Kabinetsreactie op IOB evaluatie NAVO-EU-beleid
Brontekst
Versie acc8fc0a9bf4368a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 676NAVO21 501-28DefensieraadNr. 565 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VANDEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juni 2026Hierbij bieden wij u de kabinetsreactie aan op de rapportage «Samensterker? Evaluatie van het Nederlandse buitenland- en veiligheidsbeleidten aanzien van de EU en de NAVO in de periode 2020–2024», van deDirectie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken.Deze IOB-rapportage heeft u reeds in maart 2025 ontvangen (Kamerstuk36 600 V, nr. 65). Destijds werd toegezegd dat een aparte kabinetsreactieop deze IOB-evaluatie zou volgen na de NAVO-top in Den Haag envervolgens heeft het sinds 3 juni 2025 demissionaire kabinet-Schoofaangegeven deze kabinetsreactie over te laten aan hun opvolgers. Nu ditkabinet in februari 2026 is aangetreden, gaat het hieronder graag in op deconclusies en aanbevelingen van de IOB.Algemene reactie op de bevindingenHet kabinet wil allereerst zijn waardering uitspreken voor de analyse en deaanbevelingen die IOB heeft gepresenteerd. Het rapport biedt een goedinzicht in het Nederlandse veiligheidsbeleid en de inzet in de EU en NAVOtussen 2020 en 2024 en bevat diverse aanbevelingen om de effectiviteitvan dit beleid te verbeteren.Het IOB-rapport stelt als centrale onderzoeksvraag: Welke conclusieskunnen er worden getrokken over de effectiviteit van het Nederlandseveiligheidsbeleid t.a.v. de NAVO, de EU en het verbeteren van desamenhang tussen de NAVO en EU tussen 2020–2024 en welke lessenlevert dat op voor toekomstig beleid?De IOB constateert dat de Nederlandse inzet in NAVO- en EU-verbandeffectief is, maar dat op een aantal punten verbetering mogelijk is. Ditkomt naar voren in de conclusies en aanbevelingen om het Nederlandsebuitenland- en veiligheidsbeleid ten aanzien van de EU en de NAVO te kst-28676-565ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5651 versterken. De IOB-evaluatie vond plaats in een periode waarin duidelijkwerd dat Europa versneld een grotere verantwoordelijkheid moet nemenvoor de eigen veiligheid. Ontwikkelingen gericht op het versterken van deEuropese veiligheidsarchitectuur zijn hierdoor in een stroomversnellinggekomen.Het kabinet speelt een actieve rol in het versterken van Europa binnen deNAVO, met een belangrijke aanjagende en ondersteunende rol voor deEU. Het merendeel van de aanbevelingen is inmiddels dan ook opgevolgden/of geïntegreerd onderdeel van het huidige beleid geworden.Voor het verder aanscherpen van de Nederlandse inzet in de NAVO en deEU, binnen de nieuwe koers van het huidige kabinet, zijn de analyse enaanbevelingen van de IOB nog altijd actueel en behulpzaam. Het kabinetonderschrijft dan ook het pleidooi van de IOB voor een richtinggevendestrategie op basis waarvan Nederland keuzes maakt voor de inzet in deNAVO en de EU en beschouwt dit als een stimulans voor de ingezettekoers. Met de nieuwe Internationale Veiligheidsstrategie (IVS)1 wil ditkabinet de coherentie en effectiviteit van de Nederlandse inzet in beideorganisaties dan ook verder versterken.De IVS bevat een nadere uitwerking van de Nederlandse internationaleveiligheidsinzet. Deze zet in op een sterker Europa binnen de NAVO, eenkrachtige EU en effectieve partnerschappen als cruciale elementen.Daarbij wil Nederland bijdragen aan een NAVO die eenheid en een sterkeafschrikwekkende werking uitstraalt, een slagvaardige EU die de Europesedefensiecapaciteiten versterkt en met effectieve besluitvorming en eenbreed scala aan partnerschappen, om strategische afhankelijkheden af tekunnen bouwen, weerbaarheid te verhogen en hybride dreigingen hethoofd te bieden. In de IVS wordt de coherentie van de Nederlandse inzetin de EU en de NAVO verder versterkt, conform de hoofdaanbeveling uithet IOB-rapport.Met deze kabinetsreactie reageert het kabinet eveneens op motie-Klos(28 januari 2026, Kamerstuk 36 800 V, nr. 48), die de regering verzoekt omin Europees verband naar draagvlak te zoeken voor een EuropeseVeiligheidsraad. Het kabinet toetst doorlopend bij andere lidstaten hoe hetdraagvlak hiervoor zich ontwikkelt. Momenteel lijkt dit draagvlak echternog altijd ontoereikend, omdat landen onvoldoende toegevoegde waardezien ten opzichte van bestaande gremia zoals de Europese Raad en deEuropese Politieke Gemeenschap.Deze kabinetsreactie gaat eerst in op de conclusies, vervolgens biedt heteen algemene appreciatie van de vijf hoofdaanbevelingen uit hetIOB-rapport. Tot slot volgt een tabel met een reactie per individueleaanbeveling.Reactie op de hoofdconclusie en vier deelconclusiesDe hoofdconclusie van de IOB luidt: De Nederlandse inzet in de NAVO ende EU heeft in de onderzochte periode bijgedragen aan de veiligheid vanNederland. Zowel de diplomatieke inzet van Nederland als de kennis,menskracht en middelen die Nederland ter beschikking stelt, versterkende NAVO en de EU. Wel blijven er nog kansen onbenut. Ook ontbreekt hetin de onderzochte periode aan een richtinggevende strategie op basiswaarvan Nederland keuzes maakt voor de inzet in de NAVO en de EU.1Kamerstuk 33 694, nr. 72Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5652 Het kabinet onderschrijft de hoofdconclusie, en leest daarin zowelwaardering voor de Nederlandse inzet als een aanmoediging tot eenambitieuze inzet in de NAVO en de EU. Het IOB-rapport is verschenen opeen belangrijk moment – vlak voor de NAVO-top die in juli 2025 inNederland werd georganiseerd. In deze periode, en ook daarna, is depositie van de VS veranderd en tegelijkertijd is de VS de wereldmacht metwie wij de meeste belangen delen. Het is duidelijk dat Europa binnen deNAVO en in de vorm van nieuwe partnerschappen, zoals de Coalition ofthe Willing for Ukraine, meer verantwoordelijkheid voor de eigenveiligheid zal moeten nemen. Daarvoor is een krachtigere en weerbaarderUnie nodig en een sterker Europa binnen een sterkere NAVO. De EUdraagt immers bij aan verdere defensie-integratie, innovatie, soepeleregelgeving en weerbaarheid, waardoor de militaire slagkracht enparaatheid van NAVO-bondgenoten aanzienlijk wordt vergroot. Hetkabinet wil daarin een actieve rol spelen, zoals ook verankerd in hetcoalitieakkoord. Kort na de verschijning van de IOB-evaluatie – tijdensbovengenoemde NAVO-top – hebben de bondgenoten zich gecommit-teerd aan hogere defensie-uitgaven. Het kabinet wil die inzet inbedden ineen bredere, actieve en aanjagende rol binnen de NAVO en EU en desamenwerking tussen beide organisaties.De hoofdconclusie is in het onderzoek uitgewerkt tot vier deelconclusies:1.De Nederlandse inzet in de NAVO en de EU heeft in de onderzochteperiode bijgedragen aan de veiligheid van Nederland. In eeninstabiele geopolitieke context vergt het wel voortdurende inspan-ning om de NAVO en de EU overeenkomstig de Nederlandsebelangen te versterken.2.De Nederlandse regering heeft in de onderzochte periode geenrichtinggevende strategie ontwikkeld voor het bevorderen van degewenste rol- en taakverdeling tussen de NAVO en de EU en degewenste complementariteit van beide organisaties, op grondwaarvan ons land afzonderlijke prioriteiten voor en inzet in de EU enNAVO zou kunnen bepalen.3.De Nederlandse diplomatieke inzet in NAVO- en EU-verband isoverwegend effectief, maar er zijn mogelijkheden om meer invloeduit te oefenen.4.Nederland draagt met kennis, menskracht en middelen constructiefbij aan versterking van het internationale veiligheidsbeleid van de EUen de NAVO, maar er blijven kansen onbenut.Het kabinet zal zich actief blijven inspannen om de NAVO en EU overeen-komstig de Nederlandse belangen te versterken. Nederland zet zichallereerst actief in voor de implementatie van de in Den Haag gemaakteafspraak tussen bondgenoten om in 2035 5% van het bbp aan veiligheiden defensie te besteden. Dit is nodig ter versterking van de collectieveverdediging van het Euro-Atlantisch verdragsgebied, waaronderNederland. Met deze investeringen zullen landen de noodzakelijkecapaciteiten moeten opbouwen om adequaat bij te dragen aan de NAVOafschrikking- en verdedigingsplannen. Een grotere Europese verantwoor-delijkheid gaat over meer dan alleen geld. Nederland zet zich onderandere in voor het gezamenlijk ontwikkelen van militaire capaciteiten, hetversterken van de Europese defensie-industrie, het wegnemen van dejuridische en administratieve belemmeringen voor de krijgsmacht en vooreen effectief Europees veiligheids- en defensiebeleid, inclusief civiele enmilitaire missies en operaties die bijdragen aan stabiliteit in Europa.Hierbij zet Nederland zich ook in voor goede samenhang en samen-werking tussen de NAVO en de EU, het versterken van complementariteiten het voorkomen van onnodige duplicatie. In dat kader ondersteuntNederland een open en inclusieve benadering bij EU-instrumenten alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5653 Security Action For Europe (SAFE) en European Defence Industry Program(EDIP), zodat ook NAVO-bondgenoten die geen lid zijn van de EU, zoalsCanada, Noorwegen, Turkije en het Verenigd Koninkrijk, voldoendekunnen aansluiten. Daarnaast zet Nederland zich in voor een goedeafstemming tussen EU-initiatieven, zoals die uit de Readiness2030-agenda, en het NAVO-planningsproces. Voor Oekraïne zet hetkabinet in op complementariteit en goede samenwerking tussen NAVO-en EU- initiatieven, zoals op het gebied van militaire trainingen (NATOSecurity Assistance and Training for Ukraine, de EU Military AssistanceMission in support of Ukraine en het VK-geleide Interflex), financiering(bijvoorbeeld door zich in te zetten voor een bijdrage uit de EU UkraineSupport Loan aan het NAVO-PURL-programma), steun en veiligheidsga-ranties. Ook hebben de EU en de NAVO, mede dankzij de actieve inzet vanNederland, hun focus op traditionele veiligheidsvraagstukken verbreedom zo ook hybride dreigingen te kunnen onderkennen.Het kabinet erkent dat de Nederlandse inzet in de EU en NAVO in deperiode 2020–2024 werd bepaald door meerdere, onderling samenhan-gende beleidskaders, waaronder de Geïntegreerde Buitenland- enVeiligheidsstrategie 2018–2022 en de Veiligheidsstrategie voor hetKoninkrijk der Nederlanden uit 2023, evenals de Defensievisie 2035 uit2020 en de Defensienota’s uit 2022 en 2024. Gezamenlijk vormden dezeeen strategie voor de Nederlandse inzet in de EU en de NAVO, gestoeldop het uitgangspunt dat beide organisaties op verschillende thema’svanuit eigen kracht bij kunnen dragen aan een veilig Europa. Het kabinetwil de aanbevolen richtinggevende strategie aanscherpen door deverschillende initiatieven die er al lopen verder te ontwikkelen en deonderliggende samenhang verder aan te scherpen.De Nederlandse visie is dat de EU en de NAVO complementaire partnersvormen binnen de Europese veiligheidsarchitectuur. De NAVO is en blijftde hoeksteen van onze collectieve veiligheid. De NAVO stelt dreigingenvast, vertaalt die in plannen en stelt capaciteitsdoelstellingen vast. DeNAVO beschikt ook over de capaciteit, o.a. door deNAVO-commandostructuur en het NATO Force Model, om afschrikking enverdedigingsplannen tot uitvoering te brengen. De NAVO en de EUhebben verschillende instrumenten, naast de nationale investeringen indefensie, om ervoor te zorgen dat landen aan de capaciteitsdoelstellingenvan de NAVO kunnen voldoen. De NAVO biedt mogelijkheden omcapaciteiten te ontwikkelen waar individuele landen niet redelijkerwijsalleen in kunnen voorzien, de zogenaamde common funded capabilitydevelopment. De EU speelt een belangrijke rol in het bevorderen van denoodzakelijke randvoorwaarden voor defensiegereedheid en hetontwikkelen en stimuleren van capaciteiten en defensie-industrie. Dit doorde inzet van financiële instrumenten om productie te stimuleren, zoalsSAFE en EDIP; door wet- en regelgeving voor de krijgsmachten teoptimaliseren; en door de lidstaten te ondersteunen bij coördinatie vanhun inspanningen, onder meer via het Europese Defensie Agentschap(EDA). De EU stelt Europese bondgenoten daarmee in staat om snellerover de benodigde capaciteiten beschikken die de NAVO vraagt. Huidigeen toekomstige nieuwe Europese initiatieven dienen bij te dragen aan hetversneld versterken van defensiecapaciteiten en -industrie en daarmee hetinvullen van de NAVO capaciteitsdoelstellingen en mitigeren van detekortkomingen.Nederland zal in beide organisaties actief suggesties blijven doen om deonderlinge taakverdeling, complementariteit en samenwerking teversterken, door middel van food for thought papers, binnen NAC-PSC enbinnen de relevante EU-raden en comités. Om in de komende periodeverder te werken aan een coherente richtinggevende strategie voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5654 Nederlandse inzet in de EU en de NAVO, heeft het kabinet ervoor gekozendit nadrukkelijk onderdeel te maken van de Internationale Veiligheidsstra-tegie (IVS), die hand in hand gaat met de Defensienota 20262, waarin deinzet(baarheid) van de krijgsmacht uiteen wordt gezet.In de praktijk blijkt het versterken van de samenwerking tussen de EU ende NAVO echter niet altijd eenvoudig. Dit hangt samen met uiteenlopendepolitieke, institutionele en geopolitieke belangen binnen beide organi-saties. Binnen de EU bestaan bijvoorbeeld verschillende opvattingen overde gewenste mate van openheid richting derde landen bij defensie-instrumenten zoals SAFE en EDIP. Verschillende lidstaten hechten sterkaan een zogeheten préférence Européenne, waarbij Europese middelenprimair ten goede moeten komen aan de Europese defensie-industrie. Ditmaakt concrete veiligheidssamenwerking met NAVO-bondgenoten diegeen lid zijn van de EU, zoals het Verenigd Koninkrijk en Turkije, somsgecompliceerder, mede vanwege hun beperkte toegang tot onderdelenvan de EU-defensiearchitectuur. Nederland blijft zich er tegelijkertijd voorinzetten dat Europese defensiesamenwerking waar mogelijk open encomplementair blijft, juist gezien de cruciale rol van niet-EU Europesepartners voor de Europese veiligheid.Daarnaast speelt het zogeheten Cyprusvraagstuk een structurele rol in deverhouding tussen de EU en de NAVO. Cyprus is sinds 1974 verdeeldtussen de internationaal erkende Republiek Cyprus en het door Turkijemilitair bezette Turks-Cypriotische noorden. Nederland en de EU erkennenuitsluitend de Republiek Cyprus als legitieme overheid over het geheleeiland. Sinds de Republiek Cyprus in 2004 toetrad tot de EU, werkt ditvraagstuk direct door in de samenwerking tussen de EU en de NAVO. Inde praktijk leidt dit geregeld tot wederzijdse blokkades tussen Turkijeenerzijds en Cyprus en Griekenland anderzijds, onder meer op het gebiedvan informatie-uitwisseling, het organiseren van inter-institutionelebijeenkomsten en defensiesamenwerking. Nederland blijft zich in ditkrachtenveld inzetten voor pragmatische samenwerking en hetvoorkomen van onnodige belemmeringen voor samenwerking metgelijkgezinde partners.De Nederlandse diplomatieke inzet in NAVO en EU is voortdurend gerichtop het zoeken naar kansen om meer invloed uit te oefenen binnen beideorganisaties om deze te versterken. De IOB-aanbevelingen en suggestieshiertoe van derden, zoals de Adviesraad Internationale Vraagstukken inhun rapport «Meer Europa, minder Amerika – herijking van de trans-Atlantische veiligheidsrelatie», neemt het kabinet graag ter harte. We gaanhieronder, in reactie op de aanbevelingen, nader in op hoe we dit concreetdoen.Op basis van bovengenoemde conclusies, zijn in het IOB-rapport vijfalgemene aanbevelingen geformuleerd waarmee de regering het beleidten aanzien van de EU en de NAVO kan versterken. Deze vijf aanbeve-lingen zijn elk nader uitgewerkt in individuele aanbevelingen. Op deze vijfaanbevelingen wordt hieronder een algemene reactie gegeven, waarna dereactie op de 22 individuele aanbevelingen uit het rapport wordt uitge-werkt in tabel I.Algemene reactie op de vijf hoofdaanbevelingen.De vijf hoofdaanbevelingen van het IOB-rapport luiden:1)Ontwikkel een richtinggevende Nederlandse strategie om de inzet inEU, de NAVO en de bredere Europese veiligheidsarchitectuur te2Kamerstuk 36 975, nr. 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5655 versterken en de complementariteit tussen beide organisaties tebevorderen.2)Versterk de Nederlandse capaciteit voor beïnvloeding van het beleidin de EU en de NAVO op het gebied van veiligheid.3)Blijf werken aan versterking van een Europese defensie-industrie dieten goede komt aan Europese veiligheid.4)Blijf werken aan versterking van internationale samenwerking bij hettegengaan van hybride dreigingen en het vergroten van deweerbaarheid.5)Blijf werken aan het versterken van de operationele militairecapaciteit van zowel de NAVO als de EU.Deze hoofdaanbevelingen hangen nauw met elkaar samen, daarom geefthet kabinet graag een algemene appreciatie van dit geheel van aanbeve-lingen, alvorens specifiek in te gaan op de individuele aanbevelingenwaarin deze aanbevelingen nader worden uitgewerkt.Dit kabinet deelt de noodzaak en urgentie van een richtinggevendestrategie voor de Nederlandse inzet op de versterking van de Europeseveiligheidsarchitectuur, met een heldere visie over de rollen van de EU, deNAVO, en andere (gelegenheids)coalities van gelijkgezinde landen.Daarom vormt dit een prominent onderdeel van de InternationaleVeiligheidsstrategie. Het kabinet zet erop in dat de NAVO haar kerntaakvan collectieve verdediging bestendigt en met meer Europese inzetverdiept en verbreedt. Binnen de NAVO moeten Europese bondgenoteneen grotere verantwoordelijkheid nemen. Nederland wil vooroplopen inhet realiseren van een sterker Europa binnen een sterkere NAVO. HetNAVO-planningsproces en geïdentificeerde Europese capaciteitstekortko-mingen zijn leidend voor de Europese prioritering van capaciteitsontwik-keling en -opbouw, en de relevante EU-instrumenten worden daaropafgestemd.Een toename van defensie- en defensie-gerelateerde uitgaven vanEuropese landen vormt een belangrijk onderdeel van, en essentiëlevoorwaarde voor, een burden shift binnen de NAVO. Europa zal op eengecoördineerde wijze met de VS en binnen de NAVO tot een eerlijkerlastenverdeling moeten komen. Niet alleen in defensie investeringen maarook in de bijdrage van capaciteiten aan de NAVO plannen. De EU speelthierbij een cruciale rol, als (politieke en financiële) aanjager van deEuropese defensie-industrie en de hiervoor nodige (vereenvoudiging van)Europese wet- en regelgeving. Nederland blijft inzetten op een versterkteeigen en Europese defensie-industrie om de gezamenlijke productiecapa-citeit binnen de NAVO te vergroten. Het kabinet wil deze koers voortzettenen intensiveren, en hierop een voortrekkersrol innemen binnen de EU ende NAVO. Zo zet Nederland zich in EU-verband in voor gezamenlijkeinvesteringen in de zogeheten Priority Capability Areas. Nederland neemtdaarbij het voortouw (samen met Letland, Kroatië, Denemarken enSpanje) op het gebied van drones en counter-drones en (samen metDuitsland en België) op het gebied van militaire mobiliteit.Het kabinet erkent de noodzaak voor verdere versterking van de Neder-landse capaciteit voor beleidsbeïnvloeding. Daarvoor zijn menskracht enmiddelen nodig. Echter is in de afgelopen periode flink bezuinigd op dediplomatieke dienst en is een toename aan diplomatiek personeel ookvoor de komende tijd niet voorzien. Dat beperkt enigszins hoe opvolgingkan worden gegeven aan de aanbevelingen t.a.v. double hattedmedewerkers en strategische detacheringen – hoewel dit kabinet daarzeker de meerwaarde van inziet. Aangezien er geen vooruitzicht is opuitbreiding van diplomatieke capaciteit, zal het versterken van diploma-tieke beïnvloeding vooral moeten voortvloeien uit een efficiëntere enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5656 effectievere inzet van de bestaande middelen en mensen. Er zal gerichtworden gezocht naar mogelijkheden en middelen om de diplomatiekeimpact te vergroten en tegelijkertijd is prioriteitsstelling ten behoeve vanmeer focus ook onderdeel van de IVS.Het tegengaan van hybride en cyberdreigingen en het verhogen van demaatschappelijke weerbaarheid hebben de volle aandacht van dit kabinet.De IVS beschrijft hoe we daar in de komende jaren op zullen blijveninzetten, met versterkt operationeel en diplomatiek optreden in eenproactieve aanpak. Stevige weerbaarheid vereist een geïntegreerde enbrede maatschappelijke aanpak, het kabinet blijft daarom inzetten op eencoherente en integrale whole-of-society benadering. Het comparatievevoordeel van de NAVO is dat het de sterkste militaire alliantie ter wereldis, met een belangrijke rol op het gebied van afschrikking, weerbaarheiden civiele ondersteuning van militaire operaties. De EU beschikt op haarbeurt over budgetten, legislatieve capaciteiten, sanctieregimes endefensieve handelsinstrumenten die kunnen worden ingezet om landendie hybride activiteiten ondernemen kosten op te leggen. Nederlandbeschouwt de NAVO en de EU dan ook als gelijkwaardige en complemen-taire organisaties in de aanpak van hybride dreigingen en zet zich daaromin voor nauwe en goed afgestemde samenwerking tussen beide organi-saties op het gebied van situationeel bewustzijn, weerbaarheid enrespons. Het European Centre of Excellence to counter Hybrid Threats,waar Nederland onderdeel van is, speelt een belangrijke rol in hetfaciliteren van EU-NAVO samenwerking.Ook op het gebied van missies en operaties erkent het kabinet decomplementariteit tussen NAVO en EU. In de Westelijke Balkan voerenzowel de NAVO als EU een vredesoperatie uit in respectievelijk Kosovo(KFOR) en Bosnië en Herzegovina (EUFOR Althea). Onder het zogenaamdeBerlijn Plus raamwerk kan de EU sinds 2004 gebruik maken vanNAVO-commando structuren bij de Supreme Headquarters Allied PowersEurope (SHAPE) en reserve-eenheden voor de aansturing van EUFORAlthea. Deze vorm van samenwerking heeft de EU de kans gebodenervaring op te doen met militaire operaties. Met het oog op de toene-mende focus van de NAVO op de verdediging van het bondgenootschap-pelijk grondgebied, is de EU steeds beter gepositioneerd om eenleiderschapsrol op zich te pakken op militaire operaties buiten hetNAVO-grondgebied. Binnen de EU wordt gewerkt aan verdere versterkingvan de commandovoering en -controle (C2)-structuren. Dit is gericht ophet verbeteren van de planning en aansturing van civiele en militairemissies en het versterken van de Europese crisisresponscapaciteit, incomplementariteit met de NAVO.ConclusieHet kabinet dankt de IOB voor het gedegen rapport «Samen sterker?Evaluatie van het Nederlandse buitenland- en veiligheidsbeleid tenaanzien van de EU en de NAVO in de periode 2020–2024», en is vanmening dat de Nederlandse belangen, onze waarden en onze vrijheden,gediend zijn bij een efficiënte en effectieve beïnvloeding in de NAVO en deEU. Daarbij is een goede beïnvloeding door Nederland met afgewogenbelangen, een tijdige, strategische en werkbare inzet, een goede vertegen-woordiging van Nederlanders bij de NAVO- en EU-instellingen, effectieveinzet van de Permanente Vertegenwoordigingen bij de NAVO en EU, envoldoende NAVO- en EU-kennis en ervaring bij ambtenaren onmisbaar.Daarom zijn de aanbevelingen ter harte genomen en grotendeelsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5657 opgevolgd. In de komende periode zal er interdepartementaal verder aande opvolging van deze aanbevelingen gewerkt worden, dit heeft ook reedszijn weerslag gevonden in de Internationale Veiligheidsstrategie.De Minister van Buitenlande Zaken,T.B.W. BerendsenDe Minister van Defensie,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5658 Tabel I – Overzicht aanbevelingen IOB en bijhorende reacties van hetkabinet6.2 AanbevelingenAanbeveling 1: Ontwikkel een richtinggevende Nederlandsestrategie om de inzet in EU, de NAVO en de bredere Europeseveiligheidsarchitectuur te versterken en de complementariteittussen beide organisaties te bevorderen.Voor het ontwikkelen van deze strategie doen we de volgende concreteaanbevelingen:• Maak strategische keuzes over de prioriteiten en inzet in de EUen in de NAVO, met name in het licht van de recente geopolitiekeontwikkelingen op de trans-Atlantische relatie.Het kabinet ziet de EU en de NAVO als instituties met complementairecapaciteiten en zal blijven inzetten op het versterken van beide organi-saties en hun onderlinge samenwerking. Daarbij is, zoals hierboven reedsbeschreven, de inzet dat de NAVO haar kerntaak van collectieve verde-diging bestendigt en met meer Europese inzet verdiept en verbreedt. DeEU is hierbij essentieel als aanjager van de Europese defensie-industrie,de hiervoor nodige Europese wetgeving, financiering en coördinatie.Nederland speelt zoals in het voorgaande benoemd een aanjagers- envoorlopersrol in diverse van deze initiatieven.Hierbij wil Nederland, wanneer nodig vanwege divergerende belangen,een brug vormen richting de VS, in het besef dat goede trans-Atlantischerelaties essentieel zijn voor het functioneren van de NAVO en voorEU-NAVO samenwerking ten behoeve van de Nederlandse veiligheid.• Zet in op een sterkere Europese bijdrage aan de veiligheid vanEuropa met een zelfstandig handelingsvermogen en een Europesepijler binnen de NAVO.Het kabinet onderstreept de noodzaak dat Europa een grotere rolaanneemt in de NAVO. Een grotere Europese verantwoordelijkheid binnende NAVO is cruciaal voor het Europese vermogen ons bondgenootschap-pelijk grondgebied effectief te verdedigen. Ook de VS vraagt Europa omdeze verantwoordelijkheid te nemen. Nederland verwelkomt daarom deafspraken die gemaakt zijn tijdens de NAVO-Top in Den Haag om dedefensie-uitgaven te verhogen en burden sharing in de NAVO gelijker temaken. Het kabinet neemt een voortrekkersrol om de transitie naar meerverantwoordelijkheid voor Europese veiligheid door Europese landen tebewerkstelligen. Nederland is doorlopend in gesprek met bondgenotenover de meest effectieve en efficiënte mogelijkheden om concreteopvolging te geven aan de in Den Haag ingezette burden shift, ook inaanloop naar de volgende NAVO-Top in Ankara. De NAVO, inclusief detrans-Atlantische samenwerking die hieraan ten grondslag ligt, is hetmachtigste afschrikkingsinstrument dat we hebben en is het sterkstemilitaire bondgenootschap, dat onze veiligheid de afgelopen decenniasuccesvol heeft beschermd. Samenwerking met de VS is hierin blijvendvan belang.• Ontwikkel een constructieve visie op EU-NAVO samenwerkingen complementariteit en treed daarover in dialoog met anderelidstaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5659 De ambitie van dit kabinet ten aanzien van het versterken van EU-NAVOsamenwerking blijft onverminderd hoog. Een gezamenlijke optredenwaarbij de EU en de NAVO, elkaar vanuit hun unieke sterke puntenkunnen versterken en aanvullen is essentieel in de huidige veiligheids-context. Tegelijkertijd moet ook erkend worden dat samenwerking tussenbeide organisaties soms bemoeilijkt wordt door de verschillendesamenstelling van de twee organisaties en politieke gevoeligheden tussenEU-lidstaten en bondgenoten onderling. Desalniettemin zal Nederlandzich hier voor blijven inzetten, waarbij de focus ligt op wat wel kan inplaats van wat niet kan. Dit vanuit de overtuiging dat complementariteittussen de EU en NAVO ten goede komt van onze eigen veiligheid. Hetkabinet onderschrijft dat het voorkomen van duplicatie slechts eenelement is van het bevorderen van complementariteit tussen de EU enNAVO en dat een constructief narratief over hoe deze organisaties elkaaraanvullen en versterken essentieel is. In de IVS komt de Nederlandse visiehierop nadrukkelijk tot uiting, waarbij wordt onderschreven dat versneldinvullen van de NAVO capaciteitsdoelstellingen en mitigeren vanEuropese capaciteitstekortkomingen leidend zijn voor de Europeseinvesteringen in de defensie-industrie, en andersom de NAVO haarplanning afstemt op het EU-beleid inzake weerbaarheid en terbescherming van kritieke infrastructuur. Nederland heeft zowel in 2024 alsin 2025 gezamenlijk met een grote hoeveelheid bondgenoten voorstellengedaan ter versterking van de EU-NAVO-samenwerking op het gebied vandefensie-industrie. Het kabinet zet zich doorlopend in voor implementatievan deze voorstellen. Nederland draagt ook bij aan versterking van, enverbeterde afstemming tussen, de verschillende EU enNAVO-instrumenten die kunnen worden ingezet als respons op hybride encyberdreigingen.• Zoek naar coalities en samenwerkingsverbanden om hetveiligheidsbeleid verder te brengen, niet alleen bij EU- enNAVO-lidstaten, maar ook bij landen zoals het VK, Turkije,Zwitserland, Oostenrijk en Canada.Nederland blijft actief op zoek gaan naar coalities, binnen en buiten de EUen NAVO, met gelijkgezinde landen om gezamenlijke veiligheid tevergroten. Daarbij houden we rekening met het feit dat deze landenuiteenlopende belangen, dreigingspercepties, politieke culturen,budgetten en capaciteiten hebben. In sommige gevallen is het zinvol omdaarom in smaller of juist breder verband dan de bestaande allianties teopereren, zoals in de Coalition of the Willing en het partnerschap met deIndo-Pacific Four (IP4).Aanbeveling 2: Versterk de Nederlandse capaciteit voorbeïnvloeding van het beleid in de EU en de NAVO op het gebiedvan veiligheid.• Werk instructies uit voor de Nederlandse standpuntbepalingbinnen de EU en de NAVO.Het kabinet heeft inderdaad vaste instructieverlening aan de PermanenteVertegenwoordigingen bij de EU en NAVO ingericht. Deze instructiever-lening is zo effectief mogelijk ingericht, waarbij sommige onderwerpenzich goed lenen voor strategische en voor lange(re) termijn inzetbare(kader)instructies, en andere kwesties juist worden voorbereid doormiddel van specifieke instructies. Daarbij is het ook noodzaak om langetermijn doelen te formuleren die bereikt moeten worden binnen de EU enNAVO, naast de specifieke instructies die sturing en richting geven inindividuele onderhandelingen of casuïstiek, om zo een gedeeld toekomst-beeld te creëren voor de Permanente Vertegenwoordigingen in Brussel enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56510 betrokken departementen in Den Haag. De instructieverlening wordtvormgegeven in nauwe samenwerking tussen de betrokken departe-menten en Permanente Vertegenwoordigingen. Deze flexibele werkwijzeen instructieverlening wordt door zowel de collega’s in Den Haag alsBrussel in het algemeen goed gewaardeerd, en draagt bij aan een goedvoorbereid en gecoördineerd en effectief Nederlands optreden in de EUen NAVO.• Zet double-hatted medewerkers van de Permanente Vertegen-woordigingen van de EU en de NAVO op beide werkplekken in ophetzelfde dossier.Het kabinet zet inderdaad een aantal double-hatted medewerkers in, diezowel binnen de EU als NAVO werken en daarmee een belangrijke schakelvormen voor de onderlinge samenwerking en coherentie tussen dieorganisaties. Nederland is hierin in vergelijking met andere lidstaten enbondgenoten uniek. Het concept zorgt voor goede kennisuitwisseling eneen duidelijk beeld van de coherentie tussen de EU en de NAVO. Hetkabinet onderschrijft dat double-hatted medewerkers zoveel mogelijk opdezelfde dossiers werkzaam zouden moeten zijn in beide organisaties, enstreeft ernaar om dit voor alle betreffende medewerkers te bewerkstel-ligen.• Geef meer sturing van bovenaf om onderlinge kennisuitwis-seling tussen beleidsmedewerkers van verschillende ministeriesen tussen Den Haag en Brussel te stimuleren.Het kabinet erkent dat kennisdeling tussen betrokken ministeries, tussenmedewerkers van beide Permanente Vertegenwoordigingen (PV’s) inBrussel en tussen PV-medewerkers en Haagse counterparts cruciaal isvoor effectieve beïnvloeding. Daarnaast is het ook noodzaak om relevante(en doorgaans gerubriceerde) informatie uit de EU en NAVO metverschillende departementen te kunnen delen om een «whole-of-government» aanpak waar te maken. Tussen Den Haag en de PV’s isvrijwel dagelijks contact, daarnaast worden regelmatig meer verdiependesessies gepland tussen de ministeries van Defensie en BuitenlandseZaken, en de Permanente Vertegenwoordigingen bij de NAVO en de EUvoor nadere sturing en duiding uit Den Haag en onderlinge kennisdelingen strategiebepaling. Dit zal onder het huidige kabinet worden voortgezet,met extra aandacht voor de frequentie en kwaliteit van de contactentussen Den Haag en de PV’s in Brussel.• Werk op basis van een richtinggevende strategie een plan vanaanpak uit voor strategische detacheringen bij de EU en deNAVO.Nederland kent een uitgebreide en proactieve strategie voorEU-detacheringen. Zoiets bestaat (nog) niet voor NAVO-detacheringen.Binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal in de komende periodedoor de Nationale Coördinator Internationale Functies gewerkt wordenaan gewerkt het bevorderen van aantal en kaliber van Nederlanders opstrategische posities binnen internationale organisaties waaronder deNAVO. Overigens is het budget voor detacheringen beperkt, onder meerdoor de taakstelling. Binnen de NAVO is Nederland daarbij met SG Rutteen bijbehorende staf momenteel buitengewoon goed vertegenwoordigdop topposities.• Zorg dat de Nederlandse ambities en de in EU- en NAVO-verbandgeleverde bijdragen beter op elkaar aansluiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56511 Effectieve beïnvloeding van de NAVO-koers en Europese beleidsvormingvergt voldoende diplomatieke capaciteit. Tegelijkertijd heeft ook hethuidige kabinet de ambitie om de overheid toekomstbestendig te maken,en daarbij het aantal ambtenaren verder te verlagen. Dit vergt zorgvuldigekeuzes voor de inzet van schaarse middelen. Waar nodig en mogelijk zalhet kabinet zich extra inzetten ten behoeve voor de geprioriteerdeonderdelen van dit Nederlands belang, in de wetenschap dat de financiëleen personele ruimte beperkt is. In die context, beoogt het kabinetrealistische ambities na te streven en de Nederlandse bijdragen daarop afte stellen, in het volle besef dat de haalbaarheid van sommige ambities,bijvoorbeeld ten aanzien van cohesie, eenheid en slagkracht van de EU enNAVO, ook van velerlei andere factoren en spelers afhangt.Aanbeveling 3: Blijf werken aan versterking van een Europesedefensie-industrie die ten goede komt aan Europese veiligheid.• Zet naast de inzet op hogere defensie-uitgaven, nadrukkelijkook in op meer Europese defensiesamenwerking.Naast het verhogen van ons nationale defensiebudget en het aanmoe-digen van andere Europese landen om dat eveneens te doen, zet ditkabinet in op verbeterde Europese samenwerking in de ontwikkeling,productie en aanschaf van materieel. De ambitie daartoe is ook stevigverankerd in het coalitieakkoord. Nederland zal eveneens een construc-tieve rol blijven spelen in de ontwikkeling en uitvoering vanEU-programma’s ter stimulering van de defensie-investeringen, zoals hetEuropese Security Action for Europe-instrument (SAFE) voor defensiele-ningen (’25), het Europese defensie-industrieprogramma (EDIP, ’25), hetEuropees defensiefonds (EDF) en het Europees concurrentievermogen-fonds binnen het volgende Meerjarig Financieel Kader (’28-’34). Daarbij isNederland voorstander van voldoende toegang voor (industrie uit)niet-EU partners zoals het VK, Canada, Noorwegen en de VS.• Zet in op het bevorderen van betere aansluiting tussen hetNAVO-planningsproces en Europese investeringen in de defensie-industrie ten behoeve van een Europese pijler binnen de NAVO.Zoals gezegd ziet het kabinet een belangrijke aanjagende en ondersteu-nende rol voor de EU om Europese NAVO-bondgenoten beter in staat testellen de NAVO-capaciteitsdoelstellingen te realiseren. Voor het kabinetblijft het NAVO-planningsproces leidend. Het kabinet zet zich dan ookactief in voor goede aansluiting van EU-instrumenten zoals CoordinatedAnnual Review on Defence (CARD), EDIP en het EDF op hetNAVO-planningsproces. Hiertoe moedigt Nederland aan dat de EUmilitaire staf (EUMS) en het Europese Defensie Agentschap (EDA) hetproces verder verfijnen waarbij NAVO-bondgenoten die ook EU-lidstaatzijn hun nationale NAVO capabiliteitsdoelstellingen delen met EUMS enEDA. Dit zou ervoor zorgen dat de EU betreffende bondgenoten beter kanondersteunen in het behalen van deze doelstellingen.• Bevorder de totstandkoming van Europese wetgeving waarinmilitaire NAVO standaarden worden vastgelegd voor militairmateriaal en munitie.Nederland zet zich ervoor in dat de NAVO en EU tot processen enafspraken komen die de interoperabiliteit versterken. Het effectiefuitwisselen van standaarden, zowel geclassificeerd alsniet-geclassificeerd, is daar een belangrijk onderdeel van en kan landenhelpen de nationale implementatie van standaarden te bevorderen. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56512 juridisch vastleggen van NAVO-standaarden in EU-wetgeving zou alsonderdeel van deze processen verder verkend kunnen worden.• Blijf aansturen op verbeterde informatie-uitwisseling tussen hetEuropees Defensieagentschap en het NATO Support and Procu-rement Agency (NSPA).Zoals beschreven in de IOB-evaluatie heeft Nederland, om de NAVO enEU-defensieplanning beter op elkaar te laten aansluiten, een voorstelgedaan voor een structurele dialoog tussen het Europees Defensieagent-schap EDA en het NAVO-agentschap NSPA. Helaas stuitte dit op politiekeblokkades die voortvloeien uit gevoeligheden tussen individueleNAVO-bondgenoten en EU lidstaten. Het ziet ernaar uit dat deze kwestieniet op korte termijn kan worden opgelost, en bescheidenheid is gebodenover een eventuele Nederlandse rol aan een oplossing ervan. Nederlandblijft zich dan ook inzetten voor pragmatische en praktische stappen. Ookzet Nederland zich in voor het verkennen van de mogelijkheid om eenadministratieve overeenkomst te sluiten tussen NSPA en EDA, met alsdoel hun onderlinge samenwerking te versterken. Ook dringt Nederlandaan om het maximaal benutten van de bestaande mogelijkheden bij hetuitblijven van een structurele oplossing voor dit vraagstuk (zie hierbovenonder aansluiting EU-instrumenten op NAVO-planningsproces).• Zet gezamenlijke defensieprojecten op met gelijkgestemdelanden, waaronder de ontwikkeling van critical enablers opEuropese bodem. Nederland zet proactief in op het opzetten vangezamenlijke defensieprojecten met andere Europese landen. Dezeambitie is ook verankerd in het coalitieakkoord. De Ministers van BZ,Defensie en EZ zoeken hiervoor samen met counterparts naar mogelijk-heden. Dit heeft reeds geleid tot de Nederlandse co-lead nation rol in deEU Priority Capability Areas (PCA’s) drones en counter-drones systemenen militaire mobiliteit. Het doel is dat binnen de verschillende PCA’s opkorte termijn concrete gezamenlijke projecten worden uitgewerkt.• Onderzoek hoe Europese uitgaven aan defensie kunnen wordenmeegeteld voor de NAVO-investeringsnorm.Europese defensie-uitgaven dragen bij aan de afschrikking en verdedigingvan het NAVO-grondgebied en versterken daarmee ook de NAVO. Hetkabinet onderschrijft dan ook dat het logisch is dat deze uitgaven, alsmogelijk, worden meegeteld voor de NAVO-investeringsnorm. Omdat deuitgaven binnen het huidige EU meerjarig financieel kader (MFK) dielanden besteden aan defensiecapaciteiten beperkt zijn, acht het kabinet ditvraagstuk op dit moment nog minder prioritair. Wel zullen onder hetvolgend MFK, dat ingaat in januari 2028, vermoedelijk veel groterebedragen naar de defensie-industrie vloeien, en voor een deel ook naardefensiecapaciteiten. Nederland zal de mogelijkheden bezien datbetreffende uitgaven mee zullen tellen voor de NAVO-investeringsnorm,mits deze bijdragen aan het invullen van deNAVO-capaciteitsdoelstellingen.Aanbeveling 4: Blijf werken aan versterking van internationalesamenwerking bij het tegengaan van hybride dreigingen en hetvergroten van de weerbaarheid.• Zet in op de koppeling tussen de maatregelen van de EU en deNAVO voor het vergroten van weerbaarheid en het tegengaan vanhybride dreigingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56513 Beide organisaties ontwikkelen voortdurend kennis en instrumenten ophet vergroten van weerbaarheid en het tegengaan van hybridedreigingen, met elk een eigen meerwaarde. Voor Nederland zijn de NAVOen de EU complementair aan elkaar in de aanpak van hybride dreigingen.Een effectieve respons vraagt om een geïntegreerde, domeinoverstij-gende inzet van beide organisaties, waarbij militaire en niet-militaireinstrumenten elkaar versterken. Nederland zet zich daarom in voor nauween goed afgestemde samenwerking tussen EU en NAVO op het gebiedvan situationeel bewustzijn, weerbaarheid en respons, o.a. door hetsteunen van structurele dialoog tussen de EU en NAVO staf. Daarnaast ishet ook noodzaak om de kennis vanuit de EU en NAVO te ontsluitenrichting betrokken departementen in Den Haag.• Breng waar mogelijk meer concrete casuïstiek in voor gezamen-lijke reactie in EU- en NAVO-verband.Het structureel delen van casuïstiek is een kernvoorwaarde voor effectieverespons op hybride dreigingen. Tegelijkertijd verschilt de intensiteit enzichtbaarheid van hybride incidenten per lidstaat en bondgenoot; uitdreigingsanalyses van de AIVD en MIVD blijkt dat Nederland relatiefminder zichtbare incidenten kent dan sommige partners.Nederland levert reeds een bijdrage aan de bestaande tracking mecha-nisms in zowel de EU als de NAVO en zal waar mogelijk blijven inzettenop het delen van relevante informatie over hybride incidenten, binnen degeldende juridische en veiligheidskaders. Ook levert Nederland sinds kortmeer inlichtingen aan EU INTCEN en het Single Intelligence Access Point(SIAC) van de EU en draagt op deze manier bij aan gedeeld situationeelbewustzijn in de EU. Nederland blijft partners actief stimuleren om eigencasuïstiek in te brengen, zodat het gezamenlijke beeld en de effectiviteitvan de collectieve respons verder worden vergroot.• Verbeter de interdepartementale samenwerking op de interna-tionale inzet op hybride dreigingen en weerbaarheid.De bestaande interdepartementale structuren, waaronder het RijksbreedResponskader (RBRK) en de overleggen over hybride dreigingen, vormenhiervoor een belangrijke basis voor de gecoördineerde aanpak vanhybride dreigingen en het versterken van de maatschappelijkeweerbaarheid. Via het RBRK worden alle relevante onderdelen van deRijksoverheid betrokken, inclusief departementen, politie en OM. In lijnmet de aanbeveling zet het kabinet in op verdere versterking van deinterdepartementale samenwerking ten behoeve van de internationaleafstemming, in het bijzonder op het gebied van situationeel bewustzijn,weerbaarheid en respons. De EU en de NAVO zijn voor Nederlandse debelangrijkste samenwerkingsverbanden om hybride dreigingen tegen tegaan en weerbaarheid te versterken. Daarnaast werkt Nederland samen inorganisaties met een mondiale reikwijdte, zoals het G7 Rapid ResponseMechanism. De internationale inzet op hybride dreigingen wordt o.a.nader uitgewerkt in de Doorontwikkeling Aanpak Statelijke HybrideDreigingen die in 2024 is aangekondigd. Hierin is ook aandacht voor hetvergroten van de mogelijkheden om interdepartementaal hoog gerubri-ceerde informatie te kunnen uitwisselen.• Blijf gebruik maken van het onafhankelijke Hybrid Centre ofExcellence in Helsinki en het NAVO Cyber Centre of Excellence inTallinn als platform voor samenwerking.Nederland ziet het Hybrid Centre of Excellence in Helsinki en het NAVOCooperative Cyber Defence Centre of Excellence in Tallinn (CCDCOE) alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56514 belangrijke platformen voor inhoudelijke samenwerking met zowel NAVO-als EU-lidstaten en partners bij het tegengaan van hybride- en cyberdrei-gingen. Het Hybrid Centre of Excellence is een onmisbare organisatie inhet uitvoeringen van trainingen en oefeningen alsmede het uitvoeren vanonderzoek op het vlak van hybride dreigingen. Nederland hecht veelbelang aan de werkzaamheden van CCDCOE, zoals training, onderzoek, deverschillende belangrijke cyberoefeningen, zoals locked shields encrossed swords, en de jaarlijkse conferentie CyCon, waar technische,juridische, militaire en politieke perspectieven op cyberdefence en-veiligheid samenkomen. Nederland levert op dit moment bij beideCentres of Excellence een personele bijdrage en draagt daarmee bij aande producten en adviserende rol, en oefent invloed uit over de toekom-stige koers van de centra.Aanbeveling 5: Blijf werken aan het versterken van de operati-onele militaire capaciteit van zowel de NAVO als de EU.• Zet in op een gestructureerde transitie naar meer Europeseverantwoordelijkheid voor de veiligheid van Europa en eenEuropese pijler binnen de NAVO.Het kabinet onderschrijft het belang van een sterker Europa binnen eensterke NAVO, zoals reeds beschreven onder aanbeveling 1. Het kabinetneemt een breed scala aan maatregelen, zoals groei van de defensie-uitgaven naar 3,5% in 2035, om deze transitie vorm te geven, en werkt hetkabinet ook nauw samen met NAVO-bondgenoten en EU-partners.• Continueer en versterk de inzet in EU-verband.Het kabinet streeft naar het versterken van de EU als geopolitieke speleren het GVDB als instrument daarvan. Het kabinet onderschrijft daarmeeook de aanbeveling van IOB dat Nederlandse politieke ambities op hetgebied van Europese veiligheid en defensie vragen om een groterebijdrage aan de militaire capaciteit van de EU. Dit sluit aan bij deNederlandse ambitie om het Europees aandeel in de NAVO verder teversterken, en om als Europese bondgenoten meer verantwoordelijkheidte nemen voor de verdediging van ons eigen continent. Zoals hierboven isdeze burden shift al eerder ingezet, en wordt deze door internationaleontwikkelingen nu verder versneld.• Vermijd dubbele committeringen voor snelle reactiemachten.In de huidige veiligheidscontext dienen dubbele committeringen aanreactiemachten zoveel mogelijk te worden vermeden. Dit stelt Nederlanden internationale partners voor een uitdaging gezien de huidige capaci-teitstekortkomingen en hetgeen met name de NAVO van ons vraagt voorde collectieve verdedigingstaak. Dit benadrukt het belang van deprioritering van Europese capaciteitstekortkomingen op basis van hetNAVO-planningsproces en, het versterken van complementariteit en hetvoorkomen van onnodige duplicatie tussen de NAVO en de EU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 56515
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.