Rapport ‘Transparantieregister Zorg 2015’
Brontekst
Versie b362b511491d9e8a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 32 620Beleidsdoelstellingen op het gebied van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Nr. 196 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 22 december 2017 Hierbij bied ik de Kamer het rapport «Transparantieregister Zorg 2015» aan1. In dit rapport staan de bevindingen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. (hierna: de inspectie) in haar onderzoek naar de betalingen aan de vijf beroepsbeoefenaren met de hoogste totaalbedragen in het Transparantieregister Zorg 2015. Dit rapport komt voort uit de toezegging van mijn ambtsvoorganger in de beantwoording2 van de Kamervragen van 26 april 2016. In de beant-woording is toegezegd dat de inspectie een aantal hoge betalingen, gedaan in 2015 en gepubliceerd in 2016 in het Transparantieregister Zorg, nader zou uitzoeken. Dit onderzoek is door de inspectie op 2 mei 2016 gestart en recent afgerond. De reden van het lange tijdsbestek van dit onderzoek is de nauwkeurigheid die het opvragen van de financiële contracten behelst en het juridisch advies dat de inspectie bij de landsad-vocaat heeft ingewonnen. Het Transparantieregister Zorg geeft inzage in de financiële relaties tussen bijvoorbeeld artsen, andere zorgverleners, zorginstellingen en patiënten-verenigingen met bedrijven. Het is een initiatief dat voortkomt uit de zelfregulering en betreft een openbaar online register, waarover de aangesloten partijen hebben afgesproken dat zij onderlinge financiële relaties hier in op laten nemen. De inspectie gebruikt dit register in haar toezicht om na te gaan of die financiële relaties voldoen aan de Genees-middelenwet en de beleidsregels voor gunstbetoon. In het gehele Transparantieregister Zorg staan de relaties van 89 bedrijven met ongeveer 3.800 individuele zorgaanbieders. In dit onderzoek heeft de 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl2Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 2768 kst-32620-196ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 32 620, nr. 1961 inspectie risicogestuurd 36 betalingen van tien bedrijven bij vijf zorgver-leners beoordeeld. De 36 onderzochte betalingen in dit rapport zijn niet een representatief aantal voor het totaal aantal betalingen in het Transparantieregister Zorg. De inspectie heeft geconcludeerd, dat bij het merendeel van de betalingen die onderzocht zijn de onderbouwing voldoende is en conform de regels voor gunstbetoon uit de Geneesmiddelenwet. De inspectie heeft richting één farmaceutisch bedrijf corrigerende maatregelen aangekondigd. De inspectie concludeerde dat bij dit bedrijf voor een aantal betalingen de onderbouwing onvoldoende was en daarmee strijdig met de Geneesmid-delenwet. Het onderzoek geeft aanleiding om regelmatig een selectie van bedragen uit het Transparantieregister Zorg te onderzoeken en te toetsen aan de regelgeving. Tijdens het onderzoek heeft de landsadvocaat zich uitge-sproken over de vraag of de vergoeding voor dienstverlening aan Nederlandse beroepsbeoefenaren door een in het buitenland gevestigde farmaceutische onderneming onder de reikwijdte van het begrip gunstbetoon in de Geneesmiddelenwet valt. Dit is het geval voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar actief is in de Nederlandse gezond-heidszorg. Daarom zal de inspectie bij vervolgacties ook de betalingen betrekken van in het buitenland gevestigde farmaceutische onderne-mingen aan Nederlandse beroepsbeoefenaren. Tot slot wil ik de Kamer wijzen op een wetswijziging3 in de Wet op de medische hulpmiddelen per 1 januari 2018. In het toegevoegde wetsartikel zijn bepaalde beperkingen opgenomen op het gebied van gunstbetoon voor leveranciers van medische hulpmiddelen richting zorgprofessionals. Door deze wetswijziging kan de inspectie, bij de door mij aangekondigde vervolgacties, ook de financiële relaties in het Transparantieregister Zorg tussen leveranciers van medische hulpmiddelen met zorgprofessionals toetsen aan de wet en de beleidsregels4 gunstbetoon voor medische hulpmiddelen. De Minister voor Medische Zorg,B.J. Bruins3Stb. 2017, nr. 2144Stcrt. 2014, nr. 49208Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 32 620, nr. 1962
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.