Verslag van een commissiedebat, gehouden op 17 april 2025, over Regulier verblijf
Brontekst
Versie 787a93a0acccf369 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202519 637VreemdelingenbeleidNr. 3426 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 27 mei 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 17 april 2025 overleggevoerd met mevrouw Faber, Minister van Asiel en Migratie, over:–de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 18 decem-ber 2024 inzake invoeringstoets aanscherpingenau-pairregeling (Kamerstuk 19 637, nr. 3323);–de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 20 decem-ber 2024 inzake uitkomst onderzoek Regioplan naar vesti-gingskeuze kennismigranten (Kamerstuk 30 573, nr. 222);–de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 15 april2025 inzake reactie op verzoek commissie over een bredestand van zaken op het gebied van regulier verblijf en ondermeer de procedures voor kenniswerkers en gezinshereniging,serviceverlening door de IND en mensen met buitenlandsepartners (Kamerstuk 36 600 XX, nr. 62).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,VijlbriefDe griffier van de commissie,Burger kst-19637-3426ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34261 Voorzitter: VijlbriefGriffier: BurgerAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Boomsma, Eerdmans, VanNispen, Patijn, Podt, Rajkowski, Vijlbrief en Vondeling,en mevrouw Faber, Minister van Asiel en Migratie.Aanvang 15.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag. De Minister is nog even aan het uitpakken. «De Ministergaat even uitpakken.» Welkom bij de vergadering van de vaste commissievoor Asiel en Migratie. Het gaat vandaag specifiek over regulier verblijf. Eris maar een beperkt aantal Kamerleden, maar ik moet zelf in ieder gevalecht om 18.00 uur weg. Ik ben dus van plan vrij strak te gaan voorzitten,nog strakker dan normaal, zodat we op tijd klaar zijn.De aanwezige leden van de Kamer zijn de heer Eerdmans, mevrouw Podt,de heer Boomsma, mevrouw Rajkowski, de heer Van Nispen, mevrouwPatijn en mevrouw Vondeling. Hartelijk welkom. U heeft allemaal vierminuten spreektijd en in uw eigen eerste termijn in eerste instantie drieinterrupties. Als het echt niet anders kan, kunnen we er ook een vierdeaan plakken, want we hebben wel even tijd. Ik wil wel echt proberenbinnen drie uur klaar te zijn vandaag. Een hartelijk welkom aan deMinister en haar ambtenaar.Mevrouw Podt heeft een punt van orde, vermoed ik, omdat ze haar vingeropsteekt voordat ze aan de beurt is.Mevrouw Podt (D66):Ja, precies. Dit debat kwam op een wat rare manier tot een halt en toenbegon het weer. Ik denk dat we de Minister misschien heel even degelegenheid moeten geven om uit te leggen waarom ze in eerste instantieniet zou komen en later weer wel. Haar collega’s stonden hier welgewoon. Een uitleg klaart even wat op aan het begin, want ik ben daar weleen beetje over in verwarring. Ik kreeg er ook van buitenaf wat vragenover. Dus misschien wil de Minister de gelegenheid nemen om dat eventoe te lichten.De voorzitter:Ik vraag aan de Minister of ze daar iets over wil zeggen. Ik stel wel voordat we het daar dan verder bij laten en aan het debat beginnen. DeMinister.Minister Faber:Het is natuurlijk niet de bedoeling om enige verwarring te creëren. Wehebben al genoeg verwarde mensen in Nederland, dus daar moeten we erniet nog meer van maken. Daar moet ik ook zeker niet de oorzaak van zijn;dat is absoluut niet de bedoeling. U weet allen dat wij de ministerraadhebben en die loopt nu ook nog. Het ging onder andere over deVoorjaarsnota. Ik kwam in een tijdsklem te zitten. Ik zag dat wij volgendeweek ook een debat hebben met uw commissie en ik dacht dat we datmisschien konden samenvoegen. Dat was mijn uitgangspunt.De voorzitter:Ik denk dat dit voldoende is. Dank u wel, Minister. Dan ga ik nu naar deheer Eerdmans voor zijn inbreng.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter. Ik moet zelf om 15.30 uur naar een ander debat, dus ik ben ermaar kort, tot ieders teleurstelling. Ik wil wel een paar belangrijke vragenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34262 stellen, met name over de Spreidingswet. Om heel eerlijk te zijn kan ik ergeen touw meer aan vastknopen.De voorzitter:Ik maak zelf even een punt van orde als voorzitter. Ik vind het prima dat ueen paar vragen stelt en dat u weg moet, maar we hebben volgende weekeen apart debat dat helemaal over asiel gaat. Dit gaat eigenlijk overregulier verblijf. Ik begrijp dat het u hoog zit; het is continu in het nieuws.Ik sta toe dat u de vraag stelt, maar hou het kort en krachtig en heb hetvooral over regulier verblijf.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter. Dank daarvoor. Ik kan daar niet bij zijn en dat is dan ook dereden om het nu te doen. Ik heb er bij de regelingen een debat overaangevraagd en toen werd ik doorverwezen naar deze commissie.Mevrouw Vondeling (PVV):Voorzitter. Ik vind het heel vervelend, maar we hebben nu geen asieldebat.Dus als er nu vragen over de Spreidingswet worden gesteld, denk ik: daarheb ik ook vragen over, maar die stel ik volgende week bij het asieldebat.U zegt nu dat u een paar vragen toestaat, maar ik denk dat we het wel bijhet onderwerp van het debat moeten houden.De voorzitter:Dat was ook mijn bedoeling, mevrouw Vondeling. Ik dacht: laat ik soepelzijn richting de heer Eerdmans, omdat hij weg moet en er volgende weekniet is. Als de leden van de commissie het niet willen, ben ik niet soepel.Dat kan ook. Dan mag de heer Eerdmans het alleen over regulier verblijfhebben. Ik kijk even rond.De heer Eerdmans (JA21):Ik ben zo weg. Drie minuten de kiezen op elkaar.De voorzitter:Ik zou geen drie minuten over de Spreidingswet gaan praten, want dat gaik echt niet toestaan. Een paar vragen.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter. In het hoofdlijnenakkoord, in het regeerprogramma en in heteigen PVV-programma natuurlijk staat dat de Spreidingswet zo snelmogelijk wordt ingetrokken. Het was eerst gekoppeld aan een noodwet.Die kwam er niet. Toen ging het over instroombeperkende maatregelen.Die zijn er niet gekomen. Het zou uiterlijk 2024 gebeuren, maar het wordtfebruari 2026. Waarom wordt dit zo uitgesteld? De dwangwet gaat inwerking. Dat betekent dat in vele, vele gemeentes, namelijk 76, cruise-schepen, kantoorpanden en hotels worden ingeruimd. De mensen zijn erheel woest over. Waar zijn de landelijke doorstroomlocaties? Waar blijft deasielstop? Want de Minister kan wel roepen dat heel Nederland niet in eenazc mag veranderen, maar het is wel de handtekening van de Minister diehet mogelijk maakt.Het belangrijkste punt voor mij is dat 2026 een groot probleem is. Heelveel mensen hebben dat niet helder. Waarom is het een probleem?Mensen denken: Spreidingswet ingetrokken, azc’s weg. Nee, want per1 juli van dit jaar moeten de gemeenten de opvangplekken onder deSpreidingswet gereed hebben. Dat betekent dat het voor vijf jaarvaststaat. Intrekken in februari 2026 betekent dus dat de asielopvang tot2030 blijft. Het is een totale fopspeen. De mensen wordt een rad voorogen gedraaid.Voorzitter. Ik wil graag weten wat de reactie is van de Minister op deboosheid en frustratie bij heel veel gemeenten over dat het mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34263 wordt gemaakt dat vanaf juli meerjarige opvang wordt vastgelegd en datwe er pas op z’n vroegst in 2030 met z’n allen weer van af zijn, met dankaan de PVV-Minister.De voorzitter:De rest gaat over regulier verblijf.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter. Ik ga het hebben over de Syrische Malek F., over verblijfsver-gunningen gesproken. De man heeft drie mensen neergestoken in 2018,zoals u weet. Ik wil het daar heel even over hebben.De voorzitter:Ik zie nu toch echt opstand bij de collega’s, dus dit ga ik niet toestaan. Ikheb gezegd dat u een vraag kon stellen over de Spreidingswet. De restkan volgende week bij het asieldebat. Dat is het.De heer Eerdmans (JA21):Het is echt om te gieren dat de PVV-collega zich hier zo druk om maakt. Ikheb hier Markuszower gezien, die jaren achter elkaar alles erbij heeftgesleept: verkrachtingen en aanrandingen. Het is wel heel grappig datmevrouw Vondeling hier nu moeilijk over doet, terwijl ik me altijd zonetjes aan de regels hou. Ik ben een eenmansfractie. Ik heb vijf minutenen ik moet naar een ander debat. Laat mij even een paar vragen stellenover de actualiteit. Ik moet mijzelf al splitsen in zes debatten per week. Ikwilde een beetje coulance vragen aan de collega’s en de voorzitter om eenpaar vragen te kunnen stellen. Heel Nederland maakt zich er heel erg drukover, mevrouw Vondeling, en uw achterban ook. Namelijk: waarom heeftMalek F. een verblijfsvergunning gekregen nadat hij drie mensen heeftneergestoken in Den Haag? Graag wil ik daar een antwoord op.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik wil graag een punt van orde maken, want ik word ook aangesproken. Ikheb daar ook vragen over. Ik heb mondelinge vragen aangemeld, maardie zijn niet doorgegaan. Ik heb vragen over de Spreidingswet en die stelik allemaal volgende week, want ik heb ook heel veel vragen over regulierverblijf. Ik heb over heel veel dingen vragen, maar dan kan ik alles er welbij gaan halen en dat lijkt me niet zo handig.De voorzitter:Ik stel voor dat we de hoeveelheid opwinding vanaf nu gaan beperken: bijiedereen. Ik stel voor dat de heer Eerdmans ofwel stopt of vragen steltover regulier verblijf. Vanaf nu gaat het over regulier verblijf, dus niet overMalek F. of andere dingen. Het gaat over regulier verblijf of het woordgaat naar mevrouw Podt.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter. Ik heb die vraag gesteld, dus daar hoor ik graag het antwoordop. De collega zit met 36 collega’s in een vak. Ik ben in mijn eentje. Ik vinddat daar wel een klein beetje respect voor mag zijn als het gaat omcommissiedebatten. Want bij de regelingen wordt als ik het debataanvraag altijd gezegd: nee, dat kunt u kwijt in het eerstvolgendecommissiedebat. Nou, daar zit ik dan: heel keurig vooraan omdat ik eerderweg moet, en dan wordt het mij niet gegund om een paar vragen testellen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34264 De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter, ik ben klaar. Dank u wel.De voorzitter:Alstublieft. Mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter, dank u wel. Wie de debatten met deze Minister volgt, krijgt eenvertekend beeld van het Nederlandse migratiebeleid, want sinds hetaantreden van dit kabinet hebben we het eigenlijk over niets anders gehaddan over asiel. En ja, op het asieldossier spelen genoeg problemen endaarvoor heeft het kabinet nog geen begin van een oplossing laten zien.Maar migratie gaat over veel meer, vandaar mijn verzoek om een apartdebat.Voorzitter. Ik begin met de liefde. Stel je voor dat je de liefde van je levenontmoet in Canada en dolgraag met diegene in Nederland wilt wonen.Voordat je dat kunt doen, moet je als Nederlander voldoen aan strengeinkomenseisen. Dat betekent dat je zonder je partner naar Nederland moetgaan, een baan moet vinden met voldoende salaris en een vast contractmoet krijgen. Het betekent dus ook dat je je relatie voor maanden,misschien zelfs jaren, op pauze moet zetten. Voor veel mensen, bijvoor-beeld Nederlanders met een uitkering, is dit zelfs nooit mogelijk. Ik vraagde Minister: zouden we dat niet wat makkelijker moeten maken? Zij wiltoch ook niet dat de overheid in de weg van de liefde staat? Is de Ministerbereid te onderzoeken voor hoeveel Nederlanders de inkomenseis ommet een partner van buiten de EU in Nederland te wonen onbetaalbaar is?Het gaat vaak om Nederlanders die tijdelijk in het buitenland wonen endaar al een vast inkomen hebben. Is de Minister bereid dit inkomen meete wegen voor de inkomenseis? Ook de buitenlandse partners hebbenvaak een goede baan en een grote kans op goed betaald werk inNederland. Waarom telt hun inkomen eigenlijk niet mee? Is de Ministerbereid het inkomenspotentieel, wegens bijvoorbeeld een voltooideopleiding, mee te wegen?Voorzitter. Als je de liefde toevallig tegenkomt in Vietnam of Brazilië, hebje helemaal pech. Dan moet je partner dáár al Nederlands leren en zichverdiepen in de Nederlandse cultuur, terwijl inburgeren toch veel snelleren beter gaat als iemand hier is, bij zijn partner. Kan de Minister latenonderzoeken wat de recente ervaringen zijn en wat het effect is van ditbasisexamen op de verdere inburgering en op mensen zelf?Voorzitter. Mijn volgende punt gaat over gezinnen, met name overkinderen die zonder ouders opgroeien. Als je een minderjarig Nederlandskind bent en je ouder geen verblijfsvergunning heeft, dan kan zij of hijworden uitgezet, tenzij je vader of moeder een beroep doet op hetChavez-arrest. Dat zegt dat als de vader of moeder voor het kind zorgt,diegene niet kan worden uitgezet, omdat je als kind niet zomaar zonder jeouders mag opgroeien. Het gaat over een overzichtelijke groep en het iseen vrij duidelijk verhaal. Het is ook iets dat meermaals in andererechtszaken is bekrachtigd. De vraag is dan wel: waarom doen we het danook niet zo? Zelfs in gevallen waarin een kind met de ouders samen-woont, is de bewijslast torenhoog en zijn negatieve besluiten eerder denorm dan de uitzondering. Niet alleen zorgt dit voor eindeloze beroeps-zaken, het zorgt ook voor kinderen die opgroeien zonder ouder en datmoet niemand willen.Voorzitter. Onze economie heeft kennismigranten hard nodig. Datbevestigde de Minister in haar brief. Dat bevestigde ook het kabinet dooreen plan te presenteren om Amerikaanse wetenschappers naar ons landte halen. Maar ondertussen is het voor kennismigranten bijna onmogelijkom hun kind van 19, dat heel zijn leven thuis heeft gewoond, mee tenemen naar Nederland. Dat is iets wat kennismigranten met jongvol-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34265 wassen kinderen begrijpelijkerwijs afschrikt. Wat kan de Minister doen omervoor te zorgen dat we deze kenniswerkers niet mislopen?Ten slotte. Advocaten moeten nog steeds per brief communiceren met deIND. Dat zorgt voor veel tijdverlies en verwarring, ook omdat cliënten welbrieven digitaal ontvangen. D66 vindt dat onbegrijpelijk. Kan de Ministertoezeggen hier op korte termijn verandering in te brengen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Podt. Mevrouw Rajkowski heeft een interruptie.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik heb een vraag over het middelenvereiste. Kan ik hieruit opmaken dat deD66-fractie het bedrag van € 2.200 per maand veel geld vindt?Mevrouw Podt (D66):Ja, dat vind ik veel geld. Ik heb wat cijfers opgevraagd. Er willen meer dan100.000 Nederlanders samenwonen met hun buitenlandse niet-EU-partner. Van hen lukt het slechts 50% om zich in Nederland te vestigen,terwijl de andere 50% of emigreert of zijn relatie beëindigt. Dat gaat dusom 50.000 mensen. Dat vind ik heel erg veel mensen. Heel veel mensendoen dat om financiële redenen. Dat vind ik kwalijk, want het gaat overmensen die oprecht gewoon een partner in het buitenland vinden, dieiemand vinden van wie ze houden en die soms niet met die persoonsamen kunnen zijn. Dat vind ik erg.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dat begrijp ik ook. Natuurlijk is dat verdrietig. Ik gun iedereen z’n liefde enik gun het iedereen om ergens samen te mogen wonen. De staatscom-missie demografie gaf aan dat we alle vormen van migratie wel goedonder de loep moeten nemen en dat we moeten nadenken over wie hierwel en wie hier niet kan zijn, omdat Nederland het op een gegevenmoment gewoon niet meer aankan, niet qua voorzieningen en ook nietqua woningen. Van alle partijen hier aan tafel die in de plenaire debattensteeds hebben gezegd dat we die staatscommissie serieus moeten nemenen met bandbreedtes moeten komen, verwacht ik dat ze straks ook metbetrekking tot regulier verblijf gaan inbrengen dat we dingen juiststrenger en scherper kunnen gaan beoordelen en niet kunnen gaanverruimen. € 2.200 per maand aan inkomen is veel geld, maar ik denk datde mensen die daadwerkelijk dat inkomen hebben het daar niet mee eenszullen zijn. In mijn betoog ga ik straks in ieder geval juist met voorstellenkomen om de middelvereisten en inburgeringseisen aan te scherpen.De voorzitter:Ik hoorde geen vraag meer, maar mevrouw Podt mag nog reagerennatuurlijk.Mevrouw Podt (D66):Graag, voorzitter. Mevrouw Rajkowski werpt de vraag op: wie kan hierniet? Nou, ik daag haar uit om tegen die Nederlanders die hun partner inhet buitenland hebben gevonden te zeggen: nou, jouw partner mag dusniet komen. Ik vind het onbegrijpelijk, ook vanuit het oogpunt van hoemensen onderdeel van de samenleving zijn. Ik heb toevalligerwijs vrij veelmensen in mijn omgeving die hiermee te maken hebben gehad. Dit gaatom mensen die bij hun partners wonen, die dus niet een extra beslagleggen op woningen of iets dergelijks. Dat zijn vaak mensen dierazendsnel de taal leren, juist omdat zij met een Nederlander zijn enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34266 continu in een omgeving verkeren met familie en vrienden van dieNederlander. Dit zijn mensen van wie we nou echt zouden moetenzeggen: jongens, kom op, laten we die geen strobreed in de weg leggen.Ik vind het echt onbegrijpelijk dat mevrouw Rajkowski dit zo tegemoettreedt.De voorzitter:Ik ga naar de heer Boomsma voor zijn inbreng.De heer Boomsma (NSC):Dank, voorzitter. Nieuw Sociaal Contract wil grip op alle vormen vanmigratie: arbeids-, studie- en asielmigratie. Het is goed om het ook eens tehebben over reguliere migratie. Dank ook aan mevrouw Podt voor haarpleidooi en haar inzet daarvoor.Ik wil een aantal dingen aankaarten. Ik wil als eerste reageren op hetverhaal over de regels die gelden voor gezinsvorming en gezinsher-eniging voor reguliere migranten. Het is op zich wonderlijk dat erstrengere eisen gelden voor Nederlanders dan voor vluchtelingen. Het isook wel weer begrijpelijk, want van vluchtelingen kun je natuurlijk nietvan tevoren vragen dat ze inburgeren. Ik ben wel benieuwd wanneer dieeisen voor het laatst zijn geëvalueerd. Ik kon alleen een rapport uit 2017terugvinden, dus ik denk dat het goed is om daar eens opnieuw naar tekijken. Volgens mij was dat indertijd ook gedaan omdat heel veel mensen,bijvoorbeeld Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond,een partner haalden uit hun land van herkomst. Dat werd onwenselijkgeacht, omdat dat de integratie bemoeilijkte. Hebben we nu eigenlijk zichtop hoe dat gaat? Dat is de eerste vraag.Over het bericht dat er tienduizenden mensen illegaal in Nederlandverblijven, maar wel een burgerservicenummer ontvangen, heb iknatuurlijk schriftelijke vragen gesteld. Ik zag dat het niet is gelukt om dievoor vandaag te beantwoorden.De route is als volgt. Mensen uit landen die een visumvrije regelinghebben, zoals Brazilië en Georgië, komen voor een kort verblijf hier enkunnen dan een RNI aanvragen. Dan krijgen ze automatisch ook een bsn,zonder verblijfsadres of verdere controle of uitleg. Dan kunnen ze zichgewoon gaan inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Daar wordt dusop grote schaal misbruik van gemaakt. Ik las dat er, toen politie enArbeidsinspectie dat aangaven, vanuit het ministerie werd gezegd dat zehier niks aan gingen doen en niet van plan waren om wijzigingen aan tebrengen in het registratiesysteem. Niemand controleert dus of mensen navier maanden weer vertrekken. Er is een hele industrie rondom ontstaan.Waarom zetten we hier niet veel meer op in? Volgens mij zijn er manierenom dit op te lossen. Je moet gewoon, als mensen een bsn aanvragen,eisen gaan stellen. Ze moeten kunnen aantonen waar ze wonen. Dat moetniet vrijwillig zijn, maar verplicht. Kan de Minister toezeggen dat zedaaraan werkt? Wanneer krijgen we daartoe een voorstel?De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is het een heel belangrijk onderwerp. Mensen schrijven zichin in de RNI en vervolgens krijgen ze een bsn-nummer, bijna meteengekoppeld aan de RNI-inschrijving. Soms krijgen ze die direct ter plekkeuitgereikt. Nog steeds zijn werkgevers ook verantwoordelijk om te kijkenof iemand wel een werkvergunning heeft. Los van die nummers, hoe kijktu daartegen aan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34267 De heer Boomsma (NSC):Die werkgevers hebben natuurlijk ook een verplichting. Die moeten datnatuurlijk ook doen. Daar wordt nu op grote schaal misbruik van gemaakt.Ik denk dat het goed is als je mensen alleen een bsn geeft als ze hierdaadwerkelijk mogen werken en dat dus op dat moment al gaat contro-leren. Er zijn ook tussenpersonen actief. Die gaan dan ook mee. Recen-telijk zijn daar zaken over geweest. Die gaan dan mee en leiden somshonderden mensen naar zo’n RNI-kantoor. Het lijkt me goed dat dietussenpersonen zich ook moeten identificeren, want het is gewoon nietwenselijk zoals het nu gaat. Dat brengt me tot een bredere vraag.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Zou uw voorstel dan ook zijn om het bsn pas te verstrekken als eenwerkgever een erkende referent is voor iemand? Of wilt u het helemaalniet meer verstrekken? Op welke manier wordt het dan nog wel verstrektaan mensen?De heer Boomsma (NSC):Het moet alleen worden verstrekt aan mensen die hier daadwerkelijkmogen werken. Dat moet dan dus worden gecontroleerd. Mensen moetendan ook een verblijfplaats hebben. Dat lijkt mij een vrij logische route omdit op te lossen. Dat brengt me ook op een andere vraag: is er überhaupteen terugkeerbeleid voor reguliere migranten? We hebben natuurlijkallemaal beleid voor terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers. Maarwat is überhaupt het beleid voor die hele grote andere groep mensen diehier eigenlijk niet mag blijven? Wat voor beleid voeren we daar? Wat doenwe daar eigenlijk?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Nispen heeft nog een interruptie voor u.De heer Van Nispen (SP):Ik was benieuwd hoe de heer Boomsma vindt dat het kabinet erin slaagtom grip te krijgen op alle vormen van migratie en of hij vindt dat deinspanningen en de aandacht evenredig verdeeld zijn naar rato van deaantallen. Ongeveer 12% van de migranten is asielzoeker. Is dat een beetjeevenredig qua terugdringen en de aandacht die hiernaar uitgaat van hetkabinet en van deze Minister in het bijzonder?De heer Boomsma (NSC):Deze Minister is de Minister van Asiel en Migratie, maar in het kabinet alsgeheel is Minister Eddy van Hijum heel hard bezig met het aanpakken vanarbeidsmigratie. We hebben nu net de Wtta. Dat is echt een belangrijkestap om die uitzendbureaus en die schijnconstructies aan te pakken. Datwas een belangrijke aanbeveling van de commissie-Roemer. Dat wordtallemaal opgepakt. Ook op studiemigratie is men natuurlijk bezig. Ik denkdat het nog niet genoeg is. U zegt dat 12% van de migratie asielmigratieis. Dat is zo, maar voor de bevolkingsgroei op langere termijn is hetaandeel van asielmigranten natuurlijk wel veel hoger. Daarom is het ookecht wel belangrijk dat we met name asielmigratie beperken.De voorzitter:De heer Van Nispen voor zijn vervolgvraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34268 De heer Van Nispen (SP):Ik dacht even dat de heer Boomsma zei: dit is de Minister van asielmi-gratie. Maar het is de Minister van Asiel en Migratie. Dat is wel belangrijk.Ik snap de opmerking over arbeidsmigratie en studiemigratie echt wel.Daar ga ik natuurlijk ook wat over zeggen. Maar deze Minister gaatbijvoorbeeld wel over kennismigratie. De heer Boomsma stelt wel terechtdat hier vragen zijn over dat probleem van die 40.000 mensen uitbijvoorbeeld Brazilië, die hier eigenlijk niet mogen blijven, maar hier welblijven. Daar zie ik allemaal nog niet zo heel veel van, dus daar waseigenlijk mijn vraag op gericht. Vindt de heer Boomsma de aandacht vandeze Minister evenredig verdeeld over de verschillende zaken en deverschillende vormen van migratie waar zij wel degelijk over gaat?De voorzitter:De heer Boomsma voor een kort antwoord.De heer Boomsma (NSC):Het is heel goed dat we dat nu bespreken. Daar moet de aandacht ookinderdaad naar uitgaan. Er zijn 35.000 Brazilianen alleen al in Amsterdam.Dat zijn gigantische aantallen en deze mensen worden ook kwetsbaarvoor uitbuiting. Ik begrijp dat ze ook vervolgens een uitkering kunnenaanvragen. Dat is allemaal niet wenselijk. Dat moeten we gewoonoplossen en volgens mij kan dat ook. Ik verwacht dat de Minister daarvolop mee aan de slag gaat.De voorzitter:Mevrouw Rajkowski voor haar inbreng. Vier minuten.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Ons migratiestelsel functioneert niet goed. We moetenonszelf de vraag stellen wie ons nodig heeft en wie wij nodig hebben. Omuit de migratiecrisis te komen, is het belangrijk om alle vormen vanmigratie tegen het licht te houden, dus ook reguliere migratie. De VVD ziethet nut van reguliere migratie in. We hebben arbeids- en kennismigratienodig, maar we hanteren wel een aantal randvoorwaarden. Uiteraardmoeten mensen hier legaal komen en verblijven. Bij arbeidsmigratiekijken we naar de toevoeging voor onze economie, en we moeten mensenbeschermen tegen uitbuiting. In het kader hiervan heeft de Tweede Kamerdeze week ook de Wtta met een aantal cruciale VVD-amendementenaangenomen. Bij kennismigratie zoeken we naar de balans tussen detoevoeging voor de economie en wetenschap, kansen voor Nederlandsestudenten, maar ook het beschermen van onze eigen kennisveiligheid. Opdie manier proberen we per type migratie te zoeken naar een balanstussen mensen binnenlaten die we nodig hebben, maar zonder dit tenkoste te laten gaan van onze draagkracht, economie en veiligheid.Voorzitter. Ik heb drie onderwerpen. Eerst gezinsmigratie en artikel 8EVRM. De kaders voor reguliere gezinsmigratie zijn strak en beperken zichtot het kerngezin: partners en minderjarige kinderen. De jurisprudentieontvouwt zich via het Chavez-arrest – het werd net ook genoemd – maarook via artikel 8 EVRM, wederom sluiproutes. Daarom heb ik via eenmotie gevraagd om met een strakke, maar toch duidelijkere werkinstructievoor de IND over artikel 8 EVRM-zaken te komen. Die zijn namelijk vaakcomplex en kunnen de IND lang bezighouden. De Minister gaf aan dat zijde Kamer hierover voor het zomerreces informeert. Het mag wat mijbetreft sneller, maar gezien de complexiteit begrijp ik dat. Nog evengeduld van mijn kant dan op dit punt.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Podt, mevrouw Rajkowski.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 34269 Mevrouw Podt (D66):Ik sla even aan op de manier waarop mevrouw Rajkowski sprak over hetEuropees recht, alsof het een sluiproute zou zijn. Dat vind ik heel bizar.Kijk, als de VVD onderdeel is van de coalitie en niet tevreden is over hetbeleid zoals we dat in Nederland vormgeven, dan moet de VVD daar wataan doen. Dan moet de VVD vervolgens bekijken of dat inderdaad ookpast binnen de Europese richtlijnen en het Europees recht. Als dat niet zois, dan is dat geen «sluiproute». Ik zou toch denken dat de VVD– misschien zijn ze een beetje aangestoken door waarmee ze in de coalitiezitten – daar ook op een normale manier over kan praten. Dit is geensluiproute. Dit zijn mensen die gebruikmaken van de normale, juridischeprocedure.De voorzitter:Ik hoor geen vraag. We moeten echt weer leren om interrupties in devorm van vragen te doen en niet in de vorm van minicolleges. Ik geef nuhet woord aan mevrouw Rajkowski voor een kort antwoord.Mevrouw Rajkowski (VVD):Daar was ik net ook schuldig aan, dus ik zal gewoon netjes antwoordgeven aan mevrouw Podt, ook al zat er inderdaad geen vraag in. Ja,uiteindelijk maken mensen natuurlijk gebruik van legale routes, maar wijgaan in de Tweede Kamer over welke routes we wel of niet wenselijk oflegaal vinden. Dan over de voorstellen waar mevrouw Podt naar vraagt: ikheb net al de motie met de werkinstructie benoemd die ik heb ingediend.Maar ik heb nog een aantal ideeën. Ik neem dus zeker mijn verantwoorde-lijkheid om dan ook met voorstellen te komen.De voorzitter:Mevrouw Podt voor een vervolg.Mevrouw Podt (D66):Dan zou mevrouw Rajkowski misschien ook even moeten kijken naar dewetten die nu voorliggen, die ervoor gaan zorgen dat die sluiproute, zoalszij het EVRM noemt, veel vaker gebruikt gaat worden. Als wij hier inNederland zorgen voor fatsoenlijke wetgeving, dan hoeven mensen geengebruik te maken van het EVRM.Mevrouw Rajkowski (VVD):Tijdens de rondetafel heb ik te horen gekregen dat de IND juist bij eenaantal aanvragen meteen door zal gaan toetsen, ook op artikel 8 EVRM.Het lijkt mij zeer wenselijk om ervoor te zorgen dat die optie welopenblijft, maar niet dat het zorgt voor nog meer vertraging, nog meercomplexiteit. En daar heb ik ook een simpele werkinstructie bij nodig.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik vind het echt onbestaanbaar; het spijt me heel erg. We praten hier metdiezelfde IND over. Diezelfde IND zegt inderdaad, zoals mevrouwRajkowski ook zegt: ja, we gaan wel doortoetsen op het EVRM. Dan is hetdus blijkbaar ineens wel goed; dan is het niet nodig om in Nederlandgewoon fatsoenlijke wetgeving te maken. Dan zeggen we wel: schuif hetmaar door met al dat extra werk, want het is gewoon supergecompli-ceerd. Terwijl je ook hier in Nederland fatsoenlijke wetgeving kunt maken,en dat kunt doen.Mijn vraag aan mevrouw Rajkowski is: bent u bereid om met die ogen danook nog een keertje te kijken naar de wetgeving waar we het binnenkortover gaan hebben? Als zij zegt dat het EVRM alleen maar extra tijd kost,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342610 dan moeten we ons daar ook op een goede manier mee bezighouden enmoeten we op een goede manier wetten maken. Ik denk dat de afgelopentijd daar geen schoolvoorbeeld van was.De voorzitter:Mevrouw Rajkowski voor een afsluitend antwoord.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik sta er zeker voor open om bij de asielwetten die we nog gaan behan-delen, te bekijken waar nog verbetering nodig is et cetera. Voor mij wasde rondetafel op een aantal punten zeker wel vrij helder en geruststellend.Als er voorstellen komen om de wetten nog te verbeteren, dan kan ik daarnatuurlijk altijd met een open blik naar kijken.De voorzitter:Mevrouw Rajkowski vervolgt haar betoog.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Dan zou ik de Minister ook nog iets anders willen vragenover artikel 8 EVRM. Zou de Minister hier ook een nationaal wettelijk kadervoor willen maken, zodat dit gaat leiden tot minder complexe zaken eneen snellere afhandelingstermijn?Dan het Chavez-arrest. Het is net ook nog voorbijgekomen. Hoe kijkt deMinister ertegen aan om ook het Chavez-arrest om te zetten in nationalewetgeving, omdat je juist hierdoor eisen kan gaan stellen aan inburgeringen middelen? Dat kan nu niet. Niet inburgeren zou dan ook kunnen leidentot uitzetting. Mensen hebben nu wel recht op bijstand, maar er zitnergens – ik zoek het Nederlandse woord voor «incentive» – een prikkelom Nederlands te leren. We denken dat een nationaal kader dit op zoukunnen lossen. Ik weet dat het een complexe vraag is, dus ik hoor graaghoe de Minister hiernaar kijkt.Dan kom ik op mijn volgende onderwerp: start-ups. Start-ups in detechsector zijn in grote mate afhankelijk van personeel van buitenNederland. In 2021 is er een vierjarige pilot Verblijfsregeling essentieelstart-up personeel geïntroduceerd. Tijdens die evaluatie bleek dat hetverlengen van de verblijfsvergunning van één naar twee jaar zou kunnenwerken, maar ook dat er flexibeler gekeken moest worden naar diemiddelenvereisten voor start-ups. Ik begrijp dat ook, omdat natuurlijk nietalle start-ups op dezelfde manier groeien. Ik las dat we hierover eind vanhet jaar nog een update van de Minister krijgen. Zou de Minister dezetwee dingen hier ook in mee willen nemen, dus het flexibeler kijken naarhet middelenvereiste en het verlengen van één naar twee jaar?Daarnaast zou ik de Minister willen vragen om te bekijken in hoeverrestart-ups een toegevoegde waarde zijn voor onze economie of onzeeconomische veiligheid. Het zou zomaar kunnen dat er een start-up is dienog niet aan al deze eisen voldoet, maar dat het voor de veiligheid en detoekomst van Nederland, bijvoorbeeld kwantum, wel zeer relevant is omdie start-up hier te houden. Het lijkt mij goed dat we daar ook naar kijken.Mijn laatste punt gaat over ongedocumenteerden. Volgens het Ministerievan Justitie en Veiligheid waren er in 2018 naar schatting 23.000 tot 58.000ongedocumenteerden in Nederland. De grootste groep bestaat uitongedocumenteerde arbeidsmigranten. Net werd ook al iets gezegd overde 35.000 Brazilianen die alleen al in Amsterdam te vinden zouden zijn.Deze mensen leven buiten het zicht van de overheid, met alle risico’s vandien, niet alleen voor criminaliteit, maar ook voor deze mensen zelf als hetgaat om toegang tot zorg en andere basisveiligheden. Voor ons isbelangrijk: ongedocumenteerd zijn is onwenselijk en moet bestredenworden. Je moet dus óf hier legaal blijven óf je moet, al dan niet vrijwillig,vertrekken. Ik wil de Minister vragen of zij samen met haar collega vanSZW van plan is om afspraken te maken met vooral Oost-EuropeseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342611 lidstaten vanuit de EU om ervoor te zorgen dat we ongedocumenteerdeUnieburgers makkelijker terug kunnen sturen naar het land van herkomst.Wat gaat de Minister doen met de 35.000 Braziliaanse ongedocumen-teerden in Nederland?Voorzitter. Dan mijn allerlaatste vraag. Recent, gisteren of eergisteren,heeft de EU een lijst gepubliceerd met veilige landen. Die lijst is op puntengelijk, maar op punten ook anders dan de landen die wij als veiligaanmerken. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Is onze nationale lijstaanvullend? Dat zou ik namelijk wel wenselijk vinden, want wij hebbenmeer landen op die lijst staan.De voorzitter:Dank u wel. U bent een half minuutje over de tijd. De heer Van Nispenvoor zijn inbreng.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel. Ieder jaar migreren er gemiddeld zo’n 270.000 mensen naarNederland. Die blijven niet allemaal – er vertrekken ook mensen – maarhet saldo ligt dik boven de 100.000 mensen ieder jaar in Nederland erbij.De SP streeft naar een migratiesaldo van 40.000 mensen om het houdbaarte maken voor de toekomst. Van alle immigranten is een gedeelte al asiel,namelijk zo’n 12%. Dat is jaarlijks gemiddeld 35.000 mensen. Dat is vrijstabiel en niet hoger dan in andere Europese landen, al gaat alle aandachtvan de Minister ernaartoe. Er komen ook ieder jaar 22.000 studiemi-granten naar Nederland en ook 22.000 kennismigranten. Die komen erieder jaar bij.Het totale aantal arbeidsmigranten in Nederland wordt geschat opongeveer 1 miljoen. Hier horen we deze Minister van Asiel én Migratiehelemaal nooit over. Dat maakt dit wat mij betreft een raar debat. Er staateen brief op de agenda waarin staat dat Nederland al een heel aantrek-kelijk land is voor kennismigranten, ook fiscaal, en dat we gaan onder-zoeken hoe Nederland nog aantrekkelijker kan gaan worden. De Ministerdoet hier niets tegen. Nee, ze gaat hierin mee en stimuleert het verder.Verder hebben we nagenoeg geen agendastukken, geen beleid. Dat zegtgenoeg, want de Minister wil het hier eigenlijk niet over hebben en heeftdus ook geen plannen om mensen die vrijwillig naar Nederland komenniet meer te laten komen. In de wetgevingsplanning zien we alleen maarplannen om het aantal mensen dat moet vluchten voor oorlog en geweldof politieke vervolging het leven zuur te maken. Maar minder asielzoekerszou je pas echt bereiken door de ongelijkheid in de wereld aan te pakkenen oorlogen te beëindigen, niet met peperdure Nederlandse wetten enslecht beleid. Als deze Minister werkelijk vindt dat het een probleem is datonze voorzieningen onbetaalbaar worden en dat er geen huizen zijnomdat er te veel migranten zijn, dan vind ik het echt ongelofelijk ongeloof-waardig dat we deze Minister nooit horen over studiemigranten,kennismigranten en arbeidsmigranten. Dat zijn ook mensen. Dat zijnmensen die huizen nodig hebben en een beroep doen op onderwijs enzorg, waar deze coalitie overigens op bezuinigt.Recent verdedigde deze Minister een wet van haar voorganger. Nog meerruim baan voor kennismigratie door de Europese blauwe kaart. De SPonthamerde die wet. We konden dit niet zonder debat laten passeren.Inmiddels is iedereen zo’n beetje wakker, behalve dan de Minister, die nual drie keer om uitstel vraagt omdat ze geen vragen kan beantwoorden ende Kamer eigenlijk smeekt om die wet toch maar vooral ongewijzigd aante nemen. Ik vind dat tamelijk gênant.En dan heb ik het nog niet eens over de tienduizenden ongedocumen-teerden die hier wonen en werken. Mijn collega’s hebben daar ook alvragen over gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342612 De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Vondeling.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik heb een vraag aan de heer Van Nispen. U zegt «de Minister heeft geenplan om het aan te scherpen», maar ik lees in de brief die we hebbengekregen dat er wordt samengewerkt met het Ministerie van SZW, envolgens mij ook van EZK, om de kennismigrantenregeling aan te scherpenen dat we daar voor de zomer over worden geïnformeerd. Hetwetsvoorstel betreft een implementatie van een richtlijn, waar dezeMinister niet veel aan kan doen. Mijn vraag aan de heer Van Nispen is dusof hij die brief wel gelezen heeft.De heer Van Nispen (SP):Het antwoord is ja, maar ik zal de vraag iets ruiterlijker beantwoorden danhoe die gesteld is. In de brief staat dat Nederland al een heel aantrekkelijkland is voor kennismigratie en dat onderzocht gaat worden hoe Nederlandnog aantrekkelijker gemaakt kan worden. Wat de Europese richtlijn betreftwil ik het volgende zeggen. Die gaat over de blauwe kaart en het is nietwaar dat Nederland daar niks aanvullends op zou kunnen doen. Dat kannatuurlijk wel degelijk. Je moet wel binnen de grenzen van de richtlijnblijven, maar er zijn allerlei amendementen ingediend door collega’s,zoals Ceder en Omtzigt, die proberen om er wat aan te doen. MevrouwPatijn was daarbij. Ik ben daar zelf ook bij geweest. Ik kan niet iedere keerdat de Minister dat debat uitstelt opnieuw komen opdraven. Ik zat ook eenkeer in een ander debat. Het wordt iedere keer maar uitgesteld. Die wetgeeft ruimer baan voor migratie. Daar is de SP kritisch op. Ik denk dat hetheel fijn is, en dat mevrouw Vondeling ons dankbaar mag zijn, dat wij diewet onthamerd hebben, zodat we in ieder geval dat debat gevoerdhebben en dat debat nog kunnen voeren.De voorzitter:Wil mevrouw Vondeling nog wat zeggen? Dit is de tweede interruptie.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik vind het ook fijn dat we dat debat kunnen voeren. Ik zou ook graagwillen dat het aangescherpt wordt. Maar de Minister heeft wel in hetdebat aangegeven dat ze dat middels AMvB’s wil doen. Het is dus niet zodat dit kabinet er niet voor openstaat om de regelingen aan te scherpen.Dat is juist wel zo. Alleen, er moet overleg plaatsvinden tussen verschil-lende ministeries. Als de heer Van Nispen dus een voorstel heeft om hetaan te scherpen, dan kan hij dat wellicht hier doen en dan kan het kabinethet meenemen.De voorzitter:Ik geef het woord aan de heer Van Nispen voor de afronding, hoop ik.De heer Van Nispen (SP):Ik heb twaalf amendementen mede-ingediend, dus die voorstellen liggener. Die had mevrouw Vondeling allemaal al kunnen lezen. Ik denk ook datze dat gedaan heeft. Die voorstellen liggen er allemaal. Die heb ik bij hetwetsvoorstel ingediend. Dat is de plek waar dat hoort. Maar we moetenhier niet net doen alsof deze Minister net zo hard bezig is met hetaanscherpen van kennismigratie als dat deze Minister bezig is op asiel.Iedereen kan wel zien waar de prioriteiten van deze Minister liggen. Hetheeft vooral prioriteit om mensen die onvrijwillig op de vlucht zijn vooroorlog en geweld zo veel mogelijk het leven zuur te maken en om de rodeloper uit te rollen voor de mensen die hier vrijwillig naartoe komen opbasis van de kennismigrantenregeling. Dat wordt gedaan voor hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342613 Nederlandse bedrijfsleven en voor de verdienmodellen. Dat is toch wel deagenda van deze Minister.De voorzitter:De heer Van Nispen vervolgt zijn betoog.De heer Van Nispen (SP):Ik was aangekomen bij de tienduizenden ongedocumenteerden die hierwonen en werken, bijvoorbeeld de naar schatting 40.000 Brazilianen waarNieuwsuur over berichtte en waar collega’s het ook al over hadden.Mensen komen dus zonder visum naar Nederland. Ze mogen 90 dagenblijven, maar blijven langer om te werken. Dat mag volgens de regels oppapier niet, maar er wordt hen geen strobreed in de weg gelegd.Met die administratieve sluiproute via de Registratie Niet-Ingezetenenkrijgen ze automatisch een burgerservicenummer, openen ze eenbankrekening en er wordt nergens gecontroleerd of ze vertrekken. Zevertrekken dus niet. De overheid faciliteert dit dus eigenlijk. Rond diebsn-sluiproute is inmiddels een markt ontstaan van tussenpersonen diehier natuurlijk weer aan verdienen. Welja, ook deze verdienmodellenworden niet aangepakt door deze regering. De Arbeidsinspectie luidtinmiddels de noodklok. Waar blijft de Minister dan met het zogenaamdestrengste migratiebeleid ooit? Ik begrijp daar werkelijk niks van.Ik had al gezegd dat het kabinet de rode loper uitrolt voor kennis- enarbeidsmigranten. Er worden nu ook allerlei grootschalige huisvestingslo-caties voor extra arbeidsmigranten gebouwd. Wat nou woningnood,stikstof of leefbaarheid van de regio? Dat doet er dan allemaal kennelijkniet toe. Deze regering geeft verdienmodellen en de arbeidsmigratie-industrie alle ruimte. De Minister zei het nog zo stoer: als deze Ministerergens niet voor wil tekenen, dan tekent ze niet. Maar door hier allemaalniets aan te doen, tekent zij feitelijk voor duizenden mensen erbij inNederland, iedere week weer. Het beleid kent letterlijk geen grenzen. Diestaan open met deze Minister.Dit is de Minister van verdienmodellen en het in stand houden vanonbeperkte migratie. Wat een contrast met hoe de Minister tekeergaattegen vluchtelingen. De Minister van Asiel en Migratie is vooral tegenasiel, maar vóór heel veel migratie. Zo begrijp ik het dan. Wanneer gaat deMinister wat doen aan alle andere vormen van migratie dan asiel?Wanneer gaat de Minister als de wiedeweerga die sluiproutes dichtzetten?Wanneer kunnen we eindelijk echte plannen verwachten? Welke wettenen maatregelen heeft de Minister bedacht? Is er wel beleid? Want tot nutoe ís de Minister geen beleid. Er is vooral nog helemaal niks.De voorzitter:Dank u wel. U bent ook over uw tijd heen. Maar net aan hoor, dus het gaatallemaal netjes. Goed gedaan. We gaan naar mevrouw Patijn vanGroenLinks-PvdA.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het migratiebeleid is een breed en veelzijdig vraagstukdat een integrale benadering behoeft en dat is precies wat de staatscom-missie ook heeft gezegd. Het debat van vandaag gaat over het andere deelvan de portefeuille van deze Minister, namelijk het deel migratie, nietzijnde asiel. Het gaat over het belangrijke deel waar we de Minister weinigover horen. Het wordt tijd dat we dit debat voeren, want als je migratievan binnen en buiten de EU bij elkaar optelt, dan is 88% van de migratie inNederland geen asielmigratie.Migratie vergt een integrale aanpak om te komen tot gematigde groei. Inplaats van te focussen op asielmigratie verwacht ik van deze Minister eenbrede visie op alle onderdelen van migratie. Kan de Minister een visie vanhet kabinet met ons delen die wat diepgaander is dan de visie die tot nuTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342614 toe is gegeven op de andere vormen van migratie, dus los van arbeids-migra ... Ik bedoelde: los van asielmigratie. We hebben de afgelopen tijdte veel over arbeidsmigratie gepraat.Voorzitter. Als we het hebben over regulier verblijf is de illegale doordeta-chering van derdelanders een zeer acuut probleem waar meer sturingnoodzakelijk is. Afgelopen maandag was ik in Venlo, waar vrachtwagen-chauffeurs uit Oezbekistan en Kirgizië staken omdat ze structureel teweinig salaris krijgen. Ze zijn doorgedetacheerd uit Hongarije enLitouwen, hoewel ze daar geen dag hebben gewerkt, en vervoerengoederen naar Nederland. Het ergste is dat Nederlandse bedrijvengebruikmaken van deze Europese vervoersbedrijven omdat ze goedkoopzijn. Dit soort praktijken zijn geen incidenten. De FNV rapporteert hierregelmatig over. Is de Minister bereid om dit met haar ambtsgenoten inLitouwen te bespreken en te kijken hoe dit voorkomen kan worden? Watgaat de Minister doen om deze route, waarlangs mensen een werkver-gunning krijgen, aan te pakken? Vindt de Minister niet ook dat deNederlandse bedrijven die op grote schaal gebruikmaken van dit soortschijnconstructies, hiervoor gesanctioneerd zouden moeten worden?Een deel van deze mensen wil terug naar het land waar zij vandaankomen, maar loopt tegen het feit aan dat ze een inreisverbod voor tweejaar zullen krijgen als zij nu vertrekken, want hun verblijfsvergunning dieze via hun werkgever hadden, is door hun werkgever ingetrokken. Datmaakt deze mensen dus hyperkwetsbaar. Deze mensen krijgen opgelegddat zij niet langer op een normale manier uit het land kunnen vertrekken.Kan de Minister de mensen die terug willen keren hierbij helpen en ervoorzorgen dat er wordt afgezien van het inreisverbod, aangezien zij dan deprijs zouden betalen die het malafide bedrijf hen heeft opgelegd? Cijfersover mensen die op deze manier uitgebuit worden, zijn schaars, maar deAdviesraad Migratie meldt dat er in 2022 in ieder geval meer dan 125.000gedetacheerden van buiten Europa in Nederland hebben gewerkt. Kunnendeze mensen eindelijk goed in kaart worden gebracht?Voorzitter. Dan de au pairs. Uit de berichtgeving hierover van OneWorlden FairWork blijkt dat aanscherpingen van de au-pairregeling juist kunnenleiden tot verslechtering van de bescherming van de au pairs, omdat ervia alternatieve routes wordt gezocht naar ongedocumenteerden dieingezet worden als au pair, vaak van buiten de Europese Unie. Is deMinister hiervan op de hoogte? Wat gaat de Minister doen om dieuitbuiting van ongedocumenteerden tegen te gaan? Beschikt de Ministerover cijfers van hoeveel ongedocumenteerde au pairs er in Nederlandzijn? Zo niet, kan de Minister die op korte termijn inzichtelijk maken?Tot slot. Wat GroenLinks betreft is het de hoogste tijd dat dit kabinet meteen brede visie komt op migratie. Het is voor ons hierbij een belangrijkuitgangspunt dat de mensen die hier wel nog mogen komen en hierwerken, kunnen rekenen op de bescherming, de normen en de wetten vanons land.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Boomsma.De heer Boomsma (NSC):Ik heb een vraag over wat er over het inreisverbod werd gezegd. Ik hebnet ook gevraagd wat het terugkeerbeleid is bij reguliere migratie. Maarwat ik niet zo goed begreep, is het volgende. Welke groepen zouden danvolgens GroenLinks geen inreisverbod meer moeten krijgen?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dit gaat heel specifiek over de groep stakende chauffeurs. Zij hadden eenwerkvergunning gekregen via het land waaruit ze zijn gedetacheerd. Diewas aangevraagd door de werkgever. Die werkgever heeft gezegd: jestaakt, ik vind je vervelend, dus ik trek jouw werkvergunning in. Die zorgtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342615 er dus voor dat die vergunning weg is. Die mensen zijn dus op ditmoment illegaal hier, maar willen wel graag terug. Op het moment dat zijterugkeren, krijgen ze een inreisverbod van twee jaar, omdat ze hierillegaal verbleven. Het gaat erom dat je nu heel specifiek deze zevenmensen helpt en hen de mogelijkheid geeft om terug te kunnen keren.De voorzitter:De heer Van Nispen heeft nog een vraag voor u.De heer Van Nispen (SP):Ik vond het een hele goede bijdrage. Ik heb nog een vraag over deau-pairregeling. Het is goed dat mevrouw Patijn dat aan de orde stelt; ikwil dat alleen maar onderschrijven. Maar wat is nou volgens mevrouwPatijn het probleem? Is dat niet dat juist ook au pairs kwetsbaar zijn vooruitbuiting? Wat zouden we de Minister nou specifiek moeten vragen omook op dat punt nader onderzoek te doen? Zo is het namelijk, volgens mij,nog nooit bekeken. Het wordt steeds benaderd vanuit de vraag of deregeling niet wordt misbruikt, maar volgens mij zou in kaart moetenworden gebracht wat de gevolgen zijn voor de au pair. Is dat nou ook devraag die ik mevrouw Patijn hoorde stellen?De voorzitter:Dat was de laatste interruptie van de heer Van Nispen. Mevrouw Patijnheeft het woord.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Simpelweg: ja. Dat zou ik heel graag van de Minister willen weten.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog twaalf seconden, mevrouw Patijn. Of was u aanhet eind van uw betoog?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik was klaar.De voorzitter:Dank u wel, dan hebben we twaalf seconden gewonnen. Dan ga ik naarmevrouw Vondeling.Mevrouw Vondeling (PVV):Dank u wel, voorzitter. De PVV wil alle vormen van migratie beperken. Wijwillen veel minder migratie: minder asielmigratie, minder arbeidsmi-gratie, minder studiemigratie en minder gezinsmigratie. Dat is ook wat wehebben afgesproken in het hoofdlijnenakkoord. Naast de enormeasielinstroom van de afgelopen jaren vormt gezinsmigratie een groot deelvan de totale immigratie naar Nederland. Het aantal migranten dat opgrond van gezinshereniging en -vorming naar Nederland komt, is al sindsjaar en dag hoog. De laatste cijfers van het CBS, Centraal Bureau voor deStatistiek, laten zien dat er tussen de 30.000 en 40.000 gezinsmigrantenper jaar naar Nederland komen. Over een periode van vier jaar zijn dat ermeer dan 100.000.Dit sneeuwbaleffect van de partner- en gezinsmigratie trekt een zwarewissel op Nederland. We hebben een woningtekort, een zorgtekort,ruimtetekort en ga zo maar door. Ik wil de Minister dan ook vragen of wehier nog extra maatregelen op kunnen nemen. Dat kan bijvoorbeeld doorde partnermigratie te beperken tot mensen die een huwelijk of geregis-treerd partnerschap hebben, en door een wachttijd van twee jaar teintroduceren voordat een partner over mag komen. Is de Minister bereidhiernaar te kijken? Zijn er mogelijkheden om het aantal partners dat naarNederland wordt gehaald te beperken, bijvoorbeeld naar één partner in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342616 tien jaar? Tot slot wil ik de Minister op dit punt vragen of zij mogelijkhedenziet om binnen Europa de gezinsherenigingsrichtlijn aan te scherpen. Datkan bijvoorbeeld door de minimumleeftijd te verhogen naar 24 jaar.Voorzitter. Dan de andere vormen van regulier verblijf. Wat betreft dekennismigrantenregeling zou de prioriteit moeten liggen op het inzettenvan onze eigen slimmeriken. Nederland heeft een groot onbenutbinnenlands arbeidspotentieel. Voordat we in het buitenland zoeken,zouden we daarom eerst moeten kijken of we niet eerst onze eigenmensen aan een baan kunnen helpen. Als we dan toch, in het uiterstegeval, kennismigranten naar Nederland laten komen, moeten we daarstrenge eisen aan stellen, zoals opleidingseisen en een hoog salariscri-terium.Dan arbeidsmigratie. Mijn collega’s hebben hier al wat vragen overgesteld. Onlangs verscheen het bericht dat er naar schatting tiendui-zenden migranten van buiten de EU in Nederland wonen en werkenzonder dat ze daarvoor papieren hebben. Zij verblijven illegaal inNederland. Deze illegalen moeten ons land natuurlijk verlaten. Mijncollega Maikel Boon heeft hier al schriftelijke vragen over gesteld aan deMinister van SZW, maar toch wil ik hier ook nog wat vragen over stellenaan de Minister van Asiel en Migratie.De voorzitter:Kunt u even wachten, mevrouw Vondeling? U heeft namelijk eeninterruptie van mevrouw Patijn. Ik was iets te laat. Het ging, denk ik, nogover het vorige punt. Mevrouw Patijn heeft het woord.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de PVV net zeggen dat het onbenut arbeidspotentieel ingezet zoumoeten worden om kennismigratiegaten op te vullen. Degenen die dus nuals kennismigrant komen, zouden ... Waar komen die mensen danvandaan? Welk onbenut arbeidspotentieel wordt dan bedoeld?Mevrouw Vondeling (PVV):Daar bedoel ik onder anderen de mensen mee die in Nederland in deeltijdwerken en die mogelijk meer kunnen gaan werken.De voorzitter:Mevrouw Patijn voor haar laatste interruptie.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dat klinkt heel aantrekkelijk. Dat zou mooi zijn. Dan moet de kinderopvangnatuurlijk wel goed geregeld zijn en het liefst gratis. Dat soort dingen zijn,volgens mij, nu nog niet geregeld. Het vergt dus wel een heel aanpalendbeleid voordat je die maatregelen zou kunnen nemen. Dat aanpalendebeleid is er, volgens mij, niet. Wat zijn voor u de cruciale punten in dataanpalende beleid? Wat moet er gebeuren om te zorgen dat mensen meerkunnen gaan werken?Mevrouw Vondeling (PVV):Mensen kunnen inderdaad meer gestimuleerd worden. Bij deVoorjaarsnota is er, volgens mij, geld vrijgemaakt voor de kinderopvang.Daarnaast kunnen we misschien opleidingen regelen vanuit werkgevers.Kinderen groeien ook op, hè. Het is dus niet zo dat een vrouw nooit meergaat werken als zij een kind krijgt. Als de kinderen ouder worden, kan eenvrouw ook meer gaan werken. Daar kijk ik naar. Ik kijk ook naar mensendie werkloos zijn.Je ziet nu dat de kennismigrantenregeling wordt misbruikt. Er wordenmensen ingezet als kennismigrant bij een kapperszaak. Dat moeten wesowieso niet hebben. Ik denk dus dat we daar veel gerichter naar moetengaan kijken. We moeten mensen binnen gaan halen die we echt nodigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342617 hebben en daarnaast kijken naar de mensen die we hier hebben. Wehebben hier genoeg mensen die slim zijn, die ook dingen kunnen en diemogelijk omgeschoold kunnen worden. Daar richt ik mij vooral op.De voorzitter:U vervolgt uw betoog, mevrouw Vondeling.Mevrouw Vondeling (PVV):Even kijken waar ik ben gebleven. O ja, de vragen aan de Minister. Hoe ishet mogelijk dat er amper gecontroleerd wordt op illegaal verblijf van dearbeidsmigranten uit derde landen? Waarom kunnen deze migranten hierüberhaupt blijven wanneer blijkt dat zij niet beschikken over een tewerk-stellingsvergunning? Wordt hier altijd melding van gemaakt bij de IND? Isde Minister bereid om dit samen met haar collega van SZW tot op debodem uit te zoeken en maatregelen te nemen?Voorzitter, tot slot. De brief van de Minister over regulier verblijf maaktduidelijk dat er door vreemdelingen op vele manieren verblijf kan wordenaangevraagd. Dat brengt het risico van procedures stapelen met zich mee.Op een afgewezen verblijfsaanvraag volgt vaak weer een andereaanvraag, bijvoorbeeld voor het verblijf van een kind dat inmiddels isgeboren of op grond van werk of studie en ga zo maar door. Vreemde-lingen kunnen hun vertrek uit Nederland bijzonder effectief traineren methet stapelen van procedures. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Watis de inzet van de Minister om procedures stapelen tegen te gaan?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Vondeling. Ik schors tot 16.15 uur.De vergadering wordt van 15.48 uur tot 16.22 uur geschorst.De voorzitter:Ik verzoek de leden te gaan zitten en degenen die hier niet horen, weg tegaan. Staat alles weer aan? Dan gaan we starten. Ik heropen de verga-dering van de vaste commissie voor Asiel en Migratie. We zijn gekomenbij de termijn van het kabinet over regulier verblijf. Ik geef het woord aanMinister Faber.Minister Faber:Dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst even de blokjes doorgeven. Dat ismisschien wel handig. Ik heb een stukje algemene inleiding, dan hetblokje kennis, dan arbeid, dan gezin en als laatste overig.Goed. Ik begin met de algemene inleiding. Vandaag voer ik met dezecommissie het gesprek over regulier verblijf. Het doet mij deugd dat u mijhierom heeft verzocht, omdat dit kabinet, zoals u weet, van mening is datde instroom van alle vormen van migratie drastisch moet worden beperkt.Dat geldt ook voor reguliere migratie. Wat betreft asielmigratie en deasielmaatregelen doen we dat natuurlijk met het strengste pakket ooit.Ook ten aanzien van andere vormen van migratie worden stappen gezet.Daarbij geldt dat de taken binnen het kabinet zijn verdeeld. Zo heeft deMinister van SZW als coördinerend bewindspersoon op arbeidsmigratie uper brief – de brief van 14 november jongstleden – namens het kabinetlaten weten hoe de aanpak voor een selectiever en gerichter arbeids-migratiebeleid vorm krijgt.Het volgende over kennismigratie. Er wordt momenteel gewerkt aan hetaanscherpen van een kennismigrantenregeling – dat is ook opgenomen inhet regeerprogramma – waar ik momenteel samen met de Minister vanSZW aan werk. De Kamer wordt daar voor de zomer over geïnformeerd.Parallel ben ik in gesprek met de Kamer over de implementatie van deblauwekaartrichtlijn. Vanuit het Ministerie van OCW wordt gewerkt aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342618 Wet internationalisering in balans als onderdeel van een bredere aanpakom de internationalisering van het hoger onderwijs beter in balans tebrengen. In de gevallen waarin andere departementen primair verant-woordelijk zijn voor het toelatingsbeleid, wordt nauw samengewerkt omdat beleid vorm te geven. Zo komen ook de verblijfsvergunningen en deprocedures waar ik verantwoordelijk voor ben op een goede manier totstand en worden deze uitgevoerd.Tot slot. Dat de taken ten aanzien van de verschillende vormen vanmigratie tussen verschillende departementen en bewindspersonen zijnverdeeld, betekent dat, hoewel ik graag met u het gesprek voer overreguliere migratie, enige bescheidenheid mij past in dit debat.Voorzitter. Ik begin met het blokje kennis.De voorzitter:Mevrouw Patijn heeft een interruptie. Ik sta weer drie interrupties toe inprincipe. We gaan even kijken of dat genoeg is.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik er maar eentje, dus ik moet even goed nadenken hoe ik ’mformuleer. Als Minister van Migratie, dus even los van het Asieldeel, heeftde Minister toch een coördinerende rol, om te zorgen dat zij overzichtheeft over wat er op al die dossiers gebeurt? Het is toch de bedoeling datde Minister dat zicht heeft? Dan kan het toch niet zo zijn dat wij hierdoorverwezen worden naar andere Ministers, want die coördinerende rolmoet er toch juist voor zorgen dat er een complete visie is op hoe wekomen tot een toekomstig arbeidsmigratiebeleid?Minister Faber:Ja, ik ben natuurlijk verantwoordelijk voor de toegang. De IND valt ookonder mijn bewind. Maar het beleid voor de diverse onderdelen valtonder verschillende Ministers, bijvoorbeeld voor arbeidsmigratie, hetarbeidsbeleid, dat onder de Minister van SZW valt. Ik moet natuurlijk welin nauw contact met hem staan over hoe we de dingen aanpakken.Ik zal een voorbeeld noemen. We kunnen betreffende de blauwe kaart,waar we recent debatten over hebben gevoerd – dat loopt nog steeds –bijvoorbeeld kijken naar de inkomensvereisten. Daar zijn bepaalde regelsvoor. Nu zit dat in Nederland voor kennismigranten op 1,28 van hetgemiddelde inkomen, meen ik. Dat is het toch, 1,28 van het gemiddeldeinkomen? Maar dat gemiddelde inkomen kan je natuurlijk hoger zetten.Dat kan ik wel op 1,5 zetten, maar dan zal ik toch echt overleg moetenvoeren met de Minister van SZW, want ik kan dat natuurlijk niet zomaaruit mezelf doen. Dat heeft namelijk ook gevolgen. Dat geldt natuurlijk ookvoor de Minister van Economische Zaken, want die maakt weer afsprakenmet bedrijven. Die wil hij natuurlijk ook in dat perspectief plaatsen. Ik kandus wel zeggen dat ik dat op 1,5 wil zetten, maar ik zal toch rekeningmoeten houden met het beleid dat gemaakt wordt door anderebewindspersonen.De voorzitter:De heer Van Nispen, naar aanleiding van dit antwoord, denk ik.De heer Van Nispen (SP):Ja, voorzitter. De Minister begon eigenlijk al heel duidelijk: ten aanzienvan asiel doen we dat met het strengste pakket ooit. Dat betekent dat hetvoor die andere vormen dus niet het strengste pakket is. Vervolgens ginghet over de verantwoordelijkheden van de Minister. Het Ministerie vanSociale Zaken gaat over arbeid. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap gaat over studiemigratie. Als het gaat over kennismigratie,dan werkt de Minister samen met Sociale Zaken, dus dan heeft zij ook nietde ruimte om die voorwaarde te stellen. Dat hebben we ook in het debatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342619 over de blauwe kaart gezien. Ja, dan hou je toch echt Asiel over, en dat isprecies wat deze Minister tegen Asiel eigenlijk is. De Minister gaat dushelemaal niet over Migratie.De voorzitter:En uw vraag is?De heer Van Nispen (SP):Nou inderdaad, voorzitter, dank. Dat is mijn conclusie. Mijn vraag aan deMinister is of dat klopt. De Minister zegt: op Asiel hebben we het strengstepakket ooit, maar op Migratie is het allemaal moeilijk, lastig; dat zit overministeries verspreid en daar hebben we dus geen streng migratiepakketop. Is dat inderdaad zo? Dat hebben we dan namelijk niet gezien. Ik benbenieuwd wanneer we die voorstellen kunnen verwachten of komen zegewoon niet?Minister Faber:Voor Asiel kan ik natuurlijk zelf het beleid maken. Ik maak het beleid voorde asielmigratie, dus ik kan dan ook heel goed zeggen: ik wil het strengsteasielbeleid ooit. Want dat valt gewoon in mijn portefeuille. Dan hebbenwe natuurlijk ook nog de kennismigratie en de arbeidsmigratie. Ik ga overde toegang tot Nederland. De IND zit in mijn portefeuille. Daar bestaanvoorwaarden voor bijvoorbeeld kennismigranten, dus of men wel of niettoegang krijgt tot Nederland en of ze hier dan hun activiteiten mogenuitvoeren.Maar het inhoudelijke beleid betreffende kennismigratie of arbeidsmi-gratie ligt echt bij een andere bewindspersoon. Ik moet dat dus wel samenafstemmen. Natuurlijk wil ik dat wel zo strak mogelijk zetten en daar kan ikook wel voor pleiten in overleg met mijn collega van SZW. Dan kan ik welzeggen: nou, misschien kunnen we het nog strakker zetten. Maar dan kanhet heel goed zijn dat hij zegt: ja, maar ik wel rekening te houden met ditof dat. Het kan heel goed zijn dat hij bepaalde argumenten heeft. Dat gaatdus altijd in overleg. Maar het doel is wel om een streng beleid neer tezetten.Ik wil toch nog wel even één ding zeggen. U zegt ... Ik moet dat via devoorzitter zeggen. Meneer Van Nispen zegt dat ik de Minister tegen Asielben. Nou, volgens mij ben ik de Minister van Asiel en Migratie en niettegen Asiel en Migratie. Dat wil ik toch wel even gezegd hebben.Mevrouw Podt (D66):Ik moet de heer Van Nispen wel een beetje bijvallen. Ik vind het ook weleen beetje gek, want het is natuurlijk niet zo dat je op Asiel verder geengesprekken met je collega’s hebt – dat mag ik toch hopen. Dat geklooi aande grens zal toch ook overlegd zijn met de Minister van Justitie, omdatdaar allerlei politieagenten en weet ik wat voor mensen allemaal voorworden ingezet. Of er is bijvoorbeeld gesproken met de Minister vanDefensie over de inzet van de marechaussee. Of neem de inzet van deMinister van SZW, of wie is dat tegenwoordig, op integratie. Dat is tochniet uniek hiervoor? Waarom moet het dan bij die andere migratieter-reinen zo ingewikkeld, terwijl u het op Asiel allemaal een beetje in uweentje lijkt te doen?Minister Faber:Asiel zit gewoon in mijn portefeuille. Het beleid van Asiel ...Mevrouw Podt (D66):...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342620 Minister Faber:Volgens mij heb ik het woord, mevrouw Podt. Het beleid van Asiel ligt bijmij. Het beleid van arbeid ligt bij de Minister van SZW. Het beleid vankennis ligt onder andere bij de Minister van OCW. Dat is gewoon hoe hetis ingericht. Ik ga over de toegang en de voorwaarden voor die toegangbespreek ik met de betreffende bewindspersonen. Zo is dat gewoonafgesproken, want anders zou je heel makkelijk kunnen zeggen dat jeineens over Economische Zaken, over SZW en over OCW gaat. Dankunnen we de helft van het kabinet wel naar huis gaan sturen, als we allesaan mijn portefeuilles gaan koppelen. Zo werkt dat natuurlijk niet. Ja, ikzou het wel willen, hoor. Dan wordt het misschien allemaal wat eenvou-diger. Maar zo is het nu eenmaal niet ingericht. We hebben apartebewindspersonen voor het inhoudelijk beleid en ik ga over de toegang.De voorzitter:Het punt is duidelijk. Mevrouw Podt meldt zich voor haar tweedeinterruptie.Mevrouw Podt (D66):Ja, dan toch even een vervolgvraag, voorzitter. Is het dan de schuld vande Minister van SZW dat er zo weinig gebeurt aan arbeidsmigratie?Minister Faber:Ik ga hier niemand de schuld geven. Ik weet dat de Minister van SZW hardwerkt en zijn portefeuille uiterst serieus neemt. Ik kan daar dus echt niet inmeegaan. Ik kan goed samenwerken met de Minister van SZW. Dat ga ikhier dus echt niet zeggen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog. Volgens mij begint u nu met het blokje kennis.Minister Faber:Ja, oké. Ik dacht dat iemand een interruptie wilde plegen, maar dat blijktniet zo te zijn.Goed. Kennis. Mevrouw Rajkowski had een vraag over een gewensteinbreng bij de eindevaluatie van de start-upvergunning. In 2025 informeerik de Kamer over definitieve uitwerking van de aanbevelingen uit hetevaluatierapport. Mevrouw Rajkowski vroeg om daar de volgendeelementen in mee te nemen: flexibeler middelenvereiste, verlenging duurvan één naar twee jaar, toegevoegde waarde economie en economischeveiligheid. Die neem ik mee en dat zeg ik u toe.Mevrouw Podt had een vraag betreffende kennismigranten. Het is bijnaonmogelijk om kinderen van 19 die heel hun leven thuis hebbengewoond, mee te nemen naar Nederland, zegt zij. Zij vraagt wat ik kandoen om deze kenniswerkers niet mis te lopen, door dit aantrekkelijker temaken. Het reguliere gezinsmigratiebeleid had voor 2012 een kader voorjongvolwassenen, zoals hier wordt bedoeld. Maar de inzet van het kabinetis om meer grip op migratie te krijgen, ook door strengere toelatingseisen.Om het beleid aan te scherpen is dit kader uit het beleid gehaald.Dat was het mapje kennis. Dan kom ik bij arbeid. Diverse leden, te wetende heer Boomsma, mevrouw Rajkowski, meneer Van Nispen en mevrouwVondeling, hadden vragen over ongedocumenteerde arbeidsmigranten enhoe ik dit tegenga. Dat betrof ook de RNI-registratie en de bsn-sluiproutes.We zijn het er allemaal over eens dat dit tegengegaan moet worden.Betere registratie is een onderdeel van de oplossing.In maart 2025 heeft uw Kamer de motie van de leden Saris en Cederaangenomen, waarin het kabinet wordt verzocht te onderzoeken hoe deRNI-inschrijving van arbeidsmigranten kan worden verbeterd en misbruikkan worden tegengegaan. De motie verzoekt ook om de Kamer hierover inseptember te informeren, met concrete voorstellen voor verbetering enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342621 handhaving. De Minister van Binnenlandse Zaken heeft toegezegd dezemotie uit te voeren en werkt hier momenteel aan met de Minister vanSZW. U wordt hierover geïnformeerd.Daarbij benadruk ik graag dat de werkgever zelf verantwoordelijk is voorhet zich aan de regels houden waar het gaat om het tewerkstellen vanvreemdelingen. Hier zet de Minister van SZW zich ook voor in. Ik hebvernomen dat u over dit vraagstuk een separaat debat wil voeren met deMinister van SZW en mij. Ik voer daar dan graag het gesprek over verder.De voorzitter:Een interruptie van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Nee, voorzitter. Het is een punt van orde, want nu gaat de Minister echtnérgens meer over. Ze had blokjes kennis, arbeid, gezin en overig. Ze gingniet over kennis, ook niet over arbeid. Nu verwijst ze naar een ander debatwaarvoor ze zelf is uitgenodigd, maar de leden hebben vandaag vragengesteld. Volgens mij heeft de heer Boomsma zelfs aangekondigd dat hijdat vandaag ging doen. Het lijkt me dus wel goed dat de Minister er ietsmeer over zegt dan tot nu toe.Minister Faber:Ik heb gezegd wat ik heb gezegd. Het inhoudelijke beleid wordt gewoondoor de andere Ministers samengesteld. Ik vind het prima om met deMinister van SZW en mijzelf het debat te voeren met uw Kamer overarbeidsmigranten.De voorzitter:Zullen we even proberen om niet buiten de microfoon te praten, zeg iktegen de heer Van Nispen. Als u iets wilt zeggen, doe dat dan gewoon inde microfoon. Dat helpt. U heeft een punt van orde gemaakt en daar geeftde Minister antwoord op. De Minister gaat zelf over haar antwoorden. DeMinister gaat proberen zo veel mogelijk vragen te beantwoorden, hoop ik,en dat is het even. Meer kan ik er nu niet van maken.De heer Van Nispen (SP):Toch nog een punt van orde dan, als u dat toestaat. Dat betekent dus datterwijl de Minister wist dat dit punt vandaag aan de orde zou komen, zijverwijst naar een ander debat waarvoor zij ook is uitgenodigd en dat zedaar vandaag dus verder niks meer over gaat zeggen. Het gaat om 40.000ongedocumenteerden die in Nederland via een sluiproute werken. DeMinister gaat daar dus niks meer over zeggen dan dit? Zij heeft dat nietvoorbereid?De voorzitter:De Minister.Minister Faber:Volgens mij was mijn antwoord duidelijk. Er zijn vragen over gesteld. DeMinister van BZK heeft toegezegd ook bepaalde moties uit te voeren. Daarwordt aan gewerkt samen met de Minister van SZW. Weet u, ik hebgezegd wat ik heb gezegd. Ik ga niet over dat beleid. Ik ga alleen over detoegang. Dat is zoals het is ingericht. Ik kan daar weinig aan veranderen.Dan moeten we in het kabinet de portefeuilles gaan verleggen, of zo, maarzo is het gewoon ingeregeld.Als het over beleid gaat waar in eerste instantie de Minister van SZW overgaat en waar ik aanpalend over de toegang ga, ben ik uiteraard altijdbereid om het debat te voeren samen met de Minister van SZW. Dat lijktTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342622 me de juiste wijze om zo’n debat te voeren. Ik kan natuurlijk geen zakenzeggen of toezeggen, of wat dan ook, aangaande het beleid van eenander.De voorzitter:Ik geef mevrouw Podt nog het woord, maar ik ga nu wel echt de discussieafbreken over waar de Minister wel en niet over gaat. Dit gaat niet leidentot een ander antwoord. Ik geef mevrouw Podt nog het woord. Nee, niet«maar». Ik ga hier over de orde en dit is dus het laatste dat we hieroverzeggen, want het heeft geen zin.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter, ik heb toch een vraag. Toen u zei dat iedereen drie interruptieskreeg, dacht ik: prima. Maar we komen hier weer in eenzelfde situatieterecht: om goede, scherpe vragen aan deze Minister te stellen, komen weer niet met drie interrupties. Ik ben best bereid om het allemaal kort tehouden, maar dit gaat zo niet. Ik wil dus toch verzoeken om vier of vijfinterrupties.De voorzitter:Dat is wat mij betreft prima, maar ik ga nu wel de discussie afkappen overwaar de Minister wel of niet over gaat, want het leidt niet tot antwoorden.Ik geef de Minister weer het woord. De Minister vervolgt haar betoog. Zeis bij «arbeid», of is zij inmiddels bij «gezin»?Minister Faber:Ik zit nog in het blokje arbeid.De voorzitter:Ga uw gang.Minister Faber:Meneer Boomsma had een vraag in relatie tot illegaal verblijf na regulierebinnenkomst. Hij vroeg of er een terugkeerbeleid is voor regulieremigranten. Het uitgangspunt is dat vreemdelingen die niet langerverblijfsrecht hebben, zelfstandig terugkeren. Mocht dit niet het geval zijn,dan kunnen vreemdelingenrechtelijke maatregelen worden toegepast omvertrek te bewerkstelligen. Daarbij geldt wel dat voor de politie binnen hetvreemdelingendomein de focus ligt op de aanpak van crimineel enstrafbaar overlastgevend gedrag van vreemdelingen, ongeacht hunnationaliteit. Op het moment dat een vreemdeling in aanraking komt metde politie, wordt als eerste het eventuele strafrechtelijke trajectafgehandeld. Vervolgens wordt gekeken of deze persoon nog rechtmatigin Nederland verblijft. Mocht dit niet het geval zijn, dan kunnen vreemde-lingenrechtelijke maatregelen worden toegepast, te beginnen met hetzelfstandig en vrijwillig terugkeren naar het land van herkomst tot en metgedwongen vertrek vanuit de vreemdelingenbewaring.De heer Boomsma (NSC):Er is dus geen ander beleid gericht op het bevorderen van de terugkeervan deze groep mensen? De Minister geeft aan dat ze geacht wordenzelfstandig terug te keren, en als ze in aanraking komen met de politieworden er maatregelen genomen die ook vreemdenlingenrechtelijkkunnen zijn. Maar is dat het dan? Of is er ook breder beleid om ervoor tezorgen dat deze mensen daadwerkelijk terugkeren als ze hier niet meerkunnen zijn?Minister Faber:Het zijn natuurlijk ook vaak mensen die Europees burger zijn. In principeheb je dan altijd vrij verkeer van personen. Op het moment dat er geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342623 strafrechtelijke zaken aan de hand zijn en ze gaan terug, zouden ze ondernormale omstandigheden weer terug kunnen komen. Dat is een heellastig iets. Er zijn weleens zaken waarbij we helpen met de terugkeer. Alser bijvoorbeeld belemmerende zaken zijn zoals de wijze van terugkeer ofde reiskosten, kan er wel een mouw aan gepast worden. Het is niet zo datwe er helemaal niets voor doen. Dat gebeurt weleens, maar in principemoet men gewoon zelf terug.De voorzitter:De heer Boomsma voor een vervolg.De heer Boomsma (NSC):Ik ben wel benieuwd naar wat dan het beleidskader daarvoor is. DeMinister zegt dat het weleens voorkomt, maar welk beleid geldt daar danvoor? Het zijn natuurlijk niet alleen maar Europeanen die vrij kunnenreizen, want het gaat ook om heel veel andere derdelanders. De Ministerzegt volgens mij dat er bijna geen beleid is, maar vindt ze het danwenselijk dat er wel meer beleid op wordt gemaakt, dat er stappen inworden gezet en dat er strenger naar wordt gekeken?Minister Faber:Het uitgangspunt is dat men vrijwillig teruggaat. Het kan wel zo zijn datwe overgaan tot gedwongen uitzet, zeker bij derdelanders.De voorzitter:Ik ga dus niet oneindig interrupties toestaan. Dit is de derde. Ga uw gang,maar ik wil wel het debat op tijd afronden. De heer Boomsma ziet ervanaf. Mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik heb nog een vraag over de gedwongen uitzet als het niet omEU-burgers gaat, maar bijvoorbeeld om ongedocumenteerde Brazilianen.Ik heb begrepen dat op het moment dat er wordt overgegaan totgedwongen terugkeer, de AVIM zegt dat ze geen capaciteit hebben. Hoekun je er dan voor zorgen dat het ook werkelijk gebeurt als mensengedwongen teruggestuurd moeten worden? Anders wordt het beleidalleen maar dood papier.Minister Faber:Ik vind dit een terechte vraag van mevrouw Rajkowski. Capaciteit is altijdeen probleem. De Dienst Terugkeer en Vertrek zet altijd het beste beentjevoor om het zo goed mogelijk te bewerkstelligen. Om meer te kunnendoen met hetzelfde aantal mensen proberen we de wetgeving zo aan tepassen dat het makkelijker wordt om mensen terug te sturen. Daar wordtaan gewerkt, maar ik ben het met mevrouw Rajkowski eens dat capaciteitaltijd een probleem is. Dat kan ik niet ontkennen. Het is niet zo dat we hetwillen laten versloffen. Er wordt zeker aan gewerkt om te kijken hoe weefficiënter kunnen werken in dezen.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Faber:Mevrouw Patijn vroeg: wat doet de Minister om oneigenlijke detacheringtegen te gaan en wil de Minister afspraken maken met landen alsLitouwen? Ze vraagt of ik cijfers heb. De Minister van SZW is metverschillende Europese lidstaten en de Europese Commissie in gesprekover het tegengaan van oneigenlijke detachering van derdelanders. Zoheeft Nederland samen met de ELA – dat is de Europese Arbeidsauto-riteit – en de Arbeidsinspectie een bijeenkomst georganiseerd over ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342624 onderwerp. Bij het evenement waren uit verschillende lidstaten,waaronder Litouwen, experts in arbeidsbeleid, handhaving en socialezekerheid aanwezig. Het evenement benadrukte het belang van eenintegrale aanpak in arbeidswetgeving en sociale zekerheid, zowel bijbeleid als bij handhaving. Kortom, dit kabinet wil ongewenste detacheringtegengaan. Voor cijfers over het aantal gedetacheerde derdelandersverwijs ik naar het meldloket waarin dit is weergegeven.Mevrouw Patijn zei dat een deel van de doorgedetacheerde chauffeursweer wil werken. Zij kunnen dat niet door een inreisverbod. Zij vraagt of ikdaarin kan helpen. In beginsel ga ik niet in op individuele zaken. Er wordtechter pas een inreisverbod opgelegd na een zorgvuldig proces. Bij hetintrekken of weigeren van een vergunning wordt daarvoor altijd eerst eenvertrektermijn gegeven. Maar ik zal zeker wel naar deze specifieke zaakkijken en daar wil ik ook wel schriftelijk op terugkomen, als u daarmeeakkoord gaat.Dat was het.De voorzitter:U wilt reageren, zie ik aan mevrouw Patijn, maar ze is zo voorzichtig.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik wacht tot ik het woord krijg van de voorzitter. Ik ben een heel gezagsge-trouw mens. Ik hoorde de Minister zeggen dat deze mensen weer willenwerken. Dat willen ze ook graag, maar het gaat ons erom dat enkelen vanhen – sommigen hebben een beveiligde status – graag terug willen kerenen dat ze de mogelijkheid krijgen om terug te keren zonder dat dietweejaarstermijn erop zit. Dat is belangrijk. Het is heel fijn dat de Ministerdat mee wil nemen en heel specifiek naar deze groep wil kijken. Ik wil nogeven benadrukken dat het om de terugkeer gaat zonder dat ze het stempelkrijgen dat ze twee jaar het land niet meer in mogen.Minister Faber:Ik wil graag toezeggen dat we dat meenemen en dat we daarop terug-komen. Dat was het mapje arbeid.Dan kom ik bij gezin. Mevrouw Vondeling had gevraagd: kunnen er extramaatregelen worden genomen op het gebied van reguliere gezinsmi-gratie, bijvoorbeeld door het ongehuwdepartnerbeleid af te schaffen, eenwachttijd in te voeren of het aantal partners te beperken? Nederland heeftook op het gebied van reguliere gezinsmigratie al een heel strenggezinsmigratiebeleid. Daarbij zitten we dicht in de buurt van de onder-grens van de gezinsherenigingsrichtlijn. Voor enkele categorieën, zoalsongehuwde partners, is er wel een toelatingsbeleid. Dat zou aangescherptkunnen worden, maar daarbij zijn ook andere overwegingen van belang,zoals de aantrekkelijkheid van Nederland voor kennismigranten.Momenteel bezie ik wel alle vormen van migratie. Ik ben bereid om ditpunt mee te nemen.Mevrouw Vondeling had ook gevraagd of er mogelijkheden binnenEuropa zijn om in de Europese Unie de gezinsherenigingsrichtlijn aan tescherpen, bijvoorbeeld door de minimumleeftijd te verhogen naar 24 jaar.Gezinshereniging wordt inderdaad grotendeels bepaald door de richtlijnuit de Europese Unie. De wijzigingen van deze richtlijn gebeuren met 26andere lidstaten. Nederland heeft niet alleen de regie om dit aan tescherpen, maar ik kan dit punt zeker wel bespreken met collega’s.Mevrouw Vondeling (PVV):Het is goed dat de Minister dat wil bespreken, want er zijn heel veelrichtlijnen aangescherpt. Dat heeft jaren geduurd. Dat snap ik. Dat is nietmorgen geregeld. Dit is toch een wat oudere richtlijn, dus het is goed alsde Minister dat in ieder geval aankaart in Europa.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342625 Minister Faber:Mevrouw Podt had gevraagd: is de Minister bereid om de inkomenseisvan buitenlandse partners te wijzigen of te versoepelen? Nederland kenteen streng migratiebeleid. Het is van belang dat je gezinsleden die je laatoverkomen ook kunt onderhouden. Het kan namelijk niet zo zijn dat je eenpartner laat overkomen en deze vervolgens ook aanspraak gaat maken opde uitkeringen van Nederland. Mijn antwoord is dus eigenlijk: ik wil hetniet versoepelen.Mevrouw Rajkowski vroeg: hoe kijkt de Minister ernaar om de Chavez-jurisprudentie om te zetten naar een nationaal kader?Mevrouw Podt (D66):Ik heb even een checkvraag. Nu gaan we naar Chavez. Betekent dat dat ditde antwoorden waren op mijn vragen over Nederlanders met eenbuitenlandse partner?Minister Faber:Ja.Mevrouw Podt (D66):Ik had wel meer vragen gesteld dan deze.De voorzitter:Probeer even via de voorzitter te spreken. Dit is een duidelijke vraag.Misschien kan de Minister beter eerst even haar antwoorden vervolgen?Minister Faber:We kijken het even na. Daar kom ik zo dan nog op terug.De voorzitter:Dat lijkt me beter voor de orde. U mag wel een gewone interruptie doen,mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik hoor de Minister zeggen: we hebben al een streng beleid, maar wekunnen eventueel nog wel wat doen met ongehuwde partners. Datverbaast mij dan toch een beetje. We hebben in Nederland een bepaaldsysteem. Ik ben zelf ook niet gehuwd. Op een heel groot vlak heb ikdezelfde rechten als mensen die wel gehuwd zijn. Voor Nederlanders diehun partner in het buitenland vinden, strengere regels stellen als ze nietgehuwd zijn, lijkt mij helemaal niet kunnen, omdat je mensen dan ongelijkzou behandelen. Dat is discriminatie en dat doen we niet in Nederland.Graag een reactie van de Minister.Minister Faber:Dit is een hele interessante vraag. We hebben de gezinsherenigings-richtlijn uit Europa. Daarin bestaat de mogelijkheid dat je ongehuwdepartners uitsluit. Als ik dat doortrek, zou dat inhouden dat die richtlijn ookdiscriminerend is. Dat wordt een interessante discussie, denk ik dan. Hetis natuurlijk wel zo dat wel of niet gehuwd zijn een eigen keuze is. Daarkun je gewoon een keuze in maken. Binnen de Europese richtlijnen heb ikdaar dus wel ruimte voor.De voorzitter:Mevrouw Podt voor een vervolgvraag.Mevrouw Podt (D66):Nee, die heeft de Minister niet. In andere landen kan het wel zijn dat erbinnen de wetgeving verschillen zijn tussen mensen die ongehuwd zijn endie niet ongehuwd zijn. In Nederland zijn die verschillen er niet en kun jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342626 dat onderscheid niet maken. Inderdaad, gehuwd of ongehuwd zijn is eeneigen keuze. Dank je de koekoek. Ik wil er ook niet voor kiezen omgetrouwd te zijn omdat het anders op een andere manier zou moeten.Nogmaals, waarom kiest de Minister voor een weg die gewoon discrimi-nerend is?Minister Faber:Ik ben niet van mening dat het discriminerend is. Het wordt toegestaandoor de Europese richtlijn, dus dan zou de Europese richtlijn ookdiscriminerend zijn. Volgens mij voldoen Europese richtlijnen aan deinternationale wet- en regelgeving, dus volgens mij is daar gewoonruimte voor.De voorzitter:U staat nu op vier interrupties. Ik wil een vijfde toestaan, maar dan is hetecht klaar.Mevrouw Podt (D66):Ik probeer echt een serieus antwoord te krijgen van deze Minister. Ik vindhet ook goed dat ze, als ze het niet begrijpt, nog even met haar ambte-naren gaat overleggen. Het punt is nu juist: als er landen zijn waar datverschil wordt gemaakt in de wet, dan kan het. Als je dat als land nietdoet, dan kan het niet. Dat is mijn hele punt. Nederland doet dat niet. Alsje dat wel gaat doen, dan ligt dat niet aan de Europese richtlijn. Dan ligtdat aan de keuzes die deze Minister maakt. Het punt is dat je, als je ditdoet, Nederlanders discrimineert die ervoor kiezen om niet gehuwd te zijnmet hun partner en die wel gewoon hun partner naar Nederland willenhalen.De voorzitter:De Minister geeft antwoord en vervolgt daarna haar betoog.Minister Faber:Ik vind het niet discriminerend. De Europese richtlijn staat het toe. Danzou de Europese richtlijn discriminerend zijn. Ik kan me dat haast nietvoorstellen. Het is ook een keuze. Er zijn mogelijkheden om je partnernaar Nederland te halen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Faber:Dan ga ik verder met de vraag van mevrouw Rajkowski. Zij had gevraagd:hoe kijkt de Minister ernaar om de Chavez-jurisprudentie om te zettennaar een nationaal kader? Ik deel de opvatting van mevrouw Rajkowski:als mensen hier mogen blijven, is het ook wenselijk dat deze groepmensen gaat inburgeren. Het vorige kabinet was al voornemens om deChavez-jurisprudentie om te zetten naar een nationaal kader. Ik benmomenteel nader aan het onderzoeken hoe of wat.Mevrouw Rajkowski (VVD):Fijn om te horen. Zou een toezegging kunnen zijn dat wij hierover op dehoogte gehouden worden?Minister Faber:Jazeker, dat wil ik toezeggen.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342627 Minister Faber:Mevrouw Rajkowski had ook de vraag: «Ik heb middels een motiegevraagd om strakkere werkinstructies van de IND voor zaken overartikel 8 van het EVRM. De Minister zegt de Kamer te informeren. Mag hetwat sneller?» Ik heb al eerder toegezegd uitvoering te zullen geven aan demotie. Ik wil benadrukken dat we hier samen met de IND al hard mee aanhet werk zijn. Zodra ik hier iets over te melden heb, zal ik u zo snelmogelijk informeren.Mevrouw Rajkowski had de vraag: wil de Minister een nationaal wettelijkkader maken voor artikel 8 van het EVRM? Op dit moment zie ik geenaanleiding om artikel 8 van het EVRM om te zetten in een nationaalwettelijk kader. Er bestaan wettelijke kaders voor doelgroepen waarvoorNederland een toelatingsbeleid heeft met de daarbij behorendevoorwaarden. Daar zijn bewuste keuzes in gemaakt. Uitgangspunt is danook dat er, als er niet wordt voldaan aan de voorwaarden, geen verblijfwordt toegestaan. Dan rest altijd nog de toets van artikel 8 van het EVRM.Het is niet de wens van dit kabinet om een ruimer migratiebeleid tehanteren. Een nationaal wettelijk kader zou daarom niet ruimer kunnenzijn dan de ondergrens die artikel 8 van het EVRM nu is.De heer Boomsma (NSC):Ik begrijp wat de Minister zegt, maar de IND heeft zelf aangegeven dat zeheel graag een nationaal kader wil, misschien niet zozeer om teverruimen, maar omdat er in de jurisprudentie bepaalde voorwaarden tedestilleren zijn en dit enorme tijdwinst in de uitvoering zou bieden. Kan deMinister aangeven of er niet vanuit de jurisprudentie die nu eenmaal isopgebouwd – het is een complexe zaak en het zijn individueleafwegingen – toch al bepaalde voorwaarden gedestilleerd kunnenworden, die daarmee makkelijker omgezet kunnen worden in beleid?Minister Faber:Ik heb bij de vorige vraag ook aangegeven dat ik hierover al met de IND inoverleg ben, en we werken samen om dat nader uit te werken. Daar zittenal deze aspecten ook in. Dat moet dus nog komen.De voorzitter:De Minister vervolgt.Minister Faber:Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Podt. Zij vroeg wat de effecten zijnvan het basisexamen inburgering buitenland voor de betrokken gezinsmi-granten. Zij kunnen in beginsel geen mvv-vergunning – dat is eenmachtiging tot voorlopig verblijf – krijgen wanneer het basisexameninburgering buitenland niet wordt gehaald. Dat is een bewuste keuzegeweest om ervoor te zorgen dat vreemdelingen die naar Nederlandkomen al een basiskennis van Nederland en de Nederlandse taal hebben.Om naar Nederland te komen mag van migranten ook een inspanningworden gevraagd. Als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor hetexamen niet gemaakt kan worden, bijvoorbeeld door medische omstan-digheden, dan geldt een vrijstelling.Mevrouw Podt had ook een vraag over Nederlandse kinderen die kunnenworden uitgezet, tenzij er een beroep wordt gedaan op het Chavez-arrest.Ouders uit niet-EU-landen die een Nederlands kind hebben, kunnen inaanmerking komen voor het verblijfsrecht in Nederland onder Chavez. Inalle procedures toetst de IND aan dit verblijfsrecht als er sprake is van eenNederlands kind. Dit doet de IND zowel op aanvraag als ambtshalve. Alsouders niet aan de Chavez-voorwaarden voldoen, dienen zij het land teverlaten.Meneer Boomsma gaf aan dat het wonderlijk is dat er strengere eisengelden voor een gezin dan voor vluchtelingen. Hij vraagt wanneer dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342628 eisen voor het laatst zijn geëvalueerd en of daar opnieuw naar gekekenkan worden. Het beperken van nareis kent een samenloop met hetreguliere kader voor gezinshereniging. Hierover zijn door de Kamer ookschriftelijke vragen gesteld.Op dit moment wordt parallel in kaart gebracht wat de exacte conse-quenties voor reguliere gezinsmigratie zijn en hoe daarmee om te gaan.De inzet is in ieder geval te voorkomen dat er een waterbedeffect ontstaat,waardoor de IND extra wordt belast en er een nieuwe alternatieve routeontstaat. Want dat moeten we natuurlijk voorkomen. De vraag van de heerBoomsma is een terechte vraag, maar we zijn ermee bezig en ik zal deKamer zo spoedig mogelijk informeren over de uitkomst daarvan.Dan kom ik bij het blokje overig. Mevrouw Patijn heeft gevraagd of we eendiepgaandere visie op andere vormen van migratie dan asiel kunnendelen. Dit kabinet vindt dat alle vormen van migratie moeten wordenbeperkt. Ik werk aan een strenger pakket asielmaatregelen. Daarnaastwerk ik samen met mijn collega-bewindspersonen aan het inperken vanalle vormen van migratie. Zoals gezegd zijn de taken binnen het kabinetten aanzien van migratie verdeeld. Vanuit mijn rol stel ik me constructiefop om gezamenlijk te komen tot het beste kader zodat er meer grip opmigratie komt, bijvoorbeeld als het gaat om een selectiever en gerichterarbeidsmigratiebeleid door aanscherping van de kennismigrantenre-geling.Mevrouw Podt gaf aan dat advocaten per brief met de IND communi-ceren. Zij vraagt of ik kan toezeggen hierin verandering te brengen. Het isbelangrijk dat het doen van een aanvraag voor verblijf, waaronder opgrond van gezinsmigratie, zo efficiënt mogelijk verloopt, zowel voor deaanvrager als voor de IND zelf. Dat kan altijd beter. Binnen de IND wordtdaarom al enige tijd gewerkt aan het verbeteren van de aanvraagproce-dures, onder andere door het verbeteren van de informatievoorzieningrichting de aanvrager door het herzien van informatie op de website en opde aanvraagformulieren. De IND verwacht die verbeteringen nog dit jaarte kunnen doorvoeren. De verwachting is dat deze aanpassingenonduidelijkheden bij de aanvrager zullen wegnemen. Met deze verbete-ringen hoopt de IND ook het aantal gebrekkige aanvragen en het aantallangere procedures terug te dringen. De verbeterde informatievoorzieningbereidt de aanvrager namelijk beter voor op het indienen van deaanvraag.Mevrouw Vondeling gaf aan dat er op vele manieren mogelijkheden zijnwaarin de regeling verblijf leidt tot het stapelen van aanvragen. Migrantenkunnen zo vertrek traineren. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wat is deinzet van de Minister om dit tegen te gaan? Elke oneigenlijke aanvraag iser een te veel, zo zeg ik dat graag tegen mevrouw Vondeling. Hetverbieden van vervolgaanvragen op een andere grond is binnen deEU-regelgeving niet mogelijk. De IND kan bij oneigenlijke aanvragen wellik-op-stuk geven door de aanvraag met voorrang te behandelen en af tewijzen. Dat gebeurt bijvoorbeeld op verzoek van de Dienst Terugkeer enVertrek als een vreemdeling terugkeer frustreert door een oneigenlijkeaanvraag in te dienen. Ik bekijk momenteel met de IND het tegengaan vanhet stapelen.Mevrouw Patijn had een vraag over de aanscherping van deau-pairregeling. Dit kan leiden tot verslechtering van de bescherming vanau pairs, want ongedocumenteerde au pairs kunnen worden ingezet. Is deMinister hiervan op de hoogte en wat gaat de Minister doen om deuitbuiting van deze au pairs tegen te gaan? Hoeveel ongedocumenteerdeau pairs zijn er in Nederland en kan de Minister dat inzichtelijk maken? Hetbeeld is op dit moment niet dat aanscherpingen hebben geleid tot eentoename van ongedocumenteerde au pairs. Hoe vaak er in de praktijksprake is van oneigenlijk gebruik van de au-pairregeling is heel lastig tezeggen. Het heeft er ook mee te maken dat au pairs een drempel kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342629 ervaren om overtredingen van de regeling te melden uit angst dat ditinvloed zou hebben op hun verblijfspositie in Nederland.Vanuit de IND wordt in dit kader ingezet op het verbeteren van hunzichtbaarheid en benaderbaarheid voor au pairs. Daarnaast kan deArbeidsinspectie in actie komen als er signalen zijn of een redelijkvermoeden is dat de Wet arbeid vreemdelingen wordt overtreden. Devreemdelingenpolitie komt met name in beeld wanneer er sprake is vanstrafrechtelijke feiten, bijvoorbeeld in het geval van uitbuiting. Er wordtdaarnaast op korte termijn een evaluatie uitgevoerd naar de doeltref-fendheid van de aanscherpingen. Als blijkt dat er sprake is van onvoor-ziene nadelen, zoals vergrote kwetsbaarheid, dan zullen we dit uiteraardmeenemen.Volgens mij ben ik er dan, of zijn er nog aanvullingen?De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Van Nispen. U bent, denk ik, ook dooruw spreektekst heen, hè? Dus dan gaan we even afronden.De heer Van Nispen (SP):We zijn nog nooit zo vroeg klaar geweest, dus dat zegt weer veel. Mijnvraag ging nog specifiek over die au pairs. De Minister zegt dat er eenevaluatie aan komt. Als dan blijkt dat er iets mis is, dan gaan we dataanpakken. Maar ik denk dat het wel verstandig is om te zoeken naar enactief in die evaluatie aandacht te besteden aan de mogelijke uitbuitingssi-tuaties van die au pairs. Dus niet alleen kijken naar drijfveren vanbijvoorbeeld gastgezinnen en bemiddelingsbureaus, maar ook zoekennaar misbruik van die regeling. Kan de Minister ten eerste toezeggen datzij dat in de evaluatie ook actief gaat onderzoeken? Twee. Is de Ministerook bereid om op korte termijn in te zetten op echt positieverbetering vande au pairs? De Minister noemde wel het melden, maar dat kan natuurlijkveel breder, juist om die kwetsbaarheid tegen te gaan. Dat is een vraagover de evaluatie en een vraag over wat er op de korte termijn mogelijkkan verbeteren.De voorzitter:Even kijken. Ja, ga uw gang Minister.Minister Faber:Over de evaluatie: dat kan ik u toezeggen. Ten aanzien van de anderevraag – ik moet even vragen of dat in de praktijk mogelijk is – hoor ik datdat al gebeurt via de IND.De voorzitter:Dan gaan we naar mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Eén heel praktisch ding. Het zou heel mooi zijn als in die evaluatie zowelFairWork als de vakbonden, die actief opkomen voor die groep ongedocu-menteerden, worden meegenomen. Dus niet alleen vanuit het perspectiefvan de opdrachtgevers, maar juist vanuit het perspectief van dieongedocumenteerden.Minister Faber:Ja, dat is akkoord.Mevrouw Podt (D66):Ik had nog een paar vragen tegoed.De voorzitter:Ja, dat is waar. Die hadden we opgespaard.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342630 Minister Faber:Daar kom ik in de tweede termijn op terug.De voorzitter:Ook goed, prima. Ik kijk even of er nog andere dingen zijn blijven liggen.Anders gaan we naar de tweede termijn van de Kamer. Daarvoor heeftieder Kamerlid 1 minuut en 20 seconden. Ik begin bij mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter. Het zou niet meer moeten verbazen: we krijgen nauwelijksantwoorden. De Minister vat samen wat een Chavez-arrest is of hoe hetkader voor jongvolwassenen in elkaar zit, dan roept ze drie keer dat zeheel streng wil zijn en dan gaan we weer door. Dat is geen antwoord opde vraag. En ik weet al dat de Minister straks in haar antwoord gaatzeggen: het antwoord bevalt u gewoon niet. Maar ik hou wel van eengoede discussie. Dan doen we dat, maar dat kan niet op basis hiervan. Wekrijgen gewoon helemaal niks. De Nederlandse gezinnen waar ik hetvandaag over had, de Nederlandse kinderen, de mensen met eenNederlandse partner, verdienen meer dan dit. Zij verdienen een eerlijkantwoord van deze Minister. En dat gaat niet uit dit debat komen. Dus ikdoe het wel in een tweeminutendebat.Ik doe alleen één poging met de meest simpele vraag die ik had. Die gaatover het per brief communiceren met de IND, en de post. Mijn punt gingniet over: dan zetten we het op een website. Mijn punt ging over het feitdat mensen die de vergunning hebben aangevraagd per mail hunantwoord krijgen en de advocaten dat per post krijgen. De advocaten zijndus altijd later dan hun cliënten, waardoor hun cliënten die brief helemaalniet begrijpen en er verwarring ontstaat. Dat los je niet op met eenwebsite. Dat los je op door advocaten de mogelijkheid te geven om ookper mail te communiceren.De voorzitter:En u heeft impliciet een tweeminutendebat aangevraagd, geloof ik. Dank uwel. Dan ga ik naar de heer Boomsma.De heer Boomsma (NSC):Dank, voorzitter. Ik wil het toch nog even hebben over de sluiproutes ende fraude met de Registratie Niet-Ingezetenen. Ik begrijp dat er een motiewordt uitgewerkt, maar kan de Minister aangeven wanneer we daar deresultaten van krijgen? Ik heb natuurlijk gevraagd of ze hier zo snelmogelijk mee aan de slag kan gaan. Kan ze dat ten minste toezeggen enons daarover informeren? Is ze het er wel mee eens dat je niet zomaarmeer een burgerservicenummer moet kunnen krijgen?Dan het terugkeerbeleid reguliere migratie. De Minister zegt dat mensenin principe zelf verantwoordelijk zijn, bij strafrecht, maar kan ze misschienin een brief nader uiteenzetten wat nu precies het beleid is, en wat er nuwel en niet wordt gedaan om de terugkeer van deze groep mensen tebevorderen?De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Nispen heeft een korte vraag aan de heerBoomsma, begrijp ik? Kort, hè?De heer Van Nispen (SP):Ja. Ik bewonder echt het oneindige geduld van de heer Boomsma metdeze Minister. Mijn vraag aan hem is: hoe doet hij dat?De voorzitter:Ik geef de heer Boomsma het woord voor een kort reflectief antwoord.Verder zou ik willen zeggen: get a room. Nee, ik begrijp de vraag. Serieus.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342631 De heer Boomsma (NSC):Ik ga er zelf nog even op kauwen en dan kom ik er op een ander momentop terug.De voorzitter:Dat brengt me bij mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Dank voor de verschillende toezeggingen. Ik ga nog evenkauwen op dat nationale kader voor artikel 8 EVRM. Het is zeker niet mijnbedoeling om daar juist een versoepeling van te maken, dus ik ga daarnog even over nadenken.Eén ding heb ik nog niet gehoord, namelijk de veiligelandenlijst. Er is eenverschil tussen de Nederlandse lijst en die van de Europese Unie.Toevallig staat Brazilië ... Nou, dat is niet toevallig. Brazilië staat wel op deNederlandse lijst, maar niet op de Europese. Ik zou ook niet willen dat die35.000 ongedocumenteerden vanaf morgen meteen een vergunningkunnen aanvragen.De voorzitter:Dat is een helder punt. Ik ga naar de heer Van Nispen voor zijn tweedetermijn.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik had in de eerste termijn gesteld dat dit kabinetalleen asiel wil beperken en alle andere vormen van migratie geenstrobreed in de weg legt. Ik had gesteld dat de Minister niks doet tegenongedocumenteerden die hier illegaal werken, dat dit dus de Ministervóór migratie is en dat elke week duizenden mensen erbij komen inNederland. De conclusie is duidelijk, want de Minister had al binnen vijfminuten mijn hele betoog bevestigd. Dat gebeurt meestal bij anderedebatten niet, maar hier krijg ik overal meteen al binnen vijf minuten gelijkvan deze Minister.Dit debat ging dus eigenlijk helemaal nergens over. Dat komt doordatdeze Minister dus eigenlijk nergens over gaat. Ze verwijst voor alles naarandere Ministers. Deze Minister gaat helemaal geen migratie beperken,behalve asiel. Dat wel. De grenzen staan dus wagenwijd open met dezeMinister. Ook houdt deze Minister alle verdienmodellen in stand,bijvoorbeeld de sluiproutes voor de ongedocumenteerden. Dit is dus deMinister tegen asiel en vóór heel veel migratie.Ik wil afsluiten met een voorstel. Als deze Minister toch al bijna nergensover gaat, kan de Minister dan overwegen om ook haar asielportefeuille ...Die zou ze wellicht kwijt kunnen bij een andere collega, bijvoorbeeld deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Die is ook van de PVV. Dat zouzomaar kunnen. Dan gaat deze Minister echt helemaal nergens meer over.Dat is mijn afsluitende voorstel. Daarop ontvang ik graag een reactie.De voorzitter:Ik ga naar mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik had gevraagd om een diepgaande visie op de anderevormen van migratie. Ik heb voor mijn gevoel geen antwoord gekregen. Ikbegrijp dat dat hier gebruikelijk is. Ik ben niet een heel frequent bezoekervan deze commissie.De Minister geeft aan dat ze alleen gaat over de toegang. Het klonk alsofde Minister ten aanzien van die andere vormen van migratie, behalve dusasiel, zegt: «Als een van de Ministers, van SZW, OCW of EZ, mij vraagt tespringen, dan spring ik, want ik ga alleen maar over de toegang. Als zijvragen om toegang te verlenen, dan verleen ik die toegang.» De visie opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342632 migratie is volgens deze Minister een procesbeschrijving. Dat is het enigewat ik gehoord heb. Het gaat om een procesbeschrijving: als arbeidsmi-gratie besproken wordt, dan gaat de Minister van SZW daarover, alsstudiemigratie besproken wordt, enzovoort. Ik vraag deze Minister tochnog een keer heel nadrukkelijk: heeft ze wel of niet een eigen mening eneen eigen visie, of heeft ze er geen behoefte aan om daar überhaupt overte gaan en daarop te sturen?De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Patijn. Mevrouw Vondeling ziet af van haar tweedetermijn. Ik kijk even naar de Minister. Het is misschien goed voor de ordeom even vijf minuten te verzamelen wat er nog ligt. Ik zou even vijfminuutjes schorsen. We gaan om 17.15 uur verder.De vergadering wordt van 17.10 uur tot 17.15 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste commissie voor Asiel en Migratie.We zijn toe aan de tweede termijn van het kabinet. Het is tijd voor deantwoorden van de Minister. Daarna zal ik de toezeggingen voorlezen. Hetwoord is aan de Minister.Minister Faber:Voorzitter. Ik begin in eerste instantie met de vragen die door mevrouwPodt zijn gesteld. Er waren ook vragen gesteld over gezinnen enongehuwde partners. Ik wil dat toch nog even nader duiden. In Nederlandis er een verschil tussen de verplichtingen voor ongehuwde partners engehuwde partners. Dat rechtvaardigt het verschil in toelatingsbeleid. Hetis daarnaast binnen de gezinsherenigingsrichtlijn mogelijk om dit verschilte maken. Het gaat om een facultatieve bepaling, dus een lidstaat kan erwel of niet voor kiezen.Mevrouw Podt had ook nog iets gevraagd over de inkomenseis. Voorbepaalde uitkeringen, zoals de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen,bestaan al uitzonderingen. Ik ben niet voornemens om meer uitzonde-ringen te gaan toepassen. Een gezinshereniger moet het gezinslid kunnenonderhouden.Mevrouw Podt had ook nog een vraag over de IND-procedures en over deadvocaten die per brief in plaats van per mail op de hoogte werdengesteld. De vraag van mevrouw Podt was: kunnen de advocaten ook nietper mail op de hoogte worden gesteld? Ik zal dit voorleggen aan de IND,want ik weet niet hoe dat verder juridisch zit en of daar bepaaldeafspraken bij zijn gemaakt. Dat ga ik in ieder geval voor u voorleggen.De voorzitter:Mevrouw Podt heeft nog een heel korte verduidelijkende vraag.Mevrouw Podt (D66):Ik heb een vraag over dat laatste punt. Komt ze daar dan ook op terug enzo ja, wanneer? Mijn vraag ging niet alleen over de partner, dus dereferent, maar ook over de partner die hierheen gehaald wordt. Die heeftnatuurlijk ook vaak een inkomen. Soms is dat zelfs een uitstekendinkomen. Ik begrijp dus niet zo goed waarom de Minister dat niet zouwillen meewegen.De voorzitter:Heel kort. De Minister.Minister Faber:Ten eerste wil ik nog even iets zeggen over de brief of mail voor deadvocaten bij de IND. Daar kom ik uiteraard op terug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342633 Er zijn inkomenseisen. Men moet kunnen aantonen dat men overvoldoende inkomen beschikt. Als men naar Nederland wil komen, danmoet men toch kunnen aantonen dat men voldoende inkomen heeft. Menmoet dat kunnen bewijzen. Daar zijn bepaalde regels voor en daar hebbenwe ons aan te houden.De voorzitter:Nee, ik ga geen discussie met u starten, mevrouw Podt. U vervolgt uwbetoog.Minister Faber:Dan kom ik bij meneer Boomsma. De aanleiding van zijn vraag was degroep Brazilianen. Die vraag ging over het bsn, de RNI, enzovoort. SZW enBZK zijn nu aan het kijken naar hoe we die registratie kunnenaanscherpen. Er zijn door SZW twee positionpapers op Europees niveauingebracht, want er moeten ook zaken in de Europese Unie wordenaangepakt. Ik kom daar graag samen met mijn collega in het debat opterug, want dan kunnen we de nadere details invullen.Men krijgt niet zomaar een bsn. Dat gebeurt natuurlijk als men wordtingeschreven in de RNI. Bij die registratie wordt er een bsn uitgegeven.Over hoe dat verder strenger gezet kan worden of wat dan ook, moet ikecht gaan spreken met onder andere de Minister van Binnenlandse Zakenen van SZW.De voorzitter:Hetzelfde recept geldt voor de heer Van Nispen: alleen korte verduidelij-kende vragen.De heer Van Nispen (SP):Mijn vraag aan de Minister is: waarom heeft zij dat dan nog niet gedaan?Dit probleem is niet van vandaag of gisteren. Die Nieuwsuuruitzendingligt er alweer een poosje en daarvóór was dit probleem ook al bekend.Minister Faber:Nogmaals, dat ligt in eerste instantie bij BZK en SZW. Als ik daar eerdervan op de hoogte was geweest, had ik daar wel gas op gegeven, maar hetbeleid ligt echt bij de andere bewindspersonen. Maar ik ben echt niet teberoerd om gas te geven op dat soort zaken.De voorzitter:Voor de heer Boomsma geldt hetzelfde recept: heel kort.De heer Boomsma (NSC):Ja, heel kort. Ik vind het prima, maar kan de Minister niet in gesprek gaanmet haar collega’s van het kabinet en er in een brief op terugkomen? Weweten namelijk nog niet precies wanneer dat debat komt. Misschien is datdebat dan niet meer nodig.Minister Faber:De betreffende bewindspersonen zijn er al mee bezig. Volgens mij zoudenzij de Kamer ook al informeren. Dat komt er dus zeker aan.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Faber:Meneer Boomsma had nog een vraag over de terugkeer van derde-landers. Hoe kunnen we daar betere controle over krijgen? Dit jaar wordter binnen de Europese Unie gestart met een inreis- en uitreissysteem. Datgeeft meer inzicht in wie er in en uit de Europese Unie reizen. We kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342634 dan ook zien of mensen legaal of illegaal verblijven. Dat wordt dus albeter in kaart gebracht. Dit jaar wordt dat in werking gesteld. Als iemandwordt aangetroffen die illegaal is, gaat de Dienst Terugkeer en Vertrek aande slag en wordt er actief gewerkt aan vertrek. Ik heb het al gezegd: methet nieuwe EU-systeem is er meer mogelijk om het beter te monitoren.Dan betreffende de veilige ...De voorzitter:Ook weer heel kort, meneer Boomsma.De heer Boomsma (NSC):Ik wil graag worden geïnformeerd. Ik weet dat dat vanuit Europa speelt enover die database. Maar wat is het beleid? Hoe gaan wij daarop voorsor-teren? Hoe gaan wij daar als Nederland mee om? Hoe implementeren wedat zo goed mogelijk, specifiek voor deze groep regulieren?Minister Faber:Het wordt natuurlijk niet alleen voor deze groep geïmplementeerd, hetgeldt voor alle in- en uitreizende personen. Daar wordt nu al aan gewerkt;de implementatie loopt al.De voorzitter:We gaan echt door, want anders wordt de tweede termijn een heel debat.Minister Faber:Dan kom ik bij mevrouw Rajkowski. Zij had vragen betreffende deveiligelandenlijst. Zoals ik in de eerste termijn aangaf, blijft het mogelijkom naast de Europese lijst een nationale lijst te hanteren. Daarbij is hetbestaan van de lijst er vooral voor versnelde afhandeling. Dat een landniet op de lijst staat, betekent niet dat de asielzoeker meer kans maakt opasiel.Mevrouw Patijn had een vraag over de toegang. In het regeerprogrammais het kabinetsbeleid ten aanzien van grip op migratie breed toegelicht.Daarin is ook de inzet op asiel-, arbeid- en kennismigratie opgenomen.Iedere bewindspersoon werkt, vanuit de gezamenlijkheid, aan zijn eigentaken.Dan de vraag of ik wel of geen eigen mening heb. Volgens mij is dat welduidelijk geworden in de laatste debatten.Meneer Van Nispen had nog wat opmerkingen, maar ik laat alle kwalifi-caties maar aan hem.De voorzitter:Ik kijk even rond. Zijn de vragen beantwoord? Ik zal de vraag herformu-leren: liggen er nog vragen? Ik geloof het niet. Dan ga ik de toezeggingenvoorlezen. Mevrouw Podt vraagt nog een tweeminutendebat aan.–De Minister zegt toe dat zij de Kamer bij de uitwerking van deaanbevelingen over de start-upregeling in 2025 informeert over demogelijkheden voor een flexibeler middelenvereiste, een verlengingvan de duur van één jaar naar twee jaar en de toegevoegde waardevoor de economie en de economische veiligheid.Dan is het duidelijk op welke termijn dat is, want dat gebeurt al bij deuitwerking, of niet? Het moet eind 2025 zijn, hoor ik mevrouw Rajkowskizeggen. Niet ín 2025, maar eind 2025. Helder.–De tweede toezegging. De Minister zegt toe de Kamer te informerenover de mogelijkheden voor stakende vrachtwagenchauffeurs omterug te keren zonder inreisverbod.Op welke termijn kunnen wij dat verwachten, Minister?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342635 Minister Faber:Dat wordt in het volgende commissiedebat. O, dat is volgende week. Datgaan we niet halen; dat trekken we niet.De voorzitter:Nee, dat vermoedde ik al. Zullen we hiervoor het eerstvolgende commis-siedebat na het reces afspreken?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Wat mij betreft mag het ook in samenwerking met de Minister van SocialeZaken, via die lijn. Dat maakt me niet veel uit.De voorzitter:Dank u wel.–De derde toezegging. De Minister zegt toe de Kamer te informerenover de uitkomsten van de verkenning naar het omzetten van deChavez-jurisprudentie in de nationale wetgeving.De vraag is: op welke termijn kunnen we dat verwachten, Minister?Minister Faber:Voor de zomer.De voorzitter:Dank u wel. Ten slotte de laatste toezegging.–De Minister zegt toe bij de evaluatie van de doeltreffendheid van deau-pairregeling ook het misbruik van de regeling actief te onderzoeken.Ze zegt toe de vakbonden en het perspectief van de ongedocumenteer-den daarbij te betrekken en de Kamer te informeren over de uitkom-sten.Op welke termijn zou dat kunnen?Minister Faber:Voor de zomer, voorzitter.De voorzitter:Uitstekend. Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Podt. Waarover gaatdat?Mevrouw Podt (D66):Dat gaat over de post voor advocaten.De voorzitter:Die komt nog. Ik zei dat ik de laatste toezegging al had gehad, maar erstond er nog een op de achterkant.–De Minister zegt toe de Kamer te informeren over de uitkomsten vanhet overleg met de IND over het op papier of via de e-mail communice-ren met advocaten.U begrijpt de vraag die gaat komen. Op welke termijn kunnen we datverwachten?Minister Faber:Voor de zomer, voorzitter.De voorzitter:Voor de zomer. Dank u wel. Ik dank de leden en de Minister en haarondersteuning voor dit debat. Er zal ergens in de komende week eentweeminutendebat volgen. Dank u wel en een prettige middag.Sluiting 17.26 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 342636
Gerelateerde bronnen
- Regulier verblijf
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 17 april 2025, over Regulier verblijf
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.