KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over Schriftelijke toelichting opvolging moties meerjarige strategie sportverenigingen en openbare zwembaden in publieke handen houden (Kamerstuk 30234-389)

13 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 551928f38526e086 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202430 234Toekomstig sportbeleidNr. 392 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 juni 2024 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportover de brief van 13 juni 2024 over Schriftelijke toelichting opvolgingmoties meerjarige strategie sportverenigingen en openbare zwembadenin publieke handen houden (Kamerstuk 30 234, nr. 389).De vragen en opmerkingen zijn op 16 mei 2024 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 13 juni 2024zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,AgemaAdjunct-griffier van de commissie,Abma-Mom kst-30234-392ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3921 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie6II.Reactie van de Minister7 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben de schriftelijke toelichting opvolgingmoties meerjarige strategie sportverenigingen en openbare zwembadenin publieke handen houden gelezen en hebben nog enkele vragen enopmerkingen.In de Monitor Sportbeleid 2023, uitgevoerd door het Mulier Instituut,wordt met name geconcludeerd dat het verhogen van het strategischgehalte van het sportbeleid en het stellen van doelen op de lange termijnuitdagend is. Wat wordt exact bedoeld met het strategische gehalte? Hoewordt hier invulling aan gegeven?De Minister schrijft dat er een onderzoek loopt om de gemeentelijkeregelingen voor mensen met lage inkomens in kaart te brengen. Uit eenrondgang van Nieuwsuur bleek recent dat de prijzen voor zwemlessenfors zijn gestegen en dat zwembaden zien dat steeds meer leerlingenafhankelijk zijn van subsidies. Kan de Minister aangeven hoeveelleerlingen afhankelijk zijn van subsidies om naar zwemles te kunnengaan? Hoeveel gemeentes geven subsidie voor zwemles?Kan de Minister een update geven van de uitvoering van het programmaStrand Veilig?Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van debrief over de uitvoering van de twee moties. Zij danken de regering voorde toelichting op de uitvoering, maar hebben wel een aantal vragen. In deogen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is er voor deuitvoering van deze moties nog wel ruimte voor verbetering.In de brief lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat vijfknelpunten voor sportverenigingen worden benoemd. Hoewel de ledenverheugd zijn met al het extra onderzoek dat de Minister heeft aange-kondigd, missen zij een overkoepelende meerjarige strategie die metsportverenigingen wordt gemaakt. De geest van de motie vraagt namelijkniet enkel om losse problemen aan te pakken, maar ook om eenmeerjarige strategie te maken. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractievragen of de Minister alsnog van plan is deze strategie te maken en bereidis om deze bij de begrotingsbehandeling van VWS gereed te hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3922 Specifiek over de verduurzaming hebben de leden van de fractie vanGroenLinks-PvdA-fractie ook een vraag. Het budget uit de subsidiere-geling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) isniet toereikend om alle sportverenigingen die willen verduurzamen tebedienen. Kan de Minister aangeven hoeveel extra middelen er nodig zijnom alle sportverenigingen die willen en kunnen verduurzamen tebedienen en of er aanspraak gemaakt kan worden op middelen uit hetklimaatfonds om de BOSA uit te breiden?Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie een vraag overde motie om zwembaden in publieke handen te houden. In de brief lezende leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat er nu eerst onderzoekgedaan gaat worden. Hoewel de leden van de GroenLinks-PvdA-fractienut en noodzaak van de aangekondigde onderzoeken onderschrijven,maken zij zich ernstig zorgen over het behoud van zwembaden in detussentijd. Het is denkbaar dat er, net zoals in Gulpen-Wittem zwembadenfailliet gaan en zo kostbare plekken om zwemles te geven verloren gaan.Wil de Minister verantwoordelijkheid nemen voor het open houden vanzwembaden totdat beide onderzoeken zijn afgerond? De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie vragen of de onderzoeken vóór deVWS-begroting gereed kunnen zijn. Tot slot vragen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie of de schriftelijke vragen over Mosaqua, hetzwembad in Gulpen-Wittem, van ruim twee maanden geleden met spoedbeantwoord kunnen worden.Vragen en opmerkingen van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de toelichting bijde opvolging van de moties over een meerjarige strategie sportvereni-gingen en openbare zwembaden in publieke handen houden. Zij hebbenhierbij nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie lezen dat via het Mulier Instituut eenonderzoek loopt om de gemeentelijke regelingen voor mensen met lageinkomens in kaart te brengen. Wordt hierin ook het niet-gebruik vanregelingen meegenomen?De leden van de VVD-fractie lezen in de monitor sportbeleid 2023 datbeweegarmoede een complex vraagstuk is, dat geen eenvoudigeoplossingen kent, en waar meestal een «systemische» aanpak nodig is.Als voorbeeld wordt de aanpak Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG)genoemd. Recentelijk is uit een analyse van het RIVM gebleken dat deJOGG-aanpak sinds 2015 geen effect heeft gesorteerd op de mate vanovergewicht en het beweeggedrag van kinderen en jongeren. De ledenvan de VVD-fractie vragen in dit kader hoe de bewezen-effectiviteit vanmaatregelen om bewegingsarmoede tegen te gaan vastgesteld wordt.Kan de Minister aangeven in welke omstandigheden besloten wordt debestaande aanpak te wijzigen of te stoppen, indien blijkt dat er geen effectwordt gesorteerd? En is de Minister voornemens om de aanbeveling omde draad weer op te pakken rondom de databank van het Loket GezondLeven op te volgen en de databank verder te verrijken met interventiesgericht op stimulering van sportdeelname en versterken van sportaan-bieders?De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over de toenemenderegionale verschillen in beschikbaarheid en bereikbaarheid van sportac-commodaties. Welke factoren zorgen voor het toenemen van dezeregionale verschillen? Wat wordt er nu gedaan om deze toename inregionale verschillen te vertragen en uiteindelijk te stoppen? Wat is deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3923 verhouding in taken tussen het Rijk en de regio in het terugdringen vandeze regionale verschillen?De leden van de VVD-fractie vragen opnieuw aandacht voor verduur-zaming van sportvastgoed. De Minister heeft eerder toegezegd zichexpliciet in te zetten om sportvastgoed mee te nemen in het Meerjaren-programma Klimaatfonds 2024. Wat heeft dit opgeleverd?Ten slotte lezen de leden van de VVD-fractie de uitwerking van deaangenomen motie om zwembaden in publieke handen te houden. Deleden van de VVD-fractie vragen welke gevolgen dit zou kunnen hebbenop de kwaliteit en veiligheid van zwembaden? Is de Minister het met deleden van de VVD-fractie eens dat er nog veel onbenut potentieel is voorleszwemmen in zwembaden anders dan die van gemeenten, stichtingen,sportscholen en zwemscholen? Zo ja, hoe kan leszwemmen in dezeandere baden bevorderd worden?1Vragen en opmerkingen van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben de brief van de Minister metinteresse gelezen. Daarover hebben zij een aantal vragen.In de brief wordt ingegaan op de motie van het lid Mohandis c.s. In demotie Mohandis c.s. wordt gevraagd om een meerjarenstrategie voorsportverenigingen. De Minister trekt de verschillende thema’s, financiëlegezondheid, verduurzaming, regeldruk, onroerendgoedbelasting uitelkaar. De leden van de NSC-fractie menen dat dit zorgt voor versnip-pering van beleid en vragen waarom de Minister niet tot een samenhan-gende strategie komt voor sportverenigingen.De leden van de NSC-fractie vragen welke rol de Minister neemt bij deuitvoering van deze motie Mohandis c.s. voor het instrument van deBOSA. Ook willen de leden van de NSC-fractie weten wat de laatste standvan zaken is van het gebruik van de BOSA in 2024.De leden van de NSC-fractie willen graag weten wat de stand van zaken isvan de uitrol van de sport en beweegloketten. Weten de sportvereni-gingen en organisatoren van evenementen deze loketten voldoende tevinden? In het afgelopen wetgevingsoverleg Sport en Bewegen heeft deMinister toegezegd om voor voldoende ondersteuning te zorgen via dezeloketten voor organisatoren van evenementen die met ingewikkeldevragen rond stikstof zitten. De leden van de NSC-fractie vragen hoe hethiermee staat.De aangenomen motie Olger van Dijk c.s. (Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 121)verzoekt de regering met Stichting Waarborgfonds Sport en BNG teonderzoeken hoe er een revolverend fonds voor sportclubs kan wordengecreëerd voor investeringen in verduurzaming en toegankelijkheid vanaccommodaties. Vanuit het thema verduurzaming vragen de leden van deNSC-fractie hoe het staat met uitvoering van deze motie.Vragen en opmerkingen van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de schriftelijketoelichting opvolging moties meerjarige strategie sportverenigingen enopenbare zwembaden in publieke handen houden. Zij hebben devolgende vragen.1Mulier Instituut, 2021 «Aantal zwembaden in Nederland» (https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=10295&m=1615984433&action=file.download)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3924 De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister in gesprek gaat met deVereniging Sport en Gemeenten (VSG), sportkoepel NOC*NSF en hetRegister voor Verenigingsbestuurders (RVVB) om input te verzamelenvoor passende ondersteuning voor verenigingen. De leden van deBBB-fractie vragen welke passende ondersteuning de Minister mogelijk alop de korte termijn ziet.Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat naar aanleiding van designalen van verschillende (branche)organisaties, het kabinet onderzoekheeft laten doen naar de aard, omvang en achterliggende oorzaken van deervaren regeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instel-lingen en de Staatssecretaris van VWS en de Minister voor Rechtsbe-scherming op dit moment werken aan een aanpak om regeldrukte teverminderen voor sportverenigingen, vrijwilligersorganisaties enfilantropische instellingen. In hoeverre worden de verschillende(branche)organisaties bij de uitwerking van de aanpak meegenomen enzitten deze organisaties ook aan tafel?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de schriftelijketoelichting opvolging moties meerjarige strategie sportverenigingen enopenbare zwembaden in publieke handen houden. De leden van deCDA-fractie hebben hierover enkele vragen.Financiële gezondheid sportverenigingenDe Minister schrijft in gesprek te gaan met de VSG, NOC*NSF en hetRVVB om input te verzamelen voor passende ondersteuning voorverenigingen. De leden van de CDA-fractie vragen op welke termijn deKamer over deze inventarisatie wordt geïnformeerd. De leden van deCDA-fractie veronderstellen dat hiermee niet wordt gewacht totdat hetMulier Instituut eind dit jaar met het rapport over de financiëleweerbaarheid van verenigingen komt.VerduurzamingIn de brief van 15 januari 2024 over verduurzaming van de sportsector(Kamerstuk 30 234, nr. 384) geeft de Minister aan zich expliciet in te zettenom sportvastgoed mee te nemen in het Meerjarenprogramma Klimaat-fonds 2024. De leden van de CDA-fractie vragen wat dit tot nog toe heeftopgeleverd. De BOSA-subsidie voor het jaar 2024 is zoals bekend al zeervroeg uitgeput, wat er enerzijds op wijst dat er groot enthousiasme isonder sportverenigingen om accommodaties te verduurzamen en fysiektoegankelijker te maken maar anderzijds dat het budget voor de regelingveel te klein is. De leden van de CDA-fractie verzoeken om een structureleoplossing voor de BOSA-subsidie. Is de Minister bereid om te (laten)onderzoeken hoe groot het budget structureel moet zijn om aan alleaanvragen te kunnen voldoen? En is de Minister bereid dit budgetvervolgens ook op te nemen in aankomende begrotingen?Aanpak RegeldrukDe Minister schrijft dat de aanpak om regeldruk te verminderen voorsportverenigingen, vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen,waarbij onder andere de inzet van het instrument vrijwilligersvergoedingmeegenomen zou worden, opnieuw vertraagd is en nu pas in de tweedekwartaal naar de Kamer gestuurd wordt. De leden van de CDA-fractiemerken op dat dit niet de eerste vertraging is bij het opstellen van dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3925 aanpak. Deze leden van de CDA-fractie vragen waarom er keer op keervertraging is in het opstellen van deze aanpak.Verenigingen hebben echt behoefte aan stappen op dit onderwerp om zete ontlasten en we doen nu op geen enkele manier recht aan deze terechtezorgen. Kan de Minister toezeggen dat deze aanpak in ieder geval ruimvoor het zomerreces van 2024 naar de Kamer wordt gestuurd? Zo nee,waarom niet?Hulp bij Tegemoetkoming EnergiekostenVoor 73 procent van de toegekende aanvragen van voetbalverenigingengeldt dat zij een deel van het voorschot van de TegemoetkomingEnergiekosten (TEK) moeten terugbetalen. Voor 26 procent geldt zelfs dathet volledige voorschot terugbetaald moet worden. Dit legt een zware lastop bestuurders, die nu geconfronteerd worden met hogere kosten danverwacht. Vanuit het veld begrijpen de leden van de CDA-fractie dat ditkomt doordat bestuurders niet altijd voorbereid waren op de hoogte vande terug te betalen kosten, omdat zij hun energiekosten wel aanzienlijkhebben zien stijgen. De regeling bleek complex en de vele veranderingenmaken het voor vrijwilligersorganisaties (te) moeilijk. Daarom wordtgepleit voor een gerichte strategie om vrijwilligersorganisaties beter teondersteunen bij regelingen waar zij aanspraak op maken, maar niet deprimaire doelgroep zijn. Bijvoorbeeld door bij de subsidieverstrekker eenverantwoordelijke aan te stellen die extra aandacht besteedt aan hetbekendmaken van de regelingen bij vrijwilligers, beschikbaar is voorvragen en wijzigingen of risico’s doorgeeft. De leden van de CDA-fractievragen de Minister om een reactie op dit verzoek vanuit het veld. Tot slotvragen de leden van de CDA-fractie of de Minister op korte termijn ietsgaat doen om verenigingen die hun energieprijzen aanzienlijk hebben zienstijgen alsnog te ondersteunen, en zo ja, wat de Minister hier aan gaatdoen.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de schriftelijketoelichting opvolging moties meerjarige strategie sportverenigingen enopenbare zwembaden in publieke handen houden.Kan de Minister bevestigen dat de betreffende moties nog niet zijnafgedaan met deze brief, aangezien de uitwerking en uitvoering van dezemoties hiermee nog niet is afgerond?De leden van de SP-fractie vragen of de Minister zich beseft dat debedreiging die veel verenigingen ervaren in hun voortbestaan en deuitdagingen rondom de verduurzaming van sportaccommodatiesdringende kwesties zijn. De leden van de SP-fractie vragen daarom opwelke termijn de Minister verwacht dat verenigingen concreet iets zullenmerken van de uitvoering van deze moties.De leden van de SP-fractie vragen hoe de Minister verwacht dat sportver-enigingen en andere sportaanbieders voldoende aan de slag kunnen metde verduurzaming van hun accommodaties op het moment dat eronvoldoende budget is voor de BOSA-regeling. Is de Minister bereid omde BOSA-regeling zo te verruimen dat het ook daadwerkelijk mogelijkwordt om in ieder geval de sportaccommodaties die daar actief hulp bijvragen te ondersteunen om deze zo snel mogelijk te verduurzamen?De leden van de SP-fractie vragen tot slot hoe de Minister kijkt naarsuggesties vanuit de sportsector zelf om verenigingen beter te onder-steunen, zoals een verruiming van vrijwilligersvergoeding, opleidingsbud-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3926 getten voor vrijwilligers en het behoud van het lage btw-tarief voorsportclubs, sportwedstrijden en fondsenwerving.II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben de schriftelijke toelichting opvolgingmoties meerjarige strategie sportverenigingen en openbare zwembadenin publieke handen houden gelezen en hebben nog enkele vragen enopmerkingen.In de Monitor Sportbeleid 2023, uitgevoerd door het Mulier Instituut,wordt met name geconcludeerd dat het verhogen van het strategischgehalte van het sportbeleid en het stellen van doelen op de lange termijnuitdagend is. Wat wordt exact bedoeld met het strategische gehalte? Hoewordt hier invulling aan gegeven?In de monitor Sportbeleid wordt door het Mulier Instituut omschreven dathet stellen van langetermijndoelen een goed vertrekpunt is bij strate-gische beleidsvorming en vervolgens gepaard moet gaan met werkzameaanpakken en beleidsinstrumentarium om de doelen te realiseren. Bijcomplexe vraagstukken zoals de beweegarmoede is een systemischeaanpak nodig, waarbij veel partijen samenwerken. Regie is noodzakelijkvoor een effectieve samenwerking. Hier wordt op dit moment invullingaan gegeven door zowel de uitvoering van het Sportakkoord als deBeweegalliantie en worden beiden door het Mulier Instituut gekwalifi-ceerd als systemische aanpakken.2De Minister schrijft dat er een onderzoek loopt om de gemeentelijkeregelingen voor mensen met lage inkomens in kaart te brengen. Uit eenrondgang van Nieuwsuur bleek recent dat de prijzen voor zwemlessenfors zijn gestegen en dat zwembaden zien dat steeds meer leerlingenafhankelijk zijn van subsidies. Kan de Minister aangeven hoeveelleerlingen afhankelijk zijn van subsidies om naar zwemles te kunnengaan?Het Jeugdfonds Sport & Cultuur is een van de grootste subsidiever-strekkers voor zwemlessen. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur heeft mijlaten weten dat er in 2023 20.707 kinderen via hen hebben deelgenomenaan zwemles. Dat aantal is vergelijkbaar met voorgaande jaren.Nauwkeurige cijfers van andere ondersteuningsvormen voor zwemles zijnniet bekend.Hoeveel gemeentes geven subsidie voor zwemles?Op dit moment doet het Mulier Instituut op mijn verzoek onderzoek naarhet aanbod en gebruik van financiële ondersteuningsregelingen voorsportdeelname (jeugd en volwassenen) en zwemles (jeugd). Ik verwachtdat dit rapport eind september opgeleverd wordt, waarna ik het aan uwKamer zal toesturen.Kan de Minister een update geven van de uitvoering van het programmaStrand Veilig?Het programma Strand Veilig bestaat uit drie onderdelen, te weten:publiekscommunicatie, professionalisering en netwerkvorming. Alleonderdelen verlopen volgens planning zoals deze is gemaakt bij de startvan het project. In het bijzonder benoem ik graag de positieve evaluatie2Mulier Instituut, 2023, «Monitor Sportbeleid 2023» pg. 90Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3927 van de campagne «Wie checkt jou?»; een voorlichtingscampagne waarinmensen worden geïnformeerd hoe ze veilig kunnen zwemmen in openwater. Als gevolg van deze positieve evaluatie volgt een bredere uitrol inde zomer van 2024. Daarnaast hebben inmiddels 33 van de 35 lifeguard-organisaties de code lifeguarding ondertekend en wordt gewerkt aan eenaanpak waarmee vanaf 2025 vollediger en eenduidiger verdrinkingengeregistreerd worden.Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van debrief over de uitvoering van de twee moties. Zij danken de regering voorde toelichting op de uitvoering, maar hebben wel een aantal vragen. In deogen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is er voor deuitvoering van deze moties nog wel ruimte voor verbetering.In de brief lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat vijfknelpunten voor sportverenigingen worden benoemd. Hoewel de ledenverheugd zijn met al het extra onderzoek dat de Minister heeft aange-kondigd, missen zij een overkoepelende meerjarige strategie die metsportverenigingen wordt gemaakt. De geest van de motie vraagt namelijkniet enkel om losse problemen aan te pakken, maar ook om eenmeerjarige strategie te maken.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Minister alsnogvan plan is deze strategie te maken en bereid is om deze bij de begro-tingsbehandeling van VWS gereed te hebben.Allereerst wil ik benadrukken dat er met het Sportakkoord II eenmeerjarige samenhangende strategie is ontwikkeld. Samen met allebetrokken partijen uit de sector hebben we afspraken gemaakt tot en met2026. Op 5 februari 2024 heb ik het werkplan hierover naar uw Kamergestuurd.3 De vijf genoemde punten uit de motie zijn zeer uiteenlopendvan aard; dat vraagt om een zorgvuldige analyse. Zoals aangegeven inmijn brief van 2 april 2024 ga ik daarom de komende periode aan de slagom inzicht te krijgen in knelpunten waar sportverenigingen mee te makenhebben en te verdiepen op de genoemde thema’s.4 Dat doe ik middelsonderzoek, aangevuld met diverse gesprekken met de sector. Afhankelijkvan de uitkomsten daarvan zal ik besluiten of het nodig is om de huidigebeleidskaders verder aan te scherpen of dat er een nieuwe strategie nodigis. Het is hierbij van belang dat de voornemens van het nieuwe kabinetmeegewogen worden bij het besluit om tot een mogelijk nieuwe strategiete komen. Zoals ik in de brief van 2 april jongstleden heb aangegeven,streef ik ernaar om deze analyse naar uw Kamer te sturen voor hetwetgevingsoverleg over het begrotingsonderdeel Sport en bewegen voorhet jaar 2025.5Specifiek over de verduurzaming hebben de leden van de fractie vanGroenLinks-PvdA-fractie ook een vraag. Het budget uit de subsidiere-geling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) isniet toereikend om alle sportverenigingen die willen verduurzamen tebedienen. Kan de Minister aangeven hoeveel extra middelen er nodig zijnom alle sportverenigingen die willen en kunnen verduurzamen tebedienen en of er aanspraak gemaakt kan worden op middelen uit hetklimaatfonds om de BOSA uit te breiden?3Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 3864Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 3895Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 389Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3928 Vanwege de snelle overvraging heb ik verkend of, hoe en wanneer hetmogelijk is het subsidieplafond voor 2024 te verhogen. Als gevolg van dedemissionaire status van dit kabinet was dit een complexe opgave. Dezeverkenning heeft geleid tot twee maatregelen.Allereerst is in de Voorjaarsnota 2024 een kasschuif opgenomen voor hetnaar voren halen van middelen voor de BOSA-regeling. In totaal wordt€ 22,5 miljoen uit de jaren 2025, 2026 en 2027 naar 2024 geschoven.Daarnaast zal middels een overheveling vanuit de SubsidieregelingDuurzaam Maatschappelijk Vastgoed (hierna: DUMAVA) € 10 miljoentoegevoegd worden aan het beschikbare budget voor de BOSA in het jaar2024. De ophoging van € 10 miljoen moet nog budgettair verwerktworden, wat plaatsvindt in de Suppletoire Begroting September 2024. Hetsubsidieplafond voor 2024 wordt daarmee in totaal verhoogd van€ 79 miljoen naar € 111,5 miljoen. Dit betreft een budgettaire ophogingvan lopend beleid.Zoals ik eerder aan uw Kamer heb gemeld ga ik samen met partijen in hetveld in gesprek over de hoogte van een toereikend subsidiebudget van desubsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties(BOSA) voor komende jaren.6 Hierover zal ik uw Kamer in het najaarinformeren.Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie een vraag overde motie om zwembaden in publieke handen te houden. In de brief lezende leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat er nu eerst onderzoekgedaan gaat worden. Hoewel de leden van de GroenLinks-PvdA-fractienut en noodzaak van de aangekondigde onderzoeken onderschrijven,maken zij zich ernstig zorgen over het behoud van zwembaden in detussentijd. Het is denkbaar dat er, net zoals in Gulpen-Wittem zwembadenfailliet gaan en zo kostbare plekken om zwemles te geven verloren gaan.Wil de Minister verantwoordelijkheid nemen voor het open houden vanzwembaden totdat beide onderzoeken zijn afgerond? De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie vragen of de onderzoeken vóór deVWS-begroting gereed kunnen zijn.Ik streef naar het behoud van zwembaden waar dit verantwoord is, maarbenadruk dat dit een lokale verantwoordelijkheid en afweging blijft. Hetlokale onderzoek van de gemeente Gulpen-Wittem heeft aangetoond dathet behoud van zwembaden door financiële en demografische uitda-gingen niet overal mogelijk is.7 Daarnaast is niet elk zwembad geschiktvoor zwemlessen. Het bredere onderzoek naar eigendom en exploitatievan zwembaden, naar aanleiding van de aangenomen motie omzwembaden in publieke handen te houden, zal naar verwachting voor heteinde van het jaar gereed zijn.86Antwoord op vragen van het lid Mohandis over de subsidieregeling bouw en onderhoud vansportaccommodaties (BOSA).7Gemeente Gulpen-Wittem. Zwemmen in Gulpen: Eindrapport. 23 maart 2024.8Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 116Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 3929 Tot slot vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie of de schriftelijkevragen over Mosaqua, het zwembad in Gulpen-Wittem, van ruim tweemaanden geleden met spoed beantwoord kunnen worden.De antwoorden op de vragen van het lid Mohandis over het bericht«Valkenburgse raad bezorgd om sluiting Mosaqua» heb ik op 23 meijongstleden naar uw Kamer gestuurd.9Vragen en opmerkingen van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de toelichting bijde opvolging van de moties over een meerjarige strategie sportvereni-gingen en openbare zwembaden in publieke handen houden. Zij hebbenhierbij nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie lezen dat via het Mulier Instituut eenonderzoek loopt om de gemeentelijke regelingen voor mensen met lageinkomens in kaart te brengen. Wordt hierin ook het niet-gebruik vanregelingen meegenomen?Het onderzoek gaat in beeld brengen welke regelingen er zijn en ofgemeenten kunnen aangeven hoeveel mensen hiervan gebruik maken tenbehoeve van sport en bewegen. Van het Jeugdfonds Sport & Cultuur enhet Volwassenenfonds Sport & Cultuur zijn cijfers beschikbaar hoeveelkinderen en volwassenen zij jaarlijks ondersteunen. Het niet-gebruik vanregelingen wordt niet meegenomen in dit onderzoek. Het Mulier Instituutgeeft aan dat dit zou impliceren dat het aantal mensen in een gemeentedat een laag inkomen heeft en wil sporten en bewegen bij alle gemeenteninzichtelijk zou moeten zijn. Dit is niet inzichtelijk, waardoor er geenonderzoek gedaan kan worden naar het niet-gebruik van regelingen.De leden van de VVD-fractie lezen in de monitor sportbeleid 2023 datbeweegarmoede een complex vraagstuk is, dat geen eenvoudigeoplossingen kent, en waar meestal een «systemische» aanpak nodig is.Als voorbeeld wordt de aanpak Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG)genoemd. Recentelijk is uit een analyse van het RIVM gebleken dat deJOGG-aanpak sinds 2015 geen effect heeft gesorteerd op de mate vanovergewicht en het beweeggedrag van kinderen en jongeren. De ledenvan de VVD-fractie vragen in dit kader hoe de bewezen-effectiviteit vanmaatregelen om bewegingsarmoede tegen te gaan vastgesteld wordt.In het algemeen geldt dat de oorzaken van bewegingsarmoede sterkuiteenlopend en complex zijn. Hiervoor bestaan geen eenvoudigeoplossingen die terug zijn te voeren op de impact van een afzonderlijkprogramma. De inzet op preventie en specifiek op bewegingsarmoedevraagt om een brede inzet van verschillende partijen zowel op lokaal alslandelijk niveau. Het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport(VWS) zet in op het creëren van de juiste randvoorwaarden om in deleefomgeving te bewegen en samen met partijen initiatieven te stimulerenom meer mensen meer te laten bewegen. De Jongeren op GezondGewicht (JOGG) aanpak is daar één van. Het stimuleren van maatschap-pelijk initiatief vindt vooral plaats via de Beweegalliantie. De aanpak ombeweegarmoede tegen te gaan is beschreven in het actieplan Nederlandbeweegt dat in juni 2023 aan uw Kamer is gestuurd.109Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 181810Kamerstukken II, 2022/2023, 32 793, nr. 694.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39210 Om de effectiviteit van de aanpak te meten, monitort het RIVM deuitvoering van het actieplan. Op basis van deze monitor zal wordenbeoordeeld of de aanpak werkt of dat nadere maatregelen of een andereaanpak nodig is.Kan de Minister aangeven in welke omstandigheden besloten wordt debestaande aanpak te wijzigen of te stoppen, indien blijkt dat er geen effectwordt gesorteerd?De monitor van het actieplan Nederland beweegt is er op gericht om tebepalen wat de uitkomst is van alle ondernomen inspanningen enactiviteiten vanuit het actieplan en hoe dit bijdraagt aan het in bewegingkrijgen van meer mensen in Nederland. Het RIVM levert eind 2025, opbasis van alle uitgevoerde evaluatie-activiteiten, een rapport op met eenconclusie over wat het Actieplan tot dan heeft opgebracht. Op basis vandeze monitor zal worden beoordeeld of de aanpak zijn eerste vruchtenafwerpt of dat nadere maatregelen of een andere aanpak nodig is. Het isnamelijk goed te beseffen dat het stimuleren van preventie of specifiekervan bewegen een proces van lange adem is en dus niet direct tot eenbrede gedragsverandering in de maatschappij leidt.En is de Minister voornemens om de aanbeveling om de draad weer op tepakken rondom de databank van het Loket Gezond Leven op te volgen ende databank verder te verrijken met interventies gericht op stimuleringvan sportdeelname en versterken van sportaanbieders?Eén van de uitgangspunten van het preventiebeleid van het Ministerie vanVWS is om de kwaliteit en effectiviteit van interventies te bevorderenzodat deze na onafhankelijke beoordeling opgenomen kunnen worden inbijvoorbeeld de databank Loket Gezond Leven van het RIVM. HetMinisterie van VWS stelt partijen dan ook in staat om dit te doen,bijvoorbeeld met kennisprogramma’s zoals Mooi in beweging via ZonMw.Tegelijkertijd is het zo dat de effectiviteit van een interventie op voorhandniet altijd kan worden bepaald. Juist voor een onderbouwing van beleid isinnovatie en experimenteren belangrijk, ook op het gebied van preven-tieve interventies. Het Ministerie van VWS wijst partijen op het bestaanvan dit erkenningstraject. Daarbij is het aan interventie-eigenaren zelf omzich aan te melden voor het erkenningentraject van de databank.De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over de toenemenderegionale verschillen in beschikbaarheid en bereikbaarheid van sportac-commodaties. Welke factoren zorgen voor het toenemen van dezeregionale verschillen?Uit de Mulier-rapportage Sportaccommodaties in Nederland 2023 blijktdat de toenemende regionale verschillen in beschikbaarheid en bereik-baarheid van sportaccommodaties worden veroorzaakt door verschillendefactoren: 11–Bevolkingsdichtheid en stedelijkheid:In dichtbevolkte en stedelijke gebieden is de vraag naar sportaccom-modaties hoog, maar de beschikbare ruimte is schaars en duur, watleidt tot een lager aantal accommodaties per inwoner. In landelijke endunbevolkte gebieden zijn er relatief meer accommodaties perinwoner, maar deze zijn vaak kleinschaliger.–Demografische veranderingen:In krimpregio’s waar de bevolking afneemt, blijven bestaandesportaccommodaties vaak langer behouden, hetgeen leidt tot eenhogere dichtheid van voorzieningen. In groeigebieden volgt het11Sportaccommodaties in Nederland 2023 – Mulier InstituutTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39211 aanbod van accommodaties soms met vertraging de bevolkingsgroei,wat resulteert in een lagere beschikbaarheid.–Sociaaleconomische status:Gemeenten met een hogere sociaaleconomische status hebben vaakeen hogere dichtheid van sportaccommodaties. Dit komt doordatwelvarendere gemeenten meer middelen hebben om in sportvoorzie-ningen te investeren.Wat wordt er nu gedaan om deze toename in regionale verschillen tevertragen en uiteindelijk te stoppen?Het is van belang om op te merken dat het verkleinen van regionaleverschillen in sportaccommodaties niet expliciet als beleidsdoel isopgenomen in het Sportakkoord. Sportbeleid wordt voornamelijk lokaalbepaald, omdat gemeenten beter kunnen inschatten wat de lokalebehoefte is. Lokale verschillen zijn dus voor een deel ook de uitkomst vaneen lokale afweging.Afspraken in het Sportakkoord II, in het thema Ruimte voor Sport enBewegen zijn gericht op het creëren van een toekomstbestendigesportinfrastructuur die uitnodigend, faciliterend en toegankelijk is vooriedereen. Daarnaast wordt de koers van de Routekaart VerduurzamingSport voortgezet. Hieronder noem ik enkele voorbeelden van de belang-rijkste maatregelen die in dit kader worden genomen.–Routekaart Verduurzaming Sport:Deze routekaart zet in op duurzame exploitatie van sportaccommoda-ties, met nadruk op energiemaatregelen om de exploitatielasten tebeheersen. Dit stimuleert samenwerking tussen landelijke en lokalepartijen om gezamenlijk beleid te ontwikkelen en uit te voeren.–Clustering en multifunctioneel gebruik:In zowel stedelijke als landelijke gebieden wordt ingezet op hetclusteren van sportaccommodaties met andere voorzieningen, zoalsscholen, sociale, culturele en gezondheidsvoorzieningen. Dit bevordertintensiever gebruik en kan helpen bij het behoud van voorzieningen inkleine kernen.–Subsidieregelingen:De subsidieregelingen Stimulering bouw en onderhoud sportaccom-modaties (BOSA) en Specifieke Uitkering Stimulering Sport (SPUK)bieden financiële steun voor de bouw, het onderhoud en de verduurza-ming van sportaccommodaties. Dit helpt om de toegankelijkheid enduurzaamheid van sportvoorzieningen te verbeteren.–Verbeterde benutting:Er wordt actief gewerkt aan het intensiever en breder gebruik vansportaccommodaties door onderverhuur mogelijk te maken en nieuweinitiatieven te ondersteunen. Dit verhoogt de bezettingsgraad endraagt bij aan een efficiënter gebruik van bestaande voorzieningen.Wat is de verhouding in taken tussen het Rijk en de regio in het terug-dringen van deze regionale verschillen?De regio, met name de gemeenten, is verantwoordelijk voor het sport-beleid en de feitelijke uitvoering ervan op lokaal niveau. Gemeentenzorgen voor de integratie van sportaccommodaties in de ruimtelijkeordening. Dit houdt in dat zij bij de ontwikkeling van nieuwe wijken engebieden rekening houden met de benodigde sportvoorzieningen. Verderwerken gemeenten aan de verbetering van de benutting van sportaccom-modaties door onderverhuur mogelijk te maken en nieuwe initiatieven teondersteunen, wat bijdraagt aan een efficiënter gebruik van bestaandevoorzieningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39212 Het rijk speelt een ondersteunende en faciliterende rol. Dit omvat hetopstellen van beleidskaders die richting geven aan het duurzaamexploiteren en clusteren van sportaccommodaties. Daarnaast biedt deRijksoverheid aanvullende financiële steun via subsidieregelingen zoalsde BOSA en de SPUK. Deze regelingen helpen bij de bouw, het onderhouden de verduurzaming van sportaccommodaties. Het rijk stimuleert ook desamenwerking tussen landelijke en lokale partijen om gezamenlijk beleidte ontwikkelen en uit te voeren.Deze taakverdeling benadrukt het belang van samenwerking tussen hetrijk en de regio’s, waarbij het rijk beleidskaders en daar waar mogelijkaanvullende financiële middelen biedt en de regio’s primair verantwoor-delijk zijn voor de financiering, de implementatie en het onderhoud vansportaccommodaties.De leden van de VVD-fractie vragen opnieuw aandacht voor verduur-zaming van sportvastgoed. De Minister heeft eerder toegezegd zichexpliciet in te zetten om sportvastgoed mee te nemen in het Meerjaren-programma Klimaatfonds 2024. Wat heeft dit opgeleverd?Het sportvastgoed zit op verschillende manieren in het Meerjarenpro-gramma Klimaatfonds 2024. Zo is in totaal 1,9 miljard euro beschikbaargesteld om de Subsidieregeling voor de verduurzaming van maatschap-pelijk vastgoed (DUMAVA) meerjarig voort te zetten van 2024 tot en met2030. Het sportvastgoed in eigendom van gemeenten kan hier al gebruikvan maken. Dit betreft circa 70% van de sportaccommodaties. Voorvolgend jaar verken ik of de amateursportorganisaties ook opgenomenkunnen worden in de DUMAVA, zodat ook zij gebruik kunnen maken vandeze middelen die bestemd zijn voor het verduurzamen van maatschap-pelijk vastgoed.Daarnaast is via het Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2024 in totaal29,4 miljoen euro beschikbaar gekomen voor het continueren van hetontzorgingsprogramma voor sport vanaf 2025 tot en met 2030. Ook hetKennis en Innovatieplatform, waar het Kenniscentrum Sport en Bewegenonderdeel van is, maakt onderdeel uit van het MeerjarenprogrammaKlimaatfonds 2024.Met de voorjaarsnota 2024 ontvangt het Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ook middelen vanuit het Meerjarenpro-gramma Klimaatfonds 2025 voor de verduurzaming van maatschappel(kvastgoed. Dit is bedoeld voor:1.Programmatische aanpak voor het gestructureerd aanpakken van deverduurzaming, te beginnen bij maatschappelijk vastgoedorganisatiesgelieerd aan gemeenten of in bezit van meerdere panden, hier is50 miljoen voor gereserveerd;2.Dotaties richting het Nationaal Restauratiefonds, het BNG Duurzaam-heidsfonds en de Regionale Energiefondsen om op korte termijnlaagdrempelige financiering ter beschikking te stellen voor hetverduurzamen van het maatschappelijk vastgoed, hier is 75 miljoenvoor gereserveerd;3.Onderzoek naar het oprichten van een Waarborgfonds MaatschappelijkVastgoed. Voor het nieuw op te richten Waarborgfonds Maatschappe-lijk vastgoed is 175 miljoen gereserveerd. Met een Waarborgfonds kanzekerheid worden geboden aan maatschappelijk vastgoedeigenaren enfinanciers. Doel van deze regeling is het mogelijk maken van aantrek-kelijke financiering voor het verduurzamen van complexere projecten,denk hierbij aan multifunctionele panden, energieoplossingen dieverbonden zijn aan het maatschappelijk vastgoed en integraleprojecten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39213 De verschillende instrumenten bieden een integraal pakket om te komentot het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. Dit is afgestemdin nauw overleg met de Ministeries van Onderwijs Cultuur en Weten-schap, BZK en het Ministerie van VWS.Ten slotte lezen de leden van de VVD-fractie de uitwerking van deaangenomen motie om zwembaden in publieke handen te houden. Deleden van de VVD-fractie vragen welke gevolgen dit zou kunnen hebbenop de kwaliteit en veiligheid van zwembaden?Op dit moment kan ik nog geen uitspraken doen over de gevolgen van hetin publieke handen houden van zwembaden voor de kwaliteit enveiligheid ervan. Dit is afhankelijk van de resultaten van het onderzoeknaar eigendom en exploitatie van zwembaden dat naar verwachting voorhet einde van het jaar gereed zal zijn.Is de Minister het met de leden van de VVD-fractie eens dat er nog veelonbenut potentieel is voor leszwemmen in zwembaden anders dan dievan gemeenten, stichtingen, sportscholen en zwemscholen? Zo ja, hoekan leszwemmen in deze andere baden bevorderd worden?12Ik ben bekend met het feit dat er naast de circa 1.144 (semi-)openbarezwembaden ook circa 535 commerciële zwembaden zijn bij, onder andere,hotels, sauna’s en pretparken.13 Ik kan mij voorstellen dat hier zwemlesgegeven kan worden mits de juiste voorwaarden hiervoor aanwezig zijn.Echter, dit is vanzelfsprekend volledig ter overweging van de eigenaar aande commerciële zwembaden in kwestie. Wanneer deze naast hetbestaande aanbod ook zwemles wil aanbieden, dan is voor de eventuelelesvolgers met een kleine portemonnee dezelfde ondersteuning mogelijkvanuit het Jeugdfonds Sport & Cultuur.Vragen en opmerkingen van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben de brief van de Minister metinteresse gelezen. Daarover hebben zij een aantal vragen.In de brief wordt ingegaan op de motie van het lid Mohandis c.s. In demotie Mohandis c.s. wordt gevraagd om een meerjarenstrategie voorsportverenigingen. De Minister trekt de verschillende thema’s, financiëlegezondheid, verduurzaming, regeldruk, onroerendgoedbelasting uitelkaar. De leden van de NSC-fractie menen dat dit zorgt voor versnip-pering van beleid en vragen waarom de Minister niet tot een samenhan-gende strategie komt voor sportverenigingen.Het voorkomen van versnippering van beleid is een belangrijkaandachtspunt. Zoals ik ook bij de beantwoording van de vragen van deleden van de PVV-fractie heb beschreven, wil ik benadrukken dat er methet Sportakkoord II al een meerjarige samenhangende strategie voorsportverenigingen is ontwikkeld. Samen met alle betrokken partijen uit desector zijn afspraken gemaakt tot en met 2026. Op 5 februari 2024 heb ikhet werkplan hierover naar uw Kamer gestuurd.14 De vijf verschillendethema’s uit de motie zijn zeer uiteenlopend van aard; dat vraagt om eenzorgvuldige analyse. Zoals aangegeven in mijn brief van 2 april 2024 ga ikdaarom de komende periode aan de slag om inzicht te krijgen inknelpunten waar sportverenigingen mee te maken hebben en te12Mulier Instituut, 2021 «Aantal zwembaden in Nederland» (https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=10295&m=1615984433&action=file.download)13Sportaccommodaties in Nederland 2023 – Mulier Instituut14Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 386Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39214 verdiepen op de genoemde thema’s.15 Dat doe ik middels onderzoek,aangevuld met diverse gesprekken met de sector. Afhankelijk van deuitkomsten zal ik besluiten of het nodig is om de huidige beleidskadersverder aan te scherpen of dat er een nieuwe strategie nodig is. Het ishierbij van belang dat de voornemens van het nieuwe kabinet ookmeegewogen worden bij het besluit om tot een mogelijk nieuwe strategiete komen.De leden van de NSC-fractie vragen welke rol de Minister neemt bij deuitvoering van deze motie Mohandis c.s. voor het instrument van deBOSA.Ik zie de subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccom-modaties (BOSA) als een belangrijk instrument dat sportverenigingenondersteunt in de financiële opgaven waar zij voor staan op het gebiedvan de bouw en onderhoud van accommodaties. Uit de evaluatie vanSignificant Public van 2023 blijkt daarnaast dat de BOSA een belangrijkebijdrage levert aan de (betaalbaarheid van) sportinfrastructuur en leidt totmeer duurzame investeringskeuzes.16 Ook komt uit die evaluatie naarvoren dat de BOSA een bekende en toegankelijke regeling is enaanvragers tevreden zijn over de regeling. Ik zal bij de uitvoering van dezemotie onder meer in gesprek gaan met partijen in het veld over de hoogtevan een toereikend subsidiebudget van de BOSA voor komende jaren.Ook willen de leden van de NSC-fractie weten wat de laatste stand vanzaken is van het gebruik van de BOSA in 2024.Zie voor de stand van het gebruik van de BOSA regeling per 10 juni 2024onderstaande tabel.Tabel 1: Stand budget BOSA regeling 2024 per 10 juni (bedragen x € 1.000)2024Initieel budgetplafond BOSA regeling 202479.000Totaal aangevraagde subsidie125.000wv. Reeds toegekend45.100wv. 29 openstaande aanvragen uit 20233.400wv. 2.182 openstaande aanvragen uit 202476.500Verschil initieel budgetplafond en totaal aangevraagde subsidie46.000 De leden van de NSC-fractie willen graag weten wat de stand van zaken isvan de uitrol van de sport en beweegloketten. Weten de sportvereni-gingen en organisatoren van evenementen deze loketten voldoende tevinden?Op dit moment zijn er acht sport- en beweegloketten opgericht, waar 16gemeenten bij betrokken zijn. Daarnaast zijn 20 sport- en beweeglokettenin oprichting, waarbij nog eens 54 gemeenten betrokken zijn. De komendeperiode wordt naar een landelijk dekkend netwerk van minimaal 100sport- en beweegloketten toegewerkt, waar clubs passende ondersteuningkunnen aanvragen afhankelijk van de eigen behoefte.Uw vraag over de vindbaarheid van de sport- en beweegloketten voororganisatoren van tochten en evenementen heb ik aan NOC*NSF gesteld.NOC*NSF geeft aan dat de zogenaamde buitensportbonden geen15Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 38916Significant Public, 2023, Evaluatieonderzoek BOSA en SPUK Stimulering Sport | Publicatie |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39215 organisatoren kennen die gebruik hebben gemaakt van lokale sport- enbeweegloketten voor aanvullende informatie. De Nederlandse Toer FietsUnie en de Koninklijke Wandelbond Nederland hebben sinds april van ditjaar een medewerker vergunningsservice in dienst genomen omorganisatoren van tochten te ondersteunen. Dit betreft een tijdelijkevoorziening totdat landelijk afspraken zijn gemaakt om organisatoren vantochten te ontzorgen.In het afgelopen wetgevingsoverleg Sport en Bewegen heeft de Ministertoegezegd om voor voldoende ondersteuning te zorgen via deze lokettenvoor organisatoren van evenementen die met ingewikkelde vragen rondstikstof zitten. De leden van de NSC-fractie vragen hoe het hiermee staat.Naar aanleiding van het wetgevingsoverleg ben ik met de partners vanhet Sportakkoord II in gesprek gegaan. Bij de sport- en beweegloketten iser geen expertise aanwezig om organisatoren van tochten en evene-menten met ingewikkelde vraagstukken rond stikstof goed te onder-steunen aangezien het met name een regionaal, danwel provinciaalvraagstuk betreft. De sport -en beweegloketten opereren daarentegenvoornamelijk op lokaal niveau.NOC*NSF en de Vereniging voor Sport & Gemeenten (VSG) zijn eenverkenning gestart om tot adviezen te komen op welke manier organisa-toren van tochten en evenementen ontzorgd kunnen worden rondomingewikkelde stikstofvragen. Zij adviseren bijvoorbeeld om een hande-lingskader op te stellen waaruit blijkt onder welke omstandighedentochten en evenementen altijd onder de kritische depositowaarde vanstikstof blijven. Daarnaast adviseren ze om een regionaal overleg Tochten& Evenementen tussen sport, gemeenten en terreineigenaren op testarten. Zo kan toegewerkt worden naar regionaal afgestemd beleidwaarbij ook afspraken gemaakt kunnen worden wanneer toestemmings-trajecten nodig zijn. De gemaakte afspraken kunnen uiteindelijk bij allesport -en beweegloketten landen, zodat organisatoren van tochten enevenementen geïnformeerd kunnen worden over de regionale afspraken.NOC*NSF zal naar verwachting voor 1 juli aanstaande de definitieverapportage van de genoemde verkenning naar mij toesturen.De aangenomen motie Olger van Dijk c.s. (Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 121)verzoekt de regering met Stichting Waarborgfonds Sport en BNG teonderzoeken hoe er een revolverend fonds voor sportclubs kan wordengecreëerd voor investeringen in verduurzaming en toegankelijkheid vanaccommodaties. Vanuit het thema verduurzaming vragen de leden van deNSC-fractie hoe het staat met uitvoering van deze motie.Ik ben in gesprek met partijen in het veld over een aantal opties metbetrekking tot een mogelijk op te richten revolverend fonds voorsportclubs voor investeringen in verduurzaming en toegankelijkheid vanaccommodaties. Ik streef er naar uw Kamer hier in het najaar over teinformeren.Vragen en opmerkingen van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de schriftelijketoelichting opvolging moties meerjarige strategie sportverenigingen enopenbare zwembaden in publieke handen houden. Zij hebben devolgende vragen.De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister in gesprek gaat met deVereniging Sport en Gemeenten (VSG), sportkoepel NOC*NSF en hetRegister voor Verenigingsbestuurders (RVVB) om input te verzamelenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39216 voor passende ondersteuning voor verenigingen. De leden van deBBB-fractie vragen welke passende ondersteuning de Minister mogelijk alop de korte termijn ziet.Op dit moment heb ik al diverse maatregelen getroffen om vrijwilligers enverenigingen te ondersteunen. Via het Sportakkoord II heb ik ondersteu-ningsbudget beschikbaar gesteld voor het versterken van technisch-,bestuurlijk- en vrijwillig kader. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht wordenaan bestuurscoaching, het opleiden van trainers en het volgen van eenmodule vrijwilligersmanagement. Komende jaren werk ik toe naar eenlandelijk dekkend netwerk van sport- en beweegloketten, waar clubs zichkunnen melden met hun ondersteuningsvraag. Hier kunnen clubspassende ondersteuning aanvragen afhankelijk van de eigen behoefte.Daarnaast zet ik in op meer uitvoeringskracht bij sportclubs, waardoorvrijwilligers worden ontlast. Sportclubs kunnen bijvoorbeeld via de bredeSpecifieke Uitkering Stimulering Sport een clubkadercoach of eenverenigingsmanager aanstellen. Het Mulier Instituut volgt in opdracht vanmij nauwgezet hoe de sportsector zich ontwikkelt en waar zich problemenen uitdagingen voordoen. Onder andere door jaarlijks een verenigingsmo-nitor uit te voeren en met de sportsector in gesprek te gaan om deontwikkelingen te volgen.Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat naar aanleiding van designalen van verschillende (branche)organisaties, het kabinet onderzoekheeft laten doen naar de aard, omvang en achterliggende oorzaken van deervaren regeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instel-lingen en de Staatssecretaris van VWS en de Minister voor Rechtsbe-scherming op dit moment werken aan een aanpak om regeldrukte teverminderen voor sportverenigingen, vrijwilligersorganisaties enfilantropische instellingen. In hoeverre worden de verschillende (branche-)organisaties bij de uitwerking van de aanpak meegenomen en zitten dezeorganisaties ook aan tafel?Bij het uitwerken van de aanpak om regeldruk bij sportverenigingen,vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen te verminderen,wordt samengewerkt en afgestemd met verschillende vrijwilligersorgani-saties en filantropische instellingen. Voorbeelden zijn Goede DoelenNederland, Fondsen in Nederland, Interkerkelijk Contact in Overheids-zaken, NOC*NSF, Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerken Voedselbanken Nederland.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de schriftelijketoelichting opvolging moties meerjarige strategie sportverenigingen enopenbare zwembaden in publieke handen houden. De leden van deCDA-fractie hebben hierover enkele vragen.Financiële gezondheid sportverenigingenDe Minister schrijft in gesprek te gaan met de VSG, NOC*NSF en hetRVVB om input te verzamelen voor passende ondersteuning voorverenigingen. De leden van de CDA-fractie vragen op welke termijn deKamer over deze inventarisatie wordt geïnformeerd. De leden van deCDA-fractie veronderstellen dat hiermee niet wordt gewacht totdat hetMulier Instituut eind dit jaar met het rapport over de financiëleweerbaarheid van verenigingen komt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39217 In mijn brief van 2 april jongstleden heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ikernaar streef om deze inventarisatie naar uw Kamer te sturen voor hetwetgevingsoverleg over het begrotingsonderdeel Sport en bewegen voorhet jaar 2025.17VerduurzamingIn de brief van 15 januari 2024 over verduurzaming van de sportsector(Kamerstuk 30 234, nr. 384) geeft de Minister aan zich expliciet in te zettenom sportvastgoed mee te nemen in het Meerjarenprogramma Klimaat-fonds 2024. De leden van de CDA-fractie vragen wat dit tot nog toe heeftopgeleverd.Zoals ik bij de beantwoording van de vragen van de leden van deVVD-fractie heb aangegeven, is het sportvastgoed op verschillendemanieren in het Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2024 opgenomen. Zois in totaal 1,9 miljard euro beschikbaar gesteld om de Subsidieregelingvoor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)meerjarig voort te zetten van 2024 tot en met 2030. Het sportvastgoed ineigendom van gemeenten kan hier al gebruik van maken. Dit betreft circa70% van de sportaccommodaties. Voor volgend jaar verken ik of deamateursportorganisaties ook opgenomen kunnen worden in deDUMAVA, zodat ook zij gebruik kunnen maken van deze middelen diebestemd zijn voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed.Daarnaast is via het Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2024 in totaal29,4 miljoen euro beschikbaar gekomen voor het continueren van hetontzorgingsprogramma voor sport vanaf 2025 tot en met 2030. Ook hetKennis en Innovatieplatform, waar het Kenniscentrum Sport en Bewegenonderdeel van is, maakt onderdeel uit van het MeerjarenprogrammaKlimaatfonds 2024.Met de voorjaarsnota 2024 ontvangt het Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ook middelen vanuit het Meerjarenpro-gramma Klimaatfonds 2025 voor de verduurzaming van maatschappel(kvastgoed.Dit is bedoeld voor:1.Programmatische aanpak voor het gestructureerd aanpakken van deverduurzaming, te beginnen bij maatschappelijk vastgoedorganisatiesgelieerd aan gemeenten of in bezit van meerdere panden, hier is50 miljoen voor gereserveerd;2.Dotaties richting het Nationaal Restauratiefonds, het BNG Duurzaam-heidsfonds en de Regionale Energiefondsen om op korte termijnlaagdrempelige financiering ter beschikking te stellen voor hetverduurzamen van het maatschappelijk vastgoed, hier is 75 miljoenvoor gereserveerd;3.Onderzoek naar het oprichten van een Waarborgfonds MaatschappelijkVastgoed. Voor het nieuw op te richten Waarborgfonds Maatschappe-lijk vastgoed is 175 miljoen gereserveerd. Met een Waarborgfonds kanzekerheid worden geboden aan maatschappelijk vastgoedeigenaren enfinanciers. Doel van deze regeling is het mogelijk maken van aantrek-kelijke financiering voor het verduurzamen van complexere projecten,denk hierbij aan multifunctionele panden, energieoplossingen dieverbonden zijn aan het maatschappelijk vastgoed en integraleprojecten.17Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 389Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39218 De verschillende instrumenten bieden een integraal pakket om te komentot het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. Dit is afgestemdin nauw overleg met de Ministeries van Onderwijs Cultuur en Weten-schap, BZK en het Ministerie van VWS.De BOSA-subsidie voor het jaar 2024 is zoals bekend al zeer vroeguitgeput, wat er enerzijds op wijst dat er groot enthousiasme is ondersportverenigingen om accommodaties te verduurzamen en fysiektoegankelijker te maken maar anderzijds dat het budget voor de regelingveel te klein is. De leden van de CDA-fractie verzoeken om een structureleoplossing voor de BOSA-subsidie. Is de Minister bereid om te (laten)onderzoeken hoe groot het budget structureel moet zijn om aan alleaanvragen te kunnen voldoen? En is de Minister bereid dit budgetvervolgens ook op te nemen in aankomende begrotingen?Vanwege de snelle overvraging heb ik verkend of, hoe en wanneer hetmogelijk is om het subsidieplafond voor 2024 te verhogen. Als gevolg vande demissionaire status van dit kabinet was dit een complexe opgave.Deze verkenning heeft geleid tot twee maatregelen.Allereerst is in de Voorjaarsnota 2024 een kasschuif opgenomen voor hetnaar voren halen van middelen voor de BOSA-regeling. In totaal wordt€ 22,5 miljoen uit de jaren 2025, 2026 en 2027 naar 2024 geschoven.Daarnaast zal middels een overheveling vanuit de SubsidieregelingDuurzaam Maatschappelijk Vastgoed (hierna: DUMAVA) € 10 miljoentoegevoegd worden aan het beschikbare budget voor de BOSA in het jaar2024. De ophoging van € 10 miljoen moet nog budgettair verwerktworden, wat plaatsvindt in de Suppletoire Begroting September 2024. Hetsubsidieplafond voor 2024 wordt daarmee in totaal verhoogd van€ 79 miljoen naar € 111,5 miljoen. Dit betreft een budgettaire ophogingvan lopend beleid.Zoals ik eerder aan uw Kamer heb toegezegd ga ik samen met partijen inhet veld in gesprek over de hoogte van een toereikend subsidiebudgetvan de subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommo-daties (BOSA) voor komende jaren.18 Hierover zal ik uw Kamer in hetnajaar informeren. Het is aan een nieuw kabinet om een besluit te nemenover de hoogte van het budget voor de komende jaren.Aanpak RegeldrukDe Minister schrijft dat de aanpak om regeldruk te verminderen voorsportverenigingen, vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen,waarbij onder andere de inzet van het instrument vrijwilligersvergoedingmeegenomen zou worden, opnieuw vertraagd is en nu pas in de tweedekwartaal naar de Kamer gestuurd wordt. De leden van de CDA-fractiemerken op dat dit niet de eerste vertraging is bij het opstellen van dezeaanpak. Deze leden van de CDA-fractie vragen waarom er keer op keervertraging is in het opstellen van deze aanpak.18Antwoord op vragen van het lid Mohandis over de subsidieregeling bouw en onderhoud vansportaccommodaties (BOSA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39219 Ik begrijp deze vraag van de leden van de CDA-fractie. Het is echternoodzakelijk gebleken om nauwgezet overleg te voeren met demaatschappelijke partners en binnen het kabinet om tot maatregelen tekomen die voldoende impact maken.Verenigingen hebben echt behoefte aan stappen op dit onderwerp om zete ontlasten en we doen nu op geen enkele manier recht aan deze terechtezorgen. Kan de Minister toezeggen dat deze aanpak in ieder geval ruimvoor het zomerreces van 2024 naar de Kamer wordt gestuurd? Zo nee,waarom niet?De ervaren regeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropischeinstellingen is een probleem en ik deel deze zorgen. Zoals toegezegdtijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerie van VWS wordt deaanpak in het tweede kwartaal van 2024 aangeboden aan uw Kamer. Ik gaer van uit dat dit lukt.Hulp bij Tegemoetkoming EnergiekostenVoor 73 procent van de toegekende aanvragen van voetbalverenigingengeldt dat zij een deel van het voorschot van de TegemoetkomingEnergiekosten (TEK) moeten terugbetalen. Voor 26 procent geldt zelfs dathet volledige voorschot terugbetaald moet worden. Dit legt een zware lastop bestuurders, die nu geconfronteerd worden met hogere kosten danverwacht. Vanuit het veld begrijpen de leden van de CDA-fractie dat ditkomt doordat bestuurders niet altijd voorbereid waren op de hoogte vande terug te betalen kosten, omdat zij hun energiekosten wel aanzienlijkhebben zien stijgen. De regeling bleek complex en de vele veranderingenmaken het voor vrijwilligersorganisaties (te) moeilijk. Daarom wordtgepleit voor een gerichte strategie om vrijwilligersorganisaties beter teondersteunen bij regelingen waar zij aanspraak op maken, maar niet deprimaire doelgroep zijn. Bijvoorbeeld door bij de subsidieverstrekker eenverantwoordelijke aan te stellen die extra aandacht besteedt aan hetbekendmaken van de regelingen bij vrijwilligers, beschikbaar is voorvragen en wijzigingen of risico’s doorgeeft. De leden van de CDA-fractievragen de Minister om een reactie op dit verzoek vanuit het veld.Op dit moment is de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn enSport (VWS) samen met de Minister voor Rechtsbescherming een aanpakaan het ontwikkelen om de ervaren regeldruk bij vrijwilligersorganisatiesen filantropische instellingen terug te dringen. Ook het onder de aandachtbrengen van nieuwe regelingen bij vrijwilligersorganisaties wordtonderzocht en meegenomen in de aanpak. De vrijwilligerssector is echterzeer breed en diffuus, waardoor de meest uiteenlopende regelingenbetrekking hebben op deze sector. De afgelopen periode heeft deStaatssecretaris van VWS een aantal acties ondernomen om betereondersteuning te kunnen geven aan vrijwilligersorganisaties op hetgebied van wettelijke verplichtingen. De Vereniging NederlandseOrganisaties Vrijwilligerswerk ontvangt bijvoorbeeld sinds 2023 eenhogere instellingssubsidie en een aanvullende projectsubsidie. Een deelvan deze subsidies is erop gericht om vrijwilligersorganisaties beter teondersteunen bij de implementatie van wet- en regelgeving. Tot slotkunnen gemeenten lokale vrijwilligersorganisaties helpen in het biedenvan deze ondersteuning.Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of de Minister op korte termijniets gaat doen om verenigingen die hun energieprijzen aanzienlijk hebbenzien stijgen alsnog te ondersteunen, en zo ja, wat de Minister hier aangaat doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39220 In mijn brief over de verduurzaming van de sportsector heb ik aange-geven dat er momenteel geen signalen zijn vanuit NOC*NSF, PlatformOndernemende Sportaanbieders, Vereniging Sport en Gemeenten en hetMulier Instituut dat de ondersteuning aan amateursportverenigingen voorgestegen energieprijzen in 2022 en 2023 als zodanig onvoldoende isgebleken.19 Wel heeft het Register voor Verenigingsbestuurders (RVVB)laten weten dat circa de helft van de 365 verenigingen, die gereageerdhadden op een uitvraag van de RVVB, zorgen hadden over de financiëlesituatie van de vereniging voor afgelopen winter. In de maanden februari,maart en juni in 2023 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de monitoringdie uitgevoerd is door het Mulier Instituut over de financiële weerbaarheidvan amateursportverenigingen. Uit deze monitoring is gebleken dat degestegen energielasten één van de uitdagingen is voor de financiëleweerbaarheid van amateursportverenigingen, maar niet de enige. Hierliggen ook andere redenen aan ten grondslag, zoals dalende ledenaan-tallen, dalende inkomsten en een dalend aantal vrijwilligers. Ik neem dezorgen van de amateursportverenigingen serieus. Ook het RVVB herkentdeze uitdagingen.In de hiervoor genoemde brief heb ik aangegeven dat er geen signalenwaren binnengekomen vanuit NOC*NSF, POS, VSG en het Mulier Instituutdat sportverenigingen de afgelopen winterperiode in de problemenzouden komen. Desondanks houd ik nog steeds de vinger aan de polsdoor onder andere een onderzoek dat het Mulier Instituut nu uitvoert naarde financiële weerbaarheid van amateursportverenigingen, waarmeemeer inzicht verkregen kan worden in de financiële mogelijkheden vanamateursportverenigingen om te verduurzamen. Ik vind het belangrijk omzowel oog te hebben voor de verduurzamingsopgave van de sportsectorals voor de andere (financiële) opgaven waar amateursportverenigingenvoor staan.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de schriftelijketoelichting opvolging moties meerjarige strategie sportverenigingen enopenbare zwembaden in publieke handen houden.Kan de Minister bevestigen dat de betreffende moties nog niet zijnafgedaan met deze brief, aangezien de uitwerking en uitvoering van dezemoties hiermee nog niet is afgerond?In mijn brief van 2 april jongstleden over de opvolging van de bedoeldemoties, ben ik ingegaan op de wijze waarop ik uitvoering ga geven aanbeide moties.20 Deze moties zijn derhalve nog niet afgedaan.De leden van de SP-fractie vragen of de Minister zich beseft dat debedreiging die veel verenigingen ervaren in hun voortbestaan en deuitdagingen rondom de verduurzaming van sportaccommodatiesdringende kwesties zijn. De leden van de SP-fractie vragen daarom opwelke termijn de Minister verwacht dat verenigingen concreet iets zullenmerken van de uitvoering van deze moties.De inzet op de verduurzaming van de sportsector zet ik onverminderdvoort. Deze inzet wacht niet op de uitvoering van beide moties. Zoals inmijn brief van 2 april 2024 benoemd, worden de uitkomsten van de19Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 38420Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 389Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39221 trajecten met betrekking tot verduurzaming betrokken in de analyse bij deuitvoering van de motie meerjarige strategie sportverenigingen.21De leden van de SP-fractie vragen hoe de Minister verwacht dat sportver-enigingen en andere sportaanbieders voldoende aan de slag kunnen metde verduurzaming van hun accommodaties op het moment dat eronvoldoende budget is voor de BOSA-regeling. Is de Minister bereid omde BOSA-regeling zo te verruimen dat het ook daadwerkelijk mogelijkwordt om in ieder geval de sportaccommodaties die daar actief hulp bijvragen te ondersteunen om deze zo snel mogelijk te verduurzamen?Zoals ik eerder bij de beantwoording van de vragen van de leden van deNSC-fractie heb aangegeven erken ik dat de subsidieregeling Stimuleringbouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) een belangrijkinstrument is. De BOSA ondersteunt sportverenigingen in de financiëleopgaven waar zij voor staan op het gebied van de bouw en onderhoudvan accommodaties. Ik realiseer me dat een subsidie vanuit deBOSA-regeling voor veel amateursportverenigingen een belangrijkevoorwaarde is voor investeringen in hun accommodaties en de aanschafvan sportmaterialen. Vanwege de snelle overvraging heb ik daaromverkend of, hoe en wanneer het mogelijk is om het subsidieplafond voor2024 te verhogen. Als gevolg van de demissionaire status van dit kabinetwas dit een complexe opgave. Deze verkenning heeft geleid tot tweemaatregelen.Allereerst is in de Voorjaarsnota 2024 een kasschuif opgenomen voor hetnaar voren halen van middelen voor de BOSA-regeling. In totaal wordt€ 22,5 miljoen uit de jaren 2025, 2026 en 2027 naar 2024 geschoven.Daarnaast zal middels een overheveling vanuit de SubsidieregelingDuurzaam Maatschappelijk Vastgoed (hierna: DUMAVA) € 10 miljoentoegevoegd worden aan het beschikbare budget voor de BOSA in het jaar2024. De ophoging van € 10 miljoen moet nog budgettair verwerktworden, wat plaatsvindt in de Suppletoire Begroting September 2024. Hetsubsidieplafond voor 2024 wordt daarmee in totaal verhoogd van€ 79 miljoen naar € 111,5 miljoen. Dit betreft een budgettaire ophogingvan lopend beleid.De leden van de SP-fractie vragen tot slot hoe de Minister kijkt naarsuggesties vanuit de sportsector zelf om verenigingen beter te onder-steunen, zoals een verruiming van vrijwilligersvergoeding, opleidingsbud-getten voor vrijwilligers en het behoud van het lage btw-tarief voorsportclubs, sportwedstrijden en fondsenwerving.Het belang van vrijwilligerswerk voor de Nederlandse samenleving kanniet onderschat worden.Op 9 maart 2023 heeft de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit enBelastingdienst richting uw Kamer geantwoord op vragen over deverruiming van de vrijwilligersvergoeding.22 Uit die antwoorden ontleenik het volgende antwoord.21Kamerstukken II 2023/24, 30 234, nr. 38922Aanhangsel Handelingen II 2023/23, nr. 1809Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39222 Het is van belang om het karakter van de vrijwilligersregeling, eenkostenvergoedingsregeling, niet uit het oog te verliezen. De vrijwilligersre-geling is bedoeld voor vrijwilligerswerk; werk dat onverplicht enonbetaald wordt gedaan binnen organisaties met een ideële doelstelling,een sportorganisatie of een organisatie met een maatschappelijk nut.Onbetaald werk leidt niet tot loonheffing omdat er dan geen sprake is vanloon. Er is ook geen sprake van loon indien de vrijwilliger de voor hetwerk gemaakte kosten vergoed krijgt.De vrijwilligersregeling is een kostenvergoedingsregeling die organisatiesin staat stelt vrijwilligers tegemoet te komen in die kosten die zij maken inverband met het vrijwilligerswerk, zonder dat onzekerheid ontstaat of welof geen loonheffing verschuldigd is. Deze kostenvergoedingsregelingkomt daarmee tegemoet aan de wens om de administratieve lasten rondde vrijwilligersregeling terug te dringen. Met de vaststelling van debedragen wordt voorkomen dat voor iedere kostenvergoeding moetworden aangetoond dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en daarvoorbewijs dient te worden overlegd. Vrijwilligers die meer kosten maken dan€ 2.100 per jaar kunnen hun daadwerkelijke kosten onbelast vergoedkrijgen, zonder dat dit leidt tot loonheffing.23De vrijwilligersregeling is een bewijsregel bedoeld om administratievelasten te beperken en niet bedoeld als een vrijstelling van inkomen. Devrijwilligersregeling is niet bedoeld om een zo hoog mogelijke financiëleprikkel te kunnen bieden aan vrijwilligers of als een onbelaste aanvullingop het inkomen van mensen met een uitkering. Het maatschappelijke ofideële karakter en het ontbreken van salaris staan immers bij hetvrijwilligerswerk voorop. Het is daarnaast van groot belang dat wordtvoorkomen dat vrijwilligerswerk betaalde arbeid verdringt. Het maximum-bedrag van de vrijwilligersregeling is door de wetgever gesteld op € 2.100per jaar en wordt jaarlijks aangepast aan de inflatie; zo is het maximum-jaarbedrag met ingang van 1 januari 2024 met € 200,– verhoogd.Met betrekking tot het BTW vraagstuk geeft het Ministerie van Financiënaan mij aan dat Dialogic in 2023 een onderzoeksrapport over verlaagdebtw-tarieven heeft opgeleverd.24 Uit dit onderzoek blijkt dat het verlaagdebtw-tarief deels doeltreffend, maar over het algemeen geen doelmatigbeleidsinstrument is. Besluiten over de handhaving of afschaffing vanverlaagde btw-tarieven moeten zorgvuldig worden genomen en zijn aaneen nieuw kabinet. De btw-tarieven behoren tot de bevoegdheid van deStaatssecretaris van Financiën.23Het Ministerie van Financiën heeft aan mij aangegeven dat de bedragen voor 2024 zijnvastgesteld op maximaal € 2.100 per jaar en € 210 per maand24Evaluatierapport van Dialogic & Significant Public over het verlaagde btw-tarief, 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 234, nr. 39223

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f6d0f4a9c1a0569e

14 okt 2026 · 5d0cb256d8a72be5

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.