KamerkringInloggen
Kamerstuk

Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2019 en Infrastructuurfonds

8 nov 2018 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3106091b70f53a8f · officiële bron

14Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsAan de orde is de voortzetting van de behandeling van:-het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstatenvan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII)voor het jaar 2019 ( 35000-XII );-het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaatvan het Infrastructuurfonds voor het jaar 2019 ( 35000-A).(Zie vergadering van 7 november 2018.)De voorzitter:Ik verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Aan de ordeis de begroting Infrastructuur en Waterstaat, inclusief hetInfrastructuurfonds. Het gaat om de voortzetting van debehandeling. De eerste termijn van de zijde van de Kamerhebben we al gehad. Nu is de beantwoording door de beidebewindspersonen aan de orde. Ik heet de minister enstaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van hartewelkom. Uiteraard ook welkom aan de leden en de onder-steuning. Welkom aan de mensen die dit debat op depublieke tribune volgen en de mensen die het debat op eenandere manier volgen. Zeer welkom.Aan het begin van de avond zijn er heel veel vragen schrif-telijk beantwoord. De bewindspersonen hebben aangegevenook mondeling nog wel een aantal vragen te beantwoorden.Ik heb begrepen dat dit in blokjes gaat plaatsvinden. Dusik vraag u beiden om aan te geven welke blokjes u gaathanteren. Dan kunnen de leden daarmee rekening houdenbij hun interrupties.Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van deminister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecre-taris van Infrastructuur en Waterstaat op vragen, gesteldin eerste termijn.Deze antwoorden zullen worden opgenomen in een bijvoeg-sel bij de Handelingen van deze vergadering.(Het bijvoegsel is opgenomen aan het eind van deze editie.)De algemene beraadslaging wordt hervat.De voorzitter:Na al deze huishoudelijke mededelingen ga ik het woordgeven aan de minister. Ga uw gang.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dank u wel, voorzitter. Allereerst heel veel dank aan deKamerleden voor hun inbreng en hun vragen in de eerstetermijn. Met name wil ik natuurlijk mevrouw Teunissen vande Partij voor de Dieren feliciteren met haar heel goed uit-gevoerde maidenspeech. Welkom, ook namens ons, in ditmooie huis van de parlementaire democratie.Ik begin met een algemene introductie en daarna zal ik devragen behandelen in vijf blokjes. Het eerste blokje iswegen. Dan komt het blokje verkeersveiligheid. Dan hetblokje luchtvaart. Daarna maritiem en dan heb ik nog eenblokje overig, waarbij ik wat andere onderwerpen gabespreken, die wat meer algemeen zijn, waaronder bijvoor-beeld de ILT.Voorzitter. Ik begin met de inleiding. Het is de tweede keerdat de staatssecretaris en ik hier zitten voor de behandelingvan onze begroting in uw Kamer. Dat voelt op zich al heelerg vertrouwd, terwijl het toch pas onze eerste echte eigenbegroting is. Die van vorige keer was immers nog debegroting van het vorige kabinet. Er is wel wat gebeurd indie tijd. Het ministerie is van naam veranderd. "Milieu" isuit de naam verdwenen, maar ik wil er meteen bij vermel-den: wel uit de naam, maar niet uit ons hart.Wat echt impact heeft gehad op ons ministerie het afgelo-pen jaar, is dat het niet alleen bij de naamswijziging isgebleven, maar dat er collega's vertrokken zijn vanuit onsministerie naar het ministerie van EZK, en een deel naarBZK. Dat heeft er best ingehakt op ons ministerie en voorsommige medewerkers heeft dat best geresulteerd in eenzware tijd. Wij zijn blij dat wij dit in goede banen hebbenkunnen leiden. Iedereen zit weer op zijn plek en is weervolop aan de slag. Maar het heeft toch echt behoorlijkeimpact op de mensen gehad. Dat mogen we wel evenmemoreren over dit jaar.We doen ook dingen anders. We hebben 2 miljard euroerbij gekregen om een inhaalslag te maken met de investe-ringen in onze infrastructuur. Veilig en snel van A naar B:dat is het doel. Comfortabel en duurzaam en met zo minmogelijk hinder voor de omgeving. Met dat laatste houdenwe nadrukkelijker rekening dan voorheen. Kijk je bijvoor-beeld naar de luchtvaart — ik kom daar straks in blokje 3uiteraard nog nader op terug — dan zie je dat we voor heteerst kiezen voor hinderbeperking als leidraad in plaats vanhet aantal vliegbewegingen.En het is overal druk. Dat geldt op de weg, in de trein, opde fietspaden en ook in de vliegtuigen. Eigenlijk alleKamerleden hebben daar in hun inbreng bij stilgestaan. Wezijn gelukkig weer uit de crisis. Dat zorgt inderdaad vooreconomische groei. Mobiliteit versterkt die welvaart. Dat ishet goede nieuws van dit verhaal, maar aan de andere kantis het de drukte die ervoor zorgt dat het alle hens aan dekis om de groei van de mobiliteit die daarmee gepaard gaatin goede banen te leiden. Als je meer goederen produceert,moeten die vervoerd worden. Als meer mensen een baanhebben, moeten ze van en naar die baan reizen. Als mensenmeer te besteden hebben, kunnen ze ook vaker op weg,naar familie en leuke dingen gaan doen. Dat brengt allemaalmeer mobiliteit met zich mee en dus ook meer files. Daaromhebben we een fileaanpak voor zowel de lange als de kortetermijn en investeren we ook veel in de innovatie in het oven, natuurlijk, in de fiets. Daarover zal mijn collega u uiter-aard straks alles vertellen.Een belangrijke omslag is ook dat niet meer de modaliteit,de vervoersvorm, centraal staat, maar de gebruiker en dereis van deur tot deur. Een van de acties is dat we hetInfrastructuurfonds omvormen tot een Mobiliteitsfonds,zonder schotten tussen die afzonderlijke vervoersvormen,weg, water en ov. En we zijn al gestart met brede MIRT-verkenningen en gebiedsprogramma's over die verschil-21-14-18 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer lende vervoersvormen heen. En daarover zullen we uiter-aard, wanneer we het notaoverleg MIRT hebben, nog veelmeer met u van gedachten kunnen wisselen.Een nieuwe keuze van dit kabinet is ook om verkeersveilig-heid boven aan de agenda te zetten. Het aantal slachtoffersmoet weer omlaag, want het gaat immers niet om cijfers.Het gaat om mensenlevens en heel veel diep leed datdaarachter verscholen gaat. Daarom is ook nul slachtoffersde nieuwe doelstelling. Dat is ambitieus, want je zult hetnooit helemaal halen. Dat weten we allemaal, maar hetmoet wel het streven zijn bij waar je mee bezig bent. Samenmet gemeenten, provincies, weggebruikers zelf en partijenals de ANWB, Veilig Verkeer Nederland, de Fietsersbonden ook de verzekeraars trekken we alles uit de kast. In mijntweede blok zo meteen zal ik daar verder op ingaan.Ik wilde hier ook graag iets zeggen over nieuw gedrag inhet verkeer. Ik snap net als velen van u, die dat ook hebbenaangeven, werkelijk niet hoe het in iemand opkomt om meteen telefoon een ongeluk te gaan filmen. Zelfs als iemandgereanimeerd moet worden, gaan mensen daar met huncamera bovenop staan in plaats van te helpen. Onderanderen de heer Dijkstra en mevrouw Van Brenk hebbendaar nadere vragen over gesteld. Dat totaal, maar dan ooktotaal respectloze gedrag moeten we met elkaar niet tolere-ren. En datzelfde geldt overigens voor het negeren van eenrood kruis en het aanrijden van een pijlauto van eenweginspecteur.Ik wil toch even onderstrepen hoe ernstig het is. De staats-secretaris en ik en de ambtenaren op het ministerie krijgenregelmatig berichten over ongevallen. Vanavond kwam nethet bericht binnen dat er weer een auto op zo'n botsabsor-ber is gereden. Het is kennelijk dus ook hard nodig dat diedaar neergezet worden. Maar mensen houden er gewoongeen rekening mee. Ik wil de cijfers even noemen. Dit jaarzitten we al op veertien aanrijdingen met auto's vanweginspecteurs. Die mensen moeten zich ook veilig kunnenvoelen en het is dus gewoon echt niet acceptabel. Verderwaren er al 24 aanrijdingen met pijlwagens en botsabsor-bers. En dan is het jaar nog niet afgelopen, hè. Hierbij gaathet dus om wegafzettingen. Het valt voor mij allemaal inde categorie "hoe haal je 't in je hoofd". We moeten er echtmet elkaar de schouders onder zetten om dat aan te pakken.Voorzitter. Ik mag nu een jaar minister zijn en de laatste tijdheb ik een aantal van die terugbliksessies gehad van: hoeis dat eerste jaar nou bevallen? Ik kan u in ieder geval zeg-gen dat het qua weer wel een heel extreem jaar is geweest,want we hebben eigenlijk alles voorbij zien komen. Wehebben heftige stormen gehad en hoog water. Voor heteerst in de geschiedenis waren alle stormvloedkeringentegelijk dicht. We hebben helaas ook een recordaantalomgewaaide vrachtwagens gehad. We hebben heel veelwateroverlast gehad door plensbuien en de droogste enwarmste zomer in 40 jaar. En daar kom ik dan graag in hetwetgevingsoverleg Water op 26 november uitgebreid opterug. Mevrouw Van Brenk heeft daar al een heel aantalbelangrijke vragen over gesteld en daar zal ik graag naderop ingaan tijdens dat wetgevingsoverleg op 26 november.Ik zeg het alvast maar voor de geïnteresseerden.En wat me ook opgevallen is in dat eerste jaar, is de inter-nationale voortrekkersrol die Nederland heeft op heel veelterreinen, bijvoorbeeld op het gebied van smart mobility,autonoom rijden, smart shipping en drones. Ik heb gemerktdat, of je nou bij de Transportraad bent of dat je een buiten-landse delegatie op bezoek krijgt, heel veel buitenlandsecollega's en andere gasten graag met ons over dezeonderwerpen willen spreken, omdat wij een pioniersrolspelen. Dat maakt ons, ondanks de grote opgave waar wijook voor staan, toch trots op Nederland en ook trots op onsministerie en alles wat daarbij hoort.Voorzitter. Dat was wat mij betreft het algemene deel. Danwil ik nu aan het eerste blokje beginnen en dat is het blokjewegen. En ja, het is november. Dat is niet alleen de tijd vande begrotingsbehandelingen in deze Kamer, maar ook detijd van de grote ...Dan laat ik deze als cliffhanger even hangen.De voorzitter:Dat wordt wel heel spannend. De heer Van Raan heeft eenvraag over de inleiding, begrijp ik. Gaat uw gang.De heer Van Raan (PvdD):Ik zal het heel kort houden, want we zijn allemaal benieuwdnaar de cliffhanger. Dank voor het exposé over het eerstejaar. Wat mij daarin opviel, is dat de minister in het een-na-laatste punt het weer beschreef. Dat deed zij alsof het eensoort natuurkracht is, die helemaal losstaat van de invloedvan de mens. Is de minister het met mij eens dat datvreemde weer voor een groot deel wordt veroorzaakt doormenselijk handelen, dat dat inmiddels wel vaststaat? Datwil ik toch even gememoreerd hebben.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Het verbaast met niet dat de heer Van Raan daarmee komt,maar ik denk dat het hem ook niet zal verbazen dat ik hemdaar volmondig gelijk in geef, want anders had ik me nietzo ingespannen voor onder andere het op de wereldkaartzetten van de Global Commission on Adaptation. Laten wedaar in het wetgevingsoverleg Water verder over sprekenmet elkaar.Dan kom ik weer even terug bij het feit dat het de maandnovember is en dat dat niet alleen de maand is van debehandeling van de begroting van IenW, maar ook helaasde tijd van de grote files op de weg. "Monsterfiles", zoalsde heer Van Aalst het noemde, of, als je het omdraait, hetfilemonster van de heer Dijkstra. Stilstaan leidt tot veelfrustratie en het kost ook veel geld. En van die drukte zijnwe ook niet zo snel weer af, blijkt uit de nieuwste voorspel-lingen. Alle Kamerleden hebben het daar eigenlijk overgehad. Daarom hebben we ook een file-aanpak op de korteen op de lange termijn. Het gaat om nieuwe verbindingenen extra rijstroken, de komende twaalf jaar minstens 1.000kilometer. Deze kabinetsperiode mag ik voor 600 kilometerhet startschot geven. En asfalt werkt, zoals ook de heerDijkstra en de heer Stoffer van de SGP met cijfers onder-bouwden. Het gaat ook om het verjongen en vernieuwenvan oude bruggen en tunnels, om extra bergingsteams dieongelukken sneller van van de weg halen en om extraweginspecteurs met bevoegdheid als buitengewoonopsporingsambtenaar om boetes uit te delen, bijvoorbeeldvoor het toch doorrijden onder zo'n rood kruis of zelfsomkeren — daar hebben we ook voorbeelden van gezien— en over de vluchtstrook de weg weer verlaten. Voor diefile-aanpak op de korte termijn heb ik 100 miljoen euro21-14-28 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer beschikbaar, maar ik zeg er ook meteen bij dat ik geentoverstafje heb. Ik kan de files niet oplossen, maar we doener wel alles aan om het binnen de perken te houden.Duurzaamheid — ik kijk even naar mevrouw Dik-Faber, diedaar ook vragen over stelde — is daarbij een belangrijkpunt. Ik kan u ook vertellen dat we daar al veel aan doen.Zo liggen langs de A6 bij Almere zonnepanelen op onsareaal en dat doen we op meerdere plekken. Bij de Reeve-sluis bij Kampen — dat vind ik zelf ook wel een leuk voor-beeld — bouwen we aan het eind van dit jaar het eerstecirculaire viaduct. Ook daar, in de circulaire economie,trekken de staatssecretaris en ik samen goed op. En wat iser nou circulair aan dat viaduct? Het is opgebouwd uit eensoort legoblokken en daardoor is het in elkaar te zetten,maar ook weer uit elkaar te halen en ergens anders weerte gebruiken. Ook nog een mooi voorbeeld is dat we op deA58 tussen Oirschot en Best in 2020 een innovatiestrookbouwen waarmee we gaan testen met warmte en energieuit asfalt, duurzame geluidsschermen en nieuwe verlichting.Ik heb nog veel meer voorbeelden, maar ik zie dat de heerDijkstra een vraag heeft.De heer Remco Dijkstra (VVD):In het blok wegen is er voor de file-aanpak voor de kortetermijn 100 miljoen. Daar zijn wij blij mee. Tegelijkertijdweten we natuurlijk dat het Kennisinstituut voor Mobiliteitheeft gezegd dat in de komende vijf jaar de filezwaarte met35% kan toenemen. Dat betekent dat als je normaal een uurin de auto zit, het dan ongeveer een uur en twintig minutenwordt. Dat is fors. Zou het helpen als we extra geld terbeschikking stellen ook voor die file-aanpak op de kortetermijn? Dan denk ik bijvoorbeeld aan de 30 miljoen aanmiddelen die we hebben voor Beter Benutten, in debegroting van het Infrafonds, bladzijde 111. Zou het helpenom ook dat geld in te zetten, juist om de spitsstroken brederte maken, voor signalering, belijning en dergelijke zaken?Zou extra geld — het maakt niet uit waar het vandaan komt— helpen om die file-aanpak die zo nodig is, urgenter temaken en het probleem nog adequater aan te pakken?De voorzitter:Uw vraag is duidelijk.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik denk dat de heer Dijkstra het zelf wel kan invullen. Als jemeer geld hebt, kun je altijd meer doen. Je kunt niet allesnaar voren halen. Zeker de grote projecten zitten natuurlijkin de lange termijn. Maar met meer geld kun je altijd meerdoen.Ik wil ook nog even memoreren dat de opbrengsten van devrachtwagenheffing terugvloeien naar innovatie en vergroe-ning van de sector. Onder anderen de heer Von Martelsrefereerde daaraan. Het beleidskader daarover hoop ik zeerbinnenkort naar de Kamer te kunnen sturen zodat ik in iedergeval de toezegging dat dat nog dit jaar zou gebeuren, ruimkan halen.Ik kom bij een aantal vragen die zijn gesteld.De voorzitter:Voordat u verdergaat wil de heer Van Aalst een vraag stel-len.De heer Van Aalst (PVV):Over de vrachtwagenheffing was er gisteren natuurlijk eveneen leuk debatje. De PVV wil überhaupt geen vrachtwagen-heffing, maar de collega van de VVD zei: ik wil alleen maareen vrachtwagenheffing als de opbrengst voor 100%terugvloeit in de sector. Kan de minister dat de heer Dijkstragaranderen?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik denk dat ik de heer Dijkstra inderdaad gerust kan stellen,want ik heb in het regeerakkoord de opdracht gekregen omervoor te zorgen dat de vrachtwagenheffing voor een stukjeterugkomt in een verlaging van de motorrijtuigenbelasting,en dat het overige via een met de sector af te sprekenterugsluis voor een deel terugvloeit naar innovatie en vooreen deel naar duurzaamheid, en misschien wel naar eenmengvorm daarvan. Uiteraard onder aftrek van de kosten,want het gaat om de opbrengst.De heer Van Aalst (PVV):Als ik het goed begrijp, zullen dus alle kosten voor deapparaten en alle bijkomende kosten voor het invoeren vande vrachtwagenheffing niet eerst in mindering wordengebracht op de inkomsten.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dat zeg ik u net: de kosten zullen er uiteraard eerst vanafgetrokken worden, want anders zijn het ook geenopbrengsten.De heer Van Aalst (PVV):Oké. Zo meteen gaan we dus €10 inleggen en krijgen we€8 terug. Begrijp ik dat goed? Dat is dan de 100% die desector weer terugkrijgt.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Nou ja, die prijskaartjes kennen we nog niet. Ik kom binnen-kort met een voorstel daarvoor naar de Kamer. Maar uiter-aard moet je wel eerst je kosten er aftrekken. Anders hebje ook geen inkomsten en zou het uiteindelijk een soortsubsidieregeling worden, en dat is niet de bedoeling. Maardat is ook nooit afgesproken en staat ook niet in hetregeerakkoord.Mevrouw Kröger (GroenLinks):De minister zegt dat ze geen toverstokje heeft om de filesop te lossen. Kan zij zich voorstellen dat in een heel speci-fieke verkeerssituatie het verlagen van de maximumsnelheidwél op korte termijn een bijdrage kan leveren aan hetoplossen van de fileproblematiek?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:We kijken bij de snelheid altijd naar het totaalplaatje. Watdoet het bijvoorbeeld voor geluid? Maar we kijken ook naar21-14-38 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer het aspect van verkeersveiligheid. En natuurlijk kijken wewelke invloed het heeft op de doorstroming. Hiervan wordtper traject altijd een grondige analyse gemaakt.De voorzitter:De tweede vraag van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Ik noem een heel specifiek traject, namelijk de A27. Daarligt natuurlijk een plan dat ten koste gaat van natuur enwaarover veel zorgen bij omwonenden bestaan. Is deminister bereid om daar op tijdelijke basis en als experimentde maximumsnelheid omlaag te brengen, om te kijken ofdat als een toverstokje kan helpen om de fileproblematiekdeels te verlichten?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Daar noemt mevrouw Kroger nou net een weg waar bijuitstek al héél lang op is gestudeerd. Alles is daarbij heelgoed afgewogen, dus daar gaan we gewoon het plan uit-voeren zoals we dat met elkaar hebben afgesproken.Verschillende Kamerleden, ik geloof van het CDA en deVVD, en ook de heer Azarkan van DENK hebben de volgendevraag gesteld. Kunnen we marktpartijen een incentive gevenom het fileprobleem mee te helpen oplossen, bijvoorbeelddoor ze een vergoeding te geven als ze met een voorstelkomen dat werkt? Het betrekken van marktpartijen bij hetoplossen van de files is een interessant idee. Daar staanwe altijd open voor gesprekken met de markt. We zijn erwel voor dat het uiteindelijk moet leiden tot zelfstandigebusinesscases, dus businesscases die op eigen benenkunnen staan. We zijn altijd bereid om te kijken naar speci-fieke voorstellen en hoe we daarbij de helpende hand kun-nen bieden. Die werkwijze hebben we ook al eerder toege-past. Bijvoorbeeld in het programma Beter Benutten hebbenwe een aantal projecten uitgevoerd, waarbij werkgevers enwerknemers een bijdrage leverden door bijvoorbeeld buitende spits te reizen of te stimuleren dat medewerkers vakerde fiets pakken. Marktpartijen hebben daaraan ook eenbelangrijke bijdrage geleverd.Misschien is het interessant om te weten dat ik de evaluatievan het programma Beter Benutten binnenkort naar uwKamer stuur, zodat we dat kunnen bespreken bij het MIRT.Overigens — dat is u ook bekend — ben ik met de Mobili-teitsalliantie in gesprek over pilots in dit kader. Zodra hetdaadwerkelijk tot pilots leidt, zullen we u daar uiteraardover informeren.Een vraag van de heer Stoffer over de twintig strategischelocaties waar we bergers gaan opstellen zodat ze sneller inhet kader van incidentmanagement de weg vrij kunnenmaken: kan dat snel uitgevoerd worden en hebben we danalle locaties in beeld? Op die twintig meest gevoelige filelo-caties komen bergers stand-by te staan. We hebben daarraamcontracten voor. De nieuwe contracten gaan in per 1april 2019. Dan zullen ze daadwerkelijk allemaal op deplekken staan.Een vraag van de heer Van Aalst: hoe kijkt de minister aantegen het voorstel om de subsidie voor de innovatierege-ling, de Wbso, weg te halen en in te zetten voor de aanpakvan de fileproblematiek op het hoofdwegennet? Ik vindinnovatie belangrijk. Ik kan natuurlijk geen specifieke uit-spraken doen over de effecten van de regeling die de PVVnoemt. Dat is aan mijn collega van EZK. Ik ben voorlopigblij met de 2 miljard extra middelen die we hebben. Daar-mee kunnen we projecten opstarten om op belangrijkepunten de doorstroming te verbeteren. Onder andere noemik u: de A15 Papendrecht-Gorinchem, de A2 Deil-Den Boschen de A58 Breda-Tilburg. De effecten van die nieuwe pro-jecten zitten nog niet in de cijfers van het KiM; die gaanmaar tot 2023. Dat is echt een wezenlijke bijdrage aan delangetermijnaanpak. Overigens zitten er nog meer dingenin die nog niet meegenomen kunnen worden, bijvoorbeeldde nieuwe Blankenburgverbinding en de A24, die ook in'24 moet worden opgeleverd. Die gaat ook ontzettend veeldoen, maar die zit dus nog niet in de cijfers van het KiM tot2023.De heer Van Aalst (PVV):Geweldig dat de minister het hele rijtje opnoemt. Daar zijnwe ook blij mee. Alleen, we hebben de afgelopen jaren 6miljard bezuinigd en nu halen we 3 miljard weer terug endat betekent dat we nog steeds 3 miljard achterlopen omüberhaupt die inhaalslag te maken. Alle organisaties diemeedoen aan de Mobiliteitsalliantie — de ANWB, TLN ennoem maar op — geven heel duidelijk aan dat we gewoon1 miljard structureel nodig hebben. De minister is het tochmet mij eens dat het leuk is om op deze manier dat miljardvrij te kunnen spelen? Innovatie hoort bij een bedrijf te lig-gen. Dat gaat volgens mij ook hartstikke goed. Maar als wealleen maar zorgen dat ze in de file staan, komt er van dieinnovaties weinig terecht.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik weet niet of je dat een-op-een aan elkaar kan koppelen,maar daar gaat uw vraag op zich niet over. Het is makkelijkom een dekkingsvoorstel aan te geven waarvan je weet datde rest van de Kamer het toch niet steunt. Ik heb hier in deKamer geen enkele andere partij zien voorstellen om deWbso-regeling helemaal af te schaffen, dus ik denk niet dathier heel veel draagvlak voor zal zijn. Mocht dat onverhooptwel het geval zijn, mocht iedereen zeggen "nou, we vindenhet allemaal niet meer nodig; we hebben nog een miljardextra voor infra", dan zullen wij dat met open armen ontvan-gen, zowel de staatssecretaris voor het spoor, als ik voorde weg en het water.De heer Van Aalst (PVV):Ik heb collega's, waaronder van de VVD, horen zeggen: jemoet keuzes maken als je extra dingen wilt. De PVV geeftnu een duidelijke dekking aan door keuzes te maken. Datlijkt ons hartstikke goed. De collega's hebben zich nog nietuitgesproken over het amendement. Ik vind het dus bijzon-der dat de minister dan al wel duidelijk heeft welke partijenwel en welke niet voor zijn. Ik vind het eigenlijk een kansloosantwoord om te zeggen dat de meerderheid van de Kamerhier niet achter zal gaan staan. Ik denk dat de metselaar, detimmerman en de loodgieter 's ochtends niet in de file wil-len staan. Dat moeten we zo snel mogelijk aanpakken, omonze economie draaiende te houden, in plaats van dat wein de file gaan staan. Dat kan heel mooi door zo'n kanslozeinnovatieregeling om zeep te helpen.21-14-48 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik heb niet gezegd dat de Kamer dit niet gaat steunen. Datweet ik uiteraard niet. Daar gaat de Kamer zelf over. Hetenige wat ik heb gezegd is dat ik nog niet eerder een signaalheb gekregen dat er partijen zouden zijn buiten de uwe diede Wbso-regeling helemaal zouden willen schrappen. Maarik wacht het af. Dat is uiteraard aan de Kamer.De heer Remco Dijkstra (VVD):Ik wil nog even terug naar de Maut, de vrachtwagentaks.Ik maak me daar wel zorgen over. Ik heb de eerste rapportenvan maandag ook bestudeerd. Daar kom ik in mijn tweedetermijn nog op terug. Ik heb er ook wel wat vragen over. Ikben erg bang dat zo meteen de N-wegen overbelast zullenworden met vrachtverkeer, of dat vrachtwagens wordeningeruild voor kleine busjes. Daar komen we later over tespreken. Ik heb nu de volgende vraag. De sector mag zelfbepalen waaraan ze het gaan besteden. Ze hebben ook alsuggesties gedaan: verlaging van de mrb, vergroening enverduurzaming van de vloot. Maar wie is die sector? Zijndat ook de verladers? Zijn dat ook de kleine partijen? Ofgaan alleen de grote dat doen? Kan de minister ook toezeg-gen dat de minister van Financiën zo meteen niet stukjesgaat afromen, omdat het zo'n mooie pot met geld is? Enblijven ook de andere vergroenings- en stimuleringsmaat-regelen wel intact zo meteen? Dat zijn belangrijke randvoor-waarden op het moment dat we daar verder over gaanspreken.De voorzitter:Dat waren eigenlijk drie vragen in één. Ik ga wel wat kritischzijn op de lengte van de interrupties, zo zeg ik even tegeniedereen.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik kan de heer Dijkstra geruststellen: ik ga het echt doenzoals in het regeerakkoord staat. De heer Dijkstra vroeg:wie is die sector? Ik kan u verzekeren dat het niet alleen omde grote bedrijven gaat en dat we ook de kleinere bedrijvenen de eigen rijders en verladers erbij betrekken. Ik benadrukook nog maar een keer dat het niet alleen om verduurza-ming gaat en dat het ook breder om innovatie gaat. Ik noembijvoorbeeld projecten met truck platooning. Dit heeft ove-rigens ook een mooie duurzame component, omdat hetbrandstof bespaart. Dat heeft niet alleen een prijs- maarook een milieuvoordeel. We gaan het wel breed, voorinnovatie én voor verduurzaming, inzetten. De vraag wasook, om het oneerbiedig te zeggen: het gaat toch geenmelkkoe voor de minister van Financiën worden? Ik denkdat hier een belangrijk verschil is met de vliegtaks. Bij devliegtaks is er een-op-een een koppeling met de schatkist,maar hierover staat heel duidelijk in het regeerakkoord dathet wordt teruggesluisd naar de sector. Ik zal daar ook optoezien. Het mag geen lastenverzwaring worden op dieandere manier.De heer Dijkstra — ik blijf nog maar even bij hem — heeftook gevraagd: wordt het niet tijd om een beetje visionairte kijken naar het rijkswegenplan? In de StructuurvisieInfrastructuur en Ruimte uit 2012 is op pagina 40 eenambitie met een ambitiekaart opgenomen voor het hoofd-wegennet. Ik denk dat u het daar ook over had. Hierin staat:wanneer het nodig is, het wegennetwerk uit te breiden metwegverbredingen of de aanleg van ontbrekende schakels.Periodiek monitoren we dat. Maar ik wil u ook eventjesmeenemen naar een ander punt in het regeerakkoord, waarwe het hebben over het Mobiliteitsfonds. Ik denk dat weveel meer naar een mobiliteitskaart moeten. Eigenlijk zijnde staatssecretaris en ik daar al een beetje mee begonnendoor de infographics die we gebruiken bij het MIRT, waarbijwe het totale mobiliteitsnetwerk in kaart brengen. We vin-den met elkaar multimodaliteit belangrijk. Het gaat niet omalleen het wegennet, het vaarwegennet of het spoorwegen-net. Het gaat ook om de goede combinaties en aansluitin-gen. Ik denk dus dat een ouderwetse wegenkaart door onsvervangen gaat worden door een mooie infographic metmobiliteit.Kunnen we nog meer geld mobiliseren voor oplossingen?Daar heb ik net eigenlijk al iets over gezegd. Maar één puntwil ik daar nog wel bij noemen: we kijken ook met privatepartijen natuurlijk naar andere manieren van bekostiging.In het onderzoek naar onder andere de oeververbinding inRotterdam en de Binckhorst in Den Haag wordt ook bekekenhoe je alternatieve bekostiging en private financiering kuntkoppelen. Om het even beeldend te maken: als woningbouwwordt geplant op een plek waar je ook meteen goedebereikbaarheid regelt, mag dat ook iets waard zijn. Als jekijkt naar de A2 in Maastricht, met die mooie dubbele tun-nel, dan zie je dat het vastgoed daarboven ontzettend inprijs is gestegen. We zijn ook met de partners aan het kijkenof je daarbij slimmere combinaties kunt maken.De heer Von Martels vroeg of ik wil starten met pilots vooraparte stroken voor vrachtwagens. Zal ik dit eerst afmaken?De voorzitter:Even de zin afmaken.De heer Amhaouch (CDA):Dat was het blokje private financiering toch? Of komt u daarnog op terug?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Nee, volgens mij niet.De heer Amhaouch (CDA):De minister noemt een aantal voorbeelden, zoals Maastricht,maar wij hebben ook gevraagd hoe de minister kijkt naarde pensioenfondsen die wij in Nederland hebben. Daar isal heel lang een discussie over. Wat mogen ze in Nederlanddoen? Welke belemmeringen zijn er om meer te mogendoen? Kan de minister daarop reflecteren?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dat is een heel goed punt van de heer Amhaouch. Dat zullenwe zeker in die afwegingen meenemen. We gaan nog eenkeer met de regio's spreken. Bij de MIRT-agenda zal datook met een aantal regio's besproken worden die ik netnoemde. De metropoolregio Den Haag is daarnaar aan hetkijken, net als de regio Amsterdam. We kijken dan naar hethele palet van private financiering en alternatieve bekosti-ging, dus de pensioenfondsen zullen we zeker meenemen.21-14-58 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer De heer Von Martels vroeg of ik wil starten met pilots vooraparte stroken voor vrachtwagens en met truck platooningop de A1, A15 en A17. Stroken beschikbaar stellen voorspecifieke doelgroepen kan ook strijdig zijn met optimalebenutting van het wegennet. Ik deel wel uw inzicht dat deimpact van een ongeval met vrachtwagens vaak heel grootis. Daarom richt ik me ook op het heel snel weer vrijmakenvan de weg, op afhandelen en ook op voorkomen van inci-denten. Innovaties als truck platooning kunnen inderdaadeen belangrijke bijdrage leveren, omdat je er op die manierook voor zorgt dat ze niet op elkaar knallen.Onlangs heeft op ons initiatief een Experience Week Con-nected Transport plaatsgevonden, waarbij met een grootaantal publieke en private partners innovaties in de logis-tieke praktijk werden toegepast. Dat waren vrachtwagendie in een konvooi reden en communiceerden met de ver-keerslichten. Dit was de eerste keer in de wereld dat het opdeze schaal plaatsvond: 250 vrachtwagens, ook van verschil-lende bedrijven en merken. Het werd vaak door één merkgedaan, en je wilt eigenlijk dat het overal toepasbaar is.We maken ook gebruik van de bestaande technologie: deautomatische cruise control, intelligente verkeerslichten,in-carwaarschuwingen. In dit kader hebben we onlangs eenbrief over smart mobility naar uw Kamer gestuurd, waarinwe met de regionale overheden afspraken hebben gemaaktover krachtenbundeling. We kijken ook nog naar het goedop spanning houden van de banden. We doen alles om tevoorkomen dat het verkeer door klapbanden vastloopt. Allemogelijkheden waar u om vraagt, proberen we maximaalin te zetten.De heer Van Dijk vroeg naar de naleving van de inspectiesbij vrachtwagens, met name op rij- en rusttijden. Daar heefthij meerdere malen aandacht voor gevraagd. Hij vroeg ofdit wel voldoende is op dit moment. De huidige aanpak watbetreft toezicht op het verbod op het verblijf en de normalewekelijkse rust, de 45 uur weekendrust, is adequaat. DeInspectie Leefomgeving en Transport en de Inspectie Soci-ale Zaken en Werkgelegenheid werken ook nauw samen.De ILT handhaaft vooral op die parkeerplaatsen waar demeest overlast is. Op deze manier wordt de beschikbarecapaciteit dus zo effectief mogelijk ingezet om te zorgendat transportondernemingen en vrachtwagenchauffeursgeen overtredingen begaan en ze inderdaad ook te beboe-ten als dat wel gebeurt. Voor de inzet en de resultaten vande handhaving daarvan verwijs ik nog een keer naar deKamerbrief van 24 mei.De voorzitter:Dat roept een vraag op bij de heer Van Dijk. Gaat uw gang.De heer Gijs van Dijk (PvdA):Ik heb ook gezien dat de controles inderdaad flink zijnopgevoerd. De minister is ook zelf op parkeerplaatsengeweest; dat is hartstikke goed. Waar ik van schrok, wasdat ruim 20% van de 700 die werden gecontroleerd, eenboete kreeg. Dat zegt iets. Is dat wellicht het topje van deijsberg of niet? Kan de minister daarop reflecteren?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik deel dat met de heer Van Dijk. Dat zijn hoge cijfers. Datgeeft mij ook wel het gevoel dat we het dus ergens voordoen en dat het werkt. Zoals u weet, werkt de ILT risico-gestuurd. De pakkans is nu heel hoog. Als daar aanleidingtoe is — ergens op een parkeerplaats komt een dergelijkhoog aantal overtredingen voor — dan gaat de ILT er dusvaker naartoe. Het streven is natuurlijk dat het aantalbeboete vrachtwagenchauffeurs wel naar beneden gaat.En anders moet je de boel misschien intensiveren. Maarvoorlopig lijkt het er dus op dat we effectief zijn en dat weaardig wat mensen op de bon slingeren.Dan is er nog een vraag gekomen over meer duidelijkheidop het vlak van elektrisch rijden, bijvoorbeeld over delocaties van laadpalen. De heer Paternotte heeft gevraagdom een verleidingsoffensief door op de borden aan te gevenwaar elektrisch kan worden geladen. Dat doel, om dat overalvoor iedereen duidelijk te maken, delen we helemaal. Maarik wil toch nog wel even een actueel punt noemen. Er isveel geklaagd over de onduidelijkheid van het pictogramdat we nu hebben. Men is ook gestart met een petitie hier-over. Mensen zeggen dat zij een duidelijker beeldmerkmoeten hebben voor de plekken waar men kan opladen. Ikheb hierover met de staatssecretaris gesproken in het kadervan het nationaal plan laadinfrastructuur. Ik zou eigenlijkgraag eerst met elkaar borgen dat we echt een duidelijkpictogram hebben dat voor iedereen toegevoegde waardeheeft, zodat je ook daadwerkelijk meteen naar de goedeplek gaat. Ik zou u willen vragen om dat even af te wachten,zodat we eerst weten hoe we zorgen dat we een goed pic-togram hebben. Ik zeg u toe dat ik dat vervolgens samenmet de staatssecretaris in het kader van het nationaalactieplan laadinfrastructuur mee kan nemen.De heer Paternotte (D66):Onze zorg is hier dat het goede ten koste moet gaan vanhet betere. Want het probleem is nu dat mensen die laad-plekken niet kunnen vinden omdat er zo weinig informatieis. Er is wel een pictogram, maar dat pictogram is inderdaadonduidelijk. Maar een onduidelijk pictogram is vaak nogbeter dan helemaal niets. U zegt dat u toch wilt werken aaneen beter pictogram. U gaat daarnaar kijken en vraagt of ikdat even wil afwachten. U begrijpt dat ons ongeduld heelgroot is omdat wij echt een enorme ambitie hebben. Wewillen er heel snel voor zorgen dat veel meer mensenelektrisch gaan rijden en dat de tweedehandsmarkt loskomt.Dat afwachten is dus een heel moeilijke oproep. Mijn vraagtis dan: welk tijdpad hoort daar dan precies bij? Wanneerdenkt u dat het pictogram er is en wij wel aan de slag kun-nen?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Het exacte tijdpad daarvoor kan ik nog niet geven, maar ikwil de heer Paternotte ook even voorhouden dat het nuvervangen van al die borden €800.000 zou kosten. Als jedat nu doet, wil je er een paar maanden later toch ook nietachter komen dat er een ander pictogram is dat eigenlijkveel duidelijker is. Wat als ik u toezeg dat ik in samenwer-king met de staatssecretaris probeer om zo snel mogelijkeen goed pictogram te krijgen waarover iedereen zegt: ditmaakt duidelijk dat je hier elektrisch kunt laden? Dat kandan opgenomen worden in het nationaal actieplan voor delaadinfrastructuur. Ik zie dat u er nog even over nadenkt.21-14-68 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer De staatssecretaris gaat straks ook nog iets over dat puntzeggen.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Hierover is een motie door de Kamer aangenomen. Dat iseen motie van D66 en de ChristenUnie. Toen het vorigekabinet besloten heeft om op een aantal plekken 130 km/ute gaan rijden, werden kosten noch moeite gespaard. Overalkwamen er borden, en in- en uitvoegstroken werden ver-lengd. Toen kon dat allemaal. Nu is er een door de breedtevan de Kamer gewenste ontwikkeling en nu hoor ik eigenlijkalleen maar "onderzoek" en "we gaan het stap voor stapinvoeren". Ik daag deze minister uit om hier toch wat meerambitie te tonen.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ja.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Toen hebben we ook gehoord "we gaan het stap voor stapinvoeren want het is best wel kostbaar". Nu hoor ik van deminister: we moeten nog onderzoek doen en we gaan hetdaarna stap voor stap invoeren. Mijn vraag is dan toch welwanneer we eindelijk zover zijn.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik denk dat de ambitie heel groot is. Er zijn ook al bordenvervangen. We hadden de afspraak met de Kamer omdaarin werk met werk te maken, sowieso bij borden diemoeten worden vervangen of als er ergens anderszinswerkzaamheden waren. Er zijn dus al borden vervangen.U moet het toch met mij eens zijn dat als het doel is dat hetzo duidelijk mogelijk moet zijn waar je elektrisch kunt laden,er dan geen verwarring moet zijn over de borden. Dat gaatecht geen lange onderzoeken vragen. Als de heer Paternottevraagt hoeveel tijd daar precies mee gemoeid is, kan ik datnatuurlijk niet zeggen. Het is pas zeer onlangs opgekomendat daar uitgebreid met ons over is gecommuniceerd endat erover geklaagd is dat die pictogrammen niet duidelijkzijn.De voorzitter:Mevrouw Dik-Faber, uw tweede vraag.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Ik zou graag aan de minister willen meegeven dat het vanbelang is dat de pictogrammen helder maken dat er nietéén type brandstof is, maar een breedte aan alternatievebrandstoffen. Ik gebruik toch maar even dat ouderwetsewoord. Ik hoor de minister nu zeggen dat ze werk met werkgaat maken. Als we het daaraan koppelen, duurt het echtveel te lang. We moeten hier actief een strategie voorbedenken. Zo gebeurde dat ook toen we op heel veel plek-ken in het land 130 km/u zijn gaan rijden. Mijn fractie vonddat geen fijn idee, maar goed. Ik bedoel: al die borden warener ineens. Dat kon allemaal. Ik vraag de minister nu om ookop dit punt verder te gaan dan werk met werk te maken.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Nou, "alle borden waren er ineens": zo snel is dat nou ookweer niet gegaan. Ik deel de ambitie van mevrouw Dik-Faberen de heer Paternotte. Er is nu door dat bord bijvoorbeeldverwarring over de vraag of het nou gaat om biobrandstof-fen of om elektrisch laden. Ik denk dat dat volstrekt heldermoet zijn. Ik zeg u toe dat wij er zo snel mogelijk voor zullenzorgen dat we een goed, duidelijk pictogram hebben datpast in het nationaal actieplan voor laadinfrastructuur. Daarzullen we uiteraard uw Kamer over informeren. Ik denk datwe die ambitie dan ook daadwerkelijk tonen.De heer Paternotte (D66):Ik zou nog iets willen vragen. Als het komende jaar nu alborden worden vervangen, zou het natuurlijk wel jammerzijn als we die kans niet benutten om dan ook die pictogram-men erbij te zetten. Ik heb nog wel een suggestie om mis-schien wat tijd te besparen bij het maken van een nieuwpictogram. Maak bijvoorbeeld een plaatje van een stekker.Zo kunnen we alvast wat tijd besparen. Daarbij denken veelmensen aan het opladen van iets.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dat zou zomaar een goede suggestie kunnen zijn. Laten wedaar eens even naar kijken. We delen de ambitie om het zosnel mogelijk duidelijk te maken voor iedereen. Of het noueen stekker wordt of een stopcontact weet ik niet. Laten weer in ieder geval voor zorgen dat we daarvoor een heeleenduidig pictogram krijgen.Dat was mijn blokje wegen. Ik wil graag doorgaan met hetblokje verkeersveiligheid. Je hoeft de krant maar open teslaan, je hoeft maar het nieuws op de radio te luisteren, of...Ik denk dat mevrouw Van Brenk nog iets heeft over hetvorige blokje.De voorzitter:Over het vorige blokje? Mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Omdat we het over elektrische auto's hadden, dacht ik datmijn vraag dan nu beantwoord ging worden, omdat datniet bij de schriftelijke vragen is gebeurd. Die ging overgekleurde kentekens. Ik heb een vraag gesteld over eenandere kleur kentekens voor elektrische auto's.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Als u dat goed vindt, gaat de staatssecretaris die vraagbeantwoorden. Ik kan me voorstellen dat het soms verwar-rend is, maar uiteindelijk komt het altijd goed. Als ik hetniet doe, pakt de staatssecretaris het wel op en omgekeerd.Verkeersveiligheid is niet voor niks het belangrijkstespeerpunt. Je ziet eigenlijk dagelijks voorbeelden van vre-selijke ongelukken. Wij zien ze helemaal iedere dag voorbij-komen. Daar zit natuurlijk altijd heel veel achter, wantiemand verliest zijn dierbare of iemand houdt zijn levenlang letsel over. Verkeersveiligheid staat voor ons dus echt21-14-78 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer bovenaan de agenda. Daarom nemen we ook heel veelmaatregelen op dit terrein.Afgelopen september zijn we de MONO-campagne gestart.Ik ben heel blij om te zien dat steeds meer mensen #MONOgebruiken. We gaan daar natuurlijk nog langjarig mee door,met al die 40 partners die zich daar ook aan hebben verbon-den.Volgend jaar komen we ook met het appverbod op de fiets.Dat is volgens mij ook een belangrijke stap. We komen meteen strengere aanpak van verkeershufters. We gaan 25miljoen euro investeren om de provinciale N-wegen veiligerte maken. En er is natuurlijk ook al 25 miljoen voor onzeeigen rijks-N-wegen. Dat komt allemaal ongeveer samenin het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. Veel Kamerledenhebben daar ook al het een en ander over gezegd. Ik kan uzeggen dat u dat plan inderdaad nog voor het einde van ditjaar zult ontvangen. We zetten daar alle zeilen bij.Dan kom ik nu wel bij een vraag van mevrouw Van Brenk.Zij vroeg of er ook aandacht is voor de zebrapaden in hetverkeersveiligheidsplan. Het plan geeft een heel breedoverzicht van het verkeersveiligheidsbeleid voor de toe-komst, maar zit nog niet op het niveau van dat soort heleconcrete maatregelen. We willen hierbij namelijk juist risi-cogestuurd gaan werken. Gemeenten en regio's gaan dusook echt een analyse maken van wat nou de gevaarlijkeplekken zijn: wat zijn de risico's bij ons? In de uitvoerings-plannen zal dat uiteindelijk vertaald worden. En als zebra-paden daarbij een risico vormen, dan kunnen die daar zekereen plek in krijgen. Want ik herken wel wat u zegt: eenzebrapad loopt vaak niet door over een fietspad, en dat kantot verwarring leiden. Dus we zullen het in ieder geval ooknog als aandachtspunt meegeven.De heer Von Martels (CDA):Binnenkort krijgen we dus het Strategisch Plan Verkeersvei-ligheid. U zegt dat dat eind van het jaar naar ons toekomt,terwijl het AO Verkeersveiligheid op 12 december is. Bete-kent dat nu dat we dit manifest niet kunnen betrekken bijhet AO van 12 december? Want dat zou ik erg jammer vin-den.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dat kan ik niet helemaal garanderen. Het zou een mooistreven zijn, maar ik ben daarbij ook afhankelijk van alleandere partners die hier achter moeten staan. We gaan dusons uiterste best doen om dat te redden.Wordt het een plan à la Duurzaam Veilig, vroeg de heerStoffers. Nou, dat programma Duurzaam Veilig bevattesubsidies van het Rijk voor decentrale overheden voorverbeteringen in de infrastructuur. Die subsidies zijninmiddels beëindigd. Daar refereerde u zelf natuurlijk ookal aan. De middelen zijn inmiddels gedecentraliseerd naarprovincies en vervoerregio's. Dus sindsdien zijn zij zelfverantwoordelijk voor de besteding van die middelen ophun weg, vanuit hun bredere begroting. Voor de aanpakvan de verkeersveiligheid op het hoofdwegennet, besteedik in het lopende programma Meer Veilig 79 miljoen aanmaatregelen. Ook besteed ik, zoals net al gememoreerd,de 50 miljoen die we aanvullend hebben aan de aanpakvan de N-wegen. En in het kader van het Strategisch PlanVerkeersveiligheidworden er dus afspraken gemaakt metdie andere overheden over hoe er op basis van een risico-analyse van hun wegen, prioriteiten kunnen worden gesteld.Maar het is dus gedecentraliseerd: zij gaan daar zelf over.De heer Stoffer (SGP):Dit antwoord komt ongeveer in de buurt van wat ik vroeg.Maar mijn vraag van afgelopen week was misschien eenbeetje omslachtig. Het gaat mij er eigenlijk heel plat om ofer ook rijksgeld komt voor provinciale en gemeentelijkeinfrastructuur in dat Strategisch Plan Verkeersveiligheid.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Daarvoor moet eerst de opgave in beeld zijn. De middelenzijn gedecentraliseerd, dus men staat er in principe zelf vooraan de lat. Maar we gaan wel met elkaar die risicoanalysedoen. En aan het begin van deze periode heb ik bijvoorbeeldal een stap gezet door van die 50 miljoen voor de N-wegenook 25 miljoen voor de provinciale N-wegen ter beschikkingte stellen. Ook is het zo dat niet alle maatregelen geld kos-ten. Wij gaan in ieder geval ook gemeenten — provincieskunnen het vaak wat makkelijker behappen — zeker dekleinere, wat meer ondersteunen. We gaan ook proberenom met data te helpen bij de analyses. Maar laten we eersteven afwachten wat er precies allemaal uitkomt. Dan wetenwe eventueel ook voor welke taakstellingen gemeenten enprovincies komen te staan.De heer Stoffer (SGP):Ik snap dat de minister, nu het plan er nog niet ligt en hetnog niet uitonderhandeld is, niet alles kan benoemen. Maarhoor ik nu — ik wil even weten of ik dat goed hoor — datde minister niet uitsluit dat er een rijksbijdrage in wat voorvorm dan ook komt voor het niet-rijkswegennet?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dat sluit ik zeker niet uit, want er is al 25 miljoen voor dieregio's, voor die N-wegen.Dan is er nog gevraagd wat het kabinet vindt van de cam-pagne die het Rode Kruis is gestart om mensen erop tewijzen dat ze beter 112 kunnen bellen of zelf hulp kunnenverlenen dan dat ze de slachtoffers op beeld zetten. Datvind ik dermate belangrijk dat ik dat graag nog een keer wilonderstrepen. Ik ben ook blij met deze campagne, waarmeewe dit respectloze gedrag proberen aan te pakken en waarinwe de mensen juist wijzen op hun verantwoordelijkheden.Ik hoop dat dit soort campagnes, zoals nu van het RodeKruis, er ook echt aan zullen bijdragen dat mensen evennadenken over wat ze nu eigenlijk aan het doen zijn. Ikgeloof dat in een interruptiedebatje van de heer Dijkstramet mevrouw Van Brenk ook het Duitse voorbeeld van deGaffer nog werd genoemd. Ik denk dat we er allemaal aanmoeten bijdragen dat we met dit soort nare gedrag stoppen.Heeft de staatssecretaris inmiddels gesproken met deminister over de training en de problemen rondom descootmobiel? Het antwoord daarop is ja. De staatssecretarisheeft mij daar terstond verslag van gedaan. Ik wil daaroverzeggen wat ik ook bij het VAO Verkeersveiligheid heb ver-meld, namelijk dat we heel binnenkort dat SWOV-rapportverwachten. Dan kunnen we daarover nader in gesprek.21-14-88 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Voorzitter. Dan was dit het blokje verkeersveiligheid.De voorzitter:Dank u wel. Dat roept nog een vraag op van de heer Dijkstra.Ga uw gang.De heer Remco Dijkstra (VVD):Ja, deze noem ik bewust bij verkeersveiligheid: 130. Datdoen we alleen maar als het veilig kan en als het past bin-nen de milieueisen van geluid en uitstoot. Deelt de ministerde mening dat 130 gewoon de norm is, tenzij anders staataangegeven vanwege die redenen? Maar hoe gaan we ommet al die gemeenten? Ik zie nu linkse colleges, onderandere, moties indienen om de snelheid weer te verlagen.We hebben dat bijvoorbeeld in Boskoop gezien, Leidsen-hage, nu speelt er in Amersfoort wat en op andere plekkenook. Over Heerenveen heb ik vragen gesteld. Hoe gaan wedaarmee om? Hoe kunnen we duidelijkheid geven aan diegemeenteraden dat zo'n motie wel leuk is, maar dat dat 'mniet gaat worden als het tenminste voldoet aan de eisendie we met elkaar hier hebben gesteld?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik denk dat de heer Dijkstra terecht refereert aan regels diewe met elkaar gesteld hebben. Daar houden we ons dusook aan. Dat zal niet van gemeente tot gemeente opeensgaan wijzigen. We houden rekening met alle normen tenaanzien van geluid en we kijken naar de situatie van deverkeersveiligheid. Die regels passen we overal op dezelfdemanier toe.De voorzitter:Nog een vraag van de heer Dijkstra? Uw vierde vraag.De heer Remco Dijkstra (VVD):Dat kan wel. Ik heb in de antwoorden ook gelezen dat peri-odiek wordt bezien op welke wegen het kan. We moetenhet alleen maar doen als het kan binnen die normen. Daargaat u ook mee door. Is ook al bekend op welke wegen wedat op korte termijn kunnen verwachten? Ik heb gisterenook de vraag geopperd of het niet op die mooie A1 zoukunnen, of zo meteen op de A2 van Amsterdam naar Utrechten andersom, waardoor het verschil, 100-120-100, waarmensen zich terecht aan ergeren, wordt opgelost, omdatwe zeggen dat de norm 130 is.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dat wordt periodiek bijgehouden door Rijkswaterstaat.Iedere keer wordt er een overzicht gepresenteerd van wegenof wegvakken die er weer bijgekomen zijn. In een enkelgeval is er een stukje af, omdat een verkeerssituatie isgewijzigd. Die rapportages worden iedere drie maandengemaakt.De heer Von Martels (CDA):In de eerste termijn heb ik een vraag gesteld over dehelmplicht voor snorfietsers. Ik zie nu een antwoord in deschriftelijke beantwoording, maar dat laat nog mogelijkhe-den open voor welke richting het uitgaat. Mijn specifiekevraag is: hoe denkt u over de helmplicht voor snorfietsers?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Hoe ik denk over de helmplicht voor snorfietsers? In hetkader van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid, en allecategorieën die we daarin bespreken, moeten we vooralgoed kijken naar de experts, de adviezen van SWOV, enzo-voorts. In dat kader moeten we die discussie met elkaarvoeren. Ook de eerste experimenten met snorfietsen dienaar de rijbaan gaan in Amsterdam, die nieuwe ontwikke-ling, moeten we in dat kader meenemen. Want ook datmaakt natuurlijk uit, of je op het fietspad of op de rijbaanrijdt.De heer Von Martels (CDA):Ik ben in ieder geval blij dat de minister de SWOV noemt,want de SWOV is daar een voorstander van. Dus als hetdie richting uitgaat, hoop ik dat terug te zien in het manifest.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik denk dat er heel veel van dit soort onderwerpen in hetStrategisch Plan Verkeersveiligheid geadresseerd zullenworden.Voorzitter. Dan kom ik nu bij het blokje luchtvaart. Veiligen snel van A naar B. Laat ik nog maar even zeggen dat deheer Paternotte dezelfde woorden heeft gebruikt, wantanders hebben we weer een plagiaatdiscussie; dat moetenwe niet hebben. Veilig, snel en met zo min mogelijk hindervoor de omgeving. Dat geldt natuurlijk zeker ook voor deluchtvaart. Veel Kamerleden hebben daar terecht aandachtvoor gevraagd.We vliegen steeds meer: makkelijk en snel naar je familieof vrienden over de hele wereld of met je gezin op eenwelverdiende vakantie. Dat is natuurlijk goed voor onzeeconomie en onze banen, maar er zitten ook nadelen aandeze groei van de luchtvaart: nadelen voor het milieu engeluidshinder voor de omgeving. De groei van de luchtvaartheeft wel grenzen. Ik ben daarom steeds op zoek naar eengoede balans tussen de lusten en de lasten. Dat willen wezorgvuldig doen en in goed overleg met alle belanghebben-den. U weet het: op dit moment vinden overal in Nederlandluchtvaartgesprekken plaats met delegaties van omwonen-den en reizigers, luchtvaartmaatschappijen en milieuorga-nisaties, gemeenten, provincies en bedrijfsleven. Met deuitkomsten van al die gesprekken, onderzoeken en ideeënpresenteer ik komend jaar de nieuwe Luchtvaartnota 2020-2050, waarin we richting geven aan de ontwikkeling van deluchtvaart en de luchthavens in Nederland. Veiligheid staatvoorop, ook daarbij, zo zeg ik nog maar een keer, evenalsde inzet op hinderbeperking.Ook werken we, zoals u weet, aan een herziening van hetluchtruim. De heer Amhaouch ging daar uitgebreid op in.Ik bevestig graag nog een keer dat na de herziening vanhet luchtruim de vliegroutes naar Lelystad Airport hogerliggen. Daarnaast komt er, hetzij Europees, hetzij nationaal,een belasting op vliegen. Onder meer mevrouw Krögersprak daarover, maar veel anderen deden dat ook. Ook sti-muleren we innovatie binnen de luchtvaart, zoals de ontwik-keling van stillere en schonere vliegtuigen. Dat is ook iets21-14-98 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer waar veel Kamerleden bij hebben stilgestaan. In de eersteplaats willen we dat mondiaal aanpakken, want vliegen iseen mondiale activiteit. In 2020 komt er een wereldwijdeCO2-certificering voor vliegtuigen. Ook staat voor de inter-nationale luchtvaart per 2021 een mondiaal CO2-compensa-tie- en -reductiesysteem op de rol, CORSIA. Daar hebbenwe afgelopen jaar al met elkaar over gedebatteerd. Euro-pees zetten we in op het Europese ETS, duurzame alterna-tieve brandstoffen en een Single European Sky. Nationaalgaat het om verduurzaming van de grondoperatie van deluchthavens, transport voor en na, biobrandstoffen, elektri-ficatie en herziening van het luchtruim, want efficiëntereroutes kunnen natuurlijk ook bijdragen aan CO2-reductie.Ook bij de duurzameluchtvaarttafel van het klimaatakkoordwerken we aan afspraken en maatregelen.De heer Laçin heeft gevraagd: wanneer gaat de minister deregiegroep en de honderdduizenden mensen in de omge-ving van de verschillende vliegvelden nou serieus nemen?Sinds het begin van mijn ambtstermijn heb ik mijn uiterstebest gedaan om omwonenden serieus te nemen, niet in delaatste plaats de omwonenden van Lelystad Airport. Ik hechtook veel waarde aan de input van die omwonenden.Daarom heb ik bijvoorbeeld afgelopen jaar een internetcon-sultatie over de tijdelijke aansluitroutes georganiseerd enik heb een bewonersdelegatie onder leiding van de heerTer Kuile ingesteld, die me twee keer heeft geadviseerd:over de tijdelijke aansluitroutes en een contraexpertise opde MER-actualisatie. Dat heeft onder meer geleid tot con-crete verbeteringen van de ontwerpaansluitroutes en totveranderingen in hoe de participatie wordt aangepakt. Daarheeft de heer Amhaouch in het verleden ook moties overingediend, evenals de heer Dijkstra.Ik heb een regiegroep van bewoners voor de belevings-vlucht ingesteld. Zij hebben het proces mede voorbereiden geëvalueerd. Naar aanleiding van de vraag van deregiegroep hoe de verschillen zijn te verklaren heb ik vierbureaus hierop laten adviseren. Dat heeft mede tot mijninitiatief voor het landelijk programma voor het meten vanvliegtuiggeluid geleid. Daarnaast gaan mijn ambtenarenen ikzelf regelmatig in gesprek met inwoners. Zo heeft ermaandagavond in Hattem weer een gesprek plaatsgevon-den met vertegenwoordigers, ook van de verschillendeactiegroepen. Participatie is ook bij de Luchtvaartnota ende Luchtruimherziening een heel belangrijk thema. Ik hebdit aan uw Kamer toegelicht in de participatiebrief die ikvoor de zomer heb toegestuurd. Ik denk dat we daar binnen-kort in een algemeen overleg Luchtvaart ook nog wel bijstil zullen staan.De heer Van Raan heeft gevraagd hoe het staat met de uit-voering van de motie over het ondersteunen van belangen-groepen en omwonenden van luchthavens. Daar geef ik opdit moment uitvoering aan. Zo heb ik in het kader van deLuchtvaartnota ook een klankbordgroep ingericht met daarineen delegatie van omwonenden van de regionale luchtha-vens vertegenwoordigd. Vanuit die bewonersdelegatie isde vraag gekomen om hen financieel te ondersteunen metkennis. Ik ben voornemens om dat voor die delegaties vanaf2019 ook te gaan doen.Dan heeft de heer Amhaouch gevraagd hoe het staat metde vliegveiligheid van Schiphol en de uitvoering van deadviezen van de OVV. Het antwoord daarop is dat veiligheidvoor mij op één staat. De basis voor luchtvaartveiligheid ishet uitgebreide stelsel van voornamelijk internationale wet-en regelgeving en toezicht, waar het Rijk een primaire ver-antwoordelijkheid voor heeft. Meer informatie over deinvulling van mijn rol als eindverantwoordelijke voor hetvliegverkeer op en rond Schiphol treft u aan in een reactievan het kabinet op het OVV-rapport. De aanbevelingen vande OVV geven mede richting aan de invulling van mijnambitie over die veiligheid. De luchtvaartsector heeft daaronlangs zelf ook zijn plannen voor gepresenteerd. Ik hebuw Kamer toegezegd om halfjaarlijks te rapporteren overde voortgang en implementatie van de aanbevelingen,waaronder ook die van onszelf. In die halfjaarlijkse rappor-tage zal ik onder andere reflecteren op de rol van hetministerie en zal ik ook een update geven over de standvan zaken van die monitor. Dan kom ik ook met een eersteoordeel van de ILT over de roadmap veiligheidsverbeteringvan de sector. Ik stuur u die voortgangsrapportage dus nogvoor het kerstreces toe.De heer Laçin (SP):Het ging even over de regiegroep van de belevingsvluchtLelystad en mijn vraag om ze serieus te nemen. Dan hoorik de minister zeggen dat ze vooral in gesprek gaat en datze praat met groepen, afgelopen maandag nog in Hattem.Maar mensen serieus nemen is niet alleen met mensenpraten, maar ook luisteren naar mensen. Als er een regie-groep van de belevingsvlucht is die een brandbrief stuurt,niet naar mij, maar aan de minister, waarin staat dat zij hetonbegrijpelijk vinden dat de minister in haar brief aan deKamer niet tot de conclusie is gekomen dat het MER moetworden herzien, dan ga ik me toch afvragen in welk opzichtde minister deze regiegroep serieus heeft genomen. Hunconclusie is namelijk een totaal andere dan de conclusiedie de minister heeft getrokken. Kan de minister mij uitleg-gen in welke mate zij die regiegroep in dit geval serieusheeft genomen?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ze zijn heel erg betrokken geweest bij de wijze waarop debelevingsvlucht tot stand zou komen. We hebben daar heelgoed naar ze geluisterd. Maar dat je heel goed naar zeluistert en ook precies hoort wat ze zeggen, wil niet zeggendat je het meteen een-op-een met ze eens bent. Een deelneem ik zeker over. In de brief die ik u onlangs heb toege-stuurd staat ook juist dat ik de verschillen tussen meten enberekenen dichter bij elkaar wil brengen. Daar heb je weltijd voor nodig. Ik vond het heel mooi wat de heer Amha-ouch zei vanuit zijn opleiding in de meet- en regeltechniek:meten is weten als je weet wat je meet. Ik heb hem meteengoed onthouden. Daar zit natuurlijk wel de crux van hetverhaal. Dat zie je ook. De vier onafhankelijke bureaus diehebben geadviseerd willen daar graag over meedenken,maar het is nergens op de wereld nog voor elkaar. Het isniet zo eenvoudig.De heer Laçin (SP):Dat klopt, het is nergens zo simpel dat het zo te regelen is.Dat is ook niet wat wij voorstellen. Wij vinden het goed datde minister kijkt hoe we die verschillen kunnen verkleinen.Alleen het punt is wel dat één vlucht niet tot conclusies kanleiden. Dat schrijft de minister ook in haar brief aan deKamer. We kunnen geen conclusies trekken uit één vlucht.21-14-108 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Ik ga nog even terug naar het eerste antwoord. Luisterenis belangrijk, maar iets met de conclusies van de regiegroepdoen, is ook ontzettend belangrijk. In de brief staat dus datéén vlucht niet voldoende is. Dan wil ik de minister graagvragen en uitnodigen om voldoende belevingsvluchten tegaan organiseren, zodat we wel een goed beeld hebben,om te voorkomen dat we straks Lelystad Airport opengooienop basis van gegevens die achteraf allemaal niet kloppen.Is de minister bereid om meer belevingsvluchten te gaanorganiseren, zodat we wél tot gegevens komen die wél totconclusies kunnen leiden?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:We gaan juist met de deskundigen verder kijken hoe je datop een goede manier kunt doen. Want simpelsweg meervan deze belevingsvluchten, dat zal ook niet werken. Jemoet echt kijken waar de meetpunten dan precies moetenkomen. We gaan er echt serieus werk van maken. Het isook weer een te simpele voorstelling van zaken dat we hierhet probleem zouden kunnen oplossen door een paarbelevingsvluchten extra te gaan doen.De voorzitter:Meneer Laçin, uw derde vraag.De heer Laçin (SP):Tot slot op dit punt. Volgens mij is het juist een te simpelevoorstelling van zaken om te zeggen: er is één belevings-vlucht geweest, er is een bandbreedte, die is acceptabel,we gaan gewoon lekker door en we laten de MER voor watdie is. Volgens mij is dat een veel te simpele voorstellingvan zaken. De conclusie die de minister hier trekt, is abso-luut niet onze conclusie. Het is ook niet de conclusie vande regiegroep van de belevingsgroep en van die honderd-duizenden mensen die zich al heel lang niet serieus geno-men voelen door de minister.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik doe nog steeds mijn uiterste best om ze serieus te nemen.U moet één ding niet vergeten: de belevingsvlucht was nietingesteld om het probleem tussen meten en berekenen opte lossen. Die belevingsvlucht is er gekomen op initiatiefvan de bewoners. Daar is om gevraagd om een indruk tekrijgen van wat er ongeveer gaat gebeuren. Ze hebben vanbegin af aan geweten dat het een momentopname was, opeen dag, bij een weersomstandigheid, en dat het nietmaatgevend zou zijn.Mevrouw Kröger (GroenLinks):"Niet maatgevend", "een vlucht", "een moment", "eenmomentopname"; alleen de vraag is dan hoe het kan datzo'n momentopname zo ver afwijkt van het model. Eigenlijkschrok ik vooral van de brief van de minister waarin zijschetst dat de modellen stelselmatig lager uitvallen dan demetingen en dat zij daarom ook haar best gaat doen ommeten en berekenen dichter bij elkaar te brengen. Dat is opzich een positieve ontwikkeling. In de huidige MER voorLelystad Airport is Doc.29 niet gebruikt, terwijl de ministeraangeeft dat dat inderdaad een meer accuraat model is.Mijn vraag is dan of de minister bereid is om dat ter advise-ring voor te leggen aan de Commissie voor de m.e.r.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Nee, daar ben ik niet toe bereid. Er is ook geen aanleidingtoe, want we hebben ons aan wet- en regelgeving gehou-den. Je hebt hier morgen nog geen oplossing voor. Anderswas het waarschijnlijk ook allang elders op de wereldbedacht. Dit wordt een heel gecompliceerd project. Wegaan onze uiterste best doen om het dichterbij elkaar tebrengen, maar we gaan daar niet eindeloos op wachten.Hier is gewoon conform de huidige wet- en regelgeving,ook Europees, gehandeld. En dat heeft de onafhankelijkeCommissie voor de m.e.r. bevestigd. Er is dus geen redenom het over te doen.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Het lastige van dit antwoord is dat de minister heel erg deboodschap wil uitdragen dat zij het vertrouwen vanomwonenden wil terugwinnen, dat die regiegroep doorhaar in het leven is geroepen om dat te doen. Er ligt nu eenbepaalde uitkomst. De minister erkent dat er een betermodel is, het bestaande model Doc.29, dat voor Schipholgebruikt is. Dat zou met een simpele aanpassing door hetNLR met die grondpalen ook voor Lelystad Airport gebruiktkunnen worden. Waarom gebruiken we een beter rekenmo-del dan niet voor Lelystad Airport, om het in ieder gevalinzichtelijk te maken? Dat is toch het minste wat dezeminister kan doen voor omwonenden: zorgen voor eenbeter zicht op de gevolgen van Lelystad Airport?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Als mevrouw Kröger alle heil verwacht van Doc.29, in dezin dat dan ineens het probleem tussen meten en berekenenis opgelost, vrees ik dat zij daarin straks wordt teleurgesteld.Voor Doc.29 gaan wij het traject in. Daar is een proces voornodig dat wij met de regionale overheden in gang moetengaan zetten. Dat heb ik ook in de schriftelijke antwoordenbeschreven. Dat gaan we ook doen, maar dat is dan devolgende ..., want je moet ondertussen wel door.Mevrouw Kröger (GroenLinks):"De volgende" puntje, puntje, puntje: dat bleef even hangenbij de minister.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Als er ooit nog volgende projecten zijn.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Mijn vraag is of de minister ...De voorzitter:We gaan niet door elkaar heen praten. Mevrouw Kröger,stelt u uw vijfde vraag.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Sorry, dit was een vervolgvraag. Nou ja, goed. We hebbendit hele proces rond de MER, met alle onzekerheden.Bewoners hebben zelf de fouten eruit moeten vissen. Uiteen belevingsvlucht blijkt dat de waarden veel hoger zijn.De minister schrijft nu in een brief aan de Kamer dat ereigenlijk een veel beter rekenmodel is, te weten Doc.29. Dat21-14-118 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer kan nog beter, op basis van metingen, maar dat is er inieder geval al. De vraag is dan wat mij betreft: waarompassen we dat niet nu toe op Lelystad Airport? Dat geefttoch zo veel meer duidelijkheid aan omwonenden?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dan val ik in herhaling: omdat wij voldoen aan wet- enregelgeving en wij gewoon ook behoorlijk bestuur moetentoepassen. We doen alles volgens de regels. De Commissievoor de m.e.r. bevestigt dat. Dan ga je door naar de vol-gende stap.De heer Van Raan (PvdD):Op ditzelfde punt. "Hij voldoet aan de wet- en regelgeving."Dat klopt. Alle kruisjes en vinkjes zijn gezet. Je mag zelfszeggen dat hij aan de regelgeving voldoet als er nogonderzoeken komen, die nog niet beschikbaar zijn, maarwaarvan is toegezegd dat ze er zullen zijn. Dan mag datvinkje ook gezet worden. Mijn vraag, mijn tweede vraag, isdan ook: is de minister niet bang ... Nou ja, bang is hetverkeerde woord; de minister is niet bang.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik weet niet waar u denkt dat ik bang voor zou zijn.De heer Van Raan (PvdD):Wat gebeurt er op het moment dat die afwijking te grootis? De MER moet wel de werkelijkheid beschrijven en datvinkje moet ook gezet worden. Dat is nog niet gezet. Watgebeurt op het moment dat die ontwikkelingen zich voor-doen, zoals bijvoorbeeld op het gebied van het geluid? Wehebben ook gezien dat de stikstofregeling, de PAS, niet ...De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Van Raan (PvdD):De vraag is: moet de minister niet vanuit het voorzorgbe-ginsel de werkzaamheden opschorten, omdat de MER ooknog beoordeeld gaat worden in Europa?De voorzitter:De minister.De heer Van Raan (PvdD):Ik maak even mijn vraag af. Als Europa er dan achter komtdat het op het gebied van het geluid eigenlijk niet klopt, datdaar een heel grote afwijking in zit en er met de PAS, destikstofdeposities, ook nog wat mis is, wat gebeurt er dan?De voorzitter:De minister.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik kan alleen maar herhalen dat we aan alle huidige wet-en regelgeving voldoen. Als er in de toekomst andere regelskomen, of dat nu met de PAS zou zijn of met geluid of watdan ook, dan zullen we daar ook aan gaan voldoen. Maarwe hanteren natuurlijk gewoon het huidige kader van wet-en regelgeving.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik heb een vraag over een ander stukje dat de ministerdaarstraks even kort aanroerde. Ik was erg onaangenaamgetroffen door de beantwoording van onze vraag over devliegtaks. Ik was in de vaste veronderstelling dat dit eenmilieumaatregel is, maar ik zie hier dat het gewoon eenordinaire melkkoe is voor algemene middelen. Het heeftniets te maken met "de vervuiler betaalt" en niets metduurzaamheid. Je zou toch willen dat dit geld, net als watu daarstraks hoorde over de Maut, wordt besteed aanduurzame alternatieven, zoals de trein. Ik zie hier gewoondat 200 miljoen ophalen het enige doel is.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Hier is natuurlijk wel een kleine kanttekening bij te plaatsen,namelijk dat andere sectoren ook op andere manieren alaan de schatkist bijdragen. In dit geval heeft het kabinet dekeus gemaakt dat vanuit deze sector die 200 miljoen welgerechtvaardigd is.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik ben bijna met stomheid geslagen, want we vinden enwillen toch dat de vervuiler betaalt? We willen toch naarduurzame alternatieven? We weten dat elektrisch vliegennog best wel een heel end weg is en dat dat hooguit kleinerevliegtuigen zullen zijn. We willen dat mensen zich op eenduurzame manier verplaatsen. Dan zou het toch een heelmooi alternatief zijn om te zeggen: de vervuiler betaalt endus, hoe vuiler het vliegtuig, hoe hoger het wordt belast?Dat geld stoppen we vervolgens terug in de mogelijkhedenvoor internationale treinen, zodat mensen ook echt eenalternatief hebben.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Het hele kabinet zet zich in voor duurzaamheid enCO2-reductie. We werken ons allemaal drie slagen in derondte om de klimaatdoelstellingen te bereiken. Het is dusniet zo dat, als het in de algemene middelen terechtkomt,het daar niet aan besteed wordt. Overigens zetten we onsop alle andere manieren in. We hebben aangedrongen bijSchiphol op onderscheid in de tarieven, zodat de fees voorvuilere en lawaaierige vliegtuigen omhooggaan. Dat doetSchiphol nu en we passen dus zelf ook allerlei incentivestoe om dat voor elkaar te krijgen. Staatssecretaris Snel isnu ook aan het kijken naar verschillende soorten variantenvan de vliegtaks. Wat heeft dat voor effect? Dat wordt alle-maal onderzocht en meegewogen.De heer Laçin (SP):Ik hoor de minister zeggen dat we er alles aan doen om deklimaatdoelen te halen. Nou, daar past het uitbreiden enhet groeien van de luchtvaart absoluut niet bij. Dat is ookwat de rapporten keihard duidelijk maken. Mijn vraag gaatover het antwoord dat de minister maar blijft geven. Ik heber ontzettend veel moeite mee dat de minister blijft zeggen:we voldoen aan de wetten en de regels die er zijn. Afgelo-21-14-128 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer pen week hebben we een flink debat gehad over de Stint.Daarin hebben we ook kunnen concluderen dat die wettenen regels niet meer voldoen. Ze zijn er nog wel maar zevoldoen niet meer, en dus moeten we daar iets aan doen.We zien nu door de belevingsvluchten, de MER en de uit-breiding van Lelystad dat er ontzettend veel weerstand istegen de luchtvaart. Mensen roeren zich omdat ze het echtniet willen. Ze komen in opstand en ze ontdekken fouten inwat het ministerie aanlevert. Dat moet toch ook met deminister iets doen? Je alleen maar verschuilen achter wettenen regels, is toch heel erg zwak? We moeten gewoon luis-teren naar die mensen. We moeten met goede alternatievenkomen. Vervolgens moeten we samen met iedereen, allebelanghebbenden, kijken wat de goede oplossing is. Jeverschuilen achter wetten en regels vind ik ontzettend zwak.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Maar dat doe ik ook juist niet. Ik kan me geen andereminister herinneren die de stap heeft gezet om dat metenen weten dichter bij elkaar te brengen. Ik ken geen ministerdie dat heeft laten onderzoeken en die daadwerkelijk werkheeft gemaakt van het uitfaseren van de lawaaierige envervuilende vliegtuigen. Dus het is niet zo. Mensen serieusnemen wil ook niet zeggen dat je zomaar alles ineens vanze overneemt en klakkeloos doet wat zij zeggen. Ik neemmensen wel degelijk serieus. We doen overal die gesprek-ken in het kader van de Luchtvaartnota, waarbij we open-staan voor alle inbreng. We betrekken er experts uit binnen-en buitenland bij om juist die stap naar voren te maken enom voor de toekomst betere regelgeving dan nu te krijgen.Maar we moeten het nu wel doen met de wetten en regelsdie we nu hebben.De heer Paternotte heeft gevraagd of de minister de remvan het elektrisch vliegen wil afhalen door luchtvaartgeldenen dergelijke niet te heffen voor elektrische vliegtuigen. Ikzal in het kader van de Luchtvaartnota 2020-2050 graag kij-ken of er mogelijkheden zijn om elektrisch vliegen te stimu-leren en welke maatregelen daar effectief en zinvol bij zijn.Er wordt ook aan de duurzameluchtvaarttafel gesprokenover een aantal stappen. Je kunt ook voertuigen inzettendie vliegtuigen slepen om het elektrisch taxiën te stimule-ren. Verder is de kleinere General Aviation al behoorlijk vermet elektrisch vliegen. En ook de mogelijkheid die u,meneer Paternotte, nu noemt, wil ik graag in de besprekin-gen in het kader van die Luchtvaarnota meenemen.De heer Paternotte (D66):Dat is mooi. Elektrische vliegtuigen, u noemde al evenGeneral Aviation. Eigenlijk is het nu nog General Aviation.Je kan het niet voor de passagiersluchtvaart inzetten, wanthet is nog veel te klein. Stel nou dat er op een gegeven een30-zitter is. Dan komt het overeen met de kleinste passa-giersvliegtuigen en kun je die op de dunne lijnen inzetten,de lijnen met relatief weinig passagiers. We hebben alleenin Nederland op meerdere luchthavens, Schiphol en straksLelystad, slotbeperkingen, waardoor het voor maatschap-pijen heel onaantrekkelijk is om kleine vliegtuigen in tezetten. Kunnen we daar iets aan doen, bijvoorbeeld doorte kijken of we de eerste elektrische verkeersvluchten in decategorie General Aviation kunnen scharen? Daardoor zijndie slotbeperkingen geen reden om grotere toestellen in tezetten. Je kunt dan kijken of je meerdere elektrische toestel-len in kan zetten, want dat daar willen we natuurlijk naartoe.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik vind het een heel mooi streven van de heer Paternotteen dat deel ik, dus ik zeg graag toe dat ik in het kader vandie luchtvaartnota zal kijken wat de mogelijkheden precieszijn. Ik noem nog even een ander voorbeeld, dat hij onge-twijfeld ook zal steunen: nog niet op alle regionale luchtha-vens zijn oplaadmogelijkheden. Ook in het kader van hetnationaal actieplan laadinfrastructuur — daar noem ik hetweer — zal ik mij graag melden bij de staatssecretaris omte zeggen dat zij daar ook de luchthavens niet in moet ver-geten.Dat was het blokje luchtvaart. Dan kom ik bij het blokjemaritiem.De voorzitter:Er is nog een vraag van de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):De minister gaat blijkbaar niks meer zeggen over het ICAO-verdrag, dat nodig aangepast moet worden.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Excuus, er was een heel stuk uit mijn glas.De heer Paternotte (D66):Laten we dan eerst even de wateroverlast oplossen aan dekant van het kabinet.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Het gaat goed.De voorzitter:Meneer Paternotte, gaat uw gang.De heer Paternotte (D66):Ik begrijp dat de minister niets meer gaat zeggen over hetICAO-verdrag, dat broodnodig aangepast moet worden.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik dacht dat dat in de schriftelijke beantwoording wasmeegenomen.De heer Paternotte (D66):Dan een vraag over de schriftelijke beantwoording. Deminister zegt dat het ICAO-verdrag slechts een verbod opvervoerde kerosine bevat en dat klopt — dat is artikel 24a— maar het is natuurlijk de moeder van alle bilaterale ver-dragen die accijns op kerosine uitsluiten. Als jij dat verbodniet opheft, wordt het voor, ik noem maar, een Emirates ofeen Qatar Airways natuurlijk heel makkelijk om straks nietéén, maar twee ladingen brandstof mee te nemen vanuithet Midden-Oosten en op diezelfde lading terug te vliegenom zo accijns te omzeilen. Het ICAO-verdrag moet dusaangepast worden, omdat alle bilaterale verdragen diekerosineaccijns heffen onmogelijk maken daaruit voor-vloeien. Mijn vraag is of de minister begrijpt dat het de21-14-138 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer moeder van het verbod op kerosineaccijns is en dat we hetdus nog steeds moeten aanpassen.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik ben graag bereid om daar nog een keer naar te kijken.Maar het lijkt de meer aangewezen weg om Europese sup-port hiervoor te bedenken, want die zullen we toch nodighebben. Als je überhaupt zo'n ICAO-vergadering al bij elkaarzou willen roepen, heb je daar toch partners bij nodig. Hetlijkt ons dus een mooie eerste stap om voor de conferentiedie collega Snel in het kader van de vliegtaks toch al inNederland gaat organiseren, waarbij al die partners wordenuitgenodigd, dit punt daar te agenderen, want dat is deeerste gelegenheid dat we zo veel buitenlandse partnersop vlieggebied hier in Nederland samen hebben. Ik zou datdus graag daaraan willen koppelen. Dan kan ik u verslaguitbrengen over hoeveel animo daarvoor is en kunnen wedaarna een plan B bedenken.De voorzitter:De heer Laçin voor zijn vijfde vraag.De heer Laçin (SP):Het verbaasde mij dat de minister het blokje al wildeafsluiten, want ik heb nog geen woord gehoord over Rya-nair. Er staan wel wat antwoorden in de schriftelijkebeantwoording, maar ik zal het zelf even inleiden en eenvraag stellen aan de minister. Ryanair is een bedrijf datgewoon solt met alle arbeidswetten en -regels die we ken-nen. Het buit werknemers uit en sluit onrechtmatig de basisin Eindhoven. Er zitten nu tientallen mensen werkloos thuis,omdat Ryanair onrechtmatig een basis sluit. Dat heeft derechter uitgesproken.De voorzitter:Meneer Laçin, mag ik u vragen om een korte inleiding ofeigenlijk helemaal geen inleiding? Een interruptie is bedoeldom een vraag te stellen.De heer Laçin (SP):Ik krijg hier geen antwoord, voorzitter. Dan moet ik hemzelf inleiden. Dat kan niet anders.De voorzitter:Nee. U mag uw vraag nu stellen, maar ik moet er echt ookrichting andere leden vaart achter zetten. Anders zitten wehier tot diep in de nacht en ik denk niet dat dat de bedoelingis.De heer Laçin (SP):Dat is voor mij geen probleem, voorzitter.De voorzitter:Nee. Uw vraag nu, graag.De heer Laçin (SP):Mijn vraag. Op basis van de schriftelijke reactie kunnen weherleiden dat de minister eigenlijk alle verantwoordelijkheidwegschuift. Zij zegt, SZW moet wat dingen doen en menkan zelf naar de rechter gaan. Zij zegt: mijn ministerie gaater gewoon helemaal niks aan doen. Dat kan ik hieruit her-leiden. De minister pleit alleen voor een Europese aanpak.Dat is wat mij betreft een dekmantel om in Nederlandhelemaal niks te doen. Dat blijkt ook uit de antwoorden.Dus mijn vraag aan de minister is: wat gaat zij doen aanhet feit dat er nu tientallen mensen thuiszitten door eenonrechtmatige daad van een bedrijf als Ryanair? En hoegaat zij ervoor zorgen dat Ryanair straks in het voorjaar, alshet bedrijf weer terug wil komen naar Nederland, geen pootaan de grond krijgt als het zich niet houdt aan onze wettenen regels?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik geef de heren Laçin en Van Dijk toe dat zij hier regelmatigvoor dit onderwerp aandacht hebben gevraagd. Maar ik wildan toch ook memoreren dat ik vanaf de allereerste keerdat u daarover sprak, heb beloofd om dit bij de collega'svan SZW aan te kaarten, die hier bevoegdheden hebben.En dat heb ik ook gedaan. U hebt ook gezien, in de beant-woording van schriftelijke vragen, dat voor het eerst ookde Inspectie SZW in actie is gekomen en serieus met ditpunt aan de slag gaat. U vraagt: doet het ministerie vanIenW dan helemaal niks? Dat vind ik ook nogal onterecht,want tijdens de laatste European Aviation Summit, inWenen, hebben we dit punt uitdrukkelijk besproken. EnNederland is ook het land geweest dat dit al in het verledenin gang heeft gezet, toen staatssecretaris Dijksma hier nogverantwoordelijk voor was. Zij heeft ervoor gezorgd dat ereen breed Europees onderzoek komt. Dus Nederland, hetministerie en nu ik ook, doen wat we kunnen op dit dossier.En ik zal zeker waar ik betrokken airlines tegenkom, dit puntook gewoon agenderen en ze dit voorhouden.De heer Laçin (SP):Ik krijg geen antwoord op mijn vragen, voorzitter.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Nou ...De voorzitter:De heer Laçin gaat over zijn vragen en de minister gaat overhaar antwoorden. Ik denk dat er een uitgebreide woorden-wisseling heeft plaatsgevonden. Ik kan u uw volgende vraaglaten stellen, meneer Laçin.De heer Laçin (SP):Dat moet dan maar.De voorzitter:Gaat u uw gang.De heer Laçin (SP):Ik heb twee vragen gesteld, voorzitter. Wat gaat dezeminister doen voor die mensen die nu thuiszitten en die21-14-148 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer onterecht zijn ontslagen? Ik heb geen antwoord op die vraaggehoord. En verder heb ik gevraagd wat er gebeurt alsRyanair straks in het voorjaar denkt: hé, de zomer komt erweer aan, dus we gaan weer terug naar Eindhoven. Hoegaat de minister er samen met minister Koolmees voorzorgen dat Ryanair zich dan gaat houden aan Nederlandsewetten en regels? En als het bedrijf zich daar niet aan houdt,hoe gaat de minister er dan voor zorgen dat het gewoongeen poot aan de grond krijgt?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Daar ga ik niks aan doen, want ja, dat is nou eenmaal debevoegdheid van minister Koolmees en van staatssecretarisVan Ark. Ik breng dat iedere keer bij hen onder de aandachten zij zijn ook in actie gekomen. Minister Koolmees is actiefop dit dossier. En als u vindt dat hij te weinig doet, dan stelik voor dat u uw woordvoerder Sociale Zaken de heerKoolmees laat aanspreken.De voorzitter:Dank u wel. Er is een vraag van de heer Van Dijk. Gaat uwgang.De heer Gijs van Dijk (PvdA):Ik heb hier een brief waar onder andere de naam van deheer Koolmees onder staat. De brief is gericht aan de baasvan Ryanair. De minister pleit met een aantal andere landenervoor dat Ryanair zich gewoon netjes aan de plaatselijkeregels over arbeidswetten houdt. Het is duidelijk dat Ryanairdat niet doet. Ik vul de vragen van de heer Laçin maar evenaan. Het kabinet zegt dan: wij pleiten hiervoor en Ryanairluistert hier dus niet naar en dit is nu onder de rechter. Ishet dan niet mogelijk om bijvoorbeeld de landingsrechtenvan Ryanair in te trekken? Want als Ryanair zich niet aande regels houdt, mogen wij ook stevig optreden. Is deminister daartoe bereid?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik wil niet op dat soort zaken vooruitlopen. Het is sowiesoniet verstandig om iets te zeggen over zaken die onder derechter zijn. Collega Koolmees en ik zitten hier op dezelfdemanier in. Collega Koolmees is bij uitstek degene die ookecht strijdbaar is voor het principe: gelijk loon voor gelijkwerk. Hij zet zich daar zeker voor in. De volgende keer datik hem spreek, zal ik hem daarover ook nog weer aanspre-ken, maar ik heb geen enkele twijfel over zijn inzet hierin.De heer Gijs van Dijk (PvdA):Ik zie in de brief dat er ook echt iets gebeurt op internatio-naal niveau. Dat is hartstikke goed. Een als-danvraag isaltijd lastig, maar is het intrekken van landingsrechten weleen van de mogelijkheden? Want het kabinet heeft ookmogelijkheden om zo'n bedrijf als Ryanair, dat zich duidelijkniet aan de regels houdt, te dwingen om zich wel aan deregels te houden.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Als het echt vaststaat dat een bedrijf zich niet aan de regelshoudt, kun je daar volgens mij wel iets mee. Hoe dat precieszit met landingsrechten, zou ik niet weten en zou ik uitmoeten zoeken. Maar vooralsnog zou eerst gewoon ministerKoolmees moeten vaststellen hoe dat precies zit. Dan kun-nen we verder kijken.De voorzitter:Uw volgende vraag, meneer Van Dijk.De heer Gijs van Dijk (PvdA):Ik begrijp dat het even duurt. Het is onder de rechter, maarik zou de minister toch willen vragen om in ieder geval demogelijkheden voor zichzelf in kaart te brengen. Mocht hetzover komen, dan staan we als Nederland ook klaar.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik zeg de heer Van Dijk toe dat ik in goed overleg met deheer Koolmees treed. Mochten we tot de conclusie komendat men zich niet houdt aan wet- en regelgeving, dan zullenwe gewoon handhavend optreden waar we kunnen.De heer Van Raan (PvdD):De minister begon haar betoog met de opmerking dat weuit de crisis zijn. Daar wil ik even op terugkomen, als kleineinleiding op de vraag die ik ga stellen. De minister zei dat,maar zij weet heel goed, denk ik, dat we helemaal niet uitde crisis zijn. We zitten er middenin.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Uit de economische crisis.De heer Van Raan (PvdD):Maar we zitten midden in de klimaatcrisis, we zitten middenin de zesde uitstervingsgolf. Is het dan niet van belang omin plaats van te antwoorden in 2019 aan de slag te gaanmet de motie die zegt "hinder is meer dan alleen geluid",per direct het hinderbegrip breder op te vatten, in allestukken en beslissingen die u vanaf nu neemt?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dan moet je wel eerst precies weten hoe je een en anderdefinieert. En dat is nu precies waar we nog mee bezig zijnmet elkaar. We moeten dat goed in kaart brengen en daarhebben we toch het hele zorgvuldige proces in het kadervan de Luchtvaartnota voor nodig.De heer Van Raan (PvdD):Ik durf hier bijna niet op te reageren, want dan zegt u "datis een vraag". Ik ga dus door naar de volgende. Overigensdank voor het antwoord.We hebben ook vragen gesteld over CORSIA. De vraag dieik hier aan de minister wil stellen is de volgende: kan deminister garanderen dat CORSIA op geen enkele manier,maar dan ook op geen enkele manier ingrijpt in het Euro-pese ETS-systeem dat Europa voornemens is in te voerenvoor de luchtvaart?21-14-158 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Als u het zo dreigend zegt, ben ik geneigd om te denken:zit er ergens een addertje onder het gras? Daarom zeg ikmaar dat ik het nog een keer zal nagaan. Maar voor zoverwij weten, niet. Mocht het wel zo zijn, dan meld ik mij heelsnel bij u. Ik zie de ambtelijke ondersteuning ook neeschudden.De heer Van Raan (PvdD):Een helder en duidelijk antwoord. Dat biedt weer aankno-pingspunten.Een laatste vraag gaat ook over CORSIA. CORSIA heeft hetvoor elkaar weten te krijgen om olie — olie — als groenebrandstof gedefinieerd te krijgen: olie als groene brandstof!Als de raffinaderij duurzame energie gebruikt om olie teverwerken, krijgt de brandstof olie en daarna ook de kero-sine — ik kijk ook even naar de VVD-fractie — het begrip"duurzaam". Dat is natuurlijk de droom van de VVD. Watvindt de minister daarvan?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Voor zover ik hier iets als minister over kan zeggen, is datniet de droom van de VVD. Dat was uw vraag.De voorzitter:De vraag werd enerzijds aan de VVD ... De VVD werd uitge-daagd, laat ik het zo zeggen.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Misschien een beetje flauw, maar nee, natuurlijk delen wemet u dat je bij duurzame brandstoffen niet direct aan oliedenkt. Als het die kant op zou gaan, moeten we kijken watwe kunnen doen om dat te veranderen. Het is nog nietingevoerd, dus je moet eerst kijken hoe het in de praktijkgaat lopen.Voorzitter, dan kom ik bij het blokje maritiem. Nee.De voorzitter:Er is nog een vraag van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Het favoriete onderwerp van onze commissie: luchtvaart.We krijgen de Luchtvaartnota 2020-2050. Die wordtnatuurlijk uitermate belangrijk voor de toekomst van deluchtvaart. Zou de minister bereid zijn om deze Luchtvaart-nota ter advisering voor te leggen aan de Commissie voorde m.e.r.?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Nou, laten we dat als inbreng in het hele proces van deLuchtvaartnota meenemen. Misschien komen we met elkaartot de conclusie dat het van toegevoegde waarde kan zijn.Dat kan ik nu nog niet overzien, maar laten we in ieder gevalde gedachte meenemen in het hele proces, dan kunnen welater nog de afweging maken of het nuttig is of niet.De heer Amhaouch (CDA):Luchtvaart is afgehandeld, dacht ik. De minister ging eenbruggetje maken, als ik het goed begrepen heb.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ja.De heer Amhaouch (CDA):Ik heb nog één vraag. Een gedeelte van die vraag is schrif-telijk beantwoord. Die ging over de expertise op het minis-terie maar ook bij andere betrokken organisaties. Deminister geeft aan dat ze op het ministerie flink aan de kargetrokken heeft en flink wat mensen met expertise heeftbinnengehaald. Maar zijn de organisaties die betrokken zijnbij de herindeling van het luchtruim ook allemaal voorzien?Zijn ze voldoende aanwezig, zodat de herindeling van hetluchtruim ook op tijd kan plaatsvinden?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:De heer Amhaouch heeft gelijk. We hebben daar op hetministerie 20 fte extra bij gezet. We kijken ook nadrukkelijknog buiten de Nederlandse grenzen om, waar mogelijk,expertise binnen te halen. We kijken ook naar de commis-sies voor de omwonenden. We kijken waar de expertisedaar ondersteuning behoeft. Maar u heeft gelijk: natuurlijkmoeten ook de LVNL en de CLSK hun bijdrage kunnenleveren. Die experts laten we ook meedenken. We hebbenecht de indruk dat we op dit punt alle kennis en kunde inhuis hebben. En wat betreft de luchtruimherziening makenwe ook nog gebruik van experts van buiten die kunnenondersteunen. Daar heb ik dus alle vertrouwen in.Voorzitter. Ik kom op het blokje maritiem. Ook in descheepvaart zijn er grote ontwikkelingen gaande. We zijnonderweg naar een tijdperk waarin ook schepen op schoneenergie zullen gaan varen, autonoom en digitaal. Het ismijn doel om ook op dit gebied voorop te lopen in dewereld. In de green deal die we hopen te sluiten, gaat deNederlandse scheepvaart ook een bijdrage leveren aan deklimaatdoelen van Parijs. Dan kunt u bijvoorbeeld denkenaan walstroomvoorzieningen: als er ergens een schip aan-komt, dan hoeven ze voor de eigen verlichting geen dieselte stoken, maar kunnen ze gewoon stroom van de kantkrijgen. Het gaan dan bijvoorbeeld ook over bunkerplaatsenvoor duurzame brandstoffen. Dat zijn allemaal heel concretemaatregelen waarmee we vaart willen maken. We zettenecht in op een modal shift: er moet meer vervoer van deweg naar het water en naar het spoor. Maar daar zal destaatssecretaris meer over zeggen. Dat is goed tegen defiles en ook goed voor de luchtkwaliteit.Ik ben op dit moment dan ook erg ongelukkig met het feitdat onder andere door de droogte soms een beetje hetomgekeerde dreigt: een reverse modal shift. Door de lagewaterstanden in de rivieren zijn nu voor dezelfde ladingsoms twee, drie schepen nodig. Dat is natuurlijk inefficiënten duur. Veel sectoren hebben daar ook last van, zoals debouw, die op materialen wacht, en veehouderijen, die voertekortkomen. Ik noem ook allerlei aanvoer naar Duitslanden Zwitserland. Een betrouwbare levertijd is immersessentieel. Samen met de sector zijn we hard aan het werkom te voorkomen dat verladers juist weer overstappen naarhet wegtransport.21-14-168 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Als het gaat om betrouwbare levertijden, dan denk ik ookaan de congestie in de haven van Rotterdam. Daar hebbenwe het in het vorige AO Maritiem ook uitgebreid met elkaarover gehad. Daar zijn we nu ook collectief de schoudersonder aan het zetten. Ik kon toen memoreren dat er eenactieplan was vanuit het Havenbedrijf Rotterdam, met 23actiepunten. Daarvan zijn er inmiddels al heel wat in eenconcrete fase gekomen. Er komt bijvoorbeeld een overflowhub, een ontkoppelpunt dat zorgt voor meer kaderuimteen kranen voor de binnenvaart. Zo kunnen de containervo-lumes wat meer worden gespreid en kunnen we de piekca-paciteit beter verdelen.De VVD heeft gevraagd: wat gaat de minister voor gerichteacties doen om de kansen voor de binnenvaart beter tebenutten? In de waterbrief van juni 2018 heb ik het pro-gramma Integraal Riviermanagement aangekondigd. Nudenkt u misschien: dat hoort bij het WGO Water thuis. Datis ook zo, maar ik noem het toch even, omdat het nieuwein het integrale riviermanagement is dat het daarin nietmeer alleen gaat over de waterveiligheid en de waterkwali-teit, maar dat uitdrukkelijk ook de belangen van de gebrui-kers van de rivieren worden meegenomen. Dat is natuurlijkvooral de binnenvaart, naast de pleziervaart. Met dit pro-gramma gaan we de integrale opgave rondom de riviersys-temen meenemen, want de waterstand is, zoals ik net alaangaf, uitermate belangrijk voor de binnenvaart. Een goedebevaarbaarheid van de rivieren is echt noodzakelijk omervoor te zorgen dat je niet die reverse modal shift krijgt,die we geen van allen willen. We zien als nieuwe lijn datde binnenvaartsector bij alle afwegingen rondom rivierenuitdrukkelijker aan tafel zit.De heer Paternotte (D66):De minister zegt een aantal mooie dingen over de binnen-vaart en de verduurzaming. De zeescheepvaart is natuurlijkeen van de belangrijkste bronnen van broeikasgassen oponze planeet, maar deze werd niet meegenomen in het kli-maatakkoord van Parijs. Afgelopen april heeft de Internati-onal Maritime Organization in Londen afgesproken verge-lijkbare ambities te stellen, maar desondanks zit de zee-scheepvaart nog niet aan de klimaattafels. Als we nou echtiets willen doen voor een forse verduurzaming van de zee-scheepvaart, lijkt het me goed als de minister kijkt of dezedaarvan deel kan uitmaken en kan aansluiten bij de klimaat-tafels.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik heb goed nieuws voor de heer Paternotte, want de zee-scheepvaart zit wel degelijk aan onze tafel voor de greendeal en denkt daar ook mee over het zetten van stappen.Als je voor een groot cruiseschip — ik noem maar iets —in de grote havens walstroom kunt aanleggen, dan zet datecht wel zoden aan de dijk. Als je ziet hoeveel zo'n cruise-schip verstookt om de boel te verlichten enzovoort, dan isdat wel een heel mooi voorbeeld van waar we nu aan den-ken. Dus daar praten ze wel mee.Dan maak ik meteen een bruggetje naar mevrouw Dik-Faber,die vroeg naar de uitvoering van de motie over verduurza-ming van de zeevaart, de binnenvaart en de havens en devoortgang bij de green deal. De binnenvaartsector is daarvanaf de start nauw bij betrokken. Dan gaat het om scho-nere motoren en vermindering van wachttijden bij havens,sluizen en bruggen. Dat zijn allemaal onderwerpen die eenplek krijgen aan die tafel voor de green deal. Recent heb ikmet alle maritieme sectoren, dus ook de zeevaart, zeg iknog een keer in de richting van de heer Paternotte,gesproken om samen te komen tot een ambitieus maar welrealistisch transitiepad.Ik denk dat we allemaal wel zien dat het bij een personen-auto makkelijker is om over te stappen naar elektrificerenen dat het bij vrachtwagens al iets ingewikkelder wordt. Bijde schepen is het nog ingewikkelder vanwege de langeafschrijvingstermijn. Bij de luchtvaart is het het alleringe-wikkeldst omdat het gewicht daar zo'n belangrijke rol speelt.Dat neemt niet weg dat we met alle sectoren hard aan hetwerk zijn aan de klimaattafels, en in dit geval ook voor degreen deal, om daarvoor een concreet, realistisch transitie-pad af te spreken. Ik kan mevrouw Dik-Faber zeggen datwe ervan uitgaan dat we die green deal begin 2019 kunnenafronden. Dan zal ik er uiteraard bij u op terugkomen endan kunnen we er samen over spreken.De heer Stoffer heeft nog gevraagd naar een doelstellingvoor de modal shift naar de binnenvaart. Kunnen we ervoorzorgen dat we kleine schepen niet wegreguleren? Ik beninderdaad een warm pleitbezorger van vervoer over water.Dat is ook de reden om flink te investeren in de vaarwegen.U hebt wel gelijk dat die modal shift meer vraagt. Het gaatom het totale plaatje. Je wilt de keuze van de logistiekepartijen, van de verladers, echt beïnvloeden. Ook daarmoeten we alles uit de kast halen om ze te verleiden omvoor het water te kiezen. Ik ben daarom ook bezig om eengoederenvervoeragenda op te stellen. Die wil ik begin 2019naar de Kamer sturen. De modal shift zal daar uitdrukkelijkin terugkomen.Ik was van de week nog op het Deltacongres, waar ikmevrouw Van Brenk tegenkwam. Daarna was ik door naarhet congres van de Nederlandse Vereniging van Binnenha-vens. Daar werd ook gezegd: hoe kunnen we die sectorweer aantrekkelijk maken en zorgen dat er voldoendemensen willen werken? Het is het samenspel van hetgeheel. Daar heb ik de suggestie gedaan om misschien een"schipper zoekt vrouw"-programma te introduceren, omook te laten zien wat een mooie wereld dat is. Misschienkan dat wat nieuwe mensen aantrekken en de sector watmeer voor het voetlicht brengen.Voorzitter. Ik denk dat ik de vragen over het maritieme deelgehad heb. Dan kom ik nog bij het blokje overig.Ik heb al tegen mevrouw Van Brenk gezegd dat ik tijdenshet wetgevingsoverleg over water nog graag wil terugko-men op een aantal goede vragen op het gebied van water-veiligheid. Ik wil tegenover haar ook nog onderstrepen —dat zeg ik ook een beetje in de richting van de heer VanRaan — dat klimaatadaptatie inderdaad een van mijnspeerpunten is en zal blijven. Ook over het SDG 6 zal ikgraag met u blijven discussiëren.Mevrouw Dik-Faber heeft nog gevraagd of het in de toe-komst misschien mogelijk is om zonnepanelen aan te leg-gen op fietspaden of vluchtstroken en of daar al mee wordtgeëxperimenteerd. Zoals in 2016 aan uw Kamer is gemeld,werken we ernaar toe dat de netwerken van RWS in 2030energieneutraal zijn. Daarnaast kan IenW inderdaad eenbijdrage leveren aan de nationale klimaatopgave en ener-21-14-178 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer gietransitie door zelf areaal beschikbaar te stellen voor deopwekking van hernieuwbare energie door derden. Op ditmoment voert RWS daarvoor in opdracht van het ministerievan EZK een pilotprogramma uit: hernieuwbare energie opRWS-gronden. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar deA37, die al de zonneweg wordt genoemd, naar de A6 en deAfsluitdijk. Overigens werken ook regionale overheden aanregionale energiestrategieën. Ik heb aan RWS gevraagd ommet die regionale overheden mee te denken: wat kunnenwij met onze arealen?De heer Ziengs heeft nog gevraagd naar innovaties en deontwikkelingen: houden we die wel voldoende bij en hebbenwe daar wel genoeg capaciteit voor? IenW is echt een ken-nisgedreven organisatie. De opgaven waar we voor staanvragen ook dat we volop oog hebben voor innovatie. Wewerken veel samen met kennisinstellingen, of het nouMARIN of Deltares is, of met alle kennisinstellingen enbedrijven in de automotive sector op het gebied van smartmobility. We doen dat op alle vlakken. We hebben binnen-kort de Amsterdam Drone Week. Ook daarbij volgen we denieuwe technologie. Het is niet voor niks dat Eurocommis-saris Bulc naar Nederland, naar Amsterdam, naar onzeDrone Week komt: omdat wij een state-of-the-artcongreskunnen organiseren.Dan nog een vraag van de heer Van Dijk over de Wadden.We hadden niet anders verwacht dan dat daar vragen overzouden komen van de heer Van Dijk. Hoe staat het met hetproces rondom de beheerautoriteit en wat gaat die doen?In het regeerakkoord hebben we inderdaad aangekondigddat er één beheerautoriteit voor de Waddenzee komt, dieeen integraal beheerplan moet uitvoeren. We hebben bijhet AO Wadden al aangegeven dat er een duidelijke schei-ding komt tussen het beleid en de uitvoering. In april 2018heb ik samen met de minister van LNV opdracht gegevenvoor een onafhankelijke verkenning naar die beheerautori-teit. Dat doen we natuurlijk op basis van de huidige wette-lijke kaders en de randvoorwaarden die daarbij meegegevenzijn. Het moet een organisatievorm zijn die voor stakehol-ders herkenbaar en aanspreekbaar is — dat was ook uwpleidooi — en die makkelijk toegankelijk, gezaghebbend enslagvaardig is. U noemde een commissaris: dat is een vande varianten die daarbij worden onderzocht. Het moet eensamenhangende en planmatige aanpak van natuur en vis-beheer zijn waarin alle aspecten — natuur, vis, water —samenkomen. Ik noem hierbij ook de taken die voortvloeienuit de werelderfgoedstatus, zoals educatie en draagvlakver-groting. Die verkenning bestaat dus uit een probleemana-lyse. We gaan een aantal varianten uitwerken. De voorlopigeuitkomsten worden al geanalyseerd. Op basis van die uit-komsten zal ik samen met de minister van LNV de contourenschetsen. Ik kan daar nog niet op vooruitlopen, maar u kuntervan overtuigd zijn dat we echt proberen om daar eensoepel werkend iets van te maken. Dat is waar de Waddenbehoefte aan hebben. Ik heb vorige week of twee wekengeleden nog de mensen van het Pact van Marrum op hetministerie mogen ontvangen. Ik vond het heel mooi om tezien hoe daar de havens en de natuurorganisaties insamenwerken. Ik denk dat dat ook precies de uitstraling isdie we met elkaar nodig hebben.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Van Aalst.De heer Van Aalst (PVV):Ik ga toch nog terug naar het punt van de binnenvaart. Ikhoor de minister mooie woorden spreken over de binnen-vaart. Daar ben ik heel erg blij mee. Ik kijk dan toch eventerug naar de schriftelijke beantwoording op een vraag vanmijn collega van de SP over de motie die wij samen hebbeningediend en die is aangenomen. We moeten daarbij con-stateren dat de minister de modal shift heel erg belangrijkvindt, maar dat zien we niet terug in de manier waarop zijde vragen over de CCR-regelgeving beantwoordt. Wij con-stateren nog steeds dat er voorbeelden zijn dat onzeNederlandse binnenvaart veel zwaarder aangepakt wordtdan die over de grens. Daarom nogmaals de vraag aan deminister hoe het mogelijk is dat onze eigen binnenvaartnog steeds onder die CCR-regelgeving te lijden heeft.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Daar heb ik met de sector goed over gesproken. Ook daarheb ik gekeken naar voorbeelden van hoe ze dat in anderelanden doen. Ik heb ook in de schriftelijke beantwoordinglaten weten dat ILT kijkt hoe we ervoor zorgen dat er eengelijk speelveld is. Dat is gewoon onze inzet. Het mag nietzo zijn dat onze binnenvaartschippers aan zwaardere regelsmoeten voldoen of dat daar op een andere manier meewordt omgegaan dan met de Vlaamse of de Duitse. Daarblijven we dus voor strijden.De heer Gijs van Dijk (PvdA):Het is goed om te horen dat de minister voortvarend bezigis met de beheerautoriteit voor de Wadden. Het is echt heelgoed dat dit er gaat komen. Afhankelijk van wanneer datnaar de Kamer komt: is er dan nog te praten over de taak-opvatting van die beheerautoriteit? Nu ziet dat heel erg opnatuur, maar ook vanuit de inwoners rondom het Wadden-gebied is er een aantal zorgen.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Daar kunnen we zeker over spreken. Ik hoop ook dat datgoed naar voren komt uit de inventarisatie. De minister vanLNV en ik hebben ook echt de opdracht meegegeven datalle stakeholders hun zorgen en aandachtspunten goednaar voren moeten kunnen brengen. Dat zijn natuurlijk nietin de laatste plaats de mensen die op de Wadden wonen.Ik hoop dus echt dat er een goede, integrale afweging komt,ook van die belangen.Dan was ik erdoorheen, voorzitter.De voorzitter:Kijk eens aan. Ik zie nog een vraag van mevrouw Van Brenk.Gaat uw gang.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik heb behoefte aan één verduidelijking over een schriftelijkantwoord dat ik van de minister gekregen heb. Op pagina149 in de begroting staat de achterstand bij Rijkswaterstaatin het onderhoud. Daar is ook een reactie van de AlgemeneRekenkamer op gekomen. Het bedrag loopt inmiddels optot 744 miljoen. Zij zeggen: dat is best wel een risico. Noustelt de minister dat de veiligheid niet in het geding komt.Mijn vraag is hoe de minister dat zo stellig kan zeggen. Ik21-14-188 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer hoop dat ik daarmee zo wat geruster naar mijn plekje terugkan.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Het korte antwoord daarop is dat RWS de zaken dermategoed in de gaten houdt dat die situatie niet gaat ontstaan.Er wordt regelmatig geschouwd, zowel door aannemersals een keer in de zes jaar tijdens een hele grote, gedegenschouw. Als daar iets uit blijkt wat het gebruik niet meerkan verdragen, dan worden er óf maatregelen genomen ófhet wordt meteen hersteld.Uitgesteld onderhoud is iets anders dan achterstalligonderhoud. Dat verschil moet je wel uitdrukkelijk maken.Als een weg nog gewoon goed is, ook al is die theoretischafgeschreven, en uit de testen blijkt dat er niks mis mee is,dan is het ook zonde om die dan al te gaan vervangen ofandere maatregelen te treffen. Daar wordt dus echt heelzorgvuldig naar gekeken. Er worden zeker geen veiligheids-risico's bij genomen.De voorzitter:Dank u wel. Dan nog een vraag van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik had nog een vraag naar aanleiding van de schriftelijkebeantwoording van de minister. Zij gaat daarin in op hetconcept dat ik introduceerde tijdens mijn maidenspeech.Dat was "carnivoor, geef het door", geïntroduceerd dooreen D66-senator. Ik had het idee dat het in de schriftelijkebeantwoording toch iets anders is overgekomen dan hetconcept bedoeld is. Het concept is namelijk dat bij de stan-daardmenu's, denk aan lunches en diners, binnen hetministerie standaard plantaardig voedsel wordt geserveerd.Op verzoek kan er nog wel vlees geserveerd worden. Zodraai je de sociale norm om. Dat is een heel belangrijk sig-naal richting de samenleving, waar vlees vooralsnog veelalde standaard is. Dus door die sociale norm om te draaien,geef je een belangrijk signaal af: we moeten minder vleeseten in verband met het klimaat. En daarnaast tast je dekeuzevrijheid niet aan. Dus mijn vraag aan de minister is:ziet zij kans om dit concept binnen haar ministerie bij lun-ches en diners in te voeren, en daarmee een bijdrage televeren aan vermindering van de klimaatbelasting?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Bij ons ministerie is het niet bepaald een à-la-carterestau-rant. Je hebt gewoon een aanbod, en mensen kiezen zelfwat ze willen hebben. En als wij een lunch of zo hebben,dan is er een schaal met broodjes en mensen kiezen danzelf of ze iets met vlees of vis, of iets vegetarisch of ietsdergelijks willen. Dus ik zie bij ons niet wat we op eenandere manier zouden kunnen doen. Er is altijd een vegeta-risch aanbod, dus die keus kan iedereen vrij maken. Ik denkdat het ook zo hoort. Het is niet zo dat wij uitgebreide dinersserveren op het ministerie, dus het is bij ons niet zo aan deorde.De voorzitter:Uw zevende vraag, mevrouw Teunissen. Gaat uw gang.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ja, dan toch een vervolgvraag. Stel nou dat het plateau metdie broodjes standaard plantaardig is. En mocht er behoeftezijn aan vlees of vis of zuivel, dan wordt daar apart eenbestelling voor gedaan. Dan laat je dus zien: "Wij hebbenals standaard: de norm is plantaardig. Als u dat wilt, kuntu vlees of vis bestellen. Dat is geen probleem, maar denorm gaan we veranderen, als voorbeeld voor de rest vande samenleving." Hoe kijkt u daartegen aan?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Het lijkt me een heel erg bureaucratische rompslomp wor-den. Dan zouden we namelijk bij allerlei overleggen opvoorhand moeten gaan inventariseren wat iedereen wilgaan eten. Zo werkt het gewoon niet. Er worden gewoonalgemene inkopen gedaan. Ik kan u zeggen dat er ruim-schoots voedsel zonder vlees of vis aanwezig is. Meestalzijn de broodjes kaas als eerste op, kan ik u uit ervaringmelden. En de krentenbollen gaan ook hard. Maar ik denkdat we mensen wel gewoon de vrije keus moeten laten.De voorzitter:Oké. Daarmee is de minister aan het einde van haar eerstetermijn. Voordat ik overga naar de staatssecretaris, wil ikvoorstellen om enkele minuten te schorsen.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:We zijn nog heel even in afwachting van de minister.Daar is de minister. Dat betekent dat wij verdergaan metde beantwoording van de staatssecretaris in eerste termijn.Het woord is aan de staatssecretaris. Ga uw gang.Staatssecretaris Van Veldhoven:Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Zoals ook de ministeral zei: allereerst dank aan de Kamerleden voor hun inbrengen ook voor hun aanwezigheid op dit late uur — we zullenhier nog wel even zijn met elkaar — maar natuurlijk ookmijn felicitaties aan mevrouw Teunissen van de Partij voorde Dieren met haar maidenspeech. Ik zal mijn beantwoor-ding ook in een aantal blokken doen. Ik zal eerst even eenkorte algemene inleiding doen. Dan ga ik over naar hetblokje duurzaam vervoer. Daar zitten ov en spoor in, maarook elektrisch vervoer en de fiets. Daarna ga ik naar hetblokje circulaire economie, met natuurlijk ook bijzondereaandacht voor plastics. Dan een blokje schone en veiligeleefomgeving en daarna nog een heel klein blokje overig.Voorzitter. Ik zei al dat het laat is, zo midden op de avond,maar voor een eerste eigen begroting heeft het toch eensoort van energie van een zonsopgang. En de urgentie isgroot. Het is een mooie start van een nieuw jaar en ik kijkook uit naar de samenwerking met u allen. De urgentie isgroot en we hebben ontzettend veel te doen.Het gaat er wat mij betreft om dat we Nederland stap voorstap toekomstbestendig moeten gaan maken. Dan denk ikaan klimaatneutraal door een efficiënter grondstoffenge-bruik in een circulaire economie, met duurzaam vervoer21-14-198 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer dat aanzienlijk minder CO2 uitstoot. Ik denk aan een beteren veilig spoor, goed ov en natuurlijk meer ruimte voor defiets. Ik denk ook aan een gezond, schoon en veilig land:gezonde lucht, schoon water, een gifvrije bodem en eenveilige leefomgeving voor iedereen. Dat is eigenlijk ook watmensen van de overheid verwachten. In dat opzicht zijn weinderdaad een heel groen ministerie. Dat zijn mevrouwKröger en ik absoluut met elkaar eens.De noodzaak om te versnellen is ook helder. De ministergaf dat ook al aan. Als je het hebt over mobiliteit: de perronszijn drukker, de coupés zijn voller, maar ook daarbuiten isde urgentie groot. Want ook de zorgen van mensen overeen veilige leefomgeving zijn scherper — we zullen diemoeten beantwoorden — en de klimaatvoorspellingen zijnsteeds alarmerender.Kortom, ik ben blij met de resultaten die we het afgelopenjaar met elkaar hebben kunnen behalen, maar we moetenook komend jaar weer volop doorzetten. Ik denk dan bijvoor-beeld aan de kabinetsbrief over de circulaire economie diewe het afgelopen jaar hebben kunnen sturen, mede namensallerlei andere collega's in het kabinet. We gaan echt in debreedte van het kabinet hard werken aan die circulaireeconomie. Nu gaat het om de concrete uitvoering, dus ikwil u de uitvoeringsagenda sturen en zelf een plastic pactin 2019 bereiken. Dat zal een pact zijn met afspraken, nietvrijblijvend. Het moet monitorbaar zijn met als doel: werkenmet 100% recyclebare plastics en stoppen met single-useplastics.Maar ik denk ook aan de luchtkwaliteit. Het is heel goed datwe die de afgelopen jaren met extra maatregelen in debinnensteden hebben verbeterd. Met de aanpassing vanhet NSL verwachten we een van de eerste landen te zijnwaar de grenswaarden in de binnensteden worden gehaald.Tegelijkertijd zijn we er nog niet. Daarom wil ik voor dezomer van 2019 het Schone Lucht Akkoord presenteren.Ik ben ook blij dat we met elkaar stappen kunnen zetten inhet internationaal treinverkeer. Mevrouw Kröger, mevrouwDik-Faber, de heer Paternotte, maar ook de heer Amhaouch,hebben hier regelmatig aandacht voor gevraagd. Mijn inzetis om de komende jaren 2 miljoen reizigers van het vliegtuigin de trein te krijgen en zo onnodige korte vluchten tevoorkomen. Het is ook heel mooi dat dit jaar de Eurostar isgaan rijden van Amsterdam naar Londen. 130.000 reizigerskozen die trein, maar we willen natuurlijk toewerken naareen tweede, derde en uiteindelijk ook een vierde en vijfdeEurostar per dag.Voorzitter. Als laatste natuurlijk de fiets. Als er één onder-werp is dat het afgelopen jaar in een hogere versnelling isgekomen, is dat misschien wel de fiets. Wat mij betreft,trappen we komend jaar ook stevig door. Dat kan ook, doorde goede samenwerking met gemeenten, provincies enpartijen als Tour de Force. Met elkaar zorgen we voor windmee voor de fiets.Voorzitter. Dan ga ik als eerste naar het blokje ov en spoor.Ik begin met duurzaam vervoer. We zijn heel hard bezig ommobiliteit te verduurzamen. Er ligt een forse opgave om deklimaatdoelen van Parijs en het nationale klimaatakkoordte halen. Daar zijn we heel hard mee bezig. Meer mensenvervoeren met minder uitstoot: eigenlijk gaat het daarom.Dat doen we door het ov en het spoor te verbeteren, elek-trisch rijden te stimuleren, het aantal waterstoftankstationste vergroten en ruim baan te geven aan de fiets. De fietskan onze steden schoner en beter bereikbaar maken. Meerdan de helft van de mensen woont binnen 15 kilometer vanhet werk. Met de e-bike ben je er dan eigenlijk zo.Voorzitter. Ov en spoor. Iedere werkdag reizen zo'n 1,3miljoen mensen met de trein. Op ons grootste station,Utrecht Centraal, stappen iedere dag 186.000 mensen in enuit; dat is een groei van 3% ten opzichte van het jaar ervoor.De ov-chipkaart wordt wekelijks 3,3 miljoen keer gebruikt.Dat zijn indrukwekkende cijfers en de prestaties zijn goed,maar ik denk dat die cijfers de komende jaren nog wel watindrukwekkender zullen worden, want de behoefte aanmobiliteit in Nederland neemt toe. De manier waarop wehet voor de reiziger willen verbeteren is kortweg samen tevatten als: meer treinen, die sneller rijden, dichter op elkaar,nog veiliger en ook over de grenzen. Daar gaan we ininvesteren, tot 2030 zo'n 10 miljard euro.Neem bijvoorbeeld de tienminutentrein. Die rijdt al tussenAmsterdam, Utrecht en Eindhoven, met succes. We zijndruk bezig om dit uit te breiden naar andere trajecten, zoalsSchiphol-Utrecht-Nijmegen en Rotterdam-Den Haag. In datkader vindt een grote verbouwing van station Driebergen-Zeist plaats. Hiermee wordt een betere aansluiting tussende trein en andere soorten vervoer in die regio gerealiseerd.De minister gaf het net ook al aan: multimodaliteit is voorons heel belangrijk. Je moet makkelijk kunnen overstappentussen auto, fiets, bus en trein en daar investeren we in.Een mooi detail overigens is dat dat station circulair eninnovatief wordt verbouwd, met zo veel mogelijk hergebruikvan materialen — dit zeg ik in het bijzonder tegen mevrouwVan Eijs, die daar aandacht voor vroeg — recyclebaar betonen een 3D-geprinte trap.Soms zijn er door slim plannen ook verbeteringen mogelijk,zoals het drie jaar naar voren halen van de werkzaamhedenbij station Nijmegen. Hierdoor kunnen daar volgend jaar almeer en langere treinen rijden en dat betekent gewoon 20%meer zitplaatsen op een van de drukste trajecten van onsland. Goed nieuws voor de reiziger, want niemand staatvoor z'n lol in de trein.Ook op andere plekken in Nederland wordt gewerkt aanmeer comfort voor treinreizigers. Zo zijn in oktober ook dewerkzaamheden gestart voor het project Extra sneltreinGroningen-Leeuwarden. Vanaf 2020 kunnen daardoor inNoord-Nederland dubbel zo veel treinen rijden als nu.De heer Amhaouch vroeg: wil de staatssecretaris onderzoe-ken op welke trajecten elektrische snelbussen kunnen rij-den? Hij noemde speciaal Breda-Utrecht als een traject waaral lang en veel op gestudeerd is. Hij vroeg aandacht vooreen HOV-verbinding daar, omdat het lastig zou zijn om daarsnel een treinverbinding aan te leggen. Hij heeft gelijk: debus is flexibel en er is weinig aparte infrastructuur voornodig. Waar geen spoorverbinding is en wel een snelgroei-ende vraag naar openbaar vervoer, is dat een interessanteoptie.Het is ook hoopvol dat er steeds meer elektrische bussenbeschikbaar komen, want die zijn snel en ook schoon. Inonder andere het Toekomstbeeld OV geven we daaromexpliciet aandacht aan de bus, zowel binnen als buiten hetstedelijke gebied. In dat verband loopt er een studie naareen innovatieve busverbinding tussen Utrecht en Breda. Ik21-14-208 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer hoop de heer Amhaouch in het voorjaar van 2019 deinzichten daarvan te kunnen communiceren, zodat we methem kunnen bekijken wat de mogelijkheden zijn. Hoe kun-nen we de verbinding tussen Breda en Utrecht verbeterenen hoe kunnen we het openbaar vervoer daar hoogwaardi-ger maken?Dan vroeg de heer Dijkstra naar het pakket voor spoorgoe-derenvervoer en of we alert willen zijn op de concurrentievan onze sector in verhouding tot de landen om ons heen.Dat is absoluut terecht. Ik ben hier alert op, want ik wil hetspoorgoederenvervoer stimuleren. Daarom staat ook in hetregeerakkoord dat we de gebruiksvergoeding in de pasgaan laten lopen met de buurlanden. Misschien was het deheer Ziengs die ernaar vroeg. U hebt beiden aandacht gehadvoor het goederenvervoer. Ik denk dat dit een vraag van deheer Ziengs was. Via een subsidieregeling in de vorm vaneen korting op de gebruiksvergoeding verlaag ik de kosten.Daarmee worden inderdaad de tarieven voor de gebruikersop gelijk niveau gebracht met de landen om ons heen, zoalsDuitsland. Ik werk op dit moment de regeling uit die dan —ook dat was een vraag van de heer Ziengs, denk ik — metterugwerkende kracht begin 2019 wordt toegepast. Ook alduurt het misschien nog even in 2019 voordat die regelinger is, dan wordt hij met terugwerkende kracht in 2019 toe-gepast.De heer Paternotte vroeg naar de internationale spoor-agenda. Verbetering van internationale spoorverbindingenis voor mij absoluut een beleidsprioriteit. Dat is het voorde Kamer ook. Dat merk ik steeds weer in de debatten. Wegaan er zelfs binnenkort een heel apart debat over hebben.Dan kunnen we het over zowel de luchtvaart als het spoorhebben, maar dan kunnen we ook eens al die korte grens-overschrijdende verbindingen die zo belangrijk zijn in degrensregio's met elkaar doorlopen. Samen met anderebetrokken partijen wordt inderdaad gewerkt aan een heelaantal korte grensoverschrijdende verbindingen. We willendie verbeteren.Er is een aantal voorbeelden. Begin 2019 wordt eenbestuursovereenkomst getekend voor de verbinding Gro-ningen-Bremen. Op dit moment worden tussen Nederlanden Duitsland financiële afspraken afgerond. Er is nog eenheel aantal andere kortere afstanden waar we ook hard aanwerken. Daarnaast wordt op mijn verzoek de quickscanBerlijntrein uitgevoerd. Dat zijn iets langere afstanden. Dezewordt aan het einde van dit jaar opgeleverd. Hierover zaleen overeenkomst worden gesloten. Er is het voornemenvan de Eurostar om in de zomer 2019 met een derde treinnaar Londen te gaan rijden. Daarnaast steun ik de ambitievan Eurostar om ook met een vierde en vijfde trein te gaanrijden. Dat moeten we natuurlijk nog netjes bespreken metNS, ProRail en natuurlijk ook JenV, want de inzet van deMarechaussee is wel echt een randvoorwaarde om ditmogelijk te maken. Dat moet dan natuurlijk ook mogelijkzijn, ook binnen alle andere prioriteiten waarvoor deMarechaussee wordt gevraagd, maar we zijn erover ingesprek. Er wordt ook samen met partijen uit de spoor- enluchtvaartsector gewerkt aan een aanpak voor de internati-onale trein voor de vijf meest kansrijke bestemmingen. Datzijn bestemmingen waarvoor het qua reistijd interessant isom in de trein te gaan zitten. Je gaat niet zo makkelijk vooreen weekend Barcelona twaalf uur in de trein zitten, maarals je naar Parijs, Brussel, Londen of Düsseldorf wilt, is vande trein echt een heel goed alternatief te maken als we hetook makkelijker weten te maken. Voor het AO Internationaalspoor ontvangt u een brief met een update over de verschil-lende dossiers.Mevrouw Kröger vroeg of het internationale spoor ookonderdeel kan worden van de beleidsprioriteiten voorkomend jaar en of het wordt verankerd in een programmabinnen de concessie. Voor een apart programma zie ik geenaanleiding, omdat de ambities rond internationaal vervoeral in de concessieverplichtingen zijn vastgelegd. Maar ikvind de suggestie om internationaal spoorvervoer op tenemen in de jaarlijkse prioriteitenbrief een heel goedesuggestie. Daar ben ik dus graag toe bereid. Ik zal de Kamerjaarlijks informeren over internationaal spoorvervoer. Hetis ook wel mooi, nu we er een apart debat over hebben, datwe misschien jaarlijks met elkaar de stand opmaken vanwaar we nu staan en dat ik u jaarlijks een brief stuur overde voortgang op dat terrein.Dan is er een vraag die in mijn mapje spoor zit, maareigenlijk niet over het spoor gaat. Ik ga naar de taxi. Diehoort natuurlijk wel bij het openbaar vervoer. Er is gevraagdof ik bereid ben om met Uber in gesprek te gaan om tevragen of zij zich aan de regels willen houden. Er was metname een vraag over de rij- en rusttijden. Ik vind het heelbelangrijk om met Uber in gesprek te gaan en hen aan tespreken op hun verantwoordelijkheid, want alle chauffeursmoeten zich aan de rij- en rusttijden houden. Ik kan de heerVan Dijk, die daarover een vraag had gesteld, melden datUber ook positief in de wedstrijd zit om te bevorderen datchauffeurs arbeids- en rusttijden naleven. We zijn daaroverdus in gesprek. Wellicht kan er zelfs met gebruikmakingvan hun app een manier worden gevonden waarbij je aande ene kant de privacyregels respecteert, maar je er welvoor zorgt dat je toch die rij- en rusttijden kunt verzekeren.Dus, in antwoord op de vraag van de heer Van Dijk: ja, daargaan we over in gesprek, want ook dit moet goed geregeldworden.De heer Gijs van Dijk (PvdA):Dank voor die toezegging. Dat is heel belangrijk. Er hangtnog iets boven. Ik heb tijdens mijn inbreng ook gesprokenover de fraude die via Uber wordt gepleegd. Daar is eenartikel in de Volkskrant over verschenen waarin Uber zegt:het is niet onze verantwoordelijkheid, want wij zijn eenplatformbedrijf, wij zijn geen vervoerder. We zoudeneigenlijk met elkaar moeten vinden — en Uber hopelijk ook— dat Uber geen platformbedrijf is maar gewoon een ver-voersbedrijf. Hoe ziet de staatssecretaris dat?Staatssecretaris Van Veldhoven:De heer Van Dijk vraagt hier terecht aandacht voor, omdatelke vorm van fraude of belastingontwijking natuurlijkongewenst is. Eigenlijk heeft dergelijk crimineel gedraggewoon niets te maken met taxivervoer, maar als hetplaatsvindt, leidt het wel tot oneerlijke concurrentie. Daaromdoet de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport innauwe samenwerking met het Openbaar Ministerie, depolitie en de Belastingdienst hier onderzoek naar. Dieonderzoeken wachten we eerst af. Dan kunnen we daarnabekijken aan welke knop we moeten draaien om dit aan tepakken. Ik heb naar aanleiding van dat artikel ook contactopgenomen met de gemeente Amsterdam. Ik heb gezegddat ik ook graag met hen in gesprek ben, want wellichtkunnen we in de manier waarop de vergunningen wordenaangevraagd en afgegeven nog een knop vinden om te21-14-218 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer voorkomen dat de ILT continu aan het dweilen is terwijl dekraan openstaat. Wellicht kunnen we daar zorgen voor eengoede aansluiting van datgene wat de gemeente doen opdatgene wat wij doen. Maar als het crimineel gedrag is, alshet echt fraude is, is het ook een zaak van politie en OM.De heer Gijs van Dijk (PvdA):Ik vond de reactie van Uber dat het niet hun verantwoorde-lijkheid is, toch wel schokkend. Uber zegt: dat zijn de rijders,die zijn zelf verantwoordelijk en wij hebben daar als bedrijfniks mee te maken. Dat is natuurlijk wel essentieel. Waartaxibedrijven met verschillende rijders zich wel verantwoor-delijk moeten tonen, een heel vergunningenstelsel enallerlei wet- en regelgeving hebben, heeft Uber dat niet.Dat begint te steken, zeker nu Uber aan het groeien is. Ikwil overigens niets afdoen aan de goede dienstverleningvan Uber waar veel mensen van genieten, maar het moetwel een gelijk speelveld zijn.Staatssecretaris Van Veldhoven:Iedereen moet zich in Nederland gewoon aan de wet hou-den, en dat geldt ook voor Uber en voor de chauffeurs dievoor Uber rijden. We zullen dus met elkaar een maniermoeten vinden om daarvoor te zorgen. Bij fraude enbelastingontwijking moeten we er sowieso voor zorgen datwe een manier vinden om erachter te komen wat er speelt.Dat beeld heb je wel eerst nodig om te weten op welkemanier je daar een aanpak op kunt zetten.Voorzitter. Dan wil ik overgaan naar het blokje elektrischrijden. Duurzaam vervoer is meer dan ov en spoor, we wil-len als kabinet ook dat alle nieuwe auto's in 2030 emissie-loos zijn. Dus elke nieuwe auto die dan aan het wagenparkwordt toegevoegd, moet nul-emissie zijn. We zetten ook inop 2025 nul-emissie stadslogistiek, schone stadsbussen endeelauto's. Dit alles moet ons gaan helpen om de doelenvan het klimaatakkoord van Parijs te realiseren. We zijn drukin overleg met een heleboel partijen om de afspraken overal deze punten met elkaar uit te werken.De heer Laçin (SP):Ik wil nog even terug naar het blokje ov. De bus en hetopenbaar vervoer hebben de volle aandacht van de staats-secretaris, maar aan de andere kant zien we ook dat metde marktwerking en de aanbestedingen heel veel buslijnenverdwijnen. Dat zijn bussen die mensen gewoon nodighebben om van A naar B te gaan. Dat is duurzaam vervoer,voor ons ook ontzettend belangrijk. Wij willen voorstellenom te bekijken wat wij daartegenover kunnen zetten, metprovinciale busbedrijven of wellicht een landelijk busbedrijf,aangezien we ook zien dat heel veel busbedrijven die hierrondrijden eigenlijk buitenlandse staatsbedrijven zijn. Hoezouden wij het wettelijk mogelijk kunnen maken dat wijdaar wat meer regie op kunnen houden? Wij kunnen bijvoor-beeld met provinciale busbedrijven ons eigen ov beterinrichten en ervoor zorgen dat buslijnen niet verdwijnen,vooral in de regio, omdat dat gewoon ontzettend belangrijkis. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar?Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik ben hierop ingegaan in de schriftelijke beantwoording.Daarin heb ik aangegeven dat de wetgeving het op ditmoment niet toelaat voor provincies om een eigen busbe-drijf te starten. Daarnaast herken ik ook niet zozeer het beelddat de heer Laçin schetst, dat overal buslijnen verdwijnen.Het is in ieder geval aan de provincies, die de concessieverlenen, om te bepalen welke dienstverlening zij in hunprovincie willen. Gelukkig kunnen Provinciale Staten uitste-kend Gedeputeerde Staten daarop controleren, om te zienof daarin de juiste keuzes worden gemaakt. Als daaroverzorgen zijn, is het aan Provinciale Staten om dat nadrukkelijkte bespreken met Gedeputeerde Staten, die concessieverle-ner zijn.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik had ook nog een vraag gesteld over het openbaar ver-voer. Ik heb daar geen antwoord op gekregen. De vraagwas in hoeverre de btw-verhoging, het duurder wordenvan het openbaar vervoer, haaks staat op het regeringsbe-leid. We willen zo veel mogelijk mensen in het openbaarvervoer en het lijkt door deze verhoging dat je mensen juistde auto in jaagt.Staatssecretaris Van Veldhoven:Ook deze vraag is, weliswaar wat korter, beantwoord in deschriftelijke antwoorden, maar ik doe het graag nog evenmondeling. De btw-verhoging is onderdeel van een totaalbelastingpakket van het kabinet, waarbij we kiezen voor hetzwaarder belasten van consumptie en het minder zwaarbelasten van arbeid. In dat kader moet u dit zien. We hebbenop verzoek van de Kamercommissie laten uitzoeken of ditgrote negatieve effecten zou hebben op het openbaar ver-voer. Daaruit blijkt dat het een eenmalige daling van éénprocentpunt is, tegenover een groei die verder heel erggroot is. Dus het beeld dat mevrouw Van Brenk schetst, datwij massaal mensen de trein uitjagen, blijkt niet uit de cij-fers. Uit de cijfers blijkt dat de groei in het openbaar vervoerde komende jaren flink gaat stijgen. Voor de weg geldthetzelfde: voor de hele mobiliteit geldt dat de druk grootis. Dat is waarom ik samen met de minister er hard aanwerk om zo veel mogelijk capaciteit te creëren en zo veelmogelijk investeringen te doen met de middelen die wijhebben gekregen van dit kabinet, om die groei te accommo-deren en er een aantrekkelijk ov-product van te maken.Voorzitter. Het kwam net ook al even aan de orde in eendebatje tussen de heer Paternotte en de minister: de laad-palen. Inderdaad, een netwerk van laadpalen kan bijna nietdicht genoeg zijn, al was het maar om je verbannenschoonmoeder te kunnen bezoeken, zeg ik tegen de heerPaternotte. Schoon vervoer naar schoonmoeders: het zoubijna een mooi motto kunnen zijn. Maar er zijn al heel veelmooie initiatieven. Bijvoorbeeld bij het verlenen van ov-concessies in Groningen en Drenthe gaan volgend jaartientallen nieuwe elektrische bussen en waterstofbussenrijden. Rond Schiphol rijdt de grootste elektrische vloot vanheel Europa. Ik heb hem zelf mee mogen lanceren. Er staatook nog prachtig op: made in Holland. Dus schone mobiliteitgaat gewoon het nieuwe normaal worden.Dan vraagt de heer Paternotte eigenlijk: hoe zorgen weervoor dat er voldoende laadpalen komen? De minister gafal aan dat wij in het klimaatakkoord de ambitie uitwerkendat in 2030 elke nieuwe auto die in Nederland op de marktkomt een schone auto is. Als onderdeel daarvan moetenwij er in die tijd natuurlijk voor zorgen dat er voldoende21-14-228 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer laadpalen komen te staan. Maar het gaat niet alleen omlaadpalen: we zullen ook naar andere technologieën moetenkijken. Want ook waterstof is een interessante optie. Wijmoeten gaan zorgen voor voldoende infrastructuur om indie duurzame mobiliteit te kunnen voorzien. Dat nemen wemee en dan is het wel logisch, zoals de minister zei, dat we,als we daarin de structurele uitrol van de bordjes meene-men, ervoor zorgen dat niet alleen bij de laadpalen die ernu zijn, maar bij al die nieuwe laadplekken die er komenmeteen wordt nagedacht over de vraag hoe we ervoorzorgen dat mensen weten waar die staat. Zoals de ministerzei: dat nemen we graag mee. Dan hebben we namelijk eenstructurele aanpak voor het terechte punt dat de heerPaternotte aangeeft: als je elektrische auto hebt, wil je welweten waar je die kunt laden.De heer Paternotte vroeg ook hoe we dat over de grensverder makkelijk gaan maken. Opladen moet net zo makke-lijk zijn als bellen over de grens. Dat ben ik helemaal metde heer Paternotte eens. Ik vind dat het opladen van je autoover de grens net zo makkelijk moet zijn als het opladenvan je telefoon. Daar werk ik ook aan, via afspraken metomliggende landen. In EU-verband pleit ik voor een open,toegankelijke laadinfrastructuur. Daarvoor zijn met nameopen normen en open standaarden nodig. Ik heb het danover interoperabiliteit. We gaan nu een beetje de techniekin, maar de techniek is hier wel bepalend voor de vraag ofhet uiteindelijk lukt.Nederland trekt daar ook wel echt de kar. In december 2017heb ik met de Benelux-landen een intentieverklaring gete-kend over grensoverschrijdend elektrisch rijden. Zo'n ver-klaring ligt er ook met Noordrijn-Westfalen. Sindsdien zijnvele laadaanbieders in de Benelux en Duitsland onderlingverbonden. Daardoor kun je dus in het buitenland gewoonmet je eigen laadpas of met je eigen app bij andere laadpa-len betalen. Zo moet het gewoon gaan, niet alleen in dezeregio want we moeten dat verder uitbreiden. Daarom leidtNederland een project met zestien lidstaten dat gericht isop goede informatie voor rijders over locatie, beschikbaar-heid en prijzen van laden. Daar wordt dus ook aan dieintramobiliteit gewerkt. Ik ben ook van plan, nog eens extraaangespoord door de heer Paternotte, om bij de aanko-mende Milieuraad in december nog eens aandacht te vra-gen voor het belang van dit punt, namelijk dat je eigenlijknet zo makkelijk je auto moeten kunnen laden als je tele-foon.Dan was er een vraag van mevrouw Van Brenk overgemeenten die niet duurzaam openbaar vervoer inkopen.Ik ben natuurlijk een groot voorstander van duurzaamopenbaar vervoer. En met decentrale overheden hebbenwe het bestuursakkoord zero-emissiebusvervoer afgesloten.Dit akkoord is gesloten om een belangrijke stap te zettennaar een schoner klimaat. Vanaf 2025 mogen nieuwe bussengeen uitstoot meer hebben, zodat richting 2030 de helebusvloot zero emissie is. Dat kan nog niet overal direct,omdat bijvoorbeeld de laadinfrastructuur nog aangelegdmoet worden. Maar er stromen in heel veel busconcessiesnu al wel zero-emissiebussen in. Ik heb al het voorbeeldvan Amstelland-Meerlanden rondom Schiphol genoemd.Zoals ik al zei, is het ook onderdeel van de gesprekken inhet klimaatakkoord.Dan vroeg mevrouw Van Brenk ook nog naar een anderekleur kenteken voor elektrische auto's. Ik waardeer sowiesoheel erg de denkkracht en de ideeën van deze commissievan de Kamer. Het doel is: in 2030 alleen nog maar nieuweschone auto's. Dat betekent, mevrouw Van Brenk, dat wedan wel het elektrische kenteken zouden gaan uitfaseren.Ik ben toch wel gecharmeerd van die gele kleur! Dus datvoorzie ik niet, maar we voorzien, zoals ik zei, wel anderestimuleringsmaatregelen. En ook dit wordt besproken inhet klimaatakkoord. Maar ik zie het naar voren brengen vandit voorbeeld door mevrouw Van Brenk wel als een aanspo-ring om te zeggen: hoe kunnen we nou met andere danalleen de voor de hand liggende financiële maatregelenmensen stimuleren om die overstap te maken. Al eerder ishet punt ook weleens aan de orde geweest of het voormensen die een auto gaan kopen, helder genoeg wat nouhet verschil in kosten is, niet alleen op het moment dat jede auto koopt maar ook als je hem gebruikt. Dat zijn alle-maal zaken waar we aandacht voor moeten hebben en diegewoon kunnen helpen om de overstap te vergemakkelij-ken.Voorzitter, dan wilde ik eigenlijk overstappen naar de fietsals er geen vragen meer zijn over de elektrische auto. Ik ganiet meteen door naar de elektrische fiets, maar die isnatuurlijk wel heel belangrijk.Dit kabinet maakt van de fiets eigenlijk het nieuwe wapentegen de drukte, snel en schoon van A naar B. Daarom zet-ten we in op samenwerking met werkgevers, de werkgevers-aanpak. Ik heb laatst nog een hele mooie sessie gehad metelf fietsambassadeurs die ook elkaar weer enthousiasmeer-den en die allemaal met creatieve ideeën kwamen om nogmeer collega's ervan te overtuigen met deze werkgevers-aanpak aan de slag te gaan. Het is goed voor de gezondheidvan de werknemers, goed voor het verminderen van dedrukte en goed voor de luchtkwaliteit. En bovendien komenzo heel veel mensen gewoon sneller op hun werk.Het is ook belangrijk dat we als overheid ons steentje bijdra-gen en daarom heeft het kabinet het afgelopen jaar beslotenom de leasefiets makkelijker te maken. Daarom investeerik ook samen met gemeenten en provincies minimaal eenkwart miljard. Ik kom straks nog even terug op wanneer wedaarover naar buiten komen. Het doel is natuurlijk die200.000 werknemers extra op de fiets. Dat is waar we aanwerken.Meneer Paternotte refereert natuurlijk terecht aan de ver-antwoordelijkheid van gemeenten en provincies voorinvesteringen in lokale fietsinfrastructuur. En ik bespeurook veel enthousiasme en betrokkenheid voor de fiets inde regio. Ook daar staat de fiets echt op de agenda. Het isecht heel mooi om te zien. Ik heb gezegd dat ik 100 miljoenbeschikbaar heb en daarmee kun je bepaald niet het heleland plaveien met fietssnelwegen. Maar de provincies ende gemeenten zijn ook bereid om fors te investeren. Ik heballe plannen van de provincies en gemeenten binnen en intotaal is er echt voor honderden miljoenen aan plannenwaar we mee aan de slag zouden kunnen, dus er is echtambitie. Ik maak binnen een maand bekend waar we geza-menlijk gaan investeren.Het rijksbudget voor fietsparkeren is 75 miljoen en de heerPaternotte vroeg in het bijzonder naar deelfietsen. Ookdeelfietsconcepten hebben hier baat bij. Het was trouwensde heer Ziengs die naar de deelfietsen vroeg. Ik onderzoeksamen met gemeenten welke bijdrage deelfietsen kunnen21-14-238 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer leveren aan het beter benutten van de stallingscapaciteit.Ik ga bijvoorbeeld bekijken in hoeverre mensen te verleidenzijn om hun tweede fiets op het aankomststation in te wis-selen voor een deelfiets, want anders staat er eigenlijk optwee stations een fiets de hele dag stil of de ene de heledag en de andere de hele nacht. Als we meer met deelfiet-sen zouden kunnen gaan werken, ook op de aankomststati-ons, dan maakt dat misschien meer mogelijk. Ook dit jaarzijn er weer veel fietsenstallingen gebouwd en opgeleverd.Zo heb ik samen met partners een prachtige stalling inMaastricht mogen openen. In totaal zijn er 17.500 stallings-plaatsen bij gekomen. Als de heer Ziengs zich dan voorstelthoeveel auto's dat scheelt in het centrum van de stad, weethij als geen ander hoeveel opstoppingen dat scheelt.Er komen ook meer ov-fietsen. Dat was ook een vraag vande heer Ziengs. Dit jaar komen er nog 6.000 extra ov-fietsen.Hij had ook nog een vraag over de kleine stations. Daarkwam ik nu precies aan, meneer Ziengs. Ja, de NS heeftmij laten weten dat op steeds meer kleine stations ook ov-fietsen te huur zullen zijn.Ik zei net al dat je met 100 miljoen niet heel Nederland kuntvolleggen met snelfietspaden, maar het Infrastructuurfondswordt omgevormd tot het Mobiliteitsfonds en met dit fondswillen de minister en ik integraal werken. Dat heeft zij netook toegelicht. Dan krijgt de fiets hierin dus ook een plaats,naast wegen, spoor en water. Dus we zullen ook in diecontext nog regelmatig met elkaar het nut van de fietsbekijken.Dit voorjaar kom ik samen met IPO en VNG met de Natio-nale Fietsagenda 2.0, waarin we een heleboel van delopende en nieuwe afspraken bij elkaar willen zetten, zodatwe de afspraken kunnen monitoren en kunnen kijken hoever we zijn met onze ambitie om die 200.000 werknemersextra op de fiets te krijgen.Dan de fietsambassadeurs. Ik heb er net al even aan gere-fereerd. Wat doen ze en wat kunnen we verwachten? Hetmooie is dat je deze fietsambassadeurs binnen hun eigenorganisatie heel actief zijn, maar ook andere werkgevers erecht actief bij betrekken. Een mooi voorbeeld is het Univer-sitair Medisch Centrum Groningen. Dat gaat een deal sluitenmet acht andere universitaire medische centra om overaldie mensen op de fiets te krijgen. Je ziet ook andere concep-ten. Dit is binnen een sector, maar een van de bedrijven dieook aan tafel zat was Fujifilm in Tilburg. Die zeiden: wijwillen eigenlijk met alle bedrijven op dit bedrijventerreinaan de gang en ook eens met de gemeente gaan communi-ceren. Want de gemeente gaat natuurlijk geen fietspadaanleggen als er niemand fietst, maar er gaat niemandfietsen als er geen fietspad ligt. Wellicht is er door zo'nafspraak met een gemeente namens een hele bedrijvenver-eniging wel winst te boeken. Niet alleen voor grote bedrij-ven, maar ook voor kleine bedrijven kan het interessantzijn. Zalsman is zo'n mkb-bedrijf, een drukkerij uit Zwolle.Die heeft gezegd graag via VNO-NCW ook andere mkb-bedrijven te willen vertellen hoe je het kunt doen en wat erde voordelen van zijn, zowel voor de werkgever alsnatuurlijk vooral voor de werknemer. Niet alleen in termenvan financiën, want het scheelt echt heel veel als je in plaatsvan een tweede auto gewoon een fiets in de schuur hebtstaan, maar het scheelt gewoon ook veel voor je gezond-heid. Dus al die ambities helpen om mensen op de fiets tekrijgen en daarmee leveren we een bijdrage aan minderuitstoot, dus schonere lucht, maar het is ook een goedmiddel om al die drukte in onze binnensteden te verminde-ren.Voorzitter, dan kan ik hiermee komen aan mijn blokje circu-laire economie. Ons land werkt er hard aan om onze econo-mie circulair te maken en dat is ook hard nodig, want alswe gaan naar een wereld waarin 10 miljard mensen wonenen die 10 miljard mensen ook welvarender zijn dan gaanwe met elkaar gewoon heel veel meer grondstoffengebruiken. Dan kunnen we proberen om nieuwe planetente vinden, maar makkelijker is dan toch echt om de grond-stoffen die we hebben goed te benutten. Daar gaat de cir-culaire economie over: een economie met zo min mogelijkafval waarin grondstof niet uit een olievat komt, maar uiteen afvalzak. Zo concreet is het, zeg ik tegen mevrouw VanEijs, mevrouw Dik-Faber, mevrouw Kröger en iedereen diedaar vragen over heeft gesteld.En die circulaire economie helpt ook nog eens om die kli-maatdoelen te halen. Sterker nog, als we die klimaatdoelenwillen halen, zullen we ook echt verder moeten kijken danalleen naar energie. Dan moeten we ook kijken naar de kantvan de grondstoffen. De rijksoverheid wil het goede voor-beeld geven door circulair te gaan inkopen. Daarmee willenwe 1 megaton minder CO2 uitstoten. Ik ben blij met detransitieagenda's die er nu liggen vanuit de belangrijkstesectoren van onze economie. Nu gaat het om de uitvoering.Daar zijn we hard mee bezig. Ik ben daar op mijn departe-ment mee bezig, maar ook het ministerie van LNV, hetministerie van Defensie, het ministerie van BZK, het minis-terie van EZK, zelfs het ministerie van OCW en het ministerievan VWS zijn daar hard mee aan de slag. Daar ga natuurlijkook de Kamer over informeren, met de uitvoeringsagendaen later met de voortgangsbrief.Mevrouw Van Eijs had een vraag over het versnellingshuis,maar eerst een vraag over de circulaire economie. Ik vertaalhet een beetje vrij. Zij vroeg: hoe komt de circulaire econo-mie nou thuis? En als je thuis bent, hoe weet je dan wat jemoet doen of hoe je kunt bijdragen als je dat graag wilt?De keuzes van consumenten zijn ontzettend belangrijk.Daarom is dit ook een heel belangrijke vraag. De consumentkijkt natuurlijk naar de marktomstandigheden. Is het ookeen beetje een aantrekkelijk product? Is de prijs goed? Ziethet er leuk uit? Maar ook: weet ik hoe ik ermee om moetgaan?In de kabinetsreactie circulaire economie is aandacht voorhet gedrag van consumenten. Bewustwording enpubliekscommunicatie zijn daarbij van belang. Daar vroegmevrouw Van Eijs naar. En organisaties als Milieu Centraalspelen inderdaad een belangrijke rol. Maar het is ook welinteressant dat we op het gebied van gedragskennis bij hetministerie van IenW een "behavioural insights team" heb-ben, in goed Nederlands. We zullen nog eens kijken of daareen mooie andere term voor te verzinnen is, maar dit is determ die is komen overwaaien uit, niet verrassend, Enge-land. Daarin werken we met een aantal andere departemen-ten en met deskundigen samen in een kennisnetwerk ophet gebied van gedrag. En we bekijken daarin wat nou werktals je aan mensen zou willen laten weten hoe je thuis opeen goede manier kunt bijdragen. Ook met relevante ken-nisinstituten zoals het RIVM, het Sociaal en Cultureel Plan-bureau, TNO en het Voedingscentrum wordt samengewerkt.Zij stellen hun kennis ook zo veel mogelijk beschikbaar en21-14-248 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer maken die toegankelijk voor consumenten. En over het PBLgesproken: dat wordt ook echt de spil in een kennisnetwerkdat we aan het opzetten zijn om de voortgang van de circu-laire economie goed in kaart te kunnen brengen en te kun-nen monitoren.Mevrouw Dik-Faber, en volgens mij ook mevrouw Teunis-sen, vroegen naar de afvalinzameling bij NS. De green dealafvalscheiding en -reductie op NS-stations heeft als doelom een maximale bijdrage te leveren aan die transitie naarde circulaire economie. NS en ProRail hebben de afgelopenjaren onderzoek gedaan naar de manier waarop ze dat hetbeste kunnen doen. Hun koers is: bronscheiden wat moeten nascheiden wat kan. Wat betekent dat? Papier en orga-nisch afval worden zo veel mogelijk aan de bron geschei-den. Alleen wat overblijft, wordt nagescheiden. Dat doetmen nu op twaalf grote stations.Mevrouw Teunissen zei nog: afvalsorteerders willen dandat restafval niet omdat het bedrijfsafval wordt genoemd.Zij zei: dat probleem speelt ook in andere sectoren. Ik zieinderdaad dat dat ook op andere plekken speelt en ik benbereid om te zoeken naar een oplossing voor dit probleem.Ik neem dat mee in de uitvoeringsagenda van het Rijksbredeprogramma Circulaire Economie. Het staat dus op deagenda en we gaan kijken of we daar een oplossing voorkunnen vinden.Mevrouw Van Eijs (D66):Ik ben blij met ook de schriftelijke beantwoording van destaatssecretaris over het versnellingshuis. Daarin legt ze aliets meer uit wat de bedoeling is. Ik snap dat nog niet allesuitgelegd kan worden of in harde doelen is gevat. Dat komtneem ik aan in de uitvoeringsagenda te staan. Maar waaromvraag ik ernaar? We hebben een monitor van het PBL waarinwe steeds duidelijker gaan krijgen wat dat circulair nouinhoudt. Dan wil ik eigenlijk ook het liefst dat we ons geldzo goed mogelijk inzetten en dat we straks, als we een vormvan uitleg van het versnellingshuis krijgen in die uitvoerings-agenda, ook daadwerkelijk kunnen kijken wat de bijdragedaarvan is. Kan de staatssecretaris dus aangeven dat straks,als het versnellingshuis er is en bedrijven daarmee circulaireinitiatieven kunnen ontplooien, we ook gaan zeggen: datmoet dan ongeveer zoveel gaan bijdragen en dat moet danzorgen voor zoveel minder primair grondstofgebruik ofzoveel minder afval ergens op een stortplaats?Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik snap heel goed dat mevrouw Van Eijs vraagt hoe wemonitoren, hoe we "smart" maken hoever we komen metde circulaire economie. Ik denk dat deze vraag zelfs brederis te trekken dan alleen het Versnellingshuis. Dat is absoluuteen van de onderdelen van de opdracht die ik aan het PBLheb gegeven. Als we willen weten of we voortgang maken,moeten we ook weten hoe we het smart kunnen maken.Overigens is het Versnellingshuis niet iets waar alleen derijksoverheid geld in stopt. Naast geld, dat natuurlijk nodigis om zo'n proces te organiseren, gaat het straks ook omfinancieringsmogelijkheden voor bedrijven. Dat is iets watwe ook in de kaart aan het brengen zijn. We hebben ookdingen als Invest-NL. Er zijn allerlei opties om straks te kij-ken naar financieringsmogelijkheden. Maar ik begrijp devraag van mevrouw Van Eijs zo: hoe zorgen we ervoor dathet straks ook smart is hoe de circulaire economie zichontwikkelt? Daar werken we aan.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Ik heb een vraag over de afvalscheiding op NS-stations. Destaatssecretaris gaf net aan wat de strategie van de NS is:bronscheiding wat moet, nascheiding wat kan. Maar datvind ik best ingewikkeld. Als je dat strikt doorvoert, kom jetot: papier en de rest. Dat deden we al in de jaren zeventigvan de vorige eeuw. We zien zelfs dat wat er gescheidenwordt, alsnog op één hoop wordt gegooid door de NS. Daarzullen vast allerlei redenen voor zijn, maar ik kan het nietuitleggen. Mijn dochter moet plastic afval thuis in de PMD-bak doen. Als ik met haar in het openbaar vervoer reis enik tegen haar zeg "doe je plastic zakje maar bij het restafval",werkt dat bij mijn dochter niet. Ik denk dat het bij de meestemensen niet zo werkt. Ik zou heel graag zien dat we opstations net zo gaan recyclen als we thuis doen. Vindt destaatssecretaris dat ook?Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik het ongemakkelijke gevoelvan mevrouw Dik-Faber als ze op het station haar plasticin de bak voor het restafval moet gooien wel deel. Ik hebdat zelf ook. Ik scheid ook altijd netjes mijn plastic en danvoelt het toch heel raar als je het daar bij het restafval moetgooien. Ik ben bereid om met de NS te bespreken wat hunreden is om het plastic op dit moment nog niet apart in tezamelen en of ze bereid zijn te overwegen dat apart te doen.Inderdaad, heel veel mensen die thuis netjes hun plasticscheiden en niet weten dat het wordt nagescheiden, hebbenhet gevoel dat ze het in de bak voor het restafval gooien.Voorzitter, daarmee kom ik op het blokje plastic, dus dat iseen naadloze overgang. Een aantal Kamerleden noemdeBoyan Slat al als inspirerend voorbeeld. Dat kan ik alleenmaar beamen. Tijdens de klimaattop in september kreeg ikvan hem een prachtige zonnebril, gemaakt van het plasticdat hij had opgevist. Een mooi voorbeeld van circulaireeconomie. Het is heel belangrijk dat we plastic opruimenen daar nuttige dingen van maken, maar het is natuurlijknog veel beter dat we voorkomen dat plastic in ons milieukomt. Daar zijn we hard mee bezig. Daarom heb ik gisteraangekondigd dat we echt een hele strenge norm gaanhanteren voor plastic in onze grond en baggerspecie, wantplastic hoort niet thuis in de bodem, net zomin als hetthuishoort in het water. Daar trekken de minister en iknadrukkelijk samen in op. Zo willen we met het oog op dewaterkwaliteit microplastic in het water aanpakken. Daarheeft de minister 5 miljoen euro voor beschikbaar gesteld.Het is heel mooi dat we daarin samen optrekken. Wat derivieren betreft is het belangrijk dat we gaan samenwerkenmet de landen die stroomopwaarts aan de rivieren liggen.Daar heb ik al met collega's over gesproken. Daar zullenwe u later meer over vertellen.Dan stelde mevrouw Van Eijs een vraag over het verbodop single-use plastics. Dat moet in 2050 voor reductie zor-gen, maar wat kunnen we nu al verminderen? In Europeesverband worden afspraken gemaakt om te stoppen metverschillende soorten wegwerpplastic omdat er gewoonduurzame alternatieven voor zijn. Waarom zou je het dannog van plastic maken, dat vaak wordt verbrand of in hetmilieu terechtkomt? Dan heb je het over rietjes, wattenstaaf-21-14-258 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer jes en dat soort dingen. Maar mijn ambitie gaat verder dande single-use plastics die de Commissie noemt. Ik wil eenplastic pact afspreken met bedrijven en betrokken organisa-ties om voor het implementeren van deze richtlijn al stappente nemen. De nadere invulling daarvan volgt zodra derichtlijn wordt aangenomen, want daarin wordt ookgesproken over die sigarettenpeuken. Die bevatten namelijkkunststoffen en die komen vaak in het milieu terecht. Datwillen we binnen de EU aanpakken door de single-useplastics-richtlijn. In de EU is mijn inzet dat de producentenvan sigarettenpeuken ook gewoon verantwoordelijk wordenvoor de kosten van het opruimen van het zwerfafval envoor de kosten van bewustmaking van de consumenten.Dus: producentenverantwoordelijkheid.De voorzitter:Dat roept een vraag op van de heer Ziengs. Gaat uw gang.De heer Ziengs (VVD):Ik heb er in een interruptie even gewag van gemaakt — datwas mede gericht op artikel 5.3 — dat het in Europa kenne-lijk gangbaar is dat er geen contact is met de tabaksindu-strie. Maar het lijkt me toch vrij logisch dat er dan contactwordt gelegd met de tabaksindustrie over de vraag of zebereid zijn om zelf vrijwillig iets te gaan doen aan die filters,in plaats van dat er iets dwingend wordt opgelegd.Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik heb nog even laten nazoeken hoe het precies zit. De heerZiengs heeft terecht gerefereerd aan artikel 5.3 van hetWHO-Kaderverdrag. Er staat "dat samenwerking met detabakslobby in publiekscampagnes tegen het roken, anderepublieke evenementen of activiteiten die onder de noemervan maatschappelijk verantwoord ondernemen wordenontplooid, in strijd is met artikel 5.3 WHO-Kaderverdrag".Dat betekent dat er vanuit de rijksoverheid geen contactkan zijn met de tabaksindustrie, tenzij het gaat over de uit-werking van regelgeving. Dus moet eerst die regelgevinger zijn. En dan kunnen we meteen in gesprek over de uitwer-king daarvan. Maar daarbuiten is het dus in strijd met datverdrag.De heer Ziengs (VVD):Het is toch heel eigenaardig dat je niet over en weer contactkunt hebben? Ik ken dat artikel 5.3 ook. Ik heb dat andersgelezen. Het is ooit ook anders uitgelegd. Dus kennelijkzetten wij daar een enorm uitroepteken achter. Het kan tochniet zo zijn dat, als je voornemens bent om regelgeving temaken op dat gebied, je niet ook vooraf probeert bij departijen in dezen te bewerkstelligen dat die meewerken omin ieder geval iets te maken wat milieuvriendelijk is? Ikbedoel: een sigaar gooi je zo de natuur in, want het is eentabaksblad en dat rot lekker weg, uiteindelijk. Dat zou inprincipe volgens mij ook moeten kunnen met een sigaret.En dat staat dan los van wat je vindt van roken.Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik moet me natuurlijk gewoon houden aan de regels die erzijn. Maar ik weet zeker dat de tabaksindustrie de discussiesover dit onderwerp echt wel volgt, en ook weet dat sigaret-tenpeuken duidelijk op het netvlies staan. Ze kunnennatuurlijk altijd zelfstandig besluiten om met suggesties tekomen over waartoe ze bereid zouden zijn. Het is dan nietaan mij om daarover met hen in overleg te treden. Dat magniet. Maar goede ideeën gaan natuurlijk ook niet zomaarverloren. Voor mij geldt dat ik mij in dit geval richt op deEuropese regelgeving. Mijn inzet daarbij is om de producen-tenverantwoordelijkheid die daarin wordt voorgesteld, inde richtlijn te verankeren, omdat we er echt wat aan moetendoen. En wat betreft dat microplastic dat in die filters zit: ikdenk dat heel weinig consumenten zich realiseren dat, alsze zo'n peuk weggooien, ze echt een stukje plastic weg-gooien. Daar zullen we echt wat aan moeten doen.De voorzitter:Nog een vraag van de heer Ziengs. Gaat uw gang.De heer Ziengs (VVD):Ik weet dat ik mijn interrupties opmaak op dit onderwerp.Maar het triggert me. Heel simpel. De staatssecretaris zegt:ik mag daarover niet met de tabaksindustrie in overleg. Ikheb daar een andere mening over. Ik denk dat dat wel mag.Het is toch heel raar dat je van tevoren al gaat dreigen metproductaansprakelijkheid richting een producent als je dieniet eens in de gelegenheid stelt om het gesprek aan tegaan over aan welke eisen voor een filter dan moetenworden voldaan?Staatssecretaris Van Veldhoven:Het zit in het voorstel van de Europese Commissie. Dus dediscussie loopt daar. Het is dus geen unilateraal voorstelvan Nederland. De Europese Commissie heeft dit in derichtlijn voorgesteld. Ik vind het belangrijk dat wij er wataan doen. Ik weet niet of de Europese Commissie in contactis geweest met deze industrie, maar over het algemeenworden alle wetsvoorstellen geconsulteerd en is er in zo'nconsultatie altijd gelegenheid om opmerkingen te maken.Over veel van de belangrijke initiatieven van de EuropeseCommissie vindt ook een consultatieronde plaats. Ik wilvoor de heer Ziengs best nagaan of er zo'n consultatierondeheeft plaatsgevonden op dit onderwerp, zodat hij weet ofer voor de industrie een gelegenheid is geweest om inbrengte leveren. Ik snap dat punt van hem wel. Ik vind het ookwel reëel. Ik zal dat dus navragen.Voordat ik verderga met de Plastic Summit, even een puntjetussendoor. De heer Ziengs refereerde aan de schriftelijkebeantwoording over de verbruiksbelasting op suikervrijedranken en bronwater. Dat loopt vooruit op de discussiesdie nog lopen over het Nationaal preventieakkoord, dus diepassage uit de beantwoording moet ik nog even rechtzetten.Staatssecretaris Blokhuis is nog in druk overleg en verwachtlater deze maand een Nationaal preventieakkoord te kunnenpresenteren.Mevrouw Dik-Faber vroeg hoe het staat met de PlasticSummit. Wat gaan we daar doen? Je hebt eerst onderhan-delingen over een Europese richtlijn en daarna is er eenimplementatieperiode en soms een implementatietermijn.Vooruitlopend op die implementatie wil ik in een plasticpactalvast afspraken maken met bedrijven die met mij graagsneller aan de slag willen gaan. Bedrijven kunnen andere,meer duurzame keuzes maken in het verminderen vanonnodig gebruik, in het anders ontwerpen, in het hergebruik21-14-268 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer of het recyclen van plastic producten en verpakkingen, dushet is vrijwillig maar het is niet vrijblijvend. Het plasticpactdat ik zal sluiten, zal ook afspraken voor monitoring bevat-ten. Als je zegt dat je dat gaat doen, dan reken ik erop datje dat doet en dat ga ik dus ook bijhouden. Dat is eengezamenlijke aanpak, waar heel verschillende afspraken inzullen zitten. Het mooie van zo'n plasticpact is dat we daaralle bijdragen in kunnen opnemen. Er zijn al veel bedrijvendie willen meedoen. Ruim 40 bedrijven hebben zich gemeld.Het gaat om uiteenlopende sectoren: supermarkten, verpak-kingsbedrijven, fastfoodketens, voedingsmiddelenconcerns.U heeft misschien gezien dat ik pas bij het AmsterdamDance Event was, waar ik een hele mooie bokaal van gere-cycled plastic, met allemaal pledges van een heleboel par-tijen, in ontvangst mocht nemen. Een heleboel festivalsspannen zich ervoor in om bijvoorbeeld binnen drie jaarhun afvalplastic met 50% te verminderen. Het gaat om forsepledges, van partijen die veel materiaal gebruiken. Ik bendaar heel erg blij mee. Mijn doel is om al die vrijwilligepledges te verzamelen, zodat die bedrijven zien wat zij metelkaar kunnen bereiken. Dan is mijn doel om dat Neder-landse pact mee te nemen naar Europa. Ik ben van plan omsamen met een aantal milieuministers, voorafgaand aande Milieuraad, in het voorjaar een Plastic Summit te orga-niseren, waar zij de pledges uit hun land verzamelen enmeenemen, zodat we kunnen laten zien wat we in Europadoen aan het verminderen van plastic en dat signaal doorkunnen geven op het mondiale niveau, om andere partijente inspireren, als aanzet van wat er allemaal kan en om datvooral te doen.De heer Van Aalst vroeg of het wel zin heeft om met datplastic aan de gang te gaan. Ja, dat heeft absoluut zin. Alswe tegen anderen zeggen dat zij hun rotzooi moetenopruimen, moet je eerst zorgen dat je dat zelf ook doet.Daarom vind ik het heel belangrijk dat we hiermee aan deslag gaan.De heer Van Aalst (PVV):Ik ben blij met dit antwoord van de staatssecretaris, wantdat sluit aan bij wat ik zei in eerste termijn. We hebbenschriftelijke vragen gesteld. De staatssecretaris geeft aandat het aandeel van plastic in Nederland verwaarloosbaaris. De rotzooi komt van een ander, dus laat degene die dierotzooi maakt, eerst eens bij zichzelf beginnen. Is destaatssecretaris het met ons eens dat zij beter haar tijd kansteken in het andere landen wijzen op hun rotzooi in plaatsvan dat wij beginnen met de rotzooi van een ander op teruimen?Staatssecretaris Van Veldhoven:Wat zou de heer Van Aalst ervan vinden als hij anderengaat wijzen op hun rotzooi, terwijl hij zelf zijn eigen rotzooiniet opruimt? Ik vind dat het legitiem is, dat je het argumenthebt om tegen anderen te zeggen dat zij hun rotzooi moetenopruimen, als je dat zelf ook doet. Als je eigen huis eenpuinhoop is, kun je niet tegen anderen zeggen dat zij hetaan moeten pakken. Juist omdat sommige landen zo'ngrote bijdrage leveren aan die plastic soup, hebben wij eralle belang bij om als Nederland het goede voorbeeld tegeven, zodat we tegen anderen kunnen zeggen dat zij ookaan de slag moeten, in ons aller belang, maar vooral in onseigen belang.De heer Van Aalst (PVV):Dat is nou precies het punt: ons huis is geen rotzooi, wantwij hebben het hier voor elkaar. De rotzooi komt van onzecollega's. Volgens mij moeten wij naar onze buren toegaanen zeggen dat zij zelf hun rotzooi moeten opruimen, inplaats van dat wij met de rotzooi van een ander te gaanslepen. Inderdaad moeten we onze zaken op orde hebben,maar dat hebben we juist wel. De rotzooi krijgen we vaneen ander cadeau. Ik roep de staatssecretaris op om tezeggen: laat de rest zijn eigen rotzooi opruimen. Waarommoet onze belastingbetaler daarvoor bloeden?Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik ben heel blij dat de heer Van Aalst al tevreden is, maarmijn ambities reiken toch verder. Ik vind dat er nog steedste veel plastic in ons milieu is. Je ziet wat het effect is. Jeziet dat het effect is dat microplastics ondertussen overalzitten. Je vindt ze onder de Noordpoolkap, je vindt ze zelfsgewoon in het menselijk lichaam. We moeten daar dusallemaal een bijdrage aan leveren. De enige manier omandere landen aan te spreken op het nemen van hun ver-antwoordelijkheid, is laten zien dat we dat zelf ook doen.Daarnaast is Nederland een land dat veel technologieënontwikkelt. Ik noemde net al Boyan Slat, maar ik wil ookgraag even refereren aan de Bubble Barrier. Dat is ook eenheel mooi innovatief concept. Dat vinden wij ook eeninnovatieve manier om plastic uit rivieren te halen. Dat zijnallemaal zaken waar de minister en ik samen mee aan deslag gaan. Wij leveren graag onze bijdrage aan die schoneleefomgeving, zodat wij ook anderen kunnen vragen om tedoen wat zij moeten doen.Dan kom ik op een vraag van mevrouw Dik-Faber en vanmevrouw Teunissen over recyclebare verpakkingen. Mijndoelstelling is om uiterlijk in 2025 alleen nog maar goedrecyclebare verpakkingen op de markt te hebben. Veelproducenten hebben die ambitie ook. Producenten moetennu voldoen aan de wettelijk geldende "essentiële eisen",zoals dat dan heet. Dat betekent dat verpakkingen in over-eenstemming met de afvalhiërarchie zo ontworpen moetenworden dat hergebruik en recycling mogelijk zijn en hetmilieueffect wordt beperkt. Alleen, het is met die essentiëleeisen nog steeds mogelijk om verpakkingen "nuttig toe tepassen" — te verbranden — als het te duur is om de verpak-king te recyclen. Mijn ambitie is dus hoger dan de essentiëleeisen nu bepalen. Ik ben daarom heel blij met de tariefdiffe-rentiatie. Dat is een belangrijke stap om verpakkingen meerrecyclebaar te maken. Het betekent heel simpelweg hetvolgende: als een producent een verpakking op de marktbrengt die goed recyclebaar is, betaalt hij minder danwanneer hij een verpakking op de markt brengt die slechtrecyclebaar is. En het verschil is fors, want het scheeltnamelijk 40%. Er is dus nu echt een forse impuls om overte gaan op de verpakkingen die wel goed recyclebaar zijn.Voorzitter. Mevrouw Van Eijs vroeg hoe we achterblijvendegemeentes meekrijgen bij het apart inzamelen van plastics.Met de VNG zijn afspraken gemaakt over afvalscheiding.Die zijn vastgelegd in een convenant. Veel gemeentes sco-ren al goed, maar er zijn ook echt achterblijvers. Met hengaan we uiteraard het gesprek aan. Het is belangrijk datgemeentes voldoende ambitie hebben met hun afvalbeleid.Daar zit ik bovenop. Ik zal de evaluatie van het VANG-pro-gramma ook expliciet met de VNG bespreken. We hebbenhier een afspraak over gemaakt. Ik zal ook aan de VNG21-14-278 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer vragen hoe zij zich aan haar kant van de afspraken gaathouden. In het uitvoeringsprogramma Circulaire Economiezal ook een ondersteuning zijn opgenomen voor gemeentenwaarin nog veel verbeteringen mogelijk zijn. We doen dusook aan onze kant natuurlijk graag wat extra's. Wij levereneen extra inzet om dat te halen. Er is bijzondere aandachtvoor kwaliteitsverbetering van deelstromen. En ik hebaangekondigd dat we gaan doorwerken naar meer afval-scheiding et cetera. Daar zijn we dus hard mee aan de slag.Mevrouw Van Eijs vroeg nog of er sprake is van fraude enhoe we de import van plastic afval kunnen ontmoedigen.Ik heb al eerder aan de Kamer toegezegd dat ik een analysega maken van de verschillende prikkels die er zijn bij hetstorten, het verbranden en het verhandelen van geïmpor-teerd plastic, of eigenlijk van afval in den brede, omdat ikwil kijken of alle prikkels, ook voor plastic afval, wel degoede kant op werken. Ik zal de Kamer daar rond de zomervan 2019 over informeren.Dan over fraude. Aan de hand van risicoprofielen controleertde ILT structureel de grensoverschrijdende afvaltransportenin de haven. Dat doet zij samen met de Douane en de politie.Er wordt speciaal gekeken naar transporten van kunststof-fen. Omdat dit natuurlijk inherent internationaal is, wisseltde ILT informatie uit met andere autoriteiten en werkt zijsamen bij opsporingsverzoeken op het gebied van afval-fraude. Ik vind het belangrijk om daar ook in Europees ver-band aandacht voor te vragen. Zeker nu China de marktgesloten heeft en de druk hoger wordt, moeten we extravoorzichtig zijn om te voorkomen dat afval toch weglekt.Dat moeten we samen met andere Europese landen doen.Tijdens het laatste diner dat ik met een aantal van mijnambitieuze milieucollega's had — de zogeheten REACH UP-groep — hebben we hier ook al over gesproken.Voorzitter. Ik ben toe aan mijn blokje schone en veiligeleefomgeving. Daarna heb ik nog een vraag uit het blokjeoverig. Nee, die vraag heb ik al beantwoord. Ik heb dusalleen nog het blokje schone en veilige leefomgeving.De voorzitter:Goed. Mevrouw Dik-Faber heeft nog een vraag voor u. Gaatuw gang, mevrouw Dik-Faber.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Ik heb nog twee vragen over de verpakkingen. Ik zal dienetjes in twee interrupties stellen. Ik ben echt heel erg blijdat fabrikanten nu gestimuleerd worden om met recyclebareverpakkingen aan de slag te gaan. Maar hoe kom ik alsconsument nou te weten waar ik met mijn verpakkingennaartoe moet? Ik reken mijzelf toch tot de redelijk milieube-wuste consumenten, maar ik sta elke week wel in mijn handmet een artikel waarvan ik denk: help, welke bak? Het isgewoon echt zoeken. Waar kan die consument terecht?Staatssecretaris Van Veldhoven:Dat is een terechte vraag van mevrouw Dik-Faber. Ik denkdat zij hem ook in haar inbreng heeft gesteld, maar dat weetik niet meer zeker. Het is in ieder geval zo'n herkenbarevraag, misschien omdat ik het zelf ook weleens heb. Ik stelaan mevrouw Dik-Faber voor dat ik deze vraag bij het ver-pakkende bedrijfsleven neerleg en daar eens vraag hoe wedit kunnen oplossen. Want zij hebben er ook belang bij datal die verpakkingen gerecycled worden en dat we er metelkaar voor zorgen dat het niet alleen in theorie goed recy-clebaar is, maar dat consumenten ook gewoon weten inwelke bak die verpakking moet. Een terechte vraag vanmevrouw Dik-Faber dus. Ik sta ook weleens met iets in mijnhand waarvan ik denk: wat zal ik doen? Daar gaan we naarkijken.De voorzitter:Volgende vraag, mevrouw Dik-Faber.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Ik dank de staatssecretaris voor deze toezegging.Mijn tweede vraag: is er ergens in het systeem ook eenprikkel ingebouwd om minder verpakkingsmateriaal tegebruiken? Iedereen kent intussen de appels die je een tijdjegeleden nog los kocht. Nu heb je een schaaltje van eensoort papierpulp met appeltjes erop, plastic eromheen eneen houdbaarheidsdatum. Ik denk dan: eigenlijk is dat ver-pakkingsmateriaal dat we niet nodig hebben. De tandpastais ook bekend: de tandpastatube met daaromheen het kar-tonnetje. Dat hoeft allemaal niet. Waar zit de prikkel voorhet bedrijfsleven om hierin eens flinke stappen te zetten opweg naar minder verpakkingsmateriaal?Staatssecretaris Van Veldhoven:Het feit dat elke producent voor al het verpakkingsmateriaaldat hij op de markt brengt moet betalen, is op zich natuurlijkeen prikkel. Je kunt kosten vermijden als je minder verpak-kingen op de markt brengt. Daar zit dus al een financiëleprikkel in. We maken nu ook nog eens het verschil groot.Er is een verschil van 40% tussen verpakkingen die moeilijkrecyclebaar zijn en verpakkingen die goed recyclebaar zijn.Maar ik zie dit als een vraag van mevrouw Faber of we nogeens kunnen nadenken of er een nog sterkere impuls tegeven is aan het verminderen van overbodige verpakkingen.Dat hoor ik mevrouw Faber eigenlijk zeggen. Is zo'n karton-netje om een tube tandpasta nou echt nodig? En is daarwellicht ook nog een gesprek over te voeren met het ver-pakkende bedrijfsleven?Een verpakking is natuurlijk wel vaak een heel belangrijkonderdeel van je product. Dat snap ik ook. Maar ik kan mevoorstellen dat we over dit punt nog het gesprek voeren.Voorzitter. Dan kom ik bij de schone en veilige leefomge-ving. Daar werken we heel hard aan. Dat doen we door deinzet op luchtkwaliteit en door de inzet op omgevingsveilig-heid. We hebben ook veel gesprekken met de chemischeindustrie en we werken natuurlijk aan de circulaire econo-mie. Dat is allemaal van belang voor onze leefomgeving.Er was een vraag van de heer Van Aalst, maar die heb ik albeantwoord.Mevrouw Kröger had nog een vraag over financiële aan-sprakelijkheid en de veelplegersaanpak. Ik denk dat we daarals Kamer inderdaad een heel goed debat over hebbengevoerd. Ik proefde brede steun in de Kamer om hiermeeaan de slag te gaan. Ik ben dan ook bezig met de uitvoeringvan de motie-Von Martels/Van Eijs, die mij vraagt om een21-14-288 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer analyse te maken van de groep van gevallen waarbij hetrisico het grootst is en om inzichtelijk te maken met welkeinstrumenten voorkomen kan worden dat de belastingbeta-ler uiteindelijk voor overblijvende kosten opdraait. Dat vroegde Kamer namelijk in de breedte. Het voorbeeld van definanciële zekerheidsstelling werd ook in de motie genoemd.Die zijn we in kaart aan het brengen. Daar wordt absoluuthard aan gewerkt. Het doel is natuurlijk om de nalevingdoor achterblijvende bedrijven die willens en wetens nietaan de regels voldoen te verbeteren en kosten voor debelastingbetaler te voorkomen.Als je het uiteindelijk hebt over kosten, is er vaak hetmoment waarop een bedrijf echt failliet is. Je wil natuurlijkook dat recidive een prijs heeft. Dat is de veelplegersaanpak.Zij worden aangepakt op basis van de vastgestelde lande-lijke handhavingsstrategie. Recidive is een belangrijke redenom naast de bestuursrechtelijke inzet, met een hogere boeteof scherper toezicht, ook strafrechtelijk te handhaven. Datzijn twee sporen die elkaar kunnen versterken, zeg ik tegenmevrouw Kröger. Het IPO voert op dit moment eenquickscan uit. Ik spreek ook met het Bestuurlijk Omgevings-beraad. Dit betreft nog de financiële zekerheidsstelling.Over die quickscan hoop ik u begin volgend jaar te informe-ren.Dan vroeg de heer Von Martels nog naar het subsidiepotjevoor de sanering van asbest: heeft dat nu al de bodembereikt? Nee, nu nog niet, maar dat gaat in 2019 welgebeuren. Dus er is in 2019 nog geld, maar in 2019 gaanwe dat budget van maximaal 75 miljoen uitputten. Dat hebik u in het wetgevingsoverleg van 10 oktober jongstledenook gemeld. Dus er wordt in 2019 nog wel geld uitbetaald:nog meer dan 10% van het totale bedrag. Maar als het opis, is het op. Ik zeg daarbij: dan is het de bedoeling dat weeen andere vorm van ondersteuning hebben voor mensendie een asbestdak te saneren hebben. De subsidie wasnamelijk bedoeld voor een versnelling. Die hebben webereikt, maar we moeten nu overgaan naar andere financie-ringsvormen. Daar is in dat debat ook een motie over aan-genomen die mij vroeg om met de stichting SVn endecentrale overheden te komen tot een landelijk dekkendfonds. En dit overleg heb ik inderdaad in gang gezet.De voorzitter:Ik zie zowel mevrouw Kröger als de heer Von Martels bijde interruptiemicrofoon staan. Ik kijk even in de richtingvan mevrouw Kröger. Heeft u een vraag bij dit antwoord?Want anders zou ik eerst even naar de Von Martels willengaan. Ik begrijp dat heer Von Martels eerst mag.De heer Von Martels (CDA):Het is een duidelijk antwoord van de staatssecretaris. Hetverrast mij sowieso al dat er in 2019 nog steeds geld is,want in het veld is heel veel verwarring ontstaan: is er nouwel of geen subsidie mogelijk? Ik had het in de eerste ter-mijn ook over die €4,50. Is die nog wel of niet meerbeschikbaar? En u noemt nu zelf dat er zelfs in 2019 nogmiddelen beschikbaar zijn. Kunt u een inschatting makenvan hoe lang die middelen nog in de markt zijn?Staatssecretaris Van Veldhoven:Theoretisch zijn die natuurlijk in heel 2019 in de markt, maarwe doen het op basis van de aanvragen zoals ze binnenko-men. Het doel van deze subsidie was: versnellen. Dat werkt,want het gaat hartstikke snel. Dus ik verwacht eerlijk gezegddat die middelen snel uitgeput zijn. En dus moeten weervoor zorgen dat we tempo maken met het financierings-instrument. Daarom ben ik ook meteen het overleg gestart,conform de motie daarover die door u en de heer Ziengsis ingediend.De heer Von Martels (CDA):Daarbij nog wel het uitdrukkelijke verzoek om in ieder gevalgoed te communiceren, want de onduidelijkheid die ermomenteel heerst, is voor velen funest. Daarbij komt noghet feit dat de stortingskosten enorm de lucht in zijn gegaan.Dus heel veel mensen die nu saneren, komen voor eenbehoorlijke financiële tegenvaller te staan als blijkt dat die€4,50 niet beschikbaar is. Als daarnaast die extra kostenook nog worden gehanteerd, wordt het wel heel veel. Dusgoed communiceren graag.Staatssecretaris Van Veldhoven:Zeker. Het is ontzettend belangrijk dat je, voordat je aaneen saneringsproject begint, weet waar je wel en niet opkan rekenen. Dus dat neem ik graag ter harte. We zullenzorgen dat er goed wordt gecommuniceerd over de moge-lijkheden binnen deze middelen.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Ik ben heel blij om te horen dat de staatssecretaris echt aande slag gaat met die veelplegersaanpak. Ik denk dat datheel belangrijk. Er zijn bedrijven die keer op keer de foutingaan. Dat kost de maatschappij een hoop geld en is slechtvoor het milieu. De staatssecretaris schetste net die tweepaden. Dan is mijn vraag: hoe kunnen we dat boetestelselzo inrichten dat boetes incrementeel verhoogd worden voorveelplegers, en dat ook de milieuschade die daarbij hoort,wordt meegenomen? Dan doet dat boetestelsel namelijkwat meer recht aan de impact die dit soort bedrijven heeft.Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik snap de reden voor deze vraag van mevrouw Kröger heelgoed. De Landelijke Handhavingstrategie voorziet ook inhogere boetes naarmate iets vaker voorkomt. Dus dat kan.De vraag is of dat altijd helemaal in verhouding staat totde schade die er is geleden. Dat kan ik niet met 100%zekerheid bevestigen. Het is ook de vraag of dat altijd pro-portioneel is binnen een boetesysteem. Maar laat ikmevrouw Kröger zeggen dat ik bereid ben om deze vraagnog eens met het ministerie van Justitie en Veiligheid tebespreken, dat hiervoor verantwoordelijk is. Ik snap namelijkwel de intentie. Je wil namelijk dat een boete ook echt eenafschrikwekkende werking heeft. Uw vraag is eigenlijk ofer een link gelegd kan worden met de schade. Ik zal dievraag bespreken. Dus ik kan geen toezegging doen, behalvedan dat ik bereid ben om die vraag te bespreken.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Daar ben ik blij om, want dat betekent dat het op de agendastaat en dat we het ook verder kunnen uitdiepen. Mijn21-14-298 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer tweede vraag betreft hetzelfde punt, want zo'n veelplegers-aanpak kent meerdere aspecten. De Bibob wordt in dehoreca al veel gebruikt, maar kunnen we niet een richtlijnontwikkelen om die gerichter in te zetten bij bedrijven waarrisico is? Bijvoorbeeld bij Tuf, een bedrijf dat al een helegeschiedenis had, was dat met een Bibob boven waterkomen.Staatssecretaris Van Veldhoven:Op dit punt ben ik ook ingegaan in de schriftelijke beant-woording. Dat punt ligt ook bij het ministerie van Justitieen Veiligheid. Ik moet voor het antwoord even terugblade-ren. Ik kan het alleen even niet vinden.De voorzitter:Misschien anders in de tweede termijn?Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik ben graag bereid om in de tweede termijn nog even opdeze vraag terug te komen.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik heb een schriftelijke reactie gekregen op onze vraag ofhet geen tijd wordt voor een nationaal plan geluidshinder.Het antwoord dat ik heb gekregen, is voor mij echter nietheel erg duidelijk. Kan de staatssecretaris dat misschienverder verduidelijken? Voor schone lucht hebben weinstrumenten: het Schone Lucht Akkoord en het NationaalSamenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, maar waaromkrijgen we dit vage antwoord als we weten dat een derdevan de huishoudens last heeft van geluidsoverlast? Datbrengt ook gezondheidsrisico's met zich mee. Waarom ishier dan toch niet op ingegaan?Staatssecretaris Van Veldhoven:Er zijn landelijke geluidsplannen, zowel voor spoorwegenals voor luchtvaart. Dat zijn de landelijke actieplannenwaaraan ik refereer in het antwoord. Als er een spoortrajectwordt aangelegd, wordt er ook gekeken naar geluidsbelas-ting. Er wordt gekeken waar geluidproductieplafonds wor-den overschreden en waar maatregelen getroffen kunnenworden. Dat zit allemaal in die plannen.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik zou de staatssecretaris dan willen verzoeken — ik hoopdat zij dat wil doen — om daar schriftelijk nog wat uitgebrei-der op in te gaan. Hier staat: bronbeleid actieplannen. Datklinkt als heel versnipperd, terwijl wij graag een nationaalplan zouden willen hebben. Als u zegt dat dat best dekkendof veelomvattend is, dan doen die vijf zinnetjes die hierstaan geen recht aan wat er werkelijk aan inzet is. Dus eenvriendelijk verzoek daartoe.Staatssecretaris Van Veldhoven:Zeker. Daar ben ik graag toe bereid. We kunnen dat nogeen keer wat nader toelichten. Als mevrouw Van Brenk hetgoedvindt, neem ik dat dan mee in een verzamelbrief overeen aantal punten over de leefomgeving. Maar ik kan daarnog een nadere toelichting op geven. Absoluut.Voorzitter, dan denk ik dat ik daarmee aan het einde vanmijn beantwoording ben gekomen.De heer Van Aalst (PVV):Ik mis eigenlijk nog iets, maar ik dacht: ik wacht nog evenaf of het misschien bij het kopje overig terugkomt. Ik misiets wat toch een belangrijke prioriteit is: de sociale veilig-heid. En ik mis iets over onze motie over een sms-dienst.Daar komt een heel summier antwoord op. Ik had van destaatssecretaris verwacht dat ze in haar betoog wat meeraandacht zou besteden aan de sociale veiligheid in hetopenbaar vervoer in plaats van een discussie te voeren overextra prullenbakjes op het station.Staatssecretaris Van Veldhoven:Vindt u het goed als ik en-en doe? De heer Van Aalst heefthelemaal gelijk dat hij daarover een aantal vragen heeftgesteld. Die hebben we schriftelijk beantwoord, maar ikvind het ook heel terecht dat hij toch graag mondeling wilhoren dat de staatssecretaris hier belang aan hecht. Datdoe ik absoluut. Ik ben laatst op werkbezoek geweest inRotterdam om van de mensen ter plekke te horen waarmeezij in aanraking komen en wat voor hen werkt en wat nietwerkt. Het is ontzettend belangrijk dat we veel aandachthebben voor de sociale veiligheid. We hebben toen ookgesproken over de rol die een bodycam speelt. Ik vind hetheel belangrijk om de ervaringen van mensen uit de praktijkte horen en om te zien of we daarover de juiste afsprakenmaken. Ik weet dat de heer Van Aalst een tijd geleden eenmotie heeft ingediend over een sms-dienst. Daarmee krijgje de mogelijkheid om, wanneer je je onveilig voelt ofwanneer er iets gebeurt in de trein, dat aan te geven aande conducteur. Ook daar worden proeven mee gedaan.Voor het einde van het jaar kom ik terug op de mogelijkhe-den van een alertapp ten behoeve van sociale veiligheid inhet openbaar vervoer.Mevrouw Van Eijs (D66):Ik zou graag nog even ingaan op twee zaken rondomluchtkwaliteit. Er is deels al op geantwoord in de schriftelijkebeantwoording. Daarin ging het onder andere over snorfiet-sen op de weg. Daarvan werd aangegeven: de regelgevingis aangepast zodat de wegbeheerders op drukke fietspadende snorfietsen naar de rijbaan mogen verplaatsen. Er wordtgekeken hoe druk het fietspad is, maar wellicht is het ookgoed om te kijken naar piekmomenten van fijnstofuitstoot.Zou de staatssecretaris willen kijken of bijvoorbeeld oppiekmomenten, in de spits, de snorfietsers naar de rijbaanzouden kunnen, zodat fietsers niet tussen de walmen vande snorfietsers hoeven door te fietsen?Staatssecretaris Van Veldhoven:Amsterdam doet nu een experiment. We kunnen eens metAmsterdam bespreken of zij denken dat het mogelijk is omdat te meten, maar ik moet mevrouw Van Eijs wel een kleinewaarschuwing meegeven. Het is natuurlijk best lastig omte meten. Als alleen een smalle lijn het fietspad scheidt vande rijbaan, staan ze misschien toch nog heel dicht bij elkaar.Ik weet niet of dat verschil dan te meten is, maar er wordteen proef gestart in Amsterdam en we kunnen daar devraag neerleggen of ze denken dat ze dat hierin mee kunnennemen.21-14-308 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Mevrouw Van Eijs (D66):Een ander aspect waar we het eerder over gehad hebben,betreft de sjoemeldiesels. Ik had gevraagd naar de rol vande RDW. Het Europees Parlement heeft donderdag gestemdvoor aanscherping van het toezicht op de auto-industrie.Zoals ik het begrepen heb, kan de ILT dan, ook nadat eenvoertuig is goedgekeurd, steekproeven gaan uitvoeren. Zijkunnen dus, vanaf 2020 dan, zelf een aantal auto's die alzijn toegelaten gaan controleren om te kijken of die welvoldoen. Dit lijkt ons wellicht een mooie manier om nieuwesjoemeltechnieken in de praktijk te onderscheppen. Is heteen voornemen van Nederland om te kijken of we die auto'sin de praktijk echt van de weg kunnen plukken? Dat is mis-schien een beetje onhandig gezegd, maar gaan we kijkenof die auto's in de praktijk voldoen aan de eisen die wehebben gesteld?Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik vind het heel belangrijk dat mensen die een auto kopeneen eerlijk beeld hebben van wat de auto uitstoot. Daaromben ik ook heel erg blij dat we alle testen hebben kunnenaanscherpen. Er is nu echt een test die geen rollerbanktestis, waarbij de buitenspiegels eraf zijn geschroefd en de autois dichtgeplakt om maar tot een lage uitstoot te komen. Eris een test die straks echt gaat weergeven wat de uitstootop de weg is. Maar we moeten ook scherp blijven opgesjoemel. Je zou hopen dat de auto-industrie flink geleerdheeft van wat er nu is gebeurd en dat het niet meer voor-komt, maar ik ben blij met de mogelijkheid die er is. Ik denkdat het bij ons weleens de RDW zou kunnen zijn in plaatsvan de ILT die gebruik kan maken van die mogelijkheid,maar waar die er is, zal die, als er aanleiding toe is, zekerbenut worden.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik had in mijn eerste termijn aandacht gevraagd voor bio-brandstoffen. Daar gaat mijn vraag over. Die is schriftelijkbeantwoord, maar ik vraag om een verduidelijking. Hetkabinet overweegt de verplichte bijmenging met biobrand-stoffen voor transport te verhogen, maar volgens het PBLis het toekomstige aanbod van biobrandstoffen onzeker.De zorg van mijn fractie is dat dat leidt tot veel meer duur-zaamheidsrisico's, dus dat er ook biobrandstoffen alspalmolie en voedselgewassen gebruikt worden, wat nietduurzaam is. De voedselgewassen concurreren dan metonze voedselvoorziening. Daarnaast is het in het kader vande circulaire economie veel beter om die nutriënten niet opte branden, maar te gebruiken en in de kringloop terug tebrengen. Mijn vraag is dus: hoe garandeert de staatssecre-taris dat er, als we het bijmengpercentage gaan verhogen,niet meer voedselgewassen in de tank terechtkomen?Staatssecretaris Van Veldhoven:Dat garanderen we omdat we in Nederland een cap van 5%hebben — dat is het maximumvolume — op het bijmengenvan eerstegeneratiebiobrandstoffen in de totale hoeveelheidbiobrandstoffen. De Europese drempel ligt hoger. Je magEuropabreed tot 7% bijmengen. Wij hebben in Nederlanddat percentage lager vastgesteld, omdat we precies dezelfdezorgen hebben als mevrouw Teunissen. In Nederland zijnwe dus al strenger dan in de rest van Europa op de hoeveel-heid van dit soort biobrandstoffen die mag worden bijge-mengd. Dus als het gaat om een verhoging van de totalehoeveelheid biobrandstoffen moeten dat geavanceerdebiobrandstoffen zijn en die cap ligt wettelijk vast.De heer Laçin (SP):Ik had nog een vraag gesteld over de verhoogde concentra-ties PFOA rondom Chemours in de Alblasserwaard en bijCustom Powders in Helmond, dat chemische stoffen voorChemours verwerkt. In de schriftelijke beantwoording zieik dat PFO al vijf jaar niet gebruikt zou zijn en dat het heellang in ons milieu blijft. Ik vraag mij heel sterk het volgendeaf. Bij metingen bij Chemours zelf is gebleken dat ze nogsteeds PFOA lozen. Komt dit niet ook door lozingen die nogsteeds plaatsvinden? In de Alblasserwaard is er namelijkeen enorm hoge concentratie gevonden, die boven de normzit. Kunnen we vaststellen dat het echt van 2013 of ouderis of wordt er nog steeds geloosd en komt het nog steedsin ons milieu zonder dat daar een vergunning voor is?De voorzitter:Uw vraag is duidelijk. De staatssecretaris.Staatssecretaris Van Veldhoven:Lozen zonder vergunning mag niet. Ik heb geen aanleidingom nu te veronderstellen dat dat zo is. Dit zijn persistentestoffen. Daarom blijven ze lang aanwezig. Meer informatiedan dit heb ik op dit moment niet voor de heer Laçin.De voorzitter:Uw laatste vraag.De heer Laçin (SP):ik vind het raar om dan te stellen dat er geen aanleiding isom te stellen dat er nu nog steeds geloosd wordt, want inDordrecht zelf, bij Chemours, heeft de provincie het in dezomer nog vier keer gemeten en vier keer gevonden.Daarom zou ik de staatssecretaris toch willen uitnodigenom er even naar te kijken en ons wellicht te informerenvoor het AO Externe veiligheid op 22 november, als datnog lukt.Ik heb nog een laatste vraag.De voorzitter:Een korte vraag.De heer Laçin (SP):Ja, een heel korte vraag. Ik heb gisteren een hele opsom-ming gegeven van milieucriminaliteit en dingen die foutgaan in ons milieu. Ik ben er benieuwd naar of de staatsse-cretaris vindt dat de ILT op dit moment genoeg doet om ditsoort zaken vooraf te voorkomen of dat we eigenlijk continuachter de feiten aanlopen en we eigenlijk samen met de ILTgoed moeten kijken hoe we milieucriminaliteit structureelaan kunnen pakken voor het tot criminaliteit komt.Staatssecretaris Van Veldhoven:Ik vind uiteraard dat we moeten zorgen dat we met onzegezamenlijke inzet zo veel mogelijk aan de voorkant probe-21-14-318 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer ren af te vangen. Ik ben graag bereid om de Kamer nog teinformeren daar waar er nog nadere duidelijkheid te gevenis over het aantreffen van PFOA rondom Chemours. Ik zalkijken of daar nog iets nader over te melden is anders danhetgeen we al aan de Kamer gemeld hebben.De heer Amhaouch (CDA):Ik heb nog twee vragen en een opmerking. De opmerkinggaat over de schriftelijke beantwoording van de staatssecre-taris. Ze schrijft daarin dat ze druk bezig is met de drielan-dentrein. We hopen dat dat goed gaat, maar we hopen ookop een inzet op een gelijk speelveld. Het kan niet zo zijn datde Belgen strengere eisen stellen en wij daarin meegaanen aan onze kant lagere eisen stellen. Ik hoop dat we daarsamen tot een oplossing kunnen komen en die drielanden-trein zo snel mogelijk gaat lopen.De eerste vervolgvraag gaat over de landelijk uitgedundedienstregeling. De staatssecretaris geeft aan dat de adviezenvan Locov overgenomen worden. Locov maakt zich metname zorgen over de logistiek van personeel en materieel.Ze hebben er weinig vertrouwen in dat die overgenomenworden, terwijl ze heel veel voordeel zien in het ook bijwinterweer laten lopen van de treinen. Mijn vraag is of destaatssecretaris dat nog eens kritisch wil bespreken met debetrokken organisaties als NS en ProRail.Ik heb nog een laatste vraag. Ik dank voor de antwoorden,ook over de BDU-gelden, maar wij vinden ze echt te beperkt.Er wordt nu gericht op twee regio's. Zou de staatssecretarisdaar in een aparte brief iets uitgebreider op in willen gaan?De voorzitter:Dat was uw laatste vraag. De staatssecretaris.Staatssecretaris Van Veldhoven:De eerste twee vragen beantwoord ik met ja. Het is altijdbelangrijk dat we ervoor zorgen dat we een serieus gesprekhebben over de signalen die van het Locov komen. Als daarnog vraagpunten blijven, wil ik ook graag weten hoe hetzit. Daar zullen we nog eens navraag naar doen. Uiteraardmaak ik me heel sterk voor het realiseren van die drielan-dentrein. Het zou heel mooi zijn als in die regio, tussen diedrie landen, die trein gewoon grenzeloos kan rijden. Wekunnen zeggen dat wij van onze kant er alles aan doen omdie te laten rijden en we ons daarom hebben ingezet en wede Belgische vervoerder ruimte geven op het Nederlandsenet. Ik heb er al met enige regelmaat met mijn Belgischecollega over gesproken dat wij ervoor moeten zorgen datdie prachtige, gloednieuwe treinen die eigenlijk klaar staanom van Maastricht naar Luik te rijden, inderdaad ookgewoon de grens over mogen. Ik zet mij daar dus vol voorin.Op het punt van de BDU-gelden: ik denk dat die twee pro-vincies vooral als voorbeeld zijn genoemd. Dat is niet zozeeruitputtend bedoeld.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Ik heb nog een laatste vraag over de ILT. Dat is een puntwaar ik me heel veel zorgen over maak. Daar hebben weook een amendement op ingediend. Dat is eigenlijk gebeurdnaar aanleiding van het debat over de Stint. Daarin zagenwe dat de ILT misschien wettelijk geen toezichthoudendetaak had, maar zij heeft wel een signalerende rol — die heeftze altijd — om nieuwe risico's te identificeren. Die zorg hebik ook bij opkomende stoffen, bij chemie, bij eigenlijk hethele veld dat onder de staatssecretaris valt. Is de staatsse-cretaris bereid om met de ILT in gesprek te gaan over devraag of de huidige capaciteit die zij heeft, genoeg borgingbiedt voor de signalerende functie? Of wordt alles gewoonopgesoupeerd door de handhavende taken die zij uiteraardook heeft?Staatssecretaris Van Veldhoven:Zoals net ook al uit de beantwoording van de minister isgebleken, vinden de minister en ik het belangrijk dat de ILTook kan functioneren als "ogen en oren" in het veld. Daarpast dit, denk ik, in.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee is ook de staatssecretaris aan heteinde gekomen van de beantwoording in eerste termijn. Ikstel voor om direct door te gaan naar de tweede termijn. Ikgeef de heer Van Aalst het woord voor zijn inbreng intweede termijn. Hij heeft nog drie minuten.De heer Van Aalst (PVV):Voorzitter. Nederland staat vast; iedere dag weer opnieuwen het wordt alleen maar erger. Om die files op te lossen,is het een kwestie van keuzes maken. De PVV kiest voorasfalt. De PVV heeft daarom een amendement in gediendom structureel 1 miljard te investeren in onze wegen. Nukan de rest van de Kamer — lees VVD — ook een keuzemaken.Verder staat voor de PVV sociale veiligheid in het openbaarvervoer op nummer 1, zoals ik net al aangaf. Wij accepterendan ook geen tuig, zoals dat asielschorem afgelopen weekin Ter Apel. Wij willen keiharde handhaving. Daarom devolgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Britse spoorwegpolitie op de grotereBritse treinstations is gestationeerd;constaterende dat de Britse spoorwegpolitie haar spoortwee keer zo snel vrijgeeft als de Nederlandse Dienst Infra-structuur bij de afhandeling van bijvoorbeeld suïcide;overwegende dat het stationeren van de politie op de gro-tere treinstations ervoor zorgt dat onveiligheid en crimina-liteit op en rondom het spoor sneller worden aangepakt;verzoekt de regering om de afdeling Spoor van de DienstInfrastructuur voortaan op de grotere treinstations te stati-oneren, zodat de spoorwegpolitie weer zichtbaar aanwezigzal zijn voor de treinreizigers en het spoorwegpersoneel,21-14-328 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 24 (35000-XII).U was aan het einde van uw betoog?De heer Van Aalst (PVV):Ja, en ik zie dat mijn collega van de VVD een keuze wilmaken.De voorzitter:Dan ga ik de heer Dijkstra het woord geven.De heer Remco Dijkstra (VVD):Ik ben blij dat de PVV net als de VVD strijdt voor meer geldvoor asfalt. Ze hebben een moedige poging gedaan om datvoor elkaar te krijgen. Wat mij nu zo tegenvalt, is de dekking.Waarom is die nou zo bijzonder slecht? U heeft als dekkinghet budget voor de Wbso voor innovatie. Dat is een fiscaleregeling. Ten eerste, weet u naar wie die fiscale voordelengaan? Ten tweede, bent u ervan op de hoogte dat uw eigencollega de heer Graus vorig jaar nog een groot voorstanderwas van deze regeling?De heer Van Aalst (PVV):Wel bijzonder dat een collega van de VVD, die zojuist 6miljard bezuinigd heeft op onze infrastructuur en met eenfooi van 3 miljard terugkomt, ons er nu op wijst dat wij geengoede dekking hebben voor 1 miljard structureel. Datbetekent 3 miljard extra de komende jaren.De Wbso-regeling is een regeling die innovatie stimuleert.Wij hebben een heel duidelijke mening. Dat is dat innovatieuit de markt zelf moet komen. Dat is heel simpel en heelduidelijk. Wij kiezen ervoor dat die mkb'er niet in de filestaat. Daarom willen wij asfalt aanleggen.De voorzitter:Dank u wel. Zeer kort afrondend.De heer Remco Dijkstra (VVD):Twee derde van het geld gaat naar die mkb'er. Dit isgewoon een dom plan. Dit is een domme dekking. Dan hadu voor een betere dekking moeten zorgen en ook met uwcollega hierover moeten praten.De heer Van Aalst (PVV):Ja, ja. Fantastische opmerking van de VVD over dommeplannen. Dat noemen jullie tegenwoordig een regeerak-koord. Maar, voorzitter, het zegt meer over het niveau vande VVD.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan kijk ik allereerst naar deheer Ziengs. De heer Ziengs en de heer Dijkstra hebben intotaal nog acht minuten.De heer Ziengs (VVD):Voorzitter, dank u wel. In de schriftelijke beantwoording isde staatssecretaris teruggekomen op de asbestsanering ende versnelling daarvan. Ik wil er nog even op wijzen dat ikin de discussie die ik in het verleden al heb gevoerd, hebgewezen op de rol van verzekeraars, die daarin kunnenbijdragen. Ik heb daarbij ook de verduurzaming genoemd,bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen op daken vanboerenschuren, waarbij ik Limburg op dat moment alsvoorbeeld genoemd heb.In de schriftelijke beantwoording wordt ook geschrevenover het KNMI, in antwoord op een vraag over de zoge-naamde benchmark. Er is echter alleen ingegaan op deoverheadkosten. Ik heb specifiek gezegd dat het uurtariefkennelijk wordt verhoogd om tot een beter verdienmodelte komen. Nu wordt alleen ingezoomd op een eerderonderzoek als het gaat om overheadkosten. Daar heb ik nietom gevraagd en ik wil graag een specifieker antwoord.Vervolgens nog een melding over het spoor België-Neder-land, waarbij België nu in een keer kennelijk extra eisenoplegt. Ik zag net een artikel voorbijkomen in NRC. Ik wilgraag de reflectie van de staatssecretaris daarop. Hoe paktzij deze spooroorlog aan, zoals NRC het noemt?Als laatste punt wil ik nog even iets zeggen over de desbe-treffende filters, waarover ik net drie keer heb geïnterrum-peerd. Ik ben ooit als woordvoerder rookbeleid geconfron-teerd met een brief van een nogal extremistisch clubje aanhet Presidium. Ooit was er ook nog een partij die meendedaarover iets te moeten blaten in een debat. Vervolgensbleek dat het Presidium keurig netjes heeft uitgezocht watde rol van de volksvertegenwoordiger mocht zijn. Ik mochtdat kennelijk gewoon doen, dus ik bied aan de staatssecre-taris aan om die contacten te gaan leggen om te kijken ofze bereid zijn iets te gaan doen aan die filter. Het is tenslottezo dat heel Nederland op zijn kop staat, maar ook de Kamer,als het gaat om statiegeldallianties. Maar als in die top vijfdie filters worden genoemd, steekt iedereen kennelijk zijnkop in het zand.Dank u wel, voorzitter, tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dan is er nog een korte vraag van de heer VanAalst.De heer Van Aalst (PVV):Ik hoorde mijn collega Ziengs van de VVD in de eerste ter-mijn snoeihard uithalen naar het tuig in het openbaar ver-voer en ik hoorde hem over het permanente vervoerverbod.Dat is op zich bijzonder. Ik ben blij met de draai van de VVD,aangezien ze ons in 2011 niet steunden in het aangenomenamendement om vervoersverboden uit te breiden. Dus dieis al in de pocket wat dat betreft. Maar wat gaat mijn collega21-14-338 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer van de VVD nu doen? Gaat u nu voor een permanent ver-voersverbod of niet?De heer Ziengs (VVD):Ik heb in mijn inbreng in eerste termijn heel nadrukkelijkaangegeven dat wij van de staatssecretaris actie verwach-ten, natuurlijk in combinatie met Justitie en Veiligheid, omte komen tot een aanpak van de hufters in het openbaarvervoer. Ik heb ook aangegeven in mijn eerste termijn datik de inbreng van de PVV wel heel erg heel kort door debocht vond, met name de introductie die erbij genoemdwerd. Kortom, het heeft onze aandacht en wij vindeninderdaad dat nadrukkelijk naar dat verbod moet wordengekeken als het gaat om deze hufters.De voorzitter:Kort afrondend.De heer Van Aalst (PVV):Als het gaat om het asieltuig gaat dat ons openbaar vervoerterroriseert, zijn voor de PVV alle woorden geoorloofd.Kunnen wij op de VVD rekenen om dit soort hufters gewooneen algeheel vervoersverbod op te leggen?De heer Ziengs (VVD):Opnieuw komt de heer Van Aalst aan met het onderwerpasielzoekers, die hij daarmee in verband brengt. Ik vonddat een heel bijzonder voorbeeld, omdat onlangs nog inGroningen een keeper van een bekende voetbalclub daarook als zwartrijder dit soort gedrag vertoonde. Ik merk dusdat het gewoon veel breder getrokken kan worden en komdan ook niet met voorbeelden van voetballers die dat ken-nelijk doen. Ik denk dus dat je het probleem best kuntbenoemen, maar dat je daar niet specifiek een hele groepbreed in moet gaan betrekken. Als het gaat om de aanpakvan deze figuren, zijn wij het eens.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Dijkstra. Gauw gang.De heer Remco Dijkstra (VVD):Dank u wel, voorzitter.Ik heb een aantal vragen gesteld over de Maut. We komener later over te spreken. We hebben als VVD behoorlijk watzorgen en vinden dat zorgvuldigheid voorop moet staan,want haastige spoed is zelden goed. Uit de eerste onderzoe-ken blijkt dat hierdoor 1.250 tot 1.750 banen verloren kunnengaan en dat de milieuwinst op de uitstoot 0% tot 2% is vooronder andere fijnstof en stikstof. Dat is niet echt veel! Enslechts 1% tot 6% minder ladingen doordat je die Mauthebt. Ik ben natuurlijk ook bang dat het wordt doorbelastaan de consument. Het is een grote angst dat de vrachtwa-gens over de N-wegen gaan rijden, waar we ze eigenlijkniet willen hebben, of dat er kleinere busjes worden ingezetmet meer uitstoot tot gevolg. We willen daar dus kritischnaar kijken en die uitwerking en gevolgen willen we echtonder ogen kunnen zien voordat we daar stappen gaanzetten.Voorzitter, dan heb ik twee vragen, met name aan mijncollega's. In mijn eerste termijn heb ik het punt al opge-bracht. Er komt een Strategisch Plan Verkeersveiligheid.We kunnen dat pas beoordelen als dat plan er daadwerkelijkligt, maar we weten wel dat de verkeersveiligheid voor heelveel van ons, zo ook in het regeerakkoord, een nationaleprioriteit is. Een brede alliantie denkt erover, maar we zienook dat er eigenlijk geen geld voor gereserveerd is. Althans,er is deels wel een reservering voor bijvoorbeeld de N-wegen. De minister refereerde er al aan. Maar dat geldt nietvoor allerlei projecten die je zou kunnen doen om dingenin de regio's en de gemeentes te ondersteunen en aan tejagen, denk aan quickscans voor verkeersveiligheid, denkaan het gebruik van data, denk aan waarschuwingen bijrisicovolle situaties, denk aan dodehoekdetecties, denk aandigitale zichtbaarheid in het voertuig en ook van kwetsbaredeelnemers en denk aan ... Nou ja, noem het maar op. Erwerd ook gerefereerd aan de verbetering van de verkeers-veiligheid bij scholen, de inzet van adaptieve verlichting etcetera.Ik denk dat we op een gegeven moment zo'n plan ookmoeten voorzien van een budget. Mijn vraag aan de partijenhier — we moeten er nog met elkaar over spreken — is ofu dat ook vindt. Vindt u verkeersveiligheid ook van belangen bent u dan ook bereid om boter bij de vis te doen? Zoja, dan wil ik volgende week met u aan tafel om daar, mis-schien gezamenlijk, iets aan te gaan doen.Voorzitter, ik heb een tweede vraag, ook aan mijn collega's.Hij ligt een beetje in hetzelfde stramien.De voorzitter:Nu ga ik effe ingrijpen, want het is niet de bedoeling datwe in tweede termijn allerlei vragen aan de collega's gaanstellen, want dan gaan we zo meteen over naar een derdetermijn. Ik zou u willen vragen om enige terughoudendheid.Ik ga mevrouw Kröger zo meteen nog een interruptie gun-nen richting de heer Dijkstra, maar het is niet de bedoelingdat we in tweede termijn vragen stellen aan collega's. Maaktu uw betoog af, en dan niet in vragende zin.De heer Remco Dijkstra (VVD):Niet in vragende zin. Wat ik bij de collega's wil neerleggenmet de vraag daarbij of ze daarover willen nadenken, is deaanpak van files. We zien de urgentie daarvan, want wezien dat die files de komende tijd toenemen. We zien 100miljoen voor de kortetermijnfileaanpak. Zouden we inalgemene zin kunnen nadenken — ik vraag dat via u, voor-zitter, aan mijn collega's — over het intensiveren van diekortetermijnfileaanpak? Wilt u daar ook over nadenken? Ikheb al van de minister gehoord dat ze daarvoor openstaat.Ze zei: met meer geld kun je meer doen. We zien de filestoenemen en volgens mij is één en één twee. Misschiendat mijn collega's daar in tweede termijn zelf op kunnenreflecteren en terugkomen.Dank u wel.21-14-348 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer De voorzitter:Dank u wel. Maar er is nog een vraag van mevrouw Kröger.Ga uw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Dank u wel, voorzitter. Een vraag of een antwoord.Twee vragen van de heer Dijkstra die eigenlijk allebei bijmij de wedervraag oproepen of de heer Dijkstra ook zietdat het goed is voor de verkeersveiligheid en de aanpakvan files om mensen uit de auto en in het ov te krijgen?De heer Remco Dijkstra (VVD):Als dat kan — we gaan nu het debat overdoen — is datmooi. Het is mooi als je die alternatieven hebt, maar ik hebook gezegd dat driekwart van de Nederlanders die keuzeniet hebben. Die wonen gewoon te ver van het station ofdie werken op een industrieterrein waar amper openbaarvervoer is. Dus dat soort dingen moeten we zeker verbete-ren. Bij de verkeersveiligheid heb je verschillende gradaties.We willen altijd dat mensen een veilige methode kiezen,maar wat dat is, moeten ze natuurlijk wel zelf kunnenbepalen.De voorzitter:Afrondend, mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks):De uitnodiging van de heer Dijkstra was om hierover na tedenken. Hoe kunnen we daar middelen voor vrijmaken?We hebben miljarden op de plank liggen tot 2030, onderandere in een verdeelsleutel. Daarbij is niet gekeken naarde twee elementen die de heer Dijkstra noemt. Het lijkt meheel goed om dat erbij te betrekken.De voorzitter:Dan een vraag van de heer Van Aalst, ook kort.De heer Van Aalst (PVV):Dank u wel, voorzitter. Heel kort eigenlijk. We hebben debeantwoording gehoord van de minister over de vrachtwa-genheffing. Ik hoor meneer Dijkstra net ook weer over devrachtwagenheffing, de Maut. Begrijp ik goed dat hij netals de PVV niet overtuigd is van de onderbouwing van deminister en denkt dat inderdaad niet 100% terugvloeit naarde sector? Begrijp ik daaruit dat de VVD op dit moment steltdat de vrachtwagenheffing ter discussie staat?De heer Remco Dijkstra (VVD):Nou gaat u wel heel snel. Een vrachtwagenheffing is afge-sproken in het regeerakkoord. Wij hebben gezegd dat 100%van de opbrengst — ik moet het wel goed zeggen: de netto-opbrengst — terug moet vloeien naar de sector. Er zijnnatuurlijk uitvoeringskosten mee gemoeid. Ik vind hetbelangrijk dat die sector zelf kan bepalen waaraan ze datbesteden. Er zijn suggesties genoemd als verlaging van demotorrijtuigenbelasting, innovatie en duurzaamheid, etcetera. Maar het is een afspraak. Ik heb alleen wel grotetwijfels over hoe het gaat uitwerken en ik wil absoluut datwij daar als Kamer bij betrokken zijn. Ik hoop natuurlijk datze de VVD-lijn erin volgen, want dan komt het misschienwel een beetje goed.De voorzitter:Afrondend, meneer Van Aalst.De heer Van Aalst (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat die aap uit de mouwkomt en dat die 100% die meneer Dijkstra noemde inder-daad alleen om de inkomsten gaat en dat wel eerst deapparaatskosten ervan af moeten. Het rekensommetje van€10 erin en €8 komt er terug bij de sector, zodat ze dus €2inleveren, is inderdaad het rekensommetje van de VVD.Dank u wel.De heer Remco Dijkstra (VVD):Ik denk dat je de kosten zo laag mogelijk moet houden,zodat bijna alles wat betaald wordt natuurlijk terugkomt.Maar je zult altijd te maken hebben met de uitvoering. Dathebben we hier in de Tweede Kamer ook.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouwKröger voor haar tweede termijn. U heeft nog vier minutenop de klok staan. Gaat uw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Dank u wel, voorzitter. Ik heb een zestal moties. Die motiesgaan zowel over luchtvaart als over de veelplegersaanpak,de twee dingen waar ik het meeste aandacht voor hebgevraagd. Ik zie veel beweging van de staatssecretaris opde noodzaak van een veelplegersaanpak, maar ik beneigenlijk toch wel teleurgesteld in hoe de minister omgaatmet de zorgen rond de laagvliegroutes en de belevings-vlucht.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Verdrag van Chicago binnenlandsevluchten niet belast en dat veel grote landen normaal accijnsen belastingen heffen op binnenlandse vluchten;overwegende dat Europa inmiddels één economische zoneis en we ook praktisch en organisatorisch naar één Europeesluchtruim toegroeien;overwegende dat het daarmee niet onredelijk is alle vluch-ten binnen Europa te beschouwen als binnenlandse vluch-ten zoals bedoeld in de ICAO-afspraken en dat daarmeeEuropa in de praktijk aansluit bij de praktijk van de VS enandere grote landen;verzoekt de regering om te onderzoeken hoe hiermee eenafspraak gerealiseerd kan worden die Europese landen in21-14-358 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer staat stelt om op vluchten binnen Europa belastingen teheffen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 26 (35000-XII).Dan motie twee.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Ja, voorzitter.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de verschillen tussen de geluidsbereke-ningen van de MER Lelystad Airport en de geluidsmetingenvan de belevingsvlucht meer onrust hebben veroorzaaktdan weggenomen;constaterende dat voor de MER Lelystad Airport nog hetoude rekenmodel is gebruikt, terwijl voor de MER Schipholinmiddels het nieuwe Europese Doc.29-model wordtgebruikt;overwegende dat de minister aangeeft dat het nieuwemodel met veel meer parameters werkt en dus veel accura-ter en gedetailleerder de werkelijkheid kan benaderen;verzoekt de regering om de Commissie voor de m.e.r. omadvies te vragen hoe de resultaten van de belevingsvluchtzich verhouden tot de onderzoeksresultaten uit de MERLelystad Airport, en welke marges er kunnen zijn tussenberekeningen en rekenmodel uit de MER Lelystad Airport,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Laçin enVan Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 27 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat misdaad niet mag lonen;overwegende dat de meeste overtredingen van milieuregelseconomisch zijn gemotiveerd;overwegende dat bestuurlijke boetes voor overtredingenvan vergunningsvoorschriften niet direct zijn gekoppeldaan de potentiële schade voor milieu en maatschappij vandie overtreding;verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het boetestel-sel kan worden herzien zodat de maatschappelijke en mili-euschade uitgangspunt worden en dat de boetes voor her-haalde overtreders incrementeel kunnen worden verhoogd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 28 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat overheden forse kosten moeten makenom aanvragen voor milieuvergunningen te onderzoeken,te verlenen en te handhaven;overwegende dat als gevolg van de Omgevingswet hetvergunningenstelsel zal wijzigen en dat lagere overhedeneen grotere verantwoordelijkheid krijgen bij het verlenenvan vergunningen en het handhaven ervan;overwegende dat hoge kosten en financiële risico's geenoverweging mogen zijn voor een overheid om goedonderzoek te doen of om complexe vergunningen tehandhaven;verzoekt de regering om leges voor milieuvergunningenweer in te voeren en bij de bepaling van de hoogte van deleges niet alleen de kosten voor onderzoek naar en uitgiftevan de vergunning te betrekken, maar ook de handhavingervan;verzoekt de regering tevens om dit te betrekken bij de uit-voering van de Omgevingswet,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 29 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat door de doelstelling van dit kabinet dater in 2030 alleen nog elektrische auto's verkocht worden,21-14-368 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer ons wagenpark de komende decennia verregaand zal elek-trificeren;overwegende dat dit grote gevolgen heeft voor deopbrengsten van autobelastingen en brandstofaccijnzen;overwegende dat er binnen de mobiliteitssector bredeconsensus is dat het huidige belastingsysteem niet toekomst-bestendig is;overwegende dat een vorm van betalen naar gebruik eenoplossing biedt voor het wegvallen van accijns uit benzineen diesel;verzoekt de regering om bij de sectororganisaties, maat-schappelijke organisaties en wetenschap te inventariserenwelke ideeën en verlangens hierover bestaan en dit met deKamer te bespreken;verzoekt de regering tevens om scenario's in kaart te bren-gen voor de inrichting van de fiscalisering van mobiliteitrichting 2030,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Stoffer,Teunissen, Gijs van Dijk en Laçin.Zij krijgt nr. 30 (35000-XII).Mevrouw Kröger (GroenLinks):De laatste motie, voorzitter, gaat over de vliegtaks.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet voornemens is om eenvliegtaks in te voeren en dat hiervoor meerdere ideeën enmodellen worden overwogen;overwegende dat de wijze waarop de vliegtaks wordt ont-worpen in meer of mindere mate een effect heeft op demilieu-impact van de maatregel;verzoekt de regering om met de Kamer beleidsdoelen vastte stellen voor deze maatregel en deze uitgangspunt te latenzijn bij de invulling van de vliegtaks,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Stoffer,Van Raan, Van Brenk en Gijs van Dijk.Zij krijgt nr. 31 (35000-XII).Mevrouw Kröger (GroenLinks):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heerVon Martels. Hij heeft samen met zijn collega zes minutenspreektijd.De heer Von Martels (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de bewindslieden hartelijkdankzeggen voor de duidelijke beantwoording, zowelschriftelijk als mondeling, van de vele vragen die zijngesteld. Ik heb twee opmerkingen.De eerste gaat over de truckparkings. Er komen duidelijkeafspraken over de ontwikkeling van een samenhangendnetwerk van beveiligde truckparkings. Daar ben ik heel blijmee. Maar mijn vraag is: kan die lijst worden aangevuldmet een concrete planning?Over de Educatieve Maatregel Alcohol (EMA) had ik eenmotie voorbereid, maar het schriftelijk antwoord was zoduidelijk dat een motie indienen niet meer hoeft. Maar ikheb nog wel een vraag. Zal het onderzoek plaatsvinden injanuari 2019 of eind 2019? Het is dus een vraag over deplanning wat dat betreft.Dan wil ik nog een drietal moties indienen.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat vrachtwagens mede een oorzaak kunnenzijn van het ontstaan van files;constaterende dat de A67 bijzonder filegevoelig is;constaterende dat door separate rijstroken en truck platoon-ing files kunnen verminderen;verzoekt de regering de positieve effecten van separate rij-stroken en truck platooning nadrukkelijk te betrekken bijhet voorkomen van files;verzoekt de regering voorts een pilot daarmee te startenop de A67,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 32 (35000-XII).De heer Von Martels (CDA):De volgende motie.MotieDe Kamer,21-14-378 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer gehoord de beraadslaging,constaterende dat het aantal verkeersongelukken een stij-gende lijn vormt terwijl een goede registratie van aard,omvang en oorzaak van de ongelukken ontbreekt;constaterende dat door het gebrek aan gegevens ampereffectief beleid gemaakt kan worden;verzoekt de regering in overleg met alle betrokken partijeneen plan op te stellen waardoor alle verkeersongelukkensluitend geregistreerd kunnen worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 33 (35000-XII).De heer Von Martels (CDA):Voorzitter, dan had ik nog die motie over die EMA, maardie trek ik in. Dus dan blijft het bij twee moties.De voorzitter:De motie waar u op doelt, heeft u niet ingediend, dus diehoeft u ook niet in te trekken. Ik begrijp wat u wilt zeggen.Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Amhaouch.De heer Amhaouch (CDA):Voorzitter. Ik wil beginnen met het indienen van een aantalmoties.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de aanvangstijden van hogescholen enuniversiteiten groot effect hebben op de drukte in treinen,bussen en op fietspaden;overwegende dat onderzoek in Nijmegen-Arnhem duidelijkmaakt dat het verschuiven van het eerste college-uur metvijftien minuten, kan leiden tot een afname van de piek-drukte in de trein met maar liefst 19%;verzoekt de regering de positieve effecten op het beperkenvan de piekdrukte in de trein door collegetijden beperkt teverschuiven in beeld te brengen en dat bij meerdere hoge-scholen en universiteiten toe te passen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch enPaternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 34 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de luchtruimherziening flinke vertragingheeft opgelopen in het vorige kabinet;overwegende dat het van belang is dat de juiste expertisebij ministerie en betrokken organisaties voldoende aanwezigis om de algehele luchtruimherziening in 2023 tot een suc-ces te maken;spreekt uit dat de openstelling van Lelystad Airport alleenkan plaatsvinden onder de nadrukkelijke voorwaarde dathet luchtruim uiterlijk in 2023 is heringedeeld en dat delaagvliegroutes verdwijnen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch enRemco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervanvoldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 35 (35000-XII).De heer Amhaouch (CDA):Dan kom ik bij de derde motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat spoor gerekend per kilometer per passa-gier een dure vorm van openbaar vervoer is terwijl innova-tief hoogwaardig openbaar vervoer, het HOV, zoals deZuidtangent tussen Haarlem, Hoofddorp, Schiphol enAmsterdam-Zuidoost, aanmerkelijk goedkoper is;verzoekt de regering de kansen van innovatief hoogwaardigopenbaar vervoer in beeld te brengen en daarbij in iedergeval de verbinding Utrecht-Breda te betrekken en de Kamerdaarover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch,Paternotte en Van der Graaf. Naar mij blijkt, wordt deindiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 36 (35000-XII).De heer Amhaouch (CDA):Voorzitter, ik kom bij de laatste motie.21-14-388 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de vraag naar nieuwe infrastructuur velemalen groter is dan het beschikbare budget, terwijl we onsgeplaatst zien voor grote mobiliteitsvraagstukken;constaterende dat infrastructuurprojecten bijvoorbeeld doorde pensioenfondsen ook met privaat kapitaal mede bekos-tigd zouden kunnen worden;verzoekt de regering onderzoek te doen naar kansen enmogelijkheden van private bekostiging van infrastructuur-projecten, dat te doen in overleg met de provincies en deKamer daarover medio 2019 te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch, RemcoDijkstra en Paternotte. Naar mij blijkt, wordt de indieningervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 37 (35000-XII).U was klaar?De heer Amhaouch (CDA):Voorzitter, ik hier niet zomaar weglopen zonder de ministeren de staatssecretaris te bedanken voor de antwoorden. Ergebeurt heel, heel, heel veel op het gebied van spoor enluchtvaart. Laten we samen het vertrouwen hebben dat wede juiste stappen zetten.De voorzitter:Dank u wel. Dan is er nog een korte vraag van mevrouwKröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Een vraag die aansluit bij de laatste woorden over hethebben van vertrouwen. In hun motie spreken de heerAmhaouch en de heer Dijkstra uit dat Lelystad open kan alser de garantie is dat in 2023 het luchtruim is heringedeelden vliegtuigen hoger vliegen. Hoe verwacht de heerAmhaouch deze garantie van de minister te krijgen?De heer Amhaouch (CDA):Volgens mij gaan we nu het debatje overdoen dat we in deeerste termijn hebben gehad. Ik heb gezegd: garantie kunje op een stofzuiger geven, want die kun je inwisselen. Watwij hier doen, is alles in place brengen, in gang zetten, metde juiste mensen van LVNL, van Defensie, van NLR, vanhet ministerie, in een goed participatieproces. Om daaraante werken hebben we vijf jaar de tijd. Als we het op eengoede manier doen, zijn wij ervan overtuigd dat we gaanhoogvliegen.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga het debat uit de eerste termijn niet over-doen. Ik dank de heer Amhaouch en geef graag het woordaan de heer Laçin voor zijn tweede termijn. U heeft nogdrie minuten staan.De heer Laçin (SP):Dank, voorzitter. Ik heb in het debat aangegeven dat wij alsSP het belangrijk vinden dat we ons openbaar vervoer zelfkunnen regelen. In de beantwoording zag ik dat datmomenteel niet kan, op grond van Europese regels. Wijzullen kijken wat wel mogelijk is en dan zullen wij ook meteen voorstel komen richting het kabinet.Dan een viertal moties, voorzitter.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat onderzoek van de GGD in 44 gemeentenin de omgeving van Schiphol aantoont dat minimaal198.000 volwassenen ernstig last ondervinden van vliegver-keer;constaterende dat dit aantal veel hoger is dan de aantallendie Schiphol en PBL communiceren;constaterende dat de overlast van mensen die buiten dehuidige geluidscontouren wonen niet meegerekend wordenen dus niet in behandeling worden genomen;overwegende dat slapeloosheid door ernstige overlast vanvliegverkeer grote gevolgen voor mensen en onze maat-schappij kan hebben;verzoekt de regering om inwoners van gemeenten die bui-ten de huidige geluidscontouren vallen dezelfde rechtenen mogelijkheden te geven als inwoners van gemeentenbinnen de huidige geluidscontouren en ervoor te zorgendat ook deze gemeenten vertegenwoordigd worden ingesprekken en beslissingen over de toekomst van Schiphol,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin, Van Raan,Van Brenk en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indieningervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 38 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,21-14-398 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer constaterende dat Ryanair uitspraken van de rechtbanknegeert en de basis op Eindhoven Airport onrechtmatigheeft gesloten;constaterende dat Ryanair weigert Nederlandse wetten enregels toe te passen op werknemers die in Nederland wonenen vanuit Nederland werken;constaterende dat in Duitsland op dit moment wordt geke-ken hoe luchtvaartmaatschappijen die structureel arbeids-wetgeving overtreden, zoals Ryanair, aangepakt kunnenworden met bijvoorbeeld het intrekken of niet toekennenvan landingsrechten;verzoekt de regering om te onderzoeken hoe luchtvaartmaat-schappijen gedwongen kunnen worden om Nederlandsarbeidsrecht toe te passen en anders geweerd kunnenworden door het intrekken of niet toekennen van landings-rechten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin, Van Raan,Van Brenk, Kröger en Gijs van Dijk.Zij krijgt nr. 39 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in aanloop naar het verbod op asbestda-ken voor nog tientallen miljoenen m2 gesaneerd moetworden;constaterende dat de subsidieregeling ter ondersteuningvan de sanering eindigt in 2019 en de pot al nagenoeg leegis;van mening dat met name particulieren met een asbestdaktegen hoge kosten aanlopen en dit de saneringsopgavebemoeilijkt en vertraagt;verzoekt de regering de subsidieregeling ook na 2019 voortte zetten en te zorgen dat bij de Voorjaarsnota ook dedaartoe benodigde middelen worden vrijgemaakt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt,wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 40 (35000-XII).De heer Laçin (SP):Tot slot, voorzitter.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat milieucriminelen en malafide bedrijvente veel vrij spel hebben en ons milieu en onze gezondheidschaden;constaterende dat de lijst van milieucriminaliteit langer enlanger wordt;van mening dat de ILT ondanks alle inzet niet bij machte isom in de praktijk daadkrachtig op te treden waar nodig;verzoekt de regering samen met de ILT te onderzoeken hoeeffectief tegen milieucriminaliteit kan worden opgetredenen de Kamer hierover in het eerste kwartaal van 2019 teinformeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin, Kröger enTeunissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 41 (35000-XII).De heer Laçin (SP):Tot slot twee opmerkingen, voorzitter. De eerste is voor destaatssecretaris. Vandaag kwam het bericht dat REACH onstoch niet voldoende beschermt en informeert. Bij 70% vande dossiers ontbreekt informatie. Kan zij daar een eerstereactie op geven?De tweede is voor de minister. Ik wil toch wat meer duidingover de aangenomen motie-Van Aalst/Laçin over de binnen-vaart en de CCR-regels. Wij weten dat in Duitsland nietwordt gehandhaafd. Wanneer gaat dat in Nederlandgebeuren? Want wij hebben onze kleine binnenvaart ontzet-tend hard nodig.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Bijna binnen de tijd. Ik geef graag het woordaan mevrouw Van Eijs. U heeft tezamen vier minuten.Mevrouw Van Eijs (D66):Voorzitter, ik begin direct.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de bouw in Nederland naar schatting50% van het primair grondstoffenverbruik, 40% van het21-14-408 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer totale energieverbruik en 30% van het totale waterverbruikvoor zijn rekening neemt;constaterende dat er in Nederland een grote bouwopgaveligt met de nieuwbouw van 700.000 woningen tot 2025 ende verduurzaming van 8 miljoen gebouwen;overwegende dat circulair bouwen een grote bijdrage kanleveren aan de klimaatopgave en het tegengaan vangrondstoffenschaarste;overwegende dat de bouwwereld en de verschillende spe-lers nog erg op zoek zijn naar hoe materiaal hergebruiktkan worden;verzoekt de regering om onderzoek te doen naar de circu-laire toepassingen van de meest gebruikte bouwmaterialenin de bouw en infra en deze toepassingen vervolgens in depraktijk te brengen door akkoorden of green deals,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 42 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet voornemens is om de consu-menten in staat te stellen om bewust te kunnen kiezen viaeen publiekscampagne en concrete productinformatie;constaterende dat de PBL-monitor met betrekking tot detransitie naar een circulaire economie onder andere in kaartbrengt wat de "voetafdruk" is van de consument en er veelonderliggend onderzoek gedaan wordt naar de impact vanproducten;overwegende dat een totaalbenadering nodig is om deconsument bewust te maken van zijn of haar impact en instaat te stellen om bewust keuzes te maken op het gebiedvan duurzaamheid;verzoekt de regering in gesprek te gaan met producentenom de "voetafdruk" van hun producten inzichtelijker temaken;verzoekt de regering tevens kennis- en voorlichtingsinstan-ties campagnes te laten organiseren en zo de informatievan de PBL-monitor met betrekking tot circulaire economiepubliek inzichtelijk te maken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 43 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in Nederland alleen al het primairegrond-stoffenverbruik verantwoordelijk is voor bijna 50% van deNederlandse uitstoot van broeikasgassen;overwegende dat kennis en kunde over circulariteit ver-spreid en versnipperd zijn in Nederland;overwegende dat circulair ondernemen het gebruik enverbruik van primaire grondstoffen tegengaat en daarmeeeen grote bijdrage kan leveren aan de klimaatopgave enhet tegengaan van grondstoffenschaarste;verzoekt de regering om een landelijk kennisplatform op terichten waar alle kennis en kunde over circulariteit wordtgebundeld en toegankelijk wordt gemaakt voor iedereendie wil deelnemen aan de transitie naar een circulaire eco-nomie, en daarbij waar mogelijk voort te bouwen op deinitiatieven en organisaties die er al zijn en gebruik te makenvan de praktijkervaring van koplopers;verzoekt de regering tevens daarbij waar mogelijk te zoekennaar samenhang met het op te richten Versnellingshuis,om verdere versnippering tegen te gaan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 44 (35000-XII).De moties worden uitgedeeld, zodat we daar zo meteennog even kennis van kunnen nemen. Ik geef graag hetwoord aan de heer Paternotte, voor de laatste twee minuten.De heer Paternotte (D66):Voorzitter. Dat kan en moet sneller, want ik heb nog vijfmoties, voor de komende twee minuten. Met veel dank aanteam D66, achterin, op de tribune.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de financiële middelen voor onze rijksin-frastructuur niet toereikend zijn voor de knelpunten inbereikbaarheid in Nederland;constaterende dat de rijksoverheid door samen te werkenmet private investeerders haar eigen investeringen kanvergroten;verzoekt de minister om kansrijke projecten voor publiek-private samenwerking aan te wijzen, zodat er private21-14-418 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer investeringen vloeien naar infrastructuurprojecten dieNederland bereikbaar houden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte enRemco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervanvoldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 45 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in het Verdrag inzake de internationaleburgerluchtvaart, het zogenaamde Verdrag van Chicago uit1944, is bepaald dat in luchtvaartuigen aanwezige brandstofgevrijwaard is van belastingen bij aankomst en vertrek ineen andere verdragsluitende staat;overwegende dat hier geen prikkel van uitgaat naar lucht-vaartmaatschappijen en vliegtuigfabrikanten om over testappen naar meer klimaatvriendelijke alternatieven vankerosine;verzoekt de regering zich in te spannen voor het organiserenvan een buitengewone zitting in Nederland van de Interna-tionale Burgerluchtvaartorganisatie over accijns op kerosineen daartoe steun te vergaren onder niet minder dan eenvijfde van het totale aantal bij het Verdrag van Chicagoaangesloten staten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte enStoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 46 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat zero-emissie rijden goedkoper in gebruikwordt en positieve effecten heeft op het klimaat en deluchtkwaliteit;verzoekt de regering om afspraken te maken met allebetrokken partijen, bij voorkeur in de vorm van een greendeal, over een tijdpad naar zero-emissie taxivervoer,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte, Scho-nis, Stoffer, Von Martels, Dik-Faber, Van Brenk, Laçin enGijs van Dijk.Zij krijgt nr. 47 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de luchthaven Heathrow heeft aangekon-digd de eerste elektrische vliegtuigen vrij te gaan stellenvan start- en landingsgelden;overwegende dat er wereldwijd stappen worden gezetrichting de ontwikkeling van volledig elektrische passagiers-vliegtuigen;overwegende dat slotbeperkingen een prikkel zijn voormaatschappijen om zo groot mogelijke vliegtuigen in tezetten op routes;verzoekt de regering in overleg met Schiphol een plan uitte werken ten behoeve van de luchtvaartnota om de eersteelektrische vliegtuigen tot 2040 — vergelijkbaar met deplannen van Heathrow — vrij te stellen van start- en lan-dingsgelden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte enAmhaouch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 48 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat alternatieve brandstoffen zoals elektrischrijden financieel aantrekkelijker worden;overwegende dat in Europese regelgeving verplicht isgesteld dat informatie van een brandstofprijsvergelijkerbeschikbaar dient te komen bij het tankstation;verzoekt de regering om als Nederland in Europees verbandvoorop te lopen met de sector door Nederlandse pilots testarten met het beschikbaar stellen van een brandstofprijs-vergelijker zichtbaar bij de tankstations en middels een app,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte enSchonis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.21-14-428 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Zij krijgt nr. 49 (35000-XII).De heer Paternotte (D66):En zo heb je vier seconden over. Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heerGijs van Dijk. De heer Van Dijk heeft twee minuten, althansvolgens ons schema. Ga uw gang.De heer Gijs van Dijk (PvdA):Dank, voorzitter. Je leert ook op zo'n avond, ook al is hetlaat, dat de cursus snel moties voorlezen bij D66 goedgeorganiseerd is. Bij mij is dat niet nodig, want ik heb maaréén motie.Ik dank de minister en de staatssecretaris voor de schrifte-lijke beantwoording van de vragen, met ook een aantaltoezeggingen om dingen mee te nemen, net als hier in hetdebat. Veel dank daarvoor. Ik ben ook blij met de toezeggingover de beheerautoriteit of de Waddencommissaris, in mijnwoorden. Wanneer kunnen wij de uitwerking daarvan ver-wachten van de minister?Ik heb één motie, over Uber.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat iedereen veilig de weg op wil en datdaarom chauffeurs voldoende rust moeten hebben;constaterende dat Uber zich niet verantwoordelijk voeltvoor Nederlandse wet- en regelgeving, zoals de rij- enrusttijden;overwegende dat Uber via haar algoritmen kan bijhoudenhoelang een Uberchauffeur aan het werk is en dat in anderelanden hier al een systeem voor is;verzoekt de regering in gesprek met Uber te gaan over hoefraude en het overtreden van de regels voorkomen kanworden, en daarbij zo mogelijk afspraken te maken overaanpassingen aan de app die daarbij kunnen helpen, en deKamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Gijs van Dijk enLaçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 50 (35000-XII).Dank u wel. Dan nodig ik mevrouw Dik-Faber uit voor haartwee minuten.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Drie moties.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er een green deal is met het Rijk, ProRailen NS met als doel om 75% van het afval op de stationsgescheiden in te zamelen en 25% van de hoeveelheid afvalvan reizigers te verminderen in 2020;overwegende dat op dit moment een groot deel van hetafval niet gescheiden wordt opgehaald en dat apartgescheiden papier en restafval vaak zelfs in één bak belan-den waardoor het niet meer te recyclen is;overwegende dat er nog te weinig vorderingen zijn om dedoelen uit de green deal te halen;spreekt uit dat de doelen uit de green deal in 2020 gehaaldmoeten worden;verzoekt de regering ProRail en NS aan te spreken op deafspraken uit de green deal, met als inzet te bevorderen dathet aantal stations waar afvalscheiding plaatsvindt dekomende jaren wordt verhoogd naar ten minste alle IC-stations, en te zorgen dat op deze stations meerdere soortenafval worden gescheiden, waaronder in elk geval plastics,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Teu-nissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 51 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de kledingindustrie een enorme milieu-druk en watergebruik kent bij de productie en het transport;overwegende dat textielinzamelaars als Leger des HeilsReShare veel moeite hebben om kleding te recyclen doorlaagwaardige kledingkwaliteit, beperkt hergebruik door dekledingsector en misleidende labels over de samenstellingvan kleding;overwegende dat de staatssecretaris met prioriteit inzet opeen 100% circulaire textielsector en in gesprek gaat met dekledingbranche;verzoekt de regering bij het gesprek met de kledingbranchein te zetten op:21-14-438 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer -opschaling van textielinzameling en -recycling;-afspraken over een minimumpercentage van gerecycledtextiel in nieuwe producten;-afspraken om laagwaardige niet-recyclebare kleding uitte bannen;-afspraken over kledinglabels met een juiste weergavevan de samenstelling van grondstoffen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en VanEijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 52 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat gemeenten nog nauwelijks sturen opduurzaamheid bij de inkoop van eigen vervoersmiddelenen dat slechts 8% voldoet aan de landelijke duurzaamheids-criteria voor luchtkwaliteit en CO2-uitstoot bij aanbestedin-gen voor dienstauto's, contractvervoer en vuilniswagens;overwegende dat de motie-Dik-Faber c.s. (34775-XII, nr. 44)verzoekt om het goede voorbeeld te geven bij de duurzameoverheidsinkoop van voertuigen en samen met de VNG deduurzame inkoop van voertuigen te verbeteren;overwegende dat bestuursakkoorden voor nul-emissiedoel-groepenvervoer en busvervoer succesvolle voorbeeldenzijn;verzoekt de regering maximaal in te zetten op een ambiti-euze EU-richtlijn schone voertuigen;verzoekt de regering tevens ambitieuze invulling te gevenaan de EU-richtlijn door in aansluiting op bestaandebestuursakkoorden voor duurzaam (nul-emissie)vervoerafspraken te maken met decentrale overheden over deduurzame inkoop van het eigen wagenpark, zoals dienst-auto's, bestelauto's en zware voertuigen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber enStoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 53 (35000-XII).Dank u wel.Dan geef ik het woord aan mevrouw Teunissen namens dePartij voor de Dieren. U en de heer Van Raan hebben teza-men nog vier minuten staan.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de minister en destaatssecretaris hartelijk bedanken voor de uitgebreidebeantwoording. Ik kijk uit naar de vele mooie debatten dienog gaan komen. Als aanmoediging tot een duurzamerbeleid heb ik een drietal moties.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering het gebruik van biobrandstof-fen wil stimuleren en daarom overweegt het percentageverplichte bijmenging van biobrandstoffen te verhogen;constaterende dat het Planbureau voor de Leefomgeving(PBL) heeft berekend dat er een tekort aan duurzame bio-massa is om aan deze verplichting te voldoen;overwegende het risico dat het aandeel niet-duurzamebiobrandstof in de tank toeneemt;verzoekt de regering om het percentage verplichte bijmen-ging van biobrandstoffen niet te verhogen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 54 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat gescheiden ingezameld reizigersafval opNS-stations alsnog ongescheiden wordt verwerkt;constaterende dat dit mede komt doordat reizigersafvalgelabeld is als bedrijfsafval, terwijl nascheidingsinstallatiesvoor hoogwaardige recycling alleen toegankelijk zijn voorhuishoudelijk afval;overwegende dat reizigersafval qua samenstelling sterkovereenkomt met huishoudelijk afval;verzoekt de regering te onderzoeken hoe bedrijven zoalsNS en ProRail met gescheiden ingezameld afval gebruikkunnen maken van nascheidingsinstallaties voor hoogwaar-dige recycling,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.21-14-448 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Zij krijgt nr. 55 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat een meer plantaardig voedingspatroonkan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen;constaterende dat de voedselkeuze in sterke mate wordtbepaald door het aanbod en de sociale norm;constaterende dat het concept "Carnivoor? Geef het door!"van professor Henriëtte Prast hierop inspeelt door plantaar-dige maaltijden als uitgangspunt te nemen in de menukaart,met behoud van volledige keuzevrijheid;verzoekt de regering om het ministerie van Infrastructuuren Waterstaat te laten functioneren als initiator door hetconcept "Carnivoor? Geef het door!" in te voeren op allebijeenkomsten die het ministerie organiseert,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 56 (35000-XII).Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, hartelijk dank.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Raanvoor de resterende tijd.De heer Van Raan (PvdD):Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties en dan nog watafsluitende opmerkingen.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering de MER Lelystad Airport naar deEuropese Commissie te sturen voor een oordeel,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Krol enLaçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 57 (35000-XII).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de minister van lenW heeft aangegevendat olie niet tot een duurzame brandstof gerekend zoumogen worden;verzoekt de regering zich maximaal in te spannen dat bin-nen CORSIA fossiel gewonnen olie niet als "green alterna-tive fuel" kan bestaan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan enPaternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 58 (35000-XII).De heer Van Raan (PvdD):Voorzitter. Dan nog een paar afsluitende opmerkingen.Allereerst natuurlijk dank voor de beantwoording van devragen. Ik heb nog een verzoek. Wij ontvangen graag eenbrief van de minister van IenW over de verhouding tussenCORSIA en EU ETS, met name op het punt van debevoegdheden. De minister gaf al een beetje aan: als u hetzo streng vraagt, heb ik misschien ... Maar een brief zoudan op zijn plaats zijn, graag voor het AO Luchtvaart van 5december en zo mogelijk nog voor 1 december. 1 decemberis in dat verband namelijk best een belangrijke datum.Dan nog een paar andere opmerkingen. Jammer dat deminister niet nu al het wijze besluit neemt om Lelystad nietopen te laten gaan. Wel heel fijn dat ze olie ook niet ziet alsgroene brandstof. We kregen nog een vraag uit het veld.Een van de bewonersgroepen wil namelijk graag wetenwelke bewonersgroepen om geld gevraagd hebben. Bij debewonersverenigingen is daar namelijk niets van bekend.Misschien zou daar wat informatie over kunnen komen.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw VanBrenk. U heeft nog twee minuten.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dank, voorzitter. Ik had vijf moties, maar door diverse toe-zeggingen van de bewindslieden zijn er nog maar tweeover. De verkeersveiligheid heeft topprioriteit. Dat is volko-men terecht. Wij hebben onze zorgen geuit over voetgan-gers en dan met name mensen met beperkingen. Voor henis veilig oversteken van groot belang. Daarom deze motie.Motie21-14-458 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het nogal eens gebeurt dat zebrapadenwel doorgetrokken worden over de rijbaan, maar niet overhet fietspad;overwegende dat dit kan leiden tot gevaarlijke situatiestussen fietsers en voetgangers;verzoekt de regering lokale, regionale en landelijke wegbe-heerders nadrukkelijk te wijzen op dit probleem en hun tevragen dit aan te pakken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 59 (35000-XII).Mevrouw Van Brenk (50PLUS):De volgende.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat in Zuid-Holland de eerste CO2-negatieveweg is ingericht;overwegende dat alle overheden het goede voorbeeldmoeten geven wat betreft de CO2-impact van hun maatre-gelen;overwegende dat onder meer de CO2-prestatieladder alwordt gehanteerd;verzoekt de regering bij infrastructurele aanbestedingenCO2-neutraliteit als belangrijke factor op te nemen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 60 (35000-XII).Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heerStoffer. U heeft nog één minuut op de lijst staan. De heerAzarkan heeft zich voor de tweede termijn afgemeld. Hetwoord is aan de heer Stoffer. Gaat uw gang.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter, dank u wel. Ik heb maar één minuut, maar ookéén motie. Dat moet volgens mij lukken.Ik dank de staatssecretaris en de minister voor de beant-woording. Ik zeg niet dat ik met ieder antwoord blij was,maar de antwoorden waren wel goed.Ik begon gisteren mijn bijdrage met dat we trots kunnenzijn op onze infrastructuur, maar dat het ook elke dag nogeen beetje beter kan en dat dat vooral ook samen metanderen moet. Vandaar de volgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de doelstelling van maximaal 500 ver-keersdoden en 10.600 ernstig gewonden ver buiten bereikis;overwegende dat gewerkt wordt aan het Strategisch PlanVerkeersveiligheid 2030;overwegende dat het kabinet zich volgens het regeerak-koord in wil zetten voor realisatie van het manifest "Ver-keersveiligheid: een nationale prioriteit";overwegende dat voor veiligheidsmaatregelen, zoals hetprogramma Meer Veilig, niet structureel geld beschikbaaris;verzoekt de regering in overleg met betrokken partijen inhet kader van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030in te zetten op gerichte, integrale actieagenda's van Rijk,provincies en gemeenten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en RemcoDijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 61 (35000-XII).Wij zijn hiermee aan het einde gekomen van de tweedetermijn van de zijde van de Kamer. We gaan de minister ende staatssecretaris nu de gelegenheid geven zich even voorte bereiden op een oordeel over alle moties en op eenenkele vraag die nog gesteld is. Hopelijk kunnen we om00.50 uur de beantwoording aanvangen. We gaan ons bestdoen. Mochten er een paar minuutjes extra nodig zijn, danhoren we dat. Maar als 00.50 uur zou lukken, dan zou datheel erg fijn zijn.De vergadering wordt van 00.29 uur tot 00.58 uur geschorst.De voorzitter:Wij zijn aangekomen bij de tweede termijn van de zijde vanhet kabinet. Ik zou de bewindspersonen willen verzoeken21-14-468 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer om snel een oordeel te geven over de moties, en daarnaover de amendementen, als dat kan. Met de leden zou ikwillen afspraken dat als het om hun eigen motie gaat, zijdaar dan een enkele vraag over kunnen stellen.Dan mag ik het woord geven aan de minister. Gaat uw gang.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dank u wel, voorzitter. Voordat ik aan de moties en amen-dementen begin, wil ik graag eerst even de vragen beant-woorden die nog gesteld zijn. Het is makkelijk om dat eerstmaar even te doen.De heer Von Martels heeft nog gevraagd wat nou preciesde planning is die hoort bij het overzicht van die truckpar-kingplekken. Ik zal de Kamer daarover informeren in hetkader van het notaoverleg MIRT. Dus daarbij kunt u dattegemoet zien.Verder heeft de heer Von Martels nog gevraagd: wanneerkomt het WODC-onderzoek naar de EMA? Dat rapport zaleind 2019 komen. Ik zal dat dan uiteraard aan u doen toeko-men.Dan heeft de heer Van Dijk nog gevraagd naar de apprecia-tie over de Waddenautoriteit. Die komt begin 2019 naar utoe.Dan hebben we nog vragen van de heer Van Raan. Hij vroegnaar een brief over de relatie tussen EU ETS en CORSIA.Die wilt u het liefst ontvangen vóór het AO Luchtvaart van5 december. Dat gaan we doen.Hij had ook nog gevraagd of dat dan ook nog voor 1december kon. Een brief voor een AO hoort er een weekvan tevoren te zijn, dus dat is dan voor 1 december.In diezelfde brief zal ik dan ook terugkomen op zijn vraagomtrent bewonersgroepen en geld, als hij dat goed vindt.Dan ga ik nu beginnen aan de moties, voorzitter.De voorzitter:Ik hoor nog een vraag buiten de microfoon om. Misschienkan de minister die vraag even herhalen?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ja, de heer Laçin vroeg naar de uitvoering van de motievan de heren Van Aalst en Laçin over de binnenvaart, deCCR. De beantwoording daarvan wil ik graag meenemennaar het AO Maritiem dat in december plaatsvindt, wanthet is te technisch om dat nu even te doen. Dan kunnen wehet daar bespreken.Dan heb ik nu wel alle vragen beantwoord, denk ik. Excusesdat deze erdoor was geglipt.Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 26 van de hand vanmevrouw Kröger. Die motie ontraad ik. Europese vluchtenkunnen in het kader van het ICAO-verdrag gewoon nietgezien worden als binnenlandse vluchten.De motie op stuk nr. 27 is ook van de hand van mevrouwKröger. Die ontraad ik ook. Ik heb vier onafhankelijke,gerenommeerde bureaus gevraagd. De Commissie voorde m.e.r. was ook op de hoogte, dus een nieuw advies isniet nodig.De voorzitter:Even voor de heer Laçin: de motie op stuk nr. 26 ontraadtde minister en de motie op stuk nr. 27 ontraadt zij ook.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dan de motie op stuk nr. 31. We hebben de moties evenonder ons verdeeld. Deze motie ontraad ik ook. Dit is deprimaire verantwoordelijkheid van staatssecretaris Snel ende motie zou dan ook bij hem moeten worden ingediend.In de motie op stuk nr. 32 wordt door de heer Von Martelsgevraagd naar separate rijstroken. Ik zou daarvan willenzeggen: als u die twee woorden eruit haalt, dan zou ik demotie oordeel Kamer kunnen geven. En anders moet ik demotie ontraden, want die separate rijstroken dragen nietaltijd per definitie bij aan een optimale benutting van hetwegennet. Dat is ook in de regio's breed gedeeld, dus datkan ik niet doen. Maar als u die twee woorden eruit zouhalen, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.De voorzitter:Dan geef ik als eerste het woord aan de heer Von Martels.De heer Von Martels (CDA):Dat lijkt me een goed idee; dat ga ik doen.De voorzitter:De heer Von Martels past de motie op stuk nr. 32 aan con-form de suggestie van de minister. Daarmee is het oordeelaan de Kamer.Mevrouw Kröger, u had een vraag over de vorige motie?Mevrouw Kröger (GroenLinks):Ja, over de motie op stuk nr. 31. Kan de minister dit over-leggen met staatssecretaris Snel en kan ik dan een schrifte-lijke reactie krijgen met het oordeel over deze motie?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dat kan. Maar ik kan u wel aangeven dat als het wetsvoor-stel is ingediend, u nog volop de ruimte krijgt voor het debathierover. Maar als u dit graag doorgeleid wilt hebben naarstaatssecretaris Snel, dan kan ik dat uiteraard doen.Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 33. Daarbij heb ik een-zelfde soort verzoek als net aan de heer Von Martels. Hierwordt gevraagd om een sluitende verkeersongelukkenregi-stratie. Als hij het woord "sluitend" weg kan halen — 100%sluitend kun je nooit garanderen — kan ik de motie oordeelKamer geven. Als het woord blijft staan, moet ik de motieontraden.21-14-478 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer De heer Von Martels (CDA):Ik ben blij dat ik niet meer dan twee moties heb ingediend,want anders moet ik iedere keer naar voren stappen omiets te wijzigen. Ook hier wil ik aan voldoen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 33 wordt gewijzigd: het woord "slui-tend" wordt weggestreept. Het oordeel over deze motie is:oordeel Kamer.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dan ben ik bij de motie op stuk nr. 35. Ook die motie kan ikoordeel Kamer geven. En ook de motie op stuk nr. 37 kanik oordeel Kamer geven.De heer Paternotte (D66):Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 35. Ik vraag meaf of in de ogen van de minister het beleid wijzigt zoals dattot op heden gevoerd is.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik zie het niet direct als een wijziging, maar omdat ervoortdurend nog allerlei vragen en onduidelijkheden overopduiken, vind ik het ook geen bezwaar om het nog eenkeer hierin te bevestigen. Daarom geef ik de motie oordeelKamer, om iedere onduidelijkheid weg te nemen.Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 38. Die motie wil ikontraden. Alle bewoners hebben dezelfde mogelijkhedenals het gaat om het indienen van klachten en dergelijke. Ikwil in de formele vertegenwoordigingen niet vooruitlopenop de evaluatie van de ORS. Een alternatief zou dus kunnenzijn om de motie even aan te houden.De heer Laçin (SP):We hebben een paar maanden geleden hierover een debatgehad, waarin werd gesteld dat klachten van mensen diein gemeenten buiten de geluidscontouren wonen, welingediend kunnen worden, maar dat die niet behandeldworden. Daar gaat deze motie over. Het onderzoek van deGGD duidt aan dat er veel meer mensen zijn met ernstigeoverlast, dat die ook serieus genomen moeten worden endat hun klachten ook behandeld moeten worden. Dat is devraag.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Het verzoek gaat echt vrij breed: om dezelfde rechten enmogelijkheden te geven. Dat heeft te maken met wettelijkecontouren. Dat kun je niet zomaar doen, dus ik wil daarovereerst gewoon het advies van de ORS afwachten. Dan kun-nen we dit in het bredere verhaal afwegen.De heer Laçin (SP):Wanneer komt het oordeel van de ORS?Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:We hebben de adviesaanvraag uitstaan met het verzoekom het nog dit jaar te doen. Ik kan natuurlijk niet garanderendat ze het doen, maar we hebben aan hen gevraagd om ditadvies voor het kerstreces aan ons uit te brengen.De heer Laçin (SP):Dan houd ik de motie aan, voorzitter.De voorzitter:Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (35000-XII, nr. 38) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:De motie op stuk nr. 39 wil ik ontraden, want het is vooraleen verantwoordelijkheid van de minister en staatssecretarisvan SZW, maar het belangrijkste punt is eigenlijk dat lan-dingsrechten van EU-luchtvaartmaatschappijen intrekkenniet kan. Op grond van een EU-recht is dat niet mogelijk.De voorzitter:Eén korte vraag, meneer Laçin.De heer Laçin (SP):Ja, een korte vraag. Het zou niet kunnen, maar in Duitslandloopt dit onderzoek ook op dit moment. De vraag is of deminister kan onderzoeken op welke manier zij luchtvaart-maatschappijen die onze regels en wetten aan hun laarslappen, kan weren, of dat nou met landingsrechten is ofniet. Hoe kunnen we ze weren? Dat is eigenlijk de vraag. Ikkan de motie wijzigen, als dat de minister helpt, maar ik wilweten hoe we die maatschappijen kunnen weren. Of datnou met landingsrechten is, ja of nee, of anders ...De voorzitter:Uw punt is duidelijk. Ik geef het woord aan de minister.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ik blijf bij mijn oordeel "ontraden", maar ik wil u wel toezeg-gen dat we nog wat uitgebreider zullen rapporteren overdit punt in de brief die voor het AO Luchtvaart komt.De motie op stuk nr. 45 kan ik oordeel Kamer geven.De motie op stuk nr. 46 zal ik ontraden. Ten eerste is destaatssecretaris van Financiën hiervoor namelijk de verant-woordelijke. Daarnaast is het, zoals aangegeven, vooralvan belang om in EU-verband de opties voor een vliegbe-lasting te bespreken. Collega Snel zal dit bij zijn conferentiemeenemen.De motie op stuk nr. 48 kan ik oordeel Kamer geven.Dan schiet ik door naar de motie op stuk nr. 56. Daar benik, denk ik, heel duidelijk over geweest in het debat metmevrouw Teunissen. Die zal ik ontraden.Van de motie op stuk nr. 57 zal ook duidelijk zijn dat ik diezal ontraden. Dat bleek al duidelijk uit het debat.21-14-488 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer De motie op stuk nr. 58 kan ik oordeel Kamer geven. Demotie op stuk nr. 59 kan ik ook oordeel Kamer geven. Demotie op stuk nr. 60 kan ook oordeel Kamer krijgen. Demotie op stuk nr. 61 ook.De andere moties komen bij de staatssecretaris aan bod.Dan ben ik toe aan de amendementen, voorzitter. Hetamendement op stuk nr. 13 wil ik ontraden.De voorzitter:De amendementen liggen misschien bij een aantal ledendoor elkaar, dus het is wel goed om even de indieners tenoemen.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Het amendement op stuk nr. 13 is van het lid Laçin en heeftbetrekking op de ILT. De ILT werkt hard aan de omvormingnaar het risicogericht toezicht. De beleidsdoorlichting loopt.Ik wil niet vooruitlopen op die conclusies. Derhalve ontraadik het amendement.Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 15 van de ledenPaternotte en Bruins. Dat wil ik ook ontraden, want in deLuchtvaartnota wordt de governance rondom het omge-vingsoverleg breed besproken. Ik heb hem al aangegevendat het een heel sympathiek amendement is. Ik wil het graagdaarin meenemen, maar ik vind het nu ontijdig. Dat is dereden waarom ik het ontraad.Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 16 van de ledenLeijten en Laçin. Het voorstel voor het Belastingplan ligt bijhet ministerie van Financiën, maar ik wil het amendementinhoudelijk ontraden, want de onderuitputting wordt alstructureel afgeroomd, dus dit heeft geen deugdelijke dek-king.Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 19 van het lidVan Brenk. Dat is eigenlijk een amendement dat ik graagmet haar zou willen bespreken bij het wetgevingsoverlegWater, want het is een beetje vreemd om hier op eenamendement in te gaan als we het onderwerp inhoudelijknog helemaal niet besproken hebben. Het lijkt me verstan-dig om het daar te bespreken. Als u een oordeel wilt, dankan dat ook, maar het is misschien een beetje gek als derest van de Kamer nog helemaal niet mee heeft gesprokenover het onderwerp.De voorzitter:Voor de goede orde: het WGO is gepland op 26 novemberen we stemmen pas over de amendementen na 26november.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dat is logischer.Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 20 van de ledenStoffer en Von Martels. Dat wil ik ontraden, want we hebbenal 25 miljoen aanvullend voor de veiligheid van de N-wegenen ik maak nu afspraken met de provincie over een bijzon-dere impuls en de dekking komt uit Eurovignetinkomsten.Die zijn opgebracht door de transportsector en dat sluit nietaan bij de provinciale wegen.De voorzitter:Mag ik even een nadere duiding van het nummer? Ik hebhier op mijn lijst Van Aalst staan bij het amendement opstuk nr. 20.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dit is nummer 35000 A, een amendement van de ledenStoffer en Von Martels.De heer Stoffer (SGP):Het was een amendement van de heer Stoffer. Oorspronke-lijk was het Stoffer/Von Martels, maar de laatste had erafgemoeten.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:O, dat staat hier niet op.De heer Stoffer (SGP):Maar voor de rest is het helder.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Dan heb ik het gewijzigde amendement op stuk nr. 25 metnummer 35000 van het begrotingshoofdstuk XII van hetministerie. Dat is van de leden Paternotte en Dik-Faber. Datvervangt het amendement op stuk nr. 23, zeg ik er dan ookmaar even voor de volledigheid bij. Ik ontraad dit amende-ment. Dat is ook uitgebreid gewisseld tijdens het debat. Destaatssecretaris en ik werken gezamenlijk aan het actieplanlaadinfrastructuur. De borden passen daar ook binnen.Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 22 van het lidKröger. Ook dat valt onder hoofdstuk XII van deze begroting.Het vervangt het amendement op stuk nr. 21. Hiervoor geldteigenlijk hetzelfde als voor het amendement van de heerLaçin op stuk nr. 13. De ILT werkt aan risicogericht toezicht.De beleidsdoorlichting loopt. Ik ontraad het amendementdus.Dan kom ik bij wederom bij een amendement op stuk nr.22. Dat heeft nummer 35000 A.De voorzitter:Dat is een amendement op het Infrafonds.Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:Ja, en daar hoort ook 35000-XII bij, want die zijn in combi-natie. Het zal geen verrassing zijn dat ik die amendementenontraad, want dat hebben we in het debat al gewisseld. Wegaan niet de BBSO gebruiken.Dat waren mijn moties en amendementen.21-14-498 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de staats-secretaris voor haar beantwoording van de gestelde vragenen het behandelen van de overige moties. Ga uw gang.Staatssecretaris Van Veldhoven:Dank u wel, voorzitter. De heer Ziengs had nog een speci-fieke vraag over het KNMI-uurtarief. Die is zo specifiek datik helaas moet voorstellen dat ik die schriftelijk beantwoord.Ik zie dat de heer Ziengs daarmee instemt.Hij had ook een vraag in de context van asbestdaken. Hijheeft aandacht gevraagd voor verduurzaming en contactmet verzekeraars. Ik kan bevestigen dat daar zeker aandachtvoor is en dat er ook contacten zijn met verzekeraars overde mogelijk rol die zij kunnen spelen.Mevrouw Kröger had een vraag gesteld over Bibob. Dedecentrale overheden zijn op de hoogte van de mogelijkhe-den tot het inzetten van de Wet Bibob. Voor de majeurerisicobedrijven staat in de Wabo de mogelijkheid opgeno-men tot het uitvoeren van het Bibob-onderzoek, maar hetstandaard toepassen van Bibop past niet in een risicoge-richte proportionele toepassing van die wet.Dan had de heer Ziengs nog een vraag over de situatierondom de drielandentrein. Ik ben in overleg met mijnBelgische ambtgenoot om te zien hoe we die situatie tochverder kunnen brengen. De eisen in België zijn nu eenmaalanders dan in Nederland, maar we voeren overleg. Er is alminimaal zes keer ambtelijk en politiek met elkaar overgesproken. Dat blijven we ook gewoon doen. Mijn strevenis om zo snel mogelijk tot een goede oplossing te komenvoor het kunnen laten rijden van die drielandentrein.De heer Amhaouch had nog een vraag over de BDU-gelden.Dit betreft maar twee vervoerregio's, namelijk de Vervoer-regio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam DenHaag. De overige regio's ontvangen geld voor openbaarvervoer en regionale bereikbaarheid via het Provinciefonds.Toen de heer Amhaouch daarnaar vroeg, zei ik: dit is niethet enige. Nee, de rest krijgt het dus via het Provinciefonds.Het leek me goed om dat nog even te verhelderen. En dejaarrekeningen van allemaal zijn openbaar. Daar is dus ookin terug te vinden waar dat geld aan besteed is.De heer Laçin vroeg nog een eerste reactie op het REACH-verhaal. Ik zou het volgende tegen hem willen zeggen. Eerstwisten we weinig. Nu zijn er 21.000 stoffen geregistreerd.Daar weten we een deel van. Dat blijft onvoldoende als dedossiers niet compleet zijn. Ik wil dan ook extra actie. Datmoet op Europees niveau gebeuren, want anders gaan allelidstaten daar apart onderzoek naar doen. Dus ECHA, hetEuropese instituut, en de Commissie moeten hier leveren.Ik zal het zeker aankaarten in de Milieuraad van aanstaandedecember. Ik heb ook een aantal milieuministers waarmeeik in de REACH-UP-groep de ambities bespreek. Samen methen zal ik dit in december in de Milieuraad aankaarten.De voorzitter:Een korte vraag van de heer Laçin.De heer Laçin (SP):Ik heb vandaag tijdens de regeling een debat hieroveraangevraagd. Dat komt er niet. Maar er is wel om een briefgevraagd. Ik hoop dat die brief in ieder geval voor het AOExterne veiligheid naar de Kamer komt. Daarna hebben wenog het WGO Water en het AO ter voorbereiding van deMilieuraad. We moeten die brief op tijd hebben, zodat wehem kunnen betrekken bij een van die debatten.Staatssecretaris Van Veldhoven:Misschien is het goed dat ik ook even met mijn collega's inde EU, de andere leden van de REACH-UP-groep, gezamen-lijk een strategie afstem over hoe we dat willen agenderenin de Milieuraad. Dan zorg ik dat er voor het AO ter voorbe-reiding van de Milieuraad daarover een brief bij de Kamerligt.Voorzitter. Dan ga ik snel door naar de moties. De motie opstuk nr. 24 over de spoorwegpolitie ontraad ik. Dat is deverantwoordelijkheid van het ministerie van JenV. Ik hebrecent op een eigen werkbezoek in Rotterdam ook van demensen gehoord dat ze vinden dat het nu goed werkt.De motie op stuk nr. 28 van mevrouw Kröger gaat overveelplegers en boetes. Ik zou haar willen verzoeken omdeze motie aan te houden, omdat dit namelijk om overlegvraagt met de minister van JenV. Ik zie haar knikken, dusik neem aan dat zij daartoe bereid is. Dat is heel fijn.De voorzitter:Zo ver is het nog niet. Ik zie dat mevrouw Kröger naar vorenkomt.Mevrouw Kröger (GroenLinks):Ik kan me voorstellen dat deze motie overleg vergt. Ik wilwel horen op welke termijn ik dan zicht heb op de uitkomstvan dat overleg.Staatssecretaris Van Veldhoven:Dat hangt af van het overleg. Dat hangt ervan af hoe snelhet vlot met de minister van JenV. We zullen hieroverspoedig contact met ze opnemen. We zullen er dan zospoedig mogelijk iets over melden.De voorzitter:Mag ik dan de conclusie trekken dat de motie wordt aange-houden of denkt zij daar nog over na?Mevrouw Kröger (GroenLinks):Nee hoor. Ik houd de motie aan.De voorzitter:Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie(35000-XII, nr. 28) aan te houden.Daartoe wordt besloten.21-14-508 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Staatssecretaris Van Veldhoven:Dan de motie van mevrouw Kröger op nr. 29 over leges ende omgevingsvergunning. Ik zou mevrouw Kröger willensuggereren om dit verzoek door te geleiden naar de ministervan BZK, want BZK gaat over de Omgevingswet. Daar heeftdeze motie betrekking op. Dus als zij wil, kan ik deze motievoor een reactie doorgeleiden naar de minister van BZK.Dan moet de motie in de tussentijd dus worden aangehou-den. Ik zie dat mevrouw Kröger knikt. Dan ga ik daarvan uit.De voorzitter:Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie(35000-XII, nr. 29) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Van Veldhoven:In de motie op stuk nr. 30 wordt verzocht om een fiscaleherziening. Dat is echt een punt voor het gesprek met destaatssecretaris van Financiën bij het Belastingplan. Ik ont-raad deze motie.Ik doe het verzoek aan de indieners om de motie op stuknr. 34 aan te houden, want deze proef in Nijmegen isinderdaad interessant. Het raakt ook het beleidsterrein vanhoger onderwijs. Ik moet dus overleggen met het ministerievan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en zal dan eenreactie op die proef aan de Kamer doen toekomen. Ik doedus eigenlijk het verzoek om deze motie nog even aan tehouden.De voorzitter:Ik zie ondertussen mevrouw Kröger bij de interruptiemicro-foon. Gaat uw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks):De beoordeling van de motie op stuk nr. 30 ging heel snel.Die zou met de staatssecretaris van Financiën moetenworden besproken. De motie verzoekt de regering om metde sectororganisaties, met de mobiliteitsalliantie te sprekenover de verlangens en wensen richting 2030. Dat betreftook de elektrificatie van ons vervoer. Dat is het eerste ver-zoek in de motie en dat lijkt me echt wel te horen in hetbeleidsterrein van deze bewindspersonen. Ik kan de motieaanpassen ten aanzien van tweede verzoek dat bij Financiënzou horen. Dan kunnen deze bewindspersonen het eersteverzoek uitvoeren.Staatssecretaris Van Veldhoven:Dan is de motie overbodig en moet ik deze ontraden, wantwij hebben in de brief over het klimaatakkoord aangegevenwelke gesprekken we gaan voeren.De voorzitter:De motie op stuk nr. 30 wordt ontraden. We waren bij demotie op stuk nr. 34. De staatssecretaris heeft het verzoekgedaan om die aan te houden. Ik stel vast dat de ledendaarmee akkoord gaan.Op verzoek van de heer Amhaouch stel ik voor zijn motie(35000-XII, nr. 34) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Van Veldhoven:Het oordeel over de motie-Amhaouch c.s. op stuk nr. 36laat ik aan de Kamer over.Ik ontraad de motie-Laçin op stuk nr. 40, want ik kies naafloop niet meer voor een subsidie, maar voor financiering.De motie vraagt mij, de subsidie door te zetten. Daar benik niet toe bereid, dus ik ontraad de motie.De motie-Laçin c.s. op stuk nr. 41 is overbodig, want ik komal met een veelplegersaanpak bij milieuovertredingen ende ILT doet al heel veel tegen milieucriminaliteit en rappor-teert ook over de effecten in haar jaarverslag. Dus ik ontraaddeze motie.Het oordeel over de motie-Van Eijs op stuk nr. 42 laat ikover aan de Kamer.Dan de motie-Van Eijs op stuk nr. 43. Daar ga ik op in in deuitvoeringsagenda, dus ik zou mevrouw Van Eijs willenvragen om deze motie aan te houden.De voorzitter:Mevrouw Van Eijs knikt instemmend op het verzoek om demotie aan te houden.Op verzoek van mevrouw Van Eijs stel ik voor haar motie(35000-XII, nr. 43) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Van Veldhoven:Datzelfde verzoek zou ik ook willen doen voor de motie-vanEijs op stuk nr. 44, met dezelfde argumentatie. Ook daaropkom ik terug in de uitvoeringsagenda.De voorzitter:Ik kijk naar mevrouw Van Eijs. Zij gaat akkoord met hetaanhouden van de motie.Op verzoek van mevrouw Van Eijs stel ik voor haar motie(35000-XII, nr. 44) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Van Veldhoven:De motie-Paternotte c.s. op stuk nr. 47: oordeel Kamer.De motie-Paternotte/Schonis op stuk nr. 49: oordeel Kamer.De motie-Gijs van Dijk/Laçin op stuk nr. 50: oordeel Kamer.De motie-Dik-Faber/Teunissen op stuk nr. 51: oordeelKamer.21-14-518 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer Over de motie-Dik-Faber/Van Eijs op stuk nr. 52 zou ik tegenmevrouw Dik-Faber willen zeggen: ik kan het gesprek aan-gaan over de punten die zij noemt in de motie, maar het isnatuurlijk de verantwoordelijkheid van de sector, dus ik kaner geen garantie op geven. Als ik de motie zo mag interpre-teren, laat ik het oordeel over aan de Kamer. Ik zie datmevrouw Dik-Faber knikt.Dan de motie-Dik-Faber/Stoffer op stuk nr. 53. Hieroverwordt gesproken in het klimaatakkoord, dus het verzoek isom deze motie aan te houden.De voorzitter:Mevrouw Dik-Faber knikt instemmend op het verzoek vande staatssecretaris om de motie aan te houden.Op verzoek van mevrouw Dik-Faber stel ik voor haar motie(35000-XII, nr. 53) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Van Veldhoven:De motie-Teunissen op stuk nr. 54 moet ik ontraden. Bijmen-ging is opgenomen in Europese regelgeving. In het kadervan het klimaatakkoord worden de mogelijkheden naderbekeken in verband met CO2-winst. Natuurlijk mag dat nietten koste gaan van landbouwgrond. Dus moet het echt gaanover duurzame biobrandstoffen. Onder de streep moet hetgoed zijn voor het milieu. Dat is hoe ik kijk naar die biobrand-stoffen. Maar zoals deze motie nu is gesteld, moet ik dezeontraden.Dan de motie-Teunissen op stuk nr. 31. Ik heb al toegezegdom dat te onderzoeken. Ik zou dus moeten zeggen dat demotie overbodig is, maar anders zou ik in ieder geval willenverzoeken om de motie aan te houden. Dan kan mevrouwTeunissen nadat ik mijn toezegging gestand heb gedaanaltijd nog beoordelen of dat voldoende is. Als zij niet bereidis om de motie aan te houden, moet ik deze ontraden, wantdan is die overbodig.Dan is er een amendement ingediend, op stuk nr. 14, vanhet lid Laçin. Dat is de financiële dekking die eigenlijk hoortbij de motie die hij heeft ingediend over asbest. Hij steltvoor om een subsidie door te zetten. Ik heb net in reactieop de motie al gezegd dat dat niet mijn keuze is. Mijn keuzeis om na de subsidie, die bedoeld was om een versnellingaan te jagen, nu over te gaan op een financieringsinstru-ment. Ik ben bezig om dat uit te werken en daarom ontraadik dat amendement.Daarmee ben ik aan het einde van mijn beantwoording.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomenvan de tweede termijn van de zijde van het kabinet.De algemene beraadslaging wordt gesloten.De voorzitter:Wij stemmen aanstaande dinsdag over de moties. Deamendementen komen om en nabij begin december instemming, nadat wij alle begrotingsbehandelingen hebbengehad.Ik wil de minister, de staatssecretaris en de ambtelijkeondersteuning, hier en elders zeer hartelijk danken. Dankuiteraard aan de Kamerleden en hun ondersteuning. Dankaan onze ondersteuning hier in dit huis. Uiteraard bedankik ook de mensen die dit debat hier hebben gevolgd danwel op een andere manier. Hartelijk dank voor uw belang-stelling.21-14-528 november 2018TK 21Begroting Infrastructuur en Waterstaat2019 en InfrastructuurfondsTweede Kamer

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.