Kabinetsreactie op evaluatie Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2) 2020-2023 en TO2 strategische plannen 2026-2029
Brontekst
Versie 473d9ea108631728 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 637Bedrijfslevenbeleid33 009InnovatiebeleidNr. 711 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 oktober 2025De TO2-instellingen doen pre-competitief onderzoek ten behoeve vanoverheden, maatschappelijke vraagstukken en het versterken van deinnovatiekracht van het bedrijfsleven. Ook dragen ze bij aan beleidsont-wikkeling en voeren ze wettelijke taken uit. Ze zijn hiermee van grotewaarde voor de overheid, onze economie en samenleving. Gezamenlijkbeschikken de TO2-instellingen over een zeer brede kennisbasis en eengroot aantal kwalitatief hoogwaardige en strategische onderzoeksfacili-teiten. Met zo’n 10.000 medewerkers in dienst zijn de TO2-instellingenbreed inzetbaar en zijn zij een continue factor van kennis, ervaring enexpertise. Al vele jaren zijn de TO2-instellingen op veel van hun onder-zoeksgebieden excellente kennispartners van wereldklasse.Op 20 mei 2025 heeft mijn voorganger, mede namens de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), de resultaten vanhet evaluatieonderzoek Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2) over deperiode 2020 t/m 2023 aan uw Kamer aangeboden1. De evaluatie betrof devijf TO2-instellingen: de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), de Stichting WageningenResearch (WR), het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum(NLR), Deltares en het Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN).Deze instellingen werken samen in de TO2-federatie. De evaluatie stondonder leiding van de heer prof. dr. Stan Gielen.Naar aanleiding van de resultaten van deze evaluatie hebben alleTO2-instellingen een nieuw strategisch plan voor de periode 2026–2029opgesteld en een gezamenlijk strategisch kader 2026–2029 van deTO2-federatie. Voor Wageningen Research, die zijn strategische plan2025–2028 al eerder had opgesteld, is de uitkomst van deze evaluatiemeegenomen in een addendum op het strategische plan van WUR. Dezeplannen stuur ik met deze brief mee.1Kamerstuk 32 637-694 kst-32637-711ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7111 Samengevat heeft de evaluatie in het algemeen een positieve uitkomst,maar geeft ook belangrijke aandachtspunten voor de toekomstbesten-digheid van de TO2-instellingen. De evaluatie laat zien dat het belangrijk isom te blijven investeren in de TO2-instellingen: in hun portfolio, onder-zoeksfaciliteiten en samenwerkingen. De kabinetsreactie gaat in op deaanbevelingen op deze thema’s.Als Minister van Economische Zaken (EZ) ben ik systeemverantwoordelijkvoor het TO2-stelsel. Andere departementen zijn nauw betrokken bij deTO2-instellingen. Zo is de Minister van LVVN financieel verantwoordelijkvoor WR en heeft de Minister van Defensie een wettelijke taak en rol in deRaad voor Defensie Onderzoek (RDO) voor het defensie onderzoek vanTNO. Deze kabinetsreactie wordt mede namens zowel de Minister vanLVVN voor WR als de Minister van Defensie aangeboden aan uw Kamer.Met deze brief ontvangt uw Kamer de reactie van het kabinet op deuitkomsten van de evaluatie en verleent het kabinet goedkeuring aan denieuwe strategische plannen van de TO2-instituten en het strategischkader van de TO2-federatie.Opbouw van deze briefIn deze brief focus ik op de uitkomsten van het overkoepelende evaluatie-rapport «Toegepast onderzoek voor de toekomst – voor maatschappelijkemissies en versterking concurrentievermogen»2. Hierin zijn ook debelangrijkste uitkomsten van de evaluaties van de individuele institutenen de econometrische analyse meegenomen. In mijn reactie op deuitkomsten van de evaluatie3 neem ik, namens het kabinet, mee hoe deTO2-instellingen in hun strategische kader en strategische plannenaangeven een bijdrage te willen gaan leveren aan de opvolging van deaanbevelingen. Na de inleiding over de rol en het belang van deTO2-instituten in paragraaf 1, ga in paragraaf 2 in op de conclusies overde kwaliteit, impact en vitaliteit van de instellingen en de doelmatigheiden doeltreffendheid van de rijksbijdrage. Ook worden de aanbevelingenaangegeven. In de paragrafen 3, 4 en 5 bundel ik de overige conclusies enga ik verder in op de aanbevelingen van de evaluatie in de respectievelijkethema’s: strategische portfolio van de TO2-instellingen, onderzoeksfacili-teiten en samenwerking. Gezien het belang van ontwikkelingen rondomstrategische autonomie, veiligheid en weerbaarheid besteed ik hierseparaat aandacht aan in paragraaf 3. Hetzelfde geldt voor de digitaleontwikkelingen en grote maatschappelijke uitdagingen. In paragraaf 6komt de goedkeuring van de strategische plannen aan bod.Bezien wordt of een deel van de aanbevelingen uit de evaluatie, waarpassend binnen het bestaande beleid, de demissionaire status van hetkabinet en bestaande begrotingskaders, deze kabinetsperiode in ganggezet kunnen worden. Voor andere aanbevelingen, waar aanvullendepublieke middelen nodig zijn of die buiten het kabinetsbeleid vallen, isnieuwe besluitvorming van een volgend kabinet nodig. In mijn reactie zalik het onderscheid hierop duidelijk aangeven.2Kamerstuk 2025D226463De evaluatie van de TO2-instellingen vindt iedere 4 jaar plaats op basis van het protocol voorde evaluatie en monitoring van de Toegepaste Onderzoeks-organisaties (EMTO-protocol). Ookis het Rijk verplicht de Rijksbijdrage aan de TO2-instellingen periodiek te evalueren aan dehand van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7112 1. Inleiding: TO2-instellingen doen R&D voor Nederland Van groot belang voor onze economie, maatschappij en weerbaarheidTO2-instellingen vervullen een belangrijke brugfunctie tussen funda-mentele kennis (o.a. vanuit technische universiteiten) en de markt, maarook tussen kennisinstellingen, de overheid, het bedrijfsleven, hetmaatschappelijke middenveld en non-profitorganisaties. Nederland heeftde toegepaste kennisinstellingen hard nodig voor de vele opgaven waarwe voor staan: zo onderzoekt TNO nieuwe toepassingen voor sleuteltech-nologieën voor ons innovatieve bedrijfsleven en ontwikkelt zij kennis vooronze defensie en veiligheid, werkt Wageningen Research aan veilige,gezonde voeding en leefomgeving, draagt het werk van Deltares bij aanoplossingen op het gebied van water en ondergrond, staat MARIN voortoekomstbestendige schepen en duurzaam gebruik van de zeeën enmaritieme veiligheid en werkt het NLR aan duurzame luchtvaart en deontwikkeling voor ruimtevaarttoepassingen zoals satellieten.Bijdrage aan 3% R&D-doelstellingIn de Kamerbrief «Investeren in een weerbare en toekomstbestendigeeconomie: het 3%-R&D-actieplan» van 11 juli jl.4 heb ik aangegeven hoebelangrijk het is te blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling:«Zonder versterking van het R&D-fundament dreigt ons land niet alleen inte leveren op concurrentiekracht en economische groei, maar ook aangeopolitieke invloed in te boeten, gezien het wereldwijd toenemendebelang van technologie». Deze Kamerbrief geeft concrete handvatten omte investeren in onderzoek en ontwikkeling en sluit aan bij het rapport vanDraghi5 en de Nationale Technologiestrategie6.De TO2-instellingen vormen een belangrijk onderdeel van het R&D-fundament, en in de implementatie van ons innovatiebeleid: zij zijn de spilin onze innovatie ecosystemen. Ze hebben zicht op de lange termijnperspectieven. Zij kunnen met hun brede ervaring en onafhankelijke rolprivate en publieke partijen stimuleren om hun R&D-activiteiten naar eenhoger niveau te tillen. Hun faciliteiten en experimenteerruimtes makennieuwe innovaties mogelijk. Ook stimuleren zij dat veelbelovendeonderzoeksuitkomsten en innovaties hun weg vinden naar de markt,onder andere via spin-offs, wat direct bijdraagt aan de 3% R&D-doel-stelling. Deze bijdragen aan innovatie en valorisatie leveren een positievebijdrage aan de bevordering van investeringen, ons ondernemersklimaaten vestigingsklimaat.Met de evaluatie van de TO2-instellingen wordt duidelijk hoe belangrijkhet is om te blijven investeren in de TO2-instellingen: in hun portfolio,onderzoeksfaciliteiten en samenwerkingen. Een sterke kennisbasis als ookhet structureel investeren in onderzoeksfaciliteiten, waaronder ook hetvergroten experimenteerruimte voor R&D-intensieve start- en scale-ups,zijn cruciaal voor het behalen van de 3% R&D-doelstelling.2. Belangrijkste uitkomsten van de evaluatie De evaluatie laat veel positieve uitkomsten zien, maar geeft ook belang-rijke knelpunten aan die opgelost moeten worden voor het goed functio-neren van de TO2-instellingen in de toekomst.4Kamerstuk 33 009-1655The Draghi report on EU competitiveness6Kamerstuk 33 009-140Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7113 Uit de rapporten blijkt dat over de hele linie de kwaliteit van het werk vande instellingen goed is. Hierbij is gekeken naar de waardering van hetonderzoek door stakeholders en de output.Op onderdelen behoort het onderzoek van de TO2-instituten tot dewereldtop. Het onderzoek is complementair aan onderzoek van anderekennisinstellingen zoals universiteiten, hogescholen en Rijkskennisinstel-lingen (RKI’s)7. Daarmee vervullen de TO2-instellingen een belangrijke enonmisbare rol in de Nederlandse samenleving en het kennislandschap.De evaluatiecommissie constateert dat de maatschappelijke en econo-mische impact van de TO2-instellingen goed is. Hierbij is gekeken naar deverbindingen met de stakeholders, het gebruik van de onderzoeksresul-taten door de stakeholders en het strategisch belang van deze kennisbe-nutting voor de Nederlandse en Europese economie en/of maatschappe-lijke uitdagingen. Deze uitkomst wordt ook ondersteund door heteconometrisch onderzoek dat onderdeel was van de evaluatie.De TO2-instituten leveren een belangrijke bijdrage aan maatschappelijkemissies, aan het onderbouwen van het overheidsbeleid en aan specifiekebeleidsdoelstellingen van verschillende departementen. De groei vanprogramma’s en projecten voor de overheid illustreert het toenemendbelang van de TO2-instituten voor de overheid.Het toegepast onderzoek levert een bijdrage aan de innovatiekracht en deconcurrentiepositie van Nederland waarmee bedrijven gepositioneerdworden om bij te dragen aan het volbrengen van de grote maatschappe-lijke uitdagingen. De advisering en dienstverlening door de TO2-institutenzijn van hoog niveau.De vitaliteit van de TO2-instellingen is over het algemeen goed. Hierbij isgekeken naar hoe de instellingen zijn toegerust en gepositioneerd voor detoekomst, de strategie en de voorwaarden om hun werk te kunnen doen:financiën, personeel en onderzoeksfaciliteiten. Aangekondigde en/ofmogelijke bezuinigingen leggen echter een grote druk op de financiëlepositie van TO2-instellingen in de toekomst. Ook het gebrek aan struc-turele financiering voor de vernieuwing, vervanging en exploitatie vanhun onderzoeksfaciliteiten vormt een ernstige bedreiging voor devitaliteit. De TO2-instituten zijn er de afgelopen periode in geslaagd omhun personeelsbestand kwalitatief en kwantitatief op peil te houden en dediversiteit van het personeelsbestand te vergroten.Specifiek in het geval van Wageningen Research is een dalende trend tezien met betrekking tot vitaliteit. Gezien de grote opgaven waarvoor deland- en tuinbouwsector staat en de invloed die dat heeft op anderesectoren zal ik samen met de Minister van LVVN bezien hoe we er voorkunnen zorgen dat WR een duurzame bijdrage kan blijven leveren.Tenslotte concludeert de evaluatiecommissie dat de rijksbijdrage aan deinstellingen doeltreffend en doelmatig is ingezet. De TO2-instituten gevenover het algemeen op een goede wijze invulling aan hun hoofdtaken: hetontwikkelen, toepassen en verspreiden van kennis voor maatschappelijkeuitdagingen en het versterken van ons bedrijfsleven, en het beheren vanstrategische onderzoeksfaciliteiten. Het is volgens de evaluatiecommissieniet mogelijk om dezelfde effecten tegen lagere kosten te bereiken.7Rijkskennisinstellingen (RKI’s) zoals KNMI en RIVM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7114 Aanbevelingen voor toekomstbestendigheid van het toegepast onderzoekNaast deze algemene uitkomsten, geeft de evaluatie ook belangrijkeaandachtspunten mee. Geopolitieke ontwikkelingen, de digitalisering ende maatschappelijke vraagstukken vragen van de TO2-instellingen en deoverheid extra inspanningen om tot een toekomstbestendige inzet vantoepassingsgerichte kennis en van het TO2-stelsel te komen. Ook is hetverder versterken van de relatie met het bedrijfsleven van belang. In deconclusies en aanbevelingen wordt ingegaan op de verschillendeknelpunten en aandachtsgebieden voor TO2-instellingen en voor deoverheid, die opgelost moeten worden om te verzekeren dat deTO2-instellingen nu en in de toekomst blijven bijdragen aan een versterkteinzet van het toegepast onderzoek. De aanbevelingen, die zijn opgenomenin bijlage 1, zijn hieronder kort samengevat.Aanbevelingen uit de evaluatie in het kort:Voor overheid en TO2-instituten gezamenlijk:1.Reflecteer op de doelen en taken van TO2-instituten en debenodigde middelen.Voor de overheid:2.Zorg voor structurele middelen voor investeringen en onder-houd van faciliteiten.3.Zorg dat de TO2-instituten kostbare faciliteiten kunnenvernieuwen.4.Laat periodiek een inventarisatie maken van benodigdeinfrastructuur.5.Pas bij eventuele kortingen op subsidie de taken van eenTO2-instituut hierop aan.6.Zorg ervoor dat de activiteiten van de TO2-instituten voor deoverheid passen bij hun budgetten.Voor de TO2-instituten:7.Kijk periodiek welke activiteiten of faciliteiten afgebouwdkunnen worden.8.Maak de kennis en faciliteiten beter toegankelijke voor het mkb.9.Breid de samenwerking met hogescholen uit.10.Harmoniseer afspraken met andere kennisinstellingen.11.Maak samenwerking met andere kennisinstellingen gelijk-waardig.12.Coördineer meer zaken gezamenlijk.Reactie kabinetHet kabinet is blij met deze resultaten van de evaluatie en ziet deuitkomsten als een ondersteuning van het beleid. Het kabinet wil geziende vele uitdagingen en opgaven waar we in Nederland voor staan, voorde komende jaren samen met de TO2-instellingen aan een versterkte inzetvan toegepast onderzoek werken. Het kabinet is van mening dat hetgezamenlijk werken aan een strategische portfolio, sterke faciliteiten eneen optimale samenwerking van de TO2-instituten met maatschappelijkepartners, bedrijven en (inter)nationale kennis- en onderwijsinstellingen debelangrijkste aangrijpingspunten zijn voor een krachtige inzet van hettoegepaste onderzoek. Hierop wordt in de volgende paragrafen verder opingegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7115 Als belangrijke randvoorwaarden voor een succesvolle inzet ziet hetkabinet:•Aandacht voor impact: het kabinet ondersteunt de suggesties die deevaluatiecommissie daarvoor doet: meer aandacht voor monitoring,beter sturen en zichtbaar maken van impact, aandacht aan kennisver-spreiding via de media, samenwerking met mkb en start- en scale-upsen samenwerking met andere partners in het kennis-en innovatie-ecosysteem zoals Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen maar ookmet de andere kennis- en onderwijsinstellingen; universiteiten,kennisinstituten, hbo en mbo.•Naast aandacht voor publiek, ook aandacht voor privaat commitment:het kabinet vindt het van groot belang dat de TO2-instituten naast hetleveren van maatschappelijke impact ook sterk blijven inzetten op hetversterken van de eigen en nationale kennisbasis, concurrentiekrachten ons verdienvermogen. Daarbij wordt rekening gehouden dat voorsommige maatschappelijke uitdagingen private financiering niet altijdvoor de hand ligt, zoals in het domein van natuur.3. Strategische portfolio TO2-instellingen laten aansluiten optoekomstige ontwikkelingen (aanbevelingen 1, 5, 6 en 7) In het evaluatieonderzoek wordt gewezen op de noodzaak om tot eenmeer strategische afweging te komen van de (gezamenlijke) portfolio vande TO2-instellingen. Deze noodzaak vloeit voort uit de sterk veranderendeomgeving waarmee nieuwe maatschappelijke en technologische thema’scentraal komen te staan. Nieuwe ontwikkelingen en thema’s, zoals op hetgebied van klimaatverandering, defensie, technologie, digital twins en AI,vragen om nieuwe kennis. Ook wordt gewezen op de positieve effectenvan kennis-spillovers, bijvoorbeeld wanneer de kennis van eenTO2-instituut zijn weg vindt naar marktpartijen en maatschappelijkeorganisaties. Deze grote dynamiek in de portfolio vraagt om een meerstrategische inzet (aanbeveling 7).Deze strategische inzet is ook nodig om invulling te kunnen geven aanfinanciële druk (aanbevelingen 5 en 6). Goed gekeken moet worden ofeen verschuiving naar programmasubsidies voor onderzoekspro-gramma’s niet ten koste gaat van een gezonde kennisbasis van deTO2-instituten vanuit de instituutsfinanciering8. Aansluiting op detoekomstige ontwikkelingen in nationaal en internationaal verband, zoalsdefensieonderwerpen, strategische autonomie, kennisveiligheid enmaatschappelijke weerbaarheid, moeten niet alleen bezien worden in eennationale context, maar ook in een internationale context.In de evaluatie worden de overheid en de TO2-instellingen gezamenlijkaanbevolen om te reflecteren op de huidige en toekomstige doelen entaken van de TO2-instellingen, zodat deze nog beter aan kunnen sluiten optoekomstige ontwikkelingen en om tegemoet te kunnen komen aannieuwe (toegepaste) kennisvragen in nationaal en internationaal verband(aanbeveling 1).8Deltares, MARIN, NLR en WR ontvangen instituutssubsidie, programmasubsidie en infrastruc-tuursubsidie via de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek. TNO ontvangtsubsidie via de TNO-wet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7116 Reactie kabinetStrategische onderzoekportefeuille en gezonde kennisbasisTO2-instellingen zijn Nederlandse kennisinstellingen waar we trots op zijn.Het is belangrijk dat ze goed blijven functioneren, en met ontwikkelingenmee bewegen. Het is goed te zien dat TO2-instellingen zich daar verant-woordelijk voor voelen en inspelen op nieuwe en toekomstige kennis-vragen. Als een bepaald thema of een innovatie in de fase is terechtge-komen dat de markt het verder kan oppakken, dan kan de TO2-instellingdeze activiteiten afbouwen, overdragen of in private vorm onderbrengen.Dit geldt niet alleen voor het onderzoek maar ook voor de betreffendefaciliteiten. In de volgende evaluatie over de periode 2024–2027 zal ik deTO2-instellingen vragen om terug te blikken welke keuzes ze hierophebben gemaakt.Zoals ook de TWIN-rapportage 2023–2029 van het Rathenau-instituut9 laatzien verschuift door het Nationaal Groeifonds de verhouding tusseninstitutionele en tijdelijke, in competitie verkregen projectfinancieringverder in de richting van projectfinanciering. Doordat er zoveel projectfi-nanciering bijkomt is het belangrijk aandacht te houden voor het belangvan een gezonde kennisbasis voor een breed scala aan onderwerpen.Alleen met een gezonde kennisbasis kunnen de TO2-instituten nieuwe enverdiepende kennis opdoen. Daarbij is een defensie-specifieke kennis-basis, zoals bij de TNO unit Defence, Safety & Security (DSS) die via deTNO-wet gewaarborgd wordt, niet alleen van belang voor de veiligheidvan onze toekomst maar ook voor onze strategische autonomie eneconomisch verdienvermogen op de kortere termijn.Orkestrerende rol binnen innovatietrajectenDe TO2-instellingen zijn goed toegerust om een belangrijke spil te zijn innationale en internationale innovatietrajecten. Zij kennen de ecosystemenen coördineren grote en complexe programma’s, adviseren op ontwikke-lingen en ontginnen opkomende thema’s. Zij signaleren en ontwikkelenkennis op technologieën die in de toekomst van groot belang gaan zijnvoor nieuwe bedrijvigheid. Met deze kennis kunnen ze een rol spelen bijhet samenbrengen van publiek-private en multidisciplinaire samenwer-kingsverbanden, waarin kennis uit verschillende kanten gebundeld wordt,die een nieuwe richting kunnen inzetten. Binnen het innovatiebeleid zal deoverheid nog bewuster gebruik maken van deze capaciteiten en, waarpassend, de TO2-instellingen deze rol gunnen. Bijvoorbeeld bij de verdereimplementatie van de Nationale Technologie Strategie (NTS), deimplementatie van de acties uit het 3%-R&D actieplan10, de uitvoering vanhet missiegedreven innovatiebeleid en programma’s van het NationaalGroeifonds.Versterken van thematisch opdrachtgeverschap van de overheid voormaatschappelijke vraagstukkenDe overheid doet vaak een beroep op de TO2-instituten om nieuwe kenniste ontwikkelen en toe te passen om oplossingen te vinden voormaatschappelijke uitdagingen, en ter ondersteuning van het overheids-beleid – onder andere om beleidskeuzes te maken die gebaseerd zijn oprelevante kennis («evidence-informed» beleid). Ook zijn een aantalwettelijke taken van de overheid belegd bij TO2-instituten. Verschillende9Rathenau Instituut, TWIN-rapportage 2023-2029 – Totale investeringen in wetenschap eninnovatie, 8 mei 202510Kamerstuk 33 009-165Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7117 thema’s liggen op het gebied van meerdere departementen, denkbijvoorbeeld aan klimaatverandering, duurzaamheid, data-infrastructuur,ondergrond, ruimtevaart, weerbaarheid en veiligheid. Departementenzullen op deze brede, departement-overstijgende thema’s meer integraalen gezamenlijk hun thematische kennisvragen voor de TO2-institutenformuleren, om zo versnippering in het opdrachtgeverschap tevoorkomen en juist verder te versterken. Hierbij wordt uiteraard gekekenwelke inspanningen aan de TO2-instituten worden gevraagd en welkemiddelen daar tegenover dienen te staan. Dit geldt ook voor huidigeactiviteiten die voor de overheid worden uitgevoerd door deTO2-instituten. Daarbij zal ook de wijze waarop een goede balans kanworden gevonden tussen de instituutsfinanciering en de programmafi-nanciering betrokken worden, in dialoog met de TO2 en de betrokkendepartementen.3.1 Ontwikkelingen rondom strategische autonomie, veiligheid enweerbaarheid Een belangrijke ontwikkeling waar de evaluatiecommissie ook op wijst isde veranderende geopolitieke situatie. Hierdoor zijn voor ons land thema’sals strategische autonomie, veiligheid en weerbaarheid in korte tijd heelbelangrijk geworden. Afgelopen jaren is het beroep van de overheid op deTO2-instellingen voor toegepast onderzoek op deze vlakken toegenomen,en de verwachting is dat dit verder gaat doorzetten. Op het gebied vanstrategische autonomie valt bijvoorbeeld te denken aan het minderafhankelijk worden van bepaalde landen voor onze technologieën engrondstoffen. Veiligheid en weerbaarheid is breder dan alleen defensie.Zo zijn cyberveiligheid, economische veiligheid, kennisveiligheid,voedselzekerheid, de infrastructuur in de Noordzee en bescherming vanonze waterkeringen ook van cruciaal belang voor de veiligheid enweerbaarheid van ons land en onze maatschappij.Reactie kabinet op ontwikkelingen rondom strategischeautonomie, veiligheid en weerbaarheidTO2-instellingen doen veel werk voor onze strategische autonomie, enhun expertise en faciliteiten zijn van groot belang daarvoor. De activiteitenvan de TO2-instituten voor de overheid zullen mee ontwikkelen met debehoeftes die er zijn om onze strategische autonomie te versterken,bijvoorbeeld in het ontwikkelen van technologieën (o.a. van de NTS) enhet bijdragen aan onze maatschappelijke weerbaarheid en veiligheid.Defensie gaat tevens de strategische samenwerkingspartners TNO, NLRen MARIN meer betrekken bij het versnellen van kennisopbouw, experi-menten en samenwerking met de industrie11. Zo worden zij bijvoorbeeldook vertegenwoordigd binnen het publiek-private samenwerkingsplatformDefport12.3.2 Digitale ontwikkelingen De evaluatie laat zien dat digitalisering een belangrijke structureleontwikkeling is die het toegepast onderzoek ingrijpend verandert: er ismeer data beschikbaar, werk kan efficiënter uitgevoerd worden en hetbrengt nieuwe vormen van onderzoek en meetmethodes. De opkomst vandigitale technologieën en AI is een algemene trend13 en betekent veel deTO2-instituten. Dit geldt zowel voor de inhoud en manier van hun werk11Kamerstuk 31 125-134, Defensie Strategie voor Industrie & Innovatie 2025–202912In Defport werken de Ministeries van Defensie en van Economische Zaken intensief samenmet industrie, financiële instellingen en kennisinstituten.13Rathenau-rapport Kennis van de ToekomstTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7118 (ontwikkeling van technologieën, modellen verfijnen, minder fysiekeexperimenten) als de organisatie daarvan (data-infrastructuur, personeelen expertise, kennisveiligheid, cybersecurity, ICT). Dit vraagt om aanpas-singsvermogen van de TO2-instellingen.Reactie kabinet op digitale ontwikkelingenIn de NTS14 zijn meerdere digitale technologieën prioritair: kunstmatigeintelligentie (AI) en data science, en cybersecurity. Ook voor de anderesleuteltechnologieën van de NTS zijn digitale technologieën ondersteu-nende technologieën. Als kabinet willen we met de NTS extra inzetten opde ontwikkeling van deze technologieën. Ook worden met de NederlandseDigitaliseringsstrategie (NDS)15 en de Digitale Transformatie StrategieDefensie16 deze ontwikkelingen verder versterkt. De TO2-instellingen zijnde partners om hieraan bij te dragen.We vinden het belangrijk dat de TO2-instellingen goed zijn toegerust omin hun onderzoek meer digitale technologie in te zetten, om zo beter ensneller kennisvragen te kunnen beantwoorden en innovatieve toepas-singen te ontwikkelen. De stappen die zij daarop zetten, met bijvoorbeeldde ontwikkeling van digital twins, data spaces, digitale systemen alsGPT-NL en DigiLab Toegepaste Kennis zien we als positief en wemoedigen hen aan om dit verder door te zetten.3.3 Ontwikkelingen op grote maatschappelijke uitdagingen De evaluatiecommissie constateert dat de aanpak van grote maatschappe-lijke uitdagingen zoals leef- en woonomgeving, klimaatproblematiek enmilieu in toenemende mate samenwerking vergt tussen TO2-instituten enmet externe publieke en private partijen in het kennis- en innovatieveld.Ook is met de huidige opgave ten aanzien van maatschappelijke uitda-gingen en het missiegedreven innovatiebeleid en de NTS, de rol van deTO2-instituten onverminderd van belang.Reactie kabinet op ontwikkelingen op grote maatschappelijkeuitdagingenDe overheid heeft grote opgaven die door nieuwe inzichten enmaatschappelijke ontwikkelingen constant in beweging zijn, bijvoorbeeldop het gebied van ruimte en ondergrond: om veilig en prettig te wonen enwerken, energie op te wekken (bijvoorbeeld geothermie), voedsel teproduceren, voor schoon drinkwater, ondergrondse kabels en de natuur.De TO2-instituten zullen een belangrijke rol blijven spelen om al dan nietgezamenlijk oplossingen te vinden voor deze opgaven, zowel binnen hetmissiegedreven innovatiebeleid als bij de ondersteuning van hetoverheidsbeleid. Als ontwikkelingen op bepaalde onderwerpen snel gaanen maatschappelijke vragen urgenter worden, groter worden ofverschuiven – zoals door versnelde effecten van klimaatverandering op defysieke leefomgeving –, is het nodig dat de TO2-instituten hierop kunnenanticiperen en wendbaar zijn. Ik ga samen met de departementen hieroverin gesprek met de TO2-instituten, en zal hen daar waar mogelijk onder-steunen om proactief en adaptief met deze onzekerheden om te kunnengaan. Met de TO2-instellingen zal daarnaast jaarlijks door de departe-menten worden overlegd over hun activiteitenplannen.14Kamerstuk 33 009-14015Kamerstuk 26 643, nr. 136616Kamerstuk 36 592-23Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7119 4. Onderzoeks- en testfaciliteiten (aanbevelingen 2, 3, 4, 7 en 8) Eén van de belangrijkste taken van de TO2-instellingen is het beheren vanstrategische onderzoeksfaciliteiten, die vaak uniek zijn in Nederland of inEuropa. Het gaat hier om zowel fysieke faciliteiten als om digitalefaciliteiten. Zonder deze faciliteiten kunnen de TO2-instellingen enbedrijven de kennis die onze samenleving en ons bedrijfsleven nodigheeft niet ontwikkelen en toepassen. Veel van deze faciliteiten zijn ook vanbelang voor de veiligheid, weerbaarheid, duurzaamheid, transities in deruimtelijke inrichting en strategische autonomie van ons land, en vormeneen belangrijk fundament voor ons innovatiebeleid. Veel aanbevelingen inde evaluatie gaan over deze faciliteiten. Om tot een optimale onderzoekin-frastructuur te komen moeten verschillende knelpunten opgelost worden.Zonder voldoende eigen en hoogwaardige infrastructuur dreigt Nederlandde aansluiting met de wereldtop te verliezen. Binnen Europa is dit ook eenbelangrijk thema. Zo heeft in februari jl. een EU-expertpanel adviesuitgebracht hoe te komen tot een optimale Technology Infrastructuur inEuropa17. In de volgende paragrafen wordt verder ingegaan op deaanbevelingen over de faciliteiten, gevolgd door een reactie van hetkabinet daarop.TO2-faciliteiten zijn zowel fysieke faciliteiten waarmee metingen entesten uitgevoerd kunnen worden, als digitale faciliteiten voorbijvoorbeeld het modelleren en simuleren van situaties. Voorbeeldenzijn de deltagoot van Deltares, waarmee het effect van extremegolven op dijken, duinen, golfbrekers en andere waterkeringen kanworden getest; het Seven Oceans Simulator centre van MARIN,waarmee met simulaties en virtual reality maritieme operatiesveiliger en efficiënter gemaakt kunnen worden; onderzoekskassenvan Wageningen Research waarin innovaties worden ontwikkeld omglastuinbouw duurzaam te maken; laboratoria van TNO waarinkwantum technologie verder wordt ontwikkeld, en onderzoeksvlieg-tuigen van NLR om nieuwe vliegprocedures en technologieën tetesten.4.1 Structurele investeringen in faciliteiten met middelen voor FaciliteitenToegepast Onderzoek De evaluatiecommissie constateert dat de tijdelijke middelen FaciliteitenToegepast Onderzoek (FTO) niet voldoende zijn, en dat er structurelemiddelen zouden moeten zijn voor investeringen in upgrades en nieuwefaciliteiten (aanbeveling 2). Hierbij vraagt de evaluatiecommissie ookaandacht voor de dekking van de kosten voor exploitatie en onderhoudvan faciliteiten.Met het fonds FTO hebben de TO2-instellingen een impuls gekregen inhet vernieuwen van hun faciliteiten, om op deze manier met de nieuwstetechnologieën onderzoek te kunnen blijven doen en toekomstbestendig teblijven. Niet alleen heeft dit geresulteerd in nieuwe faciliteiten bij deindividuele TO2-instellingen18, maar ook in twee grote gezamenlijkefaciliteiten die de TO2-instellingen, samen met enkele RKI’s gaan opzettenen gebruiken19. Hiermee worden alle TO2-instellingen versterkt in hundata-infrastructuur en mogelijkheden voor onderzoek naar broeikas-gassen, en krijgt de samenwerking met de RKI’s vorm.17Towards a European policy for technology infrastructures – Publications Office of the EU18Kamerstuk 27 406-230: Eerste financieringsronde Faciliteiten voor Toegepast Onderzoek (FTO)19Kamerstuk 33 009-158Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71110 Reactie kabinetDeze aanbeveling sluit ook aan bij de aanbeveling over het financierenvan faciliteiten in de Periodieke Rapportage Kennis- en innovatiebeleidLVVN, die in juni jl. naar uw Kamer is gestuurd20, en de eerder genoemdeKamerbrief 3%-R&D actieplan.Het kabinet erkent het belang van hoogwaardige en toekomstbestendigefaciliteiten bij de TO2-instellingen. Waar mogelijk zal het huidige kabinetzich inspannen om de faciliteiten te ondersteunen.Gezien de demissionaire status van het huidige kabinet, is het aan eenvolgend kabinet om een besluit te nemen over eventuele structurelefinanciering voor investeringen in faciliteiten.4.2 Grote investeringen in faciliteiten mogelijk maken In deze aanbeveling wordt aangegeven dat de overheid de TO2-instel-lingen in staat dient te stellen om voorzieningen (zoals het opbouwen vanreserveringen) te treffen voor renovatie en vervanging van zeer kostbarefaciliteiten van meer dan 40 miljoen euro. De huidige systematiek maakthet niet mogelijk, zodat het steeds opnieuw een grote uitdaging is omdeze benodigde investeringen te realiseren (aanbeveling 3).Reactie kabinetHet Ministerie van EZ gaat, in overleg met de TO2-instellingen, dejuridische en financiële mogelijkheden hiervan onderzoeken. Uitkomstenvan dit traject zouden ook relevant kunnen zijn voor investeringen vanonder de 40 miljoen euro. Tevens is Defensie, conform de Kabinetsreactieop het AWTI advies «Kennisadvies voor Defensie»21 en de DefensieStrategie voor Industrie & Innovatie 2025–202922, voornemens teinvesteren in de test- en onderzoeksfaciliteiten van de TO2-instituten;enerzijds om hun groei te accommoderen en een toekomstbestendigekennisbasis te waarborgen, en anderzijds om de samenwerking metpartners als industrie te stimuleren. Voor de vervanging van de HighContainment Unit (HCU) van Wageningen Research, de nationale faciliteitmet het hoogste veterinaire beschermingsniveau (vBSL4) voor onderzoeken diagnostiek naar besmettelijke dierziekten, zoönosen en antimicrobiëleresistentie, heeft de Minister van LVVN samen met WR een bestemmings-fonds ingericht om exploitatietekorten en de aanstaande vernieuwing tekunnen financieren. In het bovenstaande traject zal ook bekeken wordenof dit voor meer (grote) TO2 faciliteiten een optie is.4.3 Inventarisatie van benodigde onderzoek infrastructuur Ten behoeve van een efficiënte, doelmatige en transparante besteding vanoverheidsmiddelen voor grote (toegepaste) wetenschappelijke infra-structuur, die dienstbaar is aan het gehele kennisveld, wordt in deevaluatie aanbevolen om een onafhankelijke commissie in te stellen, dieiedere twee jaar samen met de TO2-instellingen, RKI’s en universiteiteneen meerjarige inventarisatie maakt van de benodigde infrastructuur.Hierbij dient rekening te worden gehouden met de behoefte en despecifieke rol van elke organisatie in het kennisveld en rekening houdendmet bestaande Europese faciliteiten (aanbeveling 4). Naast de noodzaakvoor nieuwe grote faciliteiten voor toegepast onderzoek, dienen de20Kamerstuk 33 009-16221Kamerstuk 36 592-1222Kamerstuk 31 125-134, Defensie Strategie voor Industrie & Innovatie 2025–2029Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71111 TO2-instituten kritisch te kijken naar hun eigen faciliteiten met de insteekom, daar waar dat mogelijk is, af te bouwen. Dat vergt een periodiekereflectie op de eigen activiteiten en positionering. In elk geval zou zo’nreflectie onderdeel moeten uitmaken van de periodieke zelfevaluatie(aanbeveling 7).Reactie kabinetHet kabinet ziet de meerwaarde van een inventarisatie in. Hiermee kunnentoekomstige investeringen in faciliteiten die aansluiten bij de strategischeprioriteiten zoals de NTS en kennisvragen voor de TO2-instellingenefficiënter gedaan worden. De afgelopen jaren is ook al afstemminggeweest met de Nederlandse Organisatie voor WetenschappelijkOnderzoek (NWO), het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(OCW) en EZ rondom grote (toegepaste) wetenschappelijke infrastructuur.Zo is er afstemming tussen de Permanente Commissie voor GrootschaligeWetenschappelijke Infrastructuur (PC-GWI) en de adviescommissie FTO.Ook op Europees niveau vindt afstemming plaats. Zo heeft de EuropeseCommissie in septemer 2025 een nieuwe «European Strategy on Researchand Technology Infrastructures» gelanceerd23. Ook is er aandacht voor inhet Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034 van de EuropeseCommissie. Om echt de vruchten te kunnen plukken van deze activiteiten,is er voldoende investeringsruimte nodig voor faciliteiten bijTO2-instellingen. Het is belangrijk dat de faciliteiten zodanig innovatiefzijn dat ze complementair zijn aan commercieel beschikbare faciliteiten.Het kabinet zal daarbij tegelijkertijd aan de TO2-instellingen vragen om inde periodieke zelfevaluatie kritisch te kijken naar de eigen activiteiten metde insteek om, daar waar dat mogelijk is, faciliteiten af te bouwen. Ook zalde TO2-instellingen gevraagd worden om hun asset management goedop orde te hebben, zodat zij een goed overzicht hebben in wanneeronderhoud en vervanging nodig zijn van hun huidige faciliteiten.Gezien de demissionaire status van het huidige Kabinet is extra investe-ringsruimte in faciliteiten voor toegepast onderzoek aan een volgendkabinet.4.4 Vergroten toegankelijkheid faciliteiten voor start-ups, scale-ups en hetmkb In het evaluatierapport worden de TO2-instellingen aanbevolen om detoegankelijkheid van onder andere de faciliteiten van de instellingen teverbeteren. De hoge tarieven vormen voor mkb-bedrijven, waaronder ookstart-ups en scale-ups, een hoge drempel. Ook zou een bredere groepmkb-bedrijven aangesproken moeten worden (aanbeveling 8).Reactie kabinetIn de Kamerbrief over het 3%-R&D-actieplan heeft het kabinet aangegevenin te zetten op een bredere en beter toegankelijke basis van experimen-teerruimte voor strategische innovatie24. Hiervoor zijn twee sporen:verkennen hoe het gebruik van bestaande experimenteerfaciliteiten voordeze bedrijven betaalbaarder kan worden en daarnaast het uitbreiden vanexperimenteerruimte op strategische locaties. Voor beide sporen zijn deTO2-instellingen en hun (toekomstige) faciliteiten van cruciaal belang. Het23European strategy on research and technology infrastructures – Publications Office of the EU24Kamerstuk 33 009-165Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71112 kabinet zal hen bij het uitwerken en implementeren van de acties nauwbetrekken.De TO2-instellingen hebben de onderzoeksfaciliteiten en de expertise omdeze bedrijven te helpen om hun innovaties verder te brengen. Ook voortest- en opschalingsfaciliteiten hebben zij een goede basis. Recentevoorbeelden van uitbreiding hiervan zijn de nieuwe pilot faciliteiten voorsleuteltechnologieën die nu gebouwd worden: de AI-fabriek Groningen ende proefproductielijn fotonische chips.Het in de vorige paragraaf (aanbeveling 3) aangekondigde onderzoek naarde financiële en juridische mogelijkheden voor nieuwe investeringen(CAPEX) zal ook de tariefstructuur voor operationele kosten van facili-teiten (OPEX) meenemen. Waar mogelijk kan er worden gewerkt met hetmodel van Total Cost of Ownership (TCO). Dit geheel moet meer inzichtgeven in welke mogelijkheden de overheid heeft om de betaalbaarheidvan de TO2-faciliteiten te vergroten.Ook zijn de TO2-instellingen zelf aan zet. In het nieuwe strategisch kadergeeft de TO2-federatie aan dat zij aan de slag gaan om hun faciliteiten nogbeter toegankelijk te maken, en dat ze bedrijven nog meer in staat gaanstellen om gericht onderzoek te doen met hun faciliteiten. Het kabinet zalmet de TO2-instellingen in gesprek gaan over deze trajecten, om eengoede opvolging van de aanbeveling te borgen.5. Samenwerking met andere partijen en onderlinge samen-werking (aanbevelingen 9, 10, 11 en 12) TO2-instellingen vervullen een belangrijke en onmiskenbare rol in deNederlandse samenleving en het Nederlandse kennislandschap. Hetonderzoek dat zij verrichten is complementair aan het onderzoek vanandere kennisinstellingen, zoals universiteiten, hogescholen, instituten enRijkskennisinstellingen (RKI’s). Om de kwaliteit en de impact van hetonderzoek te vergroten, maar ook om de vitaliteit van de onderzoeks-instellingen te vergroten is samenwerking tussen de kennisinstellingenbelangrijk.De evaluatiecommissie doet rondom samenwerking verschillendeaanbevelingen aan de TO2-instituten. Deze betreffen samenwerking metandere kennisinstellingen zoals universiteiten en hogescholen en deTO2-instituten met elkaar. Zo zouden ze de samenwerking methogescholen moeten versterken, waardoor ook het mkb in de regio beterbereikt kan worden (aanbeveling 9). Ook kan samenwerking en kennis-deling met andere kennisinstellingen meer geharmoniseerd en gelijk-waardig worden (aanbevelingen 10 en 11). Gezien veel gezamenlijkeuitdagingen is er ook de aanbeveling om in TO2-verband meer tecoördineren en af te stemmen, zoals rondom strategische (inter)nationaleontwikkelingen (waaronder kennisveiligheid), strategisch beleid tenaanzien van onderzoeksfaciliteiten, ICT-beleid, cybersecurity, data, AI encommunicatie naar de samenleving (aanbeveling 12). Op samenwerkingmet de departementen is in paragraaf 3 al ingegaan.Over samenwerking met het bedrijfsleven stelt de evaluatiecommissie datde focus op start-ups en scale-ups verbeterd kan worden. Ook moet derelatie met het bedrijfsleven worden aangehaald, zodat succesvolletoepassing van bij de TO2-instituten ontwikkelde kennis en technologietoeneemt en de TO2-instituten de mogelijkheid houden om nieuwepraktijkkennis mee terug te nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71113 Ook verwacht de evaluatiecommissie dat in het kader van onze strate-gische autonomie, samenwerking binnen Europa belangrijker gaatworden voor de TO2-instellingen. Samenwerking met Europese partnerszorgt ervoor dat we nieuwe kennis kunnen vergaren, o.a. door te leren vande partners, en nieuwe toepassingen voor technologie te ontwikkelen dieonze samenleving en ons bedrijfsleven verder kunnen helpen.Reactie kabinetHet kabinet ondersteunt de conclusie van de evaluatiecommissie dat desamenwerking met hogescholen, universiteiten en kennisinstituten in deafgelopen periode is verbeterd, maar dat er van een gelijkwaardigtweerichtingsverkeer niet altijd sprake is omdat vergelijkbare kaders(bijvoorbeeld wat betreft deeltijdhoogleraren) voor samenwerking bijuniversiteiten en hogescholen nog ontbreken. Het kabinet vindt het hierbijook belangrijk om de mogelijkheden tot samenwerking met het mbo teonderzoeken. Een versterkte samenwerking met hbo en mbo kan tevensook een brug zijn voor een sterkere samenwerking met het mkb.Samenwerking tussen het bedrijfsleven en kennisinstellingen is van grootbelang voor ons verdienvermogen. Initiatieven van de individueleTO2-instellingen, zoals de recent gestarte strategische samenwerkingtussen Invest-NL, Techleap en TNO (dat wordt ondersteund door ROM-NL)om innovatie en ondernemerschap te versnellen juicht het kabinet toe.Vanuit Defensie worden de TO2-instellingen nauw betrokken bij veilig-heidsvraagstukken waarbij een brede samenwerking, zoals de evaluatiestelt, vereist is. Dat krijgt o.a. vorm via Defport als bij het opbouwen vanecosystemen in de regio’s op de vijf NLD (focus) gebieden (slimmematerialen, ruimtevaarttechnologie, quantumtechnologie, intelligentesystemen en sensoren), speerpunten voor dual-use innovatie, kennis entechnologieontwikkeling.Verder erkent het kabinet ook dat meer samenwerking met Europesepartners heel belangrijk is. De Europese Commissie zet hier ook op in methet recent gepubliceerde Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034, omdaarmee Nederland en Europa in staat te stellen om onafhankelijk,welvarend, veilig en veerkrachtig te zijn in een tijd van geopolitieke eneconomische veranderingen. Het kabinet zal waar mogelijk deTO2-instellingen hiermee verder ondersteunen.In het nieuwe strategisch kader 2026–2029 geeft de TO2-federatie aan datze op verschillende onderwerpen de komende jaren meer gezamenlijkwillen gaan optrekken en samenwerken, dit wordt in paragraaf 6 verdertoegelicht. Het kabinet is verheugd over deze gezamenlijke inzet van deTO2-federatie en gaat met hen in gesprek hoe de departementen dezeactiviteiten verder kunnen ondersteunen, zoals op het gebied vankennisveiligheid.6. Goedkeuring strategische plannen 2026–2029, en Strategischkader TO2-federatie Strategische plannen 2026–2029 van de individuele TO2-institutenDe TO2-instellingen hebben naar de mening van het kabinet de aanbeve-lingen uit de evaluatie verwerkt in hun strategische plannen voor de jaren2026–2029. Op basis daarvan concludeert het kabinet dat ze goedkeuringkan verlenen aan de strategische plannen van TNO, Deltares, NLR enMARIN en WR. De instellingen worden per brief op de hoogte gesteld vandit besluit. Uit de plannen blijkt dat de TO2-instellingen de aanbevelingenvan de commissie voortvarend willen gaan oppakken, en dat dit leidt totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71114 een versterkte aansluiting op het missiegedreven innovatiebeleid, deNederlandse kennisbasis en de kennisbehoeften van departementen. Hetkabinet heeft er dan ook vertrouwen in dat de plannen de komende jareneen uitstekende bijdrage zullen leveren aan het oplossen van de grotemaatschappelijke uitdagingen en het versterken van het toekomstigverdienvermogen van ons land. De departementen zullen deTO2-instellingen waar mogelijk hierbij ondersteunen.Strategisch kader TO2-federatie 2026–2029De TO2-federatie laat in het nieuwe strategisch kader voor de periode2026–2029 «Kennis omzetten in kansen», op een overtuigende wijzeaangegeven met welke gezamenlijke ambities de TO2-instellingen zichgezamenlijk gaan inzetten om de kennisbasis en innovatiekracht vanNederland te versterken. Het kabinet verleent daarom goedkeuring aan ditstrategisch kader, en zal waar mogelijk de TO2-instellingen ondersteunenom deze ambities te verwezenlijken.De TO2-instellingen zijn in de periode 2026–2029 samen van planom:−Duidelijker te communiceren dat ze bij nationale en Europesesamenwerkingstrajecten een bredere, orkestrerende rol kunnenspelen als verbinder en innovatieaanjager.−Meer onderling af te stemmen, meer te coördineren en meer ingezamenlijkheid technologie te ontwikkelen.−Onderling af te stemmen hoe ze het gebruik van hun faciliteitenverder kunnen optimaliseren binnen Nederland en Europa en hoeze die nog beter toegankelijk kunnen maken en met de overheidin overleg te gaan over een structurele aanpak van met name degrote faciliteiten.−Private en publieke partijen actief te helpen om hun R&D-activiteiten naar een hoger niveau te tillen.−Samen met publieke en private partijen bij te dragen aan deweerbaarheid van Nederland.−Samen met andere partijen digitale systemen ontwikkelen, en deopgedane kennis daarover te delen met publieke en privatepartijen.−Met hun private partners het gesprek aangaan over hoe ze detijdens de Nationale Groeifonds-trajecten opgedane kennis verderkunnen brengen met een nieuwe thematische aanpak, waarbij zeoptimaal gebruik willen maken van waar we in Nederland goed inzijn – of goed in willen worden – en waarbij ze tevens oog hebbenvoor de kansen die Europa biedt.−In hun communicatie vaker en nadrukkelijker aangeven dat ze erook voor mkb’ers zijn, actiever de samenwerking met hogescho-len opzoeken, en gezamenlijk trajecten starten om mkb’ers opeen laagdrempelige manier te helpen sneller tot innovatieveproducten of diensten te komen.−Samen met universiteiten en hogescholen – en waar relevant methet mbo – een duidelijke verdieping aanbrengen in de onderlingesamenwerking.−Een Science Academy op te richten om experts van de vijfTO2-instellingen de gelegenheid te bieden actiever kennis en bestpractices te delen, en meer aandacht te besteden aan dossiers diede individuele instituten overstijgen en waarbij ze samen eengrotere impact kunnen realiseren.−Zich nadrukkelijker op Europese samenwerking te richten engezamenlijk te bouwen aan een sterker portfolio van innovatie-projecten die bijdragen aan de concurrentiekracht van Nederlandén Europa.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71115 −Samen met de overheid te kijken waar de grootste kansen liggenop het gebied van onderzoek en innovatie.Tot slotDe evaluatie heeft laten zien dat Nederland over excellente ToegepastOnderzoek Organisaties beschikt. Ze doen onderzoek van hoge kwaliteitdat bijdraagt aan de realisatie van de maatschappelijke en economischedoelen. Daarbij zoeken ze de verbinding en samenwerking met anderepartners uit het Nederlandse kennis- en innovatielandschap omgezamenlijk tot oplossingen te komen. Het kabinet zet haar beleid op hetgebied van de TO2-instellingen voort, en wil de komende jaren samenmet de TO2-instellingen deze instellingen verder versterken en toekomst-bestendig maken.Om te zorgen voor een goed financieel instrumentarium in de komendeperiode, ben ik voornemens de Subsidieregeling instituten voor toegepastonderzoek binnen de bestaande budgettaire kaders te verlengen t/m31 december 2029, zodat ik de uitkomsten van de volgende evaluatie overde jaren 2024 t/m 2027 kan gebruiken om een besluit te nemen over eenvolgende verlenging van deze regeling. Uw Kamer ontvangt hieroverbinnenkort een aparte brief.De Minister van Economische Zaken,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71116 AANBEVELINGEN UIT DE EINDRAPPORTAGE VAN DE EVALUA-TIECOMMISSIE TO2: «TOEGEPAST ONDERZOEK VOOR DETOEKOMST – VOOR MAATSCHAPPELIJKE MISSIES ENVERSTERKING CONCURRENTIEVERMOGEN»Voor overheid en TO2-instituten gezamenlijk1.De overheid en de TO2-instituten dienen gezamenlijk te reflecteren opde huidige en toekomstige doelen en taken van TO2-instituten en dedaarvoor benodigde middelen. Daarbij staat centraal de vraag hoedeze inhoudelijke doelen en taken nog beter aan te laten sluiten optoekomstige ontwikkelingen en of het TO2-stelsel als geheel in staatis om tegemoet te komen aan nieuwe (toegepaste) kennisvragen innationaal en internationaal verband (denk hierbij ook aan geopoli-tieke ontwikkelingen). Deze reflectie zou als basis moeten dienen omde huidige beleidstheorie opnieuw tegen het licht te houden.Voor de overheid2.Maak het fonds Faciliteiten Toegepast Onderzoek (FTO) structureel.Nieuwe aanvragen vanuit dit fonds dienen niet alleen een onderbou-wing te bevatten van het wetenschappelijk belang en doelmatigheidvan het gehele palet aan faciliteiten van elk instituut, maar ook eenanalyse van de kosten voor exploitatie en onderhoud van faciliteitenen de dekking ervan.3.De overheid dient de TO2-instituten in staat te stellen om voorzienin-gen te treffen (bijv. sparen of reserveringen) voor renovatie envervanging van zeer kostbare (€ 40 miljoen en hoger) faciliteiten(inclusief gebouwen) die niet vanuit het fonds FTO gefinancierdkunnen worden en slechts sporadisch voorkomen maar welvoorspelbaar zijn.4.Ten behoeve van een efficiënte, doelmatige en transparantebesteding van overheidsmiddelen voor grote (toegepaste) weten-schappelijke infrastructuur, die dienstbaar is aan het gehele kennis-veld, dient een onafhankelijke commissie ingesteld te worden, dieiedere twee jaar samen met de TO2-instituten, RKI’s en universiteiteneen meerjarige inventarisatie maakt van de benodigde infrastructuur,rekening houdend met de behoefte en de specifieke rol van elkeorganisatie in het kennisveld en rekening houdend met bestaandeEuropese faciliteiten. Als voorbeeld kan dienen de wijze waarop decommissie Large-Scale Research Infrastructure van NWO dezeinventariserende taak uitvoert aan de hand van aanvragen voorinvesteringen vanuit universiteiten en universitair medische centra.5.De instituutssubsidie en infrastructuursubsidie staan onder druk,maar zijn essentieel voor goed functionerende TO2-instituten.Kortingen hierop kunnen niet worden gecompenseerd door aanvul-lende middelen voor programma’s, aangezien aanvullende program-ma’s aanvullende taken en personeel vergen. Eventuele kortingen ofhet ontbreken van een automatische en dekkende indexering dienenderhalve direct consequenties te hebben voor de uit te voeren takenvan het TO2-instituut.6.Vanuit het perspectief van de krappe financiële middelen en demogelijke bezuinigingen op de TO2-instituten, dient de overheid ingesprek te gaan met de TO2-instituten over de activiteiten, die deoverheid wenst te laten uitvoeren, en de daarbij behorende financiëlemiddelen.BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71117 Voor de TO2-instituten7.Naast aanvragen voor nieuwe grote faciliteiten voor toegepastonderzoek, dienen de TO2-instituten kritisch te kijken naar hun eigenactiviteiten met de insteek om, daar waar dat mogelijk is, activiteitenof faciliteiten af te bouwen. Dat vergt een periodieke reflectie op deeigen activiteiten en positionering. In elk geval zou zo’n reflectieonderdeel moeten uitmaken van de periodieke zelf-evaluatie.8.De toegankelijkheid tot de kennis en faciliteiten van de TO2-institutenvoor het mkb dient verbeterd te worden. De tarieven van deTO2-instituten vormen daarbij een hoge drempel. De evaluatiecom-missie TO2 heeft wel een aantal best-practices geïdentificeerd, zoalsjaarlijks enige tijd zonder kosten ter beschikkingstellen van faciliteitenvoor het mkb en het aanbieden van gereduceerde tarieven of lagereinstaptarieven. Ook heeft de evaluatiecommissie TO2 een aantalsuggesties gedaan, zoals het versterken van de samenwerking methogescholen die veelal goede relaties onderhouden met mkb.9.In lijn met het advies van de vorige evaluatiecommissie TO2(Commissie van Saarloos) dienen de TO2-instituten de samenwerkingmet hogescholen te versterken door uitbreiding van gezamenlijktoegepast en praktijkgericht onderzoek en door de hogescholen tebetrekken bij aanvragen voor EU-projecten. Met een betere enwederkerige samenwerking met hogescholen wordt tevens dedrempel voor kennisuitwisseling met het mkb lager.10.De TO2-instituten dienen de overeenkomsten met betrekking totsamenwerking en kennisdeling met andere kennisinstellingen zo veelmogelijk te harmoniseren. Dit geldt met name voor de samenwerkingmet universiteiten ten aanzien van tarieven voor detachering enhuisvesting van personeel, de aanstelling en tariefstructuur vanpromovendi en voor delen van IP.11.De TO2-federatie dient zich in te zetten om de samenwerking met dekennisinstellingen een wederzijds gelijkwaardige basis te geven. Datbetekent onder andere dat er niet alleen vanuit de TO2-institutendetacheringen plaats vinden bij de kennisinstellingen, maar invergelijkbare mate ook andersom.12.De TO2-federatie dient meer dan in het verleden de coördinatie enafstemming op zich te nemen als een van de belangrijke partijen inhet complexe nationale en internationale kennisveld. Dit betreft danvooral zaken die alle TO2-instituten betreffen ten aanzien van onderandere strategische (inter)nationale ontwikkelingen, het strategischbeleid ten aanzien van onderzoeksfaciliteiten, ICT-beleid, cybersecu-rity, data, AI en communicatie naar de samenleving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 71118
Gerelateerde bronnen
- De minister zegt toe een brief te sturen waarin inzichtelijk wordt gemaakt wat de bezuinigingen op innovatie, onderwijs, onderzoek en wetenschap kunnen betekene
De minister zegt toe een brief te sturen waarin inzichtelijk wordt gemaakt wat de bezuinigingen op innovatie, onderwijs, onderzoek en wetenschap kunnen betekenen voor de ruimtevaart.
- De minister zegt toe in het derde kwartaal van 2025 een brief naar uw Kamer te sturen over de NTS en gekoppelde instrumenten.
De minister zegt toe in het derde kwartaal van 2025 een brief naar uw Kamer te sturen over de NTS en gekoppelde instrumenten.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.