KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 december 2024, over Politie

31 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie eaeb428e32189c5b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 628PolitieNr. 1252 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 31 januari 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 19 december 2024overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid,over:−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 26 juli2024 inzake eindrapport monitoringscommissie-Schneiders(Kamerstuk 29 628, nr. 1219);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbeschermingd.d. 9 oktober 2024 inzake reactie op de motie van het lidKathmann over het gebruik van gezichtsherkenningssoftwarein kaart brengen en toepassingen waarbij het gebruik nietwettelijk is toegestaan, maar wel gewenst is van een grond-slag voorzien of beëindigen (Kamerstuk 26 643, nr. 1171)(Kamerstuk 26 643, nr. 1223);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 okto-ber 2024 inzake voortgang op enkele toezeggingen naaraanleiding van het commissiedebat Voetbal en veiligheidd.d. 29 mei 2024 (Kamerstuk 25 232, nr. 79);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 11 okto-ber 2024 inzake verzamelbrief politie (Kamerstuk 29 628,nr. 1224);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 23 okto-ber 2024 inzake beleidsreactie onderzoek Strafverhogingen bijVeilige Publieke Taak-delicten (Kamerstuk 28 684, nr. 746);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 13 december 2024 inzake tweede halfjaarbericht politie2024 (Kamerstuk 29 628, nr. 1240);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 17 december 2024 inzake reactie op verzoek commissieover een afschrift van het antwoord op de brief van degemeente Steenbergen over het rapport De verantwoordelijk-heid over de Nationale Politie ter discussie (Kamerstuk 29 628,nr. 1241). kst-29628-1252ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12521 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PoolDe griffier van de commissie,BroodTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12522 Voorzitter: PoolGriffier: Van TilburgAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Boswijk, Eerdmans,El Abassi, Helder, Michon-Derkzen, Mutluer, Van Nispen, Pool enSix Dijkstra,en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 14.15 uur.De voorzitter:Dames en heren, hartelijk welkom bij dit commissiedebat Politie, dattevens het laatste commissiedebat is voor het kerstreces en daarmee ookvan 2024 van deze commissie. Een hartelijk woord van welkom aan deMinister – fijn dat u weer bij ons bent – en aan ons publiek op de tribuneen natuurlijk aan de leden. Waarschijnlijk komen er nog een aantalbinnendruppelen, maar dat zullen we dan wel zien. De spreektijd voorvandaag is vier minuten met drie interrupties per persoon. Ik geef graagmevrouw Helder als eerste het woord.Mevrouw Helder (BBB):Voorzitter, dank u wel, zeker na die mooie inleiding. Dan begin ik ookmeteen. In het vorige commissiedebat begon ik met de tekst «ik beginpositief». Dat doe ik nu weer, hoor. Dat heeft niks met de kerstgedachte temaken. Ik ben blij met de met algemene stemmen aangenomen motie vanmijn hand en die van collega’s over het hervatten van de werkzaamhedenvan de commissie-Schneiders, om die toch zo maar even te noemen. DeMinister heeft in zijn brief van 11 oktober jongstleden aangegeven dat dedoor de Kamer gevraagde constructie per 1 november van start zal gaan.Dus dan is mijn vraag: is dat ook gelukt?Dan een vraag over het verbod op het in gebruik nemen van realtimebiometrische identificatie, waaronder de inzet van gezichtsherkenning opafstand in de openbare ruimte met het oog op rechtshandhaving. In debrief van 9 oktober staat dat er «een traject in gang is gezet om teonderzoeken of en, zo ja, in welke gevallen er in nationale wetgevinguitzonderingen op dit verbod zouden moeten worden opgenomen».Daarbij heb ik de volgende vragen. Hoe ziet dat traject eruit en wat is detijdslijn? Zijn er gevolgen voor de huidige praktijk en de huidige werkwijzevan de politie? Het raakt namelijk ook zijdelings aan de discussie overartikel 3 van de Politiewet, met name de vraag of dit voor de nabijetoekomst voldoende wettelijke grondslag biedt voor diverse bevoegd-heden.Dan een opmerking over de strafverhoging bij Veilige PubliekeTaak-delicten. Het is verwerpelijk wat mijn fractie betreft dat er geendraagvlak bestaat bij het Openbaar Ministerie voor nota bene zijn eigenrichtlijn dat er een hogere straf wordt geëist in die situaties. Goed dat deMinister dat bevestigt met zo veel woorden en met het OpenbaarMinisterie hierover in gesprek gaat. In het verlengde daarvan wel eenvraag over het wetsvoorstel voor een taakstrafverbod bij geweld tegenhulpverleners. Waarom duurt het tot de zomer van 2025 voordat ditwetsvoorstel in consultatie gaat? Een langer wetsvoorstel was al door deTweede Kamer aangenomen. Voor de volledigheid: dat was wat BBBbetreft wel te ruim. Het moet zich toespitsen op agenten, ambulanceme-dewerkers, brandweerlieden en boa’s. Zij staan, soms zelfs letterlijk, in defrontlinie.Tot slot de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.Onlangs verscheen er een artikel in de media waarin expertswaarschuwen voor beveiligers en bewakers die niet zijn opgeleid voor datwaarvoor ze worden ingezet en bovendien niet zijn gescreend door deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12523 politie, terwijl ze dus wel met regelmaat worden ingezet bij evenementen,bedrijven en festivals. Dat kan levensgevaarlijke situaties opleveren als zijniet weten hoe te handelen bij een calamiteit. Daarnaast kunnen erpersonen bij zitten die bijvoorbeeld een strafblad hebben, wat natuurlijkook onwenselijk is. In het artikel staat ook dat het ministerie heeft latenweten de problemen wel belangrijk te vinden en te zoeken naar eenmanier om die aan te pakken. Het toezicht in dit kader is een van dezogenoemde «korpscheftaken». Ik heb nog een oude brief weten tevinden, een brief van 3 juli 2023, met de veelzeggende titel VoortgangToekomstagenda Korpscheftaken. Daar staat dit citaat in: «In de brief van29 juni 2022 heb ik aangekondigd te komen met een visie op het toezichtin het kader van de korpscheftaken. Deze visie zal niet in een keer voor allekorpscheftaken tegelijk worden opgesteld en vraagt ook per korpscheftaakeen eigen proces. Het toezicht op de Wpbr» – dat is de wet die ik netnoemde – «wordt als eerste opgepakt als onderdeel van die herziening.»Een ander citaat: «Afhankelijk van de benodigde tijd om het conceptwets-voorstel op te stellen is de verwachting dat in de eerste helft van 2024 hetwetsvoorstel ter consultatie kan worden aangeboden.» Dan is tot slot mijnvraag: wat is de stand van zaken? Want het loopt dus al vanaf 2022.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u hartelijk voor uw inbreng. U heeft nog een vraag, van mevrouwMichon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik dank mevrouw Helder hartelijk voor het opwerpen van dit punt, wantnatuurlijk wil je niet dat er recherchebureaus of particuliere beveiligersaan het werk zijn die niet de juiste papieren hebben. Die moeten allemaalvergund zijn. Maar het gaat hier nogal eens over inzet van privatebeveiligers van bureaus die wel de juiste vergunningen hebben. Ismevrouw Helder het met de VVD eens dat die juist wel een waardevolleaanvulling kunnen zijn op het werk van de politie? Want het is hangen enwurgen, is mijn ervaring, om die samenwerking tot stand te brengen. Dusgraag een reactie van mevrouw Helder daarop.Mevrouw Helder (BBB):Ja, zeker. Op mijn beurt ben ik het dan weer helemaal eens met collegaMichon. Die leveren zeker een waardevolle bijdrage, daarom vraag ik ookom wat betreft degenen die niet zijn gescreend de korpscheftaak snel opte pakken, juist omdat daaraan heel veel behoefte is en juist ook omdat erbureaus zijn die zich wel degelijk aan de wet houden en er zo oneerlijkeconcurrentie zou zijn. Ik heb niet voor niets in het commissiedebat overvoetbal en veiligheid gevraagd – gelukkig is die motie ook aangenomen –om het mogelijk te maken dat stewards bij voetbalwedstrijden onderlingworden uitgewisseld. Dat valt onder diezelfde wet. Helemaal eens dus.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Van Nispen heeft ook nog een interruptie.De heer Van Nispen (SP):Ik heb ook een vraag over bureaus, maar dan over politiebureaus.Daarover is ook een motie aangenomen. De coalitie belooft eenbereikbare politie. De afgelopen jaren zijn er heel veel bureaus gesloten.Dat was niet naar wens van mevrouw Helder en haar fractie. Nu ligt er eenaangenomen motie, maar de Minister zegt kort en goed in de brief: dievoeren we niet uit. Hij zegt: dat kost ook capaciteit. Natuurlijk, maar diemensen hoeven niet de hele dag te gaan zitten duimendraaien, ze kunnenook wat nuttigs doen terwijl ze het bureau bemensen. Kortom, ik benTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12524 benieuwd of mevrouw Helder net als ik niet wil accepteren dat die motieniet wordt uitgevoerd.Mevrouw Helder (BBB):Dat kan kort, voorzitter: ik ben het helemaal met collega Van Nispen eens.We doen dit al jaren en ik blijf dit volhouden, samen met collegaVan Nispen. Even ter aanvulling: ik begrijp het punt van de Minister, maarik begrijp ons punt net iets beter.De voorzitter:Hartelijk dank. Is dat voldoende zo? Ja. Voor de leden die net zijnaangeschoven: de spreektijd is vier minuten, met drie interrupties perpersoon. Dan is het woord aan mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank u wel, voorzitter. Zichtbare politie, benaderbaar voor de mensenthuis. Dat is mijn agenda. Ze moeten diensten draaien. Ik heb het ertijdens de begrotingsbehandeling uitvoerig over gehad en ik zal datvandaag ook doen. Er is een behoorlijke uitstroom vanwege de pensi-oengolf, maar die uitstroom is veel breder dan dat. Ik hoorde dat 50% vande agenten die de Politieacademie hebben doorlopen na twee jaar weerstopt. Herkent de Minister dit beeld? Is hij bereid om onderzoek te doennaar die uitstroom, die dus breder lijkt dan alleen een pensioengolf? Klopthet dat een aspirant op de Politieacademie al een betaling krijgt, zij hetgeen ruime? Zou je dan niet kunnen zeggen dat je een aantal jaren bij depolitie moet blijven, omdat je immers een opleiding hebt gekregen?Voorzitter. Dan wat ik altijd zeg: het slimmer samenwerken met partners.De politie kan het niet alleen en heeft partners hard nodig. Ik lees terugdat dit ook gebeurt in het kader van de politiefunctie: de groene boa – inhet vragenuurtje deze week hebben we het daar ook over gehad – en deprivate beveiligers. Ik lees over oriënterende gesprekken, maar ik vraag deMinister om een concrete agenda te overleggen: wat is er nu concreet,wat gaat er met die partners gebeuren en wie doet wat?Voorzitter. Dan iets over de wijkagent. Daar hadden we het ook met eenaantal burgemeesters over die onlangs op bezoek waren in de TweedeKamer. Laat ik het kort samenvatten. Ik weet niet of de collega’s het ook zohebben ervaren, maar ook voor een burgemeester lijkt daar weinig gripop mogelijk te zijn. Zonder dat je het weet, draait een wijkagent bijvoor-beeld een ME-dienst vanwege een demonstratie. Nu zal elke burge-meester zeggen «natuurlijk, als een collega bijstand nodig heeft, dan leverik bijstand», maar zelf zou ik het prettig vinden als dan niet als eerste aandie wijkagent wordt getrokken maar pas als laatste. Vorige week kwam mijtijdens een bezoek aan een basisteam ter ore dat het taakaccent ME vooreen wijkagent eigenlijk niet acceptabel is; dat wordt niet toegestaan. Zovoorkom je dat een wijkagent wordt ingezet bij demonstraties. Hoe kijktde Minister daartegen aan? Hoe kunnen we de burgemeesters steunen inhun wens om wat meer grip te krijgen op de basisteams en de inzet vande wijkagenten, die voor de gemeenten nodig zijn voor de openbare-ordetaak?Voorzitter. Dan het politieonderwijs. In de procedurevergadering vanvandaag heb ik het verzoek gedaan om als commissie wat meer infor-matie te krijgen over het politieonderwijs. We hebben het hier in decommissie al lange tijd niet meer over gehad, maar dit is wel essentieel. Iklees dat het moeilijk is om de klassen gevuld te krijgen, terwijl op eenmbo-opleiding voor beveiligers of handhavers vaak een numerus fixus zit,omdat er zo veel vraag naar is. Ik wil dan ook graag weten of de Politie-academie goed samenwerkt met die mbo-opleidingen. De Politieacademiewordt gebruikt voor specifieke vaardigheden die je als agent moethebben, maar daar waar reguliere mbo-opleidingen in het onderwijskunnen voorzien, moeten we dat niet nalaten. Wellicht kan de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12525 daar een eerste reflectie op geven, maar ook in de commissie gaan we hetover het politieonderwijs hebben.Voorzitter. Dan de NAVO-top. Als inwoner van deze mooie stad Den Haagkan ik volgens mij een paar maanden überhaupt niet van A naar B zondereen omweg te maken, maar in deze stad doen we dat allemaal graag. Ikben er ook heel trots op dat wij als Nederland deze NAVO-top hosten endan ook nog in mijn stad Den Haag. Maar dan die politiecapaciteit;daarmee rond ik af. De burgemeesters hebben allemaal een briefgekregen waarin – ik zeg het in mijn woorden – staat: «U heeft volgendjaar een paar maanden geen politie. De groeten en tot ziens.» Nubegrijpen we allemaal dat dit politiecapaciteit vergt, maar hoe zit dit nuprecies? Wat doet Defensie? Wat kan er in een gemeente nog wel? Dit waswel een wat boude uitspraak, die ook wat rauw op het dak kwam vallen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft verschillende interrupties. Ik begin met mevrouwHelder.Mevrouw Helder (BBB):Het was al een tijdje terug dat collega Michon het zei, maar ze sloot ook afmet iets wat aansluit bij mijn vraag. Het gaat dan over de notitie over deverantwoordelijkheid voor de nationale politie. Dat is een notitie vanonder anderen Pieter van Vollenhoven. Daarin gaat over het herstellenvan de verbinding tussen samenleving en politie. De burgemeesters en delokale officier van justitie zouden daartoe voor iedere wijk een vastwijkteam moeten hebben. Met de huidige politiecapaciteit lijkt mij dat erglastig. Ik ben nog een beetje een beeld aan het vormen en ik benbenieuwd hoe collega Michon daarover denkt.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik heb dat rapport ook met veel interesse gelezen. Het wijkteam is sowiesodie wijkagent. In de wet hebben we gezegd: 1 op 5.000. Er zijn natuurlijkook grote wijken, waar misschien ook meer wijkagenten zijn. Diewijkagent moet 80% van de tijd in de wijk zijn. Dat is eigenlijk een enormepolitieke sturing op die zichtbare politie in de wijk. Je ziet dat dit in depraktijk helemaal niet tot zijn recht komt, om allerlei redenen. Ik vind datwe al die redenen moeten doorlopen om te kijken of we daar wat aankunnen doen. Een van de redenen is die enorme druk op ME-dienstenvanwege allerlei grote toestanden in het land. Daarom vraag ik in ditdebat ook of je daar wat aan zou kunnen doen. Een wijkagent – in jebasisteam heb je ook een opsporingsclub zitten – zou dat wijkgerichtewerk moeten oppakken. Op papier hebben we het dus op orde, maar in depraktijk gaat het anders. Daar moeten we wat mij betreft op door.Mevrouw Helder (BBB):Korte vervolgvraag. Daar kan ik me wel in vinden, maar burgemeesterszeggen dat ze als gezagsdragers nu nauwelijks verantwoordelijkheidkunnen nemen. Ik denk dat dat niet de bedoeling is, want het gezag ligt –weliswaar met inspraak bij de driehoek – uiteindelijk bij de burgemeester.Die verschuiving zou ik niet willen. Hoe denkt collega Michon daarover?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik vind dat die gezagsdriehoek te allen tijde in stand moet blijven. Eerlijkgezegd was het gesprek met de burgemeesters wel een realitycheck. Heelvaak heb je een driehoek met veel meer burgemeesters bij elkaar. Je roeptniet per burgemeester, per gemeente, een driehoek uit. Dat ontstaat in depraktijk. Niets weerhoudt een burgemeester ervan om een lokale driehoekbij elkaar te roepen om het gezag uit te oefenen. Blijkbaar lukt dat maarheel matig. Dat zit niet in structuren, maar in een werkwijze of zelfsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12526 wellicht in een cultuur. Hoe kan het nou dat een burgemeester, die notabene bij wet het gezag heeft over de politie, zegt «ik heb niet het gevoeldat ik gezag over de politie heb»? Daarover zou ik de Minister wel willenhoren. Dat is wel heel vreemd. Het zou heel goed zijn als de Ministerdaarop reflecteert.De voorzitter:Dan heeft u nog een andere interruptie, van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ja, die heeft betrekking op de instroom bij de politie. Over de uitstroomhad ik precies dezelfde vragen aan de Minister. Ik maak me daar ookzorgen over. Wat de instroom betreft wil ik met name focussen op derechercheurs. Tijdens de begrotingsbehandeling heb ik daar een punt vangemaakt: moet er niet een aparte opleiding komen voor rechercheurs? Deafgelopen dagen heb ik daar ook wat gesprekken over gevoerd. De collegavraagt terecht om meer inzicht te geven in de Politieacademie. Staat zeook welwillend tegenover het idee om te onderzoeken wat er mogelijk isop de Politieacademie? Dan gaat het om mensen die graag rechercheurwillen worden maar dat niet kunnen omdat de Politieacademie daarvoorgeen ruimte of tijd heeft. Is het een idee om te kijken hoe we dat op eengoede en zorgvuldige manier kunnen oplossen? Die rechercheurs heb jeimmers wel hard nodig. Ik ben op zoek naar creatieve oplossingen. Ik hebdaarover wel wat ideeën, maar de collega wellicht ook, ook gelet opeerdere vragen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja, ik denk dat we dat inderdaad met elkaar moeten onderzoeken. Datbegint met helder in kaart hebben wat er nu op de Politieacademie wordtaangeboden. Neem zijinstromers. Voor de financieel-economischecriminaliteit heb je onder anderen slimme accountants nodig. Die doenalleen het hoogstnoodzakelijke op de Politieacademie en hebben een heelander carrièrepad. Ik zou daar zeer voor zijn, als het doel is om mensendie graag bij de politie willen werken – dat zijn er gelukkig heel veel, enterecht ook, want het is prachtig werk – optimaal te ondersteunen bij hetleren wat ze moeten leren, waarna ze gewoon aan de slag gaan. Vandaarook mijn verzoek om überhaupt meer inzicht in het hele stelsel van hetpolitieonderwijs.De voorzitter:Oké. Dan zijn we aangekomen bij mevrouw Mutluer, voor haar inbreng.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Op dat laatste wil ik nog terugkomen, maar eerst naar de agenda van ditcommissiedebat.Voorzitter. Ik zie zelf een duidelijke rode lijn, namelijk de schaarste aanpolitiecapaciteit. In mijn beleving betekent dat in de eerste plaats keuzesmaken, want de agenten nog harder laten werken, is wat mij betreft nietper se een oplossing. Ze zitten immers al aan hun max en dan moeten zeook nog eens gaan werken op momenten dat je eigenlijk niet zou willendat ze moeten werken. In dat licht zie ik de komende oudejaarsnacht weermet schrik tegemoet. Dan heb je ook nog mensen die binnen het legioenvan goedwillende voetbalsupporters de rotte kern vormen en voor heelveel ellende zorgen, mensen die niet in voetbal maar in geweld geïnteres-seerd zijn. Het is best wel zonde dat we genoodzaakt zijn onze agentendaarvoor in te zetten.Laatst hebben wij een gesprek gehad met de KNVB. De KNVB wilonderzoek doen naar het verminderen van politie-inzet door meer gerichteinterventies. In mijn beleving zijn er nog meer stappen mogelijk. InRotterdam is er een sociaal rechercheteam actief dat zich richt op die rotteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12527 kern. Daarmee komt men echt bij de kern van het probleem. Daar heb jemeer aan dan alleen de ME eropaf sturen. Hoe denkt de Minister over hetidee om dit eventueel landelijk uit te rollen? Wat is daarvoor nodig? Datzou in ieder geval moeten gebeuren in gemeenten waar de overlast of,beter gezegd, de ondermijning het grootst is.De schaarse politiecapaciteit moet zo effectief mogelijk worden ingezet.Dat is mijn tweede punt. Dan doel ik met name op het gesprek dat we metlokale gezagen hebben gevoerd naar aanleiding van het Manifest LokaalGezag. Eigenlijk zeggen de burgemeesters die wij hebben gesproken datzij vinden weinig speelruimte te hebben om keuzes te maken over de inzetvan de politie, terwijl zij vaak het best weten hoe de politie lokaal moetworden ingezet. Een van de ideeën die ze opperden, was om een deel vanhet budget voor de politie niet te labelen, maar toe te laten dat dat lokaalvrij wordt ingezet, zodat er in de eenheden ruimte ontstaat om het goedete doen. Dus niet rigide sturen op de politiesterkte. Wat vindt de Ministerdaarvan? Wanneer krijgen we überhaupt de informatie over de sterktever-deling, die ooit is beloofd? Wanneer kunnen we die tegemoetzien?Tot slot. Om nog meer schaarste te voorkomen, is het van belang dat ernieuwe mensen in dienst komen bij de politie voor specialistischefuncties. Ik heb wat ideeën over de recherche. Ik ben heel blij dat erzijinstromers komen, maar ik ben, net als collega Michon-Derkzen, minderblij met de uitstroom. Die is gigantisch, eigenlijk te veel om op te noemen.Dat moet gewoon geduid worden. Dat moet worden onderzocht en daarmoeten oplossingen voor komen. Je moet die negatieve spiraal vaninstroom en uitstroom doorbreken. Hoe wil de Minister dit gaan doen dekomende tijd?Overigens kreeg ik onlangs een bericht van een zeer gemotiveerdejongeman die heel graag bij de politie wilde werken, maar kleurenblindwas. Hij kreeg geen kans om bij de politie aan de slag te gaan. Dat vond ikbest heftig. We hebben daarover toen vragen gesteld en het antwoordwas: we gaan de aanstellingseisen herijken. Voor mij is onduidelijk of deeisen ten aanzien van het zien en herkennen van kleuren aangepast gaanworden. Ik wil dat de Minister gaat onderzoeken wat wél mogelijk is indezen. Ik snap het allemaal wel, maar ik denk dat we iedereen kunnengebruiken die gemotiveerd is om bij de politie te werken.Voorzitter. Tot slot, en dan eindig ik, het demonstratierecht. Dat is eengroot goed. Amnesty heeft een rapport uitgebracht over het filmen tijdensdemonstraties door de politie. Zij zeggen: daarmee schend je de privacyen dat heeft een afschrikwekkend effect. Ik vind de reactie van de Ministerbest dubbel. Hij wil de wet op dit punt niet aanpassen, maar hij wil ookgeen absoluut verbod op de inzet van camera’s bij de politie. Hij gaat eengesprek aan, maar wat betekent dat nou concreet voor de komende tijd?Verder sluit ik me aan bij de vraag over de gezichtsherkenningssoftwareen hoe dat traject eruit gaat zien.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw inbreng. U heeft nog enkele interrupties, als eerstevan mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Mevrouw Mutluer haalt een rapport aan van Amnesty, maar ik wil haargraag naar haar eigen opvatting vragen. Is mevrouw Mutluer van meningdat je bij een demonstratie nooit zou mogen filmen, dat camera’s daarverboden zouden moeten zijn?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik vind dat je daar heel zorgvuldig mee om moet gaan. Ik citeer even deMinister: «Inzet mag alleen als er een concrete aanleiding is voor die inzeten deze inzet kortstondig en incidenteel van aard is.» Dat begrijp ik, datlijkt mij ook heel logisch. Ik heb de Minister gevraagd wat hij gaat doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12528 Hij gaat het gesprek aan. Wordt het filmen daarmee opgeschort totdat deMinister samen met de politie duidelijke regels heeft opgesteld en dewaarborgen voor de demonstranten zijn verbeterd, of niet? Ik zeg niet datje het nooit mag gebruiken. Ik sluit me aan bij de manier waarop deMinister het heeft geformuleerd in zijn reactie op het rapport, namelijk datje een hele concrete aanleiding moet hebben en dat het kortstondig enincidenteel moet zijn. Dat is ook mijn mening.De voorzitter:Oké. Nog meer interrupties? Mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):Niet zozeer een interruptie. Collega Mutluer gaat over haar eigenwoorden. Zij sluit zich aan bij de vragen die ik heb gesteld op dit punt,maar de fractie van BBB denkt wel fundamenteel anders dan de collegavan GroenLinks-PvdA over de inzet van camera’s bij demonstraties. Ik hebgewoon een neutrale vraag gesteld: hoe ziet het traject eruit en wat is detijdslijn? Ik heb me niet over de inhoud gebogen. Wat ons betreft moet jebij demonstraties wel degelijk goed kunnen handhaven als politie.De voorzitter:Mevrouw Mutluer, een reactie.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat ik wel weet hoe de collega van de BBB over dit onderwerpdenkt. Ik ben het wel met haar eens over die neutrale vraag hoe hetwetgevingstraject voor het gebruik van gezichtsherkenningssoftwareeruitziet. Ik ben het volledig eens met die vraag. Ik stel hem ook omdatcollega Kathmann daarover volgens mij eerder een motie heeft ingediend.Ik ben benieuwd naar het antwoord. Maar wat de uitkomst wordt van datdebat, is natuurlijk aan elke partij afzonderlijk.De voorzitter:Hartelijk dank. Geen verdere vragen aan mevrouw Mutluer. Dan gaan wedoor naar de bijdrage van de heer Van Nispen. Aan u het woord.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel. Ik zal me maar niet aansluiten bij eerdere vragen, want jeweet nooit wat dat vervolgens oproept. De politie staat zwaar onder drukvanwege spanningen in de samenleving. De SP heeft jarenlang gepleitvoor extra capaciteit. Dat vind ik nog steeds. Maar toch vind ik ook dat jein de huidige omstandigheden moet kijken naar de taken die op het bordjevan de politie liggen, zoals de omgang met personen met verward enonbegrepen gedrag. Dat hoort bij de zorg. Maar ja, als je daar jarenlangop bezuinigt en het slecht organiseert, dan ligt dat nu bij de politie.Andersom geldt dat de samenleving een beroep doet op politie die er nietmeer is. De wijkagent is te weinig in de wijk en bijvoorbeeld door debeperkte inzet van motorverkeersregelaars is er als gevolg van tweedagen NAVO-top maar liefst acht maanden lang geen wielerevenementmogelijk. Naast die NAVO-top komt er misschien nog een megacongres,een cybertop. Wat zou dat dan weer aan politiecapaciteit kosten? Kan dateigenlijk wel?Dan over de bureaus. De coalitie belooft een bereikbare politie, maar deMinister sluit bureaus. Met een aangenomen Kamermotie probeerden wijdit tegen te houden. Nu schrijft de Minister dat hij de motie niet gaatuitvoeren, dus gaan die sluitingen gewoon door, terwijl een bureau juisthelpt om aanwezig te zijn in de wijk en echt bereikbaar te zijn voormensen. Het is ook een uitvalpost voor de wijkagent die wij allemaalwillen. Gesloten bureaus krijg je nooit meer terug. Dat is nou net het groteprobleem, dat is mijn grote zorg. Dit hoeven wij als Kamer ook niet teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12529 accepteren. De Minister behoort de aangenomen motie uit te voeren.Graag een reactie daarop. Ik denk te weten dat ik de PVV aan mijn zijdeheb. Maar ja, die zijn hier vandaag niet, dus ik kan hun daar geen vragenover stellen. Ik vind dat teleurstellend voor een fractie met 37 zetels. Maargraag een reactie van de Minister hierop.Dan over het tapsysteem. Ik stelde de Minister hierover vragen in hetvragenuur. De antwoorden van de Minister hebben mijn zorgen nietweggenomen. Het blijft mistig. Waarom toch steeds een rookgordijn opdit thema? De Minister zegt dat het nieuwe systeem na vele jaren eindelijkbegin volgend jaar zal gaan werken, maar wij krijgen toch echt anderesignalen te horen. Hoe kan het nou dat de Minister zijn agenten metspullen laat werken die het niet doen? Luistert de Minister wel naar dewerkvloer? Of het nou om een upgrade of een nieuw systeem gaat, deMinister blijft maar spullen kopen, die dus niet werken, bij Israëlischebedrijven die in verband worden gebracht met mensenrechtenschen-dingen en spionageschandalen. Waarom zou je dat eigenlijk willen? Wordthet niet eens tijd dat we dit soort systemen in Nederland zelf gaanontwikkelen of in ieder geval onderhouden of desnoods door een anderEuropees land laten ontwikkelen of onderhouden? Een Nederlandseleverancier zou vele voordelen kunnen hebben, zoals meer expertise ineigen land en autonomie. Waarom kiest de Minister hier niet voor?Daarnaast hoor ik zorgelijke geluiden over het traject rondom datahuis-houding politie en cyberveiligheid, dat veel extra geld zou kosten. Er iseen onderzoek geweest naar alle datagedreven trajecten, deIV-huishouding. Kan de Minister deze doorlichting naar de Kamer sturen?In het kader van politiewerk worden natuurlijk gegevens van mensenverzameld. Daar zitten grenzen aan, maar die worden ook overschreden,zoals bij de contraterrorismeregistraties, waar ook de Ombudsman zichgrote zorgen over maakt. Hier is het dinsdag in het debat over terrorismeook deels over gegaan, maar ik ga hierover nu een mijns inziens anderevraag stellen. Tienduizenden Nederlanders hebben zo’n registratie, nietomdat het allemaal terroristen zijn, maar soms bijvoorbeeld ook omdat zeaanwezig waren bij een bepaalde demonstratie. Velen van hen hebbengeen idee waarom ze geregistreerd staan, want inzage krijgen ze niet. Depolitie weigert soms inzicht te geven, zelfs als een rechter de forensischdeskundige de opdracht gaf in het politiesysteem te kijken. Hoe kan ditnou, vraag ik aan de Minister. De politie stelt dat alleen de AutoriteitPersoonsgegevens bevoegd is om dit te doen, maar de AP stelt dat dithelemaal niet klopt. Volgens de AP mag een rechter of iemand die daartoeis benoemd vanzelfsprekend in de systemen kijken. Dus Minister, hoe zitdat nou?De kern is dat zo’n registratie grote gevolgen kan hebben. Het kaneigenlijk niet dat je niet mag weten waarom je bent geregistreerd. Je komter ook niet vanaf. De rechtsbescherming is dus niet op orde. Erkent deMinister dat? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat er een onafhankelijke,laagdrempelige voorziening komt die namens de burger kan nagaan ofgegevens juist en terecht zijn geregistreerd? Een toegankelijkevoorziening dus, die er nu volgens mij nog niet is. Waarom neemt deMinister deze aanbeveling van de Nationale ombudsman, die ik zeerondersteun, niet over?Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. Dan is het woord aan de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u wel, voorzitter. Allereerst zou ik vandaag wat willen zeggen overhet onderwerp dat hier eerder is genoemd, namelijk de zeggenschap vande politie en de burgemeesters over de besteding van de politiemiddelenen de prioritering door de politie van het eigen werk. Tijdens werkbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125210 zoeken hoor ik altijd van de politie terug dat de financiële middelen voorde politie te veel door de landelijke politiek gelabeld worden. Dit was ookeen thema dat eerder terugkwam in het gesprek met de regioburge-meesters. De politie heeft hierdoor nauwelijks ruimte om middelen naareigen inzicht in te zetten. Ik ben benieuwd hoe de Minister op dezeoproepen reflecteert. Vindt hij dat de politie op de manier waarop het nugaat in staat is om de middelen zo goed mogelijk te besteden en ook daarwaar het het meest nodig is? Aansluitend bij eerdere vragen: hoe kunnenwij als Kamer hier meer zicht op krijgen in relatie tot de basistaken van depolitie, de wijkagent, de recherche, datgene wat de politie altijd uit zoumoeten voeren? Kunnen wij als Kamer met bijvoorbeeld de monitorwaarover eerder al gesproken is meer inzicht krijgen in de capaciteit vanwijkagenten, recherche en andere basistaken in het hele land wanneerdeze onder druk staat?Dat brengt me bij de zichtbaarheid van de politie. Mijn partij vindt het vangroot belang dat de politie in alle gebieden van Nederland in voldoendemate aanwezig, zichtbaar en benaderbaar is, onder andere voor preventie,criminaliteitsbestrijding en het veiligheidsgevoel van mensen. In depraktijk is dit lastig te realiseren door de grote capaciteitstekorten. We zijndan ook blij dat het kabinet investeert in innovatieve politieloketten,bijvoorbeeld op stadhuizen, stations en in ziekenhuizen, waar burgerslaagdrempelig in contact kunnen komen met de politie. We hopen vanharte dat dit ervoor zorgt dat operationele politiemensen, zoalswijkagenten, weer een groter deel van hun tijd op straat kunnendoorbrengen. Ik heb hier wel een aantal vragen over aan de Minister.Ik las dat de eerste pilot met een innovatief politieloket is gestart opUtrecht Centraal. Wat is de precieze invulling van die pilot? Kan deMinister al iets zeggen over het verloop tot nu toe? Op welke termijn enop welke schaal starten er meer pilots? Kan de Minister wat meer zeggenover de eigentijdse vormen van fysiek contact met de politie die inontwikkeling zijn, zoals pop-uppolitiebureaus, wijktafels, politiebussen enpolitietenten op locaties zoals winkelcentra?Voorzitter. Dat brengt me bij de aanpak van cybercrime en gedigitaliseerdecriminaliteit. We zijn blij met de tientallen miljoenen die naar de politiegaan voor de bestrijding hiervan. Wel heb ik eerder al aandacht gevraagdvoor het feit dat er dan wel voldoende mensen gevonden moeten wordenom dit werk op zich te nemen. Het zijn natuurlijk heel specialistischetaken. Goed om te lezen dat sterk wordt ingezet op het werven vanzijinstromers. Ik zou de Minister in dit kader ook willen wijzen opinitiatieven zoals het Codam Coding College, een opleidingsinstituut voorIT’ers in Amsterdam, opgericht door een stichting en bedoeld voorstudenten die niet tot hun recht komen in het normale onderwijssysteem.Dit soort initiatieven zijn wat ons betreft interessant met het oog op deinstroom. Hoe kijkt de Minister tegen dit soort initiatieven aan?Tot slot wil ik het hebben over hypotheekfraude. Deze fraude, vaakgepleegd door drugscriminelen, is een groot nationaal probleemwaarover de politie aan de bel heeft getrokken. Verschillende acties dieondernomen kunnen worden om dit effectief aan te pakken, hebben onzeaandacht. Veel ervan hebben niet direct met de politie te maken. Die zal ikdan ook in andere debatten bespreken. Wel wil ik aandacht vragen voorhet verzoek van de politie om betere informatieverstrekkingsmogelijk-heden op bilaterale wijze, bijvoorbeeld tussen politie en banken. DeMinister is momenteel bezig met een verkenning van de mogelijkheden,zo heeft hij aangegeven. Hoe staat het ermee? Kan hij al een tussentijdseupdate geven? Kan de Minister zeggen op welke manier hij in dezeverkenning rekening houdt met de bescherming van de rechten vanbetrokkenen?Dat was het van mijn kant, voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125211 Ik dank u hartelijk en ik geef het woord aan de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Mijn collega’s hebben al een paar goede puntenaangestipt. Ik sluit me aan bij de zorgen van collega Helder over departiculiere beveiligingsbedrijven, waar weinig zicht op is. Ik ben heelbenieuwd hoe de Minister daarnaar kijkt. Ik sluit me ook aan bij de zorgenvan onder anderen collega Mutluer over de uitstroom bij de politie. Netals collega Six Dijkstra zouden wij graag een overzicht willen – ik heb hiereerder om gevraagd – van de dekking van de politiebureaus en met namede wijkagenten. De Minister heeft toegezegd dat dat ergens in, naar ikmeen, Q1 zou komen. Ik ben benieuwd of hij hierin iets specifieker kanzijn.Voorzitter. Voor de rest wil ik me richten op de NAVO-top van volgend jaar,in juni 2025. Het is ontzettend belangrijk dat we dit gaan organiseren,maar wij hebben allemaal gezien dat dit een heel grote impact gaathebben op de politie- en ook de Defensiecapaciteit in heel Nederland. Wijmaken ons wel zorgen over die politie-inzet. Deze top heeft zo’n groteimpact op de politieorganisatie dat gedurende bijna een jaar in heelNederland de consequenties ervan zullen worden gevoeld. Zo kunnen erin heel Nederland geen evenementen georganiseerd worden in hetvoorjaar, omdat er geen politiecapaciteit beschikbaar is. Betekent dit danook dat voor de aanpak van criminaliteit het hele jaar minder capaciteitbeschikbaar is? Lopen de achterstanden daardoor weer op? Graag eenreactie van de Minister.We zijn ook bang dat criminelen volgend jaar hun kans schoon zullen zienom, nu er veel minder politie in heel Nederland beschikbaar zal zijn,criminele activiteiten te ontplooien. Heeft de Minister een plan voor hetgeval er een grote ramp, een terreurdreiging of andere gevaarlijke situatieaan de orde is maar er geen politieagenten beschikbaar zijn? Wat gaat erdan gebeuren?Voorzitter. Meer specifiek leidt het ertoe dat bijvoorbeeld wielerkoersen ingevaar komen, zoals de Amsterdam Gold Race. Van 1 januari tot en met31 augustus 2025 is er namelijk geen capaciteit beschikbaar om motor-agenten in te zetten voor het begeleiden van wielerwedstrijden. Dat isacht maanden lang! Is er echt geen enkele oplossing, vraag ik de Minister.Voorzitter. De organisatoren van de wielerkoersen hebben alarm geslagen:door de NAVO-top zouden deze evenementen niet meer kunnendoorgaan. Dat zou natuurlijk ontzettend zonde zijn, zeker gezien de grotemaatschappelijke meerwaarde hiervan. Kan de Minister hier duidelijkheidover geven? Klopt het dat er geen enkele politie-inzet is en dat daardoorwielerkoersen niet kunnen doorgaan? Kan er een alternatief wordengevonden voor de begeleiding van bijvoorbeeld wielerkoersen? Waaromis er nog geen duidelijkheid gegeven richting de organisaties, bijvoor-beeld over een landelijke richtlijn voor burgermotorverkeersregelaars?Voorzitter. We hebben veel tekorten bij de politie en er wordt weiniggesproken over creatieve oplossingen, zo constateren wij. Is de Ministerbereid om te kijken of bijvoorbeeld reservisten of veteranen, zoalsvrijwilligers van het Veteranen Search Team kunnen worden ingezet om in2025 een aantal ondersteunende taken uit te voeren die normaalge-sproken door de politie worden gedaan?Voorzitter, ten slotte. Ik ben er al vaker over begonnen: het delen vanpolitiegegevens tussen ketenpartners is cruciaal om criminaliteit effectiefte kunnen bestrijden, maar toch lopen we hier continu tegenaan. Hetsysteem rondom de Wet politiegegevens is verouderd en simpelweg nietop orde vanwege doorgeslagen privacyregels en administratieverompslomp. Is de Minister van plan om de Wet politiegegevens teverbeteren en te beginnen met een modernisering? Graag een reactie.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125212 Ik dank u hartelijk. Dan is het woord aan de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. In Montferland is een raadsledenjacht geopend vanwegede komst van een azc. Met vuurwerkbommen is er een aanslag gepleegdop een handhavingsauto en een politieauto. Raadsleden moesten bukken,wegduiken en vrezen voor hun leven. Dit is schandalig en een directeaanval op onze democratie. Volksvertegenwoordigers, politieagenten enboa’s waren doelwit van intimidatie en geweld met het oogmerk hen tedwingen iets te doen. Daarom vraag ik de Minister hoeveel daders er zijnopgepakt. Wat voor straffen hebben deze daders gekregen? Is erbijvoorbeeld gekeken of er sprake was van een terroristisch oogmerk? Iser gekeken naar andere mogelijkheden om deze daders te straffen, zoalshet afpakken van hun paspoort?Voorzitter, dan even een ander onderwerp: een pleegmeisje van 10 jaardat als huisslaaf werd gebruikt. We hoorden eerder de heer Eerdmanshierover al bij een debataanvraag. Het gaat om een meisje dat gemarteldwerd. De pleegouders, Daisy en John, hebben haar urenlang vastge-ketend aan een radiator met sekshandboeien en tape. Ze moest op haarknietjes de vloer dweilen. Vervolgens gooide een van de pleegouders ietsop de grond, zodat ze de vloer nog een keer moest schoonmaken. Zemoest met een gebroken arm onkruid wieden in de tuin. Buren zagen haarmet zware vuilniszakken slepen. Het pleegmeisje werd op een nacht inmei met meerdere botbreuken en zwaar ondervoed naar het ziekenhuisgebracht, waar ze in coma raakte en tot op de dag van vandaag nogsteeds niet uit is gekomen.Voorzitter. We hebben in de afgelopen periode ook kunnen lezen overDonny, die de 9-jarige Gino heeft verkracht en vermoord, en een leraar dietwintig basisschoolleerlingen onder de 12 jaar seksueel misbruikt heeft.Walgelijk, walgelijk. En wat doet onze overheid? Die deelt aan150 pedofielen waarschuwingen uit. Vorig jaar stond een derde van allekinderporno wereldwijd op Nederlandse servers. 60% van alle Europesemeldingen betreft Nederland. Nederland is de mondiale spil. Wij staannaast belastingparadijs nu ook bekend als pedoparadijs. Beschamend.Voorzitter. Als iemand dan eindelijk een straf opgelegd krijgt in Nederland,dan kan die slechts maximaal vier jaar celstraf en een geldboete vanmaximaal € 87.000 krijgen voor het bezitten van kinderporno. Als we ditvergelijken met onze buurlanden, dan zien we dat het in België al kanoplopen tot vijftien jaar cel en een geldboete van € 100.000. In Duitslandkan het oplopen tot tien jaar cel. Hoe kan het dat Nederland zulke mildestraffen hanteert, vraag ik de Minister.Tot slot. We zien weer een nieuw artikel van Follow the Money over deCTER-registratie. De heer Van Nispen had het er al over. Dit keer gaat hetniet over de onrechtmatigheid en rechtsbescherming, maar over derechter die om informatie vraagt. De politie weigert dat. Terwijl deoverheid al jarenlang worstelt met onrechtmatige dataverzameling, gooitonze overheid nu ook openlijk het rechterlijk gezag overboord. Een bevelvan de rechtbank om inzage te geven in datasystemen wordt genegeerd.Transparantie is niet relevant, zegt de politie. Is de Minister van meningdat de trias politica hier nog functioneert als de uitvoerende machtrechterlijke bevelen naast zich neerlegt? Wat gaat de Minister hiertegendoen?Ten slotte, voorzitter. De politie stelt dat alleen de Autoriteit Persoonsge-gevens bevoegd is om haar systemen te controleren, terwijl de AP ditontkent, zoals de heer Van Nispen ook aangaf. Hoe verklaart de Ministerdeze discrepantie en welke verantwoordelijkheid neemt hij hierin?Dat was het, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125213 Dank u wel. Een aantal onderwerpen die u aansneed, vallen wellichtbuiten de scope van het commissiedebat over politie. Die betroffenbijvoorbeeld het jeugdrecht, waarover we eerder een commissiedebathebben gevoerd. Maar we gaan gewoon zien wat de Minister gaatantwoorden. Ik dank u dus voor uw inbreng en geef als laatste in dezetermijn van de zijde van de Kamer het woord aan de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Dank, voorzitter. Ik begin bij code zwart. Het cellentekort is momenteel zonijpend dat de politie op dit moment geen twintig mensen kan oppakkenbij een incident. De politie is hierdoor zeer gefrustreerd. Ik begrijp dat. Watis dan de boodschap van de Minister aan slachtoffers die aangifte doenvan diefstal of een inbraak? Hun vraag is heel terecht: krijgt de dader nogwel de straf die hij of zij verdient?Voorzitter. Ik ga naar het jaarverslag van de nationale politie. Daaruit blijktdat het aantal incidenten van geweld tegen hulpverleners in uniform ofpolitie met 15% is gestegen in de afgelopen drie jaar. Vorig jaar kregenzo’n 12.500 agenten te maken met een vorm van agressie of geweld,waaronder 152 pogingen tot zware mishandelingen, 111 pogingen totdoodslag en 11 pogingen tot moord. JA21 vindt dit zeer ernstig enconstateert een groeiende gezagscrisis in Nederland. Het respect voor hetuniform, toch het symbool van vertrouwen, orde en veiligheid, wordtsteeds vaker ondermijnd. Van alle hulpverleners heeft 92% ooit te makengehad met een vorm van agressie. Dan ben je als publieke dienstverlenerdus de uitzondering als je nog niet een keer bent uitgescholden, bespuugdof mishandeld.Voorzitter. Ook op het spoor en in de bus is het mis. De spoorvervoerdersregistreerden vorig jaar 1.042 meldingen van geweldsincidenten, eenstijging van 8% ten opzichte van het jaar ervoor. Ik denk dat we, om deorde in Nederland te herstellen, een herwaardering nodig hebben van hetuniform. Daarvoor hebben wij het plan Uniformen in Beeld gepresen-teerd, waarin zeven maatregelen staan voor een versterking van dezichtbaarheid van en waardering voor publieke veiligheidsberoepen. Wijzijn blij dat het Blue Light United Event, dit jaar in Apeldoorn op 24 en25 mei, is gered. Dit is een jaarlijks event voor hulpverleners, politie,brandweer, Douane en ambulance. Dat was een van de zeven voorstellendie we deden in het plan. Ik bied het plan graag aan u allen aan: de ledenen uiteraard de Minister.Ik zou vandaag heel graag een reflectie van de Minister willen op tweepunten: het idee van een stage van een dag voor middelbare scholieren.Wij stellen voor dat zij één dag in het jaar bij een uniformberoep stage-lopen. Dat kan bij de NS, de zorg, de marechaussee, het leger of noem hetmaar op zijn.Ook vraag ik reflectie van de Minister op het idee van de terugkeer van despoorwegpolitie. De spoorwegpolitie, die zich nadrukkelijk bezighield metde veiligheid in de trein en op de stations, werd in 2013 afgeschaft. In2015 verzocht Rover al met klem om terugkeer van de spoorwegpolitie.ProRail volgde niet zoveel later via toenmalig directeur Pier Eringa, die deterugkeer noodzakelijk noemde omdat vandalisme en ander levensge-vaarlijk gedrag op en rond het spoor in 2017 weer waren toegenomen. Hijzei ook dat medewerkers het vaak niet eens meer melden als ze wordenuitgescholden. In april dit jaar was voor het personeel in de ov-sector demaat vol. Toen hielden ze drie minuten stilte. Alles stond stil vanwege demishandeling van een conducteur in Den Haag. Men was klaar met deagressie, klaar met het geweld. Tot hier en niet verder, zeiden we. Wijwillen bij JA21 graag een speciale politie-eenheid binnen de landelijkepolitie die zich specifiek richt op vandalen en criminelen in de trein enrondom perrons. Hierdoor neemt de veiligheid in de trein en op stationstoe en worden daders effectiever opgespoord en aangepakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125214 Daarnaast zouden wij graag zien dat conducteurs in de trein debevoegdheid krijgen om te vragen naar iemands identiteitsbewijs. Numoeten zij zwartrijders eerst ter plekke via de politie nalopen. Dat kostheel veel tijd. Kan de Minister zeggen of hij dit met zijn collega van IenWzou willen oppakken?Wij vragen voor nu om een kleinschalige pilot. Het kan dus binnen decapaciteit. Zeker rondom probleemtrajecten worden agenten nu te pas ente onpas uit het normale politiewerk getrokken, waardoor het politiewerkjuist wordt verstoord. Ik hoop dat wij hier een structurele oplossing voorkunnen vinden, maar we zouden dus graag beginnen met een proef.Voorzitter, dank je wel.De voorzitter:Ik dank u hartelijk. De heer Van Nispen heeft nog een vraag; hij stak alseerste zijn hand op.De heer Van Nispen (SP):Ik wil hier steun voor uitspreken, want ik vind het een sympathiek voorstelvan de heer Eerdmans. Ik heb wel zorgen over de politiecapaciteit, maarzo’n proef zou ik graag willen steunen.Ik heb een vraag over zijn andere punt, namelijk een dag meelopen. Ookdat vind ik sympathiek. Maar soms is een sympathiek plan niet voldoende.Ook hiervan denk ik: je zult maar in zo’n uniformberoep werken en, terwijlhet werk je al over de schoenen loopt en je je de vouwen al uit je broekwerkt, de boodschap krijgen dat je binnenkort ook nog allemaal eenmiddelbare scholier moet laten meelopen. Heeft de heer Eerdmans datoverwogen en hoe ziet hij dat? Wat is zijn reactie daarop?De heer Eerdmans (JA21):Daarom beperken we het tot één dag, want je zou ook kunnen zeggen datze drie weken moeten meelopen. Het is waar wat de heer Van Nispen zegt.Je moet daarmee uitkijken. Dat heb ik zelf overigens ook als wij bij JA21aanbiedingen krijgen van iemand die wil meelopen of stagelopen. Hetkost je soms inderdaad meer tijd dan je wenselijk vindt. Anderzijds vindenwe het heel belangrijk dat met name de jeugd – ik denk aan de leeftijd van15, 16, 17 – kennismaakt met en respect opbouwt voor het uniformberoep.Er kan ook nee op worden gezegd. Daarvan ben ik mij bewust. Het is ookgeen verplichting. We vinden het ook fijn dat iemand van het gezag af entoe iets vertelt over bijvoorbeeld drugsproblematiek. Ik denk dat dit goedis. Ik denk dat je daarmee heel veel problemen in de kiem kunt smoren.Nogmaals, het is geen wet van Meden en Perzen. Maar ik zou het welwaarderen als de politie, de ambulance, de zorg of de NS, weet ik wat,ervoor openstaat om scholieren een dag mee te nemen. Op zich hoeft hetook geen heel programma te zijn. Het kan best wel laagdrempelig. Wehoeven er niet allerlei mensen voor aan te stellen die voor begeleidinggaan zorgen.De voorzitter:De heer El Abassi heeft ook nog een vraag.De heer El Abassi (DENK):Ik ben het uiteraard, ook gezien de tekst die ik heb voorgelezen, helemaaleens met de heer Eerdmans. Van onze politiemensen blijf je af. Ik had ookmeteen een voorbeeld, namelijk van wat er in Montferland is gebeurd,waar vuurwerkbommen op politieauto’s en handhavingsauto’s van onzeboa’s afgeschoten zijn. Ik ben even benieuwd hoe de heer Eerdmans indeze specifieke casus invulling wil geven aan hoe de overheid deveiligheid van onze politiemensen, raadsleden en boa’s anders moetaanpakken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125215 De heer Eerdmans (JA21):Bedoelt de heer El Abassi dat in relatie tot een van onze voorstellen ofmeer in het algemeen? Van hulpverleners en de politie blijf je af. Daar benik ook heel duidelijk over. Het taakstrafverbod voor geweld tegenhulpverleners is gestrand in de senaat, op één stem, geloof ik. Dat zou ikheel graag weer ten tonele willen zien verschijnen. Het staat ook in hethoofdlijnenakkoord. Dat zijn de maatregelen. Je moet keihard aanpakkenwat niet toelaatbaar is. Dat geldt voor de voorbeelden die u geeft zeerzeker.De voorzitter:Dat was voldoende voor de heer El Abassi. Hiermee zijn we aan het eindegekomen van de eerste termijn van de zijde van Kamer. Ik kijk even naarde Minister, die verzoekt om 25 minuten schorsing. Ik schors tot 15.25 uur.Tot dan!De vergadering wordt van 15.01 uur tot 15.25 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug bij dit commissiedebat Politie, dat ik bij dezen heropen. Wezijn gebleven bij de eerste termijn van de zijde van de Minister. ElkKamerlid krijgt drie interrupties in deze termijn. Aan het einde zal ik deonbeantwoorde vragen ook nog even bij u inventariseren, zodat u daartussendoor geen vragen over hoeft te stellen. Het woord is aan deMinister.Minister Van Weel:Dank u, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbrengen in de eerstetermijn. Ik zal beginnen met een inleidende tekst. Daarna heb ik mijnantwoorden verdeeld in zes blokjes. Ik zal de titels niet allemaal oplezenomwille van tijdbesparing, maar ik zal het blokje wel benoemen als ikeraan begin. Dan weet u of uw vraag daarin zou moeten wordenbeantwoord of niet.Voordat ik begin, wil ik stilstaan bij de recente explosie op de Tarwekamphier in Den Haag. Samen met premier Schoof heb ik de rampplek gezocht.De ravage en het verdriet die ik daar aantrof, waren enorm. Ik wil ookvanaf deze plek mijn medeleven en steun uitspreken voor nabestaandenen de omwonenden, want dit heeft een enorme impact gehad op devolledige wijk. Ik wil natuurlijk ook mijn grote waardering uitspreken vooralle hulpdiensten die hierbij betrokken zijn geweest. Dit incident laat ookweer zien dat onze hulpdiensten, waaronder de politie waarover wevandaag spreken, er altijd voor ons staan als we ze nodig hebben, ook indit soort extreem trieste gevallen. Dat sterkt me in mijn overtuiging dat wezuinig moeten zijn op de politie.We weten dat de politiecapaciteit de komende jaren schaars zal zijn,terwijl de politie wel wordt geconfronteerd met maatschappelijkeontwikkelingen en een veranderend veiligheidsvraagstuk. De hulpvraagvan de samenleving aan de politie is heel divers. Of het nou gaat omverdachte situaties, inbraken, incidenten met personen met onbegrepengedrag of verkeersongevallen: als het nodig is komt de politie altijd.Tegelijkertijd moet de politie zich aanpassen aan ontwikkelingen, zoals deverschuiving van criminaliteit naar de onlinewereld en een enormetoename van het aantal demonstraties. De politie moet goed zijntoegerust voor al haar taken.Op de eerste plaats is het van belang, zeg ik met velen van u, dat ervoldoende politiepersoneel is. Politiemedewerkers, in het bijzonderwijkagenten, vormen de verbinding met onze samenleving. Zij zijn deogen en oren van de politie. Net als uw Kamer vind ik het dus heelbelangrijk dat er voldoende wijkagenten zijn en dat ze hun tijd zoveel alsmogelijk in de wijken kunnen doorbrengen. De politie blijft erop inzettenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125216 om personeel aan te trekken en te behouden. Zo verkent de politie optiesom de instroommogelijkheden voor het uitvoerende politiewerk uit tebreiden. Sinds dit najaar heeft de politie bijvoorbeeld een akkoord bereiktmet de bonden over een directe instroommogelijkheid voor mbo-functiesin de opsporing. Ook zet de politie, met de extra middelen die het kabinetbeschikbaar heeft gesteld, stevig in op het werven van zijinstromers. Ikkom daar zo meteen verder op terug.Als we zuinig willen zijn op de politie, moeten we ook scherpe keuzesmaken. Daarom kijk ik of deeltaken van de politie bij andere organisatieskunnen worden belegd, of tenminste in samenwerking kunnen wordenuitgevoerd.Ik zet ook in op een grotere betrokkenheid van burgers, bedrijven enmaatschappelijke instanties bij de aanpak van criminaliteit. Op 13 januariaanstaande gaat de campagne «Vreemd of verdacht» van start. Het doelvan deze campagne is om mensen bewuster te maken van signalen vanondermijnende criminaliteit, om hen te motiveren, maar ook om hen instaat te stellen daar actie tegen te ondernemen.Verder zet ik – dat zeg ik ook tegen de heer Six Dijkstra – inderdaad in opeigentijdse dienstverlening en innovatie. De politie moet zichtbaar enbenaderbaar zijn op een manier die past bij de huidige tijd. Ik zal – dat zegik ook tegen de heer Van Nispen – een voorbeeld geven. Vroeger ging jenaar het politiebureau als je in contact wilde komen met de politie, maartegenwoordig is het best bezochte politiebureau politie.nl. Dat heeft in hetafgelopen jaar 25 miljoen unieke bezoekers gehad, voor onlinemeldingenof -aangiftes. De politie zet dus ook in op doorontwikkeling van haaronlinedienstverlening. We investeren ook fors in innovatie om deslagkracht van de politie te vergroten. Denk aan nieuwe technologieën,zoals speech-to-textapplicaties. Zulke applicaties kunnen enorme tijdwinstopleveren, bijvoorbeeld bij het transcriberen van een verhoor. Nu duurtdat naar schatting drie uur. Dat kan met een applicatie in minder dan eenuur worden voltooid.Er worden dus verschillende paden belopen om ervoor te zorgen dat depolitie zich kan richten op haar kerntaak en dat wij de politiemensen nietovervragen. Ik wil er ook voor zorgen dat de politieorganisatie goed isvoorbereid op de toekomst. Dat doe ik, zeg ik tegen velen van u, in goedoverleg met het lokaal gezag. Zo heb ik in november uitvoerig samengezeten met de burgemeesters en het OM in het Landelijk OverlegVeiligheid en Politie. Daarin hebben we over de maatschappelijkeontwikkelingen die de politie raken en over het veranderende veiligheids-vraagstuk gesproken.Tot slot – dat zeg ik in aansluiting op mevrouw Mutluer – blik ik vooruitnaar de feestdagen. Hopelijk is dat een moment dat we even kunnenuitrusten na een bewogen jaar. Ik gun vooral ook onze hulpverlenersrustige feestdagen. Vooral de politiewerkers bij de mobiele eenheidverdienen rust. De korpschef heeft mij laten weten dat zij te makenhebben met een hoge werkdruk en dat zij weinig tijd hebben om teherstellen. Ik neem dat signaal van de korpschef serieus. Ik doe daaromook een beroep op het lokaal gezag om de politie in aanloop naar dejaarwisseling waar mogelijk te ontzien, zeker wanneer het inzet betreft diemogelijk bijstand vereist. De politie kan het lokaal gezag hierover, zoalsaltijd, adviseren in de lokale driehoek. Natuurlijk hoop ik ook dat dejaarwisseling zelf rustig en met respect voor onze hulpverleners verloopt.Ik weet zeker dat ik u daarbij allemaal aan mijn zijde vind.Dat was mijn inleiding. Ik ga nu naar het kopje opleidingen, instroom enalles wat daarmee samenhangt.De voorzitter:Ik dank u hartelijk voor uw inleiding. Mevrouw Mutluer heeft daarover nogeen vraag aan u.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125217 Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):In de inleiding ging de Minister kort in op de explosies die op deTarwekamp hebben plaatsgevonden. Ik wil niet vooruitlopen op hetonderzoek dat gaande is, maar ik moet u eerlijk bekennen dat ik niet blijword van berichten in de media over dat de verdachten mogelijk eerderzijn aangehouden met spullen. Mijn vraag is dus: wat is de inschatting vande Minister over wanneer we dat onderzoek mogen verwachten? Inhoeverre gaat de Minister ons ook meenemen in het werk van hetStrategisch Offensief Tegen Explosies, dat op verzoek van de TweedeKamer naar aanleiding van onze motie is opgericht? Zo kunnen we inieder geval kennisnemen van hoe deze maatschappelijke problematiekgetackeld kan worden, want het loopt op dit moment wel de spuigaten uitmet explosies.Minister Van Weel:Op dat eerste vraagstuk kan ik geen concreet antwoord geven. Hetonderzoek moet zijn eigen beloop hebben. Ik wil me daar niet vanuit depolitiek in mengen. Zoals u heeft gezien, is het OM samen met de politieerg voortvarend van start gegaan. Zij hebben heel snel verdachten inbeeld gekregen. Ik heb dus de indruk dat het onderzoek snel vordert endat we op korte termijn ook meer informatie zullen krijgen. Maar ik kan udat vanuit deze positie niet toezeggen.Dat tweede kan ik u wel toezeggen. Ik heb samen met burgemeesterSchouten van Rotterdam een aantal weken geleden de kick-off gegeven inRotterdam. Ik ben er heel blij mee dat zij bereid is om het StrategischOffensief Tegen Explosies te leiden. Zij is op dit moment bezig om zich inte lezen in het onderwerp en om het strategisch offensief bijeen tebrengen. Ik verwacht dat wij in overleg met haar ergens begin volgendjaar kunnen komen met een eerste bericht over de aanpak, de doelstel-lingen, de ambities et cetera van het strategisch offensief. Want ik ben hetmet mevrouw Mutluer eens dat we in Nederland een enorm probleemhebben met explosies in onze wijken. Tarwekamp is er daar een van, maarook afgelopen weekend werden we weer opgeschrikt in Purmerend,waarbij wederom een zwaargewonde is gevallen. Ik zeg in alleoprechtheid dat het een wonder is dat er niet nog meer gewonden endoden zijn gevallen, met een aantal van meer dan 1.000 explosies per jaarin onze wijken. Dat kan zo niet langer. Dat moet naar beneden. Daar komtdat Strategisch Offensief vandaan. Met flankerend beleid zullen wijhelpen. Ik heb vanmorgen een brief naar uw Kamer gestuurd over hetscharen van cobra’s, deze zware explosieven, onder de Wet wapens enmunitie. Dat moet de politie in staat stellen om meer te doen in deopsporing, en moet zorgen voor hardere straffen. We gaan hier dus aanalle kanten mee aan de slag. Ik houd u daarvan op de hoogte.De voorzitter:Er zijn geen verdere vragen over de inleiding. Gaat u dan vooral verdermet uw eerste kopje en de beantwoording van de vragen.Minister Van Weel:Dat kopje gaat over opleiding, instroom, doorstroom en alles watdaarmee samenhangt. Dat is natuurlijk een belangrijk onderwerp. Wehebben eerder met elkaar gewisseld dat het verkrijgen van voldoendepersoneel een van de grootste uitdagingen is. Dat geldt overigens nietalleen voor de politie. In onze vergrijzende samenleving geldt het in meeralgemene zin. Maar de situatie bij de politie is er natuurlijk eenuitingsvorm van. De getallen die mevrouw Michon-Derkzen noemde overde uitstroom, van 50% twee jaar na instroom, komen mij niet bekendvoor. Die stroken ook niet met de rapportages die ik daarover van dekorpschef ontvang. De totale uitstroom uit de operationele sterkte ligtmomenteel rond de 3%. Dat betekent – in de eerste acht maanden van ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125218 jaar is dat ook gebleken – dat we netto nog wel te maken hebben met eenstijging van het aantal agenten. Er zit dus nog een positieve trend in, maarde komende jaren zullen wij ook te maken krijgen met een ouderegeneratie die uitstroomt. Er is in het kader van de arbeidsmarktstrategievan de politie wel geconcludeerd dat de jongere generatie snelleruitstroomt. Daarom is er een verdiepend onderzoek gedaan naar devertrekredenen. Dat onderzoek wordt in het nieuwe jaar met de politievak-bonden besproken. Naar aanleiding daarvan zullen de korpschef en ik,vanuit onze rol als werkgever, gezamenlijk bekijken welke passendemaatregelen we kunnen treffen.Mevrouw Michon vroeg daarbij of er een soort dienverplichting kanworden ingesteld voor degenen die een opleiding volgen. NieuweEU-regelgeving lijkt hieraan in de weg te staan. Bij Defensie bestond eendergelijke dienverplichting al. Ik sta er zeker niet onwelwillend tegenover,maar het lijkt op dit moment dus even opgehouden te zijn door nieuweEU-wetgeving. Rechtszaken daarover van Defensie lopen. We zullen diemonitoren en de uitkomsten daarvan betrekken bij onze verdere ingang.Mevrouw Mutluer vroeg om niet alleen te kijken naar de instroom. Ik moetoverigens zeggen dat we te maken hebben met volle klassen. Er werdgesproken over een numerus fixus bij andere mbo-opleidingen, maar ookbij de Politieacademie is er geen gebrek aan nieuwe aanwas of interesse.Het is hoopvol om te zien dat mensen dit eervolle en mooie beroep nogsteeds erkennen als iets wat je zou moeten willen hebben. Het ligt dus nietalleen aan de instroom. We moeten kijken naar alle aspecten van de keten.Behoud is daarvan een belangrijke. Mevrouw Mutluer vroeg daarvooraandacht. In die zin hebben we ook het huidige doorstroomperspectiefbekeken en gekeken of we dat kunnen verbeteren. Zo is het voor sommigefuncties nu mogelijk gemaakt om het werk- en denkniveau aan te tonenmet een assessment in plaats van met een diploma. Dat biedt meerkansen voor interne doorstroom, ook voor hen die geen volledigehbo-opleiding of andere opleiding willen doorlopen. Er wordt ookgestuurd op het voeren van resultaat- en ontwikkelgesprekken. In diegesprekken kan met de leidinggevende worden verkend wat een mooievolgende stap is. Ook is er een wegwijzer voor medewerkers, waarmee zijkunnen zien wat zij zelf kunnen doen om een volgende stap in huncarrière te zetten. Als het gaat om specialisten kijkt de politie momenteelnaar een optimale inrichting om doorstroom- en doorgroeimogelijkhedente bevorderen. We erkennen dat die soms een ander carrièrepad wensente doorlopen dan de gemiddelde of algemene politiemedewerker.Mevrouw Michon vroeg of de Politieacademie ook samenwerkt metandere mbo-opleidingen die nu te maken hebben met een numerus fixusen die dus een goede instroommogelijkheid zouden kunnen bieden bij depolitie. Voor onderdelen van een aantal specifieke opleidingen, zoalszijinstromende specialisten en de boa-opleidingen, gebruikt de academieal derde partijen, zoals mbo-opleidingen. Daarnaast zijn er verschillendesamenwerkingsverbanden met andere onderwijsinstellingen vooraanvullende en verdiepende niet-politiespecifieke kennis die de Politieaca-demie niet zelf kan aanbieden. Dat vult de onderwijscapaciteit aan engeeft ons meer mogelijkheden om mensen binnen te halen.Mevrouw Mutluer refereerde aan haar eerdere oproep voor een aparteopleiding voor rechercheurs. Zij vroeg ook hoe we aanmeldingen kunnenfaciliteren als de Politieacademie er geen ruimte voor heeft. Middelsinterne doorstroom bij de politie en de bachelor recherche is het almogelijk om in te stromen in de politieorganisatie met een opleiding vanbuiten. Daarnaast is er sinds dit najaar – ik noemde dat al even in mijninleidende tekst – ook een instroommogelijkheid voor mbo-functies in deopsporing met de vakbonden afgesproken. De zijinstroom die hiermeewordt aangetrokken, zal de opsporing in de komende jaren versterken.Daarvoor is door het kabinet overigens ook extra geld uitgetrokken. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125219 grootste uitdaging is het behoud van deze instroom. Daarover zal iksamen met de korpschef gesprekken voeren met de politievakbonden.De heer Six Dijkstra vroeg specifiek of wij bereid zijn om de suggestiesvan NSC over te nemen over de aanwas van politiecapaciteit voorcybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. Ik zeg tegen de heer SixDijkstra dat wij fors investeren in de politiecapaciteit voor de aanpak vancybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. De insteek is om deuitbreiding voor het overgrote deel te realiseren met zijinstromers, die opspecialistische functies op het gebied van cyber en digitaal terecht zullenkomen. Zoals u ook zegt, hoeven zij inderdaad geen volledige politieop-leiding te volgen om op dit terrein van nut te kunnen zijn. NSC doet ookeen suggestie voor een interessante doelgroep voor deze nieuwe aanwas.Die suggestie geef ik graag mee aan de politie, zodat zij die bij derecruitment in overweging kan nemen.Over recruitment gesproken: mevrouw Mutluer vroeg wat we kunnendoen met de aanstellingseisen. Meer specifiek vroeg zij dat naaraanleiding van iemand die kleurenblind is en graag bij de politie wilwerken. Ik ben zelf marineofficier geweest en heb naast iemand gezetendie er bij de keuring achter kwam dat hij kleurenblind was en dus geenmarineofficier kon worden. Deze eisen zijn nooit statisch. De medischewetenschap staat niet stil. Ook de eisen die wij stellen aan ons personeelstaan niet stil. Op dit moment is de politie bezig met het herijken van deaanstellingseisen. Dat bevindt zich in de oriënterende fase. Ik kan u nietzeggen of kleurenblindheid daarin kan worden meegenomen. U kunt zichvoorstellen dat in het in het politiewerk wel van belang kan zijn om te zienof het stoplicht rood of groen is of dat de verdachte een blauw of een grijsshirt aanhad. Maar nogmaals, statisch is het niet. Dus ik zou zeker nietzeggen dat dit tot in de oneindigheid zo zal blijven.In het kader van opleiding en personeel vroeg de heer Eerdmans eenreflectie op de stage van één dag voor scholieren bij het uniformberoep. Iksta sympathiek tegenover het idee. Ik heb hierbij slechts één bedenking,en dat is de capaciteit die het vraagt om stagiairs te begeleiden, zelfs vooréén dag of misschien zelfs in sommige gevallen juist voor één dag, omdatmensen, ook stagiairs, natuurlijk na enige tijd beginnen te renderen eniets kunnen toevoegen. Als je iemand voor een dag meeneemt, vereist datgewoon aandacht. Gelet op de schaarse capaciteit vind ik het dus lastigom daar een concrete toezegging over te doen. Maar de politie biedt welhet programma maatschappelijke diensttijd aan, waaraan honderdenroc-studenten deelnemen en waarbij ze op een creatieve wijze kennis-maken met de politie. Na afloop van het doorlopen van zo’n traject blijktduidelijk dat er veel meer respect bestaat voor het uniformberoep danvoordat ze eraan begonnen. Dus het idee achter uw voorstel klopt enwordt gestaafd door de cijfers.Dat was mijn blokje opleiding en instroom.De voorzitter:Hartelijk dank. Daar is nog een vraag over van mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja. Ik dacht: ik wacht even het blokje af. Wordt de Kamer geïnformeerdover het verdiepend onderzoek naar de uitstroom dat de Minister in 2025met de bonden bespreekt, zodat we daarin inzicht hebben? In hetverlengde daarvan het volgende. Een dienverplichting mag niet van deEU. Nou, dan houden we ons daaraan. Is dat ook het geval als je vraagtom een bijdrage in de gemaakte kosten aan degene die binnen een kortetijd stopt? Is dat een dienverplichting? Of is een dienverplichting dat je perse een x-aantal jaren moet blijven? Ik ken het Defensiesysteem daarvooronvoldoende. Dus graag daarop een toelichting.Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125220 We zullen u in het halfjaarbericht op hoofdlijnen informeren over deuitkomsten van het doorstroomonderzoek. Dat kan ik u toezeggen.Dan uw vraag over hoe het voorheen bij de krijgsmacht zat. Een gevan-genis kun je niet creëren, dus vaak was het: je dient, of je betaalt terug.Dat was de constructie en daar heeft de EU nu blijkbaar een streep doorgezet. Dat geldt dan voor beide. Je kunt dus ook niet verplichten totterugbetaling. Daar is het laatste niet over gezegd, denk ik. Zoals ik zei:daar lopen ook rechtszaken over. U kunt zich voorstellen dat jaren vaninvestering in de persoon, die vervolgens op dag één zegt «dank u zeer,overheid, ik ben weg», geen wenselijke situatie is. Wij monitoren datscherp. Op dit moment hebben we dat bij de politie niet. Ik zou dus er dusook terughoudend mee zijn om dat nu in te voeren als ik niet weet preciesweet wat de randvoorwaarden zijn waaronder dat zou kunnen.De voorzitter:Hartelijk dank. Er zijn verder geen vragen over dit blokje. Het is trouwensheel fijn wat u doet, mevrouw Michon-Derkzen, want op die manierkunnen we de Minister laten uitspreken tot het einde. Het hoeft niet, maarik geef het alleen als suggestie mee. Minister, uw volgende blokje, als uwilt.Minister Van Weel:Ik begin aan het tweede van de zes blokjes en dat is publiek-privatesamenwerking. Dat is een klein blokje. Het begint allereerst met een vraagvan mevrouw Helder, maar gesteund door de heer Boswijk van het CDA.Wat is de laatste stand van zaken als het gaat om de Wet particulierebeveiligingsorganisaties en recherchebureaus? De conceptwettekstendaarvoor liggen klaar en de verwachting is dat we begin 2025 kunnenstarten met de consultatie. Dat is dus later dan in 2022 aangekondigd,maar nu wel echt in aantocht.Mevrouw Michon-Derkzen vroeg hoe het staat met de samenwerkingtussen politie en partners, waaronder de groene boa’s en de particulierebeveiligers. Afspraken over de operationele samenwerking tussen degroene boa’s en de politie worden op lokaal of regionaal niveau gemaakt.Ik heb in het vragenuurtje afgelopen dinsdag gezegd dat dat in sommigegevallen goed loopt en in andere gevallen nog wel verbetering behoeft.We zullen kijken of we daar in ieder geval aandacht voor kunnen vragen.Op landelijk niveau is er een werkgroep waaraan deelnemen: JenV, LVVN,de politie, het Openbaar Ministerie, vertegenwoordigers van de provinciesen van de gemeenten en vertegenwoordigers van de twee grootstewerkgevers van groene boa’s, namelijk Natuurmonumenten en Staatsbos-beheer. Zij werken aan een landelijke samenwerkingsagenda, waarin zijmodelafspraken meenemen over de inzet en ondersteuning en over hetgebruik van communicatiemiddelen et cetera, om meer standaardisatie teverkrijgen.Dan de politie en de particuliere beveiligers. De politie zet op dit momentmet de instemming van het bevoegde gezag op beperkte schaal geselec-teerde private partijen in voor de uitvoering van specifieke onderdelenvan taken in het domein bewaken en beveiligen. Op dit moment wordtverkend waar dat nog verder zou kunnen gebeuren.Dat was dit blokje.De voorzitter:Hartelijk dank. Er is een vraag van mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):Het kost me denk ik wel een interruptie. Ik heb niet gevraagd naar destand van zaken rond de Wpbr, maar ik heb gevraagd naar de voortgangvan de Toekomstagenda Korpscheftaken. Het toezicht op de Wpbr zou alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125221 eerste worden opgepakt als onderdeel van de herziening daarvan. Mijnvraag is wat de stand van zaken is, omdat dit al vanaf 2022 loopt.Minister Van Weel:Daar zal ik in tweede termijn op terug moeten komen, want dit valt nietdirect onder mij, maar daar kom ik op terug. Voor de Wpbr, daarentegen,geldt wat ik zei: die komt eraan.De voorzitter:Hartelijk dank. Mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vraag over desamenwerking. Ik vroeg naar de agenda. De Minister antwoordt: er is eenwerkgroep. Dat is heel goed, als het gaat om de groene boa, maar ik wilzo graag horen wat dan de gezamenlijke doelstelling is. Waar wordtnaartoe gewerkt? Dat geldt zowel voor de groene boa als voor de inzetvan particuliere beveiliging. De inzet is heel erg operationeel afhankelijkvan mensen. Ik zou zo graag zien dat we vanuit een landelijk aangestuurdkader met elkaar gaan toewerken naar logischer samenwerkingsmodellen.Kan de Minister in een halfjaarbericht daarop ingaan? Ik zag daar nu ookiets over staan, maar dat zit heel erg in het proces, namelijk dat men metelkaar werkt. Maar ik wil zo graag horen wat de doelstellingen zijn en water dan aan in de weg staat om de doelstellingen te halen. Zou de Ministerkunnen toezeggen om dat in het volgende halfjaarbericht op te nemen?Dan gaat het om zowel de samenwerking met de groene boa’s als desamenwerking met de particuliere beveiliging.Minister Van Weel:De agenda is nu zoals ik die noem. Op die onderwerpen wordt gezochtnaar harmonisatie en gezamenlijke voortgang. In het volgende halfjaarbe-richt neem ik mee wat daaruit is gekomen en wat de stand van zakendaarvan is. Dat is geen probleem. Ik zal dat doen voor zowel de groeneboa’s als de particuliere beveiligers.De voorzitter:Hartelijk dank. Er zijn geen verdere vragen over dit blokje. Dan is hetwoord weer aan de Minister.Minister Van Weel:Het volgende blokje heet «ruimte voor lokale afwegingen». Ik denk dat hetde beste titel is voor een aantal van de opmerkingen die de Kamer heeftgemaakt, ook naar aanleiding van het overleg met de burgemeesters. Eenvan de eerste vragen was die van mevrouw Michon-Derkzen: hoe kunnenwe burgemeesters ondersteunen in hun wens om meer grip te krijgen opwijkagenten? Ik denk dat hier een grotere vraag achter zit, die samenhangtmet wat u zelf ook meerdere malen aangaf, te weten de beperktecapaciteit, de grotere druk op de politie door meerdere taken en deverscheidenheid van die taken; van verwarde personen en demonstratiestot de inzet van de ME en inzet bij voetbal. U heeft ze eigenlijk allemaalwel genoemd.Dat allemaal leidt ertoe dat de 80%-norm – de norm dat 80% door degebiedsgebonden politie in de wijk wordt doorgebracht – niet altijd wordtgehaald. Dat heeft dus te maken met bijstand. Het heeft ook te maken metcompensatie van die bijstand. U kunt zich voorstellen dat na de roerigeweken die we in Amsterdam hebben gehad, waarbij mensen van Zeelandtot Leeuwarden werden ingezet, mensen ook weer moeten recupereren.Dan mis je die mensen dus twee keer in je basisteams. Dat legt een grootbeslag. Maar ze worden ook ingezet voor incidentafhandeling. U noemdeal de verwarde personen, die een groot beslag leggen. De afhandeling vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125222 zo’n incident gaat dan ook weer ten koste van de aanwezigheid in de wijk.Dat is natuurlijk niet wat wij willen. Tegelijkertijd: geen van die takenkunnen wij zomaar overboord gooien. We hebben discussies over hetdemonstratierecht en over hoe dat onder druk staat, ook door het enormecapaciteitsbeslag dat dit legt op de politie.Dezelfde discussie hebben we over voetbal. We hebben het over verwardepersonen. Al die discussies zijn terecht. Ik denk dat we al die sporengelijktijdig moeten aflopen om het doel voor ogen te houden, namelijk:hoe houden we een politie die haar kerntaken zo volledig mogelijk en zodicht mogelijk bij de mensen kan uitvoeren? Dat vraagt om goedesamenwerking tussen de lokale driehoeken, de regionale driehoeken,maar ook met het landelijk gezag. Het laatste wat we moeten doen, is daarschotten tussen zetten. U kunt zich voorstellen, als wij schotten haddengezet, dat een lokale burgemeester zou kunnen voorkomen dat zijnbasisteam wordt ingezet voor bijvoorbeeld ME-ondersteuning. Danzouden we in Amsterdam begin november echt een heel groot probleemhebben gehad. Dat kunnen we ons niet veroorloven. We zullen opsommige aspecten die bijstandsclausules in stand moeten houden en depolitie als één zien.Dat neemt niet weg dat we met z’n allen ernaar moeten streven om zoveel mogelijk het lokale gezag de toebedeelde capaciteiten te kunnenlaten gebruiken. Dat gesprek vindt plaats. Ik noemde u al het LandelijkOverleg Veiligheid en Politie. We hebben eind november een strategischverdiepende sessie gehad, waarin we echt hebben gekeken naar hetvolgende. Wetende dat we deze beperkte capaciteit hebben en dat weallemaal een andere rol hebben in dit bestel, hoe vullen we dat dan zogoed mogelijk in? We gebruiken dat in de aanloop naar de verdeelsyste-matiek die u voor de zomer van ons gaat krijgen. Dat was ook een vraagvan u. Daarin nemen we ook mee hoe we omgaan met sommige taken.Een van die taken, zo kan ik u al zeggen, namelijk de identificatie enregistratie van asielzoekers, wordt met de komst van het nieuwe jaarovergeheveld naar het Ministerie van Asiel en Migratie. Dus dat zal al eenverlichting geven van de schaarse politiecapaciteit. We hebben eenkabinetsreactie gegeven op de parlementaire verkenning inzake verwardepersonen. Daarin hebben we ook afspraken gemaakt over de verantwoor-delijkheidsverdeling, waarbij de Minister van Binnenlandse Zaken nuleidend is. Dus ik zie wel licht aan het einde van de tunnel. Op sommigeonderwerpen nog helemaal niet, zeg ik u. Ik noem het demonstratierechten de enorme toename van het aantal demonstraties, die steeds vakerbuiten de kaders van de Wet openbare manifestaties plaatsvinden, zondertoestemming van het lokale gezag en met meer risico. Dus is meerpolitie-inzet vereist. Dan zie ik dat licht nog niet. Bij voetbal denk ik dat wede doorbraak ook nog niet hebben gekregen, al zijn er daar ook welhoopvolle initiatieven, zoals in Rotterdam. Ik kom er nog op terug hoe wedaar verder mee kunnen omgaan.Dat brengt mij op de spoorwegpolitie of, zoals die intern ook weleensgenoemd wordt, de spopo, zeg ik tegen de heer Eerdmans. De spoorweg-politie als zodanig is nooit afgeschaft, maar is bij de vorming van denationale politie ondergebracht bij de Dienst Infrastructuur in de Lande-lijke Eenheid. Zowel de Dienst Infrastructuur als lokale basisteams wordeningezet op en rond het spoor, maar wel op een manier die flexibel is,zodat ze niet alleen maar in de trein of op het station aanwezig kunnenzijn. Het voorstel van de heer Eerdmans voor een pilot op een bepaaldtraject is sympathiek, maar het besluit om daarvoor politiecapaciteit vrij temaken is in dit geval echt aan het lokale gezag, of zelfs aan het regionalegezag. U noemt een traject dat meerdere teams beslaat. Zij moeten kijkenof dat haalbaar is, omdat zij de politiecapaciteit uit hun lokale bezettingzullen moeten vrijmaken om op een dergelijk traject een pilot te doen. Datlaat ik dus aan het lokale gezag in dezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125223 De voorzitter:Dan zijn er wat vragen. Allereerst van de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Het valt inderdaad onder de Landelijke Eenheid. Wat de Minister zegt, iswaar. Daarbinnen, zou ik zeggen, kan die ruimte door de Minister wordengecreëerd, omdat die nu inderdaad al flexibel wordt ingezet. Wij zouden indie pilot met name op één traject meer structureel een aantal agentenwillen toevoegen, omdat het juist nu zo is dat ze worden weggeroepen alser iets aan de hand is en als er wat loos is. Dan zou het dus structureelzijn. Het gaat misschien om acht agenten, of nog minder. Aan wie latenwe het dan over, aan de gemeente? We hebben toch een landelijkepolitie?Minister Van Weel:De inzet van de Landelijke Eenheid hiervoor is aan het lokale gezag en nietaan de Minister, ondanks dat het «Landelijke Eenheid» heet. Je zult methet lokale gezag in overleg moeten over de vraag of, als het acht agentenzijn, die agenten inderdaad daarvoor zouden kunnen worden ingezet.Er was ook een vraag of conducteurs de bevoegdheid moeten krijgenom ... Sorry.De voorzitter:Mevrouw Mutluer, heeft u een vraag?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Zeker, ik moet sneller zijn met mijn hand opsteken. Mijn vraag gaateigenlijk nog over het eerste punt van de Minister, ten aanzien van delandelijke prioriteiten versus de lokale speelruimte waar de burge-meesters naar hebben gevraagd. Tijdens het gesprek dat we met deregioburgemeesters hadden, werd gezegd: als er vanuit Den Haag nietalleen wordt aangegeven hoeveel agenten er per eenheid bij komen, maarook tot op schaal- en functieniveau wordt vastgelegd hoe dat plaatje erprecies uit moet zien, dan nemen we de ruimte voor lokaal maatwerk teveel weg. Dat was een heel concreet punt dat destijds werd gemaakt. Dewens werd uitgesproken om de politiebudgetten niet al te veel te labelen.Ik snap het; het is best ingewikkeld, want we hebben het over schaarste.Maar ik wil het iets concreter hebben. Hoe kun je de burgemeestersdaadwerkelijk helpen om – wat zei burgemeester Hubert? – niet alleen desleutel van het hek te hebben, maar ook te weten wat er gebeurt als hetopengaat? Misschien zit daar ook het beter meenemen van die burge-meesters bij. Mag ik eigenlijk de conclusie trekken dat u niet voornemensbent om nog een keer te kijken naar het budget en de labeling? Dat istenminste de conclusie die ik trek. Maar wat dan wel? Misschien was hetantwoord gewoon niet helder.Minister Van Weel:Ik ben zeker bereid om te kijken naar labeling. In generieke zin ondersteunik de burgemeesters, maar ook de korpschef zelf, die zegt: geef mij zo veelmogelijk ongelabeld geld en probeer niet allemaal schotten te creërenbinnen de politiebegroting, want daarmee maak je het voor mij erg lastigom maatwerk te leveren op lokaal niveau. Tegelijkertijd hebben we wel temaken met de taakverdeling zoals die staat in de Politiewet uit 2012. Ikben niet voornemens om die te wijzigen. Dat betekent dat het beheer indeze zin bij mij ligt, samen met de korpschef, en dat het gezag lokaal ligt.Daar moeten we een weg in vinden. Eind november heb ik daarover metde burgermeesters gesproken in wat wij genoemd hebben een «haard-vuursessie». Ik zeg overigens ter geruststelling dat er geen echt haardvuurbij betrokken was, want dat schijnt heel slecht te zijn voor de gezondheid.In die zogenoemde haardvuursessie hebben we gesproken over de wensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125224 om soms wel landelijk een prioriteit aan te kunnen geven. Ik noembijvoorbeeld onlinecriminaliteit. Je kunt je voorstellen dat dit niet voorelke burgemeester hoge prioriteit heeft, terwijl wij landelijk wel zien dat dewereld verandert en dat de criminaliteit zich steeds meer verplaatst naaronline. Er zijn enorme bedragen en schade mee gemoeid. Dus we willendaar wel prioriteit aan geven. Dan zul je landelijk wel iets van middelenwillen labelen om een impuls te geven aan die ontwikkeling. Op hetmoment dat dit verder is ingericht en wij denken dat deze ontwikkelinggoed is ingebed in de volledige politieorganisatie, zou je kunnenoverwegen om dat label weer te laten vervallen en het geld zo veelmogelijk vrij binnen het budget te laten zijn. Dat is mijn streven in iedergeval. Mijn streven is niet om overal labels op te plakken. Mijn streven isom politiek in overleg met u te labelen waar wij denken dat er een impulsmoet worden gegeven, om daarna zo veel mogelijk vrij te laten aan hetlokale gezag.De voorzitter:Dank u wel. De heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Naar aanleiding van de spopo, de spoorwegpolitie, heb ik even watcontact gehad met de achterban. Het lokaal gezag gaat volgens mij nietover de inzet van de agenten van de Landelijke Eenheid. Dat is het eerstepunt. Het tweede punt is: het gaat om een spoorlijn die tussen diversegemeenten loopt. Daar gaat ook niet één burgemeester over. Als deMinister zegt «ik moet daar overleg over plegen», vind ik dat helemaalprima, maar die pilot moet er wel komen. We moeten niet afhankelijk zijnvan wat de burgemeester van Emmen hiervan vindt. Ik denk dat we ditgewoon een landelijk probleem vinden. Het is ook een Landelijke Eenheid.Het gaat om een aantal agenten, voor een proef van een x-aantalmaanden. Dat moet toch wel vanuit de cockpit van het ministerie wordenaangezwengeld.Minister Van Weel:Ik kom even terug op het gezag en op hoe het zit met de Dienst Infra-structuur. Ik heb niet alle landelijke eenheden aan een touwtje. Ook diezijn toebedeeld aan taken en aan gezagen. Dus ik kom daarop terug. Inalgemene zin is het zo, waar het gaat om agenten die vallen onder lokaalgezag, dat ik wel het gesprek kan aangaan. Maar uiteindelijk ga ik er nietover. Ik kan dus geen pilots afdwingen in zo’n geval. Dat voorbehoudmoet ik gewoon maken.De voorzitter:Komt u daar dan in de tweede termijn op terug of later?Minister Van Weel:Zeker, dat doe ik in de tweede termijn.De voorzitter:Oké. Ik dacht dat u dat al wilde vragen. Zijn er verder nog vragen op ditpunt? Nee? Gaat u dan vooral verder, Minister.Minister Van Weel:Dan gaan we door naar de conducteurs, die de bevoegdheid zoudenmoeten krijgen om identificatie te vragen. De vraag is of ik daarover zoukunnen praten met de Minister van IenW. Het probleem hierbij is datconducteurs geen boa’s zijn. Ik ben bezig met de Minister van IenW omvoor boa’s toegang te krijgen tot het rijbewijzenregister. Ik hoop dat datkomend jaar echt geregeld wordt. Ik heb namelijk zelf aan den lijveondervonden, meelopend met boa’s, hoe lastig het is als je moet wachtenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125225 op de politie om te kunnen identificeren en boetes uit te kunnen delen. DeNS heeft er destijds zelf voor gekozen om conducteurs geen boa’s temaken. Dat betekent dat zij geen opsporingsbevoegdheid hebben. Dankunnen we dit dus ook niet mogelijk maken. Zij kunnen dus geenidentiteitsbewijs vorderen. Juridisch kan dat dus niet. Het kan dus wel metde boa’s, die de NS ook in de trein heeft rondlopen, maar niet met alleconducteurs.Ik heb hier nog een vraag over het labelen van de middelen van de politie,van de heer Six Dijkstra. Ik denk dat ik die vraag wel beantwoord heb methet antwoord op de vorige vraag.Hij vroeg ook hoe de Kamer meer zicht kan krijgen op de basistaken vande politie, zoals een monitor voor de inzet van de wijkagenten, rechercheet cetera, et cetera. In de halfjaarberichten van de politie houden we uwKamer op de hoogte van de bezetting van de acht werksoorten van depolitie. Dat is bijvoorbeeld de gebiedsgebonden politie, de opsporing – werapporteren in aanvulling daarop nog apart over de wijkagenten – en debezetting van de hele operationele sterkte van de politie. Die kunt uvinden in die halfjaarberichten. Daaraan ontleende ik ook het gegeven datwe in de eerste acht maanden van dit jaar netto meer dan 400 extraagenten hebben gekregen. Ik denk dat dat tegemoetkomt aan degewenste inzichten, ook op het niveau van de werksoorten.Dat brengt me op de te houden NAVO-top. Mevrouw Michon-Derkzen enanderen hebben aandacht gevraagd voor de verdringingseffecten die hetoplevert en het grote beslag dat het op de politie legt. Ik ga er nietomheen draaien en ik kan het niet mooier maken dan het is. Ik denk,samen met mevrouw Michon-Derkzen, dat het fantastisch is dat we deNAVO-top in Nederland organiseren. Tegelijkertijd geldt hiervoor, net alsvoor alle grote evenementen – dat is voor de Olympische Spelen ofanderszins niet anders – dat het gewoon een groot beslag legt op decapaciteit. Daarbij doen wij overigens al een beroep op Defensie. OokDefensie zal dus haar aandeel leveren waar dat kan en voor die takenwaarvoor zij kan worden ingezet. Dat geldt ook voor politie uit hetbuitenland. Ik heb meerdere collega’s uit buurlanden aangeschreven metde vraag om assistentie, zowel in advisering als uiteindelijk bij de inzetvoor sommige taken. Wij hebben dat bijvoorbeeld ook gedaan bijvoetbalevenementen in Duitsland of bij de Olympische Spelen in Parijs.Dit zijn dus geen ongebruikelijke bijstandsverzoeken tussen Europesepartners onderling.Dan nog gaan wij verdringingseffecten zien. Inderdaad, de korpschef heeftdaarover een brief gestuurd naar burgemeesters om daar voor zovermogelijk rekening mee te houden in lokale kalenders. Daarin stond dat ermogelijk voor grote evenementen of festivals minder politiecapaciteitbeschikbaar is. Uiteindelijk is het natuurlijk aan de burgemeesters om deafweging te maken of je evenementen laat doorgaan of niet. Maar ook iksteun de korpschef daarin, om ons wel rekenschap te geven van dit uniekeevenement. Dit is geen blijvende situatie, maar dit ene evenement,waarvoor we nu eenmaal een beroep doen op de politiecapaciteit.Tegen onder anderen de heer Boswijk zeg ik dat de motoragentencapa-citeit inderdaad een grote belasting kent. Zo’n top vraagt om heel veelbegeleiding door motoragenten. U kunt zich voorstellen dat 32 plus – datzeg ik erbij, want er komen ook partners – regeringshoofden die door onsland moeten worden rondgereden en begeleid moeten worden, vraagt omeen grote capaciteit. Dat geldt niet alleen dan, maar ook in de opleidingvan nieuwe motoragenten. Dat is waarom er gezegd is dat er zeer weinigcapaciteit beschikbaar is voor bijvoorbeeld de begeleiding van wielerwed-strijden vanaf januari tot de NAVO-top in de zomer van 2025. Ik zeg daarbijdat er wel gekeken wordt, onder andere met de wielerunie, naar anderemogelijkheden om die wielerevenementen mogelijk te maken. Ook deoptie van burgermotorbegeleiders in bepaalde delen van zo’n colonnewordt daarin meegenomen. Als we het hebben over kerntaken van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125226 politie, zou ik dat ook een veel toekomstbestendigere manier vinden omdit soort evenementen te begeleiden dan alleen maar met motoragenten.De voorzitter:Dat levert een vraag op van de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Die gaat eigenlijk nog over een eerder punt waar ik nog even op moestkauwen, namelijk het inzicht van de Kamer in de taken van de politie. Mijnvraag zat ’m niet helemaal op de bezetting bij de politie. Daar hebben weinderdaad goed inzicht in. Maar als we het bijvoorbeeld hebben overwijkagenten en recherche, is natuurlijk een veelgehoord probleem dat zijeen groot deel van hun werkweek kwijt zijn aan andere taken dan hunbasistaken. De bezetting kan dus volledig zijn, maar alsnog kan de druk tehoog zijn. Dat is iets waar wij als Kamer niet heel veel inzicht in hebben. Ikdenk dat dat ons misschien ook wel disciplineert als Kamer om niet te veelextra, grote landelijke taskforces op te gaan richten als wij dan ookdaadwerkelijk dat effect zien, zo van: dit betekent dus dat er minderwijkagenten rond zullen lopen op straat, omdat die er nog allemaal klusjesbij moeten doen. Mijn vraag is dus meer – misschien kan daar later nogop teruggekomen worden – of er nou nog een handige manier is om voorons als Kamer inzichtelijk te krijgen waar die druk het hoogst is en waarde pijn zit voor de basistaken van de politie.Minister Van Weel:Als ik er twee uit mag lichten die op dit moment gewoon echt een zwaredruk erop leggen, dan zijn dat de volgende. Eén. De inzet vanME-capaciteit voor demonstraties. Twee. Diezelfde inzet voor risicovollevoetbalwedstrijden. Dat zijn gewoon twee belangrijke, omdat ME’er zijneen bijtaak is, onder andere van die gebiedsgebonden politie. Dat wordtsteeds meer het geval, want als we meer specialisten in dienst krijgenvoor bijvoorbeeld cybertaken, betekent dat dat die multifunctionelepolitieagent, die de wijkagent is, steeds vaker degene is die wordt ingezetals bijstand voor dit soort taken. Hoe meer demonstraties in combinatiemet hoogrisicovoetbalwedstrijden, hoe meer er tegelijkertijd moet en hoenijpender dit probleem wordt.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank. Dat is in principe helder. Is er ook een manier waarop dit meergekwantificeerd kan worden, zodat we wat duidelijker zien waar in hetland en welke tijd van het jaar die druk zo hoog is? Zo zien we misschienook wat dat vervolgens betekent voor de preventie in de wijk. Ik snap datdat heel abstract en moeilijk meetbaar is, maar het zou ons, denk ik, welhelpen als we daar iets meer beeld bij zouden kunnen krijgen.Minister Van Weel:We hebben geprobeerd om dat inzichtelijk te maken in antwoord opKamervragen. Er werd bijvoorbeeld gevraagd wat de bezetting van de A12hier in Den Haag aan manuren in de politie heeft gekost. Dat blijft altijdeen benadering. In algemene zin kun je zeggen dat de grootste belastingals gevolg van demonstraties komt uit de grote steden, omdat daar nueenmaal een enorme toename is geweest van het aantal demonstraties. InAmsterdam zitten we nu boven de 3.000 per jaar. Die zijn niet allemaalproblematisch en vragen niet allemaal om grote politie-inzet. Maargemiddeld gezien zit in die grote steden wel de grootste pullfactor. Datgaat natuurlijk ten koste van eenheden door het hele land. Er wordt welgeprobeerd om de pijn zo veel mogelijk te verdelen. Maar zoals ik zei, wasik in Amsterdam op bezoek na de rellen en daar waren toen eenheden uitFriesland en uit Zeeland actief. Dat kan een week later weer uit het oostenvan het land zijn. Ik kan dat dus moeilijk systematisch inzichtelijk maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125227 Ik kan u wel vertellen aan welke taken je de gebiedsgebonden politie kwijtbent. Ik heb hier de categorie «we worden weggetrokken voor ietsanders» genoemd. Dat is dus de ME bij voetbalwedstrijden. Daarnaastheb je ook gewoon de incidentafhandeling. Ook die kost tijd van degebiedsgebonden politie. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan personenmet verward gedrag, waar de politie manuren aan kwijt is, terwijl je dieagent op dat moment eigenlijk liever in de wijk had ingezet. Het zit ’m dusop die twee hoofdtaken.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een verdere vraag van de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Ik ben het geheel eens met de Minister dat de NAVO-top ontzettendbelangrijk is. Het CDA is ook blij dat we die mogen organiseren. Dank voorde antwoorden dat er ook creatief wordt gekeken. Dat hebben weinderdaad ook in Parijs gezien. Ik was daar toevallig tijdens de OlympischeSpelen en zag daar zelfs politieagenten uit Qatar rondlopen. Het zou dusgoed zijn als wij dat ook gaan gebruiken.Ik had alleen nog wel een extra vraag. Wordt er buiten Defensie enpolitieagenten van buitenaf misschien nog breder gekeken, bijvoorbeeldnaar de veteranenorganisaties? Ik bedoel, wij hebben 100.000 veteranen.Natuurlijk kan je die niet allemaal gebruiken, maar er zitten wel veelmensen tussen die ervaring hebben met bijvoorbeeld crowdcontrol.Wordt daar ook naar gekeken?Minister Van Weel:Ik zit onvoldoende diep in de organisatie van de NAVO-top om te weten ofdaar een zinnige rol voor is weggelegd. Ik weet wel welke politiecapaciteitnodig is en wat Defensie zelf daaraan kan bijdragen, maar ik zal ditdoorgeleiden naar de organisatie om te vragen of ze dit mee willennemen in hun overdenking.De voorzitter:Dank. Dan continueert de Minister.Minister Van Weel:Dat was mijn blokje ruimte voor lokale afwegingen. Maar dat was dan ook– terecht, zeg ik erbij – een groot blokje.Dat brengt mij bij eigentijdse dienstverlening en innovatie. Laat ikbeginnen met de heer Van Nispen. Hij vroeg natuurlijk hoe wij invullinggaan geven aan zijn motie over de huisvesting van de politie. Wij hebbendaarover een brief gestuurd waarin wij ingingen op uw verzoek om geenpolitiebureaus meer te sluiten. Ik wil hier graag de ruimte nemen om watuitgebreider daarop te reageren. Daarbij wil ik wel zeggen dat de lijn zoalsik die in brief heb uitgedragen en in het kabinet heb afgestemd, wat onsbetreft staat. Wij begrijpen dat er waarde wordt gehecht aan politiebu-reaus, absoluut. Tegelijkertijd hechten we ook aan de zichtbaarheid en denabijheid van de politie.Ik voer de motie daarom om de volgende redenen niet uit. Eén. Wehebben in het LOVP, het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie, met hetlokaal gezag afspraken gemaakt over het strategisch huisvestingsbeleidvan de politie. Een belangrijk uitgangspunt dat daarbij is gehanteerd, isdat de huisvesting van de politie het politiewerk ondersteunt. De politieheeft in overleg met het lokale gezag geconstateerd dat de politie goedkan functioneren zonder het openhouden van de politielocaties die op deplanning staan voor sluiting. Daarnaast is het een feit dat politiemede-werkers door het beschikbaar komen van digitale middelen steeds mindergebonden zijn aan een fysieke politielocatie. Het zonder meeropenhouden van politielocaties is niet in lijn met het vastgestelde beleid,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125228 maar het is ook niet nodig voor goede, eigentijdse dienstverlening. Hetligt meer in de rede om in te zetten op innovaties, zoals digitale hulpmid-delen, voor een groot aantal taken. Bovendien heeft het uitvoeren van demotie ook grote gevolgen. Het niet sluiten van politielocaties die voor2025 gepland staan, kost ongeveer 10 miljoen structureel. Als er ook na2025 geen locaties mogen sluiten, zullen de kosten daarvan nog verderoplopen. De locaties die open moeten blijven, worden bemenst. Datbetekent dat deze politiemedewerkers dan ook niet beschikbaar zijn voorhet operationele politiewerk op straat. Daarnaast – we hebben het daarnet over gehad – moeten er in de komende jaren al forse keuzes wordengemaakt om de structurele tekorten in de meerjarenbegroting van depolitie weg te nemen.Als ik de motie uitvoer zoals gevraagd, zullen deze problemen in capaciteiten financiën alleen maar toenemen. Dat betekent dat ik ook een deel vanhet regeerprogramma, waarin we inzetten op het vergroten van deslagkracht van de politie, niet kan uitvoeren. Om die reden staat in de briefhet standpunt verwoord naar aanleiding van deze motie.De heer Van Nispen (SP):Kijk, ik ken de argumenten van de Minister en ik dank hem voor deuitvoerige beantwoording. Maar ik vind toch niet dat we hier zo genoegenmee kunnen nemen. Het is niet zo dat de argumenten van deze Ministertotaal niet bekend waren of dat we die niet zelf konden bedenken toen wemet elkaar deze motie aannamen. De motie is een weloverwogenuitspraak geweest van de Kamer. De Minister zegt: wij hechten aan dezichtbaarheid en de nabijheid. Ja, dat doen wij ook; dat is nou juist dereden dat die motie is ingediend. Als je nu bureaus sluit, mede omfinanciële redenen en mede omdat het nu krap is bij de politie, dan krijg jedie in de toekomst gewoon niet meer terug. Dat was ook het geval bij die200 bureaus die in de afgelopen jaren al zijn gesloten. Deze komen daarnog eens bovenop. Dat is precies de reden dat wij zeggen: maak een pasop de plaats.Daarnaast wijst de Minister op de digitale middelen, maar die zijnnatuurlijk niet voor iedereen weggelegd. Dat geldt misschien wel voor deMinister, voor mij en voor een aantal anderen, maar niet iedereen kandaarmee overweg. Ik vind dus dat we daar ook rekening mee moetenhouden.Het argument van de bemensing vind ik ook niet overtuigend. Niemandstelt hier voor dat iemand daar het bureau gaat openen en de rest van dedag gaat zitten duimendraaien. Natuurlijk wil je zo veel mogelijk mensenop straat, maar dan helpt het juist als je in de wijk een politiebureau hebtdat mensen als uitvalsbasis kunnen gebruiken.Kortom, volgens mij is hier goed over nagedacht. De Kamer heeft overdeze motie gestemd. Ik wil de Minister dus toch vragen om zijn standpuntte heroverwegen of om na te denken over een andere manier waarop hijin de geest van de motie aan die wensen tegemoet kan komen.Minister Van Weel:Ik blijf bij de appreciatie van de motie zoals die in het halfjaarbericht naarbuiten is gebracht. De argumenten die ik net heb genoemd, zijn daarbijleidend voor mij. Wat de geest van de motie betreft verschillen wehelemaal niet van elkaar. U bent voor nabijheid en bereikbaarheid van depolitie. Dat ben ik ook, maar voor de vorm waarin we dat doen, hou ik vastaan het Strategisch Huisvestingsplan zoals dat is gemaakt en aandaadwerkelijk kijken naar de slagkracht van de politie. Daarbij zijn voor mijpolitiebureaus niet altijd leidend, maar soms wel.De heer Van Nispen (SP):Ik vind dit ingewikkeld, want het is een duidelijke uitspraak van de Kamer.Ik vind de argumenten van de Minister niet overtuigend. En nu? Want deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125229 Kamer heeft gesproken; we hebben een motie aangenomen en deMinister komt nu met dit verhaal.De voorzitter:De Minister kan daar vast op reageren.Minister Van Weel:Ik kan daar niks aan toevoegen.De heer Van Nispen (SP):Dan ga ik met de collega’s in overleg over hoe we hiermee verdergaan,want ik vind niet dat er zomaar kan worden gezegd: we leggen de motienaast ons neer. Dat is ook een vorm van minachting van de Kamer. Wehebben de afgelopen jaren gezien dat ontzettend veel bureaus zijngesloten. Volgens mij hebben we nu spijt als haren op ons hoofd, maareigenlijk gaat de Minister gewoon door op die ingeslagen weg. Ik hoopdus dat de coalitiepartijen mij erin willen steunen dat dit niet op dezemanier doorgaat.De voorzitter:Goed, waarvan akte. Ik denk niet dat er verder een vraag is gesteld. Als deMinister verder wil gaan, is het woord dus aan hem.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. We openen ook wel zaken; dat zeg ik in antwoord op deheer Six Dijkstra, want hij vroeg hoe het loopt met het pop-upstation inUtrecht Centraal en wat we daar verder kunnen verwachten. We hebben22,5 miljoen euro vrijgemaakt om te investeren in innovatieve manierenom de politie dichter bij de burger te brengen. Via de innovatievepolitieloketten, waarvan het station in Utrecht het eerste is, kunnenburgers online maar ook via videobellen direct in contact komen met depolitie. De politie voorziet deze loketten van digitale ondersteuning,waarbij politiehosts rondlopen die de digitaal minder vaardige burgersondersteunen – dat zeg ik ook tegen de heer Van Nispen – om ook op eengoede manier gebruik te kunnen maken van de politieservice die daarloopt. Maar dat zijn dus geen politieagenten; we zijn dus geen capaciteitkwijt aan het bemensen van die stations. Op basis van de ervaringen dienu worden opgedaan in Utrecht Centraal – daar zal ik u ook over berichten– zal de politie besluiten waar en hoe er meer van deze pilotstationskunnen komen. Ik ben er zelf geweest. Ik kan dat u van harte aanraden.Het zit direct naast het station, onder het koepeldak bij Utrecht Centraal,en het geeft een goed inzicht in een manier waarop je in de toekomst depolitie op een toegankelijke manier dichterbij brengt. Nogmaals, dat isniet de enige manier waarop we dat willen gaan doen. Ik heb al eerdergezegd dat we ook werken aan bijvoorbeeld een colocatie op gemeente-huizen. Daarbij zou je dus een politieloket kunnen hebben waarvoor jegeen apart bureau hoeft te hebben, maar wel op een plek bent waarmensen toch al vaak komen.Dat brengt mij bij het tapsysteem, waarover de heer Van Nispen een vraagheeft gesteld. We hebben daar een uitgebreide vragenronde over gehad inhet vragenuur. Ik heb daarbij toegelicht welke uitdagingen er hebbengespeeld bij de aanschaf van het nieuwe tapsysteem Ik heb daarbij deberuchte quote van A, A+ en B gebruikt om aan te duiden met welkesystemen we nu hebben gezeten. Ik heb verteld dat systeem B, dus hetnieuwe systeem, nu een livegang heeft gehad en dat we, als dat succesvolis, systeem A+, dat we als back-up hebben voor het geval dat systeem Bniet zou werken, niet nodig hebben. Het lijkt er nu nog steeds op dat hetnieuwe tapsysteem, dus systeem B, in de tweede helft van 2025 volledigis uitgerold. Dan heeft de politie dus een tapsysteem met meer functiona-liteiten dan ze tot nu toe had.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125230 U vroeg ook nog even naar de herkomst van de fabrikanten. Er zijn nietheel veel fabrikanten die tapsystemen maken. U stelde dat de Minister depolitie met niet-werkend spul op pad stuurt. Ik wil juist het tegenoverge-stelde: ik wil dat de politie het beste krijgt dat we kunnen krijgen op demarkt. Dat is voor mij ook leidend in de selectie die wij uiteindelijk makenvoor het systeem. Nogmaals, de tweede helft van 2025 staat nog steedsals implementatiedatum, zoals ik destijds ook in het vragenuurtje zei.De heer Van Nispen vroeg ook of de doorlichting op het gebied van IVnaar de Kamer kan worden gestuurd. Ik ga wel in het volgende halfjaarbe-richt de conclusies op hoofdlijnen daarover met u delen. Dat zeg ik u dustoe. Ik doe niet de hele doorlichting, want dat voert te ver. Het is ook eeninterne doorlichting en die is erg gedetailleerd, maar de hoofdlijnen enconclusies neem ik daar wel in mee, ook omdat die natuurlijk impacthebben en zullen hebben op de planning- en controlcyclus voor dekomende jaren.Dat brengt mij bij het volgende blokje: bevoegdheden en rechtsbe-scherming. Ik begin met de vragen van mevrouw Helder en mevrouwMutluer over gezichtsherkenningstechnologie. De neutrale vraag isgenoteerd, ook al heeft u beiden een andere invalshoek. We zijn begonnenmet een verkenning met onder anderen vertegenwoordigers van depolitieorganisaties om te onderzoeken in welke gevallen en onder welkevoorwaarden er de noodzaak zou kunnen bestaan om een uitzondering temaken op wat in principe een verbod is op realtimegezichtsherkennings-technologie dat zou moeten worden vastgelegd in nationale wetgeving.De default is dankzij de Europese regelgeving: u mag dat niet doen, tenzij.Daar waar die noodzaak bestaat, zal wetgeving dienen te wordengecreëerd. Die is er op dit moment dus nog niet. Het is nu nog te vroegom te zeggen waar we op uitkomen. Dit raakt overigens niet aan dediscussie over bevoegdheden onder artikel 3 van de Politiewet. De inzetvan gezichtsherkenningstechnologie is niet mogelijk onder artikel 3 van dePolitiewet, maar kent nu ook al een andere grondslag daarvoor. Dat valtdus niet onder dat artikel.Per 2 februari wordt het verbod van kracht in de AI-verordening, dus in deEuropese verordening, maar dat verbod heeft geen impact op de huidigeinzet van gezichtsherkenningstechnologie door de politie, aangezien ditaltijd inzet op afstand achteraf betreft. Dat kent dus een andere grondslagdan de realtimetoepassing van gezichtsherkenningstechnologie.Tegen mevrouw Mutluer zeg ik dat dit iets anders is dan de inzet vancamera’s. Terugkomend op het rapport van Amnesty over het gebruik vancamera’s: dat is iets anders dan gezichtsherkenningstechnologie en hetkent ook een andere grondslag. Het huidige wettelijke kader volstaat voorde inzet van cameratoezicht. Dat heb ik ook geschetst in mijn reactie ophet Amnesty-rapport. Onder artikel 3 van de Politiewet kan de politiegebruikmaken van cameratoezicht bij demonstraties, mits de inbreuk opde privacy van de deelnemers daaraan gering is. Daarnaast is er voor deinzet van gemeentecamera’s ten behoeve van de handhaving van deopenbare orde een specifieke grondslag in de Gemeentewet zelf. Depolitie werkt nu aan een landelijk beleidskader voor de gegevensver-werking van camerabeelden. Ik ga met de politie in gesprek over het in datkader opnemen van procedures rondom onder andere de spoedigeverwijdering van camerabeelden wanneer deze niet verder dienen teworden gebruikt. Dat zijn allemaal onderdelen van mitigerende maatre-gelen om inbreuk op de privacy van betrokkenen zo veel mogelijk tebeperken.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125231 Ja, een verhelderende vraag. Ik begrijp daarmee dat het filmen nietopgeschort wordt totdat het landelijke beleidskader omtrent hetverwerken van gegevens of het verwijderen van beelden gereed is. Kloptdat?Minister Van Weel:Ja, waarbij ik wil zeggen dat dat filmen niet per se bedoeld is voor deidentificatie van mensen. Net zoals de gemeentecamera’s er zijn ommogelijke verstoring van de openbare orde of grote hoeveelhedenpersonen op één plek te kunnen signaleren om de openbare orde tekunnen controleren, zo doet de politie dat ook. Alleen bij aanleiding voorverdenking van strafbare feiten zal hiervan achteraf gebruik kunnenworden gemaakt voor de identificatie van mensen op basis van diecamerabeelden. Dat is waarom de wettelijke grondslag zoals die nu is,voldoende is voor doorgaan met de inzet van camera’s op dat gebied.De voorzitter:Oké, gaat u verder.Minister Van Weel:Dan een vraag van de heer Van Nispen over de registratie op het gebiedvan terrorisme, de gevolgen die zij kan hebben voor burgers en of er nieteen laagdrempeligere, toegankelijkere voorziening moet komen waarburgers terecht moeten kunnen. De Ombudsman geeft ook in zijn rapportaan dat het begrijpelijk is dat er vanwege nationale veiligheid welinformatie over burgers wordt vastgelegd en gedeeld, ook zonder datburgers dat weten. De Autoriteit Persoonsgegevens kan bemiddelen ofadviseren in deze casuïstiek. Dat beschouw ik in dit geval als eentoegankelijke en laagdrempelige route. Tijdens een beroep bij de rechterkan vervolgens worden getoetst of de gegevens juist en terecht zijn. Ik wilbenadrukken dat de politie zichzelf alleen kan verantwoorden voorpolitiegegevens. Daar waar bijvoorbeeld inlichtingendiensten betrokkenzijn of daar waar het buitenlandse diensten betreft – daar had ik het overin het debat van afgelopen dinsdag over terrorisme, dat ook over datrapport van de Ombudsman ging – is het voor de politie niet mogelijk omdaartoe toegang te verkrijgen. We snappen natuurlijk wel dat burgers daarlast van kunnen hebben; zo heb ik dat afgelopen dinsdag ook verwoord.Daarom hebben we een handreiking opgesteld, ook in reactie op hetrapport van de Ombudsman, om burgers die het vermoeden hebben datzij ergens op een lijst voorkomen, ook richting andere instanties in iedergeval de goede handvatten te bieden om daar helderheid over teverkrijgen. Wat de politie betreft loopt die route dus via de AP. Maatwerkis vereist, want de oorsprong kan dus ook in het buitenland liggen. Ik komnog terug op de door de heer Van Nispen en de heer El Abassi genoemdespecifieke rechtszaak en de uitspraak van de rechter.Laten we er duidelijk over zijn dat aan rechterlijke uitspraken in beginselgewoon gevolg dient te worden gegeven. Als een partij het oneens is meteen rechterlijke uitspraak, kan daartegen hoger beroep worden ingesteld.Een rechter kan een deskundige benoemen die de opdracht krijgt om eenonderzoek in te stellen. Bestuursorganen dienen dan medewerking teverlenen aan dat onderzoek. Aan de andere kant hebben we hier te makenmet de Wet politiegegevens, die in artikel 6a uitputtend regelt wiewanneer toegang heeft tot welke gegevens. Daar dient ook rekening meete worden gehouden. In dit specifieke geval kan ik u dus melden dat depolitie in gesprek gaat met de deskundigen over hoe zij kunnen faciliterenin dit onderzoek, terwijl zij ook nog blijven binnen de grenzen en de eisenvan de Wet politiegegevens. Dit wordt dus vervolgd, maar het gesprektussen de politie en de deskundigen zal daarover plaatsvinden.Ik noemde al de Wpg. Dat brengt me bij de heer Boswijk, die vroeg of ikbereid ben om de Wet politiegegevens te moderniseren. Wij zullen niet deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125232 hele Wet politiegegevens moderniseren. Dat is een enorm omvangrijktraject, maar op een aantal knelpunten zal de wet wel worden gewijzigd.In de eerste helft van 2025 zal het wetsvoorstel daartoe in consultatieworden gebracht.De laatste vraag op dit gebied is de vraag van de heer Sex Dijkstra over deregels voor informatie-uitwisseling voor de aanpak van hypotheekfraude.Zei ik «Sex Dijkstra»? Mijn excuses. Het kerstreces is nakend en verderdoe ik hier geen enkele uitspraak over mijn verspreking. De heerSix Dijkstra vroeg naar de regels voor informatie-uitwisseling metbetrekking tot de aanpak van hypotheekfraude. De Wet politiegegevenskent een zogeheten gesloten verstrekkingsregime. In het besluit staat aanwie wanneer welke politiegegevens kunnen worden verstrekt. Het kentgeen expliciete grondslag voor het verstrekken van gegevens aanfinanciële instellingen die als hypotheekverstrekkers fungeren of die zijnbelast met de aanpak van hypotheekfraude, maar er zijn wel mogelijk-heden om aan samenwerkingsverbanden politiegegevens te verstrekkenen om in bijzondere gevallen incidenteel politiegegevens te verstrekkenten behoeve van het voorkomen en opsporen van strafbare feiten. Wijkijken nu dus naar de wenselijkheid van de uitbreiding van de verstrek-kingsmogelijkheden voor de aanpak van hypotheekfraude. Dat is eenonderdeel van het onderzoek zoals dat eerder was aangekondigd.Dat brengt mij bij de overige belangrijke zaken. Ik begin met de strafver-hoging in het kader van de veilige publieke taak en het taakstrafverbod,zoals genoemd door mevrouw Helder. Geweld en agressie tegen mensenmet een publieke taak zijn, zoals mevrouw Helder aangeeft, ontoelaatbaaren moeten ook adequaat worden bestraft. Daarom wordt er nu hardgewerkt aan een aangepast wetsvoorstel Taakstrafverbod, dat eentaakstrafverbod regelt bij agressie en geweld tegen hulpverleners. Hetstreven is om dit wetsvoorstel in de zomer van 2025 in consultatie tebrengen. Natuurlijk ben ik in gesprek met het OM. Het OM pakt diehandschoen op, ook met betrekking tot het recente rapport waarin werdaangegeven dat de strafverhogingsgrond voor geweld tegen mensen meteen publieke taak onvoldoende heeft geresulteerd in hogere straffen. HetOM kijkt ook naar de oorzaken daarvan en naar wat hieraan moet wordengedaan.De heer El Abassi vroeg of het klopt dat mensen voor het bezit vankinderporno alleen nog maar worden gewaarschuwd. Het bezit vankinderporno is strafbaar. Dat wordt binnen alle eenheden opgepakt doorde politie. Ik ben zelf op bezoek geweest bij het Team ter Bestrijding vanKinderporno en Kindersekstoerisme. Ik heb alle respect voor de mensendie dit ontzettend zware en moeilijke werk doen. Daar moeten we zeerdankbaar voor zijn. Dat heeft een zware impact, ook op hen.Met betrekking tot de aanpak van online kindermisbruik is afgesprokendat de opsporingscapaciteit van de politie wordt ingezet waar hetmaatschappelijk effect daarvan het grootst is. Dat is wanneer slachtofferskunnen worden ontzet uit acute misbruiksituaties, zowel nationaal alsinternationaal, want daarmee redden we het welzijn van een kind. Metbetrekking tot downloaders en verspreiders van beeldmateriaal vanseksueel kindermisbruik geldt dat het belangrijk wordt dat zij niet vrijuitgaan. Gezien de massale aard van deze activiteiten, in combinatie met eenschaarse politiecapaciteit, is het soms nodig om naast een strafrechtelijkeaanpak op individuele basis ook te bezien welke alternatieve interventiesof verstoringsacties er uitgevoerd kunnen worden. Daar horen de door uaangehaalde stopgesprekken bij. Die hebben overigens wel effect. Dat hebik gehoord tijdens mijn bezoek daar. De laagdrempeligheid van socialmedia leidt tot een toename van de verspreiding van kinderporno, maarleidt er ook toe dat mensen zich onaantastbaar of ongezien wanen. Nadatde politie hen erop aanspreekt, wijzigen zij wel degelijk definitief hungedrag. Deze interventies hebben dus wel degelijk nut, zo niet instrafrechtelijke zin dan wel in voorkomende zin voor de toekomst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125233 De voorzitter:Mevrouw Helder heeft nog een vraag.Mevrouw Helder (BBB):Ja, want dit begint me nu wel een beetje te storen. Ik heb antwoordgekregen op drie vragen. Dat waren geen antwoorden, maar dat was watik letterlijk zelf heb gezegd. Daar heb ik dus niet heel veel aan. In het kadervan die gezichtsherkenning heb ik het volgende gevraagd: er is een trajectin gang gezet, maar hoe ziet dat traject eruit en wat is de tijdlijn? De tijdlijnheb ik niet gehoord. Ik hoorde: er is begonnen met een verkenning. Ja,maar dat valt onder het traject. Dan had ik een vraag gesteld over diekorpscheftaken. Dat antwoord was niet helemaal goed. Daar krijg ik dus inde tweede termijn antwoord op. Wat betreft het taakstrafverbod vroeg ik:waarom duurt dat tot de zomer van 2025? Dan is het antwoord dat dit inde zomer van 2025 in consultatie gaat. Met alle respect: dit gaat me eenbeetje storen.Minister Van Weel:Mevrouw Helder, ik kom terug op de korpscheftaken. Die vraag hebbenwij verkeerd geïnterpreteerd. Daar kom ik dus op terug in de tweedetermijn. Wat betreft de gezichtsherkenning kan ik u nog geen tijdpadgeven. U heeft dat gevraagd, maar ik kan u dat nog niet geven. Daar waarhet gaat om het taakstrafverbod: ik heb het onderzoek van het WODC naarde toepassing door het OM van de strafverhoging wel mee willen nemen,omdat dat mogelijk input zal geven voor de manier waarop we dattaakstrafverbod nu uiteindelijk vorm kunnen geven. Ik ben daar nog niethelemaal uit. Ook het OM is daar nog niet helemaal uit. Waarom wordt diestrafverhoging in sommige gevallen, of eigenlijk in veel gevallen, niettoegepast? Dan is de vraag of het omzetten hiervan in een taakstrafverbodwél gaat leiden tot de resultaten die wij willen.Een van de gevallen – ik zeg niet dat dit een trend is – die bijvoorbeeld tersprake komt, is de volgende: mensen met ernstig verward gedrag, dieagressie plegen terwijl zij worden benaderd door een hulpverlener, en danvoor een rechter komen. Dan zeggen officieren van justitie soms: «Dezeverwarde persoon was dusdanig verward dat het hem niet ging om hetplegen van geweld tegen een hulpverlener; door de omstandigheden wasdat de persoon die hij tegenkwam en die de klappen heeft opgevangen.Daarom is die strafverhoging niet iets waar wij om vragen.» Dit soortoverwegingen wil ik ook meenemen in de uitwerking van het taakstraf-verbod. Want daarbij zou je tot op zekere hoogte dezelfde redeneringkunnen volgen. Dat is waarom het iets langer heeft geduurd.Mevrouw Helder (BBB):Ik ben blij dat het in het regeerprogramma staat, want anders zou ik noggaan denken dat dat taakstrafverbod er door het afvoerputje uit gaat. Ikvind dit wel klinken als een omtrekkende beweging om het OM, die zijneigen richtlijn nog niet eens toepast, zijn zin te geven. Ik begin wel eenbeetje te vrezen voor een Kameruitspraak. Ik kijk dan ook even naarcollega Van Nispen; daar ga ik op een gegeven moment ook voor vrezen.De Minister wacht dat rapport dus af. Daar leg ik me zeker bij neer, wanthet moet goed onderbouwd worden. Maar ik begin wel de nodige scepsiste krijgen.De voorzitter:Goed, waarvan akte. De Minister.Minister Van Weel:Toch nog even over die scepsis: het onderzoek is er al. Ik had het namelijkover het onderzoek naar het doorvoeren van die strafverhogende grondendoor het OM. Dat onderzoek is er nu; dat heb ik willen afwachten. DieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125234 uitkomsten en de gesprekken die ik met het OM heb gevoerd, wil ikmeenemen in het wetsvoorstel. Er is geen sprake van afstel; datwetsvoorstel komt er. Dat komt er in de zomer van 2025.De voorzitter:Gaat u dan verder.Minister Van Weel:Dan kom ik op het geweld tegen raadsleden in Montferland. Ik zeg tegende heer El Abassi dat het Openbaar Ministerie hier onderzoek naar doet.Dat onderzoek loopt nog. Ik kan op dit moment niet vooruitlopen op deuitkomsten van dit onderzoek. Wat betreft de straffen: het zal aan het OMzijn om daar invulling aan te geven.De heer Eerdmans refereerde aan code zwart. Ik begrijp zijn zorgenhieromtrent zeer goed. Ik geloof dat de Kamer ook in gesprek met deStaatssecretaris is over code zwart en over de vraag hoe die op te heffen.De politie heeft tijdelijk een beperkt deel van haar eigen cellencapaciteit,maximaal 100 politiecellen, voor de DJI beschikbaar gesteld. Die wordennu ingezet voor veroordeelden die gearresteerd zijn, ter uitvoering vanhun gevangenisstraf, en voor verdachten die in voorlopige hechteniszitten. De situatie is nu dat zowel die cellen van de politie als die van deDJI, de penitentiaire inrichtingen, volledig vol zitten. Dat kan inderdaadgevolgen hebben voor grote hoeveelheden verdachten die wordenopgepakt. Dat is een zeer onwenselijke situatie. Er loopt een separaatdebat met uw Kamer over deze situatie. Maar natuurlijk hoop ik, net als u,dat we die zo snel mogelijk kunnen oplossen.Mevrouw Helder vroeg nog of de commissie-Schneiders inmiddels haarwerkzaamheden heeft hervat, zoals in de motie werd gevraagd. Daar kanik helder over zijn. Het antwoord is ja. Per 1 november is dat van startgegaan.Ten slotte. Ik had al eerder beloofd aan mevrouw Mutluer om terug tekomen op het voorstel van het rechercheteam met betrekking tot voetbalin Rotterdam om te focussen op de harde kern van mensen die hetverpesten voor de rest. Dat is door het lokale gezag opgezet. Als anderelokale driehoeken die te maken hebben met deze problematiek dat ookzouden willen opzetten, dan zou ik ze van harte aanbevelen – dat zal ik ookactief doen – om met Rotterdam in overleg te gaan, om zo te leren watdeze aanpak kan brengen. Ik heb het al eerder genoemd: dit is een van diecapaciteitsvreters die een zwaar beroep doen op zowel onze schaarsepolitiecapaciteit als op de wijkagenten. Ik zou dit dus zelf van hartetoejuichen, maar dit is aan het lokale gezag.De heer El Abassi (DENK):Ik dacht dat de Minister nog door zou gaan op mijn vragen overMontferland. Ik dacht dat de Minister daar wel antwoord op heeft gegeven– zo interpreteer ik het – omdat hij heeft aangegeven dat het OM gaat overde handelingen die daar verricht zijn. De vraag welke strafbare uitingendaar hebben plaatsgevonden, laat hij aan het OM over. Dan wordt hetvoor mij toch wel ingewikkeld. We hebben namelijk een situatie inAmsterdam meegemaakt met geweldsincidenten. Daarover was hetkabinet al aan de voorkant heel stellig: er zou sprake zijn van eenterroristisch oogmerk en er moesten paspoorten worden afgepakt. Mijnvraag aan de Minister is: hoe duidt hij de handelingen en daden die zijnverricht richting onze volksvertegenwoordigers en onze politiemensen?Minister Van Weel:Deze Minister mengt zich überhaupt niet in hoe het OM mensen aanklaagten waarvoor. Ook in Amsterdam is het OM daar geheel vrij in. Het OMheeft daar ook zelf de daden gekozen op basis waarvan zij de verdachtenwillen aanklagen. Zoals u wellicht hebt gemerkt, is een terroristischTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125235 oogmerk daarbij in ieder geval door het OM niet gehanteerd. Ik ga me dusook in deze zaak niet mengen. Dat past mij niet.De heer El Abassi (DENK):Het kabinet spreekt met één mond. We hebben de heer Schoof gehoord.Die gaf hier wel een duiding aan, door te zeggen: we gaan onderzoeken ofhier sprake is van een terroristisch oogmerk. We hebben partijen zoals dePVV, de VVD en de BBB gehoord. Die hadden allemaal een duiding,namelijk dat er sprake was van een terroristisch oogmerk. Ik pak dedefinitie van een terroristisch oogmerk erbij: intimidatie en geweld meteen oogmerk om de overheid te bewegen iets te doen. Met alle respect:een aanslag die wordt gepleegd op onze volksvertegenwoordigers methet idee om iets tegen te houden, namelijk een azc, kan ik dan eerder zienals de definitie van een terroristisch oogmerk dan wat er allemaal gebeurdis in Amsterdam. Omdat het kabinet met één mond spreekt, zou ik deMinister toch willen vragen waarom het kabinet in het ene geval iets watin mijn ogen niet lijkt op een terroristisch oogmerk wel als zodanigbestempelt, maar in het andere geval de ogen lijkt te sluiten. Ik hoor hiernamelijk helemaal niets over.Minister Van Weel:We hebben uitgebreid gedebatteerd over de gebeurtenissen inAmsterdam. Naar mijn beste weten is daarbij niet een stellige uitspraakgedaan over het al dan niet bestaan van een terroristisch oogmerk. Hetging wel over de mogelijkheid en over het onderzoeken daarvan.Uiteindelijk weet ik wel zeker dat ik altijd heb gezegd dat het aan het OM isom mensen te vervolgen en waarvoor. Dat is nu dus ook gebeurd inAmsterdam. Dat zal ook nog verdergaan. De daders van wat er die nachtgebeurd is, worden gepakt en berecht. Ik hoop dat dat ook zo gebeurt inMontferland, maar ook daarbij ga ik me niet wagen aan de vraag waar hetOM uiteindelijk deze mensen voor gaat aanklagen.De voorzitter:De heer El Abassi. Dit is uw laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Daar is inderdaad uitgebreid over gedebatteerd. Ook hierover heb ik eendebat aangevraagd. Helaas is dat spoeddebat, in tegenstelling tot hetandere debat, niet doorgegaan. Er waren niet genoeg leden voor. Daaromdacht ik dat we er vandaag wat uitgebreider bij stil konden staan. Heelveel partijen hadden hier namelijk naar verwezen.Ik hoor de Minister en ik kan niet anders constateren dan dit: in een gevalwaarin er wordt gereageerd op agressieve hooligans staat het helekabinet op om te roepen dat er sprake is van een terroristisch oogmerk,maar als het gaat om terreur richting onze volksvertegenwoordigers enrichting onze politiemensen, is dit kabinet muisstil. Dat vind ik jammer.De voorzitter:Heeft de Minister nog een reactie?Minister Van Weel:Nou, u vergelijkt appels met peren. Ik ga in ieder geval niet mee in uwredenatie. Ik ga ook niet mee in uw vergelijking en in uw kwalificatie vande manier waarop het kabinet daarnaar kijkt. Daar wil ik het bij laten.De voorzitter:Oké. Heeft u nog andere punten?Minister Van Weel:Nee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125236 De voorzitter:Dan inventariseer ik even welke onbeantwoorde vragen er zijn. Ik ga uallemaal even langs. Mevrouw Helder? Nee. Mevrouw Michon-Derkzen?Nee. Er zijn geen onbeantwoorde vragen. Dat is volgens mij voor heteerst. Dat is toch mooi. Maar er zijn wel twee toezeggingen.Dan komen we aan bij de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Daarhebben we per persoon 1 minuut en 20 seconden voor. U heeft onderlingnog twee interrupties, mocht u dat wensen. Mevrouw Helder, het woord isaan u.Mevrouw Helder (BBB):Dank u wel, voorzitter. Dan kom ik op het taakstrafverbod. De Ministerzegt: ik ben in overleg met het Openbaar Ministerie en ik bekijk met henhoe we die strafverhoging handen en voeten gaan geven, zodat dit danook in de praktijk gaat gebeuren. Maar ik heb me daar niet voor nietskritisch over uitgelaten. Dan baseer ik me op een krantenartikel in DeTelegraaf van vrijdag 6 december, waarin het Openbaar Ministerie, althansde voorzitter van het College van procureurs-generaal, klip-en-klaar zegtdat men voortaan strafbeschikkingen gaat opleggen bij misdrijvenwaarvoor een gevangenisstraf van zes jaar of meer staat. Lees: danworden er geen gevangenisstraffen opgelegd. Als je een taakstrafverbodwil introduceren in het geval van mishandeling van een hulpverlener, eenagent, brandweerlieden, een boa of ambulancepersoneel, is het doeldaarvan dat mensen een gevangenisstraf krijgen. Lees: het OpenbaarMinisterie gaat dit dus gewoon niet doen. Dan gaat het OpenbaarMinisterie dus ook linea recta tegen een wens van de Kamer in. Daaromheb ik die scepsis hier wel geuit. Ik maak me daar ernstige zorgen over. Ikdenk dat de Minister daar vandaag verder ook geen toezegging op kandoen, maar ik vind het wel heel erg jammer. Dat is dus een winstwaar-schuwing; het regeerprogramma moet op dat punt wel degelijk wordenuitgevoerd.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een vraag van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Ik wil mevrouw Helder eigenlijk alleen maar dezelfde vraag stellen die ik inde eerste termijn stelde. We hebben nu de argumenten van de Ministergehoord; we hebben gehoord waarom hij wel vindt dat er politiebureausmoeten worden gesloten. Maar wij zijn als Kamer duidelijk geweest: wijvinden dat er in ieder geval een pas op de plaats gemaakt moet worden.Mijn vrij eenvoudige vraag is of mevrouw Helder de argumenten van deMinister overtuigend vindt. Of vindt zij nog steeds dat de Kamermotieeigenlijk uitgevoerd zou moeten worden?Mevrouw Helder (BBB):Ik zocht even druk in mijn aantekeningen. De Minister heeft namelijkgezegd: ik wil de zichtbaarheid van de politie die past bij de huidige tijd.Daarom zei ik ook tijdens het antwoord in de eerste termijn dat ik demotivering van de Minister begrijp. Maar ik vind wel dat het ene niet in deplaats van het andere hoeft te komen. Wat betreft die huisvesting vind iknog steeds dat zo’n politiebureau er nog steeds moet zijn, met name inbepaalde regio’s, zoals plattelandsregio’s of gebieden met veel vergrijzingof zo. Ik zie ook echt niet in ... Mensen die daar achter het bureau zitten,zijn niet de agenten die op straat lopen. Ik vind dus echt niet dat dieKamermotie – ik vind ook dat die moet worden uitgevoerd – zo in strijd ismet de wens van de Minister. Die steun ik dus nog steeds.De voorzitter:Is dat voldoende? Goed. Het woord is aan mevrouw Michon-Derkzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125237 Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank, voorzitter. Dan aan de Minister voor zijn heldere beantwoording. Ikkijk uit naar de toezeggingen wat betreft de uitstroom en vooral watbetreft die samenwerkingsagenda en de doelstellingen die we daarvoorhebben.Ik heb nog drie punten. Eentje gaat over de wijkagenten. Volgens mij zijnwe het er hier allemaal over eens dat je wijkagenten in de wijk moethouden. Nu is er een basisteam – ik zal alles niet met naam en toenaamnoemen – waarbinnen een wijkagent niet een taakaccent ME mag hebben;daar refereerde ik aan. Is de Minister bereid – dit vraag ik ook in navolgingvan de vraag van de heer Six Dijkstra hoe je hier grip op houdt – ominzicht te geven in het aantal wijkagenten met een taakaccent ME?Wellicht is daar namelijk op te sturen. Dan bedoel ik dat je geen van dewijkagenten – of maar een maximaal percentage daarvan; dat zien we danin het vervolg wel weer – dat taakaccent ME geeft. Graag een reactiedaarop.Voorzitter. Dan wilde ik toch even een beetje ... Dit vond ik echt heel mooiwerk. Bij het halfjaarbericht politie hebben we hele mooie kerncijfersgekregen. Echt mijn dank daarvoor, want dat is natuurlijk allemaalhartstikke veel werk. Dat is heel mooi en inzichtelijk. Dat wordt zeergewaardeerd, wil ik maar zeggen. Daar staat ook het aantal klachten overde politie in. Dat aantal is fors. De politie staat natuurlijk letterlijk in despotlights. Ik zou aan de Minister willen vragen of hij in een volgenderapportage kan aangeven hoeveel van die klachten ontvankelijk zijn.Anders kan dit namelijk het scheve beeld geven dat er heel veel klachtenzijn. Daarmee wil ik niets afdoen aan het klachtrecht. Maar het is ook vanbelang om dat te weten.Tot slot. Mijn allerlaatste punt is het mobiel banditisme; dit zag ik in destukken. Daar heb ik eerder aandacht voor gevraagd. Via eenpps-constructie kunnen we met elkaar waarschuwingen gaan delen overdie mobiele bendes. Maar wanneer is dat gereed? Daar wordt namelijkecht reikhalzend naar uitgekeken.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. De heer Van Nispen heeft nog een vraag.De heer Van Nispen (SP):Ja. Ik ga mevrouw Michon-Derkzen namelijk dezelfde vraag stellen die iknet aan mevrouw Helder stelde. Ze zou zich kortheidshalve bij dat mooieantwoord van mevrouw Helder kunnen aansluiten – dat geef ik slechts teroverweging mee – door te zeggen dat zij ook nog steeds de motie steunt.Of vond zij de argumentatie van de Minister wel overtuigend? Dat isgewoon een informatieve vraag. Ik ben echt benieuwd hoeveel steun erblijft voor de wens om die bureaus niet te sluiten, of om een pas op deplaats te maken. Ik zeg niet dat ze nooit moeten sluiten.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik ga een heel lang antwoord geven. Nee, hoor. Grapje. Ik vind ook dat diebureaus bijdragen aan de zichtbaarheid van de politie. Dat is een feit. Ikheb de Minister horen zeggen dat dat ook met politieposten kan, zoals bijde NS. Dat zou kunnen. Maar ik vind ook dat je het eerste niet moetsluiten voordat het alternatief gereed is. Daarom ben ik wel zeer voor diepas op de plaats, omdat dat een beeld geeft van de zichtbaarheid van depolitie. Want het is een feit dat het sluiten van een bureau ertoe leidt dater voor mensen minder zichtbaarheid is, ook al zeggen we «het werkgebeurt op straat». Dat snappen we allemaal wel. Het punt is als volgt. Ophet moment dat je een bureau sluit, is het, vooral in een buitengebied, zodat agenten dan toch beginnen vanuit het eerstvolgende bureau daarna,waardoor de aanrijtijd bij meldingen gewoon langer wordt. Eigenlijk zouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125238 ik over dat hele pakket wat meer informatie willen hebben dan het halveA4’tje dat nu in de brief staat met de tekst «we gaan het niet uitvoeren».Dan moet de Minister een wat fundamentelere en uitgebreidere inzethebben wat betreft die zichtbaarheid en die bereikbaarheid. Dat wil ikerover zeggen. Daarmee zou ik die pas op de plaats steunen.De voorzitter:Dank u wel. Fijn dat u het kort hield. Dan mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik wil stilstaan bij het afscheid van korpschef Liesbeth Huyzer. Ikwil haar vanaf hier ook heel veel succes wensen. Ik heb het Volkskrant-artikel met haar gelezen. Daarin gaat zij met name in op de uitstroom vanpolitieagenten en de zorgen daaromtrent. Ik moest ook gelijk denken aaneen onderzoek dat in 2020 is gestart en in 2022 is aangeleverd. Dat gingover aspirant-agenten en de vraag waarom die vertrokken. Een van degenoemde redenen was dat die niet altijd voldeden aan «het gangbare».Daarbij werden overigens met name agenten met een migratieachter-grond uitgelicht. Mijn concrete vraag daaromtrent is: wat is er eigenlijkgedaan met de aanbevelingen uit dat onderzoek om ervoor te zorgen datwij al die goede agenten behouden?Voorzitter. Tot slot kom ik op het antwoord van de Minister omtrent devragen over politieschaarste en de wens voor lokaal maatwerk vanuit deregiogemeenten. Dat stemt mij nog niet helemaal tevreden. Ik denk dathet belangrijk is dat beheer en gezag dichter bij elkaar worden gebrachten de samenwerking in het bestel verder wordt versterkt. Ik overweegdaar een motie over. Daarom wil ik een tweeminutendebat. Dat doe ik ookomdat ik weet dat collega Eerdmans ook al een motie heeft. Wij helpenhem daarbij, want die motie steunen we. Verder zou ik tegen de heerVan Nispen willen zeggen: natuurlijk gaan we uw motie over de zicht-baarheid van politieposten blijvend steunen.De voorzitter:Ja. De heer Van Nispen heeft het woord.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel. Ik heb eerst nog een vraag over de rechtsbescherming watbetreft de informatie die over jou bekend is bij de politie. Want zijn diegegevens nou juist en terecht? Hoe kom je daarachter? Het is nog niethelemaal duidelijk, niet na het debat van dinsdag – dat heb ik deelsteruggeluisterd – en ook nu niet. Wat betreft die rechtszaak over diedeskundigen die dan op de een of andere manier ... Die uitspraak wordtnageleefd; je mag dan in het systeem kijken. Maar ik ben wel benieuwdhoe dat afloopt. Dit is nu namelijk een unieke zaak, maar dat hoeft niet zote blijven in de toekomst. Ik zou echt meer informatie van de Ministerwillen wat betreft hoe dit verdergaat en hoe dit in de toekomst goed wordtgeregeld.Over de beantwoording over het tapsysteem blijf ik ontevreden. Maar datzou een herhaling van zetten worden. We krijgen ook nog antwoorden opzeer gedetailleerde Kamervragen die we hebben ingediend. Jammer datdie er niet voor dit debat al konden zijn. Maar hier komen we zeker opterug. Ik ben namelijk toch wel benieuwd hoe het nou kan dat de Ministerde geluiden uit zijn eigen organisatie niet goed lijkt te kennen.Ten slotte het sluiten van bureaus. Ik ben nu de vierde spreker op rij dietegen de Minister zegt: Minister, zo kun je niet met een motie van deKamer omgaan. De motie vraagt duidelijk om een pas op de plaats.Mevrouw Michon-Derkzen vroeg om meer informatie. Dat lijkt me wel hetminimale. Je kunt niet zeggen «ik voer een motie van de Kamer niet uit endit is mijn argumentatie», alsof het een appreciatie is van een motie dienog moet worden ingediend. Zo werkt het niet. Het is wel een aange-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125239 nomen Kamermotie. U ziet hier dat de Kamer daarin toch lijkt tevolharden. Dat wil ik de Minister nog meegeven. Ik vraag hem zich daaropte bezinnen in de richting van het tweeminutendebat. Ik zou het echtvervelend vinden als ik hem dan een gele kaart of wat dan ook in de vormvan een motie moet aansmeren.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank, voorzitter. Al mijn vragen zijn beantwoord, dank aan de Ministerdaarvoor.Ik heb nog twee punten. Het eerste punt zou ik nog wel even explicietwillen benoemen, namelijk dat wij ook nog steeds achter onze steun voorde motie-Van Nispen staan, over het voor nu een pas op de plaats makenmet het sluiten van politiebureaus, zeker vanwege de zichtbaarheid, diezwaar voor ons weegt.Het andere punt is iets waarop ik in het kerstreces nog ga broeden. Ik benblij dat er een tweeminutendebat is aangevraagd. Het gaat om het zicht opde druk op de basistaken van de politie, vooral wanneer wijkagenten nietmeer hun taken kunnen uitvoeren omdat ze bezig zijn met voetbal,demonstraties en ME-achtige taken. Dus daar gaan we nog even goed opbroeden.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u hartelijk. Als laatste is het woord aan de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Ook ik zou willen meegeven dat wij de motie vanVan Nispen nog steeds steunen. De heer Van Nispen had ook ietsingebracht over het tapsysteem, wat ik uiteindelijk zelf niet meer hoefde tebenoemen. Het is hier in de Kamer wel vaak benoemd. Ik wacht de briefaf. Ik ben hier heel kritisch op. Ik zou de Minister willen vragen of hijopenstaat voor bijvoorbeeld een technische briefing, waarbij we deskun-digen, de experts, de eigen ambtenaren die kritisch zijn op dit systeem,kunnen uitnodigen. Zij kunnen ons dan meenemen in het verhaal, zodatde Kamerleden wat meer zicht hebben op hoe dit tapsysteem werkt.Ten slotte heb ik nog één vraag niet beantwoord gekregen. De heerVan Nispen gaf het volgens mij ook aan. De politie stelt dat alleen deAutoriteit Persoonsgegevens bevoegd is om haar systemen te contro-leren, terwijl de AP dit ontkent. Ik had de Minister gevraagd of hij dezediscrepantie ziet en welke verantwoordelijkheid hij hierin neemt.De voorzitter:Goed. Hartelijk dank aan de leden voor deze inbreng in de tweede termijn.Dan is de Minister aan de beurt voor zijn tweede termijn.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng. Tegen mevrouwHelder zeg ik: het taakstrafverbod in het regeerprogramma staat wat mijbetreft. Dat is iets wat wij wettelijk zouden regelen. Op het moment dathet wettelijk is geregeld, geldt het ook voor het OM. Het neemt niet deconstatering weg dat wij op dit moment te maken hebben met tekorten inde capaciteit van DJI. Dat is een feit, maar voordat dit traject is ingeregeld,hoop ik dat dit voorbij is. Ik hoop dat ik mevrouw Helder op dit punt kangeruststellen.In antwoord op de vraag over de korpscheftaken het volgende. Ik zei dat ikdaar nog op terug zou komen. Een groot deel van de toekomstagenda ligtin de herziening van de Wet wapens en munitie en de Wpbr. Dat zijn deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125240 twee grote zaken. Daarover wordt de Kamer via de trajecten separaatgeïnformeerd, zoals ik zei. Die trajecten gaan leiden tot aanpassingen diede taakuitvoering van de politie enorm gaan helpen. Daarnaast werkt depolitie aan verbetering van de administratieve processen en de digitali-sering. Dat waren twee andere sporen uit de korpschefagenda. In hethalfjaarbericht zal ik u berichten over de voortgang daarvan.Dan heb ik nog een toezegging uit de eerste termijn voor de heerEerdmans. Ik zal die voor de volledigheid hier noemen. De inzet vanlandelijke eenheden vindt altijd plaats door het bevoegd gezag. Ik ben datniet. Ik ben van het beheer van die eenheden. Het gezag varieert, maarwaar het gaat om de openbare orde, zijn de burgemeesters het bevoegdegezag voor de landelijke eenheden. In dit geval zou voor zo’n pilot ookmet de burgemeesters overeenstemming moeten worden bereikt over deinzet van agenten voor zo’n spoortraject. Overigens is dat gebeurd, zeg ikdan maar anekdotisch, voor de problematiek rondom het bollendak bijstation Utrecht, waar sprake was van veel overlast. Ook daar zijn door hetbevoegd gezag agenten van landelijke eenheden ingezet om de druk teverminderen.Tegen mevrouw Michon zeg ik het volgende over de taakaccenten ME. Hetzijn voornamelijk de GGP-agenten, dus de gebiedsgebonden politie, onderwie voornamelijk de wijkagenten, die dat taakaccent hebben. Datverleggen naar anderen, bijvoorbeeld naar rechercheurs of andereeenheden, zou ook weer leiden tot verdringing. Dus linksom of rechtsom,ik denk dat de kernboodschap is dat de ME-taak als zodanig leidt totverdringing in de reguliere uitvoering van de politietaken. Mijn strevenzou zijn om die pool zo breed mogelijk te maken en dus zo veel mogelijkmensen te hebben die ook inzetbaar zijn voor de ME-taak, maar ook omervoor te zorgen dat het beslag op de ME zo klein mogelijk is. Nou, dat zieik als een taak. Initiatieven rondom het voetbal, maar mogelijk ookrondom demonstraties, waar ik samen met de Minister van BinnenlandseZaken mee bezig ben, kunnen mogelijk helpen om dat accent te vermin-deren.Ik ga nog kijken of we in een volgend halfjaarbericht een slag kunnenmaken wat betreft de klachtenafhandeling. Datzelfde geldt voor hetbanditisme. Daar kom ik ook op terug in het volgende bericht.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):De Minister komt nog terug op de vraag die ik heb gesteld over deaspirant-agenten die vertrekken? Ja? Oké.De voorzitter:Dan mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik gooi nu de eigen infographics er maar even in. We hebben ruim20.000 mensen in de GGP en we hebben 4.000 wijkagenten. Mijn heleconcrete vraag is: hoeveel van die wijkagenten hebben het taakaccentME? Het is niet zo dat als die geen taakaccent ME zouden hebben, je dangeen ME meer hebt. Dan heb je er nog 16.000 over. Ik vraag dit niet omweer allemaal bureaucratie op te tuigen, maar omdat ik de burgemeestersecht wil helpen om de wijkagenten in de wijk te houden. Die kunnennamelijk ook een keer in de noodhulp. Dat vind ik minder erg dan eenwijkagent in een ME-dienst, waardoor die een halve week weg is. Dus heelconcreet de vraag: hoeveel van die wijkagenten hebben het taakaccentME? Dan hebben het daarna met elkaar over de vraag wat dan wenselijkzou zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125241 Minister Van Weel:We kunnen dat wel inzichtelijk maken, maar we moeten ook oppassen datwe niet vanuit Den Haag gaan sturen in hoe het lokale gezag uiteindelijkbepaalt wie ze afvaardigen voor ME-bijstandtaken, binnen het eigenverantwoordelijkheidsgebied of daarbuiten. Als wij nu zouden gaanbepalen, als opvolging van dat inzicht, dat wijkagenten niet meer mogenworden ingezet voor de ME, dan zijn we juist bezig met meer schottenplaatsen die het lokaal gezag belemmeren dan met schotten weghalen. Ikben er helemaal niet tegen om het inzichtelijk te maken als dat kan. Ikweet niet of het geregistreerd of eruit gehaald kan worden of niet, maar ikzou wel alvast een winstwaarschuwing willen geven. We moetenoppassen om juist niet het lokale gezag te beknotten door wijkagenten uitte zonderen. Stel dat je geen wijkagenten neemt, maar een teamgrootschalige opsporing op de Tarwekamp op dit moment. Als je die moetinzetten en het onderzoek voor een paar weken moet stilleggen, dan kuntu zich voorstellen dat dit uiterst onwenselijk is. Het zijn hele moeilijkekeuzes in schaarste, en het lokale gezag is toch de eerste die aan zet is omdie keuzes te maken.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Een korte reactie hierop. Ik begrijp dit volledig. Ik zit hier zo op, omdat ikjuist in het gesprek met de burgemeesters heb gehoord dat zij mensenkwijt zijn zonder dat ze daar zicht op hebben. Zij horen eigenlijk achteraf –meneer Six Dijkstra knikt – «ja, wij waren allemaal opgeroepen voor eenandere taak». Natuurlijk zegt dan iedereen: dat moet ook gebeuren. Hetpunt is juist dat de burgemeesters zeiden: ik zou dat graag vooraf evenwillen weten. Dus het gaat niet zoals je zou verwachten, namelijk dat hetlokale gezag daar een rol in heeft. Zij worden opgeroepen en ze gaan, ende burgemeester kijkt maar weer wie er dan is. Daarom zou ik het goedvinden om in ieder geval inzicht te hebben in het aantal wijkagenten metdat taakaccent ME.Minister Van Weel:Nogmaals, mijn probleem zit niet in het inzicht, maar we kunnenburgemeesters geen veto geven op het afstaan van hun wijkagenten ineen bijstandsverzoek dat loopt. Dat kan niet. Dan zeggen ze ook allemaalnee tegen de NAVO-top. Dan hebben we geen NAVO-top; ik noem maareen voorbeeld. De systemen zitten complex in elkaar. In schaarste isiedereen ontevreden. Dat is vervelend, maar we kunnen ook niet tegen deburgemeester van Amsterdam zeggen dat een aantal burgemeesters in deregio er toch niets in zien om de wijkagenten af te vaardigen en er daaromeen tekort is aan ME op de Dam als dat nodig is. Het is allemaalbelangrijk. Nogmaals, het inzicht wil ik graag geven, maar we zullen metz’n allen – ik, maar ik roep ook u daartoe op – terughoudend moeten zijnin het daaraan verbinden van conclusies die schotten plaatsen. Dat is mijnenige opmerking.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Van Weel:Mevrouw Mutluer refereerde aan een onderzoek uit 2022. Wat is daarmeegedaan? Alle aanbevelingen daarvan zijn overgenomen in een plan vanaanpak dat heet «Daarom blijven ze». Naar aanleiding van dat rapport iser bijvoorbeeld extra aandacht gekomen voor uitsluiting, racisme endiscriminatie. Er wordt ook meer besproken naar aanleiding van Rauw ende film De blauwe familie, juist om ook binnen de politie aandacht tevragen voor deze onderwerpen, om ervoor te zorgen dat mensen meerblijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125242 Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dat is fijn. Wanneer kunnen wij de effectiviteit van die maatregelen zien?Hoe wil de Minister daarover de Kamer informeren? Ik ga ervan uit dat jeeen nulmeting doet en dan kijkt hoe die aanbevelingen uitpakken, zodatde uitstroom van groepen gewoon minder wordt. Dus hoe gaat deMinister de Kamerleden hierover verder informeren?Minister Van Weel:Ik ga dat niet doen over dat individuele rapport, want er zijn een heleboelrapporten. Waar het om gaat, is: kunnen wij mensen behouden? Daarhoren deze groepen mensen bij. Over instroom rapporteer al; overbehoud wil ik u ook wel rapporteren, want dat is een belangrijkonderwerp, zeker in een periode van vergrijzing, waarbij we zien dat metname de jeugd veel sneller vertrekt. Dus dat wordt een lopendaandachtspunt, om ervoor te zorgen dat we de politiecapaciteit op peilkunnen houden.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik neem aan dat dit een toezegging is dat wij op de hoogte wordengehouden omtrent de uitstroom en het behoud van agenten.De voorzitter:Dan zou ik alleen nog even willen vragen hoe de Minister dat gaatconcretiseren: wanneer en hoe?Minister Van Weel:Dat doen we via het jaarbericht politie. Daar gaat u dat in terugzien.De voorzitter:Dan zullen we die toezegging aan mevrouw Mutluer noteren. Gaat u danvooral verder, Minister.Minister Van Weel:De heer Van Nispen vroeg naar de rechtsbescherming. Iedere burger heeftrecht op informatie die de politie over hem bewaart. Dat staat los van dezespecifieke casus. Ook in deze casus is regelmatig informatie verstrekt aande persoon die daarom vroeg, over de informatie die aanwezig was in depolitiesystemen. Het heeft nu geleid tot een rechtszaak, omdat in dit gevalde persoon zelf inzage wilde krijgen in de politiesystemen, om te kijken ofde informatie die verstrekt was wel goed en volledig was. Daarover is dierechterlijke uitspraak gekomen. Daarover gaat de politie nu in gesprek.Dat zeg ik ook tegen de heer El Abassi. Ik zal u over de uitkomstendaarvan informeren, zodat u in ieder geval weet wat de opvolging hiervanis geweest. Ik heb overigens zelf niet gezegd dat de AP de enige was die inde politiesystemen kan zitten, maar wel dat er een uitsluitende lijst is. Ermoet worden bekeken hoe zich dat verhoudt tot geven van inzage daarinaan een deskundige, maar dat is dus het gesprek dat de politie aangaat.De heer Van Nispen (SP):Ik word daar graag over geïnformeerd, niet omdat het me alleen maargaat om deze zaak, maar omdat dit zich vaker zou kunnen voordoen. Wemoeten toch op zoek naar een toegankelijkere voorziening dan nu, zodatmensen in de toekomst daarin wat meer inzicht hebben, zeker als dit soortgeschillen zich voordoet. Dus ik vraag het ook om die reden, en ik beninderdaad benieuwd naar het wanneer en hoe.Minister Van Weel:Dat wanneer en hoe weet ik niet, want dat gesprek moet eerst plaats-vinden. Als er overeenstemming is bereikt over de manier waarop dat tedoen ... Ik wil alleen wel even opmerken dat dit niet de normale gang vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125243 zaken is. In principe is er een normaal proces. Als een burger wil wetenwelke informatie er in politiesystemen over hem is, kan hij daartoe eenverzoek doen en dan krijgt hij daar antwoord op. Als het verzoek nietvertrouwd wordt, kom je in de situatie waarin we ons nu bevinden in dezecasus. Dat is niet de normale gang van zaken. Dus in die zin vind ik hetwel uitzonderlijk, maar ook wel weer interessant, omdat er een nieuweroute wordt bewandeld.De voorzitter:Dank. U heeft ook nog een vraag van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik vind het inderdaad geen normale gang van zaken, als wij hierbespreken of het wel normaal is of niet normaal is om iets te delen met derechter of niet. Ik vind het ook niet normaal als de politie besluit iets nietaan de rechter te geven, omdat ze denken dat dit niet hoeft. We doendaarmee de rechter tekort. Als er iemand is die kan besluiten en als eriemand is die dit kan bepalen, is dat volgens mij de rechter wel. De rechterheeft gezegd: geef mij die data. Vervolgens zegt de politie «dat mag niet»,wat ik al vreemd vind, want de rechter weet dit wel beter, zou ik denken.Anders hebben we hele slechte rechters. Vervolgens zegt ook de AutoriteitPersoonsgegevens: joh, het klopt niet. Dus die gegevens kunnen gewoongedeeld worden. Ik heb ook behoefte aan informatie, maar ik zou vooralde Minister willen vragen: zorg er gewoon voor dat de rechters dieinformatie krijgen en dat ze hun werk kunnen doen.Minister Van Weel:De manier waarop u nu schetst wat de uitspraak van de rechter isgeweest, is te kort door de bocht. Ik ga hier niet de hele rechterlijkeuitspraak voorlezen, maar zo zat het in ieder geval niet. Ik wil ook deindruk wegnemen dat de politie hier niet luistert naar de rechter. Ik hebook gezegd waar de rechterlijke uitspraak is gedaan. De rechter heeftgezegd: ik wil graag een deskundige hebben die in die systemen kankijken. Daar gaat de politie nu over in overleg. In die zin wordt er bekekenhoe er aan de uitspraak van de rechter gevolg kan worden gegeven. Datwordt vervolgd. Ik heb gezegd dat de politie daarbij ook aan de wet isgebonden en dus die toegang en wat er mag meeneemt in de gesprekkenmet de deskundige. Mocht dat niet tot overeenstemming leiden, dan hoortu daar ook over.De voorzitter:Goed. Dat was uw tweede termijn.Minister Van Weel:Oké.De voorzitter:Zijn er nog dingen blijven liggen?Minister Van Weel:Laat ik nog één toezegging doen. Die gaat over het sluiten van depolitiebureaus en hoe daarop terug te komen. Ik wil sowieso op kortetermijn bij u terugkomen met een brief over hoe ik die zichtbaarheid enbereikbaarheid – daar gaat het om; ik denk dat dat de gemene deler is – oppeil kan brengen. Dat ga ik op zeer korte termijn doen. Ik hoop daarmeevertrouwen te kweken in de toekomstige weg. Dat wil ik hier nog welgezegd hebben, in de aanloop naar het tweeminutendebat dat nog gaatvolgen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125244 Hartelijk dank daarvoor. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van ditcommissiedebat, maar niet voordat ik u heb meegenomen langs detoezeggingen. Dat zijn er nogal wat. Allereerst heeft mevrouw Mutluer eentweeminutendebat aangevraagd. We zullen haar als eerste sprekernoteren.Dan de toezeggingen.−Allereerst naar aanleiding van vragen van mevrouw Mutluer. Beginvolgend jaar informeert de Minister de Kamer over de aanpak,doelstellingen en ambities van het Strategisch Offensief TegenExplosies.Klopt dat? Mevrouw Mutluer is zo tevreden. Dan is dat de eerstegenoteerde toezegging.−De tweede. De vraag van de heer Boswijk over de inzet van veteranenbij de NAVO-top wordt door de Minister doorgeleid naar de betref-fende bewindspersoon.Die toezegging is oké.−In het volgende halfjaarbericht politie informeert de Minister de Kamerover de volgende zaken. 1. Het verdiepend onderzoek inzake deuitstroom. 2. De samenwerking met de groene boa’s en de samenwer-king met particuliere beveiliging. 3. De hoofdlijnen van de doorlichtingop het gebied van IV – de heer Van Nispen vroeg daarom. 4. Devoortgang van de toekomstagenda korpscheftaken, naar aanleidingvan vragen van mevrouw Helder. 5. Mobiel banditisme. 6. Behoud vanhet politiepersoneel.−Dan hebben we de allerlaatste toezegging. Dat is de toezegging van deMinister over het sluiten van de politiebureaus. De Minister informeertde Kamer op korte termijn over de zichtbaarheid en het behoud en debereikbaarheid van de politie.Minister Van Weel:Wat betreft de laatste toezegging: over hoe ik invulling wil geven aan dezichtbaarheid en de bereikbaarheid van de politie.De voorzitter:Zeker.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):De Minister gaat ook onderzoeken of hij inzichtelijk kan maken of hij kanrapporteren over het taakaccent ME bij wijkagenten en over de afhan-deling van klachten.De voorzitter:Is dat correct, Minister? De Minister knikt. Dan gaan we dat inderdaad zotoevoegen. Dan dank ik de leden voor hun inbreng, de Minister voor zijnkomst naar de Tweede Kamer en ons publiek. Ik wens u allen – dit was onslaatste commissiedebat van dit jaar – een hele fijne kerst en alvast eengelukkig nieuwjaar, ook aan u en aan uw ministerie. En onze politie-agenten, over wie we het vandaag hebben gehad, wens ik natuurlijk eenveilig oud en nieuw. Ik dank u hartelijk en sluit het debat.Sluiting 17.10 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 125245

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 34596a8a4f0e9362

14 okt 2026 · 13c02a86ce95452a

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingPolitie
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 december 2024, over Politie

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.