KamerkringInloggen
Kamerbrief

Zesde voortgangsbrief invoering vrachtwagenheffing (stand van zaken 1 juli 2025)

3 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1a46203bc7f1f6c7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 305MobiliteitsbeleidNr. 520 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juni 2025Met deze zesde halfjaarlijkse voortgangsbrief wordt de Kamer geïnfor-meerd over de stand van zaken van de invoering van de vrachtwagen-heffing. De invoering van de vrachtwagenheffing heeft twee doelen. Teneerste het laten betalen van binnen- en buitenlands vrachtverkeer voor hetgebruik van de weg, door de omzetting van vaste belastingen (motorrijtui-genbelasting en Eurovignet) naar een variabele heffing waarbij betaaldwordt per gereden kilometer. Het tweede doel is het innoveren enverduurzamen van de vervoerssector. Hiervoor wordt het tarief van devrachtwagenheffing gedifferentieerd naar de uitstoot van het voertuig énworden de netto-opbrengsten1 van de vrachtwagenheffing ingezet voorinnovatie en verduurzaming van de vervoerssector.De realisatie van de vrachtwagenheffing vordert gestaag. Deze voort-gangsbrief gaat in op de stand van zaken met betrekking tot de realisatievan het heffingssysteem, de geplande startdatum, de maatregelen voorinnovatie en verduurzaming van de vervoerssector, het juridisch kadervoor de vrachtwagenheffing en de financiën.Voortgang realisatie heffingssysteemIk licht allereerst de voortgang toe van de realisatie van het heffings-systeem die het afgelopen half jaar is geboekt. Vervolgens zal ik ingaan opde geplande startdatum van de vrachtwagenheffing.RDW, Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), Rijkswaterstaat (RWS) ende Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) realiseren in opdracht vanIenW het heffingssysteem voor de vrachtwagenheffing. Daarbij heeftRDW, als centrale uitvoeringsorganisatie, de leiding over de realisatie-1De netto-opbrengsten bedragen de inkomsten van de vrachtwagenheffing verminderd met decompensatie van de belastingderving en de kosten van het systeem. kst-31305-520ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5201 werkzaamheden. Hieronder wordt de voortgang op deze onderdelentoegelicht.HoofddienstaanbiederBinnen de uitvoering van de vrachtwagenheffing hebben toldienstaan-bieders een belangrijke rol. Deze dienstaanbieders zijn verantwoordelijkvoor de inning van de heffing bij houders van een vrachtwagen en deafdracht aan de overheid. Houders van een vrachtwagen kunnen hiervoorterecht bij de hoofddienstaanbieder (HDA) of een EETS-aanbieder. De HDAis een toldienstaanbieder met speciale verplichtingen. De HDA is verplichtom iedere gebruiker die zich meldt als klant te accepteren. De HDA biedtzijn diensten alleen in Nederland aan. Het is belangrijk dat de HDA op tijdgereed is voor de dienstverlening. Hiermee is verzekerd dat elke houdervan een vrachtwagen over een contract en boordapparatuur kanbeschikken, en daarmee aan de verplichtingen van de wet Vrachtwagen-heffing kan voldoen.De HDA is dit voorjaar gestart met de grootschalige productie vanboordapparatuur benodigd voor de kilometerregistratie. Ook worden erICT-systemen ontwikkeld. Verder bereidt de HDA zich voor op dedistributie van boordapparatuur naar gebruikers via de post en fysiekeuitgiftepunten.EETS-aanbiedersHouders van een vrachtwagen kunnen er ook voor kiezen om eenovereenkomst te sluiten met een EETS-aanbieder. Dat is een toldienstaan-bieder die, op grond van de EETS-richtlijn, in meerdere lidstaten zijndiensten aanbiedt. Dat maakt het mogelijk dat een houder bij slechts éénaanbieder een contract hoeft te sluiten en zo met één boordapparaat doortoldomeinen in verschillende EU-lidstaten kan rijden en hiervoor éénfactuur krijgt.De RDW is bezig met het proces om EETS-aanbieders toe te laten, ook welaccreditatie genoemd. Dit verloopt voorspoedig. Met vier aanbieders zijninmiddels overeenkomsten gesloten. Verder hebben nog twee dienstaan-bieders zich formeel aangemeld. De verwachting is dat alle zes aanbiedersruim voor de start van de vrachtwagenheffing zijn geaccrediteerd enkunnen starten met hun dienstverlening. Deze zes aanbieders samen metde HDA zullen in staat zijn om alle gebruikers te bedienen.WaarnemingVoor toezicht op de naleving van de vrachtwagenheffing wordt onderandere apparatuur aan portalen boven de weg ingezet. De eerste tweeportalen zijn inmiddels aangesloten en voorzien van apparatuur. Stapvoor stap worden de benodigde portalen voorzien van apparatuur.Daarnaast is er ook verplaatsbare apparatuur ingekocht. Camera’sregistreren de kentekens van passerende vrachtwagens en zogenoemdeDSRC-antennes (Dedicated Short-Range Communication) lezen deboordapparatuur uit. Zo kan worden bepaald of een vrachtwagen isvoorzien van werkende boordapparatuur en of er een contract isafgesloten met een dienstaanbieder. Op de A12 bij Bodegraven hebben deeerste testen succesvol plaatsgevonden.Overige ontwikkelingenDe organisatie- en ICT-ontwikkeling bij RDW en CJIB verloopt volgensplanning. Ook de voorbereidingen bij ILT voor de fysieke handhavingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5202 verlopen voorspoedig. De inkoop van de benodigde voertuigen is gestarten er worden inspecteurs geworven.Geplande startdatumOm de vervoerssector in staat te stellen zich goed voor te bereiden op destart van de vrachtwagenheffing, is het belangrijk om tijdig concreet teworden over de geplande startdatum. De planning is dat de vrachtwagen-heffing start op 1 juli 2026. Vanaf 1 juli a.s. zal richting de wegtransport-sector in het binnen- en buitenland steeds uitgebreider gecommuniceerdgaan worden over de vrachtwagenheffing. Hierbij worden ook devervoerspartijen betrokken. Uitgebreide informatie wordt aangeboden viaeen vernieuwde website www.vrachtwagenheffing.nl.De realisatie van het heffingssysteem voor de vrachtwagenheffing is eencomplex project met planningsrisico’s. IenW en de betrokken uitvoerings-organisaties sturen erop dat de realisatie van het heffingssysteem tijdiggereed is, zodat de heffing op 1 juli 2026 kan starten. Zo is het belangrijkdat de toldienstaanbieders tijdig starten met het afsluiten van overeen-komsten met de houders van een vrachtwagen en het distribueren van deboordapparatuur. Hierbij is van belang dat ook kleine organisaties zichtijdig kunnen voorbereiden. Ook moet getest worden of de systemen vanverschillende partijen goed met elkaar communiceren. Het is nu nog nietuit te sluiten dat de realisatie langer duurt dan verwacht. De risico’sworden door het ministerie en de uitvoeringsorganisaties beheerst metmaatregelen.Met de komst van vrachtwagenheffing wordt het heffen van hetEurovignet in Nederland beëindigd. Dit is opgenomen in de Wet vrachtwa-genheffing. Het kabinet zal de benodigde stappen gaan zetten om hetheffen van het Eurovignet per 1 juli 2026 stop te zetten. De Belastingdienstzal hierover gaan communiceren, zodat ondernemers weten dat vanaf1 juli 2026 geen Eurovignet meer nodig is voor Nederland. Zo weten zijtijdig voor welke periode zij nog een Eurovignet moeten aanschaffen. Inde begroting van IenW (artikel 15) is opgenomen dat de derving van deopbrengsten van het Eurovignet wordt gedekt uit de opbrengsten van devrachtwagenheffingInnovatie en verduurzaming van de vervoerssectorConform de Wet vrachtwagenheffing worden de netto-opbrengsten vande vrachtwagenheffing ingezet om (subsidie)maatregelen te bekostigenvoor de innovatie en verduurzaming van de vervoerssector, dezogenoemde terugsluis. In de jaren 2026–2030 gaat het om ruim€ 1,6 miljard. Het grootste deel (ruim € 1,4 miljard) hiervan wordt ingezetvoor de elektrificatie van vrachtwagens. De maatregelen zijn uitgewerkt inhet Meerjarenprogramma Terugsluis 2026–20302. In de begroting van hetMobiliteitsfonds voor dit jaar zijn al middelen gereserveerd die wordeningezet om de verduurzaming van het vrachtvervoer te versnellen doormiddel van subsidies voor de aanschaf van emissievrije voertuigen(AanZET) en laadinfrastructuur (SPriLa). Deze middelen worden na destart van de vrachtwagenheffing vanuit de heffingsopbrengsten terugbe-taald aan het Mobiliteitsfonds. Hieronder informeer ik u over de belang-rijkste ontwikkelingen van de afgelopen periode.2Meerjarenprogramma Terugsluis 2026–2030Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5203 Openstelling aanschafsubsidie emissievrije vrachtwagensOp 28 januari ging de regeling Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks(AanZET) voor de eerste keer in 2025 open. De belangstelling voor deregeling was net als in 2024 zeer groot. Op de eerste dag hebben ruim 300ondernemers en non-profit instellingen een aanvraag ingediend. Hettotale subsidiebedrag van € 35,3 miljoen voor deze ronde was na driedagen overtekend. Op 30 september 2025 wordt de regeling opnieuwopengesteld met een budget van € 30 miljoen.Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPriLa)Op 25 maart is de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bijBedrijven (SPriLa) weer opengesteld voor aanvragen. Er is in 2025€ 61,3 miljoen beschikbaar, waarvan € 14,4 miljoen gedekt wordt uit detoekomstige opbrengsten van de vrachtwagenheffing. Deze regelingondersteunt ondernemers financieel bij het realiseren van laadinfra-structuur op hun eigen terrein. Ondernemers kunnen subsidie aanvragenvoor advies over de aanleg van laadinfrastructuur, voor de kosten vanaanleg zelf en voor de kosten van stationaire batterijopslag voor dielaadinfrastructuur. In 2024 was voor SPriLa al een bedrag van€ 42,2 miljoen beschikbaar.Internetconsultatie subsidieregeling Samenwerking in Logistieke Keten(SiLK)Dit voorjaar is de internetconsultatie voor subsidieregeling SiLK gestart.Met deze regeling worden bedrijven geholpen om de samenwerking in delogistieke keten te verbeteren, om zo vrachtwagenkilometers te reduceren.De verwachting is dat deze regeling in het najaar van 2025 wordtopengesteld.CO2 meten en verbeterenVia de maatregel CO2 meten en verbeteren krijgen deelnemendetransportondernemers een adviseur toegewezen die helpt om de kwaliteitvan data over de CO2-uitstoot, gereden kilometers en beladingsgraad vanhun vloot te verbeteren. Door deze data te analyseren en te vergelijkenmet de data van andere vervoerders, krijgen ondernemers meer inzicht inde kansen voor verbetering op het gebied van verduurzaming enefficiënter vervoeren. Naar verwachting kunnen transportondernemerszich in het najaar aanmelden voor deze regelingJuridisch kaderWet vrachtwagenheffingIn 2022 is de Wet vrachtwagenheffing aangenomen en in de jaren daarnagedeeltelijk in werking getreden. Voor de start van de vrachtwagenheffingmoet de wet gewijzigd worden vanwege gewijzigde Europese tolheffings-regels3, waarmee onder andere de tarieven op CO2-uitstoot wordengebaseerd. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 1 april aange-nomen. Het wetsvoorstel wordt momenteel behandeld door de EersteKamer. Naast de wijziging van de Wet is ook een wijziging van het Besluit3Richtlijn (EU) 2022/362 van het Europees Parlement en de Raad van 24 februari 2022 totwijziging van de Richtlijnen 1999/62/EG, 1999/37/EG en (EU) 2019/520 betreffende het inrekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan voertuigen(Pb EU 2022, L 69/1).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5204 vrachtwagenheffing in voorbereiding, dit n.a.v. de wijziging van deEuropese regels voor tolheffing.Toezeggingen plenair debat wijziging Wet vrachtwagenheffing.Tijdens het plenaire debat op 26 maart 2025 over het wetsvoorstel heb iktwee toezeggingen gedaan. De eerste toezegging heeft betrekking op devrijstelling van emissievrije vrachtwagens tot 4.250 kg. Ik heb aan de heerOlger van Dijk (NSC) toegezegd met België, Duitsland en Tsjechië teverkennen of wederzijds gegevens kunnen worden uitgewisseld. Hetbetreft gegevensuitwisseling om emissievrije voertuigen in dezegewichtsklasse automatisch te kunnen vrijstellen. Ik ben op dit momentbezig om te verkennen of dit mogelijk is en wat de voordelen hiervan zijn.Ik verwacht u hierover in de volgende voortgangsbrief te kunneninformeren.Verder heb ik aan de heer De Hoop (GroenLinks-PvdA) toegezegd u eenoverzicht te sturen van wat de verschillende overheden (Rijk, provincies,gemeenten) kwijt zijn aan weginfrastructuur en welk deel hiervan direct ofindirect kan worden toebedeeld aan het vrachtverkeer. In 2018 is inopdracht van IenW een rapport opgesteld voor het bepalen van detarieven voor de vrachtwagenheffing.4 In dit onderzoek zijn de infrastruc-tuurkosten in beeld gebracht, inclusief de verdeling van deze kosten overvrachtwagens en ander verkeer. In het rapport is de onderstaandeverdeling opgenomen van de infrastructuurkosten toebedeeld aanvrachtwagens en verdeeld over wegen binnen de bebouwde kom (BIBK),onderliggende wegen buiten de bebouwde kom (BUBK OWN) enRijkswegen.Tabel 1: toebedeling kosten infrastructuur van overheden aan vrachtverkeerTotale infrastructuurkosten (mln.€)BIBKBUBKOWNRijkswegenTOTAALVrachtauto455,82915,941.204,082.575,84Percentage10,62%24,84%39,07%23,29%Totale infrastructuurkosten4.291,993.687,293.082,0711.061,34Percentage100%100%100%100%(Bron: Transport & Environment Leuven, 5 juli 2028, kosten in 2010). Uit deze tabel blijkt dat 10,62% van de € 4.291 miljoen aan kosten vanbouw en onderhoud van de wegen binnen de bebouwde kom is toe tewijzen aan vrachtverkeer. De genoemde bedragen betreffen de kosten in2010. Recentere cijfers niet beschikbaar.Monitoring en evaluatie uitwijkverkeerDaarnaast was het in debat op 26 maart jl. veel aandacht voor demonitoring en evaluatie van uitwijkverkeer. Hierover is te melden dat deeerste meting in juli 2025 start. De periode van nulmeting dient alsreferentieperiode. Vervolgens wordt tot minimaal 3 jaar na de invoeringvan de vrachtwagenheffing een nameting uitgevoerd. Aan de hand van demonitoring kunnen IenW en de wegbeheerders bepalen of door deinvoering van de vrachtwagenheffing de intensiteit van vrachtverkeer ophet monitoringsnetwerk in absolute zin toeneemt, afneemt of gelijk blijft.Als er op het onderliggend wegennet een ongewenste toename vanvrachtverkeer plaatsvindt, kan dit aanleiding geven om maatregelen tetreffen door het Rijk en/of door wegbeheerders. In een eerder stadium zijndaarover al procesafspraken gemaakt met wegbeheerders. In aanvulling4Bijlage bij Kamerstuk 31 305, nr. 262 (titel: Bepaling maximum tarief Vrachtwagenheffing).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5205 daarop is afgelopen april een communicatietoolkit beschikbaar gesteld,waarmee wegbeheerders worden gefaciliteerd bij de communicatie overde monitoring en evaluatie van uitwijkverkeer.FinanciënTaakstellingVoor de jaren 2024 en 2025 zijn in de begroting van het mobiliteitsfondsmiddelen vrijgemaakt (€ 170 miljoen) om de verduurzaming van hetvrachtvervoer te versnellen. Deze middelen worden na de start van devrachtwagenheffing vanuit de heffingsopbrengsten terugbetaald aan hetMobiliteitsfonds. Dit wordt ook wel de voorfinanciering van de terugsluisgenoemd. De middelen zijn en worden voornamelijk ingezet voor deaanschafsubsidie voor emissievrije vrachtwagens (AanZET) en desubsidieregeling voor private laadinfrastructuur (SPriLa), zoals eerder indeze brief toegelicht.Bij de start van deze regeerperiode heeft het kabinet een generieketaakstelling op subsidies doorgevoerd, ter grootte van in totaal € 1 miljardstructureel. Voor 2025 is € 275 miljoen ingeboekt als Rijksbredetaakstelling. Deze taakstelling heeft ook gevolgen voor de eerderge-noemde voorfinanciering. De € 170 miljoen die hiervoor was vrijgemaakt,is bij Voorjaarsnota 2025 gekort met € 4 miljoen.Raming exploitatiekostenIn de begroting van 2025 is een eerste raming opgenomen van deexploitatiekosten van de vrachtwagenheffing. Deze raming zal op basisvan de begrotingen van de uitvoeringsorganisaties bij de voorjaarsnotavan 2026 worden geactualiseerd.Tot slotHet afgelopen halfjaar zijn weer belangrijke stappen gezet met realisatievan het heffingssysteem. Ook zijn de subsidieregelingen AanZET, SPriLaen SWiM opengesteld. Verder is het wetsvoorstel voor de wijziging van deWet vrachtwagenheffing aangenomen door uw Kamer en aangebodenaan de Eerste Kamer. Tot slot zal de komende periode de communicatieover de vrachtwagenheffing stap voor stap worden geïntensiveerd. In hetnajaar van 2025 kunt u de volgende voortgangsbrief verwachten.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5206

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d74d3a0bfd1b6114

14 okt 2026 · 97939a48ffbc9896

13 okt 2026 · deca8919bac4dffa

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.