KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026 (Kamerstuk 21501-07-2163)

16 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 625b70a212c395dc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2164 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 16 februari 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over twee brieven van26 januari 2026 (Kamerstukken 21 501-07, nrs. 2158 en 2159) en een briefvan 5 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2163). Met laatstgenoemdebrief heeft de Minister de geannoteerde agenda van de vergaderingen vande Eurogroep en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026 aangeboden.De vragen en opmerkingen zijn op 11 februari 2026 aan de Minister vanFinanciën voorgelegd. Bij brief van 16 februari 2026 zijn de vragenbeantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der LeeDe griffier van de commissie,Weeber kst-21501-07-2164ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21641 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het de stukkendie zijn geagendeerd voor dit schriftelijke overleg. Zij hebben een aantalvragen en opmerkingen.De leden van de D66-fractie merken op dat het verslag van de Ecofinraaden Eurogroep van januari 2026 laat zien hoe nauw economie, geopolitieken Europese samenwerking inmiddels met elkaar verweven zijn. Voor deleden van de D66-fractie staat één vraag centraal: bouwen we aan eenEuropa dat weerbaar en toekomstgericht is, of laten we ons telkensverrassen door crises van buitenaf? Hoe zorgen we voor een noggerichtere samenwerking om investeringen op gang te brengen enEuropa op de toekomst voor te bereiden?Het weerbaarder maken van Europa hangt nauw samen met hetversterken van de innovatiekracht en verhogen van productiviteit. Hetverdiepen van de interne markt speelt hier een belangrijke rol bij, in hetbijzonder het verdiepen van de spaar- en investeringsunierol. Dit zorgtvoor het verbeteren van de opschaling van jonge, innovatieve bedrijvendie vervolgens mondiaal kunnen concurreren. Voortbouwend op hetmomentum van het recent ondertekende EU-Mercosur akkoord en deafronding van de onderhandelingen over een handelsakkoord met India,steunt Nederland daarnaast een ambitieus EU handelsbeleid. Dat draagtbij aan een weerbaarder Europa. Ook zijn investeringen in Europeesinnovatie- en digitaal technologisch leiderschap van belang, zowel vanuiteconomisch als vanuit geopolitiek perspectief.De steun aan Oekraïne blijft voor de leden van de D66-fractie belangrijk.Hoe realistisch is het dat de resterende financiering tijdig door andereinternationale partners wordt geleverd? Welke concrete toezeggingen zijner inmiddels vanuit de G7 en andere IMF-leden? En wat gebeurt er als dietoezeggingen uitblijven?De Europese Commissie dekt met de Ukraine Support Loan vanEUR 90 mld. bij de huidige aannames twee derde van de macro-financiëleen militaire noden van Oekraïne voor de komende twee jaar. Hiermee dektde EU een nog groter deel van de noden van Oekraïne dan in voorgaandejaren. Voor de invulling van de overige één derde blijft aanzienlijke inzetvan de rest van de internationale gemeenschap nodig. In internationalegremia als het Ukraine Donor Platform, de Ukraine Defence Contact Groupen de NAVO vinden hier ook gesprekken over plaats. Ook blijft Nederlandbij partnerlanden benadrukken dat het noodzakelijk is dat zij een eerlijkebijdrage blijven leveren. Recent heeft Japan USD 6 mld. aan extra steuntoegezegd voor 2026, Noorwegen heeft voor 2026 ruim EUR 7,5 mld.beschikbaar gemaakt en Duitsland en Polen hebben zo’n EUR 600 mln.gecommitteerd voor militaire steun. Het resterende tekort dient volgensde Commissie gedekt te worden door andere internationale donoren.Oekraïne heeft de militaire steun nodig om zich op het slagveld teverdedigen. De begrotingssteun is essentieel om maatschappelijk eneconomisch overeind te blijven en de strijd tegen Russische agressievoort te kunnen zetten.Mocht blijken dat Oekraïne een ongedekt financieringstekort heeft, dan ishet aannemelijk dat er in dat geval een brede discussie zal plaatsvinden.De discussie zou in dat geval gaan over de inzet van internationalepartners, inclusief de EU, maar bijvoorbeeld ook over aanvullende inzetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21642 van internationale financiële instellingen en de fasering van hetIMF-programma.Net als bij het lopende IMF-programma wordt ook het nieuwe programmagestart onder het raamwerk voor financiering in een context vanExceptionally High Uncertainty Policy (EHU). Een programma onder EHUvereist financing assurances van een significante groep IMF leden om definanciële risico’s die het IMF aangaat af te dekken. Dit betekent dat hetIMF-programma voor Oekraïne alleen doorgang kan vinden als voldoendeinternationale partners toezeggen Oekraïne financieel te blijven steunen.Op dit moment lijken voldoende landen bereid de benodigde toezeg-gingen af te geven. Volgens het IMF zijn de gesprekken hierover in deafrondende fase.De leden van de D66-fractie hebben een aantal vragen over de opvolgingvan de eurozoneaanbevelingen voor 2026. Deze onderstrepen het belangvan economische weerbaarheid, groei en stabiliteit. De leden van deD66-fractie delen de analyse dat integratie van de Europese kapitaal-markten daarbij cruciaal is. Het kabinet zegt ambitieus te willen inzettenop de kapitaalmarktunie. De leden van de D66-fractie steunen dat, maar zijwillen weten welke concrete stappen Nederland in 2026 gaat zetten omEuropees toezicht daadwerkelijk te versterken.Op 4 december jl. heeft de Europese Commissie het Kapitaalmarktinte-gratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP) gepresenteerd met als doel omde kapitaalmarkten in de EU verder te integreren. Onderdeel hiervan zijnde voorstellen die de Commissie doet om het toezicht op niet-bancairefinanciële instellingen te versterken en waar nodig te centraliseren. Debasis van de inzet ten aanzien van deze voorstellen is de KabinetsinzetKapitaalmarktunie.1 Over de inhoud van de voorstellen en de uitgebreidebeoordeling en inzet van het kabinet ten aanzien van dit voorstel heb ikuw Kamer zoals gebruikelijk per BNC-fiche geïnformeerd.2De onderhandelingen over de voorstellen van het Kapitaalmarktintegratieen Toezichtcentralisatie Pakket (KTP) zijn in januari van 2026 gestart. Hetkabinet hecht daarbij veel waarde aan het maken van voortgang op alleonderdelen van dit pakket ook op het centraliseren van toezicht.Op welke punten is Nederland bereid nationale uitzonderingen los te latenten gunste van eenduidige Europese regels? En hoe voorkomen we dat dekapitaalmarktunie vooral grote lidstaten en multinationals bevoordeelt,terwijl innovatieve mkb-bedrijven achterblijven?De bereidheid van het kabinet om nationale uitzonderingen los te latenten gunste van eenduidigere Europese regels is eerder uiteengezet in dekabinetsinzet Kapitaalmarktunie. Hierin pleit het kabinet onder anderevoor uniformere uitvoering van regelgeving, bijvoorbeeld door omzettingvan richtlijnen in verordeningen. Daarnaast is het kabinet voorstander vanEuropees toezicht op niet-bancaire financiële instellingen die in meerdereEU-lidstaten actief zijn. Beide maatregelen zorgen voor verdere harmoni-satie van regelgeving en toezicht op financiële markten in de EU.De Europese Commissie heeft in het Kapitaalmarktintegratie en Toezicht-centralisatie Pakket (KTP) voorstellen gedaan om richtlijnbepalingen om tezetten naar een verordening en het kabinet steunt deze aanpassingen.1Kamerstukken II 2024/2025, 21 501-07, nr. 2099 (Kabinetsinzet Kapitaalmarktunie)2Kamerstukken II 2025–2026 22 112, nr. 4241 (Fiche: Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentrali-satie Pakket (KTP))Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21643 Sterker toezicht, meer en divers kapitaalaanbod en eenduidigereregelgeving op de Europese kapitaalmarkt is voor alle lidstaten enbedrijven van belang. Verder integratie van de Europese kapitaalmarktenis dus niet alleen van belang voor grote lidstaten en multinationals, maaris ook essentieel voor kleine lidstaten en innovatieve MKB-bedrijven. Deinterne kapitaalmarkt is namelijk gefragmenteerd. InnovatieveMKB-bedrijven in heel Europa hebben moeite om aan financiering tekomen. Hierdoor hebben jonge innovatieve MKB-bedrijven vaak moeiteom door te groeien. Een sterke Europese kapitaalmarkt zorgt ervoor datinnovatie bedrijven binnen de gehele EU gemakkelijker toegang krijgentot financieringsmogelijkheden. Dit zorgt ervoor dat bedrijven makkelijkertoegang krijgen tot financiering, hogere productiviteit, economische groeien brede welvaart. Een sterke Europese kapitaalmarkt is daarom vanbelang voor zowel grote bedrijven als kleine bedrijven en voor zowelgrote als kleine lidstaten.Een ander onderwerp waar de leden van de D66-fractie meer over willenweten is het Stabiliteits- en Groeipact. Deze leden staan voor eenprudente begroting, maar wil ook noodzakelijke ruimte voor investeringenin de toekomst. Hoe weegt de Minister binnen de Ecofinraad hetspanningsveld tussen strikte uitgavenpaden en noodzakelijke publiekeinvesteringen, bijvoorbeeld in defensie en de energietransitie? Ziet hetkabinet ruimte om het pact zo toe te passen, dat landen worden beloondvoor hervormingen en duurzame investeringen?Het uitgangspunt van het – in 2024 herziene – Stabiliteits- en Groepact(SGP) is een geloofwaardige schuldafbouw op middellange termijn.Nederland hecht hieraan groot belang met het oog op stabiele enduurzame economische groei. Lidstaten blijven zelf verantwoordelijk voorde samenstelling van hun begroting en voor het aandeel publiekeinvesteringen. De begrotingsregels leggen wat dat betreft geen enkelerestrictie op. Daardoor is het voor lidstaten mogelijk om hogere nationalepublieke investeringen te combineren met een stabiele of dalendeoverheidsschuld. Wel vraagt dit van lidstaten dat zij hun uitgaven eninkomsten stevig prioriteren. Daarnaast kunnen zij hervormingendoorvoeren die de uitgavengroei op lange termijn in toom houden (zoalsop het gebied van de zorg en pensioenen). Ook zijn maatregelen mogelijkdie de belastingbasis verbreden of verschuiven naar minder verstorendebronnen.Het SGP bevat meerdere elementen om investeringen te waarborgen. Teneerste krijgen lidstaten tijd voor de benodigde budgettaire aanpassingen,wat leidt tot een realistische begrotingsopgave waarbij investeringenkunnen worden geborgd. Een houdbare overheidsschuld en stabielefinancieringscondities als gevolg van deze begrotingsinspanning zulleneraan bijdragen dat lidstaten de nodige publieke investeringen kunnenblijven doen. Ten tweede kunnen lidstaten in aanmerking komen voor eenlangere aanpassingsperiode (van vier naar zeven jaar) onder devoorwaarde dat zij bepaalde investeringen en hervormingen opnemen inhun plan, die aan aanvullende criteria voor onder andere schuldhoud-baarheid en economische groei moeten voldoen. Dit geeft lidstaten eenprikkel om in de begrotingsplannen oog te houden voor voldoendeinvesteringen op de middellange termijn, waaronder die voor de groenetransitie.Tot slot hebben de leden van de D66-fractie een aantal vragen over eentoekomstbestendig Europa, aangaande een onderwerp waar zij eerderaandacht voor vroegen. In Nederland, maar ook in Europa en in de restvan de wereld maken we steeds meer gebruik van digitale betalingssys-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21644 temen. Kan de Minister aangeven welke Nederlandse prioriteiten hij indeze context de komende periode wil blijven verdedigen?Het betalingsverkeer is de afgelopen jaren in toenemende mate gedigitali-seerd. Daarnaast kent het betalingsverkeer ketenafhankelijkheid en reikthet betalingssysteem verder dan onze landsgrenzen. Ik vind het belangrijkdat het Nederlandse girale en chartale betalingsverkeer weerbaar is enblijf mij inzetten voor het afbouwen van afhankelijkheden en het borgenvan de weerbaarheid. Dit doe ik onder andere door de beleidscyclus vitaaluit te voeren (waarbij in kaart wordt gebracht welke ondernemingen vitaalzijn voor Nederland en wat nodig is ter bescherming van die onderne-mingen) en te onderzoeken of meer instellingen onder de Wet vifoondergebracht moeten worden. Ook wordt ingezet op het versterken vande Europese autonomie, onder meer via een Europees betalingssysteem(Wero) en door tijdens de onderhandelingen over de digitale euro tepleiten voor gelijktijdige introductie van zowel online als offline functiona-liteiten. Daarnaast is het belangrijk dat iedereen mee kan doen in hetbetalingsverkeer. Ik blijf mij daarom inzetten voor een toegankelijkbetalingsverkeer. Een voorbeeld hiervan is de Wet chartaal betalings-verkeer, waarmee de beschikbaarheid, bereikbaarheid en betaalbaarheidvan contant geld gewaarborgd wordt.Hoe wordt gewaarborgd dat privacy en offline-gebruik daadwerkelijkgewaarborgd blijven?Nederland heeft in de onderhandelingen over de digitale euro veelaandacht gevraagd voor stevige waarborgen omtrent privacy en voorbehoud van offline gebruik van de digitale euro bij eerste uitgifte. Tenaanzien van privacy heeft Nederland zich ervoor ingezet dat digitale eurotransacties een zeer hoog niveau van privacy hebben, zowel voor onlineals voor offline betalingen. De digitale euro wordt ontworpen met privacyals uitgangspunt, bijvoorbeeld door alleen de minimaal noodzakelijke datate verwerken voor transacties. Daarnaast is in de compromistekst van deRaad vastgelegd dat het Eurosysteem (de ECB en nationale centralebanken) geen toegang mogen hebben tot gegevens die herleidbaar zijnnaar individuele personen. Voor online digitale betalingen zal, net als nuhet geval is in het betalingsverkeer, de verwerking van individuelepersoonsgegevens worden gedaan door betaaldienstverleners diehiervoor aan strenge eisen moeten voldoen. De offline digitale euro zaleen hoger niveau van privacy bieden dan bestaande digitale betalingen.Bij offline transacties zullen de betaaldienstverleners van de ontvangendeen betalende partijen niet kunnen traceren wie de andere betrokken partijof persoon bij de betaling is geweest. Daarmee biedt de offline digitaleeuro een vergelijkbaar niveau van privacy als contant geld. Met het oogop het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering zullen er,vanwege het hogere niveau van privacy, wel transactielimieten wordenbepaald, in lijn met grenzen die nu bestaan voor contante betalingen.Nederland heeft zich er daarnaast voor ingezet dat de digitale euro vanafeerste uitgifte zowel online als offline beschikbaar wordt voor consu-menten. Dit staat dan ook in één van de artikelen van de compromistekst.En hoe voorkomt het kabinet dat de digitale euro een bureaucratischeexercitie wordt, zonder echte toegevoegde waarde voor burgers enondernemers?Nederland heeft in de onderhandelingen voor de digitale euro het belangbenadrukt dat de digitale euro toegevoegde waarde biedt voor burgers enondernemers, maar ook makkelijk is in het gebruik. De digitale euro moettoegankelijk zijn voor burgers en de acceptatieplicht voor winkeliers enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21645 bedrijven moet niet nodeloos ingewikkeld zijn. Het is dan ook deverantwoordelijkheid van het Eurosysteem om een digitale euro infra-structuur zodanig te bouwen dat bedrijven en betaaldienstverleners hiermakkelijk op kunnen aansluiten. Het is daarom ook goed dat hetEurosysteem onderdelen van de digitale euro laat bouwen door Europesebedrijven met veel kennis en expertise in het betalingsverkeer. Daarnaastis het goed dat burgers en bedrijven gratis toegang moeten krijgen tot (inieder geval) één digitale euro rekening bij hun betaaldienstverlener, om dedrempel voor gebruik van de digitale euro te verlagen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026. Deleden hebben hierover nog een aantal vragen en opmerkingen.Wereldeconomie in een geopolitieke contextDe leden van de VVD-fractie constateren dat in de Eurogroep wordtgesproken over mondiale onevenwichtigheden op de betalingsbalans,waarbij het IMF en de OESO ook kijken naar de rol van industriebeleid. Deleden van de VVD-fractie zijn van mening dat slim en doelgerichtindustriebeleid kan bijdragen aan het versterken van het Europeesverdienvermogen en het verminderen van strategische afhankelijkheden,mits het marktgericht is en geen nieuwe verstoringen veroorzaakt. Hoe zethet kabinet zich in de Eurogroep in voor een industriebeleid dat investe-ringen, innovatie en concurrentiekracht versterkt, afhankelijkhedenverkleint en tegelijkertijd de open Europese economie beschermt?Het kabinet wil primair inzetten op het bevorderen van de juiste randvoor-waarden voor een concurrerende economie. Op die manier biedt de EUeen aantrekkelijk ondernemingsklimaat voor toekomstige ondernemers,ruimte voor nieuwe initiatieven, en kunnen bedrijven zelf kiezen voor demeest rendabele activiteiten. Het verdiepen van de interne markt en despaar- en investeringsunie spelen hier een cruciale rol in. Daarnaast heefthet kabinet in oktober 2025 het nieuwe industriebeleid met focusgepresenteerd.3 Het uitgangspunt van dit industriebeleid is actieve sturingop zes technologieën en groeimarkten ten behoeve van het Nederlandsverdienvermogen en de Europese concurrentiepositie, zie ook dehieronder genoemde vraag. Op Europees niveau zet het kabinet bijvoor-beeld in op een Europees Concurrentievermogenfonds met een sterkefocus op het opschalen van (innovatieve) technologieën en sectoren enhet verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden. Het kabinethecht veel belang aan het aanjagen van private investeringen.Hoe wordt de samenhang gewaarborgd in het Nederlandse industrie-beleid, zoals tussen de vijf NLD-gebieden vanuit het Ministerie vanDefensie, de Nationale Technologiestrategie en het «industriebeleid metfocus» vanuit het Ministerie van Economische Zaken, de vier «domeinen»uit het rapport-Wennink, en sectoragenda’s als die voor de maritiememaakindustrie?Met het industriebeleid richt het kabinet zich op dat deel van de economiedat een belangrijke bijdrage levert aan (1) het Nederlands verdienver-mogen, (2) onze weerbaarheid en (3) maatschappelijke uitdagingen.Hiertoe heeft het kabinet met de Nationale Technologiestrategie (NTS) deontwikkeling van 10 sleuteltechnologieën geprioriteerd. Met de NTS wordteen goede technologische basis gecreëerd. Om impact te maken moeten3Kamerbrief over industriebeleid met focus | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21646 deze technologieën worden toegepast in producten die de weg naar demarkt vinden. Met de Kamerbrief Industriebeleid1 met focus zetten we devolgende stap en kiezen we voor zes strategische markten die goedaansluiten bij de prioritaire sleuteltechnologieën:1.Halfgeleiders2.Defensiegerelateerde toepassingen3.Biotechnologie4.Digitale diensten (met name AI)5.Machinebouw6.Innovatieve chemie.Hiermee geeft het kabinet een gerichte impuls aan een deel van deeconomie. Een belangrijk onderdeel van het industriebeleid is desamenwerking tussen ministeries, bedrijven, kennisinstellingen, financiersen regio’s.Daarbij wordt waar mogelijk aangesloten op bestaande beleidsinitia-tieven. Er zit er geen verschil tussen de vijf NLD-gebieden en defensiege-relateerde toepassingen, deze sluiten naadloos op elkaar aan. Ook hetadvies van Wennink over het verdienvermogen en investeringsklimaatsluit goed op de zes markten aan. Er zit sterke samenhang tussenbovenstaande markten en de domeinen die Wennink identificeert(Digitalisering & AI, Veiligheid & Weerbaarheid, Energie- & Klimaattechno-logie en Life sciences & biotechnologie).Daarnaast blijft het Ministerie van Economische Zaken aandacht houdenvoor alle bedrijven, (andere strategische) sectoren en markten dieNederland heeft. Bijvoorbeeld via lopende initiatieven zoals desectoragenda Maritieme Maakindustrie, de Impulsaanpak Winkelgebiedenen programma’s uit het Nationaal Groeifonds. Dit zorgt voor een stevigfundament voor ondernemerschap en groei en zo kan er wordeningespeeld op de uitdagingen en kansen van het brede bedrijfsleven.Hoe is er in de EU gereageerd op het non-paper van Nederland, Estland,Letland, Litouwen, Finland en Zweden, welke waarschuwt voor eenvoorrangsregel voor Europese bedrijven bij openbare aanbestedingen?4Tot dusverre is er niet officieel op het non-paper gereageerd. Mogelijkkomt het ter sprake tijdens de Europese Raad (19–20 maart), waar dethema’s concurrentievermogen en geo-economie op de agenda staan.De leden van de fractie van de VVD-fractie lezen dat Ministers vanniet-eurolanden mogelijk deelnemen aan de geplande discussie. Wordthierbij ook nadrukkelijk aansluiting gezocht met niet-EU-landen, zoals hetVerenigd Koninkrijk?De Canadese Minister van Financiën en professor Helene Rey zijnuitgenodigd bij de Eurogroep bespreking van mondiale onevenwichtig-heden. Het uitnodigen van additionele deelnemers is erop gericht omperspectieven van andere landen en van experts te betrekken in dediscussie en om te kijken wat de raakvlakken zijn, zonder daarbij op eenformele manier naar een gezamenlijke positie toe te werken.Decharge EU-begrotingDe leden van de VVD-fractie constateren dat in de Ecofinraad de Raads-aanbeveling voorligt om het Europees Parlement te adviseren decharge teverlenen aan de Europese Commissie over de EU-begroting 2024. De4https://fd.nl/politiek/1585739/nederland-waarschuwt-voor-risicos-van-koop-europees-regelsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21647 Europese Rekenkamer geeft opnieuw een afkeurend oordeel over deuitgaven, met een foutenpercentage van 3,6%, ruim boven de materiali-teitsgrens van 2%. Het kabinet is voornemens tegen het positievedechargeadvies te stemmen, conform eerdere jaren en samen metgelijkgezinde lidstaten. Wat is de concrete inzet van het kabinet om dezetegenstem meer gewicht te geven dan een principieel signaal, en hoewordt daadwerkelijk druk uitgeoefend om de rechtmatigheid, controle enuitvoering van EU-uitgaven structureel te verbeteren?Nederland heeft zich in de Raad krachtig en consistent uitgesproken overhet te hoge foutenpercentage en het belang van volledige opvolging vande aanbevelingen van de Europese Rekenkamer (ERK). Daarbij is intensiefopgetrokken met gelijkgestemde lidstaten. Hoewel het uiteindelijkedechargeadvies naar verwachting positief wordt vastgesteld via gekwalifi-ceerde meerderheid, zijn diverse elementen van de Nederlandse inzet –zoals nadruk op het materieel te hoge foutenpercentage en de noodzaaktot verbetermaatregelen – in de Raadsaanbeveling opgenomen. Dat laatzien dat een kritische opstelling effect kan hebben op de inhoud.Nederland zal zich ook in de toekomst actief blijven inzetten om samenmet gelijkgezinde landen de financiële beheersing van de EU-begrotingstructureel te verbeteren.Supplementary Pensions PackageDe leden van de VVD-fractie merken op positief te staan tegenover deambitie van de Europese Commissie om aanvullend pensioensparen testimuleren, zowel om het risico op ouderdomsarmoede te verkleinen alsom de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te versterken. Sterke engoed functionerende kapitaalmarkten zijn daarbij van groot belang.Tegelijkertijd is pensioenbeleid bij uitstek nationaal en diep verankerd inde sociale en maatschappelijke context van lidstaten. Europese regel-geving moet daarom ruimte laten voor nationale keuzes en mag geenafbreuk doen aan goed werkende pensioenstelsels, zoals het Nederlandse.Hoe borgt het kabinet dat het Supplementary Pensions Package (SPP)bijdraagt aan meer pensioensparen en kapitaalmarktontwikkeling, zonderin te grijpen in de nationale inrichting van solide pensioenstelsels?Het kabinet heeft haar inzet voor dit pakket met uw Kamer gedeeld via hetgebruikelijke BNC-fiche. Daarin staat dat Nederland in algemene zinpositief staat tegenover het doel om schaalgrootte en transparantie voordeelnemers te bevorderen. Tegelijkertijd zet Nederland in op proportiona-liteit en subsidiariteit en het voorkomen van dubbele of strijdige verplich-tingen ten opzichte van goed functionerende nationale systemen. In datkader hecht Nederland eraan dat Europese informatieverplichtingenaansluiten bij bestaande nationale praktijken, zonder deze onnodig tedupliceren of te vervangen.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de stukkenaangaande de Eurogroep en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026.Hierover hebben de leden van de PVV-fractie nog enkele vragen.OekraïneAllereerst zijn de leden van de PVV-fractie verbaasd over het gegeven dater een akkoord is bereikt over een nieuwe lening van de EU aan Oekraïnevan 90 miljard euro, de zogeheten «Ukraine Support Loan» en datNederland hiermee instemt. Hoe groot is immers de kans dat we dit geldooit nog terugzien?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21648 In het akkoord is voorzien dat Oekraïne de lening pas hoeft terug tebetalen zodra Rusland herstelbetalingen verricht na beëindiging van deoorlog. Daarmee is terugbetaling rechtstreeks gekoppeld aan aansprake-lijkheid van Rusland voor het doen van herstelbetalingen. Zolang dieherstelbetalingen niet zijn gedaan zullen de Russische centrale tegoedengeïmmobiliseerd blijven. De lening is gegarandeerd via de headroomonder het eigenmiddelenplafond, waardoor het risico collectief enevenredig over de deelnemende lidstaten wordt verdeeld.De leden van de PVV-fractie merken op dat 30 miljard van het bedrag van90 miljard bestemd is voor begrotingssteun. In hoeverre vindt de Ministerhet verstandig om 30 miljard te lenen aan één van de meest corruptelanden ter wereld?Het kabinet steunt Oekraïne politiek, militair, financieel en moreelonverminderd. De leningen onder de Ukraine Support Loan bedragen90 miljard euro. Deze leningen zijn essentieel voor de veiligheid entoekomst van Oekraïne, en daarmee voor veiligheid van heel Europa endus Nederland.Oekraïne heeft in de afgelopen jaren goede voortgang geboekt met hetimplementeren van hervormingen en maakt ontegenzeggelijk stappen inhet bestrijden van corruptie en fraude. Desalniettemin zijn verderestappen nodig. Daarom hecht het kabinet waarde aan het voorstel om deuitbetalingen van begrotingssteun onder de Ukraine Support Loan teverbinden aan conditionaliteiten in de vorm van hervormingen ondermeer op het gebied van corruptiebestrijding en rechtsstatelijkheid.Daarnaast is het behoud van democratische mechanismen, inclusief derechtsstaat en de eerbiediging van mensenrechten een randvoorwaardevanuit de Commissie voor uitbetaling van elke vorm van steun.Tevens merken de leden van de PVV-fractie op dat er ook een akkoord isbereikt over een nieuw IMF-programma van 8,1 miljard dollar, waarvoorNederland garant staat. De leden van de PVV-fractie willen weten waaromNederland hiermee in heeft gestemd. Wat houdt de «financing assurance»in het IMF-programma in en voor welk bedrag staat Nederland garant?De financing assurances houden in dat landen toezeggen om Oekraïnefinancieel te blijven steunen, zodat Oekraïne in staat is het IMF terug tebetalen, en t.a.v. bilaterale leningen om te doen wat nodig is om deOekraïense schuldhoudbaarheid te waarborgen. Nederland heeft samenmet andere landen aangegeven bereid te zijn financing assurances af tegeven voor dit programma, zoals Nederland ook eerder heeft gedaan voorhet huidige IMF-programma. Dit is in lijn met de kabinetspositie omOekraïne onverminderd te blijven steunen. Dit betreft een politiekcommitment en heeft geen directe gevolgen voor de begroting. Beleids-voorstellen die volgen uit de financing assurances zullen aan uw Kamerworden voorgelegd.De gesprekken over de schuldhoudbaarheid van Oekraïne vinden plaats inde Group of Creditors of Ukraine (GCU). In de GCU is afgesproken dat deopschorting van terugbetalingen op bilaterale leningen wordt verlengd toteind 2029 (parallel aan de looptijd van het nieuwe IMF-programma).Nederland heeft in 2022 via het IMF een lening van EUR 200 mln. verstrektaan Oekraïne. Tot eind 2029 is Oekraïne een bedrag van EUR 113,7 mln.aan rente en aflossing verschuldigd. Met het afgeven van de financingassurances heeft Nederland, onder voorbehoud van parlementairegoedkeuring, toegezegd de betaling van deze bedragen uit te stellen totna 2029. Het voorziene schulduitstel wordt in de voorjaarsnota via eenkasschuif op de Financiën begroting verwerkt en aan uw KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21649 voorgelegd. Daarnaast zal de Group of Creditors aan het einde van hetIMF-programma bespreken wat nodig is om de schuldhoudbaarheid vanOekraïne te waarborgen.In dit verband is relevant dat Oekraïne zich onder het IMF-programmacommitteert aan het verhogen van belastinginning, via de NationalRevenue Strategy, wat eveneens een belangrijke bijdrage levert aan hetverbeteren van de schuldhoudbaarheid van Oekraïne.Voorts willen de leden van de PVV-fractie weten hoeveel Oekraïneinmiddels heeft ontvangen aan leningen en giften van de verschillendestakeholders. Graag een compleet overzicht, uitgesplitst per jaar.Er zijn veel verschillende stakeholders actief in Oekraïne. De stakeholdersleveren ook verschillende vormen van steun. Zo leveren de EU en het IMFvooral budgettaire (liquiditeits)steun, terwijl de IFI’s (Wereldbank, EIB enEBRD) vooral herstel- en wederopbouwsteun leveren, en de VN herstel-en humanitaire steun. Het is niet mogelijk om de steun per jaar uit tesplitsen, omdat de meeste programma’s, faciliteiten en initiatieven eenlooptijd hebben van meerdere jaren en de uitbetalingen niet evenredigover de tijd plaatsvinden. Hieronder vindt u een zo compleet mogelijkoverzicht van de steun van de verschillende stakeholders.Sinds de start van de oorlog hebben de Europese Commissie enEU-lidstaten gezamenlijk voor 193,3 miljard euro aan steun geleverd. Detotale uitkeringen onder het IMF-programma bedragen voorlopig10,6 miljard dollar. De Wereldbank heeft tot op heden 88,2 miljard dollaraan financiële steun gemobiliseerd, waarvan een significant deelliquiditeitssteun vormt. G7-landen leveren hun liquiditeitssteun onderdiverse initiatieven, zoals de ERA-leningen via de Wereldbank. Door dezesteun is Oekraïne in staat om basisdienstverleningen zoals pensioenen,onderwijs en gezondheidszorg te bieden, evenals hervormingen door tevoeren gericht op de stabiliteit van de economie. Daarnaast levert deWereldbank, net als andere IFI’s, ook herstel- en wederopbouwsteun.De EBRD heeft ruim 9 miljard euro aan steun toegezegd, dit wordt ondermeer ingezet voor energiezekerheid en kritieke infrastructuur, evenalssteun aan de private sector in Oekraïne. De EIB heeft ruim 4 miljard eurotoegezegd, deze steun is vooral gericht op energiesteun. Daarnaastinvesteert de EIB ook in transport, energie- en sociale infrastructuur(scholen, ziekenhuizen en huisvesting).Kan de Minister tevens een overzicht maken van hoeveel andereEU-lidstaten bilateraal aan militaire steun en opvang ontheemdenbesteden als het gaat om de uitgaven aan Oekraïne (zonder te verwijzennaar het «Kiel Institute»)?Volgens cijfers van de Europese Commissie hebben de EuropeseCommissie en EU-lidstaten 69 miljard euro in militaire steun geleverd. Hetaandeel van lidstaten in de steun van de Europese Commissie wordt overhet algemeen bepaald aan de hand van de bni-sleutel, maar deze verschiltieder jaar. Daarom is het lastig om de totale steun terug te voeren opindividuele lidstaten. Daarnaast hebben verschillende EU-lidstatenbilateraal militaire steun verstrekt aan Oekraïne. Een actueel overzicht,anders dan via het Kiel Institute, hiervan is niet beschikbaar omdatlidstaten niet publiekelijk rapporteren over hun steun.Hoe vindt de controle (audits) plaats over rechtmatige besteding van aldeze uitgaven aan Oekraïne?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216410 Het merendeel van de steun aan Oekraïne wordt geleverd via multilateralekanalen en Internationale Financiële Instellingen (IFI’s), dit zijn kanalenmet bewezen effectieve interne waarborgen tegen o.a. corruptie enfraude.De controle op de rechtmatige besteding van de EU-steun aan Oekraïnevindt op meerdere niveaus plaats. De Commissie is primair verantwoor-delijk voor het toezicht en beoordeelt vooraf de voorwaarden vooruitbetaling, waaronder hervormingsstappen, corruptiebestrijding enrechtsstatelijkheid. Dit zijn voor Nederland belangrijk onderwerpen. Onderde Ukraine loan kan de macro-financiële steun worden verleend alsmacro-financiële bijstand, waarbij de Unie en Oekraïne in eenMemorandum of Understanding (MoU) hervormingsvoorwaardenvastleggen waar Oekraïne voorafgaand aan de uitbetaling aan moetvoldoen. Ook kan de steun worden verstrekt via de bestaande Oekraïne-faciliteit. Bij deze optie is de uitbetaling van steun voorwaardelijk aan hetdoorvoeren van hervormingsstappen uit de bestaande hervormingsa-genda voor 2024–2027 uit het Oekraïneplan. Daarnaast kan de Commissiebetalingen (deels) opschorten of inhouden indien niet aan devoorwaarden wordt voldaan. De Europese Rekenkamer (ERK) voertonafhankelijke audits uit op de uitgaven en rapporteert hierover aan hetEuropees Parlement en de Raad.IFI’s hanteren hoge standaarden en voorwaarden voordat uitkeringplaatsvindt, om te voorkomen dat middelen onrechtmatig wordenbesteed. Indien Oekraïense partijen niet aan deze hoge standaardenkunnen voldoen vindt er geen uitkering plaats.Bni-afdrachtenVerder merken de leden van de PVV-fractie op dat onze BNI-afdracht aande EU met 125% is gestegen in 2 jaar tijd, van 3,5 miljard in 2024 naarmeer dan 8 miljard euro dit jaar (bron begroting BUZA 36 800 V, nr. 2pag. 38). Kan de Minister hiervoor een verklaring geven?De raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU is gebaseerd op hetmaximale MFK-betalingenplafond en de maximale inzet van de specialeinstrumenten bij het Meerjarig Financieel Kader (MFK). De stijging van deNederlandse bni-afdracht is grotendeels te verklaren door vertraging vanbetalingen bij de cohesie- en landbouwfondsen in eerder jaren van hethuidige MFK. Het betalingenniveau lag hierdoor fors onder het betalin-genplafond. Om een realistisch beeld te schetsen van de te verwachtenNederlandse EU-afdrachten is besloten de raming hierop aan te passen.Dit heeft geleid tot een lagere afdracht van 1,7 miljard euro in 2024.Volgens afspraken in het MFK mag de Europese Commissie dezebetalingen via het enkelvoudige marge-instrument in beperkte matedoorschuiven naar latere jaren. De verlaging van de raming van debni-afdracht in 2024 gaat daarom gepaard met een verhoging van deraming van de bni-afdracht in 2026 en 2027. Hierover is de Kamer via deeerste suppletoire begroting 2024 van het Ministerie van BuitenlandseZaken geïnformeerd.5 Een ander effect dat de toename van debni-afdracht tussen 2024 en 2026 verklaart is economische groei endaarmee de relatieve toename van het Nederlandse bni ten opzichte vanhet Europese gemiddelde. De Nederlandse economie groeit nominaalharder dan de EU als geheel en dat zorgt voor een toename vanbni-afdracht. Het bni-aandeel van Nederland groeide van 5,9% in 2024naar 6,4% in 2026.5https://www.rijksfinancien.nl/memorie-van-toelichting/2024/1SUPP/V/onderdeel/2432140Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216411 Nationale ontsnappingsclausule voor defensiefinanciering voor 4 jaarVervolgens merken de leden van de PVV-fractie op dat 17 van de 27lidstaten gebruik willen maken van de nationale ontsnappingsclausule(SGP) als het gaat om de defensiefinanciering. Waarom maakt Nederlandhier geen gebruik van?Nederland heeft geen aanvraag gedaan voor activatie van de nationaleontsnappingsclausule, met de gedachte dat een structurele toename indefensie-uitgaven structureel moet worden ingepast binnen de begroting.Hierdoor worden er geen rekeningen doorgeschoven naar toekomstigegeneraties. Daarbij schrijft het Nederlandse trendmatig begrotingsbeleidook voor dat additionele intensiveringen ingepast dienen te wordenbinnen de afgesproken budgettaire kaders. Bij activatie van de nationaleontsnappingsclausule wordt de toename in defensie-uitgaven (tenopzichte van 2021, met een maximum van 1,5% bbp) uitgezonderd vanhet netto uitgavenpad. Nederland zou echter ook na activatiewaarschijnlijk niet voldoen aan het door de Raad aanbevolen uitga-venpad. Bij het besluit geen aanvraag te doen is relevant dat het kabinetin de raming van het Centraal Planbureau de gehele kabinetsperiodebinnen de Europese referentiewaarden voor het begrotingstekort (3%bbp) en de schuld (60% bbp) blijft. Zolang dit het geval is kunnen deEuropese Commissie en de Raad geen handhavingsmaatregelenopleggen.DouaneVoorts willen de leden van de PVV-fractie weten hoe het staat met delobby om het Europees Douaneagentschap naar Nederland te halen.Nederland heeft zich eind vorig jaar kandidaat gesteld om de nieuw op terichten Europese Douane Autoriteit (EUCA) te huisvesten, met vesti-gingsstad Den Haag.6 Nederland voert op dit moment een actievecampagne om steun te verwerven voor de Nederlandse kandidaatstelling.Onder leiding van boegbeeld voormalig Staatssecretaris van FinanciënFrans Weekers wordt in verschillende bilaterale gesprekken in deEuropese hoofdsteden de Nederlandse kandidaatstelling, en demeerwaarde daarvan, toegelicht. In januari 2026 heeft Nederland eenlocatiebezoek georganiseerd, waarbij de beoogde locatie is gepresenteerdaan leden van het Europees Parlement, verschillende ambassadeurs envertegenwoordigers van douaneautoriteiten.De besluitvorming over de vestigingsplaats vindt plaats op EU-niveau. Ditzal via een getrapte stemprocedure tussen de Raad en het EuropeesParlement zijn. Het besluit over de definitieve vestigingslocatie van EUCAwordt naar verwachting eind februari of begin maart genomen.Wat zou dit gaan opleveren of gaan kosten?EUCA krijgt een belangrijke rol in het beschermen van de buitengrenzenvan de EU en is daarmee van strategisch belang. De vestiging van EUCAin Nederland draagt in de eerste plaats bij aan de versterking van depositie van Nederland als toonaangevend handels- en douaneland en depositie van Den Haag als internationale stad van vrede en recht.Ook economisch heeft een vestiging in Nederland positieve effecten.Directe en (in)directe werkgelegenheid en investeringen leveren een6Kamerstukken II 2025/26 31 934, nr. 99.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216412 structurele positieve impact op die wordt geschat op circa € 47 miljoenper jaar.Nederland heeft ingestemd met financiële ondersteuning van deNederlandse kandidaatstelling voor in totaal circa € 40 miljoen, deelsgefinancierd door het Rijk en deels door de gemeente Den Haag; dit getalis niet vergelijkbaar met de positieve impactcijfers, want die cijfers zijn perjaar. De kosten bedragen € 16 miljoen; waarvan kosten voor de acquisi-tiefase (zoals de kosten voor de voorbereiding van het kandidaatstellingen campagneactiviteiten) alsook kosten die samenhangen met deuitvoeringsfase, indien vestiging daadwerkelijk in Nederland plaatsvindt.Daarnaast draagt Nederland in de periode van 2026 t/m 2050 € 24 miljoenbij aan huurverlaging.De leden van de PVV-fractie vragen tevens of het klopt dat medio 2026over elk Chinees pakketje straks wel 3 euro importheffing (handling fee)betaald moet worden.Het klopt dat tijdens de Ecofinraad van december jl. is besloten dezogeheten de-minimisvrijstelling op importheffingen voor zendingen vanbuiten de EU met een waarde tot en met € 150,– af te schaffen. Van 1 juli2026 tot juli 2028 geldt voor al deze zendingen een vaste heffing van € 3,–per productgroep; daarna wordt het reguliere importtarief per product vantoepassing.Vanaf 1 november 2026 wordt daarnaast een «EU handling fee» vanenkele euro’s per productgroep ingevoerd op pakketjes uit landen buitende EU. Dit is wat anders dan een importheffing. Deze fee dient alsvergoeding voor de kosten die gepaard gaan met de controle en vrijgavevan deze zendingen. Beide maatregelen zijn vergelijkbaar qua vorm endoelgroep. Om eenvoud en efficiëntie te bevorderen, pleit ik er opEU-niveau voor om ook de EU handling fee al per 1 juli te laten ingaan engebruik te maken van dezelfde werkwijze voor inning. Zo ontstaat éénduidelijk implementatiemoment, wat het proces voor bedrijven enconsumenten overzichtelijker en beter uitvoerbaar maakt.Mag Nederland deze heffing houden of moeten we die (deels) afdragenaan Brussel?Importheffingen zijn een traditioneel eigen middel van de EuropeseCommissie. De lidstaten mogen een percentage van de invoerrechten diezij heffen houden om hun eigen apparaatskosten van de Douane tebekostigen. De afschaffing van de de-minimis vrijstelling leidt tot meerimportheffingen dus meer inkomsten voor zowel de Europese Commissieals Nederland. Daar staat tegenover dat de lidstaten ook meer kostenmaken voor de heffing en inning van de invoerrechten.De verdeling van de middelen die opgehaald worden met de EU handlingfee is nog onderdeel van de onderhandeling over het Meerjarig FinancieelKader (MFK) 2028–2034. Omdat in het MFK 2021–2027 hierover niets isgeregeld zullen de middelen van de EU handling fee tot die tijd volledigaan de lidstaten toekomen.Bovengenoemd percentage is vastgelegd in het eigenmiddelenbesluit(EMB) en bedraagt op dit moment 25%. Er is daarnaast sprake van eentweede-orde-effect met betrekking tot de bni-afdracht. Als de Unie meerinvoerrechten ophaalt, betekent dit een verlaging van de benodigdebni-afdracht van de lidstaten. De uitgaven van de Unie blijven immersgelijk. De Europese Commissie heeft in het voorstel voor het eigenmidde-lenbesluit aangegeven dat de handling fee kwalificeert als «traditioneelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216413 eigen middel» (TEM). Ook de invoerrechten kwalificeren als TEM. DeEuropese Commissie heeft voorgesteld het deel dat de lidstaten zelfmogen houden te verlagen van 25% naar 10%. Nederland zet in opbehoud van deze «perceptiekostenvergoeding» op 25%.Wat betekent deze maatregel voor onze schatkist?Het afschaffen van de de-minimis vrijstelling en de invoering van de EUhandling fee betekenen dat Nederland inkomsten zal ontvangen uit deafhandeling van pakketjes van buiten de EU. De uiteindelijke opbrengstenvan deze maatregelen is mede afhankelijk van het precieze aantalzendingen dat via Nederland de EU binnen zal komen en de uitkomstenvan de MFK 2028–2034 onderhandelingen.Tegenover de extra opbrengsten staat dat de Douane ook extra zal moeteninvesteren in toezicht op en uitvoering van deze maatregelen. Door hetwegvallen van de de-minimisgrens komen grote aantallen extrazendingen onder het fiscale douanetoezicht te vallen, waardoor er ookfiscale controles uitgevoerd moeten worden. Daarnaast zal met deinvoering van de EU handling fee, als kostenvergoeding voor het toezichtop de nalevering van Europese wet- en regelgeving, van de Douaneverwacht worden dat zij de controle op product vereisten (zoals product-veiligheid) intensiveren. Tevens zal de Douane controleren op de juisteafdracht van de handling fee door bedrijven.Digitale euroDe leden van de PVV-fractie vragen naar het standpunt ten aanzien van dedigitale euro van het nieuwe kabinet. Welke precieze voorwaarden stelthet nieuwe kabinet aan het accepteren van de digitale euro en is hieraanvolgens het kabinet voldaan? Graag ontvangen zij een onderbouwing.Ik vind het belangrijk dat de digitale euro voldoet aan strenge eisen, zoalseen hoog niveau van privacy, niet-programmeerbaarheid, en eenproportionele verdeling van de kosten tussen winkeliers en betaaldienst-verleners. Daarnaast hecht ik eraan dat de digitale euro van toegevoegdewaarde is voor burgers en bedrijven. Die toegevoegde waarde zie ikvooral in het versterken van de strategische autonomie en weerbaarheidvan het (Europese) betalingsverkeer. Als er een digitale euro komt, wordtdeze gebouwd door de ECB in samenwerking met Europese bedrijven.Daarmee verkleinen we onze afhankelijkheid van niet-Europese betaal-dienstverleners. De offline variant van de digitale euro zal het daarnaastmogelijk maken om digitale betalingen te doen zonder internetverbinding.Ook daar zie ik toegevoegde waarde en kan de digitale euro, naast contantgeld, een tijdelijke terugvaloptie zijn bij verstoringen in het bestaandebetalingsverkeer.In het Raadsakkoord van 19 december jl. zijn stevige waarborgenopgenomen voor de eerder genoemde onderwerpen. Zo staat in hetraadsakkoord dat de digitale euro online en offline beschikbaar zal zijnvanaf de eerste uitgifte en zijn niet-programmeerbaarheid en een hoogniveau van privacy goed verankerd in de artikelen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda van de Eurogroep/Ecofin en hebben daarbij enkele vragen.De leden van de CDA-Fractie ondersteunen de inzet van de commissie omde internationale rol van de euro te versterken. Zij zien de voordelen zoalsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216414 grotere monetaire autonomie, lagere transactie en lagere transactie-,risicomanagement- en financieringskosten, en een lagere gevoeligheidvoor buitenlandse wisselkoersschokken. In deze roerige internationaletijden gebeurt er veel, zo ook in de valutamarkt. Zo signaleert Het FD datde status van de dollar als wereldmunt onder druk staat.7 Door de inzetvan de dollar als machtsmiddel proberen landen hun afhankelijkheid vande dollar af te bouwen. Zo stimuleert China actief om betalingen niet indollars maar in de Chineese renminbi af te rekenen. Als het gaat omvaluta en goudreserves blijft de hegemonie van de dollar echter bestaanen blijft de euro sterk achter. Hoe kijkt de Minister naar deze ontwikke-lingen? De leden van de CDA-fractie roepen de Minister op om de inzetvan de commissie op het versterken van internationale rol van de Europroactief te blijven ondersteunen.Het IMF publiceert per kwartaal gegevens over het gebruik van verschil-lende valuta binnen het internationale financiële systeem. In het meestrecente overzicht is het aandeel van de euro als reservemunt in afgelopenperiode toegenomen van 18,9% eind 2024 tot 20,3% in het derde kwartaalvan 2025. Naar verwachting komt deze stijging voornamelijk voort uit deappreciatie van de munt ten opzichte van de dollar. Het aandeel van dedollar binnen de reserves is daarentegen iets afgenomen tot ongeveer57% van het totaal. Daarmee blijft de dollar als reservemunt de dominantemunt in het internationale financiële systeem. Volgens het laatsteECB-rapport over de internationale rol van de euro geldt dit ook op andereindicatoren voor internationale schuld, deposito’s en transactiemiddel.Volgens gegevens van het IMF is ook te zien dat de Chinese Renminbiover de afgelopen jaren ongeveer 2% van de aangehouden reservesuitmaakt. Dit aandeel lijkt daarbij redelijk constant zonder duidelijkeopwaartse trend. Hoewel China het internationale gebruik van deRenminbi stimuleert, staan obstakels zoals strenge kapitaalcontroles eengroter internationaal gebruik in de weg.Beleidsonzekerheid in de VS kan internationale investeerders ertoeaanzetten hun reserves meer te diversifiëren, wat kan bijdragen aan eengrotere internationale rol van de euro. Deze beleidsonzekerheid maakt ookduidelijk dat afhankelijkheid van buitenlandse valuta gepaard gaat metrisico’s. Het kabinet onderschrijft mede hierom het belang van hetvergroten van de internationale rol van de euro. Het kabinet steunt eengrotere internationale rol voor de euro en zet zich ervoor in om, conformde gecommuniceerde inzet in de geannoteerde agenda voor de Eurogroepen Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026, dit te bereiken door hetconcurrentievermogen te versterken, handelsrelaties uit te breiden, eenstabiel en houdbaar economisch en begrotingsbeleid te voeren en hetbelang van onafhankelijke instituties te onderstrepen.De leden van de CDA-Fractie ondersteunen de kritische opstelling van hetKabinet met betrekking tot de verantwoording van de EU-Begroting.Wederom geeft de Europese Rekenkamer (ERK) een afkeurend oordeelover de verantwoording van de uitgaven in de EU-begroting. Een dergelijknegatief advies is niet incidenteel, maar structureel. Deze leden vragen ofhet klopt dat de grootste fouten worden gemaakt in verband met hetEU-cohesiebeleid. Kan de Minister toelichten wat daarvan volgens hem deoorzaken zijn en in welke landen de hoogste foutenpercentagesvoorkomen?Het hoogste foutenpercentage wordt inderdaad vastgesteld bij hetcohesiebeleid (pijler «Cohesie, veerkracht en waarden»), met eenfoutenpercentage van 5,7% in 2024 (2023: 9,3%). Dit is ruim boven de7https://fd.nl/financiele-markten/1585704/de-status-van-de-dollar-brokkelt-langzaam-afTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216415 materialiteitsgrens van 2%. De fouten hangen vooral samen metniet-subsidiabele kosten en projecten, schendingen van aanbestedings- enstaatssteunregels en ontbrekende bewijsstukken. Er is dus niet directsprake van fraude. Daarnaast functioneren nationale auditsystemen somsonvoldoende, waardoor fouten niet tijdig worden opgespoord ofgecorrigeerd. De hoge administratieve druk door de afronding van oudeprogramma’s en de start van nieuwe MFK-programma’s vergroot hetrisico. De ERK rapporteert geen ranglijst per lidstaat.Daarnaast constateren de leden van de CDA-fractie dat de EuropeseCommissie een andere visie heeft met betrekking tot de methode voor hetberekenen van het foutenpercentage dan de ERK en daarmee Nederland.Kan de Minister aangeven waar het verschil in interpretatie over defoutenpercentages tussen Nederland en o.a. de Europese Commissievandaan komt?Het verschil komt voort uit een andere methodologie en definitie vanfouten. De Europese Commissie rapporteert een zogeheten «risk atpayment», waarbij alleen bedragen worden meegeteld die naarverwachting niet meer kunnen worden gecorrigeerd via terugvordering ofcorrecties. De Europese Rekenkamer (ERK) hanteert een brederebenadering en beoordeelt of uitgaven volledig voldoen aan alle toepasse-lijke wet- en regelgeving, ongeacht of later nog financiële correctiesmogelijk zijn. Daarnaast zit er een verschil in de opzet van steekproevenen controlemoment. Hierdoor rapporteert de Commissie doorgaanslagere percentages dan de ERK. Nederland steunt het onafhankelijkeoordeel en de 2%-materialiteitsgrens van de ERK.De leden van de CDA-Fractie staan, gegeven bovenstaande, achter hetbesluit van het kabinet om tegen het positieve dechargeadvies testemmen. Wel vragen zij de Minister om de aanbevelingen van de ERKkracht bij te zetten en aan te sturen op concrete verbeteringen. Welkemogelijkheden ziet hij daartoe?Het kabinet heeft ingezet op een Raadsaanbeveling die expliciet oproepttot opvolging van de ERK-aanbevelingen, met duidelijke verbetermaatre-gelen en tijdslijnen. Nederland heeft in deze discussie opgetrokken metgelijkgezinde lidstaten om een krachtig signaal af te geven.Ook vragen zij de Minister om te reflecteren op dit proces. De Minister lijktzich er in zijn brief bij neer te leggen dat er, ondanks de Nederlandsetegenstem, alsnog een positief decharge advies komt. Om de financiëlehuishouding van de EU structureel te verbeteren, roepen deze leden deMinister daarom op in het vervolg nog intensiever op te trekken metgelijkgestemde landen.Nederland heeft zich in de Raad krachtig en consistent uitgesproken overhet te hoge foutenpercentage en het belang van volledige opvolging vande aanbevelingen van de Europese Rekenkamer (ERK). Daarbij is intensiefopgetrokken met gelijkgestemde lidstaten. Hoewel het uiteindelijkedechargeadvies naar verwachting positief wordt vastgesteld via gekwalifi-ceerde meerderheid, zijn diverse elementen van de Nederlandse inzet –zoals nadruk op het materieel te hoge foutenpercentage en de noodzaaktot verbetermaatregelen – in de Raadsaanbeveling opgenomen. Dat laatzien dat een kritische opstelling effect kan hebben op de inhoud.Nederland zal zich ook in de toekomst actief blijven inzetten om samenmet gelijkgezinde landen de financiële beheersing van de EU-begrotingstructureel te verbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216416 De Leden van de CDA-fractie steunen de inzet van de Commissie m.b.t.financiële steun voor Oekraïne. Het besluit om de komende twee jaar met90 miljard aan leningen Oekraïne te steunen is een grote en moedige stap.Zij kijken uit naar de appreciatie van de achterliggende wetsvoorstellenvanuit de Commissie. Wel vragen deze leden hoe groot de Minister hetrisico acht dat de rentelasten hoger zijn dan de zogenoemde headroom inde MFK-begroting, in welk geval er mogelijk naar een nieuw instrumentmoet worden gekeken. Zij vragen hoe dit er volgens de Minister uit zoukunnen zien.De Kamer is op vrijdag 6 februari middels een Kamerbrief8 geïnformeerdover de Ukraine Support Loan. Het kabinet acht het risico dat de rente-lasten hoger uitvallen dan de beschikbare ruimte onder het MeerjarigFinancieel Kader (MFK) op dit moment als beperkt. De Commissie raamtde rentelasten voor de Ukraine Support Loan in 2027 op circa1 miljard euro en verwacht deze binnen de bestaande MFK-plafonds enbeschikbare marges te kunnen dekken. Daarmee is inzet van het nieuweinstrument volgens de huidige inzichten niet noodzakelijk. Tegelijkertijdzijn de totale rentelasten onzeker, omdat deze afhankelijk zijn vanmarktrente, het tijdspad waarin de lening wordt opgebouwd en delooptijd. Het kabinet volgt deze ontwikkeling daarom nauwgezet.Nederland is terughoudend ten aanzien van het gebruik van (nieuwe)speciale instrumenten en benadrukt dat eerst maximaal gebruik moetworden gemaakt van de ruimte binnen het MFK en de bestaande specialeinstrumenten. Een nieuw instrument ziet het kabinet voornamelijk alsuiterste backstop. De rentelasten vanaf 2028 worden betrokken bij deonderhandelingen over het nieuwe MFK.Ook merken deze leden op dat de IMF-berekening van de ongedektefinancieringsnood voor Oekraïne ervan uitgaat dat de oorlog nog dit jaarwordt beëindigd. Kan de Minister een inschatting geven van de financie-ringsbehoefte van Oekraïne wanneer de oorlog ook in en na 2027voortduurt?Waarschijnlijk besluit de IMF raad van bewind eind februari over hetnieuwe IMF-programma. Dan zal waarschijnlijk ook een nieuwe analysevan de financieringsbehoefte van Oekraïne volgen. Naar verwachtingbevat het nieuwe IMF-programma, net als het voorgaande, een basis-scenario (waarin eind 2026 een staakt-het-vuren wordt bereikt) en eendown-side scenario (waarin een staakt-het-vuren pas op een later momentbereikt). Een inschatting van de financieringsbehoefte als de oorlogvoortduurt kan pas gegeven worden na publicatie van deze analyse. Ookdan blijven deze inschattingen echter wel met veel onzekerheid omgeven.De leden van de CDA-fractie zien dat de herstel- en veerkrachtplannen(HVP) worden besproken en maken van deze gelegenheid gebruik om devoortgang op de Nederlandse HVP aan te kaarten. De onderliggendeKamerbrief maakt melding dat de grootste uitdagingen liggen bij 3vertraagde wetstrajecten te weten de Wet versterking regie volkshuis-vesting (Wet Regie), Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties enrechtsvermoeden (Vbar) en Wet Basisverzekering ArbeidsongeschiktheidZelfstandigen (BAZ). Tijdige Kamerbehandeling is hierin cruciaal en dit isdan ook de inzet van de CDA-fractie. Toch wordt er in de Kamerbrief eenaanzienlijk risico genoemd dat de HVP-deadline niet gehaald wordt. In devoorliggende agenda ligt een wijzing voor ten aanzien van het HVP vanLitouwen op basis van artikel 21 van de HVP-verordening. Kan de Minister8Kamerstukken, vergaderjaar 2025–2026, 36 045, nr. 267 (Appreciatie van de steunlening aanOekraïne voor 2026 en 2027)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216417 aangeven of een dergelijke wijzing voor de Nederlandse situatie meerademruimte zou kunnen geven?Lidstaten kunnen onder artikel 21 van de HVF-verordening inderdaad hunherstel- en veerkrachtplan aanpassen als deze op grond van objectieveomstandigheden deels of in zijn geheel niet langer te verwezenlijken is.Politieke omstandigheden worden in dit kader niet aangemerkt alsobjectieve omstandigheid. Voorbeelden van objectieve omstandighedenzijn bijvoorbeeld hogere kosten door inflatie, vertragingen in de toeleve-ringsketen of als er een beter alternatief om het doel van te maatregel terealiseren voor handen is. Hierbij mag de aanpassing het ambitieniveauvan een plan niet verlagen. Nederland heeft reeds van de mogelijkheidgebruik gemaakt om het HVP te wijzigen, onder meer om meerademruimte te creëren door de bovengenoemde vertraagde wetgevings-trajecten te verplaatsen naar het laatste betaalverzoek. Gezien de deadlinevan de HVF, waarbij de mijlpalen en doelstellingen allemaal uiterlijk eindaugustus 2026 afgerond dienen te zijn, is verder verplaatsen geen optie.Kan de Minister daarnaast inzicht geven in de financiële consequentiesvan het niet behalen van de Nederlandse HVP-doelstellingen?Indien alle bovengenoemde wetgevingstrajecten niet tijdig doorgangvinden en zodoende alle bijbehorende mijlpalen niet behaald worden, danbestaat er voor Nederland een financieel risico oplopend tot ca. € 2,4 mld.De inzet blijft om deze financiële consequentie af te wenden door insamenwerking met uw Kamer zorg te dragen voor tijdige behandeling vanvoorliggende wetsvoorstellen.Ten aanzien van defensie-investeringen lezen de leden van de CDA-fractiedat inmiddels 17 lidstaten zich hebben gemeld voor de ontsnappings-clausule voor defensiefinanciering en dat 19 lidstaten een plan hebbeningediend voor het gebruik van SAFE leningen. Deze leden vragen wat hetvolgens de Minister zegt dat zoveel lidstaten gebruik maken van dezeinstrumenten, en wat dit voor gevolgen kan hebben voor de nationalebegrotingen.De nationale ontsnappingsclausule (National Escape Clause; NEC) voordefensie-uitgaven binnen de bestaande regels van het Stabiliteits- enGroeipact (SGP) en het Veiligheidsactie voor Europa-instrument (SecurityAction for Europe through the reinforcement of European defenceindustry instrument; SAFE) kunnen lidstaten tijdelijk en gericht onder-steunen in het verhogen van hun defensie-uitgaven op korte termijn.Lidstaten mogen bij activatie van de nationale ontsnappingsclausule voordefensie-uitgaven gedurende de periode 2025–2028 afwijken van het doorde Raad vastgestelde (correctieve) uitgavenpad wanneer dit het gevolg isvan een toename van defensie-uitgaven t.o.v. 2021, tot een maximum van1,5% bbp. De defensie-uitgaven worden wel meegerekend in hetbegrotingstekort en de overheidsschuld en dienen na het aflopen van denationale ontsnappingsclausule ingepast te worden in nationale begro-tingen. Dit kan mogelijk leiden tot een grotere begrotingsopgave om aande vereisten van het SGP te voldoen na het aflopen van de nationaleontsnappingsclausule. Het feit dat 17 lidstaten een aanvraag hebbeningediend voor activatie van de NEC, laat zien dat zij op korte termijnaanvullende bestedingsruimte nodig achten om defensie-investeringen inte passen in hun begroting. Daarmee is er tijd om andere uitgaven teverlagen of inkomsten te verhogen.SAFE-leningen worden meegerekend in het begrotingstekort en deoverheidsschuld van de lidstaten die de lening aangaan. Daarmee blijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216418 ze onderdeel van de normen voor, en monitoring van, schuldhoud-baarheid onder het SGP. Indien lidstaten gebruik maken van de nationaleontsnappingsclausule onder het SGP, zullen uitgaven gefinancierd metleningen onder het SAFE-instrument meetellen onder de maximaletoename van de defensie-uitgaven waarvoor de ontsnappingsclausulegeldt. Lidstaten die gebruikmaken van de SAFE-leningen zijn zelfverantwoordelijk voor de terugbetaling daarvan, inclusief de rentelasten.De rente op SAFE-leningen is voor sommige lidstaten lager dan de rentedie zij zelf betalen op de kapitaalmarkt. Het feit dat 19 lidstaten eenaanvraag hebben ingediend voor een SAFE-lening laat zien dat zij gebruikwillen maken van additionele financiering voor defensie-uitgaven binnende voorwaarden die SAFE hieraan stelt, het mogelijke rentevoordeel endat zij SAFE als middel zien om op korte termijn defensiematerieel aan teschaffen en gezamenlijke aanbestedingen te bevorderen.Ook vragen zij of het klopt dat er meer leningen zijn aangevraagd dan dater geld beschikbaar is binnen SAFE. Hoe staat de Minister tegenoveruitbreiding van SAFE en welke risico’s ziet de Minister hierin?Op basis van voorlopige informatie van de Europese Commissie over debijgestelde allocatie van SAFE-leningen is er vooralsnog geen indicatiedat er voor een groter bedrag leningen zijn aangevraagd dan hetvastgestelde maximale bedrag van 150 miljard euro. Op dit moment is erdan ook geen voorstel voor uitbreiding van SAFE.Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de Eurogroep/Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026.Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.Decharge EU-begrotingDe leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van deRaadsaanbeveling inzake de dechargeverlening aan de EuropeseCommissie over de EU-begroting 2024 en van het jaarverslag van deEuropese Rekenkamer. Deze leden constateren dat het foutenpercentageweliswaar is gedaald, maar nog altijd boven de materialiteitsgrens ligt endat de Rekenkamer opnieuw een afkeurend oordeel geeft. Deze ledensteunen het kabinetsvoornemen om tegen het dechargeadvies testemmen. Kan de Minister aangeven met welke gelijkgezinde lidstatenNederland hierin optrekt en of hij bereid is deze kritische houding ookexpliciet te verbinden aan de bredere discussie over toekomstigeEU-uitgaven, leningen en begrotingsdiscipline?Nederland heeft zich in de Raad krachtig en consistent uitgesproken overhet te hoge foutenpercentage en het belang van volledige opvolging vande aanbevelingen van de Europese Rekenkamer (ERK). Daarbij is intensiefopgetrokken met gelijkgestemde lidstaten en naar verwachting zullen drieandere gelijkgestemde lidstaten tegen het dechargeadvies stemmen.Nederland zal zich ook in de toekomst actief blijven inzetten om samenmet gelijkgezinde landen de financiële beheersing van de EU-begrotingstructureel te verbeteren.Deze leden wijzen daarbij in het bijzonder op de waarschuwing van deRekenkamer over de toenemende last van EU-leningsverplichtingen en degevolgen daarvan voor toekomstige EU-begrotingen met het oog op devolgende MFK-periode vanaf 2028. Kan de Minister aangeven hoe hetkabinet deze risico’s weegt, en deelt de Minister de opvatting dat ditvraagt om striktere begrotingsdiscipline en om het inperken van de vrijeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216419 bestedingsruimte van de Commissie (de headroom) bij de vormgevingvan het nieuwe MFK?In de huidige MFK-periode is er sprake geweest van hogere rente-uitgaven dan vooraf verwacht, met name voor de rentebetalingen van hetNGEU-instrument, waardoor het noodzakelijk was om hiervoor bij deherziening van het MFK ruimte vrij te maken. In het voorstel voor hetvolgende MFK zijn de rentebetalingen in het kader van NGEU onder deMFK-plafonds geplaatst. Omdat bij aanvang van het volgend MFK allemiddelen in het kader van NGEU zijn uitgekeerd aan de lidstaten, kan eengoede inschatting gemaakt worden van de rentekosten. Zoals aangegevenin de Kamerbrief van 12 september jl.9 over het volgende MFK isNederland geen voorstander van de voorgestelde nieuwe leeninstru-menten en daarom ook niet van de voorgestelde verhoging van de«headroom» met 0,25% bni die de Commissie hiervoor voorstelt. Daarbijdient wel opgemerkt te worden dat enige ruimte in de headroom nodigblijft, vanwege het belang dat deze heeft voor de kredietwaardigheid vande reeds uitstaande garanties en leningen van de Unie. Het kabinet zalzich daarnaast uiteraard blijven inzetten in de MFK-onderhandelingenvoor goede begrotingsdiscipline. Het is overigens niet zo dat deheadroom vrije bestedingsruimte betreft. De headroom dient als garantiedat de Unie aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. Er kunnengeen beleidsuitgaven worden gedaan boven de MFK-plafonds.Economische en financiële impact van de Russische agressietegen OekraïneDe leden van de JA21-fractie merken op dat de leningen alleen wordenterugbetaald indien Rusland herstelbetalingen verricht, een scenariowaarvan het hoogst onzeker is of en wanneer dit zich zal voordoen. Kande Minister aangeven of het kabinet er realistisch gezien van uitgaat datdeze leningen ooit volledig worden terugbetaald, en hoe hiermeerekening wordt gehouden in de ramingen van toekomstige EU-uitgavenen Nederlandse afdrachten? Deze leden constateren dat voor 2027 derentekosten worden geraamd op circa 1 miljard euro, oplopend totgemiddeld 3 miljard euro per jaar vanaf 2028, met in een ongunstigscenario zelfs hogere bedragen. Kan de Minister toelichten wat dezescenario’s concreet betekenen voor Nederland, met name indien deheadroom van het MFK ontoereikend blijkt en een aanvullend instrumentnoodzakelijk zou worden?Zie ook eerdere beantwoording op vraag van de PVV-fractie. VoorNederland leidt de Ukraine Support Loan niet tot directe uitgaven, maartot een voorwaardelijke garantie via de headroom onder het eigenmidde-lenplafond. De budgettaire verwerking van deze garantie vindt plaats opartikel 4 (internationale financiële betrekkingen) van de begroting van hetMinisterie van Financiën en wordt opgenomen bij de suppletoirebegroting. De rentelasten van de EU-leningen komen ten laste van deEU-begroting. Indien deze lasten niet binnen het MFK kunnen wordenopgevangen, kan dit leiden tot hogere afdrachten van lidstaten. VoorNederland bedraagt het maximale geraamde budgettaire risico in 2027circa 66 miljoen euro. De rentelasten vanaf 2028 worden betrokken bij deonderhandelingen over het nieuwe MFK.De leden van de JA21-fractie merken op dat Tsjechië, Hongarije enSlowakije hebben bedongen niet bij te dragen aan deze leningconstructie.Kan de Minister toelichten waarom Nederland hier niet voor heeft9Kamerstuk 22 112, nr. 4143 – Kamerbrief reactie op voorstellen Meerjarig Financieel Kader eneigenmiddelenbesluit, 12 september 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216420 gekozen en of het kabinet heeft overwogen een vergelijkbare uitzonderingte bedingen gezien de potentiële budgettaire risico’s?De veiligheid en toekomst van Oekraïne staan op het spel, en daarmee degehele veiligheid van Europa en Nederland. Juist nu is het van belang omOekraïne te blijven steunen. Voor een duurzame en rechtvaardige vrede ishet noodzakelijk dat Oekraïne vanuit een positie van kracht kan onderhan-delen. Onverminderde en actieve Europese en Nederlandse steun blijftessentieel: in tijden van oorlog, herstel en wederopbouw. Het kabinetsteunt daarom de Ukraine Support Loan voor Oekraïne en is bereid debudgettaire gevolgen daarvan te dragen. Eerlijke lastendeling is daarbijaltijd onderdeel geweest van de inzet van het kabinet als signaal vaneenheid onder Europese lidstaten en steun voor Oekraïne. Het bedingenvan een uitzondering op de Ukraine Support Loan past niet binnen deonverminderde steun van dit kabinet voor Oekraïne.Daarnaast vragen deze leden wat de concrete budgettaire gevolgen zijnvan deze opt-outs voor de deelnemende lidstaten. Kan de Ministerinzichtelijk maken in hoeverre de rentelasten en eventuele aflossingsver-plichtingen voor de deelnemende landen toenemen als gevolg van het feitdat een deel van de lidstaten niet meebetaalt?De opt-outs van enkele lidstaten betekenen dat zij niet deelnemen aan deUkraine Support Loan en daardoor geen financiële risico’s lopen uithoofde van deze lening. De rentelasten en eventuele aflossingsverplich-tingen worden volledig gedragen door de deelnemende lidstaten. Voordeze landen, waaronder Nederland, leidt dit ertoe dat het aandeel in delasten iets hoger uitvalt dan het reguliere bni-aandeel binnen de EU.Concreet stijgt het Nederlandse aandeel van circa 6,4% naar ongeveer6,6%.Economisch herstel in Europa: uitvoeringsbesluiten van de Raad onder deHerstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)De leden van de JA21-fractie constateren dat Nederland het risico looptom circa € 2,4 miljard aan middelen uit het Herstel- en Veerkrachtplan miste lopen indien niet tijdig aan alle voorwaarden wordt voldaan. Hoe schatde Minister de kans in dat Nederland alle resterende hervormingen tijdigzal afronden?Het antwoord is samengevoegd met het antwoord op onderstaandevraag.Kan de Minister per hervorming aangeven waar de grootste knelpuntenzitten en hoe groot het risico is dat (delen van) de middelen verlorengaan?Zoals in de brief aan de Kamer van 26 januari 2026 is aangegeven liggenbij de afronding van het HVP de grootste uitdagingen bij drie wetgevings-trajecten die onderdeel zijn van het HVP. De voortgang van deze driewetgevingsvoorstellen is vertraagd, waardoor er een aanzienlijk risico isdat de HVP-deadline niet gehaald gaat worden. Het betreft de voorstellenvoor de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ),de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden(Vbar) en de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wet Regie).Daarnaast is een mijlpaal die ziet op het ontwerpbesluit procedureleversnellingen elektriciteitsprojecten afhankelijk van de tijdige publicatievan de Wet Regie. Deze hervormingen dienen op zijn laatst op31 augustus 2026 gepubliceerd te zijn in het Staatsblad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216421 Ten aanzien van de BAZ heeft de Raad van State recent een adviesuitgebracht. Op grond van dit advies wordt het wetsvoorstel nuvoorbereid om aan de Tweede Kamer gezonden te worden. Dit zal zospoedig mogelijk gebeuren, waarna tijdige parlementaire behandelingvan belang is.Het HVP bevat een mijlpaal betreffende de publicatie en inwerkingtredingvan de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsver-moeden (Vbar). In het coalitieakkoord Aan de slag wordt voorgesteld omvan het Vbar-wetsvoorstel te splitsen, rekening houdend met het tijdspadvan Europese verplichtingen, waarbij wordt begonnen met het invoerenvan een rechtsvermoeden van werknemerschap, waarna het overge-bleven deel van Vbar vervalt en wordt vervangen door de Zelfstandi-genwet. De invulling van de mijlpaal dient nog met de Commissie teworden besproken, maar tijdige parlementaire behandeling blijft ook bijdeze benadering thans van groot belang.De Wet versterking regie volkshuisvesting en aanhangende AMvBvergunningsprocedures voor elektriciteitsprojecten zijn vertraagd doordater een novelle nodig was ter reparatie van niet uitvoerbare of juridischniet-houdbare amendementen. De wet ligt momenteel in de TweedeKamer en kan in principe tijdig worden gepubliceerd bij spoedigeparlementaire behandeling. De wet staat geagendeerd voor het wetge-vingsoverleg op 2 maart. Ook bij dit wetsvoorstel kan verdere vertragingniet worden gepermitteerd in de tijdslijn van het HVP.Wat zijn de budgettaire consequenties indien Nederland deze middelenniet ontvangt?Indien alle bovengenoemde wetgevingstrajecten niet tijdig doorgangvinden en zodoende alle bijbehorende mijlpalen niet behaald worden, danbestaat er voor Nederland een financieel risico oplopend tot ca. € 2,4 mld.De inzet blijft om deze financiële consequentie af te wenden door insamenwerking met uw Kamer zorg te dragen voor tijdige behandeling vanvoorliggende wetsvoorstellen.Is de Minister voornemens hier in de Voorjaarsnota op realistische wijzerekening mee te houden?Zoals aangegeven zet het kabinet zich in om alle voor Nederlandgealloceerde middelen binnen te halen. Een aantal mijlpalen staat echteronder druk. Dit kan er uiteindelijk toe leiden dat Nederland mindermiddelen zal ontvangen. Er is echter nog tot eind augustus 2026 demogelijkheid om de HVP-mijlpalen af te ronden. Daarna zal de EuropeseCommissie een besluit nemen. Het kabinet blijft u regelmatig informerenover de voortgang van het HVP.De leden van de JA21-fractie wijzen er voorts op dat Nederland per saldoeen nettobetaler is aan de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Kan de Ministeraangeven wat er gebeurt met middelen die niet worden benut?Voor de financiering van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) leent deEuropese Commissie namens de Europese Unie middelen op dekapitaalmarkt. Zij doet dit gedurende de looptijd van de HVF en naargelang de financieringsbehoefte. Als een deel van het HVF-budgetuiteindelijk niet wordt benut, hoeft de Europese Commissie voor dit deelgeen middelen te lenen op de kapitaalmarkt.En is de Minister bereid zich in te zetten voor het uitgangspunt datniet-benutte middelen terugvloeien naar netto-betalers?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216422 Als een deel van het HVF-budget uiteindelijk niet wordt benut, hoeft deEuropese Commissie voor dit deel geen middelen te lenen op dekapitaalmarkt. Er is dus geen sprake van het terugvloeien van middelennaar netto-betalers.Informatiepunt SAFEDe leden van de JA21-fractie constateren dat negentien lidstaten hebbeningetekend op SAFE-leningen voor een bedrag van circa € 190 miljard,terwijl het afgesproken plafond € 150 miljard bedraagt. Deze leden nemenkennis van berichtgeving dat wordt gesproken over een mogelijkeuitbreiding van SAFE of een nieuwe leenronde. Deze leden zijn tegen eenuitbreiding of nieuwe ronde van SAFE en vinden dat moet wordenvastgehouden aan het afgesproken plafond van € 150 miljard. Kan deMinister bevestigen dat Nederland deze lijn hanteert en zich actief zalverzetten tegen voorstellen om SAFE te verruimen?Op basis van voorlopige informatie van de Europese Commissie over debijgestelde allocatie van SAFE-leningen is er vooralsnog geen indicatiedat er voor een groter bedrag leningen zijn aangevraagd dan hetvastgestelde maximale bedrag van 150 miljard euro. Op dit moment is erdan ook geen voorstel voor uitbreiding van SAFE.Deze leden wijzen er daarbij op dat de Kamer met de aangenomen motiemet Kamerstuk 36 800 V, nr. 62 (Hoogeveen/Stoffer) de regering heeftverzocht zich actief te verzetten tegen iedere stap richting structurelegezamenlijke EU-schulduitgifte. Kan de Minister toelichten hoe hij dezemotie concreet uitvoert in het kader van de discussie over een mogelijkeverruiming of nieuwe ronde van SAFE?Lidstaten zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun begroting. Nederlandstaat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen,waarvan sprake zou zijn bij Eurobonds. Nederland is daarnaast tegen hetstructureel financieren van beleidsuitgaven binnen de EU-begroting doormiddel van gemeenschappelijke schulduitgifte door de EU. Dit is ook nietin lijn met het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.Nederland heeft eerder wel ingestemd met – door gemeenschappelijkeschulduitgifte gefinancierde – instrumenten die bedoeld waren vooruitzonderlijke en onvoorziene situaties en werden gegarandeerd uit deheadroom. Het ging daarbij in alle gevallen om leningen, met uitzon-dering van het subsidiedeel van het herstelinstrument NGEU. Recentevoorbeelden zijn SAFE en leningen aan Oekraïne. Ook bij een eventueleverruiming of nieuwe ronde van SAFE is er nog steeds sprake vaninspelen op een uitzonderlijke en onvoorziene situatie, en gaat het omgemeenschappelijke schulduitgifte ten behoeve van leningen, nietbeleidsuitgaven (giften).De leden van de fractie van JA21 hebben daarnaast kennisgenomen vande berichtgeving van Politico waarin de Franse president Macron eenpleidooi houdt vóór eurobonds. Hoe ziet de Minister de genoemde motieHoogeveen/Stoffer in het licht van dit voorstel van president Macron?President Macron heeft gepleit voor meer gemeenschappelijke uitgiftevan schuld door de EU ten behoeve van strategische investeringen inspecifieke sectoren. Zoals hiervoor opgemerkt is Nederland tegen hetstructureel financieren van beleidsuitgaven binnen de EU-begroting doormiddel van gemeenschappelijke schulduitgifte door de EU. Daarvan lijkt inhet voorstel van president Macron wel sprake.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216423 Kan toegezegd worden dat het kabinet de wens van de Kamer uitvoert enNederlandse steun uitsluit voor gezamenlijke EU-leningen voor investe-ringen in bijvoorbeeld de duurzame transitie, zoals wordt betoogd door deFranse president?Uitgaande van wat nu bekend is over het voorstel van president Macron,lijkt dit betrekking te hebben op gemeenschappelijke schulduitgifte tenbehoeve van beleidsuitgaven binnen de EU-begroting. Dat steunt hetkabinet niet.Uitsluitend indien desondanks toch voorstellen tot uitbreiding of eennieuwe ronde aan de orde komen, vragen deze leden of de Minister bereidis zich in te zetten voor strengere voorwaarden.Nederland heeft zich bij het tot stand komen van SAFE ingezet voorwaarborgen gericht op tijdelijkheid, gerichtheid, schuldhoudbaarheid enfinanciële stabiliteit. Op dit moment is er geen voorstel voor uitbreidingvan SAFE.Kan de Minister toezeggen dat Nederland in dat geval zal pleiten voor hetuitgangspunt dat alleen lidstaten die voldoen aan het Stabiliteits- enGroeipact in aanmerking komen voor SAFE-leningen, en dat lidstaten meteen buitensporig begrotingstekort of een onhoudbare schuldpositieworden uitgesloten?In lijn met de Nederlandse inzet bevat het SAFE-instrument waarborgenvoor schuldhoudbaarheid, doordat de leningen die lidstaten aangaanworden meegerekend in het tekort en de schuld van de lidstaten. Daarmeeblijven ze onderdeel van de normen voor, en monitoring van, schuldhoud-baarheid onder het Stabiliteits- en Groeipact. Op dit moment is er geenvoorstel voor uitbreiding van SAFE.Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep MarkuszowerDe leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en deEcofinraad op 16 en 17 februari 2026. Hier hebben deze leden enkelevragen over.Eurozone aanbeveling 2026De Minister geeft aan dat een van de Nederlandse prioriteiten devoortgang van de kapitaalmarktunie is. Kan de Minister aangeven hoedeze waakt voor het (on)bedoeld invoeren van Eurobonds in het kader dekapitaalmarktunie?Het kabinet is voorstander van verdere integratie van sterke, geïnte-greerde kapitaalmarkten zoals uiteengezet in de kabinetsinzet Kapitaal-marktunie. Het Europese concurrentievermogen staat onder druk en er issprake van sterk achterblijvende productiviteitsgroei. Verdieping enintegratie van de Europese kapitaalmarktunie is daarom van essentieelbelang. Het kabinet ziet eurobonds als het op structurele basis gemeen-schappelijk financieren van elkaars begrotingstekorten en overheids-schulden. Het kabinet is hiervan geen voorstander en waakt voor hetinvoeren hiervan zoals eerder ook uiteengezet in de beantwoording opKamervragen VSO Eurogroep-Ecofinraad oktober 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216424 Decharge EU-begrotingKan de Minister aangeven of de Europese Rekenkamer (ERK) ooit positiefheeft geoordeeld over een EU-begroting? Kan de Minister een tijdlijnverstrekken met de oordelen van de ERK over de jaren heen?De Europese Rekenkamer (ERK) heeft nog nooit een goedkeurend oordeelafgegeven over de wettigheid en regelmatigheid van de EU-uitgaven alsgeheel. Sinds de invoering van de huidige controleaanpak in 1994 geeftde ERK jaarlijks een goedkeurend oordeel over de betrouwbaarheid vande rekeningen en doorgaans ook over de ontvangsten, maar over deuitgaven wordt structureel een oordeel met beperking of een afkeurendoordeel afgegeven vanwege een foutenpercentage boven de materiali-teitsgrens van 2%.Hoe vaak is er door een gekwalificeerde meerderheid decharge verleend,ondanks een negatief oordeel van de ERK?Sinds de invoering van de huidige controleaanpak heeft de EuropeseRekenkamer (ERK) nooit een volledig goedkeurend oordeel over deEU-uitgaven afgegeven. Desondanks heeft de Raad in al die jaren – metgekwalificeerde meerderheid – een positief dechargeadvies aan hetEuropees Parlement vastgesteld.Kan de Minister tevens aangeven hoe vaak er door een gekwalificeerdemeerderheid van de Raad geen decharge is verleend voor deEU-begroting?Het Europees Parlement verleent de daadwerkelijke decharge aan deEuropese Commissie over de uitvoering van de Europese begroting. Hetis in de geschiedenis twee maal voorgekomen dat het EuropeesParlement de Commissie geen decharge verleende. Dit was in 1984 en in1998. Het ging destijds om meer dan alleen de EU-begroting. In 1998kende de Commissie Santer diverse corruptieschandelen, fraudegevallenen intern mismanagement, wat uiteindelijk leidde tot het aftreden vandeze Commissie.Wat zijn de consequenties (juridisch, financieel, anderszins) voorNederland indien er geen decharge wordt verleend?Indien geen decharge wordt verleend, heeft dit geen directe juridischeconsequenties voor Nederland: de uitvoering van de EU-begroting en deafdrachten van lidstaten lopen gewoon door. Financieel verandert er opkorte termijn ook niets aan de Nederlandse bijdrage aan de EU-begroting.Politiek en bestuurlijk is het signaal echter aanzienlijk, omdat het wijst oponvoldoende vertrouwen in de rechtmatigheid en doelmatigheid van deEU-uitgaven.De leden van de Groep Markuszower verzoeken de Minister om eenoverzicht te verstrekken van de foutpercentages per land vanaf de eersteEU-begroting tot op heden. Kan de Minister, in de loop van de tijd, eenpatroon ontwaren van landen met structureel hoge foutpercentages?De Europese Rekenkamer (ERK) rapporteert geen ranglijst per lidstaat endaarom kan er geen overzicht gegeven worden van de foutenpercentagesper land.De leden van de Groep Markuszower merken op dat de ERK een stijgendetrend in de financiële impact van onregelmatigheden ontwaart aangaandede Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Voorts waarschuwen de auditorsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216425 dat tegen 2027 de uitstaande EU-leningen meer dan 900 miljard kunnenbedragen. Kan de Minister aangeven welke risico’s hij signaleertaangaande de stijgende trend en welke mitigerende maatregelen wordengenomen om toekomstige onregelmatigheden tegen te gaan?De combinatie van hoge uitgaven, complexe voorwaarden en resultaatge-richte financiering vergroot de kans op fouten en ontoereikende controles.Daarnaast leiden de oplopende EU-leningen en rentelasten tot budgettairerisico’s voor toekomstige EU-begrotingen en indirect voor lidstaten. Termitigatie zet Nederland in op strengere controle- en auditmechanismen,een scherpere opvolging van aanbevelingen van de Europese Reken-kamer en verbeterde transparantie in de verantwoording. Ook wordtgepleit voor vereenvoudiging van regels en versterking van nationalecontrolesystemen. Tot slot benadrukt Nederland het belang van prudentbegrotingsbeleid en het beperken van verdere schuldopbouw binnen deEU.Kan de Minister een overzicht verstrekken van de toename van degezamenlijke schuld in de Europese Unie in de loop van de afgelopendertig jaar?In het verslag van het schriftelijk overleg van 19 januari 202610 is eenoverzicht gegeven van alle gemeenschappelijke schulduitgifte door de EUen eurozone landen.Terugkijkend over een langere tijdshorizon was de gezamenlijke uitgiftevan schuld aanvankelijk beperkt tot incidentele hulp aan lidstaten, vanaf1988 in de vorm van de «Balance of Payments facility» waarbij lidstatenfinanciële steun konden krijgen voor de betalingsbalans. Vanaf 2002 werddit instrument alleen beschikbaar voor lidstaten buiten de Eurozone.Vervolgens is in reactie op de financiële crisis het Europees FinancieelStabiliteitsmechanisme (EFSM) en de tijdelijke Europese FinanciëleStabiliteitsfaciliteit (EFSF) opgericht, die werd opgevolgd door hetpermanente Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) voor eurolanden.Het EFSF en ESM zijn ook vormen van gemeenschappelijke schulden,maar zijn vormgegeven buiten de EU-verdragen. Daarnaast bestaat allanger de macro-financiële bijstand (MFB) voor nabuurlanden.In reactie op de COVID-19 pandemie zijn het SURE-instrument en hetherstelinstrument Next Generation EU (NGEU) opgericht. Sinds 2022 zijndaar het instrument SAFE11; de hervormings- en groeifaciliteiten voorrespectievelijk de Westelijke Balkan en Moldavië; macro-financiëlebijstand plus (MFB+) voor Oekraïne; de Oekraïne faciliteit; en meest recenthet politiek overeengekomen leeninstrument voor Oekraïne bijgekomen.Bij al deze instrumenten gaat het om leningen die de Unie doorleent aanlidstaten of derde landen, met uitzondering van het subsidiegedeelte vanNGEU.Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle instrumenten die metgemeenschappelijke schulduitgifte worden gefinancierd, op basis van hetcontingent liabilities report12 van de Europese Commissie per 31-12-2024.Voor SAFE en het recente leeninstrument voor Oekraïne zijn er nog geenuitstaande leningen. Voor de uitstaande leningen en betalingen uit deHerstel- en Veerkrachtfaciliteit, die het leeuwendeel vormt van het10Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 215711https://defence-industry-space.ec.europa.eu/eu-defence-industry/safe-security-action-europe_en12https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52025DC0781Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216426 herstelinstrument NGEU is de meest recente stand te vinden op dewebsite van de Europese Commissie.13Tabel: overzicht van instrumenten die met gemeenschappelijke schulduitgifte wordengefinancierd (op basis van het contingent liabilities report van de EuropeseCommissie, stand per 31-12-2024)InstrumentMaximale leencapaciteit(mrd. euro)Uitstaand(mrd. euro)EFSM4542EFSF240186ESM50083Betalingsbalansfaciliteit500SURE10098NGEU leningen292155NGEU subsidiedeel421238MFB+ Oekraïne1818Oekraïne Faciliteit3313MFB*16Groeifaciliteit Westelijke Balkan*4–Groeifaciliteit Moldavië*2–SAFE150–Leeninstrument Oekraïne90– Mondiale onevenwichtigheden en mogelijke herlancering in de contextvan geo-economische risico’sDe leden van de Groep Markuszower constateren dat het kabinetoverschotten en tekorten ziet als een mogelijke uiting van binnenlandseonevenwichtigheden. Kan de Minister aangeven hoe hij de lopenderekening van Nederland in dit licht beschouwt, deze kent immers aldecennia een overschot?Nederland heeft structureel een lopende rekening overschot van rond de10%. Het IMF beoordeelt het Nederlandse overschot in het External SectorReport14 als substantially stronger than fundamentals. Daar liggeninderdaad deels binnenlandse kenmerken aan ten grondslag, zoals relatiefhoge besparingen van het bedrijfsleven, een vergrijzende bevolking eneen relatief omvangrijk pensioenstelsel. Een studie van DNB uit 201915laat zien dat het Nederlandse overschot op de lopende rekening, ofwel hetspaaroverschot, voornamelijk wordt gedreven door besparingen vanniet-financiële bedrijven. Zowel de in Nederland gevestigde (veelalbeursgenoteerde) multinationals als het midden- en kleinbedrijf sparen ininternationaal perspectief veel. Verder is de Nederlandse economierelatief concurrerend binnen de eurozone, terwijl de wisselkoers decompetitiviteit van de eurozone als geheel weerspiegelt. Dat bevordertonze export mogelijk.Implementatie van het Europees begrotingsraamwerk: defensiefinan-cieringDe leden van de Groep Markuszower constateren dat de Commissie op19 maart 2025 heeft voorgesteld om de nationale ontsnappingsclausulebinnen de Europese begrotingsregels tijdelijk en gericht te activeren, metals doel om nationale defensie-uitgaven op korte termijn te verhogen.Zeventien landen hebben een aanvraag ingediend voor activatie van denationale ontsnappingsclausule, voor zestien landen is het reedsgoedgekeurd.13https://ec.europa.eu/economy_finance/recovery-and-resilience-scoreboard/disbursements.html142025 External Sector Report: Global Imbalances in a Shifting World15DNB, 2019, Het spaaroverschot van Nederlandse bedrijven ontrafeld, Occasional Studies, 17-4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216427 Kan de Minister aangeven welke overwegingen er voor Nederland zijn omal dan niet een aanvraag voor activatie in te dienen, wat zijn de voordelendan wel nadelen?Nederland heeft geen aanvraag gedaan voor activatie van de nationaleontsnappingsclausule, met de gedachte dat een structurele toename indefensie-uitgaven structureel moet worden ingepast binnen de begroting.Hierdoor worden er geen rekeningen doorgeschoven naar toekomstigegeneraties. Daarbij schrijft het Nederlandse trendmatig begrotingsbeleidook voor dat additionele intensiveringen ingepast dienen te wordenbinnen de afgesproken budgettaire kaders. Bij activatie van de nationaleontsnappingsclausule wordt de toename in defensie-uitgaven (tenopzichte van 2021, met een maximum van 1,5% bbp) uitgezonderd vanhet netto uitgavenpad. Nederland zou echter ook na activatiewaarschijnlijk niet voldoen aan het door de Raad aanbevolen uitga-venpad. Bij het besluit geen aanvraag te doen is relevant dat het kabinetin de raming van het Centraal Planbureau de gehele kabinetsperiodebinnen de Europese referentiewaarden voor het begrotingstekort (3%bbp) en de schuld (60% bbp) blijft. Zolang dit het geval is kunnen deEuropese Commissie en de Raad geen handhavingsmaatregelenopleggen.Herstel- en Veerkrachtplan (HVP)De leden van de Groep Markuszower merken op dat op 31 augustus 2026uiterlijk hervormingen doorgevoerd moeten worden in het kader van hetHVP. De Minister voorziet aangaande drie wetgevingstrajecten eenaanzienlijk risico op het missen van de deadline. Kan de Minister een perwetsvoorstel een concrete inschatting van de potentiële derving, indienNederland de deadline niet haalt?Met deze drie genoemde wetgevingstrajecten zijn 5 mijlpalen gemoeid.De Europese Commissie bepaalt de korting volgens een vastgesteldemethodologie. Naar verwachting kan de korting voor NL oplopen tot600 mln. EUR per mijlpaal of doelstelling voor al van deze genoemdehervormingen, gezien hun relevantie voor de landspecifieke aanbeve-lingen. Met de voorlopige goedkeuring van het derde betaalverzoek heeftNederland van de € 5,4 mld. aan HVF-middelen nog € 2,4 mld. te behalen.Er bestaat dus voor Nederland een financieel risico van ca. € 2,4 mld.indien alle bovengenoemde wetgevingstrajecten in zijn geheel niet voor31 augustus worden behaald of vervangen door een minstens zoambitieus alternatief.Kan de Minister aangeven wat er gebeurt met niet uitbetaalde middelen?Voor de financiering van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) leent deEuropese Commissie namens de Europese Unie middelen op dekapitaalmarkt. Zij doet dit gedurende de looptijd van de HVF en naargelang de financieringsbehoefte. Als een deel van het HVF-budgetuiteindelijk niet wordt benut, hoeft de Europese Commissie voor dit deelgeen middelen te lenen op de kapitaalmarkt.Economische en financiële impact van de Russische agressie tegenOekraïneDe leden van de Groep Markuszower vernemen graag welke «financingassurences» door Nederland zijn afgegeven. Zijn er reeds concretefinanciële toezeggingen gedaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216428 Zie eerdere beantwoording van de vraag van de PVV-fractie over financingassurances.Kan de Minister aangeven in hoeverre Nederland tot op heden Oekraïne(indirect) financieel heeft gesteund (inclusief lopende toezeggingen en deUkraine Support Loan (USL)?Sinds het begin van de militaire invasie van Rusland op 22 februari 2022heeft Nederland circa 14,2 miljard euro aan militaire steun en circa3,5 miljard euro aan uitgaven voor niet-militaire steun toegezegd aanOekraïne. Nederland heeft in het verleden Oekraïne gesteund met directeleveringen uit eigen militaire voorraad, waaronder het beschikbaar stellenvan pantserhouwitsers (PzH 2000) en jachtvliegtuigen (F-16). Daarnaastverstrekt Nederland garanties en leningen. Zo heeft Nederland ingestemdmet de Europese Ukraine Support Loan voor militaire steun en begro-tingssteun van 90 miljard euro aan Oekraïne.Oekraïne hoeft de lening pas terug te betalen wanneer Rusland deagressieoorlog beëindigt en Rusland herstelbetalingen aan Oekraïnevoldoet. Kan de minsister nader toelichten wat de financiële conse-quenties zijn indien Rusland nimmer overgaat tot herstelbetalingen?Indien Rusland geen herstelbetalingen verricht, blijft de terugbetalingsver-plichting richting de EU in stand en zal de EU zelf moeten voorzien inrente- en aflossingsverplichtingen. Dat kan leiden tot hogere druk op deEU-begroting en hogere rentelasten. De financiële risico’s worden inlaatste instantie gedragen door de EU-begroting en daarmee dus indirectdoor de lidstaten.Nieuwe eigen middelenKan de Minister onderbouwd aangeven waarom het volledig afwijzen vanalle nieuwe middelen potentieel zou leiden tot een hogere totale (netto)afdracht voor Nederland?De reden waarom het afwijzen van alle nieuwe eigen middelen kan leidentot een hogere netto-afdracht ligt besloten in de werking van heteigenmiddelenbesluit. Daarin is vastgelegd dat de bni-afdracht hetsluitstuk is van de afdrachten. Dat betekent dat de bni-afdracht automa-tisch meebeweegt met de andere afdrachten om ervoor te zorgen dat deEU-begroting altijd in evenwicht is. Indien er een nieuw eigen middelwordt toegevoegd, daalt daardoor automatisch de benodigde bni-afdrachtvan alle lidstaten samen, met hetzelfde bedrag als het nieuwe eigenmiddel op EU-niveau in totaal oplevert. De berekening van het netto-effectvan een nieuwe eigen middel voor Nederland hangt daarmee af van devraag of het Nederlandse aandeel in het nieuwe eigen middel hoger oflager is dan het Nederlandse aandeel in de bni-afdracht.Voor het gehele pakket aan nieuwe eigen middelen zoals door deCommissie is gepresenteerd, geldt dat de toename van afdrachten voorde nieuwe eigen middelen meer dan volledig wordt gecompenseerd dooreen daling van de bni-afdracht. Daardoor is er per saldo een positief effectop de totale afdracht van 861 mln euro gemiddeld per jaar (in 2028–2034)als het hele pakket wordt aangenomen, doordat de bni-afdracht sterkerdaalt. Hierover is de Kamer nader geïnformeerd in de beantwoording vanhet schriftelijk overleg MFK/EMB van 10 november jl. en het verslagEurogroep/Ecofinraad van december 2025.1616Kamerstukken II 2025/26, 21 501-20, nr. 2328 en Kamerstukken II 2025/26, 21 501-07, nr. 2156.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216429 Update Eurotoetreding BulgarijeKan de Minister aan de leden van de Groep Markuszower aangeven welkefinanciële risico’s, op de korte en de lange termijn, kleven aan detoetreding van Bulgarije tot de muntunie?Om de financiële risico’s van toetreding tot de eurozone te beheersen,gelden voor landen de zogeheten formele convergentiecriteria: prijsstabi-liteit, houdbare overheidsfinanciën, een stabiele wisselkoers en rentecon-vergentie. De Europese Commissie en de Europese Centrale Bank hebbenin hun convergentierapporten van juni 2025 beoordeeld of Bulgarije aandeze criteria voldeed, en geconcludeerd dat dat op dat moment het gevalwas. De Kamer is hierover geïnformeerd in de nazending van de geanno-teerde agenda in juni 202517.Naast het feit dat Bulgarije voldeed aan de convergentiecriteria, heeft hetland bij toetreding tot het Europees Wisselkoersmechanisme (ERM-II) ooktoezeggingen gedaan voor verdere hervormingen (de zogehetenpost-entry toezeggingen). Deze hervormingen zijn onder meer gericht ophet tegengaan van corruptie, het versterken van het anti-witwasraamwerk,het verbeteren van het toezicht op financiële instellingen en de verzelf-standiging van staatsbedrijven. Deze hervormingen zijn essentieel voor definanciële stabiliteit op de lange termijn. De Europese Commissie heeftgeoordeeld dat Bulgarije aanzienlijke stappen heeft gezet bij de uitvoeringvan deze hervormingen.Digitale EuroDe leden van de Groep Markuszower vernemen dat er in december 2025een akkoord is bereikt over het pakket voor de gemeenschappelijke munt.Het is nu aan het Europees Parlement (EP) om hierover een positie in tenemen, wanneer dit gebeurt is nog onduidelijk, maar de rapporteur wensthet traject in mei af te ronden.Kan de Minister een tijdlijn verstrekken met belangrijke ijkpunten c.q.mijlpalen inzake de invoering van de digitale euro?Zoals de leden van de Groep Markuszower opmerken, is het EuropeesParlement momenteel nog bezig met de behandeling van hetwetsvoorstel over de digitale euro. De rapporteur van het EuropeesParlement streeft ernaar om in mei van dit jaar een standpunt in tenemen, maar dit is nog onzeker. Aansluitend zullen de triloogonderhande-lingen tussen het parlement en de Raad onder begeleiding van deEuropese Commissie plaatsvinden. De duur van deze onderhandelingen iseveneens moeilijk te voorspellen. Het is de verwachting dat deze trilogenop zijn vroegst eind 2026 worden afgerond, in het geval dat het parlementtot een positie komt in mei.De ECB heeft de voorbereidingsfase van het digitale euro project intussenverlengd met twee jaar. De ECB heeft dit op 30 oktober jl. aangekondigd,nadat de eerdere voorbereidingsfase, die in november 2023 door hetEurosysteem werd gestart, is afgerond. Een definitief besluit over deinvoering van de digitale euro kan door de ECB pas genomen wordennadat er een politiek akkoord is bereikt en het wettelijke kader is vastge-steld. Volgens de planning van de ECB kan vanaf medio 2027 een pilotmet de digitale euro van start gaan. In dat scenario zou het Eurosysteemtegen 2029 gereed moeten zijn voor een mogelijke eerste uitgifte. Het17Kamerstukken II 2025, 21 501-07, nr. 2119: Nazending Geannoteerde agenda Eurogroep enEcofinraad 19 en 20 juni 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216430 uiteindelijke tijdspad is echter afhankelijk van het verdere verloop van deonderhandelingen binnen het Europees Parlement en de triloogfase.Op welk moment worden er onomkeerbare besluiten genomen en hoeanticipeert de Minister hierop?De leden van de Groep Markuszower vragen daarnaast naar belangrijkebeslismomenten in deze tijdlijn. Op 19 december jl. is een Raadsakkoordbereikt, waarmee Nederland heeft ingestemd omdat de compromistekstvoldoet aan de belangrijkste waarborgen waar Nederland aandacht voorheeft. Dit was een belangrijk beslismoment. Uw Kamer is hierover perbrief geïnformeerd, naast de maandelijkse informatievoorziening over dedigitale euro in de verslagen naar aanleiding van de Eurogroep enEcofinraad.18 Het volgende grote moment van besluitvorming is in detriloogonderhandelingen. Aan het einde van deze onderhandelingenmoeten het Europees Parlement en de Europese Raad beiden instemmenmet het triloogakkoord. Ik blijf de ontwikkelingen op dit onderwerpnauwlettend volgen en zal uw Kamer hier maandelijks over blijveninformeren. Daarnaast zal ik mij in de triloogfase, net als tijdens deRaadsonderhandelingen, inzetten voor strenge waarborgen op het gebiedvan privacy, niet-programmeerbaarheid en een evenwichtige verdelingvan de kosten.18Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 4219.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 216431

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 292f399cd0ad603a

14 okt 2026 · 9338faf4ad83e5da

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.