Aanvullende informatie Milieuomnibusonderhandelingen
Brontekst
Versie 82a3ab759102e1ea · officiële bron21 501-08 Milieuraad Nr. 1060 Brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 28 september 2026 Op 4 en 21 september is de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de onderhandelingen over de Milieuomnibus[voetnoot 1]. Zoals aangegeven in de laatste brief, en ter invulling van de motie[voetnoot 2] van de leden Kostić en Zalinyan informeer ik de Kamer hierbij over de laatste stand van zaken. Op 30 september 2026 wordt het laatste nog openstaande onderdeel van deze omnibus besproken in Coreper II, met als doel een deelakkoord te bereiken op de Verordening versnellen milieubeoordelingen. Bij een akkoord op de compromistekst wordt een mandaat gegeven om de onderhandelingen met het Europees Parlement (triloog) te starten. Voor de voorliggende compromistekst en agenda wil ik u verwijzen naar de vertrouwelijke documenten 13582/26 en 13583/26. Deze documenten zijn te vinden op de Europese website Delegates Portal waartoe de Tweede Kamer toegang heeft. Het kabinet onderschrijft de noodzaak om wet- en regelgeving te vereenvoudigingen, met als doel om de concurrentiekracht te vergroten en de transitie naar een schone toekomstbestendige economie te versnellen. Tegelijkertijd onderstreept het kabinet ook het belang van het waarborgen van een gelijk beschermingsniveau voor gezondheid en milieu. De Milieuomnibus sluit in grote lijnen aan bij de kabinetsinzet. Nederland heeft, conform het BNC-fiche, gevoelige punten in de originele Commissievoorstellen tijdens de onderhandelingen opgebracht en waar mogelijk laten aanpassen of verwijderen. In de brief van 4 september zijn deze benoemd. In de brief van 4 september zijn ook de toen nog openstaande punten benoemd. Deze punten zijn wederom besproken tijdens de twee laatste vergaderingen van de Vereenvoudigingsgroep (AGS). De uitkomst van deze vergaderingen is de achtste herziene compromistekst (13582/26). Hieronder licht ik de verschillen met het originele voorstel toe. Verordening en richtlijn over vereenvoudiging en vermindering van administratieve lasten Batterijen In het originele voorstel van de Commissie werd voorgesteld dat batterijen van lichte elektrische vervoersmiddelen (LEV) door een onafhankelijke professional op moduleniveau verwijderd en vervangen moet worden. Het kabinet is van mening dat wanneer batterijen niet langer op celniveau, maar alleen op moduleniveau verwijderbaar en vervangbaar zijn, dit de herfabricage (refurbishment) hiervan bemoeilijkt. In de laatste compromistekst is opgenomen dat het nog steeds mogelijk moet zijn om batterijen op celniveau te verwijderen of te vervangen. Ook komt er een overgangsperiode van 18 maanden om producenten extra tijd te geven aan de nieuwe regels aan te passen. De Commissie introduceerde ook een nieuwe definitie van substances of very high concern (SVHC). Daarbij werd verwezen naar de bestaande chemische regelgeving (REACH en de CLP-verordening), maar waar werd uitgegaan van een beperktere groep stoffen dan de SVHC in REACH en een kleinere groep te etiketteren stoffen ten opzichte van de huidige Batterijenverordening. Het kabinet was hier kritisch op, omdat zo niet langer alle gevaarlijke stoffen in alle relevante hoeveelheden vermeld dienen te worden, waaronder PFAS. In de compromistekst is deze term veranderd naar substances of concern in lijn met de definitie uit de Ecodesignverordening. Hiermee worden alsnog alle stoffen afgedekt die mogelijk een risico vormen voor mens of milieu. Overige veranderingen zijn een verduidelijking van de vast te leggen informatie via de QR-code van het digitalebatterijpaspoort, en aanscherping van de definitie van batterijenproducent. SCIP-database De Commissie stelde voor de verplichting te beëindigen voor bedrijven om gegevens aan te leveren aan de SCIP-database[voetnoot 3]. Nederland kon, net als de meeste EU-lidstaten, dit voorstel van de Commissie steunen. In de Raadstekst wordt daarom aangesloten bij het voorstel de SCIP-verplichting te beëindigen, waarbij het positief is dat de informatie tot het moment van stoppen van de verplichting wel behouden en openbaar beschikbaar moet blijven. Environmental Management System (EMS) De Commissie stelde voor de verplichting voor een chemische inventarisatie helemaal uit het EMS te halen. Dit ging in tegen de kabinetsambities op het hooghouden van een bepaald beschermingsniveau van mens en milieu. De Raad haalt deze verplichting uit het EMS, maar introduceert tegelijkertijd een nieuw artikel 14b. Daarmee moet een bedrijf alsnog een afzonderlijke inventaris bijhouden van bepaalde gevaarlijke stoffen die in significante hoeveelheden kunnen worden uitgestoten. Ook moet daarvoor een risicoanalyse worden uitgevoerd en worden gekeken naar mogelijkheden om stoffen te vervangen of het gebruik ervan te verminderen. Hiermee is het EMS vereenvoudigd, maar is de verplichting om te rapporteren over gevaarlijke stoffen niet verdwenen. Hiermee is ook het zorgpunt van Nederland opgelost. Verordening inzake versnellen milieubeoordelingen (VVMB) Er is nog geen deelakkoord bereikt over de VVMB, maar de verwachting is dat in Coreper II op 30 september wel een akkoord bereikt kan worden op de positie van de Raad ten aanzien van de VVMB. De inhoud van de compromistekst is voor de Kamer toegankelijk via het Delegates Portal, zie de verwijzing aan het begin van deze brief. Daar waar het originele Commissievoorstel een relatief strak, verplichtend kader schetste (verplichte Single Points of Contact (SPOC's), verplichte scoping in het milieueffectbeoordelingsproces, vaste digitaliseringstermijnen), heeft de Raad dat op vrijwel elk punt flexibeler en vrijblijvender getracht te maken, zijn de termijnen verruimd en is tegelijk het toepassingsgebied uitgebreid (meer strategische sectoren, defensie-uitzonderingen). Ook zijn deze punten juridisch beter verankerd via expliciete grondrechtenwaarborgen, overgangsrecht en duidelijker verhoudingen tot de onderliggende richtlijnen. Het kabinet heeft zich tijdens de onderhandelingen afgevraagd wat de toegevoegde waarde is van een nieuw, apart contactpunt naast bestaande punten die volgen uit de Verordening kritieke grondstoffen (CRMA), de Verordening Net-Zero Industry (NZIA) en de Richtlijn bevordering energie uit hernieuwbare bronnen (REDIII), en pleitte voor samenvoeging van deze contactpunten. De nieuwe Raadstekst komt hieraan tegemoet. Ook was het kabinet kritisch over de in artikel 6 opgenomen grondentrechter. De Raadstekst heeft hier expliciete waarborgen aan toegevoegd. Het kabinet heeft daarnaast aangegeven dat de coördinatie van milieubeoordelingen (onder artikel 4) in Nederland niet formeel geregeld is en dat stroomlijnen een grote ingreep zou betekenen. De Raad heeft sindsdien deze verplichting verzacht. Aanvullend stond het kabinet in beginsel kritisch tegenover vergunningverlening van rechtswege, en benadrukte dat dit niet mag gelden daar waar een milieubeoordeling is vereist. In de laatste versie van de tekst staat expliciet opgenomen dat het vergunning van rechtswege-principe niet geldt voor projecten die onder de MER-richtlijn, de Kaderrichtlijn Water of de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen. Met deze wijziging is tegemoet gekomen aan de zorgen van Nederland en andere lidstaten. Verordening en richtlijn tot opschorting van de gemachtigd vertegenwoordiger voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid In juni 2026 was in de AGS besloten de onderhandelingen over aanpassing van een aantal UPV-verplichtingen in de Raad niet door te zetten, o.a. in verband met de aankomende Circular Economy Act (CEA). Deze zal immers naar verwachting een integrale herziening van de Europese UPV-kaders bevatten. Er ontstaat momenteel echter momentum om de verplichting om een gemachtigd vertegenwoordiger aan te wijzen tijdelijk op te schorten in de Verpakkingenverordening (PPWR), specifiek voor kleine ondernemers met weinig verpakkingsafval, gezien de onevenredige kosten die dit met zich mee kan brengen in sommige lidstaten. Tijdens het Coreper II-overleg van 30 september zal waarschijnlijk worden gesproken over een mogelijk vervolgproces. Nederland zet zich ervoor in om hiervoor een oplossing te vinden en steunt daarom ook het heropenen van de onderhandelingen. Daarbij hecht Nederland er wel aan dat dit een gerichte uitzondering is van producenten die een kleine hoeveelheid verpakkingsmateriaal op de markt aanbieden, er geen verdere wijzigingen aan de PPWR worden gedaan, alsook dat het een tijdelijke oplossing is totdat de CEA en UPV-kaders daaruit van kracht zijn. Kabinetspositie Concluderend, het Milieuomnibusvoorstel beoogt vereenvoudiging van Europese wet- en regelgeving te bereiken en zet in op het schrappen van administratieve lasten voor bedrijven. Het kabinet staat hier in beginsel positief tegenover en kan zich vinden in de verschillende onderdelen van het voorstel. Bij de beoordeling van de compromistekst moet een afweging gemaakt worden tussen de wens tot vereenvoudiging, de positieve elementen van het voorstel en de mate waarin de voorzitterschappen tegemoet zijn gekomen aan de punten waarop Nederland nog verdere verbetering wenste. Zoals ook aangegeven in de Kamerbrief van 4 september jl. ziet het kabinet dat een aantal voorstellen waaraan mogelijke negatieve effecten werden toegeschreven voor het milieu, de gezondheid en het bedrijfsleven, tijdens de onderhandelingen in de Raad van tafel zijn gehaald. In de laatste onderhandelingsrondes zijn verdere verbeteringen aangebracht, zoals hierboven beschreven. Daarom overweegt het kabinet op 30 september in Coreper II in te stemmen met het starten van de onderhandelingen met het Europees Parlement. Hierbij speelt ook mee dat, mocht het kabinet niet instemmen, dit mogelijk de invloed van Nederland beperkt tijdens de triloogonderhandelingen. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram Kamerstukken 21501-08, nr. 1046 en Kamerstuk 2026Z19405 Kamerstukken 21501-08, nr. 1036 De SCIP-database is bedoeld voor registratie van de aanwezigheid van zorgstoffen (substances of concern) in producten en voorwerpen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.