KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nota naar aanleiding van het verslag

1 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 880b8dfebdd6cc2c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 501Wijziging van de Wet terugkeer envreemdelingenbewaring met het oog op hethandhaven van de mogelijkheden ommaatregelen te nemen ten aanzien vanoverlastgevende vreemdelingenNr. 11 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET NADER VERSLAGOntvangen 1 oktober 2025 Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van het nader verslag vande vaste commissie voor Asiel en Migratie naar aanleiding van de notavan wijziging bij het Wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet terugkeer envreemdelingenbewaring met het oog op het handhaven van de mogelijk-heden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevendevreemdelingen (35 501). De Wet terugkeer en vreemdelingenbewaringwordt hierna ook afgekort als: Wtvb. Het onderhavige wetsvoorstel wordthierna ook aangeduid als: de novelle.Ik dank de leden van de verschillende fracties voor hun inbreng. Degestelde vragen worden hierna, mede namens de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid, beantwoord. Bij de beantwoording is de volgordevan het verslag aangehouden. De vragen en opmerkingen uit het verslagzijn integraal opgenomen in cursieve tekst en de beantwoording daarvanin gewone typografie.INHOUDSOPGAVEAlgemeen deel21.Aanleiding22.Hoofdlijnen van deze nota van wijziging10a.De Wtvb wordt in overeenstemming gebracht met de AVG11b.Wijzigingen als gevolg van het Asiel- en migratiepact14c.Een afwijkingsmogelijkheid in uitzonderlijk omstandighe-den17d.Verhouding Wtvb tot de asielprocedure & verlaten van deinrichting26e.De Wtvb is in overeenstemming gebracht met dePenitentiaire beginselenwet (Pbw)27f.Uitvoerbaarheid28g.Er is voorzien in redactionele en technische wijzigingen303.Financiële gevolgen en uitvoeringsgevolgen304.Uitgebrachte adviezen32a.Afwijkingsmogelijkheid in uitzonderlijke omstandigheden35b.Afzonderen in vreemdelingendetentie35 kst-35501-11ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 111 c.Beperking recht op verblijf in de buitenlucht voorvreemdeling in afzondering38d.Ambtshalve rechterlijke toetsing ex artikel 96 Vw200039e.Strafbaarstelling binnen brengen verboden voorwerpen40f.Verlenging van de ophoudingstermijn40g.Verwerking van persoonsgegevens van bezoekers tenbehoeve van vertrek41h.Verwerking biometrische gegevens41i.Verwerking van persoonsgegevens voor röntgenscan41j.Grondslag gegevensdeling met de Inspectie Justitie enVeiligheid41k.Afwegingen ten aanzien van de verwerking van persoons-gegevens42l.Camera-observatie42m.Financiële gevolgen42n.Overig42Artikelsgewijze toelichting45 Algemeen deel1. Aanleiding De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging vande Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring met het oog op hethandhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzienvan overlastgevende vreemdelingen (hierna: het wetsvoorstel) en stellenenkele vragen.De leden van de PVV-fractie merken op dat met het wetsvoorstel demogelijkheden van de dagprogramma’s uit zullen breiden. Hoe zien dezeprogramma’s er momenteel uit in vreemdelingenbewaring en hoe zullendeze eruitzien na ingaan van het wetsvoorstel?Voorafgaand aan de beantwoording acht ik het van belang te benadrukkendat het nodig is om een eigen bestuursrechtelijk kader voor vreemdelin-genbewaring te hebben, gelet op (Europese) jurisprudentie en kritischerapporten over het nu nog geldende regime. Met de wet is (oa) beoogdvreemdelingen binnen vreemdelingenbewaring meer vrijheid te geven,omdat vreemdelingendetentie, anders dan strafrechtelijke detentie, nietbestraffend is en mag zijn.Op grond van het wetsvoorstel wordt aan de vreemdeling een minimaalaantal uur dagbesteding per week aangeboden, bestaande uit eencombinatie van beschikbare voorzieningen en activiteiten. De mate waarinvan dagbesteding gebruik kan worden gemaakt en de vreemdeling op deafdeling kan verblijven is afhankelijk van het regime waarin de vreem-deling verblijft. Het wetsvoorstel biedt een differentiatie tussen hetverblijfsregime en het beheersregime. Het verblijfsregime is hetstandaardregime. Daar verblijft de vreemdeling die veel autonomie envrijheid aankan. Hier kan de vreemdeling twaalf uur per etmaal vrijelijkbewegen op de afdeling en aangewezen plaatsen en zelf bepalen of hij aldan niet in zijn verblijfsruimte wil zijn. Als het gaat om specifieke soortendagbesteding zijn de wettelijke minimumrechten ten opzichte van dePenitentiaire beginselenwet (Pbw) uitgebreider. Dit betekent voor hetverblijfsregime: lichamelijke oefening en sport: van twee keer drie kwar-tier naar minimaal twee uur per week, recreatieve activiteiten zijnuitgebreid naar minimaal acht in plaats van zes uur per week, verblijf in debuitenlucht is verdubbeld (van één naar minimaal twee uur per dag) enhet aantal bezoekuren is vier uur per week ten opzichte van nu wekelijkséén uur. Ook biedt het wetsvoorstel de vreemdeling het recht om, voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 112 eigen rekening, te bellen en gebeld te worden en op de in de inrichtingbeschikbare computers gebruik te maken van internet.In het beheersregime worden vreemdelingen geplaatst die niet met deruime vrijheden van het verblijfsregime kunnen omgaan en meerstructuur behoeven. Bij de ontwikkeling van het beheersregime zijn deminimumnormen van de Pbw als ondergrens genomen. In het beheers-regime gelden dan ook andere minimumrechten dan in het verblijfs-regime. De vreemdeling heeft hier derhalve recht op minder uren buitendiens kamer en dagbesteding per week dan in het verblijfsregime.Daarnaast is het aantal bezoekuren en belminuten beperkter.De leden van de PVV-fractie vragen hoe het dagprogramma door alleandere EU-lidstaten wordt ingevuld.Er bestaat geen overzicht van de wettelijke dan wel feitelijke inrichting vande dagbesteding binnen de vreemdelingendetentie van andere EU-lidstaten. Het verkrijgen van deze informatie zou een intensief en grootonderzoek vergen dat binnen het tijdbestek van deze beantwoording nietmogelijk is.De leden van de PVV-fractie hebben vernomen dat de klachtenprocedureregelmatig misbruikt wordt door vreemdelingen met klachten zoals dat dekip te koud is. Is de regering hiermee bekend, vragen deze leden. Zijn ermogelijkheden om de klachtenprocedure in vreemdelingenbewaring aante scherpen? Zo nee, waarom niet?Vreemdelingen dienen klachten van verschillende aard in. Een klacht vaneen vreemdeling is op dit moment enkel ontvankelijk in het geval het eenhem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing betreft.De klacht zoals geformuleerd in de vraag van de leden van de PVV-fractieis op grond van de Pbw niet ontvankelijk. In de Wet terugkeer envreemdelingenbewaring worden de beklaggronden verruimd ten opzichtevan de Pbw en het zal dan mogelijk worden om beklag te doen over dealgemene tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring op eenlocatie. Dit is gedaan om de bestuursrechter te ontlasten, omdat dezeklachten in de huidige situatie soms aan de orde komen bij de vreemdelin-genrechter in de procedure over de al dan niet rechtmatigheid van debewaring. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) voorziet dat hierdoor hetaantal beklagzaken zal toenemen. In de Ex Ante uitvoeringstoets (EAUT) iseen inschatting gemaakt van de extra werklast die dit zal opleveren voorDJI. Deze EAUT wordt als bijlage bij deze nota naar aanleiding van hetnader verslag meegezonden.In de wet zijn twee waarborgen opgenomen. Ten eerste dient bij eenklacht over de algemene tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbe-waring bemiddeling op niveau van de directeur plaats te vinden. Tentweede kan de voorzitter van de beklagcommissie beslissen om bij eenklaagschrift over de algemene tenuitvoerlegging van de vreemdelingen-bewaring deze buiten behandeling te laten als een beoordeling door debeklagcommissie uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling geentoegevoegde waarde heeft. Bij inwerkingtreding van de wet zal moetenworden bezien wat de aard is van de klachten over de tenuitvoerleggingvan de vreemdelingenbewaring die worden ingediend. De praktijk zaldaarin moeten uitwijzen welke klachten door de klachtencommissie en deRaad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) in behan-deling genomen zullen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 113 De leden van de PVV-fractie vragen de regering wat de huidige capaciteitvan vreemdelingenbewaring op dit moment is en wat de verdelingeenpersoons- en meerpersoonscellen is. Ook vragen deze leden naar debezetting van de eenpersoons- en meerpersoonscellen.In principe verblijven vreemdelingen in vreemdelingenbewaring inmeerpersoonskamers. Bij een aantal bijzondere afdelingen – de inkom-stenafdeling, extra zorgafdeling en de beheersafdeling in DetentiecentrumRotterdam (DCR) – zijn afgerond 30 eenpersoonskamers beschikbaar.Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het ook voorkomt dat niet beidebedden in een meerpersoonskamer bezet zijn, bijvoorbeeld vanwegecontra-indicaties. Op de gesloten gezinsvoorziening (ggv) in Zeist zijnhuisjes voor gezinnen en eenpersoonskamers voor alleenstaandeminderjarige vreemdelingen (amv’ers) beschikbaar. In de ggv verblijvenook alleenstaande vrouwen.In DCR zijn op dit moment 418 plaatsen beschikbaar. Op peildatum23 september 2025 verblijven daar 340 vreemdelingen, waarvan ruim 7%op een eenpersoonskamer. In Justitieel Complex Schiphol (JCS) zijn op depeildatum 26 van de 48 plaatsen bezet; in de ggv verblijven 19 vreemde-lingen op een totaal van 56 plaatsen.De leden van de PVV-fractie vragen de regering hoeveel vreemdelingen inbewaring strafrechtelijke antecedenten hebben met bijbehorendpercentage t.o.v. het totaal. En wat is de herkomst van deze vreemde-lingen?DJI beschikt enkel over informatie aangaande het strafrechtelijk detentie-verleden. Het gaat hierbij specifiek om de periode tien jaar voorafgaandaan de laatste periode van vreemdelingenbewaring van de vreemdeling.Voor 2024 was dit de periode 2015–2024. In 2024 hadden 1.131 uniekevreemdelingen in vreemdelingenbewaring een strafrechtelijk detentiever-leden. Dit betrof zo’n 31,5% van het totaalaantal unieke vreemdelingen invreemdelingenbewaring. In 2023 ging het om 1.042 unieke vreemdelingen(ca. 33,3%). De meeste van deze vreemdelingen hadden een Marokkaanse,Poolse of Algerijnse nationaliteit. Hierbij is relevant dat dit in deze jaren inalgemene zin de meest voorkomende nationaliteiten in vreemdelingenbe-waring waren.De leden van de PVV-fractie vragen wat het vertrekpercentage is uitge-splitst naar herkomstland.In onderstaande tabel is voor de top 10 nationaliteiten het percentageaantoonbaar vertrek voor het vertrek uit de caseload van de DTenVopgenomen. Dit percentage omvat zowel vertrek naar het herkomstlandals vertrek onder de Dublin-verordening en vertrek naar overige landen.Tabel: Percentage aantoonbaar vertrek voor vertrek uit caseload DTenV,2023–augustus 2025 (Bron: DTenV; peildatum augustus 2025)Nationaliteit202320242025 t/m augAlgerijnse30%36%34%Syrische46%44%75%Marokkaanse41%43%44%Nigeriaanse53%38%33%Moldavische39%35%42%Turkse63%61%58%Poolse91%92%93%Somalische31%27%23%Tunesische24%27%39%Iraakse45%44%37%Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 114 Nationaliteit202320242025 t/m augOverige nationaliteiten65%61%62% De leden van de PVV-fractie vragen hoeveel gevallen van (dreiging met)geweld hebben plaatsgevonden in de afgelopen 5 jaar.In onderstaande tabel staat het aantal geregistreerde beschikkingenwaarbij een ordemaatregel of disciplinaire straf is opgelegd aan eenvreemdeling en fysiek geweld tegen een andere vreemdeling of personeelis geregistreerd als aanleiding. Deze aantallen zijn per jaar uitgesplitstnaar fysiek geweld tegen andere vreemdelingen en fysiek geweld tegenpersoneel.20202021202220232024Fysiek geweld tegen anderejustitiabele(n)5248388576Fysiek geweld tegen personeel3536416573 Het aantal van deze beschikkingen in vreemdelingenbewaring ligtverhoudingsgewijs hoger dan in het gevangeniswezen. In onderstaandetabel wordt het aantal beschikkingen waarbij een ordemaatregel ofdisciplinaire straf is opgelegd aan een vreemdeling en fysiek geweldtegen een andere vreemdeling of personeel is geregistreerd als aanleidingper 100 justitiabelen weergegeven voor zowel vreemdelingenbewaring alshet gevangeniswezen.20202021202220232024Fysiek geweld tegen anderejustitiabele(n) per 100justitiabelenVreemdelingenbewaring17,520,317,824,919,5Gevangeniswezen9,28,59,413,113,8Fysiek geweld tegen personeelper 100 justitiabelenVreemdelingenbewaring11,815,319,219,018,7Gevangeniswezen4,94,64,75,96,3 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van deonderhavige wijziging. Zij hebben enkele vragen over de voorgenomenwijziging.De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel. Zij benadrukken dat overlastgevende vreemde-lingen een probleem vormen voor de Nederlandse samenleving, deveiligheid en het draagvlak voor asielopvang. Deze leden vinden hetessentieel dat de vreemdelingenketen over voldoende bevoegdhedenbeschikt om op te kunnen treden tegen overlastgevende vreemdelingen,ook als zij al in vreemdelingenbewaring zitten.Kan de regering voor de leden van de NSC-fractie uiteenzetten welkeactuele knelpunten in de terugkeerketen en in de aanpak van overlastge-vende vreemdelingen met deze nota van wijziging worden opgelost enwelke meetbare effecten men verwacht (kortere doorlooptijden tot feitelijkvertrek, hogere vertrekrealisatie, minder incidenten/recidive) op: 1) zesmaanden na inwerkingtreding en 2) twaalf maanden na inwerkingtreding?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 115 Met de nota van wijziging wordt de novelle bij het wetsvoorstel terugkeeren vreemdelingenbewaring (Wtvb) gewijzigd. De nota van wijziging bevathoofdzakelijk technische wijzigingen. Met de nota beoogt de regering hetwetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbewaring te actualiseren. Ditdoet de regering onder meer door het wetsvoorstel in overeenstemmingte brengen met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)en inmiddels gewijzigde relevante onderdelen van de Pbw.De nota van wijziging bevat daarnaast bevoegdheden om in uitzonderlijkeomstandigheden bij ministeriële regeling af te wijken van het recht van devreemdeling in vreemdelingenbewaring op bewegingsvrijheid, dagbe-steding en bezoek. Deze wijzigingen laten zich niet direct vertalen naarmeetbare effecten, ook omdat deze bevoegdheid slechts toepassing kanvinden in uitzonderlijke omstandigheden.Kan de regering bevestigen dat de wijzigingen uitsluitend zien opterugkeerbevordering en overlastreductie, en niet leiden tot eenverzwaring van bewaring die niet functioneel is voor vertrek? Welkebottlenecks in de keten, zoals ambassade-respons, identiteitsvaststellingen escort/transport blijven met dit wetsvoorstel onaangetast en beperkendus het terugkeereffect?De nota van wijziging bevat voornamelijk technische wijzigingen. Met denota van wijziging is beoogd de Wtvb te actualiseren. Bestaandebepalingen in de Wtvb zijn inmiddels verouderd en sluiten niet langer aanop juridische ontwikkelingen en de huidige omstandigheden in deinrichtingen voor vreemdelingenbewaring. Naast deze technischewijzigingen introduceert de nota van wijziging bepaalde voorzieningen diede regering noodzakelijk acht ter bevordering van de uitvoerbaarheid vande Wtvb, zoals de mogelijkheid om af te wijken van enkele rechten van devreemdeling in uitzonderlijke omstandigheden. Met deze wijzigingen blijfthet beginsel van minimale beperkingen in relatie tot het doel vanbewaring, namelijk het beschikbaar houden van de vreemdeling voorvertrek, onverminderd gelden.Kan de regering dit per herkomstland kwantificeren en voorzien van eendoorlooptijd-reductiedoel?De regering kan niet voldoen aan het verzoek tot differentiatie naarherkomstland, voorzien van doorlooptijd- reductiedoel. Er vindt geenstructurele registratie plaats op basis waarvan deze gedifferentieerdegegevens uit de systemen gegenereerd kunnen worden. Het is voor deuitvoerende instanties niet mogelijk om over alle potentiële bottlenecks terapporteren. Dat zou ook ten koste gaan van de inzet op hun primaireuitvoeringstaken.De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstelen de nota van wijziging tot aanpassing. Deze leden hebben hierover nogenkele vragen.De leden van de D66-fractie zien dat de geschiedenis van deze wet eenlange is, maar dat deze oorspronkelijk is begonnen na het kritischeinspectierapport na de suïcide van een gedetineerde vreemdeling. Dezeleden vragen op welke manier de wet in de huidige vorm bijdraagt aanhet welzijn van de mensen die worden opgesloten.Met het wetsvoorstel wordt een nieuw regime voor de vreemdelingenbe-waring geïntroduceerd dat aansluit bij de doelstelling van bewaring enuitgaat van het beginsel van minimale beperkingen in relatie tot dat doel.Het huidige regime volgt de Pbw en is daarmee, mede door de ontwikke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 116 lingen in de loop der tijd, niet optimaal toegesneden op de bewaring vanvreemdelingen. Hoewel ook de tenuitvoerlegging van strafrechtelijkesancties geschiedt volgens het beginsel van minimale beperkingen is deaard van de maatregel en doelgroep een andere. Eén van de doelen vanhet onderhavige wetsvoorstel is om vanuit dit perspectief het regime vanvreemdelingenbewaring vorm te geven en maatwerk te bieden. Tegendeze achtergrond is het aangewezen een regime vorm te geven en in dewet te verankeren dat aansluit bij de aard van vreemdelingenbewaring.Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. In de eerste plaatsdient het regime de vreemdeling binnen de vrijheidsbeneming zoveelmogelijk vrijheid toe te kennen. In de tweede plaats dienen gezinnen metminderjarige kinderen en niet-begeleide minderjarigen, als zij bijuitzondering in bewaring worden gesteld, rechten en voorzieningen tehebben die aansluiten bij hun kwetsbare positie. In de derde plaats dienenin bewaring de benodigde beheers- en veiligheidsmaatregelen toegepastte kunnen worden ter handhaving van de orde en veiligheid in deinrichting. In de vierde plaats dient het regime waar mogelijk een bijdragete leveren aan – en mag het geen belemmering zijn voor – het doel van devrijheidsbeneming: de terugkeer van de vreemdeling naar het land vanherkomst.Het nieuwe verblijfsregime brengt belangrijke versoepelingen ten opzichtevan de huidige situatie met zich mee in het aantal insluitingsuren, inbewegingsvrijheid, in dagbesteding en de mate van contact met debuitenwereld (bellen, het gebruik van internet en meer bezoek). Zowel denovelle alsook de nota van wijziging bij de novelle doen daaraan niet af.De leden van de D66-fractie vragen bovendien hoe wordt voorkomen datmaatregelen die bedoeld zijn voor een kleine groep overlastgevers ookgevolgen hebben voor andere vreemdelingen, zeker in die gevallenwaarbij er sprake is van collectieve maatregelen. Zij vragen welke lessenuit handhaving en toezichtlocatie (htl) en extra begeleiding en toezichtlo-catie (ebtl) worden vertaald naar vreemdelingenbewaring en welkeconcrete indicatoren worden gehanteerd om iemand als «overlastgevend»te bestempelen. Tevens willen zij weten welke mogelijkheden er zijn voortegenspraak en herstel.De htl-maatregel ex. art. 56 Vw betreft een vrijheidsbeperkende maatregel(gebiedsgebod) en moet worden onderscheiden van vreemdelingenbe-waring (vrijheidsontneming). De htl-maatregel betreft een bestuursrechte-lijke maatregel op basis van het individuele geval. Een vreemdeling komtvoor plaatsing op de htl in aanmerking bij ernstige overlast, waarvan deimpact op de bewoners en medewerkers op de COA-locatie dusdaniggroot en heftig is, dat plaatsing in een separate opvang noodzakelijk is.Het vereist een grondige dossieropbouw op basis waarvan eenzorgvuldige afweging wordt gemaakt door daartoe bevoegdemedewerkers en ketenpartners. Hiervoor zijn diverse waarborgeningebouwd. Bij het maken van deze afweging wordt gekeken naar deimpact van het incident. Ook wordt bekeken of andere vormen vanopvang beter passend zouden zijn, zoals intensief begeleidende opvang ofopname in een psychiatrische instelling. Het voornemen tot plaatsingwordt eerst voorgelegd aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ofde Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) (afhankelijk van de procedure),waarna op basis van het individuele geval wordt beoordeeld of voldoendegrond aanwezig is voor het opleggen van een bestuursrechtelijkemaatregel ex artikel 56 Vw. Hiertegen staan rechtsmiddelen open. Dathoudt in dat de vreemdeling beroep kan instellen tegen deze beslissing,en de rechter toetst of de oplegging van deze maatregel proportioneel is.Verder beoordeelt het GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA) of vanuitmedisch oogpunt sprake is van contra-indicaties, zowel lichamelijk alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 117 geestelijk, voor plaatsing. Acute psychiatrie of anderszins zeer complexezorg zijn een contra- indicatie voor plaatsing in de htl. Uiteraard kanberoep bij de rechter worden ingesteld tegen een vrijheidsbeperkendemaatregel op basis van artikel 56 Vw, waarbij de gronden en demotivering van het individuele besluit kunnen worden bestreden.De leden van de D66-fractie vinden het van belang dat er periodiekerapportages aan de Kamer gestuurd worden over de toepassing vanlockdowns, inclusief klachten en uitspraken van de Raad voor Straf-rechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) hierover. Zij willen weten ofer een onafhankelijke wetenschappelijke evaluatie na twee jaar isvoorzien. Ook vragen zij hoe de commissie van toezicht wordt toegerustom toezicht te houden tijdens collectieve maatregelen.De regering onderkent de meerwaarde van een evaluatie en staatwelwillend tegenover dit voorstel voor een evaluatie. Een termijn vantwee jaar is echter te kort. Naar de opvatting van de regering is eentermijn van drie jaar na datum inwerkingtreding een goede periode om deuitvoering in beeld te krijgen en te evalueren. In antwoord op het tweededeel van deze vraag het volgende. De regering gaat ervan uit dat in devraag met «collectieve maatregelen» wordt gedoeld op maatregelen dieworden ingezet naar aanleiding van grote veiligheidsproblemen en –incidenten. De regering wil erop wijzen dat de taken en bevoegdheden diede Commissie bij wet zijn toebedeeld, o.a. toezicht te houden en kennis tenemen van door de gedetineerden naar voren gebrachte grieven, ookuitgevoerd kunnen worden ten aanzien van deze collectieve maatregelen.De leden van de D66-fractie merken tot slot op dat een mensenrechtenim-pactanalyse vooraf en periodiek noodzakelijk is. Zij willen weten hoeonafhankelijke externe monitoring wordt geborgd en hoe aanbevelingentijdig worden geïmplementeerd.De Inspectie J&V is belast met het toezicht op vreemdelingenbewaring, enis ook in het kader van artikel 8, zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn metdie taak belast. De inspectie houdt ook toezicht op het terugkeerproces inbrede zin en kan op die manier elementen van het gehele procesbeoordelen. Uiteraard zijn er periodiek ook internationale organisaties die(mede) toezicht houden op vreemdelingendetentie. Gedacht kan wordenaan de European Committee for the prevention of Torture and inhuman ordegrading treatment or punishment en de Scheval door de experts uitandere EU-lidstaten en de Europese Commissie (evaluatiemechanismeSchengen). Zij zullen ook monitoren of aanbevelingen uit eerder uitge-voerde controles zijn geïmplementeerd.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de nota vanwijziging bij het wetsvoorstel. Deze leden hebben hier geen vragen over.De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel. Zij hebben hierover geen verdere vragen.De leden van de SP-fractie hebben het wetsvoorstel gelezen. Deze ledenhebben hier nog een aantal vragen over.De leden van de SP-fractie brengen graag de lange geschiedenis van ditwetsvoorstel in herinnering. Over de wet Regels met betrekking tot deterugkeer van vreemdelingen en vreemdelingenbewaring is al in 2018gestemd, daar heeft de SP-fractie destijds voor gestemd omdat deze wetzorgde voor een specifieke grondslag voor het regime voor vreemde-lingen in bewaring, anders dan het strafrechtelijke regime. De bewaringvan asielzoekers met terugkeer als doel heeft een heel ander doel dan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 118 bestraffen van wetsovertreders en moet dus ook geen gevangenisregimezijn. De leden van de SP-fractie roepen daarbij ook de novelle in herin-nering: de Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring methet oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen tenemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen. Op dezewijziging is de SP-fractie kritisch. Die richt zich met name op de hardemaatregel van de lockdown, om voor 4 weken alle mensen 23 uur per dagachter de deur te zetten. Voornoemde leden zijn hier kritisch op omdat4 weken lockdown buitengewoon lang is en het een collectieve strafbetreft die ongericht ook onschuldigen raakt. Deze leden hadden graaggezien dat deze zorgen, die breed leven, weerslag hadden gevonden in dethans voorliggende nota van wijziging. Waarom is er niet nog eenskritisch gekeken, naar nut, noodzaak en proportionaliteit van dezemaatregelen?De nota van wijziging bevat hoofdzakelijk technische wijzigingen. Met denota beoogt de regering het wetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbe-waring te actualiseren. Bestaande bepalingen in de Wtvb zijn inmiddelsverouderd en sluiten niet langer aan op juridische ontwikkelingen en dehuidige omstandigheden in de inrichting voor vreemdelingenbewaring.De nota van wijziging heeft niet het doel gehad de inhoud van de Wtvb opdat onderdeel te herzien. Daartoe ziet de regering geen aanleiding. Hettreffen van een regeling voor een lockdown is onder de huidige omstan-digheden echter noodzakelijk geacht. Hierbij wordt opgemerkt dat eenlockdown alleen terughoudend en na zorgvuldige weging wordttoegepast. Het is zeker niet zo dat een lockdown bij elk incident kanplaatsvinden. Aan de directeur staat immers een pallet aan orde- endwangbevoegdheden ter beschikking om in te grijpen bij orde- enveiligheidsproblemen. Om bij ernstige ongeregeldheden de rust terug telaten keren, de verhoudingen weer te normaliseren en een veilig leef- enwerkklimaat te herstellen, kan een ingrijpende maatregel zoals eenlockdown echter uiteindelijk nodig zijn.De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan dit wetsvoorstel. Zij hebben daarover nog een enkele vraag.De leden van de SGP-fractie vragen de regering in te gaan op hetspanningsveld tussen het open karakter van de term «uitzonderlijkeomstandigheden» in het voorstel en de inbreuk op rechten van dedesbetreffende vreemdelingen. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar, enwelke afweging en afbakening is hier gemaakt?In het nader rapport inzake de nota van wijziging bij de novelle, die op1 september 2025 als bijlage bij de nota van wijziging is verzonden, isingegaan op deze aspecten, die ook door de Raad van State zijn gesigna-leerd als onderdelen die een aanvullende motivering behoeven. Daarinwordt ingegaan op de proportionaliteit van een dergelijke maatregeltegenover de inbreuk op de rechten van de vreemdeling die daaruit volgt,en de verhouding tot andere middelen in de wet. Ik zou daarnaarkortheidshalve willen verwijzen.De leden van de SGP-fractie constateren dat de Dienst Justitiële Inrich-tingen (DJI) onvoldoende capaciteit heeft om deze wet op korte termijn uitte kunnen voeren. Hoe wil de regering hiermee omgaan, bij inwerking-treding op relatief korte termijn?Uit de Ex Ante uitvoeringstoets (EAUT) van DJI, als bijlage bij deze notanaar aanleiding van het nader verslag meegezonden, blijkt dat hetaanzienlijke extra personele inzet zal vragen om de Wtvb uit te voeren. Ditkomt voornamelijk door de uitbreiding van het wettelijk aantal uren datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 119 vreemdelingen buiten hun kamer moeten kunnen doorbrengen in hetstandaard verblijfsregime. Het is van belang dat DJI voldoende tijd krijgtom de Wtvb te implementeren. Het is lastig te voorzien of op het beoogdemoment van inwerkingtreding het benodigde personeel ook geworven enopgeleid is. Indien de hiervoor benodigde personele inzet bij inwerking-treding van de wet niet beschikbaar is, zal wat DJI betreft naar huidiginzicht celcapaciteit voor vreemdelingenbewaring moeten wordengesloten. De afwijkingsmogelijkheid van «uitzonderlijke omstandigheden»die in de wet is opgenomen biedt geen grondslag om in geval vanstructurele personeelstekorten vanwege krapte op de arbeidsmarkt hetaantal uitsluitingsuren in te perken. Dit is immers een situatie die vantevoren voorzienbaar is. Anders kan het zijn als een tekort aan personeelhet gevolg is van een plotseling uitgebroken pandemie.De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben kennisgenomen vanhet onderhavige wetsvoorstel. Deze leden hebben naar aanleiding van ditwetsvoorstel nog enkele vragen. Klopt het dat de Wtvb en de voorlig-gende wijzigingen niet van toepassing zijn op Caribisch Nederland?Waarom niet?De Vreemdelingenwet 2000 en bijbehorende wetgeving is niet vantoepassing op de BES. De openbare lichamen zijn uiteraard onderdeel vanNederland, maar vallen niet integraal onder het Nederlandse rechts-systeem. Dit volgt uit het in de Slotverklaring van de Miniconferentie overde toekomstige Staatkundige positie van Bonaire, Sint-Eustatius en Sabaop 10 en 11 van oktober 2006 te Den Haag overeengekomen uitgangspuntdat bij de aanvang van de nieuwe staatsrechtelijke positie de Nederlands-Antilliaanse regelgeving van kracht blijft in de openbare lichamen. Hetrelevante juridisch kader wordt in Caribisch Nederland gevormd door deWet Toelating en Uitzetting (WTU BES) en daarop gebaseerde lagereregelgeving.Kan de regering schetsen welke andere Europese landen regels stellenzoals in het wetsvoorstel en de nota van wijziging die nu voorligt? Welkeervaringen zijn daar opgedaan over de effecten van meer handhavings-mogelijkheden voor overlastgevende vreemdelingen? Kan de regeringspecifiek ingaan op het aantal weken, en of daar een maximum aan zit,dat andere landen aanhouden om overlastgevende vreemdelingen inbewaring te stellen, zo vragen deze leden.Er bestaat geen overzicht welke andere Europese landen regels stellenzoals neergelegd in het voorliggende wetsvoorstel en nota van wijziging.Het verkrijgen van deze informatie zou een intensief en groot onderzoekvergen dat binnen het tijdbestek van deze beantwoording niet mogelijk is.2. Hoofdlijnen van deze nota van wijziging De leden van de NSC-fractie vragen de regering per instrument (bedoe-lende; afwijkingsbevoegdheid, ophouding 24 uur + 48 uur, artikel 66,biometrie/röntgen, Pbw-align) te laten zien hoeveel dagen doorlooptijd totfeitelijk vertrek het gemiddeld scheelt, en welk percentage extra feitelijketerugkeer wordt verwacht in: kalenderjaar 2026 en kalenderjaar 2027, tenopzichte van de nulmeting 2023–2024. Welke neveneffecten kunnen deterugkeer vertragen, zoals meer procedures over privacy en gezondheid,minder bereidheid tot medewerking van bezoek of NGO’s? Hoe wordendie voorkomen of geprijsd in de effectraming?De duur van de vertrekprocedure wordt door tal van factoren beïnvloed,en verschilt sterk per individu maar ook per land en per tijdvak. In deperiode 2023–2024 werd in de jurisprudentie aangenomen dat geen zichtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1110 op uitzetting bestond naar Algerije. Bijgevolg werden geen vreemdelingenuit Algerije in bewaring gesteld. Thans wordt zicht op uitzetting welaanwezig geacht en is een aanzienlijk percentage van de in bewaringgestelde vreemdelingen (gesteld) van Algerijnse nationaliteit. Eenvergelijking tussen de genoemde tijdvakken (of enig ander tijdvak)ontbeert dan ook zeggingskracht. Het is daarom ook niet mogelijk omuitspraken te doen over de verwachte (gemiddelde) duur van demaatregel van bewaring. Dit is ook niet de aanleiding voor de wetswij-ziging. De verlenging van de ophouding is noodzakelijk, omdat het procesnaar de oplegging van de maatregel complexer is geworden. De autori-teiten die tot inbewaringstelling over kunnen gaan, zullen thans onderomstandigheden afzien van het opleggen van een maatregel vanbewaring, omdat het niet haalbaar is een juridisch houdbare maatregelvan bewaring op te leggen binnen de beschikbare tijd. Beoogd wordt hier,waar nodig, meer ruimte te bieden. Uiteraard blijft het streven zo spoedigmogelijk tot inbewaringstelling te komen en waar mogelijk geen gebruikte maken van de wettelijke mogelijkheid de ophouding te verlengen. Hetstreven is steeds de maatregel van bewaring zo kort mogelijk te latenduren. Onderdeel van de rechterlijke toets is ook of de Staat voldoendevoortvarend handelt in het verwijderingsproces.Het slagen van terugkeer is afhankelijk van meerdere factoren, waaronderinformatie over identiteit en nationaliteit van betrokkene, de beschik-baarheid van reisdocumenten en de mate van medewerking door landenvan herkomst. Daarnaast kunnen nieuwe verblijfsaanvragen terugkeer(tijdelijk) frustreren. De opstelling van de vreemdeling kan van groteinvloed zijn op deze factoren.De leden van de SP-fractie constateren dat er maatregelen van enigszinstechnische aard in deze novelle zijn opgenomen die tamelijk onomstredenzijn. Het is begrijpelijk dat er aanpassingen noodzakelijk zijn op een wetdie al meer dan 10 jaar loopt. Daarnaast is er ook kritiek op enkeleinhoudelijke veranderingen in de nota van wijziging die niet vantechnische aard zijn, waarbij deze leden ook zorgen hebben.a. De Wtvb wordt in overeenstemming gebracht met de AVG De leden van de NSC-fractie vragen de regering per verwerkings-grondslag in de Wtvb (o.a. art. 29, 45, 47, 66) een compacte AVG-matrixtoe te voegen, bevattend: doel, rechtsgrond, categorie gegevens incl. debijzondere, ontvangers, bewaartermijn, DPIA, logging, en daarbijtoezeggen dat deze matrix als bijlage bij de lagere regelgeving wordtgepubliceerd. Helpt het voorgestelde art. 66 (gegevens bezoekers/communicatie/voorwerpen) aantoonbaar bij snellere nationaliteitsvast-stelling? Kan de regering een hit-rate (gevonden identiteit per 100 onder-zoeken) en LP-winst tonen? Indien een vreemdeling afhaakt en consulaireinformatie opdroogt, en indien het aantal klachten of voorlopige voorzie-ningen toeneemt, kan de regering in dergelijke scenario’s mitigaties(doelbinding, korte bewaartermijnen, DPIA-gedekt) en een stop-knopschetsen als het LP-rendement uitblijft?Er is niet voorzien in het opstellen van een «AVG-Matrix». Uiteraard zalwel worden geprotocolleerd welke gegevens door wie worden verwerkt.In antwoord op de vraag van de leden van NSC met betrekking tot hetaangepaste artikel 66 kan het volgende worden aangegeven. Allereerstverdient het opmerking dat het artikel, in haar huidige vorm, geen anderdoel dient dan het artikel 66 van de Wtvb zoals deze is aangenomen doorde Tweede Kamer in 2018. Aan het wetsartikel zijn enkele elemententoegevoegd om te preciseren welke informatie wordt opgeslagen. Over denoodzaak kan het volgende worden opgemerkt. Terugkeer is eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1111 weerbarstig proces. Uitgangspunt is de wettelijke plicht van de vreem-deling om zelfstandig Nederland te verlaten. Laat hij of zij dit na dan zal deoverheid inzetten op zijn verwijdering. Ook daar heeft de vreemdeling eenwettelijke plicht om medewerking te verlenen aan het vertrekproces.Desalniettemin komt het voor dat de vreemdeling niet zijn volledigemedewerking verleent en informatie, in strijd met de wet, achterhoudt.Het onderzoek naar de identiteit en nationaliteit is dan ook vaak eenwedloop, waarin dit artikel in bepaalde gevallen een invalshoek biedt dietot meer verwijderingen kan leiden. Dit is zeer zeker niet de eerste stap.Indien alle informatie aanwezig is om tot een geslaagde verwijdering tekomen, blijft inzage in deze gegevens achterwege. In hoeveel gevallen ditdaadwerkelijk tot verwijdering leidt kan niet vooraf worden gezegd. Nietondenkbaar is dat het geheel aan maatregelen de vreemdeling er toeaanzet alsnog de medewerking te verlenen. In dat geval heeft demaatregel wel effect gesorteerd maar was dit niet meetbaar. Indien hetaantal identiteitsvaststellingen niet toeneemt zal ik bezien welke andere,aanvullende mogelijkheden ik kan onderkennen om informatie teverkrijgen.In de situatie waarin de DTenV moet constateren dat niet langer sprake isvan voldoende zicht op uitzetting, bijvoorbeeld (en mede) omdat nietverwacht wordt dat een vervangend reisdocument zal worden afgegeven,dan zal de vreemdelingendetentie dienen te worden opgeheven. Na datmoment zal er in beginsel ook geen sprake meer (kunnen) zijn van deverwerking van nieuwe gegevens door directeur van de inrichting. Datneemt niet weg dat daarmee de vertrekplicht van de vreemdeling nogsteeds bestaat en gegevensverwerking door de migratieketen in dat kadernog immer kan plaatsvinden.De leden van de D66-fractie constateren dat nieuwe grondslagen wordengeïntroduceerd voor gegevensverwerking. Deze leden willen weten welkespecifieke waarborgen worden getroffen voor verwerking van bijzonderepersoonsgegevens, zoals gezondheidsgegevens en biometrie. Zij merkenop dat ook de bewaartermijn van gegevens na beëindiging van bewaringmoet worden verduidelijkt.Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raadvan State zijn de bewaartermijnen (Afdeling) aangepast. Er is voorgekozen om de bewaartermijn, die reeds was opgenomen in artikel 66,derde lid, Wtvb aan te vullen. Er gold reeds een maximale bewaartermijnvoor op grond van artikel 66 Wtvb verzamelde persoonsgegevens vanzes maanden na vertrek van de vreemdeling. Aangevuld is dat indien devreemdeling vóór het verstrijken van die termijn opnieuw in vreemdelin-genbewaring wordt gesteld, de genoemde persoonsgegevens bewaardblijven gedurende de vreemdelingenbewaring. Na opheffing van debewaring gaat de in artikel 66, derde lid, Wtvb genoemde termijn opnieuwlopen. Ik acht het niet opportuun om gegevens direct te verwijderen als devreemdeling is uitgereisd. Hoewel ik er uiteraard op inzet om vertrekduurzaam te laten zijn, wil ik voorkomen dat bij een vreemdeling die ertoch in slaagt om (onrechtmatig) opnieuw in te reizen, een informatieach-terstand ontstaat.De leden van de NSC en de SP die vragen naar een reactie op deopmerking van de Afdeling advisering van de Raad van State metbetrekking tot de grondslagen voor het verwerken van gegevens door hetdoorzoeken van de preciosa, kunnen allereerst worden verwezen naar hetnader rapport inzake de nota van wijziging (pagina 13). Hierin is in gegaanop de opmerkingen van de Afdeling. De Afdeling geeft ten eerste aan datde nota van wijziging een toelichting mist op de passende en specifiekemaatregelen die zullen worden getroffen ter bescherming van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1112 persoonlijke levenssfeer, en op de vraag welke daarvan op het niveau vande wet geregeld moeten worden. De Afdeling heeft er ten tweede opgewezen dat het in het licht van artikel 10 van de Grondwet in de rede ligtom de belangrijkste waarborgen in het wetsvoorstel zelf te regelen, en indit verband in het bijzonder aandacht gevraagd voor het waarborgen vande wijze van onderzoeken van stukken alsmede van de aanwezigheid vande vreemdeling bij het onderzoeken van stukken. Anders dan uit devraagstelling naar voren lijkt te komen, heeft de regering dit ter hartegenomen en ten aanzien van het eerste punt meerdere waarborgen in deWtvb vastgelegd. Immers, in het nader rapport is toegelicht dat ervoor isgekozen de bewaartermijn, die reeds was opgenomen in artikel 66,derde lid, Wtvb, aan te vullen. Daarnaast is toegelicht dat als gevolg vanhet advies van de Afdeling aan artikel 66, eerste lid, onder c, Wtvb istoegevoegd dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld om bijhet onderzoek aanwezig te zijn. Tevens is toegelicht dat het vierde lid vanartikel 66 is aangevuld en regelt dat bij of krachtens algemene maatregelvan bestuur nadere regels worden gesteld over de wijze waarop devreemdeling van het doorzoeken op de hoogte wordt gesteld en de wijzewaarop het doorzoeken plaatsvindt. Ook wordt in het nader rapport naderingegaan op de proportionaliteit en evenredigheid van deze bepalingen.Aangaande het tweede punt over de waarborg van informatiebeveiliging,heeft de regering in het nader rapport gewezen op de Baseline Informatie-beveiliging Overheid (BIO) en de daaruit voortvloeiende technische enorganisatorische maatregelen. Deze verplichtingen zijn reeds voor de DJIvan toepassing, zodat de regering het daarom niet noodzakelijk acht in deWtvb nog aanvullende waarborgen op te nemen. In aanvulling daarop kannog worden meegegeven dat de BIO het basisnormenkader is voorinformatiebeveiliging binnen alle overheidslagen. De overheid heeft zichbreed verplicht om de BIO te implementeren, waarbij ook aan deactualisering van het model wordt gewerkt. Zo is er thans een BIO2.0 invoorbereiding. In lijn met de Nationale Cybersecurity Strategie (NLCS)wordt de BIO2 opgenomen in de verplichtingen die voortvloeien uit deCyberbeveiligingswet (Cbw) als onderdeel van de implementatie van deEuropese Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn. De inhoud van deBIO2 wordt opgenomen in een ministeriële regeling en in de algemenemaatregel van bestuur die vallen onder de Cbw. Hiermee wordt de BIO2verder wettelijk verankerd. De regering acht dit om deze redenen eenafdoende invulling van de opmerking van de Afdeling.Tevens vragen zij wanneer de Kamer de uitwerking van procedurelewaarborgen in algemene maatregelen van bestuur kan verwachten.In 2015 is het ontwerp-Besluit terugkeer en vreemdelingenbewaring inconsultatie gegeven. Het is noodzakelijk dat deze ontwerp-algemenemaatregel van bestuur (AMvB) aangepast wordt aan de wijzigingenwaarin de nota van wijziging voorziet en ook overigens zal het ontwerp,gegeven het lange tijdsverloop, bij de tijd moeten worden gebracht.Hoewel dit voortvarend ter hand wordt genomen is het op voorhand niette zeggen wanneer dat proces gereed is, aangezien dat mede afhangt vanhet verloop van vervolgstappen, waaronder de benodigde consultatie vande daarvoor in aanmerking komende organisaties en advisering door deAfdeling advisering van de Raad van State.De leden van de SP-fractie lezen dat de Afdeling advisering van de Raadvan State (hierna: de Afdeling) adviseert om de omvang van de grond-slagen voor de gegevensverwerking en de bijbehorende waarborgennader te specificeren en hierbij ook de noodzaak en proportionaliteit tespecificeren. Ook moet nader worden gespecificeerd hoe een onderzoekwordt verricht naar voorwerpen die een vreemdeling meevoert ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1113 ontvangt, omdat dit een grote inbreuk is op iemands eigendom. Deregering geeft aan dat er niet voor is gekozen op wetsniveau dezewaarborgen op te nemen omdat dit al in de zogeheten Baseline Informa-tiebeveiliging Overheid (BIO) te vinden is. Op welke manier komt dittegemoet aan de zorgen die zijn geuit door de Afdeling? Deelt de regeringde mening dat het direct specificeren in de wettekst beter is en meerrechtszekerheid biedt dan te refereren naar de BIO? Welke inhoudelijkewijzigingen heeft de regering opgenomen betreffende het onderzoek naariemands eigendomsvoorwerpen? Op welke wijze en op basis van welkesignalen vindt dit onderzoek plaats? Worden vreemdelingen hierbijgewezen op hun rechten?In het wetsvoorstel is in artikel 66 Wtvb een wettelijke grondslagopgenomen voor het verwerken van gegevens ten behoeve van deterugkeer. Het gaat hierbij om belgegevens, bezoekgegevens en gegevensontleend aan de preciosa van de vreemdeling. Deze grondslag bestaat opgrond van de Pbw niet. De regievoerder van de DTenV beoordeelt opbasis van het vertrekdossier van de vreemdeling of het noodzakelijk is omgegevens op te vragen bij het detentiecentrum. Hierbij zal een afwegingworden gemaakt of informatie niet op een andere wijze kan wordenverkregen en welke gegevens opgevraagd worden, zodat niet meergegevens dan noodzakelijk worden opgevraagd. De directeur mag dezegegevens verstrekken aan de DTenV als dit noodzakelijk is voor hetvaststellen van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling en dieinformatie niet op andere wijze kan worden verkregen. Indien deregievoerder van de DTenV gegevens over de preciosa wil opvragen, dientdie daartoe een verzoek in bij het detentiecentrum. De vreemdeling zalhierover worden geïnformeerd en in de gelegenheid worden gesteld omaanwezig te zijn bij het doorzoeken van diens preciosazak. In de praktijkzal DJI op verzoek van DTenV in de preciosa kijken. Een medewerker vanDTenV is daarbij aanwezig. Deze procedure zal nader worden uitgewerktin de lagere regelgeving, evenals de wijze waarop de vreemdelingdaarvan op de hoogte wordt gesteld.b. Wijzigingen als gevolg van het Asiel- en migratiepact De leden van de VVD-fractie constateren dat in dit wetsvoorstel ookwijzigingen zijn opgenomen die verband houden met het intreden van hetnet overeengekomen EU Asiel- en Migratiepact. Deze leden vinden hetspijtig, maar begrijpen de inzet van de regering om vanwege de uitvoer-baarheid dit wetsvoorstel in beginsel niet in werking te laten treden voorde implementatie van het Asiel- en Migratiepact. Zijn er, gezien het belangvan adequate vreemdelingenbewaring, alsnog onderdelen die ook voorde implementatie van het pact in werking kunnen treden, zonder dat dittot problemen in de uitvoering leidt?De Wtvb voorziet in een bestuursrechtelijk kader voor vreemdelingenbe-waring. Regimedifferentiatie is daarvan een wezenlijk onderdeel. Het is,mede vanuit het oogpunt van uitvoerbaarheid, lastig voorstelbaar datbepaalde onderdelen van de vreemdelingenbewaring, zoals geregeld inhet wetsvoorstel, wel eerder in werking zouden treden dan het pact.Daarbij is ook van belang is dat het Asiel- en migratiepact reeds vantoepassing wordt met ingang van 12 juni 2026. Indien uw Kamer denovelle aanvaardt, dient deze ook nog behandeld te worden door deEerste Kamer. Gelet op de inmiddels flinke omvang en complexiteit vande Wtvb en vanuit een oogpunt van zorgvuldige wetsbehandeling, isaannemelijk dat dit enige tijd in beslag zal nemen. Ook indien aanvaardingvoor 12 juni 2026 plaats zou vinden is, zoals aangegeven in de toelichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1114 bij de nota van wijziging1, bovendien de verwachting dat de daadwerke-lijke inwerkingtreding nog enige tijd op zich zal moeten laten wachten omuitvoeringsinstanties in staat te stellen de wet op goede wijze uit tevoeren. Om voorgaande redenen acht de regering eerdere inwerking-treding dan het Asiel- en Migratiepact niet (goed) mogelijk.Verwacht de regering voorts dat het voorstel van de Europese Commissievoor een Terugkeerverordening de regering dwingt om op korte termijnmet een wijziging van het wetsvoorstel te komen?Gezien de stand van de onderhandelingen over de Terugkeerverordeningwordt op korte termijn geen wijziging van het wetsvoorstel voorzien. Voorde langere termijn geldt dat het te vroeg is om daar inhoudelijk metzekerheid uitspraken over te doen, maar niet uit te sluiten is dat deNederlandse wetgeving op relevante onderdelen wijziging behoeft navaststelling en bij implementatie van de Terugkeerverordening, bijvoor-beeld waar het gaat om de (nieuwe) gronden voor bewaring en derelevante termijnen.De leden van de NSC-fractie vragen of de regering wil bevestigen dat hetwetsvoorstel gelijktijdig in werking treedt met de nationale implementatievan het pact (ambtshalve toets, grensprocedure), zodat geen juridisch gatontstaat? Kan de regering het inwerkingtredingsbesluit en de mijlpalenuitzetten?Het wetsvoorstel zal niet tegelijk in werking treden met het Asiel- enMigratiepact. Dat hoeft ook niet. Dit wetsvoorstel, dat vooral zaken regeltwaar het pact niet op ziet, namelijk een nieuw regime voor vreemdelin-genbewaring, is niet nodig voor de implementatie. Waar in de toelichtingvan de nota van wijziging wordt verwezen naar het pact, zijn de betref-fende regels ook opgenomen in de uitvoeringswetgeving van het pact.Zaken die onder het pact zijn vereist op het terrein van vrijheidsontnemingin de grensprocedure en als ambtshalve toetsing door de rechter vanvrijheidsontneming/vreemdelingenbewaring worden in de Uitvoerings- enimplementatiewet geregeld.De leden van de NSC-fractie vragen of de verplichte ambtshalve detentie-toetsing onder het pact gaat leiden tot vroegere opheffingen en dusminder feitelijke terugkeer. Kan de regering dit modelleren en compen-seren met andere versnellers?De regering wijst erop dat ook onder de huidige regelgeving eenambtshalve rechterlijke toetsing van de vrijheidsontnemende maatregelplaatsvindt, indien de vreemdeling zelf niet binnen 28 dagen na hetopleggen van de bewaring beroep heeft ingesteld. Onder de regels vanhet asiel- en migatiepact vindt voortaan altijd enkel een ambtshalverechterlijke toetsing plaats. Wel gelden voor die toetsing korteretermijnen. Gelet hierop bestaat er vooralsnog geen indicatie voor degevolgtrekking dat maatregelen van bewaring vaker moeten wordenopgeheven. Naar aanleiding van de consultatiereacties, in het bijzondermet betrekking tot de uitvoerbaarheid, koos de regering, er in hetwetsvoorstel Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact2026 voor alleen nog de ambtshalve toetsing door de rechter tebehouden, waarbij de rechtbank onverwijld na de bekendmaking in kenniswordt gesteld van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemendemaatregel. Dit levert namelijk minder administratieve lasten op voor deuitvoering en de rechtspraak en zorgt ervoor dat de kortere uitspraak-termijn optimaal kan worden benut.1Kamerstukken II 2024/25, 35 501, nr. 9, p. 17Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1115 De leden van de D66-fractie merken op dat de voorgestelde wijzigingensamenhangen met de implementatie van het EU-Asiel- en Migratiepact.Deze leden vragen de regering uiteen te zetten hoe de voorgesteldebevoegdheden zich verhouden tot de nieuwe Opvangrichtlijn en de Asiel-en Migratiebeheerverordening. Zij merken daarbij op dat de Afdelingheeft verzocht om een volledig overzicht van de bepalingen uit het Pactdie de Wtvb raken, en dat een dergelijk overzicht voor de Kamer van grootbelang is. Deze leden willen bevestigd zien dat met dit wetsvoorstelambtshalve rechterlijke toetsing en het recht op kosteloze rechtsbijstandvolledig zijn verankerd.Op 11 juni 2024 is het nieuwe Geas, ook wel bekend als het Asiel- enmigratiepact (hierna: Geas), in werking getreden. Het bestaat uitéén richtlijn en negen verordeningen, waaronder de herschikte Opvang-richtlijn (EU) 2024/1346 en de Procedureverordening (EU) 2024/1348. HetAsiel- en migratiepact is per 12 juni 2026 van toepassing, met uitzon-dering van de Kwalificatieverordening en de Asiel- en migratiebeheerver-ordening die per 1 juli 2026 van toepassing zijn. Het Geas is eenomvangrijk pakket aan regels dat noopt tot een ingrijpende wijziging vande Vreemdelingenwet 2000. De wijzigingen die hiertoe noodzakelijk zijn,worden uitgevoerd en geïmplementeerd met de Uitvoerings- en imple-mentatiewet Asiel en migratiepact.De Wtvb behoeft echter ook aanpassing als gevolg van de Uitvoerings- enimplementatiewet Asiel en migratiepact. De Afdeling advisering van deRaad van State heeft hiervoor ook aandacht gevraagd in haar advies. DeWtvb, die in 2015 bij de Tweede Kamer is ingediend, bevat deels eenher-implementatie van de Opvangrichtlijn. Omdat de huidige Opvang-richtlijn 2013/33/EU met het Geas wordt vervangen door de herschikteOpvangrichtlijn 2024/1346, was het noodzakelijk om de Wtvb op eenaantal punten aan te passen. Daarnaast zorgden de komst van deScreeningsverordening en het vervangen van de Dublinverordening doorde Asiel- en migratiebeheerverordening er voor dat voorgesteldewijziging van de Vw 2000 dienden te worden aangepast. Hieronder volgteen overzicht van de wijzigingen die als gevolg van de Uitvoerings- enimplementatiewet Asiel en migratiepact zijn aangebracht middels dezenota van wijziging.Het gaat om de volgende artikelen:•Wijziging van de definities in artikel 1 Wtvb en artikel 1 Vw 2000: dedefinitie van «kwetsbare personen» is geschrapt, in de definitie vanniet-begeleide minderjarige is de verwijzing naar de huidigeOpvangrichtlijn 2013/33 vervangen door de herschikte Opvangrichtlijn2024/1346 en er is een definitie van «vreemdeling met bijzondereopvangbehoeften» toegevoegd.•In de artikelen 17, vierde lid, Wtvb en 41, tweede lid, Wtvb, is deverwijzing naar de huidige Opvangrichtlijn 2013/33 vervangen door deherschikte Opvangrichtlijn 2024/1346.•In artikel 35 Wtvb is het begrip «kwetsbare groepen» vervangen door«vreemdelingen met bijzonder opvangbehoeften» en is het artikel ookin materieel opzicht in overeenstemming gebracht met artikel 13,eerste lid, derde alinea, herschikte Opvangrichtlijn 2024/1346. Dit geldtook voor de voorgestelde wijziging aan artikel 58a Vw 2000.•In het voorgestelde artikel 50 Vw 2000 zijn noodzakelijke aanpassingals gevolg van de Screeningsverordening opgenomen.•De met de novelle voorgestelde artikelen 56a en 57 Vw 2000 zijngeschrapt.•De voorgestelde artikelen 59a Vw 2000 en 60 Vw 2000 zijn als gevolgvan de Asiel- en migratiebeheerverordening geschrapt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1116 •Tot slot was het nodig om een aantal verwijzingen aan te passen,bijvoorbeeld omdat verwezen werd naar artikelen die met deze notavan wijziging zijn geschrapt.De ambtshalve toetsing van vreemdelingenbewaring is reeds verankerd inde wet. Dit geldt ook voor het regime van gefinancierde rechtsbijstand,dat ongewijzigd blijft.c. Een afwijkingsmogelijkheid in uitzonderlijk omstandigheden De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar welke anderewetten zijn aangepast met een afwijkingsmogelijkheid in het geval van«uitzonderlijke omstandigheden» of een vergelijkbare toevoeging naaraanleiding van de lessen van de coronapandemie. Zijn er andere wettenwaarin er uitzonderingen zijn opgenomen in gevallen van brand,stormschade en gebouwelijke beperkingen? Zo ja, kan de regering hiervoorbeelden van geven?Het achterhalen van de door deze leden bedoelde voorbeelden en hetbepalen of deze voldoende relevant zijn vergt nader onderzoek dat binnende beschikbare tijd niet kan worden gedaan. De regering gaat er overigensvanuit dat, behoudens de hierna te noemen uitzondering, een zinvollevergelijking met andere wetgeving niet goed mogelijk is. De afwijkings-mogelijkheid voor «uitzonderlijke omstandigheden» is immers toege-sneden op de in het onderhavige wetsvoorstel geregelde regimes voorvreemdelingenbewaring. De eventuele redactioneel vergelijkbareafwijkingsmogelijkheden in andere wetten moeten worden beschouwd inde context van de onderwerpen die in die wetten worden geregeld.Wel kan worden vermeld dat, zoals ook in de nota van toelichting isbeschreven, voor de term «uitzonderlijke omstandigheden» aansluiting isgezocht bij de evenknie van dit artikel dat op grond van het penitentiairrecht geldt. Artikel 3, vierde lid, van de Penitentiaire Maatregel (PM) bevateen mogelijkheid voor de Minister om nadere regels te stellen over hetbasis- en plusprogramma. Hierbij kan de Minister in uitzonderlijkeomstandigheden, zoals een pandemie, tijdelijk afwijken van het bepaaldein het tweede lid van artikel 3 van de PM.Zoals ook in de toelichting van de nota van wijziging vermeld, moet het bij«uitzonderlijke omstandigheden» gaan om omstandigheden die nietvoorzienbaar zijn en die zo uitzonderlijk zijn dat daarbij bij het maken vande Wtvb geen rekening kon worden gehouden. Daarbij moet wordenbenadrukt dat met de Wtvb onder meer is beoogd vreemdelingen binnenvreemdelingenbewaring meer vrijheid te geven. Het spreekt voor zich datdaar alleen in uitzonderlijke omstandigheden van mag wordenafgeweken, indien dit strikt noodzakelijk is en op de minst ingrijpendewijze.Deze leden constateren dat een dergelijke inperking van grondrechtengepaard moet gaan met duidelijke criteria waaronder de maatregel kanworden ingesteld en ook weer moet worden opgeheven. Deze ledenvinden dat de toelichting op dit punt tekortschiet. Kan de regeringduidelijker aangeven aan welke eisen voldaan moet worden voordat ersprake is van «uitzonderlijke omstandigheden» en kan de regeringnadrukkelijker aangeven welke omstandigheden hier niet aan voldoen?Voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is tevens onvoldoendeduidelijk uit de toelichting waarom maatregelen in het kader van eenpandemie, brand of storm niet zouden kwalificeren als maatregelen in hetbelang van veiligheid. Kan de regering dit nader en helder toelichten? KanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1117 de regering nader omschrijven aan welke eisen «bijzondere omstandig-heden» moeten voldoen?Meerdere partijen hebben vragen gesteld over de «uitzonderlijkeomstandigheden». Mede om die reden gaat de regering in reactie op dehier gestelde vragen, en onder verwijzing naar de toelichting hierop in denota van wijziging bij de novelle, nader in op de bepaling waarin dezewoorden zijn opgenomen.In een ministeriële regeling wordt het mogelijk nadere regels te stelleninzake het aantal uren per etmaal waarin de vreemdeling in het verblijfs-regime dan wel beheersregime gehouden is in de gesloten verblijfsruimtete verblijven en ten aanzien van de dagbesteding. Deze nadere normeringmaakt het mogelijk dat in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden wordt afgeweken van de normale regels. Hiermee kanrelatief snel tot een passende regeling worden gekomen in de zichvoordoende uitzonderlijke omstandigheden, waarmee voor alle inrich-tingen voor vreemdelingenbewaring een eenduidig kader kan gelden.Indien gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om bij ministeriëleregeling af te wijken, dient te worden gekozen voor de voor de vreem-deling minst ingrijpende aanpassing. De regeling heeft een duur vanmaximaal twee maanden en kan telkens met twee maanden wordenverlengd, indien de uitzonderlijke omstandigheden die aanleiding warenvoor het instellen van de regeling blijven bestaan. Voorts geldt dat deministeriële regeling moet worden ingetrokken als de noodzaak daartoeniet meer aanwezig is.Bij uitzonderlijke omstandigheden als hier bedoeld moet het gaan omomstandigheden die niet voorzienbaar zijn en die zo uitzonderlijk zijn datdaarmee bij het maken van de Wtvb geen rekening kon wordengehouden. De coronapandemie heeft ons geleerd dat zich ingrijpendegebeurtenissen kunnen voordoen die wij niet voorzien. Gelet op dezeonvoorziene ervaring is het noodzakelijk om een bevoegdheid in de Wtvbop te nemen om in uitzonderlijke omstandigheden af te wijken van enkelerechten in de Wtvb. De bevoegdheid is uitdrukkelijk ook bedoeld voorandere omstandigheden dan een pandemie, die uitzonderlijk zijn en nuniet zijn te voorzien.Criteria van uitzonderlijke omstandigheden opnemen in de wet of detoelichting is gelet op de onvoorziene aard van deze omstandigheden nietmogelijk. De aard van het begrip «uitzonderlijke omstandigheden», brengtnamelijk mee dat er niet een vooraf afgebakend beeld bestaat. Het moetgaan om omstandigheden die dusdanig uitzonderlijk zijn dat daarvoorafgaand geen rekening mee kon worden gehouden. Wat echternoodzakelijk is zal steeds op het moment zelf moeten kunnen wordenonderbouwd. Het spreekt echter voor zich dat hier niet lichtzinnig mee zalworden omgegaan. Met het oog op de grondrechten van de vreemdelingzal altijd zorgvuldig worden afgewogen in hoeverre de voorgesteldebepalingen noodzakelijk zijn gelet op het ermee beoogde doel. Voorts zalbij een afwijking en juist vanwege de proportionaliteit eerst wordennagegaan of compenserende maatregelen mogelijk zijnHet bestaan van «uitzonderlijke omstandigheden» zal dragend moetenworden gemotiveerd in de toelichting en kan bovendien aan de rechter tertoetsing worden voorgelegd. De regering realiseert zich dat deze term«uitzonderlijke omstandigheden» open is en daarmee het bestuur ruimtelaat om te beoordelen wanneer daarvan sprake is. De regering benadruktin deze context echter dat de regeling weliswaar kan worden verlengd mettwee maanden, maar dat daarbij iedere keer zal moeten worden beoor-deeld en gemotiveerd of de uitzonderlijke omstandigheden zich nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1118 voordoen. Het kabinet meent dat op deze wijze is voorzien in eennoodzakelijke, proportionele en subsidiaire afwijkingsbevoegdheid.De afwijkingsmogelijkheden die reeds in de Wtvb zijn opgenomenvolstaan in algemene zin niet bij de hiervoor genoemde «uitzonderlijkeomstandigheden», omdat deze beperkingen stellen aan de omstandig-heden waarin ze kunnen worden toegepast en de tijdsduur en hettoepassingsbereik waarvoor die kunnen worden ingezet. Op voorhand kaner gelet op de onvoorzienbare aard van de uitzonderlijke omstandighedenwaar deze afwijkingsmogelijkheid voor zou kunnen worden toegepast nietvanuit worden gegaan dat de betreffende omstandigheden binnen dekaders van deze bevoegdheden vallen.De bevoegdheid van de directeur om voor de gehele inrichting of delendaarvan een lockdown in te stellen om de orde en veiligheid in deinrichting te handhaven (artikel 5, eerste lid, Wtvb) biedt hiervooronvoldoende handvatten. Er is immers geen sprake van een noodsituatiewaarin de veiligheid van zowel ingeslotenen als personeel in het gedingkomt, zoals bij gerichte, groepsgewijze agressie jegens het personeel ofandere ernstige geweldsincidenten wel het geval is. De situatie van eenpandemie of brandschade is wezenlijk anders dan hier bedoeld en voldoetniet aan het criterium dat de maatregel in het belang van de orde enveiligheid moet zijn. Bovendien is de lockdown gebonden aan eenmaximale duur van vier weken, terwijl de maatregelen gedurende eenpandemie of brandschade voor een langere duur noodzakelijk kunnen zijn.Op welke wijze wordt bevorderd dat de directeur van een inrichting voorvreemdelingenbewaring eerst kijkt naar passende en werkende oplos-singen op individueel niveau in plaats van een generieke beperking vanrechten voor een grote groep? Kan de regering aangeven waarom niet isgekozen om bij gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaandeminderjarigen extra waarborgen op te nemen? Op welke wijze wordtuitvoering gegeven aan de bijzondere zorgplicht ten aanzien van kinderenbij de afwijkingsmogelijkheid?Dit is geborgd in artikel 3 lid, derde lid, Wtvb. Hierin is opgenomen datvreemdelingen in vreemdelingenbewaring aan geen andere beperkingenworden onderworpen dan die welke voor het doel van de vreemdelingen-bewaring of in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheidin de inrichting noodzakelijk zijn. Hieruit volgt dat de directeur kijkt naarpassende maatregelen om de orde en veiligheid te kunnen waarborgen.Een belangrijke reden voor de introductie van de hier voorgesteldemogelijkheid om in uitzonderlijke omstandigheden af te wijken van enkelerechten van de vreemdeling is dat in de Wtvb, anders dan de Pbw, isgekozen voor een maximale insluitingsduur op de kamer. De artikelen 22,eerste lid, onder b, Wtvb juncto 36, eerste lid, onder a, Wtvb, junctoartikel 43, eerste lid, onder a, Wtvb regelen voor de verschillende regimeshoeveel uren de vreemdeling maximaal mag worden ingesloten en dusook hoeveel uur zij minimaal moeten worden uitgesloten. Juist vanwegede bestuursrechtelijk aard van de vreemdelingenbewaring is op dit puntgekozen voor meer bewegingsvrijheid voor vreemdelingen in bewaringdan voor mensen die op strafrechtelijke titel zijn gedetineerd. Om devreemdeling in bewaring daadwerkelijk van deze ruimere bewegings-vrijheid te laten genieten, moet er onder meer voldoende personeel in deinrichting aanwezig zijn en moeten er passende voorzieningen zijn. Inreactie op de vragen van onder andere de leden van GroenLinks-PvdAheeft de regering reeds nader toegelicht waarom is gekozen voor de term«uitzonderlijke omstandigheden».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1119 De regering is zich ervan bewust dat de Wtvb meerdere bevoegdhedenkent ter handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting. Indien dezebevoegdheden op individueel niveau soelaas kunnen bieden zal daar eerstop worden ingezet. In het geval een individuele besmetting met eenbesmettelijke ziekte wordt vastgesteld, kan inderdaad gebruik wordengemaakt van individuele vrijheidsbeperkende maatregelen. De bestaandekaders volstaan echter niet om de eerdergenoemde maatregelen opinrichtingsniveau te kunnen treffen die ten tijde van bijvoorbeeld decoronapandemie noodzakelijk waren.De regering deelt niet de stelling dat bij minderjarige kinderen enalleenstaande minderjarigen geen extra waarborgen zijn opgenomen.Gelet op de kwetsbare positie van minderjarige kinderen en hun familie iseen speciale gesloten gezinsvoorziening (GGV) ontwikkeld, waarbij sprakeis van een relatief open setting en extra rechten voor de vreemdeling inhet verblijfsregime. Tegelijk wijst de regering erop dat het juist vanwegehet bijzondere karakter van de uitzonderlijke omstandigheden, zoals eenpandemie of overmacht, niet mogelijk is om voorhand te kunnengaranderen dat deze (extra) rechten niet tijdelijk ingeperkt worden.Vanwege de proportionaliteit zal bij een afwijking uiteraard wel wordennagegaan of compenserende maatregelen mogelijk zijn.In het geval sprake is van uitzonderlijke omstandigheden kan bij minis-teriële regeling voor ten hoogste twee maanden onder meer wordenafgeweken van het recht bezoek te ontvangen en het recht om buiten degesloten verblijfsruimte te verblijven. Voor de gesloten gezinsvoorzieningis dit geregeld in artikel 43, tweede lid. Op grond van dit artikel is het nietmogelijk om bij ministeriële regeling af te wijken van de mogelijkheidvoor minderjarigen om deel te nemen aan vrijetijdsbesteding afgestemdop hun leeftijd of onderwijsactiviteiten indien zij langer in vreemdelingen-bewaring verblijven dan twee weken.Kan de regering toelichten wat de gevolgen zijn indien een rechteroordeelt dat de toegepaste bevoegdheden onder «uitzonderlijke omstan-digheden» niet rechtmatig zijn geweest? Is er dan sprake van compen-satie? Zo ja, hoe ziet dat eruit?Op grond van artikel 74 van de Wtvb bestaat er geen individueel beklag-recht in het geval van toepassing van de uitzonderlijke omstandigheden.Uit de toelichting bij de nota van wijziging bij de novelle volgt dat bij eenverlenging van de ministeriële regeling een toetsingsmogelijkheid bestaatbij de civiele rechter en kan worden gevraagd een oordeel te geven overde rechtmatigheid. Indien een rechter zou oordelen dat de toegepastebevoegdheden onder «uitzonderlijke omstandigheden» niet rechtmatigzijn geweest, kan een passende compensatie worden vastgesteld.Doorgaans is dit, voor tijdvakken in het verleden, een financiële compen-satie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien graag in tabelvorm eenoverzicht van wat de maximale afwijkingen zijn voor de rechten vanvreemdelingen in vreemdelingbewaring, per recht, in het geval van«uitzonderlijke omstandigheden»? Welke rechten zijn uitgezonderd van debeperkingen onder «uitzonderlijke omstandigheden»?Rechten vreemdelingAfwijkingsmogelijkheden bij uitzonderlijke omstandighedenArtikel 22 lid 1 (maximum van 12 uur per etmaalinsluiten in verblijfsruimte in het verblijfsregime)O.g.v. artikel 22 lid 2 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van de insluitingstijden in de verblijfsruimte die geldenin het verblijfsregime.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1120 Rechten vreemdelingAfwijkingsmogelijkheden bij uitzonderlijke omstandighedenArtikel 23 lid 1 (minimum aantal uren dagbestedingper week te bepalen bij AMvB in het verblijfsregime)O.g.v. artikel 22 lid 2 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van het aantal uren dagbesteding per week in hetverblijfsregime.Artikel 23 lid 2 onder c en d (uitoefenen van sportvoor minimaal 2 uur per week en recreatieveactiviteiten minstens 8 uur per week in het verblijfsre-gime)O.g.v. artikel 22 lid 2 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van het aantal uren sport en recreatieve activiteiten perweek in het verblijfsregime.Artikel 29 lid 1 (ontvangen bezoek minstens 4 uur perweek in het verblijfsregime)O.g.v. artikel 22 lid 2 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van het aantal uren te ontvangen bezoek per week datgeldt in het verblijfsregime.Artikel 36 lid 1(a: maximum van 17 uren per etmaal insluiten inverblijfsruimte in het beheersregime)O.g.v. artikel 36 lid 4 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van de insluitingstijden in de verblijfsruimte die geldenin het beheersregime.Artikel 36 lid 1(b: minimum aantal uren dagbesteding per week tebepalen bij AMvB in het beheersregime)O.g.v. artikel 36 lid 4 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van het aantal uren dagbesteding per week dat geldt inhet beheersregime.Artikel 36 lid 1(c: ontvangen bezoek minstens 2 uur per week in hetbeheersregime)O.g.v. artikel 36 lid 4 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van het aantal uren te ontvangen bezoek per week datgeldt in het beheersregime.Artikel 36 lid 2 onder b en c (uitoefenen van sportvoor minimaal twee keer drie kwartier per week enrecreatieve activiteiten minstens 6 uur per week in hetbeheersregime)O.g.v. artikel 36 lid 4 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van het aantal uren sport en recreatieve activiteiten perweek in het beheersregime.Artikel 43 lid 1 onder a: in beginsel geen insluiting inverblijfsruimte voor gezinnen en niet-begeleideminderjarigenO.g.v. artikel 43, lid 2 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van de regel dat gezinnen en niet-begeleide minderjari-gen in beginsel niet worden ingesloten in de verblijfsruimte.Artikel 43 lid 1 onder d: ontvangen bezoek minstens10 uur per week voor gezinnen en niet-begeleideminderjarigenO.g.v. artikel 43, lid 2 kan in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogstetwee maanden worden afgeweken van het aantal uren te ontvangen bezoek per week voorgezinnen en niet-begeleide minderjarigen. Deze leden lezen dat in het opstellen van dit artikel aangaande uitzonder-lijke omstandigheden is gekeken naar de evenknie die op grond van hetpenitentiair recht geldt. Kan de regering aangeven met welk termijn bij hetpenitentiair recht op basis van «uitzonderlijke omstandigheden»afgeweken kan worden van het normale regime? Is daar ook geen sprakevan een maximale termijn?Artikel 3, vierde lid, Penitentiaire maatregel (PM) luidt: «Onze Minister kannadere regels stellen over de vaststelling van het basis- en pluspro-gramma. Hierbij kan in uitzonderlijke omstandigheden tijdelijk wordenafgeweken van het bepaalde in het tweede lid». In de toelichting bij ditartikel staat dat het gaat om situaties waarin een directeur in redelijkheidniet kan worden gehouden te voldoen aan zijn zorgverplichting zoalsneergelegd in het tweede lid. Te denken is in dit verband aan het zichvoordoen van een pandemie of aan stakingen door het personeel. Er zijnin het kader van de Pbw geen regels opgesteld in een ministeriëleregeling over het tijdelijk afwijken in geval van uitzonderlijke omstandig-heden.Aanvullend constateren voornoemde leden dat juist de vergelijkebareomstandigheden met het detentieregime van de Penitentiaire beginse-lenwet reden zijn geweest om te komen met het oorspronkelijkewetsvoorstel. Deze leden vinden het daarom opvallend dat bij dezemaatregelen weer wordt verwezen naar het penitentiair recht. Kan deregering daarop reflecteren? Kan de regering nogmaals aangeven dat hetdoel van het wetsvoorstel nog steeds is om het penitentiaire karakter vanvreemdelingendetentie te verminderen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1121 Zoals ook is toegelicht bij de nota van wijziging, is vanuit praktischoogpunt aangesloten bij de term «uitzonderlijke omstandigheden».Artikel 3, vierde lid, van de PM bevat een mogelijkheid voor de Ministerom nadere regels te stellen over het basis- en plusprogramma voorgedetineerden. Hierbij kan de Minister in uitzonderlijke omstandigheden,zoals een pandemie, tijdelijk afwijken van het bepaalde in het tweede lidvan artikel 3 van de PM. Gelet op het feit dat de term «uitzonderlijkeomstandigheden» door DJI voor de situatie in detentie wordt gebruikt,blijft deze term voor vreemdelingenbewaring gehandhaafd. Als in hetonderhavige geval voor een andere term wordt gekozen, zou dat in deuitvoering voor verschillen en onduidelijkheid kunnen zorgen, hetgeenonwenselijk is. De aansluiting van de terminologie bij het penitentiairrecht uit meer praktisch oogpunt doet niet af aan de algemenedoelstelling van het wetsvoorstel.Ziet de regering ook dat de novelle en het voorstel voor de wijziging vande novelle bij het wetsvoorstel Wtvb juist weer wordt afgeweken van hetbeoogde bestuursrechtelijke karakter van vreemdelingenbewaring? Graagontvangen de aan het woord zijnde leden een reflectie van de regering opdit punt.Door middel van de nota van wijziging is de Wtvb meer in lijn gebrachtmet de huidige tijdsgeest omdat sommige onderdelen waren verouderd.Ook voorzag het wetsvoorstel nog niet in alle benodigde voorzieningen.Om die reden is in een aantal wijzigingen voorzien in de nota vanwijziging. Desalniettemin wordt nog altijd recht gedaan aan hetuitgangspunt van een humane vreemdelingenbewaring en staat hetuitgangspunt van minimale beperkingen nog altijd centraal. Dat hetwetsvoorstel op een aantal onderdelen raakvlakken heeft met detentie uithoofde van andere wettelijke regelingen, is ingegeven door noties vanhumanitaire en praktische aard en doet niet af aan het bestuursrechtelijkekarakter.De leden van de VVD-fractie steunen de gedachte dat uitzonderlijkeomstandigheden vragen om uitzonderlijke maatregelen in de vreemdelin-genbewaring. Kan de regering aangeven waarom er is gekozen voor eenuitzonderingsperiode van ten hoogste twee maanden, zeker gezien dit ineerste instantie drie maanden was?De nota van wijziging is in consultatie gegeven en op www.internetcon-sultatie.nl geplaatst. Er zijn van diverse organisaties en instanties adviezenontvangen. Voornoemde adviezen zijn zorgvuldig gewogen en voor deregering aanleiding geweest de periode dat bij de ministeriële regelingkan worden afgeweken terug te brengen van drie naar twee maanden,evenals de termijn waarmee de ministeriële regeling kan wordenverlengd. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden indien dit striktnoodzakelijk is mag worden afgeweken. Het advies om een maximaletermijn in de wet op te nemen voor wat betreft de mogelijkheid om bijministeriële regeling af te wijken, is daarentegen om inhoudelijke redenenniet overgenomen. Zo lang die uitzonderlijke omstandigheden bestaan,zijn mogelijkheden noodzakelijk om die omstandigheden het hoofd tebieden.Deze leden constateren dat een personeelstekort niet automatisch geldtals een uitzonderlijke omstandigheden op basis waarvan een aantaltijdelijke maatregelen kan worden doorgevoerd. Kan, in het kader van dewetsgeschiedenis, de regering aangeven of een scenario waarbij, ondanksdat de regering al het redelijke heeft ondernomen dit te voorkomen,sprake is van structurele personeelstekorten, kan worden geclassificeerdals een uitzonderlijke omstandigheid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1122 Personeelstekorten zijn, hoe prangend en reëel deze ook zijn, niet eendergelijke uitzonderlijk omstandigheid. De toelichting is daaroverduidelijk. Alleen indien onvoorziene omstandigheden, zoals bijvoorbeeldeen pandemie, oorzaak is van een personeelstekort kan dit aanleiding zijnom te spreken van «uitzonderlijke omstandigheden».Kan de regering voor de leden van de NSC-fractie limitatief uitzettenwelke casus als uitzonderlijke omstandigheden en welke uitdrukkelijk zijnuitgesloten (personeelstekort, seizoenspiek, structurele capaciteit)?Het kenmerk van uitzonderlijke omstandigheden is dat deze op voorhandniet voorzienbaar zijn, zoals ook de Covid-19-pandemie heeft laten zien.Het is daarom niet mogelijk deze vooraf op te sommen dan wel criteriahiervoor op te nemen.Is de regering bereid een horizonbepaling wettelijk te verankeren(bijvoorbeeld een totale maximumduur van 6 maanden) en verlenginguitsluitend na voorafgaande Kamerinstemming toe te staan?De regering is niet voornemens een horizonbepaling op te nemen.Alhoewel het uiteraard de bedoeling is dat de uitzonding van tijdelijkeaard is, is het echter – gelet op de onvoorziene aard van de omstandig-heden waarvoor de bevoegdheid kan worden ingezet – op voorhand niette voorzien hoe lang de periode zal zijn waarin de uitzondering nodig is.Kan de regering de rechtsstatelijke borging uiteenzetten: waarom niet viaformeel noodrecht? Hoe wordt «sluipend noodrecht» voorkomen? Welkeverzwaarde motiveringsplicht (subsidiariteit/proportionaliteit) geldt?Zoals ook is toegelicht bij de nota van wijziging is niet beoogd aan tesluiten bij de terminologie van het Staatsnoodrecht, maar is vanuitpraktisch oogpunt aangesloten bij de term «uitzonderlijke omstandig-heden». Artikel 3, vierde lid, van de Penitentiaire Maatregel (PM) bevateen mogelijkheid voor de Minister om nadere regels te stellen over hetbasis- en plusprogramma voor gedetineerden. Hierbij kan de Minister inuitzonderlijke omstandigheden, zoals een pandemie, tijdelijk afwijken vanhet bepaalde in het tweede lid van artikel 3 van de PM. Gelet op het feitdat de term «uitzonderlijke omstandigheden» door DJI voor de situatie indetentie wordt gebruikt, blijft deze term voor vreemdelingenbewaringgehandhaafd. Als in het onderhavige geval voor een andere term wordtgekozen, zou dat in de uitvoering voor verschillen en onduidelijkheidkunnen zorgen, hetgeen onwenselijk is. De term «uitzonderlijke omstan-digheden» staat dus los van de term «buitengewone omstandigheden»zoals gebruikt in het staatsnoodrecht.De leden van de D66-fractie hebben met zorg kennisgenomen van demogelijkheid tot instelling van een collectieve lockdown. Deze ledenmerken op dat de regering een maximale duur van vier weken voorstelt,terwijl diverse adviesorganen pleiten voor een kortere termijn. Zijontvangen graag een verduidelijking van de objectieve criteria die geldenvoor instelling, verlenging en beëindiging van een lockdown. Tevensvragen zij aandacht voor de kritiek van de Afdeling dat een lockdown nietbedoeld mag zijn als middel om gefaseerd terug te keren naar eennormaal dagprogramma. Voornoemde leden benadrukken dat het rechtop minimaal één uur buitenlucht per dag altijd moet worden gerespec-teerd en dat communicatie tijdens een lockdown in begrijpelijke taal enmet adequate tolkvoorziening moet plaatsvinden. Ook hechten zij eraandat wordt overwogen om lockdowns ambtshalve rechterlijk te latentoetsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1123 Om gebruik te maken van de bevoegdheid om een lockdown in te stellen,dient sprake te zijn van een uitzonderingssituatie met een ernstig karakter.Deze bevoegdheid kan alleen worden ingezet indien dit volstrektnoodzakelijk is met het oog op het handhaven van de orde en veiligheid inde inrichting. Of tot een lockdown moet worden besloten is zodanigafhankelijk van de feiten en omstandigheden die aan de orde zijn in hetconcrete geval dat het niet goed mogelijk is verdere algemene criteria tegeven voor het instellen, opheffen en verlengen hiervan. Het is van belangdat de directeur van de inrichting in de praktijk voldoende armslag heeftom de inschatting te maken die het beste past bij de situatie die aan deorde is.De regering heeft in het nader rapport bij het advies van de Raad vanState over de novelle gereageerd op de door de D66-fractie genoemdekritiek. Naar aanleiding hiervan heeft de regering in het wetsvoorstel demaximale duur van de lockdown aangepast naar vier weken. De regeringheeft in het nader rapport tevens toegelicht dat het gefaseerd opstarten enafschalen van het dag- en avondprogramma, nadat de situatie in deinrichting voor vreemdelingenbewaring genormaliseerd is, eenzorgvuldige aanpak vereist. Een zorgvuldige uitvoering van dit procesvergt een periode van minimaal vier weken.De D66-fractie vraagt verder aandacht voor toegankelijke communicatietijdens een lockdown. Bij de afkondiging van een lockdown wordeningeslotenen schriftelijk geïnformeerd over de maatregel en de aanleidingdaarvan. Over het verdere verloop worden zij geïnformeerd.Ten aanzien van de rechterlijke toetsing van de lockdown, wijst deregering op de mogelijkheid van de vreemdeling om in beklag en daarnain beroep te gaan over de algemene omstandigheden in bewaring.Daarnaast heeft een vreemdeling tijdens de bewaring het recht zich tedoen bijstaan door een rechtsbijstandverlener. Gezien deze waarborgenziet de regering geen aanleiding om de lockdown ambtshalve rechterlijk telaten toetsen.De leden van de D66-fractie benadrukken het belang van het beginsel vanminimale beperkingen. Zij willen inzicht in hoe dit beginsel wordt geborgdbij collectieve maatregelen. Zij merken daarbij op dat een lockdowninvloed kan hebben op de beoordeling van de rechtmatigheid vanbewaring in de zin van artikel 5 EVRM. Ook vragen zij hoe wordt gegaran-deerd dat toegang tot rechtsbijstand en tolken ook tijdens lockdownspraktisch beschikbaar blijft. Tot slot hechten deze leden eraan datrechtsmiddelen sneller en effectiever kunnen worden toegepast, bijvoor-beeld via spoedklachten.In antwoord op de vragen van de leden van D66-fractie kan wordenaangegeven dat het belang van minimale beperkingen onverminderd hetuitgangspunt is. Echter omstandigheden in de detentielocatie kunnennopen tot het treffen van dergelijke maatregelen. Deze worden terugge-draaid zodra de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Daarmeewordt het uitgangspunt van minimale beperkingen in acht genomen,immers alleen die beperkingen die noodzakelijk zijn worden getroffen.De leden van de D66-fractie merken op dat bij gebruik van röntgenscansproportionaliteit en medisch verantwoord handelen altijd geborgd moetenzijn. Zij vernemen graag welke voorzieningen zijn gegarandeerd voorkwetsbare groepen, zoals minderjarigen, gezinnen, zwangeren en mensenmet een handicap. Ook vragen voornoemde leden hoe mensen in bezwaarkunnen gaan tegen deze ingrijpende maatregel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1124 Bij controles op verboden voorwerpen is er aandacht voor kwetsbaregroepen gedetineerde vreemdelingen. Bij zwangere vrouwen en minder-jarige kinderen wordt de bodyscanner niet gebruikt. In plaats daarvanwordt respectievelijk gefouilleerd of handdetectie gebruikt.In hoofdstuk 8 van de wet wordt ingegaan op de mogelijkheid beklag enberoep in te stellen tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel,waaronder medisch handelen. Er wordt in artikel 47 van de wet voorzienin een alternatief indien om medische redenen van de apparatuur geengebruik kan worden gemaakt, maar een onderzoek om veiligheidsredenenwel noodzakelijk is. De vreemdeling wordt daar bij binnenkomst van deinrichting ook op gewezen. Volledigheidshalve wordt er op gewezen dathet onderhavige wetsvoorstel naast een tekstuele wijziging alleen eenborging van de gegevensverwerking vastlegt, en niet een inhoudelijkewijziging beoogt van het artikel zoals in 2018 door de Tweede Kamer isaanvaard.Ook willen zij inzicht in de beschikbaarheid van en toegang tot psychoso-ciale zorg en GGZ tijdens lockdowns.In het geval van een lockdown blijft de medische dienst beschikbaar.Vreemdelingen kunnen hiervoor op individuele basis uit hun cel wordengelaten. Zij hebben dan onder meer toegang tot een huisarts, psycholoogen psychiater.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van de in dewet opgenomen mogelijkheid om vreemdelingen gedurende maximaal23 uur per dag, voor maximaal zes weken, op te sluiten in hun cel. DeAfdeling vraagt zich af of dit voorstel past bij het doel de orde, rust enveiligheid te herstellen, met het beginsel van minimale beperkingen alsuitgangspunt. Zij noemt dat de «lockdown» niet langer zou moeten durendan strikt noodzakelijk, en adviseert daarom eerder aan een aantal dagente denken dan aan een aantal weken. De regering reageert hierop doorzes weken te beperken naar vier weken. Kan de regering toelichtenwaarom zij een zeer beperkte aanpassing heeft gedaan, in het licht van deernstige beperking van de vrijheden van de opgesloten vreemdelingen?Kan de regering bovendien toelichten waarom zij specifiek kiest voor vierweken? Kan de regering toelichten waarom zij dit als een proportionelemaatregel acht? Tevens vragen deze leden of de regering met empirischegegevens of evaluaties kan aantonen dat maatregelen tegen overlastge-vende vreemdelingen zoals de lockdownbevoegdheid effectief zijngeweest in het terugkeerproces, het verbeteren van de orde, rust enveiligheid in de inrichtingen of op de afdelingen en het aanpassen vangedrag van de overlastgevende vreemdelingen. Is er niet enkel sprake vansymptoombestrijding, maar wordt het probleem ook bij de wortelsaangepakt? Op korte termijn kan een «lockdown» de rust doen weder-keren. Kan de regering toelichten of dit ook op de lange termijn het gevalis?De lockdownbevoegdheid heeft niet tot doel om het terugkeerproceseffectiever te maken. Op dat punt zijn dan ook geen empirische gegevenste bieden. Terecht vragen de leden van de ChristenUnie-fractie of eenlockdown niet vooral tot doel heeft om op korte termijn de rust te doenwederkeren. Dat is inderdaad het geval. Hierbij wordt opgemerkt dat hetzeker niet zo is dat een lockdown bij elk incident kan plaatsvinden. Aan dedirecteur staat een pallet aan orde- en dwangbevoegdheden terbeschikking om in te grijpen bij orde- en veiligheidsproblemen. Dedirecteur kan er bijvoorbeeld voor kiezen om bepaalde vreemdelingen inhet beheersregime te plaatsen of aan sommige vreemdelingen een orde-of strafmaatregel op te leggen (zoals afzondering of uitsluiting vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1125 activiteiten). In uitzonderingsgevallen echter kan dit onvoldoende soelaasbieden. Het gaat dan om de wisselwerking tussen grote groepenvreemdelingen die in bewaring verblijven, onderling en met hetpersoneel. Als de spanning zo hoog oploopt dat er sprake is van zeerernstige incidenten dan doet dat iets met iedereen die in de inrichtingverblijft of er werkt. Om dan de rust terug te laten keren, de verhoudingenweer te normaliseren en een veilig leef- en werkklimaat te herstellen, kaneen ingrijpende maatregel zoals een lockdown nodig zijn. Het is daarbijtevens belangrijk dat de norm «handen af van het personeel» kracht kanworden bijgezet. Zo werd bij de lockdown begin januari 2019 het landelijkbijstandsteam ingeschakeld om de orde, rust en veiligheid voor personeelen overige ingeslotenen te herstellen. De lockdown betekende op debetreffende dag dat de gebruikelijke werkwijze om vreemdelingen niet inte sluiten tussen 8:00–17:00 (minus twee blokuren) en in het verblijfs-regime een avondprogramma te bieden, niet kon worden toegepast. In deperiode erna is in overleg met het personeel per afdeling in een viertalfasen het dagprogramma weer opgestart. In elke fase werd het dagpro-gramma verder uitgebreid tot het gehele dagprogramma binnen hetbetreffende regime weer wordt aangeboden. Gedurende de lockdownwordt iedere ochtend, middag en avond in overleg met het personeelbezien of er weer afgeschaald kan worden en of de inzet nog proporti-oneel is.In de praktijk zal het zelden tot een volledige lockdown voor een periodevan vier weken komen. Als de directeur van de inrichting heeft beslotentot een lockdown gebeurt dit altijd voor de kortst mogelijke duur. Determijn van vier weken is gekozen, omdat deze ondersteunend is aanzowel het waarborgen van de veiligheid van personeel en ingeslotenenals aan het flexibel en zorgvuldig kunnen verlenen van meer en mindervrijheden al naar gelang de situatie. Wanneer het normale programmawordt opgebouwd en interne bewegingsvrijheid wordt toegestaanvoordat de rust in de inrichting is wedergekeerd, kan dit leiden tot denoodzaak om opnieuw op te schalen en terug te keren naar de vorige fase.d. Verhouding Wtvb tot de asielprocedure & verlaten van de inrichting De leden van de VVD-fractie zijn verheugd met de voorgestelde wijzi-gingen die ertoe leiden dat een asielzoeker de Wtvb minder snel kaninroepen om een asielprocedure onnodig te frustreren. De regering geeftin de nota van wijziging aan dat er een balans gevonden moet wordentussen de plichten die voortvloeien uit de asielprocedure en de rechtendie voortvloeien uit de Wtvb. Betekent dit dat de Wtvb op dit moment noghandvaten biedt aan asielzoekers om de asielprocedure onnodig tefrustreren?De structuur van de asielprocedure blijft na implementatie van de Wtvbongewijzigd. Wel geldt dat de Wtvb de asielprocedure prioriteert. Hierbijgeldt dat voor Last-Minute Aanvragen de vreemdeling meteen gehoordwordt zodat er geen stagnatie van de asiel- en terugkeerprocedureplaatsvindt.Kan de regering voor de leden van de NSC-fractie uiteenzetten welkelogistieke afspraken borgen dat asielafspraken altijd voorrang hebbenzonder extra detentieduur, waaronder: 1) de beschikbaarheid vanafspraak- en gehoortijden in de avond én in het weekend, 2) de inzet enbeschikbaarheid van escort- en transportcapaciteit voor aan- en afvoerbuiten kantooruren, en 3) het behalen en blijvend borgen van eenno-show-percentage van minder dan één procent?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1126 Vreemdelingen in het aanmeldcentrum kunnen gedurende de uren die zijoverdag, in de avonden en weekenden niet in hun cel zijn ingeslotenworden gehoord. Vanuit de IND op JCS zijn er geen belemmeringen quabeschikbaarheid gehoortijden in de avond en het weekend. Zij zijn hierbijafhankelijk van DJI. De Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O) reser-veert transportcapaciteit voor ritten buiten kantooruren en in deweekenden onder andere voor het uitvoeren van gedwongen terugkeervanuit vreemdelingenbewaring en COA-locaties. Er worden geenpercentages bijgehouden van no-shows. Het behalen en blijvend borgenvan een no-show percentage is daarom niet aan de orde.Indien door frequente verplaatsingen of bezoeken buiten de inrichting eenvreemdeling zijn vlucht of DT&V-afspraak mist, kan de regering indergelijke gevallen een no-miss-protocol (herplanning binnen 48 uur) encompensatieregel voor gemiste documentenmomenten vastleggen?Indien een vlucht of een vertrekgesprek geen doorgang kan vindenvanwege een verplaatsing of een bezoek buiten de inrichting dan wordt erzo spoedig mogelijk een nieuwe vlucht of een vertrekgesprek gepland. Hetopstellen van aanvullende protocollen en regels worden niet noodzakelijkgeacht, omdat in de huidige praktijk er reeds voortvarend gehandeldwordt in dergelijke situaties.e. De Wtvb is in overeenstemming gebracht met de Penitentiairebeginselenwet (Pbw) De leden van de NSC-fractie vragen welke Pbw-gelijkstellingen defeitelijke terugkeer aantoonbaar ondersteunen en welke deze juist(kunnen) schaden, en per maatregel de netto terugkeereffecten kwantifi-ceren, waaronder in ieder geval: 1) het effect van een mogelijke toenamevan klachten over sancties, 2) het daarbij horende aantal (voorlopige)schorsingen van beslissingen door de RSJ/rechter, en 3) de daaruitvoortvloeiende daling van vertrekrealisatie en/of extra doorlooptijd totfeitelijk vertrek? Kan de regering vastleggen dat elke ordemaatregelDT&V-kritische handelingen (consulaire presentatie, biometrie, vlucht-briefing) nooit blokkeert?De leden van de NSC-fractie vragen op welke wijze de gelijkstellingen vaneen aantal bepalingen aan de Pbw door zal werken op het aantal klachten,en op welke wijze dit de vertrekprocedure kan beïnvloeden. Het vertrek-proces wordt niet beïnvloed door een ingediende klacht. Het doel vanbewaring is immers het mogelijk maken van het vertrek uit Nederland,dan wel het beschikbaar houden voor de asielprocedure of de Dublinover-dracht. Eventueel aanhangige klachtprocedures schorten vertrek ook nietop.De leden van de D66-fractie vragen hoe wordt geborgd dat gebiedsge-boden met meldplicht en onderdak individueel worden gemotiveerd enniet leiden tot feitelijke detentie. Zij willen weten welke rechtsmiddelenopenstaan en of kosteloze rechtsbijstand is gegarandeerd.De nota van wijziging heeft de artikelen 56, 56a en 57 Vw geschrapt. Het isnaar huidig inzicht niet langer noodzakelijk gebleken om een nieuwegrond voor vrijheidsbeperking en voor het verlangen van zekerheid toe tevoegen aan de Vreemdelingenwet.De leden van de SP-fractie lezen dat de nota van wijziging voorziet inwijziging van artikel 429, eerste lid, wetboek van Strafrecht (Sr) waarmeede strafbaarstelling voor het binnenbrengen van verboden voorwerpen ineen inrichting ook van toepassing is op inrichtingen voor vreemdelingen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1127 bewaring. Waarom is hiervoor gekozen? De Adviesraad Migratie adviseertterughoudend gebruik te maken van de bevoegdheid om voorwerpen inde bewaringsaccommodatie te verbieden en dit te beperken totvoorwerpen die een reëel risico zijn op de veiligheid. Op welke manier istegemoetgekomen aan dit advies? Welke voorwerpen zou de regeringscharen onder een reëel risico op de veiligheid?Strafbaarstelling is noodzakelijk omdat binnen de vreemdelingenbewaringmet enige regelmaat op verschillende plaatsen contrabande wordtaangetroffen, zoals bij de invoer, op kamer, bij post of bezoek. Het gaathierbij veelal om drugs, maar ook om datadragers zoals smartphones ensimkaarten. In de gesloten context van de vreemdelingenbewaringkunnen sommige voorwerpen die in de vrije maatschappij niet verbodenzijn een risico vormen voor de orde en veiligheid in de inrichting (voorzowel vreemdelingen als het personeel), net als bij strafrechtelijkedetentie. Relevant is ook dat vreemdelingen in vreemdelingenbewaring invoorkomende gevallen volgtijdelijk gebruik maken van faciliteiten die ookworden gebruikt door personen in strafrechtelijke detentie. Van belang isom te benadrukken dat, zoals ook de Adviesraad Migratie voorstaat, enkelvoorwerpen zullen worden verboden die een risico vormen voor de ordeen veiligheid van de inrichting. (Zie toelichting pagina 23). Binnen deModel huisregels voor vreemdelingenbewaring zal een lijst met verbodenvoorwerpen worden opgenomen. Bij de vaststelling van deze lijst zal inhet bijzonder rekening worden gehouden met de minimale beperkingenwaarmee de vreemdelingenbewaring wordt uitgevoerd.De Wtvb beoogt enerzijds rechten en rechtsbescherming te bieden aan devreemdeling in bewaring en anderzijds beoogt de Wtvb de directeurbevoegdheden te geven waarmee de orde en veiligheid in de inrichtingbewaard kunnen worden. Het is onwenselijk als de directeur bepaaldenoodzakelijke bevoegdheden op grond van de Wtvb niet meer heeft, diede directeur onder het huidige regime van de Pbw wel heeft. Om diereden is ervoor gekozen om artikel 429 Sr ook van toepassing te verklarenin een inrichting voor vreemdelingenbewaring. Voorwerpen die norma-liter in de vrije maatschappij niet verboden zijn, kunnen in een gesloteninrichting voor vreemdelingenbewaring immers wel degelijk een risicovormen voor de orde en veiligheid daarbinnen, zowel voor de vreemde-lingen als het personeel. Voorwerpen die een reëel risico op de veiligheidkunnen vormen zijn onder andere drugs en wapens, maar ook communi-catieapparatuur, (grote hoeveelheden) contant geld, alcohol en gereed-schap.f. Uitvoerbaarheid De leden van de NSC-fractie vragen de regering een implementatie-roadmap te overleggen waarin de volgende organisaties zijn opgenomen:DT&V, IND, DJI, KMar, de Nationale Politie en COA? Deze leden ziendaarin graag uitgewerkt: het opleidings- en verandertraject, deICT-koppelingen, de protocollen voor röntgen en camera-observatie, deSLA’s voor gegevensuitwisseling (doorlooptijd maximaal 48 uur), en deexpliciete koppeling aan de KPI’s voor terugkeer en doorlooptijd.Om de uitvoerbaarheid van dit wetsvoorstel te beoordelen heeft de DJIeen Ex Ante Uitvoeringstoets (EAUT) verricht, zodat beoordeeld kanworden of de voorgesteld aanpassingen ook tot de beoogde juisteresultaten zullen leiden. Deze EAUT wordt als bijlage bij deze nota naaraanleiding van het nader verslag aan uw Kamer meegezonden. Daarnaastis de nota van wijziging in consultatie gebracht en is zoveel mogelijkrekening gehouden met adviezen van relevante partners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1128 De leden van de NSC-fractie vragen de regering de meerlast voor derechtspraak, RSJ, DJI en de ketenpartners uit te splitsen, waaronder inieder geval: 1) de extra werklast door ambtshalve rechterlijke toetsing,2) de toename van beklag- en beroepszaken over afzondering en deregeling voor uitzonderlijke omstandigheden, 3) de inzet en procedureleafhandeling rond röntgenscans en camera-observatie, en 4) de verwerkingen uitwisseling van (bijzondere) persoonsgegevens binnen de keten; endaarnaast de begrotingsdekking én de beoogde efficiencywinst tespecificeren, waaronder: 5) de versnelling van feitelijke terugkeer en 6) deverkorting van de detentieduur.Voor de gevolgen voor de uitvoering door DJI verwijs ik naar vorenge-noemde en in de bijlage opgenomen uitvoeringstoets. Deze toets beperktzich tot de impact van de Wtvb op de DJI. Voor de andere genoemdeinstanties is een dergelijke uitvoeringstoets niet uitgevoerd.Verder verwijs ik naar het antwoord op de vraag van de PVV-fractie inzakede verruiming van de beklaggronden en de mogelijke gevolgen voor DJIen de bestuursrechter. Dit ziet echter niet op de regeling van uitzonderlijkeomstandigheden.De gevraagde meerlast uitgesplitst naar organisaties en de zes werkpro-cessen is niet inzichtelijk gemaakt en kan niet in deze schriftelijkebeantwoording worden geleverd.De leden van de D66-fractie merken op dat de uitvoerbaarheid voor DJI,COA, DT&V, IND en politie van groot belang is. Deze leden willen wetenwelke personele en organisatorische voorwaarden noodzakelijk zijn omlockdowns veilig en humaan te laten verlopen. Tevens vernemen zij graaghoe COA en IND betrokken worden bij de prioritering van afspraken die nuvoorrang krijgen boven dagbesteding. Ook vragen zij hoe de rolverdelingtussen DJI en DT&V bij onderzoek aan voorwerpen is vastgelegd en of deketen-ICT-systemen voldoende toegerust zijn om de nieuwe gegevens-stromen conform AVG te verwerken.Voor het beheerregime wordt al gewerkt conform de toekomstigewettelijke norm. De nieuwe wet heeft weinig tot geen impact op dewerkwijze. De onderlinge afstemming binnen de keten vindt voldoendeplaats. Het dagprogramma binnen vreemdelingenbewaring wordtverzorgd door DJI. Hier speelt het COA of de IND een zeer beperkte rol.Indien er digitaal informatie moet worden uitgewisseld tussen keten-partners dan zijn de ict-systemen daartoe geëquipeerd. Bij de beslissingwelke gegevens op welke manier worden uitgewisseld wordt deAVG-toets uitgevoerd. Als de AVG het niet toestaat worden de gegevensniet uitgewisseld.Indien de regievoerder van de DT&V gegevens over de preciosa wilopvragen, dient die daartoe een verzoek in bij het detentiecentrum. Devreemdeling zal hierover worden geïnformeerd en in de gelegenheidworden gesteld om aanwezig te zijn bij het doorzoeken van dienspreciosazak. In de praktijk zal DJI op verzoek van DTenV in de preciosakijken. Een medewerker van DTenV is daarbij aanwezig. Deze procedurezal nader worden uitgewerkt in de lagere regelgeving, evenals de wijzewaarop de vreemdeling daarvan op de hoogte wordt gesteld.De leden van de D66-fractie lezen dat in de beslisnota wordt aangegevendat DJI nu niet voldoende personeel heeft om de door het in de wetgenoemde minimumaantal van 12 uren per dag waarbinnen de vreem-deling zich vrij in de inrichting mag bewegen («uitsluitingsuren») teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1129 realiseren en dat niet kan worden uitgesloten dat op het moment dat dewet in werking treedt nog niet al het benodigde personeel is geworven.Deze leden vragen hoe de regering hiermee om wil gaan, ook met het oogop de bredere problematiek rond personeelstekorten in het algemeen endie bij DJI in het bijzonder. Kan de regering garanderen dat het minimumaantal uitsluitingsuren in elk geval wordt behouden, zo vragen deze leden.Zo ja, wordt dan gedacht aan mogelijk 40% minder detentieplekken, zoalsin de beslisnota wordt aangegeven?Uit de Ex Ante uitvoeringstoets (EAUT) van DJI blijkt dat het om aanzien-lijke extra personele inzet zal vragen om de Wtvb uit te voeren. Dit komtvoornamelijk door de uitbreiding van het wettelijk aantal uren datvreemdelingen buiten hun kamer moeten kunnen doorbrengen in hetstandaard verblijfsregime. Het is van belang dat DJI voldoende tijd krijgtom de Wtvb te implementeren. Het is lastig te voorzien of op het beoogdemoment van inwerkingtreding het benodigde personeel ook geworven enopgeleid is. Indien de hiervoor benodigde personele inzet bij inwerking-treding van de wet niet beschikbaar is, zal wat DJI betreft naar huidiginzicht celcapaciteit voor vreemdelingenbewaring moeten wordengesloten. De afwijkingsmogelijkheid van «uitzonderlijke omstandigheden»die in de wet is opgenomen biedt geen grondslag om in geval vanstructurele personeelstekorten vanwege krapte op de arbeidsmarkt hetaantal uitsluitingsuren in te perken. Dit is immers een situatie die vantevoren voorzienbaar is. Anders kan het zijn als een tekort aan personeelhet gevolg is van een plotseling uitgebroken pandemie.g. Er is voorzien in redactionele en technische wijzigingen De leden van de NSC-fractie vragen de regering te bevestigen dat deredactionele en technische aanpassingen (onder andere EU-verwijzingen)geen materiële rechten of plichten wijzigen, en eventuele samenloopbepa-lingen tijdig in lagere regelgeving worden geadresseerd.De nota van wijziging beoogt het wetsvoorstel weer bij de tijd te brengenen bevat daartoe hoofdzakelijk technische wijzigingen van de novelle. Oppagina 12 van de toelichting bij de nota van wijziging zijn de onderdelengeletterd waarvoor in wijziging is voorzien. De door de NSC-fractiegenoemde redactionele en technische aanpassingen (onder andereEU-verwijzingen) vallen onder de op die pagina genoemde onderdelen a(het in overeenstemming brengen met de Avg), b (het in overeen-stemming brengen met het Asiel- en Migratiepact 2026) en g (redactioneleen wetstechnische wijzigingen). Zoals ook vermeld in de toelichting, zijndeze wijzigingen technisch en redactioneel van aard, zij beogen geenmateriële wijziging van rechten en plichten. Omdat inwerkingtreding vande Wtvb en onderliggende regelgeving is voorzien na inwerkingtredingvan het Asiel- en Migratiepact 2026, zijn daarvoor geen samenloopbepa-lingen nodig.3. Financiële gevolgen en uitvoeringsgevolgen De leden van de SP-fractie willen de regering er met klem op wijzen dat bijde vorige wetswijziging er al zorgen waren over de personele capaciteiten hoe dit in de uitvoering überhaupt uitvoerbaar is voor het personeel.Met de meest recente wijzigingsvoorstellen is deze zorg alleen maargroter geworden. De wijzigingen vragen immers om nog meer inzet vanpersoneel waaraan nu al een groot tekort is. DJI heeft een toets gestuurdwaarin uiteen wordt gezet hoe groot de personeelskrapte nu al is en hoedit wetsvoorstel deze krapte alleen maar erger zal maken. Waarom is dieuitvoeringstoets niet meteen naar de Kamer gestuurd? Is dat beleid of isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1130 dat in dit geval misgegaan? Is de regering bereid dat stuk alsnog perommegaande openbaar te maken?Waarom wordt, zelfs met deze geuite zorgen, er nu toch voor gekozendeze wet nu en op deze wijze te behandelen, als de praktijk dit helemaalniet aan zal kunnen?Op welke manier neemt de regering hier verantwoordelijkheid voor? Wilde regering enkel een harde houding richting vreemdelingen uitstralen,wetende dat hier in de praktijk niet alles van terecht zal komen omdat deuitvoering het niet aan kan?Te lezen valt dat er vanwege de personeelskrapte voor is gekozen demaximale ophoudingstermijn op 48 uur te houden in bepaalde gevallen.Acht de regering deze maatregel proportioneel?Hoe wordt de uitvoering nu ontlast en tegemoet gekomen in de serieuzezorgen die leven en bezwaren die er zijn?De Ex Ante Uitvoeringstoets (EAUT) van DJI inzake de Wtvb deel ik bijdeze met uw Kamer ten behoeve van de parlementaire behandeling vandeze wet (bijlage bij deze nota naar aanleiding van het nader verslag). Ditrapport is opgeleverd in februari 2024 en uitgevoerd om de (te verwach-ten) effecten van de wet, inclusief de wijzigingsvoorstellen uit de novelleen de consultatieversie van de nota van wijziging daarop, op de DJI inkaart te brengen.DJI is, gelet op het huidige personeelstekort, intensief personeel aan hetwerven, waarbij niet is uit te sluiten dat op het moment dat de wet inwerking treedt nog niet al het benodigde personeel is geworven. Voortsheeft DJI aangegeven na aanname van de wet nog ongeveer een jaarnodig te hebben om de wet te implementeren, om de wet op een goedewijze te kunnen uitvoeren.Het kabinet acht het wel van belang om de behandeling van ditwetsvoorstel thans zo spoedig mogelijk door te zetten. Het is van belangom een eigen bestuursrechtelijk kader voor vreemdelingenbewaring tehebben, gelet op (Europese) jurisprudentie en langjarige kritiek inrapporten over het nu nog geldende regime. DJI werkt nu al zoveelmogelijk in de geest van de Wtvb. Ook de migratieketen vraagt al geruimetijd om bevoegdheden uit de Wtvb. Ook recente jurisprudentie over devraag of er voldoende onderscheid is tussen het regime voor strafrech-telijk gedetineerden en vreemdelingen die op bestuursrechtelijke titel inbewaring worden gehouden onderstreept het belang van de voorgesteldewetswijziging.Ten aanzien van vraag naar de proportionaliteit van de opgenomenmogelijkheid om de ophouding als bedoeld in artikel 50 Vw 2000 teverlengen, kan allereerst worden verwezen naar de memorie vantoelichting waarin uitgebreid is stilgestaan bij de noodzaak om dezetermijn te kunnen verlengen. De aanleiding is de toegenomencomplexiteit van het proces van inbewaringstelling en de toegenomenmotiveringsdruk die bij de beslissende autoriteit ligt. Dit kan er toe leidendat er in zaken waarin wel een wettelijke grondslag bestaat om inbewaring te stellen en een risico op onderduiken bestaat, een vreem-deling toch niet in bewaring wordt gesteld omdat wordt voorzien dat hetbewaringsproces niet binnen de termijn kan worden afgerond. Dewettelijke mogelijkheid om door vreemdelingenbewaring zeker te stellendat de vreemdeling beschikbaar blijft voor het terugkeerproces, kandaardoor niet worden benut en dit is onwenselijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1131 4. Uitgebrachte adviezen De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de constateringvan de Adviesraad Migratie dat, gezien het ingrijpende karakter van dezemaatregel, beter moet worden geborgd dat van deze maatregel terug-houdend gebruik wordt gemaakt, alleen indien dit strikt noodzakelijk is enop de minst ingrijpende wijze. Is de regering voornemens om beoorde-lingscriteria op te nemen ten aanzien van de inzet van «uitzonderlijkeomstandigheden», zoals de Adviesraad Migratie meegeeft? Zo ja, kan deregering deze criteria nader definiëren? Zo nee, waarom niet?Voornoemd advies is (tezamen met andere adviezen) voor de regeringaanleiding geweest om deze afwijkingsmogelijkheid op hierna tebeschrijven wijze in te perken. Voor wat betreft de adviesopmerkingen diezijn gemaakt over de term «uitzonderlijke omstandigheden» is van belangdat bij het opstellen van dit artikel is gekeken naar de evenknie die opgrond van het penitentiair recht geldt. Artikel 3, vierde lid, van dePenitentiaire Maatregel (PM) bevat een mogelijkheid voor de Minister omnadere regels te stellen over het basis- en plusprogramma. Hierbij kan deMinister in uitzonderlijke omstandigheden, zoals een pandemie, tijdelijkafwijken van het bepaalde in het tweede lid van artikel 3 van de PM. Geletop het feit dat de term «uitzonderlijke omstandigheden» door DJI voor desituatie in detentie wordt gebruikt, blijft deze term voor vreemdelingenbe-waring gehandhaafd. Bij «uitzonderlijke omstandigheden» moet het gaanom omstandigheden die niet voorzienbaar zijn en die zo uitzonderlijk zijndat daarbij bij het maken van de wet geen rekening kon wordengehouden. Daarbij wordt benadrukt dat met de wet onder meer is beoogdvreemdelingen binnen vreemdelingenbewaring meer vrijheid te geven.Het spreekt voor zich dat daarvan alleen in uitzonderlijke omstandighedenmag worden afgeweken, indien dit strikt noodzakelijk is en op de minstingrijpende wijze. Dat op de minste ingrijpende wijze moet wordenafgeweken, was reeds in de wettekst opgenomen. Daaraan is naaraanleiding van de consultatie-adviezen toegevoegd dat alleen bijministeriële regeling kan worden afgeweken van enkele in de wetgenoemde rechten als dit noodzakelijk is en dat de ministeriële regelingmoet worden ingetrokken als die noodzaak niet meer aanwezig is.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering aan te gevenof op basis van het advies van de RSJ eerst is gekeken naar passende enwerkende oplossingen bij andere instellingen in de samenleving waargroepen mensen verblijven, zoals bij asielzoekerscentra, de GGZ eninstellingen voor forensische zorg, in plaats van de generieke afwijkings-mogelijkheid in uitzonderlijke omstandigheden? Zo ja, welke lessen zijndaaruit getrokken? Zo nee, waarom niet?Gelet op het specifieke karakter van detentie is een vergelijking met centramet een meer open karakter minder tot niet opportuun. De regeringbenadrukt dat alleen in uitzonderlijke omstandigheden mag wordenafgeweken van enkele rechten in de Wtbv, indien dit strikt noodzakelijk isen op de minst ingrijpende wijze.Herkent de regering het risico op misbruik dat aangekaart wordt doorverschillende organisaties bij een te brede en onduidelijke grondslag alshet gaat om aan afwijkingsmogelijkheid in uitzonderlijke omstandig-heden? Zo ja, hoe wilt de regering dit voorkomen? Zo nee, waarom niet?De regering acht dat risico beperkt. Naar aanleiding van de consultatie-adviezen is, zoals hiervoor aangegeven, toegevoegd dat alleen bijministeriële regeling kan worden afgeweken van enkele in de wetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1132 genoemde rechten als dit noodzakelijk is en dat de ministeriële regelingmoet worden ingetrokken als die noodzaak niet meer aanwezig is.De leden van de SP-fractie constateren dat met de meest recente nota vanwijziging die vrijwel niets is gedaan met de al eerder geuite kritiek over deproportionaliteit. Daar zijn deze leden niet de enigen in. Ook de Neder-landse Vereniging voor Psychiatrie, Amnesty International, het NederlandInstituut voor Psychologen en de Johannes Wierstichting voor gezond-heidszorg en mensenrechten delen deze teleurstelling. Waarom heeft deregering deze aanhouding van de stukken niet aangegrepen om veel vande al eerder geuite kritiek te wijzigen?Voor zover gedoeld wordt op de adviezen over afzondering, kan wordenaangegeven dat de regering bekend is met de mogelijke schadelijkeeffecten van afzondering in bepaalde gevallen. De inzet is dan ook omafzondering waar mogelijk terug te dringen en zo min mogelijk in tezetten. Het wetsvoorstel bevat daarom waarborgen zoals duidelijkegronden wanneer afzondering wel en niet mag worden ingezet enprocedurele voorwaarden voordat daartoe wordt overgegaan, zoals hetbetrekken van medische expertise en het monitoren van de situatie tijdensafzondering. Om schadelijke gevolgen te voorkomen dan wel te beperkenwordt altijd bij het opleggen van een ordemaatregel het advies van eengedragsdeskundige gevraagd en meegewogen. Afzonderen – isolatie –heeft niet de voorkeur, maar desondanks kan deze maatregel in hetuiterste geval noodzakelijk zijn om de orde en de veiligheid tewaarborgen.Daarnaast sluiten de leden van de SP-fractie zich aan bij de woorden vande Afdeling Advisering, die zegt dat de regering zorgvuldig moetmotiveren waarom deze bevoegdheden noodzakelijk zijn, aangezien hetwetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbewaring al verschillendemogelijkheden bevat om de rechten van vreemdelingen in te perken,maar dat er door de regering eigenlijk nergens een goede verdediging vande noodzaak staat. Kan de regering hierop reflecteren? Waarom wordendeze zaken geformuleerd als een vorm van noodrecht, zoals ook terechtopgemerkt door de Afdeling?De noodzaak van deze bevoegdheden is erin gelegen dat de reeds in deWtvb opgenomen afwijkingsmogelijkheden van de bewegingsvrijheid vande vreemdeling binnen de inrichting, niet kunnen worden toegepast bijuitzonderlijke omstandigheden, zoals een pandemie of bijvoorbeeld eensituatie waarin bepaalde ruimtes in de inrichting voor langere buitengebruik zijn geraakt als gevolg van brand- of stormschade. De reedsopgenomen afwijkingsmogelijkheden stellen namelijk beperkingen aanofwel de omstandigheden waarin deze kunnen worden toegepast, dan welaan de tijdsduur of het toepassingsbereik. Zo dient bijvoorbeeld voor hettoepassen van artikel 49 of artikel 50 een individuele afweging te wordengemaakt. Bovendien is de duur van die maatregel beperkt tot twee weken.De bevoegdheid om een lockdown in te stellen om de orde en veiligheidin de inrichting te handhaven (artikel 5) biedt evenmin uitsluitsel voor desituatie van bijvoorbeeld een pandemie. En bovendien is ook diemaatregel beperkt tot vier weken, terwijl maatregelen i.v.m. een pandemievoor langere duur noodzakelijk kunnen zijn. Gelet hierop acht de regeringhet noodzakelijk dat de Wtvb een mogelijkheid creëert om in uitzonderlijkeomstandigheden af te wijken van enkele rechten van de vreemdeling. Determ «uitzonderlijke omstandigheden» moet niet worden verward met determ «buitengewone omstandigheden» zoals gebruikt in het staatsnood-recht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1133 De leden van de SP-fractie lezen dat de Raad voor de Rechtspraak ernstigezorgen heeft over de nota van wijziging en zich hardop afvraagt hoe dezezich verhoudt tot twee specifieke arresten van het hof van Justitie van deEuropese Unie, te weten arrest 178 en 858 daterend uit 2022. Kan deregering hier op reageren?Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU)volgt dat beperkingen in het regime voor vreemdelingen beperkt moetenblijven tot hetgeen noodzakelijk is ten behoeve van een doeltreffendeterugkeerprocedure. Op dit moment geldt voor het regime voor vreemde-lingen in bewaring strikt genomen de Pbw als uitgangspunt. Vooruit-lopend op de Wtvb wordt in de praktijk, waar mogelijk, al aansluitinggezocht bij enkele uitgangspunten van dit wetsvoorstel. Vreemdelingen-bewaring is een bestuursrechtelijk instrument, waardoor het regime uit dePbw niet goed aansluit bij de aard en doel van het toepassen vanvreemdelingenbewaring. De Wtvb creëert dan ook een bestuursrechtelijkregime voor vreemdelingenbewaring. Dat regime sluit beter aan bij dedoelstelling van bewaring en gaat uit van het beginsel van minimalebeperkingen in relatie tot het doel van bewaring, namelijk het beschikbaarhouden van de vreemdeling voor vertrek. Daarbij staat een rechtvaardigen humaan regime voorop. Dit komt onder andere tot uiting doordat devreemdeling in het nieuwe regime, binnen de vrijheidsbeneming, zo veelmogelijk vrijheid heeft. Volgens de regering komt het wetsvoorstel danook tegemoet aan het vereiste dat het regime voor vreemdelingen beperktis tot hetgeen noodzakelijk is ten behoeve van doeltreffende terugkeer.Daarmee blijft de wet naar het oordeel van de regering binnen de kadersvan het arrest van het HvJ EU van 10 maart 2022 (C-519/20) waar de ledenvan de SP-fractie waarschijnlijk op doelen.Het arrest van het HvJ van 8 november 2022 (C-704/20 en C-39/21), hetandere arrest waar de leden van de SP-fractie waarschijnlijk op doelen,verplicht tot het met redelijke tussenpozen beoordelen of de bewaringnog rechtmatig voortduurt. Door middel van het toevoegen van artikel 96Vw wordt voldaan aan deze verplichting (artikel 96 Vw is overigensinmiddels opgenomen in de Uitvoerings- en Implementatiewet Asiel- enMigratiepact, dat eerder in werking zal treden dan onderhavigwetsvoorstel). Ook indien de vreemdeling zelf beroep indient tegen hetvoortduren van de bewaringsmaatregel, maar dat beroep op enigmoment weer intrekt, wordt alsnog een zogenaamde kennisgevingverstuurd aan de rechtspraak. Op die wijze is alsnog geborgd dat eenambtshalve rechterlijke toetsing plaatsvindt van het voortduring van debewaring met redelijke tussenpozen, ook al trekt de vreemdeling zelf zijnberoep tegen het voortduren van de bewaring in. Het is niet mogelijk datde vreemdeling deze kennisgeving vervolgens intrekt. Dit betekent dat derechtmatigheid van het voortduren van de bewaringsmaatregel ofwel metredelijke tussenpozen wordt beoordeeld op verzoek van de vreemdeling,dan wel door middel van een kennisgeving. Op die manier wordt volgensde regering voldaan aan het arrest van het HvJ van 8 november 2022.De leden ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het advies vande Adviesraad Migratie, de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), hetCollege voor de Rechten van de Mens (CRM), de Inspectie JenV (IJenV),Amnesty International, de RSJ en het Meldpunt vreemdelingendetentieom de term «uitzonderlijke omstandigheden» te specificeren doorconcrete criteria op te stellen waaraan kan worden getoetst of er sprake isvan dergelijke omstandigheden en voorbeelden te noemen in detoelichting, anders dan de Covid-19 pandemie. De regering reageerthierop met de opmerking «dat het bij uitzonderlijke omstandigheden alsbedoeld in deze nota van wijziging moet gaan om omstandigheden dieniet voorzienbaar zijn en die zo uitzonderlijk zijn dat daarbij bij het makenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1134 van de Wtvb geen rekening kon worden gehouden.» Deze leden zijn vanmening dat dit nog steeds heel vaag is en dat de rechtszekerheid daarmeein gevaar komt. Kan de regering nogmaals een poging doen te verduide-lijken wat voorbeelden kunnen zijn van «uitzonderlinge omstandigheden»en welke omstandigheden niet als «uitzonderlijk» worden beschouwd?Kan de regering dieper ingaan op de redenen waarom er geen limitatievelijst wordt opgesteld, zo vragen deze leden.Verwezen zij naar eerdere reacties op gelijkluidende vragen hierover.a. Afwijkingsmogelijkheid in uitzonderlijke omstandigheden De leden van de NSC-fractie vragen de regering voor artikel art. 22 lid 2,36 lid 4 en 43 lid 2 uiteen te zetten: triggercriteria, autorisatie-niveau,maximale duur, verlengingsvoorwaarden, beëindigingsnorm, enonverwijlde Kamerinformatie. Is de regering bereid vast te leggen dat eenlocatie-gebonden inzet (machtiging per inrichting) de norm is, omonnodig landelijke beperkingen te voorkomen?De duur, het geldende criterium en de bevoegdheid (middels vaststellingvan een ministeriële regeling) zijn steeds in de betreffende artikelledenopgenomen. De regering acht het voorbarig en onnodig om reeds nu vastte leggen of steeds sprake zal zijn van een locatie-gebonden inzet. Dit kanbij de vaststelling van de ministeriële regeling worden bepaald engemotiveerd. Uitgangspunt is de minst ingrijpende afwijking.b. Afzonderen in vreemdelingendetentie De leden van de NSC-fractie vragen de regering de jaarcijfers 2023–2025uiteen te zetten waaronder in ieder geval: het aantal afzonderingen (perlocatie en totaal), de gemiddelde en mediane duur, de toegepastegronden/grondslagen (onderscheid: ordemaatregel vs. disciplinaire straf),en de uitkomsten van bemiddeling, beklag en beroep bij de RSJ(ongegrond/gegrond/overig); en tevens bevestigen dat afzonderinguitsluitend als ultimum remedium wordt ingezet met voorafgaandede-escalatiestappen, te weten: waarschuwing/gesprek, inzet van minderingrijpende maatregelen, en periodieke herbeoordeling en afbouw.In onderstaande tabel is het totaal aantal afzonderingen voor vreemdelin-genbewaring in de jaren 2023 en 2024 per locatie opgenomen. Er zijn noggeen cijfers beschikbaar van 2025. In 2024 is voor de analyse vandisciplinaire maatregelen een andere bron gebruikt dan voorgaande jaren.Het grote verschil in het aantal opgelegde disciplinaire maatregelen indetentiecentrum Zeist is mogelijk het gevolg van onderregistratie in 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1135 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1136 In de volgende tabel zijn de gemiddelde en mediane netto2 duur van demaatregelen te vinden. Vanwege het lage aantal straffen in DC Zeist enhet lage aantal straffen en ordemaatregelen in JC Schiphol, is hier geenmediaan weergegeven.Er zijn op dit moment geen specifieke gegevens voorhanden van deuitkomsten van bemiddeling, beklag en beroep bij de RSJ ten aanzien vanopgelegde disciplinaire straffen en ordemaatregelen. De directeur zal bijhet opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel altijd kiezenvoor het minst ingrijpende alternatief om de orde, rust en veiligheid tewaarborgen.2Dat wil zeggen: rekening houdend met eventuele verkortingen en – in het geval van ordemaat-regelen – verlengingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1137 c. Beperking recht op verblijf in de buitenlucht voor vreemdeling inafzondering De leden van de SP-fractie constateren dat de bevoegdheid is opgenomenom in uitzonderlijke omstandigheden voor ten hoogste twee maanden afte wijken van onder meer het aantal uren dat de vreemdeling vrij magbewegen in de inrichting. Deze leden lezen dat de RSJ, de Jeugdbe-scherming en Amnesty International kritisch zijn op de vrijheidsbeper-kende maatregelen en de onwenselijkheid benadrukken van het naarbeneden brengen van het aantal uren verblijf in de buitenlucht. Het CRMsluit zich hierbij aan en vraagt tevens om op te nemen dat afzonderingniet als strafmaatregel wordt ingezet en dat voorafgaand aan de inzet vancameratoezicht bij afzondering in een strafcel altijd de proportionaliteit ensubsidiariteit getoetst wordt. Is de regering bereid om het aantal urenverblijf in de buitenlucht niet naar beneden bij te stellen? Hoe kijkt deregering naar het advies van het CRM om afzondering niet als strafmaat-regel in te zetten? En dat voorafgaand aan de inzet van cameratoezicht bijafzondering in een strafcel altijd de proportionaliteit en subsidiariteitgetoetst wordt? Hoe zou dat in (alle) gevallen concreet plaats kunnen ofmoeten vinden?Het recht op dagelijks verblijf in de buitenlucht (evenals het recht omgeloofsdiensten bij te wonen) kan niet worden ingeperkt met de minis-teriële regeling, dus ook niet onder uitzonderlijke omstandigheden. Hetrecht op verblijf in de buitenlucht voor ten minste één uur per dag is eenrecht dat rechtstreeks voortvloeit uit internationaal recht. Dit recht wordtvolgens vaste jurisprudentie van de Raad voor Strafrechtstoepassing enJeugdbescherming (RSJ) als een onvervreemdbaar fundamenteel rechtvoor de ingeslotene aangemerkt.In reactie op de verwijzing naar het advies van het CRM om afzonderingniet als strafmaatregel in te zetten wordt uw Kamer er allereerst opgewezen dat de nota van wijziging geen wijzigingen aan de Wtvbaanbrengt ten aanzien van de mogelijkheid om isolatie als ordemaatregelof als disciplinaire maatregel te gebruiken in vreemdelingenbewaring. DeWtvb gaf de directeur reeds de mogelijkheid een vreemdeling op grondvan artikel 50, eerste lid, Wtvb in afzondering te plaatsen indien dit in hetbelang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichtingdan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbe-neming noodzakelijk is of ter bescherming van de betrokken vreemdelingnoodzakelijk is. Tevens geeft de Wtvb de directeur de bevoegdheid devreemdeling op grond van artikel 62, eerste lid, onder a, Wtvb in eenstrafcel danwel andere verblijfsruimte te plaatsen indien een vreemdelingbetrokken is bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheidin de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van devreemdelingenbewaring of indien een vreemdeling een bevel als bedoeldin artikel 5 niet opvolgt. Vanzelfsprekend wordt van deze mogelijkheid zomin mogelijk gebruik gemaakt. Onder omstandigheden kan het echternodig zijn corrigerend te reageren op laakbaar gedrag van de vreem-deling. Daarbij kan worden gedacht aan de situatie dat sprake is vanverbaal of fysiek geweld, diefstal, ongewenste intimiteiten richtingpersoneel of mede ingeslotenen, het voorhanden hebben van contra-bande (drugs, wapens etc.), het aanzetten tot opruiend gedrag/opstand/deelname aan opstand, opzettelijke brandstichting en gijzeling.Met de inzet van cameratoezicht wordt terughoudend omgegaan en hetbesluit tot camera-observatie is met waarborgen omkleed. De directeurkan slechts overgaan tot cameraobservatie bij plaatsing in de strafcelindien dit ter bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand vande vreemdeling noodzakelijk is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1138 De leden van de SP-fractie zien dat de NOvA constateert dat de keuzes dieworden gemaakt om de vrijheid te beperken van gedetineerdendoorgaans harder zijn dan noodzakelijk en deze wet als niet proportioneelwordt geacht door de NOvA. Kan de regering hierop reageren? Vindt deregering het te verantwoorden dat deze keuzes zijn gemaakt ten aanzienvan het doel van deze wet en de impact op de mensen wie dit treft?Bij de ontwikkeling van het wetsvoorstel is vanuit het beginsel vanminimale beperkingen nauwkeurig bekeken welke orde- en dwangbe-voegdheden in het uiterste geval noodzakelijk zijn. De orde- en dwangbe-voegdheden die thans in het wetsvoorstel staan zijn onontkoombaar omde tenuitvoerlegging van vreemdelingenbewaring op een veilig eenverantwoorde manier te kunnen laten plaatsvinden. Zo dient het plaatsenvan vreemdelingen in afzondering slechts in het uiterste geval te wordentoegepast, indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van devreemdeling zelf, de andere vreemdelingen of het personeel van eenlocatie. Hoewel deze maatregel uiterst terughoudend wordt toegepast, ishet wel noodzakelijk dat de wet in de mogelijkheid voorziet. Hetwetsvoorstel bevat allerlei waarborgen zoals duidelijke gronden wanneerafzondering wel en niet mag worden ingezet en procedurele voorwaardenzoals het betrekken van medische expertise en het monitoren van desituatie tijdens afzondering. Bij het ontwikkelen van deze waarborgen isaangesloten bij internationale standaarden. Zo is de maximale duur vanafzondering in lijn met de standaarden van de European Committee forthe prevention of Torture and Inhuman or Degrating Treatment orPunishment (CPT). Deze termijn is uiteraard gerelateerd aan de aard enernst van het laakbare gedrag en kan dus ook korter zijn. Daarnaast isplaatsing in afzondering onderhevig aan een uitgebreide motiveringwaarin de noodzakelijkheid, proportionaliteit en duur nauwkeurig wordenafgewogen. De vreemdeling heeft de mogelijkheid om tegen de beslissingin beklag en beroep te gaan.De leden ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het advies vande NOvA, het CRM en de RSJ om af te zien van de beperking die wordtaangebracht aan het recht op verblijf in de buitenlucht tot één uur per dagvoor vreemdelingen uit het verblijfsregime, die in afzondering wordengeplaatst. Deze leden achten het beperken van verblijf in de buitenluchttot één uur per dag als een ernstige inperking van de persoonlijkebeweegruimte van de vreemdeling. Kan de regering toelichten waarom zijniet meegaat in het advies van de NOvA, het CRM en de RSJ en kan deregering een reactie geven op de opmerking van deze leden?De Europese Gevangenisregels en de VN-minimumstandaarden zoals deNelson Mandela Prison Rules geven belangrijke minima die zeker in hetgeval van ingeslotenen die niet verdacht worden van een strafbaar feiteen belangrijk referentiekader vormen. De European Committee for thePrevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment schrijft voordat een ingeslotene recht heeft op minimaal één uur buitenlucht per dag.Bij het opnemen van minima in het wetsvoorstel is hierbij aangesloten.d. Ambtshalve rechterlijke toetsing ex artikel 96 Vw2000 De leden van de NSC-fractie lezen dat de ambtshalve toets naar deimplementatiewet verschuift. Kan de regering toezeggen dat de Wtvb nieteerder in werking treedt dan dit kader, en daarbij bovendien de capaci-teitsraming en dekking voor de Rechtspraak en de RSJ toevoegen?Er is voor gekozen om de artikelen uit de Wtvb direct aan te passen aan dewijzigingen waartoe het Geas noopt. Het Geas wordt van toepassing metingang van 12 juni 2026. De Wtvb zal, zoals hiervoor al toegelicht, nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1139 eerder in werking dan de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel enmigratiepact. Vanaf 2026 is structureel € 234.000 beschikbaar voor derechtspraak. Daarmee is voorzien om 2 FTE te bekostigen.De leden van de D66-fractie merken op dat de herschikte Europeseregelgeving concrete termijnen stelt voor ambtshalve rechterlijke toetsing.Deze leden willen weten op welke tijdsintervallen deze toetsing plaats-vindt en hoe de vreemdeling daarover wordt geïnformeerd. Tevensvragen zij hoe wordt voorkomen dat lockdowns de voorbereiding optoetsing belemmeren.Uit artikel 11 van de (nieuwe) Opvangrichtlijn volgt dat deze rechterlijketoetsing zo snel mogelijk wordt afgerond, rekening houdend met deomstandigheden van elk geval, en uiterlijk 15 dagen of, in uitzonderlijkeomstandigheden, uiterlijk 21 dagen na de aanvang van de bewaring. Inartikel 94 van de Wetsvoorstel Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- enmigratiepact 2026 worden deze termijnen, ter implementatie hiervan,opgenomen. Daarnaast wordt in dat wetsvoorstel een nieuw artikel 96aingevoegd dat ziet op de ambtshalve rechterlijke toetsing bij voortduringbewaring.e. Strafbaarstelling binnen brengen verboden voorwerpen De leden van de NSC-fractie vragen de regering een landelijke lijstverboden voorwerpen (met risicogrond) te publiceren, aangevuld metOM-richtlijnen (opportuniteit; geen vervolging triviale items), en jaarlijksrapporteren over incidenten/vervolging/ordeeffect. Kan de regeringuiteenzetten hoe wordt geborgd dat deze gelijkstelling met Pbw nietafdoet aan de status gespecialiseerde bewaringsaccommodatie, en welkemateriële verschillen ten opzichte van strafdetentie blijven?In dit kader wordt gewezen op het voorgaande waar is ingegaan opvragen over de strafbaarstelling van het binnen de inrichting brengen vanverboden voorwerpen. Binnen de Model huisregels voor vreemdelingen-bewaring zal een lijst met verboden voorwerpen worden opgenomen. Bijde vaststelling van deze lijst zal in het bijzonder rekening wordengehouden met de minimale beperkingen waarmee de vreemdelingenbe-waring wordt uitgevoerd. Het hanteren van dergelijke voorschriften isnoodzakelijk voor de veiligheid van vreemdelingen en personeel.Dat in beide typen inrichtingen vergelijkbare eisen aan de veiligheidworden gesteld doet niet af aan het eigen karakter van een Specialeinrichting voor vreemdelingenbewaring.f. Verlenging van de ophoudingstermijn De leden van de NSC-fractie vragen de regering limitief vast te leggenwanneer de 48-uurs verlenging is toegestaan (bijzondere omstandig-heden) en wanneer niet, met een gestandaardiseerd motiveringsformulierper eenheid. Is de regering bereid een bestuurlijke rem te introduceren(interventie bij >20% verlengingen in een kwartaal) en te bevestigen datverlenging nooit wordt gebruikt ter opvang van capaciteitstekorten?De nota van wijziging bij de novelle Wtvb introduceert de mogelijkheidom de ophoudingstermijn met 48 uur te verlengen. Deze wijziging isdoorgevoerd naar aanleiding van signalen uit de uitvoering dat degewijzigde ophoudingstermijn van negen uur met de mogelijkheid deze24 uur te verlengen, onvoldoende soelaas biedt. Onder andere doorjurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn de eisendie gesteld worden aan de motivering van de bewaringsmaatregel steedsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1140 strenger geworden. De uitvoering ervaart daarom tijdsdruk bij hetopleggen van de maatregel. Door de uitvoering de mogelijkheid te biedenom bij uitzondering de ophoudingstermijn te verlengen, wordt gewaar-borgd dat een zorgvuldige afweging kan worden gemaakt over de vraagof vreemdelingenbewaring dan wel een lichter middel volstaat. Daarnaastkunnen specifieke omstandigheden nopen tot verlenging van de ophou-dingstermijn, bijvoorbeeld wanneer een familielid of een advocaat eenpaspoort moet ophalen dat op een andere locatie ligt. Deze omstandig-heden kunnen per situatie verschillen en het is niet mogelijk van tevorente voorzien in welke omstandigheden verlenging noodzakelijk zou zijn.Niettemin betreft de mogelijkheid tot verlenging een uitzondering. Deophouding dient zo kort mogelijk te duren en er moet voortvarendgehandeld worden teneinde zo snel mogelijk een besluit te kunnen nemenover het al dan niet opleggen van een bewaringsmaatregel. Het nadermotiveren van de verlenging door middel van een motiveringsformulierzou echter betekenen dat de procedure van inbewaringstelling verderwordt vertraagd. Dit is niet gunstig voor de vreemdeling en ook niet voorde uitvoering, en is daarom onwenselijk.g. Verwerking van persoonsgegevens van bezoekers ten behoeve vanvertrek De leden van de NSC-fractie vragen de regering de bewaartermijn tenormeren op maximaal zes maanden na definitief vertrek (korter indiengeen procedure loopt) en verplicht direct verwijderen zodra het doel isbereikt.Naar aanleiding van het advies van de Afdeling heeft de regering debewaartermijnen aangepast. Om die reden is er voor gekozen om debewaartermijn, die reeds was opgenomen in artikel 66, derde lid, Wtvbaan te vullen. Er gold reeds een maximale bewaartermijn van op grondvan artikel 66 Wtvb verzamelde persoonsgegevens van zes maanden navertrek van de vreemdeling. Aangevuld is dat indien de vreemdeling vóórhet verstrijken van die termijn opnieuw in vreemdelingenbewaring wordtgesteld, de genoemde persoonsgegevens bewaard blijven gedurende devreemdelingenbewaring. Na opheffing van de bewaring gaat de inartikel 66, derde lid, Wtvb genoemde termijn opnieuw lopen. Ik acht hetniet opportuun om gegevens eerder te verwijderen als er geen procedureloopt. De ratio achter de bewaartermijn is immers niet (primair) hetbeschikbaar houden van informatie voor een procedure, maar met nameom daarover te kunnen beschikken voor de terugkeerprocedure indien devreemdeling binnen een tijdvak van 6 maanden opnieuw in bewaringwordt gesteld.h. Verwerking biometrische gegevens i. Verwerking van persoonsgegevens voor röntgenscan j. Grondslag gegevensdeling met de Inspectie Justitie en Veiligheid De leden van de NSC-fractie vragen de regering het tijdpad voor WetCOA-wijziging (Inspectie-grondslag/gegevensdeling) uit te zetten en,indien Wtvb eerder ingaat, een vangnet-bepaling te treffen zodat toezichten gegevenslevering ononderbroken rechtmatig zijn. Kan de regeringexpliciet bevestigen dat IND/DT&V/DJI/COA/KMar/Politie bijzonderepersoonsgegevens rechtmatig aan de Inspectie kunnen verstrekken en dit(tijdelijk) in Wtvb/AMvB opsommen totdat sectorale wetten zijnaangepast?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1141 Naar verwachting zal binnen afzienbare tijd een wetsvoorstel in consul-tatie worden gebracht waarin de grondslagen voor verwerking vanbijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens door het COA duidelijkerworden geregeld en grondslagen voor het delen van persoonsgegevensmet andere bestuursorganen en de Inspectie waar nodig wordenverhelderd of zeker gesteld. Indien dit wetsvoorstel niet eerder in werkingtreedt dan de Wtvb, zal, indien en voor zover dat nodig is voor de goedeuitvoering van de Wtvb, in tussenoplossingen worden voorzien; bijvoor-beeld in lagere regelgeving.k. Afwegingen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens l. Camera-observatie m. Financiële gevolgen De leden van de NSC-fractie vragen de regering de structurele meerlastvoor de Rechtspraak, de RSJ, DJI en de keten uit te splitsen en debegrotingsdekking uitzetten.De leden van de D66-fractie merken op dat de financiële consequentiesniet zijn geactualiseerd. Deze leden vragen waarom dit niet is gebeurdterwijl de nieuwe bevoegdheden structurele lasten meebrengen. Ookvragen zij welke capaciteitsimpact wordt verwacht bij meerdere gelijk-tijdige lockdowns en of dit voorstel leidt tot langere verblijfsduur inbewaring door uitvoeringsproblemen.Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de toelichting van denota van wijziging. Daarin is op p. 19 het volgende opgenomen: «Dezenota van wijziging behoort bij de Wet terugkeer en vreemdelingenbe-waring, die al in de Eerste Kamer ligt. In die wet is vastgelegd welk kaderzal gaan gelden voor vreemdelingenbewaring en is voorzien in dedaarvoor benodigde financiële middelen. Deze nota van wijziging bevattechnische wijzigingen, een enkele reparatie danwel vastlegging van albestaande praktijken. De financiële gevolgen en uitvoeringsconsequentiesvan deze nota van wijziging voor DJI bedragen € 4,54 mln. structureel en€ 1,29 mln. incidenteel. De structurele kosten zien met name op perso-neelskosten; in het primaire proces zullen aangepaste werkwijzen wordeningevoerd. De incidentele kosten bestaan uit opleidings- en communica-tiekosten en kosten voor het aanpassen van werkprocessen en beschrij-vingen.Daarnaast zorgen de wijzigingen voor een structurele stijging in dewerklast bij de Raad voor de Rechtspraak. Dit kost € 234.000 per jaar.Het totaal van deze kosten (€ 4,8 mln. structureel een € 1,29 mln.incidenteel, worden gedekt uit de stelpost uitwerking asielmaatregelen(€ 115 mln.) op de aanvullende post.»n. Overig De leden van de VVD-fractie vragen hoe dit wetsvoorstel past binnen hetbredere idee van de regering om grip te krijgen op migratie, zoalsverankerd in het Europees Migratie- en Asielpact, en hoe deze wijzigingenbijdragen aan het behouden van draagvlak voor opvang in Nederland.Het wetsvoorstel versterkt het terugkeerbeleid met onder meer eenlangere ophoudtermijn, de verplichting om mee te werken aan hetterugkeerproces en een eigen regime voor vreemdelingenbewaring. Hetwetsvoorstel, en de wijzigingen, maakt het mogelijk dat daadkrachtig kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1142 worden opgetreden tegen personen die niet meewerken aan hunterugkeer als ook tegen personen die overlast veroorzaken.De leden van de NSC-fractie vragen de regering per advies uiteen tezetten welke punten zijn overgenomen, welke niet, en met welkejuridische onderbouwing (doelend op: noodbevoegdheid, art.50-verlenging, art. 66-reikwijdte en Inspectie-grondslag).De regering is in de toelichting van de nota van wijziging ingegaan op deadviezen en heeft nader onderbouwd welke punten al dan niet zijnovergenomen.De Adviesraad Migratie adviseerde dat verlenging alleen bij bijzondereomstandigheden zou moeten kunnen. Dit advies is niet overgenomen.Artikel 50, vierde lid, bevat voldoende beperkingen: verlenging mag alleenbij een vermoeden van onrechtmatig verblijf of wanneer de afweging overbewaring nog niet is afgerond. Het voorgestelde advies van deAdviesraad Migratie zou leiden tot extra motivering en dus vertraging vande procedure, wat niet in het belang van de vreemdeling is.Naar aanleiding van het advies van de uitvoeringsorganisaties (DTenV,IND, AVIM en KMar), dat zij de verruiming van de ophoudingstermijn vanzes naar negen uur niet toereikend achten voor het zorgvuldig opleggenvan de bewaringsmaatregel, heeft het kabinet in de nota van wijzigingexpliciet geregeld dat verlenging van de ophouding ook mogelijk is indiende afweging over vreemdelingenbewaring nog niet is afgerond. Tegelij-kertijd blijft de wettelijke verplichting bestaan dat de ophouding zo kortmogelijk moet duren en alleen bij noodzaak mag worden verlengd.Het College voor de Rechten van de Mens (CRM) en de AdviesraadMigratie geven aan dat de bevoegdheid om onder strikte voorwaarden bijministeriële regeling af te wijken van bepaalde rechten van vreemde-lingen in bewaring, te ruim is geformuleerd. Amnesty Internationaladviseert om een limitatieve lijst op te nemen. Deze adviezen zijn nietovergenomen. Uitzonderlijke omstandigheden zijn per definitie onvoor-zienbaar. Een limitatieve lijst in de wet biedt te weinig flexibiliteit.Situaties die men nu nog niet kan bedenken kunnen daardoor buiten dereikwijdte van de wet vallen. Naar aanleiding van het advies van het CRM,is de maximale duur van de noodbevoegdheid verkort van drie naar tweemaanden. Daarnaast is in de toelichting en de regeling explicietvastgelegd dat de bevoegdheid onmiddellijk moet worden ingetrokkenzodra de noodzaak is vervallen. Naar aanleiding van het advies van deRaad van State is toegelicht waarom bestaande instrumenten niettoereikend zijn bij langdurige of grootschalige crises.Ten aanzien van het doorzoeken van preciosazakken adviseerde deAfdeling advisering van de Raad van State dat een duidelijke toelichtingop de waarborgen voor bescherming van de persoonlijke levenssfeermist. Hiertoe is benadrukt dat proportionaliteit en subsidiariteit vooropstaan: er mag alleen worden gekeken naar wat strikt noodzakelijk is voorde terugkeer. Amnesty International, CRM, NOvA, RSJ, en het MeldpuntVreemdelingendetentie uitten hun zorgen over de brede reikwijdte. Eenlimitatieve opsomming in de wet zou echter te rigide zijn en het risicoopleveren dat in een concreet geval nodige gegevens niet mogen wordengebruikt, terwijl dit essentieel kan zijn voor terugkeer. Het gebruik vangegevens is bovendien altijd onderworpen aan privacy-wetgeving en kandoor de rechter worden getoetst. Vreemdelingen en bezoekers wordenvooraf geïnformeerd dat hun gegevens of voorwerpen voor terugkeer-doeleinden gebruikt kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1143 Met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens adviseerde deInspectie JenV dat de Wtvb een duidelijke grondslag moet bevatten voorhet verwerken van persoonsgegevens en het ontvangen van gegevensvan andere instanties. De grondslag voor gegevensverwerking en-verstrekking is reeds in andere wetgeving geregeld, zoals voor de politiein de Politiewet 2012 en Besluit politiegegevens. Voor onderdelen dieonder het Ministerie van JenV vallen, kan de Inspectie nu al gegevensverwerken in het kader van controle en kwaliteitsdoeleinden. Voor hetCOA geldt dit niet. Daarom zal in een hiervoor reeds genoemde. wijzigingvan de Wet COA een grondslag voor het delen van bijzondere persoons-gegevens met de Inspectie worden meegenomen.De leden van de SP-fractie vragen de regering of zij kennisgenomen heeftvan de brief van het Meldpunt Vreemdelingendetentie van 16 september2025. Is de regering bereid concreet in te gaan op de thema’s 1) Bijzonderopvangvoorziening die ontbreekt voor ouderen en jongvolwassenen in ditwetsvoorstel, 2) Handmatig onderzoek aan het lichaam en het nietinzetten van de bodyscan, 3) De kritiek op de voorgestelde lockdown,4) Het plaatsen op de beheersafdeling, en 5) Isolatie. Kan de regeringconcreet op deze punten ingaan en de geformuleerde vragen concreetbeantwoorden?De regering merkt allereerst op dat het wetsvoorstel Wtvb op 19 juni 2018door uw Kamer is aangenomen. Meerdere van de door het MeldpuntVreemdelingendetentie, in haar brief van 16 september 2025, opgebrachtepunten zien op punten die onderwerp zijn van het reeds door uw Kameraangenomen wetsvoorstel. In de parlementaire behandeling is in decommunicatie met uw Kamer uitgebreid ingegaan op onder anderekwetsbare groepen, waaronder ouderen en minderjarigen, en het plaatsenop de beheersafdeling.Zo is onder andere geantwoord dat in het nieuwe artikel 58a van deVreemdelingenwet 2000 tot uiting komt dat de inbewaringstelling vankwetsbare personen of personen die in een bijzondere positie verkeren,met extra zorg wordt omkleed. Bovendien wordt in de wet verankerd datinbewaringstelling achterwege blijft, indien inbewaringstelling in verbandmet de bijzondere of kwetsbare positie van de vreemdeling onredelijkbezwarend zou zijn. Daarbij heeft de regering ook opgemerkt dat de DJIook na de inbewaringstelling oog houdt voor de eventuele ontwikkelingenin de gezondheidstoestand van de vreemdeling en daarop ook passendemaatregelen neemt. Het wetsvoorstel heeft daarnaast aandacht vooreventuele kwetsbaarheid van de vreemdeling. Zo wordt een nieuwezorgplicht voor de directeur ingevoerd om rekening te houden metvreemdelingen met bijzondere opvangbehoeften.Op dit moment kennen de detentiecentra geen aparte afdelingen voorouderen of jongvolwassenen. Bij het centreren van groepen vreemde-lingen op afdelingen voor bijzondere opvang wordt afgewogen of debenodigde zorg op een reguliere of bestaande bijzondere afdeling kanworden geboden, en wordt ook gekeken naar mogelijk snijverlies in decapaciteit. Op dit moment bieden de beschikbare bestemmingenvoldoende ruimte voor het bieden van maatwerk.Ook is in de eerdere communicatie met uw Kamer toegelicht dat dekenmerken van het beheersregime zijn toegesneden op de specifiekesituatie van vreemdelingen in dit regime. Afzondering (isolatie) bij wijzevan ordemaatregel is bedoeld ter bescherming van de vreemdeling zelf ofwaar nodig ten behoeve van de orde en veiligheid binnen de inrichting(bijv. vermoeden besmettelijke ziekte). De afzondering duurt zo kortmogelijk en bij het opleggen wordt advies van een gedragsdeskundige ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1144 arts/verpleegkundige gevraagd. In de wet wordt verankerd dat visitatie(visuele schouw) alleen nog plaatsvindt in uitzonderlijke gevallen, die inde wet limitatief zijn opgenomen. Visitatie is mogelijk als de röntgen-scanner door omstandigheden tijdelijk buiten werking is en er op basisvan concrete aanwijzingen in een individueel geval sprake is van eenzodanig risico dat het handmatig controleren van het lichaam het enigemogelijke middel is en geen uitstel geduld kan worden totdat een scannerbeschikbaar is.Voor wat betreft de kritiek op de zogeheten lockdown-maatregelbenadrukt de regering dat dit een tijdelijke «adempauze» betreft omescalatie te stoppen en rust te herstellen. De maatregel wordt alleeningezet wanneer andere individuele sancties onvoldoende blijken,bijvoorbeeld bij groepsgeweld. Gestreefd zal worden naar de kortstmogelijke duur, met een wettelijke bovengrens van vier weken. In depraktijk zal zelden een lockdown van vier weken worden ingesteld. Deregering wijst erop dat een te snelle versoepeling juist contraproductiefkan werken en tot hernieuwde escalatie kan leiden. Zorgvuldige engefaseerde opbouw kost daarnaast tijd. Eerdere praktijkvoorbeelden, zoalsin DC Rotterdam in 2019, laten zien dat lockdowns soms twee wekenduurden en noodzakelijk waren om controle te herwinnen. Daarnaast zijner waarborgen ingebouwd: vreemdelingen behouden het recht opminimaal één uur per dag buitenlucht, zij kunnen beklag doen en beroepinstellen bij de RSJ, en de directeur moet de maatregel gemotiveerd enschriftelijk meedelen. Wetenschappelijke zorgen over sensorischedeprivatie zijn niet van toepassing, aangezien ingeslotenen tijdens eenlockdown toegang houden tot telefoon, televisie en radio en vaak eenkamergenoot hebben, waardoor geen sprake is van isolatie.Artikelsgewijze toelichtingDe leden van de NSC-fractie vragen ten aanzien van de verlengingophouding (art. 50 Vw) wat het feitelijke vertrekvoordeel van 24u+48u is.Kan de regering aantonen dat meer mensen binnen 72 uur in bewaringmét sterke vertrekindicatie komen, in plaats van alleen langer vasthoudenzonder LP-progressie? Gezien het risico op het volgende scenario –routinematige verlenging van ophouding leidt tot meer advocateninzet,vervolgens tot snellere rechterlijke opheffingen en per saldo tot minderfeitelijke terugkeer- is de regering bereid harde beheersmaatregelen tetreffen, waaronder in ieder geval: een kwantitatief verlengingsplafond(maximaal toegestaan percentage verlengingen per periode en perbasisteam), real-time monitoring met een landelijk dashboard waarop perbasisteam de verlengingsratio, gronden en doorlooptijden zichtbaar zijn,een verplicht interventiemechanisme bij overschrijding en periodiekeopenbaarmaking richting Kamer van kerncijfers en corrigerende maatre-gelen?Artikel 50, vierde lid, bevat voldoende beperkingen: verlenging mag alleenbij een vermoeden van onrechtmatig verblijf of wanneer de afweging overbewaring nog niet is afgerond. Het voorgestelde advies van deAdviesraad Migratie zou leiden tot extra motivering en dus vertraging vande procedure, wat niet in het belang van de vreemdeling is. Eenverlenging zal steeds moeten volgen uit de individuele zaak en zal bij eeneventuele oplegging van een bewaringsmaatregel kunnen wordengetoetst en kan op dossierniveau worden gecorrigeerd. Voor aanvullendegegevensvergaring en bijbehorende lasten ziet de regering onvoldoendemeerwaarde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1145 De leden van de NSC-fractie vragen wat de extra LP-hit-rate is door lokalebiometrie bovenop BVV/Eurodac. Schrapt de regering dubbele opslag omprivacy-procedures (vertraging) te vermijden?Er is geen sprake van dubbele registratie, noch dubbele opslag bij hetbehandelen van LP-aanvragen.De leden van de NSC-fractie vragen wat de terugkeer-meerwaarde is vanstrafrechtelijke aanpak ten opzichte van bestuursrechtelijke sancties.Gezien het risico op het volgende scenario – strafzaken tegen ingeslo-tenen of hun relaties vertragen het DT&V-traject (door zittingsplanning,vervoer en inzet van advocaten) – is de regering bereid met het OpenbaarMinisterie bindende kaders vast te leggen die DT&V-kritische handelingenniet hinderen, waaronder in ieder geval: standaard videozitting indien enzodra de consulaire presentatie heeft plaatsgevonden, prioritaire zittings-en verhoortijden die niet samenvallen met DT&V-afspraken, afgestemdetransportvensters zodat gerechtsvervoer DT&V-logistiek niet blokkeert, eneen escalatie- en override-procedure waarbij DT&V, OM en DJI bijconflicterende planning binnen 24 uur tot een bindende volgordebe-slissing komen?Aangenomen wordt dat deze vraag gaat over de strafbaarstelling van hetbinnenbrengen van voorwerpen in een inrichting. Het gaat omvoorwerpen waarvan het bezit of gebruik de orde en de veiligheid in deinrichting in gevaar kan brengen. Gebleken is dat er steeds nieuwemanieren worden gevonden om verboden voorwerpen de inrichtingbinnen te brengen. De strafbaarstelling voorziet in de mogelijkheid omsancties op te leggen in gevallen waarin ander optreden achterafanderszins niet mogelijk is. Daarbij kan worden gedacht aan het sanctio-neren van personen tegen wie – anders dan het door de directeurontzeggen van de toegang tot de justitiële inrichting – niet kan wordenopgetreden nadat zij verboden voorwerpen hebben binnengebracht,waaronder personen die voorwerpen de inrichting binnenbrengen zonderdat zij zelf de inrichting betreden. De strafbaarstelling kan tevens dienenals preventief instrument om de invoer van contrabande tegen te gaan. Erbestaat geen reden te vrezen dat deze strafbaarstelling zal interfererenmet het vertrek van vreemdelingen. De strafbaarstelling richt zich ook nietenkel of primair tot de gedetineerde, maar tot een ieder die betrokken isbij het binnenbrengen van de betreffende voorwerpen. Om die reden zieik geen noodzaak tot verdere regulering hiervan.De leden van de D66-fractie lezen dat Artikel 47, lid 3 sub a en c, spreektover handmatig onderzoek aan het lichaam (visitatie), waaronder ook hetuitwendig schouwen van lichaamsopeningen en -holten. Dit is eeningrijpende, vernederende en traumatische ervaring voor mensen die ditondergaan. Deze leden zien dat lid 4 deze handeling slechts in vagetermen omschrijft, waardoor het blijft welke handelingen precies zijntoegestaan. Voor deze leden is het essentieel dat het precies duidelijk iswanneer visitaties worden toegepast en welke handelingen zijn toege-staan. Zij horen hierop graag een reactie van de regering. Aanvullendwillen deze leden weten of het klopt dat de bodyscan in de vreemdelin-genbewaring al maanden buiten werking is, dat er slechts één apparaataanwezig is en dat ondanks de aanwezigheid van een bodyscan nogsteeds standaard visitaties plaatsvinden na bezoek en vooraf plaatsing inisolatie? Klopt het bovendien, zo vragen deze leden, dat de afstand van debodyscan tot de verblijfsafdeling ertoe leidt dat deze nauwelijks wordtingezet? Tenslotte vragen deze leden hoe deze wet ervoor gaat zorgen datvisitaties alleen als allerlaatste mogelijkheid worden ingezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1146 In artikel 47 van de Wtvb wordt de bevoegdheid voor het controleren vanhet lichaam van de vreemdeling geregeld. In dit artikel wordt bij wetgeregeld dat deze controles standaard op niet-handmatige wijze plaats-vinden, tenzij er sprake is van een in de wet geregelde uitzonderings-grond. Deze uitzonderingsgronden zijn limitatief. Hiermee waarborgt dewet dat visitaties alleen als allerlaatste mogelijkheid worden ingezet.Voorts is in artikel 40 geregeld dat de bevoegdheid het lichaam van devreemdeling te controleren, op zowel niet-handmatige als handmatigewijze, niet kan worden uitgeoefend jegens vreemdelingen die de leeftijdvan achttien jaar nog niet hebben bereikt. De visitatie wordt uitgevoerdconform lokale werkinstructies binnen de reikwijdte van de wet, te wetenhet uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam.Artikel 47 specificeert ook dat dit dient plaats te vinden op een beslotenplaats door personen van hetzelfde geslacht van de vreemdeling.Op verschillende momenten kan controle van het lichaam van devreemdeling op verboden voorwerpen plaatsvinden: bij binnenkomst inde inrichting, bij plaatsing in een observatiecel en na bezoek wanneer ereen verdenking is op invoer van contrabande. Bij binnenkomst vindt decontrole standaard via de bodyscanner plaats, tenzij er redenen zijn diezich daartegen verzetten. In DC Rotterdam worden de controles bijplaatsing in een observatiecel en bij een verdenking na bezoek nustandaard via visitaties uitgevoerd. Het is de bedoeling dat ook op dezemomenten, conform de Wtvb, het gebruik van de bodyscanner destandaard wordt. Het is weleens voorgekomen dat de bodyscanner in DCRotterdam voor een kortere periode niet werkte. Het klopt niet dat deze nual maanden buiten werking is.De Minister van Asiel en Migratie,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 501, nr. 1147

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 56b9041b8a345c8f

14 okt 2026 · 1ae899f72fd11923

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.