KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 oktober 2025, over Staat van het Consulaire 2024 en 2025

4 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b9abaad0ee0592b9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken (V) voor hetjaar 2026Nr. 18 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 4 november 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 2 oktober 2025overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken,over:−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 25 juni2025 inzake consulaire ondersteuning aan gestrande Neder-landse reizigers in het Midden-Oosten (Kamerstuk 23 432,nr. 566);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 23 juni2025 inzake ontwikkelingen in het Midden-Oosten en consu-laire ondersteuning aan gestrande reizigers (Kamerstuk23 432, nr. 565);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 juni2025 inzake voortgang registratie hoogrisico-AI en impact-volle algoritmes (Kamerstuk 26 643, nr. 1348);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 26 sep-tember 2025 inzake Staat van het Consulaire 2025 (Kamerstuk36 800 V, nr. 10);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 juni2024 inzake Staat van het Consulaire 2024 (Kamerstuk36 410 V, nr. 88);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 26 okto-ber 2023 inzake reactie op verzoek commissie over devisumproblematiek (Kamerstuk 36 410 V, nr. 14);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d.25 november 2024 inzake invoering luchthaventransitvisum-plicht Centraal-Afrikaanse Republiek, Mauritanië, Senegal enTsjaad (Kamerstuk 19 637, nr. 3317);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d.18 november 2024 inzake reactie op verzoek commissie omvoor begrotingsbehandeling de uitwerking van de bezuinigin-gen op het postennet te ontvangen (Kamerstuk 36 600 V,nr. 11); kst-36800-V-18ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 181 −de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 15 janu-ari 2025 inzake ontbieden Venezolaanse zaakgelastigde(Kamerstuk 29 653, nr. 65);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 janu-ari 2025 inzake voortzetting samenwerking met gespeciali-seerde partners gedetineerdenbegeleiding (Kamerstuk 30 010,nr. 61);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 19 sep-tember 2025 inzake antwoorden op vragen commissie over dekabinetsreactie op uitspraak in kort geding over 42 voorma-lige Afghaanse ambassadebewakers (Kamerstuk 27 925,nr. 1012) (Kamerstuk 27 925, nr. 1013);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 25 sep-tember 2025 inzake toezegging tijdlijn sluiten ambassades enconsulaten-generaal tot en met begrotingsbehandeling 2026(Kamerstuk 36 800 V, nr. 8);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 oktober2025 inzake kabinetsreactie op het bericht dat Israëlischemilitairen aan boord gaan van schepen van de Global SumudFlotilla (Kamerstuk 23 432, nr. 612).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,KlaverDe griffier van de commissie,WesterhoffTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 182 Voorzitter: KahramanGriffier: WesterhoffAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Van der Burg,Dobbe, Kahraman, Paternotte, Piri en Teunissen,en de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 16.02 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Ik open de vergadering van de vaste commissie voorBuitenlandse Zaken. Vandaag staat de Staat van het Consulaire 2024 en2025 op de agenda. Ik heet de Minister en zijn staf van harte welkom.Natuurlijk ook een woord van welkom aan de commissieleden. Ikattendeer de commissieleden erop dat er nog een tweetal brieven zijntoegevoegd aan de agenda.Ik laat vier interrupties toe. Ik hanteer hier hetzelfde regime als bij eenandere commissie. Ik beschouw een interruptie onder de 40 secondengewoon als één interruptie, maar een interruptie boven de 40 secondenbeschouw ik als twee interrupties. Dan ga ik starten met de inbreng vande heer Paternotte namens D66.De heer Paternotte (D66):Dank u wel, voorzitter. Het zal voor u waarschijnlijk de laatste keer zijn datu een commissiedebat voorzit, dus ik wil u danken voor alle keren dat uonze voorzitter hebt vervangen. We hebben gelukkig nog wel een aantaldebatten met elkaar; we hebben er in ieder geval ook nog één over tweeweken. Het is een wat chaotische dag. Ik moet zo meteen ook de verga-dering alweer verlaten. Ik zal dus proberen mijn vragen zo beleefdmogelijk te stellen, zodat de Minister ze wel goed gaat beantwoorden, ookal weet hij dat mijn medewerkers aan het meeluisteren zijn, of ik alleen.Voorzitter. Een recordaantal Nederlanders in het buitenland heeft zichgeregistreerd om te gaan stemmen. Dat is heel goed nieuws. De Neder-landse verkiezingen gaan namelijk over alle Nederlanders, waar ter wereldje ook woont. Hier in Den Haag wordt immers bepaald welke nationaliteiteen Nederlander mag hebben, of je een Nederlandse betaalrekening kankrijgen en hoelang je moet reizen om je paspoort te verlengen. Wat D66betreft moeten we dat ook allemaal zo snel en zo goed mogelijk gaanregelen. Ik hoop op steun van deze Minister, want hij heeft zelf een tijd inBrussel gewoond. Ik wil hem daarom vragen of hij zich kan voorstellen dathij dan naar de ambassade in Boedapest had moeten afreizen om zijnpaspoort te verlengen. Dat zijn namelijk het soort afstanden die Neder-landers in Brazilië of Indonesië wél vaak afleggen. Al dat gereis is echthopeloos ouderwets; het kabinet laat met het verhogen van de vliegtakssubtiel weten daar eigenlijk ook zo over te denken. Het is 2025. Dat zoubeter moeten kunnen. Wanneer gaan we dit digitaliseren? Toen ik MinisterBrekelmans ernaar vroeg, zei hij dat hij dat als Kamerlid al een goed ideevond, maar dat ik hiervoor echt bij de nieuwe Minister van BuitenlandseZaken moest zijn. Dus bij dezen: kunnen we een alternatief bedenken voorde fysieke verschijningsplicht? Als Frankrijk en België hier stappen opkunnen zetten, waarom zou Nederland dat dan niet kunnen? De dienstver-lening van ambassades staat immers al onder druk. Er is sprake van eenpaspoortpiek. De bezuinigingen die het kabinet doorvoert, komen daarnog bij. Hoe denkt de Minister te kunnen voorkomen dat de dienstver-lening aan Nederlanders in het buitenland nog verder achteruitgaat?Voorzitter. Het leven van Nederlanders in het buitenland staat niet stil. Erwordt getrouwd, er wordt soms gescheiden of er worden kinderengeboren. Als je in het buitenland woont tijdens een grote gebeurtenis, dankan je dat niet wijzigen in de burgerlijke stand. Dat kan pas weer als jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 183 terugkomt naar Nederland en je opnieuw inschrijft in een gemeente. Datklinkt misschien niet zo spannend, maar dat brengt wel allemaalrompslomp met zich mee. Als je bijvoorbeeld een uittreksel nodig hebt uitde Basisregistratie Personen, dan mist daar dus cruciale informatie. Ikvraag mij daarom af waarom dit zo geregeld is. Wil de Minister toezeggenom dit misschien wél mogelijk te gaan maken? Dit is niet de enige regeldie Nederlanders in het buitenland in de weg zit. Er gaat bijvoorbeeld ookveel tijd kwijt aan controles op een dubbele nationaliteit. Het kwijtrakenvan je nationaliteit kan grote gevolgen hebben. Wij pleiten voor hetversimpelen van die regels en het toestaan van het hebben van eendubbele nationaliteit. Ik wil aan de Minister vragen of hij erkent dat dedruk op de dienstverlening zou worden verlaagd als je dit soort controlesniet meer nodig zou hebben en de posten zich ook niet meer bezig hoevente houden met voorlichting daarover. Dat is het praktische voordeel. Wijhebben overigens ook een initiatiefwet opgesteld samen met GroenLinks-Partij van de Arbeid om het überhaupt te kunnen gaan regelen.Dan over de Global Sumud Flotilla. De Minister heeft daar net een briefover gestuurd. Hij geeft daarin aan dat hij erbij betrokken is. Ik wil hemoproepen om alles te doen wat in zijn macht ligt om onze landgenoten zosnel mogelijk weer op Nederlandse bodem te krijgen.Voorzitter, tot slot. Vanavond stemmen we over het lot van 42 Afghaansebewakers en hun gezinnen. Het zijn bewakers die met gevaar voor eigenleven onze mensen veilig hebben gehouden. Het kabinet zegt dat ereigenlijk geen berichten zijn dat die bewakers nu gevaar zouden lopen. Devraag die ik heb, is of het echt zo is dat we geen enkel bericht hebben. Welezen namelijk dat er bij het kort geding getuigenissen zijn afgelegd.Daaruit blijkt dat een van hen een brief heeft gekregen waarin staat dat hijheeft samengewerkt met ongelovigen en dat hij zich moet melden bij deautoriteiten. Ook blijkt dat er mensen op straat zijn aangevallen, onderandere met messteken. Staat de Minister echt achter de woorden dat wijgeen berichten hebben over dat deze voormalige bewakers gevaarlopen?Ik zou de simpele oproep aan hem willen doen om de stemming vanvanavond overbodig te maken, door toe te zeggen deze mensen, dezekleine groep, wel te laten komen. Zijn voorganger heeft zich hierin verslikt.Laat het niet op een eindeloos slepende zaak aankomen. Het mag en kanniet zo zijn dat we die mensen, die willens en wetens hun eigen veiligheidvoor ons op het spel hebben gezet, zo hard laten vallen.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Ik zie geen interrupties. Dan ga ik over naarmevrouw Piri namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Na het rapport van de commissie-Ruys kwamen deKamer en het kabinet tot de conclusie dat de afgebakende groepAfghaanse bewakers van de ambassade en van de missie alsnog naarNederland moest worden overgebracht, vanwege aanhoudende signalenover hun veiligheid. Vervolgens was een van de eerste besluiten van hetkabinet-Schoof om deze belofte weer ongedaan te maken. De argumen-tatie was dat het onmogelijk was om gefundeerde uitspraken te doen overde redenen voor de dreigementen. Minister van Weel herhaalde dezeuitspraak deze maand nog en claimde dat hij geen berichten heeftontvangen waaruit blijkt dat bewakers gevaar lopen vanwege hunwerkzaamheden voor de Nederlandse ambassade. Hoe is dit mogelijk?Het kabinet beschikt namelijk op z’n minst al weken over bewijs van hettegenovergestelde. Gisteren lazen we in de NRC dat de bewakers die voorNederland de overgebleven spullen op Camp Seitz bewaakten indecember 2022 op een gewelddadige manier zijn overvallen en meerderedagen zijn gegijzeld door de taliban. Gegijzeld door de taliban omdat zevoor Nederland werkten! Een bewaker verklaart dat hij is aangevallenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 184 door drie leden van de taliban waarbij hij meerdere keren met een mes isgestoken. Hij werd voor dood achtergelaten. Een andere bewaker werdopgepakt, ondervraagd en geslagen met een kabel. De taliban refererenbij al deze mishandelingen aan hun werk voor westerlingen of zelfsexpliciet naar hun werk voor de Nederlandse overheid.Was de Minister op de hoogte van de gewelddadige gijzeling van debewakers op Camp Seitz toen deze plaatsvond? Is de Minister op een latermoment op de hoogte gesteld? En als het antwoord hierop nee is: hoe kanhet dat deze informatie de Minister nooit heeft bereikt? Wat is er na dezegijzeling gedaan om de bewakers in veiligheid te brengen, wetende dat detaliban de persoonsgegevens van de bewakers in bezit kregen en nogsteeds hebben? Is er behalve een e-mail naar de ex-werkgever van debewakers gedegen onderzoek gedaan naar de veiligheid van onzeoud-medewerkers? Op welke manier heeft de Minister geverifieerd dat deex-werkgever ook daadwerkelijk in contact stond met de bewakers? Heefthet ministerie berichten gekregen van de bewakers zelf? En op welkemanier heeft het ministerie zich ingespannen om de veiligheidsrisico’s tebeoordelen en hier opvolging aan te geven? In navolging van wat collegaPaternotte zei: is het kabinet bereid om alsnog recht te doen aan eeneerder besluit van de Kamer en van het vorige kabinet, nu blijkt dat onzeoud-medewerkers wel degelijk gevaar lopen vanwege het werk dat zededen voor Nederland?Voorzitter. Dan een ander punt, over journalisten in Rusland die het risicolopen vervolgd te worden vanwege het belangrijke werk dat zij daar doen.Het is de taak van democratische landen om journalisten te beschermendie aan waarheidsvinding doen in een land waar de propagandamachinedag en nacht draait. Er zijn journalisten die door de risico’s die zij lopeneen multiple-entry Schengenvisum proberen te bemachtigen. De Ministeris ongetwijfeld ook bekend met een aantal individuele gevallen. Op welkemanier zet hij zich in zodat journalisten een visum krijgen en zij kunnenvluchten wanneer er gevaar dreigt?Voorzitter. Dan een punt over Kaapverdië, waar ondanks de historischebanden die we met het land hebben zeer geringe vertegenwoordiging zit.Is de Minister bereid te onderzoeken hoe Nederland zijn diplomatieke enconsulaire aanwezigheid in Kaapverdië kan versterken?Voorzitter. Terwijl we hier spreken, is er een demonstratie gaande voor hetministerie om op te komen voor de activisten die inmiddels waarschijnlijkop Israëlisch grondgebied zijn. Ik moet zeggen dat ik de brief zeersummier vond, dus hierbij de kans aan de Minister om aan te geven hoeonze staatsburgers worden beschermd en wat voor acties hier nog opgaan volgen.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dan ga ik naar de heer Van Baarle namens DENK.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter, dank u wel. Ik begin met de opvarenden van de Global SumudFlotilla, die de Israëlische blokkade van Gaza wilden doorbreken en demensen in Gaza wilden helpen. Deze opvarenden zijn wat ons betreftallemaal helden en heldinnen. Ze zijn nu in Israëlisch gevangenschap enwij moeten ze steunen. Dat zij de zee en het Israëlische bezettingslegertrotseerden, is iets waar wij een voorbeeld aan moeten nemen. Ze zijnmeermaals bedreigd, geïntimideerd en aangevallen. Hun schepen zijnbinnengedrongen en uiteindelijk zijn ze dus vastgezet in Israëlischegevangenschap. Het kan echt niet dat mensen die doen wat eigenlijk deinternationale gemeenschap zou moeten doen, namelijk de mensen inGaza helpen, nu door de genocidestaat Israël zijn opgepakt.Deelt de Minister de opvatting dat de blokkade van Gaza illegaal is? Deelthij ook de opvatting dat de manier waarop Israël de schepen is binnenge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 185 drongen en onder dreiging van geweld opvarenden heeft vastgezetillegaal is? Welke hulp biedt Nederland nu concreet aan de opvarendenvan de Flotilla buiten het doen van algemene oproepjes in de richting vanIsraël? Is de regering bereid om sancties te verbinden aan het handelenvan Israël? De premier zei vandaag dat hij snapt dat Israël een grens heeftgetrokken en de opvarenden zijn opgepakt, omdat ze wisten dat ze eenrisico liepen. Hij voelde er niets voor om bij Israël aan te dringen opversnelde vrijlating. Hoe kan de premier dit zeggen? De premier biedt hiereigenlijk een legitimering voor het handelen van Israël; hoe kan hij datdoen? Kan deze Minister de Israëlische entering van de Flotilla gewoononomwonden veroordelen en alles uit de kast trekken om de opvarenden,in het bijzonder de Nederlandse opvarenden, thuis in veiligheid te krijgen?Voorzitter. We zien de onvoorstelbare houding van Nederland ook waarhet gaat om de medische evacuatie van Palestijnse kinderen. Ik wil graagingaan op de brief die de Minister vandaag verstuurde. Vandaag hoordenwe namelijk van medische experts dat Palestijnse kinderen in tranchesvan 30 kinderen op korte termijn in Nederlandse ziekenhuizenopgevangen zouden kunnen worden voor specialistische zorg. Decapaciteit en de bereidwilligheid zijn er gewoon. Waarom schrijft deMinister dan in zijn brief dat het aantal kinderen dat Nederland zoukunnen opnemen maar zeer beperkt zal zijn? Dit is gewoon aantoonbaarniet waar. Waarom gaat Nederland nog steeds slechts «bezien inhoeverre» deze kinderen in Nederland kunnen worden geholpen? Waaromzegt de regering dit niet gewoon toe? Gaat Nederland nou zo veelmogelijk van deze kinderen in Nederland helpen, ja of nee? Op welkemanier wordt er druk op Israël gezet om de grens bij Rafah te openen ende referral corridor van Gaza naar Oost-Jeruzalem te hervatten?Voorzitter. Het kan ook niet zo zijn dat onze consulaire dienstverlening inIsraël als vanouds blijft functioneren terwijl er een genocide gaande is.Dat is onacceptabel. Toch hebben we op dat gebied geen maatregelengezien die een sterk signaal aan Israël afgeven. De economische afdelingvan de Nederlandse ambassade in Tel Aviv onderneemt nog altijdhandelsbevorderende activiteiten en geeft advies. De Minister hadtoegezegd een overzicht van alle handelsbevorderende maatregelen tegeven. Naar mijn weten is dat er nog niet. Dus ik vraag aan de Ministerwaar die lijst blijft. Maar waarom kan Nederland niet gewoon toezeggendat alle handelsbevordering met de genocidale staat Israël stopt en we dieeconomische post sluiten?Tot slot, voorzitter. Wij sluiten ons van harte aan bij de vragen die de heerPaternotte en mevrouw Piri hebben gesteld over de Afghaanse bewakers.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Aan de nieuwe leden geef ik aan dat ik vierinterrupties toelaat. Boven de 40 seconden reken ik die als twee. Dan ga iknaar de inbreng van mevrouw Dobbe namens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. In de NRC, van een dag geleden, staan schokkendegetuigenissen van de voormalige bewakers van de Nederlandseambassade in Kabul. De Nederlandse Staat heeft een kort geding verlorenvan 42 voormalige bewakers van de Nederlandse ambassade in Kabul.Vanwege hun werk worden zij al jarenlang bedreigd, geïntimideerd engemarteld. Zij hadden al naar Nederland gehaald moeten worden. Het ishardvochtig dat dit nog niet is gebeurd. Deze mensen zitten vast. Op2 september beval de kantonrechter dat de bewakers naar Nederlandmoesten worden gehaald, omdat ze risico’s lopen vanwege hunvoormalige werk. Wat doet de Nederlandse Staat nu zelfs de rechter datzegt? Die gaat in hoger beroep, wetende dat deze mensen niet veilig zijn.Vindt u dat niet beschamend? De vorige Minister, Minister Veldkamp, zeiTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 186 dat er geen gevallen bekend zijn van bewakers die problemen onder-vonden vanwege hun werk bij de ambassade. In het vorige debat deeldenwe al de berichten die er toen al wel waren, van de bedreigingen en zelfsde martelingen. Die verhalen zijn al jaren bekend, achterhaald doorjournalisten of gedeeld door de bewakers zelf.Door het kort geding zijn de verhalen van bedreiging en marteling weergedeeld. Toch hoorden we vorige week in de beantwoording van devragen hierover dat het kabinet tot op heden geen bericht heeftontvangen waaruit blijkt dat deze bewakers gevaar lopen vanwege hunvoormalige werk voor de Nederlandse ambassade. Houdt het kabinet dezestellingname nog steeds vol? Hoe zit het? Wanneer wist dit kabinet dat erwel degelijk signalen zijn dat deze bewakers gevaar lopen? Graag een heelprecies antwoord. Wat heeft de Nederlandse regering gedaan om deveiligheid van de bewakers te onderzoeken? In de stukken die bekend zijngemaakt, zien we vooral dat er een paar mailtjes zijn gestuurd naar deex-werkgever, terwijl het bekend was dat die niet meer met iedereen incontact stond. Klopt dat? Graag ook hierop een heel precies antwoord.Voorzitter. Dan de Flotilla. Daar zijn Nederlandse staatsburgers aan boord,of ze zijn al van boord gehaald en worden nu vastgehouden. Ze doen ditvanwege een illegale blokkade van humanitaire hulp door Israël. Erkent deMinister dat het blokkeren van humanitaire hulp illegaal is? Veroordeelt deMinister het blokkeren van humanitaire hulp door Israël of is het kabinetdaarop teruggekomen? Erkent de Minister dat het inzetten van voedsel ofhonger als wapen een oorlogsmisdaad is? Erkent de Minister dat hetvasthouden van hulpverleners illegaal is? Graag een antwoord op al dezevragen. Als de Minister dit erkent, wat volgens mij niet anders kan, hoekan het dan zijn dat we horen dat Minister-President Schoof vanmiddagheeft gezegd dat hij het wel snapt dat Israël Nederlandse staatsburgersoppakt, en dat hij niet van plan is om een omroep te doen aan deIsraëlische regering om deze Nederlandse staatsburgers versneld vrij telaten? Hoe kan dat? Neemt u daar afstand van? Hoe verhoudt dit zich metwat er in de zojuist ontvangen brief staat, namelijk dat de veiligheid en hetwelzijn van de Nederlandse opvarenden voor het kabinet de eersteprioriteit heeft? Welke consulaire bijstand krijgen deze Nederlandsestaatsburgers nu wel?Voorzitter. Dan medische evacuaties van Gazaanse kinderen. Gisteren konhet nog niet, vandaag kan het wel. Het kabinet ziet nu ook wat hulpver-leners, artsen en wij al wekenlang zeggen, namelijk dat er doodzieke ofgewonde kinderen zijn voor wie er geen zorg zal zijn in de regio of voorwie de zorg te laat zal komen. Het is keihard nodig. We hoordenvanochtend in de rondetafel hier in de Tweede Kamer van de ziekenhuizendat er capaciteit beschikbaar is voor tientallen kinderen zonder dat het tenkoste gaat van de zorg voor Nederlandse kinderen. Wat kunnen wij nuwanneer verwachten van dit kabinet?Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Ik heb even met de griffier overlegd metbetrekking tot de inbreng van de heer Van Baarle over Gazaanse kinderen.We hebben hierna een commissiedebat over de situatie in de wereld. Ikhad hem daar wat gepaster gevonden, maar ik heb ’m laten gaan, dus wegaan ook gewoon daarover debatteren; dat is geen enkel probleem. Dangeef ik het woord... Ik zie dat mevrouw Teunissen eerst wil. Ik zag de vraagal naar u toe komen, meneer Van der Burg. Als de heer Van der Burg ergeen probleem mee geeft, dan geef ik het woord aan mevrouw Teunissennamens de Partij voor de Dieren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Heel erg veel dank aan de heer Van der Burg. Ik moet zo naar een anderdebat. Vandaar dat het heel fijn is dat ik mijn bijdrage nu even kan doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 187 Voorzitter. Ik zou graag willen beginnen met de Global Sumud Flotilla. Dieis onderschept door het Israëlische leger, aangevallen en geënterd. Deopvarenden, onder wie Nederlandse burgers, zijn aangehouden. Dit zijnvreedzame mensen die met moed voedsel en medicijnen proberen tebrengen naar een bevolking die leidt onder genocide en door een illegaleblokkade wordt verhongerd. De veiligheid van die vreedzame activisten isnu in gevaar. Het Nederlandse kabinet heeft tot nu toe op geen enkelemanier bescherming geboden aan deze mensen. Mijn vraag aan hetkabinet is: waarom niet? Ik heb de brief van de Minister gelezen. Ik vindhet uitermate teleurstellend dat er niets wordt gedaan om de druk bijIsraël op te voeren. Het is tijd voor sancties om te laten zien dat we palstaan voor het internationaal recht en de bescherming van deze mensen,en om te helpen de druk op te voeren om de genocide in Gaza te stoppen.Graag een reactie.Voorzitter. Dan de Afghaanse bewakers. Het is uitermate beschamend. Wehebben hier zo vaak debatten over gevoerd. Daarbij zei het kabinet dat erheel moeilijk een link te leggen is tussen de taliban en de vraag of demensen die voor ons hebben gewerkt in gevaar zijn. Dat blijkt dushelemaal niet waar te zijn als we kijken naar de getuigen in NRC. Nou gaatde Nederlandse Staat ook nog in beroep tegen een uitspraak van derechter. Ik vind het echt ronduit beschamend. We maken ons totaalongeloofwaardig als het gaat om pal staan voor de bescherming van diemensen. We hebben daar een ereschuld. Het is natuurlijk hoog tijd datNederland ook deze mensen veilig naar Nederland haalt, dus ook graagdaarop een reactie.Voorzitter. Tot slot de evacuatie van de kinderen. Ook daarbij is er weereen verbazingwekkende reactie. Waarom zegt het kabinet «te bezien» ofhet Nederlandse kinderen kan opvangen? De Kamer heeft vandaag metontzettend veel hulporganisaties gesproken, mensen van de grond die inGaza of Egypte werken. Die laten heel duidelijk zien dat er dan veelkinderen zullen overlijden, als ze nu nog langer wachten met kinderenhiernaartoe brengen. De ziekenhuizen staan klaar; de kinderziekenhuizenstaan klaar. En dan zegt het kabinet dat het gaat bezien of Nederlandkinderen kan opvangen. Het is ook hier weer totaal ongeloofwaardig alshet gaat over het internationaal recht. Er komt dan ook een discussie overof die kinderen dan wel begeleiders kunnen meenemen. Je kunt kinderentoch niet aan hun lot overlaten en alleen naar Europa sturen? Dat gaat ooktegen het Kinderrechtenverdrag in. Als je voor het internationaal rechtstaat, zou je niet eens de suggestie mogen wekken dat kinderen, als ze alhierheen komen, alleen zouden reizen. Dus heel graag een reactie hierop.Alle hulporganisaties zeggen dat het kan. Ik zou ook heel graag van dezeMinister willen horen dat hij niet gaat bezien of de kinderen die medischezorg nodig hebben hier in Nederland kunnen worden opgevangen, maardat hij dat ook gewoon gaat doen.Dank u wel.De voorzitter:Dank aan mevrouw Teunissen voor haar inbreng. Dan ga ik naar de heerVan der Burg namens de VVD.De heer Van der Burg (VVD):Voorzitter. Ik begin en eindig met de brief van de Minister van vanochtendover medische evacuatie. Ik begin met te zeggen dat ik het niet eens benmet de voorzitter, die zei dat de behandeling van die brief eigenlijkthuishoort in het volgende debat. We hebben namelijk juist het volgendedebat gecreëerd om het níét te hebben over Gaza. Dat debat is er juist omhet ook te hebben over andere conflicten en andere ellende in de wereld.Denk daarbij aan Sudan. Het was de achterliggende gedachte – toevalligwas ik de aanvrager van dat debat – om het daar te hebben over Sudan,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 188 over Congo, over Mali en überhaupt over de Sahel. Volgens mij moetenwe dat dus juist niet doen. Dat wilde ik even vooraf zeggen.Voorzitter. Een belangrijk onderwerp zijn de Afghaanse bewakers. Ik gadaar inhoudelijk niks over zeggen. Waarom ga ik daar inhoudelijk niksover zeggen? Het oorspronkelijke besluit van het vorige kabinet – ikbedoel daar het kabinet-Rutte IV mee, voor de helderheid – waarin gezegdwerd dat er wel actie zou worden ondernomen, was ondertekend dooreen drietal bewindslieden. Dat waren de Minister van Buitenlandse Zaken,de Minister van Defensie en de desbetreffende Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid, zijnde ikzelf. Ik zou dan dus commentaar moetengeven op wat ikzelf indertijd vond, hoe mijn partij daarop heeft gerea-geerd en wat de rechter daarvan vond. Dat lijkt me gewoon niet netjes. Ikhoor daar terughoudend in te zijn. In het vorige debat zat Christianne vander Wal daarom op deze stoel. Ulysse Ellian, de nieuwe woordvoerder vanDefensie, had nu ook hier op deze stoel moeten zitten, maar hij kon niet. Ikzit er daarom vandaag, omdat er ook nog andere punten behandeldworden. We zullen als VVD daar uiteraard op een later moment wel eenstandpunt over innemen, ook als er besluitvorming komt, maar dan zalhet de heer Ellian zijn die dat standpunt verkondigt. Voor nu kan ik dusniet meer zeggen dan dat ik buitengewoon geïnteresseerd ben in debeantwoording van de Minister, op basis van wat mijn collega’s hebbengevraagd. Dit is namelijk wel een onderwerp dat stevig leeft binnen deVVD-fractie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp dit. Ik begrijp dit. We zitten vanavond alleen ook met eenstemming. Ik had het wel fijn gevonden om te weten waar de VVD-fractie,een van de twee partijen die nog in het kabinet zit, staat. Dat gezegdhebbende, wat kan de heer Van der Burg wel zeggen over het artikel inNRC, waaruit blijkt dat onder anderen onze oud-medewerkers gegijzeldzijn door de taliban? Ik was geschokt, want volgens mij is dit nieuweinformatie. Ik hoor gewoon graag, voor zover dat kan, in hoeverre de heerVan der Burg daarop kan reageren.De heer Van der Burg (VVD):Dit artikel en de informatie die daarin stond, waren ook voor deVVD-fractie nieuw. Uw vragen aan de Minister zijn dan ook meer danterecht. Ik denk dat de beantwoording van de Minister niet alleen een rolkan spelen in de besluitvorming van alle partijen vanavond, maar ook inhet hoger beroep dat nu dient. De rechter heeft daarbij overigens in deeerste aanleg een standpunt ingenomen dat aansloot bij het standpuntvan het vorige kabinet en bij het standpunt van de partij van mevrouwPiri.De voorzitter:Ik zie geen vervolginterruptie van mevrouw Piri. Ik zag wel mevrouwDobbe. Ik geef mevrouw Dobbe ... Mevrouw Dobbe heeft het woord.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap dit dilemma dat de heer Van der Burg schetst over wel of nietreageren, hoor. Maar mevrouw Piri zegt het terecht, er zit vanavond weleen stemming aan te komen. Het is ook niet alsof we voor het verkiezings-reces nog heel veel andere momenten hebben om het hierover te hebben.U moet dus maar even kijken of u hier iets over kan zeggen; ik hoop hetwel. U was natuurlijk wel ... Sorry, ik bedoel: de heer Van der Burg wasnatuurlijk wel nauw betrokken bij het tot stand komen van de standpuntenonder Rutte IV; dat beschrijft hij nu zelf ook. Zijn de omstandigheden, naarde mening van de heer Van der Burg, veranderd, in die zin dat zemisschien een ander besluit zouden rechtvaardigen? Zijn die omstandig-heden die hij nu ziet daadwerkelijk veranderd: de omstandigheden waarinTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 189 die bewakers leven, de bedreigingen die ze krijgen, de omstandighedendie de reden waren waarom Rutte IV toen heeft besloten tot ditstandpunt?De voorzitter:Dit reken ik als twee interrupties.De heer Van der Burg (VVD):Het standpunt dat Rutte IV innam, sluit aan bij het standpunt dat derechter in eerste aanleg heeft ingenomen. De informatie die wij in de NRChebben gelezen, zal de casus van de bewakers in mijn ogen niet slechtermaken. Dat wil ik er voor nu even over zeggen.Voorzitter. Dat gezegd hebbende, en als er geen interrupties meer zijn,wilde ik doorgaan met het punt van de Flotilla. Ook anderen zijn daar alover begonnen. Ik blijf even weg bij wat wij van de acties vinden, wantfeitelijk gaat het daar niet om. De vraag of iemand een misdaad heeftgepleegd binnen de wetgeving van het land waar hij of zij verkeert, laatonverlet dat er in ieder geval consulaire hulp dient te worden gegeven alseen Nederlandse burger in een ander land te maken krijgt met justitie. Eris vast te stellen dat daar op z’n minst sprake van is. Dat staat los van ofhier sprake is van iets wat het kabinet al dan niet ondersteunt. Ook als hetkabinet, net als de regering van Israël, zou vinden dat hier sprake is vanmensen die een overtreding of een misdrijf hebben gepleegd, dan geldtnog steeds dat wij mensen in het buitenland consulaire hulp bieden ophet moment dat ze met justitie te maken hebben. In dit specifieke gevalkomt nog wel de vraag aan de orde of het kabinet vindt dat hier sprake isgeweest van het schenden van het internationaal recht. Alleen, dat staatwat mij betreft los van het eerste punt, dat aan de mensen met deNederlandse nationaliteit sowieso consulaire hulp moet worden geboden.Op het moment dat de tweede vraag positief of negatief wordt beant-woord, kan daar de vraag uit voortkomen welke acties het kabinetonderneemt. Even los van de inhoudelijke teksten van mijn collega’s: ikondersteun sowieso de vragen met betrekking tot de consulaire onder-steuning.Voorzitter, dan een ander punt. We hebben laatst een debat gehad over debezuinigingen van het kabinet op de consulaire posten, met wat ik evenoneerbiedig «een tussenminister» van Buitenlandse Zaken noem.De voorzitter:Kunt u tot een afronding komen?De heer Van der Burg (VVD):Daar is heel nadrukkelijk de vraag gesteld: wil het kabinet geenonomkeerbare zaken doen, opdat de nieuwe Kamer daar nog een besluitover kan nemen? Graag een reactie.Dan tot slot, voorzitter ...De voorzitter:U bent echt ruim over uw tijd heen.De heer Van der Burg (VVD):Dan houd ik nu mijn mond.De voorzitter:Dank daarvoor. Ik zie geen interrupties meer. O, u heeft een interruptierichting de heer Van der Burg?De heer Van Baarle (DENK):Ja, want ik kan mij voorstellen dat het laatste onderwerp dat de heer Vander Burg wilde inbrengen wellicht de brief van de Minister over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1810 medische evacuaties was. Ja, dat was het, hoor ik. In dat geval kan ik doorhet stellen van een vraag de heer Van der Burg wellicht helpen om eengedeelte van zijn inbreng naar voren te brengen. Mijn vraag gaat over hetvolgende. In de brief van de Minister staat dat de inzet van de Neder-landse regering is om slechts enkele kinderen waarbij er sprake is van eenurgente, medische noodzaak hier in Nederland te behandelen. Tegelij-kertijd weten we van de experts – meneer Van der Burg was erbij – dat demogelijkheid er is om hier in Nederland in een aantal weken in ieder gevaltientallen kinderen en in een periode van iets meer weken zelfs honderdenkinderen te kunnen helpen. Hoeveel kinderen vindt de VVD dat we hier inNederland zouden moeten helpen, ook in relatie tot wat de experts onsvanochtend hebben aangegeven?De voorzitter:Dit zijn twee interrupties.De heer Van der Burg (VVD):Had ik meer tijd gehad, dan had ik in ieder geval gereageerd op datgenewat mevrouw Teunissen nog inbracht, maar dan in vragende zin aan deMinister, omdat ik de brief van de Minister anders heb geïnterpreteerddan mevrouw Teunissen deed. Mevrouw Teunissen interpreteerde de briefnamelijk alsof het kabinet nu gaat bekijken óf er enkele kinderen komen,waarmee de kwestie dus nog niet zo aan de hand zou zijn. Ik heb de briefvan de Minister daarentegen geïnterpreteerd alsof er staat dat de Ministermet zijn staf gaat kijken hóé we ervoor zorgen dat er enkele kinderenkomen. Dat zou dus mijn eerste vraag aan de Minister zijn geweest: kloptmijn interpretatie of de interpretatie van mevrouw Teunissen?Mevrouw Teunissen had ook een vraag over de begeleiding. Daar heb ikhet vanochtend in de sessie waar de heer Van Baarle naar verwees ookover gehad. Deelt de Minister daarbij de interpretatie van mevrouwTeunissen, die zegt dat het kabinet de kinderen mogelijk zonderbegeleiding wil laten komen? Of deelt de Minister de interpretatie van mij,dat je de kinderen altijd onder begeleiding stuurt, dus dat als er kinderenkomen, er ook begeleiding meekomt? Dat in ieder geval.Als het gaat om de vraag van de heer Van Baarle, geef ik namens de VVDniet een getal van het aantal kinderen dat het zou moeten zijn, niet meeren niet minder. In de sessie die we daar vanochtend over hebben gehad,hebben de deskundigen aangegeven wat Nederland aan zou kunnen. Wehebben ook gehoord wat de andere deskundigen zeggen dat er nodig is.Ik hoor daarover graag van het kabinet hoe dat de verdere uitwerkingdaarvan ziet.De heer Van Baarle (DENK):Ik dank de heer Van der Burg voor zijn antwoord en voor het feit dat hijeen gedeelte van zijn inbreng meegeeft. De VVD en de heer Van der Burghoeven wat mij betreft geen aantal te noemen. Ik denk dat niemand hiereen aantal wil noemen. Ik constateer wel dat het kabinet spreekt van«enkelen», terwijl de experts aangeven dat we meer kunnen dan in iedergeval «enkelen». Ik zou aan de heer Van der Burg willen vragen of hij inieder geval van mening is dat we ons als Nederland zouden moeten latenleiden door wat we zouden kúnnen in plaats van door het «enkelen» waarhet kabinet van spreekt.De heer Van der Burg (VVD):Uit de brief van de Minister blijkt heel nadrukkelijk dat Nederland, even losvan de component van de medische evacuaties, in relatie tot andereEuropese landen veel doet. De 25 miljoen die het kabinet vrijmaakt, wordtop een zodanige manier besteed dat we daar, afgezet tegen de 5,5 miljoenvan het ene land of het miljoen van het andere land, heel veel mensenmee kunnen bereiken en we daar dus heel veel nodige stappen meeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1811 zetten. Het kabinet zegt ook – daar is de VVD het ook mee eens – dat je zoveel mogelijk in de regio moet doen, omdat je daar meer kunt doen en hetsneller kunt doen. Dat wordt ook door de deskundigen van vanochtendbewezen. Ik neem als voorbeeld dat deskundigen uit Egypte vanochtendaangeven dat ze al 55% van hun totale capaciteit voor de opvanggebruiken. Ook op dat punt gaat de VVD mee met het kabinet. Het kabinetgeeft ook aan dat één punt heel nadrukkelijk anders is dan tot nu toegedacht: bij de complexe zorg kan daar ofwel de kwantiteit niet wordengeleverd, dan wel hebben ze daar de expertise waar we hier overbeschikken niet of onvoldoende voorhanden. Daarom kan de groep diecomplexe zorg nodig heeft hiernaartoe komen. Dan blijf ik even weg bijaantallen, maar het gaat dus om een definitie van de groep die hiergeholpen zou moeten worden.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Dobbe een interruptie heeft.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb zorgvuldig geprobeerd te luisteren. Ik begrijp dat de VVD inderdaadin navolging van het kabinet en van ons zegt dat er een groep is die dezezorg nodig heeft. Als we die kunnen helpen, dan moeten we dat doen. Westellen daar geen maximum aan, behalve dat er natuurlijk een maximumzit aan de capaciteit, maar dat laten we dan over aan de mensen diedaarover gaan en die veel beter weten wat er nodig is en wat er kan danwijzelf.De heer Van der Burg (VVD):Het streven is erop gericht om zo veel mogelijk mensen daar de hulp tegeven die geboden moet worden, omdat er heel veel redenen zijnwaarom het beter is om het daar te doen: niet uit de omgeving, meerbegeleiding mogelijk dan wellicht kan als mensen hiernaartoe wordenvervoerd et cetera. De constatering van de Minister is geweest dat hetvoor een beperkte groep niet kan en dat die groep, in ieder geval tot hetdaar wel geregeld is, geholpen moet worden. Ik ga ervan uit – maar dathoor ik ook graag van de Minister – dat de Minister, los van wat hij in zijnbrief schrijft, er ook volledig op inzet om bijvoorbeeld in de omliggendelanden te kijken hoe hij de capaciteit zodanig kan verhogen, of daar eenfinanciële bijdrage aan kan leveren of anderszins, dat daardoor hettransport naar Nederland, dat allerlei gevaren met zich meebrengt, nietmeer noodzakelijk is.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, uw vierde en laatste interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Bedankt voor het antwoord, maar toch nogmaals de vraag: wat betreft degroep voor wie er in de regio geen plek is – waar de Minister naar gaatzoeken, maar dan is er wellicht geen plek voor de groep die helecomplexe zorg nodig heeft – is de VVD het er dus mee eens dat we daargeen maximum op zetten, behalve dan dat het vanwege de capaciteit nietzou kunnen? Want we krijgen hier natuurlijk wel een debat over en het isfijn om te weten dat deze Minister dan ook de ruimte heeft om die naarbehoefte in te vullen.De heer Van der Burg (VVD):Ik zie dat deze Minister, sinds hij Minister van Buitenlandse Zakenis – waarmee ik overigens niks negatiefs heb gezegd over de periode toenhij nog een andere ministerspost had, want toen had ík niet met hem temaken – in ieder geval zeer voortvarend te werk is gegaan op heel veeldossiers en ook op dit dossier. Sinds hij Minister van Buitenlandse ZakenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1812 is, zijn ook de nodige stappen gezet. Dat waardeer ik buitengewoon aandeze Minister. Ik heb er ook het volle vertrouwen in dat hij nu alles gaatdoen om niet alleen die 25 miljoen zo effectief en efficiënt mogelijk in tezetten, maar vooral ook de snelheid daarin zo hoog mogelijk te laten zijn.Niemand zit er namelijk op te wachten dat die 25 miljoen over x maandenwordt besteed. Het moet, om met de woorden van veel collega’s tespreken, morgenochtend al effect hebben.Wat deze groep betreft hoor ik van de Minister graag meer over wat, hoe,wanneer, hoelang et cetera. De brief was daarover nog redelijk summier;wat ik overigens geen verwijt vind, want hij is natuurlijk in een kortetermijn gerealiseerd. Maar ik kan me ook voorstellen dat het op ditmoment voor de Minister nog te vroeg is om al die vragen te kunnenbeantwoorden.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Laat ik allereerst zeggen dat ik blij ben dat de VVD nu van standpunt isgewisseld. Dat is een goed bericht. Het zou mooi zijn geweest als dat ietseerder was gebeurd, maar uiteindelijk doet de VVD datgene waarvan ikdenk dat de grote meerderheid van Nederland daarop hoopte.Dan mijn vraag. De heer Van der Burg zegt dat voor een beperkte groepopvang in de regio niet mogelijk bleek. Voor die beperkte groep is dewachtlijst voor complexe zorg momenteel 15.600 mensen, onder wieminstens 3.800 kinderen. Mijn vraag is: klopt het dat het kabinet en deVVD nu tot de conclusie komen die hulporganisaties al weken kenbaarhebben gemaakt?De heer Van der Burg (VVD):Ik waardeer de positieve woorden van mevrouw Piri buitengewoon, enook het feit dat ze dat ook op de socials heeft gedaan, omdat we elkaar opdit dossier ook nog weleens de tent uit hebben gevochten, zou ik bijnazeggen, terwijl ik toch sterk geloof dat we met verbinding veel meer totoplossingen komen. Dus oprecht dank voor de positieve insteek vanmevrouw Piri hier en ook op andere plekken. Wij zien nu dat het kabinetaangeeft dat het voor deze groep niet mogelijk is om daar iets te doen. Enhet is waar, dat is inderdaad ook al eerder door anderen gezegd, dus indie zin sluit de conclusie van de Minister aan bij een aantal deskundigendie wij vandaag en ook eerder hebben gesproken. Het enige wat ik op ditmoment niet doe, is mij nu uitlaten over getallen, omdat ik daar eerstmeer informatie over wil horen van de Minister. Punt.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan geef ik het voorzitterschap aan mevrouw Piri,zodat ik mijn eigen inbreng kan doen.Voorzitter: PiriDe voorzitter:Voorzitter ... Nee, ik ben nu zelf de voorzitter. Excuus. Dan is het woordaan de heer Kahraman van NSC.De heer Kahraman (NSC):Voorzitter. Als Nieuw Sociaal Contract willen wij optimale dienstverleningvoor Nederlanders die langdurig in het buitenland verblijven en voorreizigers die tijdens hun reis in de problemen komen. Met de aangekon-digde 10% bezuinigingen op het postennet wordt dat een forse uitdaging.Dat begrijpen wij. Wij spraken vorig jaar al met organisaties die opkomenvoor Nederlanders in het buitenland. Zij signaleren al jaren ernstigeproblemen, moeizame procedures om afspraken te maken, grotereisafstanden naar ambassades en paspoorten die te laat wordenverstrekt. Deze problemen spelen al sinds 2019 en zijn nauwelijksTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1813 verbeterd. Mijn vraag aan de Minister is hoe hij gaat voorkomen dat dedienstverlening verder verslechtert en welke concrete maatregelen erworden genomen om dit wel te verbeteren.Dan ga ik in op commerciële partijen, zoals VFS Global, dat wereldwijdwordt ingezet bij paspoort- en visumaanvragen. Nederlanders klagenmassaal over slechte service. Hoe vaak worden deze partijen eigenlijkgeëvalueerd? Hebben slechte prestaties consequenties? Of hebben wijhier feitelijk te maken met een monopoliepositie waar burgers nietomheen kunnen? Wij blijven het opmerkelijk vinden dat zulke kerntakenvan de overheid zijn uitbesteed aan een commerciële partij. Paspoort- envisumuitgiften zijn in onze ogen overheidstaken. Ik vraag de Ministernadrukkelijk om hierop te reflecteren.Een ander punt dat onder onze aandacht is gebracht, is dat Nederlandersin het buitenland met een tweede nationaliteit hun Nederlanderschapdreigen te verliezen als zij niet tijdig een nieuw paspoort aanvragen. Alsdat zo is, dan heeft het ministerie toch de plicht om betrokken burgershierover actief te informeren. Bij het vorige debat, over het posten-netwerk, zijn we uitvoerig ingegaan op de voorgenomen sluitingen vanverschillende posten. Soms zijn de argumenten begrijpelijk. Zo zijn deveiligheidskosten in landen als Libië en Sudan torenhoog. Ook wat betrefthet consulaat-generaal in Antwerpen kunnen wij ons vinden in deredenering. Brussel ligt immers vlakbij en kan veel taken overnemen.Maar bij Rio de Janeiro ligt het echt anders. Het consulaat-generaal daarvervult een cruciale rol voor Nederlanders, bedrijven en toeristen in deregio. Brazilië is van groot economisch belang en juist in Rio zijn veelNederlandse bedrijven actief. Ook vrijwel alle grote evenementen enhigh-levelbezoeken vanuit Nederland vinden in Rio plaats.Voorzitter. In een samenleving die draait op lokale contacten, heeft hetconsulaat-generaal decennialang een onmisbaar netwerk opgebouwd. Hetsluiten van deze post schaadt de Nederlandse belangen ernstig. Daarbijkomt dat São Paulo bijna zeven uur reizen van Rio vandaan is. Dat ditstandpunt breed gedeeld wordt, blijkt wel uit de vele brieven die dezeKamer van Nederlandse organisaties en gemeenschappen in de regioontving. Daarom wil ik de Minister nadrukkelijk vragen om de voorge-nomen sluiting van het consulaat-generaal in Rio in heroverweging tenemen.Voorzitter. Ik had de hulp aan kinderen uit Gaza die medische hulp nodighebben eigenlijk niet in mijn spreektekst staan, maar ik ben blij dat deMinister de toezegging doet om kinderen uit Gaza op te halen om ze hierte helpen.Dat was mijn bijdrage. Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Dobbe? U heeft geen interrupties meer, zegt u.Excuus, dat weet ik niet, want ik heb de lijst niet. Klopt het? Ik begrijp vanwel. Dan wil ik het voorzitterschap graag even overdragen aan mevrouwDobbe, zodat ík wat interrupties kan plaatsen.Voorzitter: DobbeDe voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik was er een beetje verrast over dat de heer Kahraman niks heeft gezegdover wat er in Afghanistan is gebeurd en de informatie die naar buitenkomt. We hoorden net van de VVD dat het duidelijk nieuwe informatie is,zelfs voor een oud-bewindspersoon. De informatie was dus toen nog nietbekend. Ik vroeg me dus af hoe NSC kijkt naar het artikel in NRC, wetendedat de heer Kahraman, toen wij dit debat na het besluit van het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1814 hadden, zei: «Als nou zou blijken dat deze mensen gevaar lopen, dan is ernatuurlijk sprake van een nieuwe situatie.»De heer Kahraman (NSC):Ik had gehoopt dat ik mevrouw Piri monddood had gemaakt door haar alsvoorzitter te bombarderen, maar helaas is het me niet gelukt. Ik zal welnetjes op de vraag van mevrouw Piri antwoorden. Laat ik gewoon heelduidelijk zijn: ik heb het niet naar voren gebracht, ook omdat ermomenteel een rechtszaak speelt. Maar ik ga me wel uiten. Het is niet zodat ik me probeer te verstoppen. Laat ik bij voorbaat duidelijk zijn: zodraer een onherroepelijke uitspraak van de rechter is, vind ik dat we diebewakers gewoon moeten ophalen – punt! Laat dat duidelijk zijn.Ik ben ook heel benieuwd hoe de Minister gaat antwoorden op de vraagdie u ook al heeft gesteld over de nieuwe informatie, namelijk: zijn er bijhet ministerie signalen binnengekomen dat er bewakers zijn die gevaarlopen, omdat ze voor ons hebben gewerkt? Ik wil daar ook echt eerst vande Minister een uitspraak over horen. Ik zal op basis daarvan mijnargumentatie onderbouwen over hoe wij vanavond zullen stemmen overde motie die u heeft ingediend. Laat ik duidelijk zijn: we hebben meerderedebatten over de Afghaanse bewakers gevoerd; daarom heb ik dit nu nietopgebracht. Er is volgens mij een regeling, de regeling voor schrijnendegevallen, waarmee bewakers die kunnen aantonen dat hun leven gevaarloopt omdat ze voor ons hebben gewerkt, naar Nederland gehaald kunnenworden. Ik heb die Afghaanse bewakers de afgelopen maanden elke keerin mijn hoofd gehad. Ik heb ook meerdere keren met de vorige Ministergebeld en gevraagd of hij al mensen in schrijnende gevallen naarNederland had gehaald. Ik kan de commissie vertellen dat de vorigeMinister me heeft verteld dat hij mensen in schrijnende gevallen heeftopgehaald. We kunnen dus mensen ophalen die kunnen aantonen dat zegevaar lopen, omdat ze voor ons hebben gewerkt.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik heb echt hoop dat er nog een goed gesprek plaatsvindt binnen deNSC-fractie voordat we vanavond gaan stemmen. Ik zal u vertellenwaarom. Er komt 4 november een zaak, maar de Staat had al eencassatieadvocaat mee. Ze gaan dus waarschijnlijk, net zoals bij deF-35-zaak, ook nog in cassatie. Dat betekent dat we mogelijk weer een jaarverder zijn, terwijl het nu onomstotelijk vaststaat dat deze mensen gevaarlopen vanwege het werk dat ze voor ons hebben gedaan. We hebben bijnaeen meerderheid. Mijn fractie heeft op bijna geen enkel onderwerpovereenstemming met de SGP, maar hierin hebben we samenopgetrokken. We hebben ook samen opgetrokken met de ChristenUnie,met het CDA, met alle partijen hier om tafel. Het scheelt één, twee zetels.Ik wil dus echt een beroep doen op NSC om nu niet formalistisch tezeggen dat het bij de rechter ligt. Er is natuurlijk al een uitspraak van deEerste Kamer. Als Tweede Kamer kunnen wij ook een uitspraak doen. Datstaat los van wat het kabinet juridisch nog in een zaak doet. Dus ik wil echtgewoon een pleidooi houden: bespreek dit nog, kijk ernaar. De specialeregeling waar de heer Kahraman het over heeft, geldt namelijk helaas nietvoor Buitenlandse Zaken; die geldt alleen voor medewerkers vanDefensie.De heer Kahraman (NSC):Ik neem de woorden van mevrouw Piri ter harte, hoor. Ik heb ookaangegeven dat we er vanavond als fractie ook echt wel naar gaan kijken,op basis van de beantwoording van de vragen die de Minister geeft. Ikmoet eerlijk zeggen dat mevrouw Piri voor mij ook wat nieuws aangeeft,namelijk dat die regeling voor schrijnende gevallen niet voor ambassade-personeel geldt. Ik zou die vraag ook echt graag bij de Minister willenneerleggen. Ik heb in het debat dat we gevoerd hebben namelijk ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1815 bewust een motie ingediend om barmhartig om te gaan met de schrij-nende gevallen en om de mensen die echt gevaar lopen op te halen. Opdeze manier krijgt de Minister een wat ruimer mandaat. Maar ik hebmevrouw Piri gehoord. Ik zal heel zorgvuldig luisteren naar de beant-woording van de Minister met betrekking tot de feiten of mensen gevaarlopen of niet. Ik zal op basis daarvan mijn fractie adviseren hoe wijvanavond over de motie van mevrouw Piri gaan stemmen.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het voorzitterschap terug aan de heer Kahraman.Voorzitter: KahramanDe voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde van de eerste termijn van de Kamergekomen. Ik kijk de Minister aan. Ik schors de vergadering tot 17.15 uur.De vergadering wordt van 16.50 uur tot 17.16 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn toe aan de eerste termijn van deMinister. Voordat ik de Minister het woord geef, stel ik voor om vijfinterrupties toe te staan. Onder de 40 seconden tel ik die voor één. Bovende 40 seconden tel ik die voor twee. Ik geef de Minister het woord. Kunt uaangeven welke blokjes u heeft? Dan zal ik de interrupties opsparen totaan het einde van het blokje.Minister Van Weel:Ja, voorzitter, dat kan ik. Ik begin met het blokje consulair. Dan volgt hetblokje Afghaanse bewakers, dan het blokje Flotilla, dan het blokjemedevac en dan een blokje overige.Ik begin met het blokje consulair. Dat zijn een aantal losse vragen doorelkaar. We gaan de hele wereld over. Ik zal ze allemaal aflopen enbeantwoorden.Er was een vraag van mevrouw Piri over het versterken van de consulairedienst op Kaapverdië. Het is niet nul wat we daar hebben. We hebben eenhonorair consul die er in ieder geval in noodgevallen dienstverlening kanbieden. Op dit moment hebben we geen voornemens om dat verder uit tebreiden vanuit Senegal met personeel of met daadwerkelijk een consulaatin Kaapverdië.De heer Paternotte luistert ongetwijfeld mee of anders doen zijnmedewerkers dat. Hij vroeg of ik mij kan voorstellen dat Nederlandersgrote afstanden moeten reizen om hun paspoort te verlengen. Ja, mijnvoorbeeld in Brussel was niet het goede, moet ik eerlijk zeggen. Daarvielen de afstanden voor het verlengen van paspoorten nog wel mee.Maar natuurlijk kunnen we ons dat voorstellen. Ik ben ook zeer geïnteres-seerd in een aantal landen, zoals België en Frankrijk, die nu pilots hebbenlopen om de verschijningsplicht niet meer te hoeven hebben. We zijndaarover ook in overleg met BZK, want die gaat over de Paspoortwet. Opdit moment hebben wij nog geen mogelijkheid om zonder daadwerkelijkeverschijningsplicht biometrische gegevens af te kunnen nemen. Wijmoeten dat bij een nieuw document elke keer weer doen. Maar we volgenhet met interesse. Ik geloof erg in techniek en technologie, dus als dat openig moment veilig kan, dan zullen we dat zeker een stap verder nemen.Overigens moet ik wel zeggen dat er voor mensen voor wie het lastig isom lang te reizen, bijvoorbeeld omdat ze op leeftijd zijn, minder goed terbeen zijn of anderszins, ook gewoon in consulaire teams gereisd wordtmet mobiele biometrieapparaten. Dat wordt bijvoorbeeld in een grootland als Australië gedaan. Daar bezoeken ze bijvoorbeeld een keermensen aan de westkust, om dat makkelijker te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1816 De heer Paternotte vroeg ook naar wijzigingen in de BasisregistratiePersonen. Ik denk dat hij daarop doelde op het moment dat hij het hadover uittreksels en anderszins. Op dit moment is het technisch gewoonnog niet mogelijk om dat vanuit het buitenland te doen, maar vanaf medio2026 kan dat wel. Er is dus een technische reden waarom dat nog nietmogelijk is vanaf buiten.«Versimpel de regels voor controle van dubbele nationaliteit. Sta dat ooktoe. Erken dat de druk op de dienstverlening wordt verlaagd als dit soortcontroles niet meer nodig zijn.» Ja, zo is de wet op dit moment. Voor hetbehoud van het Nederlanderschap is die controle op dubbele nationaliteitnodig. Ik zou er vanuit het oogpunt van regeldruk natuurlijk zeer voor zijnom dat niet meer te doen, maar dat vereist een aanpassing van deRijkswet op het Nederlanderschap.De heer Kahraman had een meer algemene vraag over consulairedienstverlening, namelijk hoe we nou voorkomen dat die achteruitloopt;de bezuinigingen zijn in die zin natuurlijk een uitdaging. Nou ja, ik noemdenet al even technologie. Er zijn echt landen die daarin vooroplopen. Ikgeloof dat we op dit vlak toch echt niet meer voor alles – «voor elkwissewasje» wil ik het niet noemen – fysiek naar een consulaat toehoeven. Ik reken er dus erg op dat we daarmee geholpen worden.Overigens kan er nu al heel veel centraal. Ik ben van de week op bezoekgeweest bij NederlandWereldwijd, het telefoonnummer waar mensen vanwaar ook ter wereld naar kunnen bellen met vragen en om gekoppeld tekunnen worden aan Nederlandse instanties. Ik denk dat dat een heel goedvoorbeeld is van moderne dienstverlening, waarbij dat niet allemaal meerhoeft op een fysieke ambassade of een fysiek consulaat. Bovendien wordtde directe operationele dienstverlening aan burgers bij deze taakstellingontzien.De heer Kahraman had ook een vraag over externe dienstverleners. Allelocaties worden iedere negen maanden bezocht. Er vindt jaarlijks eenbestuurlijk overleg plaats. In het algemeen is de kwaliteit van de dienstver-lening, zoals wij dat terughoren, van VFS goed. Maar dat is niet op allelocaties zo; dat erken ik meteen. De kwaliteit wordt centraal gemonitorddoor de Consulaire Service Organisatie. Als de kwaliteit onvoldoende is,gaat die organisatie met de externe dienstverlener het gesprek aan om devereiste verbetermaatregelen te nemen.Dat was mijn blokje consulair.De voorzitter:Ik kijk even rond. Ik zie geen ... Ik geef het voorzitterschap toch even aanmevrouw Piri.Voorzitter: PiriDe voorzitter:Het woord is aan de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Ik had nog één vraag over Rio aan de Minister gesteld, die ik gemist hebin de beantwoording van de vragen binnen het blokje consulair. Ik denkdat de Minister ...Minister Van Weel:Die vraag zat bij het blokje overig, maar ik snap eigenlijk wel waarom uhem hier opbrengt. Dus ik haal de vraag even uit het blokje overig envoeg die bij het blokje consulair.Wij denken dat we op basis van het netwerk in Brazilië, in combinatie metde vergelijking tussen het consulaat-generaal en het handelsperspectief,Rio zonder al te veel overlast kunnen sluiten. In vergelijking met de anderecg’s zijn handel, cultuur en consulair beperkt op deze post. Het netwerk inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1817 Brazilië gaat daarmee niet van twee vertegenwoordigingen naar één,maar van vijf vertegenwoordigingen naar vier. Brazilië is natuurlijk eengroot en een belangrijk land, maar dat is nog steeds een zeer adequatevertegenwoordiging. Er zit ook een cg in São Paulo; de afstand tussen Rioen São Paulo is 400 kilometer. Er zijn ook twee Netherlands BusinessSupport Offices in Belo Horizonte en Porto Alegre, die bedrijven helpen bijde praktische zaken die ze daar in de regio zoeken, zoals zakenpartners,export of vestiging. Met de sluiting van het cg kijken we wel of er ook zo’nNetherlands Business Support Office in Rio zou moeten komen. Dat zoueen oplossing zijn om in ieder geval de zakelijke belangen daar te kunnenblijven behartigen. De sluiting van het cg staat pas gepland in 2027, duswe hebben nog even de tijd om te kijken of we dat op die manier zoudenmoeten ondervangen.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan de heer Kahraman.Voorzitter: KahramanDe voorzitter:Dank u wel. Dan kan de Minister door met het tweede blokje.Minister Van Weel:Dat is het blokje Afghaanse bewakers. Dat is een dossier dat natuurlijk eenlange geschiedenis heeft. Ik heb mij daar pas slechts sinds een paarweken in verdiept. Dat waren wel meteen actuele weken, vanwege dezaken die hier nu spelen. Mijn antwoorden gaan niet helemaal bevre-digend zijn voor u. Ik ga namelijk wel het vonnis afwachten. Ik ga mij nuniet mengen in appreciaties van informatie die er al dan niet zou zijn. Ikdoelde in het schriftelijk overleg op de informatie en de berichten die wijhebben ontvangen al dan niet direct van de Afghaanse bewakers of viahun werkgever of voormalig werkgever. Ik ga daarom geen appreciatiegeven van informatie zoals die nu in de NRC staat; ik kan die informatieniet bekrachtigen en ik kan die ook niet ontkrachten. Ik kan u wel vertellendat die informatie door de advocaten van de bewakers ook wordtingebracht in de zaak die nu dient op 4 november. De rechter gaat die duswegen. Ik wacht die weging af. In algemene zin kan ik wel zeggen dat deregeling voor schrijnende gevallen ook geldt voor mensen die voorBuitenlandse Zaken hebben gewerkt. Een voorganger van mij heeftbinnen de groep bewakers in één geval op basis van schrijnendheid eenverblijfsvergunning toegekend. Dat was in het geval van een vrouwelijkebewaker. In theorie kan dat dus wel. Ik wacht nu op de uitslag van derechtszaak. Ik stel voor dat we daarna, op basis van de uitspraak die erdan ligt en de situatie zoals die dan is, met elkaar in overleg gaan. Daarwil ik het voor nu eigenlijk bij laten.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):U zucht, voorzitter, maar dit is pas mijn eerste interruptie!Ja, dit wordt wel problematisch. We weten allemaal dat het kabinet hiernaook nog eens in cassatie kan gaan. Dat zou kunnen betekenen dat onzeoud-werkgevers, naar wie in ieder geval een groot deel van deze Kamerwerkgeversverantwoordelijkheid, zorgplicht en de ereplicht voelt, er eenjaar lang geen vragen over krijgen of het kabinet correcte informatie aande Kamer heeft gegeven of niet. Dat gaat dan over of het bekend was, ofhet bekend had moeten zijn bij het ministerie en wat er is voorgevallen.Op deze manier wordt het staatsrechtelijk gezien dus wel een moeilijkgesprek het komende jaar, als wij geen enkele vraag kunnen stellen naaraanleiding van deze zaak. Ik vraag me af hoe de Minister dit ziet. Er zijn talvan vragen gesteld, maar eigenlijk krijgen we gewoon nergens eenantwoord op.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1818 Minister Van Weel:U heeft het manco dat u hier met een oud-minister van Justitie aan tafelzit. We hebben te maken met een zaak die op dit moment in een turbos-poedappel onder de rechter ligt, waarbij de zitting al is geweest en derechter zich nu buigt over deze informatie. Ik zou het juist staatsrechtelijkgezien heel erg onzuiver vinden als ik nu een weging maak of anderszinsiets zou zeggen over die informatie. Wat ik u wel kan zeggen, is dat wekennis hebben genomen van die informatie, maar dat die niet bij alleverzoeken die in het verleden zijn gedaan via directe kanalen naar ons toeis gekomen. De rechter heeft die informatie nu wel. Die wordt ook door deadvocaten ingebracht in deze zaak, dus de rechter zal die wegen. Dat is tot4 november. Daarna ontstaat een nieuwe situatie. Dan hoeven we niet hethele gesprek af te wachten, maar dan kunnen we wel degelijk ook weerhet debat aangaan, afhankelijk van wat eruit is gekomen dan wel gaatgebeuren.De voorzitter:Uw vorige interruptie telde voor twee, mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Laat ik het dan zo vragen. Mijn indruk is, op basis van alle informatie diewij nu hebben, dat het ministerie zelf de afgelopen twee jaar geen enkelserieus onderzoek heeft gedaan naar de veiligheid van de bewakers. Is datook de indruk van deze Minister?Minister Van Weel:Nee, die indruk heb ik niet. Bovendien vind ik ook dat mensen die vragenom bescherming ook zelf een brengplicht hebben en zelf ook informatiezouden moeten aandragen op basis waarvan zij beargumenteren waaromzij, zoals zij zelf menen, recht hebben op bescherming. Een belangrijkevraag die hier nu voorligt, is niet alleen of deze mensen gevaar hebbengelopen dan wel lopen, maar ook in hoeverre wij een werkgeversverant-woordelijkheid hebben voor mensen die werkten voor een dienstverlenerdie wij hebben ingehuurd. Dat is een hele relevante vraag, omdat wijnatuurlijk wereldwijd, ook in missiegebieden of anderszins, groteaantallen mensen hebben die indirect iets van werkzaamheden verrichtenvoor Nederlanders. Dat kan voor ambassades of voor militairen op missiezijn. Als onze zorgplicht zover reikt dat wij voor al deze mensen eenbeschermingsplicht hebben, dan hebben we een nieuwe realiteit. Wijbestrijden dat. Dat is eigenlijk de kern van de zaak zoals die nu voorligt.Daarnaast worden ook deze individuele gevallen gewogen, want het gaatom 42 mensen en niet om getallen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dit is wel problematisch, want ik hoor hier eigenlijk hele andere redene-ringen dan van kabinet-Rutte IV. Dat was namelijk, nog even los van hetbesluit, dat dit een unieke situatie is. We hebben een tolkenregeling alleenmaar voor Afghanistan. Het is een land waar we twintig jaar in een oorlogbetrokken waren en waar onze tegenstanders helaas hebben gewonnen.De enige zaak die je hier misschien mee zou kunnen vergelijken, is ooit diemet het KNIL. Maar voor de rest is er geen enkele vergelijking te trekken.Dus de redenering die dit kabinet hanteert, is echt een andere dan altijd isgehanteerd sinds de commissie-Ruys en de voorganger van deze Minister.Voorzitter. Dan kom ik tot mijn vraag. Kan de Minister uitleggen op basiswaarvan schrijnendheid dan beoordeeld wordt?Minister Van Weel:Daar is een proces voor, maar dat heb ik nu niet paraat. Ik wil u daar weleen brief over toezeggen om uit te leggen hoe die weging plaatsvindt.Overigens is dat ook geen wet van Meden en Perzen. Ook dat berust opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1819 individuele gevallen en omstandigheden, maar ik zal kijken hoe concreetwe dat kunnen maken.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Het gaat er nu om of we deze mensen in veiligheid gaan brengen of niet.We hebben één fractie waar het van afhangt of er een meerderheid komt.Ik hoop heel erg dat we hierover vandaag een politieke uitspraak kunnendoen, zoals de Eerste Kamer al een politieke uitspraak heeft gedaan. Alsniet meer als schrijnend geldt dat mensen die onze objecten bewaken,dagenlang worden gegijzeld, geslagen, gestoken, voor dood achterge-laten worden, dan weet ik echt niet meer waarvoor wij een regelinghebben. Tot nu was het zo dat als die informatie bij het kabinet bekendwas, ze er niets mee gedaan hebben. Nu het bij de Kamer bekend is, hoopik echt dat we, zoals de Kamer bij het vorige mandaat ook heeft gedaan,aan onze ereplicht voldoen en deze mensen, nadat ze al twee keer in demaling zijn genomen en het bericht hebben gekregen dat ze zoudenworden geëvacueerd, niet nog langer laten wachten.Minister Van Weel:Ik ga echt het oordeel van de rechter afwachten. Al deze informatie die zijinbrengen, kan ik ook niet valideren. Die zie ik ook. Die wordt dooradvocaten ingebracht bij de rechter. De rechter zal dat wegen. Tot die tijdzal ik me daar niet over buigen.Mevrouw Dobbe (SP):De Minister zegt, als ik hem goed heb gehoord: er hebben ons in deafgelopen jaren via indirecte wegen wel informatie en signalen bereikt.Dan wil ik graag weten welke informatie dat dan was en of die signalendie het ministerie wel heeft gekregen, ook via indirecte wegen, toen zijnonderzocht.Minister Van Weel:Nee, we hebben juist geen signalen gehad. Dat stond ook in mijn brief van19 september, in het schriftelijk overleg. We hebben juist geen signalengehad dat deze mensen gevaar lopen. Daarom zeg ik: die hebben wegekregen, direct via sommige bewaarders en ook indirect. Daar staan wenu. De informatie die nu in de NRC staat, kan ik niet valideren. Ik heb dieniet gezien, maar de rechter wel. Dat komt goed uit, want die buigt zichdaar nu over.Mevrouw Dobbe (SP):Dit antwoord is natuurlijk wel bijzonder, want we hadden dit debat. Dezezaak loopt al langer dan ik in de Kamer zit. Maar ik heb hier in ieder gevaléén debat over gevoerd, een tijd geleden. Toen waren er al wel signalen,maar toen werd het ook niet herkend door het ministerie. Is er toen, opbasis van de signalen die we toen hebben besproken in dat debat, dangeen enkel onderzoek gedaan om te kijken of het klopte wat er toen werdgezegd?Minister Van Weel:Er is niet geen enkel onderzoek gedaan. Natuurlijk is er contact geweestmet individuen, met de werkgever van deze personen, om dat te validerenof niet. Maar dat heeft niet geleid tot een ander beeld dan wat wij hadden.Ik zei net dat er ook iets is van een brengplicht voor mensen diebescherming vinden. Als er echt nu pas in een appel bij de rechter in eenkeer toch informatie boven water komt die eerder niet boven water isgekomen, dan kan dat, maar dat reken ik dan niet alleen onszelf aan. Datreken ik dan ook de mensen aan die bescherming vroegen, want dat hadmogelijk in een eerder stadium anders gewogen kunnen worden. Maar nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1820 ga ik eigenlijk, vind ik, te veel op de stoel van de rechter zitten. Dat ga ikdus niet doen.Mevrouw Dobbe (SP):Die brengplicht is wel tot een summum gekomen toen bewakers zelfs eenrechtszaak, een kort geding gingen aanspannen tegen de Staat. Ik benheel benieuwd of er daarvoor helemaal geen enkel contact, geen enkelsignaal tot het ministerie is gekomen waar deze bewakers nu een kortgeding voor hebben aangespannen. Mij is nou niet duidelijk wat deNederlandse regering heeft gedaan om de veiligheid van die mensen zelfactief te onderzoeken.Minister Van Weel:De vraag is of het een verantwoordelijkheid is van de overheid om deveiligheid van deze mensen actief te onderzoeken. Dat is nou juist devraag die voorligt bij de rechter. Op basis van de signalen die we hebbengekregen, bij navraag bij signalen die er kwamen, hebben wij geenafwijkende signalen gevonden. De vraag die voorligt bij de rechter is:hoever strekt nou onze zorgplicht voor mensen die indirect werkzaam-heden hebben verricht voor ons? Schrijnende gevallen daargelaten; diezijn er dus ook geweest. Eén vrouw heeft een verblijfsvergunninggekregen. Het lijkt me evident waarom dat het geval was.Mevrouw Dobbe (SP):Dan zou ik nog graag het volgende willen weten. Klopt dan het beeld dathet onderzoek ... De Minister zegt nu dat er een brengplicht is, maar er isnatuurlijk ook een haalplicht op het moment dat mensen voor je hebbengewerkt en je een soort indicatie hebt dat mensen echt gevaar lopen,worden gemarteld omdat ze iets hebben gedaan voor de NederlandseStaat. Klopt dan het beeld dat ik schetste, namelijk dat het onderzoek vanhet ministerie eruit bestond dat er een mailtje werd gestuurd naar alleenmaar de werkgever? Welk onderzoek is er dan gedaan?Minister Van Weel:Volgens mij ga ik hier herhalen waar u ontzettend veel debatten over heeftgevoerd met mijn voorgangers. Op dit moment ligt er bij de rechter eenzaak waarin de vraag is: hebben wij überhaupt een verplichting tenopzichte van de mensen, laat staan een haalplicht om zelf onderzoek tegaan doen naar hun veiligheidssituatie? Er zijn wel degelijk contactengeweest, inderdaad ook met de externe dienstverlener, om te vragen:herkent u signalen van mensen die daadwerkelijk gevaar hebbengelopen? Als daar niks op komt, dan vind ik dat je op een gegevenmoment je plicht hebt gedaan. De rechter mag daar anders in oordelen endan gaan we dat volgen, maar dat horen we dan op 4 november.De heer Van Baarle (DENK):Een van de zaken die naar voren komt in de berichtgeving is een gijzelingvan personeel in 2022 in Camp Seitz na de val van Kabul, waarbij ersprake van geweest zou zijn dat bewakers gegijzeld zijn en ook te makenhebben gehad met bedreiging en intimidatie van de zijde van de taliban.Kan de Minister bevestigen dat dit het geval is geweest?Minister Van Weel:Nee, dat kan ik niet. Ik heb het gelezen, maar ik kan die informatie nietbevestigen. Ik weet ook niet of de rechter dat kan. Dat gaan we zien op4 november. Tot die tijd ga ik dus geen weging doen van dat bericht.De heer Van Baarle (DENK):Is er dan totaal geen correspondentie geweest – uit het bericht blijkt datdat wel zo was – dat dit is gebeurd? Is er totaal geen correspondentieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1821 geweest bij de Nederlandse overheid dat dit is gebeurd? Is dit in dieperiode absoluut niet als signaal waar dan ook bij de Nederlandseoverheid binnengekomen dat dit is gebeurd? Ik vind dat tamelijkongeloofwaardig.Minister Van Weel:Die inval in Camp Seitz heeft plaatsgevonden, maar dat was op eenmoment dat de compound niet meer van ons was. Ik lees u even voorwelke informatie daarover eerder aan uw Kamer is gestuurd: «Het kloptdat de de facto autoriteiten in Afghanistan op 19 december 2022 een doorNederland gehuurde compound, Camp Seitz, in beslag hebben genomen.De Kamer is hierover met het verslag van de RBZ van 20 maart 2023geïnformeerd. Dit betrof niet de ambassadecompound. Daarvan heeftNederland de huur eerder opgezegd en men kon de compound eind 2021zonder problemen verlaten. Bij de inbeslagname is volgens onzeinformatie geen geweld gebruikt. Er was nauw contact met de externedienstverlener. Er waren destijds tien medewerkers van de externedienstverlener aanwezig. Enkelen daarvan mochten tijdelijk de compoundniet verlaten voordat een voertuig van de dienstverlener terug naar decompound was gebracht. De ambassade heeft zich ervan verwittigd dathen niets is overkomen in die periode.» Ja, dan wordt het aan de rechterom te wegen welke van de versies uiteindelijk correct is, maar dit is deinformatie zoals die bij ons leeft.De voorzitter:Ik zou graag het voorzitterschap over willen dragen aan mevrouw Piri.Voorzitter: PiriDe voorzitter:Het woord is aan de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Het is goed om te horen dat de Minister bevestigt dat er in ieder geval éénschrijnend geval is toegekend. Voor mij was het verrassend om te horendat er ook vrouwelijke bewakers in dienst waren in Afghanistan, wetendehoe dat land ... Maar goed, zij is overgehaald. Mijn vraag aan de Ministeris de volgende. Hoeveel aanvragen zijn er het afgelopen jaar binnenge-komen bij het ministerie, waarvan er in ieder geval één al is toegekend?Minister Van Weel:Dat weet ik niet. Wat nu voorligt, zijn deze 42. Die zijn in ieder gevaldestijds niet als schrijnend beoordeeld. Vandaar dat nu de rechtszakenlopen die er lopen.De heer Kahraman (NSC):Misschien kunt u in de tweede termijn toch terugkomen op de vraaghoeveel aanvragen er zijn ingediend. Ik begrijp dat het kabinet in hogerberoep is gegaan omdat het een principiële uitspraak is: hoever gaat jeverantwoordelijkheid als werkgever? Ik snap dat er een principiëleuitspraak van de rechtbank moet komen. Stel dat dat een onherroepelijkeuitspraak is, dan neem ik aan dat het kabinet die uitvoert. Maar wij hebbenhet ook altijd gehad over de bewakers die niet onze ambassade maar onzekazernes hebben bewaakt toen wij een missie hadden. Gaat de Ministerervan uit dat wij dan ook de verantwoordelijkheid voor die bewakersmeekrijgen, als de rechter dit onherroepelijk uitspreekt?Minister Van Weel:Dat is een deel van de reden waarom de Staat in appel is gegaan. Dat isniet alleen vanwege deze 42 gevallen. Overigens vind ik dat de Staat altijdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1822 terughoudend moet zijn met in beroep gaan in individuele zaken. Danmoet er wel een zaakoverstijgend belang zijn. Dat is er hier wel degelijk.Op het moment dat jij een dienst inhuurt, dus niet zelf mensen in diensthebt, en dat automatisch met zich meebrengt dat jij onder Nederlandsrecht een werkgeverszorgplicht hebt, dan is dat nogal verstrekkend.Mevrouw Piri had het er net over dat dat uniek is, dat dat alleen inAfghanistan is. Ikzelf ben al in tien missiegebieden geweest waar dat hetgeval is. Het gaat potentieel over duizenden mensen die in enige vormvoor ons hebben gewerkt en daarop aangekeken kunnen worden doorhun omgeving, of waarvoor de omgeving niet meer veilig is. Ik vind hetdus wel van belang om dit hoger beroep aan te gaan en te zien wat derechter daarvan vindt.De heer Kahraman (NSC):Dan mijn laatste vraag. Ik gaf aan dat als de uitspraak onherroepelijk is,wij als NSC ervan uitgaan dat die bewakers worden overgehaald. Kan deMinister bevestigen dat dat ook de inzet van het kabinet zal zijn, als deuitspraak onherroepelijk is?Minister Van Weel:Wij volgen uitspraken van de rechter.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap terug aan de heer Kahraman.Voorzitter: KahramanDe voorzitter:Dan kan de Minister continueren.Minister Van Weel:Die gaat naar het volgende blokje, dat gaat over de Flotilla. De vraag iswat wij doen om Nederlandse opvarenden te beschermen en consulairebijstand te bieden. Dat is op dit moment mijn hoogste prioriteit. Tot enmet mijzelf hebben we contact opgenomen met de Israëlische autoriteitenom de veiligheid van de schepen en nu met name de opvarenden tewaarborgen. Ik heb vandaag weer aangedrongen op een goede behan-deling van de Nederlandse opvarenden. Er is nog veel onduidelijk over deacties. Dat zal de komende dagen hopelijk helderder worden. We zullen devolgende dag ook consulaire bijstand blijven verlenen. Als het zo langduurt, maar dat hoop ik niet, gaat het in ieder geval om eventuelebezoeken, maar ook contacten met de familie. Buitenlandse Zaken staatook in contact met zowel een Nederlandse coördinator van de Flotilla alsde Israëlische autoriteiten over de Nederlanders die worden vastge-houden, zodat wij desgevraagd snel consulaire bijstand kunnen verlenen.Daar ligt op dit moment mijn prioriteit. Ik hoop dat we deze mensen snelthuis kunnen ontvangen.De voorzitter:Dank. Ik kijk de commissie rond of er vragen zijn over dit blokje. Ik ziemevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, natuurlijk. Ik had in ieder geval een viertal vragen gesteld, namelijk ofde Minister erkent dat bepaalde zaken illegaal zijn, zoals het blokkeren vanhumanitaire hulp, het blokkeren van hulpverleners, het inzetten vanvoedsel en honger als wapen en het vasthouden van hulpverleners. Daarhad ik nog vragen over gesteld, maar daar heb ik nog niks over gehoord.Ik had ook gevraagd om een duiding. De Minister-President heeftvanmiddag gezegd dat hij niet van plan is een oproep te doen aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1823 Israëlische regering, omdat hij wel snapt dat Israël Nederlandse staats-burgers oppakt. Deze Minister zegt: de prioriteit is de veiligheid van dezeNederlandse staatsburgers. Maar als we deze uitspraak van de Minister-President horen, dan denk ik: hoe zit dat nou? Want daar klinkt nou nietecht een hoge urgentie in.Minister Van Weel:Ik had uw vragen nog tegoed. Die lagen nog voor mij; ik was nog niet aanhet einde van mijn blokje. Ik zal ze nu beantwoorden. Natuurlijk veroor-delen wij de humanitaire blokkade. Dat doen we al een hele tijd. Weroepen Israël ook op om conform het humanitair oorlogsrecht deburgerbevolking te ontzien en humanitaire hulp ongelimiteerd toe telaten. Dat gebeurt niet en dat is absoluut iets waar wij de Israëlischeautoriteiten op aanspreken. Dat geldt ook voor het vastzetten of hinderenvan hulpverleners. Ja, het inzetten van uithongeren als middel vanoorlogvoering is illegaal. U vroeg ook nog of dat het geval was.Daarnaast moet ik wel het volgende zeggen. Het als burger varen naar eenoorlogsgebied is niet iets wat ik enige Nederlandse staatsburger gaaanraden. Het is levensgevaarlijk. Het is niet voor niks dat daar een roodreisadvies geldt. Men had kunnen verwachten dat Israël hier, net alsvorige keren, op zou ingrijpen. Ik denk dat u de woorden van de Minister-President zo moet lezen. Dat wil niet zeggen dat de veiligheid en dehopelijk spoedige terugkeer van deze mensen naar Nederland niet dehoogste prioriteit heeft van mij als baas van het consulaire. De directeurconsulair zit hier naast me, maar er is op dit moment een open lijn met TelAviv om in de gaten te houden hoe het met deze mensen gaat. Die dingenkunnen heel goed samengaan.De voorzitter:Als u een vraag gemist heeft, dan kunt u ’m stellen. Dit is echt uw laatste.Ik heb de vorige niet meegeteld als interruptie. Maar als u deze gebruikt,dan is het wel uw laatste interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik had inderdaad de vorige interruptie gebruikt omvragen te herhalen die nog moesten komen.De voorzitter:U krijgt nog een interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Wat ik niet snap, is het volgende. Als deze Minister erkent dat het illegaalis om humanitaire hulp te blokkeren, als deze Minister erkent dat hetillegaal is om hulpverleners op te pakken of te hinderen, als deze Ministererkent dat het illegaal is om voedsel en humanitaire hulp in te zetten alswapen, dan snap ik niet dat we een Minister-President hebben die zegt dathij het snapt. Hij zegt dus niet dat die mensen het hadden kunnenverwachten op de Flotilla. Maar hij zegt: ik snap dat de Israëlischeregering hier heeft ingegrepen met het leger. En hij zegt dat hij zich ookniet gaat inzetten voor het versneld terughalen van deze Nederlandsestaatsburgers naar Nederland. Dat zijn twee hele fundamentele zaken diehaaks staan op het verhaal van deze Minister nu.Minister Van Weel:De manier om nu relevante humanitaire hulp aan Gaza te leveren, is omde grensovergangen die er zijn, met alle hulp die daar staat, nu open tekrijgen. Dat is hulp voor Gaza. Daarin is wat de Flotilla deed, moet ikeerlijk zeggen, niet meer dan symbolisch. Er komt elke dag honderd keerzoveel Gaza binnen als wat er aan boord was van die schepen. Natuurlijksnap ik het symbool van deze actie en de nobele intentie die daarachter zitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1824 om aandacht te vragen voor de humanitaire hulp. Maar om te zeggen datdit nu het verschil had gemaakt voor de humanitaire hulp in Gaza gaat meecht te ver. Daarvoor is heel veel meer nodig. Dat is er ook. Dat staat aande grens in Egypte. Dat staat in Jordanië. Dat is aanwezig in Israël. Datmoet Gaza in en dat gaat de humanitaire noden echt lenigen.De heer Van Baarle (DENK):Laten we even een stap terugzetten, want de humanitaire blokkade vanGaza is illegaal. Die blokkade van Gaza op zee is illegaal. We hebben temaken met mensen die hulp willen verlenen. Waarom zegt deze Ministerniet gewoon dat dat Israëlische bezettingsleger geen vinger naar dezemensen had mogen uitsteken? Waarom zegt de Minister niet dat het instrijd is met het internationale recht dat het Israëlische bezettingsleger deboot van deze mensen illegaal heeft geënterd en de mensen in gevangen-schap heeft genomen, en dat het dat helemaal niet had mogen doen?Minister Van Weel:Omdat ik dat niet klip-en-klaar kan zeggen, maar die vragen gaan zekeraan de orde komen. We gaan natuurlijk ook van de Israëli’s horen welkerechtvaardiging zij hebben voor het oppakken van deze mensen en ookhoe ze daar om zullen gaan met deze mensen in de detentie waar ze nu inzitten. Daar komen we zeker nog over te spreken en ook over de illegaliteitvan de genoemde actie.De heer Van Baarle (DENK):Dit is te soft. Dit is gewoon weer wegkijken. Er is sprake van het illegaalenteren van schepen en het gijzelen, ontvoeren en vastzetten vanhulpverleners door het Israëlische bezettingsleger. Nederland hoortvooraan te staan om dat te veroordelen als een schending van hetinternationale recht. Nederland hoort de Israëlische ambassadeur teontbieden en dit te veroordelen. En dan hoor ik de Minister hier zeggen:we gaan nog maar even in de toekomst kijken of het wellicht had gekund.Als het gaat om het illegaal enteren van een schip waar hulpverleners opzitten om de mensen in Gaza te helpen, is deze houding onacceptabel.Minister Van Weel:Mijn prioriteit ligt nu bij het terugkrijgen van de Nederlanders. Nogmaals,het varen richting een oorlogsgebied of het op een andere manier alsburger daarheen gaan, raad ik niemand aan. Ik raad het iedereen tenzeerste af. Het is levensgevaarlijk. Ik denk niet dat onze mensen inlevensgevaar zijn in handen van het Israëlische leger. Wij gaan ervoorzorgen dat ze zo snel mogelijk weer veilig terugkomen.Dat brengt mij bij het blokje medevac. Natuurlijk is dit nieuws redelijkvers. Het besluit om hier een koerswijziging in te zetten, dateert vangisteravond en was de uitkomst van het onderzoek dat ik anderhalve weekgeleden heb aangekondigd. Dat was bedoeld om te kijken hoe wij meerkonden doen aan hulp in de regio. Daar heb ik toen 25 miljoen voorvrijgemaakt. Er staat in de brief inderdaad «bezien», maar ik zeg hier, ooktegen de afwezigen die daarnaar vroegen: we gaan dit doen. Het is dusniet een ingebouwde tussenstap. U moet me vergeven dat ik wat we hiereigenlijk mee beoogden te zeggen laat heb gedraft, maar we gaan ditdoen. Maar het is niet zo eenvoudig als soms wordt gezegd, namelijk datmet het aantal bedden en het aantal patiënten dat er is, de bedden binnen24 uur gevuld zijn. Dat hebben we ook gezien bij andere Europese landendie mensen uit Gaza hebben geëvacueerd. Dat vereist inventarisatie vanwelke hulp wij scharen onder «hoogst complexe medische voorziening»,zoals wij het in de brief hebben genoemd. Daarvoor is in de regio nuinderdaad te weinig capaciteit opengesteld. «Niet aanwezig is» zeg ikdaarbij, want er is in de regio wel degelijk capaciteit die niet wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1825 opengesteld voor Gazanen en ook zijn er landen die geen Gazanen mogenopnemen, maar wel uitstekende voorzieningen hebben.Dat zijn zaken, zeg ik u overigens, waaraan ik blijf doorwerken, omdat wijnog steeds geloven in opvang in de regio. Als we daar een verbeteringkunnen vinden ... Eén voorbeeld kan ik u zo noemen. Het is het ziekenhuisin Hebron niet toegestaan om nu Gazaanse medische evacués op tevangen, terwijl daar wel de capaciteit is en het natuurlijk voor mensenaltijd beter is om in je eigen land, in je eigen taal, met je eigen mensen,een medische behandeling te ondergaan. Dat geldt overigens zeker voorkinderen.Wij hebben dat proces nu dus in gang gezet. Er wordt nu ten eerstegekeken naar de vorm van zorg. Ten tweede wordt er contact opgenomenmet de Wereldgezondheidsorganisatie en de EU om te kijken welke matcher mogelijk te maken is en op welke termijn. Dan gaan we kijken hoe wehet proces van screening inrichten; wat ook niet eenvoudig is, want datkan niet gebeuren in Gaza, dus dat zal in een derde land moeten zijn. Dangaat het over transport. Het gaat over het regelen van een voorzieningvoor voorlopig verblijf. Het gaat over het meenemen van de begeleiders.Ik zeg erbij dat we hier natuurlijk geen kinderen zonder begeleiders inziekenhuizen gaan plaatsen. Die gaan gewoon mee. Overigens, de WHObepaalt om welke kinderen met begeleiders het gaat. Dat zijn dan ook debegeleiders die meekomen met kinderen op het moment dat er totevacuatie wordt overgaan. Daar gaan we natuurlijk geen selectie inmaken. Maar dat brengt met zich mee dat daar ook weer opvang voormoet worden geregeld et cetera et cetera. Ik heb de lijst inmiddels binnen;niet de lijst met mensen, maar de lijst met zaken die nu worden uitgezochtom dit mogelijk te gaan maken. We zijn nu daarmee bezig. Ik hoop in dekomende dagen meer helderheid te krijgen over waar we het overhebben. Dan gaat het ook om de aantallen die wij uiteindelijk kunnengaan verwachten. Maar daar ga ik niet op vooruitlopen.De voorzitter:Ik zie dat de heer Van Baarle zijn laatste interruptie wil plegen.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter, als u mij toestaat, kan ik allereerst een onderdeel herhalen waarvolgens mij geen antwoord op is gekomen. Ik had in dit kader ookgevraagd naar de diplomatieke druk om de corridor te heropenen.Misschien kan de Minister die vraag ook beantwoorden.Minister Van Weel:Ja. Er werd mij ook gevraagd: «U had toch ook gewoon naar hulporgani-saties kunnen luisteren? Dan had u drie weken geleden al geweten wat unu weet.» Maar wat ik kan en wat hulporganisaties niet altijd kunnen, isnou juist politieke en diplomatieke druk zetten. Veel van mijn inspan-ningen de afgelopen weken – de afgelopen week in New York was daareen uitstekende gelegenheid voor – bestonden dus ook uit praten metcollega’s over welke mogelijkheden er liggen, wat er moet gebeuren, waarwij druk kunnen zetten en waar wij invloed hebben. En ja, daar hoort ookhet openen van de corridor bij. Daar hoort bijvoorbeeld ook bij wat ik vanmijn Jordaanse collega hoorde, namelijk om het mogelijk te maken om bijspoedgevallen luchtmedevacs te verzorgen vanaf de grens van Gaza naarJordanië.Zo zijn er nog wel meer. Ik noemde net een land, dat ik hier niet hardop ganoemen, dat wel uitstekende medische faciliteiten heeft, maar geentoestemming krijgt van Israël om patiënten op te vangen. Er zijn ook noglanden in de regio, met uitstekende faciliteiten, die om politieke redenenweigeren om patiënten op te vangen. Ook daar kan ik wellicht een rolspelen in de contacten die ik heb. Ik ben komende zondag in Koeweit enspreek daar met alle GCC-landen, dus al de Gulf Cooperation CouncilTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1826 countries, samen met EU-collega’s. Ik reis daarna door naar Egypte. In dekomende drie weken heb ik nog drie reizen naar het Midden-Oostengepland staan om juist dit soort zaken onder de aandacht te brengen enom druk te zetten. U kunt er dus van verzekerd zijn dat wij, los van ditbesluit dat we nu hebben genomen ... De brief is langer dan dat, maar iksnap dat dit nu alle aandacht krijgt. Daar staat al ontzettend veel in vanwat wij de komende periode gaan doen, juist omdat we de humanitairesituatie daar echt ter harte nemen.De heer Van Baarle (DENK):Dank voor het antwoord van de Minister en dat hij in ieder geval hetopenen van die corridor in alle gesprekken op de agenda zet en drukuitoefent. Dat is belangrijk.Dan een vraag over de brief. Waar ik dan op zou willen inzetten, zijn dewoorden «enkele» en «een beperkt aantal» die de regering gebruikt in debrief. We hebben de experts gehoord in de briefing die we vanochtendhadden. Ik hoorde iets over Nederlandse capaciteit van tranches van 30.Een andere inspreker had het over tientallen in enkele weken. Hoe moet ikhet woord «enkele» zien in verhouding tot de capaciteit die de insprekershier hebben genoemd?Minister Van Weel:Dat is onderdeel van wat ik net noemde. Het is niet alleen maar het aantalbedden dat we vrij hebben en het aantal patiënten dat we hebben. Daar ziteen heleboel tussen wat geregeld moeten worden. Ook dat zal mogelijkbeperkingen met zich meebrengen in de aantallen die wij gaan hebben.Dan gaat het ofwel om de soort zorg, waarvan wij vinden dat die alleenhier kan worden geleverd, of om het proces van screening dat langerduurde, zoals ik al noemde. Ik ben daar dus voorzichtig in. Ik kijk daarbijook naar wat de Europese landen die dit al wel doen, tot nu toe hebbengedaan, wat hun ervaringen zijn en wat daar naar boven is gekomen aanmogelijke aandachtspunten, waar wij dan ook weer rekening mee moetenhouden. Dit is geen normale situatie. Het is niet een ramp in Limburgwaarbij alle ziekenhuizen opengaan en je mensen met ziekenauto’s erheenbrengt. Ik heb er even tijd voor nodig om daar zicht op te krijgen.De voorzitter:Dank. Er zijn geen interrupties meer. U kunt continueren.Minister Van Weel:De heer Van der Burg vroeg of ik geen onomkeerbare besluiten kannemen ten aanzien van te sluiten posten. Ik heb u toegezegd om eenKamerbrief te sturen over het tijdpad tot aan de begrotingsbehandeling2026 bij te sluiten posten. Die heb ik u op 25 september gestuurd. Hierinheb ik per post opgenomen welke sluitingsdatum is vastgesteld, hoemedeaccreditatie wordt geregeld en wat eventuele onomkeerbare stappendaarin zijn. Die heeft u dus van mij gekregen.Mevrouw Piri vroeg of ik mij inzet voor visumverlening aan Russischejournalisten. Als het gaat om Schengenvisa, dus visa voor kort verblijf,dan kunnen mensenrechtenverdedigers en journalisten gebruikmaken vande reguliere aanvraagprocedure, waarbij wordt getoetst op devoorwaarden zoals vastgelegd in de EU-visumcode, onder andere tenaanzien van tijdige terugkeer. In Rusland maken alleen mensenrechtenver-dedigers en journalisten aanspraak op een kortverblijfvisum met eengeldigheidsduur van maximaal vijf jaar. Op basis van de motie-Dobbe kaner voor deze groep ook bij een eerste aanvraag een meerjarig visumworden afgegeven.De heer Van Baarle vroeg naar handelsbevordering en het overzichtwaarmee ik zou komen. Ik kom met dat overzicht, alleen is dat me in dezeanderhalve week nou net nog niet gelukt. Maar dat overzicht komt naar uTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1827 toe. Zoals gezegd, daar waar het gaat om een directe bijdrage vanbedrijven aan illegale nederzettingen of anderszins is er al een ontmoedi-gingsbeleid. Maar zoals ik u eerder heb toegezegd, zullen we nu op een rijzetten wat wij nog wel doen aan economische activiteit vanuit deambassade.Ik denk dat ik daarmee mijn best heb gedaan de vragen te beantwoorden.De voorzitter:Dank voor de beantwoording. Ik zie aan de gezichten van mijn collega’sinderdaad niet dat er een vraag is gemist. Dan ga ik naar de tweedetermijn van de Kamer. U heeft anderhalve minuut de tijd voor uw tweedetermijn. Ik geef het woord aan mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Voor degenen die dit debat misschien vanuit huis volgen: wehadden het hier over ambassademedewerkers die langer dan tien jaarvoor Nederland hebben gewerkt. Daar hadden we als Kamer eerder eenbesluit over genomen. Voor de duidelijkheid: volgens het vorige kabinetging het om maximaal 48 ambassadewerkers, nog even los vanindividuen die misschien korter voor ons hebben gewerkt, en die gevaarlopen, maar van wie de Kamer en het kabinet vonden dat wij eenzorgplicht en een ereplicht naar hen hadden. Natuurlijk, zeg ik tegen deMinister, hebben wij in heel veel landen personeel via inleners, maar ikben benieuwd hoeveel landen de Minister kan noemen waar wij in eenoorlog betrokken waren, waar onze medewerkers onze diplomatenbeschermden tegen hen die nu de macht hebben overgenomen en uit zijnop wraakacties. Nou, ik kan niet veel meer voorbeelden noemen. Daaromwas het ook logisch dat we alleen voor Afghanistan een tolkenregelinghadden.Voorzitter. Ik wil toch nog even terugkomen op wat de Minister zei: wijhadden op geen enkele manier bewijs dat deze mensen gevaar liepen. Hetis duidelijk dat het ministerie er zelf in ieder geval niet heel veel aan heeftgedaan om dat te verifiëren, maar ik kom hier met een e-mail op 28 maart2023 van een van de Nederlandse ambtenaren aan onze bewakers: «Weare also aware of the fact that you were forced to return your tankers backto the compound as taliban de facto authorities held your staff membershostage until the tankers were returned.» Ondertekend door iemand vande Nederlandse ...; in ieder geval een Nederlandse ambtenaar. Dus ...De voorzitter:Kunt u afronden, mevrouw Piri?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag zou zijn: kan het zijn dat de Minister gewoon niet alle infor-matie heeft? Hij beweert hier namelijk zo stellig dat er geen enkel bewijsis, terwijl er zo veel informatie is dat dat wel degelijk bekend was op hetministerie.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dan ga ik naar de heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter. Allereerst wil ik het hebben over de opvarenden van de Flotilla.We zijn het hardgrondig met elkaar oneens over de rol die de Nederlandseregering op zich zou moeten nemen. Ik vind de uitingen in de richting vanIsraël veel te soft. Israël heeft de Flotilla illegaal geënterd en houdt dezemensen nu illegaal vast. Zou ik de Minister op z’n minst kunnen vragen ofhij kan toezeggen om zo snel mogelijk een brief naar de Kamer te sturenmet een update, de laatste status van de inspanningen die hij levert en destatus van de opvarenden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1828 Dan de medische evacuaties. Kan de Minister aangeven welke definitieNederland gaat hanteren van het soort zorg waarvan de Nederlandseregering acht dat het niet in de regio verleend kan worden en waardoorkinderen naar Nederland zouden moeten kunnen komen? En kan deMinister aangeven wat voor screening Nederland gaat hanteren, endaarbij ook een definitie geven van die screening? Want dat zal natuurlijkgevolgen hebben voor de aantallen.Tot slot, voorzitter, iets over de brief over de handelsbevorderendeactiviteiten. Mijn vraag aan de Minister was of hij een waardeoordeel kangeven over het feit dat Nederland nog steeds de handel bevordert meteen land dat oorlogsmisdaden pleegt. Kan hij daar in die brief ook perhandelsbevorderende maatregel op ingaan?De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Dit kabinet gaat juridisch tot het gaatje, terwijl het hier gaatom mensen die worden geïntimideerd en bedreigd omdat ze in Kabulhebben gewerkt voor de Nederlandse Staat. Ik vind dat heel beschamend.Dat vind ik echt beschamend. Los van de morele verplichting die je voelt,kun je ook zeggen dat we het gewoon gaan doen op basis van deuitspraak van de rechter over 42 voormalig bewakers die voor Nederlandhebben gewerkt, die er nu ligt. En wat doet deze Minister? Hij gaat inhoger beroep. Ik vind dat beschamend. Ik heb in mijn eerste termijngevraagd of de Minister dat zelf ook beschamend vindt; ik heb daar geenantwoord op gekregen.Dan de Flotilla. Minister-President Schoof zei vanmiddag dat hij niet vanplan is om een oproep te doen aan de Israëlische regering om Neder-landse staatsburgers versneld vrij te krijgen. De Minister zegt hier dat hetzijn prioriteit is dat deze mensen zo snel mogelijk weer terugkomen. Duswat is het nu? Gaan we nu zorgen dat er geen oproep komt om zeversneld terug te krijgen, of gaan we dat wel doen? Wat is het nu? Wantwe hebben gehoord dat de Minister-President vanmiddag echt wel watanders zei.Dan de medische evacuaties. Ik snap dat het niet binnen 24 uur geregeldkan zijn. Maar organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, en deziekenhuizen zeggen dat het wel binnen enkele dagen of bijvoorbeeldmaximaal een week kan. Zijn dit ook de termijnen waar deze Minister aandenkt? Ik denk dat dit urgent is en dat we hier daarom ook zo veeldebatten over hebben gevoerd. Zijn dit dan de termijnen, of moeten wijdaar nog extra naar gaan vragen?De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dan geef ik het voorzitterschap aan mevrouw Piri.Voorzitter: PiriDe voorzitter:Het woord is aan de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Het is wel een beetje een onbevredigend debat. Wekrijgen namelijk geen antwoord op de vragen die we hebben gesteldomtrent de Afghaanse bewakers, zoals in hoeverre de verhalen ensignalen van die bewakers zijn binnengekomen bij het ministerie. Ik benwel verheugd om te horen dat de Minister zegt dat ze één bewaker naarNederland hebben gehaald. Ik roep de Minister echt op om barmhartigom te gaan met de schrijnende gevallen; ik heb die oproep ook tijdens hetvorige debat gedaan. Het gaat dan om gevallen waarbij mensen kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1829 aantonen dat zij in gevaar zijn gekomen omdat zij voor Nederland hebbengewerkt.Voorzitter. Mijn tweede vraag gaat over het consulaat-generaal in Rio. Ikheb de beantwoording van de Minister gehoord, maar ik krijg heel veelsignalen dat het consulaat-generaal in Rio echt essentieel is voor hetbedrijfsleven en voor de mensen die daar leven. Ik zou willen vragen of deMinister toch zou willen overwegen om het consulaat-generaal in Rioopen te laten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dan draag ik het voorzitterschap weer over aan de heer Kahraman.Voorzitter: KahramanDe voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik de Minister aan voor zijn tweede termijn. DeMinister.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Dank voor de inbreng in de tweede termijn. Ik zal overeen aantal zaken niet heel veel meer kunnen zeggen in de tweede termijndan ik in de eerste termijn al gezegd heb. Ik zal toch kijken waar ik nog watdieper op kan ingaan.Tegen de heer Kahraman zeg ik dat er, na de evacuatie en dus na de hetefase na het vertrek, in ongeveer 40 gevallen schrijnendheid is vastgesteld.De toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken heeft het besluitgenomen om die mensen hier toe te laten. Daar zaten deze 42 in iedergeval niet bij. Nogmaals, de Staat procedeert niet alleen voor de 42bewakers. De Staat procedeert omdat de Staat betwist dat hij eenverplichting heeft ten opzichte van deze mensen en al helemaal onderNederlands recht in plaats van onder Afghaans recht. Dat is wel degelijkvan belang, voor de toekomst en ook voor precedentwerking richtingandere zaken uit het verleden. Dat is de reden dat we dit doen. Dit ligt nuvoor bij de rechter met alle feiten dan wel verhalen, meningen en signalenvanuit ons. Alle informatie ligt nu bij de rechter, en de rechter zal daar eenuitspraak over doen.De heer Van Baarle vraagt om een brief over de Flotilla. De brief heb ik unet gestuurd, een paar uur geleden. Op dit moment heb ik niet heel veelmeer te melden dan wat u daar heeft. Ik wil wel toezeggen dat op hetmoment dat ik meer informatie heb over waar de mensen zitten en of zevrijkomen, ik een brief zal sturen. Ik ga ervan uit dat ik nog vragen kanverwachten over deze actie. Die zullen we dan ook zo snel mogelijkbeantwoorden, maar die brief krijgt u in ieder geval proactief.Over de soort zorg, de termijn of hoe die screening eruitziet, kan ik nu echtnog niets zeggen. Dit besluit is hartstikke nieuw. Ik heb dat gisteravondgenomen naar aanleiding van het onderzoek dat we hebben gedaan,waarbij ik zag dat we nu een hiaat hebben als het gaat om zorg in deregio. Dat gaan we de komende dagen uitwerken. En nee, zeg ik tegenmevrouw Dobbe, ik ga er niet van uit dat dat weken nodig heeft. We zijnnu echt aan de slag met alle instanties om hier ons huiswerk te doen ensnel over te kunnen gaan tot de daadwerkelijke evacuatie.De voorzitter:Ik laat in deze termijn twee interrupties toe.De heer Van Baarle (DENK):Hoe dat uiteindelijk wordt ingeregeld, dus wat de definitie is van diecomplexe zorg die in de regio niet gegeven kan worden, hoe die screeningeruitziet en op welke criteria mensen dan eventueel afgewezen kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1830 worden, is natuurlijk cruciaal voor hoe we dit gaan vormgeven. Wanneerkan de Minister toezeggen dat wij als Kamer een brief krijgen over hoe datvormgegeven wordt op de kortst mogelijke termijn?Minister Van Weel:Ik ga dat nu inrichten. Dat doe ik mede op basis van hoe andere landendat hebben gedaan, et cetera et cetera. Als die uitkomst er is, dan zal ik uinformeren op het moment dat wij beginnen met de medische evacuatie.De heer Van Baarle (DENK):De Minister weet dat deze kinderen niet kunnen wachten. De Ministerweet ook dat dit onderwerp de Kamer ontzettend bezighoudt. Ik zou deMinister toch willen vragen om toe te zeggen dat dat in ieder gevaluiterlijk volgende week bij de Kamer ligt, zodat we weten waar we aan toezijn.Minister Van Weel:Zodra ik ga aanvangen met de evacuaties, ga ik een brief sturen over hoewij dat doen en hoe een aantal van deze parameters eruitzien. Waar ikecht voor wil waken – dat geldt voor mij, maar dat zou ik ook de Kameraanraden – is om niet op de stoel te gaan zitten om te bepalen welkekinderen wel of niet hierheen mogen komen. Die discussie hebben wehier afgelopen week wel bijna gevoerd, tot op het individuele niveau, totop namen van kinderen. Ik denk niet dat wij ethisch bezig zijn als wij alspolitiek dat soort keuzes gaan maken. Het is nu echt even aan deprofessionals, zowel vanuit zorg als vanuit veiligheid, logistiek enasielvisumprocedures, om met een voorstel te komen. Ik ga dat voorsteldan volgen en daar met de collega’s een besluit over nemen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik denk dat de Minister ook wel snapt dat wij graag snel op de hoogtegehouden willen worden, ook vanwege de urgentie voor deze kinderen.We horen aan alle kanten dat er kinderen zijn die echt niet kunnenwachten, en daarom heeft dit kabinet dit besluit genomen. Misschien kaner dan niet binnen een week een plan of een voorstel worden gepresen-teerd, maar ik zou deze Minister echt willen vragen om in ieder geval destand van zaken over een week aan ons terug te rapporteren. Anders gaanwij weer allemaal vragen stellen. Daar zitten we allemaal niet op tewachten, want over een week willen wij echt weten hoe het ervoor staat.Minister Van Weel:U hoeft van mij geen vragen te stellen, maar ik kan me voorstellen dat udat dan gaat doen. Ik ga kijken hoever ik kom. Het heeft ook geen zin om ueen stand van zaken te sturen op een moment waarop ik nog geen ideeheb hoe een aantal van die sporen eruitzien. Er wordt hard aan gewerkt.Het is goed mogelijk dat dat eind volgende week wel al helemaal helderis, maar ik wil iets van substantie hebben voordat ik u een brief stuur. Ikwil u toezeggen dat ik ernaar streef om u volgende week een brief testuren, maar heel veel verder dan dat durf ik niet te gaan. Ik denk dat datmoet kunnen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik hoop toch en ga er ook van uit dat er over een week wel wat terapporteren valt. Anders hebben we echt op onze handen gezeten. Er ligtal zo veel en er kan al zo veel direct in gang gezet worden. Over een weekgaan we dus echt kijken wat er dan ligt.Dan over de bewakers. Deze Minister zegt dat het niet alleen gaat om deze42 bewakers. Het gaat natuurlijk wel óók om deze 42 bewakers, waarvande rechter heeft gezegd dat deze mensen zo’n risico lopen, gevaar lopenvanwege het werk dat ze hebben gedaan voor de Nederlandse Staat, datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1831 ze naar Nederland moeten komen. Het gaat om 42 mensen die nu gevaarlopen. Waarom zorgen we nou niet dat deze 42 mensen in ieder gevalnaar Nederland kunnen komen, omdat de rechter al heeft geoordeeld datze gevaar lopen?Minister Van Weel:Een rechter heeft geoordeeld dat ze gevaar lopen. In een rechtsstaat staathet ook de Staat vrij om alle rechtsmiddelen aan te grijpen die er zijn enom te procederen op het moment dat wij vinden dat die afweging opverkeerde gronden is gemaakt. Daarom hebben we appel ingesteld. Hetzou dan heel raar zijn als wij enerzijds bestrijden wat deze rechter heeftvastgesteld en anderzijds wel deze 42 naar Nederland zouden halen. Datklinkt logisch, maar dat is het niet. Hetzelfde geldt voor individueleasielzaken. Daarin wordt soms ook betoogd: ja, maar waarom nou dezeeven niet? De Staat procedeert omdat wij het systeem willen latenwerken. We willen weten van rechters waar we aan toe zijn. In dit gevalwillen wij weten van de rechter: waar zijn we aan toe op het moment datwij lokaal een bedrijf inhuren; welke zorgplicht hebben we dan tegenoverde medewerkers daarvan? We hebben daar gewoon een andere meningover dan wat de uitspraak is geweest. Dat moet een hogere rechter danbeoordelen. Dat is op zich niets vreemds.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Natuurlijk heeft de Minister gelijk: het staat de Staat vrij. Maar politiekgezien is het hoogste orgaan, gelukkig, deze Tweede Kamer. Als we net alsde Eerste Kamer gewoon een uitspraak doen, dan heeft zeker eendemissionair kabinet met 32 zetels die gewoon uit te voeren.De Minister zegt net: sinds de overname door de taliban is er in 40gevallen besloten om schrijnendheid toe te passen. Klopt het dat ertijdens deze kabinetsperiode maar in één geval van die 40 is besloten omschrijnendheid toe te passen?Minister Van Weel:Dat kan ik u nu niet zeggen. Ik heb begrepen dat deze 40 kort na deevacuatie waren. Op de vraag of die ene de enige is in deze kabinetspe-riode zou ik schriftelijk terug moeten komen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Graag voor de stemming; dat zou fijn zijn. Ja, het zou toch niet zo moeilijkmoeten zijn om te weten of we het afgelopen jaar überhaupt iemand uitAfghanistan hebben laten overkomen. Dat is toch geen rare vraag? Ik ziede Minister heel vermoeid kijken, maar hij wist dat we dit Kamerdebatzouden hebben over Afghanistan. Er is nota bene een rechtszaak gaande,dus hij mag toch weten dat het niet meer dan twee minuten duurt omdeze informatie op te vragen.Dan mijn tweede vraag, die gaat over de definitie van «schrijnendheid».Klopt het dat je helaas, zoals NSC betoogt, niet kijkt naar schrijnendheidop basis van gevaar? Het kabinet heeft altijd gezegd: het moet eenzichtbare functie zijn geweest; wat ons betreft zijn de bewakers dat niet.Klopt het dat het gewoon een discretionaire bevoegdheid van de Ministeris om te bepalen wie wel of niet schrijnend is?Minister Van Weel:Ja, er zit een mate van vrijheid in schrijnendheid, zeg ik tegen mevrouwPiri. Dat klopt. Ik ga mijn uiterste best doen om dit boven water te krijgen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Mag ik een hele korte suggestie doen? We zitten zo weer in een debat metde Minister. Als hij het dan kan beantwoorden, is dat ook prima.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1832 Minister Van Weel:Prima, ik neem het daarin mee. Ik had nog één vraag van de heerKahraman.De voorzitter:Ja, u vervolgt.Minister Van Weel:Die ging over Rio. Ik hoor uw pleidooi. Ik noemde in mijn eigen antwoordal dat we kijken of we daar een business support office kunnen neerzetten.Ik zie uw pleidooi als ondersteuning voor het zoekwerk dat we daarin tedoen hebben.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Iets heel technisch, excuus. Ik vergeet al twee keer een tweeminutendebataan te vragen voor na het reces.De voorzitter:Geen enkel probleem, dat mag u zeker doen. Er is een tweeminutendebataangevraagd door mevrouw Piri. Dat zal doorgegeven worden aan deGriffie plenair.We hebben een drietal toezeggingen gehad van de Minister. Ik gacontroleren met de Minister of hij dit ook zo heeft bedoeld.–De Minister zegt toe de Kamer een brief te sturen over het beoorde-lingskader voor schrijnende gevallen, zoals dat van toepassing kan zijnop de Afghaanse bewakers die voor Nederland gewerkt hebben.De vraag is wanneer u dit verwacht te sturen.Minister Van Weel:Laat ik proberen dat ook mondeling mee te nemen in het volgende debat.De voorzitter:Prima. Als het goed is, dan hebben we dat vanavond snel opgelost.–De Minister zegt toe dat hij de Kamer een brief zal sturen over desituatie van de Nederlandse opvarenden van de Global Sumud Flotilla,als daarover nieuwe ontwikkelingen te melden zijn.–De Minister zegt toe dat hij de Kamer zal informeren over de inrichtingvan de medische evacuatie van kinderen uit Gaza op het moment datdie evacuaties van start kunnen gaan. Hij streeft ernaar om datvolgende week te doen.Akkoord? Dan heb ik alle toezeggingen besproken. Ik dank de Minister enzijn ondersteuning voor de beantwoording van de vragen. Ik dank decommissieleden. We zien elkaar straks weer bij het volgende commissie-debat. Ik sluit hierbij de vergadering.Sluiting 18.16 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 1833

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cc6e0700e04cf27d

14 okt 2026 · 8826225322f1be94

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.