KamerkringInloggen
Kamerstuk

Conceptverslag Herstel Groningen

7 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fa0895a52b6badf0 · officiële bron

Tweede Kamer, Herstel Groningen VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT Concept De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 7 oktober 2026 overleg gevoerd met de heer Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over: de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 30 september 2026 inzake voortgangsbrief Herstel Groningen (2026Z20481); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 28 september 2026 inzake voortgang sociale agenda Groningen en Noord-Drenthe (35561, nr. 79); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 18 september 2026 inzake ACVG-advies over de Uniforme Wandenaanpak (33529, nr. 1387); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 15 september 2026 inzake werkprogramma Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) 2027 (33529, nr. 1384); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 14 september 2026 inzake voortgang juridische procedures NAM, Shell en ExxonMobil (33529, nr. 1386); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 25 augustus 2026 inzake inzet van zelfstandigen bij de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) (33529, nr. 1383); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 10 juli 2026 inzake kabinetsreactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe (SvGND) (35561, nr. 78); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 24 juni 2026 inzake uitspraken beroepsprocedures fysieke schade en waardedaling 2020 en 2021 (33529, nr. 1380); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 24 juni 2026 inzake diepteanalyse 2026, jaarverslag 2025 en stand van de uitvoering van de NCG (33529, nr. 1381); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 24 juni 2026 inzake advies van Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) over het onderzoek naar de beoordeling in de versterking (33529, nr. 1382); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 17 juni 2026 inzake ontwikkelingen Nationaal Programma Groningen en de economische agenda en sociale agenda (33529, nr. 1379); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 15 juni 2026 inzake advies van Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) over beoordelingsrapporten (33529, nr. 1378); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 12 mei 2026 inzake stand van zaken Herstel Groningen (33529, nr. 1376); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 mei 2026 inzake de Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2026 (35561, nr. 77); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 17 april 2026 inzake aanstelling Regeringscommissaris hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe (35561, nr. 76); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 maart 2026 inzake profielschets Regeringscommissaris hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe (35561, nr. 75); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 16 februari 2026 inzake rapporten Meting Informatieveiligheidstandaarden en Monitor Open Standaarden 2025 (26643, nr. 1491); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 16 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over versterkingsoperatie en reactie op bewonersbijeenkomst in Ten Post (33529, nr. 1374); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 21 januari 2026 inzake ontwikkelingen omtrent duurzaam herstel (33529, nr. 1370); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 20 januari 2026 inzake voortgang juridische procedures NAM, Shell en ExxonMobil (33529, nr. 1369); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 januari 2026 inzake uitvoering sociale agenda Groningen en Noord-Drenthe 2025 (35561, nr. 74); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 5 december 2025 inzake voortgang Herstel Groningen (33529, nr. 1346); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 27 november 2025 inzake vonnissen over voorlopige voorzieningen in twee arbitrageprocedures over de afwikkeling van de gaswinning uit het Groningenveld (33529, nr. 1344); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 24 november 2025 inzake reactie op verzoek van het lid Beckerman, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 19 november 2025, over de vele "op norm"-verklaringen (33529, nr. 1343); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 19 november 2025 inzake Agenda voor Herstel en rapport Bewonerstevredenheidsonderzoek Nationaal Coördinator Groningen (NCG) (33529, nr. 1342); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 19 september 2025 inzake invulling ontijdige en overbodige moties ingediend tijdens het tweeminutendebat Herstel Groningen d.d. 19 juni 2025 (33529, nr. 1339); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 19 september 2025 inzake juridische procedures NAM, Shell en ExxonMobil (33529, nr. 1340); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 12 september 2025 inzake aanpak op maat voor de omgang met oude NAM/CVW-schade (33529, nr. 1338); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 september 2025 inzake werkprogramma Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) 2026 (33529, nr. 1337); de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 11 september 2025 inzake voornemen tot goedkeuring van de Subsidieregeling rechtsbijstand en aanverwante kosten Tijdelijke wet Groningen (36094, nr. 30); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 5 september 2025 inzake reactie op de motie van het lid Vedder c.s. over het wettelijk bewijsvermoeden door IMG zo laten toepassen dat schade altijd geacht wordt te zijn veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten (Kamerstuk 33529-1335) en op de gewijzigde motie van de leden Agnes Mulder en Grinwis over er bij het IMG op aandringen dat het gebied waar de toepassing van het bewijsvermoeden geldt niet wordt ingeperkt (Kamerstuk 33529-905) (33529, nr. 1336); de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 7 juli 2025 inzake inkooponrechtmatigheden Nationaal Coördinator Groningen (NCG) (33529, nr. 1325); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 25 juni 2025 inzake verkenning afhandeling complexe casuïstiek (35561, nr. 73); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 23 juni 2025 inzake voortgangsbrief Herstel Groningen (33529, nr. 1319); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 juni 2025 inzake sociale en economische agenda voor Groningen en Noord-Drenthe (35561, nr. 71); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 juni 2025 inzake kabinetsreactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2025 (35561, nr. 72); de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 20 augustus 2024 inzake peerreview over onderzoek naar directe effecten van diepe bodemdaling (33529, nr. 1243). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Kisteman De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Honsbeek Voorzitter: Clemminck Griffier: De Keijzer Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Armut, Beckerman, Bushoff, Clemminck, Den Hollander, Köse en Vermeer, en de heer Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Aanvang 13.02 uur. De voorzitter: Dames en heren, goedemiddag. Welkom bij de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken. Aan de orde is het commissiedebat Herstel Groningen. Een bijzonder welkom aan de gasten op de publieke tribune en de gasten die digitaal meekijken dan wel -luisteren. Welkom aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en uiteraard ook aan de leden van de commissie. De spreektijd is vastgesteld op vijf minuten. Ik stel voor om in de eerste termijn van de kant van de commissie vier interrupties toe te laten. Ik zie instemmend geknik. Dan is het woord aan de heer Bushoff namens PRO. De heer Bushoff (PRO): Dank u wel, voorzitter. Het echtpaar Hevinga is eigenaar van een rijksmonumentale Oldambster boerderij; u kent het wel, zo'n typisch Groningse boerderij. Eindelijk zijn de versterkingswerkzaamheden gestart, maar nu liggen ze toch weer stil. Ze zijn 83 en 81 jaar. De vraag is: "Hoe nu verder? Wanneer kunnen we weer terug naar onze eigen woning? Komen we nog terug in onze eigen woning?" Tineke, bij wie ik een tijdje terug was, woont in Delfzijl. Haar huis moest gesloopt worden, waarna er deels met eigen geld een nieuwe woning werd teruggebouwd. Die nieuwe woning stond laatst opnieuw volledig in de steigers. Ondertussen voert ze ook nog een strijd om dat eigen ingelegde geld terug te krijgen. En Fokko, Alida en 51 andere bewoners van de Westerdraai, dat wijkje in Appingedam bij de Lisstraat en de Karel Doormanstraat, zien dat een deel van de woningen sloop-nieuwbouw krijgt en dat een ander deel in de versterkingsoperatie zit, terwijl sommige woningen in hetzelfde rijtje op norm worden verklaard. Mijn vraag aan het kabinet, maar misschien nog wel meer ook aan de Kamer, is: zien we ze nog? Zien we Tineke, Alida, Fokko en al die anderen nog? Ik vraag dat omdat de aandacht voor Groningen lijkt weg te ebben, terwijl deze voorbeelden vandaag de dag nog steeds de levensgrote problemen van heel veel Groningers zijn. Als je een van de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie leest — "de Kamer heeft decennialang onvoldoende kritische vragen gesteld en de belangen van de Groningers uit het oog verloren" — op je laat inwerken en afzet tegen de woorden "geen steun voor een debat over de Staat van Groningen en geen steun voor het oplossen van de ongelijkheid conform het advies van Van Geel", dan doet dat wat met het vertrouwen van Groningers. Mijn eerste oproep is aan de Kamer zelf. Laten we de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie niet alleen op papier laten bestaan, maar daadwerkelijk vormgeven in de praktijk. Durf de problemen van Groningers in de Kamer te bespreken en te voorzien van oplossingen. Mijn tweede oproep is aan deze minister, die minister van Binnenlandse Zaken is, maar die ook verantwoordelijk is voor Groningen. Om echt een minister voor Groningen te zijn, moet worden voldaan aan de volgende drie belangrijke randvoorwaarden. Eén: uitgaan van vertrouwen. Twee: ongelijkheid oplossen. Drie: een eenoverheidsaanpak. Voorzitter. Als je uitgaat van vertrouwen, dan kun je toch niet tot op de vierkante centimeter precies gaan kijken wat iemand had qua oude woning, tot op de cent nauwkeurig gecorrigeerd voor inflatie, en wat hij qua nieuwe woning terug heeft gekregen? Ik heb het over de welbekende batch 1588. Los dat probleem op, zeg ik tegen de minister. Uitgaan van vertrouwen staat haaks op het voorstel van het IMG om te gaan werken met finaliteit. Zet daar vandaag nog een streep doorheen, is mijn oproep aan de minister. Voorzitter. Een aantal concrete vragen over ongelijkheid. Negentien woningen aan de Westerkade in Appingedam — ik had het al even over het wijkje Westerdraai — zijn toegevoegd aan de versterkingsoperatie. Vorige zomer zouden de bewoners al uitsluitsel krijgen over wat er met hun woningen zou gebeuren. Ik heb begrepen dat zij nog steeds in het duister tasten. Wanneer krijgen zij uitsluitsel, vraag ik aan deze minister. Wat zegt de minister tegen bewoners van de Westerdraai die zien dat hun woning op norm is verklaard, terwijl de buren in de versterkingsoperatie zitten en andere woningen, soms 5 meter verderop, sloop-nieuwbouw krijgen? Tot slot op dit onderwerp: wat gaat deze minister extra doen om die ongelijkheid aan te pakken? Voorzitter, dan ga ik naar mijn derde punt: de eenoverheidsaanpak. Ik blijf even bij een voorbeeld in Appingedam. In de Westerdraai krijgen mensen een trillingskastje in huis om te meten hoe heftig de trillingen zijn van het heien dat naast hun woning plaatsvindt. En als er dan heel veel trillingen zijn, krijgen ze acht weken later de uitslag en kunnen ze vervolgens, als de trillingen zo heftig waren dat ze schade hebben, naar de aannemer gaan. En u raadt het al, de aannemer gaat naar de verzekeringsmaatschappij, die vervolgens kan zeggen: "Ondertussen was er ook een aardbeving, dus deze schade kan ook door de aardbeving zijn veroorzaakt. U moet bij het IMG zijn." Het IMG kan weer zeggen: "Weet u, er vinden ook versterkingswerkzaamheden naast uw woning plaats. Daar kan de schade ook door komen. Gaat u maar terug naar de NCG, want dit valt onder de verantwoordelijkheid van de NCG." Zo worden ze van de aannemer naar het IMG en de NCG gestuurd. Ze worden letterlijk met dat trillingskastje van het kastje naar de muur gestuurd. Wanneer kunnen we die eenoverheidsaanpak nou verwachten? Voorzitter. Ik sluit af met de oproep aan deze minister om in zijn termijn al aan te geven welke concrete stappen hij gaat zetten om te voldoen aan deze drie voorwaarden om minister voor Groningen te zijn. Ik geef in overweging mee dat dit is wat de Groningers zelf willen. Laat wat Groningers zeggen leidend zijn. Laat dat uw kompas zijn, want een goed kompas wijst doorgaans naar het noorden. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Beckerman namens de Socialistische Partij. Mevrouw Beckerman (SP): Het is drieënhalf jaar geleden sinds de parlementaire enquête Groningen. Het inlossen van de ereschuld begint bij het vooropstellen van de belangen van Groningers, werd toen gezegd. Dat is direct mijn eerste vraag aan de minister: vindt hij dat de belangen van gedupeerden nu echt vooropstaan? Een stapel rapporten, brieven en meldingen die we de afgelopen tijd hebben gekregen, laten het tegendeel zien. Het ACVG-rapport toont aan dat gedupeerden jarenlang gelijk hadden en er fouten zijn gemaakt in de versterkingsrapporten. Duizenden rapporten moeten opnieuw bekeken worden. Het rapport geeft ook een zwart beeld van hoe de NCG over bewoners heen walst. Ik citeer: "De NCG laat in zijn werkwijze onvoldoende zien de zorgen van bewoners over de veiligheid van hun woning serieus te nemen." Onderzoek naar het IMG laat zien hoe schadebedrijven miljoenen verdienen. Het eigen vermogen van bestuurders stijgt van 1 miljoen naar 61 miljoen. Een juridische uitspraak vorige maand was klip-en-klaar: dit is geen onafhankelijke schadeafhandeling. Graag een reactie. De Staat van Groningen laat zien dat bewoners in het kerngebied geen enkel vertrouwen terugkrijgen dat het goedkomt. En dan heb ik het nog niet over de stapel berichten van gedupeerden die zich wanhopig afvragen hoe ze hier ooit nog uit moeten komen. Er zijn mensen die ons mailen en zeggen: "Premier Rutte zat hier aan de keukentafel. Vijlbrief zat hier aan de keukentafel. Er werd geschrokken, er werden beloftes gedaan en nu zitten we nog steeds rammend vast." En daar zit het grote probleem: de basis is niet op orde. De gedupeerde staat niet centraal. Er is een gigantisch bureaucratisch systeem opgetuigd dat over mensen heen walst. Er is een verdienmodel voor allerhande bedrijven, maar de zwaarst gedupeerden zitten vast. De afgelopen jaren hebben we opeenvolgende bewindspersonen steeds dezelfde riedel horen zeggen als we dit opmerken. Ik hoor 'm al weer aankomen: nu niet het systeem veranderen, dat zorgt voor meer vertraging. Ik vraag de minister met klem: herhaal die riedel niet; luister hier echt naar. Kom voor het grote debat van november met een echt antwoord op de vraag hoe de gedupeerde echt centraal kan worden gesteld. Want mensen worden ziek, niet van de bevingen, maar van de overheid en de slopende bureaucratie, van de arrogante macht die nu jarenlang hun leven bepaalt. De echte vraag, namelijk of de gedupeerde centraal staat, wordt genegeerd en er worden oplossingen gekozen die eerder ook al hebben gefaald. Werkelijk waar, weer nieuwe contouren in het schadegebied, weer een vorm van finale kwijting in de schadeafhandeling? Echt waar? Jaren en jaren van strijd —sommige mensen zijn nog bezig — en het wordt weer gepresenteerd als oplossing, terwijl het een probleem is. Graag een reactie. Laat ik bij het punt blijven van jaren van strijd. Na jaren strijd werd beloofd dat mensen die eerder eigen geld hadden moeten inleggen voor de sterking, schadeloos zouden worden gesteld. We zien nu dat mensen het nog niet krijgen, met name mensen in batch 1588 en oude NAM- en CVW-zaken. Graag een reactie. Na jaren strijd werd buurten beloofd: we pakken ongelijkheid tussen bewoners, tussen straten en tussen buurten aan. We krijgen noodkreten uit buurten van mensen die zeggen: het gaat nog steeds mis. Ik noem bijvoorbeeld de Westerdraai in Appingedam en de Fivelstraat in Ten Boer. Mensen zeggen: we zitten al tweeënhalf jaar in een tijdelijke woning en we weten nog niet waar we aan toe zijn. De lijst van gevallen waarin het misgaat is lang: huurders die ongelijk worden behandeld, monumenteigenaren die nog niet eens een inspectie hebben gehad, mkb'ers die vastlopen in een systeem dat niet op hen is ingericht. We zien een overheid die keer op keer nieuwe maatregelen en nieuwe regels bedenkt en vervolgens gaat redeneren vanuit die maatregelen. Het meest tekenend is misschien wel de €2.500-regeling. Het was supersimpel: iedereen die lang had moeten wachten op de versterking, zou €2.500 krijgen. En nu, drie jaar later lukt het de overheid nog niet. Mensen wachten op compensatie die bedoeld was voor het lange wachten. We gaan deze ellende alleen maar oplossen als gedupeerden nu echt centraal worden gesteld. Deur voor deur, straat voor straat, wijk voor wijk en dorp voor dorp: maak met elke gedupeerde een plan en ga niet weg voordat het opgelost is. Schrap de gekmakende bureaucratie, het wantrouwen, de verdienmodellen, de arrogante macht die over mensen heen walst. Geen gepraat over milder, menselijker en makkelijker, maar daden. Wat gebeurt er vandaag? De NAM, die jarenlang heeft verdiend aan deze ellende, keert miljarden dividend uit aan Shell en Exxon, waardoor ze niet meer genoeg overhouden om gedupeerden te betalen. Elke belofte van hen is pr. Mijn oproep aan de minister is: behandel de NAM, Shell en Exxon eens zoals de zwaar gedupeerden nu worden behandeld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Den Hollander namens de VVD. Mevrouw Den Hollander (VVD): Dank, voorzitter. Het is frustrerend, ergerniswekkend en om verdrietig van te worden: de ellendig lange procedures, de onzekerheid, de continue onduidelijkheid, de onverklaarbare verschillen en het foutenfestijn waar bewoners van Groningen en Noord-Drenthe doorheen moeten bij de afwikkeling van schademeldingen. De versterkingsoperatie is bovendien vreselijk. Ik zie gelukkig ook dat vrijwel alle partijen, waaronder deze minister, wel de ambitie hebben om zo snel mogelijk de huidige problemen op te lossen, maar zover zijn we nog niet. Er is een aanzienlijk bedrag gereserveerd voor schadeherstel, maar tegelijkertijd zien we dat er nog steeds voor veel te veel inwoners geen einde lijkt te komen aan het herstel van schade of de versterking van hun woning. Dit zou wat mij betreft centraal moeten staan in dit debat. Is hiervoor een duidelijke oorzaak of veroorzaker aan te wijzen? Nee, helaas niet, want dan zou een oplossing eenvoudig kunnen zijn. Bij dit dossier lijkt wel gewoon alles mis te gaan wat er mis kan gaan voor inwoners. De strijd wordt te vaak gevoerd in de rechtbank, terwijl de inzet gericht zou moeten zijn op de mensen die al zo lang wachten. Voorzitter. Ik wil vandaag vooral stilstaan bij de versterkingsoperatie. Er zijn veel voorbeelden te noemen en als Kamerleden worden we regelmatig benaderd door inwoners die hun zorgen of ergernissen bij ons neerleggen. Ik citeer een meneer uit Appingedam, die vertelt over de jarenlange problemen in de wijk die zichzelf het "vergeten hoekje" noemt: "Het uiteindelijke tijdpad vanaf 2015 tot terugkeer naar de nieuwe woning is toch onmenselijk lang? Het huidige conflict, de gecreëerde verdeeldheid en de oneerlijke torenhoge selectieve vergoedingen in een wijk: het is niet meer uit te leggen." Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Een inwoner uit Ten Post komt met de vraag of het na ruim tien jaar voortdurende verbetering van de versterkingsoperatie niet eens tijd wordt om ook eens onafhankelijk te onderzoeken of een eenvoudiger uitvoeringsmodel op onderdelen beter kan functioneren. Hij vervolgt: "Een mogelijke manier om die vraag te onderzoeken is een vergelijking tussen het bestaande uitvoeringsmodel en een model dat begint met één eigenaar, één woning en één veiligheidsopgave, en deskundige ondersteuning en publieke waarborgen heeft. In zo'n model kan de eigenaar opdrachtgever zijn van de versterking van zijn eigen woning, ondersteund door een onafhankelijke architect of bouwkundig hoofdadviseur. De overheid blijft verantwoordelijk voor financiering, veiligheidsnormen, onafhankelijke toetsing, rechtsbescherming en verantwoording over publieke middelen." Mijn vraag aan de minister is daarom: is de minister bereid om onafhankelijk te laten onderzoeken welk deel van de complexiteit in de versterkingsoperatie technisch en juridisch noodzakelijk is en welk deel voortkomt uit de wijze waarop het proces is georganiseerd en daarbij ook een alternatief model vanuit eigenaar en woning te betrekken? Tot nog toe heeft de VVD zelf ook altijd gepleit voor het niet-wijzigen van bestaande systemen en methodieken, omdat er voor het oplossen van veel problematiek gewoon rust nodig is in de operatie; rust in de uitvoering zonder hier als Kamer weer een stelselwijziging door te voeren. Ook de Groninger Bodem Beweging roept hiertoe op. De vraag naar een onderzoek waarin in beeld wordt gebracht waar de complexiteit werkelijk vandaan komt en het opstarten van een pilot met een sterk vereenvoudigd model, hoeven de benodigde rust in de operatie echter niet te verstoren maar kunnen wel mogelijkheden scheppen voor een betere aanpak in de toekomst. We zijn er tenslotte nog lang niet. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Bushoff en daarna van mevrouw Beckerman. Eerst de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Ik hoor de VVD zeggen: laten we onderzoek doen naar de vraag of we de versterking beter kunnen organiseren door de woningen in eigen regie te laten versterken. Dat beluister ik eigenlijk in de woorden van mevrouw Den Hollander. Nou is dat in het verleden natuurlijk ook geprobeerd. Welke lessen trekken we daaruit om het dit keer beter te laten werken, zou ik willen vragen. Mevrouw Den Hollander (VVD): Dat is volgens mij wat het onderzoek moet uitwijzen. Als ik de waarheid in pacht had, zou ik niet vragen om een onderzoek, maar zou ik met een oplossing komen. Ik wil dus juist kijken wat een onderzoek hierbij kan opleveren. De voorzitter: Een vervolginterruptie van de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Eén punt dat natuurlijk heel problematisch is en waarvan ik me kan voorstellen dat dat mensen enorm afschrikt, is dat mensen in batch 1588, om maar even iets te noemen, met eigen geld een woning terug hebben moeten laten bouwen. Dat was met het idee, ook een beetje in de gedachte van mevrouw Den Hollander, dat ze op deze manier een versnelling konden aanbrengen in de versterkingsoperatie, maar nu komen ze van een koude kermis thuis omdat ze nog steeds strijd voeren om een deel van hun eigen ingelegde geld terug te zien. Zouden we daar dan ook ruimhartig mee om moeten gaan? Mevrouw Den Hollander (VVD): Meneer Bushoff loopt echt op de zaken vooruit. Ik vraag om een onderzoek. Hij vraagt wat ik vind van een eventuele oplossing die er op dit moment nog niet is. Het gaat mij om het volgende. Je ziet dat het met die versterkingsoperatie op heel veel fronten misgaat. Wat er allemaal gebeurt, is heel complex. Het gaat om het taxatierapport, om waardedaling en om allerlei zaken die erbij komen. Dan moet er weer een nader oordeel komen. Dan is er wéér iemand die zich erover moet buigen. Intussen zitten mensen al die tijd in onzekerheid. Ik wil dus kijken hoe we die complexiteit eraf kunnen halen en zorgen dat we het veel eenvoudiger gaan doen. Maar, nogmaals, ik heb de oplossing niet en daarvoor moet er dus een onderzoek komen. De heer Bushoff (PRO): Op zich ben ik niet eens helemaal tegen een aantal dingen die mevrouw Den Hollander zegt, maar ik vind het wel lastig dat er gevraagd wordt om een onderzoek terwijl eigenlijk best wel veel van de antwoorden door de regio, door Groningers zelf, al zijn aangereikt. Zouden we er niet veel meer baat bij hebben om daar gewoon naar te luisteren? Ik had het er in mijn inbreng over: laat dat het kompas zijn in plaats van nu weer een nieuw onderzoek te doen. Een van die aangereikte oplossingen is om verder te gaan met een eenoverheidsaanpak. Voelt mevrouw Den Hollander daar ook voor? Mevrouw Den Hollander (VVD): Ik ben natuurlijk nog niet helemaal klaar met mijn verhaal. Als meneer Bushoff goed had geluisterd, had hij ook gehoord dat ik dit niet zelf heb verzonnen maar dat dit ook uit de regio komt. Een inwoner van Ten Post — die zal zich bij u misschien ook gemeld hebben — heeft mij ook benaderd. Wij hebben een aantal keer wat dingen met elkaar uitgewisseld. Hiervan vond ik op een gegeven moment dat het een goed plan was. Het komt uit de regio en het is een goed plan, dus als uw vraag is of het initiatief uit de regio kan komen, zeg ik ja. Mevrouw Beckerman (SP): Ik vind het lastig om te bepalen of dit winst of verlies is. Het is namelijk winst dat de VVD dit nu ook zegt. Wij zeggen dit natuurlijk al heel veel jaren lang. De moeilijkheid zit er voor mij in dat dit wéér een pilot of een onderzoek is. Voor mij is het inmiddels twaalf jaar geleden dat we in Loppersum stonden, dat er eindelijk erkenning kwam voor de bevingen en dat minister Kamp zei: "Weet je wat ik gaan doen? Ik ga dertien onderzoeken doen." Ik denk dat Groningen heel erg moe is van allerlei onderzoeken en pilots en dat we allang weten hoe het anders moet en kan. Dat is allemaal al uitgedacht. Is het niet vooral heel logisch om nu juist met die basis te beginnen en niet weer een nieuwe ongelijkheid te creëren tussen mensen die dan wel en niet in die pilot zouden mogen zitten? Mevrouw Den Hollander (VVD): Het interessante is dat mevrouw Beckerman dit al een aantal keer heeft gezegd: één huis, één regisseur, één … Ik hoorde het net ook nog in haar inbreng. Nu zeg ik dat we daar eerder niet voor open hebben gestaan; dat heb ik ook aangegeven. Wij stonden daar eerder niet voor open, omdat we ook van heel veel mensen horen dat het heel erg belangrijk is om niet het hele systeem overhoop te gooien, maar de rust te bewaren in de versterking, want als het systeem stopt, staan mensen die nu al in het proces zitten ook weer op nul. Daarom zeggen wij juist: laat het parallel aan elkaar lopen en ga door met de huidige versterkingsoperatie, maar ga daarnaast kijken of het ook eenvoudiger kan. Ik sluit me dus eigenlijk aan bij de oproep van mevrouw Beckerman. Misschien is dat inderdaad een hele goeie manier, maar laten we niet alles wat we nu hebben overboord gooien; laten we eerst kijken of dit inderdaad een betere manier is en niet de mensen duperen, die ook gewoon behoefte hebben aan rust en aan voortgang van hun proces. De voorzitter: Een vervolginterruptie van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Het wordt vaak een systeemwijziging genoemd, niet alleen door de VVD, maar ook door verschillende opeenvolgende ministers. Maar ons punt zit helemaal niet bij het systeem. Het punt zit heel sterk bij de houding. Daar zijn ook mensen die nu in de versterking zitten extreem bij gebaat. Kent u voorbeelden van mensen die uit huis zijn en jarenlang niets zien gebeuren en van mensen die zien dat er veel meer schade is dan vooraf gedacht en dan weer vastlopen? De dorpenaanpak, waarbij het dan weer vastloopt, is eigenlijk een beetje hetzelfde. Is de VVD het er ook mee eens dat de houding voor een heel groot deel het verschil kan maken? Zet echt die gedupeerde centraal. Dat moet dus niet in een pilot, want je wil niet de ene wel centraal stellen en de ander niet. Maar dat moet de basis zijn voor een oplossing. Mevrouw Den Hollander (VVD): Ik ben het gedeeltelijk met mevrouw Beckerman eens. Ik vind ook dat er van alles af te dingen is op de houding. Dat horen wij natuurlijk ook. De voorbeelden die ik noem, komen uit de regio. "De Groninger" is niet één persoon. Ieder heeft zijn eigen proces, heeft zijn eigen problemen, loopt tegen zijn eigen dingen aan. Er gaan ook dingen wel goed. Ik denk dat het grote verschil tussen wat mevrouw Beckerman zegt en wat wij van de VVD zeggen, is: gooi nou niet het hele systeem om. Dat vraagt ook de Groninger Bodembeweging, onder andere. Die roept daar ook toe op: houd die rust in de uitvoering. Houd het goed waar het goed gaat, maar — dat komt niet van de Groninger Bodem Beweging, maar van deze meneer uit Ten Post — ga wel bekijken: waar kan het beter, hoe kan het minder complex en hoe kan je meer terug naar de vereenvoudiging? Daar kom ik zo nog even op terug. Ga dit niet in één keer doorvoeren voor iedereen. Er moeten nog ongeveer 7.000 woningen versterkt worden. Er is nog genoeg kans om dat nog beter te doen. De voorzitter: U kunt uw betoog vervolgen. U heeft nog twee minuten, mevrouw Den Hollander. Mevrouw Den Hollander (VVD): Dank u, voorzitter. Het kan mogelijkheden scheppen voor een betere toekomstige aanpak, want we zijn er nog niet. Er moeten nog vele woningen versterkt worden en dat gaat nog jaren duren. Voorzitter. Vereenvoudiging is geen systeemwijziging. Vereenvoudigen kan binnen de bestaande organisatie. Denk aan stap voor stap onnodige processtappen weglaten, zoals dubbele controles voorkomen. Het gaat ook om bevoegdheden daar leggen waar besluiten verantwoord kunnen worden genomen. In die zin sluit ik aan op de eenoverheidsaanpak. De vraag die wij natuurlijk heel vaak krijgen, is waarom mensen daar niet voldoende mandaat hebben om knopen door te hakken. Daar zit heel veel vertraging en ergernis in. Juist omdat daarvoor niet eerst een nieuwe organisatiestructuur hoeft te worden ontworpen en te worden ingevoerd, kan deze benadering sneller resultaat opleveren. Het gaat dus niet om een grote structuurwijziging, maar we moeten wel kritisch durven kijken naar de manier waarop het bestaande systeem werkt. Voorzitter. Ik laat het in eerste instantie hierbij en hoor graag de visie van de minister hierop. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Köse namens D66. De heer Köse (D66): Dank u wel, voorzitter. Dit debat heet "Herstel Groningen", maar "herstel" is een verraderlijk woord. Het klinkt alsof we terug moeten naar hoe het was. Groningers willen niet terug. Ze willen naar het Groningen van de toekomst. Ze willen een veilig huis, een overheid die afspraken nakomt en een regio met perspectief. Want hoe het was, hebben we geweten: een provincie die decennialang werd afgemeten aan wat er onder de grond zat en niet aan wat er boven de grond gebeurde. Partijen als JA21 lijken open te staan voor een terugkeer naar die situatie. Drie jaar na het rapport van de parlementaire enquête, Groningers boven gas, klinkt hernieuwde gaswinning blijkbaar te aantrekkelijk en te stoer om te weerstaan. Centraal staat daarmee in het debat eigenlijk de keuze tussen valse nostalgie en perspectief. D66 kiest voor perspectief. Laten we beginnen in het nu. Met Nij Begun hebben we een historische kans om het vertrouwen te herstellen dat zo lang is afgebroken. En toch gaat het nog te vaak mis, terwijl we al even onderweg zijn. Ik hoorde dat net ook. Er is geld, gelukkig. Nu is het zaak om te zorgen dat elke euro landt waar die het verschil maakt: niet in overlegcircuits, niet in beoordelingskosten, maar aan de keukentafel. Dat dat kan, bewijst de vaste eenmalige schadevergoeding van €10.000. Geen eindeloos onderzoek naar oorzaak en gevolg, maar gewoon herstellen. Zo landt het geld waar het hoort te landen. Maar op te veel plekken lekt het nog steeds weg. Bewoners verdwalen in een woud van loketten, procedures en juristen. Dat kost tijd en geld dat nooit bij de bewoner aankomt. Daarom vraag ik de minister welke dubbele opnames, rapporten en loketstappen tussen IMG en NCG bij samenloopdossiers geschrapt worden, zodat het beschikbare geld op de juiste plek belandt. De vraag of de bewoner echt centraal staat, is door het Adviescollege Veiligheid Groningen al beantwoord. Het antwoord is nee. Daar baal ik flink van, want dit is niet nieuw. Ik vraag de minister dan ook wanneer iedere bewoner eindelijk één vast aanspreekpunt heeft. Deze wens spreekt de Kamer al jaren uit, maar is nog niet gerealiseerd. De voorzitter: Ik ga u even pauzeren, want u heeft een interruptie van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Ik sloeg aan op de woorden "we moeten niet terug naar het verleden". De oplossing die nu door het IMG voor de schadeafhandeling wordt gepresenteerd, is er echt eentje die rechtstreeks uit het NAM-verleden lijkt te stammen: finale kwijting, nieuwe contouren, mensen die er weer buitenvallen. Als D66 zegt "we gaan niet terug naar het verleden", kan ik er dan op rekenen dat die maatregelen die nu weer gedupeerden pijn gaan doen, direct van tafel gaan? De heer Köse (D66): Dank voor de vraag. Ik denk dat we deze zorgen delen. Omdat ik deze zorgen ook had, heb ik bij het vorige debat een motie ingediend over dat de minister borgt dat finale kwijting nimmer daadwerkelijk schadeherstel in de weg staat. Ik deel die zorg namelijk ook. Ik herken die heel erg. Ik las in de brief van de minister dat hij die motie echt gaat uitvoeren en dat als blijkt dat er bijvoorbeeld achteraf nog schade is, ook na die finale kwijting, daar geld voor is en dat daar ook aandacht voor zal zijn. Ik denk dat dat al een goede stap is ten opzichte van het verleden. Ik deel zeker dat er nog veel werk te doen is. De voorzitter: De vierde interruptie van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Ik haak heel even aan op eerdere woorden van mijn collega Bushoff, die ook iets zei over de rol van het parlement. De vraag hierbij is als volgt. We zijn heel vaak als parlement een beetje met een kluitje het riet in gestuurd bij dit soort dingen. "Nee, het valt allemaal wel mee. Het is gewoon een maatregel. Dat komt in de praktijk heus goed." Het bleek elke keer niet goed te komen. Finale kwijting en contouren in die schadeafhandeling zijn gedrochten uit een NAM-verleden. Er zijn mensen die ooit getekend hebben voor finale kwijting — die moesten wel tekenen; ze konden niet anders — die nu nog steeds rechtszaken voeren. Het is niet nodig, dus waarom zou je, terwijl er ook nulmetingen bestaan, überhaupt een vorm van kwijting en dit soort contouren weer opnemen? Ga niet kleine kantjes daarvan afsnoepen en hopen dat het goedkomt. Het moet gewoon van tafel, omdat het niet heeft gewerkt en niet zal werken. De heer Köse (D66): Ik kan me helemaal vinden in het verhaal van mevrouw Beckerman en ik gaf in mijn betoog aan dat wat D66 betreft het geld aan de keukentafel moet komen, bij de Groninger, waarvoor het bedoeld is. Vandaar ook die motie over finale kwijting. Ik zie dat de minister dit in de brief echt wel serieus neemt en uitvoering wil geven aan die motie. Mevrouw Beckerman vindt mij daarin aan haar zijde. Als het niet goed gaat, zullen we daar, zij aan zij, enorm streng op gaan controleren — ik in ieder geval, en ik denk heel deze Kamer. Ik denk dat het superbelangrijk is dat dat gewoon goed gaat. De minister heeft ook aangegeven daarmee aan de slag te gaan. Ik denk dus dat dat al een goede stap is. Laat ik het daar even bij houden. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mevrouw Den Hollander. Mevrouw Den Hollander (VVD): Ik vraag mij dan wel het volgende af. We hebben de vorige keer natuurlijk daarover het debat gevoerd. We voeren over heel veel dingen het debat elke keer opnieuw in deze commissie. Hoe kijkt D66 dan naar die trillingsmetingen die bij de finale kwijting horen en dat als die onder een bepaalde waarde vallen, het er niet binnen valt en anders wel? Vindt D66 dat een betrouwbaar systeem of niet? De heer Köse (D66): Volgens mij is nu de regeling dat bij een nieuwe aardbeving, vanaf 2 millimeter per seconde, die voorwaardelijke finaliteit niet meer geldt, dat het proces eigenlijk opnieuw begint en dat de gedupeerde weer geholpen kan worden. Ik denk dat het goed is om gewoon strakke kaders te hebben en dat we daar niet te streng op zijn. In die zin ben ik zeker blij dat we wel perspectief hebben en dat het niet een punt is, maar een soort komma; zo zou ik het bijna zeggen. Er is dus wel uitzicht. We blijven helpen. Ik denk dat dit goed is, omdat we daarmee de vaart erin kunnen houden en we de focus kunnen leggen op het kerngebied, waar we heel veel complexe gevallen zien, waar je ook aandacht voor wilt hebben. In die zin biedt dat perspectief, denk ik. De voorzitter: Een vervolginterruptie van mevrouw Den Hollander. Mevrouw Den Hollander (VVD): Dat delen wij dan met elkaar. Dat is goed om te horen, want ik meende net te horen dat u toch die finale kwijting met die trillingsmetingen een beetje op een hellend vlak plaatste. Dus nog even ter bevestiging: u zegt dat de manier waarop het nu is ingericht, wel een goede manier is. De voorzitter: Graag via de voorzitter spreken. De heer Köse (D66): Ik denk dat mevrouw Den Hollander mij verkeerd begreep. Ik gaf eigenlijk aan dat die finale kwijting er nu in staat. Daarvoor heb ik een motie ingediend, die is aangenomen en de minister gaat daar goed mee om. Daar zal ik heel kritisch op zijn. Ik deel de kritiek van mevrouw Beckerman. Ik ga daar dus wel goed op letten. Met hoe het er nu in staat, kan ik leven, mits de minister zich natuurlijk gaat houden aan wat hij in de brief schrijft, namelijk dat het niet daadwerkelijk schadeherstel in de weg staat. De voorzitter: Dan heeft u nog een interruptie van de heer Bushoff. Dat is zijn vierde. De heer Bushoff (PRO): Na het interruptiedebatje tussen D66 en de SP dacht ik eindelijk duidelijkheid te hebben over dat D66 toch geen voorstander is van finale kwijting, maar toen werd ik toch weer in verwarring gebracht door het interruptiedebatje tussen de VVD en D66, want nu hoor ik D66 zeggen: ik kan het toch ondersteunen, maar ik ga het goed bekijken. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: wat is het nou? Bent u voor finale kwijting opnemen, zoals het IMG nu voorstelt, of zegt u: nee dat moet van tafel? De heer Köse (D66): Het is grappig om twee lezingen te zien, maar ik denk dat de waarheid die ik uitsprak, gewoon in het midden ligt. Kijk, op finale kwijting an sich heb ik kritiek gehad. Daarom heb ik daarover een voorstel ingediend en dat is aangenomen. De grootste zorg die wij met elkaar delen, is, denk ik, dat dit daadwerkelijk schadeherstel in de weg gaat staan. Dit mag geen punt zijn. Dit mag voor de inwoner niet zijn: tekenen bij het kruisje, en je hebt verloren en nergens meer recht op. Die punt zet ik daar niet. Ik raak ondertussen een beetje afgeleid door wat er hier om mij heen allemaal gebeurt. Mijn voorstel was dus om ervoor te zorgen dat het niet finaal is — het is dus ook voorwaardelijke kwijting — en dat we er bij een nieuwe aardbeving voor zorgen dat inwoners geholpen worden. Dat is nu ook geregeld. De voorzitter: U vervolgt uw betoog. U heeft nog een kleine drie minuten. De heer Köse (D66): Voorzitter. Wie de afgelopen maanden het debat over Groningen volgde, hoorde opvallend weinig over herstel, versterking en perspectief, maar vooral veel nostalgisch gedagdroom over gas, over hoe we het Groningenveld achter de hand kunnen houden. Laten we dat beeld eens ontmantelen. "Achter de hand" klinkt onschuldig, alsof een grote gasbubbel hetzelfde is als een oude sok in een lade, die je tevoorschijn haalt als het nodig is. Maar zo zit het helaas niet. Om een veld in reserve houden, moet je het operationeel houden en een veld dat openstaat, beeft. Het Staatstoezicht op de Mijnen zegt duidelijk: veilig winnen bestaat niet. De mensen in het hart van het bevingsgebied zeggen: nooit meer. Als het hoofd en het hart je beide dezelfde raad geven, kun je maar beter luisteren. We moeten niet terug in de tijd. Voorzitter. Tegenover die nostalgie zet D66 perspectief. Het Groningen van de toekomst is namelijk geen droom; het is binnen handbereik als we er de komende jaren echt op sturen. Dan houden we in de dorpen de school open, de huisarts om de hoek en de bus op de weg. Dan bouwen we in de Eemshaven en Delfzijl het kloppend hart van de groene industrie: waterstof, duurzame chemie, wind van zee, met de banen en de bedrijvigheid die daarbij horen. Dan geven we jongeren die vertrokken een reden om terug te komen. Hier ligt het werk van de toekomst. Om aan dit perspectief te blijven werken, heb ik een concrete vraag aan de minister. Welke concrete afspraken maakt de minister met de regio om de nieuwe banen in waterstof en groene chemie ook daadwerkelijk aan Groningers ten goede te laten komen? Voorzitter, ik rond af. Groningen heeft Nederland 60 jaar van energie voorzien. Ik ben ervan overtuigd dat het dat opnieuw kan, maar dan schoon. De vraag is dus niet of Groningen een toekomst heeft; de vraag is of wij die durven kiezen? Kiezen we voor valse nostalgie of geven we Groningen perspectief? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Armut, namens het CDA. Mevrouw Armut (CDA): Dank, voorzitter. In Groningen kwam de overheid tegenover haar burgers te staan. Dat is funest geweest voor het vertrouwen. De immateriële en materiële schade en gevolgen daarvan zijn nog steeds voelbaar. In het rapport van de Rekenkamer wordt geconcludeerd dat er in 2025 duidelijk vooruitgang is geboekt in de schadeafhandeling en de versterking van de woningen in het aardbevingsgebied. Er is in 2025 bijna twee keer zo veel schade afgehandeld als in 2024. Eind 2025 was ongeveer twee derde van de huizen versterkt. Dat is goed nieuws, maar de Rekenkamer wijst er ook op dat er nog geen grotere tevredenheid is en dat het vertrouwen van de Groningers ook niet toeneemt. Dat zien we terug in de Staat van Groningen, waarin je ook ziet dat het vertrouwen in de overheid van mensen uit het bevingsgebied en uit Oost-Groningen bijzonder laag is. Ik zou graag van de minister horen hoe hij ernaar kijkt dat de cijfers van de hersteloperatie zeggen dat de goede kant opgaat, maar dat het vertrouwen achterblijft. Wat zegt dit? Voorzitter. Dan de leefbaarheidsmaatregelen in de Sociale Agenda van Nij Begun. Dit kan iets ontzettend moois worden. Er komt geld voor lokale initiatieven, geld voor de samenleving. Het CDA juicht dit toe, maar dan moet het geld wel echt daar terechtkomen. Wat kan de minister doen om te voorkomen dat dit geld wordt gezien als vervanging van gemeentelijke subsidies voor dorpshuizen en leefbaarheidsfondsen? Wij begrepen namelijk dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor het uitkeren van deze middelen en dat daarvoor in elke gemeente een leefbaarheidsoverleg wordt opgezet dat besluit waar het geld heen gaat. Wij vragen ons af of dit een manier is om ervoor te zorgen dat het geld echt in de dorpen terechtkomt. De inwoners zouden immers de regie krijgen. Is de minister het met ons eens dat het geld juist bij vrijwillige initiatieven uit de samenleving terecht moet komen, zoals dorpshuizen, sportclubs en buurtverenigingen? Mijn kernvraag hierbij is: hoe zorgt de minister ervoor dat de zeggenschap en het eigenaarschap echt bij de gemeenschap komen te liggen? Voorzitter. In de Staat van Groningen lezen we dat de NCG verwacht dat de versterkingsoperatie rond 2032 is afgerond. Het Staatstoezicht op de Mijnen plaatst daar kanttekeningen bij, omdat dit door onzekerheden is omgeven en de voortgang afhankelijk is van de uitvoerbaarheid en de aard van resterende dossiers. Wat is volgens de minister een realistische verwachting voor de einddatum van de versterkingsoperatie? We weten dat de NCG de opdracht geeft om zo snel mogelijk af te ronden, maar we weten ook dat mensen al jaren wachten op versterkingsadviezen. Ik heb er al eerder naar gevraagd, maar wanneer zijn de laatste versterkingsadviezen eindelijk afgerond? Naar aanleiding van het ACVG-rapport over de versterkingsadviezen zeg ik: Groningers moeten kunnen rekenen op duidelijke en betrouwbare beoordelingen. Mijn vraag aan de minister is wat er inmiddels is gedaan om bewoners duidelijkheid te geven. Voorzitter. Ik heb geluisterd naar de podcast over de Staat van het Kerngebied 2026 van de Groninger Bodem Beweging. Die schetst een pijnlijk beeld. Ze hebben een rapport opgesteld met antwoorden van mensen uit het kerngebied. Dat schetst echt een ander beeld dan de cijfers uit de Staat van Groningen, een beeld dat langdurige onzekerheid, twijfel en ontevredenheid weergeeft. Ze geven eigenlijk aan dat er twee verschillende werelden zijn: het kerngebied en het gebied zoals omschreven in de Staat van Groningen. Hoe kijkt het kabinet naar de Staat van het Kerngebied? Kan de minister zich voorstellen dat er in de Staat van Groningen een vertekend beeld ontstaat als iedereen meegerekend wordt? Eigenlijk is mijn zorg hier of het kerngebied niet wegvalt binnen de bredere cijfers. Is er wel genoeg aandacht voor de hardst getroffen gebieden? Kan de minister toezeggen dat hij dat voortaan meeneemt in de tevredenheidscijfers voor het kerngebied en dat ook apart terug laat komen in toekomstige rapportages? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Vermeer namens de BBB. De heer Vermeer (BBB): Dank u wel, voorzitter. We hebben bij deze vergadering 37 brieven zitten en een veelvoud aan bijlages. Dat is eigenlijk al een veeg teken. Op 21 augustus was er opnieuw een aardbeving bij Zandeweer, met een kracht van 2,8. Het Groningenveld is dicht, maar de gevolgen zijn dat niet. Voor iemand die al jaren wacht op herstel of versterking, begint na zo'n beving gewoon weer dezelfde onzekerheid: is mijn huis veilig; komt er opnieuw schade? Dat maakt de nieuwste cijfers over de versterking pijnlijk. Voor 2026 was het doel 1.750 versterkte gebouwen. De nieuwe prognose ligt ergens tussen 1.288 en 1.588. In geen enkel scenario is de operatie voor 2032 afgerond. Steeds meer bewoners schuiven door tot na 2028 of zelfs 2030. Het Staatstoezicht op de Mijnen waarschuwt dat een voorzichtige prognose niet mag veranderen in een minder ambitieuze aanpak. We kregen ook een brief van bewoners van de Fivelstraat in Ten Boer, die al tweeënhalf jaar in tijdelijke huisvesting zitten en soms zelfs al vier jaar in onzekerheid zitten. Ik ben wat later binnengekomen; misschien heeft iemand dat eerder al genoemd. Dat treft je wel als je dat leest. Voorzitter. Daar komt het probleem met zelfstandigen bij de Nationaal Coördinator Groningen nog bovenop. Bij ruim 200 zelfstandigen bestaat een risico op schijnzelfstandigheid. Zij werken juist in het hart van de operatie en zijn betrokken bij honderden woningen. Het effect hiervan is nog niet verwerkt in de ondergrens van de nieuwe planning. Welke concrete versnellingsmaatregelen uit de diepteanalyse gaat de minister nu uitvoeren en hoeveel extra versterkte woningen moeten die per jaar opleveren, vraag ik de minister. En hoeveel woningen lopen door dit zzp-vraagstuk op dit moment daadwerkelijk risico op vertraging? Voorzitter. Snelheid mag nooit betekenen dat bewoners later opnieuw moeten twijfelen aan de veiligheid van hun huis. Het Adviescollege Veiligheid Groningen vond zes situaties waarin veiligheidsoordelen onvoldoende betrouwbaar zijn. Volgens een inventarisatie van de Nationaal Coördinator Groningen kunnen die situaties bij ongeveer 8.000 adressen voorkomen. Dat betekent nadrukkelijk niet dat al die woningen onveilig zijn, maar wel dat gerichte controles nodig zijn. BBB vindt dat bewoners niet zelf door technische rapporten moeten hoeven te ploegen om te ontdekken of hun woning opnieuw gecontroleerd moet worden. Ook bij de schadeafhandeling blijkt de praktijk weerbarstig. Onderzoek laat zien dat juist lang wachten en ingewikkelde procedures een zelfstandige negatieve invloed hebben op het welzijn en vertrouwen van de bewoners. Vanaf 30 november worden nieuwe aanvragen voor maatwerk in beginsel in één keer definitief afgehandeld. Daarna kan een nieuwe aanvraag alleen onder bepaalde voorwaarden worden gedaan. Kan de minister toezeggen dat iedere bewoners van wie het dossier binnen een risicogroep valt, actief wordt benaderd met een duidelijke termijn waarin zekerheid volgt? Hoe wordt voorkomen dat een bewoner later vastloopt wanneer schade bij de eerste opname nog niet zichtbaar was? Voorzitter. In het Erfgoedprogramma staat ook een waarschuwing die BBB serieus neemt: versterking kan grote gevolgen hebben voor karakteristieke boerderijen, terwijl juist deze gebouwen een belangrijk deel vormen van het Groninger landschap en de agrarische geschiedenis. Voor agrarisch erfgoed zijn extra mogelijkheden voor onderhoud en restauratie aangekondigd. We willen echter aandacht vragen voor de voorgestelde wijziging van de isolatieregeling. Agrarische gebouwen die worden herbestemd tot woningen, kunnen dan opeens buiten de subsidie vallen wanneer er voor die verbouwing een omgevingsvergunning nodig is, omdat er dan al eisen aan de isolatie worden gesteld. Dit gaat in de praktijk natuurlijk een drempel opwerpen voor het behoud van die boerderijen. Steeds meer agrarische gebouwen komen leeg te staan. Herbestemming kan dan een goede manier zijn om zo'n gebouw te behouden en tegelijkertijd nieuwe woningen mogelijk te maken, bijvoorbeeld voor starters of ouderen of door ze om te vormen voor wonen met zorg. BBB vindt het onwenselijk dat deze regeling zulke initiatieven juist minder aantrekkelijk maakt. Hoe voorkomt de minister dat karakteristieke boerderijen verdwijnen doordat sloop-nieuwbouw uiteindelijk de enige haalbare route wordt? Dit kan toch echt niet de bedoeling zijn? Is de minister bereid te voorkomen dat de voorgestelde wijziging van de isolatieregeling de herbestemming van karakteristieke agrarische gebouwen naar woningen belemmert, bijvoorbeeld door voor deze gebouwen maatwerk mogelijk te maken? Tot slot, voorzitter. NAM, Shell en ExxonMobil procederen verder over de kosten, misschien zelfs terwijl wij hier zitten. De Staat kreeg niet de onbeperkte garanties waar de Staat om vroeg. Er gelden nu beperkte garanties tot uiterlijk 1 juni 2031, terwijl het geschil over uiteindelijke zekerheden nog loopt. Ik hoor een alarm afgaan; is mijn tijd om? Niet? Oké. Vandaag hoorden we ook nog dat er in 2025 1,4 miljard is uitgekeerd aan Shell en ExxonMobil, waardoor de NAM door de afgesproken grens van aan te houden kapitaal zakt. Dit is echt niet te geloven. Hoe voorkomt de minister dat er na 2031 een financieel risico voor de Staat ontstaat als de juridische procedures dan nog niet definitief zijn afgerond? Voorzitter. Groningers hebben genoeg nieuwe systemen en nieuwe beloften gezien. Ik ben dus erg voor de oproep van mevrouw Beckerman dat het om houding gaat, niet om systemen. Groningers en mensen in Noord-Drenthe moeten thuis merken dat hun woning veilig wordt gemaakt en dat hun dossier uiteindelijk een keer geen dossier meer is, maar iets uit een ver verleden. Dank u wel. De voorzitter: Het geluid klonk precies bij vijf minuten. Het klopte dus wel, maar ik was coulant met betrekking tot uw bijdrage, zoals ik ook was bij andere collega's. Mevrouw Den Hollander (VVD): Ik vind dat de heer Vermeer van de BBB een heel goed verhaal heeft. Hij benoemt gewoon alle punten die zeer doen. Dat doet hij hartstikke goed. Alleen, het lastige daarbij is dat ik de indruk heb dat de BBB de laatste maanden wel regelmatig voor moties heeft gestemd om gaswinning weer mogelijk te maken. Maar dat kan ik fout hebben. Daarom vraag ik om een bevestiging van de heer Vermeer. Zou de heer Vermeer dat kunnen ontkennen dan wel bevestigen? De heer Vermeer (BBB): Wij hebben geen enkele motie gesteund die heropening van het Groninger gasveld tot gevolg heeft, punt. Wij hebben altijd gezegd: we hebben de komende 40, 50 jaar nog steeds gas nodig in Nederland, zeker nu het kabinet hybride warmtepompen ook nog verplicht gaat stellen; dan kom je helemaal niet van het gas af. Wij vinden dat er gas gewonnen moet worden, bij voorkeur op zee. Als dat in kleine velden op andere plekken kan, moet de veiligheid vooraf gewaarborgd zijn. De voorzitter: Die punt was een komma. U heeft een vervolginterruptie van mevrouw Den Hollander. Mevrouw Den Hollander (VVD): Dat is goed om te horen, want daarmee volgt u eigenlijk volledig de lijn van de VVD. Kunnen wij er ook op vertrouwen dat de BBB vasthoudt aan het standpunt dat het heropenen van het Groningenveld onwenselijk is en dat dat niet gaat gebeuren? De heer Vermeer (BBB): Zolang de hersteloperatie niet afgelopen is en de veiligheid van de inwoners niet gegarandeerd is, kan het Groninger gasveld gewoon niet opengaan. Dat is een punt. De voorzitter: Dan wil ik mevrouw Beckerman vragen het voorzitterschap van mij over te nemen. Voorzitter: Beckerman De voorzitter: Dan neem ik het voorzitterschap over en geef ik het woord aan de heer Clemminck. Hij spreekt namens de fractie van JA21. Aan u het woord, meneer Clemminck. De heer Clemminck (JA21): Dank u wel, voorzitter. Een inwoner van Groningen wil weten wanneer zijn huis wordt versterkt, een eigenaar wil weten hoe zijn monument wordt hersteld en de belastingbetaler wil weten wie de rekening betaalt. Het zijn drie eenvoudige vragen, maar in dit dossier, zo heb ik geleerd, zijn er eigenlijk nooit eenvoudige antwoorden. Mijn fractie is altijd helder geweest over het schade- en hersteldossier. We moeten schade herstellen, gebouwen versterken en materiële schade compenseren. Wij steunen de maatregelen die dit menselijker, milder en makkelijker moeten maken. Dat hebben we altijd gedaan en dat zullen we ook altijd blijven doen. Tegelijkertijd zijn we altijd terughoudend met het indienen van nieuwe moties, nieuwe wensen, uitzonderingen en regelingen. Dat komt de uitvoering namelijk niet ten goede; dat heeft het verleden wel bewezen. Tegelijk met versterken en herstel wil JA21 werk maken van het stabiliseren van de bodem. Wetenschappers van onder andere TNO wijzen ons op de mogelijkheden van de injectie van stikstof. De Groningers verdienen het dat we deze optie stap voor stap verder brengen en verkennen, maar dan moet je de putten niet voor 2 miljard euro volstorten met beton. Toegang tot de putten is ook nodig voor de inzet van de gasvoorraad als strategische reserve. JA21 diende daartoe een initiatiefwet in, die nu voor consultatie is vrijgegeven. Mijn fractie blijft erbij dat het Groningenveld na herstel en versterking in de toekomst weer gebruikt kan worden voor gaswinning. Het gaat om leveringszekerheid, ook voor onze toekomstige generaties. Voorzitter. JA21 is opgericht om de Nederlandse cultuur te formuleren, te handhaven en over te dragen. We hebben dus ook bijzondere aandacht voor het Gronings erfgoed. Monumenten, karakteristieke panden en herenboerderijen zijn onderdeel van de identiteit van Groningen. Het herstellen en versterken moet samengaan met het behoud van deze cultuurhistorische waarde. Voor het Erfgoedprogramma is vanuit Nieuw Begin 73 miljoen euro extra beschikbaar gesteld. Tegelijkertijd heeft het bestuur van de Vereniging Groninger Monumenten Eigenaren zich teruggetrokken uit de pilot integrale aanpak erfgoed. Een integrale aanpak waar de vertegenwoordigers van eigenaren uit stappen: dan gaat er iets niet goed. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister. Waarom heeft het bestuur zich teruggetrokken? Wat is er met hun kritiek gedaan? Wat gaat de minister doen om het contact weer te herstellen? In het Erfgoedprogramma lezen we dat het werkgebied is aangepast van provincialeomgevingsverordeningsomvang naar de vijf gemeenten in het kerngebied. Kan de minister aangeven waarom deze keuze gemaakt is in het programma en wat dat betekent voor de aanpak van gebouwen die nu al aangepakt zijn en gebouwen die ernaast staan die misschien niet meer onder het programma vallen? Voorzitter. In het kader van het Erfgoedprogramma zag ik de indrukwekkende doelenboom. Het zal misschien aan mijn simpelheid liggen, maar ik had eigenlijk maar drie vakjes verwacht in deze doelenboom: intake, herstel en versterken — en uit. Dat zijn drie bakjes, maar wij kregen deze hele doelenboom. Graag een reactie van de minister. Voorzitter. Er was eens een staatssecretaris die zijn naam kreeg van een provincie. Dat was uniek voor Nederland. Dit kabinet kiest er niet voor, maar komt met een regeringscommissaris. Dat is wat JA21 betreft een prima keus qua persoon, maar geen prima keus qua functie. Er komt nog een bestuurslaag bij. Na het SodM, het IMG, de NCG, het ACVG, de TCMG, het CVW, het IVS en de CWS hebben we nu dus een rc, een regeringscommissaris. Dat is niet Ranjith Clemminck, maar Henk Nijboer. Welkom. Hij is een soort superambtenaar zonder staatsrechtelijke positie, want ik begrijp dat hij ook geen ambtelijk mandaat heeft. Kan de minister uitleggen wat de staatsrechtelijke duiding is van de regeringscommissaris en van het feit dat deze regeringscommissaris aanschuift bij de ministeriële onderraad? De rc zelf stelt dat hij ook ambassadeur van de regio kan zijn voor Den Haag, want "daar liggen nog veel meer kansen om nog veel meer geld op tafel te krijgen, boven op de 22 miljard euro van Nieuw Begin voor de komende 30 jaar". In dit interview lezen we ook dat de rc iets vindt van het kernenergievraagstuk en van de locatiekeus en de verkenningen ten aanzien van Groningen. Dat roept wel de vraag op: wat is nu de opdracht? Kan de minister daar wat duiding aan geven? Is lobbyen voor meer geld in Den Haag ook onderdeel van zijn opdracht, net als zich ook bemoeien met andere dossiers? Ik krijg van de minister graag een uitgebreide reactie daarop. Voorzitter. Tot slot de rekening van de schade- en hersteloperatie. Mijn fractie heeft eerder zorgen geuit over de financiële gevolgen van het loslaten van de causaliteitsvereiste bij schadeafhandeling. Dat was bij de plenaire behandeling van de Tijdelijke wet Groningen. De overheid kan uiteraard besluiten om ruimhartiger te vergoeden, maar daarmee staat nog niet vast dat die kosten ook verhaalbaar zijn op de NAM. Wat JA21 betreft heeft ook de belastingbetaler recht op deze duidelijkheid. Ik heb een aantal vragen aan de minister. Wat betekent de recente tussenuitspraak in de arbitragezaak voor het kostenverhaal? Welk deel dreigt voor rekening van de belastingbetaler te komen? Kan de minister deze risico's inzichtelijk maken met bedragen of bandbreedtes? Dan stop ik hier vanwege de tijd. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat was de heer Clemminck. Hij sprak namens JA21. Ik zie dat er nog een interruptie is van de heer Köse namens de fractie van D66. De heer Köse (D66): Ik hoor in het betoog van de heer Clemminck dat hij de versterking wil gaan afronden en vol wil inzetten op herstel. Tegelijkertijd hoor ik: het Groningenveld moet eigenlijk open; we moeten gewoon gaan winnen. Dit terwijl die hele operatie is opgetuigd op basis van de premisse dat het Groningenveld dicht blijft, dat we niks gaan winnen. Hoe rijmt JA21 die twee dingen? Hoe kunnen die als het ware naast elkaar bestaan? De heer Clemminck (JA21): De premisse dat we het Groningenveld niet meer opendoen is een politieke keuze die onder andere D66 heeft gemaakt. Mijn fractie, die van JA21, is er altijd helder over geweest dat wij na de herstel- en versterkingsoperatie een andere fase ingaan als het gaat om de toekomst van het Groninger gasveld. Dat betekent dat je in overleg met de omgeving gaat kijken hoe je de gaswinning op een verantwoorde manier kan hervatten. Dat is waar JA21 altijd voor heeft gepleit, in die volgorde. Dat is overigens iets waarin wij niet alleen staan, en niet alleen in deze Kamer. Ik hecht er ook wel waarde aan om te melden dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat de mensen in Groningen zelf, inclusief een meerderheid van de aanhang van de heer Köse, van D66, dat een hele logische stap zouden vinden. De heer Köse (D66): Ik vind het fijn dat de heer Clemminck dit aanhaalt, want dit is dus eigenlijk precies de reden waar JA21 de hele leugen dat mensen dit zouden steunen op baseert. Ik kan het niet anders zeggen. Alsof wij een noodreserve kunnen aanhouden. Ik heb de initiatiefwet mogen ontvangen van de indiener, de collega van de heer Clemminck. Ik heb hem gelezen. Daarin worden er ook geen doekjes om gewonden: er wordt gewoon gewonnen. Er wordt begonnen met winnen. De premisse van een noodgasreserve als een oude sok uit de la, een kraan die we zo open en dicht kunnen draaien ... De voorzitter: Komt u tot uw vraag? De heer Köse (D66): We hebben in Warffum gezien dat dat niet kan. Kan de heer Clemminck uitleggen hoe hij dit rijmt en hoe het openzetten van de gaskraan de versterkingsopgave, die u eerst wil afronden, niet totaal onderuit trapt, waarna die ook niks meer waard is? De heer Clemminck (JA21): We hebben een politiek verschil van inzicht met D66 op dit punt, althans met de vertegenwoordiger van D66, niet met zijn achterban. Je kunt inderdaad versterken en herstellen. Wij zijn er ook nog steeds voor om onderzoek te doen naar het stabiliseren van de ondergrond, waar TNO ook op wijst. Ik denk dat het goed is om dat onderzoek een stap verder te brengen. U refereerde aan mijn collega. Die heeft inderdaad een initiatiefwetsvoorstel ingediend over de noodreserve. Wij winden daar inderdaad geen doekjes om. We zijn daar heel eerlijk over. Dat betekent dat je moet stoppen met het volgieten van de putten met beton. Dat betekent inderdaad dat daar een nachtvlam moet zijn als je daar deels wilt gaan winnen. Wij zijn ervan overtuigd — dat staat ook in het initiatiefwetsvoorstel — dat we dat kunnen doen op een verantwoorde manier. Dat is de visie daarop die wij hanteren. Als de herstel- en versterkingsoperatie in de toekomst is afgerond, willen we inderdaad heel graag met Groningen in gesprek gaan over de hervatting van de gaswinning. De voorzitter: Tot slot. Ik wil de commissie er wel op wijzen dat dit onderwerp inmiddels bij een andere commissie thuishoort en dat deze minister hier niet over gaat. Dit ligt bij Klimaat en Groene Groei. Maar ik geef de heer Köse van D66 de ruimte voor een laatste interruptie. De heer Köse (D66): Dit raakt natuurlijk de hersteloperatie, omdat die gebouwd is op het idee dat we niet gaan winnen. Het komt er langzaam maar zeker een beetje uit bij JA21 dat ze gewoon willen gaan winnen, dat ze de feiten van het SodM, dat zegt dat het niet veilig kan, eigenlijk onderuit trappen en daarmee deze hele hersteloperatie op losse schroeven zetten. Ze zeggen "we gaan het afronden", maar de hele basis onder de afronding is dat we niet gaan winnen. De heer Clemminck stelt hier gewoon voor om te beginnen met winnen. Ik kan hier niks van begrijpen. Hij draait eerlijk gezegd ook een beetje om het antwoord heen. Hoe rijmt hij die twee werkelijkheden? Hoe kunnen die naast elkaar bestaan? De voorzitter: De heer Clemminck, tot slot. De heer Clemminck (JA21): Wij zijn heel transparant — dat zijn we altijd geweest — over onze visie op de toekomst van het Groningenveld. Over onze politieke visie zijn we altijd transparant geweest. We hebben de versterking en het herstel ook altijd gesteund, net als het toedienen van stikstofinjecties om de ondergrond te stabiliseren. We zijn ook transparant geweest met het initiatiefwetsvoorstel. Dat ligt weliswaar bij een andere commissie, maar ik begrijp heel goed dat mijn collega mij daar nu wel op bevraagt. Wij zijn er heel transparant over wat dat betekent voor de versterkings- en hersteloperatie en voor de vraag hoe je verantwoord kunt inschatten of het kan. Er zijn ook wetenschappers die zeggen dat het wel degelijk kan op een verantwoorde manier. Dat weet collega Köse volgens mij donders goed. Daarmee doen we precies heel transparant wat wij altijd gezegd hebben. Het is aan de kiezer om daar een oordeel over te vellen, en ik zie zowel in de Kamer als in Nederland toch steeds meer steun voor het idee om dat te gaan doen. De voorzitter: Ik zie dat er geen interrupties meer zijn voor de heer Clemminck. Dan geef ik het voorzitterschap terug. Voorzitter: Clemminck De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de commissie. Ik heb van de minister begrepen dat een schorsing van 40 minuten gewenst is. Ik schors het debat tot 14.40 uur. De vergadering wordt van 13.57 uur tot 14.42 uur geschorst. De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de commissievergadering. Ik verzoek de publieke tribune weer stilte in acht te nemen. Dank u wel. We gaan van start met de eerste termijn van de kant van de minister. Ik wil u mededelen dat het lid Armut van het CDA om 15.30 uur deze commissie helaas wegens andere debatverplichtingen moet verlaten, maar daar hebben we begrip voor. Dat gebeurt weleens. Ik sta zes interrupties toe in deze termijn, waarbij ik de commissie vraag om het kort te houden. Interrupties die langer zijn dan een halve minuut ga ik dubbel tellen. Dat zijn de spelregels voor de eerste termijn van de kant van de minister. Minister, aan u het woord. Minister Heerma: Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat wij elkaar vandaag spreken over dit belangrijke onderwerp. Het is door verschillende sprekers aan de kant van de Kamer ook gezegd dat het alweer enige tijd geleden is dat we elkaar hierover gesproken hebben. Daarmee is er een volle agenda. Er is ook veel gebeurd en daar zijn veel vragen over. Ik denk dat je dat kunt zien aan de brede hoeveelheid vragen van de Kamer wat betreft de zorgen over kwaliteit, het tempo van versterking en de schadeafhandeling. Die vragen en zorgen begrijp ik heel goed. Ook in mijn eigen gesprekken met bewoners in de afgelopen periode en afgelopen maandag nog heb ik gemerkt hoeveel onzekerheid er is en wat die onzekerheid met mensen doet. Mensen willen verder met hun leven, maar weten nog niet wanneer dat kan. Afgelopen maandag sprak ik ook mensen die wel op dat punt zaten. De verhalen over alle ervaringen in de afgelopen jaren zijn ze niet zomaar kwijt. Dit vraagt van mij dat ik hier verantwoordelijkheid voor neem en dat ik tegelijkertijd duidelijk ben over wat er kan en wat er niet kan. Om het beter te doen is het essentieel dat we gemaakte afspraken nakomen, zorgen voor rust en stabiliteit, en problemen in de uitvoering aanpakken. Dat doe ik graag samen met partijen in de regio. Hiervoor zijn ook al stappen gezet. Met Nij Begun heeft het Rijk zich verbonden aan een generatielange inzet voor Groningen en Noord-Drenthe. Die jarenlange betrokkenheid brengt de verantwoordelijkheid met zich mee om tegelijkertijd op korte termijn de uitvoering te verbeteren en samen met de regio te bouwen aan de toekomst. Een belangrijke stap hierin is gezet met de Groningenwet. Met deze wet zijn de inzet en de zorgplicht van het Rijk ook wettelijk geborgd. In het debat dat wij hierover in het voorjaar hadden, merkte ik in de Kamer brede bereidheid om hier samen de schouders onder te zetten. Ook toen hoorde ik in de Kamer hier en daar de verzuchting waarom zaken zo lang hebben moeten duren, maar ik ben blij dat het wetsvoorstel in de Kamer op een heel brede steun heeft kunnen rekenen. Een tweede belangrijke stap is gezet op 17 april, toen Henk Nijboer benoemd is als regeringscommissaris. Daarmee kwam er een onafhankelijke vertegenwoordiger, die zich specifiek richt op het herstel van Groningen en Noord-Drenthe en die de verbinding vormt tussen de regio en Den Haag. Die versterkt daarmee die verbinding. Een derde stap is de jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Met deze monitor laten we een generatie lang onafhankelijk onderzoek doen naar de resultaten en de effecten van beleid. Dit moet ons allen de komende jaren helpen om een stevige vinger aan de pols te houden. Voorzitter. Ik wil recht doen aan wat er in het verleden mis is gegaan, maar ook aan de stappen die al zijn gezet en de enorme potentie die er is in deze regio, de provincie Groningen en Noord-Drenthe. Het kan allebei en ook tegelijkertijd. Met de sociale en economische agenda komt veel energie, creativiteit en beweging los. Om hier een voorbeeld van te geven: in het schooljaar 2026-2027 starten 21 nieuwe basisscholen met een verrijkt aanbod met Tijd voor Toekomst. Leerlingen van groep 3 tot en met 8 volgen extra ontwikkeluren met onder andere sport, cultuur en talentontwikkeling. Zij kunnen twee uur per week gebruikmaken van een verrijkt aanbod. Voor de scholen die het extra nodig hebben, is zes uur beschikbaar. Het programma loopt al succesvol op 85 scholen en zal in 2030 worden uitgebreid met 325 scholen met middelen uit de sociale agenda. Zo krijgt elk kind een goede basis om op te groeien en te ontwikkelen en versterken we de kansengelijkheid. Ik blijf mij samen met de regeringscommissaris en de regio de gehele kabinetsperiode inzetten voor de hersteloperatie, het nakomen van de gemaakte afspraken in Nij Begun en de toekomst van de regio. Ik wil daarmee, nu in dit debat, ingaan op alle vragen die gesteld zijn. Dat wil ik doen in de volgende blokken. Ik begin met het eerste blok, dat gaat over de versterkingsoperatie. Het tweede blok gaat over de schadeafhandeling. Het derde blok gaat over de vragen die gesteld zijn rondom perspectief en de sociale en economische agenda. Dan is er als vierde een blok met overige vragen, waarbij ik in zal gaan op de vragen die gesteld zijn over de NAM en de taak van de regeringscommissaris. Dat zijn de vier blokken. Voorzitter. Ik begin bij versterken. Ik zie net als uw Kamer dat nu verschillende problemen bij elkaar komen. De kwaliteit van beoordelingen bleek onvoldoende betrouwbaar in zes specifieke situaties. Mevrouw Beckerman ging daar in haar bijdrage op in. Zij gaf daarbij ook aan dat dit eigenlijk allang bekend was. Er zijn zorgen over het tempo van de versterking en de gevolgen van de Wet DBA, die de versterking kunnen raken. Ik begrijp daarom de oproep om goed te kijken of de bewoner meer centraal gesteld kan worden en de vraag of die voldoende centraal staat in de versterking. Die vraag neem ik serieus. Daarom doe ik op verzoek van de regio — daar hebben we naar aanleiding van het ACVG-rapport contact over gehad — een doorlichting. Die is er ook omdat de problemen die de Kamer benoemt reëel zijn, maar het noodzakelijk is dat we begrijpen waar de problemen precies vandaan komen. Als een ingreep de onderliggende oorzaak niet wegneemt, kan dat weer nieuwe problemen veroorzaken. Dat risico is des te groter bij een uitvoering die al onder druk staat. In deze doorlichting kijk ik daarom onder andere naar de aansturing van en binnen de NCG, de doeltreffendheid van de organisatie, de governance van de versterking en de mate waarin bewoners daadwerkelijk centraal worden gesteld. Daartoe heb ik samen met regiobestuurders de opdracht voor de doorlichting opgesteld en de aanbesteding hiervoor gestart. Ik verwacht dat de doorlichting in de loop van 2027 klaar is. Dat betekent niet dat ik in de tussentijd op mijn handen blijf zitten. Waar we nu al weten dat verbetering nodig en uitvoerbaar is, handelen we direct. Dat betekent concreet het volgende. De NCG volgt de aanbevelingen van het ACVG op. Opvolging van de aanbevelingen met betrekking tot de beoordelingsrapporten vraagt om grote zorgvuldigheid. Dit kost tijd. De aanbevelingen gaan over vertrouwen, en daarmee over verbetering van communicatie naar bewoners, en over houding. Daarnaar vroegen de leden Beckerman en Armut. Denk aan goede verslaglegging van gesprekken, het toelichten van voorgenomen besluiten en het vooropzetten van de dialoog met bewoners in plaats van het toesturen van besluiten. Dit is door de NCG uitgewerkt in maatregelen. Deze zijn uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 allemaal geïmplementeerd. Daarnaast zet de NCG stappen om de organisatie beter te richten op bewoners en de resterende opgave. Dit programma is al eerder dit jaar opgezet. Hier wordt de regio bij betrokken om te bepalen wat nodig is. Met deze stappen wordt niet alleen technisch opvolging gegeven aan het ACVG-rapport, maar wordt ook ingezet op herstel van vertrouwen van bewoners en de verandering van de houding en werkwijze, zodat bewoners merkbaar centraal komen te staan. Deze maatregelen zijn slechts de ondergrens. Ik richt mij op het verhogen van de kwaliteit van de uitvoering als geheel. Daarbij zijn de uitkomsten van de doorlichting nadrukkelijk van belang. Ik bespreek met de NCG en de regio wat hier precies voor nodig is en hoe we hierbij kunnen samenwerken als één overheid. Deze samenwerking hebben we tenslotte afgesproken met de Agenda voor Herstel. Ook hebben we elkaar als overheden nodig om de vaker beloofde verbetering merkbaar te maken voor bewoners. Dan wil ik ingaan op het tempo van de versterking. Uw Kamer heeft vragen gesteld over het tempo naar aanleiding van de jaarlijkse diepteanalyse en de einddatum. De voorzitter: Wilt u hier pauzeren? Er zijn interrupties voor u, volgens mij van de heer Bushoff en mevrouw Beckerman. De heer Bushoff (PRO): Ik was even benieuwd naar de Agenda voor Herstel van Groningen. Op zich stonden daar namelijk best mooie afspraken in om in ieder geval voor de inwoners aan de voorkant te komen tot zo'n eenoverheidsaanpak. De vraag is eigenlijk heel concreet: wat hebben de inwoners daar tot nog toe van gemerkt? Minister Heerma: Ik ben bezig met mijn inleiding op dit blok. Hier zijn ook vragen over gesteld, dus ik zal daar zo direct ook nog meer over zeggen. Het was niet mijn bedoeling om daarmee alles hierover gezegd te hebben. De heer Bushoff (PRO): Een dure interruptie! De voorzitter: Als u mij heel vriendelijk aankijkt, gaan we net doen alsof die vraag niet gesteld is. We schrappen deze. Mevrouw Beckerman wacht ook. Dan stel ik voor dat de minister zijn betoog vervolgt. Minister Heerma: De voorzitter is, denk ik, terecht coulant. Ik wil nu ingaan op de vragen over het tempo van de versterking. Uw Kamer heeft vragen gesteld over het tempo naar aanleiding van de jaarlijkse diepteanalyse en de einddatum. De diepteanalyse van 2026 liet zien dat de versterking voor alle scenario's is afgerond in 2032. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn over wat daadwerkelijk uitvoerbaar is, zeker nu het ACVG-rapport rondom de beoordelingen moet worden opgevolgd en de problematiek rondom de Wet DBA speelt. Beide kunnen verdere gevolgen hebben voor het tempo van de versterking. Hoe groot die gevolgen precies zijn, kan ik nu nog niet precies inschatten. Dit moet volgen uit de diepteanalyse die begin 2027 beschikbaar komt. Ik weet wel dat het versnellen van de versterking op dit moment niet uitvoerbaar is. De BBB vroeg hoeveel woningen op dit moment daadwerkelijk risico lopen op vertraging. Ik kan op dit moment geen aantallen noemen. Mochten er gevolgen zijn, dan proberen we de bewoners op wie dat de meeste impact heeft, te ontzien. Dit zijn bijvoorbeeld de bewoners die al in tijdelijke huisvesting zitten en daar anders langer zouden moeten blijven. Bij eventuele oplossingen en afwegingen worden gemeentes betrokken. Ik zal uw Kamer in november informeren over de uitkomsten van de gesprekken, de gevolgen daarvan en de wijze waarop ik daarmee om wil gaan. Mevrouw Beckerman verwees er al naar dat we een WGO hebben staan op 23 november. Ik zal zorgen dat ik de brief hierover daarvoor naar de Kamer stuur. Ten slotte wil ik nog ingaan op de eenoverheidsaanpak. De voorzitter: Er is een interruptie voor u van de heer Vermeer. De heer Vermeer (BBB): Uit de toezegging over die brief maak ik nog niet helemaal op of mijn vraag daarin wel beantwoord gaat worden. Minister Heerma: Ik denk dat deze vraag van de heer Vermeer terecht is. Die kan niet totaal beantwoord worden, omdat daarvoor ook de diepteanalyse van 2027 nodig is. Dat gaf ik ook aan. Maar ik zal wat betreft de impact zo goed mogelijk in de brief meenemen wat wij op dat moment bijvoorbeeld weten over de gevolgen rondom de ACVG-implementatie en de Wet DBA. Het andere deel van de vraag zal uit de diepteanalyse in 2027 blijken. Die komt dus begin volgend jaar. Dan de eenoverheidsgedachte: één vast aanspreekpunt, korte lijnen tussen de betrokken organisaties en redeneren vanuit de bewoner. Dit hebben we samen met de regio vastgelegd in de Agenda voor Herstel. Daarom zijn we het afgelopen jaar gestart met de zogenaamde startgebieden. In deze gebieden wordt de eenoverheidsaanpak proefondervindelijk ontwikkeld. Hier leren we behapbaar wat wel en niet werkt. Tegelijkertijd is de praktijk dat het gezamenlijk omzetten van die afspraken naar een meer integrale werkwijze voor een tijdige uitvoering ook een langere adem vergt. Ik hoop dat ik hiermee de vragen heb beantwoord over de kwaliteit van beoordelingsrapporten en het tempo van versterking. Hierna wil ik nog ingaan op een aantal vragen die onder anderen door mevrouw Den Hollander gesteld zijn over de doorlichting en een alternatieve aanpak. De voorzitter: U vervolgt. Minister Heerma: Mevrouw Den Hollander vroeg mij naar een onafhankelijk onderzoek naar de complexiteit van de versterkingsoperatie. Ik zag een discussie tussen de leden Den Hollander en Beckerman op dit punt. Ik snap het dilemma dat op tafel lag. Voor het beoordelen van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de versterking laat ik dus de doorlichting van de versterking doen naar aanleiding van het ACVG-rapport, die dus gestart is in samenspraak met de regio. Daarmee kan ik ook antwoord geven op de vraag waar de complexiteit van de versterking zit en hoe we die kunnen verbeteren. Mevrouw Den Hollander spreekt over een alternatief model. Het lijkt me niet verstandig om dat nu toe te voegen aan de doorlichting. De doorlichting geeft antwoord op de vraag hoe het systeem functioneert. Het bedenken en toevoegen van een nieuw model leidt ertoe dat dit onderzoek langer duurt, terwijl we zo snel mogelijk resultaten willen hebben. Ik snap de achtergrond van de vraag wel. Net als u wil ik het beter doen. Door de jaren heen hebben we echter veel verschillende aanpakken gehad, zoals eigen beheer en een bouwimpuls, sommige met succes en andere duidelijk met minder succes. In lijn met uw verzoek zijn we op dit moment in het kader van de Agenda voor Herstel met de regio en de drie startgebieden, waar ik het net over had, aan het werken met de eenoverheidsaanpak. Bij deze aanpak staat de eigenaar van de woning centraal, zodat herstellen van schade, versterken en verduurzamen in één keer worden uitgevoerd. Deze aanpak wordt gemonitord en ik zal de Kamer op de hoogte houden van de voortgang van deze aanpak en aangeven of en, zo ja, wanneer en waar opschaling simpel is. De voorzitter: Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Den Hollander. Mevrouw Den Hollander (VVD): Ik kan mij voorstellen dat mijn buren eerst willen, want die stonden al in de wacht, maar goed. Even over dit specifieke punt. Die doorlichting is een lopend proces. Daarin wordt vooral gekeken naar een technische en financiële analyse. Is er in die doorlichting echter ook voldoende ruimte om te kijken naar de noodzaak van sommige processen, van extra controles en van overdrachts- en besluitlijnen die zijn ontstaan? Dat is mijn eerste vraag. Dan mijn tweede vraag. Ik hoor in de regio — ik kreeg net nog een app — dat er best wel is ingezet op de Agenda voor Herstel, maar dat het gevoel is dat de instituten, dus onder andere IMG en NCG, daar niet zo hard aan trekken en daar niet zo erg voor openstaan. Gaat het dan wel slagen als je niet op dezelfde marsroute staat? De voorzitter: Twee vragen, twee interrupties. Minister Heerma: Dus de voorzitter is streng. Volgens mij zijn het twee verschillende vragen. Over de doorlichting heb ik net gezegd dat het daarbij om meer gaat dan alleen financieel. Het gaat ook over het systeem, de aansturing van de NCG en de aansturing binnen de NCG. De doorlichting volgt op het ACVG-rapport, met name op het tweede deel van de aanbevelingen van het ACVG-rapport, dus niet de eerste zes, die betrekking hebben op die duizenden gevallen die opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden. Het gaat dus over de houding, de communicatie en wat daarin beter kan. Wat betreft de Agenda voor Herstel en de startgebieden: daar wordt gewerkt aan een eenoverheidsaanpak. Ik kan niet goed beoordelen welke appjes mevrouw Den Hollander nu krijgt, maar dit wordt gedaan om te kijken hoe die eenoverheidsaanpak werkt en hoe je kunt opschalen. Ik wil de Kamer toezeggen dat ik hierover zal rapporteren zodra daarover meer te melden is. Ik zal de Kamer informeren over de ervaringen die in samenwerking met de regio zijn opgedaan. Ik wil toezeggen dat ik dat begin 2027 ga doen. Mevrouw Den Hollander (VVD): Dat is heel mooi; dank daarvoor. Als ik het goed begrijp, zegt de minister dat we die doorlichting gaan doen en dat tegemoet wordt gekomen aan de vraag om te kijken naar de complexiteit en of zaken niet anders kunnen. Stel dat die doorlichting laat zien dat bepaalde stappen in de huidige complexiteit echt onnodig zijn, is een pilot dan wel mogelijk? Of is het überhaupt niet mogelijk om toe te gaan naar de "één deur, één aanpak"-methode van mevrouw Beckerman? Minister Heerma: Mevrouw Beckerman had het in mijn interpretatie ook over het risico dat er steeds nieuwe pilots worden gedaan. Die doorlichting richt zich op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de organisatie, ook naar aanleiding van het ACVG-rapport. Ik kan niet vooruitlopen op de uitkomsten van die doorlichting, want die gaan we nu starten. Stel dat we, los van die doorlichting, nu een nieuwe pilot starten. De eenoverheidsaanpak volgt uit de Agenda voor Herstel. Ik zeg toe dat ik begin volgend jaar in een brief hierop terugkom. Dat lijkt me ook het moment om met elkaar te wegen: vinden we dit goed werken of willen we een andere pilot opstarten? Ik ben hierin dus terughoudend, vanwege de ervaring van steeds weer nieuwe dingen opstarten, terwijl er al het nodige loopt. Als ik de voortgangsbrief stuur, zullen we zien of het voldoende loopt, zeg ik ook in reactie op het appje waar mevrouw Den Hollander net naar verwees. Ik ben zelf de afgelopen jaren in verschillende rollen in Groningen geweest en heb daar alle initiatieven gezien om complexiteit aan te pakken en versnelling te bewerkstelligen. Ik ben daar, even los van mijn huidige rol als minister, in de loop der jaren steeds bezorgder over geworden. Het ACVG-rapport wijst er ook op dat het risico van "het moet minder complex, het moet sneller" is dat het soms ten koste gaat van zorgvuldigheid en kwaliteit. Naast snelheid en complexiteit moet je ook altijd zorgvuldigheid en kwaliteit in het oog houden. Dat vind ik ook een belangrijke conclusie in het ACVG-rapport. Mevrouw Beckerman (SP): Ik heb even zitten tellen: dit is mijn achtste minister die over versterking gaat. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel. Ik heb nog nooit een minister horen zeggen: ik stel de bewoner lekker niet centraal. Eigenlijk hebben alle acht gezegd dat ze dat wel doen. Wat maakt dat het deze keer wel gaat werken? Minister Heerma: Ik vind dit een hele moeilijke vraag om te beantwoorden. Het raakt mevrouw Beckerman elke keer omdat zij al twaalf jaar ... Mevrouw Armut zei ook zoiets als: we zien wel verbeteringen, maar mensen voelen het nog niet. Ik denk dat dat echt nog een tijd gaat duren. Tegelijkertijd zeg ik, zoals ik in mijn inleiding heb proberen te zeggen, dat het niet zo is dat er vanaf nul begonnen moet worden. Met de Agenda voor Herstel, de startgebieden en de eenoverheidsaanpak worden er stappen gezet die al eerder zijn ingezet, dus niet door mij. Als we met elkaar constateren dat het niet genoeg is, ga ik mijn stinkende best doen om het te verbeteren. Maar nu zeggen "u bent de achtste al" ... Ik snap de moedeloosheid heel goed. Ik wil niet suggereren dat, nu ik er ben, alles opgelost gaat worden. Ik wil ook niet zeggen dat er nu pas mee gestart wordt, want er ís al het nodige in gang gezet. Mevrouw Beckerman (SP): Dat begrijp ik. Voor mij is het niet alleen moedeloosheid maar ook strijdbaarheid. Die zie ik ook bij heel veel bewoners terug. Die strijdbaarheid zit 'm er ook in dat bewoners complete alternatieven uitwerken. Het is niet om de minister af te branden, maar als ik naar zo'n inleiding kijk, stel ik vast dat er weinig wordt gekeken vanuit de bewoner. Als we naar de bewoners hadden geluisterd en hen hadden vertrouwd, wisten we al jaren terug dat rapporten fouten bevatten. Daar zit voor mij echt de kern. Minister Heerma: En ik denk dat het ACVG-rapport dat ook indringend duidelijk heeft gemaakt. Naast de aanbevelingen die worden gedaan over de zes aspecten waarop die duizenden rapporten doorgelicht moeten worden om vast te stellen of de op-normverklaring terecht is, zijn er aanbevelingen over communicatie en houding. Ik heb proberen te schetsen dat dit deels al door de NCG is opgepakt het afgelopen jaar en nu verder wordt opgepakt naar aanleiding van het rapport. Als derde stap doen we ook de doorlichting. De voorzitter: U vervolgt. Excuus, een interruptie van de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Ik kom toch ook naar dit debat met het idee: kunnen we er nog wat concreets uit halen voor de inwoners die ik recentelijk heb gesproken, in dit geval voor de mensen in Appingedam? In mijn eigen inleiding gaf ik het voorbeeld van mensen die van de aannemer naar het IMG en de NCG worden gestuurd. Dat is exemplarisch voor dat je juist zo'n eenoverheidsaanpak zou willen. Zegt de minister nu tegen deze mensen "u moet wachten op de uitkomsten van de pilot in de startgebieden waarin we zo'n eenoverheidsaanpak toepassen" of kunnen deze mensen al eerder verwachten dat ook voor hen zo'n eenoverheidsaanpak gaat gelden? Minister Heerma: Ik ga zo direct nog iets zeggen over de eenoverheidsaanpak in het kader van IMG, NCG en de mogelijkheden die er al zijn, maar waarvan niet heel veel gebruik wordt gemaakt. Daarnaast zijn we met de Agenda voor Herstel gestart in drie startgebieden. Daar gaan we kijken wat wel en wat niet werkt en hoe er opgeschaald kan worden. Begin volgend jaar kom ik daarop terug bij de Kamer. Ik snap het ongeduld heel goed, maar dat is wel het eerlijke antwoord. De heer Bushoff (PRO): Nog een ander punt, dat ook aan de versterking raakt. Ik heb namelijk ook vragen gesteld ... Volgens mij was dit het blokje versterking, of? O, nog lang niet? Oké. De voorzitter: U daagt me uit om weer coulant te zijn. De minister vervolgt. Minister Heerma: Ik was dus nog bezig met mijn verhaal. Ik zal expliciet maken wanneer ik het hele blok gedaan heb. De heer Köse vroeg welke processtappen geschrapt zouden kunnen worden in de samenloopdossiers, zodat beschikbaar geld op de juiste plek landt en we tot één aanspreekpunt komen. Dit is de vraag waar ik zojuist naar verwees, naar aanleiding van een interruptie van de heer Bushoff. Bewoners hebben waar mogelijk recht op één, gecoördineerde aanpak van versterking en schadeherstel. Dat is wettelijk vastgelegd. Na ontvangst van een schademelding bekijken IMG en NCG samen de mogelijkheid om schadeherstel en versterking zo veel mogelijk te combineren. Hiervan krijgen de bewoners automatisch bericht, waarna bewoners zelf kunnen kiezen of zij daarvan gebruik willen maken. Op dit moment gaat het om zo'n 300 dossiers die gebruikmaken van samenloop van IMG en NCG. Dit heeft als belangrijk voordeel dat je bijvoorbeeld maar één keer alles op tafel hoeft te leggen. Het scheelt ook dat je als bewoner één aanspreekpunt hebt dat aan de achterkant beide opgaves coördineert. Daarmee is er voor deze groep reeds de mogelijkheid van een integrale aanpak van versterken, herstel en verduurzaming. Qua regelgeving is de samenloop hiermee op papier goed geregeld. Ik constateer wel dat er regelmatig vragen zijn of de uitwerking in de praktijk hier wel bij aansluit. Ik zal bij NCG en IMG hiervoor voortdurend de aandacht vragen. Ik zeg toe dat ik in de brief van begin 2027 ook hierop terugkom. De heer Vermeer (BBB): Ik vind het antwoord van de minister toch nog wat onbevredigend en iets te vrijblijvend. De Agenda voor Herstel bood IMG en NCG juist de kans om binnen het bestaande stelsel als één overheid samen te werken en lokale stuurgroepen echt de regie te geven. Erkent de minister hiermee dus eigenlijk dat die kans onvoldoende is benut? Welke concrete verplichtingen legt hij IMG en NCG nu op? Wanneer komt hij op het punt dat hij vindt dat een systeemwijziging onvermijdelijk is als zij niet doen wat de bedoeling is en wat ook de Kamer graag wenst? Minister Heerma: Misschien begrijp ik de heer Vermeer niet goed, maar ik hoor toch twee verschillende dingen. De eerste helft is: nee, ik trek op dit moment niet de conclusie dat het niet werkt. Ik heb proberen te schetsen waarmee we bezig zijn en ook aangegeven dat ik begin volgend jaar de Kamer daarover ga informeren en dat we dan kunnen vaststellen: loopt het voldoende, voldoet het aan de eenoverheidsaanpak die verlangd wordt en, zo niet, wat gaan we dan doen ter verbetering, dan wel trekken we de conclusie dat we iets anders moeten doen? Ik heb de Kamer niet heel breed voor een totale systeemwijziging horen pleiten. Ik zie de heer Vermeer ook nee schudden, dus wellicht begrijp ik zijn vraag verkeerd. Ik begrijp de verzuchting die mevrouw Beckerman hierbij heeft overigens heel goed. Dat is ook de reden dat we de doorlichting nu wel degelijk doen. Ik vind ook dat we terughoudend moeten zijn met systeemwijzigingen in de verwachting dat die een wereld aan verbeteringen opleveren. We zijn nu wel degelijk met een doorlichting bezig, ook naar aanleiding van het laatste ACVG-rapport. De heer Vermeer (BBB): Ik pleit helemaal niet voor een systeemwijziging, ik pleit voor uitvoering van de Agenda voor Herstel. Maar ik geef wel aan dat als dat niet gebeurt, je misschien een keer wat anders moet. Wij krijgen signalen dat er niet één overheid is, dat er geen of onvoldoende regie is voor lokale regiegroepen. Ik hoor de minister zeggen: ik kom er in het voorjaar op terug, want ik ben nog aan het monitoren. Maar misschien begrijp ik hem verkeerd hoor, en moet ik gerustgesteld worden. De voorzitter: Misschien begrijpt u de minister verkeerd. Minister Heerma: Ik heb "begin 2027" gezegd en ik heb aangegeven dat we in die drie startgebieden kijken wat goed werkt en wat niet en dat ik daar in de brief op terugkom. Ik heb niet nu al gezegd: het loopt allemaal fantastisch. Dat is niet mijn suggestie geweest. Ook "wacht u maar af, in het voorjaar kom ik een keer bij u terug" is niet mijn intentie geweest. Mevrouw Beckerman (SP): Ik word heel moe van discussies over wel of geen systeemverandering. We hebben heel veel systeemveranderingen gehad, maar elke keer bleef de basis hetzelfde, namelijk dat we een systeem hebben dat ingericht is rond de aansprakelijkheidslijnen van de NAM, een systeem dat uitgaat van wantrouwen en is ingericht op controle. Elke keer opnieuw bleef die basis hetzelfde. Mijn punt is: begin bij de bewoners. Dan kun je niet in dit systeem met zo veel juridische controle blijven zitten. Dat moet toch het begin van de discussie zijn? Minister Heerma: Ik ga toch zeggen dat er in de afgelopen jaren stappen zijn gezet, bijvoorbeeld ten aanzien van de bejegening en de houding waar mevrouw Beckerman het over heeft, zeker het afgelopen jaar. Het ACVG-rapport maakt ook indringend duidelijk ... Ik snap de verzuchting van mevrouw Beckerman. Ik heb die ook breed in de regio gehoord. Het eerste deel van de aanbevelingen in het rapport gaat over op-normverklaringen die mogelijk onterecht zijn. Er is dus een risico dat woningen toch onveilig zijn. Het tweede deel van het rapport bleek echter meer impact te hebben, merkte ik. Dat had impact omdat het gevoel was: dit wisten we al en nu wordt het een keer opgeschreven. Dat snap ik heel goed. Ik probeer toch steeds die drie lagen te noemen, want ik vind het ook niet fair om te doen alsof er hiervoor niets gebeurd is. Er zijn de nodige verbeteringen ingezet. Naar aanleiding van het ACVG-rapport wordt gekeken naar woningen die mogelijk ten onrechte op norm zijn verklaard, wordt er gekeken naar de communicatie en vindt er een doorlichting van het systeem plaats. De voorzitter: Ik zie verder geen interrupties, dus kan de minister vervolgen. Minister Heerma: Mevrouw Armut vroeg hoe ik kan verklaren dat het vertrouwen van inwoners in de overheid laag blijft ondanks de positievere resultaten in de Staat van Groningen. Overigens, een andere vraag die mevrouw Armut stelde, relativeerde dit deels weer. Over het kerngebied zal ik zo apart iets zeggen. Feit is — nu ik refereer ik weer aan mijn bezoek van afgelopen maandag — dat een herstelde en veilige woning, zelfs in gevallen waarin mensen het hele traject doorlopen hebben, niet genoeg is voor het herstel van vertrouwen. Er is een spreekwoord: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dat is hierop van toepassing. Zonder al te veel bureaucratie en gedoe schade herstellen is eigenlijk een eerste stap, maar het is niet het herstellen van vertrouwen als er zo veel is gebeurd dat dat vertrouwen heeft geschaad. Overigens, als je kijkt naar de geschiedenis van dit gebied, dan zie je dat het veel verder teruggaat in de historie, naar de periode van voor de aardbevingen. Mijn roots liggen in Noordoost-Friesland en daar liggen wat parallellen als ik naar de familiehistorie kijk. Dat is ook de reden waarom er zo bewust gekozen is voor een 30-jarig investeringsprogramma. We moeten echt niet met elkaar verwachten dat het herstel van vertrouwen heel snel gaat gebeuren. Dit is een proces van lange adem. Dat betekent dat we moeten blijven inzetten op verbetering van de uitvoering en dus de aanbevelingen van het ACVG onverkort moeten opvolgen. We moeten echter ook recht blijven doen aan een generatielange aanpak en de beloftes die we daarover hebben gedaan. Dan kom je ook uit bij de sociale en economische agenda's. Het gaat niet alleen over ereschuld. Dat is wel het startpunt, maar het gaat over een regio met enorm veel potentie, waar we met deze programma's recht aan gaan doen. Dan hoop ik dat we in de loop van de jaren enige stijging in vertrouwen gaan zien. We moeten echter niet denken dat dit al op heel korte termijn het geval gaat zijn, want daarvoor is er gewoon te veel gebeurd. De heer Bushoff vroeg mij naar de ongelijkheid in Westerdraai. De NCG en de gemeente zijn op dit moment met elkaar in gesprek over hoe tegemoet te komen aan deze complexe problematiek. Zoals door de heer Bushoff aangegeven, komen in de buurt Westerdraai in Appingedam een aantal zaken bij elkaar. Woningen zijn technisch verouderd, de bouwkwaliteit is naar huidige maatstaven beperkt en daarnaast is er sprake van overlast door bouwwerkzaamheden en van verschillen in versterkingsadviezen; hij begon er zijn inbreng mee. De NCG en de gemeente zijn hier op dit moment naar aan het kijken en de bewoners zullen ook betrokken worden bij de uiteindelijke oplossing. Ik kan op dit moment niet aangeven op welke termijn ik hierover een terugkoppeling kan geven aan de Kamer. Ik zou kunnen kijken of ik daar in de tweede termijn iets over kan zeggen. Anders ga ik er iets over zeggen in de brief die nog voor het WGO komt. Mevrouw Armut vroeg wanneer de laatste versterkingsadviezen zijn afgerond. Zo goed als alle beoordelingen zijn afgerond en er zijn versterkingsadviezen gegeven voor woningen die niet voldoen aan de veiligheidsnorm. We stellen geen einddatum voor versterkingsadviezen omdat er soms nieuwe woningen opgenomen worden in de versterkingsopgave. De afspraak is dat die bewoners binnen acht tot twaalf maanden duidelijkheid krijgen over de veiligheid van hun woning zodra de NCG deze toevoegt aan de werkvoorraad. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Armut. Mevrouw Armut (CDA): Dat laatste, dat er inderdaad nog nieuwe woningen kunnen worden toegevoegd, begrijp ik. We hebben eerder wel discussie gehad over mensen die bijvoorbeeld zeven jaar lang niet wisten of hun huis veilig was. Mijn vraag gaat specifiek over deze eigenlijk schrijnende gevallen van mensen die zó lang moeten wachten om dat te horen. Is dat dan in ieder geval wel duidelijk? Daarvoor zijn immers wel einddata gesteld. Minister Heerma: Ik zal deze specifieke vraag in de tweede termijn meenemen. De heer Vermeer vroeg naar de versnellingsmaatregelen en de diepteanalyse. Daar heb ik al iets over gezegd. Ik heb hem ook uitgelegd waarom in de brief die voor het WGO komt eigenlijk de helft van zijn vraag wordt beantwoord; de rest komt immers in de diepteanalyse van begin 2027. Mevrouw Armut vroeg naar de verbetering van de communicatie van de NCG. In mijn inleiding heb ik daar ook iets over gezegd. Verbetering van communicatie is van groot belang voor het vertrouwen van bewoners; ik refereerde daar net ook aan wat betreft de impact van het ACVG-rapport. De NCG werkt de laatste jaren al flink aan het verbeteren van de communicatie, met name door aan te sluiten bij de behoeften van bewoners en brieven beter begrijpelijk te maken. De NCG neemt de aanvullende aanbevelingen van het ACVG over bewonerstevredenheid over en gaat deze ook uitvoeren. Dan gaat het bijvoorbeeld over het toelichten van voorgenomen besluiten, het vooropzetten van de dialoog met bewoners in plaats van het toesturen van besluiten, en het maken van goede gespreksverslagen. De NCG heeft deze aanbevelingen uitgewerkt in maatregelen, die direct worden verwerkt in de lopende uitvoering. Deze maatregelen zijn uiterlijk halverwege 2027 allemaal geïmplementeerd. De maatregelen zijn, zoals ik zojuist ook zei, een ondergrens. Ik richt mij ook op het verhogen van de kwaliteit van de uitvoering als geheel, vandaar dat ik samen met de regio een doorlichting laat doen van het systeem rondom de NCG. De heer Vermeer vroeg naar de controles van de technische rapporten, de duizenden gevallen in relatie tot de specifieke aspecten waar het ACVG op wijst. Hij zei: hier zouden bewoners niet zelf achteraan moeten hoeven gaan. Ik ben het ermee eens dat bewoners niet zelf rapporten moeten gaan controleren. Deze controles worden uitgevoerd door de NCG. Als uit die controle blijkt dat een beoordeling opnieuw moet worden uitgevoerd, neemt de NCG zelf hierover proactief contact op met bewoners. Daarnaast kunnen bewoners met vragen en zorgen altijd terecht bij de NCG. Dat kan via hun bewonersbegeleider en via het bewonerscontactcentrum. Met die bewoners maakt de NCG ook afspraken over hoe, hoe vaak en op welke manier zij op de hoogte willen worden gehouden. Dit kan bijvoorbeeld ook betekenen dat er een gesprek met de constructeur wordt georganiseerd. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Vermeer. De heer Vermeer (BBB): Ik wil de minister bedanken voor zijn antwoord en de toezegging dat de NCG contact met die mensen opneemt, maar zo hard was het eigenlijk ook weer niet. Mijn vraag was: kan de minister toezeggen dat iedere bewoner van wie het dossier binnen een risicogroep valt actief wordt benaderd, met, voeg ik eraan toe, een duidelijke termijn waarbinnen zekerheid volgt? Kan de minister iets scherper zijn in de beantwoording, zodat wij onze taak om de regering te controleren goed kunnen uitvoeren ... De voorzitter: Helder. De heer Vermeer (BBB): ... en ik er eventueel op terug kan komen als dat niet gebeurt? De voorzitter: Helder. Minister Heerma: Ik heb net iets gezegd over de termijnen, maar ik zal deze specifieke vraag in de tweede termijn nog specifieker beantwoorden. De heer Vermeer wil mij namelijk goed controleren. De heer Clemminck vroeg naar het terugtrekken van de VGME uit de pilot integrale aanpak erfgoed. De pilot integrale aanpak erfgoed is in 2023 gestart. Daarbij staan een integrale aanpak van versterken, schadeherstel, verduurzaming en restauratie, en regie bij de eigenaar centraal. Hiervoor zijn vijf panden geselecteerd. Het bestuur van de VGME heeft zich begin dit jaar teruggetrokken uit de pilot vanwege negatieve ervaringen in de samenwerking. De stuurgroepleden hebben daarop besloten om met de vijf eigenaren uit de pilot in gesprek te gaan en te bepalen wat het beste pad is voor zijn of haar pand. De eigenaren houden zelf regie als zij dat willen. Enkele lessen uit de pilot zijn al verwerkt in regulier beleid. Zo kunnen monumenteigenaren via het werkproces versterken erfgoed van de NCG hun versterking, restauratie en schadeherstel waar mogelijk in samenhang laten uitvoeren, zodat de waarde van het cultuurhistorisch erfgoed vanaf het begin meeweegt in de oplossing en daarmee behouden kan worden. De heer Clemminck stelt een ingewikkelde vraag. Waarom ze er precies uit zijn gestapt? Ze waren niet tevreden. Tegelijkertijd is het gesprek gaande met de eigenaren over de vraag of zij hiermee willen doorgaan of dat zij een andere keuze maken. De heer Vermeer vroeg naar maatwerk voor isolatie van karakteristieke woningen. Bestaande woongedeelten van agrarische gebouwen kunnen gewoon verduurzaamd worden met de subsidie uit Nij Begun. Schuren en andere gebouwen die geen woongedeelten zijn en op 25 april 2023 geen onderdeel waren van de bestaande thermische schil, worden niet gesubsidieerd. Ook is het splitsen van woningen uitgesloten van subsidie om te voorkomen dat woningen worden gesplitst om meer subsidie te ontvangen. Transformatie is, net als sloop-nieuwbouw, in lijn met landelijke regelingen uitgesloten, omdat al voldaan moet worden aan de isolatiestandaard. Het uitzonderen van agrarisch vastgoed betekent extra kosten voor subsidie en uitvoering. Dit in antwoord op de vraag over de isolatie van karakteristieke woningen. De voorzitter: Dat leidt tot de vijfde interruptie van de heer Vermeer. De heer Vermeer (BBB): Ik vind het echt absurd dat mensen woningen zouden splitsen voor subsidie. Dat doen ze om meer woningen te genereren en volgens mij hebben we er daar 100.000 per jaar van nodig. Dat zou de minister dus ook moeten willen. Mijn vraag is heel duidelijk: is de minister bereid om te voorkomen dat die panden gesloopt in plaats van gerestaureerd worden? Dat is namelijk wel wat deze regeling gaat veroorzaken. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wij hebben een hele mooie agenda voor alles wat er in Noord-Nederland moet gebeuren, in Groningen en in Drenthe. We gaan zelfs het WK hiernaartoe halen om te laten zien hoe mooi het is, maar ondertussen laten we wel die huizen afbreken vanwege een echt, sorry, pietluttige administratieve regeling in een isolatiesubsidie om maar onder die subsidieverlening uit te kunnen komen. We moeten eens stoppen met het proberen te besparen van een paar centen om vervolgens guldens en euro's weg te gooien. Dit kan toch gewoon niet op deze manier? De voorzitter: Helder. Dit was een interruptie van 1 minuut en 10 seconden, dus daarmee heeft u de vijfde én de zesde gehad. Het woord is nu aan de minister. Minister Heerma: Over karakteristieke woningen hebben verschillende woordvoerders vragen gesteld. Die worden zelden gesloopt. In mijn beantwoording kom ik hier nog nader op terug. De vraag die de heer Vermeer in specifiek dit kader stelde ging over isolatie. Ik heb daarop zojuist al een antwoord gegeven. Over het al dan niet slopen van karakteristieke woningen, wat in de praktijk niet voorkomt — ik weet dus ook niet of ik deel wat de heer Vermeer zegt dat er gaat gebeuren — kom ik nog terug. Dit is het antwoord op de vraag rondom isolatie. Het lid Bushoff vroeg naar de inleg van eigen geld bij batch 1588. Dit kwam volgens mij ook terug in het debat over de Groningenwet in april, net als overigens de voorwaardelijke finaliteit, waar ik zo ook nog op kom, maar dan in het tweede blok. Batch 1588 valt onder de regie van gemeenten. Er is een andere systematiek van toepassing dan bij reguliere versterking. In de Kamer is hier al heel vaak discussie over geweest, ook met mijn voorgangers. Naar aanleiding van de inzet van de Kamer is er destijds een meldpunt geopend waar iedere bewoner uit batch 1588 die meende zelf kosten te hebben gemaakt, zich kon melden bij het meldpunt van de NCG. Iedereen die recht had op een vergoeding heeft deze inmiddels ontvangen. Bij 57 van de 88 meldingen is vastgesteld dat zij genoeg budget hebben ontvangen om een functioneel vergelijkbare woning terug te bouwen; zij hebben dus geen recht op extra vergoeding. Een aanvullende uitkering voor deze bewoners zou betekenen dat ik deze bewoners zou bevoordelen ten opzichte van andere bewoners. Wel zijn de bouwkosten geïndexeerd en zijn verschillen tussen bewoners in batch 1588 en verschillen met de reguliere versterking weggenomen door gelijkwaardige vergoedingen voor schade door versterken te bieden. Daarnaast geldt dat er ook nog claims waren uit de tijd van de NAM en het CVW. Daarvoor geldt dat die door de rechter zijn getoetst op basis van de bezwaren van de betreffende bewoners en die bezwaren zijn toen door de rechter afgewezen. Dit is het antwoord op de vraag. Dit is een langlopende discussie met de Kamer. Overigens snap ik dat bij individuele bewoners ook. In diverse gevallen lopen ook nog, of hebben gelopen, bezwaar- dan wel beroepszaken, maar dit is de lijn zoals mijn voorgangers die hadden en zoals ik die ook heb. De heer Vermeer vroeg mij nog naar de impact van schijnzelfstandigheid voor de voortgang van de versterkingen. De voorzitter: Excuus minister, u heeft alsnog een interruptie van de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Dan toch op het punt van batch 1588. Ja, het is een langlopende discussie. Kun je het altijd perfect doen? Het antwoord daarop is nee. Toch denk ik dat het beter kan dan hoe het nu gaat. Er zijn mensen die hun huis hebben moeten laten slopen en een nieuw huis hebben moeten laten bouwen. Dat stond dan opnieuw in de steigers met alle ellende van dien, omdat er overal scheuren in zaten. Die voeren nu gelijktijdig ook nog eens strijd om gewoon een klein beetje vergoeding te krijgen voor een fatsoenlijke keuken, voor een nette slaapkamer en niet heel veel meer. Mijn vraag is: kunnen deze mensen dan echt niet met coulance bejegend worden, als zij niet vragen om gouden kranen? Minister Heerma: Ik heb het niet over gouden kranen gehad. Onderdeel van deze langlopende discussie is dat vanwege deze vragen dat meldpunt is opgezet. Alles is tegen het licht gehouden en er is gewogen in welke mate er sprake is van een voldoende vergoeding voor een functioneel vergelijkbare woning. Als je het hebt over gelijkheid en ongelijkheid, wordt niet in alle gevallen gezegd: dit gaan we ook nog doen. Want die verantwoordelijkheid is er ook en dit is de uitkomst. De voorzitter: Een vervolginterruptie van de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Dan is mijn vraag aan de minister: één ... O nee, ik mag maar één vraag stellen, anders gaat u hem dubbel rekenen. Dan gaat mijn vraag aan de minister over de strijd die al zo lang wordt gevoerd met deze inwoners. Kan de minister aangeven hoeveel dat heeft gekost? Heeft dat niet meer gekost dan wanneer we deze inwoners gewoon vooruit zouden helpen? Zouden we in dit geval niet gewoon dat laatste moeten doen? Minister Heerma: Dit vind ik echt een heel ingewikkelde vraag. Ja, in ingewikkelde situaties kost het afwegen en kosten de individuele juridische procedures geld. Kun je dan niet beter vergoeden? Maar de heer Bushoff weet ook dat dit breder geldt dan alleen voor batch 1588. Als je gaat vergoeden, gaat ook dat weer nieuwe verschillen veroorzaken en gaat ook dat weer nieuwe discussies opleveren. Dus los van het feit dat je moet proberen niet alles te juridiseren, is het niet zo simpel als de heer Bushoff hier lijkt te schetsen, en volgens mij weet de heer Bushoff dat ook. Mevrouw Beckerman (SP): Ik ga daar heel even op door, want ik heb die motie ingediend met de heer Nijboer, nu in een andere functie. Wij hebben daar echt járen voor moeten strijden, totdat die in 2023 onze kant op viel. Dat we nu, drie jaar later, nóg dit debat voeren, vind ik dus eigenlijk exemplarisch voor hoe het misgaat. Is de gedachte dat we dus al vijf jaar voor die ene motie moeten strijden en de verhalen van diezelfde bewoners moeten delen, niet reden om nu goed te doen? Minister Heerma: Deze motie is inderdaad van 2023, meen ik. Naar aanleiding van die motie is dat meldpunt opengezet, is het bekeken en is dus in ongeveer een derde van die gevallen een aanvullende … Tegelijkertijd is de norm van een functioneel vergelijkbare woning in 57 van die 88 gevallen niet van toepassing. Dat geldt ook ten opzichte van andere bewoners. Dat is de uitkomst. De voorzitter: U vervolgt. Minister Heerma: De heer Vermeer vroeg mij naar de impact van schijnzelfstandigheid op de voortgang van de versterking. Daar heb ik in mijn inleiding al iets over gezegd. De gevolgen voor de voortgang van de versterking zijn sterk afhankelijk van de gesprekken die op dit moment plaatsvinden. Dat traject loopt. Ik zal de brief die ik heb toegezegd voor het WGO in november ook terugkomen op de voortgang van deze gesprekken, op de impact, en op wat we doen om de impact zo veel mogelijk te voorkomen. De realiteit is dat de combinatie van het ACVG-rapport, de opvolging daarvan en ook de ontwikkelingen rondom de Wet DBA het niet mogelijk maken om te versnellen — de heer Vermeer refereerde daaraan — en we juist moeten kijken hoe we de impact daarvan zo veel mogelijk kunnen beperken. Dan ben ik nu bij het einde van het blok versterken. De voorzitter: Voordat u vervolgt met het volgende blok, minister, heeft u nog een interruptie van de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Ik dacht "ik doe mijn interruptie helemaal aan het einde", want ik worstelde er wel wat mee. Ik zie namelijk echt de goede wil van deze minister. Ik snap ook dat de minister geen pasklaar antwoord kan geven op de wensen van alle bewoners. Toch vond ik het antwoord op mijn vraag, namelijk dat de NCG en de gemeente daarnaar kijken, wel heel mager om mee terug te moeten naar de bewoners van de Westerdraai in Appingedam. Dat zijn mensen die sinds vorige zomer eigenlijk al uitsluitsel zouden moeten hebben gehad, mensen die in een bouwput zitten en niet weten wat er met hun huis gebeurt. Kan de minister in ieder geval voor deze inwoners schetsen welke uitkomst hij wenselijk vindt? Minister Heerma: Ik snap heel goed wat de heer Bushoff zegt. Tegelijkertijd heb ik met mijn antwoord proberen aan te geven dat ik zie hoe complex deze situatie is. Ik heb daarmee niet een mager antwoord proberen te geven. De situatie vereist dat er zorgvuldig naar gekeken wordt. Daar zijn NCG en gemeentes mee bezig. Ik heb ook proberen aan te geven dat de uitkomst daarvan samen met bewoners besproken gaat worden en dat ze daar dus in betrokken worden. De heer Bushoff zegt dat hij eigenlijk meer wil dan dit. Ik ga kijken of ik hier in tweede termijn nog iets extra's over kan zeggen. Voorzitter. Dan komen we bij de schadeafhandeling. Met het IMG is de afgelopen jaren gewerkt aan twee grote opgaven: de implementatie van de nieuwe schademaatregelen uit Nij Begun en de overgang naar een meer aanvragersgerichte schadeafhandeling. Tegelijkertijd moest het zorgvuldig afhandelen van de reguliere instroom van schademeldingen gewoon doorgaan. Zo heeft het IMG in 2025 meer dan 100.000 aanvragen behandeld en ook nu komen er wekelijks meer dan 1.000 aanvragen binnen. De schademaatregelen uit Nij Begun zijn inmiddels bijna allemaal beschikbaar voor bewoners. Deze wijzigingen zijn belangrijk om de schadeafhandeling milder, menselijker en makkelijker te maken. Tegelijkertijd heb ik ook gezien dat de veranderingen van de afgelopen jaren veel hebben gevraagd van de uitvoering en bij bewoners soms tot vertraging en onduidelijkheid hebben geleid. Dat is ook de reden waarom ik nu kies voor stabiliteit in de uitvoering. Er zijn een aantal specifieke vragen gesteld, die ik kort zal langslopen, te beginnen bij de voorwaardelijke finaliteit. Daar werd in de eerste termijn door verschillende woordvoerders veel aandacht aan besteed, onder anderen door mevrouw Beckerman, de heer Bushoff en de heer Vermeer. De gedachte achter deze voorwaardelijke finaliteit is: als je eenmaal alle aanwezige schade op een adres hebt afgehandeld, kan nieuwe mijnbouwschade alleen ontstaan bij een nieuwe bodembeweging. Met voorwaardelijke finaliteit kijkt het IMG bij een nieuwe schademelding daarom eerst of er sinds de laatste schadeopname überhaupt sprake is geweest van een nieuwe bodembeweging. Voor maatwerk met onderzoek naar de schadeoorzaak geldt dat hierop vanaf 30 november aanstaande voorwaardelijke finaliteit van toepassing zal zijn. Dit betekent dat voor nieuwe meldingen vanaf 30 november voorwaardelijke finaliteit geldt zodra ze zijn afgehandeld. De voorwaardelijke finaliteitsgrens bij maatwerk wordt al doorbroken bij een kans op mijnbouwschade van 1 op 10.000. Dat is de 2 millimeter per seconde waar de heer Köse naar verwees. Alleen al bij de beving bij Zeerijp ging het om 258.000 adressen. De grens is niet willekeurig gekozen, maar sluit aan bij de ondergrens om überhaupt het wettelijke bewijsvermoeden toe te kunnen passen. Voorwaardelijke finaliteit is dus niet iets ... Er is een aantal keren de vergelijking gemaakt met de finale kwijting van de NAM, maar dit is echt iets anders. Het is een maatregel die voorkomt dat je als bewoner en als IMG te veel tijd kwijt bent aan onnodige procedures wanneer al op voorhand duidelijk is dat er geen nieuwe mijnbouwschade kan zijn ontstaan. Dit zorgt er juist voor dat de uitvoeringscapaciteit zich kan focussen op het kerngebied, waar nog steeds regelmatig bevingen plaatsvinden. Ik zie dat veel zorgen rondom de voorwaardelijke finaliteit zitten op schades die tijdens de opname mogelijk over het hoofd zijn gezien en daarmee later niet meer verhaald zouden kunnen worden. De voorzitter: Als u hier even pauzeert, heeft u een interruptie van de heer Bushoff. U wacht nog even met uw interruptie, begrijp ik. Minister Heerma: Ik kan dit blokje eerst afmaken. Ik heb de indruk dat de voorzitter prima interrupties kan tellen. Een paar dingen hierover. Finaliteit is niet nieuw. Het IMG heeft de afgelopen jaren al bij meer dan 70.000 adressen met deze voorwaarde gewerkt. Het IMG geeft aan dat dit in de praktijk niet tot de problemen heeft geleid waarvoor wordt gevreesd. Schades die pas later aan het licht komen, bijvoorbeeld achter keukentegels, betreffen in de praktijk doorgaans lage herstelkosten. De post onvoorzien die het IMG bij zijn schadevergoeding uitkeert, 8% tot 12%, is hiervoor meestal afdoende. In de uitzonderlijke gevallen waarin dit toch tot problemen leidt, heeft het IMG ruimte om schades alsnog af te handelen. Het IMG heeft ook expliciet aangegeven zich hierbij constructief op te stellen en zal hierop in de toelichting op zijn werkwijze ook actief ingaan. Om aan deze zorgen tegemoet te komen heeft het IMG bovendien een team ingericht om te monitoren in hoeverre schade die later aan het licht komt in de praktijk tot problemen leidt. Daarbij worden ook signalen uit de regio betrokken. Dit met betrekking tot de voorwaardelijke finaliteit, wat dus iets anders is dan finale kwijting waar in het debat naar verwezen wordt. De heer Köse gaf al aan dat we ook uitvoering geven aan de motie. Ik heb proberen te schetsen hoe het IMG in de praktijk kan en zal omgaan met de casus waarover veel zorgen bestaan. De voorzitter: Dan hebben we nu de interruptie van de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Eigenlijk hoor ik dat er een soort mitigerende maatregelen worden genomen om de zorgen die er bestaan over de voorwaardelijke finaliteit weg te nemen, maar hoor ik geen enkel goed argument waarom je die voorwaardelijke finaliteit überhaupt zou moeten willen invoeren. Minister Heerma: Ook dit is een discussie die niet nieuw is. Het afgelopen jaar is hierover een aantal keren gediscussieerd, ook bij het debat over de Groningenwet afgelopen voorjaar. Het argument is toch dat door deze duidelijkheid te geven de aandacht en de focus juist uit kan gaan naar het kerngebied, waar nog veel bevingen plaatsvinden. Mensen die zich zorgen maken verwijzen naar de finale kwijting, maar dit is iets anders dan finale kwijting. In de toelichting probeer ik die zorgen ook weg te nemen. De voorzitter: Dit is de zesde interruptie van de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Ja, tot slot. Hier heb ik dus wel heel veel moeite mee. Waarom? Omdat het veronderstelt, deze redeneerlijn volgend, dat er op dit moment heel veel mensen zijn die zomaar schade melden die eigenlijk geen schade is en dat dat heel veel capaciteit opslokt die niet naar het kerngebied kan gaan. Als je echter uitgaat van vertrouwen in plaats van wantrouwen, zou je zeggen dat mensen niet onnodig schade gaan claimen bij het IMG. Volgens die redenatie is het dus helemaal niet nodig om deze voorwaardelijke finaliteit in te voeren. Minister Heerma: Vanuit de praktijk komt juist dat het wel nodig is, om de focus te kunnen hebben op het kerngebied en de schades die daar optreden. Vanwege de ervaringen in het verleden met de finale kwijting snap ik de zorg die er is, helemaal als er eenzelfde term wordt gebruikt, maar het is niet hetzelfde. Met mijn toelichting geef ik enerzijds aan waarom wij, net zoals voorgaande kabinetten, van mening zijn dat het nodig is, zoals ook is gezegd in het debat in het voorjaar. We nemen de zorgen hierover en de motie serieus. Ik heb ook gezegd wat er gebeurt in die gevallen waarin er toch later schade wordt geconstateerd. De heer Bushoff zegt "ik geloof niet dat het nodig is als je uitgaat van vertrouwen", maar wij denken dat het wel nodig is. Als je het op deze manier uitvoert, kun je de focus op het kerngebied houden. De geldende grenzen zijn bovendien laag. Ik gaf daarom ook het voorbeeld van de beving bij Zeerijp. Bij die beving alleen al gaat het om 258.000 adressen waarvoor de voorwaardelijke finaliteit wordt opgeheven. Ten overvloede: het is niet zo dat mensen zoals bij de finale kwijting iets moeten tekenen en daarmee afzien van al hun rechten. Dat is niet hetzelfde, wil ik heel duidelijk zeggen. Dat is dit niet. De heer Köse (D66): Dank aan de minister voor deze beantwoording. Dit is precies wat we met de motie beoogd hebben. De reactie in de brief die nu eigenlijk weer wordt aangehaald, betreft precies de zorg die we delen en die hiermee beantwoord wordt. Het IMG stelt ook: we gaan hiermee aan de slag en we stellen ons constructief op. Dat is superfijn om te horen. Ik wil even de andere kant belichten. Stel, we zouden in plaats van de voorwaardelijke finaliteit helemaal niks hebben, dus ook geen finale kwijting. Wat zou dit dan bijvoorbeeld voor het kerngebied betekenen? Ik kan me voorstellen dat het inderdaad wel impact heeft. Graag een blik hierop van de minister. De voorzitter: Dat waren twee interrupties. Minister Heerma: De heer Köse vraagt mij volgens mij om te becijferen wat er zou gebeuren als we iets niet doen wat we wel doen. Dat is altijd een heel lastig te beantwoorden vraag. Ik wil eigenlijk toezeggen ... Ik snap de zorgen die er vanuit de Kamer zijn vanwege eerdere ervaringen. Mevrouw Beckerman stelde in haar eerste termijn dat het geen oplossing is maar een probleem. Dat is haar insteek. Vanuit de praktijk wordt gezegd dat dit nodig is, dat dit helpt. Ik wil toezeggen dat ik de komende maanden, na 30 november, de vinger aan de pols houd en dat ik de Kamer informeer over de ervaringen in de praktijk. Ik zal kijken of ik iets kan becijferen van waar de heer Köse naar vraagt. Dit zijn altijd heel ingewikkelde vragen om te beantwoorden, maar ik ga kijken of ik dat daarin mee kan nemen. Mevrouw Beckerman maakt zich hier al langer druk over: de onafhankelijkheid van deskundigen die werken aan schadeafhandeling. Dit is ook weer zo'n onderwerp. Mevrouw Beckerman maakt zich hier mede naar aanleiding van de recente uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland zorgen over. Als ik het mij niet verkeerd herinner, vroeg zij in het debat over de Groningenwet in april hier nadrukkelijk aandacht voor. Laat ik vooropstellen dat bewoners in Groningen recht hebben op een goede en onafhankelijke schadeafhandeling. Ik vind het belangrijk dat daarover geen twijfel is. Ik ben bekend met de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Het IMG heeft in reactie aangegeven zelf niet te twijfelen aan de onafhankelijkheid van deskundigen, mede vanwege een eerdere uitspraak van de Raad van State, die de werkwijze van het IMG bevestigde. Omdat de termijn om hoger beroep in te stellen voor de betreffende bewoner nog loopt, kan ik daar nu niet inhoudelijk op reageren. De rechtsgang gaat immers wellicht verder. Wel wil ik aangeven dat ik in de tussentijd in gesprek ben met het IMG over hun analyse van de uitspraak. Als er verbeteringen mogelijk zijn om de twijfels weg te nemen, dan zal het IMG daartoe overgaan. De voorzitter: U vervolgt. Minister Heerma: De vragen met betrekking tot schade beperkten zich volgens mij tot deze twee hoofdonderwerpen, vandaar dat ik toch even naar mevrouw Beckerman kijk. De voorzitter: Dan gaan we naar de interruptie van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Misschien eerst een opmerking vooraf. De minister verwijst vaak naar de Agenda voor Herstel. Daarin zijn schade en versterking juist geen aparte blokken, maar goed. Doe ermee wat u wilt, maar dat zegt wel iets. Toch even over die finale kwijting en ook over de nieuwe contouren die worden geïntroduceerd. Er is nu toch een nulmeting bij het IMG? Op basis daarvan kun je toch goed kijken of schades niet dubbel gemeld worden? Minister Heerma: Ik ga toch ook reageren op de eerste opmerking van mevrouw Beckerman. Ze heeft een terecht punt. Tegelijkertijd is het goed gebruik dat we in deze debatten met blokjes proberen te werken om de Kamer duidelijk te maken wanneer welke vragen beantwoord zullen worden. Indachtig haar opmerking ga ik echter kijken of ik de volgende ... Buiten de microfoon roept zij mij op om een grote chaos te creëren. Ik zal haar opmerking ter harte nemen en tegelijkertijd proberen te voorkomen dat we een grote chaos creëren. Dan over de voorwaardelijke finaliteit. Even los van de nulmeting werkt het zo dat de finaliteit wordt doorbroken wanneer er een nieuwe beving plaatsvindt met bewegingen van meer dan 2 millimeter per seconde. Ik heb proberen te schetsen dat de finaliteit snel wordt doorbroken. Tegelijkertijd, als er geen nieuwe beving is, is onderdeel van de voorwaardelijke finaliteit dat die aanvragen niet in behandeling worden genomen. Dat is het gevolg ervan. Mevrouw Beckerman (SP): Dat is de theoretische logica en dan nu de realiteit. Kijk naar de dorpenaanpak in Garrelsweer. Elk huis waar ze binnenkwamen om het te versterken, bleek veel meer schade te hebben, ook als deze eerder was gemeld. Dat is vanwege het systeem dat ooit is gekozen vanwege de juridische werkelijkheid van de NAM: schade apart van versterken. Schade is nog steeds iets cosmetisch. Dat betekent dat als je het dichtsmeert, het ook zonder beving kan verergeren. Dat gaat niet over een kleine scheur achter een keukenkastje, al moet die ook aangepakt worden. Dit kan ook ontstaan zonder die 2 millimeter per seconde. Daar zit de kern. We gaan weer terug naar een oud, NAM-achtig model, terwijl ook de samenloop nog steeds niet is opgelost. Het is volgordelijk, maar voor heel veel bewoners zijn het nog steeds twee aparte werelden met nu ook nog weer nieuwe grenzen. Dat is nog steeds niet opgelost. Minister Heerma: Ik heb over die twee aparte werelden en die eenoverheidsaanpak in het eerste blok — ik durf nu bijna niet meer over "blokken" te spreken vanwege de terechte opmerking van mevrouw Beckerman — het nodige gezegd. De zorgen die bewoners hebben over scheuren die weggewerkt zijn maar terugkomen: met het voorbeeld van scheuren die achter keukentegels vandaan komen heb ik het niet proberen te bagatelliseren. Ik heb juist proberen aan te geven dat er in de werkwijze van het IMG aandacht voor is en dat er daarnaast nog ruimte is om in specifieke ernstige gevallen maatwerk te betrachten. Voorzitter. Dan kom ik bij het blok perspectief en de economische agenda en de sociale agenda. Hierover zijn weinig vragen gesteld. Dat is ook volkomen logisch als je kijkt naar de duur tussen het laatste debat en dit debat en wat er in de tussentijd allemaal gebeurd is met een ACVG-advies, met de Wet DBA en alle vraagstukken die zich hebben aangediend. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om hier wel aandacht aan te besteden. Ik vind het belangrijk dat de kracht van de regio goed wordt benut en verder wordt versterkt. Ik doe dat in nauwe samenwerking met de medeoverheden in Groningen en Noord-Drenthe. We doen dit naast herstel; het is en-en, niet of-of. Ik snap dat nadenken over de toekomst voor bewoners die nog midden in de misère zitten soms voelt als: waarom zijn jullie hiermee bezig, want ik zit nog midden in de spreekwoordelijke — ik ga het nu toch zeggen — shit? Dat begrijp ik heel goed. Tegelijkertijd vind ik het echt belangrijk dat we werken aan dat perspectief voor de regio, aan de economische agenda en aan de sociale agenda. Het zijn de medeoverheden die uitvoering geven aan de sociale en economische agenda's. Zij doen dit samen met lokale onderwijs- en kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties, zorginstellingen, mensen uit sport, cultuur en natuur en, niet te vergeten, met de inwoners, in het bijzonder jongeren. Alleen samen maken we van Groningen en Noord-Drenthe een gebied dat in de toekomst groeit en bloeit en waar allerlei kansen liggen, economisch en sociaal, die nu door mensen niet altijd gezien en gevoeld worden. Het kost tijd voordat we gezamenlijk de brede welvaart hebben verhoogd. De meeste maatregelen van de sociale agenda zijn inmiddels van start gegaan, zoals de drie extra locaties van Rubicon, het aansluiten van 50 extra basisscholen bij het Jeugdeducatiefonds en de start van brugfunctionarissen op 145 schoollocaties. Het Kamerlid Armut van het CDA vroeg naar zeggenschap en eigenaarschap van bewoners bij de sociale agenda. Afgelopen maandag was ik dus in Oost-Groningen. Ik heb daar met lokale initiatieven onder andere gesproken over gemeenschapskracht en het belang van, in dit geval, een dorpshuis. De middelen van de sociale agenda zijn daarop een plus. Gemeenten staan dicht bij de bewoners en daarom is het aan hen om met de bewoners in gesprek te gaan, bijvoorbeeld via lokale leefbaarheidsoverleggen. Zo sluit de besteding van de middelen aan bij lokale behoeften en initiatieven. Afgelopen maandag heb ik gezien hoe dat gesprek tussen gemeenten en bewonersinitiatieven verliep. Mevrouw Beckerman gebruikte het woord "strijdbaar" en ik heb daar aan tafel gezien hoe strijdbaar de lokale gemeenschap is als het gaat over het opeisen van ruimte voor de gemeenschapskracht. De economische agenda is een investeringsagenda. Elke vijf jaar wordt deze geconcretiseerd via een meerjarig uitvoeringsplan. Ik zal het vastgestelde uitvoeringsplan binnenkort met uw Kamer delen. Het Kamerlid Köse van D66 vroeg naar afspraken met de regio, naar hoe de nieuwe banen in waterstof en groene chemie aan de Groningers ten goede komen. Investeringen in waterstof en groene chemie gaan niet alleen over de inzet van kapitaal, maar ook over de inzet van regionaal aanwezige kennis, talent en arbeidspotentieel. In het meerjarig uitvoeringsplan wordt hier ook expliciet aandacht aan besteed. Samen zetten de sociale en economische agenda's dan ook in op stageplaatsen, leer-werkbanen, zijinstroom en doorontwikkelingen die passen bij de werkgelegenheid van de groene industrie en andere speerpunten uit de agenda. Zo kunnen Groningers nu en in de toekomst profiteren van nieuwe werkgelegenheid. Ook bij initiatieven als de AI-fabriek in Groningen is hier aandacht voor. Ik zei het al in mijn algemene inleiding: ook met de sociale en economische agenda's komt veel energie, creativiteit en beweging los. Hierbij zal ik ook mijn collega's van andere departementen bij de les houden; daar kunt u mij op aanspreken. De rijksinzet treft u aan in een uitvoeringsprogramma Rijk dat naar verwachting in december van dit jaar wordt vastgesteld. Ik zal dat ook delen met uw Kamer. De regeringscommissaris kan hierin als ambassadeur voor de agenda zijn aanjagende rol spelen, zowel in Den Haag en de regio, als in Brussel. Met elkaar, de medeoverheden, de Rijksoverheid en ook alle partners, maken we van Groningen en Noord-Drenthe een plek waar het nóg fijner is om te werken, te wonen en te leven, een plek waar kansen voor de toekomst worden gecreëerd en gegrepen. Dan kom ik bij het laatste blok, met vragen rondom de NAM, de regeringscommissaris en ... Even kijken, het kan zijn dat ik een vraag van mevrouw Armut nu mis, maar daar kom ik in de tweede termijn dan op terug. Ik dacht dat die in dit blok zat. Voorzitter. Er zijn vragen gesteld over de budgettaire risico's samenhangend met de procedures van de NAM, Shell en Exxon en de financiële positie van de NAM. Zoals bekend lopen er verschillende juridische procedures van de NAM en haar aandeelhouders tegen de Staat. Deze procedures gaan onder meer over de kosten van de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie. De Staat voert deze procedures op zorgvuldige wijze en zet daarbij alle juridische middelen in die nodig zijn. Laat ik vooropstellen dat de afhandeling van de schade en de versterking van gebouwen onverminderd doorgaan, onafhankelijk van deze procedures. De heer Clemminck en de heer Vermeer hebben gevraagd naar de budgettaire risico's van de procedures. De kosten die in rekening worden gebracht voor de schadeafhandeling en de versterking zijn naar mijn mening juridisch houdbaar. Shell, NAM en Exxon denken daar anders over. Als zij deels gelijk zouden krijgen, kan dat inderdaad financiële gevolgen hebben voor de Staat; daarnaar vroegen de heer Vermeer en de heer Clemminck. Op de specifieke details hiervan kan ik op dit moment niet ingaan vanwege de vertrouwelijkheid van procedures en de procespositie van de Staat. Dat heb ik volgens mij in het debat van april ook benadrukt. Maar zoals eerder ook is gedaan, kan een en ander wel nader worden toegelicht in een besloten technische briefing. De heer Clemminck vroeg naar de recente tussenuitspraak over passende zekerheden in relatie tot de verhaalbaarheid van de kosten van schadeafhandeling. Daar is eigenlijk geen relatie. De verhaalbaarheid is een juridische kwestie, terwijl passende zekerheden gaan over het financiële draagvlak van de NAM op lange termijn. Dat brengt mij bij de financiële positie van de NAM. Deze week werd bekend dat de NAM een uitkering van 1,4 miljard heeft gedaan aan haar aandeelhouders Shell en Exxon. Dit is aanzienlijk meer dan de nettowinst van 2025. De financiële positie van de NAM verslechtert hierdoor, waardoor afspraken uit het akkoord op hoofdlijnen niet meer worden nagekomen. Ik ga bij betrokken partijen zo spoedig mogelijk opheldering hierover vragen. De NAM geeft zelf aan over voldoende middelen te beschikken om aan de heffingen te kunnen voldoen, maar voor de toekomst maak ook ik mij zorgen. Dat is precies de reden geweest om vorig jaar naar het scheidsgerecht te gaan. Indien blijkt dat daarvoor aanleiding is, zal ik weer naar het scheidsgerecht gaan. Dat is altijd mogelijk, ook met terugwerkende kracht, mocht de NAM niet meer aan haar verplichtingen kunnen voldoen. Dit is ook een antwoord op de vraag van de heer Vermeer. Het scheidsgerecht heeft beperkte garantie bepaald tot uiterlijk 1 juni 2031. Dit is een tijdelijke voorziening. De verwachting is dat voor 1 juni 2031 een definitieve uitspraak wordt gedaan in de hoofdarbitrage over het akkoord op hoofdlijnen. Als de omstandigheden daar aanleiding toe geven kan ik het scheidsgerecht in de tussentijd, dus totdat het een definitieve beslissing heeft genomen, opnieuw om een tussentijdse uitspraak vragen. Voor passende zekerheden is hierbij dus nog niet definitief beslist. De voorzitter: U vervolgt, minister. Minister Heerma: Ja, ik heb de vraag gevonden. Het lid Armut vroeg namelijk ook hoe ik aankijk tegen de specifieke situatie in het kerngebied. Daar heb ik in het begin iets over gezegd toen ik een andere vraag van haar beantwoordde. Zij vroeg ook of ik kan toezeggen dat de ervaring van bewoners in de kern van het gebied meer aandacht kan krijgen in de toekomstige edities van de Staat van Groningen. Dit was in het kader van de podcast die zij had geluisterd over de inzet die maatschappelijke organisaties specifiek hebben om aandacht te vragen voor de staat van het kerngebied, en hoe dat kan wegvallen als je het over het gemiddelde in de hele Staat van Groningen hebt. Ik ben het met mevrouw Armut en de Groninger Bodem Beweging eens dat gemiddelden niet altijd het hele verhaal vertellen. Overigens zien we ook in het kerngebied gemiddeld gesproken wel verbeteringen, maar mevrouw Armut heeft gelijk dat dit zeker niet geldt voor iedereen. Ik heb daarom aan de onderzoekers van de Staat van Groningen gevraagd om in volgende edities meer aandacht te besteden aan mensen in de kern van het gebied. De staat van het kerngebied zal hierin dus expliciet een plek krijgen. De voorzitter: Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw eerste termijn? Minister Heerma: Nee, voorzitter, want u had ook nog een vraag gesteld. De voorzitter: Ah, dat waardeer ik. Minister Heerma: Dus ik ben bijna aan het einde. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Minister Heerma: De heer Clemminck vroeg mij naar de verantwoordelijkheden van de regeringscommissaris. Hij stelde hierbij — daar ga ik toch mee beginnen — dat de regeringscommissaris weer een nieuwe bestuurslaag is en noemde daarbij een rijtje op. Dat is niet zo. De regeringscommissaris is geen nieuwe bestuurslaag en neemt ook geen taken of verantwoordelijkheden van andere partijen over, ook niet van het IMG en de NCG. De regeringscommissaris is door mij benoemd, maar opereert onafhankelijk en geeft gevraagd en ongevraagd advies, ook aan de minister. De regeringscommissaris focust zich in zijn opdracht op mensen in het gebied dat het zwaarst is getroffen en specifiek op mentaal welzijn. Hij heeft aan het begin van de zomer zijn opdracht naar de Kamer gestuurd, ik geloof op 10 juli, uit mijn hoofd gezegd. Net als dat hij wil bijdragen aan een beter toekomstperspectief voor de hele regio, zoals hij ook in zijn opdracht, waar ik net naar verwees, in de zomer aan de Kamer heeft gestuurd. Ik ga hier zeggen dat ik deels snap dat de Kamer liever een aparte staatssecretaris voor Groningen had gehad. Dat kwam ook op in het vorige debat. Mevrouw Beckerman was daar vrij vocaal in. Ik heb toen aangegeven dat er een minister is die volledige ministeriële verantwoordelijkheid aflegt aan de Kamer, zoals ik dat hier doe. Daarnaast is er een regeringscommissaris. Ik wil hier ook het volgende zeggen, even los van de waardering die er in de vorm van de persoon is. Als je het namelijk hebt over de rol van regeringscommissaris, die we op meer heel belangrijke onderwerpen kennen, is die persoon een wezenlijk onderdeel van de invulling ervan. Dat hebben we gezien bij mevrouw Hamer, maar we hebben het ook gezien bij de deltacommissaris. Dit is een vorm die wordt gekozen op het moment dat een onderwerp daar belangrijk genoeg voor is. Ik zou ook iets willen voorstellen. De heer Clemminck haalde een specifiek interview aan. De minister gaat niet elk woord dat de regeringscommissaris vanuit die onafhankelijk positie spreekt, op een goudschaaltje wegen. Ik zou willen zeggen: dat moet de Kamer ook niet doen. Ik denk dat de proof of the pudding hier in the eating is, om nog maar iets in het Engels te zeggen. Ik heb er heel veel vertrouwen in dat de regeringscommissaris vanuit die onafhankelijke rol een enorme bijdrage kan leveren, zowel nu, als het gaat om vraagstukken, als aan het vertrouwen naar de toekomst. Ik heb verschillende leden in verschillende debatten vertrouwen in de heer Nijboer horen uitspreken. Ik hoop dat we allemaal over een paar jaar constateren dat die regeringscommissaris van enorme invloed geweest is, zowel voor de opgaven die er nu liggen als voor het perspectief van de Groningers. De voorzitter: Dank. Dan zijn we aan het einde gekomen van de kant van de minister, wilde ik zeggen, maar we hebben nog een interruptie van de heer Köse. De heer Köse (D66): Ik heb netjes op het blokje gewacht, maar dit gaat nog over de NAM. Ik las het vanochtend en maak me daar toch echt wel zorgen om en kan daar ook eigenlijk ook best wel boos om worden. We zien natuurlijk een partij die een grote verantwoordelijkheid heeft, nu een megadividend uitkeren aan Shell en Exxon. Eigenlijk zeggen ze: ja, weet je, dat komt wel goed, want we kunnen dat op een of andere manier wel terugkrijgen. Dat zeggen ze, terwijl we weten dat die garantstelling een aantal jaar terug opgehouden is, bij de beëindiging van de gaswinning. Dat zegt de landsadvocaat ook. Ik maak me daar dus zorgen om. Ik benieuwd hoe de minister daarin staat. Gaat hij zich er hard voor maken dat we die garanties ook echt hard hebben? De voorzitter: Gaat de minister zich ervoor hardmaken? Minister Heerma: Ik heb met mijn toelichting zojuist proberen te zeggen dat ik die zorgen ook heb. We zaten al in allerlei juridische procedures. Die zal de Staat blijven voeren. Ik heb al eerder gezegd dat ik hier in dit debat niet te veel kan zeggen, omdat dat in al deze procedures de procespositie van de Staat raakt. Ik heb naar aanleiding van het nieuws van gisteren — u las het vanmorgen, maar het gaat over de jaarcijfers zoals die gisteren zijn gepubliceerd — ook aangegeven dat ik de betrokken partijen om opheldering ga vragen hierover. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de minister. Uw voorzitter heeft behoefte aan één minuut schorsen, maar ik verzoek de leden en de mensen op de publieke tribune om op hun plaats te blijven. Dan gaan we daarna meteen door met de tweede termijn van de kant van de commissie. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Dames en heren, ik verzoek u weer plaats te nemen. We gaan starten met de tweede termijn van de kant van de commissie. Als eerste is het woord aan de heer Bushoff. De heer Bushoff (PRO): Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen. Dan heb ik nog drie korte punten. Allereerst betreft dat finaliteit. Dat zou nodig zijn volgens de praktijk. Daarmee wordt dus eigenlijk gezegd dat er nu onnodig capaciteit opgaat aan onterechte en, voor zover ze zouden bestaan, onnodige schademeldingen. Als dat de argumentatie is, zou ik ook graag een heel goede, gekwantificeerde onderbouwing willen zien daarvan, nog voordat het tweeminutendebat aanvangt. Belangrijker vind ik echter het volgende. Dat is ook gelijk mijn tweede punt. Deze oproep leg ik echt bij de minister neer: als minister ook voor Groningen, ga nou uit van vertrouwen in Groningers. Dat geldt zowel in dit geval als waar het gaat om batch 1588. Voorzitter, tot slot. Mijn derde punt gaat over ongelijkheid aanpakken en over die eenoverheidsaanpak. Ik vond de beantwoording net nog wat mager als het gaat om de inwoners van Appingedam bij de Westerdraai. Zij hebben mij in aanloop naar dit debat, toen ik daar was, ook nog een shirt meegegeven. Ik had gezegd dat ik dat aan zou doen, maar dat mag natuurlijk niet. Ik dacht wel: ik kan het wellicht wel via de bode aan u overhandigen. Misschien is dit dan nog een extra, laten we zeggen, aansporing om in de korte schorsing die we zo meteen hebben, echt tot een heel goed antwoord voor deze bewoners te komen in de tweede termijn. Dat antwoord op mijn vraag is er natuurlijk vooral voor de bewoners. Het is een L ... (Hilariteit) De heer Bushoff (PRO): ... maar ik zou 'm in ieder geval aan u willen geven, minister. De voorzitter: Ik verzoek de bode het aan te bieden aan de minister. De heer Bushoff (PRO): Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de bode. Op een iets serieuzere noot: deze mensen zitten midden in een bouwput en weten niet waar ze aan toe zijn. Sommigen hadden verwacht dat ze al meer dan anderhalf jaar geleden uitsluitsel zouden hebben gehad. Ook als de minister in de tweede termijn niet gelijk een fijn antwoord voor deze mensen kan geven, hoop ik dat hij op heel korte termijn, vooral in de richting van deze mensen die vragen om één wijk, één plan, maar ook in de richting van de Kamer, gewoon uitsluitsel kan geven over wat er met hen staat te gebeuren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Dank u wel, voorzitter. De Tweede Kamer heeft sinds kort de mogelijkheid om ergens anders te vergaderen dan hier in de Tweede Kamer. Ik zou willen voorstellen om een volgende debat ergens in Groningen te houden. Ik denk dat dat goed zou zijn. Dan noem ik de opmerking over NAM, Shell en Exxon. De NAM keert nu miljarden uit aan Shell en Exxon. De minister zegt: ik ga om opheldering vragen. Ik vind dat niet genoeg. Je hebt zó veel ellende aangericht en neemt zo weinig verantwoordelijkheid, met nog eens het gevaar dat ze straks niet meer kunnen betalen. Ik vind dat de minister verder moet gaan en andere opties moet verkennen, zoals niet meer met hen in zee gaan bij andere projecten. Mijn frustratie blijft altijd dat je weinig concreets ziet veranderen voor zwaar gedupeerden, mensen die vastzitten, die ongelijkheid. Tegelijkertijd zie je wel al die stapjes terug, zoals met die finaliteit, die ook weer zorgt voor nieuwe contouren. Ik vind dat zeer problematisch. Dat heeft in het verleden niet gewerkt; dat gaat niet werken. Focus nou op bijvoorbeeld de aanpak van die gigantische bureaucratie, die verdienmodellen en die heel relevante uitspraak dat er geen onafhankelijkheid is bij alle experts. Dat zijn echt aanpakken waar gedupeerden iets aan hebben. Daar laat ik het bij in tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Den Hollander. Mevrouw Den Hollander (VVD): Voorzitter. Ik zie hier een minister die van goede wil is. Mevrouw Beckerman zei dat dit de achtste minister is die hier mee bezig is. Ik denk dat ze allemaal van goede wil zijn. Ik denk dat eigenlijk iedereen wel van goede wil is. Niemand staat 's ochtends op met het idee: ik ga het nu eens even moeilijk maken voor inwoners van Groningen. Toch zien we tegelijkertijd dat het alsmaar niet beter lijkt te worden. Het zijn soms van die kleine dingen als: dan gaan we brieven begrijpelijker maken. Dan denk ik: nee, we moeten het proces begrijpelijker maken; dan kan de brief moeilijk blijven, want dan is het gewoon makkelijker. Er zijn gewoon enorm veel zorgen en er is heel veel gebrek aan vertrouwen. De minister zegt dat het in de toekomst beter wordt. Dat kan ook haast niet anders, want slechter kan het niet worden, denk ik. Ik heb verder geen vragen meer in de tweede termijn, maar ik weet soms ook gewoon niet hoe we het nou echt beter gaan maken. Daar ben ik echt nog wel naar op zoek. Ik hoop dat de minister dat wel gaat weten de komende jaren. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Köse. De heer Köse (D66): Voorzitter. Ik denk dat ik mij gewoon kan aansluiten bij de vorige sprekers. Ik ben zeer blij met de empathie die de minister toont. Hij laat echt zien dat hij de kritiek die wij hebben, serieus neemt. Hij neemt de voorstellen die wij in het verleden hebben gedaan ook echt mee. Ik ben blij om dat terug te zien. Ik ben het wel met mevrouw Beckerman eens dat alleen opheldering vragen bij de NAM echt niet genoeg gaat zijn. Ik zou graag een sterke houding van de minister willen zien. Ik bedoel dat hij acties uit gaat voeren die resultaten gaan opleveren en ons garanties bieden. Daar sta ik echt achter. Verder zal ik wachten op de vele informatie die in de brief voor het WGO gaat komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Vermeer. De heer Vermeer (BBB): Dank u wel, voorzitter. Ik wil de minister en zijn team bedanken voor de antwoorden tot nu toe. Ik wacht vol spanning op de brief van november. Wij gaan hier zeker op terugkomen, ook in het tweeminutendebat. Dan over de NAM. Als het waar is dat ze onder de afgesproken grens zakken met de uitkering die ze hebben gedaan, zou ik eigenlijk geen enkel voorbehoud van de minister willen; dan wil ik gewoon actie. Dank u wel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman (SP): Nee, ik wilde het voorzitterschap overnemen om u het woord te geven. De voorzitter: Ah, excuus! Dat is heel vriendelijk. Voorzitter: Beckerman De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer Clemminck. Hij spreekt namens JA21. De heer Clemminck (JA21): Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording in zijn termijn. Volgens mij is het helder: de minister krijgt van ons alle vertrouwen in zijn motivatie om het goed te doen in Groningen. Tegelijkertijd blijft het ingewikkeld, ook voor de Kamer, om het een en ander op afstand, en ook nog eens op hoofdlijnen, te analyseren en te zien wat er gebeurt, terwijl er ook heel veel aan individuele casus tot ons is gekomen. We zijn natuurlijk geen ombudsmensen. Dat abstractieniveau is ingewikkeld. Ik heb nog twee concrete vragen voor de minister. De eerste vraag heb ik eigenlijk ook al in mijn eerste termijn gesteld. Dat is de vraag om staatsrechtelijk te duiden dat de regeringscommissaris aansluit bij de onderministerraad. Wellicht is dat gebruikelijk bij andere regeringscommissarissen. Ik hoor graag van de minister of dat zo is. De tweede vraag is: wat als we niet in staat zijn om alles te verhalen op de NAM? Is er op dit moment op de rijksbegroting een voorziening, een begrotingspost gereserveerd om dat risico te dekken? Tot zover. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dat was de heer Clemminck. Hij sprak namens JA21. Ik geef het voorzitterschap terug. Voorzitter: Clemminck De voorzitter: Ik kijk naar de minister om te zien hoeveel tijd hij nodig heeft. Minister Heerma: Vijf minuten. De voorzitter: Ik schors voor vijf minuten. De vergadering wordt van 16.16 uur tot 16.23 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de minister voor zijn tweede termijn. Minister Heerma: Dank u, voorzitter. Mevrouw Beckerman stelde voor om de volgende vergadering over Groningen in Groningen te houden. Het is natuurlijk aan de Kamer om daarover te beslissen, maar ik kan me hier van alles bij voorstellen. Indien de Kamer daartoe beslist, ben ik erbij in Groningen ... Er wordt nu gelachen. U kunt goed ontregelen, mevrouw Beckerman! Ik bedoelde niet te zeggen dat het een moetje is. Dat was de suggestie die mevrouw Beckerman leek te doen, maar het was absoluut niet wat ik bedoelde en het is ook niet hoe ik het ervaar. Ik wil beginnen met een aantal vragen die ik in eerste termijn heb laten liggen of waarbij ik in eerste termijn heb verwezen naar de tweede termijn. Ik hoop dat ik nu voldoende extra kan zeggen op de vraag die de heer Bushoff stelde om tegemoet te komen aan zijn wens. Zoals aangegeven komen in Westerdraai diverse complexe zaken bij mekaar. De NCG en de gemeente zijn die ingewikkelde puzzel op dit moment aan het leggen. Zij willen de bewoners daar ook actief bij betrekken. Ik wil voorkomen dat bewoners via uw Kamer over de aanpak worden geïnformeerd. Ik wil ook voorkomen dat ik valse verwachtingen wek met uitspraken die ik nu doe. Vandaar dat ik tijd nodig heb om uw Kamer hierover goed te informeren. Dat wil ik begin 2027 doen. Als het eerder kan, zal ik dat vanzelfsprekend doen. Dan de vervolgvraag van de heer Vermeer. Of eigenlijk zei hij: minister, u heeft mijn vraag over de NCG en het proactief controleren niet voldoende beantwoord. Eigenlijk is het antwoord op de vraag van de heer Vermeer, kort gezegd, nee. Ik zal dat proberen verder toe te lichten. Zoals ik in mijn eerste termijn aangaf, moeten de controles van de NCG zorgvuldig gebeuren en kost dat tijd. Deze controles zijn nu nog niet per adres te kwantificeren in de tijd. De NCG communiceert alleen actief met bewoners als uit de controles blijkt dat een beoordeling opnieuw moet worden uitgevoerd. Hierbij geeft de NCG aan binnen welke termijn bewoners vervolgens duidelijkheid krijgen. In andere situaties zou het proactief contact opnemen terwijl er eigenlijk niks aan de hand is, juist ook weer tot nieuwe zorgen en nieuwe onzekerheid kunnen leiden, omdat mensen een brief ontvangen terwijl ze mogelijk helemaal geen vragen en geen zorgen hadden. Er wordt dus specifiek proactief contact opgenomen indien daar aanleiding voor is. Daarnaast heb ik geprobeerd te zeggen dat bewoners met vragen en zorgen altijd terechtkunnen bij de NCG. Dat kan via een bewonersbegeleider of via het bewonerscontactcentrum van de NCG. Maar op de vraag of er in álle gevallen contact wordt opgenomen, is het antwoord dus nee. Er wordt specifiek contact opgenomen wanneer daar aanleiding voor is. De voorzitter: U heeft een interruptie, minister. Ik sta twee interrupties per persoon toe in deze termijn. De heer Vermeer (BBB): Ik probeer het toch net iets scherper te krijgen. De insteek was de volgende. Volgens een inventarisatie kunnen die situaties bij ongeveer 8.000 adressen voorkomen. Vervolgens vraag ik of de minister kan toezeggen dat iedere bewoner van wie het dossier binnen een risicogroep valt, actief wordt benaderd. Mijn insteek daarbij was dat ze daar dan niet zelf in hoeven te graven. De adressen zijn dus bij de Nationaal Coördinator Groningen bekend, of in ieder geval heeft die het aantal van 8.000 genoemd. Als ik dat niet goed heb, hoor ik dat graag. Het Adviescollege Veiligheid Groningen vond zes situaties, en volgens een inventarisatie van de Nationaal Coördinator Groningen kunnen die situaties bij 8.000 adressen voorkomen. Zo heb ik het begrepen. Het gaat me er gewoon om dat iedereen die binnen die doelgroep valt, daar toch wel bericht van moet krijgen. Nu moeten al die mensen namelijk zelf gaan kijken: val ik eronder, moet ik iets … De voorzitter: Uw vraag is helder, denk ik. Minister Heerma: Nu brengt de heer Vermeer mij bijna in verwarring. Het ACVG heeft een onderzoek gedaan. Dat onderzoek heeft zes specifieke situaties naar boven gehaald waardoor er twijfel is over de kwaliteit van het beoordelingsrapport. Specifiek kunnen er woningen op norm verklaard zijn die niet op norm zijn. Het ACVG legt ook uit dat de omgekeerde situatie — een woning is niet op norm verklaard maar bleek wel op norm te zijn — minder problematisch is. In het ACVG-rapport wordt volgens mij, maar hou het me ten goede, gezegd dat het potentieel om 8.000 woningen gaat als je die zes situaties optelt, maar dat naar verwachting in minder dan 1% van die rapporten, of tot 1,5%, daadwerkelijk een woning op norm wordt verklaard terwijl dat niet terecht is. Dat wordt nu doorzocht. Dit is ook weer een grote operatie, waarin die duizenden rapporten gecheckt worden. In gevallen waarin er sprake is van een opnormverklaring die niet terecht is, en dus van een onveilige situatie, wordt vanuit de NCG proactief contact opgenomen met de betreffende bewoners. Er wordt op dit moment teruggekeken naar oude rapporten om te zien of hier sprake van is. Als er sprake van is, wordt er proactief contact opgenomen. Het is dus niet zo dat bewoners hier zelf mee aan de slag moeten — dat is niet nodig — maar ik kan hier ook niet zeggen dat er bij elk dossier dat bekeken wordt waarbij er geen sprake van is, proactief gecommuniceerd gaat worden: er is naar uw dossier gekeken maar er is geen probleem geconstateerd. De heer Vermeer (BBB): Dat is precies mijn punt, want dan blijven die mensen in onzekerheid: is hun zaak nog niet gecontroleerd en is er misschien toch iets aan de hand? Als er een risicogroep is, lijkt het me logisch dat er per onderzoek afgeconcludeerd wordt, dus óf "hier moeten we contact opnemen omdat er iets gecorrigeerd moet worden" óf "hier moeten we contact opnemen om te melden dat er gecontroleerd is, maar dat er niets aan de hand is en dat de mensen gerust kunnen zijn omdat alles klopt". Dat is toch wat je moet doen om onzekerheid weg te halen? De voorzitter: Uw vraag is helder. Minister Heerma: Wat ik probeer te schetsen, en wat overigens vanaf het begin bij het ACVG-rapport is gezegd, is dat mensen niet onzeker hoeven te worden en niet zelf hoeven te gaan graven. De dossiers worden door de NCG doorgelicht op deze zes aspecten, en als er woning op norm zijn verklaard die toch niet op norm zijn, wordt er proactief contact opgenomen. Daarnaast heb ik ook geprobeerd aan te geven dat mensen die daadwerkelijk wél zorgen hebben, zij via de bewonersbegeleiders of via het bewonerscontactcentrum contact kunnen opnemen met de NCG om hun zorgen te uiten. Daar zal dan specifiek aandacht aan besteed worden. Maar de heer Vermeer vraagt of er, juist om de mensen te ontlasten, zodat ze er niet zelf in gaan duiken, in alle gevallen een brief gestuurd kan worden. Dat zijn dus duizenden mensen, want de inschatting van de NCG is dat het gaat om 1% van die door de ACVG becijferde 8.000 dossiers. Dat kunnen er in de praktijk ook meer zijn; er is een inschatting gemaakt. De heer Vermeer vraagt ons dus om naar al die mensen een brief te gaan sturen met: wij hebben uw dossier bekeken en we hebben geconstateerd dat er niks aan de hand is. Ik deel niet met de heer Vermeer dat dat de werkwijze is die gekozen zou moeten worden. Ik vind de werkwijze waarvoor nu gekozen wordt beter, waarbij de dossiers proactief doorgenomen worden en er echt grondig gekeken wordt waar de controles niet zorgvuldig genoeg zijn geweest in de versnellingen die hebben plaatsgevonden. Daar gaat het namelijk in een aantal van deze gevallen om. Als naar voren komt dat er op norm verklaard is terwijl dat niet terecht was, wordt er proactief contact opgenomen met mensen, en als mensen zorgen hebben, kunnen ze zich melden. Ik vind dat geen gekke werkwijze. De voorzitter: U vervolgt, minister. Minister Heerma: Mevrouw Armut vroeg mij naar bewoners die al zeven jaar wachten op een versterkingsadvies. Mevrouw Armut is op dit moment niet hier in de zaal, maar ik zou toch willen vragen of zij de casussen die zij hiervan heeft, naar mij toe kan sturen. Dan kan ik dit uitzoeken met de NCG. Dan zijn er nog een aantal vragen gesteld in de tweede termijn. De heer Bushoff vroeg mij of ik een brief kan toezeggen waarin ik nog specifiek met cijfers kom over die finaliteit. Dit is een langlopende discussie. Dat wil ik toezeggen. Ik ga u die brief zo snel mogelijk toesturen. Mogelijk combineer ik dit met de brief die ik al heb toegezegd voor november. Ik ga gewoon kijken hoe snel ik dit kan aanleveren. Dat was de concrete vraag en dat zal ik doen. De heer Clemminck vroeg of wij een voorziening op de rijksbegroting hebben getrokken. Het antwoord daarop is nee. Dat volgt ook uit de toelichting van de procespositie die wij innemen. Het zou dan heel raar zijn als we nu een voorziening daarvoor gaan treffen. Ik hoor verschillende deelnemers aan dit debat zeggen "de minister moet erbovenop zitten", maar we zíjn volop bezig met de procedures en daarmee zítten we er dus ook bovenop. De heer Clemminck vroeg ten slotte specifiek naar de staatsrechtelijke positie van de regeringscommissaris, en verwees daarbij naar diens aanwezigheid bij onderraden. Ik zie hier niet direct een groot staatsrechtelijk vraagstuk. Als het over Groningen gaat, sluit de regeringscommissaris aan bij onderraden en ik vind dat van grote meerwaarde. Het is ook niet voor het eerst. Ook de deltacommissaris, om een voorbeeld te noemen, is in het verleden aangesloten bij onderraden wanneer dat relevant was voor het onderwerp. De voorzitter: Daarmee bent u aan het einde gekomen van uw tweede termijn. Dan resteert mij nog om de lijst met toezeggingen door te nemen. Ik vraag daarvoor aandacht van de aanwezigen, want dat kijkt altijd nauw. Allereerst heeft het lid Bushoff een tweeminutendebat aangevraagd. We zullen dat doorgeleiden naar de Griffie plenair voor de planning. Dan kom ik bij de volgende toezeggingen. De Kamer wordt in november, voorafgaand aan het wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Herstel Groningen, geïnformeerd over de uitkomsten van gesprekken over mogelijke vertraging in de versterkingsoperatie. Er zal worden ingegaan op de impact die de vertraging heeft en op wat er zal worden gedaan om deze impact te voorkomen. De Kamer wordt in november, voorafgaand aan het wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Herstel Groningen, geïnformeerd over de ervaring in de praktijk met voorwaardelijke finaliteit en de minister zal bezien of hij kan ingaan op de vraag welke impact het op het kerngebied zou hebben wanneer deze werkwijze niet zou gelden. De Kamer wordt begin 2027 geïnformeerd over de opgedane ervaring met de eenoverheidsaanpak in de drie startgebieden en de voortgang van de agenda van herstel, en de minister zal specifiek ingaan op de samenloopdossiers en op de vraag of de regelgeving op papier goed aansluit op de praktijk. Ik zou de minister willen verzoeken om indien mogelijk iets specifieker te zijn dan "begin 2027". Minister Heerma: Ik probeer januari of februari. De voorzitter: Januari of februari, dank u wel. Van het jaar 2027. Dat heb ik tenminste begrepen. De Kamer wordt begin 2027 geïnformeerd over de problematiek in de Westerdraai en de aanpak waartoe de NCG en de gemeente in samenspraak met bewoners zijn gekomen. Minister Heerma: Of zoveel eerder als het kan. De voorzitter: Of zoveel eerder als het kan. En dan heb ik nog de vijfde en laatste toezegging. De Kamer wordt zo snel als mogelijk, maar in ieder geval voor het tweeminutendebat Herstel Groningen, geïnformeerd over voorwaardelijke finaliteit, met een goede onderbouwing van deze werkwijze, waarbij gekwantificeerd wordt wat die oplevert. Minister Heerma: Ik heb het idee dat er een dubbeling is met een eerdere toezegging. Nee? De voorzitter: Dat is een aparte toezegging, minister. De minister is akkoord, zie ik. Dan kijk ik nog een keer naar de commissie, en zie dat er geen opmerkingen meer zijn. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Ik dank de aanwezigen op de publieke tribune en ik dank de minister, de Kamerleden en de ondersteuning. Ik sluit het debat. Sluiting 16.37 uur. ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag CD van 7 oktober 2026 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag CD van 7 oktober 2026 1

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingHerstel Groningen
    Conceptverslag Herstel Groningen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.