KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 juli 2025, over Artikel 100-bijdrage aan EUFOR Althea

20 aug 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f6eaad2941cb708f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 521Nederlandse deelname aan vredesmissiesNr. 502 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 20 augustus 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voorDefensie hebben op 3 juli 2025 overleg gevoerd met de heer Brekelmans,Minister van Defensie, en de heer Veldkamp, Minister van BuitenlandseZaken, over:–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 25 april2025 inzake artikel 100-bijdrage aan EUFOR Althea (Kamer-stuk 29 521, nr. 494);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 1 juli2025 inzake beantwoording vragen commissie over de artikel100-bijdrage aan EUFOR Althea (Kamerstuk 29 521, nr. 494)(Kamerstuk 29 521, nr. 498).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,KlaverDe voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,KahramanDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,Westerhoff kst-29521-502ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5021 Voorzitter: KlaverGriffier: DekkerAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van der Burg, Dobbe,Kahraman, Klaver, Nordkamp, Paternotte en De Roon,en de heer Brekelmans, Minister van Defensie, en de heer Veldkamp,Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 18.03 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken.Van harte welkom aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Ministervan Defensie. Hartelijk welkom aan de Kamerleden. Aan de orde is hetdebat over de artikel 100-bijdrage aan EUFOR Althea. De Kamer heeft inde eerste termijn een spreektijd van vier minuten en als dat nodig is, zal ikdrie interrupties toestaan. We beginnen met de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. In mei van dit jaar was ik met de vaste Kamercom-missie voor Defensie op een terugkeerreis naar Bosnië, samen metDutchbat III-veteranen. De gesprekken daar hebben diepe indruk op mijgemaakt. Ik zag daar ook hoe de EUFOR-militairen de stabiliteit in dat landproberen te handhaven.Het vredesakkoord van Dayton uit 1995 maakte een einde aan de oorlog,maar liet Bosnië en Herzegovina achter in een complexe en kwetsbarestaatsinrichting. Vandaag de dag beleeft het land zijn diepste constituti-onele crisis sinds de oorlog, nu bijna 30 jaar geleden. De nationalistischepoliticus Dodik probeert al geruime tijd de volkeren van Bosnië opnieuwtegenover elkaar te zetten. Zijn aanvallen op de Hoge VertegenwoordigerSchmidt en zijn pogingen om via wetgeving de Republika Srpska los teweken van het staatsverband vormen een directe bedreiging voor destabiliteit van het land.De Europese Unie heeft de landen van de Westelijke Balkan een Europeesperspectief geboden door ze kandidaat-lidstaat te maken. Tegelijkertijd isde zuidoostflank van Europa geopolitiek bijzonder kwetsbaar. Deinmenging van Rusland en in toenemende mate ook China in Bosnië enandere Balkanlanden is zorgwekkend. Terwijl onze blik op Oekraïne gerichtis, voltrekt zich op de Westelijke Balkan een sluimerende destabilisatie.Voorzitter. Volgens de experts is Bosnië en Herzegovina momenteelbeperkt in staat om zich zelfstandig te verdedigen tegen buitenlandseinmenging en om de binnenlandse stabiliteit te waarborgen. Het landleunt zwaar op EUFOR Althea voor veiligheidsgaranties. Onze militaire enciviele inzet in internationale missies op de Balkan wordt breed gewaar-deerd, zowel door onze internationale partners als ook door de lokalebevolking. Tegelijkertijd biedt deze deelname ons ook invloed binnen demissie zelf. De ervaring die onze militairen in deze regio opdoen, isbovendien van grote waarde voor toekomstige operaties en de inzet-baarheid van onze krijgsmacht in het algemeen.Een stabiel Europa is niet mogelijk zonder stabiliteit op de WestelijkeBalkan en die stabiliteit is op haar beurt ondenkbaar zonder stabiliteit inBosnië en Herzegovina. De situatie in Bosnië raakt ons dus direct, nietalleen om geopolitieke redenen, maar ook vanwege risico’s als illegalemigratiestromen via de Westelijke Balkanroute en grensoverschrijdendegeorganiseerde criminaliteit.Alles overziend steunt de NSC-fractie dan ook de voorgenomen Neder-landse inzet voor EUFOR Althea. Uit de stukken blijkt dat de ingezetteinfanteriecompagnie goed is uitgerust en dat de EU beschikt over eenrobuuste geweldsinstructie voor deze operatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5022 Tot slot, voorzitter. Tijdens het bezoek aan Potocari, samen met deveteranen, werd nogmaals duidelijk hoe diep Nederland door de tragedievan Srebrenica met Bosnië is verbonden. Juist die geschiedenis legt inmijn ogen een aanvullende verantwoordelijkheid op onze schouders omals Nederland blijvend bij te dragen aan vrede en stabiliteit in Bosnië enHerzegovina.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan is nu het woord aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Om er maar mee te beginnen: wij steunen de verlenging enuitbreiding van deze EUFOR Althea-missie. De SP steunt vredesmissiesdie bijdragen aan stabiliteit, staatsopbouw en vrede als er een duidelijkinternationaalrechtelijk mandaat ligt. En dat is hier het geval. Dat is dusheel goed.In mei maakten we met de Defensiecommissie – mijn collega Kahramanrefereerde er ook al aan – een indrukwekkende terugkeerreis metveteranen van Dutchbat. Indrukwekkend, vanwege de ervaringen van deveteranen en de verhalen van bijvoorbeeld de moeders van Srebrenica.Maar ik herinner me ook dat we aan de kant van de weg stonden op eenvoetbalveld waar in 1995 vluchtende Bosnische mannen naartoe werdengedreven. Toen we daar stonden en dat gesprek hadden om dat teherdenken, werd er getoeterd om ons gesprek te verstoren! Het maakteop mij heel veel indruk dat er nog zo veel onrust en zo veel haat in diesamenleving zitten. Die verzoening is echt nog volop bezig. De spanningis voelbaar en de mensen in het gebied vertelden daar ook over.Dat is de context van de missie en de reden waarom die plaatsvindt. Het isook wel duidelijk dat er in dat gebied ook gewerkt moet worden aanvredesopbouw, verzoening en democratisering. In de brief lezen we kortdat er inzet is via Matra en het Stabiliteitsfonds, maar we zien ook dat erdoor het kabinet juist op Matra en het Stabiliteitsfonds wordt bezuinigd.Hoe is dat nu in Bosnië en Herzegovina? Wordt er ook bezuinigd op deambassade, Matra en het Stabiliteitsfonds in Bosnië en Herzegovina? Alswe nu zo serieus investeren in militaire inzet, is het ook belangrijk dat wedie dingen volop blijven doen.Verder las ik in de brief – maar dat kan een onduidelijkheid bij het lezenzijn van mijn kant, dus ik hoop dat die onduidelijkheid kan wordenweggenomen – dat het mogelijk is dat Nederland gedurende de inzetpe-riode in Bosnië en Herzegovina om een bijdrage zal worden gevraagdvoor veiligheidsgaranties aan Oekraïne. Wat betekent dat? Ik ga ervan uitdat militaire inzet in Oekraïne op geen enkele manier voortvloeit uit dezeartikel 100-brief of uit deze missie. Kan ik dat ook zo lezen? Want danhebben we die onduidelijkheid ook de wereld uit.Het mandaat van de missie is gebaseerd op het Verdrag van Dayton, maarwat gebeurt er als het verdrag wordt geschonden? Hebben onze militairendan voldoende mandaat om adequaat te reageren en is er een duidelijkeexitstrategie als het te gevaarlijk wordt? Kan de Minister daar misschieniets meer over vertellen?Voorzitter. Onder de militairen die worden uitgezonden, zullenongetwijfeld ook vrouwen zijn. Hebben zij inmiddels scherfvesten tot hunbeschikking die geschikt zijn voor het vrouwenlichaam? Het is op zich alongelofelijk dat die er nog niet waren, want het is al vrij lang bekend datvrouwen anatomisch gezien anders in elkaar zitten dan mannen. Wehoren dat die scherfvesten voor vrouwen er eindelijk zijn, maar dat ze nogop de plank liggen. Hebben de vrouwen die meegaan, een geschiktscherfvest tot hun beschikking?Hetzelfde geldt – ja, u zag het misschien niet aankomen – voor menstrua-tieproducten. Er is geen Defensiebrede voorziening voor menstruatiepro-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5023 ducten. Alle militairen krijgen een uitzendtoelage, lazen we in antwoordop vragen van ons hierover, en soms is op uitzending een verkooppuntaanwezig, maar dat lijkt wel per missie te verschillen. Hoe is dat voor dezemissie geregeld?Tot slot, voorzitter, nog twee korte punten: de zorg en de nazorg. DeVeteranenombudsman doet momenteel onderzoek naar de rol van hetthuisfront en zeker naar de positie van kinderen van uitgezonden ouders.Op welke manier worden militairen en hun eventuele partners onder-steund tijdens deze missie?Helemaal tot slot. De uitgezonden eenheid is het 13de infanteriebataljon,als ik het goed heb. Dat is hetzelfde bataljon dat met Dutchbat is uitge-zonden. Hier zijn wel zorgen over. Is er genoeg rekening mee gehoudendat hier vanuit de Bosnische samenleving misschien heftig op gereageerdkan worden? Hoe wordt deze eenheid daarop voorbereid, als dat het gevalis?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan is het woord aan de heer Nordkamp.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. We bespreken vandaag het kabinetsbesluit voor eennieuwe Nederlandse bijdrage aan EUFOR Althea, de EU-missie diebijdraagt aan de veiligheid en stabiliteit van Bosnië en Herzegovina.Nederland heeft een historische band met het land en daarmee ook eenmorele plicht om het land te helpen. Ook is de stabiliteit van Bosnië vanoverduidelijk belang voor Nederland. De fractie van GroenLinks-Partij vande Arbeid steunt daarom ook een actieve inzet van het kabinet voorBosnië. Wel hebben we nog een aantal vragen.Allereerst. Sinds het vorige debat over de missie in 2023 zijn despanningen in Bosnië flink toegenomen. De ondermijning van degrondwettelijke orde en de eenheid van het land door president Dodik zijneen fundamentele dreiging voor de stabiliteit. De Kamer heeft afgelopenapril op initiatief van mijn fractie gepleit voor de invoering van eennationaal inreisverbod voor Dodik. De Minister ziet nog geen heil in zo’nverbod, omdat Dodik geen bedreiging vormt voor de openbare orde.Sinds de aanname van de motie hebben Litouwen en Polen wel nationaleinreisverboden voor hem ingevoerd, verwijzend naar het belang vanstabiliteit in Bosnië voor de openbare orde in Europa in zijn geheel. Kande Minister hierop reflecteren?Maar er zijn niet alleen inreisverboden. Kort geleden nog hebbenDuitsland en Frankrijk, zo meldde Bloomberg, een lijst van mogelijkesanctiemaatregelen verspreid in Europese hoofdsteden. Het gaat hierbijonder andere om het opschorten van financiering van projecten inRepublika Srpska, in EU-verband maar ook via de Wereldbank, en om hetsanctioneren van individuen die de grondwettelijke orde van Bosniëbedreigen. Kan de Minister aangeven hoe hierop gereageerd is en of hijopenstaat voor dergelijke maatregelen?Dodik heeft afgelopen maand aan Poetin gevraagd om de verlenging vanhet jaarlijkse mandaat van de missie in de Veiligheidsraad tegen tehouden. Ziet de Minister indicaties dat Poetin deze oproep gaat volgen?Zo ja, wat betekent dat dan voor de internationaalrechtelijke grondslagvan de missie?De spanningen in het land betekenen ook wat voor de noodzakelijkecapaciteit van de EU-missie. We hebben gelezen dat in maart tweereservetroepen zijn geactiveerd, waardoor de operatie nu bestaat uit 2.100militairen. Is dit volgens de Minister voldoende? Heeft de missie ookvoldoende operationele capaciteit in de vorm van materieel, zoalshelikopters, om troepen snel en flexibel te kunnen verplaatsen innoodsituaties?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5024 In de artikel 100-brief las ik het opmerkelijke feit dat Frankrijk in 2024 eenorder voor twaalf Rafale-gevechtsvliegtuigen van Servië heeft geaccep-teerd. Gezien de openlijke steun van Servië aan Dodik en de innigesamenwerking tussen Servië en Poetin lijkt de levering van deze gevechts-vliegtuigen evident tegenstrijdig met de Europese inzet in Bosnië. Is deMinister dat met mij eens? Heeft hij zijn Franse ambtsgenoot hier eensover aangesproken?Tot zover. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Nordkamp. De heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik sprak vorige maand een leeftijdsgenoot. Hij wasuitgenodigd in Dayton om bij de plechtigheid te zijn waarbij het 30-jarigbestaan van de Daytonakkoorden werd herdacht. Hij is een genocideover-lever, want hij was in 1995 11 jaar oud toen de enclave Srebrenica viel enruim 8.000 mannen vermoord werden door de troepen van Mladic´, debevelhebber van het leger van de Republika Srpska. Als 11-jarige mochthij met zijn moeder mee vluchten. Zijn toen 17-jarige broer ligt nu op demassabegraafplaats in Potocari. «This is about your country», zei hij tegenmij. En ik voelde dat de pijn heel diep gevoeld wordt. En dat is begrijpelijk,want in Srebrenica, waar de moeders, broers, zussen en kinderen van deslachtoffers doorgaan met hun leven, regeren nu de genocideontkenners.Genocide was er niet, zei Dodik vorig jaar nog in een speech.Nu hebben we het in de Kamer maar weinig over de Westelijke Balkan,maar daar ligt een gitzwarte bladzijde van de Europese en Nederlandsegeschiedenis, en dus ook een hele grote uitdaging om de fragielestabiliteit daar te beschermen. Het gaat om kandidaat-lidstaten van de EU,het gaat om NAVO-partners in de regio. Voor Poetin zou het prachtig zijnals het geweld opnieuw oplaait, als kwetsbare staten als Bosnië enKosovo omvallen. Dan raakt het heel Europa. D66 steunt daarom debijdrage die Nederland tot nu toe heeft geleverd en zal die bijdrage ookblijven steunen, zeker ook met het nieuwe voorstel van het kabinet.Ik heb wel een aantal vragen. Eerst een vraag over de invloed van Ruslanden China en het opstoken van sentimenten tegen Europa. Wat doetNederland nu op diplomatiek gebied, zowel bilateraal als multilateraal, omBosnië juist richting de EU en richting de NAVO te bewegen? Gaan webijvoorbeeld ook bilaterale steun leveren om Bosnië te helpen voldoenaan de Kopenhagencriteria? Als we dat nog niet doen, zouden we dat dankunnen gaan doen, zoals we nu ook Oekraïne en Moldavië helpen?Hoe wordt gewerkt aan het tegengaan van Russische desinfo in Bosnië?Hebben de bezuinigingen op het Matra-fonds – mevrouw Dobbe noemdedie al – en het Stabiliteitsfonds geleid tot een verminderde inzet inBosnië? Welke gevolgen heeft dat op de grond?We zien ook dat China zijn economische invloed uitbreidt. Ik vond hetgoed dat het kabinet benoemde dat dat ook gebeurt in de veiligheids-sector in de Republika Srpska. Het is natuurlijk lastig om te zeggen dat wijdaar een alternatief voor zouden moeten bieden, dus ik zou deze vraagopen willen voorleggen aan het kabinet: hoe gaan we daarmee om enwelke strategie is er eigenlijk om dit in onze achtertuin tegen te gaan?Dichterbij neemt ook de druk vanuit Servië toe. We lezen in de brief dathet kabinet zegt dat er geen signalen zijn dat Vucic´ daadwerkelijk bereid isom bijvoorbeeld de afscheiding van de Republika Srpska te steunen, maarals we nu naar de wereld kijken, zien we dat er in de afgelopen tweemaanden een korte oorlog is geweest tussen India en Pakistan en tussenIsraël en Iran. De stabiliteit in de wereld is er niet groter op geworden enwe weten niet wat er de komende tijd gaat gebeuren. Wordt er binnen demissie dus voldoende aandacht besteed aan de capaciteitsopbouw vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5025 Servië in cyber en elektronische oorlogsvoering en de mogelijke inzethiervan?Dan nog iets over Dodik, waar mijn buurman het ook over had. Aan hetarrestatiebevel dat is uitgevaardigd, is nog geen uitvoering gegeven. Er isin de Kamer al vaak gevraagd om sancties tegen Dodik, tot nu toe zonderresultaat, dus ik zou de Minister willen vragen: kan hij daar niet meer opdoen? Kan hij zich daar in ieder geval bij de eerstvolgende Raad Buiten-landse Zaken voor inzetten?Dan over de voorwaarden voor de missie. De belangrijkste vraag bij elkdebat over een artikel 100-bijdrage gaat natuurlijk over de veiligheid vanonze mensen. De risico’s binnen EUFOR Althea zijn klein, maar ik hoorgraag van de Minister nog een extra toelichting ten aanzien van medischehulp. Rondom Sarajevo is er namelijk goede gezondheidszorg, maarbuiten die regio wordt gepland op basis van medische ondersteuning.Kan de Minister toelichten hoe deze ondersteuning is ingericht en opwelke manier de voorbereiding op een eventuele escalatie plaatsvindt?Hoe is de medische afvoerketen buiten de regio Sarajevo geregeld?Ik sluit me aan bij de vragen van collega Dobbe over de uitrusting, om hetkort te houden.Tijdens de missie wordt onder andere ingezet op interoperabiliteit met deNAVO en modernisering van de krijgsmacht. Hoe wordt verder gewerktaan capaciteitsopbouw? Want een van de primaire doelen van de missie ishet behouden van een safe and secure environment, maar er moet ookeen moment komen dat daar geen internationale inzet meer voor nodig is.Wanneer is de missie wat de Minister betreft voltooid?Tot slot, voorzitter. Zoals ik al zei, is het op 11 juli 30 jaar geleden dat ruim8.000 mensen vermoord werden in Srebrenica. Ze worden ook die dagherdacht. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat het kabinet hierbijvertegenwoordigd is, in ieder geval door een van beide Ministers.De voorzitter:Dank u wel. Meneer De Roon.De heer De Roon (PVV):Dank, voorzitter. Ik citeer: «De Bosnische krijgsmacht is een puinhoop. Hetland is hopeloos corrupt, enorm verdeeld en parasiteert op de interna-tionale gemeenschap.» Ik citeer hier mijzelf, want dit heb ik twee jaargeleden bij de vorige verlenging van deze missie gezegd, en het beeld datik toen schetste, bestaat, helaas, nog steeds. Ook ontbreekt er, net alstwee jaar geleden, een langetermijnperspectief om Bosnië en Herzegovinauit deze misère te trekken. Over de waardeloze staat van de Bosnischekrijgsmacht en de veiligheidssituatie hebben we wel een aantal vragen.Bosnië en Herzegovina kan op het gebied van veiligheid en eenheids-vorming gewoon zijn eigen broek niet ophouden. Van alle problemen diede Bosnische krijgsmacht teisteren, is geen van de reeds bekendeproblemen de afgelopen jaren verbeterd, laat staan opgelost. In regerings-brieven lezen we over exact dezelfde problemen nu als toen, in 2023.Sterker nog, die passage lijkt wel knip-en-plakwerk uit die vorige brief vande regering. De Bosnische krijgsmacht kampt anno 2025 nog steeds metfinanciële en materiële tekorten, verouderde wapensystemen, gebrekkigevoorzieningen en personele leegloop, net als in 2023. Op de vraag of deBosnische strijdkrachten op enig moment in staat zouden zijn om opeigen benen te staan, hebben we in de schriftelijke vragenronde gewoongeen antwoord gekregen. Het kabinet durft daar geen jaartal op teplakken. Dan vraag ik het dus maar zo: wanneer kan de Bosnischekrijgsmacht op eigen benen staan naar het idee van deze bewindslieden?Graag een reactie.Wat wel lijkt te functioneren, of in ieder geval schijnt te groeien, zijn deparamilitaire capaciteiten van de Republika Srpska. Dat staat namelijk inde huidige artikel 100-brief. Maar als wij vervolgens vragen wat deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5026 omvang van die paramilitaire macht dan is en over welke capaciteiten diemacht dan beschikt, komt er weer geen antwoord. De Minister schrijft datde omvang van de paramilitaire groepen niet kan worden vastgesteld. Datvind ik dan toch wel opmerkelijk, want hoe kun je dan spreken van eenaanzienlijke groei en hoe kun je dan het veiligheidsrisico van onzemilitairen goed beoordelen? Graag een reactie hierop.Verder vindt de PVV het onbevredigend dat er door het kabinet wordtgesteld dat er een cyber- en spionagedreiging uitgaat van China enRusland, terwijl we in de beantwoording van de vragen lezen datNederlandse militairen geen cybercapaciteiten en ISR-middelenmeenemen. Dan dringt zich toch de vraag op waarom Nederland diespionage- en cyberdreiging gewoon over zich heen laat komen, daar inBosnië en Herzegovina. Waarom geven we, los van de behoefte dieEUFOR Althea stelt, onze militairen niet gewoon zelf die middelen mee?Graag een reactie.Politiek blijft Bosnië een puinhoop. Het nationale arrestatiebevel tegenPoetinvriend president Dodik is een papieren tijger. Daar komt bij datInterpol het uitvaardigen van een internationaal opsporingsbericht heeftafgewezen. Waarom is dat eigenlijk zo? Heeft Interpol dat op de een ofandere manier toegelicht? Ook hierop wil ik graag een reactie.Verder constateert de PVV dat onze krijgsmacht nog steeds nodig is inBosnië en Herzegovina om relatief simpele politietaken, zoals crowd andriot control, uit te voeren. Onze militairen moeten daar weer speciaal voorworden opgeleid. Waarom is Bosnië zelf nog steeds niet in staat geblekendie simpele taak uit te voeren? Kunnen de bewindslieden dat misschientoelichten? En waarom accepteert de internationale gemeenschap, metNederland als braafste jongetje voorop, dat corrupte politici in Bosnië enHerzegovina blijven parasiteren op de EUFOR-macht en de Nederlandseinbreng? Bosnië en Herzegovina wordt namelijk nog steeds corrupter,terwijl wij dan op de winkel moeten passen. Het land is qua corruptiebeland op het niveau van Belarus en andere landen, zoals Laos, Mongoliëen Sierra Leone; daar ongeveer. Maar Bosnië en Herzegovina zakt in deinschatting van Transparency International alweer een paar punten lager.Alles bij elkaar doet dit ons denken aan het Afghanistandossier, waar ookgeen langetermijnperspectief was en ook geen werkbaar plan om dat landuit de misère te halen. We zien hetzelfde bij Bosnië en Herzegovina. Ik gaafronden, voorzitter. Dan rijst bij ons toch de vraag: waarom dan blinddoorgaan op dezelfde weg? Want elk perspectief op succes ontbreekt. Danhouden we onze militairen, eerlijk gezegd, liever in Nederland. Ik vraag deMinisters daarom de Nederlandse inzet te heroverwegen.Dank u.De voorzitter:Meneer Paternotte heeft een vraag.De heer Paternotte (D66):Als de Ministers de Nederlandse inzet niet willen heroverwegen, maar weldoor willen gaan, gaat de heer De Roon dan een motie indienen waarin hijde Kamer vraagt om de steun voor deze artikel 100-operatie in te trekken?De heer De Roon (PVV):Dat doe ik nooit. Wij zullen onze niet-steun laten blijken in de derdetermijn. U kunt erop rekenen dat dat hoogstwaarschijnlijk gaat gebeuren,tenzij ik hier nog geweldig goede antwoorden krijg die bevredigend zijnvoor mij.Misschien mag ik er toch nog iets aan toevoegen, want ik heb begrepen...De voorzitter:Nou, u bent door uw spreektijd heen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5027 De heer De Roon (PVV):Dan stop ik.De voorzitter:Ja, u bent echt ruim door uw spreektijd heen. Er is een interruptie voor u.Even voor de goede orde, ik laat de spreektijd wat langer doorlopen, wantdit is belangrijk. Dit gaat over de uitzending van onze militairen, dus ikvind dat u ook echt de tijd moet hebben om uw bijdrage te kunnenleveren, maar er zit wel een grens aan.De heer De Roon (PVV):Akkoord.De voorzitter:Had u een vervolgvraag, meneer Paternotte? Nee? Dan ga ik naarmevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):De heer De Roon schetst een aantal zaken die misgaan in de samenlevingin Bosnië en Herzegovina. Die herkennen we ook wel, denk ik. Maartegelijkertijd vinden er wel bezuinigingen plaats op bijvoorbeeld hetMensenrechtenfonds en alles wat structureel deze situatie kan oplossenvoor de samenleving, door die samenleving te versterken, zodat dezemissie niet meer nodig is.De voorzitter:En uw vraag is {Mevrouw Dobbe (SP):Zou de heer De Roon dan niet het voorstel willen steunen om in iedergeval voor Bosnië en Herzegovina die bezuiniging niet door te voeren?De heer De Roon (PVV):Ze hebben al 30 jaar lang de tijd gehad om orde op zaken te stellen. Het isal begonnen in 1996, als ik het me goed herinner, met SFOR toen nog,want dat was een NAVO-missie. Na zeven jaar werd het toen EUFOR. Nuzitten we er al bijna 30 jaar. Wat hebben ze nou eigenlijk gedaan om dezaken een beetje te fatsoeneren? Laat ik het daar maar op houden.De voorzitter:Ik wilde doorgaan. Meneer Paternotte, is deze { Ja.De heer Paternotte (D66):Ik zoek toch nog even, omdat de heer De Roon net zei: wat hebben ze noueigenlijk gedaan? Er is nog steeds vrede op de Westelijke Balkan. Toen ergeen vrede was, was er een gigantische vluchtelingenstroom onze kantop. Ik hoorde de heer De Roon net zeggen: ik heb dat leger, die 150militairen en het Humint Team liever hier. Wat kunnen ze hier nou meerdoen om te voorkomen dat er vluchtelingen vanaf de Balkan naarNederland komen dan daar?De voorzitter:Helder.De heer De Roon (PVV):Het is niet in de eerste plaats onze taak om ervoor te zorgen dat er geenvluchtelingen deze kant op komen. Daar moeten die landen zelf voorzorgen. Bosnië en Herzegovina heeft gewoon 30 jaar lang de kans gehadom orde op zaken te stellen. Er lijkt geen beweging in die richting te zijn.Intussen heeft de Nederlandse belastingbetaler als deze missie doorgaatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5028 al 100 miljoen euro besteed aan deze grap. Ik zeg dat natuurlijk nietschertsend. Het is in mijn ogen eigenlijk gewoon allemaal weggegooidgeld geweest. U heeft gelijk: er wordt niet gevochten. Dat kun je eenwinstpunt noemen. Maar het kan niet zo zijn dat dat ten eeuwigen dage zoblijft. Dat betekent in mijn visie, als ik dat nog mag zeggen, dat de helestructuur van het bestuur van dat land anders moet.De voorzitter:Dank u wel.De heer De Roon (PVV):Er is ook heel veel kritiek op die Hoge Vertegenwoordiger en hoe datfunctioneert. Er zijn veel mensen die zeggen dat dat anders moet wordenaangepakt. Misschien kunnen de bewindslieden ook daarop reflecteren enons laten weten of zij daar ideeën over hebben.De voorzitter:Het is als voorzitter van deze vergadering niet mijn gebruik om in tegrijpen als er iets wordt gezegd. Ik vind namelijk dat bijna alles moetkunnen worden gezegd in het parlement, maar u zei er zelf al«schertsend» bij. Het gaat over de uitzending van militairen, die daar ookmet gevaar voor eigen leven zijn. Dat soort woorden wil ik in dit kaderecht niet horen.De heer De Roon (PVV):Ik zei juist: ik bedoel dat niet schertsend.De voorzitter:Zeker. Het was heel goed dat u dat toevoegde. Toch wil ik, ook als u dattoevoegt, deze woorden echt in dit debat niet horen. We gaan verder metde heer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Die zit na te denken over hoe hij nu zijn verhaal zal insteken. Gelukkighebben we vandaag ook nog meteen het plenaire debat, dus ik bewaarmijn reguliere bijdrage, die ik hier had willen houden, maar even voor hetplenaire debat en kies nu voor een andere insteek. Uiteraard steun ik, netals de meeste collega’s hier aanwezig, niet alleen dit voorstel, maar via ditvoorstel ook de militairen die wij gaan uitzenden. Net als de meeste ledenen overigens ook net als de heer De Roon { Of niet net als de meesten,maar net als veel leden was ik vorige maand in Dayton in Amerika bij deherdenking van het sluiten van de Daytonakkoorden 30 jaar geleden. Daarwaren wij bij een diner waar de drie presidenten van Bosnië het woordvoerden. Dat was een bijzonder diner, een bijzondere bijeenkomst, zekerook vanwege de drie speeches die daar gehouden werden. Dat warenspeeches waar je niet vrolijk van werd, want de drie presidenten die daarspraken, spraken vol boosheid, woede en agressie over de ander en, nogerger, over de andere bevolkingsgroep. De zaal viel stil. De zaal dacht: watmoeten we nu nog zeggen na deze drie bijdrages?Toen kwam er een laatste spreker. Dat was de secretaris-generaal van deNAVO, bij sommigen van ons welbekend. Die deed iets heel bijzonders.Die zei: «Wat zijn wij als NAVO toch een mooie en bijzondere organisatie.Wij herdenken hier dat 30 jaar geleden de Akkoorden van Dayton werdengesloten. 30 jaar geleden vochten ze met elkaar tot aan de dood. Nuvechten ze met woorden. Nu laten ze elkaar uitspreken. Nu zitten ze indezelfde zaal en bij hetzelfde diner.» En dat is precies waarom de NAVO inmijn ogen de belangrijkste vredesorganisatie ter wereld is. Dat is precieswaarom wij deze militairen moeten sturen, nog even los van de extraverantwoordelijkheid die niet alleen Nederland, maar zeker ook Europaheeft in het licht van wat er toen is gebeurd. Ik denk dat het uitermateTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 5029 belangrijk is dat wij daar zijn, dat wij onze verantwoordelijkheid nemen. Ikzeg «wij». Ik besef donders goed dat wij dan mannen en vrouwendaarnaartoe sturen, die daarbij risico lopen.Voor nu heb ik slechts één vraag, een vraag die u altijd krijgt van de VVDen die ook al gesteld is door de heer Paternotte, maar hij dient gesteld teworden; hij dient hier genoemd te worden. We hopen dat iedereen veiligterugkeert, dat iedereen terugkeert zonder dat er gewonden, laat staandoden vallen. U schrijft in uw notitie nadrukkelijk aan ons dat de medischezorg goed geregeld is, omdat ook gebruikgemaakt wordt van de daaraanwezige infrastructuur. Maar is er iets wat u nodig heeft om ervoor tezorgen dat als er onverhoopt iets gebeurt, als er gewonden vallen oferger, het maximale wordt gedaan om onze mannen en vrouwen daar zovolledig mogelijk te ondersteunen?De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de Kamer. Ik kijk even naar de bewindspersonen. Hoeveel tijdheeft u nodig? Een kwartier? Ik schors de vergadering tot 18.50 uur.De vergadering wordt van 18.29 uur tot 18.53 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijdevan het kabinet. De Minister van Defensie is nog niet aanwezig, maar deMinister van Buitenlandse Zaken heeft aangegeven te gaan beginnen, dusik geef graag het woord aan de Minister van Buitenlandse Zaken. O, sorry,en in deze termijn geef ik de ruimte voor drie interrupties.Minister Veldkamp:Dank u, voorzitter. Ik heb eerst een aantal algemene opmerkingen en dannog de beantwoording van specifieke vragen. Ik kan er redelijk sneldoorheen. Vandaag hebben we het artikel 100-debat over de Nederlandsebijdrage aan EUFOR Althea. Het kabinet hecht natuurlijk aan zorgvuldigeartikel 100-procedures. We informeren de Kamer graag grondig, ook viatechnische briefings en dergelijke, over de afwegingen voor deelname aanmilitaire operaties, ook buiten het EU- en NAVO-grondgebied.Volgende week reis ik zelf naar Bosnië en Herzegovina voor de herdenkingvan Srebrenica, 30 jaar geleden. Dat blijft een zwarte bladzijde in degeschiedenis van beide landen. Dat is ook iets wat ons helaas voor altijdzal binden. Srebrenica was niet het einde van de Nederlandse militairebetrokkenheid in Bosnië en Herzegovina, ook omdat de Daytonakkoordenniet het einde betekenden van de onderlinge spanningen tussen deverschillende bevolkingsgroepen. De heer Van der Burg wees al op deaanwezigheid van Kamerleden in Dayton, Ohio onlangs, toen dat ookweer tot uiting kwam.Het beoogde toekomstperspectief blijft een vreedzaam, zelfstandigfunctionerend land, onomkeerbaar op weg naar Europa. Helaas blijftEUFOR Althea nog altijd nodig om in dat complexe land en in diecomplexe en kwetsbare regio koers te houden. De Nederlandse eenjarigeinzet van een infanteriecompagnie binnen EUFOR Althea liep in oktober2024 conform de planning ten einde. Een aantal van u kan zich datherinneren. Nederland is nog tot 31 juli dit jaar binnen deze operatieaanwezig met een human intelligence team en staffunctionarissen. Hetkabinet, de operatieleiding en de Bosnische autoriteiten beoordelen dieNederlandse inzet ook als positief. Vandaar dat we wederom voornemenszijn om bij te dragen met een infanteriecompagnie vanaf oktober 2025voor een jaar, met de verlenging van de huidige Nederlandse inzet van hethuman intelligence team en met maximaal tien staffunctionarissen tot enmet december 2027. Ik zal u kort meenemen in de doorslaggevenderedenen om te komen tot het besluit om een nieuwe bijdrage te leveren inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50210 deze context. De Minister van Defensie, nu aanwezig, zal nader ingaan opde verschillende defensie- en militairgerelateerde elementen.Waarom deze bijdrage? Het past goed binnen de ambities van hetregeerprogramma om met missies een bijdrage te leveren aan de vrijheiden veiligheid van Nederland. Juist hier komen allerlei veiligheidsbelangensamen. Het regeerprogramma noemt dat het van belang is om invulling teblijven geven aan internationale missies buiten NAVO- enEU-grondgebied in het kader van het bevorderen van de internationalerechtsorde. Het is belangrijk dat Nederland als EU-lidstaat enNAVO-bondgenoot verantwoordelijkheid neemt en zijn fair sharebijdraagt. Daarin maken we keuzes. We kijken naar de ring rondWest-Europa, dicht bij huis, met een concrete meerwaarde voor Neder-landse veiligheidsbelangen. Het regeerprogramma legt ook verband methet tegengaan van irreguliere migratie en het versterken van de interna-tionale aanpak van georganiseerde criminaliteit.Daarnaast stelt het regeerprogramma dat Nederland naast Oekraïne ookandere Europese landen zal steunen waarvan het bestaan momenteelkwetsbaar is. Een van de gronden voor deelname is het voorkomen vaninstabiliteit aan de buitengrenzen van de EU. Bosnië en Herzegovinabevindt zich – een aantal van uw leden gaf dit al aan – in een slependeconstitutionele crisis. De veiligheid en stabiliteit staan onder druk doordestabiliserende acties en oproepen tot afscheiding in de RepublikaSrpska. Rusland voert desinformatiecampagnes uit. Juist in deze tijdenwaarin al een oorlog woedt op het Europese continent, in Oekraïne, kanEuropa zich simpelweg geen tweede conflict in Europa veroorloven. Debijdrage vanuit Nederland is in het belang van de bredere stabiliteit op deWestelijke Balkan. De spanningen in Bosnië hebben ook een regionaledimensie vanwege het etnische karakter van het conflict. Stabiliteit isgewoon in ons bredere belang.We moeten natuurlijk niet uit het oog verliezen dat een bijdrage als dezeop zich een bescheiden omvang en opdracht heeft. We moeten realistischblijven over de doelstellingen. Maar EUFOR Althea ziet op het behoud vaneen veilige omgeving en het afschrikken van actoren die de vrede ingevaar kunnen brengen. Daarin treden we op samen met de interna-tionale gemeenschap. Uiteindelijk is het natuurlijk wel de bedoeling datBosnië zelf tot politieke hervorming en verzoening komt, en een weg vindtverder op het Europese spoor, gezien het toetredingsperspectief. EUFORis wat dat betreft niet de oplossing voor het voortgaande en sluimerendepolitieke conflict. Die dient meer als een vangrail.Het politieke systeem komt voort uit de Daytonakkoorden. Het is heelcomplex. De titel van het boek over de Daytonakkoorden van de Ameri-kaanse onderhandelaar Holbrooke destijds is To End a War, maar deakkoorden hebben nooit echt goed kunnen dienen om de structuur vandie staat goed gereed te maken voor een bestuurlijke toekomst, en alhelemaal geen toekomst met de EU op de horizon. Afgelopen maanden ishet land in een nieuwe patstelling beland, nadat Republika Srpska onderaanvoering van – het werd al genoemd – president Dodik de legitimiteitvan de Hoge Vertegenwoordiger en staatsinstituties als het constitutionelehof heeft ondermijnd. Het staatshof veroordeelde Dodik daarop in februaritot een jaar gevangenisstraf en een zesjarig verbod op het uitvoeren vanpublieke functies. Daartegen is hij in beroep gegaan.In reactie op die uitspraak nam het parlement van Republika Srpska op27 februari een aantal wetten aan die de legitimiteit van het functionerenvan de Bosnische staatsinstituties aantastte. Voor deze ondermijning vande Bosnische constitutionele orde is een arrestatiebevel uitgevaardigdtegen Dodik, samen met een aantal andere hooggeplaatste functiona-rissen uit de Republika Srpska. Dodik lijkt niet uit te zijn op fysiekeescalatie. Hij wil liever tot een politieke deal komen. De Russische invloedwerd al genoemd. Die is het meest zichtbaar in de Republika Srpska.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50211 Dodik onderhoudt nauwe banden met Poetin. Hij wordt ook gesteundvanuit Servië en Hongarije.De fragiele situatie met interetnische spanningen maakt dat EUFOR Altheanog nodig blijft. Het gebrek aan verzoening en bereidheid tot samen-werking zal naar verwachting voorlopig voortduren. Om duurzame vredeen stabiliteit te bereiken, zullen etniciteitgerelateerde overwegingenminder gewicht moeten krijgen in het Bosnische politieke debat. Dat islastig. Daarnaast is het voor een goed toekomstperspectief belangrijk datde rechtsgang doorgang kan vinden, de rechtsstaat wordt versterkt enpolitici verantwoordelijkheid nemen en werk maken van het hervor-mingspad. Maar dat kan niet alleen maar van buitenaf worden opgelegd.Het kan wel worden bevorderd, maar dat is niet de bedoeling van deinternationale gemeenschap. Dat blijkt ook uit het Frans-Duitse paper,waar de heer Nordkamp aan refereerde, waarin het voorstel wordt gedaanom Bosnië en Herzegovina tot een soort eeuwigdurend protectoraat vande internationale gemeenschap en Europa te maken.De situatie is dus buitengewoon complex. Ik moet denken aan wat de heerDe Roon en de heer Van der Burg zeiden: men vecht elkaar inderdaad nogwel de tent uit, maar met woorden en binnen dezelfde zaal en aandezelfde diners. Dat is al winst vergeleken met 30 jaar geleden. Depistolen worden niet getrokken. Tegelijkertijd is er echt nog een hele langeweg te gaan. Er zal nog heel veel begeleiding nodig zijn. EUFOR Althea iser ook om daartoe de vangrail te bieden qua veiligheid en stabiliteit. Diezal voorlopig nog nodig zijn.Voorzitter. De heer Nordkamp vroeg naar sancties tegen de heer Dodik.Wij spreken ons als Nederland ook uit via de Peace ImplementationCouncil Steering Board, waar Nederland in meedraait en dat weer ziet ophet functioneren van de Hoge Vertegenwoordiger en de bevoegdhedendie die heeft via de Daytonakkoorden en de zogeheten Bonn Powers. Wijroepen telkens op tot het bevorderen van de eenheid en soevereiniteit vanBosnië. In EU-verband pleiten we voor eenduidige boodschappen. Medeconform een motie van GroenLinks-PvdA is dat bijvoorbeeld ook weerdoor de Benelux gezamenlijk gedaan tijdens de Raad Buitenlandse Zakenin april.Nederland kent geen eigen sancties, maar voert wel VN- en EU-sanctiesuit. We hebben in principe, behalve als er een heel directe dreiging is voorde openbare orde in Nederland, geen mogelijkheid om nationaal sanctiesin te stellen. We willen ook graag dat dat via de EU of de VN gebeurt, wantdat is een stuk effectiever. Het probleem bij de sancties waar we voorpleiten als het gaat om de heer Dodik, is wel dat daar dan één lidstaat –we kunnen raden welke lidstaat – dwarsligt. Dat betekent niet dat we nikskunnen doen. Mede op Nederlands initiatief zijn bijvoorbeeld projectenvia het Western Balkans Investment Framework in de Republika Srpskaopgeschort. Het Western Balkans Investment Framework is, zoals u weet,een combinatie van de Europese Commissie, de Europese Investe-ringsbank en de EBRD, die daar samenwerken om bepaalde projecten tefinancieren. Die blijven opgeschort. Dat is bijvoorbeeld ook de bedoelingvan het Frans-Duitse non-paper waar de heer Nordkamp aan refereerde.De bedoeling is dat ze ook worden beëindigd en dat er geen nieuweprojecten ten bate van de Republika Srpska op tafel worden gebracht.De EU roept inderdaad andere internationale financiële instellingen op –dan hebben we het met name over de Wereldbank en de IFC – om eengelijkluidende benadering te kiezen. Er is dus wel degelijk een prijs diedoor de Republika Srpska wordt betaald. Of dat voldoende is om Dodik ende zijnen tot een andere koers te bewegen, is zeker de vraag. Dat blijftaltijd een worsteling in situaties als deze. Je moet die worst voorhoudenvan dat EU-toetredingsperspectief en de projecten die mogelijk zijn opkorte termijn. Je kunt de druk van sancties, dreigende sancties enprojecten die niet doorgaan neerzetten, maar in de afweging die mensenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50212 als Dodik maken, ook met hun nationalistisch en etnisch denken, levertdat helaas niet altijd resultaat op.De heer Nordkamp had een vraag over Servië. Hij refereerde aan deleverantie van gevechtsvliegtuigen van Franse makelij aan Servië. Je kuntdaar op verschillende manieren tegen aankijken. Je kunt ook zeggen: hetis interessant dat Servië, dat traditioneel een afnemer was van met nameRussisch wapentuig, ter vervanging van de MiG-29’s { Ik kijk even naar deCDS. Volgens mij heeft men een aantal jaren geleden nog tweedehandsMiG-29’s, gerefurbished, van Moskou ontvangen. Als men ter vervangingvan dat soort gevechtsvliegtuigen nu voor een Europees product ofwesters product kiest, dan kun je dat ook zien als: hé, men wil misschienwel een bepaalde afhankelijkheidsrelatie verminderen en kijkt misschientoch ook richting EU en NAVO. Je ziet dat Servië op tal van terreinenprobeert meerdere kaarten tegelijk te spelen: Rusland, China, Europa, etcetera. Het is ook aan ons om vanuit Europa in ieder geval te zorgen datwe heel veel aandacht besteden aan Servië door het zo veel mogelijk onzekant op te trekken. Negeren zal niet helpen. Dus versterking van deServische militaire capaciteit – ik kijk naar de buurman om daar mogelijknog verder iets over te zeggen – zie ik politiek niet per se als iets watmeteen negatief is in alle opzichten.De heer Paternotte vroeg nog naar de capaciteitsopbouw in Bosnië. Ookdaar kan de buurman misschien meer over zeggen, maar EUFOR Altheaoefent met de Bosnische strijdkrachten en draagt bij aan capaciteits-opbouw. We verwachten dat EUFOR Althea op langere termijn toch nognodig zal zijn om die interne stabiliteit te garanderen, want het gebrek aanverzoening en het gebrek aan de bereidheid tot samenwerking zullen naarverwachting voorlopig nog voortduren. Ik noemde al die zogeheten«vangrail».Mevrouw Dobbe en de heer Paternotte noemden ook bezuinigingen opambassades en programma’s. Ja, op het postennet wordt bezuinigd enook al hebben we dat kunnen mitigeren van 22% naar 10%, dat blijft pittig.Ik ontdek ook hoe pittig dat is. Ook op bepaalde programmamiddelen, opalle non-ODA-middelen wordt bezuinigd, ook op bijvoorbeeld Matra.Tegelijkertijd zie ik dat we nog steeds heel veel doen en kunnen doen, ookten aanzien van Bosnië. We hebben een centraal deel van het Matra-programma en we hebben een aan de ambassade in Sarajevo gedele-geerd decentraal deel. Dat decentrale deel is voor dit jaar nog altijd€ 550.000. Ik denk dat Nederland daarmee een van de ambassades heeftdie het meest actief is en de meeste fiches heeft om maatschappelijkeorganisaties en maatschappelijke transformatie in het land te onder-steunen en ook de bredere transitie qua rechtsstaat en stabiliteit.Ook uit het centrale deel vinden wat dat betreft projecten plaats,meerjarig, bijvoorbeeld een meerjarig project om het kadaster van deFederatie van Bosnië en Herzegovina, dus het Bosniak- en Kroatische deelbinnen Bosnië en Herzegovina, te steunen. Ik denk ook bijvoorbeeld aancapaciteitsopbouw in samenwerking met de Raad voor de rechtspraak.Dat loopt tot en met september dit jaar. Dat is ook een project van vijf ton.Mensen uit Bosnië nemen ook deel aan een rechtsstaattrainingspro-gramma. Er is ook een diplomatentrainingsprogramma waaraanBosnische diplomaten deelnemen, vanuit het Matra-fonds gefinancierd.Matra plus de mogelijkheden onder het Stabiliteitsfonds en het Mensen-rechtenfonds die openblijven plus de zogeheten «kiesgroepsteun» van hetMinisterie van Financiën – Bosnië maakt, zoals bekend, deel uit van deNederlandse kiesgroepen binnen het IMF- en Wereldbankbestuur –bieden, als we scherp blijven op hoe we dat inzetten, voldoende mogelijk-heden om actief te zijn en te blijven en te ondersteunen op het gebied vande zaken die we zo belangrijk vinden. Ik noemde al dat Nederlandmeedraait, een rol heeft, in het Steering Board van het Peace Implemen-tation Council. Dat geven we op actieve wijze vorm.Dan de laatste punten die ik heb.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50213 De voorzitter:Er is een interruptie voor u, van de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):De Minister noemt een aantal voorbeelden van dingen die we doen vanuithet Matra-programma en het Mensenrechtenfonds. Mijn vraag, envolgens mij ook die van mevrouw Dobbe, was natuurlijk eigenlijk vooralwat de bezuinigingen betekenen. Moet ik nou opmaken uit het verhaal vande Minister dat de bezuinigingen eigenlijk in Bosnië geen enkel effecthebben, dat de budgetten daar op peil blijven van zowel het Mensenrech-tenfonds als Matra?De voorzitter:Heldere vraag. De Minister.De heer Paternotte (D66):En zo nee, kan hij dan vertellen wat we niet meer kunnen doen?Minister Veldkamp:De bezuinigingen hebben wel degelijk een effect, want non-ODA is besteen pittige bezuinigingsopdracht via het hoofdlijnenakkoord en definanciële plaat daarbij. Dat betekent bijvoorbeeld dat we aan Matra-middelen gedelegeerd aan de ambassade twee jaar geleden nog€ 640.000 hadden en dat de post nu € 550.000 heeft. Dat betekent dat deinzet ook echt scherp moet zijn. Natuurlijk vind ik het jammer dat daarminder middelen voor zijn, maar er zijn wel degelijk middelen voor en hetblijven, als ik het vergelijk met ambassades van andere landen in Bosnië,soms ook grotere landen, substantiële middelen waarmee we echt boterbij de vis kunnen leveren.Mevrouw Dobbe (SP):Ik hoor goed wat de Minister zegt, hoor. Hij weet dat wij ook iets vindenvan die bezuiniging op Matra. Je kan dan keuzes kan maken voor wat jebelangrijk vindt en wat niet, maar dit is wel een uitzonderlijke situatienatuurlijk. Nederlandse mannen en vrouwen worden uitgezonden omdateigenlijk de samenleving daar ter plekke faalt. Dan vind ik eigenlijk dat weervoor zouden moeten kiezen om in ieder geval daar te zorgen dat datgevrijwaard blijft van die bezuinigingen en dat we dan toch ergens andersmoeten gaan kijken, hoe pijnlijk dat ook is, omdat dit wel een bijzonderesituatie is. Is de Minister het daarmee eens?Minister Veldkamp:Ik wil zeker voor de periode dat er Nederlandse militairen daar in dezemate aanwezig zullen zijn, tijdens deze inzet, kijken hoe we zo veel alsmogelijk de programma’s, ook het Matra-programma, kunnen ontzienvoor Bosnië. Tegelijkertijd zullen het minder middelen zijn. We hebben intotaal echt minder middelen en we zijn al enorm aan het ontzien watbetreft bijvoorbeeld Oekraïne en Moldavië, omdat we het ook heelbelangrijk vinden om daar aanwezig te blijven. We proberen ookbijvoorbeeld in Belarus voldoende te doen. Ik denk ook even aan Georgiëen Armenië, waar we een inzet hebben. Het blijft echt heel moeilijk omoveral alles overeind te houden. Dus ik zeg: ja, minder middelen, maareen scherpe inzet zal er zijn.De voorzitter:Gaat u verder met uw bijdrage.Minister Veldkamp:Dat betekent ook gewoon een actieve inzet. Want we hebben middelennodig, maar ik doen niet graag aan chequeboekdiplomatie. Het gaat ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50214 om wat we doen, wat we concreet doen, het lef dat we hebben en de roldie we spelen via bijvoorbeeld de EU-ambassadeurs en de deelname aanhet Peace Implementation Council en dergelijke. De Nederlandse inzetdaarin is en blijft actief. Ik zal volgende week als ik in Bosnië ben ook weereen actieve invulling aan de rol geven. Ik ben ook van plan om de lokalecommandant van EUFOR in Butmir bij Sarajevo te bezoeken.De heer Nordkamp vroeg wat er gebeurt als de Veiligheidsraad nietakkoord gaat met de verlenging van het mandaat. Dan blijft een juridischebasis bestaan, want Republika Srpska en de Federatie van Bosnië enHerzegovina, Bosnië en Herzegovina als geheel, blijven gebonden aanAnnex 1A van de Daytonakkoorden, waarin alle ondertekenaars hunakkoord hebben gegeven voor een internationale troepenmacht onder devlag van de NAVO die toeziet op het handhaven van de vrede. Dus danvervalt misschien dat VN-mandaat, maar via het akkoord van Dayton is erdan nog steeds wel een volkenrechtelijke mandatering en via Berlijn Plus,om even die technische begrippen te gebruiken, komt die bij de EUterecht.De heer Paternotte vroeg nog naar de Russische desinformatie. DeRussische invloed in Bosnië en Herzegovina en eigenlijk in de heleWestelijke Balkanregio is zorgelijk. Rusland probeert op een voor hencontroleerbare manier continu eigenlijk het gezag van westerse instel-lingen als EU en NAVO en ook de westerse inzet, de inzet van onzelanden, te ondermijnen. Wij blijven met de Bosnische autoriteiten ingesprek over het tegengaan van de verspreiding van dergelijke desinfor-matie en wij blijven ook regionale maatschappelijke organisaties diedesinformatie tegengaan steunen, bijvoorbeeld via het Stabiliteitsfonds.Daarnaast is er sprake van een verhoogde inzet van de EU in Bosnië in hetalgemeen en Republika Srpska in het bijzonder, mede met het oog op deverkiezingen die begin oktober volgend jaar gaan plaatsvinden.De heer Paternotte vroeg ook naar China. Voor China geldt de WestelijkeBalkan vooral als een economische toegangspoort. Men wil een econo-mische route – denk even aan Piraeus in Griekenland – richting Centraal-Europa creëren, waardoor de schepen die uit het Suezkanaal komen metChinese producten niet helemaal hoeven om te varen via Gibraltar omdan in Le Havre, Antwerpen, Rotterdam of Hamburg hun goederen uit teladen om die vervolgens naar landen als Hongarije of Slowakije tevervoeren, maar rechtstreeks door de Balkan kunnen. Daarmee zijn zevooral geïnteresseerd in langjarige investeringen in infrastructuur, maarook in het lokale bankensysteem, om daar hun imprint te vergroten. Dat iseen ander soort inzet dan van Rusland. Men is ook duidelijk bezig om teinvesteren in de energiesector, in de bankenwereld, in de infrastructuur endergelijke. Dat volgen we op de voet. Daarom willen we dat via hetWestern Balkans Investment Framework en dergelijke vanuit Europavoldoende slagkracht bestaat om in de regio te blijven investeren, daaraandacht voor te hebben.Mede gezien de geopolitieke context, Rusland, China, zit er ook eengeopolitieke dimensie aan onze militaire presentie in EUFOR Althea. Wenemen medeverantwoordelijkheid om in die zachte onderbuik van Europa{De voorzitter:Helder.Minister Veldkamp:{ als Europa aanwezig te zijn.De voorzitter:Helder, zeg ik nogmaals tegen de Minister. Dank u wel. Was u daarmeeaan het einde gekomen van uw beantwoording? Ja. Dan kijk ik even of ernog vragen waren. Ja, dat is het geval.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50215 De heer De Roon (PVV):Ik heb nog geen antwoord gehoord op mijn vraag of bekend is waaromInterpol geweigerd heeft om een internationaal opsporingsbevel voorDodik uit te vaardigen.Minister Veldkamp:Dat is een goede vraag van de heer De Roon. We hebben de tekst van deuiteindelijke beslissing die Interpol heeft genomen niet verkregen, nietingezien. Ik kan dus geen uitspraak doen over wat precies de redendaarvoor is.De heer Paternotte (D66):Ik had nog gevraagd of wij Bosnië en Herzegovina kunnen ondersteunenbij het toetredingsproces.Minister Veldkamp:Ja, voorzitter. Dat doen we ook. Dat doen we door juist op het gebied vanrechtsstaat, rechtsstatelijkheid en dergelijke te helpen. Een deel van onsdiplomatieke netwerk in de regio is daarop gericht en ook het Matra-programma is daarop gericht. Wij moedigen ook telkens aan om diestappen op het toetredingsproces te zetten. U weet dat er acht van diebenchmarks zijn van de Commissie voor Bosnië. Bosnië voldoet aan vijfdaarvan en aan nog één nog helemaal echt niet. Dat is ontzettend moeilijkte organiseren, juist in een land als Bosnië. Je ziet ook dat dat ze dehervormingsagenda, ingediend onder het groeiplan voor de WestelijkeBalkan, nog niet rond hebben. Daarmee dreigt men 1 miljard aanEU-steun mis te lopen. We willen graag helpen en adviseren. Ik zal zelfvan de week ook weer met de Minister van Buitenlandse Zaken vanBosnië overleggen. We willen daar graag mee helpen, maar in datingewikkelde politieke stelsel is het heel moeilijk om voortgang tebewerkstelligen.De voorzitter:Voldoende zo? Nee? Wilde u nog, meneer Paternotte?De heer Paternotte (D66):Ja, ik had nog gevraagd – misschien dat de Minister er nog op terugkomt– of er een kabinetsdelegatie naar de herdenking gaat.De voorzitter:Die heeft de Minister beantwoord. De Minister van Buitenlandse Zaken isdaarbij.Minister Veldkamp:Ik zal aanwezig zijn bij de Srebrenicaherdenking.De heer Paternotte (D66):Goede zaak.De voorzitter:Dan gaan we naar de Minister van Defensie.Minister Brekelmans:Dank, voorzitter. Ik heb vier categorieën. De eerste bestaat uit watalgemene vragen over het doel van de missie en een aantal risico’s enkanttekeningen daarbij. De tweede gaat specifiek over escalatie. De derde:medisch. De vierde: overige.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50216 Gaat uw gang. Ik zal aan het einde van ieder blokje de gelegenheid geventot het stellen van vragen.Minister Brekelmans:De Minister van Buitenlandse Zaken heeft al heel duidelijk het doel van demissie toegelicht. Ik sluit me daar volledig bij aan. Voor mijzelf heeft hetvolgende veel indruk gemaakt. We zijn een aantal jaar geleden, toen iknog lid was van uw commissie, een aantal dagen in Bosnië en Herze-govina geweest. Naast het bezoek aan Srebrenica en Potocari, watnatuurlijk heel veel indruk maakte, is mij heel erg bijgebleven dat we daardrie dagen met iedereen gesproken hebben, dat het verleden vandaag dedag nog ontzettend doorleeft en dat er geen eenvoudige antwoorden zijn.Er zijn geen eenvoudige oplossingen. Iedereen, of het nou jongerenwaren, mensen bij de overheid of mensen uit het bedrijfsleven, gaf aan: erzitten een aantal structurele fundamentele problemen in Bosnië enHerzegovina waar geen eenvoudige antwoorden op zijn. Ik ben het eensmet wat, volgens mij, de heer Paternotte zei: dan zit de waarde van dezemissies heel erg in dat het niet slechter wordt en dat de lont niet in hetkruitvat gaat dat Bosnië en Herzegovina is. Het feit dat we dat al zo langweten te voorkomen, met alle imperfecties, is denk ik heel goed voorBosnië en Herzegovina zelf, voor de Westelijke Balkan en ook voorEuropa. Het is heel belangrijk dat we daar militair actief blijven.De heer De Roon vroeg waarom de Bosnische strijdkrachten dat niet zelfaankunnen. Een aantal van die fundamentele issues waar ik het net overhad, werken ook door in de Bosnische krijgsmacht. Het gaat dus om eengebrek aan financiering, etnische scheidslijnen en verdeeldheid. Dat leidter ook toe dat er beperkingen zitten aan de structurele investeringen die inde krijgsmacht worden gedaan. Er vinden natuurlijk wel activiteiten plaatsom toch wat aan capaciteitsopbouw te doen. Op dit moment traint deoperationele reserve die is ingezet ook met de Bosnische strijdkrachten.Dat draagt in kleine stapjes bij. De NAVO heeft een initiatief als het gaatom interoperabiliteit. De EU doet zaken op het gebied van politie enjustitie. De OVSE is ook actief. Er wordt dus wel aan gewerkt, maar ik benhet helemaal met de heer De Roon eens dat er nog heel veel potentie isvoor verdere verbetering.Dan had mevrouw Dobbe een vraag over het 13de infanteriebataljon,dezelfde eenheid als Dutchbat III. Is dat een risico? Is dat een probleem?Wij hebben daar geen indicaties van. Tot nu toe zien we eigenlijk steedsdat er op de inzet van Nederland, ondanks alle gevoeligheden uit hetverleden, niet negatief of met spanning wordt gereageerd. Specifiekgegeven deze historische connectie hebben de militairen die het betreftwel voorlichting gekregen over deze geschiedenis en eventuele gevoelig-heden. Zij zijn zich ook bewust van de lading die dat heeft en met zichmee kan brengen. Wij denken dat de eenheid die gaat, professioneelgenoeg is en erop voorbereid is om daar op een goede manier mee om tegaan.De heer De Roon vroeg naar de paramilitaire dreiging van de RepublikaSrpska. We zien inderdaad dat die dreiging er is. De inschatting vanuit deinlichtingen is ook dat die toeneemt. We kunnen het niet specifiekkwantificeren, omdat veel van die paramilitairen zich kleden als burger.Het gaat ook om motorclubs, veteranenclubs en dat soort zaken meer. Hetis dus heel moeilijk om te zeggen «het stijgt van X naar Y». We durven welte constateren dat onze inschatting is dat het in aantal toeneemt en dat declubs groeien. Maar nog steeds geldt dat de Bosnische krijgsmacht,ondersteund door de internationale gemeenschap, in omvang encapaciteit sterker is dan de paramilitaire eenheden van de RepublikaSrpska.Dan had mevrouw Dobbe een specifieke vraag over een opmerking in debrief met betrekking tot de veiligheidsgaranties in relatie tot Oekraïne.Deze missie heeft niets te maken met Oekraïne, dus er wordt ook geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50217 mandaat geschetst ten opzichte van Oekraïne. Toen wij dit voornemen endit besluit namen als kabinet, en dat is er natuurlijk nog steeds, was er ookeen discussie over de coalition of the willing voor Oekraïne. Toen hebbenwe onszelf de volgende vraag gesteld. Stel nou dat de vraag zou komenom als Nederland actief te zijn bij een missie in Oekraïne, zou dat scenariote combineren zijn met deze inzet? Onze conclusie is dat dat beide zoumoeten kunnen. Dat is ook de opmerking in de brief. Maar je weetnatuurlijk nooit helemaal zeker hoe het in Oekraïne verloopt, dus mochtdaar in een keer een vredesovereenkomst zijn en om Nederlandse inzetgevraagd worden, dan kun je dat altijd weer afwegen. Maar op ditmoment zien wij daar geen enkele aanleiding voor, en dat was ook deopmerking in de brief.Dat was het eerste blokje, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, ik kijk even of er naar aanleiding hiervan nog vragen zijn. Datis niet het geval. Gaat u verder.Minister Brekelmans:Dan escalatie. Mevrouw Dobbe en de heer Nordkamp vroegen naar wat ergebeurt in het geval van escalatie. Er is een snel oproepbare reservecapa-citeit. Door toenemende spanningen worden daar 450 militairen ingezet.Die reserve is nog groter, dus die kan in geval van escalatie verder wordeningezet. De heer Nordkamp vroeg of er eventueel evacuatiecapaciteit is.Ja, er zijn ook helikopters vanuit Roemenië aanwezig, die daarvoorkunnen worden ingezet. Wij hebben zelf ook gepantserde voertuigen. Diezullen we niet overal direct inzetten, omdat we niet willen dat dat in hetstraatbeeld dominant is, maar mochten de spanningen toenemen dan zijndie wel aanwezig om eventueel ingezet te kunnen worden. En mocht deveiligheidssituatie nou echt fundamenteel veranderen – dat is deafgelopen jaren, decennia niet gebeurd – dan moet je je in zo’n scenarioaltijd weer andere vragen stellen, maar laat ik zeggen dat er voor eenescalatie van spanningen voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Daarmeeheb ik inderdaad ook de vragen van de heer Nordkamp beantwoord.De heer Paternotte vroeg naar de druk vanuit Servië; wordt er genoegaandacht besteed aan elektronische oorlogsvoering vanuit Servië? Dedoelstelling van EUFOR Althea en ook van deze missie is vooral om tezorgen voor een stabiele veiligheidssituatie in Bosnië en Herzegovina. Hetis niet zo dat het een primaire doelstelling is van EUFOR Althea om ookhybride activiteiten tegen te gaan. Dat is dus niet het doel van de missie.Wel is het zo dat EUFOR Althea via inlichtingen en via een waarschu-wingssysteem hybride dreigingen monitort. Op het moment dat het nodigis om daar mitigerende maatregelen tegen te nemen, kan daarop ookactie worden genomen. Maar dat is niet het primaire doel van dezemissie. Daarmee heb ik volgens mij ook antwoord gegeven op de vraagvan de heer De Roon over cyberdreigingen en spionage. Natuurlijk wordtdaar rekening mee gehouden, ook in de manier waarop wij daar opererenals het gaat om de inzet van privételefoons, die alleen mogen wordengebruikt op een beveiligde manier waarvoor allerlei maatregelen zijngetroffen. Datzelfde geldt voor internetverbindingen. Ook wordt hetpersoneel, als er cyber- en spionagedreigingen worden waargenomen,daarover geïnformeerd, door EUFOR Althea. Wij houden dat zelf natuurlijkook in de gaten, maar EUFOR beschikt ook over inlichtingencapaciteit opdat terrein. IT-omgevingen van EUFOR Althea zijn daarvoor ontworpen enworden daartegen beschermd.Dan ga ik naar het onderwerp medisch, voorzitter.De voorzitter:Laten we eerst kijken of er over het vorige blokje nog vragen zijn. Dat ishet geval.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50218 Mevrouw Dobbe (SP):Ik had nog een vraag gesteld over het mandaat, want als wij militairenspreken, dan is de vraag die zij hebben of het mandaat voldoendeduidelijk is. Want bij vredesmissies is het veel ingewikkelder dan in andersoort missies, als je in oorlog bent, te bepalen wat er wel en wat er nietmag. En als het escaleert, als het verdrag wordt geschonden, wat gebeurter dan met het mandaat? Hoe kunnen we dat op een snelle manierduidelijk krijgen voor de mensen die daar zitten?Minister Brekelmans:Het mandaat van EUFOR is duidelijk, en dat is ook al heel lang stabiel. HetNederlandse mandaat, en ook het mandaat dat onze militairen hebben omgeweld in te zetten, sluit daarop aan. Dat biedt de mogelijkheid totzelfverdedigingen en dat biedt de mogelijkheid om, als er een escalatievan spanningen is, daarop in te grijpen. Over de specifieke detailscommuniceren we nooit, maar dit is even het algehele beeld. DeVN-Veiligheidsraad moet dit wel ieder jaar weer verlengen. Dat is deafgelopen jaren ook steeds gebeurd. Iedere keer wordt natuurlijk ook devraag gesteld: wat nou als dat niet gebeurt? Het eerlijke antwoord is dat erdan een probleem is, want het mandaat van deze missie is daaropgebaseerd. Maar net als in voorgaande jaren hebben we nu geen indicatie– ik kijk ook even naar de Minister van Buitenlandse Zaken – dat Ruslanddaar dwars gaat liggen.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, een vervolgvraag.Mevrouw Dobbe (SP):Bedankt voor dit antwoord, maar mijn vraag was meer gericht op hetmandaat op de grond, dus of de mannen en vrouwen die daar zijn, wetenwanneer ze kunnen opschalen en wanneer niet. Mijn vraag ging meerdaarover en niet zozeer over het internationaalrechtelijke mandaat.Minister Brekelmans:Het is zo dat ook in de resolutie staat dat «all necessary measures»kunnen worden genomen op het moment dat dat nodig is, dus dat demogelijkheid er ook is om dan in te grijpen. Wel zijn er, zowel vanuit deNAVO als vanuit de EU, scenario’s voorbereid die erop zien dat hetmandaat, mocht dat niet worden verlengd, wordt aangepast, ook opuitnodiging van Bosnië en Herzegovina, en dat het dan via een NAVO- enEU-mandaat verloopt. Maar nogmaals, het theoretische risico is er, maarwij verwachten niet dat Rusland het dit jaar niet zal verlengen. Wat datbetreft is er ook niet fundamenteel iets veranderd ten opzichte van vorigjaar of het jaar daarvoor. De relatie met Rusland is sowieso een probleem.Maar mocht dat zo zijn, dan zijn er wel scenario’s voorbereid.De voorzitter:Helder. Er zijn verder geen vragen over deze punten, dus u kunt uwbeantwoording vervolgen.Minister Brekelmans:De heer Paternotte en de heer Van der Burg hadden vragen over demedische keten. Zoals u in de beantwoording heeft kunnen lezen, is ereen rol 1 medische faciliteit op kamp Butmir voor eerstelijns huisart-senzorg en zorg en voor primaire traumaopvang. Daarnaast neemtNederland ook een eigen rol 1-capaciteit mee. Het klopt inderdaad datvoor tweedelijnszorg afspraken zijn gemaakt met ziekenhuizen in enrondom Sarajevo. Wanneer onze mensen meer in het buitengebied ofdaarbuiten actief zijn, dan gaan er ook rol 1-capaciteitverpleegkundigenmee als dat om grotere aantallen gaat. Er is ook in uiterste noodsituaties –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50219 volgens mij vroeg de heer Nordkamp dat – een Oostenrijkse helikopteraanwezig voor medische evacuaties die kan worden ingezet. Dat zijn voorde activiteiten buiten Sarajevo en omgeving de middelen die kunnenworden ingezet.De voorzitter:Ik kijk even of er vragen zijn op dit punt. Dat is niet het geval. Gaat uverder.Minister Brekelmans:Dan ga ik tot slot naar de categorie overig. Mevrouw Dobbe had een vraagover de scherfvesten. Die zijn besteld en worden binnen afzienbare tijdgeleverd. Op het moment dat ze zijn geleverd, worden ze ook meteenverspreid onder alle vrouwen die op missie zijn en dat geldt dus ook voorBosnië. Onze verwachting is dat die scherfvesten tijdens deze uitzendingzullen worden geleverd. Dan gaan ze ook naar Bosnië en kunnen ze doorvrouwen gedragen worden. Dat zou heel mooi zijn.Mevrouw Dobbe had ook nog een vraag over verzorgingsproducten.Daarvoor geldt dat zowel mannen als vrouwen er zelf verantwoordelijkvoor zijn om persoonlijke verzorgingsproducten mee te nemen, omdaarvoor te zorgen. Er is een winkel aanwezig op het kamp waarin allestandaard verzorgingsproducten kunnen worden aangeschaft.Tot slot had mevrouw Dobbe een vraag – dat is volgens mij de laatstevraag, voorzitter – over wat we met families doen. Hoe houden we daarrekening mee, ook met de spanning waar zij mee te maken hebben? Wehebben als Defensie een organisatie die daar speciaal aandacht aanbesteedt. Ik heb met de heer Nordkamp in het vorige debat afgesprokendat we niet meer spreken over het thuisfront, dus ik probeer dat woord tevermijden. Het gaat om de families en om de thuisbasis en de thuisre-laties. Die organisatie binnen Defensie richt zich ook op de communicatierichting de families. Ik noem enkele voorbeelden van wat zij organiseren.Er is ter voorbereiding hierop een informatiedag. Er is een websitebeschikbaar en een besloten Facebookpagina. Er is ook een speciale appvoor de families van onze mannen en vrouwen die op missie zijn. Ookgedurende de missie wordt een familiedag georganiseerd, zodat erervaringen kunnen worden uitgewisseld. Er is dus speciale aandacht vooren er zijn ook diverse mogelijkheden tot communicatie.Mevrouw Dobbe (SP):De Minister heeft het over verzorgingsproducten. Ik had het niet overshampoo, maar over menstruatieproducten en die hebben vrouwengewoon net wat vaker nodig dan mannen.Dan die scherfvesten. Klopt het dat die er nog steeds niet zijn? Wij horenal een jaar dat ze binnen afzienbare tijd komen. Het laatste bericht was: zezijn er, maar ze liggen op de plank. Maar ze zijn er dus nog steeds niet?Klopt dat nu?Minister Brekelmans:Toen ik het over de verzorgingsproducten had, had ik het ook overdiezelfde menstruatiemiddelen. Ik wil dat woord best gebruiken alsmevrouw Dobbe dat waardeert.Het klopt inderdaad dat de scherfvesten nog niet geleverd zijn, maar weverwachten wel dat dat op korte termijn zal gaan gebeuren. En als datgebeurt, zullen ze ook direct worden verspreid. Ze liggen niet op de plank.Ze liggen niet ergens te wachten.Mevrouw Dobbe (SP):Wat is dan afzienbare tijd? Want dat werd echt serieus een jaar geledenook gezegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50220 Minister Brekelmans:Deze zomer.Mevrouw Dobbe (SP):Voordat ze worden uitgezonden?Minister Brekelmans:Dat halen we net niet, hoor ik.De voorzitter:Ik vind dat deze Minister echt goed op de hoogte is. Mevrouw Dobbe, gauw gang.Mevrouw Dobbe (SP):In oktober is de zomer al voorbij. Wanneer is het dan? De Minister zegt inde zomer, maar oktober redden we niet. Ik ben nu toch echt wel benieuwdwanneer ze gaan komen.Minister Brekelmans:Ik kijk even naar de CDS.De voorzitter:Kunt u dat even via de microfoon doen, meneer Eichelsheim?De heer Eichelsheim:We beseffen terdege dat we die scherfvesten zo snel mogelijk moetenhebben. De verwachting is dat ze deze zomer bij ons binnenkomen. Dankunnen we identificeren welke maten naar de mensen moeten en danproberen we ze zo snel mogelijk bij de uitzendende eenheid te krijgen. Ikdurf alleen niet te garanderen dat we ze hebben uitgerust voordat zeerheen gaan. Als ze in het gevechtsveld zijn, gaan ze ze wel krijgen. Daarben ik van overtuigd. De zomer eindigt in september en ik heb genoegervaring om te weten dat als ik u garandeer dat ze ermee uitgerustworden, je net zult zien dat ze net te laat worden geleverd. Wij doen erecht alles aan om ervoor te zorgen dat de scherfvesten er op tijd zijn. Zeworden in deze zomer uitgeleverd en dan gaan we ze snel mogelijk diekant op sturen.De voorzitter:Helder, dank u wel. Ik kijk nog even of er andere vragen zijn. Dat is niet hetgeval. Volgens mij zijn we daarmee aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de zijde van het kabinet. Dit is een artikel 100-procedure. Datbetekent dat er ook nog een plenaire afronding is. Dat wilde ik evengezegd hebben, om te kijken of er ook nog behoefte is aan een tweedetermijn hier in de commissie. Ik ga iedereen even langs. Meneer De Roonheeft daar behoefte aan, maar de anderen niet, zie ik.De heer De Roon (PVV):Dank. De Minister van Buitenlandse Zaken sprak over een ingewikkeldpolitiek stelsel daarginds. De Minister van Defensie had het over struc-turele en fundamentele problemen waar geen eenvoudige oplossing vooris. Dan kijk ik naar dat Daytonverhaal; dat was een uitstekend middel omde wapens te doen zwijgen. Maar na dertig jaar zie ik geen vooruitgangwat betreft de structurele problemen. Ik heb ook nog even nagedacht overde speeches die de drie presidenten in Dayton hebben gehouden. Wat mijdaar vooral van is bijgebleven, is dat ze de problemen vooral veroorzaaktzagen worden door de anderen, en niet door henzelf of hun eigengroepering. Als je met z’n drieën dat standpunt huldigt, dan kom jenergens. Ik vergelijk het in wezen ook een beetje met een ménage à trois,waarbij men maar niet tot elkaar komt, maar elkaar, niet letterlijk, maar inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50221 ieder geval verbaal, ongeveer de tent uit vecht. Dat is dan al 30 jaar langaan de gang. Stel, je zegt tegen een burger in Nederland: «U heeft al 30jaar lang meebetaald om die ménage à trois drie huizen verder binnen devangrail te houden. Wilt u daar nog mee doorgaan? We kunnen nietzeggen hoelang het nog gaat duren.» Dan weet ik wel wat het antwoordzal zijn: nee, dat willen ze niet. Mijn vraag aan de bewindslieden is dantoch: waaraan ontleent u het vertrouwen dat doorgaan op deze weg, dussteeds maar opnieuw geld blijven betalen en mensen uitzenden, op eengegeven moment gaat leiden tot een structurele verbetering in dieménage à trois?De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Meneer Van der Burg, wilt u ook nogspreken in de tweede termijn?De heer Van der Burg (VVD):Voorzitter, ik zit even na te denken. Ik heb een interruptie.De voorzitter:U wilt interrumperen. Dat mag.De heer Van der Burg (VVD):Los van wat ik daar gezien heb, definieer ik dat anders dan de PVV doet, ofik begrijp gewoon niet wat de PVV onder een ménage à trois verstaat.Denk bijvoorbeeld aan Korea, waar nog steeds Amerikanen zijn om devrede tussen Noord- en Zuid-Korea in stand te houden. Het is 75 jaargeleden; we hebben het toevallig afgelopen dinsdag herdacht. We hebbenin Europa ook troepen vanuit andere landen; hierbij denk ik ook weer aanAmerika. Zo zijn er meer plekken. Vindt u als PVV dan ook dat wij het inEuropa al lang genoeg zelf hebben moeten regelen, dat die 100.000Amerikanen uit Europa weg moeten en dat wij, de westerse wereld,moeten stoppen met wat er in Noord- en Zuid-Korea gebeurt? Hoe kijkt udaar dan naar?De heer De Roon (PVV):Het zou natuurlijk ideaal zijn als we gewoon zelf onze broek kondenophouden en daar geen ander land voor nodig hebben. Die situatiehebben we heel lang van ons afgehouden. Hopelijk komt daar nu enigeverbetering in. Als ik die ménage à trois zie, is de vraag voor mij; was heteen goed construct om die drie bij elkaar te willen houden? Die vraag ligteigenlijk impliciet besloten in wat ik zojuist al aan de bewindslieden vroeg.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot en kort, meneer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):De PVV zegt dus: wij erkennen hoe moeizaam het is geweest om tot vredete komen in dit gebied en vinden dat het na 30 jaar in voormalig Joego-slavië, in dit geval in Bosnië en Herzegovina, moet stoppen, maar wewillen wel dat het rijke westen van Europa na 80 jaar nog steeds onder-steund wordt door 100.000 Amerikanen. Ziet de PVV de contradictie inhaar eigen verhaal niet?De heer De Roon (PVV):Het gaat in Bosnië en Herzegovina over de situatie binnen één land, waardrie bevolkingsgroepen gewoon niet goed met elkaar uit de voetenkunnen. Dan kom ik weer bij de ménage-à-troisvergelijking. Ik weet datelke vergelijking mank gaat, maar tot op zekere hoogte is deze wat mijbetreft wel geldig. Dan is het toch echt de vraag: moet je nog willen datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50222 die drie bij elkaar blijven, en moeten wij daarin blijven investeren? Het iseen hele simpele vraag die ik aan de bewindslieden voorleg.De voorzitter:Ik wilde zeggen dat we nu dan naar de bewindslieden gaan, maar ik ziedat er nog meer interrupties zijn.De heer Paternotte (D66):Ik hoop dat echt niemand nu gaat opzoeken wat een ménage à troisfeitelijk betekent, want dat is absoluut niet wat wij bij Dayton hebbengezien bij de drie leden van het presidentschap van Bosnië en Herze-govina. Ik stel de heer De Roon nog wel even een vraag. Een nieuwegeweldsuitbarsting op de Westelijke Balkan kan leiden tot veel meervluchtelingen. De heer Van der Burg zegt terecht dat wij ook profiterenvan de inzet van andere landen voor onze vrijheid en veiligheid. Dan is deconclusie duidelijk. De PVV zegt: het kan zo zijn dat het goed is voor devrede daar en het kan zo zijn dat er daardoor niet meer vluchtelingen naarNederland komen, maar het interesseert ons te weinig, en daarom zijn weertegen.De voorzitter:Het was geen vraag, maar misschien wilt u toch reageren, meneer DeRoon.De heer De Roon (PVV):«Het kan zo zijn»; met dat soort redenaties kan ik op dit moment niksdoen. Als er een oorlogssituatie ontstaat en er ontstaan vluchtelingen-stromen, dan moet op dat moment bekeken worden wat daarmee gedaankan worden. Maar het is in wezen primair de verantwoordelijkheid van dedrie in de ménage à trois.De voorzitter:Tot slot, meneer Paternotte. Kort.De heer Paternotte (D66):Kijk naar Cyprus; daar gebeurt het binnen één land. Kijk naar Zuid-Koreaof de huidige situatie in Bosnië. Er zijn talloze voorbeelden waarbijtroepen heel erg lang op een bepaalde plek aanwezig zijn geweest, maarer daardoor wel voor hebben kunnen zorgen dat er vrede is, dat die vredebeschermd werd en dat de situatie in veel gevallen uiteindelijk een stukveiliger werd. Waarom zegt de PVV: het interesseert ons te weinig omdaar als Nederland ook een bijdrage aan te leveren?De heer De Roon (PVV):Als je geen vooruitgang ziet, moet je op een gegeven moment ook tegendie drie kunnen zeggen: jongens, jullie leunen wel lekker achteroveromdat wij die vangrail overeind houden, maar houd er even rekening meedat daar een keer een eind aan kan komen. Dat is precies het signaal dat ikmet het standpunt dat ik hier uitdraag wil geven. Ik vind dat onze regeringdat ook zou moeten uitdragen, zodat je misschien een beter gesprek opgang krijgt in de internationale gemeenschap over hoe we nu verdermoeten. Moeten we op deze manier door blijven gaan tot in de onein-digheid of moeten we iets anders verzinnen? Ik kan ook niet zeggen watdat andere dan zou moeten zijn dat het beter doet, maar misschien kan deregering daar toch eens over nadenken. Dat is dus ook wat ik van deregering vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Wij vinden ook dat er perspectief moet zijn op een einde van deze missie,en dat die moet worden gevonden bij het oplossen van problemen. MaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50223 de PVV is heel erg op zoek naar resultaten; voor de Nederlandse euromoeten er resultaten komen. Dat zijn wij ook. Maar vindt de PVV dan nietdat als er geen oorlog is en bloedvergieten wordt voorkomen, dat eengoed resultaat is?De heer De Roon (PVV):Dat is op zich een goed resultaat. Ik zei het net al: het Daytonakkoord waseen prima constructie om te bereiken dat de kanonnen gingen zwijgen.Maar de afspraak was wel dat we daarvandaan verder zouden gaan om ereen normale situatie van te maken. Die drie zijn zelf verantwoordelijk omdat te doen. Als ze dat niet doen, dan moeten ze een waarschuwingkrijgen. Mijn fractie geeft die waarschuwing dus in ieder geval af.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de zijde van het kabinet, voor de tweedetermijn. Ik denk dat u gelijk kunt antwoorden. De Minister van Buiten-landse Zaken.Minister Veldkamp:Dank u wel, meneer de voorzitter. De heer De Roon legt de vinger op dezere plek. Het Daytonakkoord is een construct dat is gemaakt om eenverschrikkelijke oorlog te beëindigen; het is onder stoom en kokend watertot stand gekomen. Daarbij is onvoldoende rekening gehouden met hetvinden van een werkbare bestuurlijke weg vooruit voor het land. Ikverwacht niet dat er binnen de termijn van deze Nederlandse militairepresentatie daar een doorbraak zal plaatsvinden om dat wel te bewerkstel-ligen. Ik denk dat er exogene schokken moeten worden aangegrepen omzo’n doorbraak tot stand te brengen, of dat er langzaam en gestaag moetworden doorgewerkt aan het verbeteren van de situatie, waarbij hetEU-toetredingsperspectief mede kan dienen.Het is zeker moeizaam, maar er wordt ook wel verwacht, met name vanuitde VS, dat daar we vanuit Europa meer een eigen rol in pakken. DeTrump-administratie geeft wat dat betreft ook een duidelijk signaal af:Europese landen, u moet dit zelf doen. Dat zie ik bijvoorbeeld ook aan hunaanwezigheid in de Peace Implementation Council Steering Board. In hetverleden heb ik, vanuit eerdere rollen, heel vaak PIC-steering boardsbijgewoond, waarbij de VS buitengewoon actief waren. De laatste kerenwaren ze niet actief. Ze verwachten echt dat Europa dat zelf invult, dus dieverantwoordelijkheid komt bij ons te liggen.Tegelijkertijd is de vraag: verwachten we, of verwachten experts, dat desituatie de komende maanden of het komende jaar echt escaleert, op eenmanier die de veiligheid doet kantelen? Volgens de experts is dat niet hetgeval. Experts zeggen dat de heer Dodik zich in een hele comfortabelepositie bevindt doordat hij veel retoriek over afscheiding bezigt, zonderdaadwerkelijk een stap in die richting te zetten. Dan kom ik terug ophetgeen waar, ik geloof, de heer Nordkamp in zijn interruptie op wees.Dan kijken we naar wat Servië doet, wat Vucic´ doet. Voor Servië, voorVucic´ heeft de situatie met Kosovo prioriteit. Hij wil niet dat Kosovo zichzomaar kan afscheiden van Servië. Vucic´ zal dus ook helemaal niet willendat in een ander buurland een deel, namelijk Republika Srpska, zich zouafscheiden. Dat zou zijn eigen agenda met betrekking tot Kosovo enormondermijnen. Dat wordt door experts dus ook niet meteen verwacht.Tot slot denk ik dat ieder alternatief slechter is. Als het engagement vanuitde EU en EUFOR Althea ontbreekt, zal het altijd slechter zijn, denk ik. Danzal er geen stabiliteit kunnen worden geboden, waardoor er migratie-stromen op gang kunnen komen die ook vrij makkelijk Nederland kunnenbereiken. Ik zie dus allerlei redenen om dit engagement wel voort tezetten, hoe klein de stappen ook blijven.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50224 Helder. Dank. Ik kijk even naar de zijde van de Kamer. Ik zie dat er geenvragen zijn. Dan zijn we hiermee aan het einde van dit debat gekomen. Ikdank de bewindspersonen en de leden van de commissie. Dit is niet deeerste keer dat de Kamer debatteert over de uitzending van militairen naardeze regio in Europa. Toch weten we allemaal uit ervaring dat dezedebatten soms erg ingewikkeld zijn, en soms niet. Maar de stemmingenhierover zijn dat wel, omdat we ons allemaal zeer bewust zijn van het feitdat we mensen op pad sturen naar een situatie die niet altijd veilig is. Ikweet dat dat voor alle fracties in dit huis geldt. Veel succes met alles watkomen gaat. Dat zeg ik vooral tegen alle mensen die voor u werken. Iksluit de vergadering.Sluiting 19.46 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 50225

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7b8fd6670749d0f8

14 okt 2026 · 8fac39a42532283d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.