Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de omgang met intern salderen bij plantoets
Brontekst
Versie 8c46c36e908bb8ce · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 424 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 januari 2026Op 14 januari 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raadvan State (hierna: Afdeling) uitspraak gedaan over intern salderen in eenbestemmingsplan van de gemeente Rijswijk.1 Met deze brief neem ik umee in de meest relevante punten van deze uitspraak.In de uitspraak maakt de Afdeling duidelijk dat de jurisprudentie die sinds18 december 2024 geldt voor de omvang van het projectbegrip en internsalderen ook geldt voor plannen in de zin van artikel 6, derde lid, van deHabitatrichtlijn.De uitspraak heeft in het bijzonder gevolgen voor omgevingsplannen, vastte stellen door gemeenten en projectbesluiten (vroegere inpassings-plannen) vast te stellen door de provincies of het Rijk.Als een plan wordt gewijzigd kan niet langer worden volstaan met eenbeoordeling van de specifieke wijziging op mogelijke significant negatievegevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het gehele plan na wijziging moetworden beoordeeld.Het wegstrepen van de natuurgevolgen – in de voorliggende zaak degevolgen van stikstofdepositie – van de nieuw toegestane situatie tegende natuurgevolgen van hetgeen al eerder was toegestaan door het planen feitelijk is gerealiseerd (intern salderen), is een mitigerende maatregel.Deze mag niet in de voortoets worden betrokken waarbij beoordeeldwordt of het plan mogelijke significante gevolgen heeft.Mitigatie via intern salderen mag alleen in de passende beoordelingworden betrokken. De positieve effecten van de mitigatie kunnen alleenworden meegenomen in de passende beoordeling, als is voldaan aan hetadditionaliteitsvereiste. Dat betekent dat moet worden beoordeeld ofhetgeen eerder was toegestaan door het plan en feitelijk is gerealiseerd,1Uitspraak 202306968/1/R3; ECLI:NL:RVS:2026:193. kst-35334-424ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4241 niet hoeft te worden beëindigd of beperkt ten behoeve van de natuur in deNatura 2000-gebieden, omdat voldoende andere (stikstofreducerende)natuurmaatregelen worden genomen.Voor gemeenten geldt in dit kader een zogenoemde «vergewisplicht». Degemeenteraad hoeft om additionaliteit aan te tonen alleen na te gaan ofuit openbare bronnen van de provincie of het Rijk niet blijkt dat hetgeenwas toegestaan en gerealiseerd op grond van het plan moet wordenbeëindigd als maatregel voor de natuur. Dat vergemakkelijkt de additiona-liteitstoets voor gemeenten bij plannen. Dat geldt niet voor provincies enhet Rijk, omdat zij, anders dan gemeenten, de bevoegdheid hebben ominstandhoudings- en passende maatregelen te nemen ten aanzien vanNatura 2000-gebieden.De gemeente Rijswijk kon in dit geval succesvol motiveren dat degewenste ontwikkeling – onder andere de bouw van 1.000 woningen –voldoet aan de door de Afdeling gestelde nieuwe kaders. Deze ontwik-keling kan nu dus worden gerealiseerd.Het gevolg van de uitspraak is dat vaker dan voorheen een passendebeoordeling van planwijzigingen nodig zal zijn, waaraan ook verbonden isde verplichting om een plan-MER op te stellen, en dat daarbij voor degehele referentiesituatie een additionaliteitstoets – bij gemeenten in devorm van een «vergewisplicht» – moet worden gedaan. Dat kan leiden totvertraging en extra lasten voor de betrokken overheid.De aanscherping van de jurisprudentielijn van de Afdeling geldt per directen heeft daarmee gevolgen voor lopende procedures over plannen. Er zijngeen gevolgen voor plannen die al in rechte vaststaan.Deze uitspraak onderstreept de noodzaak om huidige wet- en regelgevingwaar mogelijk te vereenvoudigen, zodat gemakkelijker ruimte kan wordengeboden aan gewenste ontwikkelingen. Ik blijf daaraan werken, bijvoor-beeld met de invoering van de rekenkundige ondergrens en de AMvBvoor het toestaan van kleine en tijdelijke projecten die per saldo bijdragenaan emissiereductie.Het kabinet gaat de uitspraak zorgvuldig bestuderen en in kaart brengenwat de precieze impact van de uitspraak is voor de praktijk en deverschillende opgaven van de overheid, waaronder de woningbouw-opgave. Zodra daar meer duidelijkheid over is, zal ik de Kamer daaroverinformeren.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4242
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.