuws dat dit meisje thuis werd gevonden of het nieuwsdat ze in het ziekenhuis lag, maar ook het uitkomen van het rapport.Tegelijkertijd heb ik mezelf ook een aantal keer de vraag gesteld: hoe komthet dat in zo’n situatie dan toch wordt geleund op een van de poten uit hetstelsel en dat dit meisje daarna eigenlijk nog nauwelijks is gezien? Is erbijvoorbeeld contact geweest met de wijkagent of is er daarna nogopvolging in een team geweest, zo van: «Moeten we hier niet toch nogeen keer naartoe gaan? Moeten we hier niet een keer gaan kijken, wanthet was toch wel een vreemde situatie waar we toen tegenaan zijngelopen? Moeten we hier nog wat mee?»De heer Van de Koot:Ik heb zelf de collega’s ook gesproken, meermaals zelfs, die die avonddienst hadden en die dat meisje zelf ook hebben getild en die uiteindelijkook contact hebben gehad. Natuurlijk zijn zij zelf ook heel teleurgesteldover wat daar is gebeurd. Maar waar zij natuurlijk vooral teleurgesteldover zijn, is dat zij uiteindelijk die keuze moesten maken om dat meisjemee te geven. Zij bellen natuurlijk met de specialisten. Die zeggen tottwee keer toe: dit meisje heeft eerder dergelijke verhalen verzonnen, dus ukunt haar weer meegeven. Op dat moment is niemand ter plaatsegekomen. Wij, de collega’s, hebben alleen telefonisch contact gehad meteen gedragswetenschapper, terwijl ook de vraag was waarom andereorganisaties op dat moment niet ter plaatse kwamen. Dat is namelijk inhet algemeen waar wij als politie heel vaak aandacht voor hebbengevraagd, bijvoorbeeld volgens het programma Samen op in acuut, zoalsdat heet. Juist dat zou in deze situatie ontzettend helpend zijn geweest,namelijk als specialisten, gedragswetenschappers, ter plaatse warengekomen en ter plaatse een beoordeling hadden gemaakt, in plaats vaneen beoordeling te maken alleen op basis van wat politiecollega’stelefonisch doorgeven over deze situatie.Mevrouw Bruyning (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30213 Ik schrik toch wel van wat ik net hoor. U vertelt dat de specialisten aan detelefoon hebben gezegd: geef het meisje maar gewoon mee, want dezeverhalen heeft ze al eerder verzonnen. Ik zou dan graag willen vragen of ukunt reflecteren op de procedures. Als je kijkt naar wat de agenten voorzich zagen, dus het zichtbare letsel, en wat er aan de telefoon werdgezegd, zijn deze procedures zoals die nu gevolgd en uitgevoerd zijn, danafdoende om dit soort dingen in de toekomst te voorkomen? Moeten deprocedures worden aangepast of niet?De heer Van de Koot:In het algemeen kijken wij als politie natuurlijk altijd wat wij beter kunnendoen. Dat hebben we in deze situatie ook gedaan, ook al zegt hetinspectierapport dat de politie heeft gehandeld conform wat van haarverwacht mag worden. Wij zullen daar altijd naar kijken. Volgens mij is hethierbij wel zeer de vraag hoe dat verderop in het stelsel gaat. Die vraaghebben wij als politie ook gesteld. Volgens mij zou de concrete vraaghierbij moeten zijn: waarom moeten generalisten bij de politie, die bijwijze van spreken ook alles over verkeer en afval moeten weten, constate-ringen doen over wat er precies aan de hand is en hoe dit letsel isontstaan? Zouden specialisten daarbij niet veel meer aan de voorkant eenbeoordeling moeten maken in plaats van aan de achterkant? We zoudenals politieorganisatie enorm geholpen zijn als er een crisisdienst is. Er zijnpositieve voorbeelden van crisisinterventieteams, ook in de regioRotterdam-Rijnmond. Maar zij zouden eigenlijk al moeten komen op hetmoment dat er een acute situatie is. We zien nu dat Veilig Thuismeldingenin de regio Rotterdam-Rijnmond soms vier tot vijf weken bij Veilig Thuisblijven liggen voordat die worden doorgezet. Wij zeggen: zorg ervoor datde specialist nadat wij een Veilig Thuismelding doen gelijk met onssamen, bijvoorbeeld met de wijkagent, naar het gezin toe gaat enconstateert wat er aan de hand is. Ik heb veel vertrouwen in mijncollega’s, maar de vraag is of wij bij uitstek degenen zijn die kunnenbeoordelen wat er aan de hand is in of gek is aan een gezin.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik heb toch nog een kleine vervolgvraag. Is er, op het moment dat deagenten constateren wat er met het kind aan de hand is en er contactwordt opgenomen, geen mogelijkheid geweest voor agenten om eenfollow-up te organiseren, bijvoorbeeld door naar het huis van het gezin tegaan om te kijken hoe de situatie daar is? Wordt het dan echt afgeslotenzodra het kind weer wordt overgedragen aan, in dit geval, de voogd?De heer Van de Koot:Nee. De collega’s hebben daar nog een follow-up aan gegeven, want zijhebben een Veilig Thuismelding opgemaakt. Dat is precies onze rol in hetsysteem. Dat was in deze situatie al ongeveer de vijfde Veilig Thuis-melding die wij over dit meisje hadden gemaakt. Die melding maken wijop dat moment dus ook. Dat is precies de verantwoordelijkheid die depolitie heeft. Op dat moment is die vormgegeven door de Veilig Thuis-melding. De Veilig Thuismelding is vervolgens doorgezet naar de WilliamSchrikker Stichting en vanuit daar naar Enver. Maar op het moment dat destichting die de voogdij heeft – in dit geval was dat de William SchrikkerStichting – letterlijk tegen politiemensen zegt dat dit meisje weer mee kanworden gegeven aan de pleegmoeder, die op dat moment ook bij ons aande balie stond, hebben wij wel heel weinig grond meer om te zeggen: wijhouden dit meisje hier.Mevrouw Dral (VVD):Ik ben wat het hele traject betreft benieuwd naar het volgende. Er isnatuurlijk het voorval in de supermarkt geweest. Is de politie ook weleensbinnen geweest bij de pleegouders? Hoe vaak is daar contact meeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30214 geweest? Ik ben daar heel nieuwsgierig naar, ook vanwege het gruwelijkefeit dat er een kooi met stroom erop in haar kamer stond.De heer Van de Koot:Dat is vreselijk. Wat de collega’s van de recherche aantroffen in diewoning, heeft ook echt diepe indruk op hen gemaakt. Ik weet dat dewijkagent wel contact met deze ouders had, ook naar aanleiding van deeerdere incidenten die u in het inspectierapport heeft kunnen lezen, zoalsde vermeende diefstal door het meisje. Maar ik weet niet zeker of dewijkagent binnen is geweest. Volgens mij niet.De heer Crijns (PVV):Dank voor uw komst naar de Tweede Kamer, meneer Van de Koot. Ik wilmet mijn vraag eigenlijk aansluiten bij mevrouw Bruyning en de mevrouwvan D66 – ik ben haar naam kwijt, sorry. Welke structurele verbeteringenmoeten er worden doorgevoerd om bij zichtbaar letsel directe of tijdelijkebeschermende maatregelen te kunnen nemen? Wat heeft de politiehiervoor nodig van de wetgever?De heer Van de Koot:Laat ik in ieder geval zeggen dat het systeem voor ons ongelofelijkingewikkeld is om te begrijpen. Er waren ’s avonds een wijkagent eninspecteur aanwezig. Voor hen was het al best ingewikkeld om tebedenken: «Met wie moeten wij hier nu precies contact opnemen? Is dathet crisisinterventieteam, de William Schrikker Stichting of Enver? Metwie hebben wij hierbij te maken?» Laat staan hoe dat, denk ik, ook voorpleegouders of ouders zelf moet zijn. Volgens mij zou iedereen, maarzeker de politie, ermee geholpen zijn als het systeem veel helderder wordten het veel duidelijker is wie op welk moment nodig is en wie waarvoorkan worden aangesproken.Daarbij komt dat in het stelsel wel iets heel ingewikkelds zit. In hetsysteem zit eigenlijk een «draaischijf», zoals ik het noem, namelijk VeiligThuis. Daar leggen wij de meldingen neer. Vervolgens worden diemeldingen doorgegeven aan de hulpverlening, maar wij van de politieweten vaak niet aan welke hulpverlener dat is. Wij krijgen soms alleen vanVeilig Thuis een terugkoppeling: melding doorgezet naar een GI. Een GI iseen gecertificeerde instelling. Wij weten niet welke gecertificeerdeinstelling dat is, laat staan dat een direct contact kan ontstaan tussen dewijkagent en de hulpverlener die het gezin ingaat.Het risico van het huidige systeem is dat het een doorfluisterspel zoukunnen worden, een doorfluisterspel zoals je dat vroeger op eenverjaardag speelde. De politie geeft een melding aan Veilig Thuis; wijfluisteren dat door naar Veilig Thuis. Bij Veilig Thuis kan die ook nogbinnen de organisatie naar verschillende afdelingen worden doorge-fluisterd. Vanaf daar gaat die pas naar de instelling of naar de hulpver-lener die daar daadwerkelijk mee aan de slag gaat. En dan is het nog maarde vraag of de informatie die wij aan het begin hebben gehoord ofinformatie over zaken die wij hebben gezien, daadwerkelijk bij dehulpverlener terechtkomt, met alle risico’s van dien voor de hulpverlener.Afgelopen week hoorde ik, van een collega die ik sprak, nog eenvoorbeeld: wij hadden bij een melding aan Veilig Thuis aangegeven «letop, de vader in dit gezin is vuurwapengevaarlijk», maar die informatie wasvervolgens niet terechtgekomen bij de hulpverlener die uiteindelijk naarhet gezin toe ging. Ongetwijfeld heeft niemand hier kwade bedoelingen,maar het risico van het doorfluistersysteem dat we nu hebben, is dat heelveel informatie verloren gaat omdat er heel veel tijd overheen gaat.Ik denk dat de wetgever daar veel aan zou kunnen doen. Hoe zorg jeervoor dat er een direct contact is tussen degene die het constateert endegene die het gezin in moet? Maar nog veel beter: hoe zorgen we ervoordat degene die daadwerkelijk in het gezin aan de slag gaat, zélf in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30215 gezin dingen constateert? Ik noem hier de term die wij al gebruikten:Samen op in acuut. Dan is er juist een hulpverlener, een crisisorganisatie,die direct kan kijken wat er aan de hand is en ook veel beter kanbeschrijven wat in het gezin afwijkend is en welke hulp daar nodig is, inplaats van dat je dat eigenlijk baseert op de constatering van de politie.Misschien om nog een cijfer te noemen bij een ander punt: het afgelopenjaar hebben wij in de regio Rotterdam-Rijnmond bij Veilig Thuis 1.000meldingen meer gedaan. Dus voor uw beeld: in het afgelopen jaar heeftalleen al de politie Rotterdam 16.000 meldingen bij Veilig Thuis gedaan.Dat betekent dat wij ruim 43 meldingen per dag doen over situaties in eengezin waar wij ons zorgen over maken. Dit is 60% tot 70% van demeldingen die Veilig Thuis krijgt. Veilig Thuis is dus voor 60% tot 70% vande meldingen die zij krijgen, afhankelijk van de politie. Als de politieconstateert dat er een onveilige situatie is of het vermoeden heeft dat ereen onveilige situatie in een gezin is, dan is er vaak waarschijnlijk al veelmeer aan de hand. Dan moeten al veel meer organisaties, scholen, burenof andere mensen gezien hebben dat er iets geks aan de hand is in ditgezin. De vraag blijft waarom het voor deze mensen heel ingewikkeld isom zich daar te melden. Hoe zorgen we er dus voor dat die organisatieveel beter bereikbaar is en veel eerder signalen krijgt en dus feitelijk watdat betreft niet zo afhankelijk is van de politiemeldingen?De voorzitter:De heer Crijns, ter verduidelijking nog.De heer Crijns (PVV):Heel erg bedankt voor dit uitgebreide antwoord. Moet de politie eengrotere rol krijgen in beslissingen over kinderbescherming, een veelgrotere rol dan jullie op dit moment hebben?De heer Van de Koot:Nee. Ik denk juist dat wij al heel veel doen op het gebied van kindermis-handeling. De eenheid Rotterdam heeft in het afgelopen jaar met 400situaties van kindermishandeling te maken gehad. Wij doen dus iederedag één zaak waarbij sprake is van kindermishandeling. Ik denk dat hetbelangrijk is dat wij uiteindelijk samen met het Openbaar Ministerieverantwoordelijk zijn voor het ultimum remedium, namelijk voor hetinzetten van het strafrecht. Maar we weten natuurlijk dat je bij kindermis-handeling vaak op een heel andere situatie wil inzetten, namelijk eensituatie van hulpverlening. Je wil dat het stopt, dat het weer veilig wordtvoor dat kind, dat het kind beschermd wordt. Die taak moet je juist niet bijde politieorganisatie leggen. Wij moeten dus een goede signaleerder zijn;wij moeten de sterke arm zijn die, mogelijk samen met een hulpverlener,naar binnen gaat. Maar de verantwoordelijkheid voor de bescherming vandat kind moet je niet bij de politie neerleggen. Die moet juist bij iemandanders komen te liggen. Die moet juist bij iemand anders komen te liggen.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Hartelijk dank voor uw komst naar de Kamer, meneer Vande Koot. U gaf zelf ook al aan dat de politie heeft gedaan wat er van haarverwacht mag worden in dit systeem, ook het constateren en vervolgensmelden bij Veilig Thuis. Vervolgens noemt u de enorme aantallenmeldingen die jullie doen. Toch heeft dit kunnen gebeuren. Ik zeg hetmisschien wat scherp, maar eigenlijk konden wij het als Kamer misschienwel weten van dit soort situaties; misschien niet in deze heftige mate,maar wel dat het heel vaak niet goed gaat. Inspecties waarschuwennamelijk al sinds 2019 dat heel veel kinderen in onveilige situaties blijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30216 zitten omdat er niet wordt ingegrepen. Kan ik uw verhaal van net nou zouitleggen dat u eigenlijk zegt: dit gaat misschien nog een keer gebeurenals jullie als politiek niet zorgen dat we het systeem veranderen, zodat erconcreet aan de slag wordt gegaan met meldingen die jullie maken?De heer Van de Koot:Ja, zo mag u het zeker uitleggen. Ik denk dat het wel goed is om tebeseffen dat het individuen zijn die vreselijke dingen doen met kinderen.Daar zijn de overheid en de organisaties niet verantwoordelijk voor. Waarwij wel gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn als overheid, is dat wij hetkind beschermen. Het systeem zoals we het nu hebben ingericht, is zoontzettend kwetsbaar. Met het doorfluistersysteem, zoals ik het netnoemde, is de kans dat de juiste signalen uiteindelijk op de juiste plek bijde juiste persoon komen, heel kwetsbaar. Daarin is er een groot risico datdit alsnog misgaat. Laat ik een voorbeeld noemen van afgelopen week.Een wijkagent vertelde mij dat er sprake bleek van netwerkpleegzorg. Eenkind was niet meer in huis bij de biologische ouders, maar was in eenfamilie geplaatst. Daar was uiteindelijk ook een stichting van op dehoogte, maar er was geen navraag gedaan bij de politieorganisatie, terwijlwij zagen dat de situatie in het gezin waarin het kind nu verbleef,misschien nog wel veel onveiliger was. Dan is de vraag wie die naslaghad moeten doen. Is dat de raad? Is dat de stichting die nu verantwoor-delijk is voor dat kind? Dat zeg ik om maar aan te geven dat het meisje uitVlaardingen een vreselijk incident is, dat denk ik ook ontzettend groot isgeworden door het vreselijke letsel dat zij heeft opgelopen. Maar zoals ikal zei, hadden wij te maken met 400 situaties van kindermishandeling inhet afgelopen jaar. Daarbij is de vraag of het huidige systeem wat datbetreft beschermend genoeg is naar kinderen en of daar voldoende oogvoor is.De voorzitter:De heer Krul.De heer Krul (CDA):Dank voor uw komst en de beantwoording. Ik ben benieuwd of u onsmisschien kunt meenemen naar die 3 december, in dit geval vanuit hetperspectief van de agent. We kunnen in het rapport lezen dat hetnavolgbaar is geweest en dat de politie heeft gedaan wat van haarverwacht kon worden. Even voor onze beeldvorming: hoe gaat dat? Danheb ik ook meteen een vervolgvraag, maar die bewaar ik even. Mijn vraaggaat specifiek over de gebeurtenissen van 3 december.De heer Van de Koot:Dat heeft u inderdaad, denk ik, goed gedocumenteerd kunnen lezen in hetinspectierapport. Collega’s krijgen een melding van een meisje dat in eensupermarkt zou hebben gemeld dat zij mishandeld wordt. Ze is daardoorin de supermarkt even afgezonderd door de medewerkers van desupermarkt. Collega’s komen daar ter plaatse en zien daadwerkelijk eenmeisje met letsel, dat zichzelf ook niet goed kan bewegen. Twee collega’sbesluiten op dat moment om het meisje mee te nemen naar het politie-bureau om daar goed uit te zoeken wat er precies aan de hand is. Datdoen ze onder andere op basis van wat ik al eerder heb gezegd. Ze zagennamelijk dat er al meerdere meldingen in het systeem waren over ditpleeggezin en over dit meisje. U heeft ook kunnen lezen dat het meisjegetild moest worden. Een van de collega’s besluit zelf het meisje te tillenen mee te nemen naar het politiebureau. Op dat moment zien de collega’sin de systemen dat het meisje in een pleeggezin verblijft. Ze nemencontact op met het crisisinterventieteam, zoals dat heet. Die gevenvervolgens aan dat ze zelf in principe niet ter plaatse komen, maar dat hetmeisje onder voogdij van de William Schrikker Stichting staat. VervolgensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30217 nemen wij contact op met de gedragswetenschapper van de WilliamSchrikker Stichting en die geeft aan, op basis van de informatie die zijhebben, dat dit past in het patroon van eerdere meldingen van het meisje,dus dat zij eerder heeft aangegeven mishandeld te worden, maar dat zijdaar mogelijk ook een eigen verantwoordelijkheid in heeft, zogezegd, endat het meisje kan worden meegegeven aan de moeder, aan de pleeg-moeder in dit geval, die inmiddels ook op het politiebureau zelf is. Ook depleegmoeder geeft aan dat dit past in een patroon van beweringen vanhet meisje. Zij vraagt of ze het meisje mee kan nemen en laat ook nog ietszien over een rechtszitting die eraan zit te komen.Vervolgens staat de collega’s bijna niks anders te doen dan het meegevenvan dit meisje. Het is ook eerlijk om te zeggen dat het voor de collega’sverwarrend wordt wanneer ze het meisje dat ze hebben gedragen,vervolgens weer zelf zien lopen; ze beweegt zich dan weer helemaal zelfvoort. Dat is voor de collega’s wel een moment van twijfel: wat is hier nuprecies aan de hand? Ik hoop dat ik daarmee enige inkleuring hebgegeven aan hoe het voor de collega’s is geweest.De heer Krul (CDA):Een van de gevolgen van 3 december is dat de foto’s die gemaakt zijndoor de politieagenten, uiteindelijk terechtkomen bij het LECK, hetLandelijk Expertise Centrum Kindermishandeling. Wat mij bevreemdt, isdit: voor situaties rond eergerelateerd geweld heeft de landelijke politieeen eigen expertisecentrum dat onderdeel is van de nationale politie,maar hier heb je een volledig onafhankelijke stichting die op afstand staat.Ik kan nergens in het rapport teruglezen waarom er in vredesnaam geennavolging is gegeven aan het advies van het Landelijk Expertise CentrumKindermishandeling. Ik ben benieuwd naar die samenwerking, want desamenwerking tussen de politie en het Landelijk Expertise CentrumEergerelateerd Geweld is geïnstitutionaliseerd, maar daarover kan ik nietsterugvinden in het geval van de samenwerking tussen de politie en hetLandelijk Expertise Centrum Kindermishandeling. Als een politieagent eenvermoeden heeft van eergeweld in de huiselijke sfeer, heeft hij dus eenvraagbaak, maar als het gaat om kindermishandeling die misschien nietmet eergeweld te maken heeft, lijkt hij die niet te hebben. Klopt dat?De heer Van de Koot:Wat er de achtergrond van is dat het ene wel binnen de politie isgeorganiseerd en het andere niet, durf ik niet te zeggen. De vraag is – datzeg ik ook in reactie op eerdere vragen die gesteld zijn – of je dit bij depolitie moet inrichten of dat je ervoor moet zorgen dat er een goedesamenwerking is tussen de politie en de organisaties die dit constateren.Die vraag is wel van belang.De voorzitter:Mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel. Meneer Van de Koot, u zegt dat er meldingen in het systeemstaan over zowel het meisje als het pleeggezin. Het meisje is op aanbe-veling van de stichting weer teruggegeven aan de pleegouders. Wordt erin zo’n situatie ook gesproken met de pleegouders zelf? U zei: de collegaheeft het meisje moeten tillen. Dat is dus best heftig geweest. Wordt erdan geen arts geraadpleegd in zo’n situatie?De heer Van de Koot:Zeker. Dat is wat de collega’s achteraf nog extra hadden kunnen doen. Deinspectie zegt dat dat geen verplichting is, maar dat het wel eenmogelijkheid was die de collega’s nog hadden gehad. Maar, heel eerlijk, indit geval is ook niet door het crisisinterventieteam of door de WilliamTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30218 Schrikker Stichting gezegd: laat zelf nog een arts ter plaatse komen om ditgoed te beoordelen.In antwoord op uw eerste vraag: de collega’s hebben ook met de moeder,met de adoptiemoeder in dit geval, gesproken. Zij heeft uiteraardaangegeven dat dit paste in het patroon van hoe het meisje zich gedroeg.Er is dus ook met de moeder zelf gesproken en er is van haar eenverklaring opgenomen.De voorzitter:De heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter. Allereerst wil ik nog even aangeven dat ik mijn medeleven haduitgesproken richting de naastbestaanden; mijn collega hoorde«nabestaanden». Dat wil ik dus even gecorrigeerd hebben, voordat hetverkeerd opgenomen wordt in de notulen.Dan wil ik overgaan tot mijn vraag aan de politie. Mijn collega vroeg of uiets meer kunt vertellen over de situatie op 3 december. Maar ook op11 december zijn er signalen richting de politie geweest. Ik ben wel opzoek naar een reden. Ik snap dat dit niet iets is wat bij de politie belegdmoet worden, maar ik ben benieuwd waarom er geen top-tot- teenon-derzoek gedaan is. Ik wil daar wel iets meer toelichting over hebben, alsdat kan.De heer Van de Koot:U bedoelt naar aanleiding van 3 maart? Dat bevreemdt mij ook.Nogmaals: ik denk dat achteraf bezien, ook al hebben wij niet dieaanwijzing van het crisisinterventieteam of van de William SchrikkerStichting gekregen, de collega’s nog steeds een zelfstandige bevoegdheidhadden om toch een arts te laten komen er ernaar te kijken. Ik verplaatsme in de collega’s die op dat moment eigenlijk zeggen «dit is wat devoogd en alle specialisten zeggen dat goed is om te doen». Zij hebbenalsnog een Veilig Thuismelding opgemaakt om die zorg. Er was vanuit dieVeilig Thuismelding alle reden geweest om dat top-tot-teenonderzoek inte zetten. Ik ben het dus helemaal met u eens; ik denk dat dat goed wasgeweest. De vraag is wie het initiatief had moeten nemen voor dattop-tot-teenonderzoek.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik heb een heel aantal vragen staan, maar ik wil toch nog even terug naareen in mijn ogen cruciaal moment: de melding in de supermarkt. Ik heballe begrip voor uw collega’s, die op dat moment het protocol hebbengevolgd. Ik heb er ook begrip voor dat het ingewikkeld is als een slacht-offer op dat moment misschien verschillende signalen afgeeft. Maar ikblijf het gek vinden dat een toch zichtbaar mishandeld kind, dat in iedergeval in het begin niet meer kon lopen en getild moest worden, mee isgegeven en dat zo’n signaal, dat wat de William Schrikker Stichting zegt,op dat moment zwaarder weegt dan wat zij dan als mens en politieagentwaarnemen. Is er op dat moment niet gewoon sprake van een strafbaarfeit of een vermoeden van een strafbaar feit, waar je achteraf altijd opterug kunt komen? Dat kan de volgende dag gebeuren of je kunt eencollega inschakelen. Zijn er dus geen andere mogelijkheden, los van hetprotocol, dat op dat moment correct is uitgevoerd?De heer Van de Koot:Ik snap uw vraag: welke mogelijkheden had je hier om ambtshalve tevervolgen? Weet dat we er ook altijd met het Openbaar Ministerie over inoverleg zijn of er voldoende reden is om te kijken of er ambtshalvevervolging mogelijk is. Ik denk dat daar in deze situatie voor ons ook welde les blijft zitten: waar zit onze zelfstandige bevoegdheid? Om hemTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30219 scherp neer te zetten: op het moment dat de William Schrikker Stichtingtoestemming geeft en de pleegmoeder zegt «ik wil het meisje weermeenemen», dan plegen de politiemensen bijna een strafbaar feit als zehet meisje er zouden houden. Dan houden ze iemand tegen de wil van hetbevoegd gezag. Dan houden we iemand bijna weg bij het bevoegd gezag.Let daar wel op. Collega’s komen echt in een dilemma terecht als ze hetmeisje bij zich willen houden op het moment dat de William SchrikkerStichting, de voogd, letterlijk zegt: het meisje moet nu eigenlijk weer meeworden gegeven.Daarbij geeft u natuurlijk terecht aan dat er sprake is van zichtbaar letsel.De vraag was alleen juist of dat letsel aangebracht is door haarzelf of dater sprake is van kindermishandeling. Mijn collega’s kregen vervolgens allesignalen door dat dit mogelijk door het meisje zelf werd veroorzaakt enniet door iemand anders. Dan blijft dus de vraag welk strafbaar feit, welkeverdenking van een strafbaar feit, ik op dat moment overhoud. Er is op z’nhoogst een vermoeden, maar zeker niet een verdenking op basis waarvanje kan acteren.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik hoorde u uitleggen en vertellen over hoe het is gegaan en over deprocedures en protocollen die zijn gevolgd. Ik heb eigenlijk al in de eersteronde een vraag gesteld: kunt u reflecteren op de vraag of deze proto-collen afdoende zijn afgebakend om dit soort dingen te kunnenvoorkomen? Ik hoor u ook vertellen dat er contact is opgenomen met deWilliam Schrikker Groep en dat die heeft aangegeven dat het past in hetgedragspatroon van dit kind en dat het niks zou kunnen zijn. Ook depleegmoeder heeft dat aangegeven. Tegelijkertijd heb ik daar dan welmoeite mee omdat er – mijn collega heeft dat al eerder aangegeven – zichtbaar letsel is. Zou het dus zo kunnen zijn dat die procedures ofprotocollen moeten worden aangepast, en dat er bijvoorbeeld binnen depolitie een specialist moet worden aangesteld die gespecialiseerd is inkindermishandeling? Volgens mij heb je dergelijke specialisten ook bijfemicide. Zo’n onafhankelijke specialist kan dan worden ingevlogen. Nucontracteer je namelijk de stichting die er ook verantwoordelijk voor is. Jemoet je dan afvragen of er daar geen clouded judgment bestaat over desituatie. Is het dus wel realistisch om de betrokken organisatie erbij tebetrekken of moet er een onafhankelijk iets worden betrokken?De heer Van de Koot:Zeker. Ik ga geheel met u mee in die oproep. Laat vooropstaan dat ook bijde politie iedereen ongelofelijk teleurgesteld is en collega’s zichtbaargeraakt waren, en ikzelf ook toen ik het rapport weer opnieuw las, overhoe dit is gelopen. Iedereen denkt dus «hoe kunnen we dit in het vervolgbeter doen», dat staat boven water, ook voor de politie. De vraag is welwie op dat moment die specialist moet zijn. Wil je dat weer binnen depolitie inrichten of juist bij Veilig Thuis of een crisisinterventieteam diedan verantwoordelijk is om dat te zien?Toch nog even over de William Schrikker Stichting. Dat ís de jeugdbe-scherming. Dat is de organisatie die voor de bescherming van het meisjehad moeten gaan. Nu lijkt het alsof de bescherming van de ouders en depleegouders voorop heeft gestaan. Dus als er «een» organisatie moet zijndie er voor de bescherming van het kind moet zijn, dan zijn zij het. Dat webij hen ook die vraag hadden neergelegd, lijkt mij dus volstrekt vanzelf-sprekend. Die had niet per se bij de politie horen te liggen.De voorzitter:Mevrouw Dral.Mevrouw Dral (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30220 Dank u wel. In het rapport lees je dat op 23 cruciale punten waar menseniets hadden moeten doen, zij niets hebben gedaan of het verkeerdehebben gedaan. In 2023 is er een rechtszaak over de biologische moeder.Daar wordt op een gegeven moment door de WSS, de William SchrikkerStichting, aangegeven dat ze eigenlijk in eerste instantie twijfelen of hetkind nog wel bij het pleeggezin moet. Vervolgens zie je dat er in dierechtszaak wordt gezegd dat dat wél kan. Ik vraag mij af of de politie,bijvoorbeeld de wijkagent, nog betrokken is geweest in dat hele proces,om zo een goed beeld te krijgen. Hoe is de rol van de wijkagent daargeweest?De heer Van de Koot:Voor zover ik weet is er vervolgens in die afweging, ook naar aanleidingvan de meldingen die Nidos, de andere stichting, uiteraard had gedaan,niet aan de politie gevraagd hoe wij daarnaar kijken. Als er al een vraagkomt, komt die vaak vanuit de Raad voor de Kinderbescherming. Dievraagt dan vervolgens aan de politie om eventueel nog een naslag tedoen in de systemen om te zien of wij daar nog bijzonderheden hebbendie relevant zijn.De voorzitter:De heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Dank je wel, voorzitter. De meeste vragen zijn al door mijn collega’sgesteld, maar ik heb er nog een. Hoe vaak komt het voor dat de politiealarmsignalen geeft, bijvoorbeeld over kindermishandeling of anderevormen van geweld, maar de instanties toch besluiten om niet in tegrijpen? Is het meisje van Vlaardingen het topje van de ijsberg, om het zomaar te zeggen?De heer Van de Koot:Zoals ik net al zei, is het wel echt iets waar wij ons ongelofelijk veel zorgenover maken. Ik noemde net al het aantal van 16.000 Veilig Thuismeldingendie wij in het afgelopen jaar hebben gedaan. Daarbij zien we meerderesituaties waarin wij soms al meer dan tien meldingen hebben gedaan. Ikzag pas nog een situatie waarin wij zeventien meldingen over één gezinhebben gedaan. Dan is het wel de vraag welke interventies er dan wordengedaan. Het lijkt dan bijna alsof de politie de monitorfunctie krijgt om tezeggen: hier moeten we nu escaleren. Dat betekent dan dat wij het naarhet Zorg- en Veiligheidshuis brengen zodat het integraal wordt besproken,terwijl wij juist degenen zijn die constateren en signaleren. Maar volgensde monitorfunctie en het opschalen zou het ergens anders moeten komente liggen. Juist daar maken wij ons echt veel zorgen over. Wat ons betreft,hoe triest ook, is dit geen incident, maar is dit een heel groot risico wathet huidige systeem in zich heeft.De voorzitter:Heeft u nog een verduidelijkende vraag?De heer Crijns (PVV):Ja. Dank voor het beantwoorden van de vraag. Ik schrik er wel van als jeeen zaak hebt met zeventien meldingen. Hoe kan de meldingenstructuurworden aangepast om sneller en daadkrachtiger op te treden?De heer Van de Koot:Het zou voor ons heel belangrijk zijn dat als wij die melding doen, hetliefst dezelfde dag maar anders de volgende dag een hulpverlenendeinstantie gelijk met ons meegaat naar het gezin om te kijken wat er aan dehand is. Dat is één. Het is ontzettend belangrijk dat er een geïntegreerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30221 crisisdienst is, die op een dergelijke melding van een onveilige situatieafgaat zodat veel beter beschreven kan worden wat er precies aan dehand is en welke hulp hierbij nodig is. Het is nu voor veel van mijncollega’s best frustrerend om te zien dat het soms vier tot vijf weken duurtvoordat een melding überhaupt wordt doorgezet en dat wij een heleslechte terugkoppeling of zeer beperkte terugkoppeling krijgen watdaadwerkelijk met een Veilig Thuismelding wordt gedaan. Wij weten dathet belangrijk is, maar het risico van het huidige systeem is dat het watbureaucratisch kan worden in plaats van dat het aan de bedoelingvoldoet, als een politieorganisatie zegt: wij maken ons ernstig zorgen overwat hier in dit gezin gebeurt en hier is snel acute hulp of beschermingnodig.De voorzitter:Dank u. Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank. Ook dank voor uw heldere antwoorden, want die helpen ons zeker.U geeft ook heel duidelijk systeemkritiek, met het doorfluistersysteem. Datis eigenlijk een heel tragische benadering, als we het hebben over debescherming van kwetsbare kinderen. Nu heeft de Staatssecretaris hetplan – ik weet niet u daarvan hebt gehoord – om regionale veiligheids-teams in te stellen, zodat je iedereen veel meer onder één dak hebt. Ikvroeg me af of u die plannen kent, of u op de hoogte bent van de richtingdie de Staatssecretaris wil inslaan, en of u denkt dat dat een betersysteem is dan het huidige systeem.De heer Van de Koot:Ik ken het systeem. Ik was zelf betrokken bij een van de proeftuinen vanBlijvend Veilig in de eenheid Amsterdam, waar ik hiervoor heb gewerkt. Ikheb daar gezien wat de meerwaarde daarvan is, omdat het heel ergvoldoet aan de wens die wij als politieorganisatie altijd hadden: laathulpverleners die daadwerkelijk met gezinnen aan de slag gaan, directmet ons meegaan, het gezin in. Dat was eigenlijk de kern van een van dieproeftuinen Blijvend Veilig, zoals het heet. Ik denk dat het wel belangrijkis, wat deze situatie in Vlaardingen ons wel leert en waar ook een van uwcollega’s net al aan refereerde, dat je altijd het vierogenprincipe houdt. Ermoet altijd een instantie zijn, of dat de raad is of een andere organisatie,die blijft opletten: wat gebeurt er, is er geen tunnelvisie mogelijk bij dehulpverleners? Maar dat de rest van het veld gedwongen wordt omsamen te werken, lijkt me ontzettend waardevol. Dat zou voor ons alspolitie zeer helpend zijn.De voorzitter:De heer Krul.De heer Krul (CDA):Voorzitter, nog één vraag en een korte vervolgvraag. Nog één keer overdat top-tot-teenonderzoek, want het lukt mij gewoon niet om dat helemaalte begrijpen. De politie maakt foto’s van letsel en vervolgens wordt dooreen stichting die samenwerkt met het forensisch instituut gezegd: hiermoet een medisch onderzoek plaatsvinden. Vindt er op geen enkelemanier meer terugkoppeling plaats tussen de politie dan wel het LECKdan wel in dit geval de arts over de opvolging daarvan?De heer Van de Koot:Ik kan mij in deze situatie, naar aanleiding van de melding in de super-markt, niet herinneren dat die terugkoppeling er is geweest. In de anderesituatie die in het inspectierapport staat beschreven, zien we dat wel. Datgaat over de twee Syrische jongetjes die in dat gezin zaten. Dan ziet u ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30222 de route. Er is een Goofyrapport zoals dat heet; dat wordt in hetziekenhuis gedaan. Dan vindt er terugkoppeling plaats naar de politie,maar in dat geval ook naar Nidos. Dan wordt aan Nidos gevraagd: doeook aangifte, juist met dit rapport in uw hand. Ik denk dat u het beste aande sprekers vanmiddag kan vragen of zij in ieder geval dat rapport hebbenteruggekregen.De heer Krul (CDA):Mijn tweede vraag is of de politie überhaupt nog overweegt om eenbestuurlijke rapportage naar aanleiding van deze hele gebeurtenis temaken.De heer Van de Koot:Wat ik daarover kan zeggen, is dat wij, nadat wij de melding in meihebben gekregen, een team grootschalige opsporing hebben opgericht.Dat doet een groot rechercheonderzoek, dat we eigenlijk altijd doen bijlevensdelicten. Dat onderzoek ligt op dit moment bij de rechter. U zult dusbegrijpen dat ik daar op dit moment niet veel over kan zeggen. Maar methet Openbaar Ministerie wordt inderdaad ook nog gekeken welkeinformatie wij, naast alles wat wij hieruit hebben gehaald, verder nogkunnen delen.De voorzitter:Meneer Krul geeft aan dat hij even weg moet en zo weer terugkomt.Mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. Meneer Van de Koot, u heeft net aangegeven dathet CIT een heel mooi voorbeeld is van de expertise waaruit wij kunnenputten in zo’n situatie en dat dat helpt in zulke situaties. Maar u heeft ookaangegeven dat er wel contact is geweest met het CIT, dus dat is eenbeetje dubbel. Zou u daarover nog wat meer kunnen vertellen?De heer Van de Koot:Ik ben heel blij dat dat soort initiatieven er al zijn. Ook bij ons in de regio iser een crisisinterventieteam. Het enige wat, zeker achteraf, maar ook opdat moment, voor ons heel behulpzaam was geweest, is als zij niet alleentelefonisch contact hadden gelegd, maar ook daadwerkelijk ter plaatsewaren gekomen. Ik weet dat zij in ieder geval ook hebben gezegd: naaraanleiding van deze situatie zal ons dit nooit meer gebeuren en zullen wijer altijd naartoe gaan. Daarvan zeggen wij als nationale politie: brengüberhaupt in het systeem in dat hulpverleners niet afhankelijk zijn van,zoals ik het net misschien bijna wat oneerbiedig noemde, het «doorfluis-tersysteem», maar dat de hulpverlener die met het gezin aan de slag gaat,gelijk meegaat wanneer je het signaal krijgt en dat die gelijk kijkt wat eraan de hand is, wat nodig is en wie dat gaat leveren. Dus we zijn heel blijmet het crisisinterventieteam, maar we worden nog blijer als ze ookdaadwerkelijk ter plaatse komen.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Ik hoorde vanuit de politie dat in ieder geval de verant-woordelijkheid voor een top-tot-teenonderzoek bij WSS ligt. Nou waren ersignalen waar je je ongerust over kon maken: het meisje vertelt zelfgedetailleerd dat ze mishandeld is door de pleegouder, er is sprake vanzichtbaar letsel en de politie maakt zelfs foto’s en stuurt die op. Er komtzelfs een advies uit dat dit onderzocht moet worden. Ik snap dat de WSSdat mag beslissen, maar de politie heeft wel besloten dat meisje weerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30223 terug te sturen. Ik kan me voorstellen dat er op veiligheidsgebied ook eenandere afweging gemaakt had kunnen worden. Kan er dus toch eventoegelicht worden waarom ervoor gekozen is om het meisje weer terug testuren, ondanks deze zorgelijke signalen?De heer Van de Koot:Wat ik net probeerde uit te leggen, is het volgende. Er was sprake vanletsel, maar er was voor de politiecollega’s op dat moment geen indicatiedat er sprake was van kindermishandeling, uitgaande van de verklaringvan het meisje. Vervolgens kwamen er allemaal contra-indicaties, namelijkvan de William Schrikker Stichting en de pleegmoeder zelf. De pleeg-moeder zei: nee, dit heeft zij zichzelf aangedaan. Er was ook een contra-indicatie dat zij op een gegeven moment wél zelf weer liep. De WilliamSchrikker Stichting zei in ieder geval: u kunt het meisje nu weer meegevenaan de moeder. Onze collega’s hadden dus echt geen enkele juridischegrond meer om dat meisje nog langer op het politiebureau te houden.Maar er was op dat moment dus ook geen verdenking van kindermishan-deling. We hebben dit dus ook niet zo ingevoerd in het systeem.De voorzitter:Ik dank de leden voor hun inbreng. We zijn aan het einde gekomen van ditblok. Ik dank de heer Van de Koot voor zijn heldere uiteenzetting voor deKamer. Ook dank dat u hiernaartoe wilde komen. Dat waarderen wij zeer.Ik schors tot 13.00 uur. Dan gaan we verder met de volgende blokken. Tot13.00 uur!De vergadering wordt van 12.29 uur tot 13.00 uur geschorst.Blok 3: Veilig ThuisGesprek met:−mevrouw Judith Westeneng, Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond−de heer Ernie van Dooren, interim-bestuurder Veilig Thuis RotterdamRijnmondDe voorzitter:Ik heropen de hoorzitting. Ik heet iedereen weer welkom hier. Dat geldtook voor degenen die deze hoorzitting op afstand volgen. We zijngekomen bij het derde blok, met de vertegenwoordigers van Veilig Thuis:mevrouw Westeneng en de heer Van Dooren. We gaan gelijk beginnen. Uheeft al in eerdere rondes kunnen zien hoe het ongeveer gaat. Ik doe weerhet verzoek aan de leden om één vraag te stellen, en daarna eventueelnog een verhelderende vraag. We hebben tot 13.45 uur. Mevrouw Van derWerf, ik geef u het woord.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. Dank voor uw komst, zeg ik tegen de gasten aan deandere kant van de tafel. We hebben het net in de vorige ronde gehadover het aantal meldingen dat is gedaan, zowel door het meisje zelf alsdoor haar moeder, maar ook door omstanders. Dat heeft u ongetwijfeldmeegekregen. Ik zou u willen vragen of u kunt reflecteren op demeldingen die bij u zijn binnengekomen. Wat is daarmee gebeurd? Zijndie wel of niet gebundeld? Zijn die wel of niet inzichtelijk geweest vooranderen? Specifiek wil ik u vragen om ons mee te nemen naar hetmoment op 3 december 2023, toen het zwaar mishandelde meisje aan debel heeft getrokken in de supermarkt.De heer Van Dooren:Dank u. Ik wil allereerst zeggen dat deze situatie op ons een blijvendeimpact heeft. We vinden het heel erg ernstig dat een kind dat onder onsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30224 toezicht staat, onder het toezicht van de Nederlandse overheid, op dezemanier in deze situatie terecht is gekomen. We onderschrijven ook hetrapport van de IGJ. Dat vinden we een gedegen rapport. Daarin komen denodige verbeterpunten naar voren, die we ook zullen gaan opvolgen.Ten eerste vinden we het voor het meisje zelf en voor alle betrokkenfamilieleden heel ernstig wat hier gebeurd is. Dit gaat ons als organisatie,als Veilig Thuis, zeer aan het hart. Bij dezen.Ik kom op het aantal meldingen. Misschien is het goed om eerst iets tevertellen over de rol van Veilig Thuis in de keten. Veilig Thuis is eenorganisatie die in het vrijwillig kader opereert. Dat betekent dat we actiefzijn onder de Jeugdwet en de Wmo. Veilig Thuis is een organisatie diezich bezighoudt met het voorkomen van kindermishandeling en huiselijkgeweld. Dat betekent dat wij van 0 tot 100 opereren. We stellen onveiligesituaties vast, maar we zijn geen hulpverleningsorganisatie. We beoor-delen een situatie op basis van de veiligheid en op basis van die beoor-deling bekijken we welke interventie noodzakelijk is.Daarbij maken we een onderscheid tussen de advies- en ondersteunings-functie en de meldfunctie. De advies- en ondersteuningsfunctie is puurgericht op mensen die advies nodig hebben. De betrokkenen daarbijregistreren we niet. De meldfunctie houdt in dat mensen bij ons eenmelding kunnen doen als er sprake is van kindermishandeling of huiselijkgeweld. De betrokkenen daarvan worden wel geregistreerd en dit wordtook beoordeeld. Daarnaast krijgen we heel vaak politiemeldingen. Dieheten «overige zorgmeldingen». Bij die meldingen is op zich geen sprakevan kindermishandeling, maar de politie geeft die meldingen wel aan onsdoor. Wij hebben daarbij een loketfunctie. De politie heeft in zo’n gevalzorgen over de betrokken kinderen. Het zijn geen meldingen waarbijkindermishandeling speelt, maar meldingen over bijvoorbeeld een kinddat een diefstal pleegt of dat ’s avonds laat op straat is. Die meldingenkrijgen wij binnen, die beoordelen wij en die zetten wij, als dat nodig is,rechtstreeks door naar de hulpverlening, naar een lokaal team of naar eenhulpverleningsorganisatie. Veilig Thuis heeft niet de bevoegdheid om diemeldingen geregistreerd te houden. Die verdwijnen automatisch na driemaanden uit ons systeem. Alleen de meldingen over huiselijk geweldblijven bij ons zichtbaar in het systeem.Laat ik dat even vertalen naar wat er in deze situatie is gebeurd. In dezesituatie is er bij ons maar één melding van kindermishandeling binnenge-komen. Dat is de bewuste melding vanuit de supermarkt, die op3 december heeft plaatsgevonden. Wij hebben die melding op6 december schriftelijk ontvangen via het CORV-systeem van de politie.Dat is de enige bekende melding over deze situatie van het meisje binnenVeilig Thuis.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank, voorzitter. Dat is goed om te weten. We hebben namelijk ook inverschillende mediaberichten kunnen lezen dat er ook buren zijn diezeggen wel degelijk gemeld te hebben, bijvoorbeeld over dat zij zichverwonderden over het feit dat het meisje bijna in haar onderbroek buitenop straat liep en kaalgeschoren was. Zij vroegen zich af hoe de situatiethuis was. Daarvan zegt u dus: die meldingen hebben wij niet ontvangen.Dan toch even het moment op 3 december, naar aanleiding van demelding in de supermarkt. Er is geen contact geweest met de vertrou-wensarts van Veilig Thuis, terwijl er wel sprake was van zichtbaar ernstigletsel, dat ook was opgenomen in de melding. In het onderzoek komt naarvoren dat dit komt omdat de WSS zelf geen advies heeft gevraagd van devertrouwensarts. Ik vroeg me af waarom een kind bij zichtbaar ernstigletsel niet altijd met zo’n vertrouwensarts in contact wordt gebracht. AlsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30225 dit namelijk afhankelijk is van zo’n andere instantie, dan kan het hier dusmisgaan, zo blijkt. Wanneer wordt er dan wel zo’n vertrouwensartsingeschakeld?Mevrouw Westeneng:Op 3 december heeft het meisje die disclosure – zo noemen wedat – gedaan. Ze heeft toen verteld dat ze mishandeld is. Er is mogelijkletsel geconstateerd. Wij als Veilig Thuis hebben die melding op6 december ontvangen. William Schrikker was er al mee bezig. Op3 december hebben zij die al gehoord. Zij waren natuurlijk al gebeld enwaren er dus al op aan het lopen. Wij hebben er in onze beoordeling ernog wel op gewezen door zoiets te zeggen als: «Hé, let op: we lezen hieriets over mogelijk letsel, dus zorg ervoor dat jullie daar de stappen innemen.» Jullie hebben kunnen lezen dat er dus wel LECK-advies isgevraagd, maar er geen top-teenonderzoek heeft plaatsgevonden. Hetinspectierapport concludeert zelf dat ze eigenlijk meer een regiefunctievan Veilig Thuis, dan wel van het CIT, – wij zitten hier niet namens hetCIT – hierin verwachten. Wij zullen in ieder geval kijken naar welkeafspraken we hier in de toekomst op gaan maken. Dat hebben we deafgelopen weken ook al besproken met de betrokken organisaties. Wij zijnnamelijk gewoon beschikbaar als Veilig Thuis, maar wij hebben inderdaadgeen verzoek ontvangen om daarin mee te kijken in het letsel. Jevertrouwt natuurlijk op de professionaliteit van je collega-organisaties. Ikdenk dat dat ook nog steeds belangrijk blijft, maar wij zullen wel metelkaar kijken of we nog aangescherpte afspraken moeten maken metelkaar als het gaat om disclosure met letsel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik hoor eigenlijk twee dingen. 3 december is demelding gedaan door de politie en 6 december hebben jullie die meldingbinnengekregen. Ik hoor ook dat u net aangaf dat, om mee te kijken in hetletsel, jullie bevraagd moeten worden of dat dit van jullie gevraagd moetworden. Ik ben wel benieuwd of jullie als Veilig Thuis niet een eigenafweging maken in jullie protocollen of in de manier van handelen als ditsoort dingen zich voordoen. Zeggen jullie niet: het wordt niet gevraagd,maar we gaan hier nu wel op acteren en op ingrijpen?Mevrouw Westeneng:Uiteraard maken wij zelf ook die afweging. Ik denk dat het ook belangrijkis om een onderscheid te maken tussen een situatie waarin er eenmelding binnenkomt waar nog helemaal geen hulpverlening in zit – dangaan wij natuurlijk ook zelf direct handelen, want dan zijn wij de enigepartij die daarop kan handelen – en een situatie waarin al een partijbetrokken is die daar al op aan het handelen is. Dat is wel een belangrijkeafweging hierin: ga je handelen in een situatie waarin een andereprofessionele organisatie er al mee bezig is of ga je zelf ... Dat zijn deafspraken die we opnieuw met elkaar gaan maken.Mevrouw Bruyning (NSC):Kunt u erop reflecteren of afspraken genoeg zijn of dat er iets moetgebeuren aan het systeem zoals het nu is ingericht? «Afspraken» vind ikbest lichtvoetig klinken, dus ik wil u toch vragen om erop te reflecteren ofafspraken afdoende zijn om dit in de toekomst te voorkomen of dat eenwijziging in het systeem nodig is zoals we dat nu in stand houden.De heer Van Dooren:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30226 Er zijn heel veel afspraken en protocollen. Veilig Thuis heeft ook eenadviesfunctie, naast het verwerken van de meldingen, het beantwoordenvan de adviesvragen en het ondersteunen van de professionals die erbijbetrokken zijn. Dit betekent dat we meldingen bundelen die via demeldcode van allerlei professionals – dat kan vanuit de zorg zijn, maar ookvanuit het onderwijs – bij ons binnenkomen. Op het moment dat we ziendat er meerdere meldingen over een bepaalde situatie komen, kijken weop basis van het gezamenlijke aantal meldingen welke crisisinterventie ofwelke andere interventie op dat moment het beste kan worden ingezet.Als je kijkt naar het hanteren van de meldcode, dan zie je dat er zeker indeze situatie verschillende momenten zijn geweest waarop er vanuit deschool of andere organisaties melding had moeten worden gemaakt bijVeilig Thuis als de meldcode gevolgd was. Dus moet er iets veranderen inhet systeem? Zoals mijn voorganger, van de politie, hier zei, denk ik datwe moeten gaan kijken hoe we het efficiënter kunnen gaan organiseren enhoe we zorgen dat we niet het doorgeefsysteem zijn. We moeten er ookop toezien dat de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt, die inprotocollen zijn vastgelegd, gevolgd gaan worden en dat mensen goedbekend zijn met de rol die Veilig Thuis heeft wat betreft die radar en deoverall bewakingsfunctie binnen het hele gebeuren van kindermishan-deling en huiselijk geweld.Mevrouw Dral (VVD):U zei net iets over uw radarfunctie. Kunt u misschien iets meer toelichtinggeven op de handelingen die zijn gedaan? Er is dus één melding gedaanop 3 december, maar daarvoor ging het ook over Nidos, over de jongensdie al eerder uit huis zijn geplaatst.De heer Van Dooren:Dat was een situatie die geruime tijd daarvoor heeft plaatsgevonden. Datbetreft inderdaad drie kinderen die via Nidos geplaatst zijn, waarvan eréén al eerder is vertrokken en de andere twee later door Nidos zijnweggehaald. Die kinderen hebben de disclosure gedaan dat er bij de tweeachtergebleven kinderen in het gezin, een pleegkind en een natuurlijk kindvan de pleegouders, ook huiselijk geweld of kindermishandeling plaatszou vinden. Die melding van Nidos is bij ons binnengekomen. Daarhebben we direct een SIC-team, een Samen in Crisis-team, op ingericht.Daar is ook meteen een heel traject voor uitgezet. Bij de twee achterge-bleven kinderen heeft een top-tot-teenonderzoek met een vertrouwensartsplaatsgevonden. Er is ook gesproken met de pleegouders en met diekinderen. Op basis van al die gesprekken en dat top-tot-teenonderzoekkon niet bevestigd worden dat er daadwerkelijk sprake was van kindermis-handeling. Wij hebben op basis van dat hele onderzoek dus niet kunnenaantonen dat er sprake was van kindermishandeling.In het inspectierapport lees je ook over de twee Nidos-kinderen. Bij onsheeft ook de afweging plaatsgevonden of we die Nidos-kinderen nogmoesten spreken en of dat nog aanvullende informatie zou opleverenover de twee achtergebleven kinderen. In overleg met Nidos en de politieis toen gezegd dat bij zowel de politie als bij Nidos al met die kinderengesproken is – we hebben de verslagen daar ook van gekregen – en dathet te belastend was om die Nidos-kinderen daar een derde keer in zo’nkorte periode weer over te spreken. Dat is toen dus de afweging geweestna dat hele onderzoek, waarbij dat top-tot-teenonderzoek heeft plaatsge-vonden, met de pleegouders is gesproken en met de achtergeblevenkinderen is gesproken. Toen is er weer een breed overleg geweest,waarbij alle bevinden zijn gedeeld met alle betrokken partijen. Daarbij isvastgesteld dat wij op dat moment niet konden vaststellen dat hier sprakewas van kindermishandeling.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30227 Nog een verhelderende vraag van collega Dral.Mevrouw Dral (VVD):Dat is precies het punt dat ik probeerde te maken over de radarfunctie. Inhet rapport wordt natuurlijk gezegd dat het niet is aangetoond, maar ophet moment dat er bij hetzelfde pleeggezin weer zoiets voorvalt met eenander kind, gaat er dan, met alle respect, niet ergens een belletje rinkelenen wordt er dan niet gedacht «hier moeten we eens extra goed naarkijken»?Mevrouw Westeneng:Toen wij de melding op 6 december binnengekregen, heeft onze collegadie de melding heeft beoordeeld in het systeem ook gezien dat er eerderin hetzelfde systeem een melding is geweest. Dat is toen ook terugge-koppeld aan WSS, zo van: goh, wij hebben gezien dat er eerder al eenmelding heeft plaatsgevonden; toen waren er geen zorgen over de tweeachtergebleven kinderen, maar weet dit wel en neem dit mee. Maarandere meldingen hebben wij inderdaad niet binnengekregen of hetwaren overige zorgmeldingen, die bij ons uit het systeem gaan. Die zijndus niet meegenomen in het totaalplaatje.De heer Crijns (PVV):Ik wil even aanhaken op de vraag die mevrouw Van der Werf eerderstelde. Buren, de buurtsuper, verschillende mensen hebben inderdaadmeldingen gemaakt, maar die zijn blijkbaar niet goed binnengekomen,opgepakt, verwerkt of eventueel doorgezet bij Veilig Thuis. Hoe wordtbepaald of een melding serieus genoeg is om actie te ondernemen?Mevrouw Westeneng:Alle meldingen die binnenkomen, worden bij ons geregistreerd enbeoordeeld. Daarbij gaat het niet over de serieusheid. Wij hebben geenmeldingen in ons systeem anders dan die van de politie. Wij hebben dieverhalen natuurlijk ook in de krant gelezen. Het zou kunnen zijn datmensen bij ons adviesvragen hebben gesteld. Adviezen mogen wij nietregistreren bij de persoonsgegevens van degene waar het advies overgaat. Die kunnen we dus ook niet koppelen en we kunnen ook nietterugvinden in het systeem of daarvan sprake is geweest. Misschienhebben mensen elders een melding gedaan, bij een andere organisatiedie hierbij betrokken was. Dat weten wij niet. Maar wij nemen in iedergeval altijd alle meldingen over mogelijk huiselijk geweld of kindermis-handeling aan en beoordelen die. Die hadden we dan dus in ons systeemmoeten terugvinden.De heer Crijns (PVV):Ik heb daarover een vervolgvraag. Als er op 3 december een meldingbinnenkomt en die vervolgens op 6 december bij u in ontvangst wordtgenomen, welke concrete verbeteringen zijn er dan nodig om demeldingsstructuur zo vloeiend te laten verlopen dat dit in de toekomst kanworden voorkomen?Mevrouw Westeneng:Deze vertraging van drie dagen is onderdeel van het systeem van depolitie, van de CORV-melding. Wat daar nodig is, zou u aan de heer Van deKoot moeten vragen, denk ik. Die dag is er natuurlijk gebeld met hetcrisisinterventieteam, het CIT. Dat zit bij de jeugdbescherming inRotterdam-Rijnmond. Op dat moment zat het niet bij ons. Misschien wilde heer Van Dooren iets meer zeggen over het systeem en de vertraging.Maar als het CIT ons in zo’n crisissituatie nodig had gehad, hadden ze aande bel gehangen; dat weet ik wel. Dan gaat het telefonisch vaak hetsnelste.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30228 De heer Van Dooren:Er is dus ook telefonisch contact geweest met de politie op het momentdat de disclosure in de supermarkt plaatsvond en het kind werd meege-nomen naar het politiebureau, zoals we net hoorden van de heer Van deKoot. Het CIT is daarbij ook ingeschakeld. Het CIT werkt buiten kantoor-tijden; Veilig Thuis werkt binnen kantoortijden. Het CIT heeft ook contactgehad met de gedragswetenschapper van de William Schrikker Groep engevraagd: is het noodzakelijk dat wij ter plaatse komen? Daar is toenaangegeven: wij zijn betrokken als William Schrikker Groep, dus het isvoor ons nu niet noodzakelijk dat jullie als CIT alsnog aanvullend terplaatse komen. Dus op zich ligt dat vast in het systeem. Dat een meldingdrie dagen daarna via CORV, het politiesysteem, bij ons in het systeemkomt, is de bevestiging van de eerdere contacten die op 3 december zijngeweest.De voorzitter:Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat veel mensen zitten met de vraag waarom er niet is ingegrepen.Ik hoor van u dat er één melding in het systeem staat en verder niet, maarer kunnen natuurlijk gewoon meldingen zijn geweest die uit jullie systeemzijn verdwenen omdat het voor degene die de melding deed misschienniet heel duidelijk was wat nou het onderscheid is tussen een meldingdoen en een adviesaanvraag doen. Ik zou me best wel kunnen voorstellendat die verwarring er is. Ik lees in het rapport ook dat de school demeldcode heeft doorgenomen en besloten heeft het niet te melden, aomdat de William Schrikker Groep betrokken was, zoals u ook al aangeeft,en er dus al hulpverlening was in het gezin, en b omdat meldingen somsniet formeel worden aangenomen, zoals ze aangeven. Ik zit nog steedsmet de vraag waarom, als er vanuit verschillende kanten over hetzelfdegezin meldingen zijn gedaan... U zegt: we hebben niet vastgesteld dat hetkindermishandeling was, maar ook niet vastgesteld dat dat niet het gevalwas. Mijn vraag is eigenlijk: wat is er dan nodig om wel echt in te grijpen?De heer Van Dooren:Ik reflecteer even op uw eerste vragen: is er advies gevraagd en waar zijnde meldingen gedaan? Het zou ook goed kunnen zijn – maar dat is niettraceerbaar – dat er niet met Veilig Thuis contact is opgenomen, maar metandere organisaties die betrokken zijn. Dat kunnen wij verder nietverifiëren. Maar laten we even kijken naar de rol van Veilig Thuis. VeiligThuis heeft een advies- en meldpunt en er wordt in de landelijkeafspraken, in het landelijke handelingsprotocol heel expliciet onderscheidgemaakt tussen een advies en een melding. Een advies is echt gericht op:als professional of burger zie ik iets waarbij mogelijk sprake kan zijn vanonveiligheid, kindermishandeling of huiselijk geweld en ik weet niet goedhoe ik hiermee om moet gaan; ik neem contact op met Veilig Thuis omadvies te krijgen over hoe ik hiermee om moet gaan. Daarbij is hetbelangrijk – denk bijvoorbeeld aan de vertrouwensband die er in hetonderwijs is tussen onderwijzers en kinderen – dat dat advies in eersteinstantie niet direct traceerbaar is naar het betrokken kind. Dat zijnlandelijke afspraken. Dat betekent dat wij een adviesvraag die bij onsbinnenkomt ook alleen maar registreren op naam van de adviesvrager.Wij kunnen naderhand dus niet zien over welk kind het advies ging. Het isuiteraard wel zo dat dat onze professional van Veilig Thuis bij het advies-en meldpunt in het gesprek met degene die het advies vraagt, verifieert encontroleert of hier daadwerkelijk sprake is van mogelijke kindermishan-deling en of er een melding plaats moet vinden. In dat gesprek wordt dusop het moment dat dat wordt vastgesteld, geprobeerd om te vragen hetadvies om te zetten in een melding bij ons. Op het moment dat het eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30229 melding wordt, kunnen wij ook daadwerkelijk zien welk kind het betreft, ofwelke volwassene, want we hebben ook met huiselijk geweld van doen.Dan gaan we ook daadwerkelijk handelen op wat er plaatsvindt. Ookiemand die bij ons advies vraagt en netjes de stappen van de meldcodedoorloopt, komt iedere keer, bij stap 5, weer bij de vraag van demeldcode: moet ik een melding doen bij Veilig Thuis? In deze casus zie jedat het onderwijs, de school, geen melding bij ons heeft gedaan, terwijldaar ook een disclosure heeft plaatsgevonden, nog na de disclosure in desupermarkt. Als je echter de meldcode zou volgen, zou in ieder gevalnavolgbaar moeten zijn welke afweging eronder heeft gelegen om diemelding niet te doen. Daarom hebben wij ook die radarfunctie niet goedkunnen invullen. Daar ligt een heel belangrijk verbeterpunt, dat ook in onsverbeterplan terugkomt. Als je in zo’n situatie meerdere meldingenbinnenkrijgt, ga je een systeem of een samenhangend geheel ontdekken.Dan ga je dus daarop handelen, in plaats van op die losse meldingen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja, ik volg dat, maar als je bijvoorbeeld op de site van Veilig Thuis kijkt, zieje heel groot een nummer staan dat mensen kunnen bellen. Dan kan ik mevoorstellen dat het voor veel mensen die vermoeden dat er iets aan dehand is, of die een melding willen doen, niet duidelijk is of ze nou eenadviesaanvraag of een melding doen, terwijl die eerste na drie maandenuit jullie systeem gaat, zodat je die dus niet meer kunt traceren. Maar alsmensen gewoon melden, komt het misschien bij jullie in het systeemterecht als een adviesaanvraag, terwijl mensen denken: ik heb eenmelding gedaan bij Veilig Thuis, dus ik heb het bij professionalsneergelegd en dus hoop ik dat er opvolging aan wordt gegeven. Zou datmisschien zo ook gebeurd kunnen zijn?De heer Van Dooren:In deze specifieke situatie kan ik dat dus niet terughalen. Ik heb er zelfnatuurlijk niet bij gezeten aan de telefoon als die adviesvragen bij onsterecht zijn gekomen. Overigens verdwijnen adviesvragen niet na driemaanden uit ons systeem. Dat zijn de zorgmeldingen, waar we het netover hadden. Die verdwijnen na een paar maanden uit ons systeem.Adviesvragen blijven gewoon in ons systeem geregistreerd. Als er advieswordt gevraagd, wordt er altijd heel goed uitgelegd door de medewerkervan Veilig Thuis: we hebben het hier over een adviesvraag die u doet, duswe geven u advies om dit en dit te doen. Een advies kan dus ook zijn: wijgeven u het zeer dringende advies om uw advies nu om te zetten, dus ombij ons een melding te doen en bekend te maken over welk kind of overwelke volwassene het gaat. Dat is dus onderwerp van gesprek in hetadviesgesprek dat plaatsvindt.De voorzitter:Meneer Krul.De heer Krul (CDA):Een van de aanbevelingen is dat medewerkers conform wettelijke kadersen protocollen werken en elkaar daarop moeten aanspreken. Ik denk dater heel veel mensen zijn die die dit dossier van een afstandje volgen endie dat een onbegrijpelijke aanbeveling vinden, want dat lijkt evident. Welezen dat na de melding op 3 december in dit geval de WSS niet conformhaar eigen protocol heeft gehandeld, de landelijke meldcode Huiselijkgeweld en kindermishandeling, die namelijk voorschrijft om bij geconsta-teerd letsel altijd een vertrouwensarts van Veilig Thuis te consulteren. Watik onbegrijpelijk vind, is dat men door Veilig Thuis niet aangesproken is ophet feit dat dit protocol terzijde is geschoven. In de aanbeveling lees ik: wespreken elkaar aan op het werken conform bestaande protocollen. EnVeilig Thuis weet dat het geconsulteerd moet worden bij het constaterenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30230 van letsel, maar dat gebeurde niet. Ik vind het onbegrijpelijk dat ervervolgens nergens gezegd wordt: hé WSS, wij moeten geconsulteerdworden en jullie houden je niet aan je eigen meldcode huiselijk geweld;hoe kan dat?De heer Van Dooren:Daarop reagerend wil ik meteen iets rechtzetten wat mijn voorganger zei.Wij krijgen bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond ongeveer 14.000meldingen en 14.000 adviesvragen per jaar binnen. Dat zijn er dus 300 perweek. Wij kunnen niet aan al die adviesvragen opvolging geven. We gaandus ook uit van de professionaliteit van de andere betrokken organisaties.De Veilig Thuizen hebben als enige partij in de keten vertrouwensartsen indienst. Op het moment dat wij zo’n organisatie het advies geven «let op,hier is sprake van letsel; maak gebruik van onze vertrouwensarts» is hetverder aan die organisatie om daar gebruik van te maken en de vertrou-wensarts in te zetten om een top-tot-teenonderzoek te doen. Welkeafweging daarop bij de William Schrikker Groep heeft plaatsgevonden,kan ik niet zeggen. Dat zult u aan de William Schrikker Groep moetenvragen.De heer Krul (CDA):Maar wat ik dan een beetje moeilijk vind, is dat Veilig Thuis zegt deaanbeveling in het rapport te onderschrijven, en dat deze aanbeveling ookgedaan is aan Veilig Thuis. Die staat in dat rijtje. Dan ben ik heel benieuwdwat dat concreet betekent voor jullie. Wat gaan jullie dan anders doen alsje eigenlijk aangeeft: tja, het zijn zo veel meldingen dat we dat helemaalniet kunnen, en zelfs als we het zouden willen, hebben we daar niet eensde capaciteit voor. Wat betekent die aanbeveling «we spreken elkaar aanop het volgen van wettelijke kaders en protocollen» dan specifiek voorVeilig Thuis?De heer Van Dooren:We kennen al de monitoringsfunctie van Veilig Thuis, waardoor we op hetmoment dat er een interventie heeft plaatsgevonden vanuit Veilig Thuis,kunnen blijven monitoren of er ook daadwerkelijk op ingezet wordt. Ookin dit soort situaties zullen wij organisaties aanspreken op hun verant-woordelijkheid. Uiteindelijk is het aan die andere organisatie om haarverantwoordelijkheid ook te nemen. We kunnen organisaties aanspreken,maar wij kunnen niet op de stoel van de andere organisatie gaan zitten.We kunnen dus tegen een betrokken zorgaanbieder zeggen: «Let op, er issprake van dit. Je kunt een top-tot-teenonderzoek in laten lassen.» Wekunnen ze dan nog een keer en nog een keer daarop aanspreken, maar deverantwoordelijkheid ligt uiteindelijk bij de professional aan de anderekant. Die moet beoordelen of hij dat daadwerkelijk gaat doen.Daar komt nog één ander punt bij. Dat wil ik hier ook inbrengen. Dat heeftte maken met de positie van Veilig Thuizen in Nederland. Dit gaat dus nietspecifiek over de positie van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, maar overde positie van alle Veilig Thuizen. Wij zitten in het vrijwillige kader. Wehebben heel vaak met kindermishandeling van doen. Alleen, wij mogenalleen maar kinderen spreken met toestemming van het gezag, dus mettoestemming van de ouders, of van de pleegouders in dit geval. Dus ophet moment dat er iets aan de hand is en zij zeggen «u mag niet met mijnkinderen spreken», dan hebben wij ook geen middelen om een gesprekmet zo’n kind aan te gaan. Dan moet dat door de politie of met derechterlijke machtiging plaats gaan vinden. Daar ligt dus in onze positie,als het gaat over wetgeving, een behoorlijke beperking op wat wij kunnen.De voorzitter:Mevrouw Rikkers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30231 Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. We hebben net in het vorige blokje gehoord dat deterugkoppeling naar de politie heel summier is. Soms is die er ook niet.Kunt u duiden waarom dat zo is?De heer Van Dooren:Nee. Ik zou dat even verder moeten bespreken met de heer Van de Koot.Wij koppelen namelijk de meldingen gewoon terug aan de politie. Diezouden dus bij de politie bekend moeten zijn. Ik zou dus graag wat meerzicht willen krijgen op datgene waar hij het over heeft.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):We begrepen uit zijn verhaal dat er gewoon een terugkoppeling komt, zovan: is doorgezet naar de GI en verder niet. Is het gebruikelijk dat er alleenzo’n regeltje terugkomt?De voorzitter:Wellicht kunt u nader toelichten hoe dit gaat, misschien met een ietsbredere context, zeg ik even ter aanvulling.De heer Van Dooren:Ik zal even uitleggen hoe het gaat. Wij krijgen een melding binnen. Alseerste gaan we beoordelen of er bij die melding sprake is van een acutesituatie. Op het moment dat er sprake is van een acute situatie, dan is hetbij ons een crisis. Dan gaat het crisisinterventieteam, het CIT, of ons eigencrisisteam meteen een interventie uitvoeren. Op het moment dat wijconstateren dat er geen sprake is van een acute situatie, dan gaan wekijken of we ’m versneld op moeten pakken of dat we ’m op de wachtlijstplaatsen. We hebben helaas met wachtlijsten te maken. Op het momentdat we daadwerkelijk de melding oppakken en gaan beoordelen, danvoeren we een veiligheidsbeoordeling uit. Op basis van die veiligheidsbe-oordeling kijken we welke interventie er nodig is. Even voor het beeld: vanalle 14.000 meldingen die wij in Rotterdam-Rijnmond binnenkrijgen,wordt ongeveer 60% à 65% overgedragen voor hulpverlening aan hetlokale team. Voor de overige meldingen vragen we ons af: moeten we zelfeen interventie doen of is er al een andere hulpverlener of zorgaanbiederbetrokken? Op het moment dat er een andere hulpverlener of zorgaan-bieder betrokken is, dan dragen wij ’m over aan die andere zorgaanbieder.Op het moment dat wij zelf een interventie doen, dan gaan we ookmonitoren wat er na die interventie in de opvolging gebeurt. We koppelenterug aan de melder wat die interventie of opvolging is geweest. Dus alswij hem overdragen aan bijvoorbeeld een GI, dragen wij hem over en danstaat er ook bij «hij is overgedragen aan de GI JeugdbeschermingRotterdam-Rijnmond» of «hij is overgedragen aan de William SchrikkerGroep».De voorzitter:Dan de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Dank, voorzitter. Wat ik nu hoor, is dat het ergens fout gaat. Bij de WSSzijn verschillende dingen geconstateerd die beter hadden gekund. We zijnnu op zoek naar wat al die andere instellingen beter hadden kunnen doenin dit geval, zo ook Veilig Thuis. Die vraag lijkt ook door collega’s gesteldte zijn. Ik heb het gevoel dat ik van de heer Van Dooren als antwoord hebmeegekregen: «Ja, we kunnen wat doen, maar we hebben heel veelmeldingen, meer dan 14.000. Bovendien vertrouwen we ook op deexpertise van de andere instellingen.» Ik ben eigenlijk op zoek naar dieproactieve rol, het vierogenprincipe of het zesogenprincipe; het maakt meeven niet uit hoe. Is er niet een plicht om ook kritisch te zijn naar dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30232 andere instellingen toe, in plaats van uit te gaan van die expertise? Hoevoorkom je dat de medewerkers te veel werk hebben omdat er te veelmeldingen zijn? Wat kan hier beter gedaan worden, is eigenlijk mijn vraag.De heer Van Dooren:Dank u voor de vraag, een terechte vraag. Wij hebben op basis van hetinspectierapport bekeken wat wij als Veilig Thuis zelf kunnen verbeteren.Daarbij hebben we niet alleen bekeken wat Veilig Thuis RotterdamRijnmond beter zou kunnen doen, maar ook wat er kan worden verbeterdbij alle Veilig Thuizen in het Landelijk Netwerk Veilig Thuis. Maar wehebben ook bekeken wat er verbeterd kan worden in de samenwerkingmet ketenpartners. Daar zitten in ieder geval een aantal belangrijkeverbeterpunten bij. Een van de verbeterpunten is van toepassing bij eendisclosure van een kind. Dus als een kind aangeeft – het maakt niet uit inwelke situatie – dat het mishandeld wordt en dat er sprake is vankindermishandeling, gaan we altijd ter plaatse en gaan we altijd met debetrokken kinderen spreken. We willen dus altijd het kind zien. Op hetmoment dat we zien dat er sprake is van lichamelijk letsel, gaan we ookeen top-tot-teenonderzoek uitvoeren. Dat wordt dus een belangrijkverbeterpunt dat we gaan inzetten.Het is misschien goed om te vertellen dat we in Rotterdam-RijnmondFilomena Via225 hebben. Dat is een expertisecentrum waarbij kinder-artsen van het Erasmus Medisch Centrum, het Centrum Seksueel Gewelden de politie betrokken zijn. Daarbij vindt intensieve casusmanagementplaats. Die kunnen we dus ook meteen inschakelen. Filomena pakt decasus daarna aanhoudend op. Dat initiatief is in Rotterdam opgezet en iser dus specifiek voor de regio Rotterdam-Rijnmond. We hebben ook algezegd dat het goed zou zijn als dat landelijk navolging krijgt en overandere regio’s kan worden verspreid. Dat is dus het eerste punt dat wewillen oppakken.Het tweede punt is dat we de taak en rol van Veilig Thuis beter moetenuitdragen en bekendmaken bij alle ketenpartners en het onderwijs. Wemoeten uitdragen dat Veilig Thuis niet alleen meldingen ontvangt endoorzet, maar ook een radarfunctie heeft bij het bij elkaar brengen vanallerlei signalen over een bepaalde situatie. Dat is dus ook belangrijk. Wegeven nu al heel veel voorlichting. Even voor uw beeld: we geven alleenal in de regio Rotterdam-Rijnmond ieder jaar 120 voorlichtingsbijeen-komsten aan professionals. Dat gaan we verder intensiveren. We gaanook het belang van het toepassen van die meldcode daarin verwerken.Het derde punt dat we uit het inspectierapport halen, is dat Veilig Thuis dejuiste stappen heeft gezet en de protocollen netjes heeft gevolgd, maardat sommige stappen niet goed navolgbaar of traceerbaar zijn in dedossiers. We gaan dus ook nog een keer heel kritisch kijken hoe wekunnen vastleggen dat achteraf te volgen is waarom bepaalde afwegingenzijn gemaakt. Dat zijn dus de drie lijnen waarlangs we als Veilig ThuisRotterdam Rijnmond gaan opereren.De voorzitter:Dank u wel. We hebben nog tien minuten. We doen nog een kortevraagronde. Ik vraag de leden om een korte vraag te stellen en VeiligThuis om kort te antwoorden. Probeer, voor zover dat kan, niet te herhalenwat u al eerder heeft gezegd. Daar ga ik iets strenger op letten. Als eerstegeef ik D66 weer de mogelijkheid om een vraag te stellen.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter; er is altijd te weinig tijd. Ik kan me voorstellen datde reden van uithuisplaatsing voor de moeder heel belangrijk is. VeiligThuis heeft toen, naar ik begreep, meegeholpen met de uithuisplaatsing.Ik ben benieuwd of u daar nog iets meer over kunt vertellen. Wat was noude reden dat dat is gebeurd? Wat was uw rol daarbij?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30233 De heer Van Dooren:Dit is een van de brede misverstanden. Veilig Thuis helpt niet mee bij eenuithuisplaatsing, maar beoordeelt alleen of er sprake is van een onveiligesituatie. Een van de acties zou kunnen zijn dat de Raad voor de Kinderbe-scherming wordt ingeschakeld. Het is dan aan de Raad voor de Kinderbe-scherming om verder te onderzoeken of uithuisplaatsing een juisteoplossing is. Dat zeg ik in algemene zin. Het is mij niet bekend of VeiligThuis in deze situatie heeft meegeholpen aan de uithuisplaatsing.Mevrouw Westeneng:Ik kan dat wel even toelichten. We zijn kort betrokken geweest toen hetmeisje nog bij haar biologische moeder woonde. We hebben toen wel eeninterventie gehad. Maar ik zou later moeten navragen wat dat betrof.De voorzitter:Heel kort, mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Voorzitter, heel snel. Dank voor deze aanvulling. Ik kan me namelijkvoorstellen dat dit voor de biologische moeder zeer relevante informatieis. Ik zou u willen vragen om die nadere informatie schriftelijk aan dezecommissie te doen toekomen.De voorzitter:Dat is altijd mogelijk.Mevrouw Westeneng:Wij gaan kijken welke informatie we daarover met u kunnen delen.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel.De voorzitter:We noteren gelijk dat die informatie dan aan de commissie wordt gericht.Mevrouw Bruyning (NSC):Er werd net aangegeven dat Veilig Thuis eigenlijk in het vrijwillig kaderwerkt en dus geen wettelijke bevoegdheid heeft om kinderen te horenzonder toestemming van een gezaghebbende ouder of voogd. Tegelij-kertijd staat in de richtlijn dat Veilig Thuis bevoegd is om in uitzonderlijkegevallen zonder medeweten van ouders met een jeugdige onder de 16jaar te spreken. Wat was in dit geval de afweging om niet direct met hetkind te spreken? Wat is dan «uitzonderlijk»? Wat classificeert u als«uitzonderlijk» om het wel te doen?Mevrouw Westeneng:In dit geval hebben wij daartoe niet besloten omdat de WSS al aan hetlopen was op deze melding. In het geval van de supermarktmelding zijnwij dus niet zelf gaan lopen. Die afweging hebben wij ten eerste gemaakt.Dat staat er nog los van of wij dat meisje zouden spreken of niet. Hettweede wat we vooral bedoelen is, denk ik, het volgende. In Nederlandkunnen ouders en pleegouders daar heel makkelijk een muur omheenplaatsen. De wet geeft ons niet de bevoegdheid om een huis binnen tedringen en een kind mee te nemen, om een kind te spreken. Wij proberenwel altijd situaties te creëren waarin wij een kind wél kunnen spreken,maar het is heel makkelijk om dat te blokkeren.De voorzitter:Helder. Kort nog, mevrouw Bruyning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30234 Mevrouw Bruyning (NSC):Nog even kort. Wat ik in het vorige blok hoorde en wat ik ook nu hoor, isdat we het eigenlijk met z’n allen wel over een gezamenlijke verantwoor-delijkheid hebben, maar tegelijkertijd over «geen verantwoordelijkheid»,want iedereen kijkt naar elkaar en praat over elkaars rol, terwijl er eigenlijkniets gebeurt.De voorzitter:Nog heel kort Veilig Thuis hierover. U mag ook verwijzen naar het vorigeantwoord, meneer Van Dooren.De heer Van Dooren:Dat is een constatering, denk ik. Bij ons, bij Veilig Thuis, en ik denk bij alleorganisaties, werken professionals met toewijding aan hun taak. Op hetmoment dat zij iets constateren, gaan ze ook daadwerkelijk lopen. In hetkader van een crisis kan er heel veel, en dan zal daadwerkelijk eeninterventie plaatsvinden. Dus, bij dezen.De voorzitter:Oké. Mevrouw Dral.Mevrouw Dral (VVD):Dank, voorzitter. U sprak net over het feit dat u op sommige puntenwettelijk beperkt bent. Wat heeft Veilig Thuis nou nodig los van deaanbevelingen? Als u kijkt naar uw rol in het hele systeem, wat denkt udan dat er beter zou kunnen? En wat heeft u nodig om het beter temaken?De voorzitter:U heeft daar al iets over gezegd, maar misschien nog iets ter aanvullingop wat u eerder heeft gezegd?De heer Van Dooren:Wat wij nodig hebben, zijn de bevoegdheden om kinderen te kunnenspreken. Wat wij ook nodig hebben, is een verdergaande ketensamen-werking. Daar zei ik net al iets over. Die hebben we in Rotterdam, metdank aan de gemeente, voor Filomena ingericht. Wat wij nodig hebben, isdat alle partijen handelingsprotocollen en meldcodes gaan volgen engebruik gaan maken van onze vertrouwensartsen. Overigens moet ikzeggen dat wij in Rotterdam-Rijnmond het geluk hebben relatief veelvertrouwensartsen in dienst te hebben. Maar het aantal beschikbarevertrouwensartsen is voor heel Nederland een probleem. In sommigeregio’s is dat heel beperkt.De voorzitter:Dank u. De heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Dank, voorzitter. In hoeveel procent van de meldingen wordt nietovergegaan tot onderzoek of tot het inzetten van andere hulpverlening?De voorzitter:Een heldere vraag. Veilig Thuis.De heer Van Dooren:Alle meldingen worden onderzocht. Er vindt dus altijd een beoordelingvan de melding plaats. Ik zeg het even uit mijn hoofd, maar ik dacht datwij bij 10% van de meldingen zeggen dat het eigen systeem, het eigengezin en het sociale netwerk, het zelf kan opvangen. Dan wordt dus geenhulpverlening ingezet, maar dan wordt in overleg met het gezin, inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30235 overleg met de betrokkenen, bekeken of het binnen het systeem zelf kanworden opgevangen. Dat monitoren we ook.De voorzitter:Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank. U, meneer Van Dooren, gaf net aan dat het nodig is dat alle partijenmeldcodes en protocollen volgen. Eerder in uw antwoorden gaf u aan datsommige partijen misschien wel hadden moeten melden, zoals de school.Maar als ik het inspectierapport lees, zie ik dat de school aangeeft waaromzij niet hebben gemeld. Zij geven daar drie redenen voor. Een van deredenen is: de William Schrikker Groep verleent al hulp aan het gezin, duswij doen het niet. Een andere reden die zij aangeven, is dat veelmeldingen niet formeel worden aangenomen. Mijn vraag is dus: wat waser in deze situatie nou anders geweest als de school wél een formelemelding had gedaan?De heer Van Dooren:Dat is een heel terechte vraag van u. Een van de grote misverstanden dieer zijn rondom Veilig Thuis, is dat wij een melding alleen maar afzonderlijkbeoordelen en doorzetten naar de hulpverlening en dat het dus toch geenzin heeft om Veilig Thuis in te schakelen. Wij hebben ook gezegd dat wedaar vol op gaan inzetten. Ik zei het daarstraks al over de radarfunctie: alswij twee, drie of meer meldingen over eenzelfde situatie binnenkrijgen,gaan we wel heel anders naar die situatie kijken. Dan gaan we kijken ofdaar een andere interventie moet plaatsen dan de interventie die op ditmoment plaatsvindt. De aanname «we hoeven niet te melden bij VeiligThuis, want er zit toch al hulpverlening in» beperkt ons dus in dieradarfunctie en in de totale afweging.De voorzitter:De heer Krul.De heer Krul (CDA):Een korte vraag. Ik kan me voorstellen dat het misschien geen paratekennis is, maar we kunnen het vast, hopelijk, boven water krijgen. U heeftaangegeven dat het zo kan zijn dat er letsel is geconstateerd en datvervolgens de vertrouwensarts van Veilig Thuis beschikbaar is om eentop-tot-teenonderzoek te doen, of in ieder geval om de betrokkene te zien.Maar die afweging ligt niet bij Veilig Thuis, maar bij, in dit geval, de WSS.Veilig Thuis weet dat in het protocol van de WSS staat dat ze dat ookmoeten doen, maar dat is hun afweging. Heeft Veilig Thuis informatieover of inzicht in hoe vaak dit gebeurt? Hoe vaak komt het nou voor datVeilig Thuis letsel constateert, maar dat hun vertrouwensarts niet wordtingeroepen?Mevrouw Westeneng:Nee. Het korte antwoord is: nee, we hebben niet inzichtelijk in hoeveelgevallen dat zo is. In dit geval wisten wij natuurlijk nog niet hoe erg hetletsel was, dus we hadden die afweging ook nog niet kunnen maken,maar wij zagen wel aanwijzingen voor mogelijk letsel. Maar nee, diepercentages hebben wij niet.De heer Krul (CDA):Mijn zorg is namelijk deze. Als we de aanbevelingen opvolgen, wat ikhoop, is het voortaan gewoon standaard: bij elke vorm van letsel komt ereen vertrouwensarts. Niks protocol, gewoon standaard. Dan hoop ik weldat dat ook kán.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30236 Mevrouw Westeneng:Dat is inderdaad een goed punt in waar we het net over hadden. Ja, in deaanbeveling staat: bij ieder letsel bij een disclosure moet in ieder gevaleen vertrouwensarts geraadpleegd worden. Er zijn ook andere mogelijk-heden, bijvoorbeeld dat een kind bij een Goofyspreekuur wordt gezien ofdat het kind elders een top-teenonderzoek krijgt. Dat is een uitdaging methet oog op de capaciteit, zeker als we landelijk kijken naar het aantalvertrouwensartsen. Dat is dus zeker iets waarover we via het landelijknetwerk, ook met de Staatssecretaris van VWS, in gesprek zijn.De voorzitter:Tot slot mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. Op de radarfunctie bent u al kort ingegaan. Ik vraagmij af hoe het mogelijk is om die radarfunctie goed in te richten wanneerer zorgmeldingen na drie maanden weg zijn. Hoe kunnen we datorganiseren?Mevrouw Westeneng:Dat is een goeie. De zorgmeldingen – dat is goed om nog even op temerken – gaan dus niet over kindermishandeling en huiselijk geweld. Datzijn andersoortige zorgen over een kind. Onder de huidige wet mogen wijdie niet verwerken, dus die gaan automatisch naar... Wij zijn eendoorgeefluik. Het is ook nog maar de vraag of Veilig Thuis daar eigenlijkwel tussen hoort te zitten. Die zijn dus geen onderdeel van de radar-functie, net zomin als de adviesvragen een onderdeel van de radarfunctiezijn, want ook die worden natuurlijk niet op naam geregistreerd. Het gaatdus alleen om formele meldingen van huiselijk geweld en kindermishan-deling.Zouden we dat anders willen, dan zou het systeem op dat vlak helemaalop de schop moeten. Ik denk dat het goed is om het gesprek te voerenover hoe in een toekomstscenario de radarfunctie geborgd gaat wordenen waar die belegd gaat worden: wordt die binnen het regionaal veilig-heidsteam belegd, of misschien wel bij de lokale teams? Dat weet ik niet.Dat gesprek moet volgens mij nog gevoerd worden.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit blok. Ik dank beidevertegenwoordigers van Veilig Thuis voor hun inbreng. U heeft eentoezegging gedaan – zo noem ik het maar even – over het verstrekken vannadere informatie, voor zover dat mogelijk is. Het is aan u om dat met hetministerie kort te sluiten, want we weten niet hoe het AVG-technisch zit endergelijke. Dat laat ik dus aan u. Maar het is fijn dat u ons die informatiewilt doen toekomen via deze commissie.Dan zijn we bij het volgende blok gekomen, dus we gaan snel wisselen.We gaan zo spreken met vertegenwoordigers van pleegzorgorganisatieEnver, die nu zullen aanschuiven.Dank u wel.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Blok 4: Pleegzorginstantie EnverGesprek met:−mevrouw Esther Reinhard, bestuurder van Enver−mevrouw Mardjan Seighali, voorzitter raad van toezicht van EnverDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30237 Ik heropen de hoorzitting. We zijn gekomen bij blok 4. We gaan straksluisteren naar pleegzorgorganisatie Enver, in ieder geval naar devertegenwoordigers daarvan. Aangeschoven zijn bestuurder mevrouwReinhard en mevrouw Seighali van de raad van toezicht. Ook nu is hetweer de bedoeling om één vraag te stellen, en om te proberen om echt devraag te beantwoorden. Liever geen inleidingen, maar relevante context isaltijd welkom. Mevrouw Van der Werf, aan u het woord.Mevrouw Van der Werf (D66):Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor uw komst, zeg ik tegen de gasten. Ikheb heel veel vragen, maar ik begin met een van de vragen waarover heelveel verbazing is. Er zijn namelijk twee meisjes in het betrokken gezingeplaatst nadat twee Syrische jongens daar uit zijn geplaatst en van wielater bleek dat zij daar zwaar mishandeld werden. Uw organisatie had datscherp; daar wist u van. Toch zijn deze twee kinderen door Enver bij ditpleeggezin geplaatst. Hoe kan dat?De voorzitter:Enver.Mevrouw Reinhard:Dank voor uw vraag. Ik wil wel op voorhand benadrukken dat het rapportdat hier ligt, niet alleen landelijk een grote schok teweeg heeft gebracht,maar ook binnen Enver en bij alle medewerkers van Enver. Dat geldt ookvoor de raad van toezicht en voor mij als bestuurder, niet alleen alsbestuurder maar ook als mens en als moeder. Ik vind het wel belangrijkom dat ook bij de start vooraf duidelijk te maken.Ik vind uw vraag heel begrijpelijk, zeker met de kennis die we nu hebben.Zoals meneer Van Dooren van Veilig Thuis al aangaf, is er na deuitplaatsing van de twee Syrische kinderen onderzoek gedaan of dekinderen die op dat moment nog in het gezin verbleven, een pleegkind eneen biologisch kind, veilig waren. Er is van meerdere kanten onderzoekgedaan en er is ook lichamelijk onderzoek gedaan. Er was destijds geenreden om aan te nemen dat er kinderen onveilig waren en er was dus ookgeen reden om aan te nemen dat de uitspraken van de jongens klopten,namelijk dat de kinderen mishandeld werden. Dat was op dat moment deconstatering, waardoor we geen beletsel zagen om daarna anderekinderen te plaatsen. Het heeft bij de matching wel op tafel gelegen, maarzoals de inspectie stelt, hebben we dat niet duidelijk vastgelegd. Allefeiten die vooraf hebben gespeeld, hebben echter bij de matching, deoverweging bij de nieuwe plaatsing, van de meisjes wel op tafel gelegen.De voorzitter:Ter verduidelijking.Mevrouw Van der Werf (D66):Ja, voorzitter, ter verduidelijking. Ik vind het buitengewoon vreemd dat ditwel op tafel heeft gelegen, maar dat er toch de afweging is gemaakt omdie meisjes daar te plaatsen. Maar dan nog is er vlak na de plaatsing vandit meisje, al in de zomer van 2022, informatie naar u toe gekomen dat zijin onveiligheid was. Toen heeft u dus ook de signalen van dit meisjegekregen. Ik heb het dan over fysiek geweld van de pleegvader, overseksueel misbruik en over signalen dat het meisje mensonterend werdbehandeld. Dat is dus al twee jaar voor zij in deze kooi is aangetroffen.Toen wist u dat u al. Toen wist u dus van de Syrische jongens én u wistdit. Hoe is het mogelijk dat u geen enkele keer naar het pleegmeisje bentgegaan en dat er geen een-op-eengesprek met haar heeft plaatsge-vonden?Mevrouw Reinhard:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30238 Als antwoord op uw laatste vraag: er hebben meerdere gesprekken, ookeen-op-eengesprekken, met het meisje plaatsgevonden. In eerste instantiewas dat nog in huis. Later is dat in de speeltuin of daar in de buurtgebeurd. Die een-op-eengesprekken met het meisje hebben wel degelijkplaatsgevonden. Door de pleegzorgbegeleider is alleen de conclusiegetrokken dat de verhalen en zorgen die meisje uitte, pasten binnen hettrauma dat ze had opgelopen. De verhalen zijn dus verkeerd geduid en hetis verschrikkelijk om dat achteraf te zien, zeker na wat zich daarna allemaalin dat gezin heeft ontvouwd.De voorzitter:Mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, voorzitter. Ik wil toch wel even voortborduren op de vraag die doormijn collega is gesteld, want in het rapport staat letterlijk: «Er is geenvertrouwenspersoon voor het meisje gezocht. Het meisje werd nietstandaard alleen gesproken. Het is niet opgevallen dat de pleegzorgbege-leider in december 2023 de uitspraken van het meisje dat zij werdmishandeld, niet conform de richtlijnen van Enver met de gedragsweten-schapper heeft besproken.» U geeft net aan dat er een-op-eengesprekkenhebben plaatsgevonden. U gaf net ook aan dat de informatie die uit dieeen-op-eengesprekken naar voren is gekomen, paste in het beeld dat hetmeisje in kwestie bepaalde traumatische ervaringen had opgedaan. Mijnvraag is hoe het afwegingskader is uitgevoerd. Dit is op basis van éénpleegzorgmedewerker. Ik vraag mij dan heel erg af waar het vierogen-principe, zesogenprincipe, voor mijn part tienogenprincipe zoals mijncollega in het vorige blok heeft gezegd, is geweest. Dat ontbreekt hiertotaal.Mevrouw Reinhard:Dit is ook een logische vraag, gezien alles wat zich heeft afgespeeld. Wijkunnen constateren dat er bij Enver veel verantwoordelijkheid bij deindividuele jeugdzorgprofessionals ligt. Zij zijn geregistreerd en moetenjaarlijks opleidingen volgen om hun SKJ-registratie waar te maken. In ditgeval hebben we te weinig checks uitgevoerd. De medewerker is te weiniggevolgd. Formeel ligt de verantwoordelijkheid bij hem en als organisatiehadden we beter moeten checken, want we kunnen nu zien dat hij op eenaantal momenten onvoldoende de meldcode heeft gevolgd en onvol-doende navolgbaar zijn gedragswetenschapper heeft geraadpleegd. Datzijn momenten waarop het vierde of zesde paar ogen ingezet had moetenworden.De voorzitter:Mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Geeft u nou aan dat de medewerker individueel niet de meldcode heeftgevolgd of dat uw organisatie an sich in haar geheel de meldcode nietnaar behoren heeft gevolgd? Kunt u reflecteren op wat u hier aangeeft?Mevrouw Reinhard:De medewerker heeft zelf de verantwoordelijkheid om in een aantalsituaties de meldcode te starten en in overleg te treden met de gedrags-wetenschapper. Ik zal het kort toelichten. Pleegzorgbegeleiders wordenondersteund door gedragswetenschappers. Dat zijn universitairopgeleide, inhoudsdeskundige experts. Eén gedragswetenschapper is eensoort vraagbaak, adviseur, meedenker, het vierde paar ogen voorongeveer vijftien tot twintig pleegzorgbegeleiders. Er zijn richtlijnenwaarin staat beschreven wanneer de pleegzorgwerker zijn gedragsweten-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30239 schapper móét raadplegen of de meldcode móét starten. Terugkijkend isdat te weinig gebeurd. Daar heb ik, daar heeft de organisatie niet goed optoegezien.De voorzitter:Mevrouw Dral.Mevrouw Dral (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik vind het echt een verschrikkelijke casus; ik kandat niet genoeg benadrukken. U zegt iets over de verantwoordelijkheidvan de medewerker. Maar het systeem is zo ingericht dat alle verantwoor-delijkheid daar ook ligt. Vervolgens is daar geen toezicht op, dus niemandcontroleert diegene. Als je de casus leest, zie je dat er op 23 crucialepunten gewoon niet is gehandeld. Echt. En dus met desastreuze gevolgen.Twee dingen. Eén. Ik vind het ook heel erg voor de pleegouders inNederland die de kinderen wel liefdevol opvoeden, gezien de beeld-vorming. Maar nog erger vind ik het volgende. Kunt u op dit moment,omdat het systeem daar niet op toeziet, omdat het zo is ingericht dat ergeen toezicht is, verzekeren dat er geen andere kinderen in de knel zitten?Mevrouw Reinhard:Ik snap uw vraag. We hebben kort nadat de feiten in deze zaak steedsmeer bekend werden – een deel van de feiten is ons namelijk pas door deopenbare pro-formazitting duidelijk geworden – een check gedaan op allepleegkinderen en dan met name naar de vraag of er met de kindereneen-op-eengesprekken zijn gevoerd door de pleegzorgbegeleider. Dat isvoor ons namelijk een van de belangrijkste indicatoren voor veiligheid.We hebben er pakweg 25, maar het voeren van een-op-eengesprekken iseen van de belangrijkste. Die check hebben we in september gedaan. Hetbleek bij alle kinderen het geval. Diezelfde check hebben we nadat hetrapport was uitgekomen eind januari nog een keer gedaan, met hettweede paar ogen daarbij, namelijk samen met alle GI’s. Daarbij ging hetom zaken als: zijn er zorgen over deze kinderen, zijn er gesprekkengevoerd, is er een vertrouwenspersoon? Dat was een soort secondopinion, alhoewel dat niet helemaal het woord is, maar dezelfde vragenzijn ook aan de GI’s gesteld. Dat zijn meerdere GI’s. Enver heeft een grootwerkgebied met niet alleen William Schrikker, maar ook Jeugdbe-scherming Rijnmond, Jeugdbescherming West en het Leger des Heils.Ook daar is geen onveiligheid uit naar voren gekomen.Als ik het goed begrijp, stelde u twee vragen in een. U merkte op dat ergeen toezicht is. Ja, er is wel toezicht, maar dat moeten we strakker doen.Daar hebben we inmiddels ook betere afspraken over en daar zijn we almee begonnen. Het is ook terecht dat de inspectie daar een opmerkingover gemaakt heeft. Naast de interne afspraken zijn we ook bezig om hetelektronisch cliëntendossier zo in te richten dat er meer signalen uitkomen. We kunnen alles erin terugvinden, maar als het geen signaal-functie heeft, dan ondersteunt het onvoldoende.Mevrouw Dral (VVD):Maar dat toezicht is dan intern, bij u? Er wordt wel gezegd dat alleprotocollen en richtlijnen zijn gevolgd. Maar ja, als mensen die richtlijnenen die protocollen niet volgen en niemand dat corrigeert, dan krijg je ditsoort ernstige situaties.De voorzitter:Mevrouw Reinhard.Mevrouw Reinhard:Ik verstond u verkeerd. Er zijn richtlijnen en protocollen. Ze zijn in dit gevalniet allemaal opgevolgd, niet allemaal volledig opgevolgd. Daar moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30240 we beter op toezien. Daar heeft u gelijk in. Voor een deel heeft dat temaken met de interne checks-and-balances, die we nu inmiddels beterhebben ingeregeld. Dat waren ze al; we richten ze beter in. Ook nu kijkt deinspectie stevig met ons mee op basis van het geïntensiveerd toezicht.De voorzitter:De heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dank voor uw komst, maar laat ik ook maar directmet de deur in huis vallen. Het rapport dat verschenen is, laat je nekharenrechtovereind staan. Als je deze fouten in het normale bedrijfsleven hadgemaakt, dan was je allang ontslagen of zelfs vervolgd. Het blijft mij ookverbazen dat het bestuur geen verantwoordelijkheid heeft genomen enniet is opgestapt, maar dat terzijde. Ik kom bij mijn vraag. Waarom heeftEnver, ondanks meerdere zorgsignalen over mishandeling, seksueelmisbruik en verwaarlozing, niet eerder ingegrepen?Mevrouw Seighali:Over het eerste deel. U heeft aangegeven dat u het als introductie heeftgebruikt. Wij hebben er inderdaad voor gekozen om de continuïteit van deorganisatie te waarborgen, maar met name hebben we de afgelopen jarengezien dat de bestuurder sinds haar aantreden behoorlijk heeft gezeten ophet verbeteren van de organisatie en op kwaliteitsverbetering. Ik begrijp,wij als raad van toezicht, uw verontwaardiging. Die hadden wij ook. Wezijn ook intens verdrietig over het rapport dat hier op tafel ligt. Wijonderschrijven alle aanbevelingen en willen ook ons best doen om dat tecontinueren. Dus als het opstappen had geholpen, dan hadden we allangafscheid genomen. Maar we zien wel een bestuurder die het zich aantrekten die staat voor verbetering. Dat wou ik even gezegd hebben. Het tweededeel laat ik aan mevrouw Reinhard.Mevrouw Reinhard:Pleegzorg is vaak langdurige zorg. Dat is voor ons ook wikken en wegen.We zijn heel blij als een pleegzorgbegeleider langer durende bij een gezinbetrokken is. Soms komen kinderen als baby bij een pleeggezin tot hun18de jaar. Dat is soms ook de complexiteit van de dossiers. Maar geziende wisselingen bij mensen die uit dienst treden, bij zwangerschap en bijvervanging zijn we juist blij als medewerkers langer bij een gezinbetrokken zijn. In dit geval heeft dat echt desastreuze gevolgen gehad.Dus juist bij langer durende zorg moeten we nog beter checken op hetuitvoeren van de richtlijnen en protocollen, nog beter de twee en vierogen, intern maar ook extern. Voor een deel zijn het onze interneprotocollen, maar ook de externe checks.Mag ik daarop een korte toelichting geven? Bij de enquête naar deveiligheid die we eind januari hebben gedaan onder alle pleegkinderenheb ik ook persoonlijk contact gehad met de bestuurders van alle GI’s. Wehebben toen nog een keer het volgende met elkaar bevestigd. Als erverschillende beelden bestaan over veiligheid in een gezin – dat is somsop basis van richtlijnen en protocollen en soms de heel andere kant, eenniet-pluisgevoel, een onderbuikgevoel of whatever – dan kun je het eenkeer met elkaar bespreken, twee keer, maar dan móét je escaleren. Dieafspraak hebben we met elkaar gemaakt en we gaan er zelf op toezien datdie wordt gevolgd. Het kan niet zo zijn dat een medewerker van Enverdenkt «er is niks aan de hand» en daarmee doorgaat en dat een collegavan een andere organisatie dan – ik zeg het even zo – met buikpijnrondloopt. Als je met die signalen niet tot een gemeenschappelijk beeldkomt, moet dat geëscaleerd worden.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30241 De heer Crijns nog?De heer Crijns (PVV):Dan is mijn vraag nog niet voldoende beantwoord. Waarom is er nieteerder ingegrepen? Er waren talloze voorbeelden – dat heb ik zojuist ookal aangegeven – maar er is niet eerder ingegrepen. Er is toch voorgekozen om de kinderen bij het gezin te houden, zowel de broertjes die uithuis zijn geplaatst als daarna het meisje dat daar is geplaatst. Er zijn tigvoorbeelden, red flags, noem eigenlijk maar op, waarbij alle alarmbellenmoesten afgaan. Er is niet ingegrepen. Waarom niet?Mevrouw Seighali:Ik kan niet inhoudelijk op de casuïstiek ingaan, maar ik heb inderdaad ookhet rapport gelezen. Ik ben zelf ook ooit jeugdhulpverlener geweest; dat isook nog steeds mijn passie. Het rapport maakt duidelijk dat er inderdaadverschillende momenten zijn waarop er ingegrepen had moeten worden.Het is belangrijk om terug te gaan met de cruciale aanbevelingen van hetIGJ-rapport onder de arm, bijvoorbeeld het hebben van een vertrouwens-persoon waar een kind onafhankelijk haar of zijn verhaal kan doen en hetopschalen op het moment dat het niet goed gaat. Daartoe hebben we heelveel systemen georganiseerd. Met het inzicht van vandaag had eringegrepen moeten worden. Maar ik zeg altijd: het is heel erg belangrijkom aan te spreken, om collega’s kritisch te vragen om in te grijpen. Dat isheel vanzelfsprekend, maar niet iedereen doet het vanzelfsprekend. Methet inzicht van vandaag zijn wij op cruciale momenten in gebrekegebleven.De voorzitter:Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):In het rapport van commissie-De Winter over geweld in de jeugdzorglezen we een heel duidelijke aanbeveling dat kinderen serieus genomenmoeten worden. Als ik dan hoor dat eerder de twee broertjes niet serieuswerden genomen, dat niet kon worden vastgesteld of er sprake was vanmishandeling en dat hetzelfde zich herhaalt bij dit pleegmeisje, dan vraagik me af in hoeverre de kinderrechten gewaarborgd zijn. Daaropvolgendmijn vraag. Kinderen hebben recht op een vertrouwenspersoon. Dat staatin de Jeugdwet. Mijn vraag aan u is in hoeverre hier sprake is van hettoewijzen van een vertrouwenspersoon. Gebeurt dat structureel in deorganisatie? Volgens mij mag namelijk duidelijk zijn dat alleen gesprekkenmet de pleegzorgbegeleider onvoldoende zijn, omdat die persoonnatuurlijk verantwoordelijkheid houdt voor het hele gezin en er nietonafhankelijk, er niet alleen voor het kind is.Mevrouw Reinhard:Dank voor uw vraag. Ja, het is zeker een stevige inspanningsverplichting.Maar het liefst zien we dit ook als resultaatverplichting, dus dat het ookleidt tot een vertrouwenspersoon. In eerste instantie heeft de medewerkerervoor gekozen om dit niet meteen te doen. Dat zou misschien, in hetbegin, nog te billijken zijn, als een kind in een nieuw pleeggezin komt, metallerlei nieuwe contacten en een nieuwe school. Maar hij heeft inderdaadonvoldoende navolgbare inspanningen gepleegd om een vertrouwens-persoon te vinden. Zijn opvolger, die na 1 januari in het gezin is gekomen,heeft dat ook onvoldoende gedaan. Wij vinden dat heel belangrijk. Dat isook een van de onderdelen van de veiligheidscheck. We gaan dat dus nognadrukkelijker checken bij alle gezinnen. We vinden dit zo belangrijk, zekervoor de kinderen onder de 8 à 10 jaar, dat we op landelijk niveau metelkaar willen bespreken hoe we ervoor zorgen dat we een vertrouwens-persoon vinden. De optie van Jeugdstem – dat is een extra, meer formeleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30242 route – is, zeker voor kleine kinderen, namelijk niet altijd dé oplossing. Weverbreden de discussie over de vraag wat we nog kunnen doen als hetniet de juffrouw of iemand van Jeugdstem kan zijn. Er rust namelijk eenplicht op ons om alles uit de kast te halen om dat te regelen.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is het geen inspanningsverplichting, maar staat er gewoonletterlijk in de Jeugdwet dat een kind moet worden gewezen op demogelijkheid van een vertrouwenspersoon. Volgens mij staat dat zelfs inartikel 2 van de Jeugdwet. Mijn vraag is dus in hoeverre dat gebeurt. Ikgeloof dat dit meisje een jaar of 13 is. Dan kan je eventueel ... Ik zeg nietdat dat in dit geval geholpen had. Maar dan ben je oud genoeg omhopelijk wél zelf aan de bel te kunnen trekken. Mijn vraag is dus inhoeverre kinderen die in een pleeggezin worden geplaatst, waar uuiteindelijk verantwoordelijk voor bent, erop worden gewezen dat ze altijdrecht hebben op het raadplegen van een vertrouwenspersoon dieonafhankelijk is.Mevrouw Reinhard:Bij de quickscan die we in januari bij alle kinderen hebben gedaan, was bijalle kinderen een vertrouwenspersoon aanwezig. Het wijzen op hetformeel inroepen van een vertrouwenspersoon van buiten de organisatieis soms een route die voor kleine kinderen niet adequaat is, die niet altijdwerkt. Dat is dus de reden waarom we, juist binnen de pleegzorg inNederland, met alle organisaties willen kijken hoe we een kind kunnenhelpen om een betekenisvolle naaste te zoeken die het kind kan helpen.Maar we gaan alles uit de kast halen om dat nog beter te doen. Het is eenonderdeel van onze veiligheidsafspraken en het is ook een onderdeelwaarop we onze dossiers checken.De voorzitter:De heer Krul.De heer Krul (CDA):In het rapport lezen we dat een gedragswetenschapper van de WSS einddecember een filmpje heeft gezien van het meisje, dat met haar hoofdtegen de grond bonkt. De gedragswetenschapper van de WSS stuurtvervolgens een e-mail naar een medewerker van Enver, omdat hij zichernstig zorgen maakt om de acute veiligheid van het meisje. In het rapportlezen we dat het niet duidelijk is of Enver überhaupt iets met die e-mailheeft gedaan. We lezen ook dat de WSS daar niet naar gevraagd heeft.Alles aan deze scène vind ik echt onbegrijpelijk. Alles. Ik vind hetonbegrijpelijk dat het een e-mail is. Ik vind het ook onbegrijpelijk dat eenmedewerker daar niks mee doet. Hoe kan het in vredesnaam mogelijk zijndat er op deze manier nalatig wordt gehandeld als het gaat om de acuteveiligheid van een kwetsbaar kind?De voorzitter:Mevrouw Reinhard.Mevrouw Reinhard:Ik kan niet anders dan het met u eens zijn dat het hartverscheurend is dathet zo gelopen is. Achteraf gezien is de enige verklaring die we kunnenbedenken dat het tussen wal en schip is gevallen, tussen de oude en denieuwe pleegzorgbegeleider. Dat is een verklaring, maar geen excuus. Ikben het met u eens dat het hartverscheurend is en dat dit niet had mogengebeuren.De voorzitter:Mevrouw Seighali, ter aanvulling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30243 Mevrouw Seighali:Ik wilde hetzelfde herhalen.De voorzitter:Misschien kan uw collega even de microfoon uitdoen.Mevrouw Seighali:Dit had niet moeten gebeuren. Op het moment dat er zo’n ernstigemelding komt, dan moet het niet via de mail gaan. Dan moeten allealarmbellen bij alle hulpverleners afgaan en dan moet het kind centraalstaan. Dan moet er worden ingegrepen. Dat heb ik ook altijd als mottogezegd. Je moet over je grenzen durven kijken en je moet niet wachten opanderen. Je kunt zeggen dat de andere organisatie hiervoor de verant-woordelijkheid had, maar wie het ziet, moet opstaan en ingrijpen.De heer Krul (CDA):Dat lezen we inderdaad ook in het rapport. Rond december wordtbesloten om in één keer alle medewerkers te vervangen, zowel bij de WSSals bij jullie organisatie. In de overdracht is onvoldoende aandachtgeweest voor dit dossier. Hoe hebben jullie dat nu verbeterd? Ik zeg hetmaar even heel concreet: hoe zorgen jullie ervoor dat zoiets onbegrijpe-lijks als het missen van een e-mail omdat de medewerker niet meer op hetdossier zit, nooit meer kan gebeuren als het gaat om de acute veiligheidvan iemand?Mevrouw Seighali:Ik kan daar over het algemeen een kort antwoord op geven. Wij hebbenniet gewacht op het IGJ-rapport. Toen dit incident, deze grote calamiteit,gebeurde, hebben we de bestuurder gevraagd om onderzoek te doen naarwat hier gebeurd is en naar wat wij beter hadden kunnen doen. Wehebben ook gevraagd om met een verbetermaatregel te komen.Nogmaals, papier is geduldig, maar je moet het wel doen. Dat gaat handin hand met elkaar. Er is toen een pakket aan maatregelen getroffen,waarmee de kwaliteit van zulke acties beter gewaarborgd kan worden. Datwil ik vooropgesteld hebben, maar misschien kan de bestuurder hier nogmeer inhoudelijk op ingaan. De raad van toezicht ziet toe op de veiligheidvan alle kinderen die aan de Staat zijn toevertrouwd. Er is net al aangerefereerd: dit is heel slecht voor de goede wil van alle andere pleegzor-gouders. Het is heel ingewikkeld werk; het is mensenwerk. Al dieprotocollen zijn nodig, maar je moet er wel naar handelen om deveiligheid van alle kinderen te kunnen waarborgen. Ik had hier graagvandaag aan iedereen een garantie willen geven voor absolute veiligheid,maar dat kan ik helaas niet doen. Wij voelen dezelfde verontwaardiging enzorgen. Dit zou niet moeten gebeuren.De voorzitter:Mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel. Om te beginnen: wanneer een kind niet wordt geloofd of nietwordt gehoord, dan kunnen we hier 100.000 wetten en protocollenhebben, maar dan helpen we niemand. Wat mij echt verbaast, is hetvolgende. Als een kind in de pleegzorg zit en er best veel zorgvragenzijn – dat was in mijn ogen hier ook het geval – is het dan gebruikelijk dater maanden geen contact is tussen de pleegzorgorganisatie en het kind?Mevrouw Reinhard:Doelt u specifiek op de laatste periode vanaf januari tot mei?Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30244 Ja, maar ook: is het gebruikelijk dat zoiets gebeurt? Het zijn maanden.Mevrouw Reinhard:Er zijn richtlijnen – ik heb dat woord heel vaak genoemd – wanneer eenkind gezien moet worden. In dit geval is het kind veel vaker gezien in hetgezin dan de richtlijn voorschrijft. Dat is niet gebeurd in de laatste periodetussen januari en mei, omdat daar na alle verwikkelingen van de jarenervoor bewust door de William Schrikker en Enver is gekozen omgezamenlijk in het gezin te gaan, om gezamenlijk een goed plan vanaanpak te hebben om zowel de pleegouders als het pleegmeisje te helpen.Dat heeft te veel tijd gekost. Uiteindelijk kan ik niet anders dan conclu-deren dat de focus die we hadden op de samenwerking en het verbeterenvan de hulp aan het gezin, ten koste is gegaan van het een-op-een zienvan het meisje. Ik had graag gezien dat het anders was.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):U zegt dat het kind vaker is gezien dan de richtlijnen aangeven. Kunt uaangeven wat de richtlijnen zeggen? Hoe vaak wordt zo’n kind gezien?Mevrouw Reinhard:Dat heeft met de leeftijd en het type pleegouderschap te maken. Bij depleegoudervoogdij – dat is de meest intensieve vorm van pleegouder-schap – wordt minimaal één keer per jaar een kind alleen gezien. Bijkinderen boven de 12 is het minimaal twee tot drie keer per jaar. Ik zegbewust twee tot drie keer, want in de nieuwe richtlijnen die eraan komen,wordt het veranderd van drie keer per jaar een kind alleen zien naar tweekeer per jaar een kind alleen zien. Daarnaast wordt een kind ook regel-matig gezien met ouders erbij en wordt met de ouders gesproken. Eenpleegzorgbegeleider is dus gemiddeld minimaal één keer in de zes wekenin het gezin om iets te bespreken, om een vragenlijst in te vullen of omschoolvorderingen te bespreken. Zes tot acht weken is wel onzeinschatting. Het hoeft dus niet altijd een-op-een met het kind te zijn, maardan is een pleegzorgbegeleider wel in het gezin.Mevrouw Seighali:Hier spreekt mijn hulpverleningservaring. Je kan een kind zo vaak zien alsje wilt, en ook nog meer dan het protocol voorschrijft, maar het isbelangrijker dat je dan teruggaat naar de tafel, waar multidisciplinair metelkaar wordt gesproken over wat je hebt geobserveerd en hebt gezien enwaar collega’s ook kritisch bevraagd worden. Daarmee wil ik zeggen dat jewel protocollen hebt, maar dat het gedrag en de cultuur in de organisatieontzettend belangrijk zijn om het juiste onderwerp naar boven te krijgenen daar op tijd naar te kunnen handelen.De voorzitter:We komen bij de volgende ronde van de zijde van de Kamer. MevrouwVan der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Voorzitter, dank. Ik denk veel terug aan die periode december 2023, hetmoment van de melding in de supermarkt, tot mei, toen het meisje isaangetroffen. Dat moet een buitengewoon eenzame periode voor haar zijngeweest, want ook Enver heeft dit meisje toen aan haar lot overgelaten.Wat ik daar buitengewoon wrang aan vind, is dat de betrokken pleegzorg-medewerker wel bij dit gezin thuis is geweest in die periode. Ik vraag meaf hoe het mogelijk is dat hij niet op haar slaapkamer is geweest. Ik weetniet of dat is omdat de deurklink van die slaapkamer is verwijderd of dater andere redenen zijn geweest dat deze medewerker, ondanks dat hij zodicht bij dit leed was, dit niet heeft geconstateerd. Ik heb ook de reactievan uw organisatie gelezen: als wij hadden geweten van die kooi, dan wasTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30245 dit meisje daar allang weggehaald. Nou, u hád het kunnen weten. Er isniets gevraagd. Dit meisje heeft geen een-op-eengesprek met uworganisatie gehad, ook al is die medewerker bij haar thuis geweest. Kunt udaarop reflecteren?Mevrouw Reinhard:Ik kan uw citaat, «als wij hadden geweten», niet helemaal plaatsen. Is ditiets wat in de pers is gepubliceerd over Enver?Mevrouw Van der Werf (D66):Dit heeft in een van de artikelen gestaan, ik meen in het AD.Mevrouw Reinhard:De pleegzorgwerker die daar kwam, kwam voor het oudste pleegkind, hetjongetje. Dat ontslaat hem uiteraard niet van de plicht om als er zorgenworden geuit over het meisje, die te adresseren. Dat gebeurt danmisschien niet direct een-op-een naar de moeder, maar dan in ieder gevalachter de schermen daarna naar zijn collega’s van Enver en WilliamSchrikker. Ik ben het helemaal met u eens dat dit had moeten gebeuren.Wat betreft het punt dat hij niet naar de slaapkamer is gegaan: daarhebben wij geen regels over. Hij is misschien ook niet naar de slaapkamervan het jongetje gegaan voor wie hij wel kwam. Het gaat erom dat hijkinderen een-op-een spreekt. Dat mag ook in de tuin, dat mag ook in despeeltuin. Het gaat erom dat de moeder of de vader niet zichtbaar ofvoelbaar aanwezig is. Dus we hebben geen protocollen voor het naar deslaapkamer gaan.Mevrouw Van der Werf (D66):Dat is natuurlijk een hele gekke situatie, want die pleegzorgmedewerkerkomt daar niet om thee te drinken met de ouders. Die komt daar vanuitzijn verantwoordelijkheid voor de zorg voor deze pleegkinderen. Die isdaar dus wel thuis, maar spreekt dit meisje – ik weet niet of hij haarbroertje spreekt – in elk geval niet. Uit het inspectierapport blijkt ook dat erhelemaal geen een-op-eengesprek met haar is geweest. In dat kader vraagik me af hoelang deze medewerker nog voor Enver heeft gewerkt.Mevrouw Reinhard:Deze medewerker had nauwe banden met deze pleegouders. Dat blijktook uit het rapport. Achteraf kunnen we zeggen dat dat onprofessioneelnabij was. Wij hebben er juist op gestuurd dat hij daar alleen nog voor hetandere pleegkind zou komen en niet meer voor het meisje. Vrij kort nadatwe de eerste signalen kregen over wat er zich daar in huis heeftafgespeeld, hebben we de pleegzorgmedewerker uit zijn werk gehaald enzijn hele caseload overgedragen. Hij kan niet meer in de dossiers en is opnon-actief gesteld.Mevrouw Seighali:Mag ik nog een aanvulling geven? Is uw vraag: hoelang heeft hij er voordie tijd gewerkt? Voor zover ik heb begrepen is het een medewerker dielang betrokken is geweest bij Enver, maar omdat we graag wilden wetenhoe het ervoor stond, is niet direct, maar vlak daarna zijn caseload onderde loep genomen om te kijken hoe het met de veiligheid van anderekinderen gesteld was.Mevrouw Bruyning (NSC):Waar ik best wel moeite mee heb, is dat u net aangeeft dat de garantieniet kan worden gegeven dat alles goed gaat en dat er natuurlijk ookdingen misgaan. Maar u kunt die garantie wel waarborgen. U kunt weldegelijk ... Dat is direct ook mijn vraag: wat is uw screeningsproces; hoezit dat in elkaar? Waar vraagt u wel naar en waar niet naar als pleegge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30246 zinnen zich aanmelden? Evalueert u dat? Wat doet u? Alstublieft. Ik wil datproces graag even begrijpen.Mevrouw Seighali:Als ik me verkeerd heb uitgedrukt, wil ik dat eerst graag corrigeren. Westaan voor de veiligheid van alle kinderen bij jeugdzorg Enver, bijjeugdzorg in het bijzonder. Dat wil ik graag vooropstellen. Absoluteveiligheid is ingewikkeld. Dat wilde ik proberen te zeggen. Daarmee wil ikzeggen dat we met z’n allen heel scherp moeten zijn om op het juistemoment de juiste informatie met elkaar te delen om de juiste interventieste kunnen plegen. Dat is even een correctie op mijn eigen woorden als ikdat verkeerd had geschetst. Heeft u nog een ander antwoord, mevrouwReinhard?Mevrouw Reinhard:Het screeningsprotocol hangt ervan af of het om bestandouders, oudersdie bij ons in het bestand staan – dat klinkt heel afstandelijk, maar dat ishet niet – of netwerkouders gaat. Enver heeft ruim 950 pleeggezinnen en1.250 pleegkinderen. Soms zitten er meerdere kinderen in een pleeggezinen soms hebben kinderen zowel pleegzorg door de week als pleegzorg inhet weekend, deeltijdpleegzorg. Het merendeel van onze pleegzorgplaat-singen zijn netwerkplaatsingen. Gelukkig maar, want het is al erg als eenkind uit huis wordt geplaatst. Dan doen we er alles aan om te kijken of datkind in zijn eigen omgeving kan verblijven, bijvoorbeeld bij familie ofkennissen of soms in de straat bij mensen, zodat ze op school kunnenblijven.Het screeningsprotocol is intensief. Voor de bestandspleegouders beginthet met de voorlichtingsavond. Daarna zijn er vier gesprekken. Driedaarvan zijn bij de pleegouders in spe thuis, waarbij ook gesprekken methet netwerk worden gehouden. Er is ook een gesprek bij Enver op kantoor.Er worden een aantal trainingen gevolgd. Er wordt een verklaring vangeen bezwaar aangevraagd bij de Raad voor de Kinderbescherming. Erworden referenties opgevraagd uit de omgeving van het aspirant-pleeggezin. Daarna wordt er een samenwerkingsovereenkomstafgesloten. Dit is de procedure als we tijd hebben om die screening tedoen. Soms zijn kinderen al geplaatst in een netwerk en worden we danpas gevraagd om een screening te doen. Dan is het eigenlijk nogintensiever, omdat we de screening en de matching dan in één keermoeten doen. Dan zijn de vragen nog intensiever. Als u daar prijs op stelt,kan ik de procedure aan u opsturen, zowel voor de bestands- als voor denetwerkscreening. Mag ik dat aanbieden? Ja.De voorzitter:Dat noteren we ook gelijk. Mevrouw Bruyning heeft een vraag terverduidelijking.Mevrouw Bruyning (NSC):Ja, heel kort. Er werd net aangegeven dat het belangrijk is om scherp tezijn, maar laten we op basis van het rapport vooral vaststellen dat jullieabsoluut niet scherp zijn geweest. Mijn vraag is dan ook: hoe gaan julliewaarborgen, voor alle ouders wier kinderen uit huis gehaald worden enmisschien via jullie in een pleeggezin worden geplaatst, dat jullie scherpgaan zijn? Hoe? Hoe?Mevrouw Reinhard:Zoals ik al aangaf, hebben wij op meerdere momenten, in september en injanuari van dit jaar, een check gedaan op de veiligheid van alle pleegkin-deren. We hebben geen reden om aan te nemen dat daar onveiligheidspeelt. In dit geval zijn er dingen niet goed gegaan. We zijn tekortge-schoten in de hulp aan en de bescherming van dit meisje. We hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30247 direct daarna een plan van aanpak opgesteld dat nog strakkere checks ennog strakkere regels voorschrijft, en we zijn al begonnen met deuitvoering daarvan. Zoals ik al zei, kijkt de inspectie sinds eind januari ookmet ons mee in ons handelen en de dossiervoering. Dus uw zorg dat het...Ik weet niet hoe u het precies omschreef.De voorzitter:Via de microfoon, mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Sorry, even kort. De inspectie kijkt natuurlijk niet voor het eerst met julliemee. Laten we dat ook vooropstellen. Het is niet de eerste keer.Mevrouw Reinhard:Op deze intensieve manier wel. Als we calamiteiten melden, volgen zenatuurlijk altijd hoe wij met verbetering omgaan, maar wat betreft dezevorm van intensief toezicht is het voor Enver wel de eerste keer – helaas.De voorzitter:Mevrouw Dral.Mevrouw Dral (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog heel even doorgaan op het toezicht. U zeinet dat er toezicht is, maar we zien ook dat het echt faliekant mis isgegaan. U zegt ook dat er nu toezicht is van de inspectie. Ja, gelukkig wel,maar dat is niet iets blijvends. Bent u het met me eens dat we datmisschien op een andere manier moeten organiseren, in het belang vanhet kind? U zegt dat er intern toezicht is en dat er nu extern toezicht is,maar dat is naar aanleiding van een zeer ernstige casus. Moeten we nietkijken naar het vreemde-ogenprincipe, waarbij er in het systeem een heleandere organisatie betrokken is, een andere partij meekijkt, om dit soorternstige, vreselijke casussen te voorkomen?Mevrouw Reinhard:Ik hoop dat dit een antwoord op uw vraag is. Wij nu bezig om degedragswetenschapper een stevige rol te geven. Zoals ik net al uitlegde:één gedragswetenschapper houdt als inhoudelijk expert op afstand zichtop soms wel 150 of 200 kinderen en hun dossiers. Dat kan ook alleenmaar op afstand. Wij willen dat graag intensiveren, ook om een anderereden: met de afbouw van de gesloten jeugdzorg zien we dat kindereneigenlijk allemaal in een lager regime terechtkomen dan voorheen. Dus dekinderen die gesloten werden geplaatst, worden nu open geplaatst, en dieverschuiving zie je door de hele keten heen. We zien nu al dat kinderenmet relatief zwaardere problematiek naar de pleegzorg komen. En dat zalalleen nog maar meer worden. Dus we hebben een strakkere en stevigerecheckrol van die gedragswetenschapper nodig; die rol op afstand is nietmeer genoeg. Dat kan ook niet meer met de problematiek van kinderen engezinnen die zich nu aandient in de pleegzorg. Een van onze wensen diewe landelijk willen aangeven, is dan ook dat we de caseload van diegedragswetenschapper willen en moeten verlagen om die complexeproblematiek het hoofd te bieden.Wat betreft het externe vierogenprincipe hebben we in de keten inten-siever contact met gecertificeerde instellingen; dat legde ik net al uit. Daarhebben we de afspraak dat het geëscaleerd moet worden zodra er verschilvan inzicht is over hoe een situatie op basis van de richtlijnen of op basisvan het niet-pluisgevoel wordt gewogen. Dat is dus ook wel een strakkervierogenprincipe.De voorzitter:Een verduidelijkende vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30248 Mevrouw Dral (VVD):Ik begrijp wel wat u zegt, maar het is niet helemaal wat ik bedoel. Ikbedoel echt een aparte onafhankelijke organisatie. Die gedragsweten-schappers worden er nu ook bij betrokken, terwijl ik begrepen heb dat zesoms niet eens met de ouders van de kinderen spreken. Dat vind ik ook albizar, want dat gebeurt op andere terreinen wel. Ik geef een voorbeeld. DeRaad voor de Kinderbescherming heeft op een gegeven moment eenverklaring afgegeven. Dat hebben ze gedaan omdat de Raad voor deKinderbescherming met Enver heeft gesproken en daarbij afgegaan is ophet principe dat het wel kon. Maar als de Raad voor de Kinderbe-scherming de juiste informatie had gekregen, had de Raad voor deKinderbescherming nooit die verklaring afgegeven. Dan was het kind daarniet meer terechtgekomen. Je zou je dus af kunnen vragen of op datmoment een andere partij niet een extra check had moeten doen,onafhankelijk, om te kijken of dat wel echt aan de orde was. Want er zijnallemaal cruciale momenten geweest waarop het voorkomen had kunnenworden, maar er was geen toezicht.Mevrouw Seighali:Mag ik kort antwoorden? Professioneel handelen betekent dat je hetvertrouwt, maar het tegelijkertijd niet per definitie vertrouwt, en dat je oponderzoek uitgaat, het objectiveert en op basis daarvan de juisteinterventies doet. In deze situatie zie je het volgende. Je vertrouwt op jecollega’s, op collega-instellingen et cetera – dat is goed en dat moeten weook blijven doen – en je toetst het niet feitelijk zelf. Maar, en dat is ook eenantwoord op de vorige vraag, je moet elkaar wel scherp houden enfeedback geven, bijvoorbeeld: hier klopt iets niet. Dat is het. Je kunt er,denk ik, nog wel een heel systeem omheen organiseren – daar is depolitiek voor – maar op dit moment is het systeem volgens mij weltoereikend. Hoe je dan met elkaar samenwerkt, moet ervoor zorgen dat ergeen vacuüm tussen komt te staan.De voorzitter:Mevrouw Dral, uw tweede vraag?Mevrouw Dral (VVD):Ze zegt «politiek», maar het is niet politiek.De voorzitter:Zeg het maar in de microfoon.Mevrouw Dral (VVD):Er werd net de opmerking gemaakt: regelgeving, dat is politiek. Maar ikdenk juist dat we het hele stelsel moeten vereenvoudigen, met minderpartijen. Maar misschien moeten we hierover goed nadenken met z’nallen: als je alle verantwoordelijkheid beneden in de organisatie legt endaar vervolgens niet goed genoeg toezicht op is, dan gaat dit echtfaliekant fout. Het heeft in mijn ogen niets met politiek te maken. Ik voelme als volksvertegenwoordiger heel verantwoordelijk om dit goed op telossen voor de kinderen die elke dag in de knel zitten. Het komt wel dooreen systeem, maar ook doordat mensen in het systeem werkzaam zijngeweest ... Dit is niet gericht tegen de mensen in het hele systeem, zeg ikvoordat daar weer een misverstand over ontstaat. Maar er heeft hier weliemand gewerkt die echt enorme fouten heeft gemaakt, met enormeconsequenties. Ik vind dat we met z’n allen daar niet van weg kunnenkijken.Mevrouw Seighali:Ik kan maar één ding zeggen ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30249 De voorzitter:Nog een korte aanvulling.Mevrouw Seighali:... en dat is dat ik het daar volledig mee eens ben. Als in het proces ietsmoet veranderen, dan is dat wel politieke besluitvorming. Daar gaat hetverder niet over. Maar ik zeg toch gewoon: zelfs daarmee los je het nietop, want mensen moeten wel professioneel handelen en zich nietverschuilen achter het systeem.De voorzitter:Duidelijk. Probeer even korte vragen en korte antwoorden. Dan kaniedereen in de laatste ronde nog aan bod komen.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik probeer zo kort mogelijk mijn vraag te stellen. Ikheb tienduizend vragen, maar ik kan er maar een paar kiezen. Ik hoordedat Enver er alles aan gaat doen om dingen te veranderen. Daar ben ikook echt blij om. Maar mijn vraag is: wat gaat Enver concreet veranderenom te voorkomen dat kinderen opnieuw in gevaar worden gebracht?Worden bijvoorbeeld pleegouders strenger gescreend, of structureelgecontroleerd? Want we hebben geleerd vanuit het verleden datvertrouwen niet goed genoeg is, dat we «dubbelcheck, check-check ennog eens een keer dubbelcheck» moeten doen.De voorzitter:Wat gaat u anders doen?Mevrouw Reinhard:We hebben geen reden om nu aan te nemen dat de screening niet goedgegaan is. Ons interne plan richt zich op strakkere dossiervorming, zodatwe beter navolgbaar zijn in wat we doen, op het meer onder de aandachtbrengen van richtlijnen en protocollen, op het verstevigen van de rol vande gedragswetenschapper – dat heb ik genoemd – en op het nog betersamenwerken in de keten. Dat is niet wat we gáán doen; dat zijn we al aanhet doen.De heer Crijns (PVV):U heeft geen signalen gehad dat de screening niet goed was? Er waren alsignalen dat er twee kinderen waren die mishandeld waren. Dan moetenbij u alle alarmbellen afgaan: hé, er is een signaal geweest; wij gaan datmeisje daar niet plaatsen. Dat meisje had daar nooit geplaatst mogenworden. Die screening had dus opnieuw gemoeten en opnieuw beoor-deeld moeten worden, in plaats van het niet te doen.Mevrouw Reinhard:Wij vragen elke vijf jaar een vgb – dat is een verklaring van geenbezwaar – via de Raad voor de Kinderbescherming om te laten checken ofde ouders nog fit voor hun job zijn. Ik val in herhaling, maar toch wil iknog een keer benoemen dat na het onderzoek van de Raad voor deKinderbescherming, het crisisinterventieteam en Veilig Thuis Rijnmond deuitspraken van de twee Syrische kinderen die uit het gezin geplaatstwaren, niet bevestigd konden worden. Ja, ik zie dat ik u daar geenbevredigend antwoord mee geef. Dat ben ik ook met u eens.De voorzitter:Dat kan, hè. U gaat over uw eigen antwoord en de heer Crijns gaat overzijn eigen vraag.Mevrouw Seighali:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30250 Mag ik echt kort ... Ik kan het heel kort.De voorzitter:Kort, ter aanvulling. Ik ga graag naar de volgende.Mevrouw Seighali:Als er aanleiding toe is, denk ik dat u helemaal gelijk hebt dat je weltussentijds een screening moet doen. Maar dat moet niet per definitie bijiedereen gebeuren. Daar gaat het wel om. Ik denk dus dat het reageren enalert zijn op tussentijdse signalen wel aanleiding moet geven voor extraen tussentijdse screening.De voorzitter:Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp dit antwoord niet zo goed, want er ligt een duidelijke vraag: watgaan jullie veranderen? Het antwoord is: we hebben niet zo veel redenenom aan te nemen dat bijvoorbeeld echt de screening veranderd moetworden. We hebben hier een inspectierapport voor ons. Ik citeer: «In dezomer van 2022 ontvingen Enver en de WSS signalen van onveiligheidvan het meisje binnen het pleeggezin, signalen over fysiek geweld vanpleegvader, over seksueel misbruik en signalen dat het meisje mensont-erend werd behandeld.» Wij vroegen wat er met de eerdere signalen vandie broertjes gebeurd is. Niets, want we konden niet vaststellen dat wat zijzeiden, klopte. Volgens mij is hier duidelijk dat de kinderen serieusgenomen hadden moeten worden, dat ook de collega’s die bij deze zaakbetrokken waren, beter gecontroleerd hadden moeten worden en dat descreening beter had gemoeten. Dan is natuurlijk de vraag: wat gaat ookEnver doen? Wat gaan jullie nou in de toekomst doen om te zorgen dat ditsoort zaken in het systeem veranderd worden? Dat kan bijvoorbeeld doormedewerkers andere trainingen aan te bieden, door te zorgen dat er altijdeen extra paar ogen is op het moment dat dit soort signalen van misbruikworden verteld, en door te zorgen dat de kinderen toegang hebben toteen vertrouwenspersoon. Daarnaar ben ik in ieder geval wel op zoek.Mevrouw Reinhard:Ik kan dat alleen maar bevestigen. Mijn reactie dat we geen reden hebbenom aan te nemen dat het klinisch protocol niet klopt, sloeg alleen daarop.Alleen zijn er een aantal regels uit de screeningsrichtlijnen niet goedgevolgd door de medewerker. Dat gaat over meer en vaker interne checksdoen. Het is ook weer een evenwicht tussen vertrouwen en checken entussen richtlijnen en protocollen en onderbuikgevoel. Het is geen exactewetenschap. Dat maakt het zo ingewikkeld om dit helemaal dicht teregelen. Onze wens is niet: nog meer richtlijnen. Onze wens is dat we metelkaar, en met de gedragswetenschappers stevig in hun positie, kunnenvolgen of de juiste stappen worden gezet. Soms is dat een steekproef, ensoms is het dat de gedragswetenschapper vaker in een dossier duikt dande twee keer per jaar dat het nu gebeurt. We willen dichterbij zitten.Ik noem ook de werkbegeleiding. We hebben helaas met de huidigearbeidsmarkt te maken, en met een instroom van veel nieuwe, onervarenmedewerkers. Daar moeten we het wel mee doen, maar het mag niet tenkoste gaan van de veiligheid. Het is dus aan ons om te zorgen dat degedragswetenschappers én de nieuwe pleegzorgmedewerkers goedbegeleid worden.De voorzitter:Mevrouw Westerveld nog, ter aanvulling.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30251 Ik ben er niet naar op zoek om het systeem meer dicht te regelen. Ik ben erwel naar op zoek hoe een organisatie als de uwe gaat zorgen dat signalenvan kinderen serieus worden genomen. Er zijn bijvoorbeeld trainingenwaarin medewerkers leren om goed met een kind te kunnen praten,passend bij de ontwikkelingsleeftijd van het kind. Naar dat soort zakenben ik natuurlijk wel op zoek. Dat heeft niet te maken met extra regelsmaar wel, heel basaal, met dit soort professionaliteit, dus signalen serieusnemen en wel controleren als het echt nodig is.Mevrouw Reinhard:Dat is een heel terecht punt. Wij doen mee aan een onderzoek van deHogeschool Ede, samen met onze pleegouderraad, met als themaluisteren naar het kind. Hoe kan het nog beter? Hoe kunnen we blijvenluisteren, ondanks de signalen dat het meisje dingen verzint of dat ditonderdeel zou kunnen zijn van haar trauma? Dit ontslaat niemandnamelijk van het elke keer weer volgen van de meldcode. Bij elkedisclosure, zoals de collega’s van Veilig Thuis zeiden, moeten onzemedewerkers de meldcode volgen. Het dingen toekennen aan eenbestaand trauma mag dus een hypothese zijn, maar de meldcode moetgevolgd worden.De voorzitter:De heer Krul.De heer Krul (CDA):De WSS concludeert op een gegeven moment dat de pleegouders nietaan de voorwaarden voldoen voor goed pleegouderschap. Uw organisatiebestrijdt dat. Kunt u uitleggen hoe die afweging tot stand gekomen is?Mevrouw Reinhard:We hebben daar vragenlijsten en testen voor. Ook in dit geval kan ik nietanders dan constateren dat dit breder in de organisatie gecheckt hadmoeten worden. De resultaten van zo’n vragenlijst kunnen wellichtuitwijzen dat de score voldoende is, maar bij twijfel moet dit bij deWilliam Schrikker Stichting of door een check van de interne gedragswe-tenschapper geobjectiveerd worden. Dit vinden we dus typisch een besluitdat met de gedragswetenschapper besproken moet worden. De zorgenvan de William Schrikker Stichting hadden daar en ook bij ons geësca-leerd moeten worden, want dit mag niet meer gebeuren.De heer Krul (CDA):Wat ik moeilijk vind, ook als ik de reactie van de organisatie lees, is dat hetredelijk vaag is. Ik lees: «We moeten beter de protocollen naleven. Wemoeten betere afspraken maken met ketenpartners.» Maar ik wil ookgewoon even wat concrete punten horen. Ik zal even een voorbeeldnoemen. Is het al vanaf vandaag zo dat niet één medewerker op basis vaneen vragenlijst kan bepalen of iemand een goede pleegouder is? Is datiets wat vandaag al veranderd is? Is het nu standaard bij jullie dat danbijvoorbeeld de gedragswetenschapper meekijkt?Mevrouw Reinhard:Er is 1 januari een werkgroep gestart die de rol van de gedragsweten-schapper gaat verstevigen. Die werkgroep geeft eind maart antwoord. Ikzou er dus graag op vooruitlopen...De heer Krul (CDA):Het antwoord is dus nee. Dan is het antwoord dus nee.Mevrouw Reinhard:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30252 Nou, het antwoord is dat we, binnen de mogelijkheden die we hebben, dierol willen verzwaren. Maar dat betekent dat we twee keer zo veelgedragswetenschappers moeten aanstellen. Wat we nu kunnen doen, metde huidige vergoeding, zetten we nu in gang. We zijn ook meteenbegonnen met checks op dossiers. We zijn meteen begonnen met checksop veiligheid. We doen alvast steekproeven als er nog geen gelegenheidis om alle dossiers door te lopen. Dus we hebben echt wel meerdereacties ondernomen.Mevrouw Seighali:Misschien helpt het volgende u. We kunnen ervoor zorgen dat via dejuiste weg het verbeterplan aan u wordt gepresenteerd. Daarin staanconcretere maatregelen die Enver heeft genomen, hetzij uitgevoerd, hetzijin uitvoering. Dat verbeterplan zit wel heel erg op de uitvoering, maar hetkan u best een beeld geven van welke concrete maatregelen er op ditmoment worden uitgevoerd.De voorzitter:Duidelijk. Mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. In het rapport hebben we een aantal keer kunnenlezen dat de pleegouders niet wilden meewerken, onder andere aanscholing, opleiding en zorg van buiten. Wat doen jullie nu concreet op hetmoment dat ouders niet willen meewerken?Mevrouw Reinhard:Dat is een duidelijke vraag. In de samenwerkingsovereenkomst die wevoorafgaand aan een eerste plaatsing met bestandouders sluiten, staatook dat het meewerken aan hulpverlening of het volgen van trainingeneen verplicht onderdeel is. We monitoren welke opleidingen pleegoudersvolgen. Soms kan het voorkomen dat het niet uitkomt of dat het te druk isin een gezin. Dat kan ook twee keer voorkomen, maar de monitoring dathet te vaak voorkomt, hebben we nu inmiddels in gang gezet. Dat volgenwe. We hebben relatief weinig instrumenten om het af te dwingen. Naastde vertrouwenspersoon voor jonge pleegkinderen is dat het tweedethema dat we graag landelijk willen verkennen met elkaar: hoe kunnen wede druk opvoeren naar pleegouders om ervoor te zorgen dat dit welgebeurt? Er zijn namelijk weinig maatregelen te bedenken waar het kindniet uiteindelijk het slachtoffer van is. We kunnen de vergoeding van depleegouders niet stoppen. We kunnen een kind daar niet weghalen. Ja,alles kan, maar het blijft een afweging welke maatregelen proportioneelen in het belang van het kind zijn. De gesprekken daarover voeren we nual. We willen graag landelijk, dus met meerdere pleegzorgorganisaties,bekijken hoe we hier wat effectievere maatregelen op kunnen nemen,zonder dat de kinderen daaronder lijden; dat is wel een belangrijkstatement daarbij.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Rikkers nog, tot slot.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Maar dat betekent dus dat jullie een overeenkomst hebben met pleeg-ouders die in sommige opzichten niet door de pleegouders wordtopgevolgd, en dat dit geen consequenties heeft.Mevrouw Reinhard:De consequenties bestaan nu nog uit gesprekken en nog een keergesprekken, met een manager daarbij. Het grootste alarmsignaal is dat weniet binnenkomen. Dat heeft direct gevolgen. Maar we hebben relatiefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30253 weinig instrumenten om het volgen van opleidingen af te dwingen; datklopt. We hebben het in beeld, maar we bespreken in het landelijk overlegwat voor stappen we vervolgens kunnen zetten. Dat is niet iets wat we alsEnver alleen willen uitvogelen.De voorzitter:Als u nog iets toe wilt toevoegen, dan graag via de microfoon, mevrouwSeighali.Mevrouw Seighali:Nou, niet iets toevoegen, maar... Een belangrijk onderdeel van demaatregelen die wij willen uitvoeren, is dat niks vrijblijvend is. Denkdaarbij aan werkbegeleiding waarin je de casus bespreekt of interventieswaarbij je andere collega’s over je schouder laat meekijken. Als erbijvoorbeeld aanleiding is voor het volgen van een opleiding, dan kunnenwe dat niet via protocollen afdwingen, maar we kunnen wel zeggen: tothier en niet verder. Wat dat betreft staat veiligheid voorop en is niksvrijblijvend. Ik denk dat het heel belangrijk is om daar samen voor te gaan.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit blok. Ik dank alleKamerleden voor hun inbreng. Ik dank ook de vertegenwoordigers vanEnver voor hun inbreng en aanwezigheid. U heeft toegezegd – ik weet nietof ik het goed heb genoteerd – dat de screeningsprocedure van toekom-stige pleeggezinnen en -ouders voor bestands- en netwerkplaatsingen aande Kamercommissie wordt toegezonden. Ik zeg er ook gelijk bij dat ik mekan voorstellen dat dit relevant is voor het debat, en dat is woensdag al.We zien het dus graag tegemoet. Wilt u nog iets aanvullen?Mevrouw Reinhard:Sturen we het naar de griffier of naar de voorzitter?De voorzitter:Het kan gewoon naar de commissie worden gestuurd. Het komt dan bijalle collega’s terecht.Mevrouw Reinhard:We zullen het zo spoedig mogelijk toesturen.De voorzitter:Helder. Dan gaan we dat doen. We gaan zo wisselen ...Mevrouw Reinhard:De voorzitter van de raad van toezicht heeft aangeboden om het verbe-terplan aan u toe te sturen. Stelt u dat op prijs? Dan sturen we dat ookmee.De voorzitter:Graag. We gaan zo naar de vertegenwoordigers van de William SchrikkerStichting. Ik schors even kort.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Blok5: William Schrikker StichtingGesprek met:−de heer Pim Croiset van Uchelen, voorzitter van de raad van bestuurvan Partners voor Jeugd−de heer Fred Teeven, voorzitter van de raad van toezicht van Partnersvoor JeugdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30254 De voorzitter:Ik heropen de hoorzitting. We zijn aangekomen bij het laatste blok vandeze hoorzitting. De vertegenwoordigers van de William SchrikkerStichting zijn inmiddels aangeschoven. Aangeschoven zijn de heer Croisetvan Uchelen, voorzitter van de raad van bestuur en de heer Teeven,voorzitter van de raad van toezicht. Een aantal collega’s doet nog eenkleine handwaspauze, maar we gaan wel gewoon beginnen. Ik geef alseerste het woord aan D66.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik wil graag even een stukje teruggaan in de tijd. Destijds waren bij deuithuisplaatsing van het pleegmeisje en haar zusje drie partijen betrokken:Veilig Thuis, de William Schrikker Stichting en de Raad voor de Kinderbe-scherming. Ik ben benieuwd wat volgens u precies de reden was om dezemeisjes twee dagen voor het einde van de ondertoezichtstelling uit huis teplaatsen.De heer Croiset van Uchelen:Er waren te grote twijfels over de opvoedingssituatie thuis. Vanuit onsstandpunt moesten we daarnaar handelen. Ik kan daar niet heel veelkleuring aan geven, want dan raak ik aan de persoonlijke levenssfeer vanhet gezin. Ik vind dat ik dat niet moet doen.Mevrouw Van der Werf (D66):Oké. Dat respecteer ik. Toch dank voor dit antwoord. Verderop in de tijd isde moeder van het meisje beticht van een aantal dingen die achteraf nietwaar bleken te zijn, zoals seksueel misbruik en mishandeling. Het blijktook dat de pleegouders daar een rol in hebben gespeeld. Achteraf bleekdat daar niet doorheen is geprikt. Daardoor is de moeder van dit meisje,met zeer ernstige gevolgen, buitenspel gezet. Hoe reflecteert u op datproces en de rol die uw organisatie daarin heeft genomen?De heer Croiset van Uchelen:Als wij iets ongelofelijk fout hebben gedaan in dit hele gebeuren, dan ishet dat we onvoldoende hebben geluisterd naar het kind en dat weonvoldoende de alternatieve hypothese hebben getoetst: «Verzint ditmeisje dingen of niet? Wat is waar? Wat is niet waar?» We hebben hetkind niet gezien, we hebben het kind niet gehoord en we hebbenverkeerde aannames gedaan, met alle gevolgen van dien. Dat is ons zeeraan te rekenen.De voorzitter:NSC-fractie.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, voorzitter. In 2020 heeft de WSS, de William Schrikker Stichting, aleen aanwijzing gehad op het gebied van zicht op veiligheid. Kunt u daarvanuit de stichting op reflecteren? Als u daar toen een sterke aanwijzingvoor heeft gehad, daarop maatregelen ter verbetering heeft genomen ofeen verbeterplan heeft opgesteld, hoe heeft dit dan kunnen plaatsvinden?Kunt u ons daarin meenemen en daarop reflecteren?De heer Croiset van Uchelen:Ja, zeker. Ik ben kort voor de aanwijzing bestuurder geworden bij deWilliam Schrikker Stichting. De aanwijzing was een gevolg van hetverscherpte toezicht op zaken waarop wij onvoldoende verbetering lietenzien. De inspectie geeft dan met een aanwijzing een complete opdracht.Die hebben we uitgevoerd. We hebben het zicht op veiligheid aanzienlijkverbeterd en er is een betere dossiervoering. Het aantal gedragsweten-schappers is meer dan verdubbeld en onze processen zijn verbeterd. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30255 is door de inspectie als voldoende gekwalificeerd. We hebben deaanwijzing ook tijdig afgerond en die verbeteringen voortgezet. Dat we nuweer zijn waar we zijn, is natuurlijk verschrikkelijk, maar het betekent datwe opnieuw een slag moeten slaan.De heer Teeven:In aanvulling daarop het volgende. In de zomer van 2018 ben ik voorzittervan de raad van toezicht geworden. De periode van verscherpt toezicht ende aanwijzing heb ik dus meegemaakt. Het verscherpt toezicht is voor deraad van toezicht in ieder geval reden geweest om één lid van de raad vanbestuur onmiddellijk te vervangen. Daar is de heer Croiset van Uchelenvoor in de plaats gekomen. Een ander lid van de raad van bestuur iseerder met pensioen gegaan. Vervolgens is de voltallige raad van bestuurvan Partners voor Jeugd vervangen. Het verscherpte toezicht was in iedergeval de directe aanleiding voor één vervanging. Verder zijn de beideinspecties in de periode van het verscherpte toezicht en, later, deaanwijzing – 2020 tot en met begin 2023 – bij de William SchrikkerStichting acht keer over de vloer geweest. Door de constateringen diedaarbij konden worden gedaan, konden wij op z’n minst de indruk hebbendat we met de maatregelen die de nieuwe raad van bestuur had getroffen,op de goede weg waren.De voorzitter:Mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik hoor dat u aangeeft: wij hebben het tijdig en goed afgerond, en deinspectie vond dat. Vindt u in het licht van wat zich heeft afgespeeld, ookpersoonlijk dat wat er is gedaan afdoende was om dit te voorkomen,terwijl u vandaag de dag toch weer in hetzelfde predicament terecht bentgekomen?De heer Croiset van Uchelen:Ik denk dat Vlaardingen ons nu iets anders leert dan destijds. Dat gezegdhebbend: als ik specifiek kijk naar wat er in het Vlaardingse pleeggezingebeurd is en wat wij daar hebben laten schieten, dan zie ik dat we opmeerdere punten het zicht op veiligheid hebben verloren. We hebbenvooral niet gepersisteerd in onze professionele houding. Mensen wetenwat ze moeten doen. Mensen zien dat het niet goed gaat. Laat ik eenvoorbeeld noemen. Als je ervan overtuigd bent dat het kind niet langerveilig is in het pleeggezin en besluit om aan de rechter voor te stellen omhet kind uit te plaatsen, waarom laat je je dan door andere partijen ervanovertuigen dat het wel meevalt? Hou vast aan wat je vindt. Want alsjeugdbeschermer heb je de regie op veiligheid. Dat is je taak. Jij gaatdaarover. Een rechter toetst het. Daar kan iets anders uitkomen dan jij wil,en daar heb je je dan toe te verhouden. Het gaat met name om deprofessionele attitude: dát is de slag die wij in de organisatie nu moetengaan maken. Blijf recht staan, en wees je bewust van je verantwoorde-lijkheid. Dat is waarom ik dit zo’n afschuwelijk pijnlijke casus vind. Wijhebben de regie op veiligheid. Wat in het inspectierapport staat, onder-schrijven we allemaal, maar los van wat er gebeurd is: hoe verschrikkelijkhebben wij gefaald bij wat dit meisje heeft moeten doormaken. Dan hoefje het niet eens te onderzoeken. Wij hadden de regie op veiligheid en dit ishet resultaat voor de veiligheid van het meisje. Dus daar hebben we watte doen, en daar hebben we ook een plan voor.De voorzitter:De VVD.Mevrouw Dral (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30256 Dank u wel, voorzitter. Op een gegeven moment had de voogdijmede-werker geen toegang meer tot het gezin. Hoe is er toen gehandeld? Is ertoen bij de politie of via de rechter geprobeerd om toch weer toegang tekrijgen? Want het is eigenlijk heel bizar dat de voogdijmedewerker daarniet meer naar binnen kon. Wat is daar gebeurd?De heer Croiset van Uchelen:Dat gaat eigenlijk over hetzelfde: je verplichting om daar binnen te komen.Dat zul je dus moeten doen. Je moet dat kind zien, je moet bij dat kind zijnen je moet dat kind alleen spreken. Dat is onderdeel van je werk. Als joudat belemmerd wordt ... In de meeste gevallen kun je mensen eruiteindelijk wel van overtuigen om mee te werken. Je wilt niet voor allesde sterke arm inzetten. Politie aan de deur moet je willen vermijden, maarals het niet anders kan, dan moet je dat doen, want het kind niet zien – hetkind is te lang niet gezien, in twee fases in het hele traject – kan niet. Daarben je verantwoordelijk voor, dus: rug recht en doorpakken.Mevrouw Dral (VVD):Mag ik nog een vervolgvraag stellen? Is op dat moment dan niet interndoor diegene gezegd: ik kom niet meer naar binnen? Is er een vierogen-principe? Heeft iemand in de organisatie gezegd: we gaan er samen naarkijken en we gaan het regelen?De heer Croiset van Uchelen:Ik weet niet hoe dat besproken is. Het is ongetwijfeld in de casuïstiekbe-spreking aan de orde gesteld. Daar heb ik niet bij gezeten, maar mijnconclusie is dat er niet is doorgepakt. Je hebt het kind niet gezien; je moethet kind gaan zien. Natuurlijk kun je samen met een collega gaan ofandere hulp inzetten, want er staat een organisatie achter je. Waar dit dusprecies is misgegaan, weet ik niet, maar het is wel misgegaan.De voorzitter:De PVV.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dank voor uw komst naar de Tweede Kamer.Waarom heeft de William Schrikker Stichting, ondanks herhaalde signalenvan mishandeling en verwaarlozing, geen effectieve maatregelengenomen om dit meisje te beschermen? Hoe kijkt de William SchrikkerStichting terug op deze beslissing?De heer Croiset van Uchelen:U heeft kunnen nalezen dat er heel wat is misgegaan in dit traject. Ik noemde drie punten die ik zelf het belangrijkst vind. In de zomer van 2023waren wij ervan overtuigd dat het meisje daar niet veilig zat. Dat hebbenwe voor de rechter willen brengen en, zoals ik eerder zei, daarin haddenwe moeten persisteren: laat het voor de rechter komen en trek je verzoekniet in, want je bent ervan overtuigd. In het traject daarvoor hadden we alte vaak geprobeerd om interventies in te zetten bij het pleeggezin, waarpleegouders niet aan meewerkten, dus dan was je weer terug bij af. Opeen gegeven moment is de maat vol en moet je doorpakken.Daarna is er nog meer niet goed gegaan. We hebben, zoals afgesprokenmet Enver, jeugdzorgwerker en pleegzorgwerker vervangen, op 1 januari2024. Aan de nieuwe jeugdbeschermer zijn de prioriteit en urgentie vanalles wat er rond het meisje speelde onvoldoende overgedragen. Of hijdat niet ontvangen heeft of dat er iets anders aan de hand was, daar wil ikvan af wezen. Zo’n overdracht is heel essentieel, zeker in zo’n moeilijkesituatie als die waarin dit meisje zat. Daarin hebben we gefaald. Dathebben we afgelopen jaar ook aangepakt. Alle overdrachten gaan nuonder supervisie van een gedragswetenschapper. Er moet iemandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30257 onafhankelijk meekijken: gebeurt het, zijn alle details er, is duidelijk wat deprioriteit is, is duidelijk wat de risico’s zijn? Dat is niet goed gegaan in ditproces.De derde stap is dat de nieuwe jeugdbeschermer het meisje pas in maartgezien heeft. Daar zijn allerlei redenen voor, maar I don’t care. Het eerstewat je doet, is dat kind zien.De heer Teeven:In aanvulling op het antwoord op de vraag van de heer Crijns: er is nogiets niet goed gegaan. In de tweede helft van 2023 waren we vanuit deWilliam Schrikker Stichting tot de conclusie gekomen dat het meisje daarniet veilig was. Toen is er gecommuniceerd met de Raad voor deKinderbescherming. Mede naar aanleiding van hun standpunt is er toenniet in gepersisteerd om de zaak voor de rechter te brengen, zoals mijnbuurman al zei. Ik denk dat die zaak geëscaleerd had moeten wordenbinnen onze organisatie. Wat bedoel ik daarmee? Het komt niet heel vaakvoor dat de jeugdbeschermer vindt dat een kind uit huis moet wordengeplaatst – in dit geval in een pleeggezin, wat ook nog uitzonderlijk is – endat de Raad voor de Kinderbescherming daarin een afwijkend standpuntinneemt. Als dat gebeurt, moet je binnen je eigen organisatie escalerennaar het hoogste niveau. Dat is niet gebeurd. Dus ook met dit soortsituaties zullen wij in de toekomst anders omgaan.De heer Crijns (PVV):Dank voor het antwoord. Vindt u dat de William Schrikker Stichtingverantwoordelijk is voor de gevolgen, nu ingrijpen is uitgebleven?De heer Croiset van Uchelen:Sorry, ik mis hem even.De voorzitter:Graag uw vraag herhalen, meneer Crijns.De heer Crijns (PVV):Vindt u dat de William Schrikker Stichting verantwoordelijk kan wordengehouden voor de gevolgen, nu ingrijpen is uitgebleven? Vindt u dat u erverantwoordelijk voor gehouden kunt worden?De voorzitter:Of u ...De heer Croiset van Uchelen:Ja, ik begrijp ’m. Dat zou kunnen. Er loopt natuurlijk een strafrechtelijktraject. Er kunnen nog andere juridische trajecten volgen: wie was er nouprecies verantwoordelijk? Ik vind het belangrijker dat wij landelijk met dehele William Schrikker gaan voorkomen dat dit ooit nog gebeurt. Diegarantie kan ik niet geven, maar we kunnen er wel tweehonderd procentvoor gaan om in de toekomst zo veel mogelijk van dit soort situaties tevermijden. Dat is nu onze primaire taak.De voorzitter:We hebben ook kunnen lezen dat de inspecties een vervolgonderzoekstarten naar het individueel handelen van meerdere medewerkers van deWilliam Schrikker Stichting. Ik zeg het nog even.De heer Croiset van Uchelen:Ja, dat klopt. Dat traject loopt en wordt deze maand voortgezet.De voorzitter:Oké, duidelijk. Dank u. Mevrouw Westerveld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30258 Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):We hadden het net over 2023, maar in het rapport van de inspectie lees ikdat er al kort na de plaatsing in Vlaardingen, in de zomer van 2022, deeerste signalen kwamen van fysiek misbruik, seksueel misbruik enmensonterende handelingen. Op dat moment waren er dus signalen.Vervolgens zijn er in ieder geval ook in de zomer van 2023 signalengeweest. Mijn vraag is dan wat er, buiten het individuele handelen vanmedewerkers, dan in de organisatie of in de keten fout gaat. Op verschil-lende momenten zijn er signalen dat er een ernstig onveilige situatiebestaat. Toch wordt er kennelijk op al die verschillende momenten nietingegrepen om, in dit geval, dit meisje in veiligheid te brengen.De heer Croiset van Uchelen:We hebben niet alle signalen gehad – dat gaat over de ketensamen-werking en daar gaat het rapport ook over – maar wel de nodige signalen.Die zijn multidisciplinair geduid en besproken, zoals we dat gewoonlijkdoen. Er was onvoldoende aanleiding om ons grote zorgen te maken. Datwe achteraf de plank behoorlijk hebben misgeslagen, is volstrekt duidelijk.Waar we de signalen hadden, hebben we erop gereflecteerd en hebbenwe gekeken of we daar iets mee moesten. Het is wel zo dat we veelinterventies in het pleeggezin hebben geprobeerd in te zetten en dat datvaak niet gelukt is. Ik denk dat we daar ook veel eerder conclusies aanhadden moeten verbinden.De voorzitter:Heeft GroenLinks-Partij van de Arbeid nog een vraag?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):We hebben inderdaad in het inspectierapport van alles kunnen lezen, ookover de verschillende interventies waartoe een poging is gedaanenzovoort. Maar als we even wat uitzoomen en kijken naar de rechten vankinderen – ik noemde in de vorige ronde al een aantal keren dat een kindhet recht heeft om gehoord te worden, in een veilige situatie op te groeienen onderwijs te volgen – dan zie je dat op eigenlijk al deze vlakkenkinderrechten zijn geschonden, in de brede zin van het woord. Er zijn hierontzettend veel rechten waar eigenlijk ieder kind recht op heeft,geschonden. Mijn vraag is dan de volgende. In hoeverre worden dezezaken ook meegenomen in de verbeterprocessen die volgen. Ik bedoel dater geluisterd wordt naar een kind en dat het meisje geen onderwijs kreeg.Het kind staat onder jullie toezicht, maar in hoeverre worden in jullieorganisatie kinderrechten als uitgangspunt genomen voor al die verschil-lende protocollen?De heer Croiset van Uchelen:Intensief. Ik heb een grote club juristen. We hebben de luxe dat Partnersvoor Jeugd een hele grote jeugdbeschermingsaanbieder is. We hebbeneen goed expertisecentrum met juristen die, los van het verzorgen vanheel veel trainingen op dit gebied, vragenuurtjes met professionalshebben. Wij zetten dus veel in op de juridische component. Desondanks ishet hier misgegaan, maar – ik zei het al eerder – dat gaat over persistentieals professional. Daarin zit volgens mij het lek. De regels benadrukken kanniet genoeg gebeuren, natuurlijk.De heer Teeven:Ik heb een aanvulling op wat de heer Van Uchelen zegt. Binnen de WilliamSchrikker Groep, maar ook binnen Partners voor Jeugd wordt er zekeraltijd gezegd tegen de jeugdbeschermers door de raad van bestuur zoalsdie er nu zit, maar ook door de directeuren – daar kijken wij als raad vantoezicht in mee, samen met de kwaliteitscommissie – dat het belangrijkstewat je moet doen, de veiligheid van het kind is. Er zijn heel veel actoren:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30259 pleegouders, ouders; de hele wereld zal af en toe moeite doen om jou vanje werkelijke werk af te houden, maar het enige werk dat jij hebt, is deveiligheid van het kind, is het belang van het kind. Dat is het eersteuitgangspunt en daar proberen we iedereen elke dag van te doordringen.Natuurlijk moeten ze werken, natuurlijk is het mensenwerk en moeten zecommuniceren met pleegouders, met ouders, met onderwijzers – de helewereld kijkt mee en iedereen heeft er een mening over – maar wij zeggenaltijd: het gaat uiteindelijk om het kind. Daarom is het ook erg wrang,zoals de heer Van Uchelen al zei, dat als wij zelf eind ’23 constateren datdat meisje niet veilig is, we er met een nieuwe jeugdbeschermer nogzeven-en-een-halve week over doen totdat diegene dat kind zelf ziet. Dat isbuitengewoon wrang.De voorzitter:Het CDA.De heer Krul (CDA):Er is nog wel meer wrang aan die maand december, niet alleen dat eennieuwe medewerker er zeven weken over doet. Er zijn volgens mij tweemomenten in de maand december waar de WSS een gruwelijke fout heeftgemaakt. Allereerst 3 december, als de politie foto’s maakt van het letsel,de WSS-medewerker deze opstuurt naar een forensisch arts van het LECKen deze arts meteen zegt «hier moet een top-tot-teenonderzoek komen».De WSS zegt dan dat dat niet hoeft. Dat vind ik al onbegrijpelijk. Ik wilweten hoe dat kan. Het tweede moment is het moment waarop eenWSS-medewerker, gedragswetenschapper, een filmpje ziet van een meisjedat met haar hoofd tegen de grond bonkt, concludeert dat dit haar acuteveiligheid in gevaar brengt, denkt «weet je wat, ik ga op zondagavond eenmailtje sturen» geen reactie krijgt en denkt: dan laat ik het daarbij. Dat zijntwee momenten in december die de uitkomst van dit tragische verhaalmede bepaald hebben. Dan vind ik het echt onvoldoende om te zeggen:het uitgangspunt is de veiligheid van het kind, maar wij moeten ookpersisteren in onze professionele attitude. Deze twee aspecten heeft deWSS namelijk volledig zelf, zonder ook maar één andere organisatie meteen andere mening, laten gebeuren. Ik wil van beide aspecten horen hoedie hebben kunnen plaatsvinden.De heer Croiset van Uchelen:U zegt het zelf: het gaat volgens mij wel over professionele attitude. Hoekan het dat je, als je weet dat een kind letsel heeft, het top-tot-teenonderzoek niet laat plaatsvinden? Daar heb ik ook geen goede uitlegvan gekregen. Dat is een ernstige fout, dat is ernstig nalatigheid. Hetzelfdegeldt voor dat andere geval. Een mailtje sturen en nietsdoen als je geenreactie krijgt, is geen optie. Ik kan het helaas alleen erkennen. We hebbendat volledig fout gedaan en dat gaat over je professionele attitude.De heer Krul (CDA):Oké. Dan hebben we het ook over het protocol, de meldcode, die daarmeeniet gevolgd wordt. Kan WSS heel concreet aangeven welke maatregelenal doorgevoerd zijn op deze twee aspecten? Is het bijvoorbeeld nu zo datde gedragswetenschapper altijd contact moet krijgen met de andereorganisatie als bijvoorbeeld volgens hem de acute veiligheid in gevaar is?Dat is mijn eerste vraag: is daar nu al actie op ondernomen? Twee. Is hetnu inmiddels al zo dat daaraan ook opvolging wordt gegeven bij alleaanvragen bij het LECK waarbij een top-tot-teenonderzoek wordtgeadviseerd? En kunnen we dat monitoren, als in: kunt ú dat monitoren?De heer Croiset van Uchelen:Vanuit de optelsom van alle dingen die fout zijn gegaan in het Vlaardingsegebeuren, laten wij alle dossiers op jeugdbeschermingsgebied tracken:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30260 zijn er vergelijkbare casussen, waar zit je mee en wat doe je? Dat hebbenwe eind deze maand afgerond. Daarmee willen we vooral bereiken datiedere jeugdbeschermer de situaties herkent waarin wij in Vlaardingenverkeerd gehandeld hebben, daarop reflecteert, ook met zijn team, envertelt wat hij nodig heeft. Dat is wat we eraan doen. Ik ben minder vaneen nieuwe regel op papier, want die komt op de stapel. Dus dit isconcreet wat we ermee doen.De voorzitter:De BBB-fractie.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. We horen nu dat de overdracht tussen de oude ende nieuwe begeleider van het meisje fout is gegaan. Er is geen warmeoverdracht geweest. Wat mij dan verbaast, is het volgende. Het is indezelfde organisatie, dus er moet toch een dossier zijn van zo’n meisje,dat de oude medewerker heeft gevuld en dat de nieuwe medewerker kanlezen. Zit er dan helemaal geen verklarende analyse of iets dergelijks inwaarmee de urgentie wordt benadrukt?De heer Croiset van Uchelen:Er is onvoldoende tijd genomen om dit echt door te spreken, los van hetdoornemen van het dossier en de hele geschiedenis. Dat dossier klik jeinderdaad gewoon door. Dat blijft bestaan; dat is een lopend dossier. Deprioriteit van de nieuwe jeugdzorgmedewerker zat ’m in het herstellen vande relatie met pleegouders. Dat was een moeizaam traject. Daardoor heefthij niet meegekregen dat dit meisje al te lang onvoldoende alleen gezienwas en dat dat eigenlijk de hoogste prioriteit had moeten hebben. Los vanhet overdragen van alle technicalities in zo’n zaak, had daar het gesprekook over moeten gaan. Dat is ook waarom we daar nu standaard eengedragswetenschapper bij zetten, die de hoofdlijnen bewaakt en zorgt dat«belangrijk» en «urgent» ook als zodanig geduid worden en dat je ook hetgesprek met elkaar hebt over wat het eerste is wat je gaat doen. Dathebben we dus aangepakt.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dat betekent dus dat er nu altijd een verklarende analyse van de kinderenin het dossier zit?De heer Croiset van Uchelen:Als we de verklarende analyse toepassen, dan zit die erin. Maar dat is nogniet standaard; dat wordt standaard. We passen de verklarende analysesteeds vaker toe, maar daar moet je mensen voor opleiden. Ik heb evenniet het plan paraat per welke datum dat gerealiseerd is.De voorzitter:Dank u voor die aanvulling. Dan komen we bij de volgende ronde van dezijde van de Kamer. Mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank, voorzitter. Bij mijn weten heeft de William Schrikker Stichting nogsteeds de voogdij over dit meisje. Ik vroeg me af in hoeverre u ervoor kuntzorgen dat de situatie van haar moeder nog wat makkelijker gemaakt kanworden. Kan zij bijvoorbeeld nauwer betrokken worden bij de keuzes dieop dit moment voor dit meisje worden gemaakt? Zij is zwaargewond. Ikkan daar meer details over geven, maar ik weet niet of dat hier debedoeling is. Er is in elk geval sprake van 24 uurszorg, waarbij er zakenmoeten worden geregeld: een bezoekregeling, bepaalde soorten zorg,welk bezoek mag er komen et cetera. Ik kan me voorstellen dat het demoeder helpt als zij niet alleen maar uitkomsten daarvan krijgt, maar ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30261 betrokken kan worden bij de manier waarop dit wordt ingericht, ookomdat er vanwege die 24 uurszorg niet zomaar sprake is van opnieuwnaar de rechter gaan, de voogdij overdragen et cetera.De heer Croiset van Uchelen:Sinds het gebeuren in mei vorig jaar hebben we ons natuurlijk directgerealiseerd dat we ook de moeder ontzettend in de steek hebben gelaten.Wij zetten sindsdien alles op alles om moeder maximaal te betrekken. Hetis aan haar om te vinden of we dat voldoende doen of niet. Daaroverhebben we ook goed contact. Wij doen daar heel hard ons best voor ensteken daar heel veel tijd in. Maar ik heb niet een oordeel «ik vind dat wedat goed doen», want dat is aan de moeder en niet aan mij.Ik begreep niet helemaal wat u bedoelde met de voogdijoverdracht. Vindtu dat we die zouden moeten overdragen? Is dat de strekking van devraag?Mevrouw Van der Werf (D66):Daar vind ik niet zo veel van. Dat is niet mijn expertise en ik ben ook geenrechter. Maar ik kan me wel voorstellen dat als je dochter voor het leven isgetekend en zeker als er zo gehandeld is, je wil dat je daar in elk geval opeen normale manier bij wordt betrokken. Ik kan me ook voorstellen datnadat dit is gebeurd en het rapport is uitgekomen, het heel wrang is omdan op de radio te horen hoe hierover wordt gesproken en het ook eenbeetje wordt afgeschoven. Ik zal hier heel eerlijk zeggen dat ik de eerstereactie van uw stichting niet de beste vond. Ik heb ook berichtjes vanandere mensen gekregen die dit gehoord hebben en dachten: jeetje. Hierzijn hele grote fouten gemaakt. Het laatste wat er nu volgens mij zoumoeten gebeuren, is dat de moeder van dit meisje nog het gevoel moethebben dat zij zich in moet vechten om hier goed bij betrokken te raken.Even los van wat u of ik daarvan vindt: ik vind het belangrijk dat u hieraangeeft dat u daar uw uiterste best voor doet.De heer Croiset van Uchelen:Ja, volledig. Moeder heeft daar ook heel goede ondersteuning bij. Wijstaan open voor alles wat zij nodig heeft. Daar doen we dus inderdaadheel hard ons best voor.De voorzitter:Mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, voorzitter. Ik wil even inzoomen op de samenwerking binnen deketen en eigenlijk op het falen daarvan, als we goed kijken naar hetrapport en uiteraard naar deze situatie. Die is overigens geen incident,maar uiteraard een patroon, want we hebben het al jaren over hoe deketen samenwerkt. Kunt u erop reflecteren hoe u dat tot nu toe vindtgaan? Welke concrete verbetermaatregelen om die samenwerking en deonderlinge communicatie te verbeteren, om dit soort dingen in detoekomst te voorkomen, zitten er in het verbeterplan dat u heeft liggen?De heer Croiset van Uchelen:Dit gaat ook over de keten. Wij kijken primair naar onszelf, naar onzeeigen rol en naar wat wij hebben laten liggen, ook tegenover keten-partners. Voordat je het weet, heb je zoiets afschuwelijks meegemaakt enheb je gesprekken over het stelsel en over de ketenproblemen enzovoorts,enzovoorts. Dat wil ik voorkomen. Wij hebben fout gehandeld. Dat is waardit over gaat. Tegelijkertijd zijn het verbeteren van de samenwerking in deketen en het eerder escaleren als het tussen professionals niet botertonderdeel van ons verbeterplan. Wij gaan alle jeugdbeschermingszakenevalueren waarbij problemen tussen de jeugdbescherming en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30262 jeugdhulp spelen. We gaan evalueren wat daar moet gebeuren. Eerderescaleren is ook essentieel, want als je als professionals onderling te langblijft steggelen, is de aandacht voor het kind weg. Dat is ook in Vlaar-dingen gebeurd. We hebben daar dus een grote verantwoordelijkheid. Datmoet beter.De heer Teeven:Even aanvullend op wat de heer Van Uchelen zei. Eerder vandaag, toen iknog op de publieke tribune zat, heb ik mevrouw Bruyning iets horenzeggen over de rol van de Raad voor de Kinderbescherming. Die nemenwij als jeugdbeschermers uiteraard zeer serieus. Eind ’23 hebben wegezegd dat we het gevoel van de Raad voor de Kinderbescherming graagwilden horen. Dat viel ons niet mee; laat ik dat maar eerlijk zeggen. Datontslaat ons niet van onze eigen verantwoordelijkheid. We hadden diezaak namelijk gewoon aan de rechter kunnen voorleggen. Maar als wij inconflict komen met de Raad voor de Kinderbescherming, is dat wel lastig.Daarom moeten dit soort situaties, als het over dit soort zware onder-werpen gaat, worden geëscaleerd binnen onze organisatie, ook als hetover de Raad voor de Kinderbescherming gaat.De voorzitter:Mevrouw Bruyning nog?Mevrouw Bruyning (NSC):Ja. Ik hoor wat u aangeeft, maar is dit dan niet juist ook het knelpunt indeze situatie, in het systeem an sich? Is escalatie met de Raad voor deKinderbescherming niet gewoon lastig? Tegelijkertijd zou je de grens tochook moeten opzoeken, om het systeem juist te verbeteren? Want alsniemand elkaar aanspreekt, dan gaan we er toch nooit komen met elkaar?Dan hebben we het namelijk over een gedeelde verantwoordelijkheid enkijken we allemaal naar elkaar, maar neemt niemand die verantwoorde-lijkheid.De heer Teeven:Nee, dat is ook precies wat ik heb aangegeven in het eerste antwoord-rondje, namelijk dat wij hadden moeten escaleren en dat wij contrairhadden moeten gaan van het standpunt van de Raad voor de Kinderbe-scherming. Dat is niet gebeurd, omdat in onze eigen organisatie nietgeëscaleerd is en niet gepersisteerd is in het ingenomen standpunt. Daarheeft u volledig gelijk in.De voorzitter:De VVD-fractie.Mevrouw Dral (VVD):Dank u wel, voorzitter. U zei net iets over het gedrag van medewerkers enover daadkracht. Is ook gekeken waar dat gedrag vandaan komt? U zeinamelijk: we zijn hard aan het werk om dat te verbeteren. Maar heeft hette maken met professionaliteit? Heeft het te maken met handelingsverle-genheid? Is daarnaar gekeken? In mijn vorige blokje heb ik ook ietsgezegd over toezicht en dat de verantwoordelijkheid bij mensen lager inde organisatie ligt. Is er een cultuur gecreëerd waarin mensen niet meergaan handelen doordat er zo veel verantwoordelijkheid is, waardoormensen juist niet meer durven handelen? Hoe kijkt u daarnaar?De heer Croiset van Uchelen:Ik denk dat er inderdaad soms sprake is van de angst om fouten te makenen om daarop afgerekend te worden, wat niet helpend is in je professi-onele attitude. Maar dit punt is stap twee in ons plan van aanpak. Ik wildat eerst zorgvuldig geanalyseerd hebben. We schrijven daarvoor eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30263 plan in dit kwartaal. In het volgende kwartaal laten we daar een onderzoeknaar doen. Precies datgene wat u schetst, wil ik boven water hebben. Watmaakt dat je niet recht blijft staan op het moment dat dat van je verwachtmag worden? Als ik daar nu iets van ga vinden, dan is dat mijn eigenindruk. Ik wil dat goed onderzocht hebben, want alleen dan kunnen we diecultuurverbetering doorvoeren.De voorzitter:De heer Crijns.De heer Crijns (PVV):Dank u wel, voorzitter. De communicatie tussen beide partijen, tussenEnver en de William Schrikker Stichting, was ver te zoeken. Een van dedingen waar ik best van schrok, is het volgende. Dat mag u gerust van mijweten. Ik citeer uit het rapport: «De WSS heeft in juli 2022 de signalen diehet meisje gaf over seksueel misbruik onvoldoende onderzocht. De WSSheeft hun stappenplan Landelijke Meldcode Huiselijk geweld en Kinder-mishandeling niet gevolgd en geen melding gedaan bij Veilig Thuis.»Waarom zijn deze meldingen niet bij Veilig Thuis terechtgekomen enwaarom is dit onvoldoende onderzocht?De heer Croiset van Uchelen:De reden dat de meldingen niet bij Veilig Thuis zijn aangekomen, is alsvolgt. Als je een melding doet bij Veilig Thuis en je daar zelf in zit, dan isde ervaring dat je die melding terugkrijgt. Dat bleek ook uit het gesprekmet Veilig Thuis. Daar heb ik geen waardeoordeel over, maar het gevolg iswel dat jeugdbeschermers soms denken: ik doe die melding maar niet,want ik krijg die toch terug, dus wat heb ik eraan? Het is fijn dat je datvindt, maar wat je vindt, moet je naar gevonden voorwerpen brengen. Wehebben een protocol en dat heb je te volgen. Je hebt die melding dus tedoen.Waarom heeft het onderzoek onvoldoende opgeleverd? Ik vind vooral datwe geen gevolg hebben gegeven aan wat we onderzocht hebben. Ik denkdat we het te veel hebben laten lopen en dat is verwijtbaar.De heer Crijns (PVV):Ik vind het jammer dat uw eigen stappenplan, de Landelijke MeldcodeHuiselijk geweld, niet wordt gehanteerd. Welke consequenties volgen erals medewerkers dat niet meer doen?De heer Croiset van Uchelen:Medewerkers worden beoordeeld op hun functioneren in brede zin. Als jevaak de regels aan je laars lapt, dan heeft je manager daarover eengesprek met jou.De voorzitter:GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik heb een vraag over de vertrouwenspersoon. In deJeugdwet staat letterlijk dat jeugdigen gewezen moeten worden op hetfeit dat ze gebruik kunnen maken van een onafhankelijk vertrouwens-persoon, van iemand buiten de organisatie. Uit het vorige gesprek kreegik de indruk dat dat niet per se bekend is. Mijn vraag aan u is: wordt aanalle jeugdigen waarvoor jullie zorg moeten dragen, verteld dat ze gebruikkunnen maken van een onafhankelijk vertrouwenspersoon?De heer Croiset van Uchelen:De vertrouwenspersoon wordt meestal vanuit de jeugdhulporganisatiesingezet. Dat gezegd hebbende, hebben wij als regievoerder natuurlijk ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30264 de taak om dat te melden. Ik moet u het antwoord hierop schuldig blijven.Ik weet niet of we dit aan ieder kind vertellen, maar dat gaan we wel doen.De heer Teeven:In aanvulling op wat de heer Van Uchelen zei: bij de totstandkoming vande Jeugdwet was de vraag of een vertrouwenspersoon een rol zoukunnen vervullen bij kinderen en ouders met een licht verstandelijkehandicap een onderwerp van discussie in de Eerste Kamer. Daar werdtoentertijd door sommige fracties over getwijfeld, maar door de beidebewindslieden uit het kabinet is toen wel toegezegd dat men dit zou gaanproberen. Er werd getwijfeld aan deze mogelijkheid voor kinderen meteen licht verstandelijke beperking. Men wist niet of dit een haalbare kaartzou blijken. Maar nogmaals, we zullen dat nagaan en kijken wat mogelijkis. Maar daar werd toen al wel aan getwijfeld bij de Jeugdwet.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik weet dat er onvoldoende vertrouwenspersonen zijn voor ieder kind,maar het punt is meer dat elk kind moet weten dat als er wat aan de handis, een onafhankelijk persoon hem of haar kan helpen. Ik zeg dus niet dater bij ieder kind standaard een vertrouwenspersoon op bezoek moetkomen – daarvoor hebben we er ook te weinig – maar kinderen moetennatuurlijk wel altijd weten dat er iemand is die voor hen klaarstaat. Ermoet natuurlijk zorg voor worden gedragen dat kinderen dat ook weten.Datzelfde geldt voor het klachtrecht, want we hebben hier natuurlijk ook temaken met een moeder die, om volgens mij heel begrijpelijke redenen,een aantal keer het gevoel heeft gehad dat ze onvoldoende gehoord is.Wordt ook aan ouders en biologische ouders verteld dat ze altijd het rechthebben om een klacht in te dienen? Wordt er binnen uw organisatie zorgvoor gedragen dat ook ouders altijd dat soort dingen weten?De heer Croiset van Uchelen:Ja, dat weet ik toevallig wel. In het introductiemateriaal zit een volledigebeschrijving van de klachtenprocedure. We hebben naast de formeleklachten ook klachtbemiddelaars. Dat zijn mensen die aan de voorkantproberen om professional en ouders bij elkaar te brengen als dat nodig is.Een klachtenprocedure kost tijd, dus waarom zou je een probleem nietaan de voorkant oplossen als je daarmee een lange procedure kuntvermijden? Daar zetten we dus op in en daar zijn alle ouders overvoorgelicht.De voorzitter:Dank u. Het CDA.De heer Krul (CDA):Ik kan me voorstellen dat een dergelijk rapport natuurlijk ook als eenschokgolf door de organisatie zelf gaat. De bestuurder geeft net aan datals het bijvoorbeeld gaat om protocol, er een cultuur is geweest waarinmedewerkers dachten: als ik die melding doe, krijg ik die toch terug, dus ikdie het maar niet. Ik neem aan dat na dit rapport het aantal meldingenvanuit de organisatie sterk is gestegen. Hebben jullie daar cijfers over?Willen jullie dat monitoren? Zien jullie dat gedragseffect al? Met anderewoorden: zien jullie al effect van de veranderingen die jullie hebbeningezet? Die veranderingen houden in: wat je zelf vindt, breng je maarnaar de gevonden voorwerpen, maar je volgt allemaal het protocol. Datzou je, neem ik aan, makkelijk kunnen terugzien in het aantal meldingendat jullie doen.De heer Croiset van Uchelen:Dat hebben we niet getoetst. Ik zou dat na kunnen gaan, maar die cijfersheb ik niet paraat. Ik weet wel dat het een van de criteria is waarop wij nuTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30265 bezig zijn alle dossiers door te lichten om te kijken of we daar de juistedingen doen, en om met elkaar te bespreken waar we dingen hebbenlaten liggen en waar we ons aan te houden hebben. Ik weet dat wedaarmee bezig zijn. Ik bezoek ook verschillende teams om dit met ze tebespreken. Ik wil ook zelf het gevoel krijgen of mijn professionals goedbezig zijn, of dat ze een kunstje verbeterplan doen. Ik merk dat het leeft,want professionals zijn heel erg begaan met wat hier gebeurd is. Dathoort bij hun werk. Er is dus niemand in de organisatie die zoiets denktals: «Nou, dat was in Rotterdam, maar ik zit in Groningen. Dus: succes.»Hier wordt zeer serieus aan gewerkt.De heer Teeven:In aanvulling op het antwoord van de heer Van Uchelen merk ik op dat ikvanavond om 19.00 uur een bijeenkomst heb met de cliëntenraad van depleegouders van William Schrikker Gezinsvormen. Onder die pleegoudersleeft natuurlijk ook veel onzekerheid en zijn er ook veel vragen. DeKamercommissie weet natuurlijk ook dat het heel moeilijk is om pleeg-ouders te krijgen. Dat is echt ingewikkeld. Dus het is ook aan die kant weleen zorg om dit goed uit te leggen en om te vertellen wat we eraan doen.Er leven dus ook veel vragen bij William Schrikker Gezinsvormen over hoeze daarmee om moeten gaan.De voorzitter:Mevrouw Rikkers.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Dank u wel, voorzitter. Er lag een advies of een opdracht om te kijken inhet netwerk voor pleegzorg voor het meisje. Er waren onderbuikge-voelens dat het plekje waar het meisje zat niet helemaal paste – met eenunderstatement. Waarom is er niks gedaan met dat advies? Waarom is ergeen plekje gezocht in haar netwerk, wat wel aangegeven is?De heer Croiset van Uchelen:Wat ik daarvan weet, is dat een netwerkplaatsing wel is overwogen, maardat degenen die dat hebben onderzocht, er niet van overtuigd waren dater op dat moment een passende plek was in het netwerk.Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):Was dat op het moment van aanvang van de pleegzorg of ook later? Ikbegreep dat het netwerkpleeggezin de eerste twee maanden niet konopvangen, dus met de crisis, maar daarna wel. Op welk moment is dat ...De heer Croiset van Uchelen:Nee, sorry, dit was dat latere moment dat het opnieuw opspeelde.De voorzitter:Ik dank de Kamerleden voor al hun vragen. We zijn gekomen aan heteinde van de hele hoorzitting. Ik dank ook de vertegenwoordigers van deWilliam Schrikker Stichting, de heren Van Uchelen en Teeven. Dank vooruw komst en voor de bereidheid om alle vragen van de Kamer tebeantwoorden. Ik wijs iedereen erop dat aankomende woensdag hetplenaire debat over dit onderwerp is. Dan gaan de Kamerleden door methun inbreng.Ik had nog een vraag aan de vertegenwoordigers van de William SchrikkerStichting. Ze hadden het over een verbeterplan of zeiden in ieder gevaldaarmee bezig te zijn. Is er al iets? Kunnen wij iets zien voor het debat? Isdat mogelijk? Ik weet dat het wellicht te veel gevraagd is, maar als erinformatie is waar de Kamer iets mee kan, dan is die informatie welkom,via de commissie. Die kan gewoon aan de commissie worden gezonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30266 Ik dank ook alle vorige sprekers, alle aanwezigen, iedereen die het debatheeft gevolgd, de media en de pers. Ik sluit de hoorzitting.Sluiting 15.25 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 015, nr. 30267
Gerelateerde bronnen
- Het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen
Verslag van een hoorzitting, gehouden op 3 maart 2025, over het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.