KamerkringInloggen
Kamerbrief

Vervalopslag radioactief afval

3 apr 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8cbaf530f0fd5626 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 25 422Opwerking van radioactief materiaal Nr. 289 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3 april 2023 In eerder beantwoorde Kamervragen1 naar aanleiding van de publicatie van een rapport van het RIVM over de opslag van radioactief afval bij ziekenhuizen2, heb ik toegezegd de financiële consequenties van een eventuele verruiming van de termijn voor vervalopslag te onderzoeken en uw Kamer hierover te informeren. Bijgaand treft u twee studies aan die KPMG in opdracht van mijn ministerie heeft uitgevoerd naar de financiële gevolgen van het verruimen van de opslagtermijn voor respectievelijk de ziekenhuissector en COVRA. Vervalopslag is een optie voor laag- en middelradioactief afval waarvan binnen enkele jaren de radioactiviteit is vervallen tot onder de zogeheten vrijgavegrens. Onder deze grens is de radioactiviteit zo gering dat extra toezicht niet langer nodig is en het betreffende materiaal als conventi-oneel afval kan worden behandeld. Vervalopslag draagt zo bij aan de gewenste minimalisatie van radioactief afval. Vervalopslag is op twee manieren mogelijk: ofwel op de locatie van de afvalproducenten door de huidige wettelijke maximale opslagtermijn van twee jaar te verruimen naar een langere periode, ofwel door gebruik te maken van de bestaande faciliteit bij COVRA. Uit het eerste KPMG-rapport blijkt dat de ziekenhuissector een positieve financiële impact kan ervaren van de verlenging van de opslagtermijn. Er komen echter ook belangrijke aandachtspunten naar voren waarmee rekening gehouden moet worden bij een eventuele beleidswijziging, zoals de onzekerheid over zowel de toekomstige tarieven van COVRA als over de hoeveelheid radioactief afval die ziekenhuizen in de toekomst zullen produceren. Ook is de beperkte houdbaarheid van de gebruikte opslag-1Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 957.2De tijdelijke opslag van radioactief afval in ziekenhuizen | RIVM. kst-25422-289ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 25 422, nr. 2891 vaten een punt van zorg, evenals het feit dat vrijgegeven afval niet altijd door reguliere afvalverwerkers wordt geaccepteerd. Uit het tweede KPMG-rapport blijkt dat COVRA (beperkte) negatieve financiële gevolgen kan ondervinden van verlenging van de opslagtermijn bij de producent van het afval. In de verkenning naar de optimalisatie van vervalopslag in Nederland heeft de ziekenhuissector als proeftuin gediend. Hoewel het eerdere onderzoek van het RIVM aantoont dat het langer opslaan van radioactief afval bij ziekenhuizen veilig kan, is hiermee niet gezegd dat dit voor alle sectoren het geval is. Omdat het beleid rondom vervalopslag in beginsel niet sectorgebonden is, zou het wettelijk verlengen van de opslagtermijn kunnen leiden tot kleine opslagfaciliteiten bij ziekenhuizen en bedrijven in heel Nederland, hetgeen meer toezicht door de ANVS zou kunnen vergen. De beleidsconclusie op basis van de twee onderzoeken is dat het verlengen van de opslagtermijn bij ziekenhuizen en bedrijven geen optimale oplossing is om radioactief afval te minimaliseren. In de periode dat de KPMG-onderzoeken plaatsvonden, heeft zich echter een mogelijke alternatieve oplossing aangediend in de vorm van vervalopslag bij COVRA. Deze optie zou vergelijkbare voordelen in de vorm van afvalmini-malisatie en lagere tarieven kunnen hebben als vervalopslag bij zieken-huizen en bedrijven, terwijl deze optie niet de nadelen van een mogelijk hogere toezichtlast en aanpassing van wet- en regelgeving met zich meebrengt. Bovendien sluit deze optie beter aan bij het beleidsprincipe van centrale opslag van radioactief afval. Tot nu toe is er nog geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden voor vervalopslag bij COVRA. Daarom is COVRA gestart met een verkenning van de mogelijkheden om faciliteiten voor vervalopslag te optimaliseren en actief aan te bieden aan haar klanten, in eerste aanzet ziekenhuizen. In de tariefstructuur die COVRA nu hanteert is er geen onderscheid naar vervaltermijn voor standaard afval. Bedrijven betalen momenteel, ongeacht de vervaltermijn, voor (overigens) gelijksoortig standaard radioactief afval hetzelfde tarief. COVRA verkent nu of voor radioactief afval dat binnen afzienbare tijd vervalt een lager tarief gerekend kan worden dan voor afval dat een langere vervaltermijn kent. Dit zou met name voor ziekenhuizen interessant kunnen zijn, omdat een belangrijk deel van hun radioactief afval binnen acht jaar vervalt. COVRA verwacht haar verkenning in de loop van 2023 te kunnen afronden en zal het departement op de hoogte stellen van de bevindingen. Daarna zal ik uw Kamer in een verzamelbrief hierover informeren. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A. HeijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 25 422, nr. 2892

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a35920fa39b0d3a9

14 okt 2026 · 3e910992f380a074

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.