Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda aan voor de Raad Buitenlandse Zaken van 1 en 2 september 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-02-3465)
Brontekst
Versie 0a45d0091c52d14b · officiële bron2026D38982INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGBinnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onder-staande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aande Minister van Buitenlandse Zaken over het verslag van de RaadBuitenlandse Zaken van 13 juli 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3461) en degeannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 1 en2 september 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3465).De voorzitter van de commissie,KlaverAdjunct-griffier van de commissie,Dekker nds-tk-2026D389821 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fractiesVragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieIIAntwoord/Reactie van de MinisterIIIVolledige agenda I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de informele Raad Buitenlandse Zaken(Gymnich) van 1 en 2 september 2026. Zij hebben hierover de volgendevragen en opmerkingen.Russische agressie tegen OekraïneOekraïne kende deze zomer een aanhoudende reeks brute Russischebombardementen, waarbij overwegend civiele doelen werden geraakt.Tegelijkertijd zag Europa deze zomer een golf van intimidatie en directedreiging, tot ver buiten Oekraïne: een drone met een explosief bij eenDuitse luchthaven, en herhaalde schendingen van het Roemeensegrondgebied door drones die door de Roemeense luchtmacht moestenworden neergehaald. De leden van de D66-fractie veroordelen dit geweldin de scherpst mogelijke bewoordingen en spreken hun onvoorwaarde-lijke solidariteit uit met Duitsland, Roemenië en alle andere lidstaten diedoelwit zijn van deze intimidatie. Voor deze leden staat buiten kijf dat wiezwicht voor dit soort dreiging, Rusland alleen maar aanmoedigt: de steunaan Oekraïne dient onverkort en pal overeind te blijven, juist nu Ruslandmet intimidatie en dreiging Europa probeert te verdelen en murw temaken.Financiering en bevroren Russische tegoedenDe leden van de D66-fractie constateren dat een nieuw financieringstekortvoor Oekraïne in het verschiet ligt zodra de huidige EU-lening van90 miljard euro is uitgeput, en wijzen in dat verband op de eerdere oproepvan de Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken om de mogelijkhedenvoor het gebruik van geïmmobiliseerde Russische Centrale Banktegoedenverder te onderzoeken. Deze leden lezen daarnaast berichten dat Belgiëinmiddels aangeeft het voorstel niet principieel af te wijzen om bevrorenRussische tegoeden in te zetten voor de financiering van Oekraïne, mitsde financiële risico’s daarvan Europees breed worden gedeeld.De leden van de D66-fractie zijn groot voorstander van het financieren vansteun aan Oekraïne door middel van het vrijgeven van bevroren Russischetegoeden. Deze leden vragen of dit onverminderd de Nederlandse inzet is.Ziet het kabinet, mede gelet op de opstelling van België, ruimte om oprelatief korte termijn tot een Europese oplossing te komen, zodat deze nietpas op het allerlaatste moment wordt bereikt en Oekraïne tijdig zekerheidheeft over de financiering van zijn begroting voor de komende periode?Welke stappen is het kabinet voornemens hiertoe tijdens deze Raad tezetten, zo vragen deze leden.2 Luchtverdediging tegen ballistische rakettenDe leden van de D66-fractie onderschrijven het door het kabinet gesteldebelang van versterking van de Oekraïense luchtafweer. Deze ledenconstateren met zorg dat Rusland zijn tactiek aanpast en steeds vakerballistische raketten inzet, precies omdat de Oekraïense voorraadinterceptoren tegen dit type wapen slinkt: bij de aanval op Kyiv van5 augustus werd geen van de 24 ballistische raketten onderschept, tegen98 van de 115 drones. Deze leden vinden dat de Europese inzet zichnadrukkelijk moet richten op het aanvullen van deze anti-ballistischecapaciteit, naast de reeds toegezegde bredere luchtverdedigingssteun.Nederland is sinds juli met negen andere landen aangesloten bij deAnti-Ballistic Missile Coalition, die met het Freya-systeem een Europeesalternatief voor de Patriot moet opleveren.Kan de Minister een actuele stand van zaken geven van de voortgang vande Anti-Ballistic Missile Coalition en het Freya-programma, en aangevenop welke termijn deze capaciteit daadwerkelijk operationeel inzetbaar zalzijn? Welke aanvullende rol ziet het kabinet voor de EU als instelling, naastde inzet van de individuele deelnemende lidstaten, in het vrijmaken vanmiddelen en capaciteit voor anti-ballistische hulp aan Oekraïne, zo vragendeze leden.Situatie in het Midden-OostenIran en de Straat van HormuzDe leden van de D66-fractie lezen dat diplomatieke onderhandelingenvolgens het kabinet de meest kansrijke route blijven naar een duurzaameinde van de oorlog en het waarborgen van de vrije doorvaart in de Straatvan Hormuz, en dat Nederland actief betrokken is bij de door Frankrijk enhet Verenigd Koninkrijk geleide Hormuz Coalitie. Deze leden onder-schrijven deze diplomatieke inzet: zij beschouwen deze oorlog als heilloosen zinloos, en vinden dat hieraan zo snel mogelijk een einde moet komen.De leden van de D66-fractie wijzen daarnaast op het voortdurende leedvan de Iraanse bevolking: ook deze zomer zijn opnieuw meerdere jongedemonstranten door het regime geëxecuteerd. Deze leden vinden dat deEU een grote verantwoordelijkheid heeft om voor deze bevolking op tekomen. Kan de Minister ervoor zorgen dat de belangen en rechten van deIraanse bevolking hoog op de EU-agenda blijven staan op de momentendat er in de diplomatieke inzet richting Iran ruimte is om deze in tebrengen, zo vragen deze leden.Gaza en de Westelijke Jordaanoever: E1-nederzettingen en handelsmaat-regelenDe leden van de D66-fractie spreken hun afschuw uit over het geweld datdeze zomer onverminderd is voortgezet in Gaza, op de WestelijkeJordaanoever en in Libanon.Zij constateren dat Nederland en de Europese Commissie, samen met eenaantal andere lidstaten, een stevige gezamenlijke verklaring hebbenondertekend tegen de door Israël gepubliceerde tenders voor deE1-nederzetting, waarin onder meer bedrijven worden gewaarschuwdvoor de juridische en reputatierisico’s van deelname. Deze ledenconstateren tevens dat de discussie over de door de Commissie in juligepresenteerde opties voor EU-handelsmaatregelen relevant blijft, en datde nationale maatregel om producten uit onrechtmatige nederzettingen teweren op 22 september aanstaande in werking treedt.3 Deze leden merken op dat de EU de ontwikkeling van het E1-gebiedjarenlang heeft beschouwd als een rode lijn vanwege de verstrekkendegevolgen voor de territoriale samenhang van een toekomstige Palestijnsestaat. De EU waarschuwde destijds dat daadwerkelijke vervolgstappen inde ontwikkeling van dit illegale project concrete gevolgen zouden hebbenvoor de betrekkingen tussen de EU en Israël. Deze leden zijn van oordeeldat, indien Israël de tenders daadwerkelijk doorzet, het moment waaropaan deze waarschuwingen gevolg moet worden gegeven is aangebroken,ondanks de betreurenswaardige vermeende tegenwerking door devoorzitter van de Europese Commissie in dit dossier. Deze leden vindendat een EU-breed handelsverbod voor producten uit nederzettingenonverwijld moet worden doorgevoerd, en dat Nederland zich ervoor dientin te zetten dat een dergelijke handelsmaatregel met gekwalificeerdemeerderheid (QMV) wordt aangenomen.Welke concrete gevolgen verbindt het kabinet aan de eigen verklaring,mocht Israël de tenders voor de E1-nederzetting daadwerkelijkdoorzetten? Is het kabinet bereid zich in te zetten voor een EU-breedhandelsverbod voor nederzettingsproducten, en specifiek voor het metgekwalificeerde meerderheid aannemen van een dergelijke handelsmaat-regel? Is het kabinet bereid hierin ook formele stappen te zetten door ditbijvoorbeeld te agenderen voor een volgende Raad Buitenlandse Zaken(RBZ)? Op welke manier zet het kabinet zich er tijdens de komende RBZvoor in dat het associatieakkoord wordt opengebroken, en welke stappenzijn hiertoe sinds de vorige RBZ gezet, zo vragen deze leden.Sancties tegen kolonisten en verantwoordelijke bewindsliedenDe leden van de D66-fractie constateren dat Nederland zich blijft inzettenvoor Europese sancties tegen gewelddadige kolonisten en hun organi-saties, en voor Europese sancties tegen de Ministers Ben-Gvir enSmotrich, die Nederland reeds in juli 2025 zelfstandig tot persona nongrata heeft verklaard. Deze leden constateren voorts dat Ben-Gviropnieuw weerzinwekkende, extremistische uitspraken heeft gedaan, enwijzen op de gezamenlijke ministeriële verklaring van onder andereFrankrijk, Canada, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk (VK) en Australië,waarin wordt gesteld dat kolonistengeweld zich in sommige gevallenvoordoet onder bescherming van Israëlische veiligheidstroepen en datnederzettingsuitbreiding plaatsvindt met steun en facilitering van deIsraëlische regering.Deze leden constateren dat Ben-Gvir en Smotrich, ondanks hun rol bij hetaanjagen van kolonistengeweld, nederzettingsuitbreiding en herhaaldeextremistische uitlatingen, nog altijd niet op de Europese sanctielijst zijngeplaatst. Naar het oordeel van deze leden staat dit op gespannen voetmet de criteria die de EU elders hanteert bij het sanctioneren vanpersonen die bijdragen aan ernstige mensenrechtenschendingen ofondermijning van de internationale rechtsorde. Op welke termijnverwacht de Minister dat dit daadwerkelijk gebeurt, en welke lidstatenhouden dit vooralsnog tegen? Is het kabinet bereid zich in te zetten voorsancties tegen andere bij de uitbreiding van nederzettingen betrokkenbewindslieden, zoals Minister van Defensie Katz? Is het kabinet bereid, netals de ondertekenaars van de genoemde ministeriële verklaring, uit tespreken dat het Israëlische leger een rol speelt bij het beschermen enfaciliteren van kolonistengeweld, en welke consequenties zou dat volgenshet kabinet moeten hebben, zo vragen deze leden.4 Overdracht van handhavingsbevoegdheden aan de politieDe leden van de D66-fractie hebben met zorg kennisgenomen vanberichten dat Minister van Defensie Katz, gesteund door MinisterBen-Gvir, het Israëlische leger opdracht heeft gegeven een plan uit tewerken om de civiele handhaving op de Westelijke Jordaanoever over tedragen van het leger naar de politie, onder het gezag van Ben-Gvir. Dezeleden constateren dat Ben-Gvir dit voornemen zelf omschrijft als een staprichting annexatie.Deze leden constateren dat overdracht van handhavingsbevoegdhedenvan het leger aan een civiele politiemacht onder rechtstreeks gezag vanMinister Ben-Gvir een verdere vervaging van de scheidslijn tussentijdelijke bezetting en permanent bestuur van bezet gebied betekent.Daarbij merken deze leden op dat Ben-Gvir deze stap zelf heeftomschreven als een stap richting annexatie. Is de Minister bekend met ditvoornemen, en deelt hij de analyse van deze leden dat dit een verderestap richting annexatie betekent? Is de Minister bereid dit onderwerp in deRaad aan te kaarten en, ook als de uitwerking nog niet volledig concreetis, aan te sturen op een gezamenlijke Europese reactie, zo vragen dezeleden.SyriëDe leden van de D66-fractie constateren dat Israël recentelijk herhaaldelijkaanvallen heeft uitgevoerd op doelen in Syrië, gepaard gaand metvergaand verharde retoriek richting het land, en buurland Turkije. Dezeleden merken op dat deze aanvallen mede lijken te worden ingegevendoor de toenemende Turkse aanwezigheid en invloed in Syrië, endaarmee door de Israëlische verhouding tot een NAVO-bondgenoot. Dezemotivatie ontslaat Israël naar het oordeel van deze leden niet van deverantwoordelijkheid: het gaat hier om een grove schending van deSyrische soevereiniteit.De leden van de D66-fractie constateren dat Israël herhaaldelijk militaireaanvallen heeft uitgevoerd op Syrisch grondgebied zonder dat sprake isvan een oorlogstoestand tussen beide landen. Deze leden merken op datdergelijke aanvallen een ernstige inbreuk vormen op de Syrischesoevereiniteit en op gespannen voet staan met de uitgangspunten van hetVN-Handvest. Tegelijkertijd vinden deze aanvallen plaats op een momentwaarop Syrië zich in een uiterst kwetsbare fase van wederopbouw enpolitiek herstel bevindt. Hoe beoordeelt de Minister de recente Israëlischeaanvallen op Syrië, en is hij bereid deze in de Raad ondubbelzinnig teveroordelen? Ziet de Minister, mede gelet op de grote rol die de EU speeltbij de wederopbouw van Syrië, kans om te komen tot een gezamenlijkEuropees standpunt waarin de Syrische soevereiniteit wordt bekrachtigden Israël wordt aangesproken op deze schendingen, zo vragen deze leden.Effectiviteit van het externe beleid van de EU, inclusief de rol van de EU inmultilaterale foraDe leden van de D66-fractie constateren dat de Raad tijdens deze sessievan gedachten zal wisselen over de effectiviteit, impact en wendbaarheidvan het buitenlandbeleid van de EU, en dat het kabinet daarbij onder meerinzet op het versterken en versnellen van de besluitvormingsproceduresbinnen het Gemeenschappelijk Buitenland- en Veiligheidsbeleid (GBVB),bijvoorbeeld door meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid.Deze leden onderschrijven deze inzet nadrukkelijk: de huidige praktijk vanunanimiteit ondermijnt naar het oordeel van deze leden herhaaldelijk een5 slagvaardig EU-buitenlandbeleid, zoals ook blijkt uit de dossiers Rusland-sancties en nederzettingen.De leden van de D66-fractie lezen voorts dat het kabinet een meerefficiënte en effectieve EU-inzet in multilaterale fora zoals de VerenigdeNaties (VN) verwelkomt, evenals voorstellen voor betere coördinatie eneen meer strategisch gebruik van middelen, en dat het kabinet inzet ophet vergroten van de effectiviteit van missies en operaties in het kader vanhet Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). Deze ledenachten een effectieve EU-rol in multilaterale fora van groot belang, geziende toenemende druk op het multilaterale stelsel.Welke concrete stappen zet het kabinet, samen met gelijkgezindelidstaten, om de overgang naar meer besluitvorming met gekwalificeerdemeerderheid binnen het GBVB daadwerkelijk te versnellen, en op welkedossiers verwacht de Minister op korte termijn voortgang? Welke concreteverbeteringen bepleit Nederland voor de coördinatie van EU-lidstaten inmultilaterale fora zoals de VN? Op welke wijze wil het kabinet deeffectiviteit van GVDB-missies en -operaties vergroten, en welke missiesverdienen daarbij volgens de Minister prioriteit, zo vragen de leden van deD66-fractie.Internationaal StrafhofDe leden van de D66-fractie constateren dat de Verenigde Staten sanctieshebben ingesteld tegen functionarissen van het Internationaal Strafhof(ICC) die het functioneren van het Hof ernstig dreigen te belemmeren. Inde Kamerbrief van december 2025 (Kamerstuk 28 498, nr. 58) gaf deMinister aan dat, indien de Verenigde Staten nieuwe sancties zoudenafkondigen die het functioneren van het Hof ernstig belemmeren, hetkabinet zich conform de aangenomen moties in EU-verband hard zoumaken voor het activeren van de antiboycotverordening.De leden van de D66-fractie constateren dat de Amerikaanse sanctiesdirect raken aan het functioneren van een onafhankelijke internationalerechtsinstelling die bovendien in Nederland is gevestigd. Deze ledenmerken op dat dergelijke maatregelen niet alleen gevolgen hebben voorindividuele functionarissen van het Hof, maar ook voor de praktischeuitvoerbaarheid van onderzoeken en procedures. Naar het oordeel vandeze leden raakt dit daarmee direct aan de internationale rechtsordewaarvan Nederland gastheer en uitgesproken voorstander is. Het Strafhofis voor deze leden geen bureaucratisch instituut, maar de belichaming vanhet idee dat niemand, ook machtige staten en hun bondgenoten niet,boven de wet staat: zonder een onafhankelijk hof dat straffeloosheid voorde zwaarste misdaden kan doorbreken, is internationaal recht niet meerdan een vrijblijvende afspraak. Juist die internationale rechtsorde is voorEuropa van existentieel belang: in een wereld waarin het recht van desterkste terrein wint, is het recht zelf het instrument waarmee eenmiddenmacht als Nederland en een blok als de EU hun veiligheid enwelvaart beschermen, en het fundament waarop de geloofwaardigheidvan Europa rust in zijn verhoudingen met midden- en kleinere machtenwereldwijd. Nederland, de Europese Commissie en alle lidstaten dienenhet internationaal recht dan ook met hand en tand te verdedigen. Alsgastland heeft Nederland hierin naar het oordeel van deze leden eenleidende rol te vervullen.Is naar het oordeel van het kabinet het moment aangebroken waarop deaangekondigde inzet uit de Kamerbrief van december 2025 in werkingtreedt, en is het kabinet bereid in de Raad te pleiten voor een harde,gezamenlijke EU-positie tegen de Amerikaanse sancties, inclusief het6 inroepen van de antiboycotverordening? Onderkent het kabinet datzonder een uitgesproken Nederlandse inzet de Europese Commissie enandere lidstaten vooralsnog niet in beweging komen op dit dossier? Is hetkabinet bereid erop te wijzen dat het effect van de Amerikaanse sanctieszich niet beperkt tot Nederlandse bedrijven en financiële instellingen,maar zich ook uitstrekt tot onder andere banken in de thuislanden vanICC-functionarissen, en dat andere lidstaten dus evenzeer belang hebbenbij een gezamenlijke Europese respons, zo vragen de leden van deD66-fractie.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de Informele Raad (Gymnich)1–2 september 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen enopmerkingen.Oekraïne en Europese veiligheidDe leden van de VVD-fractie benadrukken het belang van een onvermin-derde doorzetting van de steun aan Oekraïne. De veiligheid van Oekraïneis direct verbonden met onze eigen veiligheid en vrijheid. Met het oog opde naderende winter constateren deze leden dat het tekort aan Oekraïenseluchtverdediging, en specifiek Patriot-interceptors (PAC-3) tegen ballis-tische raketten, alarmerend groot is. Doordat de toevoer van antiballis-tische middelen fors is teruggelopen, lukt het nog maar om een fractievan de Russische raketten te onderscheppen, wat leidt tot een stijging vanhet aantal burgerslachtoffers en grootschalige schade. Aannemelijk is datRusland zijn ballistische raketten de komende maanden in zal zetten omde energie-infrastructuur zo veel mogelijk plat te leggen. Deze ledenvragen welke concrete stappen Nederland zet om Europese bondgenotenmet Patriot-voorraden die tot dusver achterblijven bij het leveren vanmilitaire steun, zoals Spanje en Griekenland, aan te sporen hun verant-woordelijkheid te nemen en interceptors ter beschikking te stellen. Hoestaat het met de opschaling van de Europese productiecapaciteit vanPatriot-interceptors en welke alternatieven worden er onderzocht? Kan deMinister toelichten wat de Nederlandse bijdrage is aan de IntegratedAnti-Ballistic Missile Coalition en wat de voortgang is van het Oekraïenseluchtafweersysteem Freya?Ten aanzien van de Europese financiering willen deze leden weten welkeafspraken worden gemaakt over de inzet van de 6,6 miljard euro uit deEuropese Vredesfaciliteit (EPF). Hoe waarborgt het kabinet dat dezemiddelen vooral worden besteed aan militair materieel dat aansluit bij deactuele operationele behoeften van Oekraïne aan het front? Hoe beoor-deelt het kabinet het verzoek van Oekraïne om middelen uit het EuropeanUnion Military Assistance Mission in support of Ukraine (EUMAM)-mandaat te benutten voor het bekostigen van Oekraïense instructeurs entrainingsfaciliteiten op eigen bodem, en welke randvoorwaarden steltNederland aan een eventuele aanpassing van dit mandaat? Voorts vragendeze leden hoe de aangekondigde dronedeal van de Europese Commissievan 1 miljard euro vanuit de Ukraine Support Loan zich verhoudt tot hetdoor Nederland mede geleide project voor drones en counter-dronesystemen en welke actie de Minister onderneemt richting lidstatenzoals Italië, die hun aanvraag binnen het SAFE-programma nog nietdefinitief hebben gemaakt.Ook willen de leden van de VVD-fractie aandacht vragen voor het lot vande tienduizenden door de Russen ontvoerde en gedeporteerde Oekraïensekinderen. Deze ontvoeringen vormen een grove schending van het7 internationaal recht en komen neer op oorlogsmisdrijven. Deze ledenvragen welke diplomatieke, financiële en operationele bijdrage Nederlandlevert aan internationale initiatieven en opsporingsmechanismen die zichinzetten voor de identificatie, lokalisering en daadwerkelijke repatriëringvan ontvoerde kinderen. In welke hoedanigheid en met welk specifiek doelis de Minister voornemens dit humanitaire en juridische vraagstuk tijdensde informele bijeenkomst in Wicklow bij ambtgenoten en Hoge Vertegen-woordiger Kallas te agenderen? Welke verdere stappen zet het kabinet omte verzekeren dat alle verantwoordelijken binnen het Russische staats- enbezettingsapparaat worden vervolgd via het Internationaal Strafhof enspeciale tribunalen?De leden van de VVD-fractie constateren dat het Ierse EU-voorzitterschaphet opvoeren van de druk op Rusland als prioriteit heeft gemarkeerd,maar stellen hierbij ook vast dat er vanuit de Europese Unie (EU) nogaltijd strategische grondstoffen naar de Russische oorlogsindustrievloeien. Uit berichtgeving blijkt dat vanuit de raffinaderij in het IerseAughinish, eigendom van het Russische Rusal, via tussenhandelaren opgrote schaal aluinaarde (aluminiumoxide) naar Russische smelters wordtgeëxporteerd, waar het wordt verwerkt tot aluminium voor raketten enpantservoertuigen. De Kamer heeft hier al over gesproken en heeft hetkabinet per aangenomen moties ook opgeroepen te pleiten voor hetinvoeren van sancties op deze export. Deze leden vragen of de Ministerbereid is om deze handelsstroom tijdens de Gymnich-bijeenkomst bij deIerse Minister van Buitenlandse Zaken en Raadsvoorzitter aan te kaarten.Deelt het kabinet de opvatting dat het volstrekt onverdedigbaar is dat deimport van primair aluminium uit Rusland aan banden is gelegd, terwijlde export van halffabricaten voor aluminiumproductie naar Ruslandongehinderd voortduurt? Kan het kabinet toezeggen zich hard te makenvoor een algeheel Europees exportverbod op aluminiumoxide en bauxiet?Welke aanvullende maatregelen stelt het kabinet voor om sanctie-omzeiling via derde landen aan te pakken, en hoe vordert de inzet om deopbrengsten van bevroren Russische staatsactiva structureel aan tewenden voor Oekraïne?Midden-Oosten en GolfregioDe leden van de VVD-fractie onderstrepen dat vrije doorvaart vanstrategisch belang is voor Nederland als handelsland. Ook constaterendeze leden dat de situatie in het Midden-Oosten averechts doorwerkt opde economische groei in Nederland en op de koopkracht van Neder-landers. Ten aanzien van de situatie in de Golfregio vragen deze leden ofhet voorstel om het mandaat van EU-operatie Aspides uit te breiden naarontmijningsactiviteiten in de Straat van Hormuz nog op tafel ligt, en welkerol het kabinet hierin voor Nederland weggelegd ziet.Ten aanzien van de humanitaire situatie in de Gazastrook vragen de ledenvan de VVD-fractie hoeveel humanitaire hulpgoederen er momenteelfeitelijk binnenkomen en op welke wijze wordt toegezien op een gecontro-leerde distributie, zodat hulp niet in handen valt van Hamas. Deelt hetkabinet de opvatting dat de meest doelmatige en humane manier omgewonde en zieke inwoners van Gaza medische zorg te bieden bestaat uitopvang en behandeling in de regio zelf? Is het kabinet bereid ervoor tepleiten dat er in EU-verband diplomatieke druk uit wordt geoefend op deGolfstaten om meer zieken en oorlogsgewonden toe te laten en tebehandelen in hun eigen ziekenhuizen? Voorts hebben deze ledenkennisgenomen van de recente berichten dat Hamas bereid zou zijnzichzelf te ontwapenen. Hoe evalueert het kabinet deze ontwikkeling enziet de Minister al concrete aanwijzingen of indicaties dat Hamas zichdaadwerkelijk voorbereidt om de wapens neer te leggen? Deelt het8 kabinet de overtuiging dat een volledige en verifieerbare ontwapeningvan Hamas een absolute randvoorwaarde is voor het aantrekken vanbuitenlandse investeringen, het opstarten van grootschalige weder-opbouw en het bieden van een duurzaam economisch en politiektoekomstperspectief aan de bevolking van Gaza? Welke diplomatiekeinstrumenten zet de EU in om deze ontwapening te verwezenlijken?Ten aanzien van het plan voor een driejarige EU-missie ter versterking vande Libanese strijdkrachten en politie, vooruitlopend op het vertrek vanUNIFIL in 2027, vragen deze leden wat het kabinet precies verstaat onderde vereiste van een realistische scope, exitstrategie en capaciteit, en opwelke punten het huidige Crisis Management Concept nog tekortschiet.Voorziet het kabinet een Nederlandse bijdrage aan deze missie, en hoewordt gewaarborgd dat de 100 miljoen euro aan steun uit de EuropeseVredesfaciliteit voor het Libanese leger niet weglekt of indirect ten goedekomt aan Hezbollah? Voorts vragen hoe de EU zich inzet om de intensive-rende militaire samenwerking tussen Iran en Rusland op het gebied vanraket- en dronetechnologie te verstoren.China en economische veiligheidDeze leden maken zich grote zorgen over de economische en technolo-gische levenslijn die Beijing aan Moskou biedt. Zonder de grootschaligetoevoer van Chinese dual-use goederen, geavanceerde micro-elektronica,optische sensoren, machinegereedschappen, navigatiecomponenten engrondstoffen voor vaste raketbrandstof zou de Russische defensie-industrie haar aanvalsoorlog tegen Oekraïne niet op deze schaal kunnenvoortzetten. Deze leden vragen hoe de Minister het Chinese bondgenoot-schap met Rusland en het faciliteren van de Russische oorlogsinspan-ningen tijdens de informele bijeenkomst aan de orde zal stellen. Is hetkabinet bereid binnen de Raad te pleiten voor secundaire sancties tegenChinese staats- en privébedrijven en financiële instellingen die de sanctiestegen Rusland omzeilen of militair bruikbare technologie leveren? Deelthet kabinet de opvatting dat economische relaties met China niet loskunnen worden gezien van de actieve steun van Beijing aan de Russischeagressie, en op welke wijze wil Nederland het Europese handelsinstru-mentarium inzetten om hier grenzen in te stellen?Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractieDe leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda en stellen het kabinet daarover graag de volgende vragen.Russische agressie tegen OekraïneDe leden van de PRO-fractie lezen in de geannoteerde agenda niets overde toenemende acties van Rusland tegen EU- en NAVO-lidstaten in deafgelopen weken, zoals de aanwezigheid van een zeedrone in de buurtvan het Roemeense gasplatform Neptun Deep in de Zwarte Zee afgelopendonderdag. Vier dagen eerder werden Spaanse F-18s in stelling gebrachtom een drone in het Roemeense luchtruim neer te halen, en in julimoesten Roemeense F-16s drie Russische drones uit de lucht halen terverdediging van het eigen luchtruim. De schendingen van de territorialeintegriteit van EU- en NAVO-lidstaten zijn onacceptabel. Is het kabinetvoornemens om de schendingen bij de Informele Raadsvergadering teagenderen? Wat is de inzet van het kabinet om deze schendingen, eneventuele verdere Russische escalatie, tegen te gaan? Welke nieuwemaatregelen bepleit het kabinet in EU- en NAVO-verband?9 Situatie in het Midden-OostenDe leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van het besluit vande Israëlische autoriteiten om de aanbestedingsprocedure te openen voorde bouw van huizen in het E1-gebied. Deze leden hebben tevenskennisgenomen van de verklaring ondertekend door het kabinet en zesandere landen. Is het kabinet voornemens om de Israëlische escalatie bijde Informele Raadsvergadering te agenderen? Zo nee, waarom niet? Zoja, is het kabinet bereid om de woorden ook in daden om te zetten en zoja, met welke maatregelen wil het kabinet de Israëlische regering onderdruk zetten om van het E1-plan af te zien? Wat gaat het kabinet eraandoen om uit te sluiten dat Nederlandse bedrijven betrokken zijn bij debouw van nederzettingen in het E1-gebied?De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van het besluit vande Israëlische autoriteiten om geen strafrechtelijk onderzoek te doen naarde dodelijke aanval op humanitaire hulpverleners van World CentralKitchen in 2024. Deze leden hebben tevens kennisgenomen van deverklaring van het VK, Canada en Australië en van het besluit van Polenom de Israëlische ambassadeur op het matje te roepen. Eist de Ministersamen met deze landen van Israël niets dan de volledige waarheid overde dodelijke aanval en passende vervolging van de daders? Is de Ministerbereid om tijdens de Informele Raadsvergadering hierin met Polen op tetrekken? Zo nee, waarom niet?OverigDe leden van de fractie van PRO hebben tevens kennisgenomen van deaankondiging van nieuwe Amerikaanse sancties tegen het InternationaalStrafhof – dit keer tegen onder meer de voorzitter van het Hof. Is hetkabinet nu eindelijk bereid om in Brussel te pleiten voor activering van hetblocking statute? Zo nee, waarom niet?Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de Informele Raad Buitenlandse ZakenGymnich van 1 en 2 september 2026. Zij hebben hierover enkele vragenen opmerkingen.Afbouw energie import uit RuslandDe leden van de JA21-fractie maken zich zorgen over de onzekerheid rondde voortgang van de Europese afbouw van Russisch gasimport in aanloopnaar het verbod op de invoer van Russisch LNG onder langlopendecontracten per 1 januari 2027. In de eerste helft van 2026 ging vrijwel alleLNG uit het Russische Yamal-project nog naar Europese havens, waarbijFrankrijk, Spanje en België tot de grootste afnemers behoorden. Belgiëbetrok in juli zelfs zijn volledige LNG-import uit Rusland. Ook Nederlandstaat hier niet buiten. Via de Gate-terminal in Rotterdam kwam in heteerste halfjaar bijna 900.000 ton Russisch LNG binnen. In juli importeerdeNederland nog 144 miljoen kubieke meter Russisch LNG, circa 9,5 procentvan de totale Nederlandse LNG-import; meer dan in dezelfde periodevorig jaar. Daar komt bij dat Europese bedrijven de Russische LNG-handelblijven faciliteren, mede als gevolg van uitzonderingen in het meestrecente sanctiepakket die het vervoer van Russisch LNG naar derdelanden onder bestaande contracten mogelijk blijven maken.10 Tegen deze achtergrond vragen de leden van de JA21-fractie zich af hoegeloofwaardig de versnelde Europese afbouw van Russisch LNG is,zolang de invoer op deze schaal doorgaat. Hoe beoordeelt het kabinet datEuropese lidstaten nog altijd op grote schaal Russisch LNG importeren? Ishet kabinet, mede in het licht van verschillende aangenomen Kamer-moties, bereid zorgen over de voortgang van het afbouwpad richting 2027tijdens de komende Gymnich aan de orde te stellen? Acht het kabinetaanvullende maatregelen mogelijk en noodzakelijk om deze import reedsvóór 1 januari 2027 substantieel terug te dringen en zo ja, op welkemaatregelen zet Nederland in?Steun aan OekraïneDe leden van de JA21-fractie zijn benieuwd naar de Nederlandse positieten aanzien van een mogelijke hernieuwde poging tot inzet van degeïmmobiliseerde tegoeden van de Russische centrale bank, waarvan hetovergrote deel bij Euroclear in Brussel wordt aangehouden. Deze ledenzijn in beginsel zeer terughoudend met het aanwenden van deze tegoedenvanwege de mogelijke juridische en financiële risico’s en de gevolgen diedit kan hebben voor het internationale vertrouwen in de euro. Volgensinternationale media heeft de Minister van Financiën de discussie hieroveropnieuw bij zijn Europese ambtsgenoten geagendeerd.Kan het kabinet toelichten welke vorm van inzet van de Russischecentralebanktegoeden het hierbij concreet voor ogen heeft? Op welkewijze tracht Nederland hiervoor opnieuw Europees draagvlak teverwerven, en hoe weegt het kabinet daarbij de risico’s? Ziet het kabinetdraagvlak binnen de EU om dreigende financieringstekorten voorOekraïne op te vangen door toename van bilaterale financiële hulp doorafzonderlijke lidstaten?Straat van HormuzDe leden van de JA21-fractie lezen in de geannoteerde agenda niets terugover het eerdere voorstel van de Hoge Vertegenwoordiger Kallas om deEU-missie Aspides uit te breiden naar de Straat van Hormuz. Mogen dezeleden daaruit afleiden dat dit voorstel niet langer voorligt? Zo nee, wat isde actuele stand van zaken en welke positie neemt het kabinet hieroverin?Toekomst EU-buitenlandbeleidDe leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de discussie over de toekomst van de Europese Dienst voor ExternOptreden (EDEO) en de positie van de Hoge Vertegenwoordiger. Volgensrecente berichtgeving wordt binnen verschillende lidstaten nagedachtover een herziening van de Europese diplomatieke structuur en deverdeling van bevoegdheden tussen de EU-instellingen en de lidstaten.Deze leden achten het van belang dat buitenlandbeleid onder directepolitieke verantwoordelijkheid van de lidstaten blijft vallen.Hoe beoordeelt het kabinet deze discussie? Ziet het kabinet aanleiding omde huidige taakverdeling tussen de EDEO, de Hoge Vertegenwoordiger ende lidstaten (in de toekomst) te heroverwegen? En welke uitgangspuntenhanteert het kabinet hierbij ten aanzien van subsidiariteit?11 II Antwoord/Reactie van de Minister III Volledige agenda −Brief regering d.d. 22-07-2026, Minister van Buitenlandse Zaken,T.B.W. Berendsen – Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van13 juli 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3461).−Brief regering d.d. 20-08-2026, Minister van Buitenlandse Zaken,T.B.W. Berendsen – De geannoteerde agenda voor de Raad Buiten-landse Zaken van 1 en 2 september 2026 (Kamerstuk 21 501-02,nr. 3465).12
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.