Verslag van een schriftelijk overleg over de Kabinetsreactie op het advies nr. 48 van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) (Kamerstuk 36600-V-63)
Brontekst
Versie f3fd0ba4e3b97963 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken (V) voor hetjaar 2025Nr. 66 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 9 april 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken vanover de brief van 4 maart 2025 over de Kabinetsreactie op het advies nr.48 van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken(CAVV) (Kamerstuk 36 600 V, nr. 63).De vragen en opmerkingen zijn op 27 maart 2025 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 9 april 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,KlaverAdjunct-griffier van de commissie,Blom kst-36600-V-66ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 661 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoon3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersoon7Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersoon7Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie enreactie van de bewindspersoon9Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie enreactie van de bewindspersoon10 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoonDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van dekabinetsreactie en hebben daarover een aantal vragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nemen kennis van de optie dater een schadefonds wordt opgericht, van waaruit toegekende schade-claims kunnen worden betaald en welke wordt gefinancierd door debevroren Russische Centrale Banktegoeden. Deze leden lezen dat hetkabinet hiervoor naar overeenstemming over de rechtsgrondslag zoekt.Van welke landen is hier instemming voor vereist?1. Antwoord van het kabinetOm een schadefonds te kunnen oprichten is instemming vereistvan alle deelnemende landen. Voor een effectief schadefonds isvoorts vereist dat de deelnemende landen de lasten van hetschadefonds kunnen dragen. Dit zijn ofwel landen die bereid zijnde bevroren Russische Centrale Banktegoeden op hun grond-gebied te confisqueren en over te dragen aan het schadefonds,ofwel landen die draagkrachtig genoeg zijn om bedragen voor teschieten aan het schadefonds.Overigens wordt momenteel nog niet actief gewerkt aan deoprichting van een fonds ter compensatie van oorlogsschade-claims. Een fonds zal de derde pijler onder een volledig compen-satiemechanisme zijn. Door een groep van ruim vijftig landen ende EU is besloten dit mechanisme pijler voor pijler op te richten.De eerste pijler, het Schaderegister voor Oekraïne, is in 2023opgericht en sinds 2024 operationeel. Aan de tweede pijler, eenclaimscommissie, wordt thans voortvarend gewerkt onderNederlands voorzitterschap. De verwachting is dat een verdragtot oprichting van een claimscommissie voor het einde van ditjaar kan worden aangenomen. Daarna zal gewerkt worden aan dederde pijler, een schadefonds. De vraag welke landen daaraanhun goedkeuring moeten verlenen kan niet in detail wordenbeantwoord. Het is duidelijk dat betrokkenheid van de landenwaar zich Russische tegoeden bevinden zeer wenselijk is,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 662 alsmede betrokkenheid van landen die bereid en in staat zijn omdeel te nemen in een fonds zolang daaraan nog niet door Ruslandzelf wordt bijgedragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nemen kennis van het feit dathet kabinet op dit moment nog de volle breedte van de mogelijkefinancieel-economische risico’s van confiscatie van de Russische CentraleBanktegoeden onderzoekt en welke mitigerende maatregelen genomenkunnen worden. Deze leden zijn benieuwd naar de resultaten van ditonderzoek en roepen de Minister op het zo spoedig mogelijk af te ronden.Kan de Minister aangeven wanneer dit onderzoek met de Kamer wordtgedeeld?2. Antwoord van het kabinetHet kabinet kijkt serieus naar het onderzoeken van de mogelijk-heden voor het gebruik van de bevroren Russische Centrale-banktegoeden voor steun aan Oekraïne. Hiervoor brengt hetkabinet de financieel-economische risico’s van confiscatie van deRussische Centrale Banktegoeden doorlopend in kaart. In datkader worden verschillende nationale en internationale expertsgeraadpleegd om een beter beeld te krijgen van de risico’s. Ookvoert het kabinet gesprekken in internationaal verband. DeKamer zal op de hoogte worden gehouden over de voortgang.Ten slotte begrijpen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat decontext van het vraagstuk over de Russische Centrale Banktegoeden sindsde publicatie van het advies van de Commissie van advies inzakevolkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) drastisch is veranderd. Heeft deMinister het idee dat de nieuwe Amerikaanse regering meer of mindergeïnteresseerd is in het aanwenden van de Russische Centrale Bankte-goeden in de steun aan Oekraïne? Wat is de positie van de nieuweAmerikaanse regering? En bepleit Nederland bij de Amerikaanseautoriteiten aanvullende mogelijkheden om de tegoeden in te zetten?3. Antwoord van het kabinetHet kabinet bepleit het serieus onderzoeken van verschillendemogelijkheden voor het gebruik van de bevroren RussischeCentrale-banktegoeden, in EU- en NAVO- verband en in bilateralecontacten met de G7-landen, waaronder de VS. Het kabinet doetechter geen uitspraken over de positie van specifieke landen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de VVD-fractie staan positief tegenover het confisqueren vanbevroren Russische tegoeden, ook als dit met risico’s gepaard gaat, omdatRusland een directe dreiging vormt voor onze veiligheid. Deze ledenvragen het kabinet hoe zij kijkt naar de risico’s voor inbeslagname vantegoeden in relatie tot Rusland als directe dreiging. Welke balans maakt zijhierin op? Deze leden vinden het belangrijk dat de uiteindelijke oplossingbrede steun geniet, waarvoor de rol van de G7 van belang is. Zij vragenhoe het kabinet haar rol ziet in de internationale discussie. Wil zij zichzelfpositioneren als aanjager of volgt zij de lijn die anderen voorleggen?4. Antwoord van het kabinetDe dreiging van Russische agressie blijft onverminderd groot. Hetkabinet acht het daarom van essentieel belang om de RussischeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 663 oorlogseconomie zoveel mogelijk te verzwakken en de militairecapaciteiten van Rusland te ondermijnen. Het is dan ook onvoor-stelbaar dat de bevroren Russische Centrale banktegoedenworden vrijgegeven en terugvloeien naar de Russische oorlogs-economie. Tegelijkertijd is het kabinet zich bewust van dejuridische en financieel-economische risico’s die gepaard gaanmet eventuele inbeslagname van Russische Centrale bankte-goeden. In dat licht is het van belang om, samen met EU- en G7partners, zorgvuldig te verkennen welke aanvullende maatregelengenomen kunnen worden en welke risico’s hiermee mogelijkgepaard gaan.Zoals eerder gecommuniceerd roept het kabinet in EU en NAVOverband op tot het onderzoeken van aanvullende maatregelen tenaanzien van de Russische Centrale banktegoeden. Het kabinetacht het belangrijk om risico’s en mogelijkheden samen met deEU en G7-landen te onderzoeken en moedigt hiertoe aan.De leden van de VVD-fractie stellen dat het gesprek rondom deinbeslagname van Russische bevroren tegoeden al jaren speelt zonderconcrete uitkomst. Een snellere uitkomst had eerder tot geld voorOekraïne kunnen leiden, wat Oekraïne nu mogelijk een sterkere uitgangs-positie had kunnen geven. Deze leden vragen dan ook hoe het kabinethierop reflecteert, ook voor toekomstige vergelijkbare situaties.5. Antwoord van het kabinetNa de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne isdirect overgegaan tot bevriezing van Russische Centrale Banktegoeden. Daarvoor bestond, en bestaat, een rechtsgrondslag,namelijk het nemen van tegenmaatregelen tegen een staat dieeen ernstige inbreuk maakt op een regel van dwingend internati-onaal recht. Zie hiervoor ook CAVV-Advies no. 41 Rechtsgevolgenvan een ernstige schending van een regel van dwingend recht: deinternationale rechten en plichten van staten bij schending vanhet agressieverbod, en de kabinetsreactie op dit advies (Kabinets-reactie op het CAVV advies «Rechtsgevolgen van een ernstigeschending van een regel van dwingend recht: de internationalerechten en plichten van staten bij schending van het agressie-verbod (Kamerstuk 36 410 V, nr. 80 1). Er is op dit moment in hetinternationaal recht echter geen duidelijke en internationaalgedragen rechtsbasis voor inbeslagname en overhandiging aanOekraïne van deze bevroren tegoeden, en daarom is daartoe ooknog niet overgegaan. Verschillende mogelijkheden wordenverkend, maar daarbij is zorgvuldigheid van groot belang, evenalssamenwerking met onze partners in de EU en de G7.Daarnaast zal ik de CAVV vragen om advies over andere rechts-gronden dan tegenmaatregelen voor het nemen van maatregelen,zoals het confisqueren van Russische Centrale banktegoeden, inreactie op de ernstige schending van dwingend internationaalrecht door de Russische Federatie.De leden van de VVD-fractie vragen waarom er in het verleden nooitconcrete afspraken of mechanismes bestonden voor de inbeslagname vantegoeden, zeker omdat er eerdere precedenten geweest zijn voorinbeslagname. Deze leden vragen het kabinet hoe zij hierop reflecteert.Door de nieuwe geopolitieke verhoudingen in de Verenigde Naties (VN) iseen VN-veroordeling als basis van inbeslagname voor tegoeden steedsonwaarschijnlijker, zie ook de Russische agressie in Oekraïne. Deze ledenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 664 vragen het kabinet of zij het als wenselijk ziet om, naast de huidigediscussie, juridische kaders te ontwikkelen zodat tegoeden in de toekomstsneller ingenomen kunnen worden.6. Antwoord van het kabinetHet internationaal recht geeft staten slechts in zeer uitzonderlijkegevallen het recht vermogensbestanddelen van andere staten inbeslag te nemen. Dit mag alleen indien de andere staat explicieten van te voren ingestemd heeft met een specifiekeinbeslagname, of indien een internationale rechter (bijvoorbeeldhet Internationaal Gerechtshof) of de VN Veiligheidsraad explicietopdracht heeft gegeven tot een specifieke inbeslagname.Overgaan tot inbeslagname van vermogensbestanddelen kan dusalleen in uitzonderlijke gevallen overwogen worden, vanwege deernstige inbreuk die dit maakt op de soevereiniteit van staten. Deernstige schending van internationaal recht door de RussischeFederatie als gevolg van de agressie tegen Oekraïne is eensituatie die niet voorzien was. Het is daarom niet realistisch eenmechanisme in het leven te roepen dat dit adresseert voor alletoekomstige gevallen.De leden van de VVD-fractie lezen dat de CAVV tegen tijdelijkeinbeslagname van bevroren Russische tegoeden is, omdat «in devoorgestelde maatregelen het geëxpliciteerde doel steun aan Oekraïne is,niet het zetten van druk op Rusland». Deze leden vragen het kabinet hoezij naar deze stellingname kijkt. Is er niet juist extra druk op Rusland nodigom de Oekraïense uitgangspositie te versterken? Hoe kijkt het kabinet zelfnaar de optie van tijdelijkheid bij de inbeslagname van bevrorenRussische tegoeden, zodat inbeslagname als drukmiddel gebruikt zoukunnen worden?7. Antwoord van het kabinetEen staat die een tegenmaatregel neemt, neemt het recht inzekere zin in eigen hand, en daarom is terughoudendheid vereist.Een staat dient bovendien te voldoen aan de criteria voor hetnemen van tegenmaatregelen. De hier relevante criteria zijn datde maatregel omkeerbaar moet zijn, en als doel moet hebben eenstaat te dwingen het internationaal recht na te leven. Hoewel eenconfiscatie in beginsel altijd onomkeerbaar is, is het kabinet vanmening dat confiscatie van monetaire middelen overwogen kanworden, omdat Nederland – indien daartoe gedwongen – demaatregel kan terugdraaien door de geconfisqueerde monetairemiddelen te vervangen door monetaire middelen van dezelfdewaarde. Een confiscatie met de mogelijkheid tot compensatie isdaarmee omkeerbaar. Voldoen aan het criterium dat een tegen-maatregel bedoeld moet zijn om de staat waartegen de maatregelgenomen wordt te dwingen zijn verplichtingen weer na te komen,maakt dat een inbeslagname daar dan wel op gericht moet zijn.Een tegenmaatregel mag alleen dienen als pressiemiddel voornaleving van internationaal recht en niet bedoeld zijn om de staattegen welke de maatregel genomen is te straffen. De inzet vangeconfisqueerde tegoeden voor het betalen van schadever-goeding kan in dat licht eventueel overwogen worden, aangeziende Russische Federatie nu ook al onder internationaal rechtverplicht is schadevergoeding te betalen aan Oekraïne als gevolgvan het onrechtmatig handelen van de Russische Federatie en dedaardoor ontstane schade. Daar zou dan later een verrekeningTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 665 kunnen plaatsvinden. Om dezelfde reden wordt steun aan hetdefensieapparaat van Oekraïne niet overwogen. Dit is namelijkniet verenigbaar met de voorwaarden, omdat dergelijke steunniet gezien kan worden als een pressiemiddel om de RussischeFederatie tot naleving van internationaal recht te dwingen, enook niet verrekend kan worden met een al bestaande verplichtingvan de Russische Federatie.De leden van de VVD-fractie lezen dat de CAVV de onwenselijkheid vantijdelijkheid bij de inbeslagname van tegoeden onderbouwt door te stellendat confiscatie er niet op is gericht om Rusland te bewegen tot nakomingvan diens verplichtingen, maar op implementatie van die verplichtingenzonder de medewerking van Rusland. Deze stelling ondersteunt de CAVVmet de Irak/Koeweit casus, waarbij Iraakse middelen in beslag genomenzijn vanwege diens inval in Koeweit (op basis van een VN-resolutie).Aangezien de rol van de VN en de huidige status van het conflict bij deRussische agressie in Oekraïne volledig anders zijn, vragen deze ledenhoe het kabinet de stellingname van de CAVV beoordeelt en of zij denktdat de casus Irak/Koeweit überhaupt als vergelijkend materiaal gebruiktkan worden.8. Antwoord van het kabinetDe twee gevallen zijn inderdaad niet hetzelfde, maar dat onder-steunt des te meer het punt dat confiscatie niet zonder meerverenigbaar is met internationaal recht. De situatie als gevolg vande oorlog van Irak tegen Koeweit was wezenlijk anders aangeziende inbeslagname van vermogen van Irak plaatsvond nadat devijandelijkheden voorbij waren, en op grond van een bindenderesolutie van de VN Veiligheidsraad. Deze omstandigheden zijnniet van toepassing op de Russische Federatie. Het voorbeeld vanIrak en Koeweit laat zien dat inbeslagname niet zonder meermogelijk is, en aan welke voorwaarden daarvoor voldaan moetzijn.De leden van de VVD-fractie zijn tevreden dat Nederland het voortouwheeft genomen voor de oprichting van een internationale claimscom-missie voor Oekraïne. De kabinetsreactie stelt dat bevroren Russischetegoeden mogelijk zouden kunnen worden ingezet voor het uitbetalen vande claims, terwijl vaak gezegd wordt dat dit dient voor financiële ofmilitaire steun aan Oekraïne. Deze leden vragen het kabinet wat de eigenprimaire inzet is op het inzetten van financiële tegoeden. Wat zijn deoverwegingen hierbij?9. Antwoord van het kabinetEr kan een onderscheid gemaakt worden tussen het afromen vande buitengewone inkomsten op de bevroren Russische Centralebanktegoeden. Deze kunnen in beginsel vrij ingezet worden.Hetzelfde geldt niet voor de banktegoeden zelf. Vooropgesteldmoet worden dat, zoals ook blijkt uit het CAVV-advies en dekabinetsreactie, het internationaal recht regels stelt voor hetnemen van tegenmaatregelen. Het kabinet hecht waarde aan hetvoldoen aan deze regels. De inzet van het kabinet ten aanzien vande bevroren Russische tegoeden zal daar dan ook mee in overeen-stemming moeten zijn: dat de maatregel erop gericht is deRussische Federatie te dwingen zich weer aan het internationaalrecht te houden. Ook in dat licht is inzet ten behoeve vancompensatie voor de schade in de rede, en niet benutting tenbehoeve van de defensie-industrie van Oekraïne.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 666 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destukken bijgaand dit schriftelijk overleg en hebben nog enkele vragen.De leden van de NSC-fractie hebben zich ervan kunnen overtuigen datdoor de experts van CAVV zorgvuldig het vraagstuk van confiscatie vaneigendommen van vreemde staten onder internationaal recht – naaraanleiding van de internationale discussie over de mogelijke confiscatievan bevroren Russische goederen – is onderzocht.De leden van de NSC-fractie kunnen zich in de reactie van het kabinet opCAVV-advies nr. 48 vinden en steunen daarom het voornemen van hetkabinet om op ambtelijk niveau een technische groep met verschillendeEuropese Unie (EU)-landen op te zetten om juridische en financieeleconomische mogelijkheden voor het gebruik van de bevroren RussischeCentrale banktegoeden verder te onderzoeken.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de kabinetsreactie op het CAVV-advies over de rechtmatigheid van hetconfisqueren van staatseigendommen. Deze leden benadrukken hetbelang van een daadkrachtige en juridisch goed onderbouwde aanpak omRusland moreel en financieel verantwoordelijk te houden voor deimmense schade die het in Oekraïne heeft aangericht.Juridische basis en precedentDe leden van de D66-fractie constateren dat landen als de VerenigdeStaten en Canada reeds wetgeving hebben aangenomen die confiscatievan Russische tegoeden mogelijk maakt. Dit toont aan dat een juridischegrondslag hiervoor gecreëerd kan worden en dat de Europese Unie hierinniet mag achterblijven. Kan de Minister toezeggen naar voorbeeld hiervanook dergelijke wetgeving te realiseren in Nederland en hiervoor te pleitenop Europees niveau, zo vragen zij. Daarnaast wijzen deze leden op deprecedentwerking van de Russische agressieoorlog zelf. De grootschaligeschendingen van het internationaal recht door Rusland – waaronder degewelddadige invasie, ontvoering van kinderen, het bombarderen vansteden en het systematisch inzetten van marteling – maken het noodza-kelijk dat de internationale gemeenschap hier met passende maatregelenop reageert. Deelt het kabinet de mening dat het confisqueren vantegoeden vanwege de enorme kosten voor de agressor ook een preven-tieve werking kan hebben op toekomstige conflicten, zo vragen zij.10. Antwoord van het kabinetDe wetgeving in de Verenigde Staten en Canada is niet één opéén te realiseren in het Nederlandse rechtssysteem. Ook heeftdeze wetgeving zowel in de Verenigde Staten als in Canada geleidtot juridische procedures, inclusief internationale investeringsar-bitrageprocedures en, in het geval van Canada, een procedurevoor het Internationaal Gerechtshof. Het is dus niet gezegd datmet het enkele aannemen van deze wetgeving aangetoond is datzij effectief of verenigbaar is met internationaal recht dan welEuropees recht. De vele procedures die lopen maken dit verre vaneen uitgemaakte zaak. Ook tegen Nederland loopt inmiddels eenaantal procedures als gevolg van sancties ingesteld in reactie opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 667 de agressie door de Russische Federatie. Bij het aannemen vandegelijke wetgeving moet een degelijke kosten baten analyseplaatsvinden.Zoals eerder gecommuniceerd roept het kabinet in EU verband optot het onderzoeken van aanvullende maatregelen ten aanzienvan de Russische Centrale banktegoeden, inclusief de daarvoornoodzakelijke wetgeving.In antwoord op de agressie van de Russische Federatie tegenOekraïne is onmiddellijk een groot aantal maatregelen genomen.Nederland in het bijzonder heeft zich hard gemaakt voor eenduidelijk antwoord op het onrechtmatig handelen van deRussische Federatie. Niet alleen zet Nederland zich in vooruitgebreide sanctiepakketten, maar Nederland heeft ook zelf,unilateraal, een tegenmaatregel genomen tegen de RussischeFederatie: het heeft Rusland opgedragen zijn handelskantoor inAmsterdam te sluiten en de aanwezige werknemers terug tetrekken. Zie hiervoor de Kamerbrief over stappen in de diploma-tieke betrekkingen met de Russische Federatie, 18 februari 2023(Kamerstuk 35 373, nr. 30 1). Nederland zal zich blijven inzettenom, gezamenlijk met andere landen, samen te werken om deschendingen tot een einde te brengen, de ontstane situaties dieeen gevolg zijn van de schendingen niet te erkennen en geen hulpen bijstand te verlenen aan de instandhouding van de onrecht-matige situatie. Zie hiervoor ook het eerder genoemdeCAVV-Advies 41 en bijbehorende kabinetsreactie.Of een specifieke maatregel, zoals het confisqueren vantegoeden, het beoogde effect heeft, moet per geval beoordeeldworden. Zoals benoemd, zijn er geen precedenten voor dezesituatie, en is daarmee moeilijk in te schatten in hoeverre hetconfisqueren van tegoeden een preventieve werking kan hebbenop toekomstige conflicten.De leden van de D66-fractie constateren dat de VN-resolutie vannovember 2022 erkent dat Rusland herstelbetalingen verschuldigd is aanOekraïne. Dit kan als juridisch argument dienen om bevroren Russischestaatsreserves in beslag te nemen. Daarnaast is het van belang om teonderzoeken of de bestaande sanctieregimes zodanig kunnen wordenaangepast dat er een expliciete koppeling wordt gelegd tussen sancties enherstelbetalingen. Deze leden ondersteunen daarom de verdereuitwerking van een Europese juridische basis die de mogelijkheid biedtom bevroren tegoeden in te zetten voor de wederopbouw van Oekraïne.Zij vragen of de Minister kan toezeggen alles op alles te zetten om dit tebereiken en hiertoe ook een bilaterale inzet te plegen richting collega’s uitG7- en EU-landen die nog terughoudend zijn.11. Antwoord van het kabinetIn mei 2024 bereikte de EU akkoord op het afromen van debuitengewone inkomsten over de bevroren Russische centrale-banktegoeden. In juni 2024 hebben de G7-landen en EU ca. EUR45 mld. aan leningen aan Oekraïne toegezegd, waarbij debuitengewone inkomsten aan Oekraïne ter beschikking wordengesteld voor afbetaling en om rentebetalingen te voldoen. Hetkabinet roept op tot het voeren van de discussie met betrokkenlanden over de mogelijkheden tot het nemen van aanvullendemaatregelen. In dat kader geeft Nederland invulling aan deresolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde NatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 668 van 14 november 2022 door zich in te zetten op de oprichting vaneen claimscommissie en het mobiliseren van middelen omuitbetaling van de claims te realiseren. Deze resolutie biedt alszodanig geen rechtsbasis om de bevroren tegoeden in beslag tenemen. Er liggen op dit moment geen voorstellen van deEuropese Commissie voor over confiscatie van Russischecentrale-banktegoeden, noch over hun eventuele bestemming.De rol van Nederland en de EUDe leden van de D66-fractie zijn van mening dat Nederland binnen de EUen G7 actief moet blijven pleiten voor verdere juridische en beleidsmatigestappen. Zij ondersteunen de inzet van Nederland bij de oprichting vaneen internationale claimscommissie voor Oekraïne en het onderzoek naarde oprichting van een schadefonds waarin Russische tegoeden kunnenworden opgenomen. Tegelijkertijd vragen deze leden of de Minister bereidis om, in samenwerking met gelijkgestemde landen, de druk binnen de EUop te voeren om concrete wetgeving op dit vlak tot stand te brengen.12. Antwoord van het kabinetNederland heeft, in samenwerking met Oekraïne en het Schadere-gister voor Oekraïne, het voortouw genomen tot oprichting vaneen internationale claimscommissie voor Oekraïne. Een dergelijkecommissie is bedoeld om schadeclaims te beoordelen die zijngeregistreerd door het Schaderegister. Aan dit proces nemen totdusver 55 landen alsook de EU en de Raad van Europa deel. Na detotstandkoming van het verdrag tot oprichting van de claimscom-missie zal bezien worden op welke wijze een mechanisme voor deuitbetaling van de claims, zoals een schadefonds, vorm kankrijgen.Voor de leden van de D66-fractie staat vast dat Rusland uiteindelijk moetbetalen voor de schade die het heeft aangericht in Oekraïne. Deze ledenroepen de Minister op om in Europees en internationaal verband teblijven werken aan juridische en beleidsmatige oplossingen om bevrorenRussische tegoeden in te zetten voor de wederopbouw van Oekraïne. Ditis niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook van interna-tionale stabiliteit en normstelling in het internationaal recht.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie en reactievan de bewindspersoonDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de Kabinetsreactieop het advies nr. 48 van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijkevraagstukken (CAVV). Deze leden zijn van mening dat het inzetten van debevroren Russische tegoeden wenselijk is, waarbij de bevroren tegoedengebruikt worden voor steun aan Oekraïne via een compensatiemecha-nisme.De leden van de SP-fractie hebben nog een enkele vraag naar aanleidingvan de kabinetsreactie.Het kabinet schrijft: «Het kabinet kijkt daarom conform meerdereKamermoties serieus naar het onderzoeken van aanvullende mogelijk-heden voor het gebruik van de bevroren Russische Centrale bankte-goeden.» Ruim drie jaar na de start van Poetins illegale inval in Oekraïne,hadden deze leden concretere voortgang verwacht op dit gebied. Kan eenlaatste stand van zaken worden gegeven over de kabinetsinzet in deze ende onderhandelingen op Europees niveau?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 669 13. Antwoord van het kabinetVoor het kabinet staat vast dat Rusland moet betalen voor deschade die het aanricht in Oekraïne. Daarom roept het kabinet optot het voeren van de discussie met betrokken landen in EU enG7-verband over het onderzoeken van de mogelijkheden tot hetnemen van aanvullende maatregelen, met inbegrip van hetgebruik van de bevroren Russische Centrale banktegoeden.Gedegen onderzoek naar de juridische, en financieel-economische risico’s is hierbij van belang.Hierbij dient opgemerkt te worden dat er op dit moment geenvoorstellen voorliggen van de Europese Commissie over confis-catie van Russische Centrale-banktegoeden. Onderhandelingenzijn daarom op dit moment ook niet aan de orde.Ook lezen de leden van de SP-fractie dat de bevroren tegoedenmomenteel vooral op rekeningen in België en Luxemburg staan. Uit eeneerder debat begrepen deze leden dat die landen daarom het grootsteinternationaalrechtelijke risico lopen als de tegoeden worden aange-sproken. Worden er manieren gezocht om dit te overbruggen? Zo ja,welke?14. Antwoord van het kabinetHet kabinet roept in EU en NAVO verband op tot een discussieom de risico’s, mogelijkheden en het krachtenveld helder in kaartte brengen. Het kabinet spreekt ook regelmatig bilateraal metbetrokken landen over de juridische en financieel-economischemogelijkheden en risico’s. Er is op dit moment geen interna-tionale overeenstemming binnen de EU en G7 over de rechtma-tigheid van het confisqueren van Russische Centrale-banktegoeden.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de SGP-fractie danken het kabinet voor het toezenden vanhet CAVV advies nr. 48 «Confiscatie van eigendommen van vreemdestaten» en de onderhavige kabinetsreactie en hebben daarover enkeleopmerkingen en vragen.De leden van de SGP-fractie hechten aan de steun voor Oekraïne enblijven de illegale Russische agressie veroordelen. Vanwege dezeoverduidelijk illegale agressie zijn de leden van de SGP-fractie zeer bereidnaar de Russische staatstegoeden in het buitenland te kijken en naar hetaanwenden daarvan voor steun voor Oekraïne, herstel van schade en alsdwangmiddel om de aanhoudende Russische schending van internati-onaal recht af te wenden.De leden van de SGP-fractie hechten er aan dat dit juridisch solide enverantwoord gebeurt en dat er rekening gehouden wordt met demogelijke politieke, juridische en financiële implicaties. De voornoemdeleden waarderen wel dat het kabinet met inachtneming van die politiekeen juridische kaders het uiterst mogelijke probeert en daarmee opvolginggeeft aan moties uit de Kamer die daarom vragen.De leden van de SGP-fractie begrijpen dat besluiten tot beslagleggingweinig effect hebben doordat de tegoeden zich veelal in Luxemburg enBelgië bevinden. Deze leden vragen derhalve of het standpunt van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 6610 nieuwe Belgische regering inzake Oekraïnesteun en specifiek inzake hetgebruik van de tegoeden reeds bekend is.15. Antwoord van het kabinetConfiscatie is alleen uitvoerbaar i.s.m. de EU en G7 partners,alleen al door het feit dat er zich voor zover bekend geenRussische Centrale Bank tegoeden in Nederland bevinden.Nederland spreekt regelmatig met EU- en G7 partners, waaronderook specifiek België, over dit onderwerp. Over het Belgischebeleid inzake Oekraïne en het gebruik van de tegoeden doet hetkabinet echter geen uitspraken.De leden van de SGP-fractie vragen het kabinet naar de voorziening voorbijzonder benadeelde staten in de ontwerpartikelen inzake staatsaanspra-kelijkheid en of die vaker in de internationale rechtspraak is gehanteerd.Deze leden vragen het kabinet of zij bekend is met voorbeelden waarmaatregelen genomen zijn op basis van deze voorziening en waar heteventueel aangevochten is. Zo ja, hoe moeten landen dit beredeneren, ofaantonen dat ze hieraan voldoen? De aan het woord zijnde leden merkenop dat de oorlog in Oekraïne in de eerste plaats veel betekent voor deOekraïense maatschappij, strijdkrachten en Oekraïne als land, endaarnaast veel nadelen heeft voor Nederland. Deze leden vragen echtermeer toelichting over hoe dit juridisch werkt.16. Antwoord van het kabinetHoewel de genoemde artikelen inzake staatsaansprakelijkheidvoorzien in een recht voor bijzonder benadeelde staten om deaansprakelijkheid in te roepen en tegenmaatregelen te nemen, ishiervan door staten in de praktijk, voor zover bekend, geengebruik gemaakt.Een staat is bijzonder benadeeld indien de gevolgen van hethandelen van een andere staat in strijd met regels waaraanmeerdere staten gebonden zijn deze eerste staat meer nadeelberokkent dan andere staten binnen de groep, terwijl datonrechtmatig handelen niet direct gericht is tegen die eerstestaat. De agressie door Rusland is weliswaar gericht tegen hetgrondgebied van Oekraïne, maar zij is tegelijkertijd extrabedreigend, en heeft tot extra consequenties geleid, voor anderestaten in Europa. Zij zijn veel meer geraakt door de agressie dan,bijvoorbeeld, staten in andere werelddelen. De benadeling isfinancieel, militair, en economisch. Daarom kan worden betoogddat de Europese staten bijzonder benadeeld zijn, en kunnen zij deaansprakelijkheid van de Russische Federatie inroepen.Nederland heeft ervoor gekozen zijn tegenmaatregelen tegen deRussische Federatie te nemen op basis van het algemeen belang(zie de hiervoor genoemde Kamerbrief over de diplomatiekestappen tegen de Russische Federatie) en niet als bijzonderbenadeelde staat, maar dat sluit deze laatste rechtsgrond niet uit.De leden van de SGP-fractie merken op dat het EU-aandeel van deExtraordinary Revenue Accelaration (ERA)-leningen desnoods gedektworden doordat de headroom van het Eigenmiddelenbesluit ervoorgarant staat, en merken op dat dit ook het voornemen is bij de leningenonder het aangekondigde Security Action for Europe (SAFE)-programma.Kan het kabinet een overzicht geven van welk deel van de headroom vanhet Eigenmiddelenbesluit ingezet wordt als garantstelling, zo vragen deleden van de SGP-fractie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 6611 17. Antwoord van het kabinetDe headroom is de beschikbare ruimte tussen het Eigenmiddelen-plafond en de maximale beleidsuitgaven die zijn vastgelegd in deMFK-verordening. In het Eigenmiddelenbesluit (EMB) isvastgelegd dat het EMB-plafond maximaal 1,4% van het EU-bnibedraagt. Het EMB bepaalt onder andere de maximale omvangvan de middelen die de Commissie bij de lidstaten mag opvragen.Het EMB is door het Nederlandse parlement in 2021 geratificeerd.Door ratificatie van het parlement staat Nederland garant voorhet Nederlandse aandeel van de headroom, gebaseerd op hetNederlandse bni ten opzichte van de EU.Op basis van informatie van de Commissie (november 2024) is deomvang van de headroom in de periode 2025–2029 gemiddeldEUR 106 mld. per jaar. Het totale beslag op de headroom van alleuitstaande garanties in de periode 2025–2029 bedraagt volgensdezelfde informatie van de Commissie (peildatum 31-12-2023)gemiddeld circa EUR 10 mld. per jaar. Dit betreft garanties voorBalance of Payments (BoP), European Financial StabilisationMechanism (EFSM), European instrument for temporary Supportto mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE),Recovery and Resilience Facility (RFF) en Macro-FinancialAssistance+ (MFA+) voor Oekraïne. Het EU-aandeel in deERA-leningen is hier nog niet in opgenomen, omdat een eerstedeel van deze lening aan Oekraïne in 2025 plaatsvond.Wat betreft het SAFE-voorstel zal de Kamer op korte termijn eenBNC-fiche ontvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 V, nr. 6612
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.