KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 28 mei 2026, over Maatschappelijk domein (inclusief Huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties)

22 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fc381c8923c4d7ac · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 538Zorg en maatschappelijke ondersteuningNr. 379 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 22 juli 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op28 mei 2026 overleg gevoerd met mevrouw Sterk, Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport, over:–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 26 september 2025 inzake NSOB-rapport«(N)iets te kiezen» en vervolg rondom inrichting coördinatievan de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling(inclusief femicide) en geweld tegen vrouwen (Kamerstuk28 345, nr. 290);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 7 juni 2024 inzake plan van aanpak Stopfemicide! (Kamerstuk 28 345, nr. 278);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 7 oktober 2025 inzake beleidsreactie opIGJ-rapport over de kwaliteit van het Wmo-toezicht in 2024(Kamerstuk 29 538, nr. 371);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 27 november 2025 inzake reacties op aanbeve-lingen GREVIO in het kader van implementatie Verdrag vanIstanbul (Kamerstuk 28 345, nr. 292);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 18 december 2025 inzake voortgang van deaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (Kamer-stuk 28 345, nr. 293);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 12 december 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over het bericht dat gemeenten dreigen moedershun kind af te pakken als ze aankloppen bij de daklozenop-vang (Kamerstuk 29 325, nr. 192). kst-29538-379ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3791 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3792 Voorzitter: SynhaeveGriffier: SjerpAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Armut, Becker, Van Brenk,Coenradie, Diederik van Dijk, Van Meetelen, Moinat, Synhaeve,Westerveld en Wiersma,en mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen, iedereen. Het is 10.00 uur. Ik open de vergadering. Aan deorde is het commissiedebat Maatschappelijk domein, inclusief huiselijkgeweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties. Ik heetallereerst de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, mevrouwSterk, en haar ondersteuning van harte welkom. Welkom aan de mensenop de publieke tribune en aan degenen die het debat digitaal volgen.Aan de zijde van de Kamercommissie zijn de volgende leden aanwezig:mevrouw Coenradie vanuit JA21, mevrouw Moinat vanuit GroepMarkuszower... Voor mevrouw Moinat geldt dat zij officieel geen lid is vandeze commissie, dus ik kijk even rond om te zien of iemand bezwaar heefttegen haar aanwezigheid. Dat is niet het geval. Verder zijn aanwezig:mevrouw Becker namens de VVD, mevrouw Van Brenk namens 50PLUS,de heer Van Dijk namens de SGP, mevrouw Armut vanuit het CDA,mevrouw Wiersma vanuit BBB en mevrouw Van Meetelen namens dePVV.De spreektijd is vastgesteld op vier minuten per fractie. Met het oog op detijd stel ik voor om drie interrupties toe te staan in de eerste termijn vande Kamer. Dat lijkt voor iedereen prima.Het woord is aan mevrouw Coenradie voor haar inbreng in de eerstetermijn.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. Sinds de berichten over het Vlaardingse pleegmeisje slaap ikslechter, niet omdat het incident uniek was, maar omdat het dat juist nietwas. Daarna volgden Jeugdbescherming Noord, Stadskanaal, en wie weethoeveel zaken die nooit het nieuws halen. Steeds zien we hetzelfdepatroon: de signalen waren bekend, procedures waren bekend eninstanties waren aangehaakt, maar er was geen regie en niemand greepin. Veel woorden, geen daden. Nu moeten wij hier serieus volhouden dathet stelsel in de kern werkt.Voorzitter. Een jeugdbeschermingssysteem is niet geslaagd omdat erprotocollen zijn. Het is geslaagd als kinderen veilig zijn. Als inspectiestelkens constateren dat meldcodes niet worden gevolgd, organisatieslangs elkaar heen werken en signalen blijven liggen, dan hebben we nietalleen een capaciteitsprobleem, maar dan hebben we ook te maken meteen cultuur- en verantwoordelijkheidsprobleem. Processen gaan bovenkinderen. Ik word er gek van. Ik wil de Minister daarom vragen omvandaag niet te antwoorden met de gebruikelijke dooddoeners als «wewachten onderzoek x af», «we sturen voor de zomer voortgangsbrief y»,of «dit krijgt een plek in toekomstscenario z».Ik wil vandaag een aantal voorstellen doen. Ik begin met het voorstel vooreen klein landelijk interventieteam dat binnen 24 uur inzetbaar is bij eenstapeling van signalen of ernstige vermoedens, met bevoegdheden omdossiers direct op te vragen, casussen over te nemen, onaangekondigdhuisbezoek te organiseren en bestuurlijke escalatie af te dwingen. Is deMinister bereid om dit nog dit jaar als pilot te starten?Punt twee. Bij een signaal van een kind, bijvoorbeeld bij zichtbaar letsel ofeen telefoontje vanuit het kind, volgt automatisch binnen 48 uur eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3793 fysieke beoordeling door een forensisch pedagoog. Dit gebeurt zonder detoestemming van de ouders of voogd. Wil de Minister dit zo snel mogelijklandelijk beleid maken?Punt drie. Ik stel verplichte externe doorlichting voor na ernstigeincidenten, een openbaar verbeterplan en bestuurlijke consequenties bijernstige nalatigheid. Want welke consequenties heeft falen nu daadwer-kelijk?Punt vier. Wil de Minister onderzoeken hoe Veilig Thuis, de jeugdbe-scherming en de Raad voor de Kinderbescherming meer ruimte krijgenvoor onaangekondigde controles in hoogrisicozaken?Punt vijf. Ik stel een directe escalatieroute voor vanuit school, eenterugkoppelplicht en een vast contactpersoon per regio.Tot slot over kindermishandeling. De Kinderombudsman heeft vooraf-gaand aan dit debat een brief naar de Minister gestuurd over kindermis-handeling. Daarin staan enkele aanbevelingen over educatie en bewust-wording, periodieke monitoring, kennis over vormen vankindermishandeling, stille omstanders en voorzieningen waar kinderenterechtkunnen. Graag een reactie van de Minister op deze punten.Voorzitter. Nog enkele punten over vroegsignalering en samenwerking. Bijernstige situaties rondom huiselijk geweld of kindermishandeling moeteerder worden gehandeld. Nu wordt vaak pas ingegrepen als incidentenzich al hebben opgestapeld. Daarom de vraag: is de Minister bereid om tekijken naar een verruiming van dat mandaatbesluit voor Veilig Thuis ensoortgelijke instanties, bijvoorbeeld bij preventieve huisverboden? Is deMinister bereid meer ruimte te bieden voor globale controles inwoningen?Het is belangrijk om niet alleen achteraf te reageren, maar juist actief rusten veiligheid op te bouwen rondom slachtoffers. JA21 pleit al langer voorafkoelhuizen, waarbij daders uit huis gaan in plaats van slachtoffers.Welke stappen heeft de Minister hier de afgelopen tijd op gezet?In de praktijk zien we te weinig communicatie en afstemming tussenketenpartners. Juist bij hoogrisicozaken is structureel multidisciplinairoverleg essentieel. Partijen kunnen los van elkaar prima werk leveren,maar te vaak gaat het fout door gebrek aan afstemming. In dat geval kanprivacy mensenlevens kosten. Dit vraagt om regie en samenwerking. Deregierol zou prima ingevuld kunnen worden door de burgermeester. Desamenwerking is noodzakelijk in multidisciplinaire overleggen. Graag eenreactie van de Minister.Tot slot. Laagdrempelige hulpverlening die bijvoorbeeld Filomena biedt, isbroodnodig. Dat zeggen talloze mensen uit het werkveld. Talloze regio’smissen een Filomena. De Minister kent de toegevoegde waarde, want zeis er een paar maanden geleden samen met mij naartoe geweest. Ziet deMinister in dat een landelijke uitrol van Filomena broodnodig is?Tot zover.De voorzitter:Ik zie een vraag vanuit mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Ik kan het hele betoog van mevrouw Coenradie goed volgen en deurgentie die zij onderstreept ook ondersteunen. Zij noemde een aantalverschrikkelijke gevallen uit het verleden, zoals de situatie in Vlaardingen.Naar aanleiding daarvan heeft de inspectie een rapport geschreven engezegd: de vindplaatsen van dit soort vormen van geweld, toch wel vaakscholen of artsen, zouden meer aangespoord moeten worden om snellerte melden bij Veilig Thuis, en er zou een meldplicht moeten komen. Diemeldplicht stond al in het vorige regeerakkoord. VWS is er een onderzoeknaar gestart. Het staat ook weer in dit regeerakkoord. Is mevrouwCoenradie het met mij eens dat we dat nu eigenlijk binnen een halfjaargerealiseerd moeten hebben?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3794 Mevrouw Coenradie (JA21):In dit geval is de vraag stellen hem beantwoorden: absoluut. Het gaat nietalleen om een meldplicht, maar ook om een terugkoppelplicht. Ik verwijsdaar ook naar in een van mijn voorstellen. Dat betekent dus dat er binneneen heel korte tijd – we kennen dat wel uit andere landen, maar hebbendat blijkbaar in Nederland toch nog niet echt goed geregeld – verplichteen goede, uitgebreide terugkoppeling komt. We zien nu opnieuw bij desituatie in Stadskanaal – daarover ligt nog geen inspectierapport – datzaken toch wel worden gemeld. Hulde aan de school die dat wel gewoondoet. Maar dat vraagt dan ook om een terugkoppeling. Wat is hiervervolgens mee gedaan? Daar heeft de school ook recht op.De voorzitter:Dat brengt ons bij de volgende spreker aan de zijde van de Kamer.Voordat we dat doen, is er een vraag vanuit mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):De collega van JA21 noemt Filomena. Dat heb ik ook in mijn bijdragestaan, omdat ik heb gezien dat als gemeenteraadsleden ergens enthou-siast over worden, het wel lukt. Een 50PLUS-raadslid in Tilburg is daar eenFilomena gestart, maar eigenlijk zouden we dit door heel Nederlandwillen. We willen dat uitrollen. Ik ben wel benieuwd hoe JA21 daarnaarkijkt. Wie zou daar nou het initiatief tot moeten nemen?Mevrouw Coenradie (JA21):Ik kan dat helemaal onderstrepen. Die wens ligt er vanuit de mensen inhet werkveld en vanuit Filomena zelf. We zien dat er ontiegelijk veel vraagis naar Filomena Rotterdam. Dat komt juist omdat mensen niet meerlangs een lokettenjungle gaan, maar gewoon in één keer hun verhaalkunnen doen en gelijk te maken hebben met forensisch onderzoek,mensen uit het ziekenhuis die worden ingezet, de politie et cetera. Het zitallemaal op één plek, voor zowel kind, dader als slachtoffer. Ik kan dat dusalleen maar heel erg stimuleren. Het is ook niet voor niets dat ik deMinister enige tijd geleden heb gevraagd om mee te gaan op werkbezoeknaar Filomena.Filomena pleit zelf voor de uitrol naar twaalf locaties, zodat ze het landelijkkunnen uitrollen. Daar is, pak ’m beet, een bedrag van 50 miljoen meegemoeid. We weten allemaal: geld is echt een issue, ook hier in Den Haag.Maar ik zou daarvoor willen pleiten, omdat dit gewoon zo ontiegelijk goedwerkt. Het is bewezen effectief. Dus, wie moet het initiatief nemen? Dat isniet voor niets ook een vraag in mijn spreektekst. Ik kijk de Minister aan,want ik ben heel erg benieuwd naar wat we hier nu mee gaan doen.De voorzitter:Dan gaan we nu wel degelijk naar de tweede spreker aan de zijde van deKamer, mevrouw Moinat.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Dank, voorzitter. Allereerst wil ik zeggen dat de beelden en verhalen dieonlangs naar buiten kwamen over het meisje en het jongetje uit Stads-kanaal diepe indruk hebben gemaakt. Dit had nooit mogen gebeuren.Juist daarom moeten we vandaag eerlijk durven zeggen dat het systeemopnieuw keihard heeft gefaald. Het baart ons grote zorgen dat signalenvan mishandeling en geweld nog steeds veel te laat worden opgepakt.Achteraf horen we telkens hetzelfde verhaal: er waren al meldingen bijVeilig Thuis, wijkteams, scholen, jeugdzorg of politie...De voorzitter:We gaan heel even schorsen tot de bel geweest is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3795 De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik denk dat het toch hielp om even te schorsen, want dan kunnen we uwbijdrage beter horen. U kan vervolgen.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Dank, voorzitter. Achteraf horen we telkens hetzelfde verhaal: er waren almeldingen bij Veilig Thuis, wijkteams, scholen, jeugdzorg of de politie.Mensen trokken aan de bel, slachtoffers vroegen om hulp, maar instantieswerkten langs elkaar heen, of niemand voelde echt de verantwoorde-lijkheid om door te pakken. Pas als een kind zwaargewond raakt of bijnaoverlijdt, ontstaat ineens de vraag: hoe heeft dit kunnen gebeuren?Ondertussen lijkt één ding wel altijd goed geregeld: de geldstromenrichting instanties. Want terwijl kinderen jarenlang onveilig zijn, blijvenorganisaties miljoenen declareren. Iedereen wijst naar elkaar. Maar deenige die structureel beter lijken te worden van dit falende systeem, zijnde instanties zelf. Winst is winst, declaratie is declaratie, dossier nadossier. We lezen over bedragen van soms een miljoen per kind en 1,75miljoen voor één jeugdige. Hoe kan het dat zulke exorbitante bedragenomgaan in de jeugdzorg, vraag ik de Minister. Hoe kan dit? Hoe kan hetdat er blijkbaar eindeloos geld beschikbaar is voor managementlagen,overlegtafels, rapportages en bureaucratie, maar niet voor daadwerkelijkeveiligheid? Niemand lijkt écht de regie te hebben wanneer er sprake is vanacute dreiging, zware kindermishandeling of eergerelateerd geweld.Achter ieder dossier zit echter geen verdienmodel, maar een kind ofvrouw die leeft in angst, mishandeling en soms zelfs doodsbedreigingen.Voorzitter. Ook de cijfers rondom eergerelateerd geweld zijn zorgwekkend.Het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de politie zietopnieuw forse stijgingen van meldingen. In 2025 ging het om ruim 750zaken. Dit gaat over personen met een migratieachtergrond; er komt geenNederlander voor in de statistieken. Volgens het Landelijk Expertise-centrum Eergerelateerd Geweld springt vooral de Syrische achtergronderuit met inmiddels 34% van alle geregistreerde eergerelateerde gewelds-zaken.Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat deze geweldspatronen daadwer-kelijk worden aangepakt? Graag een reactie. DNA is namelijk klaar met ditbeleid van pappen en nathouden. Wij willen een strafrechtelijke aanpakzodra er iets strafbaars plaatsvindt. Het is niet zo ingewikkeld: er maggeen enkele ruimte zijn voor daders om hun terreur voort te zetten. Hetstrafrecht moet niet de laatste optie zijn, maar de eerste.Wij willen een snelle invoering van een hybride beschermbevel naar Britsvoorbeeld, ook wel domestic violence protection order. Dit instrumentcombineert de civielrechtelijke basis met keiharde strafrechtelijkehandhaving. Het grote voordeel is de lagere bewijslast. We hoeven nietlanger te wachten op onomstotelijke strafrechtelijke veroordelingenvoordat een slachtoffer effectieve bescherming krijgt. Zo’n bevel kanbovendien worden ingezet tegen meerdere personen tegelijk. InNederland lachen daders nu vaak om civiele verboden, maar bij dithybride model moet elke overtreding direct leiden tot arrestatie envervolging.Stop met het eindeloos verkennen van de juridische context en voer ditmiddel preventief en afschrikwekkend in. Kan de Minister ons vertellen inhoeverre er mogelijkheden zijn om dit type maatregelen versneld bij wette regelen? Wat is de stand van zaken nu? Is de Minister bereid teonderzoeken hoe instanties en medewerkers die zo ernstig falen daadwer-kelijk strafrechtelijk vervolgd kunnen worden?Tot slot verbaast het onze fractie enorm dat de instanties die eerder alkeihard faalden in de zaak van het Vlaardingse pleegmeisje nu opnieuwverantwoordelijk zijn voor de kwetsbare kinderen uit Stadskanaal. GeenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3796 enkel kind mag nog tussen wal en schip vallen terwijl instanties naarelkaar blijven wijzen en ondertussen miljoenen blijven verdienen aan eensysteem dat faalt.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Westerveld is vanuit de partij GroenLinks-PvdA ookaangesloten. Van harte welkom. Ik zie een vraag vanuit mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Dank aan mevrouw Moinat voor het benoemen van eergerelateerdgeweld. Ik zet mij zelf al een heel aantal jaar in om dat onderwerp op depolitieke agenda te krijgen en te houden. Het gaat namelijk over heelkwetsbare vrouwen bij wie vaak door de hele familie, niet alleen door eendader maar door de hele familie, geweld wordt goedgekeurd als zij zichniet gedraagt zoals de familie vindt dat zij zich zou moeten gedragen. Omdie reden hebben we ook al een aanpak met elkaar afgesproken. Daarinstaat bijvoorbeeld dat we gaan werken aan een strafverzwaringsgrond alshet gaat om eergerelateerd geweld, dat het landelijk expertisecentrum bijde politie goed geborgd moet worden en dat we ook willen kijken naarmedeplichtigheid. Dan gaat het dus om het hele systeem dat dit in standhoudt.Ik wil dus eigenlijk van de gelegenheid gebruikmaken om aan mevrouwMoinat te vragen of zij samen met mij aan de Minister zou willen vragenwanneer wij hiervan een uitwerking kunnen verwachten. Dan kunnen wenamelijk vandaag concrete afspraken met elkaar maken en zakendoen methet kabinet.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Ik denk dat dit een perfect voorstel is van mevrouw Becker. Alles wat ditgeweld tegenhoudt... Ik ben zelf ook op werkbezoek geweest bij meerdereinstanties. Ik heb kinderen gezien die daar zitten. Ik kan verder niet echt opde casussen ingaan, omdat het gewoon supergeheim is wat die kinderenmeemaken, maar ik heb een meisje van een jaar of 17 gezien datslachtoffer is van eergerelateerd geweld en zij kan eigenlijk ook niet meernaar buiten. Dus de urgentie hierin is zeer groot. Dat wil ik dan ook delenmet mevrouw Becker. Ik wil de Minister inderdaad aansporen om dit zosnel mogelijk – het liefst zou zij hier een hoofdprioriteit van maken – aante stippen.De voorzitter:Dat brengt ons bij mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel, voorzitter. Allereerst fijn dat we met deze Minister, volgensmij voor het eerst, in ieder geval voor mij, in deze commissie over ditbelangrijke onderwerp kunnen spreken en dat zij in haar drukke agenda –dat weet ik ook – veel waarde hecht aan dit onderwerp.In het jaar 2025 hebben we geweld tegen vrouwen meer op de politiekeagenda gezet. Er waren verschrikkelijke gebeurtenissen voor nodig om datvoor elkaar te krijgen. Het jaar 2026 moet het jaar worden van actie, vanpraten naar doen. 1,3 miljoen mensen hadden het afgelopen jaar methuiselijk geweld te maken en veel te veel van hen worden niet geholpenof hebben te maken met bureaucratie. Te veel nabestaanden en slacht-offers vertellen hoe signalen veel te laat serieus werden genomen,waardoor vrouwen en kinderen ernstig mishandeld werden of soms zelfsvermoord werden.Als er geweld speelt in een gezin, moeten we op tijd ingrijpen. Maar hetomgekeerde gebeurt nu te vaak. Vorige week nog sprak VNG hier dezorgen uit dat het aantal toegenomen meldingen van huiselijk geweld,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3797 doordat er meer aandacht voor het onderwerp is, uiteindelijk niet goedkan worden opgevolgd, omdat men de mogelijkheden niet heeft om echtte doen wat nodig is.Neem het gezin waar ik van hoorde, waar vader geweld gebruikt tegenmoeder en waar de gemeente tegelijkertijd aan slachtoffer, kind en plegerintegrale hulp, zoals dat heet, zou willen bieden. Dat lukt niet, wantvanwege aanbestedingsregels rond de inkoop van jeugdzorg mag hettraject voor het kind maximaal een halfjaar duren, terwijl hulp langernodig is. De pleger kan zolang hij niet veroordeeld is, niet wordenverplicht om hulp te aanvaarden en weigert voor zichzelf een doorver-wijzing bij de huisarts te vragen. De hulp voor het kind kan onvoldoendeop gang komen als niet beide ouders daarmee instemmen. Zolang ergeen strafbare feiten zijn aangetoond zijn dwingende beperkingen zoalseen huisverbod toch te vaak niet mogelijk. Het resultaat is te vaak dat demoeder ten einde raad met het kind in de vrouwenopvang belandt, terwijlde pleger thuis kan blijven.Dit moet doorbroken worden. Er moet één regisseur vanuit de hulpver-lening komen die kan doorpakken. Er werd al gesproken over dewerkbaarheid van Filomena. Ik zou willen vragen hoe zo’n werkwijze zichverhoudt tot het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Maakt ditscenario, waar het kabinet aan werkt, het nu mogelijk om deze werkwijzete gaan toepassen? Kan de Minister een brief sturen over meer integraalwerken in de kind- en gezinsbescherming en ook meteen aangeven welkwettelijk kader daarvoor nodig zou zijn? Kan zij dan ook aangeven hoe deherbezinning op Veilig Thuis hierin eruitziet?Voorzitter. De VVD stelt vandaag ook een dwingende aanpak voor plegersvan huiselijk geweld voor. In het VK doen ze dit al met zogenaamdeprotection orders, rechtelijke dwangbevelen om verboden, zoals eenhuisverbod, een omgevingsverbod of een contactverbod op te kunnenleggen bij signalen van schadelijke praktijken. Dat gebeurt niet bij eenstrafrechtelijke veroordeling, maar juist al eerder om erger te voorkomen.Het moet wat de VVD betreft preventief kunnen worden aangevraagd bijsignalen en meldingen van huiselijk geweld, dwingende controle ofstalking. Het moet ook laagdrempeliger kunnen worden aangevraagd dannu het geval is.Ik wil het kabinet vragen om opties naar de Kamer te sturen voor eenmeer preventief dwingend juridisch kader richting plegers. Een onderdeelhiervan zou het opleggen van een slachtofferdevice moeten kunnen zijn.Dat is zo’n enkelband die afgaat als de pleger te dicht in de buurt van hetslachtoffer komt. Al eerder stelden verschillende Kamerleden in dezecommissie daar vragen over. Steeds zegt het kabinet: dit kunnen we nietlandelijk uitrollen, want de lokale structuur is niet overal hetzelfde. Maarwaarom kunnen we niet praktisch worden? Waarom organiseren we nietgewoon een landelijk project via organisaties die overal actief zijn, zoalsValente en de reclassering? Klopt het dat dit device momenteel maar vooreen maximale periode van een jaar kan worden opgelegd? Is het kabinetbereid om te kijken naar verlengingsmogelijkheden, zodat in de praktijkgedaan kan worden wat nodig is?Tot slot. De VVD wil dat de afgesproken nationaal coördinator metdoorzettingsmacht er zo snel mogelijk komt om de regie echt voor elkaarte krijgen. Kan deze er voor de zomer zijn? Wanneer kunnen we wetgevingrondom de meldplicht, waar ik zojuist al even op interrumpeerde en diewe afspraken in het regeerakkoord, tegemoetzien?Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dat brengt ons bij een vraag van de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3798 Ik heb inderdaad een vraag aan mevrouw Becker. Ik las de voorstellen vanmevrouw Becker al in De Telegraaf. Daarvoor is er heel veel sympathievanuit de SGP. Vanuit die sympathie heb ik de volgende vraag. Ik hoordeandere collega’s het ook constateren: het huidige systeem piept, kraakt enfaalt. De reflectie vanuit de Kamer en de politiek is dan nog weleens «dangaan we iets nieuws toevoegen aan de gereedschapskist», terwijl hetonderliggende probleem niet goed wordt opgelost. Wil mevrouw Beckerdaar misschien op reflecteren in het licht van haar voorstel?Mevrouw Becker (VVD):Zeer veel dank voor die vraag. Daarom doe ik ook twee voorstellen. Eén:er moet gewoon echt meer regie komen. Al die versnippering, vanverschillende regelgeving vanuit de jeugdzorg als het gaat over plegers,als het gaat om vrouwenopvang, om alle andere dingen die aan de ordezijn, maar ook om de verschillende ministeries die erbij betrokken zijn...Niet voor niets hebben wij in het regeerakkoord afgesproken: kom meteen nationaal coördinator en met een regiefunctie om dit mogelijk temaken, en dus eigenlijk ook met een wettelijk kader. De VNG vroeg daarook om in het rondetafelgesprek dat wij met hen hadden. Kom met eenwettelijk kader waardoor we die één-aanpak in een gezin kunnenrealiseren. Als we dat niet hebben, ben ik het helemaal met de heer VanDijk eens dat nieuwe wettelijke instrumenten niet voldoende zijn.Stel dat we die één-regieaanpak hebben en men is in dat gezin en zietdaar: «Hier willen we eigenlijk nu... De pleger heeft nog geen dusdaniggeweld gepleegd dat ik hem kan veroordelen, maar dit zijn rode vlaggenen ik zou nu eigenlijk al willen dat die naar bijvoorbeeld een afkoelhuisgaat, of dat die zelf hulpverlening krijgt om zijn gedrag te veranderen.» Opdit moment is dat allemaal in een zogenaamd «vrijwillig kader». Wijstellen voor om daar een verplicht kader van te maken dat juist preventiefingezet kan worden, zodat het niet eerst mis moet zijn gegaan voordat wedaadwerkelijk kunnen ingrijpen.De voorzitter:Dank u wel. Met het oog op de tijd stel ik voor dat we er met zijn allen opletten dat de vragen wat korter zijn en de antwoorden wat bondiger.Mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dank, voorzitter. Het aantal mantelzorgers in Nederland groeit inmiddels.De voorzitter:Sorry. Ik heb een vraag over het hoofd gezien van mevrouw VanMeetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik heb een vraag aan mevrouw Becker. Vanuit de PVV kijken we best welpositief naar dit voorstel, maar ik heb wel een vraag. Het zit ook dadelijkeen beetje in mijn eigen tekst. Als je dat gaat aanpakken, wie wordt er danuiteindelijk eindverantwoordelijk? Dat mis ik namelijk elke keer. We gaandus eventueel wat aan die versnippering doen. Dat lijkt me heelverstandig, maar dan nog steeds: als het misgaat, wie is in uw ogen daneindverantwoordelijk?Mevrouw Becker (VVD):Ik zou mevrouw Van Meetelen, voor zover ze dat niet gedaan heeft, echtwillen uitnodigen om een keer op werkbezoek te gaan bij Filomena. Ik bendaar geweest, en zag een aanpak... Dat betekent niet dat één iemand alleverantwoordelijkheden overneemt. De politie heeft de expertise van depolitie. Veilig Thuis heeft de expertise van Veilig Thuis. Maar op ditmoment gebeurt er vaak een stukje en komt de politie ook vaak te laat inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 3799 beeld. Filomena heeft een regietafel, waaraan steeds een gezin wordtbesproken waar geweld speelt. Aan die tafel wordt besproken wat er indat gezin moet gebeuren. Dat gezin heeft één aanspreekpunt en wordtniet losgelaten tot het probleem is opgelost. Dat is waar we naartoewillen.Ik wil niet nu vanuit de Tweede Kamer bepalen dat het altijd Veilig Thuismoet zijn, of altijd jeugdzorg. Die tafel zou wel de tools moeten kunnenhebben om te doen wat nodig is en één regisseur aan te wijzen. Diekomen vervolgens naar de politiek en zeggen: wij hebben dit niet; geefons dat alsjeblieft. Daar hoop ik vandaag stappen in te kunnen zetten.Excuus weer, voorzitter, voor dit lange antwoord, maar het is eenonderwerp dat mij aan het hart gaat.De voorzitter:Helder. Mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Voorzitter. Het aantal mantelzorgers in Nederland groeit en groeit.Inmiddels zijn er 5,5 miljoen mantelzorgers. Daar gaan we in een apartdebat over spreken. Vanuit de Wmo moet de gemeente deze mantel-zorgers ondersteunen, maar heeft zij daarvoor wel de middelen? We ziennamelijk grote verschillen tussen gemeenten. Moeten wij niet eenondergrens trekken? Is het niet wenselijk om een handleiding mantelzor-gondersteuning te maken voor de gemeenten? Of is de Minister daarmisschien al mee bezig?Dan de hulp bij het huishouden. Dat is een grote steun en vaak een redendat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen. Deze ondersteuning, degoedkoopste vorm in de zorg, is van onschatbare waarde en moetbehouden blijven voor de mensen die dat nodig hebben. Wat zijn nu deplannen van dit kabinet voor de huishoudelijke hulp? Mensen maken zichdaar nu al zorgen over. Geef duidelijkheid.Wat ons betreft blijft dit toegankelijk voor de mensen die dit het hardstnodig hebben, want anders komt de belasting nóg meer bij de mantel-zorgers te liggen. De mantelzorgers voelen zich al overbelast, dus dat iseen recept voor ellende. Want met deze overbelasting is de kans opouderenmishandeling groot. Vaak is de oudere ook afhankelijk van dezepersoon die hem slecht behandelt.Een van de meest voorkomende vormen van misbruik is financieelmisbruik. Het is van groot belang dat we ouderen ondersteunen bij hetzelfstandig blijven, en dus ook dat we bankieren en overheidsdienstentoegankelijk houden. In een steeds digitalere wereld wordt het voordigibeten steeds moeilijker en raken mensen steeds meer afhankelijk vananderen. Wat kan de Minister doen voor deze groep?Een groeiende groep ouderen krijgt zorg aan huis. Dit is een voorzieningdie qua bekostiging zeer interessant is. De zorg wordt steeds interessantervoor criminelen. Als je met een malafide zorgorganisatie te maken hebt endaar afhankelijk van bent, dan ben je aan de goden overgeleverd. Het isdan ook zaak dat gemeenten goed opletten met welke organisaties zij inzee gaan.Vandaag worden de resultaten gepresenteerd van de proeftuin Aanpakzorgfraude van de regio’s Twente en Hart van Brabant. Een goedescreening middels de Wet Bibob helpt, weten wij uit Twente. Via die wetzijn er 578 hoofd- en onderaannemers beoordeeld. Daarvan zijn er 550gecontracteerd. Enkele aanbieders namen al niet de moeite om zich aan temelden. 28 aanbieders kwamen niet door de integriteitsscreening heen.Daardoor zijn veel cliënten behoed voor slechte zorg. Gaan we dit nustandaard bij alle gemeenten doen? Langer thuis betekent ook deverantwoordelijkheid van de gemeente voor goede zorg thuis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37910 Als laatste onderwerp, voorzitter, de aanpak van femicide. Kan de Ministeraangeven hoe het staat met de invoering van de tien prioriteiten? Wat isde stand van zaken? Heeft dit echt haar prioriteit?50PLUS is – ik noemde het net al – enthousiast over het mooie conceptvan Filomena uit Rotterdam. Het is een centrum voor iedereen die temaken heeft met extreme situaties, van partnergeweld tot kindermishan-deling. Wij zijn er dan ook trots op dat een raadslid van 50PLUS ook eenvestiging heeft gerealiseerd in Tilburg: Filomena Hart van Brabant. Metdank aan Rotterdam voor deze unieke werkwijze is er een basis omFilomena landelijk uit te rollen. Maar gaat dit nog vliegen? Dit gun jenamelijk iedereen, ook elders in het land. Wij horen graag de plannen vande Minister.Dank, voorzitter.De voorzitter:De heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter. «Verborgen leed, als een verstokte oven, verbrandt hethart waarin het woont tot as.» Dat is een citaat van Shakespeare. Alsonrecht, verdriet of pijn niet aan het licht komt, werkt dat destructief. Veelvan wat wij vandaag bespreken, onttrekt zich aan het zicht van debuitenwereld. Geweld in huiskamers en pijn en angst in slaapkamers metsoms een fatale afloop. De afschuwelijke verhalen uit Vlaardingen enStadskanaal zijn al genoemd. Het is cruciaal dat de zorg en beschermingvan kwetsbare vrouwen, mannen en kinderen op orde is, en dat is het nuniet.De SGP steunt daarom de versterkte inzet tegen huiselijk geweld,kindermishandeling en partnergeweld. Het heeft geen zin om telkensnoodverbandjes aan te leggen met tijdelijke middelen. We moeten kritischnaar het stelsel als geheel kijken. Het moet meer samenhangend eneffectiever worden.Ik zoom allereerst in op Veilig Thuis. De SGP maakt zich ernstig zorgenover de aanhoudende wacht- en doorlooptijden. Al in 2024 trok de IGJhierover aan de bel. Welke concrete stappen zet het kabinet? Hoe wordtvoorkomen dat een melding bij Veilig Thuis vooral het resultaat is vanhandelingsverlegenheid van zorgprofessionals?Voorzitter. Geweld tegen vrouwen is afschuwelijk en verwerpelijk. De SGPpleitte eerder voor extra bescherming voor vrouwen die gevaar lopen. DeMinister werkt aan 1.800 nieuwe opvangplekken. Wat is de laatste standvan zaken?Voorzitter. Ik vraag hier ook aandacht voor de mishandeling van mannen.Wie denkt dat mannenmishandeling amper voorkomt, heeft het helaasmis. Jaarlijks worden er in huiselijke kring ongeveer 80.000 mannenernstig mishandeld. Uit cijfers van het VWS blijkt dat bij huiselijk geweldin 40% van de gevallen sprake is van mannenmishandeling. Uit onderzoekblijkt dat vrouwen niet minder vaak fysiek huiselijk geweld plegen danmannen.Dat mannenmishandeling desondanks weinig bekend is, komt doormaatschappelijke beelden en normen, maar ook schaamte. Een derde vande mishandelde mannen praat hier nooit over en slechts 3% van demannelijke slachtoffers meldt zich bij de politie. Wat doet het kabinet omde aangiftebereidheid te vergroten? Is de Minister bereid om mannenmis-handeling nader te onderzoeken, om vervolgens te bekijken wat ditbetekent voor het kabinetsbeleid?Voorzitter. Tientallen dak- en thuisloze moeders en kinderen leven opstraat. Vaders zijn uit beeld en de gemeente helpt niet. De SGP vindt dekabinetsbrief hierover ontoereikend. Waarom is er nog steeds geen goedeoplossing voor deze moeders en kinderen? Is de Minister het ermee eensdat deze situatie gewoon onacceptabel is? Hoe staat het met de minis-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37911 teriële regeling die voor deze groep uitkomst zou kunnen bieden? Kan deMinister ook klip-en-klaar aangeven dat het onaanvaardbaar is dat dezekinderen via een Veilig Thuismelding te maken krijgen met ondertoezicht-stelling en een scheiding van hun moeder?Voorzitter. Tot slot een paar opmerkingen over maatschappelijke onder-steuning. De houdbaarheid van de Wmo vraagt om keuzes. Het vollediguit de Wmo halen van de huishoudelijke hulp gaat de SGP echter te ver. Isde Minister bereid om te kijken naar alternatieven hiervoor?Uit recent onderzoek van het SCP blijkt dat het aantal ernstig belastemantelzorgers is gestegen tot maar liefst 600.000. Ik ben blij dat de Kamerafgelopen dinsdag het verzoek van 50PLUS en de SGP steunde voor eenplenair debat over mantelzorg, maar ik begin ook wel een beetjeongeduldig te raken. De tijd van probleemanalyses is voorbij. Er zijnconcrete maatregelen nodig. Wat vindt de Minister bijvoorbeeld van eenwettelijke minimumnorm voor het aanbod van de respijtzorg enlogeerzorg vanuit gemeenten? Krijgt de aflopende mantelzorgagenda eenvervolg?Tot zover. Dank u, voorzitter.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Armut.Mevrouw Armut (CDA):Dank, voorzitter. Ieder mens moet veilig kunnen leven. Toch wordenongelofelijk veel vrouwen slachtoffer van geweld, intimidatie, stalking,dwingende controle en uiteindelijk zelfs femicide. Achter ieder cijferschuilt een menselijk drama, een dochter, een moeder, een zus, eenvriendin die niet op tijd beschermd werd. Daarom moet de aanpak veeleerder beginnen. Signalen moeten sneller worden herkend, slachtoffersbeter beschermd en daders steviger aangepakt. Het kabinet zet al veel ingang en er zijn ook ongelofelijk veel voorstellen vanuit de Kamergekomen. Maar wanneer merkt de vrouw in een gewelddadige relatie datdit echt verschil maakt?Het probleem is niet alleen een gebrek aan plannen, maar ook versnip-pering. Meerdere Kamerleden noemden het hier al. De gemeente, VeiligThuis, de politie, het OM, de opvang, scholen en zorgprofessionalshebben allemaal een rol. Welk mandaat krijgt de nationaal coördinator omde versnippering daadwerkelijk tegen te gaan? Kan deze coördinator grotestappen gaan zetten in de verbetering van informatiedeling tussenscholen, lokale teams, politie en andere hulpverlening?Het coalitieakkoord bevat maatregelen die breed worden gesteund. Erwordt bijvoorbeeld vaker ingezet op combizittingen in straf- en familie-recht. Kan de Minister uiteenzetten hoe dit vorm gaat krijgen? Hoevoorkomen we dat slachtoffers elke keer weer opnieuw hun verhaalmoeten doen?Ook is er de uitbreiding en betere inzet van het tijdelijke huisverbod. Hoevoert het kabinet de motie hierover, die bijna Kamerbreed aangenomen is,uit? Hoe zorgt de Minister ervoor dat een huisverbod op tijd wordtingezet, met hulp voor slachtoffers en kinderen?Voorzitter. Over een paar weken begint de zomervakantie. Voor sommigemeisjes is dit een gevaarlijke periode, omdat zij tijdens een reis in hetbuitenland het risico lopen genitaal te worden verminkt. Op ZeroTolerance Day pleit ik met andere partijen, onder andere JA21, de VVD enPRO, voor meer actie, want wat we nu doen is niet genoeg en dat wetenwe al heel lang. Een van de oplossingsrichtingen is het uitreisverbod. Isde Minister bereid dit, samen met JenV, snel te regelen? In ieder geval...Voor komende zomer is denk ik al te laat. Wanneer kunnen we ietsverwachten hierop? Wat kan zij daarnaast voor deze zomer nog doenrichting scholen, consultatiebureaus, huisartsen, Veilig Thuis engemeenten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37912 Voorzitter. Dan over kindermishandeling. Ernstige incidenten roepen elkekeer weer de vraag op of signalen snel genoeg worden gedeeld eninstanties goed genoeg kunnen samenwerken. In drie jaar tijd steeg hetaantal meldingen van scholen bij Veilig Thuis over vermoedens vankindermishandeling met ruim 1.600. Dat meer scholen meldingen makenis goed, maar Veilig Thuis kan dit aantal meldingen niet altijd aan. Danontstaat er een flessenhals. Vroegsignalering is nog geen bescherming alsde vervolgstap vastloopt. Worden de meest urgente meldingen altijdopgepakt? Wat gebeurt er met structurele onveiligheid, die misschien nietacuut lijkt, maar wel kan escaleren? Juist bij ernstige kindermishandelinggaat het vaak om patronen die al langer zichtbaar waren. Wat doet deMinister om Veilig Thuis structureel te versterken qua capaciteit, wacht-tijden, vertrouwensartsen en de verschillen tussen de 25 organisaties?Voorzitter. Ik zou tot slot nog willen stilstaan bij ouderenmishandeling.Ouderen wonen langer thuis en zijn soms afhankelijk van zorg,mantelzorg en financiële ondersteuning. Mishandeling, verwaarlozing offinanciële uitbuiting kan lang verborgen blijven. We hebben destijds – datwas mijn collega Krul – een motie ingediend. Die is nu afgedaan met eenonline-themapagina. Dat vinden wij wel echt mager. Kunnen weverwachten dat de Minister met een echte actieagenda komt rondomoudermishandeling, met inzet tot preventie, signalering en de rol vanVeilig Thuis?Voorzitter. Veiligheid achter de voordeur vraagt om bescherming,doorzettingsmacht en voldoende mensen en middelen.Dank u wel.De voorzitter:Dat brengt ons bij mevrouw Wiersma.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter. Hier worden ze vaak besproken als dossiers, maar wehebben het natuurlijk over mensen. Het gaat over vrouwen die zich nietveilig voelen thuis, maar ook over te veel kinderen die ’s avonds nietkunnen slapen omdat de thuissituatie onveilig is, of die met honger gaanslapen. Er zijn gewoon veel problemen in Nederland. Kinderen hebbeneigenlijk maar een aantal dingen nodig. Dat zijn veiligheid, liefde envolwassenen die hen beschermen zolang zij zelf nog te klein zijn omdaarin te voorzien. Dat is ook de reden dat de situatie in Stadskanaal endaarvoor al in Vlaardingen mensen zo diep raakt. Want opnieuw waren erwel al vele signalen en meldingen vanuit de school en vanuit de zorg. Danblijft de vraag hangen: hoe kan het dan toch dat kinderen zo lang in eenonveilige situatie blijven zitten?Kan deze Minister mij toezeggen dat de melders voortaan ook eenterugkoppeling ontvangen over wat er met hun melding gedaan wordt? Ikkan me namelijk voorstellen dat als je een melding doet en niets hoort, jedan denkt dat je het ofwel verkeerd gezien hebt, of dat het wordtopgepakt. Als vervolgens blijkt dat het kind toch in zo’n situatie is blijvenzitten, dan voelt dat extra machteloos.Natuurlijk moeten fouten onderzocht worden, maar BBB vindt hetdaarnaast belangrijk dat we niet alleen gaan zoeken naar één schuldigemedewerker of instantie. Want als systemen keer op keer tekortschieten,moeten we natuurlijk ook durven kijken naar de systeemfouten diedaarachter zitten, niet om de verantwoordelijkheid weg te poetsen, maarjuist om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt. Dat vereist een opencultuur waarin mensen fouten durven toegeven.We zien steeds hetzelfde patronen terug: wachtlijsten, meldingen dieblijven liggen, professionals die elkaar niet goed weten te vinden, maarook grote verschillen tussen de regio’s. De Inspectie Gezondheidszorg enJeugd ziet ook al jaren dat het Wmo-toezicht niet overal op orde is en datwettelijke termijnen worden overschreden. Ook blijkt uit de rapportage uitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37913 2024 dat gemeenten soms onvoldoende zicht hebben op de meldingen,de onderzoeken en de opvolgingen daarvan.Daarom heb ik een aantal concrete vragen aan de Minister. Wat wordt ernu concreet gedaan om ervoor te zorgen dat meldingen bij Veilig Thuissneller worden beoordeeld en dat ernstige signalen niet blijven liggen?Wanneer verwacht de Minister dat de wettelijke termijnen wel weerstructureel gehaald gaan worden? Hoe wordt voorkomen dat ernstigesituaties ondersneeuwen doordat het systeem overbelast is en professi-onals te weinig tijd hebben? De Minister schrijft over meer uniformiteittussen de 25 Veilig Thuisorganisaties. Ik wil dan vragen: wat betekent datconcreet voor ouders, gezinnen en kinderen? Welke minimale kwaliteits-eisen gaat zij daarvoor hanteren?De Minister schrijft ook dat er wordt gewerkt aan een betere samen-werking tussen Veilig Thuis, de wijkteams, de jeugdbescherming, de zorgen de politie. Maar hoe wordt er nu echt doorzettingsmacht georganiseerdals meerdere instanties signalen krijgen maar er niemand is die de regiepakt?We zien ook dat nog steeds veel gemeentes onvoldoende registreren,rapporteren en openbaar maken als het gaat om toezicht en meldingen.Hoe gaat deze Minister er nu voor zorgen dat we beter leren van fouten,maar ook van bijna-fouten? Want juist transparantie en evaluatie zijnnodig om patronen te herkennen en daarmee herhaling in de toekomst tekunnen voorkomen.Hoe zorgen we er daarnaast voor dat we tegelijkertijd kunnen ingrijpen endat we dat zorgvuldig en proportioneel doen? Want een kind te laatbeschermen is verschrikkelijk, maar onterecht of onnodig ingrijpen ingezinnen heeft óók een enorme impact. Kinderen mogen nooit afhankelijkzijn van toeval, drukte of gebrekkige samenwerking. Als samenlevinghebben we de plicht om eerder te signaleren, beter samen te werken ensnelle bescherming te bieden wanneer dat nodig is. Dat is niet vanuitwantrouwen, maar vanuit medemenselijkheid en het nemen vanverantwoordelijkheid.Dank, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. Er zijn onderwerpen waarbij wij als Kamer laten ziendat het echt niet meer onduidelijk is. Volgens mij is tot nu toe de rodedraad dat iedereen eigenlijk wel weet dat er hier heel veel misgaat.Voorzitter. Bij huiselijk geweld, kindermishandeling en femicide is hetprobleem niet dat wij te weinig rapporten, actieplannen, pilots, monitors,verkenningen of overlegtafels hebben. Het probleem is dat vrouwen,kinderen en gezinnen in doodsangst kunnen leven terwijl de overheid nogbezig is met het versterken van de ketensamenwerking. Daar hebben wedat woord weer, «de keten». Dat is de pijnlijke werkelijkheid. De stukkenlaten een duidelijke lijn zien.De regering erkent veel. Er komt een Nationaal Coördinator Geweld tegenVrouwen en Huiselijk Geweld. Er wordt gewerkt aan een betere risico-taxatie, deskundigheid, de aanpak van dwingende controle, verbeteringvan het tijdelijk huisverbod en betere gegevensdeling. Maar erkenning isnog geen bescherming. Een monitor stopt geen vuist. Een pilot houdtgeen stalker tegen. Een handreiking redt geen vrouw als niemandverplicht is om ernaar te handelen. We hebben het woord «verplichting»al een paar keer gehoord. De vraag aan de Minister is dus heel eenvoudig:wanneer wordt dit systeem nou harder dan de dader?Dan een vraag over de beoogd nationaal coördinator. Ik heb daar ook aleen paar andere collega’s over gehoord. Wanneer gaat deze coördinatorstarten? Wat gaat hij of zij doen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37914 functie niet weer gewoon een extra overlegpartner wordt, maar iemandmet gewicht die de boel eens echt gaat aanpakken en daadwerkelijk gaatcoördineren, zodat we ergens komen?Voorzitter. GREVIO is niet mild over Nederland. Het zegt eigenlijk:Nederland heeft beleid, maar slachtoffers merken nog te weinigbescherming. De aanpak is versnipperd, te vaak lokaal verschillend en tevaak alsof het gaat om een conflict tussen twee mensen, terwijl het inwerkelijkheid gaat om macht, controle, angst en terreur. Daar gaat hetmis. Een vrouw die wordt geïsoleerd, gecontroleerd, gestalkt, bedreigd,financieel kleingehouden of psychisch kapotgemaakt, is niet verwikkeld ineen ingewikkelde relatie. Zij zit gevangen.Ziet Veilig Thuis dat altijd? Ziet de politie dat altijd? Ziet de rechter dataltijd? Ziet de Raad voor de Kinderbescherming dat altijd? Zien zij het alser weer wordt gesproken over omgang, contact en ouderschap? Ofverdwijnt een gedeelte van het geweld nog steeds achter nette woorden,zoals «een complexe scheiding», «escalatie tussen ouders», «communica-tieproblemen» en «van beide kanten»? Soms zijn er geen «beide kanten».Soms is er een pleger en een slachtoffer. Soms is er een kind dat nietneutraal tussen zijn twee ouders staat, maar leeft onder dreiging,spanning en controle.Daarom moet de Minister vandaag wat de PVV betreft niet alleen zeggenwat er allemaal loopt. De Minister moet zeggen wat er straks verplichtwordt, wie verantwoordelijk is, wie ingrijpt als een regio achterblijft, wieziet of signalen bij de politie, Veilig Thuis, school, huisarts en jeugdbe-scherming samen een patroon vormen. Want femicide komt zelden uit hetniets. De rode vlaggen zijn bekend: stalking, bedreiging, niet-fataleverwurging, dwingende controle, seksueel geweld, escalatie rond eenrelatiebreuk en omgangsmomenten met kinderen. De vraag is niet of devlaggen rood genoeg zijn. De vraag is waarom het systeem ze nog steedste vaak niet ziet of oppakt.Dan het tijdelijk huisverbod. Dat moet niet blijven hangen als eenwoninggebonden instrument uit een papieren werkelijkheid. Als hetgevaar van een persoon komt, moet de bescherming persoonsgericht zijn,ook als de pleger niet meer op hetzelfde adres woont en ook als hij viafamilie, telefoon, schoolplein, werk, moskee, straat of social media blijftcontroleren. Kan de Minister toezeggen dat bescherming niet meerafhankelijk blijft van het adres van de dader, maar van het risico voor hetslachtoffer?Voorzitter. Laten we ook eerlijk zijn over eerwraak. Het is al evengenoemd. Ook dat is femicide, ook dat is geweld tegen vrouwen, niet alslos cultureel bijverschijnsel, niet als een familiezaak, maar als moord-dadige controle over meisjes en vrouwen die zelf willen kiezen.De voorzitter:Kunt u afronden?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, ik ga afronden. Ik heb nog twee zinnen. Bij huwelijksdwang, achter-lating, bedreiging, groepsdruk en eergerelateerd geweld moet deoverheid niet fluisteren. De overheid moet dan naast het slachtoffer staanen tegenover de familie die haar vrijheid afpakt.Voorzitter. De PVV wil geen systeem dat achteraf zegt: alle signalen warener. Wij willen een overheid die ze vooraf bij elkaar legt, die niet later leertvan de dood, maar eerder ingrijpt voor het leven.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37915 Dank u, voorzitter. Op papier hebben we het in Nederland allemaal heelgoed geregeld als het gaat om de zorg en ondersteuning van mensen. Ikzeg hier ook bewust «op papier», want in de praktijk is het een wirwar aanstelsels, instanties, akkoorden, agenda’s en noem maar op. De crux is datals er in dit stelsel écht wat fundamenteel fout gaat, iedereen kandoorverwijzen naar iemand anders en er niemand eindverantwoordelijk is.Dat heeft enorme gevolgen voor de veiligheid en het welzijn van de meestkwetsbare mensen.We zien het ook in Kamerdebatten, want laten we eerlijk zijn: ook deKamer heeft moeite om in dit stelsel goed te controleren. Dat zien we aande ophef die voortdurend ontstaat naar aanleiding van vreselijkeincidenten die in de media komen. Dan zien we helaas ook vaak dat deaandacht erna weer wegebt, terwijl incidenten, bijvoorbeeld als we kijkennaar kindermishandeling, gewoon het topje van de ijsberg zijn. Naarschatting maken zo rond de 119.000 kinderen een vorm van mishandelingmee.Ik herinner me het spoeddebat dat we een jaar geleden hadden over hetpleegmeisje in Vlaardingen, waarbij het merendeel van deze Kamer zei:dit mag nooit meer gebeuren. We waren allemaal oprecht emotioneel.Tegelijkertijd: dit gaat weer gebeuren op het moment dat er niet funda-menteel wordt ingegrepen in dat stelsel. Ik vrees helaas ook dat dekinderen uit Stadskanaal niet de laatste zullen zijn, want er liggen gewoonstapels rapporten en we weten dat er na een Veilig Thuismelding in 63%van de gezinnen nog sprake is van ernstig of veelvuldig geweld.Ik heb een aantal vragen. Hoe kan het dat de Kamer eigenlijk weerdezelfde vragen stelt als in het debat van vorig jaar over het pleegmeisjein Vlaardingen? Wat is er echt – dat is een vraag aan de Minister –concreet gedaan met de toezeggingen die toen zijn gedaan en de motiesdie zijn ingediend? Hoe kan het bijvoorbeeld dat de aangenomen motievan het CDA en van ons, waarin we vragen om de expertise bij het LECK,het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling, structureel teborgen, niet is uitgevoerd? Is dit bij meer van de moties of toezeggingenhet geval?Voorzitter. Er zijn schrikbarende aantallen van Nederlandse vrouwen dieooit in hun leven fysiek of seksueel geweld hebben meegemaakt. Ik benblij met de vragen van voorgangers en ik vind het ook terecht dat eraandacht werd gevraagd voor de mishandeling van mannen en jongens.Dat is een groot probleem. Er is veel schaamte over. Even over vrouwen-mishandeling. Volgens het Verdrag van Istanbul moeten slachtoffers vanseksueel en gendergerelateerd geweld zonder drempels toegang hebbentot medische of andere ondersteuning. Ook dat is in Nederland niet hetgeval. Graag een reactie van de bewindspersoon.Ik hoorde meerdere van mijn collega’s vragen stellen over onderwerpenwaar we het al heel vaak over hebben gehad, zoals: waarom wordt nietstandaard, of veel vaker, de dader uit huis geplaatst? Hoe gaat het metFilomena, dat zo’n goede functie vervult? Wordt dat structureel? Als hetgaat over gendergerelateerd geweld: wordt het plan van aanpak echt omdat ook juridisch beter en strakker aan te pakken? De VVD heeft daar ookgoede vragen over gesteld, waar ik me graag bij aansluit.Voorzitter. Ik heb ook een vraag over de regeringscommissaris en over detoekomst. Ik lees in het coalitieakkoord dat er een nationaal coördinatorkomt. Er is nog wat, of best wel veel, onduidelijkheid over de rol en deinvulling. Mijn vraag aan de Minister is of ze ook met de huidigeregeringscommissaris gesprekken met betrekking tot seksueel grensover-schrijdend gedrag en seksueel geweld kan voeren als het gaat over hoe detoekomst eruit moet zien en hoe de goede punten in dat programmavoortgang kunnen vinden.Voorzitter. Alles wat ik nu zeg, raakt aan femicide. Dat is namelijk – datwordt hier ook vaker gezegd – de meest voorspelbare moord. Iedere achtdagen wordt er een vrouw vermoord, vaak door iemand in de nabijeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37916 omgeving. Ook daarover is door heel veel mensen in deze Kamer vakeraangegeven dat er concrete acties moeten komen. Graag een reactie vande Minister.Ik zie de voorzitter naar mij kijken. Heeft dat een reden?De voorzitter:We zijn voorbij de vier minuten.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mag ik nog een punt maken over dakloosheid? Want ook dat stondvandaag op de agenda. Daar is het weinig over gegaan omdat de agendazo groot is. Ik heb twee vragen. Een gaat over de vrouwenopvang. Wil deMinister dat met gemeenten oppakken? En twee: wat gaat ze doen omervoor te zorgen dat wij gaan voldoen aan de doelstelling om in 2030niemand meer dakloos te laten raken? Volgens mij zitten we namelijk bijlange na niet op schema.De voorzitter:Dank u wel. Dat leidt tot een vraag van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Dank aan mevrouw Westerveld voor haar vraag over de structuur rondomde nationaal coördinator. Wie coördineert nou precies wat? Ook ik steldedaar natuurlijk een vraag over. Wanneer komt die nationaal coördinator?Is mevrouw Westerveld het met mij eens dat het de voorkeur zou hebbenom en-en te doen? Dat betekent dus enerzijds een nationaal coördinatordie doorbraken voor elkaar gaat krijgen op het hele plan van aanpak, ietswaar we al zo lang op wachten, maar waar onze bestuurders helaas nietiedere dag fulltime aandacht aan kunnen geven. Daar zit dan dus iemanddie dat fulltime, met bestuurlijk-politieke ervaring en echte daadkracht kandoen. Daarnaast is er dan een regeringscommissaris seksueel grensover-schrijdend gedrag en seksueel geweld, die al heel veel heeft betekent voorkennisoverdracht en bewustwording op de werkvloer, in het bedrijfslevenen in organisaties en die ook een aanjaagfunctie heeft. Die functie zoudenwe ook moeten hebben vanuit het Verdrag van Istanbul.Om haar vraag dus goed te begrijpen: kunnen we dan aan het kabinetmeegeven... Wilt u die beide sporen bewandelen? Wilt u dus dat gesprekaangaan met de regeringscommissaris en daarnaast een nationaalcoördinator aanstellen?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mij maakt het niet zo heel veel uit hoe die structuren eruit gaan zien enwie nu precies wat gaat doen. Volgens mij is het allerbelangrijkste dat hetthema op de agenda blijft staan en dat dit op verschillende manierengebeurt, dus via iemand of een instantie die er aandacht voor blijftvragen, gevraagd en ongevraagd adviezen stuurt en zaken gaat onder-zoeken. En natuurlijk moet er ook beter gecoördineerd worden tussen deverschillende ministeries. Wij weten daar allebei het een en ander vanaf,omdat we deze debatten natuurlijk in verschillende commissies voeren.De huidige bewindspersoon pakt die taken volgens mij heel goed op,maar heeft wel ook weer te maken met verschillende ministeries. Ook datmoet goed geborgd zijn. Ik denk dus dat het zaak is om dat allebei goed teregelen, vandaar mijn vraag aan de Minister. Geef nou eens aan hoe denationaal coördinator eruit gaat zien, maar ga ook in gesprek met dehuidige regeringscoördinator om te overleggen over hoe we op een zogoed mogelijke manier al die goede zaken die zij doen – vanochtend waser ook weer een onderzoek – voor het voetlicht blijven brengen.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37917 Ik ben blij met het laatste punt dat mevrouw Westerveld naar voren brengtrondom dakloosheid. Er is vanmiddag een plenair debat over wonen endaar zal ik dat punt ook naar voren brengen. Ik maak me zorgen over desamenwerking tussen ministeries. Wie is nou waar verantwoordelijk voor?Deze Minister heeft bijvoorbeeld ook seniorenhuisvesting in haarportefeuille en is verantwoordelijk voor dakloosheid. DeeltGroenLinks-PvdA die zorgen of heeft zij er vertrouwen in dat er op ditterrein een goed gecoördineerde samenwerking is tussen alle ministeries?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij met deze vraag, want dit laat weer precies zien waar hetprobleem ligt. Ik deel die zorgen namelijk volledig. We zien dat ook in hetbeleid. Een aantal jaar geleden werd met veel aandacht het NationaalActieplan Dakloosheid gepresenteerd, met als doelstelling dat er in 2030niemand meer dakloos is. Daar hebben we het toen over gehad. Dat werdgelanceerd door de toenmalige Staatssecretaris van VWS, die verantwoor-delijk is.Maar wat is het grote probleem met dakloosheid? Dat is dat mensen geendak boven hun hoofd hebben. In de afgelopen jaren, in het afgelopenkabinet, hebben we gemerkt dat de toenmalige Minister van Wonen zichop geen enkele manier verantwoordelijk voelde voor dakloze mensen. Ikheb alle goede hoop dat dat in dit kabinet gaat veranderen. Ik vindnamelijk dat dit niet alleen de verantwoordelijkheid is van deze bewinds-persoon. Deze bewindspersoon gaat over het, hopelijk, voorkomen datmensen dakloos worden. Maar uiteindelijk hebben mensen een dak bovenhun hoofd nodig. Dat is de enige manier om dakloosheid permanent op telossen. Dat is ook de beste manier. Dat voorkomt ook heel veel zorggeld,omdat mensen dan gewoon een fijne en veilige plek hebben om tewonen. Dus dat ligt zeker ook bij het Ministerie van Wonen.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik mevrouw Coenradie vragen om tijdelijk hetvoorzitterschap over te nemen.Voorzitter: CoenradieDe voorzitter:Ja. Voor de laatste bijdrage in deze commissie geef ik het woord aanmevrouw Synhaeve van D66.Mevrouw Synhaeve (D66):Dank u wel, voorzitter. Twee kinderen hadden moeten opgroeien op eenveilige plek, waar liefde, rust en bescherming vanzelfsprekend haddenmoeten zijn. Maar in plaats daarvan zijn ze door een hel gegaan. Ze warenvolledig afhankelijk van volwassenen, instanties en een overheid die henhadden moeten beschermen. De overheid heeft fundamenteel gefaald.Uit de berichtgeving van gisteren blijkt dat er al sinds begin 2025 signalenwaren bij instanties. We weten dat deze kinderen pas in mei van dit jaaruit huis zijn gehaald. Het gebeurde dus niet in de loop van 2025, maar aanhet begin van dat jaar. We weten ook dat uiteindelijk pas is ingegrepentoen een van de kinderen voor de tweede keer in het ziekenhuis belandde.Hoe kan een kind in Nederland twee keer zo ernstig mishandeld wordendat het in een ziekenhuis belandt, zonder dat er is ingegrepen? Hetonderzoek loopt, maar ik hoor graag van de Minister welke inzichten zijheeft naar aanleiding van de stappen die de afgelopen week zijn gezet. Enwat zijn die stappen dan?Voorzitter. Het is al eerder genoemd: dit is geen incident. Het is het topjevan de ijsberg. Er zijn meer kinderen die te lang ongezien blijven en inonveiligheid opgroeien. Deze kinderen leren al vroeg dat systemen diehen moeten beschermen dat niet altijd doen. Dat geldt ook voor kinderenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37918 in de vrouwenopvang en maatschappelijke opvang. Zij zijn vaak getuigegeweest van geweld, dreiging en angst, en zijn regelmatig ook zelfmishandeld. Juist bij deze kinderen is snel passende psychische hulpnodig, maar in de praktijk lopen zij vast in een systeem dat niet werkt. Diehulp valt namelijk onder de Jeugdwet en moet worden betaald door degemeente van herkomst, die akkoord moet geven om de jeugdhulp in tezetten. Dat leidt tot bureaucratie tussen gemeenten, aanbieders enopvang, en uiteindelijk leidt het ertoe dat heel veel van deze kinderengeen zorg krijgen. Dat is onacceptabel. Het belang van het kind zouleidend moeten zijn, niet welke gemeente betaalt. Daarom vraag ik deMinister: regel dit. Hoe gaat zij ervoor zorgen dat getraumatiseerdekinderen in de traumaopvang op tijd de psychische zorg krijgen waar zijrecht op hebben?Voorzitter. Dan kom ik bij de kindcheck. Die is er niet voor niets. Professi-onals in de volwassenen-ggz moeten nagaan of hun patiënten kinderenhebben en of die kinderen veilig zijn. ZonMw stelde al in 2019 dat diekindcheck geldt voor alle professionals in de volwassenenzorg, bijvoor-beeld als er sprake is van ernstige psychische problemen, verslaving ofhuiselijk geweld. ZonMw concludeerde ook dat een heel groot deel vandeze professionals niet bekend is met de kindcheck. Ik vraag de Minister:heeft zij recente cijfers over de toepassing van de kindcheck in devolwassenen-ggz? Hoe zorgt zij ervoor dat deze niet alleen op papier staat,maar ook echt wordt toegepast?Voorzitter. Het is tenenkrommend hoe slecht wij zijn in het serieus nemenvan de signalen van kinderen die aangeven dat het thuis onveilig is. Wijdenken dat het anders moet en dat je ook fundamenteel moet kijken naarhoe we dat nu eigenlijk hebben georganiseerd. We zullen binnenkort meteen groot voorstel komen.Tot slot. Ik sluit me aan bij alle vragen die al zijn gesteld rond de NationaalCoördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld, met name devraag over hoe de rol wordt ingevuld. Hoe zorgen we dat de coördinatorvoldoende mandaat en slagkracht heeft?Voorzitter, ik sluit af. Kinderen die opgroeien in onveiligheid vragen nietom systemen en doorverwijzingen; ze vragen om veiligheid, om rust enom volwassenen die doen wat nodig is. Dat kunnen we organiseren. Wekunnen ervoor zorgen dat het systeem om deze kinderen heen gaat staan,in plaats van andersom. En dat is onze verantwoordelijkheid.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie dat er geen vragen zijn. Dan geef ik het voorzitterschap weer terugaan mevrouw Synhaeve.Voorzitter: SynhaeveDe voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar de Minister. Is een schorsing van twintigminuten voor u haalbaar? Dat is niet het geval. Wat zou wel haalbaar zijnvoor u? Een halfuur. Dan zien we elkaar terug om 11.30 uur.De vergadering wordt van 10.58 uur tot 11.36 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen deze vergadering. Ik stel voor dat we werken met drieinterrupties aan de zijde van de Kamer. Als we er allemaal op letten dathet korte interrupties zijn, dan geeft ons dat ruimte om wellicht aan heteind nog een extra interruptie toe te staan. Mevrouw Van Brenk heeftaangegeven dat zij iets eerder moet vertrekken ter voorbereiding op eenvolgend debat. Dat is bij dezen gedeeld. Dan geef ik graag het woord aande Minister. Ogenblik, er is nog een aanvulling vanuit mevrouw Armut.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37919 Mevrouw Armut (CDA):Het is een beetje afhankelijk van hoelang het nog gaat duren, maar alsmevrouw Van Brenk het zo netjes heeft aangegeven, doe ik dat ook graag.Ik heb straks een commissiedebat, dus het kan zijn dat ik iets eerderwegloop.De voorzitter:Helder. We zorgen sowieso dat we om 14.00 uur klaar zijn. Het woord isaan de Minister.Minister Sterk:Dank u wel, voorzitter. Dank voor alle vragen van de Kamerleden. De titelvan het debat is: maatschappelijk domein. Ik merk – en dat was ook wel deverwachting, gezien de brieven – dat we het in het debat vooral hebbenover wat de heer Van Dijk met een heel mooi citaat van Shakespeare zei.Ik benoem het dan misschien in wat plattere termen: het gaat vooral overwat we «terreur achter de voordeur» zouden kunnen noemen. Dat is waarhet vandaag over gaat wat mij betreft.Het is een ontzettend belangrijk thema. Vorige week zagen we opnieuwhoe ongelofelijk veel leed er achter de voordeur kan zijn, waar wij alssamenleving soms niet van weten. En als we ervan weten, hebben wesoms onvoldoende op orde wat ervoor nodig is om te zorgen dat erveiligheid is voor de getroffen kinderen en een plek waar ze geholpenkunnen worden. Dat geldt soms ook voor de vrouwen en ook voor demannen, zeg ik erbij tegen de heer Van Dijk.Ik keek een beetje rond. Ik vond het opvallend dat van alle fracties eenvrouw aanwezig is en van de enige fractie waarin geen vrouwen zitten, ereen man aanwezig is. Dat zegt ook iets over de betrokkenheid die wijallemaal voelen bij dit thema, denk ik. Dat heb ik als bewindspersoon zelfook. Dat wil ik graag benadrukken. Ik ben coördinerend bewindspersoon,maar ik zit hier ook als vrouw, als moeder, als persoon die zelf ookervaringen heeft, niet in zo ernstige mate dat ik een melding moest doenbij Veilig Thuis, maar ik bedoel dat we als vrouw allemaal wel herkennenwat er soms kan spelen. Ik ben dus echt intrinsiek gemotiveerd om ditthema de komende jaren weer de urgentie te geven en te laten behoudendie het nodig heeft.Ik geef ook een winstwaarschuwing af. Ik proef bij mevrouw Coenradiedat ze voelt: we moeten nu eens actie ondernemen; er moeten dingengebeuren. Dat vind ik ook. Tegelijkertijd is het ook waar dat we daar somstoch tijd voor nodig hebben. We hebben het namelijk over zaken die nietmakkelijk te regelen zijn door ergens een verplichting neer te leggen ofiemand te benoemen als regiecoördinator. Het gaat ook om cultuurveran-dering. Cultuurverandering vraagt tijd. Als partijen met elkaar moetensamenwerken, vraagt dat tijd. Het vraagt dat mensen dezelfde taal gaanspreken. Volgens mij zijn we daar al op een heleboel terreinen mee bezig.De winstwaarschuwing is wel dat ik soms toch ga zeggen: daar zijn weover in gesprek of daar zijn we mee aan de slag. Dat moet natuurlijkleiden tot actiepunten en dingen die we gaan doen en soms zijn we al metdie actiepunten bezig. Maar we moeten hier met elkaar niet de illusiecreëren dat als we maar dingen verplichten en er iemand voor verant-woordelijk maken, het dan geregeld is. Ik zeg overigens niet dat u dat zegt,hoor, maar ik vind het wel belangrijk om dat alvast aan de voorkant aan tegeven.Wat ik ook belangrijk vind om aan de voorkant te zeggen, is dat we metelkaar best veel kritiek hebben op hoe het nu loopt. We zeggen dat hetsysteem faalt, zeker als je kijkt naar wat er vorige week is gebeurd inStadskanaal. Ik wil ook onderstrepen dat er in het systeem heel veelmensen werken die met de allerbeste intenties en de allerbeste wil van dewereld proberen om toch te helpen, ook bij deze kinderen in Stadskanaal.Ik heb gisteren contact gezocht met Veilig Thuis om van hen te horen hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37920 het daar nu is. Want al deze mensen hebben ook gehoord wat er inStadskanaal is gebeurd. Ze hebben gehoord hoe heel Nederlanddaaroverheen valt. Er zitten ook mensen die hun uiterste best doen om ditprobleem op te lossen. En niet alleen daar, die zitten op heel veel plekkenin de samenleving, gelukkig. Het geeft tegelijkertijd de complexiteit aanwaarmee we te maken hebben. Dat leidt tot veel rapporten en veelingewikkelde debatten. Dat is de onmacht die wij soms ook voelen alsKamer en ook misschien wel als kabinet: waarom krijgen we het nietopgelost? Het is daarnaast ook de motor waarop we door moeten gaan.We moeten zorgen dat we de komende periode een aantal zaken echtgoed gaan oppakken. Vanuit mijn rol als coördinerend bewindspersoonkan ik niet alles, want een deel van uw vragen ligt bij mijn collega VanWeel, bijvoorbeeld. Soms ligt het ook bij andere ministeries. Ik zal in iedergeval wel zorgen dat ik mijn rol zo goed mogelijk pak, omdat we daarinjuist samenwerking nodig hebben.Dit wilde ik even aan de voorkant gezegd hebben. Ik heb een aantalthema’s, die ik in blokjes zal behandelen. Dat helpt om te weten waar wezitten in de beantwoording. Er zijn heel veel vragen gesteld over denationaal coördinator, over de regie en over femicide. Daarna ga ik in opvragen rond de toekomstscenario’s en Filomena. Vervolgens komen devragen over Veilig Thuis. Dan waren er enkele vragen over Stadskanaalen, breder gezien, over kindermishandeling. Wat naar, trouwens, als je aldie thema’s hoort; het zijn natuurlijk vreselijke thema’s. Dan heb ik nogeen blokje juridische interventies, een blokje over specifieke aanpakken envragen die daarbij horen. Dan heb ik een blokje waarin ik vragenbeantwoord over dakloosheid, de Wmo en mantelzorg. Dat gaat ook overhet maatschappelijke domein. Ook die vragen zijn gesteld. Ik zal ze in datblokje beantwoorden.Ik begin met het blokje over de nationaal coördinator. Er zijn veel fractiesdie daarover vragen hebben gesteld: mevrouw Becker, mevrouwWesterveld, mevrouw Armut, mevrouw Synhaeve en mevrouw VanMeetelen. De nationaal coördinator willen we voor de zomer benoemdhebben. U hoort voor de zomer wie dat zal worden. Die zal van start gaanom te zorgen dat er een nationaal actieplan komt, zodat er iets wordtgedaan aan wat we allemaal constateren, namelijk de versnippering die eris. Het doel is dat er meer regie komt en meer samenwerking tussen deverschillende domeinen. Denk aan de strafrechtketen, preventie en dezorg. Dat is de taak die de nationaal coördinator krijgt.Er werd gevraagd naar de samenhang met de rijkscommissaris. Ik hebvorige week gesproken met Mariëtte Hamer. In principe zou de nationaalcoördinator verder moeten gaan op de basis die de rijkscommissaris heeftgelegd. Ik denk dat ze hele goede dingen heeft gedaan. De bewustwordingis stukken verder gebracht. Ik wil bekijken hoe we goed kunnen borgenwat de rijkscommissaris heeft opgeleverd. Ik wil eerlijk gezegd nog ingesprek met mijn eigen ambtenaren over hoe we dat gaan doen. Ik wil utoezeggen dat ik in de brief over huiselijk geweld, die ik voor de zomernaar de Kamer zal sturen, daarop wat nader zal ingaan.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik heb een vraag over de nationaal coördinator. U heeft er nu iets overgezegd, maar wat betekent de regie concreet? Kan de coördinator danergens gaan ingrijpen of wordt het gewoon coördineren zonder doorzet-tingsmacht? Als wachtlijsten oplopen en signalen structureel niet wordenopgevolgd, kan de coördinator daar dan wat aan doen? Of is de rol alleenom te kijken hoe we iedereen bij elkaar krijgen? Zou u me kunnentoezeggen om in een brief toe te lichten hoe dit wordt aangepakt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37921 Minister Sterk:De bedoeling van de nationaal coördinator is niet dat die een soortdoorzettingsmacht krijgt om alle problemen op te lossen. Dat is niet hetdoel van de nationaal coördinator. Het doel van de nationaal coördinatoris vooral om alle versnipperde aanpakken en dingen die we doen veelmeer onder één dak te brengen en er samenhang in aan te brengen. Decoördinator zal werken onder de mandaten van de verantwoordelijkeMinisters. Dus als er actiepunten komen rondom zorg, ben ik uiteindelijkdegene die daar verantwoordelijk voor is. Hetzelfde geldt bij strafrechte-lijke zaken. Die persoon heeft dus wel een groot mandaat om door alleorganisaties heen te gaan, iedereen daarvoor te benaderen en daareigenstandig een actieplan voor op te stellen, maar de mandaten rond deonderwerpen blijven wel bij de verantwoordelijke bewindspersonenliggen.De voorzitter:Ik stel voor dat we vanuit de Kamer kijken of we de vragen zo veelmogelijk aan het eind van een blokje kunnen stellen. Als u denkt dat hetecht even snel tussendoor moet, dan hoor ik het graag. De Ministervervolgt de beantwoording.Minister Sterk:Er was een vraag van mevrouw Coenradie en van mevrouw Wiersma overbetere samenwerking en afstemming tussen ketenpartners bij hoogrisico-zaken. Er werd gevraagd of er geen regierol moet komen voor deburgemeester. Samenwerking is noodzakelijk in multidisciplinaireoverleggen. Gevraagd wordt hoe we de doorzettingsmacht en regie gaanorganiseren. De samenwerking en goede afstemming is cruciaal bij dezezaken. Wat we nu nog weleens zien in het systeem is wat we het estafette-model noemen, waarbij de casus wordt doorgezet naar de volgendeinstantie, zonder dat er gezamenlijk integraal naar is gekeken en isafgesproken wie wat gaat oppakken. Samenwerking is dus ontzettendbelangrijk. Het kan alleen wel per casus verschillen wie daarin uiteindelijkde regierol moet gaan vervullen. Mevrouw Coenradie vroeg of deburgemeester niet de regierol kan pakken. Dat zou kunnen als het gaatover veiligheid. Maar als het over zorg gaat, is het niet logisch om deregierol bij de burgemeester neer te leggen. Dan wil je die graag bij eenzorginstantie neerleggen, omdat het een ander type vraag is. Je zult dusper casus moeten kijken naar hoe je dat doet. Daarom is het zo belangrijkdat er in alle regio’s samenwerkingsafspraken worden gemaakt. Dat willenwe doen in de regionale veiligheidsteams, waarbij duidelijk wordtgeïdentificeerd: als dit de vraag of behoefte is, moet dit de regie-eigenaarworden. Je kunt hiervoor geen one-size-fits-allaanpak organiseren, wanthet kan echt per casus verschillen.Vanuit Veiligheid Voorop werken onder meer Veilig Thuis, de politie enjustitieorganisaties sinds 2018 steeds meer vroegtijdig en intensief samenom zo snel mogelijk veiligheid te realiseren. Dat betekent dat zegezamenlijk een melding oppakken en met inbreng van ieders expertiseeen gezamenlijk beeld vormen en vervolgacties afstemmen. Deze aanpakwordt in steeds meer regio’s ingezet. Daarnaast wordt in een aantalregio’s de specialistische aanpak voor huiselijk geweld en kindermishan-deling bij complexe zaken georganiseerd, de MDA++, met een explicietaangewezen procesregisseur. In sommige regio’s is dat Veilig Thuis. Inandere regio’s voert het Zorg- en Veiligheidshuis de regie, of soms deGGD. Wat volgens mij vooral belangrijk is, is dat er duidelijke afsprakenover zijn in een regio, zodat men weet wie de taak moet oppakken.Nogmaals, ik denk dat het vooral belangrijk is dat de afspraken goed zijn.Daar wordt de komende tijd aan gewerkt. Daarnaast is het belangrijk datpartijen gezamenlijk leren van de samenwerkingsafspraken, maar datgeldt natuurlijk voor alles. Gemeentes hebben daarin een hele belangrijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37922 rol. Als er dan sprake is van calamiteiten of incidenten, zoals in Stads-kanaal, dan moet de inspectie daar altijd naar kijken en een onderzoekuitvoeren als dat noodzakelijk is. Dat gaat in Stadskanaal gelukkig ookgebeuren.Er waren vragen over femicide van mevrouw Van Brenk, mevrouw Armuten mevrouw Westerveld. Een vraag was hoe het staat met de tienprioriteiten. Wanneer merkt een vrouw in een gewelddadige relatie dat deinzet van het kabinet echt een verschil maakt? Het is een onderwerp datook bij dit kabinet hoog op de agenda staat. Dat geldt voor mijn collegaVan Weel en het geldt voor mij. Er is geld voor vrijgemaakt, 10 miljoen,om te kijken hoe we het kunnen verbeteren. Dat zit met name aan destrafrechtelijke kant. Met het plan van aanpak Stop femicide! is en wordter nog steeds aan de hand van de pijlers en de tien prioriteiten invullingaan gegeven. Op verbeteringen die in gang zijn gezet, wordt verderdoorgepakt. Zo lopen er op dit moment voor risicotaxatie acties ominstrumenten voor een tijdige signalering te verbeteren en deskundigheidvan de zorg- en veiligheidsprofessionals te versterken. We werken samenmet het landelijk netwerk Veilig Thuis aan een betere informatievoor-ziening en laagdrempelige toegankelijkheid van Veilig Thuis. Ik komoverigens op de vragen over Veilig Thuis nog terug in een later blokje.Met de komst van de nationaal coördinator is het momentum er om hetplan van aanpak Stop femicide! te herijken en mee te nemen in deontwikkeling naar het nieuwe nationaal actieplan geweld tegen vrouwenen huiselijk geweld en kindermishandeling.Dat was het eerste blokje.Mevrouw Becker (VVD):Dank aan de Minister. Dit is wat mij betreft een van de belangrijksteonderwerpen, waar we harde afspraken over hebben gemaakt in hetregeerakkoord en waar echt actie nodig is. Het is niet makkelijk voor dezeMinister om het allemaal meteen te realiseren; dat snap ik. Tegelijkertijdvraag ik ook haar begrip voor de voorgeschiedenis, namelijk dat dezeKamercommissie en de Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid alvier jaar dit soort debatten voeren en dit soort antwoorden krijgen. Hetrisico bestaat dat Minister Sterk nog een keer gaat uitleggen hoe het werkten dat regio’s en gemeenten een belangrijke rol spelen en dat er veelinitiatieven zijn. Vorige week zaten de gemeenten hier. Ze zeiden: «Laathet alsjeblieft niet allemaal aan onszelf over. Neem meer regie vanuit hetRijk. Kom met meer kaders. Pas wetgeving aan. Want we willen het nietoveral verschillend kunnen doen, we willen overal goede hulp kunnenbieden.» Daarom de vraag vanuit deze commissie: is de Minister bereidom echt een nieuw wettelijk kader te creëren, waarbij één aanpak in eengezin ook mogelijk is? Waarbij zoiets simpels als het uitrollen van hetslachtofferdevice, wat nu niet landelijk schijnt te kunnen, dan kan wordenmeegenomen. Waarbij we niet nog een keer aan de nieuwe nationaalcoördinator vragen «maak maar weer een nieuw plan van aanpak», maarwaarbij gewoon een keer gaat worden uitgevoerd wat er staat in het planvan aanpak van twee jaar geleden en in het regeerakkoord. Dus ik hebbegrip voor haar positie. Ik zou alleen niet meer uitleg willen over hoe hetwerkt, maar iets meer actie.De voorzitter:Laten we er met elkaar op letten dat de vragen korter zijn.Minister Sterk:Op het slachtofferdevice kom ik later nog terug. Ik denk dat het inderdaadbelangrijk is dat er meer uniformiteit komt. Ik snap de vraag van degemeentes. Je ziet nu best wel veel verschillen bij Veilig Thuis inverschillende regio’s. We zijn nu bezig om ervoor te zorgen dat er eenmeer gelijkvormige manier van werken ontstaat. Of je dat wettelijk moetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37923 verankeren of niet, weet ik niet. Het is nodig dat er meer gelijkewerkwijzen komen en daar werken we op dit moment al aan. Dat is dusniet iets dat pas in de actieagenda komt.De voorzitter:Ik zag eerst een vraag van mevrouw Coenradie. O, een vervolgvraag vanmevrouw Becker, excuses.Mevrouw Becker (VVD):Een opmerking om te voorkomen dat we er allemaal een interruptie aankwijt zijn: ik zou het fijn vinden als we dan ook kunnen horen wanneer wehet kunnen verwachten. Er staat bijvoorbeeld in het regeerakkoord dat ermoet worden herbezonnen op Veilig Thuis. Het is fijn te horen dat hetgebeurt, maar wanneer kunnen wij daarover informatie verwachten alsKamer?Minister Sterk:Ik heb nog een blokje Veilig Thuis. Ik stel voor dat ik dat eerst even afrond.Volgens mij zit daar het antwoord in. Als u dan nog niet tevreden bent,dan hoor ik het graag.De voorzitter:Ik denk dat het algehele verzoek is om, waar dat kan, onmiddellijk explicietaan te geven wanneer iets naar de Kamer komt en in welke vorm dat is.Dat zou fijn zijn.Mevrouw Coenradie (JA21):Voordat het nu een interruptie kost, ben ik even benieuwd of de vraaglater wordt beantwoord of dat ik hem heb gemist. Mijn vraag wasnamelijk ook of de Minister bereid is om te kijken naar de verruiming vanhet mandaatbesluit rond Veilig Thuis of andere soortgelijke instanties,bijvoorbeeld bij preventieve huisverboden. Ik vraag het omdat de Ministerbegon over Veiligheid Voorop. In het kader daarvan vroeg ik me af of dezevraag nog wordt beantwoord in dit blokje of op een ander moment.Minister Sterk:Ik heb zo veel vragen gehad in de eerste termijn dat ik niet durf te zeggenof die daarbij zit. We zullen het bekijken en dan ga ik ondertussen doormet de beantwoording.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb ook een vraag op dit punt. Ik heb ter voorbereiding op dezecommissie het actieplan 2018 tot 2021, Geweld hoort nergens thuis, erbijgepakt. Als je dat actieplan leest, zou je dat een-op-een kunnen vertalennaar de situatie van nu. Er staat in dat actieplan geen woord waar we hetmee oneens zouden zijn. Er staan allemaal goeie intenties in, allemaalgoeie zaken die gaan gebeuren, en jaren later denk ik: we zijn nog steedsop hetzelfde punt, zonder dat ik concreet weet wat de opbrengsten van ditactieplan zijn geweest. We zijn er later in een brief over geïnformeerd,enzovoort. Dat weet ik allemaal, maar mijn vraag aan de Minister is hoe zegaat zorgen dat er heel concrete keuzes worden gemaakt. Wat gaan wenou doen? Misschien ook: wat gaan we niet doen? Welk tijdpad hoort erbijen wat gaat het opleveren? Dat mis ik eerlijk gezegd wel in de veleactieplannen die we tot nu toe hebben gekregen over deze onderwerpen.Minister Sterk:Ik voelde deze vraag al een beetje aankomen. Ik snap heel goed dat u diestelt. Ik heb dat in de voorbereiding van dit debat eerlijk gezegd ook zogesteld. Ik wil er voor de zomer wat dieper op ingaan. Ik begrijp dat u zichafvraagt wat we nu echt gaan doen. Dat hoor ik bij veel meer mensen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37924 Tegelijkertijd zit ik hier net een maand. Ik ben bezig er grip op te krijgen. Ikheb net ook aangegeven dat ik mijn taak als coördinerend bewinds-persoon op dit onderwerp echt serieus neem. Ik wil u toezeggen dat udaar voor de zomer meer over hoort in de brief. Wat mij betreft vindt udaar dan vervolgens ook wat van.De heer Diederik van Dijk (SGP):Het is eigenlijk geen interruptie, maar een vraag over de blokjes. Het puntover geweld tegen vrouwen is genoemd. Het punt van mannenmishan-deling... Dat komt nog? Sorry, dan wacht ik graag.De voorzitter:Dat brengt ons volgens mij bij blokje twee.Minister Sterk:Dat klopt. Die vraag van de SGP vergeet ik niet zomaar. Daar kom ik graagop terug. Blokje twee gaat over toekomstscenario...De voorzitter:Excuses, we hebben nog een vraag van mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik moest net wachten tot het einde van het blokje. Nu zijn we bij het eindevan het blokje en dan gaan we toch weer door. In het verlengde van devragen die al zijn gesteld, wil ik het volgende zeggen. We krijgen weer eennieuw actieplan. Wat mij betreft hebben we geen nieuw actieplan nodig,maar gaan we in actie met het plan dat er al lag. Dat lijkt me veelhandiger; dan hoef je niet weer opnieuw te beginnen. Mijn vraag gaatspecifiek over de nationaal coördinator. Misschien kunt u er later nog opingaan; het maakt mij niet uit op welk moment. Dat hoor ik dan ook graag.Wat gaat de coördinator nu precies uitvoeren en hoe gaat u ervoor zorgendat het niet gewoon weer een extra praat- of overleglaag gaat worden?Het is allemaal weer leuk bedacht, en ik steun op zich wel dat het gaatgebeuren, maar er moet nu ook echt concreet iets uitgevoerd worden. Ikdenk dat iedereen hier aan deze tafel en ook daar op de publieke tribunedenkt: wat gaan we krijgen? Dat is volgens mij de voornaamste vraag.Minister Sterk:Ik ben blij om te horen dat ook mevrouw Van Meetelen onderschrijft dathet goed is dat de nationaal coördinator er komt. Natuurlijk mag het geenlege huls zijn. Het moet echt wel ergens toe leiden. Ik wil ook niet deindruk wekken dat we helemaal overnieuw gaan beginnen. Er loopt al heelveel; er gebeurt al heel veel. Ik hoor u ook allerlei voorbeelden noemenvan dingen die al lopen en gebeuren. Wat we ook met elkaar constaterenis dat er versnippering is. Volgens mij is het de taak van de nationaalcoördinator – ze heet ook niet voor niets... «Ze» of... De kans is natuurlijkgroot dat het een «ze» wordt. In ieder geval is het een coördinator, dieervoor zorgt dat het veel meer bij elkaar wordt gebracht. Dat betekent nietdat we nu ineens stoppen met de dingen die we doen. Het betekent weldat we ze misschien nog beter kunnen gaan doen. Dat is de opdracht dieze heeft. Op het moment dat wij de nationaal coördinator benoemen,hoort u dat als Kamer. Ik zeg toe dat ik in de brief dan ook nader zal ingaanop wat ze precies gaat doen, zodat het voor u als Kamer ook zwart-op-witte lezen is.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Ik weet niet of het volgende een verspreking is van de Minister. U zegt netdat de kans groot is dat het een «ze» wordt. Bent u beter geïnformeerddan wij? Of was het een verspreking toen u zei dat de kans groot is dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37925 een «ze» wordt? Dat triggert bij mij het een en ander, namelijk dat u meerweet dan ik.Minister Sterk:U begrijpt dat op dit moment de procedure loopt voor de benoeming vande nationaal coördinator. Ik word soms geïnformeerd over in welke fasedie zich bevindt. Zodra iemand als nationaal coördinator wordt benoemd,hoort de Kamer dat als eerste.De voorzitter:Ik denk dat dat wel degelijk het einde van blokje één was. Dat brengt onsbij blok twee: toekomstscenario en Filomena.Minister Sterk:Velen van u hebben met waarderende woorden gesproken over Filomena.Ik onderschrijf dat; ik ben er zelf geweest. Ik ben ook onder de indruk vande manier waarop zij vrouwen, en daarmee ook vaak kinderen, goedbegeleiden en ondersteunen in de zoektocht naar een veilige plek enverwerking van wat hen is overkomen. Ze hebben daarbij ook oog voor dedader, die er een belangrijke rol in speelt maar die zelf ook vaak eenprobleem heeft en een probleem is. Ik heb dus veel waardering en benonder de indruk van wat ik daar heb gezien.Filomena is een vorm van vrijwillige hulp en ondersteuning voorslachtoffers van ernstige vormen van huiselijk geweld en kindermishan-deling. Zij doen het vooral goed voor een hele specifieke groep, met namebij een hele ernstige vorm van huiselijk geweld en kindermishandeling.Dan doen ze hele goede dingen. Gemeenten hebben alle ruimte ominitiatieven als Filomena verder te ontwikkelen, passend bij hun regionalecontext.Het voorbeeld van mevrouw Van Brenk laat zien hoe het in Brabantgebeurt. Dat heet dan misschien niet «Filomena», maar het is wel eenmanier van werken die ook werkt. Ik heb naar aanleiding van mijn bezoekaan Filomena de vraag gesteld hoe het in de rest van het land gaat. Ik zieook regio’s waar gezegd wordt: hier werkt dit type aanbod niet. Eenregionaal inlooppunt zien ze in Drenthe bijvoorbeeld niet als een goedinstrument. Dat geldt ook voor Zeeland. Het is belangrijk om te kijken watde werkzame elementen zijn bij Filomena. Welke dingen werken daargoed? Hoe kunnen we die meenemen in de aanpak binnen andereregio’s? Daarin zie ik een rol voor mezelf weggelegd, bijvoorbeeld doordeze zaken mee te nemen in overleggen met gemeentes.We werken aan een toekomstscenario. We willen een regionaal veilig-heidsteam vormgeven. Daarin zitten nu functionaliteiten van Veilig Thuis,van GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming, maar ik wil zeker ookbekijken hoe we de elementen van Filomena daarin een plek kunnengeven, zodat wat goed werkt ook in andere regio’s kan gaan gebeuren.Ik heb nog iets overgehouden aan het bezoek. U heeft er zelf niet naargevraagd, maar ik noem het toch even. Bij Filomena is de mogelijkheidvoor gegevensuitwisseling soms een probleem. Ik wil laten onderzoekenwat we daaraan kunnen doen, want dat is iets wat op dit momentblokkeert.Er waren nog meer vragen over dat toekomstscenario en hoe Filomenazich tot dat toekomstscenario verhoudt. Dat was ook een vraag vanmevrouw Becker en van mevrouw Wiersma. Het verzoek is ook omhierover een brief te sturen, met de vraag hoe dat er daar dan uitziet enhoe we kunnen leren van de fouten of de bijna-fouten die zijn gemaakt.Het zijn best wel veel vragen. Het Toekomstscenario kind- en gezinsbe-scherming is er vooral op gericht om niet meer specifiek alleen naar eenkind te kijken, maar juist dat hele gezinssysteem mee te nemen. Want eenkind heeft soms problemen... Als er ergens kindermishandeling is, is erpotentieel de kans dat er een vrouw wordt mishandeld en andersom, ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37926 dat er misschien wel een man wordt mishandeld. Als er geweld in eengezin is, dan heeft dat invloed op het hele gezin en niet alleen specifiek opde kinderen die er zijn. Daarom is het belangrijk dat we vroegtijdig metalle organisaties kijken naar wat er nu precies speelt. Het is belangrijk datwe dan afstappen van het estafettemodel, wat ik net zei, waarbij we hetnetjes doorgeven aan de volgende post en dat die er opnieuw naar gaatkijken en opnieuw gaat kijken wat die persoon zou moeten doen.We willen veel meer toewerken naar een andere werkwijze en cultuur.Daarom zeg ik ook dat sommige dingen soms meer tijd vragen dan alleenmaar sec afspreken: we gaan het zo doen. We vragen ook om eenstructuurverandering met aanpassing van regelgeving voor een regionaalveiligheidsteam. Daarin – dat heb ik net al gezegd – nemen we ook meehoe Filomena een rol kan hebben in de kind- en gezinsbescherming. Wehebben juist ook in het kader van die toekomstscenario’s die proeftuinengedaan. Daar refereerde mevrouw Van Brenk geloof ik aan. We weten nual veel beter wat werkt in bepaalde regio’s. En dat willen we nu ook snelgaan opschalen. Dat hoeven we dan niet opnieuw uit te vinden. Datkunnen we gewoon uit gaan rollen. In 36 regio’s zijn ook al stappen gezet,met goede resultaten.In juni informeren de Staatssecretaris van JenV en ik u over de eersteacties die we gaan ondernemen met de VNG, de lokale teams, VeiligThuis, de GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming. Dat heb ik u in hetmondelinge vragenuur ook al toegezegd. Alleen bleek er toen watverwarring te ontstaan over dat ik – dat wil ik hier toch nog eventoelichten – voor de zomer al met een plan van aanpak voor Stadskanaalkom. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat we met actiepunten komendie voortkomen uit de toekomstscenario’s. De inspectie doet nuonderzoek naar Stadskanaal en ik weet nog helemaal niet wanneer dat isafgerond. Pas dan kunnen we gaan kijken wat we daarvan hebbengeleerd.Dat was dit blokje, voorzitter.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Dank aan de Minister voor haar toezegging dat ze kijkt naar hoe dewerkwijze van Filomena ook meegenomen kan worden in de toekomstsce-nario’s. Misschien kunnen we straks horen hoe we daar dan informatieover krijgen.De Minister triggerde mij toen ze begon over gegevensdeling. We hebbenhier op 22 september 2025, inmiddels bijna acht maanden geleden, eendebat gehad naar aanleiding van een initiatiefnota vanuit de Kamer. Daarhebben we al met elkaar een motie, toevallig van mijn hand, aangenomendie de regering verzoekt een inventarisatie te maken van privacywet-geving die momenteel gegevensuitwisseling ter voorkoming enbestraffing van femicide in de weg staat. De motie verzoekt de regeringom een voorstel te doen om dit aan te passen en de veiligheid vanvrouwen zo veel als mogelijk vóór privacy te laten gaan. Ik was evenbenieuwd of we ook kunnen checken waar deze inventarisatie staat. Danzouden we misschien al sneller stappen kunnen zetten.Minister Sterk:Ik ga proberen om dat te laten checken, zodat ik daar in de tweede termijnnog even op terug kan komen.De voorzitter:Voor wat betreft het eerste deel van de vraag van mevrouw Becker heeftde Minister, als ik het goed heb begrepen, eerder toegezegd dat in de briefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37927 die in juli komt ook ingegaan wordt op hoe Filomena deel is van hettoekomstscenario. Klopt dat beeld?Minister Sterk:Ja, dat kunnen we daarin meenemen.De voorzitter:Geen andere vragen van de Kamer? Dat brengt ons bij het derde blokje:Veilig Thuis.Minister Sterk:Ja, voorzitter. En ik hoop daarmee een aantal vragen af te kunnen vangendie net al naar aanleiding van het eerste blokje werden gesteld.Mevrouw Becker vraagt of ik kan aangeven hoe de herbezinning op VeiligThuis eruitziet. Ik zei net al dat er ook veel vragen zijn gesteld over VeiligThuis. Dat is terecht, denk ik, want er speelt heel veel. In mijn inleiding zeiik al dat de professionals daar heel hard werken, maar er wordt ook welheel veel van hen gevraagd. We zien dat het aantal adviesvragentoeneemt; dat is heel positief, denk ik. Het aantal meldingen neemt toe.Dat leg ik dan ook maar positief uit, omdat blijkbaar meer mensen dezeorganisatie weten te vinden. Maar dat betekent ook best wel dat er nu veeldruk ligt bij Veilig Thuis. We hebben onlangs bij de begroting ook nogaangenomen dat er een chatfunctie moet komen voor 24 uur per dag. Datmoet wel allemaal door mensen worden gedaan. Er zijn hoge verwach-tingen over Veilig Thuis, en terecht, want daar is het ook voor. Maar het isdenk ik wel goed om ons dat te realiseren.Ik heb net al het nodige gezegd over dat toekomstscenario. Onderdeel vandat toekomstscenario zijn die sterk lokale teams. Die willen we er eerderbij hebben. Dat betekent ook dat Veilig Thuis soms terug moet kunnenverwijzen naar een sterk lokaal team dat, als het echt om advies of eenhulpvraag gaat, dan ook op die veiligheid moet gaan acteren. Daarnaastligt er natuurlijk een verbinding naar die regionale veiligheidsteams, waarook Veilig Thuis een belangrijk onderdeel van moet zijn. Maar dat zijndingen voor de langere termijn, dingen waar we naar toe werken.U vroeg ook aan mij: wat gaan we nu doen? We zijn op dit moment heelhard bezig om bestaande problemen aan te pakken. Dat betekent dat wein ieder geval bezig zijn met het aanpakken van de wachtlijsten. Dat heeftook te maken met hoe het werk georganiseerd is. Ik weet zeker dat ik nogergens een vraag had waarin ik iets dieper hierop inging. Ik hoop daar zonog even op terug te komen. Ja, die zit hier, volgens mij.We zetten nu ook in op digitalisering, gebruik van AI waar dat kan. Dat kansoms juist zaken versnellen. We verbeteren ook de samenwerkingsaf-spraken met de netwerkorganisatie. We zijn ook heel druk bezig met hetwerven van nieuwe medewerkers. Nogmaals, er wordt veel van hengevraagd en ook daar is er arbeidskrapte. Veilig Thuis probeert ooksignalen eerder op te vangen door meer aanwezig te zijn op vindplekken,zoals scholen, huisartsenpraktijken en buurtcentra, zodat professionalsdirect ondersteund kunnen worden. We hebben opleidingsplekken voorvertrouwensartsen gerealiseerd en er is een gerichte wervingscampagnegevoerd. En we zijn bezig om de borging van de sociaal-medischeexpertise anders in te vullen. Afgelopen jaren is er een versterkinggeweest van de advies- en ondersteuningsfunctie om vroegtijdig hulp tekunnen bieden. Nogmaals, dat zien we wel terug in de cijfers. In die zin zieje wel dat de stappen die we zetten, leiden tot waar het voor is: meeradvies en melding. Tegelijkertijd zie ik dat we er nog niet zijn. Daaromhebben we acties op de korte, maar ook op de langere termijn.Dan ga ik weer even terug naar de vragen. Mevrouw Coenradie eneigenlijk ook mevrouw Wiersma vroegen hoe we nou die samenwerkingtussen de school en Veilig Thuis verbeteren. Ik herken die problematiek. Ikheb ook mensen gesproken die zeggen: «Als school zien we soms veel enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37928 geven we dat door, en dan lijkt het in een soort zwart gat te verdwijnen.Wij hebben nog steeds te maken met de ouders en met de kinderen en weweten soms niet zo goed wat we daar nou aan kunnen doen.» Er wordtnatuurlijk ook soms gemeld en daar hoort men niet altijd terug wat er danmee gebeurt. Ik wil verder verkennen hoe we dat kunnen verbeteren. Ikheb daar toevallig gisteren over gesproken met de voorzitter, denk ik, vanVeilig Thuis landelijk. In principe is Veilig Thuis verplicht om een terugkop-peling te geven aan de melder. Dan gaat het over een melding. Maar alser advies wordt gevraagd en er dus gehandeld wordt, dan is het ook fijnom een beetje te weten: waar staan we dan en hoe kunnen we daar alsonderwijs in helpen? Om een voorbeeld te noemen: kunnen we dit kindnu wel of niet aan die vader meegeven als het bij school wordtopgehaald? Ik wil dat graag gaan verkennen. Melders verwachten vaakook wel een inhoudelijke terugkoppeling, maar dat kan niet altijd. Dat ishet eerlijke verhaal. Maar goed, daar kom ik op terug en ik wil u toezeggendat... Ik weet niet of dat voor de zomer gaat lukken in die brief. Ik kijk evenopzij. Na de zomer komt er nog een brief over kindermishandeling. Daargaat het ook met name over, denk ik, als het over onderwijs gaat. Ik zeg utoe dat ik in die brief even nader op dit punt in zal gaan.De voorzitter:We wachten even tot het einde van het blokje voor we de vragen stellen.Minister Sterk:Mevrouw Becker had het over de verplichte meldcode, maar ik denk dat ubedoelt dat er een adviesplicht ligt; die staat namelijk in het coalitieak-koord. Dat vermoedde ik al. Wij zijn daar heel hard mee bezig. We zijn opdit moment al allerlei gesprekken aan het voeren met alle partijen diehierbij betrokken zijn over hoe ze dat voor zich zien. Dat levert in elk gevaleen heleboel waardevolle inzichten op, maar soms nog wel wat ingewik-keldheden. Ik ben nog niet zover dat ik kan zeggen: we gaan het op dezemanier doen. Ik zal in het najaar een uitgewerkte, of in ieder geval decontouren van die adviesplicht aan u voorleggen. Dan kunnen wedaarover wat mij betreft het gesprek hebben.Mevrouw Wiersma vroeg hoe we er nu voor gaan zorgen dat die 25 VeiligThuisorganisaties ook meer uniformiteit krijgen, en wat dat dan concreetvoor gezin en kinderen betekent. Welke minimale kwaliteitseisen gaangelden? Mevrouw Armut had het over de verschillen tussen die 25organisaties. De wettelijke basis voor Veilig Thuis ligt in de Wmo. Inprincipe zijn gemeentes daarvoor natuurlijk verantwoordelijk. Die basis isin principe voor alle 25 VT’s hetzelfde. Maar we zien wel grote regionaleverschillen; ik zei dat net al. Dat geldt zowel voor de organisatievorm –elke regio heeft het soms weer anders belegd – als voor de manierwaarop ze de taken uitvoeren. Dat maakt het lastig om te zorgen voor eensoort landelijke uniformiteit. Maar we kijken wel, ook in het kader van hethoudbaarheidsonderzoek Wmo, welke aanpassingen we kunnen doen ommeer gelijkvormige VT’s te krijgen, zodat je meer eenduidig hebt hoe dieVT’s nou acteren. Die willen we mogelijk wettelijk gaan vastleggen, zodatdie leiden tot een meer eenduidige lokale inrichting. Samen met hetlandelijk netwerk Veilig Thuis, de VNG, het Ministerie van JenV en deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd onderzoeken we hoe we dewettelijke basis van de VT’s kunnen aanpassen, welke kwaliteitseisendaarvoor nodig zijn en hoe we daarmee kunnen zorgen voor meeruniformiteit. We nemen daarin natuurlijk de lessen van de afgelopen tienjaar mee, want de VT’s bestaan dit jaar tien jaar. Ook in het toekomstsce-nario kijken we natuurlijk hoe we meer centrale waarborgen kunnenrealiseren, zonder dat daarmee de beleidsvrijheid van gemeenten wordtlosgelaten. Dat zeg ik er maar even bij, ook in de richting van de VNG.Mevrouw Van Meetelen vroeg of de signalen wel altijd worden gezien.Verdwijnt geweld niet nog steeds achter nette woorden en communicatie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37929 problemen? Wie grijpt in als de regio achterblijft? Ik zei net al dat het overterreur achter de voordeur gaat. Dat is natuurlijk gelijk het probleem. Heelveel zien we niet. Het is ergens natuurlijk ook een groot goed dat mensenniet zomaar bij iemand anders naar binnen kunnen komen. Ik denk dat wehet daar met elkaar snel over eens zijn. Soms zou je willen dat je het welkon. Dat betekent dus dat we signalen niet altijd goed zien. We weten vanfemicide inmiddels veel beter wat de rode vlaggen zijn. Ik denk dat erinmiddels al wel veel meer bewustwording in de samenleving is overwanneer je echt moet gaan nadenken of er grotere problemen zijn. Het isdenk ik heel belangrijk dat wij ook omstanders en professionals alerthouden op die signalen van die onveiligheid. In de meldcode wordt datook geregeld via de stappen die men moet doorlopen. We zijn ook bezigmet een publiekscampagne. Dit jaar zullen we weer een nieuwe publieks-campagne gaan draaien. Hoe herken je met name femicide en wat zijndaarbij de rode vlaggen? Maar dat geldt breder voor geweld tegenvrouwen, ook seksueel geweld. Omstanders en professionals kunnen ookbij Veilig Thuis terecht voor advies of het doen van een melding. Ik zei netal dat de regio’s en lokale organisaties op de korte termijn hard bezig zijnom die onderlinge samenwerking te verbeteren. We doen aan deskundig-heidsbevordering. Ja dat, mevrouw Van Meetelen.Dat was het einde van dit blokje.De voorzitter:Dank u wel. Ik zag vragen van in ieder geval mevrouw Coenradie,mevrouw Moinat, mevrouw Westerveld, meneer Van Duijvenvoorde enmevrouw Wiersma. Ik doe het eerst in deze volgorde. MevrouwCoenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Er zijn meerdere dingen geroepen en daar wil ik toch wel even iets overzeggen. In de introductie ging het volgens mij onder andere over VeiligThuis. We moeten hier als commissie zeker niet stellen dat alles mis is bijVeilig Thuis of bij alle medewerkers die werkzaam zijn bij Veilig Thuis ofbij de jeugdbescherming of bij welke stichting dan ook. Laat ik dat hierook even heel helder hebben. Maar ik vind in ieder geval wel, van alleswat ik te zien en te lezen krijg, dat het onvoldoende werkt. Dat is ook dereden dat ik eerder voor het volgende heb gepleit en opnieuw aan dezeMinister zou willen vragen: in hoeverre is het mogelijk dat een Veilig Thuisook onafhankelijk getoetst, geïnspecteerd en gecontroleerd wordt, en dusook inspectie op wat dan ook krijgt om in ieder geval verantwoording af teleggen en meer dan wat tot op heden gebeurt? Ik hoorde de Minister ookvragen stellen over het team dat dan ingezet kan worden. Ik heb daar eenconcreet voorstel over gedaan in mijn eigen spreektekst. Ik ben evenbenieuwd of dat dan nog komt.Dan laat ik het hier eventjes bij. Overigens nog even één opmerking. Debeleidsvrijheid van gemeenten – ik hoorde deze woorden terug in de tekstdie de Minister uitsprak – staat wel haaks op wat de VNG juist bij onsaangeeft. Die zeggen: we zoeken niet naar beleidsvrijheid, we zoeken juistnaar de landelijke regie, landelijke kaders. Sterker nog, iedereen in dit landvan gemeente tot aan instanties schreeuwt om landelijke regie enlandelijke financiering. Wanneer kunnen we dit van de Ministerverwachten? Ik wil gewoon geen langetermijnantwoorden of wollige taal.Wanneer kunnen we dit verwachten? Want anders is de Minister toondoofvoor wat er precies in het werkveld wordt gevraagd.Minister Sterk:Op die vraag over onafhankelijke toetsing wil ik graag in de tweedetermijn terugkomen.Dan over die beleidsvrijheid. Ik heb daarmee niet willen zeggen dat hetdus niet mogelijk is om meer landelijke kaders te stellen. Ik heb er alleenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37930 op gewezen dat dit in principe nu binnen de Wmo de verantwoorde-lijkheid is van de gemeentes. Ik hoor van gemeentes daar soms ookwisselende geluiden over. Soms zijn de gemeentes heel blij dat ze diebeleidsvrijheid hebben en willen ze die ook graag houden voor bepaaldeonderwerpen. Voor andere onderwerpen, als het ingewikkeld is, willen zegraag dat het Rijk daarin meer regie neemt. Dat doen we ook op ditmoment. Ik gaf net aan dat we die kaders aan het bekijken zijn en dat dateventueel kan leiden tot wettelijke aanpassingen. Maar ik ga niet nu alzeggen dat dat leidt tot wettelijke aanpassingen. Ik wil vooral graag metde VNG en met de andere partijen kijken wat er nou voor nodig is om derol van een VT meer eenduidig, goed scherp te krijgen. In die zin is VeiligThuis een beetje een spin in het web, ook een soort van regievoerder. Wemoeten dit goed verankeren. Wij zijn sowieso al breder, bijvoorbeeld voorde vrouwenopvang, met de gemeentes aan het kijken hoe we dievrouwenopvang beter kunnen regelen. Daar hebben we geld voorvrijgemaakt. Maar het geldt ook voor dit soort thema’s. Daar wordt op ditmoment aan gewerkt. Het heeft soms ook financiële consequenties. Datmoeten we goed met elkaar bekijken. Voor de zomer zal ik het overzichtgeven in die brief over huiselijk geweld.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Ik vind het niet fijn om dit te doen, maar ik heb het idee dat wij hier alsKamer op dit moment op een soort wachtlijst worden gezet. Volgens mijzijn er meerdere keren debatten gevoerd over deze onderwerpen. Als ik gaterugkijken – ik heb het net even teruggezocht in andere brieven – danhoor ik deze Minister eigenlijk hetzelfde zeggen. De samenwerking, jarenvan gesprekken, terugkoppelingen, rapporten voor de zomer komen weerop terug. Dit is al gedeeld. Het enige wat eigenlijk nieuw is, is deAI-functie die de Minister net noemde. Maar volgens mij is het in hetvorige debat, vorig jaar, hier ook al over gegaan. Eigenlijk hoor ik nu eensoort van dezelfde antwoorden terug en hoor ik: ik kom er voor de zomerop terug. Ik wil de Minister, via u voorzitter, het volgende vragen. Ik hoopdat er echt iets meer inhoud komt op alle vragen die wij gesteld hebben inplaats van dezelfde antwoorden en «ik kom er voor de zomer op terug».Want dit kan gewoon niet langer wachten. Ik hoop dat de Minister dat metmij eens is.Minister Sterk:Ik herken heel erg het gevoel van urgentie van mevrouw Moinat. Dat hebik zelf ook en ik zou willen dat we dat morgen allemaal hebben opgelost.Twee. Ik wil niet de indruk wekken dat er helemaal niets gebeurt. Ik vindhet ook niet terecht als u dat stelt, want er gebeurt veel op dit moment.Nogmaals, het toekomstscenario is een heel groot... Ik zie vaak dat deKamer de neiging heeft om soms wat pleisters te plakken, terwijl ik denkdat het gaat om een systeem dat onvoldoende functioneert. We zijn nubezig met dat toekomstscenario om er juist voor te zorgen dat datsysteem beter gaat functioneren. Dus als er meldingen zijn, als erproblemen zijn, als er hulpvragen zijn, dat we die met elkaar goedoppakken. Want we constateren keer op keer dat dat niet goed gaat. 8 julihebben wij een laatste overleg daarover. Ik heb u toegezegd dat ik dankom met welke actiepunten daaruit volgen en die we meteen gaanoppakken. Daar hebben we de afgelopen tijd hard aan gewerkt. Er zijnallemaal proeftuinen geweest. Mevrouw Van Brenk sprak er net ook over.Daar zijn dingen ontdekt die we met elkaar nu weer gaan opschalen. Dusik herken niet dat er helemaal niks gebeurt. Ik herken wél dat het eenontzettend ingewikkeld, complex probleem is dat ons allemaal eniedereen in Nederland raakt, omdat het in zijn vorm vaak zo gruwelijk is.Wij willen dat het gewoon wordt opgepakt. Daar wil ik mij echt heel sterkvoor maken, om maar even mijn achternaam te gebruiken. De nationaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37931 coördinator moet daar ook een belangrijke rol in gaan spelen. Ik zal u ookzo veel mogelijk informeren over de stappen die we daarin zetten.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Moinat.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Ik zeg niet dat er niks gebeurt. Maar ik weet wel dat er al heel veel zakenheel lang, al jaren lopen. Als we dan wederom zelf op een soort wachtlijstworden geplaatst, dan voelt dat voor mij alsof we weer in het oude zeergaan lopen van: het komt allemaal wel goed, maar we hebben tijd nodig.Ik weet niet hoe dat voor de rest van deze Kamer voelt. Volgens mij zijnwe hier al jaren mee bezig, voeren we hier al jaren debatten over. Datbetekent niet dat er niets gebeurt, maar er gebeurt mijns inziens veel enveel te weinig. Want nogmaals, de dingen die ik de Minister hoor zeggen,heb ik, behalve de AI-functie, al meerdere keren voorbij horen komen.Minister Sterk:Ik hoor niet echt een vraag, maar ik denk dat het ook goed en belangrijk isdat u mij als Minister scherp houdt op dit dossier. In die zin waardeer ik dewoorden die mij eigenlijk oproepen om aan het werk te gaan en te zorgendat er wat bereikt wordt. Ik hoor daarin vooral uw vraag terug.De voorzitter:Dat brengt ons bij mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ja, ook hierover. Ik hoor terechte woorden over het toekomstscenario enook over de samenwerking tussen scholen en Veilig Thuis. Maar exact dieantwoorden en exact die aandachtspunten hebben we met elkaargewisseld in het debat van 5 maart 2025 over het Vlaardingse pleeg-meisje. Ik heb het stenogram ook in de voorbereiding op dit debat gelezenen de brief die daarop volgde op 17 juni 2025 waarin allerlei verbeter-acties stonden. Dan hebben we het over verbeteracties met betrekking totde jeugdbescherming, pleegzorg en kinderbescherming. We hebben hetook over de meldcode gehad en over de rol van school. We hebben hettoen echt gehad over het dilemma dat scholen soms bellen naar VeiligThuis en vervolgens niet weten wat met die melding gedaan werd. Er istoen gezegd: daar gaan we achteraan. Ik lees dat in een rijtje metverbetermaatregelen. Dan is mijn vraag aan de Minister: als we dat danteruggekoppeld krijgen in het debat, maar ook in een brief, dan mogen weer als Kamer toch van uitgaan dat een verbeteractie ook in gang wordtgezet en dat we een jaar daarna in ieder geval weten wat de resultatenzijn?Minister Sterk:Dat lijkt mij een vraag die eigenlijk retorisch zou moeten zijn. Natuurlijkmoet u als Kamer goed geïnformeerd worden over zaken die we hier metelkaar hebben afgesproken. Ik vind het een beetje ingewikkeld om daar nuheel specifiek op in te gaan, omdat mevrouw Westerveld een vrij grotevraag stelt. Ik zat net even te zoeken, want we hebben wel degelijk naaraanleiding van Vlaardingen een heleboel acties opgepakt en er zijn eenheleboel dingen gebeurd. Ik heb ook een datum bij wanneer we datallemaal hebben gedaan en wanneer daar op korte termijn ook... Ik wil datgraag in de tweede termijn ook even benoemen. Ik merkte ook bij demondelinge vragen dat de indruk was dat er helemaal niets was gebeurd.Dat is gewoon niet het geval. Tegelijkertijd hebben we te maken met eenontzettend complexe problematiek die begint bij mensen die de foutedingen doen en vervolgens is er een systeem dat daar op dit momentonvoldoende op acteert. We werken er gewoon heel hard aan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37932 De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat niemand hier ontkent dat het een heel complex systeem isgeworden. Sterker nog, meerdere collega’s hebben dat in hun bijdragegenoemd. Ik denk ook dat iedereen hier ziet hoe ontzettend hard hulpver-leners aan het werk zijn. Daarom dringen we er ook elke keer op aan dater iets fundamenteels in het systeem moet veranderen, zodat de instantiesniet door het systeem langs elkaar heen werken in plaats van dat ze goedmet elkaar kunnen samenwerken. Die roep komt ook al heel lang uit hetveld zelf. Dus laten we ons met elkaar inzetten om ervoor te zorgen dathulpverleners en al die mensen die kinderen beschermen, hun werkkunnen doen. Mijn vraag aan de Minister is of ze de beloftes die zijngedaan in dat debat, maar ook in die brief van 17 juni 2025, eens op eenrijtje kan zetten in een brief en aan kan geven wat er dan precies gedaanis. Als ik bijvoorbeeld lees «verstevig de stem van het kind in de sector»,dan heb ik geen flauw benul wat er nu de afgelopen tijd is gedaan.Bijvoorbeeld: verbeteren samenwerking GI en pleegzorg door evaluatie...Nou ja, ik zal niet alles voorlezen. Verbeteren van de informatievoor-ziening bij rechtszittingen, verbeteren toezicht op voogdijkinderen. Het isallemaal beloofd; ik weet niet waar we staan. Ik zal dat heel graaguitgebreid ontvangen in een brief en ik denk dat we dat allemaal goedkunnen gebruiken.Minister Sterk:Ik begrijp die vraag heel goed en ik zeg toe dat we dat gaan doen.De voorzitter:Kunt u ook aangeven wanneer die brief komt?Minister Sterk:Ik zeg rond de zomer. Ik vermoed dat we het mee kunnen nemen in debrief rondom huiselijk geweld die voor de zomer komt. Maar ik wil er zelfook nog even goed naar kijken. Het zou ook kunnen zijn dat het niet lukten dat ik het dan na de zomer doe. Maar het zal kort na de zomer zijn. Isdat voldoende toezegging? Ik kijk even naar de voorzitter.De voorzitter:Ja. Ik kijk even naar het lijstje. De heer Van Dijk was eerst.De heer Diederik van Dijk (SGP):De Minister maakt gewag van het feit dat het aantal meldingen bij VeiligThuis stevig stijgt en in die zin noemt zij het positief dat het meldpuntblijkbaar goed wordt gevonden. Dat begrijp ik, maar niet als het gevolgveel handelingsverlegenheid bij de zorgprofessionals is. Ik kan me er allesbij voorstellen. Je weet niet goed wat je ermee moet doen, laat ik danmaar liever een melding doen, en er verandert natuurlijk eigenlijk verderniks. Wil de Minister daar misschien nog op reflecteren?Minister Sterk:Dat ben ik zeer met u eens. Daarom zei ik net ook voorzichtig dat meermeldingen natuurlijk meerdere gezichten hebben. Meer meldingen zijnfijn omdat mensen het kunnen vinden. Het geeft ook aan dat er veel leedis. We moeten dan vervolgens wel zorgen dat het niet alleen bij eenmelding blijft. Dat doen we met die toekomstscenario’s. We zorgen ervoordat die aanpak echt wordt verbeterd en dat we niet een soort estafette-model krijgen. We zien nu vaak dat dingen worden doorgegeven maarniemand uiteindelijk probleemeigenaar is en echt toewerkt naar eenoplossing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37933 Mevrouw Wiersma (BBB):Ik had eigenlijk dezelfde vragen als mevrouw Westerveld. Ik ben ook blijmet de toezegging van de Minister over die terugmeldplicht. Volgens mijis dat een hele belangrijke. We zullen dan rond de zomer zien wat voorstappen daarop gezet zijn.Maar ik had ook een andere vraag. Wanneer, met alle inzet die de Ministerzojuist benoemd heeft, verwacht de Minister dat de wettelijke termijnenniet meer structureel overschreden gaan worden? Ik heb het antwoorddaarop nog niet gehoord.Minister Sterk:Ik vind het moeilijk om daar een soort deadline aan te verbinden, maar ikwil er wel een kanttekening bij plaatsen. Ik proef bij de Kamer heel erg devraag om meer dingen te verplichten. Dat snap ik, want als je hetverplicht, dan denk je dat het ook gebeurt. We hebben die vijfdagen-termijn en dat is in principe een verplichting. Daar moet Veilig Thuis zichaan houden. Die termijn hebben we niet voor niets, want we willennatuurlijk dat als er echt iets acuuts aan de hand is er ook snel wordtingegrepen en het niet twee weken op de plank blijft liggen om daarnaeens te gaan kijken: wat zouden we kunnen doen. Gelukkig maakt VeiligThuis wel binnen 24 uur een inschatting. Is het echt acuut? Moeten we eracuut op ingrijpen of is er wel echt iets aan de hand, maar vraagt dat ookom er nog even nader naar te kijken?Ik hoor tegelijk van de Kamer ook vragen om samenwerking, om te zorgendat we meer eigenaarschap krijgen van wat er aan de hand is. Dat vraagtsoms ook tijd. Soms heb je dat in die vijf dagen nog niet helemaal goedop de rails. Daarom denk ik dat het soms voorkomt dat Veilig Thuis hetingewikkeld vindt om dat op tijd in beeld te krijgen. Ik zeg daarmee nietdat we van die wettelijke termijn af moeten. Dat wil ik hier niet zeggen. Ikwil wel aangeven dat het soms de complexiteit is van dit soort wettelijkeverplichtingen. Volgens mij moeten we vooral zorgen dat Veilig Thuisgoed acteert op de eerste 24 uur, en dat ze zo veel mogelijk zorgen dat zezich houden aan die vijf dagen van die wettelijke verplichting. U vraagtwanneer ik tevreden ben, wanneer het helemaal op orde is en wanneer determijn altijd wordt aangehouden. Ik vind het wel ingewikkeld om dat zote definiëren. Het is een wettelijke verplichting en in principe zijn ze eraangehouden. Soms kunnen er gevallen zijn waarin het beter is dat het netiets langer duurt, juist omdat je die samenwerking moet zoeken. Maar ditis iets wat ook meeloopt in de toekomstscenario’s.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Wiersma.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik heb er eigenlijk twee, maar ik begin met één vraag. Als het wettelijk isvastgelegd, wat is dan de consequentie als het structureel overschredenwordt?Minister Sterk:Uiteindelijk is dat vooral in eerste instantie aan de gemeentes, denk ik. Diezijn in eerste instantie verantwoordelijk voor Veilig Thuis en voor eengoed gesprek over wat er precies aan de hand is. Ik denk dat we op ditmoment ook aan het verkennen zijn bij Veilig Thuis... Er wordt op ditmoment heel veel van Veilig Thuis verwacht en daardoor is het ook zo datmen soms die vijfdagentermijn niet haalt. Wat zit daar precies achter? Watis de oorzaak dat ze soms die wettelijke termijn niet halen? Ik vind datgesprek veel vruchtbaarder dan te gaan dreigen met: we moeten gaaningrijpen of er moeten maatregelen worden getroffen. Volgens mijhebben we er op dit moment veel aan om ervoor te zorgen dat VeiligThuis, die volgens mij steeds meer uitgroeit tot een belangrijke plaats,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37934 waar kan maken wat we van hen verwachten. En dat doen we ook. Wegaan op zoek naar wat daar nog niet goed werkt. We zorgen ervoor dat ernieuwe mensen komen werken en dat professionals de weg ernaar wetente vinden waardoor ze ook dingen kunnen afvangen. Want als ze goedadvies krijgen, kan er ook veel meer terug in de keten worden opvangen.Ik vind dat zinvoller dan dat we boetes gaan uitdelen of zo – dat kan iktrouwens niet als Minister; dat is niet mijn verantwoordelijkheid – omdatze hun wettelijke verplichting niet nakomen.De voorzitter:Uw laatste interruptie.Mevrouw Wiersma (BBB):Ja. Ik zou willen dat we zo ook wat meer met de landbouw om zoudengaan, maar dat terzijde. Wettelijke termijnen zonder consequenties zijnnatuurlijk gewoon een soort wassen neus. Dat zegt dan echt helemaalniets.Mijn laatste vraag is echt een andere. De Minister maakte zojuist ook heelterecht het onderscheid tussen de acute situaties en de structureleonveiligheid. Zit in dat onderscheid niet ook het gevaar dat daarmeeernstige situaties juist ondersneeuwen, omdat structurele onveiligheidook in een kort tijdsbestek op kan spelen richting een acute situatie? Zietde Minister dat ook? En kan de Minister, als zij toch dat stelsel aan wilgaan pakken, dat dan ook meenemen?Minister Sterk:We schuren nu al een beetje tegen de kanten aan dat eigenlijk eenprofessioneel oordeel wordt gevraagd of structurele problematiek in eengezin soms ook kan opvlammen en tot een acute situatie kan leiden. Ikdenk dat dat inderdaad kan voorkomen. Volgens mij is het ook heel ergbelangrijk, en ik laat het graag aan professionals en niet aan mijzelf overom te beoordelen. Dat is volgens mij ook wat Veilig Thuis moet doensamen met andere professionals: wat is hier nu precies aan de hand?Daarvoor moet je dus breder kijken dan soms alleen het kind waar eenmelding over wordt gedaan. Hoe is de situatie in het gezin en wat zijn defactoren waardoor dingen toch misschien ineens heel snel uit de handkunnen lopen? Ik vind het moeilijk om daar nu zo een oordeel over tegeven. Want als je omkeert wat mevrouw Wiersma zegt, namelijk dat jealles gaat behandelen als een potentieel acuut geval, dan creëer jevolgens mij ook weer een nieuw probleem. Want hoe kun je nu allesmeteen binnen 24 uur afvangen? Een gezin is er soms ook helemaal nietmee geholpen, denk ik, als je het op deze manier zou doen. Ik begrijp uwzorg en tegelijkertijd vind ik het ook een ingewikkelde vraag om te moetenbeantwoorden.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik hoorde de Minister zojuist ook zeggen dat de Kamer pleisters aan hetplakken is. Dat is natuurlijk echt niet het geval. De Kamer is volgens mijjuist keihard die pleister eraf aan het rukken; het tegenovergestelde is dushet geval. Ik krijg er toch een klein beetje irritatie over, moet ik eerlijkzeggen. Ik heb tijdens het vragenuurtje ook aan u gevraagd hoe verant-woordelijk u zich nu hiervoor voelt. Daar heb ik toen geen antwoord opgekregen. Ik hoor elke keer een beetje verantwoording verleggen.Gemeentes die vragen om landelijke regie. Dan wordt weer gezegd dat zedat zelf... dat het bij de Wmo ligt. De moeders zijn uiteraard degenen diede misdaad plegen. Zij zijn uiteindelijk verantwoordelijk, op het momentdat ze zijn veroordeeld, moet ik er wel bij zeggen. Maar u bent verant-woordelijk; de Minister is verantwoordelijk. U bent verantwoordelijk voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37935 deze uitvoering. Maar ik – het is misschien niet eens een vraag – krijg echtirritatie van het verleggen van uw verantwoording. Dus ik vraag gewoonaan u...De voorzitter:Wilt u via de voorzitter spreken?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Via de voorzitter vraag ik aan u: hoe verantwoordelijk voelt u zich voor ditalles?De voorzitter:Via de voorzitter.Minister Sterk:Ik heb geprobeerd om in mijn inleiding al duidelijk te maken dat ik mijheel erg verantwoordelijk voel voor dit dossier. Ik ben coördinerendbewindspersoon; ik zie de urgentie. Die urgentie proef ik aan uw kant ook.Maar ik ben niet overal verantwoordelijk voor, omdat we het gewoon nietzo hebben georganiseerd in dit land. Ik denk dat het belangrijk is dat departijen die medeverantwoordelijkheid dragen voor de oplossing, zorgendat ze die verantwoordelijkheid oppakken of goed kunnen oppakken. Hetis mijn verantwoordelijkheid dat dat dan dus ook gebeurt. Daarom pak iksoms ook de regie meer over, zoals het nu gaat bij het onderzoek naarVeilig Thuis waarbij we meer kaders willen stellen. Dus ik voel me welverantwoordelijk, maar het is ook een feit dat ik niet alleen verantwoor-delijk ben. Er zijn meer partijen verantwoordelijk en met elkaar moeten wezorgen dat het beter gaat.De voorzitter:Dan heb ik zelf nog een vraag als woordvoerder. We hebben net evenafgestemd dat als ik aan het eind van een blokje een vraag stel, we danniet elke keer helemaal formeel het voorzitterschap overhevelen, want datwordt wel heel erg verwarrend. Ik zal wel heel expliciet maken wanneer ikde vraag vanuit mijn rol als woordvoerder stel. Bij dezen.De Minister geeft aan dat we heel wezenlijk naar het stelsel moeten kijken.En dat is terecht, want we hebben het nu zo versnipperd georganiseerddat niemand zich uiteindelijk nog verantwoordelijk voelt. Dat gaat tenkoste van de meest kwetsbare kinderen. Tezelfdertijd is er natuurlijk heelveel wat we nu al kunnen doen. We hebben een aantal maanden geleden,ongeveer Kamerbreed volgens mij, de motie Handle with Care aange-nomen. Die motie zegt: zorg nou dat ook Veilig Thuis en onderwijs metelkaar mogen communiceren. Dat vraagt één kleine wetswijziging in deWmo in artikel 4.1.1. Dat zijn volgens mij stappen die we nu al kunnenzetten voor zover dat nog niet het geval is.Minister Sterk:U had de vraag niet in de eerste termijn gesteld, dus daar was ik nu nietop voorbereid. Ik kom in de tweede termijn nog even terug op dat «handlewith care», op de vraag of die wetswijziging nu doorgevoerd gaat worden.De voorzitter:De vraag was meer een reflectie op... Allereerst is de vraag of diewetswijziging wordt doorgevoerd en binnen welke termijn. Maar ook dealgehele reflectie op... Kijk, we moeten natuurlijk wezenlijke keuzes gaanmaken en die moeten we ook heel snel gaan maken. Het is heel goed datvoor de zomer die brief al komt met hopelijk heel actiegericht wat we dangaan doen in dat toekomstscenario om daartoe te komen, maar daarnaastook de erkenning dat er ook heel veel is wat we nu al kunnen doen. Datvraagt geen lange tijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37936 Minister Sterk:Volgens mij ben ik het op beide punten met u eens. Ik denk dat we nietmoeten laten wat we nu al kunnen doen. En u noemt dat punt van«handle with care». Daar kom ik dadelijk in de tweede termijn even opterug, want dat weet ik niet zo specifiek. En er zijn ook dingen die watlanger de tijd gaan vragen, maar die we daarom ook vandaag moetenbeginnen.De voorzitter:Dank u wel. Dan neem ik nu mijn rol als voorzitter weer over. Vanuit dezevoorzittersrol zie ik een vraag van mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Het was geen vraag, maar eigenlijk meer een punt van orde. Ik vindeigenlijk wel dat u als voorzitter het voorzitterschap moet overhevelen. Uheeft mij twee keer aangesproken op het «via de voorzitter». U moet hetook doen. Dus, bij dezen.De voorzitter:Bij dezen akkoord. We zullen dadelijk op het moment dat ik een vraag wilstellen formeel het voorzitterschap overdragen.Als voorzitter: wij zijn volgens mij aangekomen bij het volgende blokje.Dat is blokje vier: Stadskanaal/kindermishandeling.Minister Sterk:Dat klopt. Dan begin ik met een vraag van de voorzitter, mevrouwSynhaeve. Hoe kan een kind twee keer worden mishandeld zonder in tegrijpen? Welke acties zijn ingezet? Ik heb vorige week ook al gezegd dathet natuurlijk afgrijselijk is wat er is gebeurd. Iedereen vraagt zich af: hoeheeft het nu weer kunnen gebeuren met in ons geheugen allerleiherinneringen aan eerdere gevallen die zijn misgegaan? Daarom is het,denk ik, toch belangrijk dat de inspectie daar nu grondig onderzoek naargaat doen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat kunnen we daarvanleren? Ik kan daar niet op vooruitlopen. U vraagt aan mij wat ik hier al vanheb geleerd? Ik denk dat het belangrijk is dat een onafhankelijke toezicht-houder dat op dit moment doet. Ik heb u wel gezegd dat ik binnenkort inStadskanaal ga praten met mensen die er natuurlijk allemaal stuk van zijndat dit in hun gemeenschap heeft kunnen gebeuren. Ik zeg u toe dat zodrade inspectie haar onderzoek heeft afgerond, ik zal zorgen dat het bij uwKamer terechtkomt. De inspectie zal het u zelf ook laten weten, denk ik.Dan kom ik op de vraag van mevrouw Moinat of ik bereid ben om teonderzoeken hoe instanties en medewerkers daadwerkelijk strafrechtelijkkunnen worden vervolgd. Volgens mij is het vooralsnog de taak van deinspectie om te kijken wat er precies is gebeurd. Op basis daarvan moetenwe dan kijken wat er nodig is en of er inderdaad zaken zijn die ook omstrafrechtelijk vervolging zouden vragen. Ik vind het echt veel te vroeg omdaar nu op vooruit te lopen.De voorzitter:Ik kijk even naar de Kamer. Even een punt van orde. Ik zie bij een aantalKamerleden het verzoek om niet tot het einde van het blokje te wachtenom een vraag te stellen, maar om dat onmiddellijk te doen. Ik denk, methet oog op de tijd, dat daar ruimte voor moet zijn. Iedereen akkoord? Ja?Dan gaan we nu de vragen niet aan het eind van het blokje stellen. Hetmag nog steeds; u mag tot het einde van het blokje wachten, maar u magook tussendoor een vraag stellen. In dat kader is er volgens mij een vraagvan mevrouw Moinat; dat is dan ook uw laatste vraag.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37937 Ik zal het kort houden. Ik had eigenlijk een volmondig «ja» verwacht. Alswe terug gaan kijken naar het Vlaardingse pleegmeisje, dan is dat ook nietgebeurd namelijk. Ik had inmiddels wel verwacht dat wij als Kamer en alskabinet de conclusie hadden kunnen trekken dat we de instanties eninderdaad de medewerkers die zo ernstig falen in dit soort casussen, welstrafrechtelijk kunnen vervolgen. Ik had echt gehoopt dat dit afgestemdwas en dat we tot de conclusie waren gekomen dat we inmiddels deze«ja» hadden kunnen wisselen met elkaar. En dat ik had kunnen zeggen: ikben helemaal blij met uw antwoord; ik vind dit heel fijn. Maar om nu weereen «nee» te horen, daar vind ik met alle respect echt wat van.Minister Sterk:Ik hoor hier vooral een oordeel en eigenlijk geen vraag. En ik herken mijniet in het oordeel dat mevrouw Moinat uitspreekt.De voorzitter:Mevrouw Coenradie, uw eerste interruptie.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik heb daar wel moeite mee. We hebben een inspectierapport gehad. Datis inderdaad een uitgebreid inspectierapport geweest. Naar aanleidingdaarvan is er door het OM besloten om een medewerker specifiek niet tevervolgen. Je ziet wel dat er instanties, medewerkers, steevastwegkomen, dat er wettelijke termijnen worden overschreden, dat mensenhun werk niet doen of echt ernstig nalatig zijn, en vervolgens nietvervolgd worden. Daar zit gewoon ontzettend veel pijn, in ieder geval indeze Kamer. Dat wordt echt heel erg breed gedeeld. Natuurlijk snappenwe dat we niet vooruit kunnen lopen op een inspectierapport dat er nogmoet komen. Maar het zou zo prettig zijn als we wat meer bewegingvoelen: ja, wij vinden vanuit het ministerie ook dat deze mensen vervolgdzouden moeten worden of dat er op z’n minst consequenties aanverbonden moeten worden, of dat we met het OM in gesprek gaan om tekijken wat we kunnen doen. Maar nu kunnen mensen dus gewoon tenkoste van kinderen, of in het geval van geweld tegen vrouwen en geweldtegen mannen, ontzettend nalatig zijn, zonder enige consequentie. Ik hebdaar heel veel moeite mee. Als we door rood rijden, krijgen we ook eenboete. Bij dit soort gevallen wil ik ook consequenties zien.Minister Sterk:Ik ben het helemaal met mevrouw Coenradie eens dat mensen als ze doorrood rijden een boete moeten krijgen. Dus als straks uit onderzoek blijktdat mensen, in symbolische zin, door rood zijn gereden, dan moeten zewat mij betreft ook een boete krijgen. Alleen vraagt u van mij om nu al tezeggen dat we dat gaan doen. Ik vind dat echt te vroeg. We hebben nietvoor niets een onafhankelijke inspectie hier in ons land die het onderzoekmoet doen en die erop moet toezien dat iedereen heeft gedaan wat iemoest doen. Volgens mij hebben we dan een moment, als we dieconclusies hebben, om te kijken wat er nodig is. En dan wil ik er graag eengesprek met u over hebben. Ik ga nu niet toezeggen dat we dat gaandoen, want ik weet helemaal nog niet precies waar het systeem preciesheeft gefaald. Of het in het systeem zit of dat er menselijke fouten zijngemaakt en of die vervolgens ook aan te rekenen zijn. Nogmaals, als hetwel zo is en iemand moedwillig door rood rijdt, dan hoort die een boete tekrijgen. En dat geldt ook, in meer symbolische zin, in dit geval.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik vraag niet – dat geef ik ook heel duidelijk in mijn vraagstelling aan – omvooruit te lopen op een inspectierapport dat nog moet komen. Wat ik inhet algemeen vraag is hoe we omgaan met hulpverleners die ernstigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37938 nalatig zijn geweest. Hoe gaan we daarmee om? Hoe gaan we om meternstig nalatige medewerkers en/of hulpinstanties?Minister Sterk:Als er inderdaad verwijtbare nalatigheid is, dan hebben we volgens mijeen rechtssysteem waarin mensen daarop dan kunnen worden aange-sproken en mogelijk strafrechtelijk vervolgd. In die zin zijn het ook eensoort gescheiden machten. Het is, denk ik, niet aan mij om te zeggen datmensen vervolgd zouden moeten worden. Daar hebben we het OM voor;die kan dit soort dingen beoordelen. Ik vind dat er een consequentie aanmoet zitten als mensen echt moedwillig nalatig dingen niet hebbengedaan. Ik denk dat u dat ook zo ziet. Volgens mij zit ik niet op de stoel omvervolgens te zeggen dat mensen moeten worden vervolgd. Volgens mijis dat iets wat uiteindelijk ook bij het OM hoort en die moet dat beoor-delen. Ik vind het een wat ingewikkelde vraag, hoewel ik heel goed begrijpdat voor mensen die dit soort vreselijke dingen doen en dat haddenkunnen voorkomen en dat moedwillig niet hebben gedaan, dat nietzonder consequenties kan blijven.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik geloof dat de Minister wel snapt dat er hier bij Kamerleden watfrustratie zit, omdat we zien dat er misstanden zijn in de zorg en dat datnagenoeg geen consequenties heeft. Toen ik recent vragen stelde overeen verzorgingshuis waar mensen liever het raam uitsprongen, is er voorhet eerst, naar wat ik gemerkt heb, ingegrepen en is het gesloten, ook alduurde dat nog heel lang. Dat is zeldzaam. De inspectie is vooral gerichtop verbetering. We zien hier regelmatig de naam van de William SchrikkerStichting voorbijkomen. Ik weet dat de werkdruk ontzettend hoog is en datde belasting van medewerkers groot is. Maar het is wel de verantwoorde-lijkheid van die organisatie dat mensen goed hun werk kunnen doen endat ze goed begeleid worden. Wanneer en welke mogelijkheden heeft deinspectie om echt een keertje daadwerkelijk in te grijpen? Ik denk dat deinspectie wat dat betreft daar ook wat daadkrachtiger mag optreden. Ikweet niet welke mogelijkheden de Minister daarvoor ziet.Minister Sterk:In zijn algemeenheid is de IGJ er natuurlijk niet op gericht om instellingente sluiten. Zij wil vooral zorgen dat mensen goede zorg krijgen. Zij moetals instrument worden ingezet om te zorgen dat de zorg goed genoeg is.Dat kan ertoe leiden dat een instelling wordt gesloten en het is ook goedals dat dan gebeurt. U vroeg specifiek wat ik kan doen om de IGJ daartoeaan te zetten. Ik spreek regelmatig met de inspecteur-generaal – dit heb ikafgelopen week ook weer gedaan – maar zij blijft een onafhankelijketoezichtinstelling. Dit hebben we zo met elkaar afgesproken. Dit is ookgoed, want ik moet daarop geen invloed hebben. Verder is ook nog sprakevan tuchtrecht tussen de zorginstellingen. Ik kom daar straks nog op terugmet een specifieker antwoord op uw vraag.De voorzitter:Even in algemene zin. We zijn volgens mij halverwege de beantwoordingvan de blokjes. Op deze manier gaan we het niet halen voor 14.00 uur. Ikverzoek u allen kort en bondig te spreken waar dit kan. De Ministervervolgt met blokje vier.Minister Sterk:Ik zal ook mijn best doen om dat te doen. Mevrouw Armut schetste dat bijernstige kindermishandeling patronen vaak al langer zichtbaar zijn envraagt wat er dan gebeurt met de structurele onveiligheid, die misschienniet acuut lijkt maar wel kan escaleren. Hierover heb ik net al wat gezegdin relatie tot de vraag van mevrouw Wiersma. Wat we in ieder gevalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37939 proberen te doen, is de sterke lokale teams een veel belangrijkere rolgeven, ook op het punt van veiligheid. Iemand kan aan een gezin wordenverbonden en gaan volgen hoe het met dit gezin gaat. Als bekend is dat ersprake is van structurele onveiligheid, zal iemand naast dat gezin gaanstaan om te kijken hoe dat zich ontwikkelt, naast natuurlijk het aanbiedenvan hulp en ondersteuning. Inderdaad heb je soms meerdere meldingennodig om de patronen te kunnen herkennen. Daarom is het belangrijk datVeilig Thuis meldingen over langere tijd aan elkaar gaat koppelen zodatwe die patronen zichtbaar kunnen maken. Er komt dus echt een belang-rijke taak voor die sterke lokale teams om juist die structurele onveiligheidin beeld te houden.Mevrouw Coenradie had het over een forensisch pedagoog. Ik heb hetnagevraagd, maar wij kennen dat begrip niet. Veilig Thuis kan altijd adviesvragen bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling over letselof, als dit nodig is, aanvullend onderzoek inzetten. Dat kan door eenforensisch arts. Ik weet niet of u dat precies bedoelt, maar wij konden hetbegrip «forensisch pedagoog» niet helemaal duiden.Mevrouw Coenradie (JA21):Daar zit natuurlijk precies de kern van het probleem. Omdat we het niethebben, doen we het niet, terwijl uit een rondvraag in het werkveld blijktdat daar behoefte aan is. Een forensisch pedagoog is dus iemand die zorgen veiligheid combineert. Mijn specifieke vraag is of dit een soortrodevlagprotocol is, wat betekent dat als een kind zelf belt of er zichtbaarletsel is waarmee een kind naar school gaat, er binnen 48 uur automatischeen fysieke beoordeling plaatsvindt door zo’n forensisch pedagoog, diegelijk al verder kan kijken en kan beoordelen of sprake is van eenstrafrechtelijke zaak. En die dit doet zonder toestemming van ouders ofvoogd, want dat is vaak de belemmering die er nog voor zit.Minister Sterk:Ik vind uw suggestie heel interessant. Ik stel voor dat we dat naderbekijken en dat ik erop terugkom. Het is inderdaad een interessantegedachte.Mevrouw Synhaeve heeft een vraag gesteld over psychische hulp voorkinderen in de vrouwenopvang. Dat probleem herken ik. Vaak ligt de focusop de vrouwen en wat minder op de kinderen. Daar zijn inmiddels welbetere afspraken over gemaakt. Met VNG zijn we nog steeds bezig om datverder te verbeteren zodat kinderen passende hulp krijgen. Zij mogen niethet onderspit delven in de vrouwenopvang, waarin in eerste instantievaak de vrouw op de voorgrond komt. We herkennen dat er knelpuntenzijn in die samenwerking. In de voortgangsbrief Jeugd, die u voor dezomer zult ontvangen, wil ik u nader informeren over waartoe we zijngekomen en welke afspraken er zijn gemaakt.De voorzitter:Ik draag het voorzitterschap over aan mevrouw Coenradie zodat ik vanuitmijn rol als Kamerlid hierover een vraag kan stellen.Voorzitter: CoenradieDe voorzitter:Zeker. Ik geef het woord aan mevrouw Synhaeve.Mevrouw Synhaeve (D66):Twee jaar geleden heb ik in de Kamer aandacht gevraagd voor demedische zorg voor vrouwen en kinderen in de vrouwenopvang. Wewisten dat ze daar in de praktijk geen gebruik van maken – ze hebben daarwel recht op – omdat hun partner of ex-partner via de zorgverzekering konachterhalen waar iemand in het land geplaatst is. De toenmaligeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37940 Staatssecretaris heeft laten zien dat het binnen twee maanden konworden opgelost. Het zou heel mooi zijn als in de brief niet alleen eenbeschrijving van de oplossing komt, maar dat we ook laten zien dat wedat snel kunnen regelen met elkaar. Het gaat om meer dan 6.000 kinderenper jaar.Minister Sterk:Ja, daar ga ik mijn best voor doen.Mevrouw Coenradie (JA21):Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Synhaeve in haar rol alsvoorzitter.Voorzitter: SynhaeveDe voorzitter:Deze voorzitter geeft hierbij opnieuw het woord aan de Minister voor eenvervolg van de beantwoording van de vragen.Minister Sterk:Dan ga ik het Kamerlid Synhaeve bij dezen beantwoorden. Ze heeftgevraagd of ik cijfers heb over de kindcheck bij de volwassenen-ggz enhoe ik ervoor zorg dat het niet alleen een papieren werkelijkheid is. Veelggz-instellingen hebben de kindcheck in hun beleid verankerd in demeldcode. De inspectie houdt daar toezicht op. Er zijn verschillendehandreikingen en e-learnings over opgesteld. De Nederlandse ggz isgelukkig ook als partner betrokken bij de Hervormingsagenda Jeugd,maar ook bij het toekomstscenario. Verder is er periodiek overleg met deggz over het versterken van de gezinsgerichte samenwerking waarbij dekindcheck een belangrijk onderdeel is. Ik zal in ieder geval naar aanleidingvan deze vraag dit nog even specifiek als thema op de agenda van datoverleg zetten.De voorzitter:Dan wil ik graag nogmaals het voorzitterschap overdragen aan mevrouwCoenradie, als zij het daarmee eens is.Voorzitter: CoenradieDe voorzitter:Zeker. Ik geef het woord aan mevrouw Synhaeve.Mevrouw Synhaeve (D66):Heel fijn en dank dat dat opnieuw op de agenda komt. We hebben bestveel geïnvesteerd in die meldcode, en met name hebben we die kindcheckonder de aandacht van zorgprofessionals gebracht. Het lijkt wel weer eenbeetje te zijn weggezakt. Volgens mij is de conclusie uit het veld ook of ditniet veel meer verankerd moet worden in de vorm van een aandachts-functionaris, die echt de verantwoordelijkheid heeft om te zorgen dat heton top of mind van mensen blijft. Mijn vraag aan de Minister zou zijn: alsde Minister erop terugkomt in de brief, zou zij daarbij specifiek stil willenstaan bij de rol van een eventuele aandachtsfunctionaris op dit onderdeel?Minister Sterk:Dat zeg ik toe aan het Kamerlid Synhaeve.De voorzitter:Ik geef weer het woord terug aan de voorzitter, mevrouw Synhaeve.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37941 Voorzitter: SynhaeveDe voorzitter:Ja. Dan gaan we verder met de beantwoording van de vragen door deMinister.Minister Sterk:Ik kom bij de vraag van mevrouw Westerveld over de motie over deexpertise bij het LECK. De motie vraagt of de expertise van het LECK bijletselduiding breed beschikbaar is, dus ook voor niet-medisch professi-onals. Zoals mijn voorganger bij de appreciatie van deze motie al heeftaangegeven, is het LECK primair bedoeld voor medisch specialisten dietwijfels hebben of het letsel of afwijkingen kunnen duiden op mogelijkekindermishandeling. Dit heeft het LECK zelf ook aangegeven. Voor andereprofessionals is het van belang om de stappen van de meldcode te volgenen bij onduidelijkheid contact op te nemen met Veilig Thuis voor advies ofmelding. De vertrouwensarts van Veilig Thuis kan het LECK benaderen. Ikzeg toe dat ik voor de zomer daarop nader zal ingaan. Het uitvoeren vaneen top-teenonderzoek is geen onderdeel van het advies van het LECK.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat de Minister een andere motie voor zich heeft. Ik had het overeen motie die wij samen met het CDA hebben ingediend. De Ministerhaalt hier een andere motie aan. Het is de motie-Krul/Westerveld, waarinwordt gevraagd om in overleg te gaan met het LECK – het LandelijkExpertise Centrum Kindermishandeling – en andere betrokkenen om teverkennen hoe hun expertise geborgd kan worden bij instanties diebetrokken zijn bij de zorg en bescherming van kinderen. Die motie is vorigjaar op 5 maart ingediend en met een ruime meerderheid aangenomen. Ikvraag dit omdat wij weten dat het aantal adviesaanvragen bij het LECKaan het stijgen is. We hebben contact met hen gezocht om meer te wetente komen, ook in relatie tot dit debat, en tot mijn grote verbazing bleek uitdat contact dat het LECK niet wist van het bestaan en het aannemen vandeze motie. Dit riep bij mij de vraag op of de motie dan niet is uitgevoerd.Dit zeg ik even als toelichting. Ik hoop dat de Minister straks in tweedetermijn hierop kan terugkomen.Minister Sterk:Ik kan me uw verbazing voorstellen, als dit het geval is. Het lijkt me goeddat ik ernaar kijk. Als dit niet in tweede termijn lukt, kom ik er in een briefop terug.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Sterk:Ik heb nog een vraag in dit blokje. Mevrouw Moinat vroeg hoe het kan dater in de jeugdzorg exorbitante bedragen rondgaan en dat er blijkbaar nogaltijd geld beschikbaar is voor managementlagen en bureaucratie. Het isvan belang dat jeugdigen en gezinnen de hulp en ondersteuning krijgendie ze nodig hebben, zeker als hun veiligheid in het geding is. Het grootstedeel van de middelen voor de jeugdzorg zit in de algemene uitkering vanhet gemeentefonds. Die middelen zijn voor gemeentes in principe beleids-en bestedingsvrij. Ik heb wel met gemeentes en andere partners in deHervormingsagenda Jeugd afspraken gemaakt die ertoe moeten leidendat de zorg beschikbaar is, onder andere door standaardisatie van decoördinatiekosten en het terugdringen van de administratieve lasten. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37942 ben het met u eens dat je niet wilt dat het geld blijft hangen bij allerleibestuurders of mensen die toezicht houden, maar dat het naar dekinderen gaat en naar degenen die de hulp moeten geven. Dat is wat ikhierop kan zeggen.Dan ga ik door naar het blokje juridische interventies. Allereerst gaat hetover het slachtofferdevice. Mevrouw Becker heeft hiernaar gevraagd. Hetslachtoffer draagt het slachtofferdevice bij zich en dit is altijd gekoppeldaan elektronische monitoring van een verdachte of een veroordeelde.Mevrouw Becker weet dit ongetwijfeld. De medewerking van eenverdachte of een veroordeelde aan het slachtofferdevice moet in eenbijzondere voorwaarde worden beschreven. Die voorwaarde wordtopgelegd door de rechter of door de DJI in het kader van de detentiefa-sering. De maximale termijn is gekoppeld aan de duur van het opgelegdereclasseringstoezicht. Dit kan ook langer dan een jaar zijn. Ik begrijp nietgoed wat u bedoelt met uw uitspraak dat dit maximaal een jaar kan zijn.Met een landelijk project zetten we nu gefaseerd in op landelijke inzet vanhet slachtofferdevice in 2027.Mevrouw Becker (VVD):Dit is een belangrijk punt. Ik ben blij dat er aan die landelijke uitrol wordtgewerkt, want eerder was het antwoord nog dat het niet kan. Het is duswinst dat het kabinet nu zegt het eens te zijn met de Kamer dat hetlandelijk uitgerold moet worden. Ik zou hopen dat we iets kunnenversnellen, zodat we dit al begin 2027 op orde hebben. Ik weet dat develdpartijen hieraan heel graag willen bijdragen. Het device wordt nuingezet als onderdeel van een reclasseringstraject. Dit betekent dat er aliets ernstigs aan de hand moet zijn, er al een strafbaar feit is gepleegd, depleger al in een reclasseringstraject zit en de rechter dan kan opleggen datdit een jaar of langer dan een jaar mag duren. Het verzoek dat ik vandaagdoe is om dit instrument ook meer preventief te gaan inzetten. Hulpver-lening moet daarvoor gaan kijken wat er nodig is. Dit kan dan langer daneen jaar zijn, ook los van een reclasseringstraject. Het gaat om meermaatwerk aan de voorkant, zodat het device ervoor zorgt dat er geenslachtoffers vallen en het slachtoffer daadwerkelijk beschermd wordtvoordat het zover komt.Minister Sterk:Ik denk dat ik hierover ook even overleg moet hebben met mijn collega bijJustitie en Veiligheid. Ik snap de logica van het verzoek. Ik kom daaropterug, maar wil dit eerst even afstemmen.De voorzitter:En wanneer kunt u dat doen?Minister Sterk:Ik hoop in de brief voor de zomer.De voorzitter:In de brief voor de zomer.Minister Sterk:Mevrouw Coenradie had een vraag over ruimte voor globale controles inwoningen en voor het uitvoeren van onaangekondigde controles inhoogrisicozaken. Die ruimte om onaangekondigde controles te doen bijhoogrisicozaken is er al. Voor Veilig Thuis geldt in een vrijwillig kader datzij in de basis werkt vanuit vrijwilligheid. Als Veilig Thuis niet kanbinnenkomen in een huishouden, is dat reden om op te schalen naar deRaad voor de Kinderbescherming. Wanneer er sprake is van eengedwongen kader, bijvoorbeeld omdat door de rechter een ondertoezicht-stelling is uitgesproken, is de GI verantwoordelijk om ervoor te zorgen datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37943 het kind veilig kan opgroeien. Dit kan zowel thuis als in een pleeggezinzijn. De GI heeft reeds de mogelijkheid om onaangekondigd controles uitte voeren. U heeft het ook nog over de Raad voor de Kinderbescherminggehad. Ook die kan onaangekondigd op huisbezoek gaan. Volgens mijvraagt u naar iets wat al mogelijk is. Ik begrijp niet zo goed wat deachtergrond van uw vraag is waardoor u denkt dat dit niet zou kunnen.De voorzitter:Ik begrijp dat nu weer vragen de andere kant op gesteld worden. Dat gaatniet werken en we zitten bij een aantal Kamerleden al echt aan hetmaximumaantal interrupties. Ik wil ons daar ook aan houden. Er zijn ookheel wat antwoorden op vragen doorgeschoven naar de tweede termijn.Ik ga geen extra interrupties toestaan, al voel ik aan deze kant wel dat diebehoefte er is. Dat gaan we nu niet doen. De Minister.Minister Sterk:Er was een vraag over afkoelhuizen voor plegers, beschermingsbevelen,huisverboden en preventieve maatregelen. De vraag sluit aan bij waar weal mee bezig zijn, want ik vind het van belang dat we snel kunneningrijpen als er sprake is van onveiligheid. Hierin trek ik op met deMinister van Justitie en Veiligheid, want die heb ik daarvoor echt nodig.Een van de zaken waaraan we nu hard werken, is de verbetering van deinzet van het tijdelijk huisverbod zodat burgemeesters beter in staatworden gesteld om plegers op basis van onderbouwde signalen uit huiste kunnen plaatsen. Dit gaat niet alleen om acute crisissituaties, maar ookom signalen van structurele onveiligheid. Daarbij wordt ook gekeken naarverplichte hulpverlening voor plegers, waaronder een opvanglocatieelders en elektronische monitoring. Ik vermoed dat u met «afkoelhuizen»de opvanglocatie elders bedoelt.Ik ben bijna aan het einde van dit blokje. Het CDA stelde een vraag overcombizittingen. Het doel is om straf- en civiele zaken met elkaar tecombineren. Dat doel zetten we centraal in het verbetertraject, dat eindvorig jaar is gestart. We willen die beter met elkaar verbinden. In devoortgangsbrief Geweld tegen vrouwen – dat is de brief over huiselijkgeweld die voor de zomer komt – wordt u verder geïnformeerd over devoortgang daarvan.Mevrouw Van Meetelen heeft een vraag gesteld die ik niet goed kanplaatsen. Ze vroeg wanneer dit systeem harder wordt dan de dader. Ikdenk dat u bedoelde te vragen wanneer wij harder kunnen ingrijpen danwat de dader zelf kan doen. Ik denk dat het gesprek dat we hier hebbengevoerd daar de hele tijd over gaat. Ik wil het daarbij laten.De voorzitter:Dat brengt ons bij het volgende blok. Dat is blokje zes: specifieke aanpak.Minister Sterk:Dat klopt. Ik heb nog twee blokjes. De eerste vraag is er een van mevrouwArmut. Hoe kunnen we voorkomen dat slachtoffers herhaaldelijk hunverhaal moeten vertellen? Het is heel verschrikkelijk als je dat elke keermoet doen. We werken daaraan. Dat is trouwens ook iets wat Filomenaheel goed doet, want die haalt weg dat het niet ook op andere momentenwordt gevraagd. Ik probeer het allemaal wat korter te beantwoorden,maar dat is nog best wel ingewikkeld als er zo veel tekst staat. We kijkennaar de verbetering van het eerste contact en het daarin betrekken van zoveel mogelijk netwerkpartners. Hierdoor kan het estafettemodel wordenvermeden, wat betekent dat iets wordt doorgegeven en dat iemand weerhet verhaal moet vertellen. Dit is ten eerste heel pijnlijk voor de slacht-offers, maar ten tweede helpt het niet bij de snelheid van de afhandeling.Mevrouw Moinat heeft een vraag gesteld over de aanpak van eergerela-teerd geweld. Hoe zorgen we ervoor dat de geweldspatronen daadwer-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37944 kelijk worden aangepakt? Er wordt met verschillende maatregelen ingezetop het voorkomen van dat geweld. We werken met sleutelpersonen bij devoorlichting en bij de toeleiding naar hulp binnen gemeenschappen.Sociale Zaken financiert een pilot gericht op potentiële plegers vaneergerelateerd geweld. Het is belangrijk dat we de signalen tijdigherkennen. Dat is best heel ingewikkeld bij eergerelateerd geweld. Het isvan belang dat professionals de signalen kunnen herkennen. Er is eenspecifiek stappenplan van de meldcode bij vermoedens van eergerela-teerd geweld, waarbij veiligheid en vroegtijdige consultatie centraal staan.U weet dat als er vermoedens zijn, deze bij het Landelijk ExpertiseCentrum Eergerelateerd Geweld gemeld moeten worden ten behoeve vanadvies en ondersteuning. Mevrouw Becker zei eerder al dat die positiegelukkig is geborgd binnen het coalitieakkoord.Mevrouw Armut vroeg of het lukt om het uitreisverbod voor de zomer teregelen. Het platte antwoord is dat dit niet haalbaar is. Dat is echt een tekorte termijn. We doen wel een heleboel andere dingen. We zijn bijvoor-beeld bezig met een aanpak op Schiphol, omdat daar gesignaleerd kanworden dat bij uitreizen van mensen je zou kunnen vermoeden dat er latersprake zou kunnen zijn van genitale verminking. We doen al van dit soortzaken, maar voor de zomer is niet haalbaar.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Armut.Mevrouw Armut (CDA):Dan is de logische vervolgvraag natuurlijk wanneer het wel haalbaar is. Ikzit nu zes maanden in de Kamer, maar heb de Kamerdebatten jaar op jaargevolgd en verschillende Kamerleden, bijvoorbeeld mevrouw Becker, keerop keer voor de zomervakantie horen wijzen op de risico’s. Het is bijna julien we weten dat straks weer meisjes het risico lopen door hun ouders teworden meegenomen om daarna genitaal verminkt terug te komen.Wanneer gebeurt dit dan wel en wat kunnen we in de tussentijd doen omook bij zorgprofessionals stappen te zetten? Onder andere in hetrondetafelgesprek kwam naar voren dat bij huisartsen door kleineaanpassingen, soms zelfs een eenvoudige vraag, al het verschil kanworden gemaakt. Als je weet dat er iemand tegenover je zit die uit eenrisicogebied komt, stel dan de vraag. Wat kan daar nu al aan wordengedaan?Minister Sterk:Deze rol bij het uitreisverbod ligt bij mijn collega van het Ministerie vanJustitie. Die verkent op dit moment de mogelijkheden voor aanvullendepreventieve beschermingsbevelen die in bestuursrechtelijke en incivielrechtelijke zin kunnen worden ingezet, waarbij niet-nalevingstrafrechtelijke consequenties heeft. In die verkenning worden ook demogelijkheden voor een uitreisverbod meegenomen. Gelet op de aard enomvang van deze juridische verkenning is een uitgewerkt plan voor dezomer niet haalbaar. Hij verwacht wel de bevindingen van de verkenningbegin 2027 met uw Kamer te kunnen delen.U vroeg wat er nog meer kan gebeuren, ook in preventieve zin.De voorzitter:Is dat nog het antwoord op de vraag van mevrouw Armut?Minister Sterk:Ja, dat is nog steeds het antwoord. U zei dat ook huisartsen heel makkelijkiets zouden kunnen doen. Er wordt al langere tijd ingezet op de deskun-digheidsbevordering, van onder anderen huisartsen, op het punt vanvrouwelijke genitale verminking zodat ze tijdelijk de signalen kunnenherkennen. Ik zie niet hoe dat hele concrete signaal dat u nu noemt, kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37945 worden aangepakt, maar ik denk dat we alles moeten doen wat eraan kanbijdragen. Ik hoor dus graag wat dit betekent zodat we kunnen bekijken ofwe dit mee kunnen nemen.De voorzitter:Dat leidt nog tot een vraag van mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Zou de Minister willen toezeggen om concreet met haar collega van OCWin overleg te gaan? Ik weet dat eerdere kabinetten en bewindspersonendan, omdat het nog niet mogelijk was, wel voor de zomer een specialecommunicatie hebben laten uitgaan naar alle scholen om hen nog eensextra te alerteren. Ik zou graag de toezegging krijgen dat dat dit jaar ookweer gebeurt. Ook wil ik de Minister vragen een keer op werkbezoek tegaan bij de speciale polikliniek in Den Haag waar hersteloperaties in hetkader van genitale verminking worden uitgevoerd. Mevrouw Armut citeertuit de rondetafel die we met hen hadden, want daar hebben ze concreteideeën over hoe we dit veel meer aandacht kunnen geven in de praktijkvan de hulpverlening.Minister Sterk:Dat laatste aanbod neem ik graag aan. En dat eerste kan ik toezeggen.Deze zomer gaat er inderdaad weer een nieuwsbrief naar de scholen, netals de vorige zomer. Dat gebeurt dus.Dan kom ik bij de vragen van de heer Van Dijk over de vrouwenopvang ende capaciteit. Ik ken de signalen dat er te weinig opvangplaatsen zijn opdit moment. Ik zie de noodzaak dat we dat moeten oplossen. Daaromhebben we 12 miljoen extra vrijgemaakt. Ik ben op dit moment metgemeentes in gesprek om te zorgen dat die plaatsen er zo snel mogelijkkomen. Tegelijkertijd is de norm van 1.800 opvangplekken uit het Verdragvan Istanbul een advies. Een opvangplek is uiteindelijk het einde van deketen. Er moet vooral geprobeerd worden te voorkomen dat ze daarkomen. In die zin moet het aansluiten op waar we in Nederland aanwerken. Ik ben ermee bezig. Dat is het korte antwoord.Mevrouw Coenradie vroeg een reactie op de brief van de Kinderom-budsman om de aanpak te versterken. Ik ben het met haar eens en werkook op andere terreinen met haar samen, bijvoorbeeld door het kinder-recht te toetsen en te zorgen dat kinderen veel meer in beeld komen bijbeleid dat over hen gaat. Dat zijn we ambtelijk aan het organiseren. VeiligThuis geeft steun aan professionals over het handelen van professionalsbij disclosure. Disclosure gaat erover dat een kind zelf aangeeft dat hetmishandeld wordt. Er wordt ook training geboden aan medewerkers omhiermee om te gaan. Hoe voer je zo’n gesprek met een kind? Ook wordtsteeds meer gewerkt aan kindvriendelijke locaties zodat kinderen goedhun verhaal kunnen doen. Veilig Thuis geeft ook advies aan mensen diehet moeilijk vinden om zo’n gesprek over kindermishandeling met eenkind aan te gaan. We werken ook met een verklarende analyse, waarin eengesprek met het kind zit over passende ondersteuning om de thuissituatieveilig te maken. Dat gebeurt ook echt. Dit heeft de aandacht, maar het isgoed dat we een Kinderombudsman hebben die ons er keer op keer opwijst dat we dit goed moeten doen.Dan kom ik op de vraag van de heer Van Dijk over mannenmishandeling.Huiselijk geweld is onacceptabel, ongeacht wie er slachtoffer is. Wehebben het hier vaak over vrouwen, maar het is goed om te beseffen dater huiselijk geweld voorkomt. Volgens de prevalentiemonitor is hetinderdaad zo dat mannen ongeveer even vaak slachtoffer zijn van huiselijkgeweld als vrouwen. Dat gaat om respectievelijk 7% en 10%. Vrouwenkrijgen wel vaker dan mannen te maken met structureel huiselijk geweldin de afgelopen vijf jaar. Dat gaat om respectievelijk 8% en 6%. Degendersensitieve aanpak blijft van belang. Dit betekent dat in de signa-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37946 lering en aanpak van deze doelgroep rekening moet worden gehoudenmet verschillen ten opzichte van vrouwelijke slachtoffers. Dit gaatbijvoorbeeld over de manier van hulp zoeken of over hoe je een probleempresenteert.In het begin hebben we het gehad over het nationaal actieplan dat deNationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld moetopstellen. Ik denk dat hij ook moet gaan kijken naar de positie enbehoeften van mannelijke slachtoffers.De voorzitter:Een vraag van de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor deze reactie. Ik hoop oprecht dat het overbodig is om te zeggendat ik op geen enkele manier vrouwen- en mannenmishandeling tegenelkaar wil uitspelen, absoluut niet. Het was juist ook voor mij een helenare eyeopener om te constateren dat vrouwen ongeveer even vaakhuiselijk geweld plegen als mannen. Je schrikt van het aantal mannenmis-handelingen. We moeten constateren – dit gold voor mijzelf, maar bredergeldt dit, denk ik, ook voor media en politiek – dat er sprake is van eenblinde vlek. Erkent de Minister of deelt zij de constatering dat dit ookdoorwerkt in het kabinetsbeleid? Er is, terecht, heel veel aandacht voorvrouwen die verkeerd worden behandeld, maar hoe krijgen we daar meerbalans in, zonder dat het ten koste gaat van vrouwen?Minister Sterk:Ik ben blij dat u dat laatste toevoegt. Ik denk dat het inderdaad belangrijkis dat we oog hebben voor al het huiselijk geweld. Het begint met hetexpliciet als opdracht meegeven aan de Nationaal Coördinator Geweldtegen Vrouwen en Huiselijk Geweld om dit goed in beeld te brengen.Volgens mij hebben we u om ons scherp te houden om dit in beeld tehouden.De heer Diederik van Dijk (SGP):Nogmaals dank voor deze reactie uiteraard. Dat geldt ook voor mijncollega’s. Laten we er vooral niet een vrouwen- of mannending vanmaken. Dat wil ik helemaal niet. Ik hoop van harte dat de Minister eraanzal bijdragen om dit zichtbaar op de agenda te houden.Minister Sterk:Ik kom bij de vraag van mevrouw Armut over de actieagenda ouderenmis-handeling. Op dit moment zoekt de Universiteit van Maastricht uit watprecies de omvang van ouderenmishandeling in Nederland is. Deresultaten van dit onderzoek worden na de zomer verwacht. Ik wil kijkenwat we daar verder nog in moeten doen en dat ook met de gemeentesoppakken. Er lopen inderdaad een aantal zaken. Er zijn bijvoorbeeld lokaleallianties en er is ook een landelijke alliantie op financieel veilig ouderworden. In gezinnen ontstaat vaak juist agressie rondom financiën. Ik zougraag willen kijken wat we met elkaar zien gebeuren en wat we missen inde aanpak. Volgens mij is dat ook wat u vraagt, want u wilt een actieplanom ouderenmishandeling tegen te gaan. Dat is de toezegging die ikhierover wil doen.De voorzitter:Even voor mijn beeld. Is daar een datum bij genoemd?Minister Sterk:Dat onderzoek komt in de tweede helft van het jaar. Ik moet eerst datonderzoek afwachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37947 De voorzitter:Dus dan...Minister Sterk:In de tweede helft van dit jaar, nadat het onderzoek is verschenen, komthet naar de Kamer.De voorzitter:Dat leidt tot een aantal vragen, in ieder geval van mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik had inderdaad heel specifiek naar aanleiding van financiën gevraagdnaar ouderenmishandeling, zeker over de afhankelijkheid die er is en zekerals mensen minder digitaal vaardig zijn. Mijn vraag is specifiek wat deMinister daarin zou kunnen betekenen. Ik weet dat er met de bankenoverlegd wordt en dat er een leidraad is, een soort toolbox. Maar het isbest lastig om die doelgroep te bereiken. Het punt was: zorg nou dat zij zozelfstandig mogelijk zijn, zodat je niet afhankelijk wordt van iemand. Watzou de Minister daarin kunnen betekenen?Minister Sterk:Met de beweging aan de voorkant waarbij we willen dat mensen langerzelfstandig blijven en thuis kunnen wonen, is het natuurlijk belangrijk datzij ook financieel zelfstandig blijven en dat de digitale wereld toegankelijkblijft voor ouderen. Ik zie dat ook aan mijn moeder, die daar soms best welwat mee worstelt. Dit is eigenlijk het terrein van de Minister van BZK. Diegaat over digitale veiligheid. Op dit moment zijn er meer dan 500informatiepunten digitale overheid. Die zijn bedoeld om mensen te helpenbij de dienstverlening. Er is een telefonische DigiHulplijn. Die beantwoordtop dit moment maandelijks tussen de 500 en 1.000 vragen op dit punt. Inde gemeentes is er de mogelijkheid om cliëntondersteuning te bieden omte helpen bij dit soort problemen. Ik hoop dat dat voldoende antwoord isop uw vraag.De voorzitter:Ik zag nog een andere vraag van mevrouw Armut.Mevrouw Armut (CDA):Ja. Dank, voorzitter. Dank ook aan de Minister voor de beantwoording. Ditgaat even specifiek over ouderenmishandeling, omdat de Minister zegteerst graag te willen kijken wat de omvang van dit probleem is voordatwe kunnen overgaan tot een aanpak, of zoals ik het noemde: eenactieagenda. Als ik nu kijk, zijn hierover al best wel veel rapporten. Ik hebhet even opgezocht. Ik kan vrij snel vinden dat het om rond de 200.000gevallen per jaar gaat. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk nog veelhoger. Ik vraag me daarom af waarom dat een voorwaarde is om te kijkennaar wat voor actieagenda we nu zouden kunnen uitrollen om ditdaadwerkelijk tegen te gaan.Minister Sterk:Volgens mij hebben wij geconstateerd dat er al een heleboel dingengebeuren. U zegt dat dat te weinig is en dat er meer moet gebeuren. Ikzou graag eerst willen weten wat we precies zien als we naar die groepkijken en wat er dan nog meer nodig is. Daar zou ik ook de gemeentes bijwillen betrekken, omdat het vaak moet gebeuren vanuit dat socialedomein. Dat ligt bij de gemeentes. Dat is de redenering die ik volg. Ik hebu net een aantal zaken genoemd die we ook doen. Als we het overhuiselijk geweld hebben, gaat het natuurlijk ook over geweld tegenouderen. Ook dat is huiselijk geweld, net zo goed als dat het tegenmannen ook huiselijk geweld is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37948 Mevrouw Westerveld had een vraag over het Verdrag van Istanbul enslachtoffers zonder drempels toegang geven tot medische en andereondersteuning. Zij zegt dat dit niet het geval is in Nederland en vraagt omeen reactie. Volgens mij erkennen we dat dat inderdaad nog nietvoldoende is. U had het volgens mij ook al over GREVIO. Dat was iemandanders? Maar goed, GREVIO wijst denk ik ook op een aantal dingen die weop dit moment nog niet goed doen. Dat is een van de redenen waarom wede nationaal coördinator hebben aangesteld die dat soort zaken moetgaan oppakken en ervoor moet zorgen dat dat leidt tot acties en nietalleen tot nieuwe rapporten. In die zin zou ik dat daarnaar willen doorver-wijzen.Mevrouw Coenradie had het over dat kleine landelijke interventieteam.Via stichting Veiligheid Voorop zetten wij al in op het snel samenoppakken van meldingen van ernstige vermoedens van huiselijk geweld.Ik heb u volgens mij net ook al verteld wat er allemaal kan gebeuren enwelke mogelijkheden er zijn. De vraag is dus een beetje of zo’n kleinlandelijk interventieteam inderdaad daarbij helpt of dat we dat eigenlijk alaan het doen zijn op dit moment. Ik ben het met u eens dat het nodig is,maar of het helpt om er weer een nieuw landelijk interventieteam voor opte richten en daar een pilot voor te starten? We zijn op dit momenteigenlijk al bezig dat te doen.Dat was het einde van mijn blokje.De voorzitter:Er komt in ieder geval nog een blokje dakloosheid en Wmo/Wlz.Minister Sterk:Dat klopt. U heeft zó veel vragen gesteld, zeg ik maar even tegen deKamer. Ik doe mijn best ze te beantwoorden. Mevrouw Westerveld vroegover dakloosheid wat we gaan doen aan de doelstelling dat er in 2030niemand meer dakloos is. We hebben hierover al eerder met elkaargesproken. We werken er natuurlijk heel hard aan om dat NationaalActieplan Dakloosheid te realiseren. Uit de tussentijdse evaluatie blijkt weldat er aanvullende maatregelen nodig zijn omdat de doelstelling andersinderdaad niet wordt gehaald. Ik werk een aantal van die aanbevelingenuit, gericht op het herzien van de organisatiestructuur, het verbeteren vande ondersteuning in de regio en hoe effectief interventies kunnen wordenversneld in de regio. Ik zal u daarover informeren in de voortgangsbriefdie ik voor het commissiedebat van 11 november naar u stuur. Wat wildeik er nog meer over zeggen? Een van de grote knelpunten is natuurlijk datwoningen heel erg nodig zijn. Dat geldt breder en niet alleen voordakloosheid maar ook voor andere vormen van opvang. Daarom zit ik inde Taskforce Versnelling Woningbouw. Daar vraag ik elke keer weeraandacht voor urgentiegroepen. Dat zijn ouderen, mensen die dakloos zijnen ook vrouwen en kinderen die een plek zoeken omdat het gezin uitelkaar is gevallen. Ik probeer daarvoor ook vanuit die verantwoorde-lijkheid aandacht te vragen en zaken te laten gebeuren.De heer Van Dijk had ook een vraag over dakloosheid: hoe staat het metde ministeriële regeling? Die regeling treedt op 1 juli 2027 in werking. Ikhoop dat dat voldoende antwoord is. U weet in ieder geval wanneer datgaat gebeuren. U vraagt ook waarom er nog steeds geen goede oplossingis voor dakloze moeders met kinderen. Ik gaf dat net al aan. Dat heeftnatuurlijk te maken met de woningvoorraad die we in Nederland hebben.Ik probeer de urgentie daarvan elke keer op tafel te leggen, ook bij mijncollega van VRO. Daar ligt in samenspraak met de gemeentes voor eengroot deel de oplossing. Ik ben op dit moment aan het kijken of er nogaanvullende maatregelen nodig zijn. U wilt graag weten wanneer udaarover iets hoort. Ik informeer u daarover in de voortgangsbrief voorhet debat van 11 november waaraan ik net refereerde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37949 Mevrouw Van Brenk informeerde naar de proeftuin Aanpak zorgfraudeTwente. Die lessen worden gedeeld met de gemeentes. Dat gaat bijvoor-beeld vanmiddag gebeuren. Ik ben daar, als dat lukt qua tijd, hopelijk zelfook bij aanwezig. Gemeentes kunnen hiermee hun voordeel doen. Het isuiteindelijk aan gemeentes of regio’s zelf of zij dezelfde aanpak invoeren,aangezien dat vooral bij de gemeentes ligt. Met de VNG wordt op ditmoment verkend of er nog een vervolg kan worden gegeven aan hethuidige stimuleringsprogramma Wmo-toezicht en of elementen vanuit deproeftuin daar onderdeel van kunnen zijn. In die zin gaan we kijken of wehet beter kunnen borgen.Mevrouw Van Brenk en de heer Van Dijk hadden vragen over huishoude-lijke hulp. Eerder in het debat hebben we het daarover al gehad. Deopdracht is de huishoudelijke hulp te schrappen. Tegelijkertijd zien wenatuurlijk ook dat er wel een vangnet moet zijn voor de mensen diehuishoudelijke hulp nodig hebben maar dat niet zelf kunnen financieren.U weet dat we bezig zijn met een onderzoek naar de stapeling van allerleimaatregelen. Als de uitkomst bekend is, wil ik heel graag kijken hoe wedat vorm moeten gaan geven, ook in het licht daarvan.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Inmiddels zijn al mijn vragen beantwoord, dus ik dacht: nu kan ik nogeventjes terug. Ik ben heel erg teleurgesteld. De Minister gaat vanmiddagpraten over zorgfraude. Hopelijk kan ze daarbij zijn. Dat gaat om miljardenin Nederland. Er is nu bewezen dat als je zorgaanbieders in ieder gevalmiddels Bibob screent, er een aantal uitkomt dat crimineel is. Daardoorkunnen die in ieder geval worden geweigerd. Sommige komen niet eensopdagen omdat ze weten dat ze worden gescreend. We moeten echt eenangstcultuur optuigen zodat mensen die iets op hun kerfstok hebben, zichniet durven te mengen in de zorg. Echt elk middel dat we beschikbaarhebben, moeten we daarvoor inzetten. Ik vind het antwoord van deMinister gewoon heel teleurstellend. Iedere gemeente moet dit tussen deoren krijgen. Wat de Minister daaraan kan doen, móét ze ook doen. Hetantwoord stelde mij echt teleur. De urgentie moet bij ieder ministeriezitten. Elk onderwerp dat we kunnen inzetten om ervoor te zorgen dat diemiljarden niet naar de verkeerde mensen gaan, moeten we aanpakken.Minister Sterk:Ik vind het heel vervelend om te horen dat ik mevrouw Van Brenkteleurgesteld heb. Dat doe ik natuurlijk niet graag. Volgens mij hoeft datook niet. Ik kom binnenkort met een brief naar de Kamer waarin ik gaaangeven welke maatregelen wij gaan nemen om zorgfraude aan tepakken. Geld voor de zorg moet in de zorg blijven. Daarover zijn we hetallebei eens, denk ik. Daar is overigens wellicht meer voor nodig danalleen die Bibob. We gaan ook een aantal andere maatregelen nemen omte voorkomen dat geld in de verkeerde zakken verdwijnt.De voorzitter:Wanneer kan de Kamer die brief verwachten?Minister Sterk:Voor de zomer. Daar zijn we nu echt mee bezig. Die komt.De voorzitter:Met oog op de tijd.Minister Sterk:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37950 Ik ben bijna aan het einde. Ik heb alleen nog het kopje mantelzorg.Daarover zijn twee vragen gesteld, ook door mevrouw Van Brenk. Zij zeioverigens net dat al haar vragen zijn beantwoord, maar volgens mij is dattoch niet het geval. Zij gaf aan dat er grote verschillen zijn tussengemeentes en mantelzorgondersteuning. Zij vroeg of er geen ondergrensvoor moet komen en of er een handleiding mantelzorgondersteuning kankomen. We zijn bezig om afspraken te maken over meer gelijkgerichtondersteuningsaanbod tussen gemeentes. Dat komt volgens mij ook uithet AZWA voort. Er is inderdaad veel verschil. Ik vind ook dat menseneigenlijk overal dezelfde ondersteuning zouden moeten kunnen krijgen.Onderdeel daarvan is een handreiking voor gemeentes over dit onder-steuningsaanbod. Er zijn extra middelen voor om dat te doen.De heer Van Dijk zei dat er eigenlijk meer moest gebeuren op mantelzorg.Ik begrijp dat het voor u een belangrijk onderwerp is. Dat herken ik ook.Het is heel belangrijk dat we dat mogelijk maken als we een bewegingnaar de voorkant willen maken en meer informele zorg gaan inzetten.Voor een deel zijn dat mantelzorgers, soms ook vrijwilligers die je inzekere zin ook mantelzorgers zou kunnen noemen. Wij zijn bezig eenmantelzorgagenda te maken. Die komt ergens rond de zomer uw kant op.Ik wil daarbij het SER-advies betrekken dat is uitgebracht. U had eenspecifieke vraag over een wettelijke minimumnorm. Die sluit eigenlijk nietgoed aan bij de manier waarop we dit hebben georganiseerd. Ik werk welvanuit het HLO aan het verbeteren van de toegang tot respijt- enlogeerzorg. Ook daarvoor hebben we de 25 miljoen beschikbaar. Daar zijnwe concrete stappen aan het zetten.Voorzitter, dat was het.De voorzitter:Dat brengt ons bij de tweede termijn aan de zijde van de Kamer. Ik krijgbericht dat we geen mogelijkheid tot uitloop hebben, want er staat eenvolgend overleg gepland in deze zaal. Mijn verzoek zou zijn om te kiezenvoor een korte tweede termijn met een inbreng van maximaal een minuut.Dan kijk ik straks naar het kabinet om ook daar het verzoek te doen devragen kort en bondig te beantwoorden.Eerst mevrouw Coenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Allereerst zou ik graag van de gelegenheid gebruik willen maken om eentweeminutendebat aan te vragen.Ik moet toch een paar dingen constateren. Ik heb gemerkt dat er enerzijdsheel veel vragen zijn gesteld en dat we heel snel terechtkomen in hetafraffelen van antwoorden. Dat doet dit onderwerp, deze onderwerpeneigenlijk, geen recht. Ik wil voorstellen dat we bij dit soort commissiede-batten voorafgaand aan de commissiedebatten schriftelijke rondes doen.Daarmee kunnen we misschien toch al het een en ander ondervangen. Datis een vraag die ik hier in ieder geval wil neerleggen. Daarbij kijk ik mijnmedecommissieleden aan.Het andere is dat ik toch een beetje de winstwaarschuwing voor zo’neventuele schriftelijke ronde of een vervolg wil neerleggen dat het gaatom wat meer concrete antwoorden of informatie. Ik hoor soms echtletterlijk teksten die ik anderhalf jaar geleden op dit onderwerp hebuitgesproken. Dat geeft aan in welke voortgangsmodus we zitten. Dat wilik gezegd hebben.De voorzitter:Ja, dank u wel. We zullen deze suggestie op de agenda van de procedure-vergadering zetten, zodat we die daar kunnen bespreken. Ik ga even hetrijtje af. Een vraag. Kort alstublieft.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37951 Een vraag aan mevrouw Coenradie. Zouden we de onderwerpen numoeten splitsen? Vandaag stond bijvoorbeeld dakloosheid op de agenda.Daarover hebben we pas in november een commissiedebat, terwijl wetotaal uit de pas lopen als je kijkt naar de beloftes die zijn gedaan.De voorzitter:Dit is echt een discussie die we in de procedurevergadering met elkaarkunnen voeren.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Prima. Ik zie gelukkig mensen knikken.De voorzitter:Ik vermoed zomaar dat er brede steun voor zal zijn. Mevrouw Moinat,tweede termijn, maximaal een minuut.Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):Voorzitter. Steun voor het verzoek van mevrouw Westerveld aan mevrouwCoenradie.Ik denk dat we vandaag na de winstwaarschuwing van de Minister datalles veel tijd en nog meer tijd gaat kosten, geen steek verder komen. Ikhoor ook dezelfde antwoorden. Ik heb er net al op gereflecteerd. Ik vindhet zeer spijtig dat ik tot de conclusie moet komen dat we hier met z’nallen hebben gezeten en ons praatje hebben kunnen doen, maar dat erfeitelijk concreet niets is veranderd, behalve dat ik een grote, stevigebrievenbus moet gaan kopen voor de zomer waar al de brieven in passen.Ik hoop dat er niet nog iets gaat gebeuren waar we weer met z’n allen opmoeten springen. Dat moeten we namelijk wel doen; «hadden we numaar, was er nu maar».Er ligt al een tijdje genoeg concreets voor de Minister klaar, inmiddels altwee jaar denk ik. Ik wil nogmaals het verzoek doen: actie in de taxi.De voorzitter:Ik ga naar mevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Dank, voorzitter. Laat ik zeggen dat het goede nieuws van vandaag en opdit onderwerp is dat de verdeeldheid niet zit op wat er nodig is. Van linkstot rechts is er brede steun. We zien ook een Minister die zegt hetbelangrijk te vinden, maar die zegt: geef me even, want ik zit er net driemaanden. Dat snap ik. Tegelijkertijd hoop ik ook dat zij de urgentie proeft.Zij zit er net drie maanden, maar wij soms al vier jaar en we zijn bezig metduwen en trekken om dingen voor elkaar te krijgen die op papier staanmaar nog wel moeten gebeuren. Het risico dat ik zie, is dat de nationaalcoördinator weer aan de slag moet met nieuwe plannen, terwijl het echttijd is voor uitvoering.Ik dank de Minister voor alle toezeggingen, ook om te gaan kijken naar deinstrumenten die ik heb gevraagd om meer preventief plegers dwang tekunnen opleggen.Dank ook voor de toezegging op het terrein van genitale verminking. Voorde zomer komt er een hele belangrijke brief. Ik zou willen zeggen: laten wedaarover gaan debatteren met deze Minister én de Minister van Justitie enVeiligheid, zodat we spijkers met koppen kunnen slaan.Volgens mij heb ik nog recht op antwoord op mijn vraag over degegevensdeling. Dat is een heel concreet punt. We hebben in 2025gevraagd dat te inventariseren. Wat staat er aan privacyregelgeving in deweg?De voorzitter:Dit heeft de Minister scherp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37952 Mevrouw Becker (VVD):Dank, voorzitter.De voorzitter:Dat brengt ons bij mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Voorzitter. Ik heb aandacht gevraagd voor ouderenmishandeling omdatdat een groot zorgpunt is. We zien dat ouderen vaak afhankelijk zijn vandie personen. Daarom vinden wij het heel zorgelijk dat de huishoudelijkehulp dreigt te verdwijnen, zeker als je weet dat steeds meer ouderenlanger thuis moeten blijven wonen. Zelfstandigheid is wat dat betreft heelbelangrijk en daar zorgt met name die huishoudelijke ondersteuning voor.Het blijft voor ons een heel belangrijk punt. Langer thuis betekent ook eenverantwoordelijkheid voor de gemeente voor de kwaliteit van de zorg diedaar wordt geleverd. Nogmaals: wij moeten alles doen om zorgfraudetegen te gaan bij zorgaanbieders, ook voor de gemeente. De gemeentemoet een goede screening hebben, zodat we dat soort misstanden daarkunnen voorkomen.Dank, voorzitter.De voorzitter:De heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de gegeven antwoorden. Wehebben over ingrijpende thema’s gesproken, juist vanuit het besef dat deoverheid nooit in staat zal zijn om ieder ernstig incident te voorkomen. Datkan ook niet omdat we geen politiestaat willen worden. Dat blijft eenvoortdurende spanning. De overheid moet wel alles op alles zetten om hetsysteem zo effectief en zo beschermend mogelijk te maken. Dit vergtherziening van het stelsel. Ik heb de wil geproefd dat de Minister daarmeeaan de bak gaat.Ik dank de Minister ook voor de gegeven reacties op het punt vanmannenmishandeling, een blinde vlek, nog steeds in een taboesfeer. Daaris lage aangiftebereidheid. Ik denk dat het belangrijk is op dat punt nogiets meer balans in het kabinetsbeleid te krijgen.Dank, voorzitter.Mevrouw Wiersma (BBB):Voorzitter. Het is mooi te zien dat deze hele Kamer en ook deze Minister deurgentie voelen. Ik denk overigens dat er geen Minister is geweest die ditgeen belangrijk onderwerp vindt. Ik ben nieuw in deze commissie, maarzelfs ik zie dat de debatten over deze onderwerpen steeds weer overdezelfde dingen gaan.Ik heb eigenlijk maar een vraag aan de Minister. Ik weet namelijk dat zijambitieus is. Wat gaat zij nu echt anders doen, zodat we bij het volgendedebat hierover echt een ander debat gaan voeren? Dat wens ik haar toe enons ook, want nogmaals, dit zijn geen casussen, dit zijn mensen. Ditbetreft mensen in onveiligheid en onzekerheid. Dit betreft kinderen diekwetsbaar zijn en daarvoor hebben wij de verantwoordelijkheid en dezorgplicht.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording, maar ineen dossier als dit verwachten wij toch wel meer van haar. Slachtoffersvan huiselijk geweld, mishandeling, dwingende controle en eerwraakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37953 hebben niks aan kleine stappen als ze thuis nog steeds niet veilig zijn. Uraakte het net al even aan; ik heb natuurlijk het rapport GREVIO genoemd.De centrale spanning is dat het kabinet zegt dat er programma’s,onderzoeken, wetswijzigingen en pilots lopen, maar slachtoffers hebbennú concrete steun, bescherming en recht nodig. Ik kan van allesopnoemen maar daar hebben we geen tijd voor. U noemde zelf denationaal coördinator. Hier staan nog meer concrete punten en conclusiesin. Ik zou zeggen: neem die ter harte, onder andere de lokale verschillendoor decentralisatie en een uniforme risicotaxatie. Kijk naar al dat soortdingen en neem die mee. Volgens mij is dat ook de vraag vanuit de restvan de Kamer.Dank u.De voorzitter:Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een vraag naar aanleiding van de antwoorden. Mij lijkt het nietde bedoeling dat de nationaal coördinator ook de taken van de regerings-commissaris erbij gaat doen. Klopt dat, vraag ik aan de Minister.Ik herken wat de collega’s hier zeggen, namelijk dat dit debat al meerderekeren is gevoerd. Met de afgelopen bewindspersonen hebben we ook aldeze thema’s aangekaart. Ik snap dat de Minister hier nog maar kort zit enwel de verantwoordelijkheid heeft, maar er de afgelopen jaren niet bij wasop het ministerie. Als we het hebben over alles wat er is gebeurd ten tijdevan de mishandeling van het Vlaardingse pleegmeisje, was het natuurlijkwel met name het vorige kabinet dat die aanbevelingen had moetenopvoeren. Dat wil ik erbij zeggen, want ik zie dat deze Minister zich ditterecht aantrekt. Dit is natuurlijk niet iets waaraan zij persoonlijk wat kandoen.Nog een laatste punt. We hebben het al eerder gehad over de term«huiselijk geweld» en dat we die eigenlijk niet zouden moeten gebruiken.Er is niks huiselijks aan geweld. We hebben in de commissie toen gezegdhet «geweld achter de voordeur» of «terreur achter de voordeur» tenoemen. Dat lijkt me een betere term. Taal doet ertoe. Laat ik daarmeeafsluiten.De voorzitter:Dan wil ik nu mevrouw Coenradie vragen of zij weer tijdelijk het voorzitter-schap zou willen overnemen.Voorzitter: CoenradieDe voorzitter:Ik geef het woord aan mevrouw Synhaeve.Mevrouw Synhaeve (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat voor ons allemaal geldt dat dit onderonze huid gaat kruipen. Dat is maar goed ook. Het is goed dat we hier metz’n allen wakker van liggen. We slagen er anno 2026 niet in onze meestkwetsbare kinderen te beschermen. Dat is precies waarvoor we welbesteld zijn, alle goede intenties ten spijt. Die zijn er namelijk bij onsallemaal.Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen. Ik denk datwe heel wezenlijk moeten kijken naar hoe we dit hebben georganiseerd.Laten we alsjeblieft in de brieven die voor de zomer komen, heel wezenlijkkijken naar hoe we daar echt stappen in gaan zetten. Dat geldt zeker alshet gaat over het toekomstscenario. We hebben het er al jaren over. Wedurven niet echt keuzes te maken. Dat zijn keuzes die organisaties pijngaan doen, want geen enkele organisatie wil zichzelf opheffen. We hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37954 het wel nodig om nu stappen vooruit te zetten. Ik ben heel blij te zien datdit kabinet daar zo voortvarend mee aan de slag is. Laten we paralleldaaraan zorgen dat we al die ogenschijnlijk kleine stappen die we snelkunnen realiseren, daadwerkelijk snel zetten met elkaar.De voorzitter:Dan geef ik nu het woord weer terug aan mevrouw Synhaeve in de rol vanvoorzitter.Voorzitter: SynhaeveDe voorzitter:Dank u wel. Volgens mij kunnen we direct door met de beantwoording intweede termijn.Minister Sterk:Ik ga mijn best doen, voorzitter. Ik wil beginnen met het uitspreken vandank voor de compassie. Het is inderdaad best een ingewikkelde situatiewaarin je zit als je net drie maanden Minister bent, een onderwerp heelerg belangrijk vindt en heel goed snapt dat er urgentie is gevraagd, maartegelijkertijd nog een boel kennis mist. Ik wil daarmee niet zeggen dat ikvoor mijn verantwoordelijkheid wegloop. Die indruk wil ik zeker nietwekken. Ik vind ook echt dat wij als kabinet – en dat is ook de rol waarin ikhier zit – de verantwoordelijkheid hebben om dit verder te brengen. Daarwil ik me echt voor inzetten. Ik wil benadrukken dat het echt een complexesituatie is. We kunnen hier wel dingen afspreken, maar dat wil nog nietzeggen dat het in de buitenwereld meteen op die manier gebeurt. Het gaatvaak om de cultuur in organisaties, om mensen die buiten die cultuur ommoeten durven gaan werken. Soms helpt het inderdaad om dingen vast teleggen. Ik doe echt mijn voordeel met alle tips en voorstellen die julliehebben ingebracht. Ik zie het nu in ieder geval als mijn eerste taak omvoor mijzelf even goed op orde te krijgen wat we allemaal hebbenafgesproken, wat de stand van zaken daarin is en hoe we zakendaarbinnen kunnen versnellen. Die toezegging wil ik aan u doen. Voor eendeel zal dat landen in de brief die wij u voor de zomer zullen doentoekomen. Dat is misschien ook een beetje het antwoord op de vraag vanmevrouw Wiersema.Op het punt van de regeringscommissaris kom ik terug in de brief. Ik hoorwat u zegt en ik denk ook niet dat dat een-op-een zo op elkaar kan vallen.We moeten zorgen dat de erfenis die er nu ligt, goed wordt bewaakt enwordt bestendigd.Ik had nog een aantal vragen voorliggen waarvan ik had toegezegd die intweede termijn te beantwoorden. De eerste is van mevrouw Becker. Zijvroeg hoe het staat met de uitvoering van de motie over gegevensdeling.Gezien de expertise over privacy die nodig is voor de uitvoering van dezemotie zijn we helaas heel lang bezig geweest een geschikte partij tevinden om deze uit te kunnen voeren. Het goede nieuws is dat we eenpartij hebben gevonden. Er loopt nu een gesprek over de offerte. We gaanervan uit dat we de uitkomsten eind van dit jaar met de Kamer kunnendelen. Het is misschien niet het antwoord dat u wilde horen, maar wehebben ons best gedaan.De voorzitter:Een verhelderende vraag.Mevrouw Becker (VVD):Gaat het om de uitkomst van het offertetraject of de uitkomsten van hetonderzoek?Minister Sterk:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37955 De uitkomst van het onderzoek. Scherp doorgevraagd.Eerder was de vraag gesteld – ik kan niet zien van wie die was – op welkewijze er individuele consequenties volgen voor falende medewerkers. Wehadden er volgens mij een soort interruptiedebatje over. Het was eenvraag van mevrouw Moinat, begrijp ik. We hebben natuurlijk al watgezegd over het strafrecht en bij wie dat ligt. Voor professionals is ernatuurlijk ook het tuchtrecht. Dat is van toepassing op professionals dieeen SKJ- of een BIG-registratie hebben. Iedereen die te maken heeft metdeze professionals kan een tuchtklacht indienen over beroepsmatighandelen of juist het nalaten daarvan. Daarnaast kan de uitkomst van eenonderzoek van de IGJ of de Inspectie Justitie en Veiligheid naar indivi-dueel handelen aanleiding zijn de zaak voor te leggen aan de tuchtrechteren/of het Openbaar Ministerie. Uiteindelijk besluit het Openbaar Ministerieof er wordt overgegaan tot strafrechtelijke vervolging. Dat tuchtrecht isook altijd een route die mogelijk is.Mevrouw Synhaeve had een vraag over de motie over Handle with Care.Ik wil daar graag nog eens een keer naar kijken, want ik ken het initiatiefverder niet. Mij wordt verzekerd dat het een mooi initiatief is. Een aantalgemeentes werkt daar al een aantal jaren mee en de aantallen groeien. Ikvoer op dit moment ook gesprekken over hoe het gebruik kan wordengestimuleerd en over mogelijke wettelijke belemmeringen die gemeentesdaarin ervaren. Als dat laatste het geval is, wil ik ernaar kijken hoe we diekunnen oplossen. Ik verwacht de Kamer na de zomer te informeren overde concrete invulling van deze ondersteuning.Ik ben nog niet aan het einde van de vragen, maar misschien wilt uinterrumperen op dit punt?De voorzitter:Ja, maar dan geef ik eerst weer even het voorzitterschap over aanmevrouw Coenradie.Voorzitter: CoenradieDe voorzitter:Mevrouw Synhaeve.Mevrouw Synhaeve (D66):Een verhelderende vraag. Hier is al een motie op aangenomen. Diehebben we Kamerbreed aangenomen. Dit is geen nieuw verzoek, maarvooral een verzoek om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de vaarterin blijft.Minister Sterk:Volgens mij geef ik terug dat wij gesprekken voeren om de vaart erin aante brengen. We kijken ook of er eventueel wettelijke belemmeringen zijndie de boel afremmen en of ik die wettelijke belemmeringen kan oplossen.Ik bericht u daarover in het najaar.Mevrouw Westerveld noemde die motie. Ik hoop dat ik nu het goedeantwoord heb over de motie waarover u zojuist sprak. Die motie verzoektmet het LECK en andere betrokkenen in gesprek te gaan om te verkennenhoe hun expertise kan worden geborgd bij instanties die betrokken zijn bijzorg en bescherming van kinderen. Daarover hebben we al een keergesproken met het LECK, althans het ministerie. Dat zullen we nog eenkeer doen. Er zijn via de meldcode en vertrouwensartsen al wegen om deexpertise van LECK in te zetten, maar ik zeg toe dat ik met LECK en degenoemde partijen nog verder ga kijken hoe deze routes vaker en vooralook beter benut kunnen worden. In het najaar zal ik u laten weten hoedaarin nog verbetering kan worden gebracht.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37956 Heel mooi om te horen dat die gesprekken plaatsvinden. Ik stel de vraagook omdat we van het LECK hoorden dat het aantal adviesaanvragentoeneemt. Dat is natuurlijk mooi, want dat betekent dat meer mensen hetweten te vinden. Er zit wel een werkdrukcomponent achter. Ik hoop dat deMinister dit ook kan meenemen om ervoor te zorgen dat zij echt hun werkkunnen blijven doen en al die mensen die om advies vragen, kunnenblijven helpen.Minister Sterk:Ik kan hier geen financiële toezegging doen, maar ik kan me zomaarvoorstellen dat dit in het gesprek oppopt en dat we daarnaar moetenkijken.Ik had een toezegging gedaan om iets explicieter in te gaan op het signaaldat ik steeds krijg: er is niks gebeurd sinds Vlaardingen. Dat is gewoonniet zo. Dat het nog niet perfect is en dat nog niet alles is gerealiseerd, iswellicht ook waar. We hebben toen in ieder geval een betere samen-werking tussen professionals afgesproken. Die afspraken wordenvastgelegd in de nieuwe handreiking over de samenwerking tussenjeugdbescherming en pleegzorgaanbieders. Die wordt dit najaar vastge-steld. Daarin is onder andere het versnellen van verklarend analyseren,gegevensuitwisseling tussen professionals en ook samenwerkingsaf-spraken met gezinshuizen meegenomen. Een ander punt dat onder diebetere samenwerking is afgesproken, is versterking van de stem van hetkind in de pleegzorg via inzet van vertrouwenspersonen van Jeugdstemdoor het vergroten van de bekendheid van vertrouwenspersonen met eencommunicatiecampagne. Die start deze zomer al en gaat door in hetnajaar.Over versterking van Veilig Thuis heb ik, denk ik, net al het nodige gezegd.Veilig Thuis verbetert de inzet bij disclosure. De medewerkers worden opdit moment getraind in het werken vanuit de NICHD-methode. Dat is eenerkende methode om systematisch in gesprek te gaan met kinderen bijvermoedens van geweld achter de voordeur. Laat ik vast gaan oefenenmet die term. De uitrol loopt op dit moment. Er wordt een nieuw digitaalplatform gelanceerd. Dat is al in september vorig jaar gelanceerd en blijftdoorontwikkeld worden. Er is brede aandacht voor de adviesfunctie. Wezien ook dat de adviesfunctie steeds meer wordt gebruikt. Dat komt metname doordat professionals meer om advies vragen. En er is voorlichtingop school over de radarfunctie. Er zijn ook afspraken gemaakt op het puntvan meer zicht op veiligheid van pleegkinderen door verscherptescreening van pleegouders. Er is een evaluatie op de aanscherping vanhet kwaliteitskader voorbereiding en screening in de pleegzorg, gedaandoor Jeugdzorg Nederland. Eind juni wordt dat bestuurlijk vastgesteld.Dat is al binnen een paar weken. Hierin zijn onder andere de ervaringenvan vorige pleegzorgaanbieders meegenomen. Indien een pleegouderwisselt van pleegzorgaanbieder, gaat dit over het opvragen van referentenvoor aspirant-pleeggezinnen en ook de screening en voorbereiding vannetwerkpleegouders. Er zijn echt verschillende acties opgepakt en bijnaafgerond.Tot slot had mevrouw Coenradie nog de vraag of het mogelijk is of eenVeilig Thuis onafhankelijk wordt getoetst of een soort inspectie krijgt. Opdit moment houdt de Inspectie Gezondheid en Jeugd al onafhankelijktoezicht op de uitvoering van de wettelijke taken van VT en de protocollen.Gemeentes zijn vanuit de Wmo zelf verantwoordelijk om dat toezicht in teregelen, boven op de taak die al bij de inspectie ligt. Door IGJ wordttoezicht gehouden op de wettelijke vijfdagentermijn en op de tienweken-termijn voor de specifieke diensten en de daarbij behorende geldendeprotocollen.Ik had eigenlijk nog één bullet en dan ben ik aan het eind. Zoals aange-geven zijn we aan het onderzoeken hoe er ook op andere onderdelensteviger toezicht kan worden ingeregeld. Ik kan daar nu geen algemeenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37957 antwoord op geven omdat we niet precies scherp hebben wat er preciesontbreekt. In principe hebben we al wel toezicht belegd. Dat werken we opdit moment samen met de VNG verder uit vanuit de gedeelde verantwoor-delijkheden die we daarvoor hebben.Voorzitter: SynhaeveDe voorzitter:En dat leidt tot een verhelderende vraag van mevrouw Coenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Ja, want ik begrijp dat er al het een en ander kan worden gedaan, maar ikbegrijp ook uit de stukken dat er voor het laatst een rapport is verschenenin 2024 en dat er slechts drie locaties van Veilig Thuis zijn bezocht. Doelenwe dan op precies hetzelfde of... Ik moet even kijken hoe ik deze vraag danverhelderend stel.De voorzitter:Volgens mij is daarmee de vraag gesteld. De Minister.Minister Sterk:Volgens mij is uw vraag, als ik die goed begrijp, hoe we erop toezien datVeilig Thuis de dingen doet die ze moet doen en wie dat dan doet. Mijnantwoord daarop is enerzijds dat de inspectie dat doet voor wat betreft deuitvoering van de wettelijke taak en protocollen. Ik weet dat ook nu in hetonderzoek in Stadskanaal de inspectie naar Veilig Thuis gaat kijken, dusook daarop toeziet. Voor een ander deel ligt dat bij de gemeentes. Ik weetniet of u dat bedoelt. Dat denk ik eigenlijk niet. Alle Veilig Thuislocatiesworden continu geïnspecteerd. In principe ligt die rol bij de inspectie. Alsdie signalen krijgt dat dingen niet goed gaan en dat die wettelijke takenniet voldoende worden uitgevoerd, is er een reden op zo’n melding teacteren.Nog één ding, voorzitter, want ik zie mevrouw Coenradie nog een beetjemoeilijk kijken. Zullen we daar in de brief nog even wat uitgebreider opingaan? Tenzij u nog een verhelderende vraag heeft.De voorzitter:Volgens mij bij dezen in ieder geval de toezegging om daar in de brief nogbij stil te staan. Dat leidt nog tot een andere verhelderende vraag vanmevrouw Becker.Mevrouw Becker (VVD):Misschien om te kunnen beoordelen of het nodig is hierover een motie inte dienen. Volgens mij gaat het heel erg over hoe het toezicht is ingericht.Er is inderdaad wettelijk een taak, maar nu rapporteren die VeiligThuislocaties zelf aan de inspectie. Die hebben een rapportageverplichtingover hoe ze voldoen. Dat dreigt dan een papieren werkelijkheid te worden,terwijl je misschien wel vaker onaangekondigde bezoeken wil of terwijl jemisschien wel vaker verschillende locaties wil bezoeken dan maar drie.Dus is de Minister bereid ook naar dat «hoe» te kijken en daar dan over terapporteren in die brief? Dus hoe dat meer praktijkgericht en vaker kangebeuren?De voorzitter:Dat zou dan een brief vóór het tweeminutendebat moeten zijn, neem ikaan.Minister Sterk:Ik wil u toezeggen dat we daarover in gesprek gaan met de inspectie endat ik u de uitkomst van dat gesprek zal doen toekomen. U wilt datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37958 natuurlijk voor het tweeminutendebat, maar het is een beetje afhankelijkvan wanneer we dit gesprek kunnen laten plaatsvinden. Voor de zomer,maar ik denk dat het tweeminutendebat vast sneller wordt gewenst. Datmoeten we aan onze kant even regelen. Laten we proberen dat binnentwee weken te doen.De voorzitter:Het verzoek voor dat tweeminutendebat gaan we natuurlijk doorgeleidenrichting de plenaire Griffie. We weten nog niet wanneer dat wordtingepland. Volgens mij is het verzoek vanuit de Kamer om in ieder gevalvoor dat tweeminutendebat met een terugkoppeling te komen. De vraag isof u dat kunt toezeggen.Minister Sterk:Dat wil ik zeker toezeggen. Ik hoop dat dat tweeminutendebat niet te snelkomt.Ik krijg ook nog mee dat er op 18 juni een technische briefing is met deKamer waarbij ook de inspectie zelf aansluit. Daar heeft u ook demogelijkheid om het zelf aan de inspectie te vragen.De voorzitter:Dat klopt. Dat is vanuit JenV geïnitieerd. Dat is een technische briefingmet de inspectie, die zal aanschuiven, en waarin wordt ingegaan op welkehandvatten je hebt als een jeugdbeschermingsorganisatie te lang nietlevert.Dat brengt ons bij de toezeggingen. Het zijn er volgens mij vijftien. Ik gade toezeggingen op hoofdlijnen samenvatten in de toezeggingenlijst. Degriffie zal expliciet benoemen welke subonderdelen onder een briefhangen. Ik doe het nu dus iets meer op hoofdlijnen.–De Kamer ontvangt voor de zomer een brief over geweld achter devoordeur. Daarin zal worden ingegaan op een hele lijst aan thema’s enonderwerpen die zijn toegezegd.–Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief met de uitwerking van deactiepunten uit het toekomstscenario, inclusief hoe de aanpakFilomena daarin wordt meegenomen.–Na de zomer ontvangt de Kamer een brief over kindermishandeling.Daarin wordt in ieder geval bericht over de terugmeldplicht en hetLECK.–In het najaar ontvangt de Kamer de contouren van de adviesplicht.–Zodra de inspectie haar onderzoek heeft afgerond naar de casusStadskanaal wordt de Kamer daarover geïnformeerd.–Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief inzake jeugdbeleid met inieder geval aandacht voor de aandachtsfunctionaris.–De verkenning voor genitale verminking zal begin 2027 met de Kamerworden gedeeld.–De Kamer wordt in het najaar of in de tweede helft van 2026 geïnfor-meerd over het actieplan ouderenmishandeling na afloop van hetonderzoek van de Universiteit van Maastricht.–De Kamer ontvangt een voortgangsbrief dakloosheid voorafgaand aanhet commissiedebat in november.–Voor de zomer komt er een brief over de aanpak zorgfraude.–Rond de zomer volgt er een brief over mantelzorg.–De uitkomst van het onderzoek gegevensdeling naar aanleiding van demotie ontvangt de Kamer eind van het jaar.–In het najaar komt er een bericht richting de Kamer over de uitvoeringvan de motie-Synhaeve c.s.–In het najaar komt er een bericht over het LECK naar aanleiding van devragen van mevrouw Westerveld.–Er komt een brief over toezicht op Veilig Thuis.Volgens mij was dat het laatste punt dat we met elkaar hebben toegezegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37959 Voorafgaand aan het tweeminutendebat vindt er een terugkoppelingplaats van het gesprek dat de Minister zal voeren.Tot slot maar niet minder belangrijk: mevrouw Coenradie heeft eentweeminutendebat aangevraagd. Dat wordt doorgegeven aan de Griffieplenair.Dank u wel. Bij dezen sluit ik de vergadering.Sluiting 13.56 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 538, nr. 37960

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f4b7545f5ded774c

16 okt 2026 · cd8b10d4e5b0f3a0

14 okt 2026 · 05f8931de5431fc0

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.