KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over de brief van de Landelijke Werkgroep Archeologie m.b.t. Arbo-wetgeving in relatie tot vrijwilligers in de maritieme archeologie

20 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2fcf4e4fe47eaf5b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 820Nieuwe visie cultuurbeleid25 883ArbeidsomstandighedenNr. 569 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 april 2026Hierbij stuur ik de door u gevraagde reactie op de brief die uw commissieheeft ontvangen van de Landelijke Werkgroep Archeologie Onder Water(LWAOW) en Stimon (Stichting Maritiem Onderzoek Nederland). Zij wijzenhierin op problemen voor vrijwilligers in de onderwaterarcheologie dievoortkomen uit duikregelgeving.LWAOW en Stimon stellen dat vrijwilligers in de onderwaterarcheologieniet kunnen voldoen aan de voorwaarden in bestaande duikregelgevingen dat dit ook geldt voor momenteel in voorbereiding zijnde wijzigingendie als versoepeling bedoeld zijn. Zij geven aan dat zij daardoor niet meerlegaal kunnen duiken en dat hun betrokkenheid bij de erfgoedzorg en debereidheid tot samenwerking met professionele archeologen zal afnemen.Ook verwachten zij dat illegale activiteiten zullen toenemen. Hiermeeworden de principes van het verdrag van Faro (de inzet van vrijwilligers,ook in de archeologie) geschaad en gaan draagvlak, kennis en fysiekerfgoed verloren. Men verzoekt mij om – samen met mijn collega van hetMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) – tot eenoplossing te komen.Mijn ministerie heeft de afgelopen jaren grote inspanningen verricht omde onderwaterarcheologie te verbeteren, onder andere door illegaleduikactiviteiten tegen te gaan en samenwerking tussen vrijwillige enprofessionele archeologen te stimuleren. Een belangrijke stap hierbij washet creëren van de mogelijkheid om – onder bepaalde voorwaarden – aanonderwatervrijwilligers een ontheffing toe te kunnen kennen van decertificeringsplicht die geldt voor het doen van archeologische opgra-vingen. Hiermee mogen zij beperkte onderzoekshandelingen uitvoeren enkunnen zij een grotere rol spelen in de zorg voor het archeologischerfgoed onder water.Het is belangrijk om deze positieve lijn vast te houden en verder teontwikkelen. Het baart mij dan ook zorgen dat de onrust die is ontstaan kst-32820-569ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5691 omtrent de duikregelgeving ertoe heeft geleid dat er sinds 2025 duidelijkminder verzoeken voor een ontheffing zijn gedaan. Zoals werd aange-kondigd in de brief die mijn ambtsvoorganger in juni 2025 naar uw Kamerstuurde, ben ik over deze ontwikkeling reeds in gesprek met mijn collega,de Staatssecretaris van SZW, die verantwoordelijk is voor de duikregel-geving.1Op basis van de huidige duikregelgeving, heeft de organisatie of deorganisator van een duikactiviteit, onder bepaalde omstandigheden,verplichtingen op grond van artikel 9.5a van het Arbeidsomstandigheden-besluit. Deze verplichtingen zijn erop gericht om de veiligheid van eenvrijwilliger te bevorderen wanneer deze duikarbeid verricht.De Stichting Werken onder Overdruk (SWOD) en de NederlandseOnderwatersportbond (NOB) hebben vorig jaar diverse versoepelingenvan deze bestaande regelgeving geadviseerd aan de Staatssecretaris vanSZW.2 Deze versoepelingen zijn bedoeld om de regels beter aan te latensluiten bij de bestaande kwalificaties in de sportduikwereld voor recreatiefduiken. De vrijwilligers in de onderwaterarcheologie geven echter aan datzowel de bestaande regelgeving als de voorgestelde versoepelingen nietvoldoende aansluiten bij hun activiteiten.Vanuit het Ministerie van SZW worden daarom momenteel workshopsgeorganiseerd, in samenwerking met SWOD, NOB en mijn ministerie.Hierbij worden diverse organisaties van sportduikers betrokken,waaronder LWAOW en Stimon. Het doel van deze workshops is hetbevorderen van wederzijds begrip en het verkrijgen van meer zicht op deknelpunten en mogelijke oplossingen in relatie tot de voorgesteldeversoepelingen.Ik hoop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. Letschert1Kamerstukken, 32 820-544, Aanpak maritieme archeologie.2Dit advies is reeds aan uw Kamer aangeboden (Kamerstukken 25 883, nr. 531).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5692

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c22ec9884620b25c

14 okt 2026 · ac8e65732764ee32

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.